Tagarchief: schepping

Openbaring les 4: Wat is een nieuwe hemel en nieuwe aarde?

Standaard

Categorie: religie

 

 

ACHTERGROND

 

Gelovigen zijn “allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Tim.4:8). Het is niet logisch dat iemand zou beweren Jezus lief te hebben en daarbij niet zou verlangen naar Zijn terugkeer. Daarom is het eind van het boek Openbaring net zo bemoedigend. Gelovigen zijn, zowel in de tijd van Johannes als vandaag de dag, voorbestemd om voor eeuwig met Hem te leven en de verwachting van die gemeenschap met Hem zou hun grootste vreugde moeten zijn. De Gemeente zal nooit bevredigd zijn totdat ze “zonder smet of rimpel of iets dergelijks, heilig en smetteloos” voor God zal staan (Ef.5:27). Tegelijkertijd staat er een andere realiteit te wachten voor degenen die niet verlost zijn. Hun komende eeuwige toestand is net zo echt als die van de verloste mensen. Om die reden geeft Jezus nog een laatste uitnodiging tot berouw in inkeer voor Hij Zijn openbaring doorheen de apostel Johannes afsluit.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1-8)

 

Bij het openen van het 21ste hoofdstuk zijn alle zondaren uit alle tijden, en satan en zijn demonen, veroordeeld tot de poel van vuur (20:10-15). Nadat God alle goddeloze mensen en engelen verbannen heeft en het huidige universum vernietigd is (20:11), zal God een nieuwe plaats scheppen waar de verlosten en de heilige engelen voor eeuwig kunnen wonen. De openbaring van Christus aan de apostel Johannes is een beschrijving van deze woonplaats. Dat op een dag alles nieuw zal worden gemaakt is om verschillende redenen een bemoedigende boodschap van zekerheid aan de gelovigen, zowel uit de tijd van Johannes als die van vandaag de dag.

Ten eerste zullen gelovigen geroepen worden om met Christus in een glorieuze plaats te wonen. Dit zal een gloednieuwe, nooit eerder geziene weergave zijn van Gods kracht. God schiep de aarde oorspronkelijk als een geschikte woonplaats voor de mensheid. De ingang van de zonde besmette echter de aarde en het universum waardoor God deze uiteindelijk zal vernietigen (20:11). Omdat door dit oordeel de eerste hemel en de eerste aarde heen zullen gaan, moet God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Binnen in deze nieuwe schepping zal er een centrale plaats of hoofdstad zijn.

Deze zal het nieuwe Jeruzalem genoemd worden en zal heel anders zijn dan het Jeruzalem dat Johannes of wijzelf kennen. Het oude Jeruzalem, dat toen Johannes dit visioen kreeg al 25 jaar in puin lag, is ook bevlekt met zonde en maakt daardoor deel uit van de oude schepping. De nieuwe plaats zal een heilige stad zijn voor God, omdat iedereen die er zal wonen heilig zal zijn (20:6). Wanneer God deze nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken zal het nieuwe Jeruzalem uit het heilig universum neerdalen (21:10) en dienen als de eeuwige woonplaats voor alle verlosten. Dat zulk een plaats zal dienen als een huis voor de verlosten, blijkt uit de beschrijving die Johannes geeft over het nieuwe Jeruzalem als zijnde “een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is” (21:2).

Johannes zag een bruid die voor haar man sierlijk is gemaakt, omdat het tijd was voor de voltooiing van alle dingen. Tegen deze tijd zal de Gemeente bewaard zijn in een waar geloof en zij die God vrezen, zich bekeerd hebben van hun zonden en hem in dit leven trouw hebben gevolgd, zullen het voorrecht genieten om voor eeuwig met Hem te mogen leven in het komend leven. Wanneer er een einde zal zijn gekomen aan alle aardse dingen, zal de inleiding van de hemel verwelkomd worden met Gods Gemeente die voor Hem gepresenteerd wordt als een mooie bruid die gereserveerd is voor haar echtgenoot.

In deze nieuwe schepping zal de “de tent (tabernakel) van God” bij de mensen zijn “en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (21:3). Dit zal in de verlossingsgeschiedenis een nooit eerder geziene demonstratie zijn van Gods glorieuze aanwezigheid bij Zijn volk. God zal letterlijk Zijn tent opzetten onder het volk. Hij zal niet langer transcendent, op verre afstand van hun wonen. Hier zal de gelovige genieten van volmaakte gemeenschap met God. De onvolmaakte, door zonde gehinderde gemeenschap die gelovigen nu in dit leven hebben met God (1 Joh.1:3) zal dan volkomen, volledig en onbegrensd zijn in de hemel. Daar zullen ze de majesteit van Gods buitengewone bestaan zien en kennen, terwijl ze hun Schepper volmaakt zullen aanbidden.

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn omdat dat de hemel (de nieuwe schepping) dramatisch anders zal zijn dan deze huidige wereld. Dit wordt duidelijk in de omschrijvingen van Johannes. Daar in de hemel zullen de gelovigen ervaren dat God “alle tranen van hun ogen” zal afwissen (21:4). Omdat er “geen verdoemenis” is “voor hen die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1) zal er niets zijn om spijt van te hebben – geen rouw, geen jammerklacht en geen moeite. Hierom zullen zij die bij God wonen niet één traan meer laten in de hemel. De dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn” (21:4). De grootste vloek in het menselijk bestaan zal er niet meer zijn! “De dood is verslonden” beloofde Paulus (1 Kor.15:54).

Zowel satan, die de macht had over de dood (Heb.2:14) als de dood zelf, zullen in de poel van vuur geworpen worden (20:10, 14). Deze volmaakte heiligheid en afwezigheid van zonde die de hemel zullen kenmerken, vertalen zich in een wereld die vrij is van alle pijn, verdriet en gejammer. Al deze veranderingen die de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen kenmerken, geven aan dat “de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (21:4). De oude menselijke ervaring die betrekking heeft op de gevallen schepping is voor eeuwig voorbij samen met alle rouw, leed, verdriet, ziekte, pijn en dood die de zondeval kenmerkte. Christus zal in die dagen wonderbaarlijk “alle dingen nieuw” maken (21:5).

 

 

De inwoners van de nieuwe hemel

en de nieuwe aarde (Openbaring 21:6-8; 22-27)

 

De gehele geschiedenis is gegroeid naar dat goddelijk moment waarin alles nieuw wordt gemaakt. Bij haar voltooiing zal alles volbracht zijn. Daarom zei de majestueuze stem van Degene die op de troon in de hemel zit tegen Johannes: “Het is geschied” (21:6). God begon de geschiedenis en Hij zal die voleindigen en alles ervan verloopt volgens Zijn plan. Zij die zullen wonen in de nieuwe hemel en nieuwe aarde worden met twee zinnen hier in hoofdstuk 21 beschreven. Als eerste wordt een inwoner van de hemel omschreven als iemand die “dorst heeft” (21:6). Zij zullen “hongeren en dorsten naar de gerechtigheid” (Matt.5:6).

De belofte aan de oprechte zoeker is dat zijn dorst bevredigd zal worden. God zal “voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens” (21:6). Doorheen de Bijbel symboliseert dit water het eeuwige leven (Joh.4:34-14; 7:37-38; Op.22:17). Zij die dorsten en oprecht zoeken naar verlossing zijn degenen die het zullen ontvangen en de eeuwige hemelse gelukzaligheid zullen genieten.

Ten tweede behoort de hemel ook aan “wie overwint” (21:7). Deze overwinnaars zullen zij zijn die gedurende dit leven trouw hun reddend geloof in de Here Jezus Christus hebben versterkt. Overwinnend en volhard in het geloof zullen deze personen “alles beërven” (21:7). Zij zullen “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt” ontvangen (1 Pet.1:4).

Ze zullen in de gelukzaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor altijd genieten van een volmaakte ziel (Heb.12:23) en volmaakt lichaam (20:6; Rom.8:23; 1 Kor.15:34-44; 2 Kor.5:2; Fil.3:21). Maar het meest geweldige voor degene die overwinnen en dorsten naar rechtvaardigheid is Gods belofte: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn” (21:7). Ondanks dat de gelovige in dit leven al het voorrecht geniet om geadopteerd te zijn als Gods zoon, zal het pas bij het binnengaan van de hemel de volledige werkelijkheid van deze adoptie ervaren (Joh.1:12; Rom.8:14-17; 2 Kor.6:18; Gal.4:5; Ef.1:5).

Zij die het eeuwig geluk zal ontzegd worden, worden omschreven als “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Degenen wiens leven gekenmerkt wordt door zulke dingen geven blijk dat zij niet gered zijn en nooit de hemelse stad zullen betreden. ”Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In contrast met de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen in de hemel zullen de zondaars voor eeuwig gekweld worden in de hel. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde staan enkel gelovigen te wachten, terwijl de uiteindelijke hel al de verrezen ongelovigen te wachten staat. Daarom bepalen de tegenwoordige keuzes van mannen en vrouwen in welke plaats ze voor eeuwig zullen leven.

 

 

De glorie van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:22-27)

 

Eenmaal in de nieuwe hemel en aarde zullen de verlosten onmiddellijk met glorieus ontzag staan in de nieuwe stad Jeruzalem. Daarbinnen in de stad zal er “geen tempel” zijn, want “de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam” (21:22). De goddelijke aanwezigheid zal de gehele nieuwe hemel doordringen en nergens begrensd zijn tot één plaats. Daarom zullen gelovigen nooit naar een ander huis moeten gaan om te bidden. Tot in de eeuwigheid zullen gelovigen voortdurend in de aanwezigheid van God zijn. Nooit zal er een moment zijn dat ze niet in de volmaakte heilige aanwezigheid van “de almachtige God en het Lam” leven (21:22). Het leven van de gelovigen zal louter bestaan uit aanbidding van God.

Al deze aanbidding zal in Gods glorie gebeuren. Anders dan deze aarde, die volledig afhankelijk is van de zon en de maan, zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde niet afhankelijk zijn van zulk licht. De zon en de maan zullen niet nodig zijn om licht te voorzien, “want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp” (21:23). Onder zulk licht zullen alle gelovigen uit elke taal, stam en natie samengebracht worden – zowel Joden als heidenen (21:24). Al de verlosten zullen verenigd worden als Gods volk waarbij eenieder gelijkwaardig is in de eeuwige hoofdstad.

Zulk een gelijkwaardigheid onder de verlosten zal ook ervaren worden in complete veiligheid. Er zal in de eeuwigheid geen nacht meer zijn en de poorten van Jeruzalem zullen nooit meer gesloten moeten worden (21:25). Het zal een plaats van rust, veiligheid en verfrissing zijn waar Gods volk zal “rusten van hun inspanningen” (14:13). Ook zal alles in de hemel heilig zijn. Er zal in het nieuwe Jeruzalem dus niets onrein zijn en “ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens” (21:27). De enigen die daar zullen verblijven zijn degenen wiens naam in het boek des levens geschreven staan.

 

 

Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De laatste uitnodiging (Openbaring 22:12-17)

 

De hemel zal slechts een selecte groep mensen huisvesten. Enkel de verlosten zullen dit beërven en voor eeuwig met God regeren. En omdat Christus geduldig is en niet wil dat er niemand verloren gaat (2 Pet.3:9) verlangt Hij ernaar om de ongelovigen hier in de verzen 12-17 nog een laatste oproep tot berouw en inkeer te geven. De volledige canon van de Bijbel eindigt daarom op dit punt met een dringende oproep voor zondaren om tot Jezus Christus te komen en voor het te laat is de vrije gift van eeuwig leven te ontvangen. Want Christus komt spoedig (22:12) en wanneer Hij komt zal het zijn als een dief in de nacht (2Pet. 3:10). Voor de verlosten is dit een grote bemoediging. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde” zal komen met beloningen in Zijn hand “om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13).

Iedere gelovige zal door trouw aan Christus eeuwige beloningen ontvangen. De beloningen waar de gelovigen van zullen mogen genieten in de hemel, bestaan uit de mogelijkheden om God te dienen. Dus hoe groter hun trouw is geweest in dit leven, hoe meer mogelijkheden ze zullen krijgen om God in de hemel te dienen (cf. Matt.25:14-30). Wat een vreugdevolle gelegenheid zal dat zijn. De verlosten zullen voor eeuwig gezegend worden en een volledige en voor altijddurende toegang hebben tot God. Wanneer ze door de poorten van het nieuwe Jeruzalem willen gaan, zullen ze dat eender wanneer kunnen doen en wanneer ze van de boom des levens willen nemen zullen ze dat dus kunnen doen wanneer ze maar willen (22:14).

Al deze personen zullen op zulk een wijze gezegend worden, omdat God hun gehoorzaam tot aan het eind heeft bevonden, gewassen en gereinigd door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14). Dat zulk een glorieuze toestand staat te wachten op de terugkeer van Christus is de reden waarom de Geest en de bruid (de Gemeente) zeggen, “Kom!” (22:17). Beiden zien ze uit naar de terugkeer van Christus om de verlosten te verzamelen. De Gemeente wordt vermoeid door de strijd tegen zonde en verlangt er, samen met de Geest, naar om Jezus Christus verheerlijkt, verhoogd en geëerd te zien worden. Zoals men kan zien is de hemel erg exclusief en huisvest ze enkel degenen die gereinigd zijn van hun zonden door geloof in Jezus Christus. Daarentegen zullen alle anderen buiten het nieuwe Jeruzalem in de poel van vuur verblijven (20:15; 21:8). Omdat “wat onrein is” niet de mogelijkheid zal hebben om in te komen zullen “alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” het voorrecht gegeven worden om het nieuwe Jeruzalem toe te treden (21:27).

De personen die buitengesloten zullen worden beschrijft Christus als honden en worden verder omschreven als “de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (22:15). Iemand die een van deze zonden liefheeft en herhaaldelijk een van deze zonden doet, koppig eraan vastklampt en Christus’ uitnodiging tot verlossing afslaat, zal in de poel van vuur geworpen worden. Toch laat Christus Zijn schepping niet los. De zin: “Laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” nodigt al degenen die de Geest en de bruid horen uit om hen te vergezellen in hun verlangen naar Christus’ terugkeer. Degene die met geloof hoort en vertrouwd is degene die gered zal worden.

Door hun gehoorzaamheid aan het Evangelie zullen zij die zich bekeren samen met de Geest en de bruid, omdat ze verlangen naar Zijn glorie – en hun eigen verlossing van zonden – in een volmaakte heilige omgeving, uitzien naar Christus’ terugkeer. Aan degenen die de oproep van Christus gehoorzamen, dorsten naar vergeving en zich bekeren van hun zonden biedt Christus “voor niets” “het water des levens” aan (22:17). Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan al degenen die horen en geloven dat Jezus de prijs voor hun zonden betaalde door Zijn opofferende dood aan het kruis (Rom.3:24).

 

Conclusie

 

Dat Christus spoedig zal terugkeren, is een uiterst zekere waarheid. Ondanks dat “de hemel en de aarde zullen voorbijgaan” zal Gods Woord “beslist niet voorbijgaan” (Luk.21:33). Of de mensen nu wel of niet deze komende realiteit begrijpen en geloven, toch zal ze gaan gebeuren omdat deze woorden “betrouwbaar en waarachtig” zijn (22:6). Voor degenen die Gods geboden bewaren, overwinnen en trouw blijven tot aan het eind ligt er een eeuwige onbeschrijflijke beloning te wachten in de hemel. Anderzijds zullen zij die geen aandacht geven aan Christus’ uitnodiging tot berouw en inkeer buitengesloten worden van het nieuwe Jeruzalem en daardoor dus ook voor eeuwig de aanwezigheid van God missen. Daarom zou iedere gelovige ernaar moeten streven om iedere dag godvruchtig te leven en voortdurend bemoedigd te zijn door Christus’ belofte: “zie, Ik kom spoedig” (22:12).

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat moest Christus nog doen met betrekking tot de eindtijd?

 

Als de les begint, zullen alle zondaren van alle tijden, als wel satan en zijn demonen, veroordeelt zijn naar de poel van vuur (20:10-15). Na alle goddeloze mensen en engelen verwijderd te hebben en het huidige universum vernietigd (20:11), is alles wat nog gedaan moet worden door God, het maken van een nieuwe plaats voor Zijn kinderen en de heilige engelen om voor eeuwig te wonen. Christus’ openbaring aan de apostel Johannes is een beschrijving van zulk een woonplaats. Deze plaats zal gekend worden als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

 

 Waarom wordt het nieuwe Jeruzalem de heilige stad genoemd?

 

Wanneer God deze nieuwe hemel en de nieuwe aarde maakt, zal een nieuw Jeruzalem in het midden van dat heilige universum neerdalen (21:10) en dienen als een woonplaats voor degene die in alle eeuwigheid verlost zijn. Niet als het oude Jeruzalem van vandaag, die besmet is door zonde als de rest van de wereld, zal die nieuwe Jeruzalem een heilige stad voor God zijn, omdat iedereen die er in leeft heilig zal zijn (20:6). Alles wat schoongewassen is of nieuw gemaakt is, zal toegestaan worden in de nieuwe schepping te blijven. Aangezien niets dat onrein is toegestaan zal worden om binnen te gaan, zal de gehele hemel volmaakt heilig zijn.

 

 

 Wie zal er in de nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen wonen?

 

Als God de nieuwe schepping maakt en de huidige schepping tot een einde brengt, zullen alleen degene die trouw op het evangelie gereageerd hebben binnen mogen gaan. Aan het einde van Openbaring verwijst Christus naar deze individuen als degene die dorst hadden en overwonnen hebben. Degene die hun hopeloosheid en verloren toestand apart van Christus realiseren, hongeren naar de rechtvaardigheid die alleen door Hem voorzien wordt, zullen met eeuwig leven gezegend worden. God zal hen vinden met berouw over hun zonden, God vrezende en trouw Hem tijdens dit leven volgende. Omdat ze vol passie verlossing zoeken en bewijzen loyaal aan Gods Zoon te zijn, zullen ze de eeuwige zegen van de hemel ontvangen.

 

 

 Hoe zal de relatie van de gelovige met God in de nieuwe schepping zijn?

 

Het zal een zegen zijn om in de hemel te mogen zijn, omdat gelovigen steeds in de aanwezigheid van God zullen zijn. Er zal geen moment zijn dat ze niet in een volmaakt heilige relatie staan met de “de Heere, de almachtige God, en het Lam” (21:22). De “tent van God” zal “bij de mensen” zijn, “en zij zullen Zijn volk zijn” en Hij zal “hun God zijn” (21:3). God zal letterlijk Zijn tent onder Zijn mensen opzetten; Hij zal niet langer ver weg zijn. Hier zal de gelovige in staat zijn van om volmaakte gemeenschap met God te genieten.

 

 

 Hoe zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde anders zijn van deze huidige aarde?

 

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn door het feit dat de hemel enorm zal verschillen met de huidige wereld. Christus zal in die dagen “alle dingen nieuw” maken (21:5). Hij zal alle tranen afwissen, omdat er niets is waarvoor we bang moeten zijn of spijt van zullen hebben. Alles zal volmaakt gemaakt worden en de wereld zal volledig vrij van zonde zijn. Omdat satan en de dood in de poel van vuur geworpen waren (20:10, 14), zal de wereld vrij van alle pijn, leed en huilen zijn.

 

 

 Wie zal er niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnen mogen gaan?

 

Degene die afgewezen worden om van dit heelal van eeuwige blijdschap te genieten, worden hier beschreven als de “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Hun levens die zo gekenmerkt werden met zulk een herhaaldelijke zonde, geeft bewijs dat ze niet verlost zijn en nooit de hemelse stad zullen binnengaan. Integendeel, “hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In tegenstelling tot de eeuwige zaligheid van de gerechtigheid in de hemel, zullen de goddelozen eeuwige kwelling in de hel te verdragen hebben.

 

 

 Hoe zal aanbidding zijn in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?

 

Omdat ze in Gods aanwezigheid blijven, zal alle aanbidding ook voortdurend gedaan worden in het stralende licht van Gods heerlijkheid. Niet zoals de huidige aarde, zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen nood hebben aan licht van de zon en de maan. Zulk een licht zal niet nodig zijn, omdat de heerlijkheid van God het nieuwe Jeruzalem zal verlichten en zijn lamp zal het Lam zijn (21:23). Onder dat licht zullen alle verlosten verenigd zijn als Gods kinderen, waarbij iedereen volledig gelijk is en van volledige rust en veiligheid kan genieten. Daar zullen zij de grote majesteit van Gods wonderlijk wezen zien en kennen, terwijl zij volmaakt aanbidden en hun Maker dienen.

 

 

 Waarom is de komst van Christus bemoedigend voor de gelovige?

 

Voor degene die ware gelovigen zijn is dit bemoedigend. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,” komt met een beloning in de hand, gereed om “aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13). Iedere gelovige zal eeuwige beloningen gegeven worden, gebaseerd op hun trouw in het dienen van Christus in hun leven. Zulke individuen zullen op deze manier gezegend worden, omdat God hen gehoorzaam achtte tot het einde, schoongewassen door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14).

 

 

 Waarom wilden de Geest en de Bruid Christus verlangend uitnodigen om te komen?

 

Dat zo een glorieuze staat wacht op de komst van Christus, is waarom de Geest als de Bruid (welke de kerk is) roepen, “Kom!” (22:17). Beide verwelkomen de gedachte van Christus’ terugkomst om degene te verzamelen die hun vertrouwen op Hem gesteld hebben. De gemeente wordt moe van de strijd tegen de zonde en verlangd, met de Geest, om Christus verhoogt, verheerlijkt en geëerd te zien.

 

 

 Wat biedt Christus aan degene die zich aansluiten bij de

Geest en de Bruid en wachten op Zijn komst?

 

Aan degene die gehoorzaam zijn aan Christus roeping, dorsten naar vergeving en bekeren van hun zonden, biedt Christus het “het water des levens” aan (22:17). Doorheen de hele Schrift symboliseert het water eeuwig leven (Joh.4:14-34; 7:37-38; Op.22:17). Daarom is degene die in geloof hoort en gelooft, degene die verlost zal zijn. Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan degene die hoort en gelooft, omdat Jezus de prijst betaald heeft door Zijn offerdood aan het kruis (Rom. 3:24).

 

 

SAMENVATTING

 

Eens zal onze wereld er niet meer zijn, en de sterren die we ’s nachts zien zullen niet langer aan de hemel staan. Ook de maan niet. Vanwege de zonde zal God deze wereld vernietigen, samen met de hemelen. In plaats daarvan zal God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde scheppen. God zal een stad scheppen die het nieuwe Jeruzalem zal heten. God is deze stad voor alle gelovigen aan het voorbereiden, om op een dag er in te leven en er van te genieten. Omdat er niet langer zonde zal zijn, zal er geen gevolgen van zonde meer zijn. Op deze nieuwe aarde zal er geen geween meer zijn, noch dood of pijn. We zullen ons niet langer zorgen hoeven maken dat mensen onze dingen willen stelen of onze familie pijn willen doen. God zal de volmaakte leider zijn van Zijn kinderen. En Gods kinderen zullen volmaakte volgelingen zijn. Maar een ieder die niet voor zijn sterven zijn vertrouwen op Christus stelde, zullen niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnengaan, noch het nieuwe Jeruzalem. In plaats daarvan zullen ze voor eeuwig in de poel van vuur gedaan worden.

Er zijn gevolgen voor zonde. Er zijn ook beloningen voor gehoorzaamheid en geloof waarvan gelovigen eens zullen genieten. Vanwege de zonde van Adam, heeft de mensheid geleefd met de gevolgen van Adams zonde. De straf voor die zonde is de dood en eeuwige scheiding van God. Degene die zich niet aan God heeft onderworpen en zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft, zullen nooit een kans hebben om hun gedachten te veranderen. Zij zullen voor eeuwig in de hel zijn. Terwijl degene die in het werk van Christus vertrouwd hebben en hun leven aan Hem hebben onderworpen, de wonderbaarlijke zegen zullen hebben van eeuwig bij God in de hemel te zijn. Wanneer gelovigen op een dag het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan om eeuwig bij God te zijn, zal Gods volmaakte plan van verlossing volbracht zijn.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De schepping : zo mooi gemaakt.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De schoonheid van de pauw

 

 

 

 

Kleuren worden in de natuur meestal veroorzaakt door pigment. Dat is een stof die een kleur geeft. Maar bij de veer van een pauw gaat het anders. Als je naar gebroken glas kijkt, zie je op het breukvlak allemaal kleuren. Dat komt omdat er kleine verschillen zitten in de hoek waaronder het licht door die vlakjes heen schijnt. Het licht wordt dan ook ‘gebroken’. Dat gebeurt ook bij de veren van deze vogel. Bij een stukje glas is de lichtbreking zodanig dat je willekeurige patronen ziet. Bij de pauwenveer gaat het volgens een specifiek patroon.

 

 

 

 

De overgang van de ene kleur naar de andere, van het ene baardje op het andere is plotseling en gaat volgens een bouwplan. Dat staat zo geprogrammeerd in de genen van de pauw. In de genetische informatie van de pauw zit een code. Het is een taal die door ingewikkelde moleculaire ‘machines’ vertaald wordt naar een veer met prachtige vormen en kleuren die wij kunnen zien met onze ogen en hersenen die op zich weer gevormd zijn door een programma dat zo is geschreven dat wij van die kleuren en vormen kunnen genieten!

 

 

 

 

Probeer het je maar eens voor te stellen, al die details. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de ogen, de oren, de hersens, het spijsverteringsproces, de mogelijkheid om zichzelf voort te planten, het gedrag van de pauw en nog vele andere kenmerken. Het is al een serieuze uitdaging voor een evolutionist om voor het ontstaan van de gehele pauw een logische opeenvolging van mutaties en selecties te verzinnen, laat staan dat hij of zij kan bewijzen, of zelfs maar aannemelijk maken, dat het ooit echt zo gegaan is. We vinden nergens in de geschiedenis, of in het zogenaamde ‘fossielen- bestand’ een direct bewijs voor de veronderstelde reeks van stappen die geleid zouden hebben tot de huidige pauw.

 

 

 

.

Een waar meesterwerk! Zo’n 200 veren, waarvan er ongeveer 170 een ‘oog’ hebben en ongeveer 30 een T-vorm. Perfect gevormd, geplaatst en stuk voor stuk precies de goede lengte. De T-veren zijn zo gevormd dat de ogen er precies tussen passen. De pauw kan de veren uitvouwen in een waaiervorm met een ronde lijst van donkere T-veren en dan kan hij er ook nog een apart geluid mee maken door ze te laten trillen. Daarvoor heeft hij speciale spieren in zijn achterwerk.

Het is moeilijk voor te stellen hoe al deze schoonheid zou kunnen blijven bestaan, laat staan dat het vanzelf zou zijn ontstaan. De voor evolutie onnodige schoonheid is bewijs voor een creatieve Schepper. Schoonheid is niet nodig om te overleven en de mate van schoonheid in de pauw is zo groot.

 

 

 

 

 

De Bombardeerkever

 

De ongeveer 1,5 cm grote ‘bombardeerkever’ is zo genoemd omdat hij chemicaliën mengt, die hij middels een explosie kan afvuren op een belager. Hij heeft daarvoor twee richtbare buisjes in zijn achterwerk. Iemand die erdoor geraakt werd zei dat het aanvoelde als kokend water. De explosie zou op zich krachtig genoeg zijn om de kever op te blazen, maar dat gebeurt niet.

Men heeft kunnen vaststellen dat het eigenlijk 1000 kleine explosies zijn die zo snel achter elkaar komen dat wij ze horen als één knal. Daarom blijft het kevertje heel. Zo’n mechanisme wordt ook wel eens ‘onherleidbaar complex’ genoemd, omdat elk onderdeel ervan alleen maar nuttig is in samenwerking met de andere onderdelen.

 

 

 

 

Een Apache helikopter is een heel complex apparaat. Maar een gewone huisvlieg zit vele malen ingewikkelder in elkaar dan een Apache helikopter. Hij doet zijn eigen berekeningen voor het opstijgen, landen en navigeren, verzamelt zijn eigen brandstof en gaat daar ook heel efficiënt mee om.

De vlieg is een helikopter die zichzelf voortplant, ondersteboven onder een brug kan hangen of even tegen de zijkant van een wolkenkrabber parkeert, zelfstandig brandstof tankt wanneer het nodig is met het grootste gemak 180 graden draait en de andere kant op vliegt, zichzelf repareert en voor vervangende onderdelen zorgt.

Een aantal professoren en biologen  durven beweren dat zo’n wonder van techniek spontaan kan ontstaan. Je hebt alleen maar de juiste componenten nodig (water, zuurstof, koolstof) en een heleboel tijd en het wonder zal geschieden. In hun dromen.

 

 

 

 

 

“Eenvoudige bacteriën”

 

Het leven zou begonnen zijn met eenvoudige bacteriën maar er is niets eenvoudigs aan de bacteriën die we nu kennen. Er wordt wel eens een voorstelling gemaakt van het ontstaan van de eerste bacterie, maar daarbij moet je zoveel dingen aannemen dat het wederom een volkomen fictief verhaal wordt, zonder enige vorm van bewijs. Veel ééncellige organismen hebben één of meer zweepstaartjes, de flagella.

Zo’n flagellum is eigenlijk een piepklein motortje dat bij sommige bacteriën wel 100.000 omwentelingen per minuut haalt. De onderdelen van deze motortjes zijn daadwerkelijk vergelijkbaar met onderdelen van een door mensen gemaakte motor. Ze hebben een stator, rotor, aandrijfas, propeller en zelfs een cardanas. Ze werken op een soort protonenbatterij en draaien nagenoeg verliesloos.

Ze draaien linksom en rechtsom even hard, kunnen in een kwartslag stoppen en met dezelfde snelheid de andere kant op draaien. Ook dit wondertje is onherleidbaar complex. De onderdelen kunnen niet zonder elkaar. Levende organismen kunnen best wel wat onderdelen missen. Het is evenwel onmogelijk om alle stadia van losse chemische elementaire bouwstenen tot volledig functionele, reproducerende cel alleen al te bedenken, laat staan dat het spontaan zou zijn gevormd.

 

 

 

 

 

In de cel

 

Ondanks dat we heel veel weten over cellen en DNA is het nog steeds niet precies bekend hoe bijvoorbeeld een ei een kip wordt. We weten nu dat het DNA bestaat uit een soort ladder van chemische elementen die op een bepaalde manier gecodeerd zijn. Er zijn startcodes, stopcodes en paragrafen  met tekst die benodigde bouwstenen van ons lichaam beschrijven.

DNA wordt opgerold in de cel en bovenop die opgerolde draden DNA zit nog weer extra codes, die bepaalde ervaringen van moeder op kind overdragen. De groeiende wetenschap van hoe het allemaal in elkaar zit, wekt steeds meer verwondering over het meesterschap dat het heeft voortgebracht. Hoe meer we ervan weten, hoe moeilijker het wordt om te blijven geloven in een evolutionaire afstamming.

De enorme hoeveelheid informatie in het DNA is moeilijk voor te stellen, maar als je een vergelijking wilt maken kun je dat doen met boeken of computerprogramma’s. Het aantal letters in al het DNA in een enkele cel is vergelijkbaar met ongeveer 800 statenbijbels, 6000 romans, 3 Giga -bites aan software of 57.600 uur continu gesproken tekst.

Het DNA lijkt dus op een soort bibliotheek waarin je hele lijf beschreven staat, inclusief de instructies voor hoe en wanneer bepaalde delen in elkaar gezet moet worden. Maar dan nog blijft de vraag hoe de cel ‘weet’ wat hij met die informatie en de resulterende producten moet doen.

 

 

Een complete fabriek

 

De cel waar het DNA zich in bevindt bestaat uit honderden miljarden atomen, die samen een ingewikkelde fabriek vormen waarin allerlei processen plaatsvinden. De cel heeft een centrale geheugenbank die heel precies gelezen en gedecodeerd wordt, lopende banden met assemblagepersoneel waar prefabricatie en modulaire constructie plaatsvindt, proceseenheden, inpak- en verzendafdelingen, robots die bestaan uit duizenden atomen met uitgebreide driedimensionale vormen in honderdduizenden specifieke typen, efficiënte communicatiesystemen, kwaliteitscontrole en reparatiemechanismen.

De complexiteit van een cel is vele malen groter dan die van het grootste fabriekscomplex dat wij als mensen ooit gemaakt hebben. En dan te bedenken dat die complexe fabriek zichzelf in een paar uur helemaal kan kopiëren. Door beschadigingen (mutaties) kunnen er soms dingen misgaan (kanker of misvormingen), maar zo heeft God het oorspronkelijk niet gemaakt. Mutaties kwamen pas nadat Adam en Eva hun verantwoordelijkheid verzaakten en ongehoorzaam werden, waarvoor God hen moest straffen en zich terug moest trekken van Zijn schepping.

 

 

Hier volgen een paar plaatjes van meesterwerken

uit mijn directe omgeving

 

 

 

Met alle kennis die we vandaag de dag hebben van de natuur en hoe cellen werken, kunnen we niet meer met ons volle verstand beweren dat dit alles niet door een onvoorstelbaar intelligent iemand ontworpen en gemaakt is. Hiermee zeg ik niet dat evolutionisten niet intelligent zijn. Je kunt ook met je volle verstand blijven ontkennen dat ontwerp door een Schepper de meest logische conclusie is. Hoe intelligenter je bent, hoe beter je in staat zult zijn om uitvluchten te vinden en die zo onder woorden te brengen dat je de meeste mensen onder tafel praat.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Dommer dan de dieren

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

In het eerste hoofdstuk van het boek Jesaja staat in vers 2 en 3 het volgende:

 

 

‘Hoort, hemelen en aarde, neigt uw oor, want de Here spreekt: Ik heb kinderen groot gebracht en opgevoed, maar zij zijn van Mij afvallig geworden. Een rund kent zijn eigenaar, en een ezel de krib van zijn meester, maar Israël heeft geen begrip, Mijn volk geen inzicht’.

 

Als u het begin van de Bijbel de beide boeken van Genesis en Exodus leest, ziet u hoe God alles geschapen heeft. Hoe God de mens een pracht plekje op aarde gaf, waar geen voedsel of ruimteprobleem heerste. U leest daar ook hoe de mens ontrouw is geworden en hoe het kwaad in deze schepping is binnengedrongen. In Exodus kunt u lezen hoe God Z’n volk verlost uit de slavernij in Egypte en het brengt naar het land Kanaän of Palestina. God had grote plannen met dat volk. Uit Israël zou namelijk de Verlosser geboren worden. Het moest laten zien wat het betekent een volk van God te zijn. Maar het volk faalde hopeloos.

Hier in Jesaja trekt God een vergelijking tussen hen en het vee, en dan blijkt het vee verstandiger te zijn dan de mensen. Een rund kent immers zijn eigenaar, het loopt in de wei al naar de boer toe als hij er aan komt. Een ezel weet tenminste waar en van wie hij zijn voedsel krijgt. Israël dacht echter niet aan de zorgen die God aan hen besteed had. Wij mensen doen alsof er geen God in de hemel is. We doen alsof we eigen baas zijn hier op aarde. We hebben de evolutietheorie uitgevonden, we zijn uit de dieren geëvolueerd en zijn zogezegd ontwikkeld. Dat moet echter wel een neerwaarts gerichte evolutie zijn geweest.

Diep in ons hart weten we natuurlijk wel dat er een God is, maar we willen aan Hem liever niet denken. Want als er een God is, dan zullen we eenmaal voor Hem rekenschap hebben af te leggen. De stem van ons geweten leggen we daarom het zwijgen op. En hoe beroerd ’t in de wereld ook toegaat – en het gaat steeds beroerder – we kloppen onszelf trots op de schouder, want we kunnen toch heel wat. Onderwijl echter is iedere koe in de wei een aanklacht. Zo’n beest is verstandiger dan de mens, die God de rug heeft toegekeerd.

Heeft u God gedankt voor uw gezondheid? ‘Daar zorgt de dokter toch voor!’ zegt u misschien. Heeft u God gedankt voor uw eten? ‘Daar werk ik toch voor!’ Zo kunnen we doorgaan. En toch houdt diezelfde God, waar u geen gedachte aan wilt wijden, die Schepper, die u niet wenst te erkennen, deze schepping nog in stand en zorgt nog dat uw voedsel groeit. Bovenal zond diezelfde God Zijn Zoon, Jezus Christus, om voor uw zonde te sterven, opdat wanneer wij ons niet meer dommer dan de dieren zouden willen gedragen, u met Hem weer in contact zou kunnen komen.

Diezelfde God roept u op om u tot Hem te bekeren vóór het te laat is en Hij de afrekening aan deze wereld gaat presenteren. Dit is geen dreigement, maar realiteit. In het verleden heeft de wereld ook de rekening van haar ontrouw en zonde gepresenteerd gekregen in de zondvloed. In de toekomst zal het weer gebeuren in het eindoordeel, dat deze wereld zal treffen.

 

 

Daarom roepen we u op uw schuld voor God te belijden en Jezus Christus als uw Heiland te aanvaarden.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Thomas van Aquino, de Christelijke Aristoteles

Standaard

categorie : beroemde mensen

.

.

De pogingen van onder meer Augustinus en Anselmus om filosofie en religie nader tot elkaar te brengen, vond vanaf de 12e eeuw navolging in de zogeheten Scholastiek (circa 1200-1350). In deze periode ontstond bovendien een hernieuwde interesse in het werk van Aristoteles. Zo beweerde de 13e-eeuwse theoloog en filosoof Thomas van Aquino dat hij met behulp van Aristoteles het bestaan van God kon aantonen.

.

.

thomas-aquinas

   Thomas van Aquino

.

.

aristoteles

   Aristoteles

.

.

Vanaf het einde van de 12e eeuw werden de eerste Europese universiteiten opgericht. De wetenschapsbeoefening aan deze middeleeuwse onderwijsinstituten wordt wel de ‘scholastische methode’ genoemd. In de 13e eeuw werd deze universitaire leermethode sterk beïnvloed door de filosofie van Aristoteles.

Thomas van Aquino (1225-1274), afkomstig uit het Italiaanse Aquino, was halverwege deze eeuw als docent werkzaam aan de universiteit van Parijs. Hij was degene die er het beste in slaagde een synthese tussen Aristoteles en het christelijke geloof tot stand te brengen.

.

.

Natuurlijke theologische waarheden

.

Aquino was van mening dat er geen tegenstelling bestond tussen de verhalen van de religie en die van de filosofie. Hij was er van overtuigd dat er nu eenmaal sprake was van ‘natuurlijke theologische waarheden’, die met behulp van zowel de Bijbelse openbaring als met het verstand verklaard konden worden.

Eén van deze natuurlijke theologische waarheden was voor hem het bestaan van God. Hoe zag hij voor zich dat we niet alleen in God konden geloven, maar God ook konden ‘verklaren’?

.

.

Aristoteles en de waarneming

.

Thomas van Aquino ontwikkelde allereerst een visie op de mens en wereld die radicaal anders was dan het idee dat Augustinus er in navolging van Plato op na had gehouden. Aquino baseerde zich namelijk op het gedachtegoed van Aristoteles, in wiens filosofie de zintuiglijke waarneming een belangrijke rol vervulde.

Op dit idee bouwde Aquino voort. Hij legde niet de nadruk op introspectie, maar was juist naar buiten gericht: kennis ligt niet ergens opgeslagen in ons hoofd maar halen we uit de dingen die we zien.

.

.

Vergaren van kennis

.

Vervolgens stelde Aquino vast dat de wereld zoals hij die waarnam, puur bestond uit individuele dingen. Hij kon wel een vrouw zien lopen en kolibries zien vliegen, maar het was simpelweg niet zo dat hij ergens de algemene begrippen mens of vogel zag zweven. Op basis van zijn waarneming kon hij echter in zijn hoofd die algemene begrippen construeren en categorisch ordenen.

Dit betrof een proces van abstractie: hij was in staat het algemene begrip ‘dier’ af te leiden uit individuele verschijnselen van schapen, paarden en honden. Ook de menselijke ziel, die volgens Aquino in principe leeg was, werd als het ware gevuld met behulp van de zintuiglijke waarneming.

.

.

Belang van het geloof

.

Aquino was van mening dat we met de wisselwerking tussen waarneming en verstand slechts een deel van de werkelijkheid konden bevatten. Een essentiële aanvulling hierop was het geloof. In religie vond hij de bevestiging en zekerheid van veel dingen die hij grotendeels ook met zijn verstand kon beredeneren.

Filosofie en religie waren als twee ‘indrukken’ die elkaar aanvulden: zoals een dove aan de hand van bliksem kan zien dat het onweert, komt een blinde door het horen van de donder tot dezelfde conclusie. De twee indrukken sluiten elkaar niet uit; de vereniging van beide, zien én horen, maakt de ‘kennis’ juist tot een krachtiger geheel. Zo werkte het volgens Aquino ook met geloof en rede.

.

.

Verklaring voor God’s bestaan

.

Aristoteles beschreef God dan wel niet letterlijk, maar het idee van God kon volgens Aquino gemakkelijk op diens filosofie worden geprojecteerd. Om Gods creatie te zien hoefde Aquino alleen maar om zich heen te kijken: Gods schepping was waarneembaar, maar directe kennis over God was slechts uit de bijbel te halen. Hij verwierp hiermee het ‘ontologisch godsbewijs’ van Anselmus: God is immaterieel, niet waarneembaar, en dus kunnen we geen directe kennis over hem krijgen.

Toch dacht Aquino het bestaan van God op een ‘logisch-empirische’ manier te kunnen verklaren, alleen al aan de hand van verandering: we zien immers dat alles continu verandert. Deze verandering moet wel ergens in gang zijn gezet, en wel door de Onbewogen Beweger, oftewel God. Hetzelfde geldt voor oorzakelijkheid: alles wordt veroorzaakt door iets. Er moet dus ook een ‘Eerste Oorzaak’ zijn.

.

.

.

.

Kritiek op Thomas van Aquino

.

Kortom: als we naar de wereld om ons heen kijken en alle verschijnselen proberen te verklaren, komen we volgens Aquino uiteindelijk onvermijdelijk uit bij die ene conclusie: God bestaat. Op dergelijke gedachtegangen van Aquino is in latere eeuwen wel de nodige kritiek gekomen.

Hoe weten we bijvoorbeeld zo zeker dat veranderingen niet oneindig zijn? Waarom bevinden oorzaken zich niet in een circulaire, herhalende keten? De fout die Aquino maakte in zijn theorie, net als Anselmus dat deed, is dat hij in zijn argumentatie al veronderstelde wat hij wilde bewijzen, namelijk het bestaan van God.

.

.

Spanning geloof en rede

.

In de loop van de 13e eeuw kwam er tegelijkertijd toenemende kritiek op de vele verzoeningspogingen die tussen geloof en rede plaatsvonden. De spanning tussen de heidense leer van Aristoteles en de christelijke leer leidde in 1277 zelfs tot een veroordeling van het werk van Aquino door de bisschop van Parijs. Er gingen veel stemmen op dat beide denktradities simpelweg hun eigen domein moesten hebben. Deze kritiek zou geloof en rede langzaam maar zeker weer uit elkaar drijven.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek de openbaring: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Schiep God door middel van evolutie?

Standaard

categorie : religie

.

.

Schiep God door middel van evolutie?

.

geloof en wetenschap

.

.

De Bijbel vertelt ons dat God de aarde in zes dagen schiep, en dat de planten en dieren ‘naar hun aard’ (Hebreeuws: miyn, ook wel ‘soort’) werden geschapen. De verschillende typen planten en dieren werden dus apart geschapen, en hoewel er uit één type meerdere soorten kunnen ontstaan, is er dus geen sprake van grootschalige gezamenlijke afstamming, zoals de evolutietheorie stelt. Bovendien was de tijdschaal van de schepping veel te kort om evolutie plaats te laten vinden.

Hoewel de Bijbel en evolutie diametraal tegenover elkaar staan, zijn sommige christenen toch zó onder de indruk van het ogenschijnlijk overtuigende bewijsmateriaal voor evolutie, dat ze naar allerlei manieren zoeken om toch in evolutie en de miljarden jaren te kunnen geloven. (Al hebben maar weinigen dit bewijsmateriaal goed onderzocht.) Eén van de meest toegeeflijke compromisposities is theïstisch evolutionisme.

Het idee is dat God evolutie gebruikte als scheppingsmethode. De mate waarin God hier actief bij betrokken is geweest varieert van theïstisch evolutionist tot theïstisch evolutionist, maar allemaal accepteren ze de miljarden jaren en grootschalige gezamenlijke afstamming. Dus waarom niet schepping en evolutie? Kan God niet gewoon gebruik gemaakt hebben van evolutie als manier om ons te scheppen? Nee. Evolutie en geloof in de Bijbelse God zijn onverenigbaar.

.

Tegen het karakter van God

.

Theïstisch evolutionisme levert een totaal verkeerd beeld van het karakter van God. De God van de Bijbel is goed (Lucas 18:19) en alles wat Hij doet is volmaakt (Deut 32:4). Maar hoe is de God van theïstisch evolutionisme?

Evolutie staat in schril contrast met Gods volmaaktheid. Evolutie door mutaties en natuurlijke selectie is een verschrikkelijk wreed proces. Honderden miljoenen jaren lang hebben dieren geleden, hebben dieren elkaar bestreden, bejaagd en gedood, zijn dieren om het leven gekomen door ziekte, honger of predatie.

De ‘voorwaartse stappen’ in de evolutie als gevolg van natuurlijke selectie zijn ten koste gegaan van miljoenen individuen die de strijd om het bestaan en succesvolle voortplanting verloren hebben. Degenen die te zwak waren zijn genadeloos verdelgd. De geschiedenis van het leven is er één van ongekend veel pijn, ziekte, lijden, dood en talloze uitstervingen.

.

.

.

.

De evolutionaire tijdlijn: Het ontstaan van de mens werd vooraf gegaan door honderden miljoenen jaren van natuurlijke selectie, pijn, ziekte, predatie en dood. De god van miljoenen jaren van evolutie en natuurlijke selectie is wreed en bloeddorstig. Zelfs atheïsten zien deze grote tegenstrijdigheid in. Darwin zelf noemde de werken der natuur (natuurlijke selectie) klunzig, verspillend, blunderend, laag en verschrikkelijk wreed.

De atheïstische bioloog  en Nobelprijswinnaar Jacques Monod zei:

Natural selection is the blindest, and most cruel way of evolving new species […] because it is a process of elimination, of destruction. The struggle for life and elimination of the weakest is a horrible process, against which our whole modern ethics revolts. An ideal society is a non-selective society, is one where the weak is protected; which is exactly the reverse of the so-called natural law. I am surprised that a Christian would defend the idea that this is the process which God more or less set up in order to have evolution.
Jacques Monod, “The Secret of Life,” Interview met Laurie John, Australian Broadcasting Co., 10 juni 1976

De filosoof David Hull schreef:

Whatever the God implied by evolutionary theory and the data of natural history may be like, He is not the Protestant God of waste not, want not. He is also not a loving God who cares about His productions. He is not even the awful God portrayed in the book of Job. The God of Galápagos is careless, wasteful, indifferent, almost diabolical. He is certainly not the sort of god to whom anyone would be inclined to pray.
Hull, David L., “The God of the Galápagos,” review van Darwin on Trial, Nature, vol. 352 (August 8, 1991), p. 486

.

De god van de evolutie kan dus onmogelijk een goede, liefhebbende God zijn

.

Is God verantwoordelijk?

.

Op dit moment is de wereld een verschrikkelijke plaats om op te leven.2 Maar als (theïstisch) evolutionisme klopt, is dat altijd al zo geweest. Als het altijd zo is geweest, en het zelfs de scheppingsmethode is geweest… dan is God verantwoordelijk voor al deze ellende. Dan is God de schuldige van dit alles.

De Bijbel leert ons echter iets anders. Tijdens de schepping observeerde God meerdere malen dat het ‘goed’ was (Genesis 1:4, 10, 12, 18, 21, 25), en nadat Hij zijn werk voltooid had zelfs ‘zeer goed’ (1:31). Ook staat er dat God de dieren ‘het groene kruid’ als voedselbron gaf (1:30), dus er was geen predatie.

Het is ook zeer waarschijnlijk dat de dieren met een ziel oorspronkelijk niet dood gingen. Maar door toedoen van de mens kwam hier verandering in. Bij de zondeval keerde de mens God de rug toe, en bracht daarmee al de ellende in de wereld die we nu zien. De mens, niet God, is dus verantwoordelijk.

.

Conclusie

.

De God van de Bijbel is goed, liefhebbend en zorgzaam, maar de god van evolutie is wreed en gemeen. De Bijbel zegt dat pijn, predatie en dood pas bij de zondeval in de wereld kwamen, en de mens is hiervoor verantwoordelijk. Maar theïstisch evolutionisme behelst dat deze verschrikkelijke dingen er honderden miljoenen jaren voor het ontstaan van de mens al waren, en dat God dus verantwoordelijk is. De christelijke God kan onmogelijk evolutie hebben gebruikt om het leven te scheppen.

.

Referenties en voetnoten

.

  1. Gould, Stephen Jay, “Darwin and Paley Meet the Invisible Hand,” Natural History, vol. 99 (November 1990), p. 12
  2. Richard Dawkins weet het goed te omschrijven: ‘The total amount of suffering per year in the natural world is beyond all decent contemplation. During the minute that it takes me to compose this sentence, thousands of animals are being eaten alive, many others are running for their lives, whimpering with fear, others are being slowly devoured from within by rasping parasites, thousands of all kinds are dying of starvation, thirst and disease.’Dawkins, Richard, “God’s Utility Function,” Scientific American, vol. 273 (November 1995), pp. 80‑85.

 

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Thomas van Aquino, de Christelijke Aristoteles

Standaard

categorie : beroemde mensen

.

.

De pogingen van onder meer Augustinus en Anselmus om filosofie en religie nader tot elkaar te brengen, vond vanaf de 12e eeuw navolging in de zogeheten Scholastiek (circa 1200-1350). In deze periode ontstond bovendien een hernieuwde interesse in het werk van Aristoteles. Zo beweerde de 13e-eeuwse theoloog en filosoof Thomas van Aquino dat hij met behulp van Aristoteles het bestaan van God kon aantonen.

.

.

thomas-aquinas

   Thomas van Aquino

.

.

aristoteles

   Aristoteles

.

.

Vanaf het einde van de 12e eeuw werden de eerste Europese universiteiten opgericht. De wetenschapsbeoefening aan deze middeleeuwse onderwijsinstituten wordt wel de ‘scholastische methode’ genoemd. In de 13e eeuw werd deze universitaire leermethode sterk beïnvloed door de filosofie van Aristoteles.

Thomas van Aquino (1225-1274), afkomstig uit het Italiaanse Aquino, was halverwege deze eeuw als docent werkzaam aan de universiteit van Parijs. Hij was degene die er het beste in slaagde een synthese tussen Aristoteles en het christelijke geloof tot stand te brengen.

.

.

Natuurlijke theologische waarheden

.

Aquino was van mening dat er geen tegenstelling bestond tussen de verhalen van de religie en die van de filosofie. Hij was er van overtuigd dat er nu eenmaal sprake was van ‘natuurlijke theologische waarheden’, die met behulp van zowel de Bijbelse openbaring als met het verstand verklaard konden worden.

Eén van deze natuurlijke theologische waarheden was voor hem het bestaan van God. Hoe zag hij voor zich dat we niet alleen in God konden geloven, maar God ook konden ‘verklaren’?

.

.

Aristoteles en de waarneming

.

Thomas van Aquino ontwikkelde allereerst een visie op de mens en wereld die radicaal anders was dan het idee dat Augustinus er in navolging van Plato op na had gehouden. Aquino baseerde zich namelijk op het gedachtegoed van Aristoteles, in wiens filosofie de zintuiglijke waarneming een belangrijke rol vervulde.

Op dit idee bouwde Aquino voort. Hij legde niet de nadruk op introspectie, maar was juist naar buiten gericht: kennis ligt niet ergens opgeslagen in ons hoofd maar halen we uit de dingen die we zien.

.

.

Vergaren van kennis

.

Vervolgens stelde Aquino vast dat de wereld zoals hij die waarnam, puur bestond uit individuele dingen. Hij kon wel een vrouw zien lopen en kolibries zien vliegen, maar het was simpelweg niet zo dat hij ergens de algemene begrippen mens of vogel zag zweven. Op basis van zijn waarneming kon hij echter in zijn hoofd die algemene begrippen construeren en categorisch ordenen.

Dit betrof een proces van abstractie: hij was in staat het algemene begrip ‘dier’ af te leiden uit individuele verschijnselen van schapen, paarden en honden. Ook de menselijke ziel, die volgens Aquino in principe leeg was, werd als het ware gevuld met behulp van de zintuiglijke waarneming.

.

.

Belang van het geloof

.

Aquino was van mening dat we met de wisselwerking tussen waarneming en verstand slechts een deel van de werkelijkheid konden bevatten. Een essentiële aanvulling hierop was het geloof. In religie vond hij de bevestiging en zekerheid van veel dingen die hij grotendeels ook met zijn verstand kon beredeneren.

Filosofie en religie waren als twee ‘indrukken’ die elkaar aanvulden: zoals een dove aan de hand van bliksem kan zien dat het onweert, komt een blinde door het horen van de donder tot dezelfde conclusie. De twee indrukken sluiten elkaar niet uit; de vereniging van beide, zien én horen, maakt de ‘kennis’ juist tot een krachtiger geheel. Zo werkte het volgens Aquino ook met geloof en rede.

.

.

Verklaring voor God’s bestaan

.

Aristoteles beschreef God dan wel niet letterlijk, maar het idee van God kon volgens Aquino gemakkelijk op diens filosofie worden geprojecteerd. Om Gods creatie te zien hoefde Aquino alleen maar om zich heen te kijken: Gods schepping was waarneembaar, maar directe kennis over God was slechts uit de bijbel te halen. Hij verwierp hiermee het ‘ontologisch godsbewijs’ van Anselmus: God is immaterieel, niet waarneembaar, en dus kunnen we geen directe kennis over hem krijgen.

Toch dacht Aquino het bestaan van God op een ‘logisch-empirische’ manier te kunnen verklaren, alleen al aan de hand van verandering: we zien immers dat alles continu verandert. Deze verandering moet wel ergens in gang zijn gezet, en wel door de Onbewogen Beweger, oftewel God. Hetzelfde geldt voor oorzakelijkheid: alles wordt veroorzaakt door iets. Er moet dus ook een ‘Eerste Oorzaak’ zijn.

.

.

.

.

Kritiek op Thomas van Aquino

.

Kortom: als we naar de wereld om ons heen kijken en alle verschijnselen proberen te verklaren, komen we volgens Aquino uiteindelijk onvermijdelijk uit bij die ene conclusie: God bestaat. Op dergelijke gedachtegangen van Aquino is in latere eeuwen wel de nodige kritiek gekomen.

Hoe weten we bijvoorbeeld zo zeker dat veranderingen niet oneindig zijn? Waarom bevinden oorzaken zich niet in een circulaire, herhalende keten? De fout die Aquino maakte in zijn theorie, net als Anselmus dat deed, is dat hij in zijn argumentatie al veronderstelde wat hij wilde bewijzen, namelijk het bestaan van God.

.

.

Spanning geloof en rede

.

In de loop van de 13e eeuw kwam er tegelijkertijd toenemende kritiek op de vele verzoeningspogingen die tussen geloof en rede plaatsvonden. De spanning tussen de heidense leer van Aristoteles en de christelijke leer leidde in 1277 zelfs tot een veroordeling van het werk van Aquino door de bisschop van Parijs. Er gingen veel stemmen op dat beide denktradities simpelweg hun eigen domein moesten hebben. Deze kritiek zou geloof en rede langzaam maar zeker weer uit elkaar drijven.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek de openbaring: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Het zonnelied van Fransiscus van Assisi

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Het Zonnelied (Italiaans : Cantico del Frate Sole) is een gebed uit de rooms-katholieke traditie geschreven door de heilige Franciscus van Assisi.

 

 

Franciscus schreef dit gebed aan het einde van zijn leven vermoedelijk in de lente van het jaar 1225, toen hij zwaar ziek lag in San Damiano en de pijnlijke tekenen van stigmata vertoonde. Het Zonnelied bezingt de schepping in termen van broeder en zuster.

Opmerkelijk is dat hij in het loflied niet alleen de mooie aspecten van de schepping weergeeft, maar ook ziekte en zelfs de dood een plaats in het leven van de christen weet te geven. De tweede encycliek van paus Franciscus (2015) heeft als titel Laudato Si, naar de begintekst van de coupletten.

 

 

 

 

 

Originele Italiaanse tekst

 

Altissimu onnipotente bon signore,

tue so le laude, la gloria e l’honore et onne benedictione.

Ad te solo, altissimo, se konfano,

et nullu homo ene dignu te mentovare.

Laudato sie, mi signore, cun tucte le tue creature,

spetialmente messor lo frate sole,

lo qual’è iorno, et allumini noi per loi.

Et ellu è bellu e radiante cun grande splendore,

de te, altissimo, porta significatione.

Laudato si, mi signore, per sora luna e le stelle,

in celu l’ài formate clarite et pretiose et belle.

Laudato si, mi signore, per frate vento,

et per aere et nubilo et sereno et onne tempo,

per lo quale a le tue creature dai sustentamento.

Laudato si, mi signore, per sor aqua,

la quale è multo utile et humile et pretiosa et casta.

Laudato si, mi signore, per frate focu,

per lo quale enn’allumini la nocte,

ed ello è bello et iocundo et robustoso et forte.

Laudato si, mi signore, per sora nostra matre terra,

la quale ne sustenta et governa,

et produce diversi fructi con coloriti flori et herba.

Laudato si, mi signore, per quelli ke perdonano

per lo tuo amore,

et sostengo infirmitate et tribulatione.

Beati quelli ke ’l sosterrano in pace,

ka da te, altissimo, sirano incoronati.

Laudato si, mi signore, per sora nostra morte corporale,

da la quale nullu homo vivente pò skappare.

Guai a quelli, ke morrano ne le peccata mortali:

beati quelli ke trovarà ne le tue sanctissime voluntati,

ka la morte secunda nol farrà male.

Laudate et benedicete mi signore,

et rengratiate et serviateli cun grande humilitate

 

 

 

Nederlandse vertaling

 

Allerhoogste, almachtige, goede Heer,

van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegen.

U alleen, Allerhoogste, komen zij toe

en geen mens is waardig uw naam te noemen.

Wees geprezen, mijn Heer met al uw schepselen,

vooral door mijnheer broeder zon,

die de dag is en door wie Gij ons verlicht.

En hij is mooi en straalt met grote pracht;

van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.

Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind

en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde,

door wie Gij het leven van uw schepselen onderhoudt.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water,

die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur,

door wie Gij voor ons de nacht verlicht;

en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde,

die ons voedt en leidt,

en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.

Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde

vergiffenis schenken, en ziekte en verdrukking dragen.

Gelukkig wie dat dragen in vrede,

want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood,

die geen levend mens kan ontvluchten.

Wee hen die in doodzonde sterven;

gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,

want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.

Prijs en zegen mijn Heer,

en dank en dien Hem in grote nederigheid

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De geschiedenis van de aarde volgens de Bijbel

Standaard

De geschiedenis van de aarde volgens de bijbel

 

 

 

De schepping (het hele tijdruimte continuüm) is het ontwerp van God, Degene die buiten tijd en ruimte staat en alles kan overzien. Hij heeft het universum perfect gemaakt, met de mens als hoogtepunt en als beheerder aangesteld over de schepping. (Genesis 1 en 2)

– De mens maakte door zijn ongehoorzaamheid scheiding tussen de oneindig goede Schepper en Zijn creatie. De mens had, en heeft nog steeds,  de verantwoordelijkheid om goed voor de aarde te zorgen. God wilde de inspiratie van de mens zijn, maar de mens onttrok zich aan Gods leiding door te kiezen voor autonomie, waardoor hij de benodigde wijsheid en leiding van zijn Schepper moest gaan missen. (Gen. 3)

– Door de schuld van de mens, vanwege ongehoorzaamheid, kwam er een oordeel over hem en de schepping. God trok zijn levenskracht terug. De mens mocht niet meer van de boom des levens eten. Vanaf dat moment kwamen er schadelijke mutaties in alle levende organismen. Mensen gingen elkaar naar het leven staan (Gen. 4). Maar God had al een plan klaarliggen. In Gen. 3:14,15 verzekert Hij dat ‘de slang’ (Satan, de bron van het kwaad)  zijn kop vermorzeld zou worden door ‘het zaad’ van de vrouw. Jesaja (7:14-9:6,7) profeteerde later dat een jonge vrouw een zoon zou krijgen en dat Hij de namen ‘God met ons’, ‘Wonderbaar’, ‘Raadgever’, ‘Sterke God’, ‘Eeuwige Vader’ en ‘Vredevorst’ zou krijgen.

– De mens bleef hardnekkig zijn eigen weg kiezen en keerde zich steeds meer tegen zijn Schepper. Dit bracht God zover dat Hij de hele aarde onder water liet lopen door een wereldwijde overstroming, om vervolgens opnieuw te beginnen met Noach (en zijn gezin), die als enige zuiver was gebleven. Van die grote watervloed zien we nu nog steeds de gevolgen: bergen, grotten, aardlagen, ravijnen, fossielen, ijskappen, enz. (Gen. 6 – 8)

– Na de overstroming wilden de mensen zich niet over de aarde verspreiden, zoals God geboden had. Ze keerden zich tegen hun Schepper en dachten zich rustig te kunnen vestigen in een vallei. God bracht echter verwarring in hun taal, waardoor de basis taalgroepen ontstonden. Er kwam onbegrip en scheiding onder de mensen. Nu moesten ze zich wel verspreiden. Hierdoor ontstonden ook de bevolkingsgroepen zoals Aziaten, Afrikanen, Indianen, Aboriginals, enz. (Genesis 11)

– God besloot dat één man (Abraham) een volk (Israël) zou voortbrengen dat als voorbeeld en uitgangspunt moest dienen voor Zijn grote verzoeningsplan: de omwisseling. Offers van onschuldige dieren die de schuld van de mensen op zich namen, waren voorbodes van het Grote Offer: de onschuldige mens Jezus de Gezalfde (Messias, Christus), een nakomeling van Abraham, die zijn leven gaf voor ons leven. Hij nam onze schulden op zich en stelde ons volledig schadeloos. Door Zijn offer is de totale overwinning over het kwaad en de dood beschikbaar geworden (Hebreeën 8:1-10:18). En wij mogen met Hem meewerken om de schade te herstellen. ( Efeziërs 1)

– De uiteindelijke oplossing en complete schriftvervulling, het uitkomen van alle profetieën, is de laatste fase van onze geschiedenis, die nog moet plaatsvinden. Het huidige tijdruimte continuüm wordt dan helemaal vernieuwd. Het kwaad wordt vernietigd, samen met al zijn aanhangers en ieder schepsel dat niets van zijn Schepper wil weten. Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en zij die God liefhebben zullen voor altijd bij Hem zijn. (Openbaring 21 en 22)

 

 

Romeinen 1: 20

Want sinds de schepping van de wereld wordt het onzichtbare van God duidelijk gezien en begrepen door de dingen die gemaakt zijn, Zijn eeuwige kracht en Zijn Goddelijkheid, zodat zij (de mensen) geen excuus hebben.

 

 

 

Exodus 20: 11a

Want in zes dagen heeft de Heer de hemel, de aarde en de zee en al wat ze bevatten gemaakt.

 

 

 

Genesis 7: 18-20

Het water op aarde nam steeds maar toe, hoger en hoger steeg het, en de ark dreef op het water. Het water bleef voortdurend toenemen, zelfs de hoogste bergen kwamen onder te staan. Tot vijftien el daarboven reikte het water,
de bergen stonden helemaal onder.

 

 

 

Hebreeën 11: 6

…en zonder het geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn; wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij allen beloont die Hem (grondig) (onder)zoeken.

 

 

 

Johannes 3: 16

Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

 

 

 

Galaten 4: 4-7

Maar toen de tijd rijp was, heeft God zijn Zoon gestuurd… [om ons te redden] …zodat wij als zonen geadopteerd mochten worden. En omdat jullie zonen zijn, heeft God de Geest van Zijn Zoon in jullie harten gegeven, waardoor je hem “Vader” mag noemen. Dan ben je dus niet meer een slaaf maar een zoon en als je een zoon bent, dan ben je ook erfgenaam van God, door Christus.

 

 

 

Johannes 1: 12

…wie Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, dat zijn degenen die in Zijn Naam geloven.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Bijbel en astrologie

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Belangrijk voor ons als christenen is wat de Bijbel over de schepping zoals de  sterrenhemel zegt. Wat dat laatste betreft kunnen we stellen dat de Schrift heel wat over de sterren zegt, maar dan in heel andere zin dan de astrologie dat doet.

 

 

4a1c24081a4da6ec1a78f39d3116755b_medium

 

 

Astrologie houdt de vergoddelijking van het heelal in, maar volgens de Bijbel is de schepping het werk van God en dat tot zijn eer. Dat laatste geldt voor Israël (Js.43: 7), maar ook voor de hele schepping (vgl. Op 4: 11).

a. De zon, maan en sterren als scheppingen verkondigen Gods eer: Ps Ps. 8: 4,5; 19: 1,5; 33: 6; 148: 3;150: 1.

De sterren worden als vergelijkingsmateriaal gebruikt: Gn 15: 5; Dt. 28: 62 (zo zal uw zaad zijn).

Nooit wordt de sterrenhemel als een soort ‘profetisch materiaal voorgesteld.

 

b. God gebruikt zon, maan en sterren maar dan als beelden (zie Gn 37: 9; Op 12: 1). Christus wordt aangekondigd als een ster (Nm 24: 17), voorgesteld als de Morgenster (Venus) en de Zon van de Gerechtigheid. Hij wordt aangewezen door een ster (Mt 2: 2).

Engelen worden als sterren voorgesteld (Jb 38: 7; Ri 5: 20; Op 9: 1). Er wordt gesproken over het heir des hemels (Js 34: 4;40:: 26; zie ook Op 1: 16; Dn 10: 5,18; 7: 13; 12: 3). Let ook op de beeldspraak in Ps 19: 1-7. Wij gebruiken zulke beeldspraak ook in bijvoorbeeld dat iemand het zonnetje in huis is. Maar dat alles heeft niets met astrologie te maken.

 

c. De Bijbel spreekt over sterrenbeelden zoals men die kende en benoemd had, bijvoorbeeld:

Pleiaden (Zevengesternte) en Orion (Am 5: 8);

de kamers van het Zuiden (Jb 9: 9);

de tekens v.d. Dierenriem zoals de Beer o.a. in Jb 38: 31,32 ;

zie Js 13: 10 voor de uitdrukking ‘sterrenbeelden’.

 

 

Pleiades

Pleiades

 

 

d.De Schrift sluit daarbij aan bij het bekende spraakgebruik en gebruikt slechts de benamingen, maar meer ook niet. Hiervan geldt hetzelfde als van Apollos die zijn heidense naam ‘verderver’ behoudt maar zonder de betekenis van die naam in zich op te nemen. God gebruikt de opvatting van de wijzen uit het Oosten (Mt 2: 10) om zijn Zoon te doen huldigen (vgl. Ps. 72: 10,11). Een opvatting die mogelijk nog verband houdt met de profetie van Bileam (Nm 24: 17).

 

e. De Schrift waarschuwt tegen afgoderij met het heir des hemels (Dt 4: 15-19) en veroordeelt deze afgoderij : {Am 5: 26; Hd 7: 43 (stergod); 2 Kn 17: 16; 21: 3-5.; Jr 7: 16-20; 8: 2; 19: 13; Zf 1: 5( ‘heir des hemels’); Ez. 8: 16 ( ‘zon’)}. De Bijbel waarschuwt voor sterrenwichelarij ( Jr 10: 2), veroordeelt die (Jb 31: 26-28; Js 47: 13; vgl. Ez 21: 21) evenals de waarzeggerij ( Lv 19: 32,26; 20: 6; Dt 18: 10-13; Js 44: 25).

 

 

 

Gevaren van het raadplegen van een horoscoop

 

Het trekken van een horoscoop is dus baarlijke nonsens, maar het raadplegen ervan is beslist geen onschuldige zaak. Er zijn gevaren aan verbonden, zoals:

a. het gevaar van zelfvervulling van de horoscoop. Als de horoscoop inhoudt dat men zich op een bepaalde tijd niet goed zal gaan voelen, dan gaat men zich dat ook inbeelden. Men gaat minder eten, wordt slapeloos en dergelijke. Het kan dus kwalijke lichamelijke en geestelijke gevolgen hebben.

b. in plaats van zijn vertrouwen op God te stellen doet men dat op de leugen van de sterrenwichelarij . Zo zet men een deur open voor satan.

c. het kan leiden tot het komen in een occulte sfeer en men kan occult belast worden, door openstelling van de geest, voor satanische invloeden.

 

 

 

 

 

Onze toekomst

 

Niet de sterrenwichelarij, niet de een of andere horoscoop bepaalt onze toekomst maar God doet dat. We hebben daarvan een prachtig voorbeeld in het leven van Jozef. Lees wat zijn broers en anderen allemaal met hem gedaan hebben en lees hoe hij alles ziet in het ware licht van God ( Gn. 45: 1-8).

Bedenk wat er staat in Js 46: 9, 10 :’ Ik immers ben God, en er is geen ander God, en niemand is Mij gelijk, Ik die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is’. Laten we ons aan die God toevertrouwen voor dit leven en voor de eeuwigheid!

 

 

 

Citaten uit de  Bijbel over Astrologie, Horoscopen en Occultisme 

 

 

Jesaje 8: 19

 

Dus waarom probeert u de toekomst te leren kennen door spiritisme en waarzeggerij? Luister niet naar dat geklets en gemompel. Kunnen de levenden van de doden iets over de toekomst leren? Waarom vraagt u het uw God niet?

 

 

Jesaja 47: 12 – 14

 

Roep de horden boze geesten maar op, die u al die jaren hebt aanbeden. Doe een beroep op hen om u te helpen opnieuw angst in veler harten te zaaien.
U hebt raadgevers genoeg; uw astrologen en sterrenkundigen, die u proberen te vertellen wat in de toekomst gebeuren gaat.
Maar zij zijn net zo nutteloos als gedroogd gras dat verbrand wordt. Zij kunnen zichzelf niet eens verlossen! Van hen zult u echt geen hulp krijgen. Zij zijn een kolenvuur, waaraan u zich niet kunt warmen en dat geen licht geeft om bij te zitten.

 

 

Psalm 119: 105

 

Uw woord is een stralend licht, dat mij de weg door het leven wijst.

 

 

 

Leviticus 19:26

 

Laat je niet in met waarzeggerij en wolkenschouwerij.

 

 

Jeremia 10:2

 

Hoor het woord dat de Here tot u lieden spreekt, o huis Israëls. Zo zegt de Here: Leert de weg der heidenen niet, en ontzet u niet voor de tekenen des hemels, dewijl zich de heidenen voor dezelve ontzetten.

 

 

 

Deuteronomium 4:19

 

En dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heer des hemels aanziet en u laat verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen, die de Here, uw God, heeft toebedeeld aan alle volken onder de ganse hemel.

 

 

 

Deuteronomium 8:10-12

 

Onder u zal niet gevonden worden, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet doorgaan, die met waarzeggerijen omgaat, een huichelaar, of die op vogelgeschrei acht geeft, of tovenaar, of een bezweerder, die met bezwering omgaat, of die een waarzeggende geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt.Want ieder die deze dingen doet, is de Here een gruwel, en ter wille van deze gruwelen drijft de Here, uw God, hen voor u weg.

 

 

 

 

 

Hoe zit het dan met de ster van de wijzen?

 

In deze geschiedenis uit Mattheüs 2 zien we iets van de neerbuigende goedheid van God. Hij wilde de wijzen bij de Heere Jezus brengen en heeft in zondaarsliefde deze mannen willen aanspreken in hun taal. Zo ver wilde de Heer gaan. Overigens is het niet zozeer hun astrologische kennis, als wel de openbaring van de Heilige Geest die hen heeft doen zien wat de betekenis was van deze buitengewone verschijning aan de hemel.

 

 

 

Met welk doel heeft God de hemellichamen gemaakt?

 

In Genesis 1:14, 15 staat: God zei: ’Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde’.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Dieren in het hiernamaals

Standaard

categorie : religie

.

.

Gaan dieren naar de hemel?

.

Voor veel christenen die een huisdier verliezen is het een moeilijke vraag. Is mijn huisdier nu in de hemel? En ga ik hem of haar daar weer terugzien? Het lijkt er op dat de Bijbel erop wijst dat er ook voor dieren een plaats is in de hemel, en dat de dieren die daar zullen zijn dezelfde zijn als de dieren die nu op aarde zijn. Dieren dragen mede de gevolgen van de relatie tussen God en de mens en zij zullen ook verlost worden. Een troost voor gelovigen die een huisdier verliezen.

.

.

.

.

Hoe dieren de gevolgen van de relatie tussen God en de mens merken

.

In het Bijbelboek Genesis wordt het lot van dieren meerdere malen gekoppeld aan dat van mensen en dragen dieren mede de gevolgen van de relatie tussen God en de mens. Namelijk bij de zondeval, tijdens de zondvloed en op het moment dat God het Noachitisch verbond sluit met Noach. Het zou vreemd zijn als de dieren op aarde de gevolgen merken van deze zaken, maar in de hemel ineens niet meer.

.

De zondeval

.

Met de zondeval, beschreven in Genesis 3, kwamen dood en vervloeking de wereld in. Voor de mensen hield dit in dat zij vanaf dat moment onvermijdelijk zouden sterven, dat het leven veel zwaarder zou worden en dat alle mensen in zonde geboren zouden worden (Ps. 51:7). Voor de dieren betekende dit echter ook een einde aan het goede leven. Dieren zouden jagers en prooien worden, ook van de mens. Dit alles was het gevolg van de zonde van de mens.

.

De zondvloed

.

Wanneer God vanwege de slechtheid van de mensen besloot tot de zondvloed had dit vanzelfsprekend niet alleen impact op de mens, maar ook op de dieren. God besloot echter dat Noach, zijn gezin en zijn schoondochters een uitzondering moesten vormen (Gen. 6:18). Naast deze uitzondering zouden er echter ook onder de dieren uitzonderingen zijn.

Van elke diersoort een mannetje en een vrouwtje, van de reine dieren zeven paar (Gen. 7:2). Door de zonde van de mens werden de dieren ook hier het slachtoffer, maar door de rechtvaardigheid van Noach waren er ook dieren die gespaard werden.

.

Het Noachitisch verbond

.

In Genesis 9:8-17 sluit God een verbond met Noach, waarin Hij, onder andere, belooft dat er nooit meer een zondvloed zal zijn. In dit verbond wordt echter niet alleen de mens als verbondspartner genoemd, maar ook de dieren. God sluit het verbond met Noach en met “alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte” (Gen. 9:10).

Het bijzondere aan het verbond is dat er veel nadruk op de dieren wordt gelegd. Tot vijf maal toe spreekt God over Noach én al wat op aarde leeft (Gen. 9:10; 12; 15; 16; 17). Het verbond dat God met de mens sloot gold dus ook voor de dieren.

.

.

het paradijs

.

Teksten over verlossing en vernieuwing voor dieren

.

Onder christenen is het algemeen bekend dat de Bijbel verlossing voorzegt voor mensen, maar het lijkt erop dat niet alleen mensen verlost zullen worden. Als het gaat over de vraag wie er verlost en vernieuwd zullen worden wordt er namelijk gesproken over ‘alle vlees’, ‘de hele schepping’ en ‘alle dingen’.

.

Alle vlees

.

In Lucas 3:4-6 citeert Jezus een profetie van Jesaja (Jes. 40:3-5) waarin hij voorzegde dat alle vlees het heil van God zou zien. Dit roept de vraag op wat Jesaja, en later Jezus, bedoelde met ‘alle vlees’. Doorgaans wordt dit geïnterpreteerd als ‘alle mensen’, maar het is niet duidelijk waarom het zo wordt geïnterpreteerd, omdat theologen doorgaans niet aangeven waarom zij het zo interpreteren.

Als het alleen over mensen had moeten gaan dan had er ook kunnen staan ‘alle mensen’, maar zowel in Jesaja als in Lucas wordt gesproken over ‘alle vlees’. Daardoor lijkt het ook dieren te omvatten, omdat die ook van vlees gemaakt zijn.

.

De hele schepping

.

Volgens de apostel Paulus zouden niet alleen de mensen bevrijd worden, maar zou de schepping worden bevrijd van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid (Rom. 8:21-23). Als dieren ook bevrijd worden van vergankelijkheid dan moet er een link zijn tussen dieren in het hiernamaals en dieren in dit leven. Is die link er niet (als dieren hier sterven en als er in de hemel andere dieren zullen zijn, of geen dieren), dan zijn de dieren (en daarmee een deel van de schepping) niet bevrijd.

.

Alle dingen

.

In Openbaringen 21:5 zegt Jezus dat Hij alle dingen nieuw zal maken. Ook hier lijken dieren deel te zijn van de vernieuwde schepping, omdat het vreemd zou zijn als dieren niet onder ‘alle dingen’ zouden vallen.

.

.

.

.

Maar dieren hebben toch geen ziel?

.

Onder christenen leeft het idee dat dieren geen ziel hebben. Een reden hiervoor is dat dieren in de Bijbel redeloos genoemd worden (Ps. 32:9; 73:22 – bron 2). De vraag is echter of ‘redeloos’ ook zielloos betekent. Dit lijkt niet het geval.

In het Genesis 1 en 2 staat dat niet alleen de mens levensadem ingeblazen kreeg en een levend wezen (nephesh) werd (Gen. 2:7), maar dat ook dieren de ‘adem van de levensgeest’ in hun neus hadden en daardoor levend (nephesh) zijn (Gen. 1:20; 30; 7:22).

Als mensen die nephesh zijn dus een ziel hebben, dan hebben dieren er ook één.

.

De term nephesh

.

De Hebreeuwse term ‘nephesh’ kan worden vertaald als ‘adem’ of ‘leven’, maar ook als ‘ziel’. Daardoor wordt het inblazen van de levensadem in de neus van Adam door christenen gezien als het moment dat hij een ziel kreeg. Als dit zo is dan moet men stellen dat ook dieren een ziel hebben.

Men zou kunnen stellen dat ‘nephesh’ zijn betekent dat je daadwerkelijk leeft, omdat je adem haalt en dat het in het scheppingsverhaal niets zegt over het al of niet hebben van een ziel. Het lastige hieraan is dat toen de mens nephesh was geworden hij volledig af was. Hij moet op dat moment dus een ziel gehad hebben, want nadat de mens nephesh werd zien we niet meer dat God hem verder vormde.

.

Het gedrag van dieren in de hemel en op de nieuwe aarde

.

Er staan in de Bijbel in ieder geval twee teksten over de manier waarop dieren in de hemel zich gedragen. Volgens die teksten zullen ze vredig zijn en zullen ze God aanbidden.

.

Vrede

.

“Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich neder leggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen neder leggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken.” (Jesaja 11:6-8 )

In de hemel zullen dieren die voorheen elkaar aanvielen en zelfs opaten vredig naast elkaar leven. Ook mensen zullen volledig veilig zijn en hoeven zich geen zorgen te maken over hoe dieren zich gedragen. Een wonderlijke situatie, helemaal omdat die dieren in hun vorige leven elkaars vijand waren.

.

Aanbidding

.

“En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden.” (Openbaring 5:13 )

In een deel van zijn Openbaring hoort Johannes dat alle schepselen, inclusief dieren, de Vader (die op de troon zit) en de Zoon (het Lam) aanbidden. Het meest bijzondere in deze openbaring is niet eens dat de dieren God aanbidden, maar dat Johannes hen kan verstaan. De vraag die dit oproept luidt of mensen en verschillende soorten dieren in de hemel met elkaar kunnen praten.

.

.

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

Pasteltekening van John Astria

.

Een vaak gestelde vraag

.

Wij houden van onze huisdieren en we willen weten wat er met hen zal gebeuren. Wat Gods Woord zegt over de dood van de dieren is te vinden in Prediker 3 vers 1:

 “Wie bemerkt, dat de adem der mensenkinderen opstijgt naar boven en dat de adem der dieren neerdaalt naar beneden in de aarde ?” 

Bemerk, dat dit werd geschreven door Salomo, de wijste mens die ooit had geleefd, maar die deze uitspraak afsloot met een vraagteken. Zelfs Salomo wist het antwoord op deze vraag niet. Daarom is het fout te concluderen uit deze tekst dat de dieren na hun dood geen bestemming zullen krijgen, ze hebben een ziel. Het vraagteken is uitermate belangrijk.

Laten we daarom eens kijken naar een heel andere tekst:

“Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor wie Hem liefhebben.” 1 Korintiërs 2 vers 9

en

“Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.”  Efeziërs 2 vers 7

.

De wensen van ons hart?

.

De Here God houdt van ons. Hij wil ons zegenen. “verlustig u in de Here; dan zal Hij u geven de wensen van uw hart.”  Psalm 37 vers 4  Hoe veel betekent de Here voor jou? Verlustig jij jezelf in de Here? Is Hij de ‘nummer Een’ van jouw leven? Houdt met je hele hart van de Heer; Hij houdt van jou. Hij kent de wensen van ons hart. Misschien dat de wens van jouw hart, dat je je geliefde dier zult terugzien, ook door Hem wordt gezien?

.

Een getuigenis van dieren in de hemel

.

Een meisje van ongeveer drie jaar werd ernstig ziek en naar het ziekenhuis gebracht, waar haar hart stopte. Gedurende zeven minuten werd zij gereanimeerd voordat haar hart weer ging kloppen. Gelukkig herstelde zij. Enkele maanden daarna zat het kind aan tafel, toen het plotseling tegen haar moeder zei: ‘ik wilde dat ik de Heer Jezus weer kon zien’.

De moeder’s adem stokte, ‘wanneer heb jij de Heer Jezus dan gezien?’ vroeg ze. ‘Toen ik zo ziek was, in het ziekenhuis’ antwoordde het meisje. De moeder vroeg door en vroeg wat ze dan gedaan had. ‘We hebben gewandeld en ik hield Zijn hand vast’ zei het meisje. ‘en we hebben gespeeld met de jonge hondjes. Daarna zei de Heer Jezus dat ik terug moest gaan en toen werd ik wakker in het ziekenhuisbed’.

.

Geldt dit ook voor jou?

.

Ik geloof voor geen moment dat de Here God Zijn kinderen de simpele en blijde genoegens zal onthouden (zoals liefde voor en van onze dieren) die tijdens ons leven zo’n zegen waren. Maar trek je eigen conclusies. Hoe dan ook: een ieder die de Heer Jezus niet kent als zijn/haar Verlosser, en die sterft in de zonden, zal de onuitsprekelijke zegeningen missen die God aan Zijn kinderen heeft beloofd! De tijd, waarin verlorenen alsnog gered kunnen worden, loopt ten einde. Maak er ernst mee!

.

.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.