Tagarchief: schepping

Dommer dan de dieren

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

In het eerste hoofdstuk van het boek Jesaja staat in vers 2 en 3 het volgende:

 

 

‘Hoort, hemelen en aarde, neigt uw oor, want de Here spreekt: Ik heb kinderen groot gebracht en opgevoed, maar zij zijn van Mij afvallig geworden. Een rund kent zijn eigenaar, en een ezel de krib van zijn meester, maar Israël heeft geen begrip, Mijn volk geen inzicht’.

 

Als u het begin van de Bijbel de beide boeken van Genesis en Exodus leest, ziet u hoe God alles geschapen heeft. Hoe God de mens een pracht plekje op aarde gaf, waar geen voedsel of ruimteprobleem heerste. U leest daar ook hoe de mens ontrouw is geworden en hoe het kwaad in deze schepping is binnengedrongen. In Exodus kunt u lezen hoe God Z’n volk verlost uit de slavernij in Egypte en het brengt naar het land Kanaän of Palestina. God had grote plannen met dat volk. Uit Israël zou namelijk de Verlosser geboren worden. Het moest laten zien wat het betekent een volk van God te zijn. Maar het volk faalde hopeloos.

Hier in Jesaja trekt God een vergelijking tussen hen en het vee, en dan blijkt het vee verstandiger te zijn dan de mensen. Een rund kent immers zijn eigenaar, het loopt in de wei al naar de boer toe als hij er aan komt. Een ezel weet tenminste waar en van wie hij zijn voedsel krijgt. Israël dacht echter niet aan de zorgen die God aan hen besteed had. Wij mensen doen alsof er geen God in de hemel is. We doen alsof we eigen baas zijn hier op aarde. We hebben de evolutietheorie uitgevonden, we zijn uit de dieren geëvolueerd en zijn zogezegd ontwikkeld. Dat moet echter wel een neerwaarts gerichte evolutie zijn geweest.

Diep in ons hart weten we natuurlijk wel dat er een God is, maar we willen aan Hem liever niet denken. Want als er een God is, dan zullen we eenmaal voor Hem rekenschap hebben af te leggen. De stem van ons geweten leggen we daarom het zwijgen op. En hoe beroerd ’t in de wereld ook toegaat – en het gaat steeds beroerder – we kloppen onszelf trots op de schouder, want we kunnen toch heel wat. Onderwijl echter is iedere koe in de wei een aanklacht. Zo’n beest is verstandiger dan de mens, die God de rug heeft toegekeerd.

Heeft u God gedankt voor uw gezondheid? ‘Daar zorgt de dokter toch voor!’ zegt u misschien. Heeft u God gedankt voor uw eten? ‘Daar werk ik toch voor!’ Zo kunnen we doorgaan. En toch houdt diezelfde God, waar u geen gedachte aan wilt wijden, die Schepper, die u niet wenst te erkennen, deze schepping nog in stand en zorgt nog dat uw voedsel groeit. Bovenal zond diezelfde God Zijn Zoon, Jezus Christus, om voor uw zonde te sterven, opdat wanneer wij ons niet meer dommer dan de dieren zouden willen gedragen, u met Hem weer in contact zou kunnen komen.

Diezelfde God roept u op om u tot Hem te bekeren vóór het te laat is en Hij de afrekening aan deze wereld gaat presenteren. Dit is geen dreigement, maar realiteit. In het verleden heeft de wereld ook de rekening van haar ontrouw en zonde gepresenteerd gekregen in de zondvloed. In de toekomst zal het weer gebeuren in het eindoordeel, dat deze wereld zal treffen.

 

 

Daarom roepen we u op uw schuld voor God te belijden en Jezus Christus als uw Heiland te aanvaarden.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Advertenties

Boodschap 24 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

.

 

 

WEE DE ZIEL

 

VAN DE EVOLUTIONISTEN,

 

DIE VOLGENS HUN WIJSHEID

 

NIET GELOVEN IN EEN SCHEPPING,

 

EN ZO DE AANWEZIGHEID

 

VAN EEN ALMACHTIGE GOD

 

ONTKENNEN

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Schiep God door middel van evolutie?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Schiep God door middel van evolutie?

 

 

geloof en wetenschap

 

 

De Bijbel vertelt ons dat God de aarde in zes dagen schiep, en dat de planten en dieren ‘naar hun aard’ (Hebreeuws: miyn, ook wel ‘soort’) werden geschapen. De verschillende typen planten en dieren werden dus apart geschapen, en hoewel er uit één type meerdere soorten kunnen ontstaan, is er dus geen sprake van grootschalige gezamenlijke afstamming, zoals de evolutietheorie stelt. Bovendien was de tijdschaal van de schepping veel te kort om evolutie plaats te laten vinden.

Hoewel de Bijbel en evolutie diametraal tegenover elkaar staan, zijn sommige christenen toch zó onder de indruk van het ogenschijnlijk overtuigende bewijsmateriaal voor evolutie, dat ze naar allerlei manieren zoeken om toch in evolutie en de miljarden jaren te kunnen geloven. (Al hebben maar weinigen dit bewijsmateriaal goed onderzocht.) Eén van de meest toegeeflijke compromisposities is theïstisch evolutionisme.

Het idee is dat God evolutie gebruikte als scheppingsmethode. De mate waarin God hier actief bij betrokken is geweest varieert van theïstisch evolutionist tot theïstisch evolutionist, maar allemaal accepteren ze de miljarden jaren en grootschalige gezamenlijke afstamming. Dus waarom niet schepping en evolutie? Kan God niet gewoon gebruik gemaakt hebben van evolutie als manier om ons te scheppen? Nee. Evolutie en geloof in de Bijbelse God zijn onverenigbaar.

 

 

 

Tegen het karakter van God

 

Theïstisch evolutionisme levert een totaal verkeerd beeld van het karakter van God. De God van de Bijbel is goed (Lucas 18:19) en alles wat Hij doet is volmaakt (Deut 32:4). Maar hoe is de God van theïstisch evolutionisme?

Evolutie staat in schril contrast met Gods volmaaktheid. Evolutie door mutaties en natuurlijke selectie is een verschrikkelijk wreed proces. Honderden miljoenen jaren lang hebben dieren geleden, hebben dieren elkaar bestreden, bejaagd en gedood, zijn dieren om het leven gekomen door ziekte, honger of predatie.

De ‘voorwaartse stappen’ in de evolutie als gevolg van natuurlijke selectie zijn ten koste gegaan van miljoenen individuen die de strijd om het bestaan en succesvolle voortplanting verloren hebben. Degenen die te zwak waren zijn genadeloos verdelgd. De geschiedenis van het leven is er één van ongekend veel pijn, ziekte, lijden, dood en talloze uitstervingen.

 

 

 

 

De evolutionaire tijdlijn: Het ontstaan van de mens werd vooraf gegaan door honderden miljoenen jaren van natuurlijke selectie, pijn, ziekte, predatie en dood. De god van miljoenen jaren van evolutie en natuurlijke selectie is wreed en bloeddorstig. Zelfs atheïsten zien deze grote tegenstrijdigheid in. Darwin zelf noemde de werken der natuur (natuurlijke selectie) klunzig, verspillend, blunderend, laag en verschrikkelijk wreed.

De atheïstische bioloog  en Nobelprijswinnaar Jacques Monod zei:

Natural selection is the blindest, and most cruel way of evolving new species […] because it is a process of elimination, of destruction. The struggle for life and elimination of the weakest is a horrible process, against which our whole modern ethics revolts. An ideal society is a non-selective society, is one where the weak is protected; which is exactly the reverse of the so-called natural law. I am surprised that a Christian would defend the idea that this is the process which God more or less set up in order to have evolution.
Jacques Monod, “The Secret of Life,” Interview met Laurie John, Australian Broadcasting Co., 10 juni 1976

 

De filosoof David Hull schreef:

Whatever the God implied by evolutionary theory and the data of natural history may be like, He is not the Protestant God of waste not, want not. He is also not a loving God who cares about His productions. He is not even the awful God portrayed in the book of Job. The God of Galápagos is careless, wasteful, indifferent, almost diabolical. He is certainly not the sort of god to whom anyone would be inclined to pray.
Hull, David L., “The God of the Galápagos,” review van Darwin on Trial, Nature, vol. 352 (August 8, 1991), p. 486

 

De god van de evolutie kan dus onmogelijk een goede, liefhebbende God zijn.

 

 

 

Is God verantwoordelijk?

 

Op dit moment is de wereld een verschrikkelijke plaats om op te leven.2 Maar als (theïstisch) evolutionisme klopt, is dat altijd al zo geweest. Als het altijd zo is geweest, en het zelfs de scheppingsmethode is geweest… dan is God verantwoordelijk voor al deze ellende. Dan is God de schuldige van dit alles.

De Bijbel leert ons echter iets anders. Tijdens de schepping observeerde God meerdere malen dat het ‘goed’ was (Genesis 1:4, 10, 12, 18, 21, 25), en nadat Hij zijn werk voltooid had zelfs ‘zeer goed’ (1:31). Ook staat er dat God de dieren ‘het groene kruid’ als voedselbron gaf (1:30), dus er was geen predatie.

Het is ook zeer waarschijnlijk dat de dieren met een ziel oorspronkelijk niet dood gingen. Maar door toedoen van de mens kwam hier verandering in. Bij de zondeval keerde de mens God de rug toe, en bracht daarmee al de ellende in de wereld die we nu zien. De mens, niet God, is dus verantwoordelijk.

 

 

 

Conclusie

 

De God van de Bijbel is goed, liefhebbend en zorgzaam, maar de god van evolutie is wreed en gemeen. De Bijbel zegt dat pijn, predatie en dood pas bij de zondeval in de wereld kwamen, en de mens is hiervoor verantwoordelijk. Maar theïstisch evolutionisme behelst dat deze verschrikkelijke dingen er honderden miljoenen jaren voor het ontstaan van de mens al waren, en dat God dus verantwoordelijk is. De christelijke God kan onmogelijk evolutie hebben gebruikt om het leven te scheppen.

 

.

Referenties en voetnoten

 

  1. Gould, Stephen Jay, “Darwin and Paley Meet the Invisible Hand,” Natural History, vol. 99 (November 1990), p. 12
  2. Richard Dawkins weet het goed te omschrijven: ‘The total amount of suffering per year in the natural world is beyond all decent contemplation. During the minute that it takes me to compose this sentence, thousands of animals are being eaten alive, many others are running for their lives, whimpering with fear, others are being slowly devoured from within by rasping parasites, thousands of all kinds are dying of starvation, thirst and disease.’Dawkins, Richard, “God’s Utility Function,” Scientific American, vol. 273 (November 1995), pp. 80‑85.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Het zonnelied van Fransiscus van Assisi

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Het Zonnelied (Italiaans : Cantico del Frate Sole) is een gebed uit de rooms-katholieke traditie geschreven door de heilige Franciscus van Assisi.

 

 

Franciscus schreef dit gebed aan het einde van zijn leven vermoedelijk in de lente van het jaar 1225, toen hij zwaar ziek lag in San Damiano en de pijnlijke tekenen van stigmata vertoonde. Het Zonnelied bezingt de schepping in termen van broeder en zuster.

Opmerkelijk is dat hij in het loflied niet alleen de mooie aspecten van de schepping weergeeft, maar ook ziekte en zelfs de dood een plaats in het leven van de christen weet te geven. De tweede encycliek van paus Franciscus (2015) heeft als titel Laudato Si, naar de begintekst van de coupletten.

 

 

 

 

 

Originele Italiaanse tekst

 

Altissimu onnipotente bon signore,

tue so le laude, la gloria e l’honore et onne benedictione.

Ad te solo, altissimo, se konfano,

et nullu homo ene dignu te mentovare.

Laudato sie, mi signore, cun tucte le tue creature,

spetialmente messor lo frate sole,

lo qual’è iorno, et allumini noi per loi.

Et ellu è bellu e radiante cun grande splendore,

de te, altissimo, porta significatione.

Laudato si, mi signore, per sora luna e le stelle,

in celu l’ài formate clarite et pretiose et belle.

Laudato si, mi signore, per frate vento,

et per aere et nubilo et sereno et onne tempo,

per lo quale a le tue creature dai sustentamento.

Laudato si, mi signore, per sor aqua,

la quale è multo utile et humile et pretiosa et casta.

Laudato si, mi signore, per frate focu,

per lo quale enn’allumini la nocte,

ed ello è bello et iocundo et robustoso et forte.

Laudato si, mi signore, per sora nostra matre terra,

la quale ne sustenta et governa,

et produce diversi fructi con coloriti flori et herba.

Laudato si, mi signore, per quelli ke perdonano

per lo tuo amore,

et sostengo infirmitate et tribulatione.

Beati quelli ke ’l sosterrano in pace,

ka da te, altissimo, sirano incoronati.

Laudato si, mi signore, per sora nostra morte corporale,

da la quale nullu homo vivente pò skappare.

Guai a quelli, ke morrano ne le peccata mortali:

beati quelli ke trovarà ne le tue sanctissime voluntati,

ka la morte secunda nol farrà male.

Laudate et benedicete mi signore,

et rengratiate et serviateli cun grande humilitate

 

 

 

Nederlandse vertaling

 

Allerhoogste, almachtige, goede Heer,

van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegen.

U alleen, Allerhoogste, komen zij toe

en geen mens is waardig uw naam te noemen.

Wees geprezen, mijn Heer met al uw schepselen,

vooral door mijnheer broeder zon,

die de dag is en door wie Gij ons verlicht.

En hij is mooi en straalt met grote pracht;

van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.

Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind

en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde,

door wie Gij het leven van uw schepselen onderhoudt.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water,

die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur,

door wie Gij voor ons de nacht verlicht;

en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde,

die ons voedt en leidt,

en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.

Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde

vergiffenis schenken, en ziekte en verdrukking dragen.

Gelukkig wie dat dragen in vrede,

want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood,

die geen levend mens kan ontvluchten.

Wee hen die in doodzonde sterven;

gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,

want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.

Prijs en zegen mijn Heer,

en dank en dien Hem in grote nederigheid

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De geschiedenis van de aarde volgens de Bijbel

Standaard

De geschiedenis van de aarde volgens de bijbel

 

 

 

 

 

– De schepping (het hele tijdruimte continuüm) is het ontwerp van God, Degene die buiten tijd en ruimte staat en alles kan overzien. Hij heeft het universum perfect gemaakt, met de mens als hoogtepunt en als beheerder aangesteld over de schepping. (Genesis 1 en 2)

– De mens maakte door zijn ongehoorzaamheid scheiding tussen de oneindig goede Schepper en Zijn creatie. De mens had, en heeft nog steeds,  de verantwoordelijkheid om goed voor de aarde te zorgen. God wilde de inspiratie van de mens zijn, maar de mens onttrok zich aan Gods leiding door te kiezen voor autonomie, waardoor hij de benodigde wijsheid en leiding van zijn Schepper moest gaan missen. (Gen. 3)

– Door de schuld van de mens, vanwege ongehoorzaamheid, kwam er een oordeel over hem en de schepping. God trok zijn levenskracht terug. De mens mocht niet meer van de boom des levens eten. Vanaf dat moment kwamen er schadelijke mutaties in alle levende organismen. Mensen gingen elkaar naar het leven staan (Gen. 4). Maar God had al een plan klaarliggen. In Gen. 3:14,15 verzekert Hij dat ‘de slang’ (Satan, de bron van het kwaad)  zijn kop vermorzeld zou worden door ‘het zaad’ van de vrouw. Jesaja (7:14-9:6,7) profeteerde later dat een jonge vrouw een zoon zou krijgen en dat Hij de namen ‘God met ons’, ‘Wonderbaar’, ‘Raadgever’, ‘Sterke God’, ‘Eeuwige Vader’ en ‘Vredevorst’ zou krijgen.

– De mens bleef hardnekkig zijn eigen weg kiezen en keerde zich steeds meer tegen zijn Schepper. Dit bracht God zover dat Hij de hele aarde onder water liet lopen door een wereldwijde overstroming, om vervolgens opnieuw te beginnen met Noach (en zijn gezin), die als enige zuiver was gebleven. Van die grote watervloed zien we nu nog steeds de gevolgen: bergen, grotten, aardlagen, ravijnen, fossielen, ijskappen, enz. (Gen. 6 – 8)

– Na de overstroming wilden de mensen zich niet over de aarde verspreiden, zoals God geboden had. Ze keerden zich tegen hun Schepper en dachten zich rustig te kunnen vestigen in een vallei. God bracht echter verwarring in hun taal, waardoor de basis taalgroepen ontstonden. Er kwam onbegrip en scheiding onder de mensen. Nu moesten ze zich wel verspreiden. Hierdoor ontstonden ook de bevolkingsgroepen zoals Aziaten, Afrikanen, Indianen, Aboriginals, enz. (Genesis 11)

– God besloot dat één man (Abraham) een volk (Israël) zou voortbrengen dat als voorbeeld en uitgangspunt moest dienen voor Zijn grote verzoeningsplan: de omwisseling. Offers van onschuldige dieren die de schuld van de mensen op zich namen, waren voorbodes van het Grote Offer: de onschuldige mens Jezus de Gezalfde (Messias, Christus), een nakomeling van Abraham, die zijn leven gaf voor ons leven. Hij nam onze schulden op zich en stelde ons volledig schadeloos. Door Zijn offer is de totale overwinning over het kwaad en de dood beschikbaar geworden (Hebreeën 8:1-10:18). En wij mogen met Hem meewerken om de schade te herstellen. ( Efeziërs 1)

– De uiteindelijke oplossing en complete schriftvervulling, het uitkomen van alle profetieën, is de laatste fase van onze geschiedenis, die nog moet plaatsvinden. Het huidige tijdruimte continuüm wordt dan helemaal vernieuwd. Het kwaad wordt vernietigd, samen met al zijn aanhangers en ieder schepsel dat niets van zijn Schepper wil weten. Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en zij die God liefhebben zullen voor altijd bij Hem zijn. (Openbaring 21 en 22)

 

 

Romeinen 1: 20

Want sinds de schepping van de wereld wordt het onzichtbare van God duidelijk gezien en begrepen door de dingen die gemaakt zijn, Zijn eeuwige kracht en Zijn Goddelijkheid, zodat zij (de mensen) geen excuus hebben.

 

 

 

Exodus 20: 11a

Want in zes dagen heeft de Heer de hemel, de aarde en de zee en al wat ze bevatten gemaakt.

 

 

 

Genesis 7: 18-20

Het water op aarde nam steeds maar toe, hoger en hoger steeg het, en de ark dreef op het water. Het water bleef voortdurend toenemen, zelfs de hoogste bergen kwamen onder te staan. Tot vijftien el daarboven reikte het water,
de bergen stonden helemaal onder.

 

 

 

Hebreeën 11: 6

…en zonder het geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn; wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij allen beloont die Hem (grondig) (onder)zoeken.

 

 

 

Johannes 3: 16

Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

 

 

 

Galaten 4: 4-7

Maar toen de tijd rijp was, heeft God zijn Zoon gestuurd… [om ons te redden] …zodat wij als zonen geadopteerd mochten worden. En omdat jullie zonen zijn, heeft God de Geest van Zijn Zoon in jullie harten gegeven, waardoor je hem “Vader” mag noemen. Dan ben je dus niet meer een slaaf maar een zoon en als je een zoon bent, dan ben je ook erfgenaam van God, door Christus.

 

 

 

Johannes 1: 12

…wie Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, dat zijn degenen die in Zijn Naam geloven.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Bijbel en astrologie

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Belangrijk voor ons als christenen is wat de Bijbel over de schepping zoals de  sterrenhemel zegt. Wat dat laatste betreft kunnen we stellen dat de Schrift heel wat over de sterren zegt, maar dan in heel andere zin dan de astrologie dat doet.

 

 

4a1c24081a4da6ec1a78f39d3116755b_medium

 

 

Astrologie houdt de vergoddelijking van het heelal in, maar volgens de Bijbel is de schepping het werk van God en dat tot zijn eer. Dat laatste geldt voor Israël (Js.43: 7), maar ook voor de hele schepping (vgl. Op 4: 11).

a. De zon, maan en sterren als scheppingen verkondigen Gods eer: Ps Ps. 8: 4,5; 19: 1,5; 33: 6; 148: 3;150: 1.

De sterren worden als vergelijkingsmateriaal gebruikt: Gn 15: 5; Dt. 28: 62 (zo zal uw zaad zijn).

Nooit wordt de sterrenhemel als een soort ‘profetisch materiaal voorgesteld.

 

b. God gebruikt zon, maan en sterren maar dan als beelden (zie Gn 37: 9; Op 12: 1). Christus wordt aangekondigd als een ster (Nm 24: 17), voorgesteld als de Morgenster (Venus) en de Zon van de Gerechtigheid. Hij wordt aangewezen door een ster (Mt 2: 2).

Engelen worden als sterren voorgesteld (Jb 38: 7; Ri 5: 20; Op 9: 1). Er wordt gesproken over het heir des hemels (Js 34: 4;40:: 26; zie ook Op 1: 16; Dn 10: 5,18; 7: 13; 12: 3). Let ook op de beeldspraak in Ps 19: 1-7. Wij gebruiken zulke beeldspraak ook in bijvoorbeeld dat iemand het zonnetje in huis is. Maar dat alles heeft niets met astrologie te maken.

 

c. De Bijbel spreekt over sterrenbeelden zoals men die kende en benoemd had, bijvoorbeeld:

Pleiaden (Zevengesternte) en Orion (Am 5: 8);

de kamers van het Zuiden (Jb 9: 9);

de tekens v.d. Dierenriem zoals de Beer o.a. in Jb 38: 31,32 ;

zie Js 13: 10 voor de uitdrukking ‘sterrenbeelden’.

 

 

Pleiades

Pleiades

 

 

d.De Schrift sluit daarbij aan bij het bekende spraakgebruik en gebruikt slechts de benamingen, maar meer ook niet. Hiervan geldt hetzelfde als van Apollos die zijn heidense naam ‘verderver’ behoudt maar zonder de betekenis van die naam in zich op te nemen. God gebruikt de opvatting van de wijzen uit het Oosten (Mt 2: 10) om zijn Zoon te doen huldigen (vgl. Ps. 72: 10,11). Een opvatting die mogelijk nog verband houdt met de profetie van Bileam (Nm 24: 17).

 

e. De Schrift waarschuwt tegen afgoderij met het heir des hemels (Dt 4: 15-19) en veroordeelt deze afgoderij : {Am 5: 26; Hd 7: 43 (stergod); 2 Kn 17: 16; 21: 3-5.; Jr 7: 16-20; 8: 2; 19: 13; Zf 1: 5( ‘heir des hemels’); Ez. 8: 16 ( ‘zon’)}. De Bijbel waarschuwt voor sterrenwichelarij ( Jr 10: 2), veroordeelt die (Jb 31: 26-28; Js 47: 13; vgl. Ez 21: 21) evenals de waarzeggerij ( Lv 19: 32,26; 20: 6; Dt 18: 10-13; Js 44: 25).

 

 

 

Gevaren van het raadplegen van een horoscoop

 

Het trekken van een horoscoop is dus baarlijke nonsens, maar het raadplegen ervan is beslist geen onschuldige zaak. Er zijn gevaren aan verbonden, zoals:

a. het gevaar van zelfvervulling van de horoscoop. Als de horoscoop inhoudt dat men zich op een bepaalde tijd niet goed zal gaan voelen, dan gaat men zich dat ook inbeelden. Men gaat minder eten, wordt slapeloos en dergelijke. Het kan dus kwalijke lichamelijke en geestelijke gevolgen hebben.

b. in plaats van zijn vertrouwen op God te stellen doet men dat op de leugen van de sterrenwichelarij . Zo zet men een deur open voor satan.

c. het kan leiden tot het komen in een occulte sfeer en men kan occult belast worden, door openstelling van de geest, voor satanische invloeden.

 

 

 

 

 

Onze toekomst

 

Niet de sterrenwichelarij, niet de een of andere horoscoop bepaalt onze toekomst maar God doet dat. We hebben daarvan een prachtig voorbeeld in het leven van Jozef. Lees wat zijn broers en anderen allemaal met hem gedaan hebben en lees hoe hij alles ziet in het ware licht van God ( Gn. 45: 1-8).

Bedenk wat er staat in Js 46: 9, 10 :’ Ik immers ben God, en er is geen ander God, en niemand is Mij gelijk, Ik die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is’. Laten we ons aan die God toevertrouwen voor dit leven en voor de eeuwigheid!

 

 

 

Citaten uit de  Bijbel over Astrologie, Horoscopen en Occultisme 

 

 

Jesaje 8: 19

 

Dus waarom probeert u de toekomst te leren kennen door spiritisme en waarzeggerij? Luister niet naar dat geklets en gemompel. Kunnen de levenden van de doden iets over de toekomst leren? Waarom vraagt u het uw God niet?

 

 

Jesaja 47: 12 – 14

 

Roep de horden boze geesten maar op, die u al die jaren hebt aanbeden. Doe een beroep op hen om u te helpen opnieuw angst in veler harten te zaaien.
U hebt raadgevers genoeg; uw astrologen en sterrenkundigen, die u proberen te vertellen wat in de toekomst gebeuren gaat.
Maar zij zijn net zo nutteloos als gedroogd gras dat verbrand wordt. Zij kunnen zichzelf niet eens verlossen! Van hen zult u echt geen hulp krijgen. Zij zijn een kolenvuur, waaraan u zich niet kunt warmen en dat geen licht geeft om bij te zitten.

 

 

Psalm 119: 105

 

Uw woord is een stralend licht, dat mij de weg door het leven wijst.

 

 

 

Leviticus 19:26

 

Laat je niet in met waarzeggerij en wolkenschouwerij.

 

 

Jeremia 10:2

 

Hoor het woord dat de Here tot u lieden spreekt, o huis Israëls. Zo zegt de Here: Leert de weg der heidenen niet, en ontzet u niet voor de tekenen des hemels, dewijl zich de heidenen voor dezelve ontzetten.

 

 

 

Deuteronomium 4:19

 

En dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heer des hemels aanziet en u laat verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen, die de Here, uw God, heeft toebedeeld aan alle volken onder de ganse hemel.

 

 

 

Deuteronomium 8:10-12

 

Onder u zal niet gevonden worden, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet doorgaan, die met waarzeggerijen omgaat, een huichelaar, of die op vogelgeschrei acht geeft, of tovenaar, of een bezweerder, die met bezwering omgaat, of die een waarzeggende geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt.Want ieder die deze dingen doet, is de Here een gruwel, en ter wille van deze gruwelen drijft de Here, uw God, hen voor u weg.

 

 

 

 

 

Hoe zit het dan met de ster van de wijzen?

 

In deze geschiedenis uit Mattheüs 2 zien we iets van de neerbuigende goedheid van God. Hij wilde de wijzen bij de Heere Jezus brengen en heeft in zondaarsliefde deze mannen willen aanspreken in hun taal. Zo ver wilde de Heer gaan. Overigens is het niet zozeer hun astrologische kennis, als wel de openbaring van de Heilige Geest die hen heeft doen zien wat de betekenis was van deze buitengewone verschijning aan de hemel.

 

 

 

Met welk doel heeft God de hemellichamen gemaakt?

 

In Genesis 1:14, 15 staat: God zei: ’Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde’.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Liber Divinorum Operum : visioen 4

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

Hildegard

 

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

 

Liber Divinorum Operum 4

 

 

 

Hildegard vervolgt met een gedetailleerde beschrijving van het vierde visoen:

“De redelijke ziel brengt talrijke woorden voort die weerklinken zoals de boom zijn takken vermeerdert en zoals de takken uit de boom voortkomen, zo ontspruiten de krachten van de mens aan zijn ziel. De werken die zij in samenwerking met de mens volbrengt, welke deze ook mogen zijn, lijken op de vruchten van een boom.

De ziel heeft in werkelijkheid vier vleugels (geestelijke vermogens):

de zinnen (voelen),

de kennis (waarnemen),

de wil (willen)

en het verstand (denken).”

 

Haar overwegingen betreffende de mens te midden van de natuur voeren Hildegard terug tot de tijd van de schepping. “Toen God de mens zag, zag Hij dat hij goed was; had Hij hem niet naar zijn eigen beeld en gelijkenis geschapen? Het was aan de mens middels de stem van de rede de goddelijke wonderwerken te verkondigen! De mens is de volheid van het werk Gods, de mens kent God, want God heeft in hem alle schepselen geschapen, en Hij heeft hem toegestaan Hem in de kus van de ware Liefde en door de rede te loven en te prijzen; maar er ontbrak de mens een hulp aan hem gelijk.

God gaf hem deze hulp in de spiegel die de vrouw is. Zij verborg in zich het hele menselijke geslacht, dat zich in de energie van de goddelijke kracht moest ontwikkelen; in deze energie had hij de eerste mens geschapen. Daarom komen man en vrouw tezamen, om aan elkaar hun werk te voltrekken, want zonder de vrouw zou de man niet als zodanig worden herkend, en omgekeerd.

De vrouw is het werk van de man, de man is het instrument van troost voor de vrouw en geen van hen kan afzonderlijk leven. De man duidt op de goddelijkheid, de vrouw op de menselijkheid van de Zoon van God.” Zo hebben al deze visioenen een diepe eenheid van God en Zijn werk, of het nu om de mens gaat of om de kosmos.

 

 

Daaraan ontlenen zij hun grootsheid:

 

“De ziel, zolang zij in het lichaam verblijft, voelt Gods aanwezigheid omdat zij uit God voortkomt, maar zolang zij haar taak onder de schepselen vervult, ziet zij God niet. Als zij de werkplaats van haar lichaam heeft verlaten en oog in oog met God komt te staan, zal zij haar ware karakter en haar vroegere afhankelijkheid van het lichaam kennen. Zij wacht dus vol ongeduld op de jongste dag van de wereld, want het omhulsel waarvan zij houdt en dat haar eigen lichaam is, heeft zij verloren.

Als zij het heeft teruggekregen, zal zij samen met de engelen het luisterrijke aangezicht Gods zien. ” “De mens is het omhulsel dat mijn Zoon in Zijn koninklijke macht omhult, om God van de hele schepping en leven van leven te lijken.” “God heeft in de gedaante van de mens zijn gehele werk vastgelegd.”

 

Het vierde visioen van Liber Divinorum Operum is geheel gewijd aan het bezielde schepsel, de mens. Het visioenbeeld geeft in metaforen te kennen, hoe de ziel in het lichaam werkt.

De ziel heeft twee krachten, waardoor zij zowel het werk als de rust van haar ijverig streven met gelijke sterkte beheerst. Met de ene (kracht) stijgt zij omhoog, waar zij God ervaart. Met de andere (kracht) neemt zij het gehele lichaam waarin zij bestaat, in bezit om daarin te werken. Want het is de ziel tot vreugde om in het lichaam werkzaam te zijn. Daartoe is zij immers door God gemaakt. En door dat werk van het lichaam snelt de ziel naar haar vervolmaking.

Het menselijke lichaam is als het ware een afspiegeling van de geschapen wereld als geheel, het universum. In haar visioen zag Hildegard de mensengestalte staande in het midden van de cirkels der elementen. Zoals de armen en benen het lichaam van de mens in evenwicht houden temidden van alle natuurkrachten, zo houdt de ziel het innerlijk van de mens in evenwicht. Maar zoals het lichaam gemaakt is om te bewegen, zo staat ook de ziel niet stil. Zij is voortdurend in beweging, net zoals de winden in het uitspansel, die het wereldgebouw in evenwicht houden.

De ziel vliegt in de mens met vier vleugels, namelijk met het waarnemingsvermogen (sensualitas), met het verstand (intellectus) en met de kennis van het goede en het kwade (scientia boni en scientia mali). Zo werkt de ziel met de zintuiglijke waarneming volgens de smaak van het vlees (lichaam); door het verstand onderscheidt zij waarlijk haar werken, of die God of de mensen welgevallig zijn. Door de twee vleugels der kennis van het goede en kwade voltooit de mens elk werk in de ziel. Daardoor wordt getoetst welke werken door de geest verlossing door God verlangen en welke door het vlees het eerbetoon van de mensen begeren.

 

 

 

De levensweg van de ziel 

 

Was in Scivias de pelgrimsreis van de ziel op aarde verteld als een beeldverhaal, in Liber Divinorum Operum blijkt dat Hildegard in staat was een geleerd betoog te schrijven. Toch bleef zij concrete beelden gebruiken om uit te leggen wat zij bedoelde zoals een boom met takken of de ziel als een gevleugelde vogel. Wat zij opnieuw wilde verkondigen was, dat de mensenziel haar edele staat en haar opdracht ontleent aan haar goddelijke afkomst. Daardoor neemt zij deel aan de rede (rationalitas) en kan zij beschikken over woorden en taal om zich te uiten en haar werk bekend te maken. Na een lang leven van bidden en werken, schreef Hildegard:

 

“Immers, de met rede begiftigde ziel brengt met deze klank woorden voort om die te vermenigvuldigen, zoals een boom zijn takken vermenigvuldigt. En uit haar (de ziel) komen alle krachten van de mens voort, zoals uit de boom zijn takken. En zo worden ook de werken die door de mens verricht worden, naar hun hoedanigheid bekend, zoals de vruchten van de boom gekend worden. De ziel heeft immers vier vleugels, namelijk waarnemingsvermogen (sensus) en kennis (scientia), wil (voluntas) en verstand (intellectus). Door de vleugel van de waarneming merkt zij dat zij gewond is.

Zij neigt immers tot wat het vlees behaagt, waardoor zij altijd koerst op onbestendige wind. Door de vleugel der kennis heeft het lichaam, wetend dat het door de ziel leeft, verlangen om te werken. En door de vleugel van de wil verlangt de ziel ernaar om met het lichaam te werken, daar zij ziet dat dit ervoor gemaakt is. Maar door de vleugel van het verstand (her)kent de ziel de vruchten van al die werken, of zij nuttig zijn of nutteloos, en weet zij in hoeverre deze het eeuwige (leven) te wachten staat.

Doordat deze vier vleugels met de kennis van goed en kwaad van voren en van achteren ogen hebben, vliegt de ziel als een vogel voorwaarts door de kennis van het goede als de mens het goede doet, achteruit door de kennis van het kwade als de mens slechte werken doet.”

 

Hoewel de beelden die Hildegard in Liber Divinorum Operum gebruikte verschillen van die in Scivias, is de inhoud van haar zielkunde dezelfde gebleven, maar zij is dieper doordacht en diepzinniger uitgedrukt. Meer dan vroeger benadrukte Hildegard in haar latere werk de gespannen verhouding tussen de ziel en het lichaam. Het lichaam trekt de ziel omlaag met haar zintuigen die het aardse zoeken. De ziel moet het lichaam moeizaam meetorsen terwijl zij opwaarts wil streven naar haar goddelijke oorsprong en bestemming.

 

 

ldo22

 

 

 

ldo23

 

 

 

ldo24

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

Evolutie, filosofie en religie

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Bij de ‘Big Bang’ of ‘oerknal’ denken veel mensen aan een moment waarop uit het niets plotseling iets ontstond dat explodeerde. Zo eenvoudig is het echter niet. Wetenschappers hebben een hypothese opgesteld die een begin uit ‘niets’ zou moeten verklaren. Men gaat daarbij uit van de mate waarin het heelal nu uit lijkt te dijen en rekenen dat dan terug tot op het moment dat alles bij elkaar zou hebben gezeten, ongeveer 13,7 miljard jaar geleden.

 

 

De problemen met deze hypothese:

 

  • Het is maar de vraag of het heelal eigenlijk wel uitdijt.
  • Het ‘horizonprobleem’: De grootte van het heelal is min of meer bekend en het licht van de ene kant van het heelal heeft de andere kant al bereikt. Maar er is niet genoeg tijd voor geweest om het licht die afstand te laten afleggen. Dat wordt verklaard door het heelal in het begin heel snel te laten uitdijen en later minder snel. Maar wat zorgde ervoor dat het ineens langzamer ging.
  • Als het heelal op een bepaald moment begonnen is met uitzetten dan zou het nu een soort ‘schil’ moeten zijn. Maar dat is niet zo, het hele heelal is gevuld. Daar komt nog bij dat sterrenstelsels gegroepeerd zijn en dat is niet logisch als het heelal begonnen is zoals sommige oerknaltheorieën suggereren.
  • Er zouden veel magnetische monopolen moeten voorkomen, maar die worden niet gevonden. Een magnetische monopool is een hypothetisch elementair deeltje dat één magnetische pool (een monopool) bevat – slechts een noord- of een zuidpool, niet allebei. Hun bestaan wordt voorspeld door diverse kosmologische en natuurkundige theorieën, maar pogingen om ze te vinden zijn tot nog toe tevergeefs gebleken.
  • Gas dat heet wordt zet uit. Maar sterren en sterrenstelsels zouden zijn ontstaan uit ronddraaiende, krimpende gaswolken. Een krimpende gaswolk wordt heter en zet dus weer uit… Dat kan dus niet zo gebeurd zijn.
  • Sterren en sterrenstelsels draaien, maar niet allemaal dezelfde kant op. Dat is een probleem: Als alles uit één draaiende massa moet zijn ontstaan, zouden ze allemaal dezelfde kant op moeten draaien.

 

Zo kun je wel doorgaan. Alle problemen worden met een nieuwe theorie ‘verklaard’ of door aan te nemen dat er iets is wat men nog niet gezien heeft (‘donkere materie’, ‘donkere energie’ of meerdere dimensies bijvoorbeeld), maar er is nog steeds geen enkele vaststaande oerknaltheorie.

De Bijbel zegt dat God het op een bepaald moment maakte en dat is op dit moment de meest logische verklaring.
Tot nu toe is er in ieder geval nog geen enkel feit bekend dat de tekst van de Bijbel op enig punt volledig tegenspreekt.

 

.

Het begin van het leven

 

Hoe de basisbouwstenen van het leven ooit spontaan bij elkaar gekomen zouden zijn, blijft een raadsel. Sinds Darwin met zijn ‘Oorsprong der soorten’ kwam is er nog nooit iemand geweest die heeft kunnen aantonen dat de eerste levende cel zou kunnen zijn ontstaan uit ‘dode’ materie.

Louis Pasteur bewees eerder het tegendeel door te laten zien dat leven alleen uit leven voortkomt. Het ‘stof’ waaruit wij door God gemaakt zijn, gaat niet vanzelf bij elkaar zitten op de manier die nodig is voor het leven zoals wij dat nu kennen. De creatieve kracht van de Schepper is een onmisbaar element.

Op dit moment zijn alle hoofdsoorten strikt gescheiden en het ontstaan van nieuwe organen is nog door niemand waargenomen. Gen 1:24 – “En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.”Eenvoudig gezegd: je kunt heel veel variaties tegenkomen van het basistype ‘hondachtige’, maar het blijft een hondachtige.

 

 

Het begin van de theorie

 

Het is niet toevallig dat de theorie die God ‘overbodig’ maakt voor het ontstaan van onze planeet, populair is geworden in een tijd waarin mensen koningen zat waren. Het juk van de autoriteit die boven hun gesteld was, werd ze te zwaar. En in veel gevallen was dat terecht, maar de reactie van veel mensen om dan ook maar het gezag van God en de Bijbel in twijfel te trekken baande de weg voor de evolutietheorie.

 

 

 

 

Enkele grondleggers van de evolutietheorie:

 

 

 

Men gebruikt vaak de algemene term ‘evolutietheorie’, maar eigenlijk is dat een verzameling van verschillende theorieën. Sommige mensen komen met het argument dat evolutie wel degelijk plaatsvindt. Dat klopt, maar het begrip ‘evolutie’ in de betekenis van ‘verandering’ of ‘aanpassing’ hoeft zelfs voor een christen geen probleem te zijn. Er is heel veel verandering in de natuur, dat heeft God zo gemaakt. Sterker nog, het feit dat er zoveel variatie is in de verschillende kenmerken van levende wezens is alleen maar sterk bewijs voor een steengoed ontwerp!

 

 

Natuurlijke selectie

 

Charles Darwin schreef in zijn boek The Origin Of Species: “Ik heb dit principe, waarbij iedere kleine variatie, mits nuttig, wordt behouden, Natuurlijke Selectie genoemd.” Hij concludeerde dat alle levensvormen aan elkaar verwant zijn. Hij dacht dat we allemaal afstammen van een enkele cel, die mogelijk ergens in een plasje water ontstaan is. Hij wist nog niets van wat er allemaal plaatsvindt binnenin de cellen waaruit alle levende organismen zijn opgebouwd.

Hij wist niet beter dan dat de cel een klein slijmerig bolletje was. Als hij geweten had wat wij nu weten over cellen, had hij heel wat meer moeite gehad om zijn theorie vorm te geven. Mutaties zijn vaak schadelijk voor een organisme en worden meestal niet op volgende generaties overgedragen, omdat er een goed ontworpen foutdetectiemechanisme in cellen zit (waar mutaties wel worden overgedragen spreken we van erfelijke ziekten – die volgens de Bijbel het gevolg zijn van de zondeval).

Maar variaties in het erfelijk materiaal die wel een bruikbare eigenschap opleveren zijn slechts nuttig om de soort te laten overleven in een veranderende omgeving (zoals een langere staart, een groter snaveltje, of een andere kleur huid). Dit soort variaties voegen geen nieuwe informatie toe.

 

 

In de schoolboeken

 

Wat wordt onze kinderen, of jou als student voorgehouden in de schoolboeken? Vinden we daarin de ‘bewijzen’ voor evolutie van eenvoudig naar complex? Laten we beginnen met een vreemd verschijnsel. Zie ook het volgende plaatje waarin verschillende door Haeckel getekende dierenembryo’s en een mensembryo naast elkaar zijn gezet. Dit keer met echte foto’s van de embryo’s eronder. Je ziet duidelijk het verschil.

Daar komt nog bij dat Haeckel de beesten die hij gebruikte in het voorbeeld bewust uitgekozen heeft omdat die het meeste op de mens lijken in een bepaald stadium. Hij heeft voor de amfibieën bijvoorbeeld een salamander gekozen, terwijl een kikker in dat stadium er heel anders uitziet. Sterker nog, hij heeft ook het stadium van ontwikkeling gekozen waarin de embryo’s het meest op elkaar lijken. In een vroeger stadium is er juist weer meer verschil.

 

 

 

 

     Haeckel

 

Haeckel beweerde ook dat een embryo van een mens in een vroeg stadium kieuwspleten heeft. De tekeningen die hij maakte waren duidelijke vervalsingen en hij werd daarvoor in zijn eigen tijd al onderuit gehaald. We weten nu dat de huidflapjes die Haeckel voor kieuwen aanzag bij de mens helemaal niets met ademhaling te maken hebben.

 

 

Jonge studenten worden nog steeds met deze propaganda geconfronteerd. Door sommigen worden de schijnbare overeenkomsten toch nog gezien als bewijs voor gemeenschappelijke afstamming. Als er al vergelijkbare structuren zijn, dan zijn die veel beter te verklaren door uit te gaan van een gemeenschappelijk ontwerp.

 

 

Rudimentaire organen als bewijs? Dit zijn organen die niet helemaal ontwikkeld zijn of niet (meer) goed functioneren. De Bijbelse benadering: God heeft ze ergens voor gemaakt maar wij weten niet waarvoor, of ze hebben hun functie verloren. Er wordt vaak verondersteld dat de walvis afstamt van een soort landdier en dat hij nu nog botjes heeft die overgebleven zijn van wat ooit achterpoten waren. De botjes op zich zeggen ons niet dat ze ooit achterpoten geweest zijn.

Daar komt nog bij dat we van de walvis weten dat de botjes wel degelijk een functie hebben, net als de zogenaamde ‘rudimentaire achterpoten’ van een slang. Als ze ergens voor dienen, maar nu niet meer zo goed werken, dan is het een heel logische conclusie dat ze vroeger misschien beter gewerkt hebben, maar dat is nog geen bewijs voor evolutie van eenvoudig naar complex.

 

 

De appendix (hangt aan de blindedarm) en staartwervels hebben wel degelijk belangrijke functies. Zonder appendix heb je minder weerstand tegen ziektes en aan de staartwervels zitten veel belangrijke spieren. Is dit bewijs voor evolutie? Nee. Alle ‘rudimentaire organen’ hebben een functie of hebben die eens gehad.

 

 

Vinden we in fossielen dan bewijs voor ontwikkeling?

 

 

Men is tot deze conclusie gekomen omdat organismen die in hogere lagen in de aardkorst zitten jonger en over het algemeen ook complexer zijn dan organismen die in lagere lagen zitten. Men neemt aan dat de aardlagen gedurende een hele lange tijd gevormd zijn (het uniformitarisme van James Hutton: geologische processen gaan langzaam ), zodat er tijd is voor de veronderstelde evolutionaire ontwikkeling.

Bij deze denkwijze wordt geen rekening gehouden met de Zondvloed, de Grote Overstroming uit de Bijbel. In een dergelijke wereldwijde overstroming zouden de meeste lagen in enkele maanden tot jaren gevormd kunnen zijn. Bij het indelen van de aardlagen moet rekening gehouden worden met de reeds aanwezige lagen van vóór de zondvloed, maar ook de lagen die ontstaan zijn door vulkaanuitbarstingen en overstromingen van ná de zondvloed.

Evolutiegelovigen zoeken ‘overgangsvormen’. Gevonden skeletten van ‘aapmensen’ waren van uitgestorven apensoorten, misvormde mensen, of vervalsingen. Er worden wel af en toe ‘schakels’ aangedragen. Zo nu en dan wordt er een fossiel gevonden dat een overgangsvorm “zou kunnen zijn”, bijvoorbeeld tussen reptielen en vogels. Maar hier en daar een enkel veronderstelde overgangsvorm is nog geen bewijs voor een complete ketting. Voor een doorslaggevend bewijs heb je een nagenoeg onafgebroken stroom van aaneensluitende, steeds complexere vormen nodig en die is er gewoon niet.

 

Geologische ‘tijdschaal’?

 

 

 

De ‘geologische tijdschaal’ is nergens op aarde compleet. Hier en daar vinden we een aantal lagen boven elkaar, maar nooit de totale veronderstelde geschiedenis van de aarde. Zou dat wel zo zijn dan zou hij zo’n 150 km dik moeten zijn. Waar ze zo mooi op elkaar liggen zou je eerder de conclusie trekken dat ze snel na elkaar gevormd zijn in een grote overstroming en vulkaanuitbarstingen.  Wanneer we de geschiedenis van de Zondvloed lezen, dan zien we een wereldwijde overstroming die precies dezelfde gevolgen had, maar dan op zeer grote schaal.

Zo groot zelfs dat vele levende wezens in de ramp omkwamen, snel begraven werden en fossiliseerden. We vinden vaak dode beesten in groepen bij elkaar begraven in allerlei verwrongen standen, alsof ze daar gedeponeerd zijn door een grote watersnoodramp. Dan werden ze bedekt met sediment en vervolgens fossiliseerden ze. Een proces dat altijd snel verloopt. Als een dood dier langzaam bedekt zou worden met sediment, zou het verrotten of worden opgegeten door aaseters.

Vinden we fossielen in deze volgorde in de aardlagen? Vaak wel, maar zeker niet overal. Tijdens de Zondvloed kunnen eenvoudige organismen eerst en ingewikkelde later begraven zijn, afhankelijk van: 1) Waar ze leefden 2) Hun drijfvermogen 3) Of en hoe snel ze konden vluchten en 4) Hun intelligentie. In welke aantallen ze voorkwamen tijdens de ramp bepaalt ook nog eens hoeveel we ervan in het fossielenarchief terugvinden.

Dat eenvoudige organismen vaak lager begraven liggen is om bovenstaande redenen te verwachten als je uitgaat van een wereldwijde overstoming. Op grond van het Bijbelse scenario kun je voorspellen dat levende wezens die sneller, groter en intelligenter zijn, ook later begraven worden. Mensen kunnen het langst van alle levende wezens vluchten voor natuurgeweld.

 

 

 

 

Misbruik

 

Hitler maakte misbruik van de evolutietheorie om te kunnen discrimineren. Wetenschappers weten nu wel dat alle mensen hetzelfde zijn; dezelfde kleurstof in de huid, alleen in verschillende tinten. Dat alle mensen dezelfde oorsprong hebben stond echter al lang in de Bijbel: (Hand. 17:26) “Hij maakte uit één man alle volken van mensen om te leven op de aarde.”

Niet alleen Hitler maakte misbruik van deze filosofie, maar ook andere dictators hebben geprobeerd mensen naar hun hand te zetten door op een sluwe manier op ze in te spelen. Het zit hem natuurlijk niet in de filosofie of religie zelf, maar in de mens die hem misbruikt voor zijn eigen doeleinden zoals macht, geld, seks, enz.

Romeinen 1:21,22,25
“Hoewel ze God kenden, verheerlijkten ze Hem niet en waren niet dankbaar; ze werden afvallig door hun verbeelding en hun dwaze hart werd verduisterd… Hoewel ze zich voordeden als wijs, werden ze dwaas. Ze veranderden de waarheid van God in een leugen en aanbaden en dienden het schepsel meer dan de Schepper.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

God blijft altijd spreken.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

clouds-02

.

.

 

Hebreeën 1:1-2 > Het Boek

 

In het verleden heeft God op vele manieren door de profeten tot onze voorouders gesproken. Maar nu, in onze tijd, heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon, aan Wie Hij alles heeft gegeven en door Wie Hij de wereld heeft gemaakt.

Toen God de schepping tot stand gesproken had, is Hij niet gestopt met spreken. Hij sprak op vele manieren tot de mens, onder het Oude Verbond veelal via Zijn profeten. De Woorden die God gesproken heeft, zijn opgetekend in de Bijbel, het neergeschreven Woord van God. God zij dank, dat we vandaag beschikken over de Woorden die God duizenden jaren geleden tegen de mens gesproken heeft.

Ondanks dat de mens in opstand is gekomen tegen Zijn Schepper, sprak God dat Hij voor een oplossing zou zorgen. Hij is Zelf mens geworden in Christus Jezus en heeft de straf die wij als mensen verdienden op Zich genomen. Niet alleen sprak Hij Woorden van verlossing, vergeving en bevrijding, maar ook Woorden van genezing.

Al die beloften, al die Woorden van redding zijn beschikbaar in de onzichtbare wereld, doordat Jezus het volmaakte offer heeft gebracht. God heeft in alles voorzien wat wij als mensen nodig hebben.

 

 

 

1 Petrus 2:24 Groot Nieuws Bijbel

 

Hij heeft onze zonden gedragen, lijfelijk op het kruishout. Daardoor zijn wij bevrijd van de zonden en mogen we leven in een goede verstandhouding met God. Door zijn wonden bent u genezen.

In de onzichtbare wereld bent u genezen, uw genezing is een geestelijke waarheid. Deze geestelijke waarheid kunt u zichtbaar maken door Gods Woord over uw leven en uw lichaam uit te spreken. God heeft het gesproken bij monde van Zijn profeten. God spreekt tot ons door het volbrachte werk van Jezus.

God spreekt tot ons door het volbrachte werk van Jezus. Eén daad zegt meer dan duizend woorden. Wat Jezus op aarde deed, getuigt van Gods grote liefde en bewogenheid. Zijn beloften zijn geen loze woorden. Als u nadenkt over wat Jezus voor u persoonlijk deed aan het kruis, zal u dit aanspreken. Laat het u diep aanraken.

Maar Hij antwoordde en zei: er staat geschreven, niet alleen van brood zal de mens het echte leven hebben, maar van alle Rhema woord, dat de mond van God uitgaat. (Mattheus 4:4 )

In de Griekse taal gebruikt men voor “woord”, 2 verschillende namen. Jammer genoeg is dit niet duidelijk gemaakt in de meeste Nederlandstalige Bijbelvertalingen. Men gebruikt “Logos”, wanneer men het geschreven woord bedoelt, of het woord dat in het verleden is gesproken. En men gebruikt “Rhema”, als men doelt op het nù gesproken woord.

God spreekt nog steeds tot ons. Het geschreven Logos Woord kan een Rhema Woord, een nù gesproken woord, worden. God spreekt en openbaart Zijn Logos Woord, door de Heilige Geest. Bidt daarom, telkens u Zijn Logos Woord – de Bijbel – leest, dat God via Zijn Geest tot u spreekt.

God spreekt tot ons, doordat Jezus toen Hij op aarde was, elke zieke genas. God wil nog steeds hetzelfde doen. Alhoewel Jezus, het vlees geworden Woord van God, vandaag niet meer zichtbaar in ons midden is, is Hij nog wel geestelijk, met Zijn Woord en Zijn Geest aanwezig. Als u dat Woord gelooft en begint uit te spreken, dan wordt uw genezing vroeg of laat zichtbaar.

De Bijbel leert ons dat wij naar het beeld en gelijkenis van God geschapen zijn en zeggenschap hebben over de aarde (Genesis 1:26 )God sprak dingen tot stand en u kunt net als Hem, dingen tot stand spreken. Uw lichaam is gemaakt van het stof der aarde, u heeft daar dus zeggenschap over. Als u het Woord, dat God heeft uitgesproken over uw lichaam, in geloof, gaat uitspreken, dan zult u uiteindelijk dingen tot stand zien komen.

Als Gods Woord zegt: “door Zijn striemen zijt gij genezen,” (1 Petrus 2:24) dan is genezing precies wat God reeds beschikbaar gemaakt heeft voor u, in de geestelijke, onzichtbare wereld. Uw genezing is al lang een waarheid, is al lang voorzien, in de onzichtbare, geestelijke wereld. Spreek het uit over uw stoffelijk lichaam en zie uw lichaam genezen.

 

.

 

GEBED

 

“Hemelse Vader, dank U wel, dat u reeds lang voorzien hebt in mijn genezing. Het ligt klaar voor mij in de geestelijke wereld en nu spreek ik het tot stand in de zichtbare wereld. Genezing is voor mij. Ik heb zeggenschap over mijn lichaam en ik gebied het te genezen in Jezus Naam. “

.

.

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria