Tagarchief: vrouw

De geschiedenis van de kledij deel 4 : 1900-1940

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

Kleding 1900 – 1909: Jugendstil

 

De Jugendstil was een reactie op het eclecticisme van de 19de eeuw. Deze stijl met vloeiende lijnen en gestileerde bloemen werd na 1900 toegepast op meubels, vazen, sieraden, stoffen en affiches. Iets dergelijks zien we in de ontwikkeling van het kostuum. Na een eeuw van kostuums met een fraaie buitenkant over een ongemakkelijke binnenkant zou de vrouwenkleding in de 20ste eeuw steeds meer rekening gaan houden met het comfort en de persoonlijkheid van de draagster. Een begin hiervan werd gemaakt met de reformkleding

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was een weerspiegeling van de luxueuze levensstijl in het begin van deze eeuw. De reformjapon werd spottend ‘hobbezakjurk’ genoemd , want hij was recht van snit en werd vaak zonder korset gedragen. De enige garnering was opgestikt band in slingermotieven. Een groot contrast hiermee vormden de luxueuze namiddagjaponnen in pasteltinten met veel kant en elegante tailleurs in de S-lijn. Deze lijn werd verkregen door het gezondheidskorset of droit- devant. Het was even weinig gezond als de vroegere korsetten; het maakte de buik plat, achterwerk en boezem staken uit.

 

De mantel: vooral driekwartmantels met ruime mouwen.
De onderkleding: hemd en onderbroek of combination, droit- devant korset. Voor jonge meisjes het zg. schoolkorset.
Het haar: opgestoken haar, bol rondom het hoofd.
De hoed: platte hoed met veel kunstbloemen. Ook kinderen droegen buitenshuis altijd iets op het hoofd, jongens een pet, meisjes een hoed.
De accessoires: paraplu, handschoenen, kam van schildpad, kragen en shawls van bont, waaiers van veren boord.
De schoenen: elegante instapschoenen met strikjes. Knooplaarsjes onder voetvrije sportsokken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man had als kleine verandering dat het costume-veston, het gewone pak voor overdag, wat meer zakken met zakkleppen vertoonde.

De mantel: de rechte overjas was iets korter dan vroeger en werd vaker gedragen dan de pardessus. Warme bontjassen voor autorijdende mannen.
De sportkleding: steeds meer speciale kleding voor bepaalde sporten. Bijvoorbeeld: voor tennis een lange lichte flannel broek in een streepdessin, gedragen met wit hemd met slappe boord en witte pet met grote klep. Roeien, hardlopen en voetballen werd gedaan in kniebroek en flanellen hemd.
Accessoires bij het sportieve pak waren strohoed en felgekleurde wollen das.
Het haar: tamelijk kort. Opvallend grote snorren.
De hoed: voor overdag vooral de bolhoed en de Homburghoed.
De schoenen: voor ’s zomers tweekleurige molières (bruin met wit of zwart met wit). Minder knooplaarzen, meer veterschoenen.

 

 

 

 

 

Kleding 1909 – 1914: Poiret

 

De opvoering van Rimski-Korssakovs Sheherazade door het Russische ballet in Parijs, heeft een onmiskenbare invloed gehad op de mode na 1910. De door Leon Bakst ontworpen exotische, fel gekleurde kostuums vormden voor Paul Poiret een nieuwe inspiratiebron. Zijn ontwerpen zoals tunieken en kimono’s gaven blijk van oosterse invloeden en hij creëerde een nieuw silhouet: slank en soepel.

 

 

 

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw kreeg een volledig ander silhouet: van boven breed, naar onder toe smal uitlopend. Het lichaam werd niet langer in de taille ingesnoerd. Japonnen hadden een hoge taille, een ‘strompelrok’ en dikwijls een tunica (lampekapsilhouet).

De mantel: minder mantels maar veel mantelkostuums met een tamelijk lang jasje en een zeer nauwe rok, vaak voorzien van splitten. Zeer modieus: het kimonojasje dikwijls afgezet met bont of struisveren.
De sportkleding: voor het eerst badkostuums uit één stuk, met pijpen tot de knieën, gemaakt van wollen tricot en gedragen met zwarte kousen en badschoentjes.
Het haar: losjes opgestoken, soms gekrulde pony.
De hoed: aanvankelijk erg groot met veel garnering. Poiret bracht ook kleine tulbandkapjes met aigrettes.
De accessoires: ceintuurs, hoedenspelden, Jugendstil sieraden van vensteremail. De eerste lippenrouge uit een potje. Poiret creëerde een eigen parfum.
De schoenen: nog veel knooplaarsjes, maar meer en meer laag uitgesneden schoentjes met halfhoge hakken (pumps).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man onderging slechts summiere veranderingen. Het kostuum bestond nog steeds uit jasje, broek en vest van dezelfde stof, een wit hemd met losse boord en een strikje of geknoopte das .
De mantel: voor op reis een lange, rechte jas; voor de stad een wat kortere, getailleerde jas.
De hoed: bolhoed, Homburghoed, hoge hoed en strohoed. Petten voor sportieve doeleinden en op reis.
De accessoires: dasspeld, horlogeketting, manchetknopen, wandelstok met ivoren of zilveren knop, handschoenen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    Kleding 1914 – 1919: Eerste Wereldoorlog

 

In deze periode was West-Europa in beroering door de Eerste Wereldoorlog. De afwezigheid van de mannen vereiste van de vrouwen zelfstandigheid. Dit had uiteraard invloed op de mode. We zien dan ook na 1914 dat de strompelrok werd vervangen door een meer praktische wijde, kortere rok.  Voor het eerst zien we Amerikaanse invloeden op de Europese cultuur, vooral uit de wereld van het amusement. De dixiland jazz  en de stomme film  werden snel populair.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was in enkele jaren volledig van silhouet veranderd. De japon had brede schouders, brede revers aan een kraag die opvallend hoog in de nek opstond, een wijde rok en een slanke taille. Omdat veel vrouwen in de rouw waren lag in de modetijdschriften de nadruk vooral op zwarte kleding, rouwsluiers enz.
Coco Chanel werkte tijdens de Eerste Wereldoorlog in een veldhospitaal in Deauville, Frankrijk.

De donkerblauwe wollen jakken en pullovers van de mariniers inspireerden haar. Ze versierde ze met stiksels en hier en daar een broche en flaneerde ermee op de Promenade de Deauville. Veel dames uit die tijd volgden haar voorbeeld en schaften de oorlogscrinolines af. Ook al omdat ze in de shawlkraagjasjes met ceintuur en wollen jakken gemakkelijker hun werk konden doen. Een nieuw type jasje met een shawlkraag en een ceintuur werd veel gedragen.

De mantel: wijd model met hoog opstaande kraag, soms gedragen met een ceintuur.
Het haar: losjes opgestoken haar door een permanent gekruld.
De hoed: hoge toque of grote platte hoed met lint.
De accessoires: grote paraplu, handschoenen, mof.
De schoenen: onder de kortere rokken veel knooplaarzen. Schoenen met hakken en vetersluiting.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man kreeg in deze oorlogsperiode nog minder de aandacht dan al tientallen jaren het geval was geweest. Het jasje van het meestal grijze, zwarte of gestreepte costume-veston kon zowel van één als twee rijen knopen zijn voorzien. De lange pantalon had pijpen met ingeperste plooien en met omslagen.

De hoed: deukhoed, bolhoed, strohoed en (geruite) pet. Voor het eerst zag men mannen zonder hoofddeksel buitenshuis.
De accessoires: zie vorige periode.
De schoenen: veterschoenen, soms tweekleurig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.  

Kleding 1919-1924 : de naoorlogse jaren

 

In tien jaar tijds was in het modebeeld niets meer te bespeuren van de wat decadente elegance van het begin van de twintigste eeuw. De vereenvoudiging die in de oorlog noodzaak was geweest, groeide nu uit tot een nieuwe stijl waarin de nadruk werd gelegd op bewegingsvrijheid.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was recht en sluik, met het accent op de heupen . De roklengte reikte aanvankelijk tot de enkel, na 1921 tot de kuit en werd na 1923 geleidelijk korter. De japon was meestal kraagloos met een V-hals, een ronde of een vierkante hals. Veelgedragen: het deux-pièces, dat bestond uit een rechte of geplooide rok met een lange blouse óver de rok.

 
De mantel: recht en lang. Meer mantelpakken, vaak gegarneerd met bont.
De avondjurk: rechte halflange japon, laag decolleté of alleen maar schouderbanden, de rok in ongelijke punten vallend.
Het haar: losjes opgestoken of strak weggekamd in een knotje op het hoofd .
De hoed: grote, platte hoed met garnering van bloemen of ver
De accessoires: kraag en mof van vossenbont , imitatiesieraden, bijvoorbeeld lange glazen of parelkettingen in combinatie met goudkleurige schakelkettingen, lange oorhangers.
De schoenen: laag uitgesneden pumps met spitse neuzen en banden over de wreef.

 

 

 

 

 

 

 

 

          Kleding 1924 – 1929: Charleston

 

De mode van de jaren twintig werd sterk beïnvloed door de kunst en de architectuur. De golvende lijnen van de Jugendstil waren onder invloed van het kubisme (Picasso, Mondriaan) vervangen door strakke, rechthoekige vormen.n De nieuwe stijl heette: art déco.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was recht en kort. In 1927 was de rok het kortst, en wel tot op de knie.

 

De mantel: eveneens kort, met een brede schouderlijn, een diepe shawlkraag en vaak gegarneerd met vos.
De avondjurk: in deze periode werden voor het eerst korte avondjurken gedragen. Meestal een recht hemdjurkje met schouderbanden, vaak van doorzichtige stof. Avondmantels waren van zijde met struisveren; typerend voor deze tijd: het smokingjasje gedragen over de avondjapon.
De sportkleding: wollen badpak zonder mouwen, met halve pijpen. De eerste speciale skibroeken, een lang of driekwart pofbroekmodel.
Het haar: omstreeks 1925 hebben alle jonge en zich jong voelende vrouwen hun haar afgeknipt. Voor het eerst werd een door de zon gebruinde huid mode.
De hoed: cloche (pothoed) of helmhoed. Bij zomerjaponnen grote doorzichtige hoeden.
De accessoires: zeer belangrijk vanwege de eenvoudige kleding.
Lange shawls, art déco broches en poederdozen in email. Broches en armbanden van schildpad en ivoor. Lange Chanel-kettingen, oorhangers, enveloppetas (afb. 3), sigarettenpijpje. Klein model paraplu met geometrische motieven. De schoenen: iets minder puntige bandschoenen.

Door de belangstelling voor uitheemse culturen kwam slangen- en krokodillenleer in de mode .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

De man

 

De kleding van de man begon voor het eerst sinds honderd jaar wat meer variatie te vertonen. Het colbertjasje was korter en getailleerd. Men droeg veel blazers met grijze broeken..

Het haar: midden- of zijscheiding; smalle snor.
De hoed: vilten deukhoed, geruite wollen of linnen pet.
De accessoires: leren broekriem met gesp, vlinderdasje, pochet, zegelring met monogram, sigarettenkoker en sigarettenpijpje.
De schoenen: molières met ronde neuzen, vaak tweekleurig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

      Kleding 1929 – 1940: De jaren dertig

 

De ineenstorting van Wall Street (1929) en de economische noodsituatie waarin daarmee ook West-Europa kwam te verkeren, maakte een einde aan de ‘gay twenties’. Sterren werden geïdealiseerd en geïmiteerd. Kenmerkend voor de mode was dat de natuurlijke lichaamsvormen werden geaccentueerd en niet veranderd, zoals de modegeschiedenis tot dusver liet zien.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw had een slank silhouet verkregen. De schouders waren enigszins verbreed.
Omstreeks 1939 japonnen met draperieën over boezem en heupen. Het driedelige  Chanelpak was nu vaker van tweed  dan van jersey en afgebiesd met tress.

De mantel: lang en smal, met een brede, schuine overslag. 
De
avondjurk:
altijd langer dan de japon voor overdag.
De sportieve kleding: voor het eerst een tweedelig badpak.

Het haar: golven en krullen, halflang haar, ook opgestoken of gepermanent. Veel platinablond haar, weggeschoren wenkbrauwen en grote rood gestifte mond.
De hoed: klein, schuin op het hoofd geplaatst hoedje. Veel baretten. Herenhoed à la Garbo.
De accessoires: lange shawl, grote broches en oorknoppen, sieraden van email, ivoor en bakeliet. Met het zonnebaden kwam de zonnebril in de mode.
De schoenen: minder bandschoenen, meer pumps met dunne hakken. Slangenleer, krokodillenleer en suède Schoenen met open hiel en teen .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

De man

 

De kleding van de man was breed in de schouders en smal in de heupen. Het geklede pak met vest had een getailleerd jasje, sportieve colberts waren rechter van model.

De mantel: rechte wollen jas of demi (dunnere stof); gabardine regenjas met ceintuur.
Het haar: kort haar zonder scheiding of met een zijscheiding, glad gekamd met brillantine.
De hoed: deukhoed, pet.
De accessoires: dasspeld, handschoenen, sigarettenkoker, broekriem, polshorloge.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Liber Divinorum Operum : visioen 5

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

Hildegard

 

.

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

.

Liber Divinorum Operum 5

 

 

Het vijfde visioen sluit aan bij de Apocalyps, die daarin nadrukkelijk wordt geciteerd. De beschrijving van het voornaamste beeld in dit visioen verschilt nogal van die in de andere.

“Ik zag de aardse kring onderverdeeld in vijf zones: de eerste in het oosten, de tweede in het westen, de derde en vierde in het zuiden en het noorden, de vijfde in het midden.”

Elk van deze zones ziet eruit als een gespannen boog.

Een van de zones, de oostelijke, straalt helderheid uit, terwijl de westelijke zone gedeeltelijk in duisternis is gehuld. De zuidelijke zone is onderverdeeld in drie sectoren.

“In twee daarvan vinden kastijdingen plaats, in de middelste is dat niet het geval, maar daar zijn afschuwelijke monsters te zien die hem iets schrikwekkends geven. In oostelijke richting zag ik op zekere hoogte boven de boog van de aarde een rode bol, omgeven door een hemelsblauwe kring. Uit de linker- en rechterkant van deze bol kwamen twee vleugels te voorschijn die zich opwaarts hieven, om zich vervolgens te buigen en tegenover elkaar te bevinden; ze verlengden zich tot halverwege de omtrek van de aarde die ze omringden. Vanuit de bol liep tot halverwege de vleugels een weg waarboven een schitterende ster straalde.”

Uit de uitleg die volgt maken we op dat het om de in vijf zones onderverdeelde aardbol gaat. Het geheel vormt overigens een mensengestalte.

“De aarde stelt de mens voor. De mens wordt, door de vijf zinnen die hem in staat stellen in al zijn behoeften te voorzien, tot zijn zieleheil geleid.”

Vervolgens baseert Hildegard zich op citaten uit de Apocalyps, om de verschillende tijdperken ter sprake te brengen. Er was een tijdperk van Adam, van de zondvloed en van het wachten op de komst van Christus.

Ten slotte verschijnt in de figuur van het zwarte paard de tijd die volgde op het lijden en sterven van Christus.

Daarna volgt het groenachtige paard:

“dat duidt op de tijd waarin alles wat beantwoordt aan de wet en de volheid van Gods gerechtigheid, in een soort uitzonderlijke bleekheid niet zal tellen. In die tijd zullen er overal op aarde degengevechten plaatsvinden, de vruchten der aarde zullen verdwijnen, de mensen zullen een plotselinge dood sterven, de dieren zullen hen dodelijke beten toebrengen. De oude slang verheugt zich in alle kastijdingen die de ziel en het lichaam van de mens zullen treffen; de slang zelf heeft de hemelse glorie verloren en zou willen dat ook de mens die niet bereikt. De slang verheugt zich en roept uit: “Schande aan hem die de mens geschapen heeft; de man geeft zijn eigen gedaante op, hij wijst de natuurlijke liefde, de liefde voor de vrouw, af.”

De duivelse verleiding zal dan ook misdadigers en verleiders, haat en de misdaad van de duivel, schurken en dieven voortbrengen. Maar in de ‘gelijkgeslachtelijkheid’ zal de zonde het onzuiverst en de wortel van alle ondeugden zijn. Als deze zonden bij alle volkeren in aantal zullen zijn toegenomen, zal de instelling van Gods wet verdeeld raken en zal de Kerk als een weduwe worden getroffen. De prinsen, edelen en rijken zullen door hun onderdanen worden verdreven, zij zullen van stad tot stad vluchten, de adel zal worden opgeheven en de rijken zullen arm worden. Zeker, de oude slang en de andere nietswaardige geesten hebben de schoonheid van hun uiterlijke verschijningsvorm verloren, maar de verheffing van hun verstand hebben zij niet opgegeven.”

Hildegard besluit deze opsomming overigens door nogmaals aan de Apocalyps te herinneren.

“Toen de tijd van de rode dageraad aanbrak, dat wil zeggen: de tijd van de volle gerechtigheid dank zij mijn Zoon, zei de oude slang, verbijsterd en versteld, dat ze volkomen door een vrouw, de Maagd, was misleid. Haar razernij richtte zich dan ook op haar. Maar de vrouw bevrijdde zich met behulp van de aarde, want mijn Zoon ontving van haar de kleren van de mens, mijn Zoon, die met de grootste smaad en het ergste lijden werd overladen om de slang tot zwijgen te brengen.”

Gerechtigheid en barmhartigheid zijn als het ware de mannelijke en de vrouwelijke kant van God. In de mens, die geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis, zijn die beide hoedanigheden ingeprent in de man en de vrouw, die samen de mens zijn. In Liber Divinorum Operum is de verhouding tussen man en vrouw uiteengezet in het kader van het scheppingsverhaal.

Als Gods laatste ‘werkstuk’ op de ‘zesde dag’ is de mens gemaakt als eenheid van man en vrouw, om samen het mensengeslacht voort te brengen. Nuchter constateerde de ‘stem’: ‘Wanneer de man alleen zou zijn, of de vrouw alleen zou blijven, zou er geen mens (meer) kunnen ontstaan.’

In de twee-eenheid van het mensenpaar zal de man de gerechtigheid vertegenwoordigen, de vrouw de barmhartigheid. Beiden zijn zij geschapen met intelligentie begiftigd, de engelen gelijk. Samen zijn zij meer dan de engelen, omdat aan hen het beheer van de aarde is toevertrouwd. Deze gelijkenis van de mens met de Schepper is niet beperkt tot de verbondenheid van man en vrouw in huwelijk en voortplanting, maar omvat de totale samenwerking van man en vrouw, ook nadat zij hun paradijselijke staat verloren hebben door beiden Gods gebod te overtreden.

“De aarde stelt de mens voor. De mens wordt, door de vijf zinnen die hem in staat stellen in al zijn behoeften te voorzien, tot zijn zieleheil geleid.” Door de ervaringen die de mens opdoet, vindt geestelijke groei plaats.

Rood/blauwe bol: de menselijke geest op aarde.

Vleugels: de geestelijke vermogens (gerechtigheid, barmhartigheid).

Weg naar het oosten: geestelijke ontwikkelingsweg.

Ster: de ontwikkelde toestand.

Aarde: leerschool voor geestelijke ontwikkeling door beproevingen. Op aarde is licht en duisternis tegelijkertijd aanwezig.

Twintig jaar later: een gesloten stad

In de visioenbeelden van Scivias staat de heilsgeschiedenis van God met de mensen in het teken van verwachting en belofte. Weliswaar heeft Hildegard toen al gezien, dat er een definitieve scheiding zal komen tussen degenen die het geloof van de katholieke, christelijke Kerk trouw bewaren en degenen die de Mensenzoon in ongeloof verwerpen. Maar het Heilsgebouw is nog onvoltooid en open naar het zuiden, de toekomst. Binnen de muren gaan mensen af en aan, zij komen binnen door de spiegelkennis naar de toren van de Kerk toe. Zij blijven daar of vertrekken weer. De Mensenzoon waakt over het heil. Hij vermaant de mensen, maar veroordeelt alleen de verstokten.

In Hildegards laatste grote werk, Liber Divinorum Operum, is in drie visioenbeelden de betekenis van de heilsgeschiedenis beschreven. Hildegard schreef het boek na 1163, toen de pauselijke Stoel van Rome bezet was door handlangers van de op wereldmacht beluste Frederik I, die door Hildegard ‘de roomse Keizer’ genoemd werd. Zij zag alles wat zij in Scivias en later reeds beschreven had opnieuw, maar nu in het licht van het mysterie van de Incarnatie. Zij zag het wakend met de innerlijke ogen van de geest. Zij zag de scheiding der geesten scherper dan ooit tevoren. Zij zag de Stad van God bedreigd.

Hildegard zag een gesloten stad. Eén poort was er in het oosten, één ingang uitgehouwen in een harde rots. Binnen de stad zijn de muren licht waar het heil is. Buiten de stadsmuren is het duister. De bouwsels van de heilswerken, in Scivias vrij op de muren geplaatst, staan nu binnen de muren van de stad. Het is een gesloten stad, die verdedigd moet worden.

 

ldo25

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

De Nephilim, reuzen in de Bijbel

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

In de Thora en in sommige vroege christelijke  geschriften zoals het Eerste boek van Henoch zijn nephilim (Hebreeuws:  ‘de gevallenen’) een volk van reuzen ontstaan door de vermenging van de beney ha’elohim (Hebreeuws: ‘de zonen van Goden’) met menselijke vrouwen.

 

 

maxresdefault

opgravingen van Nephilim

 

 

 

Nephilim voor de zondvloed

 

 

Genesis 6 : 4

“De reuzen (Nephilim) waren op de aarde in die dagen, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam”.

 

De ‘zonen Gods’ wordt uitgelegd als  gevallen engelen, omdat elders in de Bijbel over hen gezegd wordt dat ze hun oorsprong ontrouw geworden zijn.

Het woord nephilim wordt in sommige Bijbelvertalingen onvertaald gelaten maar meestal weergegeven als reuzen, giganten of titanen.

Een van de belangrijkste redenen voor de zondvloed was dat de ‘aarde vol geweldenarij en godslastering’ was door toedoen van onder andere de Nephilim. Met de zondvloed worden ze dan ook vernietigd.

 

 

giant-nephilim-skelleton-found

 

.

.

Nephilim na de zondvloed

 

Na de zondvloed wordt bericht dat er nadien toch nog ‘Nephilim’ waren. Volgens sommige Bijbelverklaringen komt dat omdat God niet verhinderde dat de zonen van God (die immers geestelijke wezens zijn en dus niet gehinderd werden door de zondvloed die wel hun aardse nakomelingen vernietigde) na de zondvloed hun ‘oneerbare’ praktijken opnieuw oppakten en weer (reusachtige) nakomelingen bij menselijke vrouwen verwekten. Toen de Israëlieten het beloofde land verkenden, kwamen ze tot hun schrik deze ‘reuzen’ tegen:

 

Numerie 13 : 33

We hebben daar zelfs reuzen gezien, de Enakieten. Vergeleken bij dat volk van reuzen voelden wij ons maar nietige sprinkhanen, en veel meer zullen we in hun ogen ook niet geweest zijn.

 

 

De Kanaänieten waren grotendeels afstammelingen van Nephilim en moesten daarom uitgeroeid worden door de Israëlieten toen ze het beloofde land binnentrokken. Bij monde van Mozes kregen ze daarvoor uitdrukkelijk opdracht van God:

 

Deuterononium 20 : 16-17

Maar daarbinnen, in de steden van het land dat de Heer, uw God, u als grondgebied zal geven, mag u geen mens in leven laten. AlleHetieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten moet u doden, zoals de Heer, uw God, u heeft opgedragen…”.

 

 

Het nageslacht van deze Nephilim was bekend onder diverse namen. Wij lezen van

  • Anakim (Enakieten), die van Anak afstammen ;

 

Numeri 13 : 28

Behalve dat het een sterk volk is, hetwelk in dat land woont, en de steden zijn vast, en zeer groot; en ook hebben wij daar kinderen van Enak gezien.

  • Refaim, die van Rafa (Refaïeten) afstammen;
  • Zamzummims, Emims (Emieten), Avims enz.

Iedereen deelde de kenmerken van reusachtig, lang en sterk te zijn.

 

Deuterononium 3 : 11

Koning Og van Basan was de enig overgebleven afstammeling van de Refaïeten. Zijn bed – te zien in Rabba, de hoofdstad van Ammon – is van ijzer en negen el lang en vier breed, gemeten in de gewone el. 

 

Als we voor deze el ongeveer 52 cm nemen dan zou dit bed 4,68 meter lang en 2,08 meter breed moeten zijn geweest.

Maar de Israëlieten volbrachten de opdracht tot uitroeien niet helemaal en gedoogden sommigen van deze volkeren. In latere tijden na de intocht wordt daarom soms nog over Nephilim of reuzen verhaald. Sommige van deze reuzen droegen speren die tussen de vijf en vijftien kilo wogen.

De reus Goliath uit de tijd van David, waarschijnlijk ook nog een van de Nephilim, droeg een pantser dat bijna honderd kilo woog en het werd gezegd dat hij ongeveer negen voet (± 2,70 meter) lang moest zijn geweest.

Sommige van die reuzen hadden volgens de Bijbel zes vingers aan elke hand en zes tenen aan elke voet. Dit komt tegenwoordig ook nog voor, enkele per duizend, bij mensen met een bepaalde genetische afwijking. Overigens zijn deze mensen meestal van gewone lengte.

 

 

1

nephilim skeletten

 

 

 

Zaad van de slang en zaad van de vrouw

 

Bij de bestudering van al deze Bijbelteksten over de reuzen komen we tot de conclusie dat zij echt wel hebben bestaan! De eerste reuzen kwamen we reeds in Genesis 6:4 tegen, dus vóór de zondvloed. Wij lazen in talrijke Schriftgedeelten, dat er ook na de zondvloed weer reuzen hebben bestaan tot aan de tijd van de koningen toe. De laatste reuzen werden door koning David en zijn leger uitgeroeid.

God kon deze bastaards en hun moeders beslist niet in leven  laten omdat voor Hem de vermenging tussen de afvallige zonen Gods en de dochters der mensen een gruwel was. Maar waarom eigenlijk? Wat zat daar meer achter? Het kon toch niet zo zijn dat het hierbij puur om seksueel genot ging, ook al stond erbij vermeld dat de dochters der mensen mooi waren? Dat klopt! Er schuilt inderdaad meer achter!

Het was ook absoluut geen spontane actie van deze hemelwezens, maar van tevoren heel zorgvuldig door een kwaad brein bedacht en gepland! Achter dit hele scenario zat niemand anders dan de satan zelf! Maar wat was precies zijn doel? Voor het antwoord op deze vraag moeten we  terug naar de zondeval van Adam en Eva.

De reactie van God op de zondeval lezen wij in de verzen :

 

“Daarop zeide God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft. En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen!”

 

Vanaf dat moment wist de satan dat uit het zaad van de vrouw zijn Tegenstander zou opstaan, die volgens deze profetie uiteindelijk satans kop zal vermorzelen, ook al zal hij zich fel daartegen verzetten. Om dit te voorkomen wilde de satan ervoor zorgen, dat het zaad van de vrouw vermengd zou worden met zijn zaad, zodat er geen sprake meer kon zijn van het zaad van de vrouw. Dientengevolge kon ook nooit sprake zijn van het vermorzelen van zijn hoofd!

Daarom hebben afvallige zonen Gods, die de kant van de satan hadden gekozen, zich op diens bevel bewust vermengd met de dochters der mensen, en zo ontstonden de reuzen. Als God derhalve een basis wilde verschaffen om de mensheid te laten voortbestaan, dan kon Hij geen besmet menselijk nageslacht toestaan dat niet van Adam afkomstig was, en was het voor Hem nodig om de zondvloed over de aarde te brengen.

Het is verbijsterend om te zien hoe de satan al vanaf het begin getracht heeft om Gods heilsplannen te dwarsbomen, want wat zou anders het dieper liggende motief van deze ontrouwe zonen Gods geweest zijn, dan een poging om het menselijk ras dermate genetisch te manipuleren dat de komst van de Messias Yeshua (Jezus) in het vlees hierdoor onmogelijk zou worden.

Yeshua zou nooit geboren kunnen worden uit een demonisch gedrocht, maar het is ronduit geweldig om te zien hoe God in Zijn wijsheid steeds weer alles in de goede banen weet te leiden. Tegen alle menselijke verwachtingen in konden de sterke machten die tegen Israël streden, het niet verslaan en vernietigen. In de Bijbel staat dat de reuzen zo hoog als de ceders waren en zo sterk als de eiken. En toch waren de Israëlieten in staat om deze reuzen te verslaan, want de Eeuwige was met hen en had hen de overwinning belooft.

Daarom zegt Hij tegen de kinderen van Israël: “Al waren die groot als ceders en sterk als eiken, Ik heb hen met wortel en tak uitgeroeid!”. De God van Israël is een God die wonderen doet, ook in uw en in mijn leven. Als wij volledig op Hem vertrouwen en ons geheel aan Hem overgeven, dan kunnen ook wij al die ‘reuzen’ verslaan, die wij in ons leven tegenkomen.

 

1 Johannes 4:4

“want Hij die in u is, is machtiger dan hij die in de wereld heerst!”

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

 

 

De geschiedenis van de kledij deel 3: 16e eeuw tot 19e eeuw

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

       Kleding in de 2e helft van de 16e eeuw

 

Spanje was in deze periode het rijkste land van Europa. Dit kwam door de grote goudvondsten in het pas ontdekte Amerika. Spanje was hierdoor de trendsetter in de mode. Toch verwerkte ieder land de mode op een andere manier. Door de 80-jarige oorlog brachten de Spanjaarden hun mode mee naar Nederland. Filips II was op dat moment koning van Spanje en Heer der Nederlanden.

Filips II was een zwaar gelovige katholiek en hij verbood opzichtige kleding en laag uit gesneden kleding voor vrouwen. Zwart werd de meest gedragen kleur. Sommige delen van de kleding werden stijf opgevuld.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De meeste kleding van de vrouw blijft hetzelfde. Het decolleté verdwijnt echter. Dames dragen hoog gesloten japonnen, waaruit een klein geplooid kraagje komt. In Engeland werd de Spaanse mode niet overgenomen. Hier dragen vrouwen een rok in een tonvorm.

Deze vorm ontstond door een stijf opgevulde rol, die op de heupen werd gelegd onder de rok. Ook in Nederland draagt een enkeling deze rok, genaamd “beuling”. Een Engelse en Franse dame willen het Spaanse kraagje niet. Zij dragen de “Stuartkraag”, een grotere kraag gemaakt van kant.

 

 

 

 

 

Man

 

Mannen in Spanje dragen, na het verbod op luxe van Filips II, een klein onversierd kraagje. In Spanje hebben de mannen een spits baardje en een snor. De schoenen zijn donker en gesloten. Veel mannen hebben schoudercapes.

 

 

 

 

 

Barok

 

De barok ontstond rond 1600 in Nederland en duurde tot aan de Franse Revolutie. Wat kleding betreft leek de baroktijd op de Renaissance. Dure, lichte stoffen, vele versieringen, sieraden, borduursels en veel kant werden gebruikt voor de kleding.

In Nederland was vooral de mode van de kooplieden populair. Door handel waren kooplieden rijk geworden en dit lieten ze zien. Het wordt in Nederland ook wel de Gouden eeuw genoemd. Onder Lodewijk de 14e werd de kleding van het hof van Versailles bepalend voor heel Europa. Parijs werd de hoofdstad van de haute-couture.

 

 

 

 

 

Eerste helft 17e eeuw

 

In de 17e eeuw verminderde de macht van Spanje. Frankrijk werd steeds machtiger. Ook de Republiek der Verenigde Nederlanden werd een belangrijk land. Er werden handelsondernemingen opgericht. Door de toenemende handel steeg de welvaart.

De Spaanse kleding moest aangepast worden. De opvullingen verdwenen, waardoor kleding veel natuurlijker werd. Ook de kleuren werden lichter en vrolijker. De molensteenkragen werden zonder steun en stijfsel gedragen, waardoor het haar ook weer langer kon zijn.

Vooral de mannenkleding onderging hevige veranderingen. De mode werd sterk beïnvloed door officierskleding gedragen aan het Franse hof. De broeklengte bleef tot de knie, maar de spleten onderaan de broek, konden nu met knopen worden gesloten.

 

 

 

 

 

 

 

Eerste helft 17e eeuw in Nederland

 

De 17e eeuw was voor Nederland de Gouden eeuw. Een nieuwe klasse van jonge rijke kooplieden ontstond. Deze gingen zich kleden als adel. Ze gebruikten kleurrijke, dure stoffen met veel kant. Ouderen hielden echter nog lang vast aan de kleding van de Renaissance, het zwarte regentenkostuum, wat mode was tijdens de Spaanse overheersing.

 

 

 

 

 

vrouw

 

Kenmerkend voor Holland is de ‘vlieger’, een zware mantel voor de vrouw van zwarte stof. Het lijfje is een los kledingstuk dat aan de ‘vlieger’ zit vastgespeld. Het lijfje is versierd met pareltjes en edelstenen. Het haar zit onder een mutsje. Dit bestaat uit een ondermuts en daarboven een siermutsje.

 

 

 

 

 

Man

 

De Hollandse man draagt een knielange pofbroek. Hij draagt een ‘kastoor’ op zijn hoofd. Dit is een hoed van beverhaar. De band van de hoed is van zilver en versierd met edelstenen. Voor mannenkleding zijn er in de 17e eeuw speciaal kleermakers. Voor dames- en kinderkleding kan men terecht bij de wollennaaister.

 

 

 

 

 

2e helft van de 17e eeuw

 

Het Franse hof onder leiding van Lodewijk XIV was heel belangrijk. De renaissance is nu echt overgegaan in het tijdperk van de Barok. Alle kleding werd statig, maar ook zeer indrukwekkend. Alle versieringen waren zwaar en symmetrisch. Men maakte veel gebruik van tegenstellingen in vormen en kleuren. Kleding straalde macht en trots uit, zowel voor mannen als voor vrouwen.

 

 

 

 

 

Man

 

Mannen dragen een grove jas die tot de knieën reikt. Deze jas heeft grote zakken en geweldige grote mouwen. Over de hele jas zijn knoopsgaten aangebracht, toch wordt de jas wordt open gedragen. Onder de jas draagt de man een vest met zakken, die even lang is als de jas.

De broek is meestal onzichtbaar door de lange jas en het vest. Om de hals draagt hij een lange witte shawl. De uiteinden van de shawl vallen over het vest. Later worden de uiteinden van de shawl door de knoopsgaten gestopt. Om groter te lijken dragen de mannen schoenen met hakken. Aan het franse hof zijn de hakken rood gekleurd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lodewijk XIV verloor zijn eigen haar en daarom schafte hij een pruik aan. Dit werd een rage. De pruik moest van golvend haar zijn en werd van voren opgekamd. Pruiken waren wit en bepoederd met krijt of meel. Ze werden steeds indrukwekkender. Gezichten werden wit geschminkt en op de wangen bracht men schoonheidsvlekjes, Tache-de Beauté, aan.

De lippen en wangen werden rood geschminkt. Wenkbrauwen werden als hoge bolle lijnen getekend.
De hoed werd met een punt naar voren gedragen. De punt werd gemaakt door de rand aan 2 kanten op te slaan, zo ontstond de driesteek.

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Ook de kleding van de vrouw wordt deftiger en stijver. De taille wordt ingesnoerd. De rok is weer stijf en kegelvormig, maar is aan de onderkant minder wijd dan in het begin van de 16e eeuw. De diepere kleuren worden veel gebruikt en men draagt vaak fluweel. De japon sluit netjes aan en de hals is diep uitgesneden. Rondom de diep uitgesneden hals is een smal stukje kant.

Het lijfje is versierd met een driehoekig borststuk en halflange mouwen met brede stroken kant.
De rok is van voren gespleten en naar achteren omgeslagen waardoor de voering zichtbaar wordt. Vaak is de kleur van de voering contrasterend met de kleur van de rok. Op de onderrug wordt een versteviging aangebracht. De rok sleept aan de achterkant over de grond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2e helft 17e eeuw in Nederland

 

Rijke Hollandse burgers kleedden zich volgens de mode, die bepaald werd door het Franse en Engelse hof.

 

 

Man

 

De heer draagt een nonchalant kostuum. Het is gemaakt van soepele stoffen en er worden heel veel linten, strikken, pluimen en kant gebruikt. Dit kostuum wordt het Rhingraven kostuum genoemd. Deze naam is ontstaan, omdat de Rijngraaf Pfaltz het pak introduceerde aan het franse hof.

De linten die het kostuum van de man versieren maakt men in de Nederlandse steden Haarlem en Leiden door middel van lintmolens. Ook  gebruikt men goud en zilverkant in deze periode om kleding te versieren.

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De kleding van de vrouw is ook in Nederland wat gewaagder en eleganter geworden. De kleding wordt gemaakt van soepele, lichte stoffen zoals zijde en satijn. De mouwen zijn een stuk korter en ze heeft bijna ontblote schouders.

 

 

 

 

 

Rococo

 

In 1715 stierf Lodewijk XIV. Toen Lodewijk XV aan de regering kwam ging het niet goed met het franse hof. Lodwijk XV  interesseerde zich niet voor staatszaken of het volk dat steeds armer werd. Toen hij stierf kon Lodewijk XVI niet veel verbeteren aan de situatie. Het volk kwam in opstand en in 1789 barstte dan ook de franse revolutie uit. De invloed van de adel verminderde.

De kleding ging mee met deze ontwikkelingen. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV was de kleding statig, deftig en fors. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XV was de kleding vrouwelijk, lichtzinnig en luchtig. Er werd veel zijde in pastelkleuren gedragen. De symmetrie van de versiering verdween. Het tijdperk van de Rococo brak aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18e eeuw : Rococo 1750-1780

 

 

vrouw

 

Frankrijk is toonaangevend voor de vrouwenmode. Het is een vrijere versie van de hofkledij. Het belangrijkste kenmerk van de kleding van de vrouw zijn de brede heupen. Aan de breedte van de heupen is de stand af te lezen waartoe de vrouw behoort. Hoe breder de heupen, hoe hoger de klasse. Het uiterlijk van de vrouw wordt in deze periode steeds extremer. Vooral kapsels trekken de aandacht. Pruiken worden steeds hoger en rijker versierd.

 

 

 

 

 

 

Man

 

Engeland is toonaangevend voor de mannenmode. De mannenmode bestaat nog steeds uit een driedelig pak met een kniebroek.

 

 

 

 

 

 

 

Kindermode

 

Voor de eerste keer ontstaat er aparte mode voor kinderen. Voorheen droegen kinderen dezelfde kleding als volwassenen. Het kind mag zich makkelijker kunnen bewegen. Het meisje hoeft daarom geen korset meer te dragen en de jongens krijgen een lange broek aan. De belangrijkste oorzaak van deze verandering is het werk van Jean-Jacques Rousseau. Hij had vernieuwende ideeën over opvoeding en deze werden doorgevoerd in de kleding.

 

 

 

 

 

          18e eeuw : Franse Revolutie 1789-1800

 

De Franse revolutie begon in 1789 met de bestorming van de Bastille. Tijdens deze bestorming droegen de mannen lange broeken en liepen ze op klompen. Na de Franse Revolutie verdween de standenmaatschappij. De kleding werd hierdoor eenvoudiger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

De man draagt lange broeken, een halsdoek en een lange gestreepte jas. Men wil niet te veel opvallen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Ook vrouwen willen niet opvallen. Haar jurk wordt eenvoudig. Borduurwerk, kant en de pruik verdwijnen. De favoriete kleuren zijn de kleuren van de Revolutie; rood, wit en blauw. De productie van kleding wordt simpeler door de machines. Kleding wordt hierdoor goedkoper. Kleding kan op voorraad gemaakt worden, omdat de kleding zo eenvoudig is. Zo ontstaat de eerste confectiekleding.

 

 

 

 

 

 

 

 

       19e eeuw : Kleding tijdens de Empire ( 1800 – 1815 )

 

Na de Franse Revolutie kwam in Frankrijk Napoléon Bonaparte aan de macht. Deze legerbevelhebber veroverde delen van Italië en werd na een periode als consul door de senaat tot “Keizer der Fransen” uitgeroepen. Napoléon vergeleek zijn macht met die van de Romeinse keizers. Napoleon bracht zijn keizerlijke macht in beeld door symbolen van Romeinse keizers te imiteren, zoals adelaars en lauwerkransen. Er was sprake van een Klassieke opleving.

Deze Klassieke opleving zette zich ook door in de mode. Voor de dames werd nu het ideaal om gekleed te gaan als een Griekse of Romeinse dame uit de Oudheid.
De Franse dames probeerden dit na te volgen door zo min mogelijk ondergoed onder dunne soepele bovenkleding te dragen. Dat betekende geen korset of onderrok. Dit imiteren van de mode uit de oudheid werd wel de ”naakte mode” genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Zij dragen een eenvoudige vormloze japon met korte mouwtjes. De taille zit hoog, net onder de borsten. Vlak onder de buste en aan de wijd uitgesneden hals wordt de jurk met een bandje ingerimpeld. Dit doet denken aan de tunica die met een koord om het middel werd vastgebonden. Er worden doorzichtige stoffen gebruikt, zoals mousseline en tule.

Als de schaarsgeklede dames dan toch naar buiten gaan, dragen zij zoals de Romeinen, enorme rechthoekige shawls, ook wel stola’s genoemd. Geliefd zijn de kostbare kashmirsjaals, teken van een modieus statussymbool. Aan de voeten draagt men lichte zijden schoentjes zonder hak die zo laag waren uitgesneden dat zij met banden tegen het uitslippen moesten worden beschermd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

Ook de mannen krijgen hun eigen mode. Voor de herenkleding kijkt men naar Engeland. De man draagt een strakke kniebroek, een jas met lange achterpanden en een halsdoek, die losjes om het opstaande boord wordt geknoopt.

 

 

 

 

 

Haardracht

 

De dameskapsels uit deze tijd lijken veel op die van de Grieken en Romeinse dames. Vaak worden diademen gedragen. Evenals armbanden en oorsieraden zijn deze vaak versierd met cameeën, stenen waarin een antiek vrouwenkopje is uitgesneden.

 

 

 

 

 

  De 19e eeuw

 

Door de Franse revolutie kwam er een einde aan de overdadige versieringen van de kleding. In de tijd van Napoleon droeg men de zogenaamde ‘empirekleding’, maar ook daarna kwamen er weer grote veranderingen. De kleding van de vrouw veranderde helemaal. Jurken werden van dikker materiaal gemaakt en sloten hoger aan. Ook werd de rok weer wijder.

Na 1850 werden de rokken zelfs heel wijd. De onderrokken werden in die tijd verstevigd door paardenhaar. Natuurlijk was deze kleding erg onhandig en de ‘tournure’ deed zijn intrede. Dit was een rok, die alleen extra ruimte had aan de achterkant. Dit benadrukte het achterwerk van de vrouwen. Een erg belangrijk feit in de 19e eeuw is de opening van het eerste Haute-couture huis in 1858 in Parijs. Dit werd gedaan door modeontwerper Charles Frederick Worth.

 

 

 

 

 

 

 

 

De Romantiek (1830-1860)

 

Vanaf de 19e eeuw begon de mode pas echt een rol te spelen binnen de kledingdracht. De periode van de Romantiek was daar een goed voorbeeld van. Door de industrialisatie ontstond werkloosheid. Er kwamen grote verschillen tussen arm en rijk. Niet langer bepaalde het hof het modebeeld, maar de burgers die rijk werden door de industrie.

 

 

vrouw

 

De romantiek staat voor heimwee naar het verleden. De modebewuste vrouw draagt in de Romantiek een zeer wijde rok en een grote luifelhoed. Bovendien wensen de vrouwen afhangende schouders  en een zeer smalle taille. Tegelijkertijd protesteren vrouwen tegen hun ongemakkelijke kleding. Daarom gebruikt men katoen, wol, zijde, tafzijde en batist.

Deze stoffen zijn een stuk beter te verwerken en veel lichter en soepeler dan de eerdere stoffen. Ook in de kleuren en patroon komt een verandering. Men gebruikt  pasteltinten en smalle strepen of kleine bloemetjes. Na 1850 wordt de crinoline populair, in de volksmond hoepelrok genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

man

 

Voor de man doet het pak zijn intrede. Dit tijdloze kledingstuk, een effen jasje en broek met vest, zou 150 jaar lang hetzelfde gedragen worden. Vaak heeft het vestje felgekleurde ruiten. Er was grote ophef toen George Sand, een Franse schrijfster, voor het eerst in het openbaar een lange broek droeg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fin-de-siècle

 

Aan het eind van de 19e eeuw hadden vrouwen het zwaar. De queque was in waardoor haar kont uitstak. Om een zeer smalle taille te krijgen werd het korset gedragen.  Het gevolg was dat vrouwen ademhalingsproblemen kregen en af en toe flauw vielen. Soms kwam het voor dat de ribbenkast vervormde of dat vitale organen verschoven werden.

De man droeg het driedelige pak. Typisch in deze tijd was  dat het modebeeld opnieuw bepaald werd door het hof. Hierbij speelde koningin Victoria van Groot-Brittannië een belangrijke rol. Haar kleding werd geïmiteerd wat door de komst van de naaimachine mogelijk werd. Bovendien konden mensen zich volgens de laatste mode kleden door de verkoop van kleding in warenhuizen.

Mode werd zo in een korte tijd toegankelijker voor een grote groep mensen. De vrouwen van hogere sociale standen wilden zich blijven onderscheiden. Zij gingen naar een haute-couturehuis. Hier kozen zij ontworpen kleding uit waarna de kleding op maat gemaakt werd.

 

 

man en vrouw

 

 

vrouw

 

 

vrouw

 

 

 

vrouw

 

 

 

man

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

Standaard

categorie : mode en kledij

 

.

.

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

.

.

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

.

 

Accessoires van de vrouwen zijn een nog belangrijker aspect in de kledingstijl dan bij de mannen. Deze accessoires geven nadruk op de vrouwelijke vormen. Tegenwoordig word er gebruikt gemaakt van oorbellen, armbanden, kettingen, riemen etc. en in de middeleeuwen hadden ze daar hele ander ideeën over. De haren van een vrouw uit de middeleeuwen zegt veel over uit welke eeuw van de middeleeuwen zij komt.

 

 

.

 

Accessoires vrouwen 1000-1200

.

De mantel had dezelfde vorm als die van de man. Dit was een losse cape in de vorm van een rechthoek of een halve cirkel. Bij de adellijke vrouwen werd deze mantel vastgezet op één of twee schouders met een sierspeld. De mantel werd ook bij de adellijke vrouwen afgezet met bont. Bij de burgerlijke vrouwen werd deze mantel vastgezet met steekjes en deze had een capuchon.

Het haar van de vrouwen was geheel anders dan dat van de man. Getrouwde vrouwen droegen een hoofddoek of een stuk van hun mantel over hun hoofd heen. Vrouwen die niet waren getrouwd droegen hun haren in vlechten. De accessoires van de vrouw bestonden uit een gordel met juwelen of metalen plaatjes.

Ze hadden een haarband om hun hoofd heen afgezet met juwelen of metalen plaatjes, sierspelden, een gordeltasje voor aalmoezen en grote oorhangers. De schoenen van de adellijke vrouwen waren van leer of van zijde en waren met gouddraad versierd. De burgerlijke vrouwen liepen op blote voeten of op houten zolen met riemen, ook wel patins genoemd.

 

.

1200.

.

 

 

Accessoires vrouwen 1200-1350

.

De mantel van de vrouw bestaat uit een cape, dat met een kettinkje bij elkaar word gehouden. Vaak worden deze capes ook vastgespeld met sierspelden, maar dat is afhankelijk van de stand van de vrouw. Adellijke vrouwen hadden kettinkjes en sierspelden en burgerlijke vrouwen hadden de cape met steekjes op de schouder vast gezet.

Alle vrouwen droegen in deze tijd iets op het hoofd. Los haar werd namelijk beschouwd als verleidelijk. Koninginnen, jonge adellijke vrouwen en ongetrouwde vrouwen werden meestal afgebeeld zonder iets op het hoofd. Hun haar werd gevlochten en bijeengehouden door een crespine, dat is een soort haarnet.
De hoeden die de vrouwen droegen heet een kaproen.

Dit is een openstaande haarband met siersteken en juwelen (voor de adellijke vrouwen) erop. Bij de kaproen waren meestal twee torentjes van het haar zichtbaar. Oudere vrouwen droegen het meestal met een sluier. Later kwam er hoofdbedekking voor nonnen. De schoenen van de vrouwen waren plat en puntvormig.

 

.

1300

.

.

 

Accessoires vrouwen 1350-1400

.

De mantel van de vrouw was in deze tijd hetzelfde als die van eeuw daarvoor. Het bestond namelijk uit een cape, dat bijeen werd gehouden door een kettinkje of sierspelden. Het haar van de vrouwen in deze tijd bestond uit opgerolde vlechten in een soort van kokertjes. Deze kokertjes hadden een vorm van zuilen en zaten in de buurt van de slapen. Dit werd ook wel templettes genoemd. Vaak droegen de vrouwen deze templettes met hoofdband en sluier.

De sluier werd voornamelijk gebruikt door oudere vrouwen. Veel gebruikte accessoires in deze tijd door de vrouwen waren; een gordel met daaraan edelstenen en een dolkje. De handschoenen werden nog steeds gedragen en vaak werden er ringen overheen gedragen. Verder werden er veel sierspelden en knopen gebruikt. De schoenen waren in deze tijd eigenlijk overbodig, net als kousen. De jurken waren zodanig lang dat je de schoenen of de kousen niet eens zag zitten.

 

.

1350

.

 

 

Accessoires vrouwen 1400-1440

.

De mantel van de vrouw was in deze tijd hetzelfde als die van eeuw daarvoor. Het bestond namelijk uit een cape, dat bijeen werd gehouden door een kettinkje of sierspelden. Het haar van de vrouwen werd gevlochten in twee horentjes boven de oren vastgezet met metaaldraad. Dit leek een beetje op duivelsoren. Het schoonheidsbeeld was een dik en glad gezicht, daarom werd er wel eens een stukje van de haargrens weggeschoren.

De hoed was hetzelfde als de haren, namelijk breed. De adellijken hadden deze hoeden uitgebreid. De boeren vrouwen droegen deze hoeden met een sluier. Veel gebruikte accessoires door vrouwen uit deze tijd waren; een gordel om de taille, sierspelden, broches, beurs, ringen en handschoenen. Een nieuw soort accessoire in deze tijd voor de vrouwen was een gouden halsketen met parels.

 

 

1450

.

 

 

Accessoires vrouwen 1440-1490

.

De mantel van de vrouwen uit deze tijd bestond uit een cape vastgezet met sierspelden. Er bestonden waarschijnlijk in deze tijd ook al jassen met mouwen. De randen van de mantel en de jassen werden bij de adellijke vrouwen afgezet met bont. Het haar van de vrouwen in deze tijd was weggeschoren bij de haargrens en bij de wenkbrauwen. Bij vrouwen die nog niet getrouwd waren was het haar zichtbaar. Het schoonheidsbeeld was nog steeds een dik en glad gezicht.

De hoeden van de vrouwen tot 1470 heetten atouren. Dit was een punthoed of kap met een sluier. Op het voorhoofd zat een lusje, dit was waarschijnlijk een stukje metaaldraad van de hoed, waar het op rustte.
Veel gebruikte accessoires in deze tijd waren; veel ringen, handschoenen, halsketens, dunne kettingen tot aan de buste en gouden broches met parels. De schoenen waren nog steeds plat en puntvormig.

 

.

1550

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Genesis 3 : 15

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Maria Domina Animarum / Maria Meesteres van alle zielen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Genesis 3: 15

 

Toen zei de Heer God tegen de slang: “Omdat je dit hebt gedaan, ben je voortaan zwaar vervloekt. Je hele leven zul je op je buik kruipen en stof eten. 15 En jij en de vrouw zullen elkaars vijanden zijn. En jouw kinderen en haar kind zullen elkaars vijanden zijn. Haar kind zal jouw kop verpletteren en jij zal de hiel van haar kind verpletteren.  ”

 

Al op de eerste bladzijden van Genesis lezen we over de VROUW, die verenigd met haar Zoon de kop van de slang verplettert:

“Vijandschap sticht ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Het zal uw kop bedreigen en gij zijn hiel.”  (Gen. 3,15)

De katholieke bijbelwetenschap heeft nooit geaarzeld in deze VROUW Maria te zien, die in vereniging met haar Zoon satan overwint. En ook in Amsterdam wijst Maria daarop: “Ik heb met mijn voet de slang verpletterd. Ik ben verenigd geworden met de Zoon, zoals ik altijd verenigd was met Hem.” (15-8-1951)
“Zij zal, zoals voorzegd is, satan verslaan. Zij zal haar voeten zetten op de kop van satan.” (31-5-1955). God sprak dus al van in het begin van de Bijbel over de latere geboorte van de maagd Maria, waaruit Christus zou geboren worden.

Jezus Christus heeft op het kruis te Golgotha Satan overwonnen. Satan heeft de mens Eva verslaan in de hof van Eden en zal als vergelding door een mens, de Maagd Maria, de kop vermorzeld worden. Een grote vernedering voor Satan! 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Haaruitval na de menopauze

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Vrouwen verwachten gedurende de overgang opvliegers en stemmingswisselingen maar zijn zich er meestal niet bewust van dat ze ook te maken kunnen krijgen met haaruitval en dunner haar.

 

 

2508_300_300___

 

 

 

Haaruitval na de menopauze

 

Ongeveer 40% van de vrouwen na de overgang overkomt het dunner worden van het haar. Dat is haast hetzelfde percentage als bij mannen. Maar als dit waar is waarom zien we dan haast geen kale vrouwen op straat?

 

 

 

Verschillend haaruitval patroon

 

Haaruitval bij vrouwen gaat in de meeste gevallen wat subtieler als bij mannen. Daardoor wordt het dan ook later ontdekt. Mannen ontwikkelen vanaf het begin kale inhammen of een kale kruin. Bij vrouwen is de haaruitval verdeeld over het hele hoofd. De eerste tekenen van haaruitval worden soms pas ontdekt als de paardenstaart wat kleiner en dunner wordt, of als de scheiding breder wordt of een verhoogd aantal haren in de borstel.

 

 

 

Dus toch weer die hormonen?

 

Ja, de menopauze, net zoals na een geboorte, zorgt voor hormonale veranderingen. Alhoewel er medicijnen zijn die de hormonen weer kunnen aanvullen gaat dit soort behandelingen de meeste artsen te ver en kan dat de zaak soms zelfs nog erger maken.

 

 

 

De 5 zaken die iedere vrouw moet weten

 

1.De rol die de hormonen spelen. Net zoals het hoge niveau van vrouwelijke hormonen de vrouw tijdens de zwangerschap voller en gezonder haar kan geven gebeurt het tegenovergestelde na vermindering van het vrouwelijke hormoonniveau..Daar komt bij dat het niveau van de mannelijke hormonen kan stijgen waardoor meer haarfollikels het opgeven. Dit heeft echter ook te maken met het genetische risico.

2.Andere factoren die mee kunnen spelen. Die andere factoren kunnen zijn: ongewone vormen van stress, andere hormonale onbalans zoals een te snelle of te langzame werking van de schildklier, een ijzertekort en andere medische problemen.

3.Fouten die te voorkomen zijn. Als we over haaruitval praten kan de uitval ongemerkt blijven totdat meer dan 50% van het haar is uitgevallen voordat het met het blote oog zichtbaar wordt. Een andere fout die vrouwen (en ook mannen) kunnen maken is het niet kunnen opbrengen van het noodzakelijke geduld dat nodig is voor een bepaalde therapie. Denk er aan, haaruitval gaat geleidelijk en enig succes bij behandeling heeft ook zijn tijd nodig.

4.Haaruitval is een te behandelen conditie. Er zijn medicijnen, zoals minoxidil, behandelingen met Low Level Laser, en de laatste tijd wordt ook Platelet Rich Plasma injecties (PRP) gebruikt in de behandeling van haaruitval.

5.Haaruitval kan ook een psychologisch effect hebben. Terwijl haaruitval meestal gezien wordt als een cosmetisch probleem hebben meerdere studies bewezen dat haaruitval meerdere psychologische effecten kan hebben zoals verlies van zelfvertrouwen, angstaanvallen en depressies. Ook kan het voorkomen dat men zich niet meer aan de buitenwereld wil vertonen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De handtas van vroeger tot nu

Standaard

Al eeuwen is de tas het noodzakelijke ‘huisje’ van de vrouw, waarin zij haar attributen en privézaken bewaart. De tas als onmisbaar accessoire is niet alleen een verschijnsel van de laatste jaren, maar het is vanaf de vroegste tijden een nuttig gebruiksvoorwerp, zowel voor vrouwen als voor mannen.

 

 

Hangend aan de gordel of riem

 

Vanaf de late Middeleeuwen bestaat er een variatie aan tassen en beurzen. Dit waren toen al praktische accessoires bij de kleding die nog geen binnenzakken kende. Gemaakt van leer, linnen, zijde, fluweel tot prachtig geborduurd, hadden ze vakjes voor het meedragen van geld en andere persoonlijke benodigdheden. Men had een ruime keus van stoere beugeltassen met wel achttien verborgen vakjes, leren beurzen met decoratief metalen beslag tot buidel vormige beurzen aan lange trekkoorden. Met uitzondering van enkele vroege voorbeelden van tassen die om de schouder werden gehangen, zoals sommige jachttassen, werden tassen en beurzen in die tijd aan de riem of gordel gedragen. Een draagwijze die zowel voor mannen en vrouwen modieus was.

Met de komst van de binnenzakken in de mannenkleding aan het einde van de 16 de eeuw en in de 17 de eeuw raakte de tas bij de man langzaam uit. Met uitzondering van de jacht en documententas werd de tas in de volgende eeuwen het exclusieve domein van de vrouw. Naast tassen en beurzen voor het dagelijkse gebruik, kende men kleine exemplaren die gebruikt werden voor speciale doeleinden. Als huwelijksbeurs, speelbeurs, aalmoezenbeurs, reuktasje of nieuwjaarsgeschenk vervulden ze allemaal hun eigen bijzondere rol.

 

 

buidel – beursje

 

 

 

buidel hangend -fluweel-zilverdraad – eerste helt 17 e eeuw

 

 

 

Zichtbaar of verborgen: het tuigje, de beugeltas en de dijzakken

 

 

Naast tassen en beurzen voor aan de riem konden vrouwen hun beursjes ook hangen aan het tuigje. Een veel in Nederland en in sommige delen van Duitsland voorkomend alternatief om persoonlijke benodigdheden mee te nemen was de tas met zilveren beugel en haak om aan de rokband te hangen. De beugeltas werd in Nederland vanaf de tweede helft van de 17 de eeuw tot in het begin van de 20 ste eeuw gedragen.

Gedurende de 17 de, 18 de en een groot deel van de 19 de eeuw was de dameskleding zo wijd dat het gemakkelijk was om onder de rok één of twee losse zakken onzichtbaar  te dragen.  Deze zogenoemde dijzakken werden gedragen als paar, één op elke heup hangend.

 

 

tas met zijzakken -1766

 

 

 

handwerktas-bloemen-zijde-Frankrijk-17 e eeuw

 

 

De reticule, de chatelaine en de handtas

 

Onder invloed van de ontdekking van Pompeï en het herontdekken van de Griekse tempels werd in de loop van de 18 de eeuw alles wat met de Griekse en Romeinse Oudheid te maken had erg populair. Men kreeg een andere architectuur en andere meubels maar ook een heel andere mode en andere tassen. De wijde japonnen verdwenen. De japon werd sluik, de taille ging omhoog tot vlak onder de buste en een modieuze japon moest het liefst van fijne linnen of mousseline zijn. Voor de goedgevulde dijzak is geen plaats meer onder deze ragfijne japonnen. De inhoud van de dijzak verhuist naar de eerste echte voorloper van de handtas, het reticule. Het reticule had een draagkoord of ketting om in de hand te dragen. Gedurende enkele decennia bleef het modieus om de tas in de hand te dragen.

 

 

Reticule-1840-1870

 

 

Zijde-reticule-19e-eeuw

 

 

 

Tericule-1855

 

 

Met de industriële revolutie (ca.1760-1830) kwamen ‘nieuwe’ materialen als papier-maché, ijzer en geslepen staal die tevens hun weg vonden naar de tas. Een rijkdom aan tassen in aparte vormen en materialen zijn de ware ‘staaltjes’ van een nieuwe tijd. Met de opkomst van de reticule, leek de rol van de dijzakken uitgespeeld. Niets is minder waar gebleken. Het opnieuw wijder worden van de rokken leidde ertoe dat de herleving van grootmoederszakken- de dijzakken- rond 1830 met gejuich werd ingeluid. Tot in de 20 ste eeuw bleven sommige vrouwen de voorkeur aan deze zakken geven.

Het tuigje met daaraan hangende accessoires, al bekend uit vorige eeuwen, werd met de wijdere mode in de 19 de eeuw opnieuw populair. Onder invloed van de Romantiek kreeg het de nieuwe naam ‘chatelaine’ naar het Franse woord voor kasteelvrouwe, en duidend op de sleutels die de kasteelvrouw in de Middeleeuwen, als symbool van haar functie, aan haar riem droeg. Naast de chatelaine met naaigerei hing de vrouw in de 19 de eeuw een variatie aan nuttige accessoires aan de chatelaines. Een praktisch alternatief op de chatelaine was de chatelaine-tas.

Deze werd populair toen met de komst van de crinoline het dragen van een tas aan de rokband opnieuw inkwam. Met de toename van het reizen ontstaat een assortiment aan tassen voor de moderne reiziger. De kleine handbagage voor in de trein groeit uit tot de ware voorloper van de handtas, die de vrouw niet alleen op reis meeneemt, maar ook gebruikt voor op visite en bij het winkelen. Passend bij haar nieuwe rol kreeg ze de nieuwe naam handtas.

Aan het begin van de 20 ste eeuw heeft de handtas definitief de draagfunctie van de chatelaine en chatelainetas overgenomen.

 

 

dijzak 1830

 

 

 

chatelaine

 

 

 

1791 chatelaine tas

 

 

 

chatelaine tas

 

 

 

20ste eeuw

 

De sierlijkheid van de tas is nog van groot belang maar de emancipatie van de vrouw, haar toenemende deelname aan het arbeidsproces en met de toenemende mobiliteit nemen de praktische eisen toe. De vrouw krijgt voor elke gelegenheid op de dag een tas. Het reticule of de beugeltas is sierlijk voor naar het theater, voor in de namiddag heeft ze een wandel- en visite tas en voor naar het werk worden documententassen aangeboden.

Onder invloed van filmsterren op het witte doek neemt het cosmeticagebruik en het roken een enorme vlucht. De ‘vanity-case’ in de 20 er jaren en de ‘minaudière’ in de 30 er jaren vervullen met hun vakjes voor de sigaretten en de make-up op sierlijke en vernuftige wijze de behoefte aan een speciale tas. Uitgevoerd in metaal, waaronder zilver of goud, of in kunststof versierd met strass is het een belangrijk accessoire voor de modieuze vrouw in die tijd.

 

 

 

vintage Engelse vanity case- 20 e eeuw

 

 

 

minaudiere- sigaretten, aansteker, poederdoos

 

 

 

minaudiere – Goyard

 

 

 

moderne minaudiere

 

 

 

leren-avondtas-1915

 

 

 

Kralentas-1920-1930

 

 

 

clutch-brokaat-1925

 

Niet alleen in gebruik maar ook in het materiaal heeft de draagster een grotere keuze dan ooit tevoren. Tassen van textiel, minuscuul petit point, maliën en kralen van glas of geslepen staal, zijn geliefd in de eerste decennia. Leer en kunststoffen vechten om de gunst van de tas. Leer is populair om zijn bijzondere structuur, de duurzaamheid en de kleurmogelijkheden. De kunststoffen celluloid, caseïne en celluloseacetaat zijn in de 20 er jaren in eerste instantie bedoeld als goedkope imitatie van de exclusieve beugels in schildpad en ivoor. In de 30 er jaren worden ze in tassen juist gewaardeerd om hun bij de tijd passende strakke structuur.

Allerlei nieuwe kunststoffen als pvc, perspex en nylon worden in die jaren uitgevonden, maar worden vooral na de Tweede Wereldoorlog opvallend verwerkt in tassen. Doosvormige tassen van harde kunststof, doorschijnend in zogenaamd lucite of in schitterende felle kleuren, en tassen van kunststof telefoondraden en tegels waren een groot succes. De Verenigde Staten heeft in die jaren een leidende rol in deze rages. De zachte kunststoffen worden als imitatieleer de grootste rivaal van leer.

 

Lucite-1950-1960

 

 

Tas-van-kralen-1954

 

 

leer-en-pauwenveren-1970-

.
.
.
.

De uitgroei van de tas

.

 

In de 20ste eeuw groeit de verscheidenheid aan modellen van de tas sterk.

 

  • De handtas wordt in de 20 ste eeuw een vast onderdeel van het genre tas. Een populair model van vroeger is de platte rechthoekige onderarm tas, die geklemd onder de arm of in de hand wordt gedragen. Zij wordt ook wel clutch (pochette) of envelop tas genoemd. Rond het begin van de Eerste Wereldoorlog verschijnt deze tas voor het eerst in modebladen. Zij was naast de handtas de meest populaire tas inde 20 er en 30 er jaren. Rond de Tweede Wereldoorlog moet zij even plaats maken voor de praktische schoudertas. Bij de gracieuze mode van de New Look in 1947 en de vijftiger jaren herwint ze haar positie en komt ze als elegante tas opnieuw in de mode. Tegenwoordig is ze voornamelijk favoriet als elegante avondtas.
  • De schoudertas is tegenwoordig uitgegroeid tot het modeaccessoire voor de praktisch ingestelde vrouw. Met haar lange draagriem slingeren wij haar om onze nek en houdt ze onze handen vrij in ons drukke bestaan. Een belangrijk keerpunt vormen de schoudertassen die de Italiaanse modeontwerpster Elsa Schiaparelli in de 30 er jaren van de twintigste eeuw ontwierp. Met hun functionele en militaire uitstraling waren ze vooral populair in de jaren van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de handtas en onderarm tas na de oorlog opnieuw modieus werden, behoudt de schoudertas haar rol als sportieve en praktische tas. Haar definitieve doorbraak komt in de 60 er jaren toen de jonge generatie modeontwerpers als Mary Quant, Pierre Cardin, Paco Rabanne, Courrèges en Yves Saint Laurent zich liet inspireren door de jongerencultuur. De jeugdige en nonchalante mode vraagt om een handige en jeugdige tas, de schoudertas. Een zeer bekende schoudertas is de Chanel-tas met haar karakteristieke kussentjes en goudkleurige ketting. Met een korte schouderband als een stokbroodje geklemd onder de oksel is de ‘baguette’ van het Italiaanse merk Fendi de jongste hit van de 90 er jaren. Sinds haar introductie in 1998 heeft de tas zowel in de draagwijze als de vorm het modebeeld mede bepaalt.
  • De tegenwoordig zo veel gedragen rugtas is als modeaccessoire van jonge datum. Het is vooral het exclusieve Italiaanse tassenmerk Prada dat met de introductie van een zwarte nylon rugtas in 1985 de rugtas als modeaccessoire lanceerde. Bekend als trouwe metgezel van de wandelaar en de avontuurlijke reiziger werd deze ontdaan van haar stoffige imago. Zowel voor jong en oud is de rugtas een geliefd pretentieloos modeaccessoire geworden, doeltreffend in haar functie, en praktisch in het dragen.

 

 

handtas van metalen kralen – Pierre Cardin- Frankrijk – 1970

 

 

lederen handtas tweede helft 20 e eeuw

 

 

schoudertas tweede helft 20 e eeuw

 

 

moderne rugtas

 

 

In de twintigste eeuw is het merkartikel een steeds

grotere rol gaan spelen

.

Dit geldt ook voor de tas. Hermès, Gucci, Louis Vuitton, Prada, Fendi en Judith Leiber zijn internationaal bekende merken die van origine betrekking hebben op handtassen of in elk geval op fijne exclusieve lederwaren. Sommige merken zijn bekend vanwege een specifieke tas. Een klassieker met allure is de ‘Kelly’ tas van Hermès. De leren Kelly-tas met hengsel werd ontwikkeld in 1935 uit een zadeltas die al in 1892 bestond. Ze dankt haar naam en adeldom aan actrice en prinses Grace Kelly die sinds haar verloving met prins Rainier van Monaco in 1955 de tas veel droeg. Het model wordt nog steeds door Hermès gemaakt.

Ook voor bekende modeontwerpers en/of modehuizen als Chanel, Dior, Yves Saint Laurent, Versace, Donna Karan en Dolce & Gabbana is de tas tegenwoordig een belangrijk modeaccessoire. In tegenstelling tot vorige eeuwen waarin de mode veel langzamer verliep, is de tas tegenwoordig een mode accessoire dat elk seizoen wisselt.

 

Kelly bag Hermes

 

 

 

Kelly bag Hermes