Tagarchief: vuur

Liber Divinorum Operum : visioen 6

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

.

Hildegard

 

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

.

Liber Divinorum Operum 6

 

.

Binnen dit heelal is de engelen een ruime plaats toegekend. Het zesde visioen dat een duidelijk andere vorm heeft dan de voorgaande, is bijna in zijn geheel aan hen gewijd. Hildegard ziet deze keer:

 

“… een grote, vierkante stad, omgeven door een muur, met zowel luister als duisternis, een stad ook voorzien van heuvels en gestalten. Naast de stad rees een grote, hoge berg op van wit en hard gesteente die op een vulkaan leek. Op de top straalde een spiegel waarvan de helderheid en zuiverheid zelfs die van de zon leek te overtreffen. In de spiegel verscheen een duif met gespreide vleugels, gereed om weg te vliegen.

De spiegel, de plek van de geheime wonderwerken, zond een licht uit dat zowel naar boven als in de breedte straalde en waarin talrijke mysteriën en meerdere vormen en gestalten zichtbaar waren. In deze schittering, in de richting van het zuiden, verscheen een wolk waarvan de bovenzijde wit en de onderzijde zwart was. Boven deze wolk schitterde een engelenschare. Sommige engelen straalden als vuur, anderen waren een en al helderheid, weer anderen fonkelden als sterren.”

 

Deze stad treedt nu in alle visioenen op. Zij heeft binnen haar vier muren verscheidene gebouwen: kerken, paleizen, zuilen en gewone huizen, die van beeld tot beeld anders staan opgesteld. Zoals gezegd is het zesde visioen voornamelijk aan de rol van de engelen gewijd.

 

“De engelenschare naast God is in de hemel een geheim dat geheel van het goddelijke licht wordt doordrongen. Een geheim dat verborgen blijft voor het schepsel dat de mens is, tenzij er lichtende tekens zijn waardoor hij er kennis van kan nemen. Deze schare heeft een bestaansreden die meer verband houdt met God dan met de mens. Ze verschijnt de mensen slechts zelden. Toch openbaren bepaalde engelen die in dienst staan van de mensen zich met Gods wil in de vorm van tekens: God heeft hun allerlei taken toevertrouwd en hen in dienst van de schepselen gesteld.”

 

Onder deze engelen bevinden zich Satan, “die slechts uit zichzelf wilde bestaan”, en de engelen die hij in zijn val heeft meegesleurd.

Maar er is vooral :

 

“de grote schare van engelen, sommigen als vuur, anderen een en al helderheid, weer anderen als sterren. De engelen van vuur verbergen in zich de grootste energie, niets kan hen tot wankelen brengen. God heeft inderdaad gewild dat zij zonder ophouden zijn aangezicht aanschouwden.

De engelen die een en al helderheid zijn, worden in beweging gebracht door hun dienst aan de menselijke werken, die ook Gods werken zijn; deze vrome werken worden aan de engelen voor Gods aangezicht aangeboden. De engelen kijken onophoudelijk naar hen, zij bieden God hun zoete geur aan door te kiezen wat nuttig is en weg te werpen wat ondienstig is.

De op sterren gelijkende engelen lijden samen met de menselijke natuur, zij bieden deze God aan als een boek, zij zijn de gezellen van de mens, zij spreken hem volgens Gods wil woorden van redelijkheid toe, door de goede werken kunnen zij God prijzen, van de boze werken keren zij zich af.”

 

In een ander visioen, het zevende, komt Hildegard terug op

 

“de twee orden, de engelen en de mensen”,

 

waarbij zij aangeeft dat

 

“God een ware vreugde put uit de lofprijzingen der engelen, net als uit de heilige werken der mensen. Zeker, de engel staat permanent voor Gods aangezicht, terwijl de mens wisselvallig is; mensenwerk is dan ook vaak gebrekkig, terwijl de lofprijzingen der engelen dat nooit zijn”.

 

 

Gods Raadsbesluit is een vast Werk

 

“En weer zag ik: een geweldige stad. Zij was vierhoekig aangelegd en deels van een bijzondere lichtglans, deels van duisternissen als door een muur omgeven. Ook was zij opgesierd met een aantal bergen en figuren. Midden in het oostelijke gebied zag ik een geweldig hoog opstijgende berg van harde heldere steen, in de vorm van een vuurspuwende berg. Van de top ervan straalde licht als een spiegel van zulk een heerlijkheid en zuiverheid, dat deze de glans van de zon leek te overstralen.

In die spiegel verhief zich een duif met uitgespreide vleugels, als wilde zij omhoog vliegen. Deze spiegel verborg tal van geheimenissen in zich. Hij zond een glans van grote breedte en hoogte uit, waarin tal van mysteriën en vele gestalten van zeer verschillende figuren verschenen.

In dezelfde glans, naar het zuiden toe, verscheen een wolk, van boven stralend wit en van onderen zwart. Boven haar glansde een grote schare engelen op, van wie sommige als vuur gloeiden, andere helder straalden en nog andere als sterren schitterden. Zij werden door een windadem bewogen als brandende lichten. Ook waren zij vol stemmen, die klonken als het ruisen van de zee.

En elke windadem liet zijn stem met toornige kracht schallen en maakte daardoor een vuur los tegen de zwarte kant van de wolk. Hierdoor ontbrandde die wolk zonder vlam naar de zwartheid toe. Maar weldra blies de wind de zwartheid weg en liet haar als dichte rook verwaaien en vergaan. Aldus joeg hij het zwarte deel van de wolk van het zuiden over de berg heen, naar het noorden toe in een onmetelijke afgrond. De zwartheid kon zich nu niet meer verheffen; zij liet nog wel een nevellaag over de aarde heen trekken.

En ik hoorde bazuinen uit de hemel schallen en klinken: “Wat is dat toch, wat bij alle sterkte van eigen kracht ten val kwam?” En nu straalde het witte deel van de wolk nog heerlijker dan voordien. Maar de wind, die met zijn drievoudige stem de zwartheid van deze wolk verjaagd had, kon nu niemand meer weerstaan.”

 

De stem uit de hemel legde Hildegard uit, wat dit geheimzinnige schouwspel betekent. De rechthoekige stad duidt op het vaste werk van Gods Raadsbesluit. Licht en duisternis van de muren verwijzen naar de gelovigen en de ongelovigen. De harde lichte berg verwijst naar de kracht van Gods gerechtigheid. De duif verzinnebeeldt de goddelijke scheppingsordening.

In de spiegel zien de engelen die God dienen, hoe de afvallige Lucifer en zijn volgelingen uit de hemel gestoten zijn en dat de uitverkoren mensen de opengevallen plaats zullen innemen, wanneer de geschiedenis voltooid zal zijn. ‘In jubel daarover, dat zij het getal der gevallenen op die wijze hersteld wisten, vergaten zij de val zelf als was die er nooit geweest.’

De uitlegging bij dit visioenbeeld gaat in het bijzonder over de ordening van de engelen en hun verhouding ten opzichte van God en de mensen. Het volgende visioenbeeld gaat over de mensengeschiedenis.

 

 

ldo27

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Het Angelus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het angelus (voluit Angelus Domini; Nederlands de Engel des Heren) is een katholiek gebed dat van oudsher driemaal daags gebeden wordt: om zes uur ’s morgens, twaalf uur ’s middags en zes uur ’s avonds. Waar voorheen de gelovigen hun werkzaamheden stopten om te bidden is dit gebruik grotendeels in onbruik geraakt.

 

 

Christus, de Engel des Heren

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het gebed wordt aangekondigd door het luiden van een kleine klok, het angelusklokje. Hierbij worden drie slagen op de klok gegeven waarna een aanroep met Weesgegroet Maria wordt gebeden. Nog tweemaal volgen drie slagen op de klok met een nieuwe aanroep en Weesgegroet. Ten slotte wordt de klok gedurende twee minuten geluid en wordt een afsluitend gebed gebeden.

De benaming ‘angelus’ is afgeleid van de Latijnse beginwoorden ‘Angelus Domini nuntiavit Mariae’ (‘De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt’). In zijn huidige vorm bestaat het angelus sinds 1571. In de Paastijd wordt het angelus vervangen door het regina coeli.

Sinds paus Johannes XXIII bestaat het gebruik dat de paus iedere zondag, om 12 uur ’s middags, voorgaat in het angelusgebed. Dat doet hij vanuit het raam van zijn appartement in het Apostolisch Paleis. ’s Zomers doet hij dat vanuit het raam van zijn studeerkamer in Castel Gandolfo. Na het angelus spreekt de paus een kort stichtelijk woord en begroet de pelgrims.

 

 

Angelusklok luidt

 

 

 

         Latijnse tekst

 

    • Angelus Domini nuntiavit Mariae

 

    • Et concepit de spiritu sancto
    • .Ave Maria, Gratia plena,

 

    • Dominus tecum.

 

    • Benedicta tu in mulieribus

 

    et benedictus Fructus ventris tui, Iesus.
    • Sancta Maria, Mater Dei,

 

    • Ora pro nobis peccatoribus

 

    • Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.Ecce, Ancilla Domini.

 

    • Fiat mihi secundum verbum Tuum.Ave Maria…Et Verbum caro factum est

 

    • Et habitavit in nobis.Ave Maria…Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix,ut digni efficiamur promissionibus Christi.Oremus. Gratiam Tuam, quaesumus, Domine, mentibus nostris infunde,ut, qui angelo nuntiante, Christi, Filii Tui, incarnationem cognovimus,per

 

passionem eius et

 

crucem ad resurrectionis

 

    gloriam perducamur.Per eundem Christum, Dominum nostrum.Amen.

 

 

 

              Nederlandse tekst

 

    De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt,En ze heeft ontvangen van de Heilige Geest.

Wees gegroet, Maria…

    Zie de Dienstmaagd des Heren,Mij geschiede naar Uw woord.

Wees gegroet, Maria…

    En het Woord is vlees geworden;En Het heeft onder ons gewoond.

Wees gegroet, Maria…

    Bid voor ons, Heilige Moeder van God,Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
    Laat ons bidden.Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus uw Zoon leren kennen;Wij bidden U, stort Uw genade in onze harten,Opdat wij door Zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis.Door Christus, onze Heer.
    • Amen.

 

 

 

Engel des Heren

 

 

 

Bode van God

 

De Engel des Heren in het Oude Testament is de eeuwige Christus zelf. We kunnen ook vertalen: bode van de Here.

We lezen van Mozes in Ex. 3: 2 : Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een brandende braamstruik.

 

 

 

Braamstruik verteert niet

 

Opvallend is dat de bremstruik niet verteerd wordt. Het vuur manifesteert de Heilige die al wat zondig is verteert. De bremstruik is Gods heilig volk.

Gods presentie betekent oordeel.

Gods vlammen slaan door zijn eigen volk. Er moet heel wat worden weggebrand.

Toch is de braam groen gebleven. God is een verterend vuur, maar toch genadig.

De God van Abraham Izaäk en Jakob openbaart zich hier als Jahweh: ik ben die Ik ben. De beste vertaling is de Getrouwe. Het brandend braambos is Christus symbool.

Voor Vaders eigen zoon werd Vaders minnevuur tot hellebrand.

Het is in Exodus 3 geen beeld van de ruimte van de kerk, een stralingsveld, waarvan je niet kunt zeggen waar de grens is. Integendeel het vuur heeft hier een doorlichtende functie.

 

 

 

God als een meervoud

 

Het vuur heeft in Exodus een openbaringskarakter. God openbaart zich als Elohim. Dit Hebreeuwse woord is een meervoud waarin je de Levensstroom hoort klotsen.

De Engel des Heren zegt vervolgens :  ‘Kom niet dichterbij, doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop ge staat is heilige grond’.

Toen verborg Mozes zijn gelaat want hij vreesde God te aanschouwen.

Het vuur van de brandende braamstruik veronderstelt niet ruimte, gezelligheid maar eerbied en distantie-besef.

Het Bijbelse beeld van ruimte in de kerk is niet het kampvuur, maar het in Christus zijn. Dat is ook de bodem waarin we geworteld zijn.

 

 

 

 

.

Ook in Zacharia

 

Ook in het boek Zacharia kom je de Engel des Heren tegen.

Zacharia 3: 1 > ‘Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de Engel van Jahweh, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. Jozua nu had vuile kleren aan terwijl hij voor de Engel stond’.

Hier is duidelijk dat deze Engel geen gewone engel is. Welke engel zal kunnen zeggen ‘Hierbij reinig ik je van alle ongerechtigheid’ ? Dit is Christus in eigen Persoon.

Die vuile kleren van Jozua kon Hij niet achteloos aan de kant gooien, Hij moest ze zelf aantrekken wat Hij gedaan heeft op Golgotha.

En toen satan Jezus erom aanklaagde, was er niemand die het voor Hem opnam. Ondertussen liep Jozua allang in feestgewaad.

 

 

Feestkleed cadeau

 

Op zijn beurt ontvangt Jozua dan een feestelijk gewaad. Hier zie je ook de gedachte van de eeuwige ruil, waarover Augustinus schreef: Christus zegt: geef mij van wat van u is, Ik geef u wat van Mij is.

 

De kerk is ontstaan uit Joodse schokeffecten bij de opstanding van Jezus. De ongelovige Thomas was er helemaal onderste boven van. Als hij Jezus de verrezene ontmoet , kan hij alleen maar uitbrengen “Mijn Here en mijn God.”

Uit de vroegste brieven van Paulus die dateren rond het jaar 50, blijkt dat allerlei vormen van verering van Jezus al zijn ingeburgerd en dat zijn naam wordt uitgesproken bij de doop. De vroeg-christelijke hymnen die we in de teksten ontdekten, prijzen Jezus als God.

Vanaf het vroegste begin van de christenheid wordt Jezus al als God aanbeden. Jezus is ook niet geschapen als de engelen, luidt de kerkelijke belijdenis, maar gegenereerd, voortkomen uit de Vader. God is niet denkbaar zonder Jezus Christus. God heeft nooit geleefd zonder Hem.

Als we in Christus God zelf niet ontmoeten, kennen we God niet werkelijk. Zonder Christus denken we dat God in wezen zo is als wij, dat het Hem om macht gaat. Buiten Christus kunnen we God niet kennen. We kunnen zeggen “Als Christus niet helemaal God is, is Hij helemaal niet God.

 

 

Christus is helemaal God of Hij is het helemaal niet.

 

Als Christus niet helemaal God is, worden we niet door God verlost.

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

De dag van de terugkomst van de Heer

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Dag van de HEER is de toekomstige periode die begint met zware Godsgerichten en de verschijning van de Zoon des mensen en die eindigt met de laatste gerichten en de vernietiging van de kosmos. Tussen het begin en het einde ligt een lange tijd van duizendjarige vrede en geluk onder de regering van Christus Jezus. In engere zin is de het de dag waarop God in Christus aan de wereld geopenbaard wordt.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 : de dag van de Heer

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat voorafgaat aan de dag

 

De dag van de Heer komt na de afval (een massaal zich afkeren van God) en de openbaring van de zondige mens, de Wetteloze.

 

2Th 2:1  Wij vragen u echter, broeders, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem, 2Th 2:2 dat u niet zo snel in uw denken geschokt of verschrikt wordt, noch door geest, noch door woord, noch door brief als van ons, alsof de dag van de Heer al aangebroken zou zijn. 2Th 2:3  Laat niemand u op enigerlei wijze bedriegen, want die komt niet als niet eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf, 2Th 2:4 die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of een voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is.

 

Aan de dag van de Heer gaat een tijd van vrede en veiligheid vooraf.

 

1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heerkomt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. 

 

Voordat deze dag komt, zal de zon veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, waardoor zij hun schijnsel niet kunnen geven. Zij maken plaats voor het ware Licht der wereld.

 

Joe 2:31 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt

 

Vergelijk:

Mt 24:29 Terstond nu na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen. Mt 24:30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid. 

 

de reïncarnatie van de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Komst van de dag

 

De Dag van de Heer komt onverwachts, als een dief in de nacht (1 Thess. 5:2), als een strik (Luc. 21:34), en brengt een plotseling verderf (1 Thess. 5:3).

 

1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. 

2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden.

Opb 3:3 Bedenk dan hoe u het ontvangen en gehoord hebt en bekeer u. Als u dan niet waakt, zal Ik komen als een dief, en u zult geenszins weten op wat voor uur Ik tot u zal komen. 

Opb 16:15 Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet. 

Lu 21:34 Past echter op uzelf, dat uw harten niet misschien worden bezwaard door roes en dronkenschap en zorgen van het leven, en die dag u plotseling overvalt als een strik. Lu 21:35 Want hij zal komen over allen die gezeten zijn op het hele aardoppervlak. 

 

tekenen van de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Aanvang van de dag

 

Volgens sommigen begint deze dag met de nederwerping van de satan (Opb. 12).

 

Opb 12:7 En er kwam oorlog in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, en de draak voerde oorlog en zijn engelen; Opb 12:8 en hij was niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. Opb 12:9 En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. Opb 12:10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is de behoudenis gekomen en de kracht en het koninkrijk van onze God en het gezag van zijn Christus; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht voor onze God aanklaagde, is neergeworpen. Opb 12:11 En zijzelf hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe. Opb 12:12 Daarom weest vrolijk, hemelen en die daarin woont. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u neergekomen met grote grimmigheid, daar hij weet dat hij weinig tijd heeft. Opb 12:13 En toen de draak zag dat hij op de aarde neergeworpen was, vervolgde hij de vrouw die de mannelijke zoon gebaard had. 

De nederwerping vindt volgens sommigen plaats halverwege de laatste jaarweek van Daniël.

 

 

Gericht

 

De Dag van de Heer wordt in de Heilige Schrift vaak gekenmerkt door gericht voor de goddelozen en wordt aangeduid als ‘groot en vreselijk’ (Joel 2:11, 31). Ontzagwekkend en geducht is deze dag. Hij brengt verderf en verdelging van de goddelozen.

 

De Heer Jezus vergelijkt dat met de tijd van Noach en die van Lot.

 

Lu 17:27 zij aten, zij dronken, zij trouwden, zij huwelijkten uit, tot op de dag dat Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en hen allen verdelgde. Lu 17:28 Evenzo, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden; Lu 17:29 op de dag echter dat Lot uit Sodom ging, regende het vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen. 

1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. 

Joe 2:1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij. Joe 2:2 Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, … (…) Joe 2:11 En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen? (…) Joe 2:30 En Ik zal wondertekenen geven in den hemel en op de aarde: bloed, en vuur, en rookpilaren. Joe 2:31 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt. Joe 2:32 En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen. Joe 3:1  Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden; Joe 3:2 Dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege Mijn volk en Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de heidenen hebben verstrooid, en Mijn land gedeeld;

Mal 4:1 Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal.

 

Openbaring hoofdstuk 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

De Zoon des mensen komt in heerlijkheid, op de wolken van de hemel. Hij komt in zijn volle heerlijkheid gezien als de ‘Zon der gerechtigheid’ (Mal. 4:2). De Verlosser van Israël zal zijn voeten planten op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt. Deze dag van de komst van de Almachtige wordt impliciet aangeduid door de woorden ‘die komt’ in de omschrijving ‘die is en die was en die komt, de Almachtige’ (Opb. 1:4, 8; 4:8).

 

Zac 14:3 En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.  Zac 14:4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden. Zac 14:5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; dan zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE! Zac 14:6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis. Zac 14:7 Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen. 

Mal 4:2 Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.

Opb 1:8 Ik ben de alfa en de omega, zegt de Heer, God, Hij die is en die was en die komt, de Almachtige. 

 

De komst in de wereld van de Heer Jezus zal zijn als de bliksem, die plotseling de hemel verlicht en door ieder gezien wordt.

 

Mt 24:26 Als zij dan tot u zeggen: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen. Zie, Hij is in de binnenkamers, gelooft het niet. Mt 24:27 Want zoals de bliksem uitgaat van het oosten en schijnt tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn.

 

 

Einde

 

De Dag van de Heer  begint en eindigt met vuur (Mal. 4:1; 2 Pe 3:10). De Dag eindigt met de ondergang van de huidige hemelen en aarde, de vernietiging van de kosmos (2 Petr. 3:10). ‘Dit alles vergaat’ (2 Petr. 3:11). Op dit einde van de dag van de Heer volgt de dag van God (2 Petr. 3:12), die begint met de schepping van nieuwe hemelen en een nieuwe aarde (2 Petr. 3:13), een nieuwe wereld waarin gerechtigheid woont (2 Petr. 3:13).

 

2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. 2Pe 3:11 Daar dit alles dus vergaat, hoe behoort u te zijn in heilige wandel en godsvrucht, 2Pe 3:12 terwijl u de komst van de dag van God verwacht en verhaast, ter wille waarvan de hemelen in vuur gezet zullen vergaan en de elementen brandend zullen wegsmelten. 2Pe 3:13 Wij echter verwachten naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont. 2Pe 3:14 Daarom, geliefden, daar u deze dingen verwacht, beijvert u onbesmet en onberispelijk voor Hem te worden gevonden in vrede. 2Pe 3:15 En houdt de lankmoedigheid van onze Heer voor behoudenis, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u heeft geschreven.

 

Openbaring hoofdstuk 22 : schepping van een nieuwe hemel en aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

Het is belangrijk om de grote en vreselijke Dag van God te onderscheiden van de Dag van Jezus Christus, die begint met de wederkomst van de Heer Jezus om zijn heiligen op te halen. De grote Dag van God kan pas na de openbaring van de zoon van het verderf komen. Op de Dag van God wordt de Heer Jezus geopenbaard en wij, de eerder opgenomen en verheerlijkte heiligen, met Hem.

 

Col 3:4 Wanneer Christus, uw leven, geopenbaard wordt, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. 

Er zullen oordelen vóór en ná het duizendjarig vrederijk zijn, zodat we de Dag van de Heer zo ruim kunnen nemen als insluitende het millenium. Het zal de Dag van de Heer zijn in tegenstelling tot de dag van de mens. God heeft het voor het zeggen. De dag van de Heer is volgens sommigen de periode van de Grote Verdrukking (= de tweede helft, de tweede 3,5 jaar, van de laatste jaarweek van Daniël) en het daaropvolgende duizendjarige Vrederijk.

 

 

De dag van de Heer in Opb. 1:10

 

In Openb. 1 : 10 lezen wij: “Ik was in de Geest op de dag van de Heer.” Deze dag van de Heer is een andere dan de toekomstige dag van de Heer, die gekenmerkt wordt door oordeel en de openbaring van Christus.  Hier is de uitdrukking ontleend aan de naam van onze Heer Jezus Christus en door de apostel Johannes, de schrijver van het laatste Bijbelboek, gebruikt om Christus te eren.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Maria werpt vuur op aarde

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Hoe het begon

 

Laat ik mezelf aan u voorstellen. Ik ben mgr. John Esseff, priester uit het bisdom Scranton, Pensylvania, gewijd in het jaar 1953. In 1959 werd pater Pio mijn geestelijk leidsman. Ik ben bevoorrecht om geestelijk leider te mogen zijn van honderden zielen op alle niveaus van het geestelijk leven. Sommigen zijn beginnelingen, anderen zijn gevorderden en sommigen zijn mystici.

 

Msgr John Esseff

.
.
.
Al vele jaren ben ik geestelijk leider van een bijzondere ziel. Deze zienster noemt zichzelf Maria de Notre Dame. Vijf jaren geleden begonnen Jezus en Maria tot haar te spreken door de gave van inspraken.  Ze heeft nu meer dan 800 inspraken gehad. Ik heb de betrouwbaarheid van deze inspraken getoetst. Tot nu toe waren de inspraken een persoonlijk onderricht, bedoeld voor de kleine gebedsgroep. Op 10 december 2010 begon een nieuwe fase namelijk dat sommige inspraken aan de wereld bekend gemaakt moesten worden. De eerste inspraken waren speciaal gericht op het geheim van Fatima”
.
.
.
.

Vuur op aarde werpen

 

 

Van John Astria

Pasteltekening van John Astria

 

Maria:

 

Word mijn voortdurende smeken niet moe. Ik probeer de Kerk, die het goddelijke vuur is vergeten dat aanwezig is in Jezus Heilig Hart, wakker te maken. Ik ben een voortdurende getuige van dat vuur en ik toon u dat vuur, zodat u ook de dringendheid kunt bevatten.In het vuur is visie en begrip. Vanuit dit vuur ontvang ik alle wijsheid, die ik met de wereld deel. Nu nodig ik u uit om met mij in dit vuur te kijken. Ten eerste ziet u de dringendheid. Het vuur leeft. Het wacht niet. Het zoekt om de wereld te verteren in goddelijke liefde.

Ten tweede ziet u, dat alle oplossingen voor de problemen van de wereld bevat zijn in dit vuur. U ziet de macht om alle destructieve machten, die door de zonde zijn vrijgekomen, terug te rollen. Hoe vaak heb ik uitgelegd, dat deze kwade machten onder de oppervlakte borrelen en wachten om uit te barsten. Tenslotte ziet u de grote voordelen, die zullen komen, wanneer dit goddelijk vuur op de aarde wordt geworpen.

Waarom wordt dit vuur teruggehouden? Nu begrijpt u waarom ik voortdurend smeek. Het vuur heeft zijn tijd en was bedoeld om voort te gaan. De vernietiging, die de 20e eeuw kenmerkte, was nooit bedoeld om te gebeuren. Nu is de mensheid ver gevorderd op een pad, waarop ze nooit had moeten lopen.

Alle antwoorden liggen in het goddelijk vuur, dat wacht en wacht om te worden vrijgegeven. Daarom spreek ik elke dag. Langzaamaan beginnen velen te geloven. God heeft dit vuur in mijn Onbevlekt Hart geplaatst, zodat het snel en volledig kan worden vrijgegeven. Dit zijn de mysteries, die ik openbaar, zodat mijn kinderen hoop hebben en precies weten wat ze moeten doen. Ze moeten vasthouden aan hun devoties, zich verzamelen met anderen en zich voorbereiden op het vuur van God. Gehoorzaam mij en ik zal dat vuur uitstorten.

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

John Astria

John Astria

Bijbelteksten over de hel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Het idee van een hel is dermate gruwelijk en ondenkbaar, dat veel christenen er moeite mee hebben. In een hemel geloven vind iedereen makkelijk, maar een hel? Toch spreekt de Bijbel er veelvuldig en zeer duidelijk over.

 

 

5 voor 12

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het laat de grote ernst zien van het kwaad in ons hart en de brandende noodzaak om je te bekeren met een diep, waarachtig berouw. Hieronder vind je Bijbelteksten over de hel en leven na de dood. Neem er even de tijd voor, om deze waarheid diep tot je door te laten dringen.

 

‘Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem!’
(Lukas 12:5)

 

‘Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. Dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.’
(Matteus 25:41, 46)

 

‘Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van Zijn macht.’
(2 Thessalonicenzen 1:9)

 

‘Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars – hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood.’ (Openbaring 21:8)

 

‘Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.’
(Matteus 7:13, 14)

 

‘Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar slechts een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur, dat de weerspannigen zal verslinden.’
(Hebreeën 10:26, 27)

 

 

 

Vragen over de hel

 

 

Hoe kan een God van liefde mensen naar de hel sturen?

 

Ik wil tegenover deze veelgehoorde vraag een andere vraag zetten: Als Jezus Christus zich als een lam heeft laten afslachten om ons te verlossen, waarom vertikken zoveel mensen het dan om zijn doorboorde hand – die hen wil redden – vast te grijpen?

Waarom slaan zovelen liever Gods uitgestrekte hand van zich weg, dan zich door Hem te laten verlossen? Waarom willen zoveel mensen liever verloren gaan, dan zich van het kwaad in hun hart af te keren en zich te laten reinigen door het offer van Jezus Christus? Die vraag is veel belangrijker. Dat is waar het om gaat.

God wil mensen redden!

 

 

 

Waarom willen velen niet gered worden?

 

Omdat ze het kwaad liever hebben dan het goede, al beweren ze van zichzelf de goedheid zelve te zijn.

 

 

 

Gaan mensen die nooit over Jezus gehoord hebben, ook naar de hel?

 

De Bijbel zegt dat Jezus Christus is afgedaald in het dodenrijk en daar zijn verlossing heeft verkondigd aan de geesten van de gevangen zielen. Elk mens, levend of dood, heeft dus de kans verlost te worden.

‘Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen.’
(1 Petrus 3:18)

 

‘Want daartoe is ook aan doden het evangelie gebracht, opdat zij wel, naar de mens, wat het vlees aangaat, zouden geoordeeld worden, doch, naar God, wat de geest betreft, zouden leven.’
(1 Petrus 4:6)

 

‘Want hiertoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij en over doden en over levenden heerschappij voeren zou.’
(Romeinen 14:9)

 

 

Is het dodenrijk hetzelfde als de hel?

 

De Bijbel maakt onderscheid tussen het dodenrijk en de hel. Het dodenrijk (SHEOL of HADES in het Hebreeuws) is de plaats waar de doden gaan die niet gered zijn tijdens hun aardse leven. Dat betekent niet dat al deze doden ook voor eeuwig in de hel geworpen worden. Dat gebeurt pas wanneer God de doden oordeelt op basis van hun daden.

‘De zee stond de doden die ze in zich had af, en ook de dood en het dodenrijk stonden hun doden af. En iedereen werd geoordeeld naar zijn daden. Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.’
(Openbaring 20:13, 14)

Het woord hel is de vertaling van het Griekse woord GEHENNA. Jezus gebruikte het woord Gehenna om de plaats aan te duiden waar God de doden in werpt, die gestraft worden. Gehenna is een andere plaats dan Sheol of Hades, want het dodenrijk wordt uiteindelijk in de hel geworpen. Hier is veel onwetendheid over en mensen gebruiken alleen het woord hel, terwijl ze vaak het dodenrijk bedoelen.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Volgens sommigen bestaat de hel niet.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het laatste oordeel : de hel of eeuwig leven

 

Pasteltekening van John Astria

 

“Er is geen hel”

 

Helaas komt het voor dat mensen, die geloven dat de Bijbel Gods woord is en dat Jezus ook voor hen stierf en het oordeel droeg, beweren dat er geen hel is. Niet alleen vindt  men deze dwaalleer in diverse sekten, maar ook bij anderen vindt men soms deze opvatting

 

Het gevolg is dat onbekeerden, die zich soms verschuilen achter deze uitspraken, de gevolgtrekking maken: als er toch geen hel is, waarom zouden we ons dan bekeren ? In de volgende teksten, die Gods woord citeren, wordt er wel degelijk de hel geciteerd als een plek van eeuwig lijden. Indien u zich daardoor niet laat overtuigen, maar toch vasthoudt aan uw menselijke overleggingen dat een liefhebbend God geen hellestraf kan instellen, weet dan, dat u straks verantwoordelijk zult staan voor God die u zo ernstig liet waarschuwen.

 

 

 

Hier volgen dan deze duidelijke uitspraken:

 

1 . Gaat weg van mij, vervloekten in het eeuwige vuur, dat de duivel en zijn engelen bereid is. (Matth. 25: 4l).
2. En deze zullen gaan in de eeuwige pijn. (Matth. 25 : 46).
3. Het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitblusbaar vuur, waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt. (Marc.
9: 45, 46).
4. Werpt de onnutte slaaf uit in buitenste duisternis, daar zal wening zijn en knersing der tanden. (Matth. 25: 30).
5. Maar de vreesachtigen, en ongelovigen, en gruweldaders, en moordenaars, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars en alle leugenaars, hun deel is in de poel, die met vuur en zwavel brandt, hetwelk is de tweede dood (Openb. 21 : 8).
6. Buiten zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de moordenaars, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft en doet (Openb. 22: 15).
7. Die tot straf zullen lijden het eeuwig verderf van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte (2 Thess. 1:9).

 

 

 

En dat deze straf eeuwig-durend is en er geen omkeer mogelijk is blijkt ook nog uit:

 

Opdat gij niet bedroefd zijt evenals de anderen, die geen hoop hebben (1 Thess. 4: 13 ).

Maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hen, (Joh. 3 : 36).

En zij zullen gepijnigd worden dag en nacht tot in alle eeuwigheid (Openb. 20: 10).

Wel is er dus alle reden de mensen te wijzen op Hem, die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel (Matth. 10: 28).

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Liber Divinorum Operum: visioen 2

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

Hildegard

 

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

 

visioen 2 ldo

 

 

 

 

ldo9

 

 

 

ldo10

 

 

 

ldo11

 

 

 

ldo12

 

 

 

ldo13

 

 

 

ldo14

 

 

 

ldo15

 

 

 

ldo16

 

 

 

ldo17

 

 

 

ldo18

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Liber Divinorum Operum: visioen 1

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

 

Hildegard

 

 

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

 

 

ldo eerste

 

 

 

De woorden van Hildegard

 

“In het midden van de zuidelijke windstreek aanschouwde ik in de geheimen Gods een prachtige gestalte: zij leek op een mens. De schoonheid en helderheid van het gezicht was zo mooi, dat het gemakkelijker zou zijn geweest in de zon te kijken dan naar dit gezicht. Het hoofd was met een gouden kring omgeven. In deze kring domineerde een tweede gezicht, dat van een grijsaard. Zijn kin en baard raakten de top van zijn schedel.

Aan beide zijden van de hals van de eerste gestalte was een vleugel te zien. Deze vleugels waren geheven en raakten elkaar boven de gouden kring. Uit de uiterste punt van de kromming van de rechtervleugel kwam de kop van een adelaar (Schorpioen: water, voelen). Zijn ogen van vuur straalden als in een spiegel de engelachtige pracht uit. Op hetzelfde punt in de linkervleugel was een mensenhoofd (Waterman: lucht, denken) te zien dat schitterde als een ster. Beide figuren waren met het gezicht naar het oosten (naar God) gekeerd.

Vanuit de twee schouders van de gestalte raken de vleugel tot de knieën. De gestalte was bekleed met een gewaad dat straalde als de zon. In haar handen droeg ze een lam dat schitterde als een met licht overgoten dag. Met de voet verbrijzelde de gestalte een schrikwekkend, lelijk, zwart monster en een slang. De slang hield het rechteroor van het monster tussen haar tanden. Het lijf van de slang kronkelde om het hoofd van het monster, haar staart reikte aan de linkerkant van de gestalte tot haar voeten.”

 

 

 

De woorden van de gestalte

 

“Ik ben de hoogste kracht, de eruptieve (uitademende, scheppende) kracht. Ik ben degene die elk levensvonkje heeft ontstoken. Uit mij komt niets sterfelijks voort. Ik beslis over alles wat is. Mijn bovenste vleugels omringen de aardbol, ik bestier de universele wijsheid. Van mij gaat het leven uit. Aangezien God kennis is, moet Hij uitwerking hebben. In de mens verwezenlijkt Hij de volle bloei van al Zijn werken. Want Hij heeft de mens naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen.

Hij heeft in hem met vaste hand en maat de som van Zijn werken verwezenlijkt. Vanaf alle eeuwigheid was de schepping van dit werk, de schepping van de mens, in Zijn raadsbesluiten opgenomen. Toen het werk was voltooid, gaf Hij de mens de hele schepping in handen, opdat hij ermee kon handelen op de manier waarop God de mens had gevormd. Ik ben dus dienaar en toeverlaat.

Door Mij komt alles tot leven. Ik ben zonder begin en zonder einde, Ik ben het leven dat op dezelfde wijze eeuwig voort bestaat. Dat leven is God. Het is voortdurend in beweging, voortdurend werkzaam en zijn eenheid blijkt uit een drievoudige kracht. De eeuwigheid is de Vader, het Woord is de Zoon, de adem die beiden met elkaar verbindt is de Heilige Geest. God heeft dit in de mens tot uitdrukking gebracht, want de mens heeft een lichaam, een ziel en een geest.

Mijn vlammen heersen over de schoonheid der velden en de aarde is de materie waaruit God de mens heeft gevormd. Ik doorstraal de wateren met mijn licht, maar de ziel bewoont het hele lichaam, zoals het water door zijn loop de hele aarde bevloeit. Als ik zeg dat ik het vuur in zon en maan ben is dat een toespeling op de geest. Zijn de sterren immers niet de ontelbare woorden van de geest? En als mijn adem, het onzichtbare leven, de universele beschermer, het heelal tot leven brengt, is dat een symbool: de lucht en de wind onderhouden alles wat groeit en rijpt, en niets wijkt af van zijn eigen natuur.”

 

 

 

Dezelfde stem spreekt tot Hildegard

 

Vanuit de hemel richtte zij zich tot mij in de navolgende bewoordingen: “God, de Schepper van het heelal, heeft de mens naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen. In de mens verbeeldde Hij elk schepsel, hoog of laag. Hij hield dermate veel van hem, dat Hij hem de plaats voorbestemde vanwaar de gevallen engel was verbannen. Hij gaf hem alle glorie, alle eer die de genoemde engel had verloren. Hij gaf hem tevens Zijn heil. Dat is hetgeen je ziet in het gezicht dat je aanschouwt.

De schitterende gestalte die je in het centrum van de zuidelijke windstreken en in Gods geheim aanschouwt, en wier uiterlijk dat van een mens is, symboliseert inderdaad de liefde van de hemelse Vader. De gestalte is de liefde. In de kracht van de altijddurende godheid en in het mysterie van haar gaven, is zij een wonder van zeldzame schoonheid. Als zij een menselijke gestalte heeft aangenomen, is dat omdat de Zoon van God vlees is geworden, om in naam van de liefde de mens van zijn ondergang te redden.

Daarom is dit gezicht van zo’n grote schoonheid. Daarom zou het gemakkelijker voor je zijn in de zon te kijken dan naar dit gezicht. Want de overvloed aan liefde straalt en schittert zo helder en lichtend, dat hij ons menselijk verstand, dat voor onze ziel gewoonlijk de meest uiteenlopende zaken kan verklaren, te boven gaat. Wij tonen het hier aan de hand van een symbool, waardoor men in het geloof kan herkennen wat onze lichamelijke ogen niet werkelijk kunnen aanschouwen.”

Hildegard opent haar visioenen dus met de Heilige Drieëenheid. De Eeuwigheid, het Woord en de Adem worden hier verzinnebeeld en betekenen dat God Leven en Liefde is. De opperste kracht, de kracht van vuur, ligt ten grondslag aan de schepping van de mens, die met een lichaam, een ziel en een geest geboren wordt. Alles spruit voort uit dit leven, waardoor een drievoudige liefdeskracht vrijkomt waarvan de mens een afspiegeling is. Het geheel wordt uitgedrukt met een levendigheid en een zin voor schoonheid waarvan Hildegard zegt dat de mens ze niet kan aanschouwen. Zij zelf slaat in het vierkante miniatuurtje onder aan de pagina in extase haar ogen op naar dit visioen.

.

 

ldo3

 

 

 

ldo3

 

 

 

ldo4

 

 

 

ldo5

 

 

 

ldo6

 

 

 

ldo7

 

 

 

ldo8

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Boodschap 36 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

58

.

.

.

DE ONRECHTVAARDIGE BESTRIJDT

 

VUUR MET VUUR,

 

DE RECHTVAARDIGE BESTRIJDT

 

VUUR MET WATER

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “:

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne kop a4                                                                                 JOHN ASTRIA

Pater Pio en de openbaring van Christus over de drie donkere dagen

Standaard

categorie : religie

.

.

 

De vertaling is afkomstig op basis van de persoonlijke brief geschreven door Pater Pio zelf gericht aan de commissie van Heroldsbach die werd aangeduid door het Vaticaan dat onderzoek deed naar de waarachtigheid rond de openbaring rond deze 3 dagen duisternis.

 

 

hoofdstuk 20 van de Openbaring; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

28 januari 1950

 

Houd vensters goed bedekt en kijk niet naar buiten. Ontsteek een gezegende / gewijde kaars die meerdere dagen zal blijven branden. Bid de rozenkrans. Lees uit godsdienstige boeken. Ervaar bij wijze van oprechte toewijding de geestelijke communie alsook naastenliefde die ons zoveel goed doen.

Bid met uitgestrekte armen, of in totale overgave uitgestrekt op de grond zodat vele zielen zullen mogen gered worden. Begeef u niet buitenshuis. Voorzie uzelf van voldoende voedsel. De krachten van de natuur zullen zich laten voelen en een regen van vuur zal de mensen doen beven van angst. Maar houd goede moed! Ik ben temidden van jullie.

 

 

 

 

 

7 februari 1950

 

Draag zorg voor de dieren als die dagen eraan komen. Ik ben de Schepper en bewaarder van zowel dier als mens. Ik zal tekenen geven wanneer meer voedsel te voorzien voor de dieren. Ik zal het eigendom van enkele uitverkorenen sparen, alsook hun dieren omdat deze nodig zijn om achteraf in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Ga niet naar buiten gedurende de duisternis, zelfs niet om de dieren te voederen.

Diegene die een stap buiten zet zal vergaan! Bedek jullie ramen zorgvuldig. Mijn uitverkorenen zullen mijn toorn niet te zien krijgen. Heb vertrouwen in Mij en Ik zal jullie bescherming zijn. Jullie vertrouwen verplicht Mij om jullie ter hulp te komen en bij te staan.

Het uur van Mijn Wederkomst is dichtbij! Maar Ik zal genade tonen. Een vreselijke kastijding zal over de aarde komen zoals er voorheen nog nooit geweest is. Mijn engelen die de straf zullen uitvoeren op aarde, staan reeds klaar met hun gericht zwaard!

Mijn engelen zullen diegenen vernietigen die Mij bespotten en niet geloven in Mijn openbaringen. Orkanen en stormen van vuur zullen neerkomen uit de lucht over de gehele aarde! Stormweer, onweersbuien en aardbevingen zullen de aarde bedekken gedurende 2 dagen. Een ononderbroken regen van vuur zal neerdalen! Het zal beginnen tijdens een zeer koude nacht. Dit zal gebeuren om te bewijzen dat God de Meester is van de schepping.

Diegenen die hun hoop op Mij vestigen, geloven in Mijn woorden en evangeliseren, hebben niets te vrezen, omdat Ik hun niet in de steek zal laten. Geen kwaad zal geschieden over diegenen die in een staat van genade verkeren en die de bescherming zoeken van Mijn Moeder. Zodat jullie mogen voorbereid zijn op deze beproevingen, zal Ik jullie volgende tekenen en instructies geven:

 

De nacht zal zeer koud zijn, de stormwind zal opsteken. Donder en bliksem zullen volgen. Sluit de deuren en vensters. Praat met niemand buiten de woning.

 

Kniel neer voor het kruis, beleid je zonden en smeek de bescherming af van Mijn heilige Moeder. Kijk niet naar buiten gedurende de aardbeving, de toorn van God is heilig!

 

Jezus wenst niemand toe de toorn van God te willen aanschouwen, omdat Hij de enige is waarvoor we ontzag voor moeten hebben. Diegenen die dit advies in de wind slaan zullen onmiddellijk sterven. De wind zal giftige gassen met zich mee vervoeren en verspreiden over de hele wereld. Diegenen van jullie die lijden en onschuldig te sterven komen, zullen als martelaar in Mijn Koninkrijk komen.

Satan zal triomferen, maar na 3 nachten zal de aarde stoppen met beven en het vuur doven. De volgende dag zal de zon weer schijnen. Engelen zullen uit de hemel neerdalen en de geest van vrede over de aarde verspreiden. Diegenen die deze beproeving – die met God over de aarde komt – overleven, zullen vervuld worden met een onmeetbare dankbaarheid!

Ik heb meerdere zielen uitgekozen onder meer in België, Zwitserland en Spanje aan wie Ik deze boodschappen heb geopenbaard zodat andere landen zich ook kunnen voorbereiden. Bid de rozenkrans met je hart zodat je gebed de hemel zal bereiken. Weldra zal een nog grotere catastrofe de aarde treffen, ongezien in de geschiedenis van de wereld zal deze kastijding zijn. Een oorlog zal de aanloop zijn naar deze gebeurtenissen.

De mensheid ligt er echter niet van wakker. Velen zullen het niet verwachten dat deze dingen op korte tijd zullen gebeuren. Hoe onverschillig blijven ze in zelf voorzorgen te nemen voor deze buitengewone gebeurtenissen. Mijn Vader kan het niet langer aanzien, Zijn toorn zal over de gehele aarde komen. Zoals meermaals in de geschiedenis waarschuw Ik jullie ook nu opnieuw.

De zonden van de mens hebben buitengewone proporties aangenomen; het gebrek aan respect in een kerk (oneerbiedigheid), de hoogmoed en trots, gebrek aan oprechte naastenliefde, onfatsoenlijke klederdracht en gedrag vooral in de zomer; de wereld is overspoeld door ongerechtigheid. Deze catastrofe zal over de aarde komen als een bliksemschicht op het moment dat het ochtendgloren als een zwarte duisternis zal zijn!

Niemand zal van dan af buiten willen komen of naar buiten willen kijken. Ik zal zelf neerdalen te midden donder en bliksems. Alleen de ‘gekken’ [gelovigen zijn als gekken in de ogen van ongelovigen.] zullen Mijn goddelijk Hart aanschouwen. Er zal grote onrust heersen vanwege deze duisternis die over de hele aarde zal komen en velen, ja velen zullen sterven van angst en wanhoop. Diegenen die om Mijnentwil strijden zullen genade kennen door Mijn goddelijk Hart. De kreet:

 

“De allerhoogste zijt Gij God!” zal voor velen een bescherming bieden.

 

Echter zullen velen als dor gras in een open veld verbranden. De goddelozen zullen worden vernietigd zodat de rechtvaardigen kunnen herleven. De duisternis zal een dag duren en een nacht, gevolgd door nog een dag en nacht en nog een dag maar de nacht die dan volgt zullen de sterren terug schitteren aan de hemel en de volgende morgen zal de zon terug opkomen en zal het lente zijn!

Tijdens deze donkere dagen zullen Mijn uitverkorenen niet slapen, net zoals Mijn apostelen met Mij deden op de Olijfberg. Ze zullen onophoudelijk bidden en ze zullen hierin niet teleurgesteld worden door Mij. Satan in zijn hel zal geloven in bezit te komen van de aarde, maar Ik zal de aarde terug opeisen! Bid, bid! Ik verlang naar uw gebeden. Mijn moeder Maria, de heilige Jozef, de heilige Elizabeth, de heilige Conrad, de heilige Petrus, de kleine Theresia, jullie beschermengelen zullen voor jullie tussenkomen. Roep hun bijstand op!

Wees moedige strijders in Jezus Christus naam! Wanneer dan de dageraad na de duisternis terug zal aanbreken laat dan iedereen in grote dankbaarheid zich richten tot de heilige Drievuldigheid voor de ontvangen bescherming! De verwoesting zal desastreus zijn, maar Ik – jullie God – zal de aarde gereinigd hebben.

Ik ben met u. Heb Vertrouwen!

 

 

padrepio333a

 

 

 

Heilige Pater Pio, bid voor ons!