Tagarchief: hemel

Bestaat de hel?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De hemel of de hel

De hemel of de hel

 

pasteltekening van John Astria

 

Wat zegt het Oude Testament?

 

Het is interessant om te ontdekken dat er meer Bijbelverzen over de hel gaan dan over de hemel. Hier zijn een paar verzen uit het Oude Testament die over de hel gaan.

Daniël 12:2 : “Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.”

De hel wordt hier als eeuwig beschreven.

Jesaja 66:24 : “Bij het verlaten van de stad zien ze de lijken van hen die tegen mij in opstand kwamen: de worm die aan hen knaagt zal niet sterven, en het vuur waarin ze branden zal niet doven; ze worden verafschuwd door alles wat leeft.”

In deze passage wordt de hel beschreven als een plaats waar het vuur niet zal worden gedoofd.

Deuteronomium 32:22: “Als het vuur van mijn toorn is ontstoken zal het branden tot in het diepste dodenrijk; het zal de aarde verschroeien en alles wat daar groeit, het zal de grondvesten van de bergen verteren.”

Hier is de hel een plaats waar God zijn toorn zal uitgieten

Psalmen 55:16 : “Laat de dood hen onverhoeds treffen, laat hen levend neerdalen in het dodenrijk, want bij hen huist het kwaad, het heerst in hun hart.”

De hel is het rijk van de zondaars

 

 

Wat zegt het Nieuwe Testament?

 

Bestaat de hel? Als de duidelijke taal van het Oude Testament nog niet genoeg is, dan heeft ook het Nieuwe Testament hier genoeg over te zeggen.

2 Tessalonicenzen 1:9 : “Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit.”

Openbaring 14:11 :De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Wie het beest en zijn beeld aanbidden, of wie het merkteken van zijn naam draagt, ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.

Openbaring 20:14-15 : “Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”

 

 

De Openbaring: de eerste opstanding en de tweede dood na het oordeel

De Openbaring: de eerste opstanding en de tweede dood na het oordeel

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Wat zei Jezus erover?

 

Sommige mensen die beweren dat de hel niet bestaat, doen dit op basis van hun geloof dat Jezus liefde, vrede, en vergeving predikte en dat Hij ons niet onderwees over een eeuwige, vurige plaats waar ongelovigen gestraft zouden worden. Het tegenovergestelde is juist waar. In Gods Woord onderwees niemand méér over de hel dan Jezus.

Hij beschreef de hel als een plaats van

eeuwig vuur, (Matteüs 25:41)

eeuwige bestraffing (Matteüs 25:46)

en een plaats van kwelling, vlammen, en lijden (Lucas 16:23-24).

Jezus onderwees tijdens Zijn leven vele malen uitdrukkelijk over de hel (Matteüs 5:22, 29-30; 10:28; 18:9; 23:15,33; Marcus 9:43-47; Lucas 12:6; 16:23).

 

 

 

 Hoe kan een eeuwigheid in de hel rechtvaardig zijn?

 

Als de hel bestaat, hoe kan die dan rechtvaardig zijn? Waarom zou een liefdevolle God een mens eeuwig straffen, als zijn zonde slechts over een periode van zo’n 70-80 jaar plaatsvond? Het antwoord is dat uiteindelijk alle zonden tegen God zijn gekeerd. God is oneindig (Psalmen 51:4). Omdat God een eeuwig en oneindig Wezen is, is dus elke zonde een oneindige bestraffing waard.

God houdt van ons (Johannes 3:16) en Hij wil dat alle mensen gered worden (2 Petrus 3:9). Maar God is ook rechtvaardig en oprecht; Hij zal niet toestaan dat zonde onbestraft wordt gelaten. Dit is de reden dat God Jezus stuurde om de prijs voor onze zonden te betalen. De dood van Jezus Christus was een eeuwige dood. Het was de betaling van onze schuld die het gevolg was van onze oneindige zonde, zodat wij hier niet tot in de eeuwigheid in de hel voor zouden hoeven te boeten (2 Korintiërs 5:21).

Het enige dat wij hoeven te doen is ons vertrouwen op Hem te stellen. Onze zonden zijn daarmee vergeven en ons wordt daarvoor een eeuwig thuis in de hemel beloofd. God hield zo veel van ons dat Hij voorzag in onze redding.

 

Als we Zijn geschenk van eeuwig leven door de Heer Jezus Christus afwijzen, dan zullen we de eeuwige gevolgen van die beslissing onder ogen moeten zien: een eeuwigheid in een brandende hel.

 

Als jij vandaag zou sterven, zou je dan met 100% zekerheid weten dat je naar de hemel gaat? Zorg er vandaag voor dat je het zeker weet!

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Het plan van Maria voor deze wereld.

Standaard

categorie : religie

.

.

.

Hoe het begon

.

 

Laat ik mezelf aan u voorstellen. Ik ben mgr. John Esseff, priester uit het bisdom Scranton, Pensylvania, gewijd in het jaar 1953. In 1959 werd pater Pio mijn geestelijk leidsman. Ik ben bevoorrecht om geestelijk leider te mogen zijn van honderden zielen op alle niveaus van het geestelijk leven. Sommigen zijn beginnelingen, anderen zijn gevorderden en sommigen zijn mystici. Al vele jaren ben ik geestelijk leider van een bijzondere ziel. Deze zienster noemt zichzelf Maria de Notre Dame.

Vijf jaren geleden begonnen Jezus en Maria tot haar te spreken door de gave van inspraken.  Ze heeft nu meer dan 800 inspraken gehad. Ik heb de betrouwbaarheid van deze inspraken getoetst. Tot nu toe waren de inspraken een persoonlijk onderricht, bedoeld voor de kleine gebedsgroep. Op 10 december 2010 begon een nieuwe fase namelijk dat sommige inspraken aan de wereld bekend gemaakt moesten worden. De eerste inspraken waren speciaal gericht op het geheim van Fatima”.

.
.
.
.

Msgr John Esseff

.
.
.
.

Het plan van Maria om de wereld te redden 

.

.

.

Van John Astria

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

Maria

.

Grotere geheimen liggen zelfs nog dieper in mijn hart en met blijdschap stort ik ze uit voor degenen, die mijn woorden koesteren. De tijd is zeer kort. Vele kwade machten zijn in stelling gebracht, terwijl de goede mensen vast slapen. Geen stem maakte hen wakker en weinigen begrijpen.

Nu gaat mijn stem voort naar de hele wereld. Ik zal deze stem verheffen tot een steeds hoger niveau. De woorden zullen groot gezag hebben. Niemand in de wereld of in de Kerk zal er doof voor zijn. Ze zullen overal weerklinken en op nieuwe manieren.

Hoort u geen oorlogsgeroffel? Ziet u niet de ineenstorting, die de wereld omringt? Is er ooit een moment geweest als het huidige? Is de mensheid ooit zo in gevaar gebracht? Toch slapen er nog velen, comfortabel in hun bed.

Ik keer mij af van de wereldleiders. Ze zijn gevuld met oude wijsheid en oudbakken oplossingen. Wat zij bieden leidt de wereld slechts verder op de weg van de duisternis.

Nieuw licht moet verschijnen, lichten die vanuit het geloof komen, de lichten van het Evangelie, die helder branden in de harten van miljoenen mensen, die samenkomen. Dit is mijn plan. Spot er niet mee of denk niet, dat ik dit niet tot stand kan brengen. Ik heb hier, in algemene termen, eerder over gesproken. Nu zal ik het met de grootste helderheid naar voren brengen.

Alleen de hemel kan de wereld redden en de hemel is bereid om te handelen. Alles begint in de persoon, een diepe oproep van geloof dat zuivert en opwekt. Dan volgt een samenkomen, een eenheid, die tot stand kan worden gebracht door de sociale media. Dan uiterlijke samenkomsten, groot en open. Mensen van geloof beginnen te zien, dat mijn woorden zich verwezenlijken. Tenslotte zullen er tekenen van de hemel zijn, die bevestigen en richting bieden. Dit is de enige manier waarop de hele wereld zal worden bewogen.

Gelooft u? Begin dan nu mijn plan te volgen. Ik zal elke stap van de weg met u zijn. Alle obstakels zullen vallen onder mijn macht. Alle deuren zullen worden geopend. Het licht zal schitterend zijn, zoals de zon op het middaguur. Niets anders zal voldoende zijn om de dreigende duisternis buiten te werpen. Wat een agenda! Geen tijd om uit te stellen. Terwijl u dit leest, werkte ik in uw hart. Handel volgens uw goede verlangens. Het zijn mijn innerlijke lichten.

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

John Astria

John Astria

 

De Hemelvaartsdag van Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hemelvaart

.

 

Wat lezen we in de Bijbel over Jezus’ hemelvaart?

 

 

Lees mee wat Jezus zegt in Johannes 14:2 en 20:17:

 

In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; Ik ga heen om voor u plaats te bereiden… Ik vaar op tot Mijn Vader en tot uw Vader.

 

en in Mattheus 28:20

 

En zie, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding van de wereld.

 

Jezus Christus is na zijn opstanding naar de hemel gegaan. Zijn leerlingen hebben er bij gestaan, en het ons verteld in de Bijbel. Maar dat Jezus naar de hemel ging, betekent niet dat wij Hem kwijt zijn. In de hemel blijft Hij aan de aarde denken en van daaruit bestuurt Hij ook de aarde, zelfs als u daar misschien niets van ziet. Alle macht in de hemel en op de aarde is nu aan Hem gegeven. En speciaal blijft Hij nu zorgen voor al Gods kinderen.

Jezus bidt voor mij in de hemel. Als ik struikel in mijn geloof, houdt Hij mij vast. Hij is altijd bij mij. Door zijn Woord, de Bijbel, en door Zijn Geest leidt Hij mij. Tegelijk maakt Hij voor mij een eeuwige plaats in de hemel, waar ik straks mag wonen.

Hij zorgt voor de kerk. Zelfs als zijn volgelingen bespot en vervolgd worden. Ze blijven van Hem getuigen. Hij wil dat er steeds meer mensen komen die in Hem geloven. Dat zijn zondaren net als de anderen. Maar Christus laat ze hun zonden zien en Hij biedt zichzelf aan als Verlosser. Hij nodigt ze tot zich. Hij vergeeft ze hun zonden en helpt ze te strijden tegen het kwade. Dat doet Hij in zijn liefde. Zijn bidden voor ons wordt verhoord door de Vader.

 

Jezus gaat naar de hemel 

 


Veertig dagen waren voorbij gegaan nadat Jezus was opgestaan uit de dood. Zijn vrienden, de discipelen en de vrouwen hadden hem allemaal gezien daarna. En vandaag, 40 dagen na Zijn opstanding, was Jezus weer in Jeruzalem bij de discipelen. Maar ze bleven niet in de stad, ze gingen buiten Jeruzalem, naar de Olijfberg. De discipelen luisterden goed naar Jezus want Hij vertelde hen onderweg weer zoveel mooie dingen. Ze begrepen dat Jezus niet op deze aarde zou blijven, maar weer terug zou gaan naar de hemel.

“Maar”, zei de Here Jezus, “Ik laat jullie niet alleen achter hoor, want ik zal jullie iemand zenden, die altijd bij jullie zal blijven. Hij zal jullie alles duidelijk maken, wat ik je heb verteld. Hij zal altijd bij jullie zijn en jullie leiden en alles leren over God de Vader en Mij. Dat zal De Heilige Geest, de Trooster doen. Jullie zullen nooit alleen zijn, want de Heilige Geest is een deel van God. Zijn Heilige Geest zal in jullie komen wonen”.

Jezus zei dat de apostelen terug moesten gaan naar Jeruzalem en daar moesten wachten op de Heilige Geest, die Jezus hen had beloofd.

“En als de Heilige Geest is gekomen moeten jullie aan iedereen in de hele wereld gaan vertellen dat Ik, Jezus, de Zoon van God ben. Dat ik ben gestorven aan het kruis voor de zonden van alle mensen en dat Ik ben opgestaan en leef! Als de mensen in Mij geloven mag je hen dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.

 


Dat was een opdracht, die Jezus hen gaf.

 

Zo kwamen ze op de Olijfberg. De discipelen wisten dat Jezus van hen heen zou gaan, ze wisten dat Hij weer terug zou gaan naar Zijn Vader in de Hemel. Maar ze waren niet verdrietig, want Jezus ging daar in de Hemel een plaats klaar maken voor alle mensen, die in Hem geloven, zodat ook zij later bij Hem mochten komen wonen in de Hemel.

Jezus keek Zijn discipelen nog eenmaal vol liefde aan. Hij strekte Zijn Handen uit en zegende hen. Toen raakten Zijn voeten los van de grond. De discipelen keken vol ontzag toe en zagen hoe een wolk Jezus aan het gezicht onttrok. Zij konden Hem niet meer zien. De wolk droeg Jezus omhoog, steeds hoger tot in de Hemel, waar Hij nu nog steeds woont bij Zijn Vader.

 

 

 

 

Was hij nu voor altijd weg ?

 


Plotseling stonden daar twee engelen in blinkend witte kleren bij de discipelen. “Wat staan jullie daar?” spraken de engelen. “Jezus, die jullie zojuist op hebben zien varen naar de Hemel, zal ook weer terug komen. Eens zal Hij terug komen op de wolken en dan zal iedereen Hem mogen zien”.

 

Dat was een blijde boodschap, Jezus zou terugkomen, dat had Hij beloofd.

 

En nog steeds wachten wij op de terugkomst van Jezus. Die dag komt, dat is zeker en dan zal het pas echt feest zijn. Dan komt Jezus ook ons halen en dan mogen we altijd bij Hem zijn. Er zal geen verdriet of pijn meer zijn, niemand zal nog honger hebben en er zal geen oorlog meer worden gevoerd.

 

.

.

De hemelvaart van Jezus

.

Na Zijn opstanding uit de dood ontmoet Jezus Zijn discipelen verschillende keren.Na enige tijd (40 dagen) verliet Hij hen. Hij ging niet naar een andere plaats op de aarde maar naar Zijn Vader in de hemel. We lezen in de Bijbel dat Hij van een berg opsteeg naar de hemel. Zijn discipelen waren hier getuige van. Ze bleven net zolang kijken tot Jezus door de wolken voor hun zicht verdwenen was. Waarom ging Jezus eigenlijk weg? Had Hij niet beter kunnen blijven? Als Hij nog op aarde was dan zou Hij zich aan iedereen kunnen laten zien. Toch deed Jezus het op deze manier en dat had alles te maken met de komst van de Heilige Geest.

 

 

de gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

de gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

 

pasteltekening van John Astria

 

Jezus definitief naar zijn Vader

 


En dan komt het moment dat Jezus definitief naar Zijn Vader in de Hemel gaat. Niet langer verschijnt Hij aan zijn leerlingen. “Terwijl de leerlingen naar boven kijken wordt Hij aan hun zicht onttrokken door een wolk”, staat in het Evangelie.

De hemel, het bij God zijn, is het uiteindelijke doel ook van ons leven. Niet in deze ‘aardse’ tijd, maar na onze dood. Jezus, door de dood heengegaan, heeft een plekje bij God de Vader voor ons bereid. Wij zijn uitgenodigd om daar te komen.

Nu Hij naar de hemel is gegaan heeft Hij voor dit aardse leven de leerlingen destijds, en daarmee ook ons, een Trooster en Helper gegeven. De Heilige Geest, uitgegaan van de Vader en de Zoon, wordt met Pinksteren, de 50ste dag na Pasen, gegeven aan hen die in God geloven en Jezus willen volgen.

 

 

 

De betekenis van hemelvaartsdag 

 

De eerste betekenis van de hemelvaart van Christus is, dat zij, voor Christus, maar ook voor ons, een soort beloning is.

 

De eerste betekenis: De hemelvaart van Christus, is voor Christus, maar ook voor ons, een soort beloning. Met hemelvaart wordt Christus verhoogd! Christus wordt verhoogd omdat Hij het in zijn leven hier op aarde nooit erg gevonden heeft om klein te worden en zijn eigen leven helemaal op te geven voor God. Hij heeft zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood aan het kruis.

Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken. Christus heeft zijn leven helemaal in de dienst van God gestel en een leven geleid, dat precies tegenovergesteld was dan het leven van die mensen, die toentertijd de toren van Babel gingen bouwen. Zo staan wij vaak in het leven, als bouwers van de toren van Babel, om onszelf te verhogen en onszelf aan God gelijk te maken.

Christus bouwde geen eigen toren van aanzien en eer. Het leven van Christus bestond uit het verwijzen naar God de Vader. Zijn leven stelde hij beschikbaar aan God. 

De Schrift zegt op Hemelvaartsdag tegen al deze mensen: “Jullie loon zal groot zijn in het koninkrijk der hemelen!” Jullie hebben niet voor niets geleefd! Er komt een tijd dat ook jullie ooit eens zullen worden verhoogd en geëerd evenals en met Christus. 

 

 

De tweede betekenis van de hemelvaart van Christus is, dat er iemand bij is die, bij God voor ons pleit.

 

De tweede betekenis van de hemelvaart van Christus is dat er iemand is die bij God voor ons pleit.  Je mag Hem dan wel wat vergelijken met een advocaat, die voor ons de verdediging op zich neemt. Paulus zegt dat onder ons mensen niet één rechtvaardig is. Iedereen van ons breekt, met z’n voornemens.

De hemelvaart van Christus wil zeggen dat er iemand bij God is die voor ons pleit. Iemand, die tegen God zegt:  Reken hem niet af, of zijn daden. Accepteert u Hem ook zonder werken der wet. Veroordeelt u Hem niet langer. Maar spreekt u Hem vrij van de situatie waarin hij beland is! Neemt u hem de last van zijn leven af! En geeft u hem weer een nieuwe kans.

Christus staat, als wij dat willen, aan onze kant en neemt het voor ons op. Uiteindelijk zullen we ooit merken dat Christus voor ons instaat.

 

 

De derde betekenis van de hemelvaart van Christus is, dat de wereld waarin we vandaag leven goed bestuurd wordt.

 


De derde en laatste betekenis van hemelvaart ligt in de woorden van Paulus besloten, wanneer hij ergens zegt: “God heeft Christus Jezus uitermate verhoogd, opdat in zijn naam zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Heer!” Het mooiste is nog dat Christus naast God mag plaatsnemen om samen met Hem te regeren over onze aarde.

Dat er geregeerd wordt wil niet zeggen dat wij niets meer zouden hoeven te doen. Wij mensen zijn geroepen om van het Koninkrijk van Christus bewust deel uit te maken. Christus roept een ieder van ons op om zijn bedoelingen en bevelen op te volgen.Christus regeert door zijn Geest die onze harten aanraakt.


Zo zijn wij geroepen deel te nemen aan Christus regering over deze wereld om beelddrager van Hem te zijn en Hem na te volgen. Het leven is meer dan alleen maar chaos, het leven is geborgen in Christus.

 

 

Met welke titel wordt Jezus aangeduid in de volgende verzen?


Mt 2:2 De koning is geboren
Mt 5 :35 Jeruzalem is de stad van de grote Koning
Mt 21:5 Zie uw Koning komt op een ezelsveulen
Mt 27:11 Bent u de Koning der Joden?
Mt 27:37 Deze is Jezus de koning der Joden.
Luc 1:33 Hij zal koning zijn over het huis van Jakob tot in eeuwigheid.
Joh 18:37 Jezus zei: .. Ik ben een koning.

 

.

.

Wanneer is het koninkrijk der hemelen gekomen?

 

Mt 3:2 het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen
Mt 4:17 Van toen af begon Jezus te prediken: Het koninkrijk der hemelen is nabij
gekomen

 

 

 

Waaruit bestond de prediking van Jezus en waarmee ging dat gepaard?

 

Mt 4:23 …. predikte het evangelie van het koninkrijk en genas elke ziekte en elke kwaal
onder het volk.
1 Kor 4:20 Want het koninkrijk van God bestaat niet in woord, maar in kracht.

 

 

 

Welke opdrachten gaf Jerzus zijn discipelen? Wat is het verband tussen die opdrachten?

 

Mt 10:7 Als u nu heengaat, predikt aldus: Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. 8 Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft demonen uit; u hebt het voor niets ontvangen, geeft het voor niets.
Lukas 9:1 Hij nu riep de twaalf samen en gaf hun kracht en macht over alle demonen en om ziekten te genezen. 2 En Hij zond hen uit om het koninkrijk van God te prediken en de zieken gezond te maken.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het koninkrijk der hemelen was nabij gekomen. Maar is dat voor iedereen zichtbaar?

 

Mt 13:10 En de discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden tot Hem: Waarom spreekt U in gelijkenissen tot hen? 11 Hij nu antwoordde en zei tot hen: Omdat het u is gegeven de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is het niet gegeven.


Markus 9 : 1 En Hij zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij hebben gezien dat het koninkrijk van God is gekomen met kracht.

Lucas 17:20 Toen Hem nu gevraagd werd door de farizeeen: Wanneer komt het
koninkrijk van God? antwoordde Hij hun en zei: Het koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze; 21 en men zal ook niet zeggen: Zie, hier, of: daar. Want zie, het koninkrijk van God is midden onder u.

Lucas 19:11 Toen zij nu dit hoorden, sprak Hij bovendien een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden dat het koninkrijk van God onmiddellijk openbaar zou worden.

 

 

Voor wie is het koninkrijk wel zichtbaar en toegankelijk?

 

Joh 3 : 3 Jezus antwoordde en zei tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk van God niet zien.


Joh 3 : 5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan. 6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest.

 

 

Wat kunnen de gelovigen nu al?

 

Heb 6:4  Want wie ooit door het licht beschenen is, geproefd heeft van de hemelse gave en deel gekregen heeft aan de heilige Geest, 5 wie het weldadige woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft.

 

 

Wat zien we nu echter nog niet?

 

Heb 3:8 Doordat hij alles aan hem onderworpen heeft, rest er niets dat niet onder zijn gezag is gesteld. Dat alles aan hem onderworpen is, zien wij echter nu nog niet;

 

.

 

Wat is er nodig om ook lichamelijk het koninkrijk te kunnen beërven?

 

1 Kor 15:50  Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed Gods koninkrijk niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet.


Rom 14:17  Want het koninkrijk van God is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in de Heilige Geest.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Het gevolg van hebzucht

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hebzucht in de sport

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wat is hebzucht?

 

Iemand die niet tevreden is met wat hij bezit en met alle geweld meer wil hebben en dan ook nog ten koste van een ander.

 

Dikwijls raakt zo een persoon, bij zijn vergeefse pogingen om meer te hebben, alles kwijt wat hij al had. Wie er alleen maar op uit is met het verzamelen van aards bezit, zal eenmaal ontdekken, dat hij zich hoop gebouwd heeft op iets dat hij los moet laten bij de dood.

De Here Jezus heeft er al voor gewaarschuwd dat we ons geen schatten op aarde moeten verwerven, waar roest en mot ze verteren, maar dat we ons zouden uitstrekken naar de schatten in de hemel, die eeuwig blijvend zijn.

En het eerste waar het dan op aan komt is, dat we leren inzien, dat we met aardse goederen, een prachtige positie en een goede gezondheid, in feite niets bezitten voor God. Erger nog: dat we door onze zonden schuldig staan voor onze Schepper.

Zulke berooide schobbers wijst God op het kruis, waar Zijn Zoon wilde sterven als een zoenoffer. En bij dat kruis is de rijkdom van Gods vergeving en van Zijn genade te verkrijgen en die blijven tot in eeuwigheid. Erken daarom uw zondeschuld en geloof in Jezus Christus. Dan pas wordt uw leven een waardevol bestaan.

Laten we als christenen, de tijd van ons bestaan hier op aarde, tevreden zijn met wat we hebben, zoals Paulus dat zo mooi schrijft met de woorden:

 

“Want we hebben niets op de wereld meegebracht; we kunnen er ook niet uit meenemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn” (1 Tim. 6:7, 8).

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

ACHTERGROND

 

Bij het benaderen van het boek Openbaring komen we aan bij het laatste hoofdstuk uit Gods verlossingsverhaal dat ons vertelt hoe alles eindigt. Van in het Oude Testament tot aan dit punt hebben we God Zijn verlossingsplan zien uitwerken doorheen Adam, de aartsvaders, de profeten en uiteindelijk Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Nu dat we aan het einde van dit verlossingsplan zijn geraakt, zien we deze Jezus weer opnieuw. Eigenlijk is het deze Jezus die het centrale thema vormt van het gehele boek. Het boek Openbaring onthult bovenal de majesteit en glorie van de Here Jezus. Doorheen het boek Mattheüs lezen we van Zijn geboorte als de Zoon van David, Zijn onderwijs en onderwijs, terwijl Hij hier op aarde verbleef en evenzeer Zijn dood en opstanding. Al deze dingen bevestigen Zijn goddelijkheid en dat Hij de Messias is. Maar waar het boek Mattheüs Christus presenteerde in Zijn eerste nederige komst, geeft het boek Openbaring Hem nu in Zijn tweede komst hoog en verheven weer. Ieder visioen en beschrijving van Hem in het boek Openbaring is vol van majesteit, macht en glorie. In dit boek worden de hemelen geopend en kunnen de lezers net zoals Stefanus (Hand.7:56) vooruitziende beelden zien van de opgestane verheerlijkte Zoon van God.

De context geeft aan dat we in het jaar 96n.C. zitten, tijdens de regeerperiode van Domitianus van Rome. De Gemeente onderging in deze periode een grote vervolging. Johannes was verbannen naar een eiland dat gekend stond als Patmos (Op.1:9). Ondanks deze vervolging groeide de Gemeente verder en verspreidde ze zich op een snel tempo doorheen de provincie Asia (niet beperkt tot de steden die genoemd worden in Openbaring). Het is aan deze lijdende gemeente in Asia dat het boek Openbaring is geschreven (1:4). Dit getuigenis over de komende heerlijkheid van Jezus Christus werd opgeschreven en de wereld in gestuurd door de apostel Johannes om Zijn lijdende gemeente aan te moedigen om te volharden te midden van deze vervolging. Hun harten en gedachten werden bepaald bij de bevestigende waarheid dat Christus op een dag zal komen en voor eens en altijd zal overwinnen, regeren en de zijnen tot Zichzelf nemen.

 

Christus’ openbaring ingeleid (Openbaring 1:1-3)

 

De discipel Johannes had een speciale plaats in het hart van Jezus. Hij had veel met Hem gewandeld en gepraat hier op aarde en wordt in de Evangeliën verschillende keren beschreven als de discipel die de Here liefhad (Joh.13:23; 20:2; 21:7,20). In het Evangelie van Johannes zien we veel van deze speciale relatie. Vele jaren zijn nu voorbij gegaan sinds de dood en opstanding van de Here Jezus en Johannes blijft trouw zijn Heer volgen (Joh.19:35; 21:24; 1 Joh.1:2; 4:14). Johannes is nu zelfs zijn oudere dagen al lijdend aan het doorbrengen omwille van zijn getuigenis van Christus (1:9). Doordat hij het onderwijs en de wonderen van Jezus van dichtbij had kunnen mee volgen, is Johannes nu een trouwe getuige van Gods Woord en Zijn Zoon Jezus Christus (Op.1:2). Met dit allemaal in gedachten is het haast vanzelfsprekend dat Jezus nu net hem, Zijn geliefde vriend en discipel, verkiest om deze openbaring van de komende dingen bekend te maken.

Johannes begint het weergeven van deze openbaring met een erg informatieve inleiding en vermaning. Deze brief is de openbaring die God heeft gegeven aan Zijn Zoon Jezus betreffende de dingen die in de toekomst nog staan te gebeuren. Christus, die reeds gekruisigd en opgestaan was, zit nu op Zijn plaats bij de Vader in de hemel (Heb.1:3). Het eerste bewijs dat de Vader het gehoorzaam leven van Zijn Zoon behaagde was Zijn opstanding; het tweede de hemelvaart en het derde was het sturen van de Heilige Geest. Doordat Hij Zijn Vader op elk mogelijke manier had behaagd, had God Jezus nu een openbaring gegeven om bekend te maken aan Zijn dienaren op aarde. Jezus had Zijn geliefde vriend Johannes gekozen om deze boodschap aan Zijn volk te delen.

Na deze boodschap door een engel van de Heer te hebben ontvangen, schreef Johannes trouw op wat hij over de verrezen Christus had gehoord en gezien. Omdat de gebeurtenissen die hierin beschreven staan spoedig zullen plaatsvinden, vermaant Johannes anderen die Christus volgen om deze woorden luidop te lezen, er gehoor naar te geven en ze te bewaren tot de wederkomst van Christus. De wetenschap dat de gebeurtenissen die worden weergegeven in het boek Openbaring spoedig zullen plaatsvinden zou iedere christen moeten motiveren (zowel nu als toen) om voor de Heer een heilig en gehoorzaam leven te leiden (2Pet.3:14). Degenen die gehoorzaam zijn aan zulk een waarschuwing worden in de ogen van God als gezegend aanschouwd.

 

 

Christus die verheerlijkt hoort te worden onder de 7 gemeenten te Asia (Openb1: 4-8)

 

Na de verzen 1-3 gaat Johannes verder met het uitbreiden van de inleiding van zijn brief. Het is in deze uitbreiding dat we aanwijzingen vinden over de verdere inhoud van de brief. Dat Johannes zo uitbreidt over de rol van Jezus in 1:5-6 suggereert de centrale plaats die Christus inneemt in dit boek en in de eindtijd. Een deel van die rol zal bestaan uit het meedelen van genade en vrede aan de zeven gemeenten van de Romeinse provincie Asia. Johannes herkende hier de vervolging die die Gemeente destijds meemaakte. Omwille van die vervolging begreep de apostel hoe nodig de zegen van zowel genade als vrede was in moeilijke tijden als deze. Nog interessanter is dat deze zegen van de complete drie-eenheid komt.

Hij “Die is en Die was en Die komt” omkadert de bron van de gehele zegen (1:4, 8). Dit was een punt dat Johannes graag benadrukte door dit gedeelte van het hoofdstuk in te kapselen met deze zin. “De zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn” verwijst mogelijk naar de zevenvoudige Geest uit Jesaja 11:2 of een andere analogie voor de Geest van God. De interpretatie laat ons toe om de “zeven Geesten” hier te zien als de derde persoon van de Drie-eenheid; het werk van de Heilige Geest in de 7 gemeenten!  Als we de zeven Geesten hier lezen als Gods Geest houden de verzen 4 en 5 een zegening in van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ongeacht of Johannes al dan niet hiernaar verwijst, hij sluit op zijn minst af met Jezus omdat Zijn rol het centrale element is. Uiteindelijk is het ook net door hun trouw aan Jezus dat de lezers van Johannes tegenstand ondervinden uit de synagoge en van Rome.

Johannes geeft hier in vers 5 drie benamingen die weer die de persoon van Jezus beschrijven en in verzen 5-6 drie uiteenzettingen over Zijn werk. Iedere benaming van Jezus in vers 5 geeft een speciale bemoediging aan de lijdende Gemeente: Jezus had getuigd, was uit de dood verrezen en regeert nu. Dat Jezus “de Eerstgeborene uit de doden” wordt genoemd wil zeggen dat Hij de eerste was die ooit verrezen is uit de doden, en dat Hij van al degenen die ooit uit de dood zullen zijn verrezen Hij de grootste plaats inneemt. Deze opstanding was vooral relevant voor de christenen die weldra omwille van Zijn Naam de dood tegemoet zouden treden.

Als de “Eerstgeborene was Jezus’ opstanding een garantie dat degenen die Hem volgden in de dood ook verrezen zouden worden (1 Kor.15:20) – daarom hadden ze niets te vrezen, zelfs niet de dood (Op.1:17-18). Dat Christus ook heerst over de koningen van de aarde was ook verfrissend voor de Gemeente. Dit taalgebruik zinspeelt op Psalm 89:27 waar Gods “eerstgeboren zoon” regeert over “de koningen van de aarde.” Voor de gelovigen die leden onder de vertegenwoordigers van de machtige Caesar was deze benaming van Jezus inderdaad een grote bemoediging!

Bij het opsommen van drie benamingen van Jezus somt Johannes ook drie daden van Jezus op in verzen 5-6: Hij heeft ons lief; Hij bevrijdde ons van onze zonden; en Hij maakte ons tot koningen en priesters. Jezus’ liefde voor ons komt tot uiting in Zijn plaatsvervangende dood. Deze zekerheid van de liefde van Christus zou de lijdende gelovigen bemoedigen; Zijn dood geeft ook een voorbeeld aan degenen die geroepen werden om deel te hebben aan het offer van het Lam in dienst voor Gods missie in de wereld (Op.6:9).

In de verklaring dat Jezus ons tot koningen en priesters heeft gemaakt, herinnert Johannes zijn publiek aan wat God voor hen bewaard heeft; dat is om vertegenwoordigers en aanbidders te zijn (1:6). Als priesters zullen de volgelingen van Jezus aanbidden (Op.4:10-11, 5:8-10) en offeren, zowel de geur van gebed (5:8; 8:4) als het offer van hun eigen levens (6:9). Het plaatsvervangend werk van Jezus voor alle gelovigen gaf dat Johannes los barstte in lofzang voor de verrezen Christus. Door Zijn daad aan het kruis hadden Johannes en zijn lezers alle reden om zich te verheugen. Christus’ vergoten bloed had hun uiteindelijk verlost van hun zonden. Nu waren ze door het offer van Christus door God vergeven zondaren, bevrijd van zonden, dood en hel.

Johannes eindigt zijn groet aan de zeven gemeenten met een bemoedigende belofte (1:7), nog een andere bevestiging van Gods karakter (1:8). De belofte, dat Jezus komt! Dat Jezus zou terugkomen op de wolken geeft Daniël 7:13 en dat degenen die Hem doorstoken hebben rouw zullen hebben weerspiegelt Zacharia 12:10. Jezus zal komen om alles terug recht te zetten en de vervolgers van de Gemeente zullen dat moeten erkennen. Deze hoop dat Christus op een dag terug zal keren en de gelovigen mee zal nemen naar de hemel om voor eeuwig in Zijn nabijheid te leven geeft hoop en troost (Joh.14:1-3; Thess.4:18).

Aan het einde bevestigd Johannes nogmaals dat de gehele geschiedenis in de handen van de Heer is – zowel de toekomst als het heden (1:8). Zijn volk moeten dus niet vrezen dat er ook maar iets zal gebeuren dat buiten Gods plan valt. Hun God is “de Alfa en de Omega” een benaming die zinspeelt op het boek Jesaja waar God wordt aangegeven als de Eerste en de Laatste (Jes.41:4; 44:6; 48:12). Net als “Die is en Die was en Die komt”, is voor God de gehele geschiedenis van begin tot aan het einde hetzelfde.

God is niet enkel Heer over de tijd, maar regeert ook over het universum: Hij is “de Almachtige”, in dit boek een gebruikelijke naam voor God (1:8; 4:8; 11:17; 15:3; 16:7, 14; 19:6, 15; 21:22). Voor de christenen die leden onder Caesar, was de wetenschap dat ze “de Almachtige” dienden iets wat hun kracht verleende. Caesar mag dan wel zijn rijk voor een bepaalde periode hier op aarde regeren, maar God regeert zowel de wereld als haar verloop in de geschiedenis.

 

 

 

 

Christus voorzien (Openbaring 1:9-16)

 

Onmiddellijk na zijn groeten aan de zeven gemeenten begint Johannes met het beschrijven van zijn visioen van de verrezen Christus. Hier identificeert de apostel zichzelf nederig als iemand die het lijden van de Gemeente op dat moment deelde. Om wille van de getuigenis van Jezus was het christendom binnen het Romeinse Rijk een gehate en verachte religieuze sekte geworden. Johannes nam deel aan dit lijden is duidelijk omdat hij door de Romeinen verbannen werd op het het eiland Patmos. De leiders uit Johannes’ gemeenschap hadden hem verstoten uit alles wat hem bekend was.

Terwijl hij op de dag des Heren aanbad hoorde Johannes een luide stem hem instrueren: “Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.” Johannes moest de openbaring van Jezus Christus op een strategische wijze bezorgen aan deze gemeenten, omdat dit zou zorgen voor een snelle en efficiënte verspreiding van de boodschap. Toen Johannes zich omkeerde en een stem “als van een bazuin” hoorde, zag hij ook “zeven gouden kandelaren” (1:12), die in vers 20 benoemt worden als de zeven gemeenten.

Deze kandelaren waren van goud, omdat goud het meest kostbare metaal was. De Gemeente is voor God de meest prachtige en waardevolle entiteit op aarde – zo waardevol dat Jezus bereid was om het te kopen met Zijn eigen bloed (Hand.20:28). Terwijl dit wezenlijke gemeenten waren op echte locaties, staan de zeven kandelaren symbool voor de soorten gemeenten doorheen de gehele kerkgeschiedenis.

In het midden van de gouden kandelaren zag Johannes “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” (1:13). Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Wat het meest van belang is hier is dat Jezus verschijnt tussen de kandelaren (1:12-13; 2:1). Omdat Christus deze kandelaren uitlegt als zijnde de Gemeente in haar volheid (1:20), is Zijn verschijning in het visioen tussen de kandelaren een belangrijke bemoediging voor degenen die leden omwille van Zijn Naam. De bemoediging zit in het feit dat Hij hun niet verlaten heeft. Hij is trouw gebleven aan Zijn belofte die Hij maakte in het Evangelie naar Mattheüs: “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matth.28:20; Heb.13:5).

Het eerste wat Johannes meedeelde was dat Christus gekleed was “in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel” (1:13b). Het gewaad en de gordel verwijzen terug naar de hogepriester in de tempel in het Oude Testament (Ex.28:4; 39:29; Lev.8:7) en suggereert dat Jezus de Hogepriester is van Zijn volk (Rom.8:33-34). De wetenschap dat hun Hogepriester zich medelevend begaf in hun midden om hun te beschermen en verzorgen gaf extra hoop en troost aan de vervolgde gemeenten.

De rest van Johannes’ visioen van de Mensenzoon licht de goddelijkheid van de verrezen Christus toe, waarvan veel was voorzegd in het boek Daniël. Daniël 7:13-14 verwijst naar een figuur die lijkt op een “zoon des mensen” die zou regeren als Gods vertegenwoordiger. De haren als wol en vergelijking met witte sneeuw (1:14) zinspeelt op God zelf, de “Oude van Dagen” uit hetzelfde gedeelte in Daniël. De stem “als het geluid van vele wateren” (1:15; 19:6) verwijst naar de stem van God zelf als vele wateren in Ezechiël 1:24; 43:2.

Het punt van Jezus’ vlammende ogen, witte haar en bronzen voeten (1:14-15) was dat Hij licht of vuur straalde – enorm gelijkaardig aan vele andere visioenen van God in de Bijbel (Ez.1:27; Dan.7:9-10; Op.21:33; 22:5). Om die reden kon Johannes zijn gezicht enkel beschrijven “zoals de zon schijnt in haar kracht” (1:16c). Johannes’ visioen van de verheerlijkte Heer van de Gemeente bereikte haar hoogtepunt in deze beschrijving van de stralende heerlijkheid van Zijn gezicht. De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte staat was van groot belang voor christenen van eender welke afkomst.

De verrezen Heer is machtig, zelfs goddelijk en kan Zijn volk daarom beschermen en kracht geven voor hun vervolgers. Dit is duidelijk in het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij in Zijn rechterhand zeven sterren vasthoudt (of boodschappers/leiders van de Gemeente) (1:16a, 20a). Het doel van Jezus’ omschrijving was niet om aan de gemeenten Zijn voorkomen mee te delen, maar om Zijn macht te verkondigen. Hij was de regerende Heer van het universum, Degene met de macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef naar de vervolgde christenen om hen eraan te herinneren dat God groter dan hun verzoekingen was.

 

 

Christus’ boodschap (Openbaring 1:17-20)

 

Terwijl het vooruitzicht van Christus bemoedigend zal zijn geweest voor de gemeenten, was Zijn boodschap van nog groter belang. Op een wijze gelijk aan zijn ervaring met de verheerlijking van Jezus op de berg (cf. Matt.7:6) werd Johannes opnieuw met schrik overweldigd bij de verschijning van Christus’ glorie en viel hij “als dood aan Zijn voeten” (1:17). Jezus “legde Zijn rechterhand op” Johannes en sprak tot de bange apostel de rustgevende woorden “wees niet bevreesd” (1:17). Overweldigd door de glorie en majesteit van Christus kon Johannes rust vinden in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving. Deze rustgevende boodschap en zekerheid die Jezus gaf is gebaseerd op zowel wie Hij is en het gezag dat Hij bezit.

Allereerst noemt Jezus Zichzelf “Ik ben” – de verbondsnaam van God (Ex.3:14). Het was met deze naam dat Hij de bevreesde discipelen die Hem op het meer van Galilea zagen lopen geruststelde (Mattheüs. 14:27). Daarna noemt Jezus Zichzelf “de Eerste en de Laatste” wat nog een andere benaming is die in het Oude Testament gebruikt wordt voor God (Jes.44:6; 48:12). Deze benaming bevestigd opnieuw aan Johannes en zijn lezers de goddelijkheid van Christus. Afgeleid van deze naam is het feit dat Jezus al bestond voor alle dingen er waren en zal blijven bestaan tot in de eeuwigheid. Jezus is veel groter en hoger verheven dan eender welke valse god van de omliggende volkeren. Wanneer deze allen zijn gekomen en gegaan, zal enkel Hij nog overblijven.

De hele boodschap van 1:18 heeft ook betrekking op Jezus’ overwinning van de dood. In de Bijbel en Joodse traditie is God de “Levende.” Jezus wordt hier specifiek de “Levende” genoemd omdat Hij, ondanks dat Hij stierf, Hij voor eeuwig leeft. Paulus schreef zelfs dat “Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem” (Rom.6:9). Door uit de dood op te staan garandeerde Jezus eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen ze omwille van Zijn naam de dood in de ogen (20:4). Omdat Christus nu “altijd leeft om voor hen (Zijn volk) te pleiten,” “kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan” (Heb.7:25). Ondanks zijn zondigheid in de aanwezigheid van de glorieuze hemelse Heer had Johannes (en al degenen die in Hem geloofden) niets te vrezen, omdat diezelfde Heer de straf voor zijn zonden had betaald met Zijn dood en verrezen was om nu voor eeuwig zijn advocaat te zijn.

Door Zijn overwinning over de dood heeft Jezus ook “de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Op.1:18). Dat Jezus de sleutels van het dodenrijk bezit geeft aan dat Hij alle macht heeft over de dood. Het zien van zulk een visioen van Christus moet voor Johannes en de Gemeente in de eerste eeuw van grote waarde zijn geweest. In de oude paleizen destijds waren degenen die de sleutels in handen hadden voorname gezagsdragers die konden bepalen of mensen al dan niet in de aanwezigheid van de koning mocht vertoeven. Christus heeft op gelijkaardige wijze het gezag om te beslissen wie sterft en wie leeft; Hij regeert over leven en dood. Door dit te bevatten hadden Johannes en al de verlosten niets te vrezen, omdat Christus hun al van de dood en het dodenrijk had bevrijd door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood gaf aan hen die tot de Gemeente behoren rust en zekerheid, omdat gelovigen niets meer te vrezen hebben.

Aan het eind van het visioen wordt aan Johannes een herinnering gegeven van Zijn goddelijkheid. Op het eerdere gebod van Christus om te schrijven (Op.1:11), wordt nu verder gegaan en aan Johannes wordt gevraagd om drie aspecten op te schrijven. Als eerst “wat u (Johannes) hebt gezien”, het visioen dat hij dus net al gezien en opgeschreven had in verzen 10-16. Ten tweede “wat is”, wat een verwijzing is naar de brieven naar de zeven gemeenten die de toestand van de gemeenten weergaf. En als laatst moest Johannes opschrijven “wat hierna zal geschieden”, de profetische openbaring van de toekomstige dingen die zich ontvouwden in komende visioenen. Christus sluit hier het visioen met Zijn geliefde volgeling door hem te herinneren aan zijn plicht, om de waarheid die hij had geleerd door de visioenen, door te geven.

 

 

Conclusie

 

In het boek Openbaring heeft Christus Zijn Gemeente een erg bemoedigende, maar ook ontnuchterende boodschap gegeven. Doordat de apostel Johannes deze openbaring trouw heeft opgeschreven heeft de vervolgde Gemeente uit die tijd veel rust en zekerheid mogen ontvangen in het feit dat Christus, hun Messias, nu verheerlijkt is. Terwijl ze tegenstand ondervonden, of zelfs de dood door de hand van Caesar, werden ze bemoedigd in het feit dat Christus nog steeds leeft en regeert met Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen door Zijn leven te geven voor de zonden van mensen. Nu de dood verslagen is blijft enkel de uiteindelijke dag over dat Hij voor de zijnen zal terugkeren. “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend” (Mc.13:32- 37; 1 Thess.5:2).

Om die reden roept Christus allen uit die tijd op om op Hem te wachten, wat zelfs de dag zelf kan betekenen. De terugkeer van Jezus zal uiteindelijk een einde brengen aan de rebellie van mensen – een gelukkig einde voor Gods volk, maar een tragisch einde voor allen die er voor kiezen om Hem te verwerpen. Omdat deze specifieke tijd onbekend en dichtbij is, mag niemand zijn bekering uitstellen. Er is nooit een goede gelegenheid voor de christenen om zich te hechten aan wereldse bezittingen of voorkomens, omdat Christus op eender welk moment kan terugkeren om rekenschap te vragen voor onze keuzes.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wie kiest Christus om Zijn openbaring te geven?

 

Christus had van Zijn Vader een openbaring gekregen om aan de gemeente te geven. De boodschapper die Jezus koos om Zijn openbaring te geven, was niemand minder dan Zijn geliefde apostel Johannes. Hem zou de taak toevertrouwd worden van het brengen van deze openbaring van de dingen die zouden gebeuren aan de kerk. Wie in de toekomst deze openbaring luidop zou lezen, ernaar zou luisteren en het gehoorzaamt, zou in de ogen van God gezegend geacht worden.

 

 

 Wat ervoeren Johannes en de kerkelijke gemeente gedurende deze tijd?

 

Terwijl hij deze openbaring ontving, leed Johannes gevangenschap op een klein eiland, genaamd Patmos. Daar hielde de Romeinse overheid hem, omdat hij getuigenis had gegeven van Jezus Christus. Net als Petrus en Paulus voor hem, leed Johannes voor zijn toewijding aan Christus de Messias. De kerk ervoer een gelijke vervolging. Net als Stefanus jaren daarvoor, bleef de kerk te maken hebben met de tegenstand wegens hun trouw aan de Messias. Over de gehele wereld werden gelovigen gehaat voor het volgen van Jezus Christus.

 

 

 Naar waar stuurt de apostel Johannes de openbaring van Jezus Christus?

 

Terwijl Johannes op de dag des Heren aan het lofprijzen was, hoort Johannes een luide stem die tegen hem zegt: “Schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea” (1:11). Deze zeven gemeenten waren gekozen, omdat ze in de zeven belangrijkste steden gelegen waren waarin Asia verdeeld was. Johannes moest de Openbaring van Jezus Christus strategisch aan de gemeenten brengen, omdat dit een doeltreffende en snelle manier was om de boodschap te sturen.

 

 

 Met welke boodschap groet Johannes de zeven gemeenten?

 

Aan het begin van de brief stuurt Johannes een zeer bemoedigende groet van God en Jezus zelf. De Heer God almachtig, de Alfa en Omega wilde dat ze wisten dat Hij nog de eeuwige Soevereine was. Hij had alles nog in Zijn hand, ongeacht de situatie. Christus wilde dat ze wisten dat Hij van hen hield, Hij hen van zonde bevrijdt had en hen koningen en priesters voor God maakte. Vanwege Zijn werk aan het kruis, hadden Johannes en zijn lezers de grootste reden om verheugd te zijn. Het gevloeide bloed van Christus had hen tenslotte bevrijd van hun zonden. Zij stonden nu als zondaren vergeven voor God, vrijgemaakt van zonden, dood en hel door het offer van Jezus Christus. Daarbij zou Jezus terugkomen voor Zijn volgelingen. Geen andere zekerheid zou een betere bemoediging geweest zijn voor de lijdende gelovigen, dan de wetenschap dat Jezus zou komen om dingen recht te zetten en dat de verdrukkers van de kerk tot de erkenning zullen komen van het verkeerde dat zij gedaan hebben aan Gods dienaren. Deze hoop, dat Christus op een dag zal terugkeren en gelovigen mee naar de hemel zal nemen om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn, voorzag hen zowel van hoop als wel troost gedurende hun lijden.

 

 

 Wat zag Johannes toen hij zich naar de stem, die sprak, keerde?

 

Toen Johannes zich keerde naar de stem die was als een bazuin, zag hij een als “de Zoon des mensen” die te midden van zeven gouden kandelaren was. Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de gemeente, Jezus Christus. Wat veelbetekenend hier is, is dat Jezus te midden van de kandelaars verschijnt (1:12-13; 2:1). Aangezien Christus uitlegt dat deze kandelaars zijn als de gemeenten in hun volheid (1:20), is Zijn verschijning te midden van de kandelaren Jezus aanwezigheid bij Zijn kerk (Joh.20:19). Dat Jezus in dit visioen aanwezig was bij de kerken, zou een geweldige bemoediging geweest zijn voor degene die lijden voor Zijn naam. De bemoediging hier is dat Christus hen niet verlaten had. Hij was getrouw geweest aan Zijn belofte die Hij in het evangelie van Mattheüs gemaakt had, “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt.28:20; ook Heb.13:5).

 

 

 Hoe zag de Zoon des mensen er uit in het visioen van Johannes?

 

De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte toestand, zou voor iedere christen van groot belang zijn. De Een die wij dienen is de Een wiens haar als wit wol is en wiens stem is als geluid van vele wateren. Alles van Hem, van Zijn vurige ogen tot Zijn bronzen voeten straalde Zijn heerlijkheid af. Dat zulk een heerlijkheid gezien kon worden, betekende dat de verrezen Heer machtig is, zelfs God zelf en daarom kan Hij zijn kinderen beschermen en in staat stellen te midden van hun verdrukkers. Dit wordt zichtbaar bij het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand vasthoudt (of boodschappers/leiders van de kerk) (1:16a, 20a). Het punt van Jezus’ beschrijving hier was niet om de gemeenten van Zijn verschijning te vertellen, maar om Zijn macht te bekent te maken. Hij was de heersende Heer van het heelal, de Een met macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef over de vervolgde christenen, hen eraan herinnerende dat God groter was dan hun beproevingen.

 

 

 Hoe reageert de apostel Johannes wanneer hij de Zoon des mensen ziet?

 

Op een manier gelijk aan zijn ervaring met de heerlijkheid van Jezus op de berg van de verheerlijking (cf. Matt.17:6), was Johannes weer overweldigd door angst bij de voorstelling van Gods heerlijkheid. De apostel Johannes schrijft dat hij als dood neerviel voor Zijn magnifieke Verlosser Jezus Christus. En net als Hij lang geleden gedaan had bij de verheerlijking op de berg (Matt.17:7), plaatste Jezus Zijn rechterhand op Johannes en gaf de bange apostel de bemoedigende woorden “Wees niet bevreesd” (1:17). Terwijl hij overweldigd is door de glorie en majesteit van Christus, kreeg Johannes de troost in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving.

 

 

 Hoe laat Christus weten wie Hij is, terwijl Hij troost schenkt aan de apostel Johannes?

 

Om Johannes te troosten zegt Jezus, “Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid” (1:17-18). Jezus maakt zichzelf bekend als de Een die de dood heeft overwonnen. Hoewel Hij aan het kruis stierf, kon het graf Hem niet vasthouden. Christus, die uit de doden is opgestaan, zal nooit weer sterven. Dus door op te staan uit de dood heeft Christus niet alleen de dood verslagen, maar garandeerde Hij eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen zij de dood tegemoet vanwege Zijn naam. Dus ondanks Zijn zondeloosheid in de aanwezigheid van de glorieuze Heer van de hemel, hoefde Johannes niet bang te zijn, omdat dezelfde Heer de straf voor zijn zonden had gedragen (en voor degene die in Hem geloofden) en opgestaan was om zijn eeuwige Verlosser te zijn.

 

 

 Wat zegt de verheerlijkte Christus nu over wat Hij nu in bezit heeft?

 

Door Zijn overwinning over de dood, houdt Jezus ook de “sleutels van de dood en van het dodenrijk zelf” in handen (1:18). De mensen in die dagen geloofden dat het dodenrijk (Hades) een Griekse god was die heerste over het rijk van de dood, “het huis van Hades.” “Dood en Hades” vertegenwoordigen daarom de macht van de dood over de schepping. Dat Jezus de sleutel van het dodenrijk had, duidt het feit aan dat Hij alle macht en gezag over de dood heeft. Door dit begrepen te hebben, had Johannes geen angst, evenals al de verlosten, aangezien Christus hem al verlost had van de dood en het dodenrijk door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood, voorzag grote zekerheid voor degene van de gemeenten, aangezien gelovigen niet langer een reden hebben om bang te zijn.

 

 

SAMENVATTING

 

Voordat God de Bijbel eindigde, verlangde Hij dat er nog een openbaring gegeven werd over de dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden. Voor degenen uit de vroege gemeenten, zou zijn boodschap een grote bemoediging zijn tijdens de vervolging. Ondanks hun moeilijke omstandigheden blijft God over alle dingen de controle houden. Hij is de Almachtige, de Alfa en Omega, het begin en het einde. Zelfs Christus Zijn Zoon is daar om een bemoediging te geven. Hij die Hem liefheeft en hen bevrijdt heeft van zonden, blijft bij hen. Dit wordt gezien in het visioen van Johannes van de Mensenzoon. Christus, in Zijn volle glorie, verschijnt aan de apostel. In deze ontmoeting bevestigd Christus dat Hij de Levende is, die zonde en dood heeft overwonnen. Johannes schrijft alles wat Christus hem openbaart over de toekomst, getrouw en in gehoorzaamheid op. Van groot belang is het feit dat Christus spoedig zal komen om alle dingen nieuw te maken. Wat er nog rest is de openbaring van Jezus Christus zoals we kunnen zien in het laatst vermelde boek van het Nieuwe Testament.

Dat Christus stierf, is opgestaan en nu leeft blijft een wonderbare waarheid voor vele christenen vandaag. Ieder van ons zou dankbaar moeten zijn dat Christus ons heeft vrijgemaakt van onze zonden door Zijn bloed en dat Hij zijn gemeente blijft liefhebben en er zorg voor draagt. Nu dat de dood is verslagen, is de laatste dag dat Hij voor de Zijnen zal terugkomen, alles wat overblijft. Deze tijd komt spoedig en zal onverwacht zijn. Het is om die reden dat Christus degene oproept om gereed te zijn, want het kan vandaag zijn. Voor degene die niet bij Gods familie behoren, raakt het moment, om zich naar God te keren, op. Christus zal komen en snel, wanneer Hij komt terwijl men Hem nog afwijst, zal hun einde tragisch zijn. Omdat die tijd onbekend is en nader, zou niemand berouw moeten uitstellen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

Maria, de moeder van Jezus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Maria, de moeder van Jezus

 

Maria was de vrouw van Jozef en de moeder van Jezus Christus, die in haar verwekt was door de Heilige Geest toen ze maagd was. Ze wordt vaak genoemd de ‘Maagd Maria’ hoewel nergens in de Bijbel deze twee woorden bij elkaar staan als een echte naam (Matt. 2:11; Matt. 1:23; Luk. 1:27; Hand. 1:14). Er is weinig bekend over haar persoonlijke geschiedenis. Ze was uit de stam van Juda een rechtstreekse afstammelinge van David (Psalm 132:11; Luk. 1:32). Door haar huwelijk was ze familie van Elisabet, die een afstammelinge was van Aaron (Luk. 1:36)

 

Levensloop van Maria

 

Volgens de geslachtsregisters in de evangeliën stammen Maria zowel als Jozef allebei af van David. Hiermee werd aan de voorwaarde voldaan dat volgens de profeten van het Oude Testament de Messias, die God zou sturen, uit het Huis van David zou komen. Het Nieuwe Testament vermeldt dat Maria nog niet samenwoonde met Jozef maar wel verloofd was, toen ze zwanger werd en dat ze nog geen geslachtsgemeenschap hadden gehad. Maria was dus nog een maagd. Volgens de christelijke theologie is Jezus in de schoot van Maria ontvangen door de kracht van de Heilige Geest. De verloving gaf in het jodendom reeds de rechten in het huwelijk. Toch bleef de bruid in het ouderlijk huis wonen, totdat de bruidegom haar plechtig zijn woning binnenleidde. Hiermee werd het huwelijk als voltrokken beschouwd.

Het evangelie van Matteüs beschrijft dat na de geboorte van Jezus, Jozef en Maria niet in Bethlehem bleven en ook niet naar Nazareth terugkeerden, maar naar Egypte vluchtten. Jozef was volgens dit evangelie namelijk via een droom gewaarschuwd, door een engel, dat koning Herodes, de aanstaande koning der Joden wilde vermoorden uit angst voor zijn eigen troon. Deze beging daartoe de kindermoord van Bethlehem. Na de dood van Herodes keerden Maria en Jozef terug naar Nazareth.

Hier groeide Jezus op onder de hoede van Maria en Jozef. Hij werd opgevoed in de joodse leer en leerde waarschijnlijk ook het beroep van zijn vader: timmerman. Jozef stierf volgens de traditie echter al op vrij jeugdige leeftijd, Maria als weduwe achterlatend. Bij het openbare optreden van Jezus wordt Maria nog dikwijls genoemd en ook bij de dood en verrijzenis van Jezus is zij aanwezig. Vervolgens zou ze nog aanwezig zijn geweest bij enkele vergaderingen van de apostelen.

Over haar verdere leven zijn verschillende versies in omloop. Maria moet ergens tussen 36 en 50 na Christus zijn overleden in Jeruzalem of Ephese. Hierbij zouden alle apostelen aanwezig zijn geweest behalve Thomas. Toen deze arriveerde was Maria’s lichaam al begraven en om haar toch eer te bewijzen bezocht Thomas in zijn eentje haar graf. Volgens de traditie zou Thomas toen de tenhemelopneming van Maria hebben gezien. Daarbij zou hij van Maria haar gordel hebben gekregen. De overige apostelen geloofden dit niet totdat hij hen de gordel toonde en het lege graf. Een opmerkelijke omkering van de situatie toen Thomas als enige apostel aanvankelijk niet geloofde in de verrezen Christus!

 

 

De Heilige Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd

 

Maria is haar naam. Gezegende onder de vrouwen wordt ze genoemd. En alle geslachten zullen haar voortaan gelukkig prijzen. Maria mag een naam hebben! Ze mag er zijn. De moeder van Jezus .

Nu heeft Maria onder rooms-katholieke christenen een heel bijzondere plaats gekregen. Zij aanbidden Maria en verwachten veel van hun gebed tot haar. Zo hebben zij van Maria meer gemaakt dan de Bijbel doet. Want Maria was een mens zoals wij en haar komt geen goddelijke eer toe. Maar zijn gereformeerde christenen misschien niet in het andere uiterste vervallen? Lopen zij niet het gevaar dat ze maar met een boogje om Maria heenlopen, uit angst dat ze haar te veel aandacht en zo te veel eer zouden geven? En maken zij zo niet minder van Maria dan de Bijbel doet?

Gods werk op aarde krijgt gezicht in Maria, zoals het werk van God op aarde gezicht heeft gekregen in een lange rij van mannen en vrouwen die we tegenkomen in de bijbel: Abraham, Mozes, Elia, Rachab, Ruth, Debora. Zij zijn allemaal geloofsgetuigen. In het concrete leven van al deze vrouwen en mannen, die in de bijbel een naam mogen hebben, is zichtbaar geworden wat God met mensen kan doen. Ook Maria hoort thuis in de lange rij geloofsgetuigen.

En in de lijn van Hebreeën 11, dat hoofdstuk waar al die geloofsgetuigen de revu passeren, zou over Maria gezegd kunnen worden: ‘Door het geloof heeft Maria, toen ze geroepen werd om de moeder van Jezus te zijn, vol overgave geantwoord: De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ En daarom gaat deze preek over een jonge vrouw met de naam Maria. We prijzen haar gelukkig omdat we ook in haar leven ontdekken wat God met mensen kan doen.

 

 

De roeping van Maria

 

Maria wordt geroepen om de moeder van de Messias te zijn. En de hemel zelf komt haar dat vertellen. Want het is heel bijzonder wat hier gebeurt. Nadrukkelijk staat er in vers 26 dat de engel Gabriël door God werd gezonden. Als er engelen optreden in de bijbel is het meestal zo dat ze er gewoon zijn. Maar bij de roeping van Maria wordt er nadrukkelijk bij gezegd: ‘In de zesde maand zond God de engel Gabriël.’ Eerst staat hij dus nog in de hemel, waar de heerlijkheid van de Heer is, en waar Gabriël staat voor Gods aangezicht. Zo valt er een duidelijk accent op de plaats waar de engel vandaan komt.

En daarmee wordt ook het contrast met de plaats waar hij heengaat extra scherp neergezet: de engel Gabriël gaat vanuit de hemel, nu niet naar de tempel, waar een eerbiedwaardige priester zijn werk doet, maar naar een klein stadje waar een volslagen onbekend meisje woont die ondertrouwd is met een al even onbekende man. Lucas moet ze allemaal nog aan ons voorstellen. De provincie is Galilea en het stadje is Nazaret, dat onbekende meisje heet Maria, en die onbekende man heet Jozef.

Zo leidt Lucas het roepingsverhaal in. Een engel uit de hemel Gabriël brengt een blijde boodschap aan Maria.  Het eerste woord van de engel is een heel ander woord. Het is een groet, maar geen gewone. ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ De groet is heel bijzonder omdat de vrouw tot wie de engel zich richt heel bijzonder is. En dat wil de engel direct zeggen: al bij voorbaat eert Gabriël Maria om wat hij haar straks mag gaan zeggen. Namens heel de engelenwereld spreekt Gabriël een gelukwens uit.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd.’ Maria valt een heel bijzondere genade ten deel. Maar het is wel genade en daaruit blijkt dat ook Maria niet zonder zonde heeft geleefd. Maria wordt door God ‘de onbevlekte Ontvangenis’ die de Messias zal baren. Jezus moet geboren worden uit een zondeloos lichaam. Alle zonden van Maria worden uit haar leven gewist. Maria wordt op dat moment de perfecte mens, zoals Eva was in het paradijs voor de zondeval. Maria krijgt een heel unieke plaats in Gods plan, een heel unieke plaats binnen het volk van de Heer.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Zo maakt Gabriël zijn bijzondere groet af. ‘De Heer is met je.’ Dat betekent dat God zegenend tegenwoordig is in het leven van Maria. Want Maria moet een zware taak vervullen die ze alleen niet kan volbrengen. Dat gaat Gabriël zo dadelijk vertellen. Maar hij zegt al bij voorbaat: ‘De Heer zal je op een bijzondere manier helpen. De Heer zal je zegenen en beschermen.’

Maria voelt heel goed aan dat dit geen gewone groet is. We leren Maria kennen als een vrouw die over dingen nadenkt. Maria heeft wat met woorden. Ze luistert er heel intens naar en ze overweegt ze. Zo is Maria een voorbeeld voor iedereen die wil leren wat mediteren is over het Woord van God. Zo vraagt Maria zich af wat deze groet uit de hemel betekent. Haar gedachten gaan in een denkrichting van verbijstering en de confrontatie dat zij de beloofde Messias op de wereld zal brengen. Heel haar leven wordt op de kop gezet. De mensen zullen denken en praten, want Maria is nog niet getrouwd. En wat zal Jozef zeggen? Maria zal haar eigen leven moeten opgeven!

 

 

 

Waarom Maria weent!

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De overgave van Maria

 

Maria vraagt aan de engel hoe dat wel kan want Jozef is nog niet haar man. Het antwoord van de engel is duidelijk: ‘Het Koningskind dat zij verwacht het is een wonder van Gods kracht.’ En als Maria dat heeft gehoord, maakt haar vragende houding plaats voor een dienende houding uit overgave. Maria heeft het woord van God dat door de dienst van de engel Gabriël tot haar is gesproken, gehoord en overwogen in haar hart. En ze geeft gehoor aan de roeping die op haar afkomt.  ‘Amen’ zegt ze op het Woord van God.

Bij Maria zou je kunnen verwachten dat ze reageerde op de boodschap van de engel met een lach waarin spot en ongeloof doorklinken. Maar Maria lacht niet. Maria overweegt de woorden in haar hart en zegt: ‘De Heer wil ik dienen.’ Ze lijkt op haar Zoon die nog geboren moet worden. Maria gaat leven in de navolging van Christus, die zichzelf overgegeven heeft om ons te redden.  In deze overgave van Maria zien we ook werkelijk dat de Heer met haar is. .

 

 

Het geloof van Maria

 

Maria eindigt haar antwoord op haar roeping met de woorden: ‘Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Maria moet geloven dat uit haar door de Geest de Messias zal worden geboren, het vrouwenzaad dat al zo lang geleden was beloofd. Zij moet geloven dat dat kan, want bij God is niets onmogelijk. Zij moet geloven dat wat in haar leven gebeuren gaat de voortzetting is van het werk dat God in het Oude Testament begonnen is.

Maria’s  geloof komt van de Heilige Geest. Hij komt over haar en zal haar ‘als een schaduw bedekken’ dat iets blijvend is. God maakt van haar lichaam en van haar ziel in de meest letterlijke zin de tempel van de Heilige Geest. Het geloof van Maria komt van de Heilige Geest die het in haar hart werkt door de verkondiging van het heilig evangelie.

Hoe anders was het bij die andere jonge vrouw aan het begin van het Oude Testament, Eva. Bij haar zien we het ongeloof en zelfzucht. Bij haar zien we een onheilige geest die wakker wordt geroepen door de satan. Maria is de vrouw van het geloof. Eva, de vrouw die haar eigen wil doorzette en koos voor de zonde en de dood. Maria, die koos voor het heil en het leven door te zeggen: ‘Laat met mij gebeuren,  uw wil geschiede.’

Maria was een gezegende onder de vrouwen en alle geslachten prijzen haar gelukkig om de grote dingen die God in haar leven heeft gedaan. Maar tegelijk staat zij model voor alle christenen in alle tijden. Maria was ontvankelijk voor het Woord van God en voor het heil van God en voor de Zoon van God. Ze heeft de deur niet voor de neus van de engel dicht gegooid. Maar vol overgave en geloof heeft ze ‘Amen’ gezegd op de roepstem van God.

 

 

Hoe schetst het Nieuwe Testament ons Maria?

 

Als een vrouw die vele bevreemdende dingen meemaakte in haar leven en dat alles ‘in haar hart bewaarde’ (Lucas 2:19, 51). Ze had een open, verwachtingsvolle grondhouding en daarbij een enorm geloofsvertrouwen.

Op verschillende plaatsen zien we dat Maria en Jozef een vroom leven leidden. Jozef werd rechtvaardig genoemd (Mattheüs 1:19). Na de geboorte van het kind gingen de ouders naar de tempel om er een offer te brengen. Jaarlijks maakten ze ook de pelgrimage naar Jeruzalem (Lucas 2:41). Van Jozef horen we daarna niets meer, maar dat Jezus broers en zussen had wordt meerdere keren gezegd.

Het moet voor Maria niet makkelijk zijn geweest om te zien hoe haar zoon zijn eigen weg ging. Kennissen maakten schampere opmerkingen over haar zoon (Mattheüs 13:55, Marcus 6:3). En daarnaast nam Jezus soms scherp afstand van zijn familie (Lucas 8:19-21). Frappant is daarom misschien wel vooral dat Maria desondanks steeds volgend aanwezig bleef. Zoals bij de bruiloft in Kana al zichtbaar werd, handelde Jezus op eigen wijze. Dat weerhield Maria er niet van om op kenmerkende moederlijke wijze raadgevingen te doen en aanwijzingen te geven. Ze kende haar zoon.

Ook later is ze aanwezig, als Jezus wordt gekruisigd. Volgens Johannes was zij een van de drie Maria’s aan de voet van het kruis (Johannes 19:25).

Handelingen vertelt bovendien dat Maria bij de discipelen was in de weken tussen Pasen en Pinksteren. Samen met haar andere zonen wachtte ze in Jeruzalem vurig biddend op de komst van de Heilige Geest (Handelingen 1:14).

 

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Tien deugden van Maria volgens de traditie

 

Zuiverheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 1,34-38:

De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.’ Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.

 

 

Wijsheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 2,19-20:

Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. De herders keerden terug. Zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij hadden gehoord en gezien; het kwam overeen met wat hun was gezegd.

 

 

Deemoed

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,38:

Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’

 

 

Geloof

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,45:

Gelukkige vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan.

 

 

Toewijding

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,46-47:

Met heel mijn hart roem ik de Heer, met al mijn adem juich ik om God, mijn redder.

 

 

Gehoorzaamheid

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,22-23:

Toen de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan te bieden aan de Heer, zoals in de wet van de Heer geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal de Heer worden toegewijd.

 

 

Armoede

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,6-7:

Terwijl ze daar waren kwam voor haar de tijd dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf.

en Lc 2,12:

Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.

 

 

Geduld

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,48:

Toen ze Hem daar zagen, waren ze zeer ontdaan. Zijn moeder zei: ‘Kind, hoe kon je ons dit aandoen? Wat waren je vader en ik ongerust toen we je kwijt waren.

Overweging uit het evangelie van Mattheus, Mt 2,13-15:

Toen ze de wijk genomen hadden, verscheen aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik u waarschuw. Want Herodes staat het kind naar het leven.’ Hij stond op en nam nog die nacht met het kind en zijn moeder de wijk naar Egypte, en bleef daar tot de dood van Herodes.

 

 

Barmhartigheid

 

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 2,4-5:

Jezus antwoordde: Wat hebben ik en u daarmee van doen, Vrouwe? Mijn uur is nog niet gekomen.’ Zijn moeder zei tegen de dienaren: ‘Wat Hij u ook beveelt, doe het maar’.’

 

 

Compassie

 

Overweging uit het evangelie naar Lucas, Lc 2,34-35:

Hij zal een omstreden teken zijn – ook door uw ziel zal een zwaard gaan – en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat.

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 19,26-27:

Jezus zag zijn moeder, en bij haar de leerling van wie Hij hield. Toen zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, daar is nu je zoon.’ Vervolgens zei Hij tegen de leerling: ‘Daar is je moeder.’ Toen, van dat uur af, nam de leerling haar bij zich in huis op.

 

 

Jezus en Maria, de zondeloze Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Verdere info

 

Duizenden jaren lang was elk kind geboren met een overgeërfde zondige natuur en zondig vlees (Rom. 8:3). Dit is het resultaat van de zonde van onze voorouders: Adam en Eva van wie we afstammen. Elke generatie heeft gezondigd (Rom. 3:23) en geeft die zondige natuur en de vloek van de dood door aan de volgende generatie. Er is slechts één uitzondering in de geschiedenis. Ofschoon Jezus in de baarmoeder van Maria groeide, zoals elk kind bij zijn moeder groeit, was hij verschillend van alle andere kinderen. Jezus kon zonder zonde geboren worden door de Goddelijke status die Maria kreeg. Zij werd voor de verwekking van Jezus de ‘Onbevlekte Ontvangenis’. Voor God werd Maria de zondeloze Eva voor de zondeval, zo kon Jezus na zijn geboorte dienen als het vlekkeloze offerlam van God.

Als een geest en deel van de Drie-eenheid, bestond Jezus al voor de schepping van de wereld. Eigenlijk openbaart Johannes dat Hij de Schepper is. (Joh. 1). Verder was het fysieke lichaam van Jezus, zoals Hij werd geboren in Betlehem duidelijk een speciale creatie van God, geplaatst in Maria’s baarmoeder. Dit is de Bijbelse leerstelling van de maagdelijke geboorte.

Aldus is noch de geest van Christus, noch zijn lichaam het resultaat van het DNA van het eitje van Maria of van het zaad van enige man. Beide zouden genetische fouten hebben bevat en een zondige natuur. Zoals de Bijbel ons leert was Jezus echt de tweede Adam. De eerste Adam was een speciale schepping van God, zo ook de tweede Adam. (Romeinen 5:12-19). Jezus was net zo volledig mens als de eerste Adam en evenals deze had Hij geen zondige natuur, geen erfzonde, geen zondig vlees, dat steeds weer generatie op generatie doorgegeven werd sinds de zondeval. Hij was absoluut puur en zonder zonde, vanaf de dag van Zijn geboorte. Hij moest zijn en was het Lam van God, zonder vlek of rimpel, offerlam voor onze zonden (Joh. 1:29).

 

 

Hoe leeft Maria onder de gelovigen?

 

Onder het geloofsvolk neemt Maria een veel grotere plaats in dan in de officiële kerkleer, de theologie. Daar is blijkbaar behoefte aan. Vermoedelijk omdat Maria zo herkenbaar is, ze heeft immers altijd voor haar zoon gestaan. Bovendien is voor vele gelovigen Jezus een figuur op afstand die ontzag oproept. De volksdevotie van Maria is geen probleem zolang ze geen einddoel wordt, maar gezien wordt als weg, als kanaal naar Jezus.

 

 

 

Volksdevotie

 

Het meest prominent is Maria aanwezig in de katholieke en orthodoxe volksdevotie waarin de Mariaverering een dominante plaats inneemt. Volgens de officiële kerkelijke leer kan Maria nooit de plaats van Jezus als Verlosser van de zonde vervangen en verwijst zij altijd naar Jezus als de werkelijke Middelaar tussen de mens en God. In de volksdevotie is de praktijk meestal dat Maria als ‘toegankelijker’ beschouwd wordt dan Jezus en meer aangeroepen wordt, zij het dan als ‘voorspreekster’.

Ook vinden vele gelovigen dat het vragen van gebed aan Maria noodzakelijk is, omdat hun eigen gebeden tot Jezus zo vaak verstrooid en niet vurig genoeg zijn. In de wereld zijn veel plaatsen waar uitdrukking wordt gegeven aan deze devotie. Paus Johannes Paulus II, die Maria zeer na aan het hart lag, legde zijn lot en dat van de wereld in de handen van de Moeder Gods; zij zou hem beschermen volgens de verschijning van Maria in Fatima.

Het meest beroemd zijn de plaatsen waar Maria zou zijn verschenen: het Franse Lourdes (verschijning in 1858), Fátima in Portugal (1917) en Guadalupe in Mexico-stad (1531). Het Duitse Kevelaer trekt veel Nederlandse pelgrims. In katholieke en orthodoxe landen zijn ontelbare nationale en regionale heiligdommen te vinden, maar ook in Nederland bestaan talloze genadeoorden (bedevaartplaatsen).

 

 

 

Mariakapelletjes in de Nederlanden

 

Vooral in de van oudsher katholieke Nederlandse provincies Limburg en Brabant en in Vlaanderen kan men op veel plaatsen, vaak in oude stads- en dorpskernen maar ook verspreid over het platteland, kleine Mariakapelletjes aantreffen die door de plaatselijke bevolking, worden bezocht om een kaarsje op te steken en voor een moment van bezinning. Deze bevinden zich in Vlaanderen zeer vaak onder of bij een oude boom, op de plaatsen waar ooit in voor-christelijke tijden een boomheiligdom was.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Wat ongelovigen nooit zullen begrijpen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Heilige Geest is de Geest van God die zich openbaart in de wedergeboren volgelingen van Jezus Christus. Hij is de geestelijk plaatsvervanger van Jezus hier op aarde, nadat Jezus zelf uit de dood is opgestaan en opgevaren is naar de hemel.

 

 

De Helige Drievuldigheid: God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 


De Heilige Geest is geen vage afschaduwing van Jezus, evenmin een tastbare kracht. Hij is een onderdeel van de Enige, naast God de Vader en God de Zoon. Het is aan een niet-gelovige praktisch onmogelijk uit te leggen wat Hij bewerkstelligd en hoe Hij werkt door volgelingen van Jezus heen. Wanneer je zelf Gods Geest ervaart weet je hoe Zijn Geest werkt, Hij geeft je op een onvatbare manier rust, zekerheid, onderricht, vrijmoedigheid en blijdschap. Maar hoe dat nu uit te leggen? Hoe iets uit te leggen wat niet van deze wereld is? Iets wat niet bedoeld is om tastbaar te zijn voor deze wereld?

 

 

Jezus legde het als volgt aan Zijn discipelen:

 

“Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere
pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn:
de Geest van de waarheid. De wereld kan hem
niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent
hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont
in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als
wezen achter, ik kom bij jullie terug.”

Johannes 14:16-18

 

 

De Geest leert je het onderscheid te maken tussen wat goed en wat fout is. Hij geeft je inzicht in je eigen zonden en Hij doet je beseffen dat er zonder Jezus geen weg naar de hemel is. Dat er buiten Jezus geen enkele rechtvaardiging is dat wij met onze zonden maar in de buurt kunnen komen van God de Vader. En de Heilige Geest is het die jou vrijmoedig maakt om openlijk, en in blijdschap en zonder schaamte, over Jezus te kunnen getuigen.

 

 

Jezus kwam dichterbij en zei tegen hen:

 

“Ik heb
alle macht in hemel en op aarde gekregen.Ga
er daarom op uit om alle volken tot mijn discipelen
te maken. Doop hen in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen
altijd te doen wat Ik u heb gezegd. En vergeet dit
niet: Ik ben altijd bij u, tot het einde van de tijd.”


Mattheüs 28:18-20

.

.

God is Vader, Zoon en Heilige Geest. En toch is Hij 1, Hij is echat (het hebreeuwse woord voor één). Ter verduidelijking: je kunt het misschien enigzins vergelijken met de zon. Hij is werkelijk daar, te zien voor iedereen: groot en rond, met andere menselijke woorden: de bron van het leven op aarde. Daarnaast geeft deze bron licht en warmte af. In dit vergelijk kun je het zien als de bron / zon = God de Vader, het licht = Jezus de Zoon en de warmte = de Heilige Geest.

 

 

Wanneer iemand wedergeboren wordt door het geloven in Jezus als de Messias, zal God door Zijn Geest, de Heilige Geest, in hem of haar komen wonen.

 

Maar allen die Hem wel aanvaard hebben,
heeft Hij het recht gegeven kinderen van God
te worden. Door geloof in Zijn naam worden
zij opnieuw geboren, natuurlijk niet als mens,
maar geestelijk uit God.

Johannes 1:12-13

 

 

 

Zoals Jezus het zelf zegt is het zelfs een bittere noodzaak om wederomgeboren te worden:

 

“Toch is het zoals Ik zeg. Als iemand na
zijn natuurlijke geboorte niet ook
geestelijk geboren wordt, kan hij
onmogelijk in het Koninkrijk van God
komen. Uit mensen komt menselijk
leven voort, maar uit de Geest van God
komt geestelijk leven voort.”

Johannes 3:5-6

 

 

 

De Heilige Geest heeft kennis over God
die wij alleen via de Heilige Geest te
weten kunnen komen: Zoals alleen de
geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de
Geest van God wat er in God is.


1 Corinthiërs 2:11

 

 

 

Een belangrijke taak van de Heilige Geest is dat Hij getuigt over Jezus Christus. Hij getuigt, onderwijst en geeft inzicht over de waarheid van Jezus de Messias:

 

“Als Ik bij de Vader ben, zal Ik mijn
Plaatsvervanger sturen. Dat is de Heilige
Geest, de bron van alle waarheid. Hij komt
uit de Vader en zal u alles over Mij vertellen.”
Johannes 15:26

Maar als de Heilige Geest komt, zal Hij u
de weg wijzen naar de volledige waarheid.
Wat Hij u zal zeggen, heeft Hij niet uit
Zichzelf, maar Hij geeft door wat Hij hoort.
Hij zal vertellen wat er in de toekomst gaat gebeuren.
Door u te vertellen wat Hij van Mij hoort, zal Hij Mij grootmaken.

Johannes 16:14

 

 

 

Dat staat ook in de Boeken: “Wat niemand heeft
gezien, niemand heeft gehoord en wat niemand
ooit bedacht, dat heeft God allemaal klaar voor
hen, die Hem liefhebben.”

God heeft het ons door de Geest duidelijk gemaakt.
Want voor de Geest is niets verborgen, zelfs het
diepste wezen van God niet.
Zoals alleen de geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de Geest van God
wat er in God is.

En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen,
maar de Geest van God om zo te weten wat God ons
in genade gegeven heeft. Daarover spreken wij dan
ook niet met menselijke welsprekendheid, maar met
woorden die de Geest ons ingeeft.

Wij gebruiken dus de woorden van de Geest om de
gedachten van de Geest over te brengen. Maar iemand
die niet gelovig is (de natuurlijke mens) heeft geen oog
voor wat de Geest van God doet. Voor hem is dat allemaal
onzin. Hij begrijpt er niets van, omdat het alleen geestelijk
te doorzien is.

1 Corinthiërs 2:9-14

 

 

De Geest onthult Gods wil en Gods waarheid voor een christen, met als doel Gods karakter in toenemende mate door het leven van een gelovige heen te laten schijnen. En wel op zo’n manier dat duidelijk blijkt dat we dat onmogelijk zelf kunnen doen.

 

 

De Heilige Geest geeft het karakter van een wedergeboren christen liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, mildheid, trouw, tederheid en zelfbeheersing.


Galaten 5:22

 

 

In plaats van proberen liefdevol en geduldig te zijn, vraagt God ons om volledig op Hem te vertrouwen teneinde Hij zelf deze kwaliteiten en eigenschappen in ons leven kan geven. Ons volledig, in vertrouwen, open te stellen voor Hem, onze Schepper die zoveel liefde voor ons heeft. Daarom wordt, o.a. in Galaten 5:25, ons christenen gezegd ons te laten leiden door, en zodoende vol te zijn van, de Geest (Efeze 5:18).

 

 

De ware – en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Heilige Geest heeft ook een belangrijke taak ten opzichte van niet-gelovigen.

 

 

Hij is het die de harten van de mensen overtuigt van eigen zonde. Dat wij Gods vergeving nodig hebben en dat dit alleen te vinden is door het offer van Jezus. Dat Hij voor onze plaats gestorven is, voor onze zonden en voor het oordeel dat anders ieder mens had getroffen. Dit oordeel dat nu voorbijgaat aan een ieder die zijn vertrouwen op de Messias Jezus gesteld heeft.

De Heilige Geest klopt op onze harten en vraagt ons elke keer weer, met een liefdevol geduld, om ons te bezinnen, onze zonden te belijden en ons te keren naar God onze Vader voor vergeving van onze fouten en een nieuw leven met Hem te beginnen. Een leven die eeuwigdurend en vol van Zijn liefde zal zijn.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Jezus en Maria volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

In deze bijdrage overlopen we hoe de drie monotheïstische godsdiensten (dwz de drie godsdiensten die in de Ene God geloven – het jodendom, chirstendom en de islam) denken over Jezus.

 

 

MariaIcoon

.

.

.

Islam

 

Volgens de islam is Jezus een machtig profeet van God. De islam leert dat er duizenden profeten geweest die allemaal hetzelfde geloof brachten, voor de noden van hun specifieke gemeenschap. Zo waren er bijvoorbeeld de profeten Abraham, Mozes, David en Jezus. Daarna kwam er volgens de islam nog één en meteen de laatste profeet, met name de profeet Mohammed. Met hem werden de openbaringen van God (in het Arabisch: Allah) aan de hele mensheid voltooid. Volgens de meeste moslims kunnen nu geen Profeten meer komen.

.

Eén van de geloofsartikelen van de islam, is het geloof in alle profeten van God en in de aan hen geopenbaarde Heilige Boeken. Dit betekent dat iemand die niet in het profeetschap van Jezus gelooft, dus ook geen moslim kan zijn. Moslims beschouwen Jezus echter niet als (zoon van) God. Volgens de islam is het onmogelijk dat een mens God kan zijn. Dat gaat in tegen het centrale geloofspunt dat er geen god is dan God.

.

Zeg: “Hij is God, als enige. God de bestendige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en nieti is aan Hem gelijkwaardig.” (Koran 112:1-4)
.

Net zoals de christenen, geloven moslims in de maagdelijke verwekking van Jezus. Beiden delen ook het geloof dat Jezus levend in de hemel is en van daar zal weerkeren. Volgens moslims is Jezus echter niet gekruisigd en is hij dus ook geen drie dagen dood geweest. Moslims geloven dat God ervoor gezorgd heeft dat iemand die op Jezus leek gekruisigd werd. Later is Jezus levend ten hemel opgenomen.

.

Zoals uit volgende voorbeelden blijkt, worden Jezus (Arabisch: Isa) en zijn Moeder Maria (Arabisch: Maryam, Mariam, Meriam) in de Koran vele malen eervol vermeld. Een hoofdstuk van de Koran draagt zelfs als titel de naam ‘Maryam’. En sommige moslims aanzien ook Maria als een Profeet.

.

“En toen de engelen zeiden: ‘ O Maria, God heeft jou uitverkoren en jou rein gemaakt en Hij heeft jou uitverkoren boven de vrouwen van de wereldbewoners. O Maria, wees jouw Heer onderdanig en buig je eerbiedig voor Hem neer (in gebed) en buig met de buigenden’ … Toen de engelen zeiden:
.
‘O Maria, God kondigt jou een woord van Hem aan, wiens naam zal zijn de Messias, Jezus zoon van Maria. Hij zal in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals in hoog aanzien staan en behoren tot hen die in de nabijheid [van God] zijn. Als kind en als volwassene zal hij tot de mensen spreken en hij zal een van de rechtschapenen zijn’.
.
Zij zei ‘Mijn Heer, hoe zou ik een kind krijgen, terwijl geen mens mij aangeraakt heeft.’ Hij zei: ‘Zo is het. God schept wat Hij wil. Wanneer Hij iets beslist, dan zegt Hij er slechts tegen: “Wees! en het is.” En God zal hem het Boek, de Wijsheid, de Taura (de Wet) en de Bijbel onderwijzen. ‘ (Koran 3:42-48)
.
“En God zal hem als een gezant tot de Israëlieten zenden, om te zeggen: “Ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer: dat ik voor jullie uit klei iets als de vorm van een vogel zal scheppen, er dan in zal blazen en dat het dan met Gods toestemming een vogel zal zijn. Dat ik blindgeborenen en melaatsen zal genezen en doden levend maak, met Gods toestemming…” (Koran 3:49)
.
“… Wij hebben Jezus, de zoon van Maria, de duidelijke bewijzen gegeven en hem gesterkt met de heilige geest. Maar telkens als er een gezant tot jullie komt met iets wat jullie niet zint, zijn jullie dan niet hoogmoedig? Dan betichten jullie sommigen van leugens en anderen doden jullie”(Koran 2:87)
.
“Zeg: ‘Wij geloven in God, in wat naar ons is neer gezonden en in wat naar Abraham, Ismaïl, Isaac, Jacob en de stammen is neer gezonden en in wat aan Mozes en Jezus is gegeven en in wat aan de profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen, en wij hebben ons aan Hem overgegeven.'” (Koran 2:136)
.
.
.
.

Jodendom

 

Joden erkennen Jezus niet als zoon van God. Ze erkennen ook het Jezus als profeet niet. Volgens hen was Jezus ook geen Messias. Joden wachten nog altijd op de komst van de messias. Sommige Joden menen dat ze door eigen handelingen de komst van de messias kunnen bespoedigen, anderen menen dat dit niet het geval is.

 

.

Christendom

 

Na het leven van Jezus ontstonden er verschillende strekkingen in het christendom. In het jaar 325 na Christus behaalde de strekking van Paulus het overwicht en werd op het Concilie van Nicea beslist dat Jezus zelf God en Zoon van God was. Het Concilie vestigde meteen ook de doctrine van de Heilige Drievuldigheid. Het christendom vereerde Jezus voortaan tegelijk als God en Zoon van God. Maria wordt vereerd als de Moeder van Jezus, de Moeder van God.

.

.

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING VAN SATAN,

ALS ENGEL VAN HET LICHT,

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

                                                           

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Gebed: Het Onze Vader en de vergeving

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het Onze Vader

 

1.Onze Vader,

2.die in de Hemelen zijt,

3.geheiligd zij Uw Naam,

4.Uw Rijk kome,

5.Uw Wil geschiede op aarde als in de Hemel.

6.Geef ons heden ons dagelijks brood

7.en vergeef ons onze schulden,

8.gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren

9.En leid ons niet in bekoring

10.maar verlos ons van het kwade.

Amen.

 

 

Het Onze Vader is het meest verbreide christelijke gebed en dateert uit de eerste eeuw. Het gebed richt zich tot God en is volgens het evangelie door Jezus Christus zelf aan zijn volgelingen geleerd.

 

Men vindt het gebed in de bijbel in Matteüs 6: 9-13 bij de bergrede en in Lucas 11: 2-4. De oudste teksten van het Onzevader die zijn overgeleverd, zijn geschreven in het Koinè-Grieks. Katholieken in Nederland gebruiken een andere vertaling dan katholieken in Vlaanderen. Het hierboven vertaalde gebed is de versie van Matteüs.

 

 

.

.

Waarvoor bidt men?

 

  • De eerste 5 regels gaan over God. Hij is onze Vader, hij woont in de hemel, zijn naam is heilig, er komt een nieuw samenstel van dingen zonder zonden en hij is de soevereine heerser over het zichtbare en onzichtbare.
  • In regel 6 vraagt de bidder God om hem te geven wat hij in het dagelijkse leven nodig heeft.
  • De volgende twee regels gaan over vergeving vragen en vergeving geven.
  • De voorlaatste zin van het gebed is doeltreffend wanneer men in een crisis situatie verkeerd waarbij men de nabijheid van het boze voelt. De duivel zal wijken bij het bidden van het Onze Vader.
  • In de laatste regel geeft de mens toe dat hij onder invloed staat van het  kwade. Hij vestigt zijn hoop op God om ooit definitief van het boze verlost te worden.

 

 

 

De noodzaak van vergeving

 

In het Onze Vader bidt men om vergeven te worden en vergeving te geven. Het zijn belangrijke voorwaarden om eeuwig leven te bekomen.

 

 

 

De gelijkenis van de slaaf die niet wilde vergeven (Matteus 18: 21-35)

 

 

Wat aan de gelijkenis vooraf ging:

 

Jezus had richtlijnen gegeven wat de christen moest doen als zijn broeder zondigt ( Matteus 18: 15-17 ).
De bedoeling hiervan is dat de schuldige door zachtmoedigheid de noodzaak van berouw en bekering zal inzien.

“Toen kwam Petrus bij Hem en zeide: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal” ( Matteus 18: 21-22 ).

 

Vergeving vragen en vergeving schenken is één van waardevolste dingen die het leven kent, maar ook één van de moeilijkste.

 

– hoe moeilijk is het niet om vergeving te vragen ( bang voor vernedering en afwijzing )
– hoe moeilijk is het niet om vergeving te schenken ( bang om opnieuw gekwetst te worden )
– mensen zijn vaak in hun eer, gevoel en waarde gekwetst.
– mensen ervaren het geven van vergeving als een teken van zwakte.

 

 

Er zijn steeds 2 partijen, zij die vergeving moeten schenken en zij die vergeving nodig hebben.

 

-Daar waar geen vergeving is, houden relaties op te bestaan.
-Daar waar geen vergeving is, is wrok, verbittering en haat.
-Daar waar geen vergeving is, is verdriet en onverdraagzaamheid.

 

 

 

De  ‘wanneer’  vragen bij vergeving

 

-Wanneer is de maat vol? Wanneer is de grens bereikt?
-Wanneer moet ik niet meer vergeven omdat diegene die tegen mij zondigt het niet verdient?
-Wanneer moet ik zeggen ‘nu ben je te ver gegaan, mijn grens is bereikt’?
-Wanneer moet ik zeggen ‘ik kan je niet meer vergeven’?
De mens heeft de neiging om wraak te nemen voor het onrecht dat hem wordt aangedaan en noemt het dan rechtvaardigheid. Wat zei Jezus over hen die tegen Hem zondigden? ( Lukas 23: 34 ).

 

 

 

Hoe mensen soms omgaan met iemand die zondigt

 

– frontale aanval:  ‘gij grote zondaar’
– blij zijn als de persoon die jouw heeft gekwetst, onheil meemaakt
– de persoon negeren
– de zonde negeren
– een roddelcampagne beginnen, plannen maken over hoe je hem/haar terug kan pakken
– vormen van partijschappen

 

 

 

De gelijkenis

 

Het Koninkrijk der hemelen is te vergelijken met een koning die afrekening wilde houden met zijn slaven.

 

 

 

 

 

De slaaf en zijn heer

 

Toen hij daarmee begon werd een slaaf voor hem geleid die hem 10.000 talenten schuldig was.
Omdat hij het niet kon betalen, beval zijn heer om hem, zijn gezin en zijn bezit zou worden verkocht opdat er zou kunnen worden betaald. De slaaf wierp zich smekend voor hem en zei ‘Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen’. De heer kreeg medelijden met hem en liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt.

 

 

 

De slaaf en zijn medeslaaf

 

De slaaf ging weg en ontmoette een medeslaaf die hem 100 schellingen schuldig was, hij greep hem bij de keel en zei ‘Betaal wat gij schuldig zijt’. De medeslaaf wierp zich voor hem en verzocht hem met aandrang ‘Heb geduld met mij en ik zal u betalen’. Maar hij wilde niet en zette hem gevangen totdat hij het verschuldigde zou hebben betaald.

 

 

 

De reactie van de heer

 

De medeslaven zagen wat er was gebeurd en werden verdrietig en vertelden hun heer hetgeen er was gebeurd.
De heer ontbood de slaaf en zei ‘Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend hadt gevraagd. Hadt ook gij geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ook ik medelijden had met u?’ De meester werd toornig en gaf hem in de handen van folteraars, totdat hij het beschuldigde zou hebben betaald.

 

 

Conclusie:

 

“Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft” ( Matteus 18: 35 ). “Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren”( Handelingen 3:19 ).

Vergeving is het middel waarmee we datgene dat kapot is gemaakt, terug in orde kunnen maken. De mens bezit over het vermogen om tegelijk te kwetsen en om te helen. Vergeving geeft je de vrijheid om lief te hebben, terwijl het niet geven van vergeving relaties vernietigd.

Wanneer wij worden gekwetst doen we vaak het tegenovergestelde van wat Jezus beveelt. We keren ons vaak tot haat, wrok, roddel en vergelding. De heer vergaf de schuld van de slaaf volledig, maar hij verwachtte wel dat de slaaf hetzelfde zou doen!

 

 

 

 

 

Lukas 17:3-4.

 

Wanneer wij elkaar vergeven en de houding hebben om te willen vergeven dan ontnemen wij satan zijn macht! Vergeven betekent om de schuld niet tegen de ander te houden, maar om deze van harte kwijt te schelden.

 

 

 

Efeziërs 4:32-5:1-2

 

“Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft. Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk”.

Wanneer we geconfronteerd worden met moeiten om een broeder of zuster te vergeven, laten we dan kijken naar de vergeving die God jou heeft geschonken. Christus vergeeft veelvoudig! Vergeet daarbij niet dat God een oordeelt velt over hen die niet bereid zijn om te vergeven.

 

 

 

1 Timoteus 1:12-13

 

“Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven”.

 

 

 

Matteus 6:14-15.

 

Hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en zal ik hem vergeven? ALTIJD!

 

 

 

Hebreeën 10:17

 

Wat wij van God willen is dat Hij ons altijd vergeeft, God gedenkt onze zonden niet meer.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA