Category, categorie : A complete animated overview of the bible
.
.
Book of Leviticus, summary
.
Boel Leviticus, samenvatting
.
.












.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
29 En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
.
4 En al de sterren aan de hemel vergaan, en de hemelen zullen toe gerold worden, gelijk een boek, en al de sterren vallen neer, gelijk een blad van de wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van de vijgenboom.
.
13 In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid.
.
7 Ziet, Hij komt met de wolken en alle ogen zullen Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij één ieder vergelden naar zijn doen.
.
26 Wanneer Ik, de Mensenzoon, kom in de schitterende majesteit van mijn Vader, Mijzelf en de heilige engelen, zal Ik Mij schamen voor ieder mens die zich nu voor Mij en mijn woorden schaamt.
.
13 Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u; opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen.
.
5 En de heerlijkheid des Heren zal geopenbaard worden; en alle vlees tegelijk zal zien, dat de mond des Heren gesproken heeft.
.
24 Want gelijk de bliksem, die van het ene einde naar de andere kant van de hemel bliksemt, tot het andere onder den hemel schijnt, alzo zal ook de Zoon des mensen wezen in Zijn dag.
.
40 En dit is de wil van Diegene, Die Mij gezonden heeft, dat een ieder, die de Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven zal hebben; en Ik zal hem opwekken op de laatste dag.
.
19 Uw doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan; waakt op en juicht, gij, die in het stof woont! want uw dauw zal zijn als een dauw van de moeskruiden, en het land zal de overledenen uitwerpen.
.
2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.
.
17 Uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien.
.
31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeen vergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste.
.
17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te samen met hen opgenomen worden in de wolken, de Here tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Here wezen.
.
4 Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
.
Want ziet, de HERE zal uit Zijn plaats uitgaan, om de ongerechtigheid van de inwoners der aarde over hen te bezoeken; en de aarde zal haar bloed ontdekken, en zal haar doodgeslagenen niet langer bedekt houden.
.
15 Ach, die dag! want de dag des Heren is nabij, en zal als een verwoesting komen van de Almachtige.
.
3 Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;
.
4 Maar Hij zal de armen met gerechtigheid richten, en de zachtmoedigen des lands met rechtmatigheid bestraffen; doch Hij zal de aarde slaan met de roede Zijns monds, en met de adem Zijner lippen zal Hij de goddeloze doden.
.
10 Maar de dag des Heren zal komen als een dief in de nacht, in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden.
.
13 De Here zal uittrekken als een held; Hij zal de ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.
.
14 Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Here der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen.
.
Pasteltekening van John Astria
.
13 Opdat Hij uw harten versterke, om onberispelijk te zijn in heiligmaking, voor onzen God en Vader, in de toekomst van onzen Heer Jezus Christus met al Zijn heiligen.
.
31 En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon Zijner heerlijkheid.
.
8 En Assur zal vallen door het zwaard, niet eens mans, en het zwaard, niet eens mensen, zal hem verteren; en hij zal voor het zwaard vlieden, en zijn jongelingen zullen versmelten.
.
25 En door zijn kloekheid zo zal hij de bedriegerij doen gedijen in zijn hand; en hij zal zich in zijn hart verheffen; en in stille rust zal hij er velen verderven, en zal staan tegen de Vorst der vorsten, doch hij zal zonder hand verbroken worden.
.
45 En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeën aan de berg des heiligen sieraads; en hij zal tot zijn einde komen, en zal geen helper hebben.
.
27 En hij zal velen het verbond versterken tijdens een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste.
.
8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, de welken de Heere verdoen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;
.
10 Maar deze dag is des Heren, des Heren der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Here der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.
.
20 En er zal een Verlosser tot Sion komen, namelijk voor hen, die zich bekeren van de overtreding in Jakob, spreekt de Here.
.
26 En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.
.
3 Alzo zegt de Here: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des Heren der heirscharen, een berg der heiligheid.
.
.
.
.
De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.
Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.
Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.
In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.
.
.
-zijn doel met deze wereld
-de toekomst van Israël en de wereld
-het mysterie van het goede en het kwade
-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het kwade
-de toekomstige natuurrampen en oorlogen
-de wederkomst van de Messias
-de dag des oordeel
-het uitzicht in de hemel en zijn troon
-de nieuwe hemel en de nieuwe aarde
De openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.
.
.
.

De familie van Simone de Beauvoir was afkomstig uit de bourgeoisie, maar raakte tijdens de Eerste Wereldoorlog bijna al hun geld kwijt. Om toch de schone schijn van welvarendheid op te houden stond Francoise de Beauvoir erop dat haar dochters Simone en Hélène naar een privéschool gingen. In haar vroege jeugd was De Beauvoir een vroom meisje en wilde ze zelfs non worden. Naar eigen zeggen maakte ze op 14-jarige leeftijd echter een geloofscrisis mee, waarna ze atheïst werd.
Op de privéschool werd duidelijk dat De Beauvoir erg intelligent was. Haar vader stimuleerde haar intellectuele capaciteiten en ze ging na de middelbare school wiskunde, literatuurwetenschap en filosofie studeren aan de prestigieuze Sorbonne universiteit in Parijs.
Dit was ook een noodzaak, omdat het gezin De Beauvoir inmiddels nog sterker verarmd was. De Beauvoir moest dus doorleren, om later in haar eigen onderhoud te kunnen voorzien. Ze studeerde af in 1928 en begon aan een lerarenopleiding. Hier ontmoette ze de man die haar levensgezel zou worden, Jean-Paul Sartre.
Sartre vroeg De Beauvoir in 1929 ten huwelijk. Ze had echter geen bruidsschat en het stel besloot een andere verbintenis te sluiten, een pact, waarbij ze allebei hun zelfstandigheid zouden bewaren en ook seksuele relaties zouden mogen aangaan met anderen.
In 1929, op 21-jarige leeftijd, rondde De Beauvoir de lerarenopleiding af, waarna ze een aanstelling als docent op een school in Marseille aannam. Hier ontwikkelde ze haar schrijfkunst, mede omdat ze zo ver verwijderd was van haar grote liefde Sartre. Volgens De Beauvoir ontstond literatuur namelijk uit een staat van ongelukkig zijn. In 1938 rondde ze haar eerste boek, L’Invitée af. Het werd echter pas in 1943 uitgegeven.
De Beauvoir, inmiddels diep ongelukkig omdat Sartre naar het front was gestuurd, werd in dat jaar ontslagen omdat ze een 17-jarige leerling verleid zou hebben. De oorlog, haar ontslag en de vermeende affaires van Sartre leidden ertoe dat De Beauvoir in de oorlogsjaren meerdere boeken schreef. Haar bekendste werk kwam echter pas uit in 1949.
Le deuxième sexe uit 1949 was het eerste echt feministische boek van De Beauvoir. Hierin legde ze uit dat in haar ogen de wereld gedomineerd wordt door mannen, die vrouwen domineren wanneer ze hun mannelijkheid bedreigd zien. Vrouwen zouden passieve objecten zijn terwijl mannen handelende subjecten zijn. De belangrijkste uitspraak uit het boek was dat iemand volgens De Beauvoir niet als vrouw geboren wordt, maar er één wordt.
Dit maakte haar een existentialistisch schrijfster, want de existentialistische stroming stelt de individuele vrijheid en verantwoordelijkheid voorop. Zoals Sartre het verwoorde, ‘bestaan gaat vooraf aan zijn’. Hij behoorde dan ook tot de existentialisten.
Le deuxième sexe sloeg in als een bom en werd door voorvechters van vrouwenrechten van de tweede feministische golf bijna als Bijbel vereerd. In de jaren ’70 werd de Beauvoir zelf ook actief in deze beweging in Frankrijk omdat het volgens haar een schande was dat sinds de invoering van het kiesrecht er niets wezenlijks meer was verbeterd in de positie van vrouwen.
Simone de Beauvoir schreef behalve De Tweede Sekse nog vele andere boeken, zoals Les Belles images (1966), La Femme rompue (1967), Quand prime le spirituel (1979) en een vierdelige biografie waarin ze zich afzette tegen het middenstandsleven van haar ouders. Na de dood van Sartre in 1980 ging het, ondanks de problemen die hun relatie had gekend, echter bergafwaarts met De Beauvoir. Haar reputatie werd echter steeds beter en groter en ze werd als dé feministe van de 20e eeuw gezien. Simone de Beauvoir stierf op 14 april 1986 in Parijs.
Het is het vijfde boek van de 27 boeken van het Nieuwe Testament en is geschreven door Lucas (de arts) aan Theofilus in ca. 63-70 na Christus. Handelingen wordt gezien als de verbinding tussen het korte historische verslag over de Hemelvaart van Jezus en de vestiging en groei van de kerk enerzijds, en anderzijds de Evangeliën en de Epistels (zendbrieven) van Paulus tijdens zijn zendingsreizen.
Sommigen beschouwen dit boek als een voortzetting van het boek van Lucas, omdat beide door dezelfde persoon geschreven zijn. Lucas was een ooggetuige en beschrijft een nauwkeurige en grondige historie van de komst van de Heilige Geest en de geboorte van het christendom. Binnen ongeveer tien jaar na die bewuste Pinksterdag werden de leerlingen christenen genoemd (Handelingen 11:26).
De kerkgeschiedenis begint met de stichting, organisatie en opbouw van het christendom in slechts 30 jaar na de Hemelvaart van de verrezen Christus. Het eerste hoofdstuk van Handelingen gaat over de verrijzenis van Jezus uit het graf en de 40 dagen die Hij doorbracht met de apostelen. Hij besteedde deze tijd aan verder onderricht over het Koninkrijk van God en het werk van Zijn leerlingen na Zijn Hemelvaart.
Jezus instrueerde Zijn volgelingen dat zij eerst de kracht van de Heilige Geest zouden ontvangen en vervolgens het Evangelie moesten brengen naar de uiteinden van de aarde (Handelingen 1:8). Petrus werd een leidinggevende figuur binnen de groep na Pinksteren. Pinksteren wordt gezien als een belangrijk omslagpunt in de door God gegeven kracht en wijding aan de kerk.
De leerlingen en apostelen reisden door heel Judea, Galilea, Samaria, Ethiopië, Macedonië en uiteindelijk naar Rome en door de hele wereld zoals wij die nu kennen. Ondanks tegenstand, gevangenschap, mishandeling en de dood die erop volgde, begon de kerk uit te groeien. De apostelen kregen steeds meer toehorend publiek. De toehoorders ontvingen middels de Heilige Geest genezingswonderen, verlossing van demonen (onreine geesten) en wonderbaarlijke bescherming tegen vervolging.
In deze periode schrijft Lucas over de wonderlijke bekering van een wetsgetrouwe Jood genaamd Saulus. Later werd hij een volgeling van Christus en door God de apostel Paulus genoemd. De groei van het christendom is misschien wel het meest aan Paulus te danken. Lucas schrijft ook over Stefanus, de eerste martelaar voor het christendom, en de executie van Jakobus (de broer van Johannes). Beiden hoorden tot de mensen die het dichtst bij Jezus stonden.
Hoewel zij te maken hadden met extreme vijandigheid en vervolging, bleven de leerlingen en volgelingen van Christus vastberaden trouw. Daarom is het “goede nieuws” over Jezus en het christendom één van de drie grootste en meest verkondigde levensbeschouwingen in de hedendaagse wereld geworden.
De Handelingen van de apostelen vertellen over de wonderlijke Pinksterdag, die de apostelen, de Kerk en de wereld veranderde. Kerken werden niet gevestigd omdat groepjes gelovigen dat toevallig zo bedacht hadden. Zij werden geleid door de uitstorting van Gods Geest en ontvingen kracht om zich te vermenigvuldigen door heel Klein-Azië, Griekenland, Syrië, Rome en nog verder weg.
De Heilige Geest was vanaf dat moment beschikbaar voor jonge mensen, ouderen, mannen, vrouwen, Joden en heidenen. Vóór Zijn Hemelvaart had Jezus tegen Zijn toegewijde apostelen gezegd dat ze moesten terugkeren naar Jeruzalem om daar het beloofde geschenk van de Vader af te wachten. Zij waren bijeen op die Pinksterdag toen plotseling “uit de hemel een geluid klonk als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.
(Handelingen 2:2-4) ” Op dat moment zag de groep “een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de Heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven”
Toen beneden in de drukke straat Joden (afkomstig uit allerlei landen) dit hoorden, verzamelden zij zich en “raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken” (vers 6). De menigte stond verbaasd; sommigen spotten en anderen dachten dat deze 120 mensen dronken waren doordat ze teveel wijn hadden gehad.
Pasteltekening van John Astria
Het grootste deel van het boek Handelingen beschrijft de zendingsreizen van Paulus met zijn metgezellen. Petrus was een groot voorbeeld van de aanvaarding door Jezus van mensen ondanks hun soms zwakke en betreurenswaardige fouten. Petrus werd veranderd door liefde en werd “de Rots” genoemd, vanwege zijn solide en standvastige geloof. Deze eenvoudige visser was niet foutloos en struikelde af en toe, maar schoot niet tekort in het volgen van Jezus.
.
.
Een onjuiste conclusie. Want in de Bijbel is géén sprake van tegenstrijdigheden.
Er wordt vaak gesuggereerd dat er veel tegenstrijdigheden in de Bijbel staan of belangrijke zaken waarover ge-makkelijk meningsverschillen ontstaan. Vaak wordt dit als argument gebruikt om de Bijbel niet als waarheid te aanvaarden en dus ook niet te lezen. Eigenlijk zijn er maar heel weinig meningsverschillen over de fundamentele boodschap van de Bijbel. Heel veel tegenstrijdigheden kunnen opgelost worden door goed te lezen wat er nu eigenlijk staat. Door de Bijbel verkeerd te begrijpen kan men een verkeerde interpretatie ervan krijgen.
.
.
(2 Sam. 24) In hoofdstuk 24 van het boek Samuël staat bijna letterlijk hetzelfde verhaal als in I Kronieken 21. Maar in het eerste staat: ‘De toorn des Heren ontbrandde weer tegen Israël; Hij zette David tegen hen op en zeide: Ga, tel Israël en Juda. In Kronieken staat daarentegen: ‘Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan, Israël te tel-len. Tegenstrijdig zou je zeggen; in het ene boek wordt aan God toegeschreven, wat in het andere de Satan doet.
Als (16: 18-25) je de verzen uit het boek Samuël leest en vergelijkt met die van(17: 55-58), dan lijkt het alsof in het ene gedeelte Saul David en zijn vader wel, en in het andere gedeelte alsof hij hen niet gekend zou hebben.
In Mattheus 21 : 2 wordt gesproken over een ezelin en een veulen die door Jezus voor Zijn intocht gevorderd worden. Maar in Lucas 19 : 30 is er alleen maar sprake van een veulen. Waren het nu twee dieren of was het er maar één? Mattheus schrijft, dat de (Matth. 27: 44) rovers, die samen met Jezus gekruisigd waren, Hem beschimp-ten. Terwijl Lucas schrijft, dat slechts één (Luc. 23: 39) van de rover Jezus lasterde.
Er is een schijnbare, grote tegenstrijdigheid tussen de teksten, die hier zijn vermeld. Rom. 4 : 5: ‘Degene echter, die niet werkt, maar zijn geloof vestigt op Hem, die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid. (Jac. 2 : 24): ‘Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof. , Beide schrijvers wijzen daarbij op Abraham. Het is duidelijk dat zij conclusies trekken die precies tegenover elkaar staan.
Pasteltekening van John Astria
Heel wat tegenstrijdigheden zijn te herleiden tot fouten, die bij het overschrijven van de Bijbel gemaakt zijn. Ook bij het doorgeven van de oorspronkelijke handschriften zijn er fouten ingeslopen, die natuurlijk heel gemakkelijk gemaakt worden. Men mag echter niet de auteur de fout toerekenen die de zetter gemaakt heeft. Ook de Bijbel mag niet onbetrouwbaar genoemd worden, omdat er bij het overschrijven in latere tijden door de schrijvers ver-gissingen zijn gemaakt. Zulke fouten zijn overigens niet moeilijk te ontdekken en te herstellen. Er is zelfs een aparte wetenschap voor: de tekstkritiek. Tekstkritiek is heel iets anders dan kritiek op de Bijbel als het Woord van God. Het is geen aanval op de Bijbel, maar juist uit grote eerbied voor het Woord bedreven.
Wie dieper ingaat op de vermeende tegenstrijdigheden in de Bijbel, zal ontdekken dat ze in feite niet bestaan. Bij elk gedeelte van de Bijbel moet je rekening houden met het grotere geheel en met het doel dat de schrijver be-oogt. In de boeken Koningen bijvoorbeeld, worden koningen, die een heel belangrijke politieke rol hebben ver-vuld soms maar heel kort genoemd, en worden politiek veel minder belangrijke koningen uitvoerig beschreven. Het is duidelijk dat het de schrijver gaat om de betekenis van een vorst voor het rijk en de dienst van God.
Alleen dat van de geschiedenis van Israël wordt beschreven, wat nodig is om te laten zien, hoe God ondanks de zonden van zijn volk, Zijn Rijk doet komen en Zijn belofte vervult. De beschrijving van de geschiedenis staat in het teken van de Verlosser, die eens zal komen. De boeken Koningen zijn één geheel met de boeken Samuël, waarin vooral benadrukt wordt hoe vaak de koning en het volk van Israël het Verbond met God verbreken. De boeken Kronieken hebben een heel ander doel op het oog. Daarin wordt de heerlijkheid beschreven die God geeft aan David en zijn huis. Daarin wordt ook gewezen op de vijandschap tegen God en Zijn volk.
Het is de vijandschap van de satan tegen het Koninkrijk van God, de Satan die altijd het volk van God van Hem probeert af te leiden. Dan wordt ook de schijnbare tegenstrijdigheid verklaarbaar. In Samuël is het God, die David tegen Israël opzet, omdat Zijn toorn ontbrand is vanwege de zonden van Zijn volk. En Kronieken laat zien, dat God daarbij gebruik maakt van de Satan als middel om David aan te zetten een volkstelling te organiseren. Ook die andere tegenstrijdigheid of Saul al dan niet van de afkomst van David op de hoogte was, is verklaarbaar. Saul zal heus wel geweten hebben, wie Davids vader was. Maar hij staat versteld dat zo’n eenvoudige schaapherder en citerspeler in staat is een geweldige reus als Goliath te overwinnen. De vraag van Saul komt voort uit z’n verba-zing: Zit dat soms in de familie? Heeft hij dat soms van zijn vader?
Pasteltekening van John Astria
Jezus heeft, dat blijkt overduidelijk uit het Nieuwe Testament, het hele Oude Testament aanvaard als het Woord van God. Wie er het breekijzer van de kritiek in durft te zetten komt in strijd met wat Hij zegt dat (Joh. 10: 35) de Schrift niet gebroken kan worden. Het Woord heeft bindende kracht. Kritiek op de Bijbel moet in het voet-spoor van Jezus afgewezen worden. Er is geen wezenlijk verschil tussen wat er in Mattheüs en Lucas staat betref-fende één of twee dieren bij de intocht van Jezus. Iedere oosterse boer wist, dat een veulen niet wil lopen als de moeder niet meegaat. Mattheüs wijst daarop in zijn evangelie. Lucas schrijft enkel dat Jezus op het veulen ging zitten.
Het verschil over het lasteren van één of twee rovers is evenmin een tegenstelling. Mattheüs laat zien dat de lastering komt van mede gekruisigden, terwijl Lucas de majesteit van het lijden van Jezus toont. Er staat geschreven dat een misdadiger en een Romeinse hoofdman tot andere gedachten zullen komen. Het is heel goed mogelijk dat eerst beide rovers Jezus bespot hebben en dat later één van hen onder de indruk kwam van de majesteit van Christus in Zijn lijden en zo tot inkeer gekomen is.
De tegenstelling tussen Paulus en Jacobus blijkt ook schijn als duidelijk wordt waar het de schrijvers om gaat. In zijn brief aan de Romeinen waarschuwt Paulus zijn lezers tegen de leer van de Joden, die Jezus als Redder verwer-pen. Zij geloven dat zij door het nauwkeurig houden van de wet (Rom. 4 : 1-8) – door hun eigen inspanningen dus – behouden worden. Paulus vertelt dat Abraham niet vanwege zijn daden gerechtvaardigd werd, maar omdat Hij God op Zijn Woord vertrouwde.
Dat geloof van Abraham bleek wel heel duidelijk, toen God Abraham op de proef stelde, door hem zijn enige zoon Isak te laten (Gen. 22) offeren. En net als Abraham, zegt Paulus, kunnen ook wij alleen behouden worden door te geloven in Jezus. Jacobus (Jac.2: 21) legt de klemtoon op de daden over het gebeuren met Abraham. Hij zegt dat Abraham uit werken (daden) gerechtvaardigd is toen hij zijn zoon Isaak op het altaar legde.
Dat lijkt het omgekeerde van wat Paulus schrijft, maar dat is het niet. Het gaat Paulus en Jacobus beide om een levend geloof, dat zichtbaar wordt in wat je doet of laat. Goede daden kunnen je niet behouden, zegt Paulus. Al-leen door te geloven ga je vrijuit bij God. Als je zegt te geloven, zonder dat men daar iets van ziet in je leven, dan is dat geloof dood, zegt Jacobus. Trouwens, ook Paulus schrijft dat heel duidelijk: (Gal.5 : 6) Het geloof moet zich door de liefde uiten. Oppervlakkig gezien leek het een tegenstelling tussen wat beide apostelen schreven. Maar het blijkt hetzelfde te zijn; het gaat niet om een geloof waar je alleen maar over praat, maar om een geloof waar je ook naar doet.
Schijnbare tegenstellingen in de Bijbel blijken na nader onderzoek vaak alleen maar schijn te zijn. Natuurlijk zijn er op sommige plaatsen zaken die moeilijk te verklaren zijn. Wie bidt tot God om inzichten te krijgen in zijn Woord, zal die altijd krijgen. Neem de Bijbel en lees de Bijbel. Laat je overwinnen door de liefde van God, waarvan de Bijbel vol staat.
.
.
.