Tagarchief: islam

Wat bedoelen de volgende verzen in de Koran?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

Nu kunnen we verzen onder de loep nemen die door islamofoben op tafel geworpen worden als vermeend bewijs van het gewelddadig karakter van de Koran en van de islam.

Ter inleiding echter een paar opmerkingen inzake interpretatie van verzen:

  1. De krijgswet is het burgerrecht niet. Dat zou voor zich moeten spreken. Toch is het iets waar menig islamofoob zich op verkijkt. Men citeert een vers dat betrekking heeft op de krijgswet en doet alsof dat op het burgerrecht slaat, met alle gevolgen van dien inzake misinterpretaties.
  2. Sommige verzen zijn algemene regels, andere zijn juist uitzonderingen op de algemene regels.
  3. Verzen moeten ook getoetst worden aan het algemeen kader en aan andere verzen die de betekenis ervan verduidelijken
  4. Voor sommige verzen kan het nodig zijn de historische context waarin ze geopenbaard zijn na te gaan om te weten waarover ze precies handelen.

Vrede is voor de islam de voorkeurstoestand. Pas onder zeer beperkte en duidelijk omschreven omstandigheden kan gewapende strijd toegestaan zijn, en dit pas na uitputting van alle andere middelen. Een oorlog kan ook nooit door een individu of groep afgekondigd worden maar is pas wettig als de beslissing door de bevoegde organen genomen werd. Burgers moeten te allen tijde gespaard worden.

 

 

media_xl_4888423

 

 

 

Koran 2:216 

 

« Aan jullie is voorgeschreven te strijden, hoezeer het jullie ook tegenstaat. Maar misschien staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie iets lief dat toch slecht is voor jullie. God weet en jullie weten niet. »

 

De inhoud van dit vers bevestigt dit algemeen kader. Oorlog wordt hier immers niet opgehemeld als een goed, integendeel, oorlog voeren wordt hier omschreven als iets waar men tegen opziet. In sommige omstandigheden (zoals het zich verdedigen bij een aanval op de rechtvaardige, gematigde samenleving en het strijden tegen oppressie) kan een gewapende strijd gewettigd zijn.

De Koran zegt hier dat niemand graag oorlog voert, dat oorlog een kwalijke zaak is, maar dat men soms niet anders kan omdat het algemeen belang primeert voor het bewaren en beschermen van de rechtvaardige samenleving. Dat is wat hier bedoeld wordt door te zeggen dat iets dat men niet graag heeft, toch goed kan zijn.

 

 

 

Koran 2 : 191

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet. »

 

Dit vers roept niet op tot vechten, maar beperkt integendeel de strijd tot situaties waarin men aangevallen wordt (“bestrijdt hen die jullie bestrijden”). Het vers verleent moslims dus hooguit de toelating zich te verdedigen in een wettige oorlog. Binnen die omstandigheden van gewettigd verweer, legt dit vers onmiddellijk beperkingen op, men mag de grenzen niet overschrijden.

Het is niet omdat een agressor alle normen laat varen, dat men dat zelf ook mag doen. Ook het grootste onrecht rechtvaardigt niet dat men zelf in immoreel gedrag vervalt. De toestemming tot strijden wanneer men aangevallen wordt, wordt door nog meer beperkingen omschreven en vernauwd, zoals blijkt uit de context van vers 190:

 

 Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig. Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

 

 

 

 

 

Koran 2 : 191

 

«Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. (Koran 2:191)

«Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig.» (Koran 2:192)

 

Het vers kadert duidelijk binnen een oorlogssituatie, en heeft niets te maken met de manier waarop moslims in het gewone burgerleven met niet-moslims moeten omgaan. Het vers verduidelijkt enkel de principes van de krijgswet en oorlogsethiek. Het vers stelt dat dat men diegene mag verdrijven die jou eerst uitgedreven hebben.

Daarmee beperkt dit vers de legitimiteit van gewapend verzet alweer tot een situatie van zelfverdediging. Het gaat hier evenmin om ‘de’ ongelovigen, maar enkel om diegenen die een aanval ingezet hebben op de moslimgemeenschap.

Uit boven gaande teksten blijken volgende punten:

  1. Men mag alleen naar de wapens grijpen ter defensie.
  2. Moslims krijgen de opdracht ook dan de grenzen niet te buiten te gaan. Dit betekent dat men ook in verdediging niet zelf in onrecht mag vervallen. Het verbiedt moslims oorlogsmisdaden te begaan. God staat dus alleen aan de kant van diegenen die de rechtvaardige zaak verdedigen tegen een aanval, en die dat op een wettige manier doen.
  3. Van zodra de tegenpartij de gevechten staakt, moet men dat ook doen en moet men meegaan in de vrede. Dit betekent dat men alleen de aanval mag afslaan, en dat het daar moet eindigen. Ook wanneer men op een bepaald ogenblik het overwicht behaalt en dus gemakkelijk de vijand zou kunnen decimeren en uitroeien, is dat niet toegestaan.
  4. De vrede herstellen betekent niet dat de spons geveegd wordt over oorlogsmisdaden van de vijand. Een oorlogsmisdadiger gaat niet vrijuit, ook niet als de vrede teruggekeerd is. Hij zal voor een rechtbank moeten verschijnen en zijn gepaste straf krijgen.
  5. De strijd duurt tot er geen godsdienstvervolging meer is, dwz dat moslims en niet-moslims weer vrij zijn hun geloof te beleven. De moslims mogen ook niemand dwingen zich tot de islam te bekeren. Tevens krijgen moslims de opdracht niet alleen eigen verdrukking maar ook verdrukking van niet-moslim te bestrijden.
  6. Moslims mogen geen vredesakkoord aanvaarden waarin ze bv. akkoord moeten gaan met het aanbidden van een of andere afgod maar dat ze moeten strijden tot ze werkelijk volledige godsdienstvrijheid genieten en dus hun islam kunnen beleven. Het staat anderen echter wel vrij dat beeld te blijven aanbidden.

 

De bescherming van de rechten van niet-moslim minderheden ( Dhimmi’s)  in een samenleving is verplicht. Immers:

 

«”Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand over dragen zou verraad van de garantie betekenen.” 

 

 

 

Koran 2 : 244

 

« Strijd op Gods weg en weet dat God wetend en horend is.»

 

Er staat hier dat God alles hoort, alles weet. Dit wil zeggen dat men zich binnen het toelaatbare moet begeven. Men mag dus geen (oorlogs-) misdaden begaan want God hoort alles en ziet alles, ook wanneer men wettige een oorlog voert.

 

 

 

 

 

Koran: 2:193

 

«Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

Het volstaat hier de aandacht te vestigen dat deze verzen verduidelijken hoe lang moslims in een aan de gang zijnde oorlog mogen strijden. Moeten ze strijden tot iedereen zich tot de islam bekeerd heeft? Het moet gezegd dat deze verzen op het eerste gezicht in die richting wijzen, en dat er ongetwijfeld ook wel extreme groepen moslims zijn die de verzen uit hun context lichten en ze zo interpreteren.

Godsdienstvrijheid staat centraal in de islam. Dat sluit een interpretatie in de zin van strijden tot iedereen zich bekeerd heeft tot de islam uit. Er moet aan herinnerd worden dat moslims een godsdienstoorlog, een aanval op hun godsdienst, mogen afslaan.

Het vers “en strijd tot godsdienst alleen God toebehoort” betekent dat moslims in zulke omstandigheden de opdracht krijgen te strijden tot wanneer hun godsdienstvrijheid gegarandeerd wordt en tot de eigen islam beleving veilig gesteld is. De godsdienst behoort alleen God toe.

Volgens de islam heeft men een lager zelf waarin een satan de mens aanspoort tot het kwade, en een hoger zelf waarin een Engel uitnodigt tot het goede.“En strijd tot er geen fitnah meer is” betekent dat men moet strijden tegen het lagere zelf en wel zodanig tot de eigen satan zich overgeeft aan God tot er geen kwade meer aanwezig is.

 

 

 

Koran 8:12

 

«Toen jouw Heer aan de engelen openbaarde: “Ik ben met jullie, sterkt dus hen die geloven. Ik zal de harten van de ongelovigen schrik aanjagen. Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers”.» 

 

Dit vers handelt over de slag om Badr waarin de moslims in de minderheid zijn. God stuurt engelen uit om aan de zijde van de moslims te strijden. Het gedeelte “Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers” is een opdracht aan de engelen, het is geen opdracht die aan de moslims gegeven wordt.

Het is ook God die zegt: “Ik zal de harten schrik aanjagen”. Hij zal er met andere woorden voor zorgen dat de vijand, niettegenstaande hij een numerieke overmacht heeft, schrik krijgt voor de kleine aantallen moslimstrijders. 

 

 

screenshot_602

 

 

 

 

Koran 8:60

 

«”En maak tegen hen zo goed als jullie kunnen de bewapening en de inzetbare paarden gereed om Gods vijand en jullie vijand daarmee vrees aan te jagen…”» (Koran 8:60)

 

Dit vers schrijft moslims voor hoe ze een op handen zijnde oorlog alsnog kunnen proberen afslaan te door de tegenstander te imponeren. Het is wat men een ‘afschrikkingsmiddel’ zou noemen. Onze eigen West-Europese politiek maakt van precies dezelfde techniek gebruik met de bedoeling een mogelijke vijand af te schrikken. Het gaat hier dus om een regel die de vrede probeert te bewaren en oorlog probeert te voorkomen.

 

 

 

Koran 4:76 

 

«Zij die geloven strijden op Gods weg en zij die ongelovig zijn strijden op de weg van de Taghoet. Bestrijdt de aanhangers van de satan. De list van de satan is maar zwak!»

 

Wat hier met elkaar gecontrasteerd wordt is voor de zaak van God of voor de zaak van de duivel te strijden. Wat de zaak van God inhoudt wordt uiteengezet in het vers dat er onmiddellijk aan voorafgaat:

 

«Wat hebben jullie dat jullie niet op Gods weg strijden en ook niet voor die onderdrukte mannen, vrouwen en kinderen die zeggen: “Onze Heer, breng ons uit deze stad waarvan de inwoners onrecht plegen en breng ons van Uw kant een beschermer en breng ons van Uw kant een helper”. »

 

Strijden voor de zaak van God, betekent dus de rechtvaardige samenleving beschermen, strijden tegen verdrukking en onrecht. Het tegendeel daarvan is strijden voor tirannie, hebzucht, hoogmoed, repressie, macht, apartheid, enz.

De Taghoet slaat op alles en iedereen dat in de weg staat van het zuivere geloof in de Ene God. Dat hoeft helemaal geen beeld of persoon te zijn, ook hoogmoed, racisme en repressie staan het zuivere geloof in de Ene God in de weg. Ze worden daarom geassocieerd met de zaak van satan. De Koran zegt hierover dat de zaak van satan maar zwak is. De zaak van God, de strijd voor rechtvaardigheid, bescherming van de zwakken en onderdrukten, onrecht en racisme is de goede zaak.

Vers 4:76 stelt de zaak van de gelovigen tegenover de zaak van satan zonder daarbij namen van godsdiensten te noemen. Zoals hoger reeds besproken, erkent de islam dat er bij moslims, joden en christenen zowel gelovigen als ongelovigen zijn. Het oordeel over geloof en ongeloof komt alleen God toe.

En het is niet de naam van het geloof dat men aanhangt maar de godvrucht en de goede daden. Vervalt men, vanuit om het even welk geloof in God, in racisme, hoogmoed, oppressie enz., dan staat men aan de kant van satan.  Dit is een belangrijk koranisch inzicht, waardoor er geen “wij tegen zij” kan zijn op grond van kenmerken zoals huidskleur, geloof, nationaliteit en afkomst. Het is altijd de rechtvaardige kant tegen het onrecht, over alle grenzen van ras, geloof, nationaliteit en afkomst heen.

 

 

 

 

 

 

Koran 9:5

 

« Als de heilige maanden zijn verstreken, doodt dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt hen en belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke hinderlaag. Maar als zij berouw tonen, de salaat verrichten en de zakaat geven, legt hun dan niets in de weg. God is vergevend en barmhartig»

 

Het vers handelt over een oorlogssituatie waarin “heilige maanden” in acht genomen worden, dit wil zeggen, een oorlogssituatie waarin een periode van staakt-het-vuren van kracht is. Moslims krijgen hier de opdracht zich aan een overeengekomen staakt-het-vuren te houden. Na deze periode mogen ze, bij ontstentenis van vredesverdrag, verder strijden. Opnieuw legt de context van het vers daarop volgend beperkingen op:

 

En als een van de veelgodendienaars bij jou bescherming zoekt, geef hem dan bescherming totdat hij het woord van God hoort en laat hem daarna een plaats bereiken waar hij veilig is. Dat is omdat zij mensen zijn die niet weten. Hoe kan er jegens de veelgodendienaars een verbondsverpliching bij God en bij Zijn gezant zijn, behalve jegens hen met wie jullie een verbintenis aangegaan zijn bij de heilige moskee. Zolang zij jegens jullie correct handelen, handelt jullie dan ook correct. God bemint de godvrezenden.» (Koran 9:5-7)

 

De context verduidelijkt dat alleen mag gestreden worden tegen diegenen met wie geen vredesovereenkomst kon bereikt worden gedurende het staakt-het-vuren. Wie correct handelt, moet ook correct behandeld worden. Men heeft geen enkele verplichting zich tot de islam te bekeren.

Ook als hij zich niet bekeert, moeten moslims de persoon in veiligheid brengen. Wat in dit versdeel wel tot uitdrukking gebracht wordt is het principe dat wanneer een vijandig soldaat zich bekeert tot de islam, men hem niet langer als vijand mag beschouwen.

 

 

 

Koran 9 : 12

 

«En als zij hun eden breken nadat jullie met hen een verbond gesloten hebben en jullie godsdienst belasteren, bestrijdt dan de leiders van het ongeloof. Voor hen bestaan er geen eden. Misschien zullen zij ophouden.»”

 

volgende vers :

«Zullen jullie dan niet strijden tegen mensen die hun eden gebroken hebben en die van plan waren de gezant te verdrijven, terwijl zij het eerst tegen jullie begonnen? Vrezen jullie hen? God komt het met meer recht toe dat jullie Hem vrezen als jullie gelovig zijn.»

 

Deze verzen handelen dus weer over het krijgsrecht en stellen dat wanneer een vijandige groep een vredesakkoord verbreekt en de moslims aanvalt, dat de moslims zich mogen of zelfs moeten verzetten als het voortbestaan van de gemeenschap op het spel staat.

De vraag wordt gesteld waarom moslims zich niet zouden verzetten tegen een aanval of tegen oppressie. De Koran zegt dat je maar beter God kan vrezen in plaats van de vijand, en je kan dus maar beter de kant van de rechtvaardigheid kiezen.

 

 

 

 

 

 

Koran 9 : 29

 

«Strijdt tegen hen die niet in God geloven en niet in de laatste dag en die niet verbieden wat God en Zijn gezant verboden hebben en  die niet de godsdienst van de waarheid aanvaarden uit het midden van hen aan wie het boek gegeven is totdat zij naar vermogen onderdanig de schatting betalen.”»

 

De Koran stelt hier dat gewapend verweer mogelijk is en dat de tegenstander bereid moet zijn om een taks te betalen. Moslims zelf zijn gehouden de zakaat te betalen. De zakaat is een islamitisch religieuze aangelegenheid, waarvan niet-moslims vrijgesteld zijn.

Niet-moslims moeten uiteraard wel mee betalen voor een aantal openbare diensten waarvan zij genieten, zoals onderhoud van het moslimleger dat ook hen beschermt in geval van een aanval. Moslims zijn verplicht alle inwoners van hun samenleving, ook niet-moslims, te beschermen en te verdedigen tegen een aanval. Zij mogen deze mensen ook niet uitleveren aan de vijand.

 

« Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand overdragen zou verraad van de garantie betekenen» 

 

De Koran draagt moslims hier op erover te waken dat deze taks billijk ingesteld wordt en de draagkracht van de mensen niet te boven gaat. Iedereen moet de zakaat betalen.

 

 

 

 

Koran 4 : 89

 

.Als zij zich van jullie afzijdig houden, niet tegen jullie strijden en jullie vrede aanbieden dan verschaft God geen weg om tegen hen op te treden. Jullie zullen anderen vinden die voor jullie veilig wensen te zijn en evenzo voor hun eigen mensen. Telkens als zij aan de beproeving worden blootgesteld worden zij daardoor misleid. Als zij zich dan niet van jullie afzijdig houden, jullie geen vrede aanbieden, noch hun handen in bedwang houden, doodt hen dan waar jullie hen aantreffen. Zij zijn het over wie Wij een duidelijk gezag hebben verleend.” » (Koran 4:88-91)

 

Ook dit vers kan niet geïnterpreteerd worden als toestemming om zomaar eender wie te doden. Wel integendeel. Als de tegenpartij vrede wil, moet men daar in meegaan. Het is pas als de tegenstanders geen vrede willen dat moslims de toestemming krijgen om zich te verdedigen. Als dit soort verzen niet zou bestaan, zouden moslimstrijdkrachten zich in oorlogstijd door iedereen moeten laten afslachten zonder enig weerwerk te mogen bieden.

 

 

 

 

 

 

Koran 47 : 4

 

«En wanneer jullie hen die ongelovig zijn in de strijd ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten, hetzij om hen lost te kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. …».”

 

Ook dit vers handelt niet over burgerrecht, maar over oorlogsethiek en krijgsrecht. Het algemeen principe is dat het leven altijd heilig en onschendbaar is, behalve in bij wet voorziene omstandigheden. Dit vers maakt een uitzondering voor soldaten in een oorlogssituatie.

In een dergelijke situatie kan het doden van de vijand in het heetst van de strijd toegestaan zijn als men om logistieke en militaire redenen niet in staat is gevangenen te nemen. Van zodra de militaire en logistieke mogelijkheden het toestaan schrijft de Koran voor de vijand krijgsgevangen te nemen om hem later

1) weer vrij te laten (dat is de eerste en meest geprefereerde optie)

2) hen uit te wisselen

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Advertenties

Is godsdienstvrijheid mogelijk in de Islam ?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wanneer er in de islam godsdienstvrijheid bestaat, dan moet deze ingesteld zijn door God zelf. Immers, islam betekent overgave aan God en moslims geloven dat de koran het letterlijke Woord van God is zoals dat door de aartsengel Gabriël geopenbaard werd aan profeet Mohamed.

 

 

 

dyn009_original_750_531_jpeg_41830_cdebb02474fd920f8bef855b935dabb1

 

 

 

Het is inderdaad God zelf die in de Koran elke dwang inzake godsdienst verbiedt:

In de godsdienst is er geen dwang” (Koran, 2:256)
.
.
.

Met dit vers verbiedt God moslims uitdrukkelijk te proberen anderen tot de islam te dwingen. Daartoe bestaat trouwens ook geen theologische reden, vermits ook niet-moslims volgens de Koran naar het paradijs kunnen gaan. Volgens de islam is het verwerven van het paradijselijk eeuwig leven immers niet gebonden aan lidmaatschap van een kerkgemeenschap, maar wel van vroomheid en hoe men zich gedraagt. Mensen die zich gedragen volgens de leringen van de Profeten die in hun midden gestuurd werden, kunnen naar het paradijs gaan.

“Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)
.
.
.

Het christendom gelooft dat God Adam en Eva hun zonde nooit vergaf. Deze zonde wordt volgens het christendom overgedragen op de nakomelingen zodat elk kind geboren wordt met de erfzonde waarvan men slechts verlost kan worden door volgeling van Jezus te worden. Vandaar ook de sterke missioneringsdrang van het christendom. Het is de enige manier om zielen te redden.

De islam daarentegen gelooft dat God Adam en Eva hun zonde wèl vergaf nadat zij berouw toonden. Elk kind wordt dan ook geboren als een onbeschreven blad, begiftigd met verstand, gevoel en een elementair inzicht in goed en kwaad. Wanneer men zich tijdens het leven laat inspireren door God en zich gedraagt volgens zijn leidraad, kan men in het hiernamaals, mits God’s genade,  toetreden tot het paradijs.

Volgens de islam kunnen moslims die zich misdragen naar de hel gaan, terwijl christenen die leven volgens de aan hen geopenbaarde boodschap naar het paradijs kunnen gaan.

In een op de islam geïnspireerde samenleving kan elkeen vrij zijn geloof belijden. In de islam wordt gesteld dat mensen zich het hoofd niet moeten breken over de verschillen tussen godsdiensten. Dat er verschillende godsdiensten bestaan wordt immers geacht de wil van God te zijn, en God zal op de oordeelsdag wel uitleggen hoe de vork in de steel zat.

In afwachting daarvan draagt de islam mensen van verschillende godsdiensten op met elkaar te wedijveren in goede daden, dwz elk vanuit het eigen geloof het best mogelijk te doen om zo een rechtvaardige samenleving voor iedereen (zijnde het maatschappelijk doel van de islam) tot stand te brengen:

“… En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren.” (Koran 5:48)
.
.
.

Het staat iedereen vrij te geloven wat men wil of ongelovig te zijn:

“Wie het wil, die moet dan geloven en wie het wil, die moet maar ongelovig zijn.” (Koran 18:29)
.
.
.

Immers, islam betekent zich overgeven aan God of in het Arabisch Allah. Dit kiezen voor God veronderstelt dat men vrij is om het te doen. Zonder godsdienstvrijheid is islam niet eens mogelijk.

Er wordt vaak  gedacht dat islamitische landen oorden zijn waar mensen verplicht zijn zich tot de islam te bekeren. Dit is niet het geval. Moslims worden aangemoedigd om een vrije samenleving uit te bouwen die voor iedereen rechtvaardig is.

In veruit de meeste moslimlanden geldt trouwens de shari’ah niet. Zelfs met de shar’iah garandeert deze godsdienstvrijheid  dat andere religies een reeks geloofsgebonden zaken zoals familierecht zelf kunnen ordenen via eigen rechtbanken.

Moslims zijn slechts waarschuwers, overbrengers van de Boodschap. Het is hen uitdrukkelijk verboden anderen te dwingen tot de islam:

“Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen.” (Koran 88:22-23)
.
.
.

Moslims mogen ook niet oordelen over het geloof van anderen. Dit gaat zelfs zo ver dat er een islamitische uitdrukking is die zegt dat wanneer een moslim een andere moslim van ongeloof beschuldigt, er al minstens één ongelovige is, nl. diegene die de andere beschuldigt van ongeloof.

Oordelen over geloof is iets dat alleen God toekomt. De islam is gebouwd rond het centrale concept dat er geen god is dan God. Zich een goddelijke taak aanmeten, komt neer op zich gelijkstellen aan God en is dus de zwaarste zonde die men zich kan inbeelden. Oordelen over het geloof van anderen, betekent het zich aanmeten van een taak die alleen God toekomt en is dus een zware zonde.

Het centrale belang van godsdienstvrijheid, in samenhang met een totaal afwijzen van elke vorm van racisme, maakt dat de islam eigenlijk zelf een soort van multicultureel model is. Moslims hanteren inderdaad waarden en normen die zeer dicht aansluiten bij de joodse en christelijke waarden waaruit het Westerse model gegroeid is.

Dat is niet verwonderlijk vermits moslims in dezelfde God (in het Arabisch: Allah, in het Hebreeuws: Jahweh) geloven als de christenen en de joden.  Mensen die in dezelfde God geloven, kijken allemaal naar diezelfde God voor de bepaling van wat goed en verkeerd is en delen dus allemaal dezelfde normatieve basis.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wie is Allah volgens de Bijbel?

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

De islam is gebouwd rond het centrale geloof dat er geen god is dan God. Allah is het Arabisch woord voor God. Het is het enige Arabische woord dat noch mannelijk, noch vrouwelijk is – het heeft ook geen meervoudsvorm. Deze taalkundige kenmerken benadrukken meteen de unieke aard van God. Mede daarom, en omdat de Koran in het Arabisch geopenbaard is, verkiezen de meeste moslims het woord Allah boven het woord God, maar de betekenis van beide termen is hetzelfde.

 

 

allah-ismi-resim

 

 

‘Zeg: Hij is God als enige. God de eeuwige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is aan Hem gelijkwaardig.”(Koran, 112:1-4)
‘Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten vrede.’ (Koran, 13:27)
.
.
.

Zoals men in het Nederlands God zegt, in het Hebreeuws Jahweh en in het Frans Dieu, zo zegt men in het Arabisch Allah. In een christelijke Arabische Bijbel, wordt God inderdaad vertaald als Allah, zoals blijkt uit volgende vergelijking, waarin het Arabische woord Allah groen aangeduid werd:

 

.

  1. Het woord “Allah”in de Koran, Hoofdstuk 1, vers 1:
    Arabisch: bismillah
    Nederlands: In de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige
  2. Het woord “Allah” in de christelijke Bijbel in het Arabisch, Boek Genesis, vers 1:
    Arabisch: genesis
    Nederlands: In het begin schiep God hemel en aarde

 

.

.

Voor moslims gaat gaat dit veel verder dan een taalkundig feit. Immers, volgens moslims betreft het hier dezelfde Ene God die in het Oude Testament Jahweh genoemd wordt. De islam leert dat Joden, christenen en moslims essentieel dezelfde Ene God aanbidden. er zijn natuurlijk wel onderlinge verschillen tussen de drie godsdiensten van het Boek, die ook de monotheïstische godsdiensten genoemd worden.

“Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie neergezonden is. Onze God en jullie God, is één. En wij geven ons over aan Hem.” (Koran 29:46)
.
.
.

De islam gelooft dat er een duizenden profeten geweest zijn die allemaal hetzelfde geloof verkondigden. Volgens de islam bevestigt de profeet Mohammed dan ook slechts de boodschap die voor hem door andere profeten zoals Abraham, David of Jezus, gebracht werd. Moslims zijn overigens verplicht in al deze profeten en in hun Boodschap te geloven. Wanneer men niet gelooft in Jezus en de boodschap die Hij bracht, kan men dus geen moslim zijn.

Moslims geloven verder dat al diegenen die in de boodschap geloven die hen door de profeten gebracht werd, naar het paradijs kunnen gaan. Christenen en Joden kunnen volgens de islam dus ook naar het paradijs gaan, waaruit nogmaals blijkt dat zij volgens moslims allemaal in dezelfde ene God geloven.

 

.

.

De Uniciteit van God volgens de Thora, de Bijbel en de Koran

 

Hierna volgen een paar verzen uit het Oude Testament, het Nieuwe Testament en De Koran, waaruit telkens het centrale belang van het geloof in de ene God blijkt:

“Gij zult geen andere goden hebben dan Mij”. (Deuteronomium 5:6)
.
.
.

En de Koran:

“Weet dat er geen god is dan God” (Koran 47:19)
.
.
.

Andere goden dan God, wat moet men zich daarbij voorstellen? Zeker niet enkel het aanbidden van meerdere goden of idolen maar alles wat in de weg komt van het aanbidden van de Ene God, dus ook het eigen ik dat men tot status van godheid kan verheffen. Volgens de islam is de hoogste vorm van Jihad (streven) overigens deze van het streven tegen het eigen ik, om zo volledig God te dienen en zich volledig in te schrijven in zijn liefde.

.

.

Het geloof in één God werd door alle Profeten verkondigd. Zo horen we bijvoorbeeld Mozes zeggen:

“Hoor, Israël! de Heer (Jahweh) is onze God, en de Heer alleen. Bemin uw God, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.” (Deuteronomium 6:4-5)
.
.
.

In de Evangeliën horen we ook Jezus zeggen:

“Hoor Israël! De Heer onze God is de enige Heer, Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht.” (Marcus 12:29-30)
.
.
.

Ook in de Koran vinden we dit terug:

“Zeg : “Hij is God als enige, God als Bestendige. ” (Koran 112:1-2)
.
.
.

Het Oude Testament stelt reeds ondubbelzinnig dat niets of niemand met God gelijkgesteld mag worden:

“Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte, uit het slavenhuis heb geleid; gij zult geen andere goden naast Mij hebben. Ge zult u geen godenbeelden maken, noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden of in het water onder de aarde is.” (Exodus, 20:2)
.
.
.

God is de Eerste en de Laatste. In het boek Isaiah (Jesaja) lezen we:

“Jullie zijn Mijn getuigen, zegt de Heer. Vóór mij was er geen god, en na mij zal er geen god zijn. Ik ben de Heer, en behalve Mij, is er geen enkele Redder”. (Jesaja 43:11)
“Ik ben de Eerste en ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen god.” (Jesaja 44:6)
.
.
.

Ook dit vinden we in de Koran terug:

“Hij is de Eerste en de Laatste” (Koran 57:3)
“En er is geen andere god dan Ik, een rechtvaardige God, een Redder. Er is er geen dan Ik. Omdat Ik God ben, en er is geen ander.” (Jesaja 45:21-23)
.
.
.
.

Jezus als machtig profeet van God

 

De islam gelooft dan ook niet dat Jezus zelf God was. Dit doorbreekt volgens de islam immers het zuivere monotheïsme dat er geen god is dan God, vermits het een mens verheft tot de status van god-zijn, wat volgens de islam niet kan. Volgens moslims was Jezus evenwel een machtig profeet van God, die dezelfde boodschap verkondigde als al de andere profeten van God.

 

.

MET ANDERE WOORDEN : DE ISLAM GELOOFT NIET IN DE DRIEVULDIGHEID VAN GOD, HET MYSTERIE VAN DE EENHEID VAN GOD DE VADER, GOD DE ZOON EN GOD DE HEILIGE GEEST. VOLGENS DE ISLAM WAS CHRISTUS EEN PROFEET MAAR GEEN MESSIAS DIE HET ZOENOFFER OP ZICH NAM OM TE STERVEN OP HET KRUIS TER VERGEVING VAN ALLE ZONDEN.

 

.

.Jezus en Maria worden in de Koran meermaals eervol vermeld. Er is zelfs een hoofdstuk van de Koran (hoofdstuk 19) dat haar naam draagt. Moslims geloven overigens, net als de christenen, in de maagdelijke verwekking van Jezus en verwijzen daarbij naar Adam om te verduidelijken dat dit niets verandert aan het feit dat Jezus een mens is. Immers, ook Adam had geen menselijke vader (en zelfs geen menselijke moeder), maar dat maakte hem ook niet tot God:

“Waarlijk, het voorbeeld van Jezus, voor God, is zoals dat van Adam. Hij schiep hem van stof en zei “Wees!” en hij was.” (Koran 3:59)
.
.
.

Volgens de Koran deed Jezus met God’s gratie ook mirakelen, en is hij levend in de hemel. Net als christenen verwachten ook moslims de terugkeer van Jezus. Islam en christendom zijn de enige godsdiensten die, elk op hun manier, in de Boodschap van Jezus en in zijn wederkomst geloven.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De Koran is tegen geweld

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

Vrede is de wenselijke toestand

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

 

1 Erbarmen en barmhartigheid

 

De eerste woorden waarmee we geconfronteerd worden wanneer we de Koran openslaan, en die meteen de relatie tussen de lezer en de Auteur vestigen, zijn ‘Bismillah al Rahman al Rahim’. Dit is in de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige.

De draagwijdte van deze woorden, kan niet overschat worden. Erbarmer en Barmhartige zijn twee van de ‘mooie namen’ of ‘attributen’ van God. Door daarmee de Koran te openen, wordt alles wat in dit boek zal volgen, gekaderd binnen goddelijk erbarmen en barmhartigheid.

  • Bismillah betekent : in de naam van God, aan wie niets of niemand gelijkwaardig is.
  • Al Rahman (de Erbarmer, Genadevolle) verwijst naar de eindeloze liefdevolle genade die God voortdurend aan al zijn schepselen schenkt, zonder dat ze er ook maar iets moeten voor doen, geheel onafhankelijk van hun daden, dus ook als ze Zijn genade niet verdienen. Ook als God mensen straft voor hun zonden en misstappen, kunnen ze nog altijd rekenen op deze rahmah, op deze liefdevolle genade van God.
  • Al Rahim (de Barmhartige) heeft betrekking op het medelijden dat God schenkt aan de gelovigen die door hun daden Zijn genade verdienen. Al Rahim slaat tevens op de genade die God de gelovigen zal schenken in het hiernamaals. Het heeft ook betrekking op de vergeving die God schenkt aan gelovigen die berouw tonen.

 

De openingszin van de Koran zet dus al meteen de volledige islamitische levensvisie neer. Eerst en vooral, wordt de uniciteit van God gevestigd, zonder wie niets of niemand zou bestaan. Vervolgens wordt zijn kenmerk Al Rahman geëvoceerd, een kenmerk dat refereert aan Gods veelvuldige goedheid voor alle mensen, altijd en overal, ongeacht hoe ze zich gedragen.

Daar wordt Gods genade aan toegevoegd voor diegenen die Hem verheerlijken en om leiding, hulp of vergiffenis vragen. Het is een uitdrukking die daarom warmte, hoop en geborgenheid in zich draagt. Alles wat daarna volgt, wordt binnen dit kader gedefinieerd en moet binnen dit kader begrepen worden. Elk vers, wat er ook de individuele betekenis van is, krijgt pas zijn volledige draagkracht binnen dit kader, ook de bestraffende verzen.

Een eerste gevolg hiervan is dat moslims in hun omgang met anderen zich evenzeer moeten laten kennen door barmhartigheid, genade en vergevingsgezindheid. De islam geeft moslims de levenslange opdracht aan de eigen persoonlijkheid te werken in de richting van een ideaal dat zich kenmerkt door gematigdheid, naastenliefde, discretie, nederigheid, oprechtheid en minzaamheid. Hoe dichter men dat ideaal benadert, hoe groter de innerlijke vrede, hoe groter de kans dat men in het hiernamaals tot het paradijs toegelaten wordt.

 

 

hqdefault

 

 

 

2 Rechtvaardigheid

 

Volgens de islam, leidt overgave aan God tot innerlijke vrede, en vrede in de samenleving. Om die toestand te bereiken, speelt naast eerder genoemde barmhartigheid en vergevingsgezindheid, ook rechtvaardigheid een centrale rol. De Koran schrijf voor rechtvaardig te zijn zelfs wanneer het eigen belang daardoor geschaad zou worden:

 

«Jullie die geloven! Weest standvastig in de gerechtigheid als getuigen voor God, al is het tegen jullie zelf of de ouders of de verwanten. Of het nu om een rijke of om een arme gaat, God staat hen beiden zeer na. Volgt dus niet je geneigdheid om niet rechtvaardig te zijn. Maar als jullie verdraaien of jullie afwenden, dan is God welingelicht over wat jullie doen. » (Koran 4:135)

 

 

Ook een afkeer tegenover mensen mag rechtvaardigheid niet in de weg staan:

 

«Jullie die geloven! Weest standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij Godvrezendheid. En vreest God. God is welingelicht over wat jullie doen.» (Koran 5:8)

 

 

 

3 Godsdienstvrijheid

 

In de Koran nodigt God iedereen uit deelachtig te worden in de vrede:

 

«En God roept naar het tehuis van Vrede en leidt wie Hij wil naar het rechte pad.» (Koran 10:25)

 

 

 

Dwang wordt evenwel uitgesloten, het staat diegenen die zich niet aangesproken voelen vrij de uitnodiging in de wind te slaan want:

 

«In de godsdienst is er geen dwang.» (Koran 2:256)
en
«Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen.»(Koran 88:22-23)

 

 

 

In weerwil van het in het Westen heersende misverstand, is een islamitische samenleving dus geen samenleving waarin iedereen gedwongen wordt zich tot de islam te bekeren, maar is het integendeel een samenleving die godsdienstvrijheid garandeert.

Men kan hier opmerken dat de vrijheid toch niet volledig is vermits in de Koran de ‘ongelovigen’ geregeld met straffen door God bedacht worden. Vooreerst is het evenwel zo dat het in dergelijk verzen stuk voor stuk God is die straft; nergens geeft de Koran mensen de toestemming anderen te straffen voor hun ongeloof.

Alleen God kan immers oordelen over geloof en kan daar gevolgen aan vastknopen. Maar zelfs dan is het zo dat in eerste instantie de bestraffing bestaat uit het onthouden van de goddelijke liefde aan mensen die dit onwenselijk gedrag stellen.

 

 

Geloof naar waarheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

4 Pluralisme en verdraagzaamheid

 

Omgekeerd aan het onthouden van liefde en het bestraffen voor mensen die slecht gedrag stellen, wordt devote mensen die rechtschapen handelen als beloning bijzondere liefde van God en vrede in het vooruitzicht gesteld. Ook hieruit blijkt dat de gewenste toestand vrede is.

 

«God leidt daarmee wie Zijn welgevallen navolgen op de wegen van de vrede, brengt hen met Zijn toestemming uit de duisternis naar het licht en leidt hen op een juiste weg.» (Koran 5:16)
En:
«Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten rust » (Koran 13:28)

 

 

Merk op dat deze ‘beloning’ met vrede niet alleen moslims toekomt, maar alle mensen die in God geloven en goede werken doen. Vroomheid wordt niet gedefinieerd in termen van de gebedsrichting waarin men bidt (m.a.w. de naam van de godsdienst waartoe men zich bekent), maar in termen van geloven in God en stellen van goede daden voor de medemens:

 

«Vroomheid is niet dat jullie je gezicht naar het oosten en het westen wendt, maar vroom is wie gelooft in God, in de laatste dag, in de engelen, in het boek en in de profeten en wie zijn bezit, hoe lief hij dat ook heeft, geeft aan de verwanten, de wezen, de behoeftigen, aan hem die onderweg is, aan de bedelaars en voor de (vrijkoop van) de slaven, en wie de salaat [gebed] verricht en de zakaat [verplichte liefdadigheid] geeft en wie hun verbintenis nakomen en wie volhardend zijn in tegenspoed en rampspoed en ten tijde van strijd. Zij zijn het die oprecht zijn en dat zijn de godvrezenden.» (Koran 2:177)

 

 

De Koran erkent daarmee uitdrukkelijk dat er verschillende wegen zijn om tot God te komen. Meer nog, net zoals de Koran moslims aanmoedigt om volgens de Koran te leven, moedigt de Koran christenen aan om te leven volgens de Evangeliën, en worden Joden aangemoedigd om te leven volgens de Thora (dat een boek van ‘licht’ genoemd wordt) :

 

« En wij hebben de Thora neergezonden met een leidraad erin en een licht, waarmee de profeten die zich [aan God] overgeven oordeel vellen voor hen die het jodendom aanhangen. (…) Vreest dan de mensen niet maar vreest Mij en verkwanselt Mijn tekenen niet. En wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden, dat zijn de ongelovigen.» (Koran 5:44)

«En wij hebben Jezus, de zoon van Maria, in hun spoor laten volgen als bevestiger van wat er van de Thora voor zijn tijd al was. Wij gaven hem de Evangeliën met een leidraad erin en een licht ter bevestiging van wat de Thora voor zijn tijd al was en als een leidraad en een aansporing voor de godvrezenden. En laten de mensen van de Evangeliën oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden. En wie dat niet doen, dat zijn de verdorvenen. » (Koran 5:46-47)

 

 

Christendom ; pasteltekening van John Astria

Christendom ; pasteltekening van John Astria

 

 

De islam verwerpt daarmee het assimileren van andersgelovigen, maar schrijft integendeel waarachtigheid binnen het eigen geloof voor. Dat gaat zover dat in een maatschappij die op islamitische leest geschoeid is, andersgelovigen eigen rechtbanken mogen opzetten voor zaken als familierecht en erfenisrecht zodat zij werkelijk in staat zijn hun geloof zo getrouw mogelijk te beleven. De islam verfoeit hypocrisie. Hypocrieten worden de diepste putten van de hel toegezegd, erger nog dan waar de ongelovigen terecht zullen komen:

 

«De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur en jij zal voor hen geen helper vinden.» (Koran 4:145)

 

 

 

Net zoals moslims die zich niet houden aan hun geloofsvoorschriften met afkeuring bedacht worden, omschrijft de Koran joden en christenen die zich niet aan hun geloof houden, als ongelovigen en verdorvenen. Maar net zoals er bij moslims mensen zijn die zich wel aan hun geloof houden en die daarvoor beloond zullen worden, erkent de Koran dat er ook hij joden en christenen gelovigen zijn die hun beloning niet zullen mislopen:

 

«Onder de mensen van het boek zijn er die in God geloven, in wat naar jullie is neergezonden en in wat tot hen is neergezonden, terwijl zij zich deemoedig aan God onderwerpen. Zij verkwanselen Gods tekenen niet. Zij zijn het voor wie hun loon bij hun Heer is. …» (Koran 3:199)

 

 

 

Op die manier, schrijft de Koran respect voor eenieders eigenheid voor. Het bestaan van de verschillende godsdiensten wordt immers beschouwd als een aspect van de goddelijke wil. Het is God zelf die voor de verschillende godsdiensten gezorgd heeft, daarom moet men die verschillende godsdiensten respecteren:

 

«… En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren.» (Koran 5:42-47)
En:
«”Ieder heeft een richting waarheen hij zich wendt. Wedijvert dan met elkaar in goede daden. Waar jullie ook zijn, God zal jullie te samen brengen.”» (Koran 2:148)

 

 

 

Dergelijke verzen schrijven meteen ook voor hoe men met die diversiteit in religies moet omgaan: men zal elkaar niet bestrijden, maar met elkaar wedijveren in goede daden. Moslims wordt dan ook voorgeschreven attent, vriendelijk en voorkomend om te gaan met alle mensen, ook met niet-moslims.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De hoekstenen van de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wat zijn de pijlers van de islam?

 

 

De islam is gebaseerd op volgende pijlers welke in dit artikel besproken worden:

1. Imaan (geloof)
2. Salaat (bidden)
3. Ramadan (vasten)
4. Zakaat (liefdadigheid)
5. Hajj (bedevaart)

 

 

MasJid-kubah-Emas-islam-34673287-750-724

 

 

 

 1.  Imaan (Geloof)

 

1.1. Shahada (Geloofsverklaring)

De islamitische geloofsverklaring  luidt als volgt:

Ik belijd dat  er geen andere  god is dan God, en ik belijd dat Mohammed zijn Profeet is.

Deze eenvoudige formule, bestaat uit volgende delen:

  • ik beleid dat – dit houdt een geloofsverklaring in, een belijden van het geloof
  • er geen god is dan…: dit is de “ontkenning” (Nafi): men ontkent het bestaan van om het even welke andere god(en) – (en dat betekent alles wat men in de plaats zou kunnen stellen van God, zoals het eigen ik, weelde, macht, enz.)
  • …God : dit is de “aanvaarding” (Asbaat) van God, bron van de gehele Schepping
  • en dat Mohamed boodschapper is van God”: men erkent dat God een leidraad openbaarde aan een mens zoals wij. Dit onderdeel bevat meteen ook een onderscheidende stelling, namelijk dat de mens verschillend is van God (God is uniek), en niet (één met) God kan worden.

1.2. Geloofsartikelen

De islam bestaat uit volgende zes geloofsartikelen

  • geloof in één God
  • geloof in de Engelen
  • geloof in de boodschap van God (heilige boeken)
  • geloof in de boodschappers van God (profeten)
  • geloof in het leven na de dood en in het laatste oordeel
  • geloof in de predestinatie

 

 

 

2. (Gebed)

 

Salah is een Arabisch woord en betekent rechtstreekse spirituele relatie en communicatie tussen het schepsel en zijn Schepper. Rechtstreeks, want in de islam is er geen hiërarchische structuur, zijn er geen priesters (een imam is iemand die door de gemeenschap van gelovigen verkozen  wordt om het gebed te leiden).

De speciale communicatie (Salah) neemt vijf keer per dag plaats, na het zich hebben gereinigd (“wudu”) om tot God te komen, bescherming te vragen tegen het kwade en in deemoed vergiffenis te vragen, en wel zo vroeg mogelijk bij het aanvatten van volgende periodes:

  • Fajr (vroege ochtend): na aanbreken van dag en voor zonsopgang
  • Zuhr (middag): Nadat de zon van het zenit begint te dalen tot wanneer ze ongeveer halverwege is op haar traject naar zonsondergang
  • ‘Asr (midden van de namiddag): Nadat de tijd verstreken is, tot zonsondergang
  • Magrib (zonsondergang):Direct na zonsondergang tot de rode gloed aan de westelijke horizon verdwijnt
  • ‘Isha (late nacht): Na het vestrijken van de vorige periode tot het aanbreken van de dag

 

Het ritme van de gebeden bepaalt dan ook het ritme van de gehele dag. Het gebed schenkt aan het individu de herleving en een nieuwe bevestiging van het geloof die gebaseerd is op innerlijke stilte en rust. Men kan bijna overal bidden (op kantoor, universiteit, op het veld,… ).

Het gebed wordt bij voorkeur in groep gebeden. De sociale implicatie van het gebed is de gelijkheid van alle mensen wanneer zij voor het aangezicht van hun Schepper staan; rijk of arm, machtig of bescheiden, ongeacht afkomst of ras.

Het gebed, dat een vorm is van innerlijke reiniging, maant de moslim en de gemeenschap vijf maal per dag aan tot nederigheid, innerlijke rust, dankbaarheid en tevredenheid.

 

 

img_pod_ramadan-strasbourg-mosque-muslim-religion-pod-1007

 

 

 

3. Ramadan (Vasten)

 

Ramadan is de naam van de negende maand van de islamitische (Hijri) kalender. Gedurende deze maand houden moslims overal ter wereld vasten. Van ochtendschemering tot zonsondergang gedurende de hele negende maand (Ramadan) van het maanjaar, is voor alle volwassen mannelijke en vrouwelijke moslims over de hele wereld het vasten verplicht.

In deze maand onthoudt de moslim zich van ochtendschemering tot zonsondergang niet enkel van eten, drinken en seks, hij/zij vermijdt ook onzinnig taalgebruik en slechte daden en wijdt zichzelf aan gebed, recitaties van de koran en goede daden.

Er zijn uitzonderingen voor zieken, zwangere vrouwen enz die later hun vasten kunnen inhalen. Als dat fysisch niet mogelijk is, moet men een behoeftige persoon voeden voor elke gemiste vastendag.

Vasten leert de mensen hoop, devotie, geduld, belangeloosheid, matiging, wilskracht, flexibiliteit, gezond overleven, discipline, een sociaal gevoel van samenhorigheid, eenheid en broederschap.

Eén van de nachten van de Ramadan is erg bijzonder, en beter dan duizend maanden (“De nacht van de beslissing is beter dan duizend maanden” (Koran 97:3)). Goede daden die gedurende deze ene nacht worden beoefend zijn gelijk aan deze beoefend over duizend maanden. Dit is de nacht van Laylatul Qadr, wanneer de Koran geopenbaard werd.

Het is een heel bijzondere nacht, een viering om de komst van de laatste leidraad van God aan de mensheid te vieren (de meeste moslims beschouwen Mohamed als laatste boodschapper, en de Koran als laatste Boodschap van God aan de gehele mensheid).

Deze nacht is een eerbetoon aan het begin van die Boodschap die door de Schepper werd geopenbaard, een Boodschap waarin God de mensen toont hoe men het geluk, vrede en rechtvaardigheid in beide werelden (hier en in het hiernamaals) kan verwerven.

Ramadan is een periode van geestelijke opleving. Niet alleen werd de Koran gedurende die maand neergezonden, volgens een hadiths werden ook de andere heilige Boeken gedurende deze maand neergezonden. Door zich  te onthouden van wereldlijke genoegens, ervaart men meer begrip en medeleven met diegenen die niet door keuze, maar door armoede in honger verkeren.

Dit verstevigt de broederschapsbanden. Deze samenhorigheid wordt verstevigd door de verplichte liefdadigheidsbijdrage die op het einde van de Ramadan wordt betaald.

Aan het einde van de vastenmaand vieren moslims over de gehele wereld feest met gebeden en feestelijkheden. Dit feest noemt ‘Eid ul Fitr’ en  betekent letterlijk een zich herhalende gebeurtenis. In de islam wordt dit woord gebruikt voor de islamitische feesten. Eid ul Fitr huldigt het einde van de maand Ramadan. Fitr betekent het breken van de vastentijd.

Men viert het geluk bij het bereiken van een geestelijke opleving na een maand van vasten. Eid ul Fitr begint als de nieuwe maan te zien is en duurt drie dagen. Men trekt nieuwe kleren aan, veel meisjes en vrouwen kleuren hun handen met henna. ’s Morgens gaat men eerst naar de moskee om God te danken.

Er worden veel bezoeken afgelegd bij familie en vrienden en er worden zoetigheden meegenomen. Moslims die elkaar op straat tegenkomen feliciteren elkaar. Het is een feest waarbij iedereen heel blij is.

 

 

 

4.  Zakah (Liefdadigheid)

 

Een belangrijk principe van de islam is dat alles toebehoort aan God. ‘Bezit’ is dus niet echt van de mensen, die de weelde slechts in bewaring hebben. Het delen van deze weelde, is een belangrijk sociaal aspect van het geloof, dat zorgt voor een soort herverdeling van de welvaar van rijken naar armen toe.

Het woord Zakah betekent zowel purificatie als groei. De bezittingen worden dus als het ware gereinigd door een deel ervan te schenken aan de armen en andere sociaal zwakkere groepen en voor de gemeenschap in het algemeen. Dit reinigt niet alleen het bezit van de schenker, maar reinigt ook zijn/haar hart van zelfzucht of hebzucht. Deze liefdadigheid reinigt ook het hart van de ontvanger van afgunst, jaloersheid of haat voor de schenkers.

Zakah heeft voor moslims een diepe humanitaire en sociaal-politieke waarde. De islam verhindert privé onderneming niet, en veroordeelt evenmin het privé-bezit, maar het staat ook geen zelfzucht en hebzucht toe. Zoals in alles, bewandelt de islam een middenweg tussen de noden van het individu en de samenleving, tussen materialisme en spiritualisme, tussen kapitalisme en socialisme enz.

Zakag is een vorm van ‘armenbelasting’. 2,5% van de spaargelden  van één jaar  gaan naar de armen , de afrekening vindt plaats  in de maand  van de Ramadan. Gedurende de Ramadan krijgt men door het vasten een dieper medeleven met de behoeftigen. De Zakah verstevigt deze band nog. Elke Moslim berekent zelf het bedrag, dat bij voorkeur anoniem gegeven wordt.

 

 

 

5. Hajj (bedevaart)

 

De bedevaart naar Makkah (Mekka) – de Hajj genoemd – is enkel verplichtend voor diegenen voor wie dit fysisch en financieel mogelijk is. Toch maken elk jaar ongeveer 2 miljoen mensen van overal ter wereld, van alle etniciteiten en naties, de bedevaart naar Makkah. Het overheersende thema hier is dat van de vrede.

Vrede met God, vrede met zichzelf, vrede met elkaar en met alle levende wezens. De vrede van elkaar of van om het even welk levend wezen verstoren is er strikt verboden. Moslims gaan naar Mekka om God te verheerlijken, niet om een persoon te aanbidden. Het bezoeken van het graf van de profeet Mohammed is hoog aanbevolen, maar niet essentieel om de Hajj geldig en volledig te maken.

De jaarlijkse Hajj begint de twaalfde maand van het islamitisch jaar (volgens de Hijri kalender). Bedevaarders dragen eenvoudige kledij zodat alle onderscheid volgens afkomst van afkomst of cultuur wegvalt, en iedereen als gelijke voor God staat.

De rites van de Hajj gaan terug tot aan de Profeet Abraham. De moslim  wandelt 7 maal rond de Ka’ba  en 7 maal tussen de bergen van Safa en Marwa , zoals de vrouw van de Profeet Abraham, deed in haar zoektocht naar water. Vervolgens komen de bedevaarders samen op de open vlakte van Arafat en vervoegen zij elkaar in gebeden tot God en smeken voor vergiffenis.

Aan het einde van de Hajj of bedevaart viert men het offerfeest of Eid ul Adha,  zowel door de bedevaarders in Mekka als door alle moslims ter wereld. Het feest is een instelling van liefdadigheid waarbij diegenen die zich een offerdier kunnen veroorloven voorgeschreven worden dit te delen met de behoeftigen zodat ook zij kunnen deelnemen aan dit feest. Men hoeft echter niet per se een dier te offeren, men kan ook geld geven aan de behoeftigen die zich daar dan eten kunnen mee aanschaffen.

 

 

mekka

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Het gebruik van de natuurlijke bronnen van mens en dier in de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

startfotobeestig

 

 

 

 

Dieren en mensen moeten de natuurlijke bronnen delen

 

Wanneer eenmaal vast staat dat elk dierensoort een gemeenschap gelijk de menselijke gemeenschap is, dan is het redelijk dat ieder en elk schepsel op de aarde het geboorterecht heeft om te delen in de natuurlijke bronnen. Met andere woorden, elk dier is een gemeenschappelijke huurder samen met de menselijke soort op deze planeet. De mens is altijd in strijd geweest met de dieren om voedsel en het probleem heeft zich verdiept in de huidige wereldsituatie, vooral als gevolg van het moderne landbouwkundige mismanagement.

De Koran heeft geprobeerd om de angst van de mens te verlichten door hem te verzekeren dat God niet alleen de Schepper is maar ook de Voorziener en de Voeder van alles wat hij Schept. De Koran echter stelt ook de voorwaarde dat menselijke wezens, zoals alle andere schepsels, moeten werken voor hun voedsel en dat hun aandeel evenredig zal zijn overeenkomstig hun arbeid.

 

“Dat de mens slechts krijgt wat hij heeft nagejaagd”. Koran 53:39

 

De Koran legt herhaaldelijk de nadruk op het feit dat voedsel en ander natuurlijke bronnen er zijn om billijk te verdelen met andere schepsels. Hieronder volgen een aantal van ontelbare zulke verzen:

 

“De mens moet maar eens zijn voedsel bekijken.
Dat Wij het water in gutsen uitgieten ,
Dan de aarde in voren openbreken
En dan erin laten ontspruiten: graan,
Wijnstokken en voedergewassen,
Olijfbomen en palmen,
In Dichtbegroeide boomgaarden,
Vruchten en foerage,
Als vruchtgebruik voor jullie en jullie vee” Koran 80:24-32

 

 

Ook in de volgende verzen wordt de vrijgevigheid van de natuur opgesomd met het accent op het aandeel van de dieren hierin. Alles is geschapen voor mensen en voor niet-menselijke wezens:

 

“En Hij is het die de winden als verkondigers van goed nieuws voor Zijn barmhartigheid uitzendt. En Wij laten uit de hemel rein water neerdalen om daarmee een dode streek tot leven te brengen en om daarmee veel van wat Wij geschapen hebben , vee en mensen, te drinken te geven”. Koran 25:48-49

“Hebben zij dan niet gezien dat Wij het water naar de kale aarde drijven en er dan landbouwgewassen mee voortbrengen waarvan hun vee en zijzelf eten? Hebben zij dan geen inzicht?” Koran 32:27

“Hij bracht haar water en haar weiden te voorschijn
en de bergen heeft hij stevig aangebracht,
als vruchtgebruik voor jullie en jullie vee”. Koran 79:31-33

 

 

Er is geen twijfel dat de boodschap alle dieren betreft en niet alleen geldt voor huisdieren en voor de veestapel wiens welzijn voor ons van belang is.

 

“En er is geen dier op aarde of God zorgt voor zijn levensonderhoud en Hij kent zijn verblijfplaats en bewaarplaats. Alles staat in een duidelijk boek”. Koran 11:6

“En Hij heeft de aarde voor Zijn schepselen gemaakt” Koran 55:10

 

 

De Essentie van de islamitische leer over dierenrechten, is dat het ontnemen van een eerlijk deel in de natuurlijke bronnen aan de dieren, zo een grote zonde is in de ogen van God, dat het strafbaar is door middel van zeer zware vergelding. De  Koran omschrijft hoe het volk van Thamud eiste dat de profeet Saleh aan hun een teken zou geven om te bewijzen dat hij een profeet van God was (De stam van Thamud waren afstammelingen van Noach).

Ten tijde van dit voorval onderging de stam een voedsel en waterschaarste, waardoor haar veestapel verwaarloosd werd. Er werd aan de profeet Saleh geopenbaard om een vrouwtjes kameel apart te nemen als een symbool en om de mensen te vragen om ze haar eerlijk aandeel van water en voedsel te geven.

De stam van de Thamud beloofden dat te doen, maar later doodden zij de kameel. Als straf werd de stam vernietigd. Dit incident is vele malen genoemd in de Heilig Koran in verschillende contexten. (Koran 7:73, 11:64, 26:155, 156:54, 54:27-31).

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne kop a4

 

Dierproeven in de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

dierproeven_0

 

 

 

Dierproeven

 

Wetenschappelijke en geneeskundige experimenten op dieren worden gedaan om genezing te vinden voor ziektes, waarvan de meeste veroorzaakt zijn door onze eigen ongeordende leefwijze. Alle menselijke problemen, lichamelijk, mentaal of spiritueel, zijn door ons zelf gecreëerd en onze wonden zijn door onszelf toegebracht. Met de beste wil van de wereld kunnen wij geen reden vinden om de dieren de schuld te geven en ze hiervoor te laten lijden.

Deze dierproeven, en het andere leed, wordt hen slechts aangedaan om de menselijke behoeften te bevredigen, waarvan de meeste niet-noodzakelijk, buitensporig en verspillend zijn en waarvoor meestal gemakkelijk alternatieve en meer diervriendelijke producten beschikbaar zijn. Dieren doden, om de menselijke behoeften naar onbelangrijke zaken te bevredigen, is een innerlijke tegenspraak in de islamitische traditie.

Laten wij hopen dat er een dag zal komen dat de mens het respect en de status aan dieren toekent, die hen al zo lang toekomt en die hen al zo lang is ontzegt. Vivisectie bestond nog niet in de tijd van de profeet Mohammed en daarom is het niet speciaal aangehaald in de wetgeving. Leiding over zulke onderwerpen komt van argumentatie en gevolgtrekking.

Een van de voornaamste excuses voor alle soorten wreedheden die tegen dieren worden begaan, is een egoïstisch belang voor menselijke behoefte. Laat ons eens kijken hoe de wettelijke regels de woorden ‘behoefte’ en ‘belang’ omschrijven en laten wij dan aan de hand van deze omschrijvingen deze redenen beoordelen.
De juridische wet die van toepassing zou kunnen zijn op de legitimiteit van deze experimenten is:

“Iemands belang of behoefte heeft geen voorrang boven iemand anders zijn rechten”.

 

 

dierenrechten

 

 

 

Behoeften worden onderverdeeld in drie categorieën:

 

  1. Noodzakelijke behoeften zonder welke het leven niet in stand kan worden gehouden
  2. Behoeften nodig voor comfort en verlichting van pijn of van elk soort ongemak, of voor het verbeteren van de kwaliteit van het leven
  3. En luxe behoeften gewenst voor het plezier of genietingen.

 

Regels van toepassing op deze behoeften, zodat wij kunnen onderscheiden of experimenten op dieren toegestaan zouden zijn, zouden kunnen zijn:

 

  • “Wat leidt tot het verbodene, is in zichzelf verboden”. Deze regel geeft aan, dat materiële zaken (inclusief voedsel) die verkregen zijn door slechte handelingen (zoals het uitvoeren van onnodige experimenten op dieren), op zichzelf verboden zijn.

 

  • “Geen schade kan ongedaan worden gemaakt door een gelijke of grotere schade aan te richten” . Wanneer we onze gezondheid en andere behoeften door onze eigen onbezonnenheid schaden, hebben we geen recht om dieren hiervoor op te laten draaien door gelijkwaardige of nog grotere schade bij hen aan te brengen, zoals het onnodig verrichten van experimenten om geneesmiddelen te vinden voor de door ons zelf veroorzaakte ziektes.

 

  • “Zoek uw toevlucht tot alternatieven, wanneer het origineel ongewenst wordt”. Deze regel legt grote morele verantwoordelijkheid op aan medische studenten en degenen die de experimenten uitvoeren om naar alternatieven te zoeken.

 

 

Wat nodig is om te begrijpen hoe het zit met het gebruiken van dieren in de wetenschap, is dat dezelfde morele, ethische en wettelijke codes voor het behandelen van dieren, ook van toepassing zijn op mensen. Volgens de islam is alle leven heilig en heeft het recht op bescherming en behoud.

De profeet Mohammed heeft zoveel nadruk gelegd op dit punt, dat hij verklaarde:

“Er is geen man die zonder reden een spreeuw of iets kleiners dood, zonder dat God hem hierover zal ondervragen”.

“Hij die barmhartigheid toont over een spreeuw en zijn leven spaart, voor hem zal God barmhartig zijn op de Dag des Oordeels” .

 

Zoals alle andere wetten in de islam, zijn deze over de behandeling van dieren genoemd in het geval van uitzonderen en zijn zij gebaseerd op het criterium: “Daden zullen worden beoordeeld naar de intentie” .

Wanneer het leven van een dier kan worden gered door de amputatie van een deel van zijn lichaam, dan zal het in de ogen van God een prijzenswaardige handeling zijn. Er is geen twijfel dat het islamitische verbod tegen het snijden in of verwonden van levende dieren, vooral wanneer dit pijn en lijden als resultaat heeft, van toepassing is op de hedendaagse term vivisectie in de wetenschap.

Wij zijn in staat deze uitleg van de islamitische leerstelling te onderschrijven, niet slechts door te refereren naar de bovengenoemde representatieve overleveringen, maar ook door aan de Koran te refereren. In de verzen hieronder wordt geciteerd dat enige interventie met het lichaam van een levend dier, welke pijn en vervorming tot gevolg heeft, in tegenstelling is met de islamitische zienswijze.

Deze verzen werden geopenbaard om de verwerping van de heidense bijgelovige gewoonte te onderschrijven. Vrouwtjes-kamelen, ooien of vrouwtjes-geiten die een bepaald aantal jongen hadden gebaard, werden de oren afgesneden en vervolgens weer vrij gelaten. Zij werden aanbeden als afgoden. Zulke gewoontes werden in de Koran afgeschilderd als duivelse daden, in de volgende woorden:

God vervloekte hem (Satan), omdat hij gezegd had:

 

“Allah heeft hem vervloekt. En hij (Satan) zeide: Ik zal voorzeker een bepaald deel van uw dienaren nemen. En ik zal hen zeker doen dwalen en ijdele begeerten in hen opwekken en ik zal hen voorzeker ophitsen en zij zullen de oren van het vee afsnijden en ik zal hen voorzeker aansporen en zij zullen Allah’s schepping bederven.” Derhalve hij, die buiten Allah Satan tot vriend neemt, zal zeker zichtbaar verlies leiden”. Koran 4:118-119

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

Het bewustzijn van dieren volgens de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

6205ee90bbec05bd60af5a442522b1fe

 

 

 

Dieren hebben een bewustzijn

 

Vele passages in de Koran en Hadith verklaren dat alle dieren begiftigd zijn met ziel en geest. Er is overvloedig bewijs in de Koran om te suggereren dat het bewustzijn van ziel en geest van de dieren een graad hoger is dan slechts instinct en intuïtie. We worden verteld in de Koran dat dieren zich bewust zijn van hun Schepper, en dat zij hun respect betuigen aan Hem door aanbidding en verering.

 

“Ziet gij niet, dat alles in de hemelen en op aarde, ook de vogels met hun uitgespreide vleugels Allah verheerlijken? Een ieder kent zijn eigen bidden en lofzang. En Allah weet goed wat zij doen.” 24:41

 

De bewering “Een ieder kent zijn eigen bidden en lofzang” heeft op zich weinig waarde. Het uitvoeren van een vrijwillige daad, bewust en met intentie verricht, vraagt een hoger verstandelijk vermogen dan instinct en intuïtie.
Het volgende vers brengt naar voren dat het slechts menselijke onwetendheid is dat hen weerhoudt van het begrijpen van dit fenomeen:

 

“De zeven hemelen en de aarde en degenen die daarin vertoeven prijzen Zijn heerlijkheid. En daar is niets dat Hem niet met de lof die Hem toekomt verheerlijkt; doch gij begrijpt hun verheerlijking niet. ……..17:44

 

Het volgende vers verteld ons hoe alle elementen in de natuur en het hele dierenrijk in harmonie functioneren met Gods wetten. Het zijn slechts enkele mensen die hierop inbreuk maken en daardoor onheil over zichzelf afroepen. De Koran weidt herhaaldelijk uit over dit thema en legt de nadruk op het punt dat de mensen zichzelf in harmonie met de natuur moeten brengen, volgens de wetten van God, zoals alle andere schepselen doen.

 

“Hebt gij dan niet gezien dat alles zich voor Allah neder werpt, wat in de hemelen en op aarde is, de zon, de maan, de sterren, de bergen, de bomen, het vee en een groot deel der mensen; maar toch valt nog velen de kastijding ten deel. ………” 22:18

 

Een Nederlands team van wetenschappers heeft wetenschappelijk bewijs gevonden voor geestelijk lijden van dieren. Zij hebben ontdekt dat, net als het menselijke brein, ook een dierlijk brein, een stof afscheid genoemd ‘Endorfine’, om met emotionele stress en pijn, als gevolg van frustratie en conflicten, om te kunnen gaan.
Deze substantie is 100 keer sterker dan morfine. (Dit is gemeld in de nieuwsbrief van de “World Farming Agscene”, in Augustus 1985 20 Lavant Street, Petersfield, Hants, Engeland).

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

 

De islam over dieren

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

otter-aan-het-bidden1

 

 

 

Dieren zijn leden van gemeenschappen en de familie van God

 

 

De profeet Mohammed zei:

 

“Alle schepselen zijn als familie van God: en Hij houdt het meest van diegenen die het meeste goed doen voor Zijn familie “.

 

 

De Heilige Koran zegt:

 

“En er is geen beest dat op de aarde kruipt, noch een vogel die op zijn vleugels vliegt, of zij vormen gemeenschappen, zoals gij”.

 

 

De profeet zei:

 

“Degene die goed is voor een schepsel van God, is goed voor hemzelf”.

Volgens de geleerden van de Koran leven dieren allemaal een leven, individueel of in gemeenschappen, zoals leden van een menselijke gemeenschap. In andere woorden, zij zijn als gemeenschappen met hun eigen rechten en niet in relatie tot menselijke soorten of zijn waarden.

Deze details zijn genoemd om het punt te benadrukken dat zelfs soorten die in het algemeen beschouwd worden als onbelangrijk of zelfs gevaarlijk, verdienen om als een gemeenschap te worden behandeld. Hun wezenlijke en niet waarneembare waarden zouden erkend moeten worden, ongeacht hun nutteloosheid of hun schijnbare schadelijkheid.

Een veelzeggend punt is dat de menselijke gemeenschap gelijkwaardig geplaatst wordt als de gemeenschappen van alle ander soorten. De volgende hadith laat geen twijfel bestaan over de plaats waarin de Heilige Koran het woord gemeenschap gebruikt. Abu Huraira vertelde dat de profeet vertelde over een incident dat een andere profeet overkwam, in het verleden. Deze profeet werd gebeten door een mier en in boosheid gaf hij opdracht om het mierennest te verbranden. God berispte hem met de volgende woorden:

 

“omdat een mier jou heeft gebeten, verbrand je een hele gemeenschap die Mij verheerlijkte”.

 

De islamitische wet is, voor wat betreft de rechten van de dieren, zeer gedetailleerd en expliciet. In het geval van het mierennest, zou de volgende gerechtelijke regel van toepassing zijn:

 

“Elke schade of schade uit wraak voor een schade, is verboden.

 

 

344952880_talking_to_dog_xlarge

 

 

 

Communicatie tussen mensen en dieren

 

Er zijn ontelbare legendes over heiligen die konden praten met dieren. Hoe dan ook, uit gebrek aan bewijsvoering, worden ze meestal als fabeltjes afgedaan. Er is een bewering in de Heilige Koran die bewijst dat mensen in tijd van Koning Salomon het spreken met dieren door overlevering machtig waren. Misschien was de menselijke beschaving in die tijd meer afgestemd op de natuur dan vandaag.

 

Het Koranvers gaat als volgt:

 

“En Salomo volgde David op en hij zeide: “O gij mensen, ons is de taal der vogelen onderwezen, en ons werd alles geschonken. Dit is inderdaad Gods openbare gunst.” 27:16

 

 

De Heilige Koran vertelt ons dat God feitelijk communiceert met dieren, zoals het volgende vers laat zien:

 

“En uw Heer heeft de bij bezield, (zeggende): “Maakt huizen in de heuvels en in de bomen en in hetgeen men bouwt.”
“Eet dan van alle soorten vruchten en volgt onderdanig de wegen van uw Heer.”
16:68-69

 

 

De Koran gebruikt hetzelfde Arabische woord “Wahi” voor Gods “openbaring” aan al zijn profeten, als in het geval van de bij, hierboven. Het bewijst de fundamentele waarheid dat dieren een voldoende graad van psychische begaafdheid hebben om God’s boodschappen te kunnen verstaan en op te volgen. Een gave die verder gaat dan instinct en intuïtie.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Dierenrechten in de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

islam

 

 

 

Mensen hebben heerschappij over dieren

 

De Koran verklaart dat de mens de heerschappij heeft over dieren.

“Hij is het, Die u tot stedehouders op aarde heeft gemaakt” : Koran 35:39

 

God maakt duidelijk dat deze verantwoordelijkheid niet onvoorwaardelijk is en verklaart wat zal gebeuren met diegene die hun vrijheid van keuze misbruiken en die falen om te voldoen aan de voorwaarden die deze verant-woordelijkheid begrenzen.

“Daarna laten Wij hem vervallen tot het allerlaagste” Koran 95:5 …..

“Zij hebben harten maar begrijpen er niet mede en zij hebben ogen maar zij zien er niet mede en zij hebben oren maar zij horen er niet mede. Zij zijn als vee, neen zij dwalen nog meer, zij zijn de achtelozen”. Koran 7:179

 

Er zijn mensen, die het gegeven van de heerschappij van de mens over de dieren als een vrijbrief zien om alle gevestigde morele regels te breken die juist ontworpen zijn om de rechten van de dieren te beschermen. De
imam Hazrat Ali heeft het volgende te zeggen over degene die hun leiding over de zwakken misbruiken :

“Een wild en gevaarlijk beest is beter dan een slecht en onderdrukkend heerser”.

 

Nogmaals, de Koran maant ons dringend:

“En weest niet zoals degenen, die zeggen: “Wij horen,” maar zij horen niet.
Voorzeker, de verachtelijkste van alle schepselen, in de ogen van Allah, zijn de doven en de stommen die niet willen begrijpen.” :8:21-22

 

 

 

Dieren zijn onze Onderwijzers

 

Moslims worden vaak geadviseerd door hun leraren om lessen te leren van sommige soorten dieren. Bijvoor-beeld, de imam Hazrat Ali geeft zijn advies:

“Wees als een bij, alles wat hij eet is schoon, alles wat hij laat vallen is zoet, en de tak waarop hij zit breekt niet”.

 

Imam Hazrat Ali bin Abi Talib was de schoonzoon van de profeet Mohammed en de vierde Kalif (644-656).

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria