Tagarchief: Christus

Boodschap 144 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

WIE NIET IN CHRISTUS GELOOFT,

 

EN DAT HIJ DE MESSIAS IS ALS ZOENOFFER

 

VOOR DE ZONDEN VAN DE MENS,

 

IS ONGEACHT WELK GELOOF HIJ HEEFT

 

HOPELOOS VERLOREN

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Advertenties

De 5 oordelen over Lucifer

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Lucifer, de satan met symbool 666. Deels reeds geïncarneerd in de antichrist

Lucifer, de satan met symbool 666. Deels reeds geïncarneerd in de antichrist.

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

1. Opstand en val van Lucifer

 

Jesaja 14: 5-15

De Here heeft de stok der goddelozen verbroken, de scepter der heersers, die in verbolgenheid zonder ophouden natiën sloeg, die in toorn volken vertrad in meedogenloze vervolging. De gehele aarde heeft rust, is stil; men breekt uit in gejubel; zelfs de cypressen verheugen zich over u, de ceders van de Libanon: Sinds gij neerligt, klimt niemand naar ons op om ons te vellen.
Het dodenrijk beneden is over u in beroering om u bij uw komst te ontmoeten; het wekt de schimmen voor u op, al de bokken der aarde; het doet alle koningen der volken van hun tronen opstaan. 10 Zij allen vangen aan tot u te zeggen: Ook gij zijt krachteloos geworden als wij, gij zijt aan ons gelijk geworden; 11 uw trots is in het dodenrijk neergeworpen, de klank uwer harpen; het gewormte ligt onder u gespreid en maden zijn uw bedekking.
12 Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! 13 En gij overlegdet nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; 14 ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen. 15 Integendeel, in het dodenrijk wordt gij neergeworpen, in het diepste der groeve.
.
.
Ezechiël 28
Het woord des Heren kwam tot mij: Mensenkind, zeg tot de vorst van Tyrus ( Lucifer ): zo zegt de Here Here: omdat uw hart hoogmoedig geworden is en gij zegt: ik ben een god, een godenwoning bewoon ik midden in zee, – terwijl gij een mens zijt en geen god – en gij in uw hart uzelf gelijkstelt met een god; voorzeker, gij zijt wijzer dan Daniël, geen geheim is voor u verborgen;
door uw wijsheid en uw inzicht hebt gij u een vermogen verworven en goud en zilver verzameld in uw schatkamers; door uw wijs beleid bij de handel hebt gij uw vermogen vermeerderd, en uw hart is trots geworden op uw vermogen. Daarom, zo zegt de Here Here, omdat gij in uw hart uzelf gelijkgesteld hebt met een god, daarom, zie, Ik breng vreemdelingen over u, de gewelddadigste der volken; die zullen hun zwaarden trekken tegen de luister van uw wijsheid en uw glans ontwijden. 
In de groeve zullen zij u doen neerdalen, gij zult de bittere dood der gesneuvelden sterven, midden in zee. Zult gij dan nog zeggen: ik ben een god – terwijl gij een mens zijt en geen god – als gij staat tegenover hem die u doodt en in de macht zijt van wie u neerslaan? 10 De dood der onbesnedenen zult gij sterven door de hand van vreemdelingen, want Ik heb het gesproken, luidt het woord van de Here Here.
.
.
.
.

2. Lucifer verslagen door het kruis

.

 

Kolossenzen 2: 13-15

13 Eerst waren jullie geestelijk dood. Dat kwam doordat jullie ongehoorzaam aan God waren en niet bij zijn volk hoorden. Maar nu heeft Hij jullie samen met Christus geestelijk levend gemaakt, toen Hij al jullie schuld vergaf. 14 Hoe vergaf Hij onze schuld? Door het bewijsmateriaal uit te wissen! Hij heeft namelijk de wet van Mozes, die bewees dat we schuldig waren, aan het kruis gespijkerd. 15 We waren ongehoorzaam doordat het kwaad macht over ons had. Maar nu heeft Hij aan het kruis het kwaad ontwapend, overwonnen en voor iedereen te kijk gezet.

.

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

.

3. Lucifer naar de aarde geworpen

.

 

Openbaring 12: 9-10

9 En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen.
10 En ik hoorde een grote stem, zeggende in den hemel: Nu is de zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk geworden onzes Gods; en de macht van Zijn Christus; want de verklager onzer broederen, die hen verklaagde voor onzen God dag en nacht is nedergeworpen.
.
.
.
.

4. Lucifer verbannen voor 1000 jaar

 

 

 Openbaring 20: 1-3

“En ik zag een Engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. En Hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor 1000 jaar, en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de 1000 jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.”

.

 

5. Lucifer in de vuurpoel

 

 

Openbaring 20: 10

10 En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.

 

.

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Gods beloften in de Bijbel : deel 12 en 13

Standaard

categorie : religie

 

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

12 Gods beloften voor redding en bevrijding 

 

 

Psalm 7: 11 Mijn schild is bij God, die de oprechten van hart verlost.

 

 

Ps.20:3 De Here antwoorde u ten dage der benauwdheid, de naam van Jakobs God make u onaantastbaar.

 

 

Ps.34:18 Roepen zij, dan hoort de Here, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden. 19 De Here is nabij de gebrokenen van hart en Hij verlost de verslagenen van geest. 20 Talrijk zijn de rampen van de rechtvaardige, maar uit die alle redt hem de Here.

 

 

Ps.50:15 roep Mij aan ten dage der benauwdheid, Ik zal u redden en gij zult Mij eren.

 

 

Ps.49:16 Maar God zal mijn leven verlossen uit de macht van het dodenrijk, want Hij zal mij opnemen.

 

 

Ps.54:6 Zie, God is mij een helper, de Here is het, die mij schraagt omdat Hij mij gered heeft uit alle benauwdheid, zodat mijn oog met vreugde op mijn vijanden zag.

 

 

Ps.68:20 Geprezen zij de Here. Dag aan dag draagt Hij ons; die God is ons heil. God is een God van reddingen, bij de Here Here zijn uitkomsten tegen de dood.

 

 

Ps.120:1 In mijn angst heb ik tot de Here geroepen en Hij heeft mij geantwoord.  Here, red mij van de leugenlippen, van de bedrieglijke tong.

 

 

Ps.85:10 Waarlijk, zijn heil is nabij hen die Hem vrezen.

 

 

Ps.130:7 Israël hope op de Here, want bij de Here is goedertierenheid, bij Hem is veel verlossing.

 

 

Ps.145:19 Hij vervult de wens van wie Hem vrezen, Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.

 

 

Luc.21:34 Ziet toe op uzelf, dat uw hart nimmer bezwaard worde door roes en dronkenschap en zorgen voor levensonderhoud, en die dag niet plotseling over u kome, als een strik. 35 Want hij zal komen over allen, die gezeten zijn op het oppervlak der ganse aarde. 36 Waakt te allen tijde, biddende, dat gij in staat moogt wezen te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen.

 

 

Joh.8:32 en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken. Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde. En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis, de zoon blijft er eeuwig. 36 Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn.

 

 

2 Kor.1:10 En Hij heeft ons uit zulk een groot doodsgevaar verlost en zal ons verlossen: op Hem hebben wij onze hoop gevestigd, dat Hij ons ook verder verlossen zal.

 

 

Tim.3:11 vervolgingen en lijden, zoals mij getroffen hebben te Antiochië, te Ikonium en te Lystra. Al die vervol- gingen heb ik doorstaan en de Here heeft mij uit alle gered.

 

 

2 Tim.4:18 En de Here zal mij verlossen van alle boos werk, en bewaren tot Zijn hemels Koninkrijk; De welken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

 

 

Titus 2:14 die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.

 

 

 

13 Gods beloften voor leiding op onze weg 

 

Ps. 25:9 Ootmoedigen doet Hij wandelen in het recht, en Hij leert ootmoedigen zijn weg. 12 Wie is de man die de Here vreest? Hij onderwijst hem aangaande de weg die hij moet kiezen.

 

 

Ps.32:8 Ik leer en onderwijs u aangaande de weg die gij gaan moet; Ik raad u; mijn oog is op u.

 

 

Ps.119:105 Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.

 

 

Spr.3:5 Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. 6 Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht  maken.

 

 

Joh.16:13 doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De oorsprong van demonen

Standaard

Categorie : religie

 

 

Satan, de opperbevelhebber van de demonen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De oorsprong van demonen

 

In Genesis 6:2 wordt gesproken over de ‘zonen Gods’. De Septuaginta vertaalt hier in het Hebreeuws voor ‘zonen Gods’ met het Griekse woord voor engelen. De Hebreeuwse term ‘zonen Gods’ komt zes maal in het Oude Testament voor:

* 2x in Genesis – Hs. 6: 2 en 4;
* 3x in het boek Job – Hs. 1:6, 2:1 en 38:7, waar het heel duidelijk betrekking heeft op engelen;
* 1x in Daniel – Hs. 3:25 in het enkelvoud, waar koning Nebukadnezar tot zijn ontzetting constateert, dat er geen drie, maar vier mannen wandelen in de brandende oven. Het uiterlijk van de vierde geleek op dat van een zoon der goden.

Dat de zonen Gods van Genesis 6:2 engelen waren, wordt in het Nieuwe Testament bevestigd door 1 Pet. 2:4-5 en Judas, vers 6:

“…en dat Hij engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden; zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur.”

 

Judas laat in zijn brief (geheel in lijn met Gen. 6:1-4) zien, dat de engelen hun oorsprong ontrouw werden en dat zij ander (menselijk) vlees achterna liepen. Zij vierden hun hoererij bot op dezelfde wijze als Sodom en Gomorra. Deze engelen werden hun oorsprong ontrouw, ja, zij verlieten hun eigen woning. Het woord voor ‘woning’ komt slechts twee keer in de Bijbel voor. Hier in Judas, vers 6 en in 2 Korinthe 5, vers 2:

“Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt; een eeuwig huis. Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden, als wij maar bekleed, en niet naakt, zullen bevonden worden.”

 

Deze tekst leert ons, wat Judas precies bedoelde. Deze ‘eigen woning’ was geen gebouwd huis ergens in de hemel, maar een woonstede in de betekenis van 2 Korinthe 5:2. Het was een geestelijk lichaam, behorende tot lichamen van een hogere orde dan de aardse lichamen, die Paulus hier vergelijkt met een aardse tent. Paulus verlangt hier in 2 Korinthe 5:2-3 met zo’n geestelijk lichaam overkleed te worden.

Het was Bullinger die aantoonde dat de engelen, en dus ook de zonen Gods van Genesis 6, hun geestelijke woning, hun lichaam, verlieten. Zij materialiseerden zich op aarde, werden aards, om zo seksuele omgang met de dochters der mensen te kunnen hebben. Vrijwillig verlieten deze engelachtige wezens hun geestelijk lichaam en gaven al de privileges en kenmerken op die aan deze hogere lichamen verbonden zijn. Zij gebruikten hun intrinsieke macht om te materialiseren en zich hierna op ongerijmde wijze te verenigen met de vrouwen op aarde.

Uit de verbintenis tussen deze engelen en de dochters der mensen kwamen de Gibbor, de geweldigen, de machtigen, voort: ‘mannen van naam’. Het was een geslacht van reuzen, van half-goden: half engel, half mens.
De Griekse mythologie vertelt uitvoerig, hoe de ‘zonen Gods’ Zeus en de goden van de Olympus zich op aarde gedroegen. Zij worden afgeschilderd als wezens belust op seks en genot. Met name Zeus gaat de andere goden hierin voor . Zijn seksuele avonturen en uitspattingen zijn talrijk, evenals die van zijn mede-goden.

De beroemde Griekse schrijvers, Sophocles, Plutarchus, Euripides, Homerus, enz., informeren ons uitvoerig over welke intriges, moord, overspel tussen de goden van de Olympus en hun nakomelingen de ‘halfgoden’ voorkwamen. De wereld van de voortijd, de wereld van Noach, was zo boos en zo verdorven (Gen. 6:5, 11-13), dat God die wereld oordeelde door de zondvloed. Petrus maakt hier melding van en laat ons zien, dat God de engelen (2 Pet. 2:4) en de mensen (vers 5) niet spaarde:

“Want indien God engelen, die gezondigd hadden, niet gespaard heeft, maar hen, door hen in de afgrond te werpen, aan krochten der duisternis heeft overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren; en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht…”

 

Dit houdt in dat alle mensen de dood vonden, behalve de acht mensen in de ark. De engelen, die hun oorsprong ontrouw geworden waren, werden volgens Petrus en Judas niet gedood! Hun nakomelingen, de Gibbor, de geweldige mannen van naam (half engel, half mens) vonden de dood evenals de (gewone) mensen, maar zij niet. De Griekse mythologie vertelt ons, dat deze nakomelingen sterfelijk waren, maar de goden van de Olympus zelf waren onsterfelijk. Dat engelen inderdaad onsterfelijk zijn, laat ook de Here Jezus zien in Lukas 20, waar Hij in een gesprek is met de Sadduceeën over de opstanding:

“…maar die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuwen aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk…”

 

 

 

 

De engelen die geheel vrijwillig hun geestelijke lichaam verlaten hadden stierven niet bij de zondvloed. Er is niets in de tekst van 2 Petrus 2:4 dat daarop wijst. Petrus laat ons zien dat God hen niet spaarde, maar zij vonden niet de dood. Petrus zegt in hoofdstuk 2:4 dat zij verwezen werden naar de afgrond.

Het normale woord voor ‘afgrond’ is in het Grieks: ‘Abyss’. Het komt vele malen voor in de Bijbel. Het woord dat hier echter gebruikt wordt is: ‘Tartarus’. Dit woord komt maar één keer in de Bijbel voor en wel hier in 2 Petrus 2:4.
In de Griekse mythologie is de Tartarus de gevangenis van Cronos en de Titanen. Het is een verschrikkelijke, duistere afgrond.

Volgens theologen duidt het woord Tartarus op de laagste delen in de atmosfeer, die de aardbol omhult, namelijk de lucht. De engelen, die hun oorsprong ontrouw waren geworden en die hun geestelijk lichaam uit eigen beweging verlaten hadden (vermoedelijk verleid door satan, dat zij door verbintenis met de mens ‘de boom des levens’ op de cherubs konden veroveren), zaten nu voortaan gekluisterd op aarde.

Hun geestelijk lichaam hadden zij eens zelf verlaten door zich aards te materialiseren, en hun vernederd lichaam waar zij nu in verbleven, verloren zij door de zondvloed, hoewel zij niet – zoals de mens – konden sterven. Het gevolg was dat zij nu als geesten, demonen (Grieks: Daimonion, Hebreeuws: Seirim en Shedhim) gekluisterd waren in de tartarus, waar er voor hen geen ontkomen is.

In de tartarus, de lucht om deze aarde, wachten deze gevallen engelen, deze Nephilim, nu ontlichaamd, als geesten, boze geesten, demonen, op het oordeel van de grote Dag. Als gevolg van het verlies van hun lichaam zoeken zij belichaming, zoals de Here Jezus o.a. in Mattheüs 12:43-45 laat zien en in al die gevallen waarin Hij demonen uitdrijft.

De demonen vormen met elkaar de boze geesten in de lucht, de wereldbeheersers dezer duisternis (Efe. 6:12). Hun overste is satan, die hen aanvoert als de overste van de macht der lucht (Efe. 2:2). Zij bezetten de lucht en verontreinigen als demonen de nederste delen van de atmosfeer rond de aarde. Hun aantal is onbekend. In de dagen van de rondwandeling van Christus op aarde zien wij herhaaldelijk hoe Christus hun werken verbreekt en hen uitwerpt als zij belichaming in mensen hebben gezocht. Zij zijn zich ervan bewust dat hen het oordeel wacht op de grote Dag, maar desondanks zullen zij in de toekomst onder aanvoering van hun overste zich verenigen in Babylon (Openb. 18:2) en tegen het Lam oorlog voeren.

 

 

demon in de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Geesten in de Gevangenis

 

In verband met het oordeel t.a.v. de gevallen engelen en t.a.v. het verdorven menselijk ras, is het goed om stil te staan bij de moeilijke vraag, wie toch de geesten in de gevangenis zijn, waarover Petrus spreekt in 1 Petrus 3, vers 19 en 20:

“Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, Die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis, die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden.”

De verklaring die gewoonlijk gegeven wordt van 1 Petrus 3:18-20 is dat de Geest van Christus na Zijn sterven het Evangelie in het dodenrijk gepredikt heeft aan de geesten van mensen uit Noachs dagen, die eertijds het Evangelie ongehoorzaam waren. Deze verklaring is gebaseerd op de veronderstelling, dat de geest van vers 18 de Geest van Christus is in het graf en dat de geesten in de gevangenis van vers 19 de geesten van mensen zijn uit de dagen van Noach. Dit dit is niet correct.

In de eerste plaats is het duidelijk in de tekst dat het woord geest tegenover het woord ‘vlees’ wordt gebruikt. Christus kwam in het vlees als het vleesgeworden Woord met het doel om te sterven voor de zonde. En Hij stierf ook in het vlees. Echter Hij werd opgewekt uit de dood en verrees in een geestelijk lichaam en Hij is nu een levendmakende Geest (1 Kor. 15:44-45). De geest van vers 18 slaat niet op de Geest van Christus in het graf, maar op de levendmakende Geest, waarin Hij opstond.
Uit de tekst van 1 Petrus 3:18-19 wordt dus duidelijk dat Christus niet, toen Hij in de dood was, ‘in het graf’ gepredikt heeft, maar dat Hij gepredikt heeft nadat Hij levend gemaakt is in een geestelijk lichaam, “in welke Hij ook heengegaan is” naar de hemel. Uit de tekst blijkt dat onze Heiland werkelijk “heenging” naar een andere plaats.

 

In de tweede plaats lijkt niets te staven dat de geesten in de gevangenis (vers 19) geesten van mensen zijn. Het woord pneuma wordt gebruikt voor demonen (zie Matt. 8:16; Luk. 10:20; 11:18) en engelen (Hebr. 1:7,14), maar nooit voor de geesten van mensen, als dit er niet uitdrukkelijk bij wordt vermeld. En er is geen enkele aanwijzing dat dit het geval is in 1 Petrus 3:19. Wij hebben hier niet te maken met geesten van mensen uit de dagen van Noach, maar met de gevallen engelen uit de dagen van Noach, die nu als “geesten in hun gevangenis” begrensd zijn tot de lagere delen in de atmosfeer rond de aarde.

 

In de derde plaats wordt hier in 1 Petrus 3:18-20 niet gezegd, dat Christus een Evangelie (een blijde boodschap van verlossing) predikte. De boodschap, die de opgestane Heer richtte tot de gedetineerde geesten, die wegens hun ongehoorzaamheid gestraft waren, was niet een boodschap van genade en vergeving, maar één van berisping en oordeel. Satanisch geïnspireerde engelen hadden een misdaad begaan van zo’n enorme omvang in Gods ogen, dat zij als geesten (demonen) gekluisterd werden in de laagste delen van onze atmosfeer.

 

 

Aanbidding van de geldgod, de mammon

 

 

De Gevangenis gevangen genomen

 

Aan deze geesten, aldus gevangen in onze atmosfeer, wordt ook gerefereerd in Efeziërs 4, vers 8-10:

“Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen. Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten? Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.”

 

Ook dit is een tekst, waar vaak vragen over zijn. Meestal leert men dat Christus in het dodenrijk is nedergedaald en dat hij bij Zijn opstanding zielen heeft vrijgemaakt uit de banden des doods en deze heeft meegevoerd naar den hoge. Met de uitdrukking ‘de lagere aardse gewesten’ (NBG) of ‘de nederste delen der aarde’(SV) wordt niet het dodenrijk, maar de aarde bedoeld.

Verder is er niets in deze tekst of in Psalm 68:19, waaruit deze tekst geciteerd is, om aan te nemen dat de krijgsgevangenen verloste zielen zijn die vastzaten in het dodenrijk. Deze krijgsgevangenen zijn vijanden van Christus. Zij zijn door Christus gevangen genomen, net zoals zij in de psalm gevangen genomen waren door de God van Israël. De Statenvertaling heeft: “Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven.” Dit staat veel dichter bij de grondtekst.

Christus is op aarde gekomen om het werk, dat de Vader Hem te doen had gegeven, te volbrengen. Hij kwam niet alleen om de zonde weg te doen op het kruishout, maar Hij kwam ook om de dood te overwinnen, de werken des duivels te verbreken en de duivel teniet te doen. Christus heeft met Zijn opstanding bewezen, dat de dood Hem niet kon houden en dat Hij de zonde en de dood overwonnen had. Hij bracht onvergankelijk leven aan het licht.

Met Zijn hemelvaart toonde Hij aan dat Hem alle macht gegeven was in de hemelen en op aarde, en dat de duivel en zijn werken absoluut teniet gedaan zullen worden. Dit was de boodschap, die Hij proclameerde aan “de geesten in de gevangenis”, de demonen die gevangen en gekluisterd zijn aan deze aarde ( 1 Pet. 3:19). Christus overwon en Hij heeft hun gevangenis gevangen genomen, wat zeggen wil in het licht van Kolossenzen 2:15 “Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.”

Christus heeft bij Zijn opstanding en bij Zijn hemelvaart laten zien dat niet satan alle macht heeft, maar dat Hij alle macht bezit in de hemelen en op aarde. Hij bezit de sleutels van de dood en het dodenrijk, en de overheden en de machten der duisternis zullen hun oordeel niet ontlopen. De “Meesters der Wijsheid” waar Satanisten, Kabbalisten, Gnostici, Mystici, New Agers, enz., zo lovend over spreken, zijn niets anders dan gevallen engelen, die als boze geesten, demonen, op aarde gekluisterd, wachten op hun oordeel.

Bij de hemelvaart van Christus konden ze de Here Jezus niets doen. Hij zegevierde openlijk over hen toen Hij de vijandelijke linies doorging. Zij doen zich voor als “Verhoogde Meesters”, maar er is niets verhogends aan. Zij zijn geworpen op de grond, op de aardbodem en wachten op hun definitief oordeel op de grote oordeelsdag. Dit oordeel zullen zij niet kunnen ontlopen.

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De realiteit van demonen

 

De hogere geestelijke wereld, waar New Agers over spreken, is in werkelijkheid een demonische wereld, die zich dicht om ons heen bevindt. Deze demonische wereld is een realiteit. De invloed van demonen door middel van valse leer en met behulp van geestesmanifestaties in de New Age Beweging, de Oecumenische Beweging en Charismatische kringen is enorm. De realiteit van demonen kan men niet zomaar wegredeneren, zoals sommigen doen.

Demonen zijn boze geesten die in feite achter elke vorm van afgoderij staan. De afgod is van zichzelf niets. Die is gemaakt van hout, steen of edelmetaal. Maar achter de aanbidding van deze beelden staan wel degelijk demonen, die mensen tot afgoderij verleiden met als uiteindelijk doel: de aanbidding van hun overste, satan (1 Kor. 10:19-21; Openb. 9:20; Deut. 32:17).

Waar de NBG ‘boze geesten’ vertaalt in 1 Korinthe 10, daar staat letterlijk ‘demonen’:

“Wat wil ik hiermede dan zeggen? Dat een afgodenoffer iets is, of dat een afgod iets is? Integendeel, dat hun offeren een offeren is aan demonen en niet aan God en ik wil niet, dat gij in gemeenschap komt met de demonen. Gij kunt niet de beker des Heren drinken en de beker der demonen, gij kunt niet aan de tafel des Heren deel hebben en aan de tafel der demonen.”

 

Deze demonen zijn een realiteit achter de afgodendienst. Als zij niet zouden bestaan, dan had de apostel Paulus dit hier ongetwijfeld aan de Korintiërs gezegd. Maar hij waarschuwt met nadruk voor het gevaar, dat gelovigen in gemeenschap met de demonen kunnen komen, als zij niet oppassen. De Schrift verbiedt het de demonen te raadplegen (Lev. 19:31; 20:6; Deut. 18:9-14). Onder Israël stond daar de doodstraf op (Lev. 20:27). Demonen sidderen voor God (Jak. 2:19): “Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wel, maar dat geloven de demonen ook en zij sidderen.”

Zij erkennen Christus als Heer en zien Hem als hun toekomstige Rechter: “Van velen voeren ook demonen uit, roepende en zeggende: Gij zijt de Zoon van God. En Hij bestrafte hen en liet hun niet toe te spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.” (Luk. 4:41) “En zie, zij schreeuwden, zeggende: Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?” (Matt. 8:29)

Deze demonen zijn reëel en hun bestaan berust niet op fictie. De wereld om ons heen is een demonische wereld, die wij niet kunnen waarnemen. God heeft die aan ons oog onttrokken na de zondeval, maar dat wil nog niet zeggen dat die wereld niet bestaat. Helaas kan de mens die wereld wel binnentreden, ook al heeft God dit verboden (Exod. 20:3-5; Lev. 19:31; 20:6,27; Jes. 8:19-22; 2 Kron. 33:6).

In de Schrift maken demonen deel uit van het rijk der duisternis. Er is sprake van een hiërarchie binnen dit rijk bestaande uit: demonen, engelen, en luchtvorsten. Satan staat aan het hoofd als de ‘overste van de macht der lucht” (Efe. 2:2; Matt. 25:41; Openb. 12:7). Satan is dus overste van een luchtmacht. Alle aardse overheden, machten en koninkrijken worden door deze luchtmacht gecontroleerd.

Het rijk der duisternis is in hoge mate georganiseerd (Matt. 12:26; Joh. 18:36; Matt. 4:8-11; Luk. 4:5-8; Joh. 14:30). Het staat achter de aardse overheden en beïnvloedt die (2 Sam. 24: 1; 1 Kron. 21: 11; 1 Kon. 22:19-23; Job 1:6-7; 2:1-2). Dit is Satans engelen- en demonenwereld. De apostel Paulus spreekt hen gezamenlijk aan als: ‘de overheden, de machten, de wereldbeheersers dezer duisternis, de boze geesten in de hemelse gewesten’. (Efe. 6) Hun machtsgebied is de duisternis. De wereld bevindt zich in die duisternis en satan is “de overste van deze wereld.” Alleen God kan de mens uit deze macht der duisternis verlossen en hem overbrengen in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde (Hand 26:18, Kol. 1:13).

 

 

De wapenuitrusting van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De geestelijke strijd

 

De vijanden waartegen wij hebben te worstelen zijn niet van bloed en vlees, maar geestelijk:

“…want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.” (Efe. 6:12)

 

Deze worsteling is een geestelijke strijd. Het is de goede strijd des geloofs. De inzet is hierbij altijd de verkondiging van het Evangelie (Efe. 6:19-20), de gezonde leer (2 Tim. 4:3-5), het Woord der Waarheid (2 Tim. 2:15-26), waarin Christus overwint en satan teniet gedaan wordt:

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad, dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.” (Gen. 3:15)

 

Tegen deze boodschap brengen de boze geesten, de demonen, altijd hun valse leringen in. Zij verspreiden dwalingen onder de mensen en trachten de gelovigen te verleiden met valse leringen over God en Zijn Woord, over satan en het kwaad, over de mens en de dood, over Christus en Zijn verlossing, enzovoort (1 Tim. 4:1-2).

“Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van demonen volgen,  door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn.” (1 Tim. 4)

 

De demonen vinden altijd leugensprekers door wie zij heen kunnen spreken. Als wij niet blijven staan in de volle wapenrusting Gods met o.a. het zwaard des Geestes in de hand (dat is het Woord van God, Efe. 6:17), dan lijden wij de nederlaag. Dan raken wij verstrikt in valse leer. Dan raken wij het spoor des geloofs bijster. Ons geloof kan daardoor zelfs schipbreuk lijden (1 Tim. 1:19). Maar wij hoeven niet te vrezen. Wij mogen de wapenrusting Gods aandoen om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels. En wij mogen er verzekerd van zijn, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch machten, noch krachten, noch enig ander schepsel, ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.” (Rom. 8:38-39)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Waarom doopte God Christus niet zelf ?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Antwoord : om Satan te vernederen 

.

.

Provincie_Antwerpen_Validatoren_DuivelAlleen

.

.

Lucifer kwam in de onzichtbare wereld in opstand tegen God omdat hij de mens op aarde niet wilde dienen. Hij was de hoogste entiteit in de hemel die moest waken over het uitvoeren van Gods plannen. Zijn naam betekende ” de morgenster ” wat  zijn uitzonderlijke positie benadrukte.

Door de mens te doen geloven dat zij als God konden zijn door controle te hebben over goed en kwaad, bracht Lucifer de eerste zonde in de wereld. De hoogmoed van Lucifer maakte van hem de Satan, wat tegenstrever van God betekent.

God verdoemde Satan en de engelen die Gods soevereiniteit in twijfel brachten door Christus, zijn enig geboren zoon, naar de wereld te sturen om de losprijs te betalen voor de zonden van de mens. Christus werd door Satan meerdere keren op de proef gesteld tijdens zijn leven maar bleef God trouw tot op het kruis. Vanaf toen wisten de duivel en zijn demonen dat zij ooit, op de laatste dag van dit samenstel der dingen, in de vuurpoel zouden geworpen worden voor eeuwig.

 

.

De mens is voor God de bekroning van de schepping tot in de eeuwigheid. Hij liet en zal Satan meerdere keren vernederen door de mens zelf:

.

1 : Christus zwichtte niet voor de duivel tijdens zijn 40 dagen van vasten in de woestijn. Satan bood hem alle koninkrijken ter wereld aan indien hij naar hem luisterde, maar Christus bezweek niet en bleef God trouw.

2 : Christus liet zich dopen door Johannes de Doper waardoor hij de Heilige Geest ontving om                           zijn missie als de messias te beginnen. God gaf dus aan een mens de macht om zijn zoon de Heilige Geest te geven, die hem zou bijstaan tot de dood toe bij het vervullen van zijn taak op aarde.

3 : God nam de moeder van Jezus op in de hemel en kroonde haar tot de moeder Gods. Maria kreeg                daardoor alle macht over elke entiteit in de hemel en op aarde. Wat een vernedering moet dat niet geweest zijn voor de duivel. Maria die uit een zondige vrouw geboren werd, vervolgens door God de titel kreeg van Onbevlekte Ontvangenis met daarop als bekroning de heerseres over alles wat leeft in de zichtbare en onzichtbare wereld.

4 : Christus heeft Satan overwonnen. Bij zijn terugkomst op de laatste dag zal Maria, de moeder Gods, hem en zijn demonen letterlijk verpletteren en haar doen aanbidden alvorens zij zullen geworpen worden in de eeuwige vuurpoel samen met de zondige mens die het zoenoffer van Christus niet hebben aanvaard. Wat huivering- wekkend moet dat niet voor Satan zijn om door Maria, die ooit mens was, vernietigd te worden.

 

.

Maria Domina Animarum

Pasteltekening van John Astria

 

 

Conclusie : God gebruikt de mens in zijn plan om de duivel en zijn demonen zo erg mogelijk te vernederen voor de tijd dat hun nog geven wordt. Wanneer iemand de naam van God, Christus of de Moeder Gods uitspreekt in een gebed om de verzoeking van Satan te kunnen weerstaan, dan zal de duivel onmiddellijk wijken.

 

.

..

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 John Astria

John Astria

Elfde miniatuur : tweede visioen van het tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

Museum – Hildegard von Bingen

 

 

 

elfde miniatuur : tweede visioen van het tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2011_Boek%20II,2

 

 

Bij het beschouwen van deze eenvoudige maar tevens belangrijkste miniatuur van heel Scivias luisteren we naar wat het levende Licht hierover tot Hildegard sprak:

“Dit is de diepe zin van het grote goddelijk geheim dat helder door je aanschouwd werd, dat je zou inzien, hoe groot die volheid wel is, welke geen oorsprong kent en nooit vermindert en aan wier kracht alle levensstromen ontspringen. Immers, als bij de Schepper en Heer de eigen levenskracht leeg zou zijn, wat zou dan zijn schepping niet leeg zijn; naar waarheid zou zij ijdel zijn. Nu erkent men in het volmaakte werk het diepste wezen van de Maker zelf.”

 

Duidelijk klimt Hildegard hier van de zichtbare orde der geschapen dingen op naar de innerlijke rangorde van God zelf. Wat zich in het vorige visioen bij God naar buiten openbaarde door de schepping en verlossing vinden we hier terug in het innerlijke leven van God zelf. In dit visioen schrijft zij als volgt:

“Vervolgens zag ik een zuiver licht en in dat licht een mensenbeeld in de kleur van saffier. En deze mensengestalte was omgeven door een zacht trillend vuur. Het zuivere licht overstroomt het trillende vuur en dit overstroomt op zijn beurt het zuivere licht. Maar dit zuivere licht en dat trillende vuur verenigen zich, om zich samen uit te storten over het mensenbeeld. Aldus vormen vuur, licht en mensenbeeld slechts één licht en als het ware één hevigheid (volheid) van macht”.

 

Er is m.a.w. sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (komt overeen met zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

 

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

 

Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

 

Het allerhelderste licht … is ‘zonder smet van bedrog’ (is: waarheid) … en duidt de Vader aan.
(m.a.w. Vader – waarheid: denken)

Het allerzoetste rode vuur … is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is: levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is: bewustzijn) … en duidt de Heilige Geest aan.
(m.a.w. Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)

De mensengestalte … is ‘zonder smet van verharding’ (is: zachtmoedigheid) … en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(m.a.w. Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.”

 

 

Drieëenheid kenmerken vermogens
Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

Door de uitleg van Hildegard zelf wist de kunstenaar al, dat het licht God de Vader voorstelt, het vuur de H. Geest en het mensenbeeld het mensgeworden Woord, en dat die drie onderscheiden Personen slechts één en onverdeelde goddelijke majesteit vormen.

In de heraldische kleurentaal meende de miniaturist te kunnen volstaan met een cirkel van zilver voor het licht. Binnen deze lichtcirkel is een kleinere cirkel van bladgoud, die verlevendigd wordt door rode golflijnen om daarmee het teken van vuur nog duidelijker te maken. En in het hart van die twee cirkels een mensenfiguur.

Om zowel het onderscheid als de doordringing van elkaar uit te beelden, heeft de miniaturist vanuit de grote zilveren cirkel een fijne dunne lijn van zilver tussen de gouden schijf en het mensenbeeld getekend. Merken we op dat die zilveren lijn boven langs het hoofd naar beneden komt, zich rondom de mensenfiguur voortzet en langs boven weer uitgaat naar de zilveren cirkel.

Voor een gecultiveerde geest van de twaalfde eeuw was het meer dan duidelijk, dat het in deze eenvoudige voorstelling gaat om de drie onderscheiden Personen van God en de éénheid van de onverdeelde goddelijke majesteit. Haar diepste zin ontleent deze miniatuur aan het beeld waaronder het mensgeworden Woord ons wordt geopenbaard.

Met uitzondering van de witte ogen en het zwarte haar is deze mensenfiguur uitgevoerd in de kostbaarste kleur die de miniaturist tot zijn beschikking had nl. saffierblauw. Tot onze verbazing is de Mensenzoon hier niet uitgebeeld als een Heerser, maar als een smekende figuur’. De overeenkomst in houding met het kleine figuurtje aan de voet van de berg op de tweede miniatuur is opvallend.

Treffender kon Hildegard haar mystieke ervaring, dat God zich het liefst in de kleine arme medemens aan ons openbaart, niet uitbeelden. Deze voorstelling wijkt volledig af van het byzantijns koningsbeeld, dat eeuwenlang in het christendom het traditionele beeld van God en de Godmens heeft beheerst. Een beeld trouwens waarvan Hildegard zich ook niet helemaal heeft kunnen losmaken, zoals uit andere miniaturen wel blijkt.

Maar hier heeft zij haar diepste mystieke ervaring gestalte willen geven, hoe God nl. het meest tegenwoordig is in het kind en in de arme- en hulpbehoevende evenmens. Ieder die enigszins thuis is in de christelijke iconografie zal opmerken dat deze triniteitsvoorstelling uniek is in de kunstgeschiedenis, hetgeen wijst op een zeer persoonlijke mystieke ervaring.

Naast het feit dat de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid is voorgesteld als een kleine mensengestalte, valt ons op, dat Hij helemaal in het blauw is weergegeven.

 

 

Zoeken we naar de reden hiervan, dan komen drie vragen op ons af:

 

a) Is deze kleur een uitdrukking van een bepaalde emotie of van een bepaald gevoel bij Hildegard?

b) Is hier sprake van een uitdrukking van een heraldische betekenis van blauw?

c) Is het de uitdrukking van een symbolische zingeving? Zo ja, waarvan is blauw het symbool?

 

Het vraagt een uitvoerige studie om na te gaan of er betrekkingen bestaan tussen deze drie vragen en hoogst waarschijnlijk sluiten zij elkaar niet uit. Uit de kleurensymboliek van de byzantijnse iconen is bekend, dat rood verwijst naar de Godheid en blauw naar de Mensheid van de tweede Persoon der Drieëenheid.

Dit impliceert dat rood als machthebbend en blauw als uiting van ondergeschikt-zijn wordt aangevoeld. Rood is agressief, geel veel minder en blauw is eigenlijk de stille zachtmoedige kleur. Rood doet denken aan vuur en hitte, blauw aan heldere hemel en koel water. Tevens is blauw de kleur van de communicatie. Het was immers Christus die de blijde boodschap verkondigde.

Blauw geeft met haar aanverwante kleur groen een gevoel van veiligheid en is een aanduiding van bestaanszekerheid. Denken we maar aan het vegetatieve leven dat ons tot voedsel dient. Zo kan men begrijpen waarom Hildegard de gevoelens van bestaanszekerheid en barmhartigheid niet beter tot uitdrukking wist te brengen dan met de kleur blauw, en wel in haar zuiverste en edelste vormgeving van een stralende saffier.

Saffier is tevens de naam waarmede de kleur blauw in de Bijbel aangeduid wordt. Onwillekeurig denken we aan water, zowel de waterdamp die voor ons het blauw van de stralende hemel teweegbrengt, als het water dat op aarde het blauw van de hemel weerspiegelt. En het is slechts een kleine stap bij water te denken aan moederschap, zowel door het feit van ons lichamelijk leven dat zich ontwikkelt in water van de moederschoot als dat van ons geestelijk leven dat ontspruit aan het water van het doopsel. Ook de Heilige Maagd Maria wordt bijna altijd in blauwe kledij afgebeeld.

Ook Hildegard heeft bij het blauw in het centrum van de Drieëenheid aan moederschap gedacht.  Ze ziet de edelste vorm van de goddelijke liefde als een omhelzing van moederliefde. Een visie op het innerlijke leven van God zoals die in de westerse theologie zelden uitgesproken is, maar die in de oosterse theologie meer ter sprake komt. We kunnen zelfs over een oergegeven spreken omdat er een brug geslagen zou kunnen worden naar de boeddhistische godservaring, waarin meer dan bij ons gesproken wordt over de moederrol van God.

Het is mogelijk, dat Hildegard dit vrouwelijk aspect in Gods wezen, ook heeft willen uitdrukken door de tweede Persoon hier zonder baard uit te beelden. In de andere miniaturen stelt zij zowel God de Vader als de Zoon steeds met een baard voor, zoals de traditie sinds Byzantium dit had vastgelegd. Ieder is vrij om dit in twijfel te trekken. De bedoeling is slechts te wijzen op het feit, dat de visioenen en de miniaturen van Hildegard alleen te begrijpen zijn, wanneer men ze ziet in het vrouwelijk denkpatroon. De volgende miniatuur in deze serie toont dit ook duidelijk aan.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Gods beloften in de Bijbel : deel 11

Standaard

categorie : religie

 

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

11 Gods beloften voor vergeving, genade en trouw 

 

Ps.23:6 Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven

 

 

Ps.84:12 Want de Here God is een zon en schild, de Here geeft genade en ere; het goede onthoudt Hij niet aan hen die onberispelijk wandelen.

 

 

Ps.85:15 Maar Gij, Here, zijt een barmhartig en genadig God, lankmoedig en rijk aan goedertierenheid en trouw.

 

 

Ps.103:3 die al uw ongerechtigheden vergeeft, die al uw krankheden geneest, 4 die uw leven verlost van de groeve, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid, 5 die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend. 10 Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden; 11 maar zo hoog de hemel is boven de aarde, zo machtig is zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen. 12 Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons; 1 Looft de Here, want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

 

 

Ps.145:8 Genadig en barmhartig is de Here, lankmoedig en groot van goedertierenheid. 9 De Here is voor allen goed, en zijn barmhartigheid is over al zijn werken.

 

 

Spr.28:13 Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.

 

 

Jes.1:18 Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de Here; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.

 

 

Jes.55:6 Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. 7 De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de Here, dan zal Hij Zich over hem ontfermen – en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.

 

 

Jer.3:22 “Keert weder, afkerige kinderen, Ik zal uw afdwalingen genezen.

 

 

Jer.33:8 Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, waardoor zij tegenover Mij gezondigd hebben, en Ik zal hun vergeven al hun ongerechtigheden, waardoor zij tegenover Mij gezondigd hebben en van Mij afvallig geworden zijn. ….9 ja, zij zullen zich verbazen en verwonderen over al het goede en al het heil, dat Ik aan haar doe.

 

 

Joh.1:16 Immers uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs genade op genade; 17 want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.

 

 

2 Cor. 5:21 Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.

 

 

2 Kor.12:8 Driemaal heb ik de Here hierover gebeden, dat hij van mij zou aflaten. 9 En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.

 

 

Efeze 2:4 God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad,….8 Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme.

 

 

Hebr.4:16 Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.

 

 

Hebr.8:12 Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden, en hun zonden zal Ik niet meer gedenken.

 

 

Hebr.10:17 en hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken.

 

 

Jac.4:6 Maar Hij geeft dan ook des te grotere genade. Daarom heet het: God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade. 7 Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden.

 

 

1 Petr.5:5 Evenzo gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten. Omgordt u allen jegens elkander met nederigheid, want God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade. 6 Vernedert u dan onder de machtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd. …..10 Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. 11 Hem zij de kracht in alle eeuwigheid! Amen.

 

 

1 Joh.2:1 Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; 2 en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gods beloften in de Bijbel : deel 10

Standaard

categorie : religie

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

10 Gods beloften voor overwinning in strijd

 

Ex.14:13 Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, houdt stand, dan zult gij de verlossing des Heren zien, die Hij u heden bereiden zal.

 

 

2 Kron.16:19 Want des Heren ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat.

 

 

Ps.16: 8 Ik stel mij de Here bestendig voor ogen; omdat Hij aan mijn rechterhand staat, wankel ik niet.

 

 

Ps.18:31 … des Heren woord is zuiver: Hij is een schild voor allen die bij Hem schuilen.

 

 

Ps.121:7 De Here zal u bewaren voor alle kwaad, Hij zal uw ziel bewaren. 8 De Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid.

 

 

Ps.24:8 Wie is toch de Koning der ere? De Here, sterk en geweldig, de Here, geweldig in de strijd. Jes.54:17 Elk wapen dat tegen u gesmeed wordt, zal niets uitrichten.

 

 

Matt.6:13 en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.

 

 

Matt.16:18 En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen.

 

 

Luc.10:19 Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen.

 

 

Luc.21:34 Ziet toe op uzelf, dat uw hart nimmer bezwaard worde door roes en dronkenschap en zorgen voor levensonderhoud, en die dag niet plotseling over u kome, als een strik. 35 Want hij zal komen over allen, die gezeten zijn op het oppervlak der ganse aarde. 36 Waakt te allen tijde, biddende, dat gij in staat moogt wezen te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen.

 

 

Joh.16:33 Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.

 

 

Joh. 17:15 Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze.

 

 

Rom.6:12 Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen,…… 14 Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.

 

 

Rom.8:37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad.

 

 

1 Kor.10:12 Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle. 13 Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt.

 

 

Efeze 6:10 Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht. 11 Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; 12 want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. 13 Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden. 14 Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, 15 de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes; 16 neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven.

 

 

1 Kor.15:55 Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? … 57 Maar God zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.

 

 

2 Kor.10:4 want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, 5 zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus, 6 en gereed staan, zodra uw gehoorzaamheid volkomen is, alle ongehoorzaamheid te straffen.

 

 

Fil.4:6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

 

 

2 Tes.3:3 Maar wèl getrouw is de Here, die u sterken zal en u bewaren voor de boze.

 

 

Hebr.2:18 Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.

 

 

Hebr.4:16 Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.

 

 

Jac.4:7 Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden.

 

 

2 Petr.1:4 door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst. ….. 10 Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen.

 

 

2 Petr.2:9 dan weet de Here de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen.

 

 

1 Joh.4:4 Gíj zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is.

 

 

1 Joh.5:4 want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.1 Joh.5:18 Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gods beloften in de Bijbel : deel 8 en 9

Standaard

categorie : religie

 

.

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .

 

    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

.

Waarom zijn ze belangrijk?

.

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

8 Gods beloften voor vertroosting en bemoediging 

 

Ps.25:3 Ja, allen die U verwachten, worden niet beschaamd.

 

Matt.5:4 Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.

 

Joh.16:33 Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.

 

Rom.8:31 Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn?

 

 

 

9 Gods beloften voor Zijn Nabijheid en leiding

 

Ex.23:20 Zie, Ik zend een engel vóór uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats, die Ik bereid heb.

 

 

2 Kron.16:19 Want des Heren gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat.

 

 

Ps.9: 11 Daarom vertrouwen op U wie uw naam kennen, want Gij hebt nooit verlaten wie U zoeken, o Here.

 

 

Ps 23:1 De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets. Hij doet mij nederliggen in grazige weiden. Hij voert mij naar rustige wateren.

 

PS.34: De Engel des Heren schaart zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen. 9 Smaakt en ziet, dat de Here goed is; welzalig de man die bij Hem schuilt. 10 Vreest de Here, gij, zijn heiligen, want wie Hem vrezen, hebben geen gebrek…. 19 De Here is nabij de gebrokenen van hart en Hij verlost de verslagenen van geest. Ps.37:23 De gangen deszelven mans worden van den Here bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg. 24 Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de Here ondersteunt zijn hand. … 28 want de Here bemint het recht, en Hij verlaat zijn gunstgenoten niet.

 

 

Ps.73:24 Gij zult mij leiden door uw raad, en daarna mij in heerlijkheid opnemen.

 

 

Ps.119:105 Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.

 

 

Ps.143:10 Leer mij uw wil te doen, want Gij zijt mijn God, uw goede Geest geleide mij in een effen land.

 

 

Spr.3:5 Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. 6 Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.

 

 

Jes.43:1 .. Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn. 2 Wanneer gij door het water trekt, ben Ik met u; gaat gij door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen; als gij door het vuur gaat, zult gij niet verteren en zal de vlam u niet verbranden. 3 Want Ik, de Here, ben uw God, de Heilige Israëls, uw Verlosser.

 

 

Matt.18:19 Wederom, [voorwaar] Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van mijn Vader, die in de hemelen is. 20 Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden.

 

 

Joh.16:13 doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid.

 

 

Fil.4:5 De Here is nabij. 6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God.

 

 

Hebr.1:14 Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beërven?

 

 

Hebr.13:5 Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met wat gij hebt. Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten.

 

 

Jac.1:5 Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De gaven van de Heilige Geest: deel 2

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

Wat zijn de gaven van de Geest?

.

 

.

7d8f3ebc306877b9a8188b6d841afc7egeest

 

De gaven van de Geest zijn bijzondere vermogens die door de Heilige Geest aan christenen zijn gegeven met het doel om het lichaam van Christus op te bouwen. De lijst van geestelijke gaven in 1 Korintiërs 12:8-10 bevat: wijsheid, kennis, geloof, genezen, wonderen verrichten, profeteren, geestelijk onderscheidingsvermogen, klanktaal en het uitleggen van klanktaal. Soortgelijke lijsten vinden we in Efeziërs 4:7-13 en Romeinen 12:3-8.

De gaven van de Geest zijn eenvoudig de manier waarop God gelovigen in staat stelt om de dingen te doen waartoe Hij ons heeft geroepen. 2 Petrus 1:3 zegt: “Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht”. De gaven van de Heilige Geest zijn een onderdeel van “alles wat nodig is” om Zijn doelen voor onze levens te vervullen.

 

.

Welke gaven heeft de Geest?

.

Men is het niet altijd eens over de exacte aard van elk van de gaven van de Geest, maar hier volgt een lijst van de geestelijke gaven en hun primaire definities.

  • De gave van wijsheid lijkt te bestaan uit het vermogen om beslissingen te nemen en anderen te leiden in overeenstemming met Gods wil.
  • De gave van kennis is het vermogen om een diep begrip te hebben van een geestelijk onderwerp of geestelijke situatie.
  • De gave van geloof is het vermogen om op God te vertrouwen en anderen aan te moedigen om ongeacht de omstandigheden op God te vertrouwen.
  • De gave van genezen is het wonderbaarlijke vermogen om Gods genezende kracht aan te wenden om iemand die ziek, gewond of mistroostig is te herstellen.
  • De gave van het verrichten van wonderen is het vermogen om tekenen en wonderen uit te voeren die Gods Woord en het Evangelie bekrachtigen.
  • De gave van profeteren is het vermogen om een boodschap van God te verkondigen.
  • De gave om te onderscheiden wat al dan niet van de Geest afkomstig is, is het vermogen om te kunnen vaststellen of een boodschap, mens of gebeurtenis al dan niet werkelijk van God afkomstig is.
  • De gave van klanktaal is het vermogen om in vreemde talen te spreken die je zelf niet eens beheerst, met als doel om met iemand te kunnen communiceren die zo’n vreemde taal spreekt.
  • De gave van het uitleggen van klanktaal is het vermogen om de klanktaal te vertalen en aan anderen in je eigen taal te kunnen communiceren.
  • De gave van beheer en bestuur is het vermogen om dingen op een georganiseerde manier en in overeenstemming met Gods principes te laten verlopen.
  • De gave van hulpverlening is een onophoudelijk verlangen om anderen te helpen en te doen wat er ook maar nodig is om een taak te voltooien.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

Welke gaven heb ik?

.

De Heilige Geest verdeelt de gaven van de Geest zoals Hij wil (1 Korintiërs 12:7-11). God wil nooit dat we onwetend zijn over de manier waarop Hij graag wil dat wij Hem dienen. Maar we leggen soms een te grote nadruk op onze eigen geestelijke gaven. Het gevolg is dat we God dan alleen op dat gebied zullen dienen. Maar dat is niet hoe het zou moeten werken.

God roept ons op om Hem gehoorzaam te dienen. Hij zal ons uitrusten met de gaven van de Geest die wij nodig hebben om de taken uit te voeren waartoe Hij ons heeft geroepen. God roept sommigen op om anderen te onderwijzen en geeft hen daarom de gave van het onderwijzen, maar dat mag voor hem of haar geen excuus zijn om God niet ook op andere manieren te dienen. Is het nuttig om te weten welke geestelijke gave(n) God jou heeft gegeven? Natuurlijk is dat nuttig. Is het verkeerd om ons zo sterk op onze geestelijke gaven te concentreren dat we andere gelegenheden om God te dienen aan ons voorbij laten gaan? Ja!

Er bestaat geen magische formule en ook geen test om te bepalen welke gaven van de Geest jij bezit. We moeten ons concentreren op het dienen van God. Zie jij dat er in jouw gemeente een behoefte bestaat? Doe wat in jouw vermogens ligt om in die behoefte te voorzien. Is er een functie in een bediening die maar niet gevuld kan worden? Bid en vraag God of het Zijn wens is dat jij deze functie inneemt. Als we op zoek gaan naar Gods leidende hand en gehoorzaam zijn aan Zijn leiding, dan zal Hij ons uitrusten met alle gaven van de Geest die we hiervoor nodig hebben.

Er zijn toetsen die je kunt doen om te bepalen welke geestelijke gaven je hebt. Deze kunnen tot op zekere hoogte waardevol zijn om vast te stellen op welke gebieden God jou in het bijzonder heeft begiftigd. Maar je moet altijd meer nadruk leggen op Gods Woord en het onderwerpen van je eigen wil aan Zijn leiding dan op de uitslag van een dergelijke toets.

 

.

 Waar worden deze gaven voor gebruikt?

.

De Apostel Paulus gaf aan dat alle gaven van de Geest even deugdelijk zijn, maar dat zij niet alle even waardevol zijn. Hun waarde wordt vastgesteld aan de hand van hun waarde voor de kerk. Toen Paulus over dit onderwerp schreef, gebruikte hij de analogie van het menselijk lichaam. Alle delen van het lichaam hebben een functie, zo zei Paulus, maar sommige delen zijn belangrijker dan andere (1 Korintiërs 12:12-26).

De dienst van iedere Christen moet in verhouding staan tot de gaven die hij of zij heeft ontvangen (1 Korintiërs 12-14). Alle gelovigen moeten dan samen dienen, als delen van het lichaam van Christus, zodat het lichaam als geheel volledig kan functioneren. Daarom heeft een kerk voorgangers, onderwijzers, assistenten, dienaren, beheerders, mensen met een sterk geloof, enzovoorts nodig om te kunnen functioneren.

Alle gaven van de Geest moeten met elkaar samenwerken, zodat het volledige potentieel van de gemeente bereikt wordt. Omdat de gaven van de Geest gaven zijn die door Gods genade worden uitgereikt, moet het gebruik ervan beheerst worden door de liefde, de grootste van alle gaven van de Geest (1 Korintiërs 13).

 

 

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

 John Astria

John Astria