Tagarchief: paradijs

Is godsdienstvrijheid mogelijk in de Islam ?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wanneer er in de islam godsdienstvrijheid bestaat, dan moet deze ingesteld zijn door God zelf. Immers, islam betekent overgave aan God en moslims geloven dat de koran het letterlijke Woord van God is zoals dat door de aartsengel Gabriël geopenbaard werd aan profeet Mohamed.

 

 

 

dyn009_original_750_531_jpeg_41830_cdebb02474fd920f8bef855b935dabb1

 

 

 

Het is inderdaad God zelf die in de Koran elke dwang inzake godsdienst verbiedt:

In de godsdienst is er geen dwang” (Koran, 2:256)
.
.
.

Met dit vers verbiedt God moslims uitdrukkelijk te proberen anderen tot de islam te dwingen. Daartoe bestaat trouwens ook geen theologische reden, vermits ook niet-moslims volgens de Koran naar het paradijs kunnen gaan. Volgens de islam is het verwerven van het paradijselijk eeuwig leven immers niet gebonden aan lidmaatschap van een kerkgemeenschap, maar wel van vroomheid en hoe men zich gedraagt. Mensen die zich gedragen volgens de leringen van de Profeten die in hun midden gestuurd werden, kunnen naar het paradijs gaan.

“Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)
.
.
.

Het christendom gelooft dat God Adam en Eva hun zonde nooit vergaf. Deze zonde wordt volgens het christendom overgedragen op de nakomelingen zodat elk kind geboren wordt met de erfzonde waarvan men slechts verlost kan worden door volgeling van Jezus te worden. Vandaar ook de sterke missioneringsdrang van het christendom. Het is de enige manier om zielen te redden.

De islam daarentegen gelooft dat God Adam en Eva hun zonde wèl vergaf nadat zij berouw toonden. Elk kind wordt dan ook geboren als een onbeschreven blad, begiftigd met verstand, gevoel en een elementair inzicht in goed en kwaad. Wanneer men zich tijdens het leven laat inspireren door God en zich gedraagt volgens zijn leidraad, kan men in het hiernamaals, mits God’s genade,  toetreden tot het paradijs.

Volgens de islam kunnen moslims die zich misdragen naar de hel gaan, terwijl christenen die leven volgens de aan hen geopenbaarde boodschap naar het paradijs kunnen gaan.

In een op de islam geïnspireerde samenleving kan elkeen vrij zijn geloof belijden. In de islam wordt gesteld dat mensen zich het hoofd niet moeten breken over de verschillen tussen godsdiensten. Dat er verschillende godsdiensten bestaan wordt immers geacht de wil van God te zijn, en God zal op de oordeelsdag wel uitleggen hoe de vork in de steel zat.

In afwachting daarvan draagt de islam mensen van verschillende godsdiensten op met elkaar te wedijveren in goede daden, dwz elk vanuit het eigen geloof het best mogelijk te doen om zo een rechtvaardige samenleving voor iedereen (zijnde het maatschappelijk doel van de islam) tot stand te brengen:

“… En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren.” (Koran 5:48)
.
.
.

Het staat iedereen vrij te geloven wat men wil of ongelovig te zijn:

“Wie het wil, die moet dan geloven en wie het wil, die moet maar ongelovig zijn.” (Koran 18:29)
.
.
.

Immers, islam betekent zich overgeven aan God of in het Arabisch Allah. Dit kiezen voor God veronderstelt dat men vrij is om het te doen. Zonder godsdienstvrijheid is islam niet eens mogelijk.

Er wordt vaak  gedacht dat islamitische landen oorden zijn waar mensen verplicht zijn zich tot de islam te bekeren. Dit is niet het geval. Moslims worden aangemoedigd om een vrije samenleving uit te bouwen die voor iedereen rechtvaardig is.

In veruit de meeste moslimlanden geldt trouwens de shari’ah niet. Zelfs met de shar’iah garandeert deze godsdienstvrijheid  dat andere religies een reeks geloofsgebonden zaken zoals familierecht zelf kunnen ordenen via eigen rechtbanken.

Moslims zijn slechts waarschuwers, overbrengers van de Boodschap. Het is hen uitdrukkelijk verboden anderen te dwingen tot de islam:

“Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen.” (Koran 88:22-23)
.
.
.

Moslims mogen ook niet oordelen over het geloof van anderen. Dit gaat zelfs zo ver dat er een islamitische uitdrukking is die zegt dat wanneer een moslim een andere moslim van ongeloof beschuldigt, er al minstens één ongelovige is, nl. diegene die de andere beschuldigt van ongeloof.

Oordelen over geloof is iets dat alleen God toekomt. De islam is gebouwd rond het centrale concept dat er geen god is dan God. Zich een goddelijke taak aanmeten, komt neer op zich gelijkstellen aan God en is dus de zwaarste zonde die men zich kan inbeelden. Oordelen over het geloof van anderen, betekent het zich aanmeten van een taak die alleen God toekomt en is dus een zware zonde.

Het centrale belang van godsdienstvrijheid, in samenhang met een totaal afwijzen van elke vorm van racisme, maakt dat de islam eigenlijk zelf een soort van multicultureel model is. Moslims hanteren inderdaad waarden en normen die zeer dicht aansluiten bij de joodse en christelijke waarden waaruit het Westerse model gegroeid is.

Dat is niet verwonderlijk vermits moslims in dezelfde God (in het Arabisch: Allah, in het Hebreeuws: Jahweh) geloven als de christenen en de joden.  Mensen die in dezelfde God geloven, kijken allemaal naar diezelfde God voor de bepaling van wat goed en verkeerd is en delen dus allemaal dezelfde normatieve basis.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Advertenties

Wie is Allah volgens de Bijbel?

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

De islam is gebouwd rond het centrale geloof dat er geen god is dan God. Allah is het Arabisch woord voor God. Het is het enige Arabische woord dat noch mannelijk, noch vrouwelijk is – het heeft ook geen meervoudsvorm. Deze taalkundige kenmerken benadrukken meteen de unieke aard van God. Mede daarom, en omdat de Koran in het Arabisch geopenbaard is, verkiezen de meeste moslims het woord Allah boven het woord God, maar de betekenis van beide termen is hetzelfde.

 

 

allah-ismi-resim

 

 

‘Zeg: Hij is God als enige. God de eeuwige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is aan Hem gelijkwaardig.”(Koran, 112:1-4)
‘Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten vrede.’ (Koran, 13:27)
.
.
.

Zoals men in het Nederlands God zegt, in het Hebreeuws Jahweh en in het Frans Dieu, zo zegt men in het Arabisch Allah. In een christelijke Arabische Bijbel, wordt God inderdaad vertaald als Allah, zoals blijkt uit volgende vergelijking, waarin het Arabische woord Allah groen aangeduid werd:

 

.

  1. Het woord “Allah”in de Koran, Hoofdstuk 1, vers 1:
    Arabisch: bismillah
    Nederlands: In de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige
  2. Het woord “Allah” in de christelijke Bijbel in het Arabisch, Boek Genesis, vers 1:
    Arabisch: genesis
    Nederlands: In het begin schiep God hemel en aarde

 

.

.

Voor moslims gaat gaat dit veel verder dan een taalkundig feit. Immers, volgens moslims betreft het hier dezelfde Ene God die in het Oude Testament Jahweh genoemd wordt. De islam leert dat Joden, christenen en moslims essentieel dezelfde Ene God aanbidden. er zijn natuurlijk wel onderlinge verschillen tussen de drie godsdiensten van het Boek, die ook de monotheïstische godsdiensten genoemd worden.

“Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie neergezonden is. Onze God en jullie God, is één. En wij geven ons over aan Hem.” (Koran 29:46)
.
.
.

De islam gelooft dat er een duizenden profeten geweest zijn die allemaal hetzelfde geloof verkondigden. Volgens de islam bevestigt de profeet Mohammed dan ook slechts de boodschap die voor hem door andere profeten zoals Abraham, David of Jezus, gebracht werd. Moslims zijn overigens verplicht in al deze profeten en in hun Boodschap te geloven. Wanneer men niet gelooft in Jezus en de boodschap die Hij bracht, kan men dus geen moslim zijn.

Moslims geloven verder dat al diegenen die in de boodschap geloven die hen door de profeten gebracht werd, naar het paradijs kunnen gaan. Christenen en Joden kunnen volgens de islam dus ook naar het paradijs gaan, waaruit nogmaals blijkt dat zij volgens moslims allemaal in dezelfde ene God geloven.

 

.

.

De Uniciteit van God volgens de Thora, de Bijbel en de Koran

 

Hierna volgen een paar verzen uit het Oude Testament, het Nieuwe Testament en De Koran, waaruit telkens het centrale belang van het geloof in de ene God blijkt:

“Gij zult geen andere goden hebben dan Mij”. (Deuteronomium 5:6)
.
.
.

En de Koran:

“Weet dat er geen god is dan God” (Koran 47:19)
.
.
.

Andere goden dan God, wat moet men zich daarbij voorstellen? Zeker niet enkel het aanbidden van meerdere goden of idolen maar alles wat in de weg komt van het aanbidden van de Ene God, dus ook het eigen ik dat men tot status van godheid kan verheffen. Volgens de islam is de hoogste vorm van Jihad (streven) overigens deze van het streven tegen het eigen ik, om zo volledig God te dienen en zich volledig in te schrijven in zijn liefde.

.

.

Het geloof in één God werd door alle Profeten verkondigd. Zo horen we bijvoorbeeld Mozes zeggen:

“Hoor, Israël! de Heer (Jahweh) is onze God, en de Heer alleen. Bemin uw God, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.” (Deuteronomium 6:4-5)
.
.
.

In de Evangeliën horen we ook Jezus zeggen:

“Hoor Israël! De Heer onze God is de enige Heer, Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht.” (Marcus 12:29-30)
.
.
.

Ook in de Koran vinden we dit terug:

“Zeg : “Hij is God als enige, God als Bestendige. ” (Koran 112:1-2)
.
.
.

Het Oude Testament stelt reeds ondubbelzinnig dat niets of niemand met God gelijkgesteld mag worden:

“Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte, uit het slavenhuis heb geleid; gij zult geen andere goden naast Mij hebben. Ge zult u geen godenbeelden maken, noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden of in het water onder de aarde is.” (Exodus, 20:2)
.
.
.

God is de Eerste en de Laatste. In het boek Isaiah (Jesaja) lezen we:

“Jullie zijn Mijn getuigen, zegt de Heer. Vóór mij was er geen god, en na mij zal er geen god zijn. Ik ben de Heer, en behalve Mij, is er geen enkele Redder”. (Jesaja 43:11)
“Ik ben de Eerste en ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen god.” (Jesaja 44:6)
.
.
.

Ook dit vinden we in de Koran terug:

“Hij is de Eerste en de Laatste” (Koran 57:3)
“En er is geen andere god dan Ik, een rechtvaardige God, een Redder. Er is er geen dan Ik. Omdat Ik God ben, en er is geen ander.” (Jesaja 45:21-23)
.
.
.
.

Jezus als machtig profeet van God

 

De islam gelooft dan ook niet dat Jezus zelf God was. Dit doorbreekt volgens de islam immers het zuivere monotheïsme dat er geen god is dan God, vermits het een mens verheft tot de status van god-zijn, wat volgens de islam niet kan. Volgens moslims was Jezus evenwel een machtig profeet van God, die dezelfde boodschap verkondigde als al de andere profeten van God.

 

.

MET ANDERE WOORDEN : DE ISLAM GELOOFT NIET IN DE DRIEVULDIGHEID VAN GOD, HET MYSTERIE VAN DE EENHEID VAN GOD DE VADER, GOD DE ZOON EN GOD DE HEILIGE GEEST. VOLGENS DE ISLAM WAS CHRISTUS EEN PROFEET MAAR GEEN MESSIAS DIE HET ZOENOFFER OP ZICH NAM OM TE STERVEN OP HET KRUIS TER VERGEVING VAN ALLE ZONDEN.

 

.

.Jezus en Maria worden in de Koran meermaals eervol vermeld. Er is zelfs een hoofdstuk van de Koran (hoofdstuk 19) dat haar naam draagt. Moslims geloven overigens, net als de christenen, in de maagdelijke verwekking van Jezus en verwijzen daarbij naar Adam om te verduidelijken dat dit niets verandert aan het feit dat Jezus een mens is. Immers, ook Adam had geen menselijke vader (en zelfs geen menselijke moeder), maar dat maakte hem ook niet tot God:

“Waarlijk, het voorbeeld van Jezus, voor God, is zoals dat van Adam. Hij schiep hem van stof en zei “Wees!” en hij was.” (Koran 3:59)
.
.
.

Volgens de Koran deed Jezus met God’s gratie ook mirakelen, en is hij levend in de hemel. Net als christenen verwachten ook moslims de terugkeer van Jezus. Islam en christendom zijn de enige godsdiensten die, elk op hun manier, in de Boodschap van Jezus en in zijn wederkomst geloven.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Drie dagen in het graf en heden in het paradijs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

hqdefault

 

 

 

Lucas 23 : 43 >Jezus antwoordde: ‘Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn.’

 

Dit is het ene probleem bij deze opvatting van Jezus’ woorden in Lucas 23:43. Het andere is dat er op dat moment helemaal geen paradijs was. We kennen het paradijs uit Genesis. We vinden dat woord niet in onze vertalingen, maar de Griekse vertaling, de Septuaginta, vertaalt ‘de hof des Heren’ of ‘Eden’ bijna altijd met paradeisos, het woord dat Jezus hier gebruikt. Dat woord komt verder nog voor in Openbaring 2:7:

“Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”. Openbaring gebruikt ook elders taal die aan Genesis doet denken.

 

De vraag van de man was ten eerste:

“Jezus gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”.

 

Jezus’ antwoord is :

“Ik zeg u, gij zult met Mij in het paradijs zijn”.

 

Hij moet met dat paradijs dus wel ‘zijn Koninkrijk’ bedoelen. Ook in Openbaring beschrijft Hij dat toekomstige Koninkrijk als een ‘hersteld paradijs’. Maar dat Koninkrijk moet nog steeds komen. Lucas vertelt ons dat Hij 40 dagen aan zijn discipelen is verschenen ‘tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft’ (Handelingen 1:3). Toch vragen zij dan nog:

“Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” (Handelingen 1: 6).

 

Zijn antwoord is niet dat het Koninkrijk iets anders is dan zij denken, maar dat het niet hun zaak is te weten wanneer dat wordt hersteld (vs 7). Dat is iets van de toekomst, wanneer Hij terugkomt.

De vraag was vervolgens: “Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”. Ook deze man spreekt van de toekomst. Dat woord ‘wanneer’ (hotan) betekent: ‘wanneer dan ook’, wanneer de tijd eenmaal daar is. Ook hij weet niet wanneer dat zal zijn, maar die tijd komt een keer en daarover spreekt hij. Hij heeft niets meer te bieden en kan alleen nog maar een beroep doen op Jezus’ genade.

Hij vraagt daarom niet om een belofte dat Jezus hem in het oordeel zal aannemen, maar alleen om dan nog aan hem te denken. Maar Jezus’ antwoord is niet dat Hij hem zal gedenken, maar dat Hij hem wel degelijk nu die belofte geeft die hijzelf niet durfde vragen. De nadruk ligt dus op dat ‘nu’. Daarom ligt het voor de hand de tekst te lezen als:

“Ik zeg u nu ( heden ): gij zult met Mij in het paradijs (dat Koninkrijk) zijn”.

 

Het Grieks laat dat toe. Dat je dan ook moet lezen ‘gij zult’ i.p.v. ‘zult gij’, is iets van onze taal, dat in het Grieks geen rol speelt. En wanneer je het zo leest lost dat beide problemen op.

Niemand besefte beter dan deze man dat een kruisiging het absolute einde was. Maar terwijl Jezus’ discipelen meenden dat met diens kruisdood alles was afgelopen (Lucas 24:21), beleed hij dat die Jezus aan dat kruis naast hem de toekomstige wereldkoning zou zijn, en dus weer uit die dood zou opstaan. En dat Hij ook zou beslissen wie er in dat Koninkrijk zal worden toegelaten.

Hij erkent dat zijn eigen dood terecht is (Lucas 23:41), maar dat Jezus onschuldig is. En hij doet dat openlijk, wetende dat hij daarmee de spot van de massa uitlokt. Hij was bereid ‘de smaad van Christus te dragen’ (Hebreeën 13:13). Hij moet Jezus hebben horen prediken maar heeft het kennelijk gezocht in opstand tegen Rome. Nu beseft hij te laat dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt. Er is weinig anders dat hij kan doen dan dat te belijden. Maar wat een geloof!

Lucas vertelt ons dat verhaal niet zomaar. Dit is een les voor de lezer. Deze man is het prototype van de ware gelovige, die niets te bieden heeft dan zijn berouwvolle schuldbelijdenis, en die niets kan vragen dan genade. Maar hij kan geloof tonen, en dat doet deze man.

“Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.”

 

Deze man is daarvan het beeld: zo moet het. Paulus noemt de doop een symbolisch sterven en opstaan met Jezus, en spreekt van een medegekruisigd worden’ met Christus (Romeinen 6:6). Hij moet daarbij deze man voor ogen hebben. Alleen Lucas beschrijft dit, en Paulus moet daarvoor zijn bron zijn geweest, want de nog onbekeerde Saulus van Tarsus zal bij deze kruisiging onder de toeschouwers zijn geweest.

Lucas beschrijft hier de gebeurtenis waar Paulus zijn beeld van ‘medegekruisigd’ op baseert. Dat is ook het antwoord aan wie klagen dat deze man behouden wordt zonder te zijn gedoopt: hij heeft in werkelijkheid gedaan, wat anderen slechts in symbool kunnen doen. Het NT gebruikt het woord dopen ook in de betekenis van ‘voor het geloof sterven’ (bijv. Marcus 10:38-39).

Maar ook wanneer wij dat slechts in symbool doen, kunnen ook wij onze schuld belijden, belijden dat Jezus zonder schuld voor ons is gestorven, en een beroep doen op zijn genade. En dan ontvangen ook wij de belofte nu al dat wij straks met Hem in dat Koninkrijk zullen zijn.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Eenendertigste Miniatuur : tiende Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegar Von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eenendertigste Miniatuur: Tiende Visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2031_Boek%20III,10

 

 

 

Hier gaat het om de voltooiing van de Stad Gods en van het geestelijke leven in de mystieke beschouwing. Als alle heiligheid verwezenlijkt zal zijn op aarde en de wereld tot voltooiing is gekomen in het zuiden, waar God in het paradijs de eerste mens schiep, neemt de Mensenzoon (dezelfde als die van de eenentwintigste miniatuur) het woord. Hij zegt:

“De Zoon van de levende God, geboren uit de Maagd, regeert zonder tegenspraak in die harten, die ontstoken door de H. Geest streven naar de volle geheimen van de ongeschapen diepten.”

De tekst van het tiende visioen luidt:

“Voor de troon van de Mensenzoon, die zich nog steeds niet ten volle heeft geopenbaard, staan drie deugden en wel de Stadigheid (Constantia), het Hemelsverlangen, (Caelestis desiderium) en de Rouwmoedigheid des Harten (Compunctio Cordis).”

Onder deze drie, die feitelijk een drieëenheid vormen, verschijnt van ons uit gezien links, de Verachting der Wereld (Contemptus mundi) en rechts de Eendracht (Concordia) tussen God en mensen. Rustig de beelden en kleuren bestuderend en luisterend naar wat Hildegard over deze deugden zegt, kunnen we ontdekken wat voor onze mystica de hoogste toppen van het geestelijk leven betekenen.

De figuur die we bovenaan in een rood gewaad (de tekst zegt: in purperen tunika) op een troon gezeten zien, is het Mensgeworden Woord. Achter Hem op een hoge zuil en voor ons onzichtbaar zit de Lucidens Sedens (vgl. miniatuur 19).

De wederkerende Christus op de Oosthoek van het gebouw zagen we op miniatuur 21 en evenals daar is de onderste helft van Christus nog niet geheel geopenbaard: het einde der tijden is nog niet gekomen. Christus zit in een zetel boven op zeven witmarmeren treden, hier weergegeven door blauw met wit geaccentueerd.

Het kleed van de middelste der drie Godskrachten vóór de Troon, de stadigheid, is evenals de marmeren treden blauw met wit. In beide gevallen wijst dit blauw op helder glanzend wit. Volgens de tekst draagt zij ook een witte mantel. Deze is hier bij wijze van tegenstelling groen.

Dezelfde kleur vertoont het gewaad van de deugd aan haar rechterhand ‘het hemelse verlangen’. Van de derde deugd de Rouwmoedigheid des harten wordt gezegd dat zij witte haren heeft en deze worden door gewoon wit aangeduid.

Het was voor de miniaturist een moeilijke opgave om al die van blankheid stralende deugden toch duidelijk aan te geven omdat de nuances in het wit voor Hildegard wijzen op de karakterverschillen van deze drie deugden. Zo zegt Hildegard dat al deze gestalten in witte tunieken zijn gekleed, daar zij allen in de verblindende witheid van goede werken wandelen.

Maar dan beschrijft zij het onderscheid in goede werken en verklaart zij dat de Rouwmoedigheid geen witte maar een wat matkleurige tuniek draagt. Wenend en klagend schermt zij zich af tegen alle verkeerde invloeden. Het komt er op aan dat de juiste houding is standvastig en met grote rouwmoed in ons hart naar de komst van de Heer te verlangen.

Merken we wel op dat deze deugden overeenkomen met de deugden die God ons voorgehouden heeft in de toren van Gods raadsbesluit. Daar (miniatuur 22) zagen we als eerste de Liefde tot het hemelse, hier het hemelse begeren. Op de tweede plaats de Bescheidenheid, hier de Rouwmoedigheid des harten en tenslotte de Victoria, die hier terugkeert in de Stadigheid of Constantia: de volhouder wint.

Verder zagen we in miniatuur 22 nog de Disciplina en de Misericordia. Ook deze twee door God voorziene deugden komen hier in de voltooiing terug. Het zijn onderaan de Contemptus Mundi (de verachting der wereld) wat hetzelfde is als de Disciplina en de Concordia (de eendracht tussen God en mensen) wat men de voltooide vorm van de Misericordia mag noemen.

We willen nog even aandacht schenken aan de wijze waarop de Contemptus mundi en de Concordia door Hildegard zijn aangevoeld en uitgebeeld. In een zilver rad zien we de buste van een deugd in een donker kleed met een bloeiend takje in de hand. Dit illustreert de uitleg van het tiende visioen.

Aan de noordkant van de Gezetelde verscheen in een rad een deugd die in haar rechterhand een groen takje droeg. Dit rad draaide voortdurend rond, maar het beeld bleef onbeweeglijk staan (zij maakt immers deel uit van de deugd Constantia). En in de omtrek van dit rad stond geschreven:

“Indien iemand Mij dient, dat hij Mij volge en waar Ik ben daar zal ook mijn dienaar zijn” (Joh. 12).

Daarop wijst het zilver in het rad. Het is de macht Gods die de mens uitnodigt Zijn Zoon te volgen.

Dit rad van de goddelijk macht is precies hetzelfde lichtende rad, dat we in de visioenen één en twee van het derde boek over de opbouw van de Stad Gods, van Gods voeten hebben zien uitgaan. Daarin bevindt zich de berg waar de stad van de Zoon Gods opgebouwd wordt.

In miniatuur 21 zien we dat stralende rad rondom de hele plattegrond van de Stad Gods draaien. De contemptus mundi beantwoordt dan ook de uitnodiging van God zijn Zoon te volgen in het opbouwen van de stad. De Heer heeft in de Apocalyps gezegd:

“Wie overwint, hem zal ik van de boom des levens te eten geven, die in het paradijs van mijn God staat.”

Daarom draagt de Contemptus mundi een vruchtdragend takje in de hand.

Zo komen we bij de Concordia, hier voorgesteld in een blauwwit gewaad met aan weerszijden een grote vleugel. Als de ziel op de hoogste top van het geestelijk leven in volmaakte standvastigheid leeft, wendt zij zich naar het Zuiden, symbool voor heel de verloste mensheid. Zij is vrij van alle haat en nijd en brengt verlichting en helderheid in alle gelovige harten.

De vleugels wijzen erop dat de ziel, ondanks het feit dat zij in volmaakte rust leeft, toch haar vleugels uitstrekt over alle wederwaardigheden die de gelovigen moeten ervaren en dat de reikwijdte van haar liefde groter is dan de duur van al de nog komende geslachten.

 

Nu de laatste deugd de Concordia zich met vleugels vertoont, willen we terug kijkend zien welke deugden nog meer met vleugels zijn afgebeeld.

 

Miniatuur 27 toont ons de Pax met twee vleugels.

Op miniatuur 2 staat de Albeheerser met twee grote vleugels, wat volgens de uitleg wijst op de onuitsprekelijke Gerechtigheid in de uiteindelijke zegepraal van de onuitgesproken Wijsheid.

Miniatuur 5 toont ons de mens die ontsnapt aan alle moeilijkheden hem door de duivels berokkend en die gedragen door twee vleugels, op de top van het geestelijk leven komt.

Miniatuur 9 beeldt alle engelen met vleugelen af.

Ook op de 16de miniatuur zien we de engelen met vleugels boven de Eucharistie.

De Zelus dei staat op de 2lste miniatuur met drie vleugels afgebeeld.

Tenslotte tonen de 33e en 35e miniatuur engelen met vleugels.

 

 

 

Vleugels wijzen op zorg voor anderen.

 

God is bezorgd voor ons. De Zelus Dei tracht met de vleugels het gevaar weg te jagen. Men kan alleen vrede met anderen hebben, als men zorg heeft voor zijn naaste. De Concordia, zegt de tekst, draagt vleugels omdat zij evenals de Schepper aan alle mensen denkt.

Zo ontdekt men de gedachtenwereld van Hildegard door alle beelden die in feite begrippen zijn, naast elkaar te leggen. Hier kunnen we het slot aanhalen van het tiende visioen, omdat daar de samenvatting gegeven wordt van heel de bouw van het kasteel.

“Aldus, gelijk in beelden getoond is, werkt God van het Oosten naar het Noorden en van het Westen naar het Zuiden, waar Hij door Zijn Zoon uit liefde voor de Kerk, alles wat voor de schepping van de wereld voorbestemd was, tot zijn verwezenlijking leidt, en de nieuwe dag laat stralen. God immers heeft dit werk van Hemzelf met de voornoemde torens en deugden in mystieke betekenis bevestigd en versierd, om dan dit werk in de grootste volmaaktheid volledig naar zich terug te voeren.”

In Noach is na de val van Adam de rechtvaardigheid van het juiste handelen aangeduid. Deze rechtvaardigheid streeft naar de nieuwe dag, omgeven als zij is door de vele wonderdaden welke God in de verschillende opeenvolgende tijdperken heeft getoond. In Noach openbaarde God de voorbereiding, in Abraham en Mozes de eerste openbaring en in Zijn Zoon de verwezenlijking.

Het stond vóór alle tijden in het hart van de hemelse Vader vast, dat Hij Zijn Zoon op het einde der tijden tot heil en verlossing van de gevallen mens in de wereld zou zenden. Deze Zoon is geboren uit de Maagd en Hij heeft alles wat de Ouden, vervuld van de H. Geest, voorzegd hebben op volkomen wijze volbracht.

Dit lijkt op de beweging van een mensenarm, die zich eerst tot een werk buigt en dan de hand kan laten werken. Volgens een rechtvaardig oordeel van God werd de Rechtvaardigheid samen met Adam uit het land van Eden gezet. Maar de Rechtvaardigheid begon zich in Noach opnieuw te bewegen, gelijk de eerste beweging in het schoudergewricht.

Vervolgens ontwikkelde de Rechtvaardigheid zich in Abraham en Mozes gelijk de arm zich meer gaat bewegen door middel van de elleboog.

Toen ging de Rechtvaardigheid verder naar het volmaakte werk in de Zoon Gods, door Wie alle tekenen en openbaringen van de Oude Wet tot een duidelijk werk voltooid zijn. In Hem zijn ook alle godskrachten of deugden openbaar gemaakt. Dit lijkt op de hand met zijn vingers, die het werkstuk waarmee ze bezig is tot volmaakte afwerking voert.

“Op deze wijze volbreng Ik mijn werk tot mijn glorie en tot jouw beschaming, o duivel. Tegen jou is mijn krachtige arm gericht om datgene wat in het Noordoosten, in het Noorden en in het Westen staat opgesteld te overwinnen. Bovendien biedt mijn bouwwerk jou ook weerstand volgens de loop van de zon, dat is van het Oosten naar het Zuiden, om jou dan in het Westen neer te stoten. Zo zie je jezelf naar alle kanten in verlegenheid gebracht, want in mijn Kerk volbreng Ik tot je ondergang, misvormde verleider, het werk der gerechtigheid en heiligheid en wel zodanig, dat jij, die eigenlijk getracht hebt mijn volk verloren te laten gaan, geheel overwonnen ten onder gaat.”

Deze slottekst bevestigt volledig de zin van het gehele kasteel, zoals we die in de onderdelen ontdekt hebben.

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Litanieën tot de Heilige Aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël 

Standaard

categorie : religie

.
.

Litanieën tot de Heilige Aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël

 

 

Heilige aartsengel Michaël

 

Bescherming, begeleiding, zuivering, loslaten van het verleden, voor kracht, bij hulpeloosheid en wanhoop, bij zelftwijfel, voor groei van het zelfvertrouwen, tegen nachtmerries, voor overwinnen angsten, voor rechtvaardigheid, voor hulp bij problemen, bij stervensbegeleiding, …

 

 



 

Litanie 1

 

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God,
Hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Aartsengel Michaël,
Heilige Michaël, zeer verheven opperhoofd der hemelse heerscharen,
Heilige Michaël, verdediger van de heilige Stad,
Heilige Michaël, sterk en machtig in de strijd,
Heilige Michaël, beschermer van de H. Kerk,
Heilige Michaël, prins van de uitverkorenen,
Heilige Michaël, schrik van de hel,
Heilige Michaël, die de duivels verjaagt,
Heilige Michaël, door God uitverkoren om onze beschermer te zijn,
Heilige Michaël, die aan de storm gebiedt,
Heilige Michaël, hulp der christenen,
Heilige Michaël, brandend van ijver voor de glorie Gods,
Heilige Michaël, die de zielen uit het vagevuur vertroost,
Heilige Michaël, die tegenwoordig zijt bij ons oordeel,
Heilige Michaël, die ons steeds en overal beschermt,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons.

Bid voor ons, Heilige Aartsengel Michaël. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

 

Laat ons bidden,

Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als bewaker van de Heilige Kerk en opperhoofd van het paradijs, verleen genadig door zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

 

 

Litanie 2

 

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Michaël, bid voor ons.
Heilige Michaël, vervuld met de wijsheid van God, bid voor ons.
Heilige Michaël, volmaakte aanbidder van het mensgeworden Woord, bid voor ons.
Heilige Michaël, gekroond met eer en heerlijkheid, bid voor ons.
Heilige Michaël, de machtigste vorst van de legers des Here, bid voor ons.
Heilige Michaël, vaandeldrager van de Heilige Drievuldigheid, bid voor ons.
Heilige Michaël, behoeder van het paradijs, bid voor ons.
Heilige Michaël, gids en trooster van het volk van Israël, bid voor ons.
Heilige Michaël, glorieuze vesting van de strijdende Kerk, bid voor ons.
Heilige Michaël, eer en vreugde van de triomferende Kerk, bid voor ons.
Heilige Michaël, licht van Engelen, bid voor ons
Heilige Michaël, bescherming van de orthodoxe gelovigen, bid voor ons.
Heilige Michaël, kracht voor hen die strijden in de naam van het Heilige Kruis, bid voor ons.
Heilige Michaël, licht en het vertrouwen van de zielen in het uur van de dood, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze voortdurende helper, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze hulp in alle tegenspoed, bid voor ons.
Heilige Michaël, heraut van de eeuwige straf, bid voor ons.
Heilige Michaël, trooster der zielen in de vlammen van het vagevuur, bid voor ons.
Heilige Michaël, die door de Heer bevolen werd om de zielen te ontvangen na de dood, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze prins, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze advocaat, bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.

Christus hoor ons, Christus verhoor ons

Bid voor ons Heilige Aartsengel Michaël, opdat wij de belofte van Christus waardig worden.

 

Laat ons bidden,

Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs. Verleen genadig door zijn voorspraak: aan de H. Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

 

 

 

Heilige aartsengel Gabriël

 

Inspiratie, spiritualiteit, dromen, tegen depressie, hulp bij tegenspoed, positieve gedachten, meer vrolijkheid, voor creativiteit, voor als men vastgelopen is in situaties of patronen, vervulling van wensen, voor motivatie, tegen destructieve neigingen, troost, voor positieve veranderingen of om veranderingen te kunnen doen of om veranderingen aan te kunnen, bij het nemen van beslissingen en knopen door te hakken, dansen, helen innerlijke kind, visioenen, meditatie, zwangerschap,…

 

 

.
.
.

 

Litanie 1

 

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons,
Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Aartsengel Gabriël,
Heilige Gabriël, die zijt afgedaald tot de drie jongelingen in de vuur oven om de brandende vlammen van hen verwijderd te houden,
Heilige Gabriël, die aan Zacharias zijt verschenen en hem de geboorte en glorierijke bediening van zijn zoon Johannes hebt verkondigd,
Heilige Gabriël, die door God aan de Maagd Maria te Nazareth gezonden werd om Haar de Menswording van het eeuwige woord aan te kondigen,
Heilige Gabriël, die aan de aarde de naam “Jezus” hebt gebracht,
Heilige Gabriël, die aan het mensdom het eerst de verheven groet “Wees gegroet, Maria,” hebt geleerd,
Heilige Gabriël, wiens naam betekent : Kracht Gods,
Heilige Gabriël, die aan de Allerhoogste onze gebeden overbrengt,
Heilige Gabriël, patroon der reine zielen,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons !

Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,

Bid voor ons, glorierijke aartsengel Gabriël, nu en in het uur van onze dood.

 

Laat ons bidden,

Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs. Verleen genadig door zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven ende glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

 

 

 

Litanie 2

 

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons,
Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid,één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Gabriël, glorieuze aartsengel, bid voor ons.
Heilige Gabriël, kracht van God, bid voor ons.
Heilige Gabriël, die voor de troon van God staat, bid voor ons.
Heilige Gabriël, toonbeeld in gebed, bid voor ons.
Heilige Gabriël, heraut van de incarnatie, bid voor ons.
Heilige Gabriël, die de glorie van de Heilige Maagd geopenbaard hebt, bid voor ons.
Heilige Gabriël, Prins van de hemel, bid voor ons.
Heilige Gabriël, ambassadeur van de allerhoogste, bid voor ons
Heilige Gabriël, behoeder van de Onbevlekte Maagd, bid voor ons
Heilige Gabriël, die de grootsheid van Jezus voorspelde, bid voor ons.
Heilige Gabriël, vrede en licht van de zielen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, plaag van de ongelovigen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, bewonderenswaardige leraar, bid voor ons.
Heilige Gabriël, kracht van de rechtvaardigen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, beschermer van de gelovigen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, verkondiger van het Woord van God, bid voor ons.
Heilige Gabriël, verdediger van het geloof, bid voor ons.
Heilige Gabriël, onvermoeibaar lof betuigend aan onze Heer Jezus Christus, bid voor ons.
Heilige Gabriël, die geprezen wordt door de Schrift als de engel die door God aan de maagd Maria gezonden werd, bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.

Christus hoor ons, Christus verhoor ons

Bid voor ons Heilige Aartsengel Gabriël, opdat wij de belofte van Christus waardig worden.

 

 

Laat ons bidden,

O gezegend Heilige Aartsengel Gabriël, wij smeken u, bemiddel voor ons voor Gods troon om genade te bekomen en om ons te helpen in onze noden. Gij die de menswording van onze Heer Jezus Christus aan de Maagd Maria hebt verkondigd, door uw voorspraak en bescherming, verleen ons de genade om de Goddelijk hulp te mogen ontvangen opdat we onze Heer eeuwig mogen loven, beminnen en danken.
Amen.

 

 

 

Heilige aartsengel Rafaël

 

Alles wat met genezing te maken heeft zowel fysiek als mentaal als het genezen van situaties of doorbreken van slechte gewoonten en patronen, voor innerlijke rust, voor als men zich in de steek gelaten voelt of eenzaam is, bij liefdesverdriet en het helen van een gebroken hart, tegen verbittering, als men niet tevreden is met zichzelf en voor hulp om zichzelf te aanvaarden, tegen moedeloosheid, bij gekwetste gevoelens, voor hulp in medische en psychische kwesties, stervensbegeleiding, bij uitputting en voor nieuwe krachten, voor vrouwen in de overgang, spirituele heling,…

 

 

 

 

 

Litanie 1 

 

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Rafaël, bid voor ons.
Heilige Rafaël, vervuld met de genade van God, bid voor ons.
Heilige Rafaël, perfecte bewonderaar van het Goddelijke woord, bid voor ons.
Heilige Rafaël, terreur van de demonen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, verdelger van de ondeugden, bid voor ons.
Heilige Rafaël, gezondheid voor de zieken, bid voor ons.
Heilige Rafaël, onze toevlucht tijdens al onze beproevingen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, gids van de reizigers, bid voor ons.
Heilige Rafaël, troost van de gevangenen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, vreugde voor de bedroefden, bid voor ons.
Heilige Rafaël, vol ijver voor het behoud van onze zielen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, wiens naam betekent “God geneest”, bid voor ons.
Heilige Rafaël, liefhebber van de kuisheid, bid voor ons.
Heilige Rafaël, schrik van de duivels, bid voor ons
Heilige Rafaël, in ziekte, honger en oorlog, bid voor ons.
Heilige Rafaël, engel van vrede en welvaart, bid voor ons
Heilige Rafaël, begunstigd met de genade van de genezing, bid voor ons.
Heilige Rafaël, begeleider op de paden naar deugd en heiliging, bid voor ons.
Heilige Rafaël, helper van al diegenen die uw hulp afsmeken, bid voor ons.
Heilige Rafaël, die de gids en troost van Tobias was op zijn reis, bid voor ons.
Heilige Rafaël, die door de schriften geprezen wordt als: “Rafael, de heilige engel van de heer, die gestuurd werd om te genezen,” bid voor ons.
Heilige Rafaël, onze verdediger, bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.

Christus hoor ons, Christus verhoor ons

Bid voor ons Heilige Aartsengel Rafaël, opdat wij de belofte van Christus waardig worden.

 

Laat ons bidden,

Onze heer, Jezus Christus, door het gebed van de Aartsengel Rafaël, geef ons de genade alle zonden te vermijden en te volharden in onze goede werken opdat wij ooit onze hemelse bestemming mogen bereiken, gij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwigheid.
Amen.

 

 

 

Litanie 2

 

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Aartsengel Rafaël
Heilige Rafaël, Hemelse Geneesheer
Heilige Rafaël, sterke bondgenoot op al onze wegen
Heilige Rafaël, trouwe vriend in nood
Heilige Rafaël, lieve trooster bij grote smart
Heilige Rafaël, ware gids die ons de juiste paden helpt bewandelen
Heilige Rafaël, leidsman van de jonge en deugdzame Tobias,
Heilige Rafaël, wiens naam betekent ‘God geneest’.
Heilige Rafaël, bron van wijsheid
Heilige Rafaël, vurige bestrijder van het kwade
Heilige Rafaël, engel van de Goddelijke liefde
Heilige Rafaël, engel van de smart en genezing
Heilige Rafaël, patroon van de artsen, de zwervers en de reizigers
Heilige Rafaël, brenger van oplossingen voor problemen
Heilige Rafaël, bedwinger van de boze vijand
Heilige Rafaël, vol medelijden voor allen die lijden
Heilige Rafaël, die onze gebeden liefdevol aanhoort
Heilige Rafaël, steeds bereid ons te helpen
Heilige Rafaël, bekom genezing voor ons lichaam en onze ziel

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons !

Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons,

Bid voor ons, glorierijke aartsengel Rafaël, nu en in het uur van onze dood.

 

Laat ons bidden,

Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs. Verleen genadig door zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

 

 

 

kort gebed tot de Heilige Rafaël

 

Heilige Aartsengel Rafaël

Hemelse geneesheer en allertrouwste leidsman, Heilige Rafaël, die de oude Tobias het gezicht hebt terug gegeven en de jonge Tobias op al de wegen van zijn reis geleid en in gezondheid bewaard hebt, wees de geneesheer van mijn ziel en lichaam, verdrijf de schaduwen van mijn onwetendheid en sta mij voortdurend bij in alle gevaren van de pelgrimstocht van deze wereld, totdat gij mij gebracht hebt tot het Hemels vaderland, waar ik met U gelukkig in eeuwigheid het Goddelijke aanschijn moge aanschouwen, Amen.

 

 

 

 
.
.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

.

Adam en Eva en het verloren paradijs.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

adam-and-eve1

Adam en Eva : de zondige, afvallige mens

 

 

Wanneer we de namen Adam en Eva horen, dan denken we dan aan het verloren paradijs, ongehoorzaamheid, zonde en het kwaad dat in de wereld kwam? Maar wanneer we het boek Genesis goed lezen, zien wij ook een andere kant van het eerste mensenpaar. Want zij hebben God niet vaarwel gezegd.

Na hun overtreding mochten ze niet meer in de tuin van Eden wonen. Het klinkt misschien vreemd, maar het was een straf uit liefde. God wilde niet dat ze na de overtreding nog van ‘de boom des levens’ zouden eten, waardoor ze eeuwig zouden voortleven in hun moeiten. Hij liet hen echter niet aan hun lot over. Als een liefdevolle Vader leerde Hij hen te leven buiten de beschermde tuin.

God zorgde voor de eerste levensbehoeften, zoals kleding. Maar eerst werd de verleider aangepakt. “God, de Heer, zei tegen de slang:

‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan. Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel’ ” (Genesis 3:14-15).

 

Zo beloofde God Adam en Eva, nog voordat Hij over hen een oordeel uitsprak, dat eens de gevolgen van hun zonde uitgewist zouden worden. Pas daarna hoorden Adam en Eva wat het gevolg van hun overtreding was voor henzelf.

“Tegen de vrouw zei Hij:  ‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.’ Tegen de mens zei Hij: ‘Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die ik je had verboden. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zweten zul je voor je brood totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug’” (Genesis 3:16-19).

 

In vers 20 komen we voor het eerst de naam Eva tegen. Adam had zijn vrouw mannin genoemd, gewoon de vrouwelijke vorm van mens of man. Nu gaf hij haar dus de naam ‘Eva’, wat leven betekent. Hiermee liet hij zien dat hij God geloofde: uit zijn vrouw zou nieuw leven geboren worden. Het leven was voor Adam en Eva nu totaal anders geworden, ze zullen vaak met weemoed hebben gedacht aan het leven in de tuin. Maar de liefde voor God hadden zij niet verloren.

Bij de geboorte van hun eerste kind zei Eva: “Met de hulp van de Heer heb ik het leven geschonken aan een man” (4:1). Zij dankte God dus voor het nieuwe leven dat zij ontving. Zij noemden hun eerste zoon Kaïn (bezit), de tweede Abel (adem). Naast hen kregen zij nog andere zonen en dochters. Ze leerden hen alles over God. Het leek alsof Kaïn en Abel de Heer liefhadden.

De Bijbel vertelt dat zij Hem een offer brachten. God zag de gezindheid van Abel en zijn offer; hij was rechtvaardig in Gods ogen, en Hij zegende hem. God zag de gezindheid van Kaïn en zijn offer; hij was vervuld van jaloezie en hebzucht, en God zegende hem niet.

De oudste zoon, waar ze zo blij mee waren, en waar ze God voor gedankt hadden, liet toen zien hoe erg de zonde is. Zijn jaloezie werd haat en hij doodde zijn broer. De dood was toen voor Adam en Eva werkelijkheid geworden. Het gevolg van de zonde drong steeds meer tot hen door. Zij zagen wat het betekent: ‘stof ben je, tot stof keer je terug’.

Vol verdriet zagen zij het lichaam van Abel. Kaïn was door God weggestuurd. Zo verloren zij twee zonen op één dag. Maar Adam en Eva kregen meer kinderen. Ze bleven hen de weg van God leren. Vol vreugde zagen zij dat één van hen in gezindheid op Abel leek. Ook hij gehoorzaamde God. Ze noemden hem Set (vervanging), “want”, zei Eva, “God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven” (Genesis 4:25). Zij zei niet in de plaats van Kaïn, nee in de plaats van Abel.

In die tijd werden de mensen erg oud. Van Adam lezen we: “In totaal leefde Adam 930 jaar”. Het eerste mensenpaar bracht vele kinderen groot. Zij zagen twee soorten mensen ontstaan: nakomelingen van Set, die voor hen een vreugde waren en nakomelingen van Kaïn, die goddeloos en gewelddadig waren.

Voor Adam en Eva moet dat laatste een groot verdriet zijn geweest, wetende dat zij verantwoordelijk waren voor het kwaad dat in de wereld was gekomen. Het was een troost dat nakomelingen van Set waren als Abel. Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige:

“… en door zijn geloof klinkt zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven.” (Hebreeën 11:4)

 

en in vers 39:

“Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan” (Hebreeën 11:39).

 

Deze belofte, waar ook Adam en Eva naar uitkeken, is vervuld in het ware nageslacht van de vrouw: Jezus Christus.

 

 

Jezus en Maria, de perfecte Adam en Eva

Jezus en Maria, de perfecte Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Vierentwintigste Miniatuur : vierde visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Vierentwintigste Miniatuur: Vierde visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2024_Boek%20III,4

 

 

Iets verder dan de toren van Gods raadsbesluiten vinden we tegen de lichtgevende muur een hoge driekantige kolom (zie min. 21) van het Woord Gods, die nu in deze 24ste miniatuur nog eens apart wordt uitgebeeld.

Zij is driekantig ter ere van de Triniteit. Hiermee wil Hildegard aantonen welke belangrijke plaats de hele H. Schrift inneemt in de ontwikkeling van de strijd tegen het kwade en in Gods overwinning door het goede.

Voor de eerste maal vinden we deze openbaring, na de zondeval in het paradijs, uitgesproken in de voorzegging dat er een Verlosser zal komen om de zondige mensheid te redden. De patriarchen ontwikkelden deze profetie en de zieners van Israël gaven er bloemen aan en deden haar vrucht zetten. Daarom is deze zuil voorgesteld als een boom met takken en op iedere tak zit een profeet.

Toch is het idee van zuil/toren door de miniaturist vastgehouden, want op de plaats van de boomtop heeft hij een kapiteel getekend waarop een duif zit die een lichtstraal in de vorm van de maan in haar snavel houdt.

Het is onder inspiratie van de H. Geest, de duif, dat de oude zieners geprofeteerd hebben. Maar ook na de Menswording van God is de openbaring doorgegaan. Apostelen, geestelijke vaders, martelaren, maagden en belijders hebben eveneens onder vurige leiding van de H. Geest door hun getuigenissen en profetieën de zuil van het Woord Gods volledig gemaakt.

Daarom zien we in de vlammen, welke aan de kolom ontspringen, kopjes uitgebeeld waarvan de drie bovenste met een boek. Het valt niet te ontkennen dat deze miniatuur gelijk een kindertekening moeilijk te ontcijferen is. Dit hoort wellicht bij het geloofsmysterie. Om dit te vatten hebben we hulp nodig van de Scientia Dei, de kennis of de wetenschap van God. Deze kracht Gods wordt apart uitgebeeld in de volgende miniatuur.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

.

 

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

 

 

 

De voorstelling van de miniatuur

 

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

 

 

 

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

 

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

 

 

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

 

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

 

 

 

De deugden in Scivias

 

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

De martelaren van de islam en de 72 maagden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Inleiding

 

Martelaarschap wordt in verschillende religies erkend en hoog geprezen. In het christendom is dat niet anders. De vorige paus verklaarde in het jaar 2000 ( Johannes Paulus II ) 44 moderne martelaren zalig. Onlangs nog verklaarde de huidige paus, Benedictus XVI, 498 Spanjaarden zalig die slachtoffer geworden waren van religieuze vervolgingen tijdens de Spaanse burgeroorlog. Zij werden allemaal tot martelaar uitgeroepen. Martelaarschap in het christendom wordt in het Westen positief geassocieerd met mensen die sterven omwille van standvastigheid van hun geloof, iets wat als positief en lovenswaardig ervaren wordt.

 

 

Screen-Shot-2015-05-10-at-19.34.19

 

 

Het martelaarschap in de islam heeft in de hoofden van veel mensen uit het Westen een gans andere invulling. Men denkt daarbij direct aan moslims die zichzelf opblazen om anderen te doden als onderdeel van een vermeende campagne om de islam met geweld op te leggen aan een gemeenschap, een land of zelfs de hele wereld.

Volgens het cliché worden ‘martelaren’ daartoe gemotiveerd door een in het vooruitzicht gestelde beloning met 72 maagden in het paradijs, een beloning die hen door profeet Mohamed zou zijn toegezegd. Uit voorliggende analyse zal moeten blijken hoeveel er van dit stereotype overeind blijft na studie van martelaarschap vanuit de primaire bronnen van de islam.

.

.

1. Martelaarschap als getuigenis van geloof

.

1.1. Shahada: geloofsbelijdenis en martelaarschap

.

De islamitische geloofsbelijdenis luidt als volgt:

“Ik belijd dat er geen god is dan God en ik belijd dat Mohammed Zijn Boodschapper is”

 

Deze uitdrukking noemt men in het Arabisch de shahada. Het woord shahada heeft ook andere betekenissen waaronder getuigenis en martelaarschap.

Dit kan tot surrealistische verwarring kan leiden, waarmee misverstanden en vooroordelen gevoed worden. Eenieder die (strikt gesproken na een rituele reiniging en in het bijzijn van één of twee getuigen) de islamitische geloofsbelijdenis van harte uitspreekt, uit vrije keuze en bij volle verstandelijke vermogens uitspreekt treedt toe tot de moslimgemeenschap.

De rechtschapenen (‘salihun’) zijn volgens de Koran diegenen die in God geloven en goede daden stellen. De Koran beperkt dit niet tot moslims, maar stelt dat ook joden en christenen die in God en de Laatste Dag geloven en die goede daden stellen, op oordeelsdag niets zullen te vrezen hebben:

«Zij die geloven, zij die het jodendom aanhangen, de christenen en de sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.» (Koran 2:62)

Dat men een eenvoudige uitdrukking van geloofsbelijdenis zonder gêne verdraait tot een steunbetuiging aan zelfmoordterrorisme illustreert hoe stereotiep, vooringenomen en afwijzend het westerse beeld van de islam is. Een onderzoek naar de ware betekenis van martelaarschap in de islam vereist dan ook in de eerste plaats dat men afstand neemt van deze stereotypen om met onbevangen blik de inhoud van dit concept in de islam te verkennen en in te vullen.

 

 

.

1.2. De eerste martelaar: een vrouw die stierf omdat ze de islam niet wou afzweren

.

De eerste martelaar van de islam was een vrouw, Sumayyah bint Khabbab. Zij was een Abessijnse, één van de eersten die zich bekeerde tot de islam. De profeet Mohamed begon zijn openbaringen van God te verkondigen en een eerste handvol mensen lieten zich tot de islam bekeren.

De jonge moslimgemeenschap was toen nog maar met dertig en werden beschermd door familie- en clan banden, behalve Summayyah en haar gezin die geen tribale banden hadden en dus niemand hadden om hen te beschermen. Toen de polytheïsten (Quraysh) van hun bekering hoorden, werden ze brutaal aangepakt.

De mannen van het gezin werden, aan hete rotsblokken gebonden, te koken gezet in de verzengende hitte van de Mekkaanse woestijn. Summayyah werd zwaar geslagen. Toen zij bleef weigeren de islam af te zweren greep het clanhoofd Abu Jahl op een gegeven moment een speer en stak die door haar onderbuik. De verwondingen werden haar fataal. Zodoende, werd zij de eerste martelaar van de islam.

Dit concept sluit naadloos aan bij het christelijke concept van martelaarschap van ‘getuigen van God’ en heeft duidelijk niets te maken met de tot in den treure opgevoerde islamofobe propaganda dat martelaren in de islam terroristen en moordenaars zijn die dan nog voor hun daden beloond zullen worden ook.

 

 

 

1300765713_179684399_1-Sumayyah-Fitrah-Anggun-Taman-Setiawangsa

 

.

 

1.3. Martelaarschap en godsdienstvrijheid

.

Martelaarschap in de islam houdt dus in eerste instantie al verband met het standvastig belijden van het islamitisch geloof, en daarom ook met een verdedigen van de vrijheid van keuze over hoe men zich tot God verhoudt. De islam is gebouwd op een pijler van godsdienstvrijheid. Islam betekent ‘overgave aan God’,  dit veronderstelt dat men vrij is om zich over te geven aan God. De Koran stelt, uitdrukkelijk:

«In de godsdienst is er geen dwang.» (Koran, 2:256)

Zonder godsdienstvrijheid, zonder vrijheid om voor God te kiezen, is islam niet mogelijk. Het behoort tot de kerntaken van moslims te werken aan het opbouwen van een gemeenschap die deze vrijheid verzekert.

In de Koran wordt de godsdienstvrijheid door God zelf ingesteld. Dit betekent dat elke afbreuk die men daaraan doet, elke inperking die men eraan oplegt, ingaat tegen de islam. Het is bijgevolg uitgesloten dan een echte martelaar ook maar iets zou (willen) te maken hebben met het zelfs maar pogen te dwingen van anderen tot de islam.

Het beeld dat islam met geweld de godsdienst aan de hele wereld wil opleggen, en dat de martelaren daarvan de proponenten zijn, is in tegenspraak met de islamitische leer. Moslims zijn niet verzekerd van een plaats in het paradijs. Als ze zich misdragen gaan ze naar de hel, terwijl joden en christenen die zich aan de voorschriften van de aan hun profeten geschonken openbaringen houden en goede daden verrichten, volgens de islam tot het paradijs kunnen toegelaten worden.

.

.

 

1.4. Martelaarschap, jihad en terrorisme

.

In de islam is geloof alleen niet voldoende, met moet ook handelen naar het geloof.  Moslims moeten met andere woorden ook in hun handelswijze getuigenis afleggen van hun geloof. Dit handelen vertaalt zich als ‘jihad’ die innig verweven is met martelaarschap.

Jihad betekent niets meer of minder dan ernaar streven het goede te doen. Jihad is een zaak van elk moment van de dag. Bij elke keuze die men maakt in het leven, kan men het goede of het slechte kiezen. Jihad betekent dat men kiest voor het goede. Wie dat laatste doet, is een mujahid.

Wanneer een moslimgemeenschap aangevallen wordt en na uitputting van alle middelen om de aanval op een vreedzame wijze  af te slaan, kan de beste manier van reageren erin bestaan de wapens op te nemen om de gemeenschap te verdedigen.  Een strijder in zo een wettige, defensieve oorlog, is ook een mujahid.

Merk op dat ook in deze gevallen van militaire defensie het bij jihad nooit de bedoeling is anderen met dwang het geloof te willen opleggen, maar wel het voortbestaan te vrijwaren van de “gemeenschap van de middenweg”;  en de vrede en godsdienstvrijheid te beschermen zonder dewelke men ook de eigen godsdienst niet kan beleven.

In veruit de meeste gevallen evenwel heeft jihad niets met oorlog te maken en is geweld zelfs verboden. Met terrorisme heeft jihad niets van doen. De islam verwerpt terrorisme als een misdaad tegen de samenleving. Terrorisme is ten andere één van de weinige misdrijven waarvoor volgens de islam de doodstraf kan uitgesproken worden.

Zijn er mensen die zichzelf moslim of zelfs jihadi noemen en zichzelf opblazen om daarbij burgerslachtoffers te maken? Ja. Handelen zij volgens wat bij zeer ruime meerderheidsopvatting de Koranische boodschap is? Ondubbelzinnig neen. Wat ook hun motieven zijn, hun daden druisen in tegen de islam. Gaat men mee in hun logica, dan heeft de terrorist het ideologisch pleit gewonnen.

Na de aanslagen van 11 september is er in alle geledingen van de moslimgemeenschap, zowel door geleerden als door andere moslims, een krachtige veroordeling gekomen van die aanslagen en werden er fatwas gelanceerd die terrorisme afkeuren en verwerpen als strijdig met de islam.

 

 

jihad-nafs

 

.

 

1.5. Definitie van martelaarschap in de islam

.

Een mujahid, vanuit de leer die naam waardig, is iemand die tijdens zijn (of haar) leven als enige intentie heeft God te dienen door er consequent naar te streven voor het goede te kiezen, om geen andere reden dan dat God het waard is Hem te dienen. Vanuit de zuivere intentie God te dienen legt hij in zijn woorden en daden standvastig getuigenis af van ‘de waarheid’ waarin hij gelooft.

Een mujahid sterft de dood van een “shaheed” (een ‘martelaar’), op voorwaarde dat hij deze waarheid getrouw blijft. Het martelaarschap kent verschillende elementen:

  • getuigen (in woord en daad) van de waarheid (m.a.w. resoluut kiezen voor het goede);
  • met als enige en zuivere intentie God te dienen;
  • en met de bereidheid het leven te geven voor die getuigenis zonder evenwel de dood actief op te zoeken en zonder de noodzaak ervoor gedood te worden.

Bekijken we nu even die elementen:

  • getuigen (in woord en daad) van de waarheid .  Dat getuigenis van God een cruciale rol speelt in het martelaarschap, bleek reeds uit het relaas van de eerste martelares van de islam. Martelaarschap, geloof (in de zin van getuigen van de waarheid) en jihad (in de zin van het daadwerkelijk beleven van dit geloof in woord en daad door een standvastig streven om het goede te doen in alle aspecten van het leven) zijn dan ook begrippen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
  • met als enige en zuivere intentie God te dienen. Alles wat men doet zal op de Oordeelsdag geëvalueerd worden op grond van de intenties die men had. Wie het martelaarschap nastreefde voor bijvoorbeeld de eer die hem te beurt zou vallen, in plaats van om God te dienen, mag zich aan een enkele reis naar de hel verwachten.

    «De eerste persoon die op Oordeelsdag ongunstig beoordeeld zal worden, is de valse martelaar. Hij wordt voorgeleid, en de beloningen die hij gekregen zou hebben en die hij herkent, worden hem getoond. Dan vraagt God hem: “Wat deed je om deze beloningen te krijgen?” Hij antwoordt: “ik streed omwille van U tot ik de marteldood stierf”. Dan beveelt God: “Je liegt! Je streed opdat de mensen zouden zeggen: ‘Wat een dapper man!’ En dat zeiden ze ook in deze wereld [m.a.w.: je kreeg al wat je wou]”. Dan wordt het bevel gegeven dat deze persoon op zijn gezicht naar de hel gesleept wordt.»

  • en met de bereidheid het leven te geven voor die getuigenis zonder evenwel de dood te zoeken en zonder er noodzakelijk voor gedood te worden. Merk op dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen de bereidheid voor God te sterven, en actief de dood te zoeken. Het eerste is in samenhang met de twee vorige factoren. Het laatste  is zelfmoord, wat door de islam verboden wordt. Wie zelfmoord pleegt, wordt de toegang tot het paradijs ontzegd:

    «De Profeet zei: “En hetgeen iemand gebruikt om zelfmoord mee te plegen in deze wereld, daarmee zal hij gefolterd worden in het Hellevuur”.» (gemeld door Thabit bin Ad-Dahhak, in: Bukhari)«Een man werd verwond en pleegde zelfmoord, en dus zei God: Mijn dienaar heeft snel zijn dood veroorzaakt, dus verbied Ik het Paradijs voor hem.» (Bukhari)

    Het is mogelijk dat men op een andere, zelfs ‘banale’ manier aan zijn einde komt maar toch als martelaar beschouwd wordt:

    «Op een dag vroeg de Profeet: “Wie noemen jullie zelf martelaars?”. De mensen rondom hem antwoordden: “Diegenen die gedood worden door een wapen.” Zijn reactie hierop was: “Er zijn er veel die gedood worden door wapens, en ze zijn geen martelaars; er zijn er veel die in hun bed sterven, maar die beloond worden met de zegeningen van de siddiqs (de eminent oprechten) en de marterlaren” » (al-Isfahani 8, 251)

     

Het is duidelijk dat het zich opblazen in een terreuraanslag strijdig is met de islam en dus evenmin een daad van religieus martelaarschap kan zijn, hoe graag sommigen in het Westen dat ook zo voorstellen en hoe graag sommige terreurgroepen hun leden dat ook willen doen geloven.

 

 

Mohammed de profeet

Mohammed de profeet

 

 

 

1.6. Soorten martelaren

.

Ruwweg kan men van 3 categorieën van martelaren spreken, die als volgt gedefinieerd worden:

  • Martelaren van deze wereld en van het hiernamaals. Dit zijn moslims die het leven laten in een wettige strijd tegen onrecht.Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer zij als strijder het leven laten in een wettige oorlog. Het betreft hier dus gelovigen die het verdedigen van islamitische kernwaarden zoals vrede, rechtvaardigheid, broederlijkheid, godsdienstvrijheid enz. met hun leven betaald hebben. Tot dergelijke martelaren behoren diegenen die het opnamen tegen een tiran en daarvoor door de tiran gedood werden:

    « De meester van de martelaren is Hamzah Ibn ‘Abdul-Muttalib, een man die zich verzette tegen een tiranniek leider, en die hem instrueerde met het goede en hem het slechte verbood, als gevolg waarvan [de tirannieke leider] hem doodde. » (hasan, al-Haakim en adh-Dhiyaa`)

     

    «Iemand die gedood wordt bij het afweren van verdrukking is shaheed» (an-Nisaa`i en adh-Dhiyaa`)

    Het gaat hier telkens om moslims die gedood werden in omstandigheden waarbij zij de grondwaarden van de islam verdedigden binnen de grenzen van het toelaatbare, zonder dat ze de dood zochten en zonder dat ze eigen eer of een beloning nastreefden.

  • Martelaren van het hiernamaals.  Dit betreft mensen die om andere redenen dan de voorgaande stierven en in het huidige leven niet als martelaar beschouwd worden, maar in het hiernamaals toch de status van martelaar krijgen. Een paar voorbeelden:

    «Er zijn vijf overlijdens als gevolg waarvan iemand een martelaar is: diegene die gedood wordt op het pad van God is een martelaar, diegene die verdrinkt op het pad van God is een martelaar, diegene die sterft ten gevolge van een maagziekte op het pad van God is een martelaar, diegene die sterft ten gevolge van de pest op het pad van God is een martelaar, en de vrouw die stierf in het kraambed is een martelaar.» (saheeh, an-Nisaa`i, al-Jami)

    Het is dus niet het geval dat iedereen die verdrinkt een martelaar is. Het ligt eraan hoe hij geleefd heeft. Ook niet elke moslim die overlijdt ten gevolge van een ziekte in de buik is een martelaar. Als hij deze ziekte opliep door slechte, buitensporige leefgewoonten en geen rechtschapen leven leidde, zal hij geen martelaar zijn.

  • Martelaren van deze wereld.  Dit zijn moslims die hier en nu als martelaar beschouwd worden, maar in het hiernamaals niet als martelaar zullen beschouwd worden. Bijvoorbeeld iemand die als soldaat in een wettige oorlog zou sneuvelen maar aan de strijd deelnam omwille van de eer die hem te beurt zou vallen, zal hier als martelaar beschouwd worden maar in het hiernamaals naar de hel gaan.

Vanuit islamitisch perspectief heeft het eigenlijk geen zin iemand een martelaar te noemen (anders dan in het christendom is er in de islam geen kerkinstituut dat iemand tot ‘martelaar’ kan uitroepen) omdat alleen God hierover kan oordelen. Men kan hoogstens zeggen dat iemand ‘met grote waarschijnlijkheid’ een martelaar is, maar de beslissing daarover komt alleen God toe. Een martelarencultus is dan ook niet aan de orde in de islam.

.

.

.

1.7. Beloning voor de martelaren

.

Volgens de islam worden martelaren in het hiernamaals bedacht met de grootste beloningen. Zo zal hun overgang naar het hiernamaals  zo goed als pijnloos zijn. De stervenspijn zal zodanig verkleind worden dat het maar zal aanvoelen als een muggenbeet.

«Abu Hurayrah vertelde dat profeet Mohamed zei: “Een martelaar voelt maar evenveel van het effect van gedood te worden als iemand die zou gestoken zijn door een mug.”» (Tirmidhi, Nasa’i en andere – gemeld door Abu Hurayrah)

Hoewel mensen die als mujahid leven en naar het martelaarschap verlangen zich als doel stellen tijdens het leven in alles het goede te doen ten einde God te dienen, struikelt iedereen al eens. Daarbij krijgen martelaren vergiffenis voor de zonden die zij in hun nobel streven onvrijwillig toch begingen (tenzij het om zware zonden gaat zoals hypocrisie). Zodoende, krijgen martelaren het eeuwig leven in het hiernamaalse paradijs.

«En denk van hen die op Gods weg gedood worden niet dat zij dood zijn; zij zijn juist levend bij hun Heer, waar in hun onderhoud wordt voorzien terwijl zij zich verheugen over wat God hun van Zijn Genade geeft en zich verblijden dat de achterblijvers die zich nog niet bij hen gevoegd hebben niets te vrezen hebben noch bedroefd zullen zijn. Zij verblijden zich over een genade en gunst van God, en dat God het loon van de gelovigen niet verloren laat gaan.» (Koran 3:169-171)

In het paradijs zullen zij de mooiste plekken krijgen.

« Samurah Ibn Jundub vertelde dat de Profeet zei: “Vorige nacht ontving ik een (goddelijke) ingeving (via een droom); ik zag twee mannen naar mij komen en me meenemen naar een boom (in het Paradijs), en vervolgens naar een plek die het beste was dat ik ooit gezien had; zij informeerden me dat dit de verblijfplaats was van de martelaren.” » (Bukhari)

 

 

 

1.8. De ’72 maagden’

 

Naast vergeving van alle zonden en weldadige paradijselijke beloningen spreekt de Koran ook over de hoor al ayn’ voor diegenen die het paradijs bereiken.

«Zo is het! En Wij geven hun gezellinnen met sprekende grote ogen ten huwelijk.”» (Koran 44:54)

“Hoor al ayn” zijn speciale schepselen die enkel in het paradijs wonen. Volgens de enen gaat het om bijzondere vrouwelijke gezellen voor mannen die het paradijs bereiken, volgens anderen hebben de “hoor al ayn” geen geslacht, ze zijn noch mannelijk, noch vrouwelijk, maar wezens met een uitzonderlijk zuivere spiritualiteit die gereflecteerd wordt in hun ogen waaruit hun puurheid straalt. Er bestaat zelfs een omstreden theorie die zegt dat “hoor al ayn” eigenlijk gewoon ‘druiven’ betekent, wat aansluit bij de andere grafische omschrijvingen van de weelderigheid die het paradijs kenmerkt.

 

De Koran vermeldt bovendien nergens een aantal. De ’72’ is afkomstig van de volgende hadith:

«Men hoorde profeet Mohamed zeggen: “De kleinste beloning voor de mensen van het Paradijs is een plaats waar er 80.000 dienaren en 72 vrouwen zijn, waarboven een koepel staat die versierd is met parels, aquamarijn en robijn, zo breed als de afstand van Al-Jabiyyah (een voorstad van Damascus) tot Sna’a (in Jemen).”» (Tirdmidhi)

Enkele bedenkingen hierbij:

Deze hadith is omstreden, de authenticiteit ervan staat niet vast. Dit wil zeggen dat het niet zeker is dat profeet Mohamed deze woorden ooit gesproken heeft. Ze maken bijgevolg geen deel uit van de kernleer van de islam. De verzen en hadith die het paradijs beschrijven moet men net zo min letterlijk nemen als de bij ons alom bekende spreekwoordelijke rijstpap die ons in de hemel met gouden lepeltjes zal geserveerd worden.

Waar het in deze verzen en hadiths om te doen is, is het schetsen van de uitzonderlijkheid van de beloning die iedereen die in het paradijs terechtkomt te beurt zal vallen. Wie zich nu aan de voedingsvoorschriften houdt, wie zich nu aan voorschriften van matiging houdt, wie zich aan de seksuele beperkingen houdt, zal hierna rijkelijk beloond worden.

En hoewel naargelang van de interpretatie ervan de term ‘hoor’ een seksuele connotatie kan hebben, in die zin dat de term als ‘maagd’ kan opgevat worden , dan nog wordt er nergens gesteld dat mannen effectief seksuele relaties zullen onderhouden met deze schepselen. Nogal logisch, vermits de bestaansvorm van een gans andere orde zal zijn dan het aardse bestaan.

Zelfs als men deze hadith voor waar zou aannemen, én wanneer men “hoor al ayn” letterlijk als ‘maagden’ interpreteert, staat er nergens in dat terroristen met 72 maagden beloond zullen worden.

Zoals eerder gezegd, zijn moslims niet zeker van een plek in het paradijs. Als zij zich misdragen hebben kunnen zij naar de hel gaan. Anderzijds, stelt de Koran dat ook joden en christenen die in God geloven en zich gedragen in overeenstemming met de aan hun profeten geopenbaarde boodschap, eveneens in het paradijs kunnen toegelaten worden.

En ten slotte, de hele discussie over de beloning van het martelaarschap is eigenlijk een zinloze discussie, want zodra men iets doet voor de beloning en niet vanuit de zuivere intentie God te dienen, ziet men de beloning aan zijn neus voorbij gaan.

Getuige de volgende lange maar lezenswaardige hadith over het oordeel dat gereserveerd wordt voor geleerden, welstellenden en (vermeende) mujahids die beweren het martelaarschap na te streven maar in werkelijkheid uit zijn op een beloning in de vorm van eerbetuigingen.

« Op de Laatste Dag wanneer God zal zetelen om te oordelen en elke gemeenschap voor Hem zal knielen, zullen de eersten die geoordeeld zullen worden de geleerden van het Heilige Boek zijn, of diegenen die gedood werden in een jihad of diegenen die rijk en welvarend waren op aarde.


God zal aan de geleerde vragen: ‘Werd jou niet alles geleerd dat geopenbaard werd aan de Profeet? Wat deed je met deze kennis?’ Hij zal antwoorden: ‘O Heer! Ik placht de Koran dag en nacht te reciteren in mijn gebeden.’ God zal zeggen: ‘Je bent een leugenaar.’ En zodoende zullen de engelen hem als leugenaar beschouwen, en God zal het oordeel vellen dat deze man dit alles enkel deed om geprezen te worden als een zeer groot geleerde.

Het lof dat hij ontving op aarde was het doel waar hij op mikte, dus is er hier voor hem niets. Vervolgens zal de rijke man aangesproken worden en God zal zeggen: ‘Heb ik je niet welvarend gemaakt en onafhankelijk van anderen? Wat deed je met die welvaart?’ Hij zal antwoorden: ‘O God, ik gaf aan de behoeftigen en was liefdadig.’

God zal zeggen: ‘Je bent een leugenaar’, en de Engelen zullen hem ook een leugenaar noemen. God zal zeggen: ‘Je was niet liefdadig in de geest, je reikte liefdadigheid uit met als enige drijfveer geprezen en geëerd te worden. Je werd geprezen en geëerd, dus heb je al de beloning gekregen waarop je mikte. Er is hier niets voor jou’.


Dan zal een man gebracht worden die gedood werd in een jihad. Hij verwacht dat God hem zal eren als een martelaar, maar deze aanspraak zal hem ontzegd worden door God die zal zeggen: ‘je vocht enkel om geprezen te worden als een dapper man. Je kreeg het lof dat je in de wereld nastreefde. Hier is er niets voor jou’.


De Profeet voegde hier aan toe: ‘Dit zijn de personen die in hel geworpen zullen worden vóór de anderen.’
» (Tirmidhi, gemeld door Abu Hurairah)

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

.

2. Seculariserend extreem nationalisme van militante jihadi’s en zelfmoordterroristen

.

In ‘Islam Hijacked’ stelt Rabbi Reuven Firestone, professor Middeleeuws Judaisme en Islam, aan de Hebron Union College van Los Angeles  :

«Wat zelfmoord en het schade berokken aan onschuldigen betreft, is islam ondubbelzinnig. De vier scholen van islamitische wet verbieden uitdrukkelijk het schade berokken aan niet-strijders.» 

 

De professor laat er geen twijfel over bestaat, de islam verbiedt terreurdaden. Maar waarom sleuren de zelfmoordterroristen er dan God en de islam bij? Professor Robert Pape werpt daar enig licht op. Hij houdt een databank bij van zelfmoordaanslagen.

Op grond van de gegevens die hij verzamelde over zelfmoordaanslagen gepleegd tussen 1980 en 2003, concludeert hij dat niet de moslims, maar wel de Tamil Tijgers van Sri Lanka de kop aanvoeren inzake zelfmoordaanslagen.

De Tamil Tijgers zijn een seculiere marxistische groep die voornamelijk rekruteert bij Hindoe families. Zij zijn uitvinders van de ‘zelfmoordvest’ die later door de Palestijnse plegers van zelfmoordaanslagen overgenomen werd.

Zelfs bij de zogenoemde ‘islamitische’ aanslagen nemen luidens professor Pape de seculier georiënteerde groepen 2/3den van de aanslagen voor hun rekening. Deze professor stelt verder dat terrorisme geen zaak is van individuele fanatici, maar een strategische zet is van groepen die campagne voeren voor een specifiek politiek doel, met name “het dwingen van moderne democratieën om betekenisvolle toegevingen te doen inzake nationale zelfbeschikking”.

Volgens diezelfde professor is er overweldigend bewijs dat zelfmoordterrorisme weinig verband houdt met religie. Hij omschrijft zelfmoordterrorisme als “een extreme strategie voor nationale bevrijding” en dus een extreme strijd voor nationalisme. Wereldwijd, hebben 95% van al dergelijke incidenten dit centrale doel. Met andere woorden: terrorisme dient een politiek doel.

Niet alle bezettingen evenwel van landen leiden tot zelfmoordterrorisme. En hier speelt religie wel een rol, in die zin dat zelfmoordaanslagen vooral plaatsvinden wanneer er een religieus verschil is tussen de bezetter en de bezette gemeenschap. Het is door dit religieverschil, dat de terroristenleiders er beter in slagen de bezetter te demoniseren vanuit een verwrongen lectuur van de eigen religie.

In tegenstelling tot de gangbare opvatting, dat militante ‘jihadi’s’ religieuze fanatici zijn, kan men dus stellen dat het integendeel juist gaat om mensen die de islam proberen te seculariseren om nationalistische belangen te dienen, en dit terwijl de islam geen notie van nationaliteit kent en zelfs elke vorm van hypernationalisme verwerpt.

 

 

al-aqsa-martyrs-brigades-31

 

.

.

3. Besluit

.

Martelaarschap is het ‘getuigen van God’ door in alle omstandigheden, in woord en daad, ernaar te streven het goede te doen, met als enige intentie God te dienen om geen andere reden dan dat God dat waard is, waarbij men bereid is voor het getuigen van die waarheid zijn leven te geven, zonder evenwel de dood te zoeken en zonder er noodzakelijkerwijs voor gedood te worden.

Omdat de intentie (niyya) een grote rol speelt en alleen God in de harten kan kijken, zijn mensen niet geplaatst om te beoordelen wie ‘martelaar’ is en wie niet. Dat “oordeel” komt alleen God toe. Een martelaren cultus geeft dan ook geen pas in de islam.

Het is in de islam trouwens niet hoe men sterft, dat iemand tot martelaar maakt, het is hoe men lééft. Ook wie een natuurlijke dood sterft kan men ‘martelaar’ zijn. Het maakt niet uit hoe men sterft  zo lang men noch in het leven, noch in de dood iets onwettig nastreeft. Dat maakt een zelfmoordaanslag tot iets wat ingaat tegen de islam.

Niet alleen is zelfmoord verboden, de aanslag is bovendien een criminele daad waarbij men onschuldigen van het leven berooft met als doel angst te zaaien. Een zelfmoordterrorist kan geen ‘martelaar’ zijn, vermits hij de grenzen van het wettige te buiten gaat in de manier waarop hij sterft.

Het concept van islamitisch martelaarschap wordt dan ook beklad en gekaapt, zowel door terroristen als door diegenen in het Westen die meegaan in de ideologie van de terroristen en hen “martelaar” noemen.

Dat de profeet Mohamed voorgesteld wordt als een terroristenleider die plegers van zelfmoordaanslagen beloont, is voor moslims zeer schokkend. Hij vertegenwoordigt voor hen de nobelste waarden die door een mens kunnen nagestreefd worden. Hem als terroristenleider voorstellen, is een omkering van de moraal.

Het martelaarschap daarenboven degraderen tot iets dat gedreven wordt door seksuele driften is een dehumanisering van moslims tot wezens die, gedreven door seksuele driften, geweld verheerlijken. Een dergelijke beeldvorming is vernederend, denigrerend, dehumaniserend.

Ze moedigt polarisatie aan, niet alleen bij diegenen die het beeld voor waar aannemen en die zich dus afkeren van moslims, maar ook bij de moslims zelf die zich volkomen onrechtvaardig getypeerd weten. Bovendien verhinderen dergelijke mythes een gedegen analyse en dus ook een daadkrachtige, doeltreffende strijd tegen het terrorisme.

Zijn er moslims die terreurdaden plegen? Ja. Er zijn ook niet-moslims die terreurdaden plegen. Het probleem is complex, de oplossing niet eenvoudig. De strijd tegen door moslims gepleegde terreur ligt in elk geval niet in het demoniseren van de islam. Integendeel.

De islam, met de echte martelaren ervan op kop, erkennen als een bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme zou al een grote stap in de goede richting zijn. Het zou in elk geval op zijn minst diegenen die er aan beide kanten van dit verhaal belang bij hebben een botsing der beschavingen uit te lokken, de wind uit de zeilen nemen.

 

 

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Wat is de Kabbala?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

de levensboom (sefirot) in de joodse kabbala

de levensboom (sefirot) in de joodse kabbala

 

 

Kabbala betekent ‘ontvangen’ of ‘dat was is ontvangen’. Het is de mystieke, esoterische kant van het Jodendom en zoekt een dieper begrip van de Torah dan zijn letterlijke interpretatie. De kabbala zoekt en geeft antwoorden over het wezen van God, het ontstaan van de wereld, de spirituele wereld en onze individuele relatie met God en met elkaar.

.

Volgens de kabbalisten zijn alle antwoorden op de grote vragen die elke generatie zich weer stelt, zoals, wie ben ik, waar kom ik vandaan, waarom zijn we hier, in code te vinden in de Torah. Het is lang een geheime leer gebleven die mondeling werd doorgegeven aan een select aantal rabbijnen per generatie.

De studie was voorbehouden aan getrouwde rabbijnen van boven de veertig jaar. Oningewijden die de kabbala bestudeerden, liepen het gevaar gevangen te worden door krankzinnigheid. Men vond de kennis te gevaarlijk om met de grote massa te delen. Het zou ook voor verkeerde doeleinden kunnen ingezet worden.

Men vergelijkt de kennis wel eens met die van een ui. Onder elke laag van de Torah ligt een andere verborgen laag die nieuwe, hogere inzichten onthuld. Volgens de traditie heeft de Torah 70 gezichten, wat wil zeggen dat elke passage in de Bijbel 70 verschillende lagen verbergt.

 

.

 

De geheime code

.

Elke letter in de bijbel heeft een geheime betekenis. Dit geheim werd van generatie op generatie mondeling doorgegeven.

 

We kunnen de Thora (de eerste 5 boeken van het Oude Testament) op vier niveaus lezen: letterlijk, metaforisch, allegorisch en esoterisch. Deze vier manieren verrijken elkaar in betekenis. Het zijn vier invalshoeken die elkaar versterken.

Daarnaast heeft de Thora zeventig gezichten, wat wil zeggen dat elke tekst 70 mogelijke interpretaties in zich verbergt. Het getal 70 verwijst naar het aantal volkeren dat leefde op het moment dat de mensheid de Thora geschonken werd.

“God” moest het boek in een taal schrijven die door deze 70 verschillende volkeren begrepen kon worden. Op deze manier drukt de Thora zich tegelijkertijd uit aan alle mensen, ieder op hun eigen niveau. Ieder ontvangt de kennis op zijn eigen niveau. Iedere letter, ieder woord, ieder vers betekent 70 verschillende dingen.

Zo verscheen er bijvoorbeeld in de veertiende eeuw het boek Tikkunei Zohar dat de 70 interpretaties uitlegde van de eerste drie woorden van de Thora: “In den beginne”. Daarom wordt de Thora ook wel de “levende Thora” genoemd. De tekst verandert niet maar wel ons begrip ervan, en vernieuwt zich in iedere nieuwe generatie.

 

.

 

Een jonge, verleidelijke maagd

 

In de Zohar wordt de Thora ook wel eens vergeleken met een aantrekkelijke, jonge maagd die de aandacht op zich vestigt door langzaam haar geheimen aan een minnaar te onthullen. Deze mooie jonge vrouw is opgesloten in een geheime kamer in een paleis. Iedere dag opnieuw passeert haar minnaar langs het paleis in de hoop een glimp op te vangen. Vanaf het moment dat hij haar gezicht vluchtig gezien heeft, is hij verliefd, en kan aan niets anders meer denken.

Zo is het ook met de Thora, onthult de Zohar, wie 1 moment een glimp van haar innerlijke wijsheid heeft opgevangen, is voor altijd verliefd en verlangt meer over haar te weten te komen. Eerst zal ze met hem spreken vanachter een sluier. Ze zal zich aanpassen aan dat waar hij toe in staat is te begrijpen. Ze verbergt dan nog haar wijsheid om hem niet af te schrikken. Daarna zal ze hem verhalen vertellen, raadsels opgeven, allegorieën, om zich op een diepere wijze te onthullen.

Wanneer de minnaar deze begrijpt, zal ze haar sluier afdoen en zal hij met haar kunnen spreken van gezicht tot gezicht. Dan zal ze hem al haar geheimen onthullen. Nu pas zal de minnaar haar werkelijk begrijpen en inzien hoeveel wijsheid er reeds verborgen zaten in haar eerste woorden. Vanwege de sinecure opbouw van de Thora is het natuurlijk verboden om ooit ook maar 1 letter, woord of zin van de Thora te veranderen.

Kabbalisten zijn ervan overtuigd dat er geen enkele contradictie noch fout in de Thora staat. De Thora werd ons in codetaal gegeven om ons uit te dagen de code te ontraadselen, en zelf de antwoorden te vinden omdat dit het principe van leren is. We leren het beste wanneer we klaar zijn om te leren. Wanneer we hongerig zijn naar kennis. Tegelijkertijd is ook de vorm een onderdeel van de code. De structuur van de Thora is complex omdat het de structuur van het universum in zich draagt.

De meeste vormen van de kabbala leren, dat iedere letter, ieder woord, getal en accent een verborgen betekenis bevat. Verder onderwijzen zij de methodes om achter de interpretatie van deze verborgen betekenissen te komen.

 

.

Voornaamste joodse teksten

.

Het eerste boek over de kabbala dat is geschreven, en dat nog altijd bestaat, is de Sefer Jetzira of het boek van de schepping.  Zoals voor vele joodse mystieke teksten geldt, was de Sefer Jetzira op zo’n manier geschreven, dat het onbegrijpelijk is voor mensen die het lezen zonder uitgebreide achtergrond.

Het tweede belangrijke joodse mystieke werk is de Bahir  of de verlichting. Het bestaat uit ongeveer 12.000 woorden.

Het belangrijkste werk uit de joodse mystiek is de Zohar of de pracht, schittering. Het is een esoterisch mystiek commentaar op de Thora, geschreven in het Aramees en Hebreeuws. De Zohar bevat veel van het materiaal dat in de Sefer Jetzira en de Sefer Bahir staat en breidt dit uit. Ongetwijfeld is de Zohar het ultieme werk van de kabbalistiek.

 

.

 

sefer-jetzira

sefer jatzira

 

.

 

sefer-bahir

sefer Bahir

 

 

 

0_zohar_mantuba_1558_parashath_shmot

sefer zohar

 

.

 

 

Een geloof?

 

Hoewel de kabbala op de studie van een religieuze bron, de Thora, gebaseerd is, is het uitdrukkelijk géén geloof.

.

Het uitgangspunt van de kabbala is namelijk; “geloof niets wat je niet zelf onderzocht of ondervonden hebt”. De kabbala doet een beroep op de mensen die het willen bestuderen om kritisch te zijn, om zelf ‘de leer’ te toetsen aan de eigen praktijk. Wel doceert de kabbala een groot aantal inzichten over hoe het leven werkt, hoe we als mensen met elkaar om zouden kunnen gaan, en hoe we van deze planeet een aards paradijs kunnen maken.

De kabbala hanteert daarbij als uitgangspunt dat de mens feilbaar is, dat hij fouten zal maken en op zijn bek zal gaan. Dat hoort nu eenmaal bij de ervaring van het leven, en is de reden waarom we hier zijn. We zijn hier om onszelf te ontwikkelen tot de best mogelijke vorm van onszelf. In het maken van fouten zitten dan ook vaak de grootste levenslessen verscholen.

Het doel van de mens is, volgens de kabbala, om zichzelf maximaal te ontplooien. Ieder mens zou zijn capaciteiten optimaal moeten ontwikkelen, om de vrucht ervan aan de wereld te schenken. We zijn samen verantwoordelijk voor de toestand van de wereld.

.

 

Jij betaalt de prijs voor je dromen.
Jij volgt je hart.
Het is heel onverstandig wat je doet
Maar uit onverstandige mensen zijn de grootste dingen voortgekomen.
(uit De Kabbalist)

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

voorpagina openbaring a4

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria