Tagarchief: vrouw

Liber Divinorum Operum : visioen 5

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

Hildegard

 

.

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

.

Liber Divinorum Operum 5

 

 

Het vijfde visioen sluit aan bij de Apocalyps, die daarin nadrukkelijk wordt geciteerd. De beschrijving van het voornaamste beeld in dit visioen verschilt nogal van die in de andere.

“Ik zag de aardse kring onderverdeeld in vijf zones: de eerste in het oosten, de tweede in het westen, de derde en vierde in het zuiden en het noorden, de vijfde in het midden.”

Elk van deze zones ziet eruit als een gespannen boog.

Een van de zones, de oostelijke, straalt helderheid uit, terwijl de westelijke zone gedeeltelijk in duisternis is gehuld. De zuidelijke zone is onderverdeeld in drie sectoren.

“In twee daarvan vinden kastijdingen plaats, in de middelste is dat niet het geval, maar daar zijn afschuwelijke monsters te zien die hem iets schrikwekkends geven. In oostelijke richting zag ik op zekere hoogte boven de boog van de aarde een rode bol, omgeven door een hemelsblauwe kring. Uit de linker- en rechterkant van deze bol kwamen twee vleugels te voorschijn die zich opwaarts hieven, om zich vervolgens te buigen en tegenover elkaar te bevinden; ze verlengden zich tot halverwege de omtrek van de aarde die ze omringden. Vanuit de bol liep tot halverwege de vleugels een weg waarboven een schitterende ster straalde.”

Uit de uitleg die volgt maken we op dat het om de in vijf zones onderverdeelde aardbol gaat. Het geheel vormt overigens een mensengestalte.

“De aarde stelt de mens voor. De mens wordt, door de vijf zinnen die hem in staat stellen in al zijn behoeften te voorzien, tot zijn zieleheil geleid.”

Vervolgens baseert Hildegard zich op citaten uit de Apocalyps, om de verschillende tijdperken ter sprake te brengen. Er was een tijdperk van Adam, van de zondvloed en van het wachten op de komst van Christus.

Ten slotte verschijnt in de figuur van het zwarte paard de tijd die volgde op het lijden en sterven van Christus.

Daarna volgt het groenachtige paard:

“dat duidt op de tijd waarin alles wat beantwoordt aan de wet en de volheid van Gods gerechtigheid, in een soort uitzonderlijke bleekheid niet zal tellen. In die tijd zullen er overal op aarde degengevechten plaatsvinden, de vruchten der aarde zullen verdwijnen, de mensen zullen een plotselinge dood sterven, de dieren zullen hen dodelijke beten toebrengen. De oude slang verheugt zich in alle kastijdingen die de ziel en het lichaam van de mens zullen treffen; de slang zelf heeft de hemelse glorie verloren en zou willen dat ook de mens die niet bereikt. De slang verheugt zich en roept uit: “Schande aan hem die de mens geschapen heeft; de man geeft zijn eigen gedaante op, hij wijst de natuurlijke liefde, de liefde voor de vrouw, af.”

De duivelse verleiding zal dan ook misdadigers en verleiders, haat en de misdaad van de duivel, schurken en dieven voortbrengen. Maar in de ‘gelijkgeslachtelijkheid’ zal de zonde het onzuiverst en de wortel van alle ondeugden zijn. Als deze zonden bij alle volkeren in aantal zullen zijn toegenomen, zal de instelling van Gods wet verdeeld raken en zal de Kerk als een weduwe worden getroffen. De prinsen, edelen en rijken zullen door hun onderdanen worden verdreven, zij zullen van stad tot stad vluchten, de adel zal worden opgeheven en de rijken zullen arm worden. Zeker, de oude slang en de andere nietswaardige geesten hebben de schoonheid van hun uiterlijke verschijningsvorm verloren, maar de verheffing van hun verstand hebben zij niet opgegeven.”

Hildegard besluit deze opsomming overigens door nogmaals aan de Apocalyps te herinneren.

“Toen de tijd van de rode dageraad aanbrak, dat wil zeggen: de tijd van de volle gerechtigheid dank zij mijn Zoon, zei de oude slang, verbijsterd en versteld, dat ze volkomen door een vrouw, de Maagd, was misleid. Haar razernij richtte zich dan ook op haar. Maar de vrouw bevrijdde zich met behulp van de aarde, want mijn Zoon ontving van haar de kleren van de mens, mijn Zoon, die met de grootste smaad en het ergste lijden werd overladen om de slang tot zwijgen te brengen.”

Gerechtigheid en barmhartigheid zijn als het ware de mannelijke en de vrouwelijke kant van God. In de mens, die geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis, zijn die beide hoedanigheden ingeprent in de man en de vrouw, die samen de mens zijn. In Liber Divinorum Operum is de verhouding tussen man en vrouw uiteengezet in het kader van het scheppingsverhaal.

Als Gods laatste ‘werkstuk’ op de ‘zesde dag’ is de mens gemaakt als eenheid van man en vrouw, om samen het mensengeslacht voort te brengen. Nuchter constateerde de ‘stem’: ‘Wanneer de man alleen zou zijn, of de vrouw alleen zou blijven, zou er geen mens (meer) kunnen ontstaan.’

In de twee-eenheid van het mensenpaar zal de man de gerechtigheid vertegenwoordigen, de vrouw de barmhartigheid. Beiden zijn zij geschapen met intelligentie begiftigd, de engelen gelijk. Samen zijn zij meer dan de engelen, omdat aan hen het beheer van de aarde is toevertrouwd. Deze gelijkenis van de mens met de Schepper is niet beperkt tot de verbondenheid van man en vrouw in huwelijk en voortplanting, maar omvat de totale samenwerking van man en vrouw, ook nadat zij hun paradijselijke staat verloren hebben door beiden Gods gebod te overtreden.

“De aarde stelt de mens voor. De mens wordt, door de vijf zinnen die hem in staat stellen in al zijn behoeften te voorzien, tot zijn zieleheil geleid.” Door de ervaringen die de mens opdoet, vindt geestelijke groei plaats.

Rood/blauwe bol: de menselijke geest op aarde.

Vleugels: de geestelijke vermogens (gerechtigheid, barmhartigheid).

Weg naar het oosten: geestelijke ontwikkelingsweg.

Ster: de ontwikkelde toestand.

Aarde: leerschool voor geestelijke ontwikkeling door beproevingen. Op aarde is licht en duisternis tegelijkertijd aanwezig.

Twintig jaar later: een gesloten stad

In de visioenbeelden van Scivias staat de heilsgeschiedenis van God met de mensen in het teken van verwachting en belofte. Weliswaar heeft Hildegard toen al gezien, dat er een definitieve scheiding zal komen tussen degenen die het geloof van de katholieke, christelijke Kerk trouw bewaren en degenen die de Mensenzoon in ongeloof verwerpen. Maar het Heilsgebouw is nog onvoltooid en open naar het zuiden, de toekomst. Binnen de muren gaan mensen af en aan, zij komen binnen door de spiegelkennis naar de toren van de Kerk toe. Zij blijven daar of vertrekken weer. De Mensenzoon waakt over het heil. Hij vermaant de mensen, maar veroordeelt alleen de verstokten.

In Hildegards laatste grote werk, Liber Divinorum Operum, is in drie visioenbeelden de betekenis van de heilsgeschiedenis beschreven. Hildegard schreef het boek na 1163, toen de pauselijke Stoel van Rome bezet was door handlangers van de op wereldmacht beluste Frederik I, die door Hildegard ‘de roomse Keizer’ genoemd werd. Zij zag alles wat zij in Scivias en later reeds beschreven had opnieuw, maar nu in het licht van het mysterie van de Incarnatie. Zij zag het wakend met de innerlijke ogen van de geest. Zij zag de scheiding der geesten scherper dan ooit tevoren. Zij zag de Stad van God bedreigd.

Hildegard zag een gesloten stad. Eén poort was er in het oosten, één ingang uitgehouwen in een harde rots. Binnen de stad zijn de muren licht waar het heil is. Buiten de stadsmuren is het duister. De bouwsels van de heilswerken, in Scivias vrij op de muren geplaatst, staan nu binnen de muren van de stad. Het is een gesloten stad, die verdedigd moet worden.

 

ldo25

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

Advertenties

De Nephilim, reuzen in de Bijbel

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

In de Thora en in sommige vroege christelijke  geschriften zoals het Eerste boek van Henoch zijn nephilim (Hebreeuws:  ‘de gevallenen’) een volk van reuzen ontstaan door de vermenging van de beney ha’elohim (Hebreeuws: ‘de zonen van Goden’) met menselijke vrouwen.

 

 

maxresdefault

opgravingen van Nephilim

 

 

 

Nephilim voor de zondvloed

 

 

Genesis 6 : 4

“De reuzen (Nephilim) waren op de aarde in die dagen, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam”.

 

De ‘zonen Gods’ wordt uitgelegd als  gevallen engelen, omdat elders in de Bijbel over hen gezegd wordt dat ze hun oorsprong ontrouw geworden zijn.

Het woord nephilim wordt in sommige Bijbelvertalingen onvertaald gelaten maar meestal weergegeven als reuzen, giganten of titanen.

Een van de belangrijkste redenen voor de zondvloed was dat de ‘aarde vol geweldenarij en godslastering’ was door toedoen van onder andere de Nephilim. Met de zondvloed worden ze dan ook vernietigd.

 

 

giant-nephilim-skelleton-found

 

.

.

Nephilim na de zondvloed

 

Na de zondvloed wordt bericht dat er nadien toch nog ‘Nephilim’ waren. Volgens sommige Bijbelverklaringen komt dat omdat God niet verhinderde dat de zonen van God (die immers geestelijke wezens zijn en dus niet gehinderd werden door de zondvloed die wel hun aardse nakomelingen vernietigde) na de zondvloed hun ‘oneerbare’ praktijken opnieuw oppakten en weer (reusachtige) nakomelingen bij menselijke vrouwen verwekten. Toen de Israëlieten het beloofde land verkenden, kwamen ze tot hun schrik deze ‘reuzen’ tegen:

 

Numerie 13 : 33

We hebben daar zelfs reuzen gezien, de Enakieten. Vergeleken bij dat volk van reuzen voelden wij ons maar nietige sprinkhanen, en veel meer zullen we in hun ogen ook niet geweest zijn.

 

 

De Kanaänieten waren grotendeels afstammelingen van Nephilim en moesten daarom uitgeroeid worden door de Israëlieten toen ze het beloofde land binnentrokken. Bij monde van Mozes kregen ze daarvoor uitdrukkelijk opdracht van God:

 

Deuterononium 20 : 16-17

Maar daarbinnen, in de steden van het land dat de Heer, uw God, u als grondgebied zal geven, mag u geen mens in leven laten. AlleHetieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten moet u doden, zoals de Heer, uw God, u heeft opgedragen…”.

 

 

Het nageslacht van deze Nephilim was bekend onder diverse namen. Wij lezen van

  • Anakim (Enakieten), die van Anak afstammen ;

 

Numeri 13 : 28

Behalve dat het een sterk volk is, hetwelk in dat land woont, en de steden zijn vast, en zeer groot; en ook hebben wij daar kinderen van Enak gezien.

  • Refaim, die van Rafa (Refaïeten) afstammen;
  • Zamzummims, Emims (Emieten), Avims enz.

Iedereen deelde de kenmerken van reusachtig, lang en sterk te zijn.

 

Deuterononium 3 : 11

Koning Og van Basan was de enig overgebleven afstammeling van de Refaïeten. Zijn bed – te zien in Rabba, de hoofdstad van Ammon – is van ijzer en negen el lang en vier breed, gemeten in de gewone el. 

 

Als we voor deze el ongeveer 52 cm nemen dan zou dit bed 4,68 meter lang en 2,08 meter breed moeten zijn geweest.

Maar de Israëlieten volbrachten de opdracht tot uitroeien niet helemaal en gedoogden sommigen van deze volkeren. In latere tijden na de intocht wordt daarom soms nog over Nephilim of reuzen verhaald. Sommige van deze reuzen droegen speren die tussen de vijf en vijftien kilo wogen.

De reus Goliath uit de tijd van David, waarschijnlijk ook nog een van de Nephilim, droeg een pantser dat bijna honderd kilo woog en het werd gezegd dat hij ongeveer negen voet (± 2,70 meter) lang moest zijn geweest.

Sommige van die reuzen hadden volgens de Bijbel zes vingers aan elke hand en zes tenen aan elke voet. Dit komt tegenwoordig ook nog voor, enkele per duizend, bij mensen met een bepaalde genetische afwijking. Overigens zijn deze mensen meestal van gewone lengte.

 

 

1

nephilim skeletten

 

 

 

Zaad van de slang en zaad van de vrouw

 

Bij de bestudering van al deze Bijbelteksten over de reuzen komen we tot de conclusie dat zij echt wel hebben bestaan! De eerste reuzen kwamen we reeds in Genesis 6:4 tegen, dus vóór de zondvloed. Wij lazen in talrijke Schriftgedeelten, dat er ook na de zondvloed weer reuzen hebben bestaan tot aan de tijd van de koningen toe. De laatste reuzen werden door koning David en zijn leger uitgeroeid.

God kon deze bastaards en hun moeders beslist niet in leven  laten omdat voor Hem de vermenging tussen de afvallige zonen Gods en de dochters der mensen een gruwel was. Maar waarom eigenlijk? Wat zat daar meer achter? Het kon toch niet zo zijn dat het hierbij puur om seksueel genot ging, ook al stond erbij vermeld dat de dochters der mensen mooi waren? Dat klopt! Er schuilt inderdaad meer achter!

Het was ook absoluut geen spontane actie van deze hemelwezens, maar van tevoren heel zorgvuldig door een kwaad brein bedacht en gepland! Achter dit hele scenario zat niemand anders dan de satan zelf! Maar wat was precies zijn doel? Voor het antwoord op deze vraag moeten we  terug naar de zondeval van Adam en Eva.

De reactie van God op de zondeval lezen wij in de verzen :

 

“Daarop zeide God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft. En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen!”

 

Vanaf dat moment wist de satan dat uit het zaad van de vrouw zijn Tegenstander zou opstaan, die volgens deze profetie uiteindelijk satans kop zal vermorzelen, ook al zal hij zich fel daartegen verzetten. Om dit te voorkomen wilde de satan ervoor zorgen, dat het zaad van de vrouw vermengd zou worden met zijn zaad, zodat er geen sprake meer kon zijn van het zaad van de vrouw. Dientengevolge kon ook nooit sprake zijn van het vermorzelen van zijn hoofd!

Daarom hebben afvallige zonen Gods, die de kant van de satan hadden gekozen, zich op diens bevel bewust vermengd met de dochters der mensen, en zo ontstonden de reuzen. Als God derhalve een basis wilde verschaffen om de mensheid te laten voortbestaan, dan kon Hij geen besmet menselijk nageslacht toestaan dat niet van Adam afkomstig was, en was het voor Hem nodig om de zondvloed over de aarde te brengen.

Het is verbijsterend om te zien hoe de satan al vanaf het begin getracht heeft om Gods heilsplannen te dwarsbomen, want wat zou anders het dieper liggende motief van deze ontrouwe zonen Gods geweest zijn, dan een poging om het menselijk ras dermate genetisch te manipuleren dat de komst van de Messias Yeshua (Jezus) in het vlees hierdoor onmogelijk zou worden.

Yeshua zou nooit geboren kunnen worden uit een demonisch gedrocht, maar het is ronduit geweldig om te zien hoe God in Zijn wijsheid steeds weer alles in de goede banen weet te leiden. Tegen alle menselijke verwachtingen in konden de sterke machten die tegen Israël streden, het niet verslaan en vernietigen. In de Bijbel staat dat de reuzen zo hoog als de ceders waren en zo sterk als de eiken. En toch waren de Israëlieten in staat om deze reuzen te verslaan, want de Eeuwige was met hen en had hen de overwinning belooft.

Daarom zegt Hij tegen de kinderen van Israël: “Al waren die groot als ceders en sterk als eiken, Ik heb hen met wortel en tak uitgeroeid!”. De God van Israël is een God die wonderen doet, ook in uw en in mijn leven. Als wij volledig op Hem vertrouwen en ons geheel aan Hem overgeven, dan kunnen ook wij al die ‘reuzen’ verslaan, die wij in ons leven tegenkomen.

 

1 Johannes 4:4

“want Hij die in u is, is machtiger dan hij die in de wereld heerst!”

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

 

 

A woman brought back to life describes what heaven looks like

Standaard

category / categorie: video

 

 

 

 

A woman brought back to life describes what heaven looks like

 

Een bijna overleden vrouw beschrijft de hemel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De handtas van vroeger tot nu

Standaard

Al eeuwen is de tas het noodzakelijke ‘huisje’ van de vrouw, waarin zij haar attributen en privézaken bewaart. De tas als onmisbaar accessoire is niet alleen een verschijnsel van de laatste jaren, maar het is vanaf de vroegste tijden een nuttig gebruiksvoorwerp, zowel voor vrouwen als voor mannen.

 

 

 

Hangend aan de gordel of riem

 

Vanaf de late Middeleeuwen bestaat er een variatie aan tassen en beurzen. Dit waren toen al praktische accessoires bij de kleding die nog geen binnenzakken kende. Gemaakt van leer, linnen, zijde, fluweel tot prachtig geborduurd, hadden ze vakjes voor het meedragen van geld en andere persoonlijke benodigdheden. Men had een ruime keus van stoere beugeltassen met wel achttien verborgen vakjes, leren beurzen met decoratief metalen beslag tot buidel vormige beurzen aan lange trekkoorden. Met uitzondering van enkele vroege voorbeelden van tassen die om de schouder werden gehangen, zoals sommige jachttassen, werden tassen en beurzen in die tijd aan de riem of gordel gedragen. Een draagwijze die zowel voor mannen en vrouwen modieus was.

Met de komst van de binnenzakken in de mannenkleding aan het einde van de 16 de eeuw en in de 17 de eeuw raakte de tas bij de man langzaam uit. Met uitzondering van de jacht en documententas werd de tas in de volgende eeuwen het exclusieve domein van de vrouw. Naast tassen en beurzen voor het dagelijkse gebruik, kende men kleine exemplaren die gebruikt werden voor speciale doeleinden. Als huwelijksbeurs, speelbeurs, aalmoezenbeurs, reuktasje of nieuwjaarsgeschenk vervulden ze allemaal hun eigen bijzondere rol.

 

 

buidel – beursje

 

 

 

 

buidel hangend -fluweel-zilverdraad – eerste helt 17 e eeuw

 

 

 

 

Zichtbaar of verborgen: het tuigje, de beugeltas en de dijzakken

 

 

Naast tassen en beurzen voor aan de riem konden vrouwen hun beursjes ook hangen aan het tuigje. Een veel in Nederland en in sommige delen van Duitsland voorkomend alternatief om persoonlijke benodigdheden mee te nemen was de tas met zilveren beugel en haak om aan de rokband te hangen. De beugeltas werd in Nederland vanaf de tweede helft van de 17 de eeuw tot in het begin van de 20 ste eeuw gedragen.

Gedurende de 17 de, 18 de en een groot deel van de 19 de eeuw was de dameskleding zo wijd dat het gemakkelijk was om onder de rok één of twee losse zakken onzichtbaar  te dragen.  Deze zogenoemde dijzakken werden gedragen als paar, één op elke heup hangend.

 

 

tas met zijzakken -1766

 

 

 

 

handwerktas-bloemen-zijde-Frankrijk-17 e eeuw

 

 

 

De reticule, de chatelaine en de handtas

 

Onder invloed van de ontdekking van Pompeï en het herontdekken van de Griekse tempels werd in de loop van de 18 de eeuw alles wat met de Griekse en Romeinse Oudheid te maken had erg populair. Men kreeg een andere architectuur en andere meubels maar ook een heel andere mode en andere tassen. De wijde japonnen verdwenen. De japon werd sluik, de taille ging omhoog tot vlak onder de buste en een modieuze japon moest het liefst van fijne linnen of mousseline zijn. Voor de goedgevulde dijzak is geen plaats meer onder deze ragfijne japonnen. De inhoud van de dijzak verhuist naar de eerste echte voorloper van de handtas, het reticule. Het reticule had een draagkoord of ketting om in de hand te dragen. Gedurende enkele decennia bleef het modieus om de tas in de hand te dragen.

 

 

Reticule-1840-1870

 

 

Zijde-reticule-19e-eeuw

 

 

 

Tericule-1855

 

 

 

Met de industriële revolutie (ca.1760-1830) kwamen ‘nieuwe’ materialen als papier-maché, ijzer en geslepen staal die tevens hun weg vonden naar de tas. Een rijkdom aan tassen in aparte vormen en materialen zijn de ware ‘staaltjes’ van een nieuwe tijd. Met de opkomst van de reticule, leek de rol van de dijzakken uitgespeeld. Niets is minder waar gebleken. Het opnieuw wijder worden van de rokken leidde ertoe dat de herleving van grootmoederszakken- de dijzakken- rond 1830 met gejuich werd ingeluid. Tot in de 20 ste eeuw bleven sommige vrouwen de voorkeur aan deze zakken geven.

Het tuigje met daaraan hangende accessoires, al bekend uit vorige eeuwen, werd met de wijdere mode in de 19 de eeuw opnieuw populair. Onder invloed van de Romantiek kreeg het de nieuwe naam ‘chatelaine’ naar het Franse woord voor kasteelvrouwe, en duidend op de sleutels die de kasteelvrouw in de Middeleeuwen, als symbool van haar functie, aan haar riem droeg. Naast de chatelaine met naaigerei hing de vrouw in de 19 de eeuw een variatie aan nuttige accessoires aan de chatelaines. Een praktisch alternatief op de chatelaine was de chatelaine-tas.

Deze werd populair toen met de komst van de crinoline het dragen van een tas aan de rokband opnieuw inkwam. Met de toename van het reizen ontstaat een assortiment aan tassen voor de moderne reiziger. De kleine handbagage voor in de trein groeit uit tot de ware voorloper van de handtas, die de vrouw niet alleen op reis meeneemt, maar ook gebruikt voor op visite en bij het winkelen. Passend bij haar nieuwe rol kreeg ze de nieuwe naam handtas.

Aan het begin van de 20 ste eeuw heeft de handtas definitief de draagfunctie van de chatelaine en chatelainetas overgenomen.

 

 

dijzak 1830

 

 

 

chatelaine

 

 

 

1791 chatelaine tas

 

 

 

chatelaine tas

 

 

 

 

20ste eeuw

 

De sierlijkheid van de tas is nog van groot belang maar de emancipatie van de vrouw, haar toenemende deelname aan het arbeidsproces en met de toenemende mobiliteit nemen de praktische eisen toe. De vrouw krijgt voor elke gelegenheid op de dag een tas. Het reticule of de beugeltas is sierlijk voor naar het theater, voor in de namiddag heeft ze een wandel- en visite tas en voor naar het werk worden documententassen aangeboden.

Onder invloed van filmsterren op het witte doek neemt het cosmeticagebruik en het roken een enorme vlucht. De ‘vanity-case’ in de 20 er jaren en de ‘minaudière’ in de 30 er jaren vervullen met hun vakjes voor de sigaretten en de make-up op sierlijke en vernuftige wijze de behoefte aan een speciale tas. Uitgevoerd in metaal, waaronder zilver of goud, of in kunststof versierd met strass is het een belangrijk accessoire voor de modieuze vrouw in die tijd.

 

 

 

vintage Engelse vanity case- 20 e eeuw

 

 

 

minaudiere- sigaretten, aansteker, poederdoos

 

 

 

minaudiere – Goyard

 

 

 

moderne minaudiere

 

 

 

leren-avondtas-1915

 

 

 

Kralentas-1920-1930

 

 

 

clutch-brokaat-1925

 

 

Niet alleen in gebruik maar ook in het materiaal heeft de draagster een grotere keuze dan ooit tevoren. Tassen van textiel, minuscuul petit point, maliën en kralen van glas of geslepen staal, zijn geliefd in de eerste decennia. Leer en kunststoffen vechten om de gunst van de tas. Leer is populair om zijn bijzondere structuur, de duurzaamheid en de kleurmogelijkheden. De kunststoffen celluloid, caseïne en celluloseacetaat zijn in de 20 er jaren in eerste instantie bedoeld als goedkope imitatie van de exclusieve beugels in schildpad en ivoor. In de 30 er jaren worden ze in tassen juist gewaardeerd om hun bij de tijd passende strakke structuur.

Allerlei nieuwe kunststoffen als pvc, perspex en nylon worden in die jaren uitgevonden, maar worden vooral na de Tweede Wereldoorlog opvallend verwerkt in tassen. Doosvormige tassen van harde kunststof, doorschijnend in zogenaamd lucite of in schitterende felle kleuren, en tassen van kunststof telefoondraden en tegels waren een groot succes. De Verenigde Staten heeft in die jaren een leidende rol in deze rages. De zachte kunststoffen worden als imitatieleer de grootste rivaal van leer.

 

Lucite-1950-1960

 

 

Tas-van-kralen-1954

 

 

 

leer-en-pauwenveren-1970-

.
.
.
.

De uitgroei van de tas

.

 

In de 20ste eeuw groeit de verscheidenheid aan modellen van de tas sterk.

 

  • De handtas wordt in de 20 ste eeuw een vast onderdeel van het genre tas. Een populair model van vroeger is de platte rechthoekige onderarm tas, die geklemd onder de arm of in de hand wordt gedragen. Zij wordt ook wel clutch (pochette) of envelop tas genoemd. Rond het begin van de Eerste Wereldoorlog verschijnt deze tas voor het eerst in modebladen. Zij was naast de handtas de meest populaire tas inde 20 er en 30 er jaren. Rond de Tweede Wereldoorlog moet zij even plaats maken voor de praktische schoudertas. Bij de gracieuze mode van de New Look in 1947 en de vijftiger jaren herwint ze haar positie en komt ze als elegante tas opnieuw in de mode. Tegenwoordig is ze voornamelijk favoriet als elegante avondtas.
  • De schoudertas is tegenwoordig uitgegroeid tot het modeaccessoire voor de praktisch ingestelde vrouw. Met haar lange draagriem slingeren wij haar om onze nek en houdt ze onze handen vrij in ons drukke bestaan. Een belangrijk keerpunt vormen de schoudertassen die de Italiaanse modeontwerpster Elsa Schiaparelli in de 30 er jaren van de twintigste eeuw ontwierp. Met hun functionele en militaire uitstraling waren ze vooral populair in de jaren van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de handtas en onderarm tas na de oorlog opnieuw modieus werden, behoudt de schoudertas haar rol als sportieve en praktische tas. Haar definitieve doorbraak komt in de 60 er jaren toen de jonge generatie modeontwerpers als Mary Quant, Pierre Cardin, Paco Rabanne, Courrèges en Yves Saint Laurent zich liet inspireren door de jongerencultuur. De jeugdige en nonchalante mode vraagt om een handige en jeugdige tas, de schoudertas. Een zeer bekende schoudertas is de Chanel-tas met haar karakteristieke kussentjes en goudkleurige ketting. Met een korte schouderband als een stokbroodje geklemd onder de oksel is de ‘baguette’ van het Italiaanse merk Fendi de jongste hit van de 90 er jaren. Sinds haar introductie in 1998 heeft de tas zowel in de draagwijze als de vorm het modebeeld mede bepaalt.
  • De tegenwoordig zo veel gedragen rugtas is als modeaccessoire van jonge datum. Het is vooral het exclusieve Italiaanse tassenmerk Prada dat met de introductie van een zwarte nylon rugtas in 1985 de rugtas als modeaccessoire lanceerde. Bekend als trouwe metgezel van de wandelaar en de avontuurlijke reiziger werd deze ontdaan van haar stoffige imago. Zowel voor jong en oud is de rugtas een geliefd pretentieloos modeaccessoire geworden, doeltreffend in haar functie, en praktisch in het dragen.

 

 

handtas van metalen kralen – Pierre Cardin- Frankrijk – 1970

 

 

 

lederen handtas tweede helft 20 e eeuw

 

 

 

schoudertas tweede helft 20 e eeuw

 

 

 

 

moderne rugtas

 

 

 

In de twintigste eeuw is het merkartikel een steeds grotere rol gaan spelen

.

Dit geldt ook voor de tas. Hermès, Gucci, Louis Vuitton, Prada, Fendi en Judith Leiber zijn internationaal bekende merken die van origine betrekking hebben op handtassen of in elk geval op fijne exclusieve lederwaren. Sommige merken zijn bekend vanwege een specifieke tas. Een klassieker met allure is de ‘Kelly’ tas van Hermès. De leren Kelly-tas met hengsel werd ontwikkeld in 1935 uit een zadeltas die al in 1892 bestond. Ze dankt haar naam en adeldom aan actrice en prinses Grace Kelly die sinds haar verloving met prins Rainier van Monaco in 1955 de tas veel droeg. Het model wordt nog steeds door Hermès gemaakt.

Ook voor bekende modeontwerpers en/of modehuizen als Chanel, Dior, Yves Saint Laurent, Versace, Donna Karan en Dolce & Gabbana is de tas tegenwoordig een belangrijk modeaccessoire. In tegenstelling tot vorige eeuwen waarin de mode veel langzamer verliep, is de tas tegenwoordig een mode accessoire dat elk seizoen wisselt.

 

 

Kelly bag Hermes

 

 

 

Kelly bag Hermes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Belangrijke oersymbolen

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

De aarde is van oudsher het symbool van “moeder” . De eerste bouwwerken waren kunstmatige heuvels die de buik van de zwangere vrouw symboliseerden. De vrouw en de aarde werden gezien als beginsel van vruchtbaar-heid. Deze symboliek vinden we terug bij de megalietenbouwers en bij de bouwers van de dolmen. De dolmen symboliseren de baarmoeder. Deze kunstmatige heuvels, megalieten of dolmen werden gebouwd op plaatsen waar de thallurische energie het sterkst was, waar de aarde het meest genezend, dwz. het meest “moeder” was.

 

 

oersymbool aarde

 

.

Getallen zijn symbolen waarmee we dagelijks geconfronteerd wordenIn de oudheid was het getal de uitdruk-king van de kosmische wetmatigheid. De mens zag fenomenen zoals de zon, maan, sterren en seizoenen. Hij legde verbanden en drukte ze uit in getallen. De mens zag de wetmatigheid van de kosmos en interpreteerde dit niet wetenschappelijk maar sacraal.

Zo drukte elk bouwwerk deze kosmische wetmatigheid uit en dienden zij om deze kosmische wetmatigheid te versterken. De bouwwerken werden opgericht volgens strikte geometrische patronen. Op zichzelf zijn deze geometrische figuren symbolen. De Kabbalah, een belangrijk begrip in de joodse filosofie, is gebaseerd op getallensymboliek.

 

 

Figuur2

 

.

De cirkel is het symbool van oneindigheid, van perfectie en bijgevolg van God. Het is het natuurlijke symbool van zon en maan. Voor de primitieve mens waren de  zon en maan gelijkwaardig. Visueel zijn ze ook even groot. De eerste woningen waren cirkelvormige tenten. De eerste dansen waren cirkeldansen, zij brachten de mens in trance en gaven een gevoel van heelheid.

De voorstelling van de steen der wijzen, de ridders van de ronde tafel, de slang in de vorm van een cirkel die in haar eigen staart bijt was bij de gnostici het symbool van de wijsheid en van de onsterfelijkheid. God wordt beschreven als een cirkel waar de omtrek nergens en het middelpunt overal is.

 

.

img444 circels

 

.

De driehoek is een oersymbool dat overeenkomt met de fysische vorm van het vrouwelijk geslachtsorgaan. De drie hoeken zijn de drie aspecten van de vrouw.
1. de vrouw als maagd (sacraal: als priesteres)
2. de vrouw als moeder (het leven gevend beginsel)
3. de vrouw als minnares (minnares van God, brengster van tederheid, de bezorgde en de verleidster)

Deze drie godinnen zijn één, de driehoek is dan ook het symbool van de drie-eenheid. Over het woord “maagd” zijn heel wat misvattingen. De orthodoxe opvatting over het woord maagd is zeker niet de oorspronkelijke bete-kenis zoals die door de evangelisten bedoeld werd. Het gaat niet over het biologisch feit maagd te zijn maar over de kwaliteit van het bewustzijn. Christus werd geboren uit een maagd waarmee men bedoelt dat Hij werd gebo-ren uit het onbevlekte bewustzijn. Het maagd zijn van O.L.Vrouw dienen we te interpreteren niet als een biolo-gisch feit maar in de zin van een vrouw van zuiver en onbevlekt bewustzijn. De driehoek is ook het symbool van God en van Satan. In de gnostiek, het dualisme, zijn God en Satan niet los van elkaar te koppelen.

.

.

 

 

 

Het punt is het perfecte symbool. Het is in de astrologie het symbool voor de zon. Een cirkel met in het middel-punt een punt is het symbool van de mens. De mens is het punt, de cirkel symboliseert de begrenzing van zijn wereld. In de slaap is het bewustzijn een punt, een lichtpunt. 

.

9529a743ca063427909bd51d1c7408c5 punt 

 

De spiraal is het symbool van de spirituele groei. De spiraal drukt het cyclisch karakter uit van alles. Het menselijk bestaan is cyclisch, het komt steeds terug, maar niet zoals bij een cirkel, wel op een steeds hoger of lager niveau. De mens zoekt zijn weg in een spiraal.

 

.

 

spiraal1

 

.

 

De mandala (Sanskriet voor cirkel) is een cirkel in 64 delen opgedeeld en is het symbool van energie en kracht. De mandala drukt een hogere waarneming uit van een bepaald aspect van het universum. De mandala symboli-seert kracht en energie en is er een abstracte voorstelling van.

 

 

mandala paarden

 

 

.

Het medicijnwiel (soort indiaanse mandala) is eveneens het symbool van kracht. Alles wat kracht geeft is cirkel-vormig. Een draaiende beweging van het rad geeft ons het beeld van een spiegel. Door de spiegel doorziet men het leven. Het is ook een verzameling van kruisen die in een cirkel gevat zijn.

 

.

wielmedicijnwiel

 

.

Het hexagram, Davidster, Salomonszegel of zespuntige ster bestaat uit twee in elkaar geschoven driehoeken en wordt de laatste decennia helaas geassocieerd met de Jodenster uit het Derde Rijk. Een symbool dat afkeer, schuldgevoelens en haat oproept. Dit oeroude en wijdverbreide symbool dat we tot in de verre oudheid terug-vinden betekent echter heel wat anders.

Wanneer we het hexagram goed bekijken onderscheiden we twee in elkaar geschoven driehoeken. De driehoek met de punt naar onder symboliseert de vrouw en het vrouwelijke. De driehoek met de punt naar boven symbo-liseert de man en het mannelijke. De vrouwelijke driehoek staat voor water, de delta. De mannelijke driehoek voor het vuur en het vurige.

Waarom werd dit symbool dan voor de Joden gebruikt? De zeshoekige ster werd door koning Salomon, zoon van David, vandaar Davidster of Salomonszegel, gebruikt om God te symboliseren. Zoals we weten kent het Judaïsme geen afbeeldingen of voorstellingen van God. De ster symboliseert Jahwe en werd gedragen door de koningen van Juda (door de koninklijke messiassen, niet door de profetische of de priesterlijke).

 

.

salomonszegel

 

 

 

De swastika (Sanskriet: “het is goed”) is het symbool van welzijn en geluk. Het symboliseert de wentelgang van de vier seizoenen van het ronddraaiend jaar en van oneindigheid. De swastika is bij de Boedhisten het symbool voor de zon. In het oude China staat het hakenkruis symbool voor de oriëntering naar de vier windstreken en wordt het gebruikt om het getal tienduizend (oneindig) aan te duiden.

De oorsprong van de kruisvorm (het Grieks kruis met de gelijke balken) kan een combinatie zijn van vertikale en horizontale balken (geest en materie) of van een orientatie-situatie N-O en Z-W. Het kan refereren naar de recht-opstaande mens met gespreide armen. In de Islam is het kruis het symbool van de universele mens.

Het kruis is ook het symbool van de antichaos, het symbool van de ordening en voor het evenwicht in de mens, in het leven, in de natuur en in de kosmos. Het kruis verdeelt een vlak in vier delen, wat visueel een sterke indruk maakt en vaak als schending van een oppervlak ervaren wordt. Het is dus niet verwonderlijk dat het kruis aan-dacht opeist.

Bij de Maya’s verwijst het kruis naar de kosmische indeling in vier windstreken met als vijfde deel het centrum: de mens zelf. Bij de oud-Egyptenaren gebruikte men het kruis in de hiërogliefen om vernietiging en wraak uit te drukken. Bij de Indianen van Noord-Amerika en Canada is het kruis een antropomorf oriëntatiebeeld (antro-pomorf is de menselijke godsvoorstelling).

De top van het kruis wijst naar de richting van de koude noorderwind, de linkerkruisarm of oostelijke symboliseert het hart en de liefde. De rechterarm is de richting van de vriendelijke westenwind, de plaats van de longen waar-van de adem uitgaat en de voet van het kruis symboliseert de brandende zuidenwind en is het symbool voor de vurige passie. In de symboliek van vele Afrikaanse stammen verwijst het kruis naar de kosmos, naar de sterren of naar hemellichamen.

 

 

Gelukssymbolen met swastika

 

.

 

Het Sint-Andrieskruis (gekanteld kruis of de x-vorm) is een oorspronkelijk runeteken dat de betekenis heeft van geven. Sinds de vroegste geschiedenis van de beschaving wordt het gekantelde kruis gebruikt om een snijpunt van wegen aan te geven. Het Andrieskruis heeft in tegenstelling tot het Griekse kruis een meer dynamisch en spiritueel actief karakter.

 

.

nummer-23 st andreiskruis

 

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Veranderingen van het ideale vrouwenlichaam

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

Te mager, te dik, te groot, te breed… er is altijd wel iets waardoor je niet aan het schoonheidsideaal voldoet. Maak je er vooral geen zorgen over, want de idealen veranderen toch. Bekijk hier hoe de perfecte vrouw er de voorbije 3.000 jaar moest uitzien:

 

 

 

1. Het oude Egypte (1292 – 1069 v.C.)

 

 

insta.gif
 

Slank

Smalle schouders

Een hoge taille

Een symmetrisch gezicht

 

 

 

2. Het oude Griekenland (500 – 300 v.C.)

 

 

insta.gif

Volslank

Lichte huidskleur

Vrouwen werden gezien als ‘vervormde mannen’

 

 

 

3. De Chinese Han-dynastie (206 v.C – 220)

 

 

insta.gif

Slanke taille

Bleke huid

Grote ogen

Kleine voeten

 

 

 

4. De Italiaanse renaissance (1400 – 1700)

 

 

insta.gif

Grote borsten

Ronde buik

Volle heupen

Egale huid

 

 

 

5. Het Victoriaanse Engeland (1837 – 1901)

 

 

insta.gif

Volslank

Wespentaille

Vrouwen droegen een corset om de idealen vormen te krijgen

 

 

 

6. De roaring twenties (1920)

 

 

insta.gif

Kort haar

Een platte borst

Smalle heupen

Een mannelijk figuur

 

 

 

7. De gouden tijd in Hollywood (1930 – 1950)

 

 

insta.gif

Appelvormig

Grote borsten

Slanke taille

 

 

 

8. De sixties (1960)

 

 

insta.gif

Mager

Lange, dunne benen

Een kinderlijk voorkomen

 

 

 

9. Het tijdperk van de supermodellen (1980)

 

 

insta.gif

Slank, maar toch met vormen

Atletisch

Groot

Stevige armen

 

 

 

10. De heroïneverslaafde (1990)

 

insta.gif

Uitgemergeld

Doffe huidskleur

Androgeen

 

 

 

11. De postmoderne schoonheid (2000 – vandaag)

 

insta.gif

Platte buik

Gezond mager

Grote borsten

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

De geschiedenis van de kledij deel 4 : 1900-1940

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

Kleding 1900 – 1909: Jugendstil

 

De Jugendstil was een reactie op het eclecticisme van de 19de eeuw. Deze stijl met vloeiende lijnen en gestileerde bloemen werd na 1900 toegepast op meubels, vazen, sieraden, stoffen en affiches. Iets dergelijks zien we in de ontwikkeling van het kostuum. Na een eeuw van kostuums met een fraaie buitenkant over een ongemakkelijke binnenkant zou de vrouwenkleding in de 20ste eeuw steeds meer rekening gaan houden met het comfort en de persoonlijkheid van de draagster. Een begin hiervan werd gemaakt met de reformkleding

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was een weerspiegeling van de luxueuze levensstijl in het begin van deze eeuw. De reformjapon werd spottend ‘hobbezakjurk’ genoemd , want hij was recht van snit en werd vaak zonder korset gedragen. De enige garnering was opgestikt band in slingermotieven. Een groot contrast hiermee vormden de luxueuze namiddagjaponnen in pasteltinten met veel kant en elegante tailleurs in de S-lijn. Deze lijn werd verkregen door het gezondheidskorset of droit- devant. Het was even weinig gezond als de vroegere korsetten; het maakte de buik plat, achterwerk en boezem staken uit.

 

De mantel: vooral driekwartmantels met ruime mouwen.
De onderkleding: hemd en onderbroek of combination, droit- devant korset. Voor jonge meisjes het zg. schoolkorset.
Het haar: opgestoken haar, bol rondom het hoofd.
De hoed: platte hoed met veel kunstbloemen. Ook kinderen droegen buitenshuis altijd iets op het hoofd, jongens een pet, meisjes een hoed.
De accessoires: paraplu, handschoenen, kam van schildpad, kragen en shawls van bont, waaiers van veren boord.
De schoenen: elegante instapschoenen met strikjes. Knooplaarsjes onder voetvrije sportsokken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man had als kleine verandering dat het costume-veston, het gewone pak voor overdag, wat meer zakken met zakkleppen vertoonde.

De mantel: de rechte overjas was iets korter dan vroeger en werd vaker gedragen dan de pardessus. Warme bontjassen voor autorijdende mannen.
De sportkleding: steeds meer speciale kleding voor bepaalde sporten. Bijvoorbeeld: voor tennis een lange lichte flannel broek in een streepdessin, gedragen met wit hemd met slappe boord en witte pet met grote klep. Roeien, hardlopen en voetballen werd gedaan in kniebroek en flanellen hemd.
Accessoires bij het sportieve pak waren strohoed en felgekleurde wollen das.
Het haar: tamelijk kort. Opvallend grote snorren.
De hoed: voor overdag vooral de bolhoed en de Homburghoed.
De schoenen: voor ’s zomers tweekleurige molières (bruin met wit of zwart met wit). Minder knooplaarzen, meer veterschoenen.

 

 

 

 

 

Kleding 1909 – 1914: Poiret

 

De opvoering van Rimski-Korssakovs Sheherazade door het Russische ballet in Parijs, heeft een onmiskenbare invloed gehad op de mode na 1910. De door Leon Bakst ontworpen exotische, fel gekleurde kostuums vormden voor Paul Poiret een nieuwe inspiratiebron. Zijn ontwerpen zoals tunieken en kimono’s gaven blijk van oosterse invloeden en hij creëerde een nieuw silhouet: slank en soepel.

 

 

 

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw kreeg een volledig ander silhouet: van boven breed, naar onder toe smal uitlopend. Het lichaam werd niet langer in de taille ingesnoerd. Japonnen hadden een hoge taille, een ‘strompelrok’ en dikwijls een tunica (lampekapsilhouet).

De mantel: minder mantels maar veel mantelkostuums met een tamelijk lang jasje en een zeer nauwe rok, vaak voorzien van splitten. Zeer modieus: het kimonojasje dikwijls afgezet met bont of struisveren.
De sportkleding: voor het eerst badkostuums uit één stuk, met pijpen tot de knieën, gemaakt van wollen tricot en gedragen met zwarte kousen en badschoentjes.
Het haar: losjes opgestoken, soms gekrulde pony.
De hoed: aanvankelijk erg groot met veel garnering. Poiret bracht ook kleine tulbandkapjes met aigrettes.
De accessoires: ceintuurs, hoedenspelden, Jugendstil sieraden van vensteremail. De eerste lippenrouge uit een potje. Poiret creëerde een eigen parfum.
De schoenen: nog veel knooplaarsjes, maar meer en meer laag uitgesneden schoentjes met halfhoge hakken (pumps).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man onderging slechts summiere veranderingen. Het kostuum bestond nog steeds uit jasje, broek en vest van dezelfde stof, een wit hemd met losse boord en een strikje of geknoopte das .
De mantel: voor op reis een lange, rechte jas; voor de stad een wat kortere, getailleerde jas.
De hoed: bolhoed, Homburghoed, hoge hoed en strohoed. Petten voor sportieve doeleinden en op reis.
De accessoires: dasspeld, horlogeketting, manchetknopen, wandelstok met ivoren of zilveren knop, handschoenen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    Kleding 1914 – 1919: Eerste Wereldoorlog

 

In deze periode was West-Europa in beroering door de Eerste Wereldoorlog. De afwezigheid van de mannen vereiste van de vrouwen zelfstandigheid. Dit had uiteraard invloed op de mode. We zien dan ook na 1914 dat de strompelrok werd vervangen door een meer praktische wijde, kortere rok.  Voor het eerst zien we Amerikaanse invloeden op de Europese cultuur, vooral uit de wereld van het amusement. De dixiland jazz  en de stomme film  werden snel populair.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was in enkele jaren volledig van silhouet veranderd. De japon had brede schouders, brede revers aan een kraag die opvallend hoog in de nek opstond, een wijde rok en een slanke taille. Omdat veel vrouwen in de rouw waren lag in de modetijdschriften de nadruk vooral op zwarte kleding, rouwsluiers enz.
Coco Chanel werkte tijdens de Eerste Wereldoorlog in een veldhospitaal in Deauville, Frankrijk.

De donkerblauwe wollen jakken en pullovers van de mariniers inspireerden haar. Ze versierde ze met stiksels en hier en daar een broche en flaneerde ermee op de Promenade de Deauville. Veel dames uit die tijd volgden haar voorbeeld en schaften de oorlogscrinolines af. Ook al omdat ze in de shawlkraagjasjes met ceintuur en wollen jakken gemakkelijker hun werk konden doen. Een nieuw type jasje met een shawlkraag en een ceintuur werd veel gedragen.

De mantel: wijd model met hoog opstaande kraag, soms gedragen met een ceintuur.
Het haar: losjes opgestoken haar door een permanent gekruld.
De hoed: hoge toque of grote platte hoed met lint.
De accessoires: grote paraplu, handschoenen, mof.
De schoenen: onder de kortere rokken veel knooplaarzen. Schoenen met hakken en vetersluiting.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man kreeg in deze oorlogsperiode nog minder de aandacht dan al tientallen jaren het geval was geweest. Het jasje van het meestal grijze, zwarte of gestreepte costume-veston kon zowel van één als twee rijen knopen zijn voorzien. De lange pantalon had pijpen met ingeperste plooien en met omslagen.

De hoed: deukhoed, bolhoed, strohoed en (geruite) pet. Voor het eerst zag men mannen zonder hoofddeksel buitenshuis.
De accessoires: zie vorige periode.
De schoenen: veterschoenen, soms tweekleurig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.  

Kleding 1919-1924 : de naoorlogse jaren

 

In tien jaar tijds was in het modebeeld niets meer te bespeuren van de wat decadente elegance van het begin van de twintigste eeuw. De vereenvoudiging die in de oorlog noodzaak was geweest, groeide nu uit tot een nieuwe stijl waarin de nadruk werd gelegd op bewegingsvrijheid.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was recht en sluik, met het accent op de heupen . De roklengte reikte aanvankelijk tot de enkel, na 1921 tot de kuit en werd na 1923 geleidelijk korter. De japon was meestal kraagloos met een V-hals, een ronde of een vierkante hals. Veelgedragen: het deux-pièces, dat bestond uit een rechte of geplooide rok met een lange blouse óver de rok.

 
De mantel: recht en lang. Meer mantelpakken, vaak gegarneerd met bont.
De avondjurk: rechte halflange japon, laag decolleté of alleen maar schouderbanden, de rok in ongelijke punten vallend.
Het haar: losjes opgestoken of strak weggekamd in een knotje op het hoofd .
De hoed: grote, platte hoed met garnering van bloemen of ver
De accessoires: kraag en mof van vossenbont , imitatiesieraden, bijvoorbeeld lange glazen of parelkettingen in combinatie met goudkleurige schakelkettingen, lange oorhangers.
De schoenen: laag uitgesneden pumps met spitse neuzen en banden over de wreef.

 

 

 

 

 

 

 

 

          Kleding 1924 – 1929: Charleston

 

De mode van de jaren twintig werd sterk beïnvloed door de kunst en de architectuur. De golvende lijnen van de Jugendstil waren onder invloed van het kubisme (Picasso, Mondriaan) vervangen door strakke, rechthoekige vormen.n De nieuwe stijl heette: art déco.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was recht en kort. In 1927 was de rok het kortst, en wel tot op de knie.

 

De mantel: eveneens kort, met een brede schouderlijn, een diepe shawlkraag en vaak gegarneerd met vos.
De avondjurk: in deze periode werden voor het eerst korte avondjurken gedragen. Meestal een recht hemdjurkje met schouderbanden, vaak van doorzichtige stof. Avondmantels waren van zijde met struisveren; typerend voor deze tijd: het smokingjasje gedragen over de avondjapon.
De sportkleding: wollen badpak zonder mouwen, met halve pijpen. De eerste speciale skibroeken, een lang of driekwart pofbroekmodel.
Het haar: omstreeks 1925 hebben alle jonge en zich jong voelende vrouwen hun haar afgeknipt. Voor het eerst werd een door de zon gebruinde huid mode.
De hoed: cloche (pothoed) of helmhoed. Bij zomerjaponnen grote doorzichtige hoeden.
De accessoires: zeer belangrijk vanwege de eenvoudige kleding.
Lange shawls, art déco broches en poederdozen in email. Broches en armbanden van schildpad en ivoor. Lange Chanel-kettingen, oorhangers, enveloppetas (afb. 3), sigarettenpijpje. Klein model paraplu met geometrische motieven. De schoenen: iets minder puntige bandschoenen.

Door de belangstelling voor uitheemse culturen kwam slangen- en krokodillenleer in de mode .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man begon voor het eerst sinds honderd jaar wat meer variatie te vertonen. Het colbertjasje was korter en getailleerd. Men droeg veel blazers met grijze broeken..

Het haar: midden- of zijscheiding; smalle snor.
De hoed: vilten deukhoed, geruite wollen of linnen pet.
De accessoires: leren broekriem met gesp, vlinderdasje, pochet, zegelring met monogram, sigarettenkoker en sigarettenpijpje.
De schoenen: molières met ronde neuzen, vaak tweekleurig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

      Kleding 1929 – 1940: De jaren dertig

 

De ineenstorting van Wall Street (1929) en de economische noodsituatie waarin daarmee ook West-Europa kwam te verkeren, maakte een einde aan de ‘gay twenties’. Sterren werden geïdealiseerd en geïmiteerd. Kenmerkend voor de mode was dat de natuurlijke lichaamsvormen werden geaccentueerd en niet veranderd, zoals de modegeschiedenis tot dusver liet zien.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw had een slank silhouet verkregen. De schouders waren enigszins verbreed.
Omstreeks 1939 japonnen met draperieën over boezem en heupen. Het driedelige  Chanelpak was nu vaker van tweed  dan van jersey en afgebiesd met tress.

De mantel: lang en smal, met een brede, schuine overslag. 
De
avondjurk:
altijd langer dan de japon voor overdag.
De sportieve kleding: voor het eerst een tweedelig badpak.

Het haar: golven en krullen, halflang haar, ook opgestoken of gepermanent. Veel platinablond haar, weggeschoren wenkbrauwen en grote rood gestifte mond.
De hoed: klein, schuin op het hoofd geplaatst hoedje. Veel baretten. Herenhoed à la Garbo.
De accessoires: lange shawl, grote broches en oorknoppen, sieraden van email, ivoor en bakeliet. Met het zonnebaden kwam de zonnebril in de mode.
De schoenen: minder bandschoenen, meer pumps met dunne hakken. Slangenleer, krokodillenleer en suède Schoenen met open hiel en teen .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

De man

 

De kleding van de man was breed in de schouders en smal in de heupen. Het geklede pak met vest had een getailleerd jasje, sportieve colberts waren rechter van model.

De mantel: rechte wollen jas of demi (dunnere stof); gabardine regenjas met ceintuur.
Het haar: kort haar zonder scheiding of met een zijscheiding, glad gekamd met brillantine.
De hoed: deukhoed, pet.
De accessoires: dasspeld, handschoenen, sigarettenkoker, broekriem, polshorloge.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Recht voor onderwijs en werk voor vrouwen in de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

Rechten van onderwijs voor meisjes in de islam

 

Het eerste woord dat aan profeet Mohammed geopenbaard werd was ‘Lees!’, en weer: ‘Lees!’.  Dit wordt aanzien als een goddelijk bevel aan alle mensen om te studeren. In de islam wordt de mens aanzien als de behoeder van de ‘Schepping’. De mens wordt beschouwd als soort tussen de soorten en is niet superieur aan andere soorten.

De mens is wel verantwoordelijk voor de ‘Schepping’ en zal daarvoor ook ter verantwoording geroepen worden op de Oordeelsdag. Om deze verantwoordelijkheid naar behoren te kunnen uitvoeren, moet men de ‘Schepping’ in al haar facetten leren kennen. Daarom wordt studie aangemoedigd, een heel leven lang, voor zowel mannen als vrouwen.

Er zijn landen waar meisjes geen onderwijs genieten. In die landen is er doorgaans ook veel armoede en komen ook jongens nauwelijks aan fatsoenlijk onderwijs toe. Man-gedomineerde maatschappijen proberen uit zelfbehoud meisjes uit het onderwijs te weren. Op die manier verhindert men dat vrouwen de rechten leren kennen die hen door de islam worden toegekend.

 

.

kubra_kaya02

 

.

.

De economische rechten van de vrouw in de islam

 

De islam geeft aan de vrouw het recht om geld te verdienen,  vermogen te bezitten in haar eigen naam, wettelijke contracten af te sluiten, handel te drijven, en haar vermogen te beheren zoals zij dat zelf wenst. Zij kan haar eigen bedrijf runnen, en niemand  kan aanspraak maken op het vermogen of het inkomen van de vrouw.

De vrouw heeft ook erfrechten. In het islamitisch familierecht, erft de vrouw van verwanten en ouders.

Het is inderdaad zo dat het deel dat een dochter erft van haar ouders, maar half zo groot is als het deel dat een zoon erft van zijn ouders. Echter, de zoon moet van zijn erfdeel ook zijn familie (echtgenote, eventueel ook moeder, zus) en kinderen onderhouden, terwijl de dochter haar erfdeel volledig voor zichzelf mag houden en daarvan niets moet besteden voor haar gezin.

 

.

naamloos

 

.

.

Het recht op werk voor vrouwen in de islam

 

Vrouwen mogen volgens de islam inderdaad uit werken gaan. Het geld dat zij daarbij verdienen, mogen zij volledig voor zichzelf houden. Ze moeten er niets van gebruiken voor het huishouden. Immers, het is de verantwoordelijkheid van de man om zorg te dragen voor zijn vrouw. Dus zelfs als zijn echtgenote gaat werken, moet de man nog altijd financieel voorzien in de kosten van zijn gezin, moet hij zijn vrouw en kinderen een woning bieden, voedsel, kledij, medicijnen, enz.

Volgens de islam is het persoonlijke vermogen van een vrouw onschendbaar, haar echtgenoot kan er op geen enkele manier aanspraak op maken.

Vrouwen hebben daarenboven vanuit de islam al meer dan 1400 jaar economische rechten gekregen en kunnen in eigen naam handel drijven, contracten afsluiten, enz. Khadija, de eerste vrouw van profeet Mohamed, leidde trouwens een succesvolle handelsonderneming.

Als de vrouw kiest thuis te blijven is zij vanuit de wet niet verplicht het huishouden te doen. Een huwelijkscontract is in de islam een contract onder gelijken en geen dienstbaarheidscontract. Bovendien moeten mannen naar het voorbeeld van profeet Mohamed, een deel van de huishoudelijke taken op zich nemen, ongeacht of mevrouw uit werken gaat of niet.

 

.

lawyer

 

.

 

.

.

.

.

 

voorpagina openbaring a4

.

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

..

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Rechten en meningen van de vrouw in de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

de echte status van de vrouw in de Islam

 

.

 

 

Mag een vrouw een eigen mening hebben in de islam?

.

De islam erkent de individuele persoonlijkheid van de vrouw. Op grond daarvan geniet zij een aantal basisrechten die verband houden met vrijheid van meningsuiting. Zo stelt het islamitisch model dat  mannen en vrouwen volledig vrij zijn om hun godsdienst te kiezen. Vrouwen worden ook aangemoedigd deel te nemen aan het publiek debat en hun opvattingen aangaande economie, godsdienst en  sociale aangelegenheden  bij te dragen. De getuigenis van een vrouw in wettelijke disputen is rechtsgeldig voor een bespreking van de vraag of een getuigenis van een vrouw evenveel waard is als die van een man. De islam kent de vrouw het recht toe vrij haar echtgenoot te kiezen. Na haar huwelijk, behoudt zij haar eigen naam.

.

 

 

 

Welke politieke rechten heeft een vrouw in de islam?

.

In België kregen vrouwen in 1948 stemrecht  alsook het recht zich verkiesbaar te stellen. In de islam kregen vrouwen deze rechten 1400 jaar geleden al. Volgend vers in de Koran stelt dat vrouwen het recht hebben hun leider te kiezen en dit publiekelijk te verklaren :  ‘O profeet! Wanneer gelovige vrouwen tot u komen, haar eed van trouw aan u afleggende, neem dan haar trouw aan en vraag vergiffenis voor haar van God’ (Koran 60:12)Bovendien heeft een vrouw ook het recht om over om het even welke zaak van openbaar belang haar opinie te uiten en deel te nemen aan het politiek proces.

Niets verbiedt de vrouw een hoog politiek of ander ambt te bekleden. Zij kan en mag dus volgens de islam ook een land leiden. Zo werd mevrouw Benazir Bhutto de eerste vrouw in Pakistan die aan het hoofd kwam van een grote politieke partij. In 1988 werd ze de eerste vrouw  verkozen tot premier in een moslimland.  Zij zetelde tot 1990. Drie jaar later, in 1993, werd ze verkozen voor een tweede ambtstermijn tot 1996.

.

 

 

 

Welke seksuele rechten heeft een vrouw in de islam?

 

Het huwelijk is de hoeksteen van de islamitische samenleving. Seksualiteitsbeleving wordt gereserveerd voor binnen het huwelijk. Seks wordt aanzien als een fysische basisbehoefte zoals  honger en dorst. Het is trouwens van deze drie behoeften dat men zich tijdens de Ramadan overdag onthoudt. Een bevredigende seksuele relatie wordt als belangrijk aanzien voor een goed huwelijk. Dit geldt voor beide partners.

De islam kent de vrouw dus ook het recht op seksuele bevrediging toe. Het is zelfs zo dat een vrouw van haar man kan scheiden als hij niet kan voldoen in haar seksuele behoeften. Andere redenen om te scheiden zijn dat zij haar man niet langer graag ziet, dat zij mishandeld wordt door haar man, dat haar man niet voldoende van zijn inkomen aan haar spendeer, of dat haar man de beleving van haar islam verhindert.

De islam legt er evenwel de nadruk op eerst pogingen te ondernemen om problemen in een huwelijk op te lossen, onder meer door het inbouwen van afkoelingsperiodes en het inschakelen van bemiddelaars. Maar als dat niet tot een oplossing leidt, is scheiden toegestaan. Ook dan wordt de vrouw en  haar eventueel ongeboren kind beschermd, want er moet drie maanden gewacht worden om te scheiden mocht de vrouw eventueel nog zwanger geworden zijn van haar ex-man.

De islam staat ook het gebruik van voorbehoedsmiddelen toe. Hoewel nagestreefd wordt dat beide partners hierin tot een akkoord komen, is het in principe de vrouw die beslist of er al dan niet voorbehoedsmiddelen gebruikt worden door één van beide partners. De vrouw heeft immers het recht kinderen te baren en zij beslist wanneer zij dat wil.

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

  

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Vijfde miniatuur: vierde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

Museum – Hildegard von Bingen

 

 

 

 

Vijfde miniatuur: vierde visioen van het eerste boek

 

 

 

Scivias%20T%205_Boek%20I,4
.
.
.
.

Het vierde visioen wordt geïllustreerd met de miniaturen vijf, zes en zeven. Het laat de schepping van de mensenziel zien, al haar moeilijkheden ten gevolge van de erfzonde en haar strijd om desondanks in het hemelse heil opgenomen te kunnen worden.

De vijfde en zevende miniatuur beslaan een volle pagina, de zesde slechts een kwart. Deze dient eigenlijk alleen als schakel tussen de twee grote voorstellingen en zij wordt ook niet vergezeld van een stem uit de hemel.

De vijfde en zevende miniatuur vormen samen de illustratie van de toespraak uit de hemel aan het begin van het vierde visioen van het eerste boek:

“De zalige en onuitsprekelijke Drieëenheid heeft zich geopenbaard als de Vader van Zijn eniggeboren Zoon, die naar de wereld werd gezonden, opdat de mensen, die ieder met een eigen karakter geboren worden en in veel schuld verstrikt dreigen te raken, door het mensgeworden Woord naar de weg der waarheid teruggevoerd zouden worden”.

Reeds bij de eerste blik op miniatuur vijf zien we twee helften. De linkerkant stelt de ontvangenis en de groei van een mensenkind in de moederschoot voor. De rechterkant stelt, in vijf tafereeltjes van onder naar boven, de levensloop voor van ieder mens in dit tranendal naar de top van het geestelijke leven.

In de linkerhelft van de miniatuur zien we de ontvangenis van de mens in de moederschoot en de instorting van de levenskiem door de Drieënige God. Onmiddellijk valt hier weer de eivorm op met groen als achtergrondkleur. Van de vorige miniatuur weten we dat zowel het ei als de groene kleur voor Hildegard tekens zijn voor de ‘viriditas’, de groeikracht.

We mogen niet de simpele conclusie trekken dat de eivorm alleen betrekking heeft op de vrouw en het moederschap want in dit ei zijn zowel de vrouw als de man uitgebeeld. Vader en moeder vormen dus samen het ontvangende vrouwelijke element, waar God, hier weergegeven als een gulden vierkant, als Vader tegenover staat.

De hele schepping, maar het ouderpaar in het bijzonder, heeft als roeping gekregen de ontvangende te zijn tegenover de almachtige Levensschenker. Eigenlijk wordt aan Hildegard de kringloop van de menselijke geest getoond. Deze begint in de Algeest (het vierkant dat zich naar alle zijden uitstrekt), van waaruit de menselijke geest door zijn moeder heen in een lichaam op aarde wordt geboren.

Daar moet de geest zich staande zien te houden in de druk die van de tijd als stroom van gebeurtenissen uitgaat. Als de mens erin slaagt bij zichzelf te komen en zich geestelijk te ontwikkelen, bereikt hij het doel: zelfverwerkelijking.

Bij het overlijden wordt hij opgevangen door geesten met wie hij nu overeenstemt door zijn ontwikkeling; door hen wordt hij naar zijn eigen wereld gevoerd. Is dat een lichte wereld, dan kan hij in het paradijs weer met God worden herenigd.

 

De woorden die de Stem aan  Hildegard mededeelt :

We lezen:

“En nadien zag ik een bijzonder grote en heldere schittering die leek op te vlammen (een kracht), met vele ogen (is alziend, m.a.w. een bewuste kracht), en die vier hoeken had die naar de vier uithoeken van de wereld (alomtegenwoordig) gekeerd waren (m.a.w. de vierhoek is de Algeest);in die schittering, die het geheim van de hoogste schepper aanduidde, werd me een heel groot geheim onthuld. 

En daar binnenin die schittering verscheen ook een andere schittering, gelijkend op die van de ochtendgloed en die de helderheid van een purperen schittering bevatte (en vele, vurige bollen: de wereld van de menselijke geesten in de Algeest).”

(De ‘ochtendgloed’ of ‘morgenrood’ is een beeld van Maria en haar zoon Jezus. Het hoofdje dat in de baan te zien is, is de geest van Jezus, de heilige geest, die als volmaakte geest naar de aarde afdaalt.)

“En zo zag ik … een vrouw (op aarde) die in haar buik … de volledige gestalte van een mens droeg. En zie, door een geheim raadsbesluit van de hoogste schepper begon deze gestalte hevige, leven gevende bewegingen te maken en wel zo dat een vurige bol (bol van licht en warmte, een menselijke geest uit de geestelijke wereld), die niet de vorm van een menselijk lichaam had, (door de verbinding afdaalde en) het hart van deze gestalte in bezit nam en diens hersenen bedekte, en zich in al zijn ledematen verspreidde (de indaling van de geest in het lichaam).


En daarna kwam diezelfde mensengestalte, die aldus tot leven werd gewekt, uit de schoot van deze vrouw en dit in overeenstemming met de bewegingen welke die bol (de geest) in diezelfde mensengestalte veroorzaakte; en in overeenstemming met die bewegingen veranderde die mensengestalte ook van kleur. 

En ik zag dat de vele wervelwinden (zintuiglijke ervaringen) die deze bol binnendrongen – de bol welke nog altijd in dat lichaam bleef – hem naar de aarde deden afbuigen (de onbewuste vereenzelviging); maar deze bol, die weer op krachten was gekomen, richtte zich moedig op en weerstond krachtig die wervelwinden en zei, al klagend: Waar ben ik, ik die verdwaald ben? In de schaduw van de dood.” (de zelfbewustwording). 

En zie, ik zag op aarde mensen die in hun kannen melk droegen en daar kazen van maakten (verwerking van ervaringen tot persoonlijkheidstrekken: de ‘kazen’ zijn ‘witte bollen’: de geest); één deel ervan was vet en dik, en daaruit werden sterke kazen (krachtige geest) gemaakt; het andere deel was licht en dun, en daaruit werden zwakke kazen gestremd (zwakke geest); en een deel was vermengd met vies slijm, het was besmet en daaruit werden bittere kazen gemaakt (kwaadaardige geest).”

“En jij nu mens, die dit ziet, sta er ook bij stil, want ‘de vele wervelwinden die deze bol binnendringen – de bol die nog altijd in dat lichaam blijft – doen hem naar de aarde afbuigen’ (maakt de geestesgesteldheid zintuiglijk: de onbewuste vereenzelviging): dit betekent dat de menselijke ziel, wanneer de mens nog … in zijn lichaam leeft, door vele onzichtbare verleidingen wordt geboeid, die haar door het genot van de zintuigen vaak doen afbuigen naar de zonden van de aardse genietingen.”

“Maar met herstelde krachten richt ze zich moedig op en verzet zich er krachtig tegen’: dat is omdat de gelovige en beproefde mens, ook al heeft hij gezondigd, vaak dankzij de gave Gods tot inkeer kan komen en zijn zonden verlaten (zelfbewustwording en zelfverwerkelijking); en omdat hij, door zijn hoop in God te stellen, de misleidende verlokkingen van zich af kan zetten, op voorwaarde dat hij zijn schepper trouw blijft zoeken – net zoals de gelovige mens, die hierboven aan het woord is, in haar klacht over haar beproeving heeft aangetoond.”

Deze voorstelling verwijst verder naar de oneindige hoogte en diepte van de goddelijke majesteit. In het vierkant loopt een gouden baan gevuld met oranje stippen en een mensengezichtje. Hier wordt volgens Hildegard aangegeven, dat in Gods alwetendheid de Menswording in Maria (graag aangeduid door de oranje kleur van de dageraad) een centrale plaats inneemt.

Met andere woorden: wanneer God niet slechts de mens schept in natuurlijke orde, maar in iedere mens tevens de kiem legt van zijn bovennatuurlijk leven, dan vormt voor God steeds het mysterie van de Menswording en de verlossing uit de zonde de voornaamste drijfveer. 

In de tegenstelling tussen het gouden vierkant en het groene ei ligt heel duidelijk uitgedrukt, hoe Hildegard het volkomen anders zijn van God, ten opzichte van alles wat geschapen is, ervaren heeft. Hij is de machtige Gever en het geschapene is de volkomen ontvangende. In die zin is God het mannelijk en de schepping in haar geheel het vrouwelijk element.

Tegelijkertijd ervoer Hildegard de oneindige Goedheid van God. Hij wil immers elke geest die van goede wil is en die zich in geloof en liefde voor Hem openstelt, opnemen in zijn innerlijk goddelijk leven, doch altijd langs de weg van de Mensheid van de Tweede Persoon.

Helaas, de onwil van de mens, verleid door de onwillige engel, de duivel, is de basis van het mysterie van de erfzonde. Deze invloed van de boze geest is hier heel realistisch weergegeven door het duivelsfiguurtje, dat het stremsel van het mannenzaad, gedragen als kaas uit melk vervaardigd (Job, 10-10) weet te bezoedelen.

Er wordt niet alleen gezinspeeld op de erfzonde, maar ook op de eventuele mindere kwaliteit van het menselijk zaad, wat misvormde en geestelijk gestoorde kinderen verwekken kan. Het natuurlijke, gezonde leven en  het geestelijk gezonde leven liggen volgens Hildegards gedachtegoed in elkaars verlengde. Ziekte en zonde zijn verstrengeld, zoals wij het ook leren uit de genezingsverhalen van Christus in het evangelie.

De vijf tafereeltjes aan de rechterzijde tonen ons in oplopende lijn de verschillende lijdensstormen welke ieder mensenkind, na zijn geboorte en tijdens de groei naar geestelijke volwassenheid, te verduren heeft. In de onderste drie taferelen zien we de naakte mens (hier geslachtsloos weergegeven) die gefolterd wordt door duivelsfiguren en wanstaltige dieren.

Vanaf het begin wordt de mens door zijn vleselijke begeerten neergetrokken wordt tot het peil van onreine varkens. Een ziel kan bloot staan aan hevige geestelijke druk en benauwdheden, hier door een wijnpers uitgebeeld. De duivel perst, in plaats van druivensap, het bloed uit de mens. Dat de mens door exotische dieren dreigt aangevallen en gebeten te worden, kan wijzen op de geestelijke kwellingen van twijfels welke de mens tot het uiterste kunnen uitputten.

Op het vierde tafereel gebeurt er iets wonderlijks in de mensenziel. Ja, zegt de uitleg van Hildegard, er komt een dag, dat het mensenkind zich de moeder Sion, de heilige stad Jeruzalem, herinnert en daarnaar terug wil keren. Om de ziel daarvan terug te houden, werpen de duivels een berg van moeilijkheden op. Tot groot leedvermaak van de duivels schreit de ziel in haar heimwee naar het paradijs, dat hier is voorgesteld door twee roodbruine varenachtige planten.

Maar dan geeft God de ziel vleugels, opdat zij alle beletselen kan overwinnen en zo gevoerd kan worden naar de mystieke tent van de onverwrikbare verbondenheid met God (zie bovenste tafereel). Op deze wijze wordt duidelijk aangegeven, dat de vereniging met God een genade is, vrijblijvend door Hem geschonken.

Middenin de stalen tent, volgens het beeld van Hildegard, bouwt de ziel een toren van vierkante stenen en hangt daar rode schilden en ivoren hoorns aan op. Hildegard is vol Bijbelse beeldspraak; alleen zij die daar goed in thuis zijn, kunnen de gedachten van onze zieneres volgen.

 

zie http://www.geestkunde.net

 

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

 

 

JOHN ASTRIA