Tagarchief: Hildegard von Bingen

Drieëntwintigste Miniatuur : derde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Drieëntwintigste Miniatuur: Derde Visioen van het Derde Boek

 

Scivias%20T%2023_Boek%20III,3

.

.

De Amor caelestis ( figuur links )is in het wit gekleed want zij is door de eerste Persoon van de H. Drievuldigheid opgewekt. Wit wijst immers naar God zelf. De derde deugd is de Verecundia, de bescheidenheid gekleed in blauw en wit, want zij is bij uitstek de deugd van de tweede Persoon van God.

De tweede van links, de Disciplina, en de vierde  van links, de Misericordia, dragen rode kleren die duiden op de liefde van de H. Geest.Maar rood is ook de martelaarskleur omdat discipline en barmhartigheid van iedere gelovige zelf verloochenende daden vragen soms tot lijden en dood toe. Mooi is de voorstelling van de barmhartigheid om Christus wille, zij draagt een afbeelding van Christus in haar armen en koestert Hem aan haar hart.

Tenslotte zien we de voltooiing van Gods plan in de Victoria uiterst rechts, de overwinning in het wonderbare duel tussen God en het kwaad. De Victoria is een twaalfde eeuws gedacht en wordt daarom als een ridder met een volledige wapenrusting uitgebeeld.

De vorm van deze wapenrusting overtuigde Dom Baillet ervan dat deze miniaturen stammen uit de tijd van Hildegard zelf omstreeks 1160. Aan het einde van het derde visioen zegt Hildegard dat Gods goedheid door deze deugden tot de harten der mensen wil spreken en hen wil vermanen het boze te laten en zich tot het goede te verheffen. Die mensen, die gelovigen, staan  maar twee maal in deze tien miniaturen van het bouwwerk weergegeven, en wel in de 25ste en de 30ste miniatuur.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Advertenties

Tweeëntwintigste Miniatuur : derde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweeëntwintigste Miniatuur: Derde Visioen van het Derde Boek

.

.

 

Scivias%20T%2022_Boek%20III,3

.

.

Zoals men ziet in miniatuur 21 is dit bouwwerk samengesteld uit vier muren en bij die muren zijn vijf torens (zuilen ) opgetrokken. In de eerste muur die van oost naar noord (uitgebeeld in de drie volgende miniaturen) staan de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord opgesteld.

Het verschil tussen zuil en toren moeten we waarschijnlijk zoeken in het feit dat zuilen door God zelf als één stuk neergezet worden, terwijl torens door de gelovigen met Gods hulp steen voor steen in de loop van de geschiedenis opgetrokken worden.

Bij iedere toren treffen we een groep gepersonifieerde deugden (ook wel krachten van God genoemd). We zullen nu de eerste groep deugden naderbij bezien en zien wat voor een ontwikkeling we daarin kunnen ontdekken.

In en vóór de toren van Gods raadsbesluiten ( het gouden vierkant ) staan opgesteld, beginnend van de onderste figuur en dan in tegenwijzerzin,

de liefde tot het hemelse,

de discipline,

de bescheidenheid,

de barmhartigheid

en de overwinning.

Deze vijf vormen als het ware Gods eerste werktekening voor heel het verlossingswerk. Het zijn eveneens deze deugden die we in groter verband in de volgende groepen deugden nader uitgewerkt tegen zullen komen.

Beneden aan de toren ( rechts )staan nog twee andere deugden die de houding van de gelovige tegenover het plan van God aangeven: de Patientia, het geduld en naast haar de Gemitus, de verzuchting.

Eerst komt het geduld dat ieder moet opbrengen tegen de aanvallen van de duivel, wanneer men zich voorgenomen heeft de begeerten van het vlees te overwinnen. Het geduld staat hier in het groen omdat het onder leiding van de H. Geest zich wil richten naar het voorbeeld van Gods Zoon. Zij staat onder een lage boog, eigenlijk altijd min of meer onder druk en zij draagt een rode kroon van het lijden des Heren.

Wanneer de gelovige zich eenmaal overgegeven heeft aan de plannen van God komt het verlangend verzuchten de Gemitus naar boven en wil zij ook in navolging van Christus het kruis dragen en is de Gemitus hier met een kruisbeeld voorgesteld.

De eerste kracht Gods die in dit bouwwerk optreedt is de Amor caelestis ( liefde tot het hemelse ) omdat zij de drijfveer is van alle actie naar het verlangen naar het einddoel, het verslaan van het kwade. In dit geval is het einddoel de overwinning van het goede op het kwaad en de satan. Dit plan, deze boodschap is het eerst verkondigd aan Abraham en de andere aartsvaders. Het is het begin van de goddelijke openbaring.

Daarom is de toren van Gods raadsbesluiten in de 22ste miniatuur in zilver uitgebeeld evenals de hele muur van het oosten naar het noorden en heet hij de lichtstralende muur. Zilver wijst zoals we gezien hebben op het goddelijk licht en op het menselijk antwoord in geloof daarop gegeven.

Samen met deze Amor caelestis staan de andere deugden in deze miniatuur boven op de toren in bustevorm uitgebeeld; bovendien in de volgende miniatuur nog eens apart en dan in volle lengte.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

.

 

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

 

 

 

De voorstelling van de miniatuur

 

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

 

 

 

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

 

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

 

 

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

 

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

 

 

 

De deugden in Scivias

 

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Twintigste Miniatuur : eerste visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

.

.

 

Twintigste Miniatuur: Eerste visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2020_Boek%20III,1

 

 

Voor de soevereine majesteit van God stond Lucifer als een grote Ster te schitteren. We hebben in de tiende miniatuur gezien, dat de engelen zijn geschapen toen God sprak: “Het worde licht.” Hier worden zij voorgesteld als gouden sterren tegen een zilveren achtergrond.

Dit zilver heeft in de voorgaande miniaturen twee bijzondere betekenissen: het wijst op de almacht van God de Vader, het ondoorgrondelijk licht, maar ook op het licht van het geloof waaraan ieder schepsel zich onderwerpt dat God gehoorzaamt, zowel engel als mens.

Maar de hemelse geesten bleven niet allemaal engelen van het licht. Een aantal onder hen hield op de Goddelijke Schoonheid te aanbidden en keek naar zichzelf. Zij raakten verstrikt in de zonde van de hoogmoed. Daarom werden zij neergeworpen in de afgrond van het Noorden vèr van het aanschijn van God. Hun schittering veranderde in duisternis.

Het licht dat zij verloren werd bestemd voor de gelukzaligen die God mettertijd vormen zou uit het leem der aarde. We merken dat de gouden sterren van de gevallen engelen in een soort kolk naar beneden getrokken worden. Daarbij doven de sterren uit en worden zij meer en meer verduisterd. Door haar eenvoud van compositie, klaarheid van symboliek en harmonie van kleuren is deze miniatuur één van de mooiste van heel de serie.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Negentiende Miniatuur : eerste visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Negentiende Miniatuur: Eerste visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2019_Boek%20III,1

 

 

Eerst begint Hildegard te spreken over God zelf, die woont in het Oosten. Zij ziet een hoog oprijzende rots van ijzerkleur, hier als van bovenaf gezien voorgesteld door blauwe en witte cirkels. Baillet meent dat de cirkel de rots van bovenaf gezien voorstelt. Keller gaat nog verder en vermoedt dat de blauwwitte kleur de wolk is die volgens Hildegard boven die rots hing. In ieder geval kan men deze cirkel zien als een hardstenen kei, zo groot dat hij de indruk maakt van een bol.

Daarboven zweeft een witte wolk, hier voorgesteld als aan bloem, waarop de troon van God staat net zoals Boeddha zit op een lotusbloem. Hiltgart Keller heeft een verklaring om deze omhoog gerichte bruine, halve bol met meniekleurige golven die versierd zijn met witte lijnen en zwarte randen.

Zij ziet hierin niet een witte wolk, maar de in de Scivias-tekst beschreven vuurkleurige glans van steen en staal. Het is de glans die na de val van de engelen, voorgesteld als uitdovende vallende sterren, terugkeert naar de troon van de Schepper.

De grote lichtcirkel rondom de Schepper is als een mandorla.  Een mandorla is een amandelvormige figuur, waarin vaak Christus of een heilige wordt afgebeeld. Deze is eveneens bruinrood en menierood van kleur en met witte golflijnen. Hoe dan ook, de verklaring zegt dat de rots de Vreze des Heren is, de grondslag van alle bovennatuurlijke kennis.

Hoe dan ook ziet Hildegard boven de rots een witte wolk zweven als beeld van de gave der Wijsheid. Als ons gezegd wordt dat op die wolk Gods troon staat, roept het geheel sterke herinneringen op aan de Godsverschijning op de berg Sinaï in het Oosten.

De voorstelling van God toont verwantschap met de Pantokrator van de mozaïeken in de oude basilieken. De term Pantokrator is afkomstig uit de Griekse vertaling van de joods-christelijke Bijbel, het Oude Testament en het Nieuwe Testament en is een aanduiding voor God. De nadruk ligt op de universaliteit en de almacht die aan God worden toegeschreven.

We kunnen niet direct zien of het om God de Vader gaat of om Christus, maar er staat  in het Evangelie: “Wie Mij (Christus) ziet, ziet de Vader”

Een apart detail valt nog op te merken: op de borst van het Godsbeeld zien we een gouden schild waarover een bruine band loopt als een pallium. Een pallium is vaak cirkelvormig en wordt gedragen om de hals en over de kazuifel en heeft twee afhangende banden aan de voor- en achterkant. De witte band is voorzien van zwarte kruisen.

Volgens de tekst is dit het leem dat God op zijn hart draagt. Dit geeft de eeuwige verlossende Voorzienigheid aan, waardoor God de zondige mens kent en hem verlossen wil uit de modder van de ondeugd. De edelstenen, die de leem omlijsten, zijn de martelaren, maagden, belijders en ook de boetvaardigen. De Eeuwige heeft hen allen voorbestemd om de engelen te vervangen die Lucifer in zijn val had meegesleurd.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Vierde hoofdstuk van Scivias

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

hildegard

 

 

 

OVER HET DERDE DEEL VAN HET BOEK SCIVIAS

 

In het derde deel van Scivias worden twee onderwerpen behandeld. In de eerste tien visioenen wordt de bouw beschreven van de Stad Gods in de loop van heel de heilsgeschiedenis, vanaf de zondeval tot en met de wederkomst van de Heer. In de laatste drie visioenen wordt de gruwel van de antichrist verhaald, het laatste oordeel en tenslotte de gelukzaligheid in de hemel.

 

Deze dertien visioenen worden geïllustreerd met 16 miniaturen. Daarvan zijn er vier bestemd voor de laatste drie visioenen. Zo resten ons dus 12 miniaturen te bespreken die bedoeld zijn als illustratie van de bouw van de Stad Gods. Die Stad Gods heeft een enorme betekenis in de beeldspraak van onze visionaire.

Terwijl Hildegard in het tweede boek van Scivias uitvoerig gesproken heeft over het aandeel van God in onze verlossing, wil zij nu het aandeel van de mens in dit werk laten zien. Zij doet dit onder het beeld van een stadsbouw, een middeleeuwse stad. Het is een stad die vanaf een hooggelegen punt geheel te overzien is, en die volgens een eeuwenoud eenvoudig schema is uitgevoerd.

In Italië treft men nog dergelijke stadjes aan zoals bijvoorbeeld San Gimignano in de buurt van Siëna. Als men daar op de hoge stadhuistoren staat, kan men bijna de hele plattegrond in één blik vangen. Om de betekenis van een stadsbouw te begrijpen zou men zelf in het bouwvak gewerkt moeten hebben in een tijd waarin alles nog handwerk was zonder de moderne hulpmiddelen.

Toen waren samenwerking van velen en een groot geduld de voornaamste vereisten om tot resultaten te komen. Of Hildegard zelf gemetseld heeft is niet bekend maar gezien haar zwakke gestel waarschijnlijk niet. Het is zeker dat zij er wel veel bij betrokken is geweest.

De eerste betrokkenheid van Hildegards bouwwerken was op de Disiboodsberg. Daar heeft zij ongeveer dertig jaar gewoond naast een abdij van benediktijnermonniken die juist in die jaren een grote abdijkerk bouwden. Dan heeft zij de leiding gehad bij de bouw van haar nieuwe klooster op de Rupertusberg bij Bingen, en op het einde van haar leven bij de verbouwing van haar tweede klooster in Eibingen.

De sterkste ervaring welke men opdoet bij de uitvoering van een groot bouwwerk is het scheppen van ruimten door muren langzaamaan hoger op te trekken. Men neemt bezit van ruimten die aangepast zijn aan menselijke maat en die uiteindelijk te verdedigen zijn tegen vijanden en waar men zich meester voelt. Alle leven is strijd, ook het leven van de Kerk. Zelfs God vecht tegen Zijn vijand, de duivel, het kwaad.

Het derde boek van Scivias laat ons de strategie zien van deze strijd, maar dan in middeleeuwse symbolentaal. God houdt Zijn verblijf in het Oosten, de duivel legert steeds in het Noorden. Deze plaatsbepaling in windstreken is een oeroud gegeven dat we uitvoerig terugvinden in de symboliek van de Bijbel.

Dit houdt verband met de geografische ligging van het H. Land. Oostelijk lagen de woestijnen, oneindig groots. Daar ligt de Sinaï waar God woont. Noordelijk lag de weg naar Babylon en vandaar kwamen steeds de vijandige legers. In het zuiden ligt Jeruzalem, de stad van vrede. In het westelijk ligt de zee, de blauwe bron van verkoeling en vruchtbaarheid. Uit deze symbolenwereld put Hildegard haar beelden om de situatie en het grondplan van de te bouwen Stad Gods te beschrijven.

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

De Achttiende Miniatuur : zevende visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

De Achttiende Miniatuur:  Zevende visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2018_Boek%20II,7

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zeventiende Miniatuur : zevende visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Zeventiende Miniatuur:  Zevende visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2017_Boek%20II,7

 

 

Deze en de volgende miniatuur laten ons het tegenspel zien dat de duivel God levert. De beschouwing van de Wegen des Heren kan niet volledig zijn, als we naast de genade van de sacramenten, de realiteit van de duivelse bekoring niet onder ogen zouden zien.

Op de miniatuur zien we hoe onder de zaligen in de hemel en onder de gelovigen, die op aarde nog in het geloofslicht leven (hier weer door zilver aangeduid), een afschuwelijk monster ligt dat de satan voorstelt. De kunstenaar heeft in deze compositie een knappe gradatie van kleurenlicht toegepast.

Onderaan zien we een monster gekleurd in blauwachtig zwart en bruin. In het monster komen ook felle tonen voor zoals  b.v. de rode strepen die aan het lichaam van het ondier ontsnappen. Deze rode vlammen reiken naar het zilveren licht en de gulden glans zonder evenwel iets te schaden, waardoor heel knap de onmacht van het monster wordt aangegeven.

Dit monster is met een zeker leedvermaak uitgebeeld door een tegenstelling van doffe en felle kleuren. Het grote reptiel, een schepsel waarvoor ieder een natuurlijke afkeer heeft, is hier op de rug liggend voorgesteld vol stekelige haren, zweren en uitslag.

Vijf strepen lopen over de volle lengte van de buik: we zien een groene-, zwarte-, gele-, witte- en als laatste een rode streep. Deze vijf kleuren zijn niet aangebracht in de volgorde zoals Hildegard ze in de tekst geeft; daar staat groen-wit-rood- geel en zwart. Ze vormen als het ware vijf aderen vol venijn.

Het oog is vol gelopen met bloed. De muil en de neusgaten zijn die van een roofdier, de voorpoten zijn afschrikwekkende bruine klauwen en de achterpoten lijken op die van een draak. De staart is even lang als breed, en aan het eind ontsnapt vuiligheid als kikkerdril. Uit de borsten komen donker zwarte wolken en uit de bek vlijmscherpe pijlen.

Onder in de lijst van de miniatuur is de blauwe rand van een put voorgesteld, waaraan een zware ketting is vastgemaakt die de hals en de vier poten nauw samenbindt. Dit alles leert ons dat, de Menswording van Christus, de duivel reeds overwonnen en geboeid heeft.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zestiende miniatuur : zesde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Zestiende miniatuur: Zesde visioen van het Tweede Boek

.

.

Scivias%20T%2016_Boek%20II,6

.

Op de zestiende miniatuur wordt ons het vervolg van de H. Mis getoond. Het tafereel handelt over de H. Communie van de gelovigen. Voor hen, die als katholieken de kerkelijke gewaden van vóór het Tweede Vaticaanse Concilie kennen, is het interessant te zien, hoe reeds in de 12de eeuw de albe, stola, manipel en kazuifel gedragen werden.

De kelk en hostie zijn nog net te zien onder het opgeslagen kelkkleedje. Bij goed toezien kan men in het missaal zelfs nog de beginwoorden van de oude canon ontcijferen ‘ Te igitur clementissime Pater ’ ,wat betekent ‘ U meest barmhartige Vader ‘. Vanwege de Sanctus-zang, na de prefatie, zijn hier ook de engelen afgebeeld.

De benedenhelft van deze miniatuur toont ons de verschillende groepen van de gelovigen die ter communie gaan. De verschillen van gunstige en ongunstige instelling en het daaruit voortvloeiend effect op de zielen is in kleuren uitgebeeld.

De bovenste rij mensenfiguren wordt gevormd door zielen in staat van genade. Het is een groep van dertien personen van wie er vier monialen (kloosterzusters) zijn. Eén van die monialen is samen met nog vier andere gelovigen volledig in goud weergegeven. Dit zijn de zielen die de hoogste trappen van het geestelijk leven bereikt hebben.

Drie van de acht anderen in deze rij dragen rode klederen. Zij staan symbool voor het martelaarschap. De vijf overigen dragen blauwe gewaden met witte sterretjes. Dit blauw met witte sterren zijn we in deze serie van de sacramenten voortdurend tegengekomen als achtergrond bij het doopsel, vormsel en de H. Eucharistie.

Waarschijnlijk hebben we hier een symbool van het bovennatuurlijk leven van de gelovigen, die in navolging van Christus barmhartig zijn voor anderen. Het komt in de 35 miniaturen veertien maal voor (miniatuur 2, 3, 4, 5, 10, 12, 13, 15, en 16, 17, 19, 25, 34, 35). De witte puntjes zijn bedoeld als decoratie en om de kleur blauw in haar bescheidenheid iets naar voren te halen. Het blauw als zodanig verwijst naar het mensgeworden Woord, vooral in zijn openbaring als de zachtmoedige.

Dan zien we vier groepen van communicanten. Links hebben we twee groepen van zes personen en rechts twee groepen van vijf. Deze laatsten zijn in heel sombere kleuren weergegeven, omdat zij het in hun zondige staat toch waagden te communiceren en zich zo in nog groter duisternis hulden. Bij de vijf onderste ontdekken we bloedvlekken op hun donkere kleren waarmede de bloeddorstigheid van sommigen wordt weergegeven.

De linker groep vanboven bestaat uit gelovigen met hier en daar bloedkleurige vlekken op hun kleren. Zij dragen niet het rood van de martelaren, maar dat van door zweren ontstoken lichamen. Hier zijn niet de kwaadwilligen aangeduid, maar de zwakke en zieke zielen, die kleingelovig zijn en dikwijls door hun hartstochten meegesleurd worden. Als zij desondanks in geloof ter communie gaan, kan de genade ondanks alles in hun zielen zegevieren.

Zo zien we links onderaan hoe deze zes donkerrode kleingelovigen toch nog veranderen in gelukzaligen zoals die van de bovenste rij mensenfiguren. Ook zij worden overstraald door de goddelijke genade, verwerven de blauwe kleren van bovennatuurlijk leven, en kunnen zelfs de rode kleren van het martelaarschap verdienen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Vijftiende miniatuur : zesde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vijftiende miniatuur: Zesde visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2015_Boek%20II,6

 

 

De vijftiende miniatuur beeldt het visioen van Hildegard uit over het H. Sacrament des Altaars, in het bijzonder over het H. Misoffer. De voorstelling is heel traditioneel en gemakkelijk te volgen. Uit de wonde in de zijde van Christus aan het kruis vloeit het bloed in een kelk die de Kerk (geheel in goud, zoals in de vorige miniaturen) omhoog houdt. Rechts bovenaan vertoont zich een zegenende hand, een duidelijk symbool van de hemelse Vader, die een banderol vasthoudt waarop geschreven staat:

Mijn Zoon, deze zij uw bruid tot herstel van Mijn volk waarvan zij de Moeder zal zijn en dat herboren zal worden door Geest en water.

 

Waarom in deze voorstelling het kruishout in zilver is uitgebeeld, verklaart de tekst van de uitleg, die aldus luidt:

“Toen Christus Jezus, de ware Zoon van God, aan het kruishout hing, werd Hem in de verborgenheid van de hemelse geheimenissen de Kerk Hem ten huwelijk gegeven en ontving zij als bruidsschat Zijn heilig Bloed.”

 

Het mysterie van het huwelijk van de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid met de verloste mensheid, de Kerk, speelt zich geheel af in de eeuwige gedachte van God de Vader en daarom hangt Christus hier aan een zilveren kruis.

Zoals we reeds zagen op vorige miniaturen wijst het zilver op het goddelijk licht van de Vader. Hier zien we op deze voorstelling de Kerk in haar gehele gestalte. Voor God vormen verleden, heden en toekomst één ogenblik. Voor de gelovigen, die leven in de tijd, vertoont zich de Kerk nog niet volledig, zoals de onderste helft van de miniatuur laat zien.

De Kerk hernieuwt het mysterie van haar huwelijk met Christus iedere dag, als zij op het altaar de bruidsschat van het H. Bloed aanbiedt. Wanneer  de kerk dat doet en de kelk en het brood op het altaar geplaatst heeft, zegt ze:

“Dit is het sacrament van het geloof”.

 

Daarna heft zij de handen op en zegt namens het hele volk:

“Daarom gedenken wij Heer, het lijden en de dood van Jezus Christus Uw Zoon, dat Hij verrezen is en opgestegen ten hemel.”

 

Dit alles is in deze miniatuur prachtig weergegeven. Links zien we in medaillons de grote mysteries van Christus’ aardse leven n.l. Zijn geboorte en begrafenis ; rechts in medaillons die van Zijn hemelse leven n.l.  het opstaan uit het graf en daarboven de hemelvaart. Vier meesterwerkjes van miniatuurkunst vol symboliek. Zo is het graf waarin Christus’ lichaam gelegd wordt en dat waaruit Hij opstaat, gevormd van groene brokstukken, en groen komen we steeds tegen als het over de aarde gaat.

De scheiding tussen het tafereel in de hemel, in de bovenste helft van de miniatuur, en het misoffer op aarde, in de onderste helft, wordt door een groenkleurige band gevormd. Deze groene kleur correspondeert met de onderste en bovenste dwarsbalk van de omlijsting, terwijl de staande balken blauw zijn. Als men de lijsten van al de miniaturen nakijkt, komt men tot de conclusie, dat de kleuren daarvan uit zuiver decoratief oogpunt gekozen zijn.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA