Tagarchief: messias

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

ACHTERGROND

 

Bij het benaderen van het boek Openbaring komen we aan bij het laatste hoofdstuk uit Gods verlossingsverhaal dat ons vertelt hoe alles eindigt. Van in het Oude Testament tot aan dit punt hebben we God Zijn verlossingsplan zien uitwerken doorheen Adam, de aartsvaders, de profeten en uiteindelijk Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Nu dat we aan het einde van dit verlossingsplan zijn geraakt, zien we deze Jezus weer opnieuw. Eigenlijk is het deze Jezus die het centrale thema vormt van het gehele boek. Het boek Openbaring onthult bovenal de majesteit en glorie van de Here Jezus. Doorheen het boek Mattheüs lezen we van Zijn geboorte als de Zoon van David, Zijn onderwijs en onderwijs, terwijl Hij hier op aarde verbleef en evenzeer Zijn dood en opstanding. Al deze dingen bevestigen Zijn goddelijkheid en dat Hij de Messias is. Maar waar het boek Mattheüs Christus presenteerde in Zijn eerste nederige komst, geeft het boek Openbaring Hem nu in Zijn tweede komst hoog en verheven weer. Ieder visioen en beschrijving van Hem in het boek Openbaring is vol van majesteit, macht en glorie. In dit boek worden de hemelen geopend en kunnen de lezers net zoals Stefanus (Hand.7:56) vooruitziende beelden zien van de opgestane verheerlijkte Zoon van God.

De context geeft aan dat we in het jaar 96n.C. zitten, tijdens de regeerperiode van Domitianus van Rome. De Gemeente onderging in deze periode een grote vervolging. Johannes was verbannen naar een eiland dat gekend stond als Patmos (Op.1:9). Ondanks deze vervolging groeide de Gemeente verder en verspreidde ze zich op een snel tempo doorheen de provincie Asia (niet beperkt tot de steden die genoemd worden in Openbaring). Het is aan deze lijdende gemeente in Asia dat het boek Openbaring is geschreven (1:4). Dit getuigenis over de komende heerlijkheid van Jezus Christus werd opgeschreven en de wereld in gestuurd door de apostel Johannes om Zijn lijdende gemeente aan te moedigen om te volharden te midden van deze vervolging. Hun harten en gedachten werden bepaald bij de bevestigende waarheid dat Christus op een dag zal komen en voor eens en altijd zal overwinnen, regeren en de zijnen tot Zichzelf nemen.

 

Christus’ openbaring ingeleid (Openbaring 1:1-3)

 

De discipel Johannes had een speciale plaats in het hart van Jezus. Hij had veel met Hem gewandeld en gepraat hier op aarde en wordt in de Evangeliën verschillende keren beschreven als de discipel die de Here liefhad (Joh.13:23; 20:2; 21:7,20). In het Evangelie van Johannes zien we veel van deze speciale relatie. Vele jaren zijn nu voorbij gegaan sinds de dood en opstanding van de Here Jezus en Johannes blijft trouw zijn Heer volgen (Joh.19:35; 21:24; 1 Joh.1:2; 4:14). Johannes is nu zelfs zijn oudere dagen al lijdend aan het doorbrengen omwille van zijn getuigenis van Christus (1:9). Doordat hij het onderwijs en de wonderen van Jezus van dichtbij had kunnen mee volgen, is Johannes nu een trouwe getuige van Gods Woord en Zijn Zoon Jezus Christus (Op.1:2). Met dit allemaal in gedachten is het haast vanzelfsprekend dat Jezus nu net hem, Zijn geliefde vriend en discipel, verkiest om deze openbaring van de komende dingen bekend te maken.

Johannes begint het weergeven van deze openbaring met een erg informatieve inleiding en vermaning. Deze brief is de openbaring die God heeft gegeven aan Zijn Zoon Jezus betreffende de dingen die in de toekomst nog staan te gebeuren. Christus, die reeds gekruisigd en opgestaan was, zit nu op Zijn plaats bij de Vader in de hemel (Heb.1:3). Het eerste bewijs dat de Vader het gehoorzaam leven van Zijn Zoon behaagde was Zijn opstanding; het tweede de hemelvaart en het derde was het sturen van de Heilige Geest. Doordat Hij Zijn Vader op elk mogelijke manier had behaagd, had God Jezus nu een openbaring gegeven om bekend te maken aan Zijn dienaren op aarde. Jezus had Zijn geliefde vriend Johannes gekozen om deze boodschap aan Zijn volk te delen.

Na deze boodschap door een engel van de Heer te hebben ontvangen, schreef Johannes trouw op wat hij over de verrezen Christus had gehoord en gezien. Omdat de gebeurtenissen die hierin beschreven staan spoedig zullen plaatsvinden, vermaant Johannes anderen die Christus volgen om deze woorden luidop te lezen, er gehoor naar te geven en ze te bewaren tot de wederkomst van Christus. De wetenschap dat de gebeurtenissen die worden weergegeven in het boek Openbaring spoedig zullen plaatsvinden zou iedere christen moeten motiveren (zowel nu als toen) om voor de Heer een heilig en gehoorzaam leven te leiden (2Pet.3:14). Degenen die gehoorzaam zijn aan zulk een waarschuwing worden in de ogen van God als gezegend aanschouwd.

 

 

Christus die verheerlijkt hoort te worden onder de 7 gemeenten te Asia (Openb1: 4-8)

 

Na de verzen 1-3 gaat Johannes verder met het uitbreiden van de inleiding van zijn brief. Het is in deze uitbreiding dat we aanwijzingen vinden over de verdere inhoud van de brief. Dat Johannes zo uitbreidt over de rol van Jezus in 1:5-6 suggereert de centrale plaats die Christus inneemt in dit boek en in de eindtijd. Een deel van die rol zal bestaan uit het meedelen van genade en vrede aan de zeven gemeenten van de Romeinse provincie Asia. Johannes herkende hier de vervolging die die Gemeente destijds meemaakte. Omwille van die vervolging begreep de apostel hoe nodig de zegen van zowel genade als vrede was in moeilijke tijden als deze. Nog interessanter is dat deze zegen van de complete drie-eenheid komt.

Hij “Die is en Die was en Die komt” omkadert de bron van de gehele zegen (1:4, 8). Dit was een punt dat Johannes graag benadrukte door dit gedeelte van het hoofdstuk in te kapselen met deze zin. “De zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn” verwijst mogelijk naar de zevenvoudige Geest uit Jesaja 11:2 of een andere analogie voor de Geest van God. De interpretatie laat ons toe om de “zeven Geesten” hier te zien als de derde persoon van de Drie-eenheid; het werk van de Heilige Geest in de 7 gemeenten!  Als we de zeven Geesten hier lezen als Gods Geest houden de verzen 4 en 5 een zegening in van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ongeacht of Johannes al dan niet hiernaar verwijst, hij sluit op zijn minst af met Jezus omdat Zijn rol het centrale element is. Uiteindelijk is het ook net door hun trouw aan Jezus dat de lezers van Johannes tegenstand ondervinden uit de synagoge en van Rome.

Johannes geeft hier in vers 5 drie benamingen die weer die de persoon van Jezus beschrijven en in verzen 5-6 drie uiteenzettingen over Zijn werk. Iedere benaming van Jezus in vers 5 geeft een speciale bemoediging aan de lijdende Gemeente: Jezus had getuigd, was uit de dood verrezen en regeert nu. Dat Jezus “de Eerstgeborene uit de doden” wordt genoemd wil zeggen dat Hij de eerste was die ooit verrezen is uit de doden, en dat Hij van al degenen die ooit uit de dood zullen zijn verrezen Hij de grootste plaats inneemt. Deze opstanding was vooral relevant voor de christenen die weldra omwille van Zijn Naam de dood tegemoet zouden treden.

Als de “Eerstgeborene was Jezus’ opstanding een garantie dat degenen die Hem volgden in de dood ook verrezen zouden worden (1 Kor.15:20) – daarom hadden ze niets te vrezen, zelfs niet de dood (Op.1:17-18). Dat Christus ook heerst over de koningen van de aarde was ook verfrissend voor de Gemeente. Dit taalgebruik zinspeelt op Psalm 89:27 waar Gods “eerstgeboren zoon” regeert over “de koningen van de aarde.” Voor de gelovigen die leden onder de vertegenwoordigers van de machtige Caesar was deze benaming van Jezus inderdaad een grote bemoediging!

Bij het opsommen van drie benamingen van Jezus somt Johannes ook drie daden van Jezus op in verzen 5-6: Hij heeft ons lief; Hij bevrijdde ons van onze zonden; en Hij maakte ons tot koningen en priesters. Jezus’ liefde voor ons komt tot uiting in Zijn plaatsvervangende dood. Deze zekerheid van de liefde van Christus zou de lijdende gelovigen bemoedigen; Zijn dood geeft ook een voorbeeld aan degenen die geroepen werden om deel te hebben aan het offer van het Lam in dienst voor Gods missie in de wereld (Op.6:9).

In de verklaring dat Jezus ons tot koningen en priesters heeft gemaakt, herinnert Johannes zijn publiek aan wat God voor hen bewaard heeft; dat is om vertegenwoordigers en aanbidders te zijn (1:6). Als priesters zullen de volgelingen van Jezus aanbidden (Op.4:10-11, 5:8-10) en offeren, zowel de geur van gebed (5:8; 8:4) als het offer van hun eigen levens (6:9). Het plaatsvervangend werk van Jezus voor alle gelovigen gaf dat Johannes los barstte in lofzang voor de verrezen Christus. Door Zijn daad aan het kruis hadden Johannes en zijn lezers alle reden om zich te verheugen. Christus’ vergoten bloed had hun uiteindelijk verlost van hun zonden. Nu waren ze door het offer van Christus door God vergeven zondaren, bevrijd van zonden, dood en hel.

Johannes eindigt zijn groet aan de zeven gemeenten met een bemoedigende belofte (1:7), nog een andere bevestiging van Gods karakter (1:8). De belofte, dat Jezus komt! Dat Jezus zou terugkomen op de wolken geeft Daniël 7:13 en dat degenen die Hem doorstoken hebben rouw zullen hebben weerspiegelt Zacharia 12:10. Jezus zal komen om alles terug recht te zetten en de vervolgers van de Gemeente zullen dat moeten erkennen. Deze hoop dat Christus op een dag terug zal keren en de gelovigen mee zal nemen naar de hemel om voor eeuwig in Zijn nabijheid te leven geeft hoop en troost (Joh.14:1-3; Thess.4:18).

Aan het einde bevestigd Johannes nogmaals dat de gehele geschiedenis in de handen van de Heer is – zowel de toekomst als het heden (1:8). Zijn volk moeten dus niet vrezen dat er ook maar iets zal gebeuren dat buiten Gods plan valt. Hun God is “de Alfa en de Omega” een benaming die zinspeelt op het boek Jesaja waar God wordt aangegeven als de Eerste en de Laatste (Jes.41:4; 44:6; 48:12). Net als “Die is en Die was en Die komt”, is voor God de gehele geschiedenis van begin tot aan het einde hetzelfde.

God is niet enkel Heer over de tijd, maar regeert ook over het universum: Hij is “de Almachtige”, in dit boek een gebruikelijke naam voor God (1:8; 4:8; 11:17; 15:3; 16:7, 14; 19:6, 15; 21:22). Voor de christenen die leden onder Caesar, was de wetenschap dat ze “de Almachtige” dienden iets wat hun kracht verleende. Caesar mag dan wel zijn rijk voor een bepaalde periode hier op aarde regeren, maar God regeert zowel de wereld als haar verloop in de geschiedenis.

 

 

 

 

Christus voorzien (Openbaring 1:9-16)

 

Onmiddellijk na zijn groeten aan de zeven gemeenten begint Johannes met het beschrijven van zijn visioen van de verrezen Christus. Hier identificeert de apostel zichzelf nederig als iemand die het lijden van de Gemeente op dat moment deelde. Om wille van de getuigenis van Jezus was het christendom binnen het Romeinse Rijk een gehate en verachte religieuze sekte geworden. Johannes nam deel aan dit lijden is duidelijk omdat hij door de Romeinen verbannen werd op het het eiland Patmos. De leiders uit Johannes’ gemeenschap hadden hem verstoten uit alles wat hem bekend was.

Terwijl hij op de dag des Heren aanbad hoorde Johannes een luide stem hem instrueren: “Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.” Johannes moest de openbaring van Jezus Christus op een strategische wijze bezorgen aan deze gemeenten, omdat dit zou zorgen voor een snelle en efficiënte verspreiding van de boodschap. Toen Johannes zich omkeerde en een stem “als van een bazuin” hoorde, zag hij ook “zeven gouden kandelaren” (1:12), die in vers 20 benoemt worden als de zeven gemeenten.

Deze kandelaren waren van goud, omdat goud het meest kostbare metaal was. De Gemeente is voor God de meest prachtige en waardevolle entiteit op aarde – zo waardevol dat Jezus bereid was om het te kopen met Zijn eigen bloed (Hand.20:28). Terwijl dit wezenlijke gemeenten waren op echte locaties, staan de zeven kandelaren symbool voor de soorten gemeenten doorheen de gehele kerkgeschiedenis.

In het midden van de gouden kandelaren zag Johannes “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” (1:13). Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Wat het meest van belang is hier is dat Jezus verschijnt tussen de kandelaren (1:12-13; 2:1). Omdat Christus deze kandelaren uitlegt als zijnde de Gemeente in haar volheid (1:20), is Zijn verschijning in het visioen tussen de kandelaren een belangrijke bemoediging voor degenen die leden omwille van Zijn Naam. De bemoediging zit in het feit dat Hij hun niet verlaten heeft. Hij is trouw gebleven aan Zijn belofte die Hij maakte in het Evangelie naar Mattheüs: “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matth.28:20; Heb.13:5).

Het eerste wat Johannes meedeelde was dat Christus gekleed was “in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel” (1:13b). Het gewaad en de gordel verwijzen terug naar de hogepriester in de tempel in het Oude Testament (Ex.28:4; 39:29; Lev.8:7) en suggereert dat Jezus de Hogepriester is van Zijn volk (Rom.8:33-34). De wetenschap dat hun Hogepriester zich medelevend begaf in hun midden om hun te beschermen en verzorgen gaf extra hoop en troost aan de vervolgde gemeenten.

De rest van Johannes’ visioen van de Mensenzoon licht de goddelijkheid van de verrezen Christus toe, waarvan veel was voorzegd in het boek Daniël. Daniël 7:13-14 verwijst naar een figuur die lijkt op een “zoon des mensen” die zou regeren als Gods vertegenwoordiger. De haren als wol en vergelijking met witte sneeuw (1:14) zinspeelt op God zelf, de “Oude van Dagen” uit hetzelfde gedeelte in Daniël. De stem “als het geluid van vele wateren” (1:15; 19:6) verwijst naar de stem van God zelf als vele wateren in Ezechiël 1:24; 43:2.

Het punt van Jezus’ vlammende ogen, witte haar en bronzen voeten (1:14-15) was dat Hij licht of vuur straalde – enorm gelijkaardig aan vele andere visioenen van God in de Bijbel (Ez.1:27; Dan.7:9-10; Op.21:33; 22:5). Om die reden kon Johannes zijn gezicht enkel beschrijven “zoals de zon schijnt in haar kracht” (1:16c). Johannes’ visioen van de verheerlijkte Heer van de Gemeente bereikte haar hoogtepunt in deze beschrijving van de stralende heerlijkheid van Zijn gezicht. De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte staat was van groot belang voor christenen van eender welke afkomst.

De verrezen Heer is machtig, zelfs goddelijk en kan Zijn volk daarom beschermen en kracht geven voor hun vervolgers. Dit is duidelijk in het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij in Zijn rechterhand zeven sterren vasthoudt (of boodschappers/leiders van de Gemeente) (1:16a, 20a). Het doel van Jezus’ omschrijving was niet om aan de gemeenten Zijn voorkomen mee te delen, maar om Zijn macht te verkondigen. Hij was de regerende Heer van het universum, Degene met de macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef naar de vervolgde christenen om hen eraan te herinneren dat God groter dan hun verzoekingen was.

 

 

Christus’ boodschap (Openbaring 1:17-20)

 

Terwijl het vooruitzicht van Christus bemoedigend zal zijn geweest voor de gemeenten, was Zijn boodschap van nog groter belang. Op een wijze gelijk aan zijn ervaring met de verheerlijking van Jezus op de berg (cf. Matt.7:6) werd Johannes opnieuw met schrik overweldigd bij de verschijning van Christus’ glorie en viel hij “als dood aan Zijn voeten” (1:17). Jezus “legde Zijn rechterhand op” Johannes en sprak tot de bange apostel de rustgevende woorden “wees niet bevreesd” (1:17). Overweldigd door de glorie en majesteit van Christus kon Johannes rust vinden in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving. Deze rustgevende boodschap en zekerheid die Jezus gaf is gebaseerd op zowel wie Hij is en het gezag dat Hij bezit.

Allereerst noemt Jezus Zichzelf “Ik ben” – de verbondsnaam van God (Ex.3:14). Het was met deze naam dat Hij de bevreesde discipelen die Hem op het meer van Galilea zagen lopen geruststelde (Mattheüs. 14:27). Daarna noemt Jezus Zichzelf “de Eerste en de Laatste” wat nog een andere benaming is die in het Oude Testament gebruikt wordt voor God (Jes.44:6; 48:12). Deze benaming bevestigd opnieuw aan Johannes en zijn lezers de goddelijkheid van Christus. Afgeleid van deze naam is het feit dat Jezus al bestond voor alle dingen er waren en zal blijven bestaan tot in de eeuwigheid. Jezus is veel groter en hoger verheven dan eender welke valse god van de omliggende volkeren. Wanneer deze allen zijn gekomen en gegaan, zal enkel Hij nog overblijven.

De hele boodschap van 1:18 heeft ook betrekking op Jezus’ overwinning van de dood. In de Bijbel en Joodse traditie is God de “Levende.” Jezus wordt hier specifiek de “Levende” genoemd omdat Hij, ondanks dat Hij stierf, Hij voor eeuwig leeft. Paulus schreef zelfs dat “Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem” (Rom.6:9). Door uit de dood op te staan garandeerde Jezus eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen ze omwille van Zijn naam de dood in de ogen (20:4). Omdat Christus nu “altijd leeft om voor hen (Zijn volk) te pleiten,” “kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan” (Heb.7:25). Ondanks zijn zondigheid in de aanwezigheid van de glorieuze hemelse Heer had Johannes (en al degenen die in Hem geloofden) niets te vrezen, omdat diezelfde Heer de straf voor zijn zonden had betaald met Zijn dood en verrezen was om nu voor eeuwig zijn advocaat te zijn.

Door Zijn overwinning over de dood heeft Jezus ook “de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Op.1:18). Dat Jezus de sleutels van het dodenrijk bezit geeft aan dat Hij alle macht heeft over de dood. Het zien van zulk een visioen van Christus moet voor Johannes en de Gemeente in de eerste eeuw van grote waarde zijn geweest. In de oude paleizen destijds waren degenen die de sleutels in handen hadden voorname gezagsdragers die konden bepalen of mensen al dan niet in de aanwezigheid van de koning mocht vertoeven. Christus heeft op gelijkaardige wijze het gezag om te beslissen wie sterft en wie leeft; Hij regeert over leven en dood. Door dit te bevatten hadden Johannes en al de verlosten niets te vrezen, omdat Christus hun al van de dood en het dodenrijk had bevrijd door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood gaf aan hen die tot de Gemeente behoren rust en zekerheid, omdat gelovigen niets meer te vrezen hebben.

Aan het eind van het visioen wordt aan Johannes een herinnering gegeven van Zijn goddelijkheid. Op het eerdere gebod van Christus om te schrijven (Op.1:11), wordt nu verder gegaan en aan Johannes wordt gevraagd om drie aspecten op te schrijven. Als eerst “wat u (Johannes) hebt gezien”, het visioen dat hij dus net al gezien en opgeschreven had in verzen 10-16. Ten tweede “wat is”, wat een verwijzing is naar de brieven naar de zeven gemeenten die de toestand van de gemeenten weergaf. En als laatst moest Johannes opschrijven “wat hierna zal geschieden”, de profetische openbaring van de toekomstige dingen die zich ontvouwden in komende visioenen. Christus sluit hier het visioen met Zijn geliefde volgeling door hem te herinneren aan zijn plicht, om de waarheid die hij had geleerd door de visioenen, door te geven.

 

 

Conclusie

 

In het boek Openbaring heeft Christus Zijn Gemeente een erg bemoedigende, maar ook ontnuchterende boodschap gegeven. Doordat de apostel Johannes deze openbaring trouw heeft opgeschreven heeft de vervolgde Gemeente uit die tijd veel rust en zekerheid mogen ontvangen in het feit dat Christus, hun Messias, nu verheerlijkt is. Terwijl ze tegenstand ondervonden, of zelfs de dood door de hand van Caesar, werden ze bemoedigd in het feit dat Christus nog steeds leeft en regeert met Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen door Zijn leven te geven voor de zonden van mensen. Nu de dood verslagen is blijft enkel de uiteindelijke dag over dat Hij voor de zijnen zal terugkeren. “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend” (Mc.13:32- 37; 1 Thess.5:2).

Om die reden roept Christus allen uit die tijd op om op Hem te wachten, wat zelfs de dag zelf kan betekenen. De terugkeer van Jezus zal uiteindelijk een einde brengen aan de rebellie van mensen – een gelukkig einde voor Gods volk, maar een tragisch einde voor allen die er voor kiezen om Hem te verwerpen. Omdat deze specifieke tijd onbekend en dichtbij is, mag niemand zijn bekering uitstellen. Er is nooit een goede gelegenheid voor de christenen om zich te hechten aan wereldse bezittingen of voorkomens, omdat Christus op eender welk moment kan terugkeren om rekenschap te vragen voor onze keuzes.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wie kiest Christus om Zijn openbaring te geven?

 

Christus had van Zijn Vader een openbaring gekregen om aan de gemeente te geven. De boodschapper die Jezus koos om Zijn openbaring te geven, was niemand minder dan Zijn geliefde apostel Johannes. Hem zou de taak toevertrouwd worden van het brengen van deze openbaring van de dingen die zouden gebeuren aan de kerk. Wie in de toekomst deze openbaring luidop zou lezen, ernaar zou luisteren en het gehoorzaamt, zou in de ogen van God gezegend geacht worden.

 

 

 Wat ervoeren Johannes en de kerkelijke gemeente gedurende deze tijd?

 

Terwijl hij deze openbaring ontving, leed Johannes gevangenschap op een klein eiland, genaamd Patmos. Daar hielde de Romeinse overheid hem, omdat hij getuigenis had gegeven van Jezus Christus. Net als Petrus en Paulus voor hem, leed Johannes voor zijn toewijding aan Christus de Messias. De kerk ervoer een gelijke vervolging. Net als Stefanus jaren daarvoor, bleef de kerk te maken hebben met de tegenstand wegens hun trouw aan de Messias. Over de gehele wereld werden gelovigen gehaat voor het volgen van Jezus Christus.

 

 

 Naar waar stuurt de apostel Johannes de openbaring van Jezus Christus?

 

Terwijl Johannes op de dag des Heren aan het lofprijzen was, hoort Johannes een luide stem die tegen hem zegt: “Schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea” (1:11). Deze zeven gemeenten waren gekozen, omdat ze in de zeven belangrijkste steden gelegen waren waarin Asia verdeeld was. Johannes moest de Openbaring van Jezus Christus strategisch aan de gemeenten brengen, omdat dit een doeltreffende en snelle manier was om de boodschap te sturen.

 

 

 Met welke boodschap groet Johannes de zeven gemeenten?

 

Aan het begin van de brief stuurt Johannes een zeer bemoedigende groet van God en Jezus zelf. De Heer God almachtig, de Alfa en Omega wilde dat ze wisten dat Hij nog de eeuwige Soevereine was. Hij had alles nog in Zijn hand, ongeacht de situatie. Christus wilde dat ze wisten dat Hij van hen hield, Hij hen van zonde bevrijdt had en hen koningen en priesters voor God maakte. Vanwege Zijn werk aan het kruis, hadden Johannes en zijn lezers de grootste reden om verheugd te zijn. Het gevloeide bloed van Christus had hen tenslotte bevrijd van hun zonden. Zij stonden nu als zondaren vergeven voor God, vrijgemaakt van zonden, dood en hel door het offer van Jezus Christus. Daarbij zou Jezus terugkomen voor Zijn volgelingen. Geen andere zekerheid zou een betere bemoediging geweest zijn voor de lijdende gelovigen, dan de wetenschap dat Jezus zou komen om dingen recht te zetten en dat de verdrukkers van de kerk tot de erkenning zullen komen van het verkeerde dat zij gedaan hebben aan Gods dienaren. Deze hoop, dat Christus op een dag zal terugkeren en gelovigen mee naar de hemel zal nemen om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn, voorzag hen zowel van hoop als wel troost gedurende hun lijden.

 

 

 Wat zag Johannes toen hij zich naar de stem, die sprak, keerde?

 

Toen Johannes zich keerde naar de stem die was als een bazuin, zag hij een als “de Zoon des mensen” die te midden van zeven gouden kandelaren was. Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de gemeente, Jezus Christus. Wat veelbetekenend hier is, is dat Jezus te midden van de kandelaars verschijnt (1:12-13; 2:1). Aangezien Christus uitlegt dat deze kandelaars zijn als de gemeenten in hun volheid (1:20), is Zijn verschijning te midden van de kandelaren Jezus aanwezigheid bij Zijn kerk (Joh.20:19). Dat Jezus in dit visioen aanwezig was bij de kerken, zou een geweldige bemoediging geweest zijn voor degene die lijden voor Zijn naam. De bemoediging hier is dat Christus hen niet verlaten had. Hij was getrouw geweest aan Zijn belofte die Hij in het evangelie van Mattheüs gemaakt had, “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt.28:20; ook Heb.13:5).

 

 

 Hoe zag de Zoon des mensen er uit in het visioen van Johannes?

 

De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte toestand, zou voor iedere christen van groot belang zijn. De Een die wij dienen is de Een wiens haar als wit wol is en wiens stem is als geluid van vele wateren. Alles van Hem, van Zijn vurige ogen tot Zijn bronzen voeten straalde Zijn heerlijkheid af. Dat zulk een heerlijkheid gezien kon worden, betekende dat de verrezen Heer machtig is, zelfs God zelf en daarom kan Hij zijn kinderen beschermen en in staat stellen te midden van hun verdrukkers. Dit wordt zichtbaar bij het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand vasthoudt (of boodschappers/leiders van de kerk) (1:16a, 20a). Het punt van Jezus’ beschrijving hier was niet om de gemeenten van Zijn verschijning te vertellen, maar om Zijn macht te bekent te maken. Hij was de heersende Heer van het heelal, de Een met macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef over de vervolgde christenen, hen eraan herinnerende dat God groter was dan hun beproevingen.

 

 

 Hoe reageert de apostel Johannes wanneer hij de Zoon des mensen ziet?

 

Op een manier gelijk aan zijn ervaring met de heerlijkheid van Jezus op de berg van de verheerlijking (cf. Matt.17:6), was Johannes weer overweldigd door angst bij de voorstelling van Gods heerlijkheid. De apostel Johannes schrijft dat hij als dood neerviel voor Zijn magnifieke Verlosser Jezus Christus. En net als Hij lang geleden gedaan had bij de verheerlijking op de berg (Matt.17:7), plaatste Jezus Zijn rechterhand op Johannes en gaf de bange apostel de bemoedigende woorden “Wees niet bevreesd” (1:17). Terwijl hij overweldigd is door de glorie en majesteit van Christus, kreeg Johannes de troost in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving.

 

 

 Hoe laat Christus weten wie Hij is, terwijl Hij troost schenkt aan de apostel Johannes?

 

Om Johannes te troosten zegt Jezus, “Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid” (1:17-18). Jezus maakt zichzelf bekend als de Een die de dood heeft overwonnen. Hoewel Hij aan het kruis stierf, kon het graf Hem niet vasthouden. Christus, die uit de doden is opgestaan, zal nooit weer sterven. Dus door op te staan uit de dood heeft Christus niet alleen de dood verslagen, maar garandeerde Hij eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen zij de dood tegemoet vanwege Zijn naam. Dus ondanks Zijn zondeloosheid in de aanwezigheid van de glorieuze Heer van de hemel, hoefde Johannes niet bang te zijn, omdat dezelfde Heer de straf voor zijn zonden had gedragen (en voor degene die in Hem geloofden) en opgestaan was om zijn eeuwige Verlosser te zijn.

 

 

 Wat zegt de verheerlijkte Christus nu over wat Hij nu in bezit heeft?

 

Door Zijn overwinning over de dood, houdt Jezus ook de “sleutels van de dood en van het dodenrijk zelf” in handen (1:18). De mensen in die dagen geloofden dat het dodenrijk (Hades) een Griekse god was die heerste over het rijk van de dood, “het huis van Hades.” “Dood en Hades” vertegenwoordigen daarom de macht van de dood over de schepping. Dat Jezus de sleutel van het dodenrijk had, duidt het feit aan dat Hij alle macht en gezag over de dood heeft. Door dit begrepen te hebben, had Johannes geen angst, evenals al de verlosten, aangezien Christus hem al verlost had van de dood en het dodenrijk door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood, voorzag grote zekerheid voor degene van de gemeenten, aangezien gelovigen niet langer een reden hebben om bang te zijn.

 

 

SAMENVATTING

 

Voordat God de Bijbel eindigde, verlangde Hij dat er nog een openbaring gegeven werd over de dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden. Voor degenen uit de vroege gemeenten, zou zijn boodschap een grote bemoediging zijn tijdens de vervolging. Ondanks hun moeilijke omstandigheden blijft God over alle dingen de controle houden. Hij is de Almachtige, de Alfa en Omega, het begin en het einde. Zelfs Christus Zijn Zoon is daar om een bemoediging te geven. Hij die Hem liefheeft en hen bevrijdt heeft van zonden, blijft bij hen. Dit wordt gezien in het visioen van Johannes van de Mensenzoon. Christus, in Zijn volle glorie, verschijnt aan de apostel. In deze ontmoeting bevestigd Christus dat Hij de Levende is, die zonde en dood heeft overwonnen. Johannes schrijft alles wat Christus hem openbaart over de toekomst, getrouw en in gehoorzaamheid op. Van groot belang is het feit dat Christus spoedig zal komen om alle dingen nieuw te maken. Wat er nog rest is de openbaring van Jezus Christus zoals we kunnen zien in het laatst vermelde boek van het Nieuwe Testament.

Dat Christus stierf, is opgestaan en nu leeft blijft een wonderbare waarheid voor vele christenen vandaag. Ieder van ons zou dankbaar moeten zijn dat Christus ons heeft vrijgemaakt van onze zonden door Zijn bloed en dat Hij zijn gemeente blijft liefhebben en er zorg voor draagt. Nu dat de dood is verslagen, is de laatste dag dat Hij voor de Zijnen zal terugkomen, alles wat overblijft. Deze tijd komt spoedig en zal onverwacht zijn. Het is om die reden dat Christus degene oproept om gereed te zijn, want het kan vandaag zijn. Voor degene die niet bij Gods familie behoren, raakt het moment, om zich naar God te keren, op. Christus zal komen en snel, wanneer Hij komt terwijl men Hem nog afwijst, zal hun einde tragisch zijn. Omdat die tijd onbekend is en nader, zou niemand berouw moeten uitstellen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

Maria, de moeder van Jezus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Maria, de moeder van Jezus

 

Maria was de vrouw van Jozef en de moeder van Jezus Christus, die in haar verwekt was door de Heilige Geest toen ze maagd was. Ze wordt vaak genoemd de ‘Maagd Maria’ hoewel nergens in de Bijbel deze twee woorden bij elkaar staan als een echte naam (Matt. 2:11; Matt. 1:23; Luk. 1:27; Hand. 1:14). Er is weinig bekend over haar persoonlijke geschiedenis. Ze was uit de stam van Juda een rechtstreekse afstammelinge van David (Psalm 132:11; Luk. 1:32). Door haar huwelijk was ze familie van Elisabet, die een afstammelinge was van Aaron (Luk. 1:36)

 

Levensloop van Maria

 

Volgens de geslachtsregisters in de evangeliën stammen Maria zowel als Jozef allebei af van David. Hiermee werd aan de voorwaarde voldaan dat volgens de profeten van het Oude Testament de Messias, die God zou sturen, uit het Huis van David zou komen. Het Nieuwe Testament vermeldt dat Maria nog niet samenwoonde met Jozef maar wel verloofd was, toen ze zwanger werd en dat ze nog geen geslachtsgemeenschap hadden gehad. Maria was dus nog een maagd. Volgens de christelijke theologie is Jezus in de schoot van Maria ontvangen door de kracht van de Heilige Geest. De verloving gaf in het jodendom reeds de rechten in het huwelijk. Toch bleef de bruid in het ouderlijk huis wonen, totdat de bruidegom haar plechtig zijn woning binnenleidde. Hiermee werd het huwelijk als voltrokken beschouwd.

Het evangelie van Matteüs beschrijft dat na de geboorte van Jezus, Jozef en Maria niet in Bethlehem bleven en ook niet naar Nazareth terugkeerden, maar naar Egypte vluchtten. Jozef was volgens dit evangelie namelijk via een droom gewaarschuwd, door een engel, dat koning Herodes, de aanstaande koning der Joden wilde vermoorden uit angst voor zijn eigen troon. Deze beging daartoe de kindermoord van Bethlehem. Na de dood van Herodes keerden Maria en Jozef terug naar Nazareth.

Hier groeide Jezus op onder de hoede van Maria en Jozef. Hij werd opgevoed in de joodse leer en leerde waarschijnlijk ook het beroep van zijn vader: timmerman. Jozef stierf volgens de traditie echter al op vrij jeugdige leeftijd, Maria als weduwe achterlatend. Bij het openbare optreden van Jezus wordt Maria nog dikwijls genoemd en ook bij de dood en verrijzenis van Jezus is zij aanwezig. Vervolgens zou ze nog aanwezig zijn geweest bij enkele vergaderingen van de apostelen.

Over haar verdere leven zijn verschillende versies in omloop. Maria moet ergens tussen 36 en 50 na Christus zijn overleden in Jeruzalem of Ephese. Hierbij zouden alle apostelen aanwezig zijn geweest behalve Thomas. Toen deze arriveerde was Maria’s lichaam al begraven en om haar toch eer te bewijzen bezocht Thomas in zijn eentje haar graf. Volgens de traditie zou Thomas toen de tenhemelopneming van Maria hebben gezien. Daarbij zou hij van Maria haar gordel hebben gekregen. De overige apostelen geloofden dit niet totdat hij hen de gordel toonde en het lege graf. Een opmerkelijke omkering van de situatie toen Thomas als enige apostel aanvankelijk niet geloofde in de verrezen Christus!

 

 

De Heilige Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd

 

Maria is haar naam. Gezegende onder de vrouwen wordt ze genoemd. En alle geslachten zullen haar voortaan gelukkig prijzen. Maria mag een naam hebben! Ze mag er zijn. De moeder van Jezus .

Nu heeft Maria onder rooms-katholieke christenen een heel bijzondere plaats gekregen. Zij aanbidden Maria en verwachten veel van hun gebed tot haar. Zo hebben zij van Maria meer gemaakt dan de Bijbel doet. Want Maria was een mens zoals wij en haar komt geen goddelijke eer toe. Maar zijn gereformeerde christenen misschien niet in het andere uiterste vervallen? Lopen zij niet het gevaar dat ze maar met een boogje om Maria heenlopen, uit angst dat ze haar te veel aandacht en zo te veel eer zouden geven? En maken zij zo niet minder van Maria dan de Bijbel doet?

Gods werk op aarde krijgt gezicht in Maria, zoals het werk van God op aarde gezicht heeft gekregen in een lange rij van mannen en vrouwen die we tegenkomen in de bijbel: Abraham, Mozes, Elia, Rachab, Ruth, Debora. Zij zijn allemaal geloofsgetuigen. In het concrete leven van al deze vrouwen en mannen, die in de bijbel een naam mogen hebben, is zichtbaar geworden wat God met mensen kan doen. Ook Maria hoort thuis in de lange rij geloofsgetuigen.

En in de lijn van Hebreeën 11, dat hoofdstuk waar al die geloofsgetuigen de revu passeren, zou over Maria gezegd kunnen worden: ‘Door het geloof heeft Maria, toen ze geroepen werd om de moeder van Jezus te zijn, vol overgave geantwoord: De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ En daarom gaat deze preek over een jonge vrouw met de naam Maria. We prijzen haar gelukkig omdat we ook in haar leven ontdekken wat God met mensen kan doen.

 

 

De roeping van Maria

 

Maria wordt geroepen om de moeder van de Messias te zijn. En de hemel zelf komt haar dat vertellen. Want het is heel bijzonder wat hier gebeurt. Nadrukkelijk staat er in vers 26 dat de engel Gabriël door God werd gezonden. Als er engelen optreden in de bijbel is het meestal zo dat ze er gewoon zijn. Maar bij de roeping van Maria wordt er nadrukkelijk bij gezegd: ‘In de zesde maand zond God de engel Gabriël.’ Eerst staat hij dus nog in de hemel, waar de heerlijkheid van de Heer is, en waar Gabriël staat voor Gods aangezicht. Zo valt er een duidelijk accent op de plaats waar de engel vandaan komt.

En daarmee wordt ook het contrast met de plaats waar hij heengaat extra scherp neergezet: de engel Gabriël gaat vanuit de hemel, nu niet naar de tempel, waar een eerbiedwaardige priester zijn werk doet, maar naar een klein stadje waar een volslagen onbekend meisje woont die ondertrouwd is met een al even onbekende man. Lucas moet ze allemaal nog aan ons voorstellen. De provincie is Galilea en het stadje is Nazaret, dat onbekende meisje heet Maria, en die onbekende man heet Jozef.

Zo leidt Lucas het roepingsverhaal in. Een engel uit de hemel Gabriël brengt een blijde boodschap aan Maria.  Het eerste woord van de engel is een heel ander woord. Het is een groet, maar geen gewone. ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ De groet is heel bijzonder omdat de vrouw tot wie de engel zich richt heel bijzonder is. En dat wil de engel direct zeggen: al bij voorbaat eert Gabriël Maria om wat hij haar straks mag gaan zeggen. Namens heel de engelenwereld spreekt Gabriël een gelukwens uit.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd.’ Maria valt een heel bijzondere genade ten deel. Maar het is wel genade en daaruit blijkt dat ook Maria niet zonder zonde heeft geleefd. Maria wordt door God ‘de onbevlekte Ontvangenis’ die de Messias zal baren. Jezus moet geboren worden uit een zondeloos lichaam. Alle zonden van Maria worden uit haar leven gewist. Maria wordt op dat moment de perfecte mens, zoals Eva was in het paradijs voor de zondeval. Maria krijgt een heel unieke plaats in Gods plan, een heel unieke plaats binnen het volk van de Heer.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Zo maakt Gabriël zijn bijzondere groet af. ‘De Heer is met je.’ Dat betekent dat God zegenend tegenwoordig is in het leven van Maria. Want Maria moet een zware taak vervullen die ze alleen niet kan volbrengen. Dat gaat Gabriël zo dadelijk vertellen. Maar hij zegt al bij voorbaat: ‘De Heer zal je op een bijzondere manier helpen. De Heer zal je zegenen en beschermen.’

Maria voelt heel goed aan dat dit geen gewone groet is. We leren Maria kennen als een vrouw die over dingen nadenkt. Maria heeft wat met woorden. Ze luistert er heel intens naar en ze overweegt ze. Zo is Maria een voorbeeld voor iedereen die wil leren wat mediteren is over het Woord van God. Zo vraagt Maria zich af wat deze groet uit de hemel betekent. Haar gedachten gaan in een denkrichting van verbijstering en de confrontatie dat zij de beloofde Messias op de wereld zal brengen. Heel haar leven wordt op de kop gezet. De mensen zullen denken en praten, want Maria is nog niet getrouwd. En wat zal Jozef zeggen? Maria zal haar eigen leven moeten opgeven!

 

 

 

Waarom Maria weent!

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De overgave van Maria

 

Maria vraagt aan de engel hoe dat wel kan want Jozef is nog niet haar man. Het antwoord van de engel is duidelijk: ‘Het Koningskind dat zij verwacht het is een wonder van Gods kracht.’ En als Maria dat heeft gehoord, maakt haar vragende houding plaats voor een dienende houding uit overgave. Maria heeft het woord van God dat door de dienst van de engel Gabriël tot haar is gesproken, gehoord en overwogen in haar hart. En ze geeft gehoor aan de roeping die op haar afkomt.  ‘Amen’ zegt ze op het Woord van God.

Bij Maria zou je kunnen verwachten dat ze reageerde op de boodschap van de engel met een lach waarin spot en ongeloof doorklinken. Maar Maria lacht niet. Maria overweegt de woorden in haar hart en zegt: ‘De Heer wil ik dienen.’ Ze lijkt op haar Zoon die nog geboren moet worden. Maria gaat leven in de navolging van Christus, die zichzelf overgegeven heeft om ons te redden.  In deze overgave van Maria zien we ook werkelijk dat de Heer met haar is. .

 

 

Het geloof van Maria

 

Maria eindigt haar antwoord op haar roeping met de woorden: ‘Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Maria moet geloven dat uit haar door de Geest de Messias zal worden geboren, het vrouwenzaad dat al zo lang geleden was beloofd. Zij moet geloven dat dat kan, want bij God is niets onmogelijk. Zij moet geloven dat wat in haar leven gebeuren gaat de voortzetting is van het werk dat God in het Oude Testament begonnen is.

Maria’s  geloof komt van de Heilige Geest. Hij komt over haar en zal haar ‘als een schaduw bedekken’ dat iets blijvend is. God maakt van haar lichaam en van haar ziel in de meest letterlijke zin de tempel van de Heilige Geest. Het geloof van Maria komt van de Heilige Geest die het in haar hart werkt door de verkondiging van het heilig evangelie.

Hoe anders was het bij die andere jonge vrouw aan het begin van het Oude Testament, Eva. Bij haar zien we het ongeloof en zelfzucht. Bij haar zien we een onheilige geest die wakker wordt geroepen door de satan. Maria is de vrouw van het geloof. Eva, de vrouw die haar eigen wil doorzette en koos voor de zonde en de dood. Maria, die koos voor het heil en het leven door te zeggen: ‘Laat met mij gebeuren,  uw wil geschiede.’

Maria was een gezegende onder de vrouwen en alle geslachten prijzen haar gelukkig om de grote dingen die God in haar leven heeft gedaan. Maar tegelijk staat zij model voor alle christenen in alle tijden. Maria was ontvankelijk voor het Woord van God en voor het heil van God en voor de Zoon van God. Ze heeft de deur niet voor de neus van de engel dicht gegooid. Maar vol overgave en geloof heeft ze ‘Amen’ gezegd op de roepstem van God.

 

 

Hoe schetst het Nieuwe Testament ons Maria?

 

Als een vrouw die vele bevreemdende dingen meemaakte in haar leven en dat alles ‘in haar hart bewaarde’ (Lucas 2:19, 51). Ze had een open, verwachtingsvolle grondhouding en daarbij een enorm geloofsvertrouwen.

Op verschillende plaatsen zien we dat Maria en Jozef een vroom leven leidden. Jozef werd rechtvaardig genoemd (Mattheüs 1:19). Na de geboorte van het kind gingen de ouders naar de tempel om er een offer te brengen. Jaarlijks maakten ze ook de pelgrimage naar Jeruzalem (Lucas 2:41). Van Jozef horen we daarna niets meer, maar dat Jezus broers en zussen had wordt meerdere keren gezegd.

Het moet voor Maria niet makkelijk zijn geweest om te zien hoe haar zoon zijn eigen weg ging. Kennissen maakten schampere opmerkingen over haar zoon (Mattheüs 13:55, Marcus 6:3). En daarnaast nam Jezus soms scherp afstand van zijn familie (Lucas 8:19-21). Frappant is daarom misschien wel vooral dat Maria desondanks steeds volgend aanwezig bleef. Zoals bij de bruiloft in Kana al zichtbaar werd, handelde Jezus op eigen wijze. Dat weerhield Maria er niet van om op kenmerkende moederlijke wijze raadgevingen te doen en aanwijzingen te geven. Ze kende haar zoon.

Ook later is ze aanwezig, als Jezus wordt gekruisigd. Volgens Johannes was zij een van de drie Maria’s aan de voet van het kruis (Johannes 19:25).

Handelingen vertelt bovendien dat Maria bij de discipelen was in de weken tussen Pasen en Pinksteren. Samen met haar andere zonen wachtte ze in Jeruzalem vurig biddend op de komst van de Heilige Geest (Handelingen 1:14).

 

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Tien deugden van Maria volgens de traditie

 

Zuiverheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 1,34-38:

De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.’ Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.

 

 

Wijsheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 2,19-20:

Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. De herders keerden terug. Zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij hadden gehoord en gezien; het kwam overeen met wat hun was gezegd.

 

 

Deemoed

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,38:

Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’

 

 

Geloof

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,45:

Gelukkige vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan.

 

 

Toewijding

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,46-47:

Met heel mijn hart roem ik de Heer, met al mijn adem juich ik om God, mijn redder.

 

 

Gehoorzaamheid

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,22-23:

Toen de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan te bieden aan de Heer, zoals in de wet van de Heer geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal de Heer worden toegewijd.

 

 

Armoede

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,6-7:

Terwijl ze daar waren kwam voor haar de tijd dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf.

en Lc 2,12:

Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.

 

 

Geduld

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,48:

Toen ze Hem daar zagen, waren ze zeer ontdaan. Zijn moeder zei: ‘Kind, hoe kon je ons dit aandoen? Wat waren je vader en ik ongerust toen we je kwijt waren.

Overweging uit het evangelie van Mattheus, Mt 2,13-15:

Toen ze de wijk genomen hadden, verscheen aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik u waarschuw. Want Herodes staat het kind naar het leven.’ Hij stond op en nam nog die nacht met het kind en zijn moeder de wijk naar Egypte, en bleef daar tot de dood van Herodes.

 

 

Barmhartigheid

 

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 2,4-5:

Jezus antwoordde: Wat hebben ik en u daarmee van doen, Vrouwe? Mijn uur is nog niet gekomen.’ Zijn moeder zei tegen de dienaren: ‘Wat Hij u ook beveelt, doe het maar’.’

 

 

Compassie

 

Overweging uit het evangelie naar Lucas, Lc 2,34-35:

Hij zal een omstreden teken zijn – ook door uw ziel zal een zwaard gaan – en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat.

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 19,26-27:

Jezus zag zijn moeder, en bij haar de leerling van wie Hij hield. Toen zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, daar is nu je zoon.’ Vervolgens zei Hij tegen de leerling: ‘Daar is je moeder.’ Toen, van dat uur af, nam de leerling haar bij zich in huis op.

 

 

Jezus en Maria, de zondeloze Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Verdere info

 

Duizenden jaren lang was elk kind geboren met een overgeërfde zondige natuur en zondig vlees (Rom. 8:3). Dit is het resultaat van de zonde van onze voorouders: Adam en Eva van wie we afstammen. Elke generatie heeft gezondigd (Rom. 3:23) en geeft die zondige natuur en de vloek van de dood door aan de volgende generatie. Er is slechts één uitzondering in de geschiedenis. Ofschoon Jezus in de baarmoeder van Maria groeide, zoals elk kind bij zijn moeder groeit, was hij verschillend van alle andere kinderen. Jezus kon zonder zonde geboren worden door de Goddelijke status die Maria kreeg. Zij werd voor de verwekking van Jezus de ‘Onbevlekte Ontvangenis’. Voor God werd Maria de zondeloze Eva voor de zondeval, zo kon Jezus na zijn geboorte dienen als het vlekkeloze offerlam van God.

Als een geest en deel van de Drie-eenheid, bestond Jezus al voor de schepping van de wereld. Eigenlijk openbaart Johannes dat Hij de Schepper is. (Joh. 1). Verder was het fysieke lichaam van Jezus, zoals Hij werd geboren in Betlehem duidelijk een speciale creatie van God, geplaatst in Maria’s baarmoeder. Dit is de Bijbelse leerstelling van de maagdelijke geboorte.

Aldus is noch de geest van Christus, noch zijn lichaam het resultaat van het DNA van het eitje van Maria of van het zaad van enige man. Beide zouden genetische fouten hebben bevat en een zondige natuur. Zoals de Bijbel ons leert was Jezus echt de tweede Adam. De eerste Adam was een speciale schepping van God, zo ook de tweede Adam. (Romeinen 5:12-19). Jezus was net zo volledig mens als de eerste Adam en evenals deze had Hij geen zondige natuur, geen erfzonde, geen zondig vlees, dat steeds weer generatie op generatie doorgegeven werd sinds de zondeval. Hij was absoluut puur en zonder zonde, vanaf de dag van Zijn geboorte. Hij moest zijn en was het Lam van God, zonder vlek of rimpel, offerlam voor onze zonden (Joh. 1:29).

 

 

Hoe leeft Maria onder de gelovigen?

 

Onder het geloofsvolk neemt Maria een veel grotere plaats in dan in de officiële kerkleer, de theologie. Daar is blijkbaar behoefte aan. Vermoedelijk omdat Maria zo herkenbaar is, ze heeft immers altijd voor haar zoon gestaan. Bovendien is voor vele gelovigen Jezus een figuur op afstand die ontzag oproept. De volksdevotie van Maria is geen probleem zolang ze geen einddoel wordt, maar gezien wordt als weg, als kanaal naar Jezus.

 

 

 

Volksdevotie

 

Het meest prominent is Maria aanwezig in de katholieke en orthodoxe volksdevotie waarin de Mariaverering een dominante plaats inneemt. Volgens de officiële kerkelijke leer kan Maria nooit de plaats van Jezus als Verlosser van de zonde vervangen en verwijst zij altijd naar Jezus als de werkelijke Middelaar tussen de mens en God. In de volksdevotie is de praktijk meestal dat Maria als ‘toegankelijker’ beschouwd wordt dan Jezus en meer aangeroepen wordt, zij het dan als ‘voorspreekster’.

Ook vinden vele gelovigen dat het vragen van gebed aan Maria noodzakelijk is, omdat hun eigen gebeden tot Jezus zo vaak verstrooid en niet vurig genoeg zijn. In de wereld zijn veel plaatsen waar uitdrukking wordt gegeven aan deze devotie. Paus Johannes Paulus II, die Maria zeer na aan het hart lag, legde zijn lot en dat van de wereld in de handen van de Moeder Gods; zij zou hem beschermen volgens de verschijning van Maria in Fatima.

Het meest beroemd zijn de plaatsen waar Maria zou zijn verschenen: het Franse Lourdes (verschijning in 1858), Fátima in Portugal (1917) en Guadalupe in Mexico-stad (1531). Het Duitse Kevelaer trekt veel Nederlandse pelgrims. In katholieke en orthodoxe landen zijn ontelbare nationale en regionale heiligdommen te vinden, maar ook in Nederland bestaan talloze genadeoorden (bedevaartplaatsen).

 

 

 

Mariakapelletjes in de Nederlanden

 

Vooral in de van oudsher katholieke Nederlandse provincies Limburg en Brabant en in Vlaanderen kan men op veel plaatsen, vaak in oude stads- en dorpskernen maar ook verspreid over het platteland, kleine Mariakapelletjes aantreffen die door de plaatselijke bevolking, worden bezocht om een kaarsje op te steken en voor een moment van bezinning. Deze bevinden zich in Vlaanderen zeer vaak onder of bij een oude boom, op de plaatsen waar ooit in voor-christelijke tijden een boomheiligdom was.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Wat ongelovigen nooit zullen begrijpen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Heilige Geest is de Geest van God die zich openbaart in de wedergeboren volgelingen van Jezus Christus. Hij is de geestelijk plaatsvervanger van Jezus hier op aarde, nadat Jezus zelf uit de dood is opgestaan en opgevaren is naar de hemel.

 

 

De Helige Drievuldigheid: God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 


De Heilige Geest is geen vage afschaduwing van Jezus, evenmin een tastbare kracht. Hij is een onderdeel van de Enige, naast God de Vader en God de Zoon. Het is aan een niet-gelovige praktisch onmogelijk uit te leggen wat Hij bewerkstelligd en hoe Hij werkt door volgelingen van Jezus heen. Wanneer je zelf Gods Geest ervaart weet je hoe Zijn Geest werkt, Hij geeft je op een onvatbare manier rust, zekerheid, onderricht, vrijmoedigheid en blijdschap. Maar hoe dat nu uit te leggen? Hoe iets uit te leggen wat niet van deze wereld is? Iets wat niet bedoeld is om tastbaar te zijn voor deze wereld?

 

 

Jezus legde het als volgt aan Zijn discipelen:

 

“Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere
pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn:
de Geest van de waarheid. De wereld kan hem
niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent
hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont
in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als
wezen achter, ik kom bij jullie terug.”

Johannes 14:16-18

 

 

De Geest leert je het onderscheid te maken tussen wat goed en wat fout is. Hij geeft je inzicht in je eigen zonden en Hij doet je beseffen dat er zonder Jezus geen weg naar de hemel is. Dat er buiten Jezus geen enkele rechtvaardiging is dat wij met onze zonden maar in de buurt kunnen komen van God de Vader. En de Heilige Geest is het die jou vrijmoedig maakt om openlijk, en in blijdschap en zonder schaamte, over Jezus te kunnen getuigen.

 

 

Jezus kwam dichterbij en zei tegen hen:

 

“Ik heb
alle macht in hemel en op aarde gekregen.Ga
er daarom op uit om alle volken tot mijn discipelen
te maken. Doop hen in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen
altijd te doen wat Ik u heb gezegd. En vergeet dit
niet: Ik ben altijd bij u, tot het einde van de tijd.”


Mattheüs 28:18-20

.

.

God is Vader, Zoon en Heilige Geest. En toch is Hij 1, Hij is echat (het hebreeuwse woord voor één). Ter verduidelijking: je kunt het misschien enigzins vergelijken met de zon. Hij is werkelijk daar, te zien voor iedereen: groot en rond, met andere menselijke woorden: de bron van het leven op aarde. Daarnaast geeft deze bron licht en warmte af. In dit vergelijk kun je het zien als de bron / zon = God de Vader, het licht = Jezus de Zoon en de warmte = de Heilige Geest.

 

 

Wanneer iemand wedergeboren wordt door het geloven in Jezus als de Messias, zal God door Zijn Geest, de Heilige Geest, in hem of haar komen wonen.

 

Maar allen die Hem wel aanvaard hebben,
heeft Hij het recht gegeven kinderen van God
te worden. Door geloof in Zijn naam worden
zij opnieuw geboren, natuurlijk niet als mens,
maar geestelijk uit God.

Johannes 1:12-13

 

 

 

Zoals Jezus het zelf zegt is het zelfs een bittere noodzaak om wederomgeboren te worden:

 

“Toch is het zoals Ik zeg. Als iemand na
zijn natuurlijke geboorte niet ook
geestelijk geboren wordt, kan hij
onmogelijk in het Koninkrijk van God
komen. Uit mensen komt menselijk
leven voort, maar uit de Geest van God
komt geestelijk leven voort.”

Johannes 3:5-6

 

 

 

De Heilige Geest heeft kennis over God
die wij alleen via de Heilige Geest te
weten kunnen komen: Zoals alleen de
geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de
Geest van God wat er in God is.


1 Corinthiërs 2:11

 

 

 

Een belangrijke taak van de Heilige Geest is dat Hij getuigt over Jezus Christus. Hij getuigt, onderwijst en geeft inzicht over de waarheid van Jezus de Messias:

 

“Als Ik bij de Vader ben, zal Ik mijn
Plaatsvervanger sturen. Dat is de Heilige
Geest, de bron van alle waarheid. Hij komt
uit de Vader en zal u alles over Mij vertellen.”
Johannes 15:26

Maar als de Heilige Geest komt, zal Hij u
de weg wijzen naar de volledige waarheid.
Wat Hij u zal zeggen, heeft Hij niet uit
Zichzelf, maar Hij geeft door wat Hij hoort.
Hij zal vertellen wat er in de toekomst gaat gebeuren.
Door u te vertellen wat Hij van Mij hoort, zal Hij Mij grootmaken.

Johannes 16:14

 

 

 

Dat staat ook in de Boeken: “Wat niemand heeft
gezien, niemand heeft gehoord en wat niemand
ooit bedacht, dat heeft God allemaal klaar voor
hen, die Hem liefhebben.”

God heeft het ons door de Geest duidelijk gemaakt.
Want voor de Geest is niets verborgen, zelfs het
diepste wezen van God niet.
Zoals alleen de geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de Geest van God
wat er in God is.

En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen,
maar de Geest van God om zo te weten wat God ons
in genade gegeven heeft. Daarover spreken wij dan
ook niet met menselijke welsprekendheid, maar met
woorden die de Geest ons ingeeft.

Wij gebruiken dus de woorden van de Geest om de
gedachten van de Geest over te brengen. Maar iemand
die niet gelovig is (de natuurlijke mens) heeft geen oog
voor wat de Geest van God doet. Voor hem is dat allemaal
onzin. Hij begrijpt er niets van, omdat het alleen geestelijk
te doorzien is.

1 Corinthiërs 2:9-14

 

 

De Geest onthult Gods wil en Gods waarheid voor een christen, met als doel Gods karakter in toenemende mate door het leven van een gelovige heen te laten schijnen. En wel op zo’n manier dat duidelijk blijkt dat we dat onmogelijk zelf kunnen doen.

 

 

De Heilige Geest geeft het karakter van een wedergeboren christen liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, mildheid, trouw, tederheid en zelfbeheersing.


Galaten 5:22

 

 

In plaats van proberen liefdevol en geduldig te zijn, vraagt God ons om volledig op Hem te vertrouwen teneinde Hij zelf deze kwaliteiten en eigenschappen in ons leven kan geven. Ons volledig, in vertrouwen, open te stellen voor Hem, onze Schepper die zoveel liefde voor ons heeft. Daarom wordt, o.a. in Galaten 5:25, ons christenen gezegd ons te laten leiden door, en zodoende vol te zijn van, de Geest (Efeze 5:18).

 

 

De ware – en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Heilige Geest heeft ook een belangrijke taak ten opzichte van niet-gelovigen.

 

 

Hij is het die de harten van de mensen overtuigt van eigen zonde. Dat wij Gods vergeving nodig hebben en dat dit alleen te vinden is door het offer van Jezus. Dat Hij voor onze plaats gestorven is, voor onze zonden en voor het oordeel dat anders ieder mens had getroffen. Dit oordeel dat nu voorbijgaat aan een ieder die zijn vertrouwen op de Messias Jezus gesteld heeft.

De Heilige Geest klopt op onze harten en vraagt ons elke keer weer, met een liefdevol geduld, om ons te bezinnen, onze zonden te belijden en ons te keren naar God onze Vader voor vergeving van onze fouten en een nieuw leven met Hem te beginnen. Een leven die eeuwigdurend en vol van Zijn liefde zal zijn.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Een wereld beheerst door Satan en zijn engelenvorsten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Er gebeurt heel wat meer ‘boven onze hoofden’ dan wij beseffen. In een andere, onzichtbare werkelijkheid speelt zich veel af waar wij indirect en ook direct mee te maken hebben. Gebeurtenissen, strijd en ook tekenen die het wereldgebeuren en ook ons leven beïnvloeden. Ondanks het feit dat wij nauwelijks enig besef hebben van wat er zich in die vreemde, geestelijke wereld afspeelt, heeft de Gemeente van de Here Jezus Messias grote invloed op wat daar gaande is. Daarom is het belangrijk dat wij hier Bijbels zicht op hebben.

 

 

geestelijke strijd

geestelijke strijd

 

 

De machthebbers in die ‘vreemde wereld’ zijn momenteel intensief en koortsachtig tegen Israël aan de gang. Voordat we dieper ingaan op deze belangrijke materie kijken we eerst naar het voorbeeld van Job. Dat kan ons veel duidelijk maken. Tijdens zijn leven was Job zich niet bewust van wat er met betrekking tot zijn persoon en de rampen die hem overkwamen in die onzichtbare werkelijkheid, in een ‘hemels gewest’, plaatsvond. Job wist niet dat alles goed zou aflopen.

Hij had er geen idee van dat de Heer, Satan en engelen zeer geïnteresseerd meeluisterden toen Job met zijn vrienden en met God in gesprek was. Nog minder kon hij vermoeden dat er een soort ‘weddenschap’ tussen God en Satan meespeelde in zijn lijden en zware strijd. Misschien is hem na zijn overlijden geopenbaard dat zijn lijden en zijn houding model staan voor het lijden van Israël en ook voor veel persoonlijk lijden dat ons overkomt. Job is geen incidenteel voorbeeld.

Paulus legt ons uit dat er geestelijke machten zijn, en dat ze niet alleen maar toekijken. Wij moeten zelfs “worstelen … tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”  Efeziërs 6: 12.

Waarschijnlijk is Paulus zelf in zo’n ‘hemels gewest’, het paradijs, geweest. Hij heeft daar ‘onuitsprekelijke woorden’ gehoord – 2 Korntiërs 12 :2-4.

Ook heeft Paulus heel wat tegenstand en narigheid van die ‘machten’ ondervonden. Zo’n boze geest, een engel van satan, sloeg hem regelmatig – 2 Korintiërs 12 : 2-7.  Satan belette hem herhaaldelijk om naar de Griekse stad Thessalonica te gaan om daar de gemeente van de Here Jezus te onderwijzen en te versterken.

Hij werd door boze geesten tegengewerkt. Op Cyprus door een tovenaar Elymas en in een stad in Macedonië, Filippi, door een waarzeggende geest. Paulus was geen onbekende in dat duistere rijk, want “zijn (van satan) gedachten zijn ons niet onbekend”  2 Korintiers 12 :2-11.

Wat er gebeurt in het vanuit die ‘hemelse gewesten’ ligt ver buiten het gezichtsveld van veel gelovigen. Begrijpelijk, want het is ook een gevaarlijk terrein.

Er waren zeven zonen van een Joodse hogepriester, die zich onbeschermd met een van die ‘boze geesten uit de hemelse gewesten’ bemoeiden en een stevig pak slaag opliepen – Handelingen 19 : 13-20 Toch hebben we ermee te maken en zal de Gemeente van de Here Jezus in de nabije toekomst steeds meer met die machten te maken krijgen.

In onze tijd wordt het wereldgebeuren zeer intensief door die ‘wereldbeheersers’ en door ‘boze geesten in de hemelse gewesten’ beïnvloed. Vooral die ‘wereldbeheersers’ hebben het momenteel speciaal op Israël gemunt.

 

 

Machtige wapens

 

De Here Jezus bestreed die machten uit de hemelse gewesten met gezag en kracht. Vaak lezen we dat Hij onreine geesten uitwierp. Hij “genas allen die door de duivel overweldigd waren” Handel.10:38. We hebben dus een Medestander, een Vriend, die al die machten de Baas is. Deze Vriend heeft ons ook een beschermende wapenrusting (Efeziërs 6: 13-17) en drie machtige wapens in de confrontaties met die vijanden gegeven.

 

 

Het eerste wapen

 

Het eerste wapen is het Woord van God. Dat wordt het ‘zwaard van de Geest’ genoemd. Dus de Bijbel is het aanvalswapen dat de Heilige Geest gebruikt.

 

 

bijbel-mooi

 

 

 

Het tweede wapen

 

Het tweede wapen is een eerbiedig, maar vastberaden gebruik van de Naam van Jezus van Nazareth, de Zoon van God. In die Naam is bescherming, ontzagwekkend gezag en oneindige kracht. De apostelen handelden met groot gezag in de Naam van Jezus. Machten uit die ‘onzienlijke wereld’ onderwierpen zich in Jezus’ Naam aan hen. Gebonden mensen werden bevrijd. De Here Jezus gebruikte het wapen van het Woord in de strijd tegen de Tegenstander, Satan.

 

 

image464

 

 

 

Het derde wapen

 

Het derde wapen is volhardend gebed.

 

 

gebed2

 

.

.

Modellen

 

In het Bijbelboek ‘Openbaring’ krijgt Johannes verschillende keren te zien wat zich in de hemel afspeelt. Ook Mozes, David, Jesaja, Ezechiël, Daniël en Zacharia hebben een glimp van de hemelse werkelijkheid opgevangen en aan ons doorgegeven in de Bijbel.

Allen waren zeer diep onder de indruk van de hemelse heerlijkheid en van de majesteit van God en van Jezus de Messias. Opvallend is dat veel aardse voorwerpen, gebouwen en ceremonies model blijken te zijn van een realiteit in de hemel. Er was een ‘hof van Eden’, een paradijs op aarde en er is een ‘Hof van God’, een Eden, in de hemel (Ezechiël 28:13).

Er is een aards Jeruzalem en een hemels Jeruzalem (Hebreeën 12:22 en Openbaring 21). De tabernakel was gemaakt naar een model dat Mozes op de berg Sinaï van God had gekregen (Exodus 25:8-40 en Hebreeën 8:5). De Tempel werd door Salomo gebouwd volgens het model dat hij van zijn vader David had ontvangen. David had het model van God gekregen en was “onderricht over de hele uitvoering van het ontwerp”  1Kronieken 28 : 11,12,19).

Er is een ark in de hemel en er was er een op aarde -Openbaring 11 :19.  Er wordt gesproken over een ‘berg Sion in de hemel’ en er is een berg Sion op aarde – Hebreeên 12 : 22. Er is strijd in de hemelse gewesten en parallel daaraan strijd op aarde. Om de oorlog van de ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ tegen Israël beter te begrijpen, nu iets over het ‘model’ van Israël in de hemel. Het woord ‘model’ staat tussen aanhalingstekens omdat het hier om een teken in de hemel gaat. Belangrijk is bij het volgende voortdurend twee dingen voor ogen te houden: Het gaat om tekenen en om gebeurtenissen die in de hemel plaatsvinden.

 

 

 

Een prachtige vrouw

 

In Openbaring 12 worden twee ‘tekenen’ beschreven. Het eerste wordt ‘een groot teken’ genoemd en het tweede ‘een ander teken’. Het ‘grote teken’ is een hoogzwangere vrouw, die oogverblindend straalt als de zon. De maan is onder haar voeten en 12 sterren zijn op haar hoofd. Deze vrouw stelt Israël voor.

Het ‘andere teken’ is een draak. Dus Satan, Lucifer, de ‘overste van deze wereld’, de slang, wiens tegenbeeld op aarde de antichrist, de ‘zoon van het verderf’ is.

 

 

De vrouw en de draak : pasteltekening van John Astria

De vrouw en de draak : pasteltekening van John Astria

.

 

Eerste teken

 

De vrouw is zwanger van “een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf”. Dit is een duidelijke verwijzing naar Psalm 2, waarin het optreden van de messiaanse Koning wordt voorzegd. Die koning is de Zoon, waarvan Psalm 2:12 zegt:Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne”. Eén van de belangrijkste taken van Israël is het voortbrengen van de Messias.

De hele contekst van dit hemelteken uit Openbaring 12 duidt op Israël. De ark van het verbond in de hemel wordt weer zichtbaar – Openbaring 11:19.. Dus God pakt zijn verbonden met Israël weer op. Opvallend is dat de vrouw ‘straalt als de zon’. Het gaat in dit hemelteken om de ‘geboorte-in-de-hemel’ van de Koning-Messias, de Bevrijder.

 

 

Tweede teken

 

Hij wordt hier ‘de draak’ genoemd. Een gruwelijk, angstaanjagend wezen. In Ezechiël 28 krijgen we een ander beeld van die ‘draak’. Hij wordt getekend als een machtige en schitterende engel, die een vooraanstaande positie als ‘beschuttende cherub’ op de ‘berg der goden’ vervulde. Deze engel kwam in opstand tegen God. Hij wilde zich zelfs ‘aan de Allerhoogste gelijk stellen’ -Jesaja 14:14.

Hij staat voor de vrouw en wil het Kind verslinden. Hier wordt de oorsprong en het begin van alle antisemitisme en antizionisme onthuld. Opstand tegen de Almachtige en verzet tegen zijn plan om de wereld te verlossen. Een verlossing waarbij ‘de vrouw’, Israël, ingeschakeld wordt. In de hemel wordt de Zoon naar het hoogste ‘hemelse gewest’, naar de troon van God gebracht. Op aarde vervolgt de draak de vrouw. Deze vervolgingen van het Joodse volk duren nu al zo’n 3.500 jaar sinds de ‘geboorte’ van Israël, tijdens de uittocht uit Egypte.

In de eindtijd, als de draak uit de hemel gejaagd is, zal ‘de vrouw’, Israël, gedurende 1260 dagen (3,5 jaar) in de woestijn door God worden beschermd. Het teken van de draak onthult ook de oorsprong van al die ‘boze geesten in de hemelse gewesten’, die de mensheid op aarde trachten te overheersen en te vernietigen. De draak sleepte een derde van de engelen mee in zijn val.

Binnenkort zullen al die boze machten uit dat hemelse gewest gejaagd worden. In de tijd van Job waren ze er nog, want Satan verscheen voor Gods troon. In de tijd van de profeet Zacharia (omstreeks 500 v.Chr.) waren ze er ook nog, want we lezen dat Zacharia in een visioen zag dat de hogepriester Jozua voor de Engel van de HERE stond, “terwijl de satan aan zijn rechterzijde stond”  Zacharia 3:1-2.

In de tijd van Paulus zaten ze er nog, immers hij spreekt over “de boze geesten in de hemelse gewesten”, waartegen we moeten worstelen. Pas na een grote oorlog in de hemel tussen de draak en zijn engelen en de aartsengel Michaël en zijn engelen worden ze eruit gegooid en op de aarde geworpen – Openbaring 12:7-9.

Als Satan, de slang, op aarde is gegooid komt er een enorme vervolging van Israël en van mensen die “het getuigenis van Jezus hebben. Gelovige Joden en christenen worden dan zwaar vervolgd.

De eerste tekenen van deze situatie zijn al zichtbaar. Satan begint dan zijn laatste poging om de aarde onder controle te krijgen. Immers in Openbaring 13:1 lezen we dat, direct nadat de draak op aarde is gegooid ‘het beest’ uit de zee verschijnt. Het rijk van de antichrist en zijn profeet breekt dan aan.

 

 

Openbaring 13: de komst van de antichrist en de valse profeet

Openbaring 13: de komst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Oude en moderne geschiedenis

 

Op aarde is de strijd van de draak tegen de vrouw, tegen Israël, al 3.500 jaar aan de gang. In alle oorlogen tegen Israël en bij alle pogingen om het Joodse volk tot afgoderij te verleiden of uit te roeien zijn geestelijke machten, volgelingen van de draak, betrokken. Bij de uittocht uit Egypte streed God niet alleen tegen de Farao, maar Hij “oefende gerichten tegen alle goden van Egypte”  Exodus 12:12. Achter het verzet van Farao tegen de uittocht stonden dus geestelijke machten.

Dat was ook het geval bij Babel. Niet alleen op wereldlijk, menselijk vlak worden Babel en Assyrië gestraft om wat ze Israël hebben aangedaan. Ook hun ‘goden’, die ook wel ‘engelvorsten’ worden genoemd, worden te schande gemaakt (Jesaja 46:1 en Jeremia 50 :2).

De profeet Daniël kreeg ook te maken met dergelijke ‘wereldbeheersers’. Dat waren de engelvorsten van het toenmalige wereldrijk Perzië en Griekenland. De aartsengel Michael, die trouw is aan  God, is de engelvorst die voor Israël strijdt (Daniël 10:21 en Daniël 12:1). Hij voerde oorlog tegen die ‘vorsten van Perzië en van Griekenland’.

De ‘wereldbeheersers’ zijn machten die de wereld willen beheersen. Ook sterke, geestelijke machten die over een land willen heersen. Ook boze geesten die mensen willen overheersen. Over die engelvorsten heeft de Eeuwige aan Mozes het volgende geopenbaard:

Die afgoden en hun beelden mag Israël beslist niet aanbidden wantdie heeft de Here, uw God toebedeeld aan alle volken onder de hele hemel – terwijl de HERE u heeft genomen… om voor Hem te zijn tot een eigen volk”  Deuteronomium 4:16-20.

 

De goden van de volken, de ‘engelvorsten’, zijn afgoden die door veel volken ‘verbeeld’ worden door beelden Alleen de God van Israël is de ware, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde. “Want alle goden van de volken zijn afgoden, maar de HERE heeft de hemel gemaakt” -Psalm 96 :5

De Here Jezus noemt de leider van die engelvorsten ‘de overste van deze wereld’ (Johannes 12 :31). Deze machten proberen Israël te vernietigen en zetten de wereld op tegen Gods volk.  Aan het kruis heeft de Here Jezus al die machten overwonnen. Jezus is Overwinnaar!

Maar nu is er nog strijd . Binnenkort worden die machten uit de hemel geworpen en zal de strijd nog zwaarder worden totdat Jezus komt! Maar nu en ook tijdens de verdrukking als satan op aarde geworpen is, geldt: Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”  Openbaring 12:11.

 

 

de overste van deze wereld

de overste van deze wereld

 

 

 

Machten tegen Israël

 

 

Satans invloed op de islam

 

Sommigen in de islam worden onder invloed van boze geesten geïnspireerd om de wereld te veroveren en de islam aan iedereen op te dringen. Uitspraken van hun leiders liegen er niet om. Hun ‘engelvorst’ is de wrede maangod. Tot grote ergernis van die afgod heeft de vrouw uit Openbaring 12 ‘de maan onder haar voeten’. Israël is voor de islam het grote obstakel dat hun plannen in de weg staat.

Jeruzalem, de stad van de Grote Koning van Israël, is hun eerste doel. Vandaar dat al die machten zich steeds meer op Jeruzalem richten. Er zijn al verschillende confrontaties geweest tussen de afgod van de islam en de God van Israël. Denk aan de oorlogen die de islamitische buurlanden tegen Israël hebben gevoerd en hebben verloren.

 

 

 

De macht achter het Vaticaan

 

Ook het Vaticaan, de RK kerk eis de wereldmacht op. Eeuwen lang ‘regeerde’de RK kerk over Europa. Verdragen met de Palestijnse Autoriteit en met Israël, aankopen van grond, druk op de EU om Jeruzalem te internationaliseren zijn zichtbare activiteiten van het Vaticaan om Jeruzalem in handen te krijgen. De strijd om de wereldmacht is al eeuwen aan de gang.

 

 

 

De EU 

 

De EU, het herstelde Romeinse Rijk, is hard op weg om het eindtijd rijk van de antichrist te worden. Dus ook hier spelen duidelijke anti-Israël krachten in de vorm van steun aan het Palestijnse moslim terrorisme en druk om Jeruzalem te internationaliseren. De oude Griekse en Germaanse goden worden weer van stal gehaald in landen van de EU. Tijdens WO II was er een vreselijke aanval, de Holocaust, geleid door die duistere, Germaanse goden op het Joodse volk.

 

 

 

De VN 

 

Ook de VN streeft naar de wereldmacht. Binnen de VN heerst een bijna virulente anti-Israël houding. Hier wordt de wereldreligie van de profeet van de antichrist voorbereid. De Nieuwe Wereldorde staat al enige tijd op stapel. De macht achter de VN is ‘de overste van deze wereld’, is satan zelf. Aan het einde van de zeven jaren van de antichrist zal ‘de Koning van de koningen en de Here van de heren’ die antichrist laten grijpen en hem laten gooien in ‘de poel van vuur’.

 

 

 

De VS 

 

Ook de VS streeft naar een zekere macht over de wereld om de Amerikaanse belangen veilig te stellen. Deze engelvorst heet Mammon, de afgod van geld en macht. In de VS zien we in de geestelijke strijd iets belangrijks gebeuren. Er in de VS een sterke, Bijbel getrouwe kerk. Miljoenen gelovigen en hun leiders die achter Israël staan en voor het land bidden. Dat heeft de VS decennia op de been gehouden. Die engelvorst heeft daar sterke tegenstand.

De Gemeente van de Here Jezus heeft de opdracht om voor ‘koningen en hooggeplaatsten’ te bidden om in een rustig en eerlijk land zonder onderdrukking of corruptie te leven. Gebed voor de overheid ook ter wille van een diepe wens van de Heer Zelf: “…God, onze Heiland die wil dat alle mensen behouden worden”  1Timoteüs 2 :3-4. De Gemeente is dus de belangrijkste tegenkracht tegen de vernietigende invloed van die de afvallige engelvorsten uitoefenen.

 

 

Gog 

 

Gog, de grootvorst van Magog. Een ‘moderne’ engelvorst is de macht die achter Rusland staat. Hij heet Gog. De oorlog van Gog en zijn medestanders tegen Israël wordt beschreven in Ezechiël 38-39. Iran (Perzië) zal één van zijn bondgenoten zijn. We zien nu al die as Rusland, Perzië en een aantal Arabische landen. Ook Gog heeft al eens een smadelijke nederlaag geleden in een confrontatie met de Allerhoogste van Israël. Dat gebeurde in 1989.

Voor die tijd, toen Rusland nog communistisch was, konden de Russische Joden niet uit Rusland weg en naar Israël. Toen sprak God zijn machtswoord tegen Gog, de engelvorst van Rusland: “Ik zeg tot het Noorden: GEEF!”  Jesaja 43 :6. De Berlijnse Muur viel, het communistische wereldrijk stortte in en nu zijn er al 1,2 miljoen Russische Joden terug. Nog meer zullen er binnenkort volgen.

 

 

gogmagog

 

 

 

Wat nu ?

 

We leven in een heel spannende tijd. Satan weet dat hij weinig tijd heeft. De ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ werpen zich op Israël en op alles wat Bijbel getrouw wil zijn. Aan de andere kant zien we machtige werken van de God van Israël. Hij komt tot zijn doel met Israël en het Evangelie gaat met grote kracht en grote snelheid over de wereld.

Individuele gelovigen worden ook niet met rust gelaten door die machten. In het midden van die strijd staat de Gemeente van de Here Jezus. Door Hem en in zijn Naam hebben wij toegang tot de Troon van de Allerhoogste. Gebed is het machtigste wapen dat Hij ons heeft gegeven. Wij bidden voor Israël, steunen de verkondiging van het Evangelie en staan voor elkaar op de bres.

Tegelijk gebruiken we het tweede wapen dat ons is gegeven: Het Woord van God. Wij proclameren Gods woorden over Israël en staan zo als wachters op de muren van Jeruzalem. Wij brengen Gods Woord van verlossing aan een verloren wereld. En wij proclameren Gods Woord als satan ons aanvalt. Zo overwinnen wij door “het bloed van het Lam en door het woord van hun (ons) getuigenis  Openbaring 12:110.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Het einde der tijden volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 Volgens de islam is het bestaan niet oneindig en zal alles uiteindelijk

uitmonden in de Oordeelsdag (‘Qiyamah’) en het Einde der Tijden

 

 

al-mahdi

 

 

In de aanloop daar naartoe, zullen een aantal gebeurtenissen plaatsvinden.  Jezus Christus zal wederkomen, iets waarin ook de christenen geloven. om de Dajjal te verslaan in een finale strijd tussen goed en kwaad. ‘Dajjal’ betekent bedrieger, valsaard. ‘Al-Dajjal Al-Massih’, is dus de Valse Messias of de Valse Christus.

Het is iemand die zich voor Jezus zal uitgeven maar in werkelijkheid zijn grootste vijand zal zijn. In het christendom staat deze figuur bekend als de antichrist. De Antichrist (‘Dajjal’) zal een soort goddelijke status opeisen en zal de mensheid verleiden hem massaal te volgen. Jezus zal dan neerdalen in Damascus, en zal de gebeden vervoegen die geleid worden door de Imam Mahdi.

Na het verslaan van de AntiChrist, zal Jezus een rijk van broederschap en vrede vestigen voor de hele wereld, aldus de islam. Alle mensen van het Boek (joden, christenen en moslims) zullen hem erkennen en hem aanvaarden:

“Er is niemand van de mensen van het boek die niet voor zijn dood in hem zal geloven en op de opstandingsdag zal hij over hen getuige zijn.” (Koran 4:159)  Ook wat dit betreft staan christenen en moslims dus veel dichter bij elkaar dan velen denken. Beiden geloven in dezelfde ene God en delen het uitzien naar de wederkomst van Jezus.
.
.
.

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING VAN SATAN,

ALS ENGEL VAN HET LICHT,

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De geschiedenis van de aarde volgens de Bijbel

Standaard

De geschiedenis van de aarde volgens de bijbel

 

 

 

 

 

– De schepping (het hele tijdruimte continuüm) is het ontwerp van God, Degene die buiten tijd en ruimte staat en alles kan overzien. Hij heeft het universum perfect gemaakt, met de mens als hoogtepunt en als beheerder aangesteld over de schepping. (Genesis 1 en 2)

– De mens maakte door zijn ongehoorzaamheid scheiding tussen de oneindig goede Schepper en Zijn creatie. De mens had, en heeft nog steeds,  de verantwoordelijkheid om goed voor de aarde te zorgen. God wilde de inspiratie van de mens zijn, maar de mens onttrok zich aan Gods leiding door te kiezen voor autonomie, waardoor hij de benodigde wijsheid en leiding van zijn Schepper moest gaan missen. (Gen. 3)

– Door de schuld van de mens, vanwege ongehoorzaamheid, kwam er een oordeel over hem en de schepping. God trok zijn levenskracht terug. De mens mocht niet meer van de boom des levens eten. Vanaf dat moment kwamen er schadelijke mutaties in alle levende organismen. Mensen gingen elkaar naar het leven staan (Gen. 4). Maar God had al een plan klaarliggen. In Gen. 3:14,15 verzekert Hij dat ‘de slang’ (Satan, de bron van het kwaad)  zijn kop vermorzeld zou worden door ‘het zaad’ van de vrouw. Jesaja (7:14-9:6,7) profeteerde later dat een jonge vrouw een zoon zou krijgen en dat Hij de namen ‘God met ons’, ‘Wonderbaar’, ‘Raadgever’, ‘Sterke God’, ‘Eeuwige Vader’ en ‘Vredevorst’ zou krijgen.

– De mens bleef hardnekkig zijn eigen weg kiezen en keerde zich steeds meer tegen zijn Schepper. Dit bracht God zover dat Hij de hele aarde onder water liet lopen door een wereldwijde overstroming, om vervolgens opnieuw te beginnen met Noach (en zijn gezin), die als enige zuiver was gebleven. Van die grote watervloed zien we nu nog steeds de gevolgen: bergen, grotten, aardlagen, ravijnen, fossielen, ijskappen, enz. (Gen. 6 – 8)

– Na de overstroming wilden de mensen zich niet over de aarde verspreiden, zoals God geboden had. Ze keerden zich tegen hun Schepper en dachten zich rustig te kunnen vestigen in een vallei. God bracht echter verwarring in hun taal, waardoor de basis taalgroepen ontstonden. Er kwam onbegrip en scheiding onder de mensen. Nu moesten ze zich wel verspreiden. Hierdoor ontstonden ook de bevolkingsgroepen zoals Aziaten, Afrikanen, Indianen, Aboriginals, enz. (Genesis 11)

– God besloot dat één man (Abraham) een volk (Israël) zou voortbrengen dat als voorbeeld en uitgangspunt moest dienen voor Zijn grote verzoeningsplan: de omwisseling. Offers van onschuldige dieren die de schuld van de mensen op zich namen, waren voorbodes van het Grote Offer: de onschuldige mens Jezus de Gezalfde (Messias, Christus), een nakomeling van Abraham, die zijn leven gaf voor ons leven. Hij nam onze schulden op zich en stelde ons volledig schadeloos. Door Zijn offer is de totale overwinning over het kwaad en de dood beschikbaar geworden (Hebreeën 8:1-10:18). En wij mogen met Hem meewerken om de schade te herstellen. ( Efeziërs 1)

– De uiteindelijke oplossing en complete schriftvervulling, het uitkomen van alle profetieën, is de laatste fase van onze geschiedenis, die nog moet plaatsvinden. Het huidige tijdruimte continuüm wordt dan helemaal vernieuwd. Het kwaad wordt vernietigd, samen met al zijn aanhangers en ieder schepsel dat niets van zijn Schepper wil weten. Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en zij die God liefhebben zullen voor altijd bij Hem zijn. (Openbaring 21 en 22)

 

 

Romeinen 1: 20

Want sinds de schepping van de wereld wordt het onzichtbare van God duidelijk gezien en begrepen door de dingen die gemaakt zijn, Zijn eeuwige kracht en Zijn Goddelijkheid, zodat zij (de mensen) geen excuus hebben.

 

 

 

Exodus 20: 11a

Want in zes dagen heeft de Heer de hemel, de aarde en de zee en al wat ze bevatten gemaakt.

 

 

 

Genesis 7: 18-20

Het water op aarde nam steeds maar toe, hoger en hoger steeg het, en de ark dreef op het water. Het water bleef voortdurend toenemen, zelfs de hoogste bergen kwamen onder te staan. Tot vijftien el daarboven reikte het water,
de bergen stonden helemaal onder.

 

 

 

Hebreeën 11: 6

…en zonder het geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn; wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij allen beloont die Hem (grondig) (onder)zoeken.

 

 

 

Johannes 3: 16

Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

 

 

 

Galaten 4: 4-7

Maar toen de tijd rijp was, heeft God zijn Zoon gestuurd… [om ons te redden] …zodat wij als zonen geadopteerd mochten worden. En omdat jullie zonen zijn, heeft God de Geest van Zijn Zoon in jullie harten gegeven, waardoor je hem “Vader” mag noemen. Dan ben je dus niet meer een slaaf maar een zoon en als je een zoon bent, dan ben je ook erfgenaam van God, door Christus.

 

 

 

Johannes 1: 12

…wie Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, dat zijn degenen die in Zijn Naam geloven.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Jezus of Mohammed?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wat is het verschil tussen Jezus en Mohammed?

 

Wie is Jezus Christus en wie is Mohammed? In welke opzichten zijn ze verschillend en welke overeenkomsten vertonen ze? Wijzen ze beiden op dezelfde God of spreken ze elkaar op veel punten tegen? Naar wie moeten we luisteren, als we God willen leren kennen?

.

 

 

.

In dit artikel vind je antwoord op deze vragen en leer je wie Jezus Christus en Mohammed echt zijn. De vermelde informatie is gebaseerd op de Bijbel en de Koran.

We weten allemaal dat het ontdekken van waarheid soms pijnlijk en confronterend kan zijn.  Er is één heden en er is maar één verleden geweest. Of we nu het Opperwezen God of Allah noemen maakt in feite niets uit. Mohammed was een profeet zoals er vele profeten geweest zijn, Elke profeet is geboren uit een zondig persoon en heeft dus de erfzonde in het bloed.

Daarom waren en zijn de profeten feilbare mensen die door God (Allah) gebruikt werden om de boodschap van heil te verkondigen aan de hele wereld. Christus was profeet maar ook de Messias. Hij is geboren uit God, kwam ter wereld via de onbevlekte ontvangenis en versloeg de Satan. Hij kwam ter wereld als losprijs voor de zonden en zondigde zelf nooit. Wie niet het zoenoffer van Christus aanvaardt is verloren, al gelooft hij in de talloze profeten die ooit hebben geleefd.

 

Als we echt van God houden, zullen we nooit bang zijn voor waarheid, want God is waarheid en leert ons om in waarheid te leven.

 

 

 

Weet wie je volgt

 

Het is erg belangrijk te weten welke geestelijke leider je volgt. Je stelt immers je vertrouwen in deze persoon en gaat ervan uit dat hij je waarachtig leidt naar God toe. Als je echter niet accuraat weet wie je leider is, kun je misleid worden en juist weg van God geleid worden. Het is daarom van zeer groot belang goed te weten wie je kiest als je geestelijke leidsman.

 

 

De mens in geloof is één met Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Jezus Christus vs Mohammed

 

GENEZING EN BEVRIJDING

 

Jezus Christus genas duizenden zieken van alle denkbare kwalen en dreef ontelbare boze geesten uit. Deze wonderbare genezingen waren zo indrukwekkend, dat men zelfs de zieken en bezetenen uit omringende steden tot Jezus bracht, waarop hij hen allemaal genas. Het genezen van de zieken was een zeer opvallende eigenschap van Jezus Christus. Het was de vervulling van een voorspelling die honderden jaren op voorhand over Jezus was gedaan, door de profeet Jesaja:

‘Hij heeft onze kwalen op zich genomen en onze ziekten gedragen.’ (Jesaja 53:4)

Mohammed genas nooit een zieke en dreef bij niemand een boze geest uit.

 

 

DODEN OPWEKKEN

 

Jezus Christus heeft diverse doden opgewekt, waaronder het dochtertje van Jairus, Lazarus en de zoon van een weduwe. Zo liet hij zien dat God macht heeft over dood en leven. Dit is een van de voorbeelden van opwekking uit de dood, zoals vermeld in de geschiedschrijving van het evangelie door de arts Lucas:

“Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar. Toen de Heer haar zag, werd hij door medelijden bewogen en zei tegen haar: ‘Weeklaag niet meer.’ Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: ‘Jongeman, ik zeg je: sta op!’ De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.” (Lucas 7:12-15)

Mohammed heeft geen enkele dode opgewekt.

 

 

OPSTANDING UIT DE DOOD

 

Jezus Christus wekte niet alleen doden op, Hij stond zelf ook op uit de dood en verscheen aan honderden getuigen, als bewijs van zijn opstanding. Ze spraken met hem, aten met hem en raakten zijn lichaam aan. Hij was werkelijk opgestaan uit de dood. De opstanding van Jezus uit de dood is een basis voor het geloof dat eenieder die in Jezus gelooft, van Hem het eeuwige leven kan ontvangen, aangezien Jezus de macht van de dood overwonnen heeft. Daarom zei Jezus:

‘Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.’ (Johannes 11:25)

Mohammed is gestorven en zijn lichaam is vergaan.

 

 

2013-03-31-18-36-53.jezus opgestaan 04

 

 

 

GODDELIJKHEID

 

Jezus Christus zei over zichzelf niet dat hij profeet was, maar noemde zichzelf het exacte evenbeeld van God, de enige weg tot God, de gelijke van God, de Zoon van God, en hij paste zelfs de heilige, unieke naam van God – ‘IK BEN’ – toe op zichzelf, waarmee Jezus duidelijk maakte dat hij God is.. Hij deed uitspraken als:

‘Ik en de Vader zijn één.’ (Johannes 10:30)

‘Wie Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien.’ (Johannes 14:9)

Mohammed noemde zichzelf niet God, maar zei dat hij een profeet was en dus een mens net als iedereen.

 

 

WONDEREN EN TEKENEN

 

Jezus Christus deed veel wonderen zoals wandelen op water, een hevige storm laten ophouden met een enkel woord, enkele broodjes en visjes vermenigvuldigen tot voedsel voor duizenden mensen (waarbij er vele malen meer voedsel overbleef dan er oorspronkelijk was), water veranderen in de beste wijn die de feestgangers ooit gedronken hadden, een vijgenboom ter plekke laten verdorren, en nog diverse andere wonderen.

Mohammed heeft geen enkel wonder verricht. De koran benadrukt diverse malen dat Mohammed niet in staat was wonderen te verrichten. Sommigen beweren dat de koran zelf een wonder was, maar daar houdt het dan ook bij op.

 

 

ZELFOPOFFERING

 

Jezus Christus stierf aan het kruis als een offer voor de zonden van de mensheid. Hij vergeleek zichzelf met een lam dat geslacht werd, als verzoeningsoffer voor ons allen. Jezus legde uit dat het afleggen van zijn leven voor ons, het grootste bewijs van liefde is, dat iemand ooit kan geven.

Mohammed gaf zijn leven voor niemand.

 

 

Het helende bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

GEWELD EN DOOD

 

Jezus Christus verbood het gebruik van geweld en zei dat iemand die het zwaard hanteert, door het zwaard zal omkomen. Hij doodde nooit iemand, maar wekte integendeel mensen op uit de dood. Jezus noemde de duivel de ‘moordenaar van den beginne, die komt om te stelen, vernietigen en vermoorden’. Over zichzelf zei Jezus echter: ‘Ik ben gekomen opdat jullie leven hebben, en wel in overvloed.’

(Johannes 10:10) Het is helaas een treurige waarheid dat zogenaamde christenen anderen hebben vermoord in naam van Jezus tijdens de kruistochten, maar dat staat haaks op de woorden van Jezus Christus. Hijzelf heeft nooit iemand om het leven gebracht, maar gaf mensen juist het leven.

Mensen die de naam van Jezus misbruiken om geweld te rechtvaardigen, gaan regelrecht in tegen de boodschap van Jezus Christus:

‘Gezegend zijn de vredestichters, zij zullen kinderen van God genoemd worden.’ (Matteus 5:9)

 

Mohammed werd gekenmerkt door geweld en bloedvergieten.  Mohammed gaf ook diverse malen persoonlijk opdracht om iemand te vermoorden. Hij was een profeet die zondigde zoals elk mens dat deed en nog doet.

 

 

GELOOF OF DWANG

 

Jezus Christus zei dat het de geest van God is die mensen tot overtuiging brengt. Hij gaf nooit bevel om druk op mensen uit te oefenen, opdat ze zich zouden bekeren. Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar de mensen, genees hun zieken, wek de doden op, drijf boze geesten uit en zeg tegen hen: het koninkrijk van God is in jullie midden gekomen’ (Lukas 9-10). Jezus gaf dus opdracht om antwoord te geven op de noden van mensen, en zo Gods liefde te laten zien. Dan kunnen mensen zelf kiezen of ze deze liefde willen aanvaarden of dat ze het verwerpen. Als mensen het afwijzen, zei Jezus: ‘Ga dan weg en trek naar de volgende stad.’

Mohammed dwong mensen zich aan de islam te onderwerpen. 

 

 

VISIOENEN

 

Jezus Christus verschijnt in dromen en visioenen aan duizenden moslims overal ter wereld. Hij vertelt hen dat hij de weg is tot God en dat ze hem moeten volgen. Dit is een wereldwijd fenomeen, waarover bijzondere documentaires werden gemaakt, waaronder de film More than dreams.

Mohammed verschijnt niet in dromen en visioenen aan christenen.

 

 

kevin-basconi-vision

 

 

GENEZINGEN VANDAAG

 

Jezus Christus gaf opdracht aan eenieder die in hem gelooft, om de handen op zieken te leggen opdat ze genezen. Dat gebeurt ook vandaag wereldwijd en er zijn vele getuigenissen van zieken die door de kracht van Jezus Christus worden genezen. Honderden artsen getuigen van deze wonderen, die gebeuren in Jezus’ naam.

In naam van Mohammed wordt nooit een zieke genezen.

 

 

reikiprogram

 

PROFETIE

 

De geboorte en het leven van Jezus Christus is tot in de kleinste details voorspeld door vele profeten van het Oude Testament, honderden en zelfs duizenden jaren voor Jezus geboren werd. Er is sprake van meer dan driehonderd voorspellingen die specifiek uitgekomen zijn.

Mohammed werd niet op voorhand aangekondigd en er zijn geen specifieke voorspellingen over hem gedaan, die in zijn leven vervuld werden. Sommige moslims beweren dat bepaalde Bijbelse voorspellingen aangaande Mozes of de heilige Geest op Mohammed van toepassing zijn, maar dat is niet correct.

 

 

ZONDE

 

Jezus Christus staat erom bekend nooit gezondigd te hebben en altijd onberispelijk geleefd te hebben. Daarom kon hij als volmaakt onschuldige de straf voor anderen op zich nemen.

Mohammed was een zondaar, net als alle mensen. In de koran wordt meerdere malen vermeld dat Mohammed zondigde.

 

 

Her ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

HEMEL

 

Jezus Christus stierf voor alle mensen en zei dat zijn opoffering voor hen de weg baande, om vergeving van zonden te ontvangen en voor eeuwig in de hemel bij God te kunnen leven. Jezus gaf dus zijn leven, om mensen in de hemel te brengen.

Mohammed liet mensen zichzelf opofferen in de heilige oorlog en zei dat hun zelfmoord hen toegang tot de hemel zou verlenen. Zelf legde hij zijn leven niet af.

 

 

WEELDE

 

Jezus Christus waarschuwde voor het gevaar van geldzucht en leerde mensen niet op geld te vertrouwen, maar op God.

Mohammed dreef handel in slaven en vergaarde enorme rijkdommen.

 

 

VERVLOEKING

 

Jezus Christus leerde de mensen om hun vijanden lief te hebben en om hen die ons vervolgen te vergeven. Toen hij stierf aan het kruis, voor de zonden van de mensheid, sprak Jezus hardop uit dat hij de mensen vergeving schonk.

‘Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’ (Lukas 23:34)

Mohammed vervloekte de Joden en christenen, terwijl hij in de armen van zijn kind-bruid stierf aan de gevolgen van vergiftiging.

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING VAN SATAN,

ALS ENGEL VAN HET LICHT,

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Johannes 12: 20-36; Jezus voorspelde zijn eigen dood

Standaard

Categorie: religie

 

 

Johannes 12

 

Een vrouw zalft Jezus’ voeten

 

1 Jezus kwam zes dagen vóór het Paasfeest naar Betanië, waar Lazarus woonde. Lazarus was de man die gestorven was en door Jezus weer levend gemaakt was. 2 Ze maakten een maaltijd voor Hem klaar. Marta bediende Hem. Lazarus zat samen met nog andere mensen met Hem aan tafel. 3 Maria nam een pond dure parfum, echte nardus-olie , en zalfde daarmee Jezus’ voeten. Daarna droogde ze zijn voeten af met haar haren. De heerlijke geur van de parfum was door het hele huis te ruiken. 4 Maar één van de leerlingen werd boos. Dat was Judas Iskariot, die Hem later zou verraden. 5 Hij zei: “Waarom is deze dure parfum niet voor 300 zilverstukken verkocht? Dan hadden we dat geld aan de arme mensen kunnen geven!” 6 Hij zei dat niet omdat hij zo graag de arme mensen wilde helpen, maar omdat hij een dief was. Hij bewaarde het geld dat ze van de mensen kregen, maar nam daarvan voor zichzelf. 7 Jezus zei: “Laat haar met rust. Ze doet dit alvast voor mijn begrafenis. 8 Want arme mensen zullen er altijd wel bij jullie zijn, maar Ik zal niet altijd bij jullie zijn.” 9 Heel veel Joden kwamen te weten waar Jezus was en gingen naar Hem toe. Maar niet alleen om Jezus te horen. Ze wilden ook graag Lazarus zien die door Jezus weer levend was gemaakt. 10 De leiders van de priesters waren daarom van plan om ook Lazarus te doden. 11 Want veel Joden die Lazarus zagen, geloofden in Jezus.

 

 

 

 

 

Jezus reist naar Jeruzalem

 

12 De volgende dag hoorden de mensen die voor het Paasfeest waren gekomen, dat Jezus naar Jeruzalem kwam. 13 Ze trokken takken van de palmbomen, gingen Hem tegemoet en riepen: “Hosanna! (= ‘Red toch!’) Gods zegen op de Man die door de Heer is gestuurd!” En: “Leve de Koning van Israël!” 14 Jezus liet een jonge ezel halen en ging er op zitten. 15 Dit staat ook in de Boeken: ‘Wees niet bang, Jeruzalem, want je koning komt op een jonge ezel.’ 16 Eerst begrepen de leerlingen dat niet. Maar toen Jezus uit de dood was opgestaan, herinnerden ze zich dat die woorden over Jezus gingen en dat het ook zo was gebeurd. 17 Iedereen die gezien had hoe Jezus Lazarus uit het graf riep, vertelde daarover. 18 Toen de mensen hoorden dat Jezus zoiets bijzonders had gedaan, gingen ze Hem in grote drommen tegemoet. 19 De Farizeeërs zeiden tegen elkaar: “Zie je dat ze helemaal niet naar ons luisteren? Kijk, de hele wereld loopt achter Hem aan!”

 

 

 

 

 

Jezus de graankorrel

 

20 Er waren ook een paar Grieken op weg naar het feest, om God te aanbidden. 21 Ze gingen naar Filippus die uit Betsaïda in Galilea kwam. Ze vroegen hem: “Heer, we zouden Jezus graag willen spreken.” 22 Filippus ging het tegen Andreas zeggen. Daarna gingen Andreas en Filippus het samen tegen Jezus zeggen. 23 Maar Jezus zei: “Binnenkort zal te zien zijn hoe machtig de Mensenzoon is. 24 Luister goed! Ik zeg jullie: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij gewoon één enkele graankorrel. Maar als de korrel in de aarde sterft, levert dat een grote oogst op. 25 Iemand die aan zijn leven vasthoudt, raakt het kwijt. Maar als hij niet geeft om zijn leven in deze wereld, zal hij het eeuwige leven krijgen. 26 Als iemand Mij wil dienen, moet hij Mij volgen. En waar Ik ben, zal ook hij zijn als mijn dienaar. Als iemand Mij dient, zal de Vader hem prijzen.”

 

 

 

 

 

Jezus vertelt over zijn dood

 

27 Jezus zei: “Ik ben bang en ongerust. Ik weet niet wat Ik moet zeggen. Moet Ik zeggen: ‘Vader, red Mij van wat er nu gaat gebeuren’? Maar Ik ben juist gekomen om door te maken wat er nu gebeuren gaat. Vader, laat uw macht zien!” 28 Toen zei een stem uit de hemel: “Ik heb mijn macht laten zien, en zal die nóg een keer laten zien.” 29 De grote groep mensen die daar stond en de stem hoorde, zei dat het de donder geweest was. Andere mensen zeiden: “Er heeft een engel tegen Hem gesproken.” 30 Jezus antwoordde: “Die stem was er niet voor Mij, maar voor jullie. 31 Nu wordt over de wereld rechtgesproken. Nu zal de heerser van deze wereld veroordeeld en verslagen worden. 32 En als Ik boven de aarde ben opgeheven, zal Ik alle mensen naar Mij toe trekken.” 33 Hij zei dit om uit te leggen op welke manier Hij zou sterven. 34 De grote groep mensen zei tegen Hem: “We hebben in de Boeken gelezen dat de Messias voor eeuwig blijft. Waarom zegt U dan dat de Mensenzoon opgeheven gaat worden? Wie is die Mensenzoon?” 35 Jezus antwoordde: “Het licht is nog maar korte tijd bij jullie. Loop zolang het nog licht is, zodat jullie niet door het donker worden verrast. Iemand die in het donker loopt, weet niet waar hij heen gaat. 36 Geloof dus in het licht, zolang het licht bij jullie is. Want dan horen jullie bij het licht.” Nadat Jezus dit had gezegd, ging Hij weg en verborg Zich voor de mensen.

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Jesaja’s profetie over Jezus

 

37 De mensen hadden met eigen ogen Jezus heel veel wonderen zien doen. Maar toch geloofden ze niet in Hem. 38 Zo werd werkelijkheid wat de profeet Jesaja van tevoren had gezegd: ‘Heer, wie gelooft wat hij van mij heeft gehoord? En wie heeft werkelijk begrepen hoe machtig de Heer is?’ 39 Ze konden niet geloven, omdat Jesaja ergens anders had gezegd: 40 ‘Ik heb hun ogen blind gemaakt en hun hart koppig gemaakt. Zo kunnen hun ogen het niet zien en kan hun hart het niet begrijpen. Daardoor zullen ze niet bij Mij terugkomen en zal Ik hen niet genezen.’ 41 Dit had Jesaja gezegd omdat hij tóen al had gezien hoe goed en machtig God is. Hij sprak toen over Jezus. 42 Toch waren er ook veel mensen die wél in Hem geloofden. Zelfs veel van de leiders. Maar ze durfden dat niet te laten merken, omdat ze bang waren voor de Farizeeërs. Ze waren bang dat die hen dan zouden verbieden om nog in de synagoge te komen. 43 Want ze vonden het belangrijker wat de mensen van hen dachten, dan wat God van hen dacht.

 

 

 

 

Jezus roept de mensen op in Hem te geloven

 

44 Jezus riep luid: “Als je in Mij gelooft, geloof je eigenlijk in Hem die Mij heeft gestuurd! 45 En als je Mij ziet, zie je Hem die Mij heeft gestuurd! 46 Ik ben gekomen om een lamp te zijn in deze wereld. Iedereen die in Mij gelooft, kan in het licht leven. Hij hoeft niet langer in het donker te blijven. 47 Als mensen horen wat Ik zeg maar het niet geloven, veroordeel Ik hen niet. Want Ik ben niet op aarde gekomen om mensen te veroordelen. Ik ben gekomen om mensen te redden. 48 Mensen die niets van Mij willen weten en niet naar Mij willen luisteren, zullen op de laatste dag veroordeeld worden door de woorden die Ik heb gezegd. 49 Want Ik heb niet namens Mijzelf gesproken, maar namens de Vader, die Mij heeft gestuurd. Hij heeft Mij gezegd wat Ik moet zeggen. 50 En Ik weet dat zijn woorden eeuwig leven geven. Wat Ik zeg, zeg Ik precies zoals de Vader wil dat Ik het zeg.”

 

 

geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De 70 jaarweken van Daniël 9

Standaard

categorie : religie

 

 

De 70 jaarweken van Daniël 9

 

 

Afbeelding-17-Zeventig-Jaarweken

 

Daniël (geboren ca. 622 v.Chr.) was een van de profeten die in de tijd van het Oude Testament het woord van God ontvingen en doorgaven. Hij schreef het naar hem genoemde bijbelboek Daniël. Zijn naam betekent ‘God is rechter’. Uit zijn boek komt naar voren dat God de heidense wereldrijken oordeelt. Het rijk van de Mensenzoon  zal het geheel van de rijken vernietigen. In het leven van Daniël zien we hoe God het einde van het Babylonische rijk beslist.

In Dan. 9 verschijnt de engel Gabriël aan Daniël, na zijn gebed om de verlossing van zijn volk, om hem de toekomstige dingen bekend te maken. Na 70 weken (jaarweken = 490 jaar) zal de Messias komen om de ongerechtigheid te verzoenen en een eeuwige gerechtigheid aan te brengen.

 De term jaarweek was een gebruikelijke Joodse term en betekent letterlijk zeven jaar. De term komt van Gods gebod in Leviticus 25:3-4 om een stuk land slechts voor zes jaar te bebouwen om het daarna een jaar rust (sabbatsjaar) te geven. Deze periode van zeven jaar werd bekend als een ‘jaarweek’ (Lev. 25:8). De profetie van Daniël 9 gaat dus om 70 x 7 = 490 jaar.Merk op dat deze profetie drie periodes omvat:

 

1. 7 jaarweken (49 jaren: tot de herbouw van Jeruzalem);
2. 62 jaarweken (434 jaren: vanaf de herbouw van Jeruzalem tot de komst van een Gezalfde, een vorst die vervolgens uitgeroeid wordt);
3. Laatste jaarweek (7 jaren, waarvan in de helft het offer wordt gestaakt en er een verwoesting komt).Toen de 7 + 62 jaarweken voorbij waren, kon Israël verwachten dat de Messias Zich bekend zou maken en uitgeroeid zou worden. De Joodse kalender telt 360 dagen en dus komen we op een totaal van 69 x 7 x 360 = 173.880 dagen.

 

Vers 25 vermeldt het beginpunt van de tijdrekening: “vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen”.

Dit bevel van de Perzische koning Arthahsasta vinden we in Nehemia 2. Deze koning liet dat decreet uitgaan op de eerste van de maand Nisan. Omgerekend naar onze Gregoriaanse kalender zou dat neerkomen op 14 maart 445 voor Christus. Precies 173.880 dagen vanaf deze dag zouden ons moeten brengen tot vlak voor de dood van de Messias.

Wanneer we tellen vanaf 14 maart 445 v. Chr. tot 6 april 32 na Chr., hebben we 477 jaar en 24 dagen en komen we dus niet goed uit. We moeten echter één jaar in mindering brengen omdat er slechts één jaar verstrijkt tussen het jaar 1 voor Christus en het jaar 1 na Christus. Dit maakt 476 jaar en 24 dagen of 173.764 dagen. Dan moeten we 119 dagen toevoegen voor de 119 schrikkeljaren in deze 476 jaar (476 gedeeld door 4). Nu hebben we 173.883 dagen.

Er is echter een kleine onnauwkeurigheid in de Juliaanse kalender ( ten tijde van Julius Caesar ) wanneer we die met een zonnejaar vergelijken. Een Juliaans jaar is 1/128ste van een dag langer dan een Joods zonnejaar. Wanneer we 476 jaar vermenigvuldigen met 1/128, krijgen we drie dagen. Deze drie dagen afgetrokken van onze 173.883 dagen, komen we op 173.880 dagen die ons brengen op ‘Palmzondag’, 6 april 32 na Chr.

God voorzegde op de dag nauwkeurig wanneer de Messias, rijdend op een ezelinnejong (Zach. 9:9) Zichzelf zou bekendmaken als Messias en Koning van Israël (Matt. 21:1-11 en Lucas 19:28-44).  Het is deze dag die de profetie van Daniël 9 exact had voorzegd en waarop binnen enkele dagen Jezus’ kruisiging volgde.

 

 

 

De 70 jaarweken uitgebreid

 

De profetie van de zeventig weken in Daniël 9 wordt wel de ruggengraat van de profetie genoemd. Zij geeft Daniël een geweldig overzicht over de toekomstige gebeurtenissen voor zijn volk Israël.

 

De zeventig weken

 

Vanaf vers 24 van Daniël 9 zien we de profetie over de zeventig weken beschreven. Zeventig weken zullen voorbijgaan en dan zal het volledige herstel van Israël plaatsvinden.

″Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en de profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven. Weet dan, en versta: van dat het woord uitging, om te doen weerkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen weer gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.

En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn; en een volk van de vorst, dat komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vast besloten verwoestingen. En hij zal velen het verbond versterken, één week; en op de helft van de week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vast besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste” (Dan. 9:24-27).

Let op hoe volkomen dat herstel zal zijn. Dit herstel gaat veel verder dan de herbouw van de tempel en de stad Jeruzalem. Dit herstel spreekt over de tijd van het Vrederijk, waarin de Heere Jezus koning zal zijn over en te midden van Zijn volk. Dat zal alles plaatsvinden onder het nieuwe verbond, dat in eerste instantie voor Israël bedoeld was (Jer. 31).

Gabriël legt Daniël uit dat er “zeventig weken zijn bepaald over uw volk, en over uw heilige stad”, voordat dit alles kan gebeuren. Na zeventig weken zal er een einde komen aan het lijden van Israël. Als we het tekstgedeelte goed lezen, zien we dat het volgende zal gaan gebeuren:

 

 

Tijd Gebeurtenissen Vs
Na 7+62 = 69 weken Uitroeiing van de Messias-Koning 25, 26
de laatste week een zeer moeilijke week 27
Na 70 weken Totale verlossing en eeuwige gerechtigheid voor Israël 24

 

 

 

1. Jaarsabbatten

 

Voor ons westerlingen mag een periode van zeven jaar een handig rekentrucje lijken, maar een Jood zal deze periode direct herkennen. Het betreft namelijk de zogenaamde jaarsabbatten  of jaarweken waarover we lezen in Leviticus 25:

″Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn. Daarna zult gij in de zevende maand, op de tiende van de maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op de verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land. En gij zult dat vijftigste jaar heiligen, en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn; en gij zult weerkeren een ieder tot zijn bezittingen, en zult weerkeren een ieder tot zijn geslacht” (Lev. 25: 8-10).

 

We kennen allemaal de sabbat, waarop de mens na 6 dagen te hebben gewerkt, mocht uitrusten en herstellen van het werk. Door de Joden werd elke week uitgekeken naar de sabbat, die in huiselijke kring echt werd gevierd. Men begroette elkaar met het zingen van het Shalom alechem.

De sabbat verwijst naar de rust van het Vrederijk en de daaropvolgende eeuwige heerlijkheid, die het volk Israël eens zal binnengaan. Sterker nog gold dit voor het sabbatsjaar (elke 7 jaar) waarin het land moest rusten van zes jaren oogst. In het zevende jaar mocht niet geoogst en ook niet gezaaid worden (Lev. 25:3,4).

Het spreekt vanzelf dat het hele Joodse leven afgestemd was op dit denken in zeven jaren. Tenminste in de perioden dat zij zich aan deze voorschriften gehouden hebben.  Zowel de sabbat als het sabbatsjaar verwijzen naar de rust die Israël daarin zal binnengaan (vgl. Hebr. 4:1-11) en die het einde van de slavernij van het volk zal betekenen.

Ook lazen we over het jubeljaar, het jaar na zeven jaarweken (7×7=49 jaar), waarin ook nog eens alle verkochte bezittingen teruggeven moesten worden (zie Lev. 25:8-23). Met recht heette dat een jubeljaar. Het werd ingeluid met bazuingeschal op de grote verzoendag. Hier zien we het geestelijke herstel (verzoening van de zonden) samenvloeien met het materiële herstel (van grond en bezittingen).

De Israëlieten waren dus volkomen gewend te rekenen in perioden van zeven jaar, omdat die nauw verweven waren met hun godsdienst, hun economie en hun sociale leven. Er was voor Daniël dus niets vreemds aan de perioden van zeven jaar waar Gabriël over sprak.

 

 

 

Waarom deze 70 en 490 jaren?

 

De zeventig jaren ballingschap in Babel waren een vergoeding voor de zeventig sabbatsjaren die het volk niet gehouden had. Dit wil zeggen dat de Israëlieten blijkbaar gedurende een periode van 70×7=490 jaren de wetten van God, waaronder deze sabbats- en jubeljaren niet gehouden hadden. En dat is precies de tijd in onze profetie die Israël moet wachten op het definitieve herstel.

Aan het eind van de 70 jaar ballingschap vond er een verootmoediging plaats, onder andere door Daniël, waarop de eerste terugkeer naar het land volgde. Maar van een werkelijke bekering mogen we niet spreken. Het was nog maar een gedeeltelijk herstel, het gebeurde ″in benauwdheid der tijden″ (Dan. 9:25).

Na nog eens 490 jaar zal Israël werkelijk tot bekering komen en roepen om haar Messias, de Here Jezus. Dan zal er een definitief einde komen aan haar lijden en zal het herstel volkomen zijn.

 

 

 

Begin en eind van de 483 jaren

 

De profetie in Daniël 9 zegt precies wanneer de zeventig jaarweken zullen ingaan, namelijk:

 

″van dat het woord uitging, om te doen weerkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, de Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken” (vs. 25).

 

Er zijn argumenten om aan te nemen dat de brieven van Artachsasta (Neh. 2) als ′het bevel′ moeten worden gezien. Het bevel werd gegeven door de Perzische koning Arthahsast om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen. In dat decreet wordt de stad Jeruzalem duidelijk genoemd en als gevolg daarvan worden de muren herbouwd.
Het einde van de 69 jaarweken is duidelijker. “tot op Messias, de Vorst” kan alleen duiden op Jezus Christus.

Niemand anders komt in aanmerking om in deze cruciale profetie die rol te vervullen. De meeste uitleggers nemen aan dat het om de kruisiging gaat, sommigen nemen de doop van de Heere Jezus als eindpunt van de 69 jaarweken.

 

Een tijdssprong

 

Datgene wat we in Daniël 9 lezen over die laatste jaarweek, heeft in de geschiedenis nooit plaatsgevonden. De uitspraak van de Heere Jezus in Mattheüs 24:15 geeft aan dat deze profetie in Zijn tijd nog niet vervuld was, maar nog vervuld moest worden. Al met al is er voldoende bewijs om te concluderen dat deze laatste jaarweek nog toekomst is.

Als na de 69e jaarweek de Heere Jezus wordt gekruisigd, zet God de tijdrekening stil. Israël heeft haar Messias verworpen en wordt tijdelijk terzijde gesteld. Wanneer zij Hem niet verworpen zou hebben, zouden de gebeurtenissen van deze laatste jaarweek vermoedelijk direct of binnen veel kortere tijd hebben plaatsgevonden.

Zo’n tijdsprong is in de Bijbelse profetie niet iets abnormaals. We zien zoiets ook in Lukas 4:18 als de Heere Jezus in de synagoge van Nazareth voorleest uit de profeet Jesaja:

 

“De Geest des Heeren [is] op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart” (vgl. Jes. 61:1).

 

Hij stopt hier en geeft aan dat dit woord tot vervulling is gekomen. De rest van de profetie, die slaat op het Vrederijk, spreekt Hij niet uit omdat die nog niet aan de orde was. Eerst moest Hij aangenomen worden als de Messias. Ook hier zien we dat de tijdklok wordt stilgezet over een periode die intussen een kleine tweeduizend jaar heeft geduurd. Het gaat trouwens om dezelfde periode. Na de laatste jaarweek zal voor Israël het herstel van Jesaja 61:2  aanbreken.

 

 

 

2. De indeling van de laatste jaarweek

 

Een tweede argument voor de 490 jaren vinden we in de laatste jaarweek. De laatste jaarweek duurt zeven jaar en valt volgens Daniël 9:27 uiteen in twee perioden van drieënhalf jaar. Deze twee perioden van drieënhalf jaar zijn ook elders in de Bijbel terug te vinden. Hier enkele belangrijkste teksten :

  • “En van die tijd af, dat het gedurig offer zal weggenomen, en de verwoestende gruwel zal gesteld zijn, zullen zijn duizend tweehonderd en negentig dagen. Welgelukzalig is hij, die verwacht en raakt tot duizend driehonderd vijf en dertig dagen(Dan. 12:11, 12).
  • “En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar door God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voedenduizend tweehonderd zestig dagen(Openb. 12:6).
  • “En laat de voorhof uit, die van buiten den tempel is, en meet die niet, want hij is de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden. En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed” (Openb. 11:2, 3).
  • “En aan de vrouw zijn gegeven twee vleugels van een grote arend, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd, en tijden, en een halve tijd, buiten het gezicht der slang” (Openb. 12:14).
  • “En het werd een mond gegeven, om grote dingen en godslasteringen te spreken; en het werd macht gegeven, om zulks te doen, twee en veertig maanden(Openb. 13:5).

 

Lees de bovenstaande teksten vooral in hun verband om een goed inzicht te krijgen in de gebeurtenissen van die laatste jaarweek. We zetten de beschrijvingen van een halve jaarweek nog eens op een rijtje:

 

 

hoofdstuk 11 van de Openbaring ; Gods tempel en de zevende bazuin

hoofdstuk 11 van de Openbaring ; Gods tempel en de zevende bazuin

 

 

 

hoofdstuk 12 van de Openbaring ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

hoofdstuk 12 van de Openbaring ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

 

 

 

hoofdstuk 13 van de Openbaring ; de komst van de antichrist en de valse profeet

hoofdstuk 13 van de Openbaring ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

 

pasteltekeningen van John Astria

 

 

 

Benaming Te vinden in
een halve week Dan. 9:27
1260, 1290, 1335 of 1350 dagen*) Openb. 11:2, 3; Dan. 12:11, 12
42 maanden Openb. 11:2, 3; Openb. 13:5
Een tijd, tijden en een halve tijd Dan. 7:25; Dan. 12:7; Openb. 12:6, 14
*) Bij de perioden van 1290 en 1350 dagen gaat het om gebeurtenissen die vlak voor of vlak na de halve week plaatsvinden.

 

Let op de profetie over de vrouw en het kind in Openbaring 12. Daarin wordt dezelfde gebeurtenis twee keer beschreven. In vers 6 staat dat de vrouw “42 maanden” in de woestijn zal zijn. In vers 14 staat dat de vrouw “een tijd, en tijden, en een halve tijd” in de woestijn zal zijn. Hiermee is duidelijk wat de bijna cryptische omschrijving “een tijd, tijden en een halve tijd” betekent, namelijk drieënhalf jaar. Deze vrouw is een deel van het volk Israël, dat gedurende de tweede helft van de laatste jaarweek door God in de woestijn verborgen wordt gehouden.

 

 

 

3. De gebeurtenissen van de laatste jaarweek

 

Een derde bewijs voor de lengte van de zeventig jaarweken vinden we onder andere in Mattheüs 24.

“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats;  Dat alsdan, die in Judea zijn, vluchten op de bergen; Die op het dak is, kome niet af, om iets uit zijn huis weg te nemen; En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn klederen weg te nemen. Maar wee de bevruchte, en de zogende vrouwen in die dagen! Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat. Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal” (Matt. 24:15-21).

We zien in Mattheüs 24:15 opnieuw “de gruwel der verwoesting” van onze tekst in Daniël 9:27. De Heere zegt hier Zelf dat de gebeurtenissen van de laatste jaarweek nog toekomst zijn. Hij vertelt ons in Mattheüs 24:15  uitgebreid wat er in die tweede helft van de laatste jaarweek zal gebeuren. De oprichting van “de gruwel der verwoesting” luidt een periode in van grote verdrukking en deze periode zal drieënhalf jaar duren. Oftewel: De tweede helft van de laatste jaarweek zal voor Israël en de wereld een periode van ongekende grote verdrukking zijn. We noemen die laatste drieënhalf jaar dan ook wel ‘de Grote Verdrukking’.

 

 

 

De Grote Verdrukking

 

Als we goed kijken naar de gebeurtenissen van de laatste jaarweek in Daniël 9:27, dan zie we dat ze exact passen bij de Grote Verdrukking, zoals beschreven in bijvoorbeeld Mattheüs 24, 2 Tessalonicenzen 2 en het boek Openbaring.

De “vorst die komen zal” duidt op de komst van de antichrist die zeer wreed, allesoverheersend en verwoestend zal zijn. Deze antichrist zien we beschreven in 2 Tessalonicenzen 2:1-12 en natuurlijk in Openbaring 13.

De “gruwelijken vleugel” vinden we terug in Mattheüs 24:
“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats; Dat alsdan, die in Judea zijn, vluchten op de bergen” (Matt. 24:15, 16).

Halverwege de laatste jaarweek van Daniël, aan het begin van de Grote Verdrukking, zal er in de herbouwde tempel een gruwel (smerig voorwerp van afgoderij) worden opgericht. De oprichting van deze gruwel zal de emmer doen overlopen en de verwoesting van de Grote Verdrukking inluiden.

Dit zal niet zomaar een ontwijding van de tempel zijn, zoals eerder is gebeurd, maar het zal een ongekende provocatie zijn aan het adres van de Heere God. Vandaar ook dat dit voor de Joden hét sein zal zijn om te vluchten naar de bergen (Matt. 24:16).

Er zal een “verwoester” komen. We lezen in Openbaring 9:1-11 over een sprinkhanenplaag die aan het begin van de Grote Verdrukking zal opkomen uit de afgrond. Vermoedelijk zijn dit demonen die de gedaante van buitenaardse monsters hebben aangenomen. Zij zullen de mensen zo pijnigen, dat ze de dood zullen zoeken, maar ze zullen hem niet vinden. We lezen: “En zij hadden over zich tot een koning de engel van de afgrond; zijn naam was in het Hebreeuws Abaddon, en in de Griekse taal had hij de naam Apollyon” (Openb. 9:11).

 

 

Openbaring 9 van de Openbaring : de 5de en 6de bazuin

Openbaring 9 van de Openbaring : de 5de en 6de bazuin

 

pasteltekening van John Astria

 

 

De naam Abaddon/Apollyon betekent verwoesting. De verwoesting die hij brengt, is het gevolg van ongeloof. Israël gaat een grote verwoesting tegemoet, totdat het zal roepen om haar Messias, de Heere Jezus, Die met deze verwoester af zal rekenen. Deze zal dan zelf verwoest worden (Jes. 33:1).

Dat Israël met de antichrist “een verbond” zal sluiten, is niets nieuws. Israël sloot in het verleden verbonden met Babel, Assyrië en Egypte. Ook in onze tijd zoekt Israël de oplossing voor haar veiligheid in aardse vredesverdragen. Er komt een tijd dat het volk zo in het nauw komt, dat het een verbond zal sluiten met haar grootste vijand, de antichrist.

Hij zal in de periode van de laatste jaarweek dit verbond waar maken. Hij zal Israël verraden. In Jesaja 28:14-22 noemt de Heere dit verbond het ″verbond met de dood″ en het ″verdrag met het dodenrijk″. In Johannes 5:43 zien we dat ook dit dieptepunt in Israëls geschiedenis nog toekomst is: “Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen”.

We zien dat ook de beschrijving van de laatste jaarweek volledig past bij de Nieuwtestamentische gegevens over de Grote Verdrukking en de regering van de antichrist. Vanwege al bovenstaande argumenten is er maar één conclusie mogelijk: de zeventig weken zijn zeventig jaarweken, zeventig perioden van zeven jaar, waarvan de laatste week van zeven jaar nog toekomst is.

 

 

 

De betekenis voor ons

 

Heel wat gelovigen van vandaag gaan liever met een grote boog om de oordeelsprofetieën heen. Zij willen zich wel bezig houden met Gods beloften van herstel en zegen, maar houden krampachtig een bijbels onderwerp als ‘de Grote Verdrukking’ buiten hun gezichtsveld.

2 Timotheus 3:16 leert: “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing”.

‘Al de Schrift’, dus ook deze passages in de Schrift over de enorme crisis die Israël en de volken nog te wachten staat. Laten we ons overigens ook niet rijk rekenen met de gedachte dat alle verdrukking aan ons voorbij zal gaan. Petrus roept de gelovigen op: “Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame” (1 Petr. 4:12 NBG) en Paulus leert: “allen, die godzalig willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden” (2 Tim. 3:12).

De profetieën vertellen ons onder andere waar satan naar toewerkt, zodat we gewaarschuwd zijn en nee kunnen zeggen tegen de verleidingen die hij vandaag op onze weg brengt.Ook de waarschuwing van Johannes aan het eind van Openbaring om niets aan de profetie toe te voegen of af te doen spreekt voor zichzelf (22:18,19).

Het profetische Woord, niet alleen de rijke beloften, maar ook de oordelen van onder andere deze laatste jaarweek en de Grote Verdrukking, zijn aan ons gegeven om ons te waarschuwen, om ons wakker te houden, om ons inzicht te geven wat betreft de dingen die om ons heen gebeuren, zodat we onze keuzes kunnen maken. Een christen die het profetische Woord niet bestudeert, tast in het duister en wordt een gemakkelijk prooi voor satan.

In evangelische kringen zijn we in hoog tempo de kennis van de profetieën aan het verliezen. Velen prediken een aardse toekomst van glorie en heerschappij voor de kerk, van vrede op aarde, terwijl de Bijbel juist het tegenovergestelde leert. In plaats van de mensen op te roepen om zich te bekeren voordat de oordelen van God komen, spreekt men meer en meer over ‘meedoen aan het vredesplan dat de wereld positief kan veranderen’.

Het zijn moderne dwaalleraren die een oude boodschap verkondigen: “Vrede, vrede”, terwijl er geen vrede komt, maar het oordeel (Jer. 6:14). Het is niet onmogelijk dat deze predikers zichzelf, misschien zonder het te weten of te willen, hiermee tot wapendragers van de antichrist hebben gemaakt. Want deze laatste zal Israël en de wereld verleiden door hen een valse vrede voor te houden. Dat valse verbond zal de laatste jaarweek van Daniël 9:27 inluiden, drieënhalf jaar later gevolgd door de Grote Verdrukking.

 

 

 

Israël opnieuw geofferd

 

Deze visie is uiterst gevaarlijk. Niet alleen omdat het licht van het profetische woord opnieuw wordt verduisterd, net als de vervangingstheologie dit eeuwen door heeft gedaan, maar ook omdat er bij deze theologie van de nieuwe wereldvrede (de ‘dromen van God’ zoals men het vaak noemt )geen sprake is van enige visie op Israël. De toekomst van het herstelde Israël, waar de profeten veel over spreken, wordt klakkeloos toegepast op de kerk.

De kerk zou een leidende rol moeten innemen in de verbetering, maar over het toekomstig vrederijk, waarin juist Israël onder Koning Jezus aan het hoofd van de naties zal staan, als ook over de Grote Verdrukking die aan dit Bijbelse vrederijk vooraf zal gaan, zwijgen zij.

Naamchristenen van deze tijd laten zich gebruiken als wegbereiders voor de grote Haman van de toekomst: de antichrist. Laten wij ons er verre van houden en ons uitstrekken naar het ‘klare inzicht’ dat Daniël ontving (Dan. 9:23b), dat ook ons licht geeft in de duistere wereld waarin wij leven.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

 

 

 

De Messiaanse profetie

Standaard

categorie : religie

.

.

 

De Messiaanse Profetie

 

Messiaanse profetie is de verzameling van meer dan 100 voorspellingen in het Oude Testament over de toekomstige Messias van het Joodse volk. Deze voorspellingen werden door diverse schrijvers opgeschreven in een periode van ongeveer 1,000 jaar. Tegenwoordig is de Messiaanse profetie zeer treffend. Vanwege de ontdekking van de Dode Zee Rollen en de betrouwbaarheid van de Septuagint versie van het Oude Testament kun je er zeker van zijn dat deze voorspellingen echt werden gedaan.

 

 

daniel1

 

.

Vervulling door Jezus Christus

 

De Messiaanse profetie werd door de Messias, Jezus Christus, vervuld. Het Christendom, dat gebaseerd is op de vervulling van  een historische profetie, verspreidde zich snel tijdens het Romeinse Rijk van de 1e eeuw. Wat zei christus zelf : Hij zei tegen hen: “Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.”( Lucas 24:44 )

De verzen in het Oude Testament zijn de profetie; de verzen in het Nieuwe Testament verkondigen de vervulling.

  • Geboren uit een maagd (Jesaja 7:14; Matteüs 1:21-23)
  • Een afstammeling van Abraham (Genesis 12:1-3; 22:18; Matteüs 1:1; Galaten 3:16)
  • Van de stam van Juda (Genesis 49:10; Lucas 3:23, 33; Hebreeën 7:14)
  • Van het huis van David (2 Samuël 7:12-16; Matteüs 1:1)
  • Geboren in Betlehem (Micha 5:2, Matteüs 2:1; Lucas 2:4-7)
  • Naar Egypte meegenomen (Hosea 11:1; Matteüs 2:14-15)
  • Het doden van de baby’s door Herodus (Jeremia 31:15; Matteüs 2:16-18)
  • Gezalfd door de Heilige Geest (Jesaja 11:2; Matteüs 3:16-17)
  • Aangekondigd door de boodschapper van de Heer (Johannes de Doper) (Jesaja 40:3-5; Maleachi 3:1; Matteüs 3:1-3)
  • Zou wonderen verrichten (Jesaja 35:5-6; Matteüs 9:35)
  • Zou goed nieuws prediken (Jesaja 61:1; Lucas 4:14-21)
  • Zou in Galilea prediken (Jesaja 9:1; Matteüs 4:12-16)
  • Zou de Tempel zuiveren (Maleachi 3:1; Matteüs 21:12-13)
  • Zou Zichzelf 173880 dagen, na de verordening om Jeruzalem te herbouwen, als koning presenteren (Daniël 9:25; Matteüs 21:4-11)
  • Zou Jeruzalem als koning op een ezel binnengaan (Zacharia 9:9; Matteüs 21:4-9)
  •  Zou door de Joden worden afgewezen (Psalm 118:22; I Petrus 2:7)

 

Stierf een vernederende dood (Psalm 22; Jesaja 53) met hierbij:

  • afwijzing (Jesaja 53:3; Johannes 1:10-11; 7:5,48)
  • verraden door een vriend (Psalm 41:9; Lucas 22:3-4; Johannes 13:18)
  • verkocht voor 30 zilverstukken (Zacharia 11:12; Matteüs 26:14-15)
  • zweeg tegen Zijn aanklagers (Jesaja 53:7; Matteüs 27:12-14)
  • werd bespot (Psalm 22: 7-8; Matteüs 27:31)
  • geslagen (Jesaja 52:14; Matteüs 27:26)
  • bespuugd (Jesaja 50:6; Matteüs 27:30)
  • Zijn handen en voeten werden doorboord (Psalm 22:16; Matteüs 27:31)
  • werd met dieven gekruisigd (Jesaja 53:12; Matteüs 27:38)
  • bad voor Zijn vervolgers (Jesaja 53:12; Lucas 23:34)
  • Zijn zij werd doorboord (Zacharia 12:10; Johannes 19:34)
  • kreeg gal en azijn te drinken (Psalm 69:21, Matteüs 27:34, Lucas 23:36)
  • geen gebroken botten (Psalm 34:20; Johannes 19:32-36)
  • begraven in de graftombe van een rijk mens (Jesaja 53:9; Matteüs 27:57-60)
  • er werd om Zijn kleren geloot (Psalm 22:18; Johannes 19:23-24)
  • Zou uit de dood opstaan (Psalm 16:10; Marcus 16:6; Handelingen 2:31)
  • Steeg op naar de Hemel (Psalm 68:18; Handelingen 1:9)
  •  Zou aan de rechterhand van God zitten (Psalm 110:1; Hebreeën 1:3)

 

 

Messiaanse Profetie – Wat Zijn de Kansen op Vervulling Zonder God?

 

Messiaanse Profetie is zo krachtig vanwege de kleine statistische kans dat één enkele man elk van de voorspellingen zou kunnen vervullen. Als we slechts zeven van de meer specifieke profetieën in het Oude Testament zouden analyseren, die later in de Persoon van Jezus Christus werden vervuld, dan staan we versteld vanwege de statistische onmogelijkheid van een dergelijke historische realiteit. Ter illustratie hebben we enkele conservatieve kansen naast de vervulde profetieën gezet.

 

 

Messiaanse Profetie Kans zonder God
Jezus zou van David afstammen 104 (1 op 10,000)
Jezus zou in Betlehem geboren worden 105 (1 op 100,000)
Jezus zou wonderen verrichten 105 (1 op 100,000)
Jezus zou zichzelf op een ezel als Koning presenteren 106 (1 op 1,000,000)
Jezus zou door een vriend voor 30 zilverstukken worden verraden 106 (1 op 1,000,000)
Jezus zou gekruisigd worden 106 (1 op 1,000,000)
Jezus zou zichzelf 173,880 dagen na de verordening van Artaxerxes om Jeruzalem te herbouwen als koning presenteren 106 (1 op 1,000,000)
Totale Kans 1038 (1 op 100 miljard miljard miljard miljard)

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA