Tagarchief: Christus

Geloof, wetenschap en logica

Standaard

categorie : religie

.

Geloof en wetenschap staan soms lijnrecht tegenover elkaar.

wetenschapisookgeloof

Denk maar aan de wonderen die in de Bijbel beschreven staan, die tarten meestal elke wetenschappelijke uitleg. Die wonderen zijn door de mensen die ze gezien hebben opgeschreven voor het nageslacht. Die dingen moet je op grond van hun getuigenis geloven of niet. Toch komen we in de Bijbel dingen tegen die controleerbaar zijn door middel van oudheidkundig, biologisch of sterrenkundig onderzoek.

Als die dingen niet zouden kloppen, wordt daarmee dan geen afbreuk gedaan aan de betrouwbaarheid van de Geschriften als geheel? Wat heeft het voor zin om de wonderen en de wijsheden uit bepaalde Bijbelboeken serieus te nemen en bijvoorbeeld de natuurkundige observaties daarin niet. “De Bijbel gaat over geloof en niet over wetenschap”, hoort men vaak.

Maar waar de Bijbel serieuze uitspraken doet over astronomische objecten of over het gedrag en uiterlijk van dieren, wiskundige feiten, oude volken, taal, psychologie en andere wetenschappelijk controleerbare feiten, zou het natuurlijk wel moeten kloppen om het boek als geheel geloofwaardig te laten zijn. Er is dus een gebied waar de Bijbel, het geloof in God en de wetenschap overlappen.

Het kosmologisch argument

We kunnen stellen dat alles wat begint te bestaan een oorzaak moet hebben. Het heelal heeft een begin, dus moet het een oorzaak hebben. We lezen in de Bijbel dat alles een begin had en dat God de Veroorzaker was (Gen.1:1 – “In het begin schiep God de hemel en de aarde.”)

Zo zien we dat de Bijbel in ieder geval met betrekking tot het begin logische uitspraken doet. Hieruit volgt evenwel dat God geen oorzaak hoeft te hebben, omdat Hij zelf de Veroorzaker is. Hij heeft ruimte en tijd gemaakt, waaruit volgt dat Hij zelf niet afhankelijk kan zijn van ruimte en tijd. Zo heeft Hij dus geen begin in ruimte en tijd zoals wij die ervaren.

In Kolossenzen 1:16,17 staat: “Want door Hem (Jezus Christus) zijn alle dingen gemaakt die in de hemel zijn en die op de aarde zijn, zichtbaar en onzichtbaar… door Hem en voor Hem. En Hij is voor alle dingen en door Hem bestaan alle dingen.” Dit moet je aannemen in geloof en vertrouwen, want het is niet wetenschappelijk te bewijzen.

Woorden

In Joh 1:1-3 staat: “In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God… Alle dingen zijn door Het Woord gemaakt, en zonder Het Woord is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. In Het Woord was het Leven, en het Leven was het Licht van de mensen.”

En in Hebreeën 11:3 staat: “Door het geloof begrijpen wij, dat de wereld door het woord van God is gemaakt, dat de zichtbare dingen niet ontstaan zijn uit wat waarneembaar is.”

In deze teksten uit de Bijbel vinden we twee stellingen die wetenschappelijk onderbouwd kunnen worden. Hoewel we de scheppingsdaden van God niet meer kunnen herhalen, is wel met zekerheid vastgesteld dat al het zichtbare inderdaad uit onzichtbare dingen bestaat.

Het zijn de elementaire deeltjes waaruit atomen zijn opgebouwd. De ‘deeltjes’ waaruit atomen bestaan kunnen niet met het blote oog gezien worden, sterker nog, veel van die onderdeeltjes zijn even groot als of kleiner dan een lichtstraal. Er zijn wel technieken waaruit we de mogelijke samenstelling of aard van de deeltjes enigszins kunnen bepalen, maar echt zien kunnen we ze niet. Die uitspraak in de Bijbel is dus juist.

Er staat ook dat de wereld door het woord gemaakt is. We zien in alles om ons heen dat het opgebouwd is uit codes of woorden. Er zijn ongeveer honderd basisstoffen, atomen, die als chemische letters gezien kunnen worden. Deze letters zijn in veel stoffen samengevoegd als woorden en zinnen die moleculen vormen.

De chemische formule voor water is H2O. In feite is dat een soort woord. HOH is twee atomen waterstof en één zuurstof in een bepaalde volgorde. Zo heeft elke stof een bepaalde moleculaire samenstelling die je zou kunnen zien als een woord, een zin, een boek, of zelfs een complete encyclopedie, het DNA.

Je zou kunnen zeggen dat ons hele bekende universum bestaat uit woorden, gevormd door basiselementen die zodanig gerangschikt zijn dat je zou kunnen spreken van een taal met een vaste zinsbouw, grammatica en bedoeling. Dat God alles tot stand heeft gebracht door te spreken is een concept dat we op meer plaatsen in de Bijbel tegenkomen en we zien in de natuur dat dit ondersteund wordt door de feiten.

Natuurlijke selectie

Darwin toonde aan dat bepaalde dieren en planten aan elkaar verwant zijn, dat er verandering plaatsvindt in de basissoorten en dat de best aangepaste soort overleeft. Hij heeft nooit bewezen dat bijvoorbeeld de ene basissoort afstamt van een andere basissoort. Een soort is moeilijk te definiëren. We maken er afspraken over, in een vakgebied dat we taxonomie noemen.

Men moet over hetzelfde kunnen praten. Er zijn afspraken over wat een zoogdier, een vogel en een vis is. De bevindingen van Darwin zijn niet per definitie een bewijs voor evolutie, maar passen net zo goed in het raamwerk van de schepping: God schiep basisvormen, waaruit alle huidige soorten zijn ontstaan. Darwin beschreef slechts het mechanisme dat voor deze diversificatie zorgt en noemde dat natuurlijke selectie.

Dit is juist een sterk bewijs van de voorzienigheid van God. Het is het mechanisme dat soorten in staat stelt om in een veranderende omgeving te blijven voortbestaan, wat veel eerder duidt op een goed ontwerp.

Je moet geloven in Natuurlijke selectie

Evolutiegelovigen evangeliseren vandaag de dag uitbundig in de media en in wetenschappelijke lectuur. De logica die ze gebruiken laat wel wat te wensen over. Echt bewijs voor een evolutie van eenvoudige organismen naar meer complexe en beter aangepaste organismen is er niet, laat staan een goede verklaring voor hoe dat allemaal begonnen zou moeten zijn. De filosofie achter evolutie blijft dus een geloof.

Oorsprong

Het heelal heeft een begin en dat begin kan niet iets materieels veroorzaakt zijn. Er is geen bevredigende naturalistische verklaring voor het begin van de materie. De oorzaak van het stoffelijke moet de stof ontstijgen. En dat is in ieder geval één van de eigenschappen van God. Hij staat boven of buiten de materie.

Het waarneembare moet zijn oorsprong in het onzichtbare hebben. Dan moeten de eigenschappen van het waarneembare hun oorsprong hebben in de eigenschappen van het onzichtbare. Dat wat ontworpen is kan niet uitstijgen boven zijn ontwerper.

Als we kijken naar de eigenschappen van mensen, moeten we concluderen dat de onzichtbare Ontwerper intelligenter moet zijn, sterkere emoties moet hebben, in staat moet zijn om te spreken, te zien en te luisteren en dat Hij rechtvaardig kan oordelen.

Als ons gevoel voor rechtvaardigheid al zo sterk is, hoe sterk moet dat van onze Maker dan wel zijn. Als wij ons goed kunnen uiten, dan moet onze Architect dat zeker kunnen. Als wij kunnen horen en zien, waarom zou onze Schepper dat dan niet beter kunnen? In de Bijbel worden al deze kenmerken toegeschreven aan God.

Het Boek der boeken

Modern microbiologisch onderzoek laat steeds meer zien hoe verbazingwekkend precies en doelmatig de cellen ontworpen zijn. Met al hun ingewikkelde machines, processen, een eigen energievoorziening, bibliotheek en transport. Als er een dergelijk ontwerp is, dan moet er een Ontwerper zijn die dat verzonnen heeft.

Deze Ontwerper moet logischerwijs ook een reden gehad hebben om ons te maken. Het is de God van de Bijbel die ons heeft gemaakt en tot ons heeft gesproken door de Bijbel. Met name omdat de Bijbel het enige boek is waarin God wordt beschreven als persoonlijk betrokken Schepper, op een manier die je van Hem zou mogen verwachten. Tegen de tekst van de Bijbel is wetenschappelijk niets in te brengen.

Alles in het boek klopt en is logisch. In de Bijbel vinden we vele voorzeggingen die ook daadwerkelijk uitgekomen zijn zoals bijvoorbeeld de opkomst en ondergang van verschillende koninkrijken en veel details van het leven en sterven van Jezus Christus. Dit is een sterk bewijs dat de oorsprong van de tekst buiten ons ruimte-tijd continuüm ligt.

De God van de Bijbel

Dan blijft natuurlijk voor de meeste mensen wel de vraag of de Bijbelse God wel de enige echte God is. Het begrip god varieert van geen God (atheïsme), via vele goden (polytheïsme), naar alles is God en God is alles (pantheïsme). Welk concept van God wordt echter door de wetenschap ondersteund?

Als er geen God is, dan zijn het leven en het bestaan fundamenteel irrationeel, voortgekomen uit chaos en eindigend in de hittedood van het universum. Als alles God is, dan is niets de ultieme God, en je hebt dan hetzelfde probleem. Goed en kwaad zijn dan verschillende zijden van dezelfde munt wat ook het irrationeel is.

Als er vele goden zijn, dan zijn goed en kwaad samen gelijkwaardig eeuwig en dus gelijkwaardig geldig en gelijkwaardig zinloos. Bij deze culturen is het menselijk leven een nutteloze poging om die god tevreden te stellen die op een bepaald ogenblik de grootste dreiging vormt.

De christelijke God

De christelijke God daarentegen is rationeel. Hij bezit de eigenschappen van persoonlijkheid, Hij beheerst alles, is alomtegenwoordig, staat buiten ruimte en tijd en Hij is onveranderlijk. Daarnaast heeft Hij de morele eigenschappen van eerlijkheid, rechtvaardigheid, heiligheid, wijsheid, liefde, rechtschapenheid, gratie, genade en goedheid.

Hij heerst soeverein, maar niet impulsief. Hij kan alles doen behalve dingen die in strijd zijn met Zijn eigen aard. Hij is transcendent, leeft eeuwig, maar is iets anders dan de natuur en het universum dat hij geschapen heeft.Tenslotte is Hij de Wetgever, dat wil zeggen dat Zijn heerschappij overeenstemt met morele en natuurlijke wetten.

Het christelijke concept van God ondersteunt daarom de wetenschappelijke gedachte, omdat rationaliteit, orde, logica, rede, waarheid, wetten, eenheid, diversiteit, persoonlijkheid en doelen in het universum zijn ingebouwd, voortgekomen uit de gedachten van een Wezen dat door deze eigenschappen wordt gekenmerkt.

De mens in geloof

Pasteltekening van John Astria

Andere godsdiensten

Griekse denkers verheerlijkten het verstand en trachtten de dingen alleen door middel van rede op te lossen. Voor een Christen is dit een oefening in zinloosheid, omdat het verstand van de mens door de zonde is vertroebeld. Rationaliteit moet bij God beginnen.

Het Islamitische concept van God lijkt wellicht het meest op de Christelijke kijk.Net als de Christelijke God is Allah soeverein en almachtig, maar de Koran benadrukt Zijn soevereiniteit zo krachtig dat Zijn rationaliteit wordt verminderd, en dat verschuift de balans van het geloof in de regelmatigheid van het universum dat bestudeerd kan worden naar de onzekerheid over wat Zijn volgende stap zal zijn.

Balans

Aan het andere uiteinde heeft de materialist nog een probleem. Als het universum bestaat uit materie in beweging, zonder doel, en mijn brein dus bestaat uit dergelijke atomen, dan heb ik geen objectief criterium meer dat ik kan gebruiken om te geloven dat mijn brein uit atomen bestaat.

Het leven wordt dan een zoektocht, niet naar het begrip van de wereld, maar naar het negeren van de wereld en het bereiken van nirvana of een andere hogere vorm van bewustzijn. De Christen daarentegen kent een balans tussen geest en materie. De natuur is niet God, maar een mechanisme dat door God is geschapen.

De natuur is een op goddelijke wijze geordende schepping van een alwetend, almachtig Wezen en weerspiegelt daarom Zijn ordelijkheid, wijsheid, creativiteit en rationaliteit. Als we geloven dat God rationeel is, en dat Hij door middel van wetten regeert, dan kunnen we verwachten dat we elegante natuurwetten kunnen vinden die aan Zijn vakmanschap ten grondslag liggen.

De Bijbel leert ons dat de natuur vanwege de zonde onderworpen is aan de vloek van God. We zien een wereld vol goed en kwaad, vol schoonheid en pijn. Maar de Bijbel leert ons dat God in het begin alles wat Hij gemaakt had zeer goed noemde, en dat dit eens in de oorspronkelijke staat terug gebracht zal worden.

geloof en wetenschap

Wonderen

Christenen geloven in wonderen. Is het Oude Testament niet gevuld met plagen en vloedgolven die door een boze, veroordelende God worden veroorzaakt? Als wonderen de norm waren, dan zouden ze normaal zijn en geen wonderen. Wanneer je de Bijbelse wonderen bestudeert, dan zie je dat deze juist opmerkelijk waren vanwege hun zeldzaamheid.

Zij kwamen in groepjes voor in de levens van Mozes, enkele profeten, Jezus Christus en de twaalf apostelen. De extreme zeldzaamheid van echte natuurlijke wonderen dienden hun doel als tekenen van God op bijzondere ogenblikken in Zijn plan, zoals dit door de Bijbel wordt geopenbaard.

God kan en zal nog steeds ingrijpen als antwoord op gebeden, maar meestal door de normale loop van de natuurwetten te wijzigen, zoals het om een biddende dienaar heen leiden van een storm of plaag.

God vult de gaten?

Dan is er nog de ‘God vult de gaten’ misvatting. Er zijn mensen die bepaalde onverklaarde fenomenen aan de ‘hand van God’ toekennen. Evolutionisten kennen bijna goddelijke krachten toe aan natuurlijke selectie, een principe dat niets te maken kan hebben gehad met de oorsprong van de cel of de DNA code. Dit grenst aan pantheïsme. Het toekennen van intellect aan levenloze objecten.

Of ze wuiven de vraag weg met een geloof in wat de wetenschap ooit zal doen, het wordt nog wel ontdekt. In beide gevallen dwingt de toewijding aan materialisme de atheïst tot het negeren van bewijs dat God bestaat. Terwijl de wetenschap zich zou moeten bezighouden met hedendaagse fenomenen, is het verklaren van de oorsprong van dingen een heel ander onderzoeksgebied.

En als er een God is, dan zijn verhoorde gebeden gebeurtenissen die niet onderworpen kunnen worden aan wetenschappelijke proeven en zijn dus heel anders dan bliksem, vloedgolven, kometen en ziekten. Het christelijke geloof is dus niet een geloof dat een god nodig heeft om onbegrepen dingen te verklaren, maar eerder een geloof dat zich richt op een God die de normale, door Hem ingestelde natuurwetten kan doorbreken wanneer wij Hem daarom vragen en wanneer Hij dat zo verkiest.

Hoop

De Judeo-Christelijke kosmologie is er een van lineaire tijd: schepping, geschiedenis en schriftvervulling. Er was een begin en er is een geschiedenis die naar een uiteindelijke vervulling van de Schrift toesnelt. Het is waar dat Christenen geloven dat deze wereld en alles er in zal vergaan, maar niet de ziel.

Er zullen beloningen zijn voor de trouwe dienaren van God, en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde uit de hand van dezelfde Schepper die nooit verandert. Dit geeft ons de hoop dat onze levens wel degelijk een verschil uitmaken.

Vanzelf

Door aan te nemen dat het allemaal vanzelf is gegaan, maak je de materie zelf zijn eigen god. Deze denkwijze probeert een religieuze benadering van ons universum uit te bannen door een filosofisch concept ervoor in de plaats te zetten dat elke inbreng van een goddelijk wezen wegredeneert. De God van de Bijbel mag in dit wereldbeeld niet meedoen. Alles moet op een materialistische en naturalistische manier worden verklaard.

En als iets niet verklaarbaar is, dan hoopt men mogelijk in de toekomst iets te ontdekken dat het wel verklaart. Al met al is evolutie een prachtig sluitend geheel van filosofische kronkels, waar je jezelf heerlijk in kunt verstoppen. Dat God verantwoordelijk zou zijn voor ons bestaan maakt ons afhankelijk van hem en heeft consequenties voor ons gedrag.

De Schepper zou ons wel eens ter verantwoording kunnen roepen. Daarom zijn veel mensen bang voor God of willen niets met Hem te maken hebben, omdat ze dan niet meer hun eigen zin kunnen doen. De boodschap van de Bijbel is echter dat Hij onze Vader is en een relatie met ons wil hebben om ons te leren goed met onszelf, elkaar en de schepping om te gaan.

Wetenschap

Volgens de huidige definitie moet wetenschap :

1. alleen zichtbare, tastbare, meetbare dingen gebruiken bij het verklaren van de feiten.

2. geen hogere macht gebruiken om de oorzaak of het doel van dingen te verklaren.

3. vrij zijn van vooroordelen.

Feiten kunnen ook veroorzaakt worden door iets wat niet te meten is. Voor het ontstaan van de eerste cellen die de basis zouden moeten hebben gevormd van vroege levensvormen is geen enkel bewijs aan te voeren. Er zijn geen metingen die de mogelijkheid van het spontaan ontstaan van leven bevestigen.

Er zijn alleen maar veronderstellingen of het getuigenis van de Bijbel. Je kunt een beslissing nemen op grond van de feiten, maar de feiten zelf rechtvaardigen het geloof in evolutie niet. Voor het ontstaan van het heelal is geen natuurlijke verklaring te geven.

Astronomen en wetenschappers die zich bezig houden met theoretische fysica komen met vage theorieën maar dat zijn filosofische en wiskundige modellen, en geen waarneembare realiteit. Dat God alles gemaakt heeft en in stand houdt is een net zo gerechtvaardigd uitgangspunt, dat heel goed als basis gebruikt kan worden voor wetenschappelijk onderzoek.

De regel ‘vrij van vooroordelen’ klinkt erg ironisch. Het hele concept van evolutie is doorspekt van vooroordelen. Vanwege de aannames en veronderstellingen waarbij de rol van God niet eens overwogen wordt, worden vaak zoveel voorbarige conclusies getrokken. ‘Vrij van vooroordelen’ is dan meer iets waarbij de wens de vader van de gedachte is.

Veel wetenschappers hebben God vervangen door een evolutiefilosofie, die ons bestaan moet verklaren. Hiermee leggen ze zichzelf onnodig aan banden. Een wetenschapper kan mijns inziens heel goed in God geloven. De invloed van het bovennatuurlijke is niet altijd aantoonbaar, maar voor velen wel merkbaar. Het is volkomen verantwoord om in het wetenschappelijk denken rekening te houden met een dergelijke invloed.

Geen logische basis

De evolutiefilosofie heeft geen logische basis. Men neemt aan:

1 . dat iets zonder aanwijsbare oorzaak uit niets tevoorschijn kwam,

2. dat de huidige samenstelling en organisatie van dingen zonder Ontwerper tot stand kwam,

3. dat uit levenloze materie leven ontstond,

4. dat eencellige wezens vanzelf meercelligen werden,

5. dat macro-evolutie heeft plaatsgevonden terwijl daar geen bewijs voor is,

6. dat vitale organen zich verbonden met andere organen en gingen samenwerken (denk aan ogen en oren die via zenuwen signalen geven aan de hersenen, het hart dat bloed door aderen en vaten pompt, waarbij stoffen uitgewisseld worden in bijvoorbeeld longen en lever) Deze logica maakt alles wat bestaat eigenlijk zijn eigen god. De ‘schepping’ heeft zichzelf ‘geschapen’. De evolutietheorie wordt vaak gedreven door het humanisme en naturalisme. De mens en de natuur bepalen wat waar en goed is, niet een god, zeker niet de God van de Bijbel.

Organisatie en informatie

Een levende cel ziet er op het eerste gezicht uit als een ongeordende warboel, een krioelende massa kleine wriemelende dingetjes zonder doel of structuur. Maar het is een zeer goed georganiseerde, complexe machinerie van functionele componenten. Voor het spontaan ontstaan van een dergelijke organisatie is informatie nodig die vertaald wordt en gebruikt wordt voor de bouw van de onderdelen.

Er zijn ook instructies nodig die bepalen waar en wanneer de verschillende onderdelen moeten worden in- en aangezet. Deze informatie vinden we in het DNA. Het DNA zit zo vol met specifieke informatie, dat wetenschappers het in de afgelopen 50 jaar, sinds de ontdekking ervan, nog niet hebben kunnen doorgronden.

De informatie op het DNA wordt van boven, van onder, in stukjes en beginnend op verschillende plaatsen gelezen door ingewikkelde machines. Vervolgens wordt die informatie nog weer verder verwerkt en gebruikt voor de bouw van diezelfde en andere machines. Dit is doelbewuste informatieoverdracht die leidt tot specifieke functionaliteit. Dat dit zonder programmeur tot stand gekomen zou zijn is ondenkbaar.

Onmogelijk

Ook het ontstaan van levende organismen vanuit dode materie is nooit waargenomen en in principe onmogelijk. Er zouden spontaan enkele aminozuren kunnen ontstaan, maar er is nog niemand die deze bouwstenen van het leven spontaan heeft zien samenkomen om een simpele levensvorm te produceren, zelfs niet in een gecontroleerde laboratoriumomgeving.

Bij ongeslachtelijke voortplanting maakt een organisme klonen van zichzelf, maar bij seksuele voortplanting wordt er van beide ouders genetisch materiaal overgebracht op het nakroost. Er zijn beesten die het allebei kunnen, maar hoe het één uit het ander zou moeten zijn ontstaan is vanuit naturalistisch oogpunt een raadsel.

Voor mensen die geen Goddelijk ontwerp accepteren is de perfecte samenwerking van organen of delen van organen ook niet te verklaren. Bepaalde systemen worden ook wel aangeduid als onherleidbaar complex. Alle onderdelen moeten er tegelijkertijd zijn, anders kan het geheel niet werken. Een geleidelijke ontwikkeling naar het werkende geheel is onmogelijk.

Tijdens die ontwikkeling zou het organisme alleen maar profijt moeten hebben van elke afzonderlijke stap, maar totdat alle onderdelen goed samenwerken is elke tussenstap alleen maar ballast en zullen die tussenvormen door natuurlijke selectie worden uitgeroeid, wat de overgang naar een volgend, beter werkend, beter aangepast organisme alleen maar belemmert.

Het ware geloof

Pasteltekening van John Astria

Conclusie

De filosofie van het vanzelf ontstaan en verder evolueren van het leven is onlogisch. Schepping uit het niets door een Schepper die buiten tijd en ruimte staat ligt veel meer voor de hand. De Bijbel geeft mijns inziens van alle ‘heilige boeken’ de wetenschappelijk meest verantwoorde kijk op de geschiedenis en organisatie van onze kosmos.

voorpagina openbaring a4

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Wonderbare Medaille

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Catherine Labouré en de Wonderdadige medaille

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in de Rue du Bac. Het klooster is een congregatie die door Vincentius a Paulo in 1633 werd gesticht. De religieuze krijgt in 1830 drie Mariaverschijningen. Ze ontvangt de opdracht voor het slaan van de Wonderdadige Medaille.

 

 

 

 

                       

De voorgeschiedenis

 

Vincentius a Paulo

 

De heilige Vincentius a paulo is geboren op 24 april 1581 in Pouy bij Dax. In 1600 wordt hij tot priester gewijd. 12 jaar later wordt hij priester in Clichy-Parijs. Daar legt hij de gelofte af om zijn leven te wijden aan de armen. In 1625 sticht hij de missiecongregatie die zich de Lazaristen noemt. Hun klooster is het melaatsenhuis St Lazare. De leden worden de wereld ingestuurd om het evangelie te prediken.

 

 

 

 

De Dochters van Liefde

 

Enkele jaren later (1633) sticht hij met de Heilige Louise Legras de Marillac een zustercongregatie, de “Dochters van Liefde”. Het zijn zusters die zorgen voor de armen, zieken, bejaarden en wezen. Deze congregatie bestaat nog tot op heden. De feestdag van de Heilige Vincentius is op 27 september.

 

 

 

 Catherine Labouré

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in deverschijning . Op 18 juli 1830 geeft de directrice van het klooster aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

     De 1ste verschijning op 19 juli 1830

 

 

De vooravond van 18 juli

 

Het is 18 juli 1830. De directrice van het klooster geeft aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

Een boodschapper

 

In de nacht van 18 op 19 juli wordt Catherine wakker geroepen door een stem van een klein kind dat naast haar bed staat. Het kind (ongeveer 5 jaar) draagt een wit, lichtgevend kleed en maant de zuster aan om zich naar de kapel te begeven. Zij kleedt zich snel aan en volgt het kind naar de deur van de kapel die zich met een vingeraanraking opent. Het kind wijst naar het altaar en zegt “ziehier de Heilige Maagd”.

 

 

De dame

 

Catherine hoort het geruis van een mantel en ziet een dame in een blauwe mantel en een witte sluier naderen. De dame knielt voor het altaar en zet zich in een fluwelen zetel. Omdat de zuster niet direct reageert verheft de stem van het kind zich gelijk die van een man en zegt nogmaals “ziehier de Heilige Maagd”. Een oogwenk later is Catherine geknield voor het altaar. Daarop volgt een onderhoud tussen de maagd en de zuster van 2 uur.

 

 

 

De taak

 

De Maagd vertelt dat God haar met een taak wil belasten waarbij ze veel moeilijkheden zal ondervinden. Op een bedroevende manier deelt ze de zuster mee dat de wereld erge tijden gaat meemaken, dat het kruis veracht zal worden en dat daardoor de zijde van Christus weer zal geopend worden. Dan deelt de maagd een hoopvolle boodschap mede aan Catherine, ”kom aan de voet van dit altaar, daar worden de genaden uitgestort over alle personen die erom vragen , groot en klein”. Daarop verdwijnt de Maagd. Het gelukkigste moment in het leven van de zuster is geschied.

 

 

 

De 2de verschijning op 27 november 1830

 

                    

De bol en het kruis 

 

Zaterdag 27 november. Het is half 6 en de zusters zitten in de kapel om te mediteren. Catherine hoort het geruis van een kleed en weet direct dat het de Heilige Maagd is. De Maagd blijft staan op de hoogte van het schilderij van St Jozef. Maria ‘staande in de ruimte’ draagt een rood, lichtgevend gewaad. In haar handen heeft ze een gouden bol met een kruis erop. Zelf staat ze nog op een grotere halve bol. Het is alsof ze de kleine bol (de wereld) God aanbiedt, terwijl haar ogen hemelwaarts gericht genade afsmeken.

 

 

 

De edelstenen

 

Aan haar vingers draagt Maria ringen met glanzende edelstenen. Terwijl de kleine bol verdwijnt schieten er uit de edelstenen fonkelende, waaiervormige stralen die in druppels neervallen op de halve bol onder haar voeten. De Maagd laat Catherine weten dat de halve bol de wereld vertegenwoordigt en dat de plek die de meeste stralen ontvangt Frankrijk is. De lichtstralen zijn een symbool van genaden die uitgestort worden over hen die erom vragen. De precieze woorden van de maagd zijn :”zie daar het symbool van de genaden, die ik verleen aan hen die erom vragen”.

 

 

 

 

 

 

 

De voorkant van de medaille

 

Catherine vraagt aan de Maagd waarom sommige edelstenen meer schitteren  dan de anderen. Maria zegt dat dat komt door genades die niet worden gevraagd. Dan vormt zich een ovalen lijst rond het tafereel met aan de rand in gouden letters de zin: o Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen.

 

 

 

Pasteltekening van John  Astria

 

 

De achterkant van de medaille

 

Dan keert het ovaal zich om. Catherine ziet in het midden de letter M waaruit een kruis opstijgt. Daaronder staan de 2 harten van Jezus en Maria, de één met doornen gekroond , de andere doorstoken met een zwaard. Het geheel is omgeven door een krans van 12 sterren. Maria geeft de zuster de opdracht een medaille te slaan: ” laat een medaille slaan naar dit model.

Zij die haar dragen zullen grote genade ontvangen, vooral als zij haar om de hals dragen en met eerbied het gebed bidden, dan zullen zij de bijzondere bescherming van de moeder van God ontvangen en zal de genade overvloedig zijn “. Wanneer Catherine  meer uitleg vraagt over de medaille antwoordt de Maagd ,”het kruis, de letter M en de 2 harten zeggen voldoende”. Daarmee bevestigt ze dat de mens moet nadenken over de medaille en ze leert begrijpen.

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 De betekenis van de achterzijde van de medaille

 

De letter M is verweven met het kruis. Christus en Maria zijn altijd samen en met elkaar verbonden. Christus’ hart is met doornen gekroond, symbool voor het lijden dat hij op zich nam om zoenoffer te worden voor de zonden van de gelovigen. Het hart van Maria is doorstoken met een zwaard en staat onder het kruis, symbool voor haar lijden op Golgotha waar ze haar zoon zag sterven.

Beide harten vertellen het geheim van de medaille. Het is een geheim van liefde, bewaard voor ons en dat leven geeft van de hemel naar de aarde. De 12 sterren in het ovaal verwijzen naar de Apocalyps of De Openbaring, het laatste profetische boek van het Nieuwe Testament. In Openbaring hoofdstuk 12 zien we eenzelfde tafereel, Maria met 12 sterren rond haar hoofd. De sterren zijn de 12 toekomstige leiders van de stammen van Israël en de wereld. Het getal 12 geeft de volmaaktheid weer van Goddelijk bestuur na de wederkomst van Christus op aarde.

 

 

                   

         De 3de verschijning in december 1830

 

Nog geen maand na de 2de verschijning ziet Catherine de Maagd weer. Het is december. Ze staat opnieuw op een bol. Onder haar voeten kronkelt een slang die door haar verpletterd wordt. Daarmee voltooit zich een profetie. In Genesis staat geschreven :”door de vrouw (Eva) kwam de zonde, door een vrouw (Maria) wordt de duivel overwonnen”. Om de duivel te overwinnen heeft de mens God nodig. Satan heeft nooit het laatste woord.

 

 

 

Bronnen en referenties

* Saint Catherine Labouré of the Miraculous Medal -I Dirvin

* www.CatherineLabouréendeWonderbareMedaille

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De redding van de ziel.

Standaard

categorie : religie

Beste zoekende,

je bent op zoek naar de waarheid en je staat 

op het  punt die te ontvangen.

In dit samenstel van dingen heeft God alles geschapen. Hij schiep de hemel met zijn geestelijke schepsels en het heelal met als kroon op de schepping de aarde.

Hij schiep de aarde, het water, de lucht, het vuur en tenslotte de mens naar zijn evenbeeld. Door een opstandige engel ( Lucifer ) werd de mens verleid tot de eerste zonde en zo werd de goede band met God doorbroken voor eeuwig.

Maar omdat God de wereld zo lief heeft gehad wilde hij de mens een tweede kans geven. God ging met de duivel en zijn volgelingen ( de demonen ) de uitdaging aan dat er een mens op aarde zou komen die nooit zou zondigen en Hem zou trouw   blijven tot in de dood.

Daardoor werd die mens de Messias  (verlosser) en een losprijs voor de zondige zielen. De duivel, zeker van zichzelf dat geen mens aan zijn verleiding zou weerstaan, kon zo bij de mislukking van Gods plan zijn soevereiniteit  in vraag stellen.

Alzo stuurde God zijn enig geboren zoon Jezus Christus ( God uit God ) naar de aarde  met de  opdracht om Hem trouw en zondeloos te blijven tot in de dood. Christus werd geboren, predikte zijn Vaders leer, weerstond de verleiding van Satan, zondigde nooit en nam op het kruis de zonden van de mensheid af voor eeuwig.

De redding van de ziel

Pasteltekening van John Astria

Satan en zijn demonen wisten dat ze verslagen waren. Ze werden uit de hemel verbannen en verwezen naar Hades, ook Sjeool genoemd. Dit is een door God voorziene plek waar de zielen naartoe gaan die niet geloven in het bestaan van Christus en zijn zoenoffer. Wie daar niet in gelooft is hopeloos verloren.

Vandaag weet Satan dat hij nog slechts een korte tijd heeft in zijn bestaan. Het is zijn doel nu om zoveel mogelijk zielen mee te nemen naar de afgrond, want na de slag van Armageddon ( zie boek der openbaring ) komt Christus terug naar de aarde om het koningschap op zich te nemen voor eeuwig. Dan zullen al zijn tegenstanders in de eeuwige vuurpoel geworpen worden. Deze plek bestaat nu maar is volledig leeg  ( zie openbaring hoofdstuk 20 van de site ).

                                     Hoe kan men gered worden?

Eigenlijk is Gods redding zeer eenvoudig. In johannes11:24-26 staat het verwoord: wie in mij gelooft ( Jezus Christus) zal in eeuwigheid niet sterven. Dit is de enige  voorwaarde.

Indien jij Christus in je hart opneemt en vraagt om vergiffenis van je zonden, dan gebeurt dat direct. Zijn zoenoffer is voor elke mens en voor elke tijd .

                                         Hoe doe je dat in de praktijk?

-Vraag  luidop aan Christus dat hij in je hart komt en hij is er onmiddellijk. Erken luidop dat jouw leven zonder hem zinloos en doods is en vraag hulp voor elke  situatie ( dit is bidden ).

De redding door het kruis

Pasteltekening van John Astria

Christus komt zijn belofte altijd na al gaat er een geruime tijd overheen. Hij zal mensen en geestelijke schepsels gebruiken om jouw levensweg te voltooien. Het is een kwestie van vertrouwen, geduld en overgave aan Hem .

Vraag je niets, dan kan hij je ook niets geven. Hij wil niets liever dan jouw leven overnemen en het voltooien in het licht zodat jij liefde en puur geluk kan ontvangen, ook in deze onvolmaakte wereld. Je ervaart dan nu al een kleine hemel voor jou op aarde, een fractie van wat hij je zal aanbieden na je aardse leven .

Als je gevraagd hebt dat Christus in je hart komt zal hij er altijd blijven. Eens een kind van God is altijd een kind van God. Je kunt altijd beroep op Hem blijven doen. Denk wel dat je een vrije wil hebt gekregen en dat je altijd zelf de keuze moet maken tussen goed en kwaad.

-Dan vraag  je om vergiffenis van elke zonde die je ooit gedaan hebt. Hij zal je vergeven door zijn losprijs op het kruis. Hij heeft het lijden voor je gedragen maar je moet dat erkennen. Denk niet dat je daar niet goed genoeg voor bent want dan wordt dit je door het boze ingefluisterd. Vraag je geen vergeving, dan kan hij ze jou ook niet geven.

Elke zonde is te vergeven behalve zondigen tegen de Heilige Geest. Dit is spotten, niet geloven en erkennen dat Christus op het kruis gestorven is als zoenoffer voor al de zonden van de wereld.

Weet dat Christus het toestaat bij God te komen of niet na je leven. Hij beslist over alles naar zijn rechtvaardigheid.

        BID  HET ONZE VADER

Onze Vader : jij erkent dat God jouw schepper is

die in de hemel zijt : jij erkent waar hij woont

geheiligd zij uw naam : jij erkent dat hij de heilig is en dat hij een naam heeft : Jahweh

uw rijk kome : jij erkent dat na de strijd van Armageddon er een nieuwe hemel en aarde komt vrij van het boze, pijn en zonden. God zal nooit meer een opstandigheid van een engel of mens nog dulden

uw wil geschiede op aarde als in de hemel : jij erkent dat hij alles bepaalt, ook over u

geef ons heden ons dagelijks brood : jij erkent dat hij je alles kan en zal geven zolang het eerbaar is  en uit je hart komt

en vergeef ons onze schulden : jij erkent dat Christus het zoenoffer is voor  de zonden van iedereen

gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren : jij erkent dat je ook de zonden vergeeft aan anderen

en leidt ons niet in bekoring : jij erkent dat God je nabij ( wanneer je Hem aanroept ) staat als het boze in je leven gekomen is

maar verlos ons van het kwade : jij erkent dat er een kwade is dat je wilt vernietigen ( zeer machtig )

amen : het zij zo en zal zo uitgevoerd worden

Je ziet dat er niet veel van je gevraagd wordt. Eigenlijk wist je het diep in jezelf al.

-Bid tot Maria opdat jij voorspraak zou krijgen bij haar zoon en dat zij blijft bidden voor de zonden der wereld .

Tot Maria bidt men om een gunst (voorspraak) en voor de zonden der wereld. God aanbidt men omdat dat recht hem alleen toekomt.

Helend bloed van Christus

Pasteltekening van John Astria

Wat doen bij onmiddellijk gevaar als het boze  je leven binnendringt?

Bid onmiddellijk tot de Vader en aanroep aartsengel Michaël die met zijn blauwe vlammende zwaard je zal komen bijstaan. Doe het zo!  Aartsengel Michaël, aartsengel Michaël, aarstengel Michaël geef mij  aub in de naam van God, in de naam van God, in de naam van God de lichtpilaar met het witte en roze beschermende licht en doe het boze uit mijn leven wijken . Dit zal dan  gebeuren. Het boze zal je verlaten. Doe dat telkens wanneer je denkt dat het nodig is want het boze geeft niet makkelijk op.

    Wat doen om je huis te reinigen van negativiteit?

Aartsengel Michaël, aartsengel Michaël, aartsengel Michaël, in de naam van God, in de naam van God, in de naam van God, zuiver dit huis met uw blauw vlammend zwaard van alle geestelijke entiteiten en dolende zielen die hier niet horen te zijn. Breng ze naar de plek waar ze horen te zijn en laat de dolende zielen opgenomen worden in het witte licht.

Experimenteer nooit met geestelijke wezens want het boze  kan zich voordoen als een witte engel en een valkuil voor je maken waar je niet goed gaat van zijn . Alles wat je moet weten heb je nu ontvangen en indien God je uitkiest om grotere of andere dingen te doen word je dat medegedeeld. Maak je daar geen zorgen over.

Zo ook met  reiki ! Reiki is een instrument dat, wanneer het goed gebruikt wordt, je kracht en inzichten kan geven. Het is geen religie maar slechts een hulpmiddel onder toezicht van God .

Bedankt om dit te lezen en een hoopvol en ander nieuw  leven toegewenst!  groeten van John.

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

     .

Openbaring les 4: Wat is een nieuwe hemel en nieuwe aarde?

Standaard

Categorie: religie

 

 

ACHTERGROND

 

Gelovigen zijn “allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Tim.4:8). Het is niet logisch dat iemand zou beweren Jezus lief te hebben en daarbij niet zou verlangen naar Zijn terugkeer. Daarom is het eind van het boek Openbaring net zo bemoedigend. Gelovigen zijn, zowel in de tijd van Johannes als vandaag de dag, voorbestemd om voor eeuwig met Hem te leven en de verwachting van die gemeenschap met Hem zou hun grootste vreugde moeten zijn. De Gemeente zal nooit bevredigd zijn totdat ze “zonder smet of rimpel of iets dergelijks, heilig en smetteloos” voor God zal staan (Ef.5:27). Tegelijkertijd staat er een andere realiteit te wachten voor degenen die niet verlost zijn. Hun komende eeuwige toestand is net zo echt als die van de verloste mensen. Om die reden geeft Jezus nog een laatste uitnodiging tot berouw in inkeer voor Hij Zijn openbaring doorheen de apostel Johannes afsluit.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1-8)

 

Bij het openen van het 21ste hoofdstuk zijn alle zondaren uit alle tijden, en satan en zijn demonen, veroordeeld tot de poel van vuur (20:10-15). Nadat God alle goddeloze mensen en engelen verbannen heeft en het huidige universum vernietigd is (20:11), zal God een nieuwe plaats scheppen waar de verlosten en de heilige engelen voor eeuwig kunnen wonen. De openbaring van Christus aan de apostel Johannes is een beschrijving van deze woonplaats. Dat op een dag alles nieuw zal worden gemaakt is om verschillende redenen een bemoedigende boodschap van zekerheid aan de gelovigen, zowel uit de tijd van Johannes als die van vandaag de dag.

Ten eerste zullen gelovigen geroepen worden om met Christus in een glorieuze plaats te wonen. Dit zal een gloednieuwe, nooit eerder geziene weergave zijn van Gods kracht. God schiep de aarde oorspronkelijk als een geschikte woonplaats voor de mensheid. De ingang van de zonde besmette echter de aarde en het universum waardoor God deze uiteindelijk zal vernietigen (20:11). Omdat door dit oordeel de eerste hemel en de eerste aarde heen zullen gaan, moet God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Binnen in deze nieuwe schepping zal er een centrale plaats of hoofdstad zijn.

Deze zal het nieuwe Jeruzalem genoemd worden en zal heel anders zijn dan het Jeruzalem dat Johannes of wijzelf kennen. Het oude Jeruzalem, dat toen Johannes dit visioen kreeg al 25 jaar in puin lag, is ook bevlekt met zonde en maakt daardoor deel uit van de oude schepping. De nieuwe plaats zal een heilige stad zijn voor God, omdat iedereen die er zal wonen heilig zal zijn (20:6). Wanneer God deze nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken zal het nieuwe Jeruzalem uit het heilig universum neerdalen (21:10) en dienen als de eeuwige woonplaats voor alle verlosten. Dat zulk een plaats zal dienen als een huis voor de verlosten, blijkt uit de beschrijving die Johannes geeft over het nieuwe Jeruzalem als zijnde “een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is” (21:2).

Johannes zag een bruid die voor haar man sierlijk is gemaakt, omdat het tijd was voor de voltooiing van alle dingen. Tegen deze tijd zal de Gemeente bewaard zijn in een waar geloof en zij die God vrezen, zich bekeerd hebben van hun zonden en hem in dit leven trouw hebben gevolgd, zullen het voorrecht genieten om voor eeuwig met Hem te mogen leven in het komend leven. Wanneer er een einde zal zijn gekomen aan alle aardse dingen, zal de inleiding van de hemel verwelkomd worden met Gods Gemeente die voor Hem gepresenteerd wordt als een mooie bruid die gereserveerd is voor haar echtgenoot.

In deze nieuwe schepping zal de “de tent (tabernakel) van God” bij de mensen zijn “en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (21:3). Dit zal in de verlossingsgeschiedenis een nooit eerder geziene demonstratie zijn van Gods glorieuze aanwezigheid bij Zijn volk. God zal letterlijk Zijn tent opzetten onder het volk. Hij zal niet langer transcendent, op verre afstand van hun wonen. Hier zal de gelovige genieten van volmaakte gemeenschap met God. De onvolmaakte, door zonde gehinderde gemeenschap die gelovigen nu in dit leven hebben met God (1 Joh.1:3) zal dan volkomen, volledig en onbegrensd zijn in de hemel. Daar zullen ze de majesteit van Gods buitengewone bestaan zien en kennen, terwijl ze hun Schepper volmaakt zullen aanbidden.

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn omdat dat de hemel (de nieuwe schepping) dramatisch anders zal zijn dan deze huidige wereld. Dit wordt duidelijk in de omschrijvingen van Johannes. Daar in de hemel zullen de gelovigen ervaren dat God “alle tranen van hun ogen” zal afwissen (21:4). Omdat er “geen verdoemenis” is “voor hen die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1) zal er niets zijn om spijt van te hebben – geen rouw, geen jammerklacht en geen moeite. Hierom zullen zij die bij God wonen niet één traan meer laten in de hemel. De dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn” (21:4). De grootste vloek in het menselijk bestaan zal er niet meer zijn! “De dood is verslonden” beloofde Paulus (1 Kor.15:54).

Zowel satan, die de macht had over de dood (Heb.2:14) als de dood zelf, zullen in de poel van vuur geworpen worden (20:10, 14). Deze volmaakte heiligheid en afwezigheid van zonde die de hemel zullen kenmerken, vertalen zich in een wereld die vrij is van alle pijn, verdriet en gejammer. Al deze veranderingen die de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen kenmerken, geven aan dat “de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (21:4). De oude menselijke ervaring die betrekking heeft op de gevallen schepping is voor eeuwig voorbij samen met alle rouw, leed, verdriet, ziekte, pijn en dood die de zondeval kenmerkte. Christus zal in die dagen wonderbaarlijk “alle dingen nieuw” maken (21:5).

 

 

De inwoners van de nieuwe hemel

en de nieuwe aarde (Openbaring 21:6-8; 22-27)

 

De gehele geschiedenis is gegroeid naar dat goddelijk moment waarin alles nieuw wordt gemaakt. Bij haar voltooiing zal alles volbracht zijn. Daarom zei de majestueuze stem van Degene die op de troon in de hemel zit tegen Johannes: “Het is geschied” (21:6). God begon de geschiedenis en Hij zal die voleindigen en alles ervan verloopt volgens Zijn plan. Zij die zullen wonen in de nieuwe hemel en nieuwe aarde worden met twee zinnen hier in hoofdstuk 21 beschreven. Als eerste wordt een inwoner van de hemel omschreven als iemand die “dorst heeft” (21:6). Zij zullen “hongeren en dorsten naar de gerechtigheid” (Matt.5:6).

De belofte aan de oprechte zoeker is dat zijn dorst bevredigd zal worden. God zal “voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens” (21:6). Doorheen de Bijbel symboliseert dit water het eeuwige leven (Joh.4:34-14; 7:37-38; Op.22:17). Zij die dorsten en oprecht zoeken naar verlossing zijn degenen die het zullen ontvangen en de eeuwige hemelse gelukzaligheid zullen genieten.

Ten tweede behoort de hemel ook aan “wie overwint” (21:7). Deze overwinnaars zullen zij zijn die gedurende dit leven trouw hun reddend geloof in de Here Jezus Christus hebben versterkt. Overwinnend en volhard in het geloof zullen deze personen “alles beërven” (21:7). Zij zullen “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt” ontvangen (1 Pet.1:4).

Ze zullen in de gelukzaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor altijd genieten van een volmaakte ziel (Heb.12:23) en volmaakt lichaam (20:6; Rom.8:23; 1 Kor.15:34-44; 2 Kor.5:2; Fil.3:21). Maar het meest geweldige voor degene die overwinnen en dorsten naar rechtvaardigheid is Gods belofte: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn” (21:7). Ondanks dat de gelovige in dit leven al het voorrecht geniet om geadopteerd te zijn als Gods zoon, zal het pas bij het binnengaan van de hemel de volledige werkelijkheid van deze adoptie ervaren (Joh.1:12; Rom.8:14-17; 2 Kor.6:18; Gal.4:5; Ef.1:5).

Zij die het eeuwig geluk zal ontzegd worden, worden omschreven als “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Degenen wiens leven gekenmerkt wordt door zulke dingen geven blijk dat zij niet gered zijn en nooit de hemelse stad zullen betreden. ”Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In contrast met de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen in de hemel zullen de zondaars voor eeuwig gekweld worden in de hel. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde staan enkel gelovigen te wachten, terwijl de uiteindelijke hel al de verrezen ongelovigen te wachten staat. Daarom bepalen de tegenwoordige keuzes van mannen en vrouwen in welke plaats ze voor eeuwig zullen leven.

 

 

De glorie van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:22-27)

 

Eenmaal in de nieuwe hemel en aarde zullen de verlosten onmiddellijk met glorieus ontzag staan in de nieuwe stad Jeruzalem. Daarbinnen in de stad zal er “geen tempel” zijn, want “de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam” (21:22). De goddelijke aanwezigheid zal de gehele nieuwe hemel doordringen en nergens begrensd zijn tot één plaats. Daarom zullen gelovigen nooit naar een ander huis moeten gaan om te bidden. Tot in de eeuwigheid zullen gelovigen voortdurend in de aanwezigheid van God zijn. Nooit zal er een moment zijn dat ze niet in de volmaakte heilige aanwezigheid van “de almachtige God en het Lam” leven (21:22). Het leven van de gelovigen zal louter bestaan uit aanbidding van God.

Al deze aanbidding zal in Gods glorie gebeuren. Anders dan deze aarde, die volledig afhankelijk is van de zon en de maan, zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde niet afhankelijk zijn van zulk licht. De zon en de maan zullen niet nodig zijn om licht te voorzien, “want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp” (21:23). Onder zulk licht zullen alle gelovigen uit elke taal, stam en natie samengebracht worden – zowel Joden als heidenen (21:24). Al de verlosten zullen verenigd worden als Gods volk waarbij eenieder gelijkwaardig is in de eeuwige hoofdstad.

Zulk een gelijkwaardigheid onder de verlosten zal ook ervaren worden in complete veiligheid. Er zal in de eeuwigheid geen nacht meer zijn en de poorten van Jeruzalem zullen nooit meer gesloten moeten worden (21:25). Het zal een plaats van rust, veiligheid en verfrissing zijn waar Gods volk zal “rusten van hun inspanningen” (14:13). Ook zal alles in de hemel heilig zijn. Er zal in het nieuwe Jeruzalem dus niets onrein zijn en “ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens” (21:27). De enigen die daar zullen verblijven zijn degenen wiens naam in het boek des levens geschreven staan.

 

 

Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De laatste uitnodiging (Openbaring 22:12-17)

 

De hemel zal slechts een selecte groep mensen huisvesten. Enkel de verlosten zullen dit beërven en voor eeuwig met God regeren. En omdat Christus geduldig is en niet wil dat er niemand verloren gaat (2 Pet.3:9) verlangt Hij ernaar om de ongelovigen hier in de verzen 12-17 nog een laatste oproep tot berouw en inkeer te geven. De volledige canon van de Bijbel eindigt daarom op dit punt met een dringende oproep voor zondaren om tot Jezus Christus te komen en voor het te laat is de vrije gift van eeuwig leven te ontvangen. Want Christus komt spoedig (22:12) en wanneer Hij komt zal het zijn als een dief in de nacht (2Pet. 3:10). Voor de verlosten is dit een grote bemoediging. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde” zal komen met beloningen in Zijn hand “om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13).

Iedere gelovige zal door trouw aan Christus eeuwige beloningen ontvangen. De beloningen waar de gelovigen van zullen mogen genieten in de hemel, bestaan uit de mogelijkheden om God te dienen. Dus hoe groter hun trouw is geweest in dit leven, hoe meer mogelijkheden ze zullen krijgen om God in de hemel te dienen (cf. Matt.25:14-30). Wat een vreugdevolle gelegenheid zal dat zijn. De verlosten zullen voor eeuwig gezegend worden en een volledige en voor altijddurende toegang hebben tot God. Wanneer ze door de poorten van het nieuwe Jeruzalem willen gaan, zullen ze dat eender wanneer kunnen doen en wanneer ze van de boom des levens willen nemen zullen ze dat dus kunnen doen wanneer ze maar willen (22:14).

Al deze personen zullen op zulk een wijze gezegend worden, omdat God hun gehoorzaam tot aan het eind heeft bevonden, gewassen en gereinigd door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14). Dat zulk een glorieuze toestand staat te wachten op de terugkeer van Christus is de reden waarom de Geest en de bruid (de Gemeente) zeggen, “Kom!” (22:17). Beiden zien ze uit naar de terugkeer van Christus om de verlosten te verzamelen. De Gemeente wordt vermoeid door de strijd tegen zonde en verlangt er, samen met de Geest, naar om Jezus Christus verheerlijkt, verhoogd en geëerd te zien worden. Zoals men kan zien is de hemel erg exclusief en huisvest ze enkel degenen die gereinigd zijn van hun zonden door geloof in Jezus Christus. Daarentegen zullen alle anderen buiten het nieuwe Jeruzalem in de poel van vuur verblijven (20:15; 21:8). Omdat “wat onrein is” niet de mogelijkheid zal hebben om in te komen zullen “alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” het voorrecht gegeven worden om het nieuwe Jeruzalem toe te treden (21:27).

De personen die buitengesloten zullen worden beschrijft Christus als honden en worden verder omschreven als “de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (22:15). Iemand die een van deze zonden liefheeft en herhaaldelijk een van deze zonden doet, koppig eraan vastklampt en Christus’ uitnodiging tot verlossing afslaat, zal in de poel van vuur geworpen worden. Toch laat Christus Zijn schepping niet los. De zin: “Laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” nodigt al degenen die de Geest en de bruid horen uit om hen te vergezellen in hun verlangen naar Christus’ terugkeer. Degene die met geloof hoort en vertrouwd is degene die gered zal worden.

Door hun gehoorzaamheid aan het Evangelie zullen zij die zich bekeren samen met de Geest en de bruid, omdat ze verlangen naar Zijn glorie – en hun eigen verlossing van zonden – in een volmaakte heilige omgeving, uitzien naar Christus’ terugkeer. Aan degenen die de oproep van Christus gehoorzamen, dorsten naar vergeving en zich bekeren van hun zonden biedt Christus “voor niets” “het water des levens” aan (22:17). Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan al degenen die horen en geloven dat Jezus de prijs voor hun zonden betaalde door Zijn opofferende dood aan het kruis (Rom.3:24).

 

Conclusie

 

Dat Christus spoedig zal terugkeren, is een uiterst zekere waarheid. Ondanks dat “de hemel en de aarde zullen voorbijgaan” zal Gods Woord “beslist niet voorbijgaan” (Luk.21:33). Of de mensen nu wel of niet deze komende realiteit begrijpen en geloven, toch zal ze gaan gebeuren omdat deze woorden “betrouwbaar en waarachtig” zijn (22:6). Voor degenen die Gods geboden bewaren, overwinnen en trouw blijven tot aan het eind ligt er een eeuwige onbeschrijflijke beloning te wachten in de hemel. Anderzijds zullen zij die geen aandacht geven aan Christus’ uitnodiging tot berouw en inkeer buitengesloten worden van het nieuwe Jeruzalem en daardoor dus ook voor eeuwig de aanwezigheid van God missen. Daarom zou iedere gelovige ernaar moeten streven om iedere dag godvruchtig te leven en voortdurend bemoedigd te zijn door Christus’ belofte: “zie, Ik kom spoedig” (22:12).

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat moest Christus nog doen met betrekking tot de eindtijd?

 

Als de les begint, zullen alle zondaren van alle tijden, als wel satan en zijn demonen, veroordeelt zijn naar de poel van vuur (20:10-15). Na alle goddeloze mensen en engelen verwijderd te hebben en het huidige universum vernietigd (20:11), is alles wat nog gedaan moet worden door God, het maken van een nieuwe plaats voor Zijn kinderen en de heilige engelen om voor eeuwig te wonen. Christus’ openbaring aan de apostel Johannes is een beschrijving van zulk een woonplaats. Deze plaats zal gekend worden als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

 

 Waarom wordt het nieuwe Jeruzalem de heilige stad genoemd?

 

Wanneer God deze nieuwe hemel en de nieuwe aarde maakt, zal een nieuw Jeruzalem in het midden van dat heilige universum neerdalen (21:10) en dienen als een woonplaats voor degene die in alle eeuwigheid verlost zijn. Niet als het oude Jeruzalem van vandaag, die besmet is door zonde als de rest van de wereld, zal die nieuwe Jeruzalem een heilige stad voor God zijn, omdat iedereen die er in leeft heilig zal zijn (20:6). Alles wat schoongewassen is of nieuw gemaakt is, zal toegestaan worden in de nieuwe schepping te blijven. Aangezien niets dat onrein is toegestaan zal worden om binnen te gaan, zal de gehele hemel volmaakt heilig zijn.

 

 

 Wie zal er in de nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen wonen?

 

Als God de nieuwe schepping maakt en de huidige schepping tot een einde brengt, zullen alleen degene die trouw op het evangelie gereageerd hebben binnen mogen gaan. Aan het einde van Openbaring verwijst Christus naar deze individuen als degene die dorst hadden en overwonnen hebben. Degene die hun hopeloosheid en verloren toestand apart van Christus realiseren, hongeren naar de rechtvaardigheid die alleen door Hem voorzien wordt, zullen met eeuwig leven gezegend worden. God zal hen vinden met berouw over hun zonden, God vrezende en trouw Hem tijdens dit leven volgende. Omdat ze vol passie verlossing zoeken en bewijzen loyaal aan Gods Zoon te zijn, zullen ze de eeuwige zegen van de hemel ontvangen.

 

 

 Hoe zal de relatie van de gelovige met God in de nieuwe schepping zijn?

 

Het zal een zegen zijn om in de hemel te mogen zijn, omdat gelovigen steeds in de aanwezigheid van God zullen zijn. Er zal geen moment zijn dat ze niet in een volmaakt heilige relatie staan met de “de Heere, de almachtige God, en het Lam” (21:22). De “tent van God” zal “bij de mensen” zijn, “en zij zullen Zijn volk zijn” en Hij zal “hun God zijn” (21:3). God zal letterlijk Zijn tent onder Zijn mensen opzetten; Hij zal niet langer ver weg zijn. Hier zal de gelovige in staat zijn van om volmaakte gemeenschap met God te genieten.

 

 

 Hoe zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde anders zijn van deze huidige aarde?

 

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn door het feit dat de hemel enorm zal verschillen met de huidige wereld. Christus zal in die dagen “alle dingen nieuw” maken (21:5). Hij zal alle tranen afwissen, omdat er niets is waarvoor we bang moeten zijn of spijt van zullen hebben. Alles zal volmaakt gemaakt worden en de wereld zal volledig vrij van zonde zijn. Omdat satan en de dood in de poel van vuur geworpen waren (20:10, 14), zal de wereld vrij van alle pijn, leed en huilen zijn.

 

 

 Wie zal er niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnen mogen gaan?

 

Degene die afgewezen worden om van dit heelal van eeuwige blijdschap te genieten, worden hier beschreven als de “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Hun levens die zo gekenmerkt werden met zulk een herhaaldelijke zonde, geeft bewijs dat ze niet verlost zijn en nooit de hemelse stad zullen binnengaan. Integendeel, “hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In tegenstelling tot de eeuwige zaligheid van de gerechtigheid in de hemel, zullen de goddelozen eeuwige kwelling in de hel te verdragen hebben.

 

 

 Hoe zal aanbidding zijn in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?

 

Omdat ze in Gods aanwezigheid blijven, zal alle aanbidding ook voortdurend gedaan worden in het stralende licht van Gods heerlijkheid. Niet zoals de huidige aarde, zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen nood hebben aan licht van de zon en de maan. Zulk een licht zal niet nodig zijn, omdat de heerlijkheid van God het nieuwe Jeruzalem zal verlichten en zijn lamp zal het Lam zijn (21:23). Onder dat licht zullen alle verlosten verenigd zijn als Gods kinderen, waarbij iedereen volledig gelijk is en van volledige rust en veiligheid kan genieten. Daar zullen zij de grote majesteit van Gods wonderlijk wezen zien en kennen, terwijl zij volmaakt aanbidden en hun Maker dienen.

 

 

 Waarom is de komst van Christus bemoedigend voor de gelovige?

 

Voor degene die ware gelovigen zijn is dit bemoedigend. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,” komt met een beloning in de hand, gereed om “aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13). Iedere gelovige zal eeuwige beloningen gegeven worden, gebaseerd op hun trouw in het dienen van Christus in hun leven. Zulke individuen zullen op deze manier gezegend worden, omdat God hen gehoorzaam achtte tot het einde, schoongewassen door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14).

 

 

 Waarom wilden de Geest en de Bruid Christus verlangend uitnodigen om te komen?

 

Dat zo een glorieuze staat wacht op de komst van Christus, is waarom de Geest als de Bruid (welke de kerk is) roepen, “Kom!” (22:17). Beide verwelkomen de gedachte van Christus’ terugkomst om degene te verzamelen die hun vertrouwen op Hem gesteld hebben. De gemeente wordt moe van de strijd tegen de zonde en verlangd, met de Geest, om Christus verhoogt, verheerlijkt en geëerd te zien.

 

 

 Wat biedt Christus aan degene die zich aansluiten bij de

Geest en de Bruid en wachten op Zijn komst?

 

Aan degene die gehoorzaam zijn aan Christus roeping, dorsten naar vergeving en bekeren van hun zonden, biedt Christus het “het water des levens” aan (22:17). Doorheen de hele Schrift symboliseert het water eeuwig leven (Joh.4:14-34; 7:37-38; Op.22:17). Daarom is degene die in geloof hoort en gelooft, degene die verlost zal zijn. Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan degene die hoort en gelooft, omdat Jezus de prijst betaald heeft door Zijn offerdood aan het kruis (Rom. 3:24).

 

 

SAMENVATTING

 

Eens zal onze wereld er niet meer zijn, en de sterren die we ’s nachts zien zullen niet langer aan de hemel staan. Ook de maan niet. Vanwege de zonde zal God deze wereld vernietigen, samen met de hemelen. In plaats daarvan zal God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde scheppen. God zal een stad scheppen die het nieuwe Jeruzalem zal heten. God is deze stad voor alle gelovigen aan het voorbereiden, om op een dag er in te leven en er van te genieten. Omdat er niet langer zonde zal zijn, zal er geen gevolgen van zonde meer zijn. Op deze nieuwe aarde zal er geen geween meer zijn, noch dood of pijn. We zullen ons niet langer zorgen hoeven maken dat mensen onze dingen willen stelen of onze familie pijn willen doen. God zal de volmaakte leider zijn van Zijn kinderen. En Gods kinderen zullen volmaakte volgelingen zijn. Maar een ieder die niet voor zijn sterven zijn vertrouwen op Christus stelde, zullen niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnengaan, noch het nieuwe Jeruzalem. In plaats daarvan zullen ze voor eeuwig in de poel van vuur gedaan worden.

Er zijn gevolgen voor zonde. Er zijn ook beloningen voor gehoorzaamheid en geloof waarvan gelovigen eens zullen genieten. Vanwege de zonde van Adam, heeft de mensheid geleefd met de gevolgen van Adams zonde. De straf voor die zonde is de dood en eeuwige scheiding van God. Degene die zich niet aan God heeft onderworpen en zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft, zullen nooit een kans hebben om hun gedachten te veranderen. Zij zullen voor eeuwig in de hel zijn. Terwijl degene die in het werk van Christus vertrouwd hebben en hun leven aan Hem hebben onderworpen, de wonderbaarlijke zegen zullen hebben van eeuwig bij God in de hemel te zijn. Wanneer gelovigen op een dag het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan om eeuwig bij God te zijn, zal Gods volmaakte plan van verlossing volbracht zijn.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Aartsengel Michaël : het eerste karmische patroon, arrogantie

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het eerste karmische patroon: arrogantie

.

arrogantie Het eerste karmische patroon: arrogantie

 

 

Deze gechannelde informatie werd voorafgegaan door een diepe ontspanningsoefening. Begin met je eigen ontspanningsoefening, zorg dat je lekker zit, goed geaard bent en in een lichte trance komt. Lees vervolgens de volgende introductie van de boodschap:

 

Vanuit deze lichte trance-staat gaan we nu contact maken met onze hogere Zelf. Dat doen we met onze intentie, ons gevoel en onze woorden. De woorden zijn de bevestiging van onze intentie en gevoelens: Intentie, gevoel en bevestiging leiden tot het creëren van het gewenste. Onze intentie is nu om ons een te voelen met onze hogere Zelf, de vereniging met onze essentie, de vereniging met onze vader en moeder God.

Lees de volgende zinnen en herhaal ze vervolgens hard op, terwijl je de gevoelens oproept van de vereniging met je Hogere Zelf en God:

Ik … (zeg je naam) ben NU een met mijn Hogere Zelf. Ik ben meZelf. Herhaal deze zinnen met je intentie en je gevoel een aantal keer. Weet dat dat is wat je bent. Je bent je Goddelijke Essentie en je hebt een lichaam, je hebt gedachten en gevoelens, je hebt een persoonlijkheid en een ego. Dat zijn je menselijke attributen, je instrumenten in dienst van je hogere Zelf.

In de derde dimensie hebben we ons uit onwetendheid geïdentificeerd met onze instrumenten en nu is de tijd gekomen om tot het weten te komen dat we dat niet zijn. We zijn onze Hogere Zelf. Bevestig dat met de volgende zin:

Ik …. (vul je naam in) ben mijn hogere Zelf en ik heb een fysiek lichaam, gedachten en gevoelens, een persoonlijkheid en een ego. Maar ik ben die ik Ben. Ik ben meZelf.

Deze tekst kun je dagelijks gebruiken bij alles wat je doet. Tijdens het wandelen, het koken of het tuinieren. In plaats van je te laten meeslepen door “wat ga ik morgen doen”, “wat ga ik straks doen of zeggen” enz.

Probeer je mind bezig te houden met dergelijke bevestigingen. Ik weet dat bij jullie allemaal deze intentie er is. Het is nu tijd om dat te bevestigen. Onthoud dat de bevestiging even belangrijk is als de intentie en de gevoelens. Alleen intentie leidt niet tot resultaat. Alleen intentie en gevoel leiden evenmin tot het gewenste resultaat. Alleen intentie, gevoel en bevestiging leiden tot het gewenste resultaat.

Vanuit de eenwording met je Hogere Zelf NU, je afstemming met je Hogere Zelf, gaan we luisteren naar de boodschap van Michael:

Lieve vrienden, children of love, ik ben Michael. Vandaag zal ik, zoals beloofd, voor jullie het eerste karmische patroon omschrijven, het patroon van arrogantie. De zeven karmische patronen zijn met het menselijk DNA  op aarde meegekomen.

 

 

Michaël verslaat Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Jullie aanwezigheid op aarde, lieve children of love, staat niet op zichzelf,  zoals niets van Al Wat Is op zichzelf staat. Alles is met elkaar verbonden in een eeuwige dans. De karmische patronen zijn afkomstig van planeten als de Pleiaden, Venus en Mars en jullie zijn deels ook afkomstig van deze planeten die eerder de derde dimensie hadden neergezet.

Arrogantie is het allereerste patroon dat zich heeft ontwikkeld nadat jullie het paradijs hebben verlaten. Dat patroon is ontstaan zodra er diversiteit op de planeet verscheen. Dat was het gevolg van het terugvallen in de derde dimensie, onwetendheid en dualiteit. Door inteelt werden kinderen geboren met gebreken en als gevolg van het verdwijnen van het natuurlijke evenwicht en eenheid verschenen ziektes.

Dat riep bij de gezonden het gevoel van superioriteit op. Wij zijn beter en de zieken of degenen die geen volmaakt lichaam hebben zijn minder. Wij zijn mooier en zij zijn lelijk. Bij sommigen heeft het gevoel van superioriteit geleid tot het zich afzonderen van alles wat niet heel en volmaakt was terwijl het bij anderen gevoelens van medelijden heeft opgeroepen. Beiden zijn reacties vanuit arrogantie. Miljoenen jaren dragen jullie in je DNA het karmische patroon van arrogantie. Dat heeft verschillende gezichten en vermommingen.

Een van de grootste expressies van arrogantie was het nazisme in Duitland. Onze broeder Adolf Hitler heeft jullie een spiegel voorgehouden om te laten zien wat de gevolgen van afgescheidenheid en arrogantie waren. Dat beeld heeft jullie afgeschrikt. Maar nog steeds bestaan op de planeet diverse haarden waar arrogantie in de vorm van racisme en discriminatie bloeit. Dat leidt tot geweld, oorlog en haat.

Arrogantie is het gebrek aan inzicht dat alles wat Is gelijkwaardig is. De polariteiten die er zijn hoeven geen waardeoordelen te krijgen. Een mens kan een zwarte, een witte of een gele huid hebben. Dat hoeft niet te betekenen dat de ene soort beter of meer is dan de andere. Arrogantie is dualiteit in het diepste gebied van duisternis en onwetendheid.

 

 

8724 eq8347 Het eerste karmische patroon: arrogantie

 

 

Jullie, in de vierde dimensie, veroordelen deze extreme vormen van arrogantie maar helaas dragen ook jullie nog steeds arrogantiepatronen met je mee, die subtiel zijn en moeilijk te onderkennen. Medelijden bijvoorbeeld en helpen uit medelijden is een veel voorkomend arrogantiepatroon, waarover veel misvattingen zijn ontstaan. Alle geïncarneerde Meesters waaronder ook onze broeder Jezus Christus, hebben zieken en behoeftigen geholpen. Dat hebben ze uit compassie en onvoorwaardelijke liefde gedaan.

Jullie hebben hun leer niet goed begrepen en compassie verward met medelijden. Dat is ook de reden dat jullie medelijden hebben geïdealiseerd als een deugd en beschouwen als een gevoel afkomstig vanuit liefde. Deze misvatting speelt nog steeds een grote rol in jullie westerse cultuur. Het is een misverstand dat het Gouden Licht van het Christusveld bedoezelt.

Een andere subtiele vorm van arrogantie die bij het hogere bewustzijn veelvuldig voor komt is beter weten. In de veronderstelling dat andere mensen en andere culturen die afwijken van je eigen mening of cultuur, minder weten en dus minder ontwikkeld zijn voelen jullie je geroepen om je eigen kennis of je eigen cultuur aan anderen op te dringen of op te leggen. Dit natuurlijk uit onwetendheid en met alle beste bedoelingen.

Dat heeft geleid tot een enorme explosie van de westerse cultuur, gestoeld op dualiteit en op macht, arrogantie en materiële welvaart. Door dit goed bedoelde arrogantiepatroon hebben jullie bijna alle oude beschavingen van de aardbodem laten verdwijnen. Daar waar mensen vroeger in eenheid met de natuur leefden, in onvoorwaardelijke liefde met zichzelf en hun medemens, floreert nu de westerse welvaart. Daar waar bossen en akkers waren, rijzen nu wolkenkrabbers op en doorkruisen autobanen het land.

Dit alles vanuit de arrogantie dat jullie meenden het beter te weten dan een ander. De veronderstelling dat als je materiële welvaart kent je ook beter en gelukkiger bent dan je broeders en zusters die in het oerwoud leven en zich met vruchten en knollen, die moeder aarde hen ter beschikking stelt voeden, komt voort uit arrogantie en gebrek aan innerlijke ontwikkeling.  Nog steeds gaan jullie met culturen die andere normen en waarden kennen op de oude wijze om.

Neem bijvoorbeeld de culturen waar vrouwen geen deel uitmaken van het openbare leven. Jullie zijn van mening dat die vrouwen onderdrukt worden, dat ze geminacht worden en dat ze er onder lijden. Allemaal veronderstellingen, afkomstig uit het anders zijn en dus minder en slechter. Vervolgens voelen jullie je geroepen om die vrouwen te bevrijden.

Vrouwenemancipatie wordt vaak door sociale druk opgelegd in plaats van dat vrouwen er zelf voor kiezen. Jullie zien iemand in een burka lopen en denken: Wat is dit erg voor die vrouw. Wat een onrecht.Dat is pas arrogantie. Is het nooit bij jullie opgekomen dat sommige vrouwen vrijwillig voor een kledingdracht kiezen en dat ze zich zeer gelukkig kunnen voelen zonder de verplichting om deel te nemen aan het sociaal/economisch leven?

Hoe kun je vrijheid aan iemand opleggen? Vrijheid komt van binnenuit en is niet altijd afhankelijk van externe omstandigheden. Is het ooit bij jullie opgekomen dat wat jullie onderdrukking noemen niet altijd door de onderdrukten als zodanig wordt ervaren?

Het gevolg van jullie goedbedoelde arrogantie is dat op jullie planeet in plaats van diversiteit geleidelijk aan maar één cultuur overheerst, namelijk de westerse cultuur, gestoeld op dualiteit, macht, concurrentie, winst en economische welvaart. De westerse cultuur breidt zich als een plaag steeds sneller uit en dreigt de planeet te vernietigen.

De vraag is nu aan jullie: Zijn jullie bereid om iedereen die anders is in zijn of haar waarde te laten? Zijn jullie bereid om alleen te helpen wanneer jullie hulp gevraagd wordt in plaats van je geroepen te voelen iemand te helpen van wie je denkt dat hij hulp nodig heeft? Ben je bereid om je eigen vormen van arrogantie die heel subtiel aanwezig kunnen zijn bij jezelf te ontdekken en deze te leren beheersen?

Arrogantie belemmert je om voortdurend in de eenheid en de onvoorwaardelijke liefde te zijn. Heb je, in gesprek met een ander, jezelf wel eens betrapt met de gedachte: “Hij/zij heeft het helemaal mis. Zo gaat het echt fout. Ik moet hem/haar vertellen wat hij moet doen. Ik weet het”.  Heb je jezelf er wel eens op betrapt dat je mensen, die niet spiritueel bezig zijn, veroordeelt of het jammer voor ze vindt of dat je ze onwetend vindt?

Heb je jezelf er wel eens op betrapt dat je direct met adviezen klaar staat nog voordat je iets gevraagd is? Heb je jezelf er wel eens op betrapt dat je klaar staat met je mening, met de bedoeling iemand te sturen, omdat je denkt dat het beter voor hem of haar zou zijn? Hoe subtiel deze vormen van arrogantie ook zijn en hoe gemakkelijk ze uit je bewustzijn kunnen ontglippen, ze blijven toch een sluier vormen, dun weliswaar, tussen je hogere Zelf en je zelf.

Het volledig uitbannen van deze karmische patronen is in dit leven onmogelijk. Maar het beheersen ervan is wel mogelijk. Dat is ook voldoende om alsnog naar de Eenheid over te stappen. Wat bedoelen we met het beheersen? We bedoelen dat je je bewust wordt van het moment waarop je vanuit arrogantie iets denkt, voelt, zegt of doet en direct mee stopt.

De communicatiemedia zijn een mooie uitdaging om je arrogantie te leren beheersen. Kranten lezen, televisie kijken of naar de radio luisteren roept de oude overtuiging dat je het beter weet voortdurend op. Je hoeft maar naar het journaal te kijken en er gaat geen dag voorbij dat het gevoel van arrogantie tezamen met allerlei oordelen bij je opdoemt.

 

 

mass media Het eerste karmische patroon: arrogantie

 

 

Je een beter of gelukkiger mens voelen ten opzichte van je broeders en zusters die in andere landen strijden is ook een subtiele vorm van het arrogantiepatroon. Sympathiseren met een van de partijen die in oorlog  verwikkeld zijn, is ook arrogantie. In de eenheid is het niet nodig om partij te kiezen of überhaupt te oordelen. In de eenheid is het niet nodig om sympathie of antipathie te voelen. In de eenheid is alleen mededogen, compassie voor het lijden dat beide partijen ondergaan.

 

Omdat zowel de agressor als het slachtoffer, de onderdrukkers als de onderdrukten respect verdienen, mededogen en compassie voor hun lijden. Iedere keer dat je een agressor actief ziet, bedenk dan dat hij ook je broeder of zuster is, dat hij ook een goddelijke essentie is, maar zijn persoonlijkheid nog erg afgescheiden is van zijn innerlijk en dat hij dieper in de dualiteit zit dan jij.

 

Niemand is beter of slechter, meer of minder. De essentie van iedereen is dezelfde. Alleen de vorm is anders en de mate van spirituele groei verschillend. Wat naar buiten treedt is maar de vorm. De een manifesteert zich als machthebber, onderdrukker of agressor en de ander als slachtoffer en onderdrukte.

Maar gaat het om de vorm of de essentie? En waar dient de vorm dan wel voor? Alle vormen zijn Goddelijk, lieve broeders en zusters, children of love.  Alle vormen zijn manifestaties van het Goddelijke, net als het kwade een manifestatie van het Goddelijke is. Het verschil zit ‘m in hoeverre iemand in het donker of het Licht leeft. Bedenk dat zowel het donker als het Licht manifestaties van het Goddelijk Ene zijn.

Zolang de derde dimensie actief is zal duister en Licht naast elkaar bestaan. Degenen die in het Licht zijn worden verondersteld om hun licht sterker te maken zodat het Licht het donker uiteindelijk kan verlichten. Maar het is onmogelijk om jouw Licht aan iemand op te dringen. Dat hoort niet bij de wet van onvoorwaardelijke liefde.

Respect en acceptatie gelden niet alleen voor wat je goed vindt, maar ook voor wat er in het donker leeft en wat jij verafschuwt. Respect en acceptatie voor de moordenaar en de verkrachter, want ook zij zijn manifestaties van het goddelijke. Dat is het leven in de derde dimensie, lieverds, en dat is God en God is leven. Je kunt de verkrachter in geen honderd jaar therapie veranderen. Maar door liefde en acceptatie te sturen maakt hij kans om naar het licht over te stappen.

Dat is wat jullie, voorlopers, wegbereiders, te doen staat. Zorg voor je eigen licht. Zorg dat je de karmische patronen leert beheersen. Zorg ervoor je eigen arrogantiepatroon te beheersen. Hoe sterker je licht wordt, hoe meer licht op de planeet komt, die het duister gaat verlichten. We houden onvoorwaardelijk van jullie broeders en zuster. We wensen dat jullie hetzelfde doen ten aanzien van je broeders en zusters op deze planeet.

Ieder van jullie is een broeder en zuster van ons. Dus wat wij kunnen, kunnen jullie ook. We zeggen jullie: vraag en je zult ontvangen en we vragen jullie om hetzelfde met je medemens te doen. Luister naar de hulpkreten van je medemens en snel te hulp. Blijf met compassie en mededogen naar je broeders en zusters kijken, stuur hen je liefde en licht en wacht totdat je ze om hulp hoort vragen

 

 

We houden onvoorwaardelijk van jullie, broeders en zusters,

Ik ben

Michael

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Prediker: alles heeft zijn tijd

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

naamloos

 

 

In dit samenstel der dingen ervaart de mens, in de derde dimensie, de tijd.

 

Op gepaste tijd, als Satan is vernietigd, zal de mens die gelooft één worden met God en

zijn zoals Christus.

 

Tot die tijd zal elke mens ervaren wat in prediker staat geschreven. 

 

 

 

 

Prediker 3 :1-15

 

 Alles heeft zijn tijd

 

1Voor alles wat gebeurt is er een uur,
een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
2Er is een tijd om te baren
en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten
en een tijd om te rooien.
3Er is een tijd om te doden
en een tijd om te helen,
een tijd om af te breken
en een tijd om op te bouwen.
4Er is een tijd om te huilen
en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen
en een tijd om te dansen.
5Er is een tijd om te ontvlammen
en een tijd om te verkillen,
een tijd om te omhelzen
en een tijd om af te weren.
6Er is een tijd om te zoeken
en een tijd om te verliezen,
een tijd om te bewaren
en een tijd om weg te gooien.
7Er is een tijd om te scheuren
en een tijd om te herstellen,
een tijd om te zwijgen
en een tijd om te spreken.
8Er is een tijd om lief te hebben
en een tijd om te haten.
Er is een tijd voor oorlog
en er is een tijd voor vrede.

9Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt?

10Ik heb gezien dat het een kwelling is, die hem door God wordt opgelegd.

11God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, en ook heeft hij de mens inzicht in de tijd gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden.

12Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten.

13Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God.

14Alles wat God doet, zo heb ik vastgesteld, doet hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is niets van af te doen. God doet het zo opdat wij ontzag voor hem hebben.

15Wat er is, was er al lang; wat zal komen, is er altijd al geweest. God haalt wat voorbij is altijd weer terug.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

  

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Wat is annihilationisme?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

bbq-1200x1200

 

 

.

Wat is annihilationisme ?

 

Annihilationisme, ook bekend als de vernietigingsleer, stelt de vraag:

 

“Hoe kan een barmhartige en morele God een mens naar een letterlijke hel sturen om daar een oneindige, eeuwige straf uit te zitten?”

 

De annihilationist is van mening dat een ongelovige geen eeuwig lijden in de hel zal ondergaan, maar in plaats daarvan vernietigd zal worden. Veel aanhangers van deze leer geloven niet in een letterlijke hel, een plaats waar de zielen van verloren mensen tot in de eeuwigheid in een vuurpoel gekweld worden.

Anderen geloven dat de hel weliswaar een letterlijke plaats is waar de ongelovige zal worden gestraft, maar zij geloven niet dat de straf eeuwig is. In plaats daarvan geloven zij dat die zielen op een bepaald moment vernietigd worden, zodat zij niet meer bestaan.

De meeste mensen hebben moeite met het idee van een letterlijke, eeuwige hel. De mogelijkheid dat onze naasten en vrienden zich daar zouden kunnen begeven, is nog moeilijker te aanvaarden. Misschien preken voorgangers daarom zelden over dit onderwerp.

De hel wordt beschreven als “het best bewaarde geheim van het christendom”, omdat predikanten niet graag spreken over een plaats waar mensen tot in de eeuwigheid gestraft worden. Het is moeilijk om dit onderwerp op een rationele manier te bekijken, omdat ons verteld wordt van een liefdevolle, barmhartige en vergevingsgezinde God. Maar de Bijbel is zeer duidelijk over het eeuwige lijden van de goddelozen in de hel.

Veel mensen vragen zich af hoe God iemand oneindig lang kan straffen, als hij maar een beperkt aantal zonden heeft kunnen begaan tijdens zijn leven op aarde. Velen beweren dat een dergelijke straf overdreven is. Maar is het niet vreemd dat we geen probleem hebben met het idee van een eeuwige hemel?  Blijkbaar hebben we geen moeite om het idee van een oneindige, eeuwige beloning te aanvaarden voor de mensen die Christus als Redder hebben aanvaard.

 

 

image357-300x197

 

 

 

Wat is Gods kijk op zonde?

 

Is de eeuwige straf voor de verloren mensen rechtvaardig? Het antwoord ligt in ons ontoereikende begrip van de zonde vanuit het oogpunt van een oneindige, rechtvaardige God. Een God die oneindige genade schenkt aan mensen die in geloof wedergeboren zijn, moet ook oneindige gerechtigheid toepassen op ongelovige mensen. Als zelfs de allerkleinste zonde oneindig is in Gods ogen, zou een rechtvaardige God ook een oneindige straf moeten eisen.

De Bijbel zegt dat een mens gestraft moet worden, als hij een zonde pleegt die nooit vergeven kan worden door het bloed van Jezus Christus. Als hij sterft zonder Jezus als zijn persoonlijke Redder te aanvaarden, zullen zijn zonden nooit vergeven kunnen worden. Een jaar later, duizend jaar later of een miljoen jaar later zullen deze zonden nog steeds niet vergeven worden, omdat hij tijdens zijn leven nooit tot inkeer is gekomen en vergeving heeft gezocht.

Zijn zonden leven dus voort tot in de eeuwigheid. God heeft geen enkele manier om zijn zonden te vergeven, omdat hij tijdens zijn leven Christus had afgewezen. Dus als zijn zonden voor eeuwig voortleven, moeten zij voor eeuwig worden bestraft. Als God zo iemand zou vernietigen in een soort “niet bestaan”, dan zou dit in feite een soort vergeving zijn van de straf die opgelegd werd voor zijn zonden. En dat is iets wat God niet kan doen.

 

 

 

Het Bijbelse standpunt

 

Afsluitend kunnen we zeggen dat de hel een werkelijke plaats is. Er staat niets in de Bijbel dat die stelling tegenspreekt. Sommige van de Schriftteksten beschrijven de hel als een plaats waar mensen tot in de eeuwigheid gekweld worden:

 

  • “Ik zag de doden, jong en oud, voor de troon staan. Er werden boeken geopend. Toen werd er nog een geopend: het boek van het leven. De doden werden op grond van wat in de boeken stond geoordeeld naar hun daden.”

 

  • “..Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.” (Openbaring 20:12,15)

 

 

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

  • “Daarop zal Hij ook de groep aan Zijn linkerzijde toespreken: ‘Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.’” (Matteüs 24:41)

 

  • “De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.” (Openbaring 14:11)

 

 

hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel

hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

  • “Als je hand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Hel te moeten gaan, naar het onblusbare vuur.” (Marcus 9:43)

 

  • Tot slot, lees het verhaal van de rijke man en Lazarus zoals beschreven in Lucas 16:19-31.

Het is uit dit verhaal heel duidelijk dat de hel een plek is waaruit je niet kunt ontsnappen:

  • “Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” (Lucas 16:26)

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

 

De gevolgen van de aanbidding van Satan

Standaard

categorie : religie

 

 

Trouw en onderscheidingsvermogen in onze aanbidding

 

 

Het getal 666 staat voor de mens die wil zijn als God. Satan voert zijn demonische strijd tegen de christenen via deze mens, die nu eens bruut geweld gebruikt dan weer massieve verleiding. Uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen zijn nodig om trouw te blijven in de aanbidding van God.

 

 

Openbaring 13

 

Het getal 666 is voor veel mensen het getal van de duivel. Een beladen getal. Een getal waar iets mis mee is. En net zoals sommige hotels geen kamernummer 13 hebben, zo heeft de opwekkingsbundel geen nummer 666. Volgens sommige mensen zit het getal ook verstopt in het embleem van 999-games. Op zijn kop, maar dat zou ook weer met de duivel te maken hebben.

Nu is in Openbaring 13 666 niet het getal van de duivel maar van het beest uit de zee. Door middel van dit beest strijdt satan tegen de christenen. Maar wie of wat op aarde is dan dit beest? Zijn getal -666- duidt volgens vers 18 op een mens. Dus satan zet bij zijn demonische strijd tegen de christenen een mens in.

Er is door de geschiedenis heen een stroom aan namen genoemd op wie dat dan wel slaat. Hitler was het beest van de 20 ste eeuw zegt men dan.

In de eerste eeuw was er ook zo’n menselijk beest: keizer Nero. Ook zijn naam kun je uit het getal 666 halen. De eerste lezers van het boek Openbaring kenden deze naam goed. Nero was een wrede tiran die de christenen vreselijk vervolgd heeft. Waarschijnlijk zijn de apostelen Paulus en Petrus door zijn toedoen gedood. Het kan goed zijn dat de 1e hoorders van het boek Openbaring aan deze keizer Nero gedacht hebben bij het getal 666.

Andere uitleggers wijzen erop dat het getal symbolisch moet worden opgevat. Het getal van de volheid, van Gods volkomenheid is 7. En 6 is dan net één minder. Oftewel, het is het bijna-goddelijke. Het is de mens geschapen naar het beeld van God. ‘U hebt hem bijna een god gemaakt’, zingt Psalm 8. Maar de mens neemt daar geen genoegen mee, hij wil zijn als God. Dat was de kern van de zondeval.

 

 

 

 

 

Het beest uit de zee

 

Het beest dat uit de zee komt is een mens, de antichrist. De zee staat symbool voor de naties, de volkeren. Het is iemand die uit een politiek stelsel komt, groeit, macht krijgt en bezeten wordt door de geest van Satan. Er komt een politiek leider die de autoriteit zal verwerven over de hele wereld gedurende 42 maanden of 3.5 jaar.

Hij zal de gave van het spreken hebben, de mogelijkheid om politieke leugens te verspreiden en in het bezit komen van demonische mogelijkheden. Deze persoon zal zwaar gewond worden en door een mirakel overleven waardoor iedereen hem zal volgen, behalve zij die in het boek des levens staan. De wereld verlangt naar de komst van die persoon omdat men een oplossing wil voor elk probleem.

Dit willen zijn als God kleurt Openbaring 13. Het beest uit de zee heeft een dodelijke wond aan één van zijn koppen, vers 3. Het zag eruit alsof het was geslacht. Dus net als het Lam, net als Christus. Johannes ziet Christus -in Openbaring 5- als een Lam dat geslacht is, maar het staat recht overeind. Het leeft. Dit beest kan dat ook. Zijn dodelijke wond geneest. Het beest imiteert Christus om de mens te verleiden en op het verkeerde been te zetten.

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Eigenschappen van de antichrist

 

de grootste wereldleider ooit geweest

een satanisch bezetter ( Daniël 7: 8  ; een superintelligent iemand )

een groot spreker ( Openbaring 13: 2 )

een politiek genie ( Openbaring 17: 17 )

een commercieel genie ( Openbaring 13: 17 – Daniël 8: 25 )

een militair genie ( Openbaring 13: 4 – Daniël 8: 24 )

 

 

666 en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het beest uit de aarde

 

Het beest dat uit de aarde komt is een mens, de valse profeet. Het krijgt grote macht, is gelijk een lam en communiceert als een draak. De valse profeet wil dat men de antichrist, het beest uit de zee, aanbidt. Door grote, indrukwekkende wonderen te doen volgt men de valse profeet. Velen denken dat, door toedoen van de valse profeet, de antichrist de Messias is. De valse profeet laat een groot beeld maken van de antichrist en laat het zelfs spreken, in tegenstelling tot God die het afbeelden van zichzelf ten strengste verbiedt.

 

 

De doelstelling van Satan

 

De doelstelling van Satan is om een perfecte imitatie te maken van de Drievuldigheid en om aanbeden te worden door de mens.

 

 

Satan 

 

De Valse Drievuldigheid

Satan de draak ( Openbaring 12 )

Satan de antichrist ( Openbaring 13 )

satan de valse profeet ( openbaring 13 )

 

 

God 

 

De Heilige Drievuldigheid

God de Vader

God de Zoon

God de Heilige Geest

 

 

de Ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Satan zoekt bewondering en dat lukt hem geweldig goed. Openbaring 13:4 zegt dat iedereen de draak aanbad. En ook het beest wordt aanbeden. Oftewel: machtige mensen worden vereerd als goden. Mensen gaan vol bewondering achter hen aan. En als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks: het beest dat eruit ziet als een lam dwingt de mensheid om het beest te aanbidden, vers 12.

Hierbij zullen de eerste lezers van het boek Openbaring ongetwijfeld gedacht hebben aan de dwang om de keizer in Rome te vereren. Wie niet meedeed aan deze mensverering werd uitgesloten uit de samenleving. Zij konden niet meer kopen of verkopen, zegt vers 17. Zoals het goddelijk zegel van Openbaring 7 duidt op een door geloof gestempeld leven, zo laat het merkteken van Openbaring 13:16 zien dat het leven wordt gestempeld door mensverering. En alleen die mensen worden geaccepteerd.

Dus dit is de manier waarop de verslagen, maar woedende satan zich tegen de christenen keert. Door middel van de mens die zichzelf aanbidt. Deze mens gebruikt de ene keer bruut geweld, dat zit in de tekening van het eerste beest, een andere keer gebruikt hij verwarrende en indrukwekkende verleiding, daarop duidt het tweede beest. Voor dat brute geweld gebruikte satan de Romeinse keizers. En eerder al zette hij de Farao op tegen Gods volk.

Door dit brute geweld hebben vele christenen hun leven al verloren. En wat kun je dan schrikken van vers 7 van Openbaring 13: ‘Het beest mocht de strijd met de heiligen aanbinden en hen overwinnen.’ Het geweld van mensen tegen christenen laat God dus toe. Als christen ben je je leven niet zeker in deze wereld.

 

Dan die tweede manier waarop satan zijn venijnige strijd tegen de christenen voert. En dat is die van de verleiding. Ook daarvoor zet hij mensen in. Mensen die mooie woorden spreken. Mensen die grote dingen doen. En wat is dat verwarrend. Wonderen lijken de waarheid van hun woorden te onderstrepen. En ook achter deze tweede strategie zit satans streven om de aanbidding van God de nek om te draaien. Daarvoor ging hij lang geleden naar de hof van Eden. Daarom verleidde hij Adam en Eva. Zij waren geschapen om God te eren en te aanbidden. Om God te bewonderen en achter Hem aan te gaan, om dichtbij Hem te willen zijn. Dat is toch aanbidding? Maar satan wil God zijn aanbidding afnemen.

 

 

 

Het aanbidden van zichzelf

 

Er zijn heel veel mensen die zichzelf aanbidden. En daarmee heeft de satan net zo goed bereikt wat hij wil, want deze mensen aanbidden God niet meer. En wij leven te midden van deze mensen. Je aanbidt jezelf als je kiest voor jezelf. En wat zit dat diep in ons. En wat wordt ons dat ook nog eens verleidelijk aangepraat. Door de reclame: het gaat om jou. Dat jij er mooi uitziet. Dat het jou aan niks ontbreekt. Dat jij doet waar je zin in hebt.

Dat jij leeft als een god in Frankrijk, of waar dan ook. Dat is die verleidelijke, valse profetie. Het kenmerk van valse profetie is dat het ons ertoe beweegt te zijn als God. Ware profetie brengt altijd tot het aanbidden van God. Maar wanneer ik mee ga met die valse profetie, en mezelf in het middelpunt zet, vereer ik een beeld. De mens, geschapen naar Gods beeld. Zelfverering, aanbidding van ons eigen ik, is een grote verleiding voor ons.

Tegelijk voelen wij ook steeds meer die boycot van Openbaring 13. De uitsluiting uit de samenleving. Christelijke standpunten worden niet langer gedoogd. Die moeten weg uit het publieke leven. Bijbelse standpunten over het huwelijk, over homoseksualiteit, over zondagsrust, de afwijzing van menselijke zelfbeschikking, die standpunten worden steeds minder getolereerd.

Omdat de aanbidding van God mensen steekt. Wie niet meedoet aan de verering van de mens is immers een spelbreker. Die is afwijkend. De wereld is te verdelen in mensen die zichzelf aanbidden en mensen die God aanbidden. Dat gaat terug op de zondeval. Toen draaide het ook om die keus. En God aanbidden betekent mezelf verloochenen. Mijn eigen plannen, mijn eigen geluk, mijn eigen eer, willen opgeven voor God. Maar heel veel mensen vinden dit bizar. Zelfverloochening is hoogverraad tegen de aanbidding van de mens.

 

 

Satan wordt aanbeden in de sport

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De boodschap van Openbaring 13

 

De boodschap van Openbaring 13 is dat het aankomt op uithoudingsvermogen. Op uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen om trouw te blijven aan God. Om trouw te blijven in het aanbidden van Hem. Ook als Hij een weg met mij gaat die ik niet begrijp. Het zijn de verzen 9 en 10 en vers 18 die deze boodschap laten horen.

Vers 10: ‘Hier komt het aan op de standvastigheid en trouw van de heiligen.’ En vers 18: ‘Hier komt het aan op wijsheid.’ Christus spoort zijn kerk, en u en mij vandaag, aan tot uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen om trouw te blijven aan Hem.

Hiermee bereidt Christus ons voor op wat er op ons af kan komen, aan bruut geweld. En Hij leert ons doorzien wat er al op ons afkomt, aan verwarrende en vaak massieve verleiding. Christus wil ons ook bemoedigen. Kijk eens in vers 8. We schrokken van vers 7: het beest uit de zee -oftewel, de mens die wil zijn als God- krijgt de ruimte om de strijd met ons aan te binden en ons te overwinnen.

Maar vers 8 laat zien dat zij zullen standhouden van wie de naam vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat. Dat wijst op de uitverkiezing. Hier wordt de volharding van de heiligen beschreven. Dat troost. Satan kan door middel van zijn menselijke handlangers wel ons lichaam doden, maar niet onze ziel (Matteüs 10:28). En in hoofdstuk 15:2 zullen we lezen over hen die ‘het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam’ hebben overwonnen. Zij zijn trouw gebleven aan de verering van Christus, hun Heer.

 

 

Slotgebed

 

Laten wij bidden om uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen. Laten we ons bewust zijn van het grote verschil tussen aanbidding van onszelf en aanbidding van God. Ik denk dat het goed zou zijn wanneer wij de aanbidding van God een grotere plaats geven in ons leven. Elke dag ruimschoots de tijd nemen om God te aanbidden in gebed, in bijbel lezen en daarover nadenken. Daardoor groei je in volhardende trouw. Amen.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De Dode Zeerollen

Standaard

categorie : religie

.

.

 

 

 

dode-zeerollen

 

 

 

 Wat zijn de Dode Zeerollen?

 

De Dode Zeerollen worden ook wel de belangrijkste ontdekking van manuscripten in moderne tijden genoemd. Zij werden tussen 1947 en 1956 in elf grotten langs de noordwestelijke kust van de Dode Zee gevonden dicht bij de ruïnes van Qumram. Dit is een droge regio ongeveer 20 kilometer ten oosten van Jeruzalem en 400 meter onder zeeniveau.

De Dode Zeerollen zijn de restanten van ongeveer 825 tot 870 rollen, die uit tienduizenden afzonderlijke fragmenten bestaan. De teksten zijn hoofdzakelijk vervaardigd uit dierenhuiden, maar ook uit papyrus en koper. Ze zijn geschreven met een op koolstofbasis vervaardigde inkt, van rechts naar links zonder leestekens met uitzondering van hier en daar een inspringing voor een nieuwe paragraaf.

 

 

De grotten nabij Qumram

De grotten nabij Qumram

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De Dode Zeerollen kunnen in twee categorieën worden ingedeeld: Bijbelse en niet-Bijbelse. De rollen bevatten fragmenten van elk boek van het Oude Testament (de Hebreeuwse canon), met uitzondering van het boek Ester. Onder de rollen bevinden zich 19 fragmenten van Jesaja, 25 fragmenten van Deuteronomium en 30 fragmenten van de Psalmen. De bijna volledig intacte “grote Jesaja-rol”, die enkele van de opvallendste Messiaanse profetieën bevat, is 1000 jaar ouder dan enige andere kopie van het boek Jesaja.

Naast de Bijbelse manuscripten bevatten de Dode Zeerollen commentaren op :

  • de Hebreeuwse canon,
  • parafraseringen en aanvullingen op de Tora,
  • standaarden en regels voor de gemeenschap,
  • regels voor oorlogsvoering,
  • canonieke psalmen,
  • hymnes en preken.

 

De meeste teksten zijn in het Hebreeuws en Aramees geschreven, maar enkele zijn in het Grieks geschreven. De Dode Zeerollen lijken de bibliotheek van een Joodse sekte te zijn geweest. De meeste mensen vermoeden dat dit de Essenen waren. Dichtbij de grotten bevinden zich de oude ruïnes van Qumran, een dorp dat in het begin van de jaren ’50 werd uitgegraven en een verband lijkt te leggen tussen de Essenen en de rollen.

De Essenen waren Joodse kopieerders die volgens strikte regels leefden. Zij hadden waarschijnlijk een Messiaanse en apocalyptische levensbeschouwing. Waarschijnlijk werd de bibliotheek in de grotten verstopt rond de tijd van de Eerste Joodse Opstand (66-70 na Christus), toen het Romeinse leger tegen de Joden oprukte.

Gebaseerd op verschillende dateringsmethoden, waaronder C14-datering, paleografie en analyses van de gebruikte schrijfmethoden, wordt geconcludeerd dat de Dode Zeerollen in de periode van ongeveer 200 voor Christus tot 68 na Christus werden geschreven. Veel cruciale Bijbelse manuscripten (zoals Psalm 22, Jesaja 53 en Jesaja 61) dateren op zijn laatst uit 100 voor Christus.

Daarom hebben de Dode Zeerollen een revolutie teweeg gebracht in de tekstkritiek van het Oude Testament. Het is fenomenaal te noemen dat de gevonden Bijbelse teksten bijna volledig overeenkomen met de Masoretische tekst en diverse andere hedendaagse vertalingen van het Oude Testament.

 

 

dodezeerolIAA

 

 

 

Dramatisch bewijs voor de betrouwbaarheid van de Messiaanse profetieën

 

De Dode Zeerollen zijn de oudste verzameling Oudtestamentische manuscripten die ooit zijn gevonden. Ze dateren uit 100-200 voor Christus. Dit is belangrijk omdat we nu absoluut bewijs hebben dat de Messiaanse profetieën in het Oude Testament ongetwijfeld al bestonden – en in de huidige vorm bestonden – vóórdat Jezus deze aarde bewandelde.

Het mag duidelijk zijn dat de betrouwbaarheid van de Schrift en de tekstkritiek hiermee een gigantische stap voorwaarts hebben gezet. Onderzoek het maar eens voor jezelf. Er bestaat geen twijfel dat Jezus Christus de Messias was waarop de Joden al zo lang gewacht hadden.

 

 

Gevonden boekrolkruiken

Gevonden boekrolkruiken

 

 

 

Het boek Jesaja

 

Meer dan 200 fragmenten van de Dode Zeerollen worden bewaard in de Schrijn van het Boek, een museum in Jeruzalem. Het is opmerkelijk dat de grote Jesaja-rol de enige volledig intacte rol is die in deze schrijn wordt tentoongesteld. Deze rol bevat het volledige boek van Jesaja zoals we dat vandaag de dag in onze Bijbels hebben; alle 66 hoofdstukken.

Een aantal wetenschappers, met verschillende godsdienstige achtergronden en uit verschillende professionele disciplines, heeft deze belangrijke vondst geanalyseerd. De grote Jesaja-rol werd in 1947 in grot-1 ontdekt. De rol werd in 1948 geïdentificeerd als het Bijbelse boek Jesaja en werd indertijd door de Syrische Orthodoxe Kerk aangekocht.

Israël kocht de grote Jesaja-rol in 1954 terug om hem te bestuderen en als nationale schat te behouden. De rol wordt sinds 1965 als kroonstuk van de verzameling in het Schrijn van het Boek museum tentoongesteld. Een tweede gedeeltelijke Jesaja-rol  werd ook in 1947 in Grot 1 ontdekt. Sindsdien zijn er in andere grotten rondom Qumran ongeveer 17 andere fragmenten van Jesaja’s schriftteksten ontdekt.

Delen van de grote Jesaja-rol  zijn al minstens vier keer onderzocht met behulp van C14-datering, waaronder een studie aan de Universiteit van Arizona in 1995 en een studie aan ETH-Zürich in 1990-91. De vier studies hebben gekalibreerde databereiken opgeleverd tussen 335-324 voor Christus en 202-107 voor Christus.

Er zijn ook talrijke studies uitgevoerd naar de paleografie en de gebruikte schrijfmethoden van de documenten. Deze analyses plaatsen de rollen ergens tussen 150-100 voor Christus. Zie :

  • Price, Secrets of the Dead Sea Scrolls, oftewel Geheimen van de Dode Zee-rollen, 1996;
  • Eisenman & Wise, The Dead Sea Scrolls Uncovered, oftewel De Dode Zee-rollen geopenbaard, 1994;
  • Golb, Who Wrote the Dead Sea Scrolls?, oftewel Wie schreef de Dode Zee-rollen?, 1995;
  • Wise, Abegg & Cook, The Dead Sea Scrolls, A New Translation, oftewel De Dode Zee-rollen, Een nieuwe vertaling, 1999

 

 

 

Jesaja 53

 

De Dode Zeerollen hebben fenomenaal bewijs geleverd voor de geloofwaardigheid van de schriftteksten. De bijna volledig intacte grote Jesaja-rol is bijna identiek aan de meest recente versies van de Masoretische tekst uit de 10e eeuw. Schriftgeleerden hebben een handvol spel- en kopieerfouten ontdekt, maar geen belangrijke verschillen.

In het licht van Jesaja’s rijke Messiaanse profetieën vonden wij het de moeite waard om hier een gedeelte van de Nederlandse vertaling van de Hebreeuwse tekst uit de grote Jesaja-rol te tonen. De volgende tekst komt overeen met Jesaja 53 in het tegenwoordige Oude Testament. Onthoudt dat de leeftijd van deze tekst is vastgesteld op 100 tot 335 jaar vóór de geboorte van Jezus Christus!

 

 

Vertaling van de feitelijke grote Jesaja-rol (Jesaja 53), beginnend met regel 5 van kolom 44

 

5. Wie heeft onze prediking gehoord en de arm van YHWH, aan wie is deze geopenbaard?  En hij zal als een rijsje voor zijn aangezicht opschieten en als een wortel uit dorre aarde is er geen gedaante noch heerlijkheid [+aan hem+] en wanneer hij aangezien wordt en er is geen gestalte dat wij hem zouden begeerd hebben.

Hij is veracht en de onwaardigste onder de mensen, een man van smarten en bekend met krankheid
en als het ware verborgen we ons aangezicht voor hem hij was veracht en wij achtten hem niet. Waarlijk heeft hij onze krankheden op zich genomen en hij heeft onze smarten gedragen en we achten hem geslagen en geplaagd door God en verdrukt, en hij is om onze overtredingen verwond, en verbrijzeld om onze ongerechtigheden, de correctie van onze vrede was op hem en door zijn wonden heeft hij ons genezen.

Wij allen dwaalden als schapen, ieder van ons is naar zijn eigen weg gekeerd en YHWH heeft de ongerechtigheid van ons allen op hem doen leggen. Als dezelfde geëist werd, toen werd hij verdrukt maar hij deed zijn mond niet open, hij werd als een lam ter slachting geleid en zoals een ooi stom is gemaakt voor het aangezicht van haar scheerders deed hij zijn mond niet open.

Uit den angst en uit het gericht werd hij weggenomen en zijn leeftijd, wie zal deze uitspreken, want hij is afgesneden uit het land der levenden. Want om de overtreding van zijn volk werd hij verwond.
En zij gaven goddelozen om zijn graf te zijn en  rijken in zijn dood, hoewel hij geen geweld had aangedaan noch bedrog in zijn mond. En YHWH was behaagd om hem te verbrijzelen en Hij heeft hem gekrenkt.

Als u zijn ziel als een schuldoffer zal aanwijzen zal hij zijn zaad zien en zal hij zijn dagen vermeerderen en het welbehagen van YHWH zal voortgaan in zijn hand. Hij zal door het werk van zijn ziel  zien en hij zal verzadigd worden en door zijn kennis zal hij rechtvaardigen, zelf mijn rechtvaardige knecht voor velen en hun onrechtmatigheden zal hij dragen.

Daarom zal ik hem een aandeel geven van de groten, en met de sterken zal hij de roof delen omdat hij tot de dood zijn ziel heeft blootgelegd en met de overtreders is geteld geweest en hij, de zonden van velen, hij droeg, en voor hun overtredingen heeft gesmeekt.

 

 

De profeet Jesaja

De profeet Jesaja

 

 

 

De vergelijking met onze huidige Bijbelse tekst

 

De Dode Zeerollen zijn een krachtig hulpmiddel om critici van de Bijbelse teksten te kunnen beantwoorden. Hoewel de eerste rollen al in 1947 werden ontdekt, werd een groot gedeelte van het onderzoek van de vertalingen pas recentelijk aan het grote publiek bekend gemaakt.

Hierbeneden vind je Jesaja 53 uit de Statenvertaling van de Bijbel, vertaald uit de Masoretische tekst van de Hebreeuwse Schrift. Vergelijk dit eens met het gedeelte van de grote Jesaja-rol zoals hierboven vermeld. Het is werkelijk indrukwekkend.

 

 

Jesaja 53 in de Statenvertaling van de Heilige Bijbel

 

Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des Heren geopenbaard? Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.

Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.

Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de Here heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.

Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding mijns volks is de plage op Hem geweest.

En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is. Doch het behaagde den Here Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des Heren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.

Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.

 

 

13.07.08.Artikel.Dode-_Zeerollen-MAIN-rollen

 

 

 

 Een opmerkelijke tijd in de geschiedenis

 

De Dode Zeerollen lagen ongeveer 2000 jaar verborgen in een perfecte, droge omgeving. In 1947 vond een Bedoeïense herder door stom toeval de belangrijkste archeologische vondst in de geschiedenis. Een jaar later keerde het Joodse volk voor het eerst sinds 70 na Christus als een formele natie terug naar zijn thuisland.

Terwijl de ontvouwing van profetische gebeurtenissen in het Midden-Oosten zich lijkt te versnellen, kunnen we de oude Messiaanse profetieën lezen met een absolute zekerheid die nu ook verifieerbaar is. We hebben nu het grootste vertrouwen dat het Oude Testament (de Joodse Tanak) dat we vandaag de dag lezen hetzelfde is als de versie die zo’n 100 tot 200 jaar voor Christus bestond.

Dit betekent dat de meer dan 300 Oudtestamentische profetieën over de komende Messias al bestonden voordat Jezus Christus werd geboren. Het is aan ieder van ons individueel om te beslissen wat we met deze werkelijkheid gaan doen.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

Wat zijn Apocriefen?

Standaard

categorie : religie

.

.

APOCRIEFEN

 

Zowel in het jodendom als in het vroege christendom zijn heel wat meer geschriften ontstaan dan in de Bijbel zijn opgenomen. Daarin werden slechts die boeken opgenomen die voor joden en christenen beslissend gezag hadden inzake geloof en moreel handelen, geschriften die echt als woord van God erkend werden en op grond daarvan in de joodse of christelijke gemeenschap gelezen werden in de liturgische diensten. Men ging daarbij niet lichtvaardig te werk; getuige daarvan de strenge selectie die werd doorgevoerd en de soms langdurige aarzelingen en betwistingen over sommige boeken (Ezechiël en Prediker bij de rabbijnen; Hebreeën en Apokalyps in sommige kerken).

De geschriften die in de Bijbel zijn opgenomen, noemt men canonische geschriften, omdat zij behoren tot de canon ( = lijst, regel, norm) van heilige boeken die voor de gelovige jood of christen gezaghebbend en normerend zijn inzake geloof en moreel handelen.

 

De boeken die verwantschap vertonen met de Bijbelse geschriften, ongeveer in dezelfde tijd ontstaan zijn, en hier en daar als heilige boeken beschouwd werden, noemt men aprocriefen (van een Grieks woord dat ‘verborgen’ betekent).

 

 

 

 

Vaak circuleerden deze geschriften in marginale groepen die in onmin leefden met de grote kerkgemeenschap, en er min of meer afwijkende meningen op na hielden die ze met behulp van hun geschriften probeerden te ondersteunen. Vooral in de twee eeuwen voor en na onze tijdrekening zijn er talrijke apocriefen ontstaan, zowel bij de joden als bij de christenen. Zo spreekt men van de apocriefen van het Oude Testament en de apocriefen van het Nieuwe Testament.

Wat de eerste groep betreft, werd reeds gewezen op het feit dat de protestantse christenen een aantal boeken die in de katholieke Bijbels staan, apocriefen noemen; de boeken die de katholieken apocriefen noemen, noemen zij pseudepigrafen.

Enkele bekende voorbeelden van de talrijke oudtestamentische apocriefen zijn het Henochboek, de Testamenten van de twaalf patriarchen en het Vierde boek Ezra. Bij de apocriefen van het Nieuwe Testament zijn vooral bekend: het evangelie van Thomas (een honderdtal losse gezegden van Jezus), het prota-evangelie van Jakobus (over de kinderjaren van Maria en Jezus), en de Handelingen van Paulus.

De apocriefen worden – ten onrechte – toegeschreven aan bekende Bijbelse figuren. De informatie die in die boeken gegeven wordt, is legendarisch en historisch onbetrouwbaar, maar de apocriefen bevatten interessante gegevens over de opvattingen en de mentaliteit van de joodse en christelijke groepen waarin ze ontstaan zijn.

Ondanks het feit dat veel gelovigen tegenwoordig weinig vertrouwen stellen in de apocriefen, zijn deze omstreden geschriften in het algemeen moreel van aard en geven zij inzicht in bepaalde aspecten van de geschiedenis, de gebruiken en de religieuze ontwikkeling van de Joden tijdens deze periode tussen het Oude en het Nieuwe Testament. De volgende veertien geschriften, die nu kort worden samengevat, vormen samen de zogenaamde apocriefen. Hoewel de meeste tussen 300 voor Christus en 100 na Christus zijn ontstaan, verwijzen diverse van deze boeken naar eerdere tijden en gaan zij uit van verschillende historische contexten.

 

 

 

De 14 apocriefen

 

1 ESDRAS, de Griekse naam voor Ezra, is een historisch verslag over de periode van het einde van de ballingschap tot de voltooiing van de tempel. Het is een compilatie die delen van Ezra, Nehemia en de Kronieken bijna dupliceert. Een toegevoegd verhaal probeert uit te leggen waarom Zerubabbel een leidende rol had in de wederopbouw van de tempel. Volgens het verhaal beargumenteerde Zerubabbel met succes in een debat met twee andere wachters van koning Darius dat vrouwen en waarheid sterker zijn dan koningen en wijn.

 

 

 

 

2 ESDRAS, van Latijnse oorsprong uit de eerste drie eeuwen na Christus, beoogt een reeks apocalyptische visioenen over de toekomst van de wereld te verslaan. In dat opzicht is het vergelijkbaar met de apocalyptische visioenen van de toonaangevende profeten, vooral die van Daniël. Een groot gedeelte van het boek bespreekt een aantal van de moeilijke kwesties die in het boek Job worden behandeld: hoe kan God toestaan dat Zijn mensen lijden? Waarom zou God ervoor kiezen om volken die slechter zijn dan Israël te gebruiken om Israël te straffen? Waarom een rechtschapen leven leiden als de boosaardigen er beter vanaf lijken te komen? Hoe lang zal het duren voordat de rechtschapen mensen eindelijk hun beloning zullen ontvangen? Hoe zullen de goddelozen worden gestraft? En ook al worden er net als in het boek Job enkele antwoorden gegeven, toch is de primaire respons dat er nu eenmaal veel is dat de mens nog niet kan bevatten.

 

 

 

 

HET BOEK TOBIT is een fictief religieus verhaal over een vrome Jood, Tobit genaamd, en zijn zoon Tobias. Het verhaal concentreert zich vooral op de reis van Tobias van Ninevé naar de stad Ecbatana om geld op te halen dat zijn vader daar in bewaring had gegeven. Op zijn reis ontmoet Tobias een verre verwante, Sarah genaamd, met wie hij trouwt. Sarah had al zeven echtgenoten overleefd; zij stierven steeds tijdens de huwelijksnacht. Een centrale figuur in het verhaal introduceert elementen van Perzisch mysticisme en demonisme. Deze hoofdrolspeler beweert de aartsengel Rafaël te zijn, die zich vermomd heeft als Tobias’ gids. De morele boodschap in het verhaal is het aanmoedigen van onzelfzuchtigheid en liefdadigheid, vooral zoals deze te zien zijn in het leven van Tobit en de principes die hij zijn zoon heeft meegegeven.

 

 

 

 

HET BOEK JUDITH is een ander religieus fictief werk, over een mooie Joodse vrouw, Judith genaamd, die haar stad en zelfs het hele volk van Israël redt door een Assyrische generaal om de tuin te leiden en zijn hoofd af te hakken. De generaal Holofernes wordt verondersteld een legeraanvoerder te zijn van Nebukadnezar, de koning over de Assyriërs in Ninevé. Die historische fout bevestigt de fictieve aard van het verhaal en richt de aandacht van de lezer nadrukkelijker op het duidelijke doel van het boek: het bevorderen van een strikte navolging van de Joodse wetten, vooral de ceremoniële wetten en de voedingswetten. Het verhaal kan zijn voortgebracht door de Joodse Farizeeërs, die in latere verhalen nog uitgebreider zullen worden besproken.

 

 

 

 

TOEVOEGINGEN OP HET BOEK ESTHER zijn aanvullingen op het canonieke verslag over Esther. Deze supplementen vinden we verspreid over de Griekse vertalingen van het boek. Omdat er in het boek Esther geen rechtstreekse verwijzingen bestaan naar God of de Joodse godsdienst, is het mogelijk dat de vertalers besloten om de diverse aanvullingen op het boek toe te voegen om zo de religieuze invloed ervan te vergroten. Onder de aanvullingen vinden we, zo wordt beweerd, de inhoud van het decreet van koning Artaxerxes om de Joden af te slachten, een vermeend verslag over Esthers gebed tot God voordat zij de koning ongenodigd zou benaderen, de veronderstelde inhoud van de brief die de Joden toestond om zichzelf te verdedigen en tenslotte een epiloog waarin Mordechai laat zien hoe zijn droom in alle voorgaande gebeurtenissen bewaarheid werd.

 

 

 

 

DE WIJSHEID VAN SALOMO, of Boek der Wijsheid, is een gedicht dat stilistisch vergelijkbaar is met het boek Prediker en is karakteristiek voor de literatuur in de wijsheidsbeweging van Salomo. Daarom wordt het boek soms met Salomo’s naam aangeduid, ook al is het kennelijk pas rond 50-40 voor Christus geschreven. Het gedicht spreekt op prachtige wijze over Gods alwetendheid, de aard van de dood, de geborgenheid van de rechtschapenen, de superioriteit van deugdzaamheid en de vernietiging van de goddelozen. En op een manier die doet denken aan de profeten, voert de schrijver een scherpe aanval uit op afgoderij en heidense perversies. Het boek wordt afgesloten met een overzicht van Gods omgang met Israël en Zijn altijddurende zorg voor Zijn volk, zelfs wanneer zij ontrouw zijn.

 

 

 

 

DE WIJSHEID VAN JEZUS SIRACH is het langste boek van de apocriefen en is vergelijkbaar met het boek Spreuken wat betreft inhoud en stijl. Het werd oorspronkelijk rond 180 voor Christus in Jeruzalem in het Hebreeuws geschreven en zo’n vijftig jaar later in de stad Alexandrië in het Grieks vertaald. Het laatste gedeelte van het boek bevat een overzicht van alle grote mannen in de Joodse geschiedenis, eindigend met Simon de hogepriester, die in 199 voor Christus overlijdt. Een proloog geeft aan dat de schrijver een man met de naam Jezus of Jozua is (wiens vaders naam Sirach is) en dat zijn gedachten voortkomen uit een jarenlange bestudering van de wet, de profeten en andere oudtestamentische wijsheidsliteratuur. Het is niet verbazingwekkend dat dit boek, dat ook wel Ecclesiasticus wordt genoemd, begint met de woorden: “Alle wijsheid komt van de Heer en is bij hem tot in eeuwigheid.”

Net als het boek Spreuken vindt Ecclesiasticus wijsheid in de vrees voor de Heer, maar ook in zelfbeheersing, vooral spraakbeheersing. Liefdadigheid en nederigheid worden aangemoedigd en het boek bevat waarschuwingen tegen ongepaste begeerten en overmatig wijngebruik. De kortheid van het leven en de bestraffing van de goddelozen worden als motivaties voor een correcte leefstijl gezien. Slechte vrouwen en klagende vrouwen worden net als overspelige mannen heel scherp als boosaardig bestempeld.

In tegenstelling tot andere wijsheidsliteratuur in de canonieke Schrift bevat Ecclesiasticus ook werelds advies voor gepaste etiquette aan de eettafel en primaire gezondheidsgewoontes. Verschillende beroepen worden geprezen, van artsen tot gewone handelslieden, waarvan wordt gezegd: “…wat voor altijd geschapen is, krijgt door hen zijn plaats…” en “…ze hebben alleen de behoefte hun ambacht uit te oefenen”. Alles in aanmerking genomen behandelt Ecclesiasticus een breed scala aan wijze gezegden die een weerspiegeling zijn van de wijsheidsliteratuur die al eerder gepresenteerd werd.

 

 

 

 

HET BOEK BARUCH wordt verondersteld geschreven te zijn door de kopieerder van Jeremia. Het werd volgens het boek zelf meegezonden met een ingezameld geldbedrag om de aanbidding in de tempel in 582 te steunen. Maar aangezien de tempel in die tijd een ruïne was, bestaan er twijfels over de geschiedkundige nauwkeurigheid van het geschrift. Het lijkt erop dat het document ergens aan het einde van de eerste eeuw tot ontstaan kwam, toen Jeruzalem en de herbouwde tempel opnieuw werden bedreigd. In dit boek vinden we een bekentenis van nationale zonden, een smeekbede voor genade, een vraag om wijsheid en bemoedigende woorden voor een onderdrukt volk. Deze worden gevolgd door de “Brief van Jeremia”, waarvan beweerd wordt dat hij door de grote wenende profeet zelf geschreven is aan de gevangenen in Babylon en waarin hij waarschuwt tegen betrokkenheid bij afgoderij. Deze brief is een van de krachtigste en meest wijze aanvallen tegen afgoderij die ooit zijn geschreven.

 

 

 

 

HET VERHAAL VAN SUSANNA is een kort verhaal over een deugdzame vrouw die Susanna genoemd wordt en valselijk van ontrouw wordt beschuldigd door twee boosaardige Joodse volksoudsten, wanneer zij hun seksuele avances afwijst. Wanneer zij wordt weggevoerd om geëxecuteerd te worden, na een rechtszaak waarin haar aanklagers een vals getuigenis afleggen, dringt Daniël (verondersteld wordt dat het Daniël uit het Oude Testament is) erop aan dat de twee oudsten afzonderlijk worden ondervraagd. Deze zet leidt tot getuigenissen die met elkaar in strijd zijn en waarmee Susanna’s onschuld bewezen wordt.

Het verhaal is misschien niets meer dan een hypothetisch geval dat geschreven is om aan te zetten tot hervormingen in de manier waarop bewijslast wordt vergaard in rechtszaken over misdaden waarop de doodstraf staat. Hoewel de wet vereist dat er twee getuigen nodig zijn om iemand schuldig te kunnen verklaren, is het toch mogelijk dat deze twee getuigen samenzweren waardoor een onschuldig mens ter dood zou kunnen worden veroordeeld. Deze nieuwe procedure zou dan kunnen helpen om een dergelijke samenzwering te ontmaskeren en juist de doodstraf op te leggen aan de samenzweerders.

 

 

 

 

HET LIED VAN DE DRIE JONGE MANNEN is een geschrift uit de periode 170-150 voor Christus, bedoeld om geïntegreerd te worden met het boek Daniël (na vers 3:23). Het boek beweert een verslag te zijn over het wonder waarmee Sadrach, Mesach en Abednego gered werden toen zij in de brandende oven werden geworpen, samen met een gebed van Azarja (Abednego), dat feitelijk een bekentenis van Israëls zonden en een smeekbede voor de redding van het volk is. Het bevat verder een loflied op de God die de drie mannen uit het dodelijke vuur heeft gered.

 

 

 

 

BEL EN DE DRAAK is het derde verhaal dat aan het boek Daniël is toegevoegd en is een aanval op afgoderij, vooral de verering van slangen, of “draken”, zoals zo vaak gebeurde rond 100 voor Christus toen dit boek geschreven werd. Het verhaal plaatst Daniël in een dispuut met koning Kores over de vraag of de Babylonische god Bel het voedsel dat aan hem wordt geofferd al dan niet opeet. Door middel van eenvoudige vindingrijkheid weet Daniël aan te tonen dat het voedsel door de priesters van Bel wordt opgegeten. Daniël veroorzaakt vervolgens de dood van een aanbeden slang, waardoor de Babylonische aanbidders zó boos worden dat zij Daniël in een leeuwenkuil gooien. In dit fictieve verhaal over de leeuwenkuil wordt Daniël eten gebracht door de profeet Habakuk, waarvan beweerd wordt dat hij voor deze gelegenheid op wonderbaarlijke wijze van Judea naar Babylon werd overgebracht.

 

 

 

 

HET GEBED VAN MANASSE is een kort, maar uitstekend voorbeeld van een vroom en berouwvol gebed, misschien van Farizese oorsprong.

 

 

 

 

1 MAKKABEEEN verhaalt de geschiedenis van het Joodse volk in Judea in de periode 175-132 voor Christus. Het bevat er een groot aantal details over die in latere geschriften slechts summier zullen worden aangestipt. De strijd tussen de belangrijkste koningen van deze periode – de Seleuciden in Syrië en de Ptolemaeën in Egypte – wordt afgeschilderd. De Joden bevinden zich midden tussen de strijdende grootmachten. Er wordt verwezen naar een latere Romeinse macht, maar in deze periode bestaat er nog geen directe Romeinse heerschappij waar Judea door beïnvloed zou zijn. Het begin van dit historische verslag gaat voornamelijk over de Seleucidische koning Antiochus Epiphanes, die een grote vervolging begint van de Joden en hun godsdienst. Er zijn Joden die liever sterven dan toezien dat de wet onderdrukt wordt en zij reageren op een militante wijze. Meerdere decennia lang worden deze Joden in de ene na de andere strijd aangevoerd door een man met de naam Mattatias en drie van zijn zonen.

De eerste zoon die deze taak van zijn vader overneemt is Judas, die Makkabeüs wordt genoemd. Het historische verslag is naar deze man vernoemd. Judas Makkabeüs wordt opgevolgd door zijn twee broers Jonatan en Simon, en later door Simons zoon Hyrkanus. De militaire strijd van de Joden tegen de Syriërs, Grieken, Egyptenaren, Edomieten en een aantal plaatselijke vijanden, doet denken aan de oorlogen van koning David. Maar de bijna onophoudelijke gevechten geven Judea en de Joden uiteindelijk een korte periode van vrede, te midden van door conflicten gekenmerkte eeuwen. Jonatan en Simon worden aangesteld als hogepriesters en gouverneurs, wat duidt op een evolutie in de traditionele rollen van het Joodse leiderschap. Het eerste boek der Makkabeeën is de belangrijkste en meest betrouwbare bron van de geschiedenis van de Joden in deze periode.

 

 

 

 

2 MAKKABEEEN wordt verondersteld de periode te beschrijven van 175-160 voor Christus, maar het is minder historisch dan vaderlandslievend. Het boek beweert een leesbare samenvatting te zijn van een veel gedetailleerder werk in vijf delen, geschreven door Jason van Cyrene. Het meest in het oog springend zijn de gedetailleerde verslagen over gewelddadige wreedheden die Antiochus Epiphanes tegen de Joden zou hebben begaan.

Met behulp van deze geschriften en de historische verslagen van andere volken in de volgende vier eeuwen is het mogelijk om in grote lijnen vast te stellen hoe het Joodse volk zich verder ontwikkelt, als natie en als een uiteengeslagen volk.