Tagarchief: Kerk

Is de toewijding aan Maria occult?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De opmerking van iemand, dat Mariaverering occult zou zijn, is één van de meest onbeschaamde beledigingen aan God, die een ziel ook maar zou kunnen bedenken.

 

 

6706467verering

.

 

Wanneer Mariaverering occult (dit wil zeggen: duister) zou zijn, zou elke verering van God eveneens occult zijn, want er bestaat een mystieke eenheid tussen de Harten van Jezus en Maria en een mystieke bruiloft tussen Maria en de Heilige Geest. Verder bieden alle onderrichtingen van de Meesteres van alle zielen een groot aantal bewijzen voor het feit dat de hoogste graad van Mariaverering niet alleen absoluut volkomen gerechtvaardigd is, doch zelfs deel uitmaakt van de Goddelijke Wet die aan Zijn hele Heilsplan voor de zielen richting geeft.

Ik moet er in elk geval nog met klem op wijzen dat het begrip voor de volheid van de Mariaverering begint met een oprechte Liefde voor Maria.

Bij alle zielen die de hoogste graad van de Mariaverering zoals deze door de Meesteres van alle zielen nu wordt verkondigd, als ketterij afwijzen of die ‘niet van de waarheid ervan overtuigd zijn’, is er steeds sprake van een gebrek aan Ware Liefde voor Maria. Deze zielen begrijpen daarenboven helemaal niet hoezeer zij Jezus daardoor kwetsen.

Sommige zielen bedienen zich van de stelling dat men met ‘private openbaringen’ zeer voorzichtig moet zijn en maar liever bij de Bijbel kan blijven. De tragedie van deze zielen bestaat echter hieruit, dat zij er zich niet van bewust zijn hoe zeer zij hierdoor de Liefde van God verloochenen.

God vervolledigt Zijn Kerk met steeds nieuwe inzichten. De mystiek is niet dood, zij is het geschenk van het Ware Leven voor de Kerk. Zielen die dit geschenk van God verketteren, of die andere zielen ervan weerhouden erin te geloven, maken zich bovendien schuldig aan een oordeel. Zij schilderen zonder meer het werktuig van de verkondiging van Maria’s verhevenheid af als een leugenaar.

Aannemen dat de Mariaverering occult zou zijn, komt neer op godslastering. Daarenboven brengt deze opmerking een ongehoorzaamheid tegenover de Kerk tot uitdrukking, want de Kerk heeft in de Mariale Dogma’s de verhevenheid van Maria als geloofspunt vastgelegd.

Elke ziel die weigert, aan Maria de Haar toekomende verering te brengen ontkent de weergaloze heiligheid van de Onbevlekte Ontvangenis, de Belichaming van de volmaakte zondeloosheid en de Spiegel van vele Goddelijke eigenschappen zoals deze in de Meesteres van alle zielen verzameld zijn.

Dergelijke verketteringen van het ware Wezen van Maria en van de Mariaverering dragen de handtekening van de satan. Biedt U hen aan de gekruisigde Jezus aan, want zij brengen steeds meer duisternis, steeds meer schuld, steeds meer ellende over de mensheid.

Houdt U zich met zekerheid vast aan de kennis en de inzichten die U worden aangeboden want deze zijn gebaseerd op Gods Waarheid die in deze in deze Laatste Tijden worden verkondigd.

.

.

Gebed : Het Weesgegroet

.

Wees gegroet, Maria, vol van genade.
De Heer is met U.
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen,
En gezegend is Jezus, de Vrucht van Uw schoot.
Heilige Maria, Moeder van God,
Bid voor ons, zondaars,
Nu en in het uur van onze dood.
Amen.

.

Door het Weesgegroet te bidden “aanbidt” men niet Maria wat duidelijk is uit de woorden van de tekst. Men vraagt haar dat zij, door haar uitzonderlijke status als de Moeder Gods, bidt voor onze zonden. Het is een onverdiend genadeverzoek dat Maria aan haar Zoon Jezus en God voorlegt. De bedoeling is om zo veel mogelijk zielen te redden uit de klauwen van Satan. Wie dat gebed als demonisch bestempelt staat zelf onder invloed van een demon.

.

.

.

Waarom Maria weent

.

Pasteltekening van John Astria

.

.

De wensen van Maria bij verschijningen

.

Maria verlangt om elke dag en voortdurend te bidden tot haar Zoon Jezus Christus. Daardoor erkent ze dat Christus de Messias is, Hij die de losprijs voor de zonden op het kruis betaalt heeft met zijn bloed.

Maria vraagt om elke dag de rozenkrans te bieden als bescherming tegen satan, de tegenstrever. Het is een belangrijk gebed dat de duivel doet wijken. In de rozenkrans bidt men tot Maria opdat zij onze zonden zou voorleggen aan de genadevolle Christus, men erkent alle geheimen en men bidt het Onze Vader. Met de woorden ” glorie aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, nu en tot in de eeuwigheid” bevestigt men weer de nadruk op de Drievuldigheid en niet op Maria zelf.

Maria vraagt soms een kapel te bouwen opdat God dat wenst. De hemel wenst, door middel van de Maria devotie, dat geen enkele ziel in de handen komt van satan, de duivel. Iedereen moet beseffen dat elke beloning of straf eeuwig zal zijn en onherroepelijk.

Uit genade en medelijden met de mensheid, gebiedt Maria te drinken van sommige waterbronnen om het aardse leed te verzachten. Er kunnen wonderen gebeuren die refereren naar een volkomen leven na de terugkomst van Jezus op de laatste dag.

.

 

Hoe een valse verschijning of valse profeet ontmaskeren?

 

Roep onmiddellijk bij twijfel de naam van Jezus Christus uit zoals pater Pio deed bij zijn confrontatie met de duivel. Satan is sluw, sterk en machtig maar is begrensd in zijn mogelijkheden. Indien het een zinsbegoocheling is door een demonische entiteit, dan zal hij bij de aanroeping van Jezus’ naam onmiddellijk vluchten.

Een valse profeet kan wonderen in zijn eigen naam onder invloed van de duivel en zijn demonen. Niemand kan genezen zonder de toestemming van God of Jezus Christus. Satan probeert door list en misleiding velen naar de afgrond van de hel te brengen. Er zijn sommige uitverkorenen die de macht om mensen te genezen uit de handen van God gekregen hebben. Men herkent ze aan hun woorden.

Valse profeten kunnen voorspellingen doen op basis van foute entiteiten die zich voortdoen als lichtwerkers van God. Mensen met de gave om in de toekomst te zien, hebben die gekregen van God of Jezus Christus zelf. Meestal moeten zij waarschuwingen mede delen aangaande de zware gevolgen van de mensheid die op weg is naar de eeuwige verdoemenis. God gebruikt ware profeten om personen en de mensheid te vrijwaren van de hel.

 

.

.

Voorbeelden van valse profeten en genezers

 

Jomanda is een Nederlandse die beweert een genezend medium te zijn. Zij experimenteert met entiteiten uit de onzichtbare wereld en is ervan overtuigd dat ze mensen via deze entiteiten kan genezen. De zieneres maakt spiritueel contact met een geest en vraagt om tussenkomst bij een lichamelijk probleem. Dat klinkt veelbelovend maar is demonisch.

Geen enkel bovennatuurlijk, hemels wezen geneest een mens zonder dat God daar de toelating voor geeft. Aangezien zij God niet om hup vraagt, doet ze beroep op andere entiteiten die onder invloed staan van de duivel, die zich voor doen als werkers van het licht.

Een sjamaan, vrouwelijk sjamanka, is een soort priester(es) en ziener(es) die in zijn of haar gemeenschap de communicatie met de geestenwereld verzekert en magie aanwendt om zieken te genezen, voorspellingen te doen en gebeurtenissen onder controle te brengen. Ook hier wordt er beroep gedaan op valse lichtentiteiten.

Kaartleggers gebruiken orakel kaarten om zowel verleden, heden als toekomst te duiden. Door de kaarten te schudden en ze op een bepaalde manier open te leggen bekom je een patroon die je kan lezen. In dit patroon heeft elke plaats zijn eigen specifieke, unieke betekenis en heeft elke kaart zijn eigen afbeelding die staat voor een bepaalde situatie.

Op deze manier kan de kaartlegger uit dit patroon allerlei situaties ontleden. Hierbij kan hij zaken zien die gebeurd zijn in het verleden, zaken die op dit moment gaande zijn en kan hij een duiding geven wat er toekomstgericht staat te gebeuren.

De kaartlegger maakt spiritueel contact met een geest die de toekomst van een individu voorspelt. Dit is de speeltuin van de zwarte magie. Demonische entiteiten hebben hier de kans om een individu helemaal van God te isoleren. Eerst laten ze een deel van een voorspelling uitkomen waardoor ze aanspraak maken op de ziel van die persoon. Later wordt de verleiding alsmaar groter om beroep te doen op kaartlezers. Dan zal de duivel, de vader van de leugen, al het mogelijke doen om de persoon voor eeuwig in zijn macht te houden.

God beveelt zijn engelen niet om via kaarten de toekomst te voorspellen. Die het tegendeel beweert beledigt God in de hoogste graad.

 

 

.

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

 

 John Astria

John Astria

De leer gevestigd op de boom des levens

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Naar de levensboom

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Vervangingsleer of door Jezus geënt op de boom des levens

 

De filosoof Jean-Jacques Rousseau zei ooit dat er voor alles een vervanging is. Dat is niet juist, want niet voor alles is er een gelijkwaardige vervanging. Zo is er bijvoorbeeld voor het leven geen enkele vervanging. Daarom is vervanging veelal een surrogaat en kan het niet het echte vervangen.

.

.

Zo kan ook het volk dat door God uitgekozen is, niet worden vervangen door andere volken. De HERE Zelf verklaart:

.

“Want u bent een volk dat aan de HERE, uw God, is
gewijd. U bent door Hem uitgekozen om, anders dan
alle andere volken op aarde, zijn kostbaar bezit te zijn.”
Deuteronomium 7:6

 

.

Izaäk is de vader van Jakob, die later van de HERE de naam Israël (strijder van God) kreeg. Zo wordt het verbond dat God in Genesis 15:18 met Abraham gesloten heeft, overgedragen aan Jakob / Israël. Dit verbond is een onverbrekelijk en eeuwig verbond, want

.

“Net zo min als Ik van plan ben de natuurwetten te
veranderen, zal Ik ook mijn volk Israël niet verstoten!”

Jeremia 31:36-37

 

.

Met andere woorden, Gods verbond met Israël blijft geldig en is eeuwigdurend, ook als Israël faalt in Gods bedoeling. Dat bekrachtigt de apostel Paulus:

.

“De Israëlieten zijn door God aangenomen als Zijn zonen.
Zij hebben gezien hoe groot en machtig Hij is. Zij weten
welk verbond Hij met hen heeft gesloten. God heeft hun
verteld hoe zij moeten leven en Hem kunnen dienen. Zij
weten welke beloften Hij aan hun voorouders heeft gedaan.
En het grootste van al: Christus is, naar de mens gesproken,
uit hen voortgekomen. Christus, Die boven alles staat.
Alle lof en eer is daarom voor God, voor altijd! Amen.”

Romeinen 9:4-5

 

.

.

Vervangingsleer

.

Maar de vervangingstheologie die zich in de 2000 jaar van de kerkgeschiedenis door het christendom heeft verspreidt, is het hier uitermate mee oneens. Deze vervangingsleer gaat terug op niet-Joodse kerkvaders, die een uit Rome stammende theologie vertegenwoordig(d)en. Deze theologie stelt dat het verbond niet meer geld, noch langer ter zake doet in Gods heilplan.

.

In het jaar 70 werd Jeruzalem door de Romeinen verwoest. In de kerk werd de val van de stad en tempel (terecht) beschouwd als vervulling van de woorden van Jezus, waarin hij de ondergang van de stad had voorzegd. Daarnaast zocht men naar een verklaring voor deze val en al gauw werd het als teken van straf voor het volk van Israël gezien.

.

Voor wat werd het gestraft? Voor haar aandeel in de kruisiging van Jezus? Israël had tenslotte haar Messias verworpen. En daaruit volgend waren de beloften “logischerwijze” niet langer meer voor het Joodse volk, en “moesten de beloften wel overgegaan zijn op de heidenen”.

Dat dit geenszins het geval is, maar veeleer een aanvulling op Gods heilsplan.

 

Maar de volgende (en blijkens fatale) stap was de conclusie die daaruit getrokken werd: als Israël Jezus als Messias verworpen had, dan moest God op zijn beurt nu Israël “wel definitief verworpen hebben”. Maar Israël was toch het volk van het verbond? Zeker! Wat had God dan met het verbond gedaan als het eeuwigdurend zou zijn? Het zou als nieuw verbond op de kerk ‘uit de volken’ “moeten” zijn overgegaan. De kerk was ‘het nieuwe geestelijke Israël’ geworden.

.

De kerk had, volgens haar leer, dus de plaats van Israël als verbondsvolk ingenomen. Dat dit, volgens Gods heilsplan, overduidelijk niet het geval is, deed (en nog steeds doet) schijnbaar aan de beleving niets af. In plaats van dankbaar te zijn voor het plan dat God met ons heidenen voor had, claimde de kerk het alleen- en erfrecht van dit plan op.

Zo is de onzalige onheils brengende vervangingstheologie ontstaan. Onder meer om die reden wordt Israël vandaag ook door vele kerkelijke stromingen politiek bestreden en geboycot. Want de Joodse staat wordt niet erkend, mag niet bestaan, omdat met de wederopstanding van het oude Israël de vervangingstheologie zijn bestaansrecht verliest. Immers, het voor eeuwig verworpen Joodse volk kan toch nooit meer naar Sion terugkeren!? Laat staan op instigatie van de HERE zelf!

Pas na de Tweede Wereldoorlog, toen Israël weer een soevereine staat werd, ging men binnen de kerken, langzaamaan, anders denken over het Joodse volk. Overigens maakten lang niet alle kerken zich schuldig aan deze gedachtegang. Met name binnen de meer ‘evangelisch’ gerichte kringen werd al reeds ruim vóór de stichting van de staat Israël anders gedacht over deze zaken. Een bekend voorbeeld hiervan, in Nederland, is de evangelist Johannes de Heer. Maar ook anderen hingen, op basis van hun interpretatie van de Bijbel deze gedachte aan.

.

Niet de Holocaust was de oorzaak voor de wedergeboorte van Israël als staat, zoals telkens opnieuw wordt beweerd, maar het onverbrekelijke verbond dat God onder ede met zijn volk Israël heeft gesloten. Exact zoals de Here zijn volk beloofd heeft in Zijn woord:

.

Zo zegt de HERE HERE: Zie, Ik zal mijn hand opheffen
tot de volken en mijn banier omhoog heffen voor de natiën;
in hun armen zullen zij uw zonen brengen, en uw dochters
zullen op de schouder gedragen worden.

Jesaja 49: 22

dan zal de HERE, uw God, u uit uw gevangenschap redden.
Hij zal u genade schenken, naar u toekomen en u bijeen-
brengen uit alle volken waaronder Hij u heeft verspreid.
Ook al zou u zich in de verste uithoeken van het heelal
bevinden, Hij zal u vinden en terugbrengen naar het land
van uw voorouders!

Deuteronomium 30:3-4

Ikzelf zal het overblijfsel van mijn kudde bijeenhalen uit al de
landen waarheen Ik het heb gestuurd en het laten terugkeren
naar zijn weiden, waar het vruchtbaar zal zijn en uitgroeien.

Jeremia 23:3

Zo waar de HERE leeft, Die de Israëlieten naar hun eigen
land terugbracht vanuit alle landen waarheen Hij
hen had verbannen.
Jeremia 23:8

 

.

 

Nazatenschap Abraham

.

Door geloof kan iedereen een geestelijk nazaat van Abraham worden, maar dat sluit het fysieke zoonschap van het Joodse volk niet uit. Israël, dat wil zeggen de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob hadden, hebben en zullen een belangrijke plaats innemen in het historische plan van God. Waarom? Omdat de HERE zelf Zijn naam aan het volk van Israël verbonden heeft.

 

Het is zodoende niet zo dat elke Israëliet behouden is of behouden zal worden.

.

In tegenstelling tot alle andere volkeren heeft God het volk van Israël aangewezen en uitgekozen voor Zijn heilsplan.

Vanuit dit volk is de Messias, Jezus van Nazareth, op de wereld gekomen; in hun gebied, dat wil zeggen binnen de grenzen van het land Kanaän, vond de eerste komst van Jezus plaats en zal ook zijn tweede komst plaatsvinden.

 

.

 

Gods plan met Israël

.

Gods plan met Israël is altijd afhankelijk geweest van Zijn initiatief en verkiezing en van Israëls respons als een rechtvaardig volk (Deuteronomium 7). Als Israël een rechtvaardige relatie heeft met God, belooft Hij dat Hij het overvloedig zal zegenen (Leviticus 26:1-13; Deuteronomium 28:15-68). Maar als het volk opstandig is, belooft God het tucht (dit is niet hetzelfde als afwijzing) (Leviticus 26:1-13; Deuteronomium 28:1-14).

.

De uiterste tuchtmaatregel was het verstrooien van het volk over verschillende volken, met de belofte dat het volk eenmaal weer samengebracht zal worden, zodat God uiteindelijk tot zijn doel komt. Deuteronomium 30.

Door Ezechiël bevestigt God zijn doel met Israël. Alleen al in hoofdstuk 36, waarin verwezen wordt naar het herstel van Israël, wordt God veertien keer beschreven als de “HERE HERE”, die twee en twintig maal “zegt” dat Hij het zal doen. De God van Israël geeft duidelijk aan hoe Hij zal handelen:

.

.

Hij zal de volken veroordelen, omdat
ze Israël slecht behandeld hebben.

Ezechiël 36:3-7

Hij zal het volk Israël terugbrengen naar het beloofde
land, dat weer zal bloeien en opgebouwd worden.
Het zal in veiligheid wonen.
Ezechiël 36:8-15

Hij zal Israël veroordelen, omdat het bloed vergoten
heeft in het land, de voorkeur heeft gegeven aan
afgoden en Gods naam ontheiligd heeft onder de volken.
Ezechiël 36:16-21

Hij zal Israël rechtvaardigen om Zijn
heilige naam, niet om Israël.
(Ez.36:22)

Door de rechtvaardigheid van Israël zal God
aan de volken laten zien dat Hij de Heer is.
Ezechiël 36:23-28

 

.


Conclusie

.

Heel Gods handelen met Israël is mysterieus en met een duidelijke bedoeling geweest, evenals Zijn plan met de kerk. Tot net na het begin van onze jaartelling was niemand van dit plan op de hoogte, zo zegt Paulus in Efeziërs 3:5-6:

.

Vroeger is dat altijd voor de mensen verborgen gebleven,
maar nu heeft God het door de Heilige Geest aan Zijn
apostelen en profeten bekendgemaakt. Het komt hierop
neer: Door het goede nieuws te geloven, worden niet-Joden
gelijk aan de Joden. Zij delen mee in de rijke erfenis.
Zij horen bij hetzelfde lichaam, de Gemeente; en voor hen
geldt dezelfde belofte in Christus Jezus.

.

.

Als de leiders van Israël Jezus niet verworpen hadden, als Jezus niet was gestorven, zou er geen verzoening zijn, en, hypothetisch gezien, geen verlossing, noch voor de Jood noch voor de niet-Jood. Zowel de blindheid van Israël als de corruptie van Pilatus waren nodig om Gods verlossing van de mensheid teweeg te brengen.

 

Is het verbazingwekkend dat God het herstel van de staat Israël bevolen heeft, of dat er tegenwoordig zo veel groepen “Messiaanse Joden” zijn, of Joden die in Jezus geloven?

.

Zowel de staat Israël als de opkomst van Joodse gemeenten laten gelovigen duidelijk zien dat Gods plannen uitkomen, en dat spannende, maar moeilijke tijden in het verschiet liggen voor de kerk en Israël. We moeten zeker ons hoofd gaan opheffen voor de Verlossing die naderbij komt!

 

 

 

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

  

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Zeven grootse waarheden over Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Openbaring 1:4-8

 

Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: Genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde, Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid, amen. Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen. ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige’.

 

 

Titels


Jezus Christus, de Tweede Persoon van de Drie-eenheid, wordt met een aantal titels genoemd, waar we een voor een naar kunnen kijken (Openbaring 1:5).

“Getrouwe Getuige” verwijst naar de absolute betrouwbaarheid van onze Heer met betrekking tot de beloften die Hij heeft gedaan.

“De Eerstgeborene uit de doden” verwijst naar Hem als de Eerste mens die de dood overwonnen heeft en voorgoed opstond uit het graf. Anderen, die eerder door Hem uit de doden waren opgewekt, stierven later weer. Nu Jezus permanent de dood overwonnen heeft, hoeven we nooit meer bang te zijn voor ziekte of dood.

Jezus wordt ook wel aangeduid als ‘de Vorst van de koningen der aarde’. Onze Heer is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Hij heerst ook in de harten van aardse machthebbers. “Het hart van een koning is in de hand van de Here als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt” (Spreuken 21:1).

Onze Heer wordt verder aangeduid als die Ene “Die ons eeuwig liefheeft en Die ons voor eens en voor altijd verlost en bevrijd heeft van onze zonden door Zijn Eigen bloed” (vers 5 ). Zijn liefde voor ons is eeuwig. En Hij vergoot Zijn bloed niet alleen om ons onze zonden te vergeven, maar ook om ons voor eens en voor altijd te bevrijden van onze zonden. De eerste belofte in het Nieuwe Testament is dat Jezus ‘Zijn volk zalig zal maken van hun zonden’ (Mattheus 1:21). Bevrijd te worden van de macht van de zonde is het grote thema van het hele Nieuwe Testament. Geen zonde kan nu de heerschappij over ons hebben, als wij leven onder de genade (Romeinen 6:14).

 

 

Allemaal priesters

 

Ons wordt verder verteld dat de Here Jezus ons heeft gevormd tot “koningen en priesters voor God en Zijn Vader” (vers 6). Het koninkrijk van God is het domein waarin God absolute autoriteit uitoefent. De kerk is een afspiegeling van het koninkrijk van God op aarde – dat wil zeggen, een groep mensen die een koninkrijk zijn geworden, omdat ze zich op elk gebied van hun leven aan het gezag van God onderworpen hebben.

De Heer heeft een ongedisciplineerde menigte omgezet in een ordelijke koninkrijk – een volk dat nu wordt geregeerd door God. We zijn ook gemaakt tot priesters. Elke gelovige – man of vrouw – is tot een priester voor de Heer gemaakt. In Gods ogen is er niet zoiets als een speciale klasse van mensen in de kerk, die priesters genoemd worden. Dat is een oudtestamentisch concept.

Wanneer er zoiets bestaat in een kerk van vandaag, dan leidt het mensen terug naar de tijden voor Christus! We zijn ALLEMAAL priesters.

Als priesters zijn wij geroepen om offers te brengen aan God. Bedenk hierbij dat in het Oude Testament de lichamen van dieren als offer werden aangeboden, en vandaag de dag bieden we ons eigen lichaam aan God als een levend offer aan (Romeinen12:1).

De uitdrukking Zijn God en Vader is vergelijkbaar met de uitdrukking die Jezus gebruikte na Zijn opstanding, Mijn Vader en uw Vader, Mijn God en uw God (Johannes 20:17). Zijn Vader is inmiddels ook onze Vader geworden. We kunnen nu onze veiligheid vinden in God als onze Vader, net zoals Jezus Zijn bescherming daarin vond. Amen, zegt Johannes (vers 6). En ook wij zeggen: het zal zo zijn. Hem alleen “zij de heerlijkheid en kracht in alle eeuwigheid”.

In vers 7, wordt de terugkeer van Christus naar de aarde voorspeld.

Het laatste dat deze wereld zag van onze Heer was toen Hij in schaamte aan het kruis van Golgotha hing. Maar een van deze dagen, zal de wereld Hem zien komen met de wolken in heerlijkheid. Elk oog zal Hem zien. Degenen (het volk Israël en wij) die Hem doorboord hebben zullen Hem ook zien. De stammen van de aarde zullen huilen wanneer Hij komt. Maar wij zullen ons verheugen. Nogmaals zegt Johannes: Amen. En wij zeggen ook: Het zal zo zijn!

 

 

De eindstrijd tussen God, (de Alfa en de Omega) en Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Geen angst voor de toekomst

 

In vers 8 verwijst God naar Zichzelf als de Alfa en de Omega, de Almachtige en altijd bestaande God. Hij was er meteen aan het begin, toen er niets bestond. Hij zal er direct zijn aan het einde der tijden. Er is niets dat ooit kan gebeuren, ongeacht het moment of de plaats, dat God zal verrassen. Onze Vader weet niet alleen het einde vanaf het begin, omdat Hij de Almachtige God is, Hij beheerst alles ook. Daarom moeten we in geen enkel opzicht angst hebben voor de toekomst.

Aan het einde van het boek Openbaring, wordt God weer aangeduid als de Almachtige en de Alfa en de Omega (hoofdstuk 19:6; 22:13). We zouden kunnen zeggen dat het hele boek Openbaring dan ook is ingeklemd tussen deze twee uitspraken die verwijzen naar de alwetende, almachtige kracht van onze God en Vader. Dit is wat ons perfecte veiligheid geeft, als we hier lezen over de beproevingen die Gods volk zal overkomen, en de rampen die in de laatste dagen over de wereld om ons heen zullen komen.

In het hele Nieuwe Testament wordt God slechts 10 keer “de Almachtige” genoemd. Negen van deze 10 verwijzingen staan in Openbaring. De reden hiervoor is dat God wil dat wij weten dat Hij de Almachtige is en dat Hij alles onder controle heeft.

De enige andere verwijzing staat in 2 Corinthiërs 6:17 en 18, waar God Zijn volk roept om te worden gescheiden van alles wat onrein is. Dit toont aan dat God Zichzelf alleen als “de Almachtige” openbaart aan degenen die willen worden gescheiden van alles dat onrein is en in strijd met het Woord van God. Het boek Openbaring is vooral voor die mensen geschreven.

Enkele van de grootste waarheden die waarvan we het nodig hebben om in te worden vastgesteld in deze dagen, zijn die waarheden met betrekking tot onze Heer en onze relatie met Hem:

 

 

1)  De absolute betrouwbaarheid van de beloften van onze Heer;

2) Zijn triomf over de grootste vijand van de mens (de dood);

3) Zijn totale macht over alles in de hemel en de aarde;

4) Zijn eeuwige en onveranderlijke liefde voor ons;

5) Zijn ons te bevrijden uit de macht van de zonde;

6) Zijn Vader nu wordt onze Vader ook;

7) Zijn komst terug naar zijn koninkrijk op aarde te vestigen.

 

 

We moeten geworteld en gegrond zijn in deze waarheden als we standvastig en onbeweeglijk willen blijven staan in de tijden die gaan komen.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Misvattingen omtrent het christelijk geloof

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Niet alleen mensen buiten de kerk hebben misvattingen over het christelijk geloof. Men ziet dat velen een beeld van het ‘christelijk geloof’ hebben niet geïnspireerd vanuit het Woord van God. Hier vijf misvattingen op een rij als onderdeel van het geloofsleven van een christen.

 

 

1. Gods liefde hangt af van je gedrag

 

We zijn gauw geneigd om te denken dat we Gods goedkeuring en liefde ontvangen als we de door onszelf opgezette regels navolgen. Maar de waarheid is dat Gods liefde niet afhangt van jouw gedrag. Hij houdt van ons ondanks ons gedrag.

‘Christus is voor ons gestorven toen wij nog zondaars waren’ (Romeinen 5:8).

Gods liefde is niet gebaseerd op wat je wel of niet doet. Zijn liefde is gebaseerd op Zijn Zoon en jouw beslissing om Hem te aanvaarden.

 

 

 

2. De kerk betekent wekelijks samenkomen in een kerkgebouw

 

Wanneer je woont en naar de kerk gaat, kan dit als iets vanzelfsprekends worden gezien wat ‘iedereen’ doet. Het aanbidden van God wordt dan vaak in een apart hokje gezet waar we de rest van de week aandacht aan geven. Op zondag behoor je netjes gekleed in de kerk te zitten en gedraagt iedereen zich goed.

Maar God is geïnteresseerd in ons hart en niet in ons uiterlijk (1 Samuël 16:7).

Verder wordt de kerk vaak gezien als een gebouw en niet als het lichaam van Christus. De Bijbel spreekt over de kerk als iets waar leven in zit.

Efeze 5:19-22 spreekt over ‘een heilige tempel in de Heere’.

Het is dus meer dan een wekelijkse bijeenkomst met prediking en samenzang. De kerk is niet bedoeld om een gezamenlijk evenement te organiseren, maar om mensen lief te hebben.

 

 

 

 

 

 

3. Je mag geen uiting geven aan je moeilijkheden of twijfels

 

Soms is het leven als christen ingewikkeld. Op sommige momenten zijn er geen gemakkelijke antwoorden. In plaats van het onderdrukken van onze twijfels en worstelingen, mogen we ze neerleggen bij God en anderen vragen om hulp. David was een man naar Gods hart en uitte in tijden van tegenspoed vaak openlijk zijn worstelingen en twijfels. Eerlijk en open zijn over je strijd maakt je niet minder geestelijk. Sterker nog, je komt dichter bij God omdat dit proces je ontdoet van je eigen trots en zelfredzaamheid.

 

 

 

4. Alleen ‘superchristenen’ kunnen kerkleider worden

 

Wanneer je iedere week in de kerk zit en je predikant of voorganger hoort spreken, kun je denken dat hij geestelijk superieur of een betere christen is. Dit is ook de reden dat we vaak verbaasd reageren wanneer kerkleiders struikelen. Vaak vergeten we dat ook zij zondige mensen zijn. Net als iedereen hebben voorgangers evenveel behoefte aan genade.

De waarheid is dat je voorganger, aanbiddingsleider, groepsleider of iemand anders die veel ervaring heeft als christen, ook mensen zijn. Zij worstelen. Zij hebben behoefte aan vrienden om over zaken te praten die geen betrekking hebben op de kerk. God gebruikt onze zwakheid voor Zijn eigen eer. Je hoeft jezelf niet op te werken als een soort geestelijke superchristen op nog meer te dienen.

 

 

 

 

 

5. De Bijbel legt ons vooral regels op

 

Vaak maken we van de Bijbel een regelboek. Maar als we op die manier naar Gods Woord kijken, zullen we gauw onze interesse in de Bijbel kwijtraken. De Schrift gaat allereerst over Jezus en het doel van Bijbellezen is niet een bepaald hoofdstuk uit lezen, maar om Jezus te ontmoeten.

Als je één van bovenstaande gedachten gelooft, raad ik je aan om aan zelfonderzoek te doen. Je staat hierin niet alleen. Het goede nieuws staat in Johannes 8:32:

‘U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.’

 

 

 

 

 

 

De Shariah in de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wat is de shariah?

 

 

sharia

 

 

De term shariah wordt in twee verschillende betekenissen gebruikt: enerzijds het theorethisch islamitisch wettelijk model en anderzijds een door mensen gemaakte wet waarvan er uiteenlopende versies kunnen zijn.

De Shariah (letterlijk: het pad naar leven-gevend water) is het geheel van de islamitische wetten, die over alle aspecten van het leven van een moslim handelt zoals de dagelijkse activiteiten tot spirituele zaken, strafrecht, familierecht, economie, dierenrechten enz. Ook ecologie heeft een prominente plaats in de islam: een achtste van de Koranische verzen handelen erover.

Het betreft een theoretisch, richtinggevend model. Niets in de koran verplicht moslims ertoe de shariah in te voeren. De koran bevat immers geen blauwdruk van een islamitische staat. De Koran geeft moslims de opdracht een voor iedereen (moslims en niet-moslims) rechtvaardige samenleving na te streven, maar het staat hen vrij de staat te organiseren zoals ze dat zelf verkiezen (met dien verstande dat de koran een dictatuur en theocratie uitsluit).

De shariah kan slechts ingevoerd worden wanneer een meerderheid van de bevolking dat zo wil. Wanneer men de shariah vertaalt in een concrete wet, is dat  niet langer de theoretische shariah, maar een eigen plaatselijke concretisatie daarvan en dus in die zin een secularisering van de wet. Een concreet wettelijk stelsel wordt immers door mensen gemaakt en niet door God. Omdat het een door mensen opgestelde verwezenlijking is, kunnen er dus ook verschillende versies van de shariah zijn.

Er bestaan onder islamgeleerden grote meningsverschillen over het al dan niet wenselijk zijn van het invoeren van de shariah. Veel geleerden zijn de mening toegedaan dat eerst het maatschappelijk doel van de islam gerealiseerd moet zijn en dat er dan pas de shariah kan ingevoerd worden om deze rechtvaardige samenleving te beschermen. Nog anderen stellen dat de shariah gewoon niet kan ingevoerd worden, maar enkel een theoretisch richtinggevend model is.

Het is een groot misverstand te denken dat, wanneer de shariah ingevoerd wordt, alle mensen zich moeten bekeren tot de islam. Het is immers integendeel zo dat de koran  aan iedereen godsdienstvrijheid garandeert. Bij het invoeren van de shariah zouden niet-moslims,  bij overtredingen van de wet, mogen kiezen of zij door een islamitische rechtbank dan wel door een burgerlijke rechtbank willen gevonnist worden. Andere religies mogen dan ook hun eigen rechtbanken inrichten voor zaken die eigen zijn aan hun geloof, zoals familierecht (erfenissen, huwelijken enz).

In veruit de meeste moslimlanden geldt geen lokale versie van de shariah. In de meeste moslimlanden geldt immers een burgerlijk recht of een gemengd stelsel van burgerlijk recht, gewoonterecht, soms met een aantal aspecten van islamitisch recht.

 

 

De belangrijkste bronnen van de shariah, zijn als volgt en in die volgorde:

 

  • De Koran
  • De sunnah van de profeet Mohammed (dwz, zijn handelingen en zijn uitspraken)
  • Ijma’ (consensus) onder islamitische geleerden
  • Ijtihad (de opinie van islamitische geleerden op basis van hun kennis en onderzoek)

Deze bronnen moeten in bovenstaande volgorde aangewend worden. Dit wil zeggen: een besluit over om het even welke zaak wordt eerst en vooral gebaseerd op de Koran,dan op de Sunnah. Als er geen uitspraak kan volgen op die basis, dan moeten islamitische geleerden de zaak bekijken en onderzoeken en zo tot een uitspraak komen.

De shariah is geen absolute wet. De islam schuwt immers extremen. Zo stelt de koran dat men bepaalde voedingsmiddelen niet mag eten. Men mag toch het verboden voedsel eten als er niets anders aanwezig is dan het verboden voedsel. In de islam is er een rechtsregel die zegt dat nood de wet versoepelt.

 

 

De islamitische wet is geen geheel van bestraffende regels.

 

Een wisselwerking van beloning van het wenselijke of verplichte enerzijds, en bestraffing van het onwenselijke anderzijds, zorgt ervoor dat een moslim er alle belang bij heeft de wettelijke richtlijnen te volgen. Het levert hem immers een beloning op, zo niet in het huidige leven, dan in het hiernamaals.

De Islam gelooft niet in de erfzonde. Het eigen gedrag en de verantwoordelijkheid daarvoor staat in de islam centraal. Het is op basis van het eigen gedrag en de mate waarin men zich aan de goddelijke leidraad gehouden heeft dat men op de Oordeelsdag beoordeeld zal worden. De “kerk” waartoe men behoort is daarbij niet essentieel, wel of men het goede gedaan heeft. Een ‘goede’ christen of jood kan volgens de islam dus ook tot het paradijs toegelaten worden, terwijl een moslim die zich misdraagt in de hel kan terechtkomen.

Moslims geloven dat gedurende het leven van elk persoon alle daden opgeschreven worden door twee Engelen. De Engel aan de rechter kant noteert voor elke goede daad direct +10 punten, terwijl de Engel aan de linkerzijde bij het doen van slechte daden wat aarzelt en pas als we doorzetten de slechte daad noteert voor -1 punt. Het is één van de vele voorbeelden waaruit volgens de islam de genade en liefde van God blijkt. God beloont het goede vele malen meer dan Hij het slechte bestraft.

Dit systeem van positieve bekrachtiging van het goede en het wenselijke en van bestraffing van het verbodene en onwenselijke, vinden we in het hele islamitisch stelsel terug, niet alleen met het oog op het eeuwig leven in het hiernamaals, maar ook met betrekking tot economie, ecologie enz.

 

 

De rechtspraak van de islam is gebouwd rond 5 categorieën van gedragingen waarvan uitvoeren of niet-uitvoeren beloond of bestraft kunnen worden:

 

 

Gedragstype Uitoefenen van gedrag wordt… NIET Uitoefenen van gedrag wordt…
1. Verplicht Gedrag beloond bestraft
2. Aanbevolen Gedrag beloond niet bestraft
3. Toegestaan Gedrag niet beloond niet beloond
4. Onwenselijk Gedrag niet bestraft beloond
5. Onwettelijk, verboden Gedrag bestraft beloond

 

Volledigheidshalve voegen we hieraan toe dat wanneer moslims zich in een niet-islamitisch land bevinden, zij vanuit de islam verplicht zijn zich te houden aan de wetten van het land waarin zij zich bevinden.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

        

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Waarom geneest Jezus niet iedereen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Johannes 5: 1 – 18

 

 

De genezing van een man bij de vijver van Betesda

 

1 Daarna ging Jezus naar Jeruzalem voor één van de Joodse feesten. 2 In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een vijver om te baden. Die plek wordt in het Hebreeuws ‘Betesda’ (= ‘huis van medelijden’) genoemd. Er zijn vijf zuilengangen omheen gebouwd. 3 In die gangen lagen allerlei zieke, blinde, kreupele en verlamde mensen. Ze lagen daar te wachten tot het water zou gaan bewegen. 4 Want af en toe daalde er een engel in de vijver neer. Dan bewoog het water. Wie daarna het eerst in het water kwam, werd genezen. Het maakte niet uit wat voor ziekte hij had.

5 Er was daar een man die al 38 jaar lang ziek was. 6 Jezus zag hem liggen. Hij wist dat hij daar al heel lang was. Hij vroeg hem: “Wil je gezond worden?” 7 De zieke man antwoordde Hem: “Heer, ik heb niemand om me in de vijver te gooien als het water beweegt. En als ik probeer om bij de vijver te komen, is iemand anders er altijd eerder dan ik.” 8 Jezus zei tegen hem: “Sta op, pak je matras op en loop.” 9 Onmiddellijk werd de man gezond. Hij pakte zijn matras op en liep.

Nu was het die dag de heilige rustdag. 10 Daarom zeiden de Joden tegen de man die net genezen was: “Het is vandaag de heilige rustdag. Dus je mag je matras niet dragen.” 11 Maar hij zei tegen hen: “Maar de Man die mij heeft genezen, zei tegen me: ‘Pak je matras op en loop.’ ” 12 Toen vroegen ze: “Wie heeft dat dan tegen je gezegd?” 13 Maar de man wist niet wie Hij was. Want Jezus was weer weggegaan, omdat er daar heel veel mensen waren.

14 Maar later zocht Jezus hem op in de tempel. Hij zei tegen hem: “Kijk, je bent nu gezond geworden. Wees vanaf nu niet meer ongehoorzaam aan God, want anders kan je nog iets veel ergers overkomen.” 15 De man ging weg en zei tegen de Joden dat het Jezus was geweest die hem genezen had. 16 Toen wilden de Joden Jezus gevangen nemen en doden. Dat wilden ze omdat Hij deze dingen op de heilige rustdag had gedaan. 17 Maar Hij antwoordde hun: “Mijn Vader werkt altijd, en Ik dus ook.” 18 Toen hadden de Joden nog méér reden om Hem te willen doden. Want Hij hield Zich dus niet aan de heilige rustdag, en beweerde óók nog dat God zijn eigen Vader was. Daarmee zei Hij eigenlijk dat Hij gelijk was aan God.

 

 

 

 

 

Waarom geneest Jezus niet iedereen?

 

De laatste tijd is er in diverse kerken een stroming ontstaan die zich in navolging van de evangelische- en pinkstergemeenten ook richt op wonderen. Wonderen van genezing, van spreken in tongen en nog veel meer. Vroeger werd er vaak gezegd: die wonderen horen in de jonge kerk thuis. Wonderen waren bestemd voor lang geleden, de beginjaren. Dat klonk logisch en we slikten dat allemaal als zoete koek.

Maar is dat zo logisch? Kijk eens naar wat Paulus zegt in 1 Korintiërs 12: daar heeft hij het over de gaven van de Geest die royaal aan de kerk worden uitgedeeld. In dat hoofdstuk wordt nergens gezegd dat die gaven alleen maar voor de begintijd van de kerk bedoeld zijn. Er wordt alleen maar gezegd dat niet iedereen dezelfde gaven krijgt en dat niet iedereen alle gaven ontvangt, maar dat er juist een mooie eenheid ontstaat als iedereen een eigen gave krijgt. Paulus gebruikt daarvoor het beeld van het ene lichaam dat vele verschillende ledematen heeft. En alleen zo kan functioneren.

Je kunt toch niet zeggen dat de Heer Jezus nu minder macht heeft dan vroeger? Wonderen kunnen gebeuren. Ook in onze eigen tijd. En ze gebeuren inderdaad en niet eens ver weg. Maar waar gaat het Jezus nu om, als hij zieken geneest? Uiteindelijk zal iedereen sterven, of je nu wonderlijk genezen bent of dat je tot je dood gehandicapt blijft.

Ja en dat is nu precies waarover het in onze tekst gaat. Er is feest in Jeruzalem en Jezus is ter plaatse. Het is sabbat en dan moet je goed uitkijken wat je doet, of liever wat je niet doet. Want er zijn farizeeën die een heleboel sabbatswetten gemaakt hebben om de sabbat naar hun idee te heiligen. Je mocht geen eten kopen of klaarmaken, je mocht geen huisraad bij je hebben op je sabbatswandeling en zo was er nog veel meer, een loodzware last voor het volk van God. Een last die God nooit opgelegd had, maar die zogenaamd ‘vrome’ voorgangers hadden verzonnen om God welgevallig te zijn.

Jezus loopt bij de Schaapspoort met zijn leerlingen. Hij gaat een heel groot gebouw binnen, laten we zeggen een groot zwembad, met wel vijf zuilengangen erom heen. In die gangen ligt een groot aantal zieken, gehandicapten, blinden, kreupelen en misvormden. Eén grote hoop ellende. Maar er is een heel kleine hoop om beter te worden. Want op ongezette tijden komt er uit de hemel een engel bij dat water en dan raakte hij dat aan. En, o wonder, dan was er voor één zieke genezing, degene die het eerst in het water wist te komen. Het was dus maar niet gewoon een verzamelplaats van zieken en gehandicapten, maar het was een plaats waar van tijd tot tijd genezing was, dat was het.

Wat doet Jezus? Gaat hij in één klap in dat grote bad Bethesda iedereen gezond maken? Dat kan hij toch? Maar nee, na even zoeken gaat hij op één man af en hij stelt hem de vraag: wilt u gezond worden? Jezus weet wat hij doet. Hij kent die man die al 38 jaar lang ziek is, zijn benen niet gebruiken kan en dus nooit bij het water kan komen als de engel daar verschijnt.  Een hopeloos geval… geen wonder voor hem, altijd is er wel iemand eerder dan hij. En hij, hij heeft ook niemand om hem in het water te gooien als het weer eens beweegt.

Dan zegt Jezus tegen hem: Sta op, pak je mat op en loop. Wat een kracht heeft zijn woord. Net als bij de schepping in Genesis 1. Zijn Vader sprak – en het gebeurde. Hier is de Zoon. Hij spreekt en het gebeurt! De patiënt is beter, niet maar een beetje, maar helemaal. Daar staat hij, daar gaat hij, daar draagt hij zijn slaapmat op zijn rug. De mensen om hem heen, ook de zieken, ze staan allemaal verstomd. Maar een paar farizeeën weten alleen maar te zeggen: man, het is vandaag sabbat. Dan is het niet toegestaan om met een slaapmat over de straat te lopen.

Later komt hij in de tempel Jezus weer tegen. Dan begrijpt hij wie hem beter gemaakt heeft en kan hij dat aan de farizeeën gaan vertellen. Jezus, het is Jezus die mij gezond gemaakt heeft! Maar de farizeeën kunnen alleen maar zeggen: Jezus moet dood, want hij geneest mensen op sabbat, vreselijk, wat een minachting van Gods heilige dag.

Ja, dan ontdekken we opeens dat het niet zozeer om een wonderlijke genezing gaat, maar om de vraag wat Jezus mag doen, ook op sabbat. En dat is dan ook de spits van deze historie. Jezus zegt: Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook. Dat is een veelzeggend woord. Want in Genesis staat dat God op de sabbat rust en geniet van zijn schepping. Dat was voor de zondeval. Maar nu, nu heel de wereld in zonde is gevallen, en zeker wanneer Jezus hier op aarde zijn werk doet, is er voor zijn Vader geen rust meer. En ook voor Jezus niet.

God neemt geen rust meer totdat hij heel zijn schepping heeft bevrijd van zonde en dood. Daarom geneest Jezus deze man, juist op sabbat. Tegelijk laat Jezus duidelijk zien, dat hij dus niet gekomen is om zoveel mogelijk mensen van hun aardse ziekten en ongemakken af te helpen. Hij heeft een veel grotere taak. Hij komt ten diepste om ons te verlossen van onze zonden.

Want, waar zonde is, is schuld. En voor zondige mensen is er op geen enkele manier een weg naar God de Vader. Dat is de grote narigheid voor ieder in deze wereld. Niet maar dat je allerlei ziekten en rampen kunnen treffen, maar dat je het eeuwige leven misloopt. Het leven zoals God dat in het begin heeft bedoeld.

Jezus geneest. Nou en of. Maar het is maar de vraag of je ziet met welke genezing de Heer naar ons toekomt. Blijven we stilstaan bij de tekenen die hij doet, of worden we daardoor juist nieuwsgierig naar de grote verlossing die hij geeft aan ieder die in hem gelooft.

Kijk, het is prachtig als onze Heer Jezus tekenen doet, ook in onze tijd. Er zijn kerken die dat heel erg vergeten zijn. Er zijn kerkleden die het gewoonweg ontkennen: er zijn geen wonderen van Jezus meer, zoals die er vroeger waren. Maar Jezus is machtig en hij blijft machtig. Ook in onze tijd. Als hij tekenen geeft van zijn majesteit, van zijn priesterlijke ontferming in deze wereld, dan is dat geweldig. Maar we moeten niet bij die tekenen blijven staan.

Hij geeft ze om ons door die tekens te laten zien dat hij een veel grotere verlossing op het oog heeft. Wie een wonder heeft ervaren in zijn of haar leven weet toch zeker dat hij eens zal sterven, een wondergenezing helpt daar echt niet tegen. Maar iedereen weet hoeveel macht hij heeft en iedereen in de omgeving te Bethesda was daar getuige van. Ze hebben Jezus gezien in dat wonder.

En dan is de vraag: hoeveel van die mensen in Bethesda hebben zich door dat wonder laten overtuigen van die grote verlossing die bij Jezus te vinden is? Dat geldt net zo goed voor ons. Als je van zo’n wondergenezing getuige mag zijn, zeg dan niet: waarom worden er niet meer mensen genezen, waarom mijn gehandicapte moeder niet, waarom mijn verlamde vader niet, waarom mijn blinde kind niet?

Maar prijs luidkeels en met vreugde de Heer dat hij ook in onze tijd nog zichtbare tekenen en wonderen bij enkelingen doet om ons allemaal te overtuigen van het onzichtbare wonder van het eeuwige leven dat hij geven wil aan ieder die gelooft en daarom van harte Jezus eert en hem dankbaar als zijn Verlosser aanneemt.

 

Prijs Jezus hartelijk nu en tot in eeuwigheid om zijn grote en onvoorstelbare genade

Amen.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De hoofdgedachten van Hidegard van Bingen

Standaard

categorie : Hildegard van Bingen

 

 

 

hildegard

 

.

 

De hoofdgedachten zijn:

.

Kosmos, geboorte, levensloop en sterven van de mens;

zondeval en verlossing door Christus (niet door de engelen);

de H. Drievuldigheid;

Doopsel en de Kerk als lichaam van Christus;

de Kerk als Stad Gods in de loop der geschiedenis, waarin de mysteries van Christus en der gelovigen centraal staan;

de Wederkomst en het Oordeel;

 

.

 

Eigenlijk als in de Bijbel

 

a) Oude Testament,

b) Nieuwe Testament

c) Apocalyps.

.

 

Dit kader waarbinnen het geheel van Scivias is opgebouwd kunnen we ook leren kennen door uit de tekst van de visioenen die passages te lichten waar sprake is van de Stem uit de Hoge. Als we dan uit de toespraak bij ieder visioen de kernboodschap nemen, en we schrijven al deze boodschappen achter elkaar op, dan hebben we de mooiste samenvatting van de boodschap en de getuigenis van Hildegard, die dan ongeveer als volgt luidt:

.

 

Eerste Boek:

 

scivias-ken-de-wegen-set-deel-1-en-2

.

 

 

De boodschap is: God die alles geschapen heeft en regeert, zal degenen die Hem in ootmoed dienen, met hemels licht doorstralen om hen die er mee instemmen tot ware aanschouwing te voeren.

.

“Hildegardis, roep, ja schreeuw het uit, wat je existentieel in één lichtflits, in één mystieke ervaring hebt mogen beleven. Ik, God, dwing je daartoe. Immers, zij die eigenlijk de blijde boodschap, het evangelie moesten verkondigen, laten door zelfzucht verstek gaan.”

“Dit zijn de wegen des Heren. Wie instemt met God zal nooit uit het hemels evenwicht losgerukt worden wees dus niet bang. Immers, in de geschapen, zichtbare dingen openbaart God de onzichtbare geestelijke dingen.”

De grootste openbaring is, dat de tweede Persoon van de H. Drieëenheid voor ons zichtbaar is geworden door de Menswording uit de Maagd Maria. Omdat eens Adam en na hem ieder mens in schuld verstrikt is geraakt, wil Gods Woord zelf, door ook mens te worden, ons hulp bieden en ons terug voeren op de wegen des Heren.

Vóór de Menswording van Christus hield God het uitverkoren volk wel de wet voor. Het bleek dat deze te zwaar was voor hen. Christus heeft die gestrengheid in de mildheid der genade veranderd en zalfde zó de mens die door de wet gewond was geraakt.

Vóór Christus, in Christus’ dagen en na Christus’ helpen de engelen ieder van ons, door Gods boodschappen over de juiste wegen door te geven.

 

 

Tweede Boek:

 

 

scivias-deel-2-198x300

.

.

 

Verlossingswerk gezien van God uit.

.

“Ondanks de tegenwerking van de geestelijkheid die je, om je vrouw-zijn, het spreken wil beletten: Roep toch, zoals Ik het je geopenbaard heb”.

De levende God schiep alles door Zijn Woord en door ditzelfde Woord verlost Hij de mens en brengt hij hem in het hemelse Jeruzalem. Deze verlossingswil ligt in het hart van de H. Drievuldigheid. Daar ligt de bron van alle natuurlijk en geestelijk leven. De hemelse stad Jeruzalem, welke hier op aarde reeds in de Kerk een aanvang neemt, wordt gevormd door levende stenen.

Dat zijn zowel de grote als de kleine gelovigen, gelijk ook een net grote en kleine vissen ophaalt. Iedere gelovige, groot en klein, wordt herboren in het doopsel en ontvangt zijn volwassenheid door de zalving van de H. Geest. Maar de uitgroei naar volwassenheid wordt hevig tegengewerkt door de gevallen engel en zijn trawanten. Christus echter overwint hen.

 

.

Derde Boek:

 

 

deel 3

 

.

 

Verlossingswerk gezien vanuit de mens.

.

Nu volgt onder het dynamisch beeld van de opbouw van een stad, weer de verkondiging van dezelfde mystieke verlichting. Justitia, de Gerechtigheid Gods, eist dat de Schepper, die ook de Verlosser is, alle eer toekomt en in trouw geloof aanbeden wordt.

Op het fundament van dit geloof wordt het gebouw van de Gerechtigheid opgetrokken. Vóór het Oude Verbond was alleen de aanleg te zien, denken we slechts aan de aartsvaders. Maar onder de joodse wet en met Christus’ komst ging het gebouw de hoogte in. Omwille van Gods Zoon toont God zich in het Nieuwe Verbond wel mild, maar Hij straft in een scherp oordeel elk verhard gemoed dat de Geest versmaadt.

Het Oude Verbond liet duidelijk zien, wat de eerste voorwaarde is voor de geestelijke opbouw, n.l. in deemoed gehoorzaamheid betuigen aan wie door de Geest in gezag gesteld zijn. Door Christus is het mysterie van de Drieëenheid openbaar geworden, maar net als met het mysterie van de Menswording van de tweede Persoon kan men deze geheimen alleen doorgronden in zover de H. Geest ze wil openbaren.

De Zoon Gods roept alle deugdzamen op om samen de verdedigingsmuur te vormen tegen de vijand, opdat geen gelovige door duivelse list geroofd kan worden. Ieder die zichzelf weet te verloochenen, ontdekt dat de Zoon Gods, die zetelt op hoeksteen in het Oosten, degene is uit wie alles voortkomt en tot wie alles terugkeert.

Wel gaat al het geschapene te gronde, maar de bruid van de Zoon Gods zal in groter heerlijkheid opstaan en in de armen van haar geliefde vallen. Al het geschapene zal overgaan in een nooit eindigend lichtvisioen waar een nieuw lied weerklinkt:

“Lofzang komt de hoogste Schepper toe, door Wie niet alleen de volmaakte gelovigen als engelen en heiligen, maar ook de steeds struikelende gelovigen met de hulp van Zijn genade tot de hemelse glorie worden gevoerd. Amen”.

Als we nu deze samenvatting overlezen, komen twee blijde boodschappen op ons af. In de eerste gaat het over God en het mensgeworden Woord, Christus, en daarna over de Kerk als stad, als een bolwerk met verdedigingsmuren, waarvan alles steunt op één hoeksteen. Die hoeksteen is weer de Christus en zo wordt er een nauw verband gelegd tussen God, Christus en de stad Jeruzalem ofwel de Kerk.

En deze verhouding tussen Christus en de Kerk wordt op het einde bij de wederkomst des Heren geformuleerd in termen van de bruid die in de armen van haar Geliefde zal vallen. Dit is de eerste boodschap door onze profetes verkondigd.

Maar de tweede is wellicht nog belangrijker. Aan de absolute eis van de Justitia, dat aan de Schepper, die tevens de Verlosser is, alle eer moet toekomen, is uiteindelijk volledig voldaan. De wegen des Heren leiden hoe dan ook alle naar God zelf. Daarom hoort Hildegard aan het slot een nieuw lied:

“Lofzang komt de hoogste Schepper toe door Wie niet alleen de volmaakte gelovigen, als engelen en heiligen, maar ook de steeds struikelende gelovigen met de hulp van Zijn genade tot de hemelse glorie worden gevoerd”.

Wat is het nieuwe in dit lied? Dat dank zij het verlossende lijden van Christus ook de zwakke broeders in het geloof het einddoel zullen bereiken. De blijde boodschap, het ware Evangelie, is dat Christus in het hart van de Drieëenheid zich ontfermt over de arme massa.

God kan aanvullen wat er bij ons kleingelovigen ontbreekt en Hij heeft dit ook gedaan. De grootheid van God is dat Hij, toen de hoogste geesten weigerden Hem te aanbidden en in de afgrond vielen, de minste der geesten, de mens, in hun plaats koos. En God heeft kans gezien om de onvolmaakte mens binnen te dragen in Zijn Rijk om de opengevallen plaatsen in te nemen.

Terecht zou iemand kunnen opmerken: Wat Hildegard ons als profetes meent te moeten meedelen, is toch eigenlijk geen nieuws! Wat de leer betreft inderdaad niet, maar wat de beleving en verkondiging ervan betreft wel.

Hier treedt een vrouw naar voren, die ons verzekert geroepen te zijn, om de door God aangewezen bisschoppen en priesters terecht te wijzen. De hele Scivias is gericht tot de geestelijkheid, die volgens de hemelse stem haar plicht verwaarloost.

Maar Hildegard aarzelde lang om deze opdracht te vervullen, wat helemaal niet moeilijk te begrijpen is. Zij was immers een vrouw en vrouwen hadden zeker in háár tijd geen enkele stem in de kerkelijke hiërarchie. Toen zij desondanks begon te spreken, voelde zij het als een bijna onoverkomelijk bezwaar, dat zij geen onderricht had gehad in welsprekendheid.

Het nauwelijks Latijn dat zij kende had ze zich eigen gemaakt door het veelvuldig lezen en zingen van de H. Schrift. En toch moest zij spreken, maar hoe? Terwijl zij over de korte maar hevige ervaring van de Godsontmoeting en verlichting begon na te denken, waaierde het licht uit als een regenboog, of beter als een reeks kerkramen van gebrandschilderd glas in een kathedraal.

Het licht werd haar duidelijk in beelden maar altijd in beelden die in haar geheugen reeds aanwezig waren. Als zij deze dan ook beschrijft, herkennen we veel motieven uit de kerkelijke iconografie van de eerste eeuwen van het christendom.

Evenwel, de bekende beelden waren voor haar niet toereikend om haar strikt persoonlijke ervaring tot uitdrukking te brengen. Voor die momenten ontwerpt Hildegard nieuwe composities van vorm en kleur. Daarom dienen we attent te zijn zodra we, bij het bestuderen van de vijfendertig miniaturen, nieuwe iconografische gegevens tegenkomen.

Bij die nieuwe voorstellingen en kleurencombinaties kunnen we er op rekenen, dat in de tekst hele persoonlijke ontboezemingen onder woorden zijn gebracht en wel zo persoonlijk, dat we van unieke ervaringen van zuiver mystiek gehalte kunnen spreken.

.

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

 

De 7 fasen vd Wederkomst van Jezus Christus

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

 

De openbaring / John Astria

 

 

 

Algemene noot

 

1. De vermelde Bijbelteksten zijn in principe uit de Statenvertaling. Wel zijn er af en toe woorden vervangen
door meer hedendaags gebruikte woorden.

2. Regelmatig is er tekst tussen haakjes toegevoegd om de diep geestelijke betekenis van de Bijbeltekst te verduidelijken.

3. In de meeste gevallen kan daar waar hij, hem of zijn staat, om de man aan te duiden, natuurlijk
ook zij of haar gelezen worden, daar het net zo goed voor de vrouw geldt. Verder spreekt het voor zich, dat
waar gesproken wordt over ‘broeders’ ook de ‘zusters’ hierbij zijn ingesloten.

4. Overname van gedeelten, op welke wijze ook, is toegestaan, mits met bronvermelding:

zie ”De eindtijdbode” > Bijbelstudies over de eindtijd. Boekbespreking 27

 

 

Openbaring hoofdstuk 5; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De 7 fasen van de wederkomst van onze Here Jezus Christus

 

 

Fase 1: de toebereidingen van Zijn wederkomst

 

Mal. 3:1a “Ziet, Ik zend Mijn engel (of bode, uitbeelding van alle geroepen en hiertoe gezalfde dienstknechten van
onze Here Jezus Christus), die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal.”
Deze toebereiding van Zijn wederkomst gebeurt in en door de Heilige Geest met Zijn hiertoe geroepen en gezalfde menselijke “spreekbuizen” als Zijn instrumenten.

 

 

De 1ste toebereiding: de roep van de Geest ter middernacht (gedurende geestelijke, sociale en militaire middernachtelijke omstandigheden, d.w.z. in zeer duistere, moeilijke tijden).

 

Matth. 25:6-13 “En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet!
Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen. En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelf. Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! En hij, antwoordende, zei: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet. Zo waakt dan; want gij weet de dag niet, noch de ure, in welke de Zoon des mensen komen zal.”

Ef. 5:14-20 “Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die (geestelijk gezien) slaapt, en staat op uit de (geestelijke)
dood; en Christus zal over u lichten. Zie er dan op toe, dat gij voorzichtig wandelt, niet als onwijzen, maar als
wijzen. De tijd uitkopende, omdat de dagen boos zijn. Daarom weest niet onverstandig, maar verstaat, welke de
wil van de Here zij. En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest; sprekende onder elkaar met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende de Here in uw hart; dankende te allen tijd, over alle dingen, God en de Vader, in de Naam van onze Here Jezus Christus.”

 

  • Hierdoor geschiedt een algemeen geestelijk ontwaken van de hele Gemeente/Kerk.

 

 

De 2e toebereiding: De roep van de Geest tot deelname aan het avondmaal van de bruiloft van het Lam van
God.

 

Openb. 19:9 “En hij zei tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods”

Aan hen, die hier deel aan willen nemen, zal de Geest de volmaakte verlossing te weeg brengen van alle zondemacht, die hen “zonder vlek of rimpel” zal maken door hun vrijwillige en gelovige deelname aan de volmaakte wassing (reiniging) in het gestorte Bloed van Gods Lam, door gedurig Zijn vlees en Zijn bloed geestelijk te eten en te drinken (zie fase2).

Luk. 9:23-24 “En Hij zei tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij. Want zo wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen, maar zo wie zijn leven verliezen zal om Mijnentwil, die zal het behouden.

2 Kor. 4:10-11 “Altijd de doding van de Here Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het (opstandings)
leven van Jezus in ons lichaam zou geopenbaard worden. Want wij, die leven, worden altijd in de dood
overgegeven om Jezus’ wil; opdat ook het (opstandings)leven van Jezus in ons sterfelijk vlees (dus: reeds hier
op aarde) zou geopenbaard worden.”

 

 

Openbaring hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Fase 2: Zijn plotselinge komst als de Engel van het (bloed)verbond

 

Mal. 3:1b “En plotseling zal (in en door de Heilige Geest) tot Zijn tempel (d.i. tot Zijn geestelijke “vaten” – die wij
behoren te zijn) komen die Here, Die gij zoekt, te weten de Engel van het (Bloed)verbond aan Dewelke gij lust hebt (nl. de Here Jezus Christus, onzichtbaar, in en door de Heilige Geest); ziet, Hij komt, zegt de Here der heirscharen.”

  • De werkelijke totale loutering/reiniging van Zijn Bruid in het Vuur van de Geest op grond van haar geloof in het gestorte Bloed van Gods Lam, waardoor zij vlekkeloos en rimpelloos, onberispelijk rein, wordt gemaakt.

Ef. 5:26-27 “Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende door het bad met het (reinigende)
water door het Woord; opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel
heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.”

 

 

 

Fase 3: zijn wederkomst als de verkwikkende, vernieuwende Spade Regen

met Zijn overvloedig, Goddelijk Leven

 

Joël 2:23-27 “En gij, kinderen van Sion (beeld van de Gemeente/Kerk)! verheugt u en zijt blijde in de Here,
uw God; want Hij zal u geven die Leraar ter gerechtigheid (nl. de Here Jezus Christus, onzichtbaar in en door de Heilige Geest); en Hij zal u de (geestelijke) regen doen nederdalen, de Vroege Regen en de Spade (of: late) Regen (beeld van de uitstorting van de Heilige Geest) in de eerste maand (NBG: zoals voorheen, d.i. zoals in de apostolische tijd). En de dorsvloeren (van uw hart) zullen vol koren zijn, en de perskuipen van most en olie overlopen (d.i. vol van de Heilige Geest zijn).

Alzo zal Ik u de jaren vergelden, die de sprinkhaan, de kever, en de kruidworm, en de rups heeft afgegeten
(beeld van demonische machten en misleidende geesten in de Gemeente/Kerk); Mijn groot leger, dat Ik onder u gezonden heb. En gij zult overvloedig en tot verzadiging eten (van de geestelijke spijze die Ik u geef), en prijzen de Naam van de Here, uw God, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden tot in eeuwigheid. En gij zult weten, dat Ik in het midden van Israël (hier: de Gemeente/Kerk) ben, en dat Ik de here,
uw God, ben, en niemand meer; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid.”

 

 

 

Fase 4: zijn wederkomst als Bruidegom in het bruiloftsfeest van Gods Lam,

dat hier op aarde plaats zal vinden

 

Ps. 45:9-16 “Al Uw klederen zijn mirre, en aloë, en kassie; uit de elpenbenen paleizen, van waar zij U
verblijden. Dochters van koningen zijn onder Uw kostelijke staatsdochteren; de Koningin staat aan Uw rechterhand, in het fijnste goud van Ofir. Hoor, o Dochter! en zie, en neig uw oor; en vergeet uw volk en het huis van uw vader. Zo zal de Koning lust hebben aan uw schoonheid; omdat Hij uw Here is, zo buig u voor Hem neer.
En, dochter van Tyrus, de (geestelijk) rijken onder het volk, zullen uw aangezicht met geschenk smeken. De
Dochter van de Koning is geheel verheerlijkt (inwendig); haar kleding is van gouden borduurwerk (haar uitwendige, zichtbare heerlijkheid). In gestikte klederen (nl. in kleurrijk geborduurde gewaden) zal zij tot de Koning geleid worden; de jonge dochters, die achter haar zijn, haar medegezellinnen (de overigen van haar zaad).”

 

 

 

Fase 5: zijn wederkomst als de Hersteller van de gehele ware Gemeente/Kerk,

als Michaël, de Heer der heirscharen,

gevolgd door Zijn geestelijke leiding tijdens de grote wereldwijde opwekking

 

  • Voor beide geestelijke arbeid zal Hij Zijn Bruid, het geestelijke Lichaam van Christus, als Zijn instrument daartoe gebruiken en haar aangorden met grote geestelijke kracht. Dan zal Hij oorlog voeren tegen de 7 koppige zondedraak, die zich in de wereld, maar ook in de Gemeente/Kerk, schuilhoudt.

Openb. 12:3-4 “En er werd een ander teken gezien in de hemel (op aarde: beeld van de Gemeente); en ziet, er
was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke
hoeden. En zijn staart trok het derde deel van de sterren des hemels, en wierp die op de aarde. En de draak
stond voor de vrouw (Maria), die (de mannelijke zoon, Jezus Christus) baren zou, opdat hij haar  kind zou verslinden, wanneer zij het zou gebaard hebben”

Openb. 12:7-11 “En er werd krijg (d.i. oorlog/strijd) in de hemel; Michaël en zijn engelen krijgden tegen de draak, en de draak krijgde ook en zijn engelen. En zij hebben niet vermocht, en hun plaats is niet meer gevonden in de heme. En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satan, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen (demonen; afvallige engelen) zijn met hem uit de hemel geworpen. En ik hoorde een luide stem, zeggende in de hemel: Nu is de zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk geworden van onze God; en de macht van Zijn Christus; want de aanklager van onze broeders, die hen aanklaagde voor onze God dag en nacht is nedergeworpen. En zij (de oprecht gelovigen) hebben hem ( satan en zijn zondemacht) overwonnen door (hun geloof en reiniging in) het bloed van het Lam, en door het woord van hun getuigenis (d.i. de verkondiging van Christus aan anderen), en zij hebben hun (zondig, vleselijk) leven niet liefgehad tot de dood toe.”

  • Dan zal de gehele ware Gemeente/Kerk, Gods heiligdom, totaal worden gereinigd van alle zondevlek en rimpel,dus onberispelijk worden gemaakt. Daarna zal Hij Zijn met grote autoriteit Zijn geestelijke instrument gebruiken om de grote wereldwijde opwekking tot stand te brengen, waardoor een ontelbare schare van gelovigen aan Zijn ware Gemeente/Kerk zal worden toegevoegd.

 

 

Openbaring hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

Openb. 14:14-16 “En ik zag, en ziet, een witte wolk, en op de wolk was Eén gezeten, des mensen Zoon
gelijk, hebbende op Zijn hoofd een gouden kroon; en in Zijn hand een scherpe sikkel. En een andere engel
kwam uit de tempel, roepende met een luide stem tot Degene, Die op de wolk zat: Zend Uw sikkel en maai;
want de ure om te maaien is nu gekomen, omdat de oogst (van zielen) der aarde rijp is geworden. En Die op de
wolk zat, zond Zijn sikkel op de aarde, en de aarde werd gemaaid.”

 

 

Openbaring hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

Openb. 7:9 “Na deze zag ik, en ziet, een grote schare (of menigte), die niemand tellen kon, uit alle
natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor de troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte
klederen, en palmtakken waren in hun handen.”

 

Openbaring hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Fase 6: zijn wederkomst te midden van Israël als Michaël,

de Vorst van Israël, om de strijd te leiden, waardoor

het hele, reeds aan Abram beloofde land door Israël op de Arabieren zal worden veroverd

.

.

Dan. 12:1 “En te dier tijd zal Michaël (Jezus als Commandant van het leger van God, de Here der heirscharen) opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen van uw volk staat; als het zulk een tijd van benauwdheid zijn zal, (zo)als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op diezelfde tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het Boek.”

Gen. 15:18-21 “Op diezelfde dag maakte de Here een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad
heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Eufraat: De Keniet, en de
Keniziet, en de Kadmoniet, en de Hethiet, en de Fereziet, en de Refaieten, en de Amoriet, en de Kanaaniet, en
de Girgaziet, en de Jebusiet.”

Hab. 3:1-19a “Het gebed van Habakuk, de profeet. … Here, ik heb de tijding aangaande U vernomen, ik ben, Here, met vreze voor Uw werk vervuld; roep het in het leven in de loop der jaren, maak het openbaar in de loop der jaren; gedenk in de toorn aan ontfermen! God komt van Teman en de Heilige van het gebergte Paran. Zijn majesteit bedekt de hemelen, en de aarde is vol van Zijn lof. Er is een glans als van zonlicht, lichtstralen heeft Hij aan Zijn zijde en daar is het omhulsel van Zijn kracht. Voor Hem uit gaat de pest en koortsgloed volgt Hem op de voet. Hij staat en doet de aarde schudden; Hij ziet rond en doet de volken van schrik opspringen, de aloude bergen liggen verpletterd, de eeuwige heuvelen zinken ineen; de eeuwenoude wegen zijn
Zijne.

Ik zie de tenten van Kusan onder druk, de tentkleden van het land van Midjan sidderen. Is tegen de rivieren,
o Here, is tegen de rivieren Uw toorn ontbrand, of tegen de zee Uw verbolgenheid, dat Gij rijdt op Uw paarden,
op Uw zegewagens? Reeds is Uw boog ontbloot, Gij hebt U voorzien van pijlen in overvloed. sela. Gij splijt
de aarde tot rivieren, de bergen zien U, zij beven, stromen van water trekken voorbij, de watervloed verheft zijn
stem, hij steekt zijn handen omhoog. De zon, de maan treden terug in haar woning, wegens het licht van Uw
voortsnellende pijlen, wegens de glans van Uw bliksemende speer. In gramschap doorschrijdt Gij de aarde, in
toorn dorst Gij de volkeren. Gij trekt uit tot redding van Uw volk, tot redding van Uw Gezalfde. Gij verbrijzelt het
bovenste van des goddelozen huis en ontbloot het fundament tot de laatste steen.

Gij doorsteekt met zijn eigen pijlen het hoofd zijner krijgslieden, die aanstormen om mij te verstrooien met een gejuich, alsof zij de ellendige in een schuilhoek verslonden. Gij betreedt met Uw paarden de zee, de schuimende vloed der grote wateren. Toen ik het hoorde, beefde mijn binnenste; op het gerucht daarvan sidderden mijn lippen; bederf kwam in mijn gebeente en ik beefde op de plaats waar ik stond; toch zal ik rustig afwachten de dag der benauwdheid, wanneer die aanbreken zal voor het volk dat met benden ons aanvalt. Al zou de vijgeboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn, de vrucht van de olijfboom teleurstellen; al zouden de akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn, Nochtans zal ik juichen in de Here, jubelen in de God van mijn heil. De Here Here is mijn Kracht; Hij maakt mijn voeten als die der hinden, Hij doet mij treden op mijn hoogten.” (NBG-vertaling)

  • Tijdens deze oorlog, mijns inziens die van Gog en Magog (zie Ezech. 38 en 39), zullen ook alle 12 stammen van Israël door de Heer naar Kanaän worden teruggevoerd uit de landen waar ze zich gedurende de voorafgaande eeuwen hebben gevestigd, waarbij de 10 verloren gewaande stammen hun oorspronkelijke identiteit terug zullen krijgen. Deze terugkeer van alle 12 stammen van Israël gebeurt gelijktijding met de grote wereldwijde opwekking.

Jes. 11:10-16 “Want het zal geschieden ten zelve dage, dat de heidenen (de heiden-volkeren) naar de
Wortel van Isaï (d.i. het beeld van Jezus als Verlosser en Zaligmaker), Die staan zal tot een banier der volken, zullen vragen, en Zijn rust zal heerlijk zijn (d.i. het beeld van de laatste wereldwijde opwekking). Want het zal geschieden te dien dage, dat de Here ten andere male Zijn hand aanleggen zal om weer te verwerven het overblijfsel van Zijn volk, hetwelk overgebleven zal zijn van Assyrië, en van Egypte, en van Pathros, en van Morenland, en van Elam, en van Sinear, en van Hamath, en van de eilanden (beter vertaald: kustlanden) der zee (de 10 verloren gewaande stammen). En Hij zal een banier oprichten onder de heidenen, en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen, en de verstrooiden uit Juda vergaderen, van de vier einden van het aardrijk. En de nijd van Efraïm zal wegwijken, en de tegenstanders van Juda zullen uitgeroeid worden; Efraïm zal Juda niet benijden, en Juda zal Efraïm niet benauwen.

Maar zij zullen de Filistijnen (de huidige Palestijnen) op de schouder vliegen tegen het westen, en zij zullen
tezamen die van het oosten beroven; aan Edom en Moab zullen zij hun handen slaan, en de kinderen van Ammon
(de huidige Jordaniërs; met Amman als hoofdstad) zullen hun gehoorzaam zijn. Ook zal de Here de inham van de
zee van Egypte verbannen, en Hij zal Zijn hand bewegen tegen de rivier, door de sterkte van Zijn wind; en Hij
zal dezelve slaan in de zeven stromen, en Hij zal maken, dat men met schoenen daardoor zal gaan. En er zal
een gebaande weg zijn voor het overblijfsel van Zijn volk, dat overgebleven zal zijn van Assur, gelijk als Israël
geschiedde ten dage, toen het uit Egypteland optoog.”

  • De 10 verloren gewaande stammen zullen gekerstend – d.i. tot het christendom bekeerd – wederkeren)

Ezech. 39:25-29 “Daarom zo zegt de Here here: Nu zal Ik Jakobs gevangenen terugbrengen, en zal Mij
ontfermen over het gehele huis (d.i. volk) van Israël, en Ik zal ijveren over Mijn heilige Naam; als zij hun schande
zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun
land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte. Als Ik hen zal hebben teruggebracht uit de (heiden)
volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen van hun vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor
de ogen van vele heidenen; dan zullen zij weten, dat Ik, de Here, hun God ben, dewijl Ik ze gevankelijk (d.i. als
gevangenen) heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weer verzameld in hun land, en heb aldaar
niemand van hen meer overgelaten. En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn
Geest over het huis van Israël zal hebben uitgegoten, spreekt de Here Here”

  • Geen één Israëliet zal dan buiten het veroverde Kanaän zijn (zie vers 28).

 

 

De 7de en laatste fase: zijn ZICHTBARE wederkomst op aarde vanuit de wolken van de hemel

 

  • De voorgaande 6 fasen zijn onzichtbaar en gebeuren in en door Zijn Heilige Geest. Vlak vóór deze laatste fase van Zijn wederkomst gebeurt de opstanding van alle rechtvaardige doden, die dan samen met degenen, die in een punt van de tijd zijn veranderd, de opgang naar de wolken gaan maken, de wedergekomen Here tegemoet in de lucht. Dan zullen zij met Hem naar de aarde nederdalen om met Hem het 1000 jarige Godsrijk op de hele aarde te vestigen.

1 Kor. 15:51-58 “Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen
veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de
doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij (d.i. de Bruidsgemeente op aarde) zullen veranderd worden.
Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. En
wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning.
Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde; en de kracht
van de zonde is de wet. Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus. Zo
dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heren, als
die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in de Here. ”

1 Thess. 4:13-18 “Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat
gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven
is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem. Want dat zeggen
wij u door het Woord des Heren, dat wij (d.i. de Bruidsgemeente), die levend overblijven zullen (op de aarde) tot
de toekomst des Heren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Here Zelf zal met een geroep, met de stem van de archangel, en met de bazuin Gods nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij (d.i. de Bruidsgemeente), die levend overgebleven zijn (op de aarde), zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Here tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Here wezen. Zo dan, vertroost elkaar met deze woorden”

 

Openb. 20:4-5 “En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag
de zielen van degenen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods (de overigen
van haar zaad – zie Openb. 12:17), en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren. Maar de overigen der doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaren geeindigd waren. Deze is de eerste opstanding.”

  • Na de grote verdrukking van 3½ jaar zal de Here Jezus lichamelijk en dus zichtbaar deze wederkomst waar maken en uit de hemel nederdalen in grote heerlijkheid.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Matth. 24:29-35 “En terstond na de (grote) verdrukking van die dagen, zal de zon verduisterd worden,
en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen
zullen bewogen worden. En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en
dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de wolken
van de hemel, met grote kracht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van
groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve. En leert van de vijgeboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is. Alzo ook gij, wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins
voorbijgaan.”

Openb. 6:12-17 “En ik zag, toen Het (Lam) het zesde zegel geopend had, en ziet, er kwam een grote aardbeving;
en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed. En de sterren van de hemel vielen
op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij door een harde wind geschud wordt. En de
hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun
plaatsen (door grote aardbevingen). En de koningen van deze aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelf in de spelonken, en in de
steenrotsen van de bergen; en zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het
aangezicht van Degene, Die op de troon zit, en van de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is
gekomen, en wie kan (voor Zijn aangezicht) staan (d.i. stand houden)?”

  • Dan zal Hij, samen met de met Hem nederdalende 144.000 eerstelingen, alle antichristelijke mensen op aarde doden.

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Jud. 14-15 “En van dezen heeft ook (H)Enoch, de zevende van Adam, geprofeteerd, zeggende: Ziet,
de Here is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen; om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddeloos gedaan hebben, en vanwege al de
harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.”

Zach. 14:1-5 “Zie, de dag komt voor de Here, dat uw buit zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem! Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en
de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft van de stad zal uitgaan in
gevangenschap; maar het overige van het volk zal uit de stad niet uitgeroeid worden. En de Here zal uittrekken,
en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage van de strijd. En Zijn
voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in
tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene
helft van de berg zal wijken naar het noorden, en de (andere) helft ervan naar het zuiden. Dan zult gij vluchten
door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vluchten, gelijk als gij
vluchtte voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda; dan zal de Here, mijn God, komen,
en al de heiligen met U, o Here!”

Mal. 4:1 “Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, (als) een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de Here der
heirscharen (d.i. de Heer van het Goddelijke leger), Die hun noch wortel, noch tak laten zal.”

Openb. 19:11-21 “En ik zag de hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd
Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. En Zijn ogen waren als een vlam van vuur, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hij Zelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord van God. En het (Goddelijke) leger (nl. de 144.000) in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed
met wit en rein fijn linnen. En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou.

En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak met de wijn van de toorn en de
gramschap van de almachtige God. En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: Koning der
koningen, en Here der heren. En ik zag een engel, staande in de zon; en hij riep met een luide stem, zeggende
tot al de vogels, die in het midden van de hemel vlogen: Komt hierheen, en vergadert u tot het avondmaal van
de grote God; opdat gij eet het vlees van de koningen, en het vlees van de oversten over duizend, en het vlees
van de sterken, en het vlees van de paarden en van degenen, die daarop zitten; en het vlees van alle vrijen en dienstknechten, en kleinen en groten.

En ik zag het beest (d.i. de antichrist), en de koningen van deze aarde, en hun legers vergaderd, om oorlog te voeren tegen Hem, Die op het paard zat, en tegen Zijn (Goddelijk) leger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hem gedaan had, door welke hij verleid had, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die dat beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in de poel van vuur, die met zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard van Degene, Die op het paard zat, hetwelk uit Zijn mond ging; en al de vogels werden verzadigd van hun vlees.”

  • Gedurende dit 1000 jarige Rijk zal Hij alle leden van Zijn geestelijke Lichaam, ook die uit het Oude Verbond,
    brengen tot de volmaaktheid van de Christus-natuur en kleden met en tot in de volmaakte heerlijkheid van God.

 

Ef. 4:13 “Totdat wij allen zullen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte van de volheid van Christus;”

Openb. 21:11 “En zij (d.i. de Bruid) had de heerlijkheid Gods, en haar licht was aan de allerkostbaarste steen gelijk, namelijk als de steen Jaspis, blinkende gelijk kristal.”

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Dan is uiteindelijk Gods oorspronkelijk plan met de mens vervuld.

 

 

Gen. 1:26a “En God zei: Laat Ons (Vader, Zoon en Heilige Geest ) mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis.”

.

Amen

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De wereld van de geesten.

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

hildegard von bingen

.

 

 

 

De geestelijke wereld

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel op aarde te brengen en die ook te bereiken.

.

 

1. Omschrijvingen van de geest

.

Hildegard gebruikt niet het begrip ‘geest’ maar het begrip ‘ziel’. Het was in haar tijd gebruikelijk het begrip ‘ziel’ in die zin te gebruiken, naar aanleiding van de uitspraak van het vierde Concilie van Konstantinopel (869-870), canon 11: De mens heeft een rationele en intellectuele ziel.

In haar tijd was de kerk oppermachtig en het was niet raadzaam tegen haar leer in te gaan. Hildegard laat daarom de ‘ziel’ doen wat in geestkunde de ‘geest’ zou doen. Zij maakt ook gebruik van de leer van de Drieëenheid, maar geeft daar wel een geheel eigen uitleg aan: de drie personen staan voor de drie geestelijke vermogens van God.

 

 

 

2. Omschrijvingen van God

 

.

Scivias miniatuur, boek ll

Scivias miniatuur, boek ll

 

Dit is het eenvoudigste maar ook belangrijkste miniatuur van Scivias, waarover de stem van het levende Licht tegen Hildegard zegt:

.
“Dit is de diepe zin van het grote goddelijk geheim, dat helder door je werd aanschouwd, dat je zou inzien hoe groot die volheid wel is, welke geen oorsprong kent en nooit vermindert en aan wier kracht alle ‘levensstromen’ (de geschapen, menselijke geesten als ‘krachtbron’) ontspringen. Immers, als bij de Schepper en Heer de eigen levenskracht leeg zou zijn, wat zou dan zijn schepping niet leeg zijn; naar waarheid zou zij ijdel zijn. Nu herkent men in het volmaakte werk het diepste wezen van de Maker zelf”.

Duidelijk gaat Hildegard hier van de zichtbare orde der geschapen dingen over naar de innerlijke rangorde van God zelf. De goddelijke liefde voor de mens heeft zich geopenbaard door de schepping en verlossing van de mens. Hier vinden het innerlijke leven terug van God zelf. In dit visioen schrijft Hildegard als volgt:

“Toen zag ik een zeer helder licht en daar middenin een saffierblauwe mensengestalte, die geheel in een zeer zacht roodachtig trillend vuur gloeide. En dat heldere licht doordrong geheel het roodgloeiende vuur. En het roodgloeiende vuur doordrong geheel het heldere licht. En dit heldere licht en dat roodgloeiende vuur doordrongen geheel die mensengestalte. Aldus waren zij één licht, bestaande in één kracht van mogelijkheden.”

 

Er is m.a.w. sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (komt overeen met zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

.

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

“Het allerhelderste licht is ‘zonder smet van bedrog’ (is waarheid) en duidt de Vader aan.
(m.a.w. Vader – waarheid: denken)
Het allerzoetste rode vuur is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is bewustzijn)  en duidt de Heilige Geest aan.
(m.a.w. Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)
De mensengestalte is ‘zonder smet van verharding’ (is zachtmoedigheid)  en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(m.a.w. Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.”

 

.

Drieëenheid kenmerken vermogens
Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.De stem van het levende licht:

“Want uit deze bron des levens is de moederlijke liefde van Gods omhelzing gekomen, die ons tot leven voedde en die in gevaar onze helpster is die de diepste en zoetste liefde is en ons tot boetedoening onderricht.”

 

.

Het Godsbeeld in Liber Divinorum Operum, Visioen 1

 

.

liber-divinorum-operum-1-i1

 

.

 

Hildegard:

 

“In het midden van de zuidelijke windstreek aanschouwde ik in de geheimen Gods een prachtige gestalte: Zij leek op een mens. De schoonheid en helderheid van het gezicht was zo mooi dat het gemakkelijker zou zijn geweest in de zon te kijken dan naar dit gezicht.

Het hoofd was met een gouden kring omgeven: in deze kring domineerde een tweede gezicht, dat van een grijsaard, het eerste; zijn kin en baard raakten de top van zijn schedel. Aan beide zijden van de hals van de eerste gestalte was een vleugel te zien. Deze vleugels waren geheven en raakten elkaar boven de gouden kring.

Uit de uiterste punt van de kromming van de rechtervleugel kwam de kop van een adelaar; zijn ogen van vuur straalden als in een spiegel de engelachtige pracht uit. Op hetzelfde punt in de linkervleugel was een mensenhoofd te zien dat schitterde als een ster. Beide figuren waren met het gezicht naar het oosten gekeerd.

Vanuit de twee schouders van de gestalte raakte een vleugel tot de knieën. De gestalte was bekleed met een gewaad dat straalde als de zon. In haar handen droeg ze een lam dat schitterde als een met licht overgoten dag.

Met de voet verbrijzelde de gestalte een schrikwekkend, lelijk en zwart monster en een slang. De slang hield het rechteroor van het monster tussen haar tanden. Het lijf van de slang kronkelde om het hoofd van het monster, haar staart reikte aan de linkerkant van de gestalte tot haar voeten.”

 

.

De stem van het levende Licht bij dit beeld:

“Ik ben de hoogste vuurkracht, die alle levende vonken heb aangestoken en geen enkele sterfelijke dingen heb uitgeademd, maar ze in leven roep; ik heb de cirkelende cirkel (kringloop, draaikolk) met mijn bovenste vleugels, d.i. met wijsheid, ontworpen door er omheen te vliegen.

Maar ik ben ook het vurige leven van de goddelijke wezenheid en vlam op boven de schoonheid van de akkers, ik schitter in de wateren, ik brand in de zon, de maan en de sterren. En met de wind van de lucht voorzie ik alles op een levengevende wijze van een onzichtbaar leven, dat alles ondersteunt.

De lucht leeft immers in de groenheid (levenskracht) en in de bloemen, de wateren vloeien alsof ze leven, ook de zon leeft in zijn lucht; en wanneer de maan op het punt staat te verdwijnen, wordt ze door het licht van de maan aangestoken, zodat ze als het ware weer tot leven komt; ook de sterren lichten op in zijn licht alsof ze erdoor leven.

Ik heb ook de zuilen, die de hele wereldbol bevatten, gemaakt, namelijk de winden die de onderste vleugels bevatten, – dat zijn de zachtere winden – en die door hun zachtheid de sterkere winden in bedwang houden, zodat ze niet op gevaarlijke wijze zouden waaien; net zoals het lichaam de ziel bedekt (beschermt) en bevat, opdat ze niet zou sterven.

Net zoals ook de zieleadem het lichaam bijeenhoudt en het sterkte geeft, zodat het niet zou doodgaan, net zo bezielen de sterkere winden de haar onderworpen winden, zodat ze hun taak op eenstemmige wijze kunnen uitvoeren.

Zo ben ik, de vuurkracht, in hen verborgen. En terwijl ik in hen ben, branden ze uit mijn bron, zoals de zieleadem de mens voortdurend in beweging brengt en zoals de winderige vlam in de zon is. Al deze dingen leven in hun essentie en ze zijn niet in de dood gevonden, want ik ben het leven.

Ik ben ook de racionalitas (‘berekenen’: denken), die de wind van het klinkende woord bevat, waardoor elk schepsel gemaakt is; en in al die dingen heb ik mijn adem geblazen, zodat geen van deze dingen, geen enkele soort ervan sterfelijk is. Want ik ben het leven.

Want ik ben het volledige leven, die niet van de stenen afgetrokken is en niet gebloeid is op takken en niet geworteld is in de kracht van de man; integendeel, alles wat levend is, wortelt in mij. De racionalitas is immers de wortel; het klinkende woord bloeit echter in die wortel.

Vandaar: aangezien God racionalis is, hoe zou het dan kunnen dat hij niet werkzaam zou zijn, daar zijn gehele werk in de mens tot bloei komt? Want hij heeft de mens naar zijn beeld en gelijkenis gemaakt en hij heeft alle schepselen volgens hun maat in deze zelfde mens afgedrukt.

Want in de eeuwigheid reeds heeft God zijn werk, namelijk de mens, tot bestaan willen brengen; en toen hij dit werk tot een goed einde bracht, gaf hij hem alle schepselen, zodat hij met hen zijn werk zou kunnen uitvoeren, net zoals ook God zélf zijn werk, namelijk de mens, heeft gemaakt.

Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij; en ik ben het equalis leven in de eeuwigheid, die niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (nl: racionalis – officialis – equalis).

Want het feit dat ik boven de schoonheid van de akkers opvlam, dat is de materie en dat is de materie waaruit God de mens heeft gemaakt; en dat ik in de wateren schitter, dat is zoals de ziel, want zoals het water de aarde volledig bevloeid heeft, zo heeft de ziel het hele lichaam doorlopen. Het feit echter dat ik in de zon en de maan brandt, dat is de racionalitas; de sterren immers zijn ontelbare woorden van de redelijkheid.

En dat ik met de wind van de lucht alles op een levenwekkende manier als met een onzichtbaar leven vul die alles ondersteunt: dat is omdat dankzij de lucht en de wind de dingen die beginnen te kiemen tot gewassen uitgroeien en als zodanig kunnen blijven bestaan, terwijl ze door niets verwijderd zijn van datgene wat ze zijn.

En weer hoorde ik een stem die zei: “God die alles geschapen heeft, heeft de mens naar zijn beeld en gelijkenis gemaakt en heeft in hem zowel de hogere als de lagere schepsels afgedrukt; en hij had hem zo lief, dat hij hem had voorbestemd voor de plek waaruit de engel (Lucifer) verdreven werd en voor hem de heerlijkheid en de eer had uitgekozen die de andere (Adam), toen hij in de zaligheid was, verloren was. Dat is wat dit visioen, dat je nu ziet, aantoont.”

.

(samenhang met de vermogens)
“Ik ben de rationalitas (‘berekenen’, denken), die de wind van het klinkende woord bevat, de woorden van de redelijkheid waardoor elk schepsel is gemaakt.

Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij. Ik ben dienaar en toeverlaat.

En ik ben het equalis leven (betekenis ‘equalis’: a. ‘van het paard’: willen; b. ‘van de ruiter’: waarnemen; het beeld van ‘de ruiter op het paard’ is het beeld van het waarnemen en willen) in eeuwigheid, dat niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (de geestelijke vermogens behoren tot de éne geest).”

 

.

Gods kenmerken vermogens
rationalis
equalis
officialis
redelijkheid
ruiter op paard
dienstvaardigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

.

3. Vader-Moeder-God en kinderen

.

Het Scheppingsbeeld in Liber Divinorum Operum, Visioen 2

 

.

liber-divinorum-operum-2-i2

 

.

 

Hildegard :

 

“In het midden van de borst van de gestalte die ik in de zuidelijke windstreken had aanschouwd, verscheen een wonderbaarlijk rad. Het bevatte tekenen waardoor het ging lijken op het visioen in de vorm van een ei dat ik achtentwintig jaar eerder had gehad en dat ik had beschreven in het derde deel van mijn Liber Scivias.

In de kromming van de schaal van het bovenste gedeelte verscheen een kring van hel lichtend vuur boven een kring van zwart vuur. Deze twee kringen waren met elkaar verbonden op een manier dat het leek alsof ze één waren. Onder de zwarte kring verscheen een andere kring, die op zuivere ether leek en even dik was als de twee andere samen.

Vervolgens kwam er een kring te voorschijn als van vochtige lucht, hij was even dik als de hel lichtende kring van vuur. Onder deze kring van vochtige lucht verscheen er een van witte lucht die zo hard was dat hij op de pees van een mens leek; hij had de dikte van de kring van zwart vuur. Deze twee kringen waren eveneens met elkaar verbonden alsof ze één geheel vormden.

Ten slotte verscheen er onder deze witte, dichte lucht een tweede, ijle luchtlaag, die zich over de hele kring leek uit te breiden en nu eens lichte, dan weer laaghangende, donkere wolken leek op te stuwen. Deze zes kringen waren onderling zonder enige tussenruimte met elkaar verbonden. De bovenste kring overgoot de andere kringen met zijn licht, terwijl de waterhoudende kring alle andere met zijn vochtigheid bedekte.

De menselijke gestalte bezette het midden van dit reusachtige rad. Zijn schedel bevond zich boven, terwijl de voeten de kring met dichte, witte en lichtende lucht raakten. De gestrekte vingers van de rechter- en linkerhand wezen net als de armen in de vorm van een kruis naar de omtrek.

Dit hele visioen wordt beademd door de koppen van vier groepen dieren: een luipaard, een wolf, een leeuw, een beer, met daartussen een krab, een hert, een slang en een lam. Boven het hoofd van genoemde gestalte stonden de zeven planeten tegenover elkaar: drie in de kring van lichtend vuur, één in de kring van zwart vuur, en drie in de kring van zuivere ether. Alle planeten straalden in de richting van de dierenkoppen en de menselijke gestalte. 

De kring van lichtend vuur bevatte zestien belangrijke sterren, vier tussen de koppen van de luipaard en de leeuw, vier tussen die van de wolf en de leeuw, vier tussen die van de wolf en de beer, en vier tussen die van de beer en de luipaard. Acht sterren bezetten een middenpositie en stonden elkaar bij; ze bevonden zich tussen de koppen in en zonden elkaar hun stralen, die de dunne luchtlaag raakten.

De acht andere, naast de resterende dierenkoppen, bestraalden de wolken die ertegenover hingen. Op de rechterhelft van het beeld vormden twee afzonderlijke tongen twee stromen die het wiel en de menselijke gestalte bevloeiden. Hetzelfde gold voor de linkerhelft: het waren net kolkende beekjes.”

 

.

Zoals we zien is het opgeroepen universum in het geheel niet statisch van aard: actie en reactie gaan een confrontatie met elkaar aan en houden elkaar in evenwicht, zoals de energie van vuur wordt getemperd door de vochtige kring. Het heelal staat voornamelijk bloot aan winden (geestelijke invloeden).

De leeuwekop staat voor de zuidenwind, de belangrijkste, die vergezeld gaat van de wind uit twee aangrenzende streken, verzinnebeeld door de koppen van de slang en het lam. Deze winden houden de energie van het heelal en van de mens, die de hele schepping in zich bergen, in bedwang.

Ze beschermen hen tegen de vernietiging. De zijwinden waaien voortdurend, zij het als zwakke briesjes. Op de schrikwekkend grote kracht van de voornaamste winden wordt geen beroep gedaan; dat gebeurt pas op de dag van Gods Oordeel, bij de ondergang van de wereld, om de laatste tuchtiging toe te passen. De zuidenwind zorgt voor hittegolven en grote overstromingen, de noordenwind brengt bliksem en donder, hagel en koude met zich mee.

 

 

 

4.  De liefde

 

.

De stem van het levende licht:

“Want uit deze bron des levens is de moederlijke liefde van Gods omhelzing gekomen, die ons tot leven voedde en die in gevaar onze helpster is, … die de diepste en zoetste liefde is en ons tot boetedoening onderricht.”

 

 

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

.

JOHN ASTRIA