Tagarchief: vuur

Het paradijs volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

Moslims geloven dat God Adam en Eva hun zonde vergaf. Zij geloven dus niet in de Erfzonde. Volgens de islam wordt elk kind geboren als een blanco blad, zonder zonde. Wanneer een mens gedurende zijn leven leeft volgens de leidraad van God kan hij naar het paradijs gaan. Wanneer zijn gedrag strijdig is met de boodschap aan de profeten en dus met de leidraad die God zelf gaf kan men naar de hel gaan, tenzij men berouw betoont en God hem vergeeft.

Allah wil je in het Paradijs zien

Het verwerven van het eeuwig leven in de paradijselijke tuinen is volgens de islam dus niet zozeer afhankelijk van de naam van het geloof waartoe men behoort, maar wel van hoe men zich gedraagt tegenover andere mensen, de dieren en het milieu.

Elk mens is volledig verantwoordelijk voor eigen gedrag, en zal daarop beoordeeld worden. Elk mens is ook vrij in zijn keuze van hoe hij zich tegenover God verhoudt. In die zin schrijft elk mens het scenario van de eigen oordeelsdag, wanneer men zich tegenover God zal moeten verantwoorden.

Het criterium waartegenover het gedrag zal beoordeeld worden, is het Woord van God, zoals het door de Profeten werd verkondigd. Volgens de islam kenmerkt een gelovige zich door naastenliefde, het delen van de eigen welvaart met de behoeftigen,  het bewandelen van de middenweg en schuwen van extremen,  het doen van goede werken,  verantwoordelijkheidszin, nederigheid, trouw aan een gegeven woord, oprechtheid, waarachtigheid, vergevingsgezindheid,  werklust, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, verzoeningsgezindheid, het vermijden van conflicten, hulpvaardigheid,  het afwijzen van hoogmoed, onrecht, racisme en afgunst, geduld en respect voor de anderen en voor hun geloofsovertuiging enz.

Dit zijn een paar van de houdingen en gedragingen waarmee men in het leven de weg effent naar het paradijselijke hiernamaals wat neerkomt op het uitdragen van een hoogstaand moreel gedrag. Deze idealen uit de Koran en de Sunnah zijn dezelfde als deze welke in de Bijbel vermeld worden. Een jood of een christen die volgens de Bijbel leeft kan dus volgens de islam naar het paradijs gaan, terwijl een moslim die zich misdraagt in de hel kan terechtkomen.

“Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de christenen en de sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)

Dat volgens de islam ook christenen of joden naar het paradijs kunnen gaan, hangt samen met het islamitisch geloof dat zij allemaal in dezelfde ene God geloven die in het Hebreeuws Jahweh genoemd wordt en in het Arabisch Allah (zoals hij in het Frans Dieu genoemd wordt en in het Nederlands God).

De Koran moedigt christenen aan om te leven volgens de Evangeliën,

moedigt joden aan te leven volgens de Thora

“En wij hebben de Thora neer gezonden met een leidraad erin en een licht, waarmee de profeten die zich [aan God] overgeven oordeel vellen voor hen die het jodendom aanhangen.  Vreest dan de mensen niet maar vreest Mij en verkwanselt Mijn tekenen niet. En wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neer gezonden, dat zijn de ongelovigen.” (Koran 5:44)
“En wij hebben Jezus, de zoon van Maria, in hun spoor laten volgen als bevestiger van wat er van de Thora voor zijn tijd al was. Wij gaven hem de Evangeliën met een leidraad erin en een licht ter bevestiging van wat de Thora voor zijn tijd al was en als een leidraad en een aansporing voor de Godvrezenden. En laten de mensen van de Evangeliën oordeel vellen volgens wat God heeft neer gezonden. En wie dat niet doen, dat zijn de verdorvenen.” (Koran 5:46-47)

Ter vergelijking: het christendom gelooft dat alleen christenen naar de hemel zullen gaan. Het verwerven van het Eeuwig Leven vereist volgens het christendom dat men zich bekeert tot volgeling van Jezus. Dit komt omdat christenen geloven in de erfzonde (volgens het christendom heeft God Adam en Eva nooit hun zonde vergeven, zodat elk kind zondig – als drager van de erfzonde – geboren wordt).

Omdat christenen geloven dat de verlossingsdood van Jezus deze erfzonde en dus alle daarop gebaseerde zonden ongedaan gemaakt heeft voor zijn volgelingen, kunnen alleen christenen naar het paradijs en is missioneringswerk zo belangrijk om zielen te redden.

Moslims geloven echter dat elk kind zonder zonden geboren wordt en dat elk mens die vroom is en goede daden stelt  tot het paradijs toegelaten kan worden. Daarbij zijn moslims slechts overbrengers van de Boodschap. Het is moslims ten zeerste verboden om anderen te dwingen zich tot de islam te bekeren.

Overigens is daar theologisch  geen dwingende reden toe vermits volgens de islam ook niet-moslims naar de hemel kunnen gaan. In de islam gebeurt de beoordeling op Oordeelsdag, niet op basis van de kerkgemeenschap waartoe men behoort, maar op basis van de vroomheid, het gedrag en de intenties voor dat gedrag.

De islam benadrukt herhaaldelijk het belang van waarachtigheid, in die mate dat de diepste putten in de hel voorbehouden worden voor de ‘hypocrieten”. Volgens de koran zijn dat moslims die beweren dat zij gelovig zijn, maar wiens daden dit tegenspreken. Het zijn moslims die het ene zeggen en het andere doen.

“De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur

en jij zal voor hen geen helper vinden.” (Koran 4:145)

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

voorpagina openbaring a4
.
.
.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

                                             

Openbaring les 4: Wat is een nieuwe hemel en nieuwe aarde?

Standaard

Categorie: religie

 

 

ACHTERGROND

 

Gelovigen zijn “allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Tim.4:8). Het is niet logisch dat iemand zou beweren Jezus lief te hebben en daarbij niet zou verlangen naar Zijn terugkeer. Daarom is het eind van het boek Openbaring net zo bemoedigend. Gelovigen zijn, zowel in de tijd van Johannes als vandaag de dag, voorbestemd om voor eeuwig met Hem te leven en de verwachting van die gemeenschap met Hem zou hun grootste vreugde moeten zijn. De Gemeente zal nooit bevredigd zijn totdat ze “zonder smet of rimpel of iets dergelijks, heilig en smetteloos” voor God zal staan (Ef.5:27). Tegelijkertijd staat er een andere realiteit te wachten voor degenen die niet verlost zijn. Hun komende eeuwige toestand is net zo echt als die van de verloste mensen. Om die reden geeft Jezus nog een laatste uitnodiging tot berouw in inkeer voor Hij Zijn openbaring doorheen de apostel Johannes afsluit.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1-8)

 

Bij het openen van het 21ste hoofdstuk zijn alle zondaren uit alle tijden, en satan en zijn demonen, veroordeeld tot de poel van vuur (20:10-15). Nadat God alle goddeloze mensen en engelen verbannen heeft en het huidige universum vernietigd is (20:11), zal God een nieuwe plaats scheppen waar de verlosten en de heilige engelen voor eeuwig kunnen wonen. De openbaring van Christus aan de apostel Johannes is een beschrijving van deze woonplaats. Dat op een dag alles nieuw zal worden gemaakt is om verschillende redenen een bemoedigende boodschap van zekerheid aan de gelovigen, zowel uit de tijd van Johannes als die van vandaag de dag.

Ten eerste zullen gelovigen geroepen worden om met Christus in een glorieuze plaats te wonen. Dit zal een gloednieuwe, nooit eerder geziene weergave zijn van Gods kracht. God schiep de aarde oorspronkelijk als een geschikte woonplaats voor de mensheid. De ingang van de zonde besmette echter de aarde en het universum waardoor God deze uiteindelijk zal vernietigen (20:11). Omdat door dit oordeel de eerste hemel en de eerste aarde heen zullen gaan, moet God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Binnen in deze nieuwe schepping zal er een centrale plaats of hoofdstad zijn.

Deze zal het nieuwe Jeruzalem genoemd worden en zal heel anders zijn dan het Jeruzalem dat Johannes of wijzelf kennen. Het oude Jeruzalem, dat toen Johannes dit visioen kreeg al 25 jaar in puin lag, is ook bevlekt met zonde en maakt daardoor deel uit van de oude schepping. De nieuwe plaats zal een heilige stad zijn voor God, omdat iedereen die er zal wonen heilig zal zijn (20:6). Wanneer God deze nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken zal het nieuwe Jeruzalem uit het heilig universum neerdalen (21:10) en dienen als de eeuwige woonplaats voor alle verlosten. Dat zulk een plaats zal dienen als een huis voor de verlosten, blijkt uit de beschrijving die Johannes geeft over het nieuwe Jeruzalem als zijnde “een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is” (21:2).

Johannes zag een bruid die voor haar man sierlijk is gemaakt, omdat het tijd was voor de voltooiing van alle dingen. Tegen deze tijd zal de Gemeente bewaard zijn in een waar geloof en zij die God vrezen, zich bekeerd hebben van hun zonden en hem in dit leven trouw hebben gevolgd, zullen het voorrecht genieten om voor eeuwig met Hem te mogen leven in het komend leven. Wanneer er een einde zal zijn gekomen aan alle aardse dingen, zal de inleiding van de hemel verwelkomd worden met Gods Gemeente die voor Hem gepresenteerd wordt als een mooie bruid die gereserveerd is voor haar echtgenoot.

In deze nieuwe schepping zal de “de tent (tabernakel) van God” bij de mensen zijn “en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (21:3). Dit zal in de verlossingsgeschiedenis een nooit eerder geziene demonstratie zijn van Gods glorieuze aanwezigheid bij Zijn volk. God zal letterlijk Zijn tent opzetten onder het volk. Hij zal niet langer transcendent, op verre afstand van hun wonen. Hier zal de gelovige genieten van volmaakte gemeenschap met God. De onvolmaakte, door zonde gehinderde gemeenschap die gelovigen nu in dit leven hebben met God (1 Joh.1:3) zal dan volkomen, volledig en onbegrensd zijn in de hemel. Daar zullen ze de majesteit van Gods buitengewone bestaan zien en kennen, terwijl ze hun Schepper volmaakt zullen aanbidden.

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn omdat dat de hemel (de nieuwe schepping) dramatisch anders zal zijn dan deze huidige wereld. Dit wordt duidelijk in de omschrijvingen van Johannes. Daar in de hemel zullen de gelovigen ervaren dat God “alle tranen van hun ogen” zal afwissen (21:4). Omdat er “geen verdoemenis” is “voor hen die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1) zal er niets zijn om spijt van te hebben – geen rouw, geen jammerklacht en geen moeite. Hierom zullen zij die bij God wonen niet één traan meer laten in de hemel. De dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn” (21:4). De grootste vloek in het menselijk bestaan zal er niet meer zijn! “De dood is verslonden” beloofde Paulus (1 Kor.15:54).

Zowel satan, die de macht had over de dood (Heb.2:14) als de dood zelf, zullen in de poel van vuur geworpen worden (20:10, 14). Deze volmaakte heiligheid en afwezigheid van zonde die de hemel zullen kenmerken, vertalen zich in een wereld die vrij is van alle pijn, verdriet en gejammer. Al deze veranderingen die de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen kenmerken, geven aan dat “de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (21:4). De oude menselijke ervaring die betrekking heeft op de gevallen schepping is voor eeuwig voorbij samen met alle rouw, leed, verdriet, ziekte, pijn en dood die de zondeval kenmerkte. Christus zal in die dagen wonderbaarlijk “alle dingen nieuw” maken (21:5).

 

 

De inwoners van de nieuwe hemel

en de nieuwe aarde (Openbaring 21:6-8; 22-27)

 

De gehele geschiedenis is gegroeid naar dat goddelijk moment waarin alles nieuw wordt gemaakt. Bij haar voltooiing zal alles volbracht zijn. Daarom zei de majestueuze stem van Degene die op de troon in de hemel zit tegen Johannes: “Het is geschied” (21:6). God begon de geschiedenis en Hij zal die voleindigen en alles ervan verloopt volgens Zijn plan. Zij die zullen wonen in de nieuwe hemel en nieuwe aarde worden met twee zinnen hier in hoofdstuk 21 beschreven. Als eerste wordt een inwoner van de hemel omschreven als iemand die “dorst heeft” (21:6). Zij zullen “hongeren en dorsten naar de gerechtigheid” (Matt.5:6).

De belofte aan de oprechte zoeker is dat zijn dorst bevredigd zal worden. God zal “voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens” (21:6). Doorheen de Bijbel symboliseert dit water het eeuwige leven (Joh.4:34-14; 7:37-38; Op.22:17). Zij die dorsten en oprecht zoeken naar verlossing zijn degenen die het zullen ontvangen en de eeuwige hemelse gelukzaligheid zullen genieten.

Ten tweede behoort de hemel ook aan “wie overwint” (21:7). Deze overwinnaars zullen zij zijn die gedurende dit leven trouw hun reddend geloof in de Here Jezus Christus hebben versterkt. Overwinnend en volhard in het geloof zullen deze personen “alles beërven” (21:7). Zij zullen “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt” ontvangen (1 Pet.1:4).

Ze zullen in de gelukzaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor altijd genieten van een volmaakte ziel (Heb.12:23) en volmaakt lichaam (20:6; Rom.8:23; 1 Kor.15:34-44; 2 Kor.5:2; Fil.3:21). Maar het meest geweldige voor degene die overwinnen en dorsten naar rechtvaardigheid is Gods belofte: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn” (21:7). Ondanks dat de gelovige in dit leven al het voorrecht geniet om geadopteerd te zijn als Gods zoon, zal het pas bij het binnengaan van de hemel de volledige werkelijkheid van deze adoptie ervaren (Joh.1:12; Rom.8:14-17; 2 Kor.6:18; Gal.4:5; Ef.1:5).

Zij die het eeuwig geluk zal ontzegd worden, worden omschreven als “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Degenen wiens leven gekenmerkt wordt door zulke dingen geven blijk dat zij niet gered zijn en nooit de hemelse stad zullen betreden. ”Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In contrast met de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen in de hemel zullen de zondaars voor eeuwig gekweld worden in de hel. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde staan enkel gelovigen te wachten, terwijl de uiteindelijke hel al de verrezen ongelovigen te wachten staat. Daarom bepalen de tegenwoordige keuzes van mannen en vrouwen in welke plaats ze voor eeuwig zullen leven.

 

 

De glorie van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:22-27)

 

Eenmaal in de nieuwe hemel en aarde zullen de verlosten onmiddellijk met glorieus ontzag staan in de nieuwe stad Jeruzalem. Daarbinnen in de stad zal er “geen tempel” zijn, want “de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam” (21:22). De goddelijke aanwezigheid zal de gehele nieuwe hemel doordringen en nergens begrensd zijn tot één plaats. Daarom zullen gelovigen nooit naar een ander huis moeten gaan om te bidden. Tot in de eeuwigheid zullen gelovigen voortdurend in de aanwezigheid van God zijn. Nooit zal er een moment zijn dat ze niet in de volmaakte heilige aanwezigheid van “de almachtige God en het Lam” leven (21:22). Het leven van de gelovigen zal louter bestaan uit aanbidding van God.

Al deze aanbidding zal in Gods glorie gebeuren. Anders dan deze aarde, die volledig afhankelijk is van de zon en de maan, zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde niet afhankelijk zijn van zulk licht. De zon en de maan zullen niet nodig zijn om licht te voorzien, “want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp” (21:23). Onder zulk licht zullen alle gelovigen uit elke taal, stam en natie samengebracht worden – zowel Joden als heidenen (21:24). Al de verlosten zullen verenigd worden als Gods volk waarbij eenieder gelijkwaardig is in de eeuwige hoofdstad.

Zulk een gelijkwaardigheid onder de verlosten zal ook ervaren worden in complete veiligheid. Er zal in de eeuwigheid geen nacht meer zijn en de poorten van Jeruzalem zullen nooit meer gesloten moeten worden (21:25). Het zal een plaats van rust, veiligheid en verfrissing zijn waar Gods volk zal “rusten van hun inspanningen” (14:13). Ook zal alles in de hemel heilig zijn. Er zal in het nieuwe Jeruzalem dus niets onrein zijn en “ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens” (21:27). De enigen die daar zullen verblijven zijn degenen wiens naam in het boek des levens geschreven staan.

 

 

Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De laatste uitnodiging (Openbaring 22:12-17)

 

De hemel zal slechts een selecte groep mensen huisvesten. Enkel de verlosten zullen dit beërven en voor eeuwig met God regeren. En omdat Christus geduldig is en niet wil dat er niemand verloren gaat (2 Pet.3:9) verlangt Hij ernaar om de ongelovigen hier in de verzen 12-17 nog een laatste oproep tot berouw en inkeer te geven. De volledige canon van de Bijbel eindigt daarom op dit punt met een dringende oproep voor zondaren om tot Jezus Christus te komen en voor het te laat is de vrije gift van eeuwig leven te ontvangen. Want Christus komt spoedig (22:12) en wanneer Hij komt zal het zijn als een dief in de nacht (2Pet. 3:10). Voor de verlosten is dit een grote bemoediging. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde” zal komen met beloningen in Zijn hand “om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13).

Iedere gelovige zal door trouw aan Christus eeuwige beloningen ontvangen. De beloningen waar de gelovigen van zullen mogen genieten in de hemel, bestaan uit de mogelijkheden om God te dienen. Dus hoe groter hun trouw is geweest in dit leven, hoe meer mogelijkheden ze zullen krijgen om God in de hemel te dienen (cf. Matt.25:14-30). Wat een vreugdevolle gelegenheid zal dat zijn. De verlosten zullen voor eeuwig gezegend worden en een volledige en voor altijddurende toegang hebben tot God. Wanneer ze door de poorten van het nieuwe Jeruzalem willen gaan, zullen ze dat eender wanneer kunnen doen en wanneer ze van de boom des levens willen nemen zullen ze dat dus kunnen doen wanneer ze maar willen (22:14).

Al deze personen zullen op zulk een wijze gezegend worden, omdat God hun gehoorzaam tot aan het eind heeft bevonden, gewassen en gereinigd door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14). Dat zulk een glorieuze toestand staat te wachten op de terugkeer van Christus is de reden waarom de Geest en de bruid (de Gemeente) zeggen, “Kom!” (22:17). Beiden zien ze uit naar de terugkeer van Christus om de verlosten te verzamelen. De Gemeente wordt vermoeid door de strijd tegen zonde en verlangt er, samen met de Geest, naar om Jezus Christus verheerlijkt, verhoogd en geëerd te zien worden. Zoals men kan zien is de hemel erg exclusief en huisvest ze enkel degenen die gereinigd zijn van hun zonden door geloof in Jezus Christus. Daarentegen zullen alle anderen buiten het nieuwe Jeruzalem in de poel van vuur verblijven (20:15; 21:8). Omdat “wat onrein is” niet de mogelijkheid zal hebben om in te komen zullen “alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” het voorrecht gegeven worden om het nieuwe Jeruzalem toe te treden (21:27).

De personen die buitengesloten zullen worden beschrijft Christus als honden en worden verder omschreven als “de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (22:15). Iemand die een van deze zonden liefheeft en herhaaldelijk een van deze zonden doet, koppig eraan vastklampt en Christus’ uitnodiging tot verlossing afslaat, zal in de poel van vuur geworpen worden. Toch laat Christus Zijn schepping niet los. De zin: “Laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” nodigt al degenen die de Geest en de bruid horen uit om hen te vergezellen in hun verlangen naar Christus’ terugkeer. Degene die met geloof hoort en vertrouwd is degene die gered zal worden.

Door hun gehoorzaamheid aan het Evangelie zullen zij die zich bekeren samen met de Geest en de bruid, omdat ze verlangen naar Zijn glorie – en hun eigen verlossing van zonden – in een volmaakte heilige omgeving, uitzien naar Christus’ terugkeer. Aan degenen die de oproep van Christus gehoorzamen, dorsten naar vergeving en zich bekeren van hun zonden biedt Christus “voor niets” “het water des levens” aan (22:17). Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan al degenen die horen en geloven dat Jezus de prijs voor hun zonden betaalde door Zijn opofferende dood aan het kruis (Rom.3:24).

 

Conclusie

 

Dat Christus spoedig zal terugkeren, is een uiterst zekere waarheid. Ondanks dat “de hemel en de aarde zullen voorbijgaan” zal Gods Woord “beslist niet voorbijgaan” (Luk.21:33). Of de mensen nu wel of niet deze komende realiteit begrijpen en geloven, toch zal ze gaan gebeuren omdat deze woorden “betrouwbaar en waarachtig” zijn (22:6). Voor degenen die Gods geboden bewaren, overwinnen en trouw blijven tot aan het eind ligt er een eeuwige onbeschrijflijke beloning te wachten in de hemel. Anderzijds zullen zij die geen aandacht geven aan Christus’ uitnodiging tot berouw en inkeer buitengesloten worden van het nieuwe Jeruzalem en daardoor dus ook voor eeuwig de aanwezigheid van God missen. Daarom zou iedere gelovige ernaar moeten streven om iedere dag godvruchtig te leven en voortdurend bemoedigd te zijn door Christus’ belofte: “zie, Ik kom spoedig” (22:12).

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat moest Christus nog doen met betrekking tot de eindtijd?

 

Als de les begint, zullen alle zondaren van alle tijden, als wel satan en zijn demonen, veroordeelt zijn naar de poel van vuur (20:10-15). Na alle goddeloze mensen en engelen verwijderd te hebben en het huidige universum vernietigd (20:11), is alles wat nog gedaan moet worden door God, het maken van een nieuwe plaats voor Zijn kinderen en de heilige engelen om voor eeuwig te wonen. Christus’ openbaring aan de apostel Johannes is een beschrijving van zulk een woonplaats. Deze plaats zal gekend worden als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

 

 Waarom wordt het nieuwe Jeruzalem de heilige stad genoemd?

 

Wanneer God deze nieuwe hemel en de nieuwe aarde maakt, zal een nieuw Jeruzalem in het midden van dat heilige universum neerdalen (21:10) en dienen als een woonplaats voor degene die in alle eeuwigheid verlost zijn. Niet als het oude Jeruzalem van vandaag, die besmet is door zonde als de rest van de wereld, zal die nieuwe Jeruzalem een heilige stad voor God zijn, omdat iedereen die er in leeft heilig zal zijn (20:6). Alles wat schoongewassen is of nieuw gemaakt is, zal toegestaan worden in de nieuwe schepping te blijven. Aangezien niets dat onrein is toegestaan zal worden om binnen te gaan, zal de gehele hemel volmaakt heilig zijn.

 

 

 Wie zal er in de nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen wonen?

 

Als God de nieuwe schepping maakt en de huidige schepping tot een einde brengt, zullen alleen degene die trouw op het evangelie gereageerd hebben binnen mogen gaan. Aan het einde van Openbaring verwijst Christus naar deze individuen als degene die dorst hadden en overwonnen hebben. Degene die hun hopeloosheid en verloren toestand apart van Christus realiseren, hongeren naar de rechtvaardigheid die alleen door Hem voorzien wordt, zullen met eeuwig leven gezegend worden. God zal hen vinden met berouw over hun zonden, God vrezende en trouw Hem tijdens dit leven volgende. Omdat ze vol passie verlossing zoeken en bewijzen loyaal aan Gods Zoon te zijn, zullen ze de eeuwige zegen van de hemel ontvangen.

 

 

 Hoe zal de relatie van de gelovige met God in de nieuwe schepping zijn?

 

Het zal een zegen zijn om in de hemel te mogen zijn, omdat gelovigen steeds in de aanwezigheid van God zullen zijn. Er zal geen moment zijn dat ze niet in een volmaakt heilige relatie staan met de “de Heere, de almachtige God, en het Lam” (21:22). De “tent van God” zal “bij de mensen” zijn, “en zij zullen Zijn volk zijn” en Hij zal “hun God zijn” (21:3). God zal letterlijk Zijn tent onder Zijn mensen opzetten; Hij zal niet langer ver weg zijn. Hier zal de gelovige in staat zijn van om volmaakte gemeenschap met God te genieten.

 

 

 Hoe zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde anders zijn van deze huidige aarde?

 

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn door het feit dat de hemel enorm zal verschillen met de huidige wereld. Christus zal in die dagen “alle dingen nieuw” maken (21:5). Hij zal alle tranen afwissen, omdat er niets is waarvoor we bang moeten zijn of spijt van zullen hebben. Alles zal volmaakt gemaakt worden en de wereld zal volledig vrij van zonde zijn. Omdat satan en de dood in de poel van vuur geworpen waren (20:10, 14), zal de wereld vrij van alle pijn, leed en huilen zijn.

 

 

 Wie zal er niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnen mogen gaan?

 

Degene die afgewezen worden om van dit heelal van eeuwige blijdschap te genieten, worden hier beschreven als de “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Hun levens die zo gekenmerkt werden met zulk een herhaaldelijke zonde, geeft bewijs dat ze niet verlost zijn en nooit de hemelse stad zullen binnengaan. Integendeel, “hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In tegenstelling tot de eeuwige zaligheid van de gerechtigheid in de hemel, zullen de goddelozen eeuwige kwelling in de hel te verdragen hebben.

 

 

 Hoe zal aanbidding zijn in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?

 

Omdat ze in Gods aanwezigheid blijven, zal alle aanbidding ook voortdurend gedaan worden in het stralende licht van Gods heerlijkheid. Niet zoals de huidige aarde, zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen nood hebben aan licht van de zon en de maan. Zulk een licht zal niet nodig zijn, omdat de heerlijkheid van God het nieuwe Jeruzalem zal verlichten en zijn lamp zal het Lam zijn (21:23). Onder dat licht zullen alle verlosten verenigd zijn als Gods kinderen, waarbij iedereen volledig gelijk is en van volledige rust en veiligheid kan genieten. Daar zullen zij de grote majesteit van Gods wonderlijk wezen zien en kennen, terwijl zij volmaakt aanbidden en hun Maker dienen.

 

 

 Waarom is de komst van Christus bemoedigend voor de gelovige?

 

Voor degene die ware gelovigen zijn is dit bemoedigend. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,” komt met een beloning in de hand, gereed om “aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13). Iedere gelovige zal eeuwige beloningen gegeven worden, gebaseerd op hun trouw in het dienen van Christus in hun leven. Zulke individuen zullen op deze manier gezegend worden, omdat God hen gehoorzaam achtte tot het einde, schoongewassen door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14).

 

 

 Waarom wilden de Geest en de Bruid Christus verlangend uitnodigen om te komen?

 

Dat zo een glorieuze staat wacht op de komst van Christus, is waarom de Geest als de Bruid (welke de kerk is) roepen, “Kom!” (22:17). Beide verwelkomen de gedachte van Christus’ terugkomst om degene te verzamelen die hun vertrouwen op Hem gesteld hebben. De gemeente wordt moe van de strijd tegen de zonde en verlangd, met de Geest, om Christus verhoogt, verheerlijkt en geëerd te zien.

 

 

 Wat biedt Christus aan degene die zich aansluiten bij de

Geest en de Bruid en wachten op Zijn komst?

 

Aan degene die gehoorzaam zijn aan Christus roeping, dorsten naar vergeving en bekeren van hun zonden, biedt Christus het “het water des levens” aan (22:17). Doorheen de hele Schrift symboliseert het water eeuwig leven (Joh.4:14-34; 7:37-38; Op.22:17). Daarom is degene die in geloof hoort en gelooft, degene die verlost zal zijn. Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan degene die hoort en gelooft, omdat Jezus de prijst betaald heeft door Zijn offerdood aan het kruis (Rom. 3:24).

 

 

SAMENVATTING

 

Eens zal onze wereld er niet meer zijn, en de sterren die we ’s nachts zien zullen niet langer aan de hemel staan. Ook de maan niet. Vanwege de zonde zal God deze wereld vernietigen, samen met de hemelen. In plaats daarvan zal God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde scheppen. God zal een stad scheppen die het nieuwe Jeruzalem zal heten. God is deze stad voor alle gelovigen aan het voorbereiden, om op een dag er in te leven en er van te genieten. Omdat er niet langer zonde zal zijn, zal er geen gevolgen van zonde meer zijn. Op deze nieuwe aarde zal er geen geween meer zijn, noch dood of pijn. We zullen ons niet langer zorgen hoeven maken dat mensen onze dingen willen stelen of onze familie pijn willen doen. God zal de volmaakte leider zijn van Zijn kinderen. En Gods kinderen zullen volmaakte volgelingen zijn. Maar een ieder die niet voor zijn sterven zijn vertrouwen op Christus stelde, zullen niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnengaan, noch het nieuwe Jeruzalem. In plaats daarvan zullen ze voor eeuwig in de poel van vuur gedaan worden.

Er zijn gevolgen voor zonde. Er zijn ook beloningen voor gehoorzaamheid en geloof waarvan gelovigen eens zullen genieten. Vanwege de zonde van Adam, heeft de mensheid geleefd met de gevolgen van Adams zonde. De straf voor die zonde is de dood en eeuwige scheiding van God. Degene die zich niet aan God heeft onderworpen en zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft, zullen nooit een kans hebben om hun gedachten te veranderen. Zij zullen voor eeuwig in de hel zijn. Terwijl degene die in het werk van Christus vertrouwd hebben en hun leven aan Hem hebben onderworpen, de wonderbaarlijke zegen zullen hebben van eeuwig bij God in de hemel te zijn. Wanneer gelovigen op een dag het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan om eeuwig bij God te zijn, zal Gods volmaakte plan van verlossing volbracht zijn.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Het Derde Geheim van Fatima, de opkomst van de valse profeet

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Maria van Fatima met de rozenkrans

 

 

Het geheim toevertrouwd aan Lucia dos Santos

 

Op 17 oktober 1917 verscheen de H. Maagd voor de laatste maal aan de drie herderskindertjes. Op die dag deed zich het zonnewonder voor, daarna openbaarde de H. Maagd aan de oudste van de drie, Lucia Dos Santos, het Derde Geheim. Zij moest het voor zich houden tot de door de H. Maagd vastgestelde datum. Dan zou ze het openbaar moeten maken.

 

 

3 herderskindertjes

 

 

Door O.L.Vrouw gevraagde jaar van openbaring: 1960

 

Lucia had het Derde Geheim zorgvuldig toevertrouwd aan het Vaticaan, met de overtuiging dat zij als Godgewijde personen, er wel voor zouden zorgen dat de verlangens van de H. Maagd zouden worden ingewilligd. De H. Maagd had erop aangedrongen dat omstreeks 1960 het geheim openbaar moest worden gemaakt.

Op 15 oktober 1963 verscheen in de krant Neues Europa te Stuttgart een document onder de titel “De toekomst van de mensheid”. De tekst werd overgenomen in verschillende kranten wereldwijd.

Men verklaarde dat dit document de inhoud van het derde geheim van Fatima was, dat door Paus Paulus VI aan Presidenten Kennedy, Macmillan en Kroutsjov werd gestuurd vóór de bijeenkomsten die leidden tot het akkoord betreffende de controle op atoomexperimenten, en dat werd gesloten op 6 augustus 1963 te Moskou.

Het succes van dit akkoord, dat door ruim 90 landen werd ondertekend, zou zijn te danken aan deze tekst. En het verrassende is dat het Vaticaan er nooit de echtheid van heeft ontkend.

 

 

De tekst luidt als volgt

 

Na de gebeurtenis van het zonnewonder, heeft de Moeder van God een speciale boodschap verteld waarin ze tegen Lucia zei:

“Vrees niet, lief kind, Ik ben de Moeder van God, die met je spreekt en bidt om in mijn Naam de volgende boodschap te brengen aan de hele wereld. Je zult, door dit te doen, sterke vijandelijkheden ondervinden. Luister en onthoudt goed wat ik je zeg: De mensen moeten beter worden. Ze moeten smeken om de vergeving van zonden die ze hebben begaan en van de zonden die ze blijven doen.

Ze moeten het rozenhoedje bidden,  er is geen enkel persoonlijk probleem,  familiaal, nationaal of internationaal probleem die ik niet kan oplossen als ze het me vragen door het Rozenhoedje. Je vraagt mij een miraculeus teken zodat iedereen uiteindelijk mijn boodschappen begrijpt, door jou, gegeven aan de mensheid. Dit mirakel heb je zonet gezien. Het was het groot zonnewonder!

Iedereen heeft het gezien, gelovigen en ongelovigen, boeren en stadsmensen, geleerden en journalisten, leken en priesters. En nu, verkondig in mijn Naam: Op heel de mensheid zal er een grote kastijding komen, nog niet vandaag, ook niet morgen, maar in het tweede deel van de 20ste eeuw. Hetgeen ik laten weten heb in Salette aan de kinderen Mélanie en Maximim zal ik vandaag voor jou herhalen. De mensheid pleegt heiligschennis en vertrapt het geschenk dat zij ontvangen hebben.

Nergens heerst er nog orde. Zelfs op de meest verheven posten is het Satan die regeert en de gang van zaken beslist. Hij zal zich zelfs introduceren in de hoogste toppen van de Kerk. Hij zal erin slagen om verwarring te zaaien in de geesten van de grote geleerden die wapens zullen uitvinden waarmee ze het grootste deel van de mensheid binnen enkele minuten kunnen vernietigen.

Hij onderwerpt de machtigen onder de mensen onder zijn invloed en bestuurt ze om deze wapens te maken in grote hoeveelheid. Als de mensheid zich hier niet tegen verzet zal ik genoodzaakt zijn om de Arm van mijn Zoon te laten vallen. Als diegenen die aan het hoofd van de wereld en het hoofd van de Kerk staan, zich niet verzetten tegen deze gevaren, is het ik die het zal doen en ik zal bidden tot God mijn Vader om zijn gerechtigheid op de mensen te laten komen.

Het is dan dat God de mensen zal straffen, harder en zwaarder dan Hij ze heeft gestraft door de zondvloed. En de groten en de machtigen zullen vergaan net zoals de kleinen en de zwakken. Maar er komt ook voor de Kerk een tijd van zware ontberingen. De kardinalen zullen opstaan tegen kardinalen, bisschoppen tegen bisschoppen. Satan houdt zich op in het midden van hun rangen.

Ook in Rome zullen er grote veranderingen komen. Rome zal verwoest worden. Het is hetgeen rot is wat valt, en wat valt moet niet onderhouden worden. De kerk zal verduisteren en de wereld zal in de wanorde storten. De grote, grote oorlog zal plaatsgrijpen in het tweede deel van de twintigste eeuw. Rusland zal de zweep worden van God, en op het einde zal ze zich bekeren. Dat Amerika maar niet gelooft dat ze onkwetsbaar is.

Vuur en rook zullen dan uit de hemel neervallen en het water van de oceanen zal veranderen in stoom, hun schuim spugend tot aan de hemel en alles wat staat wordt omgekeerd. En miljoenen en andere miljoenen mensen zullen hun leven verliezen op het ene uur na het andere, en diegenen die nog leven op dat moment zullen jaloers zijn op diegenen die dood zijn.

Er zullen overal verdrukkingen zijn waar men kijkt, en miserie over heel de aarde en verlatenheid in alle landen. Ziehier, de tijden naderen steeds meer, de afgrond verdiept zich steeds meer, en er is geen weg meer terug. De goeden sterven met de slechten, de groten met de kleinen, de prinsen van de kerk met hun onderdanen, de vorsten van de aarde met hun volk, overal regeert de dood verheven in zijn triomf door de verloren mensen en de dienaren van Satan die dan de enige vorsten zullen zijn op aarde.

Het zal een tijd worden die geen enkele koning noch keizer, geen kardinaal noch bisschop verwacht en hij zal komen volgens het plan van mijn Vader om te straffen en wraak te nemen. Later echter, zullen diegenen die nog in leven zijn opnieuw God aanroepen en Zijn heerlijkheid en men zal opnieuw God dienen zoals voorheen toen de wereld nog niet verdorven was. Ik roep al de ware volgelingen van mijn Zoon Jezus Christus, alle ware christenen en de apostelen van de Eindtijd!

De Tijd der Tijden komt en het Einde der Einde als de mensheid zich niet bekeert en als deze verandering niet van boven komt, van de wereldleiders en de Kerkleiders. Maar wee als deze verandering niet komt en alles blijft zoals het is, ja, als alles zelfs erger wordt. Ga mijn kind en verkondig het! Ik houd me hiervoor altijd aan je zijde,  je helpend.”

 

Dit is echter in geen geval de volledige versie van het Derde Geheim van Fatima. De complete tekst werd door het Vaticaan angstvallig verborgen gehouden voor het publiek.

 

 

Lucia dos Santos

 

 

 

Openbaringen op andere verschijningsplaatsen op latere tijdstippen

 

Toen de effectieve en officiële vrijgave van het geheim uitbleef, gaf God toestemming aan de H. Maagd om elders in de wereld te verschijnen en daar een gelijkaardige boodschap mee te delen. Dat gebeurde o.a. in in 1973 in Akita, Japan, aan zuster Agnes Sasagawa. Op 13 oktober 1973 ontving zij de derde en laatste boodschap, die als volgt luidde:

 

“Mijn lieve dochter, luister goed naar wat Ik je ga zeggen en geef het door aan je Overste. Zoals Ik het je gezegd heb gaat de Hemelse Vader, als de mensen geen berouw hebben en zich niet beteren, aan de gehele mensheid een verschrikkelijke kastijding toebrengen. Het zal een straf zijn erger dan de zondvloed, zoals men er nog nooit een heeft gezien. Vuur zal van de hemel vallen en een groot deel van de mensheid vernieti­gen; noch de priesters, noch de getrouwen zullen gespaard blijven.

De overlevenden zullen zich in een dusdanige diepe droefheid bevinden, dat zij de doden zullen benijden. De enige wapens die u zullen overblijven zullen de Rozenkrans zijn en het Teken dat de Mensenzoon heeft nage­laten. Bid iedere dag de rozenkrans voor de Paus, bisschoppen en priesters.

De inwerking van de duivel zal zelfs langzaam doorwerken in de Kerk zo, dat men kardinalen zich zal zien verzetten tegen kardinalen en bisschoppen zal zien opstaan tegen andere bisschoppen. De priesters die Mij vereren, zullen door hun medebroeders geminacht en bestreden worden. Kerken en altaren zullen worden verwoest. De Kerk zal vol zijn van hen, die compromissen hebben aanvaard.

De boze geest zal veel priesters en godgewijde zielen ertoe aanzetten de dienst van de Heer te verlaten. Speciaal tegen de godgewijde zielen zal hij verbeten strijden. Het vooruitzicht van het verlies van talrijke zielen maakt Mij bedroefd. De kelk loopt reeds over, als de zonden in aantal en in ernst toenemen, zal daar weldra geen vergeving meer voor zijn.”

 

In mei 1994, 77 jaar nadat O.L.Vrouw voor het eerst verscheen in Fatima, was de Franse priester Raymo Arnette aan het luisteren naar een CD met de titel Mysterium Fidei, met Franse tekst gezongen door een Frans koor. Toen hij aan het luisteren was verdween de muziek ineens op de achtergrond en hoorde hij een duidelijke stem vertellen: “L’ Eglise saignera de toutes ses plaies,” de Kerk zal bloeden vanuit al haar wonden. Vervolgens hoorde hij dit:

 

“Er wordt een boosaardig Concilie gepland en voorbereid dat het aanschijn van de Kerk zal veranderen. Velen zullen het geloof verliezen en overal zal er verwarring heersen. De schapen zullen tevergeefs naar hun herders zoeken. Een schisma zal het heilig kleed van Mijn Zoon verscheuren. Dit zal het einde der tijden zijn, voorzegd in de Heilige Schrift en door Mij op vele plaatsen in herinnering gebracht.

De gruwel der gruwelen zal z’n hoogtepunt bereiken en zal de Kastijding met zich meebrengen, aangekondigd in La Salette. De arm van Mijn Zoon, die ik niet langer kan tegenhouden, zal deze arme wereld straffen, die moet boeten voor z’n misdaden. Men zal enkel spreken over oorlogen en revoluties. De natuurelementen zullen losgelaten worden en zullen angst veroorzaken, zelfs onder de besten. De Kerk zal bloeden uit al haar wonden. Gelukkig diegenen die zullen volharden en toevlucht zoeken in Mijn Hart, want op het eind zal Mijn Onbevlekt Hart triomferen.”

 

Hierna hoorde Vader Arnette nog één zin: “Dit is het Derde Geheim van Fatima“.

 

Ongetwijfeld verscheen de H. Maagd op nog andere plaatsen, en gaf ze daar ook het Derde Geheim te kennen.

 

 

Fatima

 

 

 

Opnieuw gedeeltelijke vrijgave van het geheim in 2000

 

Nadat Paus Johannes Paulus II in 1981 door een schietpartij geveld werd, begon hij het Derde Geheim te bestuderen. Hij en de kardinalen, waaronder Kardinaal Bertone en Kardinaal Ratzinger, besloten om een deel van het Derde Geheim vrij te geven, met een eigen aan toe gevoegde verklaring, waar ze de beschreven ‘Heilige Vader’ als de toenmalige paus beschouwden die werd neergeschoten op het St-Pietersplein. De door het Vaticaan vrijgegeven tekst luidt als volgt:

 

VOLLEDIGE VERTALING VAN DE ORIGINELE TEKST

 

Vaticaanstad, 26 juni 2000 – hieronder kunt u de volledige vertaling vinden van de originele Portugese tekst van het Derde deel van het Geheim van Fatima, dat geopenbaard werd aan de drie herderskinderen te Cova da Iria in Fatmia, op 13 juli 1917 en op papier gezet werd door Zr. Lucia op 3 januari 1944.

“Ik schrijf in gehoorzaamheid aan U, mijn God, die mij beveelt dit te doen door Zijn Excellentie de Bisschop van Leiria en door Uw en mijn Meest Heilige Moeder.

“Na de twee delen die ik al heb uitgelegd, zagen we links van Onze Lieve Vrouw, en er een beetje boven, een Engel met een vlammend zwaard in zijn linkerhand; het flitste en gaf vlammen af die eruit zagen alsof ze de wereld in brand zouden zetten; maar ze doofden uit toen ze in contact kwamen met de schittering die Onze Lieve Vrouw naar hem uitstraalde van haar rechterhand.

Naar de aarde wijzend met zijn rechterhand riep de Engel met een luide stem: “Boete, boete, boete!” En we zagen een immens licht dat God is: iets zoals wanneer mensen in een spiegel verschijnen wanneer ze er voor passeren; een Bisschop gekleed in het Wit, en we hadden de indruk dat het de H. Vader is. Andere bisschoppen, priesters en religieuze vrouwen gingen een steile berg op, en aan de top was er een groot kruis van ruwe stronken van een kurkeik met de bast er nog aan.

Voordat hij er aankwam passeerde de H. Vader door een grote stad die half in puin lag, en half bevend met een langzame pas, geteisterd door pijn en verdriet, bad hij voor de zielen van de lijken die hij op zijn weg ontmoette. Toen hij de top van de berg had bereikt, werd hij op zijn knieën aan de voet van het groot Kruis gedood door een groep soldaten die kogels en een pijl naar hem vuurden, en op dezelfde manier stierf de ene na de andere, bisschoppen, priesters en vrouwelijke religieuzen, en verschillende mensen van verschillende standen en posities.

Onder de twee armen van het Kruis waren er twee Engelen met elk een kristallen beker in de hand, waarmee ze het bloed van de martelaren opvingen en de zielen besprenkelden die hun weg naar God zochten.”

 

Echter, ook dit is duidelijk niet het volledige geheim.

 

Kardinaal Ratzinger gaf dit zelfs kort nadien openlijk toe aan Vader Ingo Dollinger, een bevriende Duitse priester.

Ingo Dollinger vertelde :

“Niet lang nadat het Derde Geheim van Fatima in juni 2000 werd gepubliceerd door de Congregatie van de Geloofsleer, vertelde Kardinaal Joseph Ratzinger aan mij tijdens een persoonlijke conversatie dat er nog steeds een deel van het Derde Geheim is dat ze nog niet gepubliceerd hebben!

“Er is meer dan wat we gepubliceerd hebben,” zei Ratzinger. Hij vertelde mij ook dat het gepubliceerde deel van het geheim authentiek is en dat het ongepubliceerde deel van het geheim sprak van een “slecht Concilie en een slechte Mis”, wat zich toen (toen het geheim in 1917 werd geopenbaard, nvdr) in de nabije toekomst zou gaan verwezenlijken.”

 

Dit komt exact overeen met wat de Franse priester Arnette vernam van de Stem. Het is dus duidelijk dat het Vaticaan nooit het volledige geheim heeft willen vrijgeven omdat ze in hun eigen voet zouden schieten, doordat het geheim spreekt van een slecht Concilie. De enige oplossing was het geheim te verdoezelen, om zo het veelbesproken en bejubelde 2de Vaticaans Concilie niet in diskrediet te brengen.

 

Nu, met Bergoglio aan de macht, zullen ze het geheim zeker niet meer vrijgeven, want volgens vader Paul Kramer staat er in het Derde Geheim ook iets over een ‘paus’ die onder de macht van de duivel zou zijn:

“Het Derde Geheim van Fatima openbaart”, zoals Kardinaal Ciappi schreef, “De grote apostasie in de Kerk zal beginnen aan de top.” Het geheim spreekt van een “paus” die onder de macht van de duivel zal zijn.

 

Johannes XXIII las de tekst en liet het vertalen in het Italiaans door Mons.Tavares. Hij verstond de moeilijke passage correct. Johannes Paulus II las het geheim en dezelfde moeilijke passage confronteerde hem.  Daarom liet hij Mons. Carreira het opnieuw vertalen. Een verkeerde interpretatie van de moeilijke passage zou lijken het dogma van de onfeilbaarheid van de Kerk tegen te spreken. Echter, Mons. Tavares had het inderdaad correct vertaald. Er was geen ontsnappen aan de problematische bewoording.

Nu het Geheim in de huidige tijd vervuld werd, zijn er velen die kennis hebben over de boodschap van Fatima die blind vasthouden dat Bergoglio de paus is en dat de katholieken in gemeenschap moeten blijven met hem – ondanks het feit dat zijn woorden en daden duidelijk tonen dat hij een afvallige heiden is. Echter, de grote apostasie in de Kerk werd voorzegd in het Geheim van Fatima, maar vele auteurs over Fatima ontkennen blind dat de apostasie beginnend aan de top zelfs aan het gebeuren is – de blinden leiden de blinden naar de dieperik.”

 

M.a.w. Bergogio ís de vervulling van het Derde Geheim van Fatima; het dieptepunt 50 jaar na Vaticanum II, dat volgens de H. Maagd “een boosaardig Concilie” was, en 100 jaar na de openbaring van het geheim.

Er werden vele tippen van de sluier opgelicht. Maar de precieze en volledige inhoud van het Derde Geheim, zoals het door Lucia destijds tot in detail was opgeschreven, zullen we helaas wellicht nooit te weten komen. Dat ligt nog steeds verborgen ergens in een geheime kluis in het Vaticaan.

 

 

Paus Johannus Paulus II met Lucia dos Santos

 

 

 

Uit het Boek der Waarheid:

 

Boodschap van de H. Maagd op 18 januari 2012

 

Er wordt een complot gesmeed tegen Paus Benedictus XVI door een kwaadaardige sekte binnen zijn eigen wandelgangen. Het is geweten dat deze sekte bestaat onder de gewijde dienaren binnen het Vaticaan. Toch zijn zij machteloos tegen deze kwaadaardige groep die al eeuwenlang de Katholieke Kerk heeft geïnfiltreerd. Zij zijn verantwoordelijk voor het verdraaien van de waarheid over de Leer van Mijn Zoon.

Er is zo weinig over hen of hun laaghartige werken bekend. Ze hebben de ware geloofsleer verdreven uit de Katholieke Kerk en in de plaats werd, in de afgelopen 40 jaar, een lauwe, afgezwakte versie aan de Katholieke Kerk opgedrongen. Er werd zoveel verwarring door deze verdorven maar verborgen sekte verbreid dat Mijn kinderen afgedwaald zijn van de ware Kerk.

Bid dat zij de Paus niet verjagen ! Bid dat de Valse Profeet de Stoel van de Heilige Vader niet zal innemen om zijn leugens te kunnen verspreiden ! Bid dat de gewijde dienaren in het Vaticaan sterk genoeg zijn om deze boosaardige samenzwering, ontworpen om de Katholieke Kerk te vernietigen, te weerstaan. Zij zijn van plan om de Heilige Plaatsvervanger, Paus Benedictus XVI, te vervangen door een dictator van leugens.

Hij zal een nieuwe kerk creëren samen met de Antichrist en zijn groepering om de wereld te misleiden. Jammer genoeg zullen veel van Mijn kinderen, in hun trouw aan het Katholieke geloof, blindelings deze nieuwe geloofsleer volgen zoals lammeren die naar de slachtbank geleid worden. Kinderen, word wakker voor de waarheid ! Dit snode plan heeft de fundamentele geloofwaardigheid van de Katholieke geloofsleer in de loop der jaren veranderd. Jullie beledigen Mijn Zoon wanneer jullie de Heilige Hostie in de hand ontvangen. Dat was hun werk.

 

 

Vernietiging van de valse profeet

Vernietiging van de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Boodschap van Jezus Christus op 26 januari 2012

 

Mijn zeer geliefde dochter, het wordt tijd dat de volledige waarheid, over de mysteries van het Goddelijk Rijk, aan de wereld geopenbaard wordt. De waarheid wordt al geruime tijd verborgen. De erkenning van Mijn goddelijke tussenkomst in de wereld – door wonderen, verschijningen en goddelijke mededelingen aan uitverkoren zielen – werd gedurende vele jaren door Mijn Kerk aan de kant geschoven.

Waarom Mijn Kerk de waarheid wilde onderdrukken, terwijl het nodig was om overal het geloof van Mijn kinderen te versterken, is enkel bij hen bekend. Elke ware ziener(es) van Mij en Mijn Gezegende Moeder werd aanvankelijk genegeerd en met minachting behandeld door Mijn Kerk.

Mijn dochter, zelfs het laatste geheim van Fatima werd niet aan de wereld gegeven omdat het de waarheid onthulde over de verdorven sekte van Satan die het Vaticaan is binnengedrongen. Het laatste gedeelte van het geheim werd niet geopenbaard om de goddeloze sekte, die in groten getale het Vaticaan is binnengedrongen sinds de verschijning van Mijn Moeder in het heiligdom van Fatima, te beschermen.

Mijn dochter Lucia werd het zwijgen opgelegd door de machten die een deel van het Vaticaan beheersen waarover Mijn arme geliefde Pausen weinig controle hebben. Kijk hoe zij niet enkel de waarheid van Mijn Leer verdraaid hebben maar ook nieuwe methodes van katholieke verering ingevoerd hebben die Mij en Mijn Eeuwige Vader beledigen.

 

 

de ware- en de valse drievuldigheid

de ware- en de valse drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Boodschap van de H. Maagd; 22 juli 2013  20.17 u

 

Mijn kind, de misleiding waarmee de wereld geconfronteerd zal worden, zal zo moeilijk te onderscheiden zijn, dat enkel diegenen die zich aan God overgeven en al hun vertrouwen op Mijn Zoon stellen, in staat zullen zijn om de beproevingen die in het verschiet liggen, te doorstaan.

Ik gaf de wereld de profetieën in 1917, maar het laatste geheim van Fatima werd niet geopenbaard, zo angstaanjagend was het voor diegenen binnen de Katholieke Kerk. Het laatste geheim van Fatima is Gods kinderen nog steeds onbekend, hoewel een deel ervan op 26 januari 2012 aan jullie geopenbaard werd.

Zeer weinigen binnen de Kerk zijn daarin ingewijd. Nu moet het volgende deel van het laatste geheim van Fatima geopenbaard worden, zodat Ik de mensheid kan waarschuwen voor de gevolgen van het negeren van Mijn tussenkomst om zielen te helpen redden.

De Kerk werd van binnenuit aangetast door vijanden van God. Zij – en er zijn er twintig van hen die van binnenuit de controle uitoefenen – hebben de grootste misleiding gecreëerd. Zij hebben een man verkozen, niet van God, terwijl de Heilige Vader, aan wie de Kroon van Petrus toegekend is, omzichtig verwijderd werd. De details, die Ik onthulde, bestaan hierin dat er in de eindtijd twee mannen zouden zijn die de Kroon van Petrus dragen.

De ene zal lijden omwille van de leugens die gecreëerd werden om hem in diskrediet te brengen, en die hem tot een virtuele gevangene zullen maken. De andere verkozene zal de verwoesting teweegbrengen, niet enkel van de Katholieke Kerk maar van alle Kerken die Mijn Vader vereren en die de Leer van Mijn Zoon, Jezus Christus, Redder van de wereld, aannemen.

Er kan slechts één door Mijn Zoon gemachtigd hoofd van de Kerk op aarde zijn, die Paus moet blijven tot aan zijn dood. Ieder ander die er aanspraak op maakt op de Stoel van Petrus te zitten, is een bedrieger. Dit bedrog heeft één doel: zielen aan Satan over te leveren. En voor dergelijke zielen, die van niets zullen weten, is er nog maar weinig tijd om gered te worden. Kinderen, jullie moeten nu slechts één waarschuwing ter harte nemen.

Wijk niet af van de Leer van Mijn Zoon! Trek elke nieuwe leerstelling in twijfel, die jullie voorgelegd wordt en die voorwendt van de Kerk van Mijn Zoon op aarde afkomstig te zijn! De waarheid is eenvoudig. Deze verandert nooit. De nalatenschap van Mijn Zoon is zeer duidelijk. Laat niemand jullie beoordelingsvermogen vertroebelen!

Weldra zullen de profetieën van Fatima steek houden. Alles speelt zich nu voor een ongelovige wereld af, maar jammer genoeg zullen maar zeer weinigen dit beseffen totdat het te laat is. Bid, bid, bid zo vaak mogelijk, elke dag, Mijn allerheiligste Rozenkrans om de uitwerking van het kwaad, dat jullie omringt, af te zwakken.

Jullie geliefde Moeder

Moeder van de Verlossing

 

 

 

Maria en de Rozenkrans

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

De gevolgen van mensen te verleiden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Marcus 9

 

 

 

 

 

Vóór of tegen Jezus

 

38 Johannes zei tegen Jezus: “Meester, we hebben iemand gezien die niet met ons meegaat, maar die toch namens U duivelse geesten uit de mensen wegjaagt. We hebben het hem verboden, omdat hij niet met ons meegaat.”

39 Maar Jezus zei: “Houd hem niet tegen. Want iemand die wonderen doet omdat hij in Mij gelooft, kan niet kort daarna slechte dingen over Mij zeggen. 40 Want mensen die niet tégen ons zijn, zijn vóór ons.”

 

 

 

Mensen die anderen verleiden om slechte dingen te doen, zullen worden gestraft

 

41 Jezus zei: “Als iemand die in de Messias gelooft aan jullie een beker water te drinken geeft omdat jullie leerlingen van Hem zijn, zal hij daarvoor een beloning krijgen.

42 Maar pas op als je één van deze kinderen die in Mij geloven, overhaalt om slechte dingen te doen. Het zou dan beter voor je zijn geweest, als je met een grote steen om je nek in zee was gegooid, dan dat je daarvoor de straf moet dragen.”

 

 

 

Ongehoorzaamheid aan God

 

43 Jezus zei: “Als je in de verleiding komt om met je hand iets slechts te doen, hak hem dan liever af. Dan ga je met maar één hand het eeuwige leven binnen. Dat is beter dan met twee handen in het onblusbare vuur van de hel gegooid te worden.

44 Daar gaan je wormen niet dood en wordt het vuur niet geblust.

45 En als je in de verleiding komt om met je voet iets slechts te doen, hak hem dan liever af. Dan ga je met maar één voet het eeuwige leven binnen. Dat is beter dan met twee voeten in het onblusbare vuur van de hel gegooid te worden.

46 Daar gaan je wormen niet dood en wordt het vuur niet geblust.

47 En als je door iets wat je ziet in de verleiding komt om iets slechts te doen, ruk dan liever je oog uit. Dan ga je met maar één oog het Koninkrijk van God binnen. Dat is beter dan met twee ogen in de hel gegooid te worden.

48 Daar gaan je wormen niet dood en wordt het vuur niet geblust.

49 Iedereen zal met het vuur van verleidingen zout worden gemaakt. Net zoals er op elk offer zout gedaan wordt.

50 Zout is goed, maar als zout niet meer zout is, waarmee kun je het dan nog zout maken? Zorg dat er zout in jullie zit. En maak geen ruzie met elkaar.”

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Openbaring les 3: Gods oordeel aan de witte troon!

Standaard

Categorie: religie

 

Achtergrond

 

Beeld je een wereld in die geregeerd wordt door een volmaakte Heerser die onmiddellijk en vastberaden afrekent met zonden. Wanneer de vloek van de zonde verwijderd is en alles terug naar haar oorspronkelijke zuiverheid als in de tuin van Eden wordt gebracht, zou de wereld gedomineerd worden door rechtvaardigheid en goedheid. Zo een aarde is nog ver te zoeken, maar het is  toch de juiste beschrijving van hoe de aarde er zal uitzien tijdens het komende aardse rijk van Jezus Christus. Gods volk heeft naarstig uitgezien naar deze tijd wanneer Christus zou terugkeren en Zijn vijanden zal verslaan om een aards koninkrijk op te zetten.

Deze verwachting blijft aanhouden omdat Christus’ aardse koninkrijk het hoogtepunt is van Gods verlossingsplan en de verwezenlijking van de hoop die de gelovigen doorheen de eeuwen hebben gekoesterd. De Gemeente wordt opgenomen en naar de hemel geleid, een grote verdrukking van zeven jaar zal de aarde overkomen en alles wat er nog overblijft, is weggelegd om afgehandeld te worden bij het oordeel. In hoofdstuk 20 schrijft Johannes zijn visioen over dit oordeel. Christus, het waardige Lam van God en de Heerser van de aarde, zal Zijn duizendjarig rijk oprichten en rechtvaardig afrekenen met al degenen die zich tegen Hem verzetten.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het binden van de dienaren van satan in het aardse

koninkrijk van Christus (Openbaring 20:1-6)

 

Het eerste waar de Koning aandacht aan zal schenken wanneer hij Zijn koninkrijk opzet is de opsluiting van de verzetsleider. Tegen deze tijd zal God alle menselijke tegenstanders hebben vernietigd (Op.19:11-21) en het beest (antichrist) en de valse profeet zullen in de poel van vuur geworpen worden (19:20). De laatste stap, in de voorbereiding van het koninkrijk, zal het wegnemen van satan en zijn demonische garde zijn zodat Christus kan regeren zonder de tegenstand van bovennatuurlijke vijanden.

God kiest ervoor om satan door een van Zijn engelen te verwijderen van de aarde. Ondanks dat we niet weten wie deze engel zal zijn, kunnen we wel zeggen dat hij grote krachten zal bezitten; “met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand” (20:1). Doordat hij de sleutel bezit, is hij alleen degene die de macht heeft om deze geschapen plaats van straf te openen en te sluiten. Terwijl hij nederdaalt uit de hemel merkt Johannes op dat hij slechts met één agendapunt is gestuurd: om satan (ook wel de draak, oude slang en de duivel genoemd) te grijpen, te binden en weg te werpen in de afgrond (bodemloze put) voor een periode van duizend jaar. Omwille van zijn verzet tegen Gods Zoon, dat wordt afgebeeld door de verschillende benamingen die hem hier worden gegeven, zou satan gedurende de duizend jaar dat Christus Zijn aardse rijk zal regeren worden gebannen. Gedurende deze tijd zal satan niet in staat zijn om volkeren te misleiden (20:3), wat wil zeggen dat hij op geen enkele manier invloed zal hebben op de wereld.

Met satan, zijn demonische garde en alle God verwerpende zondaren uit de weg geruimd, zal het duizendjarig koninkrijk opgericht worden. De Here Jezus zal in dit koninkrijk natuurlijk de voornaamste Heerser zijn (Luk.1:32; Op.19:16). Toch heeft Jezus beloofd dat Zijn heiligen met Hem zullen regeren (Dan.7:27; Matt.19:28;1 Kor.6:2; 2 Tim.2:12; Op.2:26; 3:21; 5:10). Dat deze belofte vervuld zal worden is duidelijk in de rest van Johannes’ visioen. Johannes ziet Gods volk verheerlijkt worden en beloond en heersend met Christus. Hij “zag tronen”, wat duidt op gezag en Gods uitverkorenen “gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven” (Op.20:4). Genietend van een ondergeschikte heerschappij onder leiding van Christus zullen de heiligen Gods wil volledig tot stand doen komen in ieder aspect van het koninkrijk.

Daarna ziet Johannes de laatste groep gelovigen die samen met Christus zullen regeren in Zijn koninkrijk. In dit visioen ziet Johannes “tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aangebeden, die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en  hand” (Op.20:4). Dit zijn de gemartelde gelovigen uit de grote verdrukking (6:9; 7:9-17; 12:11). Tijdens dit rijk zal de antichrist gelovigen tijdens de jaren van verdrukking omwille van verschillende redenen uitroeien:

(1) hun getuigenis van Jezus (19:10)

(2) ze zullen trouw Gods Woord verkondigen (6:9)

(3) ze zullen het beeld en zijn beeld niet vereren en ze zullen het teken niet op hun voorhand of hand dragen (19:20).

Net als koning Nebukadnessar in de dagen van Daniël zal de antichrist anderen door bevel oproepen om hem te vereren. Zij die zullen weigeren om het beeld van de antichrist te aanbidden zullen de doodstraf krijgen (13:15). In feite zijn van de vele martelaars die eerder in Openbaring genoemd worden mensen die in deze tijd van verdrukking zijn omgekomen.

Als deel van zijn plan om aanbidding van de antichrist af te dwingen, zal de valse profeet vereisen dat iedereen een teken op zijn voorhoofd of rechterhand zal dragen (13:16). Dit teken zal de personen die dit dragen kenmerken als aanbidders en trouwe volgelingen van de antichrist. Zij die weigeren om zulk een teken te dragen zullen geëxecuteerd worden. Omdat deze gelovigen tijdens deze jaren van verdrukking trouw zullen blijven tot aan de dood, en hiermee getuigen van hun ware verlossing, zullen ook zij terug tot leven komen en samen met Christus gedurende duizend jaar regeren.

Deze opstanding van de gelovigen noemt Johannes de eerste opstanding en degenen die er deel van uitmaken worden gezegend en heilig beschouwd (20:5). Zij die zullen horen bij de tweede opstanding zijn de dode ongelovigen uit de geschiedenis, waarvan de opstanding tot oordeel en verdoemenis in de volgende verzen 11-15 beschreven worden. Zij die deel uitmaken van de eerste opstanding zijn eerst en vooral gezegend omdat “de tweede dood geen macht” heeft over hen (20:6). Deze tweede dood die in vers 14 beschreven wordt als “de poel van vuur” is de eeuwige hel. De geruststellende waarheid is dat geen enkel kind van God ooit Gods toorn zal ondergaan (Rom.5:9; 1Thess.1:10; 5:9). Zij die deel hebben aan de eerste opstanding zijn ook gezegend omdat ze “priesters van God en van Christus zijn” (1:6; 5:10; 20:6). De gelovigen dienen nu als priesters door het aanbidden van God en het leiden van anderen in het kennen van Hem (1 Pet.2:9) en zullen op gelijkaardige wijze gaan dienen in het duizendjarig rijk.

 

 

De bevrijding en het einde van satan (Openbaring 20:7-10)

 

Zoals eerder werd aangehaald zullen satan en zijn demonen tijdens het duizendjarig rijk gevangen worden gehouden in de afgrond (of bodemloze put), zodat Jezus Christus soeverein zonder verzet zal kunnen regeren. Hen zal niet toegelaten worden om zich op een of andere manier te moeien met zaken die betrekking hebben op het duizendjarig rijk. Maar de opsluiting van satan zal ongedaan worden gemaakt “wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn” en hij “uit zijn gevangenis (zal) worden losgelaten” om een laatste opstand van zondaars te leiden. Ondanks de persoonlijke heerschappij van Christus op aarde en ondanks de hoge moraal die de aarde zal kennen zullen vele nakomelingen van hen die het duizendjarig rijk met hun fysieke lichamen zijn binnengetreden hun zonden toch gaan liefhebben en Christus verwerpen (cf. Rom.8:7). Zelfs de geweldige omgeving van het duizendjarig rijk zal de trieste realiteit van de menselijke verdorvenheid niet veranderen. Het loslaten en terugkeren naar de aarde van satan zal het bovennatuurlijke leiderschap voorzien dat nodig is om alle rebellie die er nog steeds leeft op aarde naar de oppervlakte te brengen (20:8).

Verwonderlijk ziet Johannes dat het aantal van deze rebellerende mensen “als het zand van de zee” is – een beeldspraak die in de Bijbel gebruikt wordt om een massale ontelbare groep aan te geven (Gen.22:17; Joz.11:4; Heb.11:12). Deze rebellen zullen de gelovigen omsingelen, die op dat moment allen in “de geliefde stad” Jeruzalem zullen verblijven (cf. Ps.78:68; 87:2). Alle gelovigen zullen daar zijn samengekomen, omdat het de plaats zal zijn waar de troon van de Messias zal staan en dit het centrum ts van het duizendjarig rijk (cf. Jes.24:23; Ezech.38:12; 43:7; Zach.14:9-11).

Omdat de rebellen zullen vergaderen om zich te verzetten tegen Christus, zal de oorlog eerder een terechtstelling worden. Volgens het visioen van Johannes komt er, wanneer de rebellen ten strijde willen trekken, “vuur van God neer uit de hemel en dat verslindt hen” (20:9). Ze worden snel, onmiddellijk en volledig uitgeroeid, een manier die God dikwijls gebruikt om zondaren te oordelen (cf. Gen.19:24; Lev.10:2; Luk.9:54). Satans strijdmachten worden fysisch gedood en hun zielen zullen naar het dodenrijk keren waar ze wachten op hun straf, de eeuwige hel, die gauw zal voltrokken worden (20:11-15). Johannes geeft ook weer hoe hun kwaadaardige leider zijn lot niet zal kunnen ontlopen. “De duivel, die hen misleidde, wordt in de poel van vuur en zwavel geworpen” (20:10). Daar zal hij het beest en de valse profeet vergezellen die tegen die tijd al duizend jaren hebben doorgebracht in deze plaats van tuchtiging (19:20). Eenmaal in deze verschrikkelijke plek zullen ze “dag en nacht gepijnigd worden” (20:10). Er zal “in alle eeuwigheid” geen moment van opluchting zijn (20:10) in de hel als een blijvende plaats (Matt.25:46; 2 Thess.1:9; Op.14:10-11) van onuitblusbaar vuur (Mark.9:43).

 

 

666 en de antichrist

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De grote witte troon van het oordeel (Openbaring 20:11-15)

 

Na getuige te zijn van het eeuwige einde van satan samen met de inluiding van het duizendjarig rijk van Christus krijgt Johannes een visioen over een grote witte troon. Het is op deze plaats dat de berouwloze zondaren die Gods genade en barmhartigheid tijdens hun leven hebben verworpen onvermijdbaar Gods rechtvaardigheid tegen zullen komen. Daarom is dit gedeelte de meest ernstige, ontnuchterende en tragische passage van heel de Bijbel. Hierna zal rechtspraak nooit meer nodig zijn en zal God niet meer als Rechter moeten optreden.

De apostel krijgt de Rechter gezeten op Zijn rechterstoel en al de beschuldigden voor Hem te zien. Deze Rechter is niemand anders dan de verheven Here Jezus Christus. Het hele Nieuwe Testament onderwijst dat het God in de persoon van Zijn verheerlijkte Zoon zal zijn, die zal uiteindelijk over alle ongelovigen zal oordelen (Joh.5:22, 26-27; Hand.10:42; 17:31;Rom.2:16; 2 Tim.4:1). Johannes vermeldt ook de opzienbarende realiteit dat “voor Zijn aangezicht” de aarde en de hemel wegvluchtten, “zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was” (20:11).

Dit is niets anders dan het plotse stormachtige einde van het universum (cf. Ps.102:25-26; Jes.51:6; Matt.5:18; 24:35; Heb.1:11-12; 12:26-27). Ondanks dat de aarde hersteld wordt tijdens Christus’ heerschappij in het duizendjarig rijk, zal hij toch nog steeds met zonden besmeurd en onderworpen zijn aan de gevolgen van de zondeval – verval en dood. Daarom moet de aarde uiteindelijk vernietigd worden, omdat niets dat besmet is met zonde voor eeuwig kan bestaan (2 Pet.3:13). Dit is ook de reden waarom God een nieuwe hemel en nieuwe aarde zal scheppen.

De doden die hier voor de witte troon staan zijn niet enkel die uit het duizendjarig rijk, maar alle ongelovigen die ooit hebben geleefd. Na hun dood zijn hun zielen in een plaats van pijn en marteling geweest die Hades wordt genoemd. Nu is voor hen de tijd gekomen om voor eeuwig veroordeeld te worden tot de hel. De alomvattende natuur van dit oordeel vereist dat de zee, de dood en Hades (het dodenrijk) “de doden die in hen waren” gaven. Op deze dag zullen al degenen die in ongeloof zijn gestorven voor Christus komen te staan – de Grote Rechter. Het oordeel over deze goddelozen zal niet aanvangen zonder goddelijke maatstaf.

De boeken die geopend werden voor de grote witte troon bevatten iedere gedachte, ieder woord en ieder daad van iedere ongelovige die ooit had geleefd. God heeft ieders leven volmaakt, precies en uitgebreid bijgehouden. Omdat Gods rechtvaardigheid vereist dat ieder zonde beboet wordt, zal iemand  die niet voldoet aan Gods volmaakte en heilige maatstaf “overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken” geoordeeld worden (20:12-13). Terwijl Christus de straf voor de gelovigen droeg (en hen dus dit oordeel deed ontkomen) zullen de ongelovigen Christus’ rechtvaardigheid niet toegerekend krijgen (Fil.3:9). Zij zullen zelf de straf voor het overtreden van Gods wet moeten dragen– eeuwige ondergang in de hel (2 Thess.1:9).

Nadat de boeken met de slechte daden van mensen werden geopend werd “nog een ander boek geopend, namelijk het boek des levens”(Op.20:12). Dit boek bevat de namen van allen wiens “burgerschap… in de hemelen” is (Fil.3:20). Het boek des levens is dus een register van al degenen die in geloof Jezus Christus hebben gevolgd en zich van hun zonden hebben bekeerd. Zij die hier op aarde weigerden om hun zondeschuld te erkennen, weigerden zich te bekeren en God om vergeving te vragen op basis van het plaatsvervangend offer van Jezus zullen niet in het boek des levens gevonden worden. Zulke personen zullen schuldig bevonden worden op de dag van het oordeel en voor eeuwig moeten lijden om willen van hun zonden.

Dat zulk een einde voor ongelovigen bestaat, wordt duidelijk aan het eind van Johannes’ visioen aan de grote witte troon. Volgens zijn verslag zal, eenmaal het oordeel is voltrokken, het heel gauw ten uitvoer worden gebracht. Terwijl de gezegende en heilige deelhebbers aan de eerste opstanding de tweede dood niet zullen meemaken (20:6), zal de rest van de doden die geen deelhebben aan de eerste opstanding (20:5) de tweede dood of hel tegemoet treden – hier omschreven als de poel van vuur (20:15). Hoe vreselijk en pijnlijk deze plaats ook zal zijn, toch zullen zij die in hun zonden sterven hier op deze wereld nogmaals een tweede dood ondergaan, veroordeling tot een eeuwigheid in de poel van het vuur.

 

 

Rechtvaardig oordeel

Pasteltekening van John Astria

 

 

Conclusie

 

Er is slechts één manier om de schrikwekkende werkelijkheid van de hel te ontkomen. Zij die hun zonden belijden en God vragen om hen te vergeven op basis van Christus’ plaatsvervangende dood voor hen zullen Gods eeuwige toorn ontkomen (Rom.5:9; 1 Thess.1:10; 5:9). Terwijl dit Bijbelgedeelte geschreven is als een waarschuwing voor de ongelovige wereld, moedigt het eveneens de gelovige aan om zorgzaam, opmerkzaam en godsvruchtig te leven en daarbij te evangeliseren naar een hopeloze verloren wereld die op weg is naar verwoesting. Gelovigen moeten daarom trouw het reddende Evangelie van de Here Jezus verkondigen en daardoor de zielen van de mannen en vrouwen redden van het onheil dat hun te wachten staat.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat wordt er aan het begin van de tekst voorbereidt?

 

Het boek Openbaring bevat hetgeen wat er in de toekomst plaats zal vinden. Voor gelovigen wordt dit zeer verwelkomd als we uitzien om bij Christus in de hemel te zijn. Voor dit gebeurt komt Christus naar de aarde en vestigt er Zijn koninkrijk. Dit zal gekend zijn als het duizendjarig rijk, want het voor duizend jaren zal duren.

 

 

 Welke rol speelt de engel in de voorbereiding voor dit koninkrijk?

 

De laatste fase in de voorbereiding van het koninkrijk zal een verwijdering van satan en zijn demonen zijn, zodat Christus zonder tegenstand kan regeren. Dit is het moment dat de engel komt. In zijn visioen ziet Johannes de engel nederdalen uit de hemel naar de aarde, de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn handen houdende. Hij is voor een reden gekomen: om satan te grijpen, te binden en hem voor duizend jaar in de afgrond te werpen. Vanwege zijn positie tot Gods Zoon, zal satan worden weg verzegeld voor de gehele duizend jaar dat Christus heersen zal in Zijn aards koninkrijk. Gedurende deze periode zal satan niet in staat zijn om de volken te misleiden (Op.20:3); wat betekend dat hij de wereld op geen enkele wijze meer kan beïnvloeden. Christus zal kunnen regeren in Zijn aardse rijk, zonder enige tegenstand of opstand. Wanneer de duizend jaar voorbij zijn wordt satan bevrijdt en toegestaan om terug te keren op aarde voor een hele korte tijd.

 

 

 Wie zal nog met Christus regeren zoals we in Johannes’ visioen kunnen zien?

 

Nu satan, zijn demonen en alle zondaren die God afgewezen hebben, weg zijn, zal het duizendjarig rij van vrede en rechtvaardigheid gevestigd worden. De soevereine Heerser in dat koninkrijk is natuurlijk de Here Jezus Christus. Maar Christus had ook Zijn heiligen beloofd om met Hem te regeren. (Dan.7:27;Matt.19:28; 1 Kor.6:2; 2 Tim.2:12; Op.2:26; 3:21; 5:10). Deze belofte wordt duidelijk gezien in de rest van Johannes’ visioen. Johannes ziet Gods kinderen (i.e. gelovigen) als herrezen, beloonde en regerende met Christus.

 

 

 Wie zal deel hebben aan de eerste opstanding?

 

Degenen die deel hebben aan de eerste opstanding, zullen degene zijn die geloofd hebben en ware verlossing hebben ontvangen door Jezus Christus. Deze individuen zijn getrouw gebleven, sommigen zelfs tot de dood. Omdat ze bewijs van ware verlossing hebben gegeven, zullen ze ook tot leven komen en met Christus voor duizend jaar regeren. Ze worden als gezegend beschouwd, omdat de “tweede dood geen macht” over hen heeft (20:6). Deze tweede dood is “de poel van vuur”, welke de hel is. Omdat ze Gods kinderen zijn, zullen ze nooit Gods eeuwige toorn onder ogen zien.

 

 

 Wie zal deel hebben aan de tweede opstanding?

 

Degene die deel hebben aan de tweede opstanding, zullen degene zijn die gefaald hebben om in hun leven te geloven in en zich te onderwerpen aan Christus. Deze individuen zullen uit de dood voortgebracht worden om niets anders dan oordeel en veroordeling te treffen. Hun einde zal hetzelfde zijn als die van satan en de rest van Gods vijanden.

 

 

 Wat zal er aan het einde van Christus’ duizendjarige regering op aarde plaatsvinden?

 

Als de duizend jaar om zijn, zal satan vrijgelaten worden uit de afgrond, om de laatste rebellie van de zondaren te leiden. Degene die op aarde zijn en hun zonden blijven liefhebben en Christus afwijzen tijdens Zijn duizendjarig heersen (wat een groot aantal zal zijn), zullen verleid en gelokt worden om satan te volgen in zijn laatste en definitieve rebellie tegen God.

 

 

 Op welke manier zullen de vijanden van God plannen om tegen Hem rebelleren?

 

Als alle opstandelingen zich rond de hoofdvijand satan verzamelen, zal hij hen in een strijd tegen God en Zijn volk leiden. Alle goddelozen zullen de heiligen insluiten, die dan verzameld zijn in de “geliefde stad” van Jeruzalem. Alle heiligen zullen hier verzameld zijn, omdat het een plaats van de Messias’ troon zal zijn en het middelpunt van het duizendjarig rijk.

 

 

 Hoe zal God de rebellie eindigen?

 

Volgens Johannes’ visioen zal er, als de opstandelingen zich verplaatsen voor de aanval, vuur uit de hemel neerdalen en hen verslinden (20:9). Ze zullen snel, direct en volledig uitgeroeid worden, wat vaak de manier is waarop God zondaren oordeelt. Alle strijdkrachten van satan zullen fysiek gedood worden.

 

 

 Hoe zal God tenslotte op het einde met satan afrekenen?

 

Johannes vermeldt ook dat hun slechte leider zijn lot niet zal kunnen ontlopen. “En de duivel, die hen misleidde” zal “in de poel van vuur en zwavel geworpen” worden (20:11). Daar zal hij zich bij de rest van Gods vijanden voegen. Eenmaal naar die vreselijke plaats geleid te zijn, zullen ze “dag en nacht gepijnigd worden” (20:10). Daar zal geen moment van verlichting zijn “in alle eeuwigheid” (20:10); want de hel is een eeuwige plaats van onuitblusbaar vuur.

 

 

 Nadat God de rebellie beëindigt, waar worden de opstandigen onmiddellijk heengebracht?

 

Na getuige geweest te zijn van het eeuwige einde van satan, samen met het inluiden van Christus’ duizendjarig rijk, ontvangt Johannes een visioen van een grote witte troon. De apostel krijgt de Rechter te zien die op Zijn troon van oordeel zit en alle beschuldigden staan voor Hem. Deze Rechter is niemand minder dan de verhoogde Here Jezus Christus. Op deze dag zal elke ongelovige die ooit geleefd heeft, voor Christus moeten staan – de Grote Rechter.

 

 

 Wat zal er in de laatste dagen met de aarde gebeuren?

 

Johannes schrijft dat van de Rechters’ “aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg” en dat “er geen plaats meer voor hen te vinden was” (20:11). Dit is niets anders dan de plotselinge, hevige beëindiging van het universum. Hoewel de aarde herstelt zal zijn tijdens Christus’ duizendjarig rijk, zal hij nog steeds besmet zijn met zonde en daarom onderworpen aan de gevolgen van verval en dood. Vandaar dat hij vernietigd moet worden, aangezien er niets wat bedorven is door zonde toegestaan kan worden om in de eeuwige staat te blijven bestaan. Dit is waarom God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal maken.

 

 

 Waardoor zullen ongelovigen veroordeeld worden?

 

De boeken die geopend voor de grote witte troon liggen, bevatten de vermelding van iedere gedachte, woord en daad van iedere niet verloste persoon die ooit geleefd heeft. God heeft een perfecte en nauwkeurige vermelding van het leven van iedere persoon. Aangezien Gods rechtvaardigheid een betaling vereist voor elke zonde van iedereen, zal elke persoon die Gods volmaakte heilige standaard niet haalt, geoordeeld worden “overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken” (20:12-13). Terwijl Christus de straf voor gelovigen betaald heeft (en daarmee hen van oordeel bevrijd heeft), zullen ongelovigen, die Christus’ gerechtigheid niet hebben, zelf de straf moeten betalen voor het schenden van Gods wet. Deze straf is eeuwige vernietiging in de hel.

 

 

 Wat zal er uiteindelijk gebeuren met degene wiens naam

niet in het boek des levens geschreven staan?

 

Nadat het boek met de slechte daden van de gevangenen geopend was, werd “nog een ander boek geopend, namelijk het boek des levens” (20:12). Dit boek bevat de namen van al degene die hun “burgerschap … in de hemelen” hebben (Fil.3:20). Zo is het boek des levens een verslag van degene die geloof in Christus hebben  en berouw getoond hebben van hun zonden en zich hebben bekeerd. Degene die weigeren om in deze wereld van hun zonden schuld te bekennen, berouw tonen en God om vergeving te vragen, zullen niet in het boek des levens gevonden worden. Deze individuen zullen schuldig verklaard worden op de dag van het oordeel en zullen in alle eeuwigheid lijden voor hun zonden. Deze straf zal snel uitgevoerd worden, want alle ongelovigen zullen onmiddellijk in de poel van het vuur geworpen worden (i.e., de hel).

 

 

SAMENVATTING

 

In Johannes’ visioen zag hij een engel vanuit de hemel komen die een sleutel en een grote ketting in zijn hand vasthield. De engel nam satan en bond hem vast en wierp hem in de afgrond en deed het op slot. Satan werd daar voor duizend jaar gebonden, zodat hij niemand meer kon misleiden. Johannes zag ook tronen en de zielen van mensen die voor hun geloof onthoofd waren. Deze mannen en vrouwen zullen voor duizend jaar met Christus regeren. Na de duizend jaar zal satan voor een korte tijd bevrijdt worden. Gedurende deze tijd zal satan een opstand tegen God en Gods volk houden. God zal deze opstandelingen verslinden en zal satan in de poel van het vuur werpen. Daarna zag Johannes een grote witte troon waar God met grote, geopende boeken
zat. De doden die voor God stonden, werden vanwege hun daden veroordeeld en als hun namen niet in het boek des levens stonden, werden ze in de poel van het vuur geworpen.

Dit tekstgedeelte dient als een grote waarschuwing voor een ieder die blijft rebelleren tegen God. Degene die falen om hun zonden te belijden, om God om vergeving te vragen en aan Christus te onderwerpen, zullen een hevige straf ondervinden. Daarom zou iedere gelovige bezorgd moeten zijn om te zien of zijn of haar leven blijk geeft van ware verlossing. Terwijl we nog op deze aarde zijn, zouden we een groot verlangen moeten hebben om de reddende genade te brengen aan degene die in ongeloof wandelen en tegen God in opstand komen.

 

 

Chronologie Johannes’ visioen

 

Johannes zit nog steeds op het eiland Patmos. God wil hem daar meer vertellen over wat er in de toekomst gaat gebeuren. Hij geeft Johannes een droom waarin Hij hem meeneemt naar die tijd die nog moet komen. In deze droom ziet Johannes een hele sterke engel uit de hemel neerdalen. Hij heeft een sleutel en een ketting vast. De engel komt om satan gevangen te nemen. Hij neemt satan beet en maakt hem met de ketting vast. Daarna gooit hij satan in een put waar hij zelf niet uit kan. Duizend jaar zal hij in die put moeten blijven. Maar wat ziet Johannes nu? Op de troon in Jeruzalem zit een man die hij heel goed kent. Het is Jezus! Hij zit op een troon. Ziet hij dat goed? Er staan nog heel veel tronen met mensen erop. Het lijken wel allemaal koningen. Dit zijn alle mensen die in Jezus hebben geloofd. Zij mogen nu samen met Hem als koningen regeren over de aarde voor wel duizend jaar.

Tijdens die duizend jaar is bijna iedereen gelukkig want Jezus is de grote Koning. Na de duizend jaar wordt satan weer losgelaten. Hij vlucht vliegensvlug naar de aarde. Heel veel mensen kiezen om met hem te gaan vechten tegen Jezus en Zijn leger. Maar God laat dit niet gebeuren. Wanneer de troepen van satan bijeen komen laat God vuur uit de hemel komen om hen allemaal te doden. Satan wordt nu voorgoed in de hel geworpen. Johannes zijn droom gaat verder. Nu ziet hij een grote witte troon staan met een hele strenge Rechter erop. Voor de troon staan een heleboel mensen. Het zijn alle mensen die niet hebben geloofd in God en niet vertrouwden op Jezus. Ze dachten: “Ik heb Jezus niet nodig, ik zorg wel voor mezelf!” Hier staan ze nu, niemand om hun te helpen. De Grote Rechter, die eigenlijk Jezus is, doet een heel dik boek open.

In dit boek staat alles wat iedereen heeft gedacht, gezegd en gedaan. Een heleboel dingen. De Rechter kijkt naar het boek en wanneer hij één zonde vindt, spreekt Hij daarover de straf uit. Alle mensen voor de troon blijken schuldig te zijn. Niemand staat er zonder zonden. Ze hebben allemaal gezondigd en gedaan wat God slecht vindt. De Rechter schudt met Zijn hoofd en zegt tegen elk van hen: “Je hebt niet gedaan wat Ik wilde, je verdient
straf. Je zult voor eeuwig in de hel blijven en daar gestraft worden omwille van je zonden.” Dit is de meest triestige dag van de geschiedenis, want die dag zullen er heel veel mensen zijn die voorgoed in de hel zullen blijven. Jezus, de Rechter, doet dit niet graag. Maar Hij moet het doen, want bij zonde hoort straf. Daarom geeft Jezus nu nog iedereen de kans om op Hem te vertrouwen. Vraag God vergeving van je zonden en vertrouw erop dat Jezus de straf voor jouw zonden droeg aan het kruis! Haat zonden en vecht ertegen! En vertel ander mensen over Jezus die van hen houdt en voor zonden stierf aan het kruis.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Niet iedereen wordt behouden!

Standaard

categorie : religie

 

 

 

2-petrus-3-9

 

 

 

Wordt iedereen behouden?

 

 

2 Petrus 3 : 3-9

 

3 Onthoud vooral goed dat er aan het eind van de tijd mensen zullen komen die er maar op los leven. 4 Ze zullen spottend tegen jullie zeggen: “Waar blijft Hij nou? Hij zou toch komen? Maar er is nog nooit iets veranderd. Alles blijft zoals het altijd is geweest.” 5 Want ze willen er expres niet aan denken dat er door het woord van God al eerder een hemel en aarde zijn geweest. 6 En dat die aarde, die uit het water ontstond en door het water bestond, ook weer door het water is vernietigd. 7 Maar de hemel en de aarde van nu worden door datzelfde woord van God als een schat bewaard. Nu niet voor het water, maar voor het vuur. Dat is het vuur van de dag dat God over de mensen zal rechtspreken. Op die dag zullen de mensen die zich niets van God aantrekken, vernietigd worden.

8 Maar vergeet niet, lieve broeders en zusters, dat één dag bij de Heer is als duizend jaar, en dat duizend jaar is als één dag. 9 Sommigen van jullie denken dat de Heer vergeet te doen wat Hij heeft beloofd. Maar dat is niet zo. Nee, Hij wacht en stelt het uit omdat Hij geduld heeft met ons. Want Hij wil niet dat er mensen verloren zullen gaan. Hij wil dat alle mensen in Hem zullen gaan geloven en zullen gaan leven zoals Hij het wil.

10 Maar de dag van de Heer zal net zo onverwachts komen als een dief in de nacht. Op die dag zal de hemel dreunend verdwijnen. Alles waaruit de aarde bestaat en alles wat op aarde is gedaan, zal verbranden.

 

Wat Petrus hier uitlegt is, dat God iedereen de gelegenheid geeft tot bekering te komen, d.w.z. dat Hij iedereen daarvoor voldoende tijd gunt. Want dat is het onderwerp hier. Hij waarschuwt zijn lezers dat er mensen zullen komen die zullen zeggen:

‘Waar blijft Jezus nu? Hij had toch beloofd te komen? De generatie vóór ons is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is’ (vs 4).

 

Het is in dat verband dat Hij uitlegt dat we het uitblijven van de wederkomst moeten zien als een vorm van genade, omdat God op deze manier meer mensen de gelegenheid geeft tot bekering te komen:

De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat (vs 9).

 

Hij geeft zo iedereen de gelegenheid zich te bekeren, maar dat moeten ze dan wel doen, anders gaan ze toch verloren. Weliswaar kunnen we onze eigen behoudenis niet zelf bewerken, maar we moeten wel tot bekering komen en voortdurend ijverig bezig zijn met zoeken naar de enge poort, waar de meesten echter toch niet zullen binnengaan. Want dat beeld gebruikte Jezus juist in zijn antwoord op een vraag of er maar weinigen zouden worden gered. En bij Lucas laat Hij daar op volgen:

Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: “Heer, doe open voor ons!”, dan zal hij antwoorden: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? (vs 25).

 

We moeten dus constateren dat Petrus er met bovenstaande woorden juist eerder op wijst dat niet iedereen wordt behouden.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

De leer van de hel.

Standaard

categorie : religie

 

 

1218128-84455cead62eb36a35cdaa1c9e811740

 

 

Wat is de leer van de hel?

 

De leer van de hel kan als volgt worden samengevat: de hel is de plaats waar de toekomstige bestraffing zal plaatsvinden van de mensen die niet gerechtvaardigd zijn. Het is een plek voor de mensen die Jezus Christus hebben afgewezen. De hel als een plaats van bestraffing wordt vertaald als Gehenna, de Griekse vorm van het Hebreeuwse woord Hinnomdal. In de tijd van Jezus werd het Hinnomdal gebruikt als de vuilstortplaats van Jeruzalem. Al het vuil en afval van de stad werd in het dal gegooid, waaronder ook de dode lichamen van dieren en geëxecuteerde criminelen.

Om dit alles te verwerken, brandde het vuur hier onophoudelijk. Jezus gebruikte deze weerzinwekkende locatie als een symbool voor de hel. Hij zei: ‘Wil jij weten hoe de hel er uitziet? Ga dan maar eens naar de vallei van Gehenna kijken.’ De hel kan dus beschreven worden als Gods kosmische vuilstortplaats. Alles wat niet geschikt is voor de hemel zal in de hel worden gegooid.

Er staan 1850 verzen in het Nieuwe Testament waarin Jezus aan het woord is. In dertien procent van die verzen spreekt Jezus over een eeuwige straf en de hel. Jezus sprak vaker over de hel dan over de hemel! Jezus leert ons dat de hel een werkelijke, letterlijke locatie is. Hij beschrijft het als een plaats waar eeuwig lijden plaatsvindt. Kijk eens naar deze verzen:

 

Matteüs 13:49-50 :

“Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen erop uittrekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden.”

 

Lucas 16:22-24:

“Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.”

 

2 Tessalonicenzen 1:9 :

“Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit.”

 

Openbaring 14:10-11:

“Hij zal in vuur en zwavel worden gepijnigd, onder de ogen van de heilige engelen en van het lam. De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Wie het beest en zijn beeld aanbidden, of wie het merkteken van zijn naam draagt, ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.”

 

Openbaring 20:14-15 :

“Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”

 

 

image357-300x197

 

 

 

Bestaat de hel echt?

 

 

 De hoofdzaken

 

Mensen over de hele wereld stellen de vraag of de hel echt bestaat. Slechts 31% van alle volwassenen ziet de hel als een werkelijke locatie waar mensen naar toe gestuurd kunnen worden en lichamelijk gepijnigd worden. De leer van de hel is afkomstig uit de Bijbel.

 

 

Waarom werd de hel geschapen?

 

De vraag waarom de hel bestaat, heeft mensen in alle tijdperken al verwonderd. Ontelbare mensen hebben de volgende vraag gesteld: “Als God zo goed is, waarom zou Hij dan een plaats als de hel scheppen?” De hel bestaat omdat sommige mensen er voor kiezen om de verkeerde dingen te doen en daarom gestraft moeten worden.

In het Bijbelse verslag over de schepping, dat in het boek Genesis kan worden gevonden, wordt geen gewag gemaakt van een plaats die de hel wordt genoemd. Alles wat God in deze periode schiep was goed. Maar de Bijbel vertelt ons in Matteüs 25:41 dat de hel later werd voorbereid voor “de duivel en zijn engelen” (zie ook Jesaja 14:12).

God wilde geen hel voor de mens scheppen, het was nooit de bedoeling dat er ook maar één enkele man of vrouw naar de hel zou gaan. In 2 Petrus 3:9 leren we dat God wil dat “iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat”.

De hel is een werkelijk bestaande plaats. We weten dit uit diverse verzen in de Bijbel, waarvan een aantal door Jezus Zelf werd uitgesproken. En we weten dat de boosaardigen en goddelozen er na hun dood naartoe zullen gaan en dat het leven in de hel vreselijk is. Ook al was de hel oorspronkelijk geschapen voor Satan en zijn gevallen engelen, toch zullen er ook mannen en vrouwen in de hel te vinden zijn.

 

 

Waarom gaan mensen er naartoe?

 

De hel is een plaats die tot in de eeuwigheid van God is afgezonderd. Mensen zullen er na hun dood naartoe gaan, omdat zij er tijdens hun levens op aarde voor gekozen hebben om zichzelf van God af te zonderen. God heeft ons met een vrije wil geschapen zodat wij onze eigen keuzes kunnen maken.

Een leven zonder God is een van die keuzes die wij vrijelijk kunnen maken. Onze vrije wil is een prachtig geschenk van God, omdat Hij ons niet dwingt om van Hem te houden of om Hem te volgen. Zonder onze vrije wil zouden we niets anders zijn dan marionetten of robots, wat God niet zou behagen en onze levens ongetwijfeld niet beter zou maken.

Hoewel God graag wil dat elk mens ervoor kiest om van Hem te houden, kiezen sommige mensen er voor om dit niet te doen. Deze mensen zullen in hun zonden sterven en voor altijd van God afgezonderd worden in de hel. Veel mensen denken dat dit niet eerlijk is en dat een liefdevolle God nooit een dergelijk systeem zou opzetten. Maar juist Gods liefde voor ons en Zijn perfecte rechtvaardigheid vertellen ons waarom de hel bestaat en waarom mannen en vrouwen er voor kiezen om daar naartoe te gaan.

God houdt zo veel van ons dat Hij onze keuzevrijheid respecteert. Als wij ervoor kiezen om niet van Hem te houden, waarom zou Hij ons er dan toe dwingen om eeuwig met Hem in de hemel te leven? Zou een eeuwigheid met iemand waarvan wij niet houden niet ook een hel zijn? God wil de mensen die niet van Hem houden behoeden voor een eeuwig leven met Hem onder Zijn heerschappij.

 

 

Is het een straf voor slechte mensen?

 

Vele mensen geloven dat wij na onze dood niet naar een hemel of een hel gaan, maar gewoon ophouden te bestaan. Dit is een totaal verkeerd beeld van de schepping van God. God laat mensen sterven voor de zonden van de mens maar vernietigt geen enkele ziel.

Gods perfecte rechtvaardigheid vereist dat er een hel is om de boosaardige mensen te straffen die niet tot inkeer zijn gekomen. De mensen maken veel heisa over het feit dat God Liefde is, maar ze vergeten dat Hij – omdat Hij Liefde is – ook Rechtvaardigheid is. Hij eist een oneindige wraak op alle mensen die het dierbare bloed van Christus met voeten treden, het Lam dat werd omgebracht voor alle verloren zondaars sinds het begin van de wereld.

God zou nooit compleet liefdevol zijn als boosdoeners nooit zouden worden gestraft. Hij heeft Zijn Zoon gestuurd om voor onze zonden te sterven. Als wij die verlossing afwijzen en uiteindelijk nooit de boete voor onze overtredingen betalen, is God onrechtvaardig. We hoeven niet van God te verwachten dat Hij mensen, die het vergoten bloed van Christus bespotten, niet zal straffen.

 

 

Worden mensen gedwongen er naartoe te gaan?

 

De hel is een werkelijkheid en God wil graag dat niemand er naartoe gaat. Het is Zijn verlangen dat wij allemaal met Hem in de hemel zullen samenzijn. Maar God kan niet iedereen in de hemel toestaan. De hemel is een perfecte plaats en God is een perfecte God.

Als Hij zondaars in de hemel zou toelaten zonder dat er op de een of andere manier met hun zonden is afgerekend, dan zouden zij door Zijn perfectie worden verteerd. Onze liefdevolle God wenst dat voor geen enkel mens en daarom ontwierp Hij een perfect plan voor de redding van Zijn schepselen.

Hij, de perfecte en heilige God, kwam naar de aarde in de gedaante van een mens, Jezus Christus en stierf als een boetedoening om met onze zonden af te rekenen. Als wij ervoor kiezen om Jezus Christus als de betaling voor onze zonden te aanvaarden kunnen wij de hemel binnengaan zonder verteerd te worden.

Maar als we ervoor kiezen om Jezus Christus niet te aanvaarden, dan zal God ons in Zijn oneindige liefde en genade niet toestaan om de hemel binnen te gaan en daar verteerd te worden. In plaats daarvan heeft Hij een plaats geschapen die van Hem is afgezonderd, waar zondaars naar toe kunnen gaan zonder verteerd te worden. Die plaats is de hel.

God houdt van ons en daarom heeft Hij ons een groot aantal geschenken gegeven. De twee belangrijkste geschenken die Hij ons heeft gegeven zijn ongetwijfeld onze vrije wil en Zijn genadige redding, door middel van Zijn Zoon Jezus Christus. Hij gaf ons een vrije wil zodat we ervoor konden kiezen om van Hem te houden en om niet te zondigen, en vervolgens gaf Hij ons Zijn Zoon om ons te redden toen wij de verkeerde keuze maakten.

Als wij ervoor kiezen om God niet lief te hebben en ook Zijn Zoon afwijzen, die gestuurd was om ons van onze verkeerde keuze te verlossen, dan is een eeuwige afzondering van Hem in de hel het lot.

 

Openbaring 20:15 : “Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”

 

Niemand hoeft naar de hel te gaan. God heeft ons een oplossing aangeboden die ons uit de hel kan houden: de verlossing door middel van Zijn Zoon, Jezus Christus. Het enige wat wij hoeven te doen is Zijn goede plan volgen. Dan kan niets ons van Hem afzonderen.

 

 

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

hoofdstuk 20 van de Openbaring; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 Hoe zal de hel eruit zien?

 

In de Bijbel spreekt Jezus verscheidene malen over de realiteit van de hel en zijn uiterste duisternis. Hij beschrijft het als een vuurpoel. Hij zegt ook dat de hel een plaats is waar mensen zullen jammeren en knarsetanden.

Matteüs 8:12 : “Maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.”

Het boek Openbaring beschrijft de hel als een vuurpoel dat met zwavel brandt. Aan het eind der tijden zal de duivel zelf in de hel geworpen worden om zijn straf te ontvangen. Openbaring 20:10 zegt dat de kwelling dag en nacht zal doorgaan, tot in de eeuwigheid.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Is het God die ons in verzoeking leidt?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De verzoeking van Jezus door de duivel

De verzoeking van Jezus door de duivel

 

Het Griekse woord voor ‘verzoeking’ is peirasmos, verwant aan het werkwoord peirazo. In de allereerste plaats heeft het woord peirazo de betekenis hebben van ‘op de proef stellen’. We moeten leren God te gehoorzamen en niet onze eigen wil te doen, maar we moeten dat dan ook waarmaken op momenten en in situaties die in die zin ter zake doen. Dat zijn als het ware de proefwerken van onze opleiding.

Wanneer wij aan zo’n beproeving worden blootgesteld vraagt God ons in feite te laten zien waar onze prioriteiten liggen: bij Hem of bij onszelf. Dit kan met een voorbeeld aangetoond worden door een citaat uit de toespraak van Mozes in Deuteronomium 8:14-16:

 

U mag straks in het beloofde land de heer, uw God, niet vergeten. Was Hij het niet die u veilig door die grote, verschrikkelijke woestijn leidde om u op de proef te stellen, zodat hij u later zou kunnen zegenen?

 

Zo wordt ook de gelovige van het Nieuwe Verbond op de proef gesteld, want geloof moet blijken. Maar waarom leert Jezus ons dan bidden ‘breng ons alstublieft niet in zo’n situatie van beproeving’? Het enige antwoord daar op is dat wij daarmee erkennen dat de kans groot is dat wij die beproeving niet zullen doorstaan, hoewel dat eigenlijk wel zou moeten. Dus ja, het is God die ons aan die beproeving onderwerpt, maar het is niet Hij die er de oorzaak van is dat wij vervolgens falen en zondigen. Die oorzaak zijn wij echt zelf!

De apostel Paulus vermaant de gelovigen te Korinte:

 

U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u met de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan (1 Korintiërs 10:12-13).

 

Als we toch falen ligt dat dus helemaal aan onszelf. Ook Jezus zelf is zo op de proef gesteld; onmiddellijk na zijn doop, in de woestijn, maar ook voortdurend gedurende zijn leven. Hij verwijst daarnaar wanneer Hij in de bovenzaal tegen zijn discipelen zegt:

 

‘Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven’ (Lucas 22:28).

 

Op grond daarvan belooft Hij hen overigens een plaats in zijn komende Koninkrijk (vs 29). Maar tegelijkertijd moet Hij Petrus waarschuwen:

 

Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken (vs 31-32).

 

Uiteindelijk leidt er geen weg om beproeving heen. Jezus zelf is, in Getsemane, zo op de proef gesteld, en dat geldt ook voor wie Hem willen volgen. Maar we moeten ons er wel van bewust zijn dat we dat niet zomaar even doen. Petrus reageerde in de bovenzaal met de verzekering dat, zelfs al mochten alle anderen falen, hem dat niet zou overkomen (Matteüs 26:33), en die zelfverzekerdheid kreeg nog diezelfde nacht een harde les te leren. En zo liggen de kaarten ook voor een ieder van ons. Later zou diezelfde Petrus schrijven:

 

Verheug u over de erfenis die u beloofd is ook al moet u nu allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst (1 Petrus 1:6-7).

 

Want daar tegenover staat de zekerheid dat :

 

De Heer vromen uit de beproeving redt en onrechtvaardigen gevangen houdt tot de dag van het oordeel, om hen dan te straffen (2 Petrus 2:9).

 

En het is Jezus zelf, die deze taak namens God uitvoert:

 

Omdat u trouw bent gebleven aan mijn gebod om stand te houden, zal ik u ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van de beproeving aanbreekt, als heel de aarde en de mensen die er leven op de proef worden gesteld (Openbaring 3:10).

 

Er zal een tijd van beproeving zijn, maar wanneer wij trouw blijven, zullen we geholpen worden die te doorstaan. Maar we doen er goed aan ons te realiseren dat we dat uit onszelf niet zouden redden.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zuster Faustina’s visie van de toekomst 

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Zuster Faustina’s visie van de toekomst

 

 

Zuster Faustina Kowalska van de Goddelijke Barmhartigheid was door Jezus verteld dat het volgende zou gebeuren in de toekomst:

 

Vooraleer Ik kom als de Rechtvaardige Rechter zal Ik eerst komen als Koning van Barmhartigheid. Vooraleer de dag van Gerechtigheid aanbreekt zal aan het volk een teken aan de hemel van dit soort gegeven worden. Alle lichten aan de hemel zullen uitgeblust zijn en er zal een grote duisternis over de hele aarde zijn.

Dan zal het teken van het kruis aan de hemel gezien worden. En van de openingen waar de handen en voeten van de Redder waren genageld zullen grote lichten voortkomen die zullen lichten op de aarde voor een periode van tijd. Dit zal plaatsvinden kort voordat de laatste dag aanbreekt.

 

 

Jezus vertelde Zr Faustina op een andere keer :

 

Je zal de wereld voorbereiden op Mijn Tweede Komst. Het visioen dat Zr Faustina had kan refereren naar de komende Verlichting die de Grote Kastijding voorhad (de dag van Gerechtigheid). Zr Lucia van Fatima had een gelijkaardig visioen in juni 1929. 4 maanden vooraleer de aandelenmarkt ineenstortte in oktober 1929. Jezus vertelde Zr Faustina dat een vonk zou komen die de wereld zou voorbereiden op Zijn Tweede Komst.

Dat was Paus Johannes Paulus II, de tweede Elia. Paus Johannes Paulus II gaf de wereld de boodschap van de Goddelijke Barmhartigheid, die Jezus aan de wereld brengt als de Koning van Barmhartigheid. Het einde van het tijdperk begon in 2005, die de dood van de tweede Elia – Paus Johannes Paulus II – aankondigde zegt ons dat de dag van gerechtigheid nabij is.

 

 

 

14-11-2014, 18:39 Geschreven door Claudia

 

Het Vagevuur

 

 

De zieneres van Gods Barmhartigheid, Zuster Faustina onthult :

 

Ik zag mijn beschermengel. Hij zei me hem te volgen. In een ogenblik bevond ik mij in een bewolkte plaats, vol vuur. Er was een menigte van lijdende zielen. Ze waren fervent aan het bidden maar zonder effect voor zichzelf. Wij alleen kunnen hen helpen. De vlammen die hen verbrandden raakten me niet. Mijn beschermengel liet me geen ogenblik in de steek. Ik vroeg aan deze zielen: wat is jullie grootste kwelling?

Eenparig antwoordden ze: we verlangen naar God! Ik zag de Moeder van God deze zielen bezoeken. Ze noemen haar ‘Sterre der Zee’. Zij brengt hen verlichting. Ik verlangde meer met hen te praten maar mijn beschermengel deed teken om deze gevangenis van lijden te verlaten. Toen hoorde ik een innerlijke stem die zei: Mijn barmhartigheid verlangt dit niet maar gerechtigheid wel.

 

14-11-2014, 18:16 Geschreven door Claudia

 

De Hel

 

De legende vertelt dat wetenschappers in Sibeire een gat boorden van 14,5 km diep voor ze een hol complex aantroffen. Geïntrigeerd door deze onverwachte ontdekking lieten ze een extreem hitte-tolerante microfoon naar beneden samen met andere sensoren in de holte. De temperatuur was een 1100 graden celsius hitte van een vuurput waarvan het geschreeuw van de vervloekten gehoord kon worden. Wat volgt is een radioprogramma van de Amerikaanse presentator Art Bell over de Siberische Geluiden van de Hel.

 

 

De realiteit van de hel  genomen uit het dagboek van Zuster Faustina nr 741 :

 

Ik, Zuster Faustina, heb de Hel bezocht op bevel van God, zodat Ik de zielen erover kon vertellen en getuigen van zijn bestaan. Vandaag werd ik geleid door een Engel naar de afgrond van de Hel. Het is een plaats van veel marteling, hoe groot en uitgebreid is de Hel! Daar waren de grote martelingen die ik zag.

  • De eerste marteling bestaat erin dat men God verliest.
  • De tweede marteling is de eeuwige wroeging van het geweten.
  • De derde is de realisatie dat zijn conditie nooit zal veranderen, het is voor eeuwig.
  • De vierde is het vuur dat de ziel binnendringt zonder de ziel te vernietigen. Een verschrikkelijk lijden omdat het puur spiritueel vuur is, aangestoken door Gods Woede.
  • De vijfde marteling is de voortdurende duisternis en een verschrikkelijke verstikkende stank, en ondanks de duisternis zien de duivels en de zielen van de vervloekten elkaar en al het kwaad van anderen en dat van hen.
  • De zesde marteling is de constante aanwezigheid van Satan.
  • De zevende marteling is de verschrikkelijke wanhoop, haat van God, vloeken en godslasteringen, maar dat is niet het einde van het lijden. Er is speciaal lijden voor bepaalde zielen. Dit zijn de kwellingen van de zintuigen. Elke ziel ondergaat verschrikkelijk en onbeschrijflijk lijden dat afhangt van de manier waarop de ziel heeft gezondigd. Er zijn holten en putten van marteling waar de ene vorm van foltering verschilt van de andere.

 

Ik zou gestorven zijn van de aanblik van deze folteringen als Gods Almacht me niet had ondersteund. Laat de zondaar weten dat hij voor eeuwig gemarteld zal worden in de zintuigen die hij gebruikt heeft om te zondigen. Ik schrijf dit op, op bevel van God, zodat geen ziel een excuus kan vinden door te zeggen dat er geen hel is of dat er niemand geweest is, en dat niemand kan zeggen hoe het er is.

Maar ik stelde een ding vast: dat de meeste zielen die in de hel zijn niet geloven in het bestaan van de hel. Hoe verschrikkelijk lijden de zielen daar. Wanneer ik bij bewustzijn kwam kon ik bijna niet bewegen van angst. Daarom bid ik nog ferventer voor de bekering van zondaars. Ik smeek ononderbroken om Gods barmhartigheid over hen.

O mijn Jezus, ik zou liever in doodsstrijd zijn tot het einde van de wereld te midden het grootste lijden, dan U te beledigen met de kleinste zonde!

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De eeuwige moederliefde van God

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

hildegard

.

Een psalm van Hildegard: Laus Trinitati:

Geloofd zij de Drieëenheid, die klank en leven geeft

.

in het bestaan van alle schepselen 

.

scivias-t-11

Het mooiste visioen uit de Scivias is dat van de Drieëenheid (T 11 II,2): een mensengestalte omgeven door een cirkel van rood trillend vuur met daar omheen een cirkel van helder licht.

Hildegard heeft zelf geen titel aan dit visioen gegeven. Wel beschrijft ze in de tekst de Moederliefde van God: de ‘materna dilectio amplexionis Dei’ (de moederlijke liefde van Gods omhelzing).
Ze duidt de Vader aan door het zilver (trillend, levend licht), de Heilige Geest door goud (trillende, levende warmte) en het Mensgeworden Woord door saffierblauw, de Zoon (daaruit voortgekomen).

Hildegard ervaart in het visioen van de drie-enige God een levend licht. Dit levende licht komt naar haar toe en opent voor haar de geheimen van God. In dit visioen wordt voor haar een verborgen werkelijkheid getoond. Ze wordt betrokken in een diepte die alomvattend is en waarin de hele werkelijkheid ligt besloten.

Ze moet dit opschrijven: “Zoals het overeenkomt met de wil van degene, die alles weet, alles ziet en alles in de verborgenheid van zijn geheimenissen ordent.” (God, de algeest, alwetend, alwijs, alliefhebbend, almachtig) God werkt. God openbaart zich in haar visioenen, die zichtbaar worden door een goddelijke kracht. Ze ziet een volheid, die een dynamiek in zich heeft en die alles uit zichzelf tevoorschijn brengt en het een eigen bestaan geeft.

In dit visioen geeft de levende God aan zich te ervaren als oerkracht. God openbaart zich als een volheid die met een scherpe kracht overal ‘stroompjes van kracht’ (L. ‘rivulos fortium’: stroom van kracht, krachtstroom; van ‘rivus’ stromen) heeft geplant.

Deze ‘volheid’ verwijst naar de geheimen van God, de grond van alle dingen, waarin ‘al wat is’ leeft, beweegt en is. Alle schepselen zijn in hun oorsprong geplant door de levende God. In ieder mens, dier en ding bevindt zich een stroompje, een klein beekje (een stromende krachtbron, de geest) dat door Gods kracht is aangelegd.

Het stroompje van kracht

.

Dat betekent, dat al het geschapene niet in zichzelf bestaat. De oorsprong van alles ligt in de hand van de schepper, die de schepping ontworpen en geordend heeft. In hun oorsprong zijn alle schepselen verbonden met hun schepper. Ieder schepsel heeft een geheim in zich, dat in zijn oorsprong verwijst naar de levende God.

Dit geheim duidt Hildegard aan als ‘het beekje van kracht’ (de geest als stromende bron). Ieder schepsel heeft daardoor de mogelijkheid ontvankelijk te zijn voor de levende God. Ieder beekje is verbonden met de volheid, die de grote stroom van Gods leven is.

Deze ‘beekjes van kracht’ zijn altijd aanwezig en gaan aan alles vooraf. Door dit beekje ondergaat ieder schepsel de werking van Gods geheimen, ook de mens. De mens kan er niet over beschikken. Het geheim is er altijd, ook als de mens zich ervan afkeert, ervan vervreemd is en in zonden leeft.

.

levenskracht

levenskracht

Pasteltekening van John Astria

De moederliefde van God

.

De levende God wil werkzaam zijn als scheppende kracht. Zolang de beekjes onder stenen bedolven zijn en met ijs bedekt (de toestand van onbewuste vereenzelviging), kan de volheid niet naar het beekje toestromen. Zolang de mens in zichzelf besloten is (de stroom voor zichzelf houdt), kan de levende God de mens niet herscheppen en vernieuwen.

Hildegard beschrijft in dit visioen, hoe wij weer in verbinding met dit beekje van kracht kunnen komen. Daarvoor is het belangrijk dat dit beekje van kracht bevrijd wordt. In dit visioen beschrijft Hildegard hoe zij ziet, hoe God zichzelf opent en zich aan ons geeft (als Jezus, Gods Zoon). Dit aanbod krijgt gestalte in moederliefde. Deze moederliefde beschrijft Hildegard als natuurlijk, gevoelsmatig en opvoedend.

Als moederliefde stelt God zich geheel beschikbaar als voedende en behoedende. Als opvoedster leert de moederliefde van God de mens boetvaardigheid, opdat de band met de levende God wordt hersteld. De moederliefde van God opent de mens, waardoor hij deze liefde kan ontvangen en bevrijd wordt van de zonde.

Het is de moederliefde van God die ons weer in contact brengt met het beekje van kracht, waardoor wij ons kunnen openen voor de werking van Gods geheimen.  Dit proces beschrijft Hildegard in dit visioen. Hildegard ziet in dit visioen dat God werkt als een scheppende kracht in drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze dynamiek openbaart zich door met ons iets te doen en door ons om te vormen.

Deze omvorming heeft als doel dat wij weer contact krijgen met het oorspronkelijke leven dat ons is ingeschapen, namelijk het beekje van kracht, het geheim dat verbonden is met de geheimen Gods. Deze omvorming wordt door de moederliefde Gods in gang gezet. Hildegard gebruikt het moederbeeld om de verlossing te beschrijven.

.

Het visioen vanuit de spiritualiteit benaderd

.

Onder spiritualiteit wordt verstaan de voortgaande omvorming van een persoon, betrokken op een onvoorwaardelijke aanspraak. Er is sprake van spiritualiteit waar iemand antwoord geeft op de uitnodiging en het appèl, die de Eeuwige onontwijkbaar op hem of haar richt. Aan Mozes openbaarde deze Aanspraak zich als ‘Ik ben er’. Voor Jezus droeg zij de naam Abba, Vader.

Voor Hildegard van Bingen draagt zij de naam: het Levende Licht. Zij wordt door dat licht persoonlijk geroepen. Haar antwoord hierop krijgt vorm in haar leven, werk en haar geschriften. In het visioen van de Drieëenheid ontstaat er een betrokkenheid tussen de drie goddelijke personen, die zich als één licht en één kracht wil geven aan Hildegard.

Deze betrokkenheid is een uitnodiging aan Hildegard om zich te laten betrekken in Gods levende licht, dat aan haar de geheimen Gods openbaart. Het visioen is een mystieke ervaring. Mystiek betekent de ervaring van een verborgen zin of onzichtbare werkelijkheid, waarin iemand binnengevoerd wordt. De betekenis van de geheimen wordt aan haar getoond, doordat zij in deze verborgen werkelijkheid betrokken wordt.

Deze ervaring zet een proces in gang en brengt een verandering teweeg. Dit proces wordt vanuit de spiritualiteit een omvorming genoemd. Dit proces houdt in: loskomen uit de oude vorm (de oude mens) en ingaan in de nieuwe vorm (de nieuwe mens). Deze omvorming voltrekt zich als een geestelijk proces. De oude mens is een mens die nog ongevormd is ten aanzien van de vorm die als mogelijkheid aanwezig is (het beekje van kracht) en ongeordend voor zover hij hiervan afwijkt.

In dit visioen is het de moederliefde Gods die de oude mens bevrijdt en hem in contact brengt met het ‘stroompje’ van goddelijk leven (de menselijke geest), opdat de ‘volheid’ van Gods kracht (de algeest) de mens kan herscheppen naar Gods beeld en gelijkenis. Er is een voortdurende werking van de goddelijke kracht die de mens omvormt van ‘onvolmaaktheid’ naar ‘volmaaktheid’.

De goddelijke kracht duidt Hildegard in haar visioen aan als ‘volheid waaraan niets ontbreekt’ (de algeest). Deze werkt en ontvouwt zich in de ervarende persoon, opdat ‘al wat leeft’ tot ontwikkeling en voltooiing komt. Dit proces is daarom niet alleen dynamisch, maar ook structurerend, wat zich verwerkelijkt in de ervarende persoon.

In deze omvorming zijn de goddelijke dynamiek en de menselijke ervaring op elkaar betrokken. Als schering en inslag zijn ze voortdurend met elkaar verweven. Dit is een nooit eindigend proces. In het eerst visioen ‘De Verlosser’ heeft Hildegard gezien dat de schepping geschied door de drie goddelijke personen. De Vader ziet ze als een hellicht vuur, de Zoon als een hemelsblauwe vlam die in de zachte adem van de heilige Geest brandt.

Van deze goddelijke personen gaat een neerdalende beweging uit naar de mensheid op aarde. Deze beweging zet de geschiedenis in gang vanaf de schepping ‘in den beginne’ tot aan de menswording van de Zoon van God. De menswording van de Zoon van God is de openbaring van dit visioen: God deelt zichzelf mee.

In het visioen van de drie-enige God is er geen neerdalende beweging te zien van God uit naar de mensheid, maar een innerlijke beweging tussen de drie personen. Er is een levende dynamiek tussen hen. De personen van de goddelijke Drieëenheid werken op elkaar in, om zichzelf te openen als drie-enige God voor de mens.

Hildegard ziet dit als een dynamisch proces tussen het heldere licht en het rode vuur. Ze stromen door elkaar heen. ‘Dit heldere licht doorstroomt het hele rode vuur en dit rode vuur doorstroomt weer heel het heldere licht. En dit heldere licht en dit rode vuur stromen door heel deze mensengestalte zodat het één licht en één kracht van mogelijkheden vormt’.

Verder valt op dat er in het visioen van de drie-eenheid van God gesproken wordt over ‘een allerhelderst licht’ en een ‘allerzoetst rood vuur’. In dit visioen hebben het licht en het vuur een intensiteit in de hoogste mate. Ook valt op dat de hemelsblauwe vlam zich ontwikkeld heeft tot een ‘mensengestalte’ in de kleur van saffierblauw.

de ware en de valse Drievuldigheid

de ware en de valse Drievuldigheid

Pasteltekening van John Astria

.

De tekst van het visioen over de drie personen :

Daarom zie je een allerhelderst licht, dat zonder smet van begoocheling (misleiding, onwaarheid), zonder smet van verduistering (gebrek aan inzicht) en zonder smet van bedrog (onwaarheid) de Vader aanduidt. (‘Vader’, licht, komt overeen met: denken).

En daarin de mensengestalte in de kleur van saffierblauw, die zonder smet van verharding (harteloosheid), zonder smet van (gevoelens van) afgunst en zonder smet van onrechtvaardigheid de Zoon openbaart, die voor de tijden als God uit de Vader is geboren en in de tijd als mens is geïncarneerd. (‘Zoon’, komt overeen met: voelen)

Datgene wat geheel brandt met een allerzoetst rood vuur, een vuur zonder smet van dorheid (levenloosheid), zonder smet van sterfelijkheid (levenskracht) en zonder smet van duisternis (bewustzijn) wijst op de heilige geest (‘Heilige Geest’, komt overeen met: bewuste kracht, waarnemen en willen), waaruit dezelfde eniggeborene van God, naar het vlees ontvangen en uit de maagd in de tijd geboren, een licht van ware helderheid in de wereld uitgoot.

Maar dat dit heldere licht geheel dit rode vuur doorstroomt en ditzelfde heldere licht en rode vuur weer samen de hele mensengestalte doorstromen, zodat het één licht in één kracht van mogelijkheden vormt. Dat betekent dat de Vader, die de rechtvaardigste gelijkheid is, niet zonder de Zoon en niet zonder de heilige Geest bestaat de goddelijke eenheid is onafscheidelijk in deze drie personen van kracht .

.

Waar dit Woord (Jezus) al het goede tot stand bracht, hen (de mensen) door zijn zachtmoedigheid naar het leven terugvoerde, die door de onreinheid van zonde (door de onbewuste vereenzelviging) verworpen waren en die niet meer in de heiligheid, die zij verloren hadden, in staat waren terug te keren (Jezus, komt overeen met voelen).

Want door deze levensbron (Jezus) kwam de moederliefde van Gods omhelzing tot ons die ons tot leven voedde en die onze helpster (parakleitos) in gevaren is en die de diepste en allerzoetste liefde is, door ons boetvaardigheid te leren (Jezus, komt overeen met voelen).

.

Gods krachtstroom in de mens

.

Hildegard wordt betrokken in een diepte, die alomvattend is en waarin de hele werkelijkheid ligt besloten. In deze diepte doorschouwt ze de grond van alle dingen. Hildegard ziet dat de geheimen van God de absolute oorsprong zijn van alle schepselen. In de diepte ziet ze een oerkracht die al het geschapene heeft geplant: ‘Deze volheid heeft met een scherpe kracht stroompjes van kracht geplant’. De volheid van Gods levenskracht heeft beekjes geplant.

Ieder schepsel heeft een ‘beekje van kracht’, dat ontspringt aan de volheid van Gods levensstroom. In dit visioen ziet ze dat de schepping niet is ontstaan uit een niets of uit een oerknal. Ze schouwt de geheimen van God als een levensbron, als een volheid waar al wat leeft uit voortkomt. Hildegard schouwt dat de oorsprong van de dingen niet in de dingen zelf ligt. De schepping bestaat niet in zichzelf. God is de bron van al wat bestaat.

Het stroompje van kracht (de geest als bron) bevindt zich in ieder schepsel. Daar bevindt zich de levenskracht. Door dit stroompje is ieder schepsel met de volheid van Gods geheimen verbonden. Door dit stroompje kan God naar het geschapene stromen. Ieder heeft de mogelijkheid om ontvankelijk te zijn voor en om deel te nemen aan de volheid van Leven. Iedereen kan deelnemen aan deze goddelijke levenskracht. God is een stuwende kracht, die zich wil openen om naar de stroompjes toe te stromen.

Hildegard schouwt in haar visioen, dat er een relatie is tussen God en heel Gods schepping. De relatie tussen God en al wat geschapen is, is wezenlijk, opdat God zich kan ontvouwen in de schepselen. Goddelijk leven is overal aanwezig als een stroompje van kracht, waardoor Gods levenskracht in alle schepselen werkzaam kan zijn. God verhoudt zich tot heel de schepping als een volheid tot alle stroompjes van kracht, die in al het zichtbare en onzichtbare leven aanwezig zijn.

God in drie personen

.

Het goddelijke leven laat zich zien als een allerhelderst licht, als rood vuur (warmte) en een mensengestalte in de kleur van saffierblauw. Het rode vuur duidt op de Heilige Geest. Het is een vuur zonder smet van dorheid. Dit lijkt een tegenstrijdigheid, omdat vuur immers door hitte alles verdort. Het voorafgaande visioen over de verlosser werpt een licht op deze tegenstrijdigheid. Daar wordt dit rode vuur in verband gebracht met de plaats, waar het goddelijke woord kan incarneren.

Deze plaats wordt aangeduid als ‘morgenrood’, het vuur, waarin God zijn ‘Woord vol verlangen’ zond. God gaf dit woord als een ‘vruchtbrengende vrucht’ en liet het ‘als een geweldige bron tevoorschijn komen. Wie van deze bron drinkt, zal nooit meer van dorst vergaan. In dit licht van het morgenrood ontbrandde een buitengewone wil. Want in de glans van het rode licht toonde zich de groene kracht (viriditas, levenskracht, de Heilige Geest komt overeen met: willen) van het grote oude raadsbesluit.

De oneindigheid van de Drievulkdigheid

De oneindigheid van de Drievulkdigheid

Pasteltekening van John Astria

Samengebundelde kracht van goddelijk leven

.

Nu gaat er iets nieuws gebeuren. In het visioen ontstaat beweging. Het heldere licht en het rode vuur (de ongevormde oertoestand) stromen door elkaar heen en worden één om samen de gehele mensengestalte te doorstromen (de gevormde toestand). In het goddelijke leven is beweging zichtbaar. Het licht en het vuur en de mensengestalte stromen zo door elkaar heen, dat ze worden tot één krachtbundel: ‘Dit heldere licht doorstroomt het hele rode vuur en dit rode vuur stroomt weer door heel het heldere licht.

En dit heldere licht en en dit rode vuur stromen door geheel deze mensengestalte, zodat het één licht in een kracht van mogelijkheden vormt’. Deze samengebundelde kracht van goddelijk leven is een beginsel, een concentratie van mogelijkheden. Dit beginsel is een stuwende kracht die in beweging zet; een krachtbron voor al wat leeft (door de geestelijke vermogens). Deze kracht heeft een rijkdom aan mogelijkheden.

God werkt in drie personen

.

God is werkzaam als een dynamische kracht in drie personen (drie vormen). De Vader is werkzaam als ‘rechtvaardigste gelijkheid’. Rechtvaardig staat in verband met trouw en goedheid. Als ‘rechtvaardigste gelijkheid’ laat de Vader ieder schepsel tot zijn recht komen op ‘gelijke’ wijze. Ieder schepsel heeft eenzelfde ‘krachtstroom’.

De Heilige Geest maakt een beweging naar de gelovigen. Zij worden aangeraakt en in vuur en vlam gezet door de Geest. De Zoon is de ‘volheid van de vruchtbaarheid’. Hij draagt de mogelijkheid in zich heel de schepping vruchtbaar te doen zijn: ‘alles is door hem geworden en zonder hem is niets geworden wat geworden is’. Deze volheid van vruchtbaarheid is in alle dingen.

Het is een alomvattende kracht die met heel de schepping is verbonden en die ‘al wat is’ leven geeft. Alles is met de Zoon in de oorsprong verbonden. De hele schepping draagt een kiem van deze volheid. De Vader als de rechtvaardigste gelijkheid, de Heilige Geest als de ontsteker van de harten van de gelovigen en de Zoon als de volheid van de vruchtbaarheid, bestaan niet zonder elkaar.

Ze werken samen. De drie goddelijke personen vormen een eenheid en zijn als personen met elkaar verweven en op elkaar betrokken. In de goddelijke natuur zijn ze met elkaar verbonden. De drie personen van de Drieëenheid zijn tot een eenheid samengevoegd. De ene persoon staat niet boven de ander, ‘ze zijn één God in een onverdeelde majesteit’.

Ze zijn niet verdeeld, maar werken wel afzonderlijk als personen (de geestelijke vermogens). Als personen staan ze met elkaar in relatie. De Vader wordt kenbaar gemaakt door de Zoon. De Zoon weerspiegelt het allerhelderste licht dat de Vader is. ‘De Zoon wordt kenbaar gemaakt door de oorsprong van de schepselen’.

De volheid van de vruchtbaarheid van de Zoon is aanwezig in alle schepselen. ‘De heilige Geest wordt kenbaar gemaakt door dezelfde menswording van de Zoon’. De Vader bracht zijn Zoon voort in eeuwigheid. Dit is niet aan tijd gebonden: de Vader schept in eeuwigheid. Bij de Zoon begint de schepping. Door hem worden alle schepselen geboren uit de Vader.

Alle dingen hebben hun oorsprong in de Zoon. In de Zoon komen alle schepselen aan het licht (de gevormde toestand). De volheid van de vruchtbaarheid van de Zoon kan zich in alle schepselen openbaren. Ieder schepsel is vruchtbaar en kan tot voltooiing komen, dat is: worden zoals de Vader het in zijn allerhelderste licht heeft bedoeld. De Heilige Geest wordt kenbaar gemaakt door de menswording van Gods Zoon. De Heilige Geest, die zichtbaar werd als een duif bij de doop in de Jordaan, maakt Jezus Mensenzoon.

.

God verlangt naar de mens

.

God verbindt zich tot één licht en één kracht, als de ene God in drie personen, die verlangt naar een relatie met de mensen. De ene God wil zich openen en de mensen uitnodigen zich te laten betrekken in Gods leven: ‘De mens mag nooit vergeten, mij, de ene God in deze drie personen, aan te roepen’.
God wordt persoonlijk en verlangt naar een relatie met de mens: de mens mag mij aanroepen.

In het Latijn staat ‘invocare’, wat zowel aanroepen als inroepen betekent. De ene God aanroepen is vragen om contact en zich toewenden (het streven naar de hereniging). God inroepen is zich openen om God binnen te laten komen. God neemt er geen genoegen mee verzonken te zijn in zichzelf en wil betrokken zijn op mensen. God wil zichzelf te buiten gaan.

God wil zich niet opsluiten in zijn eigen wezen, in tegendeel, deze ene God in drie personen wil bestaan in een onbegrensde openheid naar de mensen toe, ‘want daartoe heb ik hen aan de mens geopenbaard, opdat de mens des te heviger aangeraakt in liefde tot mij ontbrande’. De bedoeling van Gods openbaring is dat de mens aangeraakt wordt in liefde en dat er een verlangen wakker wordt gemaakt, waardoor onze liefde tot God ontwaakt.

De mens is als schepsel in aanleg geschapen om de volle diepte van Gods liefde te ontvangen en van daaruit te leven. Daarnaar verlangt God en daartoe openbaart God zichzelf in de drie personen … opdat zij beseffen, dat de diepste beweging tussen God en mens er een is van liefde.

.

Eer aan God in de Hoge

Eer aan God in de Hoge

Pasteltekening van John Astria

.

Gods initiatief

.

Het initiatief van de liefde ligt niet bij de mensen, maar bij God. Deze liefde duidt Hildegard aan met ‘caritas’ (liefdadigheid), de liefde die in God woont. Deze liefde openbaart zich, doordat God zijn eniggeboren Zoon aan de mensheid schenkt. Het doel hiervan is, dat wij zullen leven. De zelfgave van God in zijn Zoon betekent leven voor ons. God deelt zichzelf mee en schenkt liefde aan de mensheid door de menswording van zijn Zoon, die hij heeft gezonden ‘tot verzoening van onze zonden’.

Christus is mens geworden opdat wij wegtrekken uit de duisternis van de zonde. De zonde is dat de mensen zich hebben afgewend van God (door de onbewuste vereenzelviging met de stof). Zij hebben geen contact meer met ‘het stroompje dat God zelf in hen heeft geplant’. Zij zijn hiervan vervreemd (ze zijn onbewust geworden, vervreemd van zichzelf als geest) en hebben dit goddelijke bewustzijn verloren. God wil deze relatie herstellen door zichzelf te geven in zijn Zoon, om zo de oorspronkelijke verbinding te herstellen.

Deze liefde duidt Hildegard aan met het woord ‘dilectio’. Deze liefde leidt tot het schenken van genade (‘genade’: welwillendheid). Het woord dilectio komt van ‘diligere’, dat uitkiezen en liefhebben betekent. God kiest ons uit door ons te beminnen en zo aan ons onze oorspronkelijke waarde terug te geven. Doordat God ons heeft bemind ‘is een ander heil ontstaan, dan wat wij bij onze eerste oorsprong bezaten’.

Onze eerste oorsprong duidt op de schepping van de eerste mensen in het paradijs, die leefden in verbondenheid met hun goddelijke oorsprong en die de erfgenamen waren van onschuld en heiligheid.
De eerste mensen konden nog geen onderscheid maken tussen goed en kwaad. Daarom kon het niet anders dan dat onze onschuld en heiligheid beproefd werden (op de aarde als leerschool).

Deze beproevingen zijn een kans om te groeien. Want in de beproevingen heeft de hemelse Vader aan ons zijn liefde laten zien, zegt Hildegard. Deze liefde duidt Hildegard aan met ‘caritas’. De liefde van God ervaren wij als een beproeving. Over deze beproevingen schrijft ze in het visioen van de oorsprong van het kwaad: ‘De grote heerlijkheid en eer, die aan de mensen gegeven is, kan niet zonder beproeving blijven, anders zou de mens nietig en ijdel zijn.

Goud moet in het vuur gelouterd worden, kostbare stenen moeten gereinigd en geslepen worden. Ook de mens, die volgens beeld en gelijkenis van God is geschapen, moet, om te kunnen bestaan, beproefd worden. Meer dan ieder wezen moet de mens beproefd worden en zijn toetsstenen zijn (zijn omgang met) de schepselen.

De geest toetst zich aan de geest (in de ontmoeting met medemensen), het vlees aan het vlees. Zo wordt de mens door ieder schepsel beproefd in het paradijs, op aarde en in de onderwereld. Willen wij groeien naar Gods beeld en gelijkenis, dan is het noodzakelijk dat wij (onze zelfstandigheid en vermogen de juiste keuzes te maken) worden beproefd, anders zouden wij nietig en ijdel blijven.

.

In de ban van de zonde

.

God laat zijn liefde zien als een beweging naar de mensen toe: Hij openbaart zijn ene Woord voor de mensenkinderen als een mogelijkheid voor hen om zich te laten betrekken in het goddelijke leven (de hereniging). Ze blijven ontvankelijk voor dit Woord, ondanks hun duisternis: ‘En het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet aangenomen’ (Joh. 1:5).

De mensen kunnen niet zelf uit hun duisternis (onbewustheid) breken. Toch wil God hen openen om opnieuw met hen de relatie aan te gaan. Dat kan enkel gebeuren ‘door een hemelse kracht’ die de Vader naar de wereld zendt, in zijn ene Woord, namelijk door de menswording van het ene Woord in Jezus Christus: ‘Het ware licht, dat ieder mens verlicht, kwam in de wereld’ (Joh. 1:9).

Dit mensgeworden Woord werkt al het goede uit: ‘door zijn zachtmoedigheid voert het Woord de mens terug tot het leven’. Niet door hardheid, niet door de macht, maar door zachtheid en mildheid wordt de mens teruggevoerd naar het leven.

Ondanks hun duisternis (onbewustheid) blijven de mensen de mogelijkheid behouden om open te staan voor deze hemelse kracht. Door de zonde zijn zij ervan af gekeerd en vervreemd, en kunnen niet op eigen kracht terugkeren, omdat de macht van de zonde hen in de ban heeft (door de onbewuste vereenzelviging met de stof).

Vader liefde en moeder liefde

Vader liefde en moeder liefde

Pasteltekening van John Astria

.

De moederliefde van God

.

De levensbron van God ontsluit zich als moederliefde, die als een omhelzing tot ons komt. De levensbron opent zich voor ons, opdat wij open worden voor God. De liefde, die uit deze levensbron stroomt, biedt een opening voor ons. Gods liefde maakt zich kenbaar als moederliefde. Deze liefde maakt een verbinding naar ons, opdat er tussen God en ons een relatie kan ontstaan.

Zoals een moeder zichzelf beschikbaar stelt met lichaam en ziel, opdat haar kind zal leven, zo voedt de moederliefde van God de mens ten leven. Zoals de moeder haar kind behoedt, zo is de moederliefde van God onze helpster (parakleitos, de heilige Geest) in gevaren. Hildegard duidt deze aspecten van moederliefde aan met het woord ‘dilectio’: de liefde, die de mens bevrijdt uit de duisternis, de liefde die werkt als een genade.

Waar de mens geopend is, kan Gods liefde naar de mens toestromen. Waar de mens kan ontvangen, kan God geven. Dit is één gebeuren. Dit wordt ervaren als ‘de diepste en allerzoetste liefde’. De moederliefde van God is er voor de mensen en nodigt hen uit tot leven. In deze relatie kan de mens bij zichzelf en bij God komen.

In deze aanwezigheid van God kan het besef doorbreken van zondig zijn, dat wil zeggen: van vervreemd zijn van God, afgesneden en niet zichzelf. Dit besef zet de mens op de weg naar terugkeer en herstel (bekering), ‘zo leert God ons te leven in boetvaardigheid’.

.

De innerlijke bewogenheid van God met de mens

.

God wil de relatie met de mens herstellen en dat gebeurt doordat God zich de mens herinnert. God heeft immers de mens geschapen uit liefde. Het beeld van de mens ligt onuitwisbaar in het geheugen van God getekend. Het is de herinnering aan het grote werk van God, die de mens geboetseerd heeft uit het slijk der aarde. God heeft de mens geschapen uit goddelijke kracht als ‘zijn kostbaarste parel’. De schoonheid van de mens ligt als een parel in het binnenste van God getekend.

De mens is geschapen als een parel én de parel ligt in de herinnering van God. Hier raken God en mens elkaar (het streven naar de hereniging). God heeft de mens tot leven gewekt door hem levensadem in te blazen. Zo werd de mens bezield met goddelijke geest. God heeft de mens gewekt, maar hij is nog niet tot voltooiing gekomen. Het krachtstroompje ligt nog bedolven. De kostbare parel, die in de diepte verborgen ligt, is nog niet aan het licht gekomen (door de onbewuste vereenzelviging).

Een parel groeit in de zee als parelmoerstof in het lichaam van een pareloester. Door onze(!) stroompjes zijn we verbonden met de ‘zee’, met de volheid (de goddelijke algeest), waaraan onze ‘stroompjes’ ontspringen. Door middel van onze stroompjes kunnen we op zoek gaan naar de parel (jezelf als geest) die daar in de diepte (van de ziel) verborgen ligt.

Gods herinnering aan de mens is vol barmhartigheid. God is bewogen met de mens, die hij tot leven heeft gewekt. Zoals een moeder de vrucht draagt tot haar dagen vervuld zijn, zo draagt God de mens in zijn innerlijk tot de vruchten voldragen zijn. God zet met zijn scheppende liefde een proces in gang en gaat een verbintenis aan met het leven, dat verwekt is. Gods barmhartigheid, die gestalte krijgt als moederliefde van God, voedt en behoedt als een zwangere vrouw dit komende leven opdat deze verbintenis tot voltooiing komt.

God verlangt naar ons en is met ons begaan. Deze bewogenheid is een stuwende kracht van verlangen, die naar ons kan toestromen als we worden bevrijd (van onze toestand van vereenzelving met de stof). Dan kan de volheid, waar alle leven uit voortkomt, naar onze stroompjes toestromen en ons herscheppen.

.

In de spiegel van Gods barmhartigheid

.

Gods moederliefde stelt zich beschikbaar voor ons en nodigt ons uit tot leven. Gods liefdevolle aanwezigheid betekent niet dat alles wordt toegedekt. We mogen onszelf tegenkomen in heel ons doen en laten (bewustworden door zelf ervaringen op te doen en te verwerken met onze vermogens). Gods barmhartigheid houdt ons een spiegel voor en confronteert.

In deze spiegel beseffen we onze zelfgenoegzaamheid, onze zelfzuchtigheid (door de onbewuste vereenzelviging met de stof). Deze houding noemt Hildegard hoogmoed en deze schrijft zij toe aan de duivel. Hier staan God en duivel tegenover elkaar. God die de mens wil verlossen en de duivel die hoogmoedig is en de mens in zijn ban heeft.

In aanwezigheid van Gods moederliefde kunnen we uit deze ban worden bevrijd en afdalen, opdat we nederig worden. In de Latijnse tekst van Hildegard staat ‘humilitas’, nederigheid. Dit woord is afkomstig van ‘humus’ en ‘humilis’. Humus betekent ‘grond’. Humilis betekent ‘laag bij de grond’, eenvoudig, deemoedig, nederig.

Nederigheid betekent: bij de grond zijn, buigen naar de aarde. Nederigheid maakt ontvankelijk (de geest is daardoor een ‘leegte’ en staat open voor God). Iemand die nederig is, vervult zichzelf niet met alles wat hij heeft en is. De duivel kent geen nederigheid. Die wil zelf op de plaats van God zitten. Dit zijn de hoogmoedige verzinsels van de listige slang.

Hoogmoed staat tegenover nederigheid. Hoogmoed verbeeldt zichzelf heel wat, terwijl nederigheid zichzelf ontledigt. Hoogmoed vervult zichzelf en is gericht op zichzelf (zelfgerichtheid), nederigheid is een houding van louter ontvangen in verbondenheid met de grond van het bestaan, waar onze stroompjes van kracht ontspringen.

Herschepping door liefde

.

Het initiatief tot onze verlossing neemt God als moederliefde die naar ons toekomt en ons bevrijdt. Barmhartigheid raakt de naam van God in het hart: Ik ben er. Barmhartigheid is teder én houdt ons een spiegel voor. Barmhartigheid omvat zowel de tedere kant als de confronterende kant van God. Deze twee aanzichten heeft de moederliefde van God. Gods moederliefde is een bron van genade, die uitnodigend is, opdat wij leven én houdt ons een spiegel voor, waarin wij onszelf kunnen tegenkomen (en zo tot zelfkennis kunnen komen).

Gods liefde is nabij én schept afstand. Zo komen wij in aanraking met ons stroompje van kracht en kunnen naar binnen keren om de diepte in te gaan, waar het diepste leven gewekt kan worden: de parel (geest) die vanaf onze oorsprong in ons aanwezig is (die wij vanaf onze oorsprong zelf zijn, maar onbewust).

Als barmhartige keert God zijn hart naar ons toe en verlangt ernaar ons te betrekken in zijn scheppende liefde, opdat wij worden tot wie wij zijn: schepsel naar het beeld van de ene God. God noemt Hildegard hier Schepper en Heer. De Zoon duidt Hildegard aan als Hoofd en Verlosser. Zijn levenskracht is van eeuwigheid werkzaam in alles wat leeft en omvat hemel en aarde.

Christus is een Verlosser, die onze zonden heeft afgewassen. Hij is onze zielverzorger, die ons verpleegt en verzorgt (voelen). Hij maakt onze wonden schoon. De Zoon van God is werkzaam als een verpleegkundige, een arts, die de mens geneest. Uit Christus komt het geneesmiddel voort, waardoor wij geheeld worden.

Deze werkzaamheid van het goddelijke leven is er altijd, zegt Hildegard. De geheimen van God zijn van eeuwigheid werkzaam. God kan ons ieder moment herscheppen. De mens heeft de mogelijkheid om door het krachtstroompje (de menselijke geest) deel te nemen aan de volheid, die oneindig diep is en waaraan niets ontbreekt (de goddelijke algeest). Deze kan zich ontvouwen in ieder schepsel en het voltooien (door geestelijke ontwikkeling).

De stroompjes blijven altijd aanwezig, ondanks het feit dat wij aan tegenslagen en veranderlijkheid onderhevig zijn. Door de stroompjes kunnen wij steeds weer opnieuw in contact komen met de geheimen van God waarin de drie goddelijke personen bewegen en die ‘ondeelbaar levend in de eenheid van de goddelijkheid’ zijn.

.

Slotbeschouwing

.

Als zwangere gaat Gods moederliefde een verbintenis aan met de mens, opdat het leven, dat gewekt is, voldragen wordt. Als zwangere draagt God het vruchtwater in zich, waarin mensen gedragen worden tot de tijden zijn vervuld, opdat zij opnieuw geboren worden (zelfverwerkelijking en hereniging).
Ook heel de schepping wacht op voltooiing: ‘De hele natuur kreunt en lijdt in barensweeën, altijd door’ (Rom. 8:23).

Waar God ons herschept, ervaren we dat we niet zelf de oorsprong en ontwerper zijn van het leven. Ons leven kent een dieper geheim. Betrokken op dit levensgeheim beseffen we dat we verbonden zijn met een alomvattende kracht die in heel de schepping aanwezig is en die ‘al wat is’ leven geeft (de goddelijke algeest). In ons zit dit geheim als een parel verborgen (wijzelf als de menselijke geest), die de belofte is van een nieuwe schepping.

3d-gouden-pijl-5271528

.

voorpagina openbaring a4

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

JOHN ASTRIA