Tagarchief: meeldraden

Zandraket : Arabidopsis thaliana

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine (4 – 8 mm), witte 4-tallige bloemetjes en
– de lange, dunne, rolronde, schuin afstaande vruchten en
– het rozet van behaarde blaadjes met een grof getande rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Zandraket is een eenjarige plant van 5 tot 30 cm hoog. Ze is zeer algemeen voor komend in de Lage Landen. Zandraket groeit op open, droge, min of meer voedselrijke zandgrond in bermen, akkers, plantsoenen, op dijken en tussen tegels.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in april en mei met kleine witte bloemetjes. De zuiver witte bloemetjes zijn 4 tot 8 mm groot, hebben 4 kroonbladen, 4 geelgroene kelkbladen, 1 stijl en 6 meeldraden, 4 langere en 2 kortere. De bloemen staan in een tros aan het einde van de stengel en zijstengels.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Zandraket heeft een korte levenscyclus. De zaden kiemen in de herfst en de plant gaat als rozet de winter door. In het vroege voorjaar groeien uit het rozet een aantal al of niet vertakte bloeiende stengels. ’s Nachts en bij regen-achtig weer buigen de bloemtrossen zich om het stuifmeel te beschermen tegen vocht.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Zandraket is een grijsgroen plantje, dat fijner en smaller oogt dan herderstasje. Naast zandraket zijn er nog 5 andere algemeen voorkomende, vroege voorjaarsbloeiers met 4-tallige, kleine witte bloemetjes en een bladrozet.

 

 

 

herderstasje : driehoekige vruchten.

 

 

 

 

 

 

 

vroegeling : gespleten kroonbladen en brede, platte vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

 

zandraket : lange, smalle, schuin afstaande vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

 

kleine veldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

bosveldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

klein tasjeskruid : ongelijke kroonbladen, eironde, platte, haaks afstaande vruchten, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot zeldzaam
– 5 tot 30 cm

Bloem
– wit
– april en mei
– tros
– stervormig
– 4 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– enkelvoudig
– 1-nervig
– behaard
– rozetbladeren :
– eirond tot lancetvormig
– top stomp of afgerond
– rand grof getand
– voet versmallend in steel
– stengelbladeren :
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf of grof getand
– zittend

Stengel
– rechtop
– vooral onderaan behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Raapzaad : Brassica rapa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de compacte gele bloeiwijze, waarin de knoppen niet boven de open bloemen uit komen en
– de bovenste, (bijna) geheel stengelomvattende, blauwgroene bladeren en
– de ruw behaarde, liervormige, grasgroene, onderste bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Raapzaad is een tweejarige, plaatselijk algemeen voorkomende plant van 30 tot 80 cm hoog op open, vochtige, voedselrijke grond, vooral in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De hoofdbloei valt in april, maar tot augustus kun je raapzaad bloeiend aantreffen. Haar 4-tallige bloemen zijn helder geel, zoet geurend en hebben 6 meeldraden en 1 stijl. De knoppen in een bloeiwijze zitten altijd lager dan de open bloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn grasgroen, liervormig en ruw behaard. De bovenste zijn blauwgroen, (bijna) geheel stengelomvattend met hartvormige voet en bijna altijd onbehaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Raapzaad is een plant, die in verschillende vormen wordt gekweekt als groente (meiraapjes, paksoi, Chinese kool en raapstelen), als veevoer (soorten met tot knol opgezwollen wortel) en voor haar oliehoudende zaden.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Hieronder vindt u de meest in het oog springende verschillen tussen raapzaad en koolzaad.

 

 

 

  koolzaad

– langgerekt bloeiwijze, knoppen boven de bloeiende bloemen
– alle bladeren blauwgroen
– bovenste bladeren half stengelomvattend of minder

 

 

 

 

 

 

 raapzaad

– compacte bloeiwijze, knoppen onder de bloeiende bloemen
– bovenste bladeren blauwgroen, onderste grasgroen
– bovenste bladeren (bijna) stengelomvattend

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– tweejarig
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 30 tot 80 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf april t/m augustus
– tros
– 1 tot 2 cm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– top rond
– netnervig
– onderste :
– grasgroen
– liervormig
– ruw behaard
– rand getand
– voet gevleugeld
– bovenste :
– blauwgroen
– langwerpig
– (bijna) stengelomvattend
– bijna altijd onbehaard
– rand gaaf
– voet diep hartvormig

Stengel
– rechtop
– groen, soms paarsig aangelopen
– soms verspreid enkele doornachtige   haren
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewoon barbarakruid : Barbarea vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Barbarea_vulgaris_002

 

 

Goed te herkennen aan
– de 4-tallige helder gele bloemen en
– de glanzende, niet gesteelde bovenste bladeren
– met bochtig ingesneden rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewoon barbarakruid is een overblijvende (meestal tweejarige) niet behaarde plant, die bloeit vanaf april tot en met juni. Ze wordt 20 tot 90 cm hoog en is vrij algemeen voorkomend. Ze wordt ook uitgezaaid. Je vindt gewoon barbarakruid op open of licht beschaduwde plaatsen in grazige, vochtige, voedselrijke grond in bermen, aan slootkanten en rivieroevers, ook in de duinen.

 

 

winterkers

 

 

 

Bloemen

 

Gewoon barbarakruid bloeit met gele 4-tallige bloemen, die eerst in een zeer dichte bloeiwijze staan. Als de vruchten zich gaan ontwikkelen wordt de bloeiwijze langer.

 

 

bloeiende-plant-gewoon-barbarakruid

 

 

 

Bladeren

 

De kroonbladen zijn tweemaal zo lang als de kelkbladen en staan min of meer twee aan twee tegenover elkaar in plaats van een kruis te vormen, zoals gebruikelijk is bij kruisbloemigen. De bladeren van gewoon barbarakruid zijn glanzend. De onderste zijn gesteelde wortelbladeren, diep geveerd met aan beide kanten twee tot vijf eirond tot langwerpige deelblaadjes en een groot, rond-achtige topblaadje.

De bovenste bladeren zijn (half) stengelomvattend met (meestal) kale oortjes, ongedeeld, bochtig ingesneden en met of zonder een paar zijslippen. De jonge bladeren kunnen rauw of gekookt gegeten worden. Ze bevatten veel vitamine C, maar smaken wel wat bitter.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend, meestal tweejarig
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 20 tot 90 cm

Bloem
– helder geel
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 1 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– bochtig getand
– top stomp
– rand bochtig getand
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– glanzend
– kaal

Stengel
– rechtop
– kaal
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Gewoon barbarakruid : Barbarea vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Barbarea_vulgaris_002

 

 

Goed te herkennen aan
– de 4-tallige helder gele bloemen en
– de glanzende, niet gesteelde bovenste bladeren
– met bochtig ingesneden rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewoon barbarakruid is een overblijvende (meestal tweejarige) niet behaarde plant, die bloeit vanaf april tot en met juni. Ze wordt 20 tot 90 cm hoog en is vrij algemeen voorkomend. Ze wordt ook uitgezaaid. Je vindt gewoon barbarakruid op open of licht beschaduwde plaatsen in grazige, vochtige, voedselrijke grond in bermen, aan slootkanten en rivieroevers, ook in de duinen.

 

 

winterkers

 

 

 

Bloemen

 

Gewoon barbarakruid bloeit met gele 4-tallige bloemen, die eerst in een zeer dichte bloeiwijze staan. Als de vruchten zich gaan ontwikkelen wordt de bloeiwijze langer.

 

 

bloeiende-plant-gewoon-barbarakruid

 

 

 

Bladeren

 

De kroonbladen zijn tweemaal zo lang als de kelkbladen en staan min of meer twee aan twee tegenover elkaar in plaats van een kruis te vormen, zoals gebruikelijk is bij kruisbloemigen. De bladeren van gewoon barbarakruid zijn glanzend. De onderste zijn gesteelde wortelbladeren, diep geveerd met aan beide kanten twee tot vijf eirond tot langwerpige deelblaadjes en een groot, rond-achtige topblaadje.

De bovenste bladeren zijn (half) stengelomvattend met (meestal) kale oortjes, ongedeeld, bochtig ingesneden en met of zonder een paar zijslippen. De jonge bladeren kunnen rauw of gekookt gegeten worden. Ze bevatten veel vitamine C, maar smaken wel wat bitter.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend, meestal tweejarig
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 20 tot 90 cm

Bloem
– helder geel
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 1 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– bochtig getand
– top stomp
– rand bochtig getand
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– glanzend
– kaal

Stengel
– rechtop
– kaal
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Voorjaarshelmkruid : Scrophularia vernalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de geel-groene, klokvormige bloemen en
– de zachte beharing van de hele plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Voorjaarshelmkruid is een overblijvende, meestal tweejarige, naar tuinkers ruikende plant van 15 tot 80 cm. Ze groeit op droge tot vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte grond in duinbos en duinstruikgewas, ook bij bui-tenplaatsen. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Voorjaarshelmkruid bloeit vanaf april tot en met juni. De bloemen zijn geelgroen, klokvormig en staan in gesteel-de bijschermen in de bladoksels. Meeldraden en stijl steken buiten de bloemkroon.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De behaarde bladeren zijn 3-hoekig, hebben een hartvormige voet en een gezaagde rand. De onderste zijn lang gesteeld, de bovenste bijna zittend. De stengels zijn behaard met lange afstaande witte haren en bovenaan ook met korte klierharen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

helmkruidfamilie (Scrophulariaceae)
– overblijvend, meestal tweejarig
– plaatselijk vrij algemeen tot zeer   zeldzaam
– 15 tot 80 cm

Bloem
– geel-groen
– vanaf april t/m juni
– bijscherm
– 6 tot 8 mm
– klokvormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– 3-hoekig
– top spits
– rand gezaagd
– voet hartvormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– stomp of scherp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Kruishyacint : Hyacinthoides x massartiana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
de tros met meestal meer dan 12 blauw-paarse, witte of roze, breed klokvormige, hangende, redelijk grote bloemen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Aangenomen mag worden dat wilde hyacint in haar zuivere vorm niet meer in de Lage Landen voor- komt. De op wilde hyacint lijkende exemplaren zijn ontstaan door kruising van wilde hyacint (Hyancinthoides non-scripta) en Spaanse hyacint (Hyacinthoides hispanica) en worden kruishyacint genoemd (Hyacinthoides x massartiana). Zowel Spaanse als kruishyacint zijn te koop als tuinplant.

Kruishyacint groeit op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen. Ze komt vrij algemeen voor langs de binnen-duinrand. Elders is ze zeldzaam. Ze bloeit vanaf half april tot begin mei en wordt 15 tot 50 cm hoog. Kruishyacint behoort tot de stinsenplanten.

 

 

Spaanse hyacint

 

 

 

Vergelijkbare soorten
  wilde hyacint
– 6 tot 12 bloemen in eenzijdige trossen, aangenaam geurend
– meeldraden en helmknoppen roomkleurig
– voornamelijk blauw-paars
– top van de tros gebogen
– bladeren tot 10 mm breed
– smal klokvormig, einde van de bloemdekbladen   teruggeslagen
  kruishyacint
– meer dan 12 bloemen aan alle kanten van de tros, reukloos
– meeldraden en helmknoppen roomkleurig of in de bloemkleur
– blauw-paars, wit of roze
– top van de tros recht
– bladeren tot 15 mm breed, soms nog breder
– wijd klokvormig, einde van de bloemdekbladen uitstaand

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

wilde hyacint

 

 

wilde hyacint

 

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend, bolgewas
– vrij algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 50 cm

Bloem
– blauw-paars, roze of wit
– april en mei
– tros
– breed klokvormig
– 12 tot 20 mm lang
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijnvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine maagdenpalm : Vinca minor

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de grote, lichtblauwe of blauw-paarse, 5-tallige bloemen aan
– een bodem bedekkende plant en
– de in de winter groen blijvende, glanzende bladeren met kale rand

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine maagdenpalm is een wintergroene, overblijvende, bodem bedekkende plant op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen en tuinen. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen en is ook te koop als tuin-plant. In Limburg vind je nog oorspronkelijk wilde exemplaren. De plant is wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine maagdenpalm bloeit vanaf half april tot begin mei,  in zachte winters eerder. Ook in de overige maanden kun je haar bloeiend aantreffen, maar dan minder enthousiast. De bloemen van oorspronkelijk wilde exemplaren zijn lichtblauw, die van de tuinversie blauw-paars. Ze zijn groot en hebben 5 asymmetrische kroonbladen, waar-van de bovenste gedeelte wijd uitstaat en het onderste gedeelte buisvormig is vergroeid. Het hart van de bloem is wit. De bloemen staan op korte stelen. Per bladpaar groeit er 1 bloem in één van de twee bladoksels.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn glanzend groen en blijven in de winter aan de plant zitten. De niet bloeiende stengels liggen op de grond, wortelen op de knopen en kunnen meters lang worden. De bloeiende stengels staan rechtop en wor-den tot 30 cm hoog.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De bloemen van kleine maagdenpalm zijn te eten en kunnen gebruikt worden ter versiering van taarten en sala-des. In de fytotherapie kent kleine maagdenpalm vele toepassingen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Grote maagdenpalm lijkt veel op kleine maagdenpalm, maar ze is in alles groter en de rand van de bladeren is gewimperd. De bladrand van kleine maagdenpalm is kaal. Grote maagdenpalm komt niet voor in Nederland.

 

 

grote maagdenpalm

 

 

 

Algemeen

 

maagdenpalmfamilie (Apocynaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– bloeistengel 15 tot 30 cm

Bloem
– lichtblauwe, blauw-paars, zelden wit
– april en mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– elliptisch tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf en kaal
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– glanzend

Stengel
– rechtop of liggend
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone ereprijs : Veronica chamaedrys

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

IMG_9705-m.gewone ereprijs

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de 4-tallige hemelsblauwe bloemen in trossen
– en de stengels met beharing in 2 rijen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

De gewone ereprijs is een plant van matig voedselrijke, vochtige graslanden en lichte bossen en struwelen. De soort groeit veel in bermen en op dijken. Ook kan hij in gazons voorkomen. Doordat deze zoveel gemaaid wor-den, komt hij dan niet tot bloei.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Gewone ereprijs wordt 10 tot 40 cm hoog en bloeit in april , mei en juni met hemelsblauwe, 4-tallige bloemen, die donker geaderd zijn en wit hart hebben. De kroonbladen zijn aan de buitenkant iets lichter blauw. De bloemen zijn 0,8 tot 14 mm in doorsnede en vormen ijle trossen van 10 tot 20 bloemen in de oksels van de bovenste bladeren. De donkere beadering dient als honingmerk en leidt insecten naar het binnenste van de bloem. Bij veel regenval en/of harde wind sluiten de bloemen zich en gaan ze hangen. Bloemen van een dag oud krijgen een paars-rode zweem.

 

 

ereprijsgewone-110506-012

 

 

 

Bladeren

 

De ronde, opstijgende, enigszins slappe stengels zijn behaard met twee rijen haren. Zelden zijn ze rondom behaard en als ze dat wel zijn, dan zijn er toch twee dichter behaarde lijnen aanwezig. Ze zijn bebladerd met kruisgewijs tegenoverstaand, eironde tot elliptische bladeren, die zowel aan de boven- als aan de onderkant dicht behaard zijn met korte, zachte haren. De bladeren zijn zittend (soms kort gesteeld) en hebben een gekartelde rand.

 

.

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 40 cm

Bloem
– hemelsblauw
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 8 tot 14 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen, behaard
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gekarteld
– voet afgerond
– veernervig
– zittend (soms kort gesteeld)
– beide kanten zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Aardpeer : Helianthus tuberosus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine zonnebloem-achtige bloemenhoofdjes met
– omwindsel bladen langer dan de breedte van het omwindsel én
– de late bloeiperiode; oktober – november én
– de hoogte van de plant; tot wel 2,40 meter

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Aardpeer is een opvallende, hoge, behaarde plant van het najaar. Ze komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. In de Lage Landen is ze ingeburgerd tussen 1900 en 1924, waar ze sinds jaren dichte bestanden vormt. Ze is zeld-zaam, maar wel toenemend. Ze groeit op natte, zeer voedselrijke grond in oever ruigten en in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Aardpeer bloeit laat in de herfst; in oktober en november. De alleenstaande bloemenhoofdjes lijken wat op kleine zonnebloemen. Ze hebben gele straalbloemen. Het hart is ook geel, maar wat donkerder. Dat komt ook door de donkerbruine, bijna zwarte meeldraden, die om de stijl zitten als een kokertje. De lancetvormige omwindsel blaadjes zijn even lang als of langer dan het omwindsel breed is en ze staan geheel of gedeeltelijk af.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Volgens Heukels zijn de bovenste bladeren niet veel kleiner dan de onderste. Toch vind ik de allerbovenste bladeren wel veel kleiner. De bladeren staan verspreid langs de stengel en zijn kort behaard. Ook de stengels zijn kort behaard en rolrond, soms bovenaan gegroefd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De ondergrondse knollen van aardpeer hebben een nootachtige smaak, die zoeter wordt als het een keer gevroren heeft. Ze hebben een dunne schil, hoeven daarom niet geschild te worden. Ze kunnen zowel rauw als gekookt gegeten worden. De knollen bevatten verschillende stoffen, waardoor aardpeer toepasbaar is bij suikerziekte, prikkelbare darmsyndroom, obstipatie en diarree.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Aardpeer wordt ook wel topinamboer, knolzonnebloem of Jeruzalem-artisjok genoemd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Slipbladige rudbeckia heeft gedeelde bladeren en een kegelvormig hart. Stijve rudbeckia is geheel ruw behaard, zoals aardpeer, maar wordt half zo hoog én de bloemenhoofdjes hebben een donkerbruin hart. Stijve zonne-bloem bloeit eerder en heeft kortere omwindsel bladeren.

 

 

slipbladige rubeckia

.

 

 

stijve rubeckia

.

 

 

stijve zonnebloem

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)

– overblijvend
– zeldzaam
– 1,20 tot 2,40 meter

Bloem
– geel
– oktober en november
– hoofdje
– lang gesteeld, alleenstaand
– 4 tot 8 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand getand
– voet aflopend
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– bovenaan vertakt
– rolrond

zie wilde bloemen

 

.

 

.

 

 

 

Bosveldkers : Cardamine flexuosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes met (meestal) 6 meeldraden en
– de bochtige, behaarde stengel met 6-9 blaadjes en
– de 15 tot 25 mm lange vruchten die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Bosveldkers is een eenjarige (soms overblijvend) plant, die 5 tot 40 cm hoog kan worden. Ze groeit op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen, langs greppels en beekjes. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend.

 

 

.

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf april tot en met augustus met kleine witte bloemetjes, die aan de top van de stengel in een tros van zes tot vijfentwintig bloemen staan.

 

 

.

 

 

Blad en stengel

 

Bosveldkers vormt meestal veel-stengelige polletjes. De stengels zijn bochtig, behaard en hebben 5 tot 9 verspreid staande oneven geveerde bladeren. De deelblaadjes van de onderste bladeren zijn rond tot eirond, die van de bovenste bladeren zijn smaller.

 

 

 

.

 

Vergelijkbare soorten veldkers

 

bosveldkers : vruchten komen niet of nauwelijks boven de bloemen uit, 6 meeldraden per bloem, bochtige behaarde stengel.

kleine veldkers : vruchten steken ruim boven de bloemen uit, 4 meeldraden per bloem, meestal niet behaarde stengel met 2 tot 4 bladeren.

bittere veldkers : veel grotere bloemen (ongeveer als pinksterbloemen) met paars-rode helmknoppen.

springzaadveldkers : bladstelen met oortjes.

 

.

kleine veldkers

 

 

 

bittere veldkers

 

 

 

springzaadveldkers

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig, soms overblijvend
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 5 tot 40 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m augustus
– tros
– stervormig
– 5 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– top spits of stomp
– rand gekarteld of getand
– voet scheef of afgerond of wigvormig
– veernervig
– bovenkant verspreid behaard

Stengel
– rechtop
– bochtig
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

.

.