Tagarchief: halfparasiet

Wilde weit : Melampyrum arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de prachtige helder roze aarvormige bloeiwijzen met paars/gele bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde weit is een eenjarig plantje, dat helaas zeer sterk in aantal is afgenomen en op de rode lijst staat als ernstig bedreigd. Ze groeit op droge, enigszins omgewerkte kalkrijke grond. Wilde weit is een halfparasiet net als de ratelaars. Ze is voor water en mineralen afhankelijk van andere planten. Daardoor kan ze in een paar weken volledig uitgroeien en zich handhaven in droge milieus.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met augustus met prachtige bloemen die schuin omhoog gericht in dichte trossen bij elkaar staan en ze wordt 15 tot 50 cm hoog. De bloemen zijn aan de top paars met daar onder een geel of geel/witte rand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn lancetvormig, de bovenste bladeren hebben priemvormige tanden. De helder roze schutbladen hebben lijnvormige tanden en donkere klierpuntjes aan de onderkant. Ze verkleuren naar groen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– bremraapfamilie (Orobanchaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– 15 tot 50 cm

Bloem
– helder roze met geel/wit
– vanaf juni t/m augustus
– aarvormige tros
– lipbloem
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lijnlancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– kort behaard

Stengel
– rechtop
– vierkant
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rode ogentroost : Odontites vernus subsp. serotinus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

.

Goed te herkennen aan
– roze lipbloemen met iets uitstekende meeldraden
– in eindelingse, eenzijdige trossen en
– vanaf de basis vertakte stengels met
– zijtakken in een hoek van 45° tot 90° en
– schutbladen niet langer dan de bloemen

 

 

.

 

 

Algemeen

 

Rode ogentroost is eenjarige, ruw behaarde plant, die bloeit vanaf juli tot en met oktober. Ze groeit op open, natte of vochtige, voedselrijke, eventueel zilte, grazige grond. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend in de Lage Landen, maar ze staat op de rode lijst als sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen van rode ogentroost staan min of meer naar 1 kant gericht in rijk-bloemige trossen aan het einde van de stengel en zijstengels. Ze zijn roze, rozerood, soms wit gekleurd.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren, stengels en kelkbladen zijn kort ruw behaard en vaak roodpaars aangelopen.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Rode ogentroost is een halfparasiet; ze haalt een deel van haar voedsel uit de wortels van de grassen waarop ze groeit.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast rode ogentroost is er ook de zeer zeldzaam voorkomende akkerogentroost.

 

 

 

  rode ogentroost
– bloeiperiode juli t/m oktober
– schutbladen korter tot even lang als de bloemen
– stengel vertakt voor het midden
– zijtakken maken een hoek van 45° tot 90° met de hoofdas
  akkerogentroost
– bloeiperiode mei t/m augustus
– schutbladen gewoonlijk langer dan de bloemen
– stengel vertakt na het midden
– zijtakken maken hoogstens een hoek van 45° met de hoofdas

 

 

akkerogentroost

 

 

 

Algemeen

 

– helmkruidfamilie (Orobanchaceae)
– eenjarig
– plaatselijk vrij algemeen tot zeer   zeldzaam
– 10 tot 50 (80) cm

Bloem
– roze, rood, soms wit
– vanaf juli t/m oktober
– eenzijdige tros
– lipbloem
– 8 tot 11 mm
– 4 kroonbladen, vetgroeid
– 4 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand getand
– voet afgerond
– veernervig
– kort ruw behaard

Stengel
– rechtop
– aan de basis vaak verhout
– kort ruw behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen