Tagarchief: openbaring

TV kijken bevordert zwaarlijvigheid bij kinderen

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Kinderen die dagelijks meer dan twee uur tv kijken of achter de computer zitten, hebben gemiddeld een grotere buikomvang. Dat schrijven Nederlandse onderzoekers in het vakblad BMC Public Health.

 

 

media_xll_6011477

 

 

Op basis van de gegevens uit de ABCD-studie (bijna 2.000 kinderen) vonden de onderzoekers dat kinderen die meer dan twee uur per dag tv keken een grotere buikomvang hadden. Het is voor het eerst dat dit wordt aangetoond bij kinderen van 5-6 jaar oud. Bij volwassenen is het verband tussen te veel zitten en overgewicht bekend, maar bij jonge kinderen was dit nog niet eerder onderzocht.

De buikomvang is gerelateerd aan de hoeveelheid buikvet, wat samenhangt met een grotere kans op diabetes en hart- en vaatziekten. Er werd geen relatie gevonden tussen het zitgedrag en bloedglucose, bloedvetten of bloeddruk, ook risicofactoren van hart- en vaatziekten.

In een nieuw ontwerp van aanbeveling over zwaarlijvigheid adviseert ook het Britse National Institute of Health and Care Excellence (NICE) om maximaal 2 uur per dag TV te kijken of achter de computer te zitten.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

999 of 666?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Vraag: “Wat is het merkteken van het beest (666)?”

 

 

 

 

Antwoord: De voornaamste passage in de Bijbel die het “merkteken van het beest” noemt is Openbaring 13:15-18. Andere verwijzingen kunnen gevonden worden in Openbaring 14:9, 11; 15:2; 16:219:20en 20:4. Dit merkteken dient als zegel voor de aanhangers van de Antichrist en de valse profeet (de woordvoerder van de Antichrist). De valse profeet (het tweede beest) is degene die ervoor zorgt dat de mensen dit merkteken nemen. Het merkteken wordt letterlijk in de hand of het voorhoofd geplaatst en is niet gewoon een pasje dat iemand bij zich heeft.

In Openbaring hoofdstuk staat dat het getal 666 een mens identificeert. In Openbaring 13:1 staat: “Hier komt het aan op wijsheid. Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aange-duid. Het getal is zeshonderdzesenzestig.” Op de een of andere manier identificeert het getal 666 de Antichrist . De Antichrist zal een wereldleider zijn die men gaat aanbidden, omdat hij voor een tijd grote problemen zal oplossen.

Dan zal de duivel in die persoon incarneren en de koning van de aarde worden. Doordat hij in staat zal zijn won-deren te doen, keren velen zich van het ware geloof af. Zij die niet de Antichrist aanbidden zullen vervolgd wor-den en niet meer kunnen deelnemen aan de handel, zij worden uit de maatschappij verbannen. Na een korte periode zal Christus, voor de ogen van iedereen, uit de hemel nederdalen en de eindtijden volbrengen. Satan wordt dan voor  1000 jaar geketend en kan geen invloed meer hebben op de mens.

 

 

 

De getallenuitleg van 999 en 666

 

 

999

 

999-300x300

 

 

9 is een heilig getal dat verwijst naar Goddelijke perfectie.

999 symboliseert de Goddelijke drieëenheid ; 9 voor God de Vader, 9 voor God de zoon en 9 voor de Heilige Geest.

9+9+9 is 18 :1+8 is 9 > De heiligheid van God in al zijn hoedanigheden.

 

 

 

666

.

666_logo

.

 

6 is een getal dat verwijst naar de zondige, onperfecte mens.

666 symboliseert de totale verwerping van God.

6+6+6 is 18 : 1+8 is 9 > in dit geval een valse drieëenheid gebaseerd op de waarden van de duivel.

 

.

Keuze tussen goed en kwaad met alle gevolgen voor eeuwig

Keuze tussen goed en kwaad met alle gevolgen voor eeuwig

.

pasteltekening van John Astria

 

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

mijne kop a4                                                                                   JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

The last day ; the end and a new start

Standaard

categorie :  spirituele prenten van John Astria

 

 

 

The Alpha and the Omega : the beginning and the end

 

 

 

alfa en omega

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Tekstuitleg bij Mattheüs 24

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de_toe68

.

 

.

Inleiding

.

Weinig christenen begrijpen de ‘rede over de laatste dingen’ van de Heer Jezus vermeld in Mattheüs 24 en 25. Vooral de dingen die onmiskenbaar op Israël slaan, worden dikwijls geldig geacht voor de Gemeente. In de Bijbel wordt het woord gemeente weergegeven als een algemene benaming voor de wereldwijde gemeenschap van ware christengelovigen.

Het is belangrijk dat wij een goed inzicht hebben in de verschillen in de eindtijd tussen enerzijds die van Israël en anderzijds die van de Gemeente. Als we het profetische Schriftwoord in wijsheid naspeuren, dan krijgen deze pro-fetieën een geheel ander aanzien. De ‘laatste dagen’ voor de Gemeente zijn namelijk niet die van Israël. De ‘laat-ste dagen’ van Israël liggen in het tijdvak van de zevenjarige verdrukking en hebben op hun beurt helemaal niets met de Gemeente te maken.

 

.

De context

.

Om een juiste uitleg van hoofdstuk 24 te kunnen garanderen is het noodzakelijk ten opzichte van de andere Evangeliën na te gaan welke de plaats van het Evangelie naar Mattheüs inneemt in het Nieuwe Testament. Niet alleen de opname was een geheimenis dat pas later door Paulus geopenbaard is maar ook de Gemeente was nog niet ontstaan. Dit gebeurde in Handelingen 2 met de uitstorting van de Heilige Geest.

Door het vermelden van het geslachtsregister van de Heer Jezus aan het begin van het Evangelie zien we dat Mattheüs het erom te doen geweest is om de Heer Jezus voor te stellen als de beloofde Messias, de Zoon van Abraham en Zoon van David. Hij is Degene in Wie de beloften en profetieën vervuld zijn, de Emmanuël (‘God met ons’) van God gekomen. Te midden van zijn volk heeft Hij de tekenen verricht die zijn Messiasschap bewijzen en het koninkrijk aankondigen.

De andere Evangeliën benadrukken een ander kenmerk van de Heer Jezus. Markus laat ons de Heer Jezus zien als de ‘dienstknecht’, Lukas als ‘de Zoon des mensen’ en Johannes tenslotte als ‘Zoon van God’.

.

 

Een overzicht van het Evangelie naar Mattheüs maakt dat duidelijk:

.

1. De afkomst van de Messias van David (1:1)

2. De wijzen uit het oosten zoeken de Koning (2:2)

3. De Christus wordt geboren in Bethlehem (2:5)

4. Johannes de Doper kondigt het koninkrijk aan (3:1)

5. Er is sprake van Jeruzalem, de heilige stad (4:5)

6. De zogenaamde Bergrede – de grondbeginselen van het Koninkrijk (hfdst.5-7.)

7. Uitzending van de discipelen gepaard gaande met de krachten van het Koninkrijk (10:1-15)

8. Heil in beginsel alleen voor Israël (10:5; 15:34)

9. Verwerping van de Koning. (11:2; 14:1) (In principe is dit al gebeurd door de arrestatie en moord op Johannes de Doper)

10. De verwerping van Koning Jezus definitief (12:22-32, 46; 13:2)

11. Koninkrijk in verborgen vorm word aangekondigd (Mt13)

12. Aankondiging van de (toekomstige) Gemeente (Mt16:18)

13. Daaropvolgend de aankondiging van Jezus lijden en sterven (16:21)

14. Intocht in Jeruzalem (21:5) gevolgd door de vervloeking van de vijgenboom en de terzijde stelling van Israël (21:43)

15. Weeklacht over Jeruzalem (23:37)

16. Rede over de laatste dingen waarin het oordeel over Israël, Christendom en de volkeren (Mt24-25)

17. Tenslotte de daadwerkelijke verwerping en kruisiging van de Koning (27:29, 38)

18. De opstanding, hemelvaart en de opdracht en uitzending van Jezus’ discipelen (Mt28)

 

 

.

We kunnen het evangelie naar Mattheüs dan ook als volgt indelen:

.

Hoofdstuk 1-10   – De aankondiging en openbaring van de Koning.

Hoofdstuk 11-13 – De tegenstand van de Koning.

Hoofdstuk 14-20 – De terugtrekking van de Koning.

Hoofdstuk 21-27 – De verwerping van de Koning.

Hoofdstuk 28      –  De opstanding van de Koning.

 

.

.

De sleutel tot begrip

.

Een eerste maar beperkte vervulling van de ‘profetie over de laatste dingen’ kwam tot stand in 70 n.Chr., toen de Romeinen Jeruzalem verwoestten en de Joden over de hele wereld werden verspreid (diaspora). In die tijd werd echter het gedeelte van Mt24:29-31 (Mk13:24-27; Lk21:25-27) niet vervuld, namelijk: de wederkomst van de Heer.

Wij die vlak voor de wederkomst leven moeten deze profetische schriftplaatsen nu bezien in de grotere dimensie die ze hebben, namelijk de uiteindelijke en algehele vervulling. Ze hebben nu een betekenis voor enerzijds de Gemeente, die door haar Heer vóór de zevenjarige verdrukking in de lucht zal opgenomen worden naar het vaderhuis, en anderzijds de Joden die tijdens deze verdrukking tot bekering zullen komen en daarna hun Messias op aarde zullen zien verschijnen.

Nu is het beslist zo dat de periode van de Gemeente niets van doen heeft met het Joodse tijdperk, en omgekeerd. In de verdrukkingstijd neemt God de draad met Israël terug op en dan is het gemeente- en genadetijdperk afgesloten. Israël en de Gemeente staan op totaal verschillende verbondsgronden.

Christenen verwachten hun Heer altijd, de Heer komt voor de belijdende kerk op een uur dat niemand kent. Christenen moeten beslist geen tekenen afwachten en zij zullen de komende Antichrist en de verdrukking geenszins meemaken. Joden echter krijgen tekenen waarnaar zij in de verdrukkingstijd zullen uitkijken als bakens van waarschuwing, attentie en bemoediging.

 

 

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Joden, christenen en volken

.

In deze bespreking volgen wij ‘de rede over de laatste dingen’ in de versie volgens Mattheüs. Mattheüs 24-25 laat zich opsplitsen in drie thematische delen die toepasselijk zijn voor Joden, christenen en de volken:

.

  1. Joden: in Mt24:1-35 zijn alle kenmerken Joods en van toepassing op de Joden.
  2. Christenen: in Mt24:36 tot Mt25:30 gaat het over waakzaamheid voor ‘de dag des Heren’ en de voorafgaande komst van de Heer tot zijn bruid, de Gemeente.
  3. Volken: in Mt25:31-46 gaat het over het oordeel over de volken, aan het begin van het vrederijk.

.

.

 

De vraag over de laatste dingen

.

Als we naar Mattheüs 24 kijken, dan zien we in de eerste drie verzen de behandelde onderwerpen van de profetie en dat zijn:

  1. Het tijdstip waarop de tempel zal afgebroken worden.
  2. Het teken van Christus’ komst
  3. Het teken van de voleinding van de “eeuw”

De tempel en de vraag naar tekenen zijn eigen aan de Joden (1Kor1:22; Mat12:38; Joh4:48). Dit heeft niets met de Gemeente te maken, maar alles met Israël. De Gemeente kan er wel wat uit leren, zoals uit de gehele Schrift trou-wens (Rm15:4), maar dat is wat anders dan de profetie rechtstreeks op haar toepassen.

In 70 n.Chr. werd de profetie betreffende de tempel vervuld. Deel II en III van de profetie echter werden toen niet vervuld. Dit komt omdat het gemeentetijdperk nog tussen de Israëltijdperken in geschoven moest worden. Maar dat was op het moment van de profetie nog een ‘verborgenheid’ (Rm11:16-25; Ef3:3-6; Kol1:24-27).

 

.

Het begin van de weeën: de eerste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek.

.

Dit gedeelte is niet voor de Gemeente bedoeld want zij moet geen tekenen afwachten maar hun Heer altijd ver-wachten. Ook de uitdrukking ‘wie zal volharden tot het einde zal behouden worden’ (Mt24:13) kan niet op de Gemeente slaan, want voor hen is behoud geen zaak van eigen volharding. Nergens in het Nieuwe Testament wordt tot christen-gelovigen gezegd dat zij voor hun behoud moeten volharden. God is hun volharding (Rm15:5; 1Kor1:11). De kerk, gezien als christelijk getuigenis op aarde, wordt gevraagd te waken.

De Gemeente wordt ook niet misleid door het optreden van valse christussen. De Gemeente verwacht geen op aarde verschijnende Christus, maar een opname, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Thes4:17), naar het Vaderhuis (Jh14:3). Het gaat hier over Israëlieten die zullen leven ná de opname van de Gemeente. Zij zullen dan pas tot be-kering komen en gaan uitkijken naar de (weder)komst van hun Messias. Zij krijgen waarschuwingen te horen opdat zij, in de verdrukkingstijd die dan is losgebarsten, zouden ‘volharden tot het einde’.

Zij krijgen te horen dat dit nog maar een ‘begin van de weeën is’ die over de aarde komen. Deze periode is de eerste halve jaarweek, naar analogie met de tweede helft van deze profetische ‘week’ in Dn9:27. Daarna moet de verschrikkelijke ‘grote verdrukking’ komen. Wat hier wordt beschreven komt overeen met Openbaring 6: de ver-breking van de eerste zes zegels. In die tijd wordt niet meer het evangelie van de genade gepredikt, maar ‘het evangelie van het koninkrijk’ (Mt24:14) door de Joden (zie de ‘twee getuigen’ in Op11).

 

 

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

De grote verdrukking: de laatste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek

.

Bemerk goed de Joodse kenmerken: ‘heilige plaats’ (de herbouwde tempel!), ‘Jeruzalem’, ‘zij die in Judea zijn’ en ‘sabbat’. Deze passage heeft geheel niets met de Gemeente van doen, maar alles met de Joden, die in hun land zijn teruggekeerd. Zoals hierboven reeds werd opgemerkt wordt de Gemeente niet misleid door valse christussen. Zij ziet niet uit naar een op aarde verschijnende Christus en zij verwacht een plotselinge, hemelse opname die zij altijd moet verwachten, onafgezien gebeurtenissen of tijden.

Hier begint de ‘grote verdrukking’. De Joden kunnen het tijdstip ervan gemakkelijk berekenen zodat het hen niet onverwachts overvalt. Ze omvat de tweede helft van de ‘week’ in Dn9:27. Deze is 1260 dagen (Op11:3; 12:6), 42 maanden (Op11:2; 13:5) of ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ (Dn7:25; 12:7; Op12:14) lang. Dit zijn 3,5 profetische jaren. De grote verdrukking begint onzichtbaar met het neerwerpen van de duivel uit de hemel (Op12:7-9).

In Dn12:11 lezen we dat aan het begin van de laatste halve week het dagelijks offer zal worden gestaakt en dat daarvoor in de plaats een ‘gruwel’ zal worden opgericht (Dn9:27 en 12:11; Mt24:15; Mk13:14). Dit is het zichtbare begin van de ‘grote verdrukking’ (Mt24:21; Mk13:19; Op7:14). Dit is de ‘tijd van benauwdheid voor Jakob’ (Jr30:7; zie ook Dn12:1).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

De wederkomst van Christus op aarde terstond

ná de grote verdrukking

.

De Heer verschijnt nu zichtbaar voor iedereen die op aarde leeft. Dit is niet bedoeld voor de Gemeente, want hun opname is reeds achter de rug. Bij de opname verschijnt de Heer voor de Gemeente alléén, zijn bruid, wanneer ze wordt opgenomen, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Th 4:17). Hier in Mt 24:30 komt de Heer fysisch terug op aarde, op dezelfde wijze als dat hij van zijn discipelen was vertrokken, bij de hemelvaart: ‘En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heen voer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; Welke ook zeiden: Gij Galilése mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heen varen’ (Hd1:10-11).

De tijdslijn maakt nu een sprong en loopt verder in Mat25:31, waar het oordeel over de volkeren begint. Eerst echter zijn er nog een paar excursies die betekenis hebben voor Israël én de Gemeente.

 

.

 

De gelijkenis van de vijgenboom

.

‘Wanneer gij al deze dingen zult zien’ (vs. 33): zoals betoogd moet de Gemeente geen tekenen afwachten, maar in alle tijden en omstandigheden haar Heer verwachten (Tt2:13; 1Th1:10; Fil 3:20). De Schriftplaatsen over de Opna-me spreken nooit over voorafgaande tekenen: Mt24:36-44; Jh14:1-3; 1Kor15:51-55; 1Th1:9, 10. Deze gelijkenis heeft daarom weer niets van doen met de Gemeente.

De vijgenboom is Israël (vgl. Lk13:6-9). Uit de vijgenboom-gelijkenis mag Israël leren, dat wanneer zij ‘al deze dingen’ zullen zien gebeuren, de zomer nabij is, en dat betekent dat de komst van de Messias en zijn vrederijk ‘nabij is, voor de deur’ (vs. 33). Het uitlopen van de vijgenboom is in de eerste plaats een beeld van ‘deze dingen’, namelijk de ontwikkelingen die precies gebeuren zoals de Heer ze in zijn rede heeft voorzegd.

Als de takken van de vijgenboom zacht worden en de bladeren uitlopen, dan betekent dit dat Israël aan een gees-telijk ontwaken is begonnen. Dat zal niet gebeuren vóór maar wel ná de opname van de Gemeente. Het gaat hierover niets anders dan ontwikkelingen vlak ná het Gemeentetijdperk, wanneer God de draad met Israël weer opneemt en zij ‘ontwaken’ zullen als een vijgenboom in de lente.

In Lk21:29-31 spreekt de Heer niet enkel over de vijgenboom maar ook over alle bomen: ook de naties van de eindtijd komen tot ontwaken. Wij zien in onze tijd dat Israël aan een nationale heropstanding bezig is sinds 1948, maar dat is niet de eigenlijke vervulling van Jezus’ woorden. De woorden van de Heer betreffen het Israël van de eindtijd, ná het Gemeentetijdperk, in de zeventigste jaarweek. In Jezus’ rede van de laatste dingen is eerder een geestelijk ontwaken bedoeld.

Wij kunnen in de huidige nationale ontwikkelingen wel een voorbode zien, namelijk dat ook de geestelijke herop-standing niet meer veraf kan zijn, maar de tempel is nog niet herbouwd, de eredienst is nog niet hersteld en de Joden zijn nog steeds ‘verhard’ (Rm11:25).

 

 

bijbel40

 

.

 

Dit geslacht

.

‘Dit geslacht’ (vs. 34) is het Joodse volk, zowel de tijdgenoten van Jezus als, in bredere zin, het Joodse volk tot aan de volledige vervulling van de profetie en de wederkomst van de Heer (vs. 30). ‘Dit geslacht’ is niet een periode van één generatie, zoals sommige christenen denken (en ook sekten, zoals de Jehovah-getuigen). De Heer Jezus bedoelt hiermee de Christus-verwerpende Joden, die er altijd zouden zijn, doorheen de eeuwen, tot aan Zijn wederkomst. Zij blijven als volk bestaan totdat ‘Al deze dingen zullen geschied zijn’ (vs. 34).

Dit is de hele periode van de verwerping van Israël en gelijk ook de tussenvoeging van de Gemeente (Rm11). Al die tijd zou de Heer Israël bewaren: ‘Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!’ (Rm11:32-33).

.

 

.

Geen berekeningen maken

.

Een belangrijk argument hierbij is hetgeen staat in M24:36: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.’ Deze Schriftplaats mogen we niet uithollen door te gaan bewe-ren dat één geslacht gelijk staat aan één generatie, of nog erger: één geslacht = 40 jaar. Het is wel zo dat de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. binnen zo’n tijdvak is te plaatsen, achteraf bekeken, maar dat betekent niet dat wij zo mogen berekenen. Trouwens, in 70 n.Chr. werd de profetie niet vervuld want ‘die dag’, of ‘de dag des Heren’, en ‘de wederkomst des Heren’ is toen niet gebeurd.

Het woord van de Heer in Mt24:36 laat zeker niet toe van 30 of 40 jaar af te tellen tot alles zou zijn geschied. Slechts in de verdrukkingstijd zullen de Joden twee keer 3,5 jaar of 1260 dagen kunnen aftellen, daarnaast ge-holpen door zichtbare tekenen. Tekenen en berekenen is voor de Joden, en de Joods bedelingen, maar de Gemeente heeft daar helemaal niets mee te maken.

 

 

 

De Zoon des mensen komt op een onbekend tijdstip

.

Dit gedeelte kan onmogelijk op Israël van toepassing zijn. Hier is geen sprake meer van uitkijken naar tekenen, maar van een onbekend tijdstip waarop de Heer komt. Dit is de komst voor de Gemeente. Daarachter ligt er nog een bekend tijdstip waarop de Heer komt, voor Israël en de overblijvende volken, aan het eind van de grote verdrukking. Daartussen liggen de zeven jaren van de 70e. jaarweek of de ‘Dag des Heren’. Van die onbekende dag waarop de Heer zijn Gemeente ophaalt en aanstonds de ‘Dag des Heren’ begint, staat er: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen’ (Mt24:36).

Dit is niet Jezus’ zichtbare komst op het einde van de grote verdrukking, want dat is een bekende dag. Men kan na de opname zeven jaren op de kalender uitzetten. Als de ‘gruwel der verwoesting’ (Mt24:15) in de tempel komt te staan, dan kan men beslist 3,5 jaar (Dn7:25; 12:7; Op12:14), of 1260 dagen (Op11:3; 12:6), of 42 maanden (Op11:2; 13:5) op de kalender uitzetten om precies te weten wanneer de Heer komt.

Het onbekende tijdstip van Jezus’ komst (Mt24:36), is niet alleen onbekend voor ongelovigen maar ook voor ge-lovigen, ja zelfs voor de Zoon des mensen. Dit moeten we goed onderscheiden van Jezus’ komen ‘als een dief’ (1Th5:2; 2Pet 3:10; Op3:3; 16:15), namelijk voor degenen die niet waakzaam zouden zijn of in ongeloof vertoeven. Voor dezen komt de Heer altijd als een dief, gelovigen zijn altijd waakzaam: zij houden er altijd rekening mee dat de Heer vandaag nog kan komen, en zij leven er helemaal naar toe, ook al weten zij ‘dag nog uur’.

De wereld zal erg verrast worden door de plotselinge opname van de Gemeente. In die tijd zullen zij hun gewone gangetje gaan en eten, drinken, huwen … alsof er niets aan de hand is. Er is in de passage geen sprake van een grote verdrukking maar eerder van een relatieve vrede. Niemand had ermee gerekend dat er zo’n ingrijpende ge-beurtenis zou plaatsvinden. Als gevolg daarvan worden zij nu verrast door de plotselinge wegname (opname) van vele mensen, waarbij zelfs familieleden. Daarop komt de hele wereld in beroering en de verdrukkingstijd begint.

Voor alle duidelijkheid, in Mt24:40-41 staat er (tweemaal): ‘de een zal aangenomen en de ander zal verlaten wor-den. Dit wegnemen betekent de opname, en de overige mensen worden gelaten waar zij zijn om overge-leverd te worden aan de verdrukkingstijd. De dag des Heren begint dus wanneer Hij Zijn gemeente onverwachts opneemt (1Kor15:51-52), vóór alle oordelen die over de wereld komen. De opname op zich is reeds een oordeel voor de naamchristenen en ongelovigen die achtergelaten worden. De Heer redt zijn Gemeente echter van de komende toorn (1Th1:10; 5:9), de grote verzoeking (Op3:10,11).

In Op 4 en 5 zien we de opgenomen Gemeente vertegenwoordigd in de 24 oudsten. Wanneer in Op 6 de ver-drukkingstijd losbarst is er geen sprake meer van de Gemeente. In Op 1 tot 3 komt de naam ‘Gemeente’ 19 maal voor; daarna niet meer, dan is alles terug kenmerkend Joods: het Gemeentetijdperk is voorbij. Deze komende ‘toorn’ is niet de hel. De toorn begint met het verbreken van de zegels van het oordelenboek (zie Op 5) vanaf Op 6. Wanneer die verbroken worden zien we in Openbaring de uitbarsting van het ene oordeel na het andere, steeds krachtiger. Voortdurend is er sprake van Gods toorn.

Het verschijnen van de Antichrist is een van de grootste uitingen van Gods wraak (Dn9:27; 2Th2:9-12; Op6:1, 2). Deze toorn duurt de volle zeven jaar, de zeventigste jaarweek. Dit alles is de “Dag des Heren” (2Th2) en dat wordt de Gemeente bespaard. De opname van de Gemeente (2Th2), de tempel van de Heilige Geest, geeft aanleiding tot het uitbreken van de verdrukkingstijd die overeenkomt met de laatste jaarweek in Daniël 9. God neemt dan de draad weer op met Israël (Rm11).

Israël zal geestelijk opstaan en alle gebeurtenissen voltrekken zich zoals de Heer die heeft voorzegd. Uit die vervullingen kan Israël opmaken dat de Messias en Zijn vrederijk nabij is, voor de deur. Met het boek Daniël of Openbaring kunnen zij dan zelfs precies berekenen wanneer hun Heer komt.

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

Het oordeel over de volken

.

Dit gedeelte vindt rechtstreeks aansluiting bij Mt24:31 alwaar sprake is van het bijeen vergaderen van de uitver-koren, de getrouwe Joden. Hier echter worden de volken verzameld en gescheiden als schapen en bokken. De troon die we hier zien is deze van bij het begin van het duizendjarig vrederijk. Alle nog levende volken worden ervoor verzameld. Zij worden beoordeeld over de manier waarop zij de predikers van het Koninkrijk hebben behandeld (Mt24:14). Dit mogen we niet verwarren met de ‘grote witte troon’ uit Op20:11, die helemaal aan het eind van het duizendjarig vrederijk komt, en dan zullen ook de doden geoordeeld worden.

 

 

.

 Conclusie

 

.De Schriftuurlijke conclusie kan niet anders zijn dan dat de uitdrukking ‘dit geslacht’ (Mt24:34, Mk13:30 en Lk21:32), enkel te maken heeft met het Joodse volk als zodanig en niet een bepaald tijdperk van één generatie. Pas ná het Gemeentetijdperk, en niet ervóór, zal God de draad met Israël terug opnemen in de verdrukking. Dan pas wordt Israël geestelijk hersteld en komen zij tot bekering. Vóór deze verdrukking moeten wij niet ‘één gene-ratie’ van Israël afmeten. Pas in de verdrukking zullen de tekenen der tijden duidelijk worden.

Vóór de verdrukking is er slechts één belangrijke gebeurtenis, en gelijk ook een teken voor Israël en de wereld: de opname van de Gemeente. Dit zal als een totale verassing komen en aanleiding geven tot de verdrukking. Wel is het waar dat het ‘wereldtoneel’ voor de aanstaande gebeurtenissen in onze tijden wordt opgezet, zowel met be-trekking tot de volken, de (moslim)vijanden van Israël, de oprichting van de staat Israël, de terugkeer van Joden, het gedeeltelijke bezit van Jeruzalem, enz.

Maar dit is niet het ‘begin van de weeën’ (‘beginsel der smarten’ ) van Mt24:8, waarbij de tekenen der tijden duidelijk worden voor de Joden, en die hen ook tot bekering zullen leiden. Vóór de verdrukking is er beslist geen tijdperk van ‘één generatie’ van Joden waarop ook maar iets van de rede der laatste dingen van de Heer van toepassing is. De Gemeente heeft die tekenen niet nodig, en Israël zou ze in haar onbekeerde toestand niet kun-nen zien. Er zijn wel twee perioden met tekenen over de laatste dingen: 1e. de periode 33-70 n. Chr, en 2e. de ‘zeventigste jaarweek’ (de verdrukking).

Wij moeten vóór de Opname geen tekenen der tijden verwachten, noch voor de Gemeente, noch voor Israël. De Schrift wijst eerder op het tegendeel, het leven gaat zijn gewone gangetje totdat plots de Gemeente wordt opgenomen (Mt24:38). Daarna zal het Joodse volk de tekenen zien die haar toebehoren, en tot bekering komen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

 

Tekenen van de eindtijd

Standaard

categorie : religie

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

.

Inleiding

.

Dat de wereld na de Tweede Wereldoorlog ingrijpend veranderd is zal wel niemand ontkennen, daarvoor zijn er voorbeelden in overvloed te noemen. Maar er zullen weinig mensen zijn die beseffen dat wij leven in de voorlaatste fase van de geschiedenis die God met deze wereld schrijft.

.

 

Ook onder christenen is het besef dat we leven in de eindtijd jammer genoeg vaak niet of nauwelijks meer aan-wezig. Veel gebeurtenissen die in relatie staan met voorzeggingen in de Bijbel betreffende de eindtijd hebben intussen plaatsgevonden of zijn bezig zich verder te ontwikkelen.

In de zeventiger jaren was er over de eindtijd en de komst van de Heer Jezus veel aandacht, maar de belang-stelling in de ‘dingen die spoedig gebeuren moeten’ is daarna echter geleidelijk aan weggeëbd. Vandaar dat het goed is om die belangstelling weer eens aan te wakkeren want de tekenen zijn te duidelijk om ze te negeren.

.

 

1. Babylon, de grote hoer

 

Veel Bijbeluitleggers zijn van mening dat de beschrijving van de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 de profetische geschiedenis is van de christelijke kerk. Het begint met de gemeente te Efeze die haar eerste liefde heeft verlaten (2:4) en eindigt met de gemeente te Laodicea waar de Heer Jezus buiten de deur staat (3:20).

De opname van de Gemeente maakt een einde aan de geschiedenis van de Gemeente op aarde en wordt vanaf hoofdstuk 4 gezien in de hemel. Maar daarmee eindigt het christendom niet want Laodicea zal overgaan in het grote Babylon van de eindtijd. In Openbaring 17 zien we dat daar nog een geestelijke macht is die heerschappij voert over de koningen van de aarde.

Is het mogelijk dat de Wereldraad van Kerken opgericht in 1948 een voorloper is van dit grote Babylon? Het hoofddoel van de oecumenische beweging is om kerken van alle denominaties en sekten, en alle religieuze organisaties samen te brengen in één Oecumenische Kerk of Wereldkerk.

Het streven naar deze (valse) eenheid, gebaseerd op Johannes 17:21, en de oprichting in 1948 van de Wereldraad van Kerken kunnen we uniek in de geschiedenis van de Christenheid noemen en kan in verband met de eindtijd en de wederkomst van Christus gebracht worden.

Nooit eerder is er na de Reformatie zulk een streven en organisatie geweest.

 

.

De Openbaring hoofdstuk 17: Babylon wordt geoordeeld

De Openbaring hoofdstuk 17: Babylon wordt geoordeeld

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

2. Ontstaan van Europa

 

Na de Tweede Wereldoorlog beperkte het streven naar eenheid zich niet alleen tot het christendom. Het streven van de Wereldraad van Kerken naar eenheid gebeurde naar het voorbeeld van de Verenigde Naties. Deze orga-nisatie, opgericht in 1945, streefde naar het samenbrengen van alle volken op deze aarde.

Daarnaast was er in Europa ook een streven naar eenheid ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Veel eerder waren daartoe al pogingen ondernomen o.a. door Karel de Grote, Napoleon en Hitler maar allen faalden. Het verschil met hun pogingen en die van na de Tweede Wereldoorlog verschilt niet in hun doelstelling om alle landen van Europa verenigen, maar wel in hun manier.

Het Verdrag van Rome in 1953, was een verdrag waarmee de Europese Economische Gemeenschap gevestigd werd. Om te begrijpen wat dat met de eindtijd te maken heeft moeten we teruggrijpen op het boek Daniël en in het bijzonder zijn beschrijving van het zgn. statenbeeld in hoofdstuk 2. Kort samengevat zien we daar dat, nadat Israël terzijde is gesteld, er vier wereldmachten opkomen waaraan God gezag verleend.

Dit zijn respectievelijk: het Babylonische, het Medische-Perzische, het Griekse en het Romeinse rijk.

Dat laatste rijk zal dan teniet gedaan worden door de komst van Christus die Zijn Rijk zal stichten. Dat betekent dan ook dat er voor de komst van Christus weer een ‘Romeins rijk’ aanwezig moet zijn. Vele uitleggers zien in de huidige Europese Unie de herleving van het Romeins rijk.

Treffend is de profetie van Daniël: ‘Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem’ (Daniël 2:43).

.

.

 

2993f8b7bf0ba9bd7256b7c957dfca4c

 

 

.

 

3. Ontstaan van de staat Israël

 

De staat Israël werd voorzegd door God: ‘Zo zegt de Here: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël’ (Ez.37:12).

Misschien is de stichting van de staat Israël door de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog versneld. Hoe dan ook in 1948 was het zover en riep David Ben-Goerion op 14 mei in Tel-Aviv de staat Israël uit.

In het jaar 70 n.Chr. werd Jeruzalem door de Romeinse bevelhebber Titus verwoest en werden de joden in bal-lingschap gevoerd. Maar het Oude en het Nieuwe Testament getuigen namelijk dat er voor Israël herstel is.

‘Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis, dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschre-ven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob’ (Rom.11:25-26).

In de 19e eeuw ontstond er onder seculiere Joden van Oost-Europa een ideologie, zionisme genaamd, die streefde naar het stichten van een nationale Joodse staat. Het zionisme was een antwoord op de voortdurende antisemitische vervolgingen waaraan Joden in Europa blootstonden. Sinds de oprichting van de zionistische be-weging verhuisde een steeds groter deel van de Joodse wereldbevolking naar Israël.

In 2000 woonde ongeveer 40% van alle Joden in Israël. Het huidige volk Israël verkeert nog in een staat van ongeloof maar daarin zal verandering komen. ‘Zo zegt de Heere tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen. En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in hen’ (Ez.37:5, 8).

 

.

 

46946201309191543pal

 

 

.

 

4. Het jaar 1967

 

De Zesdaagse Oorlog was een oorlog die tussen 5 en 10 juni 1967 werd uitgevochten tussen Israël en zijn Arabische buurlanden Egypte, Jordanië en Syrië. De term ‘Zesdaagse Oorlog’ is kort na de gebeurtenissen verzonnen door Moshe Dayan in een bewuste toespeling op de zes dagen der schepping in het Bijbelboek Genesis.

Door het innemen van de Gazastrook, het schiereiland Sinaï, de Westelijke Jordaanoever (inclusief oostelijk Jeru-zalem) en de Hoogten van Golan, verviervoudigde het door Israël gecontroleerde gebied tot 88.000 vierkante kilometer. Na felle gevechten werd heel Jeruzalem door het Israëlische leger veroverd. Allon en Begin stelden voor om de Oude Stad, het historische centrum, van Jeruzalem in te nemen.

De bevelhebber van het Centrale Commando Uzi Narkiss, Moshe Dayan en Yitzak Rabin gingen op 7 juni 1967 om 13:00 uur de Oude Stad binnen via de Leeuwenpoort. Ze zullen toen wel niet beseft hebben dat ze daarmee de profetie van de Heer Jezus vervulden zoals vermeld in Lukas 21:24:  ‘Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn’.

 

 

 

5. De Messias-belijdende gelovigen

 

Na de gebeurtenissen van de Zesdaagse Oorlog kregen vele Joden de overtuiging dat ze leefden in bijzondere tijden. In 2014 waren er 35 Messias-belijdende gemeenten in Israël met ruim 10.000 gelovigen. Deze beweging is niet meer te stoppen en ook wereldwijd neemt het aantal Messias belijdende Joden toe.

God wil door deze Joden het nieuwe volk Israël gaan vormen. Dat er weer Joden in het land Israël zullen zijn blijkt overduidelijk uit de verzen 15-22 van de eindtijd rede in Mattheüs 24. Daarbij zijn er nog de 144000 verzegelden uit alle stammen van de Israëlieten (Openb.7:4;141, 3).

Op de bekering van Israël is het nog wachten maar Gods Woord is daar duidelijk over: ‘de tijden van verkwikking komen niet eerder dan dat Zij  over Hem, Die zij doorstoken hebben rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene (Zach.12:10).

 

 

 

6. De komende tempel

 

In Jeruzalem staat  het Visitors Center van het Temple Institute. In dit centrum kun je kennis nemen van de voort-gang van de voorbereidingen tot de bouw van een tempel. Dit centrum biedt gasten de mogelijkheid om een video te bekijken waarin de geschiedenis van de Heilige Tempel wordt vertoond.

De taak van het Temple Institute is om in de profetische tijd waarin wij leven en als leden van het menselijk ras te proberen de herbouw van de Heilige Tempel te voltooien om daarmee de woorden van de profeet Jesaja in ver-vulling te doen gaan: ‘Want mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken’ (Jes.56:7).

Uit de brief aan de Thessalonicenzen blijkt dat er vlak voor de komst van de Heer Jezus weer een tempel zal zijn want: ‘de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet’ (2 Thes.2:4).

Ook in het boek Openbaring wordt er gesproken over een tempel: ‘En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden. Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang’ (Openb.11:1-2).

De ‘derde tempel’ zoals het door orthodoxe Joden genoemd word zal niet de tempel zijn die in het boek Ezechiël beschreven wordt (Ez.40-42) maar de tempel waarin de Antichrist zich zal vertonen.

 

.

 

hoofdstuk-21-een-nieuwe-hemel-en-een-nieuwe-aarde

Openbaring hoofdstuk 21 : Het nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

7. De wederkomst van de Heer

 

De eerste komst van de Heer Jezus, geboren als kind in Betlehem, kon aan de hand van de profetie van Daniël vrij nauwkeurig bepaald worden want: ‘Vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op de Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken.

Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden’ (Dan.9:25-27). 445 (voor Chr) +483 (69×7) = 38 (na Chr). Houden we nog rekening met een verschil van 3-4 jaar bij de vaststelling, dan komen we ongeveer op 33 naChr. Let wel het gaat hier niet om het tijdstip van zijn geboorte maar van het sterven van de Messias! Het NT vermeld dat er in die tijd joden waren die de Messias verwachten (Luk.2:25, 38; 23:51; Joh.4:25).

Een profetie voor wat betreft de tijdstip voor de  tweede komst van de Heer Jezus voor Israël en de volken is ons niet gegeven, eerder het tegenovergestelde. ‘En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft’ (Hand.1:7). En: ‘Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, ook aan de Zoon niet, maar alleen aan de Vader’ (Mark.13:32).

Ondanks deze woorden van de Heer Jezus zijn er in het verleden maar ook nu nog, veel pogingen gedaan om dat tijdstip te berekenen maar ze faalden allen. Op de vraag van de discipelen: ‘Wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld?’ geeft de Heer Jezus in algemene zin wel een antwoord op de dingen die zullen ge beuren maar vermeld er gelijk bij dat, ook al gebeuren deze dingen, dat dat het einde nog niet is.

(Matth.24:3-7). Voor de Opname van de Gemeente kan de Heer Jezus elk moment komen. Aan het volk Israël zijn er tekenen gegeven die in hoofdstuk 24 van het Mattheüs evangelie vermeld zijn en in de Openbaring van Johan-nes.

De zes gebeurtenissen, hierboven vermeld, zijn dan ook geen tekenen maar signalen die aangeven dat we in de eindtijd leven vlak voor de komst van de Heer Jezus.

‘Wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart’ (2 Petr.1:19).

 

.

 

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

JOHN ASTRIA

Wat is de Bijbelse Profetie?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Inleiding

.

Onze huidige tijd is er een van revolutionaire veranderingen waar geen enkele andere tijd mee te vergelijken en geconfronteerd is. Het is dan ook niet vreemd dat veel mensen zich vragen beginnen te stellen over de toekomst. Allerlei prognoses, hypothesen en fantasieën doen de ronde maar er niemand die weet waar het met de wereld naar toe gaat.

Als christenen hoeven wij niet in het onzekere te verkeren voor wat betreft onze toekomst en die van de wereld waarin wij leven. God heeft ons in zijn Woord duidelijk de contouren geschetst van zijn plan met deze wereld en wij kunnen daarvan kennis nemen middels de Bijbel. De Heer Jezus zegt dat wanneer de heilige Geest zal komen dat Deze ons zal inlichten over de toekomstige dingen (Joh.16:13).

 

‘En zo hebben wij het profetisch woord des te vaster, en u doet er goed aan daarop acht te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten’ (2Petr.1:19).

 

In de christelijke traditie wordt Bijbelse profetie nadrukkelijk onderscheiden van waarzeggerij, wichelarij, uitleggen van voortekenen, tovenarij, bezweringen en ondervragen van doden (spiritisme). Ongeveer een vierde van de Bijbel is profetie om te ontdekken dat God in controle is en bezig is zijn plan ten uitvoer te brengen.

 

.

 

Wat is profetie?

.

Het begrip profetie in Bijbelse zin heeft een bredere betekenis dan alleen maar toekomstvoorspelling. Profeet zijn is spreken namens God tot mensen, zowel voorzeggend als voortzeggend. Zo’n ‘godsspraak door profetenmond’ kan troostend, vermanend of oordelend van aard zijn. De godsspraak kan ook geuit worden in de vorm van een lied (zoals bij Mozes, Mirjam, Hanna, Maria en in de Psalmen) en kan soms ook betrekking hebben op een gebeurtenis in de nabije of verre toekomst.

Veel oudtestamentische profetieën riepen op tot herstel of handhaving van de Wet, en kondigden oordelen aan wanneer het verbond met God verbroken werd. In Bijbelse tijden werden door middel van profetie mensen geroepen tot het koningschap (zoals Saul, David, Jehu) of tot gemeentelijke taken (zie bijvoorbeeld Hand.13:2).

Bijbelse profeten profeteerden volgens eigen zeggen niet uit zichzelf (vgl. Am.3:7; Jer.23:18). Apostel Petrus schreef hierover:

 

‘Want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken’ (2Petr.1:21).

 

De profeet Jeremia beschreef in zijn zielenstrijd dat de kracht van de Geest van God voor een goedwillende profeet nagenoeg onweerstaanbaar was (Jer.20:7-9).

Ook het tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament, is vol profetie. Zacharias en Elizabeth, Maria, Simeon en Anna profeteerden. Johannes de Doper en Jezus traden op als profeet. Zij deden dit op de grens van het oude en het nieuwe verbond (Luk.22:20).

Verder komen we mannen en vrouwen tegen die profeteren, bijvoorbeeld de profeten Agabus (Hand.11:27-10, 21:10-11), Judas en Silas (Hand.15:32), de vier dochters van Filippus (Hand.21:9) en anderen (Hand.11:27, 13:1). De christelijke gemeente is gebouwd op het fundament van apostelen en nieuw testamentische profeten (1Kor.12:28, Ef.4:11), waarvan Jezus zelf de hoeksteen is (Ef.2:20). In de Openbaring aan Johannes lezen we over Gods profeten (Op.10:8; 11:18; 18:20; 22:6,9).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

De Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

Wat is het doel van profetie?

.

Profetie is ons niet gegeven om te speculeren, maar om te motiveren’

.

Het doel van de profetie is niet om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, maar om ons praktisch geloofsleven een extra stimulans te geven tot een heilig leven. Met het oog op de wederkomst van de Heer Jezus schrijft de apostel Johannes:

 

‘En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is’ (1Joh.3:3) en

‘Laat hij die onrecht doet, nog meer onrecht doen; en die vuil is, zich nog vuiler maken; en die rechtvaardig is, nog meer gerechtigheid doen; en die heilig is, zich nog meer heiligen’ (Op.22:11).

 

Maar dat niet alleen. God heeft geweldige plannen met zijn schepping en wil ons daarover inlichten opdat ook wij ons daarin zouden verheugen :

 

‘Voorzeker, de Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten’ (Am.3:7).

 

In de Bijbel zien we hoe het plan van God, om zijn Christus in de wereld te brengen, zich geleidelijk ontwikkeld. Dat plan heeft zijn begin in het boek Genesis en vindt zijn uiteindelijke vervulling in het boek Openbaring. Dat maakt de Bijbel tot een heel bijzonder boek.

Omdat God zijn plan op Schrift heeft laten stellen, is die God ook verifieerbaar. We kunnen Hem niet alleen volgen maar ook ontdekken dat zijn beloften waar zijn. Veel profetieën hebben hun vervulling al gekregen bij de eerste komst van de Heer Jezus bij zijn geboorte, lijden en sterven. Veel profetieën zullen nog vervuld worden bij zijn wederkomst. Laten we maar eens als voorbeeld Handelingen 2 nemen waar we een gedeeltelijke profetie zien van Joël wanneer hij spreekt over de uitstorting van Gods Geest in de laatste dagen (Hand.2:17-21).

Lukas – de schrijver van het boek Handelingen – zegt dat er eenzelfde manifestatie van Gods Geest zal zijn voor-dat de grote en doorluchtige dag des Heren komt.

Het doel van profetie is de openbaring van de Heer Jezus:

 

‘Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie’ (Op.19:10).

 

Het plan van God vindt zijn hoogtepunt in de verhoging van Christus:

 

‘Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is, opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader’ (Fil.2:9-11).

 

.

Waarom zouden we de profetie bestuderen?

.

De Heer Jezus zegt in Johannes 15:15 :

 

‘Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van mijn Vader heb gehoord, bekend gemaakt heb.

 

Gelukkig heeft God zijn plan niet voor ons verborgen gehouden. Paulus zegt dat:

 

‘Hij ons de verborgenheid van zijn wil bekend heeft gemaakt, naar zijn welbehagen, dat Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf aangaande bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één hoofd samen te brengen in Christus’ (Ef.1:9-10).

 

De leer omtrent ‘de laatste dingen’ de eschatologie is wat in onze tijd de meeste aandacht trekt, maar we moeten niet vergeten dat dit slechts een onderdeel uit maakt van de profetie. Er zijn een aantal redenen te noemen waarom in onze tijd een vernieuwde aandacht voor de toekomstige dingen is, en dat niet slechts bij christenen.

De jaren zestig zette veel mensen aan het nadenken over de vraag waar het met onze’planeet aarde naar toe ging. Er zijn verschillende krachten die onze wereld veranderen:

  • Het ontstaan van een mondiale economie met talloze kruisverbanden.
  • Het ontstaan van een wereldwijd communicatienetwerk zoals het internet.
  • Het ontstaan van volledig nieuwe machtsverhoudingen op politiek, economisch en militair gebied, denk maar aan de rol van China de laatste decennia.
  • Het ontstaan van een snelle groei van de wereldbevolking en daarmee gepaard gaande verbruik van grondstoffen, watertekorten, enz.
  • Het ontstaan van revolutionaire nieuwe technologieën op het gebied van biologie, biochemie, genetica en andere materialen waardoor grenzen overschreden kunnen worden die we ons nooit hebben kunnen voorstellen.
  • Het ontstaan van een radicale nieuwe relatie tussen de samengebalde kracht van menselijke beschaving en de ecologische systemen van de aarde zoals het klimaat en de atmosfeer.

 

Als christenen kunnen we naast deze zaken verder denken aan het ontstaan in van het volk Israël in 1948. Maar ook het ontstaan van de Europese Unie waarin velen de wedergeboorte van het antieke Romeinse Rijk in menen te herkennen. De vraag is, hoe het mogelijk is dat Europa na haar ondergang in 476 in de vijftiende eeuw een wedergeboorte (renaissance) heeft gekend en zo’n dominerende invloed heeft gehad over de rest van de wereld. Of het Westen nog eens ten onder zou kunnen gaan en weer opstaan is een boeiende vraag voor christenen.

 

 

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe dienen we de profetie bestuderen?

.

Van de volkeren wordt gezegd dat zij :

 

‘de gedachten des Heren niet kennen en zijn raadslag niet verstaan’ (Mi.4:12).

Welk mens kan ons zeggen wat de toekomst zal brengen? De mens die niet eens weet, hoe morgen zijn leven zal zijn? (Jak.4:14).

 

Voor betrouwbare informatie betreffende het plan van God en de toekomstige dingen zijn wij geheel en al aangewezen op Gods openbaring daarvan in de Bijbel en door de verlichting van zijn Geest:

 

‘Vraagt Mij naar de toekomstige dingen’ zegt de Here God (Jes.45:11).

 

God is immers die God die:

 

‘van de beginne de afloop verkondigt en vanouds wat nog niet geschied is’ (Jes.46:10).

 

Al Gods plannen waren nog niet geopenbaard in het Oude Testament, dat blijkt wel uit de woorden van de Heer Jezus die heeft gezegd:

 

‘Ik zal mijn mond opendoen in gelijkenissen; Ik zal dingen uitspreken die van de grondlegging van de wereld af verborgen zijn geweest’ (Mat.13:34).

 

Wanneer de Heer Jezus de komst van de heilige Geest aankondigt wordt daarvan gezegd dat:

 

‘Die zal u alles leren en u in herinnering brengen alles wat Ik u heb gezegd’ (Joh.14:26).

 

Maar niet alleen dat, ook zou de Geest ons in de hele waarheid leiden en de toekomstige dingen zou Hij ons verkondigen (Joh.16:13, 14). Met andere woorden we krijgen door de Geest inzicht in de leer van het Bijbelse geloof en leven vermeld in de diverse brieven. Ook in de leer omtrent de laatste dingen, de eschatologie, vermeld in het Oude en Nieuwe Testament.

De apostel Paulus heeft het voorrecht gekend enkele van die geheimenissen, of verborgenheden te duiden. Die geheimenissen waren :

  • dat de Heer Jezus het middelpunt van Gods plannen was (Rom.16:25; 1Kor.2:7v; Ef.1:9v.).
  • de Gemeente, haar ontstaan en bestemming (Ef.3:9, 5:32; Kol.1:26, 2:2).
  • de opname en Christus’ verschijning in heerlijkheid (1Kor.15:51; 1Thes.4:15vv.)
  • Gods plannen met het volk Israël (Rom.11:25).

 

We dienen ons dus afhankelijk van Gods Geest en Woord op te stellen in het onderzoek van Gods plan. Het Woord dient gezag te hebben over ons leven en denken. Om niet te ontsporen in allerlei speculaties is het noodzakelijk dicht bij het licht van Gods Woord te blijven. Veel zaken zullen duidelijk worden als de tijd daarvoor aangebroken is:

 

‘Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is’ (1Joh.3:2).

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

voorpagina openbaring a4

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

Boodschap 302 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

 

Tractaat van John Astria over de eindtijden

 

 

 

 

Informatie over de eindtijden is in

 

de Bijbel sterk aanwezig.

 

In het Nieuwe Testament houdt

 

één op de 25 verzen zich bezig met de

 

wederkomst van Jezus

 

 

Waarom de Openbaring lezen?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de  enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis  in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden, maar het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Het beeld van het beest.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het Beeld van het Beest is het toekomstige beeld dat op bevel van het Beest uit de Aarde (= de valse profeet, de antichrist) door de mensen gemaakt wordt voor het Beest uit de Zee, een grote politieke leider. Als het beeld klaar is, krijgt het Aardebeest van hogerhand de macht om het beeld adem te geven, leven in te blazen. Het beeld moet aanbeden worden. Het zorgt ervoor dat iedereen die het beeld niet aanbidt, gedood wordt.

.

 

Openbaring 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

Openbaring 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

pasteltekening van John Astria

 

 

Openbaring 13:14. En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer leefde, een beeld moesten maken.


Openbaring 13:15. En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.

Het Beeld van het Beest wordt massaal aanbeden (vgl. Opb. 14:9; 14:11; 16:2; 19:20). Opvallend is dat het Beest uit de Zee deze beeldverering kennelijk goedvindt, hoewel hij zich verzet en zich verheft tegen al wat een voorwerp van verering is (2 Thess. 2:4). Een dergelijke tegenstrijdigheid betreft ook zijn afwijzing van al wat God heet, hoewel hijzelf “in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is” (2 Thess. 2:4). Vergelijk de voorzegging door de engel aan Daniël over een toekomstige koning:

Da 11:36.  Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren.


Da 11:37.  En hij zal niet letten op de goden van zijn vaderen, [en] ook niet op het verlangen van de vrouwen. Hij zal op geen enkele god letten, maar zichzelf boven alles groot maken.


Da 11:38.  En hij zal de god van de vestingen in zijn standplaats eren. Hij zal namelijk de god die zijn vaderen niet gekend hebben, eren met goud, met zilver, met edelgesteente en met kostbaarheden.

Da 11:39.  Hij zal versterkte vestingen maken samen met een vreemde God. Voor hen die hij zal kennen, zal hij de eer laten toenemen en hen laten heersen over velen en hij zal het land uitdelen als beloning.

Aanbidding van het Zeebeest en zijn beeld is je reinste afgodendienst. Er zullen echter mensen zijn die er niet aan mee doen. Zij weten dat God een na-ijverig God is en geen aanbidding van mensen of beelden kan verdragen.

Exodus 20:2.  Ik ben de Heere, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.


Exodus 20:3.  U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.


Exodus 20:4.  U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.


Exodus 20:5.  U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de Heere, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,


Exodus 20:6. Maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.

Degenen die weigeren mee te doen aan de aanbidding van het Beeld en van het Beest en ook het merkteken van het Beest weigeren, al kost het ook hun leven, zijn overwinnaars en zullen opgewekt worden en met Christus in het duizendjarig Vrederijk regeren.

Openbaring 15:2.  En ik zag als een glazen zee met vuur gemengd, en hen die de overwinning behaald hadden over het beest en over zijn beeld en over het getal van zijn naam, op de glazen zee staan met harpen van God.

Openbaring 20:4.  En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren.

 

 

Openbaring 20 : de eerste opstanding en de tweede dood

Openbaring 20 : de eerste opstanding en de tweede dood

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Het Beeld van het beest dan wel het Beest zelf is waarschijnlijk gelijk aan de gruwel der verwoesting‘ waarvan door de profeet Daniël gesproken is. De Heer Jezus verwijst naar deze de gruwel, die in ‘de heilige plaats’ , de tempel in Jeruzalem, zal staan.

Mattheüs 24:14.  En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.


Mattheüs 24:15.  Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniel gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op)


Mattheüs 24:16.  laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen.

 

.

 

Voorafschaduwing

.

Een historische voorafschaduwing van het Beeld is het gouden beeld dat de beroemde Babylonische koning Nebukadnezar liet oprichten en waarvoor iedereen moest buigen. Het was ongeveer 30 meter (60 el) hoog en 3 meter (6 el) breed. Wie weigerde te buigen, moest in een brandende oven geworpen worden.

Daniël 3:1.  Koning Nebukadnezar maakte een gouden beeld, waarvan de hoogte zestig el was, en zijn breedte zes el. Hij richtte het op in het dal Dura, in het gewest Babel.

Daniël 3:5.  Op het moment dat u het geluid hoort van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, panfluit, en allerlei muziekinstrumenten, moet u neervallen en het gouden beeld aanbidden dat koning Nebukadnezar heeft opgericht.

Daniël 3:6. Wie niet neervalt en aanbidt, zal op hetzelfde ogenblik midden in de brandende vuuroven worden geworpen.

Daniël 3:7.  Daarom, zodra al de volken het geluid hoorden van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, en allerlei muziekinstrumenten, vielen op datzelfde tijdstip alle volken, natiën en talen neer, [en] aanbaden het gouden beeld dat koning Nebukadnezar had opgericht.

.

 

Afbeelding: gedwongen verering van het beeld van Nebukadnezar.
Het 30 meter hoge beeld is naar verhouding nog te klein getekend.

.

Drie Joodse mannen, namelijk Sadrach, Mesach en Abed-Nego, die Nebukadnezar over het bestuur van het gewest Babel had aangesteld, weigerden het gouden beeld te aanbidden. Zij werden er dan ook van beschuldigd dat zij Nebukadnezars goden niet vereren en het gouden beeld niet aanbidden (Dan. 3:12). Zij antwoordden de koning:

Daniël 3:17.  Als het moet, kan onze God, Die wij vereren, ons verlossen uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons, o koning, uit uw hand verlossen.


Daniël 3:18.  En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden.

Daarop werden ze in de brandende oven geworpen. In de oven verscheen een vierde persoon, een engel, en deze was bij de mannen en zij werden gespaard. Nebukadnezar zag hun wonderlijke bewaring en riep de Joden uit de oven terug. Hij noemde ze “dienaren van de allerhoogste God” (Dan. 3:26). Er was aan de mannen helemaal niet te merken dat ze in de oven waren geweest.

Daniël 3:27. Toen kwamen de stadhouders, de machthebbers, de landvoogden en de raadslieden van de koning bijeen. Zij zagen aan deze mannen dat het vuur geen vat had gekregen op hun lichaam: het haar van hun hoofd was niet geschroeid, en hun mantels waren niet verteerd, ja, er hing [zelfs] geen brandlucht aan hen.


Daniël 3:28.  Nebukadnezar nam het woord en zei: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, Die Zijn engel heeft gezonden en Zijn dienaren heeft verlost, die op Hem hebben vertrouwd, het bevel van de koning hebben weerstaan en hun lichaam hebben overgegeven, omdat zij geen enkele god wilden vereren of aanbidden dan hún God.


Daniël 3:29.  Daarom wordt door mij een bevel uitgevaardigd dat elk volk, [elke] natie of taal die lasterlijke dingen zegt over de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, in stukken zal worden gehouwen en dat zijn huis tot een mesthoop zal worden gemaakt, want er is geen andere god die zo redden kan.


Daniël 3:30.  Toen maakte de koning Sadrach, Mesach en Abed-Nego voorspoedig in het gewest Babel.

 

.

In meerdere opzichten schaduwt Nebukadnezars beeld het beeld van het Beest vooraf

.

  1. het beeld is een beeld van de grote Leider
  2. de gedwongen aanbiddig
  3. de massaliteit van de aanbidding
  4. de doodstraf bij weigering

Een eigentijdse voorloper van de verering van een mansbeeld is de eer die burgers in Noord-Korea dagelijks moeten bewijzen aan Kim Il-Sung, bij diens immense standbeeld in de hoofdstad van het land. Wie dat niet doet, riskeert het strafkamp.

 

 

 

Foto: eerbetoon bij het 23 meter hoge standbeeld van Kim Il-Sung.
Het beeld van Nebukadnezar was zo’n 7 meter hoger.

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Wat is Reiki?

Standaard

categorie : Reiki en de aura

 

 

 

Het Reikisymbool

 

Reiki is een Japanse oude esoterische heelkunst die in de negentiende eeuw door een Christelijke monnik, Dr Mikao Usui, opnieuw ontdekt is. De Reiki traditie is echter al te vinden in 2500 jaar oude Sanskriet teksten. Rei is “de universele liefdesenergie”. Ki is een deel van dit Rei en stroomt door alles wat leeft, waardoor ze dus ook onze eigen vitale levensenergie is. Het is kosmische energie (afkomstig van God) die de Reiki-ingewijde kan ontvangen en doorgeven via handoplegging aan een mens, dier, of plant om het natuurlijk genezingsproces te bevorderen.

 

 

reiki_teken

 

 

 

Wat is Reiki

 

Reiki wordt in de eerste plaats beschouwd als een manier om het lichaam te helen, maar Reiki is ook een methode voor spirituele en geestelijke heling. Reiki heeft de kracht om ziel, lichaam en geest weer bijeen te brengen in een optimale toestand van harmonie. Wij dienen allemaal een begin te maken met de terugkeer naar die toestand van harmonie. Door de kracht en de eenvoud waarmee zij ons en de anderen kan helen, biedt Reiki ons de gelegenheid om de eerste stap te zetten op de weg die ik “de reis naar huis” noem.

Een Reikihandoplegging werkt lichamelijk en geestelijk ontgiftend en bevrijdend. Reiki neemt de pijn weg en ondersteunt op een krachtige maar natuurlijke wijze het proces van genezing. Reiki kan worden toegepast bij chronische ziekten maar evengoed bij griep, ontstekingen, verwondingen en breuken. De energie werkt op al de niveaus van ons leven in. Zij geneest ook onze emotionele pijn, zodat de oorzaken van onze lichamelijke problemen verdwijnen.

 

 

 

 

 

De Reiki-gever en de Reiki-ontvanger

 

De universele liefdesenergie wordt via het ruggenkanaal (van het hoofd naar beneden) geleid naar de handen en doorgegeven aan de ontvanger die rustig op een zachte ondergrond ligt. Om deze energie te kunnen doorgeven moet men “ingewijd ” zijn door een Reikimaster. Dit is iemand die via een ritueel het energiekanaal in de rug opent van de kandidaat ingewijde, waardoor de universele liefdesenergie (komend van God uit de kosmos) kan stromen als hij zijn handen op een levend wezen legt. Zo kan de Reiki-gever zowel aan de voorkant als de achterkant van een menselijk lichaam de helende energie laten stromen. Steeds begint hij aan het hoofd en gaat zo naar beneden.

 

 

Handoplegging: de tweede graad

 

 

 

Na de inwijding

 

Bij het openen van het Reikikanaal zal de ingewijde veranderingen in lichaam en geest gaan ondervinden die enkele weken kunnen aanhouden. De Reikimaster onderhoudt gedurende deze periode contact met de ingewijde om eventueel bij te sturen. De ingewijde wordt als het ware naar een hogere trilling getransformeerd. Zijn bewustzijn wordt ruimer, inzichten komen plots. Na die periode van ‘inwendig zuiveren’ mag de ingewijde in eerste instantie zichzelf de handen opleggen, hij is in het bezit van de eerste graad Reiki. Wenst de ingewijde na veel oefenen op zichzelf anderen de handen op te leggen, dan kan hij een inwijding krijgen in de tweede graad. In deze fase leert hij de Reikisymbolen te gebruiken.

 

 

Universele liefdesenergie

 

 

 

De hogere Reikigraden

 

Vanaf de derde graad kan de Reikigever afstandsbehandelingen doen en de universele liefdesenergie sturen naar het verleden en de toekomst. Diegenen (zeer weinigen) die kiezen voor het een Master Opleiding, onder leiding van een Reikimaster, zijn in staat door hun ervaring en hun contacten met onzichtbare helpende entiteiten om een levend wezen op elk domein raad te geven en bij te staan.

 

 

 

 

 

De valkuilen van Reiki

 

De grote fout van vele ingewijden is dat ze denken dat zij zelf de universele energie opwekken. De handoplegger is slechts een doorgeefkanaal tussen entiteiten, onder het gezag van God, en de hulpbehoevende. Wat de persoon ontvangt is wat hij op dat moment nodig heeft zowel op het lichamelijke als op het mentale vlak. Het is wel zo dat een ingewijde van een hogere graad energie kan geven van een hogere orde, maar toch geeft hij niets.

 

 

 

Het ontstaan van Reiki

 

 

De zoektocht naar de waarheid

 

De grondlegger van Reiki was Dr Mikao Usui, een priester die leefde in het Japanse Kyoto eind vorige eeuw. Op zoek naar de waarheid gaat hij naar de Verenigde Staten waar hij de Christelijke geschriften bestudeert. Hij probeert de geheimen van de genezingen van Christus en zijn apostelen te achterhalen maar vindt ze daar niet.

Hij keert naar Japan terug en zoekt naar een antwoord in de Boeddhistische geschriften, de soetra’s. Zowel in de Japanse als de Chinese vertaling van de soetra’s vindt hij geen aanwijzingen. Hij geeft niet op en leert ook nog de teksten die in het oude Sanskriet opgetekend zijn. Eindelijk vindt hij, na zeven jaar van intensieve studie, de symbolen waarmee Boeddha de genezingen verrichtte. Nu hij de kennis ervan heeft wil hij ook de kracht om te kunnen genezen. Hij besluit om 3 weken vastend en mediterend op een heilige berg door te brengen. Hij legt 21 steentjes voor zich neer als kalender en iedere dag haalt hij er eentje af.

Tijdens dit verblijf op de berg mediteert hij op de soetra’s maar niets gebeurt. In de midden van de nacht op de 21 ste dag smeekt hij God om het licht te mogen zien. Plotseling ziet hij een licht aan de hemel dat snel op hem afkomt. Het wordt groter en treft hem in het midden van het voorhoofd. Hij verliest het bewustzijn en komt in een trance terecht. In deze toestand van hoger bewustzijn ziet hij vele luchtbelletjes in alle kleuren van de regenboog. Dan verschijnen hem de symbolen in een gouden handschrift die hij eerder in de Sanskriete soetra’s tegenkwam of de sleutel voor de genezingen die Boeddha en Jezus verricht hebben. De Reikisymbolen worden door God aan Usui geopenbaard.

 

 

Ohm: de vierde graad

 

 

 

De eerste genezingen door Reiki

 

Wanneer Usui weer bij bewustzijn gekomen is, staat de zon weer hoog aan de hemel. Hij stelt vast dat hij helemaal opgeladen is en niet meer uitgeput en hongerig. Usui gaat op pad en verwondt zich aan zijn grote teen. Hij legt zijn hand erop, het bloeden stopt en de pijn trekt weg. Onderweg gaat hij een herberg binnen en bestelt wat om te eten. Terwijl hij daarop wacht verschijnt de dochter van de waard die weent van de tandpijn. Usui vraagt of hij zijn handen op haar gezicht mag leggen. Ze stemt toe. Usui legt zijn handen enkele minuten op haar wang en de zwelling trekt samen met de pijn weg.

In het klooster gekomen ziet hij dat de oude abt een aanval van artritis heeft. Usui legt zijn helende handen op de pater en de pijn wordt verlicht. Dan trekt hij naar de bedelaarswijken van Kyoto en geneest vele zieken! Hij merkt dat hij het fysieke lichaam kan genezen, maar hij wil ook dat de mensen een nieuwe levenswijze bewerkstelligen die vele ziektes kunnen voorkomen. Usui trekt weg uit de bedelaarswijk en begint les te geven hoe de mensen zichzelf kunnen genezen en respect hebben voor bepaalde leefregels.

 

 

 

De Reikileefregels

 

ik ben vrij en gelukkig, juist vandaag
alles is perfect, juist vandaag
ik leef bewust in het nu
ik ben dankbaar voor alles wat op mijn pad komt
ik heb respect voor mijn ouders, mijn leraren en al de ouderen]ik verdien mijn brood op een eerlijke manier
ik hou van mijn naaste gelijk ik van mezelf hou

 

 

 

De eerste volgelingen van Reiki

 

De eerste leerling van Usui is Hayashi Chujiro, een gepensioneerd marineofficier, die hij ontmoet tijdens zijn vele reizen van dorp tot dorp. Hayashi komt onder de indruk van Usui, blijft hem volgen en krijgt een opleiding. Na de dood van Usui in 1926 richt Hayashi zijn eigen Reikikliniek op in Tokyo.

Eén van zijn patiënten in 1936 is de Hawaïaanse vrouw van Japanse afkomst Hawayo Takata. Tijdens een bezoek aan haar ouders wordt ze onwel en men neemt haar op in een gewoon ziekenhuis. Daar constateert men galstenen, een tumor en een blindedarmontsteking. Klaar om geopereerd te worden hoort ze op de operatietafel een stem tot drie maal toe dat een operatie niet nodig is. Na navraag verlaat ze het ziekenhuis onmiddellijk en gaat naar de Reikikliniek van Hayashi Chujiro. Ze krijgt er vier maanden lang een Reikibehandeling en geneest.

Onder de indruk daarvan vraagt ze Hayashi om haar Reiki te leren. Hij stemt toe, geeft haar een opleiding van een jaar en in 1938 wordt ze de 13de en laatste Reikimaster die hij inwijdt. Hayashi pleegt harakiri in 1940 omdat hij weigert te vechten in de tweede wereldoorlog. In 1970 introduceert Hawayo Takata Reiki in Noord-Amerika. In totaal wijdt ze 22 Reikimasters in tot haar dood in 1980. Vanaf 1984 krijgt Reiki voet aan de grond in Europa.

 

Bronnen en referenties:

*Müller, Brigitte en Horst Günther, Reiki: heel jezelf en anderen. Den Haag, 1992 (vertaling van Reiki,

*heile dich selbst. München, 1991). Het oorspronkelijke Reiki handboek van Dr Mikao Usui en Frank

*Arjava Petter Licht op de aura -healing via het menselijk energieveld – een werkboek -Barbara Ann Brennan

 

 

          Mikao Usui

 

Reiki mikao usui

 

 

 

            Hayachi  Chujiro
Hayashi Chukiro
.
.
.
.
.
        Hawayo Takata
hawayo-takata3
.
.
.
.
.
voorpagina openbaring a4
.
.
.
3d-gouden-pijl-5271528
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA