Tagarchief: filosoof

Socrates ; grondlegger van de filosofie

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

“Ik weet maar één ding en dat is dat ik niets weet.” Hij wordt gezien als één van de grondleggers van de westerse filosofie. Hij denkt veel na over ethische kwesties en uit felle kritiek op de Atheense maatschappij. De Atheense leiders zien hem als een gevaar en dwingen hem om zelfmoord te plegen. Socrates werd vermoedelijk geboren op 4 juni 470 voor Christus.

 

 

Portrait Herm of

 

 

Er zijn weinig details over Socrates beschreven. In de meeste werken over hem ontbreken jaartallen. Het leven van Socrates is dus deels een mysterie, en alles wat over hem is geschreven komt van zijn vrienden en volgelingen. Socrates werd geboren in Athene als de zoon van steenhouwer Sophroniscus en zijn vrouw Phaenarete. Hij trouwde op late leeftijd met Xanthippe, een meisje naar verluidt 40 jaar jonger was dan hij. Samen kregen ze drie zoons, Lamprocles, Sophroniscus en Menexenus.

Aanvankelijk nam Socrates het beroep van zijn vader over, maar hij ging al snel in het Atheense leger dienen waarin hij vocht tijdens de Peloponnesische oorlogen (431 v.C.-404 v.C.). Socrates filosofeerde over het leven maar vooral over goedheid en gerechtigheid. Hij probeerde probleemstellingen te beantwoorden door ze af te breken tot een reeks vragen. Het was zijn gewoonte om alles in twijfel te trekken.

Toen een andere filosoof tegen Socrates zei dat hij twijfelde aan een theorie van hem, antwoordde Socrates: “Ik weet dat je me niet gelooft, maar het beste dat een mens kan doen is te twijfelen aan zichzelf en anderen.” De bekendste filosofische uitspraak van Socrates was dan ook: “Ik weet maar één ding en dat is dat ik niets weet.” Hij had een grote schare aan leerlingen en volgelingen. Onder hen was ook Plato, die zelf eveneens een belangrijk filosoof zou worden.

Socrates onderwees zijn leerlingen over zijn filosofische visie en haalde zich daarbij de woede van de Atheense bovenklasse op de hals. Socrates was een uitgesproken atheïst en hij deelde zijn denkbeelden met veel van de Atheense jongeren. Al snel was de maat vol voor veel Atheners. Socrates werd aangeklaagd voor het corrumperen van de Atheense jeugd en voor ongelovigheid. Hij werd veroordeeld tot de dood. Socrates dronk een mengsel van de giftige plant conium, waaraan hij in 399 voor Christus overleed.

 

 

Conium maculatum - Köhler–s Medizinal-Pflanzen-191.jpg       conium ; gevlekte scheerling

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

  Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

De leer gevestigd op de boom des levens

Standaard

categorie : religie

.

.

Naar de levensboom

Pasteltekening van John Astria

.

.

Vervangingsleer of door Jezus geënt op de boom des levens

.

De filosoof Jean-Jacques Rousseau zei ooit dat er voor alles een vervanging is. Dat is niet juist, want niet voor alles is er een gelijkwaardige vervanging. Zo is er bijvoorbeeld voor het leven geen enkele vervanging. Daarom is vervanging veelal een surrogaat en kan het niet het echte vervangen.

.

.

Zo kan ook het volk dat door God uitgekozen is, niet worden vervangen door andere volken. De HERE Zelf verklaart:

.

“Want u bent een volk dat aan de HERE, uw God, is
gewijd. U bent door Hem uitgekozen om, anders dan
alle andere volken op aarde, zijn kostbaar bezit te zijn.”
Deuteronomium 7:6

.

Izaäk is de vader van Jakob, die later van de HERE de naam Israël (strijder van God) kreeg. Zo wordt het verbond dat God in Genesis 15:18 met Abraham gesloten heeft, overgedragen aan Jakob / Israël. Dit verbond is een onverbrekelijk en eeuwig verbond, want

.

“Net zo min als Ik van plan ben de natuurwetten te
veranderen, zal Ik ook mijn volk Israël niet verstoten!”

Jeremia 31:36-37

.

Met andere woorden, Gods verbond met Israël blijft geldig en is eeuwigdurend, ook als Israël faalt in Gods bedoeling. Dat bekrachtigt de apostel Paulus:

.

“De Israëlieten zijn door God aangenomen als Zijn zonen.
Zij hebben gezien hoe groot en machtig Hij is. Zij weten
welk verbond Hij met hen heeft gesloten. God heeft hun
verteld hoe zij moeten leven en Hem kunnen dienen. Zij
weten welke beloften Hij aan hun voorouders heeft gedaan.
En het grootste van al: Christus is, naar de mens gesproken,
uit hen voortgekomen. Christus, Die boven alles staat.
Alle lof en eer is daarom voor God, voor altijd! Amen.”

Romeinen 9:4-5

.

.

Vervangingsleer

.

Maar de vervangingstheologie die zich in de 2000 jaar van de kerkgeschiedenis door het christendom heeft verspreidt, is het hier uitermate mee oneens. Deze vervangingsleer gaat terug op niet-Joodse kerkvaders, die een uit Rome stammende theologie vertegenwoordig(d)en. Deze theologie stelt dat het verbond niet meer geld, noch langer ter zake doet in Gods heilplan.

.

In het jaar 70 werd Jeruzalem door de Romeinen verwoest. In de kerk werd de val van de stad en tempel (terecht) beschouwd als vervulling van de woorden van Jezus, waarin hij de ondergang van de stad had voorzegd. Daarnaast zocht men naar een verklaring voor deze val en al gauw werd het als teken van straf voor het volk van Israël gezien.

.

Voor wat werd het gestraft? Voor haar aandeel in de kruisiging van Jezus? Israël had tenslotte haar Messias verworpen. En daaruit volgend waren de beloften “logischerwijze” niet langer meer voor het Joodse volk, en “moesten de beloften wel overgegaan zijn op de heidenen”.

Dat dit geenszins het geval is, maar veeleer een aanvulling op Gods heilsplan.

Maar de volgende (en blijkens fatale) stap was de conclusie die daaruit getrokken werd: als Israël Jezus als Messias verworpen had, dan moest God op zijn beurt nu Israël “wel definitief verworpen hebben”. Maar Israël was toch het volk van het verbond? Zeker! Wat had God dan met het verbond gedaan als het eeuwigdurend zou zijn? Het zou als nieuw verbond op de kerk ‘uit de volken’ “moeten” zijn overgegaan. De kerk was ‘het nieuwe geestelijke Israël’ geworden.

.

De kerk had, volgens haar leer, dus de plaats van Israël als verbondsvolk ingenomen. Dat dit, volgens Gods heilsplan, overduidelijk niet het geval is, deed (en nog steeds doet) schijnbaar aan de beleving niets af. In plaats van dankbaar te zijn voor het plan dat God met ons heidenen voor had, claimde de kerk het alleen- en erfrecht van dit plan op.

Zo is de onzalige onheils brengende vervangingstheologie ontstaan. Onder meer om die reden wordt Israël vandaag ook door vele kerkelijke stromingen politiek bestreden en geboycot. Want de Joodse staat wordt niet erkend, mag niet bestaan, omdat met de wederopstanding van het oude Israël de vervangingstheologie zijn bestaansrecht verliest. Immers, het voor eeuwig verworpen Joodse volk kan toch nooit meer naar Sion terugkeren!? Laat staan op instigatie van de HERE zelf!

Pas na de Tweede Wereldoorlog, toen Israël weer een soevereine staat werd, ging men binnen de kerken, langzaamaan, anders denken over het Joodse volk. Overigens maakten lang niet alle kerken zich schuldig aan deze gedachtegang. Met name binnen de meer ‘evangelisch’ gerichte kringen werd al reeds ruim vóór de stichting van de staat Israël anders gedacht over deze zaken. Een bekend voorbeeld hiervan, in Nederland, is de evangelist Johannes de Heer. Maar ook anderen hingen, op basis van hun interpretatie van de Bijbel deze gedachte aan.

.

Niet de Holocaust was de oorzaak voor de wedergeboorte van Israël als staat, zoals telkens opnieuw wordt beweerd, maar het onverbrekelijke verbond dat God onder ede met zijn volk Israël heeft gesloten. Exact zoals de Here zijn volk beloofd heeft in Zijn woord:

.

Zo zegt de HERE HERE: Zie, Ik zal mijn hand opheffen
tot de volken en mijn banier omhoog heffen voor de natiën;
in hun armen zullen zij uw zonen brengen, en uw dochters
zullen op de schouder gedragen worden.

Jesaja 49: 22

dan zal de HERE, uw God, u uit uw gevangenschap redden.
Hij zal u genade schenken, naar u toekomen en u bijeen-
brengen uit alle volken waaronder Hij u heeft verspreid.
Ook al zou u zich in de verste uithoeken van het heelal
bevinden, Hij zal u vinden en terugbrengen naar het land
van uw voorouders!

Deuteronomium 30:3-4

Ikzelf zal het overblijfsel van mijn kudde bijeenhalen uit al de
landen waarheen Ik het heb gestuurd en het laten terugkeren
naar zijn weiden, waar het vruchtbaar zal zijn en uitgroeien.

Jeremia 23:3

Zo waar de HERE leeft, Die de Israëlieten naar hun eigen
land terugbracht vanuit alle landen waarheen Hij
hen had verbannen.
Jeremia 23:8

.

Nazatenschap Abraham

.

Door geloof kan iedereen een geestelijk nazaat van Abraham worden, maar dat sluit het fysieke zoonschap van het Joodse volk niet uit. Israël, dat wil zeggen de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob hadden, hebben en zullen een belangrijke plaats innemen in het historische plan van God. Waarom? Omdat de HERE zelf Zijn naam aan het volk van Israël verbonden heeft.

Het is zodoende niet zo dat elke Israëliet behouden is of behouden zal worden.

.

In tegenstelling tot alle andere volkeren heeft God het volk van Israël aangewezen en uitgekozen voor Zijn heilsplan.

Vanuit dit volk is de Messias, Jezus van Nazareth, op de wereld gekomen; in hun gebied, dat wil zeggen binnen de grenzen van het land Kanaän, vond de eerste komst van Jezus plaats en zal ook zijn tweede komst plaatsvinden.

.

Gods plan met Israël

.

Gods plan met Israël is altijd afhankelijk geweest van Zijn initiatief en verkiezing en van Israëls respons als een rechtvaardig volk (Deuteronomium 7). Als Israël een rechtvaardige relatie heeft met God, belooft Hij dat Hij het overvloedig zal zegenen (Leviticus 26:1-13; Deuteronomium 28:15-68). Maar als het volk opstandig is, belooft God het tucht (dit is niet hetzelfde als afwijzing) (Leviticus 26:1-13; Deuteronomium 28:1-14).

.

De uiterste tuchtmaatregel was het verstrooien van het volk over verschillende volken, met de belofte dat het volk eenmaal weer samengebracht zal worden, zodat God uiteindelijk tot zijn doel komt. Deuteronomium 30.

Door Ezechiël bevestigt God zijn doel met Israël. Alleen al in hoofdstuk 36, waarin verwezen wordt naar het herstel van Israël, wordt God veertien keer beschreven als de “HERE HERE”, die twee en twintig maal “zegt” dat Hij het zal doen. De God van Israël geeft duidelijk aan hoe Hij zal handelen:

.

.

Hij zal de volken veroordelen, omdat
ze Israël slecht behandeld hebben.

Ezechiël 36:3-7

Hij zal het volk Israël terugbrengen naar het beloofde
land, dat weer zal bloeien en opgebouwd worden.
Het zal in veiligheid wonen.
Ezechiël 36:8-15

Hij zal Israël veroordelen, omdat het bloed vergoten
heeft in het land, de voorkeur heeft gegeven aan
afgoden en Gods naam ontheiligd heeft onder de volken.
Ezechiël 36:16-21

Hij zal Israël rechtvaardigen om Zijn
heilige naam, niet om Israël.
(Ez.36:22)

Door de rechtvaardigheid van Israël zal God
aan de volken laten zien dat Hij de Heer is.
Ezechiël 36:23-28

.


Conclusie

.

Heel Gods handelen met Israël is mysterieus en met een duidelijke bedoeling geweest, evenals Zijn plan met de kerk. Tot net na het begin van onze jaartelling was niemand van dit plan op de hoogte, zo zegt Paulus in Efeziërs 3:5-6:

.

Vroeger is dat altijd voor de mensen verborgen gebleven,
maar nu heeft God het door de Heilige Geest aan Zijn
apostelen en profeten bekendgemaakt. Het komt hierop
neer: Door het goede nieuws te geloven, worden niet-Joden
gelijk aan de Joden. Zij delen mee in de rijke erfenis.
Zij horen bij hetzelfde lichaam, de Gemeente; en voor hen
geldt dezelfde belofte in Christus Jezus.

.

.

Als de leiders van Israël Jezus niet verworpen hadden, als Jezus niet was gestorven, zou er geen verzoening zijn, en, hypothetisch gezien, geen verlossing, noch voor de Jood noch voor de niet-Jood. Zowel de blindheid van Israël als de corruptie van Pilatus waren nodig om Gods verlossing van de mensheid teweeg te brengen.

Is het verbazingwekkend dat God het herstel van de staat Israël bevolen heeft, of dat er tegenwoordig zo veel groepen “Messiaanse Joden” zijn, of Joden die in Jezus geloven?

.

Zowel de staat Israël als de opkomst van Joodse gemeenten laten gelovigen duidelijk zien dat Gods plannen uitkomen, en dat spannende, maar moeilijke tijden in het verschiet liggen voor de kerk en Israël. We moeten zeker ons hoofd gaan opheffen voor de Verlossing die naderbij komt!

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

  

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Confucius (551 v. Chr. – 479 v. Chr.)

Standaard

categorie: beroemde mensen

 

 

 

Confucius was een Chinees filosoof. De Chinezen vieren zijn verjaardag op de 27ste dag van de 8ste maand, maar volgens de westerse kalender werd Confucius geboren op 24 september 551 voor Christus.

 

 

chinese-school-confucius

 

In zijn jeugd werkte Confucius onder andere als boekhouder en ontwikkelde hij een sterke ethische visie. Toen hij de volwassen leeftijd bereikte besloot hij het ouderlijk huis te verlaten en rond te gaan trekken om zijn leer te ver-spreiden. Confucius bezocht verschillende krijsheren met als doel hen ervan te overtuigen dat zij hun volk op een deugdelijke manier moesten regeren, maar zij wezen hem af.

Een deel van de lokale bevolking geloofde echter wel in zijn leer en al snel kreeg Confucius een grote schare vol-gelingen. De belangrijkste opvatting van Confucius was de Gulden Regel: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”. Na zijn dood in 479 voor Christus verspreidden zijn volgelingen het Confucianisme over een groot deel van Azië.

 

 

 

Confucius staat bekend om zijn vele wijze uitspraken

 

‘Wanneer je de toekomst wilt weten, bestudeer dan het verleden.’

‘Wat u voor uzelf niet wenst, wens dat een ander niet.’

Alleen de aller wijsten en de aller dwaasten veranderen nooit van mening.’

‘Een wijs man zoekt het in zichzelf, een dwaas zoekt het in anderen.’

 

 

Confucius was het grootste gedeelte van zijn leven privéleraar. Hij zag het als zijn taak mensen te inspireren tot het goede en de teloorgang van de zeden tegen te gaan. Bij elkaar heeft Confucius 3000 studenten gehad. Stu-deren om kennis over jezelf en over de buitenwereld op te doen was zeer belangrijk in de leer van Confucius. Dit probeerde hij over te brengen op zijn studenten. Veel Chinezen noemen hem dan ook de Grote Leraar.

De leer van Confucius had één Gulden Regel. Deze regel draait om vergeving. De wijsheid die hierbij hoort is: ‘Wat u voor uzelf niet wenst, wens dat ook een ander niet.’ Tegenwoordig is het confucianisme een filosofie die de leer van Confucius volgt, welke een zeer grote invloed heeft gehad in Oost-Azië. De zes deugden waar de leer op stoelt, zijn :

 

 

menselijkheid,

kinderlijke gehoorzaamheid,

rechtvaardigheid,

fatsoen,

trouw,

wederkerigheid.

 

 

Zijn vele wijsheden zijn algemeen bekend en Confucius uitte deze om zijn leer te verduidelijken. Tijdens zijn leven heeft hij nooit de kans gehad om zijn filosofie in de praktijk te brengen. Zijn studenten zijn zeer belangrijk ge-weest bij de verspreiding van het gedachtegoed van het confucianisme na de dood van Confucius.

Tijdens de heerschappij van de Han-dynastie, van 206 voor Christus tot 220 na Christus, was de leer van Confucius in China een prominente doctrine. Het confucianisme heeft een sterke invloed gehad op de culturen van China, Taiwan, Korea, Singapore, Vietnam en Japan. De morele waarden van Confucius zijn tegenwoordig nog steeds van groot belang in het oosten van Azië.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA