Tagarchief: dagboek

Maria Faustina Kowalska

Standaard

Categorie: religie

 

Maria Faustina Kowalska

 

Maria Faustina Kowalska
Sint Maria Faustina Kowalska van het Heilige Sacrament.
Sint Maria Faustina Kowalska van het Heilige Sacrament.
Geboren 25 augustus 1905 te GockowiceKeizerrijk Rusland
Gestorven 5 oktober 1938 te KrakauPolen
Verering Rooms-Katholieke Kerk
Zaligverklaring 18 april 1993 door paus Johannes Paulus II
Heiligverklaring 30 april 2000 door paus Johannes Paulus II
Schrijn Heiligdom van de Goddelijke Barmhartigheid in Krakau
Naamdag 5 oktober

 

 

Biografie

 

Helena Kowalska werd geboren als het derde kind van een arm Pools gezin met tien kinderen. Op vijftienjarige leeftijd, na slechts drie jaar school, begon ze te werken om het gezin te onderhouden. Op twintigjarige leeftijd volgde ze haar roeping om als non in de Katholieke kerk te dienen. Ze vertrok naar Warschau en bezocht diverse kloosters, maar werd telkens afgewezen. Uiteindelijk werd ze op 30 april 1926 aangenomen bij het klooster van de Congregatie van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid met de naam Zuster Maria Faustina van het Heilige Sacrament.

 

 

De verschijningen

 

Zuster Faustina heeft gemeld een verschijning van Christus gezien te hebben in het vagevuur, en verschillende malen Jezus en Maria gezien en gesproken te hebben. Ze schreef dat Jezus aan haar de missie geopenbaard heeft om de devotie van de Goddelijke Barmhartigheid te verspreiden. In Płock verscheen volgens haar Jezus op 22 februari 1931 als de ‘Koning van Goddelijke Genade’, gekleed in een wit gewaad. Zijn rechterhand was in een teken van zegen opgeheven en de andere wees op de borst.

 

 

 

 

Vanonder het kledingstuk gingen twee stralen uit, de een rood en de ander wit, waarbij het rood bloed en het wit water zou voorstellen. Conform de opdracht welke ze zei te hebben ontvangen, liet zuster Faustina een schilderij van dit visioen maken. Met de hulp van pater Michał Sopoćko, liet ze de afbeelding vermenigvuldigen en verspreiden in Krakau en Vilnius. De boodschap die ze bij deze verschijning als opdracht kreeg luidt als volgt:

 

Aanhalingsteken openen “Schilder een afbeelding die overeenkomt met het voorbeeld dat je ziet, met het onderschrift: ‘Jezus, ik vertrouw op U’. Ik wil dat deze afbeelding vereerd wordt, eerst in jouw kapel en daarna over de hele wereld. Ik beloof je dat de ziel die deze afbeelding zal vereren, niet verloren zal gaan.” Aanhalingsteken sluiten

 

 

 Johannes 11: 24-27

 

Marta antwoordde: “Ik weet dat hij zal opstaan uit de dood, op de laatste dag, als alle doden weer opstaan.” 25 Jezus zei tegen haar: “IK BEN  de opstanding en het leven. Iedereen die in Mij gelooft, zal leven, zelfs als hij al gestorven is. 26 En iedereen die leeft en in Mij gelooft, zal nooit meer sterven. Geloof je dat?” 27 Ze zei tegen Hem: “Ja Heer, ik geloof dat U de Messias bent, de Zoon van God die op aarde zou komen.”

 

 

Ze hield ondanks haar gebrekkige taalkennis een dagboek bij. Dit dagboek is later gepubliceerd onder de titel ‘Goddelijke Genade in mijn Ziel: Het dagboek van Sint Faustina’. Ze verzocht om de oprichting van een ‘Congregatie die Goddelijke Genade zou gaan verkondigen aan de wereld en deze zou behouden door gebed’. Ze werd echter hierin herhaaldelijk afgewezen door haar superieuren. In de boodschap waarin Jezus aan zuster Faustina verzocht om ervoor te ijveren dat de zondag na Pasenhet feest van de Goddelijke Barmhartigheid zou worden gevierd was als volgt:

 

Aanhalingsteken openen “Op die dag staan de diepste diepten van Mijn tedere barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van Mijn barmhartigheid naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de heilige communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de hemel, waardoor de genade vloeit, open.” Aanhalingsteken sluiten

 

 

 

 

In 1935 had ze een visioen dat beschreef wat nu het ‘Rozenhoedje van de Goddelijke Genade’ wordt genoemd. In 1936 Werd Marie Faustine ernstig ziek; naar destijds aangenomen werd, leed ze waarschijnlijk aan tuberculose. Ze werd verplaatst naar het sanatorium in Prądnik. Ze bleef veel tijd doorbrengen in gebed en het bidden van haar Rozenhoedje voor de bekering van de zondaren. Daarnaast zou ze geleden hebben aan onzichtbare stigmata welke haar onbeschrijfelijke geestelijke pijnen bezorgden.

De laatste twee jaren van haar leven bracht ze door in gebed en met het bijhouden van haar dagboek. In juni 1938 kon ze hier niet meer in schrijven. Ze stierf op 5 oktober 1938. Toen haar priores de kamer van Faustina aan het leegruimen was, kwam ze in een lade de afbeelding van de Goddelijke Barmhartigheid tegen.

Na het overlijden van zuster Faustina werden de door haar geschreven teksten naar het Vaticaan gestuurd: tot in 1966 moesten alle verslagen van visioenen van verschijningen van Jezus en Maria eerst goedgekeurd worden door de Heilige Stoel alvorens ze werden vrijgegeven voor publicatie. Na een mislukte poging om paus Pius XII te overtuigen om zijn – afwijzende – beoordeling te ondertekenen, nam kardinaal Alfredo Ottaviani, secretaris van de Heilig Officie haar werk op in een lijst die hij in 1959 voorlegde aan de nieuwe paus Johannes XXIII.

De paus ondertekende het decreet waardoor haar werken op de Index der verboden boeken werden geplaatst; ze bleven meer dan twee jaar op deze lijst staan. Pater Sopoćko werd streng berispt, en al zijn werk werd onderdrukt. Maar Eugeniusz Baziak, de aartsbisschop van Krakau, stond het de nonnen toe om de originele afbeelding in hun kapel neer te hangen zodat degenen die dat wensten er bij konden blijven bidden.

De huidige verklaring van het Vaticaan is dat de aanvankelijke negatieve beoordeling door het Vaticaan een misverstand betreft dat veroorzaakt werd door verkeerde Italiaanse vertaling van Kowalska’s dagboeken en dat het twijfelachtige materiaal niet kon worden vergeleken met de originele Poolse versie als gevolg van problemen door de Tweede Wereldoorlog en het daaropvolgende communistische tijdperk.

Echter, een artikel in de National Catholic Reporter suggereert dat het verbod voortvloeide uit meer ernstige theologische kwesties. Bijvoorbeeld haar verklaring dat Jezus beloofd had om volledige vergeving van de zonde door bepaalde devotionele handelingen die alleen door de sacramenten geboden kunnen worden, wat door de Vaticaanse onderzoekers gevoeld werd als een overdreven focus op Faustina welke in strijd is met de zienswijze vanuit de Heilige Officie.

 

 

Zalig- en heiligverklaring

 

Toen Karol Józef Wojtyla (de latere paus Johannes Paulus II) aartsbisschop van Krakau werd, werd er een nieuw onderzoek gestart naar het leven en de dagboeken van zuster Faustina, en ook werd de devotie tot de Goddelijk Barmhartigheid weer toegestaan. Kardinaal Franciszek Macharski, de opvolger van Johannes Paulus II als aartsbisschop van Krakau, zei dat Faustina ons herinnert aan de werkelijkheid van het evangelie die we vergeten waren. Maria Faustina werd zalig verklaard op 18 april 1993 en heilig verklaard op 30 april 2000. Barmhartigheidszondag wordt gevierd op de tweede zondag van Pasen (= de eerste zondag na Pasen).

 

Aanhalingsteken openen Voorwaar de boodschap welke zuster Faustina bracht is het juiste en indringende antwoord dat God wil bieden op vragen en verwachtingen van de mensen in deze tijd welke gekenmerkt wordt door vreselijke tragedies. Aanhalingsteken sluiten

 

In mei 2020 heeft paus Franciscus de gedachtenis Faustina van 5 oktober op de liturgische kalender van de universele kerk laten zetten.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Anne Frank.

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

Het leven van Anne Frank

 

.

De volledige naam van Anne-Frank was Annelies Marie Frank. Ze werd op 12 juni 1929 geboren in Frankfurt en overleed in maart 1945, net voor het einde van de oorlog. Zij stierf aan de ziekte vlektyfus.

 

.

 

 

De familie Frank

.

Anne-Frank, die eigenlijk Anneliese Maria Frank heette, was een Joods meisje dat op 12 juni 1929 in Duistland werd geboren. Haar ouders waren Otto Frank en Edith Frank-Hollander. Ze had een drie jaar oudere zus Margot. Op 13 maart 1933 zijn er verkiezingen in Duitsland die de Nazi’s winnen. Hitler komt aan de macht.

Uit schrik voor hun toekomst vluchten de ouders van Anne naar Nederland. Vanaf 1940 moeten alle Nederlandse Joden zich laten registreren bij de overheid. Op 29 juni beslist de Duitse bezetter om de Joden over te brengen naar werkkampen in Duitsland.

 

 

Het Achterhuis

.

Omdat Margot de eerste is die naar een werkkamp moet, beslist haar vader Otto Frank om te gaan onderduiken achter het bedrijfsgebouw aan de Prinsengracht 263. Het heet het Achterhuis en is het achterste deel van het bedrijf Opekta waarvan Otto Frank directeur is.

Op zes juli 1942 verstoppen zij zich in dat huis samen met Hermann van Pels, Auguust van Pels, Peter van Pels en Frits Feffer, hun tandarts, die er later bij kwam. Meneer Koegler die samen met Otto-Frank op kantoor werkte, zorgde voor de bevoorrading van de huisgenoten. Wegens de kleine oppervlakte van het huis deelde Anne haar kamer met die van Frits Feffer. Verder zijn er nog Miep Gies, Bep Voskuijlen en de heer Kleiman die op de hoogte waren van de verborgen woonplek.

Uit verveling in het Achterhuis schrijft Anne een dagboek. Het wordt haar beste vriendin die ze kitty noemt. Tijdens de twee jaar dat Anne ondergedoken zit mag ze niet naar buiten. De onderduikers zitten met angst dat ze worden opgepakt. Via Gies, Voskuijlen en Kleiman horen de onderduikers verhalen over wat er buiten gebeurt.

 

.

 

 

De draaikast

.

Voordat je het Achterhuis in kwam, moest je door een grijze deur waarnaast een boekenkast stond. Meneer Koegler vond het veiliger om die kast voor de deur te zetten zodat je het huis niet kon zien. Anne schreef daarover in haar dagboek:

‘Onze schuilplaats is nu een echte schuilplaats geworden. Mijnheer Koegler vond het namelijk beter om voor onze toegangsdeur een kast te plaatsen, maar dan natuurlijk een kast die draaibaar is’ 

Iedereen moest zeer stil zijn uit schrik om verraden te worden.  Anne was verliefd op haar huisgenoot Peter. Ze ging vaak naar hem toe, ook al mocht het niet van haar ouders. De favoriete plek van Anne was de zolder omdat ze daar rustig kon nadenken.

 

.

 

 

De arrestatie

.

Op 4 augustus 1944 stormden 5 mannen het Achterhuis van Anne binnen. Eén van hen droeg een Duits uniform, de anderen gewone burgerkleding. Waarschijnlijk waren het de Nederlandse Nazi’s. Ze openden de kast en gingen naar binnen. Alle onderduikers werden ontdekt, op een vrachtauto gezet en naar de Duitse politie gebracht.

De bewoners van het Achterhuis  worden naar een concentratiekamp gestuurd. Anne leeft nog een half jaar en sterft In 1945 sterft aan vlektyfus. Ook Edith en Margot overleven het kamp niet. Otto Frank is de enige van de onderduikers uit het Achterhuis die het kamp heeft overleefd.

 

 

Het dagboek

.

Tijdens de afwezigheid van de familie Frank bewaart Miep het dagboek van Anne. Ze geeft het aan Otto-Frank bij zijn terugkomst die niet wist dat Anne al die belevenissen in het Achterhuis had bijgehouden. Otto typt stukken uit het dagboek in het Duits en stuurt dat naar zijn moeder in Zwitserland. Hij wil het dagboek uitgeven maar vindt geen uitgever. Uiteindelijk plaatst men een stukje van haar dagboek in ‘het parool.’ In 1947 komt het dagboek uit met als titel ‘Het Achterhuis’ in een oplage van 1500 exemplaren. Nu is het dagboek  wereldwijd bekend en in 55 talen uitgebracht.

 

 

 

 

Het Anne Frank huis

.

Het Anne Frank Huis is een monument ter gedachtenis aan Anne Frank en haar familie. Het huis staat in Amsterdam aan de Prinsengracht 263-267. Op 3 mei 1960 werd het Anne Frank Huis als museum geopend. Het museum trekt bijna 1 miljoen bezoekers per jaar waarvan de meesten uit het buitenland.

 

.

 

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Maria von Mörl

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Maria von Mörl , volledige naam Maria Theresia van Mörl zu Falzes en Sichelburg (geboren op 16 oktober 1812 in Caldaro , † 11 januari 1868), was een gestigmatiseerde mysticus. 

.

.

 

Maria von Mörl in stille extase, schilderij van Friedrich Wasmann

 

 

Herkomst en jeugd 

 

Ze werd in 1812 in Caldaro geboren als de oudste dochter van tien kinderen. Haar ouders waren de landeigenaar Joseph Ignaz von Mörl zu Phalzen en Sichelburg (een van de oudste Zuid-Tiroolse adellijke families) en zijn vrouw Maria Katharina Sölva. Vanaf haar vijfde jaar was ze ziekelijk. Toen ze zeven werd hielp ze met vaardigheid in het huishouden van haar religieuze moeder, terwijl de vader het landgoed verwoestte door achteloosheid. Verschillende biografen melden dat wanneer haar vader ’s avonds in een dronken toestand thuiskwam, hij haar zonder reden uit bed gooide en sloeg.

Op de leeftijd van 9 sloeg haar vader Maria zo hard dat ze bloed begon over te geven en werd ze geplaagd door stekende pijn. Na herstel werd ze op 14-jarige leeftijd naar Cles op de Nonsberg gestuurd om Italiaans te leren. Een jaar later werd ze naar Caldaro teruggeroepen omdat haar moeder was gestorven en haar jongste broer slechts 3 maanden oud was.

Maria een onopvallend meisje, ze wijdde haar vrije tijd aan het gebed terwijl ze erg bleef rouwen om haar overleden moeder. Op 17-jarige leeftijd werd ze ongeneeslijk ziek. Op advies van de geestelijkheid bleef ze in het huis van haar vader wonen. Haar levensonderhoud werd betaald op aanbeveling van haar biechtvader van de zogenaamde Haller- garnaal.

 

 

Maria von Mörl, aquarel door Luigi Gonzaga Giuditti naar Louis Gaston de Ségur, 1846

 

 

 

Het leven als een gestigmatiseerde mysticus 

 

Maria von Mörl koos de docent P. Johannes Kapistran Soyer, die in het Franciscaner klooster van Caldero werkte, als biechtvader. Zij vertrouwde zichzelf  tot het einde van haar leven aan hem toe. Hij hield een dagboek bij van haar leven, dat de basis werd van haar eerste biografie. Met zijn steun werd ze in het geheim toegelaten tot de Derde Franciscaanse Orde.

Na de leeftijd van 19 ervoer ze steeds extatischere toestanden. Na het ontvangen van de Heilige Communie bleef ze uren in stille extase zitten, knielend of zwevend in haar bed, zoals op vele foto’s te zien is. Ze leed vaak aan pijnlijke, van nature onverklaarde fysieke en emotionele aanvallen.

Maria leed meermaals aan een vorm van exorcisme. Het gebeurde dat ze paardenhaar, nagels en naalden at die ze later dan uitspuwde. Ook probeerde ze zichzelf uit het raam te gooien. Hier zien we dat de duivel functioneert als onderdeel van het heilsplan: hij zet mensen aan tot zware beproevingen, maar als ze het volhouden zijn ze zoveel dichter bij hun redding. Soms kreeg ze na de inname van de Heilige Communie vreselijke kwellingen te wijten aan demonen die haar lichaam innamen.

Pater Johannes Kapistran Soyer was de enige die haar uit haar extatische toestand kon verlossen. Hij geselde haar tot haar bloed tegen de muren spatte. Omdat haar toestand leek te worden veroorzaakt door demonische martelingen, was zo’n straf logisch, gezien de context van hoe men in die tijd dacht over mystiek.

Volgens theoloog Nicole Priesching waren geseling en zelfmarteling niet alleen een poging om één te worden met het lijden van Christus, maar ook een manier om boete te doen voor haar vader en voor de wandaden van anderen in het algemeen. In 1834 ontving ze de tekens van Christus op handen en voeten. Elke vrijdag leek ze getuige te zijn van de passie van Christus. Ondanks alles werd Maria beschreven als een aanhankelijke, eenvoudige en gelukkige vrouw.

Hoewel ze lid was geweest van de Franciscaanse Derde Orde, een seculiere orde, trok Maria von Mörl jaren na de dood van haar vader naar het klooster van de tertiaire zusters in Kaltern. Eenmaal daar, verliet ze het bijna nooit, en ze sprak nooit met de occasionele bezoekers die nu slechts selectief werden toegelaten. Ze stierf op 11 januari 1868, in haar 56e jaar en in het 36e jaar ‘van haar extatische contemplatie’ – zoals wordt vermeld in de kroniek van de tertiaire zusters.

Maria had altijd gebeden dat haar stigmata niet langer zichtbaar zou zijn na de dood: op 8 januari, drie dagen voor haar dood, bleven alleen littekens achter op haar zachte huid. Na de dood waren ook deze verdwenen.

 

 

Franciscaans klooster in Caldaro

 

 

 

Effect op tijdgenoten 

 

Vanwege de buitengewone gebeurtenissen werd Maria von Mörl zeer bekend. Duizenden pelgrims kwamen naar Maria von Mörl vanuit heel Europa, inclusief bisschoppen, politici en beroemdheden zoals de dichter Clemens Brantano. Tegen het einde van 1833 alleen al werd het aantal bezoekers geschat op ongeveer 40.000. De mensen waren arm en het eten en onderdak voor de pelgrims was mager, maar ze wilden allemaal zien hoe de jonge vrouw, met ogen naar de hemel gekeerd en met gevouwen handen, boven haar bed zweefde.

In een tijd dat protestantisme en modernisme het heilige land Tirol dreigden te verontrusten, was ze een graag gezien boegbeeld ter verdediging van de traditionele katholieke waarden. In een tijd die volgde op de verstoringen van oorlog en verlichting, waren mensen maar al te graag onder de indruk van de extatische maagd.

Omdat dit onverdraaglijk was voor de mysticus en haar familie, zorgde de Prinsbisschop Luzhin von Trento ervoor dat alleen nog selectieve bezoekers  haar kamer mochten binnenkomen. In haar kamer stond een altaar waar ze de sacramenten vaak kon ontvangen.

De gezegende was stil bij de sensationele gebeurtenissen. Johan Nepomuk von Tschider, een verre verwant van Maria, en haar biechtvader zorgden er voor dat Maria von Mörl gespaard bleef van de negatieve effecten van haar roem. Zij maakten een getuigenverklaring om laster en geruchten van bedrog de kop in te drukken.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het wonder van Garabandal / The miracle of Garabandal

Standaard

categorie : religie

.

.

 

Het kleine dorpje San Sebastian de Garabandal, Spanje, werd gekenmerkt door de aanwezigheid van de Allerheiligste Maagd Maria. In bijna 3.000 openbare verschijningen in de jaren 1961 tot en met 1965, verscheen zij aan vier meisjes tussen 11 en 12 jaar: Conchita González, Mari Cruz González, Jacinta González en Mari Loli Mazon.

 

 

m_our-lady-of-garabandal

 

 

 

De eerste verschijning van aartsengel San Miguel

 

De eerste verschijning vond plaats op 18 juni 1961. De Heilige Aartsengel Michaël verscheen aan de vier meisjes gedurende een periode van enkele dagen, om hen voor te bereiden op de komst van Onze Lieve Vrouw. Ze zou verschijnen op zondagmiddag 2 juli 1961.

 

 

Uit het dagboek van Conchita:«“De grootste gebeurtenis in mijn leven vond plaats op 18 juni 1961. Het gebeurde als volgt:Het was op een zondag toen wij met alle meisjes op het dorpsplein speelden. Plotseling dachten Mari Cruz en ik om appels te gaan plukken en wij gingen er direct heen zonder tegen niemand te zeggen dat we appels zouden gaan stelen. Toen de meisjes zagen dat wij wegliepen, vroegen zij ons: “Waar gaan jullie heen ?” Wij antwoordden hen:  Oh…daarheen!”en we vervolgden onze weg terwijl we dachten hoe we het zouden klaarspelen om ze te plukken.  Toen we eindelijk daar waren, begonnen we appels te plukken en toen we heel enthousiast bezig waren, zagen we Loli, Jacinta en een ander meisje, Ginia,  aankomen om ons te zoeken.  Toen zij zagen dat wij appels plukten, riep Jacinta uit: “Oh Conchita, jij steelt appels!”.  “Stil!” antwoordde ik haar, want als de vrouw van de meester je hoort, zegt zij het tegen mijn moeder!”Toen wij het grootste plezier hadden en de appels aan het opeten waren, hoorden we een hard geluid zoals van onweer.  En tegelijkertijd riepen we uit “ Het lijkt wel dat het onweert !”. Dit gebeurde om 20.30 uur in de avond.Toen we de appels op hadden, zei ik: “Oh, echt erg !” Nu we de appels geplukt hebben die niet van ons waren, zal de duivel tevreden zijn en onze arme bewaarengel zal verdrietig zijn !”. Toen begonnen we stenen te rapen en die gooiden we zo hard als we konden naar de linkerkant. We zeiden dat daar de duivel was. Moe geworden van het stenen gooien en al wat meer tevreden, begonnen we met stenen te knikkeren. Plotseling verscheen mij een zeer mooie gestalte in schitterend licht dat mij geen pijn deed aan de ogen.  Toen de andere meisjes, Jacinta, Loli en Mari Cruz mij zo zagen, dachten ze dat ik een toeval had omdat ik met gevouwen handen riep : Oh!  Oh! Toen ze mijn moeder al wilden gaan roepen, bleven zij in dezelfde toestand als ik was en riepen tegelijkertijd uit: “Oh, de engel!”.

 

 

 

De eerste verschijning van Onze Lieve Vrouw van de Berg Carmel

 

2 juli 1961 werd een dag van grote vreugde in Garabandal.  De aartsengel had aan de kinderen aangekondigd dat de Gezegende Maagd hen zou gaan verschijnen als Onze Lieve Vrouw van de Berg Carmel. De meisjes, vervuld van vreugde, riepen eensgezind uit, “ Laat haar snel komen!”.

 

 

Conchita schreef in haar dagboek:We waren er nog niet aangekomen, toen de H.Maagd aan ons verscheen met een Engel aan beide zijden. De ene was Sint Michaël, de andere was ons onbekend. Hij was echter op dezelfde wijze gekleed, zodat het wel een tweeling leek. Naast de engel rechts zagen wij ter hoogte van de Maagd een zeer groot Oog dat ons wel het Oog van God leek.Die dag spraken wij lang met de Maagd en Zij met ons. Wij vertelden haar alles: dat we naar de weiden gingen voor de hooioogst, dat we bruingebrand waren en dat we het gras op hopen legden enz. En Ze lachte om al die dingen die we Haar vertelden.

 

 

 

Het Wonder van de Zichtbare Communie

 

Op 22 juni schreef Conchita in haar dagboek dat de engel haar had verteld, nadat hij haar de Communie had gegeven:

 

“Ik ga een Wonder doen. Niet ik, maar God, door mijn tussenkomst en die van jou. Wat zal gebeuren is het volgende: Op het moment dat ik je de H. Communie geef, zal de Heilige Hostie op je tong zichtbaar worden.”

 

Dit verraste Conchita, omdat ze dacht dat iedereen de Heilige Hostie zag telkens wanneer ze deze van de engel ontving.

Een week later hoorde ze een stem welke haar zei dat het Wonder, ofwel het Kleine Wonder, zoals ze het noemde, zou plaatsvinden op 18 juli. Het Wonder vond precies plaats zoals de engel het had voorzegd.   Vanaf 2 juli verspreidde zich het nieuws over het ‘Kleine Wonder’ in het dorp en in de omringende regio’s .

In de vroege morgen van 19 juli ging Conchita in extase terwijl ze nog thuis was. Net als in voorgaande extase vroeg de engel haar de schuldbelijdenis te bidden en te overwegen wie ze zou gaan ontvangen. Conchita verliet haar kamer en ging de trap af, met haar handen samengevouwen in gebed, haar hoofd iets achterover gebogen en haar mond lichtjes open. Aan de voorzijde van het huis van haar vriendin Olguita viel ze op haar knieën, en het wonder van de zichtbare H.Communie vond plaats.

Pepe Díez, die op dat moment aanwezig was, verklaarde dat hij de witte Hostie plotseling en op onverklaarbare wijze zag verschijnen op de tong van het meisje, alhoewel ze noch haar mond, noch haar tong bewoog. Hij zei dat de Hostie leek te rijzen. Een andere ooggetuige verklaarde dat de Hostie dezelfde afmeting  had als de normale Hosties die voor de H.Mis gebruikt worden. Geschat wordt dat het fenomeen ongeveer tussen 45 en 50 seconden duurde.

 

 

Het wonder van de onzichtbare H. Communie

Het wonder van de onzichtbare H. Communie

 

 

 

De laatste verschijning

 

13 november 1965, was de laatste dag waarop Conchita een verschijning had in Garabandal. In de laatste verschijning sprak de Heilige Maagd niet alleen tot Conchita, maar tot de gehele mensheid.

“Conchita, ik kom niet voor jou alleen, maar voor al mijn kinderen.”

 

Zij is de Moeder van allen en Ze wil ons naar haar Zoon Jezus brengen. Ze benadrukt het belang om het Heilig Sacrament vaak te bezoeken en vraagt aan Conchita:

“Waarom bezoek je mijn Zoon niet vaker in het Heilig Sacrament? Waarom laat je je leiden door onverschilligheid en luiheid en waarom ga je Hem niet bezoeken? Hij wacht op je, dag en nacht”

 

 

 

 

Het dorp

 

                                                                                         

San Sebastián de Garabandal

 

Het kleine bergdorp San Sebastián de Garabandal is gelegen in Noordelijk Spanje in de provincie Cantabrië, op 90 km afstand van Santander. Schilderachtige en rustieke stenen huizen zijn gegroepeerd op de top van een kleine heuvel, op 497 meter hoogte. Het dorp ligt aan de voet van de berg Peña Sagra, op 2016 meter hoogte.
De Peña Labra, op 1.010 meter hoogte, bevindt zich meer zuidelijk. San Sebastián de Garabandal is gelegen aan het einde van een weg die begint in het dorp Cosío. Wanneer men het dorp nadert, ziet men een kleine groep van negen pijnbomen aan de zuidelijke horizon.

 

De Mensen

 

In het jaar 1961 woonden er ongeveer 300 mensen aan de voet van de berg, in ongeveer 80 stenen huizen. Er was geen stromend water in het dorp en de enige warmtebron was een houtkachel in de keuken. Ze hadden elektriciteit voor slechts een paar uur per avond. Hedendaagse comfort, zoals auto’s en televisie, bestonden niet in Garabandal. De mensen leefden van veeteelt, soms werkten ze in de weilanden op de top van de berg.

 

 

Hun geloof

 

Het was het meest religieuze dorp van het gebied. Elke middag ging een vrouw met een bel door het dorp om de dorpelingen op te roepen om te bidden voor de overleden gelovigen. Elke avond kwamen de mensen bijeen in de kleine kerk om de rozenkrans te bidden. In de weekeinden ging de pastoor van Cosío, Vader Valentín Marichalar, te paard naar Garabandal om er de H. Mis te vieren en om biecht te horen.

 

 

De meisjes

 

De vier jonge door God uitverkoren meisjes woonden in dit eenvoudige dorp. Het zijn:

  • de 12-jarige Conchita González, dochter van Aniceta;
  • de 12-jarige María Dolores Mazon, tweede dochter van Ceferino en Julia;
  • de 12-jarige Jacinta González, dochter van Simon en María, en
  • de 11-jarige María Cruz González, dochter van Escolastico en Pilar.

Hoewel drie van de meisjes dezelfde achternaam hebben, is geen van hen nauw verwant.

 

 

ecstasies_group_of_4_image001-300x198

 

 

 

De eerste boodschap – 18 oktober 1961

 

We moeten veel offers brengen, veel boete doen, vaak het Heilig Sacrament bezoeken. Maar eerst moeten we een goed leven leiden. Als we dat niet doen, zal er een straf over ons komen. De beker vult zich reeds, en als we niet veranderen, zal er een zeer grote straf over ons komen.
.
.
.

De tweede boodschap – 18 juni 1965

 

Daar mijn Boodschap van 18 oktober niet is nagekomen en nog niet bekend is gemaakt aan de wereld, zeg ik u dat dit mijn laatste boodschap is. Eerder vulde de beker zich. Nu loopt hij over. Vele kardinalen, bisschoppen en priesters volgen de weg naar de ondergang en nemen vele zielen met zich mee.

Minder en minder aandacht wordt gegeven aan de Eucharistie. U moet de toorn van God van uzelf afwenden door uw inspanningen. Als gij Hem vergiffenis vraagt, met oprechte harten, dan zal Hij u vergeven. Ik, uw Moeder, vraag u, door de bemiddeling van de Heilige Michaël, om uw levens te beteren.

U ontvangt nu de laatste waarschuwingen. Ik houd veel van u en ik wil uw veroordeling niet. Bid tot ons in oprechtheid en wij zullen uw verzoeken inwilligen. U zou meer offers moeten brengen. Mediteer over het Lijden van Jezus.

 

 

De Waarschuwing

 

Wanneer? Hoe? Waar? De Waarschuwing zal schijnen in de hemel en zichtbaar zijn voor de hele wereld. Het zal door iedereen tegelijkertijd begrepen worden, ongeacht hun levensstatus of kennis van God. Het zal een verschrikkelijke ervaring zijn, maar het zal voor het welzijn van onze ziel zijn, omdat we innerlijk zullen zien, in ons geweten, het goede en het kwaad dat we hebben gedaan. God wil ons heil; het doel van de waarschuwing is niet om angst te veroorzaken, maar om ons dichter bij Hem te brengen en om ons geloof te versterken.
.
.
.

 

Het wonder

 

Wat zal het zijn?

 

In de maand oktober van 1961 beloofde Onze Lieve Vrouw, eerst aan Conchita en later aan de rest van de meisjes, een Groot Wonder. Conchita zegt dat het zal plaatsvinden op een donderdag om 20:30 uur en het zal 15 minuten duren; echter, er zal een zichtbaar teken blijven bij de dennenbomen tot aan het einde der tijden. Het Wonder zal samenvallen met een belangrijke kerkelijke gebeurtenis. De aanwezige zieken zullen genezen worden, zondaars zullen zich bekeren en niet-gelovigen zullen geloven. Conchita kent de datum van het Wonder en zal het acht dagen van tevoren aankondigen.

 

De Kastijding

 

Als de wereld niet verandert na het Wonder zal er een Kastijding komen. Conchita zegt,“Als we niet veranderen zal de Kastijding verschrikkelijk zijn. Loli, Jacinta en ik hebben het gezien, maar ik kan niet zeggen waaruit het bestaat, want ik heb niet de toestemming van Onze Lieve Vrouw. Toen ik het zag, werd ik gevuld met een enorme angst, hoewel ik op dat moment ook Onze Lieve Vrouw zag, in al haar schoonheid en onbeschrijfelijke goedheid!”

 

 

De offerschalen worden over de wereld uitgegoten : Openbaring hoofdstuk 16

De offerschalen worden over de wereld uitgegoten : Openbaring hoofdstuk 16

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA