Tagarchief: warmte

Hoe ontstaat jeuk

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Het mechanisme van jeuk is niet goed bekend. Waarschijnlijk worden specifieke ‘jeukzenuwen’ in de huid geprikkeld. Die zenuwen kunnen worden geactiveerd door bepaalde eiwitten zoals histamine, neuropeptiden en prostaglandinen. Deze stoffen komen vooral vrij bij ontstekingen van de huid.

 

 

jeuk-1

 

 

Factoren die jeuk kunnen verergeren zijn o.m. water, zeep, droge lucht, warmte, transpiratie, irritatie door textielvezels of glaswol, en alcohol. Ook de gemoedstoestand kan een invloed hebben. Zo kunnen bijvoorbeeld spanningen of stress jeuk verergeren.

 

 

Behandeling

 

De behandeling van de jeuk is afhankelijk van de oorzaak. In eerste instantie moet altijd gepoogd worden om de onderliggende oorzaak te behandelen en te genezen of alleszins onder controle te houden.
Indien dat niet kan of niet volstaat, dan kunnen een aantal hygiënische maatregelen de jeuk verlichten en kunnen eventueel ook geneesmiddelen worden gebruikt.

 

 

 

Hygiënische maatregelen

 

 

1. Let op de dagelijkse huidverzorging

 

• Douche niet te lang (5 tot 10 minuten).
• Gebruik lauw water (maximaal 30 graden Celsius).
• Gebruik een zeepvervanger, zoals ongeparfumeerde badolie.
• Voeg eventueel een beetje baksoda (bicarbonaat) toe aan het badwater.
• Droog uw huid deppend af.
• Verzorg de huid met de voorgeschreven zalf.

 

 

 

2. Maatregelen die de jeuk tijdelijk verlichten

 

• Dep na het douchen of baden de huid droog en zalf de huid direct in.
• Koel de huid met lauw water, koude omslagen, ventilator, koele wijde kleding, door te blazen op de huid of naar buiten te gaan. Ook bij insectensteken en andere vormen van directe huidirritatie is afkoelen meestal effectief. Het huismiddel azijn werkt enigszins omdat een lichte brandende sensatie in de beetwond de jeukprikkel kan onderdrukken.
• Gebruik ijspakkingen (coldpacks) als jeuk op een klein gebied voorkomt. Doe een doek of washandje om de coldpack, leg de coldpack nooit direct op de huid.

 

 

 

3. Vermijd factoren die de jeuk verergeren

 

• Vermijd warmte door het dragen van koele kleding en door de verwarming niet te hoog te zetten.
• Douche direct na hevig zweten en verzorg vervolgens uw huid.
• Vermijd knellende of ruwe, prikkelende kleding als wol, draag katoen. Ook is het belangrijk vochtdoorlatende kleding te dragen, dus geen nylon.
• Wees matig met alcohol.
• Zorg voor een goede conditie door voldoende slaap.
• Spoel uw kleding na het wassen zorgvuldig uit zodat er geen zeepresten achterblijven.
• Droge lucht kan jeuk verergeren, bijvoorbeeld door airconditioning. Zorg voor goede ventilatie en hang bakjes water aan de verwarming.
• Chemische oplossingen kunnen de jeuk verergeren, ga er voorzichtig mee om. Bescherm uw huid en draag zonodig handschoenen of een mondmasker.

 

 

 

4. Voorkom veelvuldig krabben

 

Krabben is een eerste, reflexmatige reactie op jeuk en geeft gewoonlijk voor enkele minuten verlichting. Het leidt echter ook tot beschadiging van de huid en secretie van ontstekingsmediatoren, waardoor de jeuk verder toeneemt. Uitgebreid krabben kan een onderliggende huidaandoening verergeren en zo een vicieuze cirkel veroorzaken.
• Zorg voor schone, gladde en kort geknipte nagels.
• Trek katoenen handschoenen aan, ook ‘s nachts (deze zijn verkrijgbaar bij de apotheek).
• Bedek de huid, door kleding of verband. Krab dus niet op de blote huid.

Voor mensen met chronische huidziekten en hevige jeuk wordt momenteel in Nederland ook geëxperimenteerd met een zogenaamd krabbeheersingsprogramma dat werd uitgewerkt aan de universiteit van Utrecht. Patiënten die volgens de richtlijn behandeld worden hebben al na drie maanden beduidend minder last van jeuk dan patiënten die alleen de normale behandeling ondergaan. De richtlijn ‘Omgaan met jeuk’ voorziet in een speciaal spreekuur waarin een verpleegkundige analyseert wat de achterliggende oorzaken voor de jeuk zijn. Ook krijgt de patiënt steun en tips om zijn gedrag aan te passen.

 

 

Het krabbeheersingsprogramma bestaat uit vier stappen:

(1) noteren hoe vaak en wanneer u krabt;
(2) het bepalen van een concreet doel (bv. op een bepaalde tijd niet meer te krabben, om in een bepaalde situatie niet meer te krabben of om op een deel van uw lichaam niet meer te krabben).
(3) Hoe ga ik dit doel bereiken: Zoeken naar gedrag dat u niet tegelijk met het krabben kunt uitvoeren (bv. vastpakken van een oorbel, spelen met geld of knikkers in uw (broek)zak…)
(4) Oefenen van het gekozen gedrag.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Advertenties

De geestelijke ontwikkeling van de mens.

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

.

 

hildegard von bingen

 

.

 

 

De geestelijke wereld

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel op aarde te brengen en die ook te bereiken.

.

 

1. Geest, ziel en lichaam

.

Dat er met de mens een verhouding tussen geest, ziel en lichaam samenhangt, wordt wel genoemd, maar niet verder uitgewerkt.
Zie artikel ” de geestelijke wereld “.

.

 

scivias-t-11

.

 

 

2. De geestelijke vermogens

.

De eigenschappen van de geestelijke vermogens worden opgesomd in de tekst bij het visioen Scivias Boek II,2:
Er is namelijk sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

.

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

.Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

.
Het allerhelderste licht is ‘zonder smet van bedrog’ (is de waarheid) en duidt de Vader aan.
(Vader – waarheid: denken)
Het allerzoetste rode vuur is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is de levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is het bewustzijn) en duidt de Heilige Geest aan.
(Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)
De mensengestalte is ‘zonder smet van verharding’ (is de zachtmoedigheid) en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.

 

.

Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.

In het Liber Divinorum Operum bij visioen 1

 

ldo-visioen-1

 

.

 

 

ldo-visioen-1-b

.

 

 

“Ik ben de rationalitas (‘berekenen’, denken), die de wind van het klinkende woord bevat, de woorden van de redelijkheid waardoor elk schepsel is gemaakt. Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij. Ik ben dienaar en toeverlaat.
En ik ben het equalis leven (‘equalis’: a. ‘van het paard’: willen; b. ‘van de ruiter’: waarnemen) in eeuwigheid, dat niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (de geestelijke vermogens).”

 

.

rationalis
equalis
officialis
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.

 

Het Liber Divinorum Operum, visioen 4

 

 

ldo-visioen-4

 

.

 

Het vierde visioen van het Liber Divinorum Operum is geheel gewijd aan het bezielde schepsel, de mens. Het visioenbeeld geeft in metaforen te kennen, hoe de ziel (geest) in het lichaam werkt. De ziel heeft twee krachten, waardoor zij zowel het werk als de rust van haar ijverig streven met gelijke sterkte beheerst. Met de ene (kracht) stijgt zij omhoog, waar zij God ervaart.

Met de andere (kracht) neemt zij het gehele lichaam waarin zij bestaat, in bezit om daarin te werken.
Want het is de ziel tot vreugde om in het lichaam werkzaam te zijn. Daartoe is het immers door God gemaakt. En door dat werk van het lichaam snelt de ziel (geest) naar haar vervolmaking.

Het menselijke lichaam is als het ware een afspiegeling van de geschapen wereld als geheel, het universum. In haar visioen zag Hildegard de mensengestalte staande in het midden van de cirkels der elementen. Zoals de armen en benen het lichaam van de mens in evenwicht houden temidden van alle natuurkrachten, zo houdt de ziel het innerlijk van de mens in evenwicht.

Maar zoals het lichaam gemaakt is om te bewegen, zo staat ook de ziel niet stil. Zij is voortdurend in beweging, net zoals de winden in het uitspansel, die het wereldgebouw in evenwicht houden. De ziel vliegt in de mens met vier vleugels (bewegen: willen), namelijk met het waarnemingsvermogen(sensualitas), met het verstand (intellectus, denken) en met de kennis van het goede en het kwade (scientia boni en scientia mali, voelen).

Zo werkt de ziel met de zintuiglijke waarneming volgens de smaak van het vlees; door het verstand onderscheidt zij waarlijk haar werken, of die God of de mensen welgevallig zijn. Door de twee vleugels der kennis, namelijk van het goede en kwade, voltooit de mens elk werk in de ziel, waardoor de innerlijke verscheidenheid ervan getoetst wordt: welke werken door de geest verlossing door God verlangen, welke door het vlees het eerbetoon eigenlijk van de mensen begeren.

 

 

.

3. De geestelijke ontwikkeling (en)

.

4. De geestesgesteldheid van onbewuste vereenzelviging,

gehechtheid, eenzijdigheid (en)

.

5. Bewustwording, bevrijding, zelfverwerkelijking

 

.

In de drie visioenen die in Scivias Boek I ( miniaturen T5,T6 en T7) staan beschreven, wordt aan Hildegard de kringloop van de menselijke geest getoond. Deze begint in de algeest (het vierkant dat zich naar alle zijden uitstrekt), van waaruit de menselijke geest (de vurige bol) door zijn moeder heen in een lichaam op aarde wordt geboren.

Daar moet de geest zich staande zien te houden in de druk die van de tijd als stroom van gebeurtenissen uitgaat. Als de mens erin slaagt bij zichzelf te komen en zich geestelijk te ontwikkelen, bereikt hij het doel: zelfverwerkelijking. Bij het overlijden wordt hij opgevangen door geesten met wie hij nu overeenstemt door zijn ontwikkeling; door hen wordt hij naar zijn eigen wereld gevoerd. Is dat een lichte wereld, dan kan hij in het paradijs weer met God worden herenigd.

.

 

 

Sivias T5 : geboorte uit de hemel en de levensweg op aarde

 

.

scivias-t5

 

.

 

“En nadien zag ik een bijzonder grote en heldere schittering die leek op te vlammen (een kracht), met vele ogen (is alziend, m.a.w. een bewuste kracht), en die vier hoeken had die naar de vier uithoeken van de wereld (alomtegenwoordig) gekeerd waren (m.a.w. de vierhoek is de algeest): in die schittering, die het geheim van de hoogste schepper aanduidde, werd me een heel groot geheim onthuld. En daar binnenin die schittering verscheen ook een andere schittering, gelijkend op die van de ochtendgloed en die de helderheid van een purperen schittering bevatte (en vele, vurige bollen: de wereld van de menselijke geesten in de algeest).”

(De ‘ochtendgloed’ of ‘morgenrood’ is een beeld van Jezus. Het hoofdje dat in de baan te zien is, is de geest van Jezus, de heilige geest, die als volmaakte geest naar de aarde afdaalt.)

“En zo zag ik … een vrouw (op aarde) die in haar buik … de volledige gestalte van een mens droeg. En zie, door een geheim raadsbesluit van de hoogste schepper begon deze gestalte hevige, levengevende bewegingen te maken en wel zo dat een vurige bol (bol van licht en warmte, een menselijke geest uit de geestelijke wereld), die niet de vorm van een menselijk lichaam had, (door de verbinding afdaalde en) het hart van deze gestalte in bezit nam en diens hersenen bedekte, en zich in al zijn ledematen verspreidde (de indaling van de geest in het lichaam).

En daarna kwam diezelfde mensengestalte, die aldus tot leven werd gewekt, uit de schoot van deze vrouw en dit in overeenstemming met de bewegingen welke die bol (de geest) in diezelfde mensengestalte veroorzaakte; en in overeenstemming met die bewegingen veranderde die mensengestalte ook van kleur.

En ik zag dat de vele wervelwinden (zintuiglijke ervaringen) die deze bol binnendrongen – de bol welke nog altijd in dat lichaam bleef – hem naar de aarde deden afbuigen (de onbewuste vereenzelviging); maar deze bol, die weer op krachten was gekomen, richtte zich moedig op en weerstond krachtig die wervelwinden en zei, al klagend: Waar ben ik, ik die verdwaald ben? In de schaduw van de dood.” (de zelfbewustwording).

En zie, ik zag op aarde mensen die in hun kannen melk droegen en daar kazen van maakten (verwerking van ervaringen tot persoonlijkheidstrekken: de ‘kazen’ zijn ‘witte bollen’: de geest); één deel ervan was vet en dik, en daaruit werden sterke kazen (krachtige geest) gemaakt; het andere deel was licht en dun, en daaruit werden zwakke kazen gestremd (zwakke geest); en een deel was vermengd met vies slijm, het was besmet en daaruit werden bittere kazen gemaakt (kwaadaardige geest).”

“En jij nu mens, die dit ziet, sta er ook bij stil, want ‘de vele wervelwinden die deze bol binnendringen – de bol die nog altijd in dat lichaam blijft – doen hem naar de aarde afbuigen’ (maakt de geestesgesteldheid zintuiglijk: de onbewuste vereenzelviging): dit betekent dat de menselijke ziel, wanneer de mens nog in zijn lichaam leeft, door vele onzichtbare verleidingen wordt geboeid, die haar door het genot van de zintuigen vaak doen afbuigen naar de zonden van de aardse genietingen.”

 

.

De rechter helft van de miniatuur, die uit vijf afbeeldingen bestaat, toont de levensweg van de mens. De onderste drie laten de beproevingen zien die de mens op aarde heeft te verduren om zich staande te houden tegenover allerlei verleidingen.
De vierde afbeelding toont de mens die tot bezinning is gekomen en besluit zich weer tot God te richten. De bovenste toont de mens die de geestelijke vermogens (de vleugels) tot ontwikkeling heeft gebracht en zich daardoor niet meer laat afleiden van de rechte weg. Zijn lichaam is een tempel Gods geworden.

 

.

 

Scivias T6 : de beproefde, zich tot God richtende mens bij zijn gang over de aarde

 

.

scivias-t-6

 

.

“Maar met herstelde krachten richt ze zich moedig op en verzet zich er krachtig tegen’: dat is omdat de gelovige en beproefde mens, ook al heeft hij gezondigd, vaak dankzij de gave Gods tot inkeer kan komen en zijn zonden verlaten (zelfbewustwording en zelfverwerkelijking); en omdat hij, door zijn hoop in God te stellen, de misleidende verlokkingen van zich af kan zetten, op voorwaarde dat hij zijn schepper trouw blijft zoeken – net zoals de gelovige mens, die hierboven aan het woord is, in haar klacht over haar beproeving heeft aangetoond.”

Dit visioen toont de mens die op aarde aan verleidingen blootstaat, maar die zich vastberaden tot God wendt (de opgeheven handen beduiden een biddende houding).

 

 

 

.

Scivias T7 : overlijden en terugkeer naar huis

 

.

scivias-t-7

 

.

 

“Wat nu het volgende betreft, ‘dat een andere bol (geest) zich losmaakte uit de omtrekken van zijn eigen vorm en haar eigen knopen losmaakte’: dat is omdat die ziel de lichamelijke leden van haar woonplaats (het lichaam) achter zich laat en ook de verbinding tussen deze ledematen verlaat, op het ogenblik dat de ontbinding van deze woonplaats is aangebroken; en ‘dat zij zich ervan losmaakte en haar woonplaats aan ontbinding overliet’: dat is omdat zij, wanneer zij zich uit haar lichaam verwijdert, de plek van haar woonplaats laat instorten, wat haar vrees inboezemt, omdat zij het naderende oordeel van de opperste rechter tegemoet moet zien, omdat zij dan de waarde van haar werken zal inzien, op basis van het rechtvaardige oordeel van God.

En hierom ook is het dat, ‘wanneer de ziel aldus ontbonden is, dat zowel lichtgevende als duistere geesten naderbij treden, die de bol (menselijke geest) vergezeld hadden zolang zij zich nog in die woonplaats bevond’: omdat op het moment van die ontbinding, wanneer de menselijke ziel zijn woonplaats verlaat, engelachtige geesten, zowel goede als slechte, in overeenstemming met de rechtvaardige en juiste beschikking van God, aanwezig zijn; en ‘ze wachten op de losmaking, zodat ze haar, zodra zij volledig ontbonden is, met zich kunnen meevoeren’:

zij wachten immers eveneens op het oordeel van de rechtvaardige rechter over deze ziel op het ogenblik van de scheiding van de ziel van haar lichaam, zodat ze haar, gescheiden van haar lichaam, naar de plek kunnen voeren waar zij zal worden geoordeeld door de opperste rechter volgens de verdiensten van haar eigen werken, net zoals het u, o mens, hierboven waarheidsgetrouw werd getoond.”
(namelijk naar de duistere gebieden, de middelste afbeelding op de miniatuur, of naar de lichte gebieden, de bovenste afbeelding).

 

.

 

 

Scivias T25 : de vrije keuze van de mens

 

.

scivias-t25

 

.

Een lieflijke, vergulde vrouwenfiguur staat hier omgeven door zes engelen, terwijl rechts van haar zes welwillende gelovigen naderen en links drie personen zich vijandig gedragen. Deze mensen komen vanuit het noordrijk van de duivel en het ongeloof de Stad Gods binnen door de poort die zich bevindt tussen de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord. Hier gebeurt eigenlijk iets heel belangrijks in de geschiedenis van de Verlossing.

Hildegard geeft deze Godskracht of deugd, de naam van Scientia Dei dat is het ‘Weten van God’ of de ‘Godskennis’. Maar dit begrip van kennen wordt in dubbele zin gebruikt. Op de eerste plaats het kennen of het weten van God, wie aan Zijn uitnodiging gehoor geeft en geloof schenkt aan de openbaring. Op de tweede plaats betekent dit het weten van de mens over God. Het antwoord van de mens, die uit vrije wil geloof schenkt aan de openbaring van het Woord Gods.

Hier komt de scheiding der geesten: zij die goed willen, ontvangen als bij het bruiloftsmaal het feestkleed, maar zij die zonder kleed binnendringen, worden teruggedreven. Het is waar dat de Heer de armen van de straat, de ongelukkigen door zijn dienaars liet ophalen, opdat zijn feestzaal vol zou raken. Van ieder wordt echter verwacht dat hij komt in een feestkleed. De uitnodiging is een genadegeschenk, maar men moet er wel gevolg aan willen geven.

Nog een ander belangrijk aspect van de roeping tot het koninkrijk Gods komt hier naar voren: Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren om deel te nemen aan de uitvoering van Gods plannen. God heeft enkelen uitverkoren om zijn medewerkers te worden in de verwerkelijking van het grote bouwplan. Als God in zijn goddelijke ijver om de ongelovigen te bekeren, samen met de gelovigen gaat beginnen de drie gemetselde muren op te trekken, dan heeft Hij bijzondere medewerkers nodig. Aanvankelijk roept hij het joodse volk en oefent het door strenge discipline (de ‘Wetten van Mozes’).

 

.

 

 

6. Gebed als godsbezinning, de hereniging

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel te bereiken.
Heel Scivias en Liber Divinorum Operum zijn doordrongen van de raad zich altijd in gebed tot God te richten.

 

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

De wereld van de geesten.

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

.

 

hildegard von bingen

.

 

 

 

De geestelijke wereld

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel op aarde te brengen en die ook te bereiken.

.

 

1. Omschrijvingen van de geest

.

Hildegard gebruikt niet het begrip ‘geest’ maar het begrip ‘ziel’. Het was in haar tijd gebruikelijk het begrip ‘ziel’ in die zin te gebruiken, naar aanleiding van de uitspraak van het vierde Concilie van Konstantinopel (869-870), canon 11: De mens heeft een rationele en intellectuele ziel.

In haar tijd was de kerk oppermachtig en het was niet raadzaam tegen haar leer in te gaan. Hildegard laat daarom de ‘ziel’ doen wat in geestkunde de ‘geest’ zou doen. Zij maakt ook gebruik van de leer van de Drieëenheid, maar geeft daar wel een geheel eigen uitleg aan: de drie personen staan voor de drie geestelijke vermogens van God.

 

 

 

.

2. Omschrijvingen van God

 

.

Scivias miniatuur, boek ll

Scivias miniatuur, boek ll

 

 

.

Dit is het eenvoudigste maar ook belangrijkste miniatuur van Scivias, waarover de stem van het levende Licht tegen Hildegard zegt:

.
“Dit is de diepe zin van het grote goddelijk geheim, dat helder door je werd aanschouwd, dat je zou inzien hoe groot die volheid wel is, welke geen oorsprong kent en nooit vermindert en aan wier kracht alle ‘levensstromen’ (de geschapen, menselijke geesten als ‘krachtbron’) ontspringen. Immers, als bij de Schepper en Heer de eigen levenskracht leeg zou zijn, wat zou dan zijn schepping niet leeg zijn; naar waarheid zou zij ijdel zijn. Nu herkent men in het volmaakte werk het diepste wezen van de Maker zelf”.

Duidelijk gaat Hildegard hier van de zichtbare orde der geschapen dingen over naar de innerlijke rangorde van God zelf. De goddelijke liefde voor de mens heeft zich geopenbaard door de schepping en verlossing van de mens. Hier vinden het innerlijke leven terug van God zelf. In dit visioen schrijft Hildegard als volgt:

“Toen zag ik een zeer helder licht en daar middenin een saffierblauwe mensengestalte, die geheel in een zeer zacht roodachtig trillend vuur gloeide. En dat heldere licht doordrong geheel het roodgloeiende vuur. En het roodgloeiende vuur doordrong geheel het heldere licht. En dit heldere licht en dat roodgloeiende vuur doordrongen geheel die mensengestalte. Aldus waren zij één licht, bestaande in één kracht van mogelijkheden.”

 

Er is m.a.w. sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (komt overeen met zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

.

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

“Het allerhelderste licht is ‘zonder smet van bedrog’ (is waarheid) en duidt de Vader aan.
(m.a.w. Vader – waarheid: denken)
Het allerzoetste rode vuur is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is bewustzijn)  en duidt de Heilige Geest aan.
(m.a.w. Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)
De mensengestalte is ‘zonder smet van verharding’ (is zachtmoedigheid)  en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(m.a.w. Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.”

 

.

Drieëenheid kenmerken vermogens
Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.De stem van het levende licht:

“Want uit deze bron des levens is de moederlijke liefde van Gods omhelzing gekomen, die ons tot leven voedde en die in gevaar onze helpster is die de diepste en zoetste liefde is en ons tot boetedoening onderricht.”

 

.

Het Godsbeeld in Liber Divinorum Operum, Visioen 1

 

.

liber-divinorum-operum-1-i1

 

.

 

 

Hildegard:

 

“In het midden van de zuidelijke windstreek aanschouwde ik in de geheimen Gods een prachtige gestalte: Zij leek op een mens. De schoonheid en helderheid van het gezicht was zo mooi dat het gemakkelijker zou zijn geweest in de zon te kijken dan naar dit gezicht.

Het hoofd was met een gouden kring omgeven: in deze kring domineerde een tweede gezicht, dat van een grijsaard, het eerste; zijn kin en baard raakten de top van zijn schedel. Aan beide zijden van de hals van de eerste gestalte was een vleugel te zien. Deze vleugels waren geheven en raakten elkaar boven de gouden kring.

Uit de uiterste punt van de kromming van de rechtervleugel kwam de kop van een adelaar; zijn ogen van vuur straalden als in een spiegel de engelachtige pracht uit. Op hetzelfde punt in de linkervleugel was een mensenhoofd te zien dat schitterde als een ster. Beide figuren waren met het gezicht naar het oosten gekeerd.

Vanuit de twee schouders van de gestalte raakte een vleugel tot de knieën. De gestalte was bekleed met een gewaad dat straalde als de zon. In haar handen droeg ze een lam dat schitterde als een met licht overgoten dag.

Met de voet verbrijzelde de gestalte een schrikwekkend, lelijk en zwart monster en een slang. De slang hield het rechteroor van het monster tussen haar tanden. Het lijf van de slang kronkelde om het hoofd van het monster, haar staart reikte aan de linkerkant van de gestalte tot haar voeten.”

 

 

.

De stem van het levende Licht bij dit beeld:

“Ik ben de hoogste vuurkracht, die alle levende vonken heb aangestoken en geen enkele sterfelijke dingen heb uitgeademd, maar ze in leven roep; ik heb de cirkelende cirkel (kringloop, draaikolk) met mijn bovenste vleugels, d.i. met wijsheid, ontworpen door er omheen te vliegen.

Maar ik ben ook het vurige leven van de goddelijke wezenheid en vlam op boven de schoonheid van de akkers, ik schitter in de wateren, ik brand in de zon, de maan en de sterren. En met de wind van de lucht voorzie ik alles op een levengevende wijze van een onzichtbaar leven, dat alles ondersteunt.

De lucht leeft immers in de groenheid (levenskracht) en in de bloemen, de wateren vloeien alsof ze leven, ook de zon leeft in zijn lucht; en wanneer de maan op het punt staat te verdwijnen, wordt ze door het licht van de maan aangestoken, zodat ze als het ware weer tot leven komt; ook de sterren lichten op in zijn licht alsof ze erdoor leven.

Ik heb ook de zuilen, die de hele wereldbol bevatten, gemaakt, namelijk de winden die de onderste vleugels bevatten, – dat zijn de zachtere winden – en die door hun zachtheid de sterkere winden in bedwang houden, zodat ze niet op gevaarlijke wijze zouden waaien; net zoals het lichaam de ziel bedekt (beschermt) en bevat, opdat ze niet zou sterven.

Net zoals ook de zieleadem het lichaam bijeenhoudt en het sterkte geeft, zodat het niet zou doodgaan, net zo bezielen de sterkere winden de haar onderworpen winden, zodat ze hun taak op eenstemmige wijze kunnen uitvoeren.

Zo ben ik, de vuurkracht, in hen verborgen. En terwijl ik in hen ben, branden ze uit mijn bron, zoals de zieleadem de mens voortdurend in beweging brengt en zoals de winderige vlam in de zon is. Al deze dingen leven in hun essentie en ze zijn niet in de dood gevonden, want ik ben het leven.

Ik ben ook de racionalitas (‘berekenen’: denken), die de wind van het klinkende woord bevat, waardoor elk schepsel gemaakt is; en in al die dingen heb ik mijn adem geblazen, zodat geen van deze dingen, geen enkele soort ervan sterfelijk is. Want ik ben het leven.

Want ik ben het volledige leven, die niet van de stenen afgetrokken is en niet gebloeid is op takken en niet geworteld is in de kracht van de man; integendeel, alles wat levend is, wortelt in mij. De racionalitas is immers de wortel; het klinkende woord bloeit echter in die wortel.

Vandaar: aangezien God racionalis is, hoe zou het dan kunnen dat hij niet werkzaam zou zijn, daar zijn gehele werk in de mens tot bloei komt? Want hij heeft de mens naar zijn beeld en gelijkenis gemaakt en hij heeft alle schepselen volgens hun maat in deze zelfde mens afgedrukt.

Want in de eeuwigheid reeds heeft God zijn werk, namelijk de mens, tot bestaan willen brengen; en toen hij dit werk tot een goed einde bracht, gaf hij hem alle schepselen, zodat hij met hen zijn werk zou kunnen uitvoeren, net zoals ook God zélf zijn werk, namelijk de mens, heeft gemaakt.

Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij; en ik ben het equalis leven in de eeuwigheid, die niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (nl: racionalis – officialis – equalis).

Want het feit dat ik boven de schoonheid van de akkers opvlam, dat is de materie en dat is de materie waaruit God de mens heeft gemaakt; en dat ik in de wateren schitter, dat is zoals de ziel, want zoals het water de aarde volledig bevloeid heeft, zo heeft de ziel het hele lichaam doorlopen. Het feit echter dat ik in de zon en de maan brandt, dat is de racionalitas; de sterren immers zijn ontelbare woorden van de redelijkheid.

En dat ik met de wind van de lucht alles op een levenwekkende manier als met een onzichtbaar leven vul die alles ondersteunt: dat is omdat dankzij de lucht en de wind de dingen die beginnen te kiemen tot gewassen uitgroeien en als zodanig kunnen blijven bestaan, terwijl ze door niets verwijderd zijn van datgene wat ze zijn.

En weer hoorde ik een stem die zei: “God die alles geschapen heeft, heeft de mens naar zijn beeld en gelijkenis gemaakt en heeft in hem zowel de hogere als de lagere schepsels afgedrukt; en hij had hem zo lief, dat hij hem had voorbestemd voor de plek waaruit de engel (Lucifer) verdreven werd en voor hem de heerlijkheid en de eer had uitgekozen die de andere (Adam), toen hij in de zaligheid was, verloren was. Dat is wat dit visioen, dat je nu ziet, aantoont.”

.

(samenhang met de vermogens)
“Ik ben de rationalitas (‘berekenen’, denken), die de wind van het klinkende woord bevat, de woorden van de redelijkheid waardoor elk schepsel is gemaakt.

Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij. Ik ben dienaar en toeverlaat.

En ik ben het equalis leven (betekenis ‘equalis’: a. ‘van het paard’: willen; b. ‘van de ruiter’: waarnemen; het beeld van ‘de ruiter op het paard’ is het beeld van het waarnemen en willen) in eeuwigheid, dat niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (de geestelijke vermogens behoren tot de éne geest).”

 

.

Gods kenmerken vermogens
rationalis
equalis
officialis
redelijkheid
ruiter op paard
dienstvaardigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

.

 

 

3. Vader-Moeder-God en kinderen

.

Het Scheppingsbeeld in Liber Divinorum Operum, Visioen 2

 

.

liber-divinorum-operum-2-i2

 

.

 

 

Hildegard :

 

“In het midden van de borst van de gestalte die ik in de zuidelijke windstreken had aanschouwd, verscheen een wonderbaarlijk rad. Het bevatte tekenen waardoor het ging lijken op het visioen in de vorm van een ei dat ik achtentwintig jaar eerder had gehad en dat ik had beschreven in het derde deel van mijn Liber Scivias.

In de kromming van de schaal van het bovenste gedeelte verscheen een kring van hel lichtend vuur boven een kring van zwart vuur. Deze twee kringen waren met elkaar verbonden op een manier dat het leek alsof ze één waren. Onder de zwarte kring verscheen een andere kring, die op zuivere ether leek en even dik was als de twee andere samen.

Vervolgens kwam er een kring te voorschijn als van vochtige lucht, hij was even dik als de hel lichtende kring van vuur. Onder deze kring van vochtige lucht verscheen er een van witte lucht die zo hard was dat hij op de pees van een mens leek; hij had de dikte van de kring van zwart vuur. Deze twee kringen waren eveneens met elkaar verbonden alsof ze één geheel vormden.

Ten slotte verscheen er onder deze witte, dichte lucht een tweede, ijle luchtlaag, die zich over de hele kring leek uit te breiden en nu eens lichte, dan weer laaghangende, donkere wolken leek op te stuwen. Deze zes kringen waren onderling zonder enige tussenruimte met elkaar verbonden. De bovenste kring overgoot de andere kringen met zijn licht, terwijl de waterhoudende kring alle andere met zijn vochtigheid bedekte.

De menselijke gestalte bezette het midden van dit reusachtige rad. Zijn schedel bevond zich boven, terwijl de voeten de kring met dichte, witte en lichtende lucht raakten. De gestrekte vingers van de rechter- en linkerhand wezen net als de armen in de vorm van een kruis naar de omtrek.

Dit hele visioen wordt beademd door de koppen van vier groepen dieren: een luipaard, een wolf, een leeuw, een beer, met daartussen een krab, een hert, een slang en een lam. Boven het hoofd van genoemde gestalte stonden de zeven planeten tegenover elkaar: drie in de kring van lichtend vuur, één in de kring van zwart vuur, en drie in de kring van zuivere ether. Alle planeten straalden in de richting van de dierenkoppen en de menselijke gestalte. 

De kring van lichtend vuur bevatte zestien belangrijke sterren, vier tussen de koppen van de luipaard en de leeuw, vier tussen die van de wolf en de leeuw, vier tussen die van de wolf en de beer, en vier tussen die van de beer en de luipaard. Acht sterren bezetten een middenpositie en stonden elkaar bij; ze bevonden zich tussen de koppen in en zonden elkaar hun stralen, die de dunne luchtlaag raakten.

De acht andere, naast de resterende dierenkoppen, bestraalden de wolken die ertegenover hingen. Op de rechterhelft van het beeld vormden twee afzonderlijke tongen twee stromen die het wiel en de menselijke gestalte bevloeiden. Hetzelfde gold voor de linkerhelft: het waren net kolkende beekjes.”

 

.

Zoals we zien is het opgeroepen universum in het geheel niet statisch van aard: actie en reactie gaan een confrontatie met elkaar aan en houden elkaar in evenwicht, zoals de energie van vuur wordt getemperd door de vochtige kring. Het heelal staat voornamelijk bloot aan winden (geestelijke invloeden).

De leeuwekop staat voor de zuidenwind, de belangrijkste, die vergezeld gaat van de wind uit twee aangrenzende streken, verzinnebeeld door de koppen van de slang en het lam. Deze winden houden de energie van het heelal en van de mens, die de hele schepping in zich bergen, in bedwang.

Ze beschermen hen tegen de vernietiging. De zijwinden waaien voortdurend, zij het als zwakke briesjes. Op de schrikwekkend grote kracht van de voornaamste winden wordt geen beroep gedaan; dat gebeurt pas op de dag van Gods Oordeel, bij de ondergang van de wereld, om de laatste tuchtiging toe te passen. De zuidenwind zorgt voor hittegolven en grote overstromingen, de noordenwind brengt bliksem en donder, hagel en koude met zich mee.

 

 

 

.

4.  De liefde

 

.

De stem van het levende licht:

“Want uit deze bron des levens is de moederlijke liefde van Gods omhelzing gekomen, die ons tot leven voedde en die in gevaar onze helpster is, … die de diepste en zoetste liefde is en ons tot boetedoening onderricht.”

 

 

 

 

 

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

.

JOHN ASTRIA