Tagarchief: vrouw

Liber Divinorum Operum : visioen 5

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

Hildegard

 

.

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

.

Liber Divinorum Operum 5

 

 

Het vijfde visioen sluit aan bij de Apocalyps, die daarin nadrukkelijk wordt geciteerd. De beschrijving van het voornaamste beeld in dit visioen verschilt nogal van die in de andere.

“Ik zag de aardse kring onderverdeeld in vijf zones: de eerste in het oosten, de tweede in het westen, de derde en vierde in het zuiden en het noorden, de vijfde in het midden.”

Elk van deze zones ziet eruit als een gespannen boog.

Een van de zones, de oostelijke, straalt helderheid uit, terwijl de westelijke zone gedeeltelijk in duisternis is gehuld. De zuidelijke zone is onderverdeeld in drie sectoren.

“In twee daarvan vinden kastijdingen plaats, in de middelste is dat niet het geval, maar daar zijn afschuwelijke monsters te zien die hem iets schrikwekkends geven. In oostelijke richting zag ik op zekere hoogte boven de boog van de aarde een rode bol, omgeven door een hemelsblauwe kring. Uit de linker- en rechterkant van deze bol kwamen twee vleugels te voorschijn die zich opwaarts hieven, om zich vervolgens te buigen en tegenover elkaar te bevinden; ze verlengden zich tot halverwege de omtrek van de aarde die ze omringden. Vanuit de bol liep tot halverwege de vleugels een weg waarboven een schitterende ster straalde.”

Uit de uitleg die volgt maken we op dat het om de in vijf zones onderverdeelde aardbol gaat. Het geheel vormt overigens een mensengestalte.

“De aarde stelt de mens voor. De mens wordt, door de vijf zinnen die hem in staat stellen in al zijn behoeften te voorzien, tot zijn zieleheil geleid.”

Vervolgens baseert Hildegard zich op citaten uit de Apocalyps, om de verschillende tijdperken ter sprake te brengen. Er was een tijdperk van Adam, van de zondvloed en van het wachten op de komst van Christus.

Ten slotte verschijnt in de figuur van het zwarte paard de tijd die volgde op het lijden en sterven van Christus.

Daarna volgt het groenachtige paard:

“dat duidt op de tijd waarin alles wat beantwoordt aan de wet en de volheid van Gods gerechtigheid, in een soort uitzonderlijke bleekheid niet zal tellen. In die tijd zullen er overal op aarde degengevechten plaatsvinden, de vruchten der aarde zullen verdwijnen, de mensen zullen een plotselinge dood sterven, de dieren zullen hen dodelijke beten toebrengen. De oude slang verheugt zich in alle kastijdingen die de ziel en het lichaam van de mens zullen treffen; de slang zelf heeft de hemelse glorie verloren en zou willen dat ook de mens die niet bereikt. De slang verheugt zich en roept uit: “Schande aan hem die de mens geschapen heeft; de man geeft zijn eigen gedaante op, hij wijst de natuurlijke liefde, de liefde voor de vrouw, af.”

De duivelse verleiding zal dan ook misdadigers en verleiders, haat en de misdaad van de duivel, schurken en dieven voortbrengen. Maar in de ‘gelijkgeslachtelijkheid’ zal de zonde het onzuiverst en de wortel van alle ondeugden zijn. Als deze zonden bij alle volkeren in aantal zullen zijn toegenomen, zal de instelling van Gods wet verdeeld raken en zal de Kerk als een weduwe worden getroffen. De prinsen, edelen en rijken zullen door hun onderdanen worden verdreven, zij zullen van stad tot stad vluchten, de adel zal worden opgeheven en de rijken zullen arm worden. Zeker, de oude slang en de andere nietswaardige geesten hebben de schoonheid van hun uiterlijke verschijningsvorm verloren, maar de verheffing van hun verstand hebben zij niet opgegeven.”

Hildegard besluit deze opsomming overigens door nogmaals aan de Apocalyps te herinneren.

“Toen de tijd van de rode dageraad aanbrak, dat wil zeggen: de tijd van de volle gerechtigheid dank zij mijn Zoon, zei de oude slang, verbijsterd en versteld, dat ze volkomen door een vrouw, de Maagd, was misleid. Haar razernij richtte zich dan ook op haar. Maar de vrouw bevrijdde zich met behulp van de aarde, want mijn Zoon ontving van haar de kleren van de mens, mijn Zoon, die met de grootste smaad en het ergste lijden werd overladen om de slang tot zwijgen te brengen.”

Gerechtigheid en barmhartigheid zijn als het ware de mannelijke en de vrouwelijke kant van God. In de mens, die geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis, zijn die beide hoedanigheden ingeprent in de man en de vrouw, die samen de mens zijn. In Liber Divinorum Operum is de verhouding tussen man en vrouw uiteengezet in het kader van het scheppingsverhaal.

Als Gods laatste ‘werkstuk’ op de ‘zesde dag’ is de mens gemaakt als eenheid van man en vrouw, om samen het mensengeslacht voort te brengen. Nuchter constateerde de ‘stem’: ‘Wanneer de man alleen zou zijn, of de vrouw alleen zou blijven, zou er geen mens (meer) kunnen ontstaan.’

In de twee-eenheid van het mensenpaar zal de man de gerechtigheid vertegenwoordigen, de vrouw de barmhartigheid. Beiden zijn zij geschapen met intelligentie begiftigd, de engelen gelijk. Samen zijn zij meer dan de engelen, omdat aan hen het beheer van de aarde is toevertrouwd. Deze gelijkenis van de mens met de Schepper is niet beperkt tot de verbondenheid van man en vrouw in huwelijk en voortplanting, maar omvat de totale samenwerking van man en vrouw, ook nadat zij hun paradijselijke staat verloren hebben door beiden Gods gebod te overtreden.

“De aarde stelt de mens voor. De mens wordt, door de vijf zinnen die hem in staat stellen in al zijn behoeften te voorzien, tot zijn zieleheil geleid.” Door de ervaringen die de mens opdoet, vindt geestelijke groei plaats.

Rood/blauwe bol: de menselijke geest op aarde.

Vleugels: de geestelijke vermogens (gerechtigheid, barmhartigheid).

Weg naar het oosten: geestelijke ontwikkelingsweg.

Ster: de ontwikkelde toestand.

Aarde: leerschool voor geestelijke ontwikkeling door beproevingen. Op aarde is licht en duisternis tegelijkertijd aanwezig.

Twintig jaar later: een gesloten stad

In de visioenbeelden van Scivias staat de heilsgeschiedenis van God met de mensen in het teken van verwachting en belofte. Weliswaar heeft Hildegard toen al gezien, dat er een definitieve scheiding zal komen tussen degenen die het geloof van de katholieke, christelijke Kerk trouw bewaren en degenen die de Mensenzoon in ongeloof verwerpen. Maar het Heilsgebouw is nog onvoltooid en open naar het zuiden, de toekomst. Binnen de muren gaan mensen af en aan, zij komen binnen door de spiegelkennis naar de toren van de Kerk toe. Zij blijven daar of vertrekken weer. De Mensenzoon waakt over het heil. Hij vermaant de mensen, maar veroordeelt alleen de verstokten.

In Hildegards laatste grote werk, Liber Divinorum Operum, is in drie visioenbeelden de betekenis van de heilsgeschiedenis beschreven. Hildegard schreef het boek na 1163, toen de pauselijke Stoel van Rome bezet was door handlangers van de op wereldmacht beluste Frederik I, die door Hildegard ‘de roomse Keizer’ genoemd werd. Zij zag alles wat zij in Scivias en later reeds beschreven had opnieuw, maar nu in het licht van het mysterie van de Incarnatie. Zij zag het wakend met de innerlijke ogen van de geest. Zij zag de scheiding der geesten scherper dan ooit tevoren. Zij zag de Stad van God bedreigd.

Hildegard zag een gesloten stad. Eén poort was er in het oosten, één ingang uitgehouwen in een harde rots. Binnen de stad zijn de muren licht waar het heil is. Buiten de stadsmuren is het duister. De bouwsels van de heilswerken, in Scivias vrij op de muren geplaatst, staan nu binnen de muren van de stad. Het is een gesloten stad, die verdedigd moet worden.

 

ldo25

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

De Bijbel over de schoonheid van de vrouw

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Is het met de dood uit?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

oordeel op de laatste dag

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Matheüs 22 : 23 – 33

 

23 Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceen, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem,

24Zeggende: Meester! Mozes heeft gezegd: Indien iemand sterft, geen kinderen hebbende, zo zal zijn broeder deszelfs vrouw trouwen, en zijn broeder zaad verwekken.
25 Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste, een vrouw getrouwd hebbende, stierf; en dewijl hij geen zaad had, zo liet hij zijn vrouw voor zijn broeder.
26 Desgelijks ook de tweede, en de derde, tot de zevende toe.
27 Ten laatste na allen, is ook de vrouw gestorven.
28 In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad?
29 Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods.
30 Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in de hemel.
31 En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt:
32 Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs! God is niet een God der doden, maar der levenden.
33En de scharen, dit horende, werden verslagen over Zijn leer.
.
.
.
.

 

Moderne sadduceeën

 

De naam farizeeër is bij velen, die overigens weinig van de Bijbel weten, wel bekend. Vrome farizeeër, schijnheilige farizeeër, het is een gangbaar scheldwoord geworden. En helaas moet toegegeven worden, dat er in de christenheid genoeg mensen zijn die zich een dergelijke aanduiding waard hebben gemaakt. Uiterlijk zo godsdienstig en vroom als wat, maar wee als je met ze te maken krijgt.

Velen weten echter niet dat er nog een tweede groep Joden in de Bijbel een aparte vermelding krijgt. Dat zijn namelijk de sadduceeën. Het woord sadduceeër is nooit ingeburgerd in onze taal, dit in tegenstelling met de uitdrukking farizeeër, en toch zijn er in het christendom zeker zoveel Sadduceeërs als farizeeërs.

De sadduceeën zou je de vrijzinnigen van de oude tijd kunnen noemen. Ze stonden open voor vreemde invloeden en namen het met de Bijbel niet zo nauw. Van een opstanding bijvoorbeeld wilden ze niets weten, hel en hemel daar moest je bij hen niet mee aankomen. Ze bekeken de Bijbel door hun materialistische bril, en wat niet direct met de rede strookte schreven ze af.

Zo zijn er vandaag de dag genoeg die hun eigen godsdienst hebben opgebouwd: een beetje christendom aan de Bijbel ontleend en ’n hele hoop eigen ideeën, en daar een aftrekseltje van. En wat ze met hun verstand niet direct rijmen kunnen wordt aan de kant gegooid. Moderne sadduceeën!

 

 

 

Er waren eens zeven broers

 

Deze sadduceeën nu komen bij Jezus met een vraag. Niet echt met een vraag waarop ze graag een antwoord willen hebben, nee, met een strikvraag. Deze nuchterlingen die alleen maar willen geloven wat ze zien, komen met een zeer onwaarschijnlijk verhaaltje bij de Here Jezus. Het lijkt net een sprookje:

‘Er waren bij ons zeven broers. De één trouwde, maar stierf kort daarop zonder kinderen na te laten. Volgens de wet van Mozes moest zijn broer toen met de weduwe trouwen (zogenaamde zwagerhuwelijk), en zou het eerste kind uit dit huwelijk op naam van de oudste broer komen te staan, zodat dienst erfdeel onder Israël bewaard bleef.

Maar ook die tweede broer stierf zonder kinderen na te laten, en zo ging het met de derde, de vierde enzovoort…. Tot de zevende toe. Tenslotte stierf ook de vrouw. Dit was het mooie verhaaltje, en nu kwam de vraag: Van wie van de zeven zal ze dan in de opstanding de vrouw zijn? Want allen hebben haar tot vrouw gehad’.
Met deze vraag meenden ze de onmogelijkheid van de opstanding te hebben aangetoond. Dom geredeneer. Precies zo dom zijn de moderne loochenaars van de opstanding met al hun argumenten van: ‘Hoe kan dat nou?’

 

 

 

Gij dwaalt

 

De Heiland legt deze sadduceeën met een paar woorden de oorzaak van hun dwaling uit: ‘Gij dwaalt, want gij kent de Schriften niet noch de kracht Gods’.

Deze Joden wilden de Bijbel met de Bijbel bestrijden, maar ze kenden de Bijbel niet goed. Zo gaat het ook de modernen van nu. Zonder goed te lezen of te begrijpen wat er staat wil men de Bijbel gaan ontzenuwen.

1 : De Here maakt zijn vraagstellers duidelijk dat de mensen in de opstanding niet huwen, dat er dan andere verhoudingen gelden dan de aardse, lichamelijke banden. Zover hadden de sadduceeën echter niet nagedacht.

2 : Christus beroept zich op een naam van God, die de sadduceeën ook respecteerden, namelijk de term: de God van Abraham, Izaäk en Jakob. Als Abraham, Izaäk en Jakob voorgoed verleden tijd zijn, wat heeft dan voor zin dat God zich – nog steeds – hun God noemt? Dan zou God een naam dragen die aangeeft dat het verleden voorgoed verleden is.

Maar God is niet een God van dode mensen, maar van levenden. Abraham, Izaäk en Jakob bestaan voor Hem, ook al zien wij ze niet in hun verteerde aardse lichaam. En eenmaal in de dag der opstanding zal God hun zielen weer een lichaam geven, een verheerlijkt lichaam, zodat ze als complete mensen voor Hem zullen leven in de heerlijkheid.

 

 

 

De wens is de vader van de gedachte

 

Waarom wilden de sadduceeën dat het met de dood uit was, en waarom willen zovelen dat nog steeds?

 

Verschillende redenen zijn :

1 : verstandsredenen

2 : het zich onmogelijk kunnen voorstellen van een opstanding

3 : gewetensargumenten

4 : een opstanding brengt verantwoording afleggen met zich mee

5 : niet met het verleden geconfronteerd willen worden

 

Voor velen geeft dit laatste argument de doorslag. Maak u echter niets wijs. Het is met de dood niet uit. De Bijbel zegt:

“zoals het de mensen beschikt is eenmaal te sterven en daarna het oordeel” (Hebreeën 9:27).

Er volgt oordeel en rekenschap afleggen. De Bijbel kent maar één middel om aan dat oordeel te ontkomen, namelijk door zich te bekeren en te geloven in Jezus Christus. Van zulke mensen geldt:

“Wie in de Zoon gelooft komt niet in het oordeel” (Joh. 5:24; 3:18).

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

De rechten van de vrouw in de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De islam kent aan de vrouwen een recht op veiligheid, geborgenheid

en levensonderhoud toe.

 

 

 

godvrezende vrouw

 

 

Dat laatste is een soort van financieel vangnet. Immers, volgens de islam, is de echtgenoot de behoeder van zijn vrouw:

‘Mannen zullen volledig zorg dragen van vrouwen’(Koran 4:34)
(De Arabische uitdrukking spreekt van ‘qawwam’, d.i. een intensieve vorm van qaim of ‘iemand die verantwoordelijk is voor’ of ‘iemand die zorgt voor’ een ding of een persoon).

Ook de  volgende uitspraak van de  profeet Mohamed stelt dat mannen financieel moeten zorgen voor vrouwen:

“Jullie zijn verplicht hen eervol te voorzien van voedsel en kledij” (Uitspraak van profeet Mohamed in diverse collecties).

Dit betekent dat haar echtgenoot voor haar moet zorgen. Hij moet voor haar fysische veiligheid instaan en  voor haar financiële zekerheid (voorzien in woonst, kledij, voeding, medicijnen enz) . Ook als de vrouw zelf werkt en een vermogen of een inkomen heeft moet een man in deze kosten voorzien. De vrouw mag  alles wat zij verdient voor zichzelf  houden, het staat haar vrij bij te dragen tot de kosten van het gezin maar niets in de islam verplicht haar daartoe.

Een man mag ook niet krenterig zijn, hij moet geld  aan zijn vrouw besteden afhankelijk van zijn inkomen. In samenhang hiermee, is het erfdeel van een dochter in de islam kleiner dan dat van een zoon. Immers, de dochter mag het geld dat zij erft volledig voor zichzelf houden terwijl de zoon ervan moet besteden voor zijn familie, zijn vrouw, zijn kinderen enz.

Merk op dat de vrouw haar man daarvoor geen dienstbaarheid verschuldigd is. Een huwelijk is geen dienstbaarheidscontract maar een contract tussen gelijken.  Het betekent dus niet dat een vrouw “in ruil” het huishouden moet doen. Naar het voorbeeld van de profeet Mohamed moeten mannen immers hun deel van de huishoudelijke taken doen.

De man is er verder ook toe gehouden zijn vrouw attent en liefdevol te behandelen.

‘Waarlijk, de meest volmaakte in geloof onder de gelovigen is hij die best gemannierd is en meest voorkomend (attent, vriendelijk) is voor zijn vrouw.’ (Uitspraak van profeet Mohamed)
.
.
.
.
.
.

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

voorpagina openbaring a4
.
.
.
.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

   

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

BREAKING POPE Prophecy Red Alert: IT’S COMING MAY 14, 2020!!

Standaard

Category/categorie: video/religie

 

 

 

 

BREAKING POPE Prophecy Red Alert:

IT’S COMING MAY 14, 2020!! 

 

 

BEGIN SAMENSMELTING VALSE KERK EN

WERELDLIJKE POLITIEK OP 14/05/2020 DOOR PAUS!

 

 

 

 

 

 

SAMENSMELTING VALSE KERK EN WERELDLIJKE POLITIEK OP 14/05/2020

 

De voorbode van Openbaring 13 en 17! De vrouw op het beest, de valse profeet, is de valse kerk die niet God volgt, maar een systeem gebaseerd op niet christelijke regels. God vergelijkt haar met een vrouw, een hoer. De vele wateren waar ze aanzit zijn de volkeren die zonden begaan onder de dekmantel van religie. ook de machtshebbers van de aarde bedrijven dezelfde praktijken. Iedereen is bedwelmd door deze zonden, ingeburgerd in elke aspect van het dagelijkse leven!

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Veranderingen van het ideale vrouwenlichaam

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

Te mager, te dik, te groot, te breed… er is altijd wel iets waardoor je niet aan het schoonheidsideaal voldoet. Maak je er vooral geen zorgen over, want de idealen veranderen toch. Bekijk hier hoe de perfecte vrouw er de voorbije 3.000 jaar moest uitzien:

 

 

 

1. Het oude Egypte (1292 – 1069 v.C.)

 

 

Slank

Smalle schouders

Een hoge taille

Een symmetrisch gezicht

 

 

 

2. Het oude Griekenland (500 – 300 v.C.)

 

 

Volslank

Lichte huidskleur

Vrouwen werden gezien als ‘vervormde mannen’

 

 

 

3. De Chinese Han-dynastie (206 v.C – 220)

 

 

 

Slanke taille

Bleke huid

Grote ogen

Kleine voeten

 

 

 

4. De Italiaanse renaissance (1400 – 1700)

 

 

 

Grote borsten

Ronde buik

Volle heupen

Egale huid

 

 

 

5. Het Victoriaanse Engeland (1837 – 1901)

 

 

 

 

Volslank

Wespentaille

Vrouwen droegen een corset om de idealen vormen te krijgen

 

 

 

6. De roaring twenties (1920)

 

 

Kort haar

Een platte borst

Smalle heupen

Een mannelijk figuur

 

 

 

7. De gouden tijd in Hollywood (1930 – 1950)

 

 

Appelvormig

Grote borsten

Slanke taille

 

 

 

8. De sixties (1960)

 

 

Mager

Lange, dunne benen

Een kinderlijk voorkomen

 

 

 

9. Het tijdperk van de supermodellen (1980)

 

 

Slank, maar toch met vormen

Atletisch

Groot

Stevige armen

 

 

 

10. De heroïneverslaafde (1990)

 

 

Uitgemergeld

Doffe huidskleur

Androgeen

 

 

 

11. De postmoderne schoonheid (2000 – vandaag)

 

 

Platte buik

Gezond mager

Grote borsten

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

Erfenisrechten van de vrouw in de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Er wordt de islam vaak verweten dat meisjes minder erven dan jongens en dat dit duidelijk een teken van discriminatie is van de vrouw. Maar is dat ook zo?

 

 

ec8e131f858acccc4400635f5a969b28SHV3ZWwuanBn

 

 

Op dit en andere vooroordelen hebben moslims al talloze keren geantwoord. Omdat het een steeds weer opduikend verwijt is, laten we meteen een islamitisch geleerde aan het woord, en geven we zijn fatwa over deze kwestie weer:

Vraag:

Beste gerespecteerde Sheikh, As-Salamu `Alaykum wa Rahmatullah wa Barakatuh. Ik heb een vraag die mij altijd verwart. Ik hoop dat jij voor mij de zaak kan verduidelijken. Waarom is het erfdeel van een man twee keer zo groot als dat van een vrouw? Is dat een vorm van discriminatie gebaseerd op geslacht?

Jazakum Allah Khayran!

 

Antwoord:

Wa`alykum As-Salaam Warahmatullah Wabarakaatuh.
In de Naam van Allah, de Meest Genadevolle, de Meest Barmhartige,
Alle lof en dank zijn voor Allah, en vrede en zegeningen met Zijn Boodschapper.

Beste broeder in Islam, dank voor de vraag die je ons opstuurde. Ze weerspiegelt jouw zorgzaamheid en belangstelling in het zoeken naar de waarheid. Intussen heeft jouw vraag onze aandacht getrokken, en dat is waarom we ons uiterste best zullen doen je een degelijk antwoord te geven.

Wat de vraag van “erfenis” betreft, zegt Allah, de Goddelijke Wet-gever, in de Qur’an:

“Allah draagt jullie met betrekking tot jullie kinderen op: voor een mannelijk kind evenveel als het aandeel van twee vrouwelijke…” (An-Nisa 4:11)

Mannen zijn ongetwijfeld belast met meer verantwoordelijkheden dan vrouwen. Een vader, een echtgenoot, een zoon, een broer, moet voorzien voor zijn kinderen, zijn vrouw, moeder, zuster. Hij moet hard streven om de eindjes aan elkaar te knopen.

De Islam, als een goddelijk geloof, negeert het bovenstaande feit niet en legt regels neer die een evenwicht vestigen tussen de verantwoordelijkheden van de mannen en de rechten van de vrouwen.

Om meer licht te werpen op deze zaak, citeren we de volgende fatwa:

De Islam geeft in een erfenis aan het meisje de helft van het aandeel dat aan haar broer gegeven wordt, omdat de Islamitische Wet haar niet verplicht dit geld aan iemand anders dan haarzelf te besteden. Anderzijds is de Muslim man, die doorgaans broodwinner is van het gezin, verplicht te spenderen aan zijn vrouw, kinderen, broers, zusters, zijn moeder en zijn vader.

Daarom, omdat de financiële last van de man veel hoger is dan die van de vrouw, geeft de Islam bij een erfenis aan de man het dubbel deel van dat van zijn zus.  Op die manier heeft de Islam de vrouw een juist aandeel gegeven. Laten we even een voorbeeld bekijken. Wanneer de vader sterft en hij laat 30.000 euro na aan zijn kinderen. Hij heeft 2 zonen en 2 dochters. Dan krijgt elke zoon 10.000 dollar, en elke dochter 5.000 euro. De zonen moeten hun moeders, vrouwen, kinderen en zusters (als hun zusters nog niet getrouwd zijn) onderhouden, de zusters mogen  de 5.000 euro volledig voor zichzelf kunnen houden.

Dus, wie heeft hier uiteindelijk het meeste geld? De meisjes natuurlijk.”

 

Noteer dat de uitspraak ‘de almachtige Allah weet het best’ aan het einde van de fatwa een relativerende uitspraak is. Dat betekent dat de geleerde naar best vermogen op de vraag probeerde te antwoorden op grond van de Koran en sunnah, maar dat God uniek is en aan niemand gelijk.  Geen mens kan beweren zeker te weten wat God juist bedoeld heeft. Mensen kunnen slechts proberen te begrijpen wat God bedoeld.

 

Uit bovenstaande fatwa blijkt nog maar eens dat het los citeren van verzen uit de Koran nietszeggend is. Het is belangrijk dat men het algemeen kader kent en daarbinnen een vers kan plaatsen,  pas dan krijgt het vers zijn echte betekenis. De regel over erfrecht moet gezien worden in samenhang met de regels over het familierecht en de rechten en plichten van mannen en vrouwen.  In de islam zijn mannen immers verplicht (fysisch, financieel, emotioneel) zorg te dragen voor hun vrouwen.

De Koran is een geheel van 6.666 verzen, die allemaal met elkaar verband houden. Het onder de knie krijgen van het koranische stelsel is iets wat ook in de moslimwereld vele jaren hogere studies vergt. Het is dus niet omdat men een koranvertaling doorgenomen heeft, dat men een islam-deskundige is, net zo min als het doornemen van een atlas van iemand een aardrijkskundig expert maakt. Een tafsir of koranexegese is zeker geen overbodige luxe bij het lezen van de koran.

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

                                                          

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De geschiedenis van de kledij deel 4 : 1900-1940

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

Kleding 1900 – 1909: Jugendstil

 

De Jugendstil was een reactie op het eclecticisme van de 19de eeuw. Deze stijl met vloeiende lijnen en gestileerde bloemen werd na 1900 toegepast op meubels, vazen, sieraden, stoffen en affiches. Iets dergelijks zien we in de ontwikkeling van het kostuum. Na een eeuw van kostuums met een fraaie buitenkant over een ongemakkelijke binnenkant zou de vrouwenkleding in de 20ste eeuw steeds meer rekening gaan houden met het comfort en de persoonlijkheid van de draagster. Een begin hiervan werd gemaakt met de reformkleding

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was een weerspiegeling van de luxueuze levensstijl in het begin van deze eeuw. De reformjapon werd spottend ‘hobbezakjurk’ genoemd , want hij was recht van snit en werd vaak zonder korset gedragen. De enige garnering was opgestikt band in slingermotieven. Een groot contrast hiermee vormden de luxueuze namiddagjaponnen in pasteltinten met veel kant en elegante tailleurs in de S-lijn. Deze lijn werd verkregen door het gezondheidskorset of droit- devant. Het was even weinig gezond als de vroegere korsetten; het maakte de buik plat, achterwerk en boezem staken uit.

 

De mantel: vooral driekwartmantels met ruime mouwen.
De onderkleding: hemd en onderbroek of combination, droit- devant korset. Voor jonge meisjes het zg. schoolkorset.
Het haar: opgestoken haar, bol rondom het hoofd.
De hoed: platte hoed met veel kunstbloemen. Ook kinderen droegen buitenshuis altijd iets op het hoofd, jongens een pet, meisjes een hoed.
De accessoires: paraplu, handschoenen, kam van schildpad, kragen en shawls van bont, waaiers van veren boord.
De schoenen: elegante instapschoenen met strikjes. Knooplaarsjes onder voetvrije sportsokken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man had als kleine verandering dat het costume-veston, het gewone pak voor overdag, wat meer zakken met zakkleppen vertoonde.

De mantel: de rechte overjas was iets korter dan vroeger en werd vaker gedragen dan de pardessus. Warme bontjassen voor autorijdende mannen.
De sportkleding: steeds meer speciale kleding voor bepaalde sporten. Bijvoorbeeld: voor tennis een lange lichte flannel broek in een streepdessin, gedragen met wit hemd met slappe boord en witte pet met grote klep. Roeien, hardlopen en voetballen werd gedaan in kniebroek en flanellen hemd.
Accessoires bij het sportieve pak waren strohoed en felgekleurde wollen das.
Het haar: tamelijk kort. Opvallend grote snorren.
De hoed: voor overdag vooral de bolhoed en de Homburghoed.
De schoenen: voor ’s zomers tweekleurige molières (bruin met wit of zwart met wit). Minder knooplaarzen, meer veterschoenen.

 

 

 

 

 

Kleding 1909 – 1914: Poiret

 

De opvoering van Rimski-Korssakovs Sheherazade door het Russische ballet in Parijs, heeft een onmiskenbare invloed gehad op de mode na 1910. De door Leon Bakst ontworpen exotische, fel gekleurde kostuums vormden voor Paul Poiret een nieuwe inspiratiebron. Zijn ontwerpen zoals tunieken en kimono’s gaven blijk van oosterse invloeden en hij creëerde een nieuw silhouet: slank en soepel.

 

 

 

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw kreeg een volledig ander silhouet: van boven breed, naar onder toe smal uitlopend. Het lichaam werd niet langer in de taille ingesnoerd. Japonnen hadden een hoge taille, een ‘strompelrok’ en dikwijls een tunica (lampekapsilhouet).

De mantel: minder mantels maar veel mantelkostuums met een tamelijk lang jasje en een zeer nauwe rok, vaak voorzien van splitten. Zeer modieus: het kimonojasje dikwijls afgezet met bont of struisveren.
De sportkleding: voor het eerst badkostuums uit één stuk, met pijpen tot de knieën, gemaakt van wollen tricot en gedragen met zwarte kousen en badschoentjes.
Het haar: losjes opgestoken, soms gekrulde pony.
De hoed: aanvankelijk erg groot met veel garnering. Poiret bracht ook kleine tulbandkapjes met aigrettes.
De accessoires: ceintuurs, hoedenspelden, Jugendstil sieraden van vensteremail. De eerste lippenrouge uit een potje. Poiret creëerde een eigen parfum.
De schoenen: nog veel knooplaarsjes, maar meer en meer laag uitgesneden schoentjes met halfhoge hakken (pumps).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man onderging slechts summiere veranderingen. Het kostuum bestond nog steeds uit jasje, broek en vest van dezelfde stof, een wit hemd met losse boord en een strikje of geknoopte das .
De mantel: voor op reis een lange, rechte jas; voor de stad een wat kortere, getailleerde jas.
De hoed: bolhoed, Homburghoed, hoge hoed en strohoed. Petten voor sportieve doeleinden en op reis.
De accessoires: dasspeld, horlogeketting, manchetknopen, wandelstok met ivoren of zilveren knop, handschoenen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    Kleding 1914 – 1919: Eerste Wereldoorlog

 

In deze periode was West-Europa in beroering door de Eerste Wereldoorlog. De afwezigheid van de mannen vereiste van de vrouwen zelfstandigheid. Dit had uiteraard invloed op de mode. We zien dan ook na 1914 dat de strompelrok werd vervangen door een meer praktische wijde, kortere rok.  Voor het eerst zien we Amerikaanse invloeden op de Europese cultuur, vooral uit de wereld van het amusement. De dixiland jazz  en de stomme film  werden snel populair.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was in enkele jaren volledig van silhouet veranderd. De japon had brede schouders, brede revers aan een kraag die opvallend hoog in de nek opstond, een wijde rok en een slanke taille. Omdat veel vrouwen in de rouw waren lag in de modetijdschriften de nadruk vooral op zwarte kleding, rouwsluiers enz.
Coco Chanel werkte tijdens de Eerste Wereldoorlog in een veldhospitaal in Deauville, Frankrijk.

De donkerblauwe wollen jakken en pullovers van de mariniers inspireerden haar. Ze versierde ze met stiksels en hier en daar een broche en flaneerde ermee op de Promenade de Deauville. Veel dames uit die tijd volgden haar voorbeeld en schaften de oorlogscrinolines af. Ook al omdat ze in de shawlkraagjasjes met ceintuur en wollen jakken gemakkelijker hun werk konden doen. Een nieuw type jasje met een shawlkraag en een ceintuur werd veel gedragen.

De mantel: wijd model met hoog opstaande kraag, soms gedragen met een ceintuur.
Het haar: losjes opgestoken haar door een permanent gekruld.
De hoed: hoge toque of grote platte hoed met lint.
De accessoires: grote paraplu, handschoenen, mof.
De schoenen: onder de kortere rokken veel knooplaarzen. Schoenen met hakken en vetersluiting.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man kreeg in deze oorlogsperiode nog minder de aandacht dan al tientallen jaren het geval was geweest. Het jasje van het meestal grijze, zwarte of gestreepte costume-veston kon zowel van één als twee rijen knopen zijn voorzien. De lange pantalon had pijpen met ingeperste plooien en met omslagen.

De hoed: deukhoed, bolhoed, strohoed en (geruite) pet. Voor het eerst zag men mannen zonder hoofddeksel buitenshuis.
De accessoires: zie vorige periode.
De schoenen: veterschoenen, soms tweekleurig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.  

Kleding 1919-1924 : de naoorlogse jaren

 

In tien jaar tijds was in het modebeeld niets meer te bespeuren van de wat decadente elegance van het begin van de twintigste eeuw. De vereenvoudiging die in de oorlog noodzaak was geweest, groeide nu uit tot een nieuwe stijl waarin de nadruk werd gelegd op bewegingsvrijheid.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was recht en sluik, met het accent op de heupen . De roklengte reikte aanvankelijk tot de enkel, na 1921 tot de kuit en werd na 1923 geleidelijk korter. De japon was meestal kraagloos met een V-hals, een ronde of een vierkante hals. Veelgedragen: het deux-pièces, dat bestond uit een rechte of geplooide rok met een lange blouse óver de rok.

 
De mantel: recht en lang. Meer mantelpakken, vaak gegarneerd met bont.
De avondjurk: rechte halflange japon, laag decolleté of alleen maar schouderbanden, de rok in ongelijke punten vallend.
Het haar: losjes opgestoken of strak weggekamd in een knotje op het hoofd .
De hoed: grote, platte hoed met garnering van bloemen of ver
De accessoires: kraag en mof van vossenbont , imitatiesieraden, bijvoorbeeld lange glazen of parelkettingen in combinatie met goudkleurige schakelkettingen, lange oorhangers.
De schoenen: laag uitgesneden pumps met spitse neuzen en banden over de wreef.

 

 

 

 

 

 

 

 

          Kleding 1924 – 1929: Charleston

 

De mode van de jaren twintig werd sterk beïnvloed door de kunst en de architectuur. De golvende lijnen van de Jugendstil waren onder invloed van het kubisme (Picasso, Mondriaan) vervangen door strakke, rechthoekige vormen.n De nieuwe stijl heette: art déco.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was recht en kort. In 1927 was de rok het kortst, en wel tot op de knie.

 

De mantel: eveneens kort, met een brede schouderlijn, een diepe shawlkraag en vaak gegarneerd met vos.
De avondjurk: in deze periode werden voor het eerst korte avondjurken gedragen. Meestal een recht hemdjurkje met schouderbanden, vaak van doorzichtige stof. Avondmantels waren van zijde met struisveren; typerend voor deze tijd: het smokingjasje gedragen over de avondjapon.
De sportkleding: wollen badpak zonder mouwen, met halve pijpen. De eerste speciale skibroeken, een lang of driekwart pofbroekmodel.
Het haar: omstreeks 1925 hebben alle jonge en zich jong voelende vrouwen hun haar afgeknipt. Voor het eerst werd een door de zon gebruinde huid mode.
De hoed: cloche (pothoed) of helmhoed. Bij zomerjaponnen grote doorzichtige hoeden.
De accessoires: zeer belangrijk vanwege de eenvoudige kleding.
Lange shawls, art déco broches en poederdozen in email. Broches en armbanden van schildpad en ivoor. Lange Chanel-kettingen, oorhangers, enveloppetas (afb. 3), sigarettenpijpje. Klein model paraplu met geometrische motieven. De schoenen: iets minder puntige bandschoenen.

Door de belangstelling voor uitheemse culturen kwam slangen- en krokodillenleer in de mode .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

De man

 

De kleding van de man begon voor het eerst sinds honderd jaar wat meer variatie te vertonen. Het colbertjasje was korter en getailleerd. Men droeg veel blazers met grijze broeken..

Het haar: midden- of zijscheiding; smalle snor.
De hoed: vilten deukhoed, geruite wollen of linnen pet.
De accessoires: leren broekriem met gesp, vlinderdasje, pochet, zegelring met monogram, sigarettenkoker en sigarettenpijpje.
De schoenen: molières met ronde neuzen, vaak tweekleurig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

      Kleding 1929 – 1940: De jaren dertig

 

De ineenstorting van Wall Street (1929) en de economische noodsituatie waarin daarmee ook West-Europa kwam te verkeren, maakte een einde aan de ‘gay twenties’. Sterren werden geïdealiseerd en geïmiteerd. Kenmerkend voor de mode was dat de natuurlijke lichaamsvormen werden geaccentueerd en niet veranderd, zoals de modegeschiedenis tot dusver liet zien.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw had een slank silhouet verkregen. De schouders waren enigszins verbreed.
Omstreeks 1939 japonnen met draperieën over boezem en heupen. Het driedelige  Chanelpak was nu vaker van tweed  dan van jersey en afgebiesd met tress.

De mantel: lang en smal, met een brede, schuine overslag. 
De
avondjurk:
altijd langer dan de japon voor overdag.
De sportieve kleding: voor het eerst een tweedelig badpak.

Het haar: golven en krullen, halflang haar, ook opgestoken of gepermanent. Veel platinablond haar, weggeschoren wenkbrauwen en grote rood gestifte mond.
De hoed: klein, schuin op het hoofd geplaatst hoedje. Veel baretten. Herenhoed à la Garbo.
De accessoires: lange shawl, grote broches en oorknoppen, sieraden van email, ivoor en bakeliet. Met het zonnebaden kwam de zonnebril in de mode.
De schoenen: minder bandschoenen, meer pumps met dunne hakken. Slangenleer, krokodillenleer en suède Schoenen met open hiel en teen .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

De man

 

De kleding van de man was breed in de schouders en smal in de heupen. Het geklede pak met vest had een getailleerd jasje, sportieve colberts waren rechter van model.

De mantel: rechte wollen jas of demi (dunnere stof); gabardine regenjas met ceintuur.
Het haar: kort haar zonder scheiding of met een zijscheiding, glad gekamd met brillantine.
De hoed: deukhoed, pet.
De accessoires: dasspeld, handschoenen, sigarettenkoker, broekriem, polshorloge.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De geschiedenis van de kledij deel 3: 16e eeuw tot 19e eeuw

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

       Kleding in de 2e helft van de 16e eeuw

 

Spanje was in deze periode het rijkste land van Europa. Dit kwam door de grote goudvondsten in het pas ontdekte Amerika. Spanje was hierdoor de trendsetter in de mode. Toch verwerkte ieder land de mode op een andere manier. Door de 80-jarige oorlog brachten de Spanjaarden hun mode mee naar Nederland. Filips II was op dat moment koning van Spanje en Heer der Nederlanden.

Filips II was een zwaar gelovige katholiek en hij verbood opzichtige kleding en laag uit gesneden kleding voor vrouwen. Zwart werd de meest gedragen kleur. Sommige delen van de kleding werden stijf opgevuld.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De meeste kleding van de vrouw blijft hetzelfde. Het decolleté verdwijnt echter. Dames dragen hoog gesloten japonnen, waaruit een klein geplooid kraagje komt. In Engeland werd de Spaanse mode niet overgenomen. Hier dragen vrouwen een rok in een tonvorm.

Deze vorm ontstond door een stijf opgevulde rol, die op de heupen werd gelegd onder de rok. Ook in Nederland draagt een enkeling deze rok, genaamd “beuling”. Een Engelse en Franse dame willen het Spaanse kraagje niet. Zij dragen de “Stuartkraag”, een grotere kraag gemaakt van kant.

 

 

 

 

 

Man

 

Mannen in Spanje dragen, na het verbod op luxe van Filips II, een klein onversierd kraagje. In Spanje hebben de mannen een spits baardje en een snor. De schoenen zijn donker en gesloten. Veel mannen hebben schoudercapes.

 

 

 

 

 

Barok

 

De barok ontstond rond 1600 in Nederland en duurde tot aan de Franse Revolutie. Wat kleding betreft leek de baroktijd op de Renaissance. Dure, lichte stoffen, vele versieringen, sieraden, borduursels en veel kant werden gebruikt voor de kleding.

In Nederland was vooral de mode van de kooplieden populair. Door handel waren kooplieden rijk geworden en dit lieten ze zien. Het wordt in Nederland ook wel de Gouden eeuw genoemd. Onder Lodewijk de 14e werd de kleding van het hof van Versailles bepalend voor heel Europa. Parijs werd de hoofdstad van de haute-couture.

 

 

 

 

 

Eerste helft 17e eeuw

 

In de 17e eeuw verminderde de macht van Spanje. Frankrijk werd steeds machtiger. Ook de Republiek der Verenigde Nederlanden werd een belangrijk land. Er werden handelsondernemingen opgericht. Door de toenemende handel steeg de welvaart.

De Spaanse kleding moest aangepast worden. De opvullingen verdwenen, waardoor kleding veel natuurlijker werd. Ook de kleuren werden lichter en vrolijker. De molensteenkragen werden zonder steun en stijfsel gedragen, waardoor het haar ook weer langer kon zijn.

Vooral de mannenkleding onderging hevige veranderingen. De mode werd sterk beïnvloed door officierskleding gedragen aan het Franse hof. De broeklengte bleef tot de knie, maar de spleten onderaan de broek, konden nu met knopen worden gesloten.

 

 

 

 

 

 

 

Eerste helft 17e eeuw in Nederland

 

De 17e eeuw was voor Nederland de Gouden eeuw. Een nieuwe klasse van jonge rijke kooplieden ontstond. Deze gingen zich kleden als adel. Ze gebruikten kleurrijke, dure stoffen met veel kant. Ouderen hielden echter nog lang vast aan de kleding van de Renaissance, het zwarte regentenkostuum, wat mode was tijdens de Spaanse overheersing.

 

 

 

 

 

vrouw

 

Kenmerkend voor Holland is de ‘vlieger’, een zware mantel voor de vrouw van zwarte stof. Het lijfje is een los kledingstuk dat aan de ‘vlieger’ zit vastgespeld. Het lijfje is versierd met pareltjes en edelstenen. Het haar zit onder een mutsje. Dit bestaat uit een ondermuts en daarboven een siermutsje.

 

 

 

 

 

Man

 

De Hollandse man draagt een knielange pofbroek. Hij draagt een ‘kastoor’ op zijn hoofd. Dit is een hoed van beverhaar. De band van de hoed is van zilver en versierd met edelstenen. Voor mannenkleding zijn er in de 17e eeuw speciaal kleermakers. Voor dames- en kinderkleding kan men terecht bij de wollennaaister.

 

 

 

 

 

2e helft van de 17e eeuw

 

Het Franse hof onder leiding van Lodewijk XIV was heel belangrijk. De renaissance is nu echt overgegaan in het tijdperk van de Barok. Alle kleding werd statig, maar ook zeer indrukwekkend. Alle versieringen waren zwaar en symmetrisch. Men maakte veel gebruik van tegenstellingen in vormen en kleuren. Kleding straalde macht en trots uit, zowel voor mannen als voor vrouwen.

 

 

 

 

 

Man

 

Mannen dragen een grove jas die tot de knieën reikt. Deze jas heeft grote zakken en geweldige grote mouwen. Over de hele jas zijn knoopsgaten aangebracht, toch wordt de jas wordt open gedragen. Onder de jas draagt de man een vest met zakken, die even lang is als de jas.

De broek is meestal onzichtbaar door de lange jas en het vest. Om de hals draagt hij een lange witte shawl. De uiteinden van de shawl vallen over het vest. Later worden de uiteinden van de shawl door de knoopsgaten gestopt. Om groter te lijken dragen de mannen schoenen met hakken. Aan het franse hof zijn de hakken rood gekleurd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lodewijk XIV verloor zijn eigen haar en daarom schafte hij een pruik aan. Dit werd een rage. De pruik moest van golvend haar zijn en werd van voren opgekamd. Pruiken waren wit en bepoederd met krijt of meel. Ze werden steeds indrukwekkender. Gezichten werden wit geschminkt en op de wangen bracht men schoonheidsvlekjes, Tache-de Beauté, aan.

De lippen en wangen werden rood geschminkt. Wenkbrauwen werden als hoge bolle lijnen getekend.
De hoed werd met een punt naar voren gedragen. De punt werd gemaakt door de rand aan 2 kanten op te slaan, zo ontstond de driesteek.

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Ook de kleding van de vrouw wordt deftiger en stijver. De taille wordt ingesnoerd. De rok is weer stijf en kegelvormig, maar is aan de onderkant minder wijd dan in het begin van de 16e eeuw. De diepere kleuren worden veel gebruikt en men draagt vaak fluweel. De japon sluit netjes aan en de hals is diep uitgesneden. Rondom de diep uitgesneden hals is een smal stukje kant.

Het lijfje is versierd met een driehoekig borststuk en halflange mouwen met brede stroken kant.
De rok is van voren gespleten en naar achteren omgeslagen waardoor de voering zichtbaar wordt. Vaak is de kleur van de voering contrasterend met de kleur van de rok. Op de onderrug wordt een versteviging aangebracht. De rok sleept aan de achterkant over de grond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2e helft 17e eeuw in Nederland

 

Rijke Hollandse burgers kleedden zich volgens de mode, die bepaald werd door het Franse en Engelse hof.

 

 

Man

 

De heer draagt een nonchalant kostuum. Het is gemaakt van soepele stoffen en er worden heel veel linten, strikken, pluimen en kant gebruikt. Dit kostuum wordt het Rhingraven kostuum genoemd. Deze naam is ontstaan, omdat de Rijngraaf Pfaltz het pak introduceerde aan het franse hof.

De linten die het kostuum van de man versieren maakt men in de Nederlandse steden Haarlem en Leiden door middel van lintmolens. Ook  gebruikt men goud en zilverkant in deze periode om kleding te versieren.

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De kleding van de vrouw is ook in Nederland wat gewaagder en eleganter geworden. De kleding wordt gemaakt van soepele, lichte stoffen zoals zijde en satijn. De mouwen zijn een stuk korter en ze heeft bijna ontblote schouders.

 

 

 

 

 

Rococo

 

In 1715 stierf Lodewijk XIV. Toen Lodewijk XV aan de regering kwam ging het niet goed met het franse hof. Lodwijk XV  interesseerde zich niet voor staatszaken of het volk dat steeds armer werd. Toen hij stierf kon Lodewijk XVI niet veel verbeteren aan de situatie. Het volk kwam in opstand en in 1789 barstte dan ook de franse revolutie uit. De invloed van de adel verminderde.

De kleding ging mee met deze ontwikkelingen. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV was de kleding statig, deftig en fors. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XV was de kleding vrouwelijk, lichtzinnig en luchtig. Er werd veel zijde in pastelkleuren gedragen. De symmetrie van de versiering verdween. Het tijdperk van de Rococo brak aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18e eeuw : Rococo 1750-1780

 

 

vrouw

 

Frankrijk is toonaangevend voor de vrouwenmode. Het is een vrijere versie van de hofkledij. Het belangrijkste kenmerk van de kleding van de vrouw zijn de brede heupen. Aan de breedte van de heupen is de stand af te lezen waartoe de vrouw behoort. Hoe breder de heupen, hoe hoger de klasse. Het uiterlijk van de vrouw wordt in deze periode steeds extremer. Vooral kapsels trekken de aandacht. Pruiken worden steeds hoger en rijker versierd.

 

 

 

 

 

 

Man

 

Engeland is toonaangevend voor de mannenmode. De mannenmode bestaat nog steeds uit een driedelig pak met een kniebroek.

 

 

 

 

 

 

 

Kindermode

 

Voor de eerste keer ontstaat er aparte mode voor kinderen. Voorheen droegen kinderen dezelfde kleding als volwassenen. Het kind mag zich makkelijker kunnen bewegen. Het meisje hoeft daarom geen korset meer te dragen en de jongens krijgen een lange broek aan. De belangrijkste oorzaak van deze verandering is het werk van Jean-Jacques Rousseau. Hij had vernieuwende ideeën over opvoeding en deze werden doorgevoerd in de kleding.

 

 

 

 

 

          18e eeuw : Franse Revolutie 1789-1800

 

De Franse revolutie begon in 1789 met de bestorming van de Bastille. Tijdens deze bestorming droegen de mannen lange broeken en liepen ze op klompen. Na de Franse Revolutie verdween de standenmaatschappij. De kleding werd hierdoor eenvoudiger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

De man draagt lange broeken, een halsdoek en een lange gestreepte jas. Men wil niet te veel opvallen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Ook vrouwen willen niet opvallen. Haar jurk wordt eenvoudig. Borduurwerk, kant en de pruik verdwijnen. De favoriete kleuren zijn de kleuren van de Revolutie; rood, wit en blauw. De productie van kleding wordt simpeler door de machines. Kleding wordt hierdoor goedkoper. Kleding kan op voorraad gemaakt worden, omdat de kleding zo eenvoudig is. Zo ontstaat de eerste confectiekleding.

 

 

 

 

 

 

 

 

       19e eeuw : Kleding tijdens de Empire ( 1800 – 1815 )

 

Na de Franse Revolutie kwam in Frankrijk Napoléon Bonaparte aan de macht. Deze legerbevelhebber veroverde delen van Italië en werd na een periode als consul door de senaat tot “Keizer der Fransen” uitgeroepen. Napoléon vergeleek zijn macht met die van de Romeinse keizers. Napoleon bracht zijn keizerlijke macht in beeld door symbolen van Romeinse keizers te imiteren, zoals adelaars en lauwerkransen. Er was sprake van een Klassieke opleving.

Deze Klassieke opleving zette zich ook door in de mode. Voor de dames werd nu het ideaal om gekleed te gaan als een Griekse of Romeinse dame uit de Oudheid.
De Franse dames probeerden dit na te volgen door zo min mogelijk ondergoed onder dunne soepele bovenkleding te dragen. Dat betekende geen korset of onderrok. Dit imiteren van de mode uit de oudheid werd wel de ”naakte mode” genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Zij dragen een eenvoudige vormloze japon met korte mouwtjes. De taille zit hoog, net onder de borsten. Vlak onder de buste en aan de wijd uitgesneden hals wordt de jurk met een bandje ingerimpeld. Dit doet denken aan de tunica die met een koord om het middel werd vastgebonden. Er worden doorzichtige stoffen gebruikt, zoals mousseline en tule.

Als de schaarsgeklede dames dan toch naar buiten gaan, dragen zij zoals de Romeinen, enorme rechthoekige shawls, ook wel stola’s genoemd. Geliefd zijn de kostbare kashmirsjaals, teken van een modieus statussymbool. Aan de voeten draagt men lichte zijden schoentjes zonder hak die zo laag waren uitgesneden dat zij met banden tegen het uitslippen moesten worden beschermd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

Ook de mannen krijgen hun eigen mode. Voor de herenkleding kijkt men naar Engeland. De man draagt een strakke kniebroek, een jas met lange achterpanden en een halsdoek, die losjes om het opstaande boord wordt geknoopt.

 

 

 

 

 

Haardracht

 

De dameskapsels uit deze tijd lijken veel op die van de Grieken en Romeinse dames. Vaak worden diademen gedragen. Evenals armbanden en oorsieraden zijn deze vaak versierd met cameeën, stenen waarin een antiek vrouwenkopje is uitgesneden.

 

 

 

 

 

  De 19e eeuw

 

Door de Franse revolutie kwam er een einde aan de overdadige versieringen van de kleding. In de tijd van Napoleon droeg men de zogenaamde ‘empirekleding’, maar ook daarna kwamen er weer grote veranderingen. De kleding van de vrouw veranderde helemaal. Jurken werden van dikker materiaal gemaakt en sloten hoger aan. Ook werd de rok weer wijder.

Na 1850 werden de rokken zelfs heel wijd. De onderrokken werden in die tijd verstevigd door paardenhaar. Natuurlijk was deze kleding erg onhandig en de ‘tournure’ deed zijn intrede. Dit was een rok, die alleen extra ruimte had aan de achterkant. Dit benadrukte het achterwerk van de vrouwen. Een erg belangrijk feit in de 19e eeuw is de opening van het eerste Haute-couture huis in 1858 in Parijs. Dit werd gedaan door modeontwerper Charles Frederick Worth.

 

 

 

 

 

 

 

 

De Romantiek (1830-1860)

 

Vanaf de 19e eeuw begon de mode pas echt een rol te spelen binnen de kledingdracht. De periode van de Romantiek was daar een goed voorbeeld van. Door de industrialisatie ontstond werkloosheid. Er kwamen grote verschillen tussen arm en rijk. Niet langer bepaalde het hof het modebeeld, maar de burgers die rijk werden door de industrie.

 

 

vrouw

 

De romantiek staat voor heimwee naar het verleden. De modebewuste vrouw draagt in de Romantiek een zeer wijde rok en een grote luifelhoed. Bovendien wensen de vrouwen afhangende schouders  en een zeer smalle taille. Tegelijkertijd protesteren vrouwen tegen hun ongemakkelijke kleding. Daarom gebruikt men katoen, wol, zijde, tafzijde en batist.

Deze stoffen zijn een stuk beter te verwerken en veel lichter en soepeler dan de eerdere stoffen. Ook in de kleuren en patroon komt een verandering. Men gebruikt  pasteltinten en smalle strepen of kleine bloemetjes. Na 1850 wordt de crinoline populair, in de volksmond hoepelrok genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

man

 

Voor de man doet het pak zijn intrede. Dit tijdloze kledingstuk, een effen jasje en broek met vest, zou 150 jaar lang hetzelfde gedragen worden. Vaak heeft het vestje felgekleurde ruiten. Er was grote ophef toen George Sand, een Franse schrijfster, voor het eerst in het openbaar een lange broek droeg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fin-de-siècle

 

Aan het eind van de 19e eeuw hadden vrouwen het zwaar. De queque was in waardoor haar kont uitstak. Om een zeer smalle taille te krijgen werd het korset gedragen.  Het gevolg was dat vrouwen ademhalingsproblemen kregen en af en toe flauw vielen. Soms kwam het voor dat de ribbenkast vervormde of dat vitale organen verschoven werden.

De man droeg het driedelige pak. Typisch in deze tijd was  dat het modebeeld opnieuw bepaald werd door het hof. Hierbij speelde koningin Victoria van Groot-Brittannië een belangrijke rol. Haar kleding werd geïmiteerd wat door de komst van de naaimachine mogelijk werd. Bovendien konden mensen zich volgens de laatste mode kleden door de verkoop van kleding in warenhuizen.

Mode werd zo in een korte tijd toegankelijker voor een grote groep mensen. De vrouwen van hogere sociale standen wilden zich blijven onderscheiden. Zij gingen naar een haute-couturehuis. Hier kozen zij ontworpen kleding uit waarna de kleding op maat gemaakt werd.

 

 

man en vrouw

 

 

vrouw

 

 

vrouw

 

 

 

vrouw

 

 

 

man

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

Standaard

categorie : mode en kledij

 

.

.

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

.

.

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

.

 

Accessoires van de vrouwen zijn een nog belangrijker aspect in de kledingstijl dan bij de mannen. Deze accessoires geven nadruk op de vrouwelijke vormen. Tegenwoordig word er gebruikt gemaakt van oorbellen, armbanden, kettingen, riemen etc. en in de middeleeuwen hadden ze daar hele ander ideeën over. De haren van een vrouw uit de middeleeuwen zegt veel over uit welke eeuw van de middeleeuwen zij komt.

 

 

.

 

Accessoires vrouwen 1000-1200

.

De mantel had dezelfde vorm als die van de man. Dit was een losse cape in de vorm van een rechthoek of een halve cirkel. Bij de adellijke vrouwen werd deze mantel vastgezet op één of twee schouders met een sierspeld. De mantel werd ook bij de adellijke vrouwen afgezet met bont. Bij de burgerlijke vrouwen werd deze mantel vastgezet met steekjes en deze had een capuchon.

Het haar van de vrouwen was geheel anders dan dat van de man. Getrouwde vrouwen droegen een hoofddoek of een stuk van hun mantel over hun hoofd heen. Vrouwen die niet waren getrouwd droegen hun haren in vlechten. De accessoires van de vrouw bestonden uit een gordel met juwelen of metalen plaatjes.

Ze hadden een haarband om hun hoofd heen afgezet met juwelen of metalen plaatjes, sierspelden, een gordeltasje voor aalmoezen en grote oorhangers. De schoenen van de adellijke vrouwen waren van leer of van zijde en waren met gouddraad versierd. De burgerlijke vrouwen liepen op blote voeten of op houten zolen met riemen, ook wel patins genoemd.

 

.

1200.

.

 

 

Accessoires vrouwen 1200-1350

.

De mantel van de vrouw bestaat uit een cape, dat met een kettinkje bij elkaar word gehouden. Vaak worden deze capes ook vastgespeld met sierspelden, maar dat is afhankelijk van de stand van de vrouw. Adellijke vrouwen hadden kettinkjes en sierspelden en burgerlijke vrouwen hadden de cape met steekjes op de schouder vast gezet.

Alle vrouwen droegen in deze tijd iets op het hoofd. Los haar werd namelijk beschouwd als verleidelijk. Koninginnen, jonge adellijke vrouwen en ongetrouwde vrouwen werden meestal afgebeeld zonder iets op het hoofd. Hun haar werd gevlochten en bijeengehouden door een crespine, dat is een soort haarnet.
De hoeden die de vrouwen droegen heet een kaproen.

Dit is een openstaande haarband met siersteken en juwelen (voor de adellijke vrouwen) erop. Bij de kaproen waren meestal twee torentjes van het haar zichtbaar. Oudere vrouwen droegen het meestal met een sluier. Later kwam er hoofdbedekking voor nonnen. De schoenen van de vrouwen waren plat en puntvormig.

 

.

1300

.

.

 

Accessoires vrouwen 1350-1400

.

De mantel van de vrouw was in deze tijd hetzelfde als die van eeuw daarvoor. Het bestond namelijk uit een cape, dat bijeen werd gehouden door een kettinkje of sierspelden. Het haar van de vrouwen in deze tijd bestond uit opgerolde vlechten in een soort van kokertjes. Deze kokertjes hadden een vorm van zuilen en zaten in de buurt van de slapen. Dit werd ook wel templettes genoemd. Vaak droegen de vrouwen deze templettes met hoofdband en sluier.

De sluier werd voornamelijk gebruikt door oudere vrouwen. Veel gebruikte accessoires in deze tijd door de vrouwen waren; een gordel met daaraan edelstenen en een dolkje. De handschoenen werden nog steeds gedragen en vaak werden er ringen overheen gedragen. Verder werden er veel sierspelden en knopen gebruikt. De schoenen waren in deze tijd eigenlijk overbodig, net als kousen. De jurken waren zodanig lang dat je de schoenen of de kousen niet eens zag zitten.

 

.

1350

.

 

 

Accessoires vrouwen 1400-1440

.

De mantel van de vrouw was in deze tijd hetzelfde als die van eeuw daarvoor. Het bestond namelijk uit een cape, dat bijeen werd gehouden door een kettinkje of sierspelden. Het haar van de vrouwen werd gevlochten in twee horentjes boven de oren vastgezet met metaaldraad. Dit leek een beetje op duivelsoren. Het schoonheidsbeeld was een dik en glad gezicht, daarom werd er wel eens een stukje van de haargrens weggeschoren.

De hoed was hetzelfde als de haren, namelijk breed. De adellijken hadden deze hoeden uitgebreid. De boeren vrouwen droegen deze hoeden met een sluier. Veel gebruikte accessoires door vrouwen uit deze tijd waren; een gordel om de taille, sierspelden, broches, beurs, ringen en handschoenen. Een nieuw soort accessoire in deze tijd voor de vrouwen was een gouden halsketen met parels.

 

 

1450

.

 

 

Accessoires vrouwen 1440-1490

.

De mantel van de vrouwen uit deze tijd bestond uit een cape vastgezet met sierspelden. Er bestonden waarschijnlijk in deze tijd ook al jassen met mouwen. De randen van de mantel en de jassen werden bij de adellijke vrouwen afgezet met bont. Het haar van de vrouwen in deze tijd was weggeschoren bij de haargrens en bij de wenkbrauwen. Bij vrouwen die nog niet getrouwd waren was het haar zichtbaar. Het schoonheidsbeeld was nog steeds een dik en glad gezicht.

De hoeden van de vrouwen tot 1470 heetten atouren. Dit was een punthoed of kap met een sluier. Op het voorhoofd zat een lusje, dit was waarschijnlijk een stukje metaaldraad van de hoed, waar het op rustte.
Veel gebruikte accessoires in deze tijd waren; veel ringen, handschoenen, halsketens, dunne kettingen tot aan de buste en gouden broches met parels. De schoenen waren nog steeds plat en puntvormig.

 

.

1550

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA