Tagarchief: sterren

Derde miniatuur: tweede visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

tweede visioen van het eerste boek

 

.

.
.
.
.

Met de voorstelling vóór ons, luisteren we eerst naar wat de Stem van boven aan Hildegard meedeelde.

“Wie met gelovige overgave en liefde God aanhangt, zal niet door de stormloop van de ongerechtigheid verschrikt raken en losgerukt worden van de hemelse zaligheid. Wie God slechts naar uiterlijke schijn dient, zal niet tot het hogere opstijgen, maar integendeel buitengeworpen worden en in de onderwereld terecht komen.”

Wat in deze miniatuur als eerste opvalt, is het opstijgende zwarte vlak, dat met grijpvingers naar de sterrenhemel reikt en dat donkerrode vlammen aan zijn voet laat zien. Naast dit zwart gegeven zien we het gelukkige paradijs, aangeduid door een vergulde achtergrond en twee rijk versierde bomen. Boven het paradijs prijken in de blauwe hemel naast kleine witte sterren nog negentien grote sterren van goud.

Hiermede is de engelenwereld bedoeld, maar deze is bevolkt met een niet volmaakt getal van sterren. Immers een derde deel der geesten heeft zich niet aan God wensen te onderwerpen en is in het hellevuur neergestort.

God heeft in Zijn Wijsheid de lege plaatsen willen aanvullen en Hij schiep de mensheid, hier aangeduid door acht sterren in een wit-groene wolk, voortkomend uit de zijde van Adam. Samen met de eerste negentien vormen zij een getal van zeven en twintig sterren, het volmaakte getal van drie in de derde macht. Drie maal drie maal drie.

Tegen dit plan rijst het vreselijk verzet van de onderwereld en terwijl de zwarte vingers onmachtig zijn de sterren in de hemel te grijpen, vergiftigt een vlam, in de vorm van een slangekop, de acht sterren in de schoot van Eva.

Aangrijpender kan men het mysterie van de erfzonde niet uitbeelden. Dit is ook als iconografisch gegeven uniek in de kunstgeschiedenis. Wanneer we een niet traditionele voorstelling ontmoeten, dan mogen we daar naar de wezenskern van de mystieke boodschap van Hildegard zoeken. Deze kern ligt in de strijd tussen licht en duister, tussen heiligheid en zonde. Hierover zegt de Stem:

“Wie van liefde brandt zal niet door de stormloop van de ongerechtigheid verschrikt worden.”

Het enige wat ons gevraagd wordt, is met overgave God aan te hangen en te geloven, dat God uiteindelijk overwint. Eén van de kernpunten van de boodschap van Hildegard is, dat God haar getoond heeft, hoe de wegen zijn waarlangs de vijand verslagen zal worden. En toch zullen we in de volgende visioenen zien, hoe Hildegard, ondanks haar geloof en overgave, van tijd tot tijd beeft voor het mysterie van het kwaad.

Dit komt ook voort uit haar sterk kosmisch gevoel. Zij voelt zich intens verbonden met heel de zichtbare schepping en weet zich onder invloed van de sterren, planeten, winden en regen te staan. Zij ervaart in haar lichaam heel pijnlijk de wanorde van de elementen die in de vier hoeken van deze miniatuur zijn uitgebeeld: water en aarde beneden, lucht en vuur in de bovenhoeken.

Eén motief in deze miniatuur is nog niet besproken, n.l. de oranje band tussen de sterrenhemel en de vergulde achtergrond van het paradijs. In de uitleg van de Scivias-tekst staat, dat een lichtglans rondom het paradijs werd opgetrokken, toen het eerste mensenpaar de tuin van Eden moest verlaten. Want God wil het paradijs ongerept bewaren voor de zielen die eenmaal door de Verlosser aan de greep van de duivel ontrukt zullen worden.

Dat nu deze glans de kleur draagt van het morgenrood, de aurora, is van diepe betekenis. Dit motief wordt in de miniaturen nog breed uitgewerkt in verband met het mysterie van de Menswording uit de Moedermaagd.

De vruchtbaarheid van het moederschap is een gegeven dat sterk in de gedachtenwereld van Hildegard meespeelt om de activiteit van God in beeld te brengen. Daarom is de wolk uit de zijde van Adam groen gekleurd. Alleen al over de kleur groen en het trefwoord viriditas zou een afzonderlijk hoofdstuk geschreven kunnen worden. Voor ons moderne mensen roept de kleur groen, zoals wij die kennen in de natuur, heel gemakkelijk associaties op met de groei van alles wat leeft.

Deze miniatuur gaf ons een eerste blik in het grote mysterie van het kwaad. Nu gaat Hildegard de invloed hiervan op de hele kosmos, de makro kosmos beschrijven. Daarna komt de rol van het kwaad in iedere mensenziel, de mikro kosmos. Immers uit de bewegingen van de grote kosmos leren Hildegard en ook wij de drijfveren van het menselijke doen en laten steeds beter kennen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

Tweede Miniatuur: eerste visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

Hildegard von Bingen

.

 

 

eerste visioen van het eerste boek

.

 

.

 

 

Deze miniatuur hoort bij het eerste visioen van het eerste boek van het driedelige werk Scivias. Het eerste boek bevat zes visioenen, die met negen miniaturen verlucht zijn.

.

In dit eerste visioen gaat het om de ontmoeting van God en de mens Hildegard. Terwijl Hildegard de Stem hoorde van Hem die op de berg zat, kregen die woorden de vormen en kleuren als in deze miniatuur weergegeven.

En de doordringende Stem sprak:

“Gebrekkige mens, stof van aardse stof, as van as, roep en spreek er over, hoe men in de verlossing welke alles herstelt, binnengaat. Stort jezelf uit als een overmatig rijke bron en doe deze van geheimen zwangere leer uitstromen, opdat door deze watervloed de priesters opgeschrikt worden die hun plicht verzaken en die ook nog vanwege de zonde van Eva jou als vrouw minderwaardig vinden. Wat je nu hoort en ziet, ontvang je niet door een mens, maar door de vreeswekkende hemelse Rechter wordt je dit van bovenaf gegeven, waar dit sterke licht steeds weer onder de voeten van de Lichtende die zetelt op de troon, in volle klaarheid opvlamt. Verkondig wat je nu geleerd hebt, hoe God die Zijn schepping met macht en goedheid regeert al degenen die Hem vrezen en Hem deemoedig dienen, overstroomt met hemelse verlichting en hen zo, als zij volharden op de weg der gerechtigheid, voert tot de vreugde van de ware aanschouwing’”.

In welke beeldvormen is deze toespraak in de geest van Hildegard geëtst? Om te beginnen: de stem van de openbaring komt van bovenaf. Zij ziet een hoge berg, een onwrikbaar volume met de kleur van ijzer. Deze kleur wordt een van de kern begrippen in heel de miniaturenserie. Hier is ijzer weergegeven met de kleur grijs, maar later zal dit bladzilver zijn.

Die ijzerkleurige berg is door zwarte lijnen in zeven heuvelen verdeeld. Waarom zeven? Het getal zeven komt in de Bijbel veelvuldig voor. Het duidt op een verandering, die na een periode zal aanbreken, met een nieuw begin als gevolg. Het is voor ons gemakkelijk aan te voelen, waarom voor de troon van de hoogste Rechter een berg getekend is. Hoeveel te meer dan voor mensen, die leefden van de Bijbel en zijn beelden.

Is de berg Sinaï niet de troon van God?  God gebruikt de berg als Zijn zetel en Hij verschijnt volledig in een gouden kleur, die nog sprekender gemaakt is door de rode lijnen die licht en vuur suggereren: een poging om het oogverblindende zo sterk mogelijk uit te beelden. Ook bij ons verwijst zo’n berg-zetel naar iemand die macht bezit.

“Maar”, zegt de hemelse Stem, “God regeert niet alleen met macht maar ook met goedheid!” Dit is aanschouwelijk voorgesteld door twee grote vleugels die zich van Gods schouders uitstrekken. Dat vleugels goedheid en bescherming kunnen uitbeelden, behoeft geen betoog, maar het is een originele vondst van de miniaturist de grote goedheid van God weer te geven door de vleugels het eigenlijke kader van de miniatuur ver te laten overschrijden. Deze uitbeeldingswijze zullen we ook in andere miniaturen tegenkomen.

Nu zegt de Stem, dat God diegenen met Zijn hemels licht overstroomt, die Hem vrezen en deemoedig dienen. Deze twee zielshoudingen zijn noodzakelijk om met God in contact te kunnen treden. Want men kan God wel vrezen en Hem toch niet dienen; denken we slechts aan de gevallen engelen.  De psalmist zegt immers van de deugd om God te vrezen: de Vreze des Heren is het begin van alle Wijsheid (ps. 110).

We zullen in een der laatste visioenen van Scivias de enorme betekenis van deze deugd ontdekken, doordat zij daar bij de gaven van de H. Geest behandeld wordt, omdat de Mensenzoon haar als garantie van Zijn zending aangehaald heeft (Luc. 4,18 – Is. 61,1-2).

Hier is deze deugd voorgesteld als een mensenfiguur die geheel overdekt is met een gekleurde tule, waarop aan alle kanten open ogen geborduurd zijn. Daardoor is haar waakzaamheid tegen het kwaad en haar streven naar het goede duidelijk aangegeven.

De andere figuur, een kind met een matkleurig kleed, duidt op de Armoede van Geest. Ze draagt witte schoenen, omdat ze graag de voetstappen van Gods Zoon volgt. Het is dit figuurtje, dat bijna hulpeloos haar handen in biddend gebaar ophoudt, dat rechtstreeks van de voeten van de Hemelse Vader met een gouden lichtstroom overgoten wordt, en wel zozeer, dat het gezicht niet eens meer te onderscheiden valt. Zo volkomen wordt haar geringheid opgenomen in de goddelijke liefdegloed.

We merken op dat rondom elk der twee figuren bundels licht met sterren geschilderd zijn. De tekst van Scivias zegt: allen die God vrezen, worden door Gods genade verlicht om hun goede werken te kunnen verrichten. Maar de mystieke begenadiging, rechtstreeks komend uit Gods licht, is alleen voor hen die dit geschonken krijgen als een charismatische gave ten bate van heel de Kerk.

In de berg, of beter in de zeven heuvels ziet men tien maal twee hoofden in een venster afgebeeld, en bij goed toezien bemerkt men, dat het ene hoofd twee rode koontjes heeft en het andere bleek is. Dit moet laten zien, dat er zielen zijn, die gezond zijn en volharden op de weg der gerechtigheid en weer anderen die lauw en slap zijn.

Ja, zegt de verklaring van Hildegard, Gods kennis kent de waarde van iedere ziel. En juist het mysterie van de vrije wil van ieder mens speelt een belangrijke rol in heel het betoog van het boek Scivias. Deze miniatuur, eenvoudig van opzet, is met weinig commentaar te begrijpen. De volgende is moeilijker maar ook mooier.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

De Bijbel en de wetenschap.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Bijbel

 

De Bijbel is geen wetenschappelijk boek, maar een boek over God en over mensen. De Bijbel bestaat uit 66 boeken met geschiedenis, liederen, gedichten, spreuken, profetieën en brieven. Hij is geschreven door meer dan 40 mensen, gedurende een periode van ongeveer 1600 jaar.

De boeken zijn geschreven in het Hebreeuws, Grieks en Aramees. Ze zijn geschreven op de continenten Azië, Afrika en Europa. Er zit een periode van 400 jaar tussen het ‘Oude’ en het ‘Nieuwe Testament’. Toch is de Bijbel een eenheid en alle belangrijke details kloppen. Er zijn tienduizenden manuscripten en fragmenten gevonden. Geen enkel boek uit de oudheid kan daaraan tippen. Daarom kunnen we de Bijbelse geschriften gebruiken om een beeld te vormen van de geschiedenis van de aarde. Dat houdt in dat we uitgaan van een recente schepping (6000 – 8000 jaar geleden)en een grote overstroming die ongeveer jaar 1500 jaar later gebeurde. Deze overstroming werd overleefd door  8 mensen die onze voorouders zijn.

De Bijbel kan zonder problemen als een betrouwbare beschrijving van de geschiedenis gezien kan worden. God wil zichzelf ook bewijzen aan mensen die Hem daarom vragen (dit blijkt uit verschillende delen van de Bijbel, zoals de geschiedenis van de ‘ongelovige Thomas’). Een wetenschapper kan zonder problemen de Bijbel met het volste vertrouwen omarmen, zonder zijn of haar wetenschappelijke integriteit te verliezen. Het is in een Bijbels denkkader geoorloofd om kritische vragen te stellen en ook een antwoord te verwachten!

Er staan ook dingen in de Bijbel die niet wetenschappelijk kunnen verklaard worden. Deze ‘wonderen’ of ‘tekenen’ zijn juist het mooie van de Bijbel omdat ze waargenomen zijn te midden van de alledaagse werkelijkheid.

 

 

Nederlandse Bijbelcompagnie – Statenvertaling 1865

 

 

 

Het Oude Testament

 

Het Oude Testament is door de Masoreten (overleveraars, Joodse geleerden) in een periode van 500 tot 900 na Christus letter voor letter overgeschreven. Elke foute kopie werd vernietigd. De Dode Zee rollen, die dateren uit de periode ca. 250 vóór Christus tot ca. 50 na Christus, werden gevonden in 1947 in grotten bij Qumran. Hoewel deze manuscripten 1000 jaar ouder zijn dan die van de Masoreten, bleken ze daar toch zeer nauwkeurig op aan te sluiten.

Er wordt vanuit een evolutionistisch denkkader vaak aangenomen dat mensen eerst geleidelijk aan gingen praten  en later pas gingen schrijven. Maar in de Bijbel staat dat God de mens helemaal perfect schiep. Adam was zo gemaakt dat hij gelijk kon praten, want hij sprak met God en zijn vrouw (zie Genesis). Daaruit kun je afleiden dat hij waarschijnlijk ook kon schrijven. En zelfs al schreef hij niet; hij was Gods eerste mens en moet dus een perfect geheugen gehad hebben.

Hij heeft 930 jaar geleefd en kreeg veel kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, die onder andere al metaal bewerkten en instrumenten bespeelden. Het is heel waarschijnlijk dat er toen ook al geschreven werd en dat uiteindelijk een aantal van die geschriften meegingen met Noach in de ark. Onze kennis van de vroegste culturen kan alleen maar bevestigen dat taal altijd een hoge mate van complexiteit gehad heeft. Oude talen zijn eerder ingewikkelder dan eenvoudiger.

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

De betrouwbaarheid van de Nieuwe Testamentische geschriften is nog groter dan die van het Oude Testament. Er zijn  24000 manuscripten gevonden en vergeleken. Veel meer dan enig ander werk uit de oudheid. (De Ilias van Homerus komt op de tweede plaats met 643 manuscripten).

Er zijn geen belangrijke verschillen tussen de manuscripten, alleen wat namen en onbelangrijke spelling.
Over de betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament wordt door taal- en geschiedkundigen nog minder getwijfeld dan over het Oude Testament. Dat vrijwel alle gevonden oude kopieën identiek zijn is een sterk bewijs dat de geschriften accuraat zijn overgeleverd.
Een ander sterk argument voor de betrouwbaarheid van de inhoud is dat de mensen die het geschreven hebben (behalve Johannes) allemaal een gruwelijke dood gestorven zijn, omdat ze vast bleven houden aan wat ze geschreven hadden over Jezus.

 

 

 

Wetenschap en de Bijbel

 

Wetenschap gaat over het vergaren van kennis en inzicht. Feiten geven inzicht in de dingen die we willen weten. De Bijbel geeft ons bepaalde feiten. Veel van die feiten zijn in de loop der jaren door de wetenschap bevestigd. Dit maakt het waarschijnlijk dat de schrijvers van de Bijbel kennis van zaken hadden en niet puur schreven vanuit de behoefte een religie te stichten. Ze schreven de dingen waarheidsgetrouw op zoals zij ze zagen.
De Bijbel is een boek over geestelijke dingen, met symboliek, leefregels en moraal. Er staan ook dingen in die geschiedkundig kloppen en bevestigd kunnen worden door onze huidige kennis van biologie, natuurkunde, sterrenkunde, archeologie, paleontologie en dergelijke.

 

 

 

Enkele voorbeelden in de Bijbel over wetenschappelijk

correcte uitspraken

.

1.
“Hij hangt de aarde op aan niets.” Dit staat in Job 26:7

2.
Hebreeën 11:3 zegt dat alles wat we zien gemaakt is van dingen die we niet kunnen zien. Dat klopt. We kunnen atomen niet met het blote oog zien. De elementen waaruit atomen bestaan, kunnen helemaal niet gezien worden.

3.
Genesis 1:1 en Hebreeën 1:10-12 gaan over een ‘begin’ en een ‘einde’ van hemelen en aarde. Tijd en ruimte hebben een begin, maar ook een einde. Dat wordt nu ook door wetenschappers erkend, hoewel dat niet altijd zo was.

4.
Genesis 6:15 geeft de perfecte afmetingen voor een stabiel vrachtschip waarmee Noach (met zijn gezin en van elk basistype landdier een paar of een groep) de zondvloed kon overleven.

5.
Leviticus 15:13 geeft instructies voor het wassen met water. Dit moest stromend water zijn, geen stilstaand water. Eeuwenlang hebben mensen zich met stilstaand water gewassen, met alle gevolgen van dien. Vandaag de dag weten we hoe belangrijk het is om zich met stromend water te wassen.

6.
In Deuteronomium 23:12-13 krijgt het volk Israël in de woestijn de opdracht om hun uitwerpselen buiten het kamp te begraven. Ze hadden daarvoor zelfs een schepje in hun standaard uitrusting. Hoeveel mensen zijn er in de middeleeuwen niet gestorven aan ziektes, die voorkomen hadden kunnen worden als ze zich aan deze instructies hadden gehouden?

7.
Job 38:16 spreekt over de ‘fonteinen van de zee (oceaan)’. Deze onderwater fonteinen zijn in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ontdekt. Er zijn inderdaad fonteinen op grote diepte. De fonteinen waarover in Genesis 7:11,12 wordt gesproken waren catastrofaal; misschien veroorzaakt door het scheuren van de aardkorst en magma of gesmolten zout dat de zee instroomde. Mogelijk zijn de huidige fonteinen restanten van die catastrofale gebeurtenis.

8.
Volgens Jona 2:5-6 zijn er bergen in de zee. Ook dit is in de afgelopen eeuw ontdekt.

9.
Leviticus 17:11,14 zegt dat het leven in het bloed zit. Aderlating bij zieke mensen heeft veel slachtoffers geëist . Nu weten we dat essentiële voedingsstoffen en zuurstof door het bloed naar alle delen van het lichaam worden getransporteerd.

10.
Volgens Genesis 1:24 schiep God alle dieren naar hun ‘aard’ of ‘soort’. Dit stemt overeen met wat wetenschappers waarnemen. Honden brengen honden voort. Katten brengen katten voort. Rozen brengen rozen voort. Verschillende soorten kunnen niet gekruist worden. Belangrijker is dat het nog nooit is waargenomen dat een bepaalde soort in een nieuwe is overgegaan. Er zijn bijvoorbeeld wel meerdere ‘soorten’ honden, kippen of paarden, maar daarvan weten we dat ze uit één grondsoort komen.

11.
Volgens Genesis 2:7 en 3:19 is de mens gemaakt van het stof van de aarde. Wetenschappers hebben ontdekt dat het menselijk lichaam bestaat uit ongeveer 28 basis- en sporenelementen, die ook allemaal in de aarde gevonden worden.

12.
In de eerste drie verzen van Genesis wordt de schepping van alle bekende aspecten van onze zichtbare wereld beschreven: tijd, ruimte, materie en energie. Genesis 1:1-3 zegt: “In het begin (tijd) schiep God de hemelen (ruimte) en de aarde (materie). En God zei, laat [er] licht (energie) zijn.” God schiep dus hemel en aarde door eerst licht te maken. We weten dat de materie bestaat uit deeltjes die zo ‘groot’ zijn als een lichtstraal.

13.
In Jesaja 40:22 staat niet dat de aarde plat is, zoals velen hebben beweerd, maar het beschrijft de aarde als een cirkel en de hemel als een tent die ‘uitgestrekt’ is.  Deze Goddelijke handeling van ‘uitrekken’ of ‘uitspreiden’ kan worden gebruikt om te verklaren waarom wij sterrenlicht zien van miljarden lichtjaren ver, terwijl de aarde volgens de Bijbel slechts duizenden jaren oud is.

14.
Psalm 8:8 beschrijft de ‘paden’ van de zee die door de vissen worden genomen. Er zijn inderdaad paden in de oceanen, wij noemen ze ‘zeestromen’,

15.
In een tijd dat er minder dan 5000 sterren zichtbaar waren schreef Jeremia (33:22) dat het aantal sterren ontelbaar was. We weten nu dat het aantal sterren alleen te schatten is.

16.
Petrus voorspelde (in 2 Petrus 3:5-6) dat de zondvloed zou worden ontkend en dat ermee zou worden gespot. En dat gebeurd inderdaad nog steeds, ondanks de vele bewijzen voor een wereldwijde overstroming.

17.
Veel geologen zijn het erover eens dat de continenten aan elkaar hebben gezeten. Genesis 1:9-10 zegt dat het water naar één plek samenvloeide, wat inhoudt dat het land uit één stuk bestond.

18.
God ‘weeft’ of ‘borduurt’ ons in de baarmoeder. (Psalm 139:13-15). Het is inderdaad zo dat onze ‘weefsels’ als een soort ‘borduurwerk’ in elkaar zitten.

19.
Wetenschappers zijn er nu achter dat we allemaal van één set genen afstammen. Handelingen 17:26 en Genesis 5 geven al aan dat we allemaal van één man afstammen.

20.
Genesis 11 verklaart de verschillende taalgroepen en rassen die we nu kennen. De evolutietheorie biedt daar geen goede verklaring voor.

21.
Wetenschap heeft bevestigd dat bladen van bomen als medicijn kunnen dienen (Ezechiël 47:12 en Openbaringen 22:2).

22.
De Bijbel beschrijft de kringloop van het water in o.a. Prediker 1:7 en Job 36:27,28. Het opstijgen van damp uit de zeeën, de regen en de rivieren.

23.
De besnijdenis van jongetjes op de achtste dag is ideaal omdat alleen op die dag de bloedstollingswaarde 110% is.

24.
Het licht volgt een pad volgens Job 38:19. Tot de zeventiende eeuw werd geloofd dat het licht overal direct is. Nu weten we dat het licht inderdaad een weg aflegt.

25.
Archeologie heeft bevestigd dat onze voorouders niet primitief waren, maar dat ze gebruik maakten van legeringen (sommige legeringen kan men niet eens namaken), ze hadden luchtgekoelde gebouwen, maakten instrumenten, bestudeerden de sterren en nog veel meer (Gen. 4:20-22, Job 8:8-10 en 12:12).

26.
Brute holbewoners worden beschreven in de Bijbel (Job 30:1-8). Het waren geen primitieve voorouders, maar verwilderde mensen uit de turbulente periode na de zondvloed. Job is één van de oudste boeken van de Bijbel en is mogelijk niet zo lang na de zondvloed geschreven.

27.
De sterrengroepen Pleiaden en Orion worden beschreven in Job 38:31. De Pleiaden zijn gebonden en Orion is los volgens deze tekst. Dit is inderdaad het geval. De Pleiaden zijn gebonden door gravitatiekrachten en de sterren van Orion bewegen van elkaar af.

28.
Alleen de Bijbel kan verklaren waar het menselijk gevoel voor moraal, schoonheid en muziek vandaan komt. Als het niet door God is ingegeven, waar komt het dan vandaan? Waar komt liefde en altruïsme vandaan? Wat voor nut heeft het? De evolutietheorie heeft daar geen bevredigende verklaring voor.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Het einde van de macht van Satan.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Keuze tussen goed en kwaad

Keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Jesaja 14 : 11-14

 

11 Uw macht en kracht zijn verdwenen; zij zijn met u begraven. De klanken van prachtige muziek in uw paleis zijn weggestorven; de wormen zijn voortaan uw matras, de maden uw deken!

12 U bent nu uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U bent op de aarde neergeveld, hoewel u vele volkeren op aarde overwon.

13 Want u zei bij uzelf: “Ik zal de hemel bestormen en hoger dan de sterren heersen. Ik zal de hoogste troon bestijgen. Ik zal zetelen op de berg van de samenkomst, ver weg in het noorden.

14 Ik zal opklimmen tot in de hoogste hemelen en gelijk zijn aan de Allerhoogste.”

15 Maar in plaats daarvan zult u in het diepst van het dodenrijk worden geworpen.

16 Allen die zich daar bevinden, zullen u aanstaren en vragen: “Kan dit degene zijn die de aarde en de koninkrijken van de wereld op hun fundamenten deed schudden?

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Boodschap 189 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

 

node-header

.

.

 GOD SCHIEP UIT HET NIETS

 

DE HEMEL EN DE AARDE.

 

DE VELE LICHTJAREN TUSSEN

 

DE STERREN ONDERLING

 

IS NIET HET NIETS, MAAR EEN RUIMTE

 

WAARTUSSEN MEN ZICH KAN BEWEGEN.

 

HET NIETS VAN DE SCHEPPING

 

IS VOOR HET MENSELIJK BREIN ONVATBAAR

 

.

 

De schepping

Bijbelfiche: De schepping (Genesis 1,1-2)

 

[1] IN het begin schiep God de hemel en de aarde. [2] De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de geest van God zweefde over de wateren.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

 

 

Abraham, de stamvader van Israël

Standaard

categorie : religie

 

 

Abraham, oorspronkelijk Abram geheten, is de stamvader van het volk Israël. Uit de Bijbel leren wij hem kennen als een uitstekend vroom man, die zich, in het volle vertrouwen, volkomen aan de goddelijke Voorzienigheid overgaf, toen hem gevraagd werd zijn zoon Izak te offeren. Hij werd als zoon van Terah (of ‘Terach’) en kleinzoon van Nahor geboren in Ur. Hij was dus een afstammeling van Sem, zoon van Noach.

 

 

Abraham Friend of God2

 

 

 

Naam

 

Zijn naam was eerst Abram (‘hoge vader’, ‘vader der hoogheid’), doch na de goddelijke belofte van een talrijk kroost (Gen. 12:2; 17:5), ontving hij op 99-jarige leeftijd de naam Abraham, welke hij de hele Bijbel door behoudt. De nieuwe naam betekent ‘vader van een grote menigte’. Hij zou worden ‘tot een groot volk’ (Gen. 12:2) en ‘een vader van menigte der volken’ (Gen. 17:5).

 

 

 

Afgoderij

 

Terah en zijn zonen Abraham en Nahor hebben andere goden gediend. Jozua verhaalde daarvan:

Joz 24:2 Toen zei Jozua tegen heel het volk: Zo zegt de Heere, de God van Israël: Aan de overzijde van de rivier hebben uw vaderen van oude tijden af gewoond, Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend.

Joz 24:14 Nu dan, vrees de Heere, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de goden weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in Egypte, en dien de Heere.

Joz 24:15 Maar als het in uw ogen kwalijk is de Heere te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: óf de goden die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden,gediend hebben, óf de goden van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de Heere dienen!

Joz 24:16 Toen antwoordde het volk en zei: Er is geen sprake van dat wij de Heere zouden verlaten om andere goden te dienen.

 

 

52e00dfb70a3badbe4499241b720db2f

 

 

 

Roeping

 

Abram werd door God geroepen om zijn land en familie te verlaten en te gaan naar een ander land dat God hem zou wijzen. Jahweh zou hem tot een groot volk maken, namelijk het volk van Israël. In hem zouden alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

 

Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.


Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.


Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.


Ge 12:4 Toen ging Abram op weg, zoals de Heere tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.

.

.

God verscheen meermaals aan Abraham

 

Hij zei eens van Abraham:

Ge 18:19 want Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des Heeren zouden bewaren door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere aan Abraham vervulle wat Hij over hem gesproken heeft.

 

 

 

Abraham kreeg acht zonen bij drie vrouwen

 

De vrouwen van Abraham waren Sara, Hagar en Ketura. Hij nam Ketura tot vrouw nadat Sara, 127 jaar oud (Gen. 23:1) gestorven was; Abraham was toen 137 jaar oud. De naam “Ketura” betekent “reukwerk”. Abrahams zonen waren:

  1. Ismaël (‘God verhoort’), zoon van Sara’s dienstmaagd Hagar
  2. Izak (‘gelach’), zoon van Sara.
  3. Zimran (‘beroemde’), zoon van Ketura
  4. Joksan (‘vogelaar’), zoon van Ketura
  5. Medan (‘twist’), zoon van Ketura
  6. Midian (‘strijd’), zoon van Ketura
  7. Jisbak (‘verlatene’), zoon van Ketura
  8. Suah (‘treurig’), zoon van Ketura.

Sara’s overlijden in Hebron gaf hem aanleiding om een spelonk te kopen van de Hethiet Efron (Gen. 23). Hij kocht de spelonk en de akker van Efron voor 400 zilverstukken. Dat was zijn eerste, aangekochte eigendom in het land Kanaän. Na de dood van Sara heeft Abraham nog 38 jaar geleefd. Hij bereikte een leeftijd van 175 jaar. Door zijn zonen Izak en Ismaël werd hij begraven in de spelonk van Machpela.

 

 

 

Abraham, de profeet

 

God noemde Abraham tegenover de filistijnse vorst Abimelech “een profeet” (Gen. 20:7).

Ge 20:7 Nu dan, geef de vrouw van die man terug, want hij is een profeet! Hij zal voor u bidden, zodat u in leven blijft. Als u haar echter niet teruggeeft, weet dan dat u zeker zult sterven, u en al wat van u is.

Dat Abraham een profeet was, bleek uit zijn antwoord aan Izak, onderweg naar de offerplaats.

Ge 22:7 Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?
Ge 22:8 Abraham zei: God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon. Zo gingen zij beiden samen.

 

 

1505

 

 

De profeet Abraham sprak tot zijn knecht, die de opdracht kreeg naar Abrahams familie te gaan en daar een vrouw voor Izak te vinden.

Ge 24:7 De Heere, de God van de hemel, Die mij uit mijn familie en uit mijn geboorteland weggehaald heeft, Die tot mij gesproken heeft en Die mij gezworen heeft: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven -die God zal Zijn engel voor u uit sturen, opdat u voor mijn zoon daarvandaan een vrouw zult nemen.

Toen de aartsvader zich tegenover de Hethieten, van wie hij een gunst verzocht, “een vreemdeling en een inwoner bij u” noemde, noemden zij hem “een vorst Gods in het midden van ons’ (Gen. 23:6). God noemde hem tegenover zijn volk Israël “de rotssteen” waaruit de Israëlieten gehouwen zijn.

 

Jes 51:1  Hoort naar Mij, gij, die de gerechtigheid najaagt, gij, die den Heere zoekt! aanschouwt den rotssteen, waaruit gij lieden gehouwen zijt, en de holligheid des bornputs, waaruit gij gegraven zijt.


Jes 51:2 Aanschouwt Abraham, ulieder vader, en Sara, die ulieden gebaard heeft; want Ik riep hem, toen hij nog alleen was, en Ik zegende hem, en Ik vermenigvuldigde hem.

 

Jezus Christus wordt “de Zoon van Abraham” genoemd, omdat hij naar het vlees een afstammeling van Abraham is en evenals deze wandelde in geloof.

Mt 1:1 Geslachtsregister van Jezus Christus, Zoon van David, Zoon van Abraham.

 

Joh 8:39 Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zei tot hen: Als u kinderen van Abraham was, zou u de werken van Abraham doen.

 

 

 

Belofte van land

 

Abraham kreeg de belofte van het land Kanaän. Hij was gegaan en gekomen in het land dat God hem ter bezitting aanwees. Het land was voor hem en zijn ‘zaad’, zijn nageslacht. De landbelofte wordt meermaals herhaald.

 

Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.


Ge 12:7 Zo verscheen de Heere aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den Heere, Die hem verschenen was.


Ge 15:7 Voorts zeide Hij tot hem: Ik ben de Heere, Die u uitgeleid heb uit Ur der Chaldeën, om u dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten.


Ge 17:8 En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.

 

 

Afbeelding-04-Het-Beloofde-Land

 

 

 

Het beloofde land is zelfs groter dan Kanaän en strekt zich uit tot de rivier Eufraat (of Frath).

 

Ge 15:18 Ten zelfden dage maakte de Heere een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath.

 

 

 

Abraham bleef een vreemdeling in het land en woonde in tenten.

 

Hnd 7:5 En Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs geen voetbreed, en Hij beloofde het hem tot een bezitting te geven en zijn nageslacht na hem, terwijl hij geen kind had.

 

 

3sarah-et-abraham_isaac540

 

 

 

De landbelofte wordt door God aan Abrahams zoon Izak bevestigd

 

Ge 26:2 En de Heere verscheen hem en zeide: Trek niet af naar Egypte; woon in het land, dat Ik u aanzeggen zal;

Ge 26:3 Woon als vreemdeling in dat land, en Ik zal met u zijn, en zal u zegenen; want aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven, en Ik zal den eed bevestigen, dien Ik Abraham uw vader gezworen heb.

Ge 26:4 En Ik zal uw zaad vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en zal aan uw zaad al deze landen geven; en in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde,

Ge 26:5 Daarom dat Abraham Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten.

 

Ook aan Jacob en Mozes werd de belofte door God bevestigd (Deut. 34:4).

 

 

 

Belofte van talrijk nageslacht

 

Abraham kreeg ook de belofte van een talrijk nageslacht. Abraham is, overeenkomstig de belofte van God, een vader van vele volken geworden. De naam ‘Abraham’ betekent ‘vader van een grote menigte’ .

Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.

Ge 17:5 En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.


Ge 17:6 En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.

Ge 18:17 De Heere zei: Zal Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?


Ge 18:18 Immers, Abraham zal zeker tot een groot en machtig volk worden, en alle volken van de aarde zullen in hem gezegend worden.


Ge 18:19 Want Ik heb hem uitgekozen, opdat hij aan zijn kinderen en zijn huis na hem bevel zou geven om de weg van de Heere in acht te nemen, door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere over Abraham zal brengen wat Hij over hem gesproken heeft.

 

 

 

God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

 

 

De belofte van een talrijk nageslacht werd door God aan Izak herhaald:

 

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden,

Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.

Abraham heeft afstammelingen naar het vlees en naar het geloof. Van Abraham stammen af naar het vlees (lijfelijke nakomelingen):

  • de Israëlieten, via zijn zoon Izak
  • de Edomieten, via zijn zoon Izak
  • de Ismaëlieten, via zijn zoon Ismaël
  • de Assurieten, via zijn zoon Joksan
  • de Letusieten, via zijn zoon Joksan
  • de Leümmieten, via zijn zoon Joksan
  • de Midianieten, via zijn zoon Midian
  • en vele Arabische stammen

Volgens de islamitische overlevering zijn de Arabieren de nakomelingen van Ismaël en daarmee kinderen van Abraham. Moslims zien Abraham als hun vader.

 

 

 

Abrahams nageslacht door het geloof

 

In figuurlijke of geestelijke zin, namelijk om hun geloof, worden gelovigen in de Bijbel kinderen van Abraham genoemd. Abraham geloofde God op het woord van Diens beloften en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Zo wordt ook ons geloof in Jezus Christus, de Zoon van God en de Heiland der wereld, ons tot gerechtigheid gerekend. In dat opzicht is de gelovige als Abraham en wordt hij door God als een zoon van Abraham beschouwd.

Ga 3:7 Erkent dan, dat zij die op grond van geloof zijn,zonen van Abrahamzijn. 

Ga 3:29 En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en volgens belofte erfgenamen.

 

Uit en door Abraham is dus een natuurlijk en aards volk (Israël) alsook een geestelijk en hemels volk (gemeente van Christus) ontstaan. Deze beide volken worden misschien aangeduid door de uitdrukkingen “de sterren aan de hemel” (gemeente van Christus) en “het zand aan de oever van de zee” (Israël).

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als hetzand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden.

 

 

plaat10

 

 

 

Belofte van zegen

 

Abraham kreeg ook een belofte van zegen in hem: in hem zouden alle geslachten van het aardrijk gezegend worden.

Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

 

 

 

God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

 

 

De belofte van zegen wordt door God aan Izak herhaald:

 

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, 

Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.

 

 

 

Op de Pinksterdag herinnert Petrus zijn toehoorders aan deze belofte:

 

Hnd 3:25 U bent de zonen van de profeten en van het verbond dat God met uw vaderen heeft gemaakt, toen Hij tot Abraham zei: ‘En in uw nageslacht zullen alle families van de aarde gezegend worden’.

 

 

 

Deze zegen komt door een zoon van Abraham, namelijk Jezus Christus, tot alle volken van de aarde. Eén zegen is de rechtvaardiging uit geloof.

 

Ga 3:8 De Schrift nu, die voorzag dat God de volken op grond van geloof zou rechtvaardigen, verkondigde tevoren aan Abraham de blijde boodschap: ‘In u zullen alle volken gezegend worden’.

 

 

 

Belofte van overwinning

 

Nadat God aan Abraham meermaals de belofte van land, een talrijk nageslacht en zegen door hem voor de volken had gedaan, voegt Hij, nadat Abraham zijn eigen zoon offerde, er een nieuwe belofte bij.

 

 

Het zaad (nageslacht) van Abraham zou de poort van zijn vijanden in bezit nemen:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

Wanneer wij Abrahams zaad (nageslacht) in het meervoud nemen, dus op zijn nakomelingen zien, dan zegt de belofte dat Abrahams nageslacht de poort van zijn vijanden (erfelijk) zal bezitten, hun steden innemen en het goed van hun land genieten. Een poortis in de Heilige Schrift het beeld van macht en sterkte (vgl. Matth. 16:18). In de poorten werden ook de rechtspraken gehouden. Jahweh wil daarmee dus aan Abraham zeggen, dat zijn nakroost over zijn vijanden zal heersen en zijn vijanden overwinnen zal.

Deze belofte ging in vervulling toen Israël zijn vijanden versloeg en het beloofde land innam. De volkomen vervulling geschiedt na de Grote Verdrukking en het geestelijke herstel van Israël. Israël zal dan niet langer de smaad en de staart, maar de eer en het hoofd der volken zijn.

Wanneer wij Abrahams zaad in het enkelvoud nemen, dus op zijn Nakomeling Jezus zien – zoals Paulus doet in Gal. 3:16 – dan zegt de belofte dat de Heer Jezus de poort van zijn vijanden zal innemen. De Heer Jezus is verhoogd aan Gods rechterhand totdat God al zijn vijanden tot zijn voetbank heeft gesteld.

Heb 1:13 Tot wie van de engelen echter heeft Hij ooit gezegd: ‘Zit aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden stel tot een voetbank voor uw voeten’?

Lu 19:27 Die vijanden van mij evenwel, die niet wilden dat ik over hen regeerde, brengt ze hier en slacht ze in mijn bijzijn af.

 

 

De Heer Jezus heeft door de dood de satan, die de macht over de dood had, teniet gedaan.

 

Heb 2:14  Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel.

 

 

 

Hij heeft de sleutel van de dood en de hades (= dodenrijk).

 

Opb 1:18 en de levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades.

Mt 16:18 En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hades zullen haar niet overweldigen.

Hij zal bij zijn toekomstige verschijning in de wereld zijn vrederijk op aarde oprichten. Hij zal de wereld regeren, die voordien, na de zondeval, door satan werd geregeerd.

 

1Co 15:25 Want Hij moet regeren, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Liber Divinorum Operum : visioen 6

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

.

Hildegard

 

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

.

Liber Divinorum Operum 6

 

.

Binnen dit heelal is de engelen een ruime plaats toegekend. Het zesde visioen dat een duidelijk andere vorm heeft dan de voorgaande, is bijna in zijn geheel aan hen gewijd. Hildegard ziet deze keer:

 

“… een grote, vierkante stad, omgeven door een muur, met zowel luister als duisternis, een stad ook voorzien van heuvels en gestalten. Naast de stad rees een grote, hoge berg op van wit en hard gesteente die op een vulkaan leek. Op de top straalde een spiegel waarvan de helderheid en zuiverheid zelfs die van de zon leek te overtreffen. In de spiegel verscheen een duif met gespreide vleugels, gereed om weg te vliegen.

De spiegel, de plek van de geheime wonderwerken, zond een licht uit dat zowel naar boven als in de breedte straalde en waarin talrijke mysteriën en meerdere vormen en gestalten zichtbaar waren. In deze schittering, in de richting van het zuiden, verscheen een wolk waarvan de bovenzijde wit en de onderzijde zwart was. Boven deze wolk schitterde een engelenschare. Sommige engelen straalden als vuur, anderen waren een en al helderheid, weer anderen fonkelden als sterren.”

 

Deze stad treedt nu in alle visioenen op. Zij heeft binnen haar vier muren verscheidene gebouwen: kerken, paleizen, zuilen en gewone huizen, die van beeld tot beeld anders staan opgesteld. Zoals gezegd is het zesde visioen voornamelijk aan de rol van de engelen gewijd.

 

“De engelenschare naast God is in de hemel een geheim dat geheel van het goddelijke licht wordt doordrongen. Een geheim dat verborgen blijft voor het schepsel dat de mens is, tenzij er lichtende tekens zijn waardoor hij er kennis van kan nemen. Deze schare heeft een bestaansreden die meer verband houdt met God dan met de mens. Ze verschijnt de mensen slechts zelden. Toch openbaren bepaalde engelen die in dienst staan van de mensen zich met Gods wil in de vorm van tekens: God heeft hun allerlei taken toevertrouwd en hen in dienst van de schepselen gesteld.”

 

Onder deze engelen bevinden zich Satan, “die slechts uit zichzelf wilde bestaan”, en de engelen die hij in zijn val heeft meegesleurd.

Maar er is vooral :

 

“de grote schare van engelen, sommigen als vuur, anderen een en al helderheid, weer anderen als sterren. De engelen van vuur verbergen in zich de grootste energie, niets kan hen tot wankelen brengen. God heeft inderdaad gewild dat zij zonder ophouden zijn aangezicht aanschouwden.

De engelen die een en al helderheid zijn, worden in beweging gebracht door hun dienst aan de menselijke werken, die ook Gods werken zijn; deze vrome werken worden aan de engelen voor Gods aangezicht aangeboden. De engelen kijken onophoudelijk naar hen, zij bieden God hun zoete geur aan door te kiezen wat nuttig is en weg te werpen wat ondienstig is.

De op sterren gelijkende engelen lijden samen met de menselijke natuur, zij bieden deze God aan als een boek, zij zijn de gezellen van de mens, zij spreken hem volgens Gods wil woorden van redelijkheid toe, door de goede werken kunnen zij God prijzen, van de boze werken keren zij zich af.”

 

In een ander visioen, het zevende, komt Hildegard terug op

 

“de twee orden, de engelen en de mensen”,

 

waarbij zij aangeeft dat

 

“God een ware vreugde put uit de lofprijzingen der engelen, net als uit de heilige werken der mensen. Zeker, de engel staat permanent voor Gods aangezicht, terwijl de mens wisselvallig is; mensenwerk is dan ook vaak gebrekkig, terwijl de lofprijzingen der engelen dat nooit zijn”.

 

 

Gods Raadsbesluit is een vast Werk

 

“En weer zag ik: een geweldige stad. Zij was vierhoekig aangelegd en deels van een bijzondere lichtglans, deels van duisternissen als door een muur omgeven. Ook was zij opgesierd met een aantal bergen en figuren. Midden in het oostelijke gebied zag ik een geweldig hoog opstijgende berg van harde heldere steen, in de vorm van een vuurspuwende berg. Van de top ervan straalde licht als een spiegel van zulk een heerlijkheid en zuiverheid, dat deze de glans van de zon leek te overstralen.

In die spiegel verhief zich een duif met uitgespreide vleugels, als wilde zij omhoog vliegen. Deze spiegel verborg tal van geheimenissen in zich. Hij zond een glans van grote breedte en hoogte uit, waarin tal van mysteriën en vele gestalten van zeer verschillende figuren verschenen.

In dezelfde glans, naar het zuiden toe, verscheen een wolk, van boven stralend wit en van onderen zwart. Boven haar glansde een grote schare engelen op, van wie sommige als vuur gloeiden, andere helder straalden en nog andere als sterren schitterden. Zij werden door een windadem bewogen als brandende lichten. Ook waren zij vol stemmen, die klonken als het ruisen van de zee.

En elke windadem liet zijn stem met toornige kracht schallen en maakte daardoor een vuur los tegen de zwarte kant van de wolk. Hierdoor ontbrandde die wolk zonder vlam naar de zwartheid toe. Maar weldra blies de wind de zwartheid weg en liet haar als dichte rook verwaaien en vergaan. Aldus joeg hij het zwarte deel van de wolk van het zuiden over de berg heen, naar het noorden toe in een onmetelijke afgrond. De zwartheid kon zich nu niet meer verheffen; zij liet nog wel een nevellaag over de aarde heen trekken.

En ik hoorde bazuinen uit de hemel schallen en klinken: “Wat is dat toch, wat bij alle sterkte van eigen kracht ten val kwam?” En nu straalde het witte deel van de wolk nog heerlijker dan voordien. Maar de wind, die met zijn drievoudige stem de zwartheid van deze wolk verjaagd had, kon nu niemand meer weerstaan.”

 

De stem uit de hemel legde Hildegard uit, wat dit geheimzinnige schouwspel betekent. De rechthoekige stad duidt op het vaste werk van Gods Raadsbesluit. Licht en duisternis van de muren verwijzen naar de gelovigen en de ongelovigen. De harde lichte berg verwijst naar de kracht van Gods gerechtigheid. De duif verzinnebeeldt de goddelijke scheppingsordening.

In de spiegel zien de engelen die God dienen, hoe de afvallige Lucifer en zijn volgelingen uit de hemel gestoten zijn en dat de uitverkoren mensen de opengevallen plaats zullen innemen, wanneer de geschiedenis voltooid zal zijn. ‘In jubel daarover, dat zij het getal der gevallenen op die wijze hersteld wisten, vergaten zij de val zelf als was die er nooit geweest.’

De uitlegging bij dit visioenbeeld gaat in het bijzonder over de ordening van de engelen en hun verhouding ten opzichte van God en de mensen. Het volgende visioenbeeld gaat over de mensengeschiedenis.

 

 

ldo27

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Het zonnelied van Fransiscus van Assisi

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Het Zonnelied (Italiaans : Cantico del Frate Sole) is een gebed uit de rooms-katholieke traditie geschreven door de heilige Franciscus van Assisi.

 

 

Franciscus schreef dit gebed aan het einde van zijn leven vermoedelijk in de lente van het jaar 1225, toen hij zwaar ziek lag in San Damiano en de pijnlijke tekenen van stigmata vertoonde. Het Zonnelied bezingt de schepping in termen van broeder en zuster.

Opmerkelijk is dat hij in het loflied niet alleen de mooie aspecten van de schepping weergeeft, maar ook ziekte en zelfs de dood een plaats in het leven van de christen weet te geven. De tweede encycliek van paus Franciscus (2015) heeft als titel Laudato Si, naar de begintekst van de coupletten.

 

 

 

 

 

Originele Italiaanse tekst

 

Altissimu onnipotente bon signore,

tue so le laude, la gloria e l’honore et onne benedictione.

Ad te solo, altissimo, se konfano,

et nullu homo ene dignu te mentovare.

Laudato sie, mi signore, cun tucte le tue creature,

spetialmente messor lo frate sole,

lo qual’è iorno, et allumini noi per loi.

Et ellu è bellu e radiante cun grande splendore,

de te, altissimo, porta significatione.

Laudato si, mi signore, per sora luna e le stelle,

in celu l’ài formate clarite et pretiose et belle.

Laudato si, mi signore, per frate vento,

et per aere et nubilo et sereno et onne tempo,

per lo quale a le tue creature dai sustentamento.

Laudato si, mi signore, per sor aqua,

la quale è multo utile et humile et pretiosa et casta.

Laudato si, mi signore, per frate focu,

per lo quale enn’allumini la nocte,

ed ello è bello et iocundo et robustoso et forte.

Laudato si, mi signore, per sora nostra matre terra,

la quale ne sustenta et governa,

et produce diversi fructi con coloriti flori et herba.

Laudato si, mi signore, per quelli ke perdonano

per lo tuo amore,

et sostengo infirmitate et tribulatione.

Beati quelli ke ’l sosterrano in pace,

ka da te, altissimo, sirano incoronati.

Laudato si, mi signore, per sora nostra morte corporale,

da la quale nullu homo vivente pò skappare.

Guai a quelli, ke morrano ne le peccata mortali:

beati quelli ke trovarà ne le tue sanctissime voluntati,

ka la morte secunda nol farrà male.

Laudate et benedicete mi signore,

et rengratiate et serviateli cun grande humilitate

 

 

 

Nederlandse vertaling

 

Allerhoogste, almachtige, goede Heer,

van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegen.

U alleen, Allerhoogste, komen zij toe

en geen mens is waardig uw naam te noemen.

Wees geprezen, mijn Heer met al uw schepselen,

vooral door mijnheer broeder zon,

die de dag is en door wie Gij ons verlicht.

En hij is mooi en straalt met grote pracht;

van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.

Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind

en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde,

door wie Gij het leven van uw schepselen onderhoudt.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water,

die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur,

door wie Gij voor ons de nacht verlicht;

en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde,

die ons voedt en leidt,

en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.

Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde

vergiffenis schenken, en ziekte en verdrukking dragen.

Gelukkig wie dat dragen in vrede,

want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood,

die geen levend mens kan ontvluchten.

Wee hen die in doodzonde sterven;

gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,

want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.

Prijs en zegen mijn Heer,

en dank en dien Hem in grote nederigheid

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De Bijbel en astrologie

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Belangrijk voor ons als christenen is wat de Bijbel over de schepping zoals de  sterrenhemel zegt. Wat dat laatste betreft kunnen we stellen dat de Schrift heel wat over de sterren zegt, maar dan in heel andere zin dan de astrologie dat doet.

 

 

4a1c24081a4da6ec1a78f39d3116755b_medium

 

 

Astrologie houdt de vergoddelijking van het heelal in, maar volgens de Bijbel is de schepping het werk van God en dat tot zijn eer. Dat laatste geldt voor Israël (Js.43: 7), maar ook voor de hele schepping (vgl. Op 4: 11).

a. De zon, maan en sterren als scheppingen verkondigen Gods eer: Ps Ps. 8: 4,5; 19: 1,5; 33: 6; 148: 3;150: 1.

De sterren worden als vergelijkingsmateriaal gebruikt: Gn 15: 5; Dt. 28: 62 (zo zal uw zaad zijn).

Nooit wordt de sterrenhemel als een soort ‘profetisch materiaal voorgesteld.

 

b. God gebruikt zon, maan en sterren maar dan als beelden (zie Gn 37: 9; Op 12: 1). Christus wordt aangekondigd als een ster (Nm 24: 17), voorgesteld als de Morgenster (Venus) en de Zon van de Gerechtigheid. Hij wordt aangewezen door een ster (Mt 2: 2).

Engelen worden als sterren voorgesteld (Jb 38: 7; Ri 5: 20; Op 9: 1). Er wordt gesproken over het heir des hemels (Js 34: 4;40:: 26; zie ook Op 1: 16; Dn 10: 5,18; 7: 13; 12: 3). Let ook op de beeldspraak in Ps 19: 1-7. Wij gebruiken zulke beeldspraak ook in bijvoorbeeld dat iemand het zonnetje in huis is. Maar dat alles heeft niets met astrologie te maken.

 

c. De Bijbel spreekt over sterrenbeelden zoals men die kende en benoemd had, bijvoorbeeld:

Pleiaden (Zevengesternte) en Orion (Am 5: 8);

de kamers van het Zuiden (Jb 9: 9);

de tekens v.d. Dierenriem zoals de Beer o.a. in Jb 38: 31,32 ;

zie Js 13: 10 voor de uitdrukking ‘sterrenbeelden’.

 

 

Pleiades

Pleiades

 

 

d.De Schrift sluit daarbij aan bij het bekende spraakgebruik en gebruikt slechts de benamingen, maar meer ook niet. Hiervan geldt hetzelfde als van Apollos die zijn heidense naam ‘verderver’ behoudt maar zonder de betekenis van die naam in zich op te nemen. God gebruikt de opvatting van de wijzen uit het Oosten (Mt 2: 10) om zijn Zoon te doen huldigen (vgl. Ps. 72: 10,11). Een opvatting die mogelijk nog verband houdt met de profetie van Bileam (Nm 24: 17).

 

e. De Schrift waarschuwt tegen afgoderij met het heir des hemels (Dt 4: 15-19) en veroordeelt deze afgoderij : {Am 5: 26; Hd 7: 43 (stergod); 2 Kn 17: 16; 21: 3-5.; Jr 7: 16-20; 8: 2; 19: 13; Zf 1: 5( ‘heir des hemels’); Ez. 8: 16 ( ‘zon’)}. De Bijbel waarschuwt voor sterrenwichelarij ( Jr 10: 2), veroordeelt die (Jb 31: 26-28; Js 47: 13; vgl. Ez 21: 21) evenals de waarzeggerij ( Lv 19: 32,26; 20: 6; Dt 18: 10-13; Js 44: 25).

 

 

 

Gevaren van het raadplegen van een horoscoop

 

Het trekken van een horoscoop is dus baarlijke nonsens, maar het raadplegen ervan is beslist geen onschuldige zaak. Er zijn gevaren aan verbonden, zoals:

a. het gevaar van zelfvervulling van de horoscoop. Als de horoscoop inhoudt dat men zich op een bepaalde tijd niet goed zal gaan voelen, dan gaat men zich dat ook inbeelden. Men gaat minder eten, wordt slapeloos en dergelijke. Het kan dus kwalijke lichamelijke en geestelijke gevolgen hebben.

b. in plaats van zijn vertrouwen op God te stellen doet men dat op de leugen van de sterrenwichelarij . Zo zet men een deur open voor satan.

c. het kan leiden tot het komen in een occulte sfeer en men kan occult belast worden, door openstelling van de geest, voor satanische invloeden.

 

 

 

 

 

Onze toekomst

 

Niet de sterrenwichelarij, niet de een of andere horoscoop bepaalt onze toekomst maar God doet dat. We hebben daarvan een prachtig voorbeeld in het leven van Jozef. Lees wat zijn broers en anderen allemaal met hem gedaan hebben en lees hoe hij alles ziet in het ware licht van God ( Gn. 45: 1-8).

Bedenk wat er staat in Js 46: 9, 10 :’ Ik immers ben God, en er is geen ander God, en niemand is Mij gelijk, Ik die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is’. Laten we ons aan die God toevertrouwen voor dit leven en voor de eeuwigheid!

 

 

 

Citaten uit de  Bijbel over Astrologie, Horoscopen en Occultisme 

 

 

Jesaje 8: 19

 

Dus waarom probeert u de toekomst te leren kennen door spiritisme en waarzeggerij? Luister niet naar dat geklets en gemompel. Kunnen de levenden van de doden iets over de toekomst leren? Waarom vraagt u het uw God niet?

 

 

Jesaja 47: 12 – 14

 

Roep de horden boze geesten maar op, die u al die jaren hebt aanbeden. Doe een beroep op hen om u te helpen opnieuw angst in veler harten te zaaien.
U hebt raadgevers genoeg; uw astrologen en sterrenkundigen, die u proberen te vertellen wat in de toekomst gebeuren gaat.
Maar zij zijn net zo nutteloos als gedroogd gras dat verbrand wordt. Zij kunnen zichzelf niet eens verlossen! Van hen zult u echt geen hulp krijgen. Zij zijn een kolenvuur, waaraan u zich niet kunt warmen en dat geen licht geeft om bij te zitten.

 

 

Psalm 119: 105

 

Uw woord is een stralend licht, dat mij de weg door het leven wijst.

 

 

 

Leviticus 19:26

 

Laat je niet in met waarzeggerij en wolkenschouwerij.

 

 

Jeremia 10:2

 

Hoor het woord dat de Here tot u lieden spreekt, o huis Israëls. Zo zegt de Here: Leert de weg der heidenen niet, en ontzet u niet voor de tekenen des hemels, dewijl zich de heidenen voor dezelve ontzetten.

 

 

 

Deuteronomium 4:19

 

En dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heer des hemels aanziet en u laat verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen, die de Here, uw God, heeft toebedeeld aan alle volken onder de ganse hemel.

 

 

 

Deuteronomium 8:10-12

 

Onder u zal niet gevonden worden, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet doorgaan, die met waarzeggerijen omgaat, een huichelaar, of die op vogelgeschrei acht geeft, of tovenaar, of een bezweerder, die met bezwering omgaat, of die een waarzeggende geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt.Want ieder die deze dingen doet, is de Here een gruwel, en ter wille van deze gruwelen drijft de Here, uw God, hen voor u weg.

 

 

 

 

 

Hoe zit het dan met de ster van de wijzen?

 

In deze geschiedenis uit Mattheüs 2 zien we iets van de neerbuigende goedheid van God. Hij wilde de wijzen bij de Heere Jezus brengen en heeft in zondaarsliefde deze mannen willen aanspreken in hun taal. Zo ver wilde de Heer gaan. Overigens is het niet zozeer hun astrologische kennis, als wel de openbaring van de Heilige Geest die hen heeft doen zien wat de betekenis was van deze buitengewone verschijning aan de hemel.

 

 

 

Met welk doel heeft God de hemellichamen gemaakt?

 

In Genesis 1:14, 15 staat: God zei: ’Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde’.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

De dag van Jezus’ terugkomst.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Jezus terugkomst: Openbaring hoofdstuk 19

Jezus terugkomst: Openbaring hoofdstuk 19

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Mattheüs 24:29

 

29 En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.

 

 

Lukas 21:25-28

 

25 En er zullen tekenen zijn in de zon, en maan, en sterren, en op de aarde benauwdheid der volken met twijfelmoedigheid, als de zee en watergolven groot geluid zullen geven;
26 En de mensen hun hart zal bezwijken van vrees en verwachting der dingen, die het aardrijk zullen overkomen; want de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
27 En alsdan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid.
28 Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.
.
.
.
.

Openbaring 6:12-14

 

12 En ik zag, toen het zesde zegel geopend werd, en ziet, er kwam een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.
13 En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij van een grote wind geschud wordt.
14 En de hemel is geweken, als een boek, dat toe gerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen.
.
.
.
.
De zeven zegels: Openbaring hoofdstuk 5

De zeven zegels: Openbaring hoofdstuk 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

Jesaja 34:4

 

4 En al de sterren aan de hemel vergaan, en de hemelen zullen toe gerold worden, gelijk een boek, en al de sterren vallen neer, gelijk een blad van de wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van de vijgenboom.

 

 

Mattheüs 24:29-30

 

29 En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
30 En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen ze den Zoo des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.
.
.
.
.
.

Daniël 7:13

 

13 In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid.

 

 

Openbaring 1:7

 

7 Ziet, Hij komt met de wolken en alle ogen zullen Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.

 

 

Christus en de zeven kandelaars: Openbaring hoofdstuk 1

Christus en de zeven kandelaars: Openbaring hoofdstuk 1

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Mattheüs 16:27

 

27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij één ieder vergelden naar zijn doen.

 

 

Lukas 9:26

 

26 Wanneer Ik, de Mensenzoon, kom in de schitterende majesteit van mijn Vader, Mijzelf en de heilige engelen, zal Ik Mij schamen voor ieder mens die zich nu voor Mij en mijn woorden schaamt.

 

 

1 Petrus 4:13

 

13 Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u; opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen.

 

 

Jesaja 40:5

 

5 En de heerlijkheid des Heren zal geopenbaard worden; en alle vlees tegelijk zal zien, dat de mond des Heren gesproken heeft.

 

 

Lukas 17:24

 

24 Want gelijk de bliksem, die van het ene einde naar de andere kant van de hemel bliksemt, tot het andere onder den hemel schijnt, alzo zal ook de Zoon des mensen wezen in Zijn dag.

 

 

1 Thessalonicenzen 4:14-16

 

14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem.
15 Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.
16 Want de Here Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel, en met de bazuin Gods nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;
.
.
.
.

 Johannes 6:40

 

40 En dit is de wil van Diegene, Die Mij gezonden heeft, dat een ieder, die de Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven zal hebben; en Ik zal hem opwekken op de laatste dag.

 

 

 

Jesaja 26:19

 

19 Uw doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan; waakt op en juicht, gij, die in het stof woont! want uw dauw zal zijn als een dauw van de moeskruiden, en het land zal de overledenen uitwerpen.

 

 

1 Corinthiërs 15:51-53

 

51 Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden;
52 In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.
53 Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
.
.
.
.

Filippenzen 3:20-21

 

20 Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Here Jezus Christus;
21 Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.
.
.
.
.

1 Johannes 3:2

 

2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.

 

 

Jesaja 33:17

 

17 Uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien.

 

 

Psalmen 50:3-5

 

3 Onze God zal komen en zal niet zwijgen; een vuur voor Zijn aangezicht zal verteren, en rondom Hem zal het zeer stormen.
4 Hij zal roepen tot de hemel van boven, en tot de aarde, om Zijn volk te richten.
5 Verzamelt Mij Mijn gunstgenoten, die Mijn verbond maken met offerande!
.
.
.
.

Mattheüs 24:31

 

31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeen vergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste.

 

 

1 Thessalonicenzen 4:17

 

17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te samen met hen opgenomen worden in de wolken, de Here tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Here wezen.

 

 

 

Colossenzen 3:4

 

4 Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

 

 

Openbaring 19:7-8

 

7 Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zich zelve bereid.
8 En haar is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardig makingen der heiligen.
.
.
.
.

2 Thessalonicenzen 1:7-8

 7 En u, die verdrukt wordt, verkwikking met ons, in de openbaring van de Heere Jezus van de hemel met de engelen Zijner kracht; 8 Met vlammend vuur zal hij wraak doen over degenen, die God niet kennen, en over degenen, die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn.
.
.
.
.

Lukas 17:29-37

 

29 Maar op de dag, op welke Lot van Sodom uitging, regende het vuur en solfer van de hemel, en verdierf ze allen.
30 Even alzo zal het zijn in de dag, op welke de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.
31 Op die zelfde dag, zal wie op het dak is, met zijn huisraad in huis, er niet van af moeten komen, om alles weg te nemen; en wie op de akker is zal niet terg keren naar wazt achter is.
32 Denk aan de vrouw van Lot.
33 Zo zal wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; en zo die het zal verliezen, die zal zijn leven behouden.
34 Ik zeg u: In die nacht zullen twee op een bed zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.
35 Twee vrouwen zullen te samen malen; de ene zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.
36 Twee zullen op de akker zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.
37 En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heere? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden.
.
.
.
.

Jesaja 64:1-2

 

 1 Scheur alstublieft de hemel open, Heer! Kom uit uw hemel naar beneden, zodat de bergen ervan schudden! 2 Kom naar de aarde, Heer, als het vuur van een smelt-oven, een vuur dat water doet koken! Laat uw vijanden zien wie U bent, zodat de volken voor U zullen beven.
.
.
.
.

Jesaja 26:21

 

Want ziet, de HERE zal uit Zijn plaats uitgaan, om de ongerechtigheid van de inwoners der aarde over hen te bezoeken; en de aarde zal haar bloed ontdekken, en zal haar doodgeslagenen niet langer bedekt houden.

 

 

Micha 1:3-4

 

3 Want ziet, de Here gaat uit van Zijn plaats, en Hij zal nederdalen en treden op de bergen der aarde.
4 En de bergen zullen onder Hem versmelten, en de dalen gekloofd worden, gelijk was voor het vuur, gelijk wateren, die uitgestort worden in de laagte.
.
.
.
.

Psalmen 68:2-4

 

2 God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden.
3 Gij zult hen verdrijven, gelijk rook verdreven wordt; gelijk was voor het vuur smelt, zullen de goddelozen vergaan van Gods aangezicht.
4 Maar de rechtvaardigen zullen zich verblijden; zij zullen van vreugde opspringen voor Gods aangezicht, en van blijdschap vrolijk zijn.
.
.
.
.

Psalmen 97:2-6

 

2 Rondom Hem zijn wolken en donkerheid, gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Zijns troons.
3 Een vuur gaat voor Zijn aangezicht heen, en het steekt Zijn wederpartijen rondom in brand.
4 Zijn bliksemen verlichten de wereld; het aardrijk ziet ze en het beeft.
5 De bergen smelten als was voor het aanschijn des Heren, voor het aanschijn des Heren der ganse aarde.
6 De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn eer.
.
.
.
.

Joël 1:15

 

15 Ach, die dag! want de dag des Heren is nabij, en zal als een verwoesting komen van de Almachtige.

 

 

1 Thessalonicenzen 5:3

 

3 Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;

 

 

Jesaja 2:17-19

 

17 En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de Here alleen zal in die dag verheven zijn.
18 En elkeen der afgoden zal ganselijk vergaan.
19 Dan zullen zij in de spelonken der rotsstenen gaan, en in de holen der aarde, vanwege de schrik des Heren, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde te verschrikken.
.
.
.
.

Openbaring 6:14-17

 

14 En de hemel is weg geweken, als een boek, dat toe gerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen.
15 En de koningen der aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelven in de spelonken, en in de steenrotsen der bergen;
16 En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.
17 Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?
.
.
.
.
Het breken van de eerste 5 zegels : Openbaring hoofdstuk 6

Het breken van de eerste 5 zegels : Openbaring hoofdstuk 6

 

Pasteltekening van John Astria

 

Psalmen 110:5-6

 

5 De Here is aan Uw rechterhand; Hij zal koningen verslaan ten dage Zijns toorns.
6 Hij zal recht doen onder de heidenen; Hij zal het vol dode lichamen maken; Hij zal verslaan diegen, die het hoofd is over een groot land.
.
.
.
.

Jesaja 66:15-16

 15 Want let op, Ik zal komen als een vuur. Mijn strijdwagens zullen komen aanrazen als een storm. Mijn straf komt als een laaiend vuur. 16 Met mijn zwaard en met vuur zal Ik rechtspreken over alles wat leeft. Grote aantallen mensen zullen door Mij worden gedood.
.
.
.
.

Jesaja 11:4

 

4 Maar Hij zal de armen met gerechtigheid richten, en de zachtmoedigen des lands met rechtmatigheid bestraffen; doch Hij zal de aarde slaan met de roede Zijns monds, en met de adem Zijner lippen zal Hij de goddeloze doden.

 

 

Joël 2:1-11

 

1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luid op de berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des Heren komt, want hij is nabij.
2 Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, desgelijks van ouds niet geweest is, en na hetzelve niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten.
3 Voor hetzelve verteert een vuur, en achter hetzelve brandt een vlam; het land is voor hetzelve als een lusthof, maar achter hetzelve een woeste wildernis, en ook is er geen ontkomen van hetzelve.
4 De gedaante deszelven is als de gedaante van paarden, en als ruiters zo zullen zij lopen.
5 Zij zullen daarhenen springen als een gedruis van wagenen, op de hoogten der bergen; als het gedruis ener vuurvlam, die stoppelen verteert; als een machtig volk, dat in slagorde gesteld is.
6 Van deszelfs aangezicht zullen de volken in pijn zijn; alle aangezichten zullen betrekken als een pot.
7 Als helden zullen zij lopen, als krijgslieden zullen zij de muren beklimmen; en zij zullen daarhenen trekken, een iegelijk in zijn wegen, en zullen hun paden niet verdraaien.
8 Ook zullen zij de een den ander niet dringen; zij zullen daarhenen trekken elk in zijn baan; en al vielen zij op een geweer, zij zouden niet verwond worden.
9 Zij zullen in de stad omlopen, zij zullen lopen op de muren, zij zullen klimmen in de huizen; zij zullen door de vensteren inkomen als een dief.
10 De aarde is beroerd voor deszelfs aangezicht, de hemel beeft; de zon en maan worden zwart, en de sterren trekken haar glans in.
11 En de Here verheft Zijn stem ; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des Heren is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen?
.
.
.
.

Zefanja 1:14-17

 

14 De grote dag des Heren is nabij; hij is nabij, en zeer haastende; de stem van den dag des Heren; de held zal aldaar bitterlijk schreeuwen.
15 Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid;
16 Een dag der bazuin en des geklanks tegen de vaste steden en tegen de hoge hoeken.
17 En Ik zal de mensen bang maken, dat zij zullen gaan als de blinden; want zij hebben tegen de Here gezondigd; en hun bloed zal vergoten worden als stof, en hun vlees zal worden als drek.
.
.
.
.

Jesaja 13:6-13

 

6 Huilt gijlieden, want de dag des Heren is nabij; hij komt als een verwoesting van de Almachtige.
7 Daarom zullen alle handen slap worden, en aller mensen hart zal versmelten;
8 En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeën zullen hen aangrijpen, zij zullen bang zijn als een barende vrouw; een ieder zal over zijn naaste verbaasd zijn; hun aangezichten zullen vlammende aangezichten zijn.
9 Ziet, de dag des Heren komt, gruwelijk, met verbolgenheid en hittige toorn, om het land te stellen tot verwoesting, en deszelfs zondaars daaruit te verdelgen.
10 Want de sterren des hemels en zijn gesternten zullen haar licht niet laten lichten; de zon zal verduisterd worden, wanneer zij zal opgaan, en de maan zal haar licht niet laten schijnen.
11 Want Ik zal over de wereld de boosheid bezoeken, en over de goddelozen hun ongerechtigheid; en Ik zal de hoogmoed der stouten doen ophouden, en de hovaardij der tirannen zal Ik vernederen.
12 Ik zal maken, dat een man dierbaarder zal zijn dan dicht goud, en een mens dan fijn goud van Ofir.
13 Daarom zal Ik de hemel beroeren, en de aarde zal bewogen worden van haar plaats, vanwege de verbolgenheid des Heren der heirscharen, en vanwege de dag Zijns hittige toorn.
.
.
.
.

2 Petrus 3:10

 

10 Maar de dag des Heren zal komen als een dief in de nacht, in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden.

 

 

Nahum 1:5-6

 

5 De bergen beven voor Hem, en de heuvelen versmelten; en de aarde licht zich op voor Zijn aangezicht, en de wereld, en allen, die daarin wonen.
6 Wie zal voor Zijn gramschap staan, en wie zal voor de hittigheid Zijns toorns bestaan? Zijn grimmigheid is uitgestort als vuur, en de rotsstenen worden van Hem vermorzeld.
.
.
.
.

Zacharia 12:8-10

 

8 Te dien dage zal de Here de inwoners van Jeruzalem beschutten; en die, die onder hen struikelen zou, zal te dien dage zijn als David; en het huis Davids zal zijn als goden; als de Engel des Heren voor hun aangezicht.
9En het zal te dien dage geschieden, dat Ik zal zoeken te verdelgen alle heidenen, die tegen Jeruzalem aankomen.
10 Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten de Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enige zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.
.
.
.
.

Zacharia 14:3-7

 

3 En de Here zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.
4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.
5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda; dan zal de Here, mijn God, komen, en al de heiligen met U.
6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijke licht, en de dikke duisternis.
7Maar het zal een enige dag zijn, die de Here bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen.
.
.
.
.

Zacharia 14:12-14

 

2 En dit zal de plage zijn, waarmede de Here al de volken plagen zal, die tegen Jeruzalem krijg gevoerd zullen hebben: Hij zal een ieders vlees, daar hij op zijn voeten staat, doen uitteren; en een ieders ogen zullen uitteren in hun holen; en een ieders tong zal in hun mond uitteren.
13 Ook zal het te dien dage geschieden, dat er een groot gedruis van den Here onder hen zal wezen, zodat zij een ieder zijns naasten hand zullen aangrijpen, een eens ieders hand zal tegen de hand zijns naasten opgaan.
14 En ook zal Juda te Jeruzalem strijden; en het vermogen aller heidenen rondom zal verzameld worden, goud en zilver, en klederen in grote menigte.
.
.
.
.

Jesaja 42:13

 

13 De Here zal uittrekken als een held; Hij zal de ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.

 

 

Openbaring 17:14

 

14 Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Here der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen.

 

 

De dronken vrouw en het beest : Openbaring hoofdstuk 17

De dronken vrouw en het beest : Openbaring hoofdstuk 17

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Judas 1:14-15

 

14 En van dezen heeft ook Enoch, de zevende van Adam, geprofeteerd, zeggende: Ziet, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen;
15 Om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij gedaan hebben, en vanwege al de harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.
.
.
.
.

1 Thessalonicenzen 3:13

 

13 Opdat Hij uw harten versterke, om onberispelijk te zijn in heiligmaking, voor onzen God en Vader, in de toekomst van onzen Heer Jezus Christus met al Zijn heiligen.

 

 

Mattheüs 25:31

 

31 En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon Zijner heerlijkheid.

 

 

Openbaring 19:11-21

 

11 En ik zag de hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid.
12 En Zijn ogen waren als een vlam vuurs, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hijzelf.
13 En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord Gods.
14 En de heirlegers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaad.
15 En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn des toorns en der gramschap des almachtige Gods.
16 En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: Koning der koningen, en Heere der heren.
17 En ik zag een engel, staande in de zon; en hij riep met een grote stem, zeggende tot al de vogelen, die in het midden des hemels vlogen: Komt herwaarts, en vergadert u tot het avondmaal des groten Gods;
18 Opdat gij eet het vlees der koningen, en het vlees der oversten over duizend, en het vlees der sterken, en het vlees der paarden en dergenen, die daarop zitten; en het vlees van alle vrijen en dienstknechten, en kleinen en groten.
19 En ik zag het beest, en de koningen der aarde, en hun heirlegers vergaderd, om krijg te voeren tegen Hem, Die op het paard zat, en tegen Zijn heirlegers.
20 En het beest werd gegrepen, en met hetzelve de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hetzelve gedaan had, door welke hij verleid had, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die deszelfs beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in de poel des vuurs, die met sulfer brandt.
21 En de overigen werden gedood met het zwaard Desgenen, Die op het paard zat, hetwelk uit Zijn mond ging; en al de vogelen werden verzadigd van hun vlees.
.
.
.
De vijfde en de zesde bazuin: Openbaring hoofdstuk 9

De vijfde en de zesde bazuin: Openbaring hoofdstuk 9

 

Pasteltekening van John Astria

 

Jesaja 30:30-31

 

30 En de Here zal Zijn heerlijke stem doen horen, en de nederlating Zijns arms doen zien, met grimmigheid van toorn, en een vlam van verterend vuur, stralen, en een vloed, en hagelstenen.
31 Want door de stem des Heren zal Assur te morzel geslagen worden, die met de roede sloeg.
.
.
.
.

Jesaja 31:8

 

8 En Assur zal vallen door het zwaard, niet eens mans, en het zwaard, niet eens mensen, zal hem verteren; en hij zal voor het zwaard vlieden, en zijn jongelingen zullen versmelten.

 

 

Jesaja 14:24-25

 

24 De Here der heirscharen heeft gezworen, zeggende: Indien niet, gelijk Ik gedacht heb, het alzo geschiede, en gelijk Ik beraadslaagd heb, het bestaan zal!
25 Dat Ik Assur in Mijn land zal verbreken, en hem op Mijn bergen vertreden; opdat zijn juk van hen afwijke, en zijn last van hun schouder wijke.
.
.
.
.

Daniël 8:25

 

25 En door zijn kloekheid zo zal hij de bedriegerij doen gedijen in zijn hand; en hij zal zich in zijn hart verheffen; en in stille rust zal hij er velen verderven, en zal staan tegen de Vorst der vorsten, doch hij zal zonder hand verbroken worden.

 

 

Daniël 11:45

 

45 En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeën aan de berg des heiligen sieraads; en hij zal tot zijn einde komen, en zal geen helper hebben.

 

 

Daniël 9:27

 

27 En hij zal velen het verbond versterken tijdens een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste.

 

 

2 Thessalonicenzen 2:8

 

8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, de welken de Heere verdoen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;

 

 

Jeremia 46:10

 

10 Maar deze dag is des Heren, des Heren der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Here der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.

 

 

Jesaja 63:1-3

 

1 Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde klederen, van Bozra? Deze, Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen.
2Waarom zijt Gij rood aan Uw gewaad, en Uw klederen als van een, die in de wijnpers treedt?
3 Ik heb de pers alleen getreden, en er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn grimmigheid; en hun kracht is gesprengd op Mijn klederen, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.
.
.
.
.

Maleachi 3:1-2

 

1 Ziet, Ik zende Mijn engel, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal; en snellijk zal tot Zijn tempel komen die Here, Die gijlieden zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan De welken gij lust hebt; ziet, Hij komt, zegt de Here der heirscharen.
2 Maar wie zal de dag Zijner toekomst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als zeep der vollers.
.
.
.
.

Maleachi 4:1-2

 

1 Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in brand zetten, zegt de Here der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal.
2 U lieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.
.
.
.
.

Habakuk 3:12-13

 

12 Met gramschap tradt Gij door het land, met toorn dorstet Gij de heidenen.
13 Gij toogt uit tot verlossing Uws volks, tot verlossing met Uw Gezalfde; Gij doorwonddet het hoofd van het huis des goddelozen, ontblotende de grond tot den hals toe. 
.
.
.
.

Jesaja 59:20

 

20 En er zal een Verlosser tot Sion komen, namelijk voor hen, die zich bekeren van de overtreding in Jakob, spreekt de Here.

 

 

Romeinen 11:26

 

26 En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.

 

 

Zacharia 8:3

 

3 Alzo zegt de Here: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des Heren der heirscharen, een berg der heiligheid.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.

Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote  ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus. ‘’
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij. ‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt. ‘’

 

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

God geeft kennis  over

 

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

 

De openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA