Tagarchief: joden

Hoe is de Bijbel tot stand gekomen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De namen van Bijbelboeken worden in het aangeven van de Bijbelteksten altijd voluit geschreven met het oog op hen die niet zo met de Bijbel bekend zijn.

 

 

het-dwars-leggen-over-de-bijbel-ontstaan-38708938

.

.

Onder alle boeken neemt de Bijbel een bijzondere plaats in. Niet alleen wat de inhoud betreft, maar ook wat zijn ontstaan aangaat.

 

Meestal wordt een boek door één auteur geschreven in een betrekkelijk kort tijdsverloop. Soms komt een boek tot stand door samenwerking van een paar schrijvers, die dan nauwkeurig voeling met elkaar houden. Met de Bijbel is dat echter totaal anders. We zullen dat  nagaan en zien dat de Bijbel wat zijn ontstaan betreft al een wonder op zichzelf vormt.

 

01. De Bijbel is eigenlijk niet één boek. Hij bestaat uit 66 boeken. Dit aantal is in twee groepen verdeeld, te weten de boeken van het Oude Testament en de boeken van het Nieuwe Testament. Het Oude Testament heeft 39 boeken en het Nieuwe Testament 27 boeken.

02. De boeken van het Oude Testament verdelen we als volgt:
a. de geschiedkundige boeken te weten Genesis tot en met Esther
b. de poëtische of dichterlijke boeken, dat zijn de boeken van Job tot en met Hooglied
c. de profetische boeken te weten Jesaja tot en met Maleachi

03. De Joden hebben een andere indeling en spreken van:
– de wet (Genesis tot en met Deuteronomium);
– de profeten (Jozua, Richteren, Samuël, Koningen, Jesaja, Jeremia, Ezechiël, 12 kleine profeten;
– de geschriften (Job, Spreuken, Psalmen, Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker, Esther, Ezra, Nehemia, Kronieken, Daniël. Iets van deze indeling vinden we in Lukas 16:16. De twee aanduidingen die daar gebruikt worden zijn de wet en profeten. De benamingen die in Lukas 24:44 opgesomd worden zijn de profeten en de  psalmen.

04. Het Nieuwe Testament wordt meestal in vier delen verdeeld, te weten:
a. De vier evangeliën. Dat zijn Mattheüs, Marcus, Lukas, Johannes;
b. De Handelingen ;
c. De Brieven Romeinen tot en met Judas ;
d. De Openbaring.

05. Nu iets over de schrijvers en de tijd waarin zij leefden. De eerste vijf boeken van het Oude Testament zijn Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium. Ze zijn geschreven (zie Daniël 9:11; Lukas 16:31; 24:44) door Mozes. De schrijver van die boeken leefde zo’n 1400 jaar voor Christus. De Joden noemen deze vijf boeken de ‘Thora'(= aanwijzing, wet). Van het Griekse woord ‘pentateuchos’ (= vijfdelig boek: ‘pente’ = vijf, ‘teuchè= rollen) is de naam Pentateuch afgeleid.

06. Als we zeggen dat Mozes de schrijver is van de eerste vijf boeken van de Bijbel, bedoelen we daarmee niet, dat er in die boeken geen notities van latere schrijvers of samenstellers voorkomen. Zo’ n latere toevoeging hebben we kennelijk in Genesis 36: 31. Daar wordt van de koningen van Edom gezegd dat ze regeerden voordat er een koning over de Israëlieten regeerde.

07. Ook Deuteronomium 34 moet van een latere hand zijn. De gebeurtenis van Mozes dood wordt er beschreven. Het is toch niet aannemelijk dat Mozes daarover bij voorbaat, als profetie, geschreven zou hebben.

08. Heel wat Jongelui komen van school thuis met het verhaal dat deze boeken pas veel later zijn ontstaan. Zo zou Deuteronomium dateren uit de tijd van koning Josia (ca 630 v. Chr.). Bij de tempelrestauratie vond men toen (2 Kronieken 34:14) het boek van de wet des Heren gegeven door Mozes.

Uiteindelijk zou de Pentateuch pas in de vijfde eeuw voor Christus voltooid zijn en door Ezra met zijn gezag zijn gedekt. Bij de samenstelling zou materiaal van diverse ‘bronnen’ zijn samengevoegd. Van Ezra lezen we in Ezra 7: 6 dat hij een schriftgeleerde was, bekwaam in de wet van Mozes.

09. De argumenten die men voor deze en soortgelijke opvattingen aanvoert, missen echter elke grond van degelijk bewijs en zijn ingegeven door vooringenomenheid. De beide genoemde teksten zeggen niets in de richting van wat deze geleerden beweren, integendeel. In het wetboek in de tijd van Josia staat dat het gevonden werd. Dat geeft aan dat het boek al bestond. Ezra kende de wet. Er staat niet dat hij de wet schreef, of dat hij de wet samenstelde.

10. Vroeger ontkende men dat Mozes de schrijver was op grond van het lichtvaardige argument, dat in zijn dagen de schrijfkunst nog niet zou zijn uitgevonden. Latere opgravingen hebben aangetoond hoe totaal onhoudbaar deze mening was. Er zijn beschreven kleitabletten gevonden van meer dan 5000 jaar oud!

Hoewel de Bijbel die bevestiging niet nodig heeft, laat een dergelijke vondst de betrouwbaarheid zien van mededelingen zoals in Numeri 33: 2 waar staat daar dat Mozes namelijk  hun tochten beschreef van pleisterplaats tot pleisterplaats. Zelfs een jongeman, zomaar aangetroffen in het veld in de tijd van de Richteren kon schrijven. Dit blijkt uit vers 14 van Richteren 8.

11. De jongste boeken van de Bijbel moeten we natuurlijk in het Nieuwe Testament zoeken, het zijn de brieven van de apostel Johannes. Die zijn omstreeks 100 na Christus geschreven. Als we de hiervoor vermelde tijdsaanduidingen als juist aannemen is de hele Bijbel dus tot stand gekomen in ( 1400 + 100 ) 1500 jaar.

12. Het is al een zeldzaam iets dat zo’n veertig mensen over verloop van tientallen eeuwen 66 boeken schrijven, die op elkaar aansluiten en volmaakt met elkaar in harmonie zijn.

 

 

document van Jesaja

document van Jesaja

 

 

 

Dat veertig mensen over een tijdsverloop van zo’ n 1500 jaar zesenzestig boeken schrijven, die een eenheid vormen, is al een wonder op zichzelf. Maar dat is nog niet alles. Deze veertig schrijvers waren namelijk geen veertig mensen met eenzelfde opleiding, ingewijd in eenzelfde vak. Ook stemden ze niet overeen in karakter of levensomstandigheden en ondanks die verschillen leveren ze één magistrale compositie van 66 boeken. 

 

 

01. Mozes heeft als jongeman zijn opvoeding genoten (Exodus 2:10; Handelingen 7: 21) aan het hof van Farao. Hij werd daar opgevoed in (Handelingen 7:22) wijsheid door de Egyptenaren.

02. Toen hij veertig jaar was (Handelingen 7:23) vluchtte hij naar Midian en bleef daar veertig jaar (Handelingen 7: 30). Hij verbleef daar bij (Exodus 2:18-21) Rehuël  die ook wel (Exodus 18:1) Jethro noemde.  Deze man was een (Exodus 3:1) schaapsherder.

03. Vervolgens voerde Mozes het volk Israël uit Egypte en leidde het veertig jaar door de (Handelingen 7:36) woestijn. Tijdens die reis moet hij de Pentateuch (Genesis tot en met Deuteronomium) hebben samengesteld.
Aanwijzingen voor zijn activiteiten als schrijver treffen we o.a. aan in Exodus 17:14. Daar gaat het over de strijd met welk volk Amalek. Ook is er sprake van het oordeel dat God over die volksstam uitspreekt (vgl. ook het reeds genoemde Numeri 33: 2).

04. Een heel andere achtergrond dan Mozes heeft bijvoorbeeld Amos. Volgens zijn eigen getuigenis was hij  (Amos 7:14) veehouder en kweker van moerbeivijgen.

05. Daniël was van afkomst? (Daniël 1: 3,4) koninklijk. Hij leefde in Babel maar in de burcht die lag in (Daniël 8:2) het gewest Elam. Dat hij de dromen en gezichten die hij kreeg opschreef, lezen we in Daniël 7 in vers 1. Daniël legde zijn profetieën vast in een boek.

06. Mattheüs was van beroep tollenaar voordat hij een discipel van Jezus werd (Mattheüs 9:9). Dit beroep stond onder Israël niet hoog aangeschreven (Denk aan Mattheüs 11:19).

07. Marcus heet de schrijver van het tweede evangelie. Zoals vaker het geval was, werd hij ook nog met de andere naam Johannes aangeduid (Handelingen 12: 12). Hij was een neef van (Kolossen 4: 10) Barnabas. Met deze man maakte Paulus de eerste zendingsreis. Marcus heeft zich op die reis niet erg gunstig (Handelingen 13: 13). Daardoor ontstaat er later een verwijdering (Handelingen 15: 36-41). Gelukkig is dat later weer bijgelegd. Paulus zegt in 2 Timotheüs 4:11. immers van Marcus dat hij van heel veel nut was voor de dienst.

 

 

Het-ontstaan-van-de-Bijbel-van-kleitablet-tot-boekdrukkunst-Back

 

 

08. Petrus was net als Johannes een (Mattheüs 4:18-22) visser. Het waren ongeletterde mensen blijkens Handelingen 4:13. Van Petrus weten we dat hij ‘dialect’ sprak. Men zei van hem (Mattheüs 26:73) dat hij een eenvoudig man was.

09. Petrus schreef blijkens het slot van 1 Petrus 5 zijn eerste brief in Babylon. Volgens sommigen zou dit een symbolische naam zijn waarmee dan Rome bedoeld werd. Er is echter niet voldoende reden om niet aan het bekende landschap Babylon te denken. In dit vers is ook weer sprake van Marcus die  door Petrus genoemd zijn zoon genoemd wordt.

10. We treffen ook een ontwikkeld man onder de schrijvers van het Nieuwe Testament aan. We hebben het over (Kolossen 4) Lucas, de geneesheer. Hij schreef het evangelie van Lucas en de Handelingen der apostelen.

11. Ook Paulus kan bogen op een behoorlijke ontwikkeling. Hij was een (Filippi 3:5) farizeeër die opgevoed werd aan de voeten van (Handelingen 22: 3) Gamaliël.  Dit was onder de Joden een heel bekend en geacht persoon. Paulus schreef de brief aan Filémon  (Filémon::23; Handelingen 28:16) in de gevangenis te Rome.

12. De diverse schrijvers verschillen dus wat betreft:
– de tijd waarin ze leefden,
– het land waar ze woonden,
– het beroep dat ze uitoefenden,
– de opvoeding die ze hadden genoten,
– het milieu waaruit ze voorkwamen.

13. Maar dit is nog niet alles. De schrijvers verschillen ook sterk wat hun karakter betreft. Volgens Numeri 12 was  Mozes zachtmoedig van karakter. Van de beide discipelen Johannes en Jakobus kan dat blijkbaar niet gezegd worden. De Heer Jezus noemt ze in Marcus 3:17: ‘Boanérges’ wat zonen des donders betekent. Hoe juist die naam is, blijkt uit Lukas 9: 54.

14. Onder de schrijvers treffen we oude mensen aan, maar ook jeugdige personen. Mozes was 40 jaar toen hij uit Egypte trok (Handelingen 7: 23). Hij verbleef 40 jaar in Midian blijkens Handelingen 7. Hij was dus minstens 80 jaar toen hij begon te schrijven. Jeremia was geen oud man toen hij tot profeet geroepen werd (Jeremia 1: 6). Eerst later lezen we van het opschrijven van zijn profetieën. Dat gebeurde in (Jeremia 36) het vierde jaar van Jojakim. Toen was hij nog vrij jong, want dit was nog geen twintig jaar later.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Advertenties

De eindtijd in vogelvlucht

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

DE EINDTIJD IN VOGELVLUCHT

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad

De eindstrijd tussen goed en kwaad

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Eindtijd houdt in dat er een eind gaat komen aan de menselijke heerschappij, die onder invloed is van de boze. Sinds de kruisiging van Christus leven we in de genadetijd. In deze bedeling, die al ongeveer tweeduizend jaar duurt, worden Messias belijdende Joden en niet Joden tot het Lichaam van de Here Jezus gevoegd (Gal. 3:28). We noemen dit ook wel de gemeente van Christus.

 

De laatste fase van de eindtijd is na de opname van de gemeente. Die periode wordt ook wel genoemd: de laatste Jaarweek, Jakobs benauwdheid, of de Grote Verdrukking. Het heeft een duur van zeven jaar. In die korte tijd zal de antichrist aan de macht komen (Dan. 9:27). Waarna de Here Jezus zichtbaar met de wolken terugkomt en Zijn voeten op de Olijfberg in Jeruzalem zal zetten (Zach. 14:4; Openb. 1:7).

 

Als de Here Jezus wederkomt, dan zal Hij Zijn Koninkrijk hier op aarde vestigen en als Koning der Joden over de gehele aarde regeren (Zach. 14:9). Dit zal Hij vanuit Jeruzalem doen. Het centrum der aarde. In die bedeling, die wel duizend jaar zal duren, zal de duivel in de afgrond opgesloten zijn. In hoofdstuk 20 van het Boek Openbaring wordt het getal duizend wel zes keer genoemd! We moeten dit getal daarom letterlijk nemen. Die bedeling wordt ook wel het Duizendjarig Vrederijk genoemd (Jes. 2:2-5).

 

Na die duizend jaar zal de duivel voor een korte tijd worden losgelaten en zal hij de wereld voor de allerlaatste keer in opstand brengen tegen God. Als dit allemaal heeft moeten gebeuren, komt er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Ook zal dan het nieuwe Jeruzalem, Gods huis, uit de hemel neerdalen (Openb. 21). Dan zal er nooit meer aan vroeger worden gedacht!

 

 

“Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig” (Openb. 21:5).

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Joodse tijden.

Standaard

categorie : religie

 

.

.

Joodse tijden

 

 

300px-Beit_Alpha

                                                                           boven : de Joodse kalender

 

 

 

Joodse uren

 

In de tijd van de Bijbel gold een andere tijdrekening dan tegenwoordig. Men ging ervan uit dat zowel de dag als de nacht twaalf uren had. Volgens onze moderne tijdrekening zou het zesde uur van de dag dus rond twaalf uur ’s middags vallen. Maar voor de tijd in de Bijbel gaat die berekening niet altijd op, want de uren duurden niet altijd even lang. De twaalf uren van de dag begonnen bij zonsopgang en eindigden bij zonsondergang. Hoe later de zon opging, hoe korter de uren van de dag, en hoe langer de uren van de nacht.

 

 

 

Joodse dagen en weken

 

De Israëlitische week bestond uit zeven dagen en eindigde met de sabbat, waarop God rustte van zijn scheppingswerk (Gen. 2:1-3; Ex. 20:11). De Joodse dagen van de week dragen geen naam, maar een nummer. Alleen de zevende dag heeft een naam, de sabbat of sjabbat (= ‘rustdag’).

 

 

 

Joodse maanden

 

Dit zijn de Joodse maanden met de feesten die daarin vallen:

Abib of nisan (1e maand)

• Pesach en het feest van het Ongedesemde brood, 15-22

Ziw of ijjar (2e maand)

Siwan (3e maand)

• Wekenfeest of Pinksterfeest (Sjavoeot), 6

Tammuz (4e maand)

Ab (5e maand)

Elul (6e maand)

Etanim of tisjri (7e maand)

• Dag van het blazen op de ramshoorn en Joods nieuwjaar (Jom Hasjofar en Rosj Hasjana), 1

• Grote verzoendag (Jom Kipoer), 10

• Loofhuttenfeest (Soekot), 15-21

• Vreugde van de wet (Simchat Tora), 23

Bul of marchesjwan (8e maand)

Kislew (9e maand)

• Feest van de Tempelwijding of Inwijdingsfeest (Chanoeka), 25

Tebet (10e maand)

Sebat (11e maand)

Adar (12e maand)

• Poeriem of Lotenfeest, 14-15

Adar II* (13e maand)

 

 

De westerse kalender is gebaseerd op een zonnejaar. De Joodse kalender is gebaseerd op een combinatie van een maanjaar en een zonnejaar. Een maanjaar duurt 354 dagen en een zonnejaar 365 dagen. Daar zit dus elf dagen verschil tussen. De seizoenen worden niet bepaald door die combinatie, maar alleen door het zonnejaar.

Om de maanden (en de bijbehorende feesten) enigszins op dezelfde tijd in de seizoenen te laten vallen, moeten die elf dagen dus gecompenseerd worden. Het verschil wordt in de Joodse kalender opgelost door zeven keer in de negentien jaar een dertiende maand toe te voegen.

Deze valt meteen na de laatste maand adar en heet we-adar (= adar II). De dagen in het jaar van de Joodse kalender verschuiven dus ieder jaar ten opzichte van de westerse kalender. Daarom vallen de Joodse feesten vanuit ons perspectief ook ieder jaar op een andere datum.

 

 

tijdbalk

.

.

.

Joodse jaartelling

 

De Joodse jaartelling telt niet zoals de christelijke jaartelling vanaf de geboorte van Jezus, maar vanaf de schepping van de wereld, berekend volgens de Bijbelse gegevens. Het begin van het Joodse jaar 1 valt volgens die berekening in het jaar 3761 voor Christus.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Dode Zeerollen

Standaard

categorie : religie

.

.

 

 

 

dode-zeerollen

 

 

 

 Wat zijn de Dode Zeerollen?

 

De Dode Zeerollen worden ook wel de belangrijkste ontdekking van manuscripten in moderne tijden genoemd. Zij werden tussen 1947 en 1956 in elf grotten langs de noordwestelijke kust van de Dode Zee gevonden dicht bij de ruïnes van Qumram. Dit is een droge regio ongeveer 20 kilometer ten oosten van Jeruzalem en 400 meter onder zeeniveau.

De Dode Zeerollen zijn de restanten van ongeveer 825 tot 870 rollen, die uit tienduizenden afzonderlijke fragmenten bestaan. De teksten zijn hoofdzakelijk vervaardigd uit dierenhuiden, maar ook uit papyrus en koper. Ze zijn geschreven met een op koolstofbasis vervaardigde inkt, van rechts naar links zonder leestekens met uitzondering van hier en daar een inspringing voor een nieuwe paragraaf.

 

 

De grotten nabij Qumram

De grotten nabij Qumram

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De Dode Zeerollen kunnen in twee categorieën worden ingedeeld: Bijbelse en niet-Bijbelse. De rollen bevatten fragmenten van elk boek van het Oude Testament (de Hebreeuwse canon), met uitzondering van het boek Ester. Onder de rollen bevinden zich 19 fragmenten van Jesaja, 25 fragmenten van Deuteronomium en 30 fragmenten van de Psalmen. De bijna volledig intacte “grote Jesaja-rol”, die enkele van de opvallendste Messiaanse profetieën bevat, is 1000 jaar ouder dan enige andere kopie van het boek Jesaja.

Naast de Bijbelse manuscripten bevatten de Dode Zeerollen commentaren op :

  • de Hebreeuwse canon,
  • parafraseringen en aanvullingen op de Tora,
  • standaarden en regels voor de gemeenschap,
  • regels voor oorlogsvoering,
  • canonieke psalmen,
  • hymnes en preken.

 

De meeste teksten zijn in het Hebreeuws en Aramees geschreven, maar enkele zijn in het Grieks geschreven. De Dode Zeerollen lijken de bibliotheek van een Joodse sekte te zijn geweest. De meeste mensen vermoeden dat dit de Essenen waren. Dichtbij de grotten bevinden zich de oude ruïnes van Qumran, een dorp dat in het begin van de jaren ’50 werd uitgegraven en een verband lijkt te leggen tussen de Essenen en de rollen.

De Essenen waren Joodse kopieerders die volgens strikte regels leefden. Zij hadden waarschijnlijk een Messiaanse en apocalyptische levensbeschouwing. Waarschijnlijk werd de bibliotheek in de grotten verstopt rond de tijd van de Eerste Joodse Opstand (66-70 na Christus), toen het Romeinse leger tegen de Joden oprukte.

Gebaseerd op verschillende dateringsmethoden, waaronder C14-datering, paleografie en analyses van de gebruikte schrijfmethoden, wordt geconcludeerd dat de Dode Zeerollen in de periode van ongeveer 200 voor Christus tot 68 na Christus werden geschreven. Veel cruciale Bijbelse manuscripten (zoals Psalm 22, Jesaja 53 en Jesaja 61) dateren op zijn laatst uit 100 voor Christus.

Daarom hebben de Dode Zeerollen een revolutie teweeg gebracht in de tekstkritiek van het Oude Testament. Het is fenomenaal te noemen dat de gevonden Bijbelse teksten bijna volledig overeenkomen met de Masoretische tekst en diverse andere hedendaagse vertalingen van het Oude Testament.

 

 

dodezeerolIAA

 

 

 

Dramatisch bewijs voor de betrouwbaarheid van de Messiaanse profetieën

 

De Dode Zeerollen zijn de oudste verzameling Oudtestamentische manuscripten die ooit zijn gevonden. Ze dateren uit 100-200 voor Christus. Dit is belangrijk omdat we nu absoluut bewijs hebben dat de Messiaanse profetieën in het Oude Testament ongetwijfeld al bestonden – en in de huidige vorm bestonden – vóórdat Jezus deze aarde bewandelde.

Het mag duidelijk zijn dat de betrouwbaarheid van de Schrift en de tekstkritiek hiermee een gigantische stap voorwaarts hebben gezet. Onderzoek het maar eens voor jezelf. Er bestaat geen twijfel dat Jezus Christus de Messias was waarop de Joden al zo lang gewacht hadden.

 

 

Gevonden boekrolkruiken

Gevonden boekrolkruiken

 

 

 

Het boek Jesaja

 

Meer dan 200 fragmenten van de Dode Zeerollen worden bewaard in de Schrijn van het Boek, een museum in Jeruzalem. Het is opmerkelijk dat de grote Jesaja-rol de enige volledig intacte rol is die in deze schrijn wordt tentoongesteld. Deze rol bevat het volledige boek van Jesaja zoals we dat vandaag de dag in onze Bijbels hebben; alle 66 hoofdstukken.

Een aantal wetenschappers, met verschillende godsdienstige achtergronden en uit verschillende professionele disciplines, heeft deze belangrijke vondst geanalyseerd. De grote Jesaja-rol werd in 1947 in grot-1 ontdekt. De rol werd in 1948 geïdentificeerd als het Bijbelse boek Jesaja en werd indertijd door de Syrische Orthodoxe Kerk aangekocht.

Israël kocht de grote Jesaja-rol in 1954 terug om hem te bestuderen en als nationale schat te behouden. De rol wordt sinds 1965 als kroonstuk van de verzameling in het Schrijn van het Boek museum tentoongesteld. Een tweede gedeeltelijke Jesaja-rol  werd ook in 1947 in Grot 1 ontdekt. Sindsdien zijn er in andere grotten rondom Qumran ongeveer 17 andere fragmenten van Jesaja’s schriftteksten ontdekt.

Delen van de grote Jesaja-rol  zijn al minstens vier keer onderzocht met behulp van C14-datering, waaronder een studie aan de Universiteit van Arizona in 1995 en een studie aan ETH-Zürich in 1990-91. De vier studies hebben gekalibreerde databereiken opgeleverd tussen 335-324 voor Christus en 202-107 voor Christus.

Er zijn ook talrijke studies uitgevoerd naar de paleografie en de gebruikte schrijfmethoden van de documenten. Deze analyses plaatsen de rollen ergens tussen 150-100 voor Christus. Zie :

  • Price, Secrets of the Dead Sea Scrolls, oftewel Geheimen van de Dode Zee-rollen, 1996;
  • Eisenman & Wise, The Dead Sea Scrolls Uncovered, oftewel De Dode Zee-rollen geopenbaard, 1994;
  • Golb, Who Wrote the Dead Sea Scrolls?, oftewel Wie schreef de Dode Zee-rollen?, 1995;
  • Wise, Abegg & Cook, The Dead Sea Scrolls, A New Translation, oftewel De Dode Zee-rollen, Een nieuwe vertaling, 1999

 

 

 

Jesaja 53

 

De Dode Zeerollen hebben fenomenaal bewijs geleverd voor de geloofwaardigheid van de schriftteksten. De bijna volledig intacte grote Jesaja-rol is bijna identiek aan de meest recente versies van de Masoretische tekst uit de 10e eeuw. Schriftgeleerden hebben een handvol spel- en kopieerfouten ontdekt, maar geen belangrijke verschillen.

In het licht van Jesaja’s rijke Messiaanse profetieën vonden wij het de moeite waard om hier een gedeelte van de Nederlandse vertaling van de Hebreeuwse tekst uit de grote Jesaja-rol te tonen. De volgende tekst komt overeen met Jesaja 53 in het tegenwoordige Oude Testament. Onthoudt dat de leeftijd van deze tekst is vastgesteld op 100 tot 335 jaar vóór de geboorte van Jezus Christus!

 

 

Vertaling van de feitelijke grote Jesaja-rol (Jesaja 53), beginnend met regel 5 van kolom 44

 

5. Wie heeft onze prediking gehoord en de arm van YHWH, aan wie is deze geopenbaard?  En hij zal als een rijsje voor zijn aangezicht opschieten en als een wortel uit dorre aarde is er geen gedaante noch heerlijkheid [+aan hem+] en wanneer hij aangezien wordt en er is geen gestalte dat wij hem zouden begeerd hebben.

Hij is veracht en de onwaardigste onder de mensen, een man van smarten en bekend met krankheid
en als het ware verborgen we ons aangezicht voor hem hij was veracht en wij achtten hem niet. Waarlijk heeft hij onze krankheden op zich genomen en hij heeft onze smarten gedragen en we achten hem geslagen en geplaagd door God en verdrukt, en hij is om onze overtredingen verwond, en verbrijzeld om onze ongerechtigheden, de correctie van onze vrede was op hem en door zijn wonden heeft hij ons genezen.

Wij allen dwaalden als schapen, ieder van ons is naar zijn eigen weg gekeerd en YHWH heeft de ongerechtigheid van ons allen op hem doen leggen. Als dezelfde geëist werd, toen werd hij verdrukt maar hij deed zijn mond niet open, hij werd als een lam ter slachting geleid en zoals een ooi stom is gemaakt voor het aangezicht van haar scheerders deed hij zijn mond niet open.

Uit den angst en uit het gericht werd hij weggenomen en zijn leeftijd, wie zal deze uitspreken, want hij is afgesneden uit het land der levenden. Want om de overtreding van zijn volk werd hij verwond.
En zij gaven goddelozen om zijn graf te zijn en  rijken in zijn dood, hoewel hij geen geweld had aangedaan noch bedrog in zijn mond. En YHWH was behaagd om hem te verbrijzelen en Hij heeft hem gekrenkt.

Als u zijn ziel als een schuldoffer zal aanwijzen zal hij zijn zaad zien en zal hij zijn dagen vermeerderen en het welbehagen van YHWH zal voortgaan in zijn hand. Hij zal door het werk van zijn ziel  zien en hij zal verzadigd worden en door zijn kennis zal hij rechtvaardigen, zelf mijn rechtvaardige knecht voor velen en hun onrechtmatigheden zal hij dragen.

Daarom zal ik hem een aandeel geven van de groten, en met de sterken zal hij de roof delen omdat hij tot de dood zijn ziel heeft blootgelegd en met de overtreders is geteld geweest en hij, de zonden van velen, hij droeg, en voor hun overtredingen heeft gesmeekt.

 

 

De profeet Jesaja

De profeet Jesaja

 

 

 

De vergelijking met onze huidige Bijbelse tekst

 

De Dode Zeerollen zijn een krachtig hulpmiddel om critici van de Bijbelse teksten te kunnen beantwoorden. Hoewel de eerste rollen al in 1947 werden ontdekt, werd een groot gedeelte van het onderzoek van de vertalingen pas recentelijk aan het grote publiek bekend gemaakt.

Hierbeneden vind je Jesaja 53 uit de Statenvertaling van de Bijbel, vertaald uit de Masoretische tekst van de Hebreeuwse Schrift. Vergelijk dit eens met het gedeelte van de grote Jesaja-rol zoals hierboven vermeld. Het is werkelijk indrukwekkend.

 

 

Jesaja 53 in de Statenvertaling van de Heilige Bijbel

 

Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des Heren geopenbaard? Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.

Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.

Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de Here heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.

Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding mijns volks is de plage op Hem geweest.

En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is. Doch het behaagde den Here Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des Heren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.

Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.

 

 

13.07.08.Artikel.Dode-_Zeerollen-MAIN-rollen

 

 

 

 Een opmerkelijke tijd in de geschiedenis

 

De Dode Zeerollen lagen ongeveer 2000 jaar verborgen in een perfecte, droge omgeving. In 1947 vond een Bedoeïense herder door stom toeval de belangrijkste archeologische vondst in de geschiedenis. Een jaar later keerde het Joodse volk voor het eerst sinds 70 na Christus als een formele natie terug naar zijn thuisland.

Terwijl de ontvouwing van profetische gebeurtenissen in het Midden-Oosten zich lijkt te versnellen, kunnen we de oude Messiaanse profetieën lezen met een absolute zekerheid die nu ook verifieerbaar is. We hebben nu het grootste vertrouwen dat het Oude Testament (de Joodse Tanak) dat we vandaag de dag lezen hetzelfde is als de versie die zo’n 100 tot 200 jaar voor Christus bestond.

Dit betekent dat de meer dan 300 Oudtestamentische profetieën over de komende Messias al bestonden voordat Jezus Christus werd geboren. Het is aan ieder van ons individueel om te beslissen wat we met deze werkelijkheid gaan doen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

Wie is Allah volgens de Bijbel?

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

De islam is gebouwd rond het centrale geloof dat er geen god is dan God. Allah is het Arabisch woord voor God. Het is het enige Arabische woord dat noch mannelijk, noch vrouwelijk is – het heeft ook geen meervoudsvorm. Deze taalkundige kenmerken benadrukken meteen de unieke aard van God. Mede daarom, en omdat de Koran in het Arabisch geopenbaard is, verkiezen de meeste moslims het woord Allah boven het woord God, maar de betekenis van beide termen is hetzelfde.

 

 

allah-ismi-resim

 

 

‘Zeg: Hij is God als enige. God de eeuwige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is aan Hem gelijkwaardig.”(Koran, 112:1-4)
‘Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten vrede.’ (Koran, 13:27)
.
.
.

Zoals men in het Nederlands God zegt, in het Hebreeuws Jahweh en in het Frans Dieu, zo zegt men in het Arabisch Allah. In een christelijke Arabische Bijbel, wordt God inderdaad vertaald als Allah, zoals blijkt uit volgende vergelijking, waarin het Arabische woord Allah groen aangeduid werd:

 

.

  1. Het woord “Allah”in de Koran, Hoofdstuk 1, vers 1:
    Arabisch: bismillah
    Nederlands: In de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige
  2. Het woord “Allah” in de christelijke Bijbel in het Arabisch, Boek Genesis, vers 1:
    Arabisch: genesis
    Nederlands: In het begin schiep God hemel en aarde

 

.

.

Voor moslims gaat gaat dit veel verder dan een taalkundig feit. Immers, volgens moslims betreft het hier dezelfde Ene God die in het Oude Testament Jahweh genoemd wordt. De islam leert dat Joden, christenen en moslims essentieel dezelfde Ene God aanbidden. er zijn natuurlijk wel onderlinge verschillen tussen de drie godsdiensten van het Boek, die ook de monotheïstische godsdiensten genoemd worden.

“Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie neergezonden is. Onze God en jullie God, is één. En wij geven ons over aan Hem.” (Koran 29:46)
.
.
.

De islam gelooft dat er een duizenden profeten geweest zijn die allemaal hetzelfde geloof verkondigden. Volgens de islam bevestigt de profeet Mohammed dan ook slechts de boodschap die voor hem door andere profeten zoals Abraham, David of Jezus, gebracht werd. Moslims zijn overigens verplicht in al deze profeten en in hun Boodschap te geloven. Wanneer men niet gelooft in Jezus en de boodschap die Hij bracht, kan men dus geen moslim zijn.

Moslims geloven verder dat al diegenen die in de boodschap geloven die hen door de profeten gebracht werd, naar het paradijs kunnen gaan. Christenen en Joden kunnen volgens de islam dus ook naar het paradijs gaan, waaruit nogmaals blijkt dat zij volgens moslims allemaal in dezelfde ene God geloven.

 

.

.

De Uniciteit van God volgens de Thora, de Bijbel en de Koran

 

Hierna volgen een paar verzen uit het Oude Testament, het Nieuwe Testament en De Koran, waaruit telkens het centrale belang van het geloof in de ene God blijkt:

“Gij zult geen andere goden hebben dan Mij”. (Deuteronomium 5:6)
.
.
.

En de Koran:

“Weet dat er geen god is dan God” (Koran 47:19)
.
.
.

Andere goden dan God, wat moet men zich daarbij voorstellen? Zeker niet enkel het aanbidden van meerdere goden of idolen maar alles wat in de weg komt van het aanbidden van de Ene God, dus ook het eigen ik dat men tot status van godheid kan verheffen. Volgens de islam is de hoogste vorm van Jihad (streven) overigens deze van het streven tegen het eigen ik, om zo volledig God te dienen en zich volledig in te schrijven in zijn liefde.

.

.

Het geloof in één God werd door alle Profeten verkondigd. Zo horen we bijvoorbeeld Mozes zeggen:

“Hoor, Israël! de Heer (Jahweh) is onze God, en de Heer alleen. Bemin uw God, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.” (Deuteronomium 6:4-5)
.
.
.

In de Evangeliën horen we ook Jezus zeggen:

“Hoor Israël! De Heer onze God is de enige Heer, Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht.” (Marcus 12:29-30)
.
.
.

Ook in de Koran vinden we dit terug:

“Zeg : “Hij is God als enige, God als Bestendige. ” (Koran 112:1-2)
.
.
.

Het Oude Testament stelt reeds ondubbelzinnig dat niets of niemand met God gelijkgesteld mag worden:

“Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte, uit het slavenhuis heb geleid; gij zult geen andere goden naast Mij hebben. Ge zult u geen godenbeelden maken, noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden of in het water onder de aarde is.” (Exodus, 20:2)
.
.
.

God is de Eerste en de Laatste. In het boek Isaiah (Jesaja) lezen we:

“Jullie zijn Mijn getuigen, zegt de Heer. Vóór mij was er geen god, en na mij zal er geen god zijn. Ik ben de Heer, en behalve Mij, is er geen enkele Redder”. (Jesaja 43:11)
“Ik ben de Eerste en ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen god.” (Jesaja 44:6)
.
.
.

Ook dit vinden we in de Koran terug:

“Hij is de Eerste en de Laatste” (Koran 57:3)
“En er is geen andere god dan Ik, een rechtvaardige God, een Redder. Er is er geen dan Ik. Omdat Ik God ben, en er is geen ander.” (Jesaja 45:21-23)
.
.
.
.

Jezus als machtig profeet van God

 

De islam gelooft dan ook niet dat Jezus zelf God was. Dit doorbreekt volgens de islam immers het zuivere monotheïsme dat er geen god is dan God, vermits het een mens verheft tot de status van god-zijn, wat volgens de islam niet kan. Volgens moslims was Jezus evenwel een machtig profeet van God, die dezelfde boodschap verkondigde als al de andere profeten van God.

 

.

MET ANDERE WOORDEN : DE ISLAM GELOOFT NIET IN DE DRIEVULDIGHEID VAN GOD, HET MYSTERIE VAN DE EENHEID VAN GOD DE VADER, GOD DE ZOON EN GOD DE HEILIGE GEEST. VOLGENS DE ISLAM WAS CHRISTUS EEN PROFEET MAAR GEEN MESSIAS DIE HET ZOENOFFER OP ZICH NAM OM TE STERVEN OP HET KRUIS TER VERGEVING VAN ALLE ZONDEN.

 

.

.Jezus en Maria worden in de Koran meermaals eervol vermeld. Er is zelfs een hoofdstuk van de Koran (hoofdstuk 19) dat haar naam draagt. Moslims geloven overigens, net als de christenen, in de maagdelijke verwekking van Jezus en verwijzen daarbij naar Adam om te verduidelijken dat dit niets verandert aan het feit dat Jezus een mens is. Immers, ook Adam had geen menselijke vader (en zelfs geen menselijke moeder), maar dat maakte hem ook niet tot God:

“Waarlijk, het voorbeeld van Jezus, voor God, is zoals dat van Adam. Hij schiep hem van stof en zei “Wees!” en hij was.” (Koran 3:59)
.
.
.

Volgens de Koran deed Jezus met God’s gratie ook mirakelen, en is hij levend in de hemel. Net als christenen verwachten ook moslims de terugkeer van Jezus. Islam en christendom zijn de enige godsdiensten die, elk op hun manier, in de Boodschap van Jezus en in zijn wederkomst geloven.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Welke namen voor God?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

yahweh-sign-9-2

 

 

 

 Een manier om Zijn aard en karakter te begrijpen

 

De namen die in de Bijbel voor God gebruikt worden dienen als een wegenkaart om het karakter van God te kunnen ontwaren. Omdat de Bijbel Gods Woord aan ons is, zijn de namen die Hij voor zichzelf in de Bijbel heeft gekozen bedoeld om Zijn ware aard aan ons te openbaren.

 

 

 

 Zijn titels in de Schriftteksten

 

 

“ELOHIM”

 

(of Elohay) is de allereerste naam voor God in de Bijbel. Deze wordt door het Oude Testament heen meer dan 2.300 keer gebruikt. Elohim komt van het Hebreeuwse stamwoord dat “sterkte” of “macht” betekent en heeft de ongewone eigenschap dat het een meervoudsvorm is.

In Genesis 1:1 lezen we: “In het begin schiep Elohim de hemel en de aarde.” Meteen vanaf het begin wordt deze meervoudsvorm voor de naam van God gebruikt om de Ene God te beschrijven, een mysterie dat in de rest van de Bijbel wordt geopenbaard.

Door de Schriftteksten heen wordt Elohim gecombineerd met andere woorden om bepaalde karakteristieken van God te beschrijven. Enkele voorbeelden:

Elohay Kedem – God van het begin (Deuteronomium 33:27).

Elohay Mishpat – God van rechtvaardigheid (Jesaja 30:18).

Elohay Selichot – God van vergeving (Nehemia 9:17).

Elohay Marom – God van hoogten (Micha 6:6).

Elohay Mikarov – God Die dichtbij is (Jeremia 23:23).

Elohay Mauzi – God van mijn kracht (Psalmen 43:2).

Elohay Tehilati – God van mijn aanbidding (Psalm 109:1).

Elohay Yishi – God van mijn redding (Psalm 18:47, 25:5).

Elohim Kedoshim – Heilige God (Leviticus 19:2, Jozua 24:19).

Elohim Chaiyim – Levende God (Jeremia 10:10).

Elohay Elohim – God der goden (Deuteronomium 10:17).

 

 

 

El

 

“EL” is een andere naam die in de Bijbel voor God gebruikt wordt. Deze naam kun je meer dan 200 keer in het Oude Testament vinden. El is een vereenvoudiging van Elohim en wordt vaak met andere woorden gecombineerd om een beschrijvende nadruk te leggen. Enkele voorbeelden:

El HaNe’eman – De trouwe God (Deuteronomium 7:9).

El HaGadol – De grote God (Deuteronomium 10:17).

El HaKadosh – De heilige God (Jesaja 5:16).

El Yisrael – De God van Israël (Psalm 68:35).

El HaShamayim – De God van de hemel (Psalm 136:26).

El De’ot – De God van kennis: (1 Samuël 2:3).

El Emet – De God van de waarheid (Psalm 31:6).

El Yeshuati – De God van mijn verlossing (Jesaja 12:2).

El Elyon – De allerhoogste God (Genesis 14:18).

Immanu El – God is met ons (Jesaja 7:14).

El Olam – De God van oneindigheid (Genesis 21:33).

El Echad – De Ene God (Maleachi 2:10).

 

 

 

“ELAH”

 

“Elah” is een andere naam voor God die ongeveer 70 keer in het Oude Testament voorkomt. Ook wanneer deze naam wordt gecombineerd met andere woorden zien we verschillende eigenschappen van God. Enkele voorbeelden:

Elah Yerush’lem – De God van Jeruzalem (Ezra 7:19).

Elah Yisrael – God van Israël (Ezra 5:1).

Elah Sh’maya – God van de hemel (Ezra 7:23).

Elah Sh’maya V’Arah – God van hemel en aarde (Ezra 5:11).

 

 

 

Yahweh Elohim

Yahweh Elohim

 

 

 

 

 

“YHVH”

 

“YHVH” is het Hebreeuwse woord dat vertaald wordt als “Heer”. Deze titel wordt in het Oude Testament vaker aangetroffen dan enige andere naam voor God (ongeveer 7.000 keer). Deze naam wordt ook vaak het “Tetragrammaton” genoemd, wat “de vier letters” betekent.

YHVH vindt zijn oorsprong in het Hebreeuwse woord “zijn” en is de bijzondere naam die God aan Mozes openbaarde bij de brandende struik: “Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: ‘IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.’

Ook zei hij tegen Mozes: ‘Zeg tegen hen: De Heer heeft mij gestuurd, de God van uw voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. En hij heeft gezegd: Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties.'” (Exodus 3:14-15).

Daarom staat YHVH voor het absolute wezen van God; de bron van alles, zonder begin en zonder einde. Hoewel sommigen YHVH uitspreken als “Jehova” of “Jahweh”, weten geleerden eigenlijk niet wat de juiste uitspraak van het woord is. De Joden spraken deze naam na ongeveer 200 na Christus niet meer uit, uit vrees voor het gebod in Exodus 20:7: “Misbruik de naam van de Heer, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan”.

Hier zijn enkele voorbeelden van het gebruik van YHVH in de Bijbel:

YHVH Elohim – HEER God (Genesis 2:4).

YHVH M’kadesh – De HEER Die heilig maakt (Ezechiël 37:28).

YHVH Yireh – De HEER Die voorziet (Genesis 22:14).

YHVH Nissi – De HEER mijn vaandel (Exodus 17:15).

YHVH Shalom – De HEER van vrede (Rechters 6:24).

YHVH Tzidkaynu – De HEER van gerechtigheid (Jeremia 33:16).

YHVH O’saynu – De HEER onze Schepper (Psalm 95:6).

 

 

 

De Heer geopenbaard in YHVH is de Heer geopenbaard in Yeshua (Jezus)

 

De Heer die Zichzelf in het Oude Testament heeft geopenbaard als YHVH, wordt in het Nieuwe Testament geopenbaard als Yeshua (Jezus). Jezus heeft dezelfde eigenschappen als YHVH en beweert duidelijk YHVH te zijn. In Johannes 8:56-59 laat zien dat Jezus Zichzelf presenteert als de “IK BEN”.

Toen Jezus door enkele Joodse leiders werd uitgedaagd, omdat Hij beweerde Abraham gezien te hebben (die zo’n 2.000 jaar eerder leefde), antwoordde Hij: “Waarachtig, ik verzeker u, van voordat Abraham er was, ben ik er.” Die Joodse leiders begrepen dat Jezus beweerde YHVH te zijn. Dit wordt duidelijk wanneer zij Hem proberen te stenigen vanwege godslastering onder de Joodse Wet.

In Romeinen 10:9 schrijft Paulus:

 

“Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered.”

 

Meteen daarop, in Romeinen 10:13, zet Paulus deze woorden kracht bij door uit het Oude Testament te citeren: “Ieder die de naam van de Heer (YHVH) aanroept, zal worden gered” (Joël 3:5).

Yeshua (Jezus) aanroepen is dus hetzelfde als YHVH (Heer) aanroepen; Hij is de Messias die door het hele Oude Testament heen wordt voorspeld.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Is de Bijbel tegenstrijdig?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

gods-zegen

 

 

 

Er zijn veel mensen die vinden, dat duidelijk te constateren is, dat de Bijbel op veel plaatsen tegenstrijdigheden laat zien. Er zijn talloze boeken verschenen waarin die tegenstrijdigheden worden aangewezen waaruit men de conclusie kan trekken dat de Bijbel is niet het onfeilbare Woord van God is.

 

Een onjuiste conclusie. Want in de Bijbel is géén sprake van tegenstrijdigheden. 

 

Er wordt vaak gesuggereerd dat er veel tegenstrijdigheden in de Bijbel staan of belangrijke zaken waarover ge-makkelijk meningsverschillen ontstaan. Vaak wordt dit als argument gebruikt om de Bijbel niet als waarheid te aanvaarden en dus ook niet te lezen. Eigenlijk zijn er maar heel weinig meningsverschillen over de fundamentele boodschap van de Bijbel. Heel veel tegenstrijdigheden kunnen opgelost worden door goed te lezen wat er nu eigenlijk staat. Door de Bijbel verkeerd te begrijpen kan men een verkeerde interpretatie ervan krijgen.

.

.

 

Klopt er iets niet?

 

Voorbeeld 1

 

(2 Sam. 24) In hoofdstuk 24 van het boek Samuël staat bijna letterlijk hetzelfde verhaal als in I Kronieken 21. Maar in het eerste staat: ‘De toorn des Heren ontbrandde weer tegen Israël; Hij zette David tegen hen op en zeide: Ga, tel Israël en Juda. In Kronieken staat daarentegen: ‘Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan, Israël te tel-len. Tegenstrijdig zou je zeggen; in het ene boek wordt aan God toegeschreven, wat in het andere de Satan doet.

 

 

 

 

voorbeeld 2

 

 Als (16: 18-25) je de verzen uit het boek Samuël leest en vergelijkt met die van(17: 55-58), dan lijkt het alsof in het ene gedeelte Saul David en zijn vader wel, en in het andere gedeelte alsof hij hen niet gekend zou hebben.

 

 

 

 

voorbeeld 3

 

In Mattheus 21 : 2 wordt gesproken over een ezelin en een veulen die door Jezus voor Zijn intocht gevorderd worden. Maar in Lucas 19 : 30 is er alleen maar sprake van een veulen. Waren het nu twee dieren of was het er maar één? Mattheus schrijft, dat de (Matth. 27: 44) rovers, die samen met Jezus gekruisigd waren, Hem beschimp-ten. Terwijl Lucas schrijft, dat slechts één (Luc. 23: 39) van de rover Jezus lasterde.

 

 

 

 

voorbeeld 4

 

Er is een schijnbare, grote tegenstrijdigheid tussen de teksten, die hier zijn vermeld. Rom. 4 : 5: ‘Degene echter, die niet werkt, maar zijn geloof vestigt op Hem, die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid. (Jac. 2 : 24): ‘Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof. , Beide schrijvers wijzen daarbij op Abraham. Het is duidelijk dat zij conclusies trekken die precies tegenover elkaar staan.

 

 

Het ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Is de Bijbel niet het onfeilbare Woord van God?

 

Heel wat tegenstrijdigheden zijn te herleiden tot fouten, die bij het overschrijven van de Bijbel gemaakt zijn. Ook bij het doorgeven van de oorspronkelijke handschriften zijn er fouten ingeslopen, die natuurlijk heel gemakkelijk gemaakt worden. Men mag echter niet de auteur de fout toerekenen die de zetter gemaakt heeft. Ook de Bijbel mag niet onbetrouwbaar genoemd worden, omdat er bij het overschrijven in latere tijden door de schrijvers ver-gissingen zijn gemaakt. Zulke fouten zijn overigens niet moeilijk te ontdekken en te herstellen. Er is zelfs een aparte wetenschap voor: de tekstkritiek. Tekstkritiek is heel iets anders dan kritiek op de Bijbel als het Woord van God. Het is geen aanval op de Bijbel, maar juist uit grote eerbied voor het Woord bedreven.

 

 

 

Tegendeel van tegenstrijdig

 

Wie dieper ingaat op de vermeende tegenstrijdigheden in de Bijbel, zal ontdekken dat ze in feite niet bestaan. Bij elk gedeelte van de Bijbel moet je rekening houden met het grotere geheel en met het doel dat de schrijver be-oogt. In de boeken Koningen bijvoorbeeld, worden koningen, die een heel belangrijke politieke rol hebben ver-vuld soms maar heel kort genoemd, en worden politiek veel minder belangrijke koningen uitvoerig beschreven. Het is duidelijk dat het de schrijver gaat om de betekenis van een vorst voor het rijk en de dienst van God.

Alleen dat van de geschiedenis van Israël wordt beschreven, wat nodig is om te laten zien, hoe God ondanks de zonden van zijn volk, Zijn Rijk doet komen en Zijn belofte vervult. De beschrijving van de geschiedenis staat in het teken van de Verlosser, die eens zal komen. De boeken Koningen zijn één geheel met de boeken Samuël, waarin vooral benadrukt wordt hoe vaak de koning en het volk van Israël het Verbond met God verbreken. De boeken Kronieken hebben een heel ander doel op het oog. Daarin wordt de heerlijkheid beschreven die God geeft aan David en zijn huis. Daarin wordt ook gewezen op de vijandschap tegen God en Zijn volk.

Het is de vijandschap van de satan tegen het Koninkrijk van God, de Satan die altijd het volk van God van Hem probeert af te leiden. Dan wordt ook de schijnbare tegenstrijdigheid verklaarbaar. In Samuël is het God, die David tegen Israël opzet, omdat Zijn toorn ontbrand is vanwege de zonden van Zijn volk. En Kronieken laat zien, dat God daarbij gebruik maakt van de Satan als middel om David aan te zetten een volkstelling te organiseren. Ook die andere tegenstrijdigheid of Saul al dan niet van de afkomst van David op de hoogte was, is verklaarbaar. Saul zal heus wel geweten hebben, wie Davids vader was. Maar hij staat versteld dat zo’n eenvoudige schaapherder en citerspeler in staat is een geweldige reus als Goliath te overwinnen. De vraag van Saul komt voort uit z’n verba-zing: Zit dat soms in de familie? Heeft hij dat soms van zijn vader?

 

 

De mens draagt de tien geboden, wetten voor eeuwig

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Gelovig aanvaarden

 

Jezus heeft, dat blijkt overduidelijk uit het Nieuwe Testament, het hele Oude Testament aanvaard als het Woord van God. Wie er het breekijzer van de kritiek in durft te zetten komt in strijd met wat Hij zegt dat (Joh. 10: 35) de Schrift niet gebroken kan worden. Het Woord heeft bindende kracht. Kritiek op de Bijbel moet in het voet-spoor van Jezus afgewezen worden. Er is geen wezenlijk verschil tussen wat er in Mattheüs en Lucas staat betref-fende één of twee dieren bij de intocht van Jezus. Iedere oosterse boer wist, dat een veulen niet wil lopen als de moeder niet meegaat. Mattheüs wijst daarop in zijn evangelie. Lucas schrijft enkel dat Jezus op het veulen ging zitten.

Het verschil over het lasteren van één of twee rovers is evenmin een tegenstelling. Mattheüs laat zien dat de lastering komt van mede gekruisigden, terwijl Lucas de majesteit van het lijden van Jezus toont. Er staat geschreven dat een misdadiger en een Romeinse hoofdman tot andere gedachten zullen komen. Het is heel goed mogelijk dat eerst beide rovers Jezus bespot hebben en dat later één van hen onder de indruk kwam van de majesteit van Christus in Zijn lijden en zo tot inkeer gekomen is.

De tegenstelling tussen Paulus en Jacobus blijkt ook schijn als duidelijk wordt waar het de schrijvers om gaat. In zijn brief aan de Romeinen waarschuwt Paulus zijn lezers tegen de leer van de Joden, die Jezus als Redder verwer-pen. Zij geloven dat zij door het nauwkeurig houden van de wet (Rom. 4 : 1-8) – door hun eigen inspanningen dus – behouden worden. Paulus vertelt dat Abraham niet vanwege zijn daden gerechtvaardigd werd, maar omdat Hij God op Zijn Woord vertrouwde.

Dat geloof van Abraham bleek wel heel duidelijk, toen God Abraham op de proef stelde, door hem zijn enige zoon Isak te laten (Gen. 22) offeren. En net als Abraham, zegt Paulus, kunnen ook wij alleen behouden worden door te geloven in Jezus. Jacobus  (Jac.2: 21) legt de klemtoon op de daden over het gebeuren met Abraham. Hij zegt dat Abraham uit werken (daden) gerechtvaardigd is toen hij zijn zoon Isaak op het altaar legde.

Dat lijkt het omgekeerde van wat Paulus schrijft, maar dat is het niet. Het gaat Paulus en Jacobus beide om een levend geloof, dat zichtbaar wordt in wat je doet of laat. Goede daden kunnen je niet behouden, zegt Paulus. Al-leen door te geloven ga je vrijuit bij God. Als je zegt te geloven, zonder dat men daar iets van ziet in je leven, dan is dat geloof dood, zegt Jacobus. Trouwens, ook Paulus schrijft dat heel duidelijk: (Gal.5 : 6) Het geloof moet zich door de liefde uiten. Oppervlakkig gezien leek het een tegenstelling tussen wat beide apostelen schreven. Maar het blijkt hetzelfde te zijn; het gaat niet om een geloof waar je alleen maar over praat, maar om een geloof waar je ook naar doet.

 

 

 

Laat je overwinnen

 

Schijnbare tegenstellingen in de Bijbel blijken na nader onderzoek vaak alleen maar schijn te zijn. Natuurlijk zijn er op sommige plaatsen zaken die moeilijk te verklaren zijn. Wie bidt tot God om inzichten te krijgen in zijn Woord, zal die altijd krijgen. Neem de Bijbel en lees de Bijbel. Laat je overwinnen door de liefde van God, waarvan de Bijbel vol staat.

.

.

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

De levensloop van Adolf Hitler

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

Adolf Hitler

 

 

 

 

Adolf Hitler neemt afscheid van de Britse premier Chamberlain, na een gesprek te Soderberg 1938. Duitsland was op dat moment zojuist Tsjecho-Slowakije binnengevallen.

 

 

 

Waar is Adolf Hitler geboren?

 

Adolf Hitler werd geboren op 20 april 1889 in Ranshofen (Brauna am Inn) in Oostenrijk. Veel Oostenrijkers zagen zichzelf als Duitsers, maar waren loyaal aan Oostenrijk. Voor Hitler was er alleen Duitsland. Samen met vrienden zong hij het volkslied ‘Deutschland Über Alles’ en begroetten ze elkaar met ‘heil’. Maar wie was deze latere führer van het Derde Rijk?

 

 

 

 

 

 

Jeugd Adolf Hitler

 

Vanaf 1905 leefde Adolf Hitler in Wenen en verkreeg hij financiële steun van zijn moeder. In deze periode pro-beerde Hitler de Academie van de Schone Kunsten binnen te komen, maar werd hij tweemaal geweigerd. In 1907 overleed zijn moeder en kreeg hij geldproblemen.

Twee jaar later nam hij intrek bij de daklozenopvang. In 1910 kon hij terecht bij een huis voor armoedige arbei-ders aan de Meldemannstraße. Tijdens zijn verblijf in Wenen groeide zijn haat jegens de Joodse inwoners van de stad. Hij gaf de Joden de schuld van zijn eigen tegenslagen.

 

 

 

Hitler in de de Eerste Wereldoorlog

 

1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Hitler diende aan het westelijk front in Frankrijk en België. Hij nam deel aan veldslagen bij Ieper, de Somme en Passchendaele. Dat de Duitsers de oorlog verloren, maakte Hitler woedend. Hij omschreef de oorlog als zijn beste ervaring tot dusver. Het sterkte hem in zijn nationalisme en zijn ideologie be-gon steeds meer vaste vorm te krijgen.

Onder het regime kort na de Eerste Wereldoorlog moest Duitsland aan hoge herstelbetalingen voldoen en leed het veel economische schade. Er heerste een pessimistische sfeer, waarin racistische impulsen floreerden. In deze instabiele omstandigheden werd de Weimar Republiek opgezet, met een democratische staatsvorm.

 

 

 

 

 

 

Hitlers Mein Kampf

 

Na de oorlog sloot Hitler zich aan bij de Duitse Arbeiderspartij, de voorloper van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. In 1921 werd Hitler de leider en was hij een fanatiek politicus geworden, die ‘de glorie’ van Duit-sland wilde herstellen. Hij moest niets hebben van de Weimar democratie.

In 1923 deed hij met zijn medestanders van de NSDAP een couppoging, de zogenaamde Bierkeller Putsch. De machtsgreep faalde en Hitler belandde in de cel. Tijdens zijn gevangenschap werkte Hitler zijn ideeën uit op pa-pier, het later gepubliceerde boek Mein Kampf.

 

 

 

 

 

 

Hitler in de Tweede Wereldoorlog

 

Na zijn vrijlating in 1924, begon Hitler met het uitbouwen van zijn populariteit. Zijn felle retoriek met betrekking tot antisemitisme, de Duitse cultuur, anticommunisme en de Weimar Republiek sloeg aan. De NSDAP won een fors aantal zetels in het parlement, en in 1933 wist Hitler democratisch aan de macht te komen. Als führer van de Duitse natie, begon hij de Tweede Wereldoorlog, door onder meer Polen, Tsjechië, Nederland en Frankrijk binnen te vallen en te bezetten.

Hitler bracht zijn ideeën in de praktijk. De Joden werden bestempeld als ‘üntermenschen’, vervolgd en veel van hen werden in speciale concentratie- en vernietigingskampen om het leven gebracht. Ook minderheden als de Roma en de Sinti, en Slavische krijgsgevangen, werden vervolgd. De dictatuur van Hitler kostte aan tientallen mil-joenen mensen het leven.

 

 

 

 

 

 

Zelfmoord Hitler

 

Toen de Russische legers in 1945 Berlijn naderden, pleegde Hitler op 30 april 1945 zelfmoord in de ‘Führer -bun-ker’. De Tweede Wereldoorlog werd uiteindelijk definitief gewonnen door de geallieerden.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Is God Jezus?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De Drievuldigheid van God en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Is Jezus God?

 

 

 Het historische geschil

 

Het antwoord op deze vraag is het enige echte geschil rondom de historische Jezus. Geen enkele geloofwaardige schriftgeleerde ontkent tegenwoordig dat Jezus een historische persoonlijkheid was die ongeveer 2000 jaar gele-den de aarde bewandelde, opmerkelijke wonderen en goede daden verrichtte en even buiten Jeruzalem een af-schuwelijke dood stierf aan een Romeins kruis. Het emotionele debat concentreert zich in het bijzonder op de vraag of Jezus al dan niet de vleesgeworden God is die drie dagen na Zijn kruisiging uit de dood opstond.

 

 

 

 De enige alternatieven

 

Veel mensen hebben dit geestelijk vraagstuk “opgelost” door Jezus te aanvaarden als een goed mens, een goed leraar of een groot profeet. Maar Jezus en Zijn volgelingen gebruikten duidelijke taal toen zij verkondigden dat Hij God was :

zie Johannes 10: 30-38, Matteüs 16: 13-17, Marcus 14: 61-64, Johannes 14: 6, Hebreeën 1: 6-8, Kolossenzen 1: 15 – 19, Johannes 12: 37-41 [citaat van Jesaja 6: 1-10]).

 

 

Johannes 10: 30-38

 

30 Ik en de Vader zijn helemaal één.” 31 De Joden begonnen weer stenen aan te slepen om Hem daarmee dood te gooien. 32 Maar Jezus zei: “Ik heb laten zien wat voor geweldige dingen mijn Vader doet. Om welke van die dingen willen jullie Mij nu doden?” 33 De Joden antwoordden Hem: “We willen U niet doden vanwege de goede dingen die U doet, maar omdat U God beledigt. Want U, een mens, zegt van Uzelf dat U God bent.” 34 Jezus antwoordde hun: “Er staat toch in de Boeken: ‘Ik heb gezegd: jullie zijn goden’  ? 35 God noemt de mensen dus goden als Hij tegen hen spreekt, en we moeten ons houden aan wat er in de Boeken staat. 36 Ik ben speciaal door de Vader geroepen om naar de wereld te gaan. Waarom zeggen jullie dan dat Ik God beledig, als Ik zeg dat Ik Gods Zoon ben? 37 Als Ik níet doe wat mijn Vader zegt, geloof Mij dan maar niet. 38 Maar als Ik dat wél doe en jullie Mij toch niet geloven, geloof dan de dingen die Ik doe. Dan zullen jullie moeten toegeven dat de Vader één met Mij is en Ik één ben met de Vader.”

 

 

Matteüs 16: 13-17

 

13 Ze kwamen in de buurt van de stad Cesarea Filippi. Daar vroeg Hij aan zijn leerlingen: “Wat zeggen de men-sen over de Mensenzoon? Wie ben Ik volgens hen?” 14 Ze antwoordden: “Sommige mensen zeggen dat U Jo-hannes de Doper bent. Andere mensen zeggen de profeet Elia  . Weer andere mensen zeggen Jeremia, of één van de andere profeten.” 15 Maar Jezus zei tegen hen: “Maar Wie ben Ik volgens júllie?” 16 Simon Petrus ant-woordde: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God.” 17 Jezus antwoordde: “Simon, zoon van Jona, wat heerlijk voor je dat je dit begrijpt! Want je weet dat niet doordat een mens je dat heeft laten zien. Maar mijn hemelse Vader heeft jou dat laten zien.

 

 

Marcus 14: 61-64

 

61 Maar Jezus zweeg en gaf geen antwoord. Toen vroeg de Hogepriester Hem weer: “Ben Jij de Messias, de Zoon van de Gezegende God?” 62 Jezus zei: “IK BEN  het. En u zal de Mensenzoon zien als Hij naast de Almach-tige God zit en op de wolken komt.” 63 De hogepriester riep uit: “We hebben verder geen beschuldigingen meer nodig! 64 Jullie hebben zelf gehoord dat Hij God heeft beledigd! Wat vinden jullie?” En ze vonden allemaal dat Hij de doodstraf moest krijgen.

 

 

Johannes 14: 6

 

6 Jezus zei tegen hem: “IK BEN  de weg en de waarheid en het leven. Alleen door Mij kun je bij de Vader komen. 7 Als jullie Mij kenden, zouden jullie ook mijn Vader kennen. Vanaf nu kennen jullie Hem en zien jullie Hem.”

 

 

Hebreeën 1: 6 – 8

 

6 En opnieuw zegt God, op het moment dat Hij zijn eerstgeboren Zoon in de wereld brengt: “Al Gods engelen moeten Hem aanbidden.” 7 Van de engelen zegt Hij: “Zijn engelen zijn als de wind. Zijn dienaren zijn als vuur-vlammen.” 8 Maar van de Zoon zegt Hij: “God, U bent voor eeuwig Koning en U heerst volmaakt rechtvaardig.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 19

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde ge-maakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem. 18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opge-staan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen.

 

 

Johannes 12: 37-41

 

37 De mensen hadden met eigen ogen Jezus heel veel wonderen zien doen. Maar toch geloofden ze niet in Hem. 38 Zo werd werkelijkheid wat de profeet Jesaja van tevoren had gezegd: ‘Heer, wie gelooft wat hij van mij heeft gehoord? En wie heeft werkelijk begrepen hoe machtig de Heer is?’ 39 Ze konden niet geloven, omdat Jesaja ergens anders had gezegd: 40 ‘Ik heb hun ogen blind gemaakt en hun hart koppig gemaakt. Zo kunnen hun ogen het niet zien en kan hun hart het niet begrijpen. Daardoor zullen ze niet bij Mij terugkomen en zal Ik hen niet genezen.’ 41 Dit had Jesaja gezegd omdat hij tóen al had gezien hoe goed en machtig God is. Hij sprak toen over Jezus.

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

Daarom is elke mogelijke intellectuele compromis die Jezus een “goed mens” noemt logisch gezien inconsequent. Waarom? Omdat er feitelijk slechts drie werkelijke alternatieven zijn voor de identiteit van Jezus Christus. Hij is een leugenaar, een gek of onze Heer en God. Omdat Jezus beweerde God te zijn, zijn Zijn beweringen of waar, of onwaar. Als ze onwaar zijn, dan moet Hij dus een leugenaar zijn geweest, die de massa’s met opzet misleidde. Of Hij was een gek die oprecht geloofde dat Hij zelf God was, maar in werkelijk slechts een gewoon mens was.

Maar als Jezus een “goed mens” was, wat volgens de meeste mensen waar is, hoe kon Hij dan tegelijkertijd goed en gek zijn, of goed en een leugenaar? Er bestaat maar één logisch consequent alternatief: Hij moet de waarheid verteld hebben over Zijn identiteit. Naast de logische onverenigbaarheid toont het opmerkelijke historische en archeologische bewijs, samen met het bewijs uit de manuscripten, dat Jezus geen leugenaar en ook geen gek was. Nogmaals, de enige overgebleven positie is dat Zijn bewering waar was. Jezus is Heer en God.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het enige nog resterende alternatief is dat Jezus slechts een legende of een mythe was. Het is erg onwaarschijn-lijk dat de beweringen van Jezus slechts legendarisch van aard zijn. Er was gewoonweg niet voldoende tijd voor de ontwikkeling van fabelachtige verhalen die de werkelijkheid konden vervangen. We weten nu bijvoorbeeld dat de Evangeliën zo’n 30 tot 50 jaar na de kruisiging van Jezus werden geschreven. We kunnen nu zelfs enkele van de vroege christelijke geloofsbelijdenissen, waarin het leven, de dood en de opstanding van Jezus worden ver-kondigd, dateren tot ongeveer 3 tot 10 jaar na Zijn kruisiging. Hieronder bevinden zich de brieven van Paulus aan de Korintiërs, de Romeinen en de Galaten.

Tenslotte, als de bewering van Jezus dat Hij God was slechts een mythe was, dan zouden de vroege Joodse tegenstanders van het christendom zeer zeker gebruik hebben gemaakt van het simpele feit dat deze dingen nooit werkelijk hadden plaatsgevonden. Maar in tegenstelling tot moderne sceptici ontkenden de Joodse rabbijnen nooit de bewering van Jezus dat Hij God was. In plaats daarvan noemden zij Hem een leugenaar en berechtten zij Hem wegens godslastering.

 

 

 Het enige mogelijke antwoord

 

Als jij jezelf al deze vragen hebt gesteld, al het bewijs hebt gewogen en alle argumenten hebt beproefd, zul je ui-teindelijk oog in oog staan met deze vraag. In Matteüs 16:15 zei Jezus het als volgt, “‘En wie ben ik volgens jullie?’ ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.” Wat is jouw antwoord?

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Tekstuitleg bij Mattheüs 24

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de_toe68

.

 

.

Inleiding

.

Weinig christenen begrijpen de ‘rede over de laatste dingen’ van de Heer Jezus vermeld in Mattheüs 24 en 25. Vooral de dingen die onmiskenbaar op Israël slaan, worden dikwijls geldig geacht voor de Gemeente. In de Bijbel wordt het woord gemeente weergegeven als een algemene benaming voor de wereldwijde gemeenschap van ware christengelovigen.

Het is belangrijk dat wij een goed inzicht hebben in de verschillen in de eindtijd tussen enerzijds die van Israël en anderzijds die van de Gemeente. Als we het profetische Schriftwoord in wijsheid naspeuren, dan krijgen deze pro-fetieën een geheel ander aanzien. De ‘laatste dagen’ voor de Gemeente zijn namelijk niet die van Israël. De ‘laat-ste dagen’ van Israël liggen in het tijdvak van de zevenjarige verdrukking en hebben op hun beurt helemaal niets met de Gemeente te maken.

 

.

De context

.

Om een juiste uitleg van hoofdstuk 24 te kunnen garanderen is het noodzakelijk ten opzichte van de andere Evangeliën na te gaan welke de plaats van het Evangelie naar Mattheüs inneemt in het Nieuwe Testament. Niet alleen de opname was een geheimenis dat pas later door Paulus geopenbaard is maar ook de Gemeente was nog niet ontstaan. Dit gebeurde in Handelingen 2 met de uitstorting van de Heilige Geest.

Door het vermelden van het geslachtsregister van de Heer Jezus aan het begin van het Evangelie zien we dat Mattheüs het erom te doen geweest is om de Heer Jezus voor te stellen als de beloofde Messias, de Zoon van Abraham en Zoon van David. Hij is Degene in Wie de beloften en profetieën vervuld zijn, de Emmanuël (‘God met ons’) van God gekomen. Te midden van zijn volk heeft Hij de tekenen verricht die zijn Messiasschap bewijzen en het koninkrijk aankondigen.

De andere Evangeliën benadrukken een ander kenmerk van de Heer Jezus. Markus laat ons de Heer Jezus zien als de ‘dienstknecht’, Lukas als ‘de Zoon des mensen’ en Johannes tenslotte als ‘Zoon van God’.

.

 

Een overzicht van het Evangelie naar Mattheüs maakt dat duidelijk:

.

1. De afkomst van de Messias van David (1:1)

2. De wijzen uit het oosten zoeken de Koning (2:2)

3. De Christus wordt geboren in Bethlehem (2:5)

4. Johannes de Doper kondigt het koninkrijk aan (3:1)

5. Er is sprake van Jeruzalem, de heilige stad (4:5)

6. De zogenaamde Bergrede – de grondbeginselen van het Koninkrijk (hfdst.5-7.)

7. Uitzending van de discipelen gepaard gaande met de krachten van het Koninkrijk (10:1-15)

8. Heil in beginsel alleen voor Israël (10:5; 15:34)

9. Verwerping van de Koning. (11:2; 14:1) (In principe is dit al gebeurd door de arrestatie en moord op Johannes de Doper)

10. De verwerping van Koning Jezus definitief (12:22-32, 46; 13:2)

11. Koninkrijk in verborgen vorm word aangekondigd (Mt13)

12. Aankondiging van de (toekomstige) Gemeente (Mt16:18)

13. Daaropvolgend de aankondiging van Jezus lijden en sterven (16:21)

14. Intocht in Jeruzalem (21:5) gevolgd door de vervloeking van de vijgenboom en de terzijde stelling van Israël (21:43)

15. Weeklacht over Jeruzalem (23:37)

16. Rede over de laatste dingen waarin het oordeel over Israël, Christendom en de volkeren (Mt24-25)

17. Tenslotte de daadwerkelijke verwerping en kruisiging van de Koning (27:29, 38)

18. De opstanding, hemelvaart en de opdracht en uitzending van Jezus’ discipelen (Mt28)

 

 

.

We kunnen het evangelie naar Mattheüs dan ook als volgt indelen:

.

Hoofdstuk 1-10   – De aankondiging en openbaring van de Koning.

Hoofdstuk 11-13 – De tegenstand van de Koning.

Hoofdstuk 14-20 – De terugtrekking van de Koning.

Hoofdstuk 21-27 – De verwerping van de Koning.

Hoofdstuk 28      –  De opstanding van de Koning.

 

.

.

De sleutel tot begrip

.

Een eerste maar beperkte vervulling van de ‘profetie over de laatste dingen’ kwam tot stand in 70 n.Chr., toen de Romeinen Jeruzalem verwoestten en de Joden over de hele wereld werden verspreid (diaspora). In die tijd werd echter het gedeelte van Mt24:29-31 (Mk13:24-27; Lk21:25-27) niet vervuld, namelijk: de wederkomst van de Heer.

Wij die vlak voor de wederkomst leven moeten deze profetische schriftplaatsen nu bezien in de grotere dimensie die ze hebben, namelijk de uiteindelijke en algehele vervulling. Ze hebben nu een betekenis voor enerzijds de Gemeente, die door haar Heer vóór de zevenjarige verdrukking in de lucht zal opgenomen worden naar het vaderhuis, en anderzijds de Joden die tijdens deze verdrukking tot bekering zullen komen en daarna hun Messias op aarde zullen zien verschijnen.

Nu is het beslist zo dat de periode van de Gemeente niets van doen heeft met het Joodse tijdperk, en omgekeerd. In de verdrukkingstijd neemt God de draad met Israël terug op en dan is het gemeente- en genadetijdperk afgesloten. Israël en de Gemeente staan op totaal verschillende verbondsgronden.

Christenen verwachten hun Heer altijd, de Heer komt voor de belijdende kerk op een uur dat niemand kent. Christenen moeten beslist geen tekenen afwachten en zij zullen de komende Antichrist en de verdrukking geenszins meemaken. Joden echter krijgen tekenen waarnaar zij in de verdrukkingstijd zullen uitkijken als bakens van waarschuwing, attentie en bemoediging.

 

 

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Joden, christenen en volken

.

In deze bespreking volgen wij ‘de rede over de laatste dingen’ in de versie volgens Mattheüs. Mattheüs 24-25 laat zich opsplitsen in drie thematische delen die toepasselijk zijn voor Joden, christenen en de volken:

.

  1. Joden: in Mt24:1-35 zijn alle kenmerken Joods en van toepassing op de Joden.
  2. Christenen: in Mt24:36 tot Mt25:30 gaat het over waakzaamheid voor ‘de dag des Heren’ en de voorafgaande komst van de Heer tot zijn bruid, de Gemeente.
  3. Volken: in Mt25:31-46 gaat het over het oordeel over de volken, aan het begin van het vrederijk.

.

.

 

De vraag over de laatste dingen

.

Als we naar Mattheüs 24 kijken, dan zien we in de eerste drie verzen de behandelde onderwerpen van de profetie en dat zijn:

  1. Het tijdstip waarop de tempel zal afgebroken worden.
  2. Het teken van Christus’ komst
  3. Het teken van de voleinding van de “eeuw”

De tempel en de vraag naar tekenen zijn eigen aan de Joden (1Kor1:22; Mat12:38; Joh4:48). Dit heeft niets met de Gemeente te maken, maar alles met Israël. De Gemeente kan er wel wat uit leren, zoals uit de gehele Schrift trou-wens (Rm15:4), maar dat is wat anders dan de profetie rechtstreeks op haar toepassen.

In 70 n.Chr. werd de profetie betreffende de tempel vervuld. Deel II en III van de profetie echter werden toen niet vervuld. Dit komt omdat het gemeentetijdperk nog tussen de Israëltijdperken in geschoven moest worden. Maar dat was op het moment van de profetie nog een ‘verborgenheid’ (Rm11:16-25; Ef3:3-6; Kol1:24-27).

 

.

Het begin van de weeën: de eerste 3,5 jaren van de zeventigste jaarweek.

.

Dit gedeelte is niet voor de Gemeente bedoeld want zij moet geen tekenen afwachten maar hun Heer altijd ver-wachten. Ook de uitdrukking ‘wie zal volharden tot het einde zal behouden worden’ (Mt24:13) kan niet op de Gemeente slaan, want voor hen is behoud geen zaak van eigen volharding. Nergens in het Nieuwe Testament wordt tot christen-gelovigen gezegd dat zij voor hun behoud moeten volharden. God is hun volharding (Rm15:5; 1Kor1:11). De kerk, gezien als christelijk getuigenis op aarde, wordt gevraagd te waken.

De Gemeente wordt ook niet misleid door het optreden van valse christussen. De Gemeente verwacht geen op aarde verschijnende Christus, maar een opname, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Thes4:17), naar het Vaderhuis (Jh14:3). Het gaat hier over Israëlieten die zullen leven ná de opname van de Gemeente. Zij zullen dan pas tot be-kering komen en gaan uitkijken naar de (weder)komst van hun Messias. Zij krijgen waarschuwingen te horen opdat zij, in de verdrukkingstijd die dan is losgebarsten, zouden ‘volharden tot het einde’.

Zij krijgen te horen dat dit nog maar een ‘begin van de weeën is’ die over de aarde komen. Deze periode is de eerste halve jaarweek, naar analogie met de tweede helft van deze profetische ‘week’ in Dn9:27. Daarna moet de verschrikkelijke ‘grote verdrukking’ komen. Wat hier wordt beschreven komt overeen met Openbaring 6: de ver-breking van de eerste zes zegels. In die tijd wordt niet meer het evangelie van de genade gepredikt, maar ‘het evangelie van het koninkrijk’ (Mt24:14) door de Joden (zie de ‘twee getuigen’ in Op11).

 

 

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

De grote verdrukking: de laatste 3,5 jaren van de zeventigste jaarweek

.

Bemerk goed de Joodse kenmerken: ‘heilige plaats’ (de herbouwde tempel!), ‘Jeruzalem’, ‘zij die in Judea zijn’ en ‘sabbat’. Deze passage heeft geheel niets met de Gemeente van doen, maar alles met de Joden, die in hun land zijn teruggekeerd. Zoals hierboven reeds werd opgemerkt wordt de Gemeente niet misleid door valse christussen. Zij ziet niet uit naar een op aarde verschijnende Christus en zij verwacht een plotselinge, hemelse opname die zij altijd moet verwachten, onafgezien gebeurtenissen of tijden.

Hier begint de ‘grote verdrukking’. De Joden kunnen het tijdstip ervan gemakkelijk berekenen zodat het hen niet onverwachts overvalt. Ze omvat de tweede helft van de ‘week’ in Dn9:27. Deze is 1260 dagen (Op11:3; 12:6), 42 maanden (Op11:2; 13:5) of ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ (Dn7:25; 12:7; Op12:14) lang. Dit zijn 3,5 profetische jaren. De grote verdrukking begint onzichtbaar met het neerwerpen van de duivel uit de hemel (Op12:7-9).

In Dn12:11 lezen we dat aan het begin van de laatste halve week het dagelijks offer zal worden gestaakt en dat daarvoor in de plaats een ‘gruwel’ zal worden opgericht (Dn9:27 en 12:11; Mt24:15; Mk13:14). Dit is het zichtbare begin van de ‘grote verdrukking’ (Mt24:21; Mk13:19; Op7:14). Dit is de ‘tijd van benauwdheid voor Jakob’ (Jr30:7; zie ook Dn12:1).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

De wederkomst van Christus op aarde terstond ná de grote verdrukking

.

De Heer verschijnt nu zichtbaar voor iedereen die op aarde leeft. Dit is niet bedoeld voor de Gemeente, want hun opname is reeds achter de rug. Bij de opname verschijnt de Heer voor de Gemeente alléén, zijn bruid, wanneer ze wordt opgenomen, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Th 4:17). Hier in Mt 24:30 komt de Heer fysisch terug op aarde, op dezelfde wijze als dat hij van zijn discipelen was vertrokken, bij de hemelvaart: ‘En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heen voer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; Welke ook zeiden: Gij Galilése mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heen varen’ (Hd1:10-11).

De tijdslijn maakt nu een sprong en loopt verder in Mat25:31, waar het oordeel over de volkeren begint. Eerst echter zijn er nog een paar excursies die betekenis hebben voor Israël én de Gemeente.

 

.

 

De gelijkenis van de vijgenboom

.

‘Wanneer gij al deze dingen zult zien’ (vs. 33): zoals betoogd moet de Gemeente geen tekenen afwachten, maar in alle tijden en omstandigheden haar Heer verwachten (Tt2:13; 1Th1:10; Fil 3:20). De Schriftplaatsen over de Opna-me spreken nooit over voorafgaande tekenen: Mt24:36-44; Jh14:1-3; 1Kor15:51-55; 1Th1:9, 10. Deze gelijkenis heeft daarom weer niets van doen met de Gemeente.

De vijgenboom is Israël (vgl. Lk13:6-9). Uit de vijgenboom-gelijkenis mag Israël leren, dat wanneer zij ‘al deze dingen’ zullen zien gebeuren, de zomer nabij is, en dat betekent dat de komst van de Messias en zijn vrederijk ‘nabij is, voor de deur’ (vs. 33). Het uitlopen van de vijgenboom is in de eerste plaats een beeld van ‘deze dingen’, namelijk de ontwikkelingen die precies gebeuren zoals de Heer ze in zijn rede heeft voorzegd.

Als de takken van de vijgenboom zacht worden en de bladeren uitlopen, dan betekent dit dat Israël aan een gees-telijk ontwaken is begonnen. Dat zal niet gebeuren vóór maar wel ná de opname van de Gemeente. Het gaat hierover niets anders dan ontwikkelingen vlak ná het Gemeentetijdperk, wanneer God de draad met Israël weer opneemt en zij ‘ontwaken’ zullen als een vijgenboom in de lente.

In Lk21:29-31 spreekt de Heer niet enkel over de vijgenboom maar ook over alle bomen: ook de naties van de eindtijd komen tot ontwaken. Wij zien in onze tijd dat Israël aan een nationale heropstanding bezig is sinds 1948, maar dat is niet de eigenlijke vervulling van Jezus’ woorden. De woorden van de Heer betreffen het Israël van de eindtijd, ná het Gemeentetijdperk, in de zeventigste jaarweek. In Jezus’ rede van de laatste dingen is eerder een geestelijk ontwaken bedoeld.

Wij kunnen in de huidige nationale ontwikkelingen wel een voorbode zien, namelijk dat ook de geestelijke herop-standing niet meer veraf kan zijn, maar de tempel is nog niet herbouwd, de eredienst is nog niet hersteld en de Joden zijn nog steeds ‘verhard’ (Rm11:25).

 

 

bijbel40

 

.

 

Dit geslacht

.

‘Dit geslacht’ (vs. 34) is het Joodse volk, zowel de tijdgenoten van Jezus als, in bredere zin, het Joodse volk tot aan de volledige vervulling van de profetie en de wederkomst van de Heer (vs. 30). ‘Dit geslacht’ is niet een periode van één generatie, zoals sommige christenen denken (en ook sekten, zoals de Jehovah-getuigen). De Heer Jezus bedoelt hiermee de Christus-verwerpende Joden, die er altijd zouden zijn, doorheen de eeuwen, tot aan Zijn wederkomst. Zij blijven als volk bestaan totdat ‘Al deze dingen zullen geschied zijn’ (vs. 34).

Dit is de hele periode van de verwerping van Israël en gelijk ook de tussenvoeging van de Gemeente (Rm11). Al die tijd zou de Heer Israël bewaren: ‘Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!’ (Rm11:32-33).

.

 

.

Geen berekeningen maken

.

Een belangrijk argument hierbij is hetgeen staat in M24:36: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.’ Deze Schriftplaats mogen we niet uithollen door te gaan bewe-ren dat één geslacht gelijk staat aan één generatie, of nog erger: één geslacht = 40 jaar. Het is wel zo dat de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. binnen zo’n tijdvak is te plaatsen, achteraf bekeken, maar dat betekent niet dat wij zo mogen berekenen. Trouwens, in 70 n.Chr. werd de profetie niet vervuld want ‘die dag’, of ‘de dag des Heren’, en ‘de wederkomst des Heren’ is toen niet gebeurd.

Het woord van de Heer in Mt24:36 laat zeker niet toe van 30 of 40 jaar af te tellen tot alles zou zijn geschied. Slechts in de verdrukkingstijd zullen de Joden twee keer 3,5 jaar of 1260 dagen kunnen aftellen, daarnaast ge-holpen door zichtbare tekenen. Tekenen en berekenen is voor de Joden, en de Joods bedelingen, maar de Gemeente heeft daar helemaal niets mee te maken.

 

 

 

De Zoon des mensen komt op een onbekend tijdstip

.

Dit gedeelte kan onmogelijk op Israël van toepassing zijn. Hier is geen sprake meer van uitkijken naar tekenen, maar van een onbekend tijdstip waarop de Heer komt. Dit is de komst voor de Gemeente. Daarachter ligt er nog een bekend tijdstip waarop de Heer komt, voor Israël en de overblijvende volken, aan het eind van de grote verdrukking. Daartussen liggen de zeven jaren van de 70e. jaarweek of de ‘Dag des Heren’. Van die onbekende dag waarop de Heer zijn Gemeente ophaalt en aanstonds de ‘Dag des Heren’ begint, staat er: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen’ (Mt24:36).

Dit is niet Jezus’ zichtbare komst op het einde van de grote verdrukking, want dat is een bekende dag. Men kan na de opname zeven jaren op de kalender uitzetten. Als de ‘gruwel der verwoesting’ (Mt24:15) in de tempel komt te staan, dan kan men beslist 3,5 jaar (Dn7:25; 12:7; Op12:14), of 1260 dagen (Op11:3; 12:6), of 42 maanden (Op11:2; 13:5) op de kalender uitzetten om precies te weten wanneer de Heer komt.

Het onbekende tijdstip van Jezus’ komst (Mt24:36), is niet alleen onbekend voor ongelovigen maar ook voor ge-lovigen, ja zelfs voor de Zoon des mensen. Dit moeten we goed onderscheiden van Jezus’ komen ‘als een dief’ (1Th5:2; 2Pet 3:10; Op3:3; 16:15), namelijk voor degenen die niet waakzaam zouden zijn of in ongeloof vertoeven. Voor dezen komt de Heer altijd als een dief, gelovigen zijn altijd waakzaam: zij houden er altijd rekening mee dat de Heer vandaag nog kan komen, en zij leven er helemaal naar toe, ook al weten zij ‘dag nog uur’.

De wereld zal erg verrast worden door de plotselinge opname van de Gemeente. In die tijd zullen zij hun gewone gangetje gaan en eten, drinken, huwen … alsof er niets aan de hand is. Er is in de passage geen sprake van een grote verdrukking maar eerder van een relatieve vrede. Niemand had ermee gerekend dat er zo’n ingrijpende ge-beurtenis zou plaatsvinden. Als gevolg daarvan worden zij nu verrast door de plotselinge wegname (opname) van vele mensen, waarbij zelfs familieleden. Daarop komt de hele wereld in beroering en de verdrukkingstijd begint.

Voor alle duidelijkheid, in Mt24:40-41 staat er (tweemaal): ‘de een zal aangenomen en de ander zal verlaten wor-den. Dit wegnemen betekent de opname, en de overige mensen worden gelaten waar zij zijn om overge-leverd te worden aan de verdrukkingstijd. De dag des Heren begint dus wanneer Hij Zijn gemeente onverwachts opneemt (1Kor15:51-52), vóór alle oordelen die over de wereld komen. De opname op zich is reeds een oordeel voor de naamchristenen en ongelovigen die achtergelaten worden. De Heer redt zijn Gemeente echter van de komende toorn (1Th1:10; 5:9), de grote verzoeking (Op3:10,11).

In Op 4 en 5 zien we de opgenomen Gemeente vertegenwoordigd in de 24 oudsten. Wanneer in Op 6 de ver-drukkingstijd losbarst is er geen sprake meer van de Gemeente. In Op 1 tot 3 komt de naam ‘Gemeente’ 19 maal voor; daarna niet meer, dan is alles terug kenmerkend Joods: het Gemeentetijdperk is voorbij. Deze komende ‘toorn’ is niet de hel. De toorn begint met het verbreken van de zegels van het oordelenboek (zie Op 5) vanaf Op 6. Wanneer die verbroken worden zien we in Openbaring de uitbarsting van het ene oordeel na het andere, steeds krachtiger. Voortdurend is er sprake van Gods toorn.

Het verschijnen van de Antichrist is een van de grootste uitingen van Gods wraak (Dn9:27; 2Th2:9-12; Op6:1, 2). Deze toorn duurt de volle zeven jaar, de zeventigste jaarweek. Dit alles is de “Dag des Heren” (2Th2) en dat wordt de Gemeente bespaard. De opname van de Gemeente (2Th2), de tempel van de Heilige Geest, geeft aanleiding tot het uitbreken van de verdrukkingstijd die overeenkomt met de laatste jaarweek in Daniël 9. God neemt dan de draad weer op met Israël (Rm11).

Israël zal geestelijk opstaan en alle gebeurtenissen voltrekken zich zoals de Heer die heeft voorzegd. Uit die vervullingen kan Israël opmaken dat de Messias en Zijn vrederijk nabij is, voor de deur. Met het boek Daniël of Openbaring kunnen zij dan zelfs precies berekenen wanneer hun Heer komt.

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

Het oordeel over de volken

.

Dit gedeelte vindt rechtstreeks aansluiting bij Mt24:31 alwaar sprake is van het bijeen vergaderen van de uitver-koren, de getrouwe Joden. Hier echter worden de volken verzameld en gescheiden als schapen en bokken. De troon die we hier zien is deze van bij het begin van het duizendjarig vrederijk. Alle nog levende volken worden ervoor verzameld. Zij worden beoordeeld over de manier waarop zij de predikers van het Koninkrijk hebben behandeld (Mt24:14). Dit mogen we niet verwarren met de ‘grote witte troon’ uit Op20:11, die helemaal aan het eind van het duizendjarig vrederijk komt, en dan zullen ook de doden geoordeeld worden.

 

 

.

 Conclusie

 

.De Schriftuurlijke conclusie kan niet anders zijn dan dat de uitdrukking ‘dit geslacht’ (Mt24:34, Mk13:30 en Lk21:32), enkel te maken heeft met het Joodse volk als zodanig en niet een bepaald tijdperk van één generatie. Pas ná het Gemeentetijdperk, en niet ervóór, zal God de draad met Israël terug opnemen in de verdrukking. Dan pas wordt Israël geestelijk hersteld en komen zij tot bekering. Vóór deze verdrukking moeten wij niet ‘één gene-ratie’ van Israël afmeten. Pas in de verdrukking zullen de tekenen der tijden duidelijk worden.

Vóór de verdrukking is er slechts één belangrijke gebeurtenis, en gelijk ook een teken voor Israël en de wereld: de opname van de Gemeente. Dit zal als een totale verassing komen en aanleiding geven tot de verdrukking. Wel is het waar dat het ‘wereldtoneel’ voor de aanstaande gebeurtenissen in onze tijden wordt opgezet, zowel met be-trekking tot de volken, de (moslim)vijanden van Israël, de oprichting van de staat Israël, de terugkeer van Joden, het gedeeltelijke bezit van Jeruzalem, enz.

Maar dit is niet het ‘begin van de weeën’ (‘beginsel der smarten’ ) van Mt24:8, waarbij de tekenen der tijden duidelijk worden voor de Joden, en die hen ook tot bekering zullen leiden. Vóór de verdrukking is er beslist geen tijdperk van ‘één generatie’ van Joden waarop ook maar iets van de rede der laatste dingen van de Heer van toepassing is. De Gemeente heeft die tekenen niet nodig, en Israël zou ze in haar onbekeerde toestand niet kun-nen zien. Er zijn wel twee perioden met tekenen over de laatste dingen: 1e. de periode 33-70 n. Chr, en 2e. de ‘zeventigste jaarweek’ (de verdrukking).

Wij moeten vóór de Opname geen tekenen der tijden verwachten, noch voor de Gemeente, noch voor Israël. De Schrift wijst eerder op het tegendeel, het leven gaat zijn gewone gangetje totdat plots de Gemeente wordt opgenomen (Mt24:38). Daarna zal het Joodse volk de tekenen zien die haar toebehoren, en tot bekering komen.

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria