Tagarchief: stengel

De Aechmea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen 

 

 

 

De Aechmea is een bloeiende kamerplant verkrijgbaar in een groot scala aan kleuren. Deze kamerplant heeft als bijnaam de ‘’Kokerbromelia’’. Deze kamerplant behoort tot de Bromeliaeae familie. Het broertje van de Achmea plant is de Ananasplant. Aechmea stamt af van het Griekse woord ‘’Aichme’’ dat lanspunt of spits betekend. Dit heeft met de vorm van de bloem te maken. Het is een gemakkelijke kamerplant die weinig eisen stelt aan het onderhoud. Deze kamerplant komt van oorsprong uit het tropische en subtropische Midden- en Zuid-Amerika.

 

 

bromelia_1-2

 

 

 

 

Aechmea onderhoud

 

 

De Aechmea verbruikt weinig water. Zorg ervoor dat de grond altijd licht vochtig blijft, zonder dat er een laag water vormt in de pot. Geef bij warme weeromstandigheden meer water. Eén keer per week water geven is voldoende. De Aechmea is een plant die water opslaat in zijn stengel, geef hierom ook af en toe water in de kelk (bloem). Pas hierbij wel op dat je het water er rustig ingiet anders beschadigd de bloem.

 

 

 

 

 

Watersysteem

 

Indien je de kamerplant opmaakt met vulcastrat en een watermeter veranderd de watergift. Hierbij geef je eenmaal per week water, totdat de watermeter begint te bewegen. Des te kleiner de uitslag, des te beter. De watermeter geeft namelijk aan dat er te veel water in de pot staat. Je kunt dan ook het beste de watergift stoppen vlak voordat de watermeter uitslaat. In de winter kun je eenmaal per twee weken water geven.

 

 

 

 

 

Sproeien

 

De Aechmea vraagt om een gemiddeld tot hoge luchtvochtigheid. Sproeien zal de gezondheid daarom versterken. Vooral in de winter wanneer de kachel aangaat zorgt dit voor een lagere luchtvochtigheid in de woonkamer. Sproeien helpt de Aechmea gezond te houden waardoor de plant zijn langer zijn sierwaarde behoudt.

 

 

 

 

 

Licht en Warmte

 

Plaats de Aechmea op een zonnige standplaats, zonder direct zonlicht. De Aechmea vertoeft graag op de warme plekken in de woonkamer. Te veel zonlicht zal leiden tot bruine randen op de bloem en bladeren.

 

 

 

 

 

Minimale temperatuur

 

overdag : 17°C

’s nachts : 14°C
.
Aechmea standplaats
.
.
.
.
.

Verpotten

 

De Aechmea is een plant die slechts één keer tot bloei komt. Deze kamerplant staat vervolgens wel 2 tot 5 maanden in bloei. Na deze periode vervaagd de kleur van de bloem. Deze zal afsterven en niet meer terug komen. Doordat de Aechmea een relatief korte levensduur heeft is het verpotten van deze plant niet nodig.

Wel is het mogelijk de Aechmea direct na aanschaf te verpotten. De nieuwe bak hoeft niet veel groter te zijn dan de oude. De Aechmea heeft namelijk een erg kleine wortelkluit.

.

 

Aechmea verpotten

 

.

 

Voeding

 

Bemesten kan het beste in de lente en zomer, gebruik voor deze kamerplant voeding voor bloeiende kamerplanten. Lees voor de aanbevolen dosering op de gebruiksaanwijzing. Geef nooit meer dan aangeraden, dit zal de plant schaden.

 

 

.
.
.
.

Verkleurde bladeren

 

Bruine randen op de bladeren duiden vaak op een te veel aan direct licht. Wanneer de bladeren van de Aechmea gaan hangen is het verstandig de watergift te verhogen.

 

 

 

 

 

Snoeien

 

Het snoeien van een Aechmea is niet nodig. De bladeren die niet meer mooi ogen kan je simpelweg wegknippen.

 

 

Aechmea onderhoud

 

 

 

Vermeerderen

 

Het vermeerderen van een Achmea kamerplant gaat alvorens een stappenplan. Allereerst zal de plant kleine stekjes aan de basis van de plant aanmaken wanneer deze is uitgebloeid. Laat deze doorgroeien tot de hoogte van ongeveer 10cm.

Hierbij is het belang dat deze stekken voldoende water krijgen, ook in de kelk. Vervolgens kunnen deze stekken verwijderd worden. Pas hierbij op dat je de wortels voorzichtig behandeld.

Plaats deze stekken in een aparte pot en mest eventueel bij met bloeiende planten voeding. Laat de Aechmea gedurende één jaar staan, hierna is de Aechmea bloeirijp.

Wanneer de plant bloeirijp is neem dan een schil van een appel en plaats deze in het hart van de plant. Dek de plant vervolgens met een plastic zak af en laat de appelschip ongeveer 3 weken bij de plant liggen. Het afdekken van de plant is bedoelt om de luchtvochtigheid van zijn land van oorsprong na te bootsen. kaat de plant in deze staat zo’n 7 tot 17 staan en dan is de nieuwe Aechmea bloem gegroeid.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Aechmeas zijn geliefd vanwege hun bloemen die in vele kleuren voorkomen. De Aechmea komt echter maar éénmalig tot bloei en zal hierna afsterven. De plant bloeit gemiddeld 2 tot 5 maanden en zal hierna geleidelijk zijn kleur verliezen.

 

 

 

 

 

Giftig

 

Aechmeas zijn niet giftig.

 

 

 

 

 

Ziektes

 

De Aechmea is gevoelig voor spint. Regelmatig sproeien werkt preventief tegen spint. Ter bestrijding van spint raden wij een chemisch bestrijdingsmiddel.

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Drienerfmuur

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_3975-gr-drienerfmuur

 

 

Goed te herkennen aan
– de onopvallende, kleine, witte, stervormige bloemetjes, waarvan
– de spitse kelkbladen duidelijk groter zijn dan de kroonbladen en
– de smal eironde, spitse bladeren met 3 nerven, soms 5

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Drienerfmuur is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm. Ze is algemeen voorkomend in Europa en Azië. Drienerfmuur groeit op droge, matig voedselarme grond in loofbossen en onder struikgewas. Ze groeit in pollen.

 

 

578281752

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot in de herfst met onopvallende, kleine, witte bloemetjes. De ronde kroonbladen zijn duidelijk kleiner dan de spitse kelkbladen, die een vliezige, behaarde rand hebben.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn smal eirond met spitse punt en gewimperde, gave rand. Ze hebben 3 (soms 5) duidelijke, parallel lopende nerven, waaraan de plant haar naam dankt. De behaarde, sterk vertakte stengels zijn slap, liggend en aan de top opstijgend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 30 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei tot in de herfst
– alleenstaand
– 4 tot 7 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– smal eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– parallelnervig
– onderste gesteeld
– bovenste zittend

Stengel
– liggend en opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

266px-illustration_moehringia_trinervia0

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Herderstasje ; Capsella bursa-pastoris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

capsella-bursa-pastoris09-gewoon_herderstasje11-wl

 

 

 

Goed te herkennen aan

de kleine, 4-tallige, witte bloemetjes en de hartvormige vruchtjes

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Herderstasje is zeer algemeen voorkomende eenjarige plant, die bloeit van maart tot en met december met onopvallende losse trosjes witte bloemetjes. Ze wordt 5 tot 60 cm hoog. Herderstasje is een echte pioniersplant en groeit overal en nergens, als het maar zonnig is. Ze verdwijnt zodra de grond in cultuur is gebracht.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De naam heeft de plant gekregen dankzij de vorm van de vruchten, hartvormige hauwtjes die lijken een ouderwets leren tasje, dat herders vroeger bij zich droegen.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Vanuit een bladrozet groeien 1 of meerdere stevige, licht behaarde stengels. Tijdens de bloei groeit de stengel door. Net als de stengel zijn ook de stengel- en rozetbladeren behaard. Je hebt er wel een loep voor nodig om ze te zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde heeft herderstasje een goede reputatie. Ook in de traditionele Chinese geneeskunde en de Ayurveda wordt herderstasje gebruikt. Het heeft onder andere een regulerende werking op de bloeddruk en is bloedstelpend.

 

 

herderstasje

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

herderstasje : driehoekige vruchten.

vroegeling : gespleten kroonbladen en brede, platte vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

zandraket : lange, smalle, schuin afstaande vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

kleine veldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

bosveldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

klein tasjeskruid : ongelijke kroonbladen, eironde, platte, haaks afstaande vruchten, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 5 tot 60 cm hoog

Bloem
– wit
– vanaf maart t/m december
– tros
– stervormig
– circa 5 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen, vaak wat rood   aangelopen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet en verspreid aan de stengel
– enkelvoudig
– gaafrandig tot veerdelig
– rozetbladeren lancetvormig
– stengelbladeren langwerpig,   stengelomvattend
– top spits
– voet stengelblad pijlvormig
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– licht behaard
– nauwelijks vertakt
– rond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Gele anemoon ; Anemone ranunculoides

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen 

 

 

 

anemone-ranunculoides-gele-anemoon-02

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele, “anemoonachtige” bloemen met 5 aan de buitenkant behaarde bloemdekbladen en
– de drie, in slippen verdeelde, kort gesteelde, kransstandige stengelbladeren en
– de vroege bloeiperiode

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele anemoon is een overblijvende plant van 15 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond in loofbossen, bermen en op dijken, na kap lang standhoudend. Ze is zeer zeldzaam in de Lage Landen. Ze wordt aangeplant als stinsenplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gele anemoon bloeit vanaf maart tot en met mei. De bloemen zijn alleenstaand of staan met 2 of 3 bij elkaar en hebben 5 (soms tot 8) gele, eironde bloemdekbladen, die aan de buitenkant behaard zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De drie, in een krans staande, kort gesteelde stengelbladeren zijn elk bijna tot aan de voet gedeeld in drie slippen met grof gezaagde rand. Gele anemoon heeft een kruipende wortelstok, waardoor ze in groepen groeit.

 

 

 

 

 

 

veenendaal-044

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Gele anemoon is van de andere anemoon-soorten, zoals bosanemoon, blauwe anemoon en Oosterse anemoon, te onderscheiden door haar kleur.

Andere planten met gelijksoortige bloemen (qua kleur en vorm) zijn :

gewone dotterbloem > grotere bloemen, 6 (of meer) bloemdekbladen, groeit (meestal) aan het water.

boterbloemsoorten > bloemen met kelkbladen en rondere kroonbladen.

 

 

gewone dotterbloem

 

 

 

gewone boterbloem

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam of als stinsenplant
– 15 tot 25 cm

Bloem
– geel
– vanaf maart t/m mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 (soms tot 8) bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand grof gezaagd
– behaard

Stengel
– rechtop
– bloemsteel behaard
– steel wortelbladeren kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria
John Astria

Wit hoefblad ; Petasites albus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_2609-m-wit-hoefblad

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de ronde tot kegelvormige trossen met witte tot geelwitte bloemhoofdjes en
– de vroege bloeiperiode

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wit hoefblad is geen inheemse plant. Ze behoort tot de stinsenplanten en komt oorspronkelijk uit de bergen van Midden-Europa en West-Azië, is hier te koop als sierplant en wordt aangeplant in parkbossen op schaduwrijke plaatsen met vochtige, voedselrijke grond, waar ze zich lang kan handhaven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wit hoefblad is een overblijvende, geurende plant. Ze wordt 5 tot 30 cm hoog en bloeit in februari en maart met (geel)witte ronde tot kegelvormige trossen, die bestaan uit een aantal bloemhoofdjes, die op hun beurt weer samengesteld zijn uit een aantal buisbloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Wit hoefblad is net als klein en groot hoefblad een naaktbloeier; de wortel-standige bladeren verschijnen aan het einde van de bloeiperiode. Ze zijn hartvormig, van onderen blijvend grijs-viltig en uitgegroeid tot 30 cm in doorsnee. Door de kruipende wortelstok breidt wit hoefblad zich uit en groeit ze in groepen.

 

 

petalbus5

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Groot en wit hoefblad lijken op elkaar. Beiden hebben een ronde tot kegelvormige bloeiwijze en opvallend grote bladeren, die pas na de bloei verschijnen. Ze verschillen in de kleur van de bloemen; groot hoefblad is roze, wit hoefblad is wit tot gelig. Daarnaast bloeit wit hoefblad eerder dan groot hoefblad.

 

 

groot hoefblad

 

 

 

groot hoefblad

 

 

 

groot hoefblad

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– voorkomend in parkbossen, soms
lang standhoudend
– 5 tot 30 cm

Bloem
– (geel)wit
– februari en maart
– ronde tot kegelvormige trossen
– buisbloem
– hoofdje circa 2,5 cm

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– top rond
– rand onregelmatig getand
– voet hartvormig
– hand- en netnervig

Stengel
– rechtop
– met bleke, smalle schutbladen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria
John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Winterakoniet ; Eranthis hyemalis

Standaard

categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-Winterakoniet

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de vroege bloei en
– de gele bloemen met vlak daaronder een krans van diep ingesneden stengelbladeren

 

 

 

winterakoniet_0394

 

 

 

Algemeen

 

Winterakoniet is een plant, die in de eerste helft van de 19e eeuw in de Lage Landen is ingevoerd vanuit Midden- en Zuidoost-Europa. Ze verspreidt zich niet spontaan, maar kan zich, waar ze is aangeplant, goed handhaven en vermeerderen. Ze bloeit in februari en maart met gele bloemen en wordt 5 tot 15 cm hoog. In zachte winters kan ze al in januari bloeien. Winterakoniet doet het goed op licht beschaduwde, vaak grazige plaatsen. Ze wordt ook als tuinplant aangeboden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Elke vaak roodbruin aangelopen bloemsteel draagt één bloem. Aan het einde van de stengel zitten drie diep handvormig ingesneden stengelbladeren en direct daarboven zes tot acht langwerpige tot eironde gele bloemdekbladen. Die gele bloemdekbladen zijn de kelkbladen. De kroonbladen zijn vergroeid tot nectariën, de gele kokertjes vol met nectar die in het hart van de bloem zitten.

 

 

 

 

 

Blad

 

Aan het einde van de bloemsteel, net onder de bloem, zitten drie diep handvormig ingesneden, glanzend donkergroene stengelbladeren. Daarnaast zijn er ook 1 of meerdere lang gesteelde wortelbladeren.

 

 

 

 

 

vergelijkbare soort

 

Vergelijkbaar met winterakoniet is gewoon speenkruid. Ze groeien en bloeien op dezelfde plaatsen en op hetzelfde moment en hebben allebei gele bloemen. Speenkruid heeft echter ronde blaadjes, terwijl winterakoniet een kraag van diep ingesneden blaadjes direct onder bloem heeft staan.

 

 

speenkruid

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeldzaam
– 5 tot 15 cm

Bloem
– geel
– (januari) februari en maart
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 3 cm
– stervormig
– 6 tot 8 bloemdekbladen
– 6 tot 8 nectariën
– meer dan 20 meeldraden
– 6 stijlen

Blad
– wortelstandig of onder bloem
– samengesteld
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand gaaf
– handnervig
– wortelbladeren gesteeld
– stengelbladeren zittend
– glanzend donkergroen

Stengel
– rechtop
– vaak roodbruin aangelopen
– rond

zie wilde bloemen

 

 

winterakoniet1

 

 

 

 

  

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De tulp

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

De tulp

 

Dutch tulips from their beds
Flaunted their stately heads.

 

James Montgomery

 

 

Algemeen

 

James Montgomery, een Britse dichter, beschreef de Nederlandse tulpen ooit als bloemen die met statig opge-heven hoofden in de velden staan te pronken. Dat beeld kennen we natuurlijk allemaal van de ons zo bekende bloembollenvelden. Het citaat heeft dan ook niets aan kracht verloren tot op de dag van vandaag.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is de tulp van oorsprong geen Nederlandse bloem. De oorsprong van de tulp ligt in het Verre Oosten, in landen als Iran, Kazachstan en Afghanistan. Via handelaren kwam de bloem terecht in Turkije en van daaruit tenslotte in Europa.

De Nederlandse plantkundige Carolus Clusius heeft de tulp rond 1593 in Nederland voor het eerst met naam en toenaam geïntroduceerd. Niet lang daarna groeide de tulp uit tot statussymbool, waarbij het heel normaal was om duizenden guldens voor te betalen. In de volksmond heet deze periode de tulpenmania. Deze duurde van 1600 – 1637.

.

.

 

.

.

 

Soorten

 

De tulp behoort tot het plantengeslacht Tulipa. De tulp laat zich gemakkelijk cultiveren. De plant muteert ook zonder tussenkomst van mensen vrij gemakkelijk, waardoor het aantal soorten groot is en jaarlijks toeneemt. Een aantal bekende soorten zijn: Enkelbloemige tulpen, dubbel-bloemige tulpen, botanische tulpen, Darwin hybriden, lelie-bloemige tulpen en franje tulpen. Ook is er veel variatie in kleur.

 

 

 

enkelbloemige tulp

 

 

tulipa%20armani%2012 enkelbl

 

 

 

 

dubbelbloemige tulp

 

 

dubeltulp

 

 

 

 

botanische tulp

 

p1150726-botanische-tulp

 

 

 

 

Darwin hybride

 

FD10101WH.jpg

 

 

 

 

leliebloemige tulp

 

Ballerina%20T lelie

 

 

 

 

franje tulp

 

Exif_JPEG_PICTURE

 

 

 

 

Kenmerken

 

Tulpen hebben zachte en kwetsbare stelen die enigszins krom groeien in een vaas. Het bijsnijden of herschikken van de bloemen zal daarom soms nodig zijn. De bladeren liggen vanuit de basis kelkvormig om de stengel heen en vormen met de tulp zelf het karakteristieke beeld van de tulp. De Tulpen zijn reukloos en hebben dus vooral decoratieve waarde.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De naam tulp is afkomstig van het Perzische woord tulipan wat tulband betekent. Als symbool van hun status droegen Ottomaanse Sultans uit Perzië namelijk een tulp op hun tulband. Al is de tulp van oorsprong dan niet Nederlands, de bloem behoort tegenwoordig wel tot één van de grootste exportproducten van dit land. Vooral de gecultiveerde tulpen en tulpenbollen zijn geliefd. Toeristen bezoeken massaal de tulpenvelden en ook een at-tractie zoals de Keukenhof is bijzonder populair.

In de tijd van Rembrandt beleefde de tulpengekte zijn hoogtepunt. Veel tulpen werden vereeuwigd in schilderijen en tekeningen. Vaak werden daarvoor de exotisch uitziende tulpen (met streepjes door de bloembladeren) ge-bruikt, omdat deze soorten het mooist werden gevonden. Wat men toen niet wist, is dat de oorzaak van deze lijntjes in de tulp eigenlijk een virus was dat het mozaïekvirus wordt genoemd. Tegenwoordig is men in staat vi-rusvrije gevlamde tulpen te kweken.

 

 

 

 

 

 

Tulpen zetten je winterdip een hak

 

Buiten is het grauw, koud en donker. Geen enkele feestdag meer in het verschiet, geen zon om je aan op te war-men en die donkere dagen hebben we nu wel al gehad. Zet de algehele malaise een hak met een spectaculair tul-penboeket vol kleur om de boel flink mee wakker te schudden.

 

 

 

 

 

 

Waar vind je tulpen in het wild?

 

Tulpen vind je in het wild in Noord-Afrika en Zuid-Europa tot aan het noordwesten van China. Met de grootste diversiteit in drie verschillende bergketens in Centraal-Azië: de Pamir, de Tiensjan en Hindoekoesj. Het klimaat is hier met koude winters, lange lentes met koude nachten en een droge zomer ideaal voor tulpen. Tulpen hebben namelijk een koude nacht en een koude winter nodig om te kunnen groeien, waardoor ze niet in een warm kli-maat gekweekt kunnen worden.

 

 

 

.

.

Kleuren en vormen van de tulp

 

De altijd vrolijke tulp is er in het wit, rood, geel, roze, paars, oranje, groen of met meerkleurige bloemblaadjes. Ook de vormen van de tulp zijn een feestje voor het oog. Zo kom je ze tegen met een enkele of een dubbele rij bloemblaadjes, zijn er ook opvallende franje- en parkiettulpen met gekartelde bloemblaadjes en is er de speelse lelietulp. Pioentulpen lijken de zusjes van pioenen en Franse tulpen zijn, in tegenstelling tot de meeste Françaises, bijzonder lang en hebben zeer grote bloemen.

 

 

Zo moet je tulpen verzorgen

 

Met deze tips geniet je tot 12 dagen van je bos tulpen.

  • Kies een schone vaas die hoog genoeg is: tulpen groeien nog een aantal centimeters door.
  • Voeg snijbloemenvoeding aan het water toe voor een langere houdbaarheid.
  • Zet de tulpen eerst een uurtje in papier of folie in de vaas. De tulpen zuigen zich dan vol met water en trekken zich als het ware recht.
  • Gebruik kraanwater op kamertemperatuur.
  • Snij de stengels schuin af met een schoon en scherp mes of een snoeischaar.
  • Zet de vaas op een koele, niet-zonnige standplaats uit de buurt van de fruitschaal.
  • Tulpen drinken veel, dus vul de vaas regelmatig bij met kraanwater.

 

 

 

Symboliek van de tulp

 

Gaf je in de zestiende eeuw een tulp, dan gaf je rijkdom. In die tijd was de bloem namelijk mateloos populair en ontstond er een speculatieve handel in tulpenbollen. Voor de prijs van één tulpenbol schafte je toen een heel grachtenpand aan in Amsterdam. Inmiddels kost een leuke bos nog maar een paar euro, maar de symboliek is wel in waarde gestegen. Geef je tulpen, dan geef je ook een boodschap. Zo betekenen rode tulpen onstuimige liefde en met zwarte tulpen zeg je: ‘Ik hou zoveel van je dat ik alles wil opofferen.’ Die geef je dus niet zomaar weg.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

 

 

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

Veldsla : Valerianella locusta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de hele kleine (2 mm) lichtblauwe (bijna witte) bloemetjes
– in schermachtige hoofdjes, die
– paarsgewijs aan het einde van een gevorkte stengel zitten

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Veldsla is een eenjarig plantje, dat 7 tot 25 cm hoog wordt. Ze is plaatselijk vrij algemeen in de Lage Landen. El-ders is ze zeer zeldzaam. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte, grazige grond in bermen en op dijken, soms in akkers.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd van veldsla is april en mei, zelden in juli/augustus. De bloemen van veldsla zijn heel lichtblauw (bijna wit), soms paarsachtig. Ze zijn 2 mm groot en hebben 5 kroonblaadjes. Ze staan in schermvormige hoofdjes, die paarsgewijs aan het einde van de vorkachtig vertakte stengel staan. Onder elk scherm bloemetjes zitten een aan-tal schutbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De tere stengels zijn vaak onderaan verspreid behaard en soms voelen ze bovenaan ruw aan door omlaag gerich-te stijve haren. De onderste bladeren vormen een rozet. Ze zijn spatelvormig. De bovenste bladeren zijn tegen-overstaand, iets spits, lancetvormig tot langwerpig, meestal met een gave, soms iets getande rand, verspreid be-haard en gewimperd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Veldsla wordt vanwege haar rozet-bladeren ook gekweekt als groente. De gekweekte soort is in alle delen groter dan de wilde. De bladeren kunnen zowel vers als gestoofd gegeten worden en smaken nootachtig. Veldsla is een wintergroente : in de herfst kiemen de zaden en ze overwintert als rozet. Veldsla bevat slijm en is daardoor gevrij-waard van slakkenvraat.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast veldsla zijn er nog drie andere soorten veldsla : gegroefde veldsla, getande veldsla en geoorde veldsla. Alle drie staan ze op de rode lijst (gegroefde als gevoelig, getande als ernstig bedreigd en geoorde als verdwenen. Veldsla soorten zijn van elkaar te onderscheiden door de vorm en de hokjes-indeling van de vruchtjes.

 

 

gekweekte

 

 

 

gekweekte

 

 

 

gegroefde

 

 

 

geoorde

 

 

 

getande

 

 

 

Algemeen

 

– kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– eenjarig
– plaatselijk vrij algemeen voorkomend
– 7 tot 25 cm hoog

Bloem
– heel lichtblauw, bijna wit,
soms paarsachtig
– april en mei, zelden in juli/augustus
– stervormig
– 2 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 3 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– onderste :
– rozet
– spatelvormig
– top stomp
– rand gaaf
– veernervig
– bovenste :
– tegenoverstaand
– langwerpig tot lancetvormig
– top stomp
– rand gaaf of iets getand
– 1-nervig
– verspreid behaard
– gewimperd

Stengel
– rechtop
– vier- of meerkantig
– onderaan verspreid behaard
– soms bovenaan ruw door stijve haren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Raapzaad : Brassica rapa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de compacte gele bloeiwijze, waarin de knoppen niet boven de open bloemen uit komen en
– de bovenste, (bijna) geheel stengelomvattende, blauwgroene bladeren en
– de ruw behaarde, liervormige, grasgroene, onderste bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Raapzaad is een tweejarige, plaatselijk algemeen voorkomende plant van 30 tot 80 cm hoog op open, vochtige, voedselrijke grond, vooral in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De hoofdbloei valt in april, maar tot augustus kun je raapzaad bloeiend aantreffen. Haar 4-tallige bloemen zijn helder geel, zoet geurend en hebben 6 meeldraden en 1 stijl. De knoppen in een bloeiwijze zitten altijd lager dan de open bloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn grasgroen, liervormig en ruw behaard. De bovenste zijn blauwgroen, (bijna) geheel stengelomvattend met hartvormige voet en bijna altijd onbehaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Raapzaad is een plant, die in verschillende vormen wordt gekweekt als groente (meiraapjes, paksoi, Chinese kool en raapstelen), als veevoer (soorten met tot knol opgezwollen wortel) en voor haar oliehoudende zaden.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Hieronder vindt u de meest in het oog springende verschillen tussen raapzaad en koolzaad.

 

 

 

  koolzaad

– langgerekt bloeiwijze, knoppen boven de bloeiende bloemen
– alle bladeren blauwgroen
– bovenste bladeren half stengelomvattend of minder

 

 

 

 

 

 

 raapzaad

– compacte bloeiwijze, knoppen onder de bloeiende bloemen
– bovenste bladeren blauwgroen, onderste grasgroen
– bovenste bladeren (bijna) stengelomvattend

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– tweejarig
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 30 tot 80 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf april t/m augustus
– tros
– 1 tot 2 cm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– top rond
– netnervig
– onderste :
– grasgroen
– liervormig
– ruw behaard
– rand getand
– voet gevleugeld
– bovenste :
– blauwgroen
– langwerpig
– (bijna) stengelomvattend
– bijna altijd onbehaard
– rand gaaf
– voet diep hartvormig

Stengel
– rechtop
– groen, soms paarsig aangelopen
– soms verspreid enkele doornachtige   haren
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oosterse sterhyacint : Scilla siberica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– blauwe (zelden witte), knikkende, 6-tallige bloemen en
– de vroege bloei

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oosterse sterhyacint is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Europa en Klein-Azië. Ze is zeldzaam en groeit op voedselrijke grond in loofbossen, vooral op buitenplaatsen. Ze behoort tot de stinsenplanten en is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Oosterse sterhyacint bloeit in maart en april met blauwe, stervormige, knikkende bloemen, die alleen of met 2 tot 5, bij elkaar in een eenzijdige tros aan het einde van de stengel staan. De bloemen hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die vanaf de basis uiteen wijken en in het midden een donkere streep heb-ben. De bloemen van grote en kleine sneeuwroem zijn ook blauw en stervormig, maar de bloemdekbladen van die bloemen zijn aan de basis een klein stukje met elkaar vergroeid. Dat is goed zichtbaar aan de achterkant van de bloem.

 

 

 

 

 

Blad

 

Oosterse sterhyacint heeft 2 tot 4 breed lijnvormige bladeren met een gekapte spitse top. Na de bloei groeien de bladeren nog verder uit.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meerdere vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals grote en kleine sneeuwroem en vroege sterhyacint.

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem

 

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart

 

 

 

 

 

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– 10 tot 25 cm

Bloem
– blauw, zelden wit
– maart en april
– tros
– stervormig
– 6 tot 14 mm
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen