Tagarchief: erfzonde

Het paradijs volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Moslims geloven dat God Adam en Eva hun zonde vergaf. Zij geloven dus niet in de Erfzonde. Volgens de islam wordt elk kind geboren als een blanco blad, zonder zonde. Wanneer een mens gedurende zijn leven leeft volgens de leidraad van God kan hij naar het paradijs gaan. Wanneer zijn gedrag strijdig is met de boodschap aan de profeten en dus met de leidraad die God zelf gaf kan men naar de hel gaan, tenzij men berouw betoont en God hem vergeeft.

 

 

Allah wil je in het Paradijs zien

 

 

Het verwerven van het eeuwig leven in de paradijselijke tuinen is volgens de islam dus niet zozeer afhankelijk van de naam van het geloof waartoe men behoort, maar wel van hoe men zich gedraagt tegenover andere mensen, de dieren en het milieu.

Elk mens is volledig verantwoordelijk voor eigen gedrag, en zal daarop beoordeeld worden. Elk mens is ook vrij in zijn keuze van hoe hij zich tegenover God verhoudt. In die zin schrijft elk mens het scenario van de eigen oordeelsdag, wanneer men zich tegenover God zal moeten verantwoorden.

Het criterium waartegenover het gedrag zal beoordeeld worden, is het Woord van God, zoals het door de Profeten werd verkondigd. Volgens de islam kenmerkt een gelovige zich door naastenliefde, het delen van de eigen welvaart met de behoeftigen,  het bewandelen van de middenweg en schuwen van extremen,  het doen van goede werken,  verantwoordelijkheidszin, nederigheid, trouw aan een gegeven woord, oprechtheid, waarachtigheid, vergevingsgezindheid,  werklust, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, verzoeningsgezindheid, het vermijden van conflicten, hulpvaardigheid,  het afwijzen van hoogmoed, onrecht, racisme en afgunst, geduld en respect voor de anderen en voor hun geloofsovertuiging enz.

Dit zijn een paar van de houdingen en gedragingen waarmee men in het leven de weg effent naar het paradijselijke hiernamaals wat neerkomt op het uitdragen van een hoogstaand moreel gedrag. Deze idealen uit de Koran en de Sunnah zijn dezelfde als deze welke in de Bijbel vermeld worden. Een jood of een christen die volgens de Bijbel leeft kan dus volgens de islam naar het paradijs gaan, terwijl een moslim die zich misdraagt in de hel kan terechtkomen.

 

“Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de christenen en de sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)

Dat volgens de islam ook christenen of joden naar het paradijs kunnen gaan, hangt samen met het islamitisch geloof dat zij allemaal in dezelfde ene God geloven die in het Hebreeuws Jahweh genoemd wordt en in het Arabisch Allah (zoals hij in het Frans Dieu genoemd wordt en in het Nederlands God).

 

 

 

De Koran moedigt christenen aan om te leven volgens de Evangeliën,

moedigt joden aan te leven volgens de Thora

 

“En wij hebben de Thora neer gezonden met een leidraad erin en een licht, waarmee de profeten die zich [aan God] overgeven oordeel vellen voor hen die het jodendom aanhangen.  Vreest dan de mensen niet maar vreest Mij en verkwanselt Mijn tekenen niet. En wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neer gezonden, dat zijn de ongelovigen.” (Koran 5:44)
“En wij hebben Jezus, de zoon van Maria, in hun spoor laten volgen als bevestiger van wat er van de Thora voor zijn tijd al was. Wij gaven hem de Evangeliën met een leidraad erin en een licht ter bevestiging van wat de Thora voor zijn tijd al was en als een leidraad en een aansporing voor de Godvrezenden. En laten de mensen van de Evangeliën oordeel vellen volgens wat God heeft neer gezonden. En wie dat niet doen, dat zijn de verdorvenen.” (Koran 5:46-47)

Ter vergelijking: het christendom gelooft dat alleen christenen naar de hemel zullen gaan. Het verwerven van het Eeuwig Leven vereist volgens het christendom dat men zich bekeert tot volgeling van Jezus. Dit komt omdat christenen geloven in de erfzonde (volgens het christendom heeft God Adam en Eva nooit hun zonde vergeven, zodat elk kind zondig – als drager van de erfzonde – geboren wordt).

Omdat christenen geloven dat de verlossingsdood van Jezus deze erfzonde en dus alle daarop gebaseerde zonden ongedaan gemaakt heeft voor zijn volgelingen, kunnen alleen christenen naar het paradijs en is missioneringswerk zo belangrijk om zielen te redden.

Moslims geloven echter dat elk kind zonder zonden geboren wordt en dat elk mens die vroom is en goede daden stelt  tot het paradijs toegelaten kan worden. Daarbij zijn moslims slechts overbrengers van de Boodschap. Het is moslims ten zeerste verboden om anderen te dwingen zich tot de islam te bekeren.

Overigens is daar theologisch  geen dwingende reden toe vermits volgens de islam ook niet-moslims naar de hemel kunnen gaan. In de islam gebeurt de beoordeling op Oordeelsdag, niet op basis van de kerkgemeenschap waartoe men behoort, maar op basis van de vroomheid, het gedrag en de intenties voor dat gedrag.

De islam benadrukt herhaaldelijk het belang van waarachtigheid, in die mate dat de diepste putten in de hel voorbehouden worden voor de ‘hypocrieten”. Volgens de koran zijn dat moslims die beweren dat zij gelovig zijn, maar wiens daden dit tegenspreken. Het zijn moslims die het ene zeggen en het andere doen.

 

“De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur

en jij zal voor hen geen helper vinden.” (Koran 4:145)

 

 

 

voorpagina openbaring a4
.
.
.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

.

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

                                             

Advertenties

De Heilige Maagd Maria.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 De leer van de Rooms-katholieke Kerk

 

De gezegende maagd Maria was de moeder van Jezus Christus. Naast haar Bijbelse biografie bestaan er drie pri-maire doctrines die de Rooms-katholieke Kerk over Maria onderwijst:

(1) De Onbevlekte Ontvangenis,

(2) Maria als mede-middelaar co-mediatrix naast Jezus Christus, en

(3) De Maria-Tenhemelopneming.

 

 

Christendom ; pasteltekening van John Astria

het één zijn van Maria en haar zoon Christus

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

De leer van de Onbevlekte Ontvangenis

 

De leer van de Onbevlekte Ontvangenis stelt dat de gezegende maagd Maria zonder erfzonde werd geboren. Zij was een maagd toen ze in de kracht van de Heilige Geest zwanger werd van Christus. In 1854, vier jaar voor de Mariaverschijningen in Lourdes, definieerde Paus Pius IX het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis. Dit dogma stelde “dat de allerzaligste Maagd Maria in de eerste stand van haar Ontvangenis door een enige bijzondere ge-nade en bevoorrechting van de almachtige God, om de wille van de verdiensten van Christus Jezus de Behouder van het mensdom, van alle smet van de erfschuld vrij is bewaard.”

De Bijbel leert ons dat alleen Jezus Christus, de laatste Adam, zonder erfzonde werd geboren en dat alle andere mannen en vrouwen geboren worden met een zondige natuur, die wordt geërfd van Adam (Romeinen 5:12). Ver-der onderwijst de Rooms-katholieke Kerk dat Maria haar hele leven lang maagd bleef. En toch noemt Matteüs, een Jood die voor Joden schreef, Jezus “haar eerstgeboren zoon” (Matteüs 1:25), een uitdrukking die door Joden alleen werd gebruikt als er na het eerste kind nog andere kinderen werden geboren. Anders zou “eni-ge zoon” zijn gebruikt.

Schriftgeleerden geloven dat Matteüs zijn evangelie ongeveer 35 jaar na de wonderbaarlijke maagdelijke geboorte van Christus schreef. Matteüs had dus kunnen weten of Maria na Jezus wel of geen andere kinderen meer had. De Bijbel stelt uitdrukkelijk dat Jezus broers had en Matteüs geeft ons zelfs hun namen: Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? (Matteüs 13:55-56).

Rooms-katholieke Schriftgeleerden beweren dat Matteüs, Lucas en Paulus (1 Korintiërs 9:5) niet echt “broer” bedoelden toen zij het woord “broer” gebruikten, maar dat zij hiermee “neef” bedoelden. Dit standpunt is gebaseerd op het Griekse woord adelphos, dat met “broer” of “neef” vertaald kan worden. Maar in een poging om de geldigheid van Zijn bediening in twijfel te trekken vergeleken de Joden Jezus met Zijn gewone broers; het zou veel minder overtuigend zijn geweest als Jezus met Zijn neven was vergeleken.

 

 

 

 De leer van Maria als een mede-middelaar naast Jezus Christus

 

De meest verontrustende leer geeft de gezegende maagd Maria een rol als mede-middelaar (co-mediatrix) naast Jezus Christus. Om met de woorden van Paus Johannes Paulus II te spreken:

In eenheid met Christus en in onderwerping aan Hem heeft zij samen met Hem de genade der verlossing voor de hele mensheid veilig gesteld… In Gods plan is Maria de ‘vrouw’ , de Nieuwe Eva, verenigd met de Nieuwe Adam om de mensheid te herstellen tot haar oorspronkelijke waardigheid. Haar samenwerking met haar Zoon gaat door tot in de eeuwigheid in het universele moederschap, dat zij in de genadige rangorde vervult. Laten wij ons, in vertrouwen op deze moederlijke samenwerking, tot Maria wenden en in onze nood haar hulp vragen.

In de Schriftteksten kan geen basis worden gevonden voor het idee dat Maria een mede-middelaar zou zijn voor de kerk op aarde. De woorden van Christus waren op dit gebied ook erg duidelijk: Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.'” (Johannes 14:6). De grote rol van de hei-lige Maria is dat men, wanneer men tot haar bidt, voorspraak kan krijgen bij Jezus Christus omdat Hij de gunsten van zijn moeder nooit weigert. Ook blijft zij bidden voor de zonden van de zondaars die om vergiffenis smeken. Wanneer Maria verschijnt aan Catherine Labouré in Parijs eist ze dat er een medaille gemaakt moet worden met de volgende tekst:

 

 

“Oh, Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen”.

 

 

 

voorzijde van de medaille

voorzijde van de medaille

 

.

achterzijde van de medaille

achterzijde van de medaille

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De leer van de Maria-Tenhemelopneming

 

De Maria-Tenhemelopneming is een leer die stelt dat de gezegende maagd Maria lichamelijk en geestelijk naar de hemel werd opgenomen. Dit proces wordt in de Bijbel opname genoemd. De schriftteksten bevatten hiervan twee bekende voorbeelden: Henoch (Hebreeën 11:5) en Elia (2 Koningen 2:11). Tijdens het Concilie van Chalcedon in 451 na Christus, toen bisschoppen vanuit het hele Middellandse Zeegebied in Constantinopel bijeen kwamen, vroeg keizer Marcianus de Patriarch van Jeruzalem om de relieken van Maria naar Constantinopel te brengen, zodat deze daar in het Capitool konden worden bijgezet.

De Patriarch legde aan de keizer uit dat er in Jeruzalem geen relieken van Maria bestonden, dat Maria in de aanwezigheid van de apostelen was gestorven, maar dat haar graf, toen dat later werd geopend, leeg werd aangetroffen en dus concludeerden de apostelen dat het lichaam naar de hemel was opgenomen. Er bestaat in de schriftteksten geen bewijs om de toepassing van deze leer op Maria te ondersteunen of te ontkennen.

 

 

 

 Zij is een model voor geloof, geen afgod

 

Maria kan een model voor ons geloof zijn (net als Paulus of Petrus), maar zij kan ons niet redden. Alleen Jezus Christus is God en Hij is de Enige die de redding van de hele mensheid tot stand kan brengen. Het Woord van God is bijzonder duidelijk over dit onderwerp. Maria is door God zelf tot koningin in de hemel gekroond en zal de slang, de Satan, verpletteren. Door een vrouw is de zonde in de wereld gekomen en door een vrouw zal de Satan overwonnen worden. Dit is de grootste vernedering van Satan die er mogelijk is. Zij heeft een grote macht in de hemel en op aarde die zij enkel zal benutten als het past in het Goddelijke plan tot in de eeuwigheid.

 

 

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum : Maria, meesteres van alle zielen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Men mag “bidden” tot Maria om een gunst die zij, mits toestemming van haar zoon Jezus, kan gerealiseerd wor-den. Het “aanbidden” van iemand behoort enkel God toe.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Boodschap 209 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

 

 

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

DE MAAGD MARIA HEEFT IN

 

LOURDES AANGEKONDIGD

 

DAT ZIJ DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS IS.

 

ZIJ IS GEBOREN UIT EEN ZONDIG

 

PERSOON EN WERD DOOR

 

GODDELIJKE TUSSENKOMST

 

VRIJ VAN DE ERFZONDE.

 

NU IS MARIA KONINGIN IN DE HEMEL

 

EN MAG ZE GENADE VRAGEN

 

AAN GOD EN CHRISTUS

 

VOOR BEKEERDE ZONDAARS.

 

GOD WIL NIET DAT EEN ZIEL VERLOREN GAAT

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

JOHN ASTRIA

Bescherming door totemdieren

Standaard

categorie ; spirituele prenten van John Astria

 

 

 

 

 

Arend en wolf beschermen een indiaanse vrouw tegen een demon

 

 

 

Bescherming tegen een demon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boodschap 158 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

 

eer aan God in de hoge

eer aan God in de hoge – aartsengel Michaël

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

MENSEN ZEGGEN DAT 

 

STERVEN BIJ HET LEVEN HOORT.

 

WIE GOD KENT

 

WEET ECHTER DAT STERVEN EEN GEVOLG IS

 

VAN DE ERFZONDE.

 

OOIT ZAL ER GEEN DOOD MEER ZIJN

 

OMDAT CHRISTUS DIE REEDS

.

OVERWONNEN HEEFT.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

De Shariah in de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wat is de shariah?

 

 

sharia

 

 

De term shariah wordt in twee verschillende betekenissen gebruikt: enerzijds het theorethisch islamitisch wettelijk model en anderzijds een door mensen gemaakte wet waarvan er uiteenlopende versies kunnen zijn.

De Shariah (letterlijk: het pad naar leven-gevend water) is het geheel van de islamitische wetten, die over alle aspecten van het leven van een moslim handelt zoals de dagelijkse activiteiten tot spirituele zaken, strafrecht, familierecht, economie, dierenrechten enz. Ook ecologie heeft een prominente plaats in de islam: een achtste van de Koranische verzen handelen erover.

Het betreft een theoretisch, richtinggevend model. Niets in de koran verplicht moslims ertoe de shariah in te voeren. De koran bevat immers geen blauwdruk van een islamitische staat. De Koran geeft moslims de opdracht een voor iedereen (moslims en niet-moslims) rechtvaardige samenleving na te streven, maar het staat hen vrij de staat te organiseren zoals ze dat zelf verkiezen (met dien verstande dat de koran een dictatuur en theocratie uitsluit).

De shariah kan slechts ingevoerd worden wanneer een meerderheid van de bevolking dat zo wil. Wanneer men de shariah vertaalt in een concrete wet, is dat  niet langer de theoretische shariah, maar een eigen plaatselijke concretisatie daarvan en dus in die zin een secularisering van de wet. Een concreet wettelijk stelsel wordt immers door mensen gemaakt en niet door God. Omdat het een door mensen opgestelde verwezenlijking is, kunnen er dus ook verschillende versies van de shariah zijn.

Er bestaan onder islamgeleerden grote meningsverschillen over het al dan niet wenselijk zijn van het invoeren van de shariah. Veel geleerden zijn de mening toegedaan dat eerst het maatschappelijk doel van de islam gerealiseerd moet zijn en dat er dan pas de shariah kan ingevoerd worden om deze rechtvaardige samenleving te beschermen. Nog anderen stellen dat de shariah gewoon niet kan ingevoerd worden, maar enkel een theoretisch richtinggevend model is.

Het is een groot misverstand te denken dat, wanneer de shariah ingevoerd wordt, alle mensen zich moeten bekeren tot de islam. Het is immers integendeel zo dat de koran  aan iedereen godsdienstvrijheid garandeert. Bij het invoeren van de shariah zouden niet-moslims,  bij overtredingen van de wet, mogen kiezen of zij door een islamitische rechtbank dan wel door een burgerlijke rechtbank willen gevonnist worden. Andere religies mogen dan ook hun eigen rechtbanken inrichten voor zaken die eigen zijn aan hun geloof, zoals familierecht (erfenissen, huwelijken enz).

In veruit de meeste moslimlanden geldt geen lokale versie van de shariah. In de meeste moslimlanden geldt immers een burgerlijk recht of een gemengd stelsel van burgerlijk recht, gewoonterecht, soms met een aantal aspecten van islamitisch recht.

 

 

De belangrijkste bronnen van de shariah, zijn als volgt en in die volgorde:

 

  • De Koran
  • De sunnah van de profeet Mohammed (dwz, zijn handelingen en zijn uitspraken)
  • Ijma’ (consensus) onder islamitische geleerden
  • Ijtihad (de opinie van islamitische geleerden op basis van hun kennis en onderzoek)

Deze bronnen moeten in bovenstaande volgorde aangewend worden. Dit wil zeggen: een besluit over om het even welke zaak wordt eerst en vooral gebaseerd op de Koran,dan op de Sunnah. Als er geen uitspraak kan volgen op die basis, dan moeten islamitische geleerden de zaak bekijken en onderzoeken en zo tot een uitspraak komen.

De shariah is geen absolute wet. De islam schuwt immers extremen. Zo stelt de koran dat men bepaalde voedingsmiddelen niet mag eten. Men mag toch het verboden voedsel eten als er niets anders aanwezig is dan het verboden voedsel. In de islam is er een rechtsregel die zegt dat nood de wet versoepelt.

 

 

De islamitische wet is geen geheel van bestraffende regels.

 

Een wisselwerking van beloning van het wenselijke of verplichte enerzijds, en bestraffing van het onwenselijke anderzijds, zorgt ervoor dat een moslim er alle belang bij heeft de wettelijke richtlijnen te volgen. Het levert hem immers een beloning op, zo niet in het huidige leven, dan in het hiernamaals.

De Islam gelooft niet in de erfzonde. Het eigen gedrag en de verantwoordelijkheid daarvoor staat in de islam centraal. Het is op basis van het eigen gedrag en de mate waarin men zich aan de goddelijke leidraad gehouden heeft dat men op de Oordeelsdag beoordeeld zal worden. De “kerk” waartoe men behoort is daarbij niet essentieel, wel of men het goede gedaan heeft. Een ‘goede’ christen of jood kan volgens de islam dus ook tot het paradijs toegelaten worden, terwijl een moslim die zich misdraagt in de hel kan terechtkomen.

Moslims geloven dat gedurende het leven van elk persoon alle daden opgeschreven worden door twee Engelen. De Engel aan de rechter kant noteert voor elke goede daad direct +10 punten, terwijl de Engel aan de linkerzijde bij het doen van slechte daden wat aarzelt en pas als we doorzetten de slechte daad noteert voor -1 punt. Het is één van de vele voorbeelden waaruit volgens de islam de genade en liefde van God blijkt. God beloont het goede vele malen meer dan Hij het slechte bestraft.

Dit systeem van positieve bekrachtiging van het goede en het wenselijke en van bestraffing van het verbodene en onwenselijke, vinden we in het hele islamitisch stelsel terug, niet alleen met het oog op het eeuwig leven in het hiernamaals, maar ook met betrekking tot economie, ecologie enz.

 

 

De rechtspraak van de islam is gebouwd rond 5 categorieën van gedragingen waarvan uitvoeren of niet-uitvoeren beloond of bestraft kunnen worden:

 

 

Gedragstype Uitoefenen van gedrag wordt… NIET Uitoefenen van gedrag wordt…
1. Verplicht Gedrag beloond bestraft
2. Aanbevolen Gedrag beloond niet bestraft
3. Toegestaan Gedrag niet beloond niet beloond
4. Onwenselijk Gedrag niet bestraft beloond
5. Onwettelijk, verboden Gedrag bestraft beloond

 

Volledigheidshalve voegen we hieraan toe dat wanneer moslims zich in een niet-islamitisch land bevinden, zij vanuit de islam verplicht zijn zich te houden aan de wetten van het land waarin zij zich bevinden.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

        

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Derde miniatuur: tweede visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

tweede visioen van het eerste boek

 

.

 

.
.
.
.
.
.

Met de voorstelling vóór ons, luisteren we eerst naar wat de Stem van boven aan Hildegard meedeelde.

“Wie met gelovige overgave en liefde God aanhangt, zal niet door de stormloop van de ongerechtigheid verschrikt raken en losgerukt worden van de hemelse zaligheid. Wie God slechts naar uiterlijke schijn dient, zal niet tot het hogere opstijgen, maar integendeel buitengeworpen worden en in de onderwereld terecht komen.”

Wat in deze miniatuur als eerste opvalt, is het opstijgende zwarte vlak, dat met grijpvingers naar de sterrenhemel reikt en dat donkerrode vlammen aan zijn voet laat zien. Naast dit zwart gegeven zien we het gelukkige paradijs, aangeduid door een vergulde achtergrond en twee rijk versierde bomen. Boven het paradijs prijken in de blauwe hemel naast kleine witte sterren nog negentien grote sterren van goud.

Hiermede is de engelenwereld bedoeld, maar deze is bevolkt met een niet volmaakt getal van sterren. Immers een derde deel der geesten heeft zich niet aan God wensen te onderwerpen en is in het hellevuur neergestort.

God heeft in Zijn Wijsheid de lege plaatsen willen aanvullen en Hij schiep de mensheid, hier aangeduid door acht sterren in een wit-groene wolk, voortkomend uit de zijde van Adam. Samen met de eerste negentien vormen zij een getal van zeven en twintig sterren, het volmaakte getal van drie in de derde macht. Drie maal drie maal drie.

Tegen dit plan rijst het vreselijk verzet van de onderwereld en terwijl de zwarte vingers onmachtig zijn de sterren in de hemel te grijpen, vergiftigt een vlam, in de vorm van een slangekop, de acht sterren in de schoot van Eva.

Aangrijpender kan men het mysterie van de erfzonde niet uitbeelden. Dit is ook als iconografisch gegeven uniek in de kunstgeschiedenis. Wanneer we een niet traditionele voorstelling ontmoeten, dan mogen we daar naar de wezenskern van de mystieke boodschap van Hildegard zoeken. Deze kern ligt in de strijd tussen licht en duister, tussen heiligheid en zonde. Hierover zegt de Stem:

“Wie van liefde brandt zal niet door de stormloop van de ongerechtigheid verschrikt worden.”

Het enige wat ons gevraagd wordt, is met overgave God aan te hangen en te geloven, dat God uiteindelijk overwint. Eén van de kernpunten van de boodschap van Hildegard is, dat God haar getoond heeft, hoe de wegen zijn waarlangs de vijand verslagen zal worden. En toch zullen we in de volgende visioenen zien, hoe Hildegard, ondanks haar geloof en overgave, van tijd tot tijd beeft voor het mysterie van het kwaad.

Dit komt ook voort uit haar sterk kosmisch gevoel. Zij voelt zich intens verbonden met heel de zichtbare schepping en weet zich onder invloed van de sterren, planeten, winden en regen te staan. Zij ervaart in haar lichaam heel pijnlijk de wanorde van de elementen die in de vier hoeken van deze miniatuur zijn uitgebeeld: water en aarde beneden, lucht en vuur in de bovenhoeken.

Eén motief in deze miniatuur is nog niet besproken, n.l. de oranje band tussen de sterrenhemel en de vergulde achtergrond van het paradijs. In de uitleg van de Scivias-tekst staat, dat een lichtglans rondom het paradijs werd opgetrokken, toen het eerste mensenpaar de tuin van Eden moest verlaten. Want God wil het paradijs ongerept bewaren voor de zielen die eenmaal door de Verlosser aan de greep van de duivel ontrukt zullen worden.

Dat nu deze glans de kleur draagt van het morgenrood, de aurora, is van diepe betekenis. Dit motief wordt in de miniaturen nog breed uitgewerkt in verband met het mysterie van de Menswording uit de Moedermaagd.

De vruchtbaarheid van het moederschap is een gegeven dat sterk in de gedachtenwereld van Hildegard meespeelt om de activiteit van God in beeld te brengen. Daarom is de wolk uit de zijde van Adam groen gekleurd. Alleen al over de kleur groen en het trefwoord viriditas zou een afzonderlijk hoofdstuk geschreven kunnen worden. Voor ons moderne mensen roept de kleur groen, zoals wij die kennen in de natuur, heel gemakkelijk associaties op met de groei van alles wat leeft.

Deze miniatuur gaf ons een eerste blik in het grote mysterie van het kwaad. Nu gaat Hildegard de invloed hiervan op de hele kosmos, de makro kosmos beschrijven. Daarna komt de rol van het kwaad in iedere mensenziel, de mikro kosmos. Immers uit de bewegingen van de grote kosmos leren Hildegard en ook wij de drijfveren van het menselijke doen en laten steeds beter kennen.

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

De wonderbare medaille, een ontferming van Maria

Standaard

  DE WONDERBARE MEDAILLE VAN CATHERINE LABOURE

 

 

 

 

de voorkant van de medaille   

 

 

voorkant Catherine Laboure

 

 

 

 

 

 

de acherkant van de medaille   

 

achterkant catherine laboure

een medaille gemaakt door John  Astria

 

.

.

 

Catherine Labouré, het dogma van de onbevlekte ontvangenis

 

Een dogma in de religie is een leerstelling die als onbetwistbaar wordt beschouwd, een regel waar niet aan te twijfelen valt. Het dogma bevestigt dat Maria verwekt werd en op de wereld werd gezet zonder bevlekt te zijn met de erfzonde. God bewerkstelligde dit met de bedoeling christus te laten geboren worden uit een pure, zondeloze vrouw. Velen verwarren dit dogma met een ander, dat van de maagdelijkheid van Maria. Daar wordt bevestigd dat Christus verwekt werd zonder gemeenschap met een man. Het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria viert men op 8 december.

 

 

 

 

 

     Het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis

 

Door de woorden van Maria aan Catherine (zie artikel: Catherine Labouré en de Wonderdadige Medaille) wordt in heel de Christelijke wereld de Onbevlekte Ontvangenis bekend. De zuster is de uitverkorene om in 1830 dit kenbaar te maken. Paus Pius de 9de  verheft dat geloofspunt in 1854. In 1858 komt Maria deze geloofswaardigheid nog eens bevestigen in Lourdes toen ze tegen Bernadette zei :”ik ben de Onbevlekte ontvangenis “

 

 

De weerstand tegen Catherine Labouré

 

Catherine vertelt haar biechtvader wat Maria haar vertelde en over  haar opdracht. Hij gaat op het verzoek om een medaille te slaan niet in en wijst de zuster erop dat ze beter deugdelijk zou leven in plaats van zich bezig te houden met verschijningen. Catherine blijft smeken om de medaille te slaan. Ze vertelt de pater dat Maria zich, bij de 3de verschijning, zeer ontevreden had getoond omdat van haar opdracht nog niets was terecht gekomen. Toch stelt de biechtvader zich in verbinding met de aartsbisschop van Parijs. Pas in 1832 krijgt de pater de toestemming van de aartsbisschop om de medaille te slaan. De oorspronkelijke naam van de medaille is die van ‘Maria’s  Onbevlekte Ontvangenis’. Pas 7 jaar later krijgt ze de naam ‘ de Wonderdadige Medaille’ omdat  er zoveel verhoringen, bekeringen en genezingen werden verkregen. Gedurende de eerste 5 jaar worden er 10 miljoen exemplaren van verkocht. Heden zijn er enkel in Europa meer dan 100 miljoen verkocht.

 

 

 

De schrik en opluchting van Catherine

 

Bij de verschijning van Maria is Catherine blij, maar ze heeft schrik omdat er geschreven staat :”aan wie veel gegeven wordt, daar wordt veel van gevraagd en aan wie men veel toevertrouwt,eist men veel”. Maria weet dat en stelt haar gerust. Toen wist de zuster dat de Maagd haar wat zou bekend maken met baat voor heel de wereld.

 

 

 

 

 

 

De dood van Catherine Labouré

 

Ze sterft op 31 december 1876. Een eerste wonder dat aan haar zaligverklaring voorafgaat, is de genezing van een verlamd kind dat haar kist aanraakt. Men graaft haar lichaam op 56 jaar later in 1933. Het is nog ongeschonden en soepel met ogen net zo blauw als toen ze nog leefde. Men legt haar lichaam in een schrijn in de kapel van het klooster van de Dochters van Liefde in de Rue du Bac te Parijs. Het schrijn staat rechts van het middenaltaar net naast het bewaarde hart  van St Vincentius zijn altaar.

Iets verderop bevindt zich de blauwe, fluwelen stoel waar Maria inzat toen ze sprak met Catherine tijdens haar verschijning. Op 28 mei 1933 wordt de zuster zalig verklaard door Paus Pius de 12de .Er zijn 50000 mensen aanwezig onder wie 8000 witgesluierde kinderen van Maria uit 39 landen die allemaal de Wonderdadige Medaille dragen. Op 27 juli 1947 wordt Catherine Heilig verklaard Door dezelfde paus.

Ook hierbij zijn vele gelovigen en meer dan 10000 witte gesluierde kinderen van Maria aanwezig. Van de werking van de medaille is veel bekend. Eén van de bekendste ervaringen is die van Alphonse Tobie Ratisbonne.

 

 

 

 

 

 

 

 Ratisbonne en de wonderdadige medaille

 

 

 Ratisbonne, de verstokte atheïst

 

Ratisbonne is een rijke Jood, een atheïst die de kerk haat en het geloof al lang heeft afgezworen. In 1842 ontmoet hij baron De Bussières, een overtuigd Rooms katholiek Fransman. Zij worden bevriend maar de cynische godslasteringen van Ratisbonne blijven een doren in het oog van de baron. Hij besluit een weddenschap aan te gaan met de fanatieke atheïst. De baron beweert ,indien zijn vriend de medaille zou dragen, dat hij zou stoppen met de godslasteringen. Zo gezegd, zo gedaan. Op een dag vraagt de baron Ratisbonne om in de basiliek op hem te wachten omdat  hij nog een regeling van een uitvaart moest doen. Ratisbonne stemt ermee in , gaat de basiliek binnen en neemt vooraan plaats voor het altaar van de Heilge Maagd.

 

 

De verschijning van Maria

 

Plots lost de basiliek voor zijn ogen op, enkel het altaar van de Maagd blijft staan. Verstijft van schrik ziet hij de Maagd verschijnen op het altaar in volle glorie,net zoals ze afgebeeld is op de wonderdadige medaille. Ze doet Ratisbonne knielen en zegt geen woord. Dan verdwijnt ze en de basiliek staat er weer. De Jood barst in snikken uit, hij heeft de boodschap begrepen. Inmiddels is de baron teruggekomen en ziet zijn vriend op zijn knieën snikken in de basiliek. Ratisbonnen vertelt over de verschijning en erkent de kracht van de wonderbare medaille. Bij het zien van de Maagd die hem deed knielen begreep hij dat het katholieke geloof waarmee  hij zo spotte het enige was dat hem zou kunnen redden.

 

 

 

 

 

 

 

De bekering van Ratisbonne

 

Ratisbonne bekeert zich, laat zich dopen en wordt priester in 1847. In 1855 sticht hij een klooster voor Onze Lieve Vrouw van Sion te Jeruzalem, de plek waar ooit het huis van Pontius Pilatus stond. Ratisbonne probeert tijdens zijn leven in contact te komen met Catherine Labouré , maar het lukt niet omdat de zuster afgeschermd wordt van de buitenwereld. Hij overlijdt in 1884. Nu is er een gedenksteen gelegd op de plaats van de verschijning met de volgende tekst: “Hij kwam hier als een verstokte Jood, de Maagd verscheen hem, hij viel neer als een Jood en stond op als een Christen”.

 

 

 

 

 

    Waarom een medaille uit de hemel

 

 

Armoede in de 19e eeuw

 

Rond 1830 zijn er in Frankrijk slechte tijden. Religie gaat achteruit en er is veel armoe gepaard gaande met ziektes (cholera). Ook is er een politieke revolutie bezig. Tijdens die revolutie stopt de hulp aan de armen, de congregatie van de zusters wordt belemmerd in hun bestaan. St Vincentius verklaarde ooit dat God de bedoeling had de congregatie te stichten. Hij wist dat wat God wenst zou geschieden en volbracht worden.

 

 

 

Een medaille via de onschuld

 

Daarom stuurde hij zijn moeder (Maria) om de congregatie te redden door middel van de medaille. Uit liefde en medelijden voor de mens mag De Maagd de vertrouwelijke mededeling aan Catherine verkondigen en ingrijpen. Via een klein verlicht kind wordt Catherine aangemaand zich naar de kapel te begeven waar de Maagd wacht. Het is de onschuld door God gestuurd wat verwijst naar Jezus die het licht van de wereld is.

 

 

 

De genade van God

 

De verschijning van de Maagd aan Catherine is Gods liefde en onverdiende genade die de mens met zijn vrije wil mag ontvangen. God laat een bescheiden medaille slaan, geen juweel, die zijn grote majesteit openbaart. Wie de medaille draagt mag er zeker van zijn dat Maria zich om die persoon bekommert en ontfermt. De medaille is geen bijgeloof en geen gebruiksvoorwerp. De drager vertrouwt op Zij die de medaille verte- genwoordigt. Nu reeds zijn er enkel in Europa 100 miljoen exemplaren verkocht.

 

 

Bronnen en referenties

* Saint Catherine Labouré of the MIraculous Medal-I.Dirvin

* www.Catherinelaboureendewanderdadigemedaille

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Verschil ‘Onbevlekte Ontvangenis’ en ‘Maagdelijke Geboorte’

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De éénheid van Maria en Jezus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Onbevlekte ontvangenis

 

Op 8 december viert de katholieke kerk de ‘onbevlekte ontvangenis’. In gelovige taal betekent dit dat Maria bij haar verwekking niet ‘besmet’ werd door de erfzonde. Daarmee wil men aangeven dat Maria, die uitverkoren werd om de moeder van Jezus, Gods Zoon, te worden, zonder vlek of rimpel moet zijn.

Met erfzonde bedoelt men dat alle mensen die uit Adam geboren worden, getekend zijn door het kwaad waardoor het goddelijk verlangen naar het goede dat de Schepper in elke mens heeft neergelegd verstoord wordt door de neiging naar het kwade. Daaruit is dan, ten gevolge van de ‘overtreding’ van Adam – en in Adam van elke mens – een geschiedenis van kwaad voortgekomen.

Om hieruit verlost – losgemaakt en genezen – te worden is Christus, de Zoon van God mens geworden. Welnu, precies omwille van zijn goddelijke zending tot bevrijding uit het kwaad, mag ook de moeder van Jezus niet aangetast zijn door het kwaad.

 

 

 

Maria Domina Animarum / Maria heerseres over alles

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Maagdelijke geboorte

 

Daarmee verbonden, maar er niet mee samenvallend, is er geloof dat Jezus maagdelijk geboren is.  Dat wil zeggen dat Jezus door Maria de moeder van Jezus geworden is zonder een man te ‘bekennen’, zoals we in het tweede hoofdstuk van het Lukas evangelie vernemen. Het paradoxale is dat Jezus niet via de weg van de seksuele omgang tussen Maria en Jozef ontstaan is, maar ‘ontvangen is dankzij de heilige Geest’.

En dat is precies wat ons doet nadenken, want het is volgens de gewone en wetenschappelijke kennis van de natuur onmogelijk. Soms probeert men dit verhaal toch menselijk en wetenschappelijk aanvaardbaar te maken. Maar is het niet eerlijker om het verhaal van Lukas 2 te laten zoals het er staat. Want door zijn natuurwetmatige, wetenschappelijke onmogelijkheid dwingt het ons om het bijzonder statuut van Jezus te verkennen.

Zoals zovele kinderen van onvruchtbare vrouwen in het Eerste Testament geen kind van de natuur maar een kind van de belofte zijn is Jezus via de maagd Maria goddelijke gave en belofte. Hij heeft, helemaal mens zijnde, tegelijk ook een overschrijdende goddelijke betekenis en roeping om Gods heil in deze wereld te belichamen.

Zonder naar de maagdelijke geboorte te grijpen zet het evangelie van Johannes ons vanaf het begin op het spoor van de incarnatie van Gods liefde in het zijn en handelen van de mens Jezus van Nazareth: “Gods Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond” (Joh 1,14).

En ook heel wat katholieke gelovigen vandaag bevestigen hun geloof in dit dogma op regelmatige basis, zonder hierbij stil te staan. Er zit namelijk een verwijzing naar de Onbevlekte Ontvangenis in het bekende Weesgegroet:

 

Wees gegroet Maria, vol van genade.
De Heer is met U.
Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen,
en gezegend is de vrucht van Uw lichaam,
Jezus.
Heilige Maria, Moeder Gods,
bid voor ons, arme zondaars,
nu en in het uur van onze dood. Amen.

 

Maria is ‘vol van genade’. Dankzij de genade van God was Maria heel haar leven vrij van zonde.

 

 

 

Waarom Maria weent

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Islam

 

Theoloog Hendro Munsterman legt de link met de islam. Hij verwijst hierbij naar een Hadith (overlevering van aan Mohammed toegeschreven uitspraken en handelwijzen). Deze Hadith zegt dat elk kind bij de geboorte huilt omdat Satan het aanraakt. Enkel Maria (Maryam) en Jezus zijn hierop een uitzondering geweest.

Deze overlevering is een uitleg van wat in soera 3 van de Koran over de verwekking en geboorte van Maryam geschreven wordt. Toen haar moeder zwanger was, droeg zij haar kind aan Allah op: “Ik draag aan U op wat in mijn baarmoeder is, dat het vrij zal zijn om U te dienen, aanvaard het van mij, U die alhorend en alwetend bent”.

Volgens de islamitische traditie is deze moeder zeker dat zij zal bevallen van een zoon, die in de tempel God zal dienen. Wanneer zij bevalt van een dochter, is zij teleurgesteld omdat vrouwen God niet mogen dienen in de tempel. Zij biedt haar dochter aan God aan ter bescherming tegen Satan.

De engelen verkondigen vervolgens dat Maria uitverkoren is. Vanaf het begin was zij tegen Satan beschermd en zonder zonde. En Maria mag zelfs God dienen in de tempel, tegen de gebruiken in.

 

 

 

Samengevat

 

Maria is vruchtbaar geweest in haar maagdelijkheid. God was aanwezig in Maria, in geest en lichaam. Jezus, haar geliefde, was haar bondgenoot. Jezus werd geboren uit Gods liefde en hun liefde. De geboorte van Jezus verwijst naar een geestelijke vruchtbaarheid. In zekere zin is iedere volwassen mens maagd en moeder of maagd en vader als je op een zuivere en belangeloze wijze omgaat met de mensen en de taken die je zijn toevertrouwd.

Dan werkt Gods liefde doorheen je leven. Geestelijk leven is aanvankelijk met zorg omgaan met het kwetsbare geloof dat in je is ontwaakt. Door aandacht en liefde kan dit kleine kwetsbare besef van Gods aanwezigheid uitgroeien tot een volwassen en vruchtbaar geloof.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget