Tagarchief: schepping

Recht voor onderwijs en werk voor vrouwen in de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Rechten van onderwijs voor meisjes in de islam

 

Het eerste woord dat aan profeet Mohammed geopenbaard werd was ‘Lees!’, en weer: ‘Lees!’.  Dit wordt aanzien als een goddelijk bevel aan alle mensen om te studeren. In de islam wordt de mens aanzien als de behoeder van de ‘Schepping’. De mens wordt beschouwd als soort tussen de soorten en is niet superieur aan andere soorten.

De mens is wel verantwoordelijk voor de ‘Schepping’ en zal daarvoor ook ter verantwoording geroepen worden op de Oordeelsdag. Om deze verantwoordelijkheid naar behoren te kunnen uitvoeren, moet men de ‘Schepping’ in al haar facetten leren kennen. Daarom wordt studie aangemoedigd, een heel leven lang, voor zowel mannen als vrouwen.

Er zijn landen waar meisjes geen onderwijs genieten. In die landen is er doorgaans ook veel armoede en komen ook jongens nauwelijks aan fatsoenlijk onderwijs toe. Man-gedomineerde maatschappijen proberen uit zelfbehoud meisjes uit het onderwijs te weren. Op die manier verhindert men dat vrouwen de rechten leren kennen die hen door de islam worden toegekend.

 

.

kubra_kaya02

 

.

.

De economische rechten van de vrouw in de islam

 

De islam geeft aan de vrouw het recht om geld te verdienen,  vermogen te bezitten in haar eigen naam, wettelijke contracten af te sluiten, handel te drijven, en haar vermogen te beheren zoals zij dat zelf wenst. Zij kan haar eigen bedrijf runnen, en niemand  kan aanspraak maken op het vermogen of het inkomen van de vrouw.

De vrouw heeft ook erfrechten. In het islamitisch familierecht, erft de vrouw van verwanten en ouders.

Het is inderdaad zo dat het deel dat een dochter erft van haar ouders, maar half zo groot is als het deel dat een zoon erft van zijn ouders. Echter, de zoon moet van zijn erfdeel ook zijn familie (echtgenote, eventueel ook moeder, zus) en kinderen onderhouden, terwijl de dochter haar erfdeel volledig voor zichzelf mag houden en daarvan niets moet besteden voor haar gezin.

 

.

naamloos

 

.

.

Het recht op werk voor vrouwen in de islam

 

Vrouwen mogen volgens de islam inderdaad uit werken gaan. Het geld dat zij daarbij verdienen, mogen zij volledig voor zichzelf houden. Ze moeten er niets van gebruiken voor het huishouden. Immers, het is de verantwoordelijkheid van de man om zorg te dragen voor zijn vrouw. Dus zelfs als zijn echtgenote gaat werken, moet de man nog altijd financieel voorzien in de kosten van zijn gezin, moet hij zijn vrouw en kinderen een woning bieden, voedsel, kledij, medicijnen, enz.

Volgens de islam is het persoonlijke vermogen van een vrouw onschendbaar, haar echtgenoot kan er op geen enkele manier aanspraak op maken.

Vrouwen hebben daarenboven vanuit de islam al meer dan 1400 jaar economische rechten gekregen en kunnen in eigen naam handel drijven, contracten afsluiten, enz. Khadija, de eerste vrouw van profeet Mohamed, leidde trouwens een succesvolle handelsonderneming.

Als de vrouw kiest thuis te blijven is zij vanuit de wet niet verplicht het huishouden te doen. Een huwelijkscontract is in de islam een contract onder gelijken en geen dienstbaarheidscontract. Bovendien moeten mannen naar het voorbeeld van profeet Mohamed, een deel van de huishoudelijke taken op zich nemen, ongeacht of mevrouw uit werken gaat of niet.

 

.

lawyer

 

.

 

.

 

voorpagina openbaring a4

.

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

..

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Advertenties

De duur van de scheppingsdagen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

De zes scheppingsdagen waren dagen

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

Ik ben mening dat eenieder die de Bijbel serieus wil nemen wel gedwongen is de evolutietheorie af te wijzen. Het is niet de eerste poging schepping en evolutie met elkaar te verbinden en het zal ook zeker niet de laatste zijn. Voor christenen die willen vasthouden aan het gezag van de Schrift is dit echter een doodlopende weg.

Er is niets nieuws onder de zon. De afgelopen anderhalve eeuw is op verschillende manieren geprobeerd Genesis 1 te harmoniseren met de evolutietheorie. Een van de bekendste is wel de opvatting dat het Hebreeuwse woord voor dag niet een dag van 24 uur zou zijn, maar vertaald dient te worden met tijdperk.

Een dergelijk tijdperk zou dan overeenkomen met een geologisch tijdperk van lange duur, waarbinnen de evolutie heeft plaatsgevonden. Immers, als bij God een dag als duizend jaar is, waarom kan een dag dan ook niet miljoenen jaren duren?

.

 

Aaneensluiten

.

Een variant van dit voorstel is de opvatting dat het in Genesis 1 wel om dagen van 24 uur gaat, maar dat deze dagen van de schepping niet aaneensluitend zijn. Ze zijn van elkaar gescheiden door perioden van lange duur. De zes dagen van de schepping zouden dan niet de dagen van de scheppingsarbeid van God zijn geweest, als wel van de scheppingsopenbaring. Mozes zou bijvoorbeeld in een visioen, dat in totaal zes dagen heeft geduurd, hebben gezien hoe God de hemel en de aarde heeft geschapen. Genesis 1 zegt dus niets over de duur van de schepping.

Volgens weer een totaal andere opvatting is Genesis 1 slechts een beschrijving van de scheppingswerken die volgens literaire principes kunstmatig over zes dagen zijn verdeeld. De joden die na de verwoesting van de tempel in Jeruzalem in ballingschap aan de stromen van Babel zaten, werden geconfronteerd met Babylonische scheppingsverhalen.

Als reactie daarop zouden de joodse priesters een eigen versie hebben bedacht. De aarde is niet ontstaan uit het lichaam van een dode godheid, zoals de Babyloniërs aannemen, maar is geschapen door de God van Israël. Of dit in de juiste volgorde van de schepping is gebeurd en hoe lang deze ”dagen” duurden, is niet van belang. Het gaat slechts om de boodschap.

Hoe aantrekkelijk deze opvattingen ook mogen klinken, ze hebben één groot manco. Wanneer je onbevooroordeeld Genesis 1 leest, kun je niet anders dan concluderen dat God de hemel en de aarde in zes letterlijke dagen heeft geschapen.

Er wordt gesproken over dag en nacht en over „en het was avond, en het was morgen…”

Het Hebreeuwse woord voor dag (jom), als losstaand woord, is in alle gevallen ”dag” in de gewone betekenis van het woord (zie onder meer Genesis 8:22 en 29:7, als tegenstelling tot ”nacht”).

 

 

 

Draaiing

 

Hoelang zo’n dag precies heeft geduurd, valt natuurlijk niet meer na te gaan. Wij weten niet of de tijdsduur van de draaiing van de aarde ten tijde van de schepping verschilde van die heden ten dage. Maar daaruit mag niet de conclusie worden getrokken dat de duur van zo’n dag dan wel gelijk moet zijn geweest aan die van een tijdperk. Evenmin kun je uit Genesis 1 opmaken dat het de beschrijving van een visioen is.

Velen zitten met het vraagstuk van schepping en evolutie. Maar voor mij is de keuze niet zo moeilijk, ook al betekent het dat je ingaat tegen een meerderheid van het volk (en helaas ook van een groeiend aantal christenen).

Volgens Zijn Woord heeft God de hemel en de aarde in zes dagen geschapen. Hij had dat (bij wijze van spreken) ook in een vingerknip kunnen doen, maar Hij heeft ervoor gekozen het in zes dagen te doen. Dat is een kwestie van geloof: je gelooft het of je gelooft het niet!

 

.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Dierenrechten volgens de Islam

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

Volgens de wetenschap en de evolutietheorie is de mens niet superieur aan de andere soorten, maar is de mens slechts een soort tussen de soorten. Ook de Koran is deze mening toegedaan en beklemtoont de absurditeit en onwenselijkheid van het antropocentrisme:

“De schepping van de hemel en van de aarde is groter dan de schepping van de mens, maar de meeste mensen weten het niet.” (Koran 40:57)

 

.

hond

 

.

In de Koran Notities “”Dierenrechten in de Islam” wordt  een uitgebreide analyse gemaakt van de dierenrechten op grond van de Koran en de Sunna. Daaruit citeren we volgende besluiten :

 

.

Islam over de plaats van de dieren en hun rechten

 

  • Dieren aanbidden en verheerlijken God.
  • Zoals de mensen een gemeenschap vormen, vormen ook dieren gemeenschappen op zich, en hebben zij dus alle daarmee geassocieerde rechten (recht op gezonde voeding, op beschutting tegen slecht weer, op sociaal leven, op recreatiemogelijkheden, op het zelf grootbrengen van de eigen kinderen, enz).
  • Dieren hebben een bewustzijn (geest en verstand), handelen intelligent en doelgericht en hebben gevoelens; hun gevoelens mogen niet gekwetst worden.
  • Dieren hebben een waardigheid en een schoonheidsgevoel. Zij moeten daarin gerespecteerd worden.
  • Dieren hebben een geboorterecht op hun deel van de natuurlijke rijkdommen, zelfs als er onder de mensen schaarste heerst aan voedsel en water.
  • Dieren hebben recht op waardig fysisch, psychisch en sociaal leven.
  • Dieren hebben recht op aandacht en op een zorgzame behandeling.
  • Goede daden tegenover een dier worden beloond, voor slechte daden tegenover een dier zal men op Oordeelsdag verantwoording moeten afleggen en mogelijks gestraft worden, mogelijks zelfs met eeuwige verbanning naar de hel.

 

.

Islam staat volgende zaken NIET toe

 

  • het slaan van een dier in het aangezicht;
  • het brandmerken van een dier op gevoelige plaatsen zoals het gezicht;
  • het overbelasten van een lastdier;
  • het doden van een dier in het bijzijn van een ander dier (om de gevoelens van het ander dier niet te kwetsen);
  • het doden van een dier op een wrede manier of voor het plezier;
  • het doodmartelen of nodeloos doen lijden van dieren (zelfs al gaat het om de meest schadelijk geachte soorten, zoals schorpioenen enz);
  • het klaarmaken van slachtgerief (scherpen van mes) in bijzijn van het te slachten dier;
  • een dier laten wachten om gedood te worden;
  • een dier vastbinden en dan doden;
  • het versnijden van een voor voedsel gedood dier alvorens lijkstijfheid is ingetreden (door de verplichting zolang te wachten, verzekert Islam dat een dier dat dood lijkt maar waar nog een sprankeltje leven in zit, zeker geen pijn zou toegebracht worden);
  • het tegen elkaar opzetten van dieren en dierengevechten (hanengevechten, stieren- gevechten, …);
  • jachtsporten (vossenjacht,…);
  • het verminken van dieren en verwijderen van een deel van een dier terwijl het in leven is (met als uitzondering wanneer het nodig is om het leven van een dier in nood te redden – vb amputatie is toegestaan en is zelfs een goede daad wanneer dit het leven van een dier in nood kan redden);
  • het vangen van vogels en hen in kooien stoppen zonder enig speciaal doel (dit wordt aanzien als abominabel);
  • het opsluiten van dieren zonder voedsel;
  • het toebrengen van lichamelijke of emotionele schade aan een dier tijdens leven of gedurende de slacht;
  • het begaan van lichamelijke of geestelijke wreedheden tegenover dieren;
  • factory farming (dwz het grootschalig kweken van dieren volgens industriëe veehouderijmethodes)
  • experimenten op dieren;
  • afmaken van dieren voor hun vacht (Islam laat enkel gebruik toe van huiden of pels van gedomesticeerde dieren die een natuurlijke dood stierven of van dieren die gedood werden voor voedsel);
  • het doden van een dier zonder rechtvaardigbare reden (dit is zelfs één van de hoofdzonden);
  • verspilling in het algemeen, en in het bijzonder van producten waarvoor dieren gedood werden;
  • het doden van dieren tijdens oorlog behalve wanneer dit nodig is voor voedsel;
  • het doden van dieren voor voedsel zonder “In de Naam van God” te zeggen (en dit om de mens er nogmaals aan te herinneren dat het leven heilig is en men geen andere reden  mag hebben om het leven van het dier te beëindigen, dan de nood om voedsel;
  • het consumeren van producten van dieren die niet correct geslacht  of tijdens het leven mishandeld werden, vermits die producten daardoor onwettig werden voor consumptie. Dit laatste zou men kunnen aanzien als een preventieve maatregel die er voor zorgt dat muslimboeren hun dieren goed behandelen.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De scheppingsverhalen in Genesis 1 en 2

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Vraag: “Waarom zijn er twee verschillende

Scheppingsverhalen hoofdstukken 1 en 2 van

het boek Genesis?”

.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

.

Antwoord

 

Genesis 1:1 zegt: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” Verderop in Genesis 2:4 lijkt er een tweede, afwijkend verhaal over de schepping verteld te worden. Het idee dat er twee verschillende scheppingsverhalen zijn is een veelgehoorde foutieve interpretatie van deze twee passages die in werkelijkheid dezelfde schepping beschrijven. Ze zijn het niet met elkaar oneens wat betreft de volgorde waarin dingen geschapen werden en spreken elkaar niet tegen.

Genesis 1 beschrijft “zes scheppingsdagen” (en een zevende rustdag) terwijl Genesis 2 slechts één dag van die scheppingsweek beslaat — de zesde dag— en er is geen tegenstrijdigheid.

In Genesis 2 grijpt de schrijver terug op de temporele volgorde van de zesde dag, toen God de mens schiep. In het eerste hoofdstuk zet de schrijver van Genesis de schepping van de mens op de zesde dag neer als het hoogtepunt van de schepping. Daarna geeft de schrijver in het tweede hoofdstuk meer details over de schepping van de mens.

In hoofdlijnen zijn er twee zienswijzen die tegenstrijdigheid veronderstellen tussen Genesis 1 en 2. De eerste betreft het plantenleven. In Genesis 1:11 staat opgetekend dat God het groen op de derde dag schiep. Volgens Genesis 2:5 groeide er vóór de schepping van de mens “op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken.” Dus, hoe zit het nu? Schiep God de flora op de derde dag voordat Hij de mens schiep (Genesis 1) of nadat Hij de mens schiep (Genesis 2)?

De Hebreeuwse woorden voor “vegetatie” verschillen in de beide tekstdelen. Genesis 1:11 gebruikt een term die slaat op vegetatie in het algemeen. Genesis 2:5 gebruikt een meer specifieke term die refereert aan vegetatie ten behoeve waarvan landbouwactiviteiten uitgevoerd moeten worden, dat wil zeggen er is iemand die er voor zorgt, een tuinman. De passages spreken elkaar niet tegen. Genesis 1:11 heeft het er over dat God vegetatie maakt, en Genesis 2:5 zegt dat God pas “agrarische” vegetatie liet groeien nadat Hij de mens gemaakt had.

De tweede veronderstelde tegenstrijdigheid betreft het dierlijke leven. In Genesis 1:24-25 staat opgetekend dat God de fauna op de zesde dag creëerde, voordat Hij de mens maakte. In sommige vertalingen lijkt Genesis 2:19 te zeggen dat God de dieren maakte nadat hij de mens geschapen had. Een goede en aannemelijke vertaling van Genesis 2:19-20 luidt echter:

“Uit aarde vormde Hij alle dieren op het land en alle vogels in de lucht. Hij bracht ze bij de mens om te zien hoe die ze zou noemen; elk dier zou de naam krijgen die de mens hem gaf. Toen gaf de mens namen aan alle tamme dieren, alle vogels en alle wilde dieren.”

Deze tekst uit de Groot Nieuws Bijbel zegt niet dat God eerst de mens schiep, daarna de dieren schiep en deze vervolgens bij de mens bracht, maar dat de Heer “uit aarde alle dieren op het land en alle vogels in de lucht” (al) gevormd had. Er is geen tegenstrijdigheid. Op de zesde dag schiep God de dieren, daarna de mens en daarna bracht hij de dieren bij de mens zodat de mens ze kon benoemen.

Door de twee scheppingsverhalen individueel te beoordelen en ze daarna met elkaar in overeenstemming te brengen, zien we dat God de volgorde van de schepping in Genesis 1 beschrijft, en dan de belangrijkste details, in het bijzonder die van de zesde dag, nader toelicht in Genesis 2. Er is geen sprake van een tegenstrijdigheid, maar van een vaak gebruikte literaire wijze om een gebeurtenis eerst in zijn algemeenheid en dan specifiek te beschrijven.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De scheppingsdagen en hun symboliek

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

Symboliek van de scheppingsdagen

 

“De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed…” (Genesis 1:2)

God heeft in zes dagen deze mistroostig uitziende aarde van Genesis 1:2 tot een prachtige, volmaakte schepping gemaakt.

“God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was.” (Genesis 1:31)

De zes scheppingsdagen, zoals beschreven in Genesis 1, vertonen een bepaalde structuur.

 

.

 

voorbereiding vervulling
1 licht 4 zon (+ maan + sterren)
2a atmosfeer 5a vogels
2b zeeën 5b vissen
3a vasteland 6a landdieren
3b eerste leven: planten 6b hoogste leven: mens

 

 

Scheppingsdagen

 

  1. De eerste drie dagen hebben te maken met het wegdoen van de duisternis en het opruimen van de chaos, kortom met het klaarmaken van de aarde om bewoond te worden.
  2. Tijdens de tweede serie van drie dagen wordt het land, de zee en de lucht gevuld met allerlei soorten levende wezens.

 

De manier waarop God de puinhoop aarde van Genesis 1:2 in zes dagen tot iets moois heeft geschapen of herschapen, is een afbeelding van de manier waarop God een ontluisterd mensenleven wil herscheppen tot een nieuwe schepping.

 

1 : De voorbereidingfase (scheppingsdagen 1-3) kan worden vergeleken met de beginfase van het        christenleven: wedergeboorte, de eerste leerperiode en een begin van geloofsgroei en vruchtdragen.

2 : De vervullingfase (scheppingsdagen 4-6) kan worden vergeleken met groeiende geestelijke volwassenheid. In de geestelijke betekenis van de begrippen is er natuurlijk een geleidelijke overgang van de eerste naar de tweede fase.

.

 

plaat2 (1)

 

.

 

Scheppingsdag 1 – licht

 

Het licht van scheppingsdag 1 wijst op de komst van Jezus, die zichzelf terecht het licht voor de wereld noemde.

“Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht hebben.” (Johannes 8:12)

Evenals licht de belangrijkste energiebron is voor de aarde en de belangrijkste voorwaarde voor leven, zo heeft het licht in geestelijke zin alles te maken met het nieuwe leven. God wil dit leven geven aan ieder mens die het van Hem wil ontvangen. Zodoende is de doorbraak van het licht op de eerste scheppingsdag een beeld van bekering en wedergeboorte, het begin van de wandel in het licht:

“Dezelfde God die gesproken heeft: Uit de duisternis zal het licht schijnen, heeft zijn licht doen schijnen in ons hart…” (2 Korintiërs 4:6)

Daarna gaat God verder met zijn herscheppingswerk in de mens. Onder invloed van het licht van de eerste scheppingsdag volgt een levenslang proces van geloofsgroei en vernieuwing. Door de zegenrijke werk van Gods Geest in het hart van de gelovige dringt dit licht steeds verder door tot in alle aspecten van het leven.

 

 

Scheppingsdag 2a – atmosfeer (verstand)

 

Het geschikt maken van de atmosfeer is een illustratie van het verstandsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofszekerheid. De nadruk ligt daarbij op de nieuwe inzichten die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest in je verstand.

Gezonde lucht is de eerste levensbehoefte van de mens. Zo heeft de gelovige het nodig dat hij zich dagelijks laat inspireren door de Bijbel om een krachtig fundament van waarheid te ontwikkelen en een gezonde manier van denken. Hoe meer de gelovige zijn verstand laat verlichten door de ‘adem van Gods Geest’, hoe beter zicht hij heeft op God en zijn bedoelingen met zijn leven.

De wind zorgt voor zuivering van de atmosfeer, doordat schadelijke dampen en gassen worden weggevoerd en verspreid. De Heilige Geest wil ons helpen de leugens van de wereld te ontmaskeren en af te wijzen, zodat onze gedachten er niet door vergiftigd worden. Zodoende is de atmosfeer ook een beeld van ons geweten dat ons bovendien helpt om rein te leven volgens Gods leefregels.

 

 

Scheppingsdag 2b – water (gevoel)

 

Het scheiden van het water is een illustratie van het gevoelsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofsvertrouwen. De nadruk ligt daarbij op de geloofsbeleving die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest in je gevoelsleven. Behalve lucht is ook water noodzakelijk voor leven op aarde. Water is het beeld van het beweeglijke element in de mens, zijn gevoelsleven.

Op scheppingsdag 2 ontstaat er een evenwicht tussen de atmosfeer (boven) en de watermassa’s (beneden). Evenzo moet je verstand in evenwicht komen met het gevoel, waarvan water een beeld is. Hoe meer je verstand zich laat verlichten door het Woord van God, hoe beter je als gelovige leert om te gaan met beproevingen en verleidingen. Hierdoor en door je persoonlijke omgang met God en wat je leert door omgang met medegelovigen leer je steeds meer op God te vertrouwen. Zo leer je te genieten van een gelukkig leven vanuit de verbondenheid met God, ook onder moeilijke omstandigheden.

Het leerproces van scheppingsdag 2 gaat vaak gepaard met veel innerlijke strijd en dat wordt eigenlijk pas op scheppingsdag 3 afgerond, als het vasteland tevoorschijn komt, ofwel als de overwinning in die innerlijke strijd zich begint af te tekenen. Dit heeft ook te maken met het feit dat het verslag van scheppingsdag 2 niet wordt afgesloten met de gebruikelijke woorden: “God zag dat het goed was”. Aan het einde van scheppingsdag 2 is er immers nog geen ‘eindproduct’. De strijd is nog niet geheel gestreden…

 

 

Scheppingsdag 3a – vasteland (wil)

 

Het ontstaan van het vasteland is een illustratie van het wilsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofskracht. Daarbij gaat het vooral om je toewijding aan Jezus en de nieuwe kracht die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest ten opzichte van je wil. Het oprijzen van vaste grond boven het wateroppervlak, doet denken aan de opstanding van Jezus. Zoals het vasteland het heeft gewonnen van de zee, zo heeft Jezus aan het kruis de grootste overwinning van alle tijden behaald. Het leven heeft eens en voorgoed gewonnen van de dood.

“… Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven …” (Johannes 11:25)

Het ontstaan van het vasteland symboliseert ook de overwinning in de innerlijke strijd van scheppingsdag 2, tegen leugens, overweldigende levensomstandigheden, zondige verlangens, enzovoort. Die overwinning komt tot stand doordat je met je wil kiest om te doen wat God in zijn woord zegt (geloofsgehoorzaamheid). Dan krijg je in geestelijke zin vaste grond onder je voeten. Je leert bouwen op God, de Rots, waardoor je niet meer zo snel wankelt. Telkens wanneer je gedurende de innerlijke strijd tot overwinning komt, ontstaat er geestelijk gezien een stuk vasteland.

“En dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.” (1 Johannes 5:4)

Tijdens scheppingsdag 2 PROBEER je uit geloof te leven; op scheppingsdag 3a LEEF je uit geloof.

 

 

Scheppingsdag 3b – plantengroei (gedrag)

 

Het ontstaan van plantengroei is een illustratie van het gedragsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofspraktijk. De nadruk ligt daarbij op de nieuwe levensstijl die je als gelovige ontwikkelt door de werking van de Heilige Geest ten opzichte van je gedrag.

Plantengroei is de eerste geschapen levensvorm op aarde. Een levend geloof is een vruchtdragend geloof ofwel een geloof dat zich uit in de praktijk van het dagelijks leven. Geestelijke vrucht is wat God wil doen in en door elke wedergeboren gelovige. Evenals vruchten aan een boom groeien door het sap dat via wortels en takken wordt aangevoerd, zo groeien geestelijke vruchten in de gelovige door het levende water. Dat is de Heilige Geest die door en uit de gelovige stroomt.

“De Schrift zegt over wie in mij gelooft: Zijn hart zal een bron zijn waaruit stromen levend water vloeien.” (Johannes 7:38)

De meeste planten groeien op de vaste grond. Eerst ontwikkelt zich het gedeelte ONDER de grond en vervolgens het bovengrondse deel. Het wortelgestel zorgt onder meer voor de stabiliteit van de plant en de opname van voedingsstoffen uit de grond. Het zorgt ervoor dat de boom onder alle weersomstandigheden kan overleven en vrucht dragen. Dat voorbeeld wordt uitgewerkt in Psalm 1, waarin een gehoorzame gelovige wordt vergeleken met een boom die bij het water geplant is. Daardoor is die boom in staat om vrucht te dragen, terwijl zelfs de bladeren bij droogte niet verpieteren.

 

 

Scheppingsdag 4 – zon, maan en sterren (vol van Jezus)

 

Met scheppingsdag 4 begint de vervullingsfase van de schepping en die staat symbool voor het volwassen stadium van de gelovige. Het gaat daarbij om een verdere, diepere uitwerking van wat er tijdens het jeugdstadium is geleerd. In de normale betekenis van het woord betekent volwassen worden dat je leven niet meer alleen om jezelf draait, maar dat je ook verantwoordelijkheid neemt voor anderen. Geestelijke volwassenheid betekent in de eerste plaats: niet zozeer eigen welzijn en zegeningen nastreven, maar gericht zijn op Jezus (de zon) en op het zegenen van je medemensen.

De zon kunnen we zien als een beeld van Jezus, die op de aarde is gekomen om het licht van God te laten schijnen in de harten van de mensen als het ‘licht van de wereld’. De maan kan gezien worden als het beeld van zijn Gemeente, terwijl individuele gelovigen kunnen worden vergeleken met sterren.

“opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel.” (Filippenzen 2:15)

Zon en maan hebben beide als taak licht te geven op aarde. De maan en de sterren verrichten hun taak wanneer de zon onzichtbaar is, ofwel in de nacht, in afwachting van de wederkomst van de Heer. Daarom heeft de Gemeente als geheel en afzonderlijk de opdracht om licht in de wereld te verspreiden. Jezus zei:Ik ben het licht der wereld (Johannes 8:12) maar ook: jullie zijn het licht der wereld (Johannes 5:13) om Jezus te laten zien.

 

.

Scheppingsdagen 5-6 – steeds meer op Jezus gaan lijken

 

Op scheppingsdag 5a, 5b en 6a heeft God de dieren geschapen die een beeld zijn van een verdere vervulling van je verstand, gevoel en wil: verdieping van inzicht, geloofsbeleving en geloofskracht.

Op scheppingsdag 6b heeft God de mens geschapen als de hoogste scheppingsvorm en het meest op God gelijkende evenbeeld. Deze scheppingsdag is een overduidelijk beeld van wat er gebeurt als iemand met God wandelt: er groeit een levensstijl van zegenen , echte liefde en offerbereidheid in navolging van Jezus. Als een gevolg van het proces van geloofsgroei gaat het karakter van de gelovige steeds meer op dat van Jezus lijken. En dat is het hoogste doel voor de mens tijdens zijn leven op aarde.

 

 

Scheppingsdag 7: rusten in Jezus

 

De diepere bedoeling van deze dag is dat mensen de rust ontdekken die bij Jezus te vinden is: rust om je geestelijke bestemming te vinden bij de wedergeboorte, rust om tijdens het leven te blijven vertrouwen op Gods hulp, en de rust in het hiernamaals als je aardse taak als gelovige is afgelopen en je Jezus op een nieuwe manier zal mogen dienen in het hiernamaals.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Boodschap 110 van ” Boodschappen uit de kosmos ”

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

 

evenwichtstenen

.

.

.

DE VANZELFSPREKENDHEID DER DINGEN

 

IS DE VIJAND VOOR HET BEELD

 

VAN EEN GODDELIJKE SCHEPPING

 

 

 

6501145615_d97492a894_b

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

Vijfde miniatuur: vierde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

Museum – Hildegard von Bingen

 

 

 

 

Vijfde miniatuur: vierde visioen van het eerste boek

 

 

Scivias%20T%205_Boek%20I,4
.
.
.
.

Het vierde visioen wordt geïllustreerd met de miniaturen vijf, zes en zeven. Het laat de schepping van de mensenziel zien, al haar moeilijkheden ten gevolge van de erfzonde en haar strijd om desondanks in het hemelse heil opgenomen te kunnen worden.

De vijfde en zevende miniatuur beslaan een volle pagina, de zesde slechts een kwart. Deze dient eigenlijk alleen als schakel tussen de twee grote voorstellingen en zij wordt ook niet vergezeld van een stem uit de hemel.

De vijfde en zevende miniatuur vormen samen de illustratie van de toespraak uit de hemel aan het begin van het vierde visioen van het eerste boek:

“De zalige en onuitsprekelijke Drieëenheid heeft zich geopenbaard als de Vader van Zijn eniggeboren Zoon, die naar de wereld werd gezonden, opdat de mensen, die ieder met een eigen karakter geboren worden en in veel schuld verstrikt dreigen te raken, door het mensgeworden Woord naar de weg der waarheid teruggevoerd zouden worden”.

Reeds bij de eerste blik op miniatuur vijf zien we twee helften. De linkerkant stelt de ontvangenis en de groei van een mensenkind in de moederschoot voor. De rechterkant stelt, in vijf tafereeltjes van onder naar boven, de levensloop voor van ieder mens in dit tranendal naar de top van het geestelijke leven.

In de linkerhelft van de miniatuur zien we de ontvangenis van de mens in de moederschoot en de instorting van de levenskiem door de Drieënige God. Onmiddellijk valt hier weer de eivorm op met groen als achtergrondkleur. Van de vorige miniatuur weten we dat zowel het ei als de groene kleur voor Hildegard tekens zijn voor de ‘viriditas’, de groeikracht.

We mogen niet de simpele conclusie trekken dat de eivorm alleen betrekking heeft op de vrouw en het moederschap want in dit ei zijn zowel de vrouw als de man uitgebeeld. Vader en moeder vormen dus samen het ontvangende vrouwelijke element, waar God, hier weergegeven als een gulden vierkant, als Vader tegenover staat.

De hele schepping, maar het ouderpaar in het bijzonder, heeft als roeping gekregen de ontvangende te zijn tegenover de almachtige Levensschenker. Eigenlijk wordt aan Hildegard de kringloop van de menselijke geest getoond. Deze begint in de Algeest (het vierkant dat zich naar alle zijden uitstrekt), van waaruit de menselijke geest door zijn moeder heen in een lichaam op aarde wordt geboren.

Daar moet de geest zich staande zien te houden in de druk die van de tijd als stroom van gebeurtenissen uitgaat. Als de mens erin slaagt bij zichzelf te komen en zich geestelijk te ontwikkelen, bereikt hij het doel: zelfverwerkelijking.

Bij het overlijden wordt hij opgevangen door geesten met wie hij nu overeenstemt door zijn ontwikkeling; door hen wordt hij naar zijn eigen wereld gevoerd. Is dat een lichte wereld, dan kan hij in het paradijs weer met God worden herenigd.

 

De woorden die de Stem aan  Hildegard mededeelt :

We lezen:

“En nadien zag ik een bijzonder grote en heldere schittering die leek op te vlammen (een kracht), met vele ogen (is alziend, m.a.w. een bewuste kracht), en die vier hoeken had die naar de vier uithoeken van de wereld (alomtegenwoordig) gekeerd waren (m.a.w. de vierhoek is de Algeest);in die schittering, die het geheim van de hoogste schepper aanduidde, werd me een heel groot geheim onthuld. 

En daar binnenin die schittering verscheen ook een andere schittering, gelijkend op die van de ochtendgloed en die de helderheid van een purperen schittering bevatte (en vele, vurige bollen: de wereld van de menselijke geesten in de Algeest).”

(De ‘ochtendgloed’ of ‘morgenrood’ is een beeld van Maria en haar zoon Jezus. Het hoofdje dat in de baan te zien is, is de geest van Jezus, de heilige geest, die als volmaakte geest naar de aarde afdaalt.)

“En zo zag ik … een vrouw (op aarde) die in haar buik … de volledige gestalte van een mens droeg. En zie, door een geheim raadsbesluit van de hoogste schepper begon deze gestalte hevige, leven gevende bewegingen te maken en wel zo dat een vurige bol (bol van licht en warmte, een menselijke geest uit de geestelijke wereld), die niet de vorm van een menselijk lichaam had, (door de verbinding afdaalde en) het hart van deze gestalte in bezit nam en diens hersenen bedekte, en zich in al zijn ledematen verspreidde (de indaling van de geest in het lichaam).


En daarna kwam diezelfde mensengestalte, die aldus tot leven werd gewekt, uit de schoot van deze vrouw en dit in overeenstemming met de bewegingen welke die bol (de geest) in diezelfde mensengestalte veroorzaakte; en in overeenstemming met die bewegingen veranderde die mensengestalte ook van kleur. 

En ik zag dat de vele wervelwinden (zintuiglijke ervaringen) die deze bol binnendrongen – de bol welke nog altijd in dat lichaam bleef – hem naar de aarde deden afbuigen (de onbewuste vereenzelviging); maar deze bol, die weer op krachten was gekomen, richtte zich moedig op en weerstond krachtig die wervelwinden en zei, al klagend: Waar ben ik, ik die verdwaald ben? In de schaduw van de dood.” (de zelfbewustwording). 

En zie, ik zag op aarde mensen die in hun kannen melk droegen en daar kazen van maakten (verwerking van ervaringen tot persoonlijkheidstrekken: de ‘kazen’ zijn ‘witte bollen’: de geest); één deel ervan was vet en dik, en daaruit werden sterke kazen (krachtige geest) gemaakt; het andere deel was licht en dun, en daaruit werden zwakke kazen gestremd (zwakke geest); en een deel was vermengd met vies slijm, het was besmet en daaruit werden bittere kazen gemaakt (kwaadaardige geest).”

“En jij nu mens, die dit ziet, sta er ook bij stil, want ‘de vele wervelwinden die deze bol binnendringen – de bol die nog altijd in dat lichaam blijft – doen hem naar de aarde afbuigen’ (maakt de geestesgesteldheid zintuiglijk: de onbewuste vereenzelviging): dit betekent dat de menselijke ziel, wanneer de mens nog … in zijn lichaam leeft, door vele onzichtbare verleidingen wordt geboeid, die haar door het genot van de zintuigen vaak doen afbuigen naar de zonden van de aardse genietingen.”

“Maar met herstelde krachten richt ze zich moedig op en verzet zich er krachtig tegen’: dat is omdat de gelovige en beproefde mens, ook al heeft hij gezondigd, vaak dankzij de gave Gods tot inkeer kan komen en zijn zonden verlaten (zelfbewustwording en zelfverwerkelijking); en omdat hij, door zijn hoop in God te stellen, de misleidende verlokkingen van zich af kan zetten, op voorwaarde dat hij zijn schepper trouw blijft zoeken – net zoals de gelovige mens, die hierboven aan het woord is, in haar klacht over haar beproeving heeft aangetoond.”

Deze voorstelling verwijst verder naar de oneindige hoogte en diepte van de goddelijke majesteit. In het vierkant loopt een gouden baan gevuld met oranje stippen en een mensengezichtje. Hier wordt volgens Hildegard aangegeven, dat in Gods alwetendheid de Menswording in Maria (graag aangeduid door de oranje kleur van de dageraad) een centrale plaats inneemt.

Met andere woorden: wanneer God niet slechts de mens schept in natuurlijke orde, maar in iedere mens tevens de kiem legt van zijn bovennatuurlijk leven, dan vormt voor God steeds het mysterie van de Menswording en de verlossing uit de zonde de voornaamste drijfveer. 

In de tegenstelling tussen het gouden vierkant en het groene ei ligt heel duidelijk uitgedrukt, hoe Hildegard het volkomen anders zijn van God, ten opzichte van alles wat geschapen is, ervaren heeft. Hij is de machtige Gever en het geschapene is de volkomen ontvangende. In die zin is God het mannelijk en de schepping in haar geheel het vrouwelijk element.

Tegelijkertijd ervoer Hildegard de oneindige Goedheid van God. Hij wil immers elke geest die van goede wil is en die zich in geloof en liefde voor Hem openstelt, opnemen in zijn innerlijk goddelijk leven, doch altijd langs de weg van de Mensheid van de Tweede Persoon.

Helaas, de onwil van de mens, verleid door de onwillige engel, de duivel, is de basis van het mysterie van de erfzonde. Deze invloed van de boze geest is hier heel realistisch weergegeven door het duivelsfiguurtje, dat het stremsel van het mannenzaad, gedragen als kaas uit melk vervaardigd (Job, 10-10) weet te bezoedelen.

Er wordt niet alleen gezinspeeld op de erfzonde, maar ook op de eventuele mindere kwaliteit van het menselijk zaad, wat misvormde en geestelijk gestoorde kinderen verwekken kan. Het natuurlijke, gezonde leven en  het geestelijk gezonde leven liggen volgens Hildegards gedachtegoed in elkaars verlengde. Ziekte en zonde zijn verstrengeld, zoals wij het ook leren uit de genezingsverhalen van Christus in het evangelie.

De vijf tafereeltjes aan de rechterzijde tonen ons in oplopende lijn de verschillende lijdensstormen welke ieder mensenkind, na zijn geboorte en tijdens de groei naar geestelijke volwassenheid, te verduren heeft. In de onderste drie taferelen zien we de naakte mens (hier geslachtsloos weergegeven) die gefolterd wordt door duivelsfiguren en wanstaltige dieren.

Vanaf het begin wordt de mens door zijn vleselijke begeerten neergetrokken wordt tot het peil van onreine varkens. Een ziel kan bloot staan aan hevige geestelijke druk en benauwdheden, hier door een wijnpers uitgebeeld. De duivel perst, in plaats van druivensap, het bloed uit de mens. Dat de mens door exotische dieren dreigt aangevallen en gebeten te worden, kan wijzen op de geestelijke kwellingen van twijfels welke de mens tot het uiterste kunnen uitputten.

Op het vierde tafereel gebeurt er iets wonderlijks in de mensenziel. Ja, zegt de uitleg van Hildegard, er komt een dag, dat het mensenkind zich de moeder Sion, de heilige stad Jeruzalem, herinnert en daarnaar terug wil keren. Om de ziel daarvan terug te houden, werpen de duivels een berg van moeilijkheden op. Tot groot leedvermaak van de duivels schreit de ziel in haar heimwee naar het paradijs, dat hier is voorgesteld door twee roodbruine varenachtige planten.

Maar dan geeft God de ziel vleugels, opdat zij alle beletselen kan overwinnen en zo gevoerd kan worden naar de mystieke tent van de onverwrikbare verbondenheid met God (zie bovenste tafereel). Op deze wijze wordt duidelijk aangegeven, dat de vereniging met God een genade is, vrijblijvend door Hem geschonken.

Middenin de stalen tent, volgens het beeld van Hildegard, bouwt de ziel een toren van vierkante stenen en hangt daar rode schilden en ivoren hoorns aan op. Hildegard is vol Bijbelse beeldspraak; alleen zij die daar goed in thuis zijn, kunnen de gedachten van onze zieneres volgen.

 

zie http://www.geestkunde.net

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

Zeven redenen waarom de interpretatie van Genesis belangrijk is

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Zeven Redenen Waarom de Interpretatie van Genesis Belangrijk Is

 

 

12598026-Chapter-1-of-the-Book-of-Genesis-in-the-Old-Testament-of-the-Holy-Bible-Stock-Photo

 

 

Dit artikel is bedoeld voor christenen die zich afvragen: “Wat doet het er toe? Is de interpretatie van Genesis niet slechts een bijzaak? Het gaat toch om het Evangelie?” Deze mensen zijn het gezeur over ‘de leeftijd van de aarde’ en ‘de interpretatie van Genesis’ inmiddels zat. En vooral wanneer ze zien dat de discussies hierover fel en soms zelfs ‘liefdeloos’ worden, vragen ze zich af of dat het allemaal wel waard is.

En terecht. Als discussies over Genesis liefdeloos worden is dat inderdaad een slechte zaak. Maar aan de andere kant is het niet zo dat we om die reden maar ‘niet moeilijk moeten doen’ over Genesis. Het is niet zo dat de interpretatie van Genesis van ondergeschikt belang is. Er zijn allerlei redenen waarom christenen belang zouden moeten hechten aan wat de Bijbel zegt over de schepping van de wereld.

Om te beginnen zal ik beknopt vier redenen geven waarom de Bijbel onverenigbaar is met evolutionistische theorieën en miljoenen jaren. Daarna volgen er zeven redenen waarom het niet alleen bijbels correct, maar ook nog eens belangrijk is om Genesis te interpreteren zoals het bedoeld is, en geen compromissen te sluiten met menselijke bedenksels.

 

 

 

Bijbel en evolutionistische theorieën onverenigbaar

 

Vier redenen waarom evolutionistische theorieën en de Bijbel diametraal tegenover elkaar staan en onverenigbaar zijn:

    -Miljoenen jaren van ziekte, pijn, dood en natuurlijke selectie kunnen niet de scheppingsmethode geweest zijn van een goede God, die bovendien tijdens en na zijn scheppingswerk vaststelde dat alles ‘zeer goed’ was (Gen 1:31). Volgens de Bijbel is de dood door de mensen in de wereld gekomen, volgens de evolutietheorie is dit andersom.

 

    -Alle Bijbelse gegevens wijzen erop dat de eerste hoofdstukken van Genesis historische gebeurtenissen beschrijven. Schepping, zondeval en zondvloed worden ook in het Nieuwe Testament meerdere malen aangehaald, en keer op keer vanuit de aanname dat het ware gebeurtenissen zijn. Er is geen enkele Bijbelse reden om Genesis 1 en 2 anders op te vatten dan historisch.

 

    -De scheppingsdagen van Genesis 1 zijn bedoeld als letterlijke dagen (d.w.z. draaiing van de globe t.o.v. een lichtbron). Het woordje ‘yom’ in combinatie met ‘nacht’ en ‘morgen’ en ‘avond’ kan onmogelijk een lange tijdsperiode betreffen. Exodus 20:11 ondersteunt dit. Als deze onderbouwing niet genoeg is zou men zich af moeten vragen wat God mogelijkerwijs in zijn Woord had kunnen zetten om zijn ‘gelovigen’ (die toch al besloten hebben menselijke wetenschap serieuzer te nemen) ervan te overtuigen dat hij de wereld echt in zes dagen geschapen heeft.
    .
    .

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

De Bijbel maakt duidelijk dat de zondvloed in de dagen van Noach een wereldwijde gebeurtenis was. Het water stond boven de bergen en al het landleven buiten de ark, in welks neus de levensadem was, kwam om. Het wereldwijd voorkomen van fossielhoudende aardlagen is een overblijfsel van deze gebeurtenis en een herinnering aan Gods oordeel. Evolutionisten ontkennen de wereldwijde zondvloed en spreken daarmee rechtstreeks Gods Woord tegen.

Goed, dus de aarde kan geen miljoenen jaren oud zijn, en de evolutietheorie strookt niet met de Bijbel. Maar waarom is het zo belangrijk hierover een stevig standpunt in te nemen? Hier volgen zeven redenen.

 

 

 

1. Evolutie gaat in tegen het karakter van God

 

Theïstisch evolutionisme levert een verkeerd beeld van het karakter van God. De God van de Bijbel is goed (Luc 18:19 en alles wat Hij doet is volmaakt (Deut 32:4). Maar de God van miljoenen jaren van evolutie en natuurlijke selectie is wreed en bloeddorstig. De atheïstische bioloog en Nobelprijswinnaar Jacques Monod zei:

[Natural] selection is the blindest, and most cruel way of evolving new species […] because it is a process of elimination, of destruction. The struggle for life and elimination of the weakest is a horrible process, against which our whole modern ethics revolts. An ideal society is a non-selective society, is one where the weak is protected; which is exactly the reverse of the so-called natural law. I am surprised that a Christian would defend the idea that this is the process which God more or less set up in order to have evolution.

 

 

 

2. Compromis ondermijnt het gezag van de Bijbel

 

De Bijbel is Gods Woord en deze zal altijd stand houden (Ps 119:89). De mens is leugenachtig (Rom 3:4). christelijke evolutionisten proberen Gods Woord te conformeren aan het woord der mensen. Dit is de verkeerde mentaliteit. We moeten menselijke beweringen juist toetsen aan het Woord van God (Hand 17:11).

 

 

 

 

.

.

 

3. Genesis vormt de basis van belangrijke christelijke doctrines

 

Onder meer de volgende instellingen / doctrines zijn direct geworteld in de historische gebeurtenissen zoals beschreven in Genesis:

  • De werkweek. Het sabbatsgebod (Exodus 20:8-11) is gebaseerd op het plaatsvinden van Gods zesdaagse schepping.
  • Het huwelijk. In Matteüs 19:4-5 haalt Jezus zowel Genesis 1 als 2 aan en baseert het huwelijk op haar historische oorsprong.
  • De wederoprichting. Handelingen 3:21 spreekt over een ‘wederoprichting aller dingen’ en Jesaja 11:6-8 omschrijft deze wederoprichting als een tijd waarin de wolf bij het schaap zal verkeren, de koe en de berin samen zullen weiden, et cetera. Openbaring 22:2 zegt dat de boom des levens wederom vrucht zal dragen. De wederoprichting is een herstel van de situatie zoals die was voordat de aardbodem vervloekt werd, voor de zondeval (vergelijk Genesis 3:17 met Openbaring 22:3). Evolutionisten ontkennen deze historische basis, want volgens hen bestond predatie al miljoenen jaren voor de eerste mens ontstond.

 

 

.

4. Genesis is het fundament onder het christelijke geloof

 

De reden dat Jezus voor onze zonden moest sterven is direct gebaseerd op de ware geschiedenis zoals die in Genesis staat. De Bijbel zegt: “Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben” (Rom 5:12) en: “Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.” (1 Kor 15:22) Door Adams zondeval kwam de dood in de wereld. Evolutie vernietigt dit historische gegeven, door te veronderstellen dat de dood er al was lang voor Adam bestond.

 

 

 

5. Evolutie is het fundament onder valse wereldse leringen

 

De evolutietheorie is gebruikt om de volgende antichristelijke ideologieën te propaganderen:

  • Communisme (met het idee van evoluerende samenlevingen)
  • Kapitalisme (gerechtvaardigd door survival of the fittest)
  • Nazisme (vernietig de inferieure rassen)
  • Imperialisme (buit de inferieure rassen uit)
  • Humanisme (er is geen God dus de mens staat centraal)
  • Eugenetica (het purificeren van de menselijke genenpoel)

Vooral het humanisme is tegenwoordig dominant: “Omdat wij geen Schepper hebben hoeven we aan niemand verantwoording af te leggen, en kunnen we zelf de regels maken.”

Om deze redenen zouden christenen evolutie met kracht moeten bestrijden. Maar als we compromissen sluiten ondergraven we niet alleen de basis onder het christelijke geloof, we komen daarmee ook nog eens tegemoet aan een theorie die gebruikt is om al deze ideologieën te ondersteunen.

 

 

 

6. De negatieve spiraal van het compromis

 

We bevinden ons op een slippery slope, compromis in Genesis heeft geleid tot:

  • Verlies van radicaliteit
    Compromis is vaak een manier om confrontatie uit de weg te gaan, maar als christen moeten we niet bang zijn een ‘te radicaal’ standpunt in te nemen (Mat 5:13, Op 3:16). Het is van ondergeschikt belang wat de wereld denkt. Wie in Genesis compromissen sluit, zal waarschijnlijk ook op andere gebieden toegeeflijker zijn. Maar we hebben de opdracht standvastig te zijn (Joz 23:6, 1 Kor 15:58).

 

  • Verder wantrouwen in Gods woord
    De trend van de Bijbel ‘niet al te letterlijk nemen’ houdt niet op bij Genesis, maar veel mensen hebben deze benadering doorgetrokken naar andere bijbelgedeelten. Jona heeft niet werkelijk in de maag van een zeemonster gezeten, Maria was niet letterlijk een ‘maagd’ toen ze van Jezus beviel, al die wonderen in het NT moeten ook met een korreltje zout genomen worden. Trouwens, de Bijbel is toch ook maar door mensen geschreven? Et cetera. Het is natuurlijk niet zo dat iedere christen die in miljoenen jaren gelooft gelijk twijfelt aan Gods auteurschap van de Bijbel, maar het is onontkenbaar dat een deel van de voormalige christenheid, misschien gedurende meerdere generaties, deze slippery slope ver is afgedaald.

 

 

 

 

  • Geloofsafval
  1. Voor sommige christenen die een compromis aanhangen (zoals theïstisch evolutionisme) leidt dit nooit tot twijfels over het geloof. Maar er zijn ook mensen die door hebben dat evolutie en miljoenen jaren van dood en pijn onverenigbaar zijn met de Bijbel. Als deze mensen geen antwoorden vinden op hun vragen (een waarschijnlijk scenario gezien de staat van compromis waarin de kerk verkeert) is geloofsafval een realistisch gevaar. Iets dergelijks is gebeurd met mannen als Joseph Stalin, H.G. Wells en Charles Templeton (eens een groot evangelist en vriend van Billy Graham, later auteur van Farewell to God).
  2. Geloofsafval kan ook over de generaties plaatsvinden. Dit is misschien wel één van de voornaamste geloofsafbrekende processen, maar het verloopt bijna ongemerkt. Iedere generatie is iets minder radicaal dan de voorgaande, hecht iets minder belang aan Gods Woord, en uiteindelijk gaat men op in de grote reliwinkel van de wereld. Christelijke identiteit verloren.
  3. De acceptatie van evolutie is grotendeels het gevolg van de opvatting dat wetenschap naturalistisch moet zijn. D.w.z., bovennatuurlijke verklaringen (God, wonderen) zijn niet toegestaan. Maar datzelfde uitgangspunt van naturalisme ontkent even hard dat de fysieke wederopstanding van Jezus kan hebben plaatsgevonden. Wie niet meer gelooft in Jezus’ opstanding is geen christen meer (1 Kor 15:12-19). Dus geloofsafval ligt in het verlengde van de acceptatie van naturalisme.

.

.

7. We leven in een ‘Griekse’ wereld, schepping  is de sleutel

 

Toen Paulus in Athene het Evangelie bracht (Hand 17) bestond zijn publiek uit Griekse wijsgeren die geen concept hadden van de almachtige God. Paulus moest dus eerst een fundering leggen door hen te vertellen over de identiteit van de God waarover hij predikte. Hoe definieerde Paulus over Wie hij het had? Dat deed hij als volgt (Hand 17:23-27):

Wat gij dan, zonder het te kennen, vereert, dat verkondig ik u. De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt, en laat Zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft. Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte der aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons.

Voordat Paulus hen het Evangelie kon vertellen, moest hij eerst een fundering leggen waarop verder gebouwd kon worden. Wat was die fundering? Genesis! Want het belangrijkste om over Paulus’ God te weten is dat Hij de Schepper van hemel, aarde en de mens is, en dus boven de schepping staat. Pas als we dit begrijpen kan het Evangelie een logische betekenis hebben.

De huidige samenleving lijkt op dit punt op die van de Grieken van 2000 jaar geleden: men gelooft niet meer in een almachtige Schepper. En de belangrijkste reden dat men niet meer in een Schepper gelooft, of zelfs denkt dat geloof in een Schepper achterhaald is, is evolutie. In deze maatschappij functioneert evolutionisme als het belangrijkste alternatief voor het christelijke geloof. Willen wij met een antwoord komen, kan het maar beter het júiste antwoord zijn! En in het geven van het juiste antwoord (Kolossenzen 4:6) moeten christenen één zijn, en elkaars werk niet ondermijnen.

Evolutie kan op geen enkele manier als fundament dienen waarop we kunnen bouwen als we het Evangelie brengen. We moeten mensen dus opnieuw vertellen dat er een Schepper is, en wel de Schepper waar in de Bijbel over gesproken wordt.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Vierde miniatuur: derde visioen van het Eerste Boek

Standaard

categorie : Hildergard Von Bingen

 

 

 

 

.

 

Derde visioen van het Eerste Boek

 

 

 

.
.
.
.
.
.
 Terwijl we deze prachtige compositie van Ptolomaeus’ wereldbeeld op ons laten inwerken, luisteren we naar wat de hemelse Stem zegt:
.
.

“God die alles door Zijn Wil te voorschijn riep, heeft ieder ding geschapen, opdat Zijn Naam erdoor gekend en geëerd zou zijn. Doch niet alleen het zichtbare en het tijdelijke maakt Hij door Zijn schepping bekend, maar ook het onzichtbare en het eeuwige.”

 

Door de zonde heeft de kosmos, die samengesteld is uit vier elementen aarde, water, lucht en vuur, zijn oorspronkelijke harmonie verloren. Maar de rol van de kosmos, symbool te zijn van de toekomstige en nieuwe harmonie, is voor Hildegard zoveel duidelijker geworden. Daarbij komt dat de wanorde en de barensweeën van de kosmos een grotere verbondenheid te weeg brengen tussen de mikro- en de makrokosmos.

Wat wellicht het eerste opvalt bij het zien van deze miniatuur, is de ovale vorm van de kosmos. Dit is een persoonlijk stempel die Hildegard hier legt op het reeds duizendjarig motief van het wereldbeeld, ontworpen door de Griekse astronoom Ptolomaeus uit de tweede eeuw na Christus.

De gangbare voorstelling is cirkelvormig, of zoals Hildegard zelf op latere leeftijd in haar Liber Divinorum Operum aangeeft, de vorm van een rad. Waarom spreekt zij hier van eivormig? In haar uitleg geeft zij er een symbolische betekenis aan. Deze vorm wijst de gelovige op de almachtige God, die niet te vatten is in zijn majesteit en niet te doorvorsen is in zijn geheimen.

Terwijl Hildegard nog bezig is met het mysterie van het kwaad, wijst zij reeds op God als bron en doel van onze hoop op het herstel van het nieuwe leven. Denken wij aan nieuw leven, dan denken wij ook aan een ei. Daar komt bij dat Hildegard, in haar poging om het onderscheid en verband tussen de verschillende elementen in de opbouw van de kosmos aan te duiden, het een prachtig beeld vond in het afpellen van de verschillende lagen van een ei rondom de dooier die in het midden hangt. De ronde vorm van de dooier was een voor de hand liggend beeld van de aarde, welke voor die tijd het middelpunt vormde van de hele samengestelde kosmos.

Dit grootse motief van de kosmos in eivorm is door de miniaturist uitgewerkt tegen een achtergrond van geel en blauw met witte puntjes. Hierover wordt niet gesproken in de tekst, maar het is mogelijk in deze twee kleuren een beeld van God zelf te zien, waarin de kosmos hangt. Het geel komen we straks tegen in miniatuur 27 voor de deugd Veritas, in miniatuur 29 voor de deugd Castitas en tenslotte in miniatuur 30 voor de Sapientia. Van haar wordt uitdrukkelijk gezegd, dat zij in goud gekleed gaan.

Maar de kunstenaar moest, omdat het bladgoud al zoveel gebruikt is, naar een andere kleur uitzien om de goudkleur uit te beelden, zoals in deze miniatuur naast de gouden vlammen. Zo slaat het geel, alias goud, op God als Scheppende Geest en het blauw op Zijn goedheid. Dit is te zien in de miniaturen 10 en 11.

Een tweede motief is de buitenste ring die bestaat uit vergulde met rood uitgetekende vlammen en de daarop volgende cirkel van een benauwende zwarte kleur. In deze laag zien we bliksemschichten en hagelkorrels uitgebeeld. Deze tegenstelling, tussen het vurig licht en de zwarte duisternis rondom de aardbol die in het midden van de blauwe sterrenhemel hangt, is voor Hildegard het beeld van het mysterie van het kwaad, dat zich opstelt tussen God en de geschapen mens.

Het is de strijd van het licht tegen de duisternis en zijn uiteindelijke overwinning waarover het hele boek Scivias spreekt. We zien in deze miniatuur nòg een keer de tegenstelling door goud en zwart uitgebeeld en wel in de wereldbol die daar in het midden zweeft. In de visioensbeschrijving is niet aangegeven hoe die zwevende bol er uitzag, alleen wordt er van een wereldbol gesproken.

Dom Baillet spreekt hier van de vier elementen, de aarde is groen, het water blauw en wit en hij probeert het goud en het zwart uit te leggen als vuur en lucht. Men kan ook uitleggen dat hier in het goud en het zwart weer die tegenstelling te zien is van licht en duisternis, het goed en kwaad.

Ditzelfde motief komt voor in de miniaturen over het doopsel waar Christus, de nieuw gedoopte, de twee wegen zal tonen. De ene weg naar het licht is aangeduid door het goud en de ander naar de duisternis is aangeduid door het zwart, nog verduidelijkt door de rode vlammen van de hel. Het feit, dat heel de compositie door de miniaturist binnen de omlijsting is gehouden, wijst op de overtuiging van Hildegard dat al het geschapene door de menselijke geest begrepen kan worden.

We zien in de buitenste ring van vlammen drie planeten samen met de grote zonnester die het kader van de eivorm overschrijden. Zij verbeelden het mysterie van de Menswording van de Eniggeborene des Vaders (steeds door de zon aangeduid omdat Hij de bron is van alle licht) en het mysterie van de Drievuldigheid die de menselijke geest te boven gaan. Maar tegelijk heeft de kunstenaar door dit overschrijden van het kader prachtig de eivorm van de kosmos onderstreept.

In de buitenste ring van vuur zien we rechts drie rode kopjes blazen. Zij stellen de Zuidenwind voor met haar nevenwinden, die hun oorsprong vinden in deze vurige zone. Links zien we in de buitenste ring drie groene kopjes uitgebeeld die bliksemschichten en hagelkorrels spuwen. Zij stellen de Noordenwind voor met haar nevenwinden. In de blauwe hemelse zone met de sterren huist de Oostenwind, onderaan door groene kopjes aangeduid, en in de waterhoudende ring rondom de aardbol bevindt zich de Westenwind, door drie grijze kopjes weergegeven.

Het motief van de vier windstreken speelde een grote rol in de verbeeldingswereld van de middeleeuwse mens en kreeg een grote plaats toebedeeld in de symbolentaal. Deze symbolen zullen we dan ook in onze miniaturenserie dikwijls ontmoeten. Zoals reeds gezegd, is het ei voor Hildegard een kernbeeld om de viriditas, de groeikracht van de hele schepping, uit te beelden. Op dit gegeven gaat het volgende visioen dieper in.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Adam en Eva: een levensgroot probleem voor theïstische evolutionisten

Standaard

categorie : religie

 

 

Adam en Eva: een levensgroot probleem voor theïstisch evolutionisten

 

Voor wie de eerste hoofdstukken van de Bijbel leest, is het zonneklaar dat God eerst Adam schiep en daarna Eva (uit een rib van Adam), en dat de hele mensheid van dit eerste mensenkoppel afstamt. Bovendien valt er te berekenen dat de schepping van dit eerste mensenpaar ongeveer 6000 en beslist niet meer dan 10.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden.

 

 

adamevafriendzone

 

 

 

Theïstisch evolutionistische opinie 1: Adam en Eva hebben nooit bestaan

 

De theïstisch evolutionisten die dit denken kunnen net zo goed de eerste paar hoofdstukken uit hun Bijbel knippen. Ook kunnen ze de verscheidene verwijzingen naar Adam in het Nieuwe Testament doorkrassen (Matteüs 19:4, Marcus 10:6, 1 Korintiërs 15:21-22 en 45, 1 Timoteüs 2:13-14, Romeinen 5:12, 1 Korintiërs 11:8-9, Handelingen 17:26, Lucas 3:38 en Judas 14). En als Adam niet bestaan heeft, dan zijn zoon Abel ook niet. Dus kan er nog meer gestreept worden (Hebreeën 11:4 en 12:24, Matteüs 23:35 en Lucas 11:51). In Lucas 3 staat een geslachtsregister van Jezus tot Adam. Als Adam niet echt bestaan heeft :

vanaf welk punt in het register beginnen dan de ‘echte’ mensen?

heeft de zondeval niet plaatsgevonden. De zondeval is het fundament onder het Evangelie (zie Romeinen 5:12 en 1 Korintiërs 15:22).

 

Theïstisch evolutionistische opinie 2: Adam en Eva stamden af van dierlijke voorouders

 

De Bijbel zegt dat God Adam vormde uit het stof der aarde (Gen. 2:7) en Eva uit een rib van Adam (Gen. 2:22). Dat is natuurlijk heel wat anders dan ‘God vormde de mens uit dierlijke voorouders.’

 

 

279084_962_1236262319100-Evolutie_van_de_mens

 

 

 

Waren Adam en Eva de eerste mensen?

 

Als de evolutietheorie klopt, is er geen duidelijke scheidslijn te trekken tussen menselijk en nog-niet-menselijk. Theïstisch evolutionisten die erkennen dat Adam en Eva bestaan hebben, veronderstellen dat zij niet direct geschapen zijn door God, maar gewoon zijn geboren uit menselijke ouders. Het enige bijzondere aan Adam en Eva zou dan zijn dat zij ‘uitverkoren’ waren om in de Hof van Eden leven. Als het evolutiemodel juist is, moeten er reeds duizenden jaren lang mensen hebben geleefd vóór Adam en Eva, en waren zij ook in hun tijd slechts twee van de velen.

De evolutionistische notie dat Adam niet de eerste mens zou zijn, is onverenigbaar met de hele hoofdgedachte van Genesis 2:18-25. Die hoofdgedachte luidt: Het was niet goed dat de mens alleen was, dus gingen God en Adam op zoek naar een geschikte partner. Toen er onder de dieren geen goede tegenpartij te vinden was, maakte God een vrouw uit een rib van Adam.

Toen Adam zijn vrouw zag, riep hij (vers 23): ‘Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal „mannin” heten, omdat zij uit de man genomen is.’ Dit is allemaal nogal onzinnig als mannen en vrouwen al duizenden jaren over de aarde liepen. Ook het Nieuwe Testament zegt onomwonden dat Adam de eerste mens was in 1 Korinthe 15:45 :” de eerste mens, Adam, werd een levende ziel”

 

 

Stammen alle mensen van Adam en Eva af?

 

Het Bijbelse antwoord op deze vraag is JA. Naast de bovenstaande Bijbelgedeelten waaruit blijkt dat Adam en Eva de eerste mensen waren, wordt ook elders in de Bijbel nog eens bevestigd dat alle mensen van Adam en Eva afstammen.

Gensesis 3 : “En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is geworden”

Paulus in Athene : Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt Handelingen 17:26 : Dit is een duidelijke verwijzing naar Adam, uit wie de hele mensheid is voortgekomen.

Al met al is dit dus een grondige weerlegging van de notie dat er ooit mensen bestaan hebben die niet van Adam en Eva afstammen. De Bijbel en de evolutietheorie zijn onverenigbaar.

 

 

Geestloze mensachtigen?

 

Volgens theïstisch evolutionisten waren de mensen vóór Adam en Eva, die er exact zo uitzagen en net zo slim waren als mensen, toch geen echte mensen omdat ze geen geest hadden. God zou dus twee geestloze hominiden hebben uitverkoren en hen hebben uitgerust met een geest, maar alle andere mensen waren in feite slechts een soort intelligente dieren, zonder enig spiritueel besef.

Deze geestloze mensachtigen konden vuur maken, vervaardigden werktuigen, maakten wandschilderingen in grotten en begroeven zelfs hun doden. Vooral dat laatste wijst natuurlijk sterk op de aanwezigheid van spiritueel besef. Geen enkele diersoort doet dat. Kortom, er is beslist geen reden te geloven dat deze hominiden buiten de Bijbelse definitie van ‘mens’ zouden vallen. Verder is het natuurlijk de vraag wat er met al die geestloze mensen is gebeurd. Hebben ze zich gemixt met de ‘echte’ mensen? Of zijn ze uitgestorven?

Ps : hominiden zijn mensachtigen onder de familie van de primaten (mensen, gorilla’s, chimpansees, orang-oetans )

 

 

Wanneer hebben Adam en Eva geleefd?

 

Op basis van de geslachtsregisters in Genesis 5 en 11 valt uit te rekenen dat Adam en Eva ongeveer 6000 jaar geleden hebben geleefd. Theïstisch evolutionisten accepteren de dateringtechnieken die zijn gebruikt om te bepalen dat Aboriginals tienduizenden jaren geleden al in Australië woonden. Dit levert een groot dilemma op:

Als ze de geslachtsregisters in Genesis 5 en 11 accepteren, creëren ze het probleem dat Aboriginals geen afstammelingen van Adam en Eva zijn! Hetzelfde geldt voor de Indianen en honderden andere volken. Als ze ervoor kiezen te beweren dat Adam en Eva veel langer geleden hebben geleefd, meer dan 50.000 jaar geleden, is dat rechtstreeks in strijd met de geslachtsregisters.

Theïstisch evolutionisten komen op dit punt dus hoe dan ook in conflict met de Bijbel.

 

 

Is Eva geschapen uit een rib van Adam?

 

Veel theïstisch evolutionisten geloven ook niet meer in de schepping van Eva uit Adam, maar dat ze een ‘uitverkorene’ was. Dit is natuurlijk zwaar on-Bijbels.

1 Timoteüs 2:13 : Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva

1 Korinthe 11:8 : Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man. Handelingen 17:26 : God heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt.

 

 

Hoe oud werd Adam?

 

Volgens Genesis 5:5 werd Adam 930 jaar oud. Ook zijn nakomelingen in de volgende 10 á 15 generaties werden vele honderden jaren oud (zie Genesis 5 en 11). Adam is een directe schepping van God en was dus genetisch en fysiologisch op en top gezond. Wij, daarentegen, hebben duizenden jaren van degeneratie achter de rug. Ook kun je verwachten dat de wereldwijde zondvloed grote veranderingen teweeg heeft gebracht in het leefmilieu op aarde waardoor de levensverwachting afnam.

Binnen het evolutiemodel geldt dat niet. Er is binnen dit model geen enkele reden om te denken dat mensen vroeger ouder werden. Adam en Eva waren gewoon afstammelingen van andere mensen. Dus zullen veel theïstisch evolutionisten ook de geslachtsregisters in Genesis 5 en 11 ‘herinterpreteren’, om van die hoge leeftijden af te komen. Dit geeft te denken over vanaf welk punt theïstisch evolutionisten de Bijbel serieus gaan nemen. Volgens het geslachtsregister in Genesis 11 namen de behaalde leeftijden van de patriarchen na de zondvloed geleidelijk af.

 

 

evolutie

 

 

Theïstisch evolutionistische opinie 3: we weten het niet

 

Als je geen stelling neemt over hoe oud Adam werd, kun je daarmee zowel de kritiek van medechristenen ontlopen (die je met Genesis 5:5 om de oren slaan), als die van ongelovige evolutionisten (die zulke hoge leeftijden belachelijk vinden, hetgeen binnen het evolutiemodel terecht is). Maar dat je de kritiek van andere mensen ontloopt, wil niet zeggen dat het probleem daarmee verdwijnt. Logischerwijs zijn er maar twee mogelijkheden: Genesis 5:5 klopt of het klopt niet. In onze cultuur wordt bescheidenheid zeer gewaardeerd. Toegeven dat je het niet weet lijkt heel nederig.

Dit gaat soms zelfs zo ver dat het innemen van een stelling, dus zeggen dat je het wel weet, gezien wordt als arrogant! De Bijbel is duidelijk genoeg over Adam en Eva. Al de bovenstaande problemen worden alleen maar gecreëerd door het accepteren van een on-Bijbelse theorie, die overigens bedacht is om ons ontstaan te verklaren zonder daarbij God te hoeven betrekken.

 

 

Conclusie

 

Theïstisch evolutionisme loopt tegen grote problemen aan als het gaat om Adam en Eva. En dit is nog maar het topje van de ijsberg. Theïstisch evolutionisme heeft ook serieuze dilemma’s als het gaat om de scheppingsweek (Genesis 1 en Exodus 20:11), de zondeval (Genesis 3), de zondvloed(Genesis 7 en 8) en de spraakverwarring(Genesis 11).

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA