Tagarchief: ziektes

De Bromelia, een kleurrijke kamerplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

Bromelia: een gemakkelijke, vrolijke, kleurige kamerplant

 

.

.

 

Bromelia: een gemakkelijke, vrolijke, kleurige kamerplant

 

.

De Bromelia is een subtropische plant die je tegen kunt komen in de natuur, met name in Zuid- en Midden-Amerika. De Ananas behoort ook tot de Bromelia’s. In de achttiende eeuw werd de schoonheid van de Bromelia ontdekt door handelsreizigers uit België en meegenomen naar Europa. De Bromelia brengt kleur in de huiskamer en je kunt de plant het hele jaar door aanschaffen bij tuincentra. Hoe verzorg je een Bromelia en wat zijn leuke ‘weetjes’?

.

 

 

Bromelia

.

De Bromelia komt oorspronkelijk uit de tropen, maar doet het in onze huiskamer ook heel goed. Het is een overlever en zeker geen kasplantje. In het wild zijn er soorten Bromelia’s die aan bomen groeien, zonder dat er aarde bij betrokken is. Het zijn geen parasitaire planten, ze onttrekken geen voedsel aan de boom. Met hun wortels en bladeren halen ze vocht en voeding uit de lucht. Er zijn ongeveer achtentwintighonderd soorten Bromelia’s in het wild en daarnaast zijn er nog circa tweehonderdvijftig soorten bijgekomen door veredeling.

 

.

 

Twee groepen Bromelia’s

 

Terrestrisch groeiende planten

 

  • Voorbeelden: Hechtia, Puya, Dyckia, Ananas.
  • Deze planten groeien op de grond, vaak in zware, steenachtige bodem. Deze terrestrisch groeiende planten worden bijna niet gekweekt.

.

 

 

Epifytisch groeiende planten

 

  • Voorbeelden: Aechmea, Tillandsia, Neoregelia, Vriesea.
  • Deze planten groeien van nature op bomen, vooral in de oksels van takken. Ze onttrekken geen voedsel aan de boom.

.

 

Bromelia Guzmania
Bromelia Guzmania
.
.
.
.
.

Verzorging Bromelia

.

Staat graag op een lichte standplaats, maar niet in de volle zon.

Geef de plant water in het hart van de plant, ook wel koker genoemd.

In de koker mag constant water staan.

Voeding: een keer per maand plantenvoeding geven in het water.

 

 

.

Kenmerken van enkele soorten Bromelia’s

.

Een Bromelia bloeit gemiddeld drie tot zes maanden, de Bromelia bloeit eenmalig.

 

 

.

Aechmea

 

.

Wit, rood, rood-oranje, paars;

Aechmea betekent lanspunt en die vorm zie je terug in de bladeren;

Soms heeft de Aechmea zaadbessen die verkleuren;

Geef de plant een paar keer per week water in de kelk.

.

 

.

Aec_%20Blue%20Tango9 achmea

.

 

 

Ananas

.

Deze ananas is niet geteeld voor consumptie. Deze soort Bromelia is een siergewas. De vruchten zijn een stuk kleiner dan de echte ananas, het gaat om een soort mini ananas die in de Bromelia groeit. De kleur is wat donkerder dan de ‘gewone’ ananas.

.

 

 

ananas-detail

.

 

 

 

Billbergia

.

De Billbergia is genoemd naar een advocaat uit Zweden met de naam Billberg. Hij was een liefhebber van planten en heeft er ook veel over geschreven. De Billbergia heeft minder blad dan andere Bromelia’s.

 

.

 

billbergia_nutans_4

.

 

 

 

Crypthantus

.

De Crypanthus groeit op aarde en niet in bomen (terrestrisch). De naam komt van het Griekse woord: verborgen bloemen.

.

 

 

photo16 cryptantus

.

.

 

 

Guzmania

.

De Guzamania kun je aanschaffen in heel veel kleuren. Van wit tot rood, geel, paars. De Guzmania heeft royale bloemen. De uitbundige uitstraling komt voort uit het gebied waar ze vandaan komen: de Caribiën.

 

.

 

bromelia-em-extincao-no-brasil-1 guzmania

.

 

 

Neoregelia

.

De Neoregelia kun je aanschaffen in het paars, roze, oranje en rood, soms met witte stipjes op de bladeren. Opvallend is dat de plant geen echte bloemen heeft, het gaat om hartbladeren die langzaam verkleuren.

.

 

 

3790 neoregelia

.

 

 

 

Tillandsia

.

Binnen de familie van de Tillandsia heb je wel zevenhonderd soorten. Wat betreft de kleuren: rood, roze, oranje in allerlei tinten. In het wild vind je Tillandsia’s die in bomen groeien, maar ook Tillandsia’s die op de grond groeien. Je vindt ze in regenwouden en woestijnen.

 

 

.

bromelia_0965 tillandsia

.

 

 

Zelf een Bromelia kweken

.

Het is erg leuk om zelf zo’n kleurige kamerplant te kweken. Je vindt de stekken bij de Bromelia na de bloei aan de basis van de plant. De stekken moet je laten groeien tot ongeveer de helft van de moederplant. Twee weken water in de kelk geven en daarna de stek voorzichtig loshalen, bij voorkeur met de wortel er nog aan. De stek zet je in een pot en na circa een jaar is de plant rijp om te bloeien.

 

Tip: om de bloei te stimuleren kun je de plant inpakken in een plastic zak die goed sluit, met daarin een rijpe appel. De zak sluiten en drie tot vier dagen laten zo laten staan (daarna de zak en appel verwijderen). De appel geeft een gas af, dat de plant aanzet tot bloeien. Na een paar maanden zie je in het hart van de Bromelia een bloemknop.

 

 

 

Kan een Bromelia buiten staan?

.

De Bromelia mag naar buiten, maar doe het niet voor half mei. Dek ze eventueel de eerste tijd af in de nachtelijke uren. Plaats de plant in de schaduw, niet in de volle zon. Voor buiten zijn zeer geschikt: Aechmea, Neoregelia, Tillandsia, Billbergia en Ananas.

 

 

 

Ziektes die je tegen kunt komen bij de Bromelia

.

  • Ananasmijt: behoort tot de weekhuidmijten.
  • Californische trips: klein insect dat sap uit de bladeren van planten zuigt.
  • Diaspis bromeliae: schildluis.
  • Exserohilum: aantasting door een schimmel, bij hoge vochtigheid van de lucht of als de planten al langere tijd nat zijn.
  • Koudeschade Guzmania: laat zich vaak zien als een witte band op blad of een verkleuring van de schutbladen. Het kan komen omdat er te koud water wordt gebruikt om te begieten, maar het kan ook komen door contact van de plant met te koude lucht tijdens het vervoer.
  • Spintmijt: een spinachtige.
  • Stromijt.
  • Tomatenbronsvlekkenvirus: vlekken op de bladeren, vergeling.
  • Parthenotrips: klein insect met vleugels die wit zijn van kleur met een zwart bandje.

 

 

 

‘Weetjes’

.

    • De Bromelia is een zusje van de Ananas.
    • Er zijn Bromelia’s met puntige bladeren maar ze kunnen ook zaagvormig zijn.
    • Een Bromelia met dikke bladeren houdt van een droge omgeving, heeft een Bromelia dunne bladeren zet de plant dan wat vochtig.
    • De kelk van de plant kan goed water opnemen door haartjes en kleine schubben.
    • Staat een Bromelia in het wild dan zal deze ook uitwerpselen van vogels als voeding gebruiken als deze in de kelk vallen.
    • Ook in het wild: in de kelk zoekt de gifkikker zijn eten en drinken en laat er kikkerdril achter.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De Carayota Mitis of de vissenstaartpalm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Caryota Mitis is ook wel bekend als vissenstaartpalm of vinnetjespalm. Deze namen zijn te danken aan de afwijkende bladeren die op de staart van een vis lijken. De palmen komen uit Azië, waaronder Indonesië. Caryota Mitis is een palm uit de familie Arecaceae of Palmea. Omdat deze palm prima gedijt op donkere locatie’s is het een prima plant voor kantoren.

 

 

 

 

 

Water geven

 

vochtig houdenVochtig houden

 

De Caryota Mitis moet net zoals andere palmen in een constant vochtige grond staan. Let er hierbij op dat de wortels niet in de natte grond staan. Geef daarom regelmatig kleine beetjes water, bijvoorbeeld eens per 5 dagen in de zomer en eens per week in de winter. De hoeveelheid water is afhankelijk van de grootte van de palm en de hoeveelheid licht die de plant bereikt.

Begin daarom met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond na 4 dagen nog steeds nat, verminder dan de watergift. Controleer dit door een vinger in de aarde te steken. Het is verstandig om dit bij een nieuwe kamerplant regelmatig te doen. Op den duur wordt het dan eenvoudiger om te bepalen hoeveel en hoe vaak de Caryota Mitis nodig heeft.

 

 

 

Sproeien

 

Het sproeien van de Caryota Mitis is niet noodzakelijk. Het is wel aan te raden wanneer de radiator een te droge lucht veroorzaakt. Daarnaast voorkomt sproeien spint en het blad blijft langer mooi.

 

 

 

Standplaats

 

Donker tot schaduw

 

De Caryota Mitis gedijt prima op donkere of schaduwrijke locaties in de huiskamer. Maar net zoals alle andere kamerplanten heeft ook de Caryota zonlicht nodig. Stagneert de groei, of maakt de kamerplant weinig vers blad aan? Plaats de palm dan een meter dichterbij het raam. Worden de bladeren geel of wordt de plant lichter van kleur? Plaats de palm dan een meter verder van het raam. Zorg voor maximaal 3 uur direct zonlicht. Zo behoudt de Caryota Mitis zijn diep donker groene kleur.

 

.

Fish Tail Palm, host plant for Tawny Palmfly

 

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag: +/- 18 °C
‘S nachts: +/- 15 °C

 

 

Verpotten

 

Verpot de Caryota Mitis ongeveer eens per twee jaar om de groei- en gezondheid te bevorderen. Verpotten kan direct na de aankoop, of anders bij voorkeur in de lente. Wortels herstellen namelijk in deze periode het snelst. Een ruimere pot creëert een grotere waterbuffer voor de Caryota Mitis omdat de grond meer water kan opnemen. Hiermee is de kans op uitdroging kleiner. Neem een sierpot met een diameter die minimaal 20% groter is dan de bestaande pot. Gebruik gewone universele potgrond of speciale palm grond.

 

 

 

 

 

Voeding

 

Bemest de Caryota Mitis van april tot september wekelijks. Je kunt hierbij het beste vloeibare voeding voor palmen gebruiken. Pas op dat je geen overdosis geeft. Ook niet na een periode dat de binnenplant geen voeding heeft gehad. Dit is erg slecht voor de plant. Een palm kan zonder voeding overleven, maar het zal de groei en gezondheid stagneren.

 

 

Verkleurende bladeren

 

Er is een grote kans dat er bruine randen zullen ontstaan bij de onderste bladeren, dit zijn de oudste bladeren. Dit is een natuurlijk verschijnsel en is helaas niet te voorkomen. Op den duur gaan deze blaadjes dood. Wanneer je merkt dat je Caryota gele bladeren krijgt, dan is dat meestal het gevolg van een te lichte staanplaats. Verplaats de plant dan wat verder van het raam af.

 

 

 

 

Snoeien

 

Lelijk blad kan je niet voorkomen. Dit is een natuurlijk proces, waar je niks aan kunt doen. Gelukkig maakt de palm bovenin nieuw blad om het onderste blad te vervangen. Dit onderste blad kun je dan het beste weg knippen, om te voorkomen dat het lelijk wordt. Bruine randjes mogen ook weggeknipt worden. Het is echter niet mogelijk om de stam te snoeien.

 

 

 

 

 

Vermeerderen

 

Caryota’s zijn net zoals alle palmen alleen te kweken door middel van zaad. Dit is echter niet eenvoudig bij de Caryota Mitis.

 

 

Bloemen

 

Alleen volgroeide palmen bloeien. Dit wordt niet bereikt in de woonkamer.

 

 

Giftig?

 

De Caryota Mitis is niet giftig.

 

 

Ziektes

 

De Caryota Mitis is niet vatbaar voor een specifieke ziekte. Het blijft echter wel raadzaam om de palm regelmatig te controleren op luis. Hoe eerder deze worden bestreden hoe groter de kans op succes.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

De Phoenix Canariensis of de Canarische Dadelpalm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

Phoenix Canariensis is afkomstig van de Canarische eilanden.

Vandaar ook de naam Canarische Dadelpalm.

De plantenfamilie is Araceae.

 

 

1130

 

 

Phoenix Canariensis onderhoud

 

Water geven

 

vochtig houdenVochtig houden

 

Phoenix Canariensis palmen zijn planten die veel water verbruiken. De grond mag nooit uitdrogen. Maar pas op dat de palm niet met zijn wortels in het water staat. Controleer geregeld met een vinger in de grond of deze nog vochtig is. Wanneer de grond droger wordt kan je de Phoenix Canariensis opnieuw water geven.

De hoeveelheid is afhankelijk van verschillende factoren zoals de standplaats en grootte van de kamerplant. Begin daarom met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond na 5 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder per gietbeurt.

Wanneer de Phoenix Canariensis buiten staat zal de palm nog meer water verbruiken. Vooral op warme dagen is dagelijks water noodzakelijk.

 

 

Sproeien

 

De Phoenix Canariensis is gevoelig voor spint wanneer de palm binnen staat. Vooral op kantoren waar de lucht droger is. Het is daarom raadzaam om deze palm 2x per week te sproeien. Dit werkt preventief tegen spint. De palm geregeld verwennen met een zomers regenbuitje is nog beter.

 

 

 

 

 

Standplaats

 

zonnig

 

Zonnig

 

Plaats de Phoenix Canariensis op een zonnige standplaats. Het blad verdraagt direct zonlicht. Ook buiten kan de palm in de volle zon staan. Ouder blad kan verbranden in het directe zonlicht, maar het nieuwe blad is hier prima tegen bestand. Wanneer de Phoenix Canariensis te donker staat, zal de palm geen nieuw blad aanmaken.

Plaats deze kamerplanten 1 tot 2 meter voor het raam. Zodat de palm minimaal 5 uur direct zonlicht ontvangt.

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag:  +/- 6 °C

‘S nachts: +/- 1 °C

 

Het komt de palm ten goede wanneer deze in de winter koeler staat dan de normale kamer temperatuur

 

 

 

 

 

Verpotten

 

Je kunt de Phoenix Canariensis verpotten direct na aanschaf, maar doe dit bij voorkeur in het voorjaar. Gebruik universele potgrond of palm grond. Gebruik een sierpot waarbij de diameter minimaal 20% breder is dan de vorige. Geef na het verpotten iets minder water zodat de wortels opzoek gaan naar water. Dit zal het herstel van eventuele beschadigde wortels versnellen. Bij hogere temperaturen groeien wortels sneller, dit is de reden dat de lente het ideale moment is om te verpotten. Een grotere wortelkluit komt de gezondheid ten goede, verpot daarom eens per 3 jaar.

 

 

phoenix_p_40_met_hoogte_1

.

.

Voeding

 

Geef eens per week vloeibare voeding voor palmen in de groei periode. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de palm geen voeding heeft gehad. Het is aan te raden om de plant in zomer en het voorjaar te bemesten. Dit is niet nodig in de rustperiode (winter) en de herfst. Gedurende deze perioden groeit de plant namelijk niet. Lees de gebruiksaanwijzing voor de juiste dosering mest.

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Bruine of gele bladeren (of bladpunten) zijn vaak de onderste bladeren van een palm. Meestal is er niets mis met de gezondheid van de palm, maar is dit het natuurlijke proces. Bovenin vormen zich weer mooie verse groene bladeren.

Indien veel bladeren, en niet alleen de onderste krans, bruin of geel worden. Kan dit het gevolg zijn van teveel of te weinig water. Ook kan een plotseling overgang naar teveel direct zonlicht de oorzaak zijn.

Dichtgeknepen blad is een teken van een lage luchtvochtigheid of een tekort aan water in de grond. De V-vorm van het blad staat onder gunstige omstandigheden open. Gaat de kachel aan, dan is de kans groot dat het blad zich samen vouwt.

 

 

 

 

 

Snoeien

 

Bruine bladpuntjes kun je simpelweg wegknippen met een gewone schaar. Verwijder de onderste laag bladeren indien deze lelijk worden. Dit gaat het gemakkelijkst indien je de veren naar beneden buigt en vervolgens zo dicht mogelijk bij de stam het blad afsnijd. Je kunt hier ook een sterke snoeischaar voor gebruiken. Pas hierbij wel op voor de doorns. De stam kan niet afgezaagd worden bij een palm, hierdoor zal de palm sterven.

 

 

Vermeerderen

 

Het vermeerderen van palmen kan alleen door middel van zaaien. Dit is een langdurig proces. Wil je dit toch doen, verhoog dan de temperatuur tot rond de 25 graden.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Het is zeldzaam dat de Phoenix Canariensis in de woonkamer bloeit. Alleen volwassen exemplaren bloeien, maar dit stadium is lastig haalbaar binnenshuis.

 

 

Giftig?

 

De Phoenix Canariensis is niet giftig. Maar pas wel op voor de doorns.

 

 

Ziektes

 

Phoenix Canariensis palmen zijn gevoelig voor spint. Dit kun je voorkomen door veelvuldig te sproeien (2x per week). Indien er toch spinsel aanwezig is, kan je het beste de palmen buiten plaatsen. Wind en regen zullen snel de spint(mijt) verdrijven.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Het begin en einde van de zonde.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Beste lezer, God wil dat u weet hoe de zonden in de wereld kwamen en dat de gevolgen daarvan zijn het lijden en de dood. Lucifer, een zeer vooraanstaande engel, wilde niet buigen voor Gods kroon op de schepping, de mens. Hij misleidde de eerste bewoners op aarde door middel van de leugen en de zonde werd geboren. Daardoor zon-derde de mens zich af van God. De perfecte relatie tussen God en de mens was niet meer. De zonde is dus ont-staan door een geestelijk schepsel dat de het eerste mensenpaar Adam en Eva verleidde met een leugen.

Omdat uit een onvolkomen mens geen zondeloos iemand kan geboren worden, noemt men het de erfzonde. De mens stond op zijn eigen benen en Lucifer werd de duivel, ook  Satan de tegenstrever genoemd. Hij kreeg vrij spel en door zijn steeds groeiende macht op de mens werd de aarde een plek geteisterd door oorlogen, ziektes, hongersnood, moord en andere ellende. Satan beweerde in de hemel, voor de troon van God, dat geen mens ooit zondeloos zou kunnen leven, wat een kapitale inschattingsfout bleek. God stuurde zijn eigen Zoon Christus naar de aarde om zoenoffer te worden als losprijs voor de zonden. Indien Christus zondeloos bleef tot het einde van zijn leven, was de duivel verslagen.

Christus, De Messias kwam naar de aarde, predikte het woord van God, liet door mirakels zien wie hij was en bleef zondeloos tot op het kruis. Onmiddellijk wist Satan dat het einde van zijn bestaan in zicht was. Daarom raast hij nu als een wild monster over de aarde om zoveel mogelijke zielen met zich mee te sleuren in de toekomstige, eeuwige vuurpoel. Door zijn overwinning op het kwade is Christus de advocaat van de gelovigen voor de troon van God. Wie in Hem gelooft en zijn zonden belijdt zal nooit sterven. Hij verplicht u tot niets, zijn wens is dat u tot Hem komt in vrije wil.

Het kwade zal ooit letterlijk vernietigd worden. In de Openbaring staat waar het met deze wereld en de mens naartoe gaat. Via zijn laatste hoofdstuk in de Bijbel geeft God signalen van het begin van de eindtijden als waar-schuwing. God wil dat geen enkele ziel verloren gaat. Het is nooit te laat om te geloven in de kruisdood van Christus als zoenoffer voor onze zonden en dat te belijden .

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het is duidelijk dat God een plan heeft voor de toekomst van de mens, de aarde en het kwade. Zolang echter de strijd tussen Satan en God over de soevereiniteit van het universum niet volledig afgehandeld is moeten wij ster-ven. Toch reikt God ons nu al de hand om in alle omstandigheden het leven door te komen, ook in lijden en dood. Hij wil ons nu reeds een tipje van eeuwig geluk laten ervaren.

De liefde van God en Christus voor de mens was zo groot dat één van de machtigste engelen in de hemel, Lucifer, moest wijken. God weet dat enkele duizenden jaren van lijden niet zullen opwegen tegen de oneindigheid van later hemels geluk. Ooit zal er een nieuwe hemel en aarde komen waarop de mens in een volkomen liefdevolle omgeving woont in harmonie met plant en dier. Voor ons gelovigen zal de toekomst zo groot zijn dat het nu met menselijk verstand niet te vatten is.

De dag dat Satan definitief verslagen is wordt het zaad van de zonde uit ons hart verwijderd en zal het verleden, met al zijn pijn en verdriet, uit onze herinneringen verdwijnen. Laten wij niet vergeten dat wij nu reeds elke dag beroep kunnen doen op Christus door gebed. Indien u Hem roept is hij er. U zal zelfs binnen deze onvolkomen wereld bijgestaan worden al zijn de resultaten niet direct merkbaar. Voor alles is er een tijd. Roep Hem, en u zal verhoord worden.

 

 

De keuze tussen goed en kwaad door de vrije wil, met een eindoordeel tot gevolg.

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dr Edward Bach (1886-1936)

Standaard

categorie : beroemde personen

 

 

 

dr_-edward_bach

.

Edward Bach was een Engelse arts aan het begin van de 20e eeuw. Als bacterioloog aan het Londense Univer-siteitsziekenhuis bond hij de strijd aan met chronische ziektes en ontwikkelde diverse vaccins. Wat hem tegen-stond in die periode was dat er meer aandacht was voor ziektes dan voor de patiënten. Ook vond hij het niet prettig om vaccins toe te dienen via injecties, omdat de mensen hier bang van waren, en hij merkte dat de werk-zaamheid van de vaccins te lijden had onder die angst.

Later kwam hij te werken in het Londense Homeopathisch Ziekenhuis, en kwam daar in aanraking met het werk van Hahnemann (grondlegger van de hedendaagse homeopathie), waarvan hij zeer onder de indruk was. Hahne-mann was tot dezelfde conclusie gekomen als hijzelf, nl.: “Behandel de patiënt, niet de ziekte”. Door zijn eerde-re werk te combineren met Hahnmann’s homeopathie kwam hij tot de zeven Bach-nosodes, die tot de dag van vandaag gebruikt worden. Wat hem nog niet helemaal beviel was dat homeopathische geneesmiddelen soms ge-maakt worden van stoffen die in pure vorm schadelijk zouden zijn voor de gezondheid.

Bach was ervan overtuigd dat alle remedies die een mens nodig kon hebben al lang “door de Schepper in de na-tuur waren opgenomen”, zoals hij zelf zei. Uiteindelijk liet hij in het voorjaar van 1930 zijn baan in het ziekenhuis en zijn eigen bloeiende Londense praktijk achter, en trok naar het platteland op zoek naar die natuurlijke reme-dies. De laatste periode van zijn leven (van 1928 tot 1936) besteedde hij aan het zoeken van genezende bloemen en bloesems. Dit moesten bloemen zijn met uitsluitend heilzame eigenschappen, niet alleen als remedie maar ook in pure vorm. In de loop van deze jaren vond hij 37 van deze bloemen en manieren om ze te verwerken tot remedies. Als 38e potentieerde hij puur water uit een heilzame bron. Ze zijn nu bekend als “Bach Flower Reme-dies” (BFR) ofwel “Bach Bloesem Remedies”.

 

 

 

Jeugd

 

Edward Bach werd geboren op 24 september 1886 te Moseley ten zuiden van Birmingham. Van kinds af aan was hij een gevoelig type, niet heel gezond, was graag buiten in de natuur en wist dat hij mensen wilde helpen gene-zen. Als kind kon hij zich al zo geconcentreerd in iets verdiepen dat de wereld om hem heen verdween. Toen hij op 16-jarige leeftijd van school kwam wilde hij zijn ouders niet vragen om een lange medische opleiding te beta-len, en besloot om eerst geld te verdienen in de bronsgieterij van zijn vader (1903-1906).

In die periode bemerkte hij hoe moeilijk zijn collega-arbeiders het hadden met gezondheidszorg: ze werkten vaak door als ze ziek waren, want ziek thuisblijven betekende geen loon en wel hoge medische kosten. Hij zag niet alleen hun angst voor ziekte, maar ook dat er niet veel meer werd gedaan dan het verlichten van de klachten en het bestrijden van symptomen. Dit alles sterkte hem in zijn plan om eenvoudige geneesmiddelen te ontdekken voor alle ziekten. Toen hij uiteindelijk met zijn vader sprak over zijn wens om dokter te worden, besloot deze zijn studie te betalen.

 

 

 

Studie (1906-1913)

 

Zo begon hij op 20-jarige leeftijd aan een medische studie aan de universiteit van Birmingham. Van daaruit ging hij naar het Londense Universiteitsziekenhuis en behaalde daar in 1912 het (niet-universitaire) “Conjoint” (samen-gevoegde) diploma M.R.C.S. en L.R.C.P. Met dit diploma op zak mocht hij in Londen als arts praktiseren, en veel studenten deden daarom dit examen al voordat ze waren afgestudeerd. Vervolgens behaalde hij in 1913 de uni-versitaire graden M.B. en B.S., en rondde hij in 1914 zijn studie af met een D.P.H. Camb. Als student had Bach al meer interesse in de patiënten dan in hun ziektes. Hij kon rustig naast hun bed zitten en ze laten vertellen, om op die manier achter de werkelijke achtergrond van hun ziekte te komen.

 

 

 

Bach als regulier arts (1913-1918)

 

Nadat hij op 14 januari 1913 getrouwd was met Gwendoline Caiger en zijn doktergraden MB en BS had behaald, begon hij als eerste-hulp-arts in het University College Hospital. Later dat jaar begon hij als eerste-hulp-chirurg in het London Temperance Hospital, waarmee hij na enkele maanden al moest stoppen omdat zijn gezondheid hem in de steek liet. Daarop begon hij een eigen praktijk in Harley Street, waar hij steeds weer merkte dat de medische wetenschap nog weinig kon uitrichten tegen chronische ziekten. Hij zag in dat artsen werden opgeleid om vooral naar ziekten te kijken, en niet naar de persoonlijkheid van de mens, terwijl hij ervan overtuigd was dat die per-soonlijkheid juist het belangrijkste was: waarom wordt de ene mens ziek, terwijl een andere mens immuun is voor dezelfde ziekte?

Op die manier raakte hij geïnteresseerd in de leer van de immuniteit en legde zich toe op onderzoek als Assistent Bacterioloog aan het University College Hospital. Hij ontdekte een verband tussen chronische ziekten en de aan-wezigheid van bepaalde bacteriën in de darmflora, en vroeg zich af of hun aanwezigheid het herstel bevorderde of juist tegenhield. Zijn idee om de gevonden bacteriën terug te injecteren had resultaten die zijn verwachtingen overtroffen. Het gebruik van de injectienaald en de pijnlijk gevolgen ervan stond hem echter tegen. Dit werd deels opgelost toen hij ontdekte dat de resultaten verbeterden door een tweede injectie pas te geven als het effect van de eerste ophield, in plaats van telkens na een vaste tijd. Hierdoor waren dus minder injecties nodig.

In 1917 overleed zijn eerste vrouw en hertrouwde hij met Kitty Light, bij wie hij een dochter had. In dat jaar was Bach naast zijn eigen praktijk en zijn onderzoek als bacterioloog ook verantwoordelijk voor 400 ziekenhuisbedden voor oorlogsgewonden, en ook nog actief aan de Hospital Medical School. Hij werkte zo hard dat hij soms flauw-viel achter zijn onderzoekstafel en had in juli 1917 een zware bloeding die een operatie nodig maakte waarbij een tumor werd verwijderd. Hij kreeg nog 3 maanden te leven en vastbesloten om die korte tijd zo goed mogelijk te besteden, werkte hij harder dan ooit om nog zoveel mogelijk van zijn werk af te kunnen maken. Aan het einde van die drie maanden voelde hij zich echter beter dan ooit, en hij concludeerde:

Als een mens met liefde het werk doet waarvoor hij geroepen is, resulteert dat in gezondheid en geluk.

 

 

????????

 

 

 

Bach als homeopaat (1918-1930)

 

Toen in 1918 het University College Hospital bepaalde dat alle medewerkers hun nevenwerkzaamheden moesten stoppen, was dat voor Bach aanleiding om direct ontslag te nemen. Hij besteedde al zijn geld aan het inrichten van een eigen laboratorium, zodat hij zijn werk kon voortzetten. Toen kort daarna een plaats vrijkwam als pa-tholoog en bacterioloog aan het London Homoeopathic Hospital werd hij daar aangenomen. Daar maakte hij kennis met het werk van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de hedendaagse homeopathie.

Bach’s bewondering voor het werk van Hahnemann was grenzeloos: ongelofelijk dat een enkele mens, in de don-kere dagen van de wetenschap 100 jaar eerder, zulke ontdekkingen had kunnen doen! Hahnemann wist 100 jaar eerder de dingen al die hijzelf met de moderne wetenschap pas net aan het ontdekken was, hij gebruikte geen bacteriën maar middelen uit de natuur. Bovendien was Hahnemann er net als hijzelf van overtuigd dat elk geval anders is en individueel behandeld dient te worden: behandel de patiënt, niet de ziekte.

Op zoek naar een manier om zijn allopathische werk te combineren met dat van Hahnemann werkte hij zijn vac-cinerende injecties om tot homeopathische nosodes die via de mond konden worden ingenomen, en was verrukt over de resultaten. (Een nosode is een homeopathisch middel dat is gemaakt van de ziekteverwekker of van ziek weefsel, en is wat dat betreft vergelijkbaar met een vaccin.) Deze 7 nosodes worden tot op de dag van vandaag gebruikt als de Bach-nosodes.

Om te bepalen welke van de 7 nosodes een patiënt nodig had, moest de darmflora onderzocht worden. Dit ver-zwakte de patiënt, soms alleen al door het onderzoek, soms ook omdat de patiënt zieker werd voordat de uitslag bekend was. Totdat Bach ontdekte dat bepaalde types mensen meestal dezelfde bacteriën in hun darmen mee-droegen, en dus dezelfde behandeling nodig hadden. Uiteindelijk was hij in staat de uitslag van het onderzoek te voorspellen aan de hand van het type patiënt, en werden de onderzoeken overbodig.

In 1922 scheidde hij van Kitty Light. Hij was intussen zo bekend geworden, en had zoveel werk dat hij het Homo-eopathic Hospital verliet en weer een eigen laboratorium opende. Zijn werk vond inmiddels algemene waardering bij homeopaten en reguliere artsen, en hij kreeg de bijnaam “de tweede Hahnemann”. De jaren die volgden wer-den steeds drukker, en de resultaten steeds beter, en hij bemerkte dat mensen niet zo zeer genezen door lokale behandeling, maar vooral door algemene verbetering van hun gezondheid, waardoor de lokale klacht verdwijnt.

Tot 1930 volgde Bach de route van een geïnspireerd wetenschapper: hij werkte volgens strikt wetenschappelijke methoden, maar waar een onderzoek meerdere kanten op kon, vertrouwde hij op zijn intuïtie. Al die tijd bleef hij op zoek naar middelen uit de natuur die zijn nosoden konden vervangen. Vanaf 1928 ging hij steeds vaker in de natuur op zoek naar planten die hij kon gebruiken, en probeerde er heel veel uit. In september 1928 vond hij de eerste planten die aan zijn wensen voldeden. De resultaten met deze natuurlijke medicijnen waren zo bevredi-gend dat hij besloot om de wetenschappelijke en kunstmatige medicijnen achter zich te laten.

 

 

 

Bach en zijn bloesems (1928-1936)

 

In mei 1930 verdeelde hij zijn praktijk onder bevriende artsen, verkocht zijn laboratorium-inventaris en liet hij Londen definitief achter zich. Samen met zijn assistente Nora Weeks trok hij naar het noorden van Wales. Daar bestudeerde hij planten: waar ze groeien, hoe ze groeien, hun bloeiwijze, kleur, voortplanting, voedingstoffen, alles wat samen het karakter van de plant vormt. Hij was niet op zoek naar medicinale kruiden waar bepaalde stofjes in zitten, maar naar planten die vanwege hun karakter (energieniveau) mensen kunnen helpen. Voor Bach’s vindingen bestaat tot op de dag van vandaag geen wetenschappelijke basis. Bach baseerde zich bij zijn ontdek-kingen niet op enige theorie, maar op de werkzaamheid van de gevonden remedies in de praktijk. Hij ontdekte dat de dauw die op bloemen lag die in de zon stonden, de eigenschappen van de plant in sterke mate overnam. Omdat het verzamelen van bruikbare hoeveelheden dauw onbegonnen werk was ontwikkelde hij zijn zonne- methode: hij liet bloemen enkele uren in de volle zon op water drijven, en constateerde dat de geneeskrachtige eigenschappen van de plant daarna door het water waren overgenomen.

Om de zo ontstane remedie houdbaar te maken voegde hij een evengrote hoeveelheid cognac toe als conser-veringsmiddel.  Dat deze methode enige vooroordelen te overwinnen had blijkt uit wat hij schreef: “Laat niet de eenvoud van deze methode u weerhouden ze te gebruiken”. Rondtrekkend door Wales en Zuid- en Oost-Enge-land onderzocht hij vele planten. Bij zijn onderzoek kreeg hij hulp van enkele bevriende artsen die zijn remedies gebruikten en de bereikte resultaten met hem deelden. Anderen, hoewel ze hem als geniaal beschouwden voor zijn wetenschappelijke ontdekkingen, kon-den of wilden hem niet volgen toen hij de wetenschappelijke weg ver-liet en zijn “kruiden-remedies” ontdekte. Bach zelf benadrukte juist steeds dat gevallen die wetenschappelijk als hopeloos werden gezien, vaak goed te genezen waren met zijn nieuwe remedies. Hij schreef zijn kijk op gezond-heid en ziekte op in de boeken “Genees uzelf” en “Bevrijd uzelf”.

Hierin beschrijft hij dat lichamelijke klachten volgens hem het gevolg zijn van (gemoeds)toestanden. Zorgen, angst, onzekerheid, boosheid, fanatisme en dergelijke kunnen een mens uit evenwicht bren-gen. Hij zocht plan-ten met de positieve eigenschappen die zo’n negatieve houding kunnen verdrijven. In 1932 rondde hij met de vondst van de twaalfde remedie het eerste deel van zijn werk af. In 1933 publiceerde hij de eerste versie van zijn boekje “De twaalf genezers”, maar de zoektocht ging door: Hij vond in 1933 nog 4 remedies en vulde zijn boekje aan tot “De twaalf genezers & vier helpers”, en in 1934 tot “De twaalf genezers & zeven helpers”. De periode van 1930 tot 1934 bracht hij regelmatig enkele maanden door in Cromer aan de Engelse oostkust. In 1934 ging hij op zoek naar een vaste plaats om te wonen in zijn geliefde Thames vallei en vond het huis “Mount Vernon” in Sotwell (bij Wallingford). Daar woonde hij tot zijn dood. In die omgeving ontdekte hij de rest van zijn 38 remedies.

 

 

setladrome

 

 

 

De tweede negentien remedies

 

In de loop van de jaren was Bach steeds meer gaan vertrouwen op zijn intuïtie. De manier waarop hij de tweede negentien remedies vond verschilde totaal van de eerste. Weeks beschrijft dat hij enkele dagen voordat hij een nieuwe remedie vond, zelf last kreeg van een extreme vorm van de gemoedstoestand waar die remedie voor be-doeld was. Soms kreeg hij daarbij fysieke kwalen die bij die gemoedstoestand passen, ook in bijna ondraaglijke vorm. Hij trok er dan op uit tot hij de juiste remedie gevonden had. De eerste van deze remedies vond hij in maart 1935, de laatste in augustus. Voor deze remedies gebruikte hij een nieuwe bereidingswijze, namelijk de koken-methode. Hij verzamelde niet slechts de bloemen, maar stukjes twijg van ca. 15 cm, met daaraan de bloe-men en wat blaadjes, als die er al waren. Deze deed hij in een steelpan met zo vers mogelijk bronwater, en kookte het geheel dan een half uur. Vervolgens liet hij het afkoelen, filterde het en voegde weer een evengrote hoeveel-heid cognac toe als conserveringsmiddel.

De reden waarom hij een nieuwe methode gebruikte is niet helemaal duidelijk. Daarover zijn geen aantekeningen van Bach bewaard gebleven. Een argument is dat de eerste remedies al in maart gevonden werden, toen de zon nog onvoldoende kracht had. Weeks noemt ook nog het feit dat Bach haast had om de remedie te maken van-wege de ernstige klachten die hij had. Barnard wijst erop dat de gewelddadige wijze waarop de kracht door het koken aan de plant onttrokken wordt verband kan hebben met de hardnekkigheid van de bijbehorende mentale toestand. Bij de zonnemethode geeft de bloem onder invloed van de zon (ook vuur) zijn kracht op een vriende-lijker manier aan het water. Van de tweede negentien bereidde hij alleen White Chestnut volgens de zonnemetho-de.

 

 

De laatste maanden

 

Nadat hij de tweede negentien remedies gevonden had beschreef hij in de zomer van 1936 alle remedies op-nieuw op een zo eenvoudig mogelijke manier in de definitieve uitgave van “De twaalf genezers en andere remedies”. Hij schreef daarin over zijn behandelsysteem: “in zijn eenvoud kan het gebruikt worden in het huis-houden”.  Hij had het als zijn levenstaak gezien om een geneesmethode te vinden die door leken gebruikt kon worden. In 1932 schreef hij al in zijn boek “Bevrijd uzelf”: “hoe ieder van ons onze eigen dokter kan worden”. Begin 1936, toen de General Medical Council hem eraan herinnerde dat het niet was toegestaan om leken als assistent in te zetten schreef hij terug: “Ik beschouw het als de plicht en het voorrecht van iedere arts om de zieken en anderen te leren om zichzelf te genezen”, en “ik heb de orthodoxe geneeskunde verlaten”.

Nu alle remedies gevonden waren en de behandelmethode compleet, was de laatste taak het verspreiden van de kennis. Hij bereidde een lezing voor die in een tournee door hemzelf en zijn assistenten gegeven kon worden. Op 24 september 1936, zijn 50e verjaardag, hield hij zelf die lezing voor het eerst in Wallingford, het stadje vlakbij Sotwell. Vanaf eind oktober werd hij ziek, en op de avond van 27 november 1936 stierf hij in een verpleeghuis in Didcot. Zijn overlijdensacte vermeldt “hartfalen” als doodsoorzaak, maar vermeldt ook een sarcoom (tumor). Hij ligt begraven op een klein kerkhof bij de kerk van Sotwell. Zijn assistenten Nora Weeks, Victor Bullen en Mary Ta-bor zetten zijn werk voort vanuit Mount Vernon, het huis waar Bach zijn laatste jaren had gewoond, en waar tot op de dag van vandaag het Bach Centre is gevestigd.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

 

De Schefflera of de vingersboom

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Schefflera’s hebben typerend blad. Hier dankt deze kamerplant zijn Nederlandse naam aan. Namelijk Vingersboom. De Schefflera komt van oorsprong uit Australië. De plantenfamilie is Araliaceae.

 

 

Schefflera+Amate_510x768

 

 

 

 

Schefflera onderhoud

 

 

Water geven

 

Schefflera’s verbruiken matig water. In de zomer staat de kamerplant het liefst in licht vochtige grond. In de winter mag de grond tussen de gietbeurten een beetje indrogen. Bij twijfel kan beter gewacht worden met water geven. In de zomer ongeveer eens per week water geven en in de winter eens per 10 dagen (afhankelijk van o.a. de hoeveelheid water)

De hoeveelheid is onder andere afhankelijk van de potmaat, temperatuur en lichtintensiteit. Hoe groter de pot, hoe meer water de grond kan opnemen, zonder dat de wortels in een laagje water staan. Voelt de grond na 5 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder water. Is de grond na 2 dagen al kurkdroog, geef dan iets meer.

 

 

 

Sproeien

 

De Schefflera sproeien is niet noodzakelijk maar wel wenselijk. Sproei af en toe het stof van de bladeren zodat meer zonlicht het blad bereikt.

 

 

 

 

 

Standplaats

 

De Schefflera staat graag op een lichte standplaats zonder al teveel direct zonlicht. 3 tot 5 uur direct zonlicht per dag is voldoende. Lichtere soorten zoals de Gold Capella of Trinette staan liever op een lichtere standplaats ten opzichte van hun donkergroene soortgenoten. De lichtere soorten hebben namelijke minder bladgroenkorrels in hun blad. Plaats deze op een locatie met ongeveer 5 uur direct zonlicht.

Geschikte afstanden voor het raam voor donkergroene soorten: Raam op het zuiden: 3-4 meter. Raam op het oosten/westen: 2-3 meter. Raam op het noorden 1-2 meter. De lichtere soorten mogen 1 tot 2 meter dichterbij het raam.

 

.

.

Minimale temperatuur

 

Overdag:  +/- 16 °C
‘S nachts: +/- 12 °C

.

.

.

Verpotten

 

Het verpot een Scheffera eens per 3 jaar en vervang elk jaar de toplaag met verse aarde. Doe dit bij voorkeur in de lente omdat in deze periode eventuele beschadigde wortels sneller herstellen. Verpotten direct na de aanschaf kan ook. Wees buiten het groei seizoen wel extra zuinig met water geven. Zo gaan de wortels sneller opzoek naar water en herstellen daardoor sneller. Gebruik een plantenbak waarbij de diameter minimaal 20% breder is als de vorige. Gebruik universele potgrond. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is.

 

 

 

 

 

Voeding

 

Na 6-8 weken zijn de voedingsstoffen in de aarde verbruikt. Het is dan raadzaam de Schefflera te bemesten. Gebruik hiervoor vloeibare voeding voor groene kamerplanten. Kijk voor de juiste dosering op de verpakking. Gebruik nooit meer als aangegeven op de verpakking, liever iets minder. Bemesten in de herfst en winter is overbodig en kans zelfs schadelijk zijn.

 

 

Schefflera_arboricola3

 

 

Verkleurende bladeren

 

Bruine of gele bladeren zullen van de binnenplant afvallen. Dit vallende blad is vaak een teken dat de plant een tekort heeft aan zonlicht. Plaats de kamerplant in dit geval een meter dichterbij het raam. Of lees hierboven meer over de lichtbehoefte van de Schefflera. In mindere mate is tocht of kou de oorzaak van vallend blad.

Vaak wordt ten onrechte gedacht dat vallend blad een teken is van te weinig water. Men geeft vaak meer water waardoor wortels gaan rotten en vervolgens zal dit leiden tot nog meer bladval.

 

 

Snoeien

 

Snoei de Schefflera elk najaar. Zo kan bereikt meer licht de kern van de kamerplant gedurende de winter. In de lente zal de binnenplant opnieuw uitlopen. De Schefflera zal vertakken na het snoeien. Hierdoor krijg je een volle en toch compacte kamerplant. Vooral uitlopers kunnen het beste teruggesnoeid worden tot in de kruin.

 

 

 

 

 

 

Vermeerderen

 

Het vermeerderen kan door stekken. Plaats een kopstek van ongeveer 10 cm met 2 bladeren in water. Zorg voor een temperatuur van ongeveer 24 graden en vermijd direct zonlicht. Plaats de stek in vochtige grond wanneer er wortels verschijnen.

 

 

Bloemen

 

Schefflera’s kunnen prachtige bloemen krijgen, maar helaas zal dit niet snel gebeuren in woonkamers.

 

 

 

 

 

Giftig?

 

Schefflera’s zijn licht giftig. Het sap kan de huid irriteren. Ook is het blad schadelijk na inname door dieren of kinderen.

 

 

Ziektes

 

De Schefflera krijgt last van wolluis door tocht. Spuit met een krachtige waterstraal zoveel mogelijk ongedierte van de plant. Eventueel vervolgen met een chemische bestrijding.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Wat is de beste manier om babyspeelgoed schoon te maken?

Standaard

categorie :  gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Wat is de beste manier om babyspeelgoed schoon te maken?

.

 

.
.
.
.

Het is verstandig om babyspeelgoed regelmatig schoon te maken. Baby’s raken voortdurend van alles aan en steken allerlei dingen in hun mond en zijn daarom vatbaar voor besmetting en ziektes. Normaal volstaat het om het speelgoed één keer per maand goed schoon te maken. Wanneer meerdere kinderen hetzelfde speelgoed gebruiken (bijvoorbeeld in de crêche) is een keer per week aangewezen. Ook wanneer het speelgoed zichtbaar vuil is (bv. als er voedselresten op zitten), maakt u het best schoon.

 

 

Hoe schoonmaken?

 

 

Klein plastic speelgoed

 

Plastic speelgoed dat niet op batterijen werkt, kan in de vaatwas met vaatwasmiddel en warm water worden afgewassen. U kunt het ook in een kussensloop in de wasmachine op 40°C wassen. Als u geen vaatwasmachine heeft, kunt u plastic speelgoed met een doek of een borsteltje in een warm sopje wassen.

Zorg ervoor dat u gedroogde voedselresten, vet en vuil er goed afwrijft. U hoeft geen antibacteriële zeep te gebruiken. Gewone zeep is prima. U kunt eventueel ook een allesreiniger gebruiker. Van speelgoed op batterijen kan de buitenkant worden schoongeveegd met een sopje.

 

 

• Groter speelgoed van plastic, metaal of hout

 

Het oppervlak met water en zeep schoonmaken en goed laten drogen.

 

 

 

• Knuffels

 

Zachte knuffels kunnen in de wasmachine. Was de knuffel met een beetje wasmiddel in een kussensloop op max. 40°C zonder te centrifugeren. Droog de knuffel in de buitenlucht.

 

 

Ontsmetten?

 

Ontsmetten is alleen nodig wanneer het speelgoed bevuild is door braaksel, diarree of bloed. Ook wanneer uw baby ziek is, bv. diarree heeft of verkouden is, kan het zinvol zijn om het speelgoed te ontsmetten. Gebruik daarvoor alcohol 70%. Voor grotere oppervlakken kunt u ook een chlooroplossing gebruiken.

Los een chloortablet (te koop bij de apotheker) van 1 g op in 1 liter handwarm water. De oplossing 5 minuten laten inwerken. Gebruik deze bereide oplossing enkel de dag zelf en alleen als er geen kinderen in de buurt zijn. Huishoudelijk bleekwater of andere ontsmettingsproducten zijn niet geschikt.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De Yucca : een makkelijke huisplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

Yucca (palmlely); de makkelijke huisplant

 

 

yucca_filamentosa

 

 

De Yucca is een prachtige plant met een tropische look. Deze plant is zeer gewild vanwege het mooie, vaak robuuste uiterlijk en de simpele verzorging. Er bestaan verschillende soorten, met ieder hun eigen look. De meest bekende is de Yucca met de dikke stam en palm achtige bladeren die aan de top wijd uit staan.

 

 

 

 De verzorging

 

De Yucca is een huisplant die het liefst niet al te veel verzorging behoeft. Hierdoor is het een ideale plant voor mensen met weinig tijd of die wel eens vergeten om planten water te geven. De plant gedijt het beste in de huiskamer op een plek waar het niet te warm is, maar wel veel zonlicht komt.

De plant kan prima in een pot gehouden worden, met de juiste potgrond. Dit kan op verschillende manieren gerealiseerd worden. Er kan gekozen om als bodem hydrokorrels te gebruiken daarop wat potgrond en de kluit vast te zetten met potgrond. Ook kan er gekozen worden om de plant (voorlopig) met binnenpot en al in een mooie pot te zetten en deze later over te planten of de plant direct in potgrond te zetten.

Er wordt geadviseerd om de plant van april tot augustus normaal te bemesten en hem elk voorjaar te verpotten. Hierbij geldt dat dit beter te weinig, dan te veel kan gebeuren. De plant kun je het beste een keer in de twee weken water geven, zonder dat deze “natte voeten” krijgt.

Ook hierbij geldt beter te weinig, dan te veel. Het wordt wel geadviseerd om een keer in de drie maanden de bladeren nat te spuiten met een plantenspuit. Soms willen de bladeren nog wel eens bruin worden, deze kunnen gerust verwijderd worden zonder dat de plant hieronder lijdt.

De plant groeit niet veel in de lengte. Wel wordt het bladerdek groter en voller. Ook kunnen er uit de stam nieuwe scheuten ontstaan. Dit gebeurd meestal pas na een tijdje als de Yucca goed verzorgd wordt. Deze scheuten zijn ook uitermate geschikt om gestekt te worden.

 

 

yucca-filamentosa-9

 

 

Ziektes

 

De Yucca is een redelijk sterke plant, helaas is hij wel gevoelig voor dop-, schilt-, en wolluizen. Deze kun je voornamelijk vinden op de bladoksel en op de jonge bladeren. Dit kun je het beste behandelen met een zachte doek. Hiermee kun je de luizen wegvegen of platdrukken.

Daarna kun je met een kwast gedoopt in een sterke alcoholische drank of (blad)spiritus de aangedane plekken en de overige luizen insmeren. Deze behandeling kun je het beste nog meerdere malen herhalen, om er zeker van te zijn dat de luizen niet meer terug komen. Behandeling met insekticiden wordt afgeraden, omdat hiermee de hele plant wordt vergiftigd.

 

 

 

 

 

Verschillende soorten

 

Elke Yucca soort heeft een brede, grove houten stam waaruit lange, speervormige bladeren groeien. Deze plant kan 40 centimeter tot ongeveer 2 meter hoog worden. De breedte van de stam en van het bladeren dek kan variëren. Er zijn vier soorten die gebruikt worden als kamerplant.

Dat zijn de twee bonte rassen Quadricolor en Tricolor. Die zoals de naam al doet vermoeden uit vier en drie kleuren bestaan. Hiernaast zijn ook twee groene rassen; de Yucca Aloifolia en de Yucca Elephantipes. De Y. Aloifolia heeft lange, speervormige bladeren met een scherpe punt. De Y. Elephantipes heeft een breder en slapper blad.

 

 

quadricolor

 

 

tricolor

 

 

aloifolia

 

 

 

elephantines

 

 

rostrata

 

 

rigida

 

 

gloriosa

 

 

 

Stekken

 

Wanneer je van je oude Yucca een paar “nieuwe” wilt maken is stekken een mooie manier. Dit kan op verschillende manieren. De eerste is als je een yucca hebt met één palm top. Deze kun je netjes de stam doormidden zagen, op hoogte die je zelf mooi vindt. De wond hoeft niet perse geseald te worden.

De palmtop kan in vochtige aarde worden gezet en kan na verloop van tijd weer wortel schieten. Aan de stam komen er op een gegeven moment allemaal mooie scheuten aan de zijkant.
De tweede manier is om een aantal zij scheuten los te snijden en deze in vochtige grond te steken. Onthoud hierbij dat de oorsprong van de yucca een woestijngebied is en dus niet van natte voeten houdt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De Ficus, een populaire kamerplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

Ficussen zijn al jaren zeer populaire kamerplanten. Diverse soorten sieren onze woonkamers. Voornamelijk komt de Ficus van oorsprong uit Afrika, maar ook Zuid Amerika, Australie en Azië. De plantenfamilie is Moraceae oftewel Moerbeifamilie.

 

 

Ficus_benjamina2

 

 

 

Ficus onderhoud:

 

Water geven

 

 Vochtig houden Vochtig houden

 

 

De grond van een Ficus dient altijd licht vochtig te zijn, zonder dat de plant met zijn wortels in het water staat. Het is daarom verstandig om kleine hoeveelheden water per keer te geven. Geef pas opnieuw water op het moment dat de grond droger begint aan te voelen. Vooral bij een nieuwe kamerplant is het van belang om op het begin regelmatig de vochtigheid te controleren zodat het beter in is het schatten of de kamerplant de juiste hoeveelheid vocht krijgt.

Is de grond na 6 dagen nog steeds erg nat, dan krijgt de plant teveel water. Is de grond na 2 dagen al droog, geef dan iets meer water. De hoeveelheid water is afhankelijk van onder andere de temperatuur, grootte van de plant en lichtintensiteit. Er mag absoluut geen laagje water onderin de pot komen te staan, de grond moet al het vocht kunnen absorberen. Bij twijfel kan er beter minder water worden gegeven. Een Ficus verbruikt in de winter ongeveer de helft van de hoeveelheid water ten opzichte van de zomer.

 

 

amstel king

 

 

 

 

ficus alii

 

 

 

Sproeien

 

Sproei een Ficus regelmatig om stof te verwijderen en ter preventie van spint. Een zomerse regenbui werkt nog veel effectiever. Compenseer de droogte wanneer de kachel aangaat in de winter door 2x per week te sproeien.

 

.

 

Standplaats

.

 Zonnig

.

Zonnig

 

Ficussen hebben behoefte aan veel licht. Het liefst minimaal 5 uur direct zonlicht per dag. Dit kan door de plant 2-3 meter voor een raam op het zuiden te plaatsen of direct voor het raam op het noorden, westen of oosten. Wanneer deze kamerplant verder van het raam afstaat zal de groei stagneren en zal vallend blad minder snel vervangen worden.

Ficussen worden gekweekt onder gecontroleerd licht. Een overgang naar direct zonlicht kan daarom het blad verbranden. Plaats deze planten daarom geleidelijk dichterbij het raam zodat de plant kan wennen aan direct zonlicht.

 

 

ficus anastacia

 

 

 

ficus australis

 

 

 

Minimale temperatuur

.

Overdag: +/- 18 °C
‘S nachts: +/- 15 °C

.

.

.

Verpotten

 

Verpot een Ficus in de lente of direct na aanschaf. De lente heeft de voorkeur omdat eventueel beschadigde wortels dan sneller herstellen. Herhaal dit proces om de 2 jaar. Doe dit eerder als de pot te klein wordt. Een Ficus groeit meestal sneller na het verpotten. Stel het verpotten een jaar uit indien de kamerplant te groot wordt.

Plaats deze huiskamerplant in een pot die minimaal 20% breder is en gebruik normale potgrond. Gebruik geen hydrokorrels op de bodem. Het stilstaande water wat zich tussen de hydrokorrels verzameld kan minder gemakkelijk door de wortels worden bereikt en gaat rotten. Bij hoge plantenbakken is het om dezelfde reden verstandig om een inzethoes te gebruiken.

Het is belangrijk om in de periode na het verpotten een Ficus niet teveel water te geven. Daardoor gaan de wortels sneller opzoek naar water. Een groter wortelstelsel zorgt voor een gezondere palm. Een grotere pot stimuleert de groei, verhoogd de gezondheid van de plant en creëert een grotere waterbuffer omdat de grond meer vocht kan opnemen.

 

 

ficus benjamina

 

 

 

 

ficus cyasthipula

 

 

 

Voeding

 

Geef nooit voeding in de herfst of winter. Begin pas met voeden wanneer de voedingstoffen uit de potgrond zijn verbruikt. Dit is bij de meeste merken potgrond na ongeveer 6 tot 8 weken. Bekijk voor het bemesten op de verpakking voor een juiste dosering. Gebruik nooit meer dan aangegeven. Overvoeding zal de kamerplant niet ten goede doen.

 

 

ficus danielle

 

 

 

 

ficus elastica

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Een Ficus kan zijn blad laten vallen na verplaatsing of door tocht. Geef in dit geval dan geen extra water meer. Teveel water kan er ook toe leiden dat een Ficus blad verliest. Een paar vallende blaadjes per maand kan geen kwaad, zeker niet in de winter. Plaats de woonplant in de winter eventueel iets dichterbij het raam bij veel bladval. Het zelfde geld voor gele blaadjes. Een enkel geel blaadje is geen reden tot zorgen.

Vertoont de Ficus na een langere periode met dezelfde verzorging opeens geel blad, dan kan de voeding weleens uitgeput zijn. Bruine bladeren zijn vaak het gevolg van teveel of te weinig water. De reactie van de plant zal het zelfde zijn, omdat de wortels ‘dicht slaan’ bij teveel water. Hierdoor zal het blad verdrogen. Grijzen bladeren kunnen een teken van spint zijn.

 

 

 

ficus robusta

 

 

 

 

ficus de gantel

 

 

 

Snoeien

 

Snoei de Ficus elk najaar, of als de plant te groot wordt. Dit heeft als voordeel dat de kamerplant mooi compact blijft, zonder lelijke uitlopers. Daarnaast bereikt meer licht gedurende de winter de kern van de Ficus. Een gesnoeide stam zal in de lente meerdere uitlopers vormen.

Het vertakken levert een mooie volle kamerplant. Het snoeien gaat eenvoudig met een snoeischaar. De wond kun je het beste afdekken met sigaretten as, om het bloeden te laten stoppen. Let erop dat een gesnoeide Ficus minder water zal verbruiken, indien er veel blad is verwijderd.

 

 

ficus green gold

 

 

 

 

ficus lyrata bambino

 

 

 

Vermeerderen

 

Vermeerderen kan eenvoudig door stekken. Neem een kopstek in de lente. Spoel het sap van de wond en doop het stekje in stekpoeder. Vervolgens bij een minimale temperatuur van 22 graden laten wortelen in vochtige turf en zand.

 

 

Bloemen

 

De bloei van een Ficus is niet opvallend. Bloemen kunnen het beste worden verwijderd zodat de huiskamerplant meer energie aan het blad kan geven.

 

 

ficus lyrata

 

 

 

 

ficus lingua

 

 

 

Giftig?

 

Ficussen zijn giftig. Het melk witte sap dat vrijkomt na het snoeien is irriterend op een droge huid. Het eten van blaadjes door huisdieren en kinderen kan leiden tot bultjes op de huid.

 

 

.

Ziektes

 

Plakt de vloer onder een Ficus, dan zijn waarschijnlijk ook de bladeren van de Ficus kleverig. Verschillende soorten luis scheiden een kleverige substantie af. Hoe eerder het ongedierte wordt bestreden, hoe groter de kans dat de kamerplant het zal overleven.

Het is daarom belangrijk elke 3 maanden eens goed onder en tussen de blaadjes te zoeken naar beestjes die er niet horen. Plaats de Ficus in de zomer, bij minimale temperaturen van 18 graden, in de tuin om zo preventief op te treden tegen luist en spint. Pas echter op voor direct zonlicht.

 

 

ficus microcarpa

 

 

 

 

ficus ginseng

 

 

 

Ficus soorten

 

Het geslacht Ficus kent ruim 800 soorten;  Amstel King, Alii, Anastracia, Australis, Benjamina (Waringin), Cyathistipula, Danielle, Elastica (Rubberboom), Robusta, de Gantel, Green Gold, Golden King, Lyrata Bambino, Lyrata (Vioolbladplant, Tabaksplant), Lingua, Microcarpa Compacta, Ginseng, Nitida, Panda en Repens.

 

 

 

ficus nitida

 

 

 

ficus panda

 

 

 

ficus repens

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

                                    

 

De bananenplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Bananenplant :  verzorging & onderhoud

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dwarf Cavendish

 

 

 

 

 

 

 

Dwarf Cavendish

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA