Tagarchief: wit

Duinreigersbek : Erodium cicutarium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

49195191.050830001b

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze of witte bloemen met 5 kroonbladen,
– waarvan er 2 zijn kleiner en
– die hebben bij reigersbek een grijswitte vlek,
– bij duinreigersbek niet en
– het samengestelde, oneven, dubbel veervormige blad

 

 

 

1343977693-650670529

 

 

 

Algemeen

 

In sommige flora’s wordt reigersbek verdeeld in 2 ondersoorten : gewone reigersbek (subsp. cicutarium) en duinreigersbek (subsp. dunense Andreas) Reigersbek is een eenjarige plant van 5 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge, matig voedselrijke zandgrond in akkers, bermen en duinen. Duinreigersbek is vrij algemeen in de duinen, elders aangevoerd met duinzand.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Reigersbek bloeit vanaf april tot en met oktober met 5-tallige, licht helder roze of witte bloemen, die met 3 tot 7 een enkelvoudig scherm vormen. De kroonbladen zijn niet alle 5 even groot; 2 zijn kleiner. Bij gewone reigersbek hebben de kleinere kroonbladen een grijswitte vlek aan de basis. Bij duinreigersbek ontbreken die vlekjes.

 

.

 

Erodium cicutarium ssp dunense 8, Duinreigersbek, Saxifraga-Willem van Kruijsbergen

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 60 cm hoog

Bloem
– helder roze, zelden wit
– vanaf april t/m oktober
– enkelvoudig scherm
– 8 tot 17 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden, waarvan 5 met   helmknoppen
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven dubbel veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Merliniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

De naam merliniet, ook wel dendriet opaal genoemd, is gegeven aan een uniek gesteente, ontdekt in Madagaskar. Het is een combinatie van kwarts en veldspaat en andere nog onbekende mineralen  Merliniet is wit met zwart en grijs en soms geel van kleur. De steen kan ondoorzichtig en doorschijnend zijn.
.
.
.
.

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Merliniet is vernoemd naar de tovenaar Merlijn uit de legenden van Koning Arthur vanwege zijn sterke connectie met magie.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

melkkwarts of sneeuwkwarts

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Sneeuwkwarts is opaak en melkachtig wit van kleur. De steen behoort tot de kwarts-familie. Sneeuwkwarts wordt ook wel melkkwarts genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: SiO2

hardheid: 7

dichtheid: 2,6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Amblygoniet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Het mineraal amblygoniet is een fluor-houdend

lithiumnatriumaluminiumfosfaat met de

chemische formule (Li,Na)AlPO4(F,OH).

 

 

 

az-amblygoniet-gr

 

 

Amblygoniet is genoemd naar het Griekse amblys (stomp), en gonos (hoek), deze steen wordt pas sinds korte tijd als edelsteen gebruikt. Het mineraal is zeer gevoelig voor temperatuurschommelingen en kan scheuren vormen.

 

 

amblygoniet

 

 

 

Ontstaan

 

Pegmatieten, metasomatieten.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Fraaie edelstenen van amblygoniet komen uit Birma, Kazachstan, Brazilië, violetkleurige stenen uit Namibië, donkerblauwe uit Kenia. Mooie amblygonieten komen ook voor in de Verenigde Staten. In Europa worden ze gevonden in Duitsland, Frankrijk en Spanje, maar deze zijn niet van edelsteenkwaliteit. Geslepen amblygonieten zijn meestal zeer klein . In het Smithsonian Institution in Washington liggen een geslepen gele steen van 62,5 karaat en een eveneens een gele steen van 19,7 karaat.

 

 

 

 

Mineraal
Chemische formule (Li,Na)AlPO4(F,OH)
Kleur Kleurloos, wit, geel, grijs, blauw, groen, lichtviolet, roze
Streepkleur Wit
Hardheid 5,5-6
Glans Glasglans, vetglans
Opaciteit Doorzichtig, doorschijnend
Breuk Ruw, schelpvormig
Splijting zeer volkomen, goed
Kristaloptiek
Brekingsindices Np 1,611, Nm 1,622, Ng 1,637
Dubbele breking 0,022
Dispersie 0,020
Luminescentie Soms oranje, blauwachtig
Pleochroïsme Geen
Overige eigenschappen
Veredeling Niet bekend
Bijzondere kenmerken Geen

 

 

amblygoniethangerdoorboorddetail

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Madeliefje : Bellis perennis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

.

madeliefje

 

 

Een uitgebreide beschrijving is feitelijk niet nodig, want iedereen kent het madeliefje.

Het madeliefje is overblijvend en bloeit bijna het hele jaar door, behalve als het vriest. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, betreden, beweide, of vaak gemaaide grasgrond.

De straalbloemen van de bloemhoofdjes zijn wit. Soms (men zegt, als het mooi weer wordt) zijn de toppen van de straalbloemen aan de onderkant roze/rood gekleurd.

 

.

22026

 

 

Zodra het donker wordt of als het regent sluiten de bloemenhoofdjes zich en gaan ze hangen. Zodra de zon zich weer laat zien, gaan de bloemenhoofdjes weer open. Ze draaien zelfs met de zon mee.

Ondanks veelvuldig maaien vormt het madeliefje hele tapijten in gazons en graslanden. In de oksel van de stengels vormen zich nieuwe stengels die op hun beurt weer een rozet vormen.

Waar frequent gemaaid en gelopen wordt, wordt de bloemsteel slechts enkele centimeters lang. Wordt er minder gemaaid en gelopen dan kan de stengel 15 cm lang worden.

In de volksgeneeskunde wordt madeliefje gebruikt tegen huidziekten en leveraandoeningen. In de homeopathie wordt ze toegepast bij verstuikingen, kneuzingen en eczeem. Het jonge blad kan in salades worden verwerkt.

 

.

botanische-tekening-extragr-madeliefje

 

.

Madeliefjes hebben ongeveer 13 lancetvormige, stompe omwindselblaadjes in 2 rijen.

Madeliefje groeit op vochtige, voedselrijke, betreden, beweide, of vaak gemaaide grasgrond.

Zodra het donker wordt of als het regent sluiten de bloemenhoofdjes zich.

Madeliefjes draaien met de zon mee.

 

.

 

.

 

 

.

De bloemhoofdjes bestaan uit gele buisbloemen in het hart en een straal van witte straalbloemen erom heen. Soms is de top van de straalbloemen aan de onderkant roze/rood.

 

 

Bellis perennis_Madeliefje1

 

 

.

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Zegekruid : Nicandra physalodes

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de grote, klokvormige, blauw-paarse bloemen (2 tot 4 cm) en
– de prachtig gevormde kelk, later als ballonnetje om de vrucht

 

 

 

.

.

Algemeen

 

Zegekruid hoort van nature niet thuis in ons land. Ze is oorspronkelijk afkomstig uit Peru en zal waarschijnlijk per abuis met andere zaden in Europa ingevoerd zijn. Ze is een eenjarige, sterk vertakte plant, kan tot 1,20 meter hoog worden en groeit op open, vrij droge, voedselrijke, omgewerkte grond in bermen, op braakliggende terreinen, aardappelakkers en moestuinen. Ze is op veel plaatsen ingeburgerd met name in stedelijke gebieden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zegekruid bloeit vanaf juli tot en met oktober met opvallende, klokvormige, iets knikkende, blauw-paarse bloemen. De bloemen hebben een wit hart soms met 5 donkere blauw-paarse vlekken. De plant staat maanden in bloei, maar elke bloem bloeit meestal 1 dag en verwelkt snel.

 

.

.

 

 

Blad

 

De gesteelde bladeren zijn vrij groot (tot 15 cm lang), onregelmatig getand en hebben verspreid zwarte bultjes met haren. De voet is wigvormig en loopt assymmetisch af langs de bladsteel.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

Na de bloei vormen de netvormig geaderde kelkbladen een hangend, eerst groen, later lichtbruin ballonnetje, waarin de vrucht zich ontwikkelt. Het ballonnetje blijft open; de kelkbladen sluiten zich wel, maar vergroeien niet. De vrucht is een giftige bes vol met kleine bruine zaden, die jarenlang hun kiemkracht behouden. Heb je zegekruid eenmaal in je tuin, dan heb je er lang plezier van. De plant zaait zich vanzelf uit.

 

.

 

.

 

Toepassingen

 

De decoratieve waarde van takken met verdroogde ballonnetjes is hoog; ze zijn zeer geschikt voor droogbloem boeketten. Zegekruid wordt in de tuinbouw toegepast als biologisch bestrijdingsmiddel tegen de schadelijke witte vliegen. Haar geur schijnt de vliegen te verjagen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Door de mooie bloemen, het formaat van de plant en de prachtige vruchten is zegekruid niet te verwarren met een andere plant.

 

.

 

.

 

Algemeen

 

– nachtschadefamilie (Solanaceae)
– eenjarig
– ingeburgerd, stadsplant
– 0,3 tot 1,20 meter

Bloem
– blauwpaars met wit hart
– vanaf juli t/m oktober
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 4 cm
– klokvormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 bijkelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand onregelmatig gerand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– vaak zwart
– stomp vier-of meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

.

 

 

 

Daslook : Allium ursinum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de reeds op afstand herkenbare sterke knoflookgeur en
– de (half) bolvormige witte bloeiwijze met 6-tallige bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Daslook is een vrij zeldzaam, teer bolgewas van bij voorkeur schaduwrijke, vochtige, vrij voedselrijke, kalk-houdende grond in loofbossen in de Lage Landen en als stinsenplant op landgoederen. In Nederland is ze wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Daslook bloeit vanaf april tot en met juni met prachtige zuiver witte bloemen, die aan het eind van een bladerloze stengel in een groot (half) bolvormig scherm bijeen staan. De bloemen zijn stervormig en hebben 6 bloemdek-bladen met spitse, iets toegeknepen top.

 

 

 

.

 

Blad

 

Daslook wordt 20 tot 40 cm hoog en heeft duidelijk gesteelde, parallelnervige, grondstandige bladeren.

.

 

 

.

 

Toepassingen

 

Voor de bloei kunnen jonge bladeren verwerkt worden in salades en soepen. Na de bloei zijn ze giftig. Verwar de bladeren niet met die van het giftige lelietje-van-dalen, de herfsttijloos of de gevlekte aronskelk. Alleen die van daslook ruiken naar knoflook!

Daslook wordt al eeuwenlang gewaardeerd als sterk werkend geneeskrachtig kruid. Ze heeft nagenoeg dezelfde werking als knoflook, maar is nog geneeskrachtiger. Ze bevordert de spijsvertering, heeft een preventieve werking bij aderverkalking en hoge bloeddruk en wordt bij huidziekten toegepast.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

lookfamilie (Alliaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam, ook als stinsenplant
– 20 tot 40 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– enkelvoudig scherm
– 12 tot 20 mm
– stervormig
– 6 bloemdekbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– grondstandig
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits, iets toegeknepen
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallelnervig
– sterke knoflookgeur

Stengel
– rechtop
– kaal
– 3 kantig of halfrond

zie wilde bloemen

 

.

 

 

 

.

 

.

Bosveldkers : Cardamine flexuosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes met (meestal) 6 meeldraden en
– de bochtige, behaarde stengel met 6-9 blaadjes en
– de 15 tot 25 mm lange vruchten die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Bosveldkers is een eenjarige (soms overblijvend) plant, die 5 tot 40 cm hoog kan worden. Ze groeit op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen, langs greppels en beekjes. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend.

 

 

.

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf april tot en met augustus met kleine witte bloemetjes, die aan de top van de stengel in een tros van zes tot vijfentwintig bloemen staan.

 

 

.

 

 

Blad en stengel

 

Bosveldkers vormt meestal veel-stengelige polletjes. De stengels zijn bochtig, behaard en hebben 5 tot 9 verspreid staande oneven geveerde bladeren. De deelblaadjes van de onderste bladeren zijn rond tot eirond, die van de bovenste bladeren zijn smaller.

 

 

 

.

 

Vergelijkbare soorten veldkers

 

bosveldkers : vruchten komen niet of nauwelijks boven de bloemen uit, 6 meeldraden per bloem, bochtige behaarde stengel.

kleine veldkers : vruchten steken ruim boven de bloemen uit, 4 meeldraden per bloem, meestal niet behaarde stengel met 2 tot 4 bladeren.

bittere veldkers : veel grotere bloemen (ongeveer als pinksterbloemen) met paars-rode helmknoppen.

springzaadveldkers : bladstelen met oortjes.

 

.

kleine veldkers

 

 

 

bittere veldkers

 

 

 

springzaadveldkers

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig, soms overblijvend
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 5 tot 40 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m augustus
– tros
– stervormig
– 5 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– top spits of stomp
– rand gekarteld of getand
– voet scheef of afgerond of wigvormig
– veernervig
– bovenkant verspreid behaard

Stengel
– rechtop
– bochtig
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

.

.

 

Alexandriet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Alexandriet is genoemd naar de Russische tsaar Alexander ll

 en is een variëteit van chrysoberil.

 

 

Geschiedenis

 

Alexandriet werd in 1832 ontdekt in de Oeral. Het is de meest gewaardeerde variëteit van chrysoberil en is altijd omgeven geweest met sage, overdag ziet alexandriet eruit als smaragd en ’s nachts als een robijn of een amethist. Dit verschijnsel noemt men het alexandriet-effect. De steen werd symbool van het leven en van positieve veranderingen.

 

 

alexandriet-681x504

 

 

 

Rond gefacetteerde alexandriet. De afmetingen zijn 2 x 2 mm . Afkomstig uit Sri Lanka. ¤ 20,-

Rond gefacetteerde alexandriet. De afmetingen zijn 2 x 2 mm . Afkomstig uit Sri Lanka. ¤ 20,-

 

 

 

Voorkomen

 

De belangrijkste afzettingen bevinden zich sinds 1832 in het rivierdal van de Tokowaya in de Oeral in Rusland. Lange tijd was dit de enige vindplaats van alexandriet. Er zijn kristallen gevonden met een grootte van 4 cm. In het Fersman-museum in Moskou bevindt zich een groep alexandrietkristallen van 5,38 kg en met een grootte van 25 x 15 cm.

Hier komen de alexandrieten samen voor met smaragden en fenakieten  in glimmerleisteen. Vaak vertonen ze het kattenoogeffect . Later vond men ook alexandrieten in Brazilië, op Sri lanka en Madagaskar. Op Madagaskar samen met cymofaan, Alexandrieten komen voor met smaragden in de edelsteenafzettingen van de Somabul in Zimbabwe. Recentelijk zijn er ook nog gevonden in India, Zuid-Afrika, en Tanzania, er zijn ook enkele vondsten bekend uit Australië.

 

 

big-alexandrite-61

 

 

 

Bewerking

 

Facetslijbsel, cabochons.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare mineralen

 

andalusiet, granaat met alexandriet-effect.

 

 

 

 

 

 

 

Imitaties

 

Synthetische robijn, doubletten, synthetische alexandriet, korund, spinel met alexandriet-effect.

 

 

az-alexandriet-gr

 

 

Aanbeveling

 

Schoonmaken zonder problemen, door verhitting kan de kleur verloren gaan.

 

 

 

 

 

Verzorging

 

Als bij chrysoberil.

 

 

 

 

Chemische formule A1B2O4
Kleur donker- tot smaragdgroen bij daglicht, violet tot purper bij kunstlicht
Streepkleur wit
Hardheid 8,5
Glans glasglans, vetglans
Breuk schelpvormig
Splijting zeer goed
Kristaloptiek
Brekingsindices Np 1,745, Nm 1,748, Ng 1,755
Dubbele breking 0,008-0,010
Dispersie 0,015
Luminescentie zwak rood, meestal geen
Pleochroïsme dichroitisch

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ruwe hangers

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

 

Albiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Het mineraal albiet is een natrium-aluminium-tectosilicaat 

met de chemische formule NaAlSi3O8.

Het is een plaglioklaas en behoort tot de veldspaten.

 

 

 

Eigenschappen

 

Het witte, grijze of lichtblauwgroene albiet heeft een glasglans, een witte streepkleur, een perfecte splijting volgens kristalvlak [001] en een goede volgens [010]. De gemiddelde dichtheid is 2,62 en de hardheid is 7. Het kristalstelsel is triklien en het mineraal is noch radioactief, noch magnetisch.

 

 

184b7cb84d7b456c96a0bdfbbeaa5f14_xl

 

 

 

 

 

 

 

 

Naam

 

De naam van het mineraal albiet is afgeleid van het Latijn albus, dat “wit” betekent.

 

 

lepidolietopalbietruw123gramgroot

 

 

 

Voorkomen

 

Albiet is een zeer veel voorkomende veldspaat in metamorfe-en stollingsgesteenten. Het komt met name voor in pegmatieten. Het is het natrium-eindlid van de plagioklaas-reeks (albiet-anorthiet) en van de kaliveldspaat-reeks (albiet-orthoklaas). De typelocaties voor albiet zijn aangewezen als Amelia in Virginia, VS en de Bourg D’oisans en Isère in Frankrijk.

 

 

tourmalijn in albiet

tourmalijn in albiet

 

Chemische formule NaAlSi3O8
Kleur Wit, grijs of lichtblauwgroen
Streepkleur Wit
Hardheid 7
Gemiddelde dichtheid 2,62 kg/dm3
Glans glas
Opaciteit Doorzichtig tot subdoorschijnend
Breuk Oneffen
Splijting Perfect, [001] & goed, [010]
Kristaloptiek
Kristalstelsel triklien
Brekingsindices 1,528 – 1,542
Dubbele breking 0,0090 – 0,0100

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

rookkwarts met albiet

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

mijne kop a4