Tagarchief: dieren

De hagedis in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De hagedis

.

 

 

 

Spreuken 30:28

 

De hagedissen – je kunt ze met de handen vangen, maar ze dringen door tot in het paleis van de koning” 

 

Als laatste van de vier dieren die klein maar wijs zijn noemt Agur de hagedis. Het Hebreeuwse woord betekent ‘vergiftiger’ en daarom is het in sommige oudere vertalingen van de Bijbel vertaald met ‘spin’. Anderen beweren dat de hagedis in vroeger tijden als gevaarlijk werd beschouwd.

In ons land komen we niet zo vaak hagedissen tegen, maar in de warmere landen rond de Middellandse Zee zijn zij een bekende verschijning. In Israël komen verschillende soorten voor: de varaan, de kameleon, de gekko en de skink, en ook de gewone hagedis worden in Leviticus allemaal genoemd als onreine dieren die niet gegeten mochten worden (Leviticus 11:29-31).

.

.

 

Leviticus 11:29-31

 

29 Van alle kruipende dieren zijn de volgende dieren onrein voor jullie: wezels, muizen en alle soorten schildpadden. 30 Ook stekelvarkens, krokodillen, hagedissen, slakken en mollen. 31 Deze kruipende dieren zijn onrein voor jullie. Als je ze aanraakt als ze dood zijn, ben je tot de avond onrein.

.

Hagedissen houden van zon, omdat zij koudbloedig zijn en zich door de zon moeten laten opwarmen om kracht op te doen. Daarom ziet men ze vaak zonnebadend op een rots. En omdat hun huid taai en waterhoudend is, drogen zij niet uit. De meeste hagedissen zijn insecteneters en zij vervullen een nuttige rol in de natuur.

Een goed voorbeeld is de smaragdhagedis, die tussen de bodemvegetatie van bossen leeft en o.a. sprinkhanen en rupsen op zijn menu heeft staan. Net als andere reptielen moeten, hagedissen van tijd tot tijd vervellen om te kunnen groeien. Bovendien zijn zij in staat om, als zij in gevaar komen, hun staart af te werpen. Dus, als je er eentje wil pakken, pak hem dan niet bij zijn staart!

Wat de schrijver van Spreuken 30 opviel, was dat deze reptielen overal en op allerlei verschillende plaatsen voorkomen. Zeker de gekko’s, die verticaal kunnen klimmen, en die kennelijk zelfs in het paleis van de koning voldoende insecten konden vinden om daar van te leven

Dat kunnen klimmen, danken zij aan hun extra grote tenen, die van onderen een aantal speciale kussentjes hebben, waardoor zij aan bijna elk oppervlak vast kunnen ‘kleven’. De werking daarvan berust op een speciaal fysisch effect (zgn. van der Waals krachten) dat de mens tot nu toe nog niet heeft kunnen nabootsen.

 

.

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

Advertenties

Franciscus van Assisi

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Franciscus

 

 

Franciscus werd geboren in Assisi. Aanvankelijk was hij populair, maar nadat hij wegens een slechte gezondheid weinig mensen meer zag  raakte hij zijn vertrouwen in de mensheid kwijt. Hij besloot om zijn heil meer te zoeken in een goede band God. Hij trok zich terug uit het wereldse leven en leefde in volledige armoede. Hij ging vervolgens rondtrekken om het woord van God te verspreiden. De ideeën van Franciscus sloegen bij veel mensen aan en uiteindelijk stichtte Franciscus de Franciscaner orde.

Er gaan verschillende legendes over Franciscus’ liefde voor de natuur. Het beroemdste verhaal is dat hij eens een preek tegen de vogels heeft gehouden. Hij was onderweg met een aantal metgezellen en merkte dat de vogels om hen heen heel veel lawaai maakten. Toen besloot hij om een preek tegen de vogels te houden. Toen hij begon met preken stopten alle vogels met fluiten en gingen dicht om Franciscus heen zitten.

 

 

 

 

Een ander verhaal over Franciscus en zijn goede band met de dieren stamt uit de stad Gubbio. Daar was een agressieve wolf die veel mensen had aangevallen en de bewoners veel schrik aanjoeg. Daarom besloot Franciscus het bos in te gaan waar de wolf woonde. Hij vond de wolf, die op het punt stond om hem aan te vallen. Toen Franciscus een kruis omhoog hield en tegen de wolf begon te preken, ging het dier voor Franciscus zitten en luisterde aandachtig.

Franciscus vertelde de wolf dat hij op moest houden de mensen aan te vallen, waarop de wolf te kennen gaf dit inderdaad te zullen doen. Daarna had niemand in de stad Gubbio meer last van de wolf. Uiteindelijk hebben deze en andere verhalen er toe geleid dat Franciscus de beschermheilige van de dieren is geworden. Hij beschouwde alle schepsels in de natuur als zijn broeders en zusters, en niet alleen de mensen. Hij stierf als gevierd geestelijke op 4 oktober 1226. In 1228 werd hij heilig verklaard door de katholieke kerk.

 

 

Francisus van Assisi leidt de wolf naar het dorp Gubbion. Ilustratie uit 1912. (foto Wikimedia)

 

 

 

Preek voor vogels

 

Franciscus’ houding tegenover dieren komt mooi naar voren in het onderstaande citaat dat aan hem wordt toegeschreven:

“Alle schepselen op aarde voelen als wij, streven naar geluk als wij. God wenst dat wij de dieren bijstaan wanneer ze hulp nodig hebben. We hebben een hogere opdracht door ze van dienst te zijn wanneer ze ons nodig hebben. Mensen die enig schepsel Gods uitsluiten van hun compassie en medelijden zullen op soortgelijke wijze handelen tegenover hun medemensen.”

Naast Franciscus’ compassie voor dieren is er de legende dat hij met dieren kan praten. Zo zijn er verhalen over een preek van Franciscus voor een groep vogels. In plaats van weg te vliegen, luisteren ze – volgens het verhaal – aandachtig naar zijn redevoering.

 

 

 

 Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De engel Gabriël

Standaard

categorie : religie

 

 

 

archangel-gabriel-for-website

 

.

 

Wie is Engel Gabriël

 

Gabriël is de boodschapper van God. Hij doet in de Bijbel voor het eerst van zich spreken in Daniël (8:16, 9:21, 10:4 en 12:6). Volgens Lucas was Gabriël zowel de aankondiger van de geboorte van Johannes de Doper als van Jezus Christus. In de joodse geschriften is hij bovendien de engel des doods.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

John Astria

De schepping roept vragen op

Standaard

categorie : religie

 

 

 

zeven-scheppingsdagen-franc%cc%a7ois-foucras

 

.

 

Is de aarde geschapen in 6×24 uur?

 

De Schepper is de enige die er bij was toen de kosmos ontstond. God heeft persoonlijk gezegd dat Hij de wereld in zes dagen heeft geschapen:

.

“Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft…”(Exodus 20:11)

.

Veel christenen gaan er van uit dat God de wereld in 6×24 uur heeft geschapen. Daar is niets verkeerd mee. Tegelijk weten we dat het Bijbelse begrip ‘dag’ evengoed als een tijdperk van onbepaalde lengte kan worden gelezen. Vanwege onze onbekendheid met het wezen van de tijdloze geestelijke wereld van waaruit de aarde is geschapen, is de discussie over al dan niet dagen van 24 uur niet erg zinvol.

Pas op de vierde scheppingsdag heeft God de aardse tijdrekening mogelijk gemaakt, toen Hij de hemellichamen schiep. Bij de eerste drie scheppingsdagen bestond die mogelijkheid nog niet. Laten meningen over de lengte van de scheppingsdagen geen toetssteen worden voor Bijbelgetrouwheid. Velen gebruiken een langere tijdsduur om daarmee de evolutie aannemelijk te willen maken.

God is in staat om de aarde te scheppen in zes miljard jaar, in zes perioden, in 6×24 uur of in zes seconden. Eenmaal zal God een nieuwe aarde scheppen. God zal daarvoor geen evolutieproces van miljarden jaren nodig zal hebben. Dan niet en in het verleden ook niet.

.

 

Spreken Genesis 1 en 2 elkaar tegen?

.

genesis

 

 

In Genesis 2:4 verandert de stijl van schrijven ten opzichte van de scheppingsgeschiedenis van Genesis 1-2:3. Het lijkt op een alternatief scheppingsverhaal waarbij sommige gebeurtenissen in een verschillende volgorde worden geplaatst.

De laatste eeuwen zijn de verschillen tussen Genesis 1 en 2 door ongelovigen en critici aangegrepen om de Bijbelse boodschap over de schepping uit te hollen. Degene die als eerste invloedrijke denker zijn pijlen op Genesis 2 richtte was de Franse vrijmetselaar en filosoof Voltaire uit de achttiende eeuw, die nadrukkelijk het menselijk denken de voorrang gaf boven de Bijbel.

Hij bestreed het christelijke geloof onder meer door de verschillen tussen Genesis 1 en 2 uit te vergroten en te suggereren dat er twee tegengestelde scheppingsverhalen in de Bijbel staan. Daardoor zou minstens een van de beide verhalen als symbolisch moet worden opgevat en zou men het totale scheppingsverhaal niet als feitelijke waarheid kunnen aannemen.

Sommige Bijbeluitleggers concluderen uit de verandering van stijl vanaf Genesis 2:4 dat het daarom door een andere auteur moet zijn geschreven, maar dat hoeft natuurlijk niet. Dezelfde schrijver kan voor verschillende soorten proza een verschillende stijl kiezen. En al zou het zo zijn, in dat geval moet het door Mozes zijn beschouwd als waarheidsgetrouw en als zodanig samengevoegd met de andere tekst.

Opmerkelijk is in dit Bijbelgedeelte vooral dat er vanaf Genesis 2:4 een andere benaming voor God wordt gebruikt. In onze Bijbelvertalingen lezen we de toevoeging Heere, Here of Heer als het over God gaat. Dat is niet zo vreemd, want deze benaming wordt vooral gebruikt waar het gaat om het aspect ‘verbondenheid tussen God en mens’.

En dat is in dit gedeelte ook aan de orde. Genesis 1 is een feitelijk verslag van de schepping in grote lijnen, terwijl in Genesis 2 de geschiedenis van de mensheid begint en hoe de betrokkenheid van God met de mens is begonnen. Een andere focus dus, waarbij geen reden is om daar allerlei andere conclusies aan te verbinden.

De Bijbel richt in Genesis 2 de schijnwerper op de mens, die op de zesde scheppingsdag werd geschapen. In Genesis 1:26-28 wordt de schepping van man en vrouw genoemd, terwijl uit Genesis 2 blijkt dat eerst de man en daarna de vrouw is geschapen. Genesis 1 geeft ons dus een globaal overzicht, terwijl er in Genesis 2 enkele details uit worden gelicht.

Bij het lezen vanaf Genesis 2:4 kun je als lezer de indruk krijgen dat God:

  • eerst de mens schiep (vers 7)
  • vervolgens planten (vers 8-9)
  • daarna dieren (vers 19)

Toch kan aan de gebruikte werkwoordvormen geen volgtijdelijkheid worden afgeleid. Verschillende vertalingen gebruiken daarom terecht tijdvormen waaruit helemaal geen volgorde is af te leiden. Voorbeeld:

.

“Ook had de Heere God een hof geplant in Eden…” (Genesis 2:8)

.

Er blijven geen redenen over om te zeggen dat de beide scheppingsverhalen elkaar tegenspreken of elkaars betrouwbaarheid ondermijnen.

 

.

 

Hoe zijn de soorten ontstaan?

.

Wetenschappers hebben aangetoond dat in de loop van de afgelopen eeuwen kleine veranderingen binnen de soorten planten en dieren hebben plaatsgevonden. Dat wordt ook wel eens micro-evolutie genoemd waarbij de soort niet is veranderd, maar hooguit varianten van dezelfde soort zijn ontstaan. Maar de Bijbel zegt nadrukkelijk dat God de soorten planten en dieren afzonderlijk heeft geschapen:

“En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo. En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was.” (Genesis 1:11-12)

“En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan het water wemelt, naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort… En God maakte de wilde dieren van de aarde naar hun soort, het vee naar hun soort, en alle kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort…” (Genesis 1:21,25)

 

 

 

Klopt de volgorde van de scheppingsdagen?

.

Veel mensen hebben moeite met de volgorde van wat God in de zes achtereenvolgende dagen heeft geschapen. Die moeite ontstaat doordat ze hun eigen logica als maatstaf nemen voor de aannemelijkheid van de geschiedenis. Bijbelvers:

.

“Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen.” (Genesis 2:4)

.

Een andere manier om Genesis 1 te ontkrachten is te beweren dat het is geschreven naar het wereldbeeld van die tijd en dat we het dus het niet letterlijk kunnen nemen. Verwacht je echt dat je later in de hemel te horen zult krijgen dat God zo’n belangrijk verslag als dat van de schepping in de vorm van een simpel verhaaltje voor simpele zielen in de Bijbel heeft laten schrijven, terwijl de werkelijkheid heel anders was?

Ook kunnen Bijbellezers moeite hebben met het feit dat God op de eerste dag het licht schiep en op de vierde dag de zon. De meeste Bijbellezers staan er niet bij stil dat het licht van de eerste scheppingsdag van een heel andere aard moet zijn geweest dan dat van de zon.

Bovendien vertelt Genesis 1 ons niet dat het licht van de eerste dag werd vervangen door het licht van de vierde scheppingsdag. Het licht van de eerste dag was namelijk de schepping van de engelen en de onzichtbare wereld.

 

 

Welke plaats van de aarde binnen de kosmos?

.

Veel Bijbellezers vragen zich af of Genesis 1 wel klopt omdat daar de aarde als het centrum van de kosmos wordt voorgesteld. Wat is er voor bijzonders aan dit onbeduidende planeetje dat om een niet al te grote ster draait, die deel uitmaakt van een van de vele melkwegstelsels? Onze Schepper kan er immers een heel andere logica op na houden dan wij.

Het zou ons niet hoeven te verbazen dat de aarde binnen het heelal een unieke plaats inneemt en de enige planeet is waar menselijk leven voorkomt. Het tegendeel is nog nooit bewezen, hoe hard wetenschappers ook hun best doen. Het ontdekken van leven buiten de aarde lijkt een van de belangrijkste doelstellingen van ruimtevaartmissies lijkt te zijn. Kosten noch moeiten worden gespaard om te kunnen aantonen dat leven overal vanzelf kan ontstaan zonder Schepper.

Denk aan de ruimtevaart missies die gericht zijn op de planeet Mars en de recente pogingen van astronomen om ergens in ons melkwegstelsel planeten te ontdekken met condities die lijken op die van de aarde. Het gaat steeds weer over die ene vraag: wat is de oorsprong van de mensheid? Kennelijk heeft de mensheid astronomische bedragen over voor zelfs het kleinste glimpje hoop op de ontdekking van leven dat spontaan ontstaan is.

 

.

ons-melkwegstelsel-02

 

.

 

Is de catastrofetheorie een goed alternatief?

.

“De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.(Genesis 1:2)

.

Na het prachtige eerste Bijbelvers van Genesis 1 over de schepping van hemel en aarde zien we het beeld van een ruige aarde, bedekt met een soort oervloed. Is het aannemelijk dat God in het begin een aarde heeft geschapen die er zo afstotelijk uitzag, als een soort tussenproduct dat nog afgemaakt moest worden? Is dat wel verenigbaar met Gods manier van doen.

In de 19e eeuw zijn C.I. Scofield en later ook Dr. Chambers tot de mening gekomen dat er in de grondtekst van Genesis 1:2 niet staat “de aarde WAS woest” maar “de aarde WERD woest”. Daarvan uitgaande kwamen zij tot de visie dat er tussen verzen 1 en 2 van Genesis 1 een of andere catastrofe moet hebben plaatsgevonden. Jesaja 45:18 wijst ook in die richting:

.

“Want zo zegt de HERE, die de hemelen heeft geschapen; Hij is God, die de aarde heeft gevormd en toebereid – Hij heeft haar niet als een woestenij geschapen …” (Jesaja 45:18)

.

Een eventuele catastrofe is te associëren met de val van de satan en het feit dat hij op de aarde is geworpen (Openbaring 12:9) en de oorspronkelijke schepping tot een puinhoop heeft gemaakt. Deze Bijbeluitleg wordt overigens ook wel de ‘gap-theorie’ genoemd. Het resultaat van die catastrofe, een woeste, lege, duistere aarde, past uitstekend bij het standaard resultaat van satanische activiteiten.

Als we verder borduren op de catastrofetheorie, zou het overige van Genesis 1 vertellen hoe God de verwoeste aarde van vers 2 herschiep tot een volmaakte woonplaats voor mens en dier. Mogelijk waren er dan bij de oorspronkelijke schepping al planten en dieren geschapen, waarvan fossielen gevonden zijn. Deze theorie geeft dus de mogelijkheid om bepaalde vormen van leven te veronderstellen, die bij de catastrofe zijn uitgeroeid.

Uitgaande van deze uitleg zouden we in zekere zin kunnen spreken van de schepping (Genesis 1:1) en de herschepping van de aarde (Genesis 1:3-31). God heeft in zes dagen de lelijke, woeste, lege aarde dan herschapen tot een prachtige planeet vol levende wezens.

Deze catastrofetheorie is niet erg populair onder christenen omdat het niet zo overtuigend kan worden onderbouwd vanuit de Bijbel.

.

.

Verwondering over de schepping

.

Door al die discussies over het ontstaan van de aarde zouden we bijna vergeten om ons te verwonderen over de grootsheid van het feit dat God hemel en aarde heeft geschapen. Daarbij kunnen we onder meer aan het volgende denken:

.

  1. God heeft de aarde op zijn eigen manier gemaakt, zonder dat er een mens bij is geweest. Hoe God alles gemaakt heeft zal waarschijnlijk altijd een raadsel blijven.
  2. God heeft de aarde goed gemaakt, zonder ontwerpfouten en zonder gebreken.
  3. Direct na de schepping bruiste de aarde van leven en levenslust. Dood en verderf waren nog onbekend.
  4. God heeft de mens als hoogst ontwikkelde schepsel de zorg en het beheer van de aarde toevertrouwd.
  5. In de schepping straalt veel van Gods heerlijkheid af:
    – in de overvloedigheid van vormen, kleuren, geuren en geluiden
    – in de eindeloze creativiteit en veelheid van soorten planten en dieren
    – in de onmetelijkheid van de kosmos met talloze sterrenstelsels, waarvan wellicht het grootste deel nooit door mensen zal worden waargenomen
    – in de onnaspeurlijkheid van de microkosmos en de elementaire structuur van de materie
  6. God heeft het leven geschapen als een geheim dat in Hem zelf verborgen ligt, terwijl wetenschappers sinds eind vorige eeuw het hebben opgegeven om te zoeken naar een materiële beschrijving van wat ‘het leven’ in levende cellen precies inhoudt
  7. De Schepper die in staat is geweest om zo’n complexe en bijna oneindige schepping te creëren verdient het respect en de liefdevolle toewijding van alles wat leeft.
  8. De God die de schepping gemaakt heeft is ook de enige die precies weet hoe deze schepping hoort te functioneren.
  9. Deze God is de enige die recht heeft om de mensen voor te schrijven hoe zij zich behoren te gedragen en die hen kan beoordelen en aanspreken op hun daden.
  10. De God die de aarde gemaakt heeft weet hoe Hij zijn schepselen gelukkig kan maken. Gelukkig wil Hij dat ook.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

De ontdekking van de maïs volgens de Maya’s.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

DE ONTDEKKING VAN DE MAÏS

 

.

copan.02

.

 

 

Lang geleden leefde er in de bergen van Santa Cruz een man die Pablo heette. Op een nacht droomde hij van een vreemde vogel, die hem over de maïs sprak.

 

Pablo vroeg zich nieuwsgierig af wat dat toch voor een gewas kon zijn. Daarom stuurde hij alle dieren, grote en kleine, er op uit om de maïs te zoeken. Die zochten het hele bos af. Zij vroegen het aan de bomen, aan de wolken en de wind, aan de regen en de rivieren, maar niemand wist te zeggen waar de maïs te vinden was.

 

 

De mieren

.

Op een dag kroop een groep mieren in de spleet van een rots, en daar lagen de maïskorrels waarnaar iedereen op zoek was. Snel vertelden de mieren Pablo van hun vondst. Die haalde er een paar sterke kerels bij om de rots te splijten en de maïskorrels te voorschijn te halen. Maar hoe ze ook hun best deden, ze slaagden er niet in de rots te breken.

 

 

De specht

 

Daarop riep Pablo de hulp in van de specht. Die pikte en pikte, tot hij uitkwam bij een zacht deel van de rots. Op dat moment klonk er een geweldige explosie, zoals wanneer een vulkaan uitbarst. De maïskorrels vlogen alle kanten op. Sommige korrels verbrandden en andere niet; daarom zijn er nu verschillende kleuren maïs.

Personen die toevallig in de buurt waren raapten snel de witte maïskorrels op, maar de zwarte lieten zij liggen. Toen Pablo arriveerde, gaven ze hem alleen maar zwarte maïs, de witte hielden zij verborgen.

Daarop begon iedereen te zaaien. Na een paar maanden stond de akker van Pablo er prachtig bij, vol groene maïsplanten die bogen onder het gewicht van de kolven. Maar de witte maïs was nog niet eens opgekomen. De akkers lagen er nog net zo bij, als op de dag dat de maïs werd gezaaid.

De mensen die de witte maïs hadden gezaaid vroegen zich af: “Waarom is onze oogst mislukt? Pablo heeft volop maïs en wij lijden honger.” Daarop riepen zij een hagedis te hulp. Die moest gaan kijken wat Pablo precies deed alvorens de maïs te zaaien.

 

 

De hagedis

.

De hagedis kroop hoog in een boom; vandaar kon hij alles zien wat er gebeurde. Uren gingen voorbij. Eindelijk, toen de zon al was ondergegaan en de maan aan de hemel stond, verscheen Pablo, vergezeld van zijn familie en nog een aantal personen. De hagedis zag hoe er kaarsen werden aangestoken en wierook werd gebrand.

Heel de nacht werd er gebeden. De God van Hemel en Aarde, van de heuvels, de bergen en al wat bestaat werd aangeroepen om de maïskorrels te zegenen. Er werd vergiffenis gevraagd aan de planten en de bomen die plaats hadden moeten maken voor de aanleg van het maïsveld. Toen de dag aanbrak, at iedereen kippensoep en warme maïskoeken, en werd de heilige chocoladedrank genuttigd.

De hagedis vertelde aan zijn opdrachtgevers alles wat hij had gezien en vroeg: “Hoeveel gaan jullie mij nu betalen? Ik heb mijn opdracht voltooid. Honger en kou heb ik geleden om te zien hoe de maïs door Pablo werd gezaaid.” “Voorlopig krijg je niets”, was het antwoord. “Wacht eerst maar eens tot de oogst is aangebroken.”

Vervolgens zaaiden de eigenaars van de witte maïs de korrels, precies zoals de hagedis hun had uitgelegd. Na een paar maanden hadden zij een overvloedige oogst. Maar een beloning voor de hagedis was er niet bij; hij werd niet eens op een maaltijd uitgenodigd.

 

.

Wraak van de dieren

.

De hagedis was diep teleurgesteld en vertelde zijn ongenoegen aan de honden, de muizen, de knaagdieren en de mieren. Uren overlegden zij met elkaar, hoe zij de ondankbare opdrachtgevers van de hagedis een lesje konden leren. Samen gingen zij op pad en ze aten alle maïs op, de maïs die nog op het veld stond en de maïs die al was geoogst.

De volgende morgen zagen de eigenaars van de maïs wat er was gebeurd. “Wij hebben een grote fout gemaakt”, zeiden zij. “Wij vragen u vergiffenis, God, omdat wij geen rekening hebben gehouden met de dieren. Ook zij zijn uw schepping. Bescherm hen en geef hun het voedsel dat zij nodig hebben.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

De Maya’s en de schepping.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

DE SCHEPPING

 

 

Uit de Pop Wuj, het heilige boek van de Maya’s

.

 

Maya San bart

 

.

Scene uit het scheppingsverhaal, Maya, – ca. 100v. Chr. De maisgod Hun Hunapah (midden) deelt gaven uit. Hij staat op de rug van een machtige slang.

.

In het begin was er alleen maar stilte en rust. Niets bewoog, niets gaf geluid. Er waren nog geen mensen, geen dieren, geen vogels of vissen, geen bomen, geen stenen, geen grotten of ravijnen, geen struiken en geen bossen. Er was alleen de hemel, de aarde was nog niet zichtbaar. Al wat bestond was de kalme zee en de uitgestrekte hemel.

In de stilte van de donkere nacht bevond de Schepper en Vormgever zich in het water, omgeven door licht en bedekt met groene en blauwe veren. ‘Hart van de Hemel’ is zijn naam.

Daarop sprak de Schepper en Vormgever: “Laat de ruimte zich vullen, laat het water terugtreden, zodat de aarde verschijnt. Laat het licht worden, laat de dag aanbreken in de hemel en op aarde. Onze schepping mist luister en glans zolang er geen mensen zijn.”

Zo werd de aarde geschapen. Gehuld in nevels en wolken rezen de bergen op uit het water. Als door een wonder werden de bergen en dalen gevormd, en terstond schoten cipressen en pijnbomen op.

De Schepper en Vormgever was verrukt over zijn werk en sprak: “Nu zal ons werk tot voltooiing worden gebracht.” Zo werden eerst de aarde, de bergen en de dalen gevormd. Het water werd gescheiden en vrij stroomden de rivieren tussen de bergen door.

Aldus vond de schepping van de aarde plaats. Zij werd gevormd door Hart van de Hemel, Hart van de Aarde, toen de hemel nog leeg was en de aarde gedompeld was in water. Een schitterend werk was het, waar diep over was nagedacht.

 

 

De dieren

.

Vervolgens werden de dieren geschapen, herten, vogels, leeuwen, tijgers en allerlei soorten slangen. Ieder kreeg zijn eigen plaats toegewezen, de herten langs de rivieren en in de dalen, de vogels in de bomen en de struiken.

Toen de schepping van de vogels en de viervoeters was voltooid, sprak de Schepper en Vormgever: “Laat alle dieren spreken, roepen en fluiten, ieder op zijn eigen manier en naar best vermogen. Roep onze naam, prijs ons die jullie vader en moeder zijn, aanbid Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.” Maar de dieren konden niet spreken zoals de mensen. Ze krijsten, krasten en kakelden, ieder op zijn eigen wijze, maar spreken was er niet bij.

Toen sprak de Schepper en Vormgever: “Jullie hebben onze naam niet kunnen uitspreken. Daarom zullen wij menselijke wezens scheppen die ons kunnen aanbidden. Jullie woonplaats zal voorgoed in de bossen en dalen zijn, en jullie vlees zal worden opgegeten.”

“Laten wij een nieuwe poging doen”, sprak de Schepper en Vormgever. “Het wordt al licht, de dageraad is al nabij. Laten we wezens maken die ons gehoorzamen, ons onderhouden en voeden, die ons aanroepen en onze herinnering op aarde levend houden. Want onze eerste poging is jammerlijk mislukt.”

.

 

.

 

 

Van aarde en hout

.

Daarop werd de mens gevormd en geschapen. Uit aarde, uit slijk werd het vlees van de mens gemaakt. Maar de Schepper en Vormgever zag dat het niet goed was. De mens van aarde was zacht en viel uit elkaar. Hij kon niet bewegen en had geen kracht. Zijn hoofd zakte naar opzij, zijn ogen waren zwak en hij kon niet omkijken. Aanvankelijk praatte hij wel, maar hij begreep zijn eigen woorden niet. Al gauw werd de mens van aarde nat en toen was het snel met hem gedaan.

De Schepper en Vormgever zei: “De mens die we hadden gemaakt, kon niet lopen of zichzelf voortplanten. We moeten ons werk verbeteren om goede schepsels te maken die ons aanbidden en aanroepen, die ons onderhouden en voeden en de herinnering aan ons levend houden.”

Daarop riep de Schepper en Vormgever de hulp in van de grootvader en grootmoeder. Die wierpen het lot met de maïskorrels en zeiden: “Er komen goede schepsels als ze gesneden worden uit hout.” Aldus geschiedde. Met zorg sneed de Schepper en Vormgever beeldjes uit hout. Het leken echte mensen en ze bevolkten de aarde. Ze kregen zonen en dochters, maar ze hadden geen ziel en geen verstand. Op handen en voeten liepen ze doelloos rond.

Omdat zij zich hun Schepper en Vormgever niet herinnerden, vielen de mensen van hout in ongenade. Zij waren slechts een proef, een poging om mensen te maken. In het begin spraken zij wel, maar hun gezicht was dor en droog. Hun handen en voeten waren krachteloos. Zij hadden geen bloed en hun lijf was mager en vormloos. Ze hadden ingevallen wangen en hun vlees was geel van kleur. Daarom waren zij niet in staat aan hun Schepper en Vormgever te denken, die hun het leven had geschonken en over hen waakte. Zo waren de eerste mensen en zij waren zeer talrijk.

Daarop veroorzaakte Hart van de Hemel een overstroming die alle mensen van hout verzwolg. Duisternis daalde over de aarde neer en overdag en ’s nachts viel er een zwarte regen. Dat was de straf omdat de mensen van hout zich hun vader en moeder, Hart van de Hemel, niet herinnerden.

.

 

maya

 

.

 

De wraak

.

Toen kwamen de grote en kleine dieren in opstand tegen de mensen van hout en ook de potten en pannen, heel de huisraad, het pluimvee en de honden. Zij sloegen de mensen van hout in het gezicht. “Jullie hebben ons schandalig behandeld, jullie hebben ons opgegeten en nu is het onze beurt de tanden in jullie te zetten”, zeiden de honden en het pluimvee.

“Jullie hebben ons pijn gedaan”, zeiden de maalstenen. “Dag na dag, bij nacht en ontij hebben jullie al malend ons gezicht bekrast, en wat konden wij er tegen doen? Maar nu jullie geen mensen meer zijn, is het onze beurt. Jullie vlees zullen we tot poeder fijn malen.”

En de honden spraken: “Waarom hebben jullie ons geen eten gegeven? We hoefden maar jullie kant uit te kijken of we werden al weggejaagd. En wie ons wilde slaan, vond altijd wel een stok. Slecht hebben jullie ons behandeld, en wij konden niet praten. Hebben jullie er nooit aan gedacht dat zoiets ook jullie zou kunnen overkomen? Nu zijn wij aan de beurt, nu zullen jullie onze tanden voelen.” En meteen beten de honden de mensen van hout in het gezicht.

En de potten en pannen zeiden: “Jullie hebben ons veel pijn en ellende veroorzaakt. Onze mond en ons gezicht zitten vol roet. Wij werden op het vuur geplaatst alsof we geen gevoel hadden. Maar nu gaan wij jullie verbranden.” Daarop wierpen de gloeiende potten en pannen zich op hun slachtoffers.

De mensen van hout renden wanhopig alle kanten uit. Ze probeerden op de daken te klimmen, maar de huizen zakten in. Ze zochten hun toevlucht in bomen, maar die schudden hen van zich af. Ze vluchtten grotten in, maar die sloten zich als vanzelf.

Dat was de ondergang van de mensen die waren geschapen en gevormd. Ze werden verwoest en vernietigd, hun mond en gezicht werden vermorzeld. Er wordt beweerd dat de apen afstammen van de mensen die werden gesneden uit hout. Daarom lijken apen op mensen.

 

 

 

 

 

Mensen van maïs

.

Dit is het begin van de schepping van de mens, toen werd besloten hoe het vlees van de mens moest worden gemaakt. De Schepper en Vormgever sprak: “De tijd van de dageraad is aangebroken, ons werk moet worden voltooid. De mens moet verschijnen die ons onderhoudt en voedt, de verlichte mens, de beschaafde dienaar op deze aarde.” Het moment was nabij waarop de zon, de maan en de sterren zouden verschijnen boven het hoofd van de Schepper en Vormgever.

Toen kwamen er vier dieren, die gele en witte maïskolven brachten. Uit het deeg van de gele en witte maïs werden vlees en bloed gemaakt. Uit maïs schiep de Schepper en Vormgever de eerste mensen.

De aarde was prachtig toen de eerste mensen werden gemaakt, vol gele en witte maïskolven, cacao, allerlei vruchten en honing. Er was een overvloed aan de lekkerste spijzen, overal stonden grote en kleine planten. De dieren wezen de weg naar de witte en gele maïskolven. Die werden gemalen en uit de krachtige drank van de maïs werden de spieren gemaakt, die het lichaam stevig en sterk maken.

Uit gele en witte maïs werd het vlees van de eerste mensen gemaakt, uit het deeg van de maïs hun armen en benen. Alleen uit maïs bestond het vlees van onze vaders, van de vier mannen die als eersten werden geschapen.

De eerste mensen die werden gevormd en geschapen, hadden geen vader of moeder. Zij werden niet uit een vrouw geboren, noch verwekt door de Schepper en Vormgever. Door een wonder, door toverkracht werden zij geschapen en gevormd. Zij leken op mensen en het waren mensen. Zij spraken, zagen, hoorden, liepen en pakten al het geschapene vast. Het waren goede en prachtige mensen, mannen waren het.

 

 

 

.

 

Een waas over de ogen

.

De eerste mensen waren begiftigd met verstand en hun blik was zo scherp dat ze alles zagen wat er op aarde was. Alles wat zij bekeken, was meteen dichtbij. Met hun scherpe blik aanschouwden zij het gewelf van de hemel en de wijde omtrek van de aarde. Er bestond voor hen geen afstand, en er waren geen geheimen. Groot was hun wijsheid. Hun blik reikte tot aan de bossen, de rotsen, de meren de zeeën, de bergen en de dalen. Het was werkelijk een wonder.

Daarop vroeg de Schepper en Vormgever aan de eerste mensen: “Wat vinden jullie ervan? Zien jullie, horen jullie? Zijn jullie spraak en tred goed? Kijk naar de wereld, naar de bergen en dalen, probeer goed te kijken!”

Toen de eerste mensen alles zagen wat er op de wereld was dankten zij de Schepper en Vormgever. “Wij danken u uit heel ons hart. Wij zijn geschapen, wij hebben een mond en een gezicht ontvangen. Wij spreken, wij horen, wij denken en wij lopen. Wij zien en kennen alles wat veraf en wat dichtbij is, de grote en de kleine dingen. Wij danken u, Schepper en Vormgever, omdat u ons hebt geschapen en ons het zijn hebt gegeven.”

Maar de Schepper en Vormgever maakte zich zorgen. “Het is niet goed dat onze schepsels alles weten, al het grote en het kleine. Wat moeten wij doen? Het is beter dat zij alleen maar aanschouwen wat dichtbij is, dat ze alleen maar een stukje van de aarde zien. Het zijn immers maar eenvoudige schepsels. Moeten zij ook nog goden zijn? Misschien willen zij zich niet voortplanten wanneer de dageraad aanbreekt. Laten wij hun verlangens een beetje beteugelen, want het is niet goed dat zij alles zien. Misschien willen zij wel gelijk worden aan ons, die hun Schepper zijn, wij die grote afstanden kunnen overbruggen en alles weten en zien.”

Zo sprak Hart van de Hemel, de Schepper en Vormgever. Daarop legde hij een waas over hun ogen, zoals wanneer je over een spiegel ademt. Hun ogen raakten verduisterd en zij konden alleen nog helder zien wat dichtbij was. Zo werden de wijsheid en kennis van de vier eerste mensen vernietigd. Zo werden onze grootouders geschapen en gevormd door Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.

Vervolgens werden ook de vier echtgenoten gemaakt. God zelf vormde ze met grote zorg. Terwijl de mannen sliepen, naderden de vrouwen en zij waren werkelijk heel mooi. Toen de mannen wakker werden en de vrouwen zagen, waren zij zeer verheugd.

De eerste mensen plantten zich voort. Uit hen werden grote en kleine stammen geboren. Ook wij stammen van hen af. Veel priesters en offeraars brachten zij voort.

 

.

De dageraad

.

Veel mensen werden geboren en in de duisternis plantten zij zich voort. De zon was nog niet opgegaan en er was nog geen licht. Zij waren talrijk en trokken rond in het oosten. Maar God vereerden zij niet. Zij richtten enkel hun gelaat naar de hemel en wisten niet wat zij zo ver waren gaan zoeken.

Zij spraken met elkaar en vol ongeduld wachtten zij op de komst van de dageraad. Met hun gelaat naar de hemel gekeerd richtten zij hun smeekbeden tot God:

 

“Zie ons, hoor ons,
laat ons niet alleen, vergeet ons niet.
God, die in de hemel en op aarde bent,
Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.

Geef ons kinderen,
geef ons nakomelingen,
zolang de zon haar baan aflegt en het licht is.

Laat het licht worden,
laat de dageraad aanbreken.

Geef ons goede, vlakke wegen.
Dat de volken vrede kennen, veel vrede en geluk.
Geef ons een goed en nuttig leven”.

 

Zo spraken zij, terwijl zij baden om de opgang van de zon en de komst van de dageraad. En tegelijk met de opkomende zon aanschouwden zij de morgenster, die aan de komst van de zon voorafgaat, die de hemel en de aarde beschijnt en de voetstappen verlicht van de mensen die gevormd zijn en geschapen.

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Koolstofdatering

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

 

.

Wat is de koolstofdatering en hoe werkt het?

 

Hoe werkt koolstofdatering, ook wel C14-datering genoemd? Koolstof (C14) is een natuurlijk element dat in overvloed voorkomt in de atmosfeer, in de aarde, in de oceanen en in elk levend wezen. C12 is veruit het meest voorkomende isotoop, terwijl slechts één op elke triljoen koolstofatomen een C14-atoom is. C14 wordt in de hogere atmosfeer geproduceerd wanneer stikstof-14 (N14) onder de invloed van kosmische straling wordt veranderd; een proton wordt door een neutron vervangen en het netto resultaat is een transformatie van het stikstofatoom tot een koolstofisotoop.

Het nieuwe isotoop wordt “radioactieve koolstof” genoemd omdat het, zoals de naam zegt, radioactief is (maar ongevaarlijk). C14 is instabiel en zal daarom na verloop van tijd spontaan weer vervallen tot N14. Het duurt ongeveer 5730 jaar voordat de helft van een bepaalde hoeveelheid radioactieve koolstof tot stikstof is vervallen. Het duurt vervolgens weer 5730 jaar voordat de helft van de resterende koolstof is vervallen, en dan weer 5730 voor de helft van dat restant, enzovoorts. De tijdsduur die nodig is om de helft van een hoeveelheid koolstof te laten vervallen wordt de “halfwaardetijd” genoemd.

Radioactieve koolstof oxideert (dat wil zeggen, verbindt zich met zuurstof) en komt de biosfeer binnen via natuurlijke processen zoals ademhaling en voeding. Planten en dieren nemen zowel het overvloedige C-12 en het veel zeldzamer C-14 in hun weefsel op, in ongeveer dezelfde verhouding als de C14/C12 verhouding in de atmosfeer. Wanneer een dier sterft, wordt er geen radioactieve koolstof meer opgenomen, maar de C14 die reeds in het lichaam aanwezig was blijft vervallen tot stikstof.

Als we dus de resten van een dood wezen vinden waarin de verhouding tussen C12 en C14 de helft is van wat het zou moeten zijn (dat wil zeggen één C14 atoom op elke twee triljoen C12 atomen in plaats van één op elke triljoen), dan kunnen we aannemen dat het dier al ongeveer 5730 jaar dood is (omdat de helft van de radioactieve koolstof ontbreekt en het ongeveer 5730 jaar duurt voordat de helft van de radioactieve koolstof tot stikstof vervalt). Als de verhouding een kwart is van wat het zou moeten zijn (één op vier triljoen), dan kunnen we aannemen dat het dier al zo’n 11.460 jaar dood is (twee keer de halfwaardetijd).

Na tien keer de halfwaardetijd is de resterende hoeveelheid radioactieve koolstof niet meer meetbaar. Deze techniek is daarom niet bruikbaar voor de datering van dieren die meer dan 60.000 jaar geleden stierven. Een andere beperking is dat deze techniek alleen toegepast kan worden op organisch materiaal zoals botten, vlees of hout. De techniek kan niet gebruikt worden om gesteente rechtstreeks te dateren.

 

 

 Het uitgangspunt van de koolstofdatering

 

Koolstofdatering is een dateringsmethode die afhankelijk is van de volgende drie zaken:

  • De snelheid waarmee het onstabiele radioactieve C14 tot de stabiele niet-radioactieve N14 isotoop vervalt,
  • De verhouding tussen C12 en C14 die in het monster wordt aangetroffen,
  • En de verhouding tussen C12 en C14 die in de atmosfeer wordt aangetroffen ten tijde van de dood van het monster.

 

 

 De controverse van de koolstofdatering

 

Koolstofdatering is controversieel om verschillende redenen. Ten eerste is de methode afhankelijk van enkele twijfelachtige aannames. We moeten bijvoorbeeld aannemen dat de vervalsnelheid (dat wil zeggen, de halfwaardetijd van 5730 jaar) in het verleden altijd constant is gebleven. Maar dat kan niet gemeten worden. Er bestaat zelfs krachtig bewijs voor een sterke toename van de radioactieve vervalsnelheid in het verleden.1 We moeten bovendien aannemen dat de verhouding tussen C12 en C14 in de atmosfeer in het verleden altijd constant is gebleven (zodat we kunnen weten wat deze verhouding was op het moment van de dood van het monster).

En toch weten we dat “radioactieve koolstof 28-37% sneller wordt gevormd dan het vervalt”2. Dat betekent dat er nog geen evenwicht is bereikt; deze verhouding is vandaag de dag dus groter dan in het niet-waarneembare verleden. We weten ook dat deze verhouding drastisch steeg ten tijde van de industriële revolutie, als gevolg van de drastische toename van CO2 dat door de fabrieken werd geproduceerd. Deze door de mens veroorzaakte fluctuatie was geen natuurlijk verschijnsel, maar het toont aan dat fluctuaties mogelijk zijn en dat ook natuurlijke verstoringen deze verhouding sterk zouden kunnen beïnvloeden.

Vulkanen stoten CO2 uit, wat zou kunnen leiden tot een afname van deze verhouding. Dieren die in een periode van hoge vulkanische activiteit leefden en stierven, zouden ouder lijken dan ze werkelijk waren als we hun leeftijd met deze techniek zouden bepalen. De verhouding kan verder worden beïnvloed door de productiesnelheid van C14 in de atmosfeer, die op zijn beurt weer wordt beïnvloed door de hoeveelheid kosmische straling die de atmosfeer van de aarde binnendringt. En deze hoeveelheid straling is zelf weer afhankelijk van factoren zoals het magnetische veld van de aarde (dat kosmische straling kan doen afbuigen).

Nauwkeurige metingen die over de afgelopen 140 jaar hebben plaatsgevonden, hebben aangetoond dat de sterkte van het magnetische veld van de aarde gestaag afneemt. Dit betekent dat er een gestage toename van de productie van radioactieve koolstof heeft plaatsgevonden (wat de verhouding zou doen toenemen).

Tenslotte kunnen we zeggen dat deze dateringsmethode controversieel is omdat de data die hiermee bepaald worden vaak gruwelijk inconsequent zijn. Bijvoorbeeld: “Eén lichaamsdeel van Dima [een beroemde babymammoet die in 1977 werd ontdekt] was 40.000 RCY [radioactieve koolstofjaren] oud, maar een ander was 26.000 RCY, en ‘hout dat in de onmiddellijke omgeving van het kadaver werd gevonden’ bleek 9000-10.000 RCY jaar oud te zijn.” (Walt Brown, In the Beginning, oftewel “In het begin”, 2001, p. 176)

 

  1. D. R. Humphreys, J. R. Baumgardner, S. A. Austin, en A. A., Snelling, “Helium diffusion rates support accelerated nuclear decay”, oftewel Helium diffusiesnelheden ondersteunen een versneld nucleair verval, in Proceedings of the Fifth International Conference on Creationism, R. Ivey, Ed., Creation Science Fellowship, Pittsburgh, PA, 2003. Zie ook: Walt Brown, In the Beginning, oftewel In Het Begin, 2001, p. 75, onder “Constant Verval?”
  2. Brown, Idem, p. 246.

 

 

 

 

Koolstofdatering – Dendrochronologie

 

Om de C14-datering te kunnen gebruiken , moeten we – zoals we reeds gezien hebben – weten wat de verhouding tussen C12 en C14 is op het moment van de dood van het monster. Als deze verhouding in het (niet-waarneembare) verleden gefluctueerd heeft (en we kunnen er zeker van zijn dat dit het geval is geweest), hoe kunnen we dan bepalen wat deze verhouding was tijdens het leven van een organisch proefdier, dat leefde en stierf vóórdat we deze verhouding konden meten?

Voorstanders van de C14-dateringsmethode hebben zich tot de “dendrochronologie” (“jaarringenonderzoek” genoemd) gewend om hun tijdschaal te kalibreren (door geschatte fluctuaties van de verhouding tussen C12 en C14 hierin te verwerken). Wanneer de leeftijd van een stuk hout op twee manieren bepaald wordt, enerzijds met koolstofdatering en anderzijds door de jaarringen te tellen, kunnen wetenschappers een tabel opstellen waarmee zij de twijfelachtige C14-jaren naar werkelijke kalenderjaren kunnen omzetten.

Dit werkt als volgt: wetenschappers beginnen met een levende boom of een proefstuk van dood hout waarvan de leeftijd met betrouwbare methoden kan worden vastgesteld. Vervolgens gaan zij op zoek naar stukken dood hout die ouder zijn dan dat eerste proefstuk, maar met overeenkomstige, overlappende jaarringen (jaarringen kunnen onder invloed van verschillende omgevingsfactoren een grote variatie in breedte vertonen en zo een patroon vormen waarmee we proefstukken uit dezelfde omgeving kunnen vergelijken). De wetenschappers gaan vervolgens op zoek naar nog meer stukken dood hout die met dit tweede proefstuk overlappen, enzovoorts.

En tenslotte worden alle jaarringen geteld, waarbij de overlappende patronen worden gebruikt om alle stukken met elkaar te verbinden. Op deze manier wordt uiteindelijk de leeftijd van het oudste stuk hout bepaald. Dit wordt een “lange chronologie” genoemd. Het oudste stuk hout wordt dan ook gedateerd met de koolstofdateringsmethode. Door de twee data te vergelijken, kunnen wetenschappers de noodzakelijke bijstellingen in hun berekeningen maken.

Helaas heeft het gebruik van jaarringenonderzoek als kalibratiemiddel van de C14-dateringsmethode  zijn eigen tekortkomingen. Dr Walt Brown legt dit uit: “…verbanden worden gelegd op basis van het oordeel van een jaarringspecialist. Soms worden ‘ontbrekende’ ringen toegevoegd.1… Eenvoudige statistische berekeningen zouden kunnen vaststellen in welke mate het dozijn overlappende jaarringen werkelijk met elkaar overeenkomen. Maar jaarringspecialisten weigerden om hun bevindingen aan dergelijk statistisch onderzoek te onderwerpen en wilden hun data niet vrijgeven zodat anderen deze statistische proeven zouden kunnen uitvoeren” (Walt Brown, In the Beginning,, oftewel “In het begin”, 2001, p. 246).

Deze weigering om medewerking te verlenen aan verder onderzoek is reden genoeg voor scepticisme, vooral in het licht van de duidelijke cirkelredenering die door de onderzoekers wordt toegepast. “De leeftijd van houten proefstukken die voor ‘lange chronologieën’ worden gebruikt, wordt eerst met behulp van koolstofdatering bepaald. Als die leeftijd hoog genoeg genoeg is (mogelijk door een verkeerde aflezing), dan kijken jaarringspecialisten naar de breedte van de ringen om te kijken of de ‘lange chronologie’ verder kan worden doorgetrokken. Deze chronologie wordt vervolgens gebruikt als garantie dat de koolstofdatering gekalibreerd is met een ononderbroken reeks jaarringen.”

[Deze praktijk wordt ook beschreven door Henry N. Michael en Elizabeth K. Ralph, “Quickee” 14C Dates, Radiocarbon, Vol. 23 No. 1, 1981, pp. 165-166].” (Brown, idem, p. 246; Zie ook Gerald E. Aardsma, “Myths Regarding Radiocarbon Dating”, oftewel Mythen over de koolstofdateringImpact, No. 189, maart 1989)

 

 

 

 

 

Wat zeggen de experts?

 

Robert Lee gaf in zijn artikel “Radiocarbon, Ages in Error” (oftewel Radioactieve koolstof; verkeerde leeftijden) in het Anthropological Journal of Canada een samenvatting van de controverse rond de koolstofdatering: “De problemen van de koolstofdateringsmethode zijn onmiskenbaar diepgaand en ernstig. Ondanks 35 jaar technische verfijning en toenemend begrip worden de onderliggende aannames  sterk in twijfel getrokken. Men waarschuwt dat de radioactieve koolstofdatering zich binnenkort wel eens in een crisistoestand zou kunnen bevinden.

Een verder gebruik van de methode is afhankelijk van een benadering die feitelijk stelt: ‘we lossen problemen wel op wanneer we ze tegenkomen’; een benadering die open staat voor afwijkingen, gesleutel met factoren, en kalibratie wanneer het ook maar mogelijk is. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat maar liefst de helft van de verkregen data wordt afgewezen. Maar er moet toch zeker wel verwondering bestaan over het feit dat de andere helft wél aanvaard wordt. Maar ongeacht hoe ‘bruikbaar’ de radioactieve koolstofmethode is, ze is nog steeds niet in staat om nauwkeurige en betrouwbare resultaten te geven.

Er bestaan aanzienlijke discrepanties, de chronologie is ongelijkmatig en relatief, en de aanvaarde data zijn eigenlijk geselecteerde data” (Robert E. Lee, “Radiocarbon, Ages in Error”, oftewel Radioactieve koolstof; verkeerde leeftijdenAnthropological Journal of Canada, Vol. 19, No.3, 1981, pp. 9, 29).

 

  1. Zie Harold S. Gladwin, “Dendrochronology, Radiocarbon and Bristlecones,” Anthropological Journal of Canada, Vol. 14, No. 4, 1976, pp. 2-7.)

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Boodschap 116 van ” Boodschappen uit de kosmos ”

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

 

.

 

katerina-plotnikova-photography-12

 

 

 

WANNER DIEREN ZICH WAT HERINNEREN

 

UIT HET VERLEDEN,

.

NOEMT MEN DAT INSTINCT.

 

WANNEER MENSEN ZICH WAT HERINNEREN

.

UIT HET VERLEDEN,

.

NOEMT MEN DAT INTELLIGENTIE

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

De scheppingsverhalen in Genesis 1 en 2

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Vraag: “Waarom zijn er twee verschillende

Scheppingsverhalen hoofdstukken 1 en 2 van

het boek Genesis?”

.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

.

Antwoord

 

Genesis 1:1 zegt: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” Verderop in Genesis 2:4 lijkt er een tweede, afwijkend verhaal over de schepping verteld te worden. Het idee dat er twee verschillende scheppingsverhalen zijn is een veelgehoorde foutieve interpretatie van deze twee passages die in werkelijkheid dezelfde schepping beschrijven. Ze zijn het niet met elkaar oneens wat betreft de volgorde waarin dingen geschapen werden en spreken elkaar niet tegen.

Genesis 1 beschrijft “zes scheppingsdagen” (en een zevende rustdag) terwijl Genesis 2 slechts één dag van die scheppingsweek beslaat — de zesde dag— en er is geen tegenstrijdigheid.

In Genesis 2 grijpt de schrijver terug op de temporele volgorde van de zesde dag, toen God de mens schiep. In het eerste hoofdstuk zet de schrijver van Genesis de schepping van de mens op de zesde dag neer als het hoogtepunt van de schepping. Daarna geeft de schrijver in het tweede hoofdstuk meer details over de schepping van de mens.

In hoofdlijnen zijn er twee zienswijzen die tegenstrijdigheid veronderstellen tussen Genesis 1 en 2. De eerste betreft het plantenleven. In Genesis 1:11 staat opgetekend dat God het groen op de derde dag schiep. Volgens Genesis 2:5 groeide er vóór de schepping van de mens “op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken.” Dus, hoe zit het nu? Schiep God de flora op de derde dag voordat Hij de mens schiep (Genesis 1) of nadat Hij de mens schiep (Genesis 2)?

De Hebreeuwse woorden voor “vegetatie” verschillen in de beide tekstdelen. Genesis 1:11 gebruikt een term die slaat op vegetatie in het algemeen. Genesis 2:5 gebruikt een meer specifieke term die refereert aan vegetatie ten behoeve waarvan landbouwactiviteiten uitgevoerd moeten worden, dat wil zeggen er is iemand die er voor zorgt, een tuinman. De passages spreken elkaar niet tegen. Genesis 1:11 heeft het er over dat God vegetatie maakt, en Genesis 2:5 zegt dat God pas “agrarische” vegetatie liet groeien nadat Hij de mens gemaakt had.

De tweede veronderstelde tegenstrijdigheid betreft het dierlijke leven. In Genesis 1:24-25 staat opgetekend dat God de fauna op de zesde dag creëerde, voordat Hij de mens maakte. In sommige vertalingen lijkt Genesis 2:19 te zeggen dat God de dieren maakte nadat hij de mens geschapen had. Een goede en aannemelijke vertaling van Genesis 2:19-20 luidt echter:

“Uit aarde vormde Hij alle dieren op het land en alle vogels in de lucht. Hij bracht ze bij de mens om te zien hoe die ze zou noemen; elk dier zou de naam krijgen die de mens hem gaf. Toen gaf de mens namen aan alle tamme dieren, alle vogels en alle wilde dieren.”

Deze tekst uit de Groot Nieuws Bijbel zegt niet dat God eerst de mens schiep, daarna de dieren schiep en deze vervolgens bij de mens bracht, maar dat de Heer “uit aarde alle dieren op het land en alle vogels in de lucht” (al) gevormd had. Er is geen tegenstrijdigheid. Op de zesde dag schiep God de dieren, daarna de mens en daarna bracht hij de dieren bij de mens zodat de mens ze kon benoemen.

Door de twee scheppingsverhalen individueel te beoordelen en ze daarna met elkaar in overeenstemming te brengen, zien we dat God de volgorde van de schepping in Genesis 1 beschrijft, en dan de belangrijkste details, in het bijzonder die van de zesde dag, nader toelicht in Genesis 2. Er is geen sprake van een tegenstrijdigheid, maar van een vaak gebruikte literaire wijze om een gebeurtenis eerst in zijn algemeenheid en dan specifiek te beschrijven.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De scheppingsdagen en hun symboliek

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

Symboliek van de scheppingsdagen

 

“De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed…” (Genesis 1:2)

God heeft in zes dagen deze mistroostig uitziende aarde van Genesis 1:2 tot een prachtige, volmaakte schepping gemaakt.

“God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was.” (Genesis 1:31)

De zes scheppingsdagen, zoals beschreven in Genesis 1, vertonen een bepaalde structuur.

 

.

 

voorbereiding vervulling
1 licht 4 zon (+ maan + sterren)
2a atmosfeer 5a vogels
2b zeeën 5b vissen
3a vasteland 6a landdieren
3b eerste leven: planten 6b hoogste leven: mens

 

 

Scheppingsdagen

 

  1. De eerste drie dagen hebben te maken met het wegdoen van de duisternis en het opruimen van de chaos, kortom met het klaarmaken van de aarde om bewoond te worden.
  2. Tijdens de tweede serie van drie dagen wordt het land, de zee en de lucht gevuld met allerlei soorten levende wezens.

 

De manier waarop God de puinhoop aarde van Genesis 1:2 in zes dagen tot iets moois heeft geschapen of herschapen, is een afbeelding van de manier waarop God een ontluisterd mensenleven wil herscheppen tot een nieuwe schepping.

 

1 : De voorbereidingfase (scheppingsdagen 1-3) kan worden vergeleken met de beginfase van het        christenleven: wedergeboorte, de eerste leerperiode en een begin van geloofsgroei en vruchtdragen.

2 : De vervullingfase (scheppingsdagen 4-6) kan worden vergeleken met groeiende geestelijke volwassenheid. In de geestelijke betekenis van de begrippen is er natuurlijk een geleidelijke overgang van de eerste naar de tweede fase.

.

 

plaat2 (1)

 

.

 

Scheppingsdag 1 – licht

 

Het licht van scheppingsdag 1 wijst op de komst van Jezus, die zichzelf terecht het licht voor de wereld noemde.

“Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht hebben.” (Johannes 8:12)

Evenals licht de belangrijkste energiebron is voor de aarde en de belangrijkste voorwaarde voor leven, zo heeft het licht in geestelijke zin alles te maken met het nieuwe leven. God wil dit leven geven aan ieder mens die het van Hem wil ontvangen. Zodoende is de doorbraak van het licht op de eerste scheppingsdag een beeld van bekering en wedergeboorte, het begin van de wandel in het licht:

“Dezelfde God die gesproken heeft: Uit de duisternis zal het licht schijnen, heeft zijn licht doen schijnen in ons hart…” (2 Korintiërs 4:6)

Daarna gaat God verder met zijn herscheppingswerk in de mens. Onder invloed van het licht van de eerste scheppingsdag volgt een levenslang proces van geloofsgroei en vernieuwing. Door de zegenrijke werk van Gods Geest in het hart van de gelovige dringt dit licht steeds verder door tot in alle aspecten van het leven.

 

 

Scheppingsdag 2a – atmosfeer (verstand)

 

Het geschikt maken van de atmosfeer is een illustratie van het verstandsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofszekerheid. De nadruk ligt daarbij op de nieuwe inzichten die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest in je verstand.

Gezonde lucht is de eerste levensbehoefte van de mens. Zo heeft de gelovige het nodig dat hij zich dagelijks laat inspireren door de Bijbel om een krachtig fundament van waarheid te ontwikkelen en een gezonde manier van denken. Hoe meer de gelovige zijn verstand laat verlichten door de ‘adem van Gods Geest’, hoe beter zicht hij heeft op God en zijn bedoelingen met zijn leven.

De wind zorgt voor zuivering van de atmosfeer, doordat schadelijke dampen en gassen worden weggevoerd en verspreid. De Heilige Geest wil ons helpen de leugens van de wereld te ontmaskeren en af te wijzen, zodat onze gedachten er niet door vergiftigd worden. Zodoende is de atmosfeer ook een beeld van ons geweten dat ons bovendien helpt om rein te leven volgens Gods leefregels.

 

 

Scheppingsdag 2b – water (gevoel)

 

Het scheiden van het water is een illustratie van het gevoelsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofsvertrouwen. De nadruk ligt daarbij op de geloofsbeleving die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest in je gevoelsleven. Behalve lucht is ook water noodzakelijk voor leven op aarde. Water is het beeld van het beweeglijke element in de mens, zijn gevoelsleven.

Op scheppingsdag 2 ontstaat er een evenwicht tussen de atmosfeer (boven) en de watermassa’s (beneden). Evenzo moet je verstand in evenwicht komen met het gevoel, waarvan water een beeld is. Hoe meer je verstand zich laat verlichten door het Woord van God, hoe beter je als gelovige leert om te gaan met beproevingen en verleidingen. Hierdoor en door je persoonlijke omgang met God en wat je leert door omgang met medegelovigen leer je steeds meer op God te vertrouwen. Zo leer je te genieten van een gelukkig leven vanuit de verbondenheid met God, ook onder moeilijke omstandigheden.

Het leerproces van scheppingsdag 2 gaat vaak gepaard met veel innerlijke strijd en dat wordt eigenlijk pas op scheppingsdag 3 afgerond, als het vasteland tevoorschijn komt, ofwel als de overwinning in die innerlijke strijd zich begint af te tekenen. Dit heeft ook te maken met het feit dat het verslag van scheppingsdag 2 niet wordt afgesloten met de gebruikelijke woorden: “God zag dat het goed was”. Aan het einde van scheppingsdag 2 is er immers nog geen ‘eindproduct’. De strijd is nog niet geheel gestreden…

 

 

Scheppingsdag 3a – vasteland (wil)

 

Het ontstaan van het vasteland is een illustratie van het wilsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofskracht. Daarbij gaat het vooral om je toewijding aan Jezus en de nieuwe kracht die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest ten opzichte van je wil. Het oprijzen van vaste grond boven het wateroppervlak, doet denken aan de opstanding van Jezus. Zoals het vasteland het heeft gewonnen van de zee, zo heeft Jezus aan het kruis de grootste overwinning van alle tijden behaald. Het leven heeft eens en voorgoed gewonnen van de dood.

“… Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven …” (Johannes 11:25)

Het ontstaan van het vasteland symboliseert ook de overwinning in de innerlijke strijd van scheppingsdag 2, tegen leugens, overweldigende levensomstandigheden, zondige verlangens, enzovoort. Die overwinning komt tot stand doordat je met je wil kiest om te doen wat God in zijn woord zegt (geloofsgehoorzaamheid). Dan krijg je in geestelijke zin vaste grond onder je voeten. Je leert bouwen op God, de Rots, waardoor je niet meer zo snel wankelt. Telkens wanneer je gedurende de innerlijke strijd tot overwinning komt, ontstaat er geestelijk gezien een stuk vasteland.

“En dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.” (1 Johannes 5:4)

Tijdens scheppingsdag 2 PROBEER je uit geloof te leven; op scheppingsdag 3a LEEF je uit geloof.

 

 

Scheppingsdag 3b – plantengroei (gedrag)

 

Het ontstaan van plantengroei is een illustratie van het gedragsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofspraktijk. De nadruk ligt daarbij op de nieuwe levensstijl die je als gelovige ontwikkelt door de werking van de Heilige Geest ten opzichte van je gedrag.

Plantengroei is de eerste geschapen levensvorm op aarde. Een levend geloof is een vruchtdragend geloof ofwel een geloof dat zich uit in de praktijk van het dagelijks leven. Geestelijke vrucht is wat God wil doen in en door elke wedergeboren gelovige. Evenals vruchten aan een boom groeien door het sap dat via wortels en takken wordt aangevoerd, zo groeien geestelijke vruchten in de gelovige door het levende water. Dat is de Heilige Geest die door en uit de gelovige stroomt.

“De Schrift zegt over wie in mij gelooft: Zijn hart zal een bron zijn waaruit stromen levend water vloeien.” (Johannes 7:38)

De meeste planten groeien op de vaste grond. Eerst ontwikkelt zich het gedeelte ONDER de grond en vervolgens het bovengrondse deel. Het wortelgestel zorgt onder meer voor de stabiliteit van de plant en de opname van voedingsstoffen uit de grond. Het zorgt ervoor dat de boom onder alle weersomstandigheden kan overleven en vrucht dragen. Dat voorbeeld wordt uitgewerkt in Psalm 1, waarin een gehoorzame gelovige wordt vergeleken met een boom die bij het water geplant is. Daardoor is die boom in staat om vrucht te dragen, terwijl zelfs de bladeren bij droogte niet verpieteren.

 

 

Scheppingsdag 4 – zon, maan en sterren (vol van Jezus)

 

Met scheppingsdag 4 begint de vervullingsfase van de schepping en die staat symbool voor het volwassen stadium van de gelovige. Het gaat daarbij om een verdere, diepere uitwerking van wat er tijdens het jeugdstadium is geleerd. In de normale betekenis van het woord betekent volwassen worden dat je leven niet meer alleen om jezelf draait, maar dat je ook verantwoordelijkheid neemt voor anderen. Geestelijke volwassenheid betekent in de eerste plaats: niet zozeer eigen welzijn en zegeningen nastreven, maar gericht zijn op Jezus (de zon) en op het zegenen van je medemensen.

De zon kunnen we zien als een beeld van Jezus, die op de aarde is gekomen om het licht van God te laten schijnen in de harten van de mensen als het ‘licht van de wereld’. De maan kan gezien worden als het beeld van zijn Gemeente, terwijl individuele gelovigen kunnen worden vergeleken met sterren.

“opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel.” (Filippenzen 2:15)

Zon en maan hebben beide als taak licht te geven op aarde. De maan en de sterren verrichten hun taak wanneer de zon onzichtbaar is, ofwel in de nacht, in afwachting van de wederkomst van de Heer. Daarom heeft de Gemeente als geheel en afzonderlijk de opdracht om licht in de wereld te verspreiden. Jezus zei:Ik ben het licht der wereld (Johannes 8:12) maar ook: jullie zijn het licht der wereld (Johannes 5:13) om Jezus te laten zien.

 

.

Scheppingsdagen 5-6 – steeds meer op Jezus gaan lijken

 

Op scheppingsdag 5a, 5b en 6a heeft God de dieren geschapen die een beeld zijn van een verdere vervulling van je verstand, gevoel en wil: verdieping van inzicht, geloofsbeleving en geloofskracht.

Op scheppingsdag 6b heeft God de mens geschapen als de hoogste scheppingsvorm en het meest op God gelijkende evenbeeld. Deze scheppingsdag is een overduidelijk beeld van wat er gebeurt als iemand met God wandelt: er groeit een levensstijl van zegenen , echte liefde en offerbereidheid in navolging van Jezus. Als een gevolg van het proces van geloofsgroei gaat het karakter van de gelovige steeds meer op dat van Jezus lijken. En dat is het hoogste doel voor de mens tijdens zijn leven op aarde.

 

 

Scheppingsdag 7: rusten in Jezus

 

De diepere bedoeling van deze dag is dat mensen de rust ontdekken die bij Jezus te vinden is: rust om je geestelijke bestemming te vinden bij de wedergeboorte, rust om tijdens het leven te blijven vertrouwen op Gods hulp, en de rust in het hiernamaals als je aardse taak als gelovige is afgelopen en je Jezus op een nieuwe manier zal mogen dienen in het hiernamaals.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA