Tagarchief: wit

Brede lathyrus : Lathyrus latifolius

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Brede Lathyrus, Montenach

 

 

Goed te herkennen aan
– de rozerode tot helder roze vlinderbloemen met brede vlag en
– de uit 2 deelblaadjes bestaande, gerankte, blauwgroene bladeren
– en de gevleugelde, blauwgroene stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Brede lathyrus is een overblijvende plant oorspronkelijk afkomstig uit Midden- en Zuid-Europa. In de Lage Landen wordt ze aangeboden als tuinplant. Vanuit tuinen is ze verwilderd (via tuinafval) en kan zich hier en daar goed handhaven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met augustus met opvallende, grote, aangenaam ruikende vlinderbloemen, die in lang gesteelde trossen van 5 tot 15 bloemen staan. De vlag en zwaarden zijn gelijk van kleur, rozerood tot helder roze, zelden wit. De kiel is wit.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren hebben een gevleugelde bladsteel en bestaan uit twee elliptische tot lancetvormige deelblaadjes met daar tussen een vertakte rank. De deelblaadjes hebben 5 parallel lopende nerven (onderling verbonden door middel van kleinere nerven), zijn 1 tot 4 cm breed en 4 tot 12 cm lang. Zowel de bladeren als gevleugelde stengels zijn blauwgroen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

aardaker : stengel kantig en niet gevleugeld, hele bloem rozerood tot helder rood.
boslathyrus : vleugels bladsteel 0,5 tot 1,8 mm, gevleugelde stengel, vlag roze, zwaarden roodpaars, kiel geelgroen.
brede lathyrus : vleugels bladsteel 2 tot 4 mm, gevleugelde stengel, vlag en zwaarden rozerood tot helder roze en witte kiel.

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– verwilderd vanuit tuinen
– 90 tot 180 cm

Bloem
– rozerood tot helder roze, soms wit
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– vlinderbloem
– (15) 20 tot 30 mm breed
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– elliptisch tot lancetvormig
– top stomp met kort spitsje
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallel- en netnervig
– rank
– vleugels bladsteel (1,5-) 1,8 – 4 mm

Stengel
– liggend of klimmend
– glad en kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Bont kroonkruid : Securigera varia

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de wit/roze bolvormige bloeiwijze en de rijke bloei

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Bont kroonkruid is een overblijvende giftige plant van 30 tot 120 cm hoog, die zeldzaam is en voornamelijk te vinden is in de duinen en in stedelijke gebieden. Bont kroonkruid komt van nature voor in Midden- en Zuid-Europa en is van daaruit verspreid naar West- en Noord-Europa. Inmiddels is de plant een geaccepteerde inheemse soort. Je vindt haar op matig vochtige, kalkrijke grond op dijkhellingen, langs wegen, spoorwegen en in de duinen. Behalve in het wild voorkomend wordt bont kroonkruid ook ingezaaid voor bodemverbetering, het tegengaan van erosie en als bermbeplanting.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met mooie wit/roze bolvormige 10- tot 20-bloemige schermen, die aan het einde van lange stelen staan. De schermen tonen op afstand roze, maar de individuele bloemetjes in het scherm bestaan uit drie kleuren: een donkerroze vlag, witte zwaarden en lichtroze kiel met donkere punt.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Bont kroonkruid heeft liggende en opstijgende stengels en kan daarmee grote stukken grond bedekken. De bladeren zijn oneven geveerd met 7 tot 12 paar deelblaadjes en een topblaadje. De ovale blaadjes zijn 6 tot 16 mm lang.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Hoewel bont kroonkruid giftig is, schijnt thee gezet van de plant verlichting te bieden bij astma en nerveuze hartklachten.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeldzaam voorkomend
– 30 tot 120 cm

Bloem
– roze en wit
– vanaf juni t/m september
– bolvormig scherm
– vlinderbloem
– 10 tot 15 mm
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 1 nervig

Stengel
– liggend en opstijgend
– glad en kaal
– meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Boekweit : Fagopyrum esculentum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote pijl- of hartvormige bladeren en
– de losse aarvormige trossen witte bloemetjes en
– de donkere vruchtjes, die qua vorm op beukennootjes lijken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Boekweit is geen inheemse wilde plant, maar een eenjarig landbouwgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Midden- en Oost-Azië. Vroeger werd boekweit verbouwd op schrale zandgrond. Ten opzichte van de huidige gewassen is de opbrengst te laag om verbouw lonend te maken en wordt ze alleen nog gebruikt als nectarplant voor honingbijen, zit ze in zaaimengsels en in vogelvoer.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Boekweit bloeit vanaf juni tot en met augustus met kleine witte of roze bloemetjes, die gegroepeerd zitten in losse pluimen in de bladoksels en aan het einde van de stengel. De bloemetjes hebben 5 bloemdekbladen, geen aparte kroon- en kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn groot, pijl- of hartvormig, meestal iets langer dan breed. De stengel is roodachtig.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

Voordat de bloei ten einde is zijn er al rijpe vruchtjes. Ze zijn driehoeking en lijken sterk op kleine beukennootjes. Elk vlak heeft scherpe randen, in tegenstelling tot Franse boekweit, waarvan de vruchtjes getande randen hebben. De vruchtjes zijn 2x zo lang als het (nog niet verdroogde) bloemdek. De vruchtjes van Franse boekweit zijn 3x zo lang als het bloemdek.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

boekweit : wit of roze bloemdek, vruchtjes scherp driehoekig en twee maal zo lang als het bloemdek.

 

Franse boekweit : groen bloemdek, vruchtjes getand driehoekig en drie maal zo lang als het bloemdek.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

duizendknoopfamilie (Polygonaceae)
– eenjarig
– schaars landbouwgewas
– 15 tot 60 cm

Bloem
– wit of roze
– vanaf juni t/m augustus
– aarvormige tros
– stervormig
– 5 tot 7 mm
– 5 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 8 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– pijl- of hartvormig
– top spits
– rand gaaf of gegolfd
– voet pijl- of hartvormig
– hand-/netnervig

Stengel
– rechtop
– aan 1 kant behaard
– roodachtig
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dolomiet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemeen 

 

In zijn voorkomen lijkt dolomiet op calciet, maar het lost slecht tot niet op in zoutzuur. Het is niet precies bekend hoe het mineraal wordt gevormd, een mogelijkheid is dat het gebeurt in ondiep zeewater in (sub-)tropische gebieden, maar ook andere mechanismen zijn mogelijk. Hoewel het gesteente meestal niet door sedimentatie ontstaat, wordt het toch tot de sedimentaire gesteenten gerekend. Dolomiet is kleurloos tot wit, geelachtig bruin of zalmroze. De steen is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glasachtige tot parelmoerglans.

 

 

.

.

 

Etymologie

 

Dolomiet is vernoemd naar haar ontdekker, de Franse mineraloog Déodat de Dolomieu.

 

 

.

.

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: CaMg(Co3)2

hardheid: 3,5-4

dichtheid: 2,8

 

 

 

 

 

 

Dolomiet
Dolomite-Magnesite-183887.jpg
Mineraal
Chemische formule CaMg(CO3)2
Kleur Kleurloos, grijs, geelbruin, bruin
Streepkleur Wit
Hardheid 3,5 tot 4
Gemiddelde dichtheid 2,85 kg/dm3 voor zuiver dolomiet
Glans Glas- tot parel
Opaciteit Doorschijnend
Breuk Bros, schelpvormig
Splijting Perfect, [1011]
Habitus Romboëder, prisma, tafelvormig
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Brekingsindices 1,5 – 1,681
Dubbele breking 0,1790 – 0,1810
Overige eigenschappen
Chemisch gedrag reageert slechts met verwarmd HCl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

fluoriet met dolomiet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Basterdwederik : Epilobium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bergbasterwederik

bergbasterwederik

 

 

Goed te herkennen aan

– de roze of bijna witte bloemen met 4 hartvormige, donker geaderde kroonbladen en
– de slanke vorm van de plant met bovenin vaak talrijke schuin omhoog staande zijstengels.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Het geslacht van de basterwederikken omvat ongeveer 200 soorten en heeft een wereldwijde verspreiding. In het algemeen komen er 9 soorten voor die erg veel op elkaar lijken en daardoor lastig van elkaar te onderscheiden zijn. De 9de soort is het harig wilgenroosje, dat door grootte en kleur van de bloem makkelijk van de andere 8 te onderscheiden is.

De bloeiperiode van basterdwederikken is vanaf juni/juli tot en met augustus/september. Moerasbasterdwederik is de kleinste met een maximale hoogte van 60 cm. De anderen kunnen tot 80-90 cm hoog worden, kantige basterdwederik zelfs tot 1 meter.

 

 

 

Soorten

 

Beklierde basterdwederik (Epilobium ciliatum)

 

beklierde

 

 

 

 

 

Bergbasterdwederik (Epilobium montaum)

 

berg

 

 

 

 

Bleke basterdwederik (Epilobium roseum)

 

bleke

 

 

 

 

Donkergroene basterdwederik (Epilobium obscurum)

 

donkergroene_basterdwederik_01

 

 

 

 

Harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum)

 

harig-wilgenroosje

 

 

 

 

Kantige basterdwederik (Epilobium tetragonum)

 

epilobium_tetragonum_flower_kantige_basterdwederik_bloemen

 

 

 

 

Lancetbladige basterdwederik (Epilobium lanceolatum)

 

epilobium-lanceolatum-2-lancetbladige-basterdwederik-saxifraga-rutger-barendse

 

 

 

 

Moerasbasterdwederik (Epilobium palustre)

 

moeras

 

 

 

 

Viltige basterdwederik (Epilobium parviflorum)

 

viltige_basterdwederik_0

 

 

 

Algemeen

 

teunisbloemfamilie (Onagraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot uiterst zeldzaam
– 10 tot 100 cm

Bloem
– roze, (bijna) wit
– juni/juli t/m augustus/september
– alleenstaand
– stervormig
– 8 tot 18 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot lancetvormig
– top spits
– rand getand of gaaf
– voet wig- of hartvormig of afgerond
– veernervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal of behaard
– rolrond met of zonder lijsten

zie wilde bloemen

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Akkerwinde : Convolvulus arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

akkerwinde

 

 

 

Goed te herkennen aan
– 5 roze tot donkerbruine strepen aan de buitenkant en
– de langwerpige tot eironde bladeren met pijl- of spiesvormige voet

 

 

geheel2-g

 

 

 

Algemeen

 

Akkerwinde is een zeer algemeen voorkomende overblijvende plant. Ze groeit op open, matig vochtige, voedselrijke, meestal omgewerkte grond, vooral in grasland, bermen, op braakliggende terreinen en langs spoorwegen, ook op stenige plaatsen.

 

 

muur

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met naar vanille geurende bloemen, die alleen overdag geopend zijn. Bij slecht weer blijven ze ook overdag gesloten. De bloemen zijn lang gesteeld en staan alleen of met 2 in de bladoksels. Ze zijn egaal wit of roze, of met meer of minder duidelijke, roze of witte strepen. De kroon is wijd trechtervormig met aan de buitenkant 5 donkerroze soms bruinachtige strepen. De bloemen bloeien maar 1 dag.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn langwerpig tot eironde en hebben een pijl- of spiesvormige voet. Akkerwinde heeft liggende of windende stengels tot 1 meter lang.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

:

:

:

akkerwinde : heeft geurende bloemen omsloten door overlappende schutbladen en langwerpige tot eironde bladeren met pijl- of spiesvormige voet.

 

 

 

 

 

 

haagwinde : heeft grotere bloemen dan akkerwinde, niet geurend, omsloten door niet overlappende schutbladen en pijl- tot hartvormige bladeren.

 

 

 

 

 

 

zeewinde : heeft roze/bleek purperen bloemen met 5 witte strepen

 

 

zeewinde

 

 

 

Algemeen

 

windefamilie (Convolvulaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 20 tot 100 cm

Bloem
– wit en/of roze
– vanaf juni t/m september
– gesteeld alleenstaand
– trechtervormig
– 1 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top stomp of toegespitst
– rand gaaf
– voet pijl- of spiesvormig
– veernervig

Stengel
– windend of bovengronds liggend
– kaal of weinig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

lindman

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Witte krodde : Thlaspi arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

kroddewitte-100523-285

 

 

Goed te herkennen aan

 

– de 4-tallige witte bloemetjes en
– de bijna ronde breed gevleugelde vlakke vruchtjes

 

 

266px-thlaspi_arvense1_ef

.
.
.
.
 
Algemeen
.
Witte krodde is een niet behaarde geelgroene eenjarige plant van 15 tot 50 cm hoog en is algemeen voor- komend. Je kunt witte krodde vinden op open, vochtige, voedselrijke, liefst omgewerkte grond zoals akkers, braakliggende terreinen, bermen en plantsoenen.
.
.
.
.
.
.
.

Bloem

 

Witte krodde bloeit vanaf mei tot en met september met gesteelde kleine 4-tallige witte bloemetjes, die gerangschikt zitten in trossen aan het einde van de meerkantige stengels, die bovenaan vaak vertakt zijn.

 

 

 

 

Blad en stengel
.
.
De bovenste bladeren zijn langwerpig, hebben een pijlvormige voet en zijn bochtig getand. Zij zijn evenals de zaden scherp smakend en kunnen in salades en soepen worden verwerkt. De onderste bladeren zijn omgekeerd eirond en tijdens de bloeitijd meestal verdwenen. Na de bloei, tijdens het rijpen van de vruchten, verlengt de stengel zich sterk.
.
.
.

 

 

 

Toepassingen

 

Als je de stengels kapot wrijft ruik je een knoflookachtige geur. Uit de scherp naar knoflook smakende olie- houdende zaden kan een spijsolie en een soort mosterd worden bereid. Bij rijpheid worden de vruchtjes perkamentachtig en kun je de zaden tegen de wanden horen rammelen als je aan de plant schudt. Een gedroogde stengel met vruchtjes is zeer opvallend, heel decoratief en mooi te verwerken in droogboeketten.

 

 

 

 

Algemeen
.
kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 15 tot 50 cm
– geelgroen

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m september
– tros
– stervormig
– tot 4 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– top stomp
– rand bochtig getand
– voet pijlvormig
– veernervig
– kaal

Stengel
– rechtop
– kaal
– meerkantig

 

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Danburiet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Danburiet behoort tot de sorosilikaten, is kleurloos, bleekgeel, wit of bruinachtig wit. Het is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glas- of vetglans.

 

 

 

.

.

Etymologie

 

Danburiet is genoemd naar de vindplaats bij Danbury (Connecticut) in de Verenigde Staten waar het in 1839 werd ontdekt.

 

 

 

.

.

Vindplaats

 

Danburiet is een veel voorkomend mineraal en wordt o.a. gevonden in Mexico, Madagascar, Canada, VS, Bolivia, Italië, Duitsland, Zwitserland.

 

 

goudgele danburiet

 

 

.

Chemische eigenschappen

 

chemische formule: CaB2Si2O8

hardheid: 7

dichtheid: 2,97 – 3,02

 

.

 

 

 

.

Danburiet
DanburiteMexique.jpg
Mineraal
Chemische formule CaB2Si2O8
Kleur Wit, grijs of geel
Streepkleur Wit
Hardheid 7
Gemiddelde dichtheid 2,99 kg/dm3
Glans Glas- tot vetglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Splijting [001] Slecht
Kristaloptiek
Brekingsindices Np 1,630, Nm,633, Ng 1,647
Dubbele breking 0,006 – 0,008
Luminescentie soms blauw, groenblauw en wit
Overige eigenschappen
Veredeling bestraling
Bijzondere kenmerken geen
.
.
.
.
.
.
.
.

drusy danburiet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kyaniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Het blauwe, grijze, witte, groene of zwarte mineraal heeft een perfecte splijting  volgens het kristalvlak [100], een witte streepkleur en een glas- tot parelglans. Het kristalstelsel is triklien, de gemiddelde dichtheid is 3,61 en de hardheid is 4 tot 7. Kyaniet is noch magnetisch, noch radioactief. Kyaniet of distheen is een hele kwetsbare steen.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Kyaniet is vernoemd naar het Griekse woord kyanos = blauw. Distheen komt van de Griekse woorden di = twee en stenos = kracht.

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Kyaniet wordt momenteel nog gewonnen in o.a. de Verenigde Staten, Brazilië, Zwitserland en Frankrijk.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Al2SiO4

hardheid: 5-7

dichtheid: 3,6-3,7

 

 

groene kyaniet

 

 

 

Kyaniet
KyaniteUSGOV.jpg
Mineraal
Chemische formule Al2SiO5
Kleur Blauw, wit, grijs, groen of zwart
Streepkleur Wit
Hardheid 4 – 7
Gemiddelde dichtheid 3,61 kg/dm3
Glans Parelglans
Opaciteit Doorzichtig of doorschijnend
Breuk Splinterig
Splijting Perfect, [100]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Triklien
Dispersie 0,020
Luminescentie Niet-fluorescerend
Pleochroïsme Kleurloos tot blauw
Overige eigenschappen
Vergelijkbare mineralen Andalusietsillimaniet
Bijzondere kenmerken Zelden kattenoogeffect

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

pauw kyaniet