Tagarchief: Daniël

Het beeld van het beest.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het Beeld van het Beest is het toekomstige beeld dat op bevel van het Beest uit de Aarde (= de valse profeet, de antichrist) door de mensen gemaakt wordt voor het Beest uit de Zee, een grote politieke leider. Als het beeld klaar is, krijgt het Aardebeest van hogerhand de macht om het beeld adem te geven, leven in te blazen. Het beeld moet aanbeden worden. Het zorgt ervoor dat iedereen die het beeld niet aanbidt, gedood wordt.

.

 

Openbaring 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

Openbaring 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

pasteltekening van John Astria

 

 

.

Openbaring 13:14. En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer leefde, een beeld moesten maken.


Openbaring 13:15. En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.

Het Beeld van het Beest wordt massaal aanbeden (vgl. Opb. 14:9; 14:11; 16:2; 19:20). Opvallend is dat het Beest uit de Zee deze beeldverering kennelijk goedvindt, hoewel hij zich verzet en zich verheft tegen al wat een voorwerp van verering is (2 Thess. 2:4). Een dergelijke tegenstrijdigheid betreft ook zijn afwijzing van al wat God heet, hoewel hijzelf “in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is” (2 Thess. 2:4). Vergelijk de voorzegging door de engel aan Daniël over een toekomstige koning:

Da 11:36.  Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren.


Da 11:37.  En hij zal niet letten op de goden van zijn vaderen, [en] ook niet op het verlangen van de vrouwen. Hij zal op geen enkele god letten, maar zichzelf boven alles groot maken.


Da 11:38.  En hij zal de god van de vestingen in zijn standplaats eren. Hij zal namelijk de god die zijn vaderen niet gekend hebben, eren met goud, met zilver, met edelgesteente en met kostbaarheden.

Da 11:39.  Hij zal versterkte vestingen maken samen met een vreemde God. Voor hen die hij zal kennen, zal hij de eer laten toenemen en hen laten heersen over velen en hij zal het land uitdelen als beloning.

Aanbidding van het Zeebeest en zijn beeld is je reinste afgodendienst. Er zullen echter mensen zijn die er niet aan mee doen. Zij weten dat God een na-ijverig God is en geen aanbidding van mensen of beelden kan verdragen.

Exodus 20:2.  Ik ben de Heere, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.


Exodus 20:3.  U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.


Exodus 20:4.  U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.


Exodus 20:5.  U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de Heere, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,


Exodus 20:6. Maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.

Degenen die weigeren mee te doen aan de aanbidding van het Beeld en van het Beest en ook het merkteken van het Beest weigeren, al kost het ook hun leven, zijn overwinnaars en zullen opgewekt worden en met Christus in het duizendjarig Vrederijk regeren.

Openbaring 15:2.  En ik zag als een glazen zee met vuur gemengd, en hen die de overwinning behaald hadden over het beest en over zijn beeld en over het getal van zijn naam, op de glazen zee staan met harpen van God.

Openbaring 20:4.  En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren.

 

 

Openbaring 20 : de eerste opstanding en de tweede dood

Openbaring 20 : de eerste opstanding en de tweede dood

 

pasteltekening van John Astria

 

 

.

Het Beeld van het beest dan wel het Beest zelf is waarschijnlijk gelijk aan de gruwel der verwoesting‘ waarvan door de profeet Daniël gesproken is. De Heer Jezus verwijst naar deze de gruwel, die in ‘de heilige plaats’ , de tempel in Jeruzalem, zal staan.

Mattheüs 24:14.  En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.


Mattheüs 24:15.  Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniel gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op)


Mattheüs 24:16.  laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen.

 

.

 

Voorafschaduwing

.

Een historische voorafschaduwing van het Beeld is het gouden beeld dat de beroemde Babylonische koning Nebukadnezar liet oprichten en waarvoor iedereen moest buigen. Het was ongeveer 30 meter (60 el) hoog en 3 meter (6 el) breed. Wie weigerde te buigen, moest in een brandende oven geworpen worden.

Daniël 3:1.  Koning Nebukadnezar maakte een gouden beeld, waarvan de hoogte zestig el was, en zijn breedte zes el. Hij richtte het op in het dal Dura, in het gewest Babel.

Daniël 3:5.  Op het moment dat u het geluid hoort van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, panfluit, en allerlei muziekinstrumenten, moet u neervallen en het gouden beeld aanbidden dat koning Nebukadnezar heeft opgericht.

Daniël 3:6. Wie niet neervalt en aanbidt, zal op hetzelfde ogenblik midden in de brandende vuuroven worden geworpen.

Daniël 3:7.  Daarom, zodra al de volken het geluid hoorden van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, en allerlei muziekinstrumenten, vielen op datzelfde tijdstip alle volken, natiën en talen neer, [en] aanbaden het gouden beeld dat koning Nebukadnezar had opgericht.

.

 

Beeld van Nebukadnezar.jpg
Afbeelding: gedwongen verering van het beeld van Nebukadnezar.
Het 30 meter hoge beeld is naar verhouding nog te klein getekend.

.

.

.

Drie Joodse mannen, namelijk Sadrach, Mesach en Abed-Nego, die Nebukadnezar over het bestuur van het gewest Babel had aangesteld, weigerden het gouden beeld te aanbidden. Zij werden er dan ook van beschuldigd dat zij Nebukadnezars goden niet vereren en het gouden beeld niet aanbidden (Dan. 3:12). Zij antwoordden de koning:

Daniël 3:17.  Als het moet, kan onze God, Die wij vereren, ons verlossen uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons, o koning, uit uw hand verlossen.


Daniël 3:18.  En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden.

Daarop werden ze in de brandende oven geworpen. In de oven verscheen een vierde persoon, een engel, en deze was bij de mannen en zij werden gespaard. Nebukadnezar zag hun wonderlijke bewaring en riep de Joden uit de oven terug. Hij noemde ze “dienaren van de allerhoogste God” (Dan. 3:26). Er was aan de mannen helemaal niet te merken dat ze in de oven waren geweest.

Daniël 3:27. Toen kwamen de stadhouders, de machthebbers, de landvoogden en de raadslieden van de koning bijeen. Zij zagen aan deze mannen dat het vuur geen vat had gekregen op hun lichaam: het haar van hun hoofd was niet geschroeid, en hun mantels waren niet verteerd, ja, er hing [zelfs] geen brandlucht aan hen.


Daniël 3:28.  Nebukadnezar nam het woord en zei: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, Die Zijn engel heeft gezonden en Zijn dienaren heeft verlost, die op Hem hebben vertrouwd, het bevel van de koning hebben weerstaan en hun lichaam hebben overgegeven, omdat zij geen enkele god wilden vereren of aanbidden dan hún God.


Daniël 3:29.  Daarom wordt door mij een bevel uitgevaardigd dat elk volk, [elke] natie of taal die lasterlijke dingen zegt over de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, in stukken zal worden gehouwen en dat zijn huis tot een mesthoop zal worden gemaakt, want er is geen andere god die zo redden kan.


Daniël 3:30.  Toen maakte de koning Sadrach, Mesach en Abed-Nego voorspoedig in het gewest Babel.

 

.

.

In meerdere opzichten schaduwt Nebukadnezars beeld het beeld van het Beest vooraf

.

  1. het beeld is een beeld van de grote Leider
  2. de gedwongen aanbiddig
  3. de massaliteit van de aanbidding
  4. de doodstraf bij weigering

Een eigentijdse voorloper van de verering van een mansbeeld is de eer die burgers in Noord-Korea dagelijks moeten bewijzen aan Kim Il-Sung, bij diens immense standbeeld in de hoofdstad van het land. Wie dat niet doet, riskeert het strafkamp.

 

 

Standbeeld-Kim_Il_Sung-John_Pavelka.jpg

Foto: eerbetoon bij het 23 meter hoge standbeeld van Kim Il-Sung.
Het beeld van Nebukadnezar was zo’n 7 meter hoger.

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Advertenties

Daniël : voorspelling van de komst van de Messias en zijn geboortejaar

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Daniël en zijn profetie over de komst van de Messias.

Tot op het jaar nauwkeurig over de komst van Jezus

 

Een opvallende profetie in Daniel 9:24-26 geeft ons het exacte jaar wanneer een gezalfde zou verschijnen. De engel Gabriel gaf deze profetie aan Daniël, ongeveer 580 jaar voor het vervullen daarvan. In het onderstaande artikel zullen we de volgende profetie en zijn vervulling nader bekijken:

 

24 Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk
en je heilige stad, voordat aan de overtredingen
een einde komt en de zonden zijn afgesloten,
voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige
gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch
visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd.
25 Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik
waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem
hersteld en weer opgebouwd zal worden tot
het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt,
zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en
de wederopbouw van de stad, met pleinen
en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren,
en het zal een tijd van verdrukking zijn.
26 Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde
worden vermoord, zonder dat iemand het voor
hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst
zal verderf brengen over de stad en het heiligdom.
Hij zal zijn einde vinden in een overstroming.
Tot aan het einde van de strijd zullen er
verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld.

 

 

 

Zeven Weken

 

Het hebreeuwse woord shevu’ah wordt in de meeste vertalingen vertaald in weken. Shevu’ah komt van het woord sheva’ wat letterlijk zeven betekent. Terwijl dit kan betekenen dat hier een zevendaagse week bedoeld wordt, is dat duidelijk niet het geval, omdat in de tekst gekozen is voor de mannelijke vorm en niet de doorgaans gehanteerde vrouwelijke naamval van het woord.

Daarnaast komt de bedoelde betekenis van zeven onder meer naar voren, nadat Daniel eerder in het Bijbelboek heel specifiek spreekt over een profetische periode van 70 jaren. In het antwoord op dit gebed, wordt hem geprofeteerd over een periode van 70 zevens, aangevende een periode van 70 maal zevens in jaren (kijkende naar de context), daarmee doelende op 70 maal een zevenjarige periode.

Het toevoegen van 7 keer 7 jaar (49 jaren vanaf het decreet tot aan de verschijning van een vorst) aan 62 van deze zeven jaarperiodes (434 jaar aangevende de duur van de wederopbouw), brengt het totaal op 483 jaar

Simpel gezegd: het optellen van de weken (tot het aangegeven totaal van 69 weken), dat zal ingaan vanaf het moment dat er bij decreet besloten wordt om de muren van Jeruzalem te herbouwen, geeft ons het jaar waarop de Messias (de Gezalfde) in Zijn hoedanigheid zou verschijnen.

Nadat de Babylonieërs in 586 v. Chr. Jeruzalem hadden verwoest, werd het Babylonische rijk verdrongen door het rijk van de Meden en Perzen. Gedurende de heerschappij van de Perzische koningen zijn er enkele malen decreten uitgevaardigd die zowel in de Bijbel (o.a. in Ezra 1:1-2 en Ezra 6:8) als in de geschiedenisboekjes beschreven worden.

Maar het duurde tot 457 v. Chr. voordat een officieel decreet werd uitgevaardigd door de Perzische koning Artaxerxes I en zijn zeven raadgevers. In dit decreet werd het Joodse volk het recht gegeven om Jeruzalem weer op te bouwen.

Telt men de voorzegde 483 jaren op bij het jaartal 457 v. Chr., dan komt men op het jaartal 27 n. Chr. Omdat er geen jaar 0 bestaat is dit “jaar” zodoende niet meegenomen in de begroting. Het jaar 27 was het jaar waarin Jezus gedoopt werd en Hij zijn taak in / voor de wereld op Zijn schouders nam.

 

 

 

Maar het gaat nog verder

 

Profetische jaren zoals ze in de Bijbel worden gehanteerd bestaan uit 360 dagen. Zodoende zijn 483 profetische jaren in onze jaartelling (van 365,5 dagen) 476 jaren (483 x 360 : 365,5 = 476). Zodoende zouden we dan moeten verwachten dat er een decreet uitgegaan moet zijn 476 jaren voor de geboorte of komst van de Messias en inderdaad kunnen we deze ook aantreffen. Ten tijde van Esther is er (door de Perzische koning Xerxes) een zelfde soort decreet uitgevaardigd (Esther 2:8). Dit gebeurde in het jaar 480 v. Chr. (Thermopylae anyone ;-)) en door de eerder genoemde 476 jaren op te tellen komt men uit op het jaar 4 v. Chr. Hetzelfde jaar waarin Yeshua te Betlehem geboren werd.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Satans aanval op boodschappers van God

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

 

De boodschapper van Daniël

De boodschapper van Daniël

 

 

 

Daniël 10

 

10 In het derde regeringsjaar van koning Kores van Perzië kreeg Daniël, ook wel Beltsazar genoemd, een openbaring. Het ging over dingen die onherroepelijk in de toekomst zouden gebeuren, over tijden van grote nood. Deze keer begreep Daniël de betekenis van wat hem werd bekendgemaakt.

Ik, Daniël, was al drie weken in rouw over mijn volk.

Al die tijd had ik geen wijn of vlees of andere lekkere dingen gegeten. Ook verzorgde ik mijn uiterlijk niet.

Op de vierentwintigste dag van de eerste maand stond ik aan de oever van de rivier de Tigris.

Ik keek op en plotseling stond voor mij een man in linnen kleren met om zijn middel een gordel van zuiver goud!

Hij had een prachtig glanzende huid. Zijn gezicht schitterde als de bliksem en zijn ogen leken op vlammende fakkels. Zijn armen en voeten glansden als gepoetst koper en zijn stem klonk als het gedruis van een grote mensenmenigte.

Alleen ikzelf zag dit visioen. De andere mannen die bij mij waren, zagen niets. Maar zij werden wel overvallen door grote angst en vluchtten weg.

Ik bleef alleen achter. Door dit indrukwekkende visioen voelde ik mij onmachtig worden. Ik werd doodsbleek en voelde me als verlamd.

Toen hij tegen mij begon te praten, viel ik flauw en lag languit op de grond.

10 Maar zijn hand raakte mij aan en richtte mij op, op handen en knieën. Ik beefde van angst.

11 Hij sprak tegen mij: “Daniël, geliefde man van God, sta op en luister aandachtig naar wat ik u te vertellen heb, want God heeft mij naar u toegestuurd.” Ik stond op, maar beefde nog steeds.

12 “Wees niet bang, Daniël”, zei hij. “Want uw gebed is in de hemel gehoord en verhoord, al vanaf de allereerste dag waarop u voor God begon te bidden om inzicht. Diezelfde dag werd ik gestuurd om u hier te ontmoeten.

13 Maar onderweg werd ik 21 dagen lang opgehouden door de machtige boze geest, die heerst over het rijk van de Perzen.  Toen kwam Michaël, één van de hoogste bevelhebbers van het hemelse leger, mij te hulp. Daardoor was ik in staat door deze blokkade heen te breken.

14 Ik ben hier gekomen om u te vertellen wat met uw volk in de eindtijd zal gebeuren. Want de vervulling van deze profetie zal nog vele jaren op zich laten wachten.”

15 Al die tijd keek ik naar de grond, niet in staat een woord uit te brengen.

16 Toen raakte iemand (hij zag eruit als een mens) mijn lippen aan en ik kon weer spreken. Ik zei tegen de persoon voor mij: “Mijn heer, ik ben verlamd van angst door uw verschijning. Ik heb geen kracht meer over.

17 Hoe kan iemand als ik zelfs maar met u spreken? Ik voel mij helemaal krachteloos en kan amper ademen.”

18 De persoon die er uitzag als een mens, raakte mij opnieuw aan waardoor ik weer wat kracht kreeg.

19 “God houdt erg veel van u”, zei hij. “Wees dus niet bang. Rustig maar. U moet heel sterk zijn!” Terwijl hij sprak, voelde ik plotseling mijn kracht terugkeren en zei: “Ga maar door, mijn heer, want dank zij u voel ik mij een stuk beter.”

20-21 Hij antwoordde: “Weet u waarom ik ben gekomen? Ik ben hier om u te vertellen wat in het ‘Waarheidsboek van de Toekomst’ staat. Wanneer ik vertrek, moet ik mij weer vechtend een weg terug banen langs de vorst der Perzen. En na hem moet ik de strijd aanbinden met de vorst van Griekenland. Alleen Michaël, de engel die waakt over uw volk Israël, zal mij daarbij terzijde staan.”

 

 

 

Satan voortdurend gevecht tegen Gods engelen en de mens

 

 

Het 21 dagen durende oponthoud van de boodschapper in de tweede hemel

Het 21 dagen durende oponthoud van de boodschapper in de tweede hemel

 

 

Hier kunnen we uit concluderen dat de boodschapper van God aangevallen werd door Satan, zowel op zijn weg naar Daniël als op zijn terugweg naar God.

Paulus sprak in de Bijbel over zijn voorrecht om de derde hemel te mogen zien, de woonplaats van God en zijn engelen. Dan moeten er ook een eerste en tweede hemel bestaan. Een plausibele uitleg is dan dat de eerste hemel de zichtbare omgeving rond de aarde is, de atmosfeer en de kosmos.

God heeft Satan en zijn gevallen engelen uit zijn derde hemel gegooid na de eerste val der engelen. Zij vertoeven op een plek tussen de eerste hemel en de derde hemel, de tweede hemel. De tweede hemel is de huidige verblijfplaats van de onzichtbare afvalligen van God die voortdurend invloed willen uitoefenen op de mens met als doel zich los te maken van God.

We lezen in Daniël 10 dat de engel Gods zich, gedurende een lang oponthoud, een weg moest banen naar de aarde om Daniël de waarheid over de toekomst mede te delen. Hij had zelfs de hulp van aartsengel Michaël nodig om te lukken. Dit oponthoud gebeurde in de tweede hemel, de laag tussen de aarde en Gods woonplaats. De boodschapper wist dat hij op zijn terugweg naar de derde hemel de hulp van Michaël zou nodig hebben.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Profetieën in het Oude Testament over Christus.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wanneer zal de Messias Jeruzalem binnengaan en

zichzelf als koning presenteren?

 

 

 

Afbeelding (5)

 

Aartsengel Michaël : Pasteltekening gemaakt door John Astria

 

 

Voorzegging: De Messias zal 69 x 7 jaar (483 jaar) na de

herbouw van de muur van Jeruzalem komen.

 

Bron: “Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk en je heilige stad, voordat aan de overtredingen een einde komt en de zonden zijn afgesloten, voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd. Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt, zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn. Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst zal verderf brengen over de stad en het heiligdom. Hij zal zijn einde vinden in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld.” (Daniël 9:24-26, ongeveer 500 jaar voor de geboorte van Jezus Christus geschreven).

Vervulling: Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit. Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Vrijwel direct zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me. En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.” Dan zal men ze meteen meegeven.’ Dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet: ‘Zeg tegen Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.”’ De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen. Ze brachten de ezelin en het veulen mee, legden er mantels op en lieten Jezus daarop plaatsnemen. Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg. De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!’ Toen hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in rep en roer. ‘Wie is die man?’ wilde men weten. Uit de menigte werd geantwoord: ‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret in Galilea.’ (Matteüs 21:1-11)

 

Uitleg: Samenvattend staat in het tekstgedeelte het volgende:

  • er komt een verordening om Jeruzalem te herbouwen;
  • Jeruzalem en de tempel zullen herbouwd worden;
  • de gezalfde zal vermoord worden;
  • Jeruzalem en de tempel zullen opnieuw worden verwoest.

 

Deze profetie uit het Bijbelboek Daniël voorspelt heel specifiek de dag waarop Jezus Christus Jeruzalem zou binnengaan. De website ‘Alles over Waarheid’ vat de vervulling van deze profetie kernachtig samen:

 

  • “De profetie stelt: 69 weken van jaren (69 x 7 = 483 jaar) zouden voorbijgaan tussen de verordening om Jeruzalem te herbouwen en de komst van de Messias. Dit is volgens de Babylonische kalender die 360 dagen telt, omdat het boek Daniël in Babylon werd geschreven tijdens het Joodse gevangenschap na de val van Jeruzalem. Dus, 483 jaren x 360 dagen = 173,880 dagen. Volgens de verslagen die door Sir Henry Creswicke Rawlinson in het Shushan (Susa) Paleis werden gevonden, en die door Nehemia 2:1 worden bevestigd, werd deze verordening op 14 maart, 445 voor Christus, uitgevaardigd door Artaxerxes Longimanus. Precies 173,880 dagen later, op 6 April, 32 na Christus, rijdt Jezus op een ezel Jeruzalem binnen (…). De wereld viert deze dag als Palmzondag. Vier dagen later werd Christus aan het kruis vermoord.”

 

Dat Jezus op een ezel Jeruzalem zou binnengaan als koning is voorzegd in Zacharia 9:9:

“Juich, Sion,
Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht,
bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van een ezelin.”

 

 

op21 a4

 

Het nieuwe Jeruzalem : pasteltekening gemaakt door John Astria

 

 

 

De bediening van de Messias

 

Voorzegging: Hij heeft een bediening om goed nieuws brengen aan de armen, degenen op te beuren wie alle moed verloren hebben, gevangenen de vrijheid aan te zeggen en wie opgesloten zitten, los te laten.

 

Bron: De geest van God, de Heer, rust op mij, want de Heer heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, om een genadejaar van de Heer uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten… (Jesaja 61:1-2)

Vervulling: Lucas 4: 18-19.

 

 

 

Voorzegging: Hij heeft een bediening van genezing.

 

Bron: Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten. Blinden zullen weer zien, doven weer horen. Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen: waterstromen zullen de woestijn splijten, beken de dorre vlakte doorsnijden. (Jesaja 35:5-6).

Vervulling: Blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. (Matteüs 11:5) Op vele plaatsen in de Evangeliën zien we Jezus mensen genezen van hun ziekten en kwalen.

 

 

Voorzegging: Hij zal in Galilea prediken.

 

Bron: Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen. (Jesaja 9:1)

 

Vervulling: Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen was, week hij uit naar Galilea. Hij liet Nazaret achter zich en ging wonen in Kafarnaüm, aan het Meer van Galilea, in het gebied van Zebulon en Naftali. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Land van Zebulon en Naftali, gebied aan de weg naar zee en aan de overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen, luister: Het volk dat in duisternis leefde, zag een schitterend licht, en zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het licht beschenen.’ (Matteüs 4:12-16).

 

 

 

De Messias sterft een vernederende dood

 

In Psalm 22 en Jesaja 53  lezen we dat de Messias een vernederende dood zal sterven. We zullen dit nader uitwerken aan de hand van een aantal concrete voorzeggingen over het lijden en sterven de Messias.

 

.

Voorzegging: Hij zal worden gehaat zonder reden.

 

Bron: Dit zegt de Heer, de bevrijder, de Heilige van Israël, tegen hem die smadelijk veracht wordt, die door vreemde volken wordt verafschuwd, die dienaar is van vreemde heersers: Koningen zullen dit zien en opstaan, vorsten buigen diep voorover, omwille van de Heer, die betrouwbaar is, de Heilige van Israël, die jou heeft uitgekozen. (Jesaja 49:7) Talrijker dan de haren op mijn hoofd zijn zij die mij haten zonder reden, met velen zijn mijn belagers, mijn vijanden die mij bedriegen: teruggeven moet ik wat ik niet heb geroofd. (Psalm 69:5)

Vervulling: En ze zouden niet schuldig zijn als ik niet bij hen had gedaan wat niemand anders ooit heeft gedaan. Maar ze hebben het gezien en toch mij en mijn Vader gehaat. (Johannes 15:24-25)

 

 

Voorzegging: Hij zal afgewezen worden door de Joodse leiders.

 

Bron: De steen die de bouwers afkeurden is een hoeksteen geworden. (Psalm 118:22)

Vervulling: Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.” (Matteüs 21:42) Lees ook: Johannes 7:48.

 

 

Voorzegging: Hij zal afgewezen worden door zijn eigen mensen.

 

Bron: Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren. Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht. (Jesaja 53:2-3) Lees ook: Jesaja 63:3,5 en Psalm 69:9.

Vervulling: Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan hem. (Marcus 6:3) Lees ook: Lucas 9:58 en Johannes 1:11; 7:3-5.

 

 

Voorzegging: Er zal een complot tegen hem gesmeed worden door zowel Joden als niet-Joden.

 

Bron: Waartoe leidt het woeden van de volken, het rumoer van de naties? Tot niets. De koningen van de aarde komen in verzet, de wereldmachten spannen samen tegen de Heer en zijn gezalfde. (Psalm 2:1-2).

Vervulling: Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen Jezus, uw heilige dienaar, die door u is gezalfd: Herodes, Pontius Pilatus, alle volken en ook de stammen van Israël, 28 om datgene te doen waarvan u had bepaald en voorbestemd dat het moest gebeuren. (Handelingen 4:27-28).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden verraden door een vriend.

 

Bron: Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd. (Psalm 41:10) Zie ook: Psalm 55:13-15.

Vervulling: Onder het eten zei hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’ Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: ‘Ik toch niet, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’ Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’ Nog voor hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een grote, met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters en de oudsten van het volk was gestuurd. Met hen had zijn verrader een teken afgesproken. ‘Degene die ik kus,’ had hij gezegd, ‘die is het, die moet je gevangennemen.’ Hij liep recht op Jezus af, zei: ‘Gegroet, rabbi!’ en kuste hem. Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’ Daarop kwam de bende naderbij, ze grepen Jezus vast en namen hem gevangen. (Matteüs 26:21-25 en 47-50) Zie ook Johannes 13:18-21 en Handelingen 1:16-18.

 

 

Voorzegging: Hij zal worden verkocht voor 30 zilverlingen.

 

Bron: Ik zei tegen hen: ‘Als u tevreden bent, keer me dan mijn loon uit; zo niet, laat het dan maar.’ En ze betaalden mij mijn loon uit, dertig sjekel zilver. (Zacharia 11:12).

Vervulling:: Daarop ging een van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot, naar de hogepriesters 15 en zei: ‘Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever?’ Ze betaalden hem dertig zilverstukken. (Matteüs 26:14-15).

 

 

Voorzegging: Ze vinden (de Zoon van) God slechts 30 zilverstukken waard.

 

Bron: En ze betaalden mij mijn loon uit, dertig sjekel zilver.] Toen zei de Heer tegen mij: ‘Breng het maar naar de smelter, dat vorstelijke loon dat zij me waard vinden.’ Dus smeet ik dat zilver bij de smelter in de tempel neer. (Zacharia 11:13).

Vervulling: De hogepriesters verzamelden de zilverstukken en zeiden tegen elkaar: ‘We mogen ze niet bij de tempelschat voegen, aangezien het bloedgeld is.’ Na ampel beraad kochten ze er de akker van de pottenbakker mee, die dan als begraafplaats voor vreemdelingen kon dienen. (Matteüs 27:6-7).

 

 

Voorzegging: Hij zal door zijn talmidim, zijn leerlingen worden afgevallen.

 

Bron: Zwaard, ontwaak! Verhef je tegen mijn herder, tegen de man met wie ik mij verbonden heb – spreekt de Heer van de hemelse machten. Dood de herder, zodat de schapen verdwalen. Weerloos als ze zijn zal ik ze treffen. (Zacharia 13:7).

Vervulling: Onderweg zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.” Maar dit alles gebeurt opdat de geschriften van de profeten in vervulling gaan.’ Daarop lieten alle leerlingen hem in de steek en vluchtten weg. (Matteüs 26:31,56).

 

 

Voorzegging: Hij zal zwijgen tegen zijn aanklagers.

 

Bron: Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. (Jesaja 53:7).

Vervulling: Maar op de beschuldigingen die de hogepriesters en oudsten tegen hem inbrachten, antwoordde hij niet één keer. Daarop zei Pilatus tegen hem: ‘Hoort u niet wat deze getuigen allemaal tegen u inbrengen?’ Hij gaf op geen enkele beschuldiging enig weerwoord, wat de prefect zeer verwonderde. ( Matteüs 27:12-14).

 

 

Voorzegging: Hij zal tegen zijn hoofd worden geslagen.

 

Bron: Kerf nu, krijgszuchtige vrouw, je lichaam open; onze muren worden belegerd, en hij die Israël leiden moet wordt met een staf in het gezicht geslagen. (Micha 4:14).

Vervulling: … en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd. (Matteüs 27:30).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden bespot.

 

Bron: Maar ik ben een worm en geen mens, door iedereen versmaad, bij het volk veracht. Allen die mij zien, bespotten mij, ze schudden meewarig het hoofd. (Psalm 22:7-8).

Vervulling: Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem de mantel uit, deden hem zijn kleren weer aan en leidden hem weg om hem te kruisigen. (Matteüs 27:31).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden geslagen.

 

Bron: Zoals hij velen deed huiveren – zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik, zijn uiterlijk had niets meer van een mens. (Jesaja 52:14).

Vervulling: Daarop liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jezus leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen. (Matteüs 27:26).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden bespuugd.

 

Bron: Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden. (Jesaja 50:6).

Vervulling: … en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd. (Matteüs 27:30)

 

 

Voorzegging: Zijn handen en voeten zullen worden doorboord.

 

Bron: Honden staan om mij heen, een woeste bende sluit mij in, zij hebben mijn handen en voeten doorboord. (Psalm 22:17).

Vervulling: Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. (Johannes 19:18).

 

 

Voorzegging: Hij zal dorstig zijn tijdens zijn executie.

 

Bron: Mijn kracht is droog als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte, u legt mij neer in het stof van de dood. (Psalm 22:16).

Vervulling: Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ (Johannes 19:28).

 

 

Voorzegging: Hij zal azijn aangeboden krijgen om zijn dorst mee te lessen.

 

Bron: Nee, ze mengden gif door mijn eten en lesten mijn dorst met azijn. (Psalm 69:22).

Vervulling: Ze gaven Jezus met gal vermengde wijn, maar toen hij die geproefd had, weigerde hij ervan te drinken. (Matteüs 27:34).

 

 

Voorzegging: De lucht wordt zwart.

 

Bron: Ik kan de hemel in duisternis hullen en hem bekleden met een rouwgewaad. (Jesaja 50:3) Op die dag – spreekt God, de Heer – zal ik op het middaguur de zon doen ondergaan, en het land verduisteren op klaarlichte dag. (Amos 8:9).

Vervulling: Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. (Markus 15:33).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden geëxecuteerd zonder dat zijn beenderen gebroken worden.

 

Bron: Het maal moet worden gebruikt in het huis waarin het is klaargemaakt, je mag niets van het vlees buitenshuis brengen; de botten mag je niet breken. (Exodus 12:46). Hij waakt zelfs over zijn beenderen, niet één ervan wordt verbrijzeld. (Psalm 34:21).

Vervulling: Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’ Een andere schrifttekst zegt: ‘Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken.’ (Johannes 19:33-36).

 

 

Voorzegging: Hij zal sterven voor de zonden van de mensen.

 

Bron: Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op hem neerkomen. Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen. Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor zondaars op. (Jesaja 53:5-7,12).

Vervulling: ‘… Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (Marcus 10:45) Lees ook: Johannes 1:29, 3:16 en Handelingen 8:30-35.

 

 

Voorzegging: Hij zal na zijn dood bij de rijken worden begraven.

 

Bron: Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken. (Jesaja 53:9).

Vervulling: Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was ook een leerling van Jezus geworden. Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren tegenover het graf gaan zitten. (Matteüs 27:57-60).

 

 

op22 a4

 

De levensboom : Pasteltekening gemaakt door John Astria

 

 

 

 

Hij stond op uit de dood en nam plaats aan de rechterhand van God

 

Voorzegging: Hij zal opstaan uit de dood.

 

Bron: U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien. (Psalm 16:10) Lees ook: Jesaja 53:9-10 en Psalm 2:7.

Vervulling: Matteüs 28:1-20; Handelingen 2:23-26; 13:33-37; 1 Korinthiërs 15:4-6.

 

 

Voorzegging: Hij neemt plaats ter rechterzijde van God.

 

Bron: U wijst mij de weg naar het leven: overvloedige vreugde in uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde. (Psalm 16:11) Lees ook: Psalm 68:19 en 110:1.

Vervulling: Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhoog geheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: ‘Gallileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’ (Handelingen 1:9-11) Lees ook: Lucas 24:51 en Hebreeën 7:25 en 8:2.

 

 

Conclusie

 

We hebben in de vier delen van deze serie vele tientallen profetieën die in het Oude Testament staan besproken die allemaal vooruitwijzen naar de Messias. We hebben deze voorzeggingen niet uitputtend behandeld, er zijn er nog veel meer. Wat kunnen we concluderen uit de door ons behandelde profetieën? Is Jezus de beloofde Messias? Laten we horen wat Jezus hier zelf over te zeggen heeft.

  • “Hij (Jezus/Yeshua) zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’ (Lucas 24:44)

 

En alle voorzeggingen zijn daadwerkelijk vervuld in de persoon van Yeshua (de Hebreeuwse naam voor Jezus), de Christus. Hij komt exact overeen met de profielschets van de Messias zoals deze tot uitdrukking komt in de Tenakh, het Oude Testament.

In het klassiek geworden en veelvuldig geciteerde boek, ‘Science Speaks’, presenteert wiskundige Peter W. Stoner zeer gedetailleerde berekeningen die aantonen dat het zeer onwaarschijnlijk is dat op basis van toeval iemand zou voldoen aan het profiel van de Messias. Hij berekende dat de kans van Yeshua van Nazareth op het vervullen van 48 profetieën (en er zijn er veel meer!) 1 op de biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen is. Die kans is dus astronomisch klein. Zo kan Petrus met recht en rede in Handelingen 3:18 zeggen:

  • “Zo heeft God echter in vervulling doen gaan wat hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat zijn messias zou lijden en sterven.”

 

Jezus is de beloofde Messias.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

                                                          

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De 70 jaarweken van Daniël 9

Standaard

categorie : religie

 

 

De 70 jaarweken van Daniël 9

 

 

Afbeelding-17-Zeventig-Jaarweken

 

Daniël (geboren ca. 622 v.Chr.) was een van de profeten die in de tijd van het Oude Testament het woord van God ontvingen en doorgaven. Hij schreef het naar hem genoemde bijbelboek Daniël. Zijn naam betekent ‘God is rechter’. Uit zijn boek komt naar voren dat God de heidense wereldrijken oordeelt. Het rijk van de Mensenzoon  zal het geheel van de rijken vernietigen. In het leven van Daniël zien we hoe God het einde van het Babylonische rijk beslist.

In Dan. 9 verschijnt de engel Gabriël aan Daniël, na zijn gebed om de verlossing van zijn volk, om hem de toekomstige dingen bekend te maken. Na 70 weken (jaarweken = 490 jaar) zal de Messias komen om de ongerechtigheid te verzoenen en een eeuwige gerechtigheid aan te brengen.

 De term jaarweek was een gebruikelijke Joodse term en betekent letterlijk zeven jaar. De term komt van Gods gebod in Leviticus 25:3-4 om een stuk land slechts voor zes jaar te bebouwen om het daarna een jaar rust (sabbatsjaar) te geven. Deze periode van zeven jaar werd bekend als een ‘jaarweek’ (Lev. 25:8). De profetie van Daniël 9 gaat dus om 70 x 7 = 490 jaar.Merk op dat deze profetie drie periodes omvat:

 

1. 7 jaarweken (49 jaren: tot de herbouw van Jeruzalem);
2. 62 jaarweken (434 jaren: vanaf de herbouw van Jeruzalem tot de komst van een Gezalfde, een vorst die vervolgens uitgeroeid wordt);
3. Laatste jaarweek (7 jaren, waarvan in de helft het offer wordt gestaakt en er een verwoesting komt).Toen de 7 + 62 jaarweken voorbij waren, kon Israël verwachten dat de Messias Zich bekend zou maken en uitgeroeid zou worden. De Joodse kalender telt 360 dagen en dus komen we op een totaal van 69 x 7 x 360 = 173.880 dagen.

 

Vers 25 vermeldt het beginpunt van de tijdrekening: “vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen”.

Dit bevel van de Perzische koning Arthahsasta vinden we in Nehemia 2. Deze koning liet dat decreet uitgaan op de eerste van de maand Nisan. Omgerekend naar onze Gregoriaanse kalender zou dat neerkomen op 14 maart 445 voor Christus. Precies 173.880 dagen vanaf deze dag zouden ons moeten brengen tot vlak voor de dood van de Messias.

Wanneer we tellen vanaf 14 maart 445 v. Chr. tot 6 april 32 na Chr., hebben we 477 jaar en 24 dagen en komen we dus niet goed uit. We moeten echter één jaar in mindering brengen omdat er slechts één jaar verstrijkt tussen het jaar 1 voor Christus en het jaar 1 na Christus. Dit maakt 476 jaar en 24 dagen of 173.764 dagen. Dan moeten we 119 dagen toevoegen voor de 119 schrikkeljaren in deze 476 jaar (476 gedeeld door 4). Nu hebben we 173.883 dagen.

Er is echter een kleine onnauwkeurigheid in de Juliaanse kalender ( ten tijde van Julius Caesar ) wanneer we die met een zonnejaar vergelijken. Een Juliaans jaar is 1/128ste van een dag langer dan een Joods zonnejaar. Wanneer we 476 jaar vermenigvuldigen met 1/128, krijgen we drie dagen. Deze drie dagen afgetrokken van onze 173.883 dagen, komen we op 173.880 dagen die ons brengen op ‘Palmzondag’, 6 april 32 na Chr.

God voorzegde op de dag nauwkeurig wanneer de Messias, rijdend op een ezelinnejong (Zach. 9:9) Zichzelf zou bekendmaken als Messias en Koning van Israël (Matt. 21:1-11 en Lucas 19:28-44).  Het is deze dag die de profetie van Daniël 9 exact had voorzegd en waarop binnen enkele dagen Jezus’ kruisiging volgde.

 

 

 

De 70 jaarweken uitgebreid

 

De profetie van de zeventig weken in Daniël 9 wordt wel de ruggengraat van de profetie genoemd. Zij geeft Daniël een geweldig overzicht over de toekomstige gebeurtenissen voor zijn volk Israël.

 

De zeventig weken

 

Vanaf vers 24 van Daniël 9 zien we de profetie over de zeventig weken beschreven. Zeventig weken zullen voorbijgaan en dan zal het volledige herstel van Israël plaatsvinden.

″Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en de profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven. Weet dan, en versta: van dat het woord uitging, om te doen weerkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen weer gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.

En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn; en een volk van de vorst, dat komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vast besloten verwoestingen. En hij zal velen het verbond versterken, één week; en op de helft van de week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vast besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste” (Dan. 9:24-27).

Let op hoe volkomen dat herstel zal zijn. Dit herstel gaat veel verder dan de herbouw van de tempel en de stad Jeruzalem. Dit herstel spreekt over de tijd van het Vrederijk, waarin de Heere Jezus koning zal zijn over en te midden van Zijn volk. Dat zal alles plaatsvinden onder het nieuwe verbond, dat in eerste instantie voor Israël bedoeld was (Jer. 31).

Gabriël legt Daniël uit dat er “zeventig weken zijn bepaald over uw volk, en over uw heilige stad”, voordat dit alles kan gebeuren. Na zeventig weken zal er een einde komen aan het lijden van Israël. Als we het tekstgedeelte goed lezen, zien we dat het volgende zal gaan gebeuren:

 

 

Tijd Gebeurtenissen Vs
Na 7+62 = 69 weken Uitroeiing van de Messias-Koning 25, 26
de laatste week een zeer moeilijke week 27
Na 70 weken Totale verlossing en eeuwige gerechtigheid voor Israël 24

 

 

 

1. Jaarsabbatten

 

Voor ons westerlingen mag een periode van zeven jaar een handig rekentrucje lijken, maar een Jood zal deze periode direct herkennen. Het betreft namelijk de zogenaamde jaarsabbatten  of jaarweken waarover we lezen in Leviticus 25:

″Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn. Daarna zult gij in de zevende maand, op de tiende van de maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op de verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land. En gij zult dat vijftigste jaar heiligen, en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn; en gij zult weerkeren een ieder tot zijn bezittingen, en zult weerkeren een ieder tot zijn geslacht” (Lev. 25: 8-10).

 

We kennen allemaal de sabbat, waarop de mens na 6 dagen te hebben gewerkt, mocht uitrusten en herstellen van het werk. Door de Joden werd elke week uitgekeken naar de sabbat, die in huiselijke kring echt werd gevierd. Men begroette elkaar met het zingen van het Shalom alechem.

De sabbat verwijst naar de rust van het Vrederijk en de daaropvolgende eeuwige heerlijkheid, die het volk Israël eens zal binnengaan. Sterker nog gold dit voor het sabbatsjaar (elke 7 jaar) waarin het land moest rusten van zes jaren oogst. In het zevende jaar mocht niet geoogst en ook niet gezaaid worden (Lev. 25:3,4).

Het spreekt vanzelf dat het hele Joodse leven afgestemd was op dit denken in zeven jaren. Tenminste in de perioden dat zij zich aan deze voorschriften gehouden hebben.  Zowel de sabbat als het sabbatsjaar verwijzen naar de rust die Israël daarin zal binnengaan (vgl. Hebr. 4:1-11) en die het einde van de slavernij van het volk zal betekenen.

Ook lazen we over het jubeljaar, het jaar na zeven jaarweken (7×7=49 jaar), waarin ook nog eens alle verkochte bezittingen teruggeven moesten worden (zie Lev. 25:8-23). Met recht heette dat een jubeljaar. Het werd ingeluid met bazuingeschal op de grote verzoendag. Hier zien we het geestelijke herstel (verzoening van de zonden) samenvloeien met het materiële herstel (van grond en bezittingen).

De Israëlieten waren dus volkomen gewend te rekenen in perioden van zeven jaar, omdat die nauw verweven waren met hun godsdienst, hun economie en hun sociale leven. Er was voor Daniël dus niets vreemds aan de perioden van zeven jaar waar Gabriël over sprak.

 

 

 

Waarom deze 70 en 490 jaren?

 

De zeventig jaren ballingschap in Babel waren een vergoeding voor de zeventig sabbatsjaren die het volk niet gehouden had. Dit wil zeggen dat de Israëlieten blijkbaar gedurende een periode van 70×7=490 jaren de wetten van God, waaronder deze sabbats- en jubeljaren niet gehouden hadden. En dat is precies de tijd in onze profetie die Israël moet wachten op het definitieve herstel.

Aan het eind van de 70 jaar ballingschap vond er een verootmoediging plaats, onder andere door Daniël, waarop de eerste terugkeer naar het land volgde. Maar van een werkelijke bekering mogen we niet spreken. Het was nog maar een gedeeltelijk herstel, het gebeurde ″in benauwdheid der tijden″ (Dan. 9:25).

Na nog eens 490 jaar zal Israël werkelijk tot bekering komen en roepen om haar Messias, de Here Jezus. Dan zal er een definitief einde komen aan haar lijden en zal het herstel volkomen zijn.

 

 

 

Begin en eind van de 483 jaren

 

De profetie in Daniël 9 zegt precies wanneer de zeventig jaarweken zullen ingaan, namelijk:

 

″van dat het woord uitging, om te doen weerkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, de Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken” (vs. 25).

 

Er zijn argumenten om aan te nemen dat de brieven van Artachsasta (Neh. 2) als ′het bevel′ moeten worden gezien. Het bevel werd gegeven door de Perzische koning Arthahsast om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen. In dat decreet wordt de stad Jeruzalem duidelijk genoemd en als gevolg daarvan worden de muren herbouwd.
Het einde van de 69 jaarweken is duidelijker. “tot op Messias, de Vorst” kan alleen duiden op Jezus Christus.

Niemand anders komt in aanmerking om in deze cruciale profetie die rol te vervullen. De meeste uitleggers nemen aan dat het om de kruisiging gaat, sommigen nemen de doop van de Heere Jezus als eindpunt van de 69 jaarweken.

 

Een tijdssprong

 

Datgene wat we in Daniël 9 lezen over die laatste jaarweek, heeft in de geschiedenis nooit plaatsgevonden. De uitspraak van de Heere Jezus in Mattheüs 24:15 geeft aan dat deze profetie in Zijn tijd nog niet vervuld was, maar nog vervuld moest worden. Al met al is er voldoende bewijs om te concluderen dat deze laatste jaarweek nog toekomst is.

Als na de 69e jaarweek de Heere Jezus wordt gekruisigd, zet God de tijdrekening stil. Israël heeft haar Messias verworpen en wordt tijdelijk terzijde gesteld. Wanneer zij Hem niet verworpen zou hebben, zouden de gebeurtenissen van deze laatste jaarweek vermoedelijk direct of binnen veel kortere tijd hebben plaatsgevonden.

Zo’n tijdsprong is in de Bijbelse profetie niet iets abnormaals. We zien zoiets ook in Lukas 4:18 als de Heere Jezus in de synagoge van Nazareth voorleest uit de profeet Jesaja:

 

“De Geest des Heeren [is] op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart” (vgl. Jes. 61:1).

 

Hij stopt hier en geeft aan dat dit woord tot vervulling is gekomen. De rest van de profetie, die slaat op het Vrederijk, spreekt Hij niet uit omdat die nog niet aan de orde was. Eerst moest Hij aangenomen worden als de Messias. Ook hier zien we dat de tijdklok wordt stilgezet over een periode die intussen een kleine tweeduizend jaar heeft geduurd. Het gaat trouwens om dezelfde periode. Na de laatste jaarweek zal voor Israël het herstel van Jesaja 61:2  aanbreken.

 

 

 

2. De indeling van de laatste jaarweek

 

Een tweede argument voor de 490 jaren vinden we in de laatste jaarweek. De laatste jaarweek duurt zeven jaar en valt volgens Daniël 9:27 uiteen in twee perioden van drieënhalf jaar. Deze twee perioden van drieënhalf jaar zijn ook elders in de Bijbel terug te vinden. Hier enkele belangrijkste teksten :

  • “En van die tijd af, dat het gedurig offer zal weggenomen, en de verwoestende gruwel zal gesteld zijn, zullen zijn duizend tweehonderd en negentig dagen. Welgelukzalig is hij, die verwacht en raakt tot duizend driehonderd vijf en dertig dagen(Dan. 12:11, 12).
  • “En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar door God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voedenduizend tweehonderd zestig dagen(Openb. 12:6).
  • “En laat de voorhof uit, die van buiten den tempel is, en meet die niet, want hij is de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden. En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed” (Openb. 11:2, 3).
  • “En aan de vrouw zijn gegeven twee vleugels van een grote arend, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd, en tijden, en een halve tijd, buiten het gezicht der slang” (Openb. 12:14).
  • “En het werd een mond gegeven, om grote dingen en godslasteringen te spreken; en het werd macht gegeven, om zulks te doen, twee en veertig maanden(Openb. 13:5).

 

Lees de bovenstaande teksten vooral in hun verband om een goed inzicht te krijgen in de gebeurtenissen van die laatste jaarweek. We zetten de beschrijvingen van een halve jaarweek nog eens op een rijtje:

 

 

hoofdstuk 11 van de Openbaring ; Gods tempel en de zevende bazuin

hoofdstuk 11 van de Openbaring ; Gods tempel en de zevende bazuin

 

 

 

hoofdstuk 12 van de Openbaring ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

hoofdstuk 12 van de Openbaring ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

 

 

 

hoofdstuk 13 van de Openbaring ; de komst van de antichrist en de valse profeet

hoofdstuk 13 van de Openbaring ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

 

pasteltekeningen van John Astria

 

 

 

Benaming Te vinden in
een halve week Dan. 9:27
1260, 1290, 1335 of 1350 dagen*) Openb. 11:2, 3; Dan. 12:11, 12
42 maanden Openb. 11:2, 3; Openb. 13:5
Een tijd, tijden en een halve tijd Dan. 7:25; Dan. 12:7; Openb. 12:6, 14
*) Bij de perioden van 1290 en 1350 dagen gaat het om gebeurtenissen die vlak voor of vlak na de halve week plaatsvinden.

 

Let op de profetie over de vrouw en het kind in Openbaring 12. Daarin wordt dezelfde gebeurtenis twee keer beschreven. In vers 6 staat dat de vrouw “42 maanden” in de woestijn zal zijn. In vers 14 staat dat de vrouw “een tijd, en tijden, en een halve tijd” in de woestijn zal zijn. Hiermee is duidelijk wat de bijna cryptische omschrijving “een tijd, tijden en een halve tijd” betekent, namelijk drieënhalf jaar. Deze vrouw is een deel van het volk Israël, dat gedurende de tweede helft van de laatste jaarweek door God in de woestijn verborgen wordt gehouden.

 

 

 

3. De gebeurtenissen van de laatste jaarweek

 

Een derde bewijs voor de lengte van de zeventig jaarweken vinden we onder andere in Mattheüs 24.

“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats;  Dat alsdan, die in Judea zijn, vluchten op de bergen; Die op het dak is, kome niet af, om iets uit zijn huis weg te nemen; En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn klederen weg te nemen. Maar wee de bevruchte, en de zogende vrouwen in die dagen! Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat. Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal” (Matt. 24:15-21).

We zien in Mattheüs 24:15 opnieuw “de gruwel der verwoesting” van onze tekst in Daniël 9:27. De Heere zegt hier Zelf dat de gebeurtenissen van de laatste jaarweek nog toekomst zijn. Hij vertelt ons in Mattheüs 24:15  uitgebreid wat er in die tweede helft van de laatste jaarweek zal gebeuren. De oprichting van “de gruwel der verwoesting” luidt een periode in van grote verdrukking en deze periode zal drieënhalf jaar duren. Oftewel: De tweede helft van de laatste jaarweek zal voor Israël en de wereld een periode van ongekende grote verdrukking zijn. We noemen die laatste drieënhalf jaar dan ook wel ‘de Grote Verdrukking’.

 

 

 

De Grote Verdrukking

 

Als we goed kijken naar de gebeurtenissen van de laatste jaarweek in Daniël 9:27, dan zie we dat ze exact passen bij de Grote Verdrukking, zoals beschreven in bijvoorbeeld Mattheüs 24, 2 Tessalonicenzen 2 en het boek Openbaring.

De “vorst die komen zal” duidt op de komst van de antichrist die zeer wreed, allesoverheersend en verwoestend zal zijn. Deze antichrist zien we beschreven in 2 Tessalonicenzen 2:1-12 en natuurlijk in Openbaring 13.

De “gruwelijken vleugel” vinden we terug in Mattheüs 24:
“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats; Dat alsdan, die in Judea zijn, vluchten op de bergen” (Matt. 24:15, 16).

Halverwege de laatste jaarweek van Daniël, aan het begin van de Grote Verdrukking, zal er in de herbouwde tempel een gruwel (smerig voorwerp van afgoderij) worden opgericht. De oprichting van deze gruwel zal de emmer doen overlopen en de verwoesting van de Grote Verdrukking inluiden.

Dit zal niet zomaar een ontwijding van de tempel zijn, zoals eerder is gebeurd, maar het zal een ongekende provocatie zijn aan het adres van de Heere God. Vandaar ook dat dit voor de Joden hét sein zal zijn om te vluchten naar de bergen (Matt. 24:16).

Er zal een “verwoester” komen. We lezen in Openbaring 9:1-11 over een sprinkhanenplaag die aan het begin van de Grote Verdrukking zal opkomen uit de afgrond. Vermoedelijk zijn dit demonen die de gedaante van buitenaardse monsters hebben aangenomen. Zij zullen de mensen zo pijnigen, dat ze de dood zullen zoeken, maar ze zullen hem niet vinden. We lezen: “En zij hadden over zich tot een koning de engel van de afgrond; zijn naam was in het Hebreeuws Abaddon, en in de Griekse taal had hij de naam Apollyon” (Openb. 9:11).

 

 

Openbaring 9 van de Openbaring : de 5de en 6de bazuin

Openbaring 9 van de Openbaring : de 5de en 6de bazuin

 

pasteltekening van John Astria

 

 

De naam Abaddon/Apollyon betekent verwoesting. De verwoesting die hij brengt, is het gevolg van ongeloof. Israël gaat een grote verwoesting tegemoet, totdat het zal roepen om haar Messias, de Heere Jezus, Die met deze verwoester af zal rekenen. Deze zal dan zelf verwoest worden (Jes. 33:1).

Dat Israël met de antichrist “een verbond” zal sluiten, is niets nieuws. Israël sloot in het verleden verbonden met Babel, Assyrië en Egypte. Ook in onze tijd zoekt Israël de oplossing voor haar veiligheid in aardse vredesverdragen. Er komt een tijd dat het volk zo in het nauw komt, dat het een verbond zal sluiten met haar grootste vijand, de antichrist.

Hij zal in de periode van de laatste jaarweek dit verbond waar maken. Hij zal Israël verraden. In Jesaja 28:14-22 noemt de Heere dit verbond het ″verbond met de dood″ en het ″verdrag met het dodenrijk″. In Johannes 5:43 zien we dat ook dit dieptepunt in Israëls geschiedenis nog toekomst is: “Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen”.

We zien dat ook de beschrijving van de laatste jaarweek volledig past bij de Nieuwtestamentische gegevens over de Grote Verdrukking en de regering van de antichrist. Vanwege al bovenstaande argumenten is er maar één conclusie mogelijk: de zeventig weken zijn zeventig jaarweken, zeventig perioden van zeven jaar, waarvan de laatste week van zeven jaar nog toekomst is.

 

 

 

De betekenis voor ons

 

Heel wat gelovigen van vandaag gaan liever met een grote boog om de oordeelsprofetieën heen. Zij willen zich wel bezig houden met Gods beloften van herstel en zegen, maar houden krampachtig een bijbels onderwerp als ‘de Grote Verdrukking’ buiten hun gezichtsveld.

2 Timotheus 3:16 leert: “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing”.

‘Al de Schrift’, dus ook deze passages in de Schrift over de enorme crisis die Israël en de volken nog te wachten staat. Laten we ons overigens ook niet rijk rekenen met de gedachte dat alle verdrukking aan ons voorbij zal gaan. Petrus roept de gelovigen op: “Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame” (1 Petr. 4:12 NBG) en Paulus leert: “allen, die godzalig willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden” (2 Tim. 3:12).

De profetieën vertellen ons onder andere waar satan naar toewerkt, zodat we gewaarschuwd zijn en nee kunnen zeggen tegen de verleidingen die hij vandaag op onze weg brengt.Ook de waarschuwing van Johannes aan het eind van Openbaring om niets aan de profetie toe te voegen of af te doen spreekt voor zichzelf (22:18,19).

Het profetische Woord, niet alleen de rijke beloften, maar ook de oordelen van onder andere deze laatste jaarweek en de Grote Verdrukking, zijn aan ons gegeven om ons te waarschuwen, om ons wakker te houden, om ons inzicht te geven wat betreft de dingen die om ons heen gebeuren, zodat we onze keuzes kunnen maken. Een christen die het profetische Woord niet bestudeert, tast in het duister en wordt een gemakkelijk prooi voor satan.

In evangelische kringen zijn we in hoog tempo de kennis van de profetieën aan het verliezen. Velen prediken een aardse toekomst van glorie en heerschappij voor de kerk, van vrede op aarde, terwijl de Bijbel juist het tegenovergestelde leert. In plaats van de mensen op te roepen om zich te bekeren voordat de oordelen van God komen, spreekt men meer en meer over ‘meedoen aan het vredesplan dat de wereld positief kan veranderen’.

Het zijn moderne dwaalleraren die een oude boodschap verkondigen: “Vrede, vrede”, terwijl er geen vrede komt, maar het oordeel (Jer. 6:14). Het is niet onmogelijk dat deze predikers zichzelf, misschien zonder het te weten of te willen, hiermee tot wapendragers van de antichrist hebben gemaakt. Want deze laatste zal Israël en de wereld verleiden door hen een valse vrede voor te houden. Dat valse verbond zal de laatste jaarweek van Daniël 9:27 inluiden, drieënhalf jaar later gevolgd door de Grote Verdrukking.

 

 

 

Israël opnieuw geofferd

 

Deze visie is uiterst gevaarlijk. Niet alleen omdat het licht van het profetische woord opnieuw wordt verduisterd, net als de vervangingstheologie dit eeuwen door heeft gedaan, maar ook omdat er bij deze theologie van de nieuwe wereldvrede (de ‘dromen van God’ zoals men het vaak noemt )geen sprake is van enige visie op Israël. De toekomst van het herstelde Israël, waar de profeten veel over spreken, wordt klakkeloos toegepast op de kerk.

De kerk zou een leidende rol moeten innemen in de verbetering, maar over het toekomstig vrederijk, waarin juist Israël onder Koning Jezus aan het hoofd van de naties zal staan, als ook over de Grote Verdrukking die aan dit Bijbelse vrederijk vooraf zal gaan, zwijgen zij.

Naamchristenen van deze tijd laten zich gebruiken als wegbereiders voor de grote Haman van de toekomst: de antichrist. Laten wij ons er verre van houden en ons uitstrekken naar het ‘klare inzicht’ dat Daniël ontving (Dan. 9:23b), dat ook ons licht geeft in de duistere wereld waarin wij leven.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

 

 

 

Hoe de Heilige Geest niet werkt

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Vier misverstanden over de Heilige Geest

 

 

 

 

Waar denk jij aan bij de Heilige Geest? Grote kans dat je sowieso de bekende verhalen weet van de vlammen en vreemde talen van Pinksteren. Maar als we de Bijbel er goed op nalezen, leren we nog veel meer kanten van de Heilige Geest kennen.

 

 

Er bestaan echter ook veel misverstanden over de heilige Geest. Daarom hier vier uitspraken op een rijtje, die de Bijbel niet altijd onderschrijft:

 

 

Misverstand 1: “De Geest komt bij vlagen


Wonderen, genezingen, opwekkingen: de Bijbel spreekt over bijzondere momenten waarop het werk van de Heilige Geest heel duidelijk is. Toch is dat één kant van het verhaal. Gods geest is soms ook onzichtbaar en subtiel. Dat blijkt bijvoorbeeld uit deze uitspraak van Job: “Zolang het leven in mij ademt, zolang Gods geest mij nog doortrekt, zullen mijn lippen geen onwaarheid spreken, zal geen leugen aan mijn tong ontsnappen.” 

Geloofsles: Gods geest was in Job zolang als hij ademde. Altijd dus. Ook toen hij alles kwijtraakte en God hem verlaten leek te hebben.

 

 

Misverstand 2: “De Heilige Geest werkt altijd spectaculair”


De verhalen over Heilige Geest die het nieuws halen, doen vermoeden dat de Geest met grootse gebaren en spectaculair werkt. Maar laten we eens kijken naar nog een Bijbels voorbeeld in Daniël. Al voor zijn wonderlijke belevenissen in de leeuwenkuil voelden goddeloze koningen en heersers zich aangetrokken door het bijzondere werk dat Gods Geest in Daniël deed. Waarom? Hij at sober, zocht niet naar macht en bad meerdere keren per dag. Hij was eerlijk en betrouwbaar.

Geloofsles: Richt je op de lange termijn. De Geest werkt in mensen die gaan voor een eenvoudig leven en voor nederigheid in plaats van macht en spektakel. Of, in het geval van Daniël, voor mensen die water en groenten kiezen in plaats van een extravagante levensstijl.

 

 

Misverstand 3: “De Geest is impulsief”


Zeker, er gebeurden wel spectaculaire dingen in het leven van Daniël. En zo zijn er nog talloze andere bijzondere voorbeelden van hoe Gods geest te werk gaat, bijvoorbeeld bij de kerk van Antiochië in het Bijbelboek Handelingen. Vanuit die kerk werden veel mensen in de omliggende regio’s bereikt met het evangelie. Maar hoe kwam dit werk van de Geest tot stand?

We lezen dat ze een jaar lang samen kwamen om de geschriften te bestuderen onder leiding van Paulus en Barnabas. Ook gaven ze veel geld weg aan slachtoffers van een hongersnood. Ze vastten en aanbaden.

Geloofsles: Blijf niet passief wachten op een goddelijk moment waarop de Heilige Geest ineens uit het niets iets doet. Bestudeer de Bijbel, bid, vast en wees gul.

 

 

Misverstand 4: “De geest is altijd vriendelijk


Nadat Jezus gedoopt was kwam de Geest op Jezus in de vorm van een duif. Dat klinkt vriendelijk. Maar wat deed de Geest? Hij dreef Jezus de woestijn in, zoals Jezus de geldwisselaars de tempel uit dreef. In de woestijn at Jezus veertig dagen niets. Hij werd verzocht door de duivel.

Geloofsles: Verwacht niet dat de geest altijd vriendelijk en voorzichtig is. Niet als je geestelijk wilt groeien. De Heilige Geest weet dat wij het beste groeien als we het moeilijk hebben. Soms hebben we een woestijn nodig in plaats van grazige weiden.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Profetie in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Profetie in de Bijbel

 

 

 

 

Jezus moet geweten hebben dat de Romeinen de tempel steen voor steen zouden afbreken. Tijdens de grote brand die erin woedde smolt het goud van de tempel en lekte tussen de stenen. Om het goud er tussenuit te krijgen moest de tempel steen voor steen afgebroken worden, zelfs het fundament. En inderdaad, er is van het oude Jeruzalem uiteindelijk geen steen op dezelfde plaats gebleven.

 

 

 

 

Een vrij gedetailleerde profetie, die wat lastig te begrijpen is als je niet weet wat er met die weken bedoeld wordt. Een week in deze profetie betekent 7 jaar. 62 + 7 weken van jaren is dus 69 x 7 jaren = 483 jaar. Er zou dus een Gezalfde (Messias, Koning) komen die zou worden gedood, maar niet voor zichzelf.

 

 

 

 

Over de uitleg van een aantal details van deze profetie is wel wat onenigheid, maar dat het over Jezus ging is wel duidelijk. Wie anders werd Messias en Koning genoemd en kwam precies zoveel jaar na dato om te sterven voor anderen?

 

 

 

 

 

 

Denk ook nog eens aan hoe precies de Joden hun heilige boeken overschreven en bewaarden. Als je dan ziet hoe deze 5 dingen precies zijn uitgekomen…

 

 

 

 

 

 

Er zijn een aantal profetieën in de Bijbel die van oudsher gezien worden als Messiaanse profetieën. De Messias moet dan aan al die voorwaarden voldoen.

 

 

 

 

Daniël legde de koning uit dat hij het gouden hoofd was en dat er nog 4 grote rijken zouden komen, elk iets min-der edel dan de vorige. Als je de geschiedenis gaat bekijken zoals wij die nu kennen, zie je inderdaad dat er na Nebukadnezar nog vier duidelijke perioden kunnen worden onderscheiden.

 

 

 

 

Er zijn ook symbolische parallellen te trekken tussen de onderdelen van het lichaam, de metalen en de genoemde rijken. Meden en Perzen: twee armen, één romp van een edel metaal. Zowel de Babyloniërs als de Meden en de Perzen namen de beste mensen van de volken die ze veroverden mee en namen ze op in hun samenleving. De daaropvolgende rijken waren een stuk minder edel.

De Romeinen waren zo bruut dat ze alles plat walsten. IJzer wordt in de Bijbel ook met bruut geweld geasso-cieerd. Het Romeinse rijk bestond ook uit twee delen: de twee benen. De voeten waren deels ijzer, deels leem (klei). IJzer staat voor het brute geweld van de Romeinen en leem voor mensen (breekbaar). Het Romeinse rijk zou dus ernstig verzwakken doordat het in tien stukken verdeeld werd.

 

 

 

Hoe waar blijkt deze profetie te zijn! Iedereen heeft de wereld onder zijn vingertoppen. Zoekmachines, wiki’s, woordenboeken, nieuwssites; een eindeloze stroom aan informatie. Het laatste koninkrijk moet wel in zicht zijn als je ziet hoe sterk de kennis toegenomen is de afgelopen eeuw.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wie waren de grote profeten?

Standaard

categorie : religie

 

 

De grote profeten waren mannen die door God bestemd waren om Zijn woordvoerders te zijn. De boeken Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Ezechiël en Daniël vormen gezamenlijk deze categorie van het Oude Testament. Vier van de vijf boeken zijn vernoemd naar de mannen wiens boodschappen beschreven staan. Zij werden de wachters, boodschappers van God, profeten of zieners genoemd. Zij stonden in gelijk aanzien met de priesters van die tijd.

 

 

20c35e1e-f714-4c43-9c29-a52a9bd1398c

Christus omgeven door de 4 evangelisten en de 4 grote profeten

Haregarius van Tours (9e eeuw).

 

 

Hun boodschappen, die inzicht verschaften in Gods wil en plan, waren voorspellend en soms als aansporing be-doeld (een oproep, uitnodiging of vertroosting). Hun geschriften waren bemoedigend en uitdagend, maar dien-den soms ook als een waarschuwing. De profetische boeken riepen mensen op om:

  • terug te keren tot God
  • zich af te wenden van de zonde
  • in te zien dat ongehoorzaamheid rampspoed bracht
  • uiteindelijke verlossing te bewerkstelligen door de Messias
  • zich te realiseren dat God heerst

 

Deze woordvoerders van God functioneerden op drie manieren:

  • Als predikers verklaarden hun woorden de Wet van Mozes en ze vervulden hun taak van vermaning, afwijzing van de zonde, waarschuwing over het oordeel en oproep tot berouw. Ze brachten troost en de belofte van genade.
  • Als zieners kondigden zij het op handen zijnde oordeel aan, de verlossing en de komst van de Messias.
  • Als wachters over Israël waarschuwden zij over verbintenissen met militaire/politieke machten en tegen afvalligheid. In die regio werd aan cultische aanbidding en offerrituelen gedaan. De verleiding om de praktijken van hun Kanaänitische tegenstanders over te nemen, was groot (zie Ezechiël 3:17).

 

 

 

Ezechiël 3: 17

 

17 “Mensenzoon, Ik wijs jou aan tot wachtpost voor het volk Israël. Jij moet hen namens Mij waarschuwen voor het gevaar waarin ze zich bevinden. Je moet hen waarschuwen met de woorden die Ik je geef.

 

 

 

Hun boodschappen

 

 

Jesaja (rond 725 v.Chr.)

 

Jesaja’s boodschap (ingegeven door de Heilige Geest) roept het volk van Juda op om terug te keren naar het die-nen van God. Hij onthulde gebeurtenissen uit de toekomst, maar dat was slechts een deel van het boek. In hoofd-stukken 1-39 veroordeelt hij Juda smalend voor het afdwalen van God en roept het volk op tot inkeer. De tweede helft van het boek biedt hoop en troost wanneer Jesaja de beloftes van de komende Messias verkondigt. Deze belofte voor De Heilige van Israël, de Here God van Israël en de Machtige van Israël, zijnde Jahweh, is het hoofd-onderwerp van Jesaja’s boek. Jesaja wordt beschouwd als de grootste profeet, maar zijn prediking werd vaak con-fronterend gevonden, dus uiteindelijk verloor hij zijn populariteit en werd hij geëxecuteerd na 60 jaar bediening.

 

 

 

Jeremia (645 tot ca. 587 v.Chr.)

 

Jeremia gebruikte vaak symboliek om zijn boodschap over te brengen, maar het leek er op dat niemand wilde luisteren. Daarom vond Jeremia dat hij gefaald had in de 40 jaar van zijn bediening. Hij was erg arm, kwam in de gevangenis terecht en leidde een armoedig leven. Deze profeet leed onder enorme eenzaamheid en afwijzing. Hij wordt ook wel de “wenende profeet” en de “onwillige profeet” genoemd. Jeremia ondervond veel tegenstand, maar bleef trouw aan God met nederige gehoorzaamheid. Zijn boek heeft een tweevoudig hoofdthema: waar-schuwingen over Gods oordeel en de hoop op herstel door inkeer.

 

 

 

Klaagliederen

 

Klaagliederen toont dat God lijdt wanneer Zijn volk lijdt. Het is het enige van de vijf boeken in dit deel dat niet genoemd is naar een profeet, maar wordt toegeschreven aan Jeremia. De “wenende profeet” weende oprecht voor zijn volk en Jeruzalem; God had hem het op handen zijnde oordeel vanwege hun afwijzing en opstand laten zien. Zij zouden de verwoesting van Jeruzalem ondergaan! Jeremia’s doel was om de Joden te leren wat hun on-gehoorzaamheid hen zou opleveren als zij niet tot inkeer zouden komen. Zijn boek Klaagliederen wordt ook wel een begrafenislied genoemd voor een volk waar God en Jeremia zeer veel van hielden.

 

 

 

Ezechiël (593-571 v.Ch.)

 

Het thema in dit boek toont dat de opstandigheid van de mens soms een grote ondergang noodzakelijk maakt voordat mensen ervoor kiezen om te reageren op Gods barmhartigheid. Wanneer we koppig ongehoorzaam zijn, kan God ons niet tot Hem terugtrekken tenzij we wakker worden en ons vernederen. Ezechiël besluit met een verkondiging over de trouw van God, hoop en een profetie voor de gezegende toekomst van Zijn volk. Ezechiël verkoos vrijwillig om God te gehoorzamen en getuigde ook uit eerste hand van de inname en val van Jeruzalem. Ezechiël ontving zijn roeping tot profeet gedurende zijn ballingschap in Babylonië. Hij toonde zich in het bezit van een groot herderlijk hart met veel zorg voor het priesterschap, de tempel, offers en de heerlijkheid van God.

 

 

 

Daniël (2e eeuw voor Ch.)

 

Daniël is een fantastisch boek. Het draait om Gods machtige gezag en Zijn geweldige en beschermende hand op Daniël. Daniël beschikte over de door God gegeven gave om dromen en visioenen uit te leggen. Terwijl hij in Ba-bylonische gevangenschap was, werd de gave van deze Jood ingezet om de ongebruikelijke gunst van koning Nebukadnessar te verkrijgen. Daniël kon hierdoor uitleg geven over de bizarre dromen en dramatische toekomst-visioenen van de heerser.

Door meerdere wonderen verwierven Daniël en zijn kameraden prominente functies bij het Babylonische bewind. Het boek Daniël is een voorbode en aanvulling op het boek Openbaring in het Nieuwe Testament. De profetie van de opvolging van regeringen of koninkrijken in de geschiedenis wordt voorgesteld met een mensachtige fi-guur die symbolisch gekleed is in een weergave van elk heersend koninkrijk. Deze profetie is 100% juist gebleken.

 

 

 

De Messias in de profetie

 

In de profetische boeken staan veel profetieën over de komende Messias. God wil noch Israël, noch enig ander land of volk laten vergaan. Maar elke mens die ooit geboren is, heeft tegen Hem gezondigd (Romeinen 3: 21 – 26). Daarom verschafte God een manier voor de verzoening van zonden. Hij beloofde een komende Messias en alleen door de aanvaarding van Jezus zullen we het Koninkrijk van God binnengaan.

 

 

 

Romeinen 3: 21 – 26

 

21 Nu heeft God een manier gegeven om de mensen vrij te spreken van hun schuld. Maar buiten de wet om. In de wet van Mozes en in de boeken van de profeten wordt daar al over gesproken. 22 Iedereen kan nu vrijge-sproken worden, door te geloven in Jezus Christus. Het maakt voor God niet uit wie of wat je bent. 23 Want alle mensen zijn ongehoorzaam aan God. Daardoor moeten alle mensen leven zonder de heerlijke aanwezigheid van God in hun leven.

24 Maar door Gods liefdevolle goedheid worden ze vrijgesproken van hun schuld. Niet omdat ze dat verdienen, maar dankzij Jezus Christus. 25 God heeft Hém gegeven als manier om de vriendschap tussen God en de men-sen te herstellen. Namelijk door Jezus’ dood. Mensen die dat geloven, kunnen vergeving krijgen voor wat ze verkeerd gedaan hebben.

Eerst heeft God de ongehoorzaamheid van de mensen ongestraft gelaten. Dat was in de tijd vóór Jezus’ dood. 26 Maar nu, in deze tijd, laat Hij zien dat Hij wel rechtvaardig is. Zo is Hij nog steeds rechtvaardig als Hij buiten de wet om mensen vrijspreekt van schuld als ze geloven in Jezus.

 

 

Met de christelijke term ‘Grote Profeten’ worden doorgaans de oudtestamentische boeken Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël aangeduid.

 

 

 

Joodse traditie

 

De Hebreeuwse Bijbel (Tenach) bestaat uit drie delen: Wet, Profeten en Geschriften. De twee groep bestaat uit de Vroege en de Late Profeten. Tot de laatste worden gerekend: Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de Twaalf Profeten.

 

 

 

Christelijke indeling

 

De Septuaginta en de Vulgaat rekenen het boek Daniël tot de Profeten. In de Hebreeuwse Bijbel hoort Daniël echter bij de Geschriften (Ketoevim).

 

 

 

Vergeleken met Twaalf

 

Het was Sint Hieronymus die Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël ‘de Vier Grote Profeten’ noemde. Sint Augustinus legt in De Civitate Dei (18,29) uit waarom zij ‘groot’ worden genoemd:

“De profetie van Jesaja staat niet in het boek van de twaalf profeten, die ‘kleiner’ worden genoemd vanwege de kortheid van hun geschriften. Dit in vergelijking met hen die ‘groter’ [major] worden genoemd omdat zij langere boeken uitbrachten.”

 

 

 

Zes boeken

 

In de katholieke traditie werden later ook de boeken Klaagliederen en Baruch tot de Grote Profeten gerekend. De volgorde van de profetische boeken in de katholieke canon is als volgt:

– Jesaja
– Jeremia
– Klaagliederen
– Baruch
– Ezechiël
– Daniël
– Kleine Profeten

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria