Tagarchief: zonde

Wat is bekering?

Standaard

categorie : religie

 

.

Bekering is een algehele verandering van iemands levensrichting: een afkeer van het kwaad en een omkeer tot God, om Hem te gehoorzamen en te dienen. God wil dat we ons tot Hem bekeren en geloven in Zijn Zoon, Jezus Christus, de verlosser. Bekering gaat daarom gepaard met geloof in Jezus Christus. Bekering gaat ook samen met een geestelijke wedergeboorte, de onzienlijke kant van dezelfde ingrijpende levensgebeurtenis. Bekering geeft God gelegenheid en reden om vergeving van zonden, het eeuwige leven en de gave van de Geest te schenken. Bekering leidt tot een blijvende verandering ten goede: vrucht dragen, goede werken doen.

 

 

christelijk-geloof-verlossing

 

 

 

Noodzaak

 

De mens is een zondaar, die, om behouden te worden van Gods oordeel over de zonde en het eeuwige leven te beërven, bekering nodig heeft. De twaalf leerlingen die de Heer Jezus uitzond predikten ‘dat men zich moest be-keren’ (Marc. 6:12).


Mr 6:12 .En zij vertrokken en predikten dat men zich moest bekeren.

 

In het oude- en nieuwe testament wordt deze eis gesteld om weer met God in gemeenschap te komen en ontrukt te worden aan het dreigende oordeel. De grondslag hiervoor is gelegd door het werk van Christus aan het kruis volbracht.

.

 

 

Bekering van

 

Wie zich bekeert, bekeert zich van iets: van de geestelijke en zedelijke duisternis, van de macht van Satan.

Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij.

De bekeerling is zich niet altijd bewust van de macht van de satan of van de duisternis waarin hij zich bevond. Hij breekt met een slecht leven of met een slechte praktijk en wil met Jezus een nieuw begin maken. In de ogen van de Heiland is er meer aan de hand: wie zich bekeert, keert zich af van de duisternis en van de macht van satan.

.

 

 

Bekering tot

 

De waarachtige bekering is een bekering tot God. De door de zonde verstoorde verhouding tot een heilige en rechtvaardige God wordt door de bekering hersteld. Wie zich bekeert treedt tot God in een nieuwe betrekking. Het is alsof een verloren zoon thuis komt bij zijn vader, die in liefde naar zijn kind uitzag. Bekering is een relationele verandering die leidt tot een persoonlijk kennen en omgaan met God.

De Godsgezant Paulus betuigde de bekering tot God:

Hnd 20:21 terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde.

 

.

Ook de Heer Jezus, die aan Paulus verscheen, spreekt van bekering tot God:

Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij.

 

.

Bekering tot God gaat gepaard met het aanroepen van God, het berouw hebben over zonden, het erkennen/belijden van zonden en het geloven in de Heer Jezus Christus (Hand 2:21). Wie zich bekeert, neemt zich voor verkeerde dingen  voortaan na te laten en wendt zich tot God met erkenning van persoonlijke zonden.

 

 

4234137

 

 

 

In- en uitwendig.

 

Deze ommekeer dient een hartezaak te zijn, niet slechts uitwendig: niet alleen een uitwendige gedragsveran-dering of een woordelijke belijdenis:

Hnd 3:19 Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van verkwikking komen van het aangezicht van de Heer

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.

Deut. 30:2 En gij zult u bekeren tot den Heere God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.

 

.

Soms wordt in de Bijbel over bekering gesproken als over een inwendige verandering; soms echter ook over een uiterlijk zichtbare verandering en ook wordt van een inwendige én uitwendige ommekeer melding gemaakt. De verandering bij een bekering is zowel uitwendig als inwendigeen andere weg inslaan alsook andere gedachten of gezindheid aannemen:

 


Jes 55:7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den Heere zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.

 

.

geloof-beproeving

 

.

 

 

Gods werk vóór de bekering

 

De bekering is een antwoord op Gods werk aan het hart en geweten van een mens. Door middel van woorden (van christenen, uit de Bijbel), ontmoetingen, gebeurtenissen of omstandigheden spreekt God de mens aan. Evangelisten en andere christenen brengen de boodschap van de verlossing door Christus, gepaard met de oproep tot bekering en geloof.

.

 

 

Onze verantwoordelijkheid

 

Bekeren is iets dat wijzelf moeten doen. God werkt, doch de mens moet ook iets doen, hij moet zich bekeren. Wij kunnen ons er niet aan onttrekken met te zeggen: ‘God bekeert mij (nog) niet’. We moeten niet op God wachten voor onze bekering. Integendeel, God wacht op ons tot wij ons bekeren. God geeft tijd en na onze bekering vergeeft hij. De menselijke en goddelijke werkzaamheden komen in de volgende verzen naar voren:

 

Opb 2:21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd.

Jer 36:3 Misschien zullen die van het huis van Juda luisteren naar al het onheil dat Ik hun denk aan te doen, zodat zij zich bekeren, ieder van zijn slechte weg en Ik hun ongerechtigheid en hun zonden zal vergeven.

Mt 13:15zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen.

 

.

 

Gevolg van de bekering

 

Het gevolg van Godswege voor de bekeerling is de ondervinding van Gods ontferming, de vergeving en uitwissing van zonden, de gave van van Heilige Geest en een eeuwig hemels erfdeel.

Jes 55:7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot de HEER, zo zal Hij Zich over hem ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldig.

Hnd 3:19 Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van verkwikking komen van het aangezicht van de Heer

Hnd 2:38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.

 

God wil iedere berouwvolle bekeerling vergeving van zonden schenken, zodat de gemeenschap met Hem weer wordt hersteld en de mens opnieuw, door de Heilige Geest, in staat is Hem van harte te dienen.

 

.

 

Na de bekering de doop

.

Op de bekering hoort de doop te volgen.

 

Hnd 2:38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.

 

 

doopl1

.

 

.

Levensverandering

 

Bekering leidt tot een verandering in denken, willen, voelen en gedrag. De nieuwe levenswijze vloeit deels op ‘natuurlijke’ wijze voort uit de nieuwe natuur die de gelovige door de wedergeboorte ontvangt en uit het ver-nieuwende werk van God. Zo moet de bekeerling gevolg geven aan zijn bekering en zich gedragen de bekering waardig. Bekering moet door gehoorzaamheid aan God leiden tot een andere levensstijl.

 

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.

Mt 3:8 Brengt dan vrucht voortde bekering waardig;

Tit 2:11 -14 Want de genade van God, heilbrengend voor alle mensen, is verschenen
en onderwijst ons, dat wij met verzaking van de goddeloosheid en de wereldse begeerten ingetogen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige eeuw,
in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede werken

1Th 1:8-10 Want van u uit heeft het woord van de Heer weerklonken, niet alleen in Macedonië en in Achaje, maar in elke plaats is uw geloof jegens God uitgegaan, zodat wij daarvan niets hoeven te zeggen; want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn.

 

Miljoenen hebben, door Gods Geest en door Zijn woord bewerkt, de wondere uitwerking van deze verandering ervaren en gaan als gelukkige mensen door het leven, zij het niet zonder struikeling of strijd. Met de jongste zoon uit de gelijkenis van Luk. 15 delen zij in de vreugde “verzoend te zijn met God” en een plaats te hebben in het huis des Vaders.

 

.

 

Blijdschap in de hemel

 

Voor God is de bekering van een mens een grote, vreugdevolle verandering, zoals de Heer Jezus duidelijk maakt in de gelijkenis van de verloren zoon:

 

Lu 15:24 want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen vrolijk te zijn. 

 

 

.

Noodzakelijk voor ieder mens

 

De bekering tot God, met het geloof in Jezus Christus, is nodig voor de joden en voor de andere volken, dus voor alle mensen en is nog noodzakelijk voor ieder mens, of hij religieus is of niet. Immers, er is niemand die wegens zijn zonde van nature voor God kan bestaan. Zoals Gods gezant Paulus zegt:

 

Hnd 20:21 terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde. 

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damascus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.

 

 

geloof-en-wetenschap

.

 

 

Bekering + geloof = behoudenis

 

Bekering dient samen te gaan met geloof in Jezus Christus. Bekering + geloof = behoudenis. Deze behoudenis omvat werkelijk veel heil en zegen. In onderstaande tabel worden bekering en geloof naast elkaar geplaatst en nader verduidelijkt:

 

.

Bekering + geloof = behoudenis
Erkennen tegenover God dat het niet goed zit met je, dat je gezondigd hebt.

Je afkeren en bereid zijn je af te keren van wat slecht is en je keren tot God.

Willen breken met verkeerde gewoonten.

Bekering betekent dat je een ander, een nieuw leven wilt gaan leiden met God.

Bekering is afslaan van een weg zonder God, invoegen op een weg met God.

 Je vertrouwen vestigen op Jezus. Je waagt het met Hem.

God op zijn Woord nemen.

Geloven dat God ook jou wil redden van je zonden en daarvoor Zijn Zoon heeft gegeven.

Een aanbod, een geschenk aannemen uit de handen van God.

Jezelf aan God overgeven.

Rusten in een werk dat volbracht is.

“Dank u wel” zeggen tegen God” voor het werk dat Jezus aan het kruis heeft volbracht.

Niet verloren gaan.

Niet in het oordeel van God komen.

Vergeving van zonden.

Uitwissing van zonden.

Kind van God geworden.

Een nieuwe schepping.

Een eeuwig erfdeel in de hemel.

Gemeenschap en omgang met God.

 

 

 

Bekering en het Koninkrijk van God

 

De oproep tot bekering klinkt in het Nieuwe Testament al vóór het verlossingswerk dat Jezus Christus aan het kruis volbracht. Het was een onderdeel van de verkondiging van het evangelie van het Koninkrijk van God. Het goede nieuws (‘evangelie’) dat het Koninkrijk van God nabij was gekomen werd verkondigd door Johannes de Doper en daarna door Jezus Christus.

De bekering moest niet zonder gevolg zijn, maar tot een blijvende verandering ten goede leiden: vrucht dragen, goede woorden en daden voortbrengen. Johannes de Doper zei:

 

Mt 3:8  Brengt dan vrucht voort, de bekering waardig;

De oproep tot bekering ging gepaard met de oproep om te geloven in het goede nieuws (evangelie) van het Koninkrijk:

Mr 1:14-15  Maar nadat Johannes was overgeleverd, kwam Jezus naar Galilea en predikte het evangelie van het koninkrijk van God en zei: De tijd is vervuld en het koninkrijk van God is nabij gekomen; bekeert u en gelooft in het evangelie.

De Koning werd echter verworpen en gekruisigd. Doch God maakte hiervan een verlossingswerk. Aan het kruis droeg Jezus onze zonden en onderging de straf over onze zonden. Wie zich bekeert tot God en in Zijn Zoon Jezus gelooft, wordt overgebracht in het koninkrijk van de Zoon.

Col 1:12-14  terwijl u de Vader dankt, die u bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan het erfdeel van de heiligen in het licht; die ons gered heeft uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde,  in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.

Door de bekering komt men op een ander terrein, het terrein van het Koninkrijk van God.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Advertenties

Leerstellingen in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 17 Grote leerstellingen van de bijbel

.

In dit hoofdstuk zullen we enkele grote leerstellingen van de Bijbel onderzoeken. Al deze woorden komen dikwijls voor in de Bijbel en in Bijbelstudies. Soms lezen we ze zo dikwijls, dat we niet meer gaan nadenken over wat ze betekenen. En het kan gevaarlijk zijn te vertrekken van een verkeerd of onduidelijk begrip van wat ze betekenen. Zelfs als we denken nogal goed te weten wat sommige van die woorden betekenen, is het geen slecht idee deze termen af en toe eens opnieuw van nabij te onderzoeken.. Het is altijd mogelijk iets meer erover te leren of ons huidig begrip ervan te verrijken.

 

.

A. HET AVONDMAAL

Zoals een officiële feestdag herinnert aan bijzondere gebeurtenissen, is het Avondmaal een herinneringsmaaltijd, waarbij de Christenen belangrijke gebeurtenissen uit het verleden herdenken (1 Korintiërs 11:23-26). Vandaag gebruiken Christenen het Avondmaal om te gehoorzamen aan Jezus’ verzoek en aldus Zijn dood op het kruis te herdenken. Het brood stelt het lichaam van Jezus voor en de wijn of druivensap Zijn bloed. Die gebeurtenissen worden herdacht, omdat het daardoor is dat God ons vergeven heeft en de Gemeente heeft opgericht. Drie andere punten zijn belangrijk.

  • Ten eerste, het Avondmaal is niet alleen een terugblik op Jezus’ dood. We eten het op de eerste dag van de week (Handelingen 20:7), de dag waarop Jezus uit het graf werd opgewekt (zie Opstanding). We weten dat Jezus opgewekt werd en nog altijd leeft en met die maaltijd verheerlijken we Zijn opstanding, zowel als Zijn dood.
  • Ten tweede, gebruiken de Christenen het Avondmaal samen. Wij zijn Gods familie en hebben elkaar lief (1 Korintiërs 10:17).
  • Ten derde, wanneer we het Avondmaal eten kijken we verlangend uit naar de tijd, wanneer Jezus zal terugkeren en bij Zijn familie zal zijn (1 Korintiërs 16:22).

 

 

laatste-avondmaal-pascha

 

.

 

B. CHRISTUS

Het woord ‘Christus’ komt van het Grieks, ‘christos’, dat betekent ‘gezalfde’ (zie Messias). Vroeger werden koningen en andere belangrijke mensen ‘gezalfd’ (1 Samuël 10:1, 16:1-13) om aan te tonen dat ze speciaal werden uitgekozen door God. Jezus wordt de Christus genoemd, omdat Hij Gods uitverkoren Zoon is, door wie God de wereld redt (Handelingen 10:38).

 

 

christus-de-gerechtigte

 

.

 

C. DE DOOP

Het woord ‘doop’ is de vertaling van het Grieks ‘baptizo’, dat betekent iets of iemand ‘in of onderdompelen in water.’ De eerste Christenen werden gedoopt – ondergedompeld in water – omdat ze Jezus Christus aanvaardden als Gods Zoon. De doop wordt toegepast om te gehoorzamen aan Jezus’ gebod te dopen (Mattheus 28:16-20 en Marcus 16:15-16). Door de doop, schenken we onszelf aan God en door onze daden bevestigen we dat we niet zelfzuchtig willen leven, maar zoals Christus het wil. Bij het dopen gebeuren er 4 belangrijke dingen.

  • Ten eerste, worden onze zonden door God weggenomen. De schuld van voorbije slechte daden wordt vergeven – weggewassen – door de doop (Handelingen 2:38).
  • Ten tweede, komt de Heilige Geest van God, dezelfde Geest die Jezus uit het graf liet opstaan, in ons wonen (Romeinen 8:11 en Handelingen 2:28) (zie ook ‘Opstanding’ en ‘Heilige Geest’}. De Geest die in de Christen leeft, helpt hem in zijn dagelijkse leven, geeft hem de sterkte niet te zondigen en helpt hem tot God te bidden (Romeinen 8:26).
  • Ten derde, wordt de gedoopte persoon bij de doop bij de Gemeente gevoegd. Het wordt zijn nieuwe familie van broeders en zusters.
  • Ten vierde, wordt de doop de ‘nieuwe geboorte’ genoemd en de Christen ‘een nieuwe schepping’ (2 Korintiërs 5:17) niet alleen omdat de gedoopte persoon in een nieuwe familie wordt geboren, maar ook omdat hij bij de doop zijn leven herbegint. In die zin is het belangrijk in te zien dat de doop geen einde, maar een begin is van het nieuwe opwindende leven van de Christen met God en de mensen.

 

.

doop%20van%20een%20kind

 

.

 

D. EREDIENST

Eren is dienen. Wanneer we God eren, dienen we Hem. We eren God op twee manieren.

  • Ten eerste eren we God, wanneer we elke dag leven zoals God het wil en Hem welgevallig zijn (Romeinen 12:1-2).
  • Ten tweede, eren we God wanneer we met onze familie en anderen samenkomen om God te eren met het zingen van liederen, het lezen uit de Bijbel en door tot Hem te bidden.

.

.

642595045erdienst

 

.

 

E. HET EVANGELIE

Dit woord betekent ‘goed nieuws’. Het Christelijke Evangelie is het goede nieuws van wat God voor ons gedaan heeft door Zijn Zoon, Jezus. Jezus heeft ons Gods liefde getoond door Zijn leven en Zijn dood op het kruis, waaraan Hij stierf  voor onze zonden (zie ‘Kruisiging’). Verder toont Zijn opstanding (zie ‘Opstanding’) ons Gods macht en liefde, die de dood en de zonde overwint. Het Evangelie is goed nieuws, omdat het ons vertelt dat God ons liefheeft, ons vergeving schenkt, en ons ook uit net graf zal opwekken, om voor eeuwig met Hem te leven.

 

 

cuthbert-evangelie-gr

 

.

 

F. GEBED

Bidden is communicatie hebben met God. Dikwijls denken mensen dat het gebed vooral bedoeld is om God gunsten te vragen. Vragen is echter slechts een deel van het gebed, net zoals het maar een deel is van gesprekken met onze vrienden. Bidden omvat ook God eren, Hem bedanken, ons onderwerpen aan Zijn wil en Hem onze vergissingen vertellen. Omdat Hij ons liefheeft wenst God dat we met Hem zouden praten. En omdat Hij ons liefheeft, beantwoordt Hij onze gebeden ook.

 

 

112-f2887f53731ad3cb1633570407d90979gebed

 

.

 

G. GELOOF

Geloof is een van de hoofdthema’s in de Bijbel. Geloof betekent ongeveer hetzelfde als ‘vertrouwen.’ Wanneer we in iemand geloven, vertrouwen we die persoon. Kinderen geloven in hun ouders, omdat ze weten dat hun ouders hen liefhebben. Zo ook geloven we in God en vertrouwen we Hem, zowel als Jezus, omdat we Gods liefde voor ons kennen. De Bijbel vertelt ons over Gods liefde voor ons en dat Hij wil dat we in Hem vertrouwen zouden hebben.

Dat betekent echter niet dat we God altijd zullen begrijpen. Een klein kind verstaat misschien niet waarom het niet op straat mag spelen. En wij verstaan misschien ook niet altijd Gods wil, maar we weten dat Hij ons liefheeft en we vertrouwen Hem. We vertrouwen erop, dat Hij voor ons zal zorgen en de beloften zal houden, die Hij ons deed. Wanneer we spreken over ‘het geloof’ dan bedoelen we daarmee de waarheid die God ons gegeven heeft (Judas 3).

 

 

Ik Geloof

 

.

 

H. DE GEMEENTE

De Gemeente is een groep mensen, die door God werden samengebracht. De Gemeente is geen gebouw, alhoewel we soms spreken van ‘de Gemeente’ om het gebouw aan te duiden waar Christenen samenkomen voor de eredienst. De Gemeente werd door Christus gesticht en ze dient Hem (en ook God) door het Evangelie te prediken, erediensten te houden, anderen te helpen en een liefdevol leven te leiden.

 

 

bbs2gemeente

 

.

 

I. GENADE

Het woord ‘genade’ mag verstaan worden als liefhebbende goedheid. Genade beschrijft de wijze, waarop God ons liefheeft. Gods genade moet duidelijk begrepen worden als een liefde tot de mensen die blijft bestaan, ook wanneer de mensen ondankbaar zijn en zich tegen Hem keren. We zouden kunnen zeggen dat Gods genade onverdiende liefde is. God heeft ons lief, ook al verdienen we Zijn liefde niet. Gods genade is nog verbazender, wanneer we vaststellen dat Hij ons niet liefheeft omdat we goed of verdienstelijk zijn.

Hij houdt van ons opdat we goed zouden worden. De hele Bijbel is het verhaal van Gods genade, van Zijn trouwe, liefhebbende goedheid. Het hoogtepunt van dit verhaal is de dood van Jezus, (zie ‘Kruisiging’) waar Gods genade heel duidelijk word: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft” (Johannes 3:16).

 

 

genade-kruis-zondaar

 

.

 

J. DE HEILIGE GEEST

De Heilige Geest is de kracht, waardoor God vele van Zijn grote daden verricht. Het was door de Geest dat God het heelal schiep (Genesis 1:2). De grote leiders van Israël – Richters, Koningen en Profeten – kregen allen kracht en instructies van Gods Heilige Geest. De Heilige Geest was echter vooral werkzaam in het leven van Jezus, in Zijn onderricht en Zijn vele grote mirakels. Het was Gods Geest, die Jezus uit het graf heeft opgewekt (Romeinen 8:11) .

Vandaag doet de Geest vele dingen in de Gemeente. Hij werkt wanneer het goed nieuws (zie ‘evangelie’) word gepredikt (1 Thessalonissenzen 1:5 en 1 Korintiërs 2:4). De Geest is ook werkzaam wanneer iemand gedoopt wordt, (zie ‘doop’). De Geest komt in de gedoopte wonen. De Gemeente ontvangt sterkte en wijsheid van de Geest en Hij woont in de Christenen om hen te helpen te leven, zoals God het wil (Efeziërs 3:16).

 

 

De-Heilige-Geest3

 

.

 

K. DE KRUISIGING

Het woord ‘kruisiging’ komt natuurlijk van het woord ‘kruis.’ De kruisiging is de wijze, waarop Jezus vrijwillig de straf voor de zonden van alle mensen op Zich nam. De Kruisiging toont ons de liefde van God en Christus tot ons, een liefde die zo groot was, dat Hij bereid was onverdiende pijn en de dood te lijden. De kruisiging is een onderdeel van het Christelijke goede nieuws (zie ‘Evangelie’), omdat daaruit Gods grote liefde en vergevingsgezindheid blijkt.

 

 

kruisiging

 

.

 

L. LIEFDE

Liefde is de basis van het Christelijke geloof. God zelf is liefde (1 Johannes 4:8) en heeft door het leven en de dood van Jezus Christus bewezen dat Hij ons liefheeft (1 Johannes 4:9-10). Jezus toont Gods liefde, omdat Hij bereid was iets te geven, tot Zijn leven toe, voor ons welzijn (Romeinen 5:6-8). Omdat God en Jezus ons zo lief hebben gehad, moeten we de andere mensen liefhebben (1 Johannes 4:11). In feite is dit onze belangrijkst taak (Romeinen 13:8-10 en 1 Korintiërs 1:1-13).

Liefde is echter niet gewoonweg een gevoel, zoals de vreugde, die we ervaren met onze familie en onze vrienden. Liefde is de manier, waarop we handelen tegenover andere mensen. In die betekenis is liefde vriendelijk en hulpvaardig zij: voor andere mensen doen, wat we zouden willen dat zij voor ons doen (Lucas 10:25-37).

 

 

liefde

 

.

 

M. MESSIAS

‘Messias’ is het Hebreeuwse woord dat, betekent ‘de gezalfde (zie ‘Christus’). In het Oude Testament werden priesters, profeten en koningen allen door God gezalfd voor hun opdracht. De term ‘Messias’ kwam echter later om diegene aan te duiden, die verwacht werd om Gods vrede en redding voor alle mensen te brengen. Het Nieuwe Testament vertelt ons de komst van de langverwachte gezalfde of Messias. Hij is Jezus van Nazareth (Lucas 4:16-21 en Handelingen 4:17).

 

 

jezus-the-messias

 

.

 

N. DE OPSTANDING

Het Nieuwe Testament vertelt ons dat God Jezus uit het graf opwekte na de kruisiging. Het woord ‘opstanding’ duidt deze gebeurtenis aan. De opstanding van Jezus gebeurde op een zondag en daarom vergaderen de Christenen op zondag, de eerste dag van de week, om God te eren. Opstanding is ook de gebeurtenis, waar alle Christenen naar uitkijken: hun eigen opstanding uit de dood. Omdat Christus uit de dood opstond, weten ze dat God ook hen na hun dood zal opwekken om eeuwig met Hem te leven.

 

 

2013-03-31-18-36-53_jezus%20opgestaan%2004

 

.

 

O. DE SCHEPPING

De bijbel vertelt ons dat God de hemel en de Aarde schiep en alles wat erop is en ook de mensen (Genesis 1 en 2). De aarde is goed omdat God ze schiep. Zolang ze gebruikt wordt op de manier, die God bedoelde, blijft ze goed. Het feit dat God alles geschapen heeft leert ons ook dat God niet Aanwezig is in de sterren of in de bergen zoals vele primitieve volkeren geloofden.

God heeft alles gemaakt en daarom is Hij gescheiden van de Schepping. Daarbij komt nog dat alles God toebehoort. God heeft de mens gemaakt om Hem te helpen zorg te dragen voor de Schepping, om ze te gebruiken en te beschermen op de wijze, waarop God dit wil.

 

 

296ffe83ecff7ba1e6d1dbcf432ff83aschepping

 

.

 

P. VERBOND

‘Verbond’ betekent een overeenkomst tussen twee partijen. De personen die bij een verbond betrokken zijn, beloven elkaar trouw te zijn, maar ook de andere persoon altijd te eren, in gedachten, woorden en daden. Het huwelijk bijvoorbeeld is een verbond tussen twee mensen, die elkaar iets beloven voor het leven. Net zoals man en vrouw elkaar een ring geven om te tonen dat ze een verbond gesloten hebben, gebruiken mensen, die in de Bijbel een verbond gesloten hebben ook uiterlijke tekens om te tonen, dat er een overeenkomst, gesloten werd.

In Genesis 31:16-17 lezen we dat een grote steenhoop werd aangelegd om te tonen dat er een verbond of overeenkomst werd gesloten tussen twee mannen. Verbonden worden niet alleen tussen mensen gesloten, maar ook tussen de mensen en God. Een verbond met God ging ook gepaard met uiterlijke tekens. Zo werden er bijvoorbeeld dikwijls speciale maaltijden gegeten om te kennen te geven, dat er een verbond of overeenkomst met God werd gesloten (Exodus 24:3-11).

De twee delen van de Bijbel – het Oude en het Nieuwe Testament – verwijzen naar twee verschillende verbonden, die God met de mensen gesloten heeft (2 Korintiërs 3:6-18). Door Mozes sloot God een verbond met de joden. Door Jezus heeft God een nieuw verbond gesloten met ons. Daardoor vergeeft Hij onze zonden en roept Hij ons op Hem lief te hebben en te gehoorzamen. Tekenen van dit verbond zijn het Avondmaal en de doop.

 

 

Calice-HLverbond

 

.

 

Q. ZONDE

Zonde is zich tegen God keren en weigeren Zijn wil te doen. God, die ons geschapen heeft, weet wat goed is voor ons. Hij houdt van ons en wenst alleen het beste voor ons. Zondigen is dit ontkennen of vergeten. Net zoals bloemen zonder water verwelken, doen we ons schade aan wanneer we ons afkeren van God, de bron van het leven, en voor de zonde kiezen.

 

 

zondesgo

 

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

mijne kop a4  JOHN ASTRIA

 

 

Het woord “hart” in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

Het woord “hart” is een van de meest gebruikte woorden in de Bijbel.

Het komt zowaar 876 keer voor.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

1. De boom en de vruchten

 

 Jezus Christus zegt in:

 

Mattheus 12:33-35
“Want aan de vrucht wordt de boom gekend…. Want uit de overvloed van het hart spreekt de mond. De goede mens brengt goede dingen voort uit de goede schat van het hart, en de slechte mens brengt slechte dingen voort uit de slechte schat.

 

Mattheus 7:16-18
“Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruch-ten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen.

 

Een vrucht is altijd het product van een boom die het voortbrengt. Geen enkel fruit wordt geproduceerd zonder boom, en het kan ook niet verschillen van de boom die het voortbrengt. De Heer gebruikt hier dit beeld om ons te vertellen dat het gene wat een mens voortbrengt het overeenkomstig resultaat is van de schat die hij in zijn hart heeft. Een goed hart brengt goede vruchten voort en een slecht hart, slechte vruchten.

 

Spreuken 4:23
“Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is, want daaruit zijn de uitingen van het leven.

 

Uit het hart komen de uitingen van het leven d.w.z de resultaten, de vruchten die we voortbrengen in ons le-ven. Dus, het hart en wat daarin gaat, bepaalt de vruchten die eruit komen.

 

 

 

2. Het Woord en de vruchten

 

Gezien hebbend dat de resultaten die we voortbrengen in ons leven afhankelijk zijn van de schatten die we in ons hart hebben, en aannemend dat we alles willen doen om goede vruchten voort te brengen, zullen we nu zien welke goede schat geschikt is voor zulke vruchten. Hiervoor gaan we naar Spreuken 4:20. Daar spreekt God als een Vader en zegt:

 

Spreuken 4:20-21
“Mijn zoon, sla acht op mijn woorden, neig je oor tot wat ik zeg. Laat ze niet wijken van je ogen, bewaar ze in het binnenste van je hart.”

 

Onze Vader roept ons op om acht te slaan op zijn woorden, ons oor te neigen tot wat Hij zegt en zijn woorden in het binnenste van ons hart te bewaren. Zoals we eerder al zagen, de schatten die we in ons hart hebben bepalen de vruchten die we voortbrengen in ons leven. Dit geldt eveneens voor het Woord van God. Dat brengt ook vruchten voort wanneer we het in ons hart bewaren. Wat voor vruchten dat zijn, lezen we in vers 21:

 

Spreuken 4:21-22
bewaar ze [God’s woorden] in het binnenste van je hart. Ze zijn immers leven voor wie ze vinden, en genezing voor heel hun vlees.

 

De woorden van God, bewaard in het hart, zijn leven en gezondheid. Zoals Jezus zei:

 

Mattheus 4:4
“De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.

 

Het is onmogelijk voor de mens te leven zonder het Woord van God. Maar om de goede vrucht van het Woord voort te brengen moet hij dit Woord in zijn hart bewaren. Zoals Jezus vertelde in zijn uitleg van de welbekende gelijkenis van de zaaier:

 

Lucas 8:11-15
“Dit is de gelijkenis: Het zaad is het Woord van God. Zij bij wie langs de weg gezaaid wordt, zijn zij die het horen; maar daarna komt de duivel en neemt het Woord uit hun hart weg, opdat zij niet geloven en zalig worden. Zij bij wie op de rots gezaaid wordt, zijn zij die het Woord met vreugde ontvangen, wanneer zij het gehoord hebben. Maar dezen, die maar voor een bepaalde tijd geloven, hebben geen wortel, en in een tijd van verzoeking worden zij afvallig. En bij wie het zaad in de dorens valt, dat zijn zij die het hebben gehoord, maar die gaandeweg door de zorgen en rijkdom en genietingen van het leven verstikt worden en geen vrucht dragen. En waar het zaad in de goede aarde valt, dat zijn zij die het Woord horen, het in een oprecht en goed hart vasthouden, en in volharding vruchten voortbrengen.

 

Het is het Woord van God, vernomen en bewaard in een goed en nobel hart, dat goede vruchten voorbrengt, het overvloedige leven, precies zoals God verlangt dat wij hebben (Johannes 10:10)

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3. God kijkt naar het hart en verlangt ons hart

 

Dat de Heer geïnteresseerd is in het hart blijkt ook duidelijk uit andere delen van het Woord:

 

1 Samuel 16:7
“Het is namelijk niet wat de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heer ziet het hart aan

 

De Heer is geïnteresseerd in het hart. Hij geeft niet om de uiterlijke verschijning of wij goed en vroom zijn. De Farizeeën waren zo. Uiterlijk leken zij vroom maar van binnen waren zij huichelaars! Zoals Jezus Christus zo kenmerkend tegen hen zei:

 

Lucas 16:15
“En Hij zei tegen hen: U bent het die uzelf rechtvaardigt voor de mensen, maar God kent uw hart.”

 

1 Korinthe 4:5

Er zal een dag komen wanneer de Heer wat in de duisternis verborgen is aan het licht zal brengen en de voornemens van het hart openbaar zal maken. En dan zal ieder van God lof ontvangen. In tegenstelling tot de mens die belang stelt in het uiterlijk is God geïnteresseerd in het innerlijk, het hart.

 

Spreuken 23:26
“Mijn zoon, geef mij je hart, en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen.”

 

Veel mensen zijn bereid om verschillende dingen te doen in de naam van de Heere. Maar wat Hij wil is dat we Hem simpelweg ons hart geven. Hij wil niet eerst de vruchten, onze werken, maar de boom die de vruchten voortbrengt. Als die boom -ons hart- aan Hem behoort, dan zullen de vruchten die voortkomen ook goed zijn, komend vanuit een hart, overgegeven aan en geleid door Hem.

 

 

 

4. “Met heel uw hart”

 

Niet alleen is God geïnteresseerd in ons hart, maar Hij verlangt het ook in zijn geheel:

 

Mattheus 22:35-37
“En een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem te verzoeken: Meester, wat is het grote gebod in de wet? Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.

 

Deuteronomium 10:12
“Nu dan, Israël, wat vraagt de Heer, uw God, van u dan de Heer, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te gaan, Hem lief te hebben en de Heer, uw God, te dienen, met heel uw hart en met heel uw ziel

 

Deuteronomium 4:29
“Dan zult u daar de Heer, uw God, zoeken en u zult Hem vinden, als u Hem met heel uw hart en heel uw ziel zoekt

 

Jeremia 29:13 
“U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar mij zult vragen met heel uw hart “

 

Joel 2:12-13
“Ook nu echter, spreekt de Heer, bekeer u tot Mij met heel uw hart… scheur uw hart en niet uw kleren. Bekeer u tot de Heer, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid.”

 

Spreuken 3:1,2,5,6
“Mijn zoon, vergeet mijn onderricht niet, en laat je hart mijn geboden in acht nemen, want lengte van dagen en jaren van leven en vrede zullen ze voor jou vermeerderen. Vertrouw op de Heer met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet. Ken Hem in al je wegen, dan zal Hij je paden rechtmaken.”

 

2 Kronieken 6:14

zegt: de Heer: “houdt het verbond en de goedertierenheid tegenover Zijn dienaren die met heel hun hart wandelen voor zijn aangezicht.

 

 

5. Zonde: Een zaak van het hart

 

Mattheus 5:27-28
“U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft “

 

Dit schriftgedeelte heeft velen verward omdat men de zonde verbindt met uiterlijke daden. Maar God doet dit niet. Hij verbindt zonde met het hart, het innerlijk van de mens, datgene waar Hij naar kijkt. Wanneer het kwaad deel uitmaakt van ons hart is het zonde, ongeacht of en wanneer het zich zal uiten.

 

Psalm 66:18
Had ik in mijn hart onrecht op het oog gehad, de Heer zou mij niet hebben gehoord.”

 

Jesaja 59:1-2 
“Zie, de hand van de Heer is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet toegestopt dat het niet zou kunnen horen. Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort.

 

Zonde verbreekt onze gemeenschap met God op het moment dat zonde in ons hart bevrucht raakt. Daarom is het zo noodzakelijk ons hart te bewaken.

 

 

6 Conclusie

 

In de Schriften zijn 876 verwijzingen naar het woord “hart”. In de voorbeelden hebben we gezien hoe belangrijk het hart is en hoeveel waarde God eraan hecht. Zodoende zagen we:

i) Het hart, het innerlijke deel van ons wezen, is de boom waarvan de vruchten die we in ons leven voortbrengen afhankelijk zijn. Wanneer datgene wat we in ons hart hebben goed is dan zullen de vruchten die we voortbrengen ook goed zijn, en omgekeerd.

ii) Opdat het hart goede vruchten voortbrengt is het noodzakelijk dat het het Woord van God bevat. De woorden van God, in ons hart bewaard, zijn leven.

iii) Aangezien de vruchten die we dragen afhankelijk zijn van de schat die we in ons hart bewaren (Mattheus 7:16-18) en sinds goede vruchten alleen voortgebracht worden door diegenen die het Woord van God in hun hart bewaren (Lucas 8:15) kunnen we concluderen dat we het kwade moeten afwijzen.

iv) Het hart is datgene waar God naar kijkt en wat Hij van ons verlangt.

v) Hij wil dat wij Hem liefhebben met heel ons hart.

vi) Dat wij Hem dienen met heel ons hart.

vii) Dat wij Hem zoeken met heel ons hart.

viii) Wanneer wij afwijken van Zijn wegen, dat wij tot Hem terugkeren met heel ons hart.

ix) Dat wij Hem vertrouwen met heel ons hart.

x) Dat zonde een zaak van het hart is en als zodanig moet worden behandeld.

 

Mogen we zodoende ons hele hart aan de Vader geven, zoals Hij ons oproept. Zoals de Heer zei:

 

Johannes 15:4-8 
“Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand. Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen. Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt en Mijn discipelen bent.”

 

 

 

 

 

 

 

Waarom zwijgen in onze tijd ?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

Waarom zwijgen in onze tijd?

 

Meestal wordt het zwijgen in onze tijd eenzijdig geïdealiseerd door mensen die er wel naar verlangen, maar er geen ervaring mee hebben. Aan hun lofzang ontbreekt één aspect dat de monastieke traditie steeds opnieuw benadrukt: het zwijgen stelt eisen aan ons, is een opgave om aan onszelf te werken en onszelf daardoor te veranderen. Deze geestelijke opgave vergt inzet van de héle mens. Zwijgen betekent voor de monnik vooral het inoefenen van wezenlijke morele grondhoudingen, een oproep zijn egoïsme te bestrijden en zich voor God open te stellen. Hij zal minder de nadruk leggen op het zwijgen als ontspannings- of meditatietechniek.

Wij moeten ons ervoor hoeden teveel onbewuste wensen in onze lofzang op het zwijgen te projecteren. De monnik zal het zwijgen nooit als het enige middel op de geestelijke weg verkondigen, maar altijd in samenhang zien met andere onmisbare disciplines van de geestelijke weg: bidden, mediteren, het open leggen van zijn gedachten voor zijn geestelijke begeleider, werken, vasten, aalmoezen geven, gastvrijheid en liefde voor zijn mede-broeders.

 

 

shhzwijgen

.

 

 

I. Zwijgen als strijd tegen zonde en ondeugden

.

Het zwijgen is voor de monnik een middel om reinheid van het hart en rechtschapenheid te verwerven. Maar in eerste instantie dient het zwijgen ertoe de vele zonden te vermijden die met de tong begaan worden.

 

.

1. Gevaren van het praten

.

De ervaring van monniken leert dat de vier belangrijkste gevaren van het spreken zijn:

.

1) Het gevaar van nieuwsgierigheid

Nieuwsgierigheid brengt verstrooiing, maakt dat een mens zich met allerlei dingen bemoeit. Zo wordt hij ‘uitgegoten’, leeg en oppervlakkig. In zo’n mens kan niets tot rijping komen.

Verder bestaan er mensen die niets voor zich kunnen houden, alles er direct uitflappen. Zij kunnen niet met een geheim omgaan, praten het met hun woorden kapot, zodat zij er nooit dieper in zullen doordringen. Hierin uit zich een angst voor het geheim, en misschien uiteindelijk wel voor God. Door te praten hopen zij alles benoembaar, en daarmee beheersbaar, te maken.

 

.

2) Het gevaar van het oordelen over anderen

Zelfs wanneer we positief spreken over anderen duwen we ze in hokjes of vergelijken hen met onszelf. Het praten over anderen is vaak in feite een spreken over onszelf en wat ons bezighoudt, zonder dat we ons dat bewust zijn. Zo wordt eerlijke zelfkennis bemoeilijkt, want door te focussen op anderen vermijden we dat naar onszelf zouden kijken.

 

.

3) Het gevaar van eigenroem

Spreken kan een uitermate ijdele bezigheid zijn, waarin men voortdurend de schijnwerpers op zichzelf richt, om zo voldoende erkenning, misschien wel bewondering, te krijgen, en om serieus genomen te worden.

 

.

4) Het gevaar van nalatigheid in innerlijke waakzaamheid

Een vaderspreuk [spreuk uit het milieu van de eerste woestijnmonniken in Egypte, vanaf einde 3e eeuw n.C.] hierover:

Abbas Diadochos zei: ‘Zoals voortdurend openstaande deuren van een bad zeer snel de warmte van binnen naar buiten stromen laten, zo laat hij, die veel praat, ook wanneer hij goede dingen zegt, zijn “herinnering” (mnème) door de poorten van de stem vervluchtigen.’

De mnème (jezelf voortdurend Gods aanwezigheid voor ogen houden, her-inner-en) in deze spreuk duidt op het bij-zichzelf-zijn, het God-aankleven. In het spreken ‘vallen we steeds weer uit onszelf en uit ons midden’. Spreken heeft altijd iets dubbelzinnigs; zelfs al spreken we over goede dingen, er lijkt toch altijd op de een of andere manier een onzuivere toon in mee te klinken.

Deze ervaring hoeft ons niet neerslachtig te maken, wanneer we haar met de zekerheid verbinden dat God ons aanneemt zoals we zijn. We kunnen dan met gezonde humor naar ons eigen spreken kijken. Dit werkt bevrijdend, omdat we daardoor het ideaalbeeld van onszelf waaraan we zo krampachtig vasthielden, steeds meer los kunnen laten. We mogen dan zijn wie en zoals we zijn, en de ervaring van ons dubbelzinnige spreken wordt tegelijkertijd de ervaring van Gods liefde en vergeving.

 

.

 

2. Zwijgen als weg tot zelfontmoeting

.

Positieve kant van zwijgen: het is een middel tot zelfontmoeting. Vaak zijn we op de vlucht voor onszelf, en zijn daarom niet graag alleen. Wanneer we toch alleen zijn, hebben we een of andere bezigheid nodig om ons af te leiden. Zwijgen is daarom niet alleen niet praten, maar ook alle mogelijkheden opgeven om ons van onszelf af te leiden, en het met onszelf uit te houden.

Er blijken dan vaak onaangename gedachten, gevoelens en stemmingen naar boven te komen, die we voorheen wisten te onderdrukken, etc. We worden geconfronteerd met onze eigen innerlijke chaos van gevoelens en gedachten. Daarom zijn volgens woestijnvaders begeleiding door een geestelijk leidsman onontbeerlijk. Dit is dan een gelegenheid om door het uitspreken van de meest intieme gedachten en gevoelens met eigen spanningen in het reine komen.

Maar naast spreken kan ook zwijgen soms therapeutisch werken. Zo wordt het gevaar vermeden van cultiveren van de eigen problemen, door er te vroeg of voortdurend over te praten, zonder er wat aan te doen. Zwijgen kan bijv. helpen afstand te winnen tegenover een eigen opwinding of ergernis, zodat de mens zichzelf en zijn reacties kan leren kennen, i.p.v. ze direct op anderen af te reageren. Hij kan dan analyseren in hoeverre zijn ergernis terecht is, of dat er een opgeblazen ego uit spreekt.

Samengevat: zwijgen kan een mens helpen distantie t.o.v. zichzelf te winnen.

Een andere therapeutische functie van zwijgen kan zijn dat het ordening aanbrengt in de chaos van onze emoties en agressie. Wanneer we heftige emoties hebben, worden die door het uiten vaak versterkt. Een mening over een ander die we uitspreken, kan zich juist door dit uitspreken des te meer vastzetten bij ons. Zwijgen is in dit geval geen wegslikken van emoties, maar de gelegenheid nemen om ze te verwerken en om te beoordelen of het goed is ernaar te handelen. Voorwaarde voor een gezonde omgang met het zwijgen is dat we altijd onderzoeken wanneer het op zijn plaats is, en wanneer niet. Zodat ik bijv. niet zwijg uit verbeten trots en het voornemen mijn problemen alleen op te lossen, of zwijg terwijl het beter zou zijn een ander op de gevolgen van zijn gedrag te wijzen.

De woestijnvaders [eerste woestijnmonniken in Egypte, vanaf einde 3e eeuw n.C.] hechtten vooral veel belang aan het zwijgen in situaties waarin men een ander de fout in zag gaan. Zo wordt de neiging een ander te veroordelen beheerst, en geven zijn fouten ons gelegenheid de eigen tekortkomingen te onderzoeken. Een woestijnvader drukt dit als volgt uit: “Wanneer je iemand ziet zondigen, bidt dan tot de Heer en zeg: ‘Vergeef me, want ik heb gezondigd.'” Op deze manier vermijden we de projectie van eigen fouten in een ander. Zwijgen als afzien van oordelen, innerlijk en uiterlijk, is een zeer wezenlijk motief voor de monnik. Zo wordt onze neiging onszelf voortdurend met anderen te vergelijken afgeremd, wat ons innerlijke rust kan geven. In het zwijgen richten we de blik op onszelf, i.p.v. op een ander. We weten immers vaak niet welke omstandigheden ertoe geleid hebben dat hij zich op een bepaalde manier gedraagt.

Het niet (ver)oordelende zwijgen kan voor een ander genezend werken. Hij wordt niet aan een hard oordeel onderworpen, maar bejegend met een aanvaardbare liefde, die weet heeft van de eigen zwakheid.

 

 

 

3. Zwijgen als zege over de ondeugd

.

Gedachten die ongecontroleerd opstijgen wanneer we nergens door afgeleid worden, bijv. bij inslapen, tonen duidelijk hoe het met ons innerlijk gesteld is. De oude monniken gebruikten deze gedachten om te onderzoeken of ze in de ban waren van één van de acht hoofdzonden: brasserij, ontucht, hebzucht, treurigheid, toorn, lusteloosheid, eigenroem, trots. Innerlijk zwijgen – daar staat het in het monastieke leven uiteindelijk op gericht – is pas mogelijk wanneer deze zonden overwonnen zijn. Anders blijven in ons innerlijk onophoudelijk ‘stemmen’ klinken: onze onbevredigde begeerten, emoties en stemmingen die niet in evenwicht zijn, ijdelheid, roemzucht, etc.

Zwijgen is een actief middel in de strijd tegen de acht verkeerde attitudes. Bijvoorbeeld: niet direct toegeven aan opkomende woede, maar hem de kans geven weer tot bedaren te komen. Wezenlijk is, dat het uiterlijke zwijgen altijd beantwoordt aan een innerlijk zwijgen; het is namelijk ook mogelijk dat iemand zwijgt uit trots of een gevoel van gekrenktheid, waaraan hij innerlijk voldoening ontleent.

Behalve strijd tegen de ondeugden, is het zwijgen tevens teken van de overwinning erop. Enkel wie zijn verkeerde innerlijke attitudes heeft overwonnen kan werkelijk innerlijk zwijgen. Het volkomen innerlijke zwijgen zal in dit leven wel nooit helemaal bereikt worden, maar we kunnen er wel af en toe van proeven. De innerlijk zwijgende mens is een deemoedige mens omdat hij weet dat dit zwijgen een geschenk is. Hij kan zich enkel voorbereiden op het ontvangen ervan.

 

 

.

4. Het juiste spreken

.

Het spreken wordt door Benedictus (480-555/560) niet los van het zwijgen gezien. Het kan zijn dat iemand die uiterlijk zwijgt, innerlijk zeer drukke gesprekken aan het voeren is, en, omgekeerd, dat iemand die uiterlijk spreekt innerlijk zwijgt. Het gaat erom dat ons spreken het innerlijke zwijgen niet onderbreekt, maar uitdrukking daarvan is. De waarlijk deemoedige monnik kan men volgens Benedictus herkennen aan het feit dat hij, wanneer hij spreekt, maar weinige en bescheiden woorden gebruikt. Zijn woorden geven door wat de Geest hem influistert. Daarom heeft hij het niet nodig zich gewichtig voor te doen of hardnekkig aan zijn mening of verlangens vast te houden.

Hij stelt zichzelf niet in het centrum, omdat hij eerbied heeft voor de ander want eerbied is bij Benedictus nauw verbonden met deemoed. Eerbied laat de ander zijn zoals hij is en probeert hem niet met geweld te overtuigen of te veranderen. Evt. kritiek wordt deemoedig voorgehouden en de ander kan beslissen of hij er iets mee doet.

Benedictus hecht er verder aan dat een monnik ‘verstandig’ praat, d.w.z. vanuit een heldere blik op de dingen, die niet vertroebeld wordt door eigenbelang of door stemmingen. Tot dit spreken komt men doorheen het zwijgen, dat vele dingen in ons tot klaarheid laat komen. Alleen wie op deze manier vrij van zelfzucht en open voor anderen is geworden, kan een woord spreken dat de ander waarachtig goed doet. Zo iemand ‘spreekt vanuit de vreze des Heren’, d.w.z. heeft gevoel voor de aanwezigheid van Christus in de ander.

Samenvattend: zwijgen en spreken horen bij elkaar. Iemand die op de juiste manier weet te spreken valt in het spreken niet uit de concentratie en uit de openheid voor Gods aanwezigheid. In het spreken volhardt hij in deze openheid en geeft uitdrukking aan haar, zodat ook de anderen daaraan deel kunnen hebben. Het gaat Benedictus om de innerlijke houding van zwijgen, om zwijgzaamheid als gevoel voor Gods aanwezigheid en als geconcentreerd rusten in God.

 

 

horen-zien-zwijgen_1

 

.

 

II. Zwijgen als loslaten

 

“Het zwijgen kan vanuit verschillende gezichtspunten bekeken worden: als passief niet-praten, als innerlijke houding van concentratie, als strijd tegen verkeerde attitudes, en als de aktie van het loslaten.” 

 

Dit laatste is meer dan enkel niet-praten of niet-denken, het is een voortdurend actief loslaten van ons denken en spreken. Of iemand zwijgen kan blijkt niet uit de kwantiteit van zijn woorden, maar uit zijn vermogen tot loslaten. Want (vooral jonge) mensen kunnen aan het zwijgen zelf gehecht raken, als middel om zich af te schermen van de grote boze buitenwereld, zodat zijzelf, hun denkbeelden en dromen, niet aan kritiek kunnen worden blootgesteld. Het kan daarom voor mensen een heilzame ervaring zijn zich te blameren in hun spreken; zij worden zo gedwongen het geïdealiseerde en stichtelijke zelfbeeld dat zij zichzelf en anderen voorhouden, los te laten.

.

 

1. De methode van het loslaten

Men kan de gedachten en gevoelens die in het zwijgen opduiken bestrijden, om ze zo tot rust te brengen. Een andere methode bestaat erin ze los te laten, door ze niet zoveel belang toe te kennen. Men staat dan niet onder de prestatie-druk ze kwijt te moeten raken. De paradox is nu, dat ze vaak juist door dit onthechte waarnemen langzamerhand uit het bewustzijn verdwijnen. En in het geval dat dit niet gebeurt, dan nog zetten ze mij niet meer onder druk, omdat ik leef in het vertrouwen dat God mij aanneemt zoals ik ben, mét al mijn gedachten en gevoelens.

Niet alle gedachten en gevoelens hoeven losgelaten te worden, maar enkel diegene waardoor een mens gefixeerd raakt en welke innerlijke spanningen in hem creëren. Deze spanningen uiten zich ook lichamelijk. Deze spanningen kan men op verschillende manieren loslaten.

Een eerste methode begint bij het lichaam, door de uitademing naar de plek te leiden waar lichamelijke spanning gevoeld wordt. Deze methode heeft alleen zin, wanneer men tevens de innerlijke spanningen loslaat die aan de lichamelijke ten grondslag liggen.

De tweede methode bestaat erin direct de innerlijke spanningen los te laten, ze uit handen te geven aan God. Dat kan niet met op elkaar gebeten tanden, maar enkel door los te laten. Dit betekent vertrouwen op de liefde van God en zich niet meer door hoge idealen, als een vorm van eigen prestatie, tegen deze overgave beschermen. Dan zit men niet meer op de troon, met al zijn vrome idealen, inspanningen en geestelijke behoeften, en plant men ook niet meer zijn eigen geestelijke groei en rijkdom. De persoon geeft zichzelf uit handen, zodat Christus in hem heerst.

.

 

2. Zwijgen als sterven

Het begrip ‘loslaten’ als zodanig kent de monastieke traditie niet, maar de inhoud ervan wel. Ze gebruikt hiervoor twee beelden: dat van het sterven en dat van het pelgrimeren.

De mens die innerlijk wil zwijgen, moet worden als een lijk. Hiermee wordt bedoeld dat hij net als de doden ongevoelig is voor lof en voor onrecht hem aangedaan door mensen. Zo leeft hij in de wereld zonder er door beheerst te worden. Het kan een goede oefening zijn ons voor te stellen dat we in het graf liggen en te mediteren over alles wat we dan achter ons zouden laten: maskers, onechtheid, rijkdom, meningen etc. Deze gang door de dood maakt het ontstaan van nieuw leven in ons mogelijk.

 

.

3. Zwijgen als pelgrimage

In de Vaderspreuken worden zwijgen en pelgrimeren soms aan elkaar gelijk gesteld. Door te zwijgen trekt de monnik zich uit deze wereld en laat hij haar los. Hij ziet ervan af overal zijn commentaar op te geven, omdat de wereld door God gestuurd wordt. Een pelgrim vestigt nergens zijn tehuis, ook niet in de geborgenheid van woorden. Woorden scheppen verbinding met de wereld, tonen aan dat de mens er thuis hoort.

 

Uitgaan uit het vaderland duidt Cassianus als het loslaten van alle materiële goederen. M.b.t. het zwijgen betekent dit dat de mens de rijkdom van het woord loslaat. Dit zwijgen uit zich ook in armoede aan gedachten; men verliest zich niet in zijn fantasie, maar herkauwt slechts een paar woorden die voldoende zijn om van te leven. De monnik wordt zo een eenvoudig mens.

Uitgaan uit verwantschap is voor Cassianus uitgaan uit de vroegere levenswandel, uit gewoonten en ingesleten zondige attitudes. Het betekent ook een afscheid van vroegere gevoelens en affectiviteit, en daarmee van de mogelijkheid te vluchten in een geïdealiseerd verleden. Zo ontstaat er ruimte om zich te engageren met het heden en met de tegenwoordigheid van God daarin.

De uittocht uit het vaderhuis ziet Cassianus als volledig afgekeerd zijn van de wereld en enkel nog op het onzichtbare en Goddelijke gericht zijn. De monnik verliest dan elke herinnering aan deze wereld. Er kan geen vertrouwdheid met mensen ontstaan, men blijft een vreemde op deze aarde.

Hoe waardevol deze beelden ook zijn, men mag ze niet overdrijven. Het is niet de bedoeling dat de monnik een radicale haat voor de wereld of totale vlucht daaruit ontwikkelt. De juiste houding maakt het hem integendeel mogelijk alle dingen liefdevol te bejegenen, vanuit zijn verankering in God. Tenslotte: deze beelden duiden de opgave van elke mens aan, niet enkel die van monniken.

.

 

4. Zwijgen als vrijheid en gelatenheid

Wanneer we vanuit de vrijheid van het enkel God aanhangen zouden leven, zouden vele spanningen in ons dagelijkse leven opgeheven worden. We hoeven dan geen energie te verspillen aan eigen behoeften en wensen, of aan het verwerven van lof. De werkelijk zwijgende mens zwijgt ook in zijn daden, wat wil zeggen dat die zonder eigenbelang verricht worden. Zo kan het beeld van God in hem tot uiting komen, niet meer gehinderd door het ego.

 

 

des hommes et des dieux

 

.

 

 

III. Zwijgen als openheid voor God

.

 

1. Zwijgen als luisteren

Benedictus maakt onderscheid tussen silentium – de praktijk van het zwijgen – en taciturnitas, welke duidt op de innerlijke houding van zwijgen en de concentratie. De taciturnitas staat in dienst van het luisteren en van gehoorzaamheid. Bron van het zwijgen en van de gehoorzaamheid is de deemoed. Zowel het gehoorzamen als het luisteren hebben een verticale  en een horizontale component. De verticale is de gerichtheid op God en de horizontale is Gods gebod en woord worden bemiddeld via de andere mens.

Het zwijgen dient ertoe dat het doordrongen zijn van Gods tegenwoordigheid niet vervluchtigt. Het heeft dus een positieve betekenis: zichzelf-open-houden-voor, en eerbiedige aandacht. Het lichaam heeft deel aan deze openheid, kan het in Gods tegenwoordigheid gehuld zijn ervaren en in zijn gebaren tot uitdrukking brengen.

Het zwijgen dient tevens het gebed: enerzijds schept het een sfeer waarin dat kan gedijen, anderzijds bewaart het datgene wat in het gebed gegroeid is. Direct na het gebed spreken zou ertoe leiden dat we de vrucht ervan weer verliezen en de innerlijke houding van openheid voor God teniet doen. Zwijgen laat het gebed naklinken, zodat het in het hart bezinken kan. De intensiteit van het ervarene laat niet toe het weer te verdampen in de futiliteit van woorden.

 

.

 

2. Zwijgen als voltooiing van het gebed

De monastieke traditie kent een in vier fasen ingedeeld gebedsproces. Eerst spreekt God tot de mens via wat hij leest (lectio), waarop de mens met gebed (oratio) antwoordt. Een volgende fase is de meditatio, waarin de mens het gelezene in een geconcentreerd zwijgen op zijn hart in laat werken, zonder het te analyseren. Dit is een vervulde stilte, waarin de mens in Christus’ tegenwoordigheid verkeert en zich door Hem aangezien weet. Hij laat zich omvormen door deze blik.

De laatste fase op de weg van het gebed is de contemplatie (contemplatio). Dit betreft het bidden zonder beelden en gedachten, het bidden als een puur zwijgen voor God, een beeld dat in de monastieke gebedsleer steeds opnieuw terugkeert. Deze stilte, dit bidden is een geschenk van God en kan niet door een techniek verworven worden. Daarom moet de monnik er niet met ongeduldige verwachting naar uitzien maar zich enkel richten op de drie voorgaande fasen. Dit zijn de enige fasen die ‘geoefend’ kunnen worden.

Het thema van de stilte der contemplatie is vooral uitgewerkt door Evagrius Ponticus (345-399). Hij leert dat élke gedachte, élk gevoel en élk beeld ons van God afleidt. We blijven dan daarbij stil staan i.p.v. bij de ervaring van God zelf.

De scepsis van Evagrius t.o.v. elke beschrijfbare Godservaring leert ons niet al te gemakkelijk over Godservaring te spreken. “Vaak is ons bidden gedurende lange periodes enkel een vermoeden van volheid temidden van onze leegte.”  Het zwijgende bidden volgens Evagrius is een zwijgen dat ons overkomt, dat ons pijnlijk kan verteren of met vreugde vervullen, en dat ons alle beelden uit handen slaat. Dit zwijgen is ook voor monniken een uitzondering.

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 John Astria

John Astria

 

De oorsprong van demonen

Standaard

Categorie : religie

 

 

Satan, de opperbevelhebber van de demonen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De oorsprong van demonen

 

In Genesis 6:2 wordt gesproken over de ‘zonen Gods’. De Septuaginta vertaalt hier in het Hebreeuws voor ‘zonen Gods’ met het Griekse woord voor engelen. De Hebreeuwse term ‘zonen Gods’ komt zes maal in het Oude Testament voor:

* 2x in Genesis – Hs. 6: 2 en 4;
* 3x in het boek Job – Hs. 1:6, 2:1 en 38:7, waar het heel duidelijk betrekking heeft op engelen;
* 1x in Daniel – Hs. 3:25 in het enkelvoud, waar koning Nebukadnezar tot zijn ontzetting constateert, dat er geen drie, maar vier mannen wandelen in de brandende oven. Het uiterlijk van de vierde geleek op dat van een zoon der goden.

Dat de zonen Gods van Genesis 6:2 engelen waren, wordt in het Nieuwe Testament bevestigd door 1 Pet. 2:4-5 en Judas, vers 6:

“…en dat Hij engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden; zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur.”

 

Judas laat in zijn brief (geheel in lijn met Gen. 6:1-4) zien, dat de engelen hun oorsprong ontrouw werden en dat zij ander (menselijk) vlees achterna liepen. Zij vierden hun hoererij bot op dezelfde wijze als Sodom en Gomorra. Deze engelen werden hun oorsprong ontrouw, ja, zij verlieten hun eigen woning. Het woord voor ‘woning’ komt slechts twee keer in de Bijbel voor. Hier in Judas, vers 6 en in 2 Korinthe 5, vers 2:

“Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt; een eeuwig huis. Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden, als wij maar bekleed, en niet naakt, zullen bevonden worden.”

 

Deze tekst leert ons, wat Judas precies bedoelde. Deze ‘eigen woning’ was geen gebouwd huis ergens in de hemel, maar een woonstede in de betekenis van 2 Korinthe 5:2. Het was een geestelijk lichaam, behorende tot lichamen van een hogere orde dan de aardse lichamen, die Paulus hier vergelijkt met een aardse tent. Paulus verlangt hier in 2 Korinthe 5:2-3 met zo’n geestelijk lichaam overkleed te worden.

Het was Bullinger die aantoonde dat de engelen, en dus ook de zonen Gods van Genesis 6, hun geestelijke woning, hun lichaam, verlieten. Zij materialiseerden zich op aarde, werden aards, om zo seksuele omgang met de dochters der mensen te kunnen hebben. Vrijwillig verlieten deze engelachtige wezens hun geestelijk lichaam en gaven al de privileges en kenmerken op die aan deze hogere lichamen verbonden zijn. Zij gebruikten hun intrinsieke macht om te materialiseren en zich hierna op ongerijmde wijze te verenigen met de vrouwen op aarde.

Uit de verbintenis tussen deze engelen en de dochters der mensen kwamen de Gibbor, de geweldigen, de machtigen, voort: ‘mannen van naam’. Het was een geslacht van reuzen, van half-goden: half engel, half mens.
De Griekse mythologie vertelt uitvoerig, hoe de ‘zonen Gods’ Zeus en de goden van de Olympus zich op aarde gedroegen. Zij worden afgeschilderd als wezens belust op seks en genot. Met name Zeus gaat de andere goden hierin voor . Zijn seksuele avonturen en uitspattingen zijn talrijk, evenals die van zijn mede-goden.

De beroemde Griekse schrijvers, Sophocles, Plutarchus, Euripides, Homerus, enz., informeren ons uitvoerig over welke intriges, moord, overspel tussen de goden van de Olympus en hun nakomelingen de ‘halfgoden’ voorkwamen. De wereld van de voortijd, de wereld van Noach, was zo boos en zo verdorven (Gen. 6:5, 11-13), dat God die wereld oordeelde door de zondvloed. Petrus maakt hier melding van en laat ons zien, dat God de engelen (2 Pet. 2:4) en de mensen (vers 5) niet spaarde:

“Want indien God engelen, die gezondigd hadden, niet gespaard heeft, maar hen, door hen in de afgrond te werpen, aan krochten der duisternis heeft overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren; en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht…”

 

Dit houdt in dat alle mensen de dood vonden, behalve de acht mensen in de ark. De engelen, die hun oorsprong ontrouw geworden waren, werden volgens Petrus en Judas niet gedood! Hun nakomelingen, de Gibbor, de geweldige mannen van naam (half engel, half mens) vonden de dood evenals de (gewone) mensen, maar zij niet. De Griekse mythologie vertelt ons, dat deze nakomelingen sterfelijk waren, maar de goden van de Olympus zelf waren onsterfelijk. Dat engelen inderdaad onsterfelijk zijn, laat ook de Here Jezus zien in Lukas 20, waar Hij in een gesprek is met de Sadduceeën over de opstanding:

“…maar die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuwen aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk…”

 

 

 

 

De engelen die geheel vrijwillig hun geestelijke lichaam verlaten hadden stierven niet bij de zondvloed. Er is niets in de tekst van 2 Petrus 2:4 dat daarop wijst. Petrus laat ons zien dat God hen niet spaarde, maar zij vonden niet de dood. Petrus zegt in hoofdstuk 2:4 dat zij verwezen werden naar de afgrond.

Het normale woord voor ‘afgrond’ is in het Grieks: ‘Abyss’. Het komt vele malen voor in de Bijbel. Het woord dat hier echter gebruikt wordt is: ‘Tartarus’. Dit woord komt maar één keer in de Bijbel voor en wel hier in 2 Petrus 2:4.
In de Griekse mythologie is de Tartarus de gevangenis van Cronos en de Titanen. Het is een verschrikkelijke, duistere afgrond.

Volgens theologen duidt het woord Tartarus op de laagste delen in de atmosfeer, die de aardbol omhult, namelijk de lucht. De engelen, die hun oorsprong ontrouw waren geworden en die hun geestelijk lichaam uit eigen beweging verlaten hadden (vermoedelijk verleid door satan, dat zij door verbintenis met de mens ‘de boom des levens’ op de cherubs konden veroveren), zaten nu voortaan gekluisterd op aarde.

Hun geestelijk lichaam hadden zij eens zelf verlaten door zich aards te materialiseren, en hun vernederd lichaam waar zij nu in verbleven, verloren zij door de zondvloed, hoewel zij niet – zoals de mens – konden sterven. Het gevolg was dat zij nu als geesten, demonen (Grieks: Daimonion, Hebreeuws: Seirim en Shedhim) gekluisterd waren in de tartarus, waar er voor hen geen ontkomen is.

In de tartarus, de lucht om deze aarde, wachten deze gevallen engelen, deze Nephilim, nu ontlichaamd, als geesten, boze geesten, demonen, op het oordeel van de grote Dag. Als gevolg van het verlies van hun lichaam zoeken zij belichaming, zoals de Here Jezus o.a. in Mattheüs 12:43-45 laat zien en in al die gevallen waarin Hij demonen uitdrijft.

De demonen vormen met elkaar de boze geesten in de lucht, de wereldbeheersers dezer duisternis (Efe. 6:12). Hun overste is satan, die hen aanvoert als de overste van de macht der lucht (Efe. 2:2). Zij bezetten de lucht en verontreinigen als demonen de nederste delen van de atmosfeer rond de aarde. Hun aantal is onbekend. In de dagen van de rondwandeling van Christus op aarde zien wij herhaaldelijk hoe Christus hun werken verbreekt en hen uitwerpt als zij belichaming in mensen hebben gezocht. Zij zijn zich ervan bewust dat hen het oordeel wacht op de grote Dag, maar desondanks zullen zij in de toekomst onder aanvoering van hun overste zich verenigen in Babylon (Openb. 18:2) en tegen het Lam oorlog voeren.

 

 

demon in de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Geesten in de Gevangenis

 

In verband met het oordeel t.a.v. de gevallen engelen en t.a.v. het verdorven menselijk ras, is het goed om stil te staan bij de moeilijke vraag, wie toch de geesten in de gevangenis zijn, waarover Petrus spreekt in 1 Petrus 3, vers 19 en 20:

“Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, Die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis, die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden.”

De verklaring die gewoonlijk gegeven wordt van 1 Petrus 3:18-20 is dat de Geest van Christus na Zijn sterven het Evangelie in het dodenrijk gepredikt heeft aan de geesten van mensen uit Noachs dagen, die eertijds het Evangelie ongehoorzaam waren. Deze verklaring is gebaseerd op de veronderstelling, dat de geest van vers 18 de Geest van Christus is in het graf en dat de geesten in de gevangenis van vers 19 de geesten van mensen zijn uit de dagen van Noach. Dit dit is niet correct.

In de eerste plaats is het duidelijk in de tekst dat het woord geest tegenover het woord ‘vlees’ wordt gebruikt. Christus kwam in het vlees als het vleesgeworden Woord met het doel om te sterven voor de zonde. En Hij stierf ook in het vlees. Echter Hij werd opgewekt uit de dood en verrees in een geestelijk lichaam en Hij is nu een levendmakende Geest (1 Kor. 15:44-45). De geest van vers 18 slaat niet op de Geest van Christus in het graf, maar op de levendmakende Geest, waarin Hij opstond.
Uit de tekst van 1 Petrus 3:18-19 wordt dus duidelijk dat Christus niet, toen Hij in de dood was, ‘in het graf’ gepredikt heeft, maar dat Hij gepredikt heeft nadat Hij levend gemaakt is in een geestelijk lichaam, “in welke Hij ook heengegaan is” naar de hemel. Uit de tekst blijkt dat onze Heiland werkelijk “heenging” naar een andere plaats.

 

In de tweede plaats lijkt niets te staven dat de geesten in de gevangenis (vers 19) geesten van mensen zijn. Het woord pneuma wordt gebruikt voor demonen (zie Matt. 8:16; Luk. 10:20; 11:18) en engelen (Hebr. 1:7,14), maar nooit voor de geesten van mensen, als dit er niet uitdrukkelijk bij wordt vermeld. En er is geen enkele aanwijzing dat dit het geval is in 1 Petrus 3:19. Wij hebben hier niet te maken met geesten van mensen uit de dagen van Noach, maar met de gevallen engelen uit de dagen van Noach, die nu als “geesten in hun gevangenis” begrensd zijn tot de lagere delen in de atmosfeer rond de aarde.

 

In de derde plaats wordt hier in 1 Petrus 3:18-20 niet gezegd, dat Christus een Evangelie (een blijde boodschap van verlossing) predikte. De boodschap, die de opgestane Heer richtte tot de gedetineerde geesten, die wegens hun ongehoorzaamheid gestraft waren, was niet een boodschap van genade en vergeving, maar één van berisping en oordeel. Satanisch geïnspireerde engelen hadden een misdaad begaan van zo’n enorme omvang in Gods ogen, dat zij als geesten (demonen) gekluisterd werden in de laagste delen van onze atmosfeer.

 

 

Aanbidding van de geldgod, de mammon

 

 

De Gevangenis gevangen genomen

 

Aan deze geesten, aldus gevangen in onze atmosfeer, wordt ook gerefereerd in Efeziërs 4, vers 8-10:

“Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen. Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten? Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.”

 

Ook dit is een tekst, waar vaak vragen over zijn. Meestal leert men dat Christus in het dodenrijk is nedergedaald en dat hij bij Zijn opstanding zielen heeft vrijgemaakt uit de banden des doods en deze heeft meegevoerd naar den hoge. Met de uitdrukking ‘de lagere aardse gewesten’ (NBG) of ‘de nederste delen der aarde’(SV) wordt niet het dodenrijk, maar de aarde bedoeld.

Verder is er niets in deze tekst of in Psalm 68:19, waaruit deze tekst geciteerd is, om aan te nemen dat de krijgsgevangenen verloste zielen zijn die vastzaten in het dodenrijk. Deze krijgsgevangenen zijn vijanden van Christus. Zij zijn door Christus gevangen genomen, net zoals zij in de psalm gevangen genomen waren door de God van Israël. De Statenvertaling heeft: “Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven.” Dit staat veel dichter bij de grondtekst.

Christus is op aarde gekomen om het werk, dat de Vader Hem te doen had gegeven, te volbrengen. Hij kwam niet alleen om de zonde weg te doen op het kruishout, maar Hij kwam ook om de dood te overwinnen, de werken des duivels te verbreken en de duivel teniet te doen. Christus heeft met Zijn opstanding bewezen, dat de dood Hem niet kon houden en dat Hij de zonde en de dood overwonnen had. Hij bracht onvergankelijk leven aan het licht.

Met Zijn hemelvaart toonde Hij aan dat Hem alle macht gegeven was in de hemelen en op aarde, en dat de duivel en zijn werken absoluut teniet gedaan zullen worden. Dit was de boodschap, die Hij proclameerde aan “de geesten in de gevangenis”, de demonen die gevangen en gekluisterd zijn aan deze aarde ( 1 Pet. 3:19). Christus overwon en Hij heeft hun gevangenis gevangen genomen, wat zeggen wil in het licht van Kolossenzen 2:15 “Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.”

Christus heeft bij Zijn opstanding en bij Zijn hemelvaart laten zien dat niet satan alle macht heeft, maar dat Hij alle macht bezit in de hemelen en op aarde. Hij bezit de sleutels van de dood en het dodenrijk, en de overheden en de machten der duisternis zullen hun oordeel niet ontlopen. De “Meesters der Wijsheid” waar Satanisten, Kabbalisten, Gnostici, Mystici, New Agers, enz., zo lovend over spreken, zijn niets anders dan gevallen engelen, die als boze geesten, demonen, op aarde gekluisterd, wachten op hun oordeel.

Bij de hemelvaart van Christus konden ze de Here Jezus niets doen. Hij zegevierde openlijk over hen toen Hij de vijandelijke linies doorging. Zij doen zich voor als “Verhoogde Meesters”, maar er is niets verhogends aan. Zij zijn geworpen op de grond, op de aardbodem en wachten op hun definitief oordeel op de grote oordeelsdag. Dit oordeel zullen zij niet kunnen ontlopen.

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De realiteit van demonen

 

De hogere geestelijke wereld, waar New Agers over spreken, is in werkelijkheid een demonische wereld, die zich dicht om ons heen bevindt. Deze demonische wereld is een realiteit. De invloed van demonen door middel van valse leer en met behulp van geestesmanifestaties in de New Age Beweging, de Oecumenische Beweging en Charismatische kringen is enorm. De realiteit van demonen kan men niet zomaar wegredeneren, zoals sommigen doen.

Demonen zijn boze geesten die in feite achter elke vorm van afgoderij staan. De afgod is van zichzelf niets. Die is gemaakt van hout, steen of edelmetaal. Maar achter de aanbidding van deze beelden staan wel degelijk demonen, die mensen tot afgoderij verleiden met als uiteindelijk doel: de aanbidding van hun overste, satan (1 Kor. 10:19-21; Openb. 9:20; Deut. 32:17).

Waar de NBG ‘boze geesten’ vertaalt in 1 Korinthe 10, daar staat letterlijk ‘demonen’:

“Wat wil ik hiermede dan zeggen? Dat een afgodenoffer iets is, of dat een afgod iets is? Integendeel, dat hun offeren een offeren is aan demonen en niet aan God en ik wil niet, dat gij in gemeenschap komt met de demonen. Gij kunt niet de beker des Heren drinken en de beker der demonen, gij kunt niet aan de tafel des Heren deel hebben en aan de tafel der demonen.”

 

Deze demonen zijn een realiteit achter de afgodendienst. Als zij niet zouden bestaan, dan had de apostel Paulus dit hier ongetwijfeld aan de Korintiërs gezegd. Maar hij waarschuwt met nadruk voor het gevaar, dat gelovigen in gemeenschap met de demonen kunnen komen, als zij niet oppassen. De Schrift verbiedt het de demonen te raadplegen (Lev. 19:31; 20:6; Deut. 18:9-14). Onder Israël stond daar de doodstraf op (Lev. 20:27). Demonen sidderen voor God (Jak. 2:19): “Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wel, maar dat geloven de demonen ook en zij sidderen.”

Zij erkennen Christus als Heer en zien Hem als hun toekomstige Rechter: “Van velen voeren ook demonen uit, roepende en zeggende: Gij zijt de Zoon van God. En Hij bestrafte hen en liet hun niet toe te spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.” (Luk. 4:41) “En zie, zij schreeuwden, zeggende: Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?” (Matt. 8:29)

Deze demonen zijn reëel en hun bestaan berust niet op fictie. De wereld om ons heen is een demonische wereld, die wij niet kunnen waarnemen. God heeft die aan ons oog onttrokken na de zondeval, maar dat wil nog niet zeggen dat die wereld niet bestaat. Helaas kan de mens die wereld wel binnentreden, ook al heeft God dit verboden (Exod. 20:3-5; Lev. 19:31; 20:6,27; Jes. 8:19-22; 2 Kron. 33:6).

In de Schrift maken demonen deel uit van het rijk der duisternis. Er is sprake van een hiërarchie binnen dit rijk bestaande uit: demonen, engelen, en luchtvorsten. Satan staat aan het hoofd als de ‘overste van de macht der lucht” (Efe. 2:2; Matt. 25:41; Openb. 12:7). Satan is dus overste van een luchtmacht. Alle aardse overheden, machten en koninkrijken worden door deze luchtmacht gecontroleerd.

Het rijk der duisternis is in hoge mate georganiseerd (Matt. 12:26; Joh. 18:36; Matt. 4:8-11; Luk. 4:5-8; Joh. 14:30). Het staat achter de aardse overheden en beïnvloedt die (2 Sam. 24: 1; 1 Kron. 21: 11; 1 Kon. 22:19-23; Job 1:6-7; 2:1-2). Dit is Satans engelen- en demonenwereld. De apostel Paulus spreekt hen gezamenlijk aan als: ‘de overheden, de machten, de wereldbeheersers dezer duisternis, de boze geesten in de hemelse gewesten’. (Efe. 6) Hun machtsgebied is de duisternis. De wereld bevindt zich in die duisternis en satan is “de overste van deze wereld.” Alleen God kan de mens uit deze macht der duisternis verlossen en hem overbrengen in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde (Hand 26:18, Kol. 1:13).

 

 

De wapenuitrusting van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De geestelijke strijd

 

De vijanden waartegen wij hebben te worstelen zijn niet van bloed en vlees, maar geestelijk:

“…want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.” (Efe. 6:12)

 

Deze worsteling is een geestelijke strijd. Het is de goede strijd des geloofs. De inzet is hierbij altijd de verkondiging van het Evangelie (Efe. 6:19-20), de gezonde leer (2 Tim. 4:3-5), het Woord der Waarheid (2 Tim. 2:15-26), waarin Christus overwint en satan teniet gedaan wordt:

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad, dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.” (Gen. 3:15)

 

Tegen deze boodschap brengen de boze geesten, de demonen, altijd hun valse leringen in. Zij verspreiden dwalingen onder de mensen en trachten de gelovigen te verleiden met valse leringen over God en Zijn Woord, over satan en het kwaad, over de mens en de dood, over Christus en Zijn verlossing, enzovoort (1 Tim. 4:1-2).

“Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van demonen volgen,  door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn.” (1 Tim. 4)

 

De demonen vinden altijd leugensprekers door wie zij heen kunnen spreken. Als wij niet blijven staan in de volle wapenrusting Gods met o.a. het zwaard des Geestes in de hand (dat is het Woord van God, Efe. 6:17), dan lijden wij de nederlaag. Dan raken wij verstrikt in valse leer. Dan raken wij het spoor des geloofs bijster. Ons geloof kan daardoor zelfs schipbreuk lijden (1 Tim. 1:19). Maar wij hoeven niet te vrezen. Wij mogen de wapenrusting Gods aandoen om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels. En wij mogen er verzekerd van zijn, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch machten, noch krachten, noch enig ander schepsel, ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.” (Rom. 8:38-39)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Waarom doopte God Christus niet zelf ?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Antwoord : om Satan te vernederen 

.

.

Provincie_Antwerpen_Validatoren_DuivelAlleen

.

.

Lucifer kwam in de onzichtbare wereld in opstand tegen God omdat hij de mens op aarde niet wilde dienen. Hij was de hoogste entiteit in de hemel die moest waken over het uitvoeren van Gods plannen. Zijn naam betekende ” de morgenster ” wat  zijn uitzonderlijke positie benadrukte.

Door de mens te doen geloven dat zij als God konden zijn door controle te hebben over goed en kwaad, bracht Lucifer de eerste zonde in de wereld. De hoogmoed van Lucifer maakte van hem de Satan, wat tegenstrever van God betekent.

God verdoemde Satan en de engelen die Gods soevereiniteit in twijfel brachten door Christus, zijn enig geboren zoon, naar de wereld te sturen om de losprijs te betalen voor de zonden van de mens. Christus werd door Satan meerdere keren op de proef gesteld tijdens zijn leven maar bleef God trouw tot op het kruis. Vanaf toen wisten de duivel en zijn demonen dat zij ooit, op de laatste dag van dit samenstel der dingen, in de vuurpoel zouden geworpen worden voor eeuwig.

 

.

De mens is voor God de bekroning van de schepping tot in de eeuwigheid. Hij liet en zal Satan meerdere keren vernederen door de mens zelf:

.

1 : Christus zwichtte niet voor de duivel tijdens zijn 40 dagen van vasten in de woestijn. Satan bood hem alle koninkrijken ter wereld aan indien hij naar hem luisterde, maar Christus bezweek niet en bleef God trouw.

2 : Christus liet zich dopen door Johannes de Doper waardoor hij de Heilige Geest ontving om                           zijn missie als de messias te beginnen. God gaf dus aan een mens de macht om zijn zoon de Heilige Geest te geven, die hem zou bijstaan tot de dood toe bij het vervullen van zijn taak op aarde.

3 : God nam de moeder van Jezus op in de hemel en kroonde haar tot de moeder Gods. Maria kreeg                daardoor alle macht over elke entiteit in de hemel en op aarde. Wat een vernedering moet dat niet geweest zijn voor de duivel. Maria die uit een zondige vrouw geboren werd, vervolgens door God de titel kreeg van Onbevlekte Ontvangenis met daarop als bekroning de heerseres over alles wat leeft in de zichtbare en onzichtbare wereld.

4 : Christus heeft Satan overwonnen. Bij zijn terugkomst op de laatste dag zal Maria, de moeder Gods, hem en zijn demonen letterlijk verpletteren en haar doen aanbidden alvorens zij zullen geworpen worden in de eeuwige vuurpoel samen met de zondige mens die het zoenoffer van Christus niet hebben aanvaard. Wat huivering- wekkend moet dat niet voor Satan zijn om door Maria, die ooit mens was, vernietigd te worden.

 

.

Maria Domina Animarum

Pasteltekening van John Astria

 

 

Conclusie : God gebruikt de mens in zijn plan om de duivel en zijn demonen zo erg mogelijk te vernederen voor de tijd dat hun nog geven wordt. Wanneer iemand de naam van God, Christus of de Moeder Gods uitspreekt in een gebed om de verzoeking van Satan te kunnen weerstaan, dan zal de duivel onmiddellijk wijken.

 

.

..

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 John Astria

John Astria

Wie is Lucifer?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Het verhaal van Lucifer

.

.

lucifer

.

.

.

De oorsprong van Lucifer

.

Om de oorsprong van Lucifer te kunnen vinden, richten we ons tot het Oude Testament. De naam Lucifer is vertaald uit het Hebreeuwse woord “helel”, wat “helderheid” betekent. Deze aanduiding, die dus op Lucifer betrekking heeft, is de uitlegging van de “morgenster” of “zoon des dageraads” die in Jesaja wordt voorgesteld.

“O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste” (Jesaja 14:12-14).

De context van deze passage slaat op de koning van Babylon zoals hij in zijn trots, zijn pracht en zijn val wordt voorgesteld. Maar de tekst is feitelijk gericht aan de macht die achter de boosaardige Babylonische koning steekt. Geen enkele sterfelijke koning zou beweren dat zijn troon zich boven die van God bevindt of dat hij de Allerhoogste evenaart. De boze macht achter de Babylonische koning is Lucifer, de “zoon des dageraads”.

 

.

.

De geschiedenis van Lucifer

.

Lucifer is gewoon een andere naam voor Satan, die als hoofd van het boosaardige wereldbestel de werkelijke, maar onzichtbare macht is achter de opeenvolgende heersers van Tyrus, Babylon, Perzië, Griekenland, Rome en alle andere kwaadaardige heersers die we in de geschiedenis van de wereld hebben zien komen en gaan. Deze passage gaat verder dan de menselijke geschiedenis en markeert het begin van de zonde in het universum en de val van Satan in het reine, zondeloze firmament vóór de schepping van de mens.

We zien ditzelfde thema in Ezechiël: “De HEER richtte zich tot mij: ‘Mensenkind, hef over de koning van Tyrus een dodenklacht aan:

“Dit zegt God, de HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen. Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar. Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen.

Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg. Door al het handeldrijven raakte je verstrikt in onrecht en geweld, en je zondigde; daarom, beschermende cherub, verbande ik je van de berg van God en verdreef ik je van je plaats tussen de vurige stenen. Je schoonheid had je hoogmoedig gemaakt, je had je wijsheid en luister verkwanseld.

Daarom heb ik je op de aarde neergeworpen, als een schouwspel voor andere koningen. Door je grote schuld, door je oneerlijke handel, waren je heiligdommen ontwijd. Daarom liet ik een vuur in je oplaaien dat je heeft verteerd, ik maakte van jou een hoop as op de grond, voor ieder die het wil zien. Alle volken die je kenden staan verbijsterd; je bent een schrikbeeld geworden, tot in eeuwigheid zul je er niet meer zijn.”‘” (Ezechiël 28:11-19).

.

Deze passage lijkt gericht tot de “koning van Tyrus”. In werkelijk is het echter gericht aan degene die achter de boosaardige koning van Tyrus schuilgaat. Deze passage bevat profetieën over Lucifer/Satan, omdat zijn laatste einde nog niet heeft plaatsgevonden en pas na het laatste oordeel zal plaatsvinden (Openbaring 20:7-10), ook al is het zeker dat dit einde op deze manier zal plaatsvinden.

Deze passages in Jesaja en Ezechiël hebben beide niet zozeer betrekking op Lucifer/Satan zelf, maar op zijn werk en zijn planning via aardse koningen en heersers die zichzelf een goddelijke eer toekennen. Zij heersen, bewust of onbewust, feitelijk in de geest van Satan en voor de doelen van Satan.

“Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen” (Efeziërs 6:12).

Satan is de vorst achter de machten van dit bedorven wereldbestel.

Let vooral eens op de volgende uitspraak in de passage uit Ezechiël: “de gezalfde cherub”. Een dergelijke uitspraak zou nooit van toepassing kunnen zijn op een menselijke koning. Nee, deze heeft betrekking op Lucifer/Satan die achter de menselijke koning zit. Deze engel is het hoogste wezen dat de HEER ooit heeft geschapen. De HEER zegt over hem: “Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid”.

Satan was het meest wijze schepsel dat God ooit had geschapen. Geen enkele andere engel en geen enkel ander wezen werd geschapen met de intelligentie die God aan dit schepsel had gegeven. God zegt dat dit schepsel “volmaakt van schoonheid” is. Na de Heilige Drie-eenheid – de Vader, de Zoon en de Heilige Geest – is dit wezen tegenwoordig het hoogste wezen.

In Ezechiël 28:14 lezen we:

“Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub”. Dit vertelt ons dat we het niet over een menselijke koning hebben.

Het woord cherub is enkelvoud voor cherubim. De cherubim zijn een symboliek voor Gods Heilige aanwezigheid en Zijn onbereikbare grootheid. Deze cherubim nemen een unieke positie in. De “gezalfde, overdekkende cherub” is het beeld dat in de Hof van Eden voor ons geschetst wordt, nadat Adam en Eva waren weggestuurd en God de cherubim had opgesteld om de weg naar de levensboom te bewaken.

Ook toen Mozes de verzoeningsplaat maakte en deze in het Allerheiligste van de tabernakel plaatste, kwam Gods heerlijkheid er naartoe en ontmoette Hij Mozes tussen de cherubim. Zij “overdekten” de verzoeningsplaat met hun vleugels.

We zien dus dat Satan een cherub was en dat zijn taak bestond uit het bewaken van de troon van God Zelf. Zijn taak was de bescherming van Gods heiligheid. Satan nam de hoogste van alle posities in, een positie die hij verachtte en verloor.

We zien hier in Ezechiël een beschrijving van de hoogste van Gods schepsels, een musicus met perfecte wijsheid en onbeschrijflijke schoonheid, en bovendien met een verheven functie. Maar, dit schepsel met al zijn prachtige eigenschappen had ook een vrije wil. Op een dag zei God tegen dit schepsel:

“Er is ongerechtigheid in jou gevonden”.

 

.

.

De status van Lucifer

 

Wat voor ongerechtigheid werd er in hem gevonden? In het boek Ezechiël laat God ons in het prille begin als het ware over Zijn schouder meekijken, zodat we de oorsprong en de schepping van Satan kunnen zien. Maar waarom zegt God dit? Wat is deze ongerechtigheid?

We moeten naar Jesaja 14:13-14 teruggaan, de verzen die ons over de keuze van Lucifer/Satan vertellen. “Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste.” Heb je gemerkt hoe vaak Satan in deze passage eigenlijk “ik zal” zegt? Hij zegt dat hij zijn troon boven Gods sterren zal plaatsen. Het woord “sterren” verwijst hier niet naar de sterren die we ’s nachts kunnen waarnemen. Hiermee worden de engelen van God bedoeld. Met andere woorden: “Ik zal de hemel overnemen, ik zal God zijn”.

Dat is de zonde van Lucifer/Satan en dat is de ongerechtigheid die er in hem werd gevonden. Hij wil geen dienaar van God zijn. Hij wil de dingen niet doen waar hij voor geschapen werd. Hij wil zelf gediend worden en er zijn miljoenen mensen die ervoor gekozen hebben om juist dat te doen: hem dienen. Zij hebben naar zijn leugens geluisterd en ervoor gekozen om hem te volgen. Eva geloofde de leugen dat zij net als God zou zijn. De reden dat Lucifer/Satan haar met die leugen verleidde was dat dit precies datgene is wat hij zelf wil: God zijn.

 

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 John Astria

John Astria

 

Waarom worden mensen ziek?

Standaard

categorie : religie

 

 

 Er zijn drie hoofdredenen waarom mensen ziek worden

 

 

Zonde

 

Eén daarvan is zonde. Jezus zei in Johannes 5:14, nadat Hij de man bij het bad Betesda had genezen: ‘Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome.’ Hij maakte het hier dus heel duidelijk dat deze ziekte en het terugkeren van deze ziekte of zelfs iets nog ergers dan de verlamming die deze man had, hem kon overkomen als hij zondigde. Jezus verbond hier dus ziekte aan zonde. Dat is niet de enige reden dat mensen ziek worden, maar het is één reden.

Als iemand bijvoorbeeld alcoholist is en hij drinkt zich een leverziekte, dan heeft Hij zichzelf dat aangedaan. Ik bedoel dat satan zijn handelingen gebruikte om zich toegang tot hem te verschaffen. Hij heeft een leverziekte, niet omdat God hem dat heeft aangedaan, of doordat de duivel dat rechtstreeks deed, maar het is gewoon zonde. Hij oogst de vruchten van zijn zonde; druggebruikers lopen hersenbeschadigingen op, en ziekten die door gedeelde naalden worden overgebracht. Seksueel actieve personen krijgen seksueel overdraagbare ziekten. Dat komt niet doordat satan hen oordeelt of aanvalt. Zij doen het zichzelf aan. Zij zetten de deur open door zonde.

 

 

 

 

 

Oorlog met de duivel

 

De tweede hoofdreden dat mensen ziek worden, komt doordat wij in een oorlog zijn met de duivel. Sommige mensen zijn zich dat niet bewust, maar niet alles wat er gebeurt is maar fysiek. Er woedt een geestelijke oorlog. Er zijn goddelijke engelen die Gods wil uitvoeren en er zijn demonische geesten die satans wil uitvoeren. Er is een veldslag gaande. Je kunt op een bepaalde manier wel stellen dat het op zonde is gebaseerd, omdat satan door zonde op deze aarde is losgelaten, maar dat is niet per se jouw individuele zonde.

Dit is waar Jezus het over had in het 9e hoofdstuk van Johannes toen er een man aan de poort van de tempel zat. Hij was blind vanaf zijn moeders schoot. En de discipelen vroegen: ‘Wie heeft gezondigd, deze man of zijn ouders dat hij blind geboren is.’ En Jezus zei: ‘Geen van beide.’ Je weet heus wel dat Hij niet zegt dat deze man of zijn ouders niet gezondigd hadden. Want de Schrift zegt in Romeinen 3:23: ‘Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.’

Er was dus wel degelijk zonde in hun leven, maar hier zegt Hij dat het niet hun zonde was die de oorzaak was dat deze jongen blind werd geboren. Dat gebeurde gewoon. Er is een geestelijke oorlog gaande en satan gaat rond, zoekende wie hij kan verslinden. Zonde is dus één reden dat mensen ziek worden. En een andere reden is dat het niet een zonde is, maar dat je gewoon leeft in een gevallen wereld, dat er geestelijke veldslagen zijn en satan je soms gewoon met dingen aanvalt.

 

 

 

 

Door natuurlijke processen

 

De derde hoofdoorzaak dat mensen ziek worden, is de gewoon natuurlijke dingen. Dat is iets waar veel christenen geen rekening mee houden. Zij erkennen wel dat zonde een toegang is van satan in ons leven, en dat dit hem in staat stelt dingen aan te richten. Ze erkennen ook dat we in een geestelijke oorlog zijn en dat satan ons aanvalt. Maar soms vergeestelijken christenen alles zozeer dat ze niet beseffen dat er ook dingen zijn die gewoon natuurlijk gebeuren.

Bijvoorbeeld, als jij gewoon niet oplet en van de trap afloopt en struikelt en valt, kun je een been breken. Je kunt je sleutelbeen breken, je kunt je nek breken. Allerlei dingen kunnen je overkomen en het is niet de duivel, het is niet zonde, het is gewoon een natuurproces, je hebt jezelf bezeerd. Je kunt ook bepaalde ziekten oplopen, een infectie, een zwelling en allerlei dingen. Als mensen van een klip in een waterplas zijn gedoken en een rotsblok hebben geraakt en hun rug hebben gebroken en nu verlamd zijn, is het helemaal niet noodzakelijk de duivel was die hen dat aandeed.

De duivel heeft hen misschien verleid om iets te doen wat niet verstandig was. Of ze hebben iets tegen beter weten in gedaan, maar het is een natuurlijk verschijnsel. Als je bij een auto-ongeluk betrokken raakt en je arm wordt eraf gerukt, dan kun je niet zeggen dat het per se de duivel is. Het is gewoon iets natuurlijks. Vanaf de zondeval zijn er allerlei dingen, bacteriën, virussen, schimmels, dingen die nu verdorven zijn, maar die van oorsprong niet verdorven waren. En die vallen het menselijke lichaam aan. En sommige dingen zijn gewoon natuurlijk. Mensen zijn niet volmaakt en maken fouten.

 

 

 

Conclusie

 

Dit zijn dus drie hoofdgebieden. Je kunt een ingang voor ziekte geven door zonde. En je kunt door satan aangevallen worden wat niet jouw schuld is. Vaak is het feit dat satan je aanvalt en je dingen aandoet het bewijs dat je met iets goeds bezig bent. Satan probeert mensen die gevoelig voor God zijn te belemmeren, evenals mensen die hem bestrijden. Je weet pas dat je in het beloofde land loopt als je de reuzen tegenkomt.

Als er reuzen zijn, als je tegen problemen aanloopt, is dat vaak een indicatie dat je de dingen goed doet in plaats van verkeerd. En ten derde gebeuren er soms dingen die natuurlijk zijn. Als je van het dak valt, kun je jezelf bezeren, je kunt iets breken of beschadigen. Maar dat is niet noodzakelijk demonisch, dat is geen zonde, dat is gewoon iets natuurlijks dat plaatsvindt.

Maar er is altijd iets wat wij eraan kunnen doen. Omdat wij zijn verlost van ziekte en gebrek, kunnen wij onze autoriteit nemen en ons geloof gebruiken en een genezing bewerken of het nu een demonische aanval is, of iets wat gewoon natuurlijk is gebeurd. En zelfs als het onze eigen zonde is die het heeft veroorzaakt, kunnen wij ons daarvan bekeren, ons ervan afkeren en de vergeving van God in ons leven vrijzetten. Ongeacht hoe deze ziekten en gebreken zijn veroorzaakt, er is altijd iets dat wij er aan kunnen doen.

 

 

 

 

Waarom geneest niet iedereen?

 

Jezus ging dus verder, nadat Hij in vers 17 zijn discipelen had bestraft. Vers 18: ‘En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af. 19 Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?’

Dit is de vraag waar wij ons nu mee bezig houden. Als het Gods wil was om hem te genezen en Jezus genas deze jongen, waarom konden de discipelen deze jongen dan niet genezen? Als wij geloven dat het Gods wil is dat iedereen geneest, hoe komt het dat wij niet altijd iedereen zien genezen? Wat zijn de oorzaken waarom iemand niet geneest?

Je moet begrijpen dat deze discipelen die deze vraag stelden, ‘waarom konden wij hem niet uitdrijven’, geloofden dat het Gods wil was, én geloofden dat zij de macht van God in hun leven hadden ontvangen om deze demonen uit te drijven. Zij hadden al macht en autoriteit ontvangen om demonen uit te drijven. In het tiende hoofdstuk van Matteüs, en ook in Lukas 9 en andere plaatsen, staat dat Jezus hen macht gaf over alle onreine geesten, over alle ziekte en gebreken. En zij gingen er op uit en ze kwamen terug en verheugden zich dat de demonen zich aan hen onderwierpen in de naam van Jezus.

Ze hadden toen geen enkele vraag. Dit betekent dat nu de discipelen die deze vraag stelden, ‘waarom konden wij hem niet uitdrijven?’ dit niet deden omdat ze niet geloofden. Zij geloofden wel degelijk en ze hadden die macht al uitgeoefend. En ze hadden ook resultaten geboekt. Maar dát was juist de reden waarom ze in de war waren. Als deze discipelen hadden gezegd: ‘Nou, wij geloven niet dat je een maanzieke jongen, iemand met toevallen, kunt genezen,’ dan hadden zij deze vraag nooit gesteld. Het feit alleen al dat zij deze vraag stelden, toont aan dat zij wel degelijk geloofden, maar toch niet de resultaten verkregen die zij verlangden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom vasten christenen niet op dezelfde manier als moslims?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

.

.

Waarom vasten christenen niet op

dezelfde manier als moslims?

 

.

Antwoord

 

Zowel moslims als christenen vasten, maar hun doelen voor het vasten verschillen. Een moslim is verplicht om tijdens de Ramadan te vasten, om de Vijf Zuilen te onderhouden. Veel moslims streven tijdens hun vastentijd oprecht naar de zegen en vergeving van Allah.

 

 

 

 

Voor christenen is vasten geen plicht, maar een genot. Het overslaan van maaltijden geeft hen de gelegenheid om hun voldoening in God uit te drukken, in plaats van in voedsel. Hoewel met vasten noch Gods genade noch een plaats in het paradijs kan worden verdiend, vasten veel christenen toch en wel om de volgende redenen:

• om hun tevredenheid in God alleen uit te drukken (Lucas 4:4)
• om zichzelf voor God te vernederen (Daniël 9:310:12)
• om God om hulp te vragen (2 Samuël 12:16Ester 4:16Ezra 8:23)
• om naar Gods wil op zoek te gaan (Handelingen 13:2-3)
• om zich van de zonde af te keren (Jona 3:5-101 Koningen 21:25-29)
• om God zonder afleidingen te aanbidden (Lucas 2:36-38)

 

 

 

 

.

Hoewel Jezus (Isa) het vasten aanmoedigde, zei Hij niet wanneer of hoe lang gevast moest worden. De religieuze leiders uit de tijd van Isa waren er trots op dat zij twee keer per week vastten, maar Jezus twijfelde aan hun oprechtheid. Christenen volgen Zijn voorbeeld.

 

.

 

Isa’s voorbeeld van het vasten

.

Aan het begin van Isa’s openbare bediening, vóór Zijn grote wonderen en onderricht, vastte Hij veertig dagen lang. Daarna stelde de duivel Jezus op de proef, toen Hij hongerig en zwak was:

“Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger… De duivel nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht en zei: ‘Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.’ Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen.” (Matteüs 4:28-11)

Satan probeerde Jezus tot de zonde te verleiden, maar Jezus bleef perfect – in tegenstelling tot alle andere mensen in de geschiedenis.

 

 

.

 

.

Isa’s waarschuwing tegen hoogmoedig vasten 

.

Vast niet om godsdienstig te lijken in de ogen van andere mensen

.
“Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.” (Matteüs 6:16-18)

.

Vast niet om vergeving van je zonden te verdienen

.
(Farizeeër = iemand die bij een zekere religieuze, fundamentele Joodse sekte behoorde) 
“De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf:

‘God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.’ De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: ‘God, wees mij zondaar genadig.’ Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden” (Lucas 18:11-14).

Jezus leerde ons dat we met vasten geen toegang tot de hemel kunnen verdienen. Onze zonden maken onze beste religieuze daden onwaardig.

 

 

 

 

.

Isa’s transformatie van het vasten (Marcus 2:18-22)

.
Jezus onderwees dat het volgen van Gods heilige wil meer voldoening zal brengen dan eten:

“Intussen zeiden de leerlingen tegen Jezus: ‘Rabbi, u moet iets eten.’ Maar hij zei: ‘Ik heb voedsel dat jullie niet kennen.’ ‘Zou iemand hem iets te eten gebracht hebben?’ zeiden ze tegen elkaar. Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien’.” (Johannes 4:31-34)

.

 

Wat zijn Gods wil en werk dan?

.

“‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u me gezien. Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen, want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft. Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. Dit wil mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.’” (Johannes 6:35-40)

Net zoals we zullen sterven als we niet eten, zo zullen we ook geestelijk sterven (dat wil zeggen: eeuwig van God afgescheiden worden in de hel) als we Jezus niet ontvangen. Hij is het Brood van het Leven. Omdat Hij “uit de hemel neerdaalde” en uit een maagd geboren werd, noemde Jezus God Zijn Vader. Jezus bewees met Zijn perfecte leven, dood en opstanding dat Hij Goddelijk is; Hij is Gods Zoon. Jezus Christus voerde de wil van Zijn Vader uit: Hij redde zondaars door hun straf aan het kruis op Zich te nemen. Door Jezus uit de dood op te wekken toonde God dat de offergave van Jezus aanvaard werd.

Heb jij het Brood van het Leven ontvangen? Jij moet je van je zonden afkeren en op de dood en de opstanding van Jezus vertrouwen om je te redden – niet op je eigen goedheid en daden, zoals vasten.

Nadat Hij je van jouw zonden verlost, geeft Jezus jou het verlangen en de kracht om God door middel van goede daden te eren:

“Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven. Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.” (Romeinen 6:22-23)

.

 

Helend bloed

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan ?

.

 

adamevaparadijsrnd

 

.

Sceptici hebben telkens weer de vrouw gebruikt om het boek Genesis in discrediet te brengen als waargebeurde historische gebeurtenis. Triest genoeg waren de meeste christenen niet in staat om een adequaat antwoord te geven op deze vraag. Met als gevolg, dat de wereld denkt, dat christenen de autoriteit van de Bijbel niet kunnen aantonen, net zo min als van het christelijke geloof. En toch is er een antwoord op te geven. Maar aangezien de meeste kerken geen apologetiek leren, (dat is de leer van de geloofsverdediging) speciaal met het oog op Genesis, zijn veel kerkgangers niet “bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is.” (1 Petr. 3:15). 

 

.

Waarom is het belangrijk?

.

Verdedigers van het evangelie moeten kunnen aantonen, dat alle mensen afstammen van één man en één vrouw (Adam en Eva), want alleen afstammelingen van Adam en Eva kunnen gered worden. Dus moeten gelovigen ervan overtuigd zijn, dat Kaïns vrouw een nakomelinge van Adam was. ( Het Bijbelgedeelte dat hier op slaat is Genesis 4:1-5:5 ).

 

De eerste mens

 

Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben (Rom. 5:12). We lezen in 1 Kor. 15:45 dat Adam de eerste mens was.De Bijbel stelt heel duidelijk, dat alleen de nakomelingen van Adam gered kunnen worden. Rom. 5 leert ons, dat we zondaars zijn, omdat Adam zondigde. De doodstraf, die Adam kreeg als oordeel over zijn opstandigheid, ging over op al zijn nakomelingen. Omdat één mens zonde en dood in de wereld bracht, hebben alle nakomelingen van Adam een zondeloos mens nodig om de straf te betalen voor de zonde en het oordeel van de dood te ondergaan.

 

De laatste Adam

 

God voorzag in een oplossing. Hij opende een weg om de mens te bevrijden uit zijn verloren staat. De zoon van God nam de menselijke natuur aan, toegevoegd aan zijn volle goddelijkheid. Hij wordt “de laatste Adam” genoemd (1 Kor. 15:45), omdat Hij de plaats innam van de eerste Adam. Hij werd het nieuwe hoofd en omdat hij zonder zonde was, was Hij in staat te prijs te betalen voor de zonde:

Want, dewijl de dood er is door één mens, is ook de opstanding der doden door één mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. (1 Kor. 15:21-22).

Christus stierf op het kruis. Hij stortte zijn bloed want “zonder bloedstorting is er geen vergeving.” Hebr. 9:22. Daardoor kunnen degenen die spijt hebben van hun zonde en hun vertrouwen in zijn werk aan het kruis stellen, verzoend worden met God.

 

Zodoende kunnen slechts nakomelingen van Adam gered worden.

 

Allen verwant

 

Zodoende was er slechts een man aan het begin—gemaakt uit het stof der aarde (Genesis 2:7).

Dit betekent ook, dat Kaïns vrouw een nakomelinge was van Adam.

 

De eerste vrouw

 

In Genesis 3:20 lezen we, “En Adam noemde zijn vrouw Eva, omdat ze de moeder was van alle levenden.”

Eva werd gemaakt uit een rib van Adam (of zijde) (Genesis 2:21-24).

Ook lezen we in Genesis 2:20, dat toen Adam naar de dieren keek, hij geen hulp voor zichzelf kon vinden—er was er geen een van zijn soort.

Dit alles maakt het duidelijk dat er in het begin maar één vrouw was, Adams vrouw. Er waren geen andere vrouwen aanwezig, die niet van Eva afstamden.

 

Kaïns broers en zusters

 

Kaïn was het eerste kind van Adam en Eva, dat staat in (Genesis 4:1). Zijn broers, Abel (Genesis 4:2) en Set (Genesis 4:25), waren een gedeelte van de eerste generatie kinderen, die ooit op aarde geboren waren.

Hoewel slechts deze drie bij name vermeld staan, hadden Adam en Eva meer kinderen. In Genesis 5:4 staat dat Adam zonen en dochteren verwierf—”En de dagen van Adam, nadat hij Set verwekt had, waren achthonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren.”

De Bijbel vertelt ons niet hoeveel kinderen Adam en Eva kregen. Het lijkt ons redelijk om aan te nemen, dat het er velen waren! Denk er wel aan, God had hen het bevel gegeven: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk” (Genesis 1:28).

 

De vrouw

 

Als we nu echt puur afgaan op wat de Bijbel zegt, dan moesten in het begin broers met zusters trouwen, of er zou geen volgende generatie meer zijn geweest!

Er wordt ons niet gezegd wanneer Kaïn trouwde, maar het ding staat vast dat enkele broers bij de aanvang der geschiedenis met hun zusters zijn getrouwd.

De bedoeling van God was dat één man met één vrouw zou trouwen voor het leven (gebaseerd op Genesis 1 en 2). Het was in die begintijd geen ongehoorzaamheid aan God als naaste verwanten met elkaar huwden (zelfs broers en zusters).

Lang geleden huwde Abraham zijn halfzuster huwde. (Genesis 20:12). God zegende deze verbinding, want door Isaäk en Jakob werd het hele Joodse volk geboren. Pas 400 jaar later gaf God aan Mozes wetten, die zulke huwelijken verbood.

.

.

Biologische Afwijkingen

 

Vandaag de dag is het volgens de wet voor broers en zusters (en halfbroers en halfzusters) niet toegestaan om te trouwen, omdat de kinderen uit deze verbintenis een onacceptabel risico lopen om mismaakt te worden. Hoe meer de ouders aan elkaar verwant zijn, hoe groter het risico dat hun nageslacht afwijkingen zal krijgen.

Adam and Eva hadden geen opeenstapeling van afwijkingen. Toen de eerste twee mensen werden geformeerd, waren ze lichamelijk perfect. Alles wat God maakte was erg goed (Genesis 1:31). Maar toen de zonde in de wereld kwam (vanwege Adam—Genesis 3:6, Rom. 5:12), vervloekte God de wereld. zodat de perfecte creatie begon te degenereren.

Kaïn behoorde bij de eerste generatie kinderen. Hij, zowel als zijn broers en zusters, hebben geen imperfecte genen van Adam en Eva overgeërfd en de vloek op de schepping was nog maar minimaal doorgedrongen. In dat geval kunnen broers en zusters wel met elkaar huwen met Gods toestemming, zonder dat mogelijke afwijkingen in het nageslacht ontstaan.

In de tijd van Mozes, een paar duizend jaar later, zouden degeneratie fouten zich al hebben opgebouwd in het menselijke ras. Daardoor vond God het nodig om het broeder-zuster huwelijk ter verbieden (en tussen nauw verwanten) (Leviticus 18-20). Er waren destijds ook genoeg mensen op de aarde en er was dus geen dringende reden meer om binnen het gezin met elkaar te trouwen.

 

.

De afstammelingen van Kaïn en Abel

 

De nakomelingen van Kaïn en Abel waren erg intelligente mensen. Jubal maakte muziekinstrumenten zoals de harp en het orgel (Genesis 4:21), en Tubal-Kaïn werkte met koper en ijzer (Genesis 4:22).

Omdat men erg beïnvloed is door het evolutiedenken menen veel mensen vandaag de dag dat onze generatie de intelligentste is die ooit bestaan heeft op deze planeet. Moderne technologie is het resultaat van een opeenstapeling van kennis uit vroegere tijden. We staan op de schouders van hen die ons voorgegaan zijn.

Onze hersens hebben geleden van het 6.000 jaar ondergaan van de vloek sinds Adam. We zijn flink gedegenereerd vergeleken met mensen uit vele generaties voor ons. Aan de intelligentie van Adam en Eva en de inventiviteit van hun kinderen, kunnen we bij lange na niet tippen.

 

Conclusie

 

Vele Christenen proberen Genesis te interpreteren vanuit onze huidige situatie, veel meer dan de Bijbelse waarheid te aanvaarden van de veranderingen die ontstaan zijn door de zonde. Omdat ze hun wereldvisie niet bouwen op de Schrift, maar een seculiere manier van denken hebben aangenomen ten aanzien van de Bijbel, zijn ze blind voor simpele antwoorden.

Genesis geeft een verslag van God, die er was toen de geschiedenis een aanvang nam. Het is het woord van die Ene, die alles weet en Die een getrouwe getuige is van het verleden. Als we dus Genesis nemen als basis voor ons historische begrip, dan kunnen we de zingeving ontdekken van zaken die anders een mysterie voor ons zouden blijven.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA