Advertenties

Tagarchief: onrein

De hagedis in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De hagedis

.

 

 

 

Spreuken 30:28

 

De hagedissen – je kunt ze met de handen vangen, maar ze dringen door tot in het paleis van de koning” 

 

Als laatste van de vier dieren die klein maar wijs zijn noemt Agur de hagedis. Het Hebreeuwse woord betekent ‘vergiftiger’ en daarom is het in sommige oudere vertalingen van de Bijbel vertaald met ‘spin’. Anderen beweren dat de hagedis in vroeger tijden als gevaarlijk werd beschouwd.

In ons land komen we niet zo vaak hagedissen tegen, maar in de warmere landen rond de Middellandse Zee zijn zij een bekende verschijning. In Israël komen verschillende soorten voor: de varaan, de kameleon, de gekko en de skink, en ook de gewone hagedis worden in Leviticus allemaal genoemd als onreine dieren die niet gegeten mochten worden (Leviticus 11:29-31).

.

.

 

Leviticus 11:29-31

 

29 Van alle kruipende dieren zijn de volgende dieren onrein voor jullie: wezels, muizen en alle soorten schildpadden. 30 Ook stekelvarkens, krokodillen, hagedissen, slakken en mollen. 31 Deze kruipende dieren zijn onrein voor jullie. Als je ze aanraakt als ze dood zijn, ben je tot de avond onrein.

.

Hagedissen houden van zon, omdat zij koudbloedig zijn en zich door de zon moeten laten opwarmen om kracht op te doen. Daarom ziet men ze vaak zonnebadend op een rots. En omdat hun huid taai en waterhoudend is, drogen zij niet uit. De meeste hagedissen zijn insecteneters en zij vervullen een nuttige rol in de natuur.

Een goed voorbeeld is de smaragdhagedis, die tussen de bodemvegetatie van bossen leeft en o.a. sprinkhanen en rupsen op zijn menu heeft staan. Net als andere reptielen moeten, hagedissen van tijd tot tijd vervellen om te kunnen groeien. Bovendien zijn zij in staat om, als zij in gevaar komen, hun staart af te werpen. Dus, als je er eentje wil pakken, pak hem dan niet bij zijn staart!

Wat de schrijver van Spreuken 30 opviel, was dat deze reptielen overal en op allerlei verschillende plaatsen voorkomen. Zeker de gekko’s, die verticaal kunnen klimmen, en die kennelijk zelfs in het paleis van de koning voldoende insecten konden vinden om daar van te leven

Dat kunnen klimmen, danken zij aan hun extra grote tenen, die van onderen een aantal speciale kussentjes hebben, waardoor zij aan bijna elk oppervlak vast kunnen ‘kleven’. De werking daarvan berust op een speciaal fysisch effect (zgn. van der Waals krachten) dat de mens tot nu toe nog niet heeft kunnen nabootsen.

 

.

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

Advertenties

Waarom is varkensvlees verboden in de islam ?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Het is bekend dat de islam het eten van varkensvlees verbiedt en als zonde beschouwt. De islam moedigt de moslims aan de voor- en nadelen, maar ook de wijsheid achter zo’n verbod, wetenschappelijk te onderzoeken.

 

.

domuzcuk_1

.

 

Verbod

.

Het verbod van varkensvlees kan rechtstreeks in de koran gevonden worden. Het is in vier hoofdstukken genoemd:
Hoofdstuk 2: Surah “De Koe”,
Hoofdstuk 5: Surah” De gespreide Tafel”,
Hoofdstuk 6: Surah “Het Vee”,
Hoofdstuk 16: Surah “De Bij”, .

.

In hoofdstuk 2, vers 173 zegt, Allah:

“Hij heeft voor u slechts verboden het kadaver, bloed, varkensvlees en datgene waarover een andere naam dan die van Allah is aangeroepen. Maar als iemand door noodzaak gedwongen is, niet uit begeerte of om te overtreden, dan is hij niet schuldig, want Allah is zeer zeker vergevensgezind en genadevol.”

.

.

In hoofdstuk 5, vers 3 zegt, Allah:

“Verboden voor u zijn: het kadaver, bloed, varkensvlees en al datgene waarover een andere naam dan die van Allah is aangeroepen; dat wat gedood is door wurging, het doodgeslagene, het doodgevallene, het doodgestokene, dat wat is aangevreten door wilde dieren; behalve als u in staat bent (naar de eis) te slachten; dat wat op een altaar (voor afgoden) geofferd is, het is ook verboden vlees te verdelen door loting met pijlen: dat is een zondige daad.”

.

.

 

In hoofdstuk 6, vers 145 zegt, Allah:

“Zeg: In datgene wat mij geopenbaard is, vind ik geen voedsel dat verboden is voor degene die ervan wenst te eten behalve het kadaver, uitgestroomd bloed, of varkensvlees, want dat is een gruwel, of iets schandelijk, en waarover een andere dan Allah’s naam is aangeroepen.
Maar als iemand door noodzaak ertoe gedwongen wordt, niet uit begeerte om te overtreden, dan is uw Rabb (Heer) zeer zeker vergevensgezind, genadevol.”

.

.

In hoofdstuk 16, vers 115, zegt Allah:

“Hij heeft voor u slechts verboden het kadaver, bloed, varkensvlees, en al het voedsel waarover een andere naam dan die van Allah is aangeroepen. Maar als iemand door grote behoefte ertoe gedwongen wordt, niet uit begeerte of om te overtreden, dan is Allah zeer zeker vergevensgezind en genade vol. “Uit deze vier haast identieke verzen kan men opmaken dat varkensvlees in de islam absoluut verboden is. In hoofdstuk 6 is het duidelijk als Allah zegt: “…verboden te worden gegeten door iemand die het wenst te eten,…” dat dit vers niet alleen voor de moslims bedoeld is, maar voor alle mensen.

.

.

 

Algemene redenen voor het verbod

 

De exacte redenen en de diepe wijsheid van ‘het waarom” bij het verbod op varkensvlees zijn alleen bekend bij Allah:
De gelovige moslim zegt:

“Wij geloven erin (de openbaringen).
Het is geheel van onze Rabb (Heer)…”
(vers 3:7)

Toch moeten we de redenen hiervan onderzoeken. We kunnen in de koran zien dat Allah het eten van varkensvlees verbiedt omdat het goddeloos en een zonde is. Hierbij wordt het woord “ridjs” (gruwel) gebruikt, dit woord wordt in verschillende contexten achtmaal gebruikt in de koran, onder andere in de volgende regel:

.

In hoofdstuk 5, vers 90-91, zegt Allah:

“0 gelovigen! Alcohol, het kansspel, wijding van stenen (afgoden) en toekomstvoorspelling door middel van (tover) pijlen zijn een gruwel, het werk van de duivel. Vermijdt die dus, opdat het u goed zal gaan. Het plan van de duivel bestaat eruit vijandigheid en haat onder u te verwekken met alcohol en het kansspel en u af te houden van het gedenken van Allah en het gebed. Zult u dan ophouden?”

.

Daarom is de betekenis van dit woord “ridjs” uiteengezet als: vuil of smerig en onrein.

 

.

 

Alleen vlees of het hele dier?

.

In de Arabische taal betekent vlees alles wat eetbaar is aan het dier. Wij kunnen dit uit vele regels in de koran afleiden, onder andere de volgende:

.

1) In Surah 2, “De Koe”, ayat 259:
“En kijk verder naar de beenderen, hoe Wij ze samenvoegen en dan met vlees bekleedden…

.

.

2) In Surah 16, “De Bij”, ayat 14:
“En Hij is het, Die de zee aan u dienstbaar heeft gemaakt om er vers vlees uit te eten… “

.

.

3) In Surah 23, “De Gelovigen”, ayat 14:
“Daarna maken Wij de druppel tot een bloedklonter, dan schiepen Wij de bloedklonter tot’ een vleesklomp, dan schiepen Wij de vleesklomp tot beenderen en dan bekleedden Wij die beenderen met vlees. “

.

.

Het is hierdoor duidelijk dat het woord vlees ook het vet inhoudt. Daarom is alles dat eetbaar is aan het dier verboden om te eten.

.

 

.

Varkensvlees of ander vlees

 

Niet alleen het varken is verboden, maar het vlees van alle carnivoren (vleesetende dieren) en van mensen is niet toegestaan voor consumptie. Het vlees van een kat, hond, rat, muis, tijger, vos, leeuw, arend, valk, havik, etc. is verboden, terwijl het vlees van herbivoren (plantenetende dieren) zoals schapen, koeien, kamelen, herten geiten, kippen, eenden, ganzen, konijnen is toegestaan mits het dier geslacht is volgens de regels van de islam. Het paard en de ezel zijn in de islam edele dieren en het vlees hiervan wordt alleen in noodgevallen gegeten.

.

 

 

Microbiologisch bewijs

 

Er zijn een behoorlijk aantal bacillen, parasieten en bacteriën waardoor varkens geplaagd worden en die in zijn vlees leven waardoor, als het gegeten wordt, ziekten worden overgedragen aan de mens.
Deze parasieten zijn o.a. lintwormen, mijnwormen, ronde wormen, faciolopsis buski, paragonimus etc.

Er zijn twee soorten lintwormen. Taenia Saginata teistert het vee en Taenia Solium teistert het varken. Er is enig verschil in vorm en levensloop en ook in de schade die zij aan het menselijk lichaam berokkenen als het zieke vlees is gegeten.

De Saginata blijft bijvoorbeeld in de darmen van de mens en voltooit zijn leven daar en de schade is beperkt. De Solium daartegen kan zijn leven niet in de darmen voltooien en gaat door de darmwand met de bloedstroom naar alle kanten van het lichaam. De kiemen nestelen zich in de vitale organen van het menselijk lichaam zoals het hart, de ogen, de hersenen, de longen en lever.

Om hun leven voort te kunnen zetten vonnen zij blaasjes ter grootte van een erwt of groter. Als zo’n blaasje of blaasjes in de hersenen gevormd worden veroorzaken ze schade, krampen, verlies van bewustzijn, hysterie en zelfs krankzinnigheid. Als die blaasjes het hart bereiken veroorzaken ze verhoogde bloeddruk en zeer waarschijnlijk een hartaanval.

 

.

.

Religieus bewijs

.

Alle wereldreligies verbieden de consumptie van varkensvlees. Het Judaïsme, het christendom in het algemeen en de islam in het bijzonder, verbieden het allemaal. Het is ironisch te zien dat de christenen varkensvlees eten omdat ze veronderstellen dat het aan hen toegestaan is door de discipel Petrus: “Petrus had geen onrein gegeten, de stem zei om te eten.” (Handelingen 11:11)

Maar als we de boeken erop naslaan, zien we dat Jezus tijdens zijn leven de Joodse wetten volgde en kwam om die te bevestigen, te reinigen en uit te breiden. (Vlg. Mattheus 5:17)

Na het heengaan van Jezus, en door het verwerpen van Jezus door de Joden, zochten bepaalde discipelen van Jezus naar nieuwe wegen. Om zoveel heidense Romeinen en Grieken te bekeren, werden de spijswetten, zoals het vlees van dieren offeren aan afgoden, en de besnijdenis afgeschaft. Dit alles was om de nieuwkomers het makkelijk te maken.

.

I) I Korinthiers 8:4-10

2) I Korinthiers 7:19 

3) Handelingen 11:2-3:

“En toen Petrus naar Jeruzalem gegaan was, verschilden zij, die uit de besnijdenis waren, met hen van mening, en zij zei- den gij zijt binnen gegaan bij onbesnedenen en hebt met hen gegeten.”

.

Nergens wordt gezegd dat Jezus varkensvlees heeft gegeten tijdens zijn leven.

.

Leviticus 11:7-8 :

“Ook het zwijn want het heeft wel gespleten hoeven en de hoeven vertonen wel een volledige kloof, maar het herkauwt niet. Het is voor u onrein.
Van hun vlees moogt gij niet eten, en hun dode lichaam moogt gij niet aanraken. Ze zijn voor u onrein.

.

Leviticus 7:23 :

“Gij moogt in het geheel geen vet en gij moogt in het geheel geen bloed eten”

.

Leviticus 7:26-27 :

“Elke ziel die enig bloed eet, die ziel moet van zijn volk worden afgesneden.”

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

Reine en onreine dieren

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Reine en onreine dieren

 

De eerste keer dat we lezen over reine en onreine dieren in de Bijbel, is in de geschiedenis van de zondvloed. Noach kreeg de opdracht om zeven paar te nemen van alle rein vee en slechts twee van het onreine vee.

  • Ge 7:2 Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.

We weten niet hoe Noah rein en onrein vee onderscheidde, maar het toont aan dat al in de vroege dagen een onderscheid gemaakt werd tussen het reine en het onreine. Reine dieren waren ongetwijfeld geschikt om te offeren. Toen Noach uit de ark was gekomen, bracht hij brandoffers van al het reine vee en al het rein gevogelte.

  • Ge 8:20 En Noach bouwde een altaar voor de Heere; en hij nam van al het reine vee en van alle reine vogels, en bracht brandoffers op dat altaar.

De dieren dienden vóór de zondvloed kennelijk nog niet tot voedsel, want pas na de zondvloed wordt gesproken over het eten van dierlijk voedsel.

  • Ge 9:3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

 

Met Israël was het anders. Welke dieren mochten en moesten worden geofferd wordt duidelijk aangegeven. En wat voor dieren rein waren en konden worden gegeten en wat voor dieren onrein waren en niet gegeten konden worden, maakte God in bijzonderheden bekend.

  • Le 11:46 Dit is de wet met betrekking tot de dieren, de vogels en alle levende wezens die in het water krioelen, en alle wezens die zich op aarde voortbewegen, Le 11:47 om onderscheid te maken tussen het onreine en het reine, en tussen de dieren die men eten en de dieren die men niet eten mag.

God maakte duidelijk welk vlees onrein was in Zijn ogen. We weten uit andere geschriften, dat de onrein genoemde dieren niet werkelijk op zichzelf onrein zijn, want God schiep geen dieren die onrein waren. Toch wees hij dieren met bepaalde kenmerken als onrein en afschuwelijk voor de Israëliet aan.

 

Om de heiligheid

 

Het doel van deze wetgeving aangaande reine en onreine dieren was heiligheid, in overeenstemming met de heilige God.

  • Le 11:44 want Ik ben de Heere, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig. U mag uzelf niet verontreinigen met al de kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen. Le 11:45 Want Ik ben de Heere, Die u uit het land Egypte heeft laten vertrekken, opdat Ik u tot een God ben. U moet heilig zijn, want Ik ben heilig.
  • De 14:2 Want u bent een heilig volk voor de Heere, uw God. De Heere heeft u uit alle volken die op de aardbodem zijn, uitgekozen om voor Hem een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.  De 14:3 U mag niets eten wat een gruwel is.  De 14:4 Dit zijn de dieren die u eten mag: het rund, het schaap, de geit.

 

 

.

.

Landdieren

 

De Israëliet mocht alleen reine landdieren tot voedsel nemen. Reine landdieren zijn die welke zowel herkauwen als gespleten hoeven hebben (Lev. 11:2-3). Dit zijn bijvoorbeeld, volgens Deut. 14:4-6, het rund, het schaap, de geit, het hert, de gazelle, de reebok, de steenbok, de spiesbok, de antilope en de gems.

 

 

Schapen waren voor de Israëliet reine dieren. Ze mochten gegeten en geofferd worden.

 

 

Tot de onreine dieren behoren vleeseters, zoals katachtigen, en ook, volgens Lev. 11: 4-8 :

  • de kameel (herkauwt, geen gespleten hoeven)
  • de klipdas 
  • de haas  
  • het varken (herkauwt niet, wel gespleten hoeven).

 

  • Al wie ze aanraakte, was onrein (Lev. 11:26). “Van hun vlees mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken; ze zijn voor u onrein.” (Lev. 11:8; vgl. Deut. 14:3,7-8)

 

Alle zoolgangers onder al de dieren die op vier poten gaan, waren voor de Israëliet onrein.Bij zoolgangers raakt de hele voetzool van voor- en achterpoot de grond. Zoolgangers zijn meestal geen snelle dieren, maar ze kunnen zich wel goed afzetten en iets vastgrijpen. Voorbeelden zijn beren en mensen.

  • (Lev. 11:27). “Al wie hun kadaver aanraakt, is onrein tot de avond. En wie hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond; ze zijn voor u onrein” (Lev. 11:28).

 

De kruipende landdieren, die zich over de aarde voortbewegen, hetzij op de buik of op poten, waren afschuwelijk en onrein voor de Israëliet en mochten niet gegeten worden.

  • (Leviticus 11:29-31; 41-44), zoals de mol, de muis, elke soort pad, de gekko, de varaan, de hagedis, de skink  en de kameleon.
  • (Lev. 11:31)“Al wie ze aanraakt als ze dood zijn, is onrein tot de avond”
  • (Lev. 11:43-44) “U mag uzelf niet tot een afschuw maken met al die kruipende dieren die zich zo voortbewegen, en u mag zich daarmee niet verontreinigen zodat u daardoor verontreinigd wordt,  want Ik ben de Heere, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig”

Deze kruipende dieren (mol, muis, pad enz.) kwamen in woningen dikwijls voor. Wanneer ze, stervende of reed gestorven, op of in iets vielen (pan, pot, kleed, zak) was dit onrein tot de avond. Het moest in water worden gelegd (Lev. 11:32). Een aarden pot, onrein geworden, moest gebroken worden. Voedsel en drank uit zo’n pot (vat, kruik) was onrein. Ook de verontreinigde oven en de bakpan moesten stukgebroken worden (Lev. 11:35). Een bron of waterput of zaaigoed (zaaibaar zaad) zou door het dode dier niet verontreinigd raken, het zou rein blijven. “Maar als er water op het zaad gegoten wordt, en er valt iets van hun kadaver op, dan is dat voor u onrein.” (Lev. 11:38)

 

 

Waterdieren

 

De Israëliet mocht alleen reinewaterdierentot voedsel nemen. Reine waterdieren zijn die welke zowel vinnen als schubben hebben (Lev. 11:9; Deut. 14:9).

Wanneer een waterdier geen vinnen of schubben had, was het voor de Israëliet onrein en afschuwelijk en mocht hij het niet eten (Lev. 11:10-12; Deut. 14:10). Onrein en afschuwelijk zijn derhalve mosselen, kreeften, enz.

  • Lev. 11: 10 maar alles wat geen vinnen of schubben heeft in de zeeën en in de beken, van alles wat in het water wemelt en van alle levende wezens die in het water leven, die zijn voor u iets afschuwelijks. Lev. 11: 11 Ja, iets afschuwelijks zijn ze voor u. Van hun vlees mag u niet eten, en hun kadavers moet u verafschuwen. Lev. 11: 12 Alles wat in het water geen vinnen en schubben heeft, is voor u iets afschuwelijks.

 

 

.

.

Vogels

 

De arend was voor de Israëliet een onrein dier. 

 

 

 

De Israëliet mocht alleen reine vogels en reine gevleugelde dieren eten (Deut. 14:11,20).

Als onrein en afschuwelijk gevogelte wees God aan (Lev. 11:13-19; Deut. 14:12-18; 21:12) :

  • de arend, de lammergier of de havik, de monniksgier of de zeearend, de buizerd of de gier, elke soort kiekendief, elke soort wouw, elke soort raaf, de struisvogel, de velduil, de meeuw of de koekoek, elke soort valk of de sperwer, de steenuil, de visarend of het duikertje, de ransuil, de kerkuil, de kraai, de roerdomp, de aasgier, de pelikaan, de ooievaar, elke soort reiger, de hop en de vleermuis. Dit zijn voornamelijk roofvogels en aasvogels.

 

 

Insecten

 

De op vier voeten kruipende, kleine gevleugelde dieren waren bijna alle onrein voor de Israëliet, hij mocht ze niet eten (Lev. 11:20, 23-25; Deut. 14:19).

  • De 14:19 Ook al het kruipend gevogelte zal ulieden onrein zijn; zij zullen niet gegeten worden. De 14:19 Ook alle gevleugelde insecten zijn voor u onrein; ze mogen niet gegeten worden. 

Van alle gevleugelde insecten die op vier poten gaan en die naast hun poten een stel springpoten hebben om daarmee over de grond te springen, mocht de Israëliet de volgende soorten wel eten:

(Lev. 11:21-22) elke soort veldsprinkhaan, elke soort sabelsprinkhaan, elke soort krekel en elke soort doornsprinkhaan .

  • (Lev. 11:24-25). Door de kruipende gevleugelde dieren zou de Israëliet zichzelf kunnen verontreinigen. “Al wie hun kadavers aanraakt, is onrein tot de avond. En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond. En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond.”

Van Johannes de Doper lezen wij dat hij sprinkhanen als voedsel nam.

  • Mt 3:4 Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing.

 

.

.

Kadaver

 

Een wettelijk eetbaar dier werd onrein als het gestorven was. De Israëliet mocht geen enkel kadaver eten.

  • De 14:21 : U mag geen enkel kadaver eten. Aan de vreemdeling die binnen uw poorten is, mag u het geven om het te eten, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een heilig volk voor de Heere, uw God. U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder. 

Wie een dierlijk kadaver aanraakte, het droeg of daarvan at, was onrein tot de avond.

  • Le 11:39 En wanneer een van de dieren die u tot voedsel dienen, doodgaat, is hij die zijn kadaver aanraakt, onrein tot de avond. Le 11:40 Wie iets van zijn kadaver eet, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond, en wie zijn kadaver draagt, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond.

 

.

.

Het hemels gezicht van Petrus

 

In Hand. 10:9-16 krijgt de biddende en hongerige apostel Petrus een gezicht, waarin God hem toont dat de oude reinheidswet betreffende het eten van dieren niet meer geldt:

  • Hnd 10:11 En hij zag de hemel geopend en een voorwerp neerdalen als een groot laken, dat aan de vier hoeken op de aarde werd neergelaten; Hnd 10:12 daarin waren alle viervoetige en kruipende dieren van de aarde en vogels van de hemel. Hnd 10:13 En er klonk een stem tot hem: Sta op, Petrus, slacht en eet! Hnd 10:14 Petrus echter zei: In geen geval, Heer, want nooit heb ik iets onheiligs of onreins gegeten. Hnd 10:15 En weer klonk een stem tot hem, voor de tweede keer: Wat God gereinigd heeft, zul jij niet voor onheilig houden. Hnd 10:16 En dit gebeurde tot driemaal, en terstond werd het voorwerp opgenomen in de hemel.

Het is duidelijk uit de Schrift dat het verbod van onreine dieren te eten alleen voor Israël gold. Het gezicht aan Peter gegeven openbaart dat de beperking is afgeschaft in Christus.

  • 1Ti 4:4 Want al het door God geschapene is goed en niets is verwerpelijk als het met dankzegging wordt genomen, 1Ti 4:5 want het wordt geheiligd door Gods woord en door gebed.
  • Ge 9:3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

 

.

.

Zinnebeeldige betekenis

 

De kenmerken van reine en onreine dieren hebben ongetwijfeld symbolische betekenissen voor Nieuwtestamentische gelovigen. 

Het verdelen van de hoef en het herkauwen kunnen wijzen op een vaste en volhardende wandel (als de kameel of de os) en het verteren of overdenken van wat wordt ontvangen (vgl. Ps 1:1,2; Spr. 12:27).

Bijna al het kruipend gevleugeld gedierte, dat zich op de aarde voortbeweegt, was onrein. De aarde is onder de vloek vanwege de zonde, en er moet een zedelijke verhoging zijn, een uitstijgen boven het platvloerse, het aardse. De sprinkhaan kon springen en mocht daarom gegeten worden.

  • Flp 3:18 Want velen wandelen, van wie ik u dikwijls heb gezegd en nu ook wenend zeg, dat zij de vijanden van het kruis van Christus zijn; Flp 3:19 hun einde is het verderf, hun God is de buik en hun heerlijkheid is in hun schande; zij bedenken de aardse dingen. Flp 3:20 Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten.

De reine vissen hebben vinnen en schubben: de vinnen stellen de vis in staat zich voort te bewegen en op te stijgen in het water, zijn koers te richten en gevaar te vermijden; de schubben bieden de vis bescherming. Om besmettingen van de wereld te vermijden is een omzichtige wandel nodig, met de bescherming die God heeft gegeven.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget