Tagarchief: wit

Bariet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Het mineraal bariet (ook wel bariumsulfaat, zwaarspaat, blanc fixe of permanentwit genoemd) is een barium-sulfaat met de chemische formule BaSO4. Het kan o.a. kleurloos, wit, geel, grijs en blauw zijn. Het is transparant, doorschijnend of opaak en heeft een glas- of parelglans. Bariet is niet oplosbaar in water, zuren en basen.

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Het heeft een hardheid van 3 tot 3,5. Bariet is niet oplosbaar in water en heeft een hoge weerstand tegen andere chemicaliën. Het heeft een dichtheid van 4,48 kg/dm3, een witte streepkleur en de splijting van het mineraal is perfect volgens [210] en imperfect volgens [010]. De dubbelbreking van bariet is 0,0110 – 0,0120. Er bestaan stenen van onzuiver bariumsulfaat die opgloeien in het donker, zogenaamde Bologna-stenen.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Bariet komt meestal voor in hydrothermale aderswaar het ontstaat bij lage tot middelmatige temperatuur. Verder wordt het gevonden in gangen en holten in kalksteen en in nieuwgevormde, vochtige en licht verzilte bodems. Bariet is een veel voorkomend mineraal en wordt o.a. gevonden in China, Europa (o.a. Engeland, Duitsland, Spanje), VS, Bolivia en Australië. In België wordt bariet aangetroffen te Blieberg, Angleur, Villers en Fagne en Fleurus.

 

 

.
.
.

 

Etymologie

 

De naam bariet komt van het Griekse woord barys wat “zwaar ” betekent. Dit vanwege het uitzonderlijk hoge gewicht voor een niet metaalhoudend mineraal.

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen

 

 

Mineraal
Chemische formule BaSO4
Kleur Kleurloos, soms gekleurd door onzuiverheden
Streepkleur Wit
Hardheid 3 tot 3,5
Gemiddelde dichtheid 4,48 kg/dm3
Glans Glas
Opaciteit Doorzichtig tot opaak
Breuk Oneffen
Splijting Perfect, [210]; imperfect, [010]
Kristaloptiek
Kristalstelsel orthorombisch
Brekingsindices 1,634 – 1,648
Dubbele breking 0,0110 – 0,0120
Overige eigenschappen
Chemisch gedrag Fosforiserend

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bariet met fluoriet bariet cluster

 

 

 

bariet mineralen – Marokko

 

 

 

blauwe bariet

 

 

 

vandaniet kristallen op bariet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Akkerhoornbloem : Cerastium arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de grote witte bloemen met 5 ingesneden kroonbladen
– met 5 stijlen en
– de behaarde stengels en behaarde bladeren

 

.

 

 

.

 

Algemeen

 

Akkerhoornbloem is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op vrij open of grazige plaatsen met droge, al of niet kalkrijke zandgrond, zoals (rivier)duinen, bermen en braakliggende grond en niet op akkers, zoals haar naam doet vermoeden.

 

 

 

 

.

Bloem

 

Ze bloeit vanaf april tot en met juli met zuiver witte bloemen van 1 tot 2 cm groot. Ze hebben 5 kroonbladen, die voor 1/3 ingesneden zijn. De kroonbladen zijn 2x zo lang als de behaarde kelkbladen.

 

 

.

 

 

Blad en stengel

 

Akkerhoornbloem heeft twee soorten stengels, opstijgende bloeiende stengels en liggende op de knopen worte-lende stengels. Door middel van die liggende stengels kan de plant zich over een grote oppervlakte uitbreiden.

.

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten 

 

akkerhoornbloem : 5 kroonbladen voor 1/3 ingesneden en 5 stijlen.

gewone hoornbloem : de bloemen van gewone hoornbloem vallen veel minder op, de kroonbladen zijn ongeveer even lang als de kelkbladen.

 

.

akkerhoornbloem

 

.

 

akkerhoornbloem

 

.

 

gewone hoornbloem

.

 

 

gewone hoornbloem

.

 

Akkerhoornbloem lijkt veel op viltige hoornbloem. Viltige hoornbloem is geen inheemse plant, maar een uit tuinen verwilderde cultuurplant, die in het wild lang stand kan houden.

.

 

viltige hoornbloem

 

.

Algemeen

.

– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juli
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 2 cm
– 5 ingesneden kroonbladen
– kroonbladen niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– opstijgend of bovengronds kruipend
– behaard met klierharen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 Gewone engelwortel : Angelica sylvestris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de witte of enigszins roze schermen bestaande 15 tot 40 bolvormige deelschermen
– de bedauwde roze tot paars-bruine, rolronde, gegroefde stengels
– en de gootvormige bladstelen van de onderste bladeren

.

 

.

 

 

Algemeen

 

Gewone engelwortel is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende, donkergroene, niet sterk ruikende plant van natte, voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden en lichte loofbossen. Ze wordt 90 tot 180 cm hoog. Vaak staan er vele planten bij elkaar.

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf juli tot in de herfst, soms tot het begin van de winter. De bloeiwijze is een scherm van 3 tot 15 cm breed, bestaande uit 15 tot 40 ronde deelschermen met kleine witte of rozeachtige bloemetjes. De bloemetjes hebben 5 even grote kroonbladen. Onder het samengestelde scherm zitten 3 omwindselbladen, die snel afvallen. Onder elk deelscherm zitten talrijke omwindselblaadjes. De schermstralen zijn zacht behaard.

.

 

 

 

 

Blad

 

De grote bladeren zijn 2- tot 3-voudig geveerd. De deelblaadjes zijn langwerpig, scherp gezaagd. De bovenste bladeren zijn vergroeid tot een bolvormige schede rond de jonge bloeiwijze. De wortelbladeren hebben een gootvormige steel, 1 van de verschillen met grote engelwortel.

 

 

 

 

Toepassingen

 

Gewone engelwortel werd vroeger gebruikt voor het maken van een slijmoplossend middel. Ook werden de jonge stengels en bladeren gekookt in zout water en als groente gegeten.

.

 

 

 

Vergelijkbare soorten  

 

gewone engelwortel

– scherm 3 tot 15 cm breed, 15 tot 40 stralen
– bloemen zijn 2 mm, wit of roze
– plant donkergroen, nauwelijks ruikend
– eindblaadjes ongedeeld, voet niet aflopend
– tot 1,8 meter hoog
– wortelbladeren met gootvormige stengel 

 

 grote engelwortel

– scherm tot 20 cm breed, 20 tot 40 stralen
– bloemen zijn 3 tot 4 mm, groenachtig wit
– plant lichtgroen, bij kneuzing sterk ruikend
– eindblaadjes vaak 3-delig met aflopende voet
– tot 2,5 meter hoog
– wortelbladeren met rolronde stengel

 

 

 

grote engelwortel

 

Naast de twee bovengenoemde soorten zijn er nog een aantal (zeer) algemeen voorkomende planten met witte schermbloemen, zoals fluitenkruid en gewone berenklauw.

.

 

fluitenkruid

 

 

 

Gewone berenklauw

.

 

 

Algemeen

– schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 90 tot 180 cm

Bloem
– wit of roze
– vanaf juli tot in de herfst
– meervoudig scherm
– 2 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– 2- of 3-voudig oneven veervormig
– deelblaadjes eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gezaagd
– voet afgerond
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– bedauwd roze tot paarsbruin
– rond en gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zomerfijnstraal : Erigeron annuus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de op madeliefjes lijkende bloemhoofdjes
– met zeer veel en zeer smalle witte straalbloemen

 

.

 

.

 

 

Algemeen

 

Zomerfijnstraal is een eenjarige, vrij zeldzame plant die bloeit in juli en augustus.  Ze wordt 30 tot 75 cm hoog en groeit op natte tot vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond aan rivieroevers, in bermen en op dijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemhoofdjes zijn 1,5 tot 2 cm groot, meestal wit, soms iets blauw of lila aangelopen en staan in losse scher-men bij elkaar. De knopjes hangen. Zodra de bloemhoofdjes opgaan, richten ze zich op.

 

 

 

 

 

Stengel

 

De stengel is rechtopstaand en weinig behaard. Alleen de bovenste helft is vertakt.

 

 

.

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en
het rivierengebied
– 30 tot 75 cm hoog

Bloem
– witte straalbloemen
– gele buisbloemen
– juli en augustus
– hoofdje
– 1,5 tot 2 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– verspreid behaard
– onderste bladeren :
– omgekeerd eirond
– lang gesteeld
– verwijderd gezaagd/getand
– top stomp
– middelste bladeren :
– langwerpig
– kort gesteeld
– iets getand
– top spits
– bovenste bladeren :
– lancetvormig
– zittend
– gaafrandig
– top spits

Stengel
– rechtop
– alleen bovenaan vertakt
– verspreid behaard
– rolrond met lengteribben

zie wildebloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Wolfspoot : Lycopus europaeus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

.

Goed te herkennen aan
de kleine witte aan de binnenkant rood-paars gestipte lipbloemen, die in een schijnkrans in de bladoksels staan

 

 

.

.

 

Algemeen

 

Wolfspoot is een overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog met een rechtopstaande stevige vierkantige stengel. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Wolfspoot groeit op natte, voedselrijke grond aan water-kanten, in moerasbossen en langs sloten, ook op sluismuren.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juli en augustus. De kleine bloemen zijn wit met van binnen rood-paarse stippen. Ze staan in schijn-kransen rond de stengel in de bladoksels.

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Uit wolfspoot kunnen etherische oliën worden gemaakt tegen aandoeningen van de schildklier.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 90 cm

Bloem
– wit
– binnenkant roodpaars gestipt
– juli en augustus
– lipbloem
– schijnkrans
– 4 tot 6 mm
– 5-tandige kelk
– 2 meeldraden

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot lancetvormig
– top spits
– rand diep en grof gezaagd
– onderste stengelbladeren veerspletig
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– vertakt
– rijk bebladerd
– behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Witte honingklaver : Melilotus albus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

.

Goed te herkennen aan
de witte vlinderbloemen, die los gerangschikt zitten in smalle langgerekte trossen

 

 

.

 

 

Algemeen

 

Ze houdt van zon en groeit op open, droge tot vochtige, omgewerkt grond in bermen, langs spoorwegen, indus-trieterreinen en braakliggende terreinen. Witte honingklaver is een tweejarige plant, die tot 1,5 meter hoog kan worden. Ze wordt ook uitgezaaid en is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

Witte honingklaver

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf juli tot en met september. Witte honingklaver heeft witte geurende vlinderbloemen, die gerangschikt staan in een losse, langgerekte, smalle tros. De vlag van de bloemen is duidelijk langer dan de zwaarden, die ongeveer even lang zijn als de kiel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De meerkantige stengels zijn wijd vertakt, waardoor witte honingklaver een struikachtig uiterlijk kan krijgen. De bladeren zijn samengesteld en bestaan uit drie lancetvormige scherp getande deelblaadjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

vergelijkbare soorten

 

Vergelijkbare soorten zijn kleine honingklaver, goudgele honingklaver en citroengele honingklaver. Witte honing-klaver is de enige met witte bloemen, de andere drie hebben gele bloemen.

.

 

kleine honingklaver

 

 

goudgele honingklaver

 

 

citroengele honingklaver

.

 

.

Algemeen

 

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– tweejarig
– algemeen tot zeldzaam
– 30 tot 150 cm

Bloem
– wit
– vanaf juli t/m september
– losse langgerekte tros
– vlinderbloem
– 4 tot 5 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– handvormig
– deelblaadjes lancetvormig
– top stomp
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

Zandhoornbloem : Cerastium semidecandrum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

artikel45014-3_gewone_hoornbloem

 

 

Goed te herkennen aan

– de kleine, witte, 5-tallige bloemetjes, waarvan
– de kroonbladen onregelmatig getand zijn of ondiep gespleten en
– de vaak teruggeslagen vruchtstelen

 

.

zandhoorn

 

 

 

Algemeen 

 

Zandhoornbloem is een eenjarig, kleverig (door klierharen), klein plantje, dat 2 tot 15 cm hoog wordt en groeit op open, droge, voedselarme tot matig voedselrijke, al of niet kalkrijke zandgrond. Ze komt zeer algemeen voor in de Lage Landen, vooral in de duinen. Elders is ze aangevoerd met duinzand.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Zandhoornbloem bloeit vanaf maart tot en met mei met zeer kleine, witte, 5-tallige bloemetjes. De kroonbladen zijn meestal onregelmatig 2-tandig of tot hoogstens voor 1/8 van de lengte ingesneden. Kelkbladen en schutbladen hebben een vliezige rand.

 

.

 

.

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 2 tot 15 cm

Bloem
– wit
– vanaf maart t/m mei
– bijscherm
– stervormig
– 5 tot 7 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen

– 5, soms 4 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top meestal stomp, soms spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard en beklierd
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

.

.

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

Struikhei : Calluna vulgaris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

.

Goed te herkennen aan

rijk-bloemige trossen roze tot lichtpaarse, kleine, iets knikkende bloemen aan lage, struikvormige, altijd groene planten

Struikhei groeit op vochtige tot droge, zure grond in heiden, schrale graslanden en lichte bossen.

 

.

 

 

 

Algemeen

 

Struikhei is een sterk vertakte, altijd groene, overblijvende plant van 30 tot 100 cm hoog. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen maar vrij zeldzaam in duingebieden. Tevens wordt ze verkocht als tuinplant, dan ook in wit.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Struikhei bloeit vanaf juli tot in de herfst. De iets knikkende, roze tot lichtpaarse bloemen staan in een (meestal) eenzijdige tros, elke bloem aan het einde van een korte steel. De kroon- en kelkbladen hebben nagenoeg dezelfde kleur. De kelk wordt gevormd door de 4 buitenste bladen; de kroon door de 4 binnenste. De kroonbladen zijn smaller en korter dan de kelkbladen.

De binnenste bladen regelen het opengaan van de bloem. Zij zwellen aan de onderkant op en drukken zo de buitenste bladen naar buiten. Dat gebeurt op een zodanige manier dat de bovenkant van de bloem wat afgesloten is en zo een dakje vormt ter bescherming van het stuifmeel en de onderkant van de bloem meer open is, waardoor insecten een betere toegang hebben tot de nectar en zo de bestuiving tot stand brengen.

 

.

 

 

 

Blad

 

De kleine bladeren zijn mooi helder groen, staan in 4 rijen langs de stengel en bedekken elkaar dakpansgewijs. Elk blaadje eindigt aan de voet in 2 priemvormige oortjes.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Thee van gedroogde bladeren en bloemen heeft een mild urine-drijvende werking en werkt ontsmettend, samen-trekkend en kalmerend op de urinewegen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– heifamilie (Ericaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– ook als tuinplant
– 30 tot 100 cm

Bloem
– roze, lichtpaars
– vanaf juli tot in de herfst
– tros
– stervormig
– 3 tot 4 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– in 4 rijen
– enkelvoudig
– schubvormig
– top spits
– rand gaaf
– geoorde voet
– 1-nervig

Stengel
– liggend of opstijgend
– oudere takken verhout

zie wilde bloemen

 

 

 

 

.

 

 

Parel.

Standaard

 categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemeen 

.

Een parel is een hard, rond voorwerp dat door bepaalde weekdieren (hoofdzakelijk oesters, soms slakken) wordt gemaakt, en dat opgevist wordt om als sieraad te dienen. De glans van parels hangt van de reflectie en de breking van het licht in de doorzichtige lagen af. Naarmate de laagjes dunner en talrijker zijn, is de glans fijner.

Parels worden verkregen door parelduikers en parelkwekers. Parels zijn vaak rond, maar soms ook onregelmatig van vorm. Traanvormige parels worden vaak als hanger gebruikt. Onregelmatig gevormde parels worden gebruikt in kettingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedenis

 

Hoewel parels binnen 100-105 jaar verouderen, dan bladdert het parelmoer af, heeft men in Pompeï parels gevonden uit het jaar 79 na Christus. Het is waarschijnlijk dat mensen al 6000 jaren parels kennen.  De Egyptenaren waren ermee vertrouwd en ook bij opgravingen in Mexico werden parels gevonden (deze stammen uit 2500 voor Christus).

In India worden parels gebruikt als talisman. Volgens de overtuiging van Mongolen verhoogt afkooksel van parels de kracht van de mannen. Chinezen gebruikten parels in de geneeskunde. Romeinen beschouwden ze als symbool van macht, wijsheid en geluk.

In de 19e eeuw waren parelcolliers en sieraden met mooi gevormde parels een kostbare accessoire. Menige jongedame droeg een collier van onregelmatige maar natuurlijke parels. De kweek van parels bracht de volmaakt ronde en fraai gekleurde gekweekte parel, de zogeheten cultivé, in het bereik van bredere kringen waar parelkettingen soms onderdeel waren van een parure.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Samenstelling

 

Een parel bestaat uit parelmoer; dit is voornamelijk koolzure kalk (in de vorm van aragoniet) en organische hoornstof die de concentrisch om een middelpunt gerangschikte microkristallen aan elkaar kit. Ofschoon de hardheid slechts 2,5 tot 5 op de hardheidsschaal van Mohs is, zijn parels buitengewoon vast. Het is bijna onmogelijk ze met de hand stuk te maken.

De laagjes worden door een hoornachtige stof aan elkaar gekit. Het geheel is het parelmoer. De grootte van de parels varieert van een speldenkop tot een duivenei. De grootste gevonden parel is de Parel van Allah. Een andere grote parel is de Hope Parel.

 

 

Parel van Allah

 

 

 

 

 

 

 

Hope parel

 

 

 

 

Ontstaan

 

Parels vormen zich in oesterachtige zeemossels, enkele soorten zoetwatermossels en soms ook in slakken. Ze ontstaan als reactie op binnengedrongen vreemde delen tussen de schelp en de mantel of zelfs in het inwendige van de mantel. De buitenhuid van de mantel omsluit echter ook binnengedrongen vreemde voorwerpen. En uit deze kapsels ontstaat de parel. Als de parel op de binnenkant van de schelp groeit, dan moet ze uit de wand worden gezaagd. De vorm is dan slechts half kogelvormig. Deze parels heten blisters of schaalparel.

Soms wordt er ook iets tegen de schelp ingebracht als een soort van kern (heel vroeger was dit zelfs in de vorm van boeddha beeldjes). Het weekdier omvat dit met haar paarlemoer. Wanneer deze blister parel dan geoogst wordt snijden ze hem uit de schelp. De kern wordt verwijderd en het resterende opgevuld met een harde stof.

Hierna wordt de achterkant gedicht met een stuk schelp. Deze bewerkte blister parel noemt men een mabé parel en zo was het eerste kweekproces van zoetwaterparels ontstaan reeds in de 13de eeuw in China. Geschat wordt dat in 1 op de 15000 wilde oesters een parel zit.

Tegenwoordig komen de meeste parels uit kwekerijen. In de natuur komen ze voor in Sri Lanka, de Perzische golf, Saoedi- Arabië, Iran,Oman. Pareloesters groeien op Tahiti en voor de kusten van Japan, Mexico, Panama en Californië. De pareloester Pinctada maxima heeft een diameter van 30 cm en weegt 5,5 kilogram. Hij komt voor langs de kusten van Noord- en West Australië.

De grootste pareloester is Tridacna gigas, met een diameter van een meter en een gewicht van 225 kilogram. Minder bekend zijn de zoetwateroesters uit de Mississippi, en de historische vindplaatsen in Duitsland, Bohemen en het Russische Noorden.

Bijna alle parels worden tegenwoordig gekweekt (‘cultivéparels‘). Hiervoor wordt in de oester een klein korreltje parelmoer gelegd en de parel kan dan na twee jaar of langer geoogst worden. De teelt is door de Japanner Kokichi Mikimoto ontwikkeld en in 1896 gepatenteerd. Bij de zoetwaterparels wordt er geen parelmoer maar mantelweefsel ingebracht, deze worden dus zonder kern gekweekt.

 

 

 

 

 

tridacna gigas

 

 

 

 

Sierwaarde

 

De sierwaarde van een parel hangt af van zeven factoren, de glans, vorm, kleur, grootte, perfectie en symmetrie en structuur van het parelmoer, waarbij de glans of luster het belangrijkste is. Daarom kan een kleine parel meer waard zijn dan een grote parel. Perfecte ronde parels zijn zeldzaam. Een parel met een zeldzame kleur is ook kostbaarder. Vaak wordt ten onrechte gedacht dat de donkere, Tahitiaanse parels duurder zijn dan witte Japanse of Australische parels.

In vergelijking met dezelfde maat en kwaliteit zijn ze echter even kostbaar. Het is wel zo dat de Tahitiaanse parels meestal groter zijn en daardoor lijken ze duurder. De gekweekte Tahitiaanse parels hebben een minimum grootte van ongeveer 7 mm en gaan tot 15 mm. Er zijn zeldzame exemplaren die nog groter zijn. De Japanse zoutwatercultuurparels starten vanaf ongeveer 2 mm en gaan tot ongeveer 11 mm.

Doorgaans is de parel licht van kleur (zoetwaterparels hebben wit en alle mogelijke roze tinten), maar er zijn er ook met een donkere kleur, de zogenaamde zwarte parels. Dit zijn Tahiti Parels. Deze worden door de zwartkleppige pareloester Pinctada margaritifera, die in de Grote Oceaan leeft, gevormd door de afzetting van een grijze tot zwarte parelmoerstof. Sinds 1963 worden deze oesters gekweekt.

Jonge nog vrijlevende oesterlarven worden gevangen en opgekweekt op mosselgaas. Na drie jaar wordt in de dan volwassen oester een parelmoerkorreltje ingebracht, waarna het nog twee tot drie jaar duurt voordat te zien is of er een parel gevormd wordt. De bekendste zwarte parel is de Azra. Ze vormt het hart in een ketting van de Russische kroonjuwelen.

 

 

 

 

 

zwarte parel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oligoklaas / Zonnesteen

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Oligoklaas of zonnesteen is een plagioklaas veldspaat. Het is meestal wit van kleur met groene, grijze of rode tinten maar kan ook transparant zijn. Oligoklaas wordt ook wel foutief oligokraas genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

samenstelling: (Na,Ca)(Si,Al)4O8

hardheid: 6 – 7,5

dichtheid: 2,64 – 2,66