Tagarchief: duitsland

Hyperstheen, velvet labradoriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Hyperstheen is een magnesium-ijzer-inosilicaat en behoort tot de orthopyroxenen. Qua samenstelling zit hyper-stheen tussen enstatiet en ferrosiliet in. Het heeft een zijdeglans en is doorzichtig tot doorschijnend. De kleur is grijs-wit, groen-wit, geel-wit, bruin of zwart-grijs. Hyperstheen wordt ook wel fluwelen labradoriet genoemd hoewel het geen labradorietsoort is.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

Etymology

 

De naam van het mineraal hyperstheen is afgeleid van de Griekse woorden hyper en stenos (“boven” en “kracht”).

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Hyperstheen is een veelvoorkomend orthopyroxeen in mafische stollingsgesteenten en meteorieten. De typelo-catie is het donkere magmatisch gesteente van de Adirondack regio in de staat New York. Hyperstheen komt voor in de zandfractrie van Nederlandse rivier sedimenten. In de mineraal analyse wordt het mineraal ingedeeld bij de zogenoemde instabiele groep en wordt het als vulkanisch mineraal beschouwd. Hyperstheen wordt nog gevon-den in de VS, Duitsland, China en Australië.

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Het grijs-witte, licht-groene of bruin-zwarte hyperstheen heeft een grijs-groen-witte streepkleur, een glas- tot zijdeglans en een perfecte splijting volgens de kristalvlakken [100] en [010]. De gemiddelde dichtheid is 3,55 en de hardheid is 5,5 tot 6. Het kristalstelsel is orthorombisch en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

chemische formule: MgFe2+Si2O6

hardheid: 5,5 – 6

dichtheid: 3,55

 

 

Hyperstheen
Mineraly.sk - hypersten.jpg
Mineraal
Chemische formule MgFe2+Si2O6
Kleur Grijs-wit, groen-wit, geel-wit, bruin of zwart-grijs
Streepkleur Grijs-groenig wit
Hardheid 5,5 – 6
Gemiddelde dichtheid 3,55 kg/dm3
Glans Zijdeglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Splijting [100] Perfect, [010] Perfect

 

 

 

 

.

 

 

Hemimorfiet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

 

Algemene informatie

.

Hemimorfiet kan blauw of groen met wit van kleur zijn. Het lijkt op het zeldzamere larimar en wordt daarom ook wel Chinese larimar genoemd. Hemimorfiet heeft echter een andere chemische compositie en is dus een ander gesteente. Hemimorfiet behoort tot de sorosilicaten. Het mineraal komt met name voor als oxidatieproduct in de bovenlaag van zinkblende afzettingen.

 

 

.

 

 

Vindplaats

.

Hemimorfiet wordt op veel plaatsen gevonden, o.a. in de Verenigde Staten, België, Duitsland, Polen en Thailand.

.

.

.

.

 

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: Zn4Si2O7(OH)2·H2O

hardheid: 4,5-4

dichtheid: 3,5

 

.

.

 

.

 

 

Hemimorfiet

 

Mineraal
Chemische formule Zn4Si2O7(OH)2·H2O
Kleur Blauw, wit en groen
Streepkleur Wit
Hardheid 4,5 – 5
Gemiddelde dichtheid 3,52 kg/dm3
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien
Bijzondere kenmerken Sterk pyroëlektrisch en piëzoëlektrisch

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Haüyn

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

. 

Algemene informatie

.

Haüyn, of haüyniet, is een zwavel- en chloorhoudend mineraal dat tot de silicaten behoord. Het mineraal komt vooral voor in stollingsgesteenten. Het vormt kubische kristallen die voornamelijk blauw zijn, maar in zeldzame gevallen ook kleurloos of geel, groen, bruin, oranjerood of grijs van kleur kunnen zijn. De kristallen hebben een glas- of vetachtige glans.

 

.

 

 

 

Etymologie

.

Haüyn is vernoemd naar de Franse kristallograaf René-Just Haüy.

 

 

 

 

 

Vindplaats

.

Haüyn komt voornamelijk voor in silica-arme en alkali-rijke stollingsgesteenten. De typelocatie is de Monte Somma in Italië. De grootste kristallen zijn gevonden in vulkanisch puimsteen in Mendig in Duitsland. Andere vindplaatsen van haüyn komen voor in Italië, Frankrijk, Australië, Afghanistan en Rusland.

 

 

.

 

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: Na5-6Ca2[(SO4,Cl)2|Al6Si6O24]

hardheid: 5,5 – 6

dichtheid: 2,47

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Goethiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Goethiet is een veelvoorkomend ijzer- en zuurstofhoudend mineraal dat een bekend ijzererts is. Het mineraal vormt vaak naaldachtige, bladderige kristallen, maar kan ook voorkomen als niervormige, geronde kristallen. Het heeft een bruinrode of zilvergrijze tot zwarte kleur. Naaldachtige kristallen hebben vaak een matte metaalglans. Ronde kristallen kunnen ook een iriserende glans hebben met vele verschillende kleuren.

 

 

 

 

Etymologie

 

Goethiet is vernoemd naar de Duitse schrijver en dichter Johann Wolfgang von Goethe, die zich interesseerde in mineralogie.

 

 

goethiet in kwarts

 

 

 

Vindplaats

 

Goethiet wordt onder andere gevonden in Duitsland, Frankrijk, Australië, Canada, Zuid-Afrika, Mexico en de VS.

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: α-Fe3+O(OH)

hardheid: 5 – 5,5

dichtheid: 4,3

 

 

Goethiet
Goethite.jpg
Mineraal
Chemische formule Fe3+O(OH)
Kleur geel tot donkerbruin
Streepkleur geelbruin
Hardheid 5 – 5,5
Gemiddelde dichtheid 3300 – 4300 kg/m3
Glans diamantglans tot mat
Opaciteit doorschijnend tot ondoorschijnend
Breuk oneffen, bros
Splijting [010] volledig
Habitus prismatisch, klein
Overige eigenschappen
Vergelijkbare mineralen hematietmagnetiet
Radioactiviteit niet radioactief

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wagneriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

.

Wagneriet is een vrij onbekend mineraal. Het komt voor in verschillende tinten geel, bruin, roze, oranje of groen, met her en der glanzende metalige vlakken. Wagneriet is verwant aan apatiet; door verwering verandert wagneriet langzaam in dat mineraal. Wagneriet wordt gevonden in verschillende landen, onder meer Verenigde Staten, Noorwegen, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Spanje, Portugal en Rusland.

Het is een fluorfosfaat, waardoor het een belangrijke rol speelt in de edelsteentherapie. Het gaat daarbij vooral om de rozerode variant. We schrijven wagneriet graag voor bij stress en burn-out, omdat deze steen je terugbrengt bij jezelf.

 

 

 

 

 

Herkomst van de naam

 

Wagneriet is vernoemd naar de Duitse mijndirecteur F.M. von Wagner (1768-1851). De steen was al eerder bekend, maar werd pas erkend als zelfstandig mineraal toen het in 1821 in Duitsland en Oostenrijk werd gevonden. In Noorwegen staat het mineraal bekend als kjerulfin, een vernoeming naar de Noorse geoloog Theodoor Kjerulf (1825-1888).

 

 

 

 

 

Wagneriet door de eeuwen heen

 

Als fosfaat werd en wordt wagneriet in Scandinavië gebruikt als kunstmest. In de Noorse provincie Telemark ligt de Kjerulfin-mijn, waar vanaf ca 1850 wagneriet (of kjerulfin, zoals de Noren zeggen) wordt gewonnen voor gebruik in de landbouw. Als heelsteen is de wagneriet pas een tiental jaren bekend.

 

 

 

 

 

Fysische eigenschappen

 

Wagneriet is een fluorhoudend magnesiumfosfaat. De precieze samenstelling varieert per vindplaats. Wagneriet uit de Verenigde Staten bevat mangaan en is daardoor rozerood. Wagneriet uit Noorwegen echter bevat geen mangaan en is daardoor geel-bruin.

 

 

wagneriet

 

 

 

Samenstelling: (Mg, Fe2+)2(PO4)F + (OH, Fe, Mn)
Hardheid: 5 – 5,5
Glans: glasachtig tot vettig
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend tot
halfdoorschijnend (opaque)
Breuk: schelpvorming, oneffen
Splijtbaarheid: onvolkomen
Dichtheid: 3,07 – 3,14
Kristalstelsel: monoklien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Glaucofaan

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Glaucofaan is een inosilicaat dat tot de amfibool groep behoort. Het is een mineraal dat zeer algemeen is in vulkanische gesteenten. Het doorschijnende grijze, blauwe of blauwzwarte glaucofaan heeft een grijsblauwe streepkleur, een glas- tot parelglans en een goede splijting volgens de kristalvlakken [110] en [001]. De gemiddelde dichtheid is 3,07 en de hardheid is 6 tot 6,5. Het kristalstelsel is monoklien en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam glaucofaan is afgeleid van de Griekse woorden glaukos (=blauw, glinsterend) en phános (=lijken, schijnen).

 

 

.

.

.

Vindplaats

 

Glaucofaan wordt onder andere gevonden in Duitsland, Frankrijk, Canada, Zweden en de VS.

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Na2(Mg3Al2)Si8O22(OH)2

hardheid: 5 – 6

dichtheid: 3 – 3,2

 

 

 

 

 

Molybdeniet in glaucofaan

 

 

 

glaucofaan met molybdeniet kristal

 

 

 

 

 

 

Het mineraal git

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Git is een mineraloïde dat onder hoge druk ontstaan is uit hout. Het is zwart of donkerbruin van kleur

 

 

 

.

Naam

 

De naam komt van het Grieks Lithos Gagatès dat steen uit Gagas betekent. Gagas was een plaats en een rivier in het antieke Griekse LyciëKlein-Azië. Via het Oud-Franse jaiet werd de naam verder verbasterd tot git. De Nederlandse wetenschappelijke naam is gagaat.

 

 

 

.

 

Vindplaats

 

Git wordt o.a. gevonden in Engeland, Polen, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Rusland, de Verenigde Staten en India.

 

 

Sieraden

 

 

 

Hallstatt-cultuur armbanden gemaakt van git en brons, opgegraven bij Magdalenenberg

.
.

Rouwjuweel: Broche van Whitby git, 19e eeuw.
.
.

Git is eenvoudig te polijsten en wordt voor sieraden en kunstvoorwerpen gebruikt. De lage dichtheid maakt het mogelijk om grote, maar niet te zware sieraden te maken. Git wordt traditioneel gebruikt voor rozenkransen van monniken.

 

.

Rozenkrans H. Peregrinus, bergkristal met git

 

 

Chemische eigenschappen

 

Git is een fossiel met een dichtheid van 1,23 kg/dm³ dat ten tijde van het Jura onder hoge druk in modder is ontstaan uit 135 miljoen jaar oud hout van de araucariaceae-boomfamilie. Het wordt in twee vormen gevonden, hard en zacht, met een hardheid van 4 resp. 3 op de hardheidsschaal van MohsDe harde soort is het resultaat van de koolstofcompressie in zout water, terwijl koolstofcompressie in zoet water de zachte soort oplevert.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Titaniet, sfeen

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemeen

 

Het mineraal titaniet of sfeen is een fluor-houdend calciumtitaniumsilicaat met de chemische  formule CaTiSiO5. Zeldzame aardelementen als lanthaniumceriumpraseodymiumsamarium en neodymium komen in kleine hoeveelheden in het mineraal voor. Het mineraal behoort tot de nesosilicaten.

Het grijze, groene, gele, rode of roodbruine titaniet heeft een diamantglans, een rood-witte streepkleur en de splijting van het mineraal is duidelijk volgens het kristalvlak [110] en imperfect volgens [100] en [112]. Het kristalstelsel is monoklien. Het mineraal heeft een gemiddelde dichtheid van 3,48, de hardheid is 5 tot 5,5 en het mineraal is, door de insluitsels van de zeldzame aardelementen, mild radioactief. De gamma ray waarde volgens het American Petroleum Institute is 3805,77.

 

 

 

 

 

Naamgeving

.

De naam van het mineraal titaniet is afgeleid van de samenstelling; het bevat het element titanium.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Het mineraal titaniet is een algemeen voorkomend mineraal in felsische dieptegesteenten, pegmatieten, gneisen, schisten en skarns. De typelocatie is Passau, Beieren, Duitsland. Titaniet komt ook voor in de zandfractie van Nederlandse Kwartaire riviersedimenten. In de zware metaalanalyse, zoals dat in Nederland bij de Rijks Geologische Dienst gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw plaats vond, wordt het mineraal ingedeeld bij de zogenoemde instabiele groep. Het wordt daarin tot de vulkanische mineralen gerekend. Er worden verschillende variëteiten onderscheiden waarvan er een karakteristiek voor Maaszanden is.

 

 

 

 

 

Titaniet
Titanite crystals on Amphibole - Ochtendung, Eifel, Germany.jpg
Mineraal
Chemische formule CaTiAlFe3+SiO5F
Kleur Grijs, groen, geel, rood of roodbruin
Streepkleur Roodwit
Hardheid 5 – 5,5
Gemiddelde dichtheid 3,48 kg/dm3
Glans Diamantglans
Splijting [110] Duidelijk, [100] Imperfect, [112] Imperfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Galeniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Galeniet

 

Het mineraal  galeniet of loodglans (ook wel galena) is een loodsulfide met de chemische formule PbS.

 

 

 

.

Eigenschappen

 

De galeniet-kristallen zijn over het algemeen kubisch, maar soms octahedrisch. Het mineraal komt vaak voor samen met sphaleriet(zinkblende) en fluoriet (vloeispaat).

 

 

 

.

Voorkomen

 

Afzettingen van galeniet worden aangetroffen in Duitsland, Frankrijk, Roemenië, Oostenrijk, België, Italië, Spanje, Schotland, Engeland, Australië, Mexico en de Verenigde Staten. Het mineraal voor Galeniet wordt primair aan- getroffen in hydrothermale aders en rond pegmatieten, alsook in aders in kalksteen en dolomiet samen met sfaleriet.

 

 

 

 

 

Geschiedenis

 

Galeniet was bij de Babyloniërs al bekend, en bij de Romeinen was het een begeerde stof zoals het gebruik in de aquaducten aantoont. De naam galena voor loodglans is van Romeinse oorsprong. In het oude Egypte werd het mineraal gebruikt in kralen.

 

 

 

 

 

Galeniet of loodglans
Galena-2.jpg
Mineraal
Chemische formule PbS
Kleur loodgrijs
Streepkleur loodgrijs
Hardheid 2,5
Gemiddelde dichtheid 7400 tot 7580 kg/m3
Glans metaalglans
Opaciteit opaak
Breuk bros
Splijting perfect [100], [010] en [001]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Kubisch
Brekingsindices Geen, opaak
Dubbele breking Geen, opaak
Pleochroïsme Geen, opaak
Overige eigenschappen
Chemisch gedrag oplosbaar in HNO3
Bijzondere kenmerken door verwering bedekt met anglesiet en later cerusseriet
smeltpunt 115 °C
wit onder opvallend licht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Picture stone, landschapsjaspis

Standaard

    categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen     

 

 

 

Jaspis Algemeen

 

Jaspis is een Chalcedoon variëteit die bestaat uit fijnkorrelige kwarts met een veelheid aan insluitsels. De oorspronkelijk kiezelzuuroplossing dringt door klei- of zandachtig gesteente, of hij zit vol met een veelheid aan zwevende deeltjes. Als het kiezelzuur stolt tot kwarts, blijven de klei, de zandachtige, of zwevende deeltjes in het zich vormende Jaspis ingesloten. Zo krijgt de Jaspis zijn kleur en tekening.
In rode Jaspis zit o.a. ijzeroxide Fe Oof  FeO4. De gele kleur ontstaat door ijzerhydroxide verbindingen Fe, O, OH. Groen ontstaat door ijzersilicaat Fe, Si en bruintinten door een menging van elementen van de gele en de groene Jaspis. Jaspis kan eigenlijk bijna overal op de wereld ontstaan en daarom is de tekening en kleurschakering zeer gevarieerd.

 

 

 

 

 

Belangrijke vindplaatsen:

 

Australië, Egypte, Duitsland, Frankrijk, India.

 

 

 

 

 

Mineraalgroep:

 

oxiden, kwartsgroep.

 

 

 

 

Vorming: 

 

 secundair.

 

 

 

 

Kristalstelsel:

 

trigonaal

 

 

 

 

   Hardheid; 

 

6,5 -7

 

 

 

 

Kleur; 

 

geel, geel-bruin met zwarte tekeningen

 

 

 

 

Chemische formule, mineraalvormende elementen; 

 

SiO+ Fe,O,OH,Si