Dagelijks archief: december 4, 2024

Pyroop

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Het mineraal pyroop is een magnesium-aluminium silicaat met de chemische formule Mg3Al2(SiO4)3. Het nesosilicaat behoort tot de granaatgroep. Het rozerode, oranjerode, donkerrode maar vaak bloedrode pyroop heeft een glasglans, een witte streepkleur en het mineraal kent geen splijting. De gemiddelde dichtheid is 3,74 en de hardheid is gedefinieerd als 7,5. Het kristalstelsel is isometrisch en pyroop is niet radioactiief.

.

.

.

.

.

.

Naamgeving

.

De naam van het mineraal pyroop is afgeleid van het Oudgriekse  πυρωπός (purōpos), dat “vuurogig” betekent. Dit vanwege de rode kleur van het mineraal.

.

.

.

.

.

.

Voorkomen

.

Pyroop, ook rhodoliet genoemd, is een granaat en komt als zodanig voor in sterk gemetamorfoseerde gesteenten, maar ook in ultramafische stollingsgesteenten. De typelocatie is gelegen in Zöblitz, Duitsland. Het wordt ook gevonden in Brazilië en Zuid-Spanje.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Augiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Augiet is een mafisch mineraal met chemische formule (Ca,Na)(Mg,Fe,Al)(Al,Si)2O6. Het is een vaste oplossing van de pyroxeen-groep met diopsiet en hedenbergiet. De kristallen zijn monoklien en prismatisch. Augiet komt vooral voor in magmatische gesteenten zoals gabbro’s en basalten, en in methamorfe gesteenten bij hydrothermale bronnen.

Sommige exemplaren hebben een bijzondere schittering, waar de naam vandaan komt (Grieks: augites betekent “helderheid”), hoewel normaal gesproken de kristallen een doffe (donkergroene, bruine of zwarte) glans hebben. Augiet is een silicaatmineraal en komt veel voor in basaltgesteente. Het is een opaak tot licht doorschijnende steen die bruingroen, groen, bruin en zwart van kleur kan zijn.

 

 

_82

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Augiet komt van het Griekse woord augites, wat helderheid betekent.

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Augiet wordt over de hele wereld gevonden. Grote exemplaren worden gevonden in o.a. Canada en Duitsland.

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: (Ca,Na)(Mg,Fe,Al,Ti)(Si,Al)2O6

hardheid: 5 – 6,5

dichtheid: 3,4

 

 

Mineraal
Chemische formule (Ca, Na)(Mg, Fe, Al)(Al, Si)2O6
Kleur Bruingroen, groen, bruin en zwart
Streepkleur Groengrijs
Hardheid 5 – 6,5
Gemiddelde dichtheid 3,4 kg/dm3
Opaciteit Doorschijnend tot opaak
Splijting [110] Perfect,
[010] Indistinct
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien en prismatisch

 

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

mijne-kop-a4

 

Gele helmbloem : Pseudofumaria lutea

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

pseudofumaria-lutea-gele-helmbloem-02

 

 

Goed te herkennen aan
– dicht bebladerde tere plant met
– trossen gele lipbloemen en
– dubbel geveerde bladeren met toegespitst topje

 

 

25-gele-helmbloem

 

 

 

Algemeen

 

Gele helmbloem is een dicht bebladerde, overblijvende, tere plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze groeit in pollen op zonnige tot licht beschaduwde stenige plaatsen, zoals op oude muren (van kastelen, kaden of tuin), rotswanden, puinhellingen en tussen stoeptegels. Gele helmbloem wordt in tuinen aangeplant, waar ze zich sterk kan uitbreiden. Vanuit tuinen kan ze ook verwilderen. In het wild is ze wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot de herfst met 1 tot 2 cm grote gele bloemen, die in trossen van 5 tot 16 bloemen bij elkaar staan. Ze staan horizontaal of schuin omhoog op rechte steeltjes, die aan de bovenkant afgeplat zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam in stedelijke gebieden
– wettelijk beschermd
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf mei tot de herfst
– tros
– 10 tot 20 mm
– gespoord
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top stomp met een klein puntje
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop of (over)hangend
– sterk vertakt
– glad en kaal
– bovenkant afgeplat, verder rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone hoornbloem : Cerastium fontanum subsp. vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

zijkant-bloem-gewone-hoornbloem

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes met 5 tot ongeveer de helft ingesneden kroonbladen en
– de 5 stijlen per bloem en
– de behaarde, maar niet kleverige stengels

 

 

11608

 

 

.

Algemeen

 

Gewone hoornbloem is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende (soms eenjarige), geheel behaarde plant van vochtige, voedselrijke, grazige grond.

 

 

 

 

.

Bloem

 

Ze wordt 4 tot 45 cm hoog en bloeit vanaf april tot in de herfst met kleine witte bloemetjes, die in een losse tros staan en 5 tot de helft ingesneden kroonbladen hebben. De kroonbladen zijn iets korter tot iets langer dan de kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Het blad is donkergroen, langwerpig en aan beide zijden behaard. Ook de vaak paarsachtige stengel is behaard, maar niet met klierharen, zoals de stengel van een aantal andere soorten hoornbloemen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend, soms eenjarig
– zeer algemeen
– 4 tot 45 cm

Bloem
– wit
– vanaf april tot in de herfst
– losse tros
– stervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top stomp
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– aan beide zijden zacht behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond
– vaak paarsachtig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria