Advertenties

Tagarchief: antichrist

Een wereld beheerst door Satan en zijn engelenvorsten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Er gebeurt heel wat meer ‘boven onze hoofden’ dan wij beseffen. In een andere, onzichtbare werkelijkheid speelt zich veel af waar wij indirect en ook direct mee te maken hebben. Gebeurtenissen, strijd en ook tekenen die het wereldgebeuren en ook ons leven beïnvloeden. Ondanks het feit dat wij nauwelijks enig besef hebben van wat er zich in die vreemde, geestelijke wereld afspeelt, heeft de Gemeente van de Here Jezus Messias grote invloed op wat daar gaande is. Daarom is het belangrijk dat wij hier Bijbels zicht op hebben.

 

 

geestelijke strijd

geestelijke strijd

 

 

De machthebbers in die ‘vreemde wereld’ zijn momenteel intensief en koortsachtig tegen Israël aan de gang. Voordat we dieper ingaan op deze belangrijke materie kijken we eerst naar het voorbeeld van Job. Dat kan ons veel duidelijk maken. Tijdens zijn leven was Job zich niet bewust van wat er met betrekking tot zijn persoon en de rampen die hem overkwamen in die onzichtbare werkelijkheid, in een ‘hemels gewest’, plaatsvond. Job wist niet dat alles goed zou aflopen.

Hij had er geen idee van dat de Heer, Satan en engelen zeer geïnteresseerd meeluisterden toen Job met zijn vrienden en met God in gesprek was. Nog minder kon hij vermoeden dat er een soort ‘weddenschap’ tussen God en Satan meespeelde in zijn lijden en zware strijd. Misschien is hem na zijn overlijden geopenbaard dat zijn lijden en zijn houding model staan voor het lijden van Israël en ook voor veel persoonlijk lijden dat ons overkomt. Job is geen incidenteel voorbeeld.

Paulus legt ons uit dat er geestelijke machten zijn, en dat ze niet alleen maar toekijken. Wij moeten zelfs “worstelen … tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”  Efeziërs 6: 12.

Waarschijnlijk is Paulus zelf in zo’n ‘hemels gewest’, het paradijs, geweest. Hij heeft daar ‘onuitsprekelijke woorden’ gehoord – 2 Korntiërs 12 :2-4.

Ook heeft Paulus heel wat tegenstand en narigheid van die ‘machten’ ondervonden. Zo’n boze geest, een engel van satan, sloeg hem regelmatig – 2 Korintiërs 12 : 2-7.  Satan belette hem herhaaldelijk om naar de Griekse stad Thessalonica te gaan om daar de gemeente van de Here Jezus te onderwijzen en te versterken.

Hij werd door boze geesten tegengewerkt. Op Cyprus door een tovenaar Elymas en in een stad in Macedonië, Filippi, door een waarzeggende geest. Paulus was geen onbekende in dat duistere rijk, want “zijn (van satan) gedachten zijn ons niet onbekend”  2 Korintiers 12 :2-11.

Wat er gebeurt in het vanuit die ‘hemelse gewesten’ ligt ver buiten het gezichtsveld van veel gelovigen. Begrijpelijk, want het is ook een gevaarlijk terrein.

Er waren zeven zonen van een Joodse hogepriester, die zich onbeschermd met een van die ‘boze geesten uit de hemelse gewesten’ bemoeiden en een stevig pak slaag opliepen – Handelingen 19 : 13-20 Toch hebben we ermee te maken en zal de Gemeente van de Here Jezus in de nabije toekomst steeds meer met die machten te maken krijgen.

In onze tijd wordt het wereldgebeuren zeer intensief door die ‘wereldbeheersers’ en door ‘boze geesten in de hemelse gewesten’ beïnvloed. Vooral die ‘wereldbeheersers’ hebben het momenteel speciaal op Israël gemunt.

 

 

Machtige wapens

 

De Here Jezus bestreed die machten uit de hemelse gewesten met gezag en kracht. Vaak lezen we dat Hij onreine geesten uitwierp. Hij “genas allen die door de duivel overweldigd waren” Handel.10:38. We hebben dus een Medestander, een Vriend, die al die machten de Baas is. Deze Vriend heeft ons ook een beschermende wapenrusting (Efeziërs 6: 13-17) en drie machtige wapens in de confrontaties met die vijanden gegeven.

 

 

Het eerste wapen

 

Het eerste wapen is het Woord van God. Dat wordt het ‘zwaard van de Geest’ genoemd. Dus de Bijbel is het aanvalswapen dat de Heilige Geest gebruikt.

 

 

bijbel-mooi

 

 

 

Het tweede wapen

 

Het tweede wapen is een eerbiedig, maar vastberaden gebruik van de Naam van Jezus van Nazareth, de Zoon van God. In die Naam is bescherming, ontzagwekkend gezag en oneindige kracht. De apostelen handelden met groot gezag in de Naam van Jezus. Machten uit die ‘onzienlijke wereld’ onderwierpen zich in Jezus’ Naam aan hen. Gebonden mensen werden bevrijd. De Here Jezus gebruikte het wapen van het Woord in de strijd tegen de Tegenstander, Satan.

 

 

image464

 

 

 

Het derde wapen

 

Het derde wapen is volhardend gebed.

 

 

gebed2

 

.

.

Modellen

 

In het Bijbelboek ‘Openbaring’ krijgt Johannes verschillende keren te zien wat zich in de hemel afspeelt. Ook Mozes, David, Jesaja, Ezechiël, Daniël en Zacharia hebben een glimp van de hemelse werkelijkheid opgevangen en aan ons doorgegeven in de Bijbel.

Allen waren zeer diep onder de indruk van de hemelse heerlijkheid en van de majesteit van God en van Jezus de Messias. Opvallend is dat veel aardse voorwerpen, gebouwen en ceremonies model blijken te zijn van een realiteit in de hemel. Er was een ‘hof van Eden’, een paradijs op aarde en er is een ‘Hof van God’, een Eden, in de hemel (Ezechiël 28:13).

Er is een aards Jeruzalem en een hemels Jeruzalem (Hebreeën 12:22 en Openbaring 21). De tabernakel was gemaakt naar een model dat Mozes op de berg Sinaï van God had gekregen (Exodus 25:8-40 en Hebreeën 8:5). De Tempel werd door Salomo gebouwd volgens het model dat hij van zijn vader David had ontvangen. David had het model van God gekregen en was “onderricht over de hele uitvoering van het ontwerp”  1Kronieken 28 : 11,12,19).

Er is een ark in de hemel en er was er een op aarde -Openbaring 11 :19.  Er wordt gesproken over een ‘berg Sion in de hemel’ en er is een berg Sion op aarde – Hebreeên 12 : 22. Er is strijd in de hemelse gewesten en parallel daaraan strijd op aarde. Om de oorlog van de ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ tegen Israël beter te begrijpen, nu iets over het ‘model’ van Israël in de hemel. Het woord ‘model’ staat tussen aanhalingstekens omdat het hier om een teken in de hemel gaat. Belangrijk is bij het volgende voortdurend twee dingen voor ogen te houden: Het gaat om tekenen en om gebeurtenissen die in de hemel plaatsvinden.

 

 

 

Een prachtige vrouw

 

In Openbaring 12 worden twee ‘tekenen’ beschreven. Het eerste wordt ‘een groot teken’ genoemd en het tweede ‘een ander teken’. Het ‘grote teken’ is een hoogzwangere vrouw, die oogverblindend straalt als de zon. De maan is onder haar voeten en 12 sterren zijn op haar hoofd. Deze vrouw stelt Israël voor.

Het ‘andere teken’ is een draak. Dus Satan, Lucifer, de ‘overste van deze wereld’, de slang, wiens tegenbeeld op aarde de antichrist, de ‘zoon van het verderf’ is.

 

 

De vrouw en de draak : pasteltekening van John Astria

De vrouw en de draak : pasteltekening van John Astria

.

 

Eerste teken

 

De vrouw is zwanger van “een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf”. Dit is een duidelijke verwijzing naar Psalm 2, waarin het optreden van de messiaanse Koning wordt voorzegd. Die koning is de Zoon, waarvan Psalm 2:12 zegt:Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne”. Eén van de belangrijkste taken van Israël is het voortbrengen van de Messias.

De hele contekst van dit hemelteken uit Openbaring 12 duidt op Israël. De ark van het verbond in de hemel wordt weer zichtbaar – Openbaring 11:19.. Dus God pakt zijn verbonden met Israël weer op. Opvallend is dat de vrouw ‘straalt als de zon’. Het gaat in dit hemelteken om de ‘geboorte-in-de-hemel’ van de Koning-Messias, de Bevrijder.

 

 

Tweede teken

 

Hij wordt hier ‘de draak’ genoemd. Een gruwelijk, angstaanjagend wezen. In Ezechiël 28 krijgen we een ander beeld van die ‘draak’. Hij wordt getekend als een machtige en schitterende engel, die een vooraanstaande positie als ‘beschuttende cherub’ op de ‘berg der goden’ vervulde. Deze engel kwam in opstand tegen God. Hij wilde zich zelfs ‘aan de Allerhoogste gelijk stellen’ -Jesaja 14:14.

Hij staat voor de vrouw en wil het Kind verslinden. Hier wordt de oorsprong en het begin van alle antisemitisme en antizionisme onthuld. Opstand tegen de Almachtige en verzet tegen zijn plan om de wereld te verlossen. Een verlossing waarbij ‘de vrouw’, Israël, ingeschakeld wordt. In de hemel wordt de Zoon naar het hoogste ‘hemelse gewest’, naar de troon van God gebracht. Op aarde vervolgt de draak de vrouw. Deze vervolgingen van het Joodse volk duren nu al zo’n 3.500 jaar sinds de ‘geboorte’ van Israël, tijdens de uittocht uit Egypte.

In de eindtijd, als de draak uit de hemel gejaagd is, zal ‘de vrouw’, Israël, gedurende 1260 dagen (3,5 jaar) in de woestijn door God worden beschermd. Het teken van de draak onthult ook de oorsprong van al die ‘boze geesten in de hemelse gewesten’, die de mensheid op aarde trachten te overheersen en te vernietigen. De draak sleepte een derde van de engelen mee in zijn val.

Binnenkort zullen al die boze machten uit dat hemelse gewest gejaagd worden. In de tijd van Job waren ze er nog, want Satan verscheen voor Gods troon. In de tijd van de profeet Zacharia (omstreeks 500 v.Chr.) waren ze er ook nog, want we lezen dat Zacharia in een visioen zag dat de hogepriester Jozua voor de Engel van de HERE stond, “terwijl de satan aan zijn rechterzijde stond”  Zacharia 3:1-2.

In de tijd van Paulus zaten ze er nog, immers hij spreekt over “de boze geesten in de hemelse gewesten”, waartegen we moeten worstelen. Pas na een grote oorlog in de hemel tussen de draak en zijn engelen en de aartsengel Michaël en zijn engelen worden ze eruit gegooid en op de aarde geworpen – Openbaring 12:7-9.

Als Satan, de slang, op aarde is gegooid komt er een enorme vervolging van Israël en van mensen die “het getuigenis van Jezus hebben. Gelovige Joden en christenen worden dan zwaar vervolgd.

De eerste tekenen van deze situatie zijn al zichtbaar. Satan begint dan zijn laatste poging om de aarde onder controle te krijgen. Immers in Openbaring 13:1 lezen we dat, direct nadat de draak op aarde is gegooid ‘het beest’ uit de zee verschijnt. Het rijk van de antichrist en zijn profeet breekt dan aan.

 

 

Openbaring 13: de komst van de antichrist en de valse profeet

Openbaring 13: de komst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Oude en moderne geschiedenis

 

Op aarde is de strijd van de draak tegen de vrouw, tegen Israël, al 3.500 jaar aan de gang. In alle oorlogen tegen Israël en bij alle pogingen om het Joodse volk tot afgoderij te verleiden of uit te roeien zijn geestelijke machten, volgelingen van de draak, betrokken. Bij de uittocht uit Egypte streed God niet alleen tegen de Farao, maar Hij “oefende gerichten tegen alle goden van Egypte”  Exodus 12:12. Achter het verzet van Farao tegen de uittocht stonden dus geestelijke machten.

Dat was ook het geval bij Babel. Niet alleen op wereldlijk, menselijk vlak worden Babel en Assyrië gestraft om wat ze Israël hebben aangedaan. Ook hun ‘goden’, die ook wel ‘engelvorsten’ worden genoemd, worden te schande gemaakt (Jesaja 46:1 en Jeremia 50 :2).

De profeet Daniël kreeg ook te maken met dergelijke ‘wereldbeheersers’. Dat waren de engelvorsten van het toenmalige wereldrijk Perzië en Griekenland. De aartsengel Michael, die trouw is aan  God, is de engelvorst die voor Israël strijdt (Daniël 10:21 en Daniël 12:1). Hij voerde oorlog tegen die ‘vorsten van Perzië en van Griekenland’.

De ‘wereldbeheersers’ zijn machten die de wereld willen beheersen. Ook sterke, geestelijke machten die over een land willen heersen. Ook boze geesten die mensen willen overheersen. Over die engelvorsten heeft de Eeuwige aan Mozes het volgende geopenbaard:

Die afgoden en hun beelden mag Israël beslist niet aanbidden wantdie heeft de Here, uw God toebedeeld aan alle volken onder de hele hemel – terwijl de HERE u heeft genomen… om voor Hem te zijn tot een eigen volk”  Deuteronomium 4:16-20.

 

De goden van de volken, de ‘engelvorsten’, zijn afgoden die door veel volken ‘verbeeld’ worden door beelden Alleen de God van Israël is de ware, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde. “Want alle goden van de volken zijn afgoden, maar de HERE heeft de hemel gemaakt” -Psalm 96 :5

De Here Jezus noemt de leider van die engelvorsten ‘de overste van deze wereld’ (Johannes 12 :31). Deze machten proberen Israël te vernietigen en zetten de wereld op tegen Gods volk.  Aan het kruis heeft de Here Jezus al die machten overwonnen. Jezus is Overwinnaar!

Maar nu is er nog strijd . Binnenkort worden die machten uit de hemel geworpen en zal de strijd nog zwaarder worden totdat Jezus komt! Maar nu en ook tijdens de verdrukking als satan op aarde geworpen is, geldt: Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”  Openbaring 12:11.

 

 

de overste van deze wereld

de overste van deze wereld

 

 

 

Machten tegen Israël

 

 

Satans invloed op de islam

 

Sommigen in de islam worden onder invloed van boze geesten geïnspireerd om de wereld te veroveren en de islam aan iedereen op te dringen. Uitspraken van hun leiders liegen er niet om. Hun ‘engelvorst’ is de wrede maangod. Tot grote ergernis van die afgod heeft de vrouw uit Openbaring 12 ‘de maan onder haar voeten’. Israël is voor de islam het grote obstakel dat hun plannen in de weg staat.

Jeruzalem, de stad van de Grote Koning van Israël, is hun eerste doel. Vandaar dat al die machten zich steeds meer op Jeruzalem richten. Er zijn al verschillende confrontaties geweest tussen de afgod van de islam en de God van Israël. Denk aan de oorlogen die de islamitische buurlanden tegen Israël hebben gevoerd en hebben verloren.

 

 

 

De macht achter het Vaticaan

 

Ook het Vaticaan, de RK kerk eis de wereldmacht op. Eeuwen lang ‘regeerde’de RK kerk over Europa. Verdragen met de Palestijnse Autoriteit en met Israël, aankopen van grond, druk op de EU om Jeruzalem te internationaliseren zijn zichtbare activiteiten van het Vaticaan om Jeruzalem in handen te krijgen. De strijd om de wereldmacht is al eeuwen aan de gang.

 

 

 

De EU 

 

De EU, het herstelde Romeinse Rijk, is hard op weg om het eindtijd rijk van de antichrist te worden. Dus ook hier spelen duidelijke anti-Israël krachten in de vorm van steun aan het Palestijnse moslim terrorisme en druk om Jeruzalem te internationaliseren. De oude Griekse en Germaanse goden worden weer van stal gehaald in landen van de EU. Tijdens WO II was er een vreselijke aanval, de Holocaust, geleid door die duistere, Germaanse goden op het Joodse volk.

 

 

 

De VN 

 

Ook de VN streeft naar de wereldmacht. Binnen de VN heerst een bijna virulente anti-Israël houding. Hier wordt de wereldreligie van de profeet van de antichrist voorbereid. De Nieuwe Wereldorde staat al enige tijd op stapel. De macht achter de VN is ‘de overste van deze wereld’, is satan zelf. Aan het einde van de zeven jaren van de antichrist zal ‘de Koning van de koningen en de Here van de heren’ die antichrist laten grijpen en hem laten gooien in ‘de poel van vuur’.

 

 

 

De VS 

 

Ook de VS streeft naar een zekere macht over de wereld om de Amerikaanse belangen veilig te stellen. Deze engelvorst heet Mammon, de afgod van geld en macht. In de VS zien we in de geestelijke strijd iets belangrijks gebeuren. Er in de VS een sterke, Bijbel getrouwe kerk. Miljoenen gelovigen en hun leiders die achter Israël staan en voor het land bidden. Dat heeft de VS decennia op de been gehouden. Die engelvorst heeft daar sterke tegenstand.

De Gemeente van de Here Jezus heeft de opdracht om voor ‘koningen en hooggeplaatsten’ te bidden om in een rustig en eerlijk land zonder onderdrukking of corruptie te leven. Gebed voor de overheid ook ter wille van een diepe wens van de Heer Zelf: “…God, onze Heiland die wil dat alle mensen behouden worden”  1Timoteüs 2 :3-4. De Gemeente is dus de belangrijkste tegenkracht tegen de vernietigende invloed van die de afvallige engelvorsten uitoefenen.

 

 

Gog 

 

Gog, de grootvorst van Magog. Een ‘moderne’ engelvorst is de macht die achter Rusland staat. Hij heet Gog. De oorlog van Gog en zijn medestanders tegen Israël wordt beschreven in Ezechiël 38-39. Iran (Perzië) zal één van zijn bondgenoten zijn. We zien nu al die as Rusland, Perzië en een aantal Arabische landen. Ook Gog heeft al eens een smadelijke nederlaag geleden in een confrontatie met de Allerhoogste van Israël. Dat gebeurde in 1989.

Voor die tijd, toen Rusland nog communistisch was, konden de Russische Joden niet uit Rusland weg en naar Israël. Toen sprak God zijn machtswoord tegen Gog, de engelvorst van Rusland: “Ik zeg tot het Noorden: GEEF!”  Jesaja 43 :6. De Berlijnse Muur viel, het communistische wereldrijk stortte in en nu zijn er al 1,2 miljoen Russische Joden terug. Nog meer zullen er binnenkort volgen.

 

 

gogmagog

 

 

 

Wat nu ?

 

We leven in een heel spannende tijd. Satan weet dat hij weinig tijd heeft. De ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ werpen zich op Israël en op alles wat Bijbel getrouw wil zijn. Aan de andere kant zien we machtige werken van de God van Israël. Hij komt tot zijn doel met Israël en het Evangelie gaat met grote kracht en grote snelheid over de wereld.

Individuele gelovigen worden ook niet met rust gelaten door die machten. In het midden van die strijd staat de Gemeente van de Here Jezus. Door Hem en in zijn Naam hebben wij toegang tot de Troon van de Allerhoogste. Gebed is het machtigste wapen dat Hij ons heeft gegeven. Wij bidden voor Israël, steunen de verkondiging van het Evangelie en staan voor elkaar op de bres.

Tegelijk gebruiken we het tweede wapen dat ons is gegeven: Het Woord van God. Wij proclameren Gods woorden over Israël en staan zo als wachters op de muren van Jeruzalem. Wij brengen Gods Woord van verlossing aan een verloren wereld. En wij proclameren Gods Woord als satan ons aanvalt. Zo overwinnen wij door “het bloed van het Lam en door het woord van hun (ons) getuigenis  Openbaring 12:110.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Advertenties

Boodschap aan John Leary over de antichrist

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Boodschappen van jezus aan John Leray

 

 

 

 

 

27/8/2004

 

Jezus : Mijn volk, jullie regering heeft verschillende ondergrondse steden en spelonken om legers te huisvesten en sommigen te beschermen in geval van een dramatisch probleem op het oppervlak van de aarde. Ze zijn voorbereid voor een grote biologische aanval, een nucleaire aanval, een asteroïde of komeet of een grote vulkaanuitbarsting.

Sommigen hebben ook toevluchtsoorden voorbereid met wat voedsel en water voor degenen die daar gebracht worden door hun engelen. Het neemt veel planning en financiën in beslag om deze ondergrondse projecten te sponsoren. Zij weten dat er iets komend is dat ze de mensen niet zeggen.

Er zullen sommige catastrofale gebeurtenissen zich voordoen voordat de Antichrist zichzelf aankondigt. Wees dus geestelijk en lichamelijk voorbereid met jullie rugzakken zodat jullie naar Mijn toevluchtsoorden kunt komen voor bescherming voor welke gebeurtenissen ook zullen gebeuren.

 

 

 

29/8/2004

 

Jezus : Mijn volk, Ik toon jullie deze sportstadiums omdat dit is waar de Antichrist zijn speeches zal geven en op tv zal te zien zijn over de hele wereld. De zwarte trappen die naar de top reiken is een indicatie van de machtspositie van de Antichrist en hoe hij aan de macht komt. Ik heb jullie gezegd dat zijn heerschappij kort zal zijn en kijk niet naar zijn gezicht omdat hij demonische macht heeft om je geest te beïnvloeden om hem te aanbidden.

Als jullie letten op Mijn tekenen van hongersnood op wereldvlak, een schisma in de Kerk, en gedwongen chips in het lichaam, zullen jullie Mij aanroepen om jullie beschermengelen jullie te laten leiden naar Mijn toevluchtsoorden van bescherming.  In de toevluchtsoorden zal Mijn engel jullie beschermen tegen de demonen en goddelozen die proberen jullie te doden. Vertrouw op Mijn genade en kracht zodat jullie niet in jullie huizen zijn als de goddelozen jullie zoeken.

 

 

De antichrist of de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

30/8/2004

 

Jezus : Mijn volk, deze boodschap gaat over het wegnemen van televisies en computermonitoren zoals ik al eerder gezegd heb, maar dit is een ernstige boodschap want de tijd voor de beproeving komt naderbij. Ik heb jullie reeds vroeger gewaarschuwd na de Waarschuwing deze schermen weg te halen zodat jullie niet beïnvloedt of gecontroleert worden door de Antichrist.

Hij zal demonische krachten hebben om jullie geest te beïnvloeden door te kijken naar zijn ogen en hij zal proberen te zorgen dat jullie hem aanbidden. Hij zal de technische bekwaamheid hebben om subliminale boodschappen op deze schermen te zetten om jullie onderbewustzijn te treffen.

Ik zeg jullie als jullie iemand zien die beweert Mij te zijn voor de Waarschuwing doe dan eerder de schermen weg uit jullie huizen. Als jullie boosaardige dingen op de radio horen doe dan ook jullie radio’s weg. Wanneer jullie afbeeldingen of citaten van de Antichrist in jullie nieuwsbladen zien, doe ze dan weg en stop met het nemen van nieuwsbladen.

Tegen de tijd zul je alle vormen van communicatie moeten stoppen : telefoons, TV’s, nieuwsbladen en alle andere vormen van communicatie. Dan zal het ongeveer de tijd zijn dat jullie naar Mijn toevluchtsoorden gaan omdat jullie een zware tijd zullen hebben om te weten wat er in de wereld omgaat om jullie te waarschuwen.

Dit zal een moeilijke tijd zijn om deze dingen weg te doen omdat ze een deel van jullie leven uitmaken, maar Mijn oproepen zijn er om jullie ziel te beschermen van de invloed van het beest van Openbaring. Wees niet bang voor de boze omdat jullie een beroep kunnen doen op Mij en Mijn engelen om jullie te beschermen. Vertrouw niet op jullie eigen bescherming, maar doe een beroep op Mijn macht omdat jullie zullen te maken hebben met machten van boosaardige engelen.

Wij zullen de strijd voor jullie voeren als jullie maar onze hulp inroepen. Vertrouw op Mij want Ik zal deze korte heerschappij van de Antichrist overwinnen. Degenen die sterk zijn en op Mijn waarschuwingen letten zullen gered worden, maar degenen die lui zijn en de Antichrist volgen kunnen voor altijd verloren zijn.

 

 

 

1/9/2004

 

Jezus : Mijn volk, Ik heb jullie gezegd dat sommigen gevangen genomen zullen worden, gemarteld en gedood voor hun geloof in Mij. Als jullie de tijd van beproeving naderen zal het gevaarlijk worden niet naar de toevluchtsoorden te gaan als de gegeven tekenen zich voordoen.

Degenen die nog in hun huizen gevonden worden zullen naar detentiekampen gebracht worden omwille van het niet aanvaarden van het merkteken van het beest en het niet aanbidden van het beest. Sommigen zullen gedood worden als voorbeeld zodat de goddelozen hen kunnen schrik aanjagen. Degenen die gevangen genomen werden zouden kunnen gemarteld worden met alle soorten tuigen om zoveel mogelijk lijden te veroorzaken.

Zij zullen degenen vervoegen die in God geloven, degenen die chips in het lichaam weigeren, en degenen die jullie land verdedigen tegen de Nieuwe Wereldorde. Geloof en vertrouw op Mij en Ik zal jullie beschermen tegen de goddelozen. Ik zal alle kwaad uitroeien en de aarde vernieuwen voor Mijn Tijdperk van Vrede.

 

 

Vernietiging van de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Het bestaan van de hel.

Standaard

categorie : religie

.

.

 

De Hel volgens het Oude Testament

 

Het is interessant om te ontdekken dat er meer Bijbelverzen gewijd zijn aan de Hel dan aan de Hemel. Hier zijn een paar verzen uit het Oude Testament die over de Hel gaan.

 

Daniël 12:2 : “Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.” De Hel wordt hier als eeuwig beschreven.

Jesaja 66:24 : “Bij het verlaten van de stad zien ze de lijken van hen die tegen mij in opstand kwamen: de worm die aan hen knaagt zal niet sterven, en het vuur waarin ze branden zal niet doven; ze worden verafschuwd door alles wat leeft.” In dit geschrift wordt de hel beschreven als een plaats waar het vuur niet zal worden gedoofd.

Deuteronomium 32:22 schildert de hel af als een plaats waar God zijn toorn zal uitgieten, “Als het vuur van mijn toorn is ontstoken zal het branden tot in het diepste dodenrijk; het zal de aarde verschroeien en alles wat daar groeit, het zal de grondvesten van de bergen verteren.”

Psalmen 55:16 illustreert de hel als het rijk van de zondaars: “Laat de dood hen onverhoeds treffen, laat hen levend neerdalen in het dodenrijk, want bij hen huist het kwaad, het heerst in hun hart.”

 

 

 

 

 

 

De Hel volgens het Nieuwe Testament

 

Bestaat de Hel? Als de duidelijke taal van het Oude Testament nog niet genoeg is, dan heeft ook het Nieuwe Testament hier genoeg over te zeggen.

 

2 Tessalonicenzen 1:9 : “Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit.”

Openbaring 14:11 leert ons wanneer over de antichrist gesproken wordt : “De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Wie het beest en zijn beeld aanbidden, of wie het merkteken van zijn naam draagt, ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.’

De hel is een meer van brandend vuur, zoals in Openbaring 20:14-15 wordt beschreven : “Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”

 

 

 

 

 

De Hel volgens Jezus

 

Sommigen van hen die beargumenteren dat de hel niet bestaat doen dit op basis van hun geloof dat Jezus liefde, vrede, en vergeving predikte en dat Hij ons niet onderwees over een eeuwige plaats van vurige afstraffingen voor ongelovigen. Maar het tegenovergestelde is juist waar. Jezus onderwees meer over de hel dan wie dan ook in Gods Woord. Jezus beschreef de hel als een plaats van

  • eeuwig vuur (Matteüs 25:41)
  • eeuwige bestraffing (Matteüs 25:46)
  • een plaats van kwelling, vlammen, en lijden (Lucas 16:23-24)

Jezus onderwees tijdens Zijn leven vele malen specifiek over de hel (Matteüs 5:22, 29-30; 10:28; 18:9; 23:15,33; Marcus 9:43-47; Lucas 12:6; 16:23).

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe Kan een Eeuwigheid in de Hel Rechtvaardig Zijn?

 

Hoe kan de hel rechtvaardig zijn? Waarom zou een liefhebbende God een persoon eeuwig straffen, als zijn zonde slechts over een periode van 70-80 jaar plaatsvond? Het antwoord is dat uiteindelijk alle zonden tegen God zijn gekeerd. God is oneindig (Psalmen 51:4). Omdat God een eeuwig en oneindig Wezen is, is dus alle zonde een oneindige bestraffing waard.

God houdt van ons (Johannes 3:16) en hij wil dat alle mensen gered worden (2 Petrus 3:9). Maar God is ook rechtvaardig en oprecht. Hij zal niet toestaan dat zonde onbestraft wordt gelaten. Dit is de reden dat God Jezus stuurde om de prijs voor onze zonden te betalen. De dood van Jezus Christus was een eeuwige dood, die onze schuld afbetaalde die werd veroorzaakt door onze oneindige zonde.

Daardoor moeten wij niet tot in de eeuwigheid in de Hel boeten voor onze zonden(2 Korintiërs 5:21). Het enige dat wij hoeven te doen is ons vertrouwen in Hem te stellen. Onze zonden zijn daarmee vergeven en ons wordt daarvoor een eeuwig thuis in de hemel beloofd. God hield zo veel van ons dat hij voorzag in onze verlossing. Als we Zijn geschenk van eeuwig leven door de Heer Jezus Christus afwijzen, dan zullen we de eeuwige gevolgen van die beslissing onder ogen moeten zien, een eeuwigheid in een brandende hel.

 

 

 

Wat gebeurt er in de hel?

 

Wat er in de hel gebeurt is precies het tegenovergestelde van wat er in de hemel gebeurt. Jezus vertelde uitvoerig over de hel en gaf ons vele afschilderingen van wat er in de hel gebeurt. De termen die Jezus gebruikt stellen dat de hel een plaats van foltering zal zijn met een “vuuroven waar zullen ze jammeren en knarsetanden” (Matteüs 13:42). Jezus zegt ook dat de hel een plaats is “waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft” (Marcus 9:43).

In Lucas 16:19-31 beschrijft Jezus een rijke man die lazarus, geheel met zweren bedekt, niet wilde bijstaan. andere mensen niet wilde bijstaan. De rijke man stierf en ging naar de hel waar hij enorm leed door de vlammen en hij had onophoudelijk dorst. De arme man Lazarus stierf eveneens en werd “weggedragen om aan Abrahams hart te rusten”. De rijke man smeekte Lazarus om hem wat water te geven om zijn dorst te lessen, maar het was niemand toegestaan om de kloof tussen de hemel en hel te overbruggen.

Ander afbeeldingen van de hel zijn onder andere:

  • Van God afgescheiden (2 Tessalonicenzen 1:9) : dit is het tegenovergestelde van de hemel. Mensen die gered zijn zullen voor eeuwig genieten van de aanwezigheid van God (Romeinen 6:23).
  • Eeuwige bestraffing (Matteüs 25:46) : de hemel zal eeuwige vreugde in de aanwezigheid van de Heer zijn (Psalm 16:11).
  • Een plaats voor geesten of zielen (1 Petrus 3:19, 2 Petrus 2:4) die onophoudelijk worden gepijnigd (Openbaring 20:10, 14-15).
  • Een verwoesting zonder einde (2 Tessalonicenzen 1:9) : In de hemel zullen geen pijn, geen foltering, geen kwaad en geen onplezierige zaken bestaan (Openbaring 21:4-5).

Wat in de hel gebeurt is een volkomen foltering, eeuwig en zonder onderbreking. Een lijden dat niet vergeleken kan en mag worden met welk lijden hier op aarde dan ook. In Jezus Christus is ons een keuze aangeboden (Johannes 3:15-16). Wat er in de hel gebeurt wordt bepaald door de keuze die we in dit leven maken. Voor wie of wat zul jij kiezen?

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wie zal er naar de hel gaan?

 

Dit is een vraag die heimelijk in de gedachten van veel mensen sluimert, ook al zullen sommigen van hen dat nooit toegeven. Aan de buitenkant maken veel mensen het idee van de hel belachelijk, maar aan de binnenkant twijfelt men aan het niet bestaan ervan. Als er echt een hel als werkelijke plaats, dan moet ook de volgende vraag gesteld worden: “Wie zal er naar de hel gaan?”

De hel is een plaats van leed en foltering. Deze waarheid wordt door het Oude en Nieuwe Testament van de Bijbel heen duidelijk gemaakt. “De banden van het dodenrijk omklemden mij” (Psalm 18:6). “Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg” (Lucas 16:23).

Veel mensen vinden het moeilijk om het bestaan van een plaats als de hel te verzoenen met een goede en liefdevolle God. Velen nemen hier aanstoot aan en gebruiken het als een excuus om God niet te aanbidden. Ze willen niet geloven dat God feitelijk mensen naar de hel zou kunnen laten gaan. Maar een nader onderzoek van de Bijbel zal ons laten zien dat de hel niet voor mensen werd geschapen, maar voor de aartsvijand van God, Satan (of de duivel).

“Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen”(Matteüs 25:41). Helaas is Satan, als de aartsvijand van God, tijdens zijn hele bestaan al bezig geweest met pogingen om mensen van God te doen afkeren. Toen Adam en Eva in de hof van Eden in zonde vervielen, nadat zij hier door Satan toe werden aangezet (Genesis 3), stortte de hele mensheid zich in een toestand van geestelijke dood. Ook al waren zij lichamelijk in leven, voor de Heilige God voor wie zij werden geschapen waren zij dood.

Hierdoor moest God Zijn Zoon, Jezus Christus, naar de aarde sturen om de zonden van de mens weg te nemen en hen weer met God te verzoenen. De volledige weerzin van God ten opzichte van zonde en Zijn volledige haat voor het kwaad werd op Golgotha aan de Zoon van God opgelegd. Jezus werd daar gekruisigd als zoenoffer van de zonden van iedereen. De mensen werd die toorn bespaard.

Het enige dat God ons vraagt  is het aanvaarden van Jezus en de afgrijselijke offergave die Hij van Zijn Zoon maakte. Dit is een handeling die uit geloof voortkomt en die herkent dat we zondaars zijn. We moeten beseffen dat die offergave onze enige weg naar een verzoening met God is. Wanneer iemand deze offergave afwijst, dan sluit hij zich in essentie aan bij de vijand van God.

God zegt in Zijn Woord dat Satans uiteindelijke bestemming de hel zal zijn. “O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste. Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de allerdiepste put” (Jesaja 14:12-15).

Wie zal er naar de hel gaan? Satan, zonder twijfel. Maar net zoals Satan God afwees en Hem tegenwerkte, en daarom naar die plaats van foltering wordt gestuurd, zo zal ook een mens die weigert om Christus te accepteren dit lot delen en zo aan de toorn van God worden blootgesteld.

 

 

 

 

“Laten de goddelozen weggaan naar het dodenrijk, alle volken die God zijn vergeten” (Psalm 9:18). Tegengesteld aan wat velen geloven heeft dit niets te maken met het begaan van de een of ander zonde. Iemand eindigt in de hel omdat hij of zij de Zoon van God heeft afgewezen. Nadat God toestond dat Zijn Zoon door middel van een kruisiging werd vermoord en Zijn grootse macht toonde door Hem uit de dood op te wekken is het zeker dat we verloren zijn als we niet bereid zijn om in Christus te geloven.

“Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon” (Johannes 3:18).

 

 

Getuigenissen over de hel in het heden:

zie “23 minutes in hell” –Bill Wiese- you tube.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Grote leiders en hun dwalingen

Standaard

categorie : religie

 

 

1 Toenemende dwalingen door grote leiders

van Prof. Johan Malan

 

Gerespecteerde geestelijke leiders in Amerika, b.v. dr. Robert Schuller, dr. Billy Graham en Norman Vincent Peale, wijzen de weg naar de misleiding. Er is in onze tijd een toenemend aantal valse profeten in de christelijke wereld. Sommigen van hen verkondigen van aanvang af hun valsheden om het mensdom te misleiden. Anderen zijn voormalige christenleiders die geestelijk vervallen zijn en in een staat zijn beland waarbij zij dwalingen verkondigen.

 

 

 

 

 

Vier van deze dwalingen, die velen van hen gemeen hebben, zijn de volgende:

1. Ontkennen of verzwijgen van de geestelijke en morele verdorvenheid van de mens

 

Het zonde-probleem van de mens wordt niet meer duidelijk geïdentificeerd, namelijk dat hij een gevallen, zondige natuur heeft en dus een verloren zondaar is, die in opstand tegen God leeft. In plaats hiervan worden zijn problemen psychologisch verklaard. Enkele voorbeelden zijn dat mensen een zwak zelfbeeld hebben, dat ze onderhevig zijn aan omgevingsfactoren of onkunde of dat ze onder invloed staan van demonen in de samenleving. Alles behalve de eigen verdorven natuur van de mens en de inherente toestand van zondigheid.

 

 

2. Verwateren of verzwijgen van de centrale evangelieboodschap

 

De duidelijke eis van wedergeboorte, gebaseerd op de kruisdood van de Heer Jezus die verzoening voor onze zonden heeft gedaan, wordt niet meer zuiver en uitdrukkelijk verkondigd. Het gevolg is dat er ruimte geschapen wordt voor doopzaligheid, goede werken en andere valse fundamenten voor bekering. De Heer moet slechts aangenomen worden zonder zondebelijdenis en de daaropvolgende reiniging door Jezus Christus, die zijn bloed gestort heeft voor de redding van alle verloren, helverdienende, zondaars.

 

 

3. Het scheppen en uitbreiding van oecumenische banden

 

De verwatering van de Bijbelse verlossingsleer leidt ertoe dat er oecumenische banden kunnen gesmeed worden tussen alle christelijke kerken, inclusief de Rooms-Katholieke Kerk. Zij kunnen allemaal elkaar de hand geven omdat er haast geen leerstellige basis meer is die hun broederschap in de weg staat – zij moeten Christus slechts met hun lippen belijden, ongeacht de toestand van hun hart (Mt 15:8-9). Deze valse oecumene is zo zwak op Bijbelse waarheden gefundeerd, dat zij spoedig de deur zullen openmaken voor niet-christelijke geloven, zodat dit in een multi-godsdienstige, oecumene ontaardt. Een totaal anti-christelijk broederschap krijgt dan zijn beslag.

 

 

 

4. De menselijke manifestatie van het koninkrijk Gods op aarde

 

De oecumenische banden tussen alle geloven leidt tot een internationale inspanning om de eindtijdse toren van Babel, zoals in Openbaring 17 en 18 is beschreven, te helpen bouwen. Zodoende krijgt een wereldbroederschap, eenheid, vrede en gelijkheid zijn beslag. Aan het hoofd van deze nieuwe wereldorde zal de Satan, de Antichrist en de valse profeet staan  (Op 13), met verscheidene andere valse profeten en apostelen die in lagere rangorden zullen functioneren.

Onder deze valse leiders zal veel geld in omloop zijn en zij zullen het aanzien genieten van massa’ s misleide mensen. De satanische drie-eenheid zal voltooid worden zoals beschreven in de Openbaring van het Nieuwe Testament. We zien de draak of Satan (Op 12), het zevenkoppig beest of leider van het herstelde Romeinse rijk (Op 13:1-10) en het beest uit de aarde of valse profeet (Op 13:11-18; 16:13).

 

 

Openbaring hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekeningen van John Astria

 

.

.

2 Leiders moeten onderworpen worden aan een strenge Schrift-toets

 

Het is van het uiterste belang dat christenen zouden leren om het toenemend aantal geestelijke leiders aan een strenge Schrift-toets te onderwerpen, anders worden zij spoedig zelf misleid. Wij hebben de Bijbelse opdracht om alles te onderzoeken (1Th 5:21) en de dwaalleringen aan het licht te brengen. De Heer neemt het ons kwalijk als wij misleid worden nadat wij lange tijd geestelijk recht gewandeld hebben:

Gij liept wel; wie heeft u verhinderd de waarheid gehoorzaam te zijn? Dit gevoelen is niet uit Hem, Die u roept. Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg (Gl 5:7-9).

 

Paulus zegt dat een opziener iemand moet zijn Die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer, en om de tegensprekers te weerleggen (Tt 1:9). Het Woord van de Heer is dus de vaste norm. In het licht hiervan kan elke dwaling beoordeeld en weerlegd worden. Geen enkel evangelie en geen enkele leerstelling als datgene wat in de Bijbel geopenbaard is, mag door ons aanvaard worden – ongeacht wie het verkondigd:

Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit de hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Gelijk wij te voren gezegd hebben, [zo] zeg ik ook nu weer: Indien u iemand een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt (Gl 1:8-9).

 

Als een voorbeeld bij de waarschuwingen die we hierboven gegeven hebben, om te waken voor misleiding, bespreken we nu enkele van de geestelijke dwalingen van Robert Schuller, Billy Graham en Norman Vincent Peale. Het is belangrijk dat een persoon niet beoordeeld zal worden op wat hij in zijn vroegere jaren gedaan en gezegd heeft, maar wel op grond van zijn huidige positie.

Door zekere leiders wordt soms de integriteit en het aanzien, dat over de jaren heen is opgebouwd, naar één kant geschoven terwijl zij anderzijds willens en wetens een dwaalweg inslaan. Hun ondersteuners en volgelingen moeten dan des te meer waken om niet samen met hen op een dwaalweg meegesleurd te worden. De geestelijke ondergang van Amerika wordt door ettelijke van zijn grote leiders verhaast, omdat zij het openlijke compromis met het multigodsdienstige denken bevorderen.

Dr. Robert Schuller  is de schrijver van het boek Self-Esteem: The New Reformation, en heeft een bekend TV-programma: The Hour of Power, dat zo n 20 miljoen huizen bereikt. Oud-president Clinton heeft in een toespraak naar dr. Schuller verwezen als een van Amerika’ s bekendste predikers. Schuller heeft een erg grote invloed op het christendom, vooral op de volgende twee terreinen:

(1) het gebruik van psychologische methoden bij geestelijke ontwikkelingen, en

(2) de bevordering van oecumenisch denken. Zijn mentor en leermeester is Norman Vincent Peale, de vader van het positief denken en zelf-achting

 

 

 

3 Het centraal stellen van de mens

 

 

Robert Schuller

 

De kerngedachte van Schullers theologie is self-esteem (zelfachting of zelfingenomenheid). Bij alle mensen die tot het christendom toetreden moet een positief zelfbeeld geschapen worden, want hierdoor zal God verheerlijkt worden. Hij verkondigt dus een homocentrische (de mens staat centraal) theologie. Volgens hem zijn kerken tot mislukken gedoemd als zij de ongeredde wereld met een theocentrische (God staat centraal) houding benaderen, waarin mensen die in rebellie tegenover God staan als zondaars worden gebrandmerkt.

Schuller gebruikt wel de goede Bijbelse terminologie maar geeft er een totaal andere betekenis aan, zoals uit de volgende definities en beschouwingen van hem blijkt: Zonde is een daad of gedachte die de mensen van hun zelfachting berooft. Voor Schuller is zonde dus niet een wanverhouding met God als gevolg van daden van rebellie en de overtreding van Zijn wetten. In 1 Johannes 3:4 echter zegt de Bijbel duidelijk dat zonde wetteloosheid is.

De erfzonde is de toestand waarin wij allemaal geboren worden, namelijk een gebrek aan vertrouwen, m.a.w. een negatief zelfbeeld en een minderwaardigheidscomplex. De hel is niet een bepaalde plaats, maar een toestand van verlies aan trots wat met een scheiding van God gepaard gaat. Wedergeboorte betekent dat wij van een negatief naar een positief zelfbeeld veranderd worden; van minderwaardigheidsgevoel tot zelfachting, van vrees naar liefde, van twijfel naar vertrouwen.

Wedergeboorte is voor hem dus niet de verlossing van de zonde en de dood. Het koninkrijk van God bestaat uit mensen die op een niet-veroordelende manier door Jezus aangenomen zijn, en van zelfschande tot zelfachting veranderd zijn. Vele kerken hebben deze valse leer van Schuller aanvaard. Het is echter op een psychologische wanopvatting gebaseerd. Volgens de Bijbel is het probleem van de mens niet een gebrek aan zelfachting en zelfliefde. De gevallen mens bezit eerder een overmaat daarvan, en het leidt tot hoogmoed.

Paulus zegt dat de moreel en geestelijk vervallen mensen liefhebbers zijn van zichzelf, grootsprekers en hoogmoedig:

Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelf, geldgierig, laatdunkend, hovaardig, lasteraars, de ouderen ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig (2Tm 3:2). In Efeziërs 5:29 zegt hij ook dat niemand ooit zijn eigen vlees gehaat heeft.

 

Schuller zoekt dus het probleem van de mens op een verkeerd terrein, terwijl hij de zondigheid van de oude, verdorven natuur, en de daarmee gepaard gaande verlorenheid en rebellie tegenover God, negeert alsof die niet bestaat. Oecumene Schullers nieuwe reformatie houdt ook de bereidwilligheid in om leerstellige verschillen ter wille van de eenheid opzij te schuiven. Hij zegt dat verdeeldheid en verdachtmakerij tussen christelijke kerken niet geduld mag worden.

Denominaties moeten hun verschillen laten staan en elkaar de handen vatten om een krachtige eenheid te demonstreren. Deze benadering is ook de drijfkracht achter bewegingen zoals de Promise Keepers en het Katholiek-Evangelisch verbond. Belangrijke leerstellige beginselen worden overboord gegooid omdat ze een grotere eenheid in de weg staan. Koninkrijk-nu Schuller is ook ten prooi gevallen van de koninkrijk-nu theologie.

De eeuwige heerlijkheid en eeuwige straf, die in de Bijbel beschreven zijn, worden weggeredeneerd en vervangen door een koninkrijk-nu visie. Volgens Schuller zetten de mensen zich af tegen de klassieke beschouwingen over de hemel en de hel. Volgens hem moeten de mensen eerder voor de uitdaging gesteld worden om vrede, broederschap en economische eenheid te scheppen.

Wij moeten dus een mensgemaakt koninkrijk op aarde scheppen, want dat is de toekomst waarheen wij allemaal op pad zijn. Zodoende wordt godsdienst dienstig gemaakt aan de seculiere doelwitten van de mens zijn eigenbelang. Hij wordt zijn eigen god en werkt zijn eigen toekomst uit.

 

 

 

4 Een koninkrijk op aarde gemaakt door de mens

 

 

Billy Graham

 

Billy Graham is een man die in zijn vroegere jaren een groot werk heeft gedaan als evangelist. Hij heeft het evangelie van de verlossing aan miljoenen mensen verkondigd. De vraag is echter: waar staat hij vandaag? Is hij niet het slachtoffer geworden van een geest van hoogmoed, aanzien, rijkdom en oecumenische compromissen, iets wat hij al lang meedraagt? In het licht van het geestelijke vervalproces wat in het begin van dit artikel genoemd is, kunnen wij ook zekere van zijn uitspraken en standpunten evalueren.

De feiten zullen voor zichzelf spreken. In het boek van Dave Hunt, Occult Invasion the Subtle Seduction of the World and the Church, worden schokkende aanhalingen gegeven van interviews met dr. Billy Graham. Het volgende is een uittreksel uit het programma Larry King Live. We laten het staan in de voertaal (Engels) om niets te ontnemen van de inhoud:

King:

What do you think of other churches like Mormonism, Catholicism and other faiths within the Christian concept?

Graham:

Oh, I think I have a wonderful fellowship with all of them. I am very comfortable with the Vatican. I have been to see the pope several times. In fact, the day that he was inaugurated as Pope, I was preaching in his cathedral in Krakow. I was his guest, I like him very much. He and I agree on almost everything.

 

King:

Are you comfortable with Judaism?

Graham:

Very comfortable. Yitzhak Rabin was a great friend. In New York, they have had me to the Rabbinical Council to meet with them and to talk with them and Rabbi Tannenbaum, who was a great friend of all of us, who died, he gave me more advice and more counsel, and I depended on him constantly, theologically and spiritually and in every way.

 

Verder haalt Dave Hunt ook gedeelten aan uit een onderhoud wat Robert Schuller met Billy Graham gevoerd heeft. John MacArthur bericht echter in zijn nieuwsbrief van 15 februari 2001 meer volledig over dit onderhoud. Het volgende is een uittreksel hieruit:

Schuller:

Tell me, what do you think is the future of Christianity?

Graham:

I think everybody that loves Christ, or knows Christ, whether they’ re conscious of it or not, they ‘re members of the Body of Christ. God is calling people out of the world for His name, whether they come from the Muslim world, or the Buddhist world, or the Christian world or the non-believing world. They are members of the Body of Christ because they’ ve been called by God. They may not even know the name of Jesus but they know in their hearts that they need something that they don ’t have, and they turn to the only light they have, and I think that they are saved, and that they ‘re going to be with us in heaven. There is a wideness in God s mercy Harvest House. 

 

In een exclusief onderhoud met Parade, een bijvoegsel van een zondagskrant, heeft Billy Graham gezegd:

I fully adhere to the fundamental tenets of the Christian faith for myself and my ministry. But, as an American, I respect other paths to God and, as a Christian, I am called to love them.

Dave Hunt  zijn commentaar hierop is als volgt:

Unless Jesus was mistaken when He said, I am the way no man cometh unto the Father but by Me (John 14:6), there are no other paths to God.

 

De vraag is: Gaat Billy Graham-de-christen voor de rechterstoel van Christus rekenschap afleggen van zijn leven en beschouwingen, of is het Billy Graham-de-Amerikaan? Deze twee personen zijn klaarblijkelijk niet dezelfde. De Bijbel zegt dat wij in onze hele levenswandel heilig moeten worden (1 Pt 1:15), en dit betekent dat wij ons afgescheiden moeten houden van de wereld en de valse geloven.

 

 

 

5 De mens is zijn eigen God

 

 

Norman Vincent Peale

 

Norman Vincent Peale  heeft verscheidene Bijbelse stellingen duidelijk in vraag gesteld. Hij heeft b.v. gezegd dat de opvatting over Jezus maagdelijke geboorte een theologisch idee is. Het grote werk in de bediening van Peale was het vermengen van theologie en psychologie om zodoende de grondslag te leggen voor een vorm van christelijke psychologie die mystiek en occult is. Dave Hunt (Occult Invasion, blz. 460) zegt:

Peale was worse than a liberal. He openly acknowledged that many of his ideas came from two leading occultists, Religious Science founder Ernest Holmes and Unity cult cofounder Charles Fillmore.

 

Peale zegt dat de wereld geestelijk is en niet fysisch. God is een energiebron die door de mens ingeademd en gebruikt kan worden. Hij kan dus zijn eigen god worden. Gebed is een wetenschappelijke methode waardoor u de goddelijke energie in termen van zekere wetten kunt vrijmaken. Door uw gedachten kan u alles veranderen. Uw onderbewustzijn kan zelfs uw wensen tot werkelijkheid omscheppen indien die wensen maar sterk genoeg zijn.

Door middel van positieve belijdenis ( positive confession ) worden deze gedachten hardop uitgesproken en ze worden dan verwerkelijkt. Voor hem is dit hetzelfde als geloof. Volgens Dave Hunt (ibid, blz. 117) is Peale een 33 ste graad Vrijmetselaar. Zijn foto is verschenen op de voorpagina van het vrijmetselaarstijdschrift, New Age, en hangt ook in de vrijmetselaarstempel in Washington DC.

De universalistische en occultische achtergrond van die beweging heeft een duidelijke stempel gedrukt op zijn leerstellingen. De god van alle geloven is voor hem een energiebron die door alle godsdiensten kan gemanipuleerd worden en door hun eigen namen voor god aangesproken worden. Dave Hunt (ibid, blz. 587) zegt het volgende over het multigodsdienstige denken van Norman Vincent Peale:

It is perhaps even more tragic when Christian leaders betray that faith while continuing to profess it. On the Phil Donahue program in 1984, Norman Vincent Peale said: It s not necessary to be born again. You have your way to God; I have mine. I found eternal peace in a Shinto shrine. I ve been to Shinto shrines, and God is everywhere.

Shocked, Phil Donahue responded:

But you re a Christian minister; you ‘re supposed to tell me that Christ is the way and the truth and the life, aren ’t you?

Peale replied:

Christ is one of the ways. God is everywhere.

Van zijn bekend boek The Power of Positive Thinking werden 20 miljoen stuks verkocht, in 41 talen.

 

 

 

6 New Age, een werkelijkheid door positief denken

 

John Templeton heeft in 1994 een boek geschreven met een sterk occultische en multigodsdienstige inslag, getiteld: Discovering the Laws of Life. Hierin zegt hij:

Behind this book is my belief that the basic principles for leading a sublime life may be derived from any religious tradition Jewish, Muslim, Hindu, Buddhist and others, as well as Christian. We have the power to create whatever we need in our life and this power which lies within us is the power of the mind.

 

Norman Vincent Peale, die gelooft dat een mens door positief denken zijn eigen werkelijkheid schept, heeft het voorwoord voor dit boek geschreven. Verder wordt het boek van Templeton op zijn omslag ook aanbevolen door Robert Schuller, Billy Graham en twee Rooms-katholieke New Age-priesters.

 

 

Het einddoel van misleiding

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De wereld is nu gereed om de valse profeet te ontvangen. Hij zal door zijn godsdienstig bedrog de reeds dwalende wereldgemeenschap nog verder op de weg van de misleiding meevoeren. Zij zullen met weinig moeite overtuigd worden om de Antichrist als de universele messias van alle geloven te aanvaarden.

De grootschalige verwatering van de christelijke verlossingsleer, alsook de grote input van het multigodsdienstig denken in voormalig evangelische kringen, is de finale aanduiding dat de tijd voor de grote aanslag op wereldleiderschap door de Antichrist en de valse profeet erg nabij is gekomen.

Wanneer de tegenhouder, de ware Kerk, door de opname weggenomen zal zijn, zullen de twee belangrijke agenten van Satan plots met hun valse vredes- en eenheidsboodschap op het toneel verschijnen en universeel aanvaard worden. Zij zullen op het werk van hun wegbereiders voortbouwen en de aanhangers van alle geloven ervan overtuigen dat zij allemaal op dezelfde Messias hebben gewacht, en ook dat God behagen schept in hun oecumenische eenheid.

Deze misleiding zal overal inslag vinden en naar de schepping leiden van een alliantie van wereldgodsdiensten. Deze misleide mensen zullen allen de Antichrist en de valse profeet aanhangen. Degenen die weigeren om samen te werken, zullen zich aan verdrukking en vervolging blootstellen. De huidige populaire bewegingen onder liberale godsdienstleiders, die op macht en rijkdom ingesteld zijn, banen niet de weg voor de komst van de ware Christus, maar voor de Antichrist.

Zij misleiden miljoenen christenen om Bijbelse beginselen prijs te geven en compromissen te maken, opdat er vrede en eenheid op aarde kan heersen. Wanneer de vredevorst van alle geloven komt, zal hij deze mannen veel lof toezwaaien. Na 3,5 jaar zal de Antichrist zichzelf echter tot God verklaren en op ieders aanbidding aandringen.

Zoals reeds gezegd krijgen we in de toekomst te maken met de Antichrist en de valse profeet. De Antichrist  zal een soort minister van religieuze propaganda zijn voor het beest van Op 13:1-10. Dat beest is de politieke werelddictator. De draak, is de geestelijke inspirator in deze satanische drie-eenheid.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Het einde der tijden volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 Volgens de islam is het bestaan niet oneindig en zal alles uiteindelijk

uitmonden in de Oordeelsdag (‘Qiyamah’) en het Einde der Tijden

 

 

al-mahdi

 

 

In de aanloop daar naartoe, zullen een aantal gebeurtenissen plaatsvinden.  Jezus Christus zal wederkomen, iets waarin ook de christenen geloven. om de Dajjal te verslaan in een finale strijd tussen goed en kwaad. ‘Dajjal’ betekent bedrieger, valsaard. ‘Al-Dajjal Al-Massih’, is dus de Valse Messias of de Valse Christus.

Het is iemand die zich voor Jezus zal uitgeven maar in werkelijkheid zijn grootste vijand zal zijn. In het christendom staat deze figuur bekend als de antichrist. De Antichrist (‘Dajjal’) zal een soort goddelijke status opeisen en zal de mensheid verleiden hem massaal te volgen. Jezus zal dan neerdalen in Damascus, en zal de gebeden vervoegen die geleid worden door de Imam Mahdi.

Na het verslaan van de AntiChrist, zal Jezus een rijk van broederschap en vrede vestigen voor de hele wereld, aldus de islam. Alle mensen van het Boek (joden, christenen en moslims) zullen hem erkennen en hem aanvaarden:

“Er is niemand van de mensen van het boek die niet voor zijn dood in hem zal geloven en op de opstandingsdag zal hij over hen getuige zijn.” (Koran 4:159)  Ook wat dit betreft staan christenen en moslims dus veel dichter bij elkaar dan velen denken. Beiden geloven in dezelfde ene God en delen het uitzien naar de wederkomst van Jezus.
.
.
.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De 70 jaarweken van Daniël 9

Standaard

categorie : religie

 

 

De 70 jaarweken van Daniël 9

 

 

Afbeelding-17-Zeventig-Jaarweken

 

Daniël (geboren ca. 622 v.Chr.) was een van de profeten die in de tijd van het Oude Testament het woord van God ontvingen en doorgaven. Hij schreef het naar hem genoemde bijbelboek Daniël. Zijn naam betekent ‘God is rechter’. Uit zijn boek komt naar voren dat God de heidense wereldrijken oordeelt. Het rijk van de Mensenzoon  zal het geheel van de rijken vernietigen. In het leven van Daniël zien we hoe God het einde van het Babylonische rijk beslist.

In Dan. 9 verschijnt de engel Gabriël aan Daniël, na zijn gebed om de verlossing van zijn volk, om hem de toekomstige dingen bekend te maken. Na 70 weken (jaarweken = 490 jaar) zal de Messias komen om de ongerechtigheid te verzoenen en een eeuwige gerechtigheid aan te brengen.

 De term jaarweek was een gebruikelijke Joodse term en betekent letterlijk zeven jaar. De term komt van Gods gebod in Leviticus 25:3-4 om een stuk land slechts voor zes jaar te bebouwen om het daarna een jaar rust (sabbatsjaar) te geven. Deze periode van zeven jaar werd bekend als een ‘jaarweek’ (Lev. 25:8). De profetie van Daniël 9 gaat dus om 70 x 7 = 490 jaar.Merk op dat deze profetie drie periodes omvat:

 

1. 7 jaarweken (49 jaren: tot de herbouw van Jeruzalem);
2. 62 jaarweken (434 jaren: vanaf de herbouw van Jeruzalem tot de komst van een Gezalfde, een vorst die vervolgens uitgeroeid wordt);
3. Laatste jaarweek (7 jaren, waarvan in de helft het offer wordt gestaakt en er een verwoesting komt).Toen de 7 + 62 jaarweken voorbij waren, kon Israël verwachten dat de Messias Zich bekend zou maken en uitgeroeid zou worden. De Joodse kalender telt 360 dagen en dus komen we op een totaal van 69 x 7 x 360 = 173.880 dagen.

 

Vers 25 vermeldt het beginpunt van de tijdrekening: “vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen”.

Dit bevel van de Perzische koning Arthahsasta vinden we in Nehemia 2. Deze koning liet dat decreet uitgaan op de eerste van de maand Nisan. Omgerekend naar onze Gregoriaanse kalender zou dat neerkomen op 14 maart 445 voor Christus. Precies 173.880 dagen vanaf deze dag zouden ons moeten brengen tot vlak voor de dood van de Messias.

Wanneer we tellen vanaf 14 maart 445 v. Chr. tot 6 april 32 na Chr., hebben we 477 jaar en 24 dagen en komen we dus niet goed uit. We moeten echter één jaar in mindering brengen omdat er slechts één jaar verstrijkt tussen het jaar 1 voor Christus en het jaar 1 na Christus. Dit maakt 476 jaar en 24 dagen of 173.764 dagen. Dan moeten we 119 dagen toevoegen voor de 119 schrikkeljaren in deze 476 jaar (476 gedeeld door 4). Nu hebben we 173.883 dagen.

Er is echter een kleine onnauwkeurigheid in de Juliaanse kalender ( ten tijde van Julius Caesar ) wanneer we die met een zonnejaar vergelijken. Een Juliaans jaar is 1/128ste van een dag langer dan een Joods zonnejaar. Wanneer we 476 jaar vermenigvuldigen met 1/128, krijgen we drie dagen. Deze drie dagen afgetrokken van onze 173.883 dagen, komen we op 173.880 dagen die ons brengen op ‘Palmzondag’, 6 april 32 na Chr.

God voorzegde op de dag nauwkeurig wanneer de Messias, rijdend op een ezelinnejong (Zach. 9:9) Zichzelf zou bekendmaken als Messias en Koning van Israël (Matt. 21:1-11 en Lucas 19:28-44).  Het is deze dag die de profetie van Daniël 9 exact had voorzegd en waarop binnen enkele dagen Jezus’ kruisiging volgde.

 

 

 

De 70 jaarweken uitgebreid

 

De profetie van de zeventig weken in Daniël 9 wordt wel de ruggengraat van de profetie genoemd. Zij geeft Daniël een geweldig overzicht over de toekomstige gebeurtenissen voor zijn volk Israël.

 

De zeventig weken

 

Vanaf vers 24 van Daniël 9 zien we de profetie over de zeventig weken beschreven. Zeventig weken zullen voorbijgaan en dan zal het volledige herstel van Israël plaatsvinden.

″Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en de profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven. Weet dan, en versta: van dat het woord uitging, om te doen weerkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen weer gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.

En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn; en een volk van de vorst, dat komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vast besloten verwoestingen. En hij zal velen het verbond versterken, één week; en op de helft van de week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vast besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste” (Dan. 9:24-27).

Let op hoe volkomen dat herstel zal zijn. Dit herstel gaat veel verder dan de herbouw van de tempel en de stad Jeruzalem. Dit herstel spreekt over de tijd van het Vrederijk, waarin de Heere Jezus koning zal zijn over en te midden van Zijn volk. Dat zal alles plaatsvinden onder het nieuwe verbond, dat in eerste instantie voor Israël bedoeld was (Jer. 31).

Gabriël legt Daniël uit dat er “zeventig weken zijn bepaald over uw volk, en over uw heilige stad”, voordat dit alles kan gebeuren. Na zeventig weken zal er een einde komen aan het lijden van Israël. Als we het tekstgedeelte goed lezen, zien we dat het volgende zal gaan gebeuren:

 

 

Tijd Gebeurtenissen Vs
Na 7+62 = 69 weken Uitroeiing van de Messias-Koning 25, 26
de laatste week een zeer moeilijke week 27
Na 70 weken Totale verlossing en eeuwige gerechtigheid voor Israël 24

 

 

 

1. Jaarsabbatten

 

Voor ons westerlingen mag een periode van zeven jaar een handig rekentrucje lijken, maar een Jood zal deze periode direct herkennen. Het betreft namelijk de zogenaamde jaarsabbatten  of jaarweken waarover we lezen in Leviticus 25:

″Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn. Daarna zult gij in de zevende maand, op de tiende van de maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op de verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land. En gij zult dat vijftigste jaar heiligen, en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn; en gij zult weerkeren een ieder tot zijn bezittingen, en zult weerkeren een ieder tot zijn geslacht” (Lev. 25: 8-10).

 

We kennen allemaal de sabbat, waarop de mens na 6 dagen te hebben gewerkt, mocht uitrusten en herstellen van het werk. Door de Joden werd elke week uitgekeken naar de sabbat, die in huiselijke kring echt werd gevierd. Men begroette elkaar met het zingen van het Shalom alechem.

De sabbat verwijst naar de rust van het Vrederijk en de daaropvolgende eeuwige heerlijkheid, die het volk Israël eens zal binnengaan. Sterker nog gold dit voor het sabbatsjaar (elke 7 jaar) waarin het land moest rusten van zes jaren oogst. In het zevende jaar mocht niet geoogst en ook niet gezaaid worden (Lev. 25:3,4).

Het spreekt vanzelf dat het hele Joodse leven afgestemd was op dit denken in zeven jaren. Tenminste in de perioden dat zij zich aan deze voorschriften gehouden hebben.  Zowel de sabbat als het sabbatsjaar verwijzen naar de rust die Israël daarin zal binnengaan (vgl. Hebr. 4:1-11) en die het einde van de slavernij van het volk zal betekenen.

Ook lazen we over het jubeljaar, het jaar na zeven jaarweken (7×7=49 jaar), waarin ook nog eens alle verkochte bezittingen teruggeven moesten worden (zie Lev. 25:8-23). Met recht heette dat een jubeljaar. Het werd ingeluid met bazuingeschal op de grote verzoendag. Hier zien we het geestelijke herstel (verzoening van de zonden) samenvloeien met het materiële herstel (van grond en bezittingen).

De Israëlieten waren dus volkomen gewend te rekenen in perioden van zeven jaar, omdat die nauw verweven waren met hun godsdienst, hun economie en hun sociale leven. Er was voor Daniël dus niets vreemds aan de perioden van zeven jaar waar Gabriël over sprak.

 

 

 

Waarom deze 70 en 490 jaren?

 

De zeventig jaren ballingschap in Babel waren een vergoeding voor de zeventig sabbatsjaren die het volk niet gehouden had. Dit wil zeggen dat de Israëlieten blijkbaar gedurende een periode van 70×7=490 jaren de wetten van God, waaronder deze sabbats- en jubeljaren niet gehouden hadden. En dat is precies de tijd in onze profetie die Israël moet wachten op het definitieve herstel.

Aan het eind van de 70 jaar ballingschap vond er een verootmoediging plaats, onder andere door Daniël, waarop de eerste terugkeer naar het land volgde. Maar van een werkelijke bekering mogen we niet spreken. Het was nog maar een gedeeltelijk herstel, het gebeurde ″in benauwdheid der tijden″ (Dan. 9:25).

Na nog eens 490 jaar zal Israël werkelijk tot bekering komen en roepen om haar Messias, de Here Jezus. Dan zal er een definitief einde komen aan haar lijden en zal het herstel volkomen zijn.

 

 

 

Begin en eind van de 483 jaren

 

De profetie in Daniël 9 zegt precies wanneer de zeventig jaarweken zullen ingaan, namelijk:

 

″van dat het woord uitging, om te doen weerkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, de Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken” (vs. 25).

 

Er zijn argumenten om aan te nemen dat de brieven van Artachsasta (Neh. 2) als ′het bevel′ moeten worden gezien. Het bevel werd gegeven door de Perzische koning Arthahsast om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen. In dat decreet wordt de stad Jeruzalem duidelijk genoemd en als gevolg daarvan worden de muren herbouwd.
Het einde van de 69 jaarweken is duidelijker. “tot op Messias, de Vorst” kan alleen duiden op Jezus Christus.

Niemand anders komt in aanmerking om in deze cruciale profetie die rol te vervullen. De meeste uitleggers nemen aan dat het om de kruisiging gaat, sommigen nemen de doop van de Heere Jezus als eindpunt van de 69 jaarweken.

 

Een tijdssprong

 

Datgene wat we in Daniël 9 lezen over die laatste jaarweek, heeft in de geschiedenis nooit plaatsgevonden. De uitspraak van de Heere Jezus in Mattheüs 24:15 geeft aan dat deze profetie in Zijn tijd nog niet vervuld was, maar nog vervuld moest worden. Al met al is er voldoende bewijs om te concluderen dat deze laatste jaarweek nog toekomst is.

Als na de 69e jaarweek de Heere Jezus wordt gekruisigd, zet God de tijdrekening stil. Israël heeft haar Messias verworpen en wordt tijdelijk terzijde gesteld. Wanneer zij Hem niet verworpen zou hebben, zouden de gebeurtenissen van deze laatste jaarweek vermoedelijk direct of binnen veel kortere tijd hebben plaatsgevonden.

Zo’n tijdsprong is in de Bijbelse profetie niet iets abnormaals. We zien zoiets ook in Lukas 4:18 als de Heere Jezus in de synagoge van Nazareth voorleest uit de profeet Jesaja:

 

“De Geest des Heeren [is] op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart” (vgl. Jes. 61:1).

 

Hij stopt hier en geeft aan dat dit woord tot vervulling is gekomen. De rest van de profetie, die slaat op het Vrederijk, spreekt Hij niet uit omdat die nog niet aan de orde was. Eerst moest Hij aangenomen worden als de Messias. Ook hier zien we dat de tijdklok wordt stilgezet over een periode die intussen een kleine tweeduizend jaar heeft geduurd. Het gaat trouwens om dezelfde periode. Na de laatste jaarweek zal voor Israël het herstel van Jesaja 61:2  aanbreken.

 

 

 

2. De indeling van de laatste jaarweek

 

Een tweede argument voor de 490 jaren vinden we in de laatste jaarweek. De laatste jaarweek duurt zeven jaar en valt volgens Daniël 9:27 uiteen in twee perioden van drieënhalf jaar. Deze twee perioden van drieënhalf jaar zijn ook elders in de Bijbel terug te vinden. Hier enkele belangrijkste teksten :

  • “En van die tijd af, dat het gedurig offer zal weggenomen, en de verwoestende gruwel zal gesteld zijn, zullen zijn duizend tweehonderd en negentig dagen. Welgelukzalig is hij, die verwacht en raakt tot duizend driehonderd vijf en dertig dagen(Dan. 12:11, 12).
  • “En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar door God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voedenduizend tweehonderd zestig dagen(Openb. 12:6).
  • “En laat de voorhof uit, die van buiten den tempel is, en meet die niet, want hij is de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden. En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed” (Openb. 11:2, 3).
  • “En aan de vrouw zijn gegeven twee vleugels van een grote arend, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd, en tijden, en een halve tijd, buiten het gezicht der slang” (Openb. 12:14).
  • “En het werd een mond gegeven, om grote dingen en godslasteringen te spreken; en het werd macht gegeven, om zulks te doen, twee en veertig maanden(Openb. 13:5).

 

Lees de bovenstaande teksten vooral in hun verband om een goed inzicht te krijgen in de gebeurtenissen van die laatste jaarweek. We zetten de beschrijvingen van een halve jaarweek nog eens op een rijtje:

 

 

hoofdstuk 11 van de Openbaring ; Gods tempel en de zevende bazuin

hoofdstuk 11 van de Openbaring ; Gods tempel en de zevende bazuin

 

 

 

hoofdstuk 12 van de Openbaring ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

hoofdstuk 12 van de Openbaring ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

 

 

 

hoofdstuk 13 van de Openbaring ; de komst van de antichrist en de valse profeet

hoofdstuk 13 van de Openbaring ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

 

pasteltekeningen van John Astria

 

 

 

Benaming Te vinden in
een halve week Dan. 9:27
1260, 1290, 1335 of 1350 dagen*) Openb. 11:2, 3; Dan. 12:11, 12
42 maanden Openb. 11:2, 3; Openb. 13:5
Een tijd, tijden en een halve tijd Dan. 7:25; Dan. 12:7; Openb. 12:6, 14
*) Bij de perioden van 1290 en 1350 dagen gaat het om gebeurtenissen die vlak voor of vlak na de halve week plaatsvinden.

 

Let op de profetie over de vrouw en het kind in Openbaring 12. Daarin wordt dezelfde gebeurtenis twee keer beschreven. In vers 6 staat dat de vrouw “42 maanden” in de woestijn zal zijn. In vers 14 staat dat de vrouw “een tijd, en tijden, en een halve tijd” in de woestijn zal zijn. Hiermee is duidelijk wat de bijna cryptische omschrijving “een tijd, tijden en een halve tijd” betekent, namelijk drieënhalf jaar. Deze vrouw is een deel van het volk Israël, dat gedurende de tweede helft van de laatste jaarweek door God in de woestijn verborgen wordt gehouden.

 

 

 

3. De gebeurtenissen van de laatste jaarweek

 

Een derde bewijs voor de lengte van de zeventig jaarweken vinden we onder andere in Mattheüs 24.

“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats;  Dat alsdan, die in Judea zijn, vluchten op de bergen; Die op het dak is, kome niet af, om iets uit zijn huis weg te nemen; En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn klederen weg te nemen. Maar wee de bevruchte, en de zogende vrouwen in die dagen! Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat. Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal” (Matt. 24:15-21).

We zien in Mattheüs 24:15 opnieuw “de gruwel der verwoesting” van onze tekst in Daniël 9:27. De Heere zegt hier Zelf dat de gebeurtenissen van de laatste jaarweek nog toekomst zijn. Hij vertelt ons in Mattheüs 24:15  uitgebreid wat er in die tweede helft van de laatste jaarweek zal gebeuren. De oprichting van “de gruwel der verwoesting” luidt een periode in van grote verdrukking en deze periode zal drieënhalf jaar duren. Oftewel: De tweede helft van de laatste jaarweek zal voor Israël en de wereld een periode van ongekende grote verdrukking zijn. We noemen die laatste drieënhalf jaar dan ook wel ‘de Grote Verdrukking’.

 

 

 

De Grote Verdrukking

 

Als we goed kijken naar de gebeurtenissen van de laatste jaarweek in Daniël 9:27, dan zie we dat ze exact passen bij de Grote Verdrukking, zoals beschreven in bijvoorbeeld Mattheüs 24, 2 Tessalonicenzen 2 en het boek Openbaring.

De “vorst die komen zal” duidt op de komst van de antichrist die zeer wreed, allesoverheersend en verwoestend zal zijn. Deze antichrist zien we beschreven in 2 Tessalonicenzen 2:1-12 en natuurlijk in Openbaring 13.

De “gruwelijken vleugel” vinden we terug in Mattheüs 24:
“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats; Dat alsdan, die in Judea zijn, vluchten op de bergen” (Matt. 24:15, 16).

Halverwege de laatste jaarweek van Daniël, aan het begin van de Grote Verdrukking, zal er in de herbouwde tempel een gruwel (smerig voorwerp van afgoderij) worden opgericht. De oprichting van deze gruwel zal de emmer doen overlopen en de verwoesting van de Grote Verdrukking inluiden.

Dit zal niet zomaar een ontwijding van de tempel zijn, zoals eerder is gebeurd, maar het zal een ongekende provocatie zijn aan het adres van de Heere God. Vandaar ook dat dit voor de Joden hét sein zal zijn om te vluchten naar de bergen (Matt. 24:16).

Er zal een “verwoester” komen. We lezen in Openbaring 9:1-11 over een sprinkhanenplaag die aan het begin van de Grote Verdrukking zal opkomen uit de afgrond. Vermoedelijk zijn dit demonen die de gedaante van buitenaardse monsters hebben aangenomen. Zij zullen de mensen zo pijnigen, dat ze de dood zullen zoeken, maar ze zullen hem niet vinden. We lezen: “En zij hadden over zich tot een koning de engel van de afgrond; zijn naam was in het Hebreeuws Abaddon, en in de Griekse taal had hij de naam Apollyon” (Openb. 9:11).

 

 

Openbaring 9 van de Openbaring : de 5de en 6de bazuin

Openbaring 9 van de Openbaring : de 5de en 6de bazuin

 

pasteltekening van John Astria

 

 

De naam Abaddon/Apollyon betekent verwoesting. De verwoesting die hij brengt, is het gevolg van ongeloof. Israël gaat een grote verwoesting tegemoet, totdat het zal roepen om haar Messias, de Heere Jezus, Die met deze verwoester af zal rekenen. Deze zal dan zelf verwoest worden (Jes. 33:1).

Dat Israël met de antichrist “een verbond” zal sluiten, is niets nieuws. Israël sloot in het verleden verbonden met Babel, Assyrië en Egypte. Ook in onze tijd zoekt Israël de oplossing voor haar veiligheid in aardse vredesverdragen. Er komt een tijd dat het volk zo in het nauw komt, dat het een verbond zal sluiten met haar grootste vijand, de antichrist.

Hij zal in de periode van de laatste jaarweek dit verbond waar maken. Hij zal Israël verraden. In Jesaja 28:14-22 noemt de Heere dit verbond het ″verbond met de dood″ en het ″verdrag met het dodenrijk″. In Johannes 5:43 zien we dat ook dit dieptepunt in Israëls geschiedenis nog toekomst is: “Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen”.

We zien dat ook de beschrijving van de laatste jaarweek volledig past bij de Nieuwtestamentische gegevens over de Grote Verdrukking en de regering van de antichrist. Vanwege al bovenstaande argumenten is er maar één conclusie mogelijk: de zeventig weken zijn zeventig jaarweken, zeventig perioden van zeven jaar, waarvan de laatste week van zeven jaar nog toekomst is.

 

 

 

De betekenis voor ons

 

Heel wat gelovigen van vandaag gaan liever met een grote boog om de oordeelsprofetieën heen. Zij willen zich wel bezig houden met Gods beloften van herstel en zegen, maar houden krampachtig een bijbels onderwerp als ‘de Grote Verdrukking’ buiten hun gezichtsveld.

2 Timotheus 3:16 leert: “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing”.

‘Al de Schrift’, dus ook deze passages in de Schrift over de enorme crisis die Israël en de volken nog te wachten staat. Laten we ons overigens ook niet rijk rekenen met de gedachte dat alle verdrukking aan ons voorbij zal gaan. Petrus roept de gelovigen op: “Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame” (1 Petr. 4:12 NBG) en Paulus leert: “allen, die godzalig willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden” (2 Tim. 3:12).

De profetieën vertellen ons onder andere waar satan naar toewerkt, zodat we gewaarschuwd zijn en nee kunnen zeggen tegen de verleidingen die hij vandaag op onze weg brengt.Ook de waarschuwing van Johannes aan het eind van Openbaring om niets aan de profetie toe te voegen of af te doen spreekt voor zichzelf (22:18,19).

Het profetische Woord, niet alleen de rijke beloften, maar ook de oordelen van onder andere deze laatste jaarweek en de Grote Verdrukking, zijn aan ons gegeven om ons te waarschuwen, om ons wakker te houden, om ons inzicht te geven wat betreft de dingen die om ons heen gebeuren, zodat we onze keuzes kunnen maken. Een christen die het profetische Woord niet bestudeert, tast in het duister en wordt een gemakkelijk prooi voor satan.

In evangelische kringen zijn we in hoog tempo de kennis van de profetieën aan het verliezen. Velen prediken een aardse toekomst van glorie en heerschappij voor de kerk, van vrede op aarde, terwijl de Bijbel juist het tegenovergestelde leert. In plaats van de mensen op te roepen om zich te bekeren voordat de oordelen van God komen, spreekt men meer en meer over ‘meedoen aan het vredesplan dat de wereld positief kan veranderen’.

Het zijn moderne dwaalleraren die een oude boodschap verkondigen: “Vrede, vrede”, terwijl er geen vrede komt, maar het oordeel (Jer. 6:14). Het is niet onmogelijk dat deze predikers zichzelf, misschien zonder het te weten of te willen, hiermee tot wapendragers van de antichrist hebben gemaakt. Want deze laatste zal Israël en de wereld verleiden door hen een valse vrede voor te houden. Dat valse verbond zal de laatste jaarweek van Daniël 9:27 inluiden, drieënhalf jaar later gevolgd door de Grote Verdrukking.

 

 

 

Israël opnieuw geofferd

 

Deze visie is uiterst gevaarlijk. Niet alleen omdat het licht van het profetische woord opnieuw wordt verduisterd, net als de vervangingstheologie dit eeuwen door heeft gedaan, maar ook omdat er bij deze theologie van de nieuwe wereldvrede (de ‘dromen van God’ zoals men het vaak noemt )geen sprake is van enige visie op Israël. De toekomst van het herstelde Israël, waar de profeten veel over spreken, wordt klakkeloos toegepast op de kerk.

De kerk zou een leidende rol moeten innemen in de verbetering, maar over het toekomstig vrederijk, waarin juist Israël onder Koning Jezus aan het hoofd van de naties zal staan, als ook over de Grote Verdrukking die aan dit Bijbelse vrederijk vooraf zal gaan, zwijgen zij.

Naamchristenen van deze tijd laten zich gebruiken als wegbereiders voor de grote Haman van de toekomst: de antichrist. Laten wij ons er verre van houden en ons uitstrekken naar het ‘klare inzicht’ dat Daniël ontving (Dan. 9:23b), dat ook ons licht geeft in de duistere wereld waarin wij leven.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

 

 

 

Pasteltekeningen uit het boek ” De Openbaring ” van John Astria

Standaard

categorie : spirituele prenten van John Astria

 

 

 

hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

    hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes                                                                                                                                                         

 

 

hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

                 hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 hoofdstruk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

                                                 hoofdstuk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       

hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

                 hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      

hoofstuk 7 ; het breken van zegel 6

                          hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                

hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

                                                hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          

hoofdstuk 8 (b) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

               hoofdstuk 8 (b) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     

hoofstuk 9 ; de vijfde en zesde bazuin

                          hoofdstuk 9 ; de vijfde en zesde bazuin                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap

                             hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

hoofdstuk 11 ; Gods tempel en de zevende bazuin

                      hoofdstuk 11 ; Gods tempel en de zevende bazuin                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

              hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

         hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      

hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel

                hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

hoofdstuk 14 (b) ; Gods wegen in genade enh oordeel

                   hoofdstuk 14 (b) ; Gods wegen in genade en oordeel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           

hoofdstuk 15 ; de 7 offerschalen van God

                          hoofdstuk 15 ; de 7 offerschalen van God                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

hoofdstuk 16 ; de 7 offerschalen worden uitgegeoten

                      hoofdstuk 16 ; de 7 offerschalen worden uitgegoten                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

hoofdstuk 17 ; Babylon wordt geoordeeld

                             hoofdstuk 17 ; Babylon wordt geoordeeld                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             

hoofdstuk 18 ; de economische vernietiging van Babylon

                   hoofdstuk 18 ; de economische vernietiging van Babylon                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon

                       hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

                    hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood                                                                                                                                                          

 

 

hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

                    hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 

hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega

                                 hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

Uitleg over de eindtijden door John Astria

Uitleg over de eindtijden door John Astria

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Zit Satan in de hel?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

5339082038a10416626799l.jpg-1

 

 

Veel christenen denken dat Satan in de hel is, maar het is niet het geval, en het is zelfs gevaarlijk zo te denken. De realiteit is dat hij erg actief aanwezig is, onder ons, om mensen én zelfs christenen kwaad te berokkenen, en we doen er goed aan ons daarvan bewust te zijn.

 

 

 Satan is niet in de hel maar onder ons actief

 

Satan zal pas bij zijn vierde (en laatste) val in de hel (gehenna, poel van vuur) terechtkomen. Hier
een overzicht van zijn toestand en zijn capaciteiten.

 

 

 

1ste Val

 

Satan zondigde vóór de zondeval (Genesis 3). Vermits hij Adam en Eva wilde aftrekken van God, was hij reeds in een zondige toestand gekomen. De Bijbel noemt Satan de eerste zondaar (1 Johannes 3:8). Deze val van Satan was eerder een “morele” dan een “geografische” val. Eigenlijk is er maar één val van Satan, zijn oorspronkelijke morele daad van opstand tegen God.

Daarna is hij nog drie keer gevallen, maar dat moet gezien worden als het gevolg van zijn aanvankelijke opstand. De volgende keren val valt hij nog louter ‘geografisch’. Zijn tweede val gaat van hemel naar aarde, zijn derde van aarde naar abyssos en zijn vierde van abyssos naar de hel (poel van vuur), stapsgewijs in neergaande lijn dus.

Hij viel moreel van God af maar hij bleef toegang krijgen tot Gods troon en de engelen (Job 1:6; 2:1). Hij werd toen niet neergeslagen en verwijderd uit de hemel, maar bleef operatief in de “hemelse gewesten” (Efeziërs 2:2; 6:12).

Hij kan daar nog steeds de broeders aanklagen (Openbaring 12:10). Alhoewel Satan in de hemel geen gezag meer heeft, heeft hij dat wel m.b.t. de aarde (Mattheüs 4:8-9; Efeziërs 2:2; 6:12; 1 Johannes 5:19). Op te merken valt echter dat Satans macht door God wel gelimiteerd is, zoals we kunnen lezen in Job 1:12 en 2:6. Hij is niet gelijk aan God (1 Johannes 4:4).

Wat Satan niét verloor weten we nu ongeveer, maar wat hij bij zijn eerste val wèl verloor is zijn schoonheid, luister, wijsheid, en zijn positie van cherub. Hij en zijn afvallige engelen verloren ook niet de capaciteit om op aarde in een lichaam te verschijnen om de mens te misleiden. Pater Pio, één van de grote heiligen, kreeg bezoek van de duivel in een mensengedaante. Ook getrouwe engelen kunnen dat.

Over Satans eerste val wordt geschreven in Ezechiël 28:11-19 en Jesaja 14:3-23. De eerste val van Satan vond dus plaats in de tijd van het aardse paradijs, in Eden, vóór de zondeval (Ezechiël 28:13). Hij werd ter aarde geworpen, een oosterse uitdrukking voor ‘hij viel op zijn bek’ (Ezechiël 28:17).

Later zal hij echter geheel letterlijk uit de hemel verwijderd worden (Openbaring 12:9). Zijn ondergang is sinds zijn eerste zonde eigenlijk al onomkeerbaar: het zaad (Jezus Christus) van de vrouw (Israël) zal hem uiteindelijk de kop vermorzelen (Genesis 3:15). Hij zal uiteindelijk in de “poel van vuur” belanden (Openbaring 20:10; Ezechiël 28:18, 19).

Na zijn val kon Satan zich blijkbaar niet meer materieel-lichamelijk op aarde vertonen. Dit is niet hetzelfde als ‘materialiseren’. Dat laatste veronderstelt een overgang van niet-materie (in casu geest) naar materie, terwijl engelen een (hoger) hemels lichaam bezitten dat ook materieel op de (lagere) aarde kan verschijnen.

Echter, om krachtig te kunnen zijn moet hij op aarde over een lichaam beschikken, en daarom bezet hij (en zijn demonen) graag het lichaam van andere levende wezens. Dit deed hij in Eden door in een slang te varen (Genesis 3), om zich zo aan Eva te vertonen en haar te misleiden. Later voer hij in Judas (Johannes 13:27) en nog later zal hij in de Antichrist varen.

Sommigen spreken nogal eens van ‘incarneren’ wanneer het om de duivel (of de demonen) gaat. Dit is een onjuiste uitdrukking. Incarnatie komt van het kerklatijn incarnatio (van caro, gen. carnis = vlees). In de christelijke terminologie is dit de aanduiding voor de menswording van Gods Zoon. Letterlijk betekent deze term ‘vleeswording’. Van de duivel (of de demonen) kan men niet zeggen dat zij ‘vlees worden’, dat kunnen zij niet. Zij hebben geen vleselijk lichaam ( Lk 24:39), zij bezetten andermans lichaam of vlees.

In Jesaja 14:12 wordt Satan “morgenster” genoemd. In Job 38:4, 7 lezen we dat bij de schepping “de morgensterren tezamen juichten”. Satan was vóór zijn val bij de schepping aanwezig. Maar hij pleegde opstand tegen Gods troon (Jesaja 14:13-14), waarbij hij ten val kwam. Later zal hij voor duizend jaren gebonden worden in de “afgrond” (Jesaja 14:15; Openbaring 20:1-3), en uiteindelijk zal hij in de poel van vuur geworpen worden (Openbaring 20:10).

Als gevolg van zijn opstand kwam Satan ten val. In Jesaja 14:12 wordt gezegd: “Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster”. Hij wordt vergeleken met een ster die uit de hemel is “gevallen”. Hij werd afvallig. Ook in de betekenis van: ‘hij viel op zijn bek’. Een vallende ster is in Openbaring iemand die uit zijn hoge positie afvalt of die uit zijn machtspositie omvergeworpen wordt.

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

2de Val

 

Satans 2de val is toekomstig en betekent zijn verbanning naar de aarde. Hij verdwijnt daardoor geheel
en al uit alle hemelen (Openbaring 12:7-9). In Openbaring 12:9 wordt Satan volstrekt uit de hemel verwijderd, hij wordt neergeworpen na een felle strijd, en hem wordt dan èlke toegang tot àlle hemelen ontzegd. Dat zal zijn in de helft van de 70ste jaarweek of het begin van de eigenlijke Grote Verdrukking.

De Heer Jezus heeft dit in Lukas 10:18 in een visioen gezien en aangekondigd: “Ik zag de Satan als een bliksem uit de hemel vallen”, zijn tweede val. Satan zal na zijn uitwerping uit de hemelse gewesten, onmiddellijk in de Antichrist varen. Zijn demonen zullen evenzo in de lichamen varen van de handlangers van de Antichrist en die van het herstelde Romeinse rijk.

Hoe verschrikkelijk zullen deze duivelse machthebbers dan op aarde tekeer gaan! Het is van belang om telkens op te merken hoeveel bewijzen er zijn dat de Gemeente vóór de Grote Verdrukking in de hemel zal zijn opgenomen. Zo ook hier. Als de duivel op de aarde geworpen is, kan de Gemeente niet meer beneden zijn, want dan zou het niet meer waar zijn dat wij een strijd hebben tegen de machten in de hemelse gewesten (Efeziërs 6:12).

 

 

 

3de Val

 

De derde val van Satan is zijn verbanning naar de “afgrond” (Gr. abyssos). Hij wordt daar voor duizend
jaren gebonden en opgesloten (Openbaring 20:1-3).

 

 

 

4de Val

 

De vierde val van Satan is zijn verwijdering naar de “poel van vuur” (Gr. limnen tou furos), om er voor
eeuwig te verblijven (Openbaring 20:10). Uit dit schema van de viervoudige val van Satan besluiten wij dat hij nog lang niet in de hel is, maar actief op aarde, als nasleep van zijn eerste val.

 

 

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Tartarus en Abyssos

 

Daarnaast is het wel zo dat er opstandige engelen (demonen) in voorhechtenis zitten, in wat de Schrift
de “Tartarus” (Gr. tartaroo) en “Afgrond” (Gr. abyssos) noemt. Deze zijn daar gevangen en kunnen
ons in deze tijd geen kwaad aandoen.

 

 

1. Tartarus

 

Tartarus is een ander woord voor afgrond – Grieks abyssos.

Het gaat om de BEWAARPLAATS VAN DE ONGEHOORZAME ENGELEN UIT DE TIJD VAN DE VLOED. We moeten hier ruwweg denken aan zoiets als de bewaarplaats van de onrechtvaardige menselijke doden (vgl. ‘de rijke’ uit Lukas 16:19-31) waar die bepaalde afvallige engelen (afzonderlijk) bewaard worden tot aan hun oordeel. Zie 2 Petrus 2:4.

 

 

 

2. Abyssos

 

Abyssos betekent afgrond, diepte, bodemloze put. Het is een BEWAARPLAATS VOOR DEMONEN.
We kunnen hier denken aan wat onder tartarus werd gezegd. Hierna de Schriftplaatsen waar dit woord voorkomt: Lukas 8:31; Romeinen 10:7; Openbaring 9:11; 11:7; 17:8; 20:1,3. Deze demonen zijn voor ons inactief en we hoeven ze dan ook niet te vrezen. Dit is echter niet het geval met Satan en zijn vrije demonen! Hieronder een schema van alle hemelse schepselen. In het rood omcirkeld hun toestand van activiteit, dan wel gebondenheid, met betrekking tot onze tijd:

 

enegelen en demonen

.

.

De missie van Satan

 

Nadat God de mens gemaakt had en Hij alles als heel goed beschouwde (Genesis 1:31), zien we de Satan (zie zijn eerste val hierboven) ruïneren wat God had gemaakt met betrekking tot de eerste twee levende mensen (Genesis 3). Nadat de duivel aanzette tot de val van Adam en Eva zien we verder in de Bijbel het duivelse missiewerk, te beginnen in het boek Job. Dit verhaal brengt ons achter de schermen, naar een kijk vanuit Gods perspectief.

Job 1:6-12: “Het gebeurde op een dag, dat de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken
bij de Heere, dat ook de satan in hun midden kwam. 7 Toen zei de Heere tegen de satan:
Waar komt u vandaan? En de satan antwoordde de Heere en zei: Van het rondtrekken over de
aarde en van het rondwandelen erover. 8 De Heere zei tegen de satan: Hebt u ook acht geslagen
op Mijn dienaar Job? Want er is niemand op de aarde zoals hij, een vroom en oprecht man, hij is
godvrezend en keert zich af van het kwaad. 9 Toen antwoordde de satan de Heere en zei: Is het
zonder reden dat Job God vreest? 10 Hebt Ú niet voor hem en voor zijn huis en alles wat hij heeft,
een beschutting gemaakt? Het werk van zijn handen hebt U gezegend en zijn vee breidt zich steeds
verder uit in het land. 11 Maar steek toch Uw hand uit en tref alles wat hij heeft. Voorwaar, hij zal
U in Uw aangezicht vaarwel zeggen. 12 De Heere zei tegen de satan: Zie, alles wat hij heeft, is in
uw hand; alleen naar hemzelf mag u uw hand niet uitsteken. En de satan ging weg van het aangezicht
van de Heere”.

We zien hier dat Satan nog steeds in de hemel kan komen. God vraagt de duivel of hij had gezien dat Job het goede deed in de ogen van de Heer. De duivel merkte op dat God Job en zijn familie te goed beschermde en hem alles gaf en vroeg nu Job op de proef te stellen om te zien of hij nog trouw zou blijven als hem alles werd afgenomen.

De Heer accepteert de uitdaging en verwijdert zijn bescherming rond Job tot op zekere hoogte zodat Satan toegang heeft tot Jobs levensomstandigheden. We weten allen wat er toen gebeurde. Wat wij hieruit leren is dat de rechtvaardigen beschermd worden door God tenzij Hij toelaat dat zij op de proef gesteld worden.

In zo’n tijd van beproeving verwacht God van ons een antwoord volgens de aansporing die we vinden in Spreuken 27:11: “Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader [= Satan] wat te antwoorden heb” (Spreuken 27:11).

Alhoewel dit vers eerst en vooral op de Heer Jezus slaat, moeten christenen die in Zijn voetsporen stappen in zulke beproevingen, ten aanzien van de hemel, getrouw blijven en geduldig vertrouwen op de Heer. Bij de onrechtvaardigen heeft de duivel gemakkelijker toegang dan bij rechtvaardigen. De tijd passeert en opnieuw komt de duivel voor de Heer om rapport uit te brengen en zijn bedoelingen te ventileren:

Job 2:1-9: “Opnieuw was er een dag, toen de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken
bij de Heere, dat ook de satan in hun midden kwam om zijn opwachting te maken bij de
Heere. 2 Toen zei de Heere tegen de satan: Waar komt u vandaan? En de satan antwoordde de
Heere en zei: Van het rondtrekken over de aarde en van het rondwandelen erover. 3 De Heere
zei tegen de satan: Hebt u ook acht geslagen op Mijn dienaar Job? Want er is niemand op de aarde
zoals hij, een vroom en oprecht man, hij is godvrezend en keert zich af van het kwaad. Hij houdt
nog steeds vast aan zijn vroomheid, hoewel u Mij tegen hem opgezet hebt om hem zonder reden te
verslinden. 4 Toen antwoordde de satan de Heere en zei: Huid voor huid! Alles wat iemand
heeft, zal hij geven voor zijn leven. 5 Steek Uw hand maar eens uit en tref zijn beenderen en zijn
vlees. Voorwaar, hij zal U in Uw aangezicht vaarwel zeggen. 6 En de Heere zei tegen de satan:
Zie, hij is in uw hand, maar spaar zijn leven. 7 Toen ging de satan weg van het aangezicht van de
Heere en hij trof Job met vreselijke zweren, van zijn voetzool af tot aan zijn schedel. 8 En Job
nam een potscherf om zich daarmee te krabben, terwijl hij midden in de as zat. 9 Toen zei zijn
vrouw tegen hem: Houd je nog steeds vast aan je vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf.

De Heer stelt andermaal dezelfde vraag over Zijn dienaar Job. De duivel kon Job in zijn vorige aanval niet bewegen en wil nu meer toegang. Nu wil Satan de gezondheid van Job. Job wordt op de proef gesteld, erg gelijkend op Adam en Eva in de Hof van Eden. Jobs vrouw bezweek eerst in een emotioneel betoog wegens zijn kwellende pijn. Maar Job is getrouw aan God en heeft zijn principes, hij diende de Heer niet voor wat hij had gekregen maar voor wie de Heer is.

We weten hoe dit verhaal afloopt en op het eind wordt Job gezegend, dubbel zoveel als tevoren. Wat we hier leren is hoe de duivel achter de scène bezig is met het beïnvloeden van omstandigheden en hoe hij de rechtvaardigen aanvalt. Het woord duivel (Gr. diabolos) betekent lasteraar, en het woord Satan betekent tegenstander, aanklager. Hij daagt telkens weer op om zij die in Gods dienst staan uit te dagen en aan te klagen.

Zacharia 3:1-2: “Daarna liet Hij mij de hogepriester Jozua zien, die voor het aangezicht van de Engel
van de Heere stond, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. 2 De Heere zei echter tegen de satan: De Heere zal u bestraffen, satan! De Heere, Die Jeruzalem verkiest, zal u bestraffen. Is deze Jozua niet een stuk brandhout dat aan het vuur ontrukt is?

We kunnen zien dat de duivel in Gods aanwezigheid kan verschijnen. Het is enkel de Heer die hem kan berispen vermits God hem tot het machtigste schepsel van het universum maakte. Daarom zegt

Zacharia 3:2 “De Heere zal u bestraffen, satan!”, en zie vooral Judas 9: “Michaël, de aartsengel, echter durfde, toen hij met de duivel redetwistte en een woordenwisseling had over het lichaam van Mozes, geen oordeel van lastering tegen hem uit te brengen, maar zei: Moge de Heere u bestraffen!”

We vinden de duivel actief doorheen de geschiedenis. 1 Kronieken 21:1: “Toen stond de satan op tegen Israël, en hij zette David ertoe aan om Israël te tellen”.

De duivel beïnvloedt leiders, zowel goede als slechte, door hen bv. aan te zetten tot trots. Toen Jezus aan Israël Zijn Messiasschap aankondigde, en geleid werd naar de wildernis om beproefd te worden in het vlees, werd Hij drie maal geconfronteerd met de duivel. Dit is de derde keer:

Mattheüs 4:8-11: “Opnieuw nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg, en hij liet Hem al de koninkrijken van de wereld zien, met hun heerlijkheid, 9 en zei tegen Hem: Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt. 10 Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen. 11 Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.

Satan claimt de wereld voor zich en hij zou deze aan Jezus geven in zijn verleidingspoging. Het is na deze laatste gefaalde verleiding, en Jezus Zijn onwankelbaarheid bewijst, dat hij geen vat kreeg op Jezus’ leven. Ons wordt gezegd hetzelfde te doen wat Jezus deed opdat de Satan zou wegvluchten.

Jakobus 4:7: “Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten”.

Later in Jezus’ onderricht aan Zijn disipelen legt Hij hen uit: “Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen” (Lukas 10:18). Dit slaat op Openbaring 12:7-10. In een visioen zag Jezus de engel uit de hemel vallen, in het midden van de Verdrukking (70ste jaarweek) op aarde, zijn tweede val, die we hiervoor al behandeld hebben. Dan pas zal hij helemaal uit de hemel verdwijnen, maar o wee de aarde in de Grote Verdrukking!

Pas na het eind van die verdrukking en aan het begin van het duizendjarige vrederijk zal hij gebonden worden – zijn derde val – en dan voor duizend jaren opgesloten worden in de Abyssos of Afgrond. De duivel heeft dus nog steeds toegang tot de hemel, waar hij daar komt bij de Heer, en de heiligen aanklaagt, tot de bestemde tijd.

Wegens Jezus’ gehoorzaamheid als mens aan de Vader lezen we in Handelingen: “Deze Jezus heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël bekering te geven en vergeving van zonden” (Handelingen 5:31).

Ook Satan wordt een “vorst” of “overste” genoemd: “In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid” (Efeziërs 2:2).

Satan is nu de vorst of god van de lucht, de heerser van deze wereld. Hij is beslist niet in de hel, zijn plaats is hier binnen de aardse atmosfeer van de aarde, met al zijn activiteiten.

 

 

hoofdstuk 9 uit de Openbaring; de vijfde en zesde bazuin

hoofdstuk 9 uit de Openbaring; de vijfde en zesde bazuin

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Satans huidige activiteit jegens ongelovigen, en hen die geloven:

 

Jegens ongelovigen:

 

“Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen” (2 Korinthiërs 4:3-4).

Enkel het Evangelie kan mensen bevrijden van de blindheid met betrekking tot de invloed van de duivel en het systeem waarmee hij hen persoonlijk controleert.

“In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid” (Efeziërs 2:2).

De koers van deze wereld is zondig, en op hen die de wereld en haar zonden liefhebben (“de kinderen der ongehoorzaamheid”) heeft de duivel grote invloed. Jezus beschrijft een tijdperk van zaaien door God maar ook door de duivel:

“Hij antwoordde en zei tegen hen: Hij die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen. 38 De akker is de wereld, het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk en het onkruid zijn de kinderen van de boze. 39 De vijand die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn engelen. (Mattheüs 13:37-39)

Elke ziel op onze aarde is verwikkeld in een geestelijke strijd en zal ofwel aan de kant van de duivel, ofwel aan de kant van God staan. Satan controleert het wereldsysteem, want dat valt onder zijn jurisdictie, zoveel als God het toelaat. Jahweh wordt de God van hemel en aarde, Schepper van deze wereld en het universum genoemd. God zal Zijn controle niet verliezen maar Hij staat tot op zekere hoogte Satans werking toe om de wereld te beïnvloeden.

 

 

Jegens de gelovigen:

 

“Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden. 9 Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt” (1 Petrus 5:8-9). “En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. 15 Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van gerechtigheid. Hun einde zal zijn naar hun werken” (2 Korinthiërs 11:14-15).

Satan gebruikt vermomming, bedrog, misleiding om zijn zaak van rebellie en zonde te bevorderen.

“En opdat ik mij door het allesovertreffende karakter van de openbaringen niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet zou verheffen” (2 Korinthiërs 12:7).

Satan valt ook rechtstreeks aan. Dit is de reden waarom ons een geestelijke wapenuitrusting is gegeven, niet om agressors te zijn maar opdat de Heer onze strijd zou leiden:

“Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. 12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. 13 Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden” (Efeziërs 6:11-13).

Wij voeren strijd tegen hun invloeden in onze wereld waarbij zij de mensen wegtrekken van de waarheid door hun bedrog en verblinding (met betrekking tot het Evangelie: 2 Korinthiërs 4:3-4), en wij kunnen die omkeren en hen vrijmaken door de waarheid te verkondigen. Er komt een tijd (de verdrukking van de 70ste jaarweek) dat er een oorlog zal komen in de hemel, die uitgevochten wordt door de heilige engelen tegen de gevallen engelen, en dan zullen Satan en zijn demonen uit de hemel gestoten worden en op aarde nog een korte tijd verblijven:

“Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog. 8 Maar zij waren niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. 9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. 10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen.”(Openbaring 12:7-10).

Zeker, dit is wat er bedoeld wordt met “de god van deze wereld” (2 Korinthiërs 4:4), die de naties misleidt door zijn bestuur. Hij zal in de verdrukking een namaak-Christus, de Antichrist, induceren om nog grotere controle te verwerven. Pas in die tijd zal hij geen toegang meer hebben tot de hemel en tot God en zal hij begrensd zijn tot de aarde. Dit zal hem er echter niet van weerhouden God uit te dagen met behulp van hen die in zijn macht zijn:

“En het opende zijn mond om God te lasteren, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tent en hen die in
de hemel wonen” (Openbaring 13:6).

 

 

hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

de vrouw en de draak ; strijd in de hemel Openbaring 12

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het einde van Satans invloed

 

Wanneer Jezus fysisch naar de aarde is teruggekomen verwijdert Hij eerst de wetteloze, de mens der zonde uit de mensheid. In 2 Thessalonicenzen lezen we over die wederkomst van Christus:

“En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn
mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst” (2 Thessalonicenzen 2:8).

De Heer “verteert” deze wetteloze als eerste, met Zijn woord, en werpt het “beest” en de “valse profeet” (dat is de Antichrist) in de hel, de poel van vuur (Openbaring 19:20). Maar toch blijft de mens, los van de invloed van duivel en demonen op het wereldsysteem, nog steeds verantwoordelijk voor zijn zonde. Na de wetteloze komt ook de slang aan de beurt, nadat Jezus is wedergekomen:

“En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. 2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, 3 en wierp hem in de afgrond [= Abyssos], en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten” (Openbaring 20:1-3).

De duivel zal verwijderd zijn uit het duizendjarige vrederijk, wanneer Christus regeert (Jesaja 9:6-7) vanaf Davids troon over de naties. Maar allen die in die duizend jaar geleefd hebben (Jesaja 65) zullen nadien op de proef gesteld worden door de Satan die losgelaten zal worden om te doen wat voor hem natuurlijk is: bedriegen en oorlog stoken.

“En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. 8 En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. 10 En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid” (Openbaring 20:7-10).

De duivel zal in de Abyssos duizend jaar verblijven terwijl Jezus regeert op aarde. Daarna zal zal hij bevrijd worden om een laatste maal te misleiden, en daarna wordt hij gegrepen en in de hel geworpen, voor eeuwig. Een gepast einde voor degene die zowel engelen als mensen deed afwijken van God.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Het Derde Geheim van Fatima, de opkomst van de valse profeet

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Maria van Fatima met de rozenkrans

 

 

Het geheim toevertrouwd aan Lucia dos Santos

 

Op 17 oktober 1917 verscheen de H. Maagd voor de laatste maal aan de drie herderskindertjes. Op die dag deed zich het zonnewonder voor, daarna openbaarde de H. Maagd aan de oudste van de drie, Lucia Dos Santos, het Derde Geheim. Zij moest het voor zich houden tot de door de H. Maagd vastgestelde datum. Dan zou ze het openbaar moeten maken.

 

 

3 herderskindertjes

 

 

Door O.L.Vrouw gevraagde jaar van openbaring: 1960

 

Lucia had het Derde Geheim zorgvuldig toevertrouwd aan het Vaticaan, met de overtuiging dat zij als Godgewijde personen, er wel voor zouden zorgen dat de verlangens van de H. Maagd zouden worden ingewilligd. De H. Maagd had erop aangedrongen dat omstreeks 1960 het geheim openbaar moest worden gemaakt.

Op 15 oktober 1963 verscheen in de krant Neues Europa te Stuttgart een document onder de titel “De toekomst van de mensheid”. De tekst werd overgenomen in verschillende kranten wereldwijd.

Men verklaarde dat dit document de inhoud van het derde geheim van Fatima was, dat door Paus Paulus VI aan Presidenten Kennedy, Macmillan en Kroutsjov werd gestuurd vóór de bijeenkomsten die leidden tot het akkoord betreffende de controle op atoomexperimenten, en dat werd gesloten op 6 augustus 1963 te Moskou.

Het succes van dit akkoord, dat door ruim 90 landen werd ondertekend, zou zijn te danken aan deze tekst. En het verrassende is dat het Vaticaan er nooit de echtheid van heeft ontkend.

 

 

De tekst luidt als volgt

 

Na de gebeurtenis van het zonnewonder, heeft de Moeder van God een speciale boodschap verteld waarin ze tegen Lucia zei:

“Vrees niet, lief kind, Ik ben de Moeder van God, die met je spreekt en bidt om in mijn Naam de volgende boodschap te brengen aan de hele wereld. Je zult, door dit te doen, sterke vijandelijkheden ondervinden. Luister en onthoudt goed wat ik je zeg: De mensen moeten beter worden. Ze moeten smeken om de vergeving van zonden die ze hebben begaan en van de zonden die ze blijven doen.

Ze moeten het rozenhoedje bidden,  er is geen enkel persoonlijk probleem,  familiaal, nationaal of internationaal probleem die ik niet kan oplossen als ze het me vragen door het Rozenhoedje. Je vraagt mij een miraculeus teken zodat iedereen uiteindelijk mijn boodschappen begrijpt, door jou, gegeven aan de mensheid. Dit mirakel heb je zonet gezien. Het was het groot zonnewonder!

Iedereen heeft het gezien, gelovigen en ongelovigen, boeren en stadsmensen, geleerden en journalisten, leken en priesters. En nu, verkondig in mijn Naam: Op heel de mensheid zal er een grote kastijding komen, nog niet vandaag, ook niet morgen, maar in het tweede deel van de 20ste eeuw. Hetgeen ik laten weten heb in Salette aan de kinderen Mélanie en Maximim zal ik vandaag voor jou herhalen. De mensheid pleegt heiligschennis en vertrapt het geschenk dat zij ontvangen hebben.

Nergens heerst er nog orde. Zelfs op de meest verheven posten is het Satan die regeert en de gang van zaken beslist. Hij zal zich zelfs introduceren in de hoogste toppen van de Kerk. Hij zal erin slagen om verwarring te zaaien in de geesten van de grote geleerden die wapens zullen uitvinden waarmee ze het grootste deel van de mensheid binnen enkele minuten kunnen vernietigen.

Hij onderwerpt de machtigen onder de mensen onder zijn invloed en bestuurt ze om deze wapens te maken in grote hoeveelheid. Als de mensheid zich hier niet tegen verzet zal ik genoodzaakt zijn om de Arm van mijn Zoon te laten vallen. Als diegenen die aan het hoofd van de wereld en het hoofd van de Kerk staan, zich niet verzetten tegen deze gevaren, is het ik die het zal doen en ik zal bidden tot God mijn Vader om zijn gerechtigheid op de mensen te laten komen.

Het is dan dat God de mensen zal straffen, harder en zwaarder dan Hij ze heeft gestraft door de zondvloed. En de groten en de machtigen zullen vergaan net zoals de kleinen en de zwakken. Maar er komt ook voor de Kerk een tijd van zware ontberingen. De kardinalen zullen opstaan tegen kardinalen, bisschoppen tegen bisschoppen. Satan houdt zich op in het midden van hun rangen.

Ook in Rome zullen er grote veranderingen komen. Rome zal verwoest worden. Het is hetgeen rot is wat valt, en wat valt moet niet onderhouden worden. De kerk zal verduisteren en de wereld zal in de wanorde storten. De grote, grote oorlog zal plaatsgrijpen in het tweede deel van de twintigste eeuw. Rusland zal de zweep worden van God, en op het einde zal ze zich bekeren. Dat Amerika maar niet gelooft dat ze onkwetsbaar is.

Vuur en rook zullen dan uit de hemel neervallen en het water van de oceanen zal veranderen in stoom, hun schuim spugend tot aan de hemel en alles wat staat wordt omgekeerd. En miljoenen en andere miljoenen mensen zullen hun leven verliezen op het ene uur na het andere, en diegenen die nog leven op dat moment zullen jaloers zijn op diegenen die dood zijn.

Er zullen overal verdrukkingen zijn waar men kijkt, en miserie over heel de aarde en verlatenheid in alle landen. Ziehier, de tijden naderen steeds meer, de afgrond verdiept zich steeds meer, en er is geen weg meer terug. De goeden sterven met de slechten, de groten met de kleinen, de prinsen van de kerk met hun onderdanen, de vorsten van de aarde met hun volk, overal regeert de dood verheven in zijn triomf door de verloren mensen en de dienaren van Satan die dan de enige vorsten zullen zijn op aarde.

Het zal een tijd worden die geen enkele koning noch keizer, geen kardinaal noch bisschop verwacht en hij zal komen volgens het plan van mijn Vader om te straffen en wraak te nemen. Later echter, zullen diegenen die nog in leven zijn opnieuw God aanroepen en Zijn heerlijkheid en men zal opnieuw God dienen zoals voorheen toen de wereld nog niet verdorven was. Ik roep al de ware volgelingen van mijn Zoon Jezus Christus, alle ware christenen en de apostelen van de Eindtijd!

De Tijd der Tijden komt en het Einde der Einde als de mensheid zich niet bekeert en als deze verandering niet van boven komt, van de wereldleiders en de Kerkleiders. Maar wee als deze verandering niet komt en alles blijft zoals het is, ja, als alles zelfs erger wordt. Ga mijn kind en verkondig het! Ik houd me hiervoor altijd aan je zijde,  je helpend.”

 

Dit is echter in geen geval de volledige versie van het Derde Geheim van Fatima. De complete tekst werd door het Vaticaan angstvallig verborgen gehouden voor het publiek.

 

 

Lucia dos Santos

 

 

 

Openbaringen op andere verschijningsplaatsen op latere tijdstippen

 

Toen de effectieve en officiële vrijgave van het geheim uitbleef, gaf God toestemming aan de H. Maagd om elders in de wereld te verschijnen en daar een gelijkaardige boodschap mee te delen. Dat gebeurde o.a. in in 1973 in Akita, Japan, aan zuster Agnes Sasagawa. Op 13 oktober 1973 ontving zij de derde en laatste boodschap, die als volgt luidde:

 

“Mijn lieve dochter, luister goed naar wat Ik je ga zeggen en geef het door aan je Overste. Zoals Ik het je gezegd heb gaat de Hemelse Vader, als de mensen geen berouw hebben en zich niet beteren, aan de gehele mensheid een verschrikkelijke kastijding toebrengen. Het zal een straf zijn erger dan de zondvloed, zoals men er nog nooit een heeft gezien. Vuur zal van de hemel vallen en een groot deel van de mensheid vernieti­gen; noch de priesters, noch de getrouwen zullen gespaard blijven.

De overlevenden zullen zich in een dusdanige diepe droefheid bevinden, dat zij de doden zullen benijden. De enige wapens die u zullen overblijven zullen de Rozenkrans zijn en het Teken dat de Mensenzoon heeft nage­laten. Bid iedere dag de rozenkrans voor de Paus, bisschoppen en priesters.

De inwerking van de duivel zal zelfs langzaam doorwerken in de Kerk zo, dat men kardinalen zich zal zien verzetten tegen kardinalen en bisschoppen zal zien opstaan tegen andere bisschoppen. De priesters die Mij vereren, zullen door hun medebroeders geminacht en bestreden worden. Kerken en altaren zullen worden verwoest. De Kerk zal vol zijn van hen, die compromissen hebben aanvaard.

De boze geest zal veel priesters en godgewijde zielen ertoe aanzetten de dienst van de Heer te verlaten. Speciaal tegen de godgewijde zielen zal hij verbeten strijden. Het vooruitzicht van het verlies van talrijke zielen maakt Mij bedroefd. De kelk loopt reeds over, als de zonden in aantal en in ernst toenemen, zal daar weldra geen vergeving meer voor zijn.”

 

In mei 1994, 77 jaar nadat O.L.Vrouw voor het eerst verscheen in Fatima, was de Franse priester Raymo Arnette aan het luisteren naar een CD met de titel Mysterium Fidei, met Franse tekst gezongen door een Frans koor. Toen hij aan het luisteren was verdween de muziek ineens op de achtergrond en hoorde hij een duidelijke stem vertellen: “L’ Eglise saignera de toutes ses plaies,” de Kerk zal bloeden vanuit al haar wonden. Vervolgens hoorde hij dit:

 

“Er wordt een boosaardig Concilie gepland en voorbereid dat het aanschijn van de Kerk zal veranderen. Velen zullen het geloof verliezen en overal zal er verwarring heersen. De schapen zullen tevergeefs naar hun herders zoeken. Een schisma zal het heilig kleed van Mijn Zoon verscheuren. Dit zal het einde der tijden zijn, voorzegd in de Heilige Schrift en door Mij op vele plaatsen in herinnering gebracht.

De gruwel der gruwelen zal z’n hoogtepunt bereiken en zal de Kastijding met zich meebrengen, aangekondigd in La Salette. De arm van Mijn Zoon, die ik niet langer kan tegenhouden, zal deze arme wereld straffen, die moet boeten voor z’n misdaden. Men zal enkel spreken over oorlogen en revoluties. De natuurelementen zullen losgelaten worden en zullen angst veroorzaken, zelfs onder de besten. De Kerk zal bloeden uit al haar wonden. Gelukkig diegenen die zullen volharden en toevlucht zoeken in Mijn Hart, want op het eind zal Mijn Onbevlekt Hart triomferen.”

 

Hierna hoorde Vader Arnette nog één zin: “Dit is het Derde Geheim van Fatima“.

 

Ongetwijfeld verscheen de H. Maagd op nog andere plaatsen, en gaf ze daar ook het Derde Geheim te kennen.

 

 

Fatima

 

 

 

Opnieuw gedeeltelijke vrijgave van het geheim in 2000

 

Nadat Paus Johannes Paulus II in 1981 door een schietpartij geveld werd, begon hij het Derde Geheim te bestuderen. Hij en de kardinalen, waaronder Kardinaal Bertone en Kardinaal Ratzinger, besloten om een deel van het Derde Geheim vrij te geven, met een eigen aan toe gevoegde verklaring, waar ze de beschreven ‘Heilige Vader’ als de toenmalige paus beschouwden die werd neergeschoten op het St-Pietersplein. De door het Vaticaan vrijgegeven tekst luidt als volgt:

 

VOLLEDIGE VERTALING VAN DE ORIGINELE TEKST

 

Vaticaanstad, 26 juni 2000 – hieronder kunt u de volledige vertaling vinden van de originele Portugese tekst van het Derde deel van het Geheim van Fatima, dat geopenbaard werd aan de drie herderskinderen te Cova da Iria in Fatmia, op 13 juli 1917 en op papier gezet werd door Zr. Lucia op 3 januari 1944.

“Ik schrijf in gehoorzaamheid aan U, mijn God, die mij beveelt dit te doen door Zijn Excellentie de Bisschop van Leiria en door Uw en mijn Meest Heilige Moeder.

“Na de twee delen die ik al heb uitgelegd, zagen we links van Onze Lieve Vrouw, en er een beetje boven, een Engel met een vlammend zwaard in zijn linkerhand; het flitste en gaf vlammen af die eruit zagen alsof ze de wereld in brand zouden zetten; maar ze doofden uit toen ze in contact kwamen met de schittering die Onze Lieve Vrouw naar hem uitstraalde van haar rechterhand.

Naar de aarde wijzend met zijn rechterhand riep de Engel met een luide stem: “Boete, boete, boete!” En we zagen een immens licht dat God is: iets zoals wanneer mensen in een spiegel verschijnen wanneer ze er voor passeren; een Bisschop gekleed in het Wit, en we hadden de indruk dat het de H. Vader is. Andere bisschoppen, priesters en religieuze vrouwen gingen een steile berg op, en aan de top was er een groot kruis van ruwe stronken van een kurkeik met de bast er nog aan.

Voordat hij er aankwam passeerde de H. Vader door een grote stad die half in puin lag, en half bevend met een langzame pas, geteisterd door pijn en verdriet, bad hij voor de zielen van de lijken die hij op zijn weg ontmoette. Toen hij de top van de berg had bereikt, werd hij op zijn knieën aan de voet van het groot Kruis gedood door een groep soldaten die kogels en een pijl naar hem vuurden, en op dezelfde manier stierf de ene na de andere, bisschoppen, priesters en vrouwelijke religieuzen, en verschillende mensen van verschillende standen en posities.

Onder de twee armen van het Kruis waren er twee Engelen met elk een kristallen beker in de hand, waarmee ze het bloed van de martelaren opvingen en de zielen besprenkelden die hun weg naar God zochten.”

 

Echter, ook dit is duidelijk niet het volledige geheim.

 

Kardinaal Ratzinger gaf dit zelfs kort nadien openlijk toe aan Vader Ingo Dollinger, een bevriende Duitse priester.

Ingo Dollinger vertelde :

“Niet lang nadat het Derde Geheim van Fatima in juni 2000 werd gepubliceerd door de Congregatie van de Geloofsleer, vertelde Kardinaal Joseph Ratzinger aan mij tijdens een persoonlijke conversatie dat er nog steeds een deel van het Derde Geheim is dat ze nog niet gepubliceerd hebben!

“Er is meer dan wat we gepubliceerd hebben,” zei Ratzinger. Hij vertelde mij ook dat het gepubliceerde deel van het geheim authentiek is en dat het ongepubliceerde deel van het geheim sprak van een “slecht Concilie en een slechte Mis”, wat zich toen (toen het geheim in 1917 werd geopenbaard, nvdr) in de nabije toekomst zou gaan verwezenlijken.”

 

Dit komt exact overeen met wat de Franse priester Arnette vernam van de Stem. Het is dus duidelijk dat het Vaticaan nooit het volledige geheim heeft willen vrijgeven omdat ze in hun eigen voet zouden schieten, doordat het geheim spreekt van een slecht Concilie. De enige oplossing was het geheim te verdoezelen, om zo het veelbesproken en bejubelde 2de Vaticaans Concilie niet in diskrediet te brengen.

 

Nu, met Bergoglio aan de macht, zullen ze het geheim zeker niet meer vrijgeven, want volgens vader Paul Kramer staat er in het Derde Geheim ook iets over een ‘paus’ die onder de macht van de duivel zou zijn:

“Het Derde Geheim van Fatima openbaart”, zoals Kardinaal Ciappi schreef, “De grote apostasie in de Kerk zal beginnen aan de top.” Het geheim spreekt van een “paus” die onder de macht van de duivel zal zijn.

 

Johannes XXIII las de tekst en liet het vertalen in het Italiaans door Mons.Tavares. Hij verstond de moeilijke passage correct. Johannes Paulus II las het geheim en dezelfde moeilijke passage confronteerde hem.  Daarom liet hij Mons. Carreira het opnieuw vertalen. Een verkeerde interpretatie van de moeilijke passage zou lijken het dogma van de onfeilbaarheid van de Kerk tegen te spreken. Echter, Mons. Tavares had het inderdaad correct vertaald. Er was geen ontsnappen aan de problematische bewoording.

Nu het Geheim in de huidige tijd vervuld werd, zijn er velen die kennis hebben over de boodschap van Fatima die blind vasthouden dat Bergoglio de paus is en dat de katholieken in gemeenschap moeten blijven met hem – ondanks het feit dat zijn woorden en daden duidelijk tonen dat hij een afvallige heiden is. Echter, de grote apostasie in de Kerk werd voorzegd in het Geheim van Fatima, maar vele auteurs over Fatima ontkennen blind dat de apostasie beginnend aan de top zelfs aan het gebeuren is – de blinden leiden de blinden naar de dieperik.”

 

M.a.w. Bergogio ís de vervulling van het Derde Geheim van Fatima; het dieptepunt 50 jaar na Vaticanum II, dat volgens de H. Maagd “een boosaardig Concilie” was, en 100 jaar na de openbaring van het geheim.

Er werden vele tippen van de sluier opgelicht. Maar de precieze en volledige inhoud van het Derde Geheim, zoals het door Lucia destijds tot in detail was opgeschreven, zullen we helaas wellicht nooit te weten komen. Dat ligt nog steeds verborgen ergens in een geheime kluis in het Vaticaan.

 

 

Paus Johannus Paulus II met Lucia dos Santos

 

 

 

Uit het Boek der Waarheid:

 

Boodschap van de H. Maagd op 18 januari 2012

 

Er wordt een complot gesmeed tegen Paus Benedictus XVI door een kwaadaardige sekte binnen zijn eigen wandelgangen. Het is geweten dat deze sekte bestaat onder de gewijde dienaren binnen het Vaticaan. Toch zijn zij machteloos tegen deze kwaadaardige groep die al eeuwenlang de Katholieke Kerk heeft geïnfiltreerd. Zij zijn verantwoordelijk voor het verdraaien van de waarheid over de Leer van Mijn Zoon.

Er is zo weinig over hen of hun laaghartige werken bekend. Ze hebben de ware geloofsleer verdreven uit de Katholieke Kerk en in de plaats werd, in de afgelopen 40 jaar, een lauwe, afgezwakte versie aan de Katholieke Kerk opgedrongen. Er werd zoveel verwarring door deze verdorven maar verborgen sekte verbreid dat Mijn kinderen afgedwaald zijn van de ware Kerk.

Bid dat zij de Paus niet verjagen ! Bid dat de Valse Profeet de Stoel van de Heilige Vader niet zal innemen om zijn leugens te kunnen verspreiden ! Bid dat de gewijde dienaren in het Vaticaan sterk genoeg zijn om deze boosaardige samenzwering, ontworpen om de Katholieke Kerk te vernietigen, te weerstaan. Zij zijn van plan om de Heilige Plaatsvervanger, Paus Benedictus XVI, te vervangen door een dictator van leugens.

Hij zal een nieuwe kerk creëren samen met de Antichrist en zijn groepering om de wereld te misleiden. Jammer genoeg zullen veel van Mijn kinderen, in hun trouw aan het Katholieke geloof, blindelings deze nieuwe geloofsleer volgen zoals lammeren die naar de slachtbank geleid worden. Kinderen, word wakker voor de waarheid ! Dit snode plan heeft de fundamentele geloofwaardigheid van de Katholieke geloofsleer in de loop der jaren veranderd. Jullie beledigen Mijn Zoon wanneer jullie de Heilige Hostie in de hand ontvangen. Dat was hun werk.

 

 

Vernietiging van de valse profeet

Vernietiging van de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Boodschap van Jezus Christus op 26 januari 2012

 

Mijn zeer geliefde dochter, het wordt tijd dat de volledige waarheid, over de mysteries van het Goddelijk Rijk, aan de wereld geopenbaard wordt. De waarheid wordt al geruime tijd verborgen. De erkenning van Mijn goddelijke tussenkomst in de wereld – door wonderen, verschijningen en goddelijke mededelingen aan uitverkoren zielen – werd gedurende vele jaren door Mijn Kerk aan de kant geschoven.

Waarom Mijn Kerk de waarheid wilde onderdrukken, terwijl het nodig was om overal het geloof van Mijn kinderen te versterken, is enkel bij hen bekend. Elke ware ziener(es) van Mij en Mijn Gezegende Moeder werd aanvankelijk genegeerd en met minachting behandeld door Mijn Kerk.

Mijn dochter, zelfs het laatste geheim van Fatima werd niet aan de wereld gegeven omdat het de waarheid onthulde over de verdorven sekte van Satan die het Vaticaan is binnengedrongen. Het laatste gedeelte van het geheim werd niet geopenbaard om de goddeloze sekte, die in groten getale het Vaticaan is binnengedrongen sinds de verschijning van Mijn Moeder in het heiligdom van Fatima, te beschermen.

Mijn dochter Lucia werd het zwijgen opgelegd door de machten die een deel van het Vaticaan beheersen waarover Mijn arme geliefde Pausen weinig controle hebben. Kijk hoe zij niet enkel de waarheid van Mijn Leer verdraaid hebben maar ook nieuwe methodes van katholieke verering ingevoerd hebben die Mij en Mijn Eeuwige Vader beledigen.

 

 

de ware- en de valse drievuldigheid

de ware- en de valse drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Boodschap van de H. Maagd; 22 juli 2013  20.17 u

 

Mijn kind, de misleiding waarmee de wereld geconfronteerd zal worden, zal zo moeilijk te onderscheiden zijn, dat enkel diegenen die zich aan God overgeven en al hun vertrouwen op Mijn Zoon stellen, in staat zullen zijn om de beproevingen die in het verschiet liggen, te doorstaan.

Ik gaf de wereld de profetieën in 1917, maar het laatste geheim van Fatima werd niet geopenbaard, zo angstaanjagend was het voor diegenen binnen de Katholieke Kerk. Het laatste geheim van Fatima is Gods kinderen nog steeds onbekend, hoewel een deel ervan op 26 januari 2012 aan jullie geopenbaard werd.

Zeer weinigen binnen de Kerk zijn daarin ingewijd. Nu moet het volgende deel van het laatste geheim van Fatima geopenbaard worden, zodat Ik de mensheid kan waarschuwen voor de gevolgen van het negeren van Mijn tussenkomst om zielen te helpen redden.

De Kerk werd van binnenuit aangetast door vijanden van God. Zij – en er zijn er twintig van hen die van binnenuit de controle uitoefenen – hebben de grootste misleiding gecreëerd. Zij hebben een man verkozen, niet van God, terwijl de Heilige Vader, aan wie de Kroon van Petrus toegekend is, omzichtig verwijderd werd. De details, die Ik onthulde, bestaan hierin dat er in de eindtijd twee mannen zouden zijn die de Kroon van Petrus dragen.

De ene zal lijden omwille van de leugens die gecreëerd werden om hem in diskrediet te brengen, en die hem tot een virtuele gevangene zullen maken. De andere verkozene zal de verwoesting teweegbrengen, niet enkel van de Katholieke Kerk maar van alle Kerken die Mijn Vader vereren en die de Leer van Mijn Zoon, Jezus Christus, Redder van de wereld, aannemen.

Er kan slechts één door Mijn Zoon gemachtigd hoofd van de Kerk op aarde zijn, die Paus moet blijven tot aan zijn dood. Ieder ander die er aanspraak op maakt op de Stoel van Petrus te zitten, is een bedrieger. Dit bedrog heeft één doel: zielen aan Satan over te leveren. En voor dergelijke zielen, die van niets zullen weten, is er nog maar weinig tijd om gered te worden. Kinderen, jullie moeten nu slechts één waarschuwing ter harte nemen.

Wijk niet af van de Leer van Mijn Zoon! Trek elke nieuwe leerstelling in twijfel, die jullie voorgelegd wordt en die voorwendt van de Kerk van Mijn Zoon op aarde afkomstig te zijn! De waarheid is eenvoudig. Deze verandert nooit. De nalatenschap van Mijn Zoon is zeer duidelijk. Laat niemand jullie beoordelingsvermogen vertroebelen!

Weldra zullen de profetieën van Fatima steek houden. Alles speelt zich nu voor een ongelovige wereld af, maar jammer genoeg zullen maar zeer weinigen dit beseffen totdat het te laat is. Bid, bid, bid zo vaak mogelijk, elke dag, Mijn allerheiligste Rozenkrans om de uitwerking van het kwaad, dat jullie omringt, af te zwakken.

Jullie geliefde Moeder

Moeder van de Verlossing

 

 

 

Maria en de Rozenkrans

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

De gevolgen van de aanbidding van Satan

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Trouw en onderscheidingsvermogen in onze aanbidding

 

 

Het getal 666 staat voor de mens die wil zijn als God. Satan voert zijn demonische strijd tegen de christenen via deze mens, die nu eens bruut geweld gebruikt dan weer massieve verleiding. Uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen zijn nodig om trouw te blijven in de aanbidding van God.

 

 

 

Openbaring 13

 

Het getal 666 is voor veel mensen het getal van de duivel. Een beladen getal. Een getal waar iets mis mee is. En net zoals sommige hotels geen kamernummer 13 hebben, zo heeft de opwekkingsbundel geen nummer 666. Volgens sommige mensen zit het getal ook verstopt in het embleem van 999-games. Op zijn kop, maar dat zou ook weer met de duivel te maken hebben.

Nu is in Openbaring 13 666 niet het getal van de duivel maar van het beest uit de zee. Door middel van dit beest strijdt satan tegen de christenen. Maar wie of wat op aarde is dan dit beest? Zijn getal -666- duidt volgens vers 18 op een mens. Dus satan zet bij zijn demonische strijd tegen de christenen een mens in.

Er is door de geschiedenis heen een stroom aan namen genoemd op wie dat dan wel slaat. Hitler was het beest van de 20 ste eeuw zegt men dan.

In de eerste eeuw was er ook zo’n menselijk beest: keizer Nero. Ook zijn naam kun je uit het getal 666 halen. De eerste lezers van het boek Openbaring kenden deze naam goed. Nero was een wrede tiran die de christenen vreselijk vervolgd heeft. Waarschijnlijk zijn de apostelen Paulus en Petrus door zijn toedoen gedood. Het kan goed zijn dat de 1e hoorders van het boek Openbaring aan deze keizer Nero gedacht hebben bij het getal 666.

Andere uitleggers wijzen erop dat het getal symbolisch moet worden opgevat. Het getal van de volheid, van Gods volkomenheid is 7. En 6 is dan net één minder. Oftewel, het is het bijna-goddelijke. Het is de mens geschapen naar het beeld van God. ‘U hebt hem bijna een god gemaakt’, zingt Psalm 8. Maar de mens neemt daar geen genoegen mee, hij wil zijn als God. Dat was de kern van de zondeval.

 

 

 

 

 

Het beest uit de zee

 

Het beest dat uit de zee komt is een mens, de antichrist. De zee staat symbool voor de naties, de volkeren. Het is iemand die uit een politiek stelsel komt, groeit, macht krijgt en bezeten wordt door de geest van Satan. Er komt een politiek leider die de autoriteit zal verwerven over de hele wereld gedurende 42 maanden of 3.5 jaar.

Hij zal de gave van het spreken hebben, de mogelijkheid om politieke leugens te verspreiden en in het bezit komen van demonische mogelijkheden. Deze persoon zal zwaar gewond worden en door een mirakel overleven waardoor iedereen hem zal volgen, behalve zij die in het boek des levens staan. De wereld verlangt naar de komst van die persoon omdat men een oplossing wil voor elk probleem.

Dit willen zijn als God kleurt Openbaring 13. Het beest uit de zee heeft een dodelijke wond aan één van zijn koppen, vers 3. Het zag eruit alsof het was geslacht. Dus net als het Lam, net als Christus. Johannes ziet Christus -in Openbaring 5- als een Lam dat geslacht is, maar het staat recht overeind. Het leeft. Dit beest kan dat ook. Zijn dodelijke wond geneest. Het beest imiteert Christus om de mens te verleiden en op het verkeerde been te zetten.

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Eigenschappen van de antichrist

 

de grootste wereldleider ooit geweest

een satanisch bezetter ( Daniël 7: 8  ; een superintelligent iemand )

een groot spreker ( Openbaring 13: 2 )

een politiek genie ( Openbaring 17: 17 )

een commercieel genie ( Openbaring 13: 17 – Daniël 8: 25 )

een militair genie ( Openbaring 13: 4 – Daniël 8: 24 )

 

 

666 en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het beest uit de aarde

 

Het beest dat uit de aarde komt is een mens, de valse profeet. Het krijgt grote macht, is gelijk een lam en communiceert als een draak. De valse profeet wil dat men de antichrist, het beest uit de zee, aanbidt. Door grote, indrukwekkende wonderen te doen volgt men de valse profeet. Velen denken dat, door toedoen van de valse profeet, de antichrist de Messias is. De valse profeet laat een groot beeld maken van de antichrist en laat het zelfs spreken, in tegenstelling tot God die het afbeelden van zichzelf ten strengste verbiedt.

 

 

De doelstelling van Satan

 

De doelstelling van Satan is om een perfecte imitatie te maken van de Drievuldigheid en om aanbeden te worden door de mens.

 

 

Satan 

 

De Valse Drievuldigheid

Satan de draak ( Openbaring 12 )

Satan de antichrist ( Openbaring 13 )

satan de valse profeet ( openbaring 13 )

 

 

God 

 

De Heilige Drievuldigheid

God de Vader

God de Zoon

God de Heilige Geest

 

 

de Ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Satan zoekt bewondering en dat lukt hem geweldig goed. Openbaring 13:4 zegt dat iedereen de draak aanbad. En ook het beest wordt aanbeden. Oftewel: machtige mensen worden vereerd als goden. Mensen gaan vol bewondering achter hen aan. En als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks: het beest dat eruit ziet als een lam dwingt de mensheid om het beest te aanbidden, vers 12.

Hierbij zullen de eerste lezers van het boek Openbaring ongetwijfeld gedacht hebben aan de dwang om de keizer in Rome te vereren. Wie niet meedeed aan deze mensverering werd uitgesloten uit de samenleving. Zij konden niet meer kopen of verkopen, zegt vers 17. Zoals het goddelijk zegel van Openbaring 7 duidt op een door geloof gestempeld leven, zo laat het merkteken van Openbaring 13:16 zien dat het leven wordt gestempeld door mensverering. En alleen die mensen worden geaccepteerd.

Dus dit is de manier waarop de verslagen, maar woedende satan zich tegen de christenen keert. Door middel van de mens die zichzelf aanbidt. Deze mens gebruikt de ene keer bruut geweld, dat zit in de tekening van het eerste beest, een andere keer gebruikt hij verwarrende en indrukwekkende verleiding, daarop duidt het tweede beest. Voor dat brute geweld gebruikte satan de Romeinse keizers. En eerder al zette hij de Farao op tegen Gods volk.

Door dit brute geweld hebben vele christenen hun leven al verloren. En wat kun je dan schrikken van vers 7 van Openbaring 13: ‘Het beest mocht de strijd met de heiligen aanbinden en hen overwinnen.’ Het geweld van mensen tegen christenen laat God dus toe. Als christen ben je je leven niet zeker in deze wereld.

 

Dan die tweede manier waarop satan zijn venijnige strijd tegen de christenen voert. En dat is die van de verleiding. Ook daarvoor zet hij mensen in. Mensen die mooie woorden spreken. Mensen die grote dingen doen. En wat is dat verwarrend. Wonderen lijken de waarheid van hun woorden te onderstrepen. En ook achter deze tweede strategie zit satans streven om de aanbidding van God de nek om te draaien. Daarvoor ging hij lang geleden naar de hof van Eden. Daarom verleidde hij Adam en Eva. Zij waren geschapen om God te eren en te aanbidden. Om God te bewonderen en achter Hem aan te gaan, om dichtbij Hem te willen zijn. Dat is toch aanbidding? Maar satan wil God zijn aanbidding afnemen.

 

 

 

Het aanbidden van zichzelf

 

Er zijn heel veel mensen die zichzelf aanbidden. En daarmee heeft de satan net zo goed bereikt wat hij wil, want deze mensen aanbidden God niet meer. En wij leven te midden van deze mensen. Je aanbidt jezelf als je kiest voor jezelf. En wat zit dat diep in ons. En wat wordt ons dat ook nog eens verleidelijk aangepraat. Door de reclame: het gaat om jou. Dat jij er mooi uitziet. Dat het jou aan niks ontbreekt. Dat jij doet waar je zin in hebt.

Dat jij leeft als een god in Frankrijk, of waar dan ook. Dat is die verleidelijke, valse profetie. Het kenmerk van valse profetie is dat het ons ertoe beweegt te zijn als God. Ware profetie brengt altijd tot het aanbidden van God. Maar wanneer ik mee ga met die valse profetie, en mezelf in het middelpunt zet, vereer ik een beeld. De mens, geschapen naar Gods beeld. Zelfverering, aanbidding van ons eigen ik, is een grote verleiding voor ons.

Tegelijk voelen wij ook steeds meer die boycot van Openbaring 13. De uitsluiting uit de samenleving. Christelijke standpunten worden niet langer gedoogd. Die moeten weg uit het publieke leven. Bijbelse standpunten over het huwelijk, over homoseksualiteit, over zondagsrust, de afwijzing van menselijke zelfbeschikking, die standpunten worden steeds minder getolereerd.

Omdat de aanbidding van God mensen steekt. Wie niet meedoet aan de verering van de mens is immers een spelbreker. Die is afwijkend. De wereld is te verdelen in mensen die zichzelf aanbidden en mensen die God aanbidden. Dat gaat terug op de zondeval. Toen draaide het ook om die keus. En God aanbidden betekent mezelf verloochenen. Mijn eigen plannen, mijn eigen geluk, mijn eigen eer, willen opgeven voor God. Maar heel veel mensen vinden dit bizar. Zelfverloochening is hoogverraad tegen de aanbidding van de mens.

 

 

Satan wordt aanbeden in de sport

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De boodschap van Openbaring 13

 

De boodschap van Openbaring 13 is dat het aankomt op uithoudingsvermogen. Op uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen om trouw te blijven aan God. Om trouw te blijven in het aanbidden van Hem. Ook als Hij een weg met mij gaat die ik niet begrijp. Het zijn de verzen 9 en 10 en vers 18 die deze boodschap laten horen.

Vers 10: ‘Hier komt het aan op de standvastigheid en trouw van de heiligen.’ En vers 18: ‘Hier komt het aan op wijsheid.’ Christus spoort zijn kerk, en u en mij vandaag, aan tot uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen om trouw te blijven aan Hem.

Hiermee bereidt Christus ons voor op wat er op ons af kan komen, aan bruut geweld. En Hij leert ons doorzien wat er al op ons afkomt, aan verwarrende en vaak massieve verleiding. Christus wil ons ook bemoedigen. Kijk eens in vers 8. We schrokken van vers 7: het beest uit de zee -oftewel, de mens die wil zijn als God- krijgt de ruimte om de strijd met ons aan te binden en ons te overwinnen.

Maar vers 8 laat zien dat zij zullen standhouden van wie de naam vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat. Dat wijst op de uitverkiezing. Hier wordt de volharding van de heiligen beschreven. Dat troost. Satan kan door middel van zijn menselijke handlangers wel ons lichaam doden, maar niet onze ziel (Matteüs 10:28). En in hoofdstuk 15:2 zullen we lezen over hen die ‘het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam’ hebben overwonnen. Zij zijn trouw gebleven aan de verering van Christus, hun Heer.

 

 

Slotgebed

 

Laten wij bidden om uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen. Laten we ons bewust zijn van het grote verschil tussen aanbidding van onszelf en aanbidding van God. Ik denk dat het goed zou zijn wanneer wij de aanbidding van God een grotere plaats geven in ons leven. Elke dag ruimschoots de tijd nemen om God te aanbidden in gebed, in bijbel lezen en daarover nadenken. Daardoor groei je in volhardende trouw. Amen.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget