Tagarchief: gebed

Als God nee zegt.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Er zijn momenten waarop het enige waarnaar je verlangt,
het enige is wat je nooit zult krijgen ….

Je wilt alleen maar een open deur of een extra dag of een antwoord
op gebed waar je dankbaar voor zult zijn.
En daarom bid en wacht je.
Geen antwoord.
Je bidt en wacht.
Geen antwoord.
Je bidt en wacht.
Mag ik je een belangrijke vraag stellen?
Wat als God nee zegt?
Wat als de verhoring uitgesteld of zelfs geweigerd wordt?
Als God nee tegen je zegt, hoe reageer je dan?
Als God zegt: “ik heb je Mijn genade gegeven, dat is genoeg”,
ben je daar tevreden mee?
Tevreden. Dat is het woord.
Een hartsgesteldheid waarbij je vrede hebt als God je niets geeft
dan dat je al ontvangen hebt.
Neem eens de proef op de som met deze vraag: Wat als het enige geschenk
dat God je geeft zijn reddende genade is? Zou je dan tevreden zijn?
Wat als Zijn antwoord is: “Mijn genade is genoeg.”
Zou je dan tevreden zijn? Want vanuit het hemels perspectief gezien
is genade ook inderdaad genoeg.

 

 

 

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

ACHTERGROND

 

Bij het benaderen van het boek Openbaring komen we aan bij het laatste hoofdstuk uit Gods verlossingsverhaal dat ons vertelt hoe alles eindigt. Van in het Oude Testament tot aan dit punt hebben we God Zijn verlossingsplan zien uitwerken doorheen Adam, de aartsvaders, de profeten en uiteindelijk Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Nu dat we aan het einde van dit verlossingsplan zijn geraakt, zien we deze Jezus weer opnieuw. Eigenlijk is het deze Jezus die het centrale thema vormt van het gehele boek. Het boek Openbaring onthult bovenal de majesteit en glorie van de Here Jezus. Doorheen het boek Mattheüs lezen we van Zijn geboorte als de Zoon van David, Zijn onderwijs en onderwijs, terwijl Hij hier op aarde verbleef en evenzeer Zijn dood en opstanding. Al deze dingen bevestigen Zijn goddelijkheid en dat Hij de Messias is. Maar waar het boek Mattheüs Christus presenteerde in Zijn eerste nederige komst, geeft het boek Openbaring Hem nu in Zijn tweede komst hoog en verheven weer. Ieder visioen en beschrijving van Hem in het boek Openbaring is vol van majesteit, macht en glorie. In dit boek worden de hemelen geopend en kunnen de lezers net zoals Stefanus (Hand.7:56) vooruitziende beelden zien van de opgestane verheerlijkte Zoon van God.

De context geeft aan dat we in het jaar 96n.C. zitten, tijdens de regeerperiode van Domitianus van Rome. De Gemeente onderging in deze periode een grote vervolging. Johannes was verbannen naar een eiland dat gekend stond als Patmos (Op.1:9). Ondanks deze vervolging groeide de Gemeente verder en verspreidde ze zich op een snel tempo doorheen de provincie Asia (niet beperkt tot de steden die genoemd worden in Openbaring). Het is aan deze lijdende gemeente in Asia dat het boek Openbaring is geschreven (1:4). Dit getuigenis over de komende heerlijkheid van Jezus Christus werd opgeschreven en de wereld in gestuurd door de apostel Johannes om Zijn lijdende gemeente aan te moedigen om te volharden te midden van deze vervolging. Hun harten en gedachten werden bepaald bij de bevestigende waarheid dat Christus op een dag zal komen en voor eens en altijd zal overwinnen, regeren en de zijnen tot Zichzelf nemen.

 

Christus’ openbaring ingeleid (Openbaring 1:1-3)

 

De discipel Johannes had een speciale plaats in het hart van Jezus. Hij had veel met Hem gewandeld en gepraat hier op aarde en wordt in de Evangeliën verschillende keren beschreven als de discipel die de Here liefhad (Joh.13:23; 20:2; 21:7,20). In het Evangelie van Johannes zien we veel van deze speciale relatie. Vele jaren zijn nu voorbij gegaan sinds de dood en opstanding van de Here Jezus en Johannes blijft trouw zijn Heer volgen (Joh.19:35; 21:24; 1 Joh.1:2; 4:14). Johannes is nu zelfs zijn oudere dagen al lijdend aan het doorbrengen omwille van zijn getuigenis van Christus (1:9). Doordat hij het onderwijs en de wonderen van Jezus van dichtbij had kunnen mee volgen, is Johannes nu een trouwe getuige van Gods Woord en Zijn Zoon Jezus Christus (Op.1:2). Met dit allemaal in gedachten is het haast vanzelfsprekend dat Jezus nu net hem, Zijn geliefde vriend en discipel, verkiest om deze openbaring van de komende dingen bekend te maken.

Johannes begint het weergeven van deze openbaring met een erg informatieve inleiding en vermaning. Deze brief is de openbaring die God heeft gegeven aan Zijn Zoon Jezus betreffende de dingen die in de toekomst nog staan te gebeuren. Christus, die reeds gekruisigd en opgestaan was, zit nu op Zijn plaats bij de Vader in de hemel (Heb.1:3). Het eerste bewijs dat de Vader het gehoorzaam leven van Zijn Zoon behaagde was Zijn opstanding; het tweede de hemelvaart en het derde was het sturen van de Heilige Geest. Doordat Hij Zijn Vader op elk mogelijke manier had behaagd, had God Jezus nu een openbaring gegeven om bekend te maken aan Zijn dienaren op aarde. Jezus had Zijn geliefde vriend Johannes gekozen om deze boodschap aan Zijn volk te delen.

Na deze boodschap door een engel van de Heer te hebben ontvangen, schreef Johannes trouw op wat hij over de verrezen Christus had gehoord en gezien. Omdat de gebeurtenissen die hierin beschreven staan spoedig zullen plaatsvinden, vermaant Johannes anderen die Christus volgen om deze woorden luidop te lezen, er gehoor naar te geven en ze te bewaren tot de wederkomst van Christus. De wetenschap dat de gebeurtenissen die worden weergegeven in het boek Openbaring spoedig zullen plaatsvinden zou iedere christen moeten motiveren (zowel nu als toen) om voor de Heer een heilig en gehoorzaam leven te leiden (2Pet.3:14). Degenen die gehoorzaam zijn aan zulk een waarschuwing worden in de ogen van God als gezegend aanschouwd.

 

 

Christus die verheerlijkt hoort te worden onder de 7 gemeenten te Asia (Openb1: 4-8)

 

Na de verzen 1-3 gaat Johannes verder met het uitbreiden van de inleiding van zijn brief. Het is in deze uitbreiding dat we aanwijzingen vinden over de verdere inhoud van de brief. Dat Johannes zo uitbreidt over de rol van Jezus in 1:5-6 suggereert de centrale plaats die Christus inneemt in dit boek en in de eindtijd. Een deel van die rol zal bestaan uit het meedelen van genade en vrede aan de zeven gemeenten van de Romeinse provincie Asia. Johannes herkende hier de vervolging die die Gemeente destijds meemaakte. Omwille van die vervolging begreep de apostel hoe nodig de zegen van zowel genade als vrede was in moeilijke tijden als deze. Nog interessanter is dat deze zegen van de complete drie-eenheid komt.

Hij “Die is en Die was en Die komt” omkadert de bron van de gehele zegen (1:4, 8). Dit was een punt dat Johannes graag benadrukte door dit gedeelte van het hoofdstuk in te kapselen met deze zin. “De zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn” verwijst mogelijk naar de zevenvoudige Geest uit Jesaja 11:2 of een andere analogie voor de Geest van God. De interpretatie laat ons toe om de “zeven Geesten” hier te zien als de derde persoon van de Drie-eenheid; het werk van de Heilige Geest in de 7 gemeenten!  Als we de zeven Geesten hier lezen als Gods Geest houden de verzen 4 en 5 een zegening in van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ongeacht of Johannes al dan niet hiernaar verwijst, hij sluit op zijn minst af met Jezus omdat Zijn rol het centrale element is. Uiteindelijk is het ook net door hun trouw aan Jezus dat de lezers van Johannes tegenstand ondervinden uit de synagoge en van Rome.

Johannes geeft hier in vers 5 drie benamingen die weer die de persoon van Jezus beschrijven en in verzen 5-6 drie uiteenzettingen over Zijn werk. Iedere benaming van Jezus in vers 5 geeft een speciale bemoediging aan de lijdende Gemeente: Jezus had getuigd, was uit de dood verrezen en regeert nu. Dat Jezus “de Eerstgeborene uit de doden” wordt genoemd wil zeggen dat Hij de eerste was die ooit verrezen is uit de doden, en dat Hij van al degenen die ooit uit de dood zullen zijn verrezen Hij de grootste plaats inneemt. Deze opstanding was vooral relevant voor de christenen die weldra omwille van Zijn Naam de dood tegemoet zouden treden.

Als de “Eerstgeborene was Jezus’ opstanding een garantie dat degenen die Hem volgden in de dood ook verrezen zouden worden (1 Kor.15:20) – daarom hadden ze niets te vrezen, zelfs niet de dood (Op.1:17-18). Dat Christus ook heerst over de koningen van de aarde was ook verfrissend voor de Gemeente. Dit taalgebruik zinspeelt op Psalm 89:27 waar Gods “eerstgeboren zoon” regeert over “de koningen van de aarde.” Voor de gelovigen die leden onder de vertegenwoordigers van de machtige Caesar was deze benaming van Jezus inderdaad een grote bemoediging!

Bij het opsommen van drie benamingen van Jezus somt Johannes ook drie daden van Jezus op in verzen 5-6: Hij heeft ons lief; Hij bevrijdde ons van onze zonden; en Hij maakte ons tot koningen en priesters. Jezus’ liefde voor ons komt tot uiting in Zijn plaatsvervangende dood. Deze zekerheid van de liefde van Christus zou de lijdende gelovigen bemoedigen; Zijn dood geeft ook een voorbeeld aan degenen die geroepen werden om deel te hebben aan het offer van het Lam in dienst voor Gods missie in de wereld (Op.6:9).

In de verklaring dat Jezus ons tot koningen en priesters heeft gemaakt, herinnert Johannes zijn publiek aan wat God voor hen bewaard heeft; dat is om vertegenwoordigers en aanbidders te zijn (1:6). Als priesters zullen de volgelingen van Jezus aanbidden (Op.4:10-11, 5:8-10) en offeren, zowel de geur van gebed (5:8; 8:4) als het offer van hun eigen levens (6:9). Het plaatsvervangend werk van Jezus voor alle gelovigen gaf dat Johannes los barstte in lofzang voor de verrezen Christus. Door Zijn daad aan het kruis hadden Johannes en zijn lezers alle reden om zich te verheugen. Christus’ vergoten bloed had hun uiteindelijk verlost van hun zonden. Nu waren ze door het offer van Christus door God vergeven zondaren, bevrijd van zonden, dood en hel.

Johannes eindigt zijn groet aan de zeven gemeenten met een bemoedigende belofte (1:7), nog een andere bevestiging van Gods karakter (1:8). De belofte, dat Jezus komt! Dat Jezus zou terugkomen op de wolken geeft Daniël 7:13 en dat degenen die Hem doorstoken hebben rouw zullen hebben weerspiegelt Zacharia 12:10. Jezus zal komen om alles terug recht te zetten en de vervolgers van de Gemeente zullen dat moeten erkennen. Deze hoop dat Christus op een dag terug zal keren en de gelovigen mee zal nemen naar de hemel om voor eeuwig in Zijn nabijheid te leven geeft hoop en troost (Joh.14:1-3; Thess.4:18).

Aan het einde bevestigd Johannes nogmaals dat de gehele geschiedenis in de handen van de Heer is – zowel de toekomst als het heden (1:8). Zijn volk moeten dus niet vrezen dat er ook maar iets zal gebeuren dat buiten Gods plan valt. Hun God is “de Alfa en de Omega” een benaming die zinspeelt op het boek Jesaja waar God wordt aangegeven als de Eerste en de Laatste (Jes.41:4; 44:6; 48:12). Net als “Die is en Die was en Die komt”, is voor God de gehele geschiedenis van begin tot aan het einde hetzelfde.

God is niet enkel Heer over de tijd, maar regeert ook over het universum: Hij is “de Almachtige”, in dit boek een gebruikelijke naam voor God (1:8; 4:8; 11:17; 15:3; 16:7, 14; 19:6, 15; 21:22). Voor de christenen die leden onder Caesar, was de wetenschap dat ze “de Almachtige” dienden iets wat hun kracht verleende. Caesar mag dan wel zijn rijk voor een bepaalde periode hier op aarde regeren, maar God regeert zowel de wereld als haar verloop in de geschiedenis.

 

 

 

 

Christus voorzien (Openbaring 1:9-16)

 

Onmiddellijk na zijn groeten aan de zeven gemeenten begint Johannes met het beschrijven van zijn visioen van de verrezen Christus. Hier identificeert de apostel zichzelf nederig als iemand die het lijden van de Gemeente op dat moment deelde. Om wille van de getuigenis van Jezus was het christendom binnen het Romeinse Rijk een gehate en verachte religieuze sekte geworden. Johannes nam deel aan dit lijden is duidelijk omdat hij door de Romeinen verbannen werd op het het eiland Patmos. De leiders uit Johannes’ gemeenschap hadden hem verstoten uit alles wat hem bekend was.

Terwijl hij op de dag des Heren aanbad hoorde Johannes een luide stem hem instrueren: “Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.” Johannes moest de openbaring van Jezus Christus op een strategische wijze bezorgen aan deze gemeenten, omdat dit zou zorgen voor een snelle en efficiënte verspreiding van de boodschap. Toen Johannes zich omkeerde en een stem “als van een bazuin” hoorde, zag hij ook “zeven gouden kandelaren” (1:12), die in vers 20 benoemt worden als de zeven gemeenten.

Deze kandelaren waren van goud, omdat goud het meest kostbare metaal was. De Gemeente is voor God de meest prachtige en waardevolle entiteit op aarde – zo waardevol dat Jezus bereid was om het te kopen met Zijn eigen bloed (Hand.20:28). Terwijl dit wezenlijke gemeenten waren op echte locaties, staan de zeven kandelaren symbool voor de soorten gemeenten doorheen de gehele kerkgeschiedenis.

In het midden van de gouden kandelaren zag Johannes “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” (1:13). Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Wat het meest van belang is hier is dat Jezus verschijnt tussen de kandelaren (1:12-13; 2:1). Omdat Christus deze kandelaren uitlegt als zijnde de Gemeente in haar volheid (1:20), is Zijn verschijning in het visioen tussen de kandelaren een belangrijke bemoediging voor degenen die leden omwille van Zijn Naam. De bemoediging zit in het feit dat Hij hun niet verlaten heeft. Hij is trouw gebleven aan Zijn belofte die Hij maakte in het Evangelie naar Mattheüs: “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matth.28:20; Heb.13:5).

Het eerste wat Johannes meedeelde was dat Christus gekleed was “in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel” (1:13b). Het gewaad en de gordel verwijzen terug naar de hogepriester in de tempel in het Oude Testament (Ex.28:4; 39:29; Lev.8:7) en suggereert dat Jezus de Hogepriester is van Zijn volk (Rom.8:33-34). De wetenschap dat hun Hogepriester zich medelevend begaf in hun midden om hun te beschermen en verzorgen gaf extra hoop en troost aan de vervolgde gemeenten.

De rest van Johannes’ visioen van de Mensenzoon licht de goddelijkheid van de verrezen Christus toe, waarvan veel was voorzegd in het boek Daniël. Daniël 7:13-14 verwijst naar een figuur die lijkt op een “zoon des mensen” die zou regeren als Gods vertegenwoordiger. De haren als wol en vergelijking met witte sneeuw (1:14) zinspeelt op God zelf, de “Oude van Dagen” uit hetzelfde gedeelte in Daniël. De stem “als het geluid van vele wateren” (1:15; 19:6) verwijst naar de stem van God zelf als vele wateren in Ezechiël 1:24; 43:2.

Het punt van Jezus’ vlammende ogen, witte haar en bronzen voeten (1:14-15) was dat Hij licht of vuur straalde – enorm gelijkaardig aan vele andere visioenen van God in de Bijbel (Ez.1:27; Dan.7:9-10; Op.21:33; 22:5). Om die reden kon Johannes zijn gezicht enkel beschrijven “zoals de zon schijnt in haar kracht” (1:16c). Johannes’ visioen van de verheerlijkte Heer van de Gemeente bereikte haar hoogtepunt in deze beschrijving van de stralende heerlijkheid van Zijn gezicht. De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte staat was van groot belang voor christenen van eender welke afkomst.

De verrezen Heer is machtig, zelfs goddelijk en kan Zijn volk daarom beschermen en kracht geven voor hun vervolgers. Dit is duidelijk in het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij in Zijn rechterhand zeven sterren vasthoudt (of boodschappers/leiders van de Gemeente) (1:16a, 20a). Het doel van Jezus’ omschrijving was niet om aan de gemeenten Zijn voorkomen mee te delen, maar om Zijn macht te verkondigen. Hij was de regerende Heer van het universum, Degene met de macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef naar de vervolgde christenen om hen eraan te herinneren dat God groter dan hun verzoekingen was.

 

 

Christus’ boodschap (Openbaring 1:17-20)

 

Terwijl het vooruitzicht van Christus bemoedigend zal zijn geweest voor de gemeenten, was Zijn boodschap van nog groter belang. Op een wijze gelijk aan zijn ervaring met de verheerlijking van Jezus op de berg (cf. Matt.7:6) werd Johannes opnieuw met schrik overweldigd bij de verschijning van Christus’ glorie en viel hij “als dood aan Zijn voeten” (1:17). Jezus “legde Zijn rechterhand op” Johannes en sprak tot de bange apostel de rustgevende woorden “wees niet bevreesd” (1:17). Overweldigd door de glorie en majesteit van Christus kon Johannes rust vinden in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving. Deze rustgevende boodschap en zekerheid die Jezus gaf is gebaseerd op zowel wie Hij is en het gezag dat Hij bezit.

Allereerst noemt Jezus Zichzelf “Ik ben” – de verbondsnaam van God (Ex.3:14). Het was met deze naam dat Hij de bevreesde discipelen die Hem op het meer van Galilea zagen lopen geruststelde (Mattheüs. 14:27). Daarna noemt Jezus Zichzelf “de Eerste en de Laatste” wat nog een andere benaming is die in het Oude Testament gebruikt wordt voor God (Jes.44:6; 48:12). Deze benaming bevestigd opnieuw aan Johannes en zijn lezers de goddelijkheid van Christus. Afgeleid van deze naam is het feit dat Jezus al bestond voor alle dingen er waren en zal blijven bestaan tot in de eeuwigheid. Jezus is veel groter en hoger verheven dan eender welke valse god van de omliggende volkeren. Wanneer deze allen zijn gekomen en gegaan, zal enkel Hij nog overblijven.

De hele boodschap van 1:18 heeft ook betrekking op Jezus’ overwinning van de dood. In de Bijbel en Joodse traditie is God de “Levende.” Jezus wordt hier specifiek de “Levende” genoemd omdat Hij, ondanks dat Hij stierf, Hij voor eeuwig leeft. Paulus schreef zelfs dat “Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem” (Rom.6:9). Door uit de dood op te staan garandeerde Jezus eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen ze omwille van Zijn naam de dood in de ogen (20:4). Omdat Christus nu “altijd leeft om voor hen (Zijn volk) te pleiten,” “kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan” (Heb.7:25). Ondanks zijn zondigheid in de aanwezigheid van de glorieuze hemelse Heer had Johannes (en al degenen die in Hem geloofden) niets te vrezen, omdat diezelfde Heer de straf voor zijn zonden had betaald met Zijn dood en verrezen was om nu voor eeuwig zijn advocaat te zijn.

Door Zijn overwinning over de dood heeft Jezus ook “de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Op.1:18). Dat Jezus de sleutels van het dodenrijk bezit geeft aan dat Hij alle macht heeft over de dood. Het zien van zulk een visioen van Christus moet voor Johannes en de Gemeente in de eerste eeuw van grote waarde zijn geweest. In de oude paleizen destijds waren degenen die de sleutels in handen hadden voorname gezagsdragers die konden bepalen of mensen al dan niet in de aanwezigheid van de koning mocht vertoeven. Christus heeft op gelijkaardige wijze het gezag om te beslissen wie sterft en wie leeft; Hij regeert over leven en dood. Door dit te bevatten hadden Johannes en al de verlosten niets te vrezen, omdat Christus hun al van de dood en het dodenrijk had bevrijd door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood gaf aan hen die tot de Gemeente behoren rust en zekerheid, omdat gelovigen niets meer te vrezen hebben.

Aan het eind van het visioen wordt aan Johannes een herinnering gegeven van Zijn goddelijkheid. Op het eerdere gebod van Christus om te schrijven (Op.1:11), wordt nu verder gegaan en aan Johannes wordt gevraagd om drie aspecten op te schrijven. Als eerst “wat u (Johannes) hebt gezien”, het visioen dat hij dus net al gezien en opgeschreven had in verzen 10-16. Ten tweede “wat is”, wat een verwijzing is naar de brieven naar de zeven gemeenten die de toestand van de gemeenten weergaf. En als laatst moest Johannes opschrijven “wat hierna zal geschieden”, de profetische openbaring van de toekomstige dingen die zich ontvouwden in komende visioenen. Christus sluit hier het visioen met Zijn geliefde volgeling door hem te herinneren aan zijn plicht, om de waarheid die hij had geleerd door de visioenen, door te geven.

 

 

Conclusie

 

In het boek Openbaring heeft Christus Zijn Gemeente een erg bemoedigende, maar ook ontnuchterende boodschap gegeven. Doordat de apostel Johannes deze openbaring trouw heeft opgeschreven heeft de vervolgde Gemeente uit die tijd veel rust en zekerheid mogen ontvangen in het feit dat Christus, hun Messias, nu verheerlijkt is. Terwijl ze tegenstand ondervonden, of zelfs de dood door de hand van Caesar, werden ze bemoedigd in het feit dat Christus nog steeds leeft en regeert met Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen door Zijn leven te geven voor de zonden van mensen. Nu de dood verslagen is blijft enkel de uiteindelijke dag over dat Hij voor de zijnen zal terugkeren. “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend” (Mc.13:32- 37; 1 Thess.5:2).

Om die reden roept Christus allen uit die tijd op om op Hem te wachten, wat zelfs de dag zelf kan betekenen. De terugkeer van Jezus zal uiteindelijk een einde brengen aan de rebellie van mensen – een gelukkig einde voor Gods volk, maar een tragisch einde voor allen die er voor kiezen om Hem te verwerpen. Omdat deze specifieke tijd onbekend en dichtbij is, mag niemand zijn bekering uitstellen. Er is nooit een goede gelegenheid voor de christenen om zich te hechten aan wereldse bezittingen of voorkomens, omdat Christus op eender welk moment kan terugkeren om rekenschap te vragen voor onze keuzes.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wie kiest Christus om Zijn openbaring te geven?

 

Christus had van Zijn Vader een openbaring gekregen om aan de gemeente te geven. De boodschapper die Jezus koos om Zijn openbaring te geven, was niemand minder dan Zijn geliefde apostel Johannes. Hem zou de taak toevertrouwd worden van het brengen van deze openbaring van de dingen die zouden gebeuren aan de kerk. Wie in de toekomst deze openbaring luidop zou lezen, ernaar zou luisteren en het gehoorzaamt, zou in de ogen van God gezegend geacht worden.

 

 

 Wat ervoeren Johannes en de kerkelijke gemeente gedurende deze tijd?

 

Terwijl hij deze openbaring ontving, leed Johannes gevangenschap op een klein eiland, genaamd Patmos. Daar hielde de Romeinse overheid hem, omdat hij getuigenis had gegeven van Jezus Christus. Net als Petrus en Paulus voor hem, leed Johannes voor zijn toewijding aan Christus de Messias. De kerk ervoer een gelijke vervolging. Net als Stefanus jaren daarvoor, bleef de kerk te maken hebben met de tegenstand wegens hun trouw aan de Messias. Over de gehele wereld werden gelovigen gehaat voor het volgen van Jezus Christus.

 

 

 Naar waar stuurt de apostel Johannes de openbaring van Jezus Christus?

 

Terwijl Johannes op de dag des Heren aan het lofprijzen was, hoort Johannes een luide stem die tegen hem zegt: “Schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea” (1:11). Deze zeven gemeenten waren gekozen, omdat ze in de zeven belangrijkste steden gelegen waren waarin Asia verdeeld was. Johannes moest de Openbaring van Jezus Christus strategisch aan de gemeenten brengen, omdat dit een doeltreffende en snelle manier was om de boodschap te sturen.

 

 

 Met welke boodschap groet Johannes de zeven gemeenten?

 

Aan het begin van de brief stuurt Johannes een zeer bemoedigende groet van God en Jezus zelf. De Heer God almachtig, de Alfa en Omega wilde dat ze wisten dat Hij nog de eeuwige Soevereine was. Hij had alles nog in Zijn hand, ongeacht de situatie. Christus wilde dat ze wisten dat Hij van hen hield, Hij hen van zonde bevrijdt had en hen koningen en priesters voor God maakte. Vanwege Zijn werk aan het kruis, hadden Johannes en zijn lezers de grootste reden om verheugd te zijn. Het gevloeide bloed van Christus had hen tenslotte bevrijd van hun zonden. Zij stonden nu als zondaren vergeven voor God, vrijgemaakt van zonden, dood en hel door het offer van Jezus Christus. Daarbij zou Jezus terugkomen voor Zijn volgelingen. Geen andere zekerheid zou een betere bemoediging geweest zijn voor de lijdende gelovigen, dan de wetenschap dat Jezus zou komen om dingen recht te zetten en dat de verdrukkers van de kerk tot de erkenning zullen komen van het verkeerde dat zij gedaan hebben aan Gods dienaren. Deze hoop, dat Christus op een dag zal terugkeren en gelovigen mee naar de hemel zal nemen om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn, voorzag hen zowel van hoop als wel troost gedurende hun lijden.

 

 

 Wat zag Johannes toen hij zich naar de stem, die sprak, keerde?

 

Toen Johannes zich keerde naar de stem die was als een bazuin, zag hij een als “de Zoon des mensen” die te midden van zeven gouden kandelaren was. Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de gemeente, Jezus Christus. Wat veelbetekenend hier is, is dat Jezus te midden van de kandelaars verschijnt (1:12-13; 2:1). Aangezien Christus uitlegt dat deze kandelaars zijn als de gemeenten in hun volheid (1:20), is Zijn verschijning te midden van de kandelaren Jezus aanwezigheid bij Zijn kerk (Joh.20:19). Dat Jezus in dit visioen aanwezig was bij de kerken, zou een geweldige bemoediging geweest zijn voor degene die lijden voor Zijn naam. De bemoediging hier is dat Christus hen niet verlaten had. Hij was getrouw geweest aan Zijn belofte die Hij in het evangelie van Mattheüs gemaakt had, “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt.28:20; ook Heb.13:5).

 

 

 Hoe zag de Zoon des mensen er uit in het visioen van Johannes?

 

De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte toestand, zou voor iedere christen van groot belang zijn. De Een die wij dienen is de Een wiens haar als wit wol is en wiens stem is als geluid van vele wateren. Alles van Hem, van Zijn vurige ogen tot Zijn bronzen voeten straalde Zijn heerlijkheid af. Dat zulk een heerlijkheid gezien kon worden, betekende dat de verrezen Heer machtig is, zelfs God zelf en daarom kan Hij zijn kinderen beschermen en in staat stellen te midden van hun verdrukkers. Dit wordt zichtbaar bij het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand vasthoudt (of boodschappers/leiders van de kerk) (1:16a, 20a). Het punt van Jezus’ beschrijving hier was niet om de gemeenten van Zijn verschijning te vertellen, maar om Zijn macht te bekent te maken. Hij was de heersende Heer van het heelal, de Een met macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef over de vervolgde christenen, hen eraan herinnerende dat God groter was dan hun beproevingen.

 

 

 Hoe reageert de apostel Johannes wanneer hij de Zoon des mensen ziet?

 

Op een manier gelijk aan zijn ervaring met de heerlijkheid van Jezus op de berg van de verheerlijking (cf. Matt.17:6), was Johannes weer overweldigd door angst bij de voorstelling van Gods heerlijkheid. De apostel Johannes schrijft dat hij als dood neerviel voor Zijn magnifieke Verlosser Jezus Christus. En net als Hij lang geleden gedaan had bij de verheerlijking op de berg (Matt.17:7), plaatste Jezus Zijn rechterhand op Johannes en gaf de bange apostel de bemoedigende woorden “Wees niet bevreesd” (1:17). Terwijl hij overweldigd is door de glorie en majesteit van Christus, kreeg Johannes de troost in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving.

 

 

 Hoe laat Christus weten wie Hij is, terwijl Hij troost schenkt aan de apostel Johannes?

 

Om Johannes te troosten zegt Jezus, “Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid” (1:17-18). Jezus maakt zichzelf bekend als de Een die de dood heeft overwonnen. Hoewel Hij aan het kruis stierf, kon het graf Hem niet vasthouden. Christus, die uit de doden is opgestaan, zal nooit weer sterven. Dus door op te staan uit de dood heeft Christus niet alleen de dood verslagen, maar garandeerde Hij eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen zij de dood tegemoet vanwege Zijn naam. Dus ondanks Zijn zondeloosheid in de aanwezigheid van de glorieuze Heer van de hemel, hoefde Johannes niet bang te zijn, omdat dezelfde Heer de straf voor zijn zonden had gedragen (en voor degene die in Hem geloofden) en opgestaan was om zijn eeuwige Verlosser te zijn.

 

 

 Wat zegt de verheerlijkte Christus nu over wat Hij nu in bezit heeft?

 

Door Zijn overwinning over de dood, houdt Jezus ook de “sleutels van de dood en van het dodenrijk zelf” in handen (1:18). De mensen in die dagen geloofden dat het dodenrijk (Hades) een Griekse god was die heerste over het rijk van de dood, “het huis van Hades.” “Dood en Hades” vertegenwoordigen daarom de macht van de dood over de schepping. Dat Jezus de sleutel van het dodenrijk had, duidt het feit aan dat Hij alle macht en gezag over de dood heeft. Door dit begrepen te hebben, had Johannes geen angst, evenals al de verlosten, aangezien Christus hem al verlost had van de dood en het dodenrijk door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood, voorzag grote zekerheid voor degene van de gemeenten, aangezien gelovigen niet langer een reden hebben om bang te zijn.

 

 

SAMENVATTING

 

Voordat God de Bijbel eindigde, verlangde Hij dat er nog een openbaring gegeven werd over de dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden. Voor degenen uit de vroege gemeenten, zou zijn boodschap een grote bemoediging zijn tijdens de vervolging. Ondanks hun moeilijke omstandigheden blijft God over alle dingen de controle houden. Hij is de Almachtige, de Alfa en Omega, het begin en het einde. Zelfs Christus Zijn Zoon is daar om een bemoediging te geven. Hij die Hem liefheeft en hen bevrijdt heeft van zonden, blijft bij hen. Dit wordt gezien in het visioen van Johannes van de Mensenzoon. Christus, in Zijn volle glorie, verschijnt aan de apostel. In deze ontmoeting bevestigd Christus dat Hij de Levende is, die zonde en dood heeft overwonnen. Johannes schrijft alles wat Christus hem openbaart over de toekomst, getrouw en in gehoorzaamheid op. Van groot belang is het feit dat Christus spoedig zal komen om alle dingen nieuw te maken. Wat er nog rest is de openbaring van Jezus Christus zoals we kunnen zien in het laatst vermelde boek van het Nieuwe Testament.

Dat Christus stierf, is opgestaan en nu leeft blijft een wonderbare waarheid voor vele christenen vandaag. Ieder van ons zou dankbaar moeten zijn dat Christus ons heeft vrijgemaakt van onze zonden door Zijn bloed en dat Hij zijn gemeente blijft liefhebben en er zorg voor draagt. Nu dat de dood is verslagen, is de laatste dag dat Hij voor de Zijnen zal terugkomen, alles wat overblijft. Deze tijd komt spoedig en zal onverwacht zijn. Het is om die reden dat Christus degene oproept om gereed te zijn, want het kan vandaag zijn. Voor degene die niet bij Gods familie behoren, raakt het moment, om zich naar God te keren, op. Christus zal komen en snel, wanneer Hij komt terwijl men Hem nog afwijst, zal hun einde tragisch zijn. Omdat die tijd onbekend is en nader, zou niemand berouw moeten uitstellen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

Wie was Hildegard von Bingen?

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

hildegard-von-bingen

 

 

 

Historisch levenverhaal

.

Hildegard von Bingen was een opmerkelijke vrouw en schrijfster wat uitzonderlijk was voor die tijd. Zij schreef belangrijke theologische werken en ze schreef ook over de natuur en de geneeskundige eigenschappen van planten, dieren en mineralen.

Bisschoppen, pausen, koningen en zelfs de keizer Frederik Barbarossas vroegen haar om advies. Veel hedendaagse uitgaven over kruiden en mineralen met geneeskundige krachten en esoterische eigenschappen zijn gebaseerd op haar werken.

Ze was de stichteres van het beroemde klooster Rupertsberg. Ze schreef en componeerde veel liederen en hield visionaire, soms apocalyptische preken die haar grote faam bezorgden.

De “arme, domme vrouw uit de Rijn” sprak ze over zichzelf maar toch was ze een van de belangrijkste morele pijlers die het geloof in die tijd voor de kerk herstelde. Volgens velen was zij het het beeld van een heilige en zuivere maagd sinds de Maagd Maria.

Nederigheid, bescheidenheid en ondergeschiktheid in het traditionele hiërarchisch systeem waren haar doelstellingen. Op basis van geloof moesten onderwijs en wetenschappelijk studie samen gaan voor het welzijn van iedereen. Zelfs tijdens haar leven werd zij als een heilige vereerd. Dit is terug te vinden in geschriften van katholieke kerk over martelaren en heiligen. Officieel is ze zalig maar nooit heilig verklaard.

Haar bijnaam was de Sibille van de Rijn.

 

 

           De abdij in Eibingen vandaag

 

Abtei_St._Hildegard_(Eibingen)

 

 

 

 

          Hildegard von Bingen

 

HidegardvonBingen-01

 

 

 

 

               Bernard van Clairvaux

 

Saint-Bernard

 

.

 

 De vroege jaren van Hiledagard van Bingen

.

Hildegard Van Bingen werd geboren in Bermersheim ( Midden- Duitsland ) in de zomer van 1098. Zij was het tiende kind van een adellijke familie die zeer toegewijd was aan God wat gebruikelijk was in die tijd. Drie van haar broers en zussen hebben ook hun leven gewijd aan de Kerk: één broer was deken in de kathedraal van Mainz, één broer was kanunnik in Tholey en haar zuster was non in hetzelfde klooster van Hildegard.

Op de leeftijd van drie jaar had Hildegard al visioenen met lichtverschijnselen die anderen niet zagen. Daarom verbergde ze haar gaven de daarop volgende jaren. Op achtjarige leeftijd stuurde haar familie Hildegard naar het Benedictijns klooster Disibodenberg nabij Bingen. Aan de buitenkant van het klooster was een soort gebouw met cellen opgetrokken en eenmaal dat men toetrad tot de gemeenschap werd de ingang dichtgemetseld.

In het klooster leidde men een streng religieus bestaan met een grote toewijding aan god. De kluizenares Jutta von Sponheim, een tante van Hildegard, was het hoofd van deze gemeenschap. Ook zij werd later heilig verklaard. Via een klein raam verbonden met het klooster bracht men hen eten en drinken en ook de ontlasting werd hierdoor verwijderd. De kloosterlingen mochten luisteren naar de dienst en de gezangen in de kerk. In hun simpele vertrekken besteedde men de tijd aan gebed en meditatie.

Onder het toeziende oog van Jutta werd Hildegard ingewijd in het kloosterleven. Haar eigenlijke titel was gravin. Jutta leerde haar lezen en schrijven in het latijn om Bijbelse teksten te interpreteren en de liturgie te bestuderen. In 1141 kreeg Hildegard ( 43 jaar )een visioen dat haar leven compleet zou veranderen.

Bij dit goddelijk visioen werd haar gevraagd notities te nemen van alles wat ze waarnam en die op papier te zetten. Hierdoor kreeg zij een opmerkelijk inzicht over geneeskundige krachten via het gebruik van kruiden en mineralen. In de jaren die daarop volgden vertelde Hildegard aan de monnik Volmar over haar visioenen en het goddelijke inzicht. Die monnik zou haar in het verdere leven steunen en begeleiden.

Hoewel Hildegard door haar eigen nederigheid nooit twijfelde over de goddelijke natuur van haar visioenen waren zij en Volmar bang om het aan de christelijke kerk mede te delen. Zij dachten dat het bezwarende geschriften konden zijn door het schisma uit die tijd. In plaats daarvan schreef ze een brief aan Bernard van Clairvaux om haar te adviseren waarop zij een wantrouwig antwoord terug kreeg.

Door de wonderbaarlijke genezing van Hildegard van een ernstige ziekte kregen haar visioenen plotseling een andere weerklank. Hildegard vertelde dat dit de wil van God was en plots werd er veel geloof gehecht aan wat zij schreef.

Bernhard van Clairvaux rapporteerde de geschriften aan paus Eugenius III op een synode (1145-1153). De paus toonde grote interesse voor de visioenen en geschriften van Hildegard. Hij riep Hildegard op om haar werk voort te zetten. Met deze pauselijke zegen heeft Hildegard haar eerste visionaire werk Scivias afgewerkt ( ken de wegen van de Heer ) wat haar een grote bekendheid bracht tot ver buiten de Duitse grenzen.

 

 

 

hildegard en volmar

 

Het reinigende vuur kom uit de hemel en omvat Hildegard’s gedachten en ziel.
Hildegard schrijft haar visioen op en haar secretaris en vertrouweling Volmar maakt kopijen.

 

 

.

 De latere jaren van Hildegard van Bingen

.

In 1150 Hildegard richtte zij met 30 andere nonnen een nieuw klooster op in de buurt van Bingen. Dit tot ergernis van de monniken van Disibodenberg die teleurgesteld waren door het verlies van een belangrijke bron van inkomen en roem. Later stichtte Hildegard aan de andere kant van de Rijn een klooster in Eibingen wat nu de huidige Abdij van St. Hildegard is.

Deze abdij verkeert in een goede staat maar het het klooster in de buurt van Bingen werd in de 30-jarige oorlog vernietigd. In de volgende jaren was Hildegard zeer productief. Na haar beroemde boek Scivias schreef ze twee boeken van profetische aard:

Liber vitae meritorum  > Boek van de verdiensten van het leven(11501163)

Liber  Divinorum Operum Boek van Goddelijke werken (1163.)

Ook zijn 300 brieven bijzonder goed bewaard gebleven. Deze waren aan haar gericht door pausen, abten, koningen, eenvoudige monniken, nonnen en doodgewone mensen. Dit gaf de historici de kans om een nauwkeurig beeld van haar leven en doelstellingen te bestuderen.

 

.

Scivias

Scivias

 

 

 

Liber Divinorum

Liber Divinorum

 

 

 

Andere werken

.

  • Van groot belang was haar muziek in die tijd. Hildegard componeerde vooral gregoriaans gezangen over de Maagd Maria en haar maagdelijkheid. Volgens de legende zijn de nummers gecomponeerd door engelen en werd het gezang van de engelen overgebracht via haar visioenen. De liederen die ze schreef en componeerde kregen veel weerklank.

 

  • Hildegard is ook de auteur van Physica en Causae et Cura. Dit gaat over de natuur en natuurlijke genezing gebaseerd op de Griekse kosmologie van de vier elementen aarde, water, vuur en lucht met hun respectieve kwaliteiten hitte, droogheid, vochtigheid en koude. Daarmee correspondeerden de vier temperamenten in het lichaam: cholerich (gele gal), sanguinisch (bloed), flegmatisch (slijm) en melancolisch (zwarte gal). De menselijke persoonlijkheid werd dan bepaald door het overwicht dat een of twee van die temperamenten had. Ziekte ontstond doordat het delicate evenwicht tussen deze temperamenten verstoord was, en kon enkel hersteld worden door de juiste plant of het juiste dier te eten dat de kwaliteit bezat die het lichaam nodig had. Hildegard had vooral belangstelling voor het beschrijven van planten, vogels, dieren en stenen om de kwaliteit van een object te achterhalen waaruit zij dan de geneeskrachtige toepassing afleidde.In haar medische boeken staan vele recepten gebaseerd op basis van kruiden en wijn. Als eerst vrouwelijke arts schreef zij haar bevindingen neer over gezondheid en ziekte symptomen.

 

  • Hildegard vond ook een eigen, alternatief alfabet uit. Zo tonen haar teksten en composities haar aanpassing van het middeleeuwse Latijn met zelfbedachte woorden en vervoegingen. Aanhangers van artificiële talen bekijken haar als een middeleeuwse voorganger. Hildegards Lingua Ignota geldt als een van de oudste kunsttalen uit de geschiedenis.

 

.

.

Physica

Physica

 

 

 

 

 

.

 

Hildegard over seksualiteit

.

Hildegard was de eerste vrouw die op een algemeen positieve manier schreef over seksuele relaties. Van haar is ook een geschrift overgeleverd wat zou kunnen gelden als de vroegst bekende beschrijving van het vrouwelijk orgasme:

(citaat) vert. uit het Engels: “Als een vrouw de liefde bedrijft met een man, voelt ze de warmte tot in haar brein. Dat brengt een zinnelijke verrukking teweeg…

 

Het was verwonderlijk hoe zij als maagdelijke vrouw met geen seksuele ervaring een bijzondere visie had op seksualiteit. Volgens haar moest men het seksuele genot als positiefs ervaren en dat seks niet het werk van de duivel was. Zij beschreef hoe de kracht van het zaad het geslacht van het kind bepaalt door het belangrijke liefdespel van het koppel.

Als de vrouw tijdens de paring innig verbonden is met de man volgt er een totale eenmaking. Tijdens het gezamenlijke orgasme en zaadlozing komt een sterke warmte naar de hersenen die het paren beïnvloedt wat een zalig gevoel van totale harmonie geeft. Haar duidelijk antwoord werd haar niet altijd in dank afgenomen. Daardoor kwam zij enkele keren in aanvaring met het kerkelijke gezag.

 

.

 

Overlijden en heiligverklaring

.

Hildegard is overleden op 81 jarige leeftijd in het klooster van Rupertberg nabij Bingen op 17 September 1179. Zij werd begraven op het kloosterkerkhof van de Parochiekerk in Eibingen. Toen Hildegard stierf meldden de aanwezigen dat op dat moment vanuit de hemel een helder licht op haar sponde viel, zoals ze zelf in een visioen had waargenomen:”Mijn ziel gloeit als omringd door een vlammenzee. De jeugdige kracht, vulkanische uitbarsting van lenteachtige gratie.” Haar relieken werden in 1642 overgebracht naar de parochiekerk in Eibingen.

Hildegard van Bingen was de eerste vrouw die in Rome voorgesteld werd voor een heiligverklaring (1228). Ze werd al vereerd als een heilige tijdens haar leven. De Heilige Hildegard wordt gevierd op 17 september in het bisdom Speyer, Mainz, Trier en Limburg en de abdij Solesmes. Tegen het einde van de 16e Eeuw werd zij opgenomen in het Romeinse martelaren boek.

Haar heiligverklaring dateert van 10 mei 2012. Op 7 oktober 2012 werd zij als kerklerares erkend. Beide verklaringen werden door Paus Benedictus XVI uitgevoerd.

 

 

Schrijn van de relieken van Hildegard van Bingen

Schrijn van de relieken van Hildegard van Bingen

 

 

 

tekening

 

 

 De tekening toont Hildegard tijdens het opnemen van een visie.

 

.

 

Mineralen als heelstenen

 

In het boek “Die  Heilsteine der Hildegard von Bingen” beschrijft Hildegard het nut van mineralen voor meditatie en de heilzame eigenschappen op de moderne mens. 850 jaar geleden is het voor het eerst gedrukt en de hedendaagse herdrukte versie is voor vele mensen nog steeds relevant.

.

 

Buch-Die-Heilsteine-der-Hildegard-von-Bingen-Autor-Michael-Gienger

 

 

Hildegard beschrijft in haar boek de mineralen agaat, amethist, barnsteen (ligiriussteen), bergkristal calciet  (kalksteen), carneool, chalcedoon, chrysoberyl, chrysopraas, diamant, gips (alabast) kalkolieth, (margariten ), magnetiet (magneetsteen), granaat (karbunkel), onyx, jaspis (heliotroop), peridoot, parel, prasemkwarts, sardonix, kwartsvarieteit, smaragd, topaas en zirkoon (hyacintsteen).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

Waarom onze zonden belijden?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Is het nodig dat wij onze zonden belijden aan God, nadat Jezus voor onze zonden gestorven is? In het Onze Vader wordt hierover gesproken maar toen woonde Jezus nog op de aarde. Het is nuttig eerst iets dieper in te gaan op de begrippen verlossing en vergiffenis. De eis die eigenlijk aan ons wordt gesteld, is dat wij in het geheel niet zondigen. Alleen absolute volmaaktheid maakt ons aanvaardbaar voor God. Helaas is alleen Jezus er in geslaagd die volmaaktheid te tonen. De overige mensen slagen daar niet in, en hebben daarom verlossing nodig.

De openbaring van Gods verlossingsplan maakt duidelijk dat wij op bepaalde voorwaarden toch kunnen worden aangenomen, en zo ontkomen aan de dood die wij eigenlijk zouden verdienen. En dat het verlossingswerk van Christus daar een grote rol bij speelt. Maar het basisprincipe is en blijft dat zonde onacceptabel is voor God. Met andere woorden: van ons wordt gevraagd dat wij ons uiterste best doen die volmaaktheid van Jezus, op zijn minst zo goed mogelijk, te benaderen.

Maar wanneer wij daarin tekort schieten, is het niet een kwestie van ‘game over’, zoals onder de wet van Mozes strikt genomen het geval was, maar kunnen we vergiffenis vragen en verder gaan. De bedoeling is dan uiteraard wel dat wij van onze fouten leren, en wel degelijk naar dat voorbeeld van Christus toegroeien.

Uiteraard kan het niet de bedoeling zijn dat wij gewoon ons eigen leven leiden, en de rekening daarvoor door Christus laten betalen. Zijn verlossingswerk is geen vrijbrief om onze eigen gang te gaan. Waar wij tekort schieten, mogen we ons beroepen op de verlossing die Hij tot stand bracht, maar dat is geen verkregen recht. Christus betaalt als het ware onze schulden, maar dit betekent wel dat wij niet de vrijheid hebben om bewust nieuwe schulden te maken,omdat de rekening toch al zou zijn voldaan.

Dit houdt in dat wij, wanneer we toch weer in de fout zijn gegaan, in elk geval bereid moeten zijn te erkennen dat het fout was. En dat kunnen we alleen maar doen door onze zonde te belijden. En de tweede eis is, dat wij onze uiterste best moeten doen om herhaling te voorkomen. En dit op zijn beurt vergt dat wij ons bewust zijn van onze fouten. En niets maakt je zo goed bewust van je fouten als de noodzaak ze te belijden.

Anders gaan we maar denken dat het allemaal wel meevalt. Jacobus raadt ons zelfs aan die fouten te belijden tegenover elkaar (Jac.5:16), hoeveel temeer aan God. De Schrift vertelt ons dat we radicaal moeten veranderen. We moeten al onze menselijke neigingen achter ons laten, en ons zo volledig mogelijk richten op het voorbeeld van Jezus.

En die verandering moet zo radicaal zijn, dat het ons wordt voorgesteld als het worden van ‘een nieuwe mens’ (Efez. 4:22-24), of van een opnieuw geboren worden (Joh. 3:3). Dat kan alleen wanneer we ons voortdurend bewust zijn van wat we nog verkeerd doen, waar we nog tekort schieten, en wat er dus beter moet. En zelfs wanneer we in dit leven nooit die volmaaktheid van Jezus zelf zullen bereiken, dan moeten we er wel steeds dichter in de buurt komen.

In dit leerproces leren we het snelst van onze fouten. We herkennen onze fouten alleen wanneer we gedwongen worden die te erkennen, niet in de laatste plaats tegenover onszelf. Maar wanneer we al niet bereid zijn die toe te geven tegenover God, dan hebben we smoezen genoeg om ze te ontkennen tegenover onszelf.

Maar we hebben geen carte blanche om zo maar onze gang te gaan, we kunnen niet op pad gaan met Jezus’ creditcard op zak. We zullen voor elke nieuwe schuld weer met het schuldbriefje bij God langs moeten gaan, en nederig vragen of dat misschien weer afgeboekt mag worden. Op zijn minst leren we ons dan te schamen voor ons gedrag.

Dat klinkt misschien allemaal erg negatief, en in werkelijkheid zal het effect ook veel positiever zijn want we bouwen een relatie op met God, die we anders niet zouden hebben. Maar we moeten nooit de vergissing maken dat zonde sinds Christus’ kruisdood niet serieus meer is. In Gods ogen is zonde nog steeds bloedserieus. En het belijden daarvan maakt ons daar beter dan wat dan ook van bewust.

Nog een laatste opmerking over het feit dat Jezus Zijn discipelen het ‘Onze Vader’ leerde, toen Hij ‘nog op aarde’ was. Uit zijn woorden blijkt dat Hij hier was om de zijnen voor te bereiden op het nieuwe Verbond en het nieuwe tijdperk dat komen ging. Het lijkt daarom niet logisch te verwachten dat Hij Zijn discipelen een ‘nieuw gebed’ zou leren, dat enkele jaren later alweer achterhaald zou zijn. We mogen er daarom van uitgaan dat dit gebed een patroon bevat, dat door alle eeuwen heen van belang blijft.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Gebed: Het Onze Vader en de vergeving

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het Onze Vader

 

1.Onze Vader,

2.die in de Hemelen zijt,

3.geheiligd zij Uw Naam,

4.Uw Rijk kome,

5.Uw Wil geschiede op aarde als in de Hemel.

6.Geef ons heden ons dagelijks brood

7.en vergeef ons onze schulden,

8.gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren

9.En leid ons niet in bekoring

10.maar verlos ons van het kwade.

Amen.

 

 

Het Onze Vader is het meest verbreide christelijke gebed en dateert uit de eerste eeuw. Het gebed richt zich tot God en is volgens het evangelie door Jezus Christus zelf aan zijn volgelingen geleerd.

 

Men vindt het gebed in de bijbel in Matteüs 6: 9-13 bij de bergrede en in Lucas 11: 2-4. De oudste teksten van het Onzevader die zijn overgeleverd, zijn geschreven in het Koinè-Grieks. Katholieken in Nederland gebruiken een andere vertaling dan katholieken in Vlaanderen. Het hierboven vertaalde gebed is de versie van Matteüs.

 

 

.

.

Waarvoor bidt men?

 

  • De eerste 5 regels gaan over God. Hij is onze Vader, hij woont in de hemel, zijn naam is heilig, er komt een nieuw samenstel van dingen zonder zonden en hij is de soevereine heerser over het zichtbare en onzichtbare.
  • In regel 6 vraagt de bidder God om hem te geven wat hij in het dagelijkse leven nodig heeft.
  • De volgende twee regels gaan over vergeving vragen en vergeving geven.
  • De voorlaatste zin van het gebed is doeltreffend wanneer men in een crisis situatie verkeerd waarbij men de nabijheid van het boze voelt. De duivel zal wijken bij het bidden van het Onze Vader.
  • In de laatste regel geeft de mens toe dat hij onder invloed staat van het  kwade. Hij vestigt zijn hoop op God om ooit definitief van het boze verlost te worden.

 

 

 

De noodzaak van vergeving

 

In het Onze Vader bidt men om vergeven te worden en vergeving te geven. Het zijn belangrijke voorwaarden om eeuwig leven te bekomen.

 

 

 

De gelijkenis van de slaaf die niet wilde vergeven (Matteus 18: 21-35)

 

 

Wat aan de gelijkenis vooraf ging:

 

Jezus had richtlijnen gegeven wat de christen moest doen als zijn broeder zondigt ( Matteus 18: 15-17 ).
De bedoeling hiervan is dat de schuldige door zachtmoedigheid de noodzaak van berouw en bekering zal inzien.

“Toen kwam Petrus bij Hem en zeide: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal” ( Matteus 18: 21-22 ).

 

Vergeving vragen en vergeving schenken is één van waardevolste dingen die het leven kent, maar ook één van de moeilijkste.

 

– hoe moeilijk is het niet om vergeving te vragen ( bang voor vernedering en afwijzing )
– hoe moeilijk is het niet om vergeving te schenken ( bang om opnieuw gekwetst te worden )
– mensen zijn vaak in hun eer, gevoel en waarde gekwetst.
– mensen ervaren het geven van vergeving als een teken van zwakte.

 

 

Er zijn steeds 2 partijen, zij die vergeving moeten schenken en zij die vergeving nodig hebben.

 

-Daar waar geen vergeving is, houden relaties op te bestaan.
-Daar waar geen vergeving is, is wrok, verbittering en haat.
-Daar waar geen vergeving is, is verdriet en onverdraagzaamheid.

 

 

 

De  ‘wanneer’  vragen bij vergeving

 

-Wanneer is de maat vol? Wanneer is de grens bereikt?
-Wanneer moet ik niet meer vergeven omdat diegene die tegen mij zondigt het niet verdient?
-Wanneer moet ik zeggen ‘nu ben je te ver gegaan, mijn grens is bereikt’?
-Wanneer moet ik zeggen ‘ik kan je niet meer vergeven’?
De mens heeft de neiging om wraak te nemen voor het onrecht dat hem wordt aangedaan en noemt het dan rechtvaardigheid. Wat zei Jezus over hen die tegen Hem zondigden? ( Lukas 23: 34 ).

 

 

 

Hoe mensen soms omgaan met iemand die zondigt

 

– frontale aanval:  ‘gij grote zondaar’
– blij zijn als de persoon die jouw heeft gekwetst, onheil meemaakt
– de persoon negeren
– de zonde negeren
– een roddelcampagne beginnen, plannen maken over hoe je hem/haar terug kan pakken
– vormen van partijschappen

 

 

 

De gelijkenis

 

Het Koninkrijk der hemelen is te vergelijken met een koning die afrekening wilde houden met zijn slaven.

 

 

 

 

 

De slaaf en zijn heer

 

Toen hij daarmee begon werd een slaaf voor hem geleid die hem 10.000 talenten schuldig was.
Omdat hij het niet kon betalen, beval zijn heer om hem, zijn gezin en zijn bezit zou worden verkocht opdat er zou kunnen worden betaald. De slaaf wierp zich smekend voor hem en zei ‘Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen’. De heer kreeg medelijden met hem en liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt.

 

 

 

De slaaf en zijn medeslaaf

 

De slaaf ging weg en ontmoette een medeslaaf die hem 100 schellingen schuldig was, hij greep hem bij de keel en zei ‘Betaal wat gij schuldig zijt’. De medeslaaf wierp zich voor hem en verzocht hem met aandrang ‘Heb geduld met mij en ik zal u betalen’. Maar hij wilde niet en zette hem gevangen totdat hij het verschuldigde zou hebben betaald.

 

 

 

De reactie van de heer

 

De medeslaven zagen wat er was gebeurd en werden verdrietig en vertelden hun heer hetgeen er was gebeurd.
De heer ontbood de slaaf en zei ‘Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend hadt gevraagd. Hadt ook gij geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ook ik medelijden had met u?’ De meester werd toornig en gaf hem in de handen van folteraars, totdat hij het beschuldigde zou hebben betaald.

 

 

Conclusie:

 

“Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft” ( Matteus 18: 35 ). “Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren”( Handelingen 3:19 ).

Vergeving is het middel waarmee we datgene dat kapot is gemaakt, terug in orde kunnen maken. De mens bezit over het vermogen om tegelijk te kwetsen en om te helen. Vergeving geeft je de vrijheid om lief te hebben, terwijl het niet geven van vergeving relaties vernietigd.

Wanneer wij worden gekwetst doen we vaak het tegenovergestelde van wat Jezus beveelt. We keren ons vaak tot haat, wrok, roddel en vergelding. De heer vergaf de schuld van de slaaf volledig, maar hij verwachtte wel dat de slaaf hetzelfde zou doen!

 

 

 

 

 

Lukas 17:3-4.

 

Wanneer wij elkaar vergeven en de houding hebben om te willen vergeven dan ontnemen wij satan zijn macht! Vergeven betekent om de schuld niet tegen de ander te houden, maar om deze van harte kwijt te schelden.

 

 

 

Efeziërs 4:32-5:1-2

 

“Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft. Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk”.

Wanneer we geconfronteerd worden met moeiten om een broeder of zuster te vergeven, laten we dan kijken naar de vergeving die God jou heeft geschonken. Christus vergeeft veelvoudig! Vergeet daarbij niet dat God een oordeelt velt over hen die niet bereid zijn om te vergeven.

 

 

 

1 Timoteus 1:12-13

 

“Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven”.

 

 

 

Matteus 6:14-15.

 

Hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en zal ik hem vergeven? ALTIJD!

 

 

 

Hebreeën 10:17

 

Wat wij van God willen is dat Hij ons altijd vergeeft, God gedenkt onze zonden niet meer.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Bidden met discipline

Standaard

categorie : religie

 

 

 

1374181556

.

.

 

Hoe gebeden worden gevoed

 

Gedisciplineerd bidden vergt een hoop werk. De moeilijkheid van gedisciplineerd bidden is dat het moeilijk is voor ons te concentreren op iets dat niet voelbaar is (zoals aardappelen) noch abstract (zoals getallen). Iets wat concreet immaterieel is, kan alleen met behulp van een pijnlijke inspanning in het zicht worden gehouden.

 

 

 

Een moeilijke opgave

 

Het gebed is een moeilijke discipline die we moeten blijven oefenen tot het een tweede natuur is geworden. Het doel is om mensen te worden die voortdurend bidden, “zonder ophouden” staat in 1 Tessalonicenzen 5:17.  We moeten leren om te bidden. Om dat te doen, moeten we bepaalde oorzaken overwinnen van de geestelijke traagheid waarmee we in gevecht zijn.

 

 

 

 Het idee dat bidden geen verschil uitmaakt

 

Wanneer we gedisciplineerd bidden voor het eerst overwegen, zullen we eerst over geloof moeten nadenken. Velen zijn niet in staat om te bidden, omdat ze niet geloven dat het enig verschil zou uitmaken. Dit is een ernstige geloofscrisis. We zullen moeten zien dat Gods goedheid en trouw niet kunnen worden geëvalueerd op basis van een enkel onbeantwoord gebed, hoe gemakkelijk het ook is om tot een dergelijke conclusie te komen. Paradoxaal genoeg vraagt God juist in crisistijden, wanneer Hij het meest afstandelijk lijkt, dat we Hem geloven en op Hem vertrouwen.

 

 

 

Het idee dat je alles zelf in de hand kan hebben/houden

 

Een tweede sleutel tot gedisciplineerd bidden is het overwinnen van hoogmoedswaanzin en de daarbij behorende houding van zelfredzaamheid. Jezus zei resoluut:

“Ik ben de wijnstok. Jullie zijn de ranken. Los van Mij kunt gij niets” (Johannes 15:5).

We zouden het prettiger vinden als hij had gezegd: “Los van Mij kunt gij sommige dingen, maar verbonden met mij kun je meer dingen.” Het is vernederend om elke dag om dagelijks brood te moeten vragen. Het is verne- derend om elke dag om wijsheid, leiding, genade, barmhartigheid en vrede te bidden. Is er geen manier om voor een hele week “vooruit te bidden” en daar dan verder op te teren?

Ik vind het vernederend om elke dag te erkennen: “Vader, ik ben een zondaar en heb behoefte aan Uw genade. Ik ben een geschapen wezen en U bent de Schepper. Ik ben vandaag volkomen afhankelijk van Uw genade voor elke ademtocht die ik neem, elke hartslag en alles wat ik nodig heb.”

Moet en dan elke dag weer opnieuw bidden? Het eerlijke antwoord is “ja”! Hoewel rituele gebeden kunnen worden aangeboden in een soort Farizeïsche zelfvoorziening, begint een echte gebedsdiscipline elke dag weer met een gekruisigde trots.

 

 

 

 Een verkeerd begrip van ons nieuwe geboorterecht

 

De derde oefening in onze gebedsdiscipline is dat wij onze schuld en schaamte moeten overwinnen. God houdt van ons met een perfecte en onveranderlijke liefde. Hij verlangt dat wij naar Hem toekomen met onze vragen en dat wij Zijn grote en kostbare beloften beproeven en bevestigen. Hij kent ons door en door en hij geeft ons alles in Christus, zodat we Hem altijd kunnen benaderen, ongeacht onze omstandigheden.

Uit Hebreeën 4:9-15 blijkt dat er een God is, die ons uitnodigt om onze pogingen om alles op eigen houtje op te knappen opzij te zetten. Hij nodigt ons uit om in Hem te rusten. Hij doorzoekt ons met Zijn woord (niet altijd plezierig zoals we allemaal wel weten) om onze geestelijke toestand te openbaren.

Hij herinnert ons eraan dat wij ongeacht onze geestelijke gesteldheid een meelevende Hogepriester hebben, die eeuwig aan voorbede doet voor de mensen die Hij heeft verlost. Hij nodigt ons uit om tot Hem te komen, in een omgeving van genade en barmhartigheid. Zijn uitnodiging om zonder schroom naar Hem toe te komen bevestigt dat niets ons van het gebed weerhoudt, behalve ons eigen gebrek aan inzicht in ons geestelijke nieuwe geboorterecht.

 

 

 

Nu is de tijd om te leren

 

Uiteindelijk bestaat er geen uitgestippelde route die ons leert gedisciplineerd te bidden. Maar we moeten het wel leren. Anders lopen we in crisistijden het risico dat we onvoldoende gebedskracht hebben en denken dat God ver weg is. Natuurlijk kunnen we niet uitsluiten dat God een crisis kan gebruiken om ons te leren bidden, als we dat nog niet eerder hebben geleerd.

God staat moeilijke tijden in onze levens toe, zodat we leren bidden en later een nog grotere crisis aankunnen. Het juiste moment om de stand van het fornuis te controleren en met de brandblusser te oefenen, is vóórdat de pan overkookt en de keuken begint af te branden. Het juiste moment om gedisciplineerd te leren bidden, is vóórdat een grote geestelijke strijd uitbreekt.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Een wereld beheerst door Satan en zijn engelenvorsten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Er gebeurt heel wat meer ‘boven onze hoofden’ dan wij beseffen. In een andere, onzichtbare werkelijkheid speelt zich veel af waar wij indirect en ook direct mee te maken hebben. Gebeurtenissen, strijd en ook tekenen die het wereldgebeuren en ook ons leven beïnvloeden. Ondanks het feit dat wij nauwelijks enig besef hebben van wat er zich in die vreemde, geestelijke wereld afspeelt, heeft de Gemeente van de Here Jezus Messias grote invloed op wat daar gaande is. Daarom is het belangrijk dat wij hier Bijbels zicht op hebben.

 

 

geestelijke strijd

geestelijke strijd

 

 

De machthebbers in die ‘vreemde wereld’ zijn momenteel intensief en koortsachtig tegen Israël aan de gang. Voordat we dieper ingaan op deze belangrijke materie kijken we eerst naar het voorbeeld van Job. Dat kan ons veel duidelijk maken. Tijdens zijn leven was Job zich niet bewust van wat er met betrekking tot zijn persoon en de rampen die hem overkwamen in die onzichtbare werkelijkheid, in een ‘hemels gewest’, plaatsvond. Job wist niet dat alles goed zou aflopen.

Hij had er geen idee van dat de Heer, Satan en engelen zeer geïnteresseerd meeluisterden toen Job met zijn vrienden en met God in gesprek was. Nog minder kon hij vermoeden dat er een soort ‘weddenschap’ tussen God en Satan meespeelde in zijn lijden en zware strijd. Misschien is hem na zijn overlijden geopenbaard dat zijn lijden en zijn houding model staan voor het lijden van Israël en ook voor veel persoonlijk lijden dat ons overkomt. Job is geen incidenteel voorbeeld.

Paulus legt ons uit dat er geestelijke machten zijn, en dat ze niet alleen maar toekijken. Wij moeten zelfs “worstelen … tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”  Efeziërs 6: 12.

Waarschijnlijk is Paulus zelf in zo’n ‘hemels gewest’, het paradijs, geweest. Hij heeft daar ‘onuitsprekelijke woorden’ gehoord – 2 Korntiërs 12 :2-4.

Ook heeft Paulus heel wat tegenstand en narigheid van die ‘machten’ ondervonden. Zo’n boze geest, een engel van satan, sloeg hem regelmatig – 2 Korintiërs 12 : 2-7.  Satan belette hem herhaaldelijk om naar de Griekse stad Thessalonica te gaan om daar de gemeente van de Here Jezus te onderwijzen en te versterken.

Hij werd door boze geesten tegengewerkt. Op Cyprus door een tovenaar Elymas en in een stad in Macedonië, Filippi, door een waarzeggende geest. Paulus was geen onbekende in dat duistere rijk, want “zijn (van satan) gedachten zijn ons niet onbekend”  2 Korintiers 12 :2-11.

Wat er gebeurt in het vanuit die ‘hemelse gewesten’ ligt ver buiten het gezichtsveld van veel gelovigen. Begrijpelijk, want het is ook een gevaarlijk terrein.

Er waren zeven zonen van een Joodse hogepriester, die zich onbeschermd met een van die ‘boze geesten uit de hemelse gewesten’ bemoeiden en een stevig pak slaag opliepen – Handelingen 19 : 13-20 Toch hebben we ermee te maken en zal de Gemeente van de Here Jezus in de nabije toekomst steeds meer met die machten te maken krijgen.

In onze tijd wordt het wereldgebeuren zeer intensief door die ‘wereldbeheersers’ en door ‘boze geesten in de hemelse gewesten’ beïnvloed. Vooral die ‘wereldbeheersers’ hebben het momenteel speciaal op Israël gemunt.

 

 

Machtige wapens

 

De Here Jezus bestreed die machten uit de hemelse gewesten met gezag en kracht. Vaak lezen we dat Hij onreine geesten uitwierp. Hij “genas allen die door de duivel overweldigd waren” Handel.10:38. We hebben dus een Medestander, een Vriend, die al die machten de Baas is. Deze Vriend heeft ons ook een beschermende wapenrusting (Efeziërs 6: 13-17) en drie machtige wapens in de confrontaties met die vijanden gegeven.

 

 

Het eerste wapen

 

Het eerste wapen is het Woord van God. Dat wordt het ‘zwaard van de Geest’ genoemd. Dus de Bijbel is het aanvalswapen dat de Heilige Geest gebruikt.

 

 

bijbel-mooi

 

 

 

Het tweede wapen

 

Het tweede wapen is een eerbiedig, maar vastberaden gebruik van de Naam van Jezus van Nazareth, de Zoon van God. In die Naam is bescherming, ontzagwekkend gezag en oneindige kracht. De apostelen handelden met groot gezag in de Naam van Jezus. Machten uit die ‘onzienlijke wereld’ onderwierpen zich in Jezus’ Naam aan hen. Gebonden mensen werden bevrijd. De Here Jezus gebruikte het wapen van het Woord in de strijd tegen de Tegenstander, Satan.

 

 

image464

 

 

 

Het derde wapen

 

Het derde wapen is volhardend gebed.

 

 

gebed2

 

.

.

Modellen

 

In het Bijbelboek ‘Openbaring’ krijgt Johannes verschillende keren te zien wat zich in de hemel afspeelt. Ook Mozes, David, Jesaja, Ezechiël, Daniël en Zacharia hebben een glimp van de hemelse werkelijkheid opgevangen en aan ons doorgegeven in de Bijbel.

Allen waren zeer diep onder de indruk van de hemelse heerlijkheid en van de majesteit van God en van Jezus de Messias. Opvallend is dat veel aardse voorwerpen, gebouwen en ceremonies model blijken te zijn van een realiteit in de hemel. Er was een ‘hof van Eden’, een paradijs op aarde en er is een ‘Hof van God’, een Eden, in de hemel (Ezechiël 28:13).

Er is een aards Jeruzalem en een hemels Jeruzalem (Hebreeën 12:22 en Openbaring 21). De tabernakel was gemaakt naar een model dat Mozes op de berg Sinaï van God had gekregen (Exodus 25:8-40 en Hebreeën 8:5). De Tempel werd door Salomo gebouwd volgens het model dat hij van zijn vader David had ontvangen. David had het model van God gekregen en was “onderricht over de hele uitvoering van het ontwerp”  1Kronieken 28 : 11,12,19).

Er is een ark in de hemel en er was er een op aarde -Openbaring 11 :19.  Er wordt gesproken over een ‘berg Sion in de hemel’ en er is een berg Sion op aarde – Hebreeên 12 : 22. Er is strijd in de hemelse gewesten en parallel daaraan strijd op aarde. Om de oorlog van de ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ tegen Israël beter te begrijpen, nu iets over het ‘model’ van Israël in de hemel. Het woord ‘model’ staat tussen aanhalingstekens omdat het hier om een teken in de hemel gaat. Belangrijk is bij het volgende voortdurend twee dingen voor ogen te houden: Het gaat om tekenen en om gebeurtenissen die in de hemel plaatsvinden.

 

 

 

Een prachtige vrouw

 

In Openbaring 12 worden twee ‘tekenen’ beschreven. Het eerste wordt ‘een groot teken’ genoemd en het tweede ‘een ander teken’. Het ‘grote teken’ is een hoogzwangere vrouw, die oogverblindend straalt als de zon. De maan is onder haar voeten en 12 sterren zijn op haar hoofd. Deze vrouw stelt Israël voor.

Het ‘andere teken’ is een draak. Dus Satan, Lucifer, de ‘overste van deze wereld’, de slang, wiens tegenbeeld op aarde de antichrist, de ‘zoon van het verderf’ is.

 

 

De vrouw en de draak : pasteltekening van John Astria

De vrouw en de draak : pasteltekening van John Astria

.

 

Eerste teken

 

De vrouw is zwanger van “een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf”. Dit is een duidelijke verwijzing naar Psalm 2, waarin het optreden van de messiaanse Koning wordt voorzegd. Die koning is de Zoon, waarvan Psalm 2:12 zegt:Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne”. Eén van de belangrijkste taken van Israël is het voortbrengen van de Messias.

De hele contekst van dit hemelteken uit Openbaring 12 duidt op Israël. De ark van het verbond in de hemel wordt weer zichtbaar – Openbaring 11:19.. Dus God pakt zijn verbonden met Israël weer op. Opvallend is dat de vrouw ‘straalt als de zon’. Het gaat in dit hemelteken om de ‘geboorte-in-de-hemel’ van de Koning-Messias, de Bevrijder.

 

 

Tweede teken

 

Hij wordt hier ‘de draak’ genoemd. Een gruwelijk, angstaanjagend wezen. In Ezechiël 28 krijgen we een ander beeld van die ‘draak’. Hij wordt getekend als een machtige en schitterende engel, die een vooraanstaande positie als ‘beschuttende cherub’ op de ‘berg der goden’ vervulde. Deze engel kwam in opstand tegen God. Hij wilde zich zelfs ‘aan de Allerhoogste gelijk stellen’ -Jesaja 14:14.

Hij staat voor de vrouw en wil het Kind verslinden. Hier wordt de oorsprong en het begin van alle antisemitisme en antizionisme onthuld. Opstand tegen de Almachtige en verzet tegen zijn plan om de wereld te verlossen. Een verlossing waarbij ‘de vrouw’, Israël, ingeschakeld wordt. In de hemel wordt de Zoon naar het hoogste ‘hemelse gewest’, naar de troon van God gebracht. Op aarde vervolgt de draak de vrouw. Deze vervolgingen van het Joodse volk duren nu al zo’n 3.500 jaar sinds de ‘geboorte’ van Israël, tijdens de uittocht uit Egypte.

In de eindtijd, als de draak uit de hemel gejaagd is, zal ‘de vrouw’, Israël, gedurende 1260 dagen (3,5 jaar) in de woestijn door God worden beschermd. Het teken van de draak onthult ook de oorsprong van al die ‘boze geesten in de hemelse gewesten’, die de mensheid op aarde trachten te overheersen en te vernietigen. De draak sleepte een derde van de engelen mee in zijn val.

Binnenkort zullen al die boze machten uit dat hemelse gewest gejaagd worden. In de tijd van Job waren ze er nog, want Satan verscheen voor Gods troon. In de tijd van de profeet Zacharia (omstreeks 500 v.Chr.) waren ze er ook nog, want we lezen dat Zacharia in een visioen zag dat de hogepriester Jozua voor de Engel van de HERE stond, “terwijl de satan aan zijn rechterzijde stond”  Zacharia 3:1-2.

In de tijd van Paulus zaten ze er nog, immers hij spreekt over “de boze geesten in de hemelse gewesten”, waartegen we moeten worstelen. Pas na een grote oorlog in de hemel tussen de draak en zijn engelen en de aartsengel Michaël en zijn engelen worden ze eruit gegooid en op de aarde geworpen – Openbaring 12:7-9.

Als Satan, de slang, op aarde is gegooid komt er een enorme vervolging van Israël en van mensen die “het getuigenis van Jezus hebben. Gelovige Joden en christenen worden dan zwaar vervolgd.

De eerste tekenen van deze situatie zijn al zichtbaar. Satan begint dan zijn laatste poging om de aarde onder controle te krijgen. Immers in Openbaring 13:1 lezen we dat, direct nadat de draak op aarde is gegooid ‘het beest’ uit de zee verschijnt. Het rijk van de antichrist en zijn profeet breekt dan aan.

 

 

Openbaring 13: de komst van de antichrist en de valse profeet

Openbaring 13: de komst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Oude en moderne geschiedenis

 

Op aarde is de strijd van de draak tegen de vrouw, tegen Israël, al 3.500 jaar aan de gang. In alle oorlogen tegen Israël en bij alle pogingen om het Joodse volk tot afgoderij te verleiden of uit te roeien zijn geestelijke machten, volgelingen van de draak, betrokken. Bij de uittocht uit Egypte streed God niet alleen tegen de Farao, maar Hij “oefende gerichten tegen alle goden van Egypte”  Exodus 12:12. Achter het verzet van Farao tegen de uittocht stonden dus geestelijke machten.

Dat was ook het geval bij Babel. Niet alleen op wereldlijk, menselijk vlak worden Babel en Assyrië gestraft om wat ze Israël hebben aangedaan. Ook hun ‘goden’, die ook wel ‘engelvorsten’ worden genoemd, worden te schande gemaakt (Jesaja 46:1 en Jeremia 50 :2).

De profeet Daniël kreeg ook te maken met dergelijke ‘wereldbeheersers’. Dat waren de engelvorsten van het toenmalige wereldrijk Perzië en Griekenland. De aartsengel Michael, die trouw is aan  God, is de engelvorst die voor Israël strijdt (Daniël 10:21 en Daniël 12:1). Hij voerde oorlog tegen die ‘vorsten van Perzië en van Griekenland’.

De ‘wereldbeheersers’ zijn machten die de wereld willen beheersen. Ook sterke, geestelijke machten die over een land willen heersen. Ook boze geesten die mensen willen overheersen. Over die engelvorsten heeft de Eeuwige aan Mozes het volgende geopenbaard:

Die afgoden en hun beelden mag Israël beslist niet aanbidden wantdie heeft de Here, uw God toebedeeld aan alle volken onder de hele hemel – terwijl de HERE u heeft genomen… om voor Hem te zijn tot een eigen volk”  Deuteronomium 4:16-20.

 

De goden van de volken, de ‘engelvorsten’, zijn afgoden die door veel volken ‘verbeeld’ worden door beelden Alleen de God van Israël is de ware, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde. “Want alle goden van de volken zijn afgoden, maar de HERE heeft de hemel gemaakt” -Psalm 96 :5

De Here Jezus noemt de leider van die engelvorsten ‘de overste van deze wereld’ (Johannes 12 :31). Deze machten proberen Israël te vernietigen en zetten de wereld op tegen Gods volk.  Aan het kruis heeft de Here Jezus al die machten overwonnen. Jezus is Overwinnaar!

Maar nu is er nog strijd . Binnenkort worden die machten uit de hemel geworpen en zal de strijd nog zwaarder worden totdat Jezus komt! Maar nu en ook tijdens de verdrukking als satan op aarde geworpen is, geldt: Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”  Openbaring 12:11.

 

 

de overste van deze wereld

de overste van deze wereld

 

 

 

Machten tegen Israël

 

 

Satans invloed op de islam

 

Sommigen in de islam worden onder invloed van boze geesten geïnspireerd om de wereld te veroveren en de islam aan iedereen op te dringen. Uitspraken van hun leiders liegen er niet om. Hun ‘engelvorst’ is de wrede maangod. Tot grote ergernis van die afgod heeft de vrouw uit Openbaring 12 ‘de maan onder haar voeten’. Israël is voor de islam het grote obstakel dat hun plannen in de weg staat.

Jeruzalem, de stad van de Grote Koning van Israël, is hun eerste doel. Vandaar dat al die machten zich steeds meer op Jeruzalem richten. Er zijn al verschillende confrontaties geweest tussen de afgod van de islam en de God van Israël. Denk aan de oorlogen die de islamitische buurlanden tegen Israël hebben gevoerd en hebben verloren.

 

 

 

De macht achter het Vaticaan

 

Ook het Vaticaan, de RK kerk eis de wereldmacht op. Eeuwen lang ‘regeerde’de RK kerk over Europa. Verdragen met de Palestijnse Autoriteit en met Israël, aankopen van grond, druk op de EU om Jeruzalem te internationaliseren zijn zichtbare activiteiten van het Vaticaan om Jeruzalem in handen te krijgen. De strijd om de wereldmacht is al eeuwen aan de gang.

 

 

 

De EU 

 

De EU, het herstelde Romeinse Rijk, is hard op weg om het eindtijd rijk van de antichrist te worden. Dus ook hier spelen duidelijke anti-Israël krachten in de vorm van steun aan het Palestijnse moslim terrorisme en druk om Jeruzalem te internationaliseren. De oude Griekse en Germaanse goden worden weer van stal gehaald in landen van de EU. Tijdens WO II was er een vreselijke aanval, de Holocaust, geleid door die duistere, Germaanse goden op het Joodse volk.

 

 

 

De VN 

 

Ook de VN streeft naar de wereldmacht. Binnen de VN heerst een bijna virulente anti-Israël houding. Hier wordt de wereldreligie van de profeet van de antichrist voorbereid. De Nieuwe Wereldorde staat al enige tijd op stapel. De macht achter de VN is ‘de overste van deze wereld’, is satan zelf. Aan het einde van de zeven jaren van de antichrist zal ‘de Koning van de koningen en de Here van de heren’ die antichrist laten grijpen en hem laten gooien in ‘de poel van vuur’.

 

 

 

De VS 

 

Ook de VS streeft naar een zekere macht over de wereld om de Amerikaanse belangen veilig te stellen. Deze engelvorst heet Mammon, de afgod van geld en macht. In de VS zien we in de geestelijke strijd iets belangrijks gebeuren. Er in de VS een sterke, Bijbel getrouwe kerk. Miljoenen gelovigen en hun leiders die achter Israël staan en voor het land bidden. Dat heeft de VS decennia op de been gehouden. Die engelvorst heeft daar sterke tegenstand.

De Gemeente van de Here Jezus heeft de opdracht om voor ‘koningen en hooggeplaatsten’ te bidden om in een rustig en eerlijk land zonder onderdrukking of corruptie te leven. Gebed voor de overheid ook ter wille van een diepe wens van de Heer Zelf: “…God, onze Heiland die wil dat alle mensen behouden worden”  1Timoteüs 2 :3-4. De Gemeente is dus de belangrijkste tegenkracht tegen de vernietigende invloed van die de afvallige engelvorsten uitoefenen.

 

 

Gog 

 

Gog, de grootvorst van Magog. Een ‘moderne’ engelvorst is de macht die achter Rusland staat. Hij heet Gog. De oorlog van Gog en zijn medestanders tegen Israël wordt beschreven in Ezechiël 38-39. Iran (Perzië) zal één van zijn bondgenoten zijn. We zien nu al die as Rusland, Perzië en een aantal Arabische landen. Ook Gog heeft al eens een smadelijke nederlaag geleden in een confrontatie met de Allerhoogste van Israël. Dat gebeurde in 1989.

Voor die tijd, toen Rusland nog communistisch was, konden de Russische Joden niet uit Rusland weg en naar Israël. Toen sprak God zijn machtswoord tegen Gog, de engelvorst van Rusland: “Ik zeg tot het Noorden: GEEF!”  Jesaja 43 :6. De Berlijnse Muur viel, het communistische wereldrijk stortte in en nu zijn er al 1,2 miljoen Russische Joden terug. Nog meer zullen er binnenkort volgen.

 

 

gogmagog

 

 

 

Wat nu ?

 

We leven in een heel spannende tijd. Satan weet dat hij weinig tijd heeft. De ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ werpen zich op Israël en op alles wat Bijbel getrouw wil zijn. Aan de andere kant zien we machtige werken van de God van Israël. Hij komt tot zijn doel met Israël en het Evangelie gaat met grote kracht en grote snelheid over de wereld.

Individuele gelovigen worden ook niet met rust gelaten door die machten. In het midden van die strijd staat de Gemeente van de Here Jezus. Door Hem en in zijn Naam hebben wij toegang tot de Troon van de Allerhoogste. Gebed is het machtigste wapen dat Hij ons heeft gegeven. Wij bidden voor Israël, steunen de verkondiging van het Evangelie en staan voor elkaar op de bres.

Tegelijk gebruiken we het tweede wapen dat ons is gegeven: Het Woord van God. Wij proclameren Gods woorden over Israël en staan zo als wachters op de muren van Jeruzalem. Wij brengen Gods Woord van verlossing aan een verloren wereld. En wij proclameren Gods Woord als satan ons aanvalt. Zo overwinnen wij door “het bloed van het Lam en door het woord van hun (ons) getuigenis  Openbaring 12:110.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

De 10 Deugden Van Maria

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De 10 Deugden Van Maria

 

 

tuiniersterparadijs mda

.

.

De 10 Deugden Van Maria

 

 

  1. Vurige Liefde: Haar liefde voor God de drijvende kracht achter iedere beslissing laten zijn
  2. Diepe Nederigheid: Weten wie ze is voor God, niets meer en niets minder
  3. Universele Versterving: Zoekend om haar leven en haar wil op ieder moment neer te leggen
  4. Contstant Innerlijk Gebed: Altijd bewust zijn van Gods aanwezigheid
  5. Blinde Gehoorzaamheid: Gods roeping volgend zonder de kosten te tellen
  6. Goddelijke Wijsheid: Altijd vragend voor Gods Geest om haar te leiden
  7. Overstijgende Zuiverheid: Een hart hebben dat onbevlekt schoon en onbevlekt door zonde is
  8. Engelachtige Zoetheid: Vreugde en vrede uitstralend naar iedereen die ze ontmoette
  9. Levend Geloof: Contstant zoeken voor Gods wil en nooit toegeven aan middelmatigheid
  10. Heldhaftig Geduld: Altijd vertrouwend dat God aan het werk was; meer geloof hebben in Zijn plannen dan in die van haarzelf

 

 

Bid en werk aan het groeien in deze deugden. Raak niet overweldigd. Kies 1 deugd per keer, misschien is het er één waartoe je je echt voelt aangetrokken of juist één waarmee je erg worstelt.

Maria is niet alleen maar iemand uit het verleden is, ze is vandaag nog steeds onze Moeder en ze bidt altijd voor ons, steunt ons en leidt onze dichter naar haar Zoon toe.

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Maria von Mörl

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Maria von Mörl , volledige naam Maria Theresia van Mörl zu Falzes en Sichelburg (geboren op 16 oktober 1812 in Caldaro , † 11 januari 1868), was een gestigmatiseerde mysticus. 

.

.

 

Maria von Mörl in stille extase, schilderij van Friedrich Wasmann

 

 

Herkomst en jeugd 

 

Ze werd in 1812 in Caldaro geboren als de oudste dochter van tien kinderen. Haar ouders waren de landeigenaar Joseph Ignaz von Mörl zu Phalzen en Sichelburg (een van de oudste Zuid-Tiroolse adellijke families) en zijn vrouw Maria Katharina Sölva. Vanaf haar vijfde jaar was ze ziekelijk. Toen ze zeven werd hielp ze met vaardigheid in het huishouden van haar religieuze moeder, terwijl de vader het landgoed verwoestte door achteloosheid. Verschillende biografen melden dat wanneer haar vader ’s avonds in een dronken toestand thuiskwam, hij haar zonder reden uit bed gooide en sloeg.

Op de leeftijd van 9 sloeg haar vader Maria zo hard dat ze bloed begon over te geven en werd ze geplaagd door stekende pijn. Na herstel werd ze op 14-jarige leeftijd naar Cles op de Nonsberg gestuurd om Italiaans te leren. Een jaar later werd ze naar Caldaro teruggeroepen omdat haar moeder was gestorven en haar jongste broer slechts 3 maanden oud was.

Maria een onopvallend meisje, ze wijdde haar vrije tijd aan het gebed terwijl ze erg bleef rouwen om haar overleden moeder. Op 17-jarige leeftijd werd ze ongeneeslijk ziek. Op advies van de geestelijkheid bleef ze in het huis van haar vader wonen. Haar levensonderhoud werd betaald op aanbeveling van haar biechtvader van de zogenaamde Haller- garnaal.

 

 

Maria von Mörl, aquarel door Luigi Gonzaga Giuditti naar Louis Gaston de Ségur, 1846

 

 

 

Het leven als een gestigmatiseerde mysticus 

 

Maria von Mörl koos de docent P. Johannes Kapistran Soyer, die in het Franciscaner klooster van Caldero werkte, als biechtvader. Zij vertrouwde zichzelf  tot het einde van haar leven aan hem toe. Hij hield een dagboek bij van haar leven, dat de basis werd van haar eerste biografie. Met zijn steun werd ze in het geheim toegelaten tot de Derde Franciscaanse Orde.

Na de leeftijd van 19 ervoer ze steeds extatischere toestanden. Na het ontvangen van de Heilige Communie bleef ze uren in stille extase zitten, knielend of zwevend in haar bed, zoals op vele foto’s te zien is. Ze leed vaak aan pijnlijke, van nature onverklaarde fysieke en emotionele aanvallen.

Maria leed meermaals aan een vorm van exorcisme. Het gebeurde dat ze paardenhaar, nagels en naalden at die ze later dan uitspuwde. Ook probeerde ze zichzelf uit het raam te gooien. Hier zien we dat de duivel functioneert als onderdeel van het heilsplan: hij zet mensen aan tot zware beproevingen, maar als ze het volhouden zijn ze zoveel dichter bij hun redding. Soms kreeg ze na de inname van de Heilige Communie vreselijke kwellingen te wijten aan demonen die haar lichaam innamen.

Pater Johannes Kapistran Soyer was de enige die haar uit haar extatische toestand kon verlossen. Hij geselde haar tot haar bloed tegen de muren spatte. Omdat haar toestand leek te worden veroorzaakt door demonische martelingen, was zo’n straf logisch, gezien de context van hoe men in die tijd dacht over mystiek.

Volgens theoloog Nicole Priesching waren geseling en zelfmarteling niet alleen een poging om één te worden met het lijden van Christus, maar ook een manier om boete te doen voor haar vader en voor de wandaden van anderen in het algemeen. In 1834 ontving ze de tekens van Christus op handen en voeten. Elke vrijdag leek ze getuige te zijn van de passie van Christus. Ondanks alles werd Maria beschreven als een aanhankelijke, eenvoudige en gelukkige vrouw.

Hoewel ze lid was geweest van de Franciscaanse Derde Orde, een seculiere orde, trok Maria von Mörl jaren na de dood van haar vader naar het klooster van de tertiaire zusters in Kaltern. Eenmaal daar, verliet ze het bijna nooit, en ze sprak nooit met de occasionele bezoekers die nu slechts selectief werden toegelaten. Ze stierf op 11 januari 1868, in haar 56e jaar en in het 36e jaar ‘van haar extatische contemplatie’ – zoals wordt vermeld in de kroniek van de tertiaire zusters.

Maria had altijd gebeden dat haar stigmata niet langer zichtbaar zou zijn na de dood: op 8 januari, drie dagen voor haar dood, bleven alleen littekens achter op haar zachte huid. Na de dood waren ook deze verdwenen.

 

 

Franciscaans klooster in Caldaro

 

 

 

Effect op tijdgenoten 

 

Vanwege de buitengewone gebeurtenissen werd Maria von Mörl zeer bekend. Duizenden pelgrims kwamen naar Maria von Mörl vanuit heel Europa, inclusief bisschoppen, politici en beroemdheden zoals de dichter Clemens Brantano. Tegen het einde van 1833 alleen al werd het aantal bezoekers geschat op ongeveer 40.000. De mensen waren arm en het eten en onderdak voor de pelgrims was mager, maar ze wilden allemaal zien hoe de jonge vrouw, met ogen naar de hemel gekeerd en met gevouwen handen, boven haar bed zweefde.

In een tijd dat protestantisme en modernisme het heilige land Tirol dreigden te verontrusten, was ze een graag gezien boegbeeld ter verdediging van de traditionele katholieke waarden. In een tijd die volgde op de verstoringen van oorlog en verlichting, waren mensen maar al te graag onder de indruk van de extatische maagd.

Omdat dit onverdraaglijk was voor de mysticus en haar familie, zorgde de Prinsbisschop Luzhin von Trento ervoor dat alleen nog selectieve bezoekers  haar kamer mochten binnenkomen. In haar kamer stond een altaar waar ze de sacramenten vaak kon ontvangen.

De gezegende was stil bij de sensationele gebeurtenissen. Johan Nepomuk von Tschider, een verre verwant van Maria, en haar biechtvader zorgden er voor dat Maria von Mörl gespaard bleef van de negatieve effecten van haar roem. Zij maakten een getuigenverklaring om laster en geruchten van bedrog de kop in te drukken.