Tagarchief: pelgrims

De Kabaa in Mekka

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Kaaba is het belangrijkste Islamitische heiligdom. Jaarlijks stromen ongeveer 2 miljoen pelgrimerende islamieten naar Mekka, een stad in Saoudi Arabië, waar de Kaaba staat. Een pelgrimstocht naar Mekka is één van de vijf pilaren van de Islam, één van de vijf plichten die bij het moslim zijn hoort. De Kaaba is omgeven door de oogverblindende schoonheid van een indrukwekkend vormgegeven moskee. Als een soort vesting ommuurt zij deze eeuwen oude plek van aanbidding.

 

 

Kaaba_Mecca_background.jpgc5e76355-f6b6-420c-a66f-1b5e30eff137Large

 

 

Weinigen hebben het islamitische heiligdom de Kaaba van binnen gezien. Velen hebben er omheen gelopen, zeven keer om exact te zijn tijdens de omcirceling van de Kaaba, de Tawaaf. Een gebruik dat echo’s heeft uit een ver verleden. Uit de tijd dat de Kaaba werd gebruikt om de goden van Mekka en zijn omgeving te huisvesten.

De Kaaba is een schreeuw uit de oudheid, een schreeuw van mensen die te veel leed en te veel wreedheden hebben meegemaakt. Het is een uitdrukking van mensen om éénheid in geloof. Een jaarlijks terugkerend feest onderstreepte dit verlangen. Driehonderd en zestig goden hadden hun plaats in de Kaaba, inclusief een mysterieuze zwarte steen.

Tegenwoordig jaarlijks gekust en begroet door de islamitische pelgrims. In pre-islamitische perioden deel uitmakend van rituelen waar men liever niet meer aan denkt. De inhoud van deze pagina neemt je mee in de geheimen die de Kaaba met zich meedraagt. De geschiedenis, de constructie en de omgeving van de Kaaba, de vernietigingen door overstromingen en oorlogen.

 

 

 

1. De Káaba en zijn omgeving.


De naam van de Káaba is direct verbonden met de kubusvorm van het gebouw. Káaba betekent letterlijk “kubus”. Er is slechts één opening in het gebouw; de deur. Deze bevindt zich aan de noordzijde. De hoogte van de Káaba is ongeveer 15 meter. De overige afmetingen zijn 15 meter (lengte) en 17 meter (breedte).

 

 

1.1 Kiswa en Burku, het zwarte gordijn.

 

Over de muren van de Káaba is een zwart gordijn (Kiswa) gehangen. De Kiswa wordt met behulp van koperen ringen aan het gebouw bevestigd. Elk jaar wordt een nieuwe Kiswa in Egypte gemaakt van katoen.

 

 

maxresdefault kiswa

 

 

Op de Kiswa is een tekst aangebracht. Dit is onder andere de islamitische geloofsbelijdenis of Shahada:
“Ik verklaar dat er géén andere god is dan Allah en dat Mohammed zijn profeet is”. Daarnaast zijn er ook teksten uit de Koran aangebracht.

Aan het einde van de Hadj worden de Kiswa en Burcu verwisseld. Tijdens het verwisselen van het één jaar oude kleed wordt de Káaba bedekt door een wit gordijn. Men noemt deze situatie: Ihrãm.

De “oude” Kiswa wordt als een relikwie, een heilig voorwerp, beschouwt. In kleinere stukken verdeeld wordt dit verkocht als amuletten door de bewakers van de Káaba (de Banu Shaiba). Een amulet is een voorwerp waaraan men bepaalde machten aan toe schrijft.

De deur van de Káaba wordt door een apart kleed afgedekt. Dit kleed wordt in Egypte al-burku genoemd. Het lijkt op de naam die in Nederland “Burka” wordt genoemd; het betekent sluier of gordijn.

 

 

 

1.2 De binnenkant van de Káaba.

 

Binnen in de Káaba bevinden zich drie houten pilaren. Deze dragen het dak. Een verplaatsbare trap maakt het mogelijk om op het dak te komen. Op de muren zijn inscripties aangebracht. De vloer is met wit marmer bedekt. Op diverse plaatsen bevinden zich zilveren en gouden kandelaars. Daarnaast bevinden zich in de Káaba twee belangrijke stenen.

 

 

al-hajar-al-aswad-3

 

 

 

the-kaaba-3d-no-ads-158095-3-s-307x512

 

 

 

hqdefault binnenzijde kaba mekka

 

 

 

1.2.1 De Zwarte Steen, Hajer Aswat.


In de oostelijke hoek, niet ver van de deur is de beroemde Zwarte Steen, Hajer al Aswat, geplaatst. Deze steen bestaat nu uit drie delen die door een zilveren band bij elkaar worden gehouden. Soms wordt de steen omschreven als lava, soms als basalt. Vanaf de buitenkant is de werkelijke afkomst moeilijk te bepalen. Dit komt doordat de steen door de vele aanrakingen erg glad is geworden. 
De diameter van de steen is ongeveer 30 cm. De kleur wordt omschreven als rood-achtig-zwart met kleine gele deeltjes.

 

 

Hajar-al-Aswad (1)

 

 

 

1.2.2 De gelukssteen, Hajer al Asat.


In de westelijke hoek van het islamitische heiligdom bevindt zich een andere steen; de Hajer al Asat. Het is een gelukssteen. Deze steen mag alleen worden aangeraakt, echter niet gekust.

 

 


1.3 Nabij en om de Kaaba.

 

 

1.3.1 De watergoot van genade, Mizab al Rahma.


Buiten de Káaba bevindt zich de watergoot van de schuld, Mizab. Deze bevindt zich boven in de westelijke muur. Het regenwater valt op een vloer dat betegeld is met mozaïek. De watergoot wordt de “goot van genade” genoemd, Mizab al Rahma.

 

 

BRDS-mJCEAIiFW0mizab

 

 

 

1.3.2 De omcirkelingsruimte, Mataaf.


Op een enkele meters afstand van de Káaba zijn enkele korte lage muurtjes gebouwd. Deze van marmer gemaakt muurtjes zijn cirkelvormig. Deze vorm is nuttig bij de omcirkeling van de Káaba tijdens de Tawaaf. Men mag bij de omcirkeling niet tussen de Káaba en de muurtjes lopen. Volgens overlevering zou hier het graf van Hagar en Ismaël bevinden. 
De ruimte die gebruikt wordt voor de Tawaaf is dus buiten deze muurtjes en wordt “Mataaf” genoemd. Deze uitdrukking zou herinneren aan de bouwactiviteiten van Ismaël en Ibrahim aan de Káaba.

 

 


1.4 Voetafdruk van Maqam Ibrahim

 

Vlak bij de Káaba staat een klein gebouwtje met daarin een steen met de afdruk van de voeten van Ibrahim. De steen wordt als zacht omschreven. Vanwege een breuk wordt deze door een band bijeengehouden. Bij deze plaats worden bepaalde gebeden verricht (Salat).

 

 

355417909_6b0dbf7665_b maqim ibrahim

 

 

 

kaaba_picture6 voeten

 

 

 

1.5 De bron Zam Zam.

 

Op het terrein vinden we ook een koepelvormige ruimte dat gebouwd is over de bron Zam Zam. Het gebouw heet “al Kubba”. Het water kan worden meegenomen door pelgrims. Ook bij deze plaats worden bepaalde gebeden verricht (Salat).

 

 

zamzam-well-1

 

 

2.De geschiedenis van de Kaaba.


De geschiedenis van Mekka is waarschijnlijk de danken aan het bestaan van de bron Zam Zam. Zonder deze bron zou het een waterloze valei zijn geweest. 
In de tijd van de egyptische overheersing van Alexander de Grote werd Mekka , Macoraba genoemd hetgeen lijkt op het Zuid-Arabische Mikrab. Mikrab betekent tempel. Mede hieruit concluderen wetenschappers dat Mekka in ieder geval twee eeuwen voor Christus heeft bestaan. In de periode voor de islamitische profeet Mohammed was de Kaaba reeds betrokken bij religieuze activiteiten.

 

 


2.1 Verwoestingen 

 

De meest bekende historische documenten stammen uit de periode rondom het optreden van Mohammed. Er wordt gesproken van een verwaarloosde Kaaba die door een brand zou zijn verwoest. Deze brand zou zijn veroorzaakt door vuur dat gebruikt werd bij een ritueel met wierrook. Met het hout van een gestrand byzantijns schip bij de plaats Djidda, zou de Kaaba weer herbouwd zijn.

De oorspronkelijke Kaaba had geen dak en het was niet hoger dan de lengte van een mens. De drempel van de deur was laag aan de grond waardoor in het verleden de Kaaba gevoelig was voor overstromingen als gevolg van incidentele zware regenbuien. De overstromingen leidde tot de herbouw van de Kaaba waarbij naast hout ook steen werd gebruikt. De hoogte werd verdubbeld en er kwam een dak op de Kaaba. De deur werd op manhoogte ingebouwd zodat het gebouw minder gevoelig werd voor overstromingen. Zonder ladder of trap kan men tegenwoordig het gebouw niet inkomen.

 

 


2.2 De weg van de Zwarte Steen, Hajer Al Aswat

 

Tijdens de plaatsing van de Zwarte Steen werd er nogal wat ruzie gemaakt over het feit welk stamhoofd de steen mocht vasthouden. Mohammed bepaalde dat de steen op een kleed moest worden gelegd. Zo kon de steen door meerdere stamhoofden worden gedragen. Mohammed heeft de steen zelf op de huidige positie geplaatst.

Bij een strijd in het jaar 683 om de opvolging van Mohammed werd de Kaaba ernstig beschadigd. De katapulten van al Husain ben Numair troffen het heiligdom in het hart toen hij de anti-kalief Abd Allah ben al Zubair uit Mekka wilde verdrijven. Tijdens een brand in de Kaaba werd de Zwarte Steen ernstig beschadigd. Deze bestaat sindsdien uit drie stukken.

 


2.3 Strijd om de Kaaba

 

De vernietiging van de Kaaba werd door velen gezien als een straf van Allah. Hierdoor was men bang om de Kaaba weer op te bouwen. Het was Abd Allah die de moed had om als eerste de puinhopen en resten van de Kaaba op te ruimen. Daarna volgden anderen, gesterkt door het voorbeeld van Abd Allah. De Kaaba werd toen geheel gebouwd met stenen die uit de bergen van Mekka kwamen.

Na de herbouw werd de Zwarte Steen, Hajer al Aswat bijeen gehouden door een zilveren band, in de Kaaba geplaatst door Abd Allah. Er waren destijds twee deuren die laag bij de grond waren geplaatst. Tijdens de Tawaaf werden destijds de vier hoeken van het gebouw gekust. Deze constructie bleef gehandhaafd tot 693 toen Abd Allah ben al-Zubair gedood werd tijdens een oorlog met al- hadjdjadj ben Yusuf. Deze herstelde de originele bouw van Kaaba, zoals deze was vóór Mohammed.. Tot op de dag van vandaag is deze gehandhaafd en te zien in Mekka.

Rond 929 was de Zwarte Steen 20 jaar niet in de Kaaba. Deze moest in veiligheid worden gebracht wegens een invasie van Karmatians. In 1611 is de Kaaba verder hersteld en versterkt. Dit was nodig in verband met enkele ernstige overstromingen. Door religieuze gevoeligheden en onmin kon men het moeilijk eens worden over de noodzakelijke veranderingen. De Kaaba dreigde zelfs een aantal keren in te storten. In 1630 werd begonnen met de nodige bouwwerkzaamheden. In 1996 zijn de laatste herstelwerkzaamheden aan de Kaaba verricht. Hierbij is alles vervangen, behalve de stenen van de muren.

 

 

 


2.4 De Kiswa

 

Het gebruik van de Kiswa of bedekking van de Kaaba is nog niet zo heel oud. Het ritueel van de afdekking is door de Tubba ingesteld. De Ashura dag wordt genoemd als het oudste tijdstip van de bedekking van de Kaaba. De Kiswa is /was afkomstig uit Jemen of Egypte. Tijdens het kalifaat van Umar dreigde het gebouw in te storten door de vele verschillende Kiswa’s die over de Kaaba hingen. In die tijd werden verschillende kleuren gebruikt.

 

 

de kKswa

 

 

 

3 De Kaaba en de islam.


Over de gevoelens van Mohammed tijdens zijn jongere jaren over de Kaaba zijn onbekend. Men gaat er van uit dat hij niet enthousiast was over het Mekkaanse heiligdom. Aanvankelijk had Mohammed de gewoonte om Jeruzalem als gebedsrichting te nemen. Doordat hij als profeet geen aansluiting vond bij het jodendom is hier verandering in gekomen.

 

 


3.1 De gebedsrichting

 

De jonge Mohammed ontmoette op zijn reizen karavanen langs vele plaatsen op het Arabische schiereiland. Daar kwam hij in aanraking met het joodse en christelijke geloof. Het jodendom had een grote aantrekkingskracht op Mohammed. Uit eerbied voor de joodse religie wende hij zich tijdens het gebed naar Jeruzalem. Toen hij later aansluiting bij de joodse religie zocht met zijn bovennatuurlijk ontvangen boodschappen, werd hij niet als profeet aanvaard.

Uit ongenoegen heeft hij toen besloten om de gebedsrichting te veranderen. Een duidelijke aanwijzing hiervoor is te vinden in de moskee van Medina. Het is de enige moskee ter wereld met twee gebedsrichtingen. Een naar het zuiden richting Mekka en één naar het noorden richting Jerusalem.(zie ook Koran Sura 2, 142-152)

Deze verandering werd door islamieten gerechtvaardigd door het argument dat de Islam het originele geloof van Ibrahim was. Dit orginele geloof zou door de joden niet goed zijn doorgegeven. Met Mohammed zou het weer als nieuw zijn. Door de veranderde gebedsrichting naar de Kaaba te Mekka werden de oud Mekkaanse rituelen ingebed in de islam, inclusief de zwarte steen die werd gebruikt bij heidense rituelen.

 

 


3.2 De Kaaba

 

Vanaf die tijd werd geleerd dat de Kaaba gebouwd werd door Ibrahim en zijn zoon Ismaël (zie Sura 2, 127).
Volgens de Koran is de Kaaba het eerste heiligdom op aarde. Op deze manier werd er een basis gelegd om oude heidense culten te aanvaarden als basis voor de religieuze geschiedenis. Het was bovendien het startsein voor een politiek programma dat gericht was om zich de Káaba toe te eigenen.

In het jaar 7 n.h. gelukte het de volgelingen van Mohammed om Mekka in te nemen. De Kaaba werd ontdaan van alle 360 godenbeelden die in de Kaaba stonden opgesteld. Er werden speciale regelingen getroffen voor het beheer van gebouwen en de provisie ten behoeve van de pelgrims die naar Mekka zouden komen.

 

 


3.3 Mohammeds eerste bedevaart

 

De eerste bedevaart die Mohammed maakte was 10 jaar na de vlucht naar Medina, de Higera. Mekka was vanaf die tijd alleen toegankelijk voor moslims. Er waren vier maanden gegeven aan “ongelovigen” waarbij zij nog vrij door het land konden reizen. Daarna waren zij vogelvrij en waren hun leven niet zeker. Diegene die een overeenkomst hadden gesloten en deze nauwkeurig naleefden en geen anti-islamieten hielpen, konden zo hun leven redden.

 

 

 

 


3.4 Reinigingsrituelen van de Kaaba

 

Na de Hadj, de bedevaart tijdens de Ramadan, wordt de Kaaba gereinigd. Daar zijn bepaalde autoriteiten en een beperkt aantal pelgrims bij aanwezig. De vloer werd de eerste keer gereinigd met ZamZam water door de Sahrif. Deze heeft zich eerst zelf met het water gewassen. Daarna wordt de Kaaba met rozenwater besprenkelt en parfum. De bezem die de Sharif gebruikte werd gegooid naar de aanwezige pelgrims. Deze deden hun best de bezem te bemachtigen. Sindsdien worden er modellen van deze bezem in Mekka verkocht. Dit is een goed voorbeeld van hoe heilig de Kaaba voor islamieten is geworden.

 

 


3.5 Getuigenissen

 

“Ik weet dat gij een steen bent, dat niet helpt en niet kwetst. Als de boodschapper van Allah u niet had gekust, dan zou ik u ook niet kussen”; zei Umar tijdens zijn pelgrimage. Toen kuste hij de steen.

Het gebed onder de watergoot wordt beschreven als bijzonder effectief; “iedereen die het gebed, de Salat, onder de watergoot uitspreekt, wordt zo schoon als een baby”.

Volgens de islamitische mysticus al Ghazzali is de Kaaba waarlijk het heilige gebouw waar men om moet lopen tijdens de Tawaaf. Echter de Tawaaf en het gebouw de Kaaba ontvangen alleen zijn waarde wanneer zij de pelgrim een impuls geven tot een hoger spiritueel niveau.

Ibn al Arabi gaat een stap verder als hij zegt dat de echte Kaaba niets anders is dan ons eigen bestaan.

Muhammed ben al-Fahd zei eens met betrekking tot de Kaaba: “Ik verbaas mij over hen die hun tempel zoeken in deze wereld. Waarom overwegen zij Hem niet in hun eigen hart te zoeken. Eén keer per jaar kunnen zij de Zwarte Steen zien. In het hart kunnen zij Hem 360 dagen per jaar zien”.

 

 

 

4. Het pre-islamitisch gebruik van de Kaaba.


In de Kaaba werden de goden van Mekka bewaard. Diverse bronnen melden dat er 360 verschillende goden huisden in dit opmerkelijke gebouw. Enkele van deze goden zijn  Al Lat, de godin van de zwarte steen, en haar companen Al Uzza en Mannat.

 

 

Allat

 

 


4.1 De zeven bronnen

 

Speciaal hier omtrent is de opmerking van imam Ben I Shabah over het oude heiligdom van Mekka. Hij sprak over de zonen van de oude vrouw. De godin Al Lat wordt in verband gebracht met de Koningin van Sheeba, welke ook in Bijbelse bronnen wordt vermeld. Sheeba is het joodse woord voor “zeven” en het woord “eed”. De letterlijke betekenis van Beer-Sheeba is letterlijk; “de bron van zeven”. Deze bron zou zijn gegraven door Abraham toen hij een vredesverdrag sloeg met Melchisedek, priester van Salem. Abraham gaf zeven ooien (vrouwelijke schapen) en de plaats ontving de naam om de gebeurtenis te memoreren. Later zou Isaäc de in ongebruik geraakte bron heropenen. De nieuwe naam werd hiermee Shibah, de vrouwelijke naam voor Sheeba. Tegenwoordig omvat deze plaats zeven bronnen.

 

 


4.2 Plechtige afspraken

 

In de vijfde eeuw voor Christus bevestigde Herodotus dat Semitische stammen het getal zeven in verband brachten met het maken van afleggen van eden, plechtige afspraken. Hij schreef dat afspraken tussen twee Arabische mannen in bijzijn van een derde gebeurden door met een scherpe steen in hun hand te snijden. Met een stukje wol of kleding smeerden zij hun bloed over zeven stenen die tussen de twee mannen opgesteld waren. Hierbij werden ook de namen Dionysus en Urania aangeroepen.

Urunia wordt door de schrijver Herododus in verband gebracht met de afgod AliLat, welk zonder twijfel de zelfde godheid moet zijn geweest als Al Lat, de godin van de zwarte steen. Ook in de Koran wordt gesproken over het plechtig maken van afspraken en overeenkomsten (Sura 9 vers 6-8). Hierbij zouden aldus gemaakte afspraken bij de Kaaba met ongelovigen geldig zijn.

 

 

Urania

 

 


4.3 Godin van de Zwarte steen

 

Ten tijde van het heidendom zouden er zeven priesteressen van de Zwarte Steen zijn, die zeven keer naakt om de Zwarte steen liepen. Tegenwoordig lopen pelgrims zeven keer linksom de Kaaba, een directe verwijzing naar oude rituelen. De oude praktijk van de priesteressen van de Zwarte steen, is een sterke echo van de oude Sumerische godin Inanna ( en haar Babylonische equivalent Ishtar) van de zeven poorten door de onderwereld. De zeven poortwachters eisten de verwijdering van kledingstukken zodat zij naakt verscheen voor haar oudere zuster godin Ereshkigal.

Ereshkigal was de godin van de dood en de onderwereld. Een andere naam voor Ereshkigal is Allatu, de godin, een eerdere vorm van Al Lat of Alilat. De Kaaba is een object waar men zeven keer omheen loopt, de Tawaaf. De Kaaba zelf is verbonden met de Heer van de geesten rond de troon van Allah. De Kaaba en de Zwarte Steen worden als de troon van het kalifaat van Allah op aarde beschreven.

Volgens al Masudi beschouwden sommige mensen de Kaaba als een tempel van de zon, de maan en de vijf planeten. De 360 afgoden die in de Kaaba hebben gestaan wijzen hier ook op. Ook het symbool van de islam, de maansikkel en de 2 sterren wijzen hierop.

 

 

 

Ereshkigal

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 John Astria

John Astria

Het Angelus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het angelus (voluit Angelus Domini; Nederlands de Engel des Heren) is een katholiek gebed dat van oudsher driemaal daags gebeden wordt: om zes uur ’s morgens, twaalf uur ’s middags en zes uur ’s avonds. Waar voorheen de gelovigen hun werkzaamheden stopten om te bidden is dit gebruik grotendeels in onbruik geraakt.

 

 

Christus, de Engel des Heren

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het gebed wordt aangekondigd door het luiden van een kleine klok, het angelusklokje. Hierbij worden drie slagen op de klok gegeven waarna een aanroep met Weesgegroet Maria wordt gebeden. Nog tweemaal volgen drie slagen op de klok met een nieuwe aanroep en Weesgegroet. Ten slotte wordt de klok gedurende twee minuten geluid en wordt een afsluitend gebed gebeden.

De benaming ‘angelus’ is afgeleid van de Latijnse beginwoorden ‘Angelus Domini nuntiavit Mariae’ (‘De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt’). In zijn huidige vorm bestaat het angelus sinds 1571. In de Paastijd wordt het angelus vervangen door het regina coeli.

Sinds paus Johannes XXIII bestaat het gebruik dat de paus iedere zondag, om 12 uur ’s middags, voorgaat in het angelusgebed. Dat doet hij vanuit het raam van zijn appartement in het Apostolisch Paleis. ’s Zomers doet hij dat vanuit het raam van zijn studeerkamer in Castel Gandolfo. Na het angelus spreekt de paus een kort stichtelijk woord en begroet de pelgrims.

 

 

Angelusklok luidt

 

 

 

         Latijnse tekst

 

    • Angelus Domini nuntiavit Mariae

 

    • Et concepit de spiritu sancto
    • .Ave Maria, Gratia plena,

 

    • Dominus tecum.

 

    • Benedicta tu in mulieribus

 

    et benedictus Fructus ventris tui, Iesus.
    • Sancta Maria, Mater Dei,

 

    • Ora pro nobis peccatoribus

 

    • Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.Ecce, Ancilla Domini.

 

    • Fiat mihi secundum verbum Tuum.Ave Maria…Et Verbum caro factum est

 

    • Et habitavit in nobis.Ave Maria…Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix,ut digni efficiamur promissionibus Christi.Oremus. Gratiam Tuam, quaesumus, Domine, mentibus nostris infunde,ut, qui angelo nuntiante, Christi, Filii Tui, incarnationem cognovimus,per

 

passionem eius et

 

crucem ad resurrectionis

 

    gloriam perducamur.Per eundem Christum, Dominum nostrum.Amen.

 

 

 

              Nederlandse tekst

 

    De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt,En ze heeft ontvangen van de Heilige Geest.

Wees gegroet, Maria…

    Zie de Dienstmaagd des Heren,Mij geschiede naar Uw woord.

Wees gegroet, Maria…

    En het Woord is vlees geworden;En Het heeft onder ons gewoond.

Wees gegroet, Maria…

    Bid voor ons, Heilige Moeder van God,Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
    Laat ons bidden.Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus uw Zoon leren kennen;Wij bidden U, stort Uw genade in onze harten,Opdat wij door Zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis.Door Christus, onze Heer.
    • Amen.

 

 

 

Engel des Heren

 

 

 

Bode van God

 

De Engel des Heren in het Oude Testament is de eeuwige Christus zelf. We kunnen ook vertalen: bode van de Here.

We lezen van Mozes in Ex. 3: 2 : Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een brandende braamstruik.

 

 

 

Braamstruik verteert niet

 

Opvallend is dat de bremstruik niet verteerd wordt. Het vuur manifesteert de Heilige die al wat zondig is verteert. De bremstruik is Gods heilig volk.

Gods presentie betekent oordeel.

Gods vlammen slaan door zijn eigen volk. Er moet heel wat worden weggebrand.

Toch is de braam groen gebleven. God is een verterend vuur, maar toch genadig.

De God van Abraham Izaäk en Jakob openbaart zich hier als Jahweh: ik ben die Ik ben. De beste vertaling is de Getrouwe. Het brandend braambos is Christus symbool.

Voor Vaders eigen zoon werd Vaders minnevuur tot hellebrand.

Het is in Exodus 3 geen beeld van de ruimte van de kerk, een stralingsveld, waarvan je niet kunt zeggen waar de grens is. Integendeel het vuur heeft hier een doorlichtende functie.

 

 

 

God als een meervoud

 

Het vuur heeft in Exodus een openbaringskarakter. God openbaart zich als Elohim. Dit Hebreeuwse woord is een meervoud waarin je de Levensstroom hoort klotsen.

De Engel des Heren zegt vervolgens :  ‘Kom niet dichterbij, doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop ge staat is heilige grond’.

Toen verborg Mozes zijn gelaat want hij vreesde God te aanschouwen.

Het vuur van de brandende braamstruik veronderstelt niet ruimte, gezelligheid maar eerbied en distantie-besef.

Het Bijbelse beeld van ruimte in de kerk is niet het kampvuur, maar het in Christus zijn. Dat is ook de bodem waarin we geworteld zijn.

 

 

 

 

.

Ook in Zacharia

 

Ook in het boek Zacharia kom je de Engel des Heren tegen.

Zacharia 3: 1 > ‘Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de Engel van Jahweh, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. Jozua nu had vuile kleren aan terwijl hij voor de Engel stond’.

Hier is duidelijk dat deze Engel geen gewone engel is. Welke engel zal kunnen zeggen ‘Hierbij reinig ik je van alle ongerechtigheid’ ? Dit is Christus in eigen Persoon.

Die vuile kleren van Jozua kon Hij niet achteloos aan de kant gooien, Hij moest ze zelf aantrekken wat Hij gedaan heeft op Golgotha.

En toen satan Jezus erom aanklaagde, was er niemand die het voor Hem opnam. Ondertussen liep Jozua allang in feestgewaad.

 

 

Feestkleed cadeau

 

Op zijn beurt ontvangt Jozua dan een feestelijk gewaad. Hier zie je ook de gedachte van de eeuwige ruil, waarover Augustinus schreef: Christus zegt: geef mij van wat van u is, Ik geef u wat van Mij is.

 

De kerk is ontstaan uit Joodse schokeffecten bij de opstanding van Jezus. De ongelovige Thomas was er helemaal onderste boven van. Als hij Jezus de verrezene ontmoet , kan hij alleen maar uitbrengen “Mijn Here en mijn God.”

Uit de vroegste brieven van Paulus die dateren rond het jaar 50, blijkt dat allerlei vormen van verering van Jezus al zijn ingeburgerd en dat zijn naam wordt uitgesproken bij de doop. De vroeg-christelijke hymnen die we in de teksten ontdekten, prijzen Jezus als God.

Vanaf het vroegste begin van de christenheid wordt Jezus al als God aanbeden. Jezus is ook niet geschapen als de engelen, luidt de kerkelijke belijdenis, maar gegenereerd, voortkomen uit de Vader. God is niet denkbaar zonder Jezus Christus. God heeft nooit geleefd zonder Hem.

Als we in Christus God zelf niet ontmoeten, kennen we God niet werkelijk. Zonder Christus denken we dat God in wezen zo is als wij, dat het Hem om macht gaat. Buiten Christus kunnen we God niet kennen. We kunnen zeggen “Als Christus niet helemaal God is, is Hij helemaal niet God.

 

 

Christus is helemaal God of Hij is het helemaal niet.

 

Als Christus niet helemaal God is, worden we niet door God verlost.

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

Maria von Mörl

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Maria von Mörl , volledige naam Maria Theresia van Mörl zu Falzes en Sichelburg (geboren op 16 oktober 1812 in Caldaro , † 11 januari 1868), was een gestigmatiseerde mysticus. 

.

.

 

Maria von Mörl in stille extase, schilderij van Friedrich Wasmann

 

 

Herkomst en jeugd 

 

Ze werd in 1812 in Caldaro geboren als de oudste dochter van tien kinderen. Haar ouders waren de landeigenaar Joseph Ignaz von Mörl zu Phalzen en Sichelburg (een van de oudste Zuid-Tiroolse adellijke families) en zijn vrouw Maria Katharina Sölva. Vanaf haar vijfde jaar was ze ziekelijk. Toen ze zeven werd hielp ze met vaardigheid in het huishouden van haar religieuze moeder, terwijl de vader het landgoed verwoestte door achteloosheid. Verschillende biografen melden dat wanneer haar vader ’s avonds in een dronken toestand thuiskwam, hij haar zonder reden uit bed gooide en sloeg.

Op de leeftijd van 9 sloeg haar vader Maria zo hard dat ze bloed begon over te geven en werd ze geplaagd door stekende pijn. Na herstel werd ze op 14-jarige leeftijd naar Cles op de Nonsberg gestuurd om Italiaans te leren. Een jaar later werd ze naar Caldaro teruggeroepen omdat haar moeder was gestorven en haar jongste broer slechts 3 maanden oud was.

Maria een onopvallend meisje, ze wijdde haar vrije tijd aan het gebed terwijl ze erg bleef rouwen om haar overleden moeder. Op 17-jarige leeftijd werd ze ongeneeslijk ziek. Op advies van de geestelijkheid bleef ze in het huis van haar vader wonen. Haar levensonderhoud werd betaald op aanbeveling van haar biechtvader van de zogenaamde Haller- garnaal.

 

 

Maria von Mörl, aquarel door Luigi Gonzaga Giuditti naar Louis Gaston de Ségur, 1846

 

 

 

Het leven als een gestigmatiseerde mysticus 

 

Maria von Mörl koos de docent P. Johannes Kapistran Soyer, die in het Franciscaner klooster van Caldero werkte, als biechtvader. Zij vertrouwde zichzelf  tot het einde van haar leven aan hem toe. Hij hield een dagboek bij van haar leven, dat de basis werd van haar eerste biografie. Met zijn steun werd ze in het geheim toegelaten tot de Derde Franciscaanse Orde.

Na de leeftijd van 19 ervoer ze steeds extatischere toestanden. Na het ontvangen van de Heilige Communie bleef ze uren in stille extase zitten, knielend of zwevend in haar bed, zoals op vele foto’s te zien is. Ze leed vaak aan pijnlijke, van nature onverklaarde fysieke en emotionele aanvallen.

Maria leed meermaals aan een vorm van exorcisme. Het gebeurde dat ze paardenhaar, nagels en naalden at die ze later dan uitspuwde. Ook probeerde ze zichzelf uit het raam te gooien. Hier zien we dat de duivel functioneert als onderdeel van het heilsplan: hij zet mensen aan tot zware beproevingen, maar als ze het volhouden zijn ze zoveel dichter bij hun redding. Soms kreeg ze na de inname van de Heilige Communie vreselijke kwellingen te wijten aan demonen die haar lichaam innamen.

Pater Johannes Kapistran Soyer was de enige die haar uit haar extatische toestand kon verlossen. Hij geselde haar tot haar bloed tegen de muren spatte. Omdat haar toestand leek te worden veroorzaakt door demonische martelingen, was zo’n straf logisch, gezien de context van hoe men in die tijd dacht over mystiek.

Volgens theoloog Nicole Priesching waren geseling en zelfmarteling niet alleen een poging om één te worden met het lijden van Christus, maar ook een manier om boete te doen voor haar vader en voor de wandaden van anderen in het algemeen. In 1834 ontving ze de tekens van Christus op handen en voeten. Elke vrijdag leek ze getuige te zijn van de passie van Christus. Ondanks alles werd Maria beschreven als een aanhankelijke, eenvoudige en gelukkige vrouw.

Hoewel ze lid was geweest van de Franciscaanse Derde Orde, een seculiere orde, trok Maria von Mörl jaren na de dood van haar vader naar het klooster van de tertiaire zusters in Kaltern. Eenmaal daar, verliet ze het bijna nooit, en ze sprak nooit met de occasionele bezoekers die nu slechts selectief werden toegelaten. Ze stierf op 11 januari 1868, in haar 56e jaar en in het 36e jaar ‘van haar extatische contemplatie’ – zoals wordt vermeld in de kroniek van de tertiaire zusters.

Maria had altijd gebeden dat haar stigmata niet langer zichtbaar zou zijn na de dood: op 8 januari, drie dagen voor haar dood, bleven alleen littekens achter op haar zachte huid. Na de dood waren ook deze verdwenen.

 

 

Franciscaans klooster in Caldaro

 

 

 

Effect op tijdgenoten 

 

Vanwege de buitengewone gebeurtenissen werd Maria von Mörl zeer bekend. Duizenden pelgrims kwamen naar Maria von Mörl vanuit heel Europa, inclusief bisschoppen, politici en beroemdheden zoals de dichter Clemens Brantano. Tegen het einde van 1833 alleen al werd het aantal bezoekers geschat op ongeveer 40.000. De mensen waren arm en het eten en onderdak voor de pelgrims was mager, maar ze wilden allemaal zien hoe de jonge vrouw, met ogen naar de hemel gekeerd en met gevouwen handen, boven haar bed zweefde.

In een tijd dat protestantisme en modernisme het heilige land Tirol dreigden te verontrusten, was ze een graag gezien boegbeeld ter verdediging van de traditionele katholieke waarden. In een tijd die volgde op de verstoringen van oorlog en verlichting, waren mensen maar al te graag onder de indruk van de extatische maagd.

Omdat dit onverdraaglijk was voor de mysticus en haar familie, zorgde de Prinsbisschop Luzhin von Trento ervoor dat alleen nog selectieve bezoekers  haar kamer mochten binnenkomen. In haar kamer stond een altaar waar ze de sacramenten vaak kon ontvangen.

De gezegende was stil bij de sensationele gebeurtenissen. Johan Nepomuk von Tschider, een verre verwant van Maria, en haar biechtvader zorgden er voor dat Maria von Mörl gespaard bleef van de negatieve effecten van haar roem. Zij maakten een getuigenverklaring om laster en geruchten van bedrog de kop in te drukken.