Tagarchief: geneesmiddelen

Dr Edward Bach (1886-1936)

Standaard

categorie : beroemde personen

 

 

 

dr_-edward_bach

.

Edward Bach was een Engelse arts aan het begin van de 20e eeuw. Als bacterioloog aan het Londense Univer-siteitsziekenhuis bond hij de strijd aan met chronische ziektes en ontwikkelde diverse vaccins. Wat hem tegen-stond in die periode was dat er meer aandacht was voor ziektes dan voor de patiënten. Ook vond hij het niet prettig om vaccins toe te dienen via injecties, omdat de mensen hier bang van waren, en hij merkte dat de werk-zaamheid van de vaccins te lijden had onder die angst.

Later kwam hij te werken in het Londense Homeopathisch Ziekenhuis, en kwam daar in aanraking met het werk van Hahnemann (grondlegger van de hedendaagse homeopathie), waarvan hij zeer onder de indruk was. Hahne-mann was tot dezelfde conclusie gekomen als hijzelf, nl.: “Behandel de patiënt, niet de ziekte”. Door zijn eerde-re werk te combineren met Hahnmann’s homeopathie kwam hij tot de zeven Bach-nosodes, die tot de dag van vandaag gebruikt worden. Wat hem nog niet helemaal beviel was dat homeopathische geneesmiddelen soms ge-maakt worden van stoffen die in pure vorm schadelijk zouden zijn voor de gezondheid.

Bach was ervan overtuigd dat alle remedies die een mens nodig kon hebben al lang “door de Schepper in de na-tuur waren opgenomen”, zoals hij zelf zei. Uiteindelijk liet hij in het voorjaar van 1930 zijn baan in het ziekenhuis en zijn eigen bloeiende Londense praktijk achter, en trok naar het platteland op zoek naar die natuurlijke reme-dies. De laatste periode van zijn leven (van 1928 tot 1936) besteedde hij aan het zoeken van genezende bloemen en bloesems. Dit moesten bloemen zijn met uitsluitend heilzame eigenschappen, niet alleen als remedie maar ook in pure vorm. In de loop van deze jaren vond hij 37 van deze bloemen en manieren om ze te verwerken tot remedies. Als 38e potentieerde hij puur water uit een heilzame bron. Ze zijn nu bekend als “Bach Flower Reme-dies” (BFR) ofwel “Bach Bloesem Remedies”.

 

 

 

Jeugd

 

Edward Bach werd geboren op 24 september 1886 te Moseley ten zuiden van Birmingham. Van kinds af aan was hij een gevoelig type, niet heel gezond, was graag buiten in de natuur en wist dat hij mensen wilde helpen gene-zen. Als kind kon hij zich al zo geconcentreerd in iets verdiepen dat de wereld om hem heen verdween. Toen hij op 16-jarige leeftijd van school kwam wilde hij zijn ouders niet vragen om een lange medische opleiding te beta-len, en besloot om eerst geld te verdienen in de bronsgieterij van zijn vader (1903-1906).

In die periode bemerkte hij hoe moeilijk zijn collega-arbeiders het hadden met gezondheidszorg: ze werkten vaak door als ze ziek waren, want ziek thuisblijven betekende geen loon en wel hoge medische kosten. Hij zag niet alleen hun angst voor ziekte, maar ook dat er niet veel meer werd gedaan dan het verlichten van de klachten en het bestrijden van symptomen. Dit alles sterkte hem in zijn plan om eenvoudige geneesmiddelen te ontdekken voor alle ziekten. Toen hij uiteindelijk met zijn vader sprak over zijn wens om dokter te worden, besloot deze zijn studie te betalen.

 

 

 

Studie (1906-1913)

 

Zo begon hij op 20-jarige leeftijd aan een medische studie aan de universiteit van Birmingham. Van daaruit ging hij naar het Londense Universiteitsziekenhuis en behaalde daar in 1912 het (niet-universitaire) “Conjoint” (samen-gevoegde) diploma M.R.C.S. en L.R.C.P. Met dit diploma op zak mocht hij in Londen als arts praktiseren, en veel studenten deden daarom dit examen al voordat ze waren afgestudeerd. Vervolgens behaalde hij in 1913 de uni-versitaire graden M.B. en B.S., en rondde hij in 1914 zijn studie af met een D.P.H. Camb. Als student had Bach al meer interesse in de patiënten dan in hun ziektes. Hij kon rustig naast hun bed zitten en ze laten vertellen, om op die manier achter de werkelijke achtergrond van hun ziekte te komen.

 

 

 

Bach als regulier arts (1913-1918)

 

Nadat hij op 14 januari 1913 getrouwd was met Gwendoline Caiger en zijn doktergraden MB en BS had behaald, begon hij als eerste-hulp-arts in het University College Hospital. Later dat jaar begon hij als eerste-hulp-chirurg in het London Temperance Hospital, waarmee hij na enkele maanden al moest stoppen omdat zijn gezondheid hem in de steek liet. Daarop begon hij een eigen praktijk in Harley Street, waar hij steeds weer merkte dat de medische wetenschap nog weinig kon uitrichten tegen chronische ziekten. Hij zag in dat artsen werden opgeleid om vooral naar ziekten te kijken, en niet naar de persoonlijkheid van de mens, terwijl hij ervan overtuigd was dat die per-soonlijkheid juist het belangrijkste was: waarom wordt de ene mens ziek, terwijl een andere mens immuun is voor dezelfde ziekte?

Op die manier raakte hij geïnteresseerd in de leer van de immuniteit en legde zich toe op onderzoek als Assistent Bacterioloog aan het University College Hospital. Hij ontdekte een verband tussen chronische ziekten en de aan-wezigheid van bepaalde bacteriën in de darmflora, en vroeg zich af of hun aanwezigheid het herstel bevorderde of juist tegenhield. Zijn idee om de gevonden bacteriën terug te injecteren had resultaten die zijn verwachtingen overtroffen. Het gebruik van de injectienaald en de pijnlijk gevolgen ervan stond hem echter tegen. Dit werd deels opgelost toen hij ontdekte dat de resultaten verbeterden door een tweede injectie pas te geven als het effect van de eerste ophield, in plaats van telkens na een vaste tijd. Hierdoor waren dus minder injecties nodig.

In 1917 overleed zijn eerste vrouw en hertrouwde hij met Kitty Light, bij wie hij een dochter had. In dat jaar was Bach naast zijn eigen praktijk en zijn onderzoek als bacterioloog ook verantwoordelijk voor 400 ziekenhuisbedden voor oorlogsgewonden, en ook nog actief aan de Hospital Medical School. Hij werkte zo hard dat hij soms flauw-viel achter zijn onderzoekstafel en had in juli 1917 een zware bloeding die een operatie nodig maakte waarbij een tumor werd verwijderd. Hij kreeg nog 3 maanden te leven en vastbesloten om die korte tijd zo goed mogelijk te besteden, werkte hij harder dan ooit om nog zoveel mogelijk van zijn werk af te kunnen maken. Aan het einde van die drie maanden voelde hij zich echter beter dan ooit, en hij concludeerde:

Als een mens met liefde het werk doet waarvoor hij geroepen is, resulteert dat in gezondheid en geluk.

 

 

????????

 

 

 

Bach als homeopaat (1918-1930)

 

Toen in 1918 het University College Hospital bepaalde dat alle medewerkers hun nevenwerkzaamheden moesten stoppen, was dat voor Bach aanleiding om direct ontslag te nemen. Hij besteedde al zijn geld aan het inrichten van een eigen laboratorium, zodat hij zijn werk kon voortzetten. Toen kort daarna een plaats vrijkwam als pa-tholoog en bacterioloog aan het London Homoeopathic Hospital werd hij daar aangenomen. Daar maakte hij kennis met het werk van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de hedendaagse homeopathie.

Bach’s bewondering voor het werk van Hahnemann was grenzeloos: ongelofelijk dat een enkele mens, in de don-kere dagen van de wetenschap 100 jaar eerder, zulke ontdekkingen had kunnen doen! Hahnemann wist 100 jaar eerder de dingen al die hijzelf met de moderne wetenschap pas net aan het ontdekken was, hij gebruikte geen bacteriën maar middelen uit de natuur. Bovendien was Hahnemann er net als hijzelf van overtuigd dat elk geval anders is en individueel behandeld dient te worden: behandel de patiënt, niet de ziekte.

Op zoek naar een manier om zijn allopathische werk te combineren met dat van Hahnemann werkte hij zijn vac-cinerende injecties om tot homeopathische nosodes die via de mond konden worden ingenomen, en was verrukt over de resultaten. (Een nosode is een homeopathisch middel dat is gemaakt van de ziekteverwekker of van ziek weefsel, en is wat dat betreft vergelijkbaar met een vaccin.) Deze 7 nosodes worden tot op de dag van vandaag gebruikt als de Bach-nosodes.

Om te bepalen welke van de 7 nosodes een patiënt nodig had, moest de darmflora onderzocht worden. Dit ver-zwakte de patiënt, soms alleen al door het onderzoek, soms ook omdat de patiënt zieker werd voordat de uitslag bekend was. Totdat Bach ontdekte dat bepaalde types mensen meestal dezelfde bacteriën in hun darmen mee-droegen, en dus dezelfde behandeling nodig hadden. Uiteindelijk was hij in staat de uitslag van het onderzoek te voorspellen aan de hand van het type patiënt, en werden de onderzoeken overbodig.

In 1922 scheidde hij van Kitty Light. Hij was intussen zo bekend geworden, en had zoveel werk dat hij het Homo-eopathic Hospital verliet en weer een eigen laboratorium opende. Zijn werk vond inmiddels algemene waardering bij homeopaten en reguliere artsen, en hij kreeg de bijnaam “de tweede Hahnemann”. De jaren die volgden wer-den steeds drukker, en de resultaten steeds beter, en hij bemerkte dat mensen niet zo zeer genezen door lokale behandeling, maar vooral door algemene verbetering van hun gezondheid, waardoor de lokale klacht verdwijnt.

Tot 1930 volgde Bach de route van een geïnspireerd wetenschapper: hij werkte volgens strikt wetenschappelijke methoden, maar waar een onderzoek meerdere kanten op kon, vertrouwde hij op zijn intuïtie. Al die tijd bleef hij op zoek naar middelen uit de natuur die zijn nosoden konden vervangen. Vanaf 1928 ging hij steeds vaker in de natuur op zoek naar planten die hij kon gebruiken, en probeerde er heel veel uit. In september 1928 vond hij de eerste planten die aan zijn wensen voldeden. De resultaten met deze natuurlijke medicijnen waren zo bevredi-gend dat hij besloot om de wetenschappelijke en kunstmatige medicijnen achter zich te laten.

 

 

 

Bach en zijn bloesems (1928-1936)

 

In mei 1930 verdeelde hij zijn praktijk onder bevriende artsen, verkocht zijn laboratorium-inventaris en liet hij Londen definitief achter zich. Samen met zijn assistente Nora Weeks trok hij naar het noorden van Wales. Daar bestudeerde hij planten: waar ze groeien, hoe ze groeien, hun bloeiwijze, kleur, voortplanting, voedingstoffen, alles wat samen het karakter van de plant vormt. Hij was niet op zoek naar medicinale kruiden waar bepaalde stofjes in zitten, maar naar planten die vanwege hun karakter (energieniveau) mensen kunnen helpen. Voor Bach’s vindingen bestaat tot op de dag van vandaag geen wetenschappelijke basis. Bach baseerde zich bij zijn ontdek-kingen niet op enige theorie, maar op de werkzaamheid van de gevonden remedies in de praktijk. Hij ontdekte dat de dauw die op bloemen lag die in de zon stonden, de eigenschappen van de plant in sterke mate overnam. Omdat het verzamelen van bruikbare hoeveelheden dauw onbegonnen werk was ontwikkelde hij zijn zonne- methode: hij liet bloemen enkele uren in de volle zon op water drijven, en constateerde dat de geneeskrachtige eigenschappen van de plant daarna door het water waren overgenomen.

Om de zo ontstane remedie houdbaar te maken voegde hij een evengrote hoeveelheid cognac toe als conser-veringsmiddel.  Dat deze methode enige vooroordelen te overwinnen had blijkt uit wat hij schreef: “Laat niet de eenvoud van deze methode u weerhouden ze te gebruiken”. Rondtrekkend door Wales en Zuid- en Oost-Enge-land onderzocht hij vele planten. Bij zijn onderzoek kreeg hij hulp van enkele bevriende artsen die zijn remedies gebruikten en de bereikte resultaten met hem deelden. Anderen, hoewel ze hem als geniaal beschouwden voor zijn wetenschappelijke ontdekkingen, kon-den of wilden hem niet volgen toen hij de wetenschappelijke weg ver-liet en zijn “kruiden-remedies” ontdekte. Bach zelf benadrukte juist steeds dat gevallen die wetenschappelijk als hopeloos werden gezien, vaak goed te genezen waren met zijn nieuwe remedies. Hij schreef zijn kijk op gezond-heid en ziekte op in de boeken “Genees uzelf” en “Bevrijd uzelf”.

Hierin beschrijft hij dat lichamelijke klachten volgens hem het gevolg zijn van (gemoeds)toestanden. Zorgen, angst, onzekerheid, boosheid, fanatisme en dergelijke kunnen een mens uit evenwicht bren-gen. Hij zocht plan-ten met de positieve eigenschappen die zo’n negatieve houding kunnen verdrijven. In 1932 rondde hij met de vondst van de twaalfde remedie het eerste deel van zijn werk af. In 1933 publiceerde hij de eerste versie van zijn boekje “De twaalf genezers”, maar de zoektocht ging door: Hij vond in 1933 nog 4 remedies en vulde zijn boekje aan tot “De twaalf genezers & vier helpers”, en in 1934 tot “De twaalf genezers & zeven helpers”. De periode van 1930 tot 1934 bracht hij regelmatig enkele maanden door in Cromer aan de Engelse oostkust. In 1934 ging hij op zoek naar een vaste plaats om te wonen in zijn geliefde Thames vallei en vond het huis “Mount Vernon” in Sotwell (bij Wallingford). Daar woonde hij tot zijn dood. In die omgeving ontdekte hij de rest van zijn 38 remedies.

 

 

setladrome

 

 

 

De tweede negentien remedies

 

In de loop van de jaren was Bach steeds meer gaan vertrouwen op zijn intuïtie. De manier waarop hij de tweede negentien remedies vond verschilde totaal van de eerste. Weeks beschrijft dat hij enkele dagen voordat hij een nieuwe remedie vond, zelf last kreeg van een extreme vorm van de gemoedstoestand waar die remedie voor be-doeld was. Soms kreeg hij daarbij fysieke kwalen die bij die gemoedstoestand passen, ook in bijna ondraaglijke vorm. Hij trok er dan op uit tot hij de juiste remedie gevonden had. De eerste van deze remedies vond hij in maart 1935, de laatste in augustus. Voor deze remedies gebruikte hij een nieuwe bereidingswijze, namelijk de koken-methode. Hij verzamelde niet slechts de bloemen, maar stukjes twijg van ca. 15 cm, met daaraan de bloe-men en wat blaadjes, als die er al waren. Deze deed hij in een steelpan met zo vers mogelijk bronwater, en kookte het geheel dan een half uur. Vervolgens liet hij het afkoelen, filterde het en voegde weer een evengrote hoeveel-heid cognac toe als conserveringsmiddel.

De reden waarom hij een nieuwe methode gebruikte is niet helemaal duidelijk. Daarover zijn geen aantekeningen van Bach bewaard gebleven. Een argument is dat de eerste remedies al in maart gevonden werden, toen de zon nog onvoldoende kracht had. Weeks noemt ook nog het feit dat Bach haast had om de remedie te maken van-wege de ernstige klachten die hij had. Barnard wijst erop dat de gewelddadige wijze waarop de kracht door het koken aan de plant onttrokken wordt verband kan hebben met de hardnekkigheid van de bijbehorende mentale toestand. Bij de zonnemethode geeft de bloem onder invloed van de zon (ook vuur) zijn kracht op een vriende-lijker manier aan het water. Van de tweede negentien bereidde hij alleen White Chestnut volgens de zonnemetho-de.

 

 

De laatste maanden

 

Nadat hij de tweede negentien remedies gevonden had beschreef hij in de zomer van 1936 alle remedies op-nieuw op een zo eenvoudig mogelijke manier in de definitieve uitgave van “De twaalf genezers en andere remedies”. Hij schreef daarin over zijn behandelsysteem: “in zijn eenvoud kan het gebruikt worden in het huis-houden”.  Hij had het als zijn levenstaak gezien om een geneesmethode te vinden die door leken gebruikt kon worden. In 1932 schreef hij al in zijn boek “Bevrijd uzelf”: “hoe ieder van ons onze eigen dokter kan worden”. Begin 1936, toen de General Medical Council hem eraan herinnerde dat het niet was toegestaan om leken als assistent in te zetten schreef hij terug: “Ik beschouw het als de plicht en het voorrecht van iedere arts om de zieken en anderen te leren om zichzelf te genezen”, en “ik heb de orthodoxe geneeskunde verlaten”.

Nu alle remedies gevonden waren en de behandelmethode compleet, was de laatste taak het verspreiden van de kennis. Hij bereidde een lezing voor die in een tournee door hemzelf en zijn assistenten gegeven kon worden. Op 24 september 1936, zijn 50e verjaardag, hield hij zelf die lezing voor het eerst in Wallingford, het stadje vlakbij Sotwell. Vanaf eind oktober werd hij ziek, en op de avond van 27 november 1936 stierf hij in een verpleeghuis in Didcot. Zijn overlijdensacte vermeldt “hartfalen” als doodsoorzaak, maar vermeldt ook een sarcoom (tumor). Hij ligt begraven op een klein kerkhof bij de kerk van Sotwell. Zijn assistenten Nora Weeks, Victor Bullen en Mary Ta-bor zetten zijn werk voort vanuit Mount Vernon, het huis waar Bach zijn laatste jaren had gewoond, en waar tot op de dag van vandaag het Bach Centre is gevestigd.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

 

Hoe ontstaat jeuk?

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Het mechanisme van jeuk is niet goed bekend. Waarschijnlijk worden specifieke ‘jeukzenuwen’ in de huid geprikkeld. Die zenuwen kunnen worden geactiveerd door bepaalde eiwitten zoals histamine, neuropeptiden en prostaglandinen. Deze stoffen komen vooral vrij bij ontstekingen van de huid.

 

 

jeuk-1

 

 

Factoren die jeuk kunnen verergeren zijn o.m. water, zeep, droge lucht, warmte, transpiratie, irritatie door textielvezels of glaswol, en alcohol. Ook de gemoedstoestand kan een invloed hebben. Zo kunnen bijvoorbeeld spanningen of stress jeuk verergeren.

 

 

Behandeling

 

De behandeling van de jeuk is afhankelijk van de oorzaak. In eerste instantie moet altijd gepoogd worden om de onderliggende oorzaak te behandelen en te genezen of alleszins onder controle te houden.
Indien dat niet kan of niet volstaat, dan kunnen een aantal hygiënische maatregelen de jeuk verlichten en kunnen eventueel ook geneesmiddelen worden gebruikt.

 

 

 

Hygiënische maatregelen

 

 

1. Let op de dagelijkse huidverzorging

 

• Douche niet te lang (5 tot 10 minuten).
• Gebruik lauw water (maximaal 30 graden Celsius).
• Gebruik een zeepvervanger, zoals ongeparfumeerde badolie.
• Voeg eventueel een beetje baksoda (bicarbonaat) toe aan het badwater.
• Droog uw huid deppend af.
• Verzorg de huid met de voorgeschreven zalf.

 

 

 

2. Maatregelen die de jeuk tijdelijk verlichten

 

• Dep na het douchen of baden de huid droog en zalf de huid direct in.
• Koel de huid met lauw water, koude omslagen, ventilator, koele wijde kleding, door te blazen op de huid of naar buiten te gaan. Ook bij insectensteken en andere vormen van directe huidirritatie is afkoelen meestal effectief. Het huismiddel azijn werkt enigszins omdat een lichte brandende sensatie in de beetwond de jeukprikkel kan onderdrukken.
• Gebruik ijspakkingen (coldpacks) als jeuk op een klein gebied voorkomt. Doe een doek of washandje om de coldpack, leg de coldpack nooit direct op de huid.

 

 

 

3. Vermijd factoren die de jeuk verergeren

 

• Vermijd warmte door het dragen van koele kleding en door de verwarming niet te hoog te zetten.
• Douche direct na hevig zweten en verzorg vervolgens uw huid.
• Vermijd knellende of ruwe, prikkelende kleding als wol, draag katoen. Ook is het belangrijk vochtdoorlatende kleding te dragen, dus geen nylon.
• Wees matig met alcohol.
• Zorg voor een goede conditie door voldoende slaap.
• Spoel uw kleding na het wassen zorgvuldig uit zodat er geen zeepresten achterblijven.
• Droge lucht kan jeuk verergeren, bijvoorbeeld door airconditioning. Zorg voor goede ventilatie en hang bakjes water aan de verwarming.
• Chemische oplossingen kunnen de jeuk verergeren, ga er voorzichtig mee om. Bescherm uw huid en draag zonodig handschoenen of een mondmasker.

 

 

 

4. Voorkom veelvuldig krabben

 

Krabben is een eerste, reflexmatige reactie op jeuk en geeft gewoonlijk voor enkele minuten verlichting. Het leidt echter ook tot beschadiging van de huid en secretie van ontstekingsmediatoren, waardoor de jeuk verder toeneemt. Uitgebreid krabben kan een onderliggende huidaandoening verergeren en zo een vicieuze cirkel veroorzaken.
• Zorg voor schone, gladde en kort geknipte nagels.
• Trek katoenen handschoenen aan, ook ‘s nachts (deze zijn verkrijgbaar bij de apotheek).
• Bedek de huid, door kleding of verband. Krab dus niet op de blote huid.

Voor mensen met chronische huidziekten en hevige jeuk wordt momenteel in Nederland ook geëxperimenteerd met een zogenaamd krabbeheersingsprogramma dat werd uitgewerkt aan de universiteit van Utrecht. Patiënten die volgens de richtlijn behandeld worden hebben al na drie maanden beduidend minder last van jeuk dan patiënten die alleen de normale behandeling ondergaan. De richtlijn ‘Omgaan met jeuk’ voorziet in een speciaal spreekuur waarin een verpleegkundige analyseert wat de achterliggende oorzaken voor de jeuk zijn. Ook krijgt de patiënt steun en tips om zijn gedrag aan te passen.

 

 

Het krabbeheersingsprogramma bestaat uit vier stappen:

 

(1) noteren hoe vaak en wanneer u krabt;
(2) het bepalen van een concreet doel (bv. op een bepaalde tijd niet meer te krabben, om in een bepaalde situatie niet meer te krabben of om op een deel van uw lichaam niet meer te krabben).
(3) Hoe ga ik dit doel bereiken: Zoeken naar gedrag dat u niet tegelijk met het krabben kunt uitvoeren (bv. vastpakken van een oorbel, spelen met geld of knikkers in uw (broek)zak…)
(4) Oefenen van het gekozen gedrag.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Wintergreen : etherische olie

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

.

 

.

 

Wintergreen etherische olie

.

Wintergreen etherische oliewordt gewonnen van de Wintergreen Plant, Gaultheria Procumbens.

Dit is een meerjarige altijd groene plant en deze heeft zijn naam te danken aan het feit dat de plant ook in de winter groen blijft.

De plant heeft leerachtige bladeren en witte bloemen die later rode bessen worden.

 

 

 

.

De plant komt in het wild voor aan de voet van de Nepalese Himalaya. Van de blaadjes wordt door middel van stoomdestillatie een etherische olie gemaakt. De olie heeft een specifieke houtachtige, fruitige geur. Onze etherische Wintergreen olie is afkomstig van de Gaultheria Procumbens geteelt in Nepal. Tegenwoordig is de plant wereldwijd gecultiveerd en vind je de plant in haast ieder tuincentrum.

Wintergreen olie is door natuurlijk methylsalicylaat een zeer goede bestrijder van spier- en gewrichtspijn. Het plantje is een zeer rijke natuurlijke bron van methylsalicylaat (de etherische olie bevat tot 98%). Deze grondstof, gebruikt in vele geneesmiddelen en sportcrèmes wordt nu ook op grote schaal synthetisch geproduceerd.

Natuurlijk methylsalicylaat is echter vele malen effectiever dan de synthetische versie. Wintergreen etherische olie wordt daarom veel toegepast bij de behandeling van spier- en gewrichtspijn en is een ideale toevoeging aan massageolie voor na het sporten.

Wetenswaardigheid: De olie wordt in zeer sterke verdunning ook gebruikt in tandpasta, kauwgom en frisdranken (o.a. Cola).

 

Wintergreen olie wordt in de aromatherapie o.a. gebruikt bij:

onzuivere huid, reumatische klachten, spierpijn, gewrichtspijn, spit, neuralgie, ischias en dufheid.

 

 

.

 

 

 

Psychisch

.

Wintergreen olie is op zijn plaats bij geestelijke traagheid en verstarring. Door die verstarring is het niet meer mogelijk om de wereldbeelden van anderen te accepteren en zelfs te veroordelen. Wintergreen zal je helpen de verstarring los te weken en je weer vrij te laten zijn in denken, doen en emoties. Wintergreen etherische olie is uitstekend te combineren met Citroen, Sinaasappel, Pepermunt, Oregano, Rozemarijn, Tijm en Ylang Ylang.

contra-indicatie: kan puur gebruikt irritaties en overgevoeligheid veroorzaken, altijd verdunnen.

Niet innemen, Wintergreen is niet geschikt voor intern gebruik.

 

.

 

.

 

Gebruik van wintergreen etherische olie

.

Bij onzuivere huid: 2 tot 4 druppels Wintergreen in een glas gekookt, afgekoeld water en hiermee de huid deppen of afspoelen

Bij reumatische klachten en spierpijn; 15 tot 20 druppels Wintergreen mengen met een eetlepel plantaardige olie en hiermee de pijnlijke plaatsen masseren. Eventueel nog een paar druppels Pepermunt etherische olie toevoegen om de werking van Wintergreen te versterken.

Ook kan je een badzout maken van 2 eetlepels badzout en 10 druppels Wintergreen en 5 druppels Pepermunt etherische olie.

Verdampen: 8 druppels Wintergreen in de aromalamp zorgen voor een frisse atmosfeer en activeren de geest.

.