Tagarchief: klooster

De duivel en Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

saint_padre_pio_postcard_004-p239242458678405622baanr_400

 

 

 

De Duivel

 

De duivel bestaat. Zijn actieve rol behoort niet tot het verleden en kan ook niet herleid worden tot het domein van de menselijke verbeelding. In werkelijkheid gaat de duivel vandaag onverminderd voort met het verleiden tot zonde. Om vele redenen moet de houding van de volgeling van Christus tegenover Satan er een zijn van waakzaamheid en van strijd en niet van onverschilligheid.

De huidige tijdsgeest heeft de figuur van de duivel verbannen naar de mythologie en de folklore. Baudelaire bevestigde juist dat het meesterwerk van Satan in deze moderne tijd er precies in bestaat te maken dat men niet meer in zijn bestaan gelooft. Bijgevolg is het niet gemakkelijk zich voor te stellen dat Satan toch blijk heeft gegeven van zijn bestaan toen hij gedwongen werd felle gevechten met pater Pio aan te gaan. Zulke ‘veldslagen’, die vermeld werden in de briefwisseling van de vereerde confrater met zijn geestelijke oversten, waren werkelijk echte gevechten op leven en dood.

 

 

 

Een van de eerste contacten die pater Pio had met de vorst van het kwaad gaat terug tot 1906 toen hij naar het klooster van Sant’Elia in Pianisi was teruggekeerd. Tijdens een zomernacht kon hij de slaap niet vatten door de drukkende hitte. Hij hoorde in de aangrenzende kamer voetstappen van iemand die heen en weer liep. “Die arme Anastasio kan ook niet slapen zoals ik”, dacht pater Pio. “Ik wil hem in ieder geval voorstellen dat we met elkaar wat zouden praten.”

Hij ging naar het venster en riep zijn metgezel maar zijn stem stokte in zijn keel. Op de vensterbank van van de aangrenzende kamer stond een rijzige afgrijselijke hond. Pater Pio vertelde: “Met ontzetting zag ik een grote hond langs de deur binnenkomen. Uit zijn muil kwam veel rook. Ik viel op mijn rug op het bed en hoorde hem zeggen: “Hij is het, hij is het!” Terwijl ik in die houding lag zag ik het beest een sprong maken naar de vensterbank vanwaar het zich naar het tegenoverliggende dak lanceerde om daarna te verdwijnen.

 

 

De listen van Satan om misbruik te maken van de doodkalme pater manifesteerden zich op allerlei manieren. Pater Agostino bevestigde ons dat Satan verscheen onder de meest uiteenlopende gedaanten: “onder de gedaante van naakte jonge meisjes die wellustig dansten, onder de gedaante van een gekruisigde, onder de gedaante van een jeugdige vriend van de broeders, onder de gedaante van de geestelijke vader of van pater provinciaal, van paus Pius X en van zijn engelbewaarder, van Sint-Franciscus, van de heilige Maria maar ook manifesteerde Satan zich in zijn afschuwelijke gelaatstrekken, met een leger van geesten uit de hel.

Soms was er geen enkele verschijning maar werd de arme pater geslagen tot bloedens toe, gekweld door oorverdovend lawaai, ondergespuwd, enz. Hij slaagde erin zich van deze aanvallen te bevrijden door de naam van Jezus te aanroepen.

 

 

De gevechten tussen pater Pio en Satan verbitterden vooral wanneer de pater de bezetenen van de duivel bevrijdde. Meer dan eens – zo vertelde Pater Tarcisio van Cervinara – schreeuwde de Boze alvorens het lichaam van een bezetene te verlaten: “Pater Pio, jij bezorgt ons meer last dan Sint-Michaël”. En ook: “Pater Pio, ontneem ons de zielen niet en wij zullen jou niet lastig vallen”.

 

 

 

 

Laat ons even kijken hoe pater Pio de aanvallen van Satan beschrijft in de brieven die hij naar zijn geestelijke oversten verstuurde.

 

 

 

 

Brief aan pater Agostino van 18 januari 1912:

“… Blauwbaard wil zich niet gewonnen geven. Hij heeft bijna alle mogelijke gedaanten aangenomen. Sedert verschillende dagen komt hij mij bezoeken met nog meer satellieten, gewapend met stokken en ijzeren werktuigen en wat het ergste is, onder hun eigen gedaanten. Wie weet hoeveel keer hij mij uit mijn bed geworpen heeft en mij door de kamer gesleept! Maar wacht! Jezus, moedertje Maria, het engeltje, Sint-Jozef en Sint-Franciscus zijn bijna altijd bij mij.”

 

 

Brief aan pater Agostino van 5 november 1912: 

“Dierbare vader, ook deze tweede brief van u, heeft –God zij dank – hetzelfde lot ondergaan als de vorige. Ik ben ervan overtuigd dat pater Evangelista u al op de hoogte heeft gebracht van de nieuwe fase van de oorlog die die vuile afvalligen tegen mij zijn begonnen. Omdat zij, vader, de volharding waarmee ik u hun hinderlagen rapporteer niet kunnen breken, hebben ze zich vastgeklampt aan dat andere extreem: ze zouden me in hun netten proberen te strikken door mij te beroven van de raadgevingen, die u mij geeft in uw brieven, mijn enige steun. Ter ere van God en om ze in verlegenheid te brengen zal ik dat verdragen.

Ik zeg u dan nog niet op welke manier die ellendelingen mij gaan treffen. Soms heb ik het gevoel dat ik ga sterven. Zaterdag leek het alsof ze me wilden afmaken. Ik was ten einde raad. Ik wendde me tot mijn engelbewaarder en nadat hij een tijdje op zich had laten wachten zweefde hij uiteindelijk rond mij. Met zijn engelachtige stem zong hij hymnen voor de goddelijke Majesteit. Er speelde zich dan een van die gewone scènes af: ik berispte hem streng omdat hij zolang op zich had laten wachten terwijl ik niet had opgehouden hem ter hulp te roepen.

Om hem te straffen wilde ik niet in zijn gezicht kijken. Ik wilde me verwijderen. Ik wilde hem mijden maar de arme raakte bijna huilend toch tot bij mij en vatte me bij de kraag. Ik richtte mijn blik omhoog, staarde hem in het gelaat en zag dat hij heel veel verdriet had.

 

 

Brief van 18 november 1912 aan de Eerwaarde Heer Augustin:

De vijand wil mij niet loslaten, hij belaagt mij voortdurend, hij doet alles om mij te vergiftigen  met zijn helse valstrikken. Het spijt mij enorm dat ik u deze feiten moet vertellen.Wel te verstaan, dat de duivel mij ervan wil weerhouden u van deze feiten op de hoogte te brengen, terwijl hij me voorstelt u slechts van zijn goede bezoeken te vertellen, deze die u kunnen behagen of verheffen.

De aartsbisschop, op de hoogte gebracht van deze aanvallen van onzuivere geesten, welke in uw brieven plaatsvinden, gaf mij de raad tegenover hem, uw laatste brief te openen. Welnu, terwijl wij hem openden, vonden wij de inhoud bedekt met inktvlekken. Was dat misschien op een andere manier de wraak van Blauwbaard ? Alhoewel, ik zou het niet kunnen begrijpen dat u een brief in zo een smerige staat  zou verzonden hebben, nochtans moet ik u bekennen dat ik moeite had deze brief te ontcijferen.

In het begin schenen de letters  onleesbaar, maar na dat ik op de brief een kruisbeeld had geplaatst en hem onder een sterk licht had gehouden, kwamen wij ertoe de inhoud van de brief te ontcijferen“.

 

 

Brief van 13 februari 1913 aan de E.H. Augustijn:

“ Het  is nu al 22 dagen dat “ze” me hardnekkig vervolgen. Mijn lichaam draagt de sporen van ontelbare slagen die “ze” mij hebben toegebracht. Meermaals, zijn “ze” zover gegaan, dat zij mijn hemd van mijn lichaam rukten om mij te slaan.

 

 

Brief van18 maart 1913 aan EH Benedetto:

“Deze duivels houden niet op me te slaan en mij uit mijn bed te doen vallen, ze slagen er zelfs in mijn hemd uit te trekken en mij te radbraken. Op dit ogenblik jagen ze mij geen angst meer aan. Soms, in zijn grote liefde, richt Jezus mij op en strekt mij uit in mijn bed.

 

 

Zekere dag, overschreed Satan de grens van het toelaatbare, door zich aan pater Pio voor te doen als een biechteling. Hierna volgt de getuigenis van Pater Pio: “Op een zekere morgen, wanneer ik in de biechtstoel zat, bood een heer zich aan. Hij was mager, slank, en gekleed met een zeker raffinement en hij was zeer minzaam. Hij begon met zijn zonden te biechten, zonden tegenover God, tegenover zijn evennaaste, tegenover de moraal en nog verschillende andere zonden.

Erg vreemd, maar een ding trof mij nochtans. Bij elk van zijn bekentenissen, nadat ik hem enkele terechtwijzingen had gedaan met betrekking tot zijn zonden, terechtwijzingen die ik had geformuleerd zoals het hoorde in Gods naam, naar kerkelijke traditie en naar de bevindingen van de Heiligen, nam de biechteling mijn woorden over en gebruikte hen met een buitengewone handigheid en bevoegdheid, om zich te verschonen van de zonden die hij zojuist gebiecht had.

Met een subtiele handigheid, trachtte hij telkens aan te tonen dat de immorele aktes die hij begaan had in feite natuurlijk waren, normaal en uit menselijk oogpunt begrijpelijk. Hij redeneerde op dezelfde wijze voor wat de zonden tegenover de Heer God  betrof, tegenover de H. Maagd of tegenover de Heiligen; en eveneens wat betrof de zonden met een onbeschrijfelijke morele smerigheid. Tegenover zulke bewijsvoering, naar voor gebracht om de beurt met een vriendelijkheid, handigheid en aandrang, stelde ik mij de vraag wie die man wel mocht zijn en vanwaar hij wel afkomstig was.

Ik observeerde hem met aandacht, naar enig teken van herkenning op zijn gelaat speurend, terwijl ik heel aandachtig naar hem luisterde teneinde niets van zijn argumenten te vergeten en in de mogelijkheid te zijn hen ten gepaste tijde te beredeneren. Op zeker ogenblik, ontving ik, door middel van een zeer intens innerlijk licht, de openbaring wie ik in feite voor mij had; op een autoritaire en gedecideerde toon, riep ik uit, “Leve Jezus, Leve Maria”. Nauwelijks had ik deze zoetklinkende en krachtige woorden uitgesproken, met als onmiddellijk gevolg dat de Duivel in een vuurbol verdween, een niet in te ademen stank achterlatend.

 

 

Eeerwaarde Heer Pierino, geestelijk directeur van pater Pio, bevond zich op een zekere dag nabij pater Pio, dag op dewelke Satan de pater uitdaagde, en waarvan zijn gewetensdirekteur hier getuigenis aflegt. “Op zekere morgen, nam e.h Pio de biecht af, ik kon het zien, want de gordijntjes van de biechtstoel waren niet volledig dicht geschoven. De biechtelingen wachtten hun beurt af, ze zaten op een rij aan een kant van de biechtstoel. Ik las mijn brevier en bij tussenpozen wendde ik mijn hoofd in de richting van e.h .PIO.

Een man met een imposante gestalte en een verleidelijk voorkomen kwam binnen onder de stijl van de kleine deur, rechts van het oude kleine kerkje. Hij droeg een donkere jas en een geruite broek. Zijn haren waren licht grijzend en zijn ogen levendig en duister. Ik wou verdergaan met mijn brevieren, maar een inwendige stem fluisterde mij in ,”stop en kijk”. De man ging zonder zijn beurt af te wachten enkele passen voorwaarts daarna enkele passen achteruit, hij ging voor de gordijntjes staan en terwijl de biechteling opstond om de biechtstoel te verlaten, plaatste hij zich voor de e.h. Pio, op die wijze dat hij mij het zicht op de biechtstoel ontnam.

Enkele ogenblikken later, zag ik de man verdwijnen met geopende benen, onder de planken, terwijl op de plaats waar een ogenblik geleden ik priester Pio gezien had, ik nu het gezicht van Jezus bemerkte, mooi, jong en blond, achter de rugleuning van de bank, terwijl hij toekeek hoe de man door de plankenvloer drong. Daarna zag ik e.h. Pio die uit de hoogte komend zich weerom neerzette op zijn plaats terwijl zijn persoon versmolt in deze van Jezus. Vervolgens zag ik nog enkel e.h. Pio.

Met zijn zware stem zegde hij, “Kom op kindertjes, willen jullie biechten” Niemand van de mensen die voor de biechtstoel wachtende waren, scheen iets van het voorval bemerkt te hebben, en de biechtviering verliep verder alsof er niets was gebeurd.

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Advertenties

De mirakels van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Mirakels

 

 Laten we een mirakel beschouwen als een bovennatuurlijke gebeurtenis. Het is een gebeurtenis waarin de wetten van de natuur de wetten van een hogere macht ondergaan, het is de wil van God. Gedurende het leven van Pater Pio van Pietrelcina zijn er veel mirakels gebeurd. Pater Pio was zich bewust dat die mirakels van Goddelijke oorsprong waren. Telkens als iemand hem kwam opzoeken om te bedanken voor een bijzondere gunst die hij had verkregen, drong de pater erop aan dat die persoon de Heer zelf zou bedanken. De Heer alleen kan mirakels doen.

 

 

paterpiobrief

 

 

 

Pater Pio verkreeg een van zijn eerste mirakels in 1908. Hij verbleef toen in het klooster van Montefusco. Voor zijn tante Daria, van wie hij veel hield, en die in Pietrelcina woonde, verzamelde hij kastanjes die hij in een kleine zak deed. De tante kreeg die kastanjes en at ze op. Het zakje bewaarde ze als souvenir.

Op een avond, lange tijd daarna, wilde tante Daria in een lade wat zoeken, zij gebruikte daarvoor een olielamp, maar in die lade bewaarde haar man ook de cartouches voor zijn wapen. Een vonk uit de lamp veroorzaakte een ontploffing die de tante trof in het gelaat.

Huilende van de pijn, zocht de tante naar het zakje waarin pater Pio die kastanjes had gegeven, en legde dat zakje op haar gelaat. Onmiddellijk was de pijn weg, en op haar gelaat waren achteraf geen sporen van brandwonden.

 

 

 

 

Tijdens de tweede wereldoorlog, was het brood slechts met bonnetjes te verkrijgen. Veel mensen kwamen dan ook naar het klooster van Onze lieve Vrouw van Genade om een aalmoes te verkrijgen. Toen de monniken eens naar de refter gingen was er slechts een halve kilo brood in de mand.

De gemeenschap zegde het gebed en ieder ging zitten voor de soep. Pater Pio, was langs de kerk gegaan, hij kwam terug met een grote hoeveelheid vers brood. Aan de abt die hem vroeg waar hij dat brood had gehaald, antwoordde hij: “een bedevaarster aan de deur had ze hem gegeven”. Niemand zei iets, maar iedereen had begrepen dat alleen pater Pio dergelijke bedevaarsters kon ontmoeten.

 

 

 

 

Eens had de koster vergeten de hosties klaar te zetten die moesten worden geconsacreerd voor de communie. Er waren er maar enkele in de ciborie. Nadat hij biecht had gehoord, begon pater Pio de communie uit te delen aan de talrijke gelovigen. Hij kwam er geen te kort, en op het einde bleven er nog over.

 

 

 

 

Een vrouw die vaak geestelijke leiding kwam vragen bij Pater Pio, had van hem een brief ontvangen, en had zich aan de kant van de weg neergezet om hem te lezen. Maar de wind rukte de brief uit haar handen. De brief haperde bij aan een steen, en de vrouw kon de brief terugnemen. De volgende dag zei pater Pio aan de vrouw: “Pas op voor de wind, als ik er mijn voet niet had op gezet, zou die zeker in de vallei zijn gewaaid”.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een geestelijke leerlinge van Pater Pio, Mevrouw Cleonice, heeft verteld: Tijdens de laatste oorlog was mijn kleinzoon krijgsgevangene. Een jaar lang was er geen nieuws van hem. iedereen dacht dat hij dood was. Zijn vader en moeder leden er erg onder. Op een dag ging zijn moeder knielen in de biechtstoel van pater Pio, om te vragen of haar zoon nog leefde.

Ze wilde niet heengaan voordat de pater haar antwoord had gegeven. Ontroerd, keek pater Pio haar aan en zei: Sta op en ga in vrede. Enkele dagen later, kon ik het verdriet van de ouders niet meer verdragen, en ik besloot een mirakel te vragen aan Pater Pio. Met een hart vol hoop zei ik tot de pater: ik wil een brief schrijven naar mijn kleinzoon Giovannino, maar ik weet niet waar hij is, ik kan alleen zijn naam schrijven op de brief.

U en uw engel bewaarder kunnen ons zeggen waar hij is. Pater Pio antwoordde niet. Ik schreef de brief, en die avond voor het slapen gaan, legde ik de brief op de nachttafel. De volgende morgen, tot mijn grote verwondering was de brief verdwenen. Ontroerd, ging ik de volgende dag Pater Pio bedanken.

Hij zei me: bedank eerder Onze lieve Vrouw. Twee weken later waren er voor de hele familie tranen van vreugde. We dankten God en Pater Pio, want mijn kleinzoon, die iedereen dood waande, had op de brief geantwoord.

 

 

 

 

Mevrouw Luise had een zoon, officier bij de Koninklijke Britse Marine. Luisa bad elke dag voor zijn bekering, en voor het behoud van haar zoon. Op een dag kwam ze een onbekende Engelsman tegen in San Giovanni Rotondo. Hij had enkele dagbladen bij die Luisa vroeg. Daarin vernam ze dat de boot van haar zoon was vergaan. Ontsteld, ging ze vlug Pater Pio opzoeken.

Pater Pio vroeg haar wie haar had gezegd dat hij dood was. Pater Pio gaf haar het adres van het hotel waar haar zoon verbleef voordat hij terug zou inschepen. Hij werd gered na de schipbreuk in de Atlantische oceaan. Luisa schreef onmiddellijk een brief en na enkele dagen kreeg ze antwoord van haar zoon.

 

 

 

 

In San Giovanni Rotonde kende men een zeer goede vrouw, zo goed dat Padre Pio zei dat men haar als voorbeeld kon stellen voor sommige biechtvaders. Met andere woorden: het was een heilige vrouw. Op het einde van de vasten werd deze vrouw “Paolina”zwaar ziek. De dokters hadden geen enkele hoop haar te redden. Haar echtgenoot, vergezeld van hun vijf zonen, ging naar het klooster.

Zij smeekten Padre Pio, de jongste kinderen klampten zich wenend vast aan de pij van Padre Pio. Verward dwong Padre Pio zich hen te troosten en beloofde voor hun moeder te bidden. Bij het begin van de Goede Week drukte Padre Pio zich anders uit. Aan diegene die zijn bemiddeling vroegen voor de genezing van Paolina antwoordde de padre vastberaden “zij zal herleven op de dag van Pasen” .

Op Goede Vrijdag verloor Paolina het bewustzijn en heel vroeg de zaterdag raakte zij in coma. Na enkele uren bewoog zij niet meer. Zij scheen dood. Enkele naastbestaanden van Paolina kleedden haar, volgens de traditie, met haar huwelijkskleed, anderen liepen wanhopig van het klooster waar Padre Pio herhaalde “zij zal herleven”. Padre Pio ging de H. Mis opdragen.

Op het ogenblik dat Padre Pio het gloria begon te zingen en terwijl de klokken luidden, ondertussen de verrijzenis van Christus aankondigend, brak zijn stem in een snik en zijn ogen vulden zich met tranen. Op hetzelfde ogenblik herleefde Paolina. Zonder hulp stond zij op van haar bed, knielde en bad driemaal luidop het Credo. Dan stond zij op en glimlachte.

Was zij genezen? Was zij verrezen? Padre Pio had gezegd: “zij zal herleven”. Hij had niet gezegd: “zij zal genezen”. Als men vroeg aan Paolina wat er gebeurd was terwijl men haar dood waande, antwoordde zij slechts, wat blozend: “ik steeg, ik steeg, gelukkig…als ik in een groot licht trad, ben ik achteruitgegaan, ik ben teruggekomen”.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een moeder vertelde:” Mijn dochter geboren in 1953, werd in 1955 gered dank zij Padre Pio. Inderdaad de morgen van 6 januari 1955, terwijl mijn man en ik naar de mis waren, is het meisje, thuisgebleven met de grootouders en een van haar ooms, in een kuip met kokend water gevallen. Zij had brandwonden in de derde graad aan  de onderbuik tot achter aan het lichaam.

Ik smeekte Padre Pio ons te helpen om het meisje te redden. De dokter die kwam anderhalf uur nadat wij hem geroepen hadden, gaf geen  enkel geneesmiddel en raadde ons aan het meisje naar de kliniek te brengen, want hij vreesde het ergste. Na het vertrek van de dokter begon ik Padre Pio aan te roepen.

Rond de middag, terwijl ik mij gereed maakte om naar de kliniek te gaan, riep mijn meisje vanuit haar kamer en zei:”Mama de brandwonden zijn weg;” Ik vroeg haar wie ze weggenomen had. Zij antwoordde:” Het is Padre Pio die gekomen is. Hij plaatste de wonden van zijn handen op mijn brandwonden”. Inderdaad het lichaam van mijn dochtertje toonde geen enkel spoor van brandwonden meer.

 

 

 

 

De landbouwers van San Giovanni Rotondo houden eraan dit gebeuren te vertellen. Het was in de lente en amandelbomen in volle bloei kondigden een overvloedige oogst aan. Maar de bomen werden aangetast door rupsen: een overvloed van rupsen die, in bendes, de bloemen, de bladeren en ook de schors aanvielen.

Na twee dagen, na vergeefs geprobeerd te hebben deze plaag te remmen, praatten de eigenaars, waarvan meerdere van deze bebouwing leefden, met Padre Pio. Vanuit het venster van het klooster, bekeek de monnik de door rupsen aangetaste amandelbomen en besloot ze te zegenen. Na zijn priesterkleren aangetrokken te hebben, begon hij te bidden.

Toen hij gedaan had, maakte hij met gewijd water een groot kruisteken in de richting van de bomen. De volgende morgen waren de rupsen verdwenen, maar de takken van de bomen waren naakt als stokken. Desondanks was de oogst, die verloren had geleken, overvloediger dan ooit.

Hoe hadden bomen zonder bloemen, met naakte takken, vruchten in zo’n  grote overvoed kunnen voortbrengen? Niemand weet het: de beste tuinbouwers hebben dit fenomeen niet kunnen uitleggen.

 

 

 

 

In de tuin van het klooster van San Giovanni Rotondo, groeiden cipressen, fruitbomen en hier en daar enkele dennen. In deze tuin hield Padre Pio ervan in de namiddag, vergezeld van vrienden of bezoekers, te genieten van de zachte frisheid van de schaduw. Op een zekere dag praatte Padre Pio, onder de bomen, met enkele mensen. Plots begonnen alle soorten vogels, merels, mussen, distelvinken, alsook krekels, een waar concert van piepen, fluiten en trillers te geven.

Deze onverwachte symfonie scheen Padre Pio te vervelen die, de ogen opgeslagen en de wijsvinger aan de lippen, zei tot de vogels:”Het is genoeg nu.” Onmiddellijk zwegen de vogels en de krekels, tot grote verwondering van de bezoekers. Zoals de Heilige Franciscus van Assisië had Padre Pio tot de vogels gesproken en zij hadden hem gehoorzaamd.

 

 

Pater Pio beschermt John Astria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

Priester Onorato vertelde ‘Ik ging naar San Giovanni Rotondo in gezelschap van een vriend met een moto van het type”Guêpe 125”. Ik kwam in het klooster aan een beetje voor het uur van het ontbijt. In de eetzaal ging ik ,nadat ik de overste gegroet had, de hand van pater Pio vastnemen, die me  plagend zei ’ Zo, beste jongen heeft je wesp (=guêpe) je gestoken?’.

Pater Pio wist dus met welk middel ik naar het klooster gekomen was. ’ s’ Anderendaags in de vroege morgen, nog altijd met ‘de wesp’, vertrokken we naar Saint-Michel. Halfweg moesten we bij gebrek aan brandstof de reservetank aanspreken; we besloten vol te tanken aan de berg San Angelo. Maar er was daar geen benzinestation open op dit uur.

We besloten dan maar om terug te keren naar San Giovanni Rotondo in de hoop daar iemand te vinden die ons kon depanneren. Ik was een beetje beschaamd als ik eraan dacht dat dit voorval me een pover figuur zou doen slaan bij de confraters die me verwachtten voor het ontbijt. We hadden nauwelijks enkele kilometers gereden of de motor begon te sputteren en viel daarna stil. De reservetank was leeg.

Teleurgesteld maakte ik er mijn vriend opmerkzaam op dat er slechts een twaalftal minuten overbleven  tot aan het uur van het ontbijt. Het is op dat moment dat mijn vriend, tegelijk uit ergernis als uit solidariteit, een goede trap gaf op de startpedaal.

De ‘wesp’ ging in gang. Zonder ons vragen te stellen keerden we terug naar het klooster en juist toen we aankwamen viel de motor opnieuw stil. We onderzochten opnieuw de tank: zoals de eerste keer was die leeg. In vijf minuten hadden we vijftien kilometer gereden, wat betekende dat we 180 km per uur gereden hadden zonder benzine. Ik kwam in het klooster aan juist op het moment dat mijn confraters naar beneden kwamen voor het ontbijt. Ik ging pater Pio tegemoet, die me een mysterieuze glimlach toestuurde.

 

 

 

 

Maria, de moeder van een kindje dat kort na de geboorte ziek was geworden, vernam dat het kleintje afzag van een mysterieuze kwaal die waarschijnlijk ongeneeslijk was. Nadat ze de sombere prognose van de dokters had gehoord, besloot Maria zich naar San Giovanni Rotondo te begeven.

Ze woonde in een streek die gelegen was aan de andere kant van ‘de Pouilles’, maar had dikwijls horen spreken van een gestigmatiseerde monnik die mirakels bekomen had, zieken genas en hoop bracht aan de ongelukkigen. Tijdens die lang tocht stierf het kind. Nadat ze heel de nacht voor het kindje gezorgd had in de trein wikkelde Maria het kleintje in klederen en  legde het neer in haar mallet.

’s Anderendaags kwam ze in San Giovanni Rotondo aan, verbouwereerd omdat ze haar zoon verloren had, van wie ze danig veel hield, maar toch nog altijd bezield met een groot geloof.  ’s Avonds schoof ze mee aan in de rij om te biechten bij de monnik van Gargano, terwijl ze de mallette waarin het lichaam van haar zoon lag, dicht tegen zich aan drukte. Hij was nu reeds meer dan vierentwintig uur dood.

Toen ze aankwam bij pater Pio die in zijn biechtstoel gebogen zat, terwijl hij bad, knielde Maria neer terwijl ze warme tranen weende en zijn hulp inriep. Hij bekeek haar heel intens. Maria opende de mallette en toonde hem het levenloze lichaampje. Diep ontroerd, in verwarring gebracht door de smart van deze moeder, nam pater Pio het kind, legde op zijn hoofd één van zijn gestigmatiseerde handen en sprak een gebed uit, terwijl hij de ogen ten hemel opsloeg.

Weinig later bewoog het kind eerst de benen en dan de armen, alsof het uit een lange slaap ontwaakte. Pater Pio zegde tot Maria: ’Moeder, waarom roep je zo, zie je niet dat je kind slaapt? ’. Maar het geroep van de vrouw trok de aandacht van de menigte en lokten applaus uit. Allen spraken van een mirakel. Het gebeurde in mei 1925 en de telegrafen van heel de wereld hebben het nieuws overgebracht van de nederige monnik die de kreupelen genas en doden deed  verrijzen.

 

 

 

 

Op een avond na een oponthoud in het klooster bemerkte een ingenieur bij het buitengaan dat het hevig regende. “En ik heb niet eens een paraplu bij”, zegde hij tegen pater Pio. “Kunt u me niet hier houden tot morgen? Anders ben ik zo nat als een visser.”  “Nee mijn zoon, dat is niet mogelijk. Maar maak je geen zorgen. Ik zal je vergezellen.”

De ingenieur had aan deze penitentie maar al te graag willen ontsnappen ook al werd ze verzacht door de geestelijke assistentie van pater Pio. Hij zette zijn kraag recht, drukte zijn hoed stevig op zijn hoofd en maakte zich dapper klaar voor de twee kilometer die hij van het dorp verwijderd was. Hoe groot was zijn verbazing toen hij het klooster verliet en daar bemerkte dat de stortbui plots was gaan luwen.

Het motregende amper toen hij bij de familie aankwam die hem de kamer had verhuurd. “Lieve hemel!” riep de vrouw uit toen ze de deur hoorde opengaan. “U moet nat zijn tot op uw vel!” “Helemaal niet!” antwoordde hij, “Het regent bijna niet meer!” De landbouwers keken elkaar verbaasd aan: “Hoezo, regent het niet meer? Maar het is een echte zondvloed! Luister!”

Ze gingen buiten op de drempel van de deur staan en zagen dat het echt pijpenstelen regende. “Het regent al een uur aan een stuk. Hoe hebt u het klaargespeeld om daar droog doorheen te komen?”  “Pater Pio had gezegd dat hij me zou vergezellen.”  “Ha! Als pater Pio u dat gezegd heeft…” Het incident was gesloten. Ze gingen aan tafel. “Natuurlijk!” zei de vrouw terwijl ze het bord dampende soep bracht, “Het gezelschap van pater Pio is zeer zeker meer waard dan alle paraplu’s!”

 

 

 

 

 

 

Een man uit Ascoli Piceno vertelde: “Einde van de jaren 60 kwam ik naar San Giovanni Rotondo met mijn vrouw om te biechten bij pater Pio. Nadat ik goede raad en enkele berispingen had gekregen was ik die avond nog in de kloostergang. Pater Pio zag me en zei: “Ben je hier nog?”  “Pater, mijn ‘muisje’ (kleine Fiat) wil niet vertrekken”, antwoordde ik bezorgd. “En wat voor iets is dat ‘muisje’?” vroeg de dierbare confrater nog.

“Een auto”, voegde ik er aan toe. “Laten we er eens naar gaan kijken”, repliceerde pater Pio. Toen we bij de auto waren verzocht hij me kalm te vertrekken. We reden de ganse nacht en ’s ochtends bracht ik de auto naar de garage om het startprobleem te laten oplossen.

Na onderzoek zei de mecanicien dat de elektrische installatie volledig defect was en hij wilde niet geloven dat de auto in deze staat meer dan 400 kilometer had gereden, van San Giovanni Rotondo tot Ascoli Piceno. Ik dankte pater Pio in mijn binnenste, totaal verbijsterd en verwonderd tegelijk.”

 

 

 

 

Het was helemaal niet nodig om hem tien keer hetzelfde te zeggen, ook niet in gedachten. Een plattelandsvrouw, een goed mens, had een man die zwaar ziek werd. Ze liep dadelijk naar het klooster. Maar hoe kon ze bij pater Pio geraken? Om bij hem te biechten moest je minstens drie dagen je beurt afwachten.

Tijdens de mis liep het arme mens bezorgd heen en weer, van rechts naar links en van links naar rechts, en vertrouwde wenend haar groot probleem toe aan de Moeder van genade, door bemiddeling van haar trouwe dienaar. Ook terwijl pater Pio biecht hoorde deed ze precies hetzelfde.

Uiteindelijk slaagde ze erin tot de veelbesproken kloostergang door te dringen en een glimp van pater Pio op te vangen. Toen hij haar bemerkte zei hij haar met een strenge blik: “Kleingelovige vrouw, wanneer zul je eindelijk ophouden mijn hoofd te breken en mijn oren te doen tuiten? Ben ik soms doof?

Je hebt het me al vijf keer gezegd: langs rechts, langs links, langs vóór en langs achter. Ik heb het allang begrepen! Ga vlug naar huis, alles is in orde!” En werkelijk, haar echtgenoot was genezen.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

De Wonderbare Medaille

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Catherine Labouré en de Wonderdadige medaille

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in de Rue du Bac. Het klooster is een congregatie die door Vincentius a Paulo in 1633 werd gesticht. De religieuze krijgt in 1830 drie Mariaverschijningen. Ze ontvangt de opdracht voor het slaan van de Wonderdadige Medaille.

 

 

 

 

                       

De voorgeschiedenis

 

Vincentius a Paulo

 

De heilige Vincentius a paulo is geboren op 24 april 1581 in Pouy bij Dax. In 1600 wordt hij tot priester gewijd. 12 jaar later wordt hij priester in Clichy-Parijs. Daar legt hij de gelofte af om zijn leven te wijden aan de armen. In 1625 sticht hij de missiecongregatie die zich de Lazaristen noemt. Hun klooster is het melaatsenhuis St Lazare. De leden worden de wereld ingestuurd om het evangelie te prediken.

 

 

 

 

 

De Dochters van Liefde

 

Enkele jaren later (1633) sticht hij met de Heilige Louise Legras de Marillac een zustercongregatie, de “Dochters van Liefde”. Het zijn zusters die zorgen voor de armen, zieken, bejaarden en wezen. Deze congregatie bestaat nog tot op heden. De feestdag van de Heilige Vincentius is op 27 september.

 

 

 

 Catherine Labouré

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in deverschijning . Op 18 juli 1830 geeft de directrice van het klooster aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

     De 1ste verschijning op 19 juli 1830

 

 

De vooravond van 18 juli

 

Het is 18 juli 1830. De directrice van het klooster geeft aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

Een boodschapper

 

In de nacht van 18 op 19 juli wordt Catherine wakker geroepen door een stem van een klein kind dat naast haar bed staat. Het kind (ongeveer 5 jaar) draagt een wit, lichtgevend kleed en maant de zuster aan om zich naar de kapel te begeven. Zij kleedt zich snel aan en volgt het kind naar de deur van de kapel die zich met een vingeraanraking opent. Het kind wijst naar het altaar en zegt “ziehier de Heilige Maagd”.

 

 

De dame

 

Catherine hoort het geruis van een mantel en ziet een dame in een blauwe mantel en een witte sluier naderen. De dame knielt voor het altaar en zet zich in een fluwelen zetel. Omdat de zuster niet direct reageert verheft de stem van het kind zich gelijk die van een man en zegt nogmaals “ziehier de Heilige Maagd”. Een oogwenk later is Catherine geknield voor het altaar. Daarop volgt een onderhoud tussen de maagd en de zuster van 2 uur.

 

 

 

De taak

 

De Maagd vertelt dat God haar met een taak wil belasten waarbij ze veel moeilijkheden zal ondervinden. Op een bedroevende manier deelt ze de zuster mee dat de wereld erge tijden gaat meemaken, dat het kruis veracht zal worden en dat daardoor de zijde van Christus weer zal geopend worden. Dan deelt de maagd een hoopvolle boodschap mede aan Catherine, ”kom aan de voet van dit altaar, daar worden de genaden uitgestort over alle personen die erom vragen , groot en klein”. Daarop verdwijnt de Maagd. Het gelukkigste moment in het leven van de zuster is geschied.

 

 

 

De 2de verschijning op 27 november 1830

 

                    

De bol en het kruis 

 

Zaterdag 27 november. Het is half 6 en de zusters zitten in de kapel om te mediteren. Catherine hoort het geruis van een kleed en weet direct dat het de Heilige Maagd is. De Maagd blijft staan op de hoogte van het schilderij van St Jozef. Maria ‘staande in de ruimte’ draagt een rood, lichtgevend gewaad. In haar handen heeft ze een gouden bol met een kruis erop. Zelf staat ze nog op een grotere halve bol. Het is alsof ze de kleine bol (de wereld) God aanbiedt, terwijl haar ogen hemelwaarts gericht genade afsmeken.

 

 

 

De edelstenen

 

Aan haar vingers draagt Maria ringen met glanzende edelstenen. Terwijl de kleine bol verdwijnt schieten er uit de edelstenen fonkelende, waaiervormige stralen die in druppels neervallen op de halve bol onder haar voeten. De Maagd laat Catherine weten dat de halve bol de wereld vertegenwoordigt en dat de plek die de meeste stralen ontvangt Frankrijk is. De lichtstralen zijn een symbool van genaden die uitgestort worden over hen die erom vragen. De precieze woorden van de maagd zijn :”zie daar het symbool van de genaden, die ik verleen aan hen die erom vragen”.

 

 

 

 

 

 

 

De voorkant van de medaille

 

Catherine vraagt aan de Maagd waarom sommige edelstenen meer schitteren  dan de anderen. Maria zegt dat dat komt door genades die niet worden gevraagd. Dan vormt zich een ovalen lijst rond het tafereel met aan de rand in gouden letters de zin: o Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen.

 

 

 

Pasteltekening van John  Astria

 

 

 

De achterkant van de medaille

 

Dan keert het ovaal zich om. Catherine ziet in het midden de letter M waaruit een kruis opstijgt. Daaronder staan de 2 harten van Jezus en Maria, de één met doornen gekroond , de andere doorstoken met een zwaard. Het geheel is omgeven door een krans van 12 sterren. Maria geeft de zuster de opdracht een medaille te slaan: ” laat een medaille slaan naar dit model.

Zij die haar dragen zullen grote genade ontvangen, vooral als zij haar om de hals dragen en met eerbied het gebed bidden, dan zullen zij de bijzondere bescherming van de moeder van God ontvangen en zal de genade overvloedig zijn “. Wanneer Catherine  meer uitleg vraagt over de medaille antwoordt de Maagd ,”het kruis, de letter M en de 2 harten zeggen voldoende”. Daarmee bevestigt ze dat de mens moet nadenken over de medaille en ze leert begrijpen.

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 De betekenis van de achterzijde van de medaille

 

De letter M is verweven met het kruis. Christus en Maria zijn altijd samen en met elkaar verbonden. Christus’ hart is met doornen gekroond, symbool voor het lijden dat hij op zich nam om zoenoffer te worden voor de zonden van de gelovigen. Het hart van Maria is doorstoken met een zwaard en staat onder het kruis, symbool voor haar lijden op Golgotha waar ze haar zoon zag sterven.

Beide harten vertellen het geheim van de medaille. Het is een geheim van liefde, bewaard voor ons en dat leven geeft van de hemel naar de aarde. De 12 sterren in het ovaal verwijzen naar de Apocalyps of De Openbaring, het laatste profetische boek van het Nieuwe Testament. In Openbaring hoofdstuk 12 zien we eenzelfde tafereel, Maria met 12 sterren rond haar hoofd. De sterren zijn de 12 toekomstige leiders van de stammen van Israël en de wereld. Het getal 12 geeft de volmaaktheid weer van Goddelijk bestuur na de wederkomst van Christus op aarde.

 

 

                   

         De 3de verschijning in december 1830

 

Nog geen maand na de 2de verschijning ziet Catherine de Maagd weer. Het is december. Ze staat opnieuw op een bol. Onder haar voeten kronkelt een slang die door haar verpletterd wordt. Daarmee voltooit zich een profetie. In Genesis staat geschreven :”door de vrouw (Eva) kwam de zonde, door een vrouw (Maria) wordt de duivel overwonnen”. Om de duivel te overwinnen heeft de mens God nodig. Satan heeft nooit het laatste woord.

 

 

 

Bronnen en referenties

* Saint Catherine Labouré of the Miraculous Medal -I Dirvin

* www.CatherineLabouréendeWonderbareMedaille

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De helende werking van edelstenen volgens de Heilige Hildegard van Bingen

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

hildegardvonbingen

 

.

Wie was Hildegard van Bingen ?

 

Hildegard von Bingen werd geboren in 1098 in Bermersheim, bij Mainz. Hildegard was een Duitse Benedictijnse abdis. Zij geldt als de eerste vertegenwoordiger van de Duitse middeleeuwse mystiek. In haar jeugd verbaasde zij mensen met haar bijzondere helderziende en hemelse gaven. Hildegard ging op vroege leeftijd het klooster in. God openbaarde haar in visioenen de dimensies en achtergronden van de schepping en verlossing.

God gaf ook een hele geneeswijze door en Hij liet haar de zo belangrijke boeken schrijven. De paus bevestigde de zienswijze van Hildegard en met deze erkenning van de kerk werd zij beroemd. Hildegard werd ook bekend als de eerste componiste uit de geschiedenis van de klassieke muziek die bij naam bekend is.

 

 

Lichaam, geest en ziel

 

In haar geneeskunde wijst Hildegard nadrukkelijk op de samenhang van lichaam, geest en ziel. Zij beschrijft de geneeskrachten die in de natuur voor de mens verborgen liggen en geeft aanwijzingen voor een totale verzorging van de mens, zowel preventief als curatief. De Hildegard geneeswijze, door God aan haar geopenbaard, is een nieuwe toegankelijke natuurgeneeswijze.

Haar geneesmiddelen en methodes staan dicht bij de menselijke natuur, maar er komt ook een groot stuk filosofie en psychologie in naar voren. Genezen gaat bij haar tot in de diepte, veel verder dan slechts het onderdrukken van de symptomen.

 

 

 

Voeding en edelstenen

 

Hildegard gaat zeer uitgebreid in op voeding, wat gezond is voor de mens, en wat niet. Zij beschrijft bijvoorbeeld uitgebreid de gezonde werking van frambozen, rode bessen (aalbessen) en veel kruiden. Zij beschrijft verder de medicinale werking van planten en kruiden, zoals de mariadistel bij klachten en aandoeningen van de lever. Zij beschrijft ook de heilzame werking van edelstenen.

Een goede harmonie tussen lichaam, geest en ziel is nodig om gezond te blijven. Hildegard wijst op het belang om negatieve emoties om te zetten in positieve emoties. Voeding moet gezond zijn, zoals het gebruik van spelt in plaats van de huidige granen. Hildegard geeft manieren om het lichaam te ontgiften wat ook in onze tijd van grote waarde is.

Door de toevoeging van de vele chemische en toxische bestanddelen aan voedsel, de genetische manipulatie, de luchtvervuiling en de stapeling van zware metalen in het lichaam is de leer van Hildegard ook in de moderne tijd van onschatbare waarde. Haar recepten om ziektes te behandelen staan in haar medicinale handboek Causae et Curae. Deze medicijnen worden o.a. in een fabriek in Duitsland geproduceerd.

 

 

 

 EDELSTEEN en WATER   

 

Door het toevoegen van edelstenen aan het water krijgt het water een betere smaak en kwaliteit. Het wordt “levendiger”, en krijgt energie toegevoegd. Eventuele negatieve “informatie” verdwijnt en de houdbaarheid wordt verlengd. Dit alles is te verklaren door het gegeven dat water de “informatie” van de stenen via hun trilling kan opnemen. Deze informatie wordt een tijdje opgeslagen in het water.

Toonaangevende bron voor de ontwikkeling en toepassing van edelsteenwater was Hildegard von Bingen (1098-1179). Haar recepten worden nog steeds gebruikt. Enkele voorbeelden van de werking waaraan edelstenen hun kracht hebben afgegeven zijn:

Sardonyx-water tegen oorontsteking,

Chrysopaas-water om te ontgiften en ontslakken,

Smaragd-water bij ontstekingen en

Aquamarijn-water bij allergie.

 

Mede dankzij het wateronderzoek van Masaru Emoto is een bijdrage geleverd aan de verklaring van de werking. Gebruik zuiver (bron)water dat zo weinig mogelijk mineralen bevat en koolzuurvrij is. Goed geschikt is water met een gehalte aan minerale stoffen onder de 500 mg/l. De minimumduur is 2 uur, dan begint de werking op te treden. Maximumduur is 2 dagen. Voortdurend herbereiden tot 2 weken.

Bij voortdurend herbereiden wordt 80% van het edelsteenwater minstens 1x per dag in een gebruikskaraf overgegoten, de achtergebleven 20% wordt weer aangevuld. Na 2 weken dienen karaf en stenen te worden schoongemaakt. De gebruikte stenen afspoelen onder stromend water en droogmaken ter voorkoming van aanhechting algen, bacteriën.

Voor opnieuw gebruik: reinig de stenen energetisch met bijvoorbeeld salie of wierook. Meerder kleine stenen bij elkaar leveren vaak een intensiever edelsteenwater op dan grotere afzonderlijke exemplaren. Het uitwisselingsgebied van de informatie is dan groter. De stenen die genoemd staan bij categorie edelsteenwater zijn geschikt voor de bereiding: direct in het water leggen. De gewenste hoeveelheid edelstenen voor 1 liter water is afhankelijk van de werking van de steen: intensief, krachtig of milde werking en kwaliteit van de steen.

 

 

 

 

 

 

Edelsteenwater van bekende mineralen

 

 

Amethist

 

Met amethistwater kan je sneller ontspannen en ben je minder druk in het hoofd.  Het autonome zenuwstelsel wordt heel positief beïnvloed, je laat toe, dat je tot rust mag komen. Dus goed tegen stress en spanning. Je zal je rustig en ontspannen voelen.  Als je amethistwater drink voor je gaat slapen kan dit helpen voor een goede nachtrust. Amethistwater  is ook een heel goede steen bij hoofdpijnklachten, zelfs bij migraine.

 

 

Amethist_Brazilie

 

 

 

 

Bergkristal

 

Bergkristalwater reinigt je en heeft een heel goede reinigende werking op lichaam en geest. (Als je bergkristalwater verstuift in je aura zal het je aura gereinigen.   Ook planten en dieren hebben veel baat bij bergkristalwater. De energie van de bergkristal is activerend, maakt vitaler en werkt tegen pijn. Heldere gedachten en goede ideeën krijgen weer ruimte in je hoofd.

 

 

bergkristal-

 

 

 

 

Rozenkwarts

 

Rozenkwartswater brengt zachtheid en liefde, pure emoties. Het brengt vrede, liefde en gezelligheid. Bewerkstelligt een positieve emotionele uitwisseling onderling. Rust in het hart zorgt voor harmonie van binnenuit. Met de rozekwartswater leer je van jezelf en van de ander te houden. Ook zorgt water van rozekwartsdat je minder pijn hebt,  beter slaapt en helpt je om meer in balans en tot rust te komen.  Rozekwartswater stimuleert je een vredevol leven met kracht en harmonie te leven.

 

 

rozenkwarts-ruwe-steen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

De Heilige Rita en de Heilige Theresia van Lisieux

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Heilige Rita en de Heilige Theresia van Lisieux

 

De Heilige Rita en de Heilige Theresia van Lisieux hebben een aantal dingen gemeen. Ze hebben allebei een grote devotie voor Jezus en Maria en ze worden allebei afgebeeld met een kruisbeeld en rozen.

 

 

Heilige Theresia

 

 

 

Heilige Rita

 

 

De Heilige Rita werd de heilige van de rozen door de legende van de roos die bloeide in haar tuintje van haar huis in Roccaporena, ondanks de dikke laag sneeuw in januari.

De Heilige Theresia, ook wel de kleine Theresia van het kindje Jezus genoemd, beloofde om het te laten rozen regenen na haar dood. En inderdaad, de gunsten die ze reeds verleent heeft, regenden als rozen over de mensen die hun toevlucht tot haar zochten

 

 


Nog iets dat de Heilige Rita en de kleine Theresia van het kindje Jezus gemeen hebben, was hun vurige wens om naar het klooster te gaan.

 

De Heilige Rita bleef ijveren tot ze aanvaard werd en dit duurde vijf jaar. De Heilige Theresia van Lisieux was veertien toen ze de beslissing nam om in te treden. Ze was echter nog te jong en de bisschop wilde haar niet toelaten. De Heilige Theresia legde zich hier niet bij neer en richtte zich tot de paus. Ze trad in het klooster in op vijftienjarige leeftijd, waar ze overleed aan tuberculose op vierentwintig jarige leeftijd. Er wordt gezegd dat de Heilige Theresia best wel koppig was, maar ook een heerlijk gevoel voor humor had.

Haar ouders, Louis en Zélie Martin, zijn heilig verklaard op 18 oktober 2015 door paus Franciscus. Haar geboorte-
huis staat er nog in Lisieux, niet zo ver van de basiliek die er ter ere van haar gebouwd werd. Zowel de Heilige Rita als de Heilige Theresia worden vereerd op een donderdag. Hier is een noveen dat kan gebeden worden voor de Heilige Theresia negen donderdagen achter elkaar. Daarna volgt nog een litanie voor haar.

 

 

GENADE NOVEEN GEDURENDE NEGEN DONDERDAGEN

TER ERE VAN DE HEILIGE KLEINE THERESIA

 

Deze noveen is zeer krachtig. Wie geestelijke of tijdelijke gunsten wil bekomen:  volbreng de Noveen op de negen Donderdagen in voorbereiding tot haar feest (1 oktober), of in de loop van het jaar.

 

Men mag deze Noveen ook op negen opeenvolgende dagen doen.

 

Hemelse Vader, die de Kleine Theresia aan de wereld hebt geschonken om de kinderlijke eenvoud van het Evangelie overal te verkondigen, geef ons de genade, dat wij, door haar voorbeeld voorgelicht, ons in alles met kinderlijk vertrouwen aan uw vaderlijke goedheid overgeven. Wees gegroet …

Minnelijke Jezus, die in de Kleine Theresia de wijsheid van uw Evangelie hebt doen uitschijnen om de dwaasheid van de geest van de wereld te veroordelen, geef ons de genade, dat wij, door uw goddelijk licht bestraald, mogen inzien dat alles ijdelheid is op aarde, behalve God te beminnen en Hem alleen te dienen. Wees gegroet …

Heilige Geest, die in de Kleine Theresia een ware bruid hebt gevonden aan uw barmhartige liefde gans overgeleverd, geef ons de genade, dat wij, door uw goddelijke liefde bezield, aan uw geheime inspraken gewillig geloof geven en uw heiligende werking getrouw volgen. Wees gegroet… Bid voor ons, Heilige Kleine Theresia, opdat we de beloften van Christus waardig worden.

Laten wij bidden, Heilige Kleine Theresia van het kind Jezus in wier hart Maria zulk een grote plaats innam, leer ons de Hemelse Moeder met een kinderlijke en betrouwvolle liefde beminnen. Onderwijs ons uw kleine weg der geestelijke kindsheid. Schenk ons uw geest van gebed en uw deugden: kinderlijke eenvoud, volle overgave aan Gods Wil, grenzeloos betrouwen. Gewaardig door de overvloed van uw verdiensten onze gebeden welgevallig te doen verhoren, door Christus Onze Heer.
Amen.

Heilige. Kleine Theresia, bid voor ons !

 


LITANIE VAN DE HEILIGE THERESIA VAN HET KINDJE JEZUS

 

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

Heilige Maria onbevlekt in uw ontvangenis, bid voor ons.
Heilige Maria, Moeder van Jezus,
Heilige Theresia, van uw eerste jeugd af door God met genade begunstigd,
Heilige Theresia, engel van onschuld,
Heilige Theresia, uitgelezen bruid van de Heer,
Heilige Theresia, nieuwe bloem van de Carmelus‘ Orde,
Heilige Theresia, onthecht aan alle aardse goederen en genoegens,
Heilige Theresia, kuis en rein als de engelen Gods,
Heilige Theresia, volmaakt voorbeeld van gehoorzaamheid,
Heilige Theresia, zeer duurbaar aan het allerheiligste Hart van Jezus,
Heilige Theresia, nederige dienares van de Heer,
Heilige Theresia, slachtoffer van de goddelijke liefde,
Heilige Theresia, onwrikbaar vertrouwend op God,
Heilige Theresia, brandend van zielenijver,
Heilige Theresia, waardige dochter van uw heilige geestelijke moeder Theresia,
Heilige Theresia, kleine bloem van onze Heer Jezus, voor eeuwig nu bloeiend in zijn hemels lusthof,
Heilige Theresia, die een overvloed van hemelse gunsten als rozen doet neerdalen over de wereld,
Heilige Theresia, zeer machtige beschermster van allen die u aanroepen,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons.

Bid voor ons, Heilige Theresia van het Kindje Jezus. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden,

O God, die Uw dienares de Heilige Theresia door de gave van de wonderen verheerlijkt hebt, vergun ons, smeken wij U, op haar voorbede, dat wij naar haar voorbeeld, U steeds mogen dienen in onbeperkt vertrouwen en nederigheid. Door Jezus Christus, onze Heer, die met U leeft en heerst in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

 

 

Heilige Rita

 

 

 

Heilige Theresia

 

 

Het gebeurt wel eens dat mensen bij het zien van een afbeelding of het zien van een beeldje van de Heilige Rita of van de Heilige Theresia van Lisieux niet goed weten wie het is. Ze worden beiden getoond in klooster habijt, met een kruisbeeld en rozen. Dit zorgt soms voor wat verwarring maar toch is het niet moeilijk om het verschil te zien. De Heilige Rita wordt meestal afgebeeld met de wonde op haar voorhoofd. Zij draagt het habijt van de Augustinessen waarin zwart de hoofdkleur is. Slechts rond de kap en rond de hals is er een beetje wit, verder is het habijt helemaal zwart.

De Heilige Theresia draagt het habijt van de Karmelietessen waarbij de kap ook zwart is maar verder is de hoofdkleur van het kleed bruin en wordt er een lichte mantel over gedragen. Heel soms zie je bij een afbeelding van de Heilige Rita bijen op haar habijt. De Heilige Theresia is één van de weinige heiligen waar foto’s van bestaan. Ze had een heel levendige, warme en vrolijke persoonlijkheid. Ze was gedreven, vastberaden en koppig maar ze bezat ook een heel fijn gevoel voor humor.

Zowel de Heilige Rita als de Heilige Theresia zijn heel nederige en eenvoudige vrouwen. Ze wilden allebei een kleine, eenvoudige weg bewandelen en helpen waar ze maar konden. Nu nog altijd helpen ze graag.
.
.
.


Gebeden Heilige Theresia en Heilige Rita

 

 

Heilige Theresia, kleine bloem, alsjeblief pluk voor mij een roos uit de Hemelse tuin en stuur ze naar mij met een boodschap van liefde. Vraag God om mij de gunst te verlenen die ik vraag en zeg Hem dat ik elke dag meer en meer van Hem zal houden.

Sainte Thérèse, petite Fleur, s’il te plait cueille une rose des jardins du ciel et envoie-la moi avec un message d’amour. Demande à Dieu de m’accorder la faveur que je te demande et dis lui que je l’aimerai chaque jour de plus en plus.

 

Theresia,
Je hebt beloofd
Je Hemel door te brengen met goed te doen op Aarde.
Bid met ons opdat in ons hart de rozen bloeien van een wakker geloof,
Een volhardend vertrouwen en een vurige wederliefde
Voor God en alle mensen
In de kleine dingen van elke dag.
Verhoor dit gebed, o Vader,
In de Geest van Jezus,
Die liefde en barmhartigheid is
Tot in de eeuwigheid
Amen

 

 

NOVEEN TOT DE HEILIGE THERESIA VAN HET KINDJE JEZUS

 

 

Eerste dag: ONS DOEL

 

“Wij blijven maar in vrede als we ons keren naar de hemel.   

God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen.

Eer aan de Vader en de Zoon en de H. Geest. Zoals het was in den beginne, zoals het nu is, zoals het altijd zal zijn in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer, Laat in het op en neer van mijn leven mijn geest verankerd zijn in U. Naar u ben ik op weg, samen met velen die mijn broers en zussen zijn. Al het aards gaat voorbij maar Gij blijft! Ook de zorgen die mij nu bedrukken, eens zullen ze er niet meer zijn. Help mij zolang mijn kruis te dragen. Help mij te vertrouwen als een kind. Gij zijt mij nabij. Gij laat mij nooit alleen!

Stille overweging wat onze zorgen of problemen zijn.

Onze Vader… Slotgebed.

SLOTGEBED voor elke dag.
God, hemelse Vader, Gij hebt de H. Theresia uitgekozen om ons nabij te zijn op de weg van grenzeloos vertrouwen. Zij is ons voorgegaan, zij ging diezelfde kleine weg van kind te worden, zodat ze kon zeggen: “Gebrek aan vertrouwen, dat alleen beledig t de Heer “ en “Mijn hoop werd nooit ontgoocheld”. Op voorspraak van deze heilige bid ik U, sta mij bij in mijn nood – noem hem- en sterk mij wanneer ik vertrouw op uw Goedheid alleen. Amen.

 

 

Tweede dag: ONZE VADER

 

“Ik overweeg het Onze Vader. Een wonder dat wij de goede God ‘Vader’ mogen noemen”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp, Heer haast U mij te helpen. Eer aan de Vader…
Heer Jezus, Gijzelf hebt ons geleerd God ‘Onze Vader’ te noemen en zelf zijt Gij de weg naar die Vader. Vermeerder in mij de liefde van een kind, en sterk die ervaring die mij vreugde geeft: Hij, de Vader, ziet wat mij nu bedrukt en angstig maakt. Leer mij, met U, uit heel mijn hart te zeggen: “Vader, neem alstublieft deze beker van mij weg: toch, laat niet mijn wil gebeuren, maar die van U”.

Stille overweging Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Derde dag: ONZE BROEDER

 

“Jezus is een verborgen schat, een verborgen weldaad”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen. Eer aan de Vader ….

Jezus, mijn Broer! Gij werd geheel aan ons gelijk om voor ons de Weg, de Waarheid en het Leven te zijn. Volg ik U na, dan dwaal ik niet in duisternis. Op de weg van het kruis ben ik zeker U te ontmoeten. Help mij om het verdriet dat op mij drukt met U te doorleven. Geef mij kracht om de last te dragen tot Gij die van mij af zult nemen.

Stille overweging, Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Vierde dag: EUCHARISTIE

 

“Als ik voor het tabernakel kniel, heb ik Hem maar één ding te zeggen: Mijn God, Gij weet dat ik U bemin!”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen. Eer aan de Vader ….

Jezus, Mijn Heer en Meester, inde Eucharistie maakt Gij U voor ons tot voedsel Als ik één word met U, groeit in mij uw kracht en zie ik met nieuwe ogen hoe Gij mij nabij zijt. Wees voor mij de bron, Heer, Waaruit ik putten mag: moed, geduld en sterkte. Blijf mij geleiden, Heer, op de weg van het volle vertrouwen, op de smalle weg van de totale overgave aan Gods wil.

Stille overweging, Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Vijfde dag: MARIA

 

“Ik begreep dat zij over mij waakte, dat ik Haar kind was”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp, Heer haast U mij te helpen. Eer aan de Vader…

Jezus, mijn Verlosser, aan het kruis hebt Gij mij Maria tot Moeder gegeven. Nu weet ik dat Zij ook mij nabij is op mijn lijdensweg. Zij vraagt voor mij de genade in alle omstandigheden stil en vol vertrouwen te bidden: “Ik bied mij aan als diena(a)r(es) van de Heer; laat met mij gebeuren wat U zegt”, Aan Haar hand geleid wil ik mijn weg gaan, onder Haar bescherming weet ik mij geborgen.

Stille overweging, Wees gegroet Maria … Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Zesde dag: ONZE BROEDER

 

“Ik voelde in mij een groot verlangen, mij in te zetten voor de bekering van de zondaars”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen. Eer aan de Vader ….

Heer, de H. Teresia hand niet de kans grote werken voor U te doen. Maar wat ze deed, deed ze met grote liefde, uit vreugde voor U, en tot redding voor U, en tot redding van de mensen. Ik heb dezelfde kans om wat zwaar en onaangenaam is op mijn weg in liefde aan te nemen en het U vol vol liefde aan te bieden. Help mij, te groeien in genegenheid en maak de liefde die ik U biedt vruchtbaar als Gij mensen tot de Vader keert.

Stille overweging, Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Zevende dag: EUCHARISTIE

 

“Je moet altijd maar herhalen: Ja, arm en klein, zo wil ik blijven”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen. Eer aan de Vader ….

Jezus, Mijn Heer en Meester, inde Eucharistie maakt Gij U voor ons tot voedsel Als ik één word met U, groeit in mij uw kracht en zie ik met nieuwe ogen hoe Gij mij nabij zijt. Wees voor mij de bron, Heer, Waaruit ik putten mag: moed, geduld en sterkte. Blijf mij geleiden, Heer, op de weg van het volle vertrouwen, op de smalle weg van de totale overgave aan Gods wil.

Stille overweging, Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Achtste dag: KERK ZIJN

 

“Ik hou van de Kerk, want zij is mijn moeder”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp, Heer haast U mij te helpen. Eer aan de Vader…

Heer, ik dank U dat de kerk ook mijn moeder mag zijn. Van haar wil ik houden en zó wil ik leven dat ik steeds met haar op weg mag zijn, tot over de grenzen van de dood. Zolang wil ik mij steeds voor ogen houden: Wie U navolgt door zijn kruis te dragen die zal delen in de vreugde die geen einde heeft.

Stille overweging … Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Negende dag: VERTROUWEN

 

“De enige juiste weg, is die van eenvoudig en liefdevol vertrouwen”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp, Heer haast U mij te helpen. Eer aan de Vader…

Jezus, mijn Heer en mijn Verlosser, ben ik ten einde raad, angstig en teneergeslagen, dan is het omdat ik niet vertrouwen kan. Hoe meer ik mij geef aan U, des te méér kom ik open voor uw hulp. Gij zegt het toch zelf: “Komt tot Mij, gij allen en zie hoe Ik u verkwikken zal”. Dát van U te horen, dat maakt mij blij, dat schenkt mij weer levensmoed. Dank U, Heer! Heer Jezus, ik vertrouw op, laat uw genade spoedig blijken.

Stille overweging. Onze Vader… Slotgebed.

 

 

 

.
.
.
.

 

.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Azeztuliet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Azeztuliet is een zeldzame vorm van bergkristal met een ongewoon en onregelmatig groeipatroon.

 

 

.

 

 

.

 

Vindplaats

 

Azeztuliet wordt op twee plaatsen in de wereld gevonden: Noord Carolina (VS) en in Zuid India, vlakbij het Satya Loka Klooster. Bij dit klooster zou de hoogste concentratie lichtwezens op aarde zijn. De stenen worden door de Satyaloka-monniken gedolven. Zij geloven dat het pure licht op deze manier over de aarde verspreidt kan worden.

 

 

 

 

 

 

.

.

Etymologie

 

Azeztuliet is vernoemd naar de Azez, een groep van engelen waarvan gezegd wordt dat zij dit kristal hebben geprogrammeerd om de mensheid te helpen zich spiritueel verder te ontwikkelen.

 

 

 

 

 

 

.

.

 

Chemische eigenschappen

 

Kleur : wit en andere kleuren
Vindplaats : wordt gevonden in India en de Verenigde staten
Samenstelling : SiO2
Hardheid : 7
Dichtheid : 2,6
Kristalstelsel : hexagonaal (trigonaal)

 

 

 

 

 

amethist azeztuliet

 

 

 

witte azeztuliet

 

 

 

rode Himalaya azeztuliet

 

 

 

zwarte azeztuliet

 

 

 

satyaloka azeztuliet

 

 

 

variantten van azeztuliet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De gebedstijden

Standaard

categorie : religie

 

 

.

 

Het Getijdenboek

Het Getijdenboek

 

.

  • Het getijdengebed stamt uit de tempel- en synagoge-dienst en was ook een praktijk die men thuis onderhield.
  • In het Oude Testament vindt men allerlei voorbeelden van het avond en morgengebed (Numeri 28, Psalm 55: 18).
  • .

Psalm 55: 18 >’s Avonds en ’s morgens en ’s middags kan ik niet anders dan van bezorgdheid blijk geven en ik kreun, En hij hoort mijn stem.

Numeri 28:1-2> verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende: Gebied den kinderen Israëls, en zeg tot hen: Mijn offerande, Mijn spijze voor Mijn vuurofferen, Mijn liefelijken reuk, zult gij waarnemen, om Mij te offeren op zijn gezetten tijd.

 

.

  • De eerste christenen nemen dit gebruik over en komen in de tempel bijeen op geregelde gebedstijden. Volgens geschriften uit de eerste eeuwen werd er in groepen drie keer per dag gebeden in het huis van de gemeente. Wat gebeden werd is minder duidelijk, het Onze Vader wordt genoemd, maar gebeden uit de Joodse gebedstraditie zullen daar ook een plaats hebben gehad.
  • De drie dagelijkse momenten van gebed werden uitgebreid tot zeven of acht (1 Tessalonicenzen 5:17 bid onophoudelijk). Het is vooral Benedictus van Nursia die dit gebed een vaste vorm geeft in het klooster. In veel kloosters is tegenwoordig het aantal getijden beperkt tot vijf of  minder.

 

.

1 Tessalonicenzen 5:17-20 Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u. Blust den Geest niet uit. Veracht de profetieën niet.
.
.
.
De mens in geloof

De mens in geloof

pasteltekening van John Astria

.

.

.

De acht getijden ( ook wel officie genoemd) zijn:

 

.

De Metten (ook wel Vigilie genoemd) rond 5 uur

 

De metten (matutinae) maken deel uit van het getijdengebed in de Rooms-Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk. Het woord ‘metten’ komt van het Latijnse  woord ‘matutinum’, dat ‘ochtend’ betekent, maar de metten worden meestal ’s nachts of in de zeer vroege ochtend gebeden. Het aanvangstijdstip varieert van ongeveer 3.45 uur tot 6.15 uur. Omdat ze vaak ’s nachts gebeden worden, gebruikt men  tegenwoordig de term vigilie (“wake”).

 

 

De Lauden rond 6 uur

 

De lauden (laudes) vormen het ochtendgebed van het Heilig Officie  of getijdengebed. Het woord lauden is een vernederlandsing van het Latijnse  laudes, het meervoud van laus wat lof of lofprijzing betekent.

 

 

 

De Priem rond 7 uur (tegenwoordig voor de priesters en ook in de meeste kloosters afgeschaft)

 

De priem  is een vastgestelde gebedstijd in het traditionele getijdengebed. De priem (of in het Latijn ‘prima’) wordt meestal rond zes of zeven uur ’s ochtends gebeden. In de vernieuwde liturgie van na het Tweede Vatikaans Concilie is de priem komen te vervallen.

 

 

De Terts rond 9 uur

 

De terts is een van de kerkelijke getijden, een van de kleine getijden. Het staat voor het derde uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de terts meestal gebeden rond negen uur ’s morgens.

 

 

De Sext rond 12 uur

 

De sext is een van de kerkelijke getijden. De sext is een van de zogeheten kleine getijden. Het woord sext staat voor het zesde uur (Latijn: sexta hora), dat vroeger in lengte varieerde, omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de sext meestal gebeden rond twaalf uur ’s middags.

 

 

De Noon rond 14 uur

 

De none (afgeleid van ‘negende’ in het Latijn) is een van de kerkelijke kleine getijden. Het staat voor het negende uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de none meestal gebeden rond drie uur ’s middags.

Het officie van de none begint zoals de meeste getijden met de aanroep:

God, kom mij te hulp, Heer, haast U mij te helpen.
Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen.
Amen, Alleluja!
.

 

De Vespers rond 17 uur

 

De vespers (of het avondgebed) behoren tot de getijden in de kerk en worden gebeden om 17-18 uur. Het woord komt uit het Latijn, van vespera dat avond betekent. In enkele protestantse  kerken wordt de term ‘vespers’ gebruikt als aanduiding voor een avonddienst.

 

 

 

De Completen rond 20 uur

 

De completen vormen het laatste getijdengebed van de dag. Het woord is afkomstig van het Latijnse  completorium dat afronding betekent of complere = vullen. Het stamt uit de 6e eeuw.

 

  • In het kloosterlijk officie worden de honderdvijftig psalmen uit de Bijbel gebeden, verspreid over de week. Dit gebeurt niet in berijmde vorm, zoals bij de protestanten. In sommige kloosters worden elke week alle 150 psalmen gebeden, in andere verspreid over twee weken. In de Anglicaanse kerk worden ze sinds het Book of Common Prayer verspreid gebeden over een maand.
  • Alle getijden hebben een lezing uit de Bijbel en smeekgebeden.
  • De getijden worden ingedeeld in grote en kleine getijden. De Metten, Lauden en Vespers zijn grote getijden, de Priem, de Terts, de Sext en de Noon zijn kleine getijden. Ook Completen horen bij de kleine getijden.
  • De taal van de getijden was in de westerse traditie het Latijn, maar tegenwoordig wordt ook de volkstaal gebruikt.
  • De muziek van de kloosterlijke getijden is traditioneel het Gregoriaans. Waar Nederlands wordt gezongen is nieuwe muziek gecomponeerd die vaak sterk aan het Gregoriaans doet denken. In Nederland wordt de psalmvertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde in de kloosters het meest gebruikt. Hiervoor zijn in het Abdijboek bijbehorende melodieën geschreven door verschillende monniken en zusters.

Het koorgebed van priesters noemt men breviergebed. Het boek waaruit priesters de getijden bidden heet brevier. Het middeleeuwse getijdenboek was bestemd voor de persoonlijke devotie van leken.

 

 

 

Het brevier

Het brevier

 

 

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Vierde hoofdstuk van Scivias

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

hildegard

 

 

 

OVER HET DERDE DEEL VAN HET BOEK SCIVIAS

 

In het derde deel van Scivias worden twee onderwerpen behandeld. In de eerste tien visioenen wordt de bouw beschreven van de Stad Gods in de loop van heel de heilsgeschiedenis, vanaf de zondeval tot en met de wederkomst van de Heer. In de laatste drie visioenen wordt de gruwel van de antichrist verhaald, het laatste oordeel en tenslotte de gelukzaligheid in de hemel.

 

Deze dertien visioenen worden geïllustreerd met 16 miniaturen. Daarvan zijn er vier bestemd voor de laatste drie visioenen. Zo resten ons dus 12 miniaturen te bespreken die bedoeld zijn als illustratie van de bouw van de Stad Gods. Die Stad Gods heeft een enorme betekenis in de beeldspraak van onze visionaire.

Terwijl Hildegard in het tweede boek van Scivias uitvoerig gesproken heeft over het aandeel van God in onze verlossing, wil zij nu het aandeel van de mens in dit werk laten zien. Zij doet dit onder het beeld van een stadsbouw, een middeleeuwse stad. Het is een stad die vanaf een hooggelegen punt geheel te overzien is, en die volgens een eeuwenoud eenvoudig schema is uitgevoerd.

In Italië treft men nog dergelijke stadjes aan zoals bijvoorbeeld San Gimignano in de buurt van Siëna. Als men daar op de hoge stadhuistoren staat, kan men bijna de hele plattegrond in één blik vangen. Om de betekenis van een stadsbouw te begrijpen zou men zelf in het bouwvak gewerkt moeten hebben in een tijd waarin alles nog handwerk was zonder de moderne hulpmiddelen.

Toen waren samenwerking van velen en een groot geduld de voornaamste vereisten om tot resultaten te komen. Of Hildegard zelf gemetseld heeft is niet bekend maar gezien haar zwakke gestel waarschijnlijk niet. Het is zeker dat zij er wel veel bij betrokken is geweest.

De eerste betrokkenheid van Hildegards bouwwerken was op de Disiboodsberg. Daar heeft zij ongeveer dertig jaar gewoond naast een abdij van benediktijnermonniken die juist in die jaren een grote abdijkerk bouwden. Dan heeft zij de leiding gehad bij de bouw van haar nieuwe klooster op de Rupertusberg bij Bingen, en op het einde van haar leven bij de verbouwing van haar tweede klooster in Eibingen.

De sterkste ervaring welke men opdoet bij de uitvoering van een groot bouwwerk is het scheppen van ruimten door muren langzaamaan hoger op te trekken. Men neemt bezit van ruimten die aangepast zijn aan menselijke maat en die uiteindelijk te verdedigen zijn tegen vijanden en waar men zich meester voelt. Alle leven is strijd, ook het leven van de Kerk. Zelfs God vecht tegen Zijn vijand, de duivel, het kwaad.

Het derde boek van Scivias laat ons de strategie zien van deze strijd, maar dan in middeleeuwse symbolentaal. God houdt Zijn verblijf in het Oosten, de duivel legert steeds in het Noorden. Deze plaatsbepaling in windstreken is een oeroud gegeven dat we uitvoerig terugvinden in de symboliek van de Bijbel.

Dit houdt verband met de geografische ligging van het H. Land. Oostelijk lagen de woestijnen, oneindig groots. Daar ligt de Sinaï waar God woont. Noordelijk lag de weg naar Babylon en vandaar kwamen steeds de vijandige legers. In het zuiden ligt Jeruzalem, de stad van vrede. In het westelijk ligt de zee, de blauwe bron van verkoeling en vruchtbaarheid. Uit deze symbolenwereld put Hildegard haar beelden om de situatie en het grondplan van de te bouwen Stad Gods te beschrijven.

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Elisabeth van de Drie-eenheid

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Biografie

 

 

 

 

 

Elisabeth Catez wordt als dochter van een officier geboren op 18 juli 1880 in het militair kamp van het Franse Avord bij Bourges (Midden-Frankrijk). Zij is de eerste dochter van de drieëndertig jarige Marie Rolland en de achtenveertig jarige Jozef Catez. Wanneer hij wordt gepromoveerd tot kapitein verhuist het gezin naar Dijon. Daar wordt op 20 februari 1883 de tweede dochter geboren; Marguerite.
.
De zussen groeien op in een bourgeois milieu. Wanneer Elisabeth zeven jaar oud is, sterft haar vader onverwachts aan een hartaanval. Mevrouw Catez verhuist met haar kinderen en huishoudster naar een kleinere woning. In dat nieuwe huis waar Elisabeth de rest van haar jeugd zal wonen, kan zij vanuit haar kamerraam het dichtbij gelegen klooster van de Karmel zien. Elisabeth is een begenadigd pianist. Op 24 juli 1893 wint zij de Premier Prix voor piano aan het conservatorium te Dijon (boverstaande foto is genomen in het kasteel van Gemeaux, begin augustus 1893).
.
.
.
.
.
.
.
.
Volgens de hagiografie zou Elisabeth al jong het verlangen hebben om in te treden in het genoemde slotklooster. Haar moeder houdt dit echter lange tijd tegen. Zij zegt haar te wachten tot ze eenentwintig is. Tot die tijd werkt Elisabeth als vrijwilliger in het patronaatswerk onder de arbeiders van een sigarenfabriek, leidt een jeugdclub voor hun kinderen en geeft catechese aan kinderen die in deze fabriek werken. Ook geeft zij catechese aan eerste communicanten van de parochie, bezoekt hun ouders, doet ziekenbezoek en is lid van het zangkoor.
.
Zij laat zich voor allerlei diensten aanspreken in de parochies Saint-Michel en Saint-Pierre te Dijon. Bij haar intreden op 2 augustus 1901 ontvangt Elisabeth de naam Élisabeth de la Trinité (foto boven Elisabeths kloostercel). Het is in een tijd dat verschillende kloostergemeenschappen zich, wegens de religieuze vervolging onder eerste minister Combes in de regering Waldeck-Rousseau, genoodzaakt zien om naar het buitenland uit te wijken.
.
Ook de karmelietessen van Dijon leven in een sfeer van onzekerheid en bedreiging, en leggen contacten in België en Zwitserland voor een mogelijk toevluchtsoord. Zij sluiten de kapel van 1903 tot in de lente van 1906 bij regeringsorder voor het publiek. De beelden uit die kapel brengen zij zolang onder in privé huizen. Afgezien hiervan zal deze Karmel niet lastig gevallen worden.
.
.
.
.

 

 

.

Op zondag 11 januari 1903 doet Elisabeth haar eeuwige geloften. Die zomer vertonen zich bij haar de eerste symptomen van de toen nog ongeneeslijke en vrijwel onbekende ziekte van Addison, een chronische insufficiëntie van de bijnierschors. In de lente van 1905 wordt haar wegens haar lichamelijke conditie streng vasten verboden. In augustus wordt ze ontslagen van haar taak als tweede portierster. In de vastentijd van 1906 moet ze haar intrek nemen in de ziekenkamer.

Sinds een aantal maanden ervaart ze al een grote uitputting. Aanhoudende maagpijnen verhinderen haar om voldoende voedsel tot zich te nemen. Op Palmzondag heeft ze een eerste crisis en ontvangt de ziekenzalving. Men denkt dat ze gaat sterven, maar de crisis gaat voorbij. Daarna volgen de crises elkaar steeds sneller op. Op 30 oktober kan ze de ziekenkamer niet meer verlaten. Op 9 november overlijdt Elisabeth op zesentwintigjarige leeftijd. Haar wijze van sterven wordt in de hagiografieën vol lof en als bovennatuurlijk beschreven.

Elisabeth wordt al tijdens haar leven als een heilige beschouwd. Dit blijkt onder meer uit verschillende brieven, onder andere van haar priorin. Nadat op 10 oktober 1930 haar stoffelijk overschot op het kerkhof te Dijon is opgegraven om de bewaring ervan te verzekeren, opent Mgr. Petit de Julleville, bisschop van Dijon, op 23 mei 1931 een Kerkelijk Tribunaal om haar canonisatie in gang te zetten. Op 25 november 1984 verklaart paus Johannes Paulus II Elisabeth zalig. Het proces tot heiligverklaring is in volle gang.
.
.
.
.

Geschriften van Elisabeth Catez

 

Gedurende haar korte leven zet Elisabeth haar gedachten regelmatig op papier. Omdat haar denken anderen aanspreekt, worden haar geschriften bewaard. Ze laat na:
– een dagboek (1899-1900)
– 124 gedichten
– 346 brieven aan 59 verschillende correspondenten, waaronder 40 leken
– 17 geestelijke aantekeningen, waaronder het gebed O mon Dieu Trinité (21 november 1904)
– 4 geestelijke traktaten:
1. Le Ciel dans la foi (eerste helft augustus 1906)
2. Dernière retraite (tweede helft augustus 1906)
3. La grandeur de notre vocation (september 1906)
4. Laisse-toi aimer (eind oktober 1906)
.
.
.
.
.
.

Enkele uitspraken van Elisabeth

 

“Meester, moge mijn leven een aanhoudend gebed zijn. “

“ Samen met Hem kun je alles. Hoe goed is het zich te verliezen en te verdwijnen in Hem.”

“Het is een afgrond waarin ik mij verlies, God in mij. Ik in Hem : dat is mijn leven.”

“Ik zou heel en al stilte willen zijn, heel en al aanbidding om steeds dieper in Hem te treden

en zo van Hem vervuld zijn dat ik Hem door mijn bidden kan doorgeven aan hen, die

de gave Gods niet kennen.”

 

.

.

 

In 1904 schrijft ze haar beroemde gebed

 

“ O mijn God, Drie-eenheid die ik aanbid ”, waarin

 

ze zich helemaal prijsgeeft.

 

.

O mijn God,

Drie-eenheid, die ik aanbid,
help mij mezelf helemaal te vergeten
om mij in U te vestigen,
roerloos en stil,
alsof ik reeds in de eeuwigheid was.
Niets moge mijn vrede verstoren,
niets mij uit U verwijderen,
mijn Onveranderlijke.
Maar elke minuut voere mij verder binnen,
in de diepte van Uw Mysterie.
Schep vredige stilte in mijn ziel,
maak er uw hemel van,
uw geliefde thuis,
de plaats waar Gij rusten kunt.
Dat ik U daar nooit alleen late,
maar er helemaal zij:
wakker in geloof,
heel en al aanbidding,
volkomen prijsgegeven
aan Uw scheppende kracht.
O Christus, mijn Geliefde,
uit liefde gekruisigd,
ik wil een bruid zijn voor Uw Hart,
U bekleden met heerlijkheid,
U beminnen… tot ik erbij sterf !
Maar ik voel mijn onmacht
en daarom vraag ik U:
“Bekleed mij met Uzelf”,
mijn ziel geheel afgestemd op de Uwe,
doordring mij,
overrompel mij,
neem Gij in mij alle plaats in.
Dan zal mijn leven enkel nog zijn
een afstraling van Uw leven.
Kom in mij als Aanbidder,
als Verzoener, als Verlosser.
O Eeuwig Woord ,
Woord van mijn God,
ik wil mijn leven doorbrengen
luisterend naar U:
heel volgzaam worden
om alles van U te leren.
Door alle nachten,
alle leegten,
alle onmacht heen,
mijn blik voortdurend op U,
blijven in uw grote licht.
O Zon, die ik bemin,
boei mij zozeer,
dat ik nooit meer weg kan
uit Uw lichtkrans.
O verterend Vuur,
Geest van Liefde,
kom over mij
opdat het Woord in mij
als het ware
opnieuw geboren kan worden.
Laat mij voor Hem
een nieuwe mensheid zijn,
waarin Hij heel zijn Mysterie
herbeleven kan.
En Gij, Vader,
buig U over Uw arme,
kleine schepsel neer.
Overdek haar met Uw schaduw.
Zie in haar slechts
de Veelgeliefde,
in wie Gij welbehagen hebt.
O mijn Drie,
mijn Al,
mijn Zaligheid,
oneindige Eenzaamheid,
Onmetelijkheid
waarin ik mij verlies,
ik lever mij aan U uit als een prooi.
Berg U diep in mij,
opdat ook ik mij bergen kan in U,
wachtend tot ik in uw licht ga schouwen
de eindeloze diepte van Uw heerlijkheid.
Amen.
.
.
.
.
.
.
.
3d-gouden-pijl-5271528
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

.

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

De heilige Charbel Makhlouf 

Standaard

categorie : religie

.

.

.

 

† 1898  Charbel Makhlouf

 

Charbel (ook Sjarbel; gedoopt JoessefMakhloef, Annaya, Libanon;

monnik; † 1898. Feest 24 juli & 24 & 25december.

 

 

.

 

 

.

.

.

Geografie

 

Ten noorden van Beyrouth, op 1600 m hoogte, bevindt zich Beqaa Kafra, het hoogstgelegen dorp van Libanon. Daar is het centrum van de Maronieten. Het zijn fiere, moedige en gastvrije mensen die sterk gehecht zijn aan hun christelijke overtuiging.

Sedert vele eeuwen vereren zij de H.Maagd Maria; ze bidden de Rozenkrans waar ze ook zijn: thuis, op het werk, op het veld. Ze hebben grote eerbied voor hun priesters. Als een Maroniet een priester ontmoet, kust hij zijn hand als uitdrukking van eerbied voor hem.

 

 

.

.

Youssef Anton Makhlouf

 

Youssef Anton Makhlouf is op 8 mei 1828 geboren, als vijfde kind van een arm gezin. Zijn ouders waren zeer vroom en godvrezend, inzonderheid zijn moeder, Brigitta. Zij vastte dikwijls. Vol genegenheid leerde zij haar kinderen de geloofswaarheden kennen en bracht ze elke avond samen voor het gezinsgebed. Ze ontbrak nooit in de dagelijkse H.Mis. Voor haar was dit het steunpunt van de dag. Ze ging ernaar toe met haar jongstgeborene in de armen.

Toen hij amper drie jaar was verloor Youssef zijn vader. Tanios, een oom aan moeders kant, deed zijn best om zijn zuster en de weeskinderen te helpen. Enkele jaren later besloot Brigitta opnieuw te huwen. Lahoud, de tweede man van Brigitta was zeer vroom. Hij nam het welzijn van het gezin ter harte. Hij droomde ervan priester te worden. Hij sprak erover met zijn vrouw. Zij stemde in. Na zijn studies werd hij priester gewijd. De orthodoxe godsdienst laat immers toe dat gehuwde mannen priester worden.

De jonge Youssef koesterde onmiddellijk genegenheid voor zijn stiefvader Lahoud. Toen deze priester werd kreeg hij de naam pater Dominicus. Hij nam het kind met zich mee overal waar hij ging om de mensen te helpen.

Als hij oud genoeg was werd hij zijn koorknaap en diende hem als hij de H.Mis opdroeg. Naast de dorpskerk werd er een school opgericht waar de jongens leerden lezen en schrijven, de H.Mis dienen en ze leerden er ook de H.Mis helemaal te zingen.

Naast zijn studies, moest de jonge Youssef de dieren hoeden en hij werkte op het veld. Zijn moeder leerde hem te bidden met het hart, maar ook bidden in de eenzaamheid. Hij nam de gewoonte zich terug te trekken in een grot, waar hij alleen was en waar hij bad voor een beeldje van O.L.Vrouw dat hij daar verborgen had. Aan de H.Maagd sprak hij zijn verlangen uit om in het voetspoor te treden van zijn twee ooms van moeders zijde, Augustin en Daniël die monniken en asceten waren. Vaak bracht hij hun een bezoek in het klooster en bad er met hen. Hij bewonderde hun leven van onthechting en volkomen overgave aan God.

Mariam, een jong meisje uit de buurt en zelfs een verre verwante van Youssef, werd verliefd op hem. Soms volgde ze hem ongemerkt tot aan de grot en sloeg hem gade terwijl hij in gebed verzonken was. In stilte leed ze eronder dat hij zo onthecht was aan het wereldse. Ze begreep dat hij zijn liefde enkel aan God zou geven. Het jonge meisje had de echte betrachting van Youssef begrepen.

Op de leeftijd van 23 jaar verliet Youssef zijn huis,’s nachts in het geheim, zich bewust dat zijn omgeving niet opgetogen zou zijn met zijn keuze. Zijn stiefvader en zijn oom rekenden op hem voor het werk op het veld en zijn moeder had twijfels in verband met zijn roeping. Mariam hield van hem en zijn broers en zussen verkozen dat hij bij hen bleef.

Om die reden nam Youssef afscheid van hen in de stilte van zijn gemoed. Zonder dat iemand het wist, ondernam hij een verre tocht naar het heiligdom van O.L.Vrouw van Mayfoug. Hij had besloten daar zijn eerste jaren noviciaat te doen.

Na enige ontreddering wegens het plotse vertrek van Youssef, gingen zijn oom Tanios en zijn moeder naar het klooster van Mayfoug om hem te overreden naar huis terug te keren. Maar dit bleek vergeefse moeite. Hij wilde monnik worden. Tenslotte zei zijn moeder:” Als je een slechte monnik wil worden, kom dan direct naar huis! Maar als je roeping van God komt, word dan een heilige.”

De jonge man was echter meer dan ooit overtuigd van zijn levenskeuze. Hij bleef in het klooster en kreeg de naam Charbel. Die naam verwijst naar een martelaar uit de tweede eeuw. Om God nog beter te dienen en Zijn Wil te doen, wijdde hij zich nog meer aan gebed en vasten, aan gehoorzaamheid en versterving.

Na dit eerste jaar noviciaat begaf de jonge Charbel zich naar het klooster van de heilige Maron (behoeder van de katholieke orthodoxie). Hij deed er zijn eeuwige geloften. Hij begon toen uitsluitend binnen de kloostermuren te leven. Het was aan vrouwen niet toegelaten er binnen te komen, zelfs niet aan familieleden. Zo kwam Brigitta, zijn moeder op zekere dag naar het klooster op bezoek bij haar zoon.

Maar ze kreeg hem niet te zien. Ze kon enkel zijn stem van achter de tralies horen en zei hem:

”Mijn jongen, wat doe je? Steek je je weg voor mij?”

“ Moeder, antwoordde Charbel, als God het wil, zullen we mekaar ontmoeten in de eeuwigheid en we zullen voor altijd verenigd zijn.”

 

 

 

 

.

.

 

Zijn leven als kluizenaar

 

Na zijn theologiestudies in het klooster van St Kobrianous en St Justin te Kfifan( Batroun), werd Charbel op 23 juli 1859 te Bkerkg priester gewijd.

Toen hij naar de stad Annaga werd gestuurd, kwamen alle familieleden en veel mensen uit zijn dorp daarheen.

Zij ontvingen er zijn zegen. Zo kwamen ook zijn oom Tanios en zijn oude moeder daar naartoe. Ook Mariam die intussen gehuwd was en vele anderen. Ze kusten zijn hand vol eerbied en vroegen hem naar het dorp te komen en er de H.Mis op te dragen. Maar hij weigerde. Hij was er zich van bewust dat de monnik die zijn klooster verlaat, het risico loopt de onthechting aan de voormalige levenswijze te schaden.

Onder leiding van zijn geestelijke leidsman, pater Hardini, wijdde hij zich aan de studie van de Heilige Schrift om zo te groeien in heiligheid. Hoe meer hij afstand nam van het leven, hoe meer zijn innerlijk leven groeide in eenheid met God.

Dit alles ging niet vanzelf. De duivel, de eeuwige vijand van de mens, kwelde hem voortdurend. Maar hij doorstond de pijnen, zuchtend en op de tanden bijtend. Wanneer de aanval van Satan voorbij was, herwon hij ogenblikkelijk zijn serene, onthechte ingesteldheid.

Charbel leidde een steeds ascetischer leven. Hij werd een voorbeeld van armoede, droeg de meest versleten kledij, altijd dezelfde en at geen vlees.

Op het veld deed hij het lastigste werk. Wanneer hij geld ontving om H.Missen op te dragen, gaf hij het onmiddellijk af aan zijn oversten, zonder zelfs te weten wat hij gekregen had. Hoewel hij voortdurend in de stilte leefde, in onthechting aan de wereld, kende men hem als een iemand die vol respect en liefde voor de medemens was.

Wanneer hij biecht hoorde, bleek dat hij de gave had om in de harten van de mensen te zien. Hij gaf strenge penitenties voor het herstel van de zonden, terwijl hij de biechteling met respect en liefde hielp om zijn levensstijl tegenover God en de naaste te verbeteren.

Op een zekere dag werd Charbel opgeroepen bij een zieke knaap. Hij begreep onmiddellijk dat het levenseinde van de jongen nabij was. Hij nam zijn biecht af en bereidde hem voor om sereen in Gods barmhartige Liefde te sterven. Naar verluidt heeft Charbel een andere jongeman genezen van typhus.

Bij een brutale aanval van de Turken werden 14.000 christenen samen met hun priesters gemarteld en gedood. Urenlang bleef hij geknield voor het tabernakel, bewegingloos, om God te bidden om hulp voor zijn volk. Hij smeekte de H.Maagd Maria om voorspraak bij haar Zoon om Libanon te redden.

 

.

Zijn toewijding aan de Moeder Gods was bekend.

Vaak zei hij : “ Als je wil dat je ziel gered wordt, bid dan tot de H.Maagd Maria opdat Zij voor jou ten beste spreekt. Zij zal je heil waarborgen.”

 

Na zestien jaar kloosterleven met de andere monniken, vroeg Pater Charbel de toelating om afgezonderd als kluizenaar te leven. Gedurende 23 jaar leefde hij in onthechting, strijdend tegen de zonde en tegen elke gedachte die niet op God was gericht. Hij at slechts éénmaal per dag en at slechts één soort voedsel tegelijk. Hij gebruikte geen vlees noch fruit.

Hij sliep ongeveer drie à vier uren per nacht op een schamele strozak op de grond; een houtblok diende als hoofdkussen. Hij kreeg toelating om in zijn cel slechts over een kan met water te beschikken. Tijdens zijn kluizenaarschap ging hij door met  eenvoudige en lastige handenarbeid. Hij bad veel. Om 11u , elke dag, droeg hij de Heilige Mis op. Die duurde drie uren. Daarna gebruikte hij zijn armoedige maaltijd. Als hij iets moest zeggen aan zijn confraters, sprak hij op gedempte toon en met weinig woorden. Hij stapte in stilte, met neergeslagen blik, terwijl hij de Rozenkrans of andere gebeden bad.

 

 

 

 

 

.

Anekdotes van zijn levensstijl

 

Op zekere dag kwam zijn broer op bezoek. Pater Charbel liet zijn broer binnenkomen, na toestemming van de overste, en stelde hem twee korte vragen: “ Hoe gaat het met de ganse familie? En beleven jullie de geboden van God?” Hiermede was het onderhoud afgelopen.

De kluizenaar gebruikte ook niet veel woorden als andere monniken hem kwamen bezoeken. Hij ontving hen met een glimlach die hun welkom betekende en zonder verder omhaal stak hij hun de biografie van een heilige in handen. Daarna wees hij hun een passage aan die ze moesten lezen als spirituele aansporing.

Verscheidene mensen kunnen getuigen dat Pater Charbel nooit een dier heeft gedood, zelfs niet als het om gevaarlijke dieren ging. In de wijngaard van het klooster vonden de monniken eens een grote giftige slang. Vol schrik riepen zij de kluizenaar te hulp. Hij kwam, stond recht tegenover de slang en terwijl hij zijn wijsvinger vooruit richtte, zei hij op kalme toon: “ Verdwijn van hier!” de slang kronkelde even en kroop weg in de richting die hij had aangewezen! Dit gebeurde volgens de manier van denken van de heilige. “Het behoort mij niet toe, maar alleen God, de Schepper, om al dan niet een slang van het leven te beroven.”

De overste van de kluizenarij, die vaststelde dat de lucht verduisterde door miljoenen dreigende sprinkhanen, vroeg aan Pater Charbel onmiddellijk water te wijden. Hij wijdde het en overal waar dit wijwater werd gebruikt waren de velden gered. Later hebben de bewoners van de nabij gelegen dorpen de gewoonte aangenomen wijwater van de Kluizenarij te gebruiken om ongedierte ( ratten, vossen) en ook muggen en andere schadelijke insecten te verdrijven.

 

Bij de christenen en de moslims was het vertrouwen in de macht van de wonderdoener, pater Charbel, zeer groot.

De genezing van een gevaarlijke mentaal zieke toont dit aan. Met veel moeite en met de hulp van verscheidene sterke mannen werd de zieke man tot aan de ingang van het klooster gebracht. Toen ze daar aankwamen was hij woest, hij beet, hij sloeg en schreeuwde en wou niet naar binnen. Maar toen de rijzige gestalte van de Kluizenaar aan de deur verscheen, knarsetandde de gekke man en hij snakte naar adem. Daarna werd hij rustig en liet zich naar de kapel leiden waar pater Charbel het Evangelieboek op zijn hoofd legde. Hij las er een bladzijde uit voor en de man was volkomen genezen.

 

 

.

De dood van de Kluizenaar

 

De laatste week van zijn leven lag hij vol pijn op een strozak op de grond. Ondanks het lijden en met de dood voor ogen, bad hij zonder ophouden. Hij weigerde versterkend voedsel en wilde trouw blijven aan zijn vroegere gelofte. In de heilige nacht even voor Kerstmis, na het sacrament van de zieken te hebben ontvangen, is hij gestorven om voor eeuwig in Gods Liefde opgenomen te worden.

Wenend droegen zijn medebroeders zijn lichaam op hun schouders. Stappend doorheen de tuin die met een laagje verse sneeuw was bedekt, brachten  ze hem binnen in de ijskoude kapel. Ze legden hem vóór het altaar en staken vier kaarsen aan. Bevend van de koude en helemaal verkleumd, hielden ze de hele nacht de wake bij de afgestorvene.

’s Anderendaags wikkelden zij het lichaam in een laken en begroeven het, zonder kist, in de grond van het kerkhof van Annaga, dat aan de kluizenarij paalt. Vijf maanden later werd een schitterende lichtstraal gezien tussen de begraafplaats van Pater Charbel en de kapel. De overste was hierover niet verbaasd. Hij wist dat pater Charbel reeds tijdens zijn leven een heilige was. Hij gaf opdracht het lichaam te ontgraven. Tot ieders verbazing bleek het lichaam ongeschonden.

Het laken was doordrenkt met een rooskleurig vocht dat op bloed geleek. Het leek alsof pater Charbel niet dood was, maar ingeslapen. Het lichaam was niet stijf maar soepel en beweeglijk alsof hij levend was. Ze trokken hem verse kleren aan. Kort daarna waren die kleren ook doordrenkt met hetzelfde eigenaardige vocht. Deze feiten konden niet onopgemerkt of onbesproken blijven. Weldra kwamen de mensen van overal toegelopen.

Er volgden toen tal van genezingen en duizenden bekeringen, en dit niet alleen bij de christenen.

Teneinde het lichaam te onttrekken aan de soms opdringerige mensen, legde men het in een stenen graf. Kort daarop begonnen de wanden van het graf bloederig zweet af te scheiden.

In 1927 werd een nieuwe opgraving bevolen. Opnieuw vond men een ongeschonden lichaam, soepel, dat hetzelfde mysterieus vocht afscheidde. Vanuit het klooster zond men een brief aan Paus Pius XI met verzoek tot zaligverklaring van Pater Charbel. Toen werd hij een derde maal begraven in een nieuwe graftombe.

 

 

 

.

.

Talrijke genezingen

 

Er werden talrijke genezingen door toedoen van de heilige uit Libanon vastgesteld. We staan even stil bij twee gevallen die met het oog op de zaligverklaring door de geneesheren nauwgezet onderzocht werden.

Het eerste geval betreft de plotse genezing van zuster Marie Abel Kamani. Door een landurige ziekte kon ze zich enkel in een rolstoel verplaatsen. Nadat ze het “ vocht” dat door de stenen wand van het graf naar buiten drong, had aangeraakt, was zij in staat uit haar rolstoel op te staan. Al 14 jaar leed zij aan de maag. Haar pancreas, blaas en nier waren aaneengekleefd en werkten bijna niet.

Ze moest dikwijls overgeven en ze was graatmager. Haar rechter arm was verlamd. Ondanks twee operaties voelde ze dat ze weldra zou sterven. Maar nadat ze het “ vocht” op de wand van het graf van Pater Charbel had aangeraakt, was ze ineens helemaal genezen. Toen de klokken luidden om dit heugelijk feit te verkondigen, was er ook een moslim naar de kerk gekomen; hij verklaarde meteen dat hij christen wilde worden. Hij zei tegen de genezen zuster:”uw genezing heeft me teruggebracht tot het christendom. Eigenlijk was ik naar hier gekomen om te genezen van mijn doofheid, maar God heeft mij geestelijk licht gegeven.”

De andere genezing betreft de heer Iskander Obeide die opnieuw kon zien nadat hij het graf van de heilige had bezocht. Nadat hij uit één oog blind was geworden, had hij vaak tot de heilige Charbel gebeden. Deze verscheen hem ‘s nachts in een droom en zegde hem zich naar zijn graf te begeven. Hij zou pijn voelen maar ook genezen. Toen hij daar aankwam, voelde die man een brandende pijn in zijn oog en toen hij zijn oog opende kon hij opnieuw zien.

Het nieuws over de buitengewone genezingen en bekeringen van vele mensen die het graf van Pater Charbel bezochten, ging tot ver over de grenzen van Libanon. Steeds meer mensen gingen er op bedevaart om meer van zijn leven te weten te komen en om zijn voorspraak te bekomen. Een jong meisje, Hosn Mohair had van toen ze nog klein was een been dat 5 à 6 centimeter korter was dan het andere. Hierdoor liep ze erg mank. Ze begaf zich naar Annaga en bracht wijwater en wat aarde, die ze nabij het graf van de heilige had genomen, mee naar huis. Met dit water en die aarde begon ze haar gebrekkig been te masseren. Haar verwanten probeerden haar daar vanaf te brengen omdat ze na verloop van enkele dagen geen enkel resultaat bespeurden. Maar het meisje was zo gedreven door een vast vertrouwen dat ze doorzette…. en stilaan werd het gebrekkige been langer tot het even lang was als het andere. De overheidspersonen van het dorp die tot de Druzen behoorden, kende haar persoonlijk. In 1950 verstrekten zij beëdigde verklaringen om dit wonderbare feit te bevestigen.

In de jaren 1950 werd het graf meerdere malen geopend. Eminente specialisten onderzochten het lichaam. Na meer dan een halve eeuw bleek het nog onaangetast. Er was geen enkel spoor van ontbinding en het was bedekt met een rooskleurig vocht, wat medisch onverklaarbaar was. Veel mensen die naar het graf kwamen werden genezen, niet alleen fysisch maar ook spiritueel.

Het nieuws over de talrijke mirakelen verspreidde zich als een lopend vuurtje. Er bestaat ook een miraculeuze foto. Deze kwam er tijdens één van de verschijningen van de heilige Charbel. Op die wijze kregen de komende generaties een duurzaam portret van de heilige.

 

 

 

Scapulier

 

 

 

Het scapulier van Sint Charbel (heeft de macht duivels te verdrijven).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget