Tagarchief: dieren

Peen : Daucus carota

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– het roodpaarse bloemetje in het midden van (volgroeide)
– en de omwindselbladen met lijnvormige slippen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Peen is een stijf behaarde, overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze groeit in vrije droge graslanden, in bermen, op dijken en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Peen bloeit vanaf juni tot de herfst met witte, soms roze, platte schermen, die bestaan uit 20 tot 40 kleinere schermen. Op de plaats van het middelste kleine scherm staan meestal 1 of meer rood-paarse bloemetjes. Hierdoor is peen makkelijk te onderscheiden van de andere witte schermbloemigen.

De schermen bestaan uit kleine witte bloemetjes met 5 uitgerande kroonbladen. De buitenste bloemetjes zijn stralend en hebben ongelijke kroonbladen. Na de bloei gaan de buitenste stralen zich buigen en ontstaat een “vogelnestje”.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De vruchtjes blijven hangen in de vacht van dieren en kunnen daardoor over grote afstanden verspreid worden. Peen is een belangrijke waardplant voor de rupsen van de koninginnenpage. De gekweekte vorm van peen heeft een vlezige oranje wortel, is minder behaard en heeft iets anders gevormde bladeren.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met witte bloemschermen

 

Er zijn veel planten met witte bloemschermen. Zie voor vergelijking en herkenning van de (zeer) algemeen voorkomende soorten, die groeien in graslanden, akkers, bermen, langs heggen en bosranden de pagina “Sleutel algemene witte schermbloemigen“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen of vrij zeldzaam
– 30 tot 90 cm hoog

Bloem
– wit (soms roze)
– vanaf juni tot de herfst
– meervoudig scherm
– stervormig
– 1,5 tot 2 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– 2- tot 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gaaf of gezaagd
– voet wigvormig of gevleugeld
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Prediker 3 uit het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

 

 

Wat is dit voor boek?

 

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

 

 

 

 

Voor alles is een tijd

 

1 Er is voor alle dingen een moment en voor alle dingen onder de hemel is er een tijd.
2 Er is een tijd om geboren te worden en er is een tijd om te sterven.
Er is een tijd om te planten en er is een tijd om uit de grond te trekken.
3 Er is een tijd om te doden en er is een tijd om te genezen.
Er is een tijd om af te breken en er is een tijd om op te bouwen.
4 Er is een tijd om te huilen en er is een tijd om te lachen.
Er is een tijd om te treuren en er is een tijd om te dansen.
5 Er is een tijd om stenen weg te gooien en er is een tijd om stenen te verzamelen.
Er is een tijd om te omhelzen en er is een tijd om afstand te houden.
6 Er is een tijd om te zoeken en er is een tijd om te verliezen.
Er is een tijd om te bewaren en er is een tijd om weg te gooien.
7 Er is een tijd om te scheuren en er is een tijd om dicht te naaien.
Er is een tijd om te zwijgen en er is een tijd om te spreken.
8 Er is een tijd om van iemand te houden en er is een tijd om iemand te haten.
Er is een tijd voor oorlog en er is een tijd voor vrede.

9 Wat voor nut heeft een mens van zijn gezwoeg? 10 Zwoegen is een trieste bezigheid die God aan de mensen heeft gegeven om zich mee te vermoeien. 11 Maar Hij heeft het zó gemaakt, dat alles op zijn tijd goed is. Ook heeft Hij de mensen een besef van de eeuwigheid gegeven. Maar toch kunnen ze niets begrijpen van wat God vanaf het begin tot aan het einde heeft gedaan.

12 Ik heb wel begrepen dat het ’t beste is voor een mens om blij te zijn en goede dingen te doen in het leven. 13 Ik bedoel dit: als iemand eet en drinkt en van goede dingen geniet bij al zijn gezwoeg, dan heeft hij dat niet aan zichzelf te danken, maar is het een geschenk van God.

14 Ik heb begrepen dat alles wat God doet, voor eeuwig is. Je kan er niets aan toevoegen of er iets vanaf halen. God doet het, met de bedoeling dat de mensen diep ontzag voor Hem zullen hebben. 15 Wat er nu is, was er al lang. En wat er zal zijn, is al lang geweest. God laat steeds weer de dingen gebeuren die al eerder gebeurd zijn.

 

 

Het leven is oneerlijk

 

16 Ook zag ik dat er onder de zon geen eerlijke rechtspraak is. De rechters oordelen niet rechtvaardig. Ze veroordelen onschuldige mensen. 17 Ik zei bij mezelf: “God zal oordelen over goede en slechte mensen. Want er is voor alles een tijd.” 18 En ik zei bij mezelf: “God zal de mensen laten zien dat ze zonder Hem net als de dieren zijn. 19 Want het lot van de mensen is hetzelfde als van de dieren. Ze worden allebei door hetzelfde lot getroffen. Want dieren en mensen sterven allebei. Allebei hebben dezelfde soort adem. De mensen zijn niet anders dan de dieren. Ze zijn maar lucht, tijdelijk, voorbijgaand.

20 Mensen en dieren gaan naar dezelfde plaats. Beiden zijn van stof gemaakt en beiden worden uiteindelijk weer stof. 21 Wie ziet dat de adem van de mensen omhoog gaat naar de hemel en de adem van de dieren naar beneden, de aarde in? 22 Daarom denk ik dat de mens maar het best kan genieten van wat hij doet. Want dat is het enige wat hij heeft. Want als hij eenmaal is gestorven, wie kan hem dan laten terugkeren om hem te laten zien wat er ná hem op aarde gebeurt?

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Dieren in het hiernamaals

Standaard

categorie : religie

 

 

Gaan dieren naar de hemel?

 

Voor veel christenen die een huisdier verliezen is het een moeilijke vraag. Is mijn huisdier nu in de hemel? En ga ik hem of haar daar weer terugzien? Het lijkt er op dat de Bijbel erop wijst dat er ook voor dieren een plaats is in de hemel, en dat de dieren die daar zullen zijn dezelfde zijn als de dieren die nu op aarde zijn. Dieren dragen mede de gevolgen van de relatie tussen God en de mens en zij zullen ook verlost worden. Een troost voor gelovigen die een huisdier verliezen.

 

 

 

.

Hoe dieren de gevolgen van de relatie tussen God en de mens merken

 

In het Bijbelboek Genesis wordt het lot van dieren meerdere malen gekoppeld aan dat van mensen en dragen dieren mede de gevolgen van de relatie tussen God en de mens. Namelijk bij de zondeval, tijdens de zondvloed en op het moment dat God het Noachitisch verbond sluit met Noach. Het zou vreemd zijn als de dieren op aarde de gevolgen merken van deze zaken, maar in de hemel ineens niet meer.

 

 

 

De zondeval

 

Met de zondeval, beschreven in Genesis 3, kwamen dood en vervloeking de wereld in. Voor de mensen hield dit in dat zij vanaf dat moment onvermijdelijk zouden sterven, dat het leven veel zwaarder zou worden en dat alle mensen in zonde geboren zouden worden (Ps. 51:7). Voor de dieren betekende dit echter ook een einde aan het goede leven. Dieren zouden jagers en prooien worden, ook van de mens. Dit alles was het gevolg van de zonde van de mens.

 

 

 

De zondvloed

 

Wanneer God vanwege de slechtheid van de mensen besloot tot de zondvloed had dit vanzelfsprekend niet alleen impact op de mens, maar ook op de dieren. God besloot echter dat Noach, zijn gezin en zijn schoondochters een uitzondering moesten vormen (Gen. 6:18). Naast deze uitzondering zouden er echter ook onder de dieren uitzonderingen zijn.

Van elke diersoort een mannetje en een vrouwtje, van de reine dieren zeven paar (Gen. 7:2). Door de zonde van de mens werden de dieren ook hier het slachtoffer, maar door de rechtvaardigheid van Noach waren er ook dieren die gespaard werden.

 

 

 

Het Noachitisch verbond

 

In Genesis 9:8-17 sluit God een verbond met Noach, waarin Hij, onder andere, belooft dat er nooit meer een zondvloed zal zijn. In dit verbond wordt echter niet alleen de mens als verbondspartner genoemd, maar ook de dieren. God sluit het verbond met Noach en met “alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte” (Gen. 9:10).

Het bijzondere aan het verbond is dat er veel nadruk op de dieren wordt gelegd. Tot vijf maal toe spreekt God over Noach én al wat op aarde leeft (Gen. 9:10; 12; 15; 16; 17). Het verbond dat God met de mens sloot gold dus ook voor de dieren.

 

 

 

het paradijs

 

 

 

Teksten over verlossing en vernieuwing voor dieren

 

Onder christenen is het algemeen bekend dat de Bijbel verlossing voorzegt voor mensen, maar het lijkt erop dat niet alleen mensen verlost zullen worden. Als het gaat over de vraag wie er verlost en vernieuwd zullen worden wordt er namelijk gesproken over ‘alle vlees’, ‘de hele schepping’ en ‘alle dingen’.

 

 

Alle vlees

 

In Lucas 3:4-6 citeert Jezus een profetie van Jesaja (Jes. 40:3-5) waarin hij voorzegde dat alle vlees het heil van God zou zien. Dit roept de vraag op wat Jesaja, en later Jezus, bedoelde met ‘alle vlees’. Doorgaans wordt dit geïnterpreteerd als ‘alle mensen’, maar het is niet duidelijk waarom het zo wordt geïnterpreteerd, omdat theologen doorgaans niet aangeven waarom zij het zo interpreteren.

Als het alleen over mensen had moeten gaan dan had er ook kunnen staan ‘alle mensen’, maar zowel in Jesaja als in Lucas wordt gesproken over ‘alle vlees’. Daardoor lijkt het ook dieren te omvatten, omdat die ook van vlees gemaakt zijn.

 

 

 

De hele schepping

 

Volgens de apostel Paulus zouden niet alleen de mensen bevrijd worden, maar zou de schepping worden bevrijd van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid (Rom. 8:21-23). Als dieren ook bevrijd worden van vergankelijkheid dan moet er een link zijn tussen dieren in het hiernamaals en dieren in dit leven. Is die link er niet (als dieren hier sterven en als er in de hemel andere dieren zullen zijn, of geen dieren), dan zijn de dieren (en daarmee een deel van de schepping) niet bevrijd.

 

 

 

Alle dingen

 

In Openbaringen 21:5 zegt Jezus dat Hij alle dingen nieuw zal maken. Ook hier lijken dieren deel te zijn van de vernieuwde schepping, omdat het vreemd zou zijn als dieren niet onder ‘alle dingen’ zouden vallen.

 

 

 

 

 

 

Maar dieren hebben toch geen ziel?

 

Onder christenen leeft het idee dat dieren geen ziel hebben. Een reden hiervoor is dat dieren in de Bijbel redeloos genoemd worden (Ps. 32:9; 73:22 – bron 2). De vraag is echter of ‘redeloos’ ook zielloos betekent. Dit lijkt niet het geval.

In het Genesis 1 en 2 staat dat niet alleen de mens levensadem ingeblazen kreeg en een levend wezen (nephesh) werd (Gen. 2:7), maar dat ook dieren de ‘adem van de levensgeest’ in hun neus hadden en daardoor levend (nephesh) zijn (Gen. 1:20; 30; 7:22).

Als mensen die nephesh zijn dus een ziel hebben, dan hebben dieren er ook één.

 

 

 

De term nephesh

 

De Hebreeuwse term ‘nephesh’ kan worden vertaald als ‘adem’ of ‘leven’, maar ook als ‘ziel’. Daardoor wordt het inblazen van de levensadem in de neus van Adam door christenen gezien als het moment dat hij een ziel kreeg. Als dit zo is dan moet men stellen dat ook dieren een ziel hebben.

Men zou kunnen stellen dat ‘nephesh’ zijn betekent dat je daadwerkelijk leeft, omdat je adem haalt en dat het in het scheppingsverhaal niets zegt over het al of niet hebben van een ziel. Het lastige hieraan is dat toen de mens nephesh was geworden hij volledig af was. Hij moet op dat moment dus een ziel gehad hebben, want nadat de mens nephesh werd zien we niet meer dat God hem verder vormde.

 

 

 

Het gedrag van dieren in de hemel en op de nieuwe aarde

 

Er staan in de Bijbel in ieder geval twee teksten over de manier waarop dieren in de hemel zich gedragen. Volgens die teksten zullen ze vredig zijn en zullen ze God aanbidden.

 

 

Vrede

 

“Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich neder leggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen neder leggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken.” (Jesaja 11:6-8 )

In de hemel zullen dieren die voorheen elkaar aanvielen en zelfs opaten vredig naast elkaar leven. Ook mensen zullen volledig veilig zijn en hoeven zich geen zorgen te maken over hoe dieren zich gedragen. Een wonderlijke situatie, helemaal omdat die dieren in hun vorige leven elkaars vijand waren.

 

 

 

Aanbidding

 

“En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden.” (Openbaring 5:13 )

In een deel van zijn Openbaring hoort Johannes dat alle schepselen, inclusief dieren, de Vader (die op de troon zit) en de Zoon (het Lam) aanbidden. Het meest bijzondere in deze openbaring is niet eens dat de dieren God aanbidden, maar dat Johannes hen kan verstaan. De vraag die dit oproept luidt of mensen en verschillende soorten dieren in de hemel met elkaar kunnen praten.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Een vaak gestelde vraag

 

Wij houden van onze huisdieren en we willen weten wat er met hen zal gebeuren. Wat Gods Woord zegt over de dood van de dieren is te vinden in Prediker 3 vers 1:

 

 “Wie bemerkt, dat de adem der mensenkinderen opstijgt naar boven en dat de adem der dieren neerdaalt naar beneden in de aarde ?” 

 

Bemerk, dat dit werd geschreven door Salomo, de wijste mens die ooit had geleefd, maar die deze uitspraak afsloot met een vraagteken. Zelfs Salomo wist het antwoord op deze vraag niet. Daarom is het fout te concluderen uit deze tekst dat de dieren na hun dood geen bestemming zullen krijgen, ze hebben een ziel. Het vraagteken is uitermate belangrijk.

Laten we daarom eens kijken naar een heel andere tekst:

“Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor wie Hem liefhebben.” 1 Korintiërs 2 vers 9

en

“Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.”  Efeziërs 2 vers 7

 

 

 

De wensen van ons hart?

 

De Here God houdt van ons. Hij wil ons zegenen. “verlustig u in de Here; dan zal Hij u geven de wensen van uw hart.”  Psalm 37 vers 4  Hoe veel betekent de Here voor jou? Verlustig jij jezelf in de Here? Is Hij de ‘nummer Een’ van jouw leven? Houdt met je hele hart van de Heer; Hij houdt van jou. Hij kent de wensen van ons hart. Misschien dat de wens van jouw hart, dat je je geliefde dier zult terugzien, ook door Hem wordt gezien?

 

 

 

Een getuigenis van dieren in de hemel

 

Een meisje van ongeveer drie jaar werd ernstig ziek en naar het ziekenhuis gebracht, waar haar hart stopte. Gedurende zeven minuten werd zij gereanimeerd voordat haar hart weer ging kloppen. Gelukkig herstelde zij. Enkele maanden daarna zat het kind aan tafel, toen het plotseling tegen haar moeder zei: ‘ik wilde dat ik de Heer Jezus weer kon zien’.

De moeder’s adem stokte, ‘wanneer heb jij de Heer Jezus dan gezien?’ vroeg ze. ‘Toen ik zo ziek was, in het ziekenhuis’ antwoordde het meisje. De moeder vroeg door en vroeg wat ze dan gedaan had. ‘We hebben gewandeld en ik hield Zijn hand vast’ zei het meisje. ‘en we hebben gespeeld met de jonge hondjes. Daarna zei de Heer Jezus dat ik terug moest gaan en toen werd ik wakker in het ziekenhuisbed’.

 

 

 

Geldt dit ook voor jou?

 

Ik geloof voor geen moment dat de Here God Zijn kinderen de simpele en blijde genoegens zal onthouden (zoals liefde voor en van onze dieren) die tijdens ons leven zo’n zegen waren. Maar trek je eigen conclusies. Hoe dan ook: een ieder die de Heer Jezus niet kent als zijn/haar Verlosser, en die sterft in de zonden, zal de onuitsprekelijke zegeningen missen die God aan Zijn kinderen heeft beloofd! De tijd, waarin verlorenen alsnog gered kunnen worden, loopt ten einde. Maak er ernst mee!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Levenslessen van Mahatma Gandhi

Standaard

categorie : Reiki en de aura

 

 

 

Mahatma Gandhi heeft geen introductie nodig. In India wordt zijn naam uitgesproken met hetzelfde oprechte respect als de namen van de heiligen. De hele wereld kent de man die zijn land leidde tot de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1947. Vandaag onthoudt men de wijze lessen van deze legendarische spirituele leider.

 

 

index

 

 

1. Eerst negeren ze je, dan lachen ze je uit, dan vechten ze met je, dan win je.

2. Als ik geen gevoel voor humor had, zou ik lang geleden zelfmoord hebben gepleegd.

3. Een oog voor oog eindigt alleen maar waardoor de hele wereld blind wordt.

4. De wereld heeft genoeg voor ieders behoefte, maar niet genoeg voor ieders hebzucht.

5. De toekomst hangt af van wat je vandaag doet.

6. De zwakken kunnen nooit vergeven. Vergeving is het attribuut van de sterkste.

7. De beste manier om jezelf te vinden, is jezelf verliezen in dienst van anderen.

8. Wat je ook doet, het zal onbetekenend zijn, maar het is erg belangrijk dat je het doet.

9. vrijheid is niet de moeite waard als het niet de vrijheid omvat om fouten te maken.

10. De enige tiran die ik in deze wereld accepteer, is de ‘stille kleine stem’ in mij.

11. De grootsheid van een natie en haar morele vooruitgang kan worden beoordeeld aan de hand van de manier waarop de dieren worden behandeld.

12. Het is me altijd een raadsel geweest hoe mannen zich geëerd voelen door de vernedering van hun medemensen.

 13. Een klein aantal vastberaden geesten, afgevuurd door een onlesbaar geloof in hun missie, kan de loop van de geschiedenis veranderen.

14. Liefde beweert nooit, het geeft ooit. Liefde lijdt ooit, maakt zich nooit kwalijk en maakt zich nooit wraak.

15. Leef eenvoudig zodat anderen eenvoudig kunnen leven.

16. Woede is de vijand van geweldloosheid en trots is een monster dat het opslokt.

17. Het is onverstandig om te zeker te zijn van de eigen wijsheid. Het is gezond om eraan herinnerd te worden dat de sterksten kunnen verzwakken en dat de meest wijze fouten kan maken.

18. De menselijke stem kan nooit de afstand bereiken die wordt bestreken door de nog steeds kleine stem van het geweten.

19. Een greintje geduld is meer waard dan een ton prediken.

20. Op een zachte manier kun je de wereld schudden.

21. Niemand kan me pijn doen zonder mijn toestemming.

22. Waar liefde is, daar is God ook.

23. Welk verschil maakt het voor de doden, de wezen en de daklozen, of de waanzinnige vernietiging wordt bewerkstelligd onder naam totalitarisme of de heilige naam van vrijheid of democratie?

24. Je moet het vertrouwen in de mensheid niet verliezen. De mensheid is een oceaan; als een paar druppels van de oceaan vies zijn, wordt de oceaan niet vies.

25. Een mens is slechts het product van zijn gedachten, wat hij denkt, hij wordt.

26. Een ‘nee’, uitgesproken vanuit de diepste overtuiging, is beter dan een ‘ja’ dat alleen maar wordt geuit om te behagen, of erger nog, om problemen te voorkomen.

27. Kracht komt niet van fysieke capaciteit. Het komt van een ontembare wil.

28. ’Ware schoonheid schuilt in zuiverheid van het hart.

29. Jij moet de verandering zijn die je in de wereld wilt zien.

30. Zoek het doel, de middelen zullen volgen.

 

 

 

 

 

 

De hof van Eden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

345

 

.

 

De hof van Eden is voor de mensheid geschapen

 

De hof van Eden wordt in hoofdstukken 2 en 3 van het boek Genesis beschreven. De Heer schiep de hof specifiek voor Adam, de eerste mens die door God was geschapen. In Genesis 2:8-9 lezen we:

“Daarna legde de Heer God een tuin aan in Eden, ergens in het oosten, en daarin plaatste Hij de mens die Hij geboetseerd had. De Heer God liet uit de grond allerlei bomen opschieten, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten”.

 

Sommige mensen geloven dat de hof zich op een bergtop bevond of dat er mogelijk zoetwaterbronnen ontsproten, omdat we het volgende kunnen lezen:

“In Eden ontspringt de rivier die water geeft aan de tuin; zij splitst zich in vier armen” (Genesis 2:10).

 

De hof van Eden was perfect, bood de mens schoonheid en voeding en was de thuisplaats van allerlei bomen die “aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten” waren. De hof was een bron van zoet drinkbaar rivierwater. God plaatste de mens “in de tuin van Eden, om die te bewerken en te beheren” (Genesis 2:15).

 

 

 

Is de hof van Eden een Bijbelse tegenstrijdigheid?

 

De hof van Eden, zoals deze in het boek Genesis wordt beschreven, wordt door critici vaak genoemd omdat deze een schijnbare tegenstrijdigheid bevat. Critici vergelijken de “scheppingsweek” in Genesis hoofdstuk 1 (de schepping van planten op dag 3 en van dieren en mensen op dagen 5 en 6) met de schepping van de hof van Eden in Genesis hoofdstuk 2 (de hof werd voor de mens geschapen nadat de mens reeds door God was voortgebracht).

We lezen:

“Zo werden de hemel en de aarde voltooid, en alles waarmee ze toegerust zijn. Op de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing. Hij rustte op de zevende dag van al zijn werk dat Hij verricht had. God zegende de zevende dag en maakte hem heilig, want op die dag rustte God van al het werk dat Hij scheppend tot stand had gebracht. Dit is de geschiedenis van het ontstaan van de hemel en de aarde, zoals ze geschapen zijn. Toen de Heer God aarde en hemel maakte, waren er op aarde nog geen wilde planten en groeide er geen enkel veldgewas, want de Heer God had nog geen regen op de aarde laten vallen en er was nog geen mens om de grond te bebouwen” (Genesis 2:1-5).

 

Critici wijzen erop dat Genesis 1 beweert dat planten op dag 3 werden geschapen, terwijl de mens op dag 6 werd geschapen. Waarom lezen we dan in Genesis 2 dat er geen planten waren omdat de mens nog niet gevormd was? De sleutel tot het antwoord is dat we Genesis 1 en Genesis 2 in de juiste context moeten lezen.

Genesis 2:1-4 beëindigt de “scheppingsweek” terwijl Genesis 2:5 begint met het verslag over de hof van Eden. Dit wordt duidelijk uit de volledige context van Genesis hoofdstuk 2 en het feit dat de hof nog niet door God was aangelegd. Hij had de mens nog niet geschapen die de Hof moest “bewerken en beheren” (Genesis 2:15).

We lezen dat God in de hof van Eden, die Hij voor de mens had geschapen, elk dier uit de aarde boetseerde en naar Adam bracht om van hem een naam te krijgen. Critici stellen dat dit een tegenstrijdigheid is, omdat we lezen dat God de dieren op dagen 5 en 6 van de scheppingsweek schiep. Dit was dus voordat de hof door God was geschapen.

Deze schijnbare tegenstrijdigheid kan gemakkelijk verklaard worden. God schiep de wereld en alle dieren in de wereld. Daarna schiep Hij de mens. En daarna toonde Hij elk dier aan de mens zodat de mens elk dier een naam kon geven (en waarschijnlijk ook om de mens te laten zien dat God inderdaad de dieren had geschapen, omdat de mens later werd geschapen dan de dieren en hier dus geen getuige van was geweest).

“De mens gaf dus namen aan alle tamme dieren” (Genesis 2:20).

 

Het afzonderlijk lezen van de twee verslagen (de schepping van de aarde als een biosfeer in Genesis 1 en de schepping van een enkele hof en wat daarin gebeurde in Genesis 2) en vervolgens de verschillen tussen deze twee verslagen een “tegenstrijdigheid” noemen, getuigt van een zwakke hermeneutiek (interpretatie van de Bijbel).

conclusie : na de schepping van hemel en aarde schiep God op de derde dag de planten. Op dag 5 schiep hij de dieren en op dag 6 de mens. Dan maakte God op aarde een paradijs voor de mens, de hof van Eden. Dan plaatste God de dieren en de mens in de hof. De mens mocht de hof bewerken en de dieren een naam geven.

 

 

maxresdefault

 

 

 

Het paradijselijke land

 

God gaf de hof van Eden aan de mens om deze te beheren en te bewerken. En hoewel de hof ongetwijfeld spectaculair was, was deze nog niet het paradijs. Het mooiste juweel in de kroon van perfectie, het toppunt van aardse schoonheid, ontbrak nog. God verkondigde:

Het is niet goed dat de mens alleen blijft…” (Genesis 2:18).

 

En ook al gaf Adam “dus namen aan alle tamme dieren en aan alle vogels van de lucht, en aan al de wilde beesten”, toch was hij niet in staat om een hulp te vinden die bij hem paste. Daarom

liet de Heer God de mens in een diepe slaap vallen; en terwijl hij sliep, nam Hij één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats. En de Heer God vormde de rib die Hij uit de mens had weggenomen tot een vrouw, en bracht haar naar de mens. Toen zei de mens: ‘Eindelijk, dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen.’ Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn. Ze waren beiden naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze voelden geen schaamte voor elkaar” (Genesis 2:21-25).

 

Terugkomend op de vermeende tegenstrijdigheid die we hierboven noemden, is het belangrijk om op te merken dat Jezus Christus de verslagen in Genesis1 en 2 letterlijk nam. In Matteüs 19:3-6 lezen we:

“Er kwamen farizeeën op Hem af om Hem op de proef te stellen. Ze zeiden: ‘Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten om een willekeurige reden?’ Hij gaf ten antwoord: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt? En dat Hij gezegd heeft: Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn? Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus, wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’

 

Hier citeerde Jezus uit Genesis 1 -27 en 2-24, wat aantoont dat Hij Genesis1 en 2 niet zag als tegenstrijdige scheppingsverhalen die gecorrigeerd zouden moeten worden.

 

 

.

Het land van de keuze

 

De mens werd geschapen om een ware liefdesrelatie met zijn Schepper God te hebben in de hof van Eden. Een noodzakelijk ingrediënt van een oprechte liefdesrelatie is een vrije wil. Ware liefde kan per definitie niet bestaan als hier niet vrijwillig voor wordt gekozen. Zonder een keuzemogelijkheid is het dus niet mogelijk om werkelijk lief te hebben.

Een misvatting die mensen vaak hebben, is dat liefde een emotie of een verlangen zou zijn. Begeerte is een emotie of een verlangen, liefde is een beslissing. Liefde is jouw beslissing om de verlangens van die ander op de eerste plaats te stellen in plaats van je eigen verlangens.

En dus gaf God de mens het vermogen om te kiezen om God lief te hebben of om zichzelf op de eerste plaats te stellen.

“En de Heer God gaf de mens dit gebod: ‘Je mag van alle bomen in de tuin overvloedig eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad mag je niet eten'(Genesis 2:16-17).

 

De mens had dus een keuze, God gehoorzamen of God niet gehoorzamen. De mens had de keuze om Gods wensen voorrang te geven of om zijn eigen verlangen voorrang te geven; zijn verlangen om eerst van de verboden vrucht te eten. De mens at van deze vrucht nadat Satan de mens door een leugen om de tuin leidde. De mens zou volgens Satan gelijk worden aan God en kennis krijgen van goed en kwaad na het eten van de verboden vrucht.

 

 

Satan die via de slang de mens in de verleiding bracht om te zondigen

Satan die via de slang de mens in de verleiding bracht om te zondigen

 

 

Door het toedoen van een geestelijk schepsel zondigde de mens en werd daarom door God uit de hof van Eden verbannen. Het paradijs ging verloren. Vanwege de opstandigheid van de mens vervloekte God de wereld, in het belang van de mens. God schiep de mens met het potentieel om te zondigen, maar Hij schiep de zonde niet.

De eerste man en de eerste vrouw zetten dat potentieel om in een werkelijkheid en brachten zo de zonden in de wereld. Sindsdien zijn alle mannen en vrouwen verraderlijk, roekeloos, verwaand en meer genotzuchtig dan godvruchtig geweest (2 Timoteüs 3:4).

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Tweeëndertigste Miniatuur : elfde visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie ; Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Tweeëndertigste Miniatuur: Elfde visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2032_Boek%20III_11

 

 

Vier miniaturen verluchten de laatste visioenen van het boek Scivias. Het zijn het elfde, twaalfde en dertiende visioen die gaan over het einde der tijden, de Wederkomst van Christus, het Laatste Oordeel en tenslotte de Hemelse Glorie.Miniatuur 32 is wel een van de merkwaardigste van alle 35 illustraties. Men beziet dit met een zekere huiver.

In de linkerbovenhoek zijn de vijf apocalyptische beesten weergegeven welke Hildegard vanuit het noordoosten ziet oprukken. De dieren zijn een hond, een leeuw, een paard, een varken en een wolf. Uit hun bekken komen donkere koorden die in het Westen aan de vijftoppige heuvel zijn vastgemaakt.

Een merkwaardige voorstelling, die velen in de middeleeuwen fascineerde. Elk van de vijf dieren verzinnebeeldt één van de tijdperken die nog moeten komen in de geest van de toekomstvoorspelling in het Boek Daniël. Daarom zijn deze dieren afgebeeld tegen een achtergrond van zilver, het beeld van de almacht van God en van Zijn Alwetendheid en Voorzienigheid.

Dit alles immers vraagt van ons een geest van geloof. Vooral de hier afgebeelde toekomstvoorspellingen van Hildegard hebben door de eeuwen heen een grote invloed gehad. In de middeleeuwen zijn deze voorspellingen veel geraadpleegd vanuit een veel verspreid handschrift ‘de Pentachronon’ of het Vijftijdenboek. Dit boek was in 1220 samengesteld door Prior Gebenon van Eberbach uit verschillende geschriften van Hildegard. Het bezorgde Hildegard de titel van Profetes.

Rechts bovenaan zien we weer de Mensenzoon gezeten in het Oosten waar de muren van het hele gebouw samenkomen. Maar op het einde der tijden zien we Hem volledig met op zijn schoot een muziekinstrument dat op een lier gelijkt. Volgens de tekst wijst dit op de vreugdezang die de heldhaftige martelaren doen weerklinken, als zij, vervolgd door de antichrist, hun leven geven voor de Heer.

De onderkant van de Christusfiguur is wel zichtbaar maar donker van kleur. Dit wijst op de donkere tijd van de antichrist, wanneer veel gelovigen door hem tot afval verleid worden. Waarom Christus hier met een boek in de hand is voorgesteld, is niet uit de tekst op te maken. Het is de vrijheid van de miniaturist om Christus hier met de Bijbel uit te beelden, zoals we Hem kennen van de mozaïeken in de basilieken der eerste eeuwen.

Nu verschijnt in de benedenhelft van de voorstelling de verheerlijkte Kerk, zoals we haar kennen van de miniatuur twaalf. Maar tot onze schrik baart zij een afschuwelijke monsterkop met ezelsoren, terwijl haar onderlichaam hevig gewond is. We hebben gezien dat bij de opbouw van het kasteel alle uitwendige verdedigingswerken tegen de duivel in het Noorden waren gericht en dat de Kerk onoverwinnelijk leek.

Maar nu zien we hoe de Kerk van binnenuit bedreigd wordt. Op het moment dat de laatste muur van het Zuiden naar het Oosten afgebouwd wordt, heeft ook de laatste en tevens de gevaarlijkste aanval op het geloof van de Kerk plaats en wel vanuit de gelovigen zelf.

Hier grijpt Hildegard terug op het kerkbeeld van het tweede boek van Scivias en wel op dat van de bruid. Thans baart zij echter geen kinderen door haar mond tot het eeuwig leven, maar brengt zij langs natuurlijke weg de afschuwelijke antichrist ter wereld.

De enige hoop die ons voor de toekomst van de Kerk overgelaten wordt, is dat de voeten van de vrouw weer stralen van verblindend licht. Dat is de kracht van het geloof (hier weer door zilver aangeduid) waarop de bruid van Gods Zoon gegrondvest is en overeind blijft staan. De antichrist zal in overmoed en tot grote verbazing van de mensen opstijgen tot de hoogste bergen om te trachten de hemel te bestormen.

Maar een vuurstraal uit de hemel doet hem op aarde neerstorten. Alles samen een vreselijke voorstelling waaruit de oerangst van de middeleeuwen voor de laatste tijden duidelijk naar voren komt. Hildegard veroordeelde op krachtige toon het zedelijke verval, dat in haar tijd in de kerk al zichtbaar werd. Haar werd in een visioen duidelijk getoond waaruit dit verval in de eindtijd van het huidige tijdperk zou bestaan.

De kerk zou een zedelijk verval krijgen door perverse seksualiteit. We zien het zwarte monster dat door de kerk zelf wordt gebaard en zich betekenisvol ‘in haar kruis’ bevindt. Op verschillende plaatsen in de literatuur wordt over de vijf dieren geschreven die vijf tijdperken vertegenwoordigen.

 

 

hildegard-einde-der-tijden-2

 

 

De tijd van het ‘zwarte monster’ is onze tijd, waarin het zedelijke verval en het onvermogen tot zelfkritiek van de Rooms-Katholieke Kerk onverbloemd tot uiting komt.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Dierproeven in de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

dierproeven_0

 

 

 

Dierproeven

 

Wetenschappelijke en geneeskundige experimenten op dieren worden gedaan om genezing te vinden voor ziektes, waarvan de meeste veroorzaakt zijn door onze eigen ongeordende leefwijze. Alle menselijke problemen, lichamelijk, mentaal of spiritueel, zijn door ons zelf gecreëerd en onze wonden zijn door onszelf toegebracht. Met de beste wil van de wereld kunnen wij geen reden vinden om de dieren de schuld te geven en ze hiervoor te laten lijden.

Deze dierproeven, en het andere leed, wordt hen slechts aangedaan om de menselijke behoeften te bevredigen, waarvan de meeste niet-noodzakelijk, buitensporig en verspillend zijn en waarvoor meestal gemakkelijk alternatieve en meer diervriendelijke producten beschikbaar zijn. Dieren doden, om de menselijke behoeften naar onbelangrijke zaken te bevredigen, is een innerlijke tegenspraak in de islamitische traditie.

Laten wij hopen dat er een dag zal komen dat de mens het respect en de status aan dieren toekent, die hen al zo lang toekomt en die hen al zo lang is ontzegt. Vivisectie bestond nog niet in de tijd van de profeet Mohammed en daarom is het niet speciaal aangehaald in de wetgeving. Leiding over zulke onderwerpen komt van argumentatie en gevolgtrekking.

Een van de voornaamste excuses voor alle soorten wreedheden die tegen dieren worden begaan, is een egoïstisch belang voor menselijke behoefte. Laat ons eens kijken hoe de wettelijke regels de woorden ‘behoefte’ en ‘belang’ omschrijven en laten wij dan aan de hand van deze omschrijvingen deze redenen beoordelen.
De juridische wet die van toepassing zou kunnen zijn op de legitimiteit van deze experimenten is:

“Iemands belang of behoefte heeft geen voorrang boven iemand anders zijn rechten”.

 

 

dierenrechten

 

 

 

Behoeften worden onderverdeeld in drie categorieën:

 

  1. Noodzakelijke behoeften zonder welke het leven niet in stand kan worden gehouden
  2. Behoeften nodig voor comfort en verlichting van pijn of van elk soort ongemak, of voor het verbeteren van de kwaliteit van het leven
  3. En luxe behoeften gewenst voor het plezier of genietingen.

 

Regels van toepassing op deze behoeften, zodat wij kunnen onderscheiden of experimenten op dieren toegestaan zouden zijn, zouden kunnen zijn:

 

  • “Wat leidt tot het verbodene, is in zichzelf verboden”. Deze regel geeft aan, dat materiële zaken (inclusief voedsel) die verkregen zijn door slechte handelingen (zoals het uitvoeren van onnodige experimenten op dieren), op zichzelf verboden zijn.

 

  • “Geen schade kan ongedaan worden gemaakt door een gelijke of grotere schade aan te richten” . Wanneer we onze gezondheid en andere behoeften door onze eigen onbezonnenheid schaden, hebben we geen recht om dieren hiervoor op te laten draaien door gelijkwaardige of nog grotere schade bij hen aan te brengen, zoals het onnodig verrichten van experimenten om geneesmiddelen te vinden voor de door ons zelf veroorzaakte ziektes.

 

  • “Zoek uw toevlucht tot alternatieven, wanneer het origineel ongewenst wordt”. Deze regel legt grote morele verantwoordelijkheid op aan medische studenten en degenen die de experimenten uitvoeren om naar alternatieven te zoeken.

 

 

Wat nodig is om te begrijpen hoe het zit met het gebruiken van dieren in de wetenschap, is dat dezelfde morele, ethische en wettelijke codes voor het behandelen van dieren, ook van toepassing zijn op mensen. Volgens de islam is alle leven heilig en heeft het recht op bescherming en behoud.

De profeet Mohammed heeft zoveel nadruk gelegd op dit punt, dat hij verklaarde:

“Er is geen man die zonder reden een spreeuw of iets kleiners dood, zonder dat God hem hierover zal ondervragen”.

“Hij die barmhartigheid toont over een spreeuw en zijn leven spaart, voor hem zal God barmhartig zijn op de Dag des Oordeels” .

 

Zoals alle andere wetten in de islam, zijn deze over de behandeling van dieren genoemd in het geval van uitzonderen en zijn zij gebaseerd op het criterium: “Daden zullen worden beoordeeld naar de intentie” .

Wanneer het leven van een dier kan worden gered door de amputatie van een deel van zijn lichaam, dan zal het in de ogen van God een prijzenswaardige handeling zijn. Er is geen twijfel dat het islamitische verbod tegen het snijden in of verwonden van levende dieren, vooral wanneer dit pijn en lijden als resultaat heeft, van toepassing is op de hedendaagse term vivisectie in de wetenschap.

Wij zijn in staat deze uitleg van de islamitische leerstelling te onderschrijven, niet slechts door te refereren naar de bovengenoemde representatieve overleveringen, maar ook door aan de Koran te refereren. In de verzen hieronder wordt geciteerd dat enige interventie met het lichaam van een levend dier, welke pijn en vervorming tot gevolg heeft, in tegenstelling is met de islamitische zienswijze.

Deze verzen werden geopenbaard om de verwerping van de heidense bijgelovige gewoonte te onderschrijven. Vrouwtjes-kamelen, ooien of vrouwtjes-geiten die een bepaald aantal jongen hadden gebaard, werden de oren afgesneden en vervolgens weer vrij gelaten. Zij werden aanbeden als afgoden. Zulke gewoontes werden in de Koran afgeschilderd als duivelse daden, in de volgende woorden:

God vervloekte hem (Satan), omdat hij gezegd had:

 

“Allah heeft hem vervloekt. En hij (Satan) zeide: Ik zal voorzeker een bepaald deel van uw dienaren nemen. En ik zal hen zeker doen dwalen en ijdele begeerten in hen opwekken en ik zal hen voorzeker ophitsen en zij zullen de oren van het vee afsnijden en ik zal hen voorzeker aansporen en zij zullen Allah’s schepping bederven.” Derhalve hij, die buiten Allah Satan tot vriend neemt, zal zeker zichtbaar verlies leiden”. Koran 4:118-119

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

De islam over dieren

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

otter-aan-het-bidden1

 

 

 

Dieren zijn leden van gemeenschappen en de familie van God

 

 

De profeet Mohammed zei:

 

“Alle schepselen zijn als familie van God: en Hij houdt het meest van diegenen die het meeste goed doen voor Zijn familie “.

 

 

De Heilige Koran zegt:

 

“En er is geen beest dat op de aarde kruipt, noch een vogel die op zijn vleugels vliegt, of zij vormen gemeenschappen, zoals gij”.

 

 

De profeet zei:

 

“Degene die goed is voor een schepsel van God, is goed voor hemzelf”.

Volgens de geleerden van de Koran leven dieren allemaal een leven, individueel of in gemeenschappen, zoals leden van een menselijke gemeenschap. In andere woorden, zij zijn als gemeenschappen met hun eigen rechten en niet in relatie tot menselijke soorten of zijn waarden.

Deze details zijn genoemd om het punt te benadrukken dat zelfs soorten die in het algemeen beschouwd worden als onbelangrijk of zelfs gevaarlijk, verdienen om als een gemeenschap te worden behandeld. Hun wezenlijke en niet waarneembare waarden zouden erkend moeten worden, ongeacht hun nutteloosheid of hun schijnbare schadelijkheid.

Een veelzeggend punt is dat de menselijke gemeenschap gelijkwaardig geplaatst wordt als de gemeenschappen van alle ander soorten. De volgende hadith laat geen twijfel bestaan over de plaats waarin de Heilige Koran het woord gemeenschap gebruikt. Abu Huraira vertelde dat de profeet vertelde over een incident dat een andere profeet overkwam, in het verleden. Deze profeet werd gebeten door een mier en in boosheid gaf hij opdracht om het mierennest te verbranden. God berispte hem met de volgende woorden:

 

“omdat een mier jou heeft gebeten, verbrand je een hele gemeenschap die Mij verheerlijkte”.

 

De islamitische wet is, voor wat betreft de rechten van de dieren, zeer gedetailleerd en expliciet. In het geval van het mierennest, zou de volgende gerechtelijke regel van toepassing zijn:

 

“Elke schade of schade uit wraak voor een schade, is verboden.

 

 

344952880_talking_to_dog_xlarge

 

 

 

Communicatie tussen mensen en dieren

 

Er zijn ontelbare legendes over heiligen die konden praten met dieren. Hoe dan ook, uit gebrek aan bewijsvoering, worden ze meestal als fabeltjes afgedaan. Er is een bewering in de Heilige Koran die bewijst dat mensen in tijd van Koning Salomon het spreken met dieren door overlevering machtig waren. Misschien was de menselijke beschaving in die tijd meer afgestemd op de natuur dan vandaag.

 

Het Koranvers gaat als volgt:

 

“En Salomo volgde David op en hij zeide: “O gij mensen, ons is de taal der vogelen onderwezen, en ons werd alles geschonken. Dit is inderdaad Gods openbare gunst.” 27:16

 

 

De Heilige Koran vertelt ons dat God feitelijk communiceert met dieren, zoals het volgende vers laat zien:

 

“En uw Heer heeft de bij bezield, (zeggende): “Maakt huizen in de heuvels en in de bomen en in hetgeen men bouwt.”
“Eet dan van alle soorten vruchten en volgt onderdanig de wegen van uw Heer.”
16:68-69

 

 

De Koran gebruikt hetzelfde Arabische woord “Wahi” voor Gods “openbaring” aan al zijn profeten, als in het geval van de bij, hierboven. Het bewijst de fundamentele waarheid dat dieren een voldoende graad van psychische begaafdheid hebben om God’s boodschappen te kunnen verstaan en op te volgen. Een gave die verder gaat dan instinct en intuïtie.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Dierenrechten in de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

islam

 

 

 

Mensen hebben heerschappij over dieren

 

De Koran verklaart dat de mens de heerschappij heeft over dieren.

“Hij is het, Die u tot stedehouders op aarde heeft gemaakt” : Koran 35:39

 

God maakt duidelijk dat deze verantwoordelijkheid niet onvoorwaardelijk is en verklaart wat zal gebeuren met diegene die hun vrijheid van keuze misbruiken en die falen om te voldoen aan de voorwaarden die deze verant-woordelijkheid begrenzen.

“Daarna laten Wij hem vervallen tot het allerlaagste” Koran 95:5 …..

“Zij hebben harten maar begrijpen er niet mede en zij hebben ogen maar zij zien er niet mede en zij hebben oren maar zij horen er niet mede. Zij zijn als vee, neen zij dwalen nog meer, zij zijn de achtelozen”. Koran 7:179

 

Er zijn mensen, die het gegeven van de heerschappij van de mens over de dieren als een vrijbrief zien om alle gevestigde morele regels te breken die juist ontworpen zijn om de rechten van de dieren te beschermen. De
imam Hazrat Ali heeft het volgende te zeggen over degene die hun leiding over de zwakken misbruiken :

“Een wild en gevaarlijk beest is beter dan een slecht en onderdrukkend heerser”.

 

Nogmaals, de Koran maant ons dringend:

“En weest niet zoals degenen, die zeggen: “Wij horen,” maar zij horen niet.
Voorzeker, de verachtelijkste van alle schepselen, in de ogen van Allah, zijn de doven en de stommen die niet willen begrijpen.” :8:21-22

 

 

 

Dieren zijn onze Onderwijzers

 

Moslims worden vaak geadviseerd door hun leraren om lessen te leren van sommige soorten dieren. Bijvoor-beeld, de imam Hazrat Ali geeft zijn advies:

“Wees als een bij, alles wat hij eet is schoon, alles wat hij laat vallen is zoet, en de tak waarop hij zit breekt niet”.

 

Imam Hazrat Ali bin Abi Talib was de schoonzoon van de profeet Mohammed en de vierde Kalif (644-656).

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

Boodschap 282 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie :  Boodschappen uit de kosmos

 

 

.

 

 

 

 

 

DIEREN HEBBEN HET INSTINCT GEKREGEN OM TE KUNNEN

OVERLEVEN,

 

 

 

MENSEN HEBBEN HET VERSTAND GEKREGEN OM TE KUNNEN

GELOVEN.

 

 

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.