Tagarchief: trouwen

De kimono

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

De kimono is een typisch Japanse dracht, die een beetje lijkt op onze ochtendjas maar de originele kimono is gemaakt van zijde en bedrukt met verschillende patronen. De patronen en de kleur zijn vaak afhankelijk van het seizoen. De mouwen zijn zeer wijd en de kimono wordt dichtgehouden door een brede ceintuur, de ‘obi’.

 

 

Geisha kimono

 

 

 

Geschiedenis

 

Volgens de oude Chinese annalen uit de 3e eeuw n.C. droegen de Japanners slechts grote stukken stof waarin een gat voor het hoofd was gemaakt. Daarna moet men er iets geciviliseerder uit hebben gezien want er zijn kleifiguren gevonden uit de 3e tot 7e eeuw en die tonen kledingstukken bestaande uit 2 delen, zowel bij de mannen (een broek en een soort hes) als bij de vrouwen (rok met een hes). Beiden hadden ook een band om als een riem.

Met de komst van het boeddhisme en met het aanhalen van de contacten met China, zien we ook dat men in Japan kleding van de Chinese Tang (dynastie) gaat dragen. In de Heiantijd (ong. 800-1200) als het hofleven een zeer kunstzinnige vorm gaat aannemen, dragen de vrouwen verschillende zijden (kimono-achtige) kleden over elkaar heen, men noemt dit ‘junihitoë’.

In de Kamakura-periode (ong. 1200-1300) gingen de mensen thuis ‘kosode’ dragen, aanvankelijk als een soort onderkleding maar dit ontwikkelde zich in de Muromachi-periode (ong. 1100-1573) tot formele buitenkleding. Deze kleding werd, met enige veranderingen in de loop van de tijd, de huidige kimono.

De kimono werd standaardkleding in de Azuchi-Momoyama-periode (1574-1600) en de ‘obi’, de huidige brede ceintuur, deed zijn intrede vanuit Korea, maar de ‘obi’ begon als een soort koord, die een aantal keren rond het lichaam werd gewikkeld. Er waren ook al verschillende patronen op de kimono’s.

 

In de Edo-periode (1602-1867)  verdwenen de patronen van de kimono’s en werden de ‘obi’ breder. Dan volgt de Meiji-periode waarin de kimono standaardkleding wordt en ook als formele kleding geaccepteerd wordt. De daarop volgende Taisho-periode (begin 20ste eeuw), als de invloed van het Westen, na de openstelling van Japan, groter wordt, raakt men ook geïnteresseerd in de Westerse kleding, maar tot de Tweede Wereldoorlog blijft de kimono de standaarddracht.

Na de Tweede Wereldoorlog verdwijnt de kimono meer en meer. Nu ziet men oudere vrouwen nog kimono’s dragen op straat en de jonge vrouwen soms tijdens speciale dagen, zoals bij het trouwen, Nieuwjaarsdag, Meerderjarigheidsdag e.d. maar dit wordt wel steeds minder. De echte zijden kimono’s zijn erg duur (duizenden euro’s) en om die reden worden ze wel gehuurd als er een nodig is voor een speciale gelegenheid.

Tegenwoordig ziet men veel de kunststof kimono’s (veelal polyester) voor bijv. dagelijks gebruik, die veel goedkoper zijn (vanaf 50 euro). Hier hoeft geen grote obi bij gebruikt te worden maar volstaat een smal ceintuur. Bij het aantrekken van een dergelijke kimono gaat eerst de rechterkant over het lichaam en daarna wordt de linkerkant over de rechterkant getrokken.

De ceintuur wordt dubbelgeknoopt en zodanig gedraaid dat de knoop op de rug komt te zitten. Dit geldt voor vrouwen en voor mannen. Ook mannen droegen vroeger kimono’s, die vrijwel gelijk waren aan die van de vrouwen, behoudens de kleurstelling en motief. Mannen droegen meestal donkere kimono’s waarbij de ceremoniële kimono’s vaak versierd waren met het familiewapen.

De vrouwen in Japan dragen de veelal kleurrijke kimono. Tegenwoordig gebeurt dit overigens bijna uitsluitend nog bij speciale, min of meer formele gelegenheden. Men kent verschillende typen kimono’s. Zo onderscheidt men de  furisode, een formele kimono met lange zakachtige mouwen, gedragen door ongetrouwde vrouwen, zodra zij volwassen zijn geworden (na viering van seijin no hi, de volwassenheidsdag).

Tijdens de huwelijksceremonie draagt een bruid veelal een uchikake, een witte bruidskimono en is zij eenmaal getrouwd dan draagt de vrouw bij formele gelegenheden een hômongi of een tomesode. Ook dit zijn formele kimono’s, maar de tomesode is veelal zwart en wordt gedragen bij een huwelijksceremonie van een familielid.

Als sokken onder de kimono draagt men de ‘tabi’, een witte sok met een aparte ruimte voor de grote teen, waardoor men als schoeisel de ‘geta’ kan dragen, een soort houten sandalen, of de ‘zori’, sandaalachtige schoenen van stro of tegenwoordig van kunststof.

 

 

furisode

 

 

 

 

uchikake

 

 

 

 

tomesode

 

 

 

 

 

Kimono in detail

 

Onder de kimono, maar over het gewone ondergoed, wordt een speciaal onderkleed gedragen, ‘nagajuban’ genoemd. Daarover heen komt dus de kimono, die door de obi wordt dichtgehouden. De obi is dus een brede ceintuur, die om het lichaam gewikkeld en vervolgens op de rug geknoopt wordt.

Men kent verschillende soorten knopen. Om deze obi op zijn plaats te houden, komt er weer een soort koord om de obi heen, de obijime. Ook dit koord wordt geknoopt, maar dan aan de voorkant. De uiteinden van dit koord kunnen, als de knoop is gelegd, op verschillende manieren achter de obijime worden gestopt.

 

 

nagajuban

 

 

 

 

   obijime

 

 

 

 

Om de kimono dicht te houden, wordt als eerste een smalle ceintuur, een soort ‘hulp-obi’ omgedaan, de ‘date-jime’, met daar weer een klein riempje omheen om de date-jime dicht te houden. Dit riempje heet ‘koshihimo’. Dan komt de obi, een paar meter lange en ong. 30 cm brede ceintuur.

Om de obi aan de achterkant goed op zijn plaats te houden en het knopen te vergemakkelijken worden nog een paar hulp-ceinturen gebruikt, zoals de ‘arijimo’ (die ziet men niet) en de ‘obi age’. Deze wordt aan de voorzijde mooi geknoopt en zit direct boven de obi.

Om de obi stijf te houden wordt er nog een hulpstuk tussen geschoven, de ‘obi ita’. Dan wordt om de obi een smal koord geknoopt, de ‘obijime’. Deze kan rond of plat zijn, verschillende kleuren hebben en verschillend geknoopt zijn. De hier getoonde is de ‘fuji musubi’. De uiteinden hiervan (met de pluimpjes) wijzen normaal gesproken omhoog. Bij droevige gebeurtenissen, zoals begrafenissen, wijzen de uiteinden omlaag.

 

 

koshihimo

 

 

 

 

 

fuju musubi

 

 

 

 

Mannen

 

Ook mannen droegen vroeger kimonoachtige kleding en tegenwoordig zijn de mannenkimono’s half hoge kimono’s, donker van kleur en soms met het familiewapen erop, de ‘montsuki’ of ‘haori’. Daaronder wordt een soort rok gedragen, de ‘hakama’. Ook de man heeft een obi, maar deze is smaller en eenvoudiger. De ‘tabi’ en ‘geta’ horen hier, net als bij de vrouwen, ook bij.

 

 

montsuki

 

 

 

 

  hakama

 

 

 

 

tabi

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Is het met de dood uit?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

oordeel op de laatste dag

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Matheüs 22 : 23 – 33

 

23 Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceen, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem,

24Zeggende: Meester! Mozes heeft gezegd: Indien iemand sterft, geen kinderen hebbende, zo zal zijn broeder deszelfs vrouw trouwen, en zijn broeder zaad verwekken.
25 Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste, een vrouw getrouwd hebbende, stierf; en dewijl hij geen zaad had, zo liet hij zijn vrouw voor zijn broeder.
26 Desgelijks ook de tweede, en de derde, tot de zevende toe.
27 Ten laatste na allen, is ook de vrouw gestorven.
28 In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad?
29 Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods.
30 Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in de hemel.
31 En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt:
32 Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs! God is niet een God der doden, maar der levenden.
33En de scharen, dit horende, werden verslagen over Zijn leer.
.
.
.
.

 

Moderne sadduceeën

 

De naam farizeeër is bij velen, die overigens weinig van de Bijbel weten, wel bekend. Vrome farizeeër, schijnheilige farizeeër, het is een gangbaar scheldwoord geworden. En helaas moet toegegeven worden, dat er in de christenheid genoeg mensen zijn die zich een dergelijke aanduiding waard hebben gemaakt. Uiterlijk zo godsdienstig en vroom als wat, maar wee als je met ze te maken krijgt.

Velen weten echter niet dat er nog een tweede groep Joden in de Bijbel een aparte vermelding krijgt. Dat zijn namelijk de sadduceeën. Het woord sadduceeër is nooit ingeburgerd in onze taal, dit in tegenstelling met de uitdrukking farizeeër, en toch zijn er in het christendom zeker zoveel Sadduceeërs als farizeeërs.

De sadduceeën zou je de vrijzinnigen van de oude tijd kunnen noemen. Ze stonden open voor vreemde invloeden en namen het met de Bijbel niet zo nauw. Van een opstanding bijvoorbeeld wilden ze niets weten, hel en hemel daar moest je bij hen niet mee aankomen. Ze bekeken de Bijbel door hun materialistische bril, en wat niet direct met de rede strookte schreven ze af.

Zo zijn er vandaag de dag genoeg die hun eigen godsdienst hebben opgebouwd: een beetje christendom aan de Bijbel ontleend en ’n hele hoop eigen ideeën, en daar een aftrekseltje van. En wat ze met hun verstand niet direct rijmen kunnen wordt aan de kant gegooid. Moderne sadduceeën!

 

 

 

Er waren eens zeven broers

 

Deze sadduceeën nu komen bij Jezus met een vraag. Niet echt met een vraag waarop ze graag een antwoord willen hebben, nee, met een strikvraag. Deze nuchterlingen die alleen maar willen geloven wat ze zien, komen met een zeer onwaarschijnlijk verhaaltje bij de Here Jezus. Het lijkt net een sprookje:

‘Er waren bij ons zeven broers. De één trouwde, maar stierf kort daarop zonder kinderen na te laten. Volgens de wet van Mozes moest zijn broer toen met de weduwe trouwen (zogenaamde zwagerhuwelijk), en zou het eerste kind uit dit huwelijk op naam van de oudste broer komen te staan, zodat dienst erfdeel onder Israël bewaard bleef.

Maar ook die tweede broer stierf zonder kinderen na te laten, en zo ging het met de derde, de vierde enzovoort…. Tot de zevende toe. Tenslotte stierf ook de vrouw. Dit was het mooie verhaaltje, en nu kwam de vraag: Van wie van de zeven zal ze dan in de opstanding de vrouw zijn? Want allen hebben haar tot vrouw gehad’.
Met deze vraag meenden ze de onmogelijkheid van de opstanding te hebben aangetoond. Dom geredeneer. Precies zo dom zijn de moderne loochenaars van de opstanding met al hun argumenten van: ‘Hoe kan dat nou?’

 

 

 

Gij dwaalt

 

De Heiland legt deze sadduceeën met een paar woorden de oorzaak van hun dwaling uit: ‘Gij dwaalt, want gij kent de Schriften niet noch de kracht Gods’.

Deze Joden wilden de Bijbel met de Bijbel bestrijden, maar ze kenden de Bijbel niet goed. Zo gaat het ook de modernen van nu. Zonder goed te lezen of te begrijpen wat er staat wil men de Bijbel gaan ontzenuwen.

1 : De Here maakt zijn vraagstellers duidelijk dat de mensen in de opstanding niet huwen, dat er dan andere verhoudingen gelden dan de aardse, lichamelijke banden. Zover hadden de sadduceeën echter niet nagedacht.

2 : Christus beroept zich op een naam van God, die de sadduceeën ook respecteerden, namelijk de term: de God van Abraham, Izaäk en Jakob. Als Abraham, Izaäk en Jakob voorgoed verleden tijd zijn, wat heeft dan voor zin dat God zich – nog steeds – hun God noemt? Dan zou God een naam dragen die aangeeft dat het verleden voorgoed verleden is.

Maar God is niet een God van dode mensen, maar van levenden. Abraham, Izaäk en Jakob bestaan voor Hem, ook al zien wij ze niet in hun verteerde aardse lichaam. En eenmaal in de dag der opstanding zal God hun zielen weer een lichaam geven, een verheerlijkt lichaam, zodat ze als complete mensen voor Hem zullen leven in de heerlijkheid.

 

 

 

De wens is de vader van de gedachte

 

Waarom wilden de sadduceeën dat het met de dood uit was, en waarom willen zovelen dat nog steeds?

 

Verschillende redenen zijn :

1 : verstandsredenen

2 : het zich onmogelijk kunnen voorstellen van een opstanding

3 : gewetensargumenten

4 : een opstanding brengt verantwoording afleggen met zich mee

5 : niet met het verleden geconfronteerd willen worden

 

Voor velen geeft dit laatste argument de doorslag. Maak u echter niets wijs. Het is met de dood niet uit. De Bijbel zegt:

“zoals het de mensen beschikt is eenmaal te sterven en daarna het oordeel” (Hebreeën 9:27).

Er volgt oordeel en rekenschap afleggen. De Bijbel kent maar één middel om aan dat oordeel te ontkomen, namelijk door zich te bekeren en te geloven in Jezus Christus. Van zulke mensen geldt:

“Wie in de Zoon gelooft komt niet in het oordeel” (Joh. 5:24; 3:18).

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget