Tagarchief: paradijs

Profetische woorden van Jezus en God aan een vrouw

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Woorden van Jezus

 

Mijn zeer geliefde dochter, de tijd is aangebroken voor Mijn Eeuwige Vader om de blaam die duisternis over de zielen van de mens brengt weg te vagen van de aarde. Hij zal de goddelozen straffen en degenen in Zijn Heilige Armen nemen die het Ware Woord van God hoog houden. Zijn engelen zullen aanzwellen in een grote storm, en met machtige zeisen zullen ze de wortels van de ziekte die de zielen van de mens verwoest weghakken zodat de wereld terug rein wordt.

 

WEES BANG VOOR DE TOORN VAN GOD WANT WANNEER HIJ VOORTGESTUWD WORDT IN ZULK EEN WOEDE, ZULLEN DE MENSEN BEVEN VAN SCHRIK. DEGENEN DIE GELOVEN DAT GOD DE GODDELOZEN NIET STRAFT KENNEN HEM NIET.

 

Hun stemmen, luid en trots, die de aarde met valsheden vervuld hebben en degenen die zich waard achten van grote gunsten in Mijn Vaders Ogen, maar die de zachtmoedigen onder Mijn volk vervloeken zullen van de bodem geplukt worden en zullen geconfronteerd worden met de grootste kastijding die over de mensheid komt sinds de zondvloed.

 

DE ENGELEN VAN GOD ZULLEN NEERDALEN EN MET EEN ZEIS IN HUN RECHTERHAND HET KAF VAN HET KOREN SCHEIDEN.

 

Degenen die God vervloeken zullen tot zwijgen gebracht worden; degenen die de Mensenzoon ontheiligen zullen tot zwijgen gebracht worden; degenen die Zijn Lichaam bezoedelen zullen dwalen in verwarring, verloren en verbijsterd, voor ze ondergedompeld worden in de wildernis.

 

DE LIEFDE VAN GOD IS NOG NIET BEANTWOORD EN ZIJN BARMHARTIGHEID IS REEDS GEDAALD.

 

Ondankbare zielen, wiens ogen stevig gericht zijn op hun eigen pleziertjes – en hun vastberadenheid om handelingen uit te voeren in directe confrontatie met de Wil van de Heer – zullen de pijn van Gods bestraffing voelen. Zoals een gordijn van neerkomende bliksem zich uitstort, zal het zoals een grote storm, een grote omwenteling van de aarde zijn dat zal gevoeld worden in elk deel van de wereld.

Degenen die de Waarheid kennen zullen geen angst hebben want ze zullen de gewillige getuigen zijn van de beloften die neergelegd zijn in de Heilige Schrift, wat betreft de komende Grote Beproeving. Degenen die God uit hun leven gebannen hebben – zoals ze een ledemaat afsneden van hun eigen lichamen – zullen de gevolgen van God te vervloeken niet kennen tot het te laat is.

Jullie, die Mij verraden hebben zullen het meest lijden. Jullie, die stenen geslingerd hebben naar anderen, in de onjuiste overtuiging dat jullie Mij vertegenwoordigen, zullen niemand hebben tot wie zich te wenden. Want overal waar jullie proberen jullie te verbergen, zullen jullie naakt gevonden worden met niets om jullie schaamte te verbergen.

Ik zeg jullie dit want het geduld van Mijn Vader is uitgeput en op het slagveld zullen twee legers voortkomen – degenen die voor Mij zijn en degenen die tegen Mij zijn. Bid voor Gods Barmhartigheid. En aan degenen die Mijn Lichaam geselen weet dit. Jullie kunnen geloven dat Ik kan weggeveegd worden van Mijn Huis maar dat zou een ernstige fout zijn van jullie kant. Ga weg van Mij, want jullie behoren niet tot Mij. Jullie goddeloosheid zal jullie nederlaag zijn en door jullie toewijding aan de boze, hebben jullie je afgesneden van Mijn Glorierijke Koninkrijk.

 

 

Geloof

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, het Boek Openbaring is geopend en elke laag wordt onthuld aan de wereld. Elke kerk op aarde die God vereert worstelt vanbinnen om zijn geloof in God te behouden. Elke kerk wordt aangevallen en is ten schande gebracht door degenen die verschrikkelijke zonden plegen, van binnenuit en die dan hun daden door de vingers zien door te beweren dat ze de Wil van God zijn. Niet één kerk, die de Wil van God verdedigt is onaangetast gelaten. Het is een kerk waar goddeloosheid in het rond grijpt en waar de Waarheid vervangen wordt met elk excuus om God te ontkennen in al Zijn Glorie.

 

EENS VERWARRING DE KERK BINNENSLUIPT CREEERT ZE ONENIGHEID. WEET DAT DIT NIET VAN GOD KOMT. EENS VERSCHILLENDE INTERPRETATIES VAN DE WAARHEID WORDEN GEINTRODUCEERD ZAL HET PAD DAT LEIDT NAAR MIJN HEMELSE VADER BEZAAID WORDEN MET ONKRUID DAT SNEL VERMENIGVULDIGT. WANNEER DIT GEBEURT RESULTEERT DIT IN EEN MODDERIGE WEG, DIE ONOVERKOOMBAAR IS.

 

Het pad naar Mijn Hemelse Koninkrijk is aan de mens kenbaar gemaakt. Het is een eenvoudig pad en het is vrij van elke hinderpaal, eens je het bewandelt met vertrouwen in je hart. Mijn vijanden zullen altijd proberen je weg te blokkeren, en als je luistert naar hun bespottingen en je inlaat met hun leugens en toelaat dat twijfels je oordeel verduisteren, dan zullen jullie deze tocht een martelende tocht vinden.

Het Woord van God blijft nu zoals het altijd was, en de Tien Geboden zijn duidelijk – ze zullen nooit veranderen. De weg naar God is stevig vast te houden aan wat Hij heeft onderwezen. God sluit geen compromissen, noch ziet Hij elke poging van de mens om de Waarheid te veranderen, door de vingers.

Als je in God gelooft zul je Zijn Geboden volgen, het Woord aanvaarden zoals het in de Heilige Bijbel staat en op het ene ware pad naar Zijn Koninkrijk blijven. Gezegend is de mens die rechtvaardig is want hij zal door zijn onderdanigheid aan God de Sleutels naar het Paradijs ontvangen.

 

IEDER DIE PROBEERT JE OM TE PRATEN IN ALLES DAN DE WAARHEID KAN NIET VERTROUWD WORDEN. VERTROUW ENKEL IN GOD EN KOM NOOIT IN DE VERLEIDING OM VAN ZIJN WOORD AF TE WIJKEN, WANT ALS JE ONDER DEZE DRUK BEZWIJKT DAN ZUL JE VERLOREN ZIJN VOOR MIJ.

 

 

gevolg van het laatste oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, euthanasie is een doodzonde en kan niet vergeven worden. Hij die helpt, assisteert of beslist zijn of haar leven te beëindigen, om welke reden ook, begaat een verschrikkelijke zonde in de Ogen van God. Het is een van de grootste zonden van al om een leven te nemen en dan te verklaren dat de weloverwogen dood van enige persoon een goede zaak is.

Onder de vele zorgvuldig geplande handelingen tegen God, die opzettelijk gepresenteerd worden aan de wereld momenteel, is door de zonde van euthanasie. Maak niet de fout: euthanasie is een afschuwelijke zonde in Mijn Ogen, en het draagt met zich ernstige gevolgen mee voor degenen die participeren in de daad.

 

HET IS EEN DOODZONDE OM EEN ZIEL TE DODEN EN DIT MET INBEGRIP VAN ZIELEN VAN HET MOMENT VAN HUN CONCEPTIE, TOT DEGENEN DIE LEVEN IN HUN LAATSTE MAANDEN OP AARDE.

 

Niets kan het nemen van een mensenleven rechtvaardigen, wanneer het uitgevoerd wordt in de volle wetenschap dat de dood zal intreden op een gegeven tijdstip. Wie de dood veroorzaakt aan een andere levende ziel ontkent het bestaan van God. Wanneer degenen die schuldig zijn aan deze dood het bestaan van God erkennen zullen ze door het uitvoeren van dergelijke daad het 5de gebod overtreden.

 

ER IS EEN PLAN OP DIT MOMENT OM MILJOENEN AAN TE MOEDIGEN HET LEVEN VAN DE MENS IN TE KORTEN – ZOWEL HET LEVEN VAN HET LICHAAM ALS HET LEVEN VAN DE ZIEL.

 

Wanneer jullie een gewillige deelnemer worden in een daad die de heiligheid van menselijk leven ontwijdt, dan zullen jullie geen leven hebben – geen Eeuwig Leven – en zal je niet kunnen gered worden.

 

 

De antichrist of de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, Ik verlang dat jullie allen, Mijn dierbare volgelingen, in alles vertrouwen dat Ik jullie onderwezen heb. Ik ben alles dat Ik jullie nu vertel, want al Mijn Plannen zijn volgens de Wil van Mijn Eeuwige Vader. Jullie mogen nooit bang zijn voor de toekomst want alles ligt in Zijn Heilige Handen.

Heb vertrouwen en jullie zullen vrede vinden. Mijn Plan zal uiteindelijk gerealiseerd worden en alle lijden zal vernietigd worden en er komt een einde aan alle kwaad. Het is tijd om de Waarheid te aanvaarden, hoewel het beangstigend kan zijn. Wanneer jullie al jullie vertrouwen in Mij stellen zal Ik jullie last verlichten en Mijn Genaden zullen jullie met Mijn Liefde vullen, wat jullie grote troost zal brengen in deze schrijnende tijden.

Ik zal komen op een tijdstip wanneer jullie het minst verwachten en tot dan moeten jullie bidden, bidden, bidden voor degenen die Mij niet kennen evenals degenen die Mij wel kennen maar weigeren te erkennen Wie Ik Ben. Ik blijf over jullie de Gave van de Parakleet (Heilige Geest) storten om ervoor te zorgen dat jullie niet van Mij weglopen. Elke Gave zal verleend worden aan degenen die Mij liefhebben met nederige en berouwvolle harten.

Mijn Liefde zal echter niet de zielen bereiken die ervoor kiezen Mij te vereren op hun gebrekkige manier. Noch zal het de harten van koppige zielen raken die geloven dat ze Mij kennen, maar wiens hoogmoed hen verblind voor de Waarheid, aan hen gegeven van in het begin.

De Waarheid komt van God. De Waarheid zal bestaan tot het einde der tijden. De Waarheid zal spoedig onthuld worden in zijn geheel, en dan zal het snijden door de harten van degenen die Mijn bemiddelende Hand hebben geweigerd. Dan zal Mijn Leger samen opstaan in de Glorie van God om het Ware Woord van God te verkondigen tot de laatste dag.

Ze zullen de zielen van heidenen met zich meebrengen die zullen beseffen dat er maar één God is. Het zullen niet de heidenen zijn die Mij niet zullen aanvaarden. In plaats daarvan zullen het de zielen van christenen zijn die de Waarheid hebben ontvangen maar die in ernstige fout zullen vallen. Het is naar deze christelijke zielen dat Ik het meest smacht en het is voor hen dat Ik vraag aan jullie om voor te bidden, elk uur van de dag.

 

 

De 10 geboden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, let op voor degenen die de Goddelijkheid van Mijn Vader ontkennen.

 

HIJ, EN ENKEL HIJ, SCHIEP DE WERELD – ALLES KWAM VAN HEM. NIETS KAN UIT NIETS KOMEN. ALLES WAT IS, EN ZAL ZIJN KOMT VAN MIJN EEUWIGE VADER.

 

Het Woord kan niet verbroken worden. Aanvaard niets dat tegengesteld is aan de Waarheid. Jullie leven in een tijd dat alle bewijs van het bestaan van God, en alles dat Hij heeft geschapen, zal ontkend worden. Alles dat Hem dierbaar is zal vernietigd worden. Zijn Schepping wordt verscheurd door hen die Hem ontkennen. Leven, dat van Hem komt, wordt vernietigd en de Waarheid, die Hij aan Zijn kinderen gaf door Zijn Heilig Boek, die het Oude en Nieuwe Testament bevat, wordt nu in vraag gesteld.

Hoe weinig houden jullie van Hem die jullie Eeuwige Vader is en hoe weinig waarde hechten jullie aan jullie eigen lotsbestemming, want het pad dat je kiest is zorgvuldig uitgekozen om jullie eigen arrogantie en zelfbevrediging te voldoen. De mens die geobsedeerd is door zijn eigen intellect, kennis en ijdelheid zullen blijven een pad zoeken naar God, maar op hun eigen manier.

Dit zal hem op een dwaalspoor brengen en hij zal eindigen met een leugen te leven. Wanneer jullie dit leven leiden in een zoektocht naar de betekenis van jullie bestaan, dan zullen jullie het nooit vinden tenzij jullie de Waarheid van de Schepping erkennen.

 

GOD, MIJN EEUWIGE VADER, SCHIEP JULLIE. TENZIJ JULLIE DIT ERKENNEN ZULLEN JULLIE BLIJVEN VALSE GODEN VEREREN EN JULLIE HEIDENDOM ZAL JULLIE OP JULLIE KNIEEN BRENGEN IN WANHOOP.

 

De tijd is gekomen dat jullie alles zullen aanvaarden wat bewijst dat Mijn Vader niet bestaat. Jullie hebben de Waarheid ontvangen. Aanvaard het. Laat Me jullie bij de hand nemen en jullie naar Mijn Vader leiden zodat Ik jullie Eeuwige Redding kan brengen.

 

ALLES ANDERS DAN DE WAARHEID ZAL JULLIE LEIDEN OP DE WEG NAAR DE HEL.

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, Mijn Wil is in steen gebeiteld en al degenen die Mij werkelijk liefhebben zullen verstrengeld worden binnen de Goddelijke Wil van de Heer. Ontken Mijn Wil en jullie kunnen niet de Mijne worden. Ga tegen Mij in en Ik zal jullie niet toelaten Mijn Koninkrijk binnen te gaan, want enkel degenen die tot Mij komen, in uiteindelijke overgave van hun eigen vrije wil, kunnen werkelijk zeggen dat ze van Mij zijn.

Als je niet van Mij bent, hoe kan Ik dan jullie ondankbare harten overhalen? Degenen onder jullie die Mij vervloeken, degenen die Mijn Woord niet hoog houden of degenen die proberen de Heilige Wil van God te verstoren, zullen in de afgrond geworpen worden wanneer elke inspanning om jullie te redden uitgeput is.

Wanneer Ik geboren werd, maakten velen van Mijn vijanden wiens zielen geteisterd werden door boze geesten, het leven van Mijn Moeder zeer moeilijk. Degenen die haar vervolgden gedurende Mijn Tijd op aarde waren zich niet bewust, in vele gevallen, waarom ze dergelijke haat tegen haar voelden.

Maar ze leed, in Mijn Naam. Degenen die tegen Mijn Eerste Komst waren weigerden de Wil van God te aanvaarden, die hen gegeven was om hen te bevrijden van de ketenen die rond hun enkels hingen en daar geplaatst werden door demonen.

 

IK BRACHT VEEL VAN MIJN MISSIE OP AARDE DOOR MET HET UITDRIJVEN VAN BOZE GEESTEN IN DE ZIELEN VAN DE GEKWELDEN, TERWIJL IK OOK DEGENEN VERLICHTE DIE ONWETEND WAREN VAN GODS WIL. ALS IK MIJ NU VOORBEREID OM OPNIEUW TE KOMEN ZAL MIJN MISSIE ZELFS NOG MOEILIJKER ZIJN DEZE KEER.

 

Aan jullie allen met verharde harten die weigeren te luisteren naar Mij, zeg Ik dit. Tenzij jullie werkelijk toegewijd zijn aan mij, door een leven van gebed en toewijding, zullen jullie deze tocht naar het Eeuwig Leven niet voltooien door jullie geloof alleen. Jullie zijn niet gezegend met genoeg inzicht, of kennis van Mijn Woord, om Mijn Waarschuwing opzij te zetten op dit moment. Waarom minachten jullie Mij nu?

Wat denken jullie dat jullie waardig zal maken om voor Mij te staan, wanneer jullie Mij vragen voor eeuwig leven? Ik zeg jullie dat jullie koppigheid jullie verblindt voor de waarheid van de Goddelijke Openbaring, waarvan jullie getuige zijn door deze, Mijn Heilige Boodschappen voor de wereld.

Ondankbare zielen, jullie ontbreken in kennis die nauwgezet aan jullie werd gegeven in de Allerheiligste Bijbel. Van elke les die jullie onderwezen werd, hebben jullie niets geleerd.  Jullie hoogmoed en jullie jacht naar zelfvoldoening, frustreert Mij. Jullie ogen kunnen niet zien en jullie zullen als resultaat onvoorbereid voor Mij staan. Voor elke kleinering die jullie uitspreken tegen degenen die de Waarheid spreken, en die Mijn Heilig Woord hoog houden – ondanks tegenkanting van jullie – zullen jullie met Mij geconfronteerd worden.

Ik zal jullie dan vragen jullie woorden, jullie daden en jullie handelingen tegen Mij te rechtvaardigen. Je kunt nooit zeggen dat jullie voor Mij zijn wanneer jullie tegen Mij vechten door Mijn Woord, aan jullie gegeven uit de Barmhartigheid van God, Die nooit vermoeid is in Zijn Zoektocht om jullie zielen te redden.

 

WANNEER JULLIE DE GAVE VAN PRIVATE OPENBARING WERD GEGEVEN HEBBEN JULLIE HET RECHT OM DEZE TE ONDERSCHEIDEN. MAAR JULLIE HEBBEN NIET DE BEVOEGDHEID OM ANDEREN TE OORDELEN OF HEN SCHADE TE BEROKKENEN, ZELFS AL KOMEN ZE NIET VAN MIJ. IK, JEZUS CHRISTUS, HEB HET KENBAAR GEMAAKT DAT DE MENS NIET HET RECHT HEEFT ENIG ANDERE ZIEL TE OORDELEN.

ALS JULLIE MIJ TARTEN, EN ZELFS ALS JE WROK KOESTERT TEGEN VALSE PROFETEN, ZAL IK JULLIE OORDELEN EN JULLIE STRAFFEN, NET ALS JULLIE DEGENEN STRAFTEN DIE JULLIE HAATTEN. JULLIE KUNNEN GEEN ANDERE PERSOON HATEN IN MIJN NAAM. ALS JULLIE EEN ANDERE PERSOON HATEN DAN DOEN JULLIE DIT IN DE NAAM VAN SATAN.

IK ZAL JULLIE ONGERECHTIGHEDEN WEGWASSEN ENKEL WANNEER JULLIE KOMEN EN MIJ SMEKEN OM JULLIE TE VERLOSSEN VAN DERGELIJKE ZONDE. MAAR VELEN ONDER JULLIE ZULLEN DIT NOOIT DOEN WANT JULLIE HEBBEN JEZELF BOVEN MIJ GEPLAATST, EN DAARVOOR ZULLEN JULLIE LIJDEN.

LAAT NIET EEN PERSOON ONDER JULLIE VERKLAREN DAT EEN ANDERE ZIEL VAN DE BOZE KOMT, WANT HIJ, SATAN SCHEPT PLEZIER IN DEGENEN DIE ZICH SCHULDIG MAKEN AAN DEZE FOUT. NIET EEN ONDER JULLIE IS ZO VRIJ VAN ZONDE DAT JULLIE DERGELIJK OORDEEL KUNT VELLEN.

 

Hij die van Mij is en die Mij werkelijk kent, zou nooit een andere ziel minachten in Mijn Naam.

 

Jullie Jezus

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Woorden van God de Vader 

 

Mijn zeer geliefde dochter, houd van Mij en weet dat Ik al Mijn kinderen liefheb en koester. Weet echter ook dat Mijn Gerechtigheid moet gevreesd worden. Laat niet een mens onder jullie onwetend zijn van Mijn Gerechtigheid want het zal ontketend worden als een in angstaanjagende storm en het zal degenen die Mijn Barmhartigheid weigeren wegvagen.

 

MIJN WOEDE IS ONGEKEND DOOR VELEN, MAAR WEET DIT. ALS EEN MENS DIE MIJ KENT DE HEILIGE GEEST BELASTERT ZAL IK  HEM NOOIT VERGEVEN. NIETS KAN OF ZAL DIT FEIT VERANDEREN, WANT ZO’N MENS HEEFT ZIJN EIGEN LOT GEKOZEN EN ER KAN GEEN VERZOENING ZIJN. AAN DE MENS DIE TEGEN MIJ OPKOMT EN HET NEMEN VAN LEVEN RECHTVAARDIGT, WEET DAT ZIJN EIGEN LEVEN ZAL GENOMEN WORDEN DOOR MIJ.

ALS EEN MENS ZIJN ZIEL VERKOOPT AAN SATAN, KAN IK HET NIET TERUGNEMEN WANT HIJ WORDT EEN MET DE BOZE. WANNEER EEN MENS, DIE SPREEKT IN DE NAAM VAN MIJN ZOON JEZUS CHRISTUS, DE ZIELEN VAN DEGENEN DIE VAN MIJ ZIJN VERNIETIGT, ZAL HIJ DOOR MIJ VOOR EEUWIG VERWORPEN WORDEN. VREES NU MIJN TOORN, WANT IK ZAL ELKE ZIEL STRAFFEN DIE MIJN WIL TOT HET EINDE TART.

 

Jullie moeten niet de Tweede Komst van Mijn Zoon vrezen want dit is een Geschenk. Jullie moeten ook geen lijden vrezen dat jullie kunnen te doorstaan krijgen voor die dag want dit zal een kort leven beschoren zijn. Vrees enkel voor de zielen van degenen die Ik niet kan redden en die geen verlangen hebben om zich te redden. Zij zijn de zielen die weten dat Ik besta maar die in de plaats Mijn vijand over Mij kiezen. Ik zal tussen komen op vele manieren om degenen te redden die Mij helemaal niet kennen.

 

IK ZAL DE ZIELEN VAN DEGENEN UITKLEDEN DIE ELKE WET DIE IK INGESTELD HEB TARTEN EN ZE ZULLEN DE PIJN VAN DE HEL EN HET VAGEVUUR MOETEN VERDRAGEN OP DEZE AARDE.

 

Daardoor zullen ze gezuiverd worden en ze zullen Mij dankbaar zijn om hen nu deze Barmhartigheid te betonen. Ze kunnen dit veel beter nu te verdragen krijgen dan voor eeuwig te lijden in vereniging met de boze. Jullie moeten nooit Mijn Wegen in vraag stellen, omdat al wat Ik doe voor het goed van Mijn kinderen is, zodat ze bij Mij kunnen zijn voor een leven van Eeuwige Glorie.

Mijn straf die ik op de mens doe neerkomen, doet Mij pijn. Het breekt Mijn Hart maar het is noodzakelijk. Al deze pijn zal vergeten zijn en licht zal de duisternis vernietigen. De duisternis zal niet langer zijn vreselijke vloek op Mijn kinderen richten. Ik zeg jullie dit want jullie worden in een vreselijke duisternis geleid door het bedrog van de duivel. Tenzij Ik jullie informeer over de gevolgen zullen jullie geen toekomst hebben in Mijn Paradijs. Hoe vlug is alle herinnering aan Mijn Geboden vergeten. Hoe vlug valt de mens uit Genade wanneer hij Mijn Woord niet hoog houd.

 

 

Jullie geliefde Vader

 

God de Allerhoogste

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Advertenties

De verschijningen aan Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De verschijningen

 

 

saint_padre_pio_postcard_004-p239242458678405622baanr_400

 

 

 

De kleine Francesco kende verschijningen van toen hij kind was. Hij geloofde dat het iedereen overkwam en sprak er niet over. Engelen, heiligen en zelfs Jezus en de Maagd Maria verschenen aan hem. Soms had hij ook verschijningen van duivels. In de laatste dagen van december 1902, terwijl hij mediteerde over zijn roeping, had Francesco weer een verschijning.

Zijn biechtvader beschreef vele jaren later deze verschijning als volgt: “Francesco had een verschijning, gevolgd door een echt gevecht met de duivel. Verschillende keren kon hij de vijand van de zielen verslaan, voorkomend dat deze zijn klauwen in de zielen zou slaan.” Op een avond had Francesco zich teruggetrokken in een kamer op het gelijkvloers van het convent. Hij lag uitgestrekt op een bed, toen een zeer mooie stralende man met koninklijke allures aan hem verscheen.

De man nam hem bij de hand en zei: “volg mij: het ogenblik is gekomen om de onvermoeibare strijder aan te vallen.” Francesco werd toen naar buiten gebracht, naar een plaats te midden van een menigte mensen verdeeld in twee groepen: een groep mannen met zeer mooie gezichten, in schitterend witte klederen getooid en een andere groep mannen die er afstotend uitzagen, gekleed in zwarte gewaden, donker als de duisternis.

Francesco zag een grote man komen met een verschrikkelijk afstotend gezicht en zo groot dat hij bijna tot aan de wolken kwam. De man die verschenen was aan Francesco, gaf hem het bevel het tegen het weerzinwekkende personage op te nemen. Francesco vroeg om beschermd te worden tegen de woede van dat monster, maar de man weigerde: “onmogelijk: je moet met hem vechten.

Heb moed, doe het in vertrouwen, vecht dapper, wetende dat ik vlak bij jou ben, dat ik je zal bijstaan en dat ik niet zal toestaan dat hij jou overwint.” Het gevecht was verschrikkelijk. Maar geholpen door de aan hem verschenen man, overwon Francesco het kwade. Verplicht te vluchten, trok het weerzinwekkende wezen zich terug achter de groep angstaanjagende mannen, onder luid geroep, gevloek, getier en oorverdovende kreten.

De groep in het wit gekleed applaudisseerde en loofde de man die Francesco bijgestaan had in dit vreselijke gevecht. De stralende man zette op het hoofd van Francesco een kroon van onbeschrijfelijke schoonheid. Maar bijna onmiddellijk nam hij hem de kroon weer af en zei: “ik heb voor jou een andere kroon, nog veel mooier dan deze, als je blijft strijden tegen diegene die je net overwonnen hebt.

Want hij zal altijd terugkomen. Je zult moedig vechten, zonder aan mijn hulp te twijfelen, zonder je bang te laten maken door zijn aanwezigheid. Ik zal vlak bij jou zijn en jou altijd bijstaan, zodat je over hem kunt triomferen.

 

 

 

Op zekere avond was pater Pio aan het rusten op de benedenverdieping van het klooster in een kamer die gebruikt werd als gastenverblijf. Hij was alleen en had zich pas op het veldbed neergelegd toen plots een man verscheen, gehuld in een zwarte cape. De verbaasde pater Pio stond op en vroeg de persoon wie hij was en wat hij wou. De onbekende antwoordde dat hij een ziel was uit het vagevuur.

“Ik ben Pietro Di Mauro. Ik ben omgekomen in een brand op 18 september 1908 in dit klooster, dat na de onteigening van de kerkelijke goederen als bejaardentehuis werd ingericht. Ik stierf in de vlammen op mijn strozak, verrast in mijn slaap, uitgerekend in deze kamer. Ik kom uit het vagevuur: de Heer heeft me toegestaan jullie te komen vragen jullie heilige mis van morgenochtend ter intentie van mij op te dragen.

Dankzij deze mis zal ik het paradijs kunnen binnengaan.” Pater Pio verzekerde de onbekende dat hij zijn mis voor hem zou opdragen… Pater Pio vertelt: “Ik wilde hem naar de poort van het klooster vergezellen. We kwamen buiten op het kerkplein en pas toen de man, die naast me liep, daar plotseling verdween werd ik me ervan bewust dat ik met een overledene gesproken had. Ik moet bekennen dat ik het klooster behoorlijk geschrokken terug ben binnengegaan.

Aan pater Paolino da Casacalenda, de overste van het klooster, voor wie mijn opwinding niet onopgemerkt was gebleven, vroeg ik de toelating om de mis op te dragen ter intentie van die ziel. Natuurlijk had ik hem eerst al het gebeurde verteld.” Enkele dagen later wilde de nieuwsgierig geworden pater Paolino het een en ander controleren en hij begaf zich naar het bevolkingsbureau van de gemeente San Giovanni Rotondo.

Hij vroeg en kreeg de toelating het overlijdensregister van het jaar 1908 te raadplegen. Het verhaal van pater Pio klopte met de werkelijkheid. In het register dat betrekking had op de overlijdens van de maand september vond pater Paolino de voornaam, de familienaam en de doodsoorzaak: “Op 18 september 1908 overleed Pietro di Mauro, zoon van wijlen Nicola, in de brand van het bejaardentehuis”.

 

 

 

Mevrouw Cleonice Morcaldi van San Giovanni Rotondo, een geestelijke dochter die de pater zeer dierbaar was, kreeg een maand vóór de dood van haar moeder, van pater Pio bij het einde van een biecht te horen: “Vanavond is je mama in de hemel, ik heb haar gezien terwijl ik de mis aan het lezen was”.

 

 

 

Ook werd het volgende voorval door pater Pio aan pater Anastasio verteld. “Op een avond, terwijl ik alleen in het koor aan het bidden was, hoorde ik het geritsel van een monnikspij en zag een jonge confrater druk doende aan het hoofdaltaar alsof hij de kandelaars afstofte en de bloemenvazen op hun plaats zette. Overtuigd dat het frater Leone was die het altaar in orde bracht en omdat het tijd was voor het avondeten ging ik aan de balustrade staan en zei hem: “Frater Leone, ga eten, het is nu niet het ogenblik om het altaar af te stoffen en in orde te brengen”.

Maar een stem die niet die van frater Leone was antwoordde me: “Ik ben frater Leone niet!” “Wie ben je dan?”, vroeg ik. “Ik ben een medebroeder van jullie die hier het noviciaat gedaan heeft. De gehoorzaamheid verplichtte me het hoofdaltaar zuiver en in orde te houden tijdens het proefjaar. Helaas, meerdere keren had ik te weinig eerbied tegenover Jezus in het heilig Sacrament door het Allerheiligste, dat in het tabernakel bewaard wordt, niet te groeten als ik voorbij het altaar kwam.

Door deze ernstige nalatigheid ben ik nog altijd in het vagevuur. Nu stuurt de Heer mij in zijn oneindige goedheid naar jullie omdat jullie moeten vaststellen tot wanneer ik zal moeten lijden in deze vlammen van liefde. Ik vertrouw op jullie…” – “Ik die dacht grootmoedig te zijn tegenover die lijdende ziel riep uit: “Je zal daar blijven tot aan de mis in het klooster morgenochtend.”

De ziel schreeuwde: “Wreedaard! Daarna slaakte ze een gil en verdween”. Deze jammerkreet veroorzaakte een wonde in mijn hart die ik mijn ganse leven zal voelen. Door de goddelijke volmacht had ik deze ziel onmiddellijk naar het paradijs kunnen zenden maar ik veroordeelde ze om nog een nacht in de vlammen van het vagevuur te blijven.”

 

 

 

Pater Pio had bijna dagelijks verschijningen, zoveel dat dit de kapucijner monnik toeliet tegelijkertijd in twee werelden te leven: een zichtbare en een onzichtbare bovennatuurlijke.

 

 

 

 

Pater Pio deelde in de brieven aan zijn geestelijke leider enkele van zijn ervaringen mee. In zijn brief van 7 april 1913 aan pater Agostino schreef hij: “Vrijdagmorgen was ik nog in bed toen Jezus aan mij verscheen. Hij was erg toegetakeld en verminkt. Hij toonde me een grote menigte reguliere en seculiere priesters waaronder verschillende kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders waarvan er een aan het celebreren was, een andere zijn priestergewaden aantrok en weer een andere zijn priestergewaden uitdeed.

Het zien van de kommervolle Jezus deed me veel pijn. Daarom wilde ik Hem vragen waarom Hij zoveel leed. Hij gaf geen antwoord. Echter, zijn blik leidde me naar de priesters en kort daarna, bijna met afschuw vervuld en alsof Hij vermoeid was van het kijken, wendde Hij zijn blik ervan af en wanneer Hij hem naar mij richtte zag ik twee tranen van zijn wangen rollen.

Hij verwijderde zich van deze bende priesters met een uitdrukking van grote walging op zijn gelaat en riep hen toe: “Beenhouwers!” En naar mij gekeerd zei Hij: “Geloof niet dat mijn doodsstrijd slechts drie uur geduurd heeft, nee. Ik zal omwille van de zielen, voor wie Ik zoveel gedaan heb, in doodsstrijd zijn tot het einde van de wereld. Gedurende de doodsstrijd, mijn zoon, is er geen behoefte aan slaap. Mijn ziel heeft dorst naar enkele druppels menselijk medelijden, maar ach, ze laten me alleen onder het gewicht van de onverschilligheid.

De ondankbaarheid en de apathie van mijn priesters maken mijn doodsstrijd nog zwaarder. Ach, ze beantwoorden mijn liefde zo slecht! Wat mij het meest bedroefd maakt is dat ze niet alleen onverschillig zijn maar bovendien ook minachting hebben en ongelovig zijn. Hoe vaak stond Ik niet op het punt hen neer te bliksemen als Ik niet was tegengehouden door de engelen en de zielen die heel veel van me houden…

Schrijf naar je vader en vertel hem wat je vanmorgen gezien hebt en van Mij gehoord hebt. Zeg hem dat hij je brief aan pater provinciaal toont…” Jezus sprak nog verder maar wat Hij zegde zal ik nooit kunnen onthullen aan een schepsel van deze wereld”.

 

 

Brief van 13 februari 1913 aan Pater Augustino: Jezus blijft mij herhalen: “…Vrees niet als ik je doe lijden, ik zal je ook de kracht geven. Ik verlang dat je ziel, dank zij het dagelijks martelaarschap in het verborgene, uitgezuiverd en op de proef gesteld wordt; schrik niet van mij als ik aan de duivel toelaat je te kwellen en aan de wereld toelaat je te doen walgen, want niets zal hen deren die zuchten onder het Kruis omwille van mijn liefde en hen die ik besloten heb te beschermen.

 

 

Brief van 18 november 1912 aan pater Augustino: “…Jezus, zijn geliefde Moeder, de kleine Engel met de anderen, gaan door mij te bemoedigen en laten niet na mij te herhalen, dat het slachtoffer al zijn bloed moet vergieten om slachtoffer genoemd te worden.”

 

 

Brief van 12 maart 1913 aan Pater Augustino: … Ik heb aanhoord, mijn vader, de gerechtvaardigde klachten van onze zoete Jezus: “Met hoe grote ondankbaarheid wordt Mijn liefde door de mensen vergolden! Ik zou door hen minder beledigd zijn, als Ik ze minder bemind had. Mijn Vader wil niet langer geduld met hen hebben. Ik zou willen ophouden hen te beminnen, maar… (en hier zwijgt Jezus en zucht, en daarna herneemt Hij) maar helaas, Mijn Hart is gemaakt om te beminnen!

Gemeen en lamlendig doen de mensen geen enkele inspanning om zichzelf te overwinnen in de bekoringen, ja, zij hebben zelfs plezier in hun ongerechtigheid. Mijn meest beminde zielen schieten tegenover Mij tekort, wanneer zij op de proef worden gesteld; de zwakken geven zich over aan ontmoediging en wanhoop, terwijl de sterken langzaam aan verslappen. Zij laten Mij in de kerken alleen in de nacht, alleen overdag.  Zij hebben geen zorg meer voor het sacrament van het altaar; men praat nooit meer over dit liefdessacrament; en zelfs diegenen die erover praten, doen het helaas met onverschilligheid en koudheid.

Mijn Hart wordt vergeten, niemand heeft nog zorg voor Mijn liefde; steeds wordt Mij leed aangedaan. Mijn huis is voor velen een theater van amusement geworden; ook Mijn bedienaren, die Ik altijd met voorkeursliefde beschouwd heb, die Ik bemind heb als Mijn oogappels; zij zouden Mijn Hart, dat vol bitterheid is, moeten vertroosten; zij zouden Mij moeten helpen bij de verlossing der zielen, in plaats daarvan, wie zou het kunnen geloven, moet Ik van hen ondankbaarheid en miskenning ontvangen.

Ik zie, mijn zoon, dat velen van hen… (en hier zweeg Hij, snikken snoerden Hem de keel dicht, Hij schreide in stilte)… Mij huichelachtig verraden met heiligschennende communies, terwijl zij het licht en de kracht, die Ik hun voortdurend geef, vertrappen.”

 

 

Brief aan pater Benedetto van 17 december 1917: … “Tijdens een van de bezoeken die Jezus mij dezer dagen heeft gebracht, vroeg ik Hem met nog meer aandrang dat Hij medelijden zou hebben met de arme landen die zó beproefd worden door de ellende van de oorlog en dat zijn rechtvaardigheid eindelijk zou wijken voor zijn barmhartigheid. Vreemd genoeg antwoordde Hij enkel met een handgebaar dat betekende: rustig, rustig… ‘Maar wanneer?’, voegde ik eraan toe. Zijn gelaat werd ernstig, om zijn mond verscheen een lichte glimlach, Hij richtte zijn blik even op mij en zonder een woord te zeggen nam Hij afscheid van mij.”

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

Waarom laat God de duivel mensen kwellen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Als u het lijden van een ander kon verlichten, dan zou u dat vast doen. Reddingswerkers haasten zich vaak naar de plaats van een natuurramp om lijden te verlichten en het leven van volslagen onbekenden te redden. Iemand zou zich daarom kunnen afvragen: waarom bevrijdt God ons eigenlijk niet van de Duivel, die verantwoordelijk is voor onnoemelijk veel menselijk leed?

Die vraag zou beantwoord kunnen worden aan de hand van een illustratie over een belangrijke rechtszaak. De moordenaar, die wanhopig probeert het proces stil te leggen, beweert dat de rechter zijn gezag in de rechtbank op een oneerlijke manier uitoefent. Hij zegt zelfs dat de rechter getuigen heeft omgekocht. Daarom worden er talloze extra getuigen aan het woord gelaten.

De rechter weet dat de uitgebreide procedures veel moeite gaan kosten en hij wil graag dat de zaak zonder onnodig uitstel afgehandeld wordt. Tegelijkertijd beseft hij dat als hij tot een oordeel wil komen dat een precedent schept voor mogelijke toekomstige zaken, beide partijen voldoende tijd moeten krijgen om hun kant van het geschil te laten horen.

Om tot een oordeel te komen dat een moreel precedent schept, moeten beide partijen voldoende tijd krijgen om hun kant van het geschil te laten horen.

Wat heeft deze illustratie te maken met een beschuldiging die de Duivel, ook „draak”, „slang” en „Satan” genoemd, inbracht tegen God, ’de Allerhoogste over heel de aarde’? (Openbaring 12:9 ; Psalm 83:18) Wie is de Duivel eigenlijk? Waarvan heeft hij God beschuldigd? En wanneer zal God zich van hem ontdoen?

 

 

De Alfa en de Omega : strijd met de duivel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Er wordt een moreel precedent geschapen

 

Oorspronkelijk was degene die de Duivel werd een volmaakt geestelijk schepsel, een van Gods engelen (Job 1:6, 7). Hij maakte zichzelf tot de Duivel toen hij geobsedeerd raakte door een egoïstisch verlangen naar aanbidding door mensen. Daarom trok hij Gods recht om te regeren in twijfel en insinueerde hij zelfs dat God het niet verdient gehoorzaamd te worden. Hij beweerde dat mensen God alleen dienen wanneer ze met zegeningen omgekocht worden. Volgens Satan zouden alle mensen hun Schepper „vervloeken” als ze te maken kregen met moeilijkheden (Job 1:8-11; 2:4, 5).

Om die beschuldigingen van Satan te weerleggen, was een simpel machtsvertoon niet voldoende. Als Satan meteen was terechtgesteld, zou dat voor sommigen misschien zelfs een aanwijzing zijn geweest dat hij gelijk had. Daarom ondernam God, die absolute autoriteit bezit, gerechtelijke stappen om die kwesties in de geest van alle toeschouwers op te lossen.

God gaf aan dat er, in overeenstemming met zijn beginselen en met volmaakte gerechtigheid, door beide partijen getuigen zouden worden opgeroepen om een ondersteunende verklaring af te leggen van hun kant van de controverse. In de toegestane tijd hebben Adams nakomelingen de gelegenheid gekregen te leven en bij te dragen aan dit getuigenis ten gunste van God door hem uit liefde trouw te blijven ondanks moeilijkheden.

 

 

 

Hoe lang duurt het nog?

 

God is zich er sterk van bewust dat het lijden van mensen voortduurt terwijl deze gerechtelijke stappen plaatsvinden. Maar hij is vastbesloten de zaak zo snel mogelijk af te handelen. De Bijbel beschrijft hem als „de Vader der tedere barmhartigheden en de God van alle vertroosting” (2 Korinthiërs 1:3).

Het is duidelijk dat „de God van alle vertroosting” de Duivel niet langer zal laten leven dan nodig is, en ook niet zal toelaten dat de gevolgen van zijn invloed blijven bestaan. Aan de andere kant zal Hij de Duivel niet vroegtijdig vernietigen, dus niet voordat de universele rechtszaak volledig ten einde is.

Wanneer de kwesties ten slotte opgelost zijn, zal Gods recht om te regeren volledig gerechtvaardigd zijn. Het rechtsgeding tegen Satan zal tot in alle eeuwigheid als toetssteen dienen. Als iemand dat recht om te regeren ooit weer zou aanvechten, kan er naar Satans voorbeeld verwezen worden als een precedent dat niet herhaald hoeft te worden.

Te zijner tijd zal God zijn Zoon Jezus opdracht geven de Duivel te verwijderen en alles wat hij veroorzaakt heeft ongedaan te maken. De Bijbel heeft het over een tijd waarin Jezus „het koninkrijk aan zijn God en Vader overdraagt, wanneer hij alle regering en alle autoriteit en kracht heeft tenietgedaan. Want hij moet als koning regeren totdat God alle vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. Als laatste vijand wordt de dood tenietgedaan” (1 Korinthiërs 15:24-26).

Gelukkig belooft de Bijbel dat er wereldwijd paradijselijke omstandigheden zullen zijn. In overeenstemming met Gods oorspronkelijke bedoeling zullen mensen in een vredig paradijs leven! Psalm 37:11 zegt: „De zachtmoedigen  zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede.” En in vers 29 staat: „De rechtvaardigen, die zullen de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven.”

Sta eens stil bij het prachtige vooruitzicht dat de Bijbel schetst voor Gods aanbidders: „Zie! De tent van God is bij de mensen, en hij zal bij hen verblijven, en zij zullen zijn volken zijn. En God zelf zal bij hen zijn. En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan” (Openbaring 21:3, 4).

 

 

 

 

 

 

De houding tegenover leven en oorlog volgens de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Houding tegenover leven en oorlog

 

 

MasJid-kubah-Emas-islam-34673287-750-724

 

 

Recht op leven

 

 

In zijn afscheidsrede zei Profeet Mohamed:

«Jullie levens en bezittingen zijn voor elkaar verboden tot jullie bij de Heer komen op de Dag van de Wederopstanding.»

 

De Koran stelt

 

« “… dat jullie niemand mogen doden – wat God verboden heeft – behalve volgens het recht… » (Koran 6:151)

en

« “… dat wie iemand doodt anders dan voor doodslag en verderf zaaien op de aarde, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood en dat wie iemand laat leven, het is alsof hij de hele mensheid gezamenlijk heeft laten leven » (Koran 5:32)

 

 

Dergelijke verzen bestaan uit twee gedeelten:

 

een gedeelte dat het recht op leven als heilig en onschendbaar definieert.

 

Dit slaat op de gedeelten “dat jullie niemand mogen doden, wat God verboden heeft” en “wie iemand anders doodt, …, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood”.Een mensenleven is heilig en onschendbaar, zonder onderscheid van ras, geloof, afkomst, nationaliteit, of wat dan ook. De islam kent dit recht niet alleen aan moslims maar ook aan niet-moslims toe:

«“Iemand die een Dhimmi doodt, zal zelfs niet de geur van het Paradijs ruiken.”» (gemeld door At-Tabarani in Al-Awsat)

 

 

 

een gedeelte waarin een aantal uitzonderingen ingeschreven worden op het recht op leven.

 

Dit slaat op de gedeelten “behalve volgens het recht” en “anders dan voor doodslag en verderf zaaien op aarde”Er is niets vreemd aan dergelijke bepalingen, ook de Belgische wet omschrijft een aantal omstandigheden waarin doden niet bestraft wordt, zoals bij wettige zelfverdediging en in de krijgswet.

In de islam is dat niet anders. Zonder deze bepalingen zou een moslim die oog in oog staat met een moordenaar zich niet mogen verweren, zou een soldaat op een slagveld zich niet mogen verweren. Het is juist middels dergelijke bepalingen dat de Koran er op toe zit dat het recht op leven gerespecteerd wordt en dat mensen het recht niet in eigen handen kunnen nemen om willekeurig, wetteloos, anderen te doden. Want dat is moord en wordt uiteraard wel bestraft.

 

« En zij die naast God geen andere god aanroepen en die niemand doden – wat God verboden heeft – behalve volgens het recht (…) ; wie dat doet zal een straf moeten ondergaan.» (Koran 25: 68)

 

Hoe zwaar de Koran tilt aan het onwettig doden werd duidelijk uit het hoger geciteerd vers 5:32 waarin het onwettig doden van een mens gelijkgesteld wordt aan het uitroeien van de hele mensheid. Vers 5:32 preciseert met name wat onwettig doden inhoudt: “doodslag en verderf zaaien op de aarde”. Met dit laatste wordt onder meer terrorisme bedoeld. Dergelijke verzen maken het dus mogelijk diegenen die verderf zaaien en onschuldige mensen doden, met de doodstraf te bedenken.

 

 

Dezelfde logica wordt toegepast in de islamitische dierenrechten: het leven van dieren wordt als heilig omschreven. De algemene regel is dat dieren recht op leven hebben en dat hun leven heilig en onschendbaar is.

Daarop worden een aantal uitzonderingen op toegestaan, zoals het doden van dieren voor voedsel om de nood aan voedsel te lenigen (waarbij aan nog een hele reeks andere bepalingen moet voldaan zijn: het dier moet een waardig emotioneel, fysisch en sociaal leven gehad hebben en moet op wettige, dit wil in essentie zeggen ‘pijnloze’ manier gedood worden, het voedsel dat daaruit resulteert mag niet verspild worden enz.).

In die wettige omstandigheden mag het dier niet gedood worden alvorens de woorden “in de naam van God, de Barmhartige” uit te spreken, waarmee de mens nogmaals in herinnering gebracht wordt dat het onwettig doden een zwaar vergrijp is. Het niet-wettig doden van een dier wordt immers gerekend tot de hoofdzonden. Als het leven van een dier al zo sterk beschermd wordt, hoe sterk wordt dan niet het leven van mensen beschermd.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Het paradijs volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Moslims geloven dat God Adam en Eva hun zonde vergaf. Zij geloven dus niet in de Erfzonde. Volgens de islam wordt elk kind geboren als een blanco blad, zonder zonde. Wanneer een mens gedurende zijn leven leeft volgens de leidraad van God kan hij naar het paradijs gaan. Wanneer zijn gedrag strijdig is met de boodschap aan de profeten en dus met de leidraad die God zelf gaf kan men naar de hel gaan, tenzij men berouw betoont en God hem vergeeft.

 

 

Allah wil je in het Paradijs zien

 

 

Het verwerven van het eeuwig leven in de paradijselijke tuinen is volgens de islam dus niet zozeer afhankelijk van de naam van het geloof waartoe men behoort, maar wel van hoe men zich gedraagt tegenover andere mensen, de dieren en het milieu.

Elk mens is volledig verantwoordelijk voor eigen gedrag, en zal daarop beoordeeld worden. Elk mens is ook vrij in zijn keuze van hoe hij zich tegenover God verhoudt. In die zin schrijft elk mens het scenario van de eigen oordeelsdag, wanneer men zich tegenover God zal moeten verantwoorden.

Het criterium waartegenover het gedrag zal beoordeeld worden, is het Woord van God, zoals het door de Profeten werd verkondigd. Volgens de islam kenmerkt een gelovige zich door naastenliefde, het delen van de eigen welvaart met de behoeftigen,  het bewandelen van de middenweg en schuwen van extremen,  het doen van goede werken,  verantwoordelijkheidszin, nederigheid, trouw aan een gegeven woord, oprechtheid, waarachtigheid, vergevingsgezindheid,  werklust, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, verzoeningsgezindheid, het vermijden van conflicten, hulpvaardigheid,  het afwijzen van hoogmoed, onrecht, racisme en afgunst, geduld en respect voor de anderen en voor hun geloofsovertuiging enz.

Dit zijn een paar van de houdingen en gedragingen waarmee men in het leven de weg effent naar het paradijselijke hiernamaals wat neerkomt op het uitdragen van een hoogstaand moreel gedrag. Deze idealen uit de Koran en de Sunnah zijn dezelfde als deze welke in de Bijbel vermeld worden. Een jood of een christen die volgens de Bijbel leeft kan dus volgens de islam naar het paradijs gaan, terwijl een moslim die zich misdraagt in de hel kan terechtkomen.

 

“Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de christenen en de sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)

Dat volgens de islam ook christenen of joden naar het paradijs kunnen gaan, hangt samen met het islamitisch geloof dat zij allemaal in dezelfde ene God geloven die in het Hebreeuws Jahweh genoemd wordt en in het Arabisch Allah (zoals hij in het Frans Dieu genoemd wordt en in het Nederlands God).

 

 

 

De Koran moedigt christenen aan om te leven volgens de Evangeliën,

moedigt joden aan te leven volgens de Thora

 

“En wij hebben de Thora neer gezonden met een leidraad erin en een licht, waarmee de profeten die zich [aan God] overgeven oordeel vellen voor hen die het jodendom aanhangen.  Vreest dan de mensen niet maar vreest Mij en verkwanselt Mijn tekenen niet. En wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neer gezonden, dat zijn de ongelovigen.” (Koran 5:44)
“En wij hebben Jezus, de zoon van Maria, in hun spoor laten volgen als bevestiger van wat er van de Thora voor zijn tijd al was. Wij gaven hem de Evangeliën met een leidraad erin en een licht ter bevestiging van wat de Thora voor zijn tijd al was en als een leidraad en een aansporing voor de Godvrezenden. En laten de mensen van de Evangeliën oordeel vellen volgens wat God heeft neer gezonden. En wie dat niet doen, dat zijn de verdorvenen.” (Koran 5:46-47)

Ter vergelijking: het christendom gelooft dat alleen christenen naar de hemel zullen gaan. Het verwerven van het Eeuwig Leven vereist volgens het christendom dat men zich bekeert tot volgeling van Jezus. Dit komt omdat christenen geloven in de erfzonde (volgens het christendom heeft God Adam en Eva nooit hun zonde vergeven, zodat elk kind zondig – als drager van de erfzonde – geboren wordt).

Omdat christenen geloven dat de verlossingsdood van Jezus deze erfzonde en dus alle daarop gebaseerde zonden ongedaan gemaakt heeft voor zijn volgelingen, kunnen alleen christenen naar het paradijs en is missioneringswerk zo belangrijk om zielen te redden.

Moslims geloven echter dat elk kind zonder zonden geboren wordt en dat elk mens die vroom is en goede daden stelt  tot het paradijs toegelaten kan worden. Daarbij zijn moslims slechts overbrengers van de Boodschap. Het is moslims ten zeerste verboden om anderen te dwingen zich tot de islam te bekeren.

Overigens is daar theologisch  geen dwingende reden toe vermits volgens de islam ook niet-moslims naar de hemel kunnen gaan. In de islam gebeurt de beoordeling op Oordeelsdag, niet op basis van de kerkgemeenschap waartoe men behoort, maar op basis van de vroomheid, het gedrag en de intenties voor dat gedrag.

De islam benadrukt herhaaldelijk het belang van waarachtigheid, in die mate dat de diepste putten in de hel voorbehouden worden voor de ‘hypocrieten”. Volgens de koran zijn dat moslims die beweren dat zij gelovig zijn, maar wiens daden dit tegenspreken. Het zijn moslims die het ene zeggen en het andere doen.

 

“De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur

en jij zal voor hen geen helper vinden.” (Koran 4:145)

 

 

 

voorpagina openbaring a4
.
.
.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

.

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

                                             

Hoe staat de Koran tegenover leven en oorlog?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 Recht op leven

 

 

Mohammed

Mohammed

 

 

In zijn afscheidsrede zei Profeet Mohamed:

 

«Jullie levens en bezittingen zijn voor elkaar verboden tot jullie bij de Heer komen op de Dag van de Wederopstanding.»

 

 

De Koran stelt:

 

« “… dat jullie niemand mogen doden – wat God verboden heeft – behalve volgens het recht… » (Koran 6:151)
en
« “… dat wie iemand doodt anders dan voor doodslag en verderf zaaien op de aarde, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood en dat wie iemand laat leven, het is alsof hij de hele mensheid gezamenlijk heeft laten leven » (Koran 5:32).

 

 

Dergelijke verzen bestaan uit twee gedeelten

.

 a : een gedeelte dat het recht op leven als heilig en onschendbaar definieert

 

Dit slaat op de gedeelten “dat jullie niemand mogen doden, wat God verboden heeft” en “wie iemand anders doodt, …, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood”.

 

Een mensenleven is heilig en onschendbaar, zonder onderscheid van ras, geloof, afkomst, nationaliteit, of wat dan ook. De islam kent dit recht niet alleen aan moslims maar ook aan niet-moslims toe.

 

«”Iemand die een Dhimmi doodt, zal zelfs niet de geur van het Paradijs ruiken.”» 

 

 

b : een gedeelte waarin een aantal uitzonderingen ingeschreven worden op het recht op leven

 

Dit slaat op de gedeelten “behalve volgens het recht” en “anders dan voor doodslag en verderf zaaien op aarde” .

 

Er is niets vreemd aan dergelijke bepalingen, ook de Belgische wet omschrijft een aantal omstandigheden waarin doden niet bestraft wordt, zoals bij wettige zelfverdediging en in de krijgswet. In de islam is dat niet anders. Zonder deze bepalingen zou een moslim die oog in oog staat met een moordenaar zich niet mogen verweren, zou een soldaat op een slagveld zich niet mogen verweren.

Het is juist middels dergelijke bepalingen dat de Koran er op toe ziet dat het recht op leven gerespecteerd wordt en dat mensen het recht niet in eigen handen kunnen nemen om willekeurig, wetteloos, anderen te doden. Want dat is moord en wordt uiteraard wel bestraft.

Hoe zwaar de Koran tilt aan het onwettig doden werd duidelijk uit het hoger geciteerd vers 5:32 waarin het onwettig doden van een mens gelijkgesteld wordt aan het uitroeien van de hele mensheid. Vers 5:32 preciseert met name wat onwettig doden inhoudt: “doodslag en verderf zaaien op de aarde”. Met dit laatste wordt onder meer terrorisme bedoeld. Dergelijke verzen maken het dus mogelijk diegenen die verderf zaaien en onschuldige mensen doden, met de doodstraf te bedenken.

Dezelfde logica wordt toegepast in de islamitische dierenrechten: het leven van dieren wordt als heilig omschreven. De algemene regel is dat dieren recht op leven hebben en dat hun leven heilig en onschendbaar is. Daarop worden een aantal uitzonderingen op toegestaan, zoals het doden van dieren voor voedsel om de nood aan voedsel te lenigen.

In die wettige omstandigheden mag het dier niet gedood worden alvorens de woorden “in de naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige” uit te spreken, waarmee de mens nogmaals in herinnering gebracht wordt dat het onwettig doden een zwaar vergrijp is. Het niet-wettig doden van een dier wordt immers gerekend tot de hoofdzonden.  Als het leven van een dier al zo sterk beschermd wordt, hoe sterk wordt dan niet het leven van mensen beschermd.

 

 

Koran

Koran

 

 

 

Kaïn en Abel : het eerste geval van moord

 

Om de houding van de Koran tegenover moord te onderzoeken, gaan we terug naar het allereerste beschreven geval van geweldpleging door een mens op een mens: het relaas van Kaïn (Qabil) en Abel (Habil). De Koranische passage gaat als volgt:

 

« En lees hun de mededeling over de twee zonen van Adam naar waarheid voor. Toen zij een offer brachten en het van een van beiden werd aangenomen. En het werd van de ander niet aangenomen. Die zei: “Ik sla jou dood!”. Hij zei: “God neemt slechts de godvrezenden aan. Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren. Dat is de vergelding voor de onrechtplegers.” Toen zette hij zich ertoe aan om zijn broer te doden en hij doodde hem en zo ging hij tot de verliezers behoren. God zond toen een raaf die in de aarde scharrelde om hem te tonen hoe hij het lijk van zijn broer kon bedekken. Hij zei: “Wee mij! Ben ik niet in staat om zoals deze raaf te zijn en het lijk van mijn broer te bedekken?” Zo ging hij behoren tot hen die wroeging hebben.”» (Koran 5:27-31)

 

 

In dit relaas valt een merkwaardig verschil met het Bijbelse passage vast te stellen, met name dat Abel die door zijn broer Kaïn met de dood bedreigd wordt, zegt:

 

«Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren.» (Koran 5:28)

 

 

Wat wordt hier  bedoeld? Kaïn zal door het vermoorden van zijn broer naar de hel gaan. Door geen weerstand te bieden tegen zijn belager, worden de zonden van Abel door Kaïn meegenomen naar de hel, en is Abel verlost van zijn zonden. Zijn pacifistische houding wordt met andere woorden beloond met een volledige kwijtschelding van al zijn zonden.

Volgens de liberale strekking van de islam, kan men moeilijk een krachtiger pleidooi bedenken voor geweldloosheid en dus pacifisme. Pacifisme wordt in de Koran zeer krachtig beloond met vergeving van alle zonden en dus met een plaats in het paradijs.

Merk verder ook op hoe God hier een raaf stuurt om aan de mens te leren wat hij met een lijk moet doen. Mensen worden in de Koran niet opgevoerd als superieur aan de dieren, maar als soort tussen de soorten. In dit vers is een dier zelfs de leermeester van de mens.

 

 

clip_image0061

 

 

 

De Koranische oorlogsethiek en krijgswet

 

 

Inleidend

 

Niettegenstaande de pacifistische reactie beloond wordt, hecht de Koran ook ontzettend veel belang aan rechtvaardigheid en aan het beschermen van de rechtvaardige, tolerante maatschappij. Om die maatschappij te beschermen, is het in sommige nauwkeurig bepaalde omstandigheden toegestaan dat men naar de wapens grijpt. Ook daar is niets uitzonderlijk aan.

 

 

Wie beslist over oorlog en vrede?

 

Uiteraard kunnen individuele moslims of groepen of organisaties extremisten, net als in seculiere landen, niet over oorlog en vrede beslissen. In principe is het zo dat een beslissing om een oorlog te verklaren, alleen kan genomen worden door de leider (i.c. kalief) van een eengemaakte ummah (wereldwijde gemeenschap van alle moslims) die vandaag de dag niet eens bestaat.

In afwezigheid daarvan, zou een oorlog in principe kunnen verklaard worden bij consensus van representatieve en legitieme leiders die de steun van de grote meerderheid van de ummah genieten, mensen dus die wettelijk als leiders erkend zijn en op een brede basis kunnen rekenen.

 

 

Houding tegenover geweld en terrorisme

 

Het bovenstaande neemt niet weg dat er soms groepen zijn die geheel onrechtmatig naar de wapens grijpen. Dit kan dan ook als niets anders dan een crimineel feit (i.c. terrorisme) beschouwd worden. Terrorisme is niet uniek voor de islam. Integendeel zelfs, volgens een door Professor Robert Pape uitgevoerde studie, werd het merendeel van de terroristische zelfmoordaanslagen tussen 1980 en 2001 gepleegd door Tamil Tijgers, een marxistisch geïnspireerde seculiere groep die onder hindoes recruteert.

Zij zijn ook de bedenkers van de zelfmoordvest. Zelfmoordterrorisme is niet geloofsgebonden. Volgens Professor Pape heeft het alles te maken met de aspiraties van een groep die zich verzet tegen een buitenlandse aanwezigheid op grondgebied waar de groep zelf recht meent op te hebben. Wanneer die buitenlandse aanwezigheid een andere religie heeft, is de kans groter dat groepen die zich daar tegen verzetten, de religieuze kaart trekken om leden te ronselen.

Ze doen dat op hun eigen vertekende manier, want de koranische leer is zeer duidelijk: terrorisme is een misdaad die krachtig veroordeeld wordt. Dit wordt overigens ook keer op keer herhaald door tal van geleerden.

De tragische vergissing bestaat hierin dat de westerse publieke opinie de criminelen gelijkgesteld heeft aan de meerderheid van de islamitische bevolking. Tragisch, omdat dit precies is wat de terroristen willen. Zij willen een wig drijven tussen het Westen en de moslimwereld. Zij willen ook dat hun kijk op de zaken erkend wordt als enige juiste, wat door de moslimwereld ondubbelzinnig verworpen wordt.

Ook andere vormen van geweld dan terrorisme worden keer op keer weer door moslims en moslimleiders ondubbelzinnig en scherp afgekeurd en verworpen. Een voorbeeld waren de talloze verklaringen waarin moslimleiders het geweld naar aanleiding van de cartoonprotesten veroordeelden.

 

 

terrorisme

terrorisme

 

 

Alleen defensieve oorlog toegestaan

 

Vrede is de gewenste toestand, en geweld wordt afgekeurd. Maar zoals gezegd zijn er een paar zeer specifieke situaties waarin een oorlog toch gewettigd kan zijn. Een oorlog wordt in de regel alleen toegestaan om de vrede, en dus om de rechtvaardige, tolerante gemeenschap van de middenweg te beschermen. Dit wil zeggen dat de islam geen offensieve oorlog toestaat.

Enkel wanneer moslims aangevallen of onderdrukt worden, en wanneer alle andere mogelijkheden om de aanval af te slaan zoals het opstarten van vredesonderhandelingen op niets uitdraaien, mag men zich gewapenderwijze verzetten,en dan nog gelden zeer strikte regels. Geweld is steeds de allerlaatste optie.

Volgend vers legt uit wanneer fysische strijd toegestaan is:

 

«Aan hen die bestreden worden is [de strijd] toegestaan omdat hun onrecht is aangedaan; God heeft de macht hen te helpen, die zonder recht uit hun woningen verdreven zijn, alleen maar omdat zij zeggen: “Onze Heer is God” – en als God de mensen elkaar niet had laten weerhouden dan waren kluizenaarsverblijven, kerken, synagogen en moskeeën waarin Gods naam vaak genoemd wordt zeker verwoest. Maar God zal hen die Hem helpen zeker helpen; God is krachtig en machtig.» (Koran 22:39-40)

 

Dit vers geeft aan wanneer gewapend verzet mogelijk is:

  1. De vijandigheden moeten door anderen gestart worden tegen de gelovige moslims. Enkel moslims die “bestreden worden”, mogen zich verzetten. Het gaat dus om een defensieve oorlog, niet om een offensief.
  2. Er moet de moslims onrecht aangedaan zijn. Hierbij wordt expliciet het onrechtmatig verdrijven uit woningen vermeld.
  3. Het doel van de agressor moet de destructie van de islam en moslims zijn. Het vers verwijst naar godsdienstvervolging, waarbij moslims vervolgd worden enkel omdat zij zeggen dat ze in God geloven.
  4. Een oorlog is dus enkel toegestaan als verdediging tegen het onrecht dat veroorzaakt is door een aanval of bezetting, verdrukking of godsdienstvervolging. Daarbuiten, is gewapend verzet niet gelegitimeerd.

 

 

screenshot_1214

 

 

Gewapende strijd moet daarenboven altijd getemperd worden door het nastreven van vergevingsgezindheid, rechtvaardigheid en zo meer. Dit wordt duidelijk uit een tweede vers dat toelating geeft tot gewapend verzet maar er al onmiddellijk bij zegt dat men niet over de schreef mag gaan:

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet.» (Koran 2:190)

 

Diezelfde toon vindt men terug in een vers dat zegt dat men mild moet zijn ten aanzien van de vijand, want op een dag kan hij je vriend worden:

 

«Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is almachtig, en God is vergevend en barmhartig.» (Koran 60:7)

 

Het voeren van een oorlog is daarenboven onderworpen aan een hele reeks strikte voorschriften die gebaseerd zijn op de Koran en de Sunnah van Mohamed, alsook op de regels die de eerste Kalief, Abu Bakr, oplegde aan een leger dat hij naar het slagveld stuurde. Abu Bakr legde zijn metgezellen de volgende 10 regels van oorlogsvoering op (Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :

  1. Dood geen vrouwen
  2. Dood geen kinderen,
  3. Dood geen bejaarden,
  4. Dood geen zieken.
  5. Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn (ook de oogst mag niet vernield worden).
  6. Verniel geen onbewoonde plaatsen.
  7. Dood geen dieren behalve voor voedsel
  8. Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen.
  9. Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd.
  10. En handel niet laf.

Uit andere hadith blijkt dat Abu Bakr ook stelde dat priesters en kloosterlingen met rust gelaten moesten worden, en dat men hun gebedshuizen niet mocht vernielen. Ook burgerconstructies moeten gespaard blijven. Tijdens de oorlog mogen dieren niet gedood worden, tenzij voor voedsel, omdat een oorlog een zaak tussen mensen is en dieren daar niet het slachtoffer mogen van zijn.

Van zodra de tegenpartij in een strijd vrede zoekt, moet men daarin meegaan:

 

«En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd en stel je vertrouwen op God.» (Koran 8:61)

 

 

Ook wat er moet gebeuren in geval van een overwinning, wordt door de Koran gereguleerd. De eerder aangehaalde regels van godsdienstvrijheid dienen gerespecteerd te worden en er moet rechtvaardig gehandeld worden zodat een vrije, rechtvaardige samenleving ingesteld wordt waarin mensen vrij zijn zich al dan niet bij de Islam aan te sluiten:

 

«God beveelt jullie in bewaring gegeven goederen aan de rechthebbenden te overhandigen en, wanneer jullie tussen de mensen oordelen, dat jullie rechtvaardig oordelen…» (Koran 4:58)

«Jullie die geloven! Wees standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Wees rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid.” (Koran 5:8) “God gebiedt rechtvaardig te handelen, goed te doen en aan de verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk, verwerpelijk en gewelddadig is….» (Koran 16:90)

 

 

De Islamitische gemeenschap wordt naar voor geschoven als een modelgemeenschap, een rechtvaardige gemeenschap die extremen schuwt, een gemeenschap van de middenweg. Een oorlog is enkel toegestaan om deze rechtvaardige maatschappij te verdedigen en beschermen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

De hof van Eden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

345

 

.

 

De hof van Eden is voor de mensheid geschapen

 

De hof van Eden wordt in hoofdstukken 2 en 3 van het boek Genesis beschreven. De Heer schiep de hof specifiek voor Adam, de eerste mens die door God was geschapen. In Genesis 2:8-9 lezen we:

“Daarna legde de Heer God een tuin aan in Eden, ergens in het oosten, en daarin plaatste Hij de mens die Hij geboetseerd had. De Heer God liet uit de grond allerlei bomen opschieten, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten”.

 

Sommige mensen geloven dat de hof zich op een bergtop bevond of dat er mogelijk zoetwaterbronnen ontsproten, omdat we het volgende kunnen lezen:

“In Eden ontspringt de rivier die water geeft aan de tuin; zij splitst zich in vier armen” (Genesis 2:10).

 

De hof van Eden was perfect, bood de mens schoonheid en voeding en was de thuisplaats van allerlei bomen die “aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten” waren. De hof was een bron van zoet drinkbaar rivierwater. God plaatste de mens “in de tuin van Eden, om die te bewerken en te beheren” (Genesis 2:15).

 

 

 

Is de hof van Eden een Bijbelse tegenstrijdigheid?

 

De hof van Eden, zoals deze in het boek Genesis wordt beschreven, wordt door critici vaak genoemd omdat deze een schijnbare tegenstrijdigheid bevat. Critici vergelijken de “scheppingsweek” in Genesis hoofdstuk 1 (de schepping van planten op dag 3 en van dieren en mensen op dagen 5 en 6) met de schepping van de hof van Eden in Genesis hoofdstuk 2 (de hof werd voor de mens geschapen nadat de mens reeds door God was voortgebracht).

We lezen:

“Zo werden de hemel en de aarde voltooid, en alles waarmee ze toegerust zijn. Op de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing. Hij rustte op de zevende dag van al zijn werk dat Hij verricht had. God zegende de zevende dag en maakte hem heilig, want op die dag rustte God van al het werk dat Hij scheppend tot stand had gebracht. Dit is de geschiedenis van het ontstaan van de hemel en de aarde, zoals ze geschapen zijn. Toen de Heer God aarde en hemel maakte, waren er op aarde nog geen wilde planten en groeide er geen enkel veldgewas, want de Heer God had nog geen regen op de aarde laten vallen en er was nog geen mens om de grond te bebouwen” (Genesis 2:1-5).

 

Critici wijzen erop dat Genesis 1 beweert dat planten op dag 3 werden geschapen, terwijl de mens op dag 6 werd geschapen. Waarom lezen we dan in Genesis 2 dat er geen planten waren omdat de mens nog niet gevormd was? De sleutel tot het antwoord is dat we Genesis 1 en Genesis 2 in de juiste context moeten lezen.

Genesis 2:1-4 beëindigt de “scheppingsweek” terwijl Genesis 2:5 begint met het verslag over de hof van Eden. Dit wordt duidelijk uit de volledige context van Genesis hoofdstuk 2 en het feit dat de hof nog niet door God was aangelegd. Hij had de mens nog niet geschapen die de Hof moest “bewerken en beheren” (Genesis 2:15).

We lezen dat God in de hof van Eden, die Hij voor de mens had geschapen, elk dier uit de aarde boetseerde en naar Adam bracht om van hem een naam te krijgen. Critici stellen dat dit een tegenstrijdigheid is, omdat we lezen dat God de dieren op dagen 5 en 6 van de scheppingsweek schiep. Dit was dus voordat de hof door God was geschapen.

Deze schijnbare tegenstrijdigheid kan gemakkelijk verklaard worden. God schiep de wereld en alle dieren in de wereld. Daarna schiep Hij de mens. En daarna toonde Hij elk dier aan de mens zodat de mens elk dier een naam kon geven (en waarschijnlijk ook om de mens te laten zien dat God inderdaad de dieren had geschapen, omdat de mens later werd geschapen dan de dieren en hier dus geen getuige van was geweest).

“De mens gaf dus namen aan alle tamme dieren” (Genesis 2:20).

 

Het afzonderlijk lezen van de twee verslagen (de schepping van de aarde als een biosfeer in Genesis 1 en de schepping van een enkele hof en wat daarin gebeurde in Genesis 2) en vervolgens de verschillen tussen deze twee verslagen een “tegenstrijdigheid” noemen, getuigt van een zwakke hermeneutiek (interpretatie van de Bijbel).

conclusie : na de schepping van hemel en aarde schiep God op de derde dag de planten. Op dag 5 schiep hij de dieren en op dag 6 de mens. Dan maakte God op aarde een paradijs voor de mens, de hof van Eden. Dan plaatste God de dieren en de mens in de hof. De mens mocht de hof bewerken en de dieren een naam geven.

 

 

maxresdefault

 

 

 

Het paradijselijke land

 

God gaf de hof van Eden aan de mens om deze te beheren en te bewerken. En hoewel de hof ongetwijfeld spectaculair was, was deze nog niet het paradijs. Het mooiste juweel in de kroon van perfectie, het toppunt van aardse schoonheid, ontbrak nog. God verkondigde:

Het is niet goed dat de mens alleen blijft…” (Genesis 2:18).

 

En ook al gaf Adam “dus namen aan alle tamme dieren en aan alle vogels van de lucht, en aan al de wilde beesten”, toch was hij niet in staat om een hulp te vinden die bij hem paste. Daarom

liet de Heer God de mens in een diepe slaap vallen; en terwijl hij sliep, nam Hij één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats. En de Heer God vormde de rib die Hij uit de mens had weggenomen tot een vrouw, en bracht haar naar de mens. Toen zei de mens: ‘Eindelijk, dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen.’ Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn. Ze waren beiden naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze voelden geen schaamte voor elkaar” (Genesis 2:21-25).

 

Terugkomend op de vermeende tegenstrijdigheid die we hierboven noemden, is het belangrijk om op te merken dat Jezus Christus de verslagen in Genesis1 en 2 letterlijk nam. In Matteüs 19:3-6 lezen we:

“Er kwamen farizeeën op Hem af om Hem op de proef te stellen. Ze zeiden: ‘Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten om een willekeurige reden?’ Hij gaf ten antwoord: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt? En dat Hij gezegd heeft: Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn? Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus, wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’

 

Hier citeerde Jezus uit Genesis 1 -27 en 2-24, wat aantoont dat Hij Genesis1 en 2 niet zag als tegenstrijdige scheppingsverhalen die gecorrigeerd zouden moeten worden.

 

 

.

Het land van de keuze

 

De mens werd geschapen om een ware liefdesrelatie met zijn Schepper God te hebben in de hof van Eden. Een noodzakelijk ingrediënt van een oprechte liefdesrelatie is een vrije wil. Ware liefde kan per definitie niet bestaan als hier niet vrijwillig voor wordt gekozen. Zonder een keuzemogelijkheid is het dus niet mogelijk om werkelijk lief te hebben.

Een misvatting die mensen vaak hebben, is dat liefde een emotie of een verlangen zou zijn. Begeerte is een emotie of een verlangen, liefde is een beslissing. Liefde is jouw beslissing om de verlangens van die ander op de eerste plaats te stellen in plaats van je eigen verlangens.

En dus gaf God de mens het vermogen om te kiezen om God lief te hebben of om zichzelf op de eerste plaats te stellen.

“En de Heer God gaf de mens dit gebod: ‘Je mag van alle bomen in de tuin overvloedig eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad mag je niet eten'(Genesis 2:16-17).

 

De mens had dus een keuze, God gehoorzamen of God niet gehoorzamen. De mens had de keuze om Gods wensen voorrang te geven of om zijn eigen verlangen voorrang te geven; zijn verlangen om eerst van de verboden vrucht te eten. De mens at van deze vrucht nadat Satan de mens door een leugen om de tuin leidde. De mens zou volgens Satan gelijk worden aan God en kennis krijgen van goed en kwaad na het eten van de verboden vrucht.

 

 

Satan die via de slang de mens in de verleiding bracht om te zondigen

Satan die via de slang de mens in de verleiding bracht om te zondigen

 

 

Door het toedoen van een geestelijk schepsel zondigde de mens en werd daarom door God uit de hof van Eden verbannen. Het paradijs ging verloren. Vanwege de opstandigheid van de mens vervloekte God de wereld, in het belang van de mens. God schiep de mens met het potentieel om te zondigen, maar Hij schiep de zonde niet.

De eerste man en de eerste vrouw zetten dat potentieel om in een werkelijkheid en brachten zo de zonden in de wereld. Sindsdien zijn alle mannen en vrouwen verraderlijk, roekeloos, verwaand en meer genotzuchtig dan godvruchtig geweest (2 Timoteüs 3:4).

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Is godsdienstvrijheid mogelijk in de Islam ?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wanneer er in de islam godsdienstvrijheid bestaat, dan moet deze ingesteld zijn door God zelf. Immers, islam betekent overgave aan God en moslims geloven dat de koran het letterlijke Woord van God is zoals dat door de aartsengel Gabriël geopenbaard werd aan profeet Mohamed.

 

 

 

dyn009_original_750_531_jpeg_41830_cdebb02474fd920f8bef855b935dabb1

 

 

 

Het is inderdaad God zelf die in de Koran elke dwang inzake godsdienst verbiedt:

In de godsdienst is er geen dwang” (Koran, 2:256)
.
.
.

Met dit vers verbiedt God moslims uitdrukkelijk te proberen anderen tot de islam te dwingen. Daartoe bestaat trouwens ook geen theologische reden, vermits ook niet-moslims volgens de Koran naar het paradijs kunnen gaan. Volgens de islam is het verwerven van het paradijselijk eeuwig leven immers niet gebonden aan lidmaatschap van een kerkgemeenschap, maar wel van vroomheid en hoe men zich gedraagt. Mensen die zich gedragen volgens de leringen van de Profeten die in hun midden gestuurd werden, kunnen naar het paradijs gaan.

“Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)
.
.
.

Het christendom gelooft dat God Adam en Eva hun zonde nooit vergaf. Deze zonde wordt volgens het christendom overgedragen op de nakomelingen zodat elk kind geboren wordt met de erfzonde waarvan men slechts verlost kan worden door volgeling van Jezus te worden. Vandaar ook de sterke missioneringsdrang van het christendom. Het is de enige manier om zielen te redden.

De islam daarentegen gelooft dat God Adam en Eva hun zonde wèl vergaf nadat zij berouw toonden. Elk kind wordt dan ook geboren als een onbeschreven blad, begiftigd met verstand, gevoel en een elementair inzicht in goed en kwaad. Wanneer men zich tijdens het leven laat inspireren door God en zich gedraagt volgens zijn leidraad, kan men in het hiernamaals, mits God’s genade,  toetreden tot het paradijs.

Volgens de islam kunnen moslims die zich misdragen naar de hel gaan, terwijl christenen die leven volgens de aan hen geopenbaarde boodschap naar het paradijs kunnen gaan.

In een op de islam geïnspireerde samenleving kan elkeen vrij zijn geloof belijden. In de islam wordt gesteld dat mensen zich het hoofd niet moeten breken over de verschillen tussen godsdiensten. Dat er verschillende godsdiensten bestaan wordt immers geacht de wil van God te zijn, en God zal op de oordeelsdag wel uitleggen hoe de vork in de steel zat.

In afwachting daarvan draagt de islam mensen van verschillende godsdiensten op met elkaar te wedijveren in goede daden, dwz elk vanuit het eigen geloof het best mogelijk te doen om zo een rechtvaardige samenleving voor iedereen (zijnde het maatschappelijk doel van de islam) tot stand te brengen:

“… En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren.” (Koran 5:48)
.
.
.

Het staat iedereen vrij te geloven wat men wil of ongelovig te zijn:

“Wie het wil, die moet dan geloven en wie het wil, die moet maar ongelovig zijn.” (Koran 18:29)
.
.
.

Immers, islam betekent zich overgeven aan God of in het Arabisch Allah. Dit kiezen voor God veronderstelt dat men vrij is om het te doen. Zonder godsdienstvrijheid is islam niet eens mogelijk.

Er wordt vaak  gedacht dat islamitische landen oorden zijn waar mensen verplicht zijn zich tot de islam te bekeren. Dit is niet het geval. Moslims worden aangemoedigd om een vrije samenleving uit te bouwen die voor iedereen rechtvaardig is.

In veruit de meeste moslimlanden geldt trouwens de shari’ah niet. Zelfs met de shar’iah garandeert deze godsdienstvrijheid  dat andere religies een reeks geloofsgebonden zaken zoals familierecht zelf kunnen ordenen via eigen rechtbanken.

Moslims zijn slechts waarschuwers, overbrengers van de Boodschap. Het is hen uitdrukkelijk verboden anderen te dwingen tot de islam:

“Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen.” (Koran 88:22-23)
.
.
.

Moslims mogen ook niet oordelen over het geloof van anderen. Dit gaat zelfs zo ver dat er een islamitische uitdrukking is die zegt dat wanneer een moslim een andere moslim van ongeloof beschuldigt, er al minstens één ongelovige is, nl. diegene die de andere beschuldigt van ongeloof.

Oordelen over geloof is iets dat alleen God toekomt. De islam is gebouwd rond het centrale concept dat er geen god is dan God. Zich een goddelijke taak aanmeten, komt neer op zich gelijkstellen aan God en is dus de zwaarste zonde die men zich kan inbeelden. Oordelen over het geloof van anderen, betekent het zich aanmeten van een taak die alleen God toekomt en is dus een zware zonde.

Het centrale belang van godsdienstvrijheid, in samenhang met een totaal afwijzen van elke vorm van racisme, maakt dat de islam eigenlijk zelf een soort van multicultureel model is. Moslims hanteren inderdaad waarden en normen die zeer dicht aansluiten bij de joodse en christelijke waarden waaruit het Westerse model gegroeid is.

Dat is niet verwonderlijk vermits moslims in dezelfde God (in het Arabisch: Allah, in het Hebreeuws: Jahweh) geloven als de christenen en de joden.  Mensen die in dezelfde God geloven, kijken allemaal naar diezelfde God voor de bepaling van wat goed en verkeerd is en delen dus allemaal dezelfde normatieve basis.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wie is Allah volgens de Bijbel?

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

De islam is gebouwd rond het centrale geloof dat er geen god is dan God. Allah is het Arabisch woord voor God. Het is het enige Arabische woord dat noch mannelijk, noch vrouwelijk is – het heeft ook geen meervoudsvorm. Deze taalkundige kenmerken benadrukken meteen de unieke aard van God. Mede daarom, en omdat de Koran in het Arabisch geopenbaard is, verkiezen de meeste moslims het woord Allah boven het woord God, maar de betekenis van beide termen is hetzelfde.

 

 

allah-ismi-resim

 

 

‘Zeg: Hij is God als enige. God de eeuwige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is aan Hem gelijkwaardig.”(Koran, 112:1-4)
‘Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten vrede.’ (Koran, 13:27)
.
.
.

Zoals men in het Nederlands God zegt, in het Hebreeuws Jahweh en in het Frans Dieu, zo zegt men in het Arabisch Allah. In een christelijke Arabische Bijbel, wordt God inderdaad vertaald als Allah, zoals blijkt uit volgende vergelijking, waarin het Arabische woord Allah groen aangeduid werd:

 

.

  1. Het woord “Allah”in de Koran, Hoofdstuk 1, vers 1:
    Arabisch: bismillah
    Nederlands: In de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige
  2. Het woord “Allah” in de christelijke Bijbel in het Arabisch, Boek Genesis, vers 1:
    Arabisch: genesis
    Nederlands: In het begin schiep God hemel en aarde

 

.

.

Voor moslims gaat gaat dit veel verder dan een taalkundig feit. Immers, volgens moslims betreft het hier dezelfde Ene God die in het Oude Testament Jahweh genoemd wordt. De islam leert dat Joden, christenen en moslims essentieel dezelfde Ene God aanbidden. er zijn natuurlijk wel onderlinge verschillen tussen de drie godsdiensten van het Boek, die ook de monotheïstische godsdiensten genoemd worden.

“Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie neergezonden is. Onze God en jullie God, is één. En wij geven ons over aan Hem.” (Koran 29:46)
.
.
.

De islam gelooft dat er een duizenden profeten geweest zijn die allemaal hetzelfde geloof verkondigden. Volgens de islam bevestigt de profeet Mohammed dan ook slechts de boodschap die voor hem door andere profeten zoals Abraham, David of Jezus, gebracht werd. Moslims zijn overigens verplicht in al deze profeten en in hun Boodschap te geloven. Wanneer men niet gelooft in Jezus en de boodschap die Hij bracht, kan men dus geen moslim zijn.

Moslims geloven verder dat al diegenen die in de boodschap geloven die hen door de profeten gebracht werd, naar het paradijs kunnen gaan. Christenen en Joden kunnen volgens de islam dus ook naar het paradijs gaan, waaruit nogmaals blijkt dat zij volgens moslims allemaal in dezelfde ene God geloven.

 

.

.

De Uniciteit van God volgens de Thora, de Bijbel en de Koran

 

Hierna volgen een paar verzen uit het Oude Testament, het Nieuwe Testament en De Koran, waaruit telkens het centrale belang van het geloof in de ene God blijkt:

“Gij zult geen andere goden hebben dan Mij”. (Deuteronomium 5:6)
.
.
.

En de Koran:

“Weet dat er geen god is dan God” (Koran 47:19)
.
.
.

Andere goden dan God, wat moet men zich daarbij voorstellen? Zeker niet enkel het aanbidden van meerdere goden of idolen maar alles wat in de weg komt van het aanbidden van de Ene God, dus ook het eigen ik dat men tot status van godheid kan verheffen. Volgens de islam is de hoogste vorm van Jihad (streven) overigens deze van het streven tegen het eigen ik, om zo volledig God te dienen en zich volledig in te schrijven in zijn liefde.

.

.

Het geloof in één God werd door alle Profeten verkondigd. Zo horen we bijvoorbeeld Mozes zeggen:

“Hoor, Israël! de Heer (Jahweh) is onze God, en de Heer alleen. Bemin uw God, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.” (Deuteronomium 6:4-5)
.
.
.

In de Evangeliën horen we ook Jezus zeggen:

“Hoor Israël! De Heer onze God is de enige Heer, Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht.” (Marcus 12:29-30)
.
.
.

Ook in de Koran vinden we dit terug:

“Zeg : “Hij is God als enige, God als Bestendige. ” (Koran 112:1-2)
.
.
.

Het Oude Testament stelt reeds ondubbelzinnig dat niets of niemand met God gelijkgesteld mag worden:

“Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte, uit het slavenhuis heb geleid; gij zult geen andere goden naast Mij hebben. Ge zult u geen godenbeelden maken, noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden of in het water onder de aarde is.” (Exodus, 20:2)
.
.
.

God is de Eerste en de Laatste. In het boek Isaiah (Jesaja) lezen we:

“Jullie zijn Mijn getuigen, zegt de Heer. Vóór mij was er geen god, en na mij zal er geen god zijn. Ik ben de Heer, en behalve Mij, is er geen enkele Redder”. (Jesaja 43:11)
“Ik ben de Eerste en ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen god.” (Jesaja 44:6)
.
.
.

Ook dit vinden we in de Koran terug:

“Hij is de Eerste en de Laatste” (Koran 57:3)
“En er is geen andere god dan Ik, een rechtvaardige God, een Redder. Er is er geen dan Ik. Omdat Ik God ben, en er is geen ander.” (Jesaja 45:21-23)
.
.
.
.

Jezus als machtig profeet van God

 

De islam gelooft dan ook niet dat Jezus zelf God was. Dit doorbreekt volgens de islam immers het zuivere monotheïsme dat er geen god is dan God, vermits het een mens verheft tot de status van god-zijn, wat volgens de islam niet kan. Volgens moslims was Jezus evenwel een machtig profeet van God, die dezelfde boodschap verkondigde als al de andere profeten van God.

 

.

MET ANDERE WOORDEN : DE ISLAM GELOOFT NIET IN DE DRIEVULDIGHEID VAN GOD, HET MYSTERIE VAN DE EENHEID VAN GOD DE VADER, GOD DE ZOON EN GOD DE HEILIGE GEEST. VOLGENS DE ISLAM WAS CHRISTUS EEN PROFEET MAAR GEEN MESSIAS DIE HET ZOENOFFER OP ZICH NAM OM TE STERVEN OP HET KRUIS TER VERGEVING VAN ALLE ZONDEN.

 

.

.Jezus en Maria worden in de Koran meermaals eervol vermeld. Er is zelfs een hoofdstuk van de Koran (hoofdstuk 19) dat haar naam draagt. Moslims geloven overigens, net als de christenen, in de maagdelijke verwekking van Jezus en verwijzen daarbij naar Adam om te verduidelijken dat dit niets verandert aan het feit dat Jezus een mens is. Immers, ook Adam had geen menselijke vader (en zelfs geen menselijke moeder), maar dat maakte hem ook niet tot God:

“Waarlijk, het voorbeeld van Jezus, voor God, is zoals dat van Adam. Hij schiep hem van stof en zei “Wees!” en hij was.” (Koran 3:59)
.
.
.

Volgens de Koran deed Jezus met God’s gratie ook mirakelen, en is hij levend in de hemel. Net als christenen verwachten ook moslims de terugkeer van Jezus. Islam en christendom zijn de enige godsdiensten die, elk op hun manier, in de Boodschap van Jezus en in zijn wederkomst geloven.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Drie dagen in het graf en heden in het paradijs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

hqdefault

 

 

 

Lucas 23 : 43 >Jezus antwoordde: ‘Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn.’

 

Dit is het ene probleem bij deze opvatting van Jezus’ woorden in Lucas 23:43. Het andere is dat er op dat moment helemaal geen paradijs was. We kennen het paradijs uit Genesis. We vinden dat woord niet in onze vertalingen, maar de Griekse vertaling, de Septuaginta, vertaalt ‘de hof des Heren’ of ‘Eden’ bijna altijd met paradeisos, het woord dat Jezus hier gebruikt. Dat woord komt verder nog voor in Openbaring 2:7:

“Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”. Openbaring gebruikt ook elders taal die aan Genesis doet denken.

 

De vraag van de man was ten eerste:

“Jezus gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”.

 

Jezus’ antwoord is :

“Ik zeg u, gij zult met Mij in het paradijs zijn”.

 

Hij moet met dat paradijs dus wel ‘zijn Koninkrijk’ bedoelen. Ook in Openbaring beschrijft Hij dat toekomstige Koninkrijk als een ‘hersteld paradijs’. Maar dat Koninkrijk moet nog steeds komen. Lucas vertelt ons dat Hij 40 dagen aan zijn discipelen is verschenen ‘tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft’ (Handelingen 1:3). Toch vragen zij dan nog:

“Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” (Handelingen 1: 6).

 

Zijn antwoord is niet dat het Koninkrijk iets anders is dan zij denken, maar dat het niet hun zaak is te weten wanneer dat wordt hersteld (vs 7). Dat is iets van de toekomst, wanneer Hij terugkomt.

De vraag was vervolgens: “Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”. Ook deze man spreekt van de toekomst. Dat woord ‘wanneer’ (hotan) betekent: ‘wanneer dan ook’, wanneer de tijd eenmaal daar is. Ook hij weet niet wanneer dat zal zijn, maar die tijd komt een keer en daarover spreekt hij. Hij heeft niets meer te bieden en kan alleen nog maar een beroep doen op Jezus’ genade.

Hij vraagt daarom niet om een belofte dat Jezus hem in het oordeel zal aannemen, maar alleen om dan nog aan hem te denken. Maar Jezus’ antwoord is niet dat Hij hem zal gedenken, maar dat Hij hem wel degelijk nu die belofte geeft die hijzelf niet durfde vragen. De nadruk ligt dus op dat ‘nu’. Daarom ligt het voor de hand de tekst te lezen als:

“Ik zeg u nu ( heden ): gij zult met Mij in het paradijs (dat Koninkrijk) zijn”.

 

Het Grieks laat dat toe. Dat je dan ook moet lezen ‘gij zult’ i.p.v. ‘zult gij’, is iets van onze taal, dat in het Grieks geen rol speelt. En wanneer je het zo leest lost dat beide problemen op.

Niemand besefte beter dan deze man dat een kruisiging het absolute einde was. Maar terwijl Jezus’ discipelen meenden dat met diens kruisdood alles was afgelopen (Lucas 24:21), beleed hij dat die Jezus aan dat kruis naast hem de toekomstige wereldkoning zou zijn, en dus weer uit die dood zou opstaan. En dat Hij ook zou beslissen wie er in dat Koninkrijk zal worden toegelaten.

Hij erkent dat zijn eigen dood terecht is (Lucas 23:41), maar dat Jezus onschuldig is. En hij doet dat openlijk, wetende dat hij daarmee de spot van de massa uitlokt. Hij was bereid ‘de smaad van Christus te dragen’ (Hebreeën 13:13). Hij moet Jezus hebben horen prediken maar heeft het kennelijk gezocht in opstand tegen Rome. Nu beseft hij te laat dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt. Er is weinig anders dat hij kan doen dan dat te belijden. Maar wat een geloof!

Lucas vertelt ons dat verhaal niet zomaar. Dit is een les voor de lezer. Deze man is het prototype van de ware gelovige, die niets te bieden heeft dan zijn berouwvolle schuldbelijdenis, en die niets kan vragen dan genade. Maar hij kan geloof tonen, en dat doet deze man.

“Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.”

 

Deze man is daarvan het beeld: zo moet het. Paulus noemt de doop een symbolisch sterven en opstaan met Jezus, en spreekt van een medegekruisigd worden’ met Christus (Romeinen 6:6). Hij moet daarbij deze man voor ogen hebben. Alleen Lucas beschrijft dit, en Paulus moet daarvoor zijn bron zijn geweest, want de nog onbekeerde Saulus van Tarsus zal bij deze kruisiging onder de toeschouwers zijn geweest.

Lucas beschrijft hier de gebeurtenis waar Paulus zijn beeld van ‘medegekruisigd’ op baseert. Dat is ook het antwoord aan wie klagen dat deze man behouden wordt zonder te zijn gedoopt: hij heeft in werkelijkheid gedaan, wat anderen slechts in symbool kunnen doen. Het NT gebruikt het woord dopen ook in de betekenis van ‘voor het geloof sterven’ (bijv. Marcus 10:38-39).

Maar ook wanneer wij dat slechts in symbool doen, kunnen ook wij onze schuld belijden, belijden dat Jezus zonder schuld voor ons is gestorven, en een beroep doen op zijn genade. En dan ontvangen ook wij de belofte nu al dat wij straks met Hem in dat Koninkrijk zullen zijn.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA