Tagarchief: romeinen

Contradicties in de Bijbel? Deel 2

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Contradicties in de Bijbel? Deel 2

 

 

 

12598026-Chapter-1-of-the-Book-of-Genesis-in-the-Old-Testament-of-the-Holy-Bible-Stock-Photo

.

.

.

Exodus 3:22 vs. Exodus 20:15

.

Exodus 3:22
zo zult gij de Egyptenaren beroven.

Exodus 20:15
15 Gij zult niet stelen.

 

Ten eerste, God kan natuurlijk zijn eigen geboden overrulen, zoals Hij ook deed in het Nieuwe Testament (zoals hier en hier).

Ten tweede, het Bijbelgedeelte van Exodus 3:22 is compleet uit de context gerukt. Laat ik eerst de directe context van dat vers citeren:

Exodus 3:21, 22
21 En Ik zal bewerken, dat de Egyptenaren dit volk gunstig gezind zijn, zodat gij, wanneer gij wegtrekt, niet ledig wegtrekt: 22 iedere vrouw moet dan van haar buurvrouw en van haar huisgenote zilveren en gouden voorwerpen vragen en klederen, die gij uw zoons en dochters te dragen geeft; zo zult gij de Egyptenaren beroven.

Maar nog is de context niet compleet. Daarvoor moeten we teruggaan naar de tijd van Abram. Dit is wat God in een droom tegen Abram zei:

Genesis 15:12-14
12 Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis. 13 En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar. 14 Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken.

De bezittingen die de Hebreeën meenamen uit Egypte, vormden in feite hun salaris, omdat ze meerdere generaties als slaven voor de Egyptenaren gewerkt hadden. En dit was allemaal al voorspeld.

 

 

 

 

Exodus 15:3 vs. Romeinen  15:33

.

Exodus 15:3
3 De HERE is een krijgsheld;
HERE is zijn naam.

Romeinen 15:33
33 De God nu des vredes zij met u allen! Amen.

 

Dit is geen contradictie. God is compleet. God is een ‘God des vredes’ omdat vrede is wat Hij uiteindelijk wil. Maar Hij is ook een Krijgsman in de zin van Nehemia 4:20:

Nehemia 4:20
20 Onze God zal voor ons strijden.

 

 

 

 

 

 

Exodus 20:5 vs. Ezechiël 18:20

.

Exodus 20:5
5 Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten,

 

Ezechiël 18:20
20 De ziel die zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf.

 

De context van Ezechiël 18 gaat duidelijk over een zoon die zijn vader niet navolgt in het kwade, maar het goede doet. In Exodus 20:5 staat niet dat degenen die hun leven beteren (t.o.v. hun ouders) gestraft zullen worden.

 

 

 

Exodus 20:13 vs. 1 Samuel 15:3

.

Exodus 20:13
13 Gij zult niet doodslaan.

1 Samuël 15:3
3 Ga nu heen, versla Amalek, slaat al wat hij bezit met de ban en spaar hem niet. Dood man en vrouw, kind en zuigeling, rund en schaap, kameel en ezel.

 

Dat God zijn eigen geboden kan overrulen is in dit geval zelfs irrelevant, omdat er een andere reden is waarom dit beslist geen contradictie is.

Het is belangrijk het verschil in te zien tussen enerzijds het individu en anderzijds de staat of de overheid. Het gebod ‘Gij zult niet doden’ wil zeggen dat een individu niet op eigen gezag een ander individu mag vermoorden, maar het wil niet zeggen dat de staat niet het recht heeft iemand het leven te benemen, hetzij in een oorlog, hetzij als veroordeling van een wetsovertreder.

 

 

 

 

Exodus 31:17 vs. Jesaja 40:28

.

Exodus 31:17
17 Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept.

 

Jesaja 40:28
28 Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de HERE, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden.

 

Er is niet de geringste sprake van een tegenstrijdigheid. Omdat God geen fysieke beperkingen heeft, kent Hij in die zin geen vermoeidheid. Dus kan Gods rust in Exodus 31:17 (en Genesis 2:2, Exodus 20:11, Psalmen 95:11 en Hebreeën 4:3) niets te maken hebben met vermoeidheid.

En dat heeft het ook niet. Het Hebreeuwse woord voor ‘gerust’ is ‘shabath’ (daar komt ook het woord ‘sabbat’ vandaan). Wanneer dit woord gebruikt wordt, hoeft het niet te betekenen dat iemand moe is, maar simpelweg dat iemand ophoudt met hetgeen hij mee bezig was.

In deze vorm (voltooide tijd) komt het woord ‘shabath’ 71 keer voor, in de Statenvertaling wordt het als volgt vertaald:

Ophouden 47, rusten 16, afschaffen 2, wegdoen 2, afblijven 1, nalaten 1, staken 1, vernielen 1.

‘Shabath’ betekent in de context van Exodus 31:17 dus ‘ophouden’ of ‘stoppen’ (waar God mee bezig was).

 

 

 

bible_480

 

 

 

 

 

Leviticus 6:7 vs. Hebreeën 10:4

.

Leviticus 6:7
7 En de priester zal over hem verzoening doen voor het aangezicht des HEREN, en hem zal vergeving geschonken worden, ten aanzien van elke zaak waardoor hij schuld op zich laadt.

 

Hebreeën 10:4
4 want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen.

 

Remko Jorritsma commentarieert:
“De Levitische offers waren een schaduwbeeld van Christus’ offer aan het kruis. In feite neemt de oudtestamentische mens een krediet (voorschot) op de werkelijke vergeving in Christus. M.a.w. de vergeving van zonden wat in het schaduwbeeld door het offerdier in feite niet geschonken kon worden, werd met terugwerkende kracht geratificeerd op het moment dat Christus stierf.”

 

 

 

 

Numeri 1:23 vs. Numeri  26:14

.

Numeri 1:23
23 de getelden van de stam Simeon waren negenenvijftigduizend driehonderd.

 

Numeri 26:14
14 Dit waren de geslachten der Simeonieten, tweeëntwintigduizend tweehonderd.

 

Dit zijn twee verschillende hoeveelheden op twee verschillende tijdstippen. Tussen de eerste en de tweede telling van Israël hebben er nogal wat uitdunningen plaatsgevonden. Kennelijk waren de Simeonieten zwaar getroffen. Bijvoorbeeld de volgende gebeurtenissen hebben tussen beide tellingen plaatsgehad:

  • Brand in de legerplaats. (Numeri 11:1-3)
  • Verloren veldslag (Numeri 14:39-45)
  • Een door God neergeslagen opstand (Numeri 16:41-50)
  • Aanvankelijke nederlaag (met weggevoerde krijgsgevangenen), maar uiteindelijke overwinning. (Numeri 21:1-3)
  • Slangenplaag. (Numeri 21:4-9)
  • Nog meer militaire overwinningen. (Numeri 21:21-22:1)
  • Gods toorn wegens Israëls afgoderij van Baäl-Peor. (Numeri 25)

Kortom, er is geen enkele reden waarom Numeri 26:14 in tegenspraak zou zijn met Numeri 1:23.

 

 

 

 

 

 

 

 

Numeri 23:19 vs. Jona 3:10

.

Numeri 23:19
19 God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben.
Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?

 

Jona 3:10
10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.

 

‘Berouwde’ in Jona (en ook in bijvoorbeeld Genesis 6:6, 7) is uiteraard anders bedoeld dan berouw van zonden (specifiek: berouw om een leugen), zoals in Numeri 23:19. Dat blijkt ook uit het bevel van de koning:

Jona 3:7-10

7 En men riep uit en zeide in Nineve op bevel van de koning en van zijn groten: Mens en dier, runderen en schapen mogen niets nuttigen, niet grazen en geen water drinken. 8 Zij moeten gehuld zijn in rouwgewaden, mens en dier, en met kracht tot God roepen en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en van het onrecht dat aan hun handen kleeft. 9 Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw krijgen en zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet te gronde gaan. 10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.

 

‘Berouw’ in het onderstreepte gedeelte is in de grondtekst hetzelfde woord. Natuurlijk zagen de inwoners van Nineve in dat zíj degenen waren die berouw van zonden moesten hebben, niet God. Ze wilden, door zich nederig te bekeren, God ertoe brengen de straf, die zij anders zouden krijgen, niet te geven. Zij hadden op dat moment echt niet de arrogantie van God te eisen dat Hij berouw van zonden zou hebben. Dus moet ‘berouw’ in Jona 3:9 en 3:10 een andere betekenis hebben dan het gebruikelijke ‘berouw van zonde.’

‘Berouwde’ impliceert dus een koerswijziging ten opzichte van het scenario dat de inwoners van Nineve zich niet bekeerd zouden hebben.

 

 

 

 

Numeri 25:9 vs. 1 Korintiërs 10:8

.

Numeri 25:9
9 Het getal van hen die aan de plaag gestorven waren, bedroeg vierentwintigduizend.

 

1 Korintiërs 10:8
8 En laten wij geen hoererij plegen, zoals sommigen van hen deden, en er vielen op één dag drieëntwintigduizend.

 

In Numeri ontbreekt de limitering ‘op één dag.’ De anderen kunnen daarna omgekomen zijn.

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Advertenties

Wat betekent het kruis?

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

 

Het kruis. Gekoesterd door ontelbare mensen. Vereerd op uiteenlopende plaatsen. Misbruikt ook. Verworpen. En dat eeuwen achtereen. Wat is dat voor een teken, dat zo tot de verbeelding spreekt, maar ook zoveel weerstand oproept?

 

 

 

Het Ware Geloof

Pasteltekening van John Astria

 

 

Blijkbaar heeft het kruis zijn eigen aantrekkingskracht. Sporters slaan een kruis als ze gescoord hebben. Meisjes hangen een kruisje aan een ketting om hun hals, en sommige jongens ook. Popartiesten gebruiken het kruis in videoclips. Kruisen worden geplaatst op torenspitsen van kerken, op graven, langs wegen en boven deuren. Je ziet ze op vlaggen en wapenschilden. Het kruis doet het goed als beeldmerk van het christendom.

Wie een galg, een strop, een vuurpeleton of een elektrische stoel als beeldmerk draagt, wordt voor gek versleten. Het kruis als beeldmerk was namelijk een wreed executiemiddel waaraan misdadigers opgehangen werden. Geen weldenkend mens zou in onze tijd zo’n martelwerktuig als symbool voeren.

Maar ook vroeger riep het kruis als teken van het christendom veel weerstand op, getuige de eerste berichtgevingen. ‘De Joden ergeren zich eraan en de Grieken vinden het een dwaasheid,’ schreef Paulus al zo’n 55 jaar na Christus.

 

 

 

Waarom dan toch dat kruis?

 

Omdat het christendom een visie heeft op het leven die rechtstreeks ingaat op de realiteit van lijden en dood. “De laatste vijand is de dood,” zeggen christenen. Het kruis maakt iets duidelijk van de rauwe realiteit van de dood, maar het protesteert daar tegelijkertijd tegen. Het spreekt van de duistere kanten van het bestaan, maar het toont ook aan dat er licht is aan de horizon.

Achter het kruis gaat namelijk een ontzagwekkende geschiedenis schuil, die van het kruis een teken van hoop, herstel en genezing heeft gemaakt. Het gaat om een gebeurtenis uit het begin van onze jaartelling die een revolutie ontketende in de manier waarop mensen naar het leven kijken. Het is deze geschiedenis die van het kruis zo’n vitaal teken maakte.

Wie zich de betekenis ervan eigen maakt, ontdekt dat er ondanks lijden en dood toch een hoopvolle toekomst mogelijk is voor ieder mens afzonderlijk, voor de samenleving als geheel en voor de totale schepping. Dat maakt het kruis tot de wegwijzer naar het hart van het christelijke geloof. Sterker nog: het ís het hart van het christelijke geloof. Het spreekt van de kracht die alles verandert. Iedereen die het leven serieus neemt zou daar meer van moeten weten.

 

 

 

kruisiging_med

.

.

.

Een uitgekiend martelwerktuig

 

Het kruis is een executiemiddel waaraan Jezus Christus stierf. Toch hebben maar weinigen zich verdiept in de vraag wat een ter dood veroordeelde moest doorstaan tijdens deze gruwelijke marteldood. Zelfs christenen met grote eerbied voor het kruis weten er vaak niet veel van. Enkele artsen hebben zich wel met die vraag beziggehouden. Ze onderzochten welk effect de kruisiging op iemands lichaam heeft.

Hun inzichten kunnen ons helpen om beter te begrijpen wat Jezus doormaakte tijdens die uren aan het kruis.
We willen het kruis bezien in de context van de historische feiten, om ons daarna beter te kunnen inleven in alles wat Jezus onderging en ten slotte te kunnen bepalen wat het kruis ons vandaag de dag te zeggen heeft.

 

.

.

.

 

Het onderzoek van artsen

 

De eerste arts die een omschrijving van de kruisiging gaf was Lucas. Hij was een Griek uit het gezelschap van de apostel Paulus, die waarschijnlijk enkele jaren na Jezus’ optreden een van zijn volgelingen werd. Zijn verslag, dat bekend werd als het evangelie van Lucas, kreeg een plaats in de Bijbel.

Lucas deed nauwkeurig onderzoek naar de geschiedenis van Jezus. Hij had intense belangstelling voor mensen en besteedde meer aandacht aan de afzonderlijke personen die met Jezus optrokken dan de andere drie evangelieschrijvers Matteüs, Marcus en Johannes. Hij schreef bijvoorbeeld over de vrouwen in het gezelschap van Jezus en deed als enige verslag van het gesprek tussen Jezus en de twee misdadigers tijdens hun kruisiging.

Over het lichamelijk lijden van Jezus geeft Lucas echter nauwelijks meer informatie dan de andere evangelieschrijvers. Ze beschrijven alle vier de rechtspraak tot in detail, noteren de tijd en plaats van elke handeling gedurende die dag en noemen alle betrokkenen bij naam, maar de kruisiging zelf geven ze maar mondjesmaat weer.

Ook Lucas houdt het kort en bondig: ‘Aangekomen bij de plek die de Schedelplaats heet, werd hij gekruisigd, samen met twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links…’ Het lijkt erop dat ze er vanuit gingen dat de lezers wel wisten hoe het eraan toeging tijdens de kruisiging. Deze martelpraktijk was in die dagen dan ook overal in het Romeinse rijk bekend. Bij iedere stad stonden wel een aantal kruisen langs de weg opgesteld.

Later verdween deze gewoonte. Nadat Constantijn de Grote (de eerste christelijke keizer) in het jaar 337 het kruisigen verbood, werd het kruis op den duur alleen nog maar met Jezus geassocieerd. In de vroege Middeleeuwen werd van Jezus aan het kruis een fraaie, gestileerde vertoning gemaakt, gericht op het aanmoedigen van verheven gedachten. Pas in latere eeuwen kregen mensen meer belangstelling voor de lugubere details van het lichamelijk lijden aan het kruis.

Renaissance-kunstenaars als Matthias Grünewald, Albrecht Dürer en Rembrandt van Rijn probeerden Jezus’ kruisdood zo realistisch mogelijk weer te geven en componisten als Monteverdi en Bach zochten een toon die bij het lijden van Christus paste. In de daarop volgende eeuwen, toen zowel het historisch onderzoek als de medische oorzaken van lijden en sterven steeds meer in de belangstelling kwamen, werd met nieuwe aandacht naar de kruisiging gekeken. Diverse artsen vroegen zich af wat er met iemands lichaam aan het kruis gebeurde en wat de precieze doodsoorzaak van Jezus zou kunnen zijn.

 

 

 

wenende Maria aan het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

De kruisigingsmethode

 

Uit historisch onderzoek blijkt dat het kruisigen als executiemethode bijna 1000 jaar als doodstraf in gebruik is geweest. Waarschijnlijk werd het in het Perzische rijk bedacht en door de Griekse keizer Alexander de Grote op zijn veroveringstochten meegenomen naar de landen rondom de Middellandse Zee.

Volgens Romeinse geschiedschrijvers namen de Romeinen het kruisigen over van de Foeniciërs in Carthago (Noord-Afrika). Zij ontwikkelden de techniek tot in de puntjes. Er kwamen allerlei soorten kruisen in omloop, voor allerlei doeleinden. Daarmee werd een maximale pijn bereikt en kon de lengte van de doodsstrijd griezelig precies worden geregeld.

In het algemeen kruisigden de Romeinen uitsluitend misdadigers die niet gerekend werden tot Romeinse burgers. Zij deinsden er echter niet voor terug om ook massa-executies uit te voeren, zoals na de Spartacus-opstand in het jaar 71 voor Christus, waarbij langs de weg naar Rome 6472 opstandige slaven en gladiatoren tegelijk gekruisigd werden.

Het kruis waaraan de veroordeelden werden opgehangen bestond uit een rechtopstaande paal (in het Latijn van de Romeinen ‘stipes’ genoemd), die verankerd in de grond stond. Daarop werd zo’n 30 tot 90 centimeter lager de dwarsbalk (het ‘patibulum’) bevestigd. Deze kruisvorm is bekend geworden als het klassieke kruis en wordt ook wel Latijns kruis genoemd.

Toch maakten de Romeinen in de dagen van Jezus meer gebruik van een T-vormig kruis, waarbij de dwarsbalk bovenop de paal rustte. Sommige onderzoekers geloven dat Jezus aan zo’n T-vormig ‘Tau-kruis’ of ‘crux commissa’ werd opgehangen. Maar het is best mogelijk dat hij aan een vierarmig Latijns kruis (een ‘crux immissa’) stierf, omdat er boven zijn hoofd een flink bord bevestigd werd.

Op dit bord, de ‘titulus’, stond de misdaad vermeld, die door de omstanders gelezen moest kunnen worden (in het geval van Jezus in het Hebreeuws, Grieks en Latijn). Het bord werd meestal door een soldaat voor de veroordeelde uit naar de plaats van terechtstelling gedragen, zodat omstanders onderweg de aanklacht kon lezen. Zelf droeg hij de dwarsbalk van het kruis, waaraan hij met uitgespreide armen vastgebonden was.

De Romeinse soldaten sprongen bepaald niet zachtzinnig met het slachtoffer om. Struikelde hij onderweg, dan kon hij zichzelf niet opvangen en viel hij plat op zijn gezicht. Hij kreeg de balk in zijn nek, waarna hij ernstig gewond gedwongen werd om zijn weg te vervolgen. Op de plaats van executie dreef een soldaat met enkele ferme hamerslagen een vingerdikke vierkante spijker door iedere hand in de dwarsbalk.

Direct daarna trokken de soldaten het slachtoffer aan deze balk tegen de rechtopstaande paal omhoog, eventueel met behulp van touwen en ladders als het om een hoge paal ging. De dwarsbalk werd in een inkeping op de paal getrokken en met spijkers vastgeklonken. Tenslotte werden de voeten van de veroordeelde op elkaar gezet en met één lange spijker aan het hout bevestigd.

Voor de Romeinse soldaten was de kruisiging een routineklus die niet meer dan 10 tot 15 minuten in beslag nam. De doodsstrijd kon echter wel twee dagen duren, lang genoeg om als afschrikwekkend voorbeeld te dienen en voorbijgangers in te prenten wie de baas was in het land.

Om de dood te rekken kregen de gekruisigden ook wel een extra dwarsbalk onder het zitvlak. Hadden de Romeinen echter geen tijd om op die langzame dood te wachten, dan sloegen zij met een ijzeren of bronzen staaf (een ‘crurifragium’, letterlijk benenbreker) de onderbenen van de gekruisigde stuk. Die kon zich dan niet meer opgericht houden, maar zakte in elkaar, bungelend aan een paar spijkers en touwen, zodat hij binnen een kwartier door ademnood en bloedverlies stierf.

De lichamen van de gekruisigden bleven meestal aan het hout hangen totdat roofvogels het vlees van het skelet scheurden en wilde honden de resten die onder het kruis vielen opvraten. Het was waarschijnlijk om die reden dat de plek net buiten Jeruzalem waar Jezus zou hangen ‘Schedelplaats’ werd genoemd.

 

 

 

220px-TissotRaisingCroos

.

.

.

De geseling vooraf

 

Om het lichamelijk lijden van een gekruisigde en dat van Jezus in het bijzonder beter te begrijpen moeten we niet alleen naar de gevolgen van de kruisiging kijken. We moeten ook iets weten van de toestand waarin een verdachte gebracht werd voordat hij aan het kruis kwam te hangen. Om te beginnen verkeerde de gevangene meestal in grote angst met het vooruitzicht dat hij binnenkort een gruwelijke marteldood zou sterven.

Bij Jezus zien we die angst al optreden voor zijn arrestatie, als hij met zijn leerlingen in de tuin van Getsemane bivakkeert. De arts Lucas maakte hier een opmerkelijke kanttekening en schreef dat Jezus’ zweet die nacht veranderde in bloeddruppels.

In medische publicaties wordt dit bloedige zweet een zeldzaamheid, maar geen onmogelijkheid genoemd, omdat zweet met bloed vermengd wordt als er haarvaten in de zweetklieren breken. Dit kan gebeuren bij intense spanningen, waarna er een sterke verzwakking of zelfs een shock kan optreden. In die toestand werd Jezus door de Joodse autoriteiten gevangengenomen en overgeleverd aan de Romeinen.

Tijdens de vroege ochtenduren werd hij vervolgens in de Romeinse burcht Antonia voor de regeringszetel van de stadhouder Pontius Pilatus geleid om verhoord te worden. Hoewel deze geen schuld vond, gaf hij bevel om Jezus te geselen. Het geselen was een veelgebruikte Romeinse straf. De gevangene werd uitgekleed en met de handen boven zijn hoofd aan een paal vastgebonden.

Twee Romeinse soldaten (‘legionairs’) voerden vervolgens de geseling uit. Zij sloegen de gevangene om beurten met een ‘flagrum’: een Romeinse zweep met een kort handvat en verscheidene leren riemen die vol zaten met knopen, loden kogels, botjes of scherven en die bij het uiteinde aan elkaar waren geknoopt.

Deze gesel werd met volle kracht keer op keer systematisch van boven naar beneden op het naakte lichaam geslagen. Eerst werkte het leer met de scherpe stukken zich door de huid heen. Daarna tastten de slagen het huidweefsel aan, waarbij het bloed begon te druipen. Uiteindelijk lag de rug zo ver open dat ook de onderliggende spieren werden beschadigd en het slachtoffer uitgeput aan de touwen hing, met zijn voeten in een plas bloed.

Pas als de gevangene de dood nabij was werd de geseling op bevel van de hoofdman (de ‘centurio’) gestaakt.
Misschien kreeg Jezus niet meer dan 39 slagen te verduren: de Joodse wet verbood om iemand meer dan 40 slagen te geven. Het is echter de vraag of de Romeinen met deze wet rekening hielden. In ieder geval waren de Romeinse soldaten nog niet tevreden met Jezus’ afstraffing.

Ze gaven hem na de geseling een stok in handen bij wijze van scepter, drukten hem een rode mantel op de bebloede schouders en persten een kroon van takken met vlijmscherpe doorns op zijn hoofd, om een bespottelijke vertoning van hem te maken als koning van de Joden.

 

 

 

passion-beating-300x186

.

.

.

Met een balk op weg

 

Nadat Pontius Pilatus in het openbaar het definitieve doodvonnis had getekend, werd Jezus de mantel van het lijf gescheurd en kreeg hij zijn eigen kleding terug om niet naakt rond te hoeven lopen. Vervolgens moest hij, zoals gebruikelijk was bij gevangenen die tot het kruis veroordeeld waren, de dwarsbalk van het kruis op zijn gehavende schouders tillen en naar de plaats van executie dragen, net buiten de oostelijke stadspoort van Jeruzalem, zo’n 600 meter verwijderd van de burcht Antonia.

Hij werd begeleid door een executiepeloton dat ook nog twee andere ter dood veroordeelden onder haar hoede had. Vermoedelijk viel Jezus onderweg een of meerdere keren, zodat een willekeurige voorbijganger gedwongen werd de balk van hem over te nemen. Zijn naam, Simon van Cyrene, werd door drie van de vier evangelieschrijvers genoteerd.

 

 

 

Golgotha

Golgotha

 

 

 

Na een langzame tocht over een hellend wegdek door de straten van Jeruzalem bereikte Jezus rond tien uur in de ochtend de heuvel buiten de stad die bekend werd met zijn Hebreeuwse naam Golgota, omstuwd door een op sensatie beluste menigte die in bedwang gehouden werd door het legertje Romeinen. Volgens Lucas liepen daar ook een aantal vrouwen tussen, die hem met veel misbaar beklaagden, zoals alleen Oosterse vrouwen dat kunnen doen.

 

 

 

 

Van de veroordeling van Pilatus tot op Golgotha

Van de veroordeling van Pilatus tot op Golgotha

 

 

.

.

.

Aan het kruis

 

Nu begon de kruisiging. De ter dood veroordeelde werd op zijn rug op de grond gesmeten, zijn schouders werden tegen het hout van de dwarsbalk gedrukt, zijn armen erop uitgespreid. De spijkers werden met een hamer tussen de handwortelbeentjes onderin de hand gedreven, waardoor de polsen ontwricht werden en de zenuwen van de polsen en handen aangetast.

Een vlammende pijn verkrampte de vingers en joeg door de armen naar de hersens. Direct daarop werd het slachtoffer aan de balk omhoog gehesen, waardoor het volle gewicht van zijn lichaam aan de spijkers kwam te hangen. Vervolgens werden zijn knieën gebogen en zijn voeten achterwaarts op elkaar tegen de dragende paal gedrukt. Ook daar werd een spijker doorheen gedreven. Het eenzame gevecht nam een aanvang. De doodsstrijd.

Diverse artsen hebben erop gewezen dat het slachtoffer niet stierf vanwege de spijkers of door bloedverlies. Het was de belasting van het eigen lichaamsgewicht dat hem fataal zou worden. Het lichaam zakte naar beneden, wat een folterende pijn aan handen en polsen veroorzaakte. Om deze pijn te verlichten drukte de gekruisigde zich omhoog, wat mogelijk was door de steun die de spijker in de voeten bood.

Door de verplaatsing van het gewicht ging dat echter met nieuwe pijn gepaard, zodat hij zich weer liet hangen, totdat de pijn opnieuw ondraaglijk werd. Zo drukte hij zich op en neer. Na enige tijd werd het opdrukken bemoeilijkt door kramp in de spieren. Het slachtoffer bleef langer aan de armen hangen, wat een toenemende benauwdheid veroorzaakte. De borstkas werd namelijk wel in de juiste stand gebracht om in te ademen, maar uitademen ging zo hangend een stuk moeilijker.

Na enige tijd moest de gehangene zich omhoog worstelen om tenminste nog een beetje lucht te krijgen. Dit op en neer drukken probeerde hij met tussenpozen te herhalen om maar niet te stikken. Tegelijkertijd schuurde zijn opengereten rug over het hout. Langzaam verzuurden de spieren door de belemmerde bloedcirculatie in de ledematen. Het verlies aan weefselvloeistof bereikte een kritiek niveau, het hart worstelde om dik, traag stromend bloed rond te pompen en iedere teug zuurstof kostte extreme inspanning.

Het einde kwam nu dichterbij. Zweet droop van het lichaam van de gekruisigde, hij kon de kilte van de dood al voelen. Zijn bloeddruk daalde, de kleur trok uit zijn verdroogde lippen weg, zijn hartslag werd onregelmatig, zijn longen liepen vol met vocht en ademhalen ging met gereutel gepaard. We weten uit de bijbel dat Jezus in zijn doodsstrijd nog zeven keer een korte zin uitstootte. Voordat hij in elkaar zakte en stierf riep Hij zijn laatste woorden uit: “Het is volbracht!”

 

 

 

jezus-christus-lam-gods

.

.

.

De doodsoorzaak

 

Omdat de Romeinse soldaten niet tot de volgende dag wilden wachten (dat was een Sabbatsdag, een rustdag en ook nog eens een jaarlijkse feestdag waarop de Joden het jaarlijkse Pasen vierden), sloegen zij de benen van de beide misdadigers die samen met Jezus gekruisigd waren stuk, om zo hun dood binnen een kwartier te bewerkstelligen.

Jezus was echter al gestorven. Om zeker van die snelle dood te zijn dreef een van de soldaten zijn speer tussen Jezus’ ribben in de hartstreek. Volgens de apostel Johannes (ooggetuige van deze mensonterende kruisiging van zijn meester) vloeide er water en bloed uit de wond. Misschien verklaart dit de relatief korte doodsstrijd van Jezus.

‘Voor een lijkschouwer is dit een afdoende bewijs dat Jezus niet de gebruikelijke kruisigingsdood door verstikking stierf, maar door een hartstilstand ten gevolge van shock en van vernauwing van het hart door vocht in het hartzakje,’ schreef dr. C. Truman Davis. Lucas maakte in zijn verslag melding van de reactie van de centurio op alles wat hij van Jezus aan het kruis gezien had. Hij zei: “Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!”

 

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

.

 

Het kruis: Gods vreemde kracht

 

Jezus werd niet zomaar gekruisigd. Heel zijn optreden wees in de richting dat hij zichzelf vrijwillig uit zou leveren. De Bijbel verklaart zijn kruisdood als volgt: ‘Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.

Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God’ (Filippenzen 2 vers 6-11).

Er vond een ruil plaats aan dat kruis daar op die heuvel 2000 jaar geleden. Jezus stierf in ruil voor de mensheid, zodat mensen recht kunnen staan tegenover God. Paulus schrijft: ‘Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.’

Jezus droeg onze dood, zodat wij in ruil daarvoor zijn leven kunnen ontvangen. Jesaja profeteerde daarover ruim 500 jaar voordat Jezus verscheen en verklaarde dat hij zijn leven offerde voor onze schuld (Jesaja 53 vers 10). Hij schreef: ‘Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.’

Petrus, één van Jezus’ leerlingen die gezien heeft hoe de striemen op Jezus’ rug tot één grote open wond werden geslagen, schrijft in 1 Petrus 3 vers 18 en 2 vers 24: ‘Christus heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om jullie zo bij God te brengen. Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen zijn jullie genezen.’

Het kruis is het ultieme genade-teken, het teken dat God om mensen geeft en alles voor ons over heeft. Het is het symbool van lijden en dood, en ook van de opstanding uit de dood. Christenen erkennen met het kruis de realiteit van hun zonden, maar ook dat die door Jezus Christus gedragen werden, zodat ze hen niet worden toegerekend.

In plaats daarvan wordt hen het leven van Jezus toegerekend. Hij stond op uit de dood om zijn leven te delen met iedereen die gelooft en zijn Geest ontvangt. Dat geloof opent enorme perspectieven. Wie het kruis serieus neemt, ziet het niet langer als een sieraad of een relikwie. Je ontdekt dat het kruis niet alleen een sprekend symbool is, maar ook een teken dat werkt.

Er gaat kracht vanuit. Gods kracht. Het kruis pakt de doodlopende wegen in ons leven aan, het wijst ons op een betere weg en maakt die ook mogelijk. Het kruis is daarom een teken van hoop voor de toekomst, zo oud als het is. Sterker nog, het is de enige garantie voor een hoopvolle toekomst. Het kruis staat middenin de wereld, zonder dat het aan slijtage onderhevig is. Het verandert ons. Het verbindt ons. Het plaatst ons middenin de wereld met een gemeenschappelijke hoop op eeuwig leven, waarvan de kwaliteit nu al steeds sterker in ons leven doordringt.

 

 

 

whiteholycross-1

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De Romein Julius Caesar

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

Caesar, Gaius Julius

 

Julius Caesar blinkt hij uit als staatsman en als generaal. Zijn populistische politiek levert hem de vijandigheid op van vele andere politici, wat uiteindelijk leidt tot een burgeroorlog. Zijn uitzonderlijke persoonlijkheid en belangrijke rol in de val van de Romeinse Republiek maken hem de bekendste Romein ooit. Gaius Julius Caesar werd op 12 juli 100 voor Christus geboren in Rome.

 

 

 

 

 

 

Caesar was lid van een patriciërsfamilie, de Julii. Al op jonge leeftijd trouwde hij met Cornelia Cinna, de dochter van politicus Cinna. In 88 voor Christus brak er een burgeroorlog uit tussen de Romeinse politici Gaius Marius en Lucius Cornelius Sulla. Omdat Sulla dit conflict won, werd Caesar gedwongen om van Cornelia te scheiden. Ze was immers de dochter van Cinna, die partij koos voor Marius.

Toen Caesar weigerde, werd hij door de staat onterfd en moest hij in 82 voor Christus Rome tijdelijk ontvluchten. Hij vertrok naar het oosten, waar hij in het Romeinse leger diende. Toen hij in 78 voor Christus vernam dat Sulla was gestorven, keerde hij weer terug naar Rome om aan zijn politieke carrière te beginnen.

 

 

 

Caesar in Gallië

 

Tijdens zijn carrière was Caesar zeer succesvol. Hij beklom de politieke ladder gestaag en maakte een aantal machtige bondgenoten, zoals de invloedrijke politici Crassus en Pompeius. Met hun gezamenlijke invloed kreeg hij veel gedaan in de Senaat en zette hij zich vooral in voor het welzijn van de lagere klassen. Hiermee haalde hij zich de vijandigheid van de conservatievere politici op de hals. Toen Caesar van 58 voor Christus tot 50 voor Christus een prestigieuze oorlog in Gallië uitvocht, maakten de conservatieven gebruik van de jaloezie van Pompeius en zorgden ervoor dat hij zich keerde tegen Caesar.

 

 

 

De Romeise verovering van Gallië

 

 

 

Caesar wordt dictator van Rome

 

Deze vijandigheid resulteerde in 49 voor Christus in een burgeroorlog. Caesar vocht met zijn doorgewinterde leger tegen de gezamenlijke strijdkrachten van Pompeius en de conservatieven, waarbij de strijd hem naar Spanje, Griekenland, Egypte, het huidige Turkije en het huidige Tunesië voerde. Hij versloeg zijn vijanden en keerde in 45 voor Christus terug naar Rome als dictator.

Er was echter een groep senatoren die terug verlangde naar de democratische Romeinse Republiek en die Caesar zijn autocratische politiek afkeurden. Op 15 maart 44 voor Christus pleegden zij een aanslag op Caesar. Met 23 messteken werd Caesar om het leven gebracht.

Kort nadat hij is benoemd tot dictator perpetuus, dictator voor het leven, is Julius Caesar op 15 maart 44 v. Chr. vermoord in Rome. Het autoritaire gedrag van de heerser werd echter niet gewaardeerd door de leden van de Senaat. Een complot leidde tot de dood van wellicht de beroemdste Romein uit de geschiedenis.

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegenstanders van Julius Caesar

 

Gaius Julius Caesar werd op 12 juli 100 v. Chr. geboren in Rome. Als 16-jarige zette hij de eerste stappen in de politieke arena en hoewel zijn carrière gestaag ontwikkelde, dacht hij dat zijn vijanden Crassus en Pompeius zijn politieke loopbaan konden dwarsbomen. Op 1 januari 49 v. Chr. ontstond er een burgeroorlog tussen Caesar en Pompeius. Caesar won deze strijd waardoor hij in 45 v. Chr. heerser over heel Italië werd. Hij werd dictator, maar er was een groep senatoren die terug verlangde naar de democratische Romeinse Republiek.

 

 

 

 

 

 

 

 

Samenzwering tegen Caesar

 

Gaius Cassius Longinus stond aan de basis van het complot tegen Caesar. Tijdens de burgeroorlog had hij als admiraal onder Pompeius gediend. Ook Brutus, de zwager van Cassius, werd bij de samenzwering betrokken. De vader van Brutus was getrouwd met Servilia, de geliefde van Caesar. Hoewel Caesar hem beschouwde als een zoon, besloot Brutus aan het complot mee te werken vanwege de affaire. Uiteindelijk waren ongeveer zestig mensen onderdeel van het complot, dat als doel had terug te keren naar de Republiek.

 

 

 

Had Caesar zijn dood kunnen voorkomen?

 

Volgens de verhalen is Caesar vlak voor zijn dood gewaarschuwd voor de ‘Idus’ van maart. In de Romeinse tijd was de Idus de 13e of 15e dag van de maand. Caesar had echter geen boodschap aan de voorspelling en wandelde op 15 maart gewoon naar de bijeenkomst van de Senaat. De vergadering vond plaats in het theater van Pompeius, de Curia Pompei, omdat de andere gebouwen van de Senaat door brand waren verwoest. Onderweg ontvangt hij een briefje van een oude leraar Grieks, Artemidorus, waarin het complot werd verraden. Caesar had echter geen tijd om het bericht te lezen.

 

 

 

Brutus

 

 

 

 

Moord op Julius Caesar

 

Bij binnenkomst gingen de senatoren om Caesar heen staan, dit was normaal gesproken een teken van respect. Senator Casca trok vervolgens als eerste zijn dolk en raakte de heerser in zijn rug. Daarna trokken alle samenzweerders de wapens. Caesar werd 23 keer gestoken en overleed ter plekke. Volgens de legende riep Caesar vlak voor zijn dood “Et tu Brute?” (“Ook gij, Brutus?”) toen hij zag dat zijn ‘zoon’ ook tot het complot behoorde. Er zijn historici die deze lezing van het verhaal naar het rijk der fabelen verwijzen.

 

 

 

 

 

 

 

Exacte plaats delict ontdekt door Spaanse archeologen

 

Een groep Spaanse archeologen claimt dat ze de exacte plek hebben gevonden waar de beroemde Romeinse politicus Julius Caesar iets meer dan 2000 jaar geleden vermoord is. Tijdens opgravingen in Rome van de Curia Pompei  vonden zij namelijk een betonnen plaat van drie meter breed en twee meter hoog die later is aangebracht dan de rest van het gebouw en niet bij de structuur van het gebouw past

 

Volgens de archeologen is dit het gedenkteken dat in opdracht van Caesars opvolger Augustus geplaatst is om Caesar te eren. Door de bestudering van oude geschriften bestond al eerder het sterke vermoeden dat Augustus een gedenkteken voor Caesar had laten plaatsen. De moord op Caesar door zijn tegenstanders in de Senaat is één van de beroemdste moorden uit de geschiedenis en is vele malen in literaire werken en theaters verwerkt.

In veel van die klassieke teksten stond beschreven dat Caesar zittend in een stoel tijdens een vergadering met de Romeinse Senaat was neergestoken. Deze vergaderingen van de Senaat vonden altijd plaats in de Curia Pompei. Toch was de exacte locatie van de moord nooit bekend. Tijdens de opgravingen bij het theater kwam echter de betonnen plaat aan het licht.

Door moderne technieken kon worden vastgesteld dat deze plaat rond 20 v.C. is aangebracht, terwijl de rest van de restanten van het gebouw uit ongeveer 55 v.C. stammen. Ook over deze door Augustus aangebrachte gedenkplaat is in de klassieke literatuur al geschreven. Dit is echter voor het eerst dat er materieel bewijs voor het bestaan ervan gevonden is.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Jezus aan het kruis en de spons gedrenkt met zure wijn

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

In de Bijbel wordt uitgebreid verslag gedaan van de kruisiging van Jezus. Alle vier evangelisten, Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes schrijven daarover. Zij noemen ook allen dat Jezus vlak voordat hij sterft wat te drinken krijgt aangeboden. Ze bieden hem een spons gedrenkt in zure wijn aan. Over de betekenis van deze spons met zure wijn bestaan verschillende visies. Sommigen duiden het als hulp aan de lijdende Christus, een weldaad aan een mens in nood. Anderen zien er een daad van vernedering en bespotting in, omdat de spons op een stok voor de Romeinen de functie had van ons moderne toiletpapier.

 

 

 

 

tekst17596

 

 

 

De vier evangelisten beschrijven uitgebreid de kruisweg van Jezus. Ze melden dat hij naar Golgotha wordt gebracht. Daar wordt Jezus aan het kruis geslagen. Samen met hem kruisigden de Romeinse soldaten twee misdadigers, een aan zijn linker- en een aan zijn rechterzijde.

Terwijl Jezus daar hangt wordt hij door de omstanders bespot. Op het diepte punt van zij lijden riep Jezus met luide stem: ‘Eloï, Eloï, lema sabachtani?’, wat in onze taal betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Marcus, het oudste evangelie, vervolgt het verhaal van de kruisdood van Jezus.

Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hoor, hij roept Elia!’ Iemand ging snel een spons halen, doordrenkte die met zure wijn, stak de spons op een stok en probeerde hem te laten drinken, terwijl hij zei: ‘Laten we eens kijken of Elia komt om hem eraf te halen.’ Maar Jezus slaakte een luide kreet en blies de laatste adem uit. (Marcus 15: 35-37)

 

 

 

 

Overeenkomsten en verschillen tussen de vier evangelisten

 

Marcus beschrijft dat Jezus een spons doordrenkt met zure wijn voorgehouden krijgt met het doel om hem daarvan te laten drinken. Ook de andere drie evangelisten vertellen dat Jezus zure wijn te drinken krijgt aangeboden (Matteüs 27:48; Lucas 23:36; Johannes 19:29).

Er zijn ook verschillen tussen de vier evangelisten in de beschrijving van dit voorval. Lucas noemt alleen dat Jezus zure wijn aangeboden krijgt. Hij vertelt niets over een spons die op een stok gestoken is. Lucas vermeldt als enige expliciet dat het een van de Romeinse soldaten is die hem de zure wijn aanreikt. ‘Ook de soldaten dreven de spot met hem, ze gingen voor hem staan en boden hem zure wijn aan’ (Lucas 23:36).

De evangelist Johannes heeft het over een specifiek soort stok, namelijk een majoraantak. Aan deze majoraantak wordt een spons geplaatst die naar de mond van Jezus wordt gebracht: ‘Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond’ (Johannes 19:29). Matteüs volgt het verhaal van Marcus.

 

 

 

 

Goedkope zure wijn voor de soldaten

 

Bij de plek waar Jezus gekruisigd werd stond een vat met zure zijn, aldus de beschrijving van Johannes. Met zure wijn (‘oxos’ in het Grieks) wordt een drank aangeduid die bestond uit wijn aangelengd met water. Het kan ook water zijn dat ter conservering is aangezuurd met azijn of wijn. Deze goedkope zure wijn stond er voor de Romeinse legionairs, zodat zij hun dorst daarmee konden lessen.

Deze drank werd door de Romeinen posca genoemd (Davis, 1965). Soms werden er ook nog kruiden aan de zure wijn toegevoegd. De zure wijn was in ieder geval een ideale dorstlesser. De posca bevond zich in een vat dat met een spons was afgesloten om te voorkomen dat de drank verontreinigd werd of ging verdampen. Deze spons zou gebruikt kunnen zijn om Jezus de zure wijn aan te bieden.

 

 

 

 

Waarom Maria weent

Waarom Maria weent

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Een bewuste weldaad aan Jezus

 

Verschillende uitleggers zijn het er met elkaar over eens dat met het aanbieden van de zure wijn Jezus een dienst wordt bewezen. Als zijn dorst groot is wordt hij geholpen. Als Jezus ervan zou drinken, dan zou hem dat iets van verlichting kunnen geven. De theoloog Bruggen (2012) heeft het over een ‘verfrissing’ die Jezus krijgt aangeboden. Nielsen (1974) geeft aan dat het aanreiken van de zure wijn bedoeld is als een bewuste weldaad om de wondkoorts en de dorst van de gekruisigde te lenigen.

 

 

 

 

De spons op de stok

 

Was de spons daar op Golgotha aanwezig om het vat met de zure wijn af te sluiten, of had de spons op de stok misschien een andere functie? Om deze vraag te beantwoorden kunnen geschriften uit de tijd van het Romeinse Rijk inzicht geven. Daaruit blijkt dat Romeinen na hun toiletgang geen wc-papier gebruikten, maar een spons op een stok.

De spons op een stok had voor de Romeinen de functie van ons moderne toiletpapier. De stok met spons werden na gebruik in een door azijn zuur gemaakte wateroplossing gedaan. Daarna kon de spons weer door een volgend persoon worden gebruikt.

 

 

 

 

Een daad van vernedering

 

Als Jezus de spons op de stok met zure wijn krijgt aangeboden, die eigenlijk bedoeld is voor hygiëne van de legionairs, dan is deze daad aan Jezus zeker geen weldaad, maar een daad van vernedering en bespotting. Beide evangelisten Marcus en Matteüs beschrijven hoe de spons op de stok naar de lijdende Jezus wordt gebracht.

Hoewel Lucas het niet expliciet heeft over de stok met de spons, past deze daad van vernedering wel bij de beschrijving van Lucas: ‘Ook de soldaten dreven de spot met hem, ze gingen voor hem staan en boden hem zure wijn aan’. Het aanbieden van de zure drank sluit bij Lucas dan naadloos aan bij het bespotten van Jezus.

Als het aanbieden van de zure wijn wel een weldaad zou zijn, dan is er een tweedeling in de tekst. Aan de ene kant bespotten de soldaten Jezus en aan de andere proberen ze zijn lijden te verlichten.

 

 

 

 

De marjoraantak of hysop

 

De evangelist Johannes (19:29) is de enigste die het bij de stok waarop de spons geplaatst is spreek over een marjoraantak. Het Griekse woord ‘hussôpos’ dat hij daarvoor gebruikt wordt traditioneel met ‘hysop’ vertaald. De plantensoort hysop komt echter in het Midden-Oosten niet voor. De evangelist Johannes zou eigenlijk ‘majorana syriaca’ bedoelen, in het Nederlands meer bekend onder de naam ‘majoraan’.

 

 

 

 

Vervulling van de Schriften

 

Hysop zou ook eigenlijk niet geschikt zijn om een natte spons omhoog te brengen. Hysop was namelijk niet sterk genoeg voor zo’n functie. Dat Johannes het woord toch gebruikt heeft waarschijnlijk te maken met de symbolische betekenis van hysop. Hysop werd gebruikt om het bloed van het Pesach lam aan de deurposten gestreken (Exodus 12:22).

Hysop verwijst naar het bloed van het lam. Zo maakt Johannes een verbinding tussen het Pesach lam en Jezus als Lam dat geslacht wordt om anderen te redden. Ook kan de evangelist gedacht hebben aan woorden uit Psalm 51 vers 9: ‘Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein’. Het bloed van Jezus reinigt de zonde.

 

 

 

 

johannes-19-290313-23-638

 

.

.

.

Een zure wrange smaak

 

Dat Jezus zure wijn, aangelengd met azijn, aangeboden krijgt, kan verwijzen naar Psalm 69. In vers 22 van deze aan David toegeschreven psalm staat: ‘Ze mengden gif door mijn eten en lesten mijn dorst met azijn’. Zowel in de psalm als in het evangelie krijgt de koning van Israël, David of Jezus, een dronk aangeboden met een wrange bijsmaak. Koning David beklaagde zich erover dat zijn leven zuur werd gemaakt. Zuur is ook de smaak van de drank die Jezus krijgt vlak voor zijn sterven. Daardoor wordt zo het Schriftwoord van David in Jezus voltooid.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne-kop-a4

De geschiedenis van de kledij deel 1: van de oertijd tot de Romeinen

Standaard

categorie : mode en kledij

 

Het is niet helemaal duidelijk wanneer de kleding zijn intrede doet. Er zijn wetenschappers die denken dat het zo’n 500.000 jaar geleden al moet zijn geweest, maar recent onderzoek beweert dat kleding veel jonger is. Zo’n 170.000 jaar geleden zou de mens pas behoefte hebben gekregen aan kleding. De onderzoekers baseren die conclusie op de geschiedenis van de luis. Het dier ontwikkelde zich zo’n 170.000 jaar geleden van hoofdluis tot een luis die ook op kleding kon overleven. Kou was waarschijnlijk de reden dat de mens zich ging kleden en de luis de carrièreswitch kon maken.

 

 

 

De oertijd

 

In het allereerste begin droegen de mensen geen kleding. Ze liepen eerst op handen en voeten en waren vrij zwaar behaard. Kleding hadden ze niet nodig. Het leven bestond er vooral in om te overleven. De hele dag waren ze op zoek naar voedsel. De oermens dacht enkel aan zichzelf en overleven. Naarmate het klimaat kouder werd, stelden ze vast dat de vacht van de dieren waarop ze joegen, dichter werd. Hun beharing volstond op een bepaald moment niet meer en daarom gingen ze vacht van gedode beesten gebruiken om rond zich te hangen. Stilaan ontstonden er alzo kleding stukken om zich te verwarmen.

 

 

 

 

 

 

Decoratief

 

Wanneer de mens kleding voor het eerst als louter decoratie ging zien, is onduidelijk. Vaststaat dat de mens de noodzakelijke kleding wel graag aan de eigen wensen aanpaste. Archeologen hebben geverfde vezels gevonden die zo’n 36.000 jaar oud zijn. Door de jaren heen werd de mens ook steeds creatiever in het gebruik van grondstoffen. Bestonden de eerste gewaden nog vooral uit dierenhuid en dierenvellen, later werd ook vlas, wol en leer geïntroduceerd en soms zelfs gecombineerd. Ondertussen is kleding niet meer weg te denken uit de (moderne) geschiedenis.

 

.

 

 

De Egyptenaren

 

Het Oude Egypte was een beschaving die in de vallei van de Nijl ontstond rond 3000 v. Chr. De beschaving ging ten onder na de verovering van Egypte door Alexander de Grote in 332 voor Christus. De essentiële factor in het overleven van beschaving was de irrigatie van het landbouwgebied rond de Nijl. Het rijk kwam tot bloei en bleef jarenlang stabiel dankzij dit water dat ervoor zorgde dat het land veel opbracht.

De Egyptenaren waren hierdoor erg gericht op de jaarlijkse terugkeer van de droogte en de jaarlijkse overstroming van de Nijl. De samenleving van de Egyptenaren was erg gestructureerd. De Egyptenaren waren op allerlei gebieden enorm vooruitstrevend voor hun tijd. Zo werd Egypte geregeerd door farao’s die door ambtenaren werden bijgestaan. Deze ambtenaren inden de belastingen en spraken recht.

De Egyptenaren hadden veel goden en geloofden dat zij na hun dood in een andere wereld verder leefden. Daarom lieten de farao’s graven bouwen waarvan de enorme piramiden het bekendst zijn. Als de farao stierf werd zijn lichaam gebalsemd en in stroken katoen of rameh gewikkeld.

Dit gebeurde omdat men geloofde dat het lichaam na de dood als woonplaats voor de ziel bewaard moest blijven.
Ook op het gebied van wetenschap waren de Egyptenaren de rest van de wereld al een stap voor. De Egyptenaren hun kleding was erg kenmerkend door hun opvallende vorm.

Omdat het Egyptische rijk zo lang heeft bestaan, verdelen wij de geschiedenis in drie perioden:
-het Oude Rijk: vanaf 2700 v. Chr.
-het Middenrijk: vanaf 2000 v. Chr.
-het Nieuwe Rijk: vanaf 1400 v. Chr.

 

.

.

 

Het Oude Rijk

 

De Egyptenaren droegen vanwege de warmte niet veel kleding. De mannen droegen alleen een soort heupschort, de slaven gingen zelfs vaak naakt. De vrouwen droegen kokervormige jurken van de oksels tot de enkels, soms versierd met geplooide stroken. Over deze jurken werd soms een soort poncho gedragen, de kalasiris. Dit was een hemdvormig, nauw kledingstuk.

Deze kon korte mouwtjes hebben of mouwloos zijn, maar had ook vaak alleen maar twee draagbanden die tussen de borsten door liepen en voor in het midden bij elkaar kwamen. Op deze manier had de vrouw haar armen vrij tijdens het werk. De kleding was vaak gemaakt van katoen, linnen of rameh.

 

 

 

 

 

 

.

Het Midden- en het Nieuwe Rijk

 

In het Midden- en in het Nieuwe Rijk werd er meer kleding gedragen, vooral meer wikkelkleding. De weefsels, die al bijzonder fijn waren, werden nu ook nog geplisseerd. De rijkere mensen droegen soms sandalen. Deze waren gemaakt van gevlochten bladeren van de papyrusplant, die in de Nijl groeide. De mensen uit de hogere stand droegen halskragen die vaak met goud en met edelstenen waren versierd. Mooie sieraden als armbanden, ringen, enkelbanden en halssieraden werden door zowel de mannen als de vrouwen gedragen.

 

 

 

 

 

 

 

De Farao

 

  • De koningen beschouwden zichzelf ook als goden op aarde en daarom zorgden zij voor een zorgvuldige reinheid. Haar werd als onrein beschouwd en afgeschoren, daarom droegen de farao’s pruiken. Deze pruiken werden gemaakt van mensenhaar, vlas of palmvezels. Ze werden met bijenwas vastgeplakt. Als teken van koningschap droeg de farao een valse baard. De farao droeg een dubbele kroon. Enerzijds droeg hij de kroon van beneden-Egypte, wat leek op een rode haarbandkroon. Anderzijds droeg hij de kroon van boven-Egypte, wat leek op een een vierkant gevouwen hoofddoek. Zo werd de samenvoeging van beide gebieden gesymboliseerd.

 

  • De vrouw van de farao, die evenals de farao kaalgeschoren was, droeg een pruik met geborduurde haarbanden versierd met lotusbloemen. Zij droeg bovenop haar hoofd een parfumketeltje van was. Deze smolt langzaam en verspreidde zo een aangename geur.
  • De ogen waren omrand met kohl. Een ander make-up artikel was henna. Hiermee werden de lippen en de nagels gekleurd.

 

  • De farao droeg over de heupschort aan de voorkant een met koningssymbolen versierd driehoekig onderscheidingsteken. Hier overheen droeg hij een hemdvormig gewaad.
  • De koningin droeg een lange kalasiris met een gordel die twee keer om het lichaam werd gewikkeld. Het kleed werd van voren vastgeknoopt, de uiteinden hingen tot bijna op de grond. Ook droeg zij de zogenaamde ‘koninginnekap’. Deze had de vorm van een valk met de vleugels naar beneden geklapt (deze bedekten de oren van de vorstin) en de kop naar voren. Ook de farao en zijn vrouw droegen met edelstenen versierde halskragen.

 

  • De koninklijke familie en andere rijke personen hadden vaak de voorkeur voor fijn, sluierachtig linnen om schoon en koel te blijven en zich prettig te voelen. Dit heeft ook te maken met de waarde die men hechtte aan de reinheid van het lichaam. Deze halfdoorschijnende stof werd ook wel ‘koningslinnen’ genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

De Grieken

 

Vanuit Egypte nemen we een grote stap richting Griekenland. Rond 800 voor Christus ontstond in Griekenland de eerste grote Europese beschaving. Deze werd gevormd uit de Griekse stadstaten zoals Athene, Sparta en Milete. Het Grieks gebied rondom de Ionische Zee noemden de Grieken Hellas. De oude Grieken hebben de wiskunde en het Alfabet ontwikkeld en indrukwekkende (tempels) bouwwerken, zoals het Parthenon opgericht.

De kleding die beelden uit het oude Griekenland vaak droegen lijken op het eerste gezicht wat rommelig. Het zijn meestal wijde gewaden met veel plooien die overvloedig gedrapeerd zijn. De Griekse kleding bestond ook uit wikkelkleding of draperiekleding.

Al deze gewaden bestaan uit een rechthoekige lap stof die op een bepaalde manier omgeslagen en vastgespeld wordt. Het verschil tussen een doorsnee en bijzonder statig kledingstuk wordt vooral gevormd door de manier van dragen  en door de kwaliteit en versiering van de stof.
Er zijn een aantal soorten gewaden te onderscheiden:

 

.

 

 

De peplos

 

De peplos is de typische kledij van vrouwen in het antieke Hellas. Het werd gemaakt van een wollen rechthoekige lap met een afmeting van circa twee bij drie meter. De bovenzijde van de lap werd omgeslagen. Deze omslag werd apotygma genoemd. De lap werd vervolgens tot een koker gevormd, waarbij de zijnaad dichtgenaaid kon worden of open kon blijven. Het gewaad werd op de schouders met kledingspelden (ook wel fibula genoemd) vastgespeld en rond het middel bond de drager een koord of ceintuur. De kledingspelden waren vaak van brons.

 

 

 

 

 

 

 

 

De chiton

 

De chiton is een kledingstuk dat oorspronkelijk voor mannen bestemd was, maar later ook door vrouwen werd gedragen. De chiton werd evenals de peplos gevormd uit een grote rechthoekige lap. Er waren twee soorten chiton, de Dorische en een Ionische chiton. De Dorische chiton was van wol, terwijl de Ionische chiton van linnen was. Deze was fijner en duurder.

Ook de chiton werd tot een soort koker gevormd. Alleen werd de omslag achterwege gelaten. De zijnaden werden van boven tot beneden gesloten. Op de schoudernaad werden knoopjes gezet, waarbij drie openingen werden uitgespaard voor het hoofd en de beide armen. Het kledingstuk kom met een ceintuur omgord worden. De stof kon over de ceintuur heen getrokken worden, zodat een sterke overbloezing (Grieks: kolpos) ontstond.

De chiton kon zeer wijd zijn wat ervoor zorgde dat hij in duizenden prachtige plooitjes rond het lichaam viel. De chiton van de man was meestal minder wijd omdat die meer bewegingsvrijheid gaf. Bij speciale gelegenheden en door oudere mannen werd de lange chiton gedragen. De chilton is iets luxer uitgevoerd dan de exomis.

 

 

 

 

 

 

 

De himation

 

Over de peplos en de chiton heen, kon door mannen en vrouwen een mantel, de himation, worden gedragen. Ook dit was een rechthoekige lap, die op zeer veel verschillende manieren om het lichaam gedrapeerd kon worden, al dan niet vastgespeld op de schouder. Soms kon ook het hoofd met de himation worden bedekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De clamys

 

De clamys was een ander kledingstuk voor mannen. Dat was een lap die de linkerschouder en linkerarm bedekte en die op de rechterschouder werd vastgemaakt.

 

 

 

 

 

 

 

 

De exomis

 

De meeste eenvoudige mannen droegen een exomis. De exomis zit alleen om de linkerschouder vast.

 

 

 

 

 

 

 

Schoenen

 

Op bedelaars en enige filosofen na liep iedereen uit het oude Griekenland op schoenen. Meestal waren dit sandalen (sandaloi). Deze waren gemaakt van een flexibele zool met leren riempjes om de voet. Voor de lange afstand waren er ook echte schoenen, die helemaal dicht zijn.

 

 

 

 

 

 

.

Haardracht

 

Mannen hadden lang haar, omdat het in de mode was. Zo konden ze zich onderscheiden van slaven, die kortgeknipt haar moesten hebben. Later gaan ook de normale mannen kort haar dragen. Meestal vinden de vrouwen hun eigen haar niet mooi genoeg. Daarom dragen de chique dames vaak een pruik of een kunstig kapsel. Ze hadden hun haar vaak opgestoken met een paar vlechtjes of een soort clip.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoeden

 

Vrouwen droegen om het hoofd een hoofddoek. Mannen hebben vaak een hoge, naar boven spits oplopende muts op, de pilos. Mannen die op reis gingen droegen vaak een ‘petasos’; een strooien hoed met een brede rand en een band om de kin.

 

 

 

 

 

De Romeinen

 

Rond 754 voor Christus is, volgens de legende, door Romulus en Remus de stad Rome gesticht. Deze stad zou al snel uitgroeien tot het centrum van een machtig rijk. Vanaf 510 voor Christus werd Rome een republiek. In de hierop volgende eeuwen veroverden de Romeinen heel Italië. Later moest ook een groot deel van Europa buigen voor de macht van Rome. Het Romeinse Rijk zou in de geschiedenis het grootste rijk in Europa worden.

Typerend voor het Romeinse Rijk was de politiek. De Volksvergadering waarin alle burgers stemrecht hadden maakte de wetten en benoemde de hoge ambtenaren (magistraten). De Senaat, waarin alleen oud-magistraten zaten, hield zich vooral bezig met buitenlandse zaken. Om te voorkomen dat ze teveel macht zouden krijgen benoemden de Romeinen hun magistraten maar voor één jaar. De laagste waren de aedielen.

Daarop volgden de quaestoren, de praetoren en twee consuls . De censor, de hoogste ambtenaar, hield toezicht op het gedrag van de Romeinse burgers. In tijden van nood kon voor zes maanden een dictator worden benoemd. Hij had alle  macht. Ook in ons land kwamen de Romeinen tot aan de grote rivieren. Zij brachten hun beschaving mee naar het noordenen dus ook de typische Romeinse kledij.

 

 

 

De tunica

 

De Tunica was een lang en mouwloos kledingstuk van linnen of katoen dat rond het middel met een gordel was vastgesnoerd. Het is te vergelijken met een simpel lang hemd met primitieve mouwen. Dit hemd werd met een riem een beetje opgebonden.

De tunica werd door de proletariërs, winkeliers en bouwvakkers gedragen, omdat je je in dit kledingstuk goed kon bewegen. Het eenvoudige volk, dat altijd een Tunica droeg, werd tunicati genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De toga

 

Een toga is een witte, wollen lap stof van ongeveer 20 m2. Deze doek werd op een ingewikkelde manier om het lichaam gedrapeerd. Het omslaan van dit kleed was  zó ingewikkeld, dat veel rijkelui voor dit karwei een aparte slaaf hadden. De toga was een standenkleed. Aan de manier waarop de toga gedragen werd, kon je zien wat voor rang en stand de drager had.

Het was ook erg ingewikkeld om te dragen. In het dagelijkse leven was dit kledingsstuk niet zo van belang door zijn beperkte bewegingsvrijheid. De Toga diende vooral als statussymbool en  werd dus alleen bij officiële gelegenheden gedragen.

Een toga werd vaak gekleurd, omdat dat er leuk uitzag. De kostbaarste kleurstof was purper. Die was afkomstig van de purperslakken. Er waren ongeveer 10.000 slakken nodig om een mantel purper te verven. Sommige rijke Romeinen hadden een streep purper op hun mantel. De enige die een geheel purperen toga mocht dragen was de keizer van het Romeinse rijk. Welgestelde Romeinse mannen werden togati genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De kleding van de Romeinse vrouw lijkt op die van de Griekse, maar is veel rijker. Als basis werd de tunica gedragen. Deze kwam bij vrouwen altijd tot de grond. Vrouwen droegen in plaats van een toga een soort wit wollen gewaad, de stola genaamd.

Over het hoofd werd soms een sluier gedragen. Welgestelde vrouwen droegen over hun tunica de palla, een omslagmantel, die lang genoeg was om over de schouders en of om het hoofd geslagen te worden en tegelijkertijd de knieën te bedekken. De palla was evenals de toga van wol. De meeste vrouwen kozen felle en contrasterende kleuren uit voor hun stola en palla.

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

De mannen droegen als basis een tunica die tot de knieën kwam. Onder de Tunica werd door de mannen een lendendoek of een ander soort broek gedragen. Over de tunica mochten alleen de vrije Romeinen een groot wikkelkleed dragen, de toga.Een soortgelijk kledingstuk voor de mannen was de paenula.

Dit was een grote rechthoekige wollen lap die over de linker schouder werd gedrapeerd en onder de rechter arm door voor de borst werd getrokken. Bij slecht weer droegen de mannen een wollen cape met capuchon.

 

 

 

 

 

 

 

Kinderen

 

Kinderen droegen verkleinde uitgaven van de kleding der volwassenen.

 

 

 

 

Schoenen

 

De sandaal was bij de Romeinen veruit favoriet, zowel bij mannen als bij vrouwen. Deze sandalen waren  uit één stuk leer gesneden. Boeren droegen de carbatina, een schoen die van een stuk ossenhuid is gemaakt en met riempjes wordt vast gegespt. De Caligae is een ‘marssandaal’. Het zijn sandalen met spijkertjes in de zolen ter voorkoming van een glijpartij.

 

 

 

 

 

 

 

gladiator – sandalen

 

 

 

 

Haar

 

Het kapsel van de Romeinse leek op dat van de Griekse. Er werden vaak diademen en parels in gedragen. De Romeinse vrouwen waren dol op ingewikkelde kapsels. Ze zaten urenlang bij de kapper, en lieten soms hun haar rood of zwart verven. Soms droeg men blonde pruiken van haar van Germaanse slavinnen. Ook blondeerden de dames hun haar met bleekmiddel. De Romeinse man droeg het haar kort en evenwijdig aan de wenkbrauwen afgeknipt, en had geen baard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

Bivolino.com

 

 

 

 

 

 

 

Evolutie of schepping?

Standaard

categorie : religie

.

.

.

Evolutie

 

Evolutie is de overtuiging dat al het leven op aarde van een enkele voorouder afstamt, een eenvoudige levende cel.  Evolutionisten zijn de mensen die dit geloof aanhangen. Veel evolutionisten geloven dat het eerste leven vanzelf uit niet levende materie is ontstaan. Daarbij wordt vaak ook nog geloofd in een spontaan ontstaan van alle materie door ‘de oerknal’; een expansie van tijd en ruimte vanuit een ondeelbaar klein ruimte-tijdgebied, de “Big Bang” genoemd.

 

 

 

 

 

 

Veel mensen gaan er vanuit dat de variatie die we nu binnen de soorten zien (zoals de verschillende soorten schildpadden, honden, paarden, kippen, rozen en orchideeën) omgezet  kan worden naar het verleden. Dat zou betekenen dat de verandering die we nu zien zo ver kan worden doorgetrokken, dat elk levend wezen in de geschiedenis van de aarde afstamt van het ‘eerste’ eencellige leven, dat op zich weer vanzelf ontstaan is uit levenloze materie. Hiervoor zijn honderden miljoenen jaren veronderstelt men.

Voor het ontstaan van die eerste cel heeft echter nog niemand een algemeen aanvaarde wetenschappelijke verklaring kunnen geven. De miljoenen tot miljarden jaren lijken op zich bewezen, gezien het feit dat het radioactief verval van bepaalde elementen heel veel tijd kost en het licht van sterren er heel lang over gedaan moet hebben om hier te komen.

Maar daarbij gaat men er vanuit dat deze processen in het verleden altijd even snel gegaan zijn als nu. Gaan we uit van een schepping, dan is het heel aannemelijk dat allerlei processen in het prille begin veel ‘soepeler’ verliepen dan nu. Zo kan via verschillende wetenschappelijke modellen aangetoond worden dat het licht van de sterren bijna direct op aarde belandde, zonder een verhoging van de lichtsnelheid.

Uiteindelijk kunnen alle dingen,volgens de Bijbel, die we nu op aarde zien in een geschiedenis van zes- tot achtduizend jaar ontstaan zijn. De schepping heeft volgens de Bijbel dus geen miljoenen jaren geleden plaatsgevonden, maar slechts tussen de 6000 en 8000 jaar geleden.

 

 

 

 

Schepping

 

Want sinds de schepping van de wereld zijn de onzichtbare dingen van God, Zijn eeuwige kracht en Zijn goddelijkheid, duidelijk zichtbaar, ze worden begrepen door de dingen die gemaakt zijn, zodat zij (mensen) geen excuus hebben.”
(Romeinen 1:20)

 

 

Deze tekst komt uit de brief van Paulus aan de Romeinen. Paulus zegt dat er geen excuus is voor mensen om niet in God te geloven. Hij heeft alles geschapen en alles is duidelijk zichtbaar. Maar waarom zien zo veel mensen dat niet zo? Zou het iets te maken kunnen hebben met wat men wil geloven?

God heeft in het begin de aarde en alle basissoorten van levende wezens gemaakt. We zien een grote rijkdom aan variatie, wat wijst op een zeer ingenieus ontwerp. We zien uitwisseling van genetisch materiaal, maar aan het oorspronkelijke bouwplan verandert niets. Niemand heeft ooit waargenomen hoe de huidige families ontstaan zijn uit eerdere vormen.

Natuurlijk moet ook gezegd worden dat niemand heeft gezien hoe God de dieren maakte, maar het geloof dat Hij het heeft gedaan is minder problematisch dan geloven in een spontaan ontstaan en ontwikkelen van al het leven uit dode materie.

 

 

 

 

 

Dit moeten jullie eerst weten, dat er in de laatste dagen spotters zullen komen, die naar hun eigen begeerten zullen wandelen, En zeggen: “Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag, dat de vaderen gestorven zijn, blijven alle dingen hetzelfde van het begin van de schepping“. 2 Petrus 3:3-7

 

Volgens Petrus laat zien dat mensen de neiging hebben om het bestaan van God weg te redeneren, door angst of teleurstelling (“God laat zich toch niet zien”).  Maar God wordt in de Bijbel niet als gevaarlijk beschreven. Hij is altijd bereid om te vergeven en heeft het beste met ons voor. Alleen mensen die bewust  tegen Hem blijven zondigen, lopen gevaar om veroordeeld te worden. “Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad” (1 Johannes 1:9).

 

 

 

Bewijs?

 

Een overtuigend bewijs kan geleverd worden door het aanvoeren van vele bewijsstukken en een persoonlijke overtuiging kan gevormd worden door intensief onderzoek. We kunnen aan de hand van de feiten uit het verleden een logische conclusie trekken over de dingen die we niet kunnen waarnemen, het bovennatuurlijke, en de dingen die we met het oog kunnen zien. Dit is anders dan in ‘de wetenschap’, waarbij een groot aantal mensen tot een overeenstemming komen.

 

 

 

Hier volgen een aantal punten die de Bijbel een hoge mate van betrouwbaarheid geven:

 

  • De scheppingsgeschiedenis in de Bijbel lezen is logisch en realistisch. Het begint met de schepping van tijd, ruimte en materie. Als er iemand is die alles gemaakt heeft, moet hij zelf niet aan tijd of ruimte gebonden zijn. En zo wordt God ook in de Bijbel beschreven.
  • De schepping zit niet alleen heel knap in elkaar, maar heeft ook een heel specifieke complexiteit. De schepping bestaat uit allemaal systemen die zo met elkaar verweven zijn dat ze eigenlijk alleen maar het resultaat van bewust ontwerp kunnen zijn. Dit spreekt in het voordeel van de Bijbel, waarin beschreven wordt hoe God alles met een eigen aard en functie gemaakt heeft.
  • De aardlagen kunnen het best verklaard worden door één grote (de zondvloed) en een aantal kleinere rampen (aardbevingen, overstromingen en vulkaanuitbarstingen), precies zoals de Bijbel ons laat zien. Enorme geulen, zoals de Grand Canyon, ontstaan in korte tijd, niet gedurende miljoenen jaren. Dit is in overeenstemming met een jonge aarde, die minstens één grote overstroming heeft meegemaakt (de zondvloed).
  • Het heelal vertoont duidelijke tekenen van recente schepping. Kometen die maar 10.000 jaar kunnen bestaan draaien nog steeds om onze zon. Er zijn veel te weinig supernovarestanten voor een heelal van miljarden jaren oud. Manen en planeten die al lang koud hadden moeten zijn vertonen nog steeds heftige geologische activiteit, waarvoor in een model dat miljarden jaren omspant allemaal verklaringen gevonden moeten worden.
  • Er zijn nog steeds ‘prehistorische’ beesten. Maar de vraag is of ‘pre-historie’ wel bestaat, omdat geschiedenis in de Bijbel vanaf het begin van de tijd staat opgetekend. Je kunt dus ter discussie stellen of er wel miljoenen jaren van onbeschreven geschiedenis zijn geweest.
  • De tekst van de Bijbel is gedurende de duizenden jaren sinds het is geschreven vrijwel niet veranderd. En veel van de mensen die bijvoorbeeld schreven over de opstanding van Jezus, zijn daar zelfs onder grote druk, martelingen en bedreigingen, niet op teruggekomen.
  • De Bijbel is wetenschappelijk betrouwbaar ; archeologisch onderzoek bevestigt steeds meer dat plaatsen en mensen die in de Bijbel beschreven worden echt hebben bestaan. De meeste wetenschappelijke feiten passennaadloos in de Bijbelse geschiedenis.
  • Het tot in detail uitkomen van de profetieën van de Bijbel is een bewijs dat deze afkomstig zijn van Iemand die buiten ruimte en tijd staat. Geheel in overeenstemming met de aard en het karakter van de God van de Bijbel.
  • Er staan geen wezenlijke tegenstrijdigheden in de Bijbel.  Het betreft meestal schijnbare tegenstrijdigheden die vrij makkelijk te verklaren zijn.
  • De boodschap van de Bijbel heeft het leven van zeer veel mensen ten goede veranderd.

 

 

 

 

 

Gods boodschap is duidelijk en eenvoudig, maar soms lastig te accepteren voor mensen met een hoge intelligentie.

 

Jezus zelf zei:  (Luk 10:21) “Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, dat U deze dingen verborgen hebt voor wijze en intelligente mensen en dat U ze geopenbaard hebt aan eenvoudige mensen…” Het is moeilijker voor hoog intelligente mensen omdat ze knap zijn in het verzinnen van ‘uitvluchten’.

In Mattheus 22:37 staat: “Jezus zei … u moet de Heer uw God liefhebben met uw hele hart, … ziel en … verstand.” Dat betekent dat ons verstand erbij betrokken is.

En in Handelingen 17:11 lezen we: “[De mensen in Berea] waren beter … want ze onderzochten dagelijks de geschriften om te zien of het echt waar was [wat Paulus en Silas hun vertelden]”
We moeten dus onderzoeken en tot een eerlijke conclusie komen.Desnoods probeer je te bewijzen dat de Bijbel niet betrouwbaar is. Gebruik je verstand, stel vragen en je mag best twijfels hebben. Als je met die vragen en twijfels maar wat doet en gaat onderzoeken. Paulus en Silas konden de Bereanen ook niet zomaar iets wijsmaken. Zij gingen het onderzoeken in de boeken. In deze tijd zijn er veel meer bronnen om uit te putten.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Juwelen en sieraden bij de Romeinen.

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Juwelen en sieraden zijn van alle tijden, ook in de antieke oudheid. Zowel de Grieken als de Romeinen droegen ze als een symbool van hun rijkdom en als een teken van macht. Dit gold voor mannen en vrouwen.

 

 

 

 

    Juwelen en sieraden als teken van welstand

 

Juwelen en sieraden waren voor Romeinen de manier om zich van het gewone ‘plebs’ te onderscheiden. Ze waren te duur voor de gemiddelde beurs en een juweel dragen betekende dat je er het geld en de status voor had.

.

.

 

 

 

     

Juwelen en sieraden voor Romeinse mannen

 

Een Romeinse man van aanzien droeg zeker een zegelring. Hiermee kon hij zijn brieven verzegelen, en de afbeelding kon hij zelf kiezen. De siersmeden maakten er ware kunststukjes van. Caesar droeg een ring met de gewapende Venus. Augustus droeg eerst een ring met een sfinx, dan een ring met de buste van Alexander de Grote en uiteindelijk een ring met zichzelf erop. Pas in de keizertijd begonnen de Romeinen meer dan alleen een ring te dragen.

 

 

 

 

 

 

 

Ringen met edelstenen

 

Deze ringen hadden doorgaans een grote waarde doordat er allerlei edelstenen in verwerkt waren. De ringen werden gemaakt van goud, zilver, lood, zink of brons. Senatoren droegen lange tijd alleen een ijzeren ring ten teken van hun hoge rang. Wie de ring zag, wist meteen dat hij met een senator te maken had en dat hij zijn respect voor deze hoge functie moest tonen. Vaak geloofden de mensen dat een ring een magische kracht had, vooral als de ring een edelsteen bevatte. De ring werd dan een talisman.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   Juwelen en sieraden voor Romeinse vrouwen

 

Vrouwen droegen ook ringen die doorgaans verfijnder en eleganter afgewerkt waren dan die van de mannen. Verder droegen Romeinse vrouwen graag prachtige sierspelden, haarspelden, haarbanden, diademen, armbanden, oorbellen, halssnoeren, halskettingen en enkelbandjes. Romeinse sieraden en juwelen waren vaak geïnspireerd door Griekse en Etruskische voorbeelden, maar werden doorgaans zwaarder, luxueuzer en duurder gemaakt. Aldus zetten de Romeinse edelsmeden een oude traditie verder en gaven er een nieuw elan aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    Juwelen en sieraden voor Romeinse kinderen

 

Ook de Romeinse kinderen kregen juwelen en sieraden. Ze droegen bij de toga een zogenaamde bulla, een amulet aan een halsketting. Dit kreeg een kind bij de ceremonie enkele dagen na de geboorte waarbij het in aanwezigheid van de ouders en een hoogwaardigheidsbekleder zijn of haar neem kreeg.

 

 

 

 

 

 

 

 

Armbanden

 

Armbanden werden rond zowel de pols, de bovenarm als rond de enkel gedragen. Ze bestonden uit een platte cirkel van brons, goud of zilver. Soms was de cirkel onderbroken, en vaak werden sieraden in een armband geplaatst om er meer uitstraling aan te geven. Mannen droegen zelden armbanden. Ook aan kettingen hechtten Romeinen zeer veel belang. Ze waren van oordeel dat sommige kettingen magisch krachten hadden die de drager beschermden tegen allerlei kwalijke ziektes of tegenslagen. Algauw ontstond in dit soort kettingen dan ook een bloeiende handel.

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

Verbod op bezit van meer dan een ons goud

 

In het begin van de Republiek gold een wet die vrouwen verbood meer dan één ons goud te bezitten. In de senaat werd fel geredetwist of deze als oubollig beschouwde wet moest afgeschaft worden. Seneca was van oordeel dat vrouwen hun vermogen met zich mochten meedragen, en dit voornamelijk aan de oren. Romeinse vrouwen hadden dan ook meerdere hangers in hun oren. De wet werd dan ook snel afgeschaft, wat andermaal een boost aan de Romeinse edelsmeedkunst gaf.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

.

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Bijbelverzen over het doel van de doop

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 Bijbelverzen over het doel van de doop

 

 

113

 

 

 

 

Markus 16:15-16 – Hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden

 

In welke verhouding staat de doop hier met de redding?

 

Komt de redding voor de doop of als een resultaat ervan? We kunnen niet meer gered worden voor de doop als dat redding mogelijk is voordat we geloven. Het is zoals 1 + 1 = 2. Als je eender welke wegneemt dan krijg je niet langer meer 2. Gelijkerwijs is het als je ofwel de doop ofwel het geloof wegneemt, dat je geen redding meer hebt.

Sommigen zullen antwoorden dat je zal veroordeeld worden als je niet gelooft, maar niet dat je veroordeeld wordt als je niet bent gedoopt. De Bijbel zegt niet altijd woord voor woord wat we moeten doen om verloren te gaan. De Bijbel zegt ons wat we moeten doen om gered te worden en er wordt verwacht van ons om dit te doen. Als we het niet doen dan gaan we verloren.

Hier wordt gezegd dat we 2 dingen moeten doen om gered te worden. Om verloren te gaan, moet je slechts één ervan weglaten. Als je geen geloof hebt, zal je waarschijnlijk ook niet worden gedoopt, en ook al zou je het dan doen, dan zou het geen zin hebben. Om verloren te gaan is gemakkelijk – gewoon niet geloven.

Om gered te worden is moeilijker – je moet geloven en gedoopt worden. Verder zal de persoon, die een waar geloof heeft, geloven dat de doop nodig is. Jezus zei om het evangelie te geloven (vs 15-16), wat zegt dat het hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. Wat niet gelooft, gelooft ook het evangelie niet!

 

 

Merk het verschil op tussen wat mensen zeggen en wat de bijbel zegt:

 

Mensen zeggen: Hij die gelooft is behouden en mag worden gedoopt. Het evangelie zegt: Hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. Beiden geloof en doop zijn noodzakelijk om gered te worden. Herinner u dat het volgen van leringen van mensen die verschillen van het evangelie leidt tot veroordeling (Galaten 1:8; Matteus 15:9; enz).

 

 

 

Handelingen 2:38 – Bekeer u en laat u dopen tot vergeving van zonden

 

 

In welke verhouding staat de doop hier met de redding?

 

Zijn de zonden vergeven voor de doop of als het gevolg ervan? Merk op dat de bedoeling van de doop duidelijk wordt weergegeven, dat het is tot de vergeving van zonden.

 

 

Wat betekent “tot vergeving van zonden”?

 

Sommige zeggen dat “tot” betekent “omwille van”, zoals ‘hij kreeg een bekeuring omwille van zijn hardrijden” – Hij kreeg de bekeuring omdat hij hard had gereden, niet omdat hij zou gaan hardrijden. ‘Tot’ kan deze betekenis hebben, maar in Handelingen 2:38 kan het dit niet betekenen.

Denk eens na tegen wie Petrus aan het spreken was. Als “tot” betekent “ze hadden al vergeving ontvangen”, dan moet Petrus tegen mensen spreken die gered waren. Is dat zo? Hij had hen juist veroordeeld omdat ze Jezus hadden gedood (vs 36), en ze waren diep in hun hart getroffen en vroegen wat ze moesten doen (vs 37).

Ze hadden nog geen vergeving ontvangen, maar stonden er juist op om dit te krijgen. Petrus zei hun dat ze zich moesten “bekeren”. Als ze al vergeven waren, waarom moesten ze zich dan nog bekeren? Het bevel om zich te bekeren bewijst dat deze mensen nog niet waren gered, maar dat ze nog steeds zondaars waren die vergeven moesten worden.

Na vs 38 zegt Petrus hen “laat u behouden uit dit boze geslacht” (vs 40). Als ze al gered waren, waarom zeggen dat ze zich moesten laten behouden? Het is duidelijk dat deze mensen niet waren gered en dat ze werden gezegd wat ze moesten doen omdat ze nog niet vergeven waren. Ze waren verloren zondaars die werden verteld wat ze moesten doen om vergeven te worden. Daarom dat “tot vergeving van zonden” betekent “om vergeving van zonden te krijgen”.

 

 

 

Overdenk deze woorden volgens Matteüs 26:28

 

Handelingen 2:38 zegt “Bekeer u en laat u dopen tot vergeving van zonden” Matteüs 26:28 zegt dat Jezus’ bloed zou worden vergoten “tot vergeving van zonden”. Heeft Jezus zijn bloed vergoten omdat de mensen reeds vergeving van zonden hebben gekregen? Helemaal niet. Hij deed het zodat mensen die nog niet waren vergeven, konden worden vergeven.

Gelijkerwijs wordt men niet gedoopt omdat men al vergeving van zonden heeft ontvangen, maar opdat de mensen die het nog niet zijn, het kunnen ontvangen. Veronderstel dat iemand is gedoopt zonder te weten dat dit het doel is waarvoor hij wordt gedoopt. Veronderstel dat hij was gered voor de doop. Is hij dan gedoopt om vergeving van zonden te ontvangen? Hoe kan dat dan, als hij geloofde dat hij het al had ontvangen? Hoe zou dan zijn doop volgens de wil van God zijn gebeurd?

 

 

 

 

1 Petrus 3: 21 – de doop redt u

 

Noach laat zien hoe wij worden gered. Vs 20 zegt dat hij en zijn familie werden gered “door het water heen”. Het water van de vloed vernietigde de bozen, maar het redde ook Noah, omdat de boot erop dreef, en zo Noach redde van de dood. Dit geeft weer dat het de doop is dat ons redt. Dit betekent niet dat we fysiek het vuil van onze lichamen wassen. De kracht is niet in het water, maar in de dood en opstanding van Christus. We komen in contact met het bloed door de doop.

 

 

 

Redding door het bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Galaten 3:27 – We worden gedoopt in Christus

 

Hoeveel mensen zijn in Christus? Net zoveel als er in Hem zijn gedoopt. Wat als iemand niet is gedoopt in Christus? Dan is die persoon niet in Hem. Waarom is het belangrijk om in Christus te zijn?

 

Efeziërs 1:7 – vergeving van zonden is in Christus.

2 Timoteus 2:10 – Het heil is in Hem.

1 Johannes 5:11-12 – Het eeuwige leven is in de Zoon.

Efeziërs 1:3 – Alle geestelijke zegeningen zijn in Christus. (vgl Romeinen 8:1; 2 Korintiërs 5:17; Filippenzen 4:7)

 

 

Als iemand buiten Christus is, dan heeft hij geen vergeving, geen redding, geen eeuwig leven of geestelijke zegeningen. Maar hoe komt iemand in Christus? Hij moet worden gedoopt in Christus. Wat is dan de toestand van iemand die niet is gedoopt of die niet gelooft dat de bedoeling van de doop is om gered te worden?

Horen, geloven, bekering en belijden zijn noodzakelijke stappen richting Christus, maar de doop is de stap die iemand in Christus plaatst. Voor de doop is men nog steeds buiten Christus, nog steeds zonder vergeving en alle andere zegeningen die in Christus zijn. Als hij deze zegeningen wil dan moet hij worden gedoopt met de bedoeling om in Christus te komen.

 

 

 

 

Romeinen 6:3 – We worden gedoopt in Jezus’ dood.

 

Dit vers zegt weeral (zoals Galaten 3:27) dat we worden gedoopt in Jezus. Maar we worden ook in Jezus’ dood gedoopt. Waarom is de dood van Jezus belangrijk voor ons? Het was in Zijn dood dat hij Zijn bloed voor ons vergoot dat ons redt van de zonde! Hoe komen we ermee in contact? We worden er in gedoopt!

De mensen die de noodzaak van de doop leren worden er vaak van beschuldigd van het niet geloven in de redding door Jezus’ bloed. De waarheid is het tegenovergestelde. We leren dat de doop noodzakelijk is omdat bij de doop de zondaar in contact komt met Jezus’ bloed!

Zij die je zeggen dat je gered bent voor de doop zeggen (onbedoeld) dat je gered kan worden zonder het bloed, omdat ze leren dat de zondaar gered is nog voor hij in contact komt met het bloed! In de doop verkrijgen we de voordelen van Jezus’ dood! Wat is dan de toestand van hen die zeggen dat je gered bent voor de doop of dat de doop niet nodig is om vergeving te krijgen?

 

 

 

Christus alleen kan u redden van de klauwen van Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Handelingen 22:16 – Laat u dopen en uw zonden afwassen

 

Waar is het afwassen van de zonden in deze tekst; voor de doop of als een gevolg van de doop?

 

De zondaar in dit verhaal (Saul) had al alles gedaan voor zijn doop wat de meeste kerken leren dat men moet doen om gered te worden.  Hij had Jezus gezien onderweg, geloofde duidelijk in Hem en was bereid om Hem te gehoorzamen (22:5-10; 9:3-6). Hij had zelfs gebeden (9:9-11). Als iemand kon gered worden voor de doop, dan zou het Saul wel zijn. Maar was hij gered?

Jezus had gezegd dat Saul naar de stad moest gaan en daar zou men hem zeggen wat hij moest doen (9:6). Ananias kwam en vertelde hem om zich te laten dopen en zijn zonden te laten afwassen. Als zonden worden vergeven voor de doop, dan zou Saul geen zonden meer hebben om af te wassen.

Maar hij had nog steeds zonden tot hij werd gedoopt. Dus iemand kan vandaag de dag in Jezus geloven en zich bekeren, maar hij is schuldig voor al zijn zonden totdat hij wordt gedoopt.

 

 

Dat is waarom in de voorbeelden van bekering in de bijbel, de mensen de doop nooit uitstelden

 

Altijd als de zondaar het evangelie geloofde en zich bekeerde, werd hij onmiddellijk gedoopt.

Handelingen 2:41 – Die dag werden 3000 mensen gedoopt.

Handelingen 8:36 – Wat is ertegen dat ik wordt gedoopt?

Handelingen 9:18 – Terstond stond hij op en werd gedoopt.

Handelingen 16:33 – in hetzelfde uur van de nacht werden terstond hij en zijn familie gedoopt.

Handelingen 22:16 – Wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen.

 

Wanneer hedendaagse denominaties de doop van overtuigde gelovigen uitstellen, dan volgen ze het plan van de Bijbel niet die wijst op de dringendheid van de doop. Ze geloven dat de persoon al is gered, waarom moeten ze zich haasten? Wanneer we begrijpen dat de persoon nog steeds in zonde leeft, dan begrijpen we ook waarom de mensen in de Bijbel de doop niet uitstelden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Spartacus, de slavenleider

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

In Ben Kane´s ´Spartacus´ belandt de gelijknamige Thraciër als krijgsgevangene in Capua, waar hij wordt getraind tot gladiator. Samen met zijn lotgenot Crixus de Galliër bereidt hij een ware slavenopstand voor die hen moet bevrijden uit de gladiatorenschool. Hoewel er weinig bekend is over Spartacus zijn historici het over een aantal dingen eens.

 

 

 

 

spartacus

 

 

 

Spartacus werd geboren rond 109 voor Christus. Als krijgsgevangen kwam hij terecht in de gladiatorenschool van Lentulus Batiatus. Daar wist hij met een leger van gladiatoren rond 73 voor Christus met veel moeite te ontsnappen. In de historische roman van Ben Kane is te lezen hoe Spartacus versteld staat van zijn overwinning:

“De aanblik van de achtergelaten kostbare voorwerpen doordrong Spartacus ervan wat een idiote prestatie ze hadden geleverd. Terwijl de zegevierende gladiatoren zich aan plunderingen overgaven stond hij alleen en verwonderd in Glabers weelderige paviljoen. ‘Als mijn droom niet mijn dood aankondigt, wat betekent hij dan in godsnaam?’

 

.

 

 

Spartacus traint een groot slavenleger

 

Na de ontsnapping uit de gladiatorenschool van Batiatus zou Spartacus zich hebben voorbereid op een enorme slavenopstand tegen het Romeinse leger. Hij trok naar de Vesuvius om daar een leger om te bouwen van zo’n 70.000 ontsnapte gladiatoren en slaven, die hij aan zware trainingen onderwierp. Spartacus leerde zijn mannen vechten zoals de Romeinen deden, omdat ze anders niet opgewassen zouden zijn tegen de Romeinse legioenen:

“Elke dag, met schild en zwaard, tot ze als legioensoldaten in een linie kunnen staan en bevelen opvolgen in plaats van als maniakken in de aanval te gaan”, zegt Spartacus in de roman van Kane. Historici zijn er erover eens dat Spartacus een talentvolle en strijdlustige legeraanvoerder moet zijn geweest.

 

 

 

Slavenopstand onder leiding van Spartacus

 

De slavenopstand onder leiding van Spartacus zou uiteindelijk duren tot 71 voor Christus. Tijdens deze opstand versloeg Spartacus verschillende Romeinse legioenen, waaronder een aantal onder leiding van Marcus Licinius Crassus, een beruchte en rijke Romeinse politicus die zijn geld onder andere verdiende met de slavenhandel.

Ondanks de vele overwinningen maakte Spartacus’ leger tijdens de slagvelden ontelbare slachtoffers. In het werk van Kane wordt Spartacus’ strijdlust er echter niet minder om: “Ik zal die hufters in Rome eens duidelijk maken dat wij slaven kunnen doen wat we willen. Dat we in elk opzicht hun gelijken zijn.”

Nadat het leger van Spartacus, onderweg naar Sicilië, vanuit verschillende kanten werd aangevallen door Romeinse legioenen, vluchtte hij naar Brundisium. Daar haalde het leger van Crassus hem in, waarbij Spartacus in de slag die volgde rond 71 voor Christus uiteindelijk werd gedood.

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de  enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 


Wat is Halloween?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

Halloween is een feest dat vooral in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, de VS en Canada gevierd wordt. Ook in Europa wordt het langzamerhand populairder. Maar wat is Halloween eigenlijk? En mag je dat als christen wel vieren?

 

.

 

halloween

 

.

.

De naam Halloween komt van All Hallows Eve (Allerheiligenavond), de avond voor Allerheiligen op 1 november. Dit is een feestdag van de Rooms-katholieken. Maar de oorsprong gaat nog verder terug. Halloween heeft een zeer rijke en tevens ver in het verleden reikende geschiedenis. Het mag worden beschouwd als één van de oudste feestdagen tot op heden, met wortels die duizenden jaren teruggaan. Eigenlijk is Halloween een combinatie van 3 feestelijkheden, ‘Samhain’ (Kelten), ‘Pomona’ (Romeinen) en ‘Allerheiligen en Allerzielen’ (Christendom), die elk doorheen de eeuwen heen hun stempel hebben gedrukt op dit winterfeest.

.

 

.

Keltische Impuls

.

31 oktober is op de Keltische kalender oudejaarsavond, Samhain genoemd.  Ze vierden dan de opbrengst van de oogst. Op zich is dat niet zo heel schokkend, maar er is meer. De Kelten geloofden dat op deze dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terug kwamen en probeerden om een levend lichaam in bezit te nemen. Geesten gaan ook op visite bij vrienden of familie, maar vielen mensen die ze niet mochten lastig. Vooral in Groot-Brittannië werd Halloween door de Kelten gevierd. Ze legden dan eten neer voor hun deur, want geesten werden aangetrokken door voedsel. Om boze geesten te weren, droegen de Kelten maskers.

.

 

.

 

Romeinse Impuls

.

Het feest van Samhain nam deels een nieuwe wending toen de Romeinen, in de eerste eeuw na Christus, het land van de Kelten veroverden en bezetten. Zij introduceerden er namelijk hun feest ‘Pomona’. Het resultaat was dat de tradities en rituelen van twee verschillende culturen samenvloeiden, werden gewijzigd en versmolten, waardoor er een gezamenlijk herfstfeest ontstond. Het eigenlijk concept van Samhain bleef wel ongeveer behouden, maar onderinvloed van de Romeinen werd er heel wat zoet fruit gegeten. En zo werd meteen ook de pompoen in onze contreien geïntroduceerd.

 

.

 

 

Christelijk Impuls

.

Lang geleden kwam er ook een christelijk tintje aan het feest. Christenen gingen langs de deuren om krentenbrood te vragen en voor elk brood baden ze dan om bevrijding van overledenen uit het vage vuur. In de VS kwam het feest in de tweede helft van de 19e eeuw in opmars. Ze gaan dan met pompoen lantaarn langs de deuren om snoep te vragen. Ze zijn dan ook verkleed om de bewoners een beetje bang te maken. In Nederland kennen we ook deze vorm. Sommige scholen vieren Halloween en Walibi World kent de Halloween Fright Nights.

 

.

.

 

Vandaag de dag

.

Vandaag de dag wordt Halloween op 31 oktober gevierd met zoetigheden, pompoenen (cf. Pomona), zwarte katten, magie, kwade geesten (cf. Samhain), spoken, skeletten en doodskoppen (cf. Allerheiligen). Het is een feest waarbij kleine kinderen als spoken worden verkleed en met uitgesneden pompoenen als lantaarns langs de huizen gaan en vragen om een traktatie of dreigen met een grap (trick-or-treat).

Ook is er een stijgende belangstelling voor de aankleding en versiering van feest en feestgangers waarneembaar die haar inspiratie vindt in zo groot mogelijke griezeligheid. Hoe griezeliger, hoe beter! De laatste decennia heeft Halloween vanuit Amerika zich stilaan over heel West Europa verspreid, vooral onder invloed van griezelfilms, televisieseries en de commercie. Daarbij wordt de vermeende heidense achtergrond sterk benadrukt. Het feest wordt voorgesteld als een Keltisch feest van 2000 tot 5000 jaar oud en is uitgegroeid tot een gezellig familiegebeuren.

 

.

.

 

 

.

.

.

Maar toch . . . , Halloween oké ?

.

Het wordt in ons land een bekend beeld: kinderen lopen op de 1e november met een pompoen met daarin een brandende kaars. Halloween! Is dit onschuldig vermaak? Vergis u niet! De verlichte pompoen van Halloween ( in Engeland spreekt men over ‘Jack-o-Latern)  is het symbool van een dolende ziel. Vroeger holden bijgelovige mensen een pompoen uit en plaatsten er een kaars in. Zij deden dat om de boze geesten van hun huizen weg te jagen.

Een andere bron vermeldt, dat de verlichte bewoners van dat huis sympathiek stonden tegenover de satanisten. De naam ‘Halloween’ is een verbastering van ‘All Hallow’s Eve’ en heeft een Keltische achtergrond. Op de avond van 31 oktober droegen de druïden (Keltische priesters) alle mensen op hun haardvuur te doven. Dan legden zij vuren aan van (heilige) takken waarin zij delen van de oogst verbrandden, maar ook dieren en mensen, als offer voor hun goden en godinnen. Tijdens dit duivelse ritueel waren de mensen bekleed met koppen en huiden van dieren en deden aan waarzeggerij en wichelarij. Zij sprongen over de vlammen, dansten en zongen, allemaal om de boze geesten weg te jagen.

Laat ons dit bedenken! Halloween is geen onschuldig vermaakt maar heeft, ook al zijn kinderen dit totaal niet bewust, een duivelse achtergrond. Als ouders hebben we dit heel concreet af te wijzen en het ‘waarom’ aan onze kinderen duidelijk te maken. Symbolen en tekenen van oude religies komen in onze tijd weer tot leven. Laat ons het kruis hoog opheffen! Dat is het teken van de overwinning op saten en al zijn volgelingen. Dat teken wijst ons naar Christus.

 

.

.

.

.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA