Tagarchief: miniatuur

Tweeëntwintigste Miniatuur : derde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweeëntwintigste Miniatuur: Derde Visioen van het Derde Boek

.

.

 

Scivias%20T%2022_Boek%20III,3

.

.

Zoals men ziet in miniatuur 21 is dit bouwwerk samengesteld uit vier muren en bij die muren zijn vijf torens (zuilen ) opgetrokken. In de eerste muur die van oost naar noord (uitgebeeld in de drie volgende miniaturen) staan de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord opgesteld.

Het verschil tussen zuil en toren moeten we waarschijnlijk zoeken in het feit dat zuilen door God zelf als één stuk neergezet worden, terwijl torens door de gelovigen met Gods hulp steen voor steen in de loop van de geschiedenis opgetrokken worden.

Bij iedere toren treffen we een groep gepersonifieerde deugden (ook wel krachten van God genoemd). We zullen nu de eerste groep deugden naderbij bezien en zien wat voor een ontwikkeling we daarin kunnen ontdekken.

In en vóór de toren van Gods raadsbesluiten ( het gouden vierkant ) staan opgesteld, beginnend van de onderste figuur en dan in tegenwijzerzin,

de liefde tot het hemelse,

de discipline,

de bescheidenheid,

de barmhartigheid

en de overwinning.

Deze vijf vormen als het ware Gods eerste werktekening voor heel het verlossingswerk. Het zijn eveneens deze deugden die we in groter verband in de volgende groepen deugden nader uitgewerkt tegen zullen komen.

Beneden aan de toren ( rechts )staan nog twee andere deugden die de houding van de gelovige tegenover het plan van God aangeven: de Patientia, het geduld en naast haar de Gemitus, de verzuchting.

Eerst komt het geduld dat ieder moet opbrengen tegen de aanvallen van de duivel, wanneer men zich voorgenomen heeft de begeerten van het vlees te overwinnen. Het geduld staat hier in het groen omdat het onder leiding van de H. Geest zich wil richten naar het voorbeeld van Gods Zoon. Zij staat onder een lage boog, eigenlijk altijd min of meer onder druk en zij draagt een rode kroon van het lijden des Heren.

Wanneer de gelovige zich eenmaal overgegeven heeft aan de plannen van God komt het verlangend verzuchten de Gemitus naar boven en wil zij ook in navolging van Christus het kruis dragen en is de Gemitus hier met een kruisbeeld voorgesteld.

De eerste kracht Gods die in dit bouwwerk optreedt is de Amor caelestis ( liefde tot het hemelse ) omdat zij de drijfveer is van alle actie naar het verlangen naar het einddoel, het verslaan van het kwade. In dit geval is het einddoel de overwinning van het goede op het kwaad en de satan. Dit plan, deze boodschap is het eerst verkondigd aan Abraham en de andere aartsvaders. Het is het begin van de goddelijke openbaring.

Daarom is de toren van Gods raadsbesluiten in de 22ste miniatuur in zilver uitgebeeld evenals de hele muur van het oosten naar het noorden en heet hij de lichtstralende muur. Zilver wijst zoals we gezien hebben op het goddelijk licht en op het menselijk antwoord in geloof daarop gegeven.

Samen met deze Amor caelestis staan de andere deugden in deze miniatuur boven op de toren in bustevorm uitgebeeld; bovendien in de volgende miniatuur nog eens apart en dan in volle lengte.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Advertenties

De Achttiende Miniatuur : zevende visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

De Achttiende Miniatuur:  Zevende visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2018_Boek%20II,7

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zeventiende Miniatuur : zevende visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Zeventiende Miniatuur:  Zevende visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2017_Boek%20II,7

 

 

Deze en de volgende miniatuur laten ons het tegenspel zien dat de duivel God levert. De beschouwing van de Wegen des Heren kan niet volledig zijn, als we naast de genade van de sacramenten, de realiteit van de duivelse bekoring niet onder ogen zouden zien.

Op de miniatuur zien we hoe onder de zaligen in de hemel en onder de gelovigen, die op aarde nog in het geloofslicht leven (hier weer door zilver aangeduid), een afschuwelijk monster ligt dat de satan voorstelt. De kunstenaar heeft in deze compositie een knappe gradatie van kleurenlicht toegepast.

Onderaan zien we een monster gekleurd in blauwachtig zwart en bruin. In het monster komen ook felle tonen voor zoals  b.v. de rode strepen die aan het lichaam van het ondier ontsnappen. Deze rode vlammen reiken naar het zilveren licht en de gulden glans zonder evenwel iets te schaden, waardoor heel knap de onmacht van het monster wordt aangegeven.

Dit monster is met een zeker leedvermaak uitgebeeld door een tegenstelling van doffe en felle kleuren. Het grote reptiel, een schepsel waarvoor ieder een natuurlijke afkeer heeft, is hier op de rug liggend voorgesteld vol stekelige haren, zweren en uitslag.

Vijf strepen lopen over de volle lengte van de buik: we zien een groene-, zwarte-, gele-, witte- en als laatste een rode streep. Deze vijf kleuren zijn niet aangebracht in de volgorde zoals Hildegard ze in de tekst geeft; daar staat groen-wit-rood- geel en zwart. Ze vormen als het ware vijf aderen vol venijn.

Het oog is vol gelopen met bloed. De muil en de neusgaten zijn die van een roofdier, de voorpoten zijn afschrikwekkende bruine klauwen en de achterpoten lijken op die van een draak. De staart is even lang als breed, en aan het eind ontsnapt vuiligheid als kikkerdril. Uit de borsten komen donker zwarte wolken en uit de bek vlijmscherpe pijlen.

Onder in de lijst van de miniatuur is de blauwe rand van een put voorgesteld, waaraan een zware ketting is vastgemaakt die de hals en de vier poten nauw samenbindt. Dit alles leert ons dat, de Menswording van Christus, de duivel reeds overwonnen en geboeid heeft.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Vijftiende miniatuur : zesde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vijftiende miniatuur: Zesde visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2015_Boek%20II,6

 

 

De vijftiende miniatuur beeldt het visioen van Hildegard uit over het H. Sacrament des Altaars, in het bijzonder over het H. Misoffer. De voorstelling is heel traditioneel en gemakkelijk te volgen. Uit de wonde in de zijde van Christus aan het kruis vloeit het bloed in een kelk die de Kerk (geheel in goud, zoals in de vorige miniaturen) omhoog houdt. Rechts bovenaan vertoont zich een zegenende hand, een duidelijk symbool van de hemelse Vader, die een banderol vasthoudt waarop geschreven staat:

Mijn Zoon, deze zij uw bruid tot herstel van Mijn volk waarvan zij de Moeder zal zijn en dat herboren zal worden door Geest en water.

 

Waarom in deze voorstelling het kruishout in zilver is uitgebeeld, verklaart de tekst van de uitleg, die aldus luidt:

“Toen Christus Jezus, de ware Zoon van God, aan het kruishout hing, werd Hem in de verborgenheid van de hemelse geheimenissen de Kerk Hem ten huwelijk gegeven en ontving zij als bruidsschat Zijn heilig Bloed.”

 

Het mysterie van het huwelijk van de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid met de verloste mensheid, de Kerk, speelt zich geheel af in de eeuwige gedachte van God de Vader en daarom hangt Christus hier aan een zilveren kruis.

Zoals we reeds zagen op vorige miniaturen wijst het zilver op het goddelijk licht van de Vader. Hier zien we op deze voorstelling de Kerk in haar gehele gestalte. Voor God vormen verleden, heden en toekomst één ogenblik. Voor de gelovigen, die leven in de tijd, vertoont zich de Kerk nog niet volledig, zoals de onderste helft van de miniatuur laat zien.

De Kerk hernieuwt het mysterie van haar huwelijk met Christus iedere dag, als zij op het altaar de bruidsschat van het H. Bloed aanbiedt. Wanneer  de kerk dat doet en de kelk en het brood op het altaar geplaatst heeft, zegt ze:

“Dit is het sacrament van het geloof”.

 

Daarna heft zij de handen op en zegt namens het hele volk:

“Daarom gedenken wij Heer, het lijden en de dood van Jezus Christus Uw Zoon, dat Hij verrezen is en opgestegen ten hemel.”

 

Dit alles is in deze miniatuur prachtig weergegeven. Links zien we in medaillons de grote mysteries van Christus’ aardse leven n.l. Zijn geboorte en begrafenis ; rechts in medaillons die van Zijn hemelse leven n.l.  het opstaan uit het graf en daarboven de hemelvaart. Vier meesterwerkjes van miniatuurkunst vol symboliek. Zo is het graf waarin Christus’ lichaam gelegd wordt en dat waaruit Hij opstaat, gevormd van groene brokstukken, en groen komen we steeds tegen als het over de aarde gaat.

De scheiding tussen het tafereel in de hemel, in de bovenste helft van de miniatuur, en het misoffer op aarde, in de onderste helft, wordt door een groenkleurige band gevormd. Deze groene kleur correspondeert met de onderste en bovenste dwarsbalk van de omlijsting, terwijl de staande balken blauw zijn. Als men de lijsten van al de miniaturen nakijkt, komt men tot de conclusie, dat de kleuren daarvan uit zuiver decoratief oogpunt gekozen zijn.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Veertiende Miniatuur : vijfde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Veertiende Miniatuur: Vijfde visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2014_Boek%20II,5

Priesterschap en Maagdelijkheid
.
.
.
.

Bij de elfde miniatuur, die van de H. Drievuldigheid, hoort deze. Het is één van de belangrijkste miniaturen om de spiritualiteit van Hildegard te begrijpen. Uit het voorwoord weten we, dat de profetes zich vooral geroepen voelde om de openbaring van de hemel te verkondigen omdat de priesters van haar tijd in hun taak schromelijk tekort schoten. Daarom wil Hildegard in dit visioen het ideaal van het priesterschap schetsen, en dit in nauw verband brengen met de roeping tot maagdelijkheid.

Deze prediking en strijd voor het celibaat in de Kerk, ingezet door Paus Gregorius VII, vormt één der basisgegevens van het hele boek Scivias. Hildegard weidt uitvoerig uit over alle aspecten en bijzonderheden, welke zij ziet in het grootse beeld van de Kerk. Omdat de uitleg 69 kapittels bevat is het voor de miniaturist onmachtig die veelheid in beeld te brengen. Daarom heeft hij zijn toevlucht gezocht in de grootst mogelijke soberheid.

Van de gedetailleerd beschreven versieringen van de maagden vinden we niets in de miniatuur. Daar de tekst vaag is gebleven over de vormgeving van de Kerk en haar kleding (omdat Hildegard verblind is geweest door de grootsheid van het mysterie), heeft de kunstenaar de figuur van de Kerk wel met schitterend goud versierd, maar verder geen enkel detail aangegeven. Men ziet slechts de omtrekken van de afhangende mouwen, de handen en de vingers zijn vaag uitgebeeld.

Vanaf het middel tot de knieën (ook hier is het benedendeel van het lichaam niet afgebeeld) heeft de miniaturist niet alleen alle gegevens vereenvoudigd maar deze in de vorm van een schets gelaten. Men onderscheidt hier geen enkele begrijpelijke vorm meer, doch slechts verzilverde vlekken of wolken. Deze wolken symboliseren de lekenstand en geven Hildegard de gelegenheid in haar uitleg uitvoerig in te gaan op het sacrament van het Huwelijk. Duidelijk speelt het mysterie van het huwelijk zich voor haar af in de geest van geloof dat door de miniaturist met zilver wordt aangeduid.

Naast de zilverkleurige rok zien we twee banen die tussen de mouwen en het lichaam vanaf de oksels tot beneden toe lopen. Deze zijn onbeschilderd waardoor de kleur van het perkament zichtbaar wordt. Dit versterkt in hoge mate de eerste indruk van onvoltooidheid die vooral in de benedenhelft van deze miniatuur op ons afkomt. Waarschijnlijk is hier sprake van een opzettelijke onafgewerktheid die ten doel heeft het heilloze van het ongeloof duidelijk te maken.

Volgens de tekst rijst een diepe duisternis van beneden af tegen de Kerk omhoog. We hebben het ongeloof dat strijd voert tegen de maagdelijkheid. Dit ongeloof valt bij Hildegard samen met het kwaad van de duivel. Men zou verwachten dat dit kwaad simpelweg met zwart aangegeven zou worden. Maar de miniaturist gaat in de geest van Hildegard nog een stap verder. Voor haar is het kwaad de grote onwerkelijkheid, de absolute ontkenning tegenover het geloof. Daarom is het kwaad hier aangegeven door de afwezigheid van iedere kleur.

Dit is een heel emotionele benadering en uitdrukkingswijze van het mysterie van de ongerechtigheid, van het kwaad en het ongeloof. Deze afschuw voor het ongeloof kwam voort uit haar grote liefde voor de maagdelijkheid en de belangrijkheid hiervan voor het leven van de Kerk. Om deze reden ontdekken we dan ook in deze miniatuur een grote tegenstelling tussen de vage tekening van de hoofdfiguur en de kleurrijke uitbeelding van het kleine groepje in het hart van de Kerk. Hier zijn de gezichten fijn getekend en de plooien van de kleding soepel uitgewerkt en ook de houdingen zijn zeer expressief.

Het kleine meisje stelt de maagdelijkheid voor. Zij lijkt met haar gespreide haren, de ten hemel geslagen ogen en als in extase geheven armen een vaart naar het bovennatuurlijke uit te drukken. Het is dat enthousiasme dat aan de zielen de inspiratie geeft om triomfantelijk alle aardse vreugden los te laten.

De maagdelijkheid staat daar geflankeerd door een stoet van zielen. Vooraan staan godgewijde maagden met sluiers en achter haar bisschoppen met mijters. De maagden hebben loshangend haar, kronen op het hoofd en in haar handen dragen ze gouden vruchten. De bisschoppen dringen achter haar op en zijn in wijde kazuifels gekleed. Allen, zowel de bisschoppen als de maagden, houden handen en blikken gericht naar de maagdelijkheid. Zo drukt de maagdelijkheid duidelijk hun gemeenschappelijk verlangen naar het eeuwig leven uit.

Het gaat om leven, vreugde en licht in deze magnifieke en zachte voorstelling van het Priesterschap en de Maagdelijkheid. Dit is ook de betekenis van de gouden vlammen die ontsnappen aan het hart van de Kerk, van haar wijd uitgestrekte handen, van haar ogen zo groot en helder en van haar gezicht dat de heldere wetenschap van haar wezen straalt. De maagdelijkheid maakt dezelfde gebaren als de Kerk en vormt zich geheel naar haar.

De enthousiaste beschrijving van de bijna abstracte voorstelling van de Kerk is ontleend aan Dom Baillet. Bedenken we wel, dat hij dit schreef in de jaren dat het academisme nog hoogtij vierde. Hieruit blijkt dat Dom Baillet, overleden in 1913, zijn tijdgenoten ver vooruit was, zowel in het begrijpen van de mystieke betekenis van de visioenen van Hildegard als van de artistieke waarde van deze miniaturen.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

Dertiende Miniatuur : vierde visioen van het tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Dertiende Miniatuur:  Vierde visioen van het tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2013_Boek%20II,4

 

 

 

Het Heilige Vormsel

 

Deze voorstelling heeft eigenlijk maar weinig uitleg nodig. Het Vormsel is de voltooiing van het Doopsel en dit sacrament verleent de gelovige de genade van sterkte door de gave van de H. Geest. We zien de Kerk terug maar groter dan in het visioen van het Doopsel.

We zien wel weer dezelfde overvloed van goud over heel haar gestalte, dezelfde kroon op haar hoofd, dezelfde haarvlechten, dezelfde grote ogen, dezelfde kleding met lange mouwen, en dezelfde opstelling die niets laat zien beneden de heupen, omdat de Kerk pas voltooid zal zijn op het einde der tijden bij de wederkomst des Heren.

Haar handen zijn opgeheven in een biddend gebaar en zij leunt met de rug tegen een toren die we boven haar uit zien oprijzen. De toren verleent haar de sterkte die haar op het Pinksterfeest door de H. Geest werd geschonken.

De miniaturist laat uit drie met edelstenen omlijste ramen in de top van de toren gouden vlammen te voorschijn komen die aanduiden  hoe royaal de H. Geest zich gemanifesteerd heeft door zijn gaven en door de prediking van de apostelen.

Al deze effecten van Pinksteren openbaren zich in iedere christen die het sacrament van het H. Vormsel heeft ontvangen. Daarom worden in dit visioen de gelovigen die gevormd zijn, beschreven als warmte-uitstralend en glanzend van goud, want door de zalving met het H. Chrisma is in hen het licht van het Doopsel nog helderder geworden.

Het zou moeten zijn, dat allen die deze twee sacramenten ontvangen hebben, zich waardig tonen. De tekst van het visioen leert ons sommigen hun blik richten op de zuiver stralende klaarheid. Maar tussen de gelovigen bevinden zich zowel dappere als zwakke, sukkelende en lauwe zielen.

Anderen wenden zich naar troebel roodachtig licht dat symbool staat voor aardse geneugten. Toch zijn er verschillenden onder hen die dapper zijn in geloof en met de aardse zaken hemelse schatten weten te kopen. Doch niet allen volgen dit goede voorbeeld en wagen het zelfs hun Moeder de Kerk op haar hoofd te slaan.

Dit alles heeft de miniaturist met enkele karakteristieke houdingen aangegeven en het verschil van die karakters door kleuren aangeduid. De volmaakte gelovigen zijn steeds met drieën uitgebeeld. De onvolmaakten met tweeën van wie er twee de Kerk op haar hoofd slaan. De maker van deze miniatuur gaat eigenlijk nog verder dan Hildegard in haar tekst aangeeft en laat een onverlaat spuwen op de gulden linker mouw van de Kerk.

We zien een vlakje zilver aangebracht rechts van de Kerk boven drie rode figuurtjes. Het zijn dezelfde figuurtjes die op de borst van de Kerk staan. Wellicht is hier gezinspeeld op de martelaren die in groot geloof de sterkte hebben opgebracht hun leven te geven. We zagen reeds eerder, dat zilver dikwijls verwijst naar het geloof.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

Twaalfde miniatuur : derde Visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Twaalfde miniatuur : derde Visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2012_Boek%20II,3

 

 

De volgende vijf miniaturen handelen over de sacramenten van de Kerk :  Doopsel, Vormsel, Priesterschap, en Eucharistie. Hildegard besteedt een bijzondere aandacht aan het H. Doopsel en het H. Priesterschap, en dit laatste speciaal in verband met de maagdelijkheid in de Kerk.

De twaalfde miniatuur toont ons het visioen van het H. Doopsel als openbaring in de schoot der Kerk; het Doopsel is immers het sacrament van de wedergeboorte tot het goddelijk leven. De volgorde waarin men de vier voorstellingen moet lezen is van rechtsboven naar linksboven en van rechtsonder naar linksonder.

 

 

1

 

1. Rechts boven zien we de Kerk als koningin met gouden kroon en gulden gewaad, zelfs haar gezicht en handen zijn van goud. Uit de tekst leren we, dat deze gulden schittering wijst op het goddelijk licht dat haar als een gewaad omkleedt. Met haar handen omvat zij het altaar waarboven de Christus met een boek in de hand als Majesteit troont.

Men ziet aan de voorkant van het altaar de rechterhand en opzij van het altaar nog net de toppen van de vingers van de linkerhand: zij omhelst werkelijk het altaar als een geliefde zijn bruidegom. Het is een huwelijksgebaar waardoor de vereniging van de Godmens met de Kerk tot stand komt.

 

 

2

 

2. Het gevolg van deze eenwording toont de volgende voorstelling die een zwangere Kerk laat zien. In heilig enthousiasme heft zij haar rechterarm omhoog. Op de banderol die zij in de hand houdt staat: Me oportet concipere et parere (ik moet ontvangen en baren). De oervrouwelijke vreugde over deze zwangerschap brengt Hildegard in beeld door engelen te laten toesnellen met muziekinstrumenten, die symfonieën van vreugde doen klinken.

Tegelijk dragen de engelen trappen en stoelen aan, bestemd voor de gelovigen die gebaard zullen worden. Want, zegt de tekst, engelen staan gereed om het nieuwe geslacht te helpen bij het bestijgen van de treden van het geloof en het de rustpunten te verschaffen voor de beschouwing.

 

 

3

 

3. De derde voorstelling geeft op een heel oorspronkelijke wijze het proces weer van de geboorte tot het geestelijk leven. De geloofsleerlingen haasten zich als donkere hardlopers om door de brede mazen van het net, dat de schoot van de Kerk bedekt, naar binnen te dringen. Men ziet alleen nog de hoofden zoals bij vissen die in een net gevangen zijn.

Het opmerkelijke is dat de Kerk kinderen baart uit haar mond, omdat de door de mond hardop uitgesproken doopformule, de mensenkinderen geboren doet worden tot het bovennatuurlijke leven. Daarom strekken de pasgeborenen, nu stralend van goudkleur, hun handen uit naar het symbool van de H. Drievuldigheid uitgebeeld door drie elkaar omgevende cirkels.

De buitenste is van zilver, dan hebben we één van goud en de middelste is van een blauwe kleur met een wit centrum. Vóórdat de geloofsleerlingen geboren werden hadden ze een donkerbruine kleur, die we in de andere miniaturen alleen voor de helbewoners gebruikt zien. Bij de wedergeboorte hebben de neofieten die donkere huid afgeworpen zoals een slang die vervelt. Nu schitteren zij van het hemels goud van de H. Geest.

 

 

4

 

4. In het vierde en laatste tafereel richt Christus een vermaning tot de nieuw gedoopten. Men heeft de keuze tussen twee wegen. De ene leidt naar het oosten, waar de laatste openbaring zal plaats vinden en de andere voert naar het noorden, waar de vorst van het kwade, hier voorgesteld door rode vlammen, zetelt. Deze leer van de twee wegen in verband met het doopsel gaat terug tot de eerste tijden van het christendom.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

Elfde miniatuur : tweede visioen van het tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

Museum – Hildegard von Bingen

 

 

 

 

elfde miniatuur : tweede visioen van het tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2011_Boek%20II,2

 

 

 

Bij het beschouwen van deze eenvoudige maar tevens belangrijkste miniatuur van heel Scivias luisteren we naar wat het levende Licht hierover tot Hildegard sprak:

“Dit is de diepe zin van het grote goddelijk geheim dat helder door je aanschouwd werd, dat je zou inzien, hoe groot die volheid wel is, welke geen oorsprong kent en nooit vermindert en aan wier kracht alle levensstromen ontspringen. Immers, als bij de Schepper en Heer de eigen levenskracht leeg zou zijn, wat zou dan zijn schepping niet leeg zijn; naar waarheid zou zij ijdel zijn. Nu erkent men in het volmaakte werk het diepste wezen van de Maker zelf.”

 

Duidelijk klimt Hildegard hier van de zichtbare orde der geschapen dingen op naar de innerlijke rangorde van God zelf. Wat zich in het vorige visioen bij God naar buiten openbaarde door de schepping en verlossing vinden we hier terug in het innerlijke leven van God zelf. In dit visioen schrijft zij als volgt:

“Vervolgens zag ik een zuiver licht en in dat licht een mensenbeeld in de kleur van saffier. En deze mensengestalte was omgeven door een zacht trillend vuur. Het zuivere licht overstroomt het trillende vuur en dit overstroomt op zijn beurt het zuivere licht. Maar dit zuivere licht en dat trillende vuur verenigen zich, om zich samen uit te storten over het mensenbeeld. Aldus vormen vuur, licht en mensenbeeld slechts één licht en als het ware één hevigheid (volheid) van macht”.

 

Er is m.a.w. sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (komt overeen met zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

 

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

 

Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

 

Het allerhelderste licht … is ‘zonder smet van bedrog’ (is: waarheid) … en duidt de Vader aan.
(m.a.w. Vader – waarheid: denken)

Het allerzoetste rode vuur … is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is: levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is: bewustzijn) … en duidt de Heilige Geest aan.
(m.a.w. Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)

De mensengestalte … is ‘zonder smet van verharding’ (is: zachtmoedigheid) … en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(m.a.w. Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.”

 

 

Drieëenheid kenmerken vermogens
Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

Door de uitleg van Hildegard zelf wist de kunstenaar al, dat het licht God de Vader voorstelt, het vuur de H. Geest en het mensenbeeld het mensgeworden Woord, en dat die drie onderscheiden Personen slechts één en onverdeelde goddelijke majesteit vormen.

In de heraldische kleurentaal meende de miniaturist te kunnen volstaan met een cirkel van zilver voor het licht. Binnen deze lichtcirkel is een kleinere cirkel van bladgoud, die verlevendigd wordt door rode golflijnen om daarmee het teken van vuur nog duidelijker te maken. En in het hart van die twee cirkels een mensenfiguur.

Om zowel het onderscheid als de doordringing van elkaar uit te beelden, heeft de miniaturist vanuit de grote zilveren cirkel een fijne dunne lijn van zilver tussen de gouden schijf en het mensenbeeld getekend. Merken we op dat die zilveren lijn boven langs het hoofd naar beneden komt, zich rondom de mensenfiguur voortzet en langs boven weer uitgaat naar de zilveren cirkel.

Voor een gecultiveerde geest van de twaalfde eeuw was het meer dan duidelijk, dat het in deze eenvoudige voorstelling gaat om de drie onderscheiden Personen van God en de éénheid van de onverdeelde goddelijke majesteit. Haar diepste zin ontleent deze miniatuur aan het beeld waaronder het mensgeworden Woord ons wordt geopenbaard.

Met uitzondering van de witte ogen en het zwarte haar is deze mensenfiguur uitgevoerd in de kostbaarste kleur die de miniaturist tot zijn beschikking had nl. saffierblauw. Tot onze verbazing is de Mensenzoon hier niet uitgebeeld als een Heerser, maar als een smekende figuur’. De overeenkomst in houding met het kleine figuurtje aan de voet van de berg op de tweede miniatuur is opvallend.

Treffender kon Hildegard haar mystieke ervaring, dat God zich het liefst in de kleine arme medemens aan ons openbaart, niet uitbeelden. Deze voorstelling wijkt volledig af van het byzantijns koningsbeeld, dat eeuwenlang in het christendom het traditionele beeld van God en de Godmens heeft beheerst. Een beeld trouwens waarvan Hildegard zich ook niet helemaal heeft kunnen losmaken, zoals uit andere miniaturen wel blijkt.

Maar hier heeft zij haar diepste mystieke ervaring gestalte willen geven, hoe God nl. het meest tegenwoordig is in het kind en in de arme- en hulpbehoevende evenmens. Ieder die enigszins thuis is in de christelijke iconografie zal opmerken dat deze triniteitsvoorstelling uniek is in de kunstgeschiedenis, hetgeen wijst op een zeer persoonlijke mystieke ervaring.

Naast het feit dat de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid is voorgesteld als een kleine mensengestalte, valt ons op, dat Hij helemaal in het blauw is weergegeven.

 

 

Zoeken we naar de reden hiervan, dan komen drie vragen op ons af:

 

a) Is deze kleur een uitdrukking van een bepaalde emotie of van een bepaald gevoel bij Hildegard?

b) Is hier sprake van een uitdrukking van een heraldische betekenis van blauw?

c) Is het de uitdrukking van een symbolische zingeving? Zo ja, waarvan is blauw het symbool?

 

Het vraagt een uitvoerige studie om na te gaan of er betrekkingen bestaan tussen deze drie vragen en hoogst waarschijnlijk sluiten zij elkaar niet uit. Uit de kleurensymboliek van de byzantijnse iconen is bekend, dat rood verwijst naar de Godheid en blauw naar de Mensheid van de tweede Persoon der Drieëenheid.

Dit impliceert dat rood als machthebbend en blauw als uiting van ondergeschikt-zijn wordt aangevoeld. Rood is agressief, geel veel minder en blauw is eigenlijk de stille zachtmoedige kleur. Rood doet denken aan vuur en hitte, blauw aan heldere hemel en koel water. Tevens is blauw de kleur van de communicatie. Het was immers Christus die de blijde boodschap verkondigde.

Blauw geeft met haar aanverwante kleur groen een gevoel van veiligheid en is een aanduiding van bestaanszekerheid. Denken we maar aan het vegetatieve leven dat ons tot voedsel dient. Zo kan men begrijpen waarom Hildegard de gevoelens van bestaanszekerheid en barmhartigheid niet beter tot uitdrukking wist te brengen dan met de kleur blauw, en wel in haar zuiverste en edelste vormgeving van een stralende saffier.

Saffier is tevens de naam waarmede de kleur blauw in de Bijbel aangeduid wordt. Onwillekeurig denken we aan water, zowel de waterdamp die voor ons het blauw van de stralende hemel teweegbrengt, als het water dat op aarde het blauw van de hemel weerspiegelt. En het is slechts een kleine stap bij water te denken aan moederschap, zowel door het feit van ons lichamelijk leven dat zich ontwikkelt in water van de moederschoot als dat van ons geestelijk leven dat ontspruit aan het water van het doopsel. Ook de Heilige Maagd Maria wordt bijna altijd in blauwe kledij afgebeeld.

Ook Hildegard heeft bij het blauw in het centrum van de Drieëenheid aan moederschap gedacht.  Ze ziet de edelste vorm van de goddelijke liefde als een omhelzing van moederliefde. Een visie op het innerlijke leven van God zoals die in de westerse theologie zelden uitgesproken is, maar die in de oosterse theologie meer ter sprake komt. We kunnen zelfs over een oergegeven spreken omdat er een brug geslagen zou kunnen worden naar de boeddhistische godservaring, waarin meer dan bij ons gesproken wordt over de moederrol van God.

Het is mogelijk, dat Hildegard dit vrouwelijk aspect in Gods wezen, ook heeft willen uitdrukken door de tweede Persoon hier zonder baard uit te beelden. In de andere miniaturen stelt zij zowel God de Vader als de Zoon steeds met een baard voor, zoals de traditie sinds Byzantium dit had vastgelegd. Ieder is vrij om dit in twijfel te trekken. De bedoeling is slechts te wijzen op het feit, dat de visioenen en de miniaturen van Hildegard alleen te begrijpen zijn, wanneer men ze ziet in het vrouwelijk denkpatroon. De volgende miniatuur in deze serie toont dit ook duidelijk aan.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Achtste miniatuur: vijfde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Achtste miniatuur

 

 

Scivias%20T%208_Boek%20I,5

 

 

Deze miniatuur is een der mooiste en oorspronkelijkste werkstukken van de monnik-kunstenaar. De boodschap van de hemelse Stem luidt :

“God stelde het volk van het oude Verbond, toen Hij van Abraham de besnijdenis verlangde, onder de gestrengheid van de wet. Later heeft Hij de gestrengheid veranderd in de mildheid van de genade. Door Zijn Zoon gaf God aan hen die het geloof aannamen, de waarheid van het evangelie en zalfde Hij ieder die door het juk van de wet wonden had opgelopen, met de olie van de barmhartigheid.”

In de theologische beschouwing van het hele Christusmysterie ziet Hildegard de synagoge als de voorloopster van de Kerk. De synagoge is er niet alleen de voorafbeelding van, maar méér nog de moeder van de Menswording van Gods Zoon en zo van de Kerk. Daarom is haar hoofd gekroond met een diadeem, waarvan de schittering gelijk is aan het oplichten van de dageraad, voorgesteld door de kleur oranje.

In de 13de eeuw en later worden de Synagoge en de Kerk dikwijls als elkaars tegenhangsters voorgesteld. Zo ziet men b.v. aan de kathedraal in Reims de Synagoge prachtig gebeeldhouwd als een geblinddoekte vrouw met een kroon op haar hoofd die afschuift, terwijl tegenover haar de Kerk stralend als een overwinnende koningin is uitgebeeld. Deze gedachtengang vinden we bij Hildegard niet. De Synagoge blijft voor haar de dageraad van de Kerk. Zij werd immers verlicht door de vooruitlopende stralen van Christus’ verlossingswerk.

Nu bespeurt men in de uitleg van dit visioen een ontwikkeling, overeenkomend met de voortgaande beweging van de geschiedenis van het oude Verbond. Hildegard spreekt eerst over een vrouw (de synagoge )die min of meer in de schaduw staat en die in de verte de nieuwe bruid (Christus )ziet opkomend uit de woestijn. Tevens ziet zij de zonen van die bruid, Christus volgelingen.

Maar in het vervolg van de tekst zegt de schrijfster dat deze vrouwengestalte van haar ogen beroofd is en haar handen onder de oksels houdt, wat weergegeven is in de miniatuur. De bovenste helft van haar lichaam is bleek-violet gekleurd. Dat blind zijn en die houding van niet willen meewerken geven samen met die sombere kleur iets geweldig roerends aan deze voorstelling.

Men krijgt eigenlijk diep medelijden met deze mislukte roeping, want zij had immers een hoge roeping. In haar hart zetelt Mozes (weergegeven met de in de middeleeuwen aan de joden voorgeschreven driehoekige hoed) die de twee tafels van de Wet omhoog houdt tegen de achtergrond van de godsverlichting, weergegeven door goud.

In de schoot van de Synagoge zien we Abraham met het zilveren mes, naast hem Aäron met de mijter van de hogepriester en achter hem een leviet. Deze drie zijn van het priesterlijk geslacht (Abraham wilde ook een priesterlijke handeling verrichten met het offer van Isaac). Daarnaast staan er nog negen profeten in het midden van de vrouw. Mozes is hier een voorafbeelding van Christus met zijn twaalf apostelen.

We zien het treurige drama zich als het ware langzaam voltrekken. Het benedendeel van de Synagoge wordt steeds zwarter en haar voeten zijn bloedrood, omdat zij tenslotte de profeet der profeten(Christus) vermoord heeft en daardoor zichzelf ten val bracht. Maar de betekenis van deze dood reikt buiten het kader van het Oude Verbond, want we zien hoe de voeten omgeven zijn door de helder witte wolk van de christelijke openbaring.

In de miniatuur is dit wit aangeduid door het heraldische wit, het metaal zilver. Reeds hier zien we bevestigd dat het zilver wijst op het geloofslicht in de loop van ons leven en in de ontwikkeling van de Kerk hier op aarde.

In de toespraak van de hemelse Stem konden we al iets merken van het grote medelijden van Hildegard met en haar verdriet over dit mysterievolle tekortschieten van de Synagoge. We hoorden de hemelse Stem zeggen:

“Door Zijn zoon zal God ieder van hen zalven die zich verwond hebben aan het juk van de wet, en wel met de olie van zijn barmhartigheid.”

Hier voelt men een verdriet en genegenheid als die van St. Paulus voor het uitverkoren volk, dat niet volledig heeft beantwoord aan zijn roeping. Een houding van onze mystica die sterk afsteekt tegen de gangbare afkeer van de joodse godsdienst en het joodse volk in de kerkelijke kringen van de twaalfde eeuw. Een afkeer die zich tijdens de kruistochten ontlaadde in hevige moordpartijen onder de joodse bevolking in al die plaatsen waar de kruisvaarders doortrokken, toen zij op weg waren om het heilige land te veroveren. Een praktijk waarvan Hildegard zich distantieert zoals uit haar correspondentie zeer duidelijk blijkt.

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

Zevende miniatuur : vierde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Zevende miniatuur

 

 

 

Scivias%20T%207_Boek%20I,4

 

 

 

Deze miniatuur is eigenlijk heel eenvoudig en heeft vele traditionele motieven. De Stem uit de hemel zegt er dit bij:


”Wat nu het volgende betreft, ‘dat een andere bol (geest) zich losmaakte uit de omtrekken van zijn eigen vorm en haar eigen knopen losmaakte’: dat is omdat die ziel de lichamelijke leden van haar woonplaats (het lichaam) achter zich laat en ook de verbinding tussen deze ledematen verlaat, op het ogenblik dat de ontbinding van deze woonplaats is aangebroken;

en ‘dat zij zich … ervan losmaakte en haar woonplaats … aan ontbinding overliet’: dat is omdat zij, wanneer zij zich … uit haar lichaam verwijdert, de plek van haar woonplaats laat instorten, wat haar … vrees inboezemt, omdat zij … het naderende oordeel van de opperste rechter tegemoet moet zien, omdat zij dan de waarde van haar werken zal inzien, op basis van het rechtvaardige oordeel van God, (de afbeelding onderaan op de miniatuur).

En hierom ook is het dat, ‘wanneer de ziel aldus ontbonden is, dat zowel lichtgevende als duistere geesten naderbij treden, die de bol (menselijke geest) vergezeld hadden zolang zij zich nog in die woonplaats bevond’: omdat op het moment van die ontbinding, wanneer de menselijke ziel zijn woonplaats verlaat, engelachtige geesten, zowel goede als slechte, in overeenstemming met de rechtvaardige en juiste beschikking van God, aanwezig zijn;

en ‘ze wachten op de losmaking, zodat ze haar, zodra zij volledig ontbonden is, met zich kunnen meevoeren’: zij wachten immers eveneens op het oordeel van de rechtvaardige rechter over deze ziel op het ogenblik van de scheiding van de ziel van haar lichaam, zodat ze haar, gescheiden van haar lichaam, naar de plek kunnen voeren waar zij zal worden geoordeeld door de opperste rechter volgens de verdiensten van haar eigen werken, net zoals het u, o mens, hierboven waarheidsgetrouw werd getoond.” (namelijk naar de duistere gebieden, de middelste afbeelding op de miniatuur, of naar de lichte gebieden, de bovenste afbeelding).

 

De miniatuur laat onder meer zien, hoe de vijanden waken rond het sterfbed, uit angst dat deze prooi hun nog zal ontsnappen. De aanvoerder van de duivels grijpt al naar een voet en hand van de ziel die in de vorm van een klein kind door de mond van de stervende vrouw het lichaam verlaat. Maar één der engelen die uit de hemel komt ontvangt haar zuster, de ziel, met handen die bedekt zijn door een linnen doek: een antiek gebaar van eerbied.

Tellen we de engelen die de ziel staan op te wachten dan zijn het er negen, het symbolisch getal van de koren der engelen. Bij de duivels telt men er zeven die samen erg luguber aandoen met hun witte ogen en lippen. De bovenste helft van de miniatuur toont ons de hel en de hemel; naar een van beide gaat de ziel volgens haar verdiensten.

De hel is heel traditioneel voorgesteld. Lucifer is gezeten op een draak met opengesperde muil, terwijl zijn trawanten de veroordeelde zielen in de vlammen folteren. We ontmoeten deze motieven op de voorstellingen van het laatste oordeel in de portalen van de romaanse en vroeg-gothische kathedralen.

Er zijn achtentwintig figuurtjes (4 x 7) in de hel getekend. Het bovenste gedeelte beeldt de hemel uit in twee voorstellingen. De ene beeldt het hemels paradijs uit en de andere een driehoekige stad. De zeven in gouden gewaden geklede zielen in deze stad zijn de symbolische betekenis hebben van het volmaakte getal der scheppingsdagen en van de sacramenten. Bovenaan in het midden steekt de scheppende en zegenende hand van God uit de wolken.

Ook deze miniatuur is traditioneel, maar één nieuwe bijzonderheid valt op: voor het éérst is de metaalkleur zilver duidelijk aangewend, die, zoals we in het vervolg zullen zien, wijst op het geloofslicht zolang we nog hier op aarde zijn. Het zilver zal in de volgende miniaturen steeds méér voorkomen en op de duur ook aan betekenis winnen.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA