Tagarchief: knopen

Chrysopraas, een smaragdgroen mineraal

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Chrysopraas is de naam van een helder groene tot smaragdgroene soort chalcedoon. Dit mineraal is tegenwoordig vrij onbekend, maar was eeuwen geleden zeer geliefd.

 

 

Algemeen

 

Chrysopraas is betrekkelijk zeldzaam. Het mineraal wordt gevonden tussen lagen verweerd, serpentijnhoudend gesteente. Met bulldozers of ander zwaar materieel wordt dit gesteente zo veel mogelijk verwijderd. Daarna wordt de smaragdgroene chalcedoon met de hand voorzichtig verder ontdaan van het moedergesteente.

De meeste chrysopraas komt nu uit Australië. De kleur is van Australische chrysopraas is dieper groen dan die van de Europese variant. Omdat chrysopraas voorkomt in allerlei mooie tinten groen, wordt het graag gebruikt als imitatie van jade. Op de markt wordt het soms verkocht als Australische jade.

Er bestaat ook citroengele chrysopraas, die dan ook citroenchrysopraas heet. Dit is eigenlijk het mineraal gaspeiet vermengd met kleurloze chalcedoon. In de edelsteentherapie wordt chrysopraas vaak gebruikt voor kinderen die zich onbegrepen voelen, zich slecht kunnen uiten of hyperactief zijn.

 

Let op! Er wordt tegenwoordig ook blauwe chalcedoon op de markt aangeboden die kunstmatig smaragdgroen is gekleurd door middel van nikkel of groen zout.

.

 

ruwe chrysopraas

 

.

 

Door de eeuwen heen

 

Chrysopraas is al vele eeuwen bekend als siersteen en heelsteen.

In het oude Egypte (vanaf circa 3300 v.Chr.) werd chrysopraas in kettingen en andere sieraden vaak gecombineerd met lapis lazuli of sodaliet. Chrysopraas was gewijd aan de Egyptische godin van de vruchtbaarheid, Bastet of Bast. Deze godin had het hoofd van een kat.

In de tijd van Alexander de Grote (356-323 v.Chr.) werd chrysopraas de Overwinningssteen genoemd, meldde de Duitse geleerde Albertus Magnus (1206-1280). Volgens de overlevering had Alexander zijn successen te danken aan het feit dat hij vanaf het begin van zijn zegetocht altijd een riem droeg die versierd was met een ‘praas’-steen. Maar op zekere dag beet een slang de steen van de riem, waarna Alexander geen enkele strijd meer won. Niet veel later stierf hij….

Het grootste bekende stuk chrysopraas uit de Oudheid heeft een grootte van 12,5 x 15 cm. en stelt het hoofd van oppergod Jupiter voort. Het dateert uit de 2e eeuw. Het bevindt zich in de collectie edelstenen van de Universiteit van Pennsylvania.

Chrysopraas was ook geliefd bij de Romeinen (ca. 600 v.Chr. – 500 n.Chr.). Er zijn veel Romeinse sieraden met chrysopraas teruggevonden: broches (cameeën), armbanden, kettingen en zegelringen. Chrysopraas werd beschouwd als een sterke talisman die beschermde tegen het boze oog, een slecht humeur, vervloekingen en vechtpartijen.

De Romeinen schaarden de chrysopraas bij de stenen die aan de liefdesgodin Venus gewijd waren. De chrysopraas zou goed zijn tegen sleur en desinteresse, en zou echtelieden geïnteresseerd in elkaar houden. Chrysopraas stond niet voor de zinnelijke liefde, maar voor geestelijke liefde. Daarnaast stimuleerde chrysopraas de liefde voor de waarheid.

Koningin Cleopatra (69-30 v.Chr.) droeg volgens overlevering graag chrysopraas omdat dit zou helpen haar jeugdige schoonheid te bewaren.

De Duitse mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) gebruikte de chrysopraas tegen jicht. De patiënt moest dit kristal op de blote huid leggen, bovenop de aangedane plek. Ze liet heetgebakerde mensen langdurig chrysopraas op de keel dragen, om zo hun woede te temperen. Chrysopraas wordt heden ten dage nog steeds gebruikt vanwege zijn verkoelend effect bij woede, jaloezie, liefdesverdriet en andere heftige emoties.

Silezië was in de Middeleeuwen de belangrijkste bron voor kwalitatief hoogwaardige chrysopraas. Tot in de 17e eeuw bleef Silezië de belangrijkste vindplaats van chrysopraas. Dit mineraal werd toen graag gebruikt voor sieraden, kralen en knopen. Dat zie je vaak terugkomen in vondsten uit die tijd, en op schilderijen.

Silezië was in de 18e eeuw het toneel van veel conflicten. Uiteindelijk moest de Habsburgse keizerin Maria Theresa (1717-1780) het gebied afstaan aan Frederik de Grote (1712-1786), koning van Pruisen. Inclusief de chrysopraas-mijnen. Dit heeft Maria Theresa Frederik nooit vergeven.

Frederik de Grote was volgens de overleveringen zo dol op chrysopraas, dat hij zijn paleis in Potsdam rijkelijk versierde met siervoorwerpen en zelfs meubilair met chrysopraas. Hij bezat een ring met een grote chrysopraas, waarop hij zo dol was dat hij ‘m nooit afdeed. En als hij ging wandelen, nam hij een wandelstok mee die versierd was met een grote knop van chrysopraas. Hij bezat maar liefst 18 snuifdozen van chrysopraas.

Langzaam maar zeker raakten de mijnen in Silezië uitgeput. En dit kristal raakte een beetje in vergetelheid. Door recente grote vondsten in Australi&euml is chrysopraas weer op de kaart gezet.

 

 

chrysopraas trommelsteentje

 

 

 

.

Australische chrysopraas

 

 

.

 

Spiritueel

 

 

* Chrysopraas is een goede steen voor volwassenen om hun Innerlijk Kind te bevrijden van onverwerkte (negatieve) emotiesen patronen uit hun kinderjaren..

* Chrysopraas geeft een gevoel van veiligheid en geborgenheid, en helpt bij negatieve emoties als wrok, jaloezie en liefdesverdriet. Het mineraal helpt je omje hoofd koel te houden en de vrede te bewaren in verhitte situaties.
* Chrysopraas helpt je om tijdens je slaap heftige belevenissen van de dag op een evenwichtige manier te verwerken. Hierdoor helpt chrysopraas tegen negatieve visioenen en nachtmerries.
* Chrysopraas helpt je te accepteren dat je bent zoals je bent. Chrysopraas laat je zien dat ieder mens bestaat uit een unieke combinatie van mooie, en soms wat minder mooie, gaven en talenten..
* Chrysopraas maaktonzelfzuchtig en eerlijk. Het delen van informatie, geld en goederen wordt gemakkelijker.

 

 

chrysopraas trommelstenen

 

.

 

 

chrysopraas trommelsteen

 

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Chrysopraas is siliciumoxide. De mooie groene kleur van chrysopraas wordt veroorzaakt door sporen nikkel. Soms bevat het mineraal ook chroom.

.

 

Samenstelling:SiO2 + Ni, H2O
Hardheid: 6,5 – 7
Glans: glasglans, mat, wasglans
Transparantie: licht doorschijnend tot ondoorzichtig
Breuk: ruw, schelpvormig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,64
Kristalstelsel: trigonaal, micro-kristallijn

 

 

Chrysopraas
Chrysopraz-tumble polished stone.jpg
Mineraal
Chemische formule SiO2
Kleur smaragdgroen, blauwgroen en appelgroen
Streepkleur wit
Hardheid 6-7
Glans glasglans,mat
Breuk ruw, bros
Splijting geen
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal microkristallijne aggregaten
Brekingsindices Ne 1,539-1,544, No 1,526- 1,535
Dubbele breking 0,004 tot 0,005
Dispersie geen
Fluorescentie geen
Luminescentie geen
Overige eigenschappen
Veredeling niet bekend
Bijzondere kenmerken geen

 

 

chrysopraas trommelsteen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

De kimono

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

De kimono is een typisch Japanse dracht, die een beetje lijkt op onze ochtendjas maar de originele kimono is gemaakt van zijde en bedrukt met verschillende patronen. De patronen en de kleur zijn vaak afhankelijk van het seizoen. De mouwen zijn zeer wijd en de kimono wordt dichtgehouden door een brede ceintuur, de ‘obi’.

 

 

Geisha kimono

 

 

 

Geschiedenis

 

Volgens de oude Chinese annalen uit de 3e eeuw n.C. droegen de Japanners slechts grote stukken stof waarin een gat voor het hoofd was gemaakt. Daarna moet men er iets geciviliseerder uit hebben gezien want er zijn kleifiguren gevonden uit de 3e tot 7e eeuw en die tonen kledingstukken bestaande uit 2 delen, zowel bij de mannen (een broek en een soort hes) als bij de vrouwen (rok met een hes). Beiden hadden ook een band om als een riem.

Met de komst van het boeddhisme en met het aanhalen van de contacten met China, zien we ook dat men in Japan kleding van de Chinese Tang (dynastie) gaat dragen. In de Heiantijd (ong. 800-1200) als het hofleven een zeer kunstzinnige vorm gaat aannemen, dragen de vrouwen verschillende zijden (kimono-achtige) kleden over elkaar heen, men noemt dit ‘junihitoë’.

In de Kamakura-periode (ong. 1200-1300) gingen de mensen thuis ‘kosode’ dragen, aanvankelijk als een soort onderkleding maar dit ontwikkelde zich in de Muromachi-periode (ong. 1100-1573) tot formele buitenkleding. Deze kleding werd, met enige veranderingen in de loop van de tijd, de huidige kimono.

De kimono werd standaardkleding in de Azuchi-Momoyama-periode (1574-1600) en de ‘obi’, de huidige brede ceintuur, deed zijn intrede vanuit Korea, maar de ‘obi’ begon als een soort koord, die een aantal keren rond het lichaam werd gewikkeld. Er waren ook al verschillende patronen op de kimono’s.

 

In de Edo-periode (1602-1867)  verdwenen de patronen van de kimono’s en werden de ‘obi’ breder. Dan volgt de Meiji-periode waarin de kimono standaardkleding wordt en ook als formele kleding geaccepteerd wordt. De daarop volgende Taisho-periode (begin 20ste eeuw), als de invloed van het Westen, na de openstelling van Japan, groter wordt, raakt men ook geïnteresseerd in de Westerse kleding, maar tot de Tweede Wereldoorlog blijft de kimono de standaarddracht.

Na de Tweede Wereldoorlog verdwijnt de kimono meer en meer. Nu ziet men oudere vrouwen nog kimono’s dragen op straat en de jonge vrouwen soms tijdens speciale dagen, zoals bij het trouwen, Nieuwjaarsdag, Meerderjarigheidsdag e.d. maar dit wordt wel steeds minder. De echte zijden kimono’s zijn erg duur (duizenden euro’s) en om die reden worden ze wel gehuurd als er een nodig is voor een speciale gelegenheid.

Tegenwoordig ziet men veel de kunststof kimono’s (veelal polyester) voor bijv. dagelijks gebruik, die veel goedkoper zijn (vanaf 50 euro). Hier hoeft geen grote obi bij gebruikt te worden maar volstaat een smal ceintuur. Bij het aantrekken van een dergelijke kimono gaat eerst de rechterkant over het lichaam en daarna wordt de linkerkant over de rechterkant getrokken.

De ceintuur wordt dubbelgeknoopt en zodanig gedraaid dat de knoop op de rug komt te zitten. Dit geldt voor vrouwen en voor mannen. Ook mannen droegen vroeger kimono’s, die vrijwel gelijk waren aan die van de vrouwen, behoudens de kleurstelling en motief. Mannen droegen meestal donkere kimono’s waarbij de ceremoniële kimono’s vaak versierd waren met het familiewapen.

De vrouwen in Japan dragen de veelal kleurrijke kimono. Tegenwoordig gebeurt dit overigens bijna uitsluitend nog bij speciale, min of meer formele gelegenheden. Men kent verschillende typen kimono’s. Zo onderscheidt men de  furisode, een formele kimono met lange zakachtige mouwen, gedragen door ongetrouwde vrouwen, zodra zij volwassen zijn geworden (na viering van seijin no hi, de volwassenheidsdag).

Tijdens de huwelijksceremonie draagt een bruid veelal een uchikake, een witte bruidskimono en is zij eenmaal getrouwd dan draagt de vrouw bij formele gelegenheden een hômongi of een tomesode. Ook dit zijn formele kimono’s, maar de tomesode is veelal zwart en wordt gedragen bij een huwelijksceremonie van een familielid.

Als sokken onder de kimono draagt men de ‘tabi’, een witte sok met een aparte ruimte voor de grote teen, waardoor men als schoeisel de ‘geta’ kan dragen, een soort houten sandalen, of de ‘zori’, sandaalachtige schoenen van stro of tegenwoordig van kunststof.

 

 

furisode

 

 

 

 

uchikake

 

 

 

 

tomesode

 

 

 

 

 

Kimono in detail

 

Onder de kimono, maar over het gewone ondergoed, wordt een speciaal onderkleed gedragen, ‘nagajuban’ genoemd. Daarover heen komt dus de kimono, die door de obi wordt dichtgehouden. De obi is dus een brede ceintuur, die om het lichaam gewikkeld en vervolgens op de rug geknoopt wordt.

Men kent verschillende soorten knopen. Om deze obi op zijn plaats te houden, komt er weer een soort koord om de obi heen, de obijime. Ook dit koord wordt geknoopt, maar dan aan de voorkant. De uiteinden van dit koord kunnen, als de knoop is gelegd, op verschillende manieren achter de obijime worden gestopt.

 

 

nagajuban

 

 

 

 

   obijime

 

 

 

 

Om de kimono dicht te houden, wordt als eerste een smalle ceintuur, een soort ‘hulp-obi’ omgedaan, de ‘date-jime’, met daar weer een klein riempje omheen om de date-jime dicht te houden. Dit riempje heet ‘koshihimo’. Dan komt de obi, een paar meter lange en ong. 30 cm brede ceintuur.

Om de obi aan de achterkant goed op zijn plaats te houden en het knopen te vergemakkelijken worden nog een paar hulp-ceinturen gebruikt, zoals de ‘arijimo’ (die ziet men niet) en de ‘obi age’. Deze wordt aan de voorzijde mooi geknoopt en zit direct boven de obi.

Om de obi stijf te houden wordt er nog een hulpstuk tussen geschoven, de ‘obi ita’. Dan wordt om de obi een smal koord geknoopt, de ‘obijime’. Deze kan rond of plat zijn, verschillende kleuren hebben en verschillend geknoopt zijn. De hier getoonde is de ‘fuji musubi’. De uiteinden hiervan (met de pluimpjes) wijzen normaal gesproken omhoog. Bij droevige gebeurtenissen, zoals begrafenissen, wijzen de uiteinden omlaag.

 

 

koshihimo

 

 

 

 

 

fuju musubi

 

 

 

 

Mannen

 

Ook mannen droegen vroeger kimonoachtige kleding en tegenwoordig zijn de mannenkimono’s half hoge kimono’s, donker van kleur en soms met het familiewapen erop, de ‘montsuki’ of ‘haori’. Daaronder wordt een soort rok gedragen, de ‘hakama’. Ook de man heeft een obi, maar deze is smaller en eenvoudiger. De ‘tabi’ en ‘geta’ horen hier, net als bij de vrouwen, ook bij.

 

 

montsuki

 

 

 

 

  hakama

 

 

 

 

tabi

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA