Tagarchief: eva

Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan ?

.

 

adamevaparadijsrnd

 

.

Sceptici hebben telkens weer de vrouw gebruikt om het boek Genesis in discrediet te brengen als waargebeurde historische gebeurtenis. Triest genoeg waren de meeste christenen niet in staat om een adequaat antwoord te geven op deze vraag. Met als gevolg, dat de wereld denkt, dat christenen de autoriteit van de Bijbel niet kunnen aantonen, net zo min als van het christelijke geloof. En toch is er een antwoord op te geven. Maar aangezien de meeste kerken geen apologetiek leren, (dat is de leer van de geloofsverdediging) speciaal met het oog op Genesis, zijn veel kerkgangers niet “bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is.” (1 Petr. 3:15). 

 

.

Waarom is het belangrijk?

.

Verdedigers van het evangelie moeten kunnen aantonen, dat alle mensen afstammen van één man en één vrouw (Adam en Eva), want alleen afstammelingen van Adam en Eva kunnen gered worden. Dus moeten gelovigen ervan overtuigd zijn, dat Kaïns vrouw een nakomelinge van Adam was. ( Het Bijbelgedeelte dat hier op slaat is Genesis 4:1-5:5 ).

 

De eerste mens

 

Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben (Rom. 5:12). We lezen in 1 Kor. 15:45 dat Adam de eerste mens was.De Bijbel stelt heel duidelijk, dat alleen de nakomelingen van Adam gered kunnen worden. Rom. 5 leert ons, dat we zondaars zijn, omdat Adam zondigde. De doodstraf, die Adam kreeg als oordeel over zijn opstandigheid, ging over op al zijn nakomelingen. Omdat één mens zonde en dood in de wereld bracht, hebben alle nakomelingen van Adam een zondeloos mens nodig om de straf te betalen voor de zonde en het oordeel van de dood te ondergaan.

 

De laatste Adam

 

God voorzag in een oplossing. Hij opende een weg om de mens te bevrijden uit zijn verloren staat. De zoon van God nam de menselijke natuur aan, toegevoegd aan zijn volle goddelijkheid. Hij wordt “de laatste Adam” genoemd (1 Kor. 15:45), omdat Hij de plaats innam van de eerste Adam. Hij werd het nieuwe hoofd en omdat hij zonder zonde was, was Hij in staat te prijs te betalen voor de zonde:

Want, dewijl de dood er is door één mens, is ook de opstanding der doden door één mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. (1 Kor. 15:21-22).

Christus stierf op het kruis. Hij stortte zijn bloed want “zonder bloedstorting is er geen vergeving.” Hebr. 9:22. Daardoor kunnen degenen die spijt hebben van hun zonde en hun vertrouwen in zijn werk aan het kruis stellen, verzoend worden met God.

 

Zodoende kunnen slechts nakomelingen van Adam gered worden.

 

Allen verwant

 

Zodoende was er slechts een man aan het begin—gemaakt uit het stof der aarde (Genesis 2:7).

Dit betekent ook, dat Kaïns vrouw een nakomelinge was van Adam.

 

De eerste vrouw

 

In Genesis 3:20 lezen we, “En Adam noemde zijn vrouw Eva, omdat ze de moeder was van alle levenden.”

Eva werd gemaakt uit een rib van Adam (of zijde) (Genesis 2:21-24).

Ook lezen we in Genesis 2:20, dat toen Adam naar de dieren keek, hij geen hulp voor zichzelf kon vinden—er was er geen een van zijn soort.

Dit alles maakt het duidelijk dat er in het begin maar één vrouw was, Adams vrouw. Er waren geen andere vrouwen aanwezig, die niet van Eva afstamden.

 

Kaïns broers en zusters

 

Kaïn was het eerste kind van Adam en Eva, dat staat in (Genesis 4:1). Zijn broers, Abel (Genesis 4:2) en Set (Genesis 4:25), waren een gedeelte van de eerste generatie kinderen, die ooit op aarde geboren waren.

Hoewel slechts deze drie bij name vermeld staan, hadden Adam en Eva meer kinderen. In Genesis 5:4 staat dat Adam zonen en dochteren verwierf—”En de dagen van Adam, nadat hij Set verwekt had, waren achthonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren.”

De Bijbel vertelt ons niet hoeveel kinderen Adam en Eva kregen. Het lijkt ons redelijk om aan te nemen, dat het er velen waren! Denk er wel aan, God had hen het bevel gegeven: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk” (Genesis 1:28).

 

De vrouw

 

Als we nu echt puur afgaan op wat de Bijbel zegt, dan moesten in het begin broers met zusters trouwen, of er zou geen volgende generatie meer zijn geweest!

Er wordt ons niet gezegd wanneer Kaïn trouwde, maar het ding staat vast dat enkele broers bij de aanvang der geschiedenis met hun zusters zijn getrouwd.

De bedoeling van God was dat één man met één vrouw zou trouwen voor het leven (gebaseerd op Genesis 1 en 2). Het was in die begintijd geen ongehoorzaamheid aan God als naaste verwanten met elkaar huwden (zelfs broers en zusters).

Lang geleden huwde Abraham zijn halfzuster huwde. (Genesis 20:12). God zegende deze verbinding, want door Isaäk en Jakob werd het hele Joodse volk geboren. Pas 400 jaar later gaf God aan Mozes wetten, die zulke huwelijken verbood.

.

.

Biologische Afwijkingen

 

Vandaag de dag is het volgens de wet voor broers en zusters (en halfbroers en halfzusters) niet toegestaan om te trouwen, omdat de kinderen uit deze verbintenis een onacceptabel risico lopen om mismaakt te worden. Hoe meer de ouders aan elkaar verwant zijn, hoe groter het risico dat hun nageslacht afwijkingen zal krijgen.

Adam and Eva hadden geen opeenstapeling van afwijkingen. Toen de eerste twee mensen werden geformeerd, waren ze lichamelijk perfect. Alles wat God maakte was erg goed (Genesis 1:31). Maar toen de zonde in de wereld kwam (vanwege Adam—Genesis 3:6, Rom. 5:12), vervloekte God de wereld. zodat de perfecte creatie begon te degenereren.

Kaïn behoorde bij de eerste generatie kinderen. Hij, zowel als zijn broers en zusters, hebben geen imperfecte genen van Adam en Eva overgeërfd en de vloek op de schepping was nog maar minimaal doorgedrongen. In dat geval kunnen broers en zusters wel met elkaar huwen met Gods toestemming, zonder dat mogelijke afwijkingen in het nageslacht ontstaan.

In de tijd van Mozes, een paar duizend jaar later, zouden degeneratie fouten zich al hebben opgebouwd in het menselijke ras. Daardoor vond God het nodig om het broeder-zuster huwelijk ter verbieden (en tussen nauw verwanten) (Leviticus 18-20). Er waren destijds ook genoeg mensen op de aarde en er was dus geen dringende reden meer om binnen het gezin met elkaar te trouwen.

 

.

De afstammelingen van Kaïn en Abel

 

De nakomelingen van Kaïn en Abel waren erg intelligente mensen. Jubal maakte muziekinstrumenten zoals de harp en het orgel (Genesis 4:21), en Tubal-Kaïn werkte met koper en ijzer (Genesis 4:22).

Omdat men erg beïnvloed is door het evolutiedenken menen veel mensen vandaag de dag dat onze generatie de intelligentste is die ooit bestaan heeft op deze planeet. Moderne technologie is het resultaat van een opeenstapeling van kennis uit vroegere tijden. We staan op de schouders van hen die ons voorgegaan zijn.

Onze hersens hebben geleden van het 6.000 jaar ondergaan van de vloek sinds Adam. We zijn flink gedegenereerd vergeleken met mensen uit vele generaties voor ons. Aan de intelligentie van Adam en Eva en de inventiviteit van hun kinderen, kunnen we bij lange na niet tippen.

 

Conclusie

 

Vele Christenen proberen Genesis te interpreteren vanuit onze huidige situatie, veel meer dan de Bijbelse waarheid te aanvaarden van de veranderingen die ontstaan zijn door de zonde. Omdat ze hun wereldvisie niet bouwen op de Schrift, maar een seculiere manier van denken hebben aangenomen ten aanzien van de Bijbel, zijn ze blind voor simpele antwoorden.

Genesis geeft een verslag van God, die er was toen de geschiedenis een aanvang nam. Het is het woord van die Ene, die alles weet en Die een getrouwe getuige is van het verleden. Als we dus Genesis nemen als basis voor ons historische begrip, dan kunnen we de zingeving ontdekken van zaken die anders een mysterie voor ons zouden blijven.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Het verhaal van Lucifer

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

.

Het verhaal van Lucifer – Zijn oorsprong

 

Om de oorsprong van Lucifer te kunnen vinden, richten we ons tot het Oude Testament. De naam Lucifer is vertaald uit het Hebreeuwse woord “helel”, wat “helderheid” betekent. Deze aanduiding, die dus op Lucifer betrekking heeft, is de uitlegging van de “morgenster” of “zoon des dageraads” die in Jesaja wordt voorgesteld.

Jesaja 14:12-14 :

“O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste” 

De context van deze passage slaat op de koning van Babylon zoals hij in zijn trots, zijn pracht en zijn val wordt voorgesteld. Maar de tekst is feitelijk gericht aan de macht die achter de boosaardige Babylonische koning steekt. Geen enkele sterfelijke koning zou beweren dat zijn troon zich boven die van God bevindt of dat hij de Allerhoogste evenaart. De boze macht achter de Babylonische koning is Lucifer, de “zoon des dageraads”.

 

 

LUCIFER-BOOK-FOUR-Cv_534f20ce29ac55.68373294 (1)

 

 

 

Het verhaal van Lucifer – Zijn geschiedenis

 

Lucifer is gewoon een andere naam voor Satan, die als hoofd van het boosaardige wereldbestel de werkelijke, maar onzichtbare macht is achter de opeenvolgende heersers van Tyrus, Babylon, Perzië, Griekenland, Rome en alle andere kwaadaardige heersers die we in de geschiedenis van de wereld hebben zien komen en gaan. Deze passage gaat verder dan de menselijke geschiedenis en markeert het begin van de zonde in het universum en de val van Satan in het reine, zondeloze firmament vóór de schepping van de mens.

We zien ditzelfde thema in : Ezechiël 28:11-19

“De HEER richtte zich tot mij: ‘Mensenkind, hef over de koning van Tyrus een dodenklacht aan: “Dit zegt God, de HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen. Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar. Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen. Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg. Door al het handeldrijven raakte je verstrikt in onrecht en geweld, en je zondigde; daarom, beschermende cherub, verbande ik je van de berg van God en verdreef ik je van je plaats tussen de vurige stenen. Je schoonheid had je hoogmoedig gemaakt, je had je wijsheid en luister verkwanseld. Daarom heb ik je op de aarde neergeworpen, als een schouwspel voor andere koningen. Door je grote schuld, door je oneerlijke handel, waren je heiligdommen ontwijd. Daarom liet ik een vuur in je oplaaien dat je heeft verteerd, ik maakte van jou een hoop as op de grond, voor ieder die het wil zien. Alle volken die je kenden staan verbijsterd; je bent een schrikbeeld geworden, tot in eeuwigheid zul je er niet meer zijn.”

Deze passage lijkt gericht tot de “koning van Tyrus”. In werkelijk is het echter gericht aan degene die achter de boosaardige koning van Tyrus schuilgaat. Deze passage bevat tevens profetieën – op zowel de korte als de lange termijn – over Lucifer/Satan, omdat zijn laatste einde nog niet heeft plaatsgevonden en pas na het laatste oordeel zal plaatsvinden ( zie Openbaring 20), ook al is het zeker dat dit einde op deze manier zal plaatsvinden. Deze passages in Jesaja en Ezechiël hebben beide niet zozeer betrekking op Lucifer/Satan zelf, maar op zijn werk en zijn planning via aardse koningen en heersers die zichzelf een goddelijke eer toekennen. Zij heersen, bewust of onbewust, feitelijk in de geest van Satan en voor de doelen van Satan.  Satan is de vorst achter de machten van dit bedorven wereldbestel.

Efeziërs 6:12 :

“Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen” . Satan is de vorst achter de machten van dit bedorven wereldbestel ”.

Let vooral eens op de volgende uitspraak in de passage uit Ezechiël: “de gezalfde cherub”. Een dergelijke uitspraak zou nooit van toepassing kunnen zijn op een menselijke koning. Nee, deze heeft betrekking op Lucifer/Satan die achter de menselijke koning zit. Deze engel is het hoogste wezen dat de Heer ooit heeft geschapen.

De Heer zegt over hem:

“Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid”.

Satan was het meest wijze schepsel dat God ooit had geschapen. Geen enkele andere engel en geen enkel ander wezen werd geschapen met de intelligentie die God aan dit schepsel had gegeven. God zegt dat dit schepsel “volmaakt van schoonheid” is. Na de Heilige Drie-eenheid – de Vader, de Zoon en de Heilige Geest – is dit wezen tegenwoordig het hoogste wezen.

Ezechiël 28:14 :

“Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub”.

Dit vertelt ons dat we het niet over een menselijke koning hebben. Het woord cherub is enkelvoud voor cherubim. De cherubim zijn een symboliek voor Gods Heilige aanwezigheid en Zijn onbereikbare grootheid. Deze cherubim nemen een unieke positie in. De “gezalfde, overdekkende cherub” is het beeld dat in de Hof van Eden voor ons geschetst wordt, nadat Adam en Eva waren weggestuurd en God de cherubim had opgesteld om de weg naar de levensboom te bewaken.

Ook toen Mozes de verzoeningsplaat ( de Arc van het Verbond ) maakte en deze in het Allerheiligste van de tabernakel plaatste, kwam Gods heerlijkheid er naartoe en ontmoette Hij Mozes tussen de cherubim. Zij “overdekten” de verzoeningsplaat met hun vleugels. We zien dus dat Satan een cherub was en dat zijn taak bestond uit het bewaken van de troon van God Zelf. Zijn taak was de bescherming van Gods heiligheid. Satan nam de hoogste van alle posities in, een positie die hij verachtte en verloor.

We zien hier in Ezechiël een beschrijving van de hoogste van Gods schepsels, een musicus met perfecte wijsheid en onbeschrijflijke schoonheid, en bovendien met een verheven functie. Maar, dit schepsel met al zijn prachtige eigenschappen had ook een vrije wil. Op een dag zei God tegen dit schepsel: “Er is ongerechtigheid in jou gevonden”.

 

 

lucifer_embrace_by_jdelnido-d6d1en8

 

 

 

Het verhaal van Lucifer – Zijn status

 

Wat voor ongerechtigheid werd er in hem gevonden? In het boek Ezechiël laat God ons in het prille begin als het ware over Zijn schouder meekijken, zodat we de oorsprong en de schepping van Satan kunnen zien. Maar waarom zegt God dit? Wat is deze ongerechtigheid?

Jesaja 14:13-14 :

“Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste.”

Heb je gemerkt hoe vaak Satan in deze passage eigenlijk “ik zal” zegt? Hij zegt dat hij zijn troon boven Gods sterren zal plaatsen. Het woord “sterren” verwijst hier niet naar de sterren die we ’s nachts kunnen waarnemen. Hiermee worden de engelen van God bedoeld. Met andere woorden: “Ik zal de hemel overnemen, ik zal God zijn”. Dat is de zonde van Lucifer/Satan en dat is de ongerechtigheid die er in hem werd gevonden. Hij wil geen dienaar van God zijn. Hij wil de dingen niet doen waar hij voor geschapen werd. Hij wil zelf gediend worden en er zijn miljoenen mensen die ervoor gekozen hebben om juist dat te doen: hem dienen. Zij hebben naar zijn leugens geluisterd en ervoor gekozen om hem te volgen. Eva geloofde de leugen dat zij net als God zou zijn. De reden dat Lucifer/Satan haar met die leugen verleidde was dat dit precies datgene is wat hij zelf wil: God zijn.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Adam en Eva: een levensgroot probleem voor theïstische evolutionisten

Standaard

categorie : religie

 

 

Adam en Eva: een levensgroot probleem voor theïstisch evolutionisten

 

Voor wie de eerste hoofdstukken van de Bijbel leest, is het zonneklaar dat God eerst Adam schiep en daarna Eva (uit een rib van Adam), en dat de hele mensheid van dit eerste mensenkoppel afstamt. Bovendien valt er te berekenen dat de schepping van dit eerste mensenpaar ongeveer 6000 en beslist niet meer dan 10.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden.

 

 

adamevafriendzone

 

 

 

Theïstisch evolutionistische opinie 1: Adam en Eva hebben nooit bestaan

 

De theïstisch evolutionisten die dit denken kunnen net zo goed de eerste paar hoofdstukken uit hun Bijbel knippen. Ook kunnen ze de verscheidene verwijzingen naar Adam in het Nieuwe Testament doorkrassen (Matteüs 19:4, Marcus 10:6, 1 Korintiërs 15:21-22 en 45, 1 Timoteüs 2:13-14, Romeinen 5:12, 1 Korintiërs 11:8-9, Handelingen 17:26, Lucas 3:38 en Judas 14). En als Adam niet bestaan heeft, dan zijn zoon Abel ook niet. Dus kan er nog meer gestreept worden (Hebreeën 11:4 en 12:24, Matteüs 23:35 en Lucas 11:51). In Lucas 3 staat een geslachtsregister van Jezus tot Adam. Als Adam niet echt bestaan heeft :

vanaf welk punt in het register beginnen dan de ‘echte’ mensen?

heeft de zondeval niet plaatsgevonden. De zondeval is het fundament onder het Evangelie (zie Romeinen 5:12 en 1 Korintiërs 15:22).

 

Theïstisch evolutionistische opinie 2: Adam en Eva stamden af van dierlijke voorouders

 

De Bijbel zegt dat God Adam vormde uit het stof der aarde (Gen. 2:7) en Eva uit een rib van Adam (Gen. 2:22). Dat is natuurlijk heel wat anders dan ‘God vormde de mens uit dierlijke voorouders.’

 

 

279084_962_1236262319100-Evolutie_van_de_mens

 

 

 

Waren Adam en Eva de eerste mensen?

 

Als de evolutietheorie klopt, is er geen duidelijke scheidslijn te trekken tussen menselijk en nog-niet-menselijk. Theïstisch evolutionisten die erkennen dat Adam en Eva bestaan hebben, veronderstellen dat zij niet direct geschapen zijn door God, maar gewoon zijn geboren uit menselijke ouders. Het enige bijzondere aan Adam en Eva zou dan zijn dat zij ‘uitverkoren’ waren om in de Hof van Eden leven. Als het evolutiemodel juist is, moeten er reeds duizenden jaren lang mensen hebben geleefd vóór Adam en Eva, en waren zij ook in hun tijd slechts twee van de velen.

De evolutionistische notie dat Adam niet de eerste mens zou zijn, is onverenigbaar met de hele hoofdgedachte van Genesis 2:18-25. Die hoofdgedachte luidt: Het was niet goed dat de mens alleen was, dus gingen God en Adam op zoek naar een geschikte partner. Toen er onder de dieren geen goede tegenpartij te vinden was, maakte God een vrouw uit een rib van Adam.

Toen Adam zijn vrouw zag, riep hij (vers 23): ‘Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal „mannin” heten, omdat zij uit de man genomen is.’ Dit is allemaal nogal onzinnig als mannen en vrouwen al duizenden jaren over de aarde liepen. Ook het Nieuwe Testament zegt onomwonden dat Adam de eerste mens was in 1 Korinthe 15:45 :” de eerste mens, Adam, werd een levende ziel”

 

 

Stammen alle mensen van Adam en Eva af?

 

Het Bijbelse antwoord op deze vraag is JA. Naast de bovenstaande Bijbelgedeelten waaruit blijkt dat Adam en Eva de eerste mensen waren, wordt ook elders in de Bijbel nog eens bevestigd dat alle mensen van Adam en Eva afstammen.

Gensesis 3 : “En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is geworden”

Paulus in Athene : Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt Handelingen 17:26 : Dit is een duidelijke verwijzing naar Adam, uit wie de hele mensheid is voortgekomen.

Al met al is dit dus een grondige weerlegging van de notie dat er ooit mensen bestaan hebben die niet van Adam en Eva afstammen. De Bijbel en de evolutietheorie zijn onverenigbaar.

 

 

Geestloze mensachtigen?

 

Volgens theïstisch evolutionisten waren de mensen vóór Adam en Eva, die er exact zo uitzagen en net zo slim waren als mensen, toch geen echte mensen omdat ze geen geest hadden. God zou dus twee geestloze hominiden hebben uitverkoren en hen hebben uitgerust met een geest, maar alle andere mensen waren in feite slechts een soort intelligente dieren, zonder enig spiritueel besef.

Deze geestloze mensachtigen konden vuur maken, vervaardigden werktuigen, maakten wandschilderingen in grotten en begroeven zelfs hun doden. Vooral dat laatste wijst natuurlijk sterk op de aanwezigheid van spiritueel besef. Geen enkele diersoort doet dat. Kortom, er is beslist geen reden te geloven dat deze hominiden buiten de Bijbelse definitie van ‘mens’ zouden vallen. Verder is het natuurlijk de vraag wat er met al die geestloze mensen is gebeurd. Hebben ze zich gemixt met de ‘echte’ mensen? Of zijn ze uitgestorven?

Ps : hominiden zijn mensachtigen onder de familie van de primaten (mensen, gorilla’s, chimpansees, orang-oetans )

 

 

Wanneer hebben Adam en Eva geleefd?

 

Op basis van de geslachtsregisters in Genesis 5 en 11 valt uit te rekenen dat Adam en Eva ongeveer 6000 jaar geleden hebben geleefd. Theïstisch evolutionisten accepteren de dateringtechnieken die zijn gebruikt om te bepalen dat Aboriginals tienduizenden jaren geleden al in Australië woonden. Dit levert een groot dilemma op:

Als ze de geslachtsregisters in Genesis 5 en 11 accepteren, creëren ze het probleem dat Aboriginals geen afstammelingen van Adam en Eva zijn! Hetzelfde geldt voor de Indianen en honderden andere volken. Als ze ervoor kiezen te beweren dat Adam en Eva veel langer geleden hebben geleefd, meer dan 50.000 jaar geleden, is dat rechtstreeks in strijd met de geslachtsregisters.

Theïstisch evolutionisten komen op dit punt dus hoe dan ook in conflict met de Bijbel.

 

 

Is Eva geschapen uit een rib van Adam?

 

Veel theïstisch evolutionisten geloven ook niet meer in de schepping van Eva uit Adam, maar dat ze een ‘uitverkorene’ was. Dit is natuurlijk zwaar on-Bijbels.

1 Timoteüs 2:13 : Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva

1 Korinthe 11:8 : Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man. Handelingen 17:26 : God heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt.

 

 

Hoe oud werd Adam?

 

Volgens Genesis 5:5 werd Adam 930 jaar oud. Ook zijn nakomelingen in de volgende 10 á 15 generaties werden vele honderden jaren oud (zie Genesis 5 en 11). Adam is een directe schepping van God en was dus genetisch en fysiologisch op en top gezond. Wij, daarentegen, hebben duizenden jaren van degeneratie achter de rug. Ook kun je verwachten dat de wereldwijde zondvloed grote veranderingen teweeg heeft gebracht in het leefmilieu op aarde waardoor de levensverwachting afnam.

Binnen het evolutiemodel geldt dat niet. Er is binnen dit model geen enkele reden om te denken dat mensen vroeger ouder werden. Adam en Eva waren gewoon afstammelingen van andere mensen. Dus zullen veel theïstisch evolutionisten ook de geslachtsregisters in Genesis 5 en 11 ‘herinterpreteren’, om van die hoge leeftijden af te komen. Dit geeft te denken over vanaf welk punt theïstisch evolutionisten de Bijbel serieus gaan nemen. Volgens het geslachtsregister in Genesis 11 namen de behaalde leeftijden van de patriarchen na de zondvloed geleidelijk af.

 

 

evolutie

 

 

Theïstisch evolutionistische opinie 3: we weten het niet

 

Als je geen stelling neemt over hoe oud Adam werd, kun je daarmee zowel de kritiek van medechristenen ontlopen (die je met Genesis 5:5 om de oren slaan), als die van ongelovige evolutionisten (die zulke hoge leeftijden belachelijk vinden, hetgeen binnen het evolutiemodel terecht is). Maar dat je de kritiek van andere mensen ontloopt, wil niet zeggen dat het probleem daarmee verdwijnt. Logischerwijs zijn er maar twee mogelijkheden: Genesis 5:5 klopt of het klopt niet. In onze cultuur wordt bescheidenheid zeer gewaardeerd. Toegeven dat je het niet weet lijkt heel nederig.

Dit gaat soms zelfs zo ver dat het innemen van een stelling, dus zeggen dat je het wel weet, gezien wordt als arrogant! De Bijbel is duidelijk genoeg over Adam en Eva. Al de bovenstaande problemen worden alleen maar gecreëerd door het accepteren van een on-Bijbelse theorie, die overigens bedacht is om ons ontstaan te verklaren zonder daarbij God te hoeven betrekken.

 

 

Conclusie

 

Theïstisch evolutionisme loopt tegen grote problemen aan als het gaat om Adam en Eva. En dit is nog maar het topje van de ijsberg. Theïstisch evolutionisme heeft ook serieuze dilemma’s als het gaat om de scheppingsweek (Genesis 1 en Exodus 20:11), de zondeval (Genesis 3), de zondvloed(Genesis 7 en 8) en de spraakverwarring(Genesis 11).

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De spraakverwarring in Genesis

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De spraakverwarring: nog meer moeilijkheden voor compromistheorieën

 

 

3790_o_the_tower_of_babel

 

 

Stel je voor… je bent een christen en gelooft in de Bijbel. Maar anderzijds ben je er toch ook van overtuigd dat het wetenschappelijke materiaal wijst op een miljoenen jaren oud aarde. Wat doe je? Mogelijkerwijs denk je dat de Bijbel niet altijd even letterlijk gelezen moet worden en wel in lijn gebracht kan worden met de hedendaagse ‘wetenschappelijk inzichten’. Maar hoe ga je dan om met de spraakverwarring?

 

 

In Genesis 11 lezen we:

 

1 De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak. 2 Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden. 3 En zij zeiden tot elkander: Welaan, laten wij tichelen maken en die goed bakken. En de tichel diende hun tot steen en het asfalt diende hun tot leem. 4 Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden. 5 Toen daalde de HERE neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien, 6 en de HERE zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn. 7 Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan. 8 Zo verstrooide de HERE hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad. 9 Daarom noemt men haar Babel, omdat de HERE daar de taal der gehele aarde verward heeft en de HERE hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft.

 

Dit verhaal kun je moeilijk opvatten als slechts een allegorie. Het wordt namelijk verteld als historisch narratief (een opeenvolging van gebeurtenissen). Er is geen tekstuele reden om het allegorisch of symbolisch op te vatten, dus moeten we dat met deze passage net zo min doen als bijvoorbeeld met het verhaal van Esther, of het verhaal dat Abraham zijn zoon Isaak moest offeren. Bovendien past dit verhaal van de spraakverwarring in de bredere context van de hoofdstukken ervoor en erna.

En daar nog bovenop wordt het verhaal omsloten door geslachtsregisters (Genesis 10 en 11:10-32). Dat is geschiedschrijving van de puurste vorm. En verder hebben sommige volken (zoals de Tohono O’odham Indianen) nog herinneringen aan de spraakverwarring, wat sterk wijst op een historische gebeurtenis. Dus het moet waargebeurd zijn. Maar wat is dan het probleem? Het probleem wordt duidelijk als we ons afvragen wanneer de spraakverwarring heeft plaatsgevonden.

 

 

 

 

 

Wanneer was de spraakverwarring?

 

We weten dat het enige tijd na de zondvloed is gebeurd en we kunnen berekenen wanneer de zondvloed ongeveer was. Aan de hand van onder meer de geslachtsregisters in Genesis 11 kunnen we dit narekenen. Het ligt er een beetje aan welke manuscripten je gebruikt, want bijvoorbeeld de Septuagint geeft iets andere getallen dan de Masoretische tekst waar onze moderne vertalingen op zijn gebaseerd. Maar hoe dan ook komt er uit dat de zondvloed (en dus de spraakverwarring) niet veel meer dan 6000 jaar geleden geweest kan zijn.

Conclusie: minder dan 6000 jaar geleden was “de gehele aarde één van taal en één van spraak” en waren alle mensen op één plek geconcentreerd.

Maar wacht eens even… Dit stelt ons voor een probleem, nietwaar? Want volgens seculiere wetenschappers waren mensen al veel langer geleden over een groot deel van de wereld verspreid! En dat baseren ze op verschillende dateringsmethoden, zoals de koolstofdateringsmethode en de thermoluminescentiedateringsmethode, waarmee ze archeologische vondsten dateren. Het lijkt erop dat je moet kiezen: of die dateringen kloppen niet, of de Bijbel klopt niet.

Als je voor het eerste kiest: gefeliciteerd! Je hebt ervoor gekozen meer vertrouwen te stellen in het Woord van God dan in de woorden van mensen (ook al noemen die zich wetenschappers). En gelukkig zijn er hele goede antwoorden op vragen als: hoe zit het dan met de koolstofdateringsmethode?

Als je er daarentegen voor kiest om die dateringsmethoden te vertrouwen… dan zul je de geslachtsregisters in Genesis 11 moeten oprekken. Hoe ver moet je die eigenlijk oprekken? Een paar eeuwen? Nou nee. Volgens de gangbare wetenschappelijke theorieën zaten indianen 10.000 jaar geleden al in Amerika. Een paar duizend jaar dus? Nou… nee. Aboriginals zouden namelijk 40.000 jaar geleden al in Australië hebben gezeten.

Je moet de geslachtsregisters dus minimaal een goede 35.000 jaar oprekken. (En dan houden we nog niet eens rekening met allerlei vondsten van stenen werktuigen die honderdduizenden tot miljoenen jaren oud zouden zijn.) Het probleem is dat die geslachtsregisters niet zo ver opgerekt kunnen worden, zoals in een toekomstig artikeltje uitgelegd zal worden. Maar daarnaast zijn er ook nog andere redenen waarom het niet waarschijnlijk is dat de spraakverwarring meer dan 40.000 jaar geleden plaatsvond.

 

 

 

Moeilijkheid #1: mondelinge overlevering en de uitvinding van het schrift

 

Als de spraakverwarring echt zo lang geleden was, dan moet het wel heel lang geduurd hebben voordat men het schrift uitvond. Los van de vraag waarom deze uitvinding zo lang op zich heeft laten wachten (want mensen zouden 40.000 jaar geleden niet minder intelligent geweest zijn dan tegenwoordig) betekent dit dat de verhalen over Adam, Eva, Kaïn, Abel, Noach en de toren van Babel tienduizenden jaren lang mondeling overgeleverd zouden moeten zijn, totdat men iets meer dan 5000 jaar geleden eindelijk eens een keertje het schrift uitvond. Maar hoe kunnen deze verhalen zo’n enorm lange tijd zo accuraat zijn overgeleverd? Vooral het zondvloedverhaal is daar veel te gedetailleerd voor.

In het geval van de Bijbel zouden christenen die in miljoenen jaren geloven nog kunnen zeggen dat het niets uitmaakt hoeveel tijd er tussen de gebeurtenissen en het op schrift stellen heeft gezeten: God heeft de Bijbel immers geïnspireerd? Dat klopt. Maar voor de vele andere volken die nog steeds legenden over de zondvloed en de spraakverwarring hebben gaat die vlieger niet op. Zie het artikel Zondvloedlegenden. Hoe kunnen de herinneringen aan deze verhalen zo enorm lang bewaard zijn gebleven?

Binnen het scheppingsmodel (dat uitgaat van een recente schepping, zondvloed en spraakverwarring, slechts enkele duizenden jaren geleden) zit alles veel logischer in elkaar. Het schrift kan al voor de zondvloed zijn uitgevonden en Mozes kan Genesis geschreven hebben op basis van mondelinge overleveringen en schriftelijke bronnen.

 

 

 

 

 

Moeilijkheid #2: agricultuur

 

Een ander serieus probleem is de oorsprong van agricultuur. Volgens de seculiere theorieën (gebaseerd op de eerder genoemde dateringsmethoden) hebben mensen honderdduizenden jaren lang als jagers-verzamelaars geleefd, totdat ze enkele duizenden jaren geleden ontdekten dat het veel efficiënter is om planten te verbouwen en dieren te houden.

Als je gelooft dat de spraakverwarring meer dan 40.000 jaar geleden plaatsvond, dan is het de vraag waarom het zo lang geduurd heeft voordat agricultuur ontwikkeld werd. Dit is extra problematisch omdat Noach en zijn onmiddellijke nakomelingen kennelijk heel goed op de hoogte waren van verscheidene landbouwtechnieken. Volgens Genesis 6:21 was Noach in staat om een grote voedselvoorraad aan te leggen.

Hij en zijn zonen moeten in elk geval iets hebben geweten over het houden en verzorgen van dieren (in de ark, maar zie ook Genesis 4:20). En bovenal zegt Genesis 9:20-21 dat Noach na de zondvloed een landbouwer werd en een wijngaard aanlegde. En ook de bouw van de stad Babel wijst erop dat men landbouw bedreef (want waar grote groepen mensen bij elkaar zijn, is het waarschijnlijk dat landbouw nodig is om voldoende voedsel op te brengen).

Naast de vraag waarom het zo lang duurde voordat agricultuur ontwikkeld werd, is het de vraag hoe het komt dat deze ontwikkeling een paar duizend jaar geleden plotseling op verschillende plaatsen ter wereld schijnbaar onafhankelijk van elkaar plaatsvond. Vanaf zo’n 10.000 tot 7000 jaar geleden (volgens de eerder genoemde dateringsmethoden) zou agricultuur zijn ontwikkeld in Mesopotamië, Nieuw-Guinea, Sahel (daar ligt tegenwoordig de Sahara), China en Amerika.

Opnieuw vallen alle puzzelstukjes veel makkelijker op hun plaats als je aanneemt dat de spraakverwarring helemaal niet zo lang geleden was, maar gewoon een paar duizend jaar geleden, zoals de Bijbel zegt. Vanuit Babel verspreidden de volken zich over de aarde, en sommige van die volken begonnen gelijk met het toepassen van de landbouwtechnieken die ze nog kenden op de plaatsen waar ze zich vestigden.

 

 

 

Moeilijkheid #3: metaalbewerking

 

Nog zo’n soort probleem is de ontdekking van metallurgie. Volgens de seculiere theorieën is metaalbewerking pas een paar duizend jaar geleden ontdekt, en is deze ontdekking vooraf gegaan aan een tienduizenden jaren durend ‘stenen tijdperk’. Maar dit is rechtstreeks in strijd met wat de Bijbel ons vertelt. Genesis 4:22 zegt dat de bewerking van zowel koper (of brons, volgens de NBV) als ijzer al uitgevonden was voor de zondvloed.

 

 

 

 

 

Moeilijkheid #4: urbanisatie

 

Als je denkt dat de spraakverwarring >40.000 jaar geleden plaatsvond is het een mysterie waarom stedenbouw pas zo recent op gang gekomen is. Volgens de gangbare seculiere theorieën zijn mensen pas in de laatste 10.000 jaar begonnen met het bouwen van stadjes, en de wat grotere steden kwamen pas zo’n 6000 jaar geleden op de kaart te staan.

Dit is vooral een mysterie omdat de mensen die bij de Babelaffaire betrokken waren logischerwijs goed bekend waren met het principe van stedenbouw. (Genesis 11:3: “Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we van klei blokken vormen en die goed bakken in het vuur.’ De kleiblokken gebruikten ze als stenen, en aardpek als specie.”)

Net als voor agricultuur geldt dat stedenbouw in de recentere geschiedenis verbazingwekkend genoeg op verschillende plaatsen ter wereld ogenschijnlijk ‘onafhankelijk’ van elkaar losbarstte. Na tienduizenden jaren van wonen in grotten, tenten en kleine vestigingetjes, worden er in de periode van 6000 tot 4000 jaar geleden plotseling steden gebouwd in Mesopotamië, Egypte, India, China en Peru.

Dit past natuurlijk opnieuw veel beter in het Bijbelgetrouwe model van een recente spraakverwarring, waarna de volken in verschillende richtingen trokken en sommige daarvan binnen korte tijd nieuwe beschavingen opbouwden. Het past ook goed dat de oudste beschavingen zich in Mesopotamië bevonden, in het gebied waar Babel ook gelegen heeft.

Wat het nog interessanter maakt, is dat verschillende antieke culturen op verschillende plaatsen ter wereld een overeenkomstig architectonisch idee hadden, namelijk de zogenaamde trappiramide:

  • In Egypte waren trappiramides de oudste vormen van piramides.
  • In Mesopotamië bouwden de Sumeriërs en hun opvolgers vanaf het vierde millennium voor Christus (volgens seculiere dateringen) de zogenaamde ziggurats, die een zelfde soort vorm hebben.
  • Op het Italiaanse eiland Sardinië staan de restanten van een oude trappiramide die eveneens uit het vierde millennium voor Christus zou stammen.
  • In Midden Amerika bouwden de Maya’s, Azteken en Tolteken trappiramides.
  • In Zuid Amerika werden trappiramides gebouwd door de Inca’s, de Moche en de Chavin.
  • In het antieke China werden er ook piramides gebouwd, al is het niet duidelijk hoe ver de bouw van piramides in China teruggaat.

Deze architectonische overeenkomsten passen natuurlijk uitstekend bij een recente datering van de spraakverwarring. Het lijkt erop dat de Toren van Babel een soort ziggurat was, en dat verschillende wegtrekkende volken dit idee meegenomen hebben en het in hun nieuwe woongebieden opnieuw hebben toegepast.

 

 

 

Het hele verhaal dan maar herinterpreteren?

 

Het verhaal over de spraakverwarring kan niet symbolisch gelezen worden. Ook hebben we gezien dat die gebeurtenis niet redelijkerwijs meer dan 40.000 jaar geleden plaatsgevonden kan hebben. Het lijkt erop dat er nog maar één optie overblijft voor christenen die Genesis per se in lijn willen brengen met gangbare theorieën binnen de wetenschap. Het verhaal zelf moet gewoon drastisch geherinterpreteerd worden: als er staat “De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak” dan betekent dat in feite dat alleen de mensen in een beperkt gebiedje op de wereld één van taal en spraak waren.

En dat er intussen overal op de wereld al andere mensen leefden die allerlei talen spraken. Maar dat komt gewoon neer op een regelrechte ontkenning van de hele hoofdgedachte van het verhaal: de mensen wilde zich niet over de aarde verspreiden, maar God verstrooide ze over de hele wereld.

 

 

 

Conclusie

 

Als we compromissen proberen te sluiten tussen de Bijbel en de populaire theorieën binnen de wetenschap, worden daarbij meer problemen gecreëerd dan opgelost. Het is een misvatting dat de tegenspraak tussen de Bijbel en de dominante ideeën binnen de wetenschap opgelost kunnen worden door simpelweg Genesis 1 als een symbolisch verhaal te lezen. Daar blijft het namelijk niet bij. Om binnen Genesis ruimte te maken voor de gangbare ideeën over miljoenen jaren, moeten ook de schepping van Adam en Eva(Genesis 2), de zondeval (Genesis 3), de geslachtsregisters (Genesis 5 en 11), de zondvloed (Genesis 6-9) en de de spraakverwarring (Genesis 11) totaal geherinterpreteerd worden. Genesis staat het simpelweg niet toe.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Derde miniatuur: tweede visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

tweede visioen van het eerste boek

 

.

.
.
.
.

Met de voorstelling vóór ons, luisteren we eerst naar wat de Stem van boven aan Hildegard meedeelde.

“Wie met gelovige overgave en liefde God aanhangt, zal niet door de stormloop van de ongerechtigheid verschrikt raken en losgerukt worden van de hemelse zaligheid. Wie God slechts naar uiterlijke schijn dient, zal niet tot het hogere opstijgen, maar integendeel buitengeworpen worden en in de onderwereld terecht komen.”

Wat in deze miniatuur als eerste opvalt, is het opstijgende zwarte vlak, dat met grijpvingers naar de sterrenhemel reikt en dat donkerrode vlammen aan zijn voet laat zien. Naast dit zwart gegeven zien we het gelukkige paradijs, aangeduid door een vergulde achtergrond en twee rijk versierde bomen. Boven het paradijs prijken in de blauwe hemel naast kleine witte sterren nog negentien grote sterren van goud.

Hiermede is de engelenwereld bedoeld, maar deze is bevolkt met een niet volmaakt getal van sterren. Immers een derde deel der geesten heeft zich niet aan God wensen te onderwerpen en is in het hellevuur neergestort.

God heeft in Zijn Wijsheid de lege plaatsen willen aanvullen en Hij schiep de mensheid, hier aangeduid door acht sterren in een wit-groene wolk, voortkomend uit de zijde van Adam. Samen met de eerste negentien vormen zij een getal van zeven en twintig sterren, het volmaakte getal van drie in de derde macht. Drie maal drie maal drie.

Tegen dit plan rijst het vreselijk verzet van de onderwereld en terwijl de zwarte vingers onmachtig zijn de sterren in de hemel te grijpen, vergiftigt een vlam, in de vorm van een slangekop, de acht sterren in de schoot van Eva.

Aangrijpender kan men het mysterie van de erfzonde niet uitbeelden. Dit is ook als iconografisch gegeven uniek in de kunstgeschiedenis. Wanneer we een niet traditionele voorstelling ontmoeten, dan mogen we daar naar de wezenskern van de mystieke boodschap van Hildegard zoeken. Deze kern ligt in de strijd tussen licht en duister, tussen heiligheid en zonde. Hierover zegt de Stem:

“Wie van liefde brandt zal niet door de stormloop van de ongerechtigheid verschrikt worden.”

Het enige wat ons gevraagd wordt, is met overgave God aan te hangen en te geloven, dat God uiteindelijk overwint. Eén van de kernpunten van de boodschap van Hildegard is, dat God haar getoond heeft, hoe de wegen zijn waarlangs de vijand verslagen zal worden. En toch zullen we in de volgende visioenen zien, hoe Hildegard, ondanks haar geloof en overgave, van tijd tot tijd beeft voor het mysterie van het kwaad.

Dit komt ook voort uit haar sterk kosmisch gevoel. Zij voelt zich intens verbonden met heel de zichtbare schepping en weet zich onder invloed van de sterren, planeten, winden en regen te staan. Zij ervaart in haar lichaam heel pijnlijk de wanorde van de elementen die in de vier hoeken van deze miniatuur zijn uitgebeeld: water en aarde beneden, lucht en vuur in de bovenhoeken.

Eén motief in deze miniatuur is nog niet besproken, n.l. de oranje band tussen de sterrenhemel en de vergulde achtergrond van het paradijs. In de uitleg van de Scivias-tekst staat, dat een lichtglans rondom het paradijs werd opgetrokken, toen het eerste mensenpaar de tuin van Eden moest verlaten. Want God wil het paradijs ongerept bewaren voor de zielen die eenmaal door de Verlosser aan de greep van de duivel ontrukt zullen worden.

Dat nu deze glans de kleur draagt van het morgenrood, de aurora, is van diepe betekenis. Dit motief wordt in de miniaturen nog breed uitgewerkt in verband met het mysterie van de Menswording uit de Moedermaagd.

De vruchtbaarheid van het moederschap is een gegeven dat sterk in de gedachtenwereld van Hildegard meespeelt om de activiteit van God in beeld te brengen. Daarom is de wolk uit de zijde van Adam groen gekleurd. Alleen al over de kleur groen en het trefwoord viriditas zou een afzonderlijk hoofdstuk geschreven kunnen worden. Voor ons moderne mensen roept de kleur groen, zoals wij die kennen in de natuur, heel gemakkelijk associaties op met de groei van alles wat leeft.

Deze miniatuur gaf ons een eerste blik in het grote mysterie van het kwaad. Nu gaat Hildegard de invloed hiervan op de hele kosmos, de makro kosmos beschrijven. Daarna komt de rol van het kwaad in iedere mensenziel, de mikro kosmos. Immers uit de bewegingen van de grote kosmos leren Hildegard en ook wij de drijfveren van het menselijke doen en laten steeds beter kennen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

Maria, de moeder van Jezus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Maria, de moeder van Jezus

 

Maria was de vrouw van Jozef en de moeder van Jezus Christus, die in haar verwekt was door de Heilige Geest toen ze maagd was. Ze wordt vaak genoemd de ‘Maagd Maria’ hoewel nergens in de Bijbel deze twee woorden bij elkaar staan als een echte naam (Matt. 2:11; Matt. 1:23; Luk. 1:27; Hand. 1:14). Er is weinig bekend over haar persoonlijke geschiedenis. Ze was uit de stam van Juda een rechtstreekse afstammelinge van David (Psalm 132:11; Luk. 1:32). Door haar huwelijk was ze familie van Elisabet, die een afstammelinge was van Aaron (Luk. 1:36)

 

Levensloop van Maria

 

Volgens de geslachtsregisters in de evangeliën stammen Maria zowel als Jozef allebei af van David. Hiermee werd aan de voorwaarde voldaan dat volgens de profeten van het Oude Testament de Messias, die God zou sturen, uit het Huis van David zou komen. Het Nieuwe Testament vermeldt dat Maria nog niet samenwoonde met Jozef maar wel verloofd was, toen ze zwanger werd en dat ze nog geen geslachtsgemeenschap hadden gehad. Maria was dus nog een maagd. Volgens de christelijke theologie is Jezus in de schoot van Maria ontvangen door de kracht van de Heilige Geest. De verloving gaf in het jodendom reeds de rechten in het huwelijk. Toch bleef de bruid in het ouderlijk huis wonen, totdat de bruidegom haar plechtig zijn woning binnenleidde. Hiermee werd het huwelijk als voltrokken beschouwd.

Het evangelie van Matteüs beschrijft dat na de geboorte van Jezus, Jozef en Maria niet in Bethlehem bleven en ook niet naar Nazareth terugkeerden, maar naar Egypte vluchtten. Jozef was volgens dit evangelie namelijk via een droom gewaarschuwd, door een engel, dat koning Herodes, de aanstaande koning der Joden wilde vermoorden uit angst voor zijn eigen troon. Deze beging daartoe de kindermoord van Bethlehem. Na de dood van Herodes keerden Maria en Jozef terug naar Nazareth.

Hier groeide Jezus op onder de hoede van Maria en Jozef. Hij werd opgevoed in de joodse leer en leerde waarschijnlijk ook het beroep van zijn vader: timmerman. Jozef stierf volgens de traditie echter al op vrij jeugdige leeftijd, Maria als weduwe achterlatend. Bij het openbare optreden van Jezus wordt Maria nog dikwijls genoemd en ook bij de dood en verrijzenis van Jezus is zij aanwezig. Vervolgens zou ze nog aanwezig zijn geweest bij enkele vergaderingen van de apostelen.

Over haar verdere leven zijn verschillende versies in omloop. Maria moet ergens tussen 36 en 50 na Christus zijn overleden in Jeruzalem of Ephese. Hierbij zouden alle apostelen aanwezig zijn geweest behalve Thomas. Toen deze arriveerde was Maria’s lichaam al begraven en om haar toch eer te bewijzen bezocht Thomas in zijn eentje haar graf. Volgens de traditie zou Thomas toen de tenhemelopneming van Maria hebben gezien. Daarbij zou hij van Maria haar gordel hebben gekregen. De overige apostelen geloofden dit niet totdat hij hen de gordel toonde en het lege graf. Een opmerkelijke omkering van de situatie toen Thomas als enige apostel aanvankelijk niet geloofde in de verrezen Christus!

 

 

De Heilige Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd

 

Maria is haar naam. Gezegende onder de vrouwen wordt ze genoemd. En alle geslachten zullen haar voortaan gelukkig prijzen. Maria mag een naam hebben! Ze mag er zijn. De moeder van Jezus .

Nu heeft Maria onder rooms-katholieke christenen een heel bijzondere plaats gekregen. Zij aanbidden Maria en verwachten veel van hun gebed tot haar. Zo hebben zij van Maria meer gemaakt dan de Bijbel doet. Want Maria was een mens zoals wij en haar komt geen goddelijke eer toe. Maar zijn gereformeerde christenen misschien niet in het andere uiterste vervallen? Lopen zij niet het gevaar dat ze maar met een boogje om Maria heenlopen, uit angst dat ze haar te veel aandacht en zo te veel eer zouden geven? En maken zij zo niet minder van Maria dan de Bijbel doet?

Gods werk op aarde krijgt gezicht in Maria, zoals het werk van God op aarde gezicht heeft gekregen in een lange rij van mannen en vrouwen die we tegenkomen in de bijbel: Abraham, Mozes, Elia, Rachab, Ruth, Debora. Zij zijn allemaal geloofsgetuigen. In het concrete leven van al deze vrouwen en mannen, die in de bijbel een naam mogen hebben, is zichtbaar geworden wat God met mensen kan doen. Ook Maria hoort thuis in de lange rij geloofsgetuigen.

En in de lijn van Hebreeën 11, dat hoofdstuk waar al die geloofsgetuigen de revu passeren, zou over Maria gezegd kunnen worden: ‘Door het geloof heeft Maria, toen ze geroepen werd om de moeder van Jezus te zijn, vol overgave geantwoord: De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ En daarom gaat deze preek over een jonge vrouw met de naam Maria. We prijzen haar gelukkig omdat we ook in haar leven ontdekken wat God met mensen kan doen.

 

 

De roeping van Maria

 

Maria wordt geroepen om de moeder van de Messias te zijn. En de hemel zelf komt haar dat vertellen. Want het is heel bijzonder wat hier gebeurt. Nadrukkelijk staat er in vers 26 dat de engel Gabriël door God werd gezonden. Als er engelen optreden in de bijbel is het meestal zo dat ze er gewoon zijn. Maar bij de roeping van Maria wordt er nadrukkelijk bij gezegd: ‘In de zesde maand zond God de engel Gabriël.’ Eerst staat hij dus nog in de hemel, waar de heerlijkheid van de Heer is, en waar Gabriël staat voor Gods aangezicht. Zo valt er een duidelijk accent op de plaats waar de engel vandaan komt.

En daarmee wordt ook het contrast met de plaats waar hij heengaat extra scherp neergezet: de engel Gabriël gaat vanuit de hemel, nu niet naar de tempel, waar een eerbiedwaardige priester zijn werk doet, maar naar een klein stadje waar een volslagen onbekend meisje woont die ondertrouwd is met een al even onbekende man. Lucas moet ze allemaal nog aan ons voorstellen. De provincie is Galilea en het stadje is Nazaret, dat onbekende meisje heet Maria, en die onbekende man heet Jozef.

Zo leidt Lucas het roepingsverhaal in. Een engel uit de hemel Gabriël brengt een blijde boodschap aan Maria.  Het eerste woord van de engel is een heel ander woord. Het is een groet, maar geen gewone. ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ De groet is heel bijzonder omdat de vrouw tot wie de engel zich richt heel bijzonder is. En dat wil de engel direct zeggen: al bij voorbaat eert Gabriël Maria om wat hij haar straks mag gaan zeggen. Namens heel de engelenwereld spreekt Gabriël een gelukwens uit.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd.’ Maria valt een heel bijzondere genade ten deel. Maar het is wel genade en daaruit blijkt dat ook Maria niet zonder zonde heeft geleefd. Maria wordt door God ‘de onbevlekte Ontvangenis’ die de Messias zal baren. Jezus moet geboren worden uit een zondeloos lichaam. Alle zonden van Maria worden uit haar leven gewist. Maria wordt op dat moment de perfecte mens, zoals Eva was in het paradijs voor de zondeval. Maria krijgt een heel unieke plaats in Gods plan, een heel unieke plaats binnen het volk van de Heer.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Zo maakt Gabriël zijn bijzondere groet af. ‘De Heer is met je.’ Dat betekent dat God zegenend tegenwoordig is in het leven van Maria. Want Maria moet een zware taak vervullen die ze alleen niet kan volbrengen. Dat gaat Gabriël zo dadelijk vertellen. Maar hij zegt al bij voorbaat: ‘De Heer zal je op een bijzondere manier helpen. De Heer zal je zegenen en beschermen.’

Maria voelt heel goed aan dat dit geen gewone groet is. We leren Maria kennen als een vrouw die over dingen nadenkt. Maria heeft wat met woorden. Ze luistert er heel intens naar en ze overweegt ze. Zo is Maria een voorbeeld voor iedereen die wil leren wat mediteren is over het Woord van God. Zo vraagt Maria zich af wat deze groet uit de hemel betekent. Haar gedachten gaan in een denkrichting van verbijstering en de confrontatie dat zij de beloofde Messias op de wereld zal brengen. Heel haar leven wordt op de kop gezet. De mensen zullen denken en praten, want Maria is nog niet getrouwd. En wat zal Jozef zeggen? Maria zal haar eigen leven moeten opgeven!

 

 

 

Waarom Maria weent!

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De overgave van Maria

 

Maria vraagt aan de engel hoe dat wel kan want Jozef is nog niet haar man. Het antwoord van de engel is duidelijk: ‘Het Koningskind dat zij verwacht het is een wonder van Gods kracht.’ En als Maria dat heeft gehoord, maakt haar vragende houding plaats voor een dienende houding uit overgave. Maria heeft het woord van God dat door de dienst van de engel Gabriël tot haar is gesproken, gehoord en overwogen in haar hart. En ze geeft gehoor aan de roeping die op haar afkomt.  ‘Amen’ zegt ze op het Woord van God.

Bij Maria zou je kunnen verwachten dat ze reageerde op de boodschap van de engel met een lach waarin spot en ongeloof doorklinken. Maar Maria lacht niet. Maria overweegt de woorden in haar hart en zegt: ‘De Heer wil ik dienen.’ Ze lijkt op haar Zoon die nog geboren moet worden. Maria gaat leven in de navolging van Christus, die zichzelf overgegeven heeft om ons te redden.  In deze overgave van Maria zien we ook werkelijk dat de Heer met haar is. .

 

 

Het geloof van Maria

 

Maria eindigt haar antwoord op haar roeping met de woorden: ‘Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Maria moet geloven dat uit haar door de Geest de Messias zal worden geboren, het vrouwenzaad dat al zo lang geleden was beloofd. Zij moet geloven dat dat kan, want bij God is niets onmogelijk. Zij moet geloven dat wat in haar leven gebeuren gaat de voortzetting is van het werk dat God in het Oude Testament begonnen is.

Maria’s  geloof komt van de Heilige Geest. Hij komt over haar en zal haar ‘als een schaduw bedekken’ dat iets blijvend is. God maakt van haar lichaam en van haar ziel in de meest letterlijke zin de tempel van de Heilige Geest. Het geloof van Maria komt van de Heilige Geest die het in haar hart werkt door de verkondiging van het heilig evangelie.

Hoe anders was het bij die andere jonge vrouw aan het begin van het Oude Testament, Eva. Bij haar zien we het ongeloof en zelfzucht. Bij haar zien we een onheilige geest die wakker wordt geroepen door de satan. Maria is de vrouw van het geloof. Eva, de vrouw die haar eigen wil doorzette en koos voor de zonde en de dood. Maria, die koos voor het heil en het leven door te zeggen: ‘Laat met mij gebeuren,  uw wil geschiede.’

Maria was een gezegende onder de vrouwen en alle geslachten prijzen haar gelukkig om de grote dingen die God in haar leven heeft gedaan. Maar tegelijk staat zij model voor alle christenen in alle tijden. Maria was ontvankelijk voor het Woord van God en voor het heil van God en voor de Zoon van God. Ze heeft de deur niet voor de neus van de engel dicht gegooid. Maar vol overgave en geloof heeft ze ‘Amen’ gezegd op de roepstem van God.

 

 

Hoe schetst het Nieuwe Testament ons Maria?

 

Als een vrouw die vele bevreemdende dingen meemaakte in haar leven en dat alles ‘in haar hart bewaarde’ (Lucas 2:19, 51). Ze had een open, verwachtingsvolle grondhouding en daarbij een enorm geloofsvertrouwen.

Op verschillende plaatsen zien we dat Maria en Jozef een vroom leven leidden. Jozef werd rechtvaardig genoemd (Mattheüs 1:19). Na de geboorte van het kind gingen de ouders naar de tempel om er een offer te brengen. Jaarlijks maakten ze ook de pelgrimage naar Jeruzalem (Lucas 2:41). Van Jozef horen we daarna niets meer, maar dat Jezus broers en zussen had wordt meerdere keren gezegd.

Het moet voor Maria niet makkelijk zijn geweest om te zien hoe haar zoon zijn eigen weg ging. Kennissen maakten schampere opmerkingen over haar zoon (Mattheüs 13:55, Marcus 6:3). En daarnaast nam Jezus soms scherp afstand van zijn familie (Lucas 8:19-21). Frappant is daarom misschien wel vooral dat Maria desondanks steeds volgend aanwezig bleef. Zoals bij de bruiloft in Kana al zichtbaar werd, handelde Jezus op eigen wijze. Dat weerhield Maria er niet van om op kenmerkende moederlijke wijze raadgevingen te doen en aanwijzingen te geven. Ze kende haar zoon.

Ook later is ze aanwezig, als Jezus wordt gekruisigd. Volgens Johannes was zij een van de drie Maria’s aan de voet van het kruis (Johannes 19:25).

Handelingen vertelt bovendien dat Maria bij de discipelen was in de weken tussen Pasen en Pinksteren. Samen met haar andere zonen wachtte ze in Jeruzalem vurig biddend op de komst van de Heilige Geest (Handelingen 1:14).

 

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Tien deugden van Maria volgens de traditie

 

Zuiverheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 1,34-38:

De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.’ Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.

 

 

Wijsheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 2,19-20:

Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. De herders keerden terug. Zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij hadden gehoord en gezien; het kwam overeen met wat hun was gezegd.

 

 

Deemoed

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,38:

Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’

 

 

Geloof

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,45:

Gelukkige vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan.

 

 

Toewijding

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,46-47:

Met heel mijn hart roem ik de Heer, met al mijn adem juich ik om God, mijn redder.

 

 

Gehoorzaamheid

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,22-23:

Toen de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan te bieden aan de Heer, zoals in de wet van de Heer geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal de Heer worden toegewijd.

 

 

Armoede

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,6-7:

Terwijl ze daar waren kwam voor haar de tijd dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf.

en Lc 2,12:

Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.

 

 

Geduld

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,48:

Toen ze Hem daar zagen, waren ze zeer ontdaan. Zijn moeder zei: ‘Kind, hoe kon je ons dit aandoen? Wat waren je vader en ik ongerust toen we je kwijt waren.

Overweging uit het evangelie van Mattheus, Mt 2,13-15:

Toen ze de wijk genomen hadden, verscheen aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik u waarschuw. Want Herodes staat het kind naar het leven.’ Hij stond op en nam nog die nacht met het kind en zijn moeder de wijk naar Egypte, en bleef daar tot de dood van Herodes.

 

 

Barmhartigheid

 

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 2,4-5:

Jezus antwoordde: Wat hebben ik en u daarmee van doen, Vrouwe? Mijn uur is nog niet gekomen.’ Zijn moeder zei tegen de dienaren: ‘Wat Hij u ook beveelt, doe het maar’.’

 

 

Compassie

 

Overweging uit het evangelie naar Lucas, Lc 2,34-35:

Hij zal een omstreden teken zijn – ook door uw ziel zal een zwaard gaan – en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat.

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 19,26-27:

Jezus zag zijn moeder, en bij haar de leerling van wie Hij hield. Toen zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, daar is nu je zoon.’ Vervolgens zei Hij tegen de leerling: ‘Daar is je moeder.’ Toen, van dat uur af, nam de leerling haar bij zich in huis op.

 

 

Jezus en Maria, de zondeloze Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Verdere info

 

Duizenden jaren lang was elk kind geboren met een overgeërfde zondige natuur en zondig vlees (Rom. 8:3). Dit is het resultaat van de zonde van onze voorouders: Adam en Eva van wie we afstammen. Elke generatie heeft gezondigd (Rom. 3:23) en geeft die zondige natuur en de vloek van de dood door aan de volgende generatie. Er is slechts één uitzondering in de geschiedenis. Ofschoon Jezus in de baarmoeder van Maria groeide, zoals elk kind bij zijn moeder groeit, was hij verschillend van alle andere kinderen. Jezus kon zonder zonde geboren worden door de Goddelijke status die Maria kreeg. Zij werd voor de verwekking van Jezus de ‘Onbevlekte Ontvangenis’. Voor God werd Maria de zondeloze Eva voor de zondeval, zo kon Jezus na zijn geboorte dienen als het vlekkeloze offerlam van God.

Als een geest en deel van de Drie-eenheid, bestond Jezus al voor de schepping van de wereld. Eigenlijk openbaart Johannes dat Hij de Schepper is. (Joh. 1). Verder was het fysieke lichaam van Jezus, zoals Hij werd geboren in Betlehem duidelijk een speciale creatie van God, geplaatst in Maria’s baarmoeder. Dit is de Bijbelse leerstelling van de maagdelijke geboorte.

Aldus is noch de geest van Christus, noch zijn lichaam het resultaat van het DNA van het eitje van Maria of van het zaad van enige man. Beide zouden genetische fouten hebben bevat en een zondige natuur. Zoals de Bijbel ons leert was Jezus echt de tweede Adam. De eerste Adam was een speciale schepping van God, zo ook de tweede Adam. (Romeinen 5:12-19). Jezus was net zo volledig mens als de eerste Adam en evenals deze had Hij geen zondige natuur, geen erfzonde, geen zondig vlees, dat steeds weer generatie op generatie doorgegeven werd sinds de zondeval. Hij was absoluut puur en zonder zonde, vanaf de dag van Zijn geboorte. Hij moest zijn en was het Lam van God, zonder vlek of rimpel, offerlam voor onze zonden (Joh. 1:29).

 

 

Hoe leeft Maria onder de gelovigen?

 

Onder het geloofsvolk neemt Maria een veel grotere plaats in dan in de officiële kerkleer, de theologie. Daar is blijkbaar behoefte aan. Vermoedelijk omdat Maria zo herkenbaar is, ze heeft immers altijd voor haar zoon gestaan. Bovendien is voor vele gelovigen Jezus een figuur op afstand die ontzag oproept. De volksdevotie van Maria is geen probleem zolang ze geen einddoel wordt, maar gezien wordt als weg, als kanaal naar Jezus.

 

 

 

Volksdevotie

 

Het meest prominent is Maria aanwezig in de katholieke en orthodoxe volksdevotie waarin de Mariaverering een dominante plaats inneemt. Volgens de officiële kerkelijke leer kan Maria nooit de plaats van Jezus als Verlosser van de zonde vervangen en verwijst zij altijd naar Jezus als de werkelijke Middelaar tussen de mens en God. In de volksdevotie is de praktijk meestal dat Maria als ‘toegankelijker’ beschouwd wordt dan Jezus en meer aangeroepen wordt, zij het dan als ‘voorspreekster’.

Ook vinden vele gelovigen dat het vragen van gebed aan Maria noodzakelijk is, omdat hun eigen gebeden tot Jezus zo vaak verstrooid en niet vurig genoeg zijn. In de wereld zijn veel plaatsen waar uitdrukking wordt gegeven aan deze devotie. Paus Johannes Paulus II, die Maria zeer na aan het hart lag, legde zijn lot en dat van de wereld in de handen van de Moeder Gods; zij zou hem beschermen volgens de verschijning van Maria in Fatima.

Het meest beroemd zijn de plaatsen waar Maria zou zijn verschenen: het Franse Lourdes (verschijning in 1858), Fátima in Portugal (1917) en Guadalupe in Mexico-stad (1531). Het Duitse Kevelaer trekt veel Nederlandse pelgrims. In katholieke en orthodoxe landen zijn ontelbare nationale en regionale heiligdommen te vinden, maar ook in Nederland bestaan talloze genadeoorden (bedevaartplaatsen).

 

 

 

Mariakapelletjes in de Nederlanden

 

Vooral in de van oudsher katholieke Nederlandse provincies Limburg en Brabant en in Vlaanderen kan men op veel plaatsen, vaak in oude stads- en dorpskernen maar ook verspreid over het platteland, kleine Mariakapelletjes aantreffen die door de plaatselijke bevolking, worden bezocht om een kaarsje op te steken en voor een moment van bezinning. Deze bevinden zich in Vlaanderen zeer vaak onder of bij een oude boom, op de plaatsen waar ooit in voor-christelijke tijden een boomheiligdom was.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Bestaat Satan echt?

Standaard

categorie : religie

.
.
.
Problemen waar we mee te maken hebben
.
.
.

 

Wie is Satan? Bestaat hij echt?

 

Sommige moderne wetenschappers zeggen dat Satan niet echt bestaat. Ze beweren dat hij gewoon aan de fantasie van mensen is ontsproten. Deze controverse is niet nieuw. „De sluwste streek van de Duivel”, schreef de negentiende-eeuwse dichter Charles Baudelaire, „is dat hij ons ervan probeert te overtuigen dat hij niet bestaat.”

Bestaat Satan echt? En zo ja, wat is dan zijn oorsprong? Is hij de onzichtbare kracht achter de problemen die onze wereld teisteren? Hoe kunnen we zijn slechte invloed vermijden? Is Satan de onzichtbare kracht achter de problemen die onze wereld teisteren?

 

 

Wat de Bijbel zegt

 

De Bijbel beschrijft Satan als een bestaand persoon die zich in het onzichtbare geestenrijk bevindt ( Job 1: 6 ). Er wordt in verteld over zijn kwaadaardige en meedogenloze eigenschappen en zijn slechte daden ( Job 1: 13-19 ;  Job 2: 7 en 8 ; 2 Timotheüs 2 : 26 ). Er staan zelfs gesprekken in die Satan met God en met Jezus heeft gevoerd. (  Job 1 : 7 – 12 ; Mattheüs 4: 1 – 11 ).

Wat is de oorsprong van dit slechte wezen? Lang voordat de mens bestond, schiep God zijn ’eerstgeboren’ Zoon, die ten slotte bekend kwam te staan als Jezus ( Kolossenzen 1: 15 ). Na verloop van tijd volgde de schepping van andere „zonen Gods”, engelen genoemd ( Job 38: 4 – 7 ). Die waren allemaal volmaakt en integer. Maar een van die engelen werd later Satan.

De naam Satan kreeg hij niet toen hij werd geschapen. Het is een beschrijvende naam die  „Tegenstander, Vijand of Beschuldiger” betekent. Hij werd pas later Satan genoemd omdat hij een levenswijze koos waarmee hij tegen God in opstand kwam.

In het hart van dit geestelijke schepsel ontwikkelden zich gevoelens van trots en wedijver tegenover God. Hij wilde dat anderen hem gingen aanbidden. Toen Gods eerstgeboren Zoon, Jezus, op aarde was, probeerde Satan hem zelfs zover te krijgen dat hij „een daad van aanbidding” voor hem verrichtte ( Mattheüs 4: 9 ).

Satan „stond niet vast in de waarheid” ( Johannes 8: 44 ). Hij suggereerde dat God een leugenaar was, terwijl hij in feite zelf de leugenaar was. Hij zei tegen Eva dat ze als God kon zijn, terwijl hij zelf als God wilde zijn. En door zijn leugenachtige gedrag verwezenlijkte hij zijn zelfzuchtige verlangen. Voor Eva werd hij iemand die hoger was dan God. Door Satan te gehoorzamen, aanvaardde Eva Satan als haar god ( Genesis 3: 1 – 7 ).

Door tot opstand aan te zetten maakte deze engel, in wie ooit vertrouwen werd gesteld, zichzelf tot een tegenstander en vijand van God en de mens. Ook de naam „Duivel”, die „Lasteraar” betekent, werd aan de beschrijving van dit goddeloze wezen toegevoegd.

Deze aanstichter van de zonde beïnvloedde ten slotte andere engelen op zo’n manier dat ze God ongehoorzaam werden en zich bij hem aansloten in zijn opstand ( Genesis 6: 1 en 2 ; 1 Petrus 3: 19 en 20 ). Die engelen maakten de situatie van de mensheid er niet beter op. Omdat ze Satans zelfzuchtige gedrag navolgden, werd de aarde „met geweldpleging vervuld” ( Genesis 6: 11 ; Mattheüs 12 : 24 ).

 

 

Satan in de sport

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe krachtig is Satans invloed?

 

Een misdadiger zal op de plaats van een misdrijf misschien zijn vingerafdrukken verwijderen in een poging geen sporen van zijn identiteit achter te laten. Maar als de politie arriveert, weten ze dat als er een misdaad is gepleegd, er ook een misdadiger moet zijn. Satan, de oorspronkelijke „doodslager”, probeert te voorkomen dat hij sporen van zijn identiteit achterlaat ( Johannes 8: 44 ; Hebreeën 2: 14 ).

Toen hij met Eva sprak, verborg hij zijn identiteit achter een slang. In deze tijd probeert hij zich nog steeds te verbergen. Hij heeft ’de geest van de ongelovigen verblind’, zodat de reikwijdte van zijn krachtige invloed wordt verhuld ( 2 Korintiërs 4: 4 ).

Maar Jezus zei dat Satan het criminele meesterbrein is achter de corrupte wereld waarin we leven. Hij noemde hem „de heerser van deze wereld” ( Johannes 12: 31 en 16: 11 ). „De gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze”, schreef de apostel Johannes ( 1 Johannes 5: 19 ).

Satan ’misleidt de gehele bewoonde aarde’ en maakt daarbij een doeltreffend gebruik van „de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft” ( 1 Johannes 2: 16 ; Openbaring 12: 9 ). Hij is degene die door de mensheid in het algemeen wordt gehoorzaamd.

Net als Eva maken degenen die Satan gehoorzamen, hem eigenlijk tot hun god. Daarom is Satan „de god van dit samenstel van dingen” ( 2 Korintiërs 4: 4 ). De gevolgen van zijn overheersing omvatten huichelarij en leugens; oorlog, marteling en vernieling; misdaad, hebzucht en corruptie.

 

 

Satan, de tegenstrever

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe we zijn invloed kunnen vermijden

 

De Bijbel waarschuwt: „Houdt uw zinnen bij elkaar, weest waakzaam, omdat ’uw tegenstander, de Duivel, rondgaat als een brullende leeuw, op zoek om iemand te verslinden ” ( 1 Petrus 5: 8 ). Hoewel dit een ernstig stemmende Schriftplaats is, is het geruststellend te weten dat alleen degenen die niet hun zinnen bij elkaar houden — zij die niet waakzaam blijven — „door Satan zullen worden overmeesterd” ( 2 Korintiërs 2 : 11 ).

Het is van levensbelang dat we erkennen dat Satan echt bestaat en dat we ons door God ’standvastig en sterk laten maken’. Op die manier kunnen we ons standpunt tegen Satan innemen en ons aan Gods kant opstellen ( 1 Petrus 5: 9 en 10 ).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fouten in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Fouten in de Bijbel

 

 

jezus_bijbel

 

 

De Bijbel spreek voor zichzelf en dat is ook zo. God is heel goed in staat om zichzelf te verdedigen. Denk maar eens aan het bijbelboek Job, waar hij precies denkt te weten wat God met de hele situatie te maken heeft. Uiteindelijk laat God heel duidelijk horen hoe Hij erover denkt, waarna Job zich bekeert en de situatie een positieve wending krijgt.

Mensen die hun mening al hebben klaarliggen en de Bijbel al afgeschreven hebben,  zullen hun antwoord wel van God krijgen. Laat ons hopen dat het voor hen dan niet te laat is en dat ze Zijn stem zullen horen voordat het laatste oordeel aanbreekt. Volgens de Bijbel komt er een moment dat de tijd op is. Ieder mens krijgt een eerlijke kans van God.

De Bijbel spoort ons aan om nu te leven en in het hier en nu te reageren op de stem van God. (Hebr 3-7 : Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet )
Toch zijn er nog steeds veel mensen die met vragen zitten en serieus willen weten hoe het zit met bepaalde moeilijk te begrijpen Bijbelgedeelten.

  • Het eerste gedeelte in de Bijbel waar mensen vaak over vallen is de veronderstelde herhaling van het scheppingsverhaal. In hoofdstuk 1 van Genesis wordt verteld in welke volgorde God het heelal, de aarde en het leven erop maakte.
  • Dan komt hoofdstuk twee, waar het net lijkt alsof de schepping voor een tweede keer, in een andere volgorde verteld wordt. Het gaat in het tweede gedeelte echter over het land waar Adam in woont, waardoor het verhaal een andere lading krijgt. Er is een duidelijk verschil in woordgebruik: ‘de aarde’ (erets – Gen. 1:11) en ‘het land’ (sadeh – Gen. 2:4-5).

 

Genesis 2:18-20 beschrijft hoe God beesten naar Adam brengt zodat hij ze namen kan geven. Van het vee wordt niet gezegd dat God het op dat moment maakte, dus dat was er blijkbaar al. “God bracht de dieren die hij gevormd had.”

Dan is er nog het opmerkelijke verschil in de woorden die gebruikt worden om God aan te duiden. In het eerste deel wordt Elohim gebruikt en in het tweede deel Yahweh Elohim. Dit kan erop duiden dat er twee schrijvers zijn geweest. Het is mogelijk om op basis van stijl heel Genesis op te delen in 10 delen van 10 verschillende schrijvers.

Later zouden die delen door Mozes samengevoegd zijn, zonder er iets aan te veranderen, zodat de schrijfstijl behouden bleef. Het tweede scheppingsverhaal is slechts een probleem als je er vanuit gaat dat het een tweede scheppingsverhaal is. Als je het leest met de instelling dat het om werkelijke geschiedenis gaat, vallen alle puzzelstukjes in elkaar.

 

 

 

Algemene regels bij vermeende fouten in de Bijbel:

 

  1. Kijk naar de context
  2. Kijk naar de historische context. Begrijp je het gebruik of de uitspraak zoals hij toen begrepen werd.
  3. Kijk naar wie er spreekt in het gedeelte. Is het God zelf, een mens namens God, of een mens met zijn eigen wijsheid.
  4. Zoek andere plaatsen in de Bijbel waar over hetzelfde gesproken wordt. Daar zit vaak al een antwoord of een breder inzicht in.
  5. Kijk ook eens in andere vertalingen en zoek commentaren

 

 

 

De vrouw van Kaïn (Gen. 4:1-17)

 

Adam en Eva krijgen 2 zoons, Kaïn en Abel. Kaïn slaat Abel dood en God verbant Kaïn. Kaïn gaat wonen in Nod en trouwt! Maar met wie? Waren er dan toch al meer mensen? Dit is heel eenvoudig op te lossen door verder te lezen in Genesis 5:4,  “En Adam leefde, nadat hij Seth verwekt had, nog achthonderd jaar; en hij kreeg zonen en dochters.” Kaïn trouwde dus met een zus. Dit was geen inteelt en incest omdat er toen nog geen mutaties waren en de wet tegen incest kwam pas in de tijd van Mozes.

 

Dit is een schriftgedeelte waarbij vaak meerdere denkfouten tegelijk gemaakt worden:

1. Men gaat er vanuit dat Adam en Eva nog geen dochters hadden, en misschien terecht, want of Kaïn toen al een zus had is op dat moment in het verhaal nog niet duidelijk. Maar het is zo dat vrouwen in geslachtsregisters  niet genoemd werden. Bedenk ook dat ze toen wel 900 jaar oud werden en dat zijn toekomstige vrouw nog niet geboren hoefde te zijn.

2. Men veronderstelt dat het land Nod al bewoond was, maar dat hoeft niet het geval te zijn geweest. De naam kan zelfs later zijn bedacht en toegevoegd aan het verhaal.

3. Men denkt dat trouwen met een zus in strijd was met de wetten van Exodus. Dat Adam de eerste mens was lijkt mij duidelijk. Als eerste mens had hij dus het meest perfecte DNA, hij was net door God zelf gemaakt. Vanwege de foutjes en vermindering in rijkdom en diversiteit die het genetisch materiaal van de individuele mens in de loop der tijd opdeed, is het nu niet meer verstandig dat naaste familieleden samen kinderen krijgen. De kinderen lopen dan teveel risico om mismaakt of ziek ter wereld te komen. Het is door God pas ten tijde van Mozes verboden om seks te hebben met een familielid, omdat het eerder niet nodig was dit te verbieden.

 

 

 

Midianieten of Ismaelieten?

 

Gen. 37:36 – “En de Midianieten verkochten hem (Jozef) in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao…”
Gen. 39:1 – “Jozef werd naar Egypte afgevoerd; en Potifar, een hoveling van Farao … kocht hem van de Ismaelieten, die hem daar naartoe gebracht hadden.”

Werd Jozef nou verkocht door de Midianieten of door de Ismaelieten?

Dit is een gevalletje ‘gelijksoortige teksten zoeken’. Zie Gen. 37:28 – “Toen de Midianietische kooplieden voorbijtrokken, haalden zij Jozef uit de put, en verkochten hem aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.” Het blijkt dat het hier om dezelfde groep mensen gaat.

Het kan zijn dat Ismaelieten optrokken met de Midianieten en samen handel bedreven, of dat deIsmaelieten een stam van de Mideanieten waren. In Richteren 8 staat ook dat Gideon de Midianieten heeft verslagen maar in vers 24 worden ze ook Ismaelieten genoemd. de Bijbel verklaart hiermee zichzelf.

 

 

 

Een herkauwende haas? (Lev. 11:6)

 

“En de haas is onrein omdat hij herkauwt, ook al heeft hij geen gespleten hoef.”

Hazen en konijnen draaien af en toe drolletjes die nog niet helemaal verteerd zijn en waar nog veel goede voedingsstoffen in zitten. Die eten ze dan weer op, herkauwen dus. Het is dus soms belangrijk dat we ook wat weten van de natuur. Denk aan de vleermuizen, die in de Bijbel onder de vogels gerekend worden, terwijl men tegenwoordig de vleermuizen onder de zoogdieren rekent. Dit heeft puur te maken met een keuze.

Noem je het een vogel omdat het vliegt, of noem je het een zoogdier omdat het zoogt? Zo zou  een dolfijn in de Bijbel waarschijnlijk een vis genoemd zijn, terwijl men dolfijnen tegenwoordig ook onder de zoogdieren rekent. We hadden ook een indeling kunnen maken op basis van het aantal poten, vinnen of de vorm van de oren.

 

 

 

Klopt het getal PI in de Bijbel niet? (2 Kron. 4:2)

 

 

 

 

 

 

 

Eenvoudig gezegd: de omtrek van een cirkel is altijd 3,14 maal de diameter. Als je de diameter van het wasvat vermenigvuldigt met 3.14 komt er 31.4 uit en geen 30, dus dat klopt niet met de tekst. 30 gedeeld door 3.14 komt schijnbaar wel beter uit, maar dan houd je jezelf een beetje voor de gek, want verhoudingsgewijs is de afwijking hetzelfde. De oplossing is eenvoudig: Met de handbreedte uit vers 5 kunnen we de berekening precies laten kloppen.

 

 

 

Problemen met aantallen?

 

Num. 25:9 – “Degenen die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.”
1 Kor. 10:8 – “En laten wij geen overspel plegen, zoals sommigen van hen deden, want toen vielen er op een dag drie en twintig duizend.”

Waren het er nou 24000 of 23000?

Goed lezen. In 1 Kor. Staat: “op één dag” dus de rest stierf later. Probleem opgelost. Sommige problemen worden zo makkelijk door de critici opgeworpen. De enige echte tegenstrijdigheden in de Bijbel zijn die tussen goed en kwaad, leven en dood, geloof en ongeloof, enz. Gods woord blijft ongeschonden.

 

 

 

Gergesenen of Gaderenen? (Mattheus 8:28)

 

Jezus steekt het meer van Gennesareth over en komt in het land van de Gergesenen, waar Hij twee bezeten mannen ontmoet. Markus (5:1) zegt echter dat hij in het land van de Gaderenen komt, waar Hij één bezeten man ontmoet. Weer een schijnbare tegenstrijdigheid.

Er komen twee mannen vanaf een begraafplaats naar Hem toe. Begraafplaatsen lagen vaak een eind buiten de steden. Gadera en Gergesa waren twee steden die ongeveer 20km uit elkaar lagen. Jezus kwam aan in het gebied dat daartussen lag. Mar.(5:2) en Luk.(8:27) noemen maar één man. Ze zeggen echter niet dat er niet meer waren.

Ze richten hun aandacht gewoon op de man die het meest berucht was of wiens verhaal het meest spectaculair was. Als de evangelieschrijvers ons hadden willen misleiden hadden ze er wel voor gezorgd dat hun verhalen overeenstemden.  Lukas beschrijft de man die ‘uit de stad’ kwam en ‘tussen de graven verbleef’. De ander was niet zo bekend. In dit soort gevallen moet je dus iets weten over de geschiedenis en de plaats waar het voorval zich afspeelde.

 

 

 

Maakte God het kwaad? (Jes. 45:7)

 

“Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak vrede en schep het kwaad, Ik, Yahweh, doe al deze dingen.

Het woord kwaad is hier het Hebreeuwse woord ra, wat tegenstand, wanhoop, of het tegenovergestelde van vrede kan betekenen.

Vergelijk:

Jakobus 4:6 – “Ja, Hij geeft meer genade. Daarom staat er: God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.”

En: Spr. 3:33,34 – “De vloek van Yahweh is in het huis van de goddelozen; maar de woning van de rechtvaardigen zal Hij zegenen. Zeker, de spotters zal Hij bespotten, maar de zachtmoedigen zal Hij genade geven.”

 

God maakt geen kwaad. Het kwaad is een logische tegenhanger van vrede. God heeft mensen en engelen gemaakt met de mogelijkheid in zich om tegen Hem te kiezen, waardoor er een tegenstand ontstaat. En God zelf keert zich weer tegen de tegenstand. Zo komt er onvrede vanwege de ongehoorzaamheid van het schepsel.

Je bent niet voorbestemd om slecht te zijn. Dat laat je zelf toe en dan doet God er nog een schepje bovenop door het hart nog verder te verharden. Maar als je met je mond belijdt dat Jezus jouw Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zul je gered worden. (Rom. 10:9).

 

 

Er zijn meer schijnbare tegenstrijdigheden, maar ze zijn altijd verklaarbaar door logisch denken, verder te lezen of te kijken naar de brontekst.

 

Bijvoorbeeld :

  • 1Ko.7:26 en 2Kron. 4:5:

Was de inhoud van het wasvat van Salomo 2000 of 3000 bath?
– Het was 3000, maar het was niet altijd vol

  • 1Ko. 9:28, 2Kron. 8:18:

Hoeveel goud kwam er uit Ophir, 450 of 420 talenten?
– De ene keer 450 en de andere keer 420, want ze gingen vaker

  •  Genas Jezus nou 1 of 2 blinden bij Jericho?

– Allebei. Jezus genas wel vaker blinden, het zijn gewoon 2 verschillende ontmoetingen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Het begin volgens de Bijbel

Standaard

categorie : religie

.

.

 

Het begin volgens de Bijbel

 

  • De vraag is of Adam en Eva echt hebben bestaan. Adam wordt 30x in de Bijbel vernoemd en wordt aanzien als een bestaand persoon in een werkelijke geschiedenis.
  • In Lukas 3:23-38 – wordt Jezus via een compleet geslachtsregister getoond als afstammeling van Adam.
  • In 1Cor. 15 worden Adam en Jezus met elkaar vergeleken: Jezus heeft echt bestaan dus Adam ook.
  • In Gen. 5:5 staat dat Adam 930 werd en stierf. Hij leefde lang en hij stierf.
  • In Gen. 3:20 wordt Eva de moeder van alle levenden genoemd. Zij kreeg het eerste kind. Ook zij wordt als een persoon gepresenteerd die echt heeft bestaan.

 

De geschiedenis van Adam en Eva wordt door veel mensen als een mythe gezien. Maar de Bijbel geeft een betrouwbaar beeld van de geschiedenis weer. De Bijbel noemt Adam en Eva als mensen die echt bestaan hebben en de tekst van Genesis geeft geen aanleiding om het anders te lezen dan als historisch verslag.

 

Uitrekenen

 

Hier zie je de leeftijden van Adam, Seth, Enos, Kenan, Mahalalel, Jared, Henoch, Methushalach, Lamech, Noach en diens zoon Shem. Volgens de gangbare Bijbelvertalingen één doorlopend geslachtsregister van Adam, tot aan de zondvloed. Er is een alternatieve interpretatie, die een langere geschiedenis laat zien.

 

 

Volgens de Bijbel werden mensen vroeger heel oud. Zo oud zelfs dat er in de ruim 1600 jaar tot aan de zondvloed, de grote overstroming die volgens de Bijbel de hele aarde onder water zette, slechts tien generaties waren. Maar juist omdat de mensen zo lang leefden, hadden ze heel veel tijd om met elkaar te praten en informatie over te dragen.

Iedereen sprak nog dezelfde taal en de vloek van de dood die de mensen over zich gehaald hadden door ongehoorzaamheid, had nog niet zoveel effect als nu. Als God de eerste mens ‘zeer goed’ gemaakt had, zoals de tekst van Genesis ons laat zien, dan waren die eerste mensen sterker, slimmer en hadden ze een veel beter geheugen.

De waarschijnlijkheid dat op deze manier de verhalen op een betrouwbare manier overgeleverd werden is daardoor veel groter. Hier zie je dat Abraham en Isaäk nog van Noachs zoon Shem hadden kunnen horen over de zondvloed. De herinnering aan die zondvloed en de wereld ervoor was toen dus nog vrij recent.

 

 

Het is heel logisch dat na een enorme destructieve overstroming zoals de zondvloed de leeftijd van de mensen zou gaan afnemen. Het klimaat veranderde enorm. Het aardoppervlak werd, vanwege de zwaar beschadigde atmosfeer, meer dan tevoren gebombardeerd met schadelijke stralingen. Ook de vloek van de dood werd steeds meer merkbaar en mensen werden steeds zwakker.

Toch leefden ze nog vrij lang en waren blijkbaar sterker dan wij nu. De zoon van Noach, Shem, kon het hele verhaal van voor en tijdens de zondvloed nog vertellen aan Abraham en Izaäk, de stamvaders van Israël (Jacob). Tegen die tijd werd er zeker geschreven en stond alles ongetwijfeld op schrift.

Mozes kan heel goed de beschikking gehad hebben over die documenten en kan daar het eerste deel van Genesis mee hebben samengesteld.

 

 

In deze tabel zie je nog eens heel duidelijk hoe de leeftijd van de mensen die in de Bijbel genoemd worden op een realistische wijze afneemt. Het proces ging geleidelijk en werd duidelijk beïnvloed door de zondvloed. De Bijbelse tijdsindeling van de geschiedenis van de wereld ziet er wat dat betreft logisch uit.

 

 

 

Iets opmerkelijks

 

Een bijzondere eigenschap van het geslachtsregister van Adam tot en met Noach: Gen. 5:1-29 :

Adam verwekte Seth en die verwekte Enos, Enos verwekte Kenan, Kenan Mahalalel, Mahalalel Jared, Jared verwekte Henoch en die weer Methushalach, die Lamech verwekte, de vader van Noach.

Men heeft ontdekt dat de betekenissen van de namen achter elkaar een complete zin vormen:

 

Adam = mens

Seth = aangewezen

Enos = sterfelijk

Kenan = lijden (verblijven)

Mahalalel = gezegende God

Jared = zal neerdalen

Henoch = onderwijzen

Methushalach = zijn dood zal zenden (of brengen)

Lamech = wanhopige (treurende)

Noach = rust (troost)

Dat is het goede nieuws van Jezus Christus, verborgen in Genesis!

 

 

De namen van mensen werden in vroeger tijden heel bewust gekozen. Denk aan Simon die door Jezus Petrus genoemd wordt, of Abram, wiens naam veranderd werd in Abraham. Een dergelijke naamsverandering had dan een diepere betekenis voor het leven van die persoon.

“God daalt neer naar de aarde om door Zijn dood de wanhopige mens rust te geven” is de betekenis van de 10 opeenvolgende namen. De enige gebeurtenis in de geschiedenis waarin deze sleutelelementen aanwezig waren, was de komst en bediening van Jezus, Zijn dood aan een Romeins kruis en het effect van Zijn boodschap! Die boodschap houdt in dat Zijn dood niet het einde was, maar juist het begin van een glorieus leven van kracht en vrede.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Het paradijs volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Moslims geloven dat God Adam en Eva hun zonde vergaf. Zij geloven dus niet in de Erfzonde. Volgens de islam wordt elk kind geboren als een blanco blad, zonder zonde. Wanneer een mens gedurende zijn leven leeft volgens de leidraad van God kan hij naar het paradijs gaan. Wanneer zijn gedrag strijdig is met de boodschap aan de profeten en dus met de leidraad die God zelf gaf kan men naar de hel gaan, tenzij men berouw betoont en God hem vergeeft.

 

 

Allah wil je in het Paradijs zien

 

 

Het verwerven van het eeuwig leven in de paradijselijke tuinen is volgens de islam dus niet zozeer afhankelijk van de naam van het geloof waartoe men behoort, maar wel van hoe men zich gedraagt tegenover andere mensen, de dieren en het milieu.

Elk mens is volledig verantwoordelijk voor eigen gedrag, en zal daarop beoordeeld worden. Elk mens is ook vrij in zijn keuze van hoe hij zich tegenover God verhoudt. In die zin schrijft elk mens het scenario van de eigen oordeelsdag, wanneer men zich tegenover God zal moeten verantwoorden.

Het criterium waartegenover het gedrag zal beoordeeld worden, is het Woord van God, zoals het door de Profeten werd verkondigd. Volgens de islam kenmerkt een gelovige zich door naastenliefde, het delen van de eigen welvaart met de behoeftigen,  het bewandelen van de middenweg en schuwen van extremen,  het doen van goede werken,  verantwoordelijkheidszin, nederigheid, trouw aan een gegeven woord, oprechtheid, waarachtigheid, vergevingsgezindheid,  werklust, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, verzoeningsgezindheid, het vermijden van conflicten, hulpvaardigheid,  het afwijzen van hoogmoed, onrecht, racisme en afgunst, geduld en respect voor de anderen en voor hun geloofsovertuiging enz.

Dit zijn een paar van de houdingen en gedragingen waarmee men in het leven de weg effent naar het paradijselijke hiernamaals wat neerkomt op het uitdragen van een hoogstaand moreel gedrag. Deze idealen uit de Koran en de Sunnah zijn dezelfde als deze welke in de Bijbel vermeld worden. Een jood of een christen die volgens de Bijbel leeft kan dus volgens de islam naar het paradijs gaan, terwijl een moslim die zich misdraagt in de hel kan terechtkomen.

 

“Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de christenen en de sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)

Dat volgens de islam ook christenen of joden naar het paradijs kunnen gaan, hangt samen met het islamitisch geloof dat zij allemaal in dezelfde ene God geloven die in het Hebreeuws Jahweh genoemd wordt en in het Arabisch Allah (zoals hij in het Frans Dieu genoemd wordt en in het Nederlands God).

 

 

 

De Koran moedigt christenen aan om te leven volgens de Evangeliën,

moedigt joden aan te leven volgens de Thora

 

“En wij hebben de Thora neer gezonden met een leidraad erin en een licht, waarmee de profeten die zich [aan God] overgeven oordeel vellen voor hen die het jodendom aanhangen.  Vreest dan de mensen niet maar vreest Mij en verkwanselt Mijn tekenen niet. En wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neer gezonden, dat zijn de ongelovigen.” (Koran 5:44)
“En wij hebben Jezus, de zoon van Maria, in hun spoor laten volgen als bevestiger van wat er van de Thora voor zijn tijd al was. Wij gaven hem de Evangeliën met een leidraad erin en een licht ter bevestiging van wat de Thora voor zijn tijd al was en als een leidraad en een aansporing voor de Godvrezenden. En laten de mensen van de Evangeliën oordeel vellen volgens wat God heeft neer gezonden. En wie dat niet doen, dat zijn de verdorvenen.” (Koran 5:46-47)

Ter vergelijking: het christendom gelooft dat alleen christenen naar de hemel zullen gaan. Het verwerven van het Eeuwig Leven vereist volgens het christendom dat men zich bekeert tot volgeling van Jezus. Dit komt omdat christenen geloven in de erfzonde (volgens het christendom heeft God Adam en Eva nooit hun zonde vergeven, zodat elk kind zondig – als drager van de erfzonde – geboren wordt).

Omdat christenen geloven dat de verlossingsdood van Jezus deze erfzonde en dus alle daarop gebaseerde zonden ongedaan gemaakt heeft voor zijn volgelingen, kunnen alleen christenen naar het paradijs en is missioneringswerk zo belangrijk om zielen te redden.

Moslims geloven echter dat elk kind zonder zonden geboren wordt en dat elk mens die vroom is en goede daden stelt  tot het paradijs toegelaten kan worden. Daarbij zijn moslims slechts overbrengers van de Boodschap. Het is moslims ten zeerste verboden om anderen te dwingen zich tot de islam te bekeren.

Overigens is daar theologisch  geen dwingende reden toe vermits volgens de islam ook niet-moslims naar de hemel kunnen gaan. In de islam gebeurt de beoordeling op Oordeelsdag, niet op basis van de kerkgemeenschap waartoe men behoort, maar op basis van de vroomheid, het gedrag en de intenties voor dat gedrag.

De islam benadrukt herhaaldelijk het belang van waarachtigheid, in die mate dat de diepste putten in de hel voorbehouden worden voor de ‘hypocrieten”. Volgens de koran zijn dat moslims die beweren dat zij gelovig zijn, maar wiens daden dit tegenspreken. Het zijn moslims die het ene zeggen en het andere doen.

 

“De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur

en jij zal voor hen geen helper vinden.” (Koran 4:145)

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING VAN SATAN,

ALS ENGEL VAN HET LICHT,

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

voorpagina openbaring a4
.
.
.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

.

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA