Tagarchief: ziektes

De Alocasia

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Alocasia komt van oorsprong uit de tropen van Azië, voornamelijk India. Alocasia soorten behoren tot de familie Araceae. Deze kamerplanten worden ook wel Taro, Reuzentaro of Olifantsoor genoemd. Deze laatste naam is gemakkelijk af te leiden aan de enorme bladeren.

 

 

Alocasia-c-1

 

 

Water geven

 

Vochtig houdenVochtig houden

 

 

Alocasia’s gedijen het best wanneer de grond constant licht vochtig is. Controleer daarom regelmatig met een vinger in de grond of deze nog vochtig is. In de winter verbruikt deze kamerplant minder water, maar laat de Alocasia niet helemaal uitdrogen. Bij voorkeur niet te grote hoeveelheden water per keer geven, dan gaat blad namelijk druppelen.

De hoeveelheid water is afhankelijk van verschillende factoren zoals luchtvochtigheid en hoeveelheid licht, daarom is het verstandig om te beginnen met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond binnen 2 dagen droog, geef dan iets meer. Is de grond na 5 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder water per keer.

 

 

 

 

 

 

Sproeien

 

Het is noodzakelijk om een Alocasia meerdere keren per week te sproeien. Hoe vaker hoe beter. Hiermee neemt de kans op spint sterk af.

 

 

 

Standplaats

 

zonnig

Zonnig

 

 

De Alocasia wenst veel licht. Bij gebrek aan zonlicht kan de woonkamerplant snel naar het licht toe gaan groeien. Dit heeft als nadeel dat de plant scheef gaat groeit. Plaats de Alocasia een meter dichterbij het raam wanneer deze scheef groeit. Daarnaast is het raadzaam om de plant regelmatig een kwartslag te draaien. Minimaal 5 uur direct zonlicht. Dit betekent dat de Alocasia 2-3 meter voor een raam op het zuiden mag of voor een raam op het westen of oosten.

 

 

 

 

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag:  +/- 20 °C
‘S nachts: +/- 15 °C

 

 

 

Verpotten

 

De Alocasia elke 2 á 3 jaar verpotten, bij voorkeur in de lente. Dit zorgt voor nieuwe voedingsstoffen, luchterige grond en ruimte voor wortelgroei. Na aanschaf kan de kamerplant direct worden verpot. Gebruik een plantenbak met een diameter van minimaal 20% meer als de vorige. Gebruik gewone universele potgrond en probeer zo min mogelijk wortels te beschadigen. Gebruik een inzethoes bij hoge potten. Dit voorkomt rottend water buiten bereik van de wotels.

 

 

 

 

 

 

Voeding

 

De Alocasia eens per 2 weken vloeibare voeding geven. Wanneer de plant nauwelijks groeit (herfst, winter) is bemesten niet nodig. Gebruik nooit een overdosis, ook niet ter compensatie. Beter teweinig dan teveel.

 

 

 

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Alocasia’s kunnen gevoelig zijn voor koud water, koude lucht of tocht. Dit kan een oorzaak zijn voor bruine vlekken op het blad.

 

 

 

Snoeien

 

Het onderste blad van deze binnenplanten wordt op den duur minder mooi. Door deze 4cm van de basis af te snijden zal de plant geen energie meer in het lelijke blad stoppen. Dit bevordert de groei van nieuw blad. Het laatste gedeelte zal afsterven en is later eenvoudig van de basis te trekken. Het vocht dat de plant verliest door de snede is geen probleem.

 

 

 

Vermeerderen

 

Alocasia’s zijn te kweken door middel van zaad of door wortelstokken met blad van de moederplant af te snijden.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

De bloem van een Alocasia wordt niet vaak aangetroffen. Een bloeiende Alocasia is vaak een teken dat het niet goed gaat met de plant. Om energie bij de kamerplant te besparen is het beter de bloem af te snijden.

 

 

alocasiacupreaplant2

 

 

 

Giftig?

 

Het sap van een Alocasia is irriterend voor huid en slijmvliezen. De wortelstokken worden in Azië gegeten. Hiervoor is het noodzakelijk dat de wortelstokken eerst worden gekookt. Uit voorzorg raden wij dit af.
(123kamerplanten bepaalt of een plant giftig is door het raadplegen van verschillende bronnen)

 

 

Ziektes

 

De Alocasia kan last hebben van spint indien de lucht te droog is. Regelmatig sproeien werkt preventief. Plaats de plant buiten wanneer spint is waargenomen. Wind en vocht zal de spint snel verdrijven. Dit is alleen mogelijk indien de temperaturen het toelaten. Daarnaast moet de plant buiten in de schaduw staan.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Philodendron, een kamerplant uit het regenwoud

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

Philodendron soorten komen van oorsprong voornamelijk uit het regenwoud van Zuid Amerika. De plantenfamilie is Araceae.

 

 

Philodendron01

 

 

Philodendron onderhoud:

 

 

Water geven

 

vochtig houdenVochtig houden

 

De grond van een Philodendron moet altijd vochtig blijven. Echter gebruikt de plant niet veel water. Een Philodendron is gevoelig voor teveel water. Geef daarom niet te grote hoeveelheden water per gietbeurt. Je kunt de kamerplant opnieuw water geven zodra de grond begint op te dromen, maar laat deze niet geheel uitdrogen.

De watergift hoeveelheid is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de standplaats en grootte van de kamerplant. Begin daarom met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond na 4 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder per gietbeurt.

Steek een vinger in de grond om te controleren of de grond vochtig aanvoelt. Bij een nieuwe huiskamerplant is het verstandig dit regelmatig te doen. Na enkele keren water geven leer je vanzelf hoeveel en hoe vaak jouw Philodendron nodig heeft.

 

 

 

Sproeien

 

Hoe meer hoe beter. Vooral klimmende exemplaren met hun luchtwortels worden graag gesproeid. Raadzaam is om minimaal 1x per week te sproeien.

 

 

 

Standplaats

 

Schaduw

 

Philodendron soorten gedijen prima met minder licht. Vermijd direct zonlicht, vooral het middag licht. Plaats deze kamerplanten 3-4 meter voor een raam op het noorden, of 4 meter op het oosten/westen, of 5-6 meter voor een raam op het zuiden. Deze afstanden zorgen ervoor dat de kamerplant maximaal 3 uur direct zonlicht ontvangt.

 

 

philodendron huisplant

 

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag:  +/- 20 °C
‘S nachts: +/- 16 °C

 

 

 

Verpotten

 

Een Philodendron verpotten kan direct na aanschaf, maar bij voorkeur in het voorjaar. Gebruik universele potgrond of Anthurium grond. Gebruik een sierpot waarbij de diameter minimaal 20% breder is als de vorige. Gebruik bij hoge plantenbakken een inzethoes.

Dit voorkomt dat er onderin de pot water gaat rotten, omdat het water buiten het bereik van de wortels is. Oudere exemplaren hoeven niet verpot te worden. Hier kan kan ook de losse bovenlaag vervangen worden met verse grond. Uiteraard is het verpotten in een sierpot een stuk mooier.

 

 

monstera

 

 

Voeding

 

Geef eens per week vloeibare voeding voor groene planten in de groei periode. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de binnenplant geen voeding heeft gehad. Bemesten is niet nodig in de rustperiode (winter) en niet noodzakelijk in de herfst. Lees de gebruiksaanwijzing voor de juiste dosering.

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Gele bladeren bij een Philodendron zijn vaak het gevolg van teveel water. Pas de watergift hierop aan.

 

 

 

Snoeien

 

Klimmende Philodendrons zijn gemakkelijk te leiden langs een mosstok of gaasrek. Een uitloper kan het beste terug geleid worden. Het kan geen kwaad om gewoon met een schaar te lange uitlopers af te knippen.

 

 

 

Vermeerderen

 

Niet-klimmende soorten zijn alleen te vermeerderen door middel van zaad. Klimmende exemplaren zijn te vermeerderen door kopstekken in een vochtig mengsel van turf en zand te steken bij een temperatuur van rond de 23 graden.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Het komt zelden voor dat een Philodendron bloeit in de huiskamer. Indien de binnenplant toch bloeit kan je de bloemen het beste afknippen. De geur van deze bloemen is namelijk niet altijd aangenaam. Bovendien onttrekt het de plant energie.

 

 

 

Giftig?

 

De meeste Philodendron soorten zijn giftig bij inname. Vooral katten hebben de neiging om op de bladeren te kauwen. Dit kan de nieren aantasten. Raadpleeg een dierenarts.

 

 

 

Ziektes

 

Philodendron soorten zijn niet gevoelig voor ongedierte.

 

 

 

Philodendron soorten

 

Deze familie omvat honderden soorten. Zowel klimplanten,struiken als kleine bomen. Enkele soorten: Atom, Congo, Grand Brasil, Fun Bun, Imperial Red/Green, Lemon Mandjari, Medisa, Pertusem (Monstera Deliciosa, Gatenplant), Scandens, Selloum, Red Emerald, Xantal en Xanadu.

 

 

 

philodendron selloum

 

 

 

philodendron xanadu

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Het auraveld

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

De Aura is een onzichtbare kleurrijke energieveld in de vorm van een ei rond het fysieke lichaam van een levend wezen. Het is bekend dat mensen, dieren, planten en  mineralen een aura of een lichtstraling rond zich heen hebben die wij niet met een bloot oog kunnen waarnemen. Je kunt een aura een lichtlichaam noemen.

 

 

Wat is een auraveld vanuit spiritueel perspectief?

 

Een menselijk auraveld is een persoonlijk energiereservoir die als een schaal van licht de energiestroom vanuit de Centrale Kosmische bron opvangt. Deze stroom wordt aan ieder mens dagelijks via het kristallen koord toegediend. De chakra’s ofwel de spirituele energiecentra van de mens vangen die levensenergie op, verspreiden het door ons gehele lichaam en stralen het licht vervolgens weer uit die onze persoonlijke kwaliteiten vertoont.

De chakra’s nemen de neutrale energie in en blazen de energie eruit die door de persoon zelf gekwalificeerd en gekleurd wordt. Omdat het licht van de aura geen harde materiële substantie is, verandert ze voortdurend van vorm en kleur. De kleur, vorm en grootte van de aura is voor ieder levend wezen heel persoonlijk. De samenstelling van de aura is afhankelijk van het karakter van het individu, maar ook van zijn levensopvattingen, doeleinden, bezigheden en zijn fysieke, emotionele en geestelijke toestand in een bepaald moment.

Iedere persoon is verantwoordelijk voor de lichtfrequentie rond zich heen. Een aura is het complexe resultaat van onze creativiteit die uitgevoerd wordt door middel van de persoonlijke vrije wil. Heel vaak zijn wij niet bewust van dit proces omdat een gewoon mens niet in staat is om zijn eigen creatie(aura) te zien.

 

 

Iedere aura bevat een schat van informatie over de persoon zelf, zoals:

 

– wat voor een karakter een persoon heeft

– waar de persoon zich mee bezig houdt

– hoe gezond, ontspannen of gestrest de persoon is

– hoe emotioneel explosief of emotioneel stabiel de persoon is

– wat voor gedachtenpatroon de persoon heeft

– welk bewustzijnsniveau de persoon heeft ontwikkeld

 – waar zijn prioriteiten liggen
– welke talenten de persoon heeft
– waar zich de blokkades in de aura bevinden
– wat de sterke kanten van de persoon zijn
– hoe positief en gelukkig hij in het leven staat
.
.
.
.
.
.
.
.

Wat zeggen de kleuren in de aura?

 

Iedere kleur is een drager van informatie over ons bewustzijn, activiteiten en omstandigheden in ons leven. Als een bepaalde kleur in ons aura aanwezig is, dan verwijst hij naar een of een ander aspect van het bestaan die op dit moment in ons leven actief is.

 

De rode kleur verwijst naar aanwezigheid van drukte, stress, zorgen, vermoeidheid, ziektes, beperkingen, frustraties,  mentaliteit, explosiviteit van emoties, materialisme, atheïsme, de ‘ik-geloof-alleen-in-mezelf’ houding, overlevingsinstinct, sterke vitaliteit, primaire levensbehoeftes.

De oranje kleur verwijst naar aanwezigheid van charisma, populariteit, ‘ik-sta-in-het-middelpunt-van-belangstelling’ houding, seksuele aantrekkingskracht, actieve rol in het leven, leidinggevende positie, intense zelfexpressie, ongecontroleerde emoties en verlangen, ‘get-what-you-want’ mentaliteit

De gele kleur verwijst naar een krachtig intellect, logica, analytisch bewustzijn, actief denkproces, studie, zelfstudie, onderzoek, verzamelen van informatie, oriëntatie in het beroepsveld, plannen, organiseren, creëren, communiceren, onrust en drukte in het hoofd dankzij 1000 en 1 gedachten.

De groene kleur verwijst naar een proces van genezing, herstel, regeneratie, innerlijk balans; sociaal persoon, die goed in anderen kan zich inleven, houdt van natuur, harmonische omgeving, spreekt de waarheid zonder oordeel, gaat gemakkelijk met iedereen om, heeft moeite de grenzen te trekken tussen zichzelf en anderen, kan moeilijk ‘nee’ zeggen, wil de anderen niet teleurstellen.

De blauwe kleur verwijst naar een introvert, vaak onbegrepen, gevoelige persoon met een sterke wilskracht en doorzettingsvermogen, die graag weg van de wereld is, opzoek naar zijn innerlijke vrede en verdiept zich in het zelfonderzoek, een goede spreker, weet wat hij wil, spreekt en leeft vanuit het hart.

De violette kleur verwijst naar spirituele wijsheid, spirituele volwassenheid, besef van persoonlijke verantwoordelijkheid in het leven, gevoel van rechtvaardigheid, onpersoonlijke liefde, in contact met eigen Hogere zelf en Christusbewustzijn, ontwikkelde intuïtie, inleving- en onderscheidingsvermogen, onpraktisch, niet commercieel, eenzaam, onbegrepen, onbeschermd, geen behoefte aan sociale contacten.

De witte kleur verwijst naar sterke vorm van individualisme, spiritueel ontwikkelde persoon die sterke binding met Goddelijke energieën heeft, niet bepaald verankert in het fysieke lichaam, missionaris, bewust van Hogere macht en Kosmische Wetten, praktiserende leraar van de spirituele wijsheid.

 

 

 

 

 

De aura is een vorm van goddelijk bewustzijn wanneer ze

in haar natuurlijke zuivere staat verkeert.

 

De aura stelt onze levensenergie en levenskracht voor. De staat van ons energieveld voor alle levende wezens is van groot belang. Zo moeten we de aura als een tweede huid zien, die ons van levensenergie voorziet en ons tegen de invloeden van buitenaf beschermt. In de aura bevinden zich energiepatronen die gevormd zijn door onze dagelijkse manier van handelen: door onze regelmatige gedachten en overheersende emoties.

Het menselijke aura wordt door de gedachten en emoties, die niet altijd zuiver zijn, dagelijks sterk beïnvloed. Bij een negatieve levenshouding, negatieve gedachten, negatieve emoties kunnen energieblokkades, energiestoringen of “gaten” in de aura ontstaan die uiteindelijk zich in ziektes of pijn in het fysieke lichaam vertalen.

Iedereen is in staat om zijn eigen energieveld te beheren, te genezen of te veranderen met de kracht van positieve gedachten, positieve emoties en positieve levens- en werkomgeving. Voor de optimale werking van je energiestroomspelen de volgende spirituele technieken de belangrijkste rol:meditatie, visualisatie, kracht van het licht, kleur, geluid en de kracht van het gesproken woord.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA
JOHN ASTRIA

Dr Edward Bach (1886-1936)

Standaard

categorie : beroemde personen

.

.

dr_-edward_bach

.

.

Edward Bach was een Engelse arts aan het begin van de 20e eeuw. Als bacterioloog aan het Londense Univer-siteitsziekenhuis bond hij de strijd aan met chronische ziektes en ontwikkelde diverse vaccins. Wat hem tegen-stond in die periode was dat er meer aandacht was voor ziektes dan voor de patiënten. Ook vond hij het niet prettig om vaccins toe te dienen via injecties, omdat de mensen hier bang van waren, en hij merkte dat de werk-zaamheid van de vaccins te lijden had onder die angst.

Later kwam hij te werken in het Londense Homeopathisch Ziekenhuis, en kwam daar in aanraking met het werk van Hahnemann (grondlegger van de hedendaagse homeopathie), waarvan hij zeer onder de indruk was. Hahne-mann was tot dezelfde conclusie gekomen als hijzelf, nl.: “Behandel de patiënt, niet de ziekte”. Door zijn eerde-re werk te combineren met Hahnmann’s homeopathie kwam hij tot de zeven Bach-nosodes, die tot de dag van vandaag gebruikt worden. Wat hem nog niet helemaal beviel was dat homeopathische geneesmiddelen soms ge-maakt worden van stoffen die in pure vorm schadelijk zouden zijn voor de gezondheid.

Bach was ervan overtuigd dat alle remedies die een mens nodig kon hebben al lang “door de Schepper in de na-tuur waren opgenomen”, zoals hij zelf zei. Uiteindelijk liet hij in het voorjaar van 1930 zijn baan in het ziekenhuis en zijn eigen bloeiende Londense praktijk achter, en trok naar het platteland op zoek naar die natuurlijke reme-dies. De laatste periode van zijn leven (van 1928 tot 1936) besteedde hij aan het zoeken van genezende bloemen en bloesems. Dit moesten bloemen zijn met uitsluitend heilzame eigenschappen, niet alleen als remedie maar ook in pure vorm. In de loop van deze jaren vond hij 37 van deze bloemen en manieren om ze te verwerken tot remedies. Als 38e potentieerde hij puur water uit een heilzame bron. Ze zijn nu bekend als “Bach Flower Reme-dies” (BFR) ofwel “Bach Bloesem Remedies”.

.

Jeugd

.

Edward Bach werd geboren op 24 september 1886 te Moseley ten zuiden van Birmingham. Van kinds af aan was hij een gevoelig type, niet heel gezond, was graag buiten in de natuur en wist dat hij mensen wilde helpen gene-zen. Als kind kon hij zich al zo geconcentreerd in iets verdiepen dat de wereld om hem heen verdween. Toen hij op 16-jarige leeftijd van school kwam wilde hij zijn ouders niet vragen om een lange medische opleiding te beta-len, en besloot om eerst geld te verdienen in de bronsgieterij van zijn vader (1903-1906).

In die periode bemerkte hij hoe moeilijk zijn collega-arbeiders het hadden met gezondheidszorg: ze werkten vaak door als ze ziek waren, want ziek thuisblijven betekende geen loon en wel hoge medische kosten. Hij zag niet alleen hun angst voor ziekte, maar ook dat er niet veel meer werd gedaan dan het verlichten van de klachten en het bestrijden van symptomen. Dit alles sterkte hem in zijn plan om eenvoudige geneesmiddelen te ontdekken voor alle ziekten. Toen hij uiteindelijk met zijn vader sprak over zijn wens om dokter te worden, besloot deze zijn studie te betalen.

.

Studie (1906-1913)

.

Zo begon hij op 20-jarige leeftijd aan een medische studie aan de universiteit van Birmingham. Van daaruit ging hij naar het Londense Universiteitsziekenhuis en behaalde daar in 1912 het (niet-universitaire) “Conjoint” (samen-gevoegde) diploma M.R.C.S. en L.R.C.P. Met dit diploma op zak mocht hij in Londen als arts praktiseren, en veel studenten deden daarom dit examen al voordat ze waren afgestudeerd. Vervolgens behaalde hij in 1913 de uni-versitaire graden M.B. en B.S., en rondde hij in 1914 zijn studie af met een D.P.H. Camb. Als student had Bach al meer interesse in de patiënten dan in hun ziektes. Hij kon rustig naast hun bed zitten en ze laten vertellen, om op die manier achter de werkelijke achtergrond van hun ziekte te komen.

.

Bach als regulier arts (1913-1918)

.

Nadat hij op 14 januari 1913 getrouwd was met Gwendoline Caiger en zijn doktergraden MB en BS had behaald, begon hij als eerste-hulp-arts in het University College Hospital. Later dat jaar begon hij als eerste-hulp-chirurg in het London Temperance Hospital, waarmee hij na enkele maanden al moest stoppen omdat zijn gezondheid hem in de steek liet. Daarop begon hij een eigen praktijk in Harley Street, waar hij steeds weer merkte dat de medische wetenschap nog weinig kon uitrichten tegen chronische ziekten. Hij zag in dat artsen werden opgeleid om vooral naar ziekten te kijken, en niet naar de persoonlijkheid van de mens, terwijl hij ervan overtuigd was dat die per-soonlijkheid juist het belangrijkste was: waarom wordt de ene mens ziek, terwijl een andere mens immuun is voor dezelfde ziekte?

Op die manier raakte hij geïnteresseerd in de leer van de immuniteit en legde zich toe op onderzoek als Assistent Bacterioloog aan het University College Hospital. Hij ontdekte een verband tussen chronische ziekten en de aan-wezigheid van bepaalde bacteriën in de darmflora, en vroeg zich af of hun aanwezigheid het herstel bevorderde of juist tegenhield. Zijn idee om de gevonden bacteriën terug te injecteren had resultaten die zijn verwachtingen overtroffen. Het gebruik van de injectienaald en de pijnlijk gevolgen ervan stond hem echter tegen. Dit werd deels opgelost toen hij ontdekte dat de resultaten verbeterden door een tweede injectie pas te geven als het effect van de eerste ophield, in plaats van telkens na een vaste tijd. Hierdoor waren dus minder injecties nodig.

In 1917 overleed zijn eerste vrouw en hertrouwde hij met Kitty Light, bij wie hij een dochter had. In dat jaar was Bach naast zijn eigen praktijk en zijn onderzoek als bacterioloog ook verantwoordelijk voor 400 ziekenhuisbedden voor oorlogsgewonden, en ook nog actief aan de Hospital Medical School. Hij werkte zo hard dat hij soms flauw-viel achter zijn onderzoekstafel en had in juli 1917 een zware bloeding die een operatie nodig maakte waarbij een tumor werd verwijderd. Hij kreeg nog 3 maanden te leven en vastbesloten om die korte tijd zo goed mogelijk te besteden, werkte hij harder dan ooit om nog zoveel mogelijk van zijn werk af te kunnen maken. Aan het einde van die drie maanden voelde hij zich echter beter dan ooit, en hij concludeerde:

Als een mens met liefde het werk doet waarvoor hij geroepen is, resulteert dat in gezondheid en geluk.

.

.

????????

.

.

Bach als homeopaat (1918-1930)

.

Toen in 1918 het University College Hospital bepaalde dat alle medewerkers hun nevenwerkzaamheden moesten stoppen, was dat voor Bach aanleiding om direct ontslag te nemen. Hij besteedde al zijn geld aan het inrichten van een eigen laboratorium, zodat hij zijn werk kon voortzetten. Toen kort daarna een plaats vrijkwam als pa-tholoog en bacterioloog aan het London Homoeopathic Hospital werd hij daar aangenomen. Daar maakte hij kennis met het werk van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de hedendaagse homeopathie.

Bach’s bewondering voor het werk van Hahnemann was grenzeloos: ongelofelijk dat een enkele mens, in de don-kere dagen van de wetenschap 100 jaar eerder, zulke ontdekkingen had kunnen doen! Hahnemann wist 100 jaar eerder de dingen al die hijzelf met de moderne wetenschap pas net aan het ontdekken was, hij gebruikte geen bacteriën maar middelen uit de natuur. Bovendien was Hahnemann er net als hijzelf van overtuigd dat elk geval anders is en individueel behandeld dient te worden: behandel de patiënt, niet de ziekte.

Op zoek naar een manier om zijn allopathische werk te combineren met dat van Hahnemann werkte hij zijn vac-cinerende injecties om tot homeopathische nosodes die via de mond konden worden ingenomen, en was verrukt over de resultaten. (Een nosode is een homeopathisch middel dat is gemaakt van de ziekteverwekker of van ziek weefsel, en is wat dat betreft vergelijkbaar met een vaccin.) Deze 7 nosodes worden tot op de dag van vandaag gebruikt als de Bach-nosodes.

Om te bepalen welke van de 7 nosodes een patiënt nodig had, moest de darmflora onderzocht worden. Dit ver-zwakte de patiënt, soms alleen al door het onderzoek, soms ook omdat de patiënt zieker werd voordat de uitslag bekend was. Totdat Bach ontdekte dat bepaalde types mensen meestal dezelfde bacteriën in hun darmen mee-droegen, en dus dezelfde behandeling nodig hadden. Uiteindelijk was hij in staat de uitslag van het onderzoek te voorspellen aan de hand van het type patiënt, en werden de onderzoeken overbodig.

In 1922 scheidde hij van Kitty Light. Hij was intussen zo bekend geworden, en had zoveel werk dat hij het Homo-eopathic Hospital verliet en weer een eigen laboratorium opende. Zijn werk vond inmiddels algemene waardering bij homeopaten en reguliere artsen, en hij kreeg de bijnaam “de tweede Hahnemann”. De jaren die volgden wer-den steeds drukker, en de resultaten steeds beter, en hij bemerkte dat mensen niet zo zeer genezen door lokale behandeling, maar vooral door algemene verbetering van hun gezondheid, waardoor de lokale klacht verdwijnt.

Tot 1930 volgde Bach de route van een geïnspireerd wetenschapper: hij werkte volgens strikt wetenschappelijke methoden, maar waar een onderzoek meerdere kanten op kon, vertrouwde hij op zijn intuïtie. Al die tijd bleef hij op zoek naar middelen uit de natuur die zijn nosoden konden vervangen. Vanaf 1928 ging hij steeds vaker in de natuur op zoek naar planten die hij kon gebruiken, en probeerde er heel veel uit. In september 1928 vond hij de eerste planten die aan zijn wensen voldeden. De resultaten met deze natuurlijke medicijnen waren zo bevredi-gend dat hij besloot om de wetenschappelijke en kunstmatige medicijnen achter zich te laten.

.

Bach en zijn bloesems (1928-1936)

.

In mei 1930 verdeelde hij zijn praktijk onder bevriende artsen, verkocht zijn laboratorium-inventaris en liet hij Londen definitief achter zich. Samen met zijn assistente Nora Weeks trok hij naar het noorden van Wales. Daar bestudeerde hij planten: waar ze groeien, hoe ze groeien, hun bloeiwijze, kleur, voortplanting, voedingstoffen, alles wat samen het karakter van de plant vormt. Hij was niet op zoek naar medicinale kruiden waar bepaalde stofjes in zitten, maar naar planten die vanwege hun karakter (energieniveau) mensen kunnen helpen. Voor Bach’s vindingen bestaat tot op de dag van vandaag geen wetenschappelijke basis. Bach baseerde zich bij zijn ontdek-kingen niet op enige theorie, maar op de werkzaamheid van de gevonden remedies in de praktijk. Hij ontdekte dat de dauw die op bloemen lag die in de zon stonden, de eigenschappen van de plant in sterke mate overnam. Omdat het verzamelen van bruikbare hoeveelheden dauw onbegonnen werk was ontwikkelde hij zijn zonne- methode: hij liet bloemen enkele uren in de volle zon op water drijven, en constateerde dat de geneeskrachtige eigenschappen van de plant daarna door het water waren overgenomen.

Om de zo ontstane remedie houdbaar te maken voegde hij een evengrote hoeveelheid cognac toe als conser-veringsmiddel.  Dat deze methode enige vooroordelen te overwinnen had blijkt uit wat hij schreef: “Laat niet de eenvoud van deze methode u weerhouden ze te gebruiken”. Rondtrekkend door Wales en Zuid- en Oost-Enge-land onderzocht hij vele planten. Bij zijn onderzoek kreeg hij hulp van enkele bevriende artsen die zijn remedies gebruikten en de bereikte resultaten met hem deelden. Anderen, hoewel ze hem als geniaal beschouwden voor zijn wetenschappelijke ontdekkingen, kon-den of wilden hem niet volgen toen hij de wetenschappelijke weg ver-liet en zijn “kruiden-remedies” ontdekte. Bach zelf benadrukte juist steeds dat gevallen die wetenschappelijk als hopeloos werden gezien, vaak goed te genezen waren met zijn nieuwe remedies. Hij schreef zijn kijk op gezond-heid en ziekte op in de boeken “Genees uzelf” en “Bevrijd uzelf”.

Hierin beschrijft hij dat lichamelijke klachten volgens hem het gevolg zijn van (gemoeds)toestanden. Zorgen, angst, onzekerheid, boosheid, fanatisme en dergelijke kunnen een mens uit evenwicht bren-gen. Hij zocht plan-ten met de positieve eigenschappen die zo’n negatieve houding kunnen verdrijven. In 1932 rondde hij met de vondst van de twaalfde remedie het eerste deel van zijn werk af. In 1933 publiceerde hij de eerste versie van zijn boekje “De twaalf genezers”, maar de zoektocht ging door: Hij vond in 1933 nog 4 remedies en vulde zijn boekje aan tot “De twaalf genezers & vier helpers”, en in 1934 tot “De twaalf genezers & zeven helpers”. De periode van 1930 tot 1934 bracht hij regelmatig enkele maanden door in Cromer aan de Engelse oostkust. In 1934 ging hij op zoek naar een vaste plaats om te wonen in zijn geliefde Thames vallei en vond het huis “Mount Vernon” in Sotwell (bij Wallingford). Daar woonde hij tot zijn dood. In die omgeving ontdekte hij de rest van zijn 38 remedies.

.

setladrome

.

.

.

De tweede negentien remedies

.

In de loop van de jaren was Bach steeds meer gaan vertrouwen op zijn intuïtie. De manier waarop hij de tweede negentien remedies vond verschilde totaal van de eerste. Weeks beschrijft dat hij enkele dagen voordat hij een nieuwe remedie vond, zelf last kreeg van een extreme vorm van de gemoedstoestand waar die remedie voor be-doeld was. Soms kreeg hij daarbij fysieke kwalen die bij die gemoedstoestand passen, ook in bijna ondraaglijke vorm. Hij trok er dan op uit tot hij de juiste remedie gevonden had. De eerste van deze remedies vond hij in maart 1935, de laatste in augustus. Voor deze remedies gebruikte hij een nieuwe bereidingswijze, namelijk de koken-methode. Hij verzamelde niet slechts de bloemen, maar stukjes twijg van ca. 15 cm, met daaraan de bloe-men en wat blaadjes, als die er al waren. Deze deed hij in een steelpan met zo vers mogelijk bronwater, en kookte het geheel dan een half uur. Vervolgens liet hij het afkoelen, filterde het en voegde weer een evengrote hoeveelheid cognac toe als conserveringsmiddel.

De reden waarom hij een nieuwe methode gebruikte is niet helemaal duidelijk. Daarover zijn geen aantekeningen van Bach bewaard gebleven. Een argument is dat de eerste remedies al in maart gevonden werden, toen de zon nog onvoldoende kracht had. Weeks noemt ook nog het feit dat Bach haast had om de remedie te maken van-wege de ernstige klachten die hij had. Barnard wijst erop dat de gewelddadige wijze waarop de kracht door het koken aan de plant onttrokken wordt verband kan hebben met de hardnekkigheid van de bijbehorende mentale toestand. Bij de zonnemethode geeft de bloem onder invloed van de zon (ook vuur) zijn kracht op een vriende-lijker manier aan het water. Van de tweede negentien bereidde hij alleen White Chestnut volgens de zonnemetho-de.

.

.

De laatste maanden

.

Nadat hij de tweede negentien remedies gevonden had beschreef hij in de zomer van 1936 alle remedies op-nieuw op een zo eenvoudig mogelijke manier in de definitieve uitgave van “De twaalf genezers en andere remedies”. Hij schreef daarin over zijn behandelsysteem: “in zijn eenvoud kan het gebruikt worden in het huis-houden”.  Hij had het als zijn levenstaak gezien om een geneesmethode te vinden die door leken gebruikt kon worden. In 1932 schreef hij al in zijn boek “Bevrijd uzelf”: “hoe ieder van ons onze eigen dokter kan worden”. Begin 1936, toen de General Medical Council hem eraan herinnerde dat het niet was toegestaan om leken als assistent in te zetten schreef hij terug: “Ik beschouw het als de plicht en het voorrecht van iedere arts om de zieken en anderen te leren om zichzelf te genezen”, en “ik heb de orthodoxe geneeskunde verlaten”.

Nu alle remedies gevonden waren en de behandelmethode compleet, was de laatste taak het verspreiden van de kennis. Hij bereidde een lezing voor die in een tournee door hemzelf en zijn assistenten gegeven kon worden. Op 24 september 1936, zijn 50e verjaardag, hield hij zelf die lezing voor het eerst in Wallingford, het stadje vlakbij Sotwell. Vanaf eind oktober werd hij ziek, en op de avond van 27 november 1936 stierf hij in een verpleeghuis in Didcot. Zijn overlijdensacte vermeldt “hartfalen” als doodsoorzaak, maar vermeldt ook een sarcoom (tumor). Hij ligt begraven op een klein kerkhof bij de kerk van Sotwell. Zijn assistenten Nora Weeks, Victor Bullen en Mary Ta-bor zetten zijn werk voort vanuit Mount Vernon, het huis waar Bach zijn laatste jaren had gewoond, en waar tot op de dag van vandaag het Bach Centre is gevestigd.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

John Astria

De Rapis of de bamboepalm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

Rhapis palmen groeien van oorsprong in Zuid-Oost-Azië en China. De palm heeft een kenmerkende stam, vandaar de Nederlandse naam: Bamboepalm of stokpalm. De plantenfamilie is Araceae (Palmea).

 

 

4778686794b236cdf3d092

.

 

Water geven

 

.

vochtig houden

.

Vochtig houden

 

Rhapis palmen verbruiken matig water wanneer deze kamerplanten op een schaduw locatie staan. Naarmate de Rhapis meer licht ontvangt, zal de waterbehoefte toenemen. Hetzelfde geldt voor de temperatuur. Alhoewel deze palmen niet veel water nodig hebben, dient de grond wel altijd vochtig te blijven. De sierwaarde zal dalen indien de grond meerdere keren droog is geweest. Geef opnieuw water als de grond begint met opdrogen.

De hoeveelheid is afhankelijk meerdere factoren. Er mag nooit meer water worden gegeven dan de grond kan absorberen. Anders staan de wortels in het water, dit kan leiden tot wortelrot. Hoe groter de pot, hoe meer water erin kan. Begint de grond na 3 dagen al droog aan te voelen, geef dan iets meer. Is de grond na een week nog steeds erg nat, geef dan iets minder.

 

.

.

 

 

Sproeien

.

Alhoewel sproeien niet noodzakelijk is zal het wel de gezondheid bevorderen. Ook werkt het preventief tegen ongedierte. Verwen de Rhapis in de zomer eens op een regenbuitje. Dit verwijderd stof waardoor de palm meer licht kan ontvangen en het blad mooier glanst.

 

 

 

Standplaats

 

Schaduw of donker

.

Er is geen kamerplant welke donkerder kan staan als de Rhapis. De Rhapis heeft diep donkergroen blad. Dit betekent dat deze plant veel bladgroenkorrels aanmaakt. Deze bladgroenkorrels zetten het zonlicht om in energie voor de plant. Maar hou er rekening mee dat ook de Rhapis zonlicht nodig heeft. Ook zal de Rhapis sneller groeien indien er meer licht aanwezig is.

Een ruimte zonder ramen is dus niet geschikt. Plaats een Rhapis niet verder verder dan 5 meter van een raam. Bij een raam op het zuiden kan deze afstand nog iets verder worden vergroot tot 7 meter. Word het blad van een Rhapis lichter van kleur dan staat de palm op een lichtere standplaats. Wordt het blad zelfs geel dan ontvangt de palm teveel licht.

Verplaats de Rhapis in dit geval verder van het raam. De Rhapis staat te donker indien de kamerplant geen nieuwe bladeren aanmaakt. Zet de palm in dit geval dichterbij het raam. Rhapis palmen hebben minder dan 5 uur direct zonlicht nodig.

.

 

 

Minimale temperatuur

.

Overdag:  +/- 15 °C
‘S nachts: +/- 8 °C

 

 

 

Verpotten

.

Een Rhapis verpotten kan direct na de aankoop, maar bij voorkeur in de lente. Bij hogere temperaturen groeien wortels sneller, dit is de reden dat de lente het ideale moment is om te verpotten. Gebruik universele potgrond of palmgrond. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is. Gebruik een sierpot waarbij de diameter minimaal 20% breder is als de vorige. Hoe groter hoe beter, omdat meer grond ook meer water kan vasthouden. Daarnaast komt een grotere wortelkluit komt de gezondheid ten goede.

 

 

 

Voeding

.

Geef eens per week vloeibare voeding voor palmen in de groei periode. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de palm geen voeding heeft gehad. Bemesten is niet nodig in de rustperiode (winter) en niet noodzakelijk in de herfst. Lees de gebruiksaanwijzing van de kamerplantenvoeding voor de juiste dosering.

 

 

 

Verkleurende bladeren

.

Bruine of gele bladeren (of bladpunten) zijn vaak de onderste bladeren van een palm. Meestal is er niets mis met de gezondheid van de palm, maar is dit het natuurlijke proces. Bovenin vormen zich weer mooie verse groene bladeren. Indien veel bladeren en niet alleen de onderste bruin of geel worden. Kan dit het gevolg zijn van teveel of te weinig water. Teveel of te weinig water zal het zelfde effect hebben op de bladeren. Ook kan een overgang naar teveel (direct) zonlicht de oorzaak zijn.

 

.

 

 

 

Snoeien

.

Knip bruine bladpuntjes weg met een kartelschaar, dit komt het meest overeen met de natuurlijke bladpunten. Verwijder de onderste bladeren indien deze lelijk worden. Knip de bladeren zo dicht mogelijk bij de stam af. De stam kan niet gesnoeid worden bij een palm, hierdoor zal de palm sterven.

 

 

 

Vermeerderen

.

Het vermeerderen van palmen kan alleen door middel van zaaien. Verhoog de temperatuur tot rond de 24 gra-den.

 

 

Bloemen

.

Het is zeldzaam dat de Rhapis in de woonkamer bloeit. Bijna onmogelijk omdat de palmen alleen bloeien in een volwassen stadium.

 

 

Giftig?

 

De Rhapis niet giftig. Volkomen veilig voor dieren en kinderen.

 

 

Ziektes

 

Rhapis is niet gevoelig voor specifieke ziekten. Toch is het verstandig regelmatig tussen de bladeren te zoeken naar luis. Hoe eerder deze wordt bestreden hoe groter de kans dat je hierin slaagt.

 

 

.

 

voorpagina openbaring a4

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De Bromelia, een kleurrijke kamerplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

Bromelia: een gemakkelijke, vrolijke, kleurige kamerplant

.

.

 

Bromelia: een gemakkelijke, vrolijke, kleurige kamerplant

.

.

De Bromelia is een subtropische plant die je tegen kunt komen in de natuur, met name in Zuid- en Midden-Amerika. De Ananas behoort ook tot de Bromelia’s. In de achttiende eeuw werd de schoonheid van de Bromelia ontdekt door handelsreizigers uit België en meegenomen naar Europa. De Bromelia brengt kleur in de huiskamer en je kunt de plant het hele jaar door aanschaffen bij tuincentra. Hoe verzorg je een Bromelia en wat zijn leuke ‘weetjes’?

.

 

Bromelia

.

De Bromelia komt oorspronkelijk uit de tropen, maar doet het in onze huiskamer ook heel goed. Het is een overlever en zeker geen kasplantje. In het wild zijn er soorten Bromelia’s die aan bomen groeien, zonder dat er aarde bij betrokken is. Het zijn geen parasitaire planten, ze onttrekken geen voedsel aan de boom. Met hun wortels en bladeren halen ze vocht en voeding uit de lucht. Er zijn ongeveer achtentwintighonderd soorten Bromelia’s in het wild en daarnaast zijn er nog circa tweehonderdvijftig soorten bijgekomen door veredeling.

.

Twee groepen Bromelia’s

.

Terrestrisch groeiende planten

.

  • Voorbeelden: Hechtia, Puya, Dyckia, Ananas.
  • Deze planten groeien op de grond, vaak in zware, steenachtige bodem. Deze terrestrisch groeiende planten worden bijna niet gekweekt.

.

Epifytisch groeiende planten

.

  • Voorbeelden: Aechmea, Tillandsia, Neoregelia, Vriesea.
  • Deze planten groeien van nature op bomen, vooral in de oksels van takken. Ze onttrekken geen voedsel aan de boom.

.

Bromelia Guzmania
Bromelia Guzmania
.
.
.

Verzorging Bromelia

.

Staat graag op een lichte standplaats, maar niet in de volle zon.

Geef de plant water in het hart van de plant, ook wel koker genoemd.

In de koker mag constant water staan.

Voeding: een keer per maand plantenvoeding geven in het water.

.

.

Kenmerken van enkele soorten Bromelia’s

.

Een Bromelia bloeit gemiddeld drie tot zes maanden, de Bromelia bloeit eenmalig.

.

 

Aechmea

.

Wit, rood, rood-oranje, paars;

Aechmea betekent lanspunt en die vorm zie je terug in de bladeren;

Soms heeft de Aechmea zaadbessen die verkleuren;

Geef de plant een paar keer per week water in de kelk.

.

.

Aec_%20Blue%20Tango9 achmea

.

.

Ananas

.

Deze ananas is niet geteeld voor consumptie. Deze soort Bromelia is een siergewas. De vruchten zijn een stuk kleiner dan de echte ananas, het gaat om een soort mini ananas die in de Bromelia groeit. De kleur is wat donkerder dan de ‘gewone’ ananas.

.

.

ananas-detail

.

.

Billbergia

.

De Billbergia is genoemd naar een advocaat uit Zweden met de naam Billberg. Hij was een liefhebber van planten en heeft er ook veel over geschreven. De Billbergia heeft minder blad dan andere Bromelia’s.

.

.

billbergia_nutans_4

.

.

Crypthantus

.

De Crypanthus groeit op aarde en niet in bomen (terrestrisch). De naam komt van het Griekse woord: verborgen bloemen.

.

.

photo16 cryptantus

.

.

.Guzmania

.

De Guzamania kun je aanschaffen in heel veel kleuren. Van wit tot rood, geel, paars. De Guzmania heeft royale bloemen. De uitbundige uitstraling komt voort uit het gebied waar ze vandaan komen: de Caribiën.

.

.

bromelia-em-extincao-no-brasil-1 guzmania

.

.

Neoregelia

.

De Neoregelia kun je aanschaffen in het paars, roze, oranje en rood, soms met witte stipjes op de bladeren. Opvallend is dat de plant geen echte bloemen heeft, het gaat om hartbladeren die langzaam verkleuren.

.

.

3790 neoregelia

.

.

Tillandsia

.

Binnen de familie van de Tillandsia heb je wel zevenhonderd soorten. Wat betreft de kleuren: rood, roze, oranje in allerlei tinten. In het wild vind je Tillandsia’s die in bomen groeien, maar ook Tillandsia’s die op de grond groeien. Je vindt ze in regenwouden en woestijnen.

.

.

bromelia_0965 tillandsia

.

.

Zelf een Bromelia kweken

.

Het is erg leuk om zelf zo’n kleurige kamerplant te kweken. Je vindt de stekken bij de Bromelia na de bloei aan de basis van de plant. De stekken moet je laten groeien tot ongeveer de helft van de moederplant. Twee weken water in de kelk geven en daarna de stek voorzichtig loshalen, bij voorkeur met de wortel er nog aan. De stek zet je in een pot en na circa een jaar is de plant rijp om te bloeien.

Tip: om de bloei te stimuleren kun je de plant inpakken in een plastic zak die goed sluit, met daarin een rijpe appel. De zak sluiten en drie tot vier dagen laten zo laten staan (daarna de zak en appel verwijderen). De appel geeft een gas af, dat de plant aanzet tot bloeien. Na een paar maanden zie je in het hart van de Bromelia een bloemknop.

.

Kan een Bromelia buiten staan?

.

De Bromelia mag naar buiten, maar doe het niet voor half mei. Dek ze eventueel de eerste tijd af in de nachtelijke uren. Plaats de plant in de schaduw, niet in de volle zon. Voor buiten zijn zeer geschikt: Aechmea, Neoregelia, Tillandsia, Billbergia en Ananas.

.

Ziektes die je tegen kunt komen bij de Bromelia

.

  • Ananasmijt: behoort tot de weekhuidmijten.
  • Californische trips: klein insect dat sap uit de bladeren van planten zuigt.
  • Diaspis bromeliae: schildluis.
  • Exserohilum: aantasting door een schimmel, bij hoge vochtigheid van de lucht of als de planten al langere tijd nat zijn.
  • Koudeschade Guzmania: laat zich vaak zien als een witte band op blad of een verkleuring van de schutbladen. Het kan komen omdat er te koud water wordt gebruikt om te begieten, maar het kan ook komen door contact van de plant met te koude lucht tijdens het vervoer.
  • Spintmijt: een spinachtige.
  • Stromijt.
  • Tomatenbronsvlekkenvirus: vlekken op de bladeren, vergeling.
  • Parthenotrips: klein insect met vleugels die wit zijn van kleur met een zwart bandje.

.

‘Weetjes’

.

    • De Bromelia is een zusje van de Ananas.
    • Er zijn Bromelia’s met puntige bladeren maar ze kunnen ook zaagvormig zijn.
    • Een Bromelia met dikke bladeren houdt van een droge omgeving, heeft een Bromelia dunne bladeren zet de plant dan wat vochtig.
    • De kelk van de plant kan goed water opnemen door haartjes en kleine schubben.
    • Staat een Bromelia in het wild dan zal deze ook uitwerpselen van vogels als voeding gebruiken als deze in de kelk vallen.
    • Ook in het wild: in de kelk zoekt de gifkikker zijn eten en drinken en laat er kikkerdril achter.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Carayota Mitis of de vissenstaartpalm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Caryota Mitis is ook wel bekend als vissenstaartpalm of vinnetjespalm. Deze namen zijn te danken aan de afwijkende bladeren die op de staart van een vis lijken. De palmen komen uit Azië, waaronder Indonesië. Caryota Mitis is een palm uit de familie Arecaceae of Palmea. Omdat deze palm prima gedijt op donkere locatie’s is het een prima plant voor kantoren.

 

 

 

 

 

Water geven

 

vochtig houdenVochtig houden

 

De Caryota Mitis moet net zoals andere palmen in een constant vochtige grond staan. Let er hierbij op dat de wortels niet in de natte grond staan. Geef daarom regelmatig kleine beetjes water, bijvoorbeeld eens per 5 dagen in de zomer en eens per week in de winter. De hoeveelheid water is afhankelijk van de grootte van de palm en de hoeveelheid licht die de plant bereikt.

Begin daarom met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond na 4 dagen nog steeds nat, verminder dan de watergift. Controleer dit door een vinger in de aarde te steken. Het is verstandig om dit bij een nieuwe kamerplant regelmatig te doen. Op den duur wordt het dan eenvoudiger om te bepalen hoeveel en hoe vaak de Caryota Mitis nodig heeft.

 

 

 

Sproeien

 

Het sproeien van de Caryota Mitis is niet noodzakelijk. Het is wel aan te raden wanneer de radiator een te droge lucht veroorzaakt. Daarnaast voorkomt sproeien spint en het blad blijft langer mooi.

 

 

 

Standplaats

 

Donker tot schaduw

 

De Caryota Mitis gedijt prima op donkere of schaduwrijke locaties in de huiskamer. Maar net zoals alle andere kamerplanten heeft ook de Caryota zonlicht nodig. Stagneert de groei, of maakt de kamerplant weinig vers blad aan? Plaats de palm dan een meter dichterbij het raam. Worden de bladeren geel of wordt de plant lichter van kleur? Plaats de palm dan een meter verder van het raam. Zorg voor maximaal 3 uur direct zonlicht. Zo behoudt de Caryota Mitis zijn diep donker groene kleur.

 

.

Fish Tail Palm, host plant for Tawny Palmfly

 

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag: +/- 18 °C
‘S nachts: +/- 15 °C

 

 

Verpotten

 

Verpot de Caryota Mitis ongeveer eens per twee jaar om de groei- en gezondheid te bevorderen. Verpotten kan direct na de aankoop, of anders bij voorkeur in de lente. Wortels herstellen namelijk in deze periode het snelst. Een ruimere pot creëert een grotere waterbuffer voor de Caryota Mitis omdat de grond meer water kan opnemen. Hiermee is de kans op uitdroging kleiner. Neem een sierpot met een diameter die minimaal 20% groter is dan de bestaande pot. Gebruik gewone universele potgrond of speciale palm grond.

 

 

 

 

 

Voeding

 

Bemest de Caryota Mitis van april tot september wekelijks. Je kunt hierbij het beste vloeibare voeding voor palmen gebruiken. Pas op dat je geen overdosis geeft. Ook niet na een periode dat de binnenplant geen voeding heeft gehad. Dit is erg slecht voor de plant. Een palm kan zonder voeding overleven, maar het zal de groei en gezondheid stagneren.

 

 

Verkleurende bladeren

 

Er is een grote kans dat er bruine randen zullen ontstaan bij de onderste bladeren, dit zijn de oudste bladeren. Dit is een natuurlijk verschijnsel en is helaas niet te voorkomen. Op den duur gaan deze blaadjes dood. Wanneer je merkt dat je Caryota gele bladeren krijgt, dan is dat meestal het gevolg van een te lichte staanplaats. Verplaats de plant dan wat verder van het raam af.

 

 

 

 

Snoeien

 

Lelijk blad kan je niet voorkomen. Dit is een natuurlijk proces, waar je niks aan kunt doen. Gelukkig maakt de palm bovenin nieuw blad om het onderste blad te vervangen. Dit onderste blad kun je dan het beste weg knippen, om te voorkomen dat het lelijk wordt. Bruine randjes mogen ook weggeknipt worden. Het is echter niet mogelijk om de stam te snoeien.

 

 

 

 

 

Vermeerderen

 

Caryota’s zijn net zoals alle palmen alleen te kweken door middel van zaad. Dit is echter niet eenvoudig bij de Caryota Mitis.

 

 

Bloemen

 

Alleen volgroeide palmen bloeien. Dit wordt niet bereikt in de woonkamer.

 

 

Giftig?

 

De Caryota Mitis is niet giftig.

 

 

Ziektes

 

De Caryota Mitis is niet vatbaar voor een specifieke ziekte. Het blijft echter wel raadzaam om de palm regelmatig te controleren op luis. Hoe eerder deze worden bestreden hoe groter de kans op succes.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

De Phoenix Canariensis of de Canarische Dadelpalm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

Phoenix Canariensis is afkomstig van de Canarische eilanden.

Vandaar ook de naam Canarische Dadelpalm.

De plantenfamilie is Araceae.

 

 

1130

 

 

Phoenix Canariensis onderhoud

 

Water geven

 

vochtig houdenVochtig houden

 

Phoenix Canariensis palmen zijn planten die veel water verbruiken. De grond mag nooit uitdrogen. Maar pas op dat de palm niet met zijn wortels in het water staat. Controleer geregeld met een vinger in de grond of deze nog vochtig is. Wanneer de grond droger wordt kan je de Phoenix Canariensis opnieuw water geven.

De hoeveelheid is afhankelijk van verschillende factoren zoals de standplaats en grootte van de kamerplant. Begin daarom met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond na 5 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder per gietbeurt.

Wanneer de Phoenix Canariensis buiten staat zal de palm nog meer water verbruiken. Vooral op warme dagen is dagelijks water noodzakelijk.

 

 

Sproeien

 

De Phoenix Canariensis is gevoelig voor spint wanneer de palm binnen staat. Vooral op kantoren waar de lucht droger is. Het is daarom raadzaam om deze palm 2x per week te sproeien. Dit werkt preventief tegen spint. De palm geregeld verwennen met een zomers regenbuitje is nog beter.

 

 

 

 

 

Standplaats

 

zonnig

 

Zonnig

 

Plaats de Phoenix Canariensis op een zonnige standplaats. Het blad verdraagt direct zonlicht. Ook buiten kan de palm in de volle zon staan. Ouder blad kan verbranden in het directe zonlicht, maar het nieuwe blad is hier prima tegen bestand. Wanneer de Phoenix Canariensis te donker staat, zal de palm geen nieuw blad aanmaken.

Plaats deze kamerplanten 1 tot 2 meter voor het raam. Zodat de palm minimaal 5 uur direct zonlicht ontvangt.

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag:  +/- 6 °C

‘S nachts: +/- 1 °C

 

Het komt de palm ten goede wanneer deze in de winter koeler staat dan de normale kamer temperatuur

 

 

 

 

 

Verpotten

 

Je kunt de Phoenix Canariensis verpotten direct na aanschaf, maar doe dit bij voorkeur in het voorjaar. Gebruik universele potgrond of palm grond. Gebruik een sierpot waarbij de diameter minimaal 20% breder is dan de vorige. Geef na het verpotten iets minder water zodat de wortels opzoek gaan naar water. Dit zal het herstel van eventuele beschadigde wortels versnellen. Bij hogere temperaturen groeien wortels sneller, dit is de reden dat de lente het ideale moment is om te verpotten. Een grotere wortelkluit komt de gezondheid ten goede, verpot daarom eens per 3 jaar.

 

 

phoenix_p_40_met_hoogte_1

.

.

Voeding

 

Geef eens per week vloeibare voeding voor palmen in de groei periode. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de palm geen voeding heeft gehad. Het is aan te raden om de plant in zomer en het voorjaar te bemesten. Dit is niet nodig in de rustperiode (winter) en de herfst. Gedurende deze perioden groeit de plant namelijk niet. Lees de gebruiksaanwijzing voor de juiste dosering mest.

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Bruine of gele bladeren (of bladpunten) zijn vaak de onderste bladeren van een palm. Meestal is er niets mis met de gezondheid van de palm, maar is dit het natuurlijke proces. Bovenin vormen zich weer mooie verse groene bladeren.

Indien veel bladeren, en niet alleen de onderste krans, bruin of geel worden. Kan dit het gevolg zijn van teveel of te weinig water. Ook kan een plotseling overgang naar teveel direct zonlicht de oorzaak zijn.

Dichtgeknepen blad is een teken van een lage luchtvochtigheid of een tekort aan water in de grond. De V-vorm van het blad staat onder gunstige omstandigheden open. Gaat de kachel aan, dan is de kans groot dat het blad zich samen vouwt.

 

 

 

 

 

Snoeien

 

Bruine bladpuntjes kun je simpelweg wegknippen met een gewone schaar. Verwijder de onderste laag bladeren indien deze lelijk worden. Dit gaat het gemakkelijkst indien je de veren naar beneden buigt en vervolgens zo dicht mogelijk bij de stam het blad afsnijd. Je kunt hier ook een sterke snoeischaar voor gebruiken. Pas hierbij wel op voor de doorns. De stam kan niet afgezaagd worden bij een palm, hierdoor zal de palm sterven.

 

 

Vermeerderen

 

Het vermeerderen van palmen kan alleen door middel van zaaien. Dit is een langdurig proces. Wil je dit toch doen, verhoog dan de temperatuur tot rond de 25 graden.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Het is zeldzaam dat de Phoenix Canariensis in de woonkamer bloeit. Alleen volwassen exemplaren bloeien, maar dit stadium is lastig haalbaar binnenshuis.

 

 

Giftig?

 

De Phoenix Canariensis is niet giftig. Maar pas wel op voor de doorns.

 

 

Ziektes

 

Phoenix Canariensis palmen zijn gevoelig voor spint. Dit kun je voorkomen door veelvuldig te sproeien (2x per week). Indien er toch spinsel aanwezig is, kan je het beste de palmen buiten plaatsen. Wind en regen zullen snel de spint(mijt) verdrijven.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Wat is de beste manier om babyspeelgoed schoon te maken?

Standaard

categorie :  gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Wat is de beste manier om babyspeelgoed schoon te maken?

.

.

.

.

Het is verstandig om babyspeelgoed regelmatig schoon te maken. Baby’s raken voortdurend van alles aan en steken allerlei dingen in hun mond en zijn daarom vatbaar voor besmetting en ziektes. Normaal volstaat het om het speelgoed één keer per maand goed schoon te maken. Wanneer meerdere kinderen hetzelfde speelgoed gebruiken (bijvoorbeeld in de crêche) is een keer per week aangewezen. Ook wanneer het speelgoed zichtbaar vuil is (bv. als er voedselresten op zitten), maakt u het best schoon.

.

.

Hoe schoonmaken?

.

.

.Klein plastic speelgoed

.

Plastic speelgoed dat niet op batterijen werkt, kan in de vaatwas met vaatwasmiddel en warm water worden afgewassen. U kunt het ook in een kussensloop in de wasmachine op 40°C wassen. Als u geen vaatwasmachine heeft, kunt u plastic speelgoed met een doek of een borsteltje in een warm sopje wassen.

Zorg ervoor dat u gedroogde voedselresten, vet en vuil er goed afwrijft. U hoeft geen antibacteriële zeep te gebruiken. Gewone zeep is prima. U kunt eventueel ook een allesreiniger gebruiker. Van speelgoed op batterijen kan de buitenkant worden schoongeveegd met een sopje.

.

.

• Groter speelgoed van plastic, metaal of hout

.

Het oppervlak met water en zeep schoonmaken en goed laten drogen.

.

.

• Knuffels

.

Zachte knuffels kunnen in de wasmachine. Was de knuffel met een beetje wasmiddel in een kussensloop op max. 40°C zonder te centrifugeren. Droog de knuffel in de buitenlucht.

.

.

Ontsmetten?

.

Ontsmetten is alleen nodig wanneer het speelgoed bevuild is door braaksel, diarree of bloed. Ook wanneer uw baby ziek is, bv. diarree heeft of verkouden is, kan het zinvol zijn om het speelgoed te ontsmetten. Gebruik daarvoor alcohol 70%. Voor grotere oppervlakken kunt u ook een chlooroplossing gebruiken.

Los een chloortablet (te koop bij de apotheker) van 1 g op in 1 liter handwarm water. De oplossing 5 minuten laten inwerken. Gebruik deze bereide oplossing enkel de dag zelf en alleen als er geen kinderen in de buurt zijn. Huishoudelijk bleekwater of andere ontsmettingsproducten zijn niet geschikt.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Het begin en einde van de zonde.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Beste lezer, God wil dat u weet hoe de zonden in de wereld kwamen en dat de gevolgen daarvan zijn het lijden en de dood. Lucifer, een zeer vooraanstaande engel, wilde niet buigen voor Gods kroon op de schepping, de mens. Hij misleidde de eerste bewoners op aarde door middel van de leugen en de zonde werd geboren. Daardoor zon-derde de mens zich af van God. De perfecte relatie tussen God en de mens was niet meer. De zonde is dus ont-staan door een geestelijk schepsel dat de het eerste mensenpaar Adam en Eva verleidde met een leugen.

Omdat uit een onvolkomen mens geen zondeloos iemand kan geboren worden, noemt men het de erfzonde. De mens stond op zijn eigen benen en Lucifer werd de duivel, ook  Satan de tegenstrever genoemd. Hij kreeg vrij spel en door zijn steeds groeiende macht op de mens werd de aarde een plek geteisterd door oorlogen, ziektes, hongersnood, moord en andere ellende. Satan beweerde in de hemel, voor de troon van God, dat geen mens ooit zondeloos zou kunnen leven, wat een kapitale inschattingsfout bleek. God stuurde zijn eigen Zoon Christus naar de aarde om zoenoffer te worden als losprijs voor de zonden. Indien Christus zondeloos bleef tot het einde van zijn leven, was de duivel verslagen.

Christus, De Messias kwam naar de aarde, predikte het woord van God, liet door mirakels zien wie hij was en bleef zondeloos tot op het kruis. Onmiddellijk wist Satan dat het einde van zijn bestaan in zicht was. Daarom raast hij nu als een wild monster over de aarde om zoveel mogelijke zielen met zich mee te sleuren in de toekomstige, eeuwige vuurpoel. Door zijn overwinning op het kwade is Christus de advocaat van de gelovigen voor de troon van God. Wie in Hem gelooft en zijn zonden belijdt zal nooit sterven. Hij verplicht u tot niets, zijn wens is dat u tot Hem komt in vrije wil.

Het kwade zal ooit letterlijk vernietigd worden. In de Openbaring staat waar het met deze wereld en de mens naartoe gaat. Via zijn laatste hoofdstuk in de Bijbel geeft God signalen van het begin van de eindtijden als waar-schuwing. God wil dat geen enkele ziel verloren gaat. Het is nooit te laat om te geloven in de kruisdood van Christus als zoenoffer voor onze zonden en dat te belijden .

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het is duidelijk dat God een plan heeft voor de toekomst van de mens, de aarde en het kwade. Zolang echter de strijd tussen Satan en God over de soevereiniteit van het universum niet volledig afgehandeld is moeten wij ster-ven. Toch reikt God ons nu al de hand om in alle omstandigheden het leven door te komen, ook in lijden en dood. Hij wil ons nu reeds een tipje van eeuwig geluk laten ervaren.

De liefde van God en Christus voor de mens was zo groot dat één van de machtigste engelen in de hemel, Lucifer, moest wijken. God weet dat enkele duizenden jaren van lijden niet zullen opwegen tegen de oneindigheid van later hemels geluk. Ooit zal er een nieuwe hemel en aarde komen waarop de mens in een volkomen liefdevolle omgeving woont in harmonie met plant en dier. Voor ons gelovigen zal de toekomst zo groot zijn dat het nu met menselijk verstand niet te vatten is.

De dag dat Satan definitief verslagen is wordt het zaad van de zonde uit ons hart verwijderd en zal het verleden, met al zijn pijn en verdriet, uit onze herinneringen verdwijnen. Laten wij niet vergeten dat wij nu reeds elke dag beroep kunnen doen op Christus door gebed. Indien u Hem roept is hij er. U zal zelfs binnen deze onvolkomen wereld bijgestaan worden al zijn de resultaten niet direct merkbaar. Voor alles is er een tijd. Roep Hem, en u zal verhoord worden.

 

 

De keuze tussen goed en kwaad door de vrije wil, met een eindoordeel tot gevolg.

 

Pasteltekening van John Astria