Tagarchief: jeruzalem

De Bijbelse eindtijden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

De Bijbel geeft vele voorbeelden van tekenen die gelovigen moeten waarschuwen voor het einde der tijden. Zes van deze tekenen des tijds worden door Jezus gegeven (Matteüs 24:3-14), twee kenmerken worden gegeven door Paulus (2 Timoteüs 3:1-9 en 1 Timoteüs 4:1) en vele andere tekenen worden gegeven door de profeten uit het Oude Testament (Tenach). In dit artikel bespreken we voornamelijk de zes tekenen die Jezus geeft. Daarnaast gaan we kort in op een aantal andere (oudtestamentische) tekenen.

 

.

israelbericht_tekenen_eindtijd

.

 

 

Tekenen van de eindtijd in de Bijbel

.

.

 

 

De dag van de Heer komt niet onverwachts voor hen die hem volgen

.

De meeste christenen zijn bekend met de zinsnede: Jezus komt terug als een dief in de nacht“. Dat wil zeggen dat hij onverwachts zal komen. Maar daar hoort wel wat achteraan:

Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk. Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis, zodat de dag van de Heer u zou kunnen overvallen als een dief, want u bent allen kinderen van het licht en van de dag… (1 Tessalonicenzen 5:3-5).

De Eindtijd wordt afgesloten met de Wederkomst van Jezus. De Eindtijd is de dramatische slotfase van de menselijke heerschappij, die onder de verderfelijke heerschappij staat van satan, die de heerser of god van deze wereld wordt genoemd(Johannes 14:30 en 2 Korinthiërs 4:4). Voor degenen die Jezus volgen en verwachten, zal de dag van de Heer niet onverwachts komen!  Jezus zal bij zijn terugkomst een einde maken aan de alle wereldse macht en vervolgens zijn Rijk van vrede en gerechtigheid stichten. Wat zijn de tekenen van het naderen van de eindtijd?

De Apostel Paulus waarschuwt de gelovigen dat er mensen zullen zijn in de laatste dagen die het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren (1 Timoteüs 4:1). Deze toekomstige afval van het geloof komt voort uit dwaalleringen van binnen de gemeente (vgl. Handelingen 20:30; 2 Petrus 2:1; 1 Johannes 2:19).

Ook komt er volgens Paulus een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels (2 Timoteüs 4:3-4). Ook houdt Paulus ons voor dat de laatste dagen zwaar zullen zijn, vanwege de toenemende negatieve karaktertrekken van de mensen (2 Timoteüs 3:1-9; zie ook 2 Tessalonicenzen 2:3).

Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels…

.

 

 

Zes tekenen van de eindtijd die Jezus geeft (Matteüs 24:3-14)

.

In Matteüs 24:3 vragen de leerlingen aan Jezus: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?’ Jezus somt zes tekenen op die wijzen op het einde der tijden.

.

Matteüs 24:3-14

3 Op de Olijfberg ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen, en nu ze onder elkaar waren vroegen ze: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?’ 4 Jezus antwoordde hun: ‘Pas op dat niemand jullie misleidt. 5 Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben de messias,” en ze zullen veel mensen misleiden. 6 Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen. 7 Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen er hongersnoden uitbreken en zal de aarde beven: 8 dat alles is het begin van de weeën. 9 Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van mijn naam. 10 Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar haten. 11 Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden. 12 En doordat de wetteloosheid toeneemt, zal bij velen de liefde bekoelen. 13 Maar wie standhoudt tot het einde, zal worden gered. 14 Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.

 

1. Valse profeten en messiassen

  • Er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben de messias,” en ze zullen veel mensen misleiden. (Matteüs 24:5)
  • Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden. (Matteüs 24:11)
  • Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. (Matteüs 24:24-25)

Christus waarschuwde voor de schijn-messiassen. Het woord Messias betekent ‘Gezalfde’, dat is de naam die is gegeven aan de beloofde Verlosser, die op een dag zal komen om Israël te verlossen. Hij is de gezalfde Koning van Israël. Een valse Messias of Christus doet zich voor als de Messias, maar is het niet. Het zijn pseudochristussen en veel mensen zullen door deze valse messiassen misleid worden.

Een profeet is een echte man van God, maar een valse profeet is een valse man van God. Hij is een religieuze bedrieger, een charlatan, die velen van de juiste weg aftrekt. Zijn boodschap gaat in tegen het Woord van God (de Bijbel) en de Heer Jezus Christus. Maar let op: veel valse profeten spreken positief over Christus. We zullen dus moeten bepalen of een boodschap of lering vanuit de geestelijke wereld van God of satan komt. Dit vereist een scherp onderscheidingsvermogen, wat in de Bijbel onderscheiding van geesten wordt genoemd (1 Korintiërs 12:10). Geen enkele christen moet een verkondiging voor zoete koek slikken.

Valse profeten zijn mensen die beweren een profeet van God te zijn, maar in werkelijkheid zijn ze niet door God gezonden. Ze komen voort uit de wereld en niet uit God.

Er zijn ook veel valse profeten in het lichaam van Christus actief. Veel gelovigen worden vandaag de dag misleid door zeer getalenteerde ‘christelijke’ valse profeten. Dat er valse profeten binnen de kerk actief zijn behoeft ons niet te verbazen: “Want niemand minder dan Satan vermomt zich als een engel van het licht. Het ligt dus voor de hand dat ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren van de gerechtigheid” (2 Korintiërs 11:14-15).

Voorbeelden van zulke figuren zijn sommige gebedsgenezer.  Zij strooien mensen zand in de ogen en houden ze af van de weg die ten leven leidt. Deze dwaalleraren komen met verderfelijke ketterijen en loochenen zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht (2 Petrus 2:1).

.

 

Vernietiging van de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

2. Oorlogen en oorlogsdreiging

Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen. (Matteüs 24:6)

Er zijn veel conflicthaarden in de wereld en met alle moderne media- en communicatietechnieken van tegenwoordig kan een oorlog zich niet aan het oog van het publiek onttrekken. Ook zijn er vaak wel beelden voorhanden. Zelfs al wordt in een land waar een conflict is de persvrijheid aan banden gelegd en worden buitenlandse journalisten de toegang tot het land geweigerd, dan is er altijd wel enige vorm van filmapparatuur aanwezig, al is het maar een mobieltje met camera, om de gebeurtenissen vast te leggen.[

Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere… (Matteüs 24:7).

Er waren in de gehele geschiedenis van het mensdom vele conflicten en oorlogen, maar het staat buiten kijf dat er in de twintigste eeuw meer mensen zijn gedood in oorlogen en conflicten dan op enig ander moment in de geschiedenis. In de voorbije eeuwen droegen oorlogen een meer lokaal karakter. De laatste beide grote wereldoorlogen in de vorige eeuw voerden het tot een dramatisch hoogtepunt van wereldomvattende betekenis. Telde de Eerste Wereldoorlog nog ongeveer 35 miljoen slachtoffers, de verliezen in mensenlevens als gevolg van de Tweede-Wereldoorlog wordt geschat op ongeveer 72 miljoen, waaronder ongeveer 47 miljoen burgerslachtoffers. De vermaarde historicus Johan Huizinga noemde in 1945 de 20e eeuw de ‘bitterste aller eeuwen’.

In de 32e Huizinga-lezing van 2003 zei prof. dr. A. de Swaan : “Randolph J. Rummel heeft het precies uitgerekend. Honderdzeventig miljoen mensen werden er in de vorige eeuw vermoord in opdracht van een staat.” Dat is maar liefst vijf keer meer dan het dodental door oorlogshandelingen tegen gewapende tegenstanders, welke 34 miljoen mensen bedraagt. Vier regiems spannen de kroon met elk meer dan tien miljoen moorden op burgers:

  • Tussen 1917 en 1987 zijn in de Sovjet-Unie 62 miljoen mensen omgebracht door executie, mishandeling, foltering, uitputting of uithongering.
  • Communistisch China heeft ruim 35 miljoen burgers vermoord tussen 1949 en 1987.
  • Het naziregime heeft 21 miljoen moorden op weerloze mensen op haar naam staan.
  • Nationalistisch China onder Chang Kai-shek heeft 10 miljoen ongewapende mensen gedood tussen 1928 en 1949.[6]

De aantallen slachtoffers onder weerloze burgers in de twintigste eeuw is ongeëvenaard.

.

 

soldiers_by_burning_oil_fields

.

 

3. Hongersnoden

En overal zullen er hongersnoden uitbreken… (Matteüs 24:7)

Hongersnoden zijn aan de orde van de dag. Een groot deel van de wereldbevolking lijdt dagelijks honger. Julian Cribb, een wetenschapsjournalist uit Australië, waarschuwt voor een wereldwijde voedselcrisis in zijn boek The Coming Famine, The Global Food Crisis and What We Can Do to Avoid It. Er zijn volgens hem twee hoofdproblemen, de groei van de wereldbevolking en overconsumptie.

 

Sinds 2005 stijgen de prijzen van basisvoedsel, zoals rijst, tarwe en maïs. Dit hangt onder meer samen met de toenemende welvaart in China en India, welke een grotere vleesconsumptie tot gevolg heeft. Veel mensen weten niet dat voor één kilo vlees tien kilo graan nodig is. Graan is het basisbestanddeel voor veevoeder. Door een grotere vraag naar vlees stijgt de vraag naar graan en dit doet de prijzen stijgen.

Klimaatsverandering speelt ook een rol. Door toenemende droogtes en overstromingen die oogsten vernietigen, slinken de graanvoorraden. Dit drijft de voedselprijzen op. De prijzen worden voorts de hoogte in gestuwd door de alsmaar stijgende vraag naar biobrandstof, waar men onder meer de plantaardige gewassen maïs en suiker voor gebruikt.

.

 

media_xl_452749honger

.

 

 

4. Aardbevingen

En overal … zal de aarde beven. (Matteüs 24:7)

De aardbevingen die Jezus noemt zijn een teken van het begin van de eindtijd, want in vers 8 staat: “Dat alles is het begin van de weeën.” Dat overal de wereld zal beven, is een aankondiging van Jezus’ terugkomst. Er wordt door Jezus een vergelijking gemaakt met weeën. De bevalling kan zich op verschillende manieren aankondigen en één ervan is het begin van de weeën. De weeën nemen voorafgaande de geboorte in aantal en in heftigheid toe. Evenzo zullen aan de wederkomst aardbevingen voorafgaan die in aantal en heftigheid zullen toenemen.

.

 

70387-tekenen-van-de-eindtijd-in-de-bijbel-jezus-matteus-243-14

.

 

De zwaarste geregistreerde aardbevingen in de geschiedenis zijn tot dusverre:

  • 1952: Rusland: Kamchatka (kracht van 9,0 op de schaal van Richter) – geen slachtoffers.
  • 1960: Chili (9,5) – 5000 doden, twee miljoen daklozen.
  • 1964: Alaska: Prince William Sound (9,2) – deze aardbeving eistte 125 mensenlevens.
  • 2004: Indonesië: Sumatra (9,1) – honderden mensen kwamen om het leven, de schade was groot.
  • 2011: Japan (9,0) – de aardbeving en tsunami hebben ongeveer 19.000 doden geëist.

Op de website Christipedia wordt het volgende hierover opgemerkt:

Het lijkt erop dat het aantal grote aardbevingen (6 of hoger op de schaal van Richter) beduidend toeneemt. In de jaren negentig waren er 37% meer aardbevingen met een kracht van 6 of hoger dan in de jaren tachtig. In 1995 was er een piek: 203 bevingen met een kracht van 6.0 of hoger, in 2009 was dat aantal 158. In het eerste decennium (2000-2009) van deze eeuw waren er 46% meer grote aardbevingen dan in de jaren tachtig. Deze stijging kan een fluctuatie zijn in een langere periode, maar ook een voorbode zijn van de geboorteweeën van de eindtijd.

 

.

 

5. Beproevingen

Dat alles is het begin van de weeën. Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van mijn naam. Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar haten. (Matteüs 24:8-10)

In het Westen kunnen christenen nog steeds genieten van de vrijheid om God te aanbidden zonder vervolgd, bespot, gehaat of gediscrimineerd te worden, thuis, op werk en op school. Maar in veel andere landen, zoals China, Soedan, Saoedi-Arabië, Eritrea, Pakistan, Iran, Noord-Korea en talloze andere landen, lijden christenen onder vervolging en velen moeten het met de dood bekopen. De vervolging van christenen zal mettertijd toenemen in intensiteit en ernst, net als de barensweeën van een zwangere vrouw verergeren als de bevalling naderbij komt.

 

 

 

2014_03_18_Beproevingen

.

.

 

 

6. Het evangelie zal over de hele wereld worden gepredikt

Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen. (Mattheüs 24:14)

Dit woord gaat voor onze ogen in vervulling. Tot in alle uithoeken van de wereld wordt het evangelie van Christus verkondigd. Mensen over de hele wereld horen de boodschap van Christus van zendelingen ter plaatse, maar ook via mediums als radio, televisie en internet. Op de wereld worden om en nabij 6500 talen gesproken. Uit cijfers van de United Bible Societies  blijkt dat in 459 talen een complete Bijbelvertaling voorhanden is en het aantal gedeeltelijke Bijbelvertalingen bedraagt 2049.

 

 

 

Jezus haakt in op het Oude Testament

.

Een aantal tekenen die Jezus aanhaalt werden reeds in het Oude Testament voorzegd:

  • Oorlog: Ik zal de Egyptenaren tegen elkaar ophitsen: ze raken onderling in gevecht, man tegen man, vriend tegen vriend, stad tegen stad, rijk tegen rijk (Jesaja 19:2).
  • Aardbeving: Ik zal de hemel doen wankelen, de aarde raakt bevend van haar plaats op de dag van de HeeR van de hemelse machten, de grimmige dag van zijn brandende toorn (Jesaja 13:13); Want dit zegt de HeeR van de hemelse machten: Nog een korte tijd, een ogenblik slechts, en ik zal de hemel en de aarde, de zee en het land doen beven (Haggai 2:6).
  • Hongersnood: De kinderen van de armen zullen veilig leven, de zwakken vlijen zich rustig neer, maar jullie nazaten laat ik verhongeren en wie er nog over is, wordt omgebracht (Jesaja 14:30, vgl. Openbaring 18:8).

.

 

 

Andere belangrijke profetieën over de wederkomst van Christus

.

De terugkeer van de Joden naar Israël

Maar, bergen van Israël, jullie bomen zullen weer uitlopen en vrucht dragen voor mijn volk Israël, want dat zal spoedig terugkeren. Ik zal mij naar jullie toewenden, en jullie zullen weer worden bewerkt en ingezaaid. Ik zal veel mensen op je laten wonen, heel het volk van Israël, en de steden zullen weer worden bewoond, de puinhopen weer worden opgebouwd. Er zullen veel mensen en dieren op je wonen, ze zullen talrijk en vruchtbaar zijn, en jullie zullen weer even dichtbevolkt zijn als in het verleden. Ik zal zorgen dat het jullie beter gaat dan vroeger, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben. Er zullen weer mensen over je paden gaan: mijn volk Israël zal jullie weer in bezit nemen, jullie worden voorgoed hun eigendom en jullie zullen hen nooit meer van hun kinderen beroven. (Ezechiël 36:8-12).

Dit zegt God, de HEER: Ik haal de Israëlieten weg bij de volken waar ze terechtgekomen zijn, ik zal ze overal vandaan bijeenbrengen en ze naar hun land laten terugkeren. (Ezechiël 37:21).

Ofschoon Ezechiël deze woorden schreef terwijl de Israëlieten in Babylon waren, werden ze niet vervuld door de terugkeer uit de Babylonische ballingschap. Ezechiël sprak over de tweede en definitieve terugkeer. In 1948 vond na bijna 2000 jaar verstrooiing van de Joden over de wereld, de wedergeboorte van de natie van Israël plaats. De terugkeer van Israël is de belangrijkste Bijbels voorspelde gebeurtenis van de laatste 2000 jaar. Jezus zei: “Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren” (Matteüs 24:34). Nog in deze generatie, rekenend vanaf de terugkeer van de Joden naar het beloofde land in 1948, zullen al die dingen gebeuren die in Matteüs 24 staan vermeld en hierboven zijn besproken. Een Bijbelse generatie telt honderd jaar.

Zacharia voorspelde dat de Joden ‘in den vreemde’ in God bleven geloven, voorspoed zouden hebben en vervolgens zouden terugkeren. “Ik zal hen bij Mij fluiten en hen samenbrengen, want ik heb hen vrijgekocht. Ze zullen weer even talrijk worden als vroeger. In den vreemde zal Ik hen vrucht laten dragen, in verre streken zullen ze Mij gedenken en hun kinderen grootbrengen, en dan zullen ze terugkeren” (Zacharia 10:8-9).

 

.

land-israel

.

 

 

Jeruzalem zal weer in Joodse handen komen

De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is. (Lucas 21:24)

Ook deze eindtijd profetie is deels werkelijkheid geworden door de bevrijding van de oude stad van Jeruzalem in juni 1967. Jeruzalem is de ondeelbare en eeuwige hoofdstad van Israël. Veel (seculiere) wereldleiders denken daar anders over en willen dat Israël Jeruzalem opsplitst en een deel aan de Palestijnse Arabieren afstaat waar ze dan de hoofdstad van hun toekomstige staat Palestina van kunnen maken. In Openbaring 11:2 staat dat de heidenen ‘de heilige stad tweeënveertig maanden lang zullen vertrappen’. Desalniettemin is het feit dat Jeruzalem weer in Joodse handen is, een teken dat de wederkomst van Jezus nabij is.

.

 

jeruzalem

.

 

 

In de toekomst zal heel Israël worden gered

Het wordt steeds duidelijker dat Jezus’ terugkomst naderbij komt. We leven in profetische tijden. Voor onze ogen zien we de vervulling van Bijbelse profetie en in een sneller tempo dan ooit tevoren.

Gods heilsplan kent twee opeenvolgende fasen. Wanneer de woorden van Jezus uit Matteüs 24:14 vervuld zijn en het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.  Als de tijd van de heidenen is voltooid, zal God zijn aandacht volledig richten op het overblijfsel van Israël en zich aan hen openbaren. Deze openbaring van de Heer aan Israël wordt profetisch voorzegd in Zacharia 12:10:

Het huis van David en de inwoners van Jeruzalem echter zal ik vervullen met een geest van mededogen en inkeer. Ze zullen zich weer naar mij wenden, en over degene die ze hebben doorstoken, zullen ze weeklagen als bij de rouw om een enig kind; hun verdriet zal zo bitter zijn als het verdriet om een oudste zoon.

God heeft niet afgedaan met de Joden, zoals in het verleden door een deel van de christenheid werd verkondigd. God heeft ook niet afgedaan met de Joden die Jezus niet aanvaarden als hun Messias. ‘God blijft hen liefhebben’ (Romeinen 11:28)! ‘Want de genade die God schenkt neemt Hij nooit terug, wanneer Hij iemand roept maakt Hij dat niet ongedaan’ (Romeinen 11:29).

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 John Astria

John Astria

 

 

De leer gevestigd op de boom des levens

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Naar de levensboom

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Vervangingsleer of door Jezus geënt op de boom des levens

 

De filosoof Jean-Jacques Rousseau zei ooit dat er voor alles een vervanging is. Dat is niet juist, want niet voor alles is er een gelijkwaardige vervanging. Zo is er bijvoorbeeld voor het leven geen enkele vervanging. Daarom is vervanging veelal een surrogaat en kan het niet het echte vervangen.

.

.

Zo kan ook het volk dat door God uitgekozen is, niet worden vervangen door andere volken. De HERE Zelf verklaart:

.

“Want u bent een volk dat aan de HERE, uw God, is
gewijd. U bent door Hem uitgekozen om, anders dan
alle andere volken op aarde, zijn kostbaar bezit te zijn.”
Deuteronomium 7:6

 

.

Izaäk is de vader van Jakob, die later van de HERE de naam Israël (strijder van God) kreeg. Zo wordt het verbond dat God in Genesis 15:18 met Abraham gesloten heeft, overgedragen aan Jakob / Israël. Dit verbond is een onverbrekelijk en eeuwig verbond, want

.

“Net zo min als Ik van plan ben de natuurwetten te
veranderen, zal Ik ook mijn volk Israël niet verstoten!”

Jeremia 31:36-37

 

.

Met andere woorden, Gods verbond met Israël blijft geldig en is eeuwigdurend, ook als Israël faalt in Gods bedoeling. Dat bekrachtigt de apostel Paulus:

.

“De Israëlieten zijn door God aangenomen als Zijn zonen.
Zij hebben gezien hoe groot en machtig Hij is. Zij weten
welk verbond Hij met hen heeft gesloten. God heeft hun
verteld hoe zij moeten leven en Hem kunnen dienen. Zij
weten welke beloften Hij aan hun voorouders heeft gedaan.
En het grootste van al: Christus is, naar de mens gesproken,
uit hen voortgekomen. Christus, Die boven alles staat.
Alle lof en eer is daarom voor God, voor altijd! Amen.”

Romeinen 9:4-5

 

.

.

Vervangingsleer

.

Maar de vervangingstheologie die zich in de 2000 jaar van de kerkgeschiedenis door het christendom heeft verspreidt, is het hier uitermate mee oneens. Deze vervangingsleer gaat terug op niet-Joodse kerkvaders, die een uit Rome stammende theologie vertegenwoordig(d)en. Deze theologie stelt dat het verbond niet meer geld, noch langer ter zake doet in Gods heilplan.

.

In het jaar 70 werd Jeruzalem door de Romeinen verwoest. In de kerk werd de val van de stad en tempel (terecht) beschouwd als vervulling van de woorden van Jezus, waarin hij de ondergang van de stad had voorzegd. Daarnaast zocht men naar een verklaring voor deze val en al gauw werd het als teken van straf voor het volk van Israël gezien.

.

Voor wat werd het gestraft? Voor haar aandeel in de kruisiging van Jezus? Israël had tenslotte haar Messias verworpen. En daaruit volgend waren de beloften “logischerwijze” niet langer meer voor het Joodse volk, en “moesten de beloften wel overgegaan zijn op de heidenen”.

Dat dit geenszins het geval is, maar veeleer een aanvulling op Gods heilsplan.

 

Maar de volgende (en blijkens fatale) stap was de conclusie die daaruit getrokken werd: als Israël Jezus als Messias verworpen had, dan moest God op zijn beurt nu Israël “wel definitief verworpen hebben”. Maar Israël was toch het volk van het verbond? Zeker! Wat had God dan met het verbond gedaan als het eeuwigdurend zou zijn? Het zou als nieuw verbond op de kerk ‘uit de volken’ “moeten” zijn overgegaan. De kerk was ‘het nieuwe geestelijke Israël’ geworden.

.

De kerk had, volgens haar leer, dus de plaats van Israël als verbondsvolk ingenomen. Dat dit, volgens Gods heilsplan, overduidelijk niet het geval is, deed (en nog steeds doet) schijnbaar aan de beleving niets af. In plaats van dankbaar te zijn voor het plan dat God met ons heidenen voor had, claimde de kerk het alleen- en erfrecht van dit plan op.

Zo is de onzalige onheils brengende vervangingstheologie ontstaan. Onder meer om die reden wordt Israël vandaag ook door vele kerkelijke stromingen politiek bestreden en geboycot. Want de Joodse staat wordt niet erkend, mag niet bestaan, omdat met de wederopstanding van het oude Israël de vervangingstheologie zijn bestaansrecht verliest. Immers, het voor eeuwig verworpen Joodse volk kan toch nooit meer naar Sion terugkeren!? Laat staan op instigatie van de HERE zelf!

Pas na de Tweede Wereldoorlog, toen Israël weer een soevereine staat werd, ging men binnen de kerken, langzaamaan, anders denken over het Joodse volk. Overigens maakten lang niet alle kerken zich schuldig aan deze gedachtegang. Met name binnen de meer ‘evangelisch’ gerichte kringen werd al reeds ruim vóór de stichting van de staat Israël anders gedacht over deze zaken. Een bekend voorbeeld hiervan, in Nederland, is de evangelist Johannes de Heer. Maar ook anderen hingen, op basis van hun interpretatie van de Bijbel deze gedachte aan.

.

Niet de Holocaust was de oorzaak voor de wedergeboorte van Israël als staat, zoals telkens opnieuw wordt beweerd, maar het onverbrekelijke verbond dat God onder ede met zijn volk Israël heeft gesloten. Exact zoals de Here zijn volk beloofd heeft in Zijn woord:

.

Zo zegt de HERE HERE: Zie, Ik zal mijn hand opheffen
tot de volken en mijn banier omhoog heffen voor de natiën;
in hun armen zullen zij uw zonen brengen, en uw dochters
zullen op de schouder gedragen worden.

Jesaja 49: 22

dan zal de HERE, uw God, u uit uw gevangenschap redden.
Hij zal u genade schenken, naar u toekomen en u bijeen-
brengen uit alle volken waaronder Hij u heeft verspreid.
Ook al zou u zich in de verste uithoeken van het heelal
bevinden, Hij zal u vinden en terugbrengen naar het land
van uw voorouders!

Deuteronomium 30:3-4

Ikzelf zal het overblijfsel van mijn kudde bijeenhalen uit al de
landen waarheen Ik het heb gestuurd en het laten terugkeren
naar zijn weiden, waar het vruchtbaar zal zijn en uitgroeien.

Jeremia 23:3

Zo waar de HERE leeft, Die de Israëlieten naar hun eigen
land terugbracht vanuit alle landen waarheen Hij
hen had verbannen.
Jeremia 23:8

 

.

 

Nazatenschap Abraham

.

Door geloof kan iedereen een geestelijk nazaat van Abraham worden, maar dat sluit het fysieke zoonschap van het Joodse volk niet uit. Israël, dat wil zeggen de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob hadden, hebben en zullen een belangrijke plaats innemen in het historische plan van God. Waarom? Omdat de HERE zelf Zijn naam aan het volk van Israël verbonden heeft.

 

Het is zodoende niet zo dat elke Israëliet behouden is of behouden zal worden.

.

In tegenstelling tot alle andere volkeren heeft God het volk van Israël aangewezen en uitgekozen voor Zijn heilsplan.

Vanuit dit volk is de Messias, Jezus van Nazareth, op de wereld gekomen; in hun gebied, dat wil zeggen binnen de grenzen van het land Kanaän, vond de eerste komst van Jezus plaats en zal ook zijn tweede komst plaatsvinden.

 

.

 

Gods plan met Israël

.

Gods plan met Israël is altijd afhankelijk geweest van Zijn initiatief en verkiezing en van Israëls respons als een rechtvaardig volk (Deuteronomium 7). Als Israël een rechtvaardige relatie heeft met God, belooft Hij dat Hij het overvloedig zal zegenen (Leviticus 26:1-13; Deuteronomium 28:15-68). Maar als het volk opstandig is, belooft God het tucht (dit is niet hetzelfde als afwijzing) (Leviticus 26:1-13; Deuteronomium 28:1-14).

.

De uiterste tuchtmaatregel was het verstrooien van het volk over verschillende volken, met de belofte dat het volk eenmaal weer samengebracht zal worden, zodat God uiteindelijk tot zijn doel komt. Deuteronomium 30.

Door Ezechiël bevestigt God zijn doel met Israël. Alleen al in hoofdstuk 36, waarin verwezen wordt naar het herstel van Israël, wordt God veertien keer beschreven als de “HERE HERE”, die twee en twintig maal “zegt” dat Hij het zal doen. De God van Israël geeft duidelijk aan hoe Hij zal handelen:

.

.

Hij zal de volken veroordelen, omdat
ze Israël slecht behandeld hebben.

Ezechiël 36:3-7

Hij zal het volk Israël terugbrengen naar het beloofde
land, dat weer zal bloeien en opgebouwd worden.
Het zal in veiligheid wonen.
Ezechiël 36:8-15

Hij zal Israël veroordelen, omdat het bloed vergoten
heeft in het land, de voorkeur heeft gegeven aan
afgoden en Gods naam ontheiligd heeft onder de volken.
Ezechiël 36:16-21

Hij zal Israël rechtvaardigen om Zijn
heilige naam, niet om Israël.
(Ez.36:22)

Door de rechtvaardigheid van Israël zal God
aan de volken laten zien dat Hij de Heer is.
Ezechiël 36:23-28

 

.


Conclusie

.

Heel Gods handelen met Israël is mysterieus en met een duidelijke bedoeling geweest, evenals Zijn plan met de kerk. Tot net na het begin van onze jaartelling was niemand van dit plan op de hoogte, zo zegt Paulus in Efeziërs 3:5-6:

.

Vroeger is dat altijd voor de mensen verborgen gebleven,
maar nu heeft God het door de Heilige Geest aan Zijn
apostelen en profeten bekendgemaakt. Het komt hierop
neer: Door het goede nieuws te geloven, worden niet-Joden
gelijk aan de Joden. Zij delen mee in de rijke erfenis.
Zij horen bij hetzelfde lichaam, de Gemeente; en voor hen
geldt dezelfde belofte in Christus Jezus.

.

.

Als de leiders van Israël Jezus niet verworpen hadden, als Jezus niet was gestorven, zou er geen verzoening zijn, en, hypothetisch gezien, geen verlossing, noch voor de Jood noch voor de niet-Jood. Zowel de blindheid van Israël als de corruptie van Pilatus waren nodig om Gods verlossing van de mensheid teweeg te brengen.

 

Is het verbazingwekkend dat God het herstel van de staat Israël bevolen heeft, of dat er tegenwoordig zo veel groepen “Messiaanse Joden” zijn, of Joden die in Jezus geloven?

.

Zowel de staat Israël als de opkomst van Joodse gemeenten laten gelovigen duidelijk zien dat Gods plannen uitkomen, en dat spannende, maar moeilijke tijden in het verschiet liggen voor de kerk en Israël. We moeten zeker ons hoofd gaan opheffen voor de Verlossing die naderbij komt!

 

 

 

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

  

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Daniël : voorspelling van de komst van de Messias en zijn geboortejaar

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Daniël en zijn profetie over de komst van de Messias.

Tot op het jaar nauwkeurig over de komst van Jezus

 

Een opvallende profetie in Daniel 9:24-26 geeft ons het exacte jaar wanneer een gezalfde zou verschijnen. De engel Gabriel gaf deze profetie aan Daniël, ongeveer 580 jaar voor het vervullen daarvan. In het onderstaande artikel zullen we de volgende profetie en zijn vervulling nader bekijken:

 

24 Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk
en je heilige stad, voordat aan de overtredingen
een einde komt en de zonden zijn afgesloten,
voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige
gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch
visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd.
25 Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik
waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem
hersteld en weer opgebouwd zal worden tot
het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt,
zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en
de wederopbouw van de stad, met pleinen
en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren,
en het zal een tijd van verdrukking zijn.
26 Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde
worden vermoord, zonder dat iemand het voor
hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst
zal verderf brengen over de stad en het heiligdom.
Hij zal zijn einde vinden in een overstroming.
Tot aan het einde van de strijd zullen er
verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld.

 

 

 

Zeven Weken

 

Het hebreeuwse woord shevu’ah wordt in de meeste vertalingen vertaald in weken. Shevu’ah komt van het woord sheva’ wat letterlijk zeven betekent. Terwijl dit kan betekenen dat hier een zevendaagse week bedoeld wordt, is dat duidelijk niet het geval, omdat in de tekst gekozen is voor de mannelijke vorm en niet de doorgaans gehanteerde vrouwelijke naamval van het woord.

Daarnaast komt de bedoelde betekenis van zeven onder meer naar voren, nadat Daniel eerder in het Bijbelboek heel specifiek spreekt over een profetische periode van 70 jaren. In het antwoord op dit gebed, wordt hem geprofeteerd over een periode van 70 zevens, aangevende een periode van 70 maal zevens in jaren (kijkende naar de context), daarmee doelende op 70 maal een zevenjarige periode.

Het toevoegen van 7 keer 7 jaar (49 jaren vanaf het decreet tot aan de verschijning van een vorst) aan 62 van deze zeven jaarperiodes (434 jaar aangevende de duur van de wederopbouw), brengt het totaal op 483 jaar

Simpel gezegd: het optellen van de weken (tot het aangegeven totaal van 69 weken), dat zal ingaan vanaf het moment dat er bij decreet besloten wordt om de muren van Jeruzalem te herbouwen, geeft ons het jaar waarop de Messias (de Gezalfde) in Zijn hoedanigheid zou verschijnen.

Nadat de Babylonieërs in 586 v. Chr. Jeruzalem hadden verwoest, werd het Babylonische rijk verdrongen door het rijk van de Meden en Perzen. Gedurende de heerschappij van de Perzische koningen zijn er enkele malen decreten uitgevaardigd die zowel in de Bijbel (o.a. in Ezra 1:1-2 en Ezra 6:8) als in de geschiedenisboekjes beschreven worden.

Maar het duurde tot 457 v. Chr. voordat een officieel decreet werd uitgevaardigd door de Perzische koning Artaxerxes I en zijn zeven raadgevers. In dit decreet werd het Joodse volk het recht gegeven om Jeruzalem weer op te bouwen.

Telt men de voorzegde 483 jaren op bij het jaartal 457 v. Chr., dan komt men op het jaartal 27 n. Chr. Omdat er geen jaar 0 bestaat is dit “jaar” zodoende niet meegenomen in de begroting. Het jaar 27 was het jaar waarin Jezus gedoopt werd en Hij zijn taak in / voor de wereld op Zijn schouders nam.

 

 

 

Maar het gaat nog verder

 

Profetische jaren zoals ze in de Bijbel worden gehanteerd bestaan uit 360 dagen. Zodoende zijn 483 profetische jaren in onze jaartelling (van 365,5 dagen) 476 jaren (483 x 360 : 365,5 = 476). Zodoende zouden we dan moeten verwachten dat er een decreet uitgegaan moet zijn 476 jaren voor de geboorte of komst van de Messias en inderdaad kunnen we deze ook aantreffen. Ten tijde van Esther is er (door de Perzische koning Xerxes) een zelfde soort decreet uitgevaardigd (Esther 2:8). Dit gebeurde in het jaar 480 v. Chr. (Thermopylae anyone ;-)) en door de eerder genoemde 476 jaren op te tellen komt men uit op het jaar 4 v. Chr. Hetzelfde jaar waarin Yeshua te Betlehem geboren werd.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Contradicties in de bijbel : deel 5

Standaard

categorie : religie 

 

 

 

 

jezus_bijbel

 

.

1 Koningen 4:26 vs. 2 Kronieken 9:25

 

1 Koningen 4:26 (Statenvertaling)
26 Salomo had ook veertig duizend paardenstallen tot zijn wagenen, en twaalf duizend ruiteren.

2 Kronieken 9:25 (Statenvertaling)
25 Ook had Salomo vier duizend paardenstallen, en wagenen, en twaalf duizend ruiteren; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.

(In sommige vertalingen, waaronder de Nieuwe Bijbel Vertaling 2004 en de Groot Nieuws Bijbel, is 1 Koningen 4:26 geclassificeerd als 5:6.)

Dit is opnieuw de Statenvertaling, want in de NBG ’51 vertaling staat er ‘veertigduizend kribben.’ In de NBG dus geen tegenstrijdigheid. Maar in de grondtekst staat in beide verzen precies hetzelfde woord in precies dezelfde context, dus denk ik niet dat hierin de oplossing ligt.

Waarschijnlijk is de contradictie ontstaan door een kopieerfout in Koningen. 4000 paardenstallen is een realistisch aantal voor een land van die grootte en past beter bij het aantal ruiters.

Het is slechts een klein verschil in spelling, dus deze oplossing is niet onredelijk.

 

 

 

1 Koningen 5:16 vs. 2 Kronieken 2:2

 

1 Koningen 5:16
16 behalve Salomo’s hoofdopzichters over de arbeid, drieduizend driehonderd, die aangesteld waren over het volk dat de arbeid verrichtte.

2 Kronieken 2:2
2 En Salomo wees een getal aan van zeventigduizend man lastdragers, tachtigduizend steenhouwers in het gebergte en drieduizend en zeshonderd opzichters over hen.

Er zijn verschillende oplossingen geopperd, maar ik zou toch gaan voor een kopieerfout in 1 Koningen, waar oorspronkelijk ook 3.600 stond. Dit wordt ondersteund door de LXX, waar in beide verzen 3.600 genoemd wordt.

 

 

 

1 Koningen 7:26 vs. 2 Kronieken 4:5

 

1 Koningen 7:26
26 Haar dikte was een handbreed en haar rand was in de vorm van een bekerrand, een leliekelk. Zij had een inhoud van tweeduizend bath.

2 Kronieken 4:5
5 Haar dikte was een handbreed en haar rand had de vorm van een bekerrand, van een leliekelk. Zij had een inhoud van drieduizend bath.

Koningen en Kronieken zijn niet op hetzelfde moment geschreven en maten kunnen veranderen, dat is over de eeuwen regelmatig gebeurd en zou in dit geval ook gebeurd kunnen zijn. Maar er zijn andere mogelijkheden.

‘Die hard’ aanhangers van de ‘KJB’ (zij noemen het de King James Bible, maar over het algemeen is deze vertaling bekend als King James Version, dus KJV) zijn van mening dat de King James de enige goede vertaling is. Ze doen uitspraken als:

One of the proofs of the true Holy Bible, which in English is the King James Bible of 1611, is that it contains no proveable errors.
Will Kinney

Ze lossen de contradictie als volgt op:

1 Koningen 7:26
26 And it was an hand breadth thick, and the brim thereof was wrought like the brim of a cup, with flowers of lilies: it contained two thousand baths.

2 Kronieken 4:5 (King James Bible)
5 And the thickness of it was an handbreadth, and the brim of it like the work of the brim of a cup, with flowers of lilies; and it received and held three thousand baths.

2 Kronieken 4:5 bevat een extra werkwoord, namelijk ‘received.’ In de grondtekst staat dat extra werkwoord er inderdaad (‘chazaq’), hier rood gedrukt:

Letterlijk staat er: ‘chazaq bath drie duizend bevat.’

De KJV aanhangers zeggen, op grond van dit extra werkwoord, dat de ‘zee’ (zoals het genoemd werd) in Kronieken tot haar maximale capaciteit gevuld werd, terwijl 1 Koningen aangeeft hoeveel water de ‘zee’ normaal bevatte.

 

 

full11893219

 

.

 

1 Koningen 8:15,16 vs. 2 Kronieken 6:4-6

 

1 Koningen 8:15,16
15 En hij zeide: Geprezen zij de HERE, de God van Israël, die met zijn hand volbracht heeft, hetgeen Hij met zijn mond aldus tot mijn vader David gesproken had: 16 van de dag af, dat Ik mijn volk Israël uit Egypte leidde, heb Ik geen stad uit alle stammen van Israël verkoren om er een huis te bouwen, opdat mijn naam daar zijn zou, maar Ik heb David verkoren om over mijn volk Israël te heersen.

2 Kronieken 6:4-6
4 En hij zeide: Geprezen zij de HERE, de God van Israël, die met zijn handen volbracht heeft, hetgeen Hij met zijn mond aldus tot mijn vader David gesproken had: 5 van de dag aan, dat Ik mijn volk uit het land Egypte leidde, heb Ik geen stád uit alle stammen van Israël verkoren, om er een huis te bouwen, opdat mijn naam daar zijn zou, en geen mán verkoren, om vorst te zijn over mijn volk Israël; 6 maar nu heb Ik Jeruzalem verkoren, opdat mijn naam daar zijn zou, en heb Ik David verkoren, opdat hij over mijn volk Israël zou heersen.

Dit zijn twee citaten van God, die iets verschillen. Maar dit is niet tegenstrijdig, Kronieken is een aanvulling op Koningen. Dat betekent niet dat Koningen fout is, maar dat betekent simpelweg dat de schrijver van Koningen een kleiner gedeelte van Gods uitspraak geselecteerd heeft dan de auteur van Kronieken. Zie ook Matteüs 27:37 vs. Markus 15:26 vs. Lukas 23:38 vs. Johannes 19:19.

Merk wederom op dat veel Bijbelse citaties in feite parafrases zijn en dus niet exact weergeven wat er gezegd is. Waar het om gaat is dat de inhoud correct wordt weergegeven.

 

 

 

1 Koningen 16:8 vs. 2 Kronieken 16:1

 

1 Koningen 16:8
8 In het zesentwintigste jaar van Asa, de koning van Juda, werd Ela, de zoon van Basa, koning over Israël te Tirsa; twee jaar.

2 Kronieken 16:1
1 In het zesendertigste jaar der regering van Asa trok Basa, de koning van Israël, op tegen Juda en versterkte Rama, om alle verkeer van en naar Asa, de koning van Juda, te verhinderen.

De contradictie is hier dat Basa in het 26ste jaar van Asa stierf, maar in het 36ste jaar van Asa nog de stad Rama liet fortificeren. En dat is onmogelijk, want toen was hij al 10 jaar dood.

Deze tegenstrijdigheid wordt over het algemeen opgelost door te veronderstellen dat 2 Kronieken 16:1 eigenlijk spreekt over het zesendertigste jaar sinds het bestaan van het Zuidelijke Koninkrijk. Het Hebreeuwse woord voor ‘regering’ is ‘malkuwth,’ wat ook ‘koninkrijk’ kan betekenen.

In dat geval zou het om het 16de jaar van Asa gaan, dus tien jaar voor Basa’s dood.

 

 

 

1 Koningen 22:23 vs. Hebreeën 6:18

 

1 Koningen 22:23
23 Nu dan, zie, de HERE heeft een leugengeest gegeven in de mond van al deze profeten van u, en de HERE heeft onheil over u besloten.

Hebreeën 6:18
18 opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die (tot Hem de) toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt.

Ik raad iedereen aan de context van 1 Koningen 22 te lezen.

In Deuteronomium 28:20 staat dat de straf voor Israëls goddeloosheid verwarring zou zijn. Zo is de verwarring die God sticht aan het hof van koning Achab Gods oordeel voor zijn goddeloosheid.

Als je het verhaal in 1 Koningen 22 leest, zie je dat Achab eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd is in de waarheid (net als in de tijd van Jeremia). Hij verzamelde valse profeten om zich heen, omdat die hem vertelden wat hij wilde horen. De Bijbel zegt over zulke mensen:

Ezechiël 14:4
4 Daarom spreek met hen, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Een  ieder man uit het huis Israels, die de drekgoden in zijn hart opzet, en  den aanstoot zijner ongerechtigheid recht voor zijn aangezicht stelt,  en komt tot den profeet, Ik, de HEERE zal hem, als hij komt, antwoorden  naar de menigte zijner drekgoden;

Principe: de straf voor graag in de leugen verkeren, is in de leugen blijven. De straf komt overeen met de misdaad.

Maar merk op dat zowel in Jeremia’s tijd, als in dit geval van koning Achab, God de Israëlieten niet over liet aan de leugens die de valse profeten hen vertelden. Ze kregen alsnog de waarheid te horen, in Achab’s geval via de dienst van de profeet Micha.

Samenvatting:

  • De straf voor goddeloosheid is verwarring (en Achab was zeer goddeloos).
  • Achab wilde de waarheid niet horen.
  • De straf voor graag in de leugen verkeren is in de leugen blijven.
  • Ondanks alles vertelt God alsnog de waarheid, zelfs over de manier waarop de profeten bij hun leugens kwamen.

Als God werkelijk wilde liegen, zou Hij de waarheid niet openbaar gemaakt hebben.

 

 

 

2 Koningen 8:26 vs. 2 Kronieken 22:2

 

 

2 Koningen 8:26
26 Tweeëntwintig jaar was Achazja oud, toen hij koning werd; hij regeerde een jaar te Jeruzalem; zijn moeder heette Atalja; zij was de kleindochter van Omri, de koning van Israël.

2 Kronieken 22:2
2 Achazja was tweeënveertig jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde één jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Atalja; zij was de kleindochter van Omri.

Opnieuw een kopieerfout, zou ik zeggen. Tweeëntwintig is het juiste getal, dit wordt ondersteund door sommige LXX en Syrische manuscripten.

 

 

 

2 Koningen 24:8 vs. 2 Kronieken 36:9

 

2 Koningen 24:8 (Statenvertaling)
8 Jojachin was achttien jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Nehusta, een dochter van Elnathan, van Jeruzalem.

2 Kronieken 36:9 (Statenvertaling(
9 Acht jaren was Jojachin oud, als hij koning werd, en regeerde drie maanden en tien dagen te Jeruzalem, en deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN.

Eén van de mogelijke verklaringen die hiervoor gegeven wordt is dat Josia, Jojakin’s grootvader (ik gebruik de NBG namen, dus Jojakin i.p.v. Jojachin), Jojakin benoemde als opvolger, vlak voordat Josia optrok tegen de Egyptenaren, waarbij hij om het leven kwam. Toen zou Jojakin ongeveer acht jaar oud geweest moeten zijn.

Josia zag dat zijn zonen (1 Kronieken 3:15) goddeloos waren en hoopte dat Jojakin het er beter van af zou brengen. Hij zou er geen probleem mee gehad hebben een achtjarige op de troon te zetten, aangezien Josia zelf acht was toen hij koning werd (2 Koningen 22:1).

De enige manier waarop een kleinzoon troonopvolger kon zijn, terwijl zijn vader en ooms nog in leven waren, was via een adoptie waardoor hij ‘officieel’ de zoon werd van Josia. Zijn vader en ooms werden dus tevens zijn broers. Deze oplossing geniet Bijbelse ondersteuning:

Matteüs 1:11
11 Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap.

Jechonja is een andere naam voor Jojakin (zie 1 Kronieken 3:16). De broeders in dit vers zijn eigenlijk zijn ooms en vader.

2 Kronieken 36:10 (NBV 2004)
10 Bij het aanbreken van het voorjaar liet koning Nebukadnessar hem en ook de kostbaarheden uit de tempel van de HEER naar Babel brengen. Nebukadnessar stelde Jojachin’s broer Sedekia als koning van Juda en Jeruzalem aan.

Hier wordt Sedekia, een oom van Jojakin, zijn broer genoemd. Dit kan alleen als Josia hem als zoon aangenomen heeft. (Er moet toegegeven worden dat het woord voor ‘broer’ een wat bredere betekenis heeft en ook bloedverwant kan betekenen. Maar in veruit de meeste gevallen is het gewoon broer.)

Maar het volk koos Joachaz als Josia’s opvolger, die maar drie maanden regeerde. Daarna regeerde Jajokim voor elf jaar (dit moet dan een naar boven afgerond getal zijn). Toen besteeg Jojakin eindelijk de troon, op zijn achttiende.

Dus volgens deze uitleg geeft 2 Kronieken 36:9 de leeftijd waarop hij officieel koning werd, terwijl 2 Koningen 24:8 aangeeft wanneer hij werkelijk de troon besteeg.

Het alternatief voor deze enigszins speculatieve oplossing is een kopieerfout in één van de teksten. Het betreft een getal, en getallen zijn extra kwetsbaar voor kopieerfouten.

 

 

 

2 Koningen 25:8,9 vs. Jeremia 52:12,13

 

2 Koningen 25:8,9
8 Daarna, in de vijfde maand, op de zevende van de maand – dat was het negentiende jaar van koning Nebukadnessar, de koning van Babel – kwam Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, de dienaar van de koning van Babel, te Jeruzalem, 9 en verbrandde het huis des HEREN en het koninklijk paleis; alle huizen in Jeruzalem, althans alle huizen der aanzienlijken, verbrandde hij met vuur.

Jeremia 52:12,13
12 Daarna, in de vijfde maand, op de tiende van de maand – dat jaar was het negentiende jaar van koning Nebukadressar, de koning van Babel – kwam Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, die voor het aangezicht van de koning van Babel stond, te Jeruzalem, 13 en verbrandde het huis des HEREN en het koninklijk paleis; alle huizen van Jeruzalem, althans alle huizen der aanzienlijken, verbrandde hij met vuur.

De 17de-eeuwse historicus Archbishop James Ussher sprong flexibel om met deze schijnbare tegenstrijdigheid:

3416d AM, 4126 JP, 588 BC
850 On the seventh day of the fifth month (Wednesday, August 24), Nebuzaradan, captain of the guard, was ordered by Nebuchadnezzar to enter the city. {2Ki 25:8} He spent two days preparing provisions. On the tenth day that month (Saturday, August 27), he carried out his orders. He set fire to the temple and to the king’s palace. He also burned all the nobleman’s houses to the ground, with all the rest of the houses in Jerusalem. {Jer 52:13 39:8}
James Ussher, Annals of the World, The Fifth Age, p. 104

Er zijn allicht wel meer verklaringen te bedenken. Het is, zoals altijd, aan de scepticus om te bewijzen dat de twee verslagen werkelijk niet te harmoniseren zijn.

 

 

 

2 Koningen 25:19 vs. Jeremia 52:25

 

2 Koningen 25:19
19 en uit de stad nam hij één hoveling, die het bevel had over de krijgslieden, en vijf mannen uit de onmiddellijke omgeving van de koning, die in de stad aangetroffen werden, en de schrijver van de legeroverste, die het volk des lands tot de krijgsdienst opriep, en zestig mannen uit het volk des lands, die binnen de stad aangetroffen werden.

Jeremia 52:25
25 en uit de stad nam hij één hoveling, die het bevel had over de krijgslieden, en zeven mannen uit de onmiddellijke omgeving van de koning, die in de stad aangetroffen werden, en de schrijver van de legeroverste, die het volk des lands tot de krijgsdienst opriep, en zestig mannen uit het volk des lands, die binnen de stad aangetroffen werden.

Vijf mannen uit de onmiddellijke omgeving van de koning, of zeven? Een vroege kopieerfout schijnt de enige oplossing, aangezien ook de LXX deze contradictie bevat. Dit is ook één van de weinige gevallen waarin we niet kunnen bepalen welk getal correct is en welke niet, aangezien beiden even waarschijnlijk zijn.

 

 

 

2 Kronieken 36:1 vs. Jeremia 22:11

 

2 Kronieken 36:1
1 Daarop nam het volk des lands Joachaz, de zoon van Josia, en maakte hem koning in Jeruzalem, in de plaats van zijn vader.

Jeremia 22:11
11 Want zo zegt de HERE van Sallum, de zoon van Josia, de koning van Juda, die na zijn vader Josia koning is geworden, die uit deze plaats vertrokken is: Hij zal daar niet weer terugkeren,

Joachaz en Sallum waren één en dezelfde persoon. Archbishop James Ussher schrijft hierover in zijn Annals of the World:

3371c AM, 4081 JP, 633 BC
732 In this year, Josia had a son called Shallum or Jehoahaz by Hamutal, the daughter of Jeremiah of Libnah. He was made king after his father at the age of twenty-three years. The people chose him as king, passing over his older brothers. {2Ki 23:30,31} [E79] It seems the name of Shallum was changed to Jehoahaz for good luck, as the other Shallum, the son of Jabesh, only ruled one month before he was murdered by Menahem. {2Ki 15:13,14}

James Ussher, Annals of the World, The Fifth Age, p. 91

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Profetieën in het Oude Testament over Christus.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wanneer zal de Messias Jeruzalem binnengaan en

zichzelf als koning presenteren?

 

 

 

Afbeelding (5)

 

Aartsengel Michaël : Pasteltekening gemaakt door John Astria

 

 

Voorzegging: De Messias zal 69 x 7 jaar (483 jaar) na de

herbouw van de muur van Jeruzalem komen.

 

Bron: “Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk en je heilige stad, voordat aan de overtredingen een einde komt en de zonden zijn afgesloten, voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd. Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt, zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn. Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst zal verderf brengen over de stad en het heiligdom. Hij zal zijn einde vinden in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld.” (Daniël 9:24-26, ongeveer 500 jaar voor de geboorte van Jezus Christus geschreven).

Vervulling: Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit. Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Vrijwel direct zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me. En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.” Dan zal men ze meteen meegeven.’ Dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet: ‘Zeg tegen Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.”’ De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen. Ze brachten de ezelin en het veulen mee, legden er mantels op en lieten Jezus daarop plaatsnemen. Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg. De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!’ Toen hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in rep en roer. ‘Wie is die man?’ wilde men weten. Uit de menigte werd geantwoord: ‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret in Galilea.’ (Matteüs 21:1-11)

 

Uitleg: Samenvattend staat in het tekstgedeelte het volgende:

  • er komt een verordening om Jeruzalem te herbouwen;
  • Jeruzalem en de tempel zullen herbouwd worden;
  • de gezalfde zal vermoord worden;
  • Jeruzalem en de tempel zullen opnieuw worden verwoest.

 

Deze profetie uit het Bijbelboek Daniël voorspelt heel specifiek de dag waarop Jezus Christus Jeruzalem zou binnengaan. De website ‘Alles over Waarheid’ vat de vervulling van deze profetie kernachtig samen:

 

  • “De profetie stelt: 69 weken van jaren (69 x 7 = 483 jaar) zouden voorbijgaan tussen de verordening om Jeruzalem te herbouwen en de komst van de Messias. Dit is volgens de Babylonische kalender die 360 dagen telt, omdat het boek Daniël in Babylon werd geschreven tijdens het Joodse gevangenschap na de val van Jeruzalem. Dus, 483 jaren x 360 dagen = 173,880 dagen. Volgens de verslagen die door Sir Henry Creswicke Rawlinson in het Shushan (Susa) Paleis werden gevonden, en die door Nehemia 2:1 worden bevestigd, werd deze verordening op 14 maart, 445 voor Christus, uitgevaardigd door Artaxerxes Longimanus. Precies 173,880 dagen later, op 6 April, 32 na Christus, rijdt Jezus op een ezel Jeruzalem binnen (…). De wereld viert deze dag als Palmzondag. Vier dagen later werd Christus aan het kruis vermoord.”

 

Dat Jezus op een ezel Jeruzalem zou binnengaan als koning is voorzegd in Zacharia 9:9:

“Juich, Sion,
Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht,
bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van een ezelin.”

 

 

op21 a4

 

Het nieuwe Jeruzalem : pasteltekening gemaakt door John Astria

 

 

 

De bediening van de Messias

 

Voorzegging: Hij heeft een bediening om goed nieuws brengen aan de armen, degenen op te beuren wie alle moed verloren hebben, gevangenen de vrijheid aan te zeggen en wie opgesloten zitten, los te laten.

 

Bron: De geest van God, de Heer, rust op mij, want de Heer heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, om een genadejaar van de Heer uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten… (Jesaja 61:1-2)

Vervulling: Lucas 4: 18-19.

 

 

 

Voorzegging: Hij heeft een bediening van genezing.

 

Bron: Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten. Blinden zullen weer zien, doven weer horen. Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen: waterstromen zullen de woestijn splijten, beken de dorre vlakte doorsnijden. (Jesaja 35:5-6).

Vervulling: Blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. (Matteüs 11:5) Op vele plaatsen in de Evangeliën zien we Jezus mensen genezen van hun ziekten en kwalen.

 

 

Voorzegging: Hij zal in Galilea prediken.

 

Bron: Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen. (Jesaja 9:1)

 

Vervulling: Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen was, week hij uit naar Galilea. Hij liet Nazaret achter zich en ging wonen in Kafarnaüm, aan het Meer van Galilea, in het gebied van Zebulon en Naftali. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Land van Zebulon en Naftali, gebied aan de weg naar zee en aan de overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen, luister: Het volk dat in duisternis leefde, zag een schitterend licht, en zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het licht beschenen.’ (Matteüs 4:12-16).

 

 

 

De Messias sterft een vernederende dood

 

In Psalm 22 en Jesaja 53  lezen we dat de Messias een vernederende dood zal sterven. We zullen dit nader uitwerken aan de hand van een aantal concrete voorzeggingen over het lijden en sterven de Messias.

 

.

Voorzegging: Hij zal worden gehaat zonder reden.

 

Bron: Dit zegt de Heer, de bevrijder, de Heilige van Israël, tegen hem die smadelijk veracht wordt, die door vreemde volken wordt verafschuwd, die dienaar is van vreemde heersers: Koningen zullen dit zien en opstaan, vorsten buigen diep voorover, omwille van de Heer, die betrouwbaar is, de Heilige van Israël, die jou heeft uitgekozen. (Jesaja 49:7) Talrijker dan de haren op mijn hoofd zijn zij die mij haten zonder reden, met velen zijn mijn belagers, mijn vijanden die mij bedriegen: teruggeven moet ik wat ik niet heb geroofd. (Psalm 69:5)

Vervulling: En ze zouden niet schuldig zijn als ik niet bij hen had gedaan wat niemand anders ooit heeft gedaan. Maar ze hebben het gezien en toch mij en mijn Vader gehaat. (Johannes 15:24-25)

 

 

Voorzegging: Hij zal afgewezen worden door de Joodse leiders.

 

Bron: De steen die de bouwers afkeurden is een hoeksteen geworden. (Psalm 118:22)

Vervulling: Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.” (Matteüs 21:42) Lees ook: Johannes 7:48.

 

 

Voorzegging: Hij zal afgewezen worden door zijn eigen mensen.

 

Bron: Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren. Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht. (Jesaja 53:2-3) Lees ook: Jesaja 63:3,5 en Psalm 69:9.

Vervulling: Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan hem. (Marcus 6:3) Lees ook: Lucas 9:58 en Johannes 1:11; 7:3-5.

 

 

Voorzegging: Er zal een complot tegen hem gesmeed worden door zowel Joden als niet-Joden.

 

Bron: Waartoe leidt het woeden van de volken, het rumoer van de naties? Tot niets. De koningen van de aarde komen in verzet, de wereldmachten spannen samen tegen de Heer en zijn gezalfde. (Psalm 2:1-2).

Vervulling: Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen Jezus, uw heilige dienaar, die door u is gezalfd: Herodes, Pontius Pilatus, alle volken en ook de stammen van Israël, 28 om datgene te doen waarvan u had bepaald en voorbestemd dat het moest gebeuren. (Handelingen 4:27-28).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden verraden door een vriend.

 

Bron: Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd. (Psalm 41:10) Zie ook: Psalm 55:13-15.

Vervulling: Onder het eten zei hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’ Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: ‘Ik toch niet, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’ Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’ Nog voor hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een grote, met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters en de oudsten van het volk was gestuurd. Met hen had zijn verrader een teken afgesproken. ‘Degene die ik kus,’ had hij gezegd, ‘die is het, die moet je gevangennemen.’ Hij liep recht op Jezus af, zei: ‘Gegroet, rabbi!’ en kuste hem. Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’ Daarop kwam de bende naderbij, ze grepen Jezus vast en namen hem gevangen. (Matteüs 26:21-25 en 47-50) Zie ook Johannes 13:18-21 en Handelingen 1:16-18.

 

 

Voorzegging: Hij zal worden verkocht voor 30 zilverlingen.

 

Bron: Ik zei tegen hen: ‘Als u tevreden bent, keer me dan mijn loon uit; zo niet, laat het dan maar.’ En ze betaalden mij mijn loon uit, dertig sjekel zilver. (Zacharia 11:12).

Vervulling:: Daarop ging een van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot, naar de hogepriesters 15 en zei: ‘Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever?’ Ze betaalden hem dertig zilverstukken. (Matteüs 26:14-15).

 

 

Voorzegging: Ze vinden (de Zoon van) God slechts 30 zilverstukken waard.

 

Bron: En ze betaalden mij mijn loon uit, dertig sjekel zilver.] Toen zei de Heer tegen mij: ‘Breng het maar naar de smelter, dat vorstelijke loon dat zij me waard vinden.’ Dus smeet ik dat zilver bij de smelter in de tempel neer. (Zacharia 11:13).

Vervulling: De hogepriesters verzamelden de zilverstukken en zeiden tegen elkaar: ‘We mogen ze niet bij de tempelschat voegen, aangezien het bloedgeld is.’ Na ampel beraad kochten ze er de akker van de pottenbakker mee, die dan als begraafplaats voor vreemdelingen kon dienen. (Matteüs 27:6-7).

 

 

Voorzegging: Hij zal door zijn talmidim, zijn leerlingen worden afgevallen.

 

Bron: Zwaard, ontwaak! Verhef je tegen mijn herder, tegen de man met wie ik mij verbonden heb – spreekt de Heer van de hemelse machten. Dood de herder, zodat de schapen verdwalen. Weerloos als ze zijn zal ik ze treffen. (Zacharia 13:7).

Vervulling: Onderweg zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.” Maar dit alles gebeurt opdat de geschriften van de profeten in vervulling gaan.’ Daarop lieten alle leerlingen hem in de steek en vluchtten weg. (Matteüs 26:31,56).

 

 

Voorzegging: Hij zal zwijgen tegen zijn aanklagers.

 

Bron: Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. (Jesaja 53:7).

Vervulling: Maar op de beschuldigingen die de hogepriesters en oudsten tegen hem inbrachten, antwoordde hij niet één keer. Daarop zei Pilatus tegen hem: ‘Hoort u niet wat deze getuigen allemaal tegen u inbrengen?’ Hij gaf op geen enkele beschuldiging enig weerwoord, wat de prefect zeer verwonderde. ( Matteüs 27:12-14).

 

 

Voorzegging: Hij zal tegen zijn hoofd worden geslagen.

 

Bron: Kerf nu, krijgszuchtige vrouw, je lichaam open; onze muren worden belegerd, en hij die Israël leiden moet wordt met een staf in het gezicht geslagen. (Micha 4:14).

Vervulling: … en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd. (Matteüs 27:30).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden bespot.

 

Bron: Maar ik ben een worm en geen mens, door iedereen versmaad, bij het volk veracht. Allen die mij zien, bespotten mij, ze schudden meewarig het hoofd. (Psalm 22:7-8).

Vervulling: Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem de mantel uit, deden hem zijn kleren weer aan en leidden hem weg om hem te kruisigen. (Matteüs 27:31).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden geslagen.

 

Bron: Zoals hij velen deed huiveren – zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik, zijn uiterlijk had niets meer van een mens. (Jesaja 52:14).

Vervulling: Daarop liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jezus leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen. (Matteüs 27:26).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden bespuugd.

 

Bron: Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden. (Jesaja 50:6).

Vervulling: … en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd. (Matteüs 27:30)

 

 

Voorzegging: Zijn handen en voeten zullen worden doorboord.

 

Bron: Honden staan om mij heen, een woeste bende sluit mij in, zij hebben mijn handen en voeten doorboord. (Psalm 22:17).

Vervulling: Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. (Johannes 19:18).

 

 

Voorzegging: Hij zal dorstig zijn tijdens zijn executie.

 

Bron: Mijn kracht is droog als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte, u legt mij neer in het stof van de dood. (Psalm 22:16).

Vervulling: Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ (Johannes 19:28).

 

 

Voorzegging: Hij zal azijn aangeboden krijgen om zijn dorst mee te lessen.

 

Bron: Nee, ze mengden gif door mijn eten en lesten mijn dorst met azijn. (Psalm 69:22).

Vervulling: Ze gaven Jezus met gal vermengde wijn, maar toen hij die geproefd had, weigerde hij ervan te drinken. (Matteüs 27:34).

 

 

Voorzegging: De lucht wordt zwart.

 

Bron: Ik kan de hemel in duisternis hullen en hem bekleden met een rouwgewaad. (Jesaja 50:3) Op die dag – spreekt God, de Heer – zal ik op het middaguur de zon doen ondergaan, en het land verduisteren op klaarlichte dag. (Amos 8:9).

Vervulling: Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. (Markus 15:33).

 

 

Voorzegging: Hij zal worden geëxecuteerd zonder dat zijn beenderen gebroken worden.

 

Bron: Het maal moet worden gebruikt in het huis waarin het is klaargemaakt, je mag niets van het vlees buitenshuis brengen; de botten mag je niet breken. (Exodus 12:46). Hij waakt zelfs over zijn beenderen, niet één ervan wordt verbrijzeld. (Psalm 34:21).

Vervulling: Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’ Een andere schrifttekst zegt: ‘Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken.’ (Johannes 19:33-36).

 

 

Voorzegging: Hij zal sterven voor de zonden van de mensen.

 

Bron: Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op hem neerkomen. Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen. Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor zondaars op. (Jesaja 53:5-7,12).

Vervulling: ‘… Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (Marcus 10:45) Lees ook: Johannes 1:29, 3:16 en Handelingen 8:30-35.

 

 

Voorzegging: Hij zal na zijn dood bij de rijken worden begraven.

 

Bron: Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken. (Jesaja 53:9).

Vervulling: Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was ook een leerling van Jezus geworden. Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren tegenover het graf gaan zitten. (Matteüs 27:57-60).

 

 

op22 a4

 

De levensboom : Pasteltekening gemaakt door John Astria

 

 

 

 

Hij stond op uit de dood en nam plaats aan de rechterhand van God

 

Voorzegging: Hij zal opstaan uit de dood.

 

Bron: U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien. (Psalm 16:10) Lees ook: Jesaja 53:9-10 en Psalm 2:7.

Vervulling: Matteüs 28:1-20; Handelingen 2:23-26; 13:33-37; 1 Korinthiërs 15:4-6.

 

 

Voorzegging: Hij neemt plaats ter rechterzijde van God.

 

Bron: U wijst mij de weg naar het leven: overvloedige vreugde in uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde. (Psalm 16:11) Lees ook: Psalm 68:19 en 110:1.

Vervulling: Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhoog geheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: ‘Gallileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’ (Handelingen 1:9-11) Lees ook: Lucas 24:51 en Hebreeën 7:25 en 8:2.

 

 

Conclusie

 

We hebben in de vier delen van deze serie vele tientallen profetieën die in het Oude Testament staan besproken die allemaal vooruitwijzen naar de Messias. We hebben deze voorzeggingen niet uitputtend behandeld, er zijn er nog veel meer. Wat kunnen we concluderen uit de door ons behandelde profetieën? Is Jezus de beloofde Messias? Laten we horen wat Jezus hier zelf over te zeggen heeft.

  • “Hij (Jezus/Yeshua) zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’ (Lucas 24:44)

 

En alle voorzeggingen zijn daadwerkelijk vervuld in de persoon van Yeshua (de Hebreeuwse naam voor Jezus), de Christus. Hij komt exact overeen met de profielschets van de Messias zoals deze tot uitdrukking komt in de Tenakh, het Oude Testament.

In het klassiek geworden en veelvuldig geciteerde boek, ‘Science Speaks’, presenteert wiskundige Peter W. Stoner zeer gedetailleerde berekeningen die aantonen dat het zeer onwaarschijnlijk is dat op basis van toeval iemand zou voldoen aan het profiel van de Messias. Hij berekende dat de kans van Yeshua van Nazareth op het vervullen van 48 profetieën (en er zijn er veel meer!) 1 op de biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen is. Die kans is dus astronomisch klein. Zo kan Petrus met recht en rede in Handelingen 3:18 zeggen:

  • “Zo heeft God echter in vervulling doen gaan wat hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat zijn messias zou lijden en sterven.”

 

Jezus is de beloofde Messias.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

                                                          

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Openbaring les 4: Wat is een nieuwe hemel en nieuwe aarde?

Standaard

Categorie: religie

 

 

ACHTERGROND

 

Gelovigen zijn “allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Tim.4:8). Het is niet logisch dat iemand zou beweren Jezus lief te hebben en daarbij niet zou verlangen naar Zijn terugkeer. Daarom is het eind van het boek Openbaring net zo bemoedigend. Gelovigen zijn, zowel in de tijd van Johannes als vandaag de dag, voorbestemd om voor eeuwig met Hem te leven en de verwachting van die gemeenschap met Hem zou hun grootste vreugde moeten zijn. De Gemeente zal nooit bevredigd zijn totdat ze “zonder smet of rimpel of iets dergelijks, heilig en smetteloos” voor God zal staan (Ef.5:27). Tegelijkertijd staat er een andere realiteit te wachten voor degenen die niet verlost zijn. Hun komende eeuwige toestand is net zo echt als die van de verloste mensen. Om die reden geeft Jezus nog een laatste uitnodiging tot berouw in inkeer voor Hij Zijn openbaring doorheen de apostel Johannes afsluit.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1-8)

 

Bij het openen van het 21ste hoofdstuk zijn alle zondaren uit alle tijden, en satan en zijn demonen, veroordeeld tot de poel van vuur (20:10-15). Nadat God alle goddeloze mensen en engelen verbannen heeft en het huidige universum vernietigd is (20:11), zal God een nieuwe plaats scheppen waar de verlosten en de heilige engelen voor eeuwig kunnen wonen. De openbaring van Christus aan de apostel Johannes is een beschrijving van deze woonplaats. Dat op een dag alles nieuw zal worden gemaakt is om verschillende redenen een bemoedigende boodschap van zekerheid aan de gelovigen, zowel uit de tijd van Johannes als die van vandaag de dag.

Ten eerste zullen gelovigen geroepen worden om met Christus in een glorieuze plaats te wonen. Dit zal een gloednieuwe, nooit eerder geziene weergave zijn van Gods kracht. God schiep de aarde oorspronkelijk als een geschikte woonplaats voor de mensheid. De ingang van de zonde besmette echter de aarde en het universum waardoor God deze uiteindelijk zal vernietigen (20:11). Omdat door dit oordeel de eerste hemel en de eerste aarde heen zullen gaan, moet God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Binnen in deze nieuwe schepping zal er een centrale plaats of hoofdstad zijn.

Deze zal het nieuwe Jeruzalem genoemd worden en zal heel anders zijn dan het Jeruzalem dat Johannes of wijzelf kennen. Het oude Jeruzalem, dat toen Johannes dit visioen kreeg al 25 jaar in puin lag, is ook bevlekt met zonde en maakt daardoor deel uit van de oude schepping. De nieuwe plaats zal een heilige stad zijn voor God, omdat iedereen die er zal wonen heilig zal zijn (20:6). Wanneer God deze nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken zal het nieuwe Jeruzalem uit het heilig universum neerdalen (21:10) en dienen als de eeuwige woonplaats voor alle verlosten. Dat zulk een plaats zal dienen als een huis voor de verlosten, blijkt uit de beschrijving die Johannes geeft over het nieuwe Jeruzalem als zijnde “een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is” (21:2).

Johannes zag een bruid die voor haar man sierlijk is gemaakt, omdat het tijd was voor de voltooiing van alle dingen. Tegen deze tijd zal de Gemeente bewaard zijn in een waar geloof en zij die God vrezen, zich bekeerd hebben van hun zonden en hem in dit leven trouw hebben gevolgd, zullen het voorrecht genieten om voor eeuwig met Hem te mogen leven in het komend leven. Wanneer er een einde zal zijn gekomen aan alle aardse dingen, zal de inleiding van de hemel verwelkomd worden met Gods Gemeente die voor Hem gepresenteerd wordt als een mooie bruid die gereserveerd is voor haar echtgenoot.

In deze nieuwe schepping zal de “de tent (tabernakel) van God” bij de mensen zijn “en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (21:3). Dit zal in de verlossingsgeschiedenis een nooit eerder geziene demonstratie zijn van Gods glorieuze aanwezigheid bij Zijn volk. God zal letterlijk Zijn tent opzetten onder het volk. Hij zal niet langer transcendent, op verre afstand van hun wonen. Hier zal de gelovige genieten van volmaakte gemeenschap met God. De onvolmaakte, door zonde gehinderde gemeenschap die gelovigen nu in dit leven hebben met God (1 Joh.1:3) zal dan volkomen, volledig en onbegrensd zijn in de hemel. Daar zullen ze de majesteit van Gods buitengewone bestaan zien en kennen, terwijl ze hun Schepper volmaakt zullen aanbidden.

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn omdat dat de hemel (de nieuwe schepping) dramatisch anders zal zijn dan deze huidige wereld. Dit wordt duidelijk in de omschrijvingen van Johannes. Daar in de hemel zullen de gelovigen ervaren dat God “alle tranen van hun ogen” zal afwissen (21:4). Omdat er “geen verdoemenis” is “voor hen die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1) zal er niets zijn om spijt van te hebben – geen rouw, geen jammerklacht en geen moeite. Hierom zullen zij die bij God wonen niet één traan meer laten in de hemel. De dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn” (21:4). De grootste vloek in het menselijk bestaan zal er niet meer zijn! “De dood is verslonden” beloofde Paulus (1 Kor.15:54).

Zowel satan, die de macht had over de dood (Heb.2:14) als de dood zelf, zullen in de poel van vuur geworpen worden (20:10, 14). Deze volmaakte heiligheid en afwezigheid van zonde die de hemel zullen kenmerken, vertalen zich in een wereld die vrij is van alle pijn, verdriet en gejammer. Al deze veranderingen die de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen kenmerken, geven aan dat “de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (21:4). De oude menselijke ervaring die betrekking heeft op de gevallen schepping is voor eeuwig voorbij samen met alle rouw, leed, verdriet, ziekte, pijn en dood die de zondeval kenmerkte. Christus zal in die dagen wonderbaarlijk “alle dingen nieuw” maken (21:5).

 

 

De inwoners van de nieuwe hemel

en de nieuwe aarde (Openbaring 21:6-8; 22-27)

 

De gehele geschiedenis is gegroeid naar dat goddelijk moment waarin alles nieuw wordt gemaakt. Bij haar voltooiing zal alles volbracht zijn. Daarom zei de majestueuze stem van Degene die op de troon in de hemel zit tegen Johannes: “Het is geschied” (21:6). God begon de geschiedenis en Hij zal die voleindigen en alles ervan verloopt volgens Zijn plan. Zij die zullen wonen in de nieuwe hemel en nieuwe aarde worden met twee zinnen hier in hoofdstuk 21 beschreven. Als eerste wordt een inwoner van de hemel omschreven als iemand die “dorst heeft” (21:6). Zij zullen “hongeren en dorsten naar de gerechtigheid” (Matt.5:6).

De belofte aan de oprechte zoeker is dat zijn dorst bevredigd zal worden. God zal “voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens” (21:6). Doorheen de Bijbel symboliseert dit water het eeuwige leven (Joh.4:34-14; 7:37-38; Op.22:17). Zij die dorsten en oprecht zoeken naar verlossing zijn degenen die het zullen ontvangen en de eeuwige hemelse gelukzaligheid zullen genieten.

Ten tweede behoort de hemel ook aan “wie overwint” (21:7). Deze overwinnaars zullen zij zijn die gedurende dit leven trouw hun reddend geloof in de Here Jezus Christus hebben versterkt. Overwinnend en volhard in het geloof zullen deze personen “alles beërven” (21:7). Zij zullen “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt” ontvangen (1 Pet.1:4).

Ze zullen in de gelukzaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor altijd genieten van een volmaakte ziel (Heb.12:23) en volmaakt lichaam (20:6; Rom.8:23; 1 Kor.15:34-44; 2 Kor.5:2; Fil.3:21). Maar het meest geweldige voor degene die overwinnen en dorsten naar rechtvaardigheid is Gods belofte: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn” (21:7). Ondanks dat de gelovige in dit leven al het voorrecht geniet om geadopteerd te zijn als Gods zoon, zal het pas bij het binnengaan van de hemel de volledige werkelijkheid van deze adoptie ervaren (Joh.1:12; Rom.8:14-17; 2 Kor.6:18; Gal.4:5; Ef.1:5).

Zij die het eeuwig geluk zal ontzegd worden, worden omschreven als “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Degenen wiens leven gekenmerkt wordt door zulke dingen geven blijk dat zij niet gered zijn en nooit de hemelse stad zullen betreden. ”Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In contrast met de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen in de hemel zullen de zondaars voor eeuwig gekweld worden in de hel. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde staan enkel gelovigen te wachten, terwijl de uiteindelijke hel al de verrezen ongelovigen te wachten staat. Daarom bepalen de tegenwoordige keuzes van mannen en vrouwen in welke plaats ze voor eeuwig zullen leven.

 

 

De glorie van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:22-27)

 

Eenmaal in de nieuwe hemel en aarde zullen de verlosten onmiddellijk met glorieus ontzag staan in de nieuwe stad Jeruzalem. Daarbinnen in de stad zal er “geen tempel” zijn, want “de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam” (21:22). De goddelijke aanwezigheid zal de gehele nieuwe hemel doordringen en nergens begrensd zijn tot één plaats. Daarom zullen gelovigen nooit naar een ander huis moeten gaan om te bidden. Tot in de eeuwigheid zullen gelovigen voortdurend in de aanwezigheid van God zijn. Nooit zal er een moment zijn dat ze niet in de volmaakte heilige aanwezigheid van “de almachtige God en het Lam” leven (21:22). Het leven van de gelovigen zal louter bestaan uit aanbidding van God.

Al deze aanbidding zal in Gods glorie gebeuren. Anders dan deze aarde, die volledig afhankelijk is van de zon en de maan, zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde niet afhankelijk zijn van zulk licht. De zon en de maan zullen niet nodig zijn om licht te voorzien, “want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp” (21:23). Onder zulk licht zullen alle gelovigen uit elke taal, stam en natie samengebracht worden – zowel Joden als heidenen (21:24). Al de verlosten zullen verenigd worden als Gods volk waarbij eenieder gelijkwaardig is in de eeuwige hoofdstad.

Zulk een gelijkwaardigheid onder de verlosten zal ook ervaren worden in complete veiligheid. Er zal in de eeuwigheid geen nacht meer zijn en de poorten van Jeruzalem zullen nooit meer gesloten moeten worden (21:25). Het zal een plaats van rust, veiligheid en verfrissing zijn waar Gods volk zal “rusten van hun inspanningen” (14:13). Ook zal alles in de hemel heilig zijn. Er zal in het nieuwe Jeruzalem dus niets onrein zijn en “ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens” (21:27). De enigen die daar zullen verblijven zijn degenen wiens naam in het boek des levens geschreven staan.

 

 

Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De laatste uitnodiging (Openbaring 22:12-17)

 

De hemel zal slechts een selecte groep mensen huisvesten. Enkel de verlosten zullen dit beërven en voor eeuwig met God regeren. En omdat Christus geduldig is en niet wil dat er niemand verloren gaat (2 Pet.3:9) verlangt Hij ernaar om de ongelovigen hier in de verzen 12-17 nog een laatste oproep tot berouw en inkeer te geven. De volledige canon van de Bijbel eindigt daarom op dit punt met een dringende oproep voor zondaren om tot Jezus Christus te komen en voor het te laat is de vrije gift van eeuwig leven te ontvangen. Want Christus komt spoedig (22:12) en wanneer Hij komt zal het zijn als een dief in de nacht (2Pet. 3:10). Voor de verlosten is dit een grote bemoediging. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde” zal komen met beloningen in Zijn hand “om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13).

Iedere gelovige zal door trouw aan Christus eeuwige beloningen ontvangen. De beloningen waar de gelovigen van zullen mogen genieten in de hemel, bestaan uit de mogelijkheden om God te dienen. Dus hoe groter hun trouw is geweest in dit leven, hoe meer mogelijkheden ze zullen krijgen om God in de hemel te dienen (cf. Matt.25:14-30). Wat een vreugdevolle gelegenheid zal dat zijn. De verlosten zullen voor eeuwig gezegend worden en een volledige en voor altijddurende toegang hebben tot God. Wanneer ze door de poorten van het nieuwe Jeruzalem willen gaan, zullen ze dat eender wanneer kunnen doen en wanneer ze van de boom des levens willen nemen zullen ze dat dus kunnen doen wanneer ze maar willen (22:14).

Al deze personen zullen op zulk een wijze gezegend worden, omdat God hun gehoorzaam tot aan het eind heeft bevonden, gewassen en gereinigd door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14). Dat zulk een glorieuze toestand staat te wachten op de terugkeer van Christus is de reden waarom de Geest en de bruid (de Gemeente) zeggen, “Kom!” (22:17). Beiden zien ze uit naar de terugkeer van Christus om de verlosten te verzamelen. De Gemeente wordt vermoeid door de strijd tegen zonde en verlangt er, samen met de Geest, naar om Jezus Christus verheerlijkt, verhoogd en geëerd te zien worden. Zoals men kan zien is de hemel erg exclusief en huisvest ze enkel degenen die gereinigd zijn van hun zonden door geloof in Jezus Christus. Daarentegen zullen alle anderen buiten het nieuwe Jeruzalem in de poel van vuur verblijven (20:15; 21:8). Omdat “wat onrein is” niet de mogelijkheid zal hebben om in te komen zullen “alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” het voorrecht gegeven worden om het nieuwe Jeruzalem toe te treden (21:27).

De personen die buitengesloten zullen worden beschrijft Christus als honden en worden verder omschreven als “de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (22:15). Iemand die een van deze zonden liefheeft en herhaaldelijk een van deze zonden doet, koppig eraan vastklampt en Christus’ uitnodiging tot verlossing afslaat, zal in de poel van vuur geworpen worden. Toch laat Christus Zijn schepping niet los. De zin: “Laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” nodigt al degenen die de Geest en de bruid horen uit om hen te vergezellen in hun verlangen naar Christus’ terugkeer. Degene die met geloof hoort en vertrouwd is degene die gered zal worden.

Door hun gehoorzaamheid aan het Evangelie zullen zij die zich bekeren samen met de Geest en de bruid, omdat ze verlangen naar Zijn glorie – en hun eigen verlossing van zonden – in een volmaakte heilige omgeving, uitzien naar Christus’ terugkeer. Aan degenen die de oproep van Christus gehoorzamen, dorsten naar vergeving en zich bekeren van hun zonden biedt Christus “voor niets” “het water des levens” aan (22:17). Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan al degenen die horen en geloven dat Jezus de prijs voor hun zonden betaalde door Zijn opofferende dood aan het kruis (Rom.3:24).

 

Conclusie

 

Dat Christus spoedig zal terugkeren, is een uiterst zekere waarheid. Ondanks dat “de hemel en de aarde zullen voorbijgaan” zal Gods Woord “beslist niet voorbijgaan” (Luk.21:33). Of de mensen nu wel of niet deze komende realiteit begrijpen en geloven, toch zal ze gaan gebeuren omdat deze woorden “betrouwbaar en waarachtig” zijn (22:6). Voor degenen die Gods geboden bewaren, overwinnen en trouw blijven tot aan het eind ligt er een eeuwige onbeschrijflijke beloning te wachten in de hemel. Anderzijds zullen zij die geen aandacht geven aan Christus’ uitnodiging tot berouw en inkeer buitengesloten worden van het nieuwe Jeruzalem en daardoor dus ook voor eeuwig de aanwezigheid van God missen. Daarom zou iedere gelovige ernaar moeten streven om iedere dag godvruchtig te leven en voortdurend bemoedigd te zijn door Christus’ belofte: “zie, Ik kom spoedig” (22:12).

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat moest Christus nog doen met betrekking tot de eindtijd?

 

Als de les begint, zullen alle zondaren van alle tijden, als wel satan en zijn demonen, veroordeelt zijn naar de poel van vuur (20:10-15). Na alle goddeloze mensen en engelen verwijderd te hebben en het huidige universum vernietigd (20:11), is alles wat nog gedaan moet worden door God, het maken van een nieuwe plaats voor Zijn kinderen en de heilige engelen om voor eeuwig te wonen. Christus’ openbaring aan de apostel Johannes is een beschrijving van zulk een woonplaats. Deze plaats zal gekend worden als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

 

 Waarom wordt het nieuwe Jeruzalem de heilige stad genoemd?

 

Wanneer God deze nieuwe hemel en de nieuwe aarde maakt, zal een nieuw Jeruzalem in het midden van dat heilige universum neerdalen (21:10) en dienen als een woonplaats voor degene die in alle eeuwigheid verlost zijn. Niet als het oude Jeruzalem van vandaag, die besmet is door zonde als de rest van de wereld, zal die nieuwe Jeruzalem een heilige stad voor God zijn, omdat iedereen die er in leeft heilig zal zijn (20:6). Alles wat schoongewassen is of nieuw gemaakt is, zal toegestaan worden in de nieuwe schepping te blijven. Aangezien niets dat onrein is toegestaan zal worden om binnen te gaan, zal de gehele hemel volmaakt heilig zijn.

 

 

 Wie zal er in de nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen wonen?

 

Als God de nieuwe schepping maakt en de huidige schepping tot een einde brengt, zullen alleen degene die trouw op het evangelie gereageerd hebben binnen mogen gaan. Aan het einde van Openbaring verwijst Christus naar deze individuen als degene die dorst hadden en overwonnen hebben. Degene die hun hopeloosheid en verloren toestand apart van Christus realiseren, hongeren naar de rechtvaardigheid die alleen door Hem voorzien wordt, zullen met eeuwig leven gezegend worden. God zal hen vinden met berouw over hun zonden, God vrezende en trouw Hem tijdens dit leven volgende. Omdat ze vol passie verlossing zoeken en bewijzen loyaal aan Gods Zoon te zijn, zullen ze de eeuwige zegen van de hemel ontvangen.

 

 

 Hoe zal de relatie van de gelovige met God in de nieuwe schepping zijn?

 

Het zal een zegen zijn om in de hemel te mogen zijn, omdat gelovigen steeds in de aanwezigheid van God zullen zijn. Er zal geen moment zijn dat ze niet in een volmaakt heilige relatie staan met de “de Heere, de almachtige God, en het Lam” (21:22). De “tent van God” zal “bij de mensen” zijn, “en zij zullen Zijn volk zijn” en Hij zal “hun God zijn” (21:3). God zal letterlijk Zijn tent onder Zijn mensen opzetten; Hij zal niet langer ver weg zijn. Hier zal de gelovige in staat zijn van om volmaakte gemeenschap met God te genieten.

 

 

 Hoe zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde anders zijn van deze huidige aarde?

 

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn door het feit dat de hemel enorm zal verschillen met de huidige wereld. Christus zal in die dagen “alle dingen nieuw” maken (21:5). Hij zal alle tranen afwissen, omdat er niets is waarvoor we bang moeten zijn of spijt van zullen hebben. Alles zal volmaakt gemaakt worden en de wereld zal volledig vrij van zonde zijn. Omdat satan en de dood in de poel van vuur geworpen waren (20:10, 14), zal de wereld vrij van alle pijn, leed en huilen zijn.

 

 

 Wie zal er niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnen mogen gaan?

 

Degene die afgewezen worden om van dit heelal van eeuwige blijdschap te genieten, worden hier beschreven als de “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Hun levens die zo gekenmerkt werden met zulk een herhaaldelijke zonde, geeft bewijs dat ze niet verlost zijn en nooit de hemelse stad zullen binnengaan. Integendeel, “hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In tegenstelling tot de eeuwige zaligheid van de gerechtigheid in de hemel, zullen de goddelozen eeuwige kwelling in de hel te verdragen hebben.

 

 

 Hoe zal aanbidding zijn in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?

 

Omdat ze in Gods aanwezigheid blijven, zal alle aanbidding ook voortdurend gedaan worden in het stralende licht van Gods heerlijkheid. Niet zoals de huidige aarde, zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen nood hebben aan licht van de zon en de maan. Zulk een licht zal niet nodig zijn, omdat de heerlijkheid van God het nieuwe Jeruzalem zal verlichten en zijn lamp zal het Lam zijn (21:23). Onder dat licht zullen alle verlosten verenigd zijn als Gods kinderen, waarbij iedereen volledig gelijk is en van volledige rust en veiligheid kan genieten. Daar zullen zij de grote majesteit van Gods wonderlijk wezen zien en kennen, terwijl zij volmaakt aanbidden en hun Maker dienen.

 

 

 Waarom is de komst van Christus bemoedigend voor de gelovige?

 

Voor degene die ware gelovigen zijn is dit bemoedigend. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,” komt met een beloning in de hand, gereed om “aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13). Iedere gelovige zal eeuwige beloningen gegeven worden, gebaseerd op hun trouw in het dienen van Christus in hun leven. Zulke individuen zullen op deze manier gezegend worden, omdat God hen gehoorzaam achtte tot het einde, schoongewassen door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14).

 

 

 Waarom wilden de Geest en de Bruid Christus verlangend uitnodigen om te komen?

 

Dat zo een glorieuze staat wacht op de komst van Christus, is waarom de Geest als de Bruid (welke de kerk is) roepen, “Kom!” (22:17). Beide verwelkomen de gedachte van Christus’ terugkomst om degene te verzamelen die hun vertrouwen op Hem gesteld hebben. De gemeente wordt moe van de strijd tegen de zonde en verlangd, met de Geest, om Christus verhoogt, verheerlijkt en geëerd te zien.

 

 

 Wat biedt Christus aan degene die zich aansluiten bij de

Geest en de Bruid en wachten op Zijn komst?

 

Aan degene die gehoorzaam zijn aan Christus roeping, dorsten naar vergeving en bekeren van hun zonden, biedt Christus het “het water des levens” aan (22:17). Doorheen de hele Schrift symboliseert het water eeuwig leven (Joh.4:14-34; 7:37-38; Op.22:17). Daarom is degene die in geloof hoort en gelooft, degene die verlost zal zijn. Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan degene die hoort en gelooft, omdat Jezus de prijst betaald heeft door Zijn offerdood aan het kruis (Rom. 3:24).

 

 

SAMENVATTING

 

Eens zal onze wereld er niet meer zijn, en de sterren die we ’s nachts zien zullen niet langer aan de hemel staan. Ook de maan niet. Vanwege de zonde zal God deze wereld vernietigen, samen met de hemelen. In plaats daarvan zal God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde scheppen. God zal een stad scheppen die het nieuwe Jeruzalem zal heten. God is deze stad voor alle gelovigen aan het voorbereiden, om op een dag er in te leven en er van te genieten. Omdat er niet langer zonde zal zijn, zal er geen gevolgen van zonde meer zijn. Op deze nieuwe aarde zal er geen geween meer zijn, noch dood of pijn. We zullen ons niet langer zorgen hoeven maken dat mensen onze dingen willen stelen of onze familie pijn willen doen. God zal de volmaakte leider zijn van Zijn kinderen. En Gods kinderen zullen volmaakte volgelingen zijn. Maar een ieder die niet voor zijn sterven zijn vertrouwen op Christus stelde, zullen niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnengaan, noch het nieuwe Jeruzalem. In plaats daarvan zullen ze voor eeuwig in de poel van vuur gedaan worden.

Er zijn gevolgen voor zonde. Er zijn ook beloningen voor gehoorzaamheid en geloof waarvan gelovigen eens zullen genieten. Vanwege de zonde van Adam, heeft de mensheid geleefd met de gevolgen van Adams zonde. De straf voor die zonde is de dood en eeuwige scheiding van God. Degene die zich niet aan God heeft onderworpen en zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft, zullen nooit een kans hebben om hun gedachten te veranderen. Zij zullen voor eeuwig in de hel zijn. Terwijl degene die in het werk van Christus vertrouwd hebben en hun leven aan Hem hebben onderworpen, de wonderbaarlijke zegen zullen hebben van eeuwig bij God in de hemel te zijn. Wanneer gelovigen op een dag het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan om eeuwig bij God te zijn, zal Gods volmaakte plan van verlossing volbracht zijn.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De zeven offerschalen van de toorn van God : Openbaring 15

Standaard

categorie : De Openbaring

 

 

 

 

De Openbaring uit het Nieuwe Testament : hoofdstuk 15

 

 

De zeven offerschalen van de toorn van God

.

 

Openbaring ; H 15

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

.

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.

Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

 

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit  boek onthoudt.‘’

.

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

God geeft kennis over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

JOHN ASTRIA

Bidden en vasten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Bidden en vasten

 

Een definitie

 

Bidden en vasten kan gedefinieerd worden als een vrijwillige onthouding van voedsel met het doel om je scherp te stellen op gebed en gemeenschap met God. Bidden en vasten gaan vaak hand in hand, maar dit is niet altijd het geval. Je kunt bidden zonder te vasten, en je kunt vasten zonder te bidden. Wanneer deze twee activiteiten worden gecombineerd en aan Gods glorie worden opgedragen, bereiken zij hun maximale effectiviteit. Het reserveren van een bepaalde tijd voor bidden en vasten is niet een manier om God te manipuleren, zodat Hij zal doen wat jij verlangt. In plaats daarvan is het veel meer een kwestie van jezelf scherpstellen op God en op Hem vertrouwen voor de sterkte, de voorziening en de wijsheid die je nodig hebt.

 

 

 

 

 

 Wat de Bijbel zegt

 

Het Oude Testament vereiste bidden en vasten slechts bij één gelegenheid, namelijk op de Grote Verzoendag (Jom Kipoer). Dit gebruik werd de vastendag (Jeremia 36:6) of het vasten (Handelingen 27:9) genoemd. Mozes vastte 40 dagen en 40 nachten op de berg Sinaï, toen hij de wet van God ontving (Exodus 34:28). Koning Josafat riep op tot vasten in heel Israël, toen zij op het punt stonden om door de Moabieten en Ammonieten te worden aangevallen (2 Kronieken 20:3). De bevolking van Nineve reageerde op de prediking van Jona met vasten en het dragen van rouwkleden (Jona 3:5).

Bidden en vasten werd vaak gedaan in tijden van onrust of moeilijkheden. David vastte toen hij vernam dat Saul en Jonatan waren gedood (2 Samuël 1:12). Nehemia nam een periode van bidden en vasten in acht toen hij vernam dat Jeruzalem nog steeds in puin lag (Nehemia 1:4). Darius, de koning van Perzië, vastte de hele nacht nadat hij gedwongen was om Daniël in de leeuwenkuil te gooien (Daniël 6:18).

Bidden en vasten komen ook voor in het Nieuwe Testament. Anna was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden (Lucas 2:37). Johannes de Doper leerde zijn discipelen om te vasten (Marcus 2:18). Jezus vastte 40 dagen en 40 nachten, voordat Hij door Satan werd beproefd (Matteüs 4:2). De gemeente in Antiochië vastte (Handelingen 13:2) en zond Paulus en Barnabas vervolgens op hun eerst zendingsreis (Handelingen 13:3). Paulus en Barnabas namen ook de tijd om te bidden en te vasten voor de aanstelling van de oudsten in de kerken (Handelingen 14:23).

 

 

Vereist of aanbevolen?

 

Het Woord van God gebiedt gelovigen niet specifiek om tijd te besteden aan de combinatie van bidden en vasten. Maar toch is bidden en vasten iets wat we zeker zouden moeten doen. Veel te vaak ligt de nadruk van het bidden en vasten op de onthouding van voedsel. In plaats daarvan is het Christelijk vasten bedoeld om onze ogen van de dingen van deze wereld af te wenden en onze gedachten op God te concentreren.

Vasten moet altijd beperkt worden tot een vooraf bepaalde tijdsperiode, omdat een langere vastentijd onze lichamen schade kan toebrengen. Vasten is niet een methode om onze lichamen te straffen en het moet ook niet gebruikt worden als een dieetmethode. Het is niet de bedoeling dat we onze tijd in bidden en vasten gebruiken om gewicht te verliezen, maar veeleer om een diepere gemeenschap met God te bereiken.

Door onze ogen van de dingen van deze wereld af te nemen door middel van bidden en bijbels vasten, kunnen we ons beter scherpstellen op Christus. Matteüs 6:16-18 stelt: “Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.”

 

 

 

 

 

 Wat wordt ermee bereikt?

 

Het doorbrengen van tijd in bidden en vasten zal niet automatisch de wensen vervullen van de mensen die vasten. Vasten of geen vasten, God belooft dat Hij onze gebeden alleen zal verhoren, als wij iets vragen wat overeenkomt met Zijn wil. 1 Johannes 5:14-15 vertelt ons: “Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat hij naar ons luistert, wat we hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we hem gevraagd hebben.”

In de tijd van de profeet Jesaja klaagden de mensen dat zij moesten vasten, maar dat God niet antwoordde op de manier die zij wilden (Jesaja 58:3-4). Jesaja reageerde hierop met de boodschap dat het uiterlijke vertoon van vasten en bidden, zonder de correcte houding in het hart, vruchteloos is (Jesaja 58:5-9).

Hoe kun jij weten of je wel volgens Gods wil bidt en vast? Bidt en vast jij voor dingen die God eer en glorie brengen? Openbaart de Bijbel duidelijk dat dit Gods wil voor jou is? Als wij iets vragen dat God niet eert of iets vragen dat niet overeenkomt met Zijn wil voor onze levens, dan zal Hij ons niet geven waar we om vragen, ongeacht of we vasten. Hoe kunnen we weten wat Gods wil is? God belooft ons wijsheid te geven als we er om vragen. Jakobus 1:5 vertelt ons: “Komt een van u wijsheid tekort? Vraag God erom en hij, die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal u wijsheid geven.”

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Gods wegen in genade en rechtvaardig oordeel : Openbaring 14

Standaard

categorie : de Openbaring

 

 

De Openbaring uit het Nieuwe Testament :  hoofdstuk 14

 

 

 

 

Gods wegen in genade en rechtvaardig oordeel

 

 

 

H14

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.

Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 >‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de  enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
  • Openbaring 1 : 3 >‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

.

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten.

Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen.

Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

God geeft kennis over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Waar was Jozef toen Jezus stierf aan het kruis?

Standaard

Categorie : religie

 

.

Waar was Jozef toen Jezus stierf aan het kruis?

 

 

 

 

In de Bijbel lezen we dat Maria (de moeder van Christus), Maria Magdalena en Maria (de vrouw van Kleopas) aanwezig waren aan het kruis. Ook Johannes was  aanwezig, als enige van de apostelen. In ieder geval is Jozef er niet. Over het algemeen wordt aangenomen dat Jozef op dat moment al lang overleden was. We lezen immers enkel over Jozef in de Bijbel in de evangelies over de geboorte en jeugd van Jezus. Zo kunnen we lezen dat hij afstamt van Koning David. Onder zijn bescherming komt de zwangere Maria in Bethlehem terecht, waar ze in een stal bevalt van het kind Jezus.

Jozef zorgt er ook voor dat Jezus niet wordt vermoord door de soldaten van Herodes door met het gezin naar Egypte te vluchten. Hij neemt de beslissing om te vluchten na een droom te hebben ontvangen van een engel. De familie keert pas terug nadat Herodes gestorven is. Jozef wordt in de teksten een laatste keer vermeld in het verhaal over de Heilige familie die Jezus uit het oog verliest en Hem na enkele dagen terugvindt in de tempel van Jeruzalem.

Daarna is het niet alleen stil rond de jeugd van Jezus, maar verdwijnt ook Jozef uit de teksten. Op de bruiloft van Kana, het eerste verhaal in de Bijbel over Jezus als volwassene, lezen we wel dat Jezus op dit feest aanwezig is met Maria, maar Jozef wordt vanaf dan niet meer vermeld. Waarschijnlijk is Jozef dus overleden in de periode hiertussen. Daarbij was hij volgens de traditie omringd door zijn liefdevolle vrouw en Jezus. Omdat de Kerk het als een groot geluk beschouwt te kunnen sterven in hun nabije aanwezigheid, is Jozef dan ook de beschermheilige van de gelukzalige dood geworden.

Het is dan ook voor de Heilige Jozef dat sommige katholieken in het verleden zouden gebeden hebben wanneer ze een slechte paus hadden. Buiten bidden voor een snelle, gelukzalige dood konden ze immers niet anders doen om van een slechte paus af te geraken. Gelukkig is de periode van slechte pausen al lang verleden tijd en hebben we dit soort gebed voor een paus niet meer nodig. Verder is Sint-Jozef ook de beschermheilige van de vaders, het gezin, houtbewerkers, België, de Kerk,… en het lijstje kan zo nog wel even doorgaan. Ondanks zijn schijnbaar kleine rol in de Bijbel is hij dus een heel grote heilige.

Tip: De eerste homilie (preek) van paus Franciscus handelde eveneens over Sint-Jozef en is zeker de moeite om te lezen. Je vindt de Nederlandse versie hier.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget