Tagarchief: paradijs

Drie dagen in het graf en heden in het paradijs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hqdefault

 

 

 

Lucas 23 : 43 >Jezus antwoordde: ‘Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn.’

 

Dit is het ene probleem bij deze opvatting van Jezus’ woorden in Lucas 23:43. Het andere is dat er op dat moment helemaal geen paradijs was. We kennen het paradijs uit Genesis. We vinden dat woord niet in onze vertalingen, maar de Griekse vertaling, de Septuaginta, vertaalt ‘de hof des Heren’ of ‘Eden’ bijna altijd met paradeisos, het woord dat Jezus hier gebruikt. Dat woord komt verder nog voor in Openbaring 2:7:

“Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”. Openbaring gebruikt ook elders taal die aan Genesis doet denken.

 

De vraag van de man was ten eerste:

“Jezus gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”.

 

Jezus’ antwoord is :

“Ik zeg u, gij zult met Mij in het paradijs zijn”.

 

Hij moet met dat paradijs dus wel ‘zijn Koninkrijk’ bedoelen. Ook in Openbaring beschrijft Hij dat toekomstige Koninkrijk als een ‘hersteld paradijs’. Maar dat Koninkrijk moet nog steeds komen. Lucas vertelt ons dat Hij 40 dagen aan zijn discipelen is verschenen ‘tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft’ (Handelingen 1:3). Toch vragen zij dan nog:

“Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” (Handelingen 1: 6).

 

Zijn antwoord is niet dat het Koninkrijk iets anders is dan zij denken, maar dat het niet hun zaak is te weten wanneer dat wordt hersteld (vs 7). Dat is iets van de toekomst, wanneer Hij terugkomt.

De vraag was vervolgens: “Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”. Ook deze man spreekt van de toekomst. Dat woord ‘wanneer’ (hotan) betekent: ‘wanneer dan ook’, wanneer de tijd eenmaal daar is. Ook hij weet niet wanneer dat zal zijn, maar die tijd komt een keer en daarover spreekt hij. Hij heeft niets meer te bieden en kan alleen nog maar een beroep doen op Jezus’ genade.

Hij vraagt daarom niet om een belofte dat Jezus hem in het oordeel zal aannemen, maar alleen om dan nog aan hem te denken. Maar Jezus’ antwoord is niet dat Hij hem zal gedenken, maar dat Hij hem wel degelijk nu die belofte geeft die hijzelf niet durfde vragen. De nadruk ligt dus op dat ‘nu’. Daarom ligt het voor de hand de tekst te lezen als:

“Ik zeg u nu ( heden ): gij zult met Mij in het paradijs (dat Koninkrijk) zijn”.

 

Het Grieks laat dat toe. Dat je dan ook moet lezen ‘gij zult’ i.p.v. ‘zult gij’, is iets van onze taal, dat in het Grieks geen rol speelt. En wanneer je het zo leest lost dat beide problemen op.

Niemand besefte beter dan deze man dat een kruisiging het absolute einde was. Maar terwijl Jezus’ discipelen meenden dat met diens kruisdood alles was afgelopen (Lucas 24:21), beleed hij dat die Jezus aan dat kruis naast hem de toekomstige wereldkoning zou zijn, en dus weer uit die dood zou opstaan. En dat Hij ook zou beslissen wie er in dat Koninkrijk zal worden toegelaten.

Hij erkent dat zijn eigen dood terecht is (Lucas 23:41), maar dat Jezus onschuldig is. En hij doet dat openlijk, wetende dat hij daarmee de spot van de massa uitlokt. Hij was bereid ‘de smaad van Christus te dragen’ (Hebreeën 13:13). Hij moet Jezus hebben horen prediken maar heeft het kennelijk gezocht in opstand tegen Rome. Nu beseft hij te laat dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt. Er is weinig anders dat hij kan doen dan dat te belijden. Maar wat een geloof!

Lucas vertelt ons dat verhaal niet zomaar. Dit is een les voor de lezer. Deze man is het prototype van de ware gelovige, die niets te bieden heeft dan zijn berouwvolle schuldbelijdenis, en die niets kan vragen dan genade. Maar hij kan geloof tonen, en dat doet deze man.

“Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.”

 

Deze man is daarvan het beeld: zo moet het. Paulus noemt de doop een symbolisch sterven en opstaan met Jezus, en spreekt van een medegekruisigd worden’ met Christus (Romeinen 6:6). Hij moet daarbij deze man voor ogen hebben. Alleen Lucas beschrijft dit, en Paulus moet daarvoor zijn bron zijn geweest, want de nog onbekeerde Saulus van Tarsus zal bij deze kruisiging onder de toeschouwers zijn geweest.

Lucas beschrijft hier de gebeurtenis waar Paulus zijn beeld van ‘medegekruisigd’ op baseert. Dat is ook het antwoord aan wie klagen dat deze man behouden wordt zonder te zijn gedoopt: hij heeft in werkelijkheid gedaan, wat anderen slechts in symbool kunnen doen. Het NT gebruikt het woord dopen ook in de betekenis van ‘voor het geloof sterven’ (bijv. Marcus 10:38-39).

Maar ook wanneer wij dat slechts in symbool doen, kunnen ook wij onze schuld belijden, belijden dat Jezus zonder schuld voor ons is gestorven, en een beroep doen op zijn genade. En dan ontvangen ook wij de belofte nu al dat wij straks met Hem in dat Koninkrijk zullen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Litanieën tot de Heilige Aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël 

Standaard

categorie : religie

.
.
.

Litanieën tot de Heilige Aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël

 

Heilige aartsengel Michaël

 

Bescherming, begeleiding, zuivering, loslaten van het verleden, voor kracht, bij hulpeloosheid en wanhoop, bij zelftwijfel, voor groei van het zelfvertrouwen, tegen nachtmerries, voor overwinnen angsten, voor rechtvaardigheid, voor hulp bij problemen, bij stervensbegeleiding, …

 

 



 

Litanie 1

 

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God,
Hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Aartsengel Michaël,
Heilige Michaël, zeer verheven opperhoofd der hemelse heerscharen,
Heilige Michaël, verdediger van de heilige Stad,
Heilige Michaël, sterk en machtig in de strijd,
Heilige Michaël, beschermer van de H. Kerk,
Heilige Michaël, prins van de uitverkorenen,
Heilige Michaël, schrik van de hel,
Heilige Michaël, die de duivels verjaagt,
Heilige Michaël, door God uitverkoren om onze beschermer te zijn,
Heilige Michaël, die aan de storm gebiedt,
Heilige Michaël, hulp der christenen,
Heilige Michaël, brandend van ijver voor de glorie Gods,
Heilige Michaël, die de zielen uit het vagevuur vertroost,
Heilige Michaël, die tegenwoordig zijt bij ons oordeel,
Heilige Michaël, die ons steeds en overal beschermt,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons.

Bid voor ons, Heilige Aartsengel Michaël. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

 

Laat ons bidden,

Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als bewaker van de Heilige Kerk en opperhoofd van het paradijs, verleen genadig door zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

 

 

Litanie 2

 

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Michaël, bid voor ons.
Heilige Michaël, vervuld met de wijsheid van God, bid voor ons.
Heilige Michaël, volmaakte aanbidder van het mensgeworden Woord, bid voor ons.
Heilige Michaël, gekroond met eer en heerlijkheid, bid voor ons.
Heilige Michaël, de machtigste vorst van de legers des Here, bid voor ons.
Heilige Michaël, vaandeldrager van de Heilige Drievuldigheid, bid voor ons.
Heilige Michaël, behoeder van het paradijs, bid voor ons.
Heilige Michaël, gids en trooster van het volk van Israël, bid voor ons.
Heilige Michaël, glorieuze vesting van de strijdende Kerk, bid voor ons.
Heilige Michaël, eer en vreugde van de triomferende Kerk, bid voor ons.
Heilige Michaël, licht van Engelen, bid voor ons
Heilige Michaël, bescherming van de orthodoxe gelovigen, bid voor ons.
Heilige Michaël, kracht voor hen die strijden in de naam van het Heilige Kruis, bid voor ons.
Heilige Michaël, licht en het vertrouwen van de zielen in het uur van de dood, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze voortdurende helper, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze hulp in alle tegenspoed, bid voor ons.
Heilige Michaël, heraut van de eeuwige straf, bid voor ons.
Heilige Michaël, trooster der zielen in de vlammen van het vagevuur, bid voor ons.
Heilige Michaël, die door de Heer bevolen werd om de zielen te ontvangen na de dood, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze prins, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze advocaat, bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.

Christus hoor ons, Christus verhoor ons

Bid voor ons Heilige Aartsengel Michaël, opdat wij de belofte van Christus waardig worden.

 

Laat ons bidden,

Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs. Verleen genadig door zijn voorspraak: aan de H. Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

 

 

 

Heilige aartsengel Gabriël

 

Inspiratie, spiritualiteit, dromen, tegen depressie, hulp bij tegenspoed, positieve gedachten, meer vrolijkheid, voor creativiteit, voor als men vastgelopen is in situaties of patronen, vervulling van wensen, voor motivatie, tegen destructieve neigingen, troost, voor positieve veranderingen of om veranderingen te kunnen doen of om veranderingen aan te kunnen, bij het nemen van beslissingen en knopen door te hakken, dansen, helen innerlijke kind, visioenen, meditatie, zwangerschap,…

 

 

.
.
.

Litanie 1

 

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons,
Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Aartsengel Gabriël,
Heilige Gabriël, die zijt afgedaald tot de drie jongelingen in de vuur oven om de brandende vlammen van hen verwijderd te houden,
Heilige Gabriël, die aan Zacharias zijt verschenen en hem de geboorte en glorierijke bediening van zijn zoon Johannes hebt verkondigd,
Heilige Gabriël, die door God aan de Maagd Maria te Nazareth gezonden werd om Haar de Menswording van het eeuwige woord aan te kondigen,
Heilige Gabriël, die aan de aarde de naam “Jezus” hebt gebracht,
Heilige Gabriël, die aan het mensdom het eerst de verheven groet “Wees gegroet, Maria,” hebt geleerd,
Heilige Gabriël, wiens naam betekent : Kracht Gods,
Heilige Gabriël, die aan de Allerhoogste onze gebeden overbrengt,
Heilige Gabriël, patroon der reine zielen,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons !

Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,

Bid voor ons, glorierijke aartsengel Gabriël, nu en in het uur van onze dood.

 

Laat ons bidden,

Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs. Verleen genadig door zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven ende glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

 

 

Litanie 2

 

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons,
Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid,één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Gabriël, glorieuze aartsengel, bid voor ons.
Heilige Gabriël, kracht van God, bid voor ons.
Heilige Gabriël, die voor de troon van God staat, bid voor ons.
Heilige Gabriël, toonbeeld in gebed, bid voor ons.
Heilige Gabriël, heraut van de incarnatie, bid voor ons.
Heilige Gabriël, die de glorie van de Heilige Maagd geopenbaard hebt, bid voor ons.
Heilige Gabriël, Prins van de hemel, bid voor ons.
Heilige Gabriël, ambassadeur van de allerhoogste, bid voor ons
Heilige Gabriël, behoeder van de Onbevlekte Maagd, bid voor ons
Heilige Gabriël, die de grootsheid van Jezus voorspelde, bid voor ons.
Heilige Gabriël, vrede en licht van de zielen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, plaag van de ongelovigen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, bewonderenswaardige leraar, bid voor ons.
Heilige Gabriël, kracht van de rechtvaardigen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, beschermer van de gelovigen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, verkondiger van het Woord van God, bid voor ons.
Heilige Gabriël, verdediger van het geloof, bid voor ons.
Heilige Gabriël, onvermoeibaar lof betuigend aan onze Heer Jezus Christus, bid voor ons.
Heilige Gabriël, die geprezen wordt door de Schrift als de engel die door God aan de maagd Maria gezonden werd, bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.

Christus hoor ons, Christus verhoor ons

Bid voor ons Heilige Aartsengel Gabriël, opdat wij de belofte van Christus waardig worden.

 

 

Laat ons bidden,

O gezegend Heilige Aartsengel Gabriël, wij smeken u, bemiddel voor ons voor Gods troon om genade te bekomen en om ons te helpen in onze noden. Gij die de menswording van onze Heer Jezus Christus aan de Maagd Maria hebt verkondigd, door uw voorspraak en bescherming, verleen ons de genade om de Goddelijk hulp te mogen ontvangen opdat we onze Heer eeuwig mogen loven, beminnen en danken.
Amen.

 

 

 

Heilige aartsengel Rafaël

 

Alles wat met genezing te maken heeft zowel fysiek als mentaal als het genezen van situaties of doorbreken van slechte gewoonten en patronen, voor innerlijke rust, voor als men zich in de steek gelaten voelt of eenzaam is, bij liefdesverdriet en het helen van een gebroken hart, tegen verbittering, als men niet tevreden is met zichzelf en voor hulp om zichzelf te aanvaarden, tegen moedeloosheid, bij gekwetste gevoelens, voor hulp in medische en psychische kwesties, stervensbegeleiding, bij uitputting en voor nieuwe krachten, voor vrouwen in de overgang, spirituele heling,…

 

 

 

 

 

Litanie 1 

 

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Rafaël, bid voor ons.
Heilige Rafaël, vervuld met de genade van God, bid voor ons.
Heilige Rafaël, perfecte bewonderaar van het Goddelijke woord, bid voor ons.
Heilige Rafaël, terreur van de demonen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, verdelger van de ondeugden, bid voor ons.
Heilige Rafaël, gezondheid voor de zieken, bid voor ons.
Heilige Rafaël, onze toevlucht tijdens al onze beproevingen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, gids van de reizigers, bid voor ons.
Heilige Rafaël, troost van de gevangenen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, vreugde voor de bedroefden, bid voor ons.
Heilige Rafaël, vol ijver voor het behoud van onze zielen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, wiens naam betekent “God geneest”, bid voor ons.
Heilige Rafaël, liefhebber van de kuisheid, bid voor ons.
Heilige Rafaël, schrik van de duivels, bid voor ons
Heilige Rafaël, in ziekte, honger en oorlog, bid voor ons.
Heilige Rafaël, engel van vrede en welvaart, bid voor ons
Heilige Rafaël, begunstigd met de genade van de genezing, bid voor ons.
Heilige Rafaël, begeleider op de paden naar deugd en heiliging, bid voor ons.
Heilige Rafaël, helper van al diegenen die uw hulp afsmeken, bid voor ons.
Heilige Rafaël, die de gids en troost van Tobias was op zijn reis, bid voor ons.
Heilige Rafaël, die door de schriften geprezen wordt als: “Rafael, de heilige engel van de heer, die gestuurd werd om te genezen,” bid voor ons.
Heilige Rafaël, onze verdediger, bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.

Christus hoor ons, Christus verhoor ons

Bid voor ons Heilige Aartsengel Rafaël, opdat wij de belofte van Christus waardig worden.

 

Laat ons bidden,

Onze heer, Jezus Christus, door het gebed van de Aartsengel Rafaël, geef ons de genade alle zonden te vermijden en te volharden in onze goede werken opdat wij ooit onze hemelse bestemming mogen bereiken, gij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwigheid.
Amen.

 

 

Litanie 2

 

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Aartsengel Rafaël
Heilige Rafaël, Hemelse Geneesheer
Heilige Rafaël, sterke bondgenoot op al onze wegen
Heilige Rafaël, trouwe vriend in nood
Heilige Rafaël, lieve trooster bij grote smart
Heilige Rafaël, ware gids die ons de juiste paden helpt bewandelen
Heilige Rafaël, leidsman van de jonge en deugdzame Tobias,
Heilige Rafaël, wiens naam betekent ‘God geneest’.
Heilige Rafaël, bron van wijsheid
Heilige Rafaël, vurige bestrijder van het kwade
Heilige Rafaël, engel van de Goddelijke liefde
Heilige Rafaël, engel van de smart en genezing
Heilige Rafaël, patroon van de artsen, de zwervers en de reizigers
Heilige Rafaël, brenger van oplossingen voor problemen
Heilige Rafaël, bedwinger van de boze vijand
Heilige Rafaël, vol medelijden voor allen die lijden
Heilige Rafaël, die onze gebeden liefdevol aanhoort
Heilige Rafaël, steeds bereid ons te helpen
Heilige Rafaël, bekom genezing voor ons lichaam en onze ziel

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons !

Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons,

Bid voor ons, glorierijke aartsengel Rafaël, nu en in het uur van onze dood.

 

Laat ons bidden,

Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs. Verleen genadig door zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

 

 

 

kort gebed tot de Heilige Rafaël

 

Heilige Aartsengel Rafaël

Hemelse geneesheer en allertrouwste leidsman, Heilige Rafaël, die de oude Tobias het gezicht hebt terug gegeven en de jonge Tobias op al de wegen van zijn reis geleid en in gezondheid bewaard hebt, wees de geneesheer van mijn ziel en lichaam, verdrijf de schaduwen van mijn onwetendheid en sta mij voortdurend bij in alle gevaren van de pelgrimstocht van deze wereld, totdat gij mij gebracht hebt tot het Hemels vaderland, waar ik met U gelukkig in eeuwigheid het Goddelijke aanschijn moge aanschouwen, Amen.

 

 

 

 
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

.

Adam en Eva en het verloren paradijs.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

adam-and-eve1

Adam en Eva : de zondige, afvallige mens

 

 

Wanneer we de namen Adam en Eva horen, dan denken we dan aan het verloren paradijs, ongehoorzaamheid, zonde en het kwaad dat in de wereld kwam? Maar wanneer we het boek Genesis goed lezen, zien wij ook een andere kant van het eerste mensenpaar. Want zij hebben God niet vaarwel gezegd.

Na hun overtreding mochten ze niet meer in de tuin van Eden wonen. Het klinkt misschien vreemd, maar het was een straf uit liefde. God wilde niet dat ze na de overtreding nog van ‘de boom des levens’ zouden eten, waardoor ze eeuwig zouden voortleven in hun moeiten. Hij liet hen echter niet aan hun lot over. Als een liefdevolle Vader leerde Hij hen te leven buiten de beschermde tuin.

God zorgde voor de eerste levensbehoeften, zoals kleding. Maar eerst werd de verleider aangepakt. “God, de Heer, zei tegen de slang:

‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan. Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel’ ” (Genesis 3:14-15).

 

Zo beloofde God Adam en Eva, nog voordat Hij over hen een oordeel uitsprak, dat eens de gevolgen van hun zonde uitgewist zouden worden. Pas daarna hoorden Adam en Eva wat het gevolg van hun overtreding was voor henzelf.

“Tegen de vrouw zei Hij:  ‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.’ Tegen de mens zei Hij: ‘Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die ik je had verboden. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zweten zul je voor je brood totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug’” (Genesis 3:16-19).

 

In vers 20 komen we voor het eerst de naam Eva tegen. Adam had zijn vrouw mannin genoemd, gewoon de vrouwelijke vorm van mens of man. Nu gaf hij haar dus de naam ‘Eva’, wat leven betekent. Hiermee liet hij zien dat hij God geloofde: uit zijn vrouw zou nieuw leven geboren worden. Het leven was voor Adam en Eva nu totaal anders geworden, ze zullen vaak met weemoed hebben gedacht aan het leven in de tuin. Maar de liefde voor God hadden zij niet verloren.

Bij de geboorte van hun eerste kind zei Eva: “Met de hulp van de Heer heb ik het leven geschonken aan een man” (4:1). Zij dankte God dus voor het nieuwe leven dat zij ontving. Zij noemden hun eerste zoon Kaïn (bezit), de tweede Abel (adem). Naast hen kregen zij nog andere zonen en dochters. Ze leerden hen alles over God. Het leek alsof Kaïn en Abel de Heer liefhadden.

De Bijbel vertelt dat zij Hem een offer brachten. God zag de gezindheid van Abel en zijn offer; hij was rechtvaardig in Gods ogen, en Hij zegende hem. God zag de gezindheid van Kaïn en zijn offer; hij was vervuld van jaloezie en hebzucht, en God zegende hem niet.

De oudste zoon, waar ze zo blij mee waren, en waar ze God voor gedankt hadden, liet toen zien hoe erg de zonde is. Zijn jaloezie werd haat en hij doodde zijn broer. De dood was toen voor Adam en Eva werkelijkheid geworden. Het gevolg van de zonde drong steeds meer tot hen door. Zij zagen wat het betekent: ‘stof ben je, tot stof keer je terug’.

Vol verdriet zagen zij het lichaam van Abel. Kaïn was door God weggestuurd. Zo verloren zij twee zonen op één dag. Maar Adam en Eva kregen meer kinderen. Ze bleven hen de weg van God leren. Vol vreugde zagen zij dat één van hen in gezindheid op Abel leek. Ook hij gehoorzaamde God. Ze noemden hem Set (vervanging), “want”, zei Eva, “God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven” (Genesis 4:25). Zij zei niet in de plaats van Kaïn, nee in de plaats van Abel.

In die tijd werden de mensen erg oud. Van Adam lezen we: “In totaal leefde Adam 930 jaar”. Het eerste mensenpaar bracht vele kinderen groot. Zij zagen twee soorten mensen ontstaan: nakomelingen van Set, die voor hen een vreugde waren en nakomelingen van Kaïn, die goddeloos en gewelddadig waren.

Voor Adam en Eva moet dat laatste een groot verdriet zijn geweest, wetende dat zij verantwoordelijk waren voor het kwaad dat in de wereld was gekomen. Het was een troost dat nakomelingen van Set waren als Abel. Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige:

“… en door zijn geloof klinkt zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven.” (Hebreeën 11:4)

 

en in vers 39:

“Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan” (Hebreeën 11:39).

 

Deze belofte, waar ook Adam en Eva naar uitkeken, is vervuld in het ware nageslacht van de vrouw: Jezus Christus.

 

 

Jezus en Maria, de perfecte Adam en Eva

Jezus en Maria, de perfecte Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Eenendertigste Miniatuur : tiende Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegar Von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Eenendertigste Miniatuur: Tiende Visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2031_Boek%20III,10

 

 

Hier gaat het om de voltooiing van de Stad Gods en van het geestelijke leven in de mystieke beschouwing. Als alle heiligheid verwezenlijkt zal zijn op aarde en de wereld tot voltooiing is gekomen in het zuiden, waar God in het paradijs de eerste mens schiep, neemt de Mensenzoon (dezelfde als die van de eenentwintigste miniatuur) het woord. Hij zegt:

“De Zoon van de levende God, geboren uit de Maagd, regeert zonder tegenspraak in die harten, die ontstoken door de H. Geest streven naar de volle geheimen van de ongeschapen diepten.”

De tekst van het tiende visioen luidt:

“Voor de troon van de Mensenzoon, die zich nog steeds niet ten volle heeft geopenbaard, staan drie deugden en wel de Stadigheid (Constantia), het Hemelsverlangen, (Caelestis desiderium) en de Rouwmoedigheid des Harten (Compunctio Cordis).”

Onder deze drie, die feitelijk een drieëenheid vormen, verschijnt van ons uit gezien links, de Verachting der Wereld (Contemptus mundi) en rechts de Eendracht (Concordia) tussen God en mensen. Rustig de beelden en kleuren bestuderend en luisterend naar wat Hildegard over deze deugden zegt, kunnen we ontdekken wat voor onze mystica de hoogste toppen van het geestelijk leven betekenen.

De figuur die we bovenaan in een rood gewaad (de tekst zegt: in purperen tunika) op een troon gezeten zien, is het Mensgeworden Woord. Achter Hem op een hoge zuil en voor ons onzichtbaar zit de Lucidens Sedens (vgl. miniatuur 19).

De wederkerende Christus op de Oosthoek van het gebouw zagen we op miniatuur 21 en evenals daar is de onderste helft van Christus nog niet geheel geopenbaard: het einde der tijden is nog niet gekomen. Christus zit in een zetel boven op zeven witmarmeren treden, hier weergegeven door blauw met wit geaccentueerd.

Het kleed van de middelste der drie Godskrachten vóór de Troon, de stadigheid, is evenals de marmeren treden blauw met wit. In beide gevallen wijst dit blauw op helder glanzend wit. Volgens de tekst draagt zij ook een witte mantel. Deze is hier bij wijze van tegenstelling groen.

Dezelfde kleur vertoont het gewaad van de deugd aan haar rechterhand ‘het hemelse verlangen’. Van de derde deugd de Rouwmoedigheid des harten wordt gezegd dat zij witte haren heeft en deze worden door gewoon wit aangeduid.

Het was voor de miniaturist een moeilijke opgave om al die van blankheid stralende deugden toch duidelijk aan te geven omdat de nuances in het wit voor Hildegard wijzen op de karakterverschillen van deze drie deugden. Zo zegt Hildegard dat al deze gestalten in witte tunieken zijn gekleed, daar zij allen in de verblindende witheid van goede werken wandelen.

Maar dan beschrijft zij het onderscheid in goede werken en verklaart zij dat de Rouwmoedigheid geen witte maar een wat matkleurige tuniek draagt. Wenend en klagend schermt zij zich af tegen alle verkeerde invloeden. Het komt er op aan dat de juiste houding is standvastig en met grote rouwmoed in ons hart naar de komst van de Heer te verlangen.

Merken we wel op dat deze deugden overeenkomen met de deugden die God ons voorgehouden heeft in de toren van Gods raadsbesluit. Daar (miniatuur 22) zagen we als eerste de Liefde tot het hemelse, hier het hemelse begeren. Op de tweede plaats de Bescheidenheid, hier de Rouwmoedigheid des harten en tenslotte de Victoria, die hier terugkeert in de Stadigheid of Constantia: de volhouder wint.

Verder zagen we in miniatuur 22 nog de Disciplina en de Misericordia. Ook deze twee door God voorziene deugden komen hier in de voltooiing terug. Het zijn onderaan de Contemptus Mundi (de verachting der wereld) wat hetzelfde is als de Disciplina en de Concordia (de eendracht tussen God en mensen) wat men de voltooide vorm van de Misericordia mag noemen.

We willen nog even aandacht schenken aan de wijze waarop de Contemptus mundi en de Concordia door Hildegard zijn aangevoeld en uitgebeeld. In een zilver rad zien we de buste van een deugd in een donker kleed met een bloeiend takje in de hand. Dit illustreert de uitleg van het tiende visioen.

Aan de noordkant van de Gezetelde verscheen in een rad een deugd die in haar rechterhand een groen takje droeg. Dit rad draaide voortdurend rond, maar het beeld bleef onbeweeglijk staan (zij maakt immers deel uit van de deugd Constantia). En in de omtrek van dit rad stond geschreven:

“Indien iemand Mij dient, dat hij Mij volge en waar Ik ben daar zal ook mijn dienaar zijn” (Joh. 12).

Daarop wijst het zilver in het rad. Het is de macht Gods die de mens uitnodigt Zijn Zoon te volgen.

Dit rad van de goddelijk macht is precies hetzelfde lichtende rad, dat we in de visioenen één en twee van het derde boek over de opbouw van de Stad Gods, van Gods voeten hebben zien uitgaan. Daarin bevindt zich de berg waar de stad van de Zoon Gods opgebouwd wordt.

In miniatuur 21 zien we dat stralende rad rondom de hele plattegrond van de Stad Gods draaien. De contemptus mundi beantwoordt dan ook de uitnodiging van God zijn Zoon te volgen in het opbouwen van de stad. De Heer heeft in de Apocalyps gezegd:

“Wie overwint, hem zal ik van de boom des levens te eten geven, die in het paradijs van mijn God staat.”

Daarom draagt de Contemptus mundi een vruchtdragend takje in de hand.

Zo komen we bij de Concordia, hier voorgesteld in een blauwwit gewaad met aan weerszijden een grote vleugel. Als de ziel op de hoogste top van het geestelijk leven in volmaakte standvastigheid leeft, wendt zij zich naar het Zuiden, symbool voor heel de verloste mensheid. Zij is vrij van alle haat en nijd en brengt verlichting en helderheid in alle gelovige harten.

De vleugels wijzen erop dat de ziel, ondanks het feit dat zij in volmaakte rust leeft, toch haar vleugels uitstrekt over alle wederwaardigheden die de gelovigen moeten ervaren en dat de reikwijdte van haar liefde groter is dan de duur van al de nog komende geslachten.

 

Nu de laatste deugd de Concordia zich met vleugels vertoont, willen we terug kijkend zien welke deugden nog meer met vleugels zijn afgebeeld.

 

Miniatuur 27 toont ons de Pax met twee vleugels.

Op miniatuur 2 staat de Albeheerser met twee grote vleugels, wat volgens de uitleg wijst op de onuitsprekelijke Gerechtigheid in de uiteindelijke zegepraal van de onuitgesproken Wijsheid.

Miniatuur 5 toont ons de mens die ontsnapt aan alle moeilijkheden hem door de duivels berokkend en die gedragen door twee vleugels, op de top van het geestelijk leven komt.

Miniatuur 9 beeldt alle engelen met vleugelen af.

Ook op de 16de miniatuur zien we de engelen met vleugels boven de Eucharistie.

De Zelus dei staat op de 2lste miniatuur met drie vleugels afgebeeld.

Tenslotte tonen de 33e en 35e miniatuur engelen met vleugels.

 

 

 

Vleugels wijzen op zorg voor anderen.

 

God is bezorgd voor ons. De Zelus Dei tracht met de vleugels het gevaar weg te jagen. Men kan alleen vrede met anderen hebben, als men zorg heeft voor zijn naaste. De Concordia, zegt de tekst, draagt vleugels omdat zij evenals de Schepper aan alle mensen denkt.

Zo ontdekt men de gedachtenwereld van Hildegard door alle beelden die in feite begrippen zijn, naast elkaar te leggen. Hier kunnen we het slot aanhalen van het tiende visioen, omdat daar de samenvatting gegeven wordt van heel de bouw van het kasteel.

“Aldus, gelijk in beelden getoond is, werkt God van het Oosten naar het Noorden en van het Westen naar het Zuiden, waar Hij door Zijn Zoon uit liefde voor de Kerk, alles wat voor de schepping van de wereld voorbestemd was, tot zijn verwezenlijking leidt, en de nieuwe dag laat stralen. God immers heeft dit werk van Hemzelf met de voornoemde torens en deugden in mystieke betekenis bevestigd en versierd, om dan dit werk in de grootste volmaaktheid volledig naar zich terug te voeren.”

In Noach is na de val van Adam de rechtvaardigheid van het juiste handelen aangeduid. Deze rechtvaardigheid streeft naar de nieuwe dag, omgeven als zij is door de vele wonderdaden welke God in de verschillende opeenvolgende tijdperken heeft getoond. In Noach openbaarde God de voorbereiding, in Abraham en Mozes de eerste openbaring en in Zijn Zoon de verwezenlijking.

Het stond vóór alle tijden in het hart van de hemelse Vader vast, dat Hij Zijn Zoon op het einde der tijden tot heil en verlossing van de gevallen mens in de wereld zou zenden. Deze Zoon is geboren uit de Maagd en Hij heeft alles wat de Ouden, vervuld van de H. Geest, voorzegd hebben op volkomen wijze volbracht.

Dit lijkt op de beweging van een mensenarm, die zich eerst tot een werk buigt en dan de hand kan laten werken. Volgens een rechtvaardig oordeel van God werd de Rechtvaardigheid samen met Adam uit het land van Eden gezet. Maar de Rechtvaardigheid begon zich in Noach opnieuw te bewegen, gelijk de eerste beweging in het schoudergewricht.

Vervolgens ontwikkelde de Rechtvaardigheid zich in Abraham en Mozes gelijk de arm zich meer gaat bewegen door middel van de elleboog.

Toen ging de Rechtvaardigheid verder naar het volmaakte werk in de Zoon Gods, door Wie alle tekenen en openbaringen van de Oude Wet tot een duidelijk werk voltooid zijn. In Hem zijn ook alle godskrachten of deugden openbaar gemaakt. Dit lijkt op de hand met zijn vingers, die het werkstuk waarmee ze bezig is tot volmaakte afwerking voert.

“Op deze wijze volbreng Ik mijn werk tot mijn glorie en tot jouw beschaming, o duivel. Tegen jou is mijn krachtige arm gericht om datgene wat in het Noordoosten, in het Noorden en in het Westen staat opgesteld te overwinnen. Bovendien biedt mijn bouwwerk jou ook weerstand volgens de loop van de zon, dat is van het Oosten naar het Zuiden, om jou dan in het Westen neer te stoten. Zo zie je jezelf naar alle kanten in verlegenheid gebracht, want in mijn Kerk volbreng Ik tot je ondergang, misvormde verleider, het werk der gerechtigheid en heiligheid en wel zodanig, dat jij, die eigenlijk getracht hebt mijn volk verloren te laten gaan, geheel overwonnen ten onder gaat.”

Deze slottekst bevestigt volledig de zin van het gehele kasteel, zoals we die in de onderdelen ontdekt hebben.

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Vierentwintigste Miniatuur : vierde visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Vierentwintigste Miniatuur: Vierde visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2024_Boek%20III,4

 

 

Iets verder dan de toren van Gods raadsbesluiten vinden we tegen de lichtgevende muur een hoge driekantige kolom (zie min. 21) van het Woord Gods, die nu in deze 24ste miniatuur nog eens apart wordt uitgebeeld.

Zij is driekantig ter ere van de Triniteit. Hiermee wil Hildegard aantonen welke belangrijke plaats de hele H. Schrift inneemt in de ontwikkeling van de strijd tegen het kwade en in Gods overwinning door het goede.

Voor de eerste maal vinden we deze openbaring, na de zondeval in het paradijs, uitgesproken in de voorzegging dat er een Verlosser zal komen om de zondige mensheid te redden. De patriarchen ontwikkelden deze profetie en de zieners van Israël gaven er bloemen aan en deden haar vrucht zetten. Daarom is deze zuil voorgesteld als een boom met takken en op iedere tak zit een profeet.

Toch is het idee van zuil/toren door de miniaturist vastgehouden, want op de plaats van de boomtop heeft hij een kapiteel getekend waarop een duif zit die een lichtstraal in de vorm van de maan in haar snavel houdt.

Het is onder inspiratie van de H. Geest, de duif, dat de oude zieners geprofeteerd hebben. Maar ook na de Menswording van God is de openbaring doorgegaan. Apostelen, geestelijke vaders, martelaren, maagden en belijders hebben eveneens onder vurige leiding van de H. Geest door hun getuigenissen en profetieën de zuil van het Woord Gods volledig gemaakt.

Daarom zien we in de vlammen, welke aan de kolom ontspringen, kopjes uitgebeeld waarvan de drie bovenste met een boek. Het valt niet te ontkennen dat deze miniatuur gelijk een kindertekening moeilijk te ontcijferen is. Dit hoort wellicht bij het geloofsmysterie. Om dit te vatten hebben we hulp nodig van de Scientia Dei, de kennis of de wetenschap van God. Deze kracht Gods wordt apart uitgebeeld in de volgende miniatuur.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

 

 

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

 

 

 

De voorstelling van de miniatuur

 

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

 

 

 

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

 

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

 

 

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

 

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

 

 

 

De deugden in Scivias

 

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

De martelaren van de islam en de 72 maagden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Inleiding

 

Martelaarschap wordt in verschillende religies erkend en hoog geprezen. In het christendom is dat niet anders. De vorige paus verklaarde in het jaar 2000 ( Johannes Paulus II ) 44 moderne martelaren zalig. Onlangs nog verklaarde de huidige paus, Benedictus XVI, 498 Spanjaarden zalig die slachtoffer geworden waren van religieuze vervolgingen tijdens de Spaanse burgeroorlog. Zij werden allemaal tot martelaar uitgeroepen. Martelaarschap in het christendom wordt in het Westen positief geassocieerd met mensen die sterven omwille van standvastigheid van hun geloof, iets wat als positief en lovenswaardig ervaren wordt.

 

 

Screen-Shot-2015-05-10-at-19.34.19

 

 

Het martelaarschap in de islam heeft in de hoofden van veel mensen uit het Westen een gans andere invulling. Men denkt daarbij direct aan moslims die zichzelf opblazen om anderen te doden als onderdeel van een vermeende campagne om de islam met geweld op te leggen aan een gemeenschap, een land of zelfs de hele wereld.

Volgens het cliché worden ‘martelaren’ daartoe gemotiveerd door een in het vooruitzicht gestelde beloning met 72 maagden in het paradijs, een beloning die hen door profeet Mohamed zou zijn toegezegd. Uit voorliggende analyse zal moeten blijken hoeveel er van dit stereotype overeind blijft na studie van martelaarschap vanuit de primaire bronnen van de islam.

.

.

1. Martelaarschap als getuigenis van geloof

.

1.1. Shahada: geloofsbelijdenis en martelaarschap

.

De islamitische geloofsbelijdenis luidt als volgt:

“Ik belijd dat er geen god is dan God en ik belijd dat Mohammed Zijn Boodschapper is”

 

Deze uitdrukking noemt men in het Arabisch de shahada. Het woord shahada heeft ook andere betekenissen waaronder getuigenis en martelaarschap.

Dit kan tot surrealistische verwarring kan leiden, waarmee misverstanden en vooroordelen gevoed worden. Eenieder die (strikt gesproken na een rituele reiniging en in het bijzijn van één of twee getuigen) de islamitische geloofsbelijdenis van harte uitspreekt, uit vrije keuze en bij volle verstandelijke vermogens uitspreekt treedt toe tot de moslimgemeenschap.

De rechtschapenen (‘salihun’) zijn volgens de Koran diegenen die in God geloven en goede daden stellen. De Koran beperkt dit niet tot moslims, maar stelt dat ook joden en christenen die in God en de Laatste Dag geloven en die goede daden stellen, op oordeelsdag niets zullen te vrezen hebben:

«Zij die geloven, zij die het jodendom aanhangen, de christenen en de sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.» (Koran 2:62)

Dat men een eenvoudige uitdrukking van geloofsbelijdenis zonder gêne verdraait tot een steunbetuiging aan zelfmoordterrorisme illustreert hoe stereotiep, vooringenomen en afwijzend het westerse beeld van de islam is. Een onderzoek naar de ware betekenis van martelaarschap in de islam vereist dan ook in de eerste plaats dat men afstand neemt van deze stereotypen om met onbevangen blik de inhoud van dit concept in de islam te verkennen en in te vullen.

 

 

.

1.2. De eerste martelaar: een vrouw die stierf omdat ze de islam niet wou afzweren

.

De eerste martelaar van de islam was een vrouw, Sumayyah bint Khabbab. Zij was een Abessijnse, één van de eersten die zich bekeerde tot de islam. De profeet Mohamed begon zijn openbaringen van God te verkondigen en een eerste handvol mensen lieten zich tot de islam bekeren.

De jonge moslimgemeenschap was toen nog maar met dertig en werden beschermd door familie- en clan banden, behalve Summayyah en haar gezin die geen tribale banden hadden en dus niemand hadden om hen te beschermen. Toen de polytheïsten (Quraysh) van hun bekering hoorden, werden ze brutaal aangepakt.

De mannen van het gezin werden, aan hete rotsblokken gebonden, te koken gezet in de verzengende hitte van de Mekkaanse woestijn. Summayyah werd zwaar geslagen. Toen zij bleef weigeren de islam af te zweren greep het clanhoofd Abu Jahl op een gegeven moment een speer en stak die door haar onderbuik. De verwondingen werden haar fataal. Zodoende, werd zij de eerste martelaar van de islam.

Dit concept sluit naadloos aan bij het christelijke concept van martelaarschap van ‘getuigen van God’ en heeft duidelijk niets te maken met de tot in den treure opgevoerde islamofobe propaganda dat martelaren in de islam terroristen en moordenaars zijn die dan nog voor hun daden beloond zullen worden ook.

 

 

 

1300765713_179684399_1-Sumayyah-Fitrah-Anggun-Taman-Setiawangsa

 

.

 

1.3. Martelaarschap en godsdienstvrijheid

.

Martelaarschap in de islam houdt dus in eerste instantie al verband met het standvastig belijden van het islamitisch geloof, en daarom ook met een verdedigen van de vrijheid van keuze over hoe men zich tot God verhoudt. De islam is gebouwd op een pijler van godsdienstvrijheid. Islam betekent ‘overgave aan God’,  dit veronderstelt dat men vrij is om zich over te geven aan God. De Koran stelt, uitdrukkelijk:

«In de godsdienst is er geen dwang.» (Koran, 2:256)

Zonder godsdienstvrijheid, zonder vrijheid om voor God te kiezen, is islam niet mogelijk. Het behoort tot de kerntaken van moslims te werken aan het opbouwen van een gemeenschap die deze vrijheid verzekert.

In de Koran wordt de godsdienstvrijheid door God zelf ingesteld. Dit betekent dat elke afbreuk die men daaraan doet, elke inperking die men eraan oplegt, ingaat tegen de islam. Het is bijgevolg uitgesloten dan een echte martelaar ook maar iets zou (willen) te maken hebben met het zelfs maar pogen te dwingen van anderen tot de islam.

Het beeld dat islam met geweld de godsdienst aan de hele wereld wil opleggen, en dat de martelaren daarvan de proponenten zijn, is in tegenspraak met de islamitische leer. Moslims zijn niet verzekerd van een plaats in het paradijs. Als ze zich misdragen gaan ze naar de hel, terwijl joden en christenen die zich aan de voorschriften van de aan hun profeten geschonken openbaringen houden en goede daden verrichten, volgens de islam tot het paradijs kunnen toegelaten worden.

.

.

 

1.4. Martelaarschap, jihad en terrorisme

.

In de islam is geloof alleen niet voldoende, met moet ook handelen naar het geloof.  Moslims moeten met andere woorden ook in hun handelswijze getuigenis afleggen van hun geloof. Dit handelen vertaalt zich als ‘jihad’ die innig verweven is met martelaarschap.

Jihad betekent niets meer of minder dan ernaar streven het goede te doen. Jihad is een zaak van elk moment van de dag. Bij elke keuze die men maakt in het leven, kan men het goede of het slechte kiezen. Jihad betekent dat men kiest voor het goede. Wie dat laatste doet, is een mujahid.

Wanneer een moslimgemeenschap aangevallen wordt en na uitputting van alle middelen om de aanval op een vreedzame wijze  af te slaan, kan de beste manier van reageren erin bestaan de wapens op te nemen om de gemeenschap te verdedigen.  Een strijder in zo een wettige, defensieve oorlog, is ook een mujahid.

Merk op dat ook in deze gevallen van militaire defensie het bij jihad nooit de bedoeling is anderen met dwang het geloof te willen opleggen, maar wel het voortbestaan te vrijwaren van de “gemeenschap van de middenweg”;  en de vrede en godsdienstvrijheid te beschermen zonder dewelke men ook de eigen godsdienst niet kan beleven.

In veruit de meeste gevallen evenwel heeft jihad niets met oorlog te maken en is geweld zelfs verboden. Met terrorisme heeft jihad niets van doen. De islam verwerpt terrorisme als een misdaad tegen de samenleving. Terrorisme is ten andere één van de weinige misdrijven waarvoor volgens de islam de doodstraf kan uitgesproken worden.

Zijn er mensen die zichzelf moslim of zelfs jihadi noemen en zichzelf opblazen om daarbij burgerslachtoffers te maken? Ja. Handelen zij volgens wat bij zeer ruime meerderheidsopvatting de Koranische boodschap is? Ondubbelzinnig neen. Wat ook hun motieven zijn, hun daden druisen in tegen de islam. Gaat men mee in hun logica, dan heeft de terrorist het ideologisch pleit gewonnen.

Na de aanslagen van 11 september is er in alle geledingen van de moslimgemeenschap, zowel door geleerden als door andere moslims, een krachtige veroordeling gekomen van die aanslagen en werden er fatwas gelanceerd die terrorisme afkeuren en verwerpen als strijdig met de islam.

 

 

jihad-nafs

 

.

 

1.5. Definitie van martelaarschap in de islam

.

Een mujahid, vanuit de leer die naam waardig, is iemand die tijdens zijn (of haar) leven als enige intentie heeft God te dienen door er consequent naar te streven voor het goede te kiezen, om geen andere reden dan dat God het waard is Hem te dienen. Vanuit de zuivere intentie God te dienen legt hij in zijn woorden en daden standvastig getuigenis af van ‘de waarheid’ waarin hij gelooft.

Een mujahid sterft de dood van een “shaheed” (een ‘martelaar’), op voorwaarde dat hij deze waarheid getrouw blijft. Het martelaarschap kent verschillende elementen:

  • getuigen (in woord en daad) van de waarheid (m.a.w. resoluut kiezen voor het goede);
  • met als enige en zuivere intentie God te dienen;
  • en met de bereidheid het leven te geven voor die getuigenis zonder evenwel de dood actief op te zoeken en zonder de noodzaak ervoor gedood te worden.

Bekijken we nu even die elementen:

  • getuigen (in woord en daad) van de waarheid .  Dat getuigenis van God een cruciale rol speelt in het martelaarschap, bleek reeds uit het relaas van de eerste martelares van de islam. Martelaarschap, geloof (in de zin van getuigen van de waarheid) en jihad (in de zin van het daadwerkelijk beleven van dit geloof in woord en daad door een standvastig streven om het goede te doen in alle aspecten van het leven) zijn dan ook begrippen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
  • met als enige en zuivere intentie God te dienen. Alles wat men doet zal op de Oordeelsdag geëvalueerd worden op grond van de intenties die men had. Wie het martelaarschap nastreefde voor bijvoorbeeld de eer die hem te beurt zou vallen, in plaats van om God te dienen, mag zich aan een enkele reis naar de hel verwachten.

    «De eerste persoon die op Oordeelsdag ongunstig beoordeeld zal worden, is de valse martelaar. Hij wordt voorgeleid, en de beloningen die hij gekregen zou hebben en die hij herkent, worden hem getoond. Dan vraagt God hem: “Wat deed je om deze beloningen te krijgen?” Hij antwoordt: “ik streed omwille van U tot ik de marteldood stierf”. Dan beveelt God: “Je liegt! Je streed opdat de mensen zouden zeggen: ‘Wat een dapper man!’ En dat zeiden ze ook in deze wereld [m.a.w.: je kreeg al wat je wou]”. Dan wordt het bevel gegeven dat deze persoon op zijn gezicht naar de hel gesleept wordt.»

  • en met de bereidheid het leven te geven voor die getuigenis zonder evenwel de dood te zoeken en zonder er noodzakelijk voor gedood te worden. Merk op dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen de bereidheid voor God te sterven, en actief de dood te zoeken. Het eerste is in samenhang met de twee vorige factoren. Het laatste  is zelfmoord, wat door de islam verboden wordt. Wie zelfmoord pleegt, wordt de toegang tot het paradijs ontzegd:

    «De Profeet zei: “En hetgeen iemand gebruikt om zelfmoord mee te plegen in deze wereld, daarmee zal hij gefolterd worden in het Hellevuur”.» (gemeld door Thabit bin Ad-Dahhak, in: Bukhari)«Een man werd verwond en pleegde zelfmoord, en dus zei God: Mijn dienaar heeft snel zijn dood veroorzaakt, dus verbied Ik het Paradijs voor hem.» (Bukhari)

    Het is mogelijk dat men op een andere, zelfs ‘banale’ manier aan zijn einde komt maar toch als martelaar beschouwd wordt:

    «Op een dag vroeg de Profeet: “Wie noemen jullie zelf martelaars?”. De mensen rondom hem antwoordden: “Diegenen die gedood worden door een wapen.” Zijn reactie hierop was: “Er zijn er veel die gedood worden door wapens, en ze zijn geen martelaars; er zijn er veel die in hun bed sterven, maar die beloond worden met de zegeningen van de siddiqs (de eminent oprechten) en de marterlaren” » (al-Isfahani 8, 251)

     

Het is duidelijk dat het zich opblazen in een terreuraanslag strijdig is met de islam en dus evenmin een daad van religieus martelaarschap kan zijn, hoe graag sommigen in het Westen dat ook zo voorstellen en hoe graag sommige terreurgroepen hun leden dat ook willen doen geloven.

 

 

Mohammed de profeet

Mohammed de profeet

 

 

 

1.6. Soorten martelaren

.

Ruwweg kan men van 3 categorieën van martelaren spreken, die als volgt gedefinieerd worden:

  • Martelaren van deze wereld en van het hiernamaals. Dit zijn moslims die het leven laten in een wettige strijd tegen onrecht.Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer zij als strijder het leven laten in een wettige oorlog. Het betreft hier dus gelovigen die het verdedigen van islamitische kernwaarden zoals vrede, rechtvaardigheid, broederlijkheid, godsdienstvrijheid enz. met hun leven betaald hebben. Tot dergelijke martelaren behoren diegenen die het opnamen tegen een tiran en daarvoor door de tiran gedood werden:

    « De meester van de martelaren is Hamzah Ibn ‘Abdul-Muttalib, een man die zich verzette tegen een tiranniek leider, en die hem instrueerde met het goede en hem het slechte verbood, als gevolg waarvan [de tirannieke leider] hem doodde. » (hasan, al-Haakim en adh-Dhiyaa`)

     

    «Iemand die gedood wordt bij het afweren van verdrukking is shaheed» (an-Nisaa`i en adh-Dhiyaa`)

    Het gaat hier telkens om moslims die gedood werden in omstandigheden waarbij zij de grondwaarden van de islam verdedigden binnen de grenzen van het toelaatbare, zonder dat ze de dood zochten en zonder dat ze eigen eer of een beloning nastreefden.

  • Martelaren van het hiernamaals.  Dit betreft mensen die om andere redenen dan de voorgaande stierven en in het huidige leven niet als martelaar beschouwd worden, maar in het hiernamaals toch de status van martelaar krijgen. Een paar voorbeelden:

    «Er zijn vijf overlijdens als gevolg waarvan iemand een martelaar is: diegene die gedood wordt op het pad van God is een martelaar, diegene die verdrinkt op het pad van God is een martelaar, diegene die sterft ten gevolge van een maagziekte op het pad van God is een martelaar, diegene die sterft ten gevolge van de pest op het pad van God is een martelaar, en de vrouw die stierf in het kraambed is een martelaar.» (saheeh, an-Nisaa`i, al-Jami)

    Het is dus niet het geval dat iedereen die verdrinkt een martelaar is. Het ligt eraan hoe hij geleefd heeft. Ook niet elke moslim die overlijdt ten gevolge van een ziekte in de buik is een martelaar. Als hij deze ziekte opliep door slechte, buitensporige leefgewoonten en geen rechtschapen leven leidde, zal hij geen martelaar zijn.

  • Martelaren van deze wereld.  Dit zijn moslims die hier en nu als martelaar beschouwd worden, maar in het hiernamaals niet als martelaar zullen beschouwd worden. Bijvoorbeeld iemand die als soldaat in een wettige oorlog zou sneuvelen maar aan de strijd deelnam omwille van de eer die hem te beurt zou vallen, zal hier als martelaar beschouwd worden maar in het hiernamaals naar de hel gaan.

Vanuit islamitisch perspectief heeft het eigenlijk geen zin iemand een martelaar te noemen (anders dan in het christendom is er in de islam geen kerkinstituut dat iemand tot ‘martelaar’ kan uitroepen) omdat alleen God hierover kan oordelen. Men kan hoogstens zeggen dat iemand ‘met grote waarschijnlijkheid’ een martelaar is, maar de beslissing daarover komt alleen God toe. Een martelarencultus is dan ook niet aan de orde in de islam.

.

.

.

1.7. Beloning voor de martelaren

.

Volgens de islam worden martelaren in het hiernamaals bedacht met de grootste beloningen. Zo zal hun overgang naar het hiernamaals  zo goed als pijnloos zijn. De stervenspijn zal zodanig verkleind worden dat het maar zal aanvoelen als een muggenbeet.

«Abu Hurayrah vertelde dat profeet Mohamed zei: “Een martelaar voelt maar evenveel van het effect van gedood te worden als iemand die zou gestoken zijn door een mug.”» (Tirmidhi, Nasa’i en andere – gemeld door Abu Hurayrah)

Hoewel mensen die als mujahid leven en naar het martelaarschap verlangen zich als doel stellen tijdens het leven in alles het goede te doen ten einde God te dienen, struikelt iedereen al eens. Daarbij krijgen martelaren vergiffenis voor de zonden die zij in hun nobel streven onvrijwillig toch begingen (tenzij het om zware zonden gaat zoals hypocrisie). Zodoende, krijgen martelaren het eeuwig leven in het hiernamaalse paradijs.

«En denk van hen die op Gods weg gedood worden niet dat zij dood zijn; zij zijn juist levend bij hun Heer, waar in hun onderhoud wordt voorzien terwijl zij zich verheugen over wat God hun van Zijn Genade geeft en zich verblijden dat de achterblijvers die zich nog niet bij hen gevoegd hebben niets te vrezen hebben noch bedroefd zullen zijn. Zij verblijden zich over een genade en gunst van God, en dat God het loon van de gelovigen niet verloren laat gaan.» (Koran 3:169-171)

In het paradijs zullen zij de mooiste plekken krijgen.

« Samurah Ibn Jundub vertelde dat de Profeet zei: “Vorige nacht ontving ik een (goddelijke) ingeving (via een droom); ik zag twee mannen naar mij komen en me meenemen naar een boom (in het Paradijs), en vervolgens naar een plek die het beste was dat ik ooit gezien had; zij informeerden me dat dit de verblijfplaats was van de martelaren.” » (Bukhari)

 

 

 

1.8. De ’72 maagden’

 

Naast vergeving van alle zonden en weldadige paradijselijke beloningen spreekt de Koran ook over de hoor al ayn’ voor diegenen die het paradijs bereiken.

«Zo is het! En Wij geven hun gezellinnen met sprekende grote ogen ten huwelijk.”» (Koran 44:54)

“Hoor al ayn” zijn speciale schepselen die enkel in het paradijs wonen. Volgens de enen gaat het om bijzondere vrouwelijke gezellen voor mannen die het paradijs bereiken, volgens anderen hebben de “hoor al ayn” geen geslacht, ze zijn noch mannelijk, noch vrouwelijk, maar wezens met een uitzonderlijk zuivere spiritualiteit die gereflecteerd wordt in hun ogen waaruit hun puurheid straalt. Er bestaat zelfs een omstreden theorie die zegt dat “hoor al ayn” eigenlijk gewoon ‘druiven’ betekent, wat aansluit bij de andere grafische omschrijvingen van de weelderigheid die het paradijs kenmerkt.

 

De Koran vermeldt bovendien nergens een aantal. De ’72’ is afkomstig van de volgende hadith:

«Men hoorde profeet Mohamed zeggen: “De kleinste beloning voor de mensen van het Paradijs is een plaats waar er 80.000 dienaren en 72 vrouwen zijn, waarboven een koepel staat die versierd is met parels, aquamarijn en robijn, zo breed als de afstand van Al-Jabiyyah (een voorstad van Damascus) tot Sna’a (in Jemen).”» (Tirdmidhi)

Enkele bedenkingen hierbij:

Deze hadith is omstreden, de authenticiteit ervan staat niet vast. Dit wil zeggen dat het niet zeker is dat profeet Mohamed deze woorden ooit gesproken heeft. Ze maken bijgevolg geen deel uit van de kernleer van de islam. De verzen en hadith die het paradijs beschrijven moet men net zo min letterlijk nemen als de bij ons alom bekende spreekwoordelijke rijstpap die ons in de hemel met gouden lepeltjes zal geserveerd worden.

Waar het in deze verzen en hadiths om te doen is, is het schetsen van de uitzonderlijkheid van de beloning die iedereen die in het paradijs terechtkomt te beurt zal vallen. Wie zich nu aan de voedingsvoorschriften houdt, wie zich nu aan voorschriften van matiging houdt, wie zich aan de seksuele beperkingen houdt, zal hierna rijkelijk beloond worden.

En hoewel naargelang van de interpretatie ervan de term ‘hoor’ een seksuele connotatie kan hebben, in die zin dat de term als ‘maagd’ kan opgevat worden , dan nog wordt er nergens gesteld dat mannen effectief seksuele relaties zullen onderhouden met deze schepselen. Nogal logisch, vermits de bestaansvorm van een gans andere orde zal zijn dan het aardse bestaan.

Zelfs als men deze hadith voor waar zou aannemen, én wanneer men “hoor al ayn” letterlijk als ‘maagden’ interpreteert, staat er nergens in dat terroristen met 72 maagden beloond zullen worden.

Zoals eerder gezegd, zijn moslims niet zeker van een plek in het paradijs. Als zij zich misdragen hebben kunnen zij naar de hel gaan. Anderzijds, stelt de Koran dat ook joden en christenen die in God geloven en zich gedragen in overeenstemming met de aan hun profeten geopenbaarde boodschap, eveneens in het paradijs kunnen toegelaten worden.

En ten slotte, de hele discussie over de beloning van het martelaarschap is eigenlijk een zinloze discussie, want zodra men iets doet voor de beloning en niet vanuit de zuivere intentie God te dienen, ziet men de beloning aan zijn neus voorbij gaan.

Getuige de volgende lange maar lezenswaardige hadith over het oordeel dat gereserveerd wordt voor geleerden, welstellenden en (vermeende) mujahids die beweren het martelaarschap na te streven maar in werkelijkheid uit zijn op een beloning in de vorm van eerbetuigingen.

« Op de Laatste Dag wanneer God zal zetelen om te oordelen en elke gemeenschap voor Hem zal knielen, zullen de eersten die geoordeeld zullen worden de geleerden van het Heilige Boek zijn, of diegenen die gedood werden in een jihad of diegenen die rijk en welvarend waren op aarde.


God zal aan de geleerde vragen: ‘Werd jou niet alles geleerd dat geopenbaard werd aan de Profeet? Wat deed je met deze kennis?’ Hij zal antwoorden: ‘O Heer! Ik placht de Koran dag en nacht te reciteren in mijn gebeden.’ God zal zeggen: ‘Je bent een leugenaar.’ En zodoende zullen de engelen hem als leugenaar beschouwen, en God zal het oordeel vellen dat deze man dit alles enkel deed om geprezen te worden als een zeer groot geleerde.

Het lof dat hij ontving op aarde was het doel waar hij op mikte, dus is er hier voor hem niets. Vervolgens zal de rijke man aangesproken worden en God zal zeggen: ‘Heb ik je niet welvarend gemaakt en onafhankelijk van anderen? Wat deed je met die welvaart?’ Hij zal antwoorden: ‘O God, ik gaf aan de behoeftigen en was liefdadig.’

God zal zeggen: ‘Je bent een leugenaar’, en de Engelen zullen hem ook een leugenaar noemen. God zal zeggen: ‘Je was niet liefdadig in de geest, je reikte liefdadigheid uit met als enige drijfveer geprezen en geëerd te worden. Je werd geprezen en geëerd, dus heb je al de beloning gekregen waarop je mikte. Er is hier niets voor jou’.


Dan zal een man gebracht worden die gedood werd in een jihad. Hij verwacht dat God hem zal eren als een martelaar, maar deze aanspraak zal hem ontzegd worden door God die zal zeggen: ‘je vocht enkel om geprezen te worden als een dapper man. Je kreeg het lof dat je in de wereld nastreefde. Hier is er niets voor jou’.


De Profeet voegde hier aan toe: ‘Dit zijn de personen die in hel geworpen zullen worden vóór de anderen.’
» (Tirmidhi, gemeld door Abu Hurairah)

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

.

2. Seculariserend extreem nationalisme van militante jihadi’s en zelfmoordterroristen

.

In ‘Islam Hijacked’ stelt Rabbi Reuven Firestone, professor Middeleeuws Judaisme en Islam, aan de Hebron Union College van Los Angeles  :

«Wat zelfmoord en het schade berokken aan onschuldigen betreft, is islam ondubbelzinnig. De vier scholen van islamitische wet verbieden uitdrukkelijk het schade berokken aan niet-strijders.» 

 

De professor laat er geen twijfel over bestaat, de islam verbiedt terreurdaden. Maar waarom sleuren de zelfmoordterroristen er dan God en de islam bij? Professor Robert Pape werpt daar enig licht op. Hij houdt een databank bij van zelfmoordaanslagen.

Op grond van de gegevens die hij verzamelde over zelfmoordaanslagen gepleegd tussen 1980 en 2003, concludeert hij dat niet de moslims, maar wel de Tamil Tijgers van Sri Lanka de kop aanvoeren inzake zelfmoordaanslagen.

De Tamil Tijgers zijn een seculiere marxistische groep die voornamelijk rekruteert bij Hindoe families. Zij zijn uitvinders van de ‘zelfmoordvest’ die later door de Palestijnse plegers van zelfmoordaanslagen overgenomen werd.

Zelfs bij de zogenoemde ‘islamitische’ aanslagen nemen luidens professor Pape de seculier georiënteerde groepen 2/3den van de aanslagen voor hun rekening. Deze professor stelt verder dat terrorisme geen zaak is van individuele fanatici, maar een strategische zet is van groepen die campagne voeren voor een specifiek politiek doel, met name “het dwingen van moderne democratieën om betekenisvolle toegevingen te doen inzake nationale zelfbeschikking”.

Volgens diezelfde professor is er overweldigend bewijs dat zelfmoordterrorisme weinig verband houdt met religie. Hij omschrijft zelfmoordterrorisme als “een extreme strategie voor nationale bevrijding” en dus een extreme strijd voor nationalisme. Wereldwijd, hebben 95% van al dergelijke incidenten dit centrale doel. Met andere woorden: terrorisme dient een politiek doel.

Niet alle bezettingen evenwel van landen leiden tot zelfmoordterrorisme. En hier speelt religie wel een rol, in die zin dat zelfmoordaanslagen vooral plaatsvinden wanneer er een religieus verschil is tussen de bezetter en de bezette gemeenschap. Het is door dit religieverschil, dat de terroristenleiders er beter in slagen de bezetter te demoniseren vanuit een verwrongen lectuur van de eigen religie.

In tegenstelling tot de gangbare opvatting, dat militante ‘jihadi’s’ religieuze fanatici zijn, kan men dus stellen dat het integendeel juist gaat om mensen die de islam proberen te seculariseren om nationalistische belangen te dienen, en dit terwijl de islam geen notie van nationaliteit kent en zelfs elke vorm van hypernationalisme verwerpt.

 

 

al-aqsa-martyrs-brigades-31

 

.

.

3. Besluit

.

Martelaarschap is het ‘getuigen van God’ door in alle omstandigheden, in woord en daad, ernaar te streven het goede te doen, met als enige intentie God te dienen om geen andere reden dan dat God dat waard is, waarbij men bereid is voor het getuigen van die waarheid zijn leven te geven, zonder evenwel de dood te zoeken en zonder er noodzakelijkerwijs voor gedood te worden.

Omdat de intentie (niyya) een grote rol speelt en alleen God in de harten kan kijken, zijn mensen niet geplaatst om te beoordelen wie ‘martelaar’ is en wie niet. Dat “oordeel” komt alleen God toe. Een martelaren cultus geeft dan ook geen pas in de islam.

Het is in de islam trouwens niet hoe men sterft, dat iemand tot martelaar maakt, het is hoe men lééft. Ook wie een natuurlijke dood sterft kan men ‘martelaar’ zijn. Het maakt niet uit hoe men sterft  zo lang men noch in het leven, noch in de dood iets onwettig nastreeft. Dat maakt een zelfmoordaanslag tot iets wat ingaat tegen de islam.

Niet alleen is zelfmoord verboden, de aanslag is bovendien een criminele daad waarbij men onschuldigen van het leven berooft met als doel angst te zaaien. Een zelfmoordterrorist kan geen ‘martelaar’ zijn, vermits hij de grenzen van het wettige te buiten gaat in de manier waarop hij sterft.

Het concept van islamitisch martelaarschap wordt dan ook beklad en gekaapt, zowel door terroristen als door diegenen in het Westen die meegaan in de ideologie van de terroristen en hen “martelaar” noemen.

Dat de profeet Mohamed voorgesteld wordt als een terroristenleider die plegers van zelfmoordaanslagen beloont, is voor moslims zeer schokkend. Hij vertegenwoordigt voor hen de nobelste waarden die door een mens kunnen nagestreefd worden. Hem als terroristenleider voorstellen, is een omkering van de moraal.

Het martelaarschap daarenboven degraderen tot iets dat gedreven wordt door seksuele driften is een dehumanisering van moslims tot wezens die, gedreven door seksuele driften, geweld verheerlijken. Een dergelijke beeldvorming is vernederend, denigrerend, dehumaniserend.

Ze moedigt polarisatie aan, niet alleen bij diegenen die het beeld voor waar aannemen en die zich dus afkeren van moslims, maar ook bij de moslims zelf die zich volkomen onrechtvaardig getypeerd weten. Bovendien verhinderen dergelijke mythes een gedegen analyse en dus ook een daadkrachtige, doeltreffende strijd tegen het terrorisme.

Zijn er moslims die terreurdaden plegen? Ja. Er zijn ook niet-moslims die terreurdaden plegen. Het probleem is complex, de oplossing niet eenvoudig. De strijd tegen door moslims gepleegde terreur ligt in elk geval niet in het demoniseren van de islam. Integendeel.

De islam, met de echte martelaren ervan op kop, erkennen als een bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme zou al een grote stap in de goede richting zijn. Het zou in elk geval op zijn minst diegenen die er aan beide kanten van dit verhaal belang bij hebben een botsing der beschavingen uit te lokken, de wind uit de zeilen nemen.

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING VAN SATAN,

ALS ENGEL VAN HET LICHT,

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Het duizendjarig vrederijk

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

Het duizendjarig vrederijk

 

Inleiding

 

Jezus Christus neemt 7 jaar voor de grote verdrukking, met de eindstrijd ‘Armageddon ‘ als gevolg, de gemeente op in de hemel. De gelovige, bekeerde doden staan op uit hun graf en gaan samen met de levende gelovigen Hem tegemoet in de wolken. Men noemt dit de eerste opstanding. God bespaart de gelovige gemeente de gruwel van de grote verdrukking. Na 7 jaar van geweldige miserie daalt Jezus met zijn gemeente af uit de hemel en vestigt zijn wereldwijd Koninkrijk met als centrum Jeruzalem. Satan, zijn demonen en ongelovigen worden opgesloten in de hel.

Een nieuwe tijd breekt aan door het wederkomen van Jezus Christus en zijn overwinnen op de antichrist. Jezus gaat alom als Koning en Heer regeren, vanuit zijn positie op Gods troon. Samen met zijn verheerlijkte gemeente, die naast Hem plaatsneemt op zijn troon (Op.20:4, BS 58/11), begint de wederoprichting aller dingen.

Deze periode duurt ‘duizend jaar’ (Op.20:6). Het NBG zet boven deze perikoop in Openbaring 20: Het duizendjarig rijk. Jesaja en Micha profeteren ook over deze heilstijd. Boven die Bijbelgedeelten staat in het NBG: het komende vrederijk (Jes.2, Mic.4), de Messias en het vrederijk (Jes.11).

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Nieuwe wereld

 

Na ‘Harmagedon’ verandert de wereld. De mensen op aarde die de grote verdrukking overleven, komen in totaal andere levensomstandigheden terecht. Zij ontmoeten de verheerlijkte mensen van de gemeente die met Christus uit de hemel neerdaalden. Zij zijn vol van liefde en goedheid, genade en waarheid, bekleed met goddelijk gezag en werkend met hemelse kracht. Zij zien deze koningen als priesters rondgaan: dienend, verzoenend, genezend. In volmaakte eenheid en verbondenheid. Zij ontmoeten het hoofd van deze verheerlijkte gemeente: Jezus Christus, de grote Priester- Koning in hemel en op aarde. Zien Hem alom heil en vrede teweeg brengen.

Doordat het rijk der duisternis van Satan zich niet of nauwelijks meer kan manifesteren, verdwijnen wetteloosheid en verderf, onrecht en geweld, onrust en verdriet uit het wereldbeeld. De duivel wordt voor 1000 jaar geketend. Recht en gerechtigheid, vrede en vreugde treden hiervoor in de plaats. Door het werk van Jezus Christus en zijn gemeente ontstaat een nieuwe wereld. Met een geheel andere wereldorde en een ongekend leefklimaat. Op dit moment nog nauwelijks voor te stellen.

 

 

Theocratie

 

Vanuit zijn positie op Gods troon stelt Jezus op aarde de theocratie in: de orde waarin God centraal staat en regeert, zijn wil geschiedt en zijn gerechtigheid openbaart komt, de wetten van zijn Koninkrijk het leven bepalen, zijn klimaat alles omhult en allen vervult.

Op alle niveaus van besturen en regeren pakken leden van Jezus’ verheerlijkte gemeente taken op. Zij functioneren hierin op volkomen ‘nieuwe’ wijze. Zodoende komt er een einde aan alle ‘oude’ orden en staatsvormen. Republieken, monarchieën, dictaturen, democratieën verdwijnen uit het wereldbeeld. En daarmee alle verdeeldheid, apartheid, isolatie, discriminatie, etc. Alle vormen van bezetting, onderdrukking, geweld en oorlog. Alle tegenstellingen tussen mensen, stammen, rassen, naties en volken.

Jezus laat deze wereldomvattende omwenteling zonder enig geweld plaatsvinden. Hij volvoert Gods raadsbesluit in volle vrede. Samen met zijn gemeente. Een ongekende ervaring voor allen die op aarde leven. Een verademing voor mens en schepping.

 

 

Reddend bloed van Christus op het kruis te Golgotha

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Van den beginne

 

Theocratie kenmerkt Gods Koninkrijk van den beginne. Alle (trouwe) engelen geven er mee gestalte aan. Serafs en cherubs. Eenieder op zijn eigen, door God gegeven plaats, harmonieus passend in het grote geheel. Eenieder behartigt zijn eigen, door God bedoelde taak, met inzet van al zijn vermogens. In staat alles te doen waartoe God hem roept. Niemand heerst, iedereen dient. De groteren dragen de kleineren. De grootste is het meest tot dienen in staat: hij is aller dienaar (zie Mar.10: 44-45). Alles vindt plaats in volmaakte harmonie, eenheid en saamhorigheid, onderlinge erkenning en waardering. Zonder verwarring, onduidelijkheid, afgunst of eigenbelang. Theocratie functioneert in vrede, blijdschap en gerechtigheid (naar Rom.14:17).

 

 

Gemeente

 

Jezus geeft op aarde mee vorm en inhoud aan deze theocratische orde. Hij neemt als Christus en Heer de plaats in die God Hem geeft. Als Lam van God behartigt Hij het werk dat God Hem opdraagt. Als bouwer van zijn gemeente brengt Hij deze orde ook aan in allen die Hem aannemen en volgen. Er ontstaat een welsluitend geheel, een lichaam onder één hoofd. Op verheerlijkte wijze geeft dit met Jezus gestalte aan Gods Koninkrijk in hemel en op aarde. In staat te doen waartoe God roept: de hele aarde vol maken van de kennis van des Heren heerlijkheid, gelijk de wateren die de bodem der zee bedekken (Hab.2:14). Dit gebeurt in het duizendjarig vrederijk: de theocratische orde krijgt alom zijn beslag. Met alle heerlijke gevolgen van dien.

 

 

Voorzien

 

Jesaja voorziet het functioneren van Jezus en zijn gemeente in die komende heilstijd: Zie, een koning zal regeren in gerechtigheid en vorsten zullen heersen naar het recht; en ieder van hen zal zijn als een beschutting tegen de wind en als een toevlucht tegen de stortbui, als waterstromen in een dorre streek, als de schaduw van een machtige rots in een dorstig land. Dan zullen de ogen der zienden niet meer verblind zijn en de oren der horenden zullen opmerken; het hart der onbezonnenen zal inzicht en kennis verkrijgen, en de tong der stamelaars zal in staat zijn tot duidelijk spreken. Dan zal een dwaas niet meer edel genoemd worden en de bedrieger niet meer aanzienlijk heten (Jes.32:1-5).

 

 

Uitnodigen

 

De gemeente van Jezus gaat opnieuw op aarde rond om het evangelie te verkondigen aan de overblijvers van de strijd te Armageddon en aan de mensen die Christus niet kennen. In alle volheid en heerlijkheid. Nu zonder tegenspreken of tegenwerken door de antichrist en de zijnen. Met de onbeperkte mogelijkheden die bij haar verheerlijkte bestaansvorm horen. Ieder mens op aarde kan zien wat Gods woord in het leven van mensen vermag. Mensen gaan beseffen wat Jezus ook in hem of haar wil bewerken.

De gemeente nodigt alle mensen op aarde uit tot Jezus te komen en zich voor Hem te openen. Deel te nemen aan het bruiloftsmaal van het Lam (naar Op.19:9). Het feestmaal dat de Heer van de hemelse machten voor alle volken aanricht: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen (Jes.25:6 NBV).

 

 

 

Bruiloft van het Lam

 

Dit bruiloftsmaal omvat de hele periode van het vrederijk. Duurt ‘duizend’ jaar. Lang genoeg om ieder mens op aarde te bereiken en uit te nodigen. Iedereen tijd en ruimte te geven op deze uitnodiging in te gaan, zich met Jezus te verbinden, bij zijn gemeente te voegen. Opdat eenieder volledig deel krijgt aan al het goede dat God voor hem bedoelt.

Dit bruiloftsfeest leidt tot het huwelijk van Jahweh (bruidegom) met de partner (bruid) die Hij reeds van den beginne wenst: de mensheid onder één hoofd samengevat, Christus (Ef.1: 10). De gemeente van Jezus Christus. De vrouw van Lam, één met het Lam, en samen mét Jezus de bruid van Jahweh. Opdat God alles in allen wordt (1Cor.15:28).

 

 

Jeruzalem: woonplaats van God en centrum van het Vredesrijk

 

 

 

Jesaja

 

Jesaja spreekt over deze heilstijd: Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: Laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen. Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer. Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is (Jes.2:2-4 NBV).

 

 

Vrede en harmonie in het Vredesrijk

 

 

 

Zacharia

 

Zacharia sluit bij deze woorden aan. Dit zegt de Heer van de hemelse machten: Er zullen opnieuw mensen komen uit allerlei landen en steden. De inwoners van de ene stad zullen naar de volgende stad gaan en zeggen: Ga met ons mee. Wij zijn op weg om eer te bewijzen aan de Heer van de hemelse machten en zijn gunst af te smeken. Grote en machtige volken zullen naar Jeruzalem komen om daar de Heer van de hemelse machten te vereren en zijn gunst af te smeken. En dit zegt de Heer van de hemelse machten: Als die tijd is gekomen, zullen tien mannen uit volken met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is (Zac.8:20-23 NBV).

 

 

Sefanja

 

Sefanja ziet in de geest mensen op afstand staan: bedroefd, beangst, gekweld. Nog niet gelovend dat ook zij tot dit bruiloftsfeest mogen ingaan, ook bij Jezus’ gemeente mogen horen. Hij verzekert hen van Gods heil. Dit zegt de Heer: Wie bedroefd zijn, ver van de feestvergadering, zal Ik samenbrengen; zij behoren toch bij u. Als een last drukt de smaad op hen. Zie, Ik zal te dien tijde afrekenen met al uw verdrukkers, maar Ik zal het hinkende verlossen en het verstrooide zal Ik verzamelen; Ik zal tot een lof en tot een naam stellen hen, wier schande was over de gehele aarde (Sef.3:18-19).

 

 

Kom!

 

De gemeente benadert de wereldbevolking in volle liefde. Zonder aanzien des persoons. Kom tot Jezus, geef je aan Hem. Hij vergeeft je zonden, verzoent je met God. Breek met je oude leven in duisternis en dood. Krijg door Jezus deel aan het nieuwe leven, vol van licht en heerlijkheid. Hij verlost je van de machten der duisternis, vervult je met Gods Geest. Je mag toetreden tot zijn gemeente, mee vorm gaan geven aan de theocratische orde die God bedoelt. En mét alle heiligen de liefde van Christus leren kennen, opdat ook jij zult volstromen met Gods volkomenheid (naar Ef.3:18-19 NBV).

 

 

Duidelijkheid

 

Ieder mens op aarde krijgt gelegenheid zich van zijn situatie bewust te worden en op deze nieuwe mogelijkheden in te gaan. Iedereen krijgt zicht op de werkelijkheid. Klaarheid over geestelijke sluiers, bedekkingen en bindingen. Duidelijkheid over de boze geesten die dit bewerken. Iedereen wordt geroepen tot Gods heerlijkheid en macht.

Onder leiding van Jezus spoort de gemeente alle resterende machten der duisternis op. Zij kunnen zich lange tijd in mensen schuilhouden, maar blijven geen duizend jaar verborgen. Als zij zich in mensen manifesteren, worden ze gearresteerd en afgevoerd. Uiteindelijk allemaal.

 

 

Keuze

 

Voor ieder mens op aarde breekt dan het beslissende moment aan. Wat wil ik? Waar kies ik voor? Ga ik op de uitnodiging van Jezus in of sla ik die af? Breek ik met de duisternis en kies ik voor een leven in het licht? Of volhard ik in mijn zonden, heb ik de duisternis liever dan het licht? Iedereen mag ten overstaan van Jezus Christus en zijn gemeente in alle vrijheid kiezen.

 

 

Keuze tussen goed en kwaad en de eeuwige gevolgen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Positief

 

Velen bekeren zich tot Jezus, sluiten zich aan bij zijn gemeente. Zij zijn zalig omdat zij deel krijgen aan het bruiloftsmaal van het Lam (naar Op.19:9). Zij worden wederom geboren, door Jezus gedoopt in heilige Geest. De gemeente maakt hen los van al hun vijanden. Verwijst deze machten in de naam van Jezus naar de afgrond.

Het zoonsleven begint in hen. Het herstel naar geest, ziel en lichaam komt op gang. In een louter positieve omgeving. Zonder strijd of achtervolging. Zonder lijden of verdrukking. Met een verheerlijkte gemeente rondom hen. Met Jezus Christus als Heer en Koning in hemel en op aarde. Een ‘zalige’ situatie.

Deze mensen groeien naar geestelijke volwassenheid in een gezond, natuurlijk lichaam. Zij leren werken met de krachten van Gods Koninkrijk. Ziekten krijgen geen vat meer op hen. Bij het ouder worden takelen zij niet af, sterven zij niet. Zij blijven gedurende deze hele heilsperiode vol van Gods kracht leven. Met hun nageslacht vormen zij een volk dat de Heer zegent (Jes.65:23b NBV).

 

 

Negatief

 

Als iemand op zo’n beslissende moment Jezus Christus bij volle bewustzijn afwijst en de machten der duisternis die in hem werken vasthoudt, treft hem de vloek. Hij sterft op hetzelfde moment en deelt in het lot van de geesten waarmee hij verbonden wil blijven. Deze machten kunnen na hun confrontatie met Jezus en zijn gemeente niet werkzaam blijven. De Heer verwijst ze naar de afgrond, de hel. De mens die de duisternis liever heeft dan het licht, komt daar dan ook. Op grond van zijn eigen keuze.

 

 

Honderd jaar

 

Jesaja voorzegt het bovenstaande: Daar zal niet langer een zuigeling zijn, die slechts weinige dagen leeft, noch een grijsaard, die zijn dagen niet voleindigt, want de jongeling zal als honderdjarige sterven, zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige door de vloek getroffen worden (Jes.65:20).

Niemand wordt tegen zijn wil door de vloek getroffen. Dat ‘overkomt’ de mensen op aarde niet. En zeker geen kleine kinderen of (nog) onvolwassen jongelingen. De profeet spreekt over honderd jaar: ruim voldoende om volledig de geestelijke situatie te beseffen en bij vol bewustzijn te kiezen. Vóór of tégen Jezus. Voor licht of duisternis. Voor leven of dood.

 

 

Onbekwaam

 

Ook in die heilstijd leven er mensen op aarde die door ziekten, geestelijke beperkingen of afwijkingen niet in staat zijn zo’n bewuste keuze te maken. Zij hebben in de ontmoeting met Jezus allereerst genezing nodig. Met zijn gemeente treedt de Heer deze mensen vol ontferming tegemoet. Hij bevrijdt ze van hun geestelijke belagers en herstelt de schade die de boze geesten hebben aangebracht. Christus bewerkt een situatie waarin ook zij besef krijgen van de nieuwe werkelijkheid, zij kunnen dan ingaan op de uitnodiging die ‘in goede orde’ tot hen komt. En persoonlijk kiezen voor Jezus Christus en zijn evangelie. Wat een vreugde voor deze mensen: een nieuwe tijd breekt aan. Vol geloof en blijdschap gaan zij Gods Koninkrijk binnen.

 

 

Christus bevrijdt bekeerde van de eeuwige hel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Vrij!

 

Gedurende het vrederijk komt de mensheid vrij van zijn eeuwenoude belagers, van alle werkingen van de boze geesten uit het rijk van Satan en van iedere claim van de doodsmachten uit het rijk van Dood. Ieder mens mag gaan leven in het volle licht voor Gods aangezicht. Hem leren dienen in heiligheid en gerechtigheid. Zonder vrees, uit de hand van zijn vijanden verlost (zie Luc.1:74-75). Daarin geestelijk volwassen worden.

 

 

Kinderen

 

Tijdens het duizendjarig vrederijk gaat het natuurlijke leven op aarde gewoon door. Er worden kinderen geboren die de ‘oude’ wereld niet kennen. Deze jongeren groeien op in aanwezigheid van Jezus en zijn gemeente, in afwezigheid van machten der duisternis. Zij worden opgevoed met het evangelie. Bekend gemaakt met de werkelijkheid van Christus. Zij beleven van jongs af aan het klimaat van Gods Koninkrijk.

Ook deze nieuwe generatie dient Jezus Christus aan te nemen, door een persoonlijke keuze zich bewust toe te wijden aan Jezus en God. Waarna ook zij – samen met alle andere mensen die daarvoor kiezen – kunnen uitgroeien tot geestelijke volwassenheid. Wat dat inhoudt en teweegbrengt zien zij concreet voor zich: in de verheerlijkte zonen Gods. In Jezus Christus, de Heer van hemel en aarde.

 

 

Onderricht

 

De gemeente onderwijst de mensen die in Jezus gaan geloven in alle dingen die Gods Koninkrijk betreffen (vgl. Hand.1:3). Eenieder krijgt zicht op Gods plan met mensen, op de weg die tot verheerlijking leidt, op wat God wil bewerken en op wat Satan en Dood aan het einde van het duizendjarig vrederijk daar tegenoverstellen. Op het laatste oordeel en de voleinding aller dingen.

Aan het einde van deze heilstijd geldt: Allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren (Jer.33:34). Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken (Jes.11:9). Een paradijselijke situatie!

 

 

Goddelijk redding van de duivel na bekering der zonden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Dieren

 

Ook in de natuur komt het ‘paradijselijke’ naar voren. De demonische beïnvloeding van dieren houdt op. Al het verscheurende, roofzuchtige en angstaanjagende verdwijnt uit hun karakter en hun gedrag. Evenzo het wanstaltige en afzichtelijke uit hun gestalte. De oorspronkelijke aard en originele vorm keert terug. Alle dieren zullen het groene kruid weer tot spijze hebben­. Zo schept God hen in den beginne (Gen.1:30). Tot die orde herschept Jezus hen in het duizendjarig vrederijk. Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro en een slang zal zich voeden met stof. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg, zegt de Heer (Jes.65:25 NBV).

 

 

Planten

 

Voor de plantenwereld geldt hetzelfde: Doornstruiken maken plaats voor cipressen, distels voor mirtestruiken. Zo zal de Heer Zich roem verwerven, het is een eeuwig en onvergankelijk teken (Jes.55: 13 NBV). De oorspronkelijke glorie van het paradijs en de wereld vóór de zondvloed keert terug. Ongezonde mutanten van planten en dieren sterven uit. Genetisch gemanipuleerde soorten eveneens. Ziekteverwekkers verdwijnen uit de atmosfeer. Hetzelfde geldt voor alle gedegenereerde vormen van leven, zoals virussen. De hele levende natuur gaat weer beantwoorden aan de goddelijke normen.

 

 

Levenloze natuur

 

Jezus herschept niet alleen de levende natuur. Ook de levenloze natuur ondergaat de heilzame werking vanuit Gods Koninkrijk. Al eerder spraken we over het terugzetten van de aarde in zijn oorspronkelijke stand en het herstel van het uitspansel, waardoor het oorspronkelijke, paradijselijke klimaat op aarde terugkeert. Jezus herstelt alle verwoestingen en vervormingen die de machten der duisternis tijdens de zondvloed op aarde aanbrengen, laat de goddelijke orde en regelmaat terugkeren in alle delen van de schepping en brengt het hele milieu op orde zonder moeizame klimaatconferenties en actievoerende milieugroeperingen.

Extreme weersomstandigheden blijven voortaan uit. Hitte en droogte komen niet meer voor. Evenals stormen, orkanen, stortregens, overstromingen, aard- en zeebevingen, vloedgolven, vulkaanuitbarstingen en elk ander natuurgeweld. Poolkappen en ijsvlakten smelten. Onvruchtbare woestijnen en ondoordringbare oerwouden verdwijnen. Evenals de woeste berggebieden met hun hoge bergtoppen en de ‘eindeloze’ oceanen met hun diepe troggen. De hele aarde wordt weer bewoonbaar gemaakt, geschikt gemaakt voor het realiseren van Gods plan met mensen.

 

 

Perfecte natuur in het Vredesrijk

 

 

 

Vernieuwen

 

Jezus maakt alle dingen nieuw (Op.21:7) samen met zijn gemeente. Naar het woord van de profeet: Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat er vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest. Er zal alleen maar blijdschap zijn en groot gejuich om wat Ik schep. Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad en schenk haar bevolking vreugde. Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord. Zij zullen, met heel hun nageslacht, een volk zijn dat door de Heer is gezegend. Ik zal hun antwoorden nog voor ze Mij roepen, Ik zal hen verhoren terwijl ze nog spreken. Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro en een slang zal zich voeden met stof. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg (uit Jes 65:17-25 NBV).

De eerste hemel en de eerste aarde gaan voorbij. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde komen te voorschijn (Op.21:1-2). Jezus geeft de aarde een nieuw gelaat (Ps.104:30 NBV). Hij maakt haar vol van kennis des Heren (Jes.11:9).

 

 

Motivatie

 

Laat je motiveren door dit heerlijke toekomstbeeld. Geef Jezus gelegenheid om hier en nu zijn werk in jou te doen. Om zijn gemeente toe te rusten voor de tijd die komt. Beleef nu reeds het doorgaande herstel in eigen leven, opdat de wederoprichting aller dingen gestalte krijgt. Vertrouw je aan Hem toe. Volg Hem, waar Hij ook heen gaat. Hij is onze leidsman en de voleinder van het geloof. Glorie voor Jezus Christus, onze Heer!

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Wat is de Kabbala?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de levensboom (sefirot) in de joodse kabbala

de levensboom (sefirot) in de joodse kabbala

 

 

Kabbala betekent ‘ontvangen’ of ‘dat was is ontvangen’. Het is de mystieke, esoterische kant van het Jodendom en zoekt een dieper begrip van de Torah dan zijn letterlijke interpretatie. De kabbala zoekt en geeft antwoorden over het wezen van God, het ontstaan van de wereld, de spirituele wereld en onze individuele relatie met God en met elkaar.

.

Volgens de kabbalisten zijn alle antwoorden op de grote vragen die elke generatie zich weer stelt, zoals, wie ben ik, waar kom ik vandaan, waarom zijn we hier, in code te vinden in de Torah. Het is lang een geheime leer gebleven die mondeling werd doorgegeven aan een select aantal rabbijnen per generatie.

De studie was voorbehouden aan getrouwde rabbijnen van boven de veertig jaar. Oningewijden die de kabbala bestudeerden, liepen het gevaar gevangen te worden door krankzinnigheid. Men vond de kennis te gevaarlijk om met de grote massa te delen. Het zou ook voor verkeerde doeleinden kunnen ingezet worden.

Men vergelijkt de kennis wel eens met die van een ui. Onder elke laag van de Torah ligt een andere verborgen laag die nieuwe, hogere inzichten onthuld. Volgens de traditie heeft de Torah 70 gezichten, wat wil zeggen dat elke passage in de Bijbel 70 verschillende lagen verbergt.

 

.

 

De geheime code

.

Elke letter in de bijbel heeft een geheime betekenis. Dit geheim werd van generatie op generatie mondeling doorgegeven.

 

We kunnen de Thora (de eerste 5 boeken van het Oude Testament) op vier niveaus lezen: letterlijk, metaforisch, allegorisch en esoterisch. Deze vier manieren verrijken elkaar in betekenis. Het zijn vier invalshoeken die elkaar versterken.

Daarnaast heeft de Thora zeventig gezichten, wat wil zeggen dat elke tekst 70 mogelijke interpretaties in zich verbergt. Het getal 70 verwijst naar het aantal volkeren dat leefde op het moment dat de mensheid de Thora geschonken werd.

“God” moest het boek in een taal schrijven die door deze 70 verschillende volkeren begrepen kon worden. Op deze manier drukt de Thora zich tegelijkertijd uit aan alle mensen, ieder op hun eigen niveau. Ieder ontvangt de kennis op zijn eigen niveau. Iedere letter, ieder woord, ieder vers betekent 70 verschillende dingen.

Zo verscheen er bijvoorbeeld in de veertiende eeuw het boek Tikkunei Zohar dat de 70 interpretaties uitlegde van de eerste drie woorden van de Thora: “In den beginne”. Daarom wordt de Thora ook wel de “levende Thora” genoemd. De tekst verandert niet maar wel ons begrip ervan, en vernieuwt zich in iedere nieuwe generatie.

 

.

 

Een jonge, verleidelijke maagd

 

In de Zohar wordt de Thora ook wel eens vergeleken met een aantrekkelijke, jonge maagd die de aandacht op zich vestigt door langzaam haar geheimen aan een minnaar te onthullen. Deze mooie jonge vrouw is opgesloten in een geheime kamer in een paleis. Iedere dag opnieuw passeert haar minnaar langs het paleis in de hoop een glimp op te vangen. Vanaf het moment dat hij haar gezicht vluchtig gezien heeft, is hij verliefd, en kan aan niets anders meer denken.

Zo is het ook met de Thora, onthult de Zohar, wie 1 moment een glimp van haar innerlijke wijsheid heeft opgevangen, is voor altijd verliefd en verlangt meer over haar te weten te komen. Eerst zal ze met hem spreken vanachter een sluier. Ze zal zich aanpassen aan dat waar hij toe in staat is te begrijpen. Ze verbergt dan nog haar wijsheid om hem niet af te schrikken. Daarna zal ze hem verhalen vertellen, raadsels opgeven, allegorieën, om zich op een diepere wijze te onthullen.

Wanneer de minnaar deze begrijpt, zal ze haar sluier afdoen en zal hij met haar kunnen spreken van gezicht tot gezicht. Dan zal ze hem al haar geheimen onthullen. Nu pas zal de minnaar haar werkelijk begrijpen en inzien hoeveel wijsheid er reeds verborgen zaten in haar eerste woorden. Vanwege de sinecure opbouw van de Thora is het natuurlijk verboden om ooit ook maar 1 letter, woord of zin van de Thora te veranderen.

Kabbalisten zijn ervan overtuigd dat er geen enkele contradictie noch fout in de Thora staat. De Thora werd ons in codetaal gegeven om ons uit te dagen de code te ontraadselen, en zelf de antwoorden te vinden omdat dit het principe van leren is. We leren het beste wanneer we klaar zijn om te leren. Wanneer we hongerig zijn naar kennis. Tegelijkertijd is ook de vorm een onderdeel van de code. De structuur van de Thora is complex omdat het de structuur van het universum in zich draagt.

De meeste vormen van de kabbala leren, dat iedere letter, ieder woord, getal en accent een verborgen betekenis bevat. Verder onderwijzen zij de methodes om achter de interpretatie van deze verborgen betekenissen te komen.

 

.

Voornaamste joodse teksten

.

Het eerste boek over de kabbala dat is geschreven, en dat nog altijd bestaat, is de Sefer Jetzira of het boek van de schepping.  Zoals voor vele joodse mystieke teksten geldt, was de Sefer Jetzira op zo’n manier geschreven, dat het onbegrijpelijk is voor mensen die het lezen zonder uitgebreide achtergrond.

Het tweede belangrijke joodse mystieke werk is de Bahir  of de verlichting. Het bestaat uit ongeveer 12.000 woorden.

Het belangrijkste werk uit de joodse mystiek is de Zohar of de pracht, schittering. Het is een esoterisch mystiek commentaar op de Thora, geschreven in het Aramees en Hebreeuws. De Zohar bevat veel van het materiaal dat in de Sefer Jetzira en de Sefer Bahir staat en breidt dit uit. Ongetwijfeld is de Zohar het ultieme werk van de kabbalistiek.

 

.

 

sefer-jetzira

sefer jatzira

 

.

 

sefer-bahir

sefer Bahir

 

 

 

0_zohar_mantuba_1558_parashath_shmot

sefer zohar

 

.

 

 

Een geloof?

 

Hoewel de kabbala op de studie van een religieuze bron, de Thora, gebaseerd is, is het uitdrukkelijk géén geloof.

.

Het uitgangspunt van de kabbala is namelijk; “geloof niets wat je niet zelf onderzocht of ondervonden hebt”. De kabbala doet een beroep op de mensen die het willen bestuderen om kritisch te zijn, om zelf ‘de leer’ te toetsen aan de eigen praktijk. Wel doceert de kabbala een groot aantal inzichten over hoe het leven werkt, hoe we als mensen met elkaar om zouden kunnen gaan, en hoe we van deze planeet een aards paradijs kunnen maken.

De kabbala hanteert daarbij als uitgangspunt dat de mens feilbaar is, dat hij fouten zal maken en op zijn bek zal gaan. Dat hoort nu eenmaal bij de ervaring van het leven, en is de reden waarom we hier zijn. We zijn hier om onszelf te ontwikkelen tot de best mogelijke vorm van onszelf. In het maken van fouten zitten dan ook vaak de grootste levenslessen verscholen.

Het doel van de mens is, volgens de kabbala, om zichzelf maximaal te ontplooien. Ieder mens zou zijn capaciteiten optimaal moeten ontwikkelen, om de vrucht ervan aan de wereld te schenken. We zijn samen verantwoordelijk voor de toestand van de wereld.

.

 

Jij betaalt de prijs voor je dromen.
Jij volgt je hart.
Het is heel onverstandig wat je doet
Maar uit onverstandige mensen zijn de grootste dingen voortgekomen.
(uit De Kabbalist)

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

voorpagina openbaring a4

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

Waar zijn de doden?

Standaard

Categorie: religie

 

1. Het paradijs

 

Vlak voor zijn sterven vroeg een van de misdadigers die met Jezus gekruisigd werd aan hem: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt’ (Luc.23:42). De man krijgt van Jezus een duidelijk antwoord: ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs’  Nog op deze dag, de dag van hun kruisiging, zal het verzoek van de misdadiger ingewilligd worden.

De uitdrukking ‘het paradijs’ doet denken aan Gen.2: 8: maar die aardse hof, die zich ergens in Mesopotamië bevond, is er niet meer. Nu leefde onder de joden de gedachte dat door de overtreding van Adam het paradijs verplaatst was naar een verborgen plek, ver buiten het bereik van mensen. Meestal dacht men dan aan de hemel, soms zelfs aan de derde hemel.

We lezen in het joodse boek 2 Baruch: ‘Ik (God) toonde haar (het hemels Jeruzalem) aan Adam, voordat hij zondigde, maar toen hij het gebod overtreden had, werd zij aan hem onttrokken, evenals het paradijs. En zie, nu blijft zij bij mij bewaard, evenals ook het paradijs.’

Ook Paulus spreekt over dit paradijs en ook hij lokaliseert het in de derde hemel. Dit blijkt uit de beschrijving van de bijzondere ervaring die hij meemaakte en waarvan hij in 2 Kor.12: 2-4 vertelt: ‘Ik weet van een mens in Christus dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel. En ik weet van die persoon dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft’.

Het paradijs als plaats van harmonie en vrede was voor de joden een aanduiding voor de tijdelijke rustplaats, waar de zielen van de rechtvaardigen na hun dood verblijven tot de opstanding der doden.

Tegen deze achtergrond kunnen we stellen dat Jezus de moordenaar die naast hem aan het kruis hing, belooft dat hij direct na zijn dood met Hem naar deze paradijselijke rustplaats mag gaan. En in deze verblijfplaats heeft Paulus door Gods genade een blik mogen werpen.

 

 

Paradijs

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

2. Het dodenrijk is geen ‘hel’

 

Als verblijfplaats van de goddelozen tussen dood en opstanding noemt het Nieuwe Testament de hades. Het is van belang op te merken dat er verschil is tussen dodenrijk (hades) en hel (gehenna). Het is erg verwarrend dat sommige oudere vertalingen beide woorden met ‘hel’ vertalen. Dit is onjuist en hierdoor ontstaat er verwarring. Hades en gehenna zijn in het Nieuwe Testament als ook in het voorchristelijk jodendom geen synoniemen.

Het Griekse hades is een synoniem van het Hebreeuwse sjeool en kan het beste vertaald worden met ‘dodenrijk’. Het is in het Nieuwe Testament (als ook op vele plaatsen in de voorchristelijke joodse literatuur)  een tijdelijk verblijf, waar de zielen van de goddelozen zich na hun lichamelijke dood bevinden in afwachting van de opstanding van de doden. We zien dit in het Nieuwe Testament het duidelijkst in de gelijkenis van Jezus over de rijke man en de arme Lazarus. ‘Toen hij [de rijke] in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde’ (Luc. 16:23).

De hades staat in nauw verband met de eerste dood, de dood van het lichaam, en heeft een tijdelijke functie. Bij het laatste oordeel geeft zij haar inwoners over om geoordeeld te worden. Zo lezen we in Openbaring 20: 13 ‘De dood en het dodenrijk gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken.’

De gehenna daarentegen is de plaats die beschreven wordt als een ‘poel van vuur’ (Openb. 20: 14) en een ‘vurige oven’ (Mat. 13: 42), waartoe men veroordeeld kan worden aan het einde van de tijd (bv. in Mat.13:40-42). In het boek Openbaring beschrijft de apostel Johannes wanneer dit zal gebeuren, namelijk na de opstanding en het laatste oordeel (Openb.20: 12,15).

Aansluitend bij de moderne vertalingen moeten we concluderen dat het begrip ‘hel’ beperkt dient te worden tot deze gehenna. Uitgaande van de verschillende betekenis van beide woorden kunnen we vervolgens stellen dat de gehenna-hel momenteel nog ‘leeg’ is. Deze definitieve plaats van veroordeling krijgt pas een functie bij en na het laatste oordeel.

 

 

Satan, de tegenstander ,bestemd voor gehenna

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3.‘Eeuwige tenten’ en ‘veel woningen’

 

Wanneer Jezus de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester verteld heeft, zegt Hij vervolgens: ‘En Ik zeg u: Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze u ontvalt, men u opneme in de eeuwige tenten.’ (Luc.16:9) De woorden ‘wanneer deze u ontvalt’ spreken over het moment van sterven. Sommige handschriften hebben zelfs ‘wanneer jullie sterven.’ Dan zal het er voor hen op aan komen, dat zij worden opgenomen in de eeuwige tenten.

 

 

Wat bedoelt Jezus hier met ‘eeuwige tenten’? 

 

In Johannes 14: 2 zegt Jezus: ‘In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.’

Met de aanduiding ‘het huis van Mijn Vader’ doelde Hij in dit verband op de hemel. Maar wanneer zullen de discipelen die ‘vele woningen’ mogen betrekken? Ook hier helpen geschriften uit de joodse apocalyptiek ons verder. In het Testament van Abraham, een joods geschrift uit de eerste eeuw, zegt God bij de dood van Abraham het volgende: ‘Draag dan mijn vriend Abraham naar het paradijs, waar de tenten  van mijn rechtvaardigen zijn en de woningen  van mijn heiligen, in diens schoot; waar geen moeite is, geen verdriet, geen gezucht, maar vrede en gejubel en leven zonder einde.’ (20: 10-14).

De ‘woningen’ die de heiligen direct na hun dood betrekken worden, evenals de ‘tenten’ van de rechtvaardigen gelokaliseerd in de ‘schoot van Abraham. En Jezus maakt duidelijk dat de ‘woningen’ zich bevinden in het ‘huis van de Vader’, de hemel.

 

 

Schoot van Abraham

 

Het beeld van de ‘boezem’ of ‘schoot’ (deel van het menselijk lichaam) komen we in het NT tegen in het gezegde ‘aanliggen aan iemands boezem’ of ‘in iemands schoot’, d.w.z. aan de maaltijd naast iemand aanliggen. Zo lag de discipel welke Jezus liefhad bij het Avondmaal aan Zijn boezem aan (Joh.13: 23), en lezen we in Luc.16: 22 hoe de arme door de engelen in Abrahams schoot of aan Abrahams boezem werd gedragen, d.w.z. hij mag met Abraham aanliggen aan het feestmaal van de rechtvaardigen. Het is in de eerste eeuw een vaste term geworden voor de plaats van vrede en geluk, waar de rechtvaardigen na hun dood heengaan.

 

 

Intrekken bij de Heer

 

Als Paulus over zijn dood spreekt in Filippenzen 1: 23-24 zegt hij het volgende: ‘van beide zijden word ik gedrongen; ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; maar nog in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil’. Sterven is voor Paulus ‘met Christus zijn’. Deze eenheid met Hem beleeft hij nu al, maar hij verwacht dat deze band nog veel intenser zal worden na zijn dood. Daarom zegt hij: sterven en met Christus zijn is vergeleken bij blijven leven op aarde, verreweg het beste.

In 2Kor.5: 8 zegt hij: ‘Wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen.’ Dit leven bij Christus, dat op de dood volgt, noemt Paulus een thuiskomen of ‘intrekken’ bij de Heer. De tegenwoordige tijd ‘wij hebben’ (2Kor.5:1) wijst op de zekerheid dat dit nieuwe bestaan gereed ligt op het moment dat het oude, aardse zal worden afgebroken.

 

 

Een tweefasenstructuur

 

Paulus spreekt zowel over een geborgenheid bij God direct na de dood, als over een latere opstanding van de doden (1Kor.15). De twee lijken temporeel gezien in elkaars verlengde te liggen. Men noemt dit een ‘tweetrapsverwachting.’  Een tijdelijke geborgenheid in de hemel bij Christus, die direct na het sterven ingaat zal gevolgd worden door een opstanding uit de doden aan het einde der tijden. We hoeven hier dus niet te denken aan een ontwikkeling in het denken van Paulus over dit thema, zoals vaak gezegd is.

Ook bij Jezus en de evangelist Lucas vinden we deze tweefasenstructuur. Er wordt enerzijds over de hades, het paradijs en de ‘eeuwige tenten’ gesproken, waar men direct na de dood zal verblijven, en anderzijds over een opstanding uit de doden aan het einde der tijden (Luc.20: 27-40). In de joodse apocalyptiek komen we dezelfde tweetrapsverwachting ook tegen (bv. in 4Ezra en 2Baruch; De Vries, 83-101).

 

 

 

4. Herinnering en herkenning

 

Zijn de gestorvenen tussen dood en opstanding al volmaakt? Zijn zij in die tussentijd bij volle bewustzijn en is hun aardse identiteit herkenbaar?

‘Wanneer de rijke in het dodenrijk zijn ogen opslaat, ziet hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot’ (Luc. 16: 23). Zowel de rijke als Lazarus leven na hun dood voort, de een in een gezegende paradijselijke geborgenheid bij Abraham, de ander in een voorlopig verblijf bestemd voor onrechtvaardigen. Beide zijn gescheiden door een ‘grote kloof’ (vs.26). De gestorvenen blijken elkaar te herkennen (vs.23, ‘ziet hij Abraham en Lazarus’), lichamelijk te functioneren (vs.24, ‘mijn tong verkoele’) en herinneringen te hebben aan het aardse leven (vs.25 en 27). Jezus vertelt een gelijkenis, maar dat betekent niet dat wat Hij hier vertelt geen werkelijkheid is. Gelijkenissen zijn geen fabels, maar reële voorbeelden uit het dagelijks leven met een geestelijke les.

Het duidelijkst echter spreekt het boek Openbaring zich uit over de hemelse situatie van de gelovigen tussen dood en opstanding. In Openbaring 7 mag Johannes een blik werpen in de hemel en mag in een gezicht het moment zien dat een grote schare uit alle volk, stammen en natiën en talen daar staat voor de troon en voor het Lam. De hemelse tolk zegt dan tegen Johannes dat deze mensen uit de grote verdrukking komen en we lezen het volgende in vers 15-17: ‘zij zijn voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij die op de troon gezeten is zal Zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.’

In de eerste plaats merken we op dat er gezegd wordt dat deze mensen uit de grote verdrukking komen; hun aardse identiteit is dus bekend. Verder zien we hier dat er activiteit is in de hemel (‘ze vereren Hem’). Het dienen van God gaat door. Hoewel de genoemde zegeningen sterk overeenkomen met die in het hemels Jeruzalem op de nieuwe aarde (Op.22:1-5) is de hemelse situatie toch een voorlopige. De opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde liggen nog in het verschiet.

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 : De ruiters van de apocalyps en de martelaren onder de troon van God

 

 

 

5. Voorlopige heerlijkheid

 

Het voorlopige van het hemelse leven tussen dood en opstanding wordt ook benadrukt in Openbaring 6: 9-11 waar we lezen dat Johannes onder het altaar in de hemel ‘zielen’ van mensen ziet. Hij zegt: ‘Ik zag onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. En zij riepen met luider stem en zeiden: tot hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt u ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten’

Johannes spreekt hier over zielen die in de hemel zijn, maar het zijn wel zielen die kunnen roepen en bidden. Ze zijn dus blijkbaar bij hun volle bewustzijn. Ook hebben ze deel aan de zegeningen en de bestaanswijze van het hemelse leven, wat blijkt uit het witte kleed dat ze ontvangen. Maar nergens blijkt tegelijk duidelijker dan hier dat zij nog niet de uiteindelijke volmaaktheid genieten. De zielen vragen hoelang ze nog moeten wachten totdat Gods gerechtigheid op aarde geopenbaard zal worden. Er wordt hen gezegd dat ze nog een korte tijd moeten wachten, namelijk totdat het getal van hun broeders vol zal zijn. Hun hemelse heerlijkheid is voorlopig. Het volmaakte komt pas met de opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde.