Tagarchief: Abraham

1 Thimotheüs 6 ; 10 de wortel van alle kwaad is geldzucht

Standaard

categorie : religie

 

 

.

money

.

 

 

De rijke man : Lucas 16: 19 – 31

 

Nu was er een rijk mens, en hij ging gekleed in purper en fijn linnen en vierde elke dag schitterend feest. Nu lag er ook een arme, genaamd Lazarus, aan zijn voorpoort, vol zweren, begerig zich te verzadigen met wat van de tafel van de rijke viel; maar zelfs de honden kwamen zijn zweren likken. Het gebeurde nu dat de arme stierf en door de engelen werd gedragen in de schoot van Abraham. De rijke nu stierf ook en werd begraven.

En toen hij in de hades zijn ogen opsloeg, terwijl hij in pijnen verkeerde, zag hij Abraham uit de verte, en Lazarus in zijn schoot. En hij riep de woorden: Vader Abraham, erbarm u over mij en zend Lazarus om de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong te verkoelen, want ik lijd smart in deze vlam. Abraham echter zei: Kind, bedenk dat u het goede hebt ontvangen in uw leven, en Lazarus evenzo het kwade; en nu wordt hij hier vertroost, maar u lijdt smart.

En bij dat alles is er tussen ons en u een grote kloof gevestigd, zodat zij die van hier naar u willen overgaan, niet kunnen, en zij vandaar niet naar ons kunnen overkomen. Hij echter zei: Ik bid u dan, vader, dat u hem zendt naar het huis van mijn vader, want ik heb vijf broers,opdat hij ernstig tot hen kan getuigen, zodat ook zij niet komen in deze plaats van pijn.

Abraham echter zei: Zij hebben Mozes en de profeten; laten zij naar hen luisteren. Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe gaat, zullen zij zich bekeren. Hij echter zei tot hem: Als zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij, ook al stond iemand uit de doden op, zich niet laten overtuigen.

* Lazarus komt op een plek terecht na zijn dood waar hij troost vindt 

* De rijke man komt na zijn dood terecht in Hades, een plek vol van pijnen

* Slechts een kloof scheidt de twee plekken van elkaar, zij kunnen zelfs met elkaar communiceren

* Het is onmogelijk om van de ene kant van de kloof naar de andere kant over te komen

* Al zou een dode terug komen om de ongelovigen te overtuigen zich te bekeren, dan zouden zij het niet doen

.

Op de inhoud van Lucas 16:19-31 ingaan is niet nodig want de tekst spreekt voor zich zelf, alleen de verzen 30 en 31 zeggen ons iets heel belangrijks want daar hebben wij in onze dagen ook nog steeds mee te maken. De rijke man wilde dat Lazarus naar zijn familie ging om hen te waarschuwen maar Abraham zei dat ook dat niet zou helpen, ze zouden zich niet bekeren.

.

 

Sinds de opstanding van Christus Jezus is er wél iemand geweest die in de dood was en weer opstond, Christus Zelf, en ook Hem geloofde de mensheid niet.

.

De mensheid heeft geen excuus want Hij heeft er voor gezorgd dat alles is na te lezen in Zijn brief, het Nieuwe Testament. Daarnaast zijn er ettelijke getuigen geweest die Hem in levende lijve hebben gezien na Zijn opstanding vanuit de doden. De weinige mensen die wel geloven dat Hij opstond en de Weg naar het eeuwige leven is zijn later misleid door mensen die in hun zucht naar geld en macht een valse weg hebben gewezen. Het begon al vlak na Zijn hemelvaart dat mensen uit eigen belang wilden handelen en kwanselen met het reddende Evangelie en de uitingen daarvan.

.

.

De aanbidding van de Mammon, de geldduivel

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

.

Wat staat er precies in 1 Timotheüs 6 :10 ?

.

De Bijbeltekst luidt: ‘Want de geldzucht is een wortel van alle kwaad’. Het gaat niet om het geld op zich, maar om de geldzucht. Terloops zij opgemerkt, dat er in het Grieks voor kwaad geen lidwoord staat. Dat houdt in, dat de vertaling ‘wortel van alle kwaad’ juister zou zijn omdat er dan ruimte gelaten wordt voor de gedachte dat er meer wortels van kwaad zijn. De geldzucht wordt echter daardoor gekarakteriseerd dat er alle vormen van kwaad uit kunnen voortkomen, zoals leugen, bedrog, geweld, seksuele uitbuiting. Maar dit terzijde; de Schrift spreekt over de geldzucht als bron van alle kwaad.

.

.

Hunkeren naar rijkdom in het boek Spreuken

 

Over die geldzucht maakt het Spreukenboek een paar rake opmerkingen, die we wel ter harte mogen nemen. We lezen er bijvoorbeeld deze waarschuwing in:‘Tob u niet af voor rijkdom… want plotseling maakt hij zich vleugels’. Als je meent het bezit in handen te hebben, glipt het je tussen de vingers door. Soms verwerft iemand zich in korte tijd rijkdom.

Hij heeft het geld echt in handen, maar dan komt daarna de tegenslag en verliest men zijn bezit. Of men gooit het geld in een leven van verkwisting over de balk. Wij kennen het gezegde: ‘Zo gewonnen, zo geronnen’ Een andere waarschuwing, nog ernstiger van aard, lezen we in Spr.28:20: ‘Maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft’.

Het staat er niet met zoveel woorden, maar hier is kennelijk bedoeld dat men op oneerlijke wijze geld probeert te verwerven. De persoon die naar rijkdom jaagt, wordt in dit vers namelijk gecontrasteerd met ‘een betrouwbaar man’. Het hunkeren naar rijkdom gaat immers veelal gepaard met het gebruik van oneerlijke middelen om rijk te worden.

 

 

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Advertenties

De Bijbelse Oudheidkunde

Standaard

categorie : religie

 

 

.

De Bijbelse Oudheidkunde is de wetenschap die een beschrijving geeft van het leven op het terrein van de bijzondere Godsopenbaring (zoals overgeleverd in de Bijbel) , met zijn verschillende toestanden, instellingen, zeden en gewoonten.

 

 

oude Bijbelse geschriften, de dode zee-rollen

oude Bijbelse geschriften, de dode zee-rollen

 

.

 

Inleiding

.

Nut

 

Voor een goed begrip van de Bijbel, in het bijzonder van de Bijbelse Geschiedenis, is het nodig om enigszins bekend te zijn met de Bijbelse Oudheidkunde.

.

 

Stof

 

De naam Israëlitische Oudheidkunde moet als te beperkt worden verworpen. Pas na de uitleiding uit Egypte treden de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob in de geschiedenis op als het volk Israël. Bij de Sinaï heeft God hen geformeerd tot een volk, en aangenomen tot Zijn volk, dat tot op Christus’ komst drager van Zijn bijzondere openbaring zijn zou. Aangezien echter de bijzondere openbaring niet eerst toen, maar al direct na de zondeval begonnen is, moet de Oudheidkunde ook van hen, die van Adam af met deze openbaring werden bedeeld, het leven en de leefvormen beschrijven, althans voor zover dit mogelijk is.

.

 

Gegevens

 

Wat de tijden vóór Mozes aangaat, staan ons niet veel gegevens ter beschikking. Aan het tijdperk van Adam tot Abraham worden in de Schrift slechts enkele bladzijden gewijd. Wel valt er meer te beschrijven over het tijdperk van Abraham tot Mozes, maar kan er zeker geen volledige beschrijving van de Oudheidkunde in dit tijdvak gege-ven worden. En het weinige, dat meegedeeld word, geeft wel enig inzicht in het godsdienstig leven, maar biedt heel weinig gegevens over het burgerlijk-maatschappelijk leven.

.

 

Indeling

 

Wat de indeling van de voorhanden stof betreft, verdient het de voorkeur, om eerst het godsdienstig leven, en vervolgens het persoonlijk en huiselijk, het maatschappelijk en staatkundig leven te beschrijven. Als bezwaar wordt hiertegen ingebracht, dat het natuurlijke eerst is, daarna het geestelijke, en dat de bijzondere openbaring altijd begint met in het natuurlijk leven in te gaan. Dit bezwaar is niet helemaal ongegrond. Het kan niet worden ontkend, dat de goddelijke instellingen en gebruiken het natuurlijk leven veronderstellen en zich daarbij aansluiten.

Anderzijds mag echter niet worden voorbijgezien, dat juist op het terrein van de bijzondere openbaring heel het leven door de dienst van God wordt beheerst en gedragen. Het is, om een voorbeeld te noemen, de roeping van en de belofte aan Abraham, die de levensgang van de aartsvaders bepaalt. Met name bij Israël is het burgerlijk-maatschappelijk leven niet los te denken van het godsdienstige leven. Heel de nationale ontwikkeling van Israël hangt ten nauwste samen met zijn verkiezing en bestemming tot volk van God.

.

 

oude gebouwen uit de tijd van koning David

oude gebouwen uit de tijd van koning David

 

.

 

Het godsdienstig leven vóór Mozes

.

Terstond na de geschiedenis van de zondeval (Gen. 3 : 1) lezen we van het offer, door Kaïn en Abel gebracht (Gen. 4 : 1). In het algemeen heeft het offer ten doel, de gemeenschap met God te zoeken, door Hem een stoffelijke ga-ve aan te bieden. Vóór de val wijdde de mens zichzelf met al het zijne de Heere toe. Maar door de zonde werd de gemeenschap met God verbroken. Toen heeft God Zelf de gevallen mens opgezocht, hem de belofte geschonken van het vrouwenzaad, (Gen. 3 : 15).

Kaïn en Abel zijn de eersten, van wie wij lezen, dat zij hebben geofferd, kennelijk met het doel, Gods gemeen-schap te zoeken, een blijk van Zijn gunst te ontvangen, door Hem met welgevallen te worden aangezien. Een andere onderscheiding dan die tussen bloedige en onbloedige offers, (Gen. 4 : 3 en 4) werd blijkbaar nog niet gemaakt.

Uit het feit, dat er vóór Abraham alleen van brandoffers sprake is, niet van zonde- en schuldoffers, mag niet wor-den afgeleid, dat de behoefte aan verzoening niet werd gekend. Pas bij Noach lezen we van een altaar, (Gen. 8 : 20) waaruit echter niet volgt, dat er vóór de zondvloed niet op een altaar zou zijn geofferd. In de dagen van Seth, na de geboorte van Enos (Gen. 4 : 26) “begon men de Naam van de Heere aan te roepen”, d.w.z. er werd een begin gemaakt met de openbare godsdienstoefening. Op geregelde tijden kwam men samen tot gemeenschap-pelijke verering en offerande.

.

 

Altaren

 

Van de aartsvaders Abraham, Izaäk en Jakob, weten wij, dat zij op de plaats waar de Heere hun verscheen, of waar zij zich voor enige tijd dachten te vestigen, altaren bouwden, om God hun offers te brengen en daar in het gebed tot Hem te naderen, (Gen. 12 : 7 – 13 : 4 – 21 : 33 – 26 : 25). Deze altaren waren hoogten, gebouwd van ongehou-wen stenen of van graszoden, en stonden in de open lucht of onder de schaduw van een boom. Het offer werd gebracht door de huisvader. Een speciaal ingesteld priesterschap kent de patriarchale tijd niet.

 

.

Besnijdenis

 

Aan Abraham werd reeds als een blijvende instelling de besnijdenis bevolen. Op zijn 99 ste jaar sprak de Heere tot hem: Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde” (Gen. 17 : 10). Deze besnijdenis, die op de achtste dag moest plaatshebben, was dus een teken en een zegel van het verbond, dat tot inhoud had: “u te zijn tot een God en uw zaad na u” (Rom. 4 : 11). De wegsnijding van de voorhuid, dat in de regel door de huisvader met een stenen en later met een stalen mes gedaan werd, was een zegel van de wegneming van “de voorhuid des harten” en van “de besnijdenis des harten”, dat is van het zondige hart, de vleselijke natuur, waaruit de zonden voortkomen.

Ook ingeborene en gekochte slaven, alsook inwonende vreemdelingen, waren aan het bevel van de besnijdenis onderworpen (Gen. 17 : 12 en 13). Lang vóór Abraham werd al bij de Egyptenaren en andere volken uit de oud-heid de besnijdenis toegepast als een soort van gezondheidsmaatregel, en dan niet voor elke man uit het volk, maar alleen voor de priesters, terwijl van een besnijdenis van kinderen nooit sprake was. De moslims voltrekken ze, ook nu nog, pas op hun 13e jaar (Gen. 17 : 25).

Zoals God niet pas tijdens Noach de regenboog in het aanzijn riep, maar die voortaan stelde tot een teken van Zijn verbond, zo sloot Hij, toen Hij aan Abraham de besnijdenis gaf, Zich aan bij een reeds onder andere volken bestaand gebruik, maar bepaalde daarvoor wel een geheel nieuwe manier van bediening, en gaf daaraan ook een geheel nieuwe, geestelijke betekenis.

.

 

Eed zweren

 

Bij de aartsvaders lezen we voor het eerst van het eed zweren. Toen God aan Abraham de belofte van het verbond gaf, zwoer Hij bij Zichzelf, dat Hij bij niemand die meerder was, had te zweren (Gen. 22 : 16 tot 26) en (Hebr. 6 : 13). Abraham liet zijn knecht zweren bij de Heere, de God des hemels en der aarde (Gen. 24 : 2 en 3). Jakob zwoer bij de vreze van zijn vader Izaäk: (Gen. 31 : 53)  “dat is, bij God, Die zijn vader Izaäk met grote eerbied en godvruchtigheid diende”. Bij het zweren werd de hand opgeheven tot de hemel (Gen. 14 : 22) of gelegd onder de heup van hem, die de eed vroeg (Gen. 24 : 2 tot 9 – 47 : 29)  (Gen. 21 : 23 – 24 : 31 – 25 : 33 – 26 : 31 – 47 : 31 – 50 : 25).

.

 

Zegening

 

Ook de patriarchale zegening was een godsdienstige handeling. Hierbij traden de aartsvaders op als profeten, wat onder meer hieruit blijkt, dat zij de zegening niet gaven aan de kinderen, voor wie zij een zekere voorliefde had-den (Gen. 27 : 27 en 39 en 49 – 48 : 14). Abraham heeft Izaäk niet gezegend; dat Izaäk de erfgenaam van de be-lofte zou zijn, was boven alle twijfel verheven. De zegening van Izaäk moest echter het onderscheid tussen Jakob en Ezau, de zegening van Jakob het onderscheid tussen Juda en zijn andere zonen openbaren en in de historie vaststellen.

.

 

Afgoderij

 

Hoewel de aartsvaders zich zelf vrij hielden van alle afgoderij, sloop deze nochtans hun tenten binnen. Rachel stal de terafim van haar vader (Gen. 31 : 19) en Jakob moest, vóór hij zijn gelofte te Bethel kon vervullen, de vreemde goden en de (waarschijnlijk als amuletten gedragen) oorsierselen van zijn huisgenoten wegdoen (Gen. 35 : 2).

 

 

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

 

Pasteltekening van John astria

.

 

Egyptische invloed

 

Van het godsdienstig leven van de kinderen Israëls tijdens hun verblijf in Egypte wordt in de Schrift weinig mee-gedeeld. De godvruchtigen hebben stellig geleefd bij de beloften, aan de vaderen gedaan, en de hoop vastge-houden op het toekomstig bezit van Kanaän (Ex. 4 : 29 tot 31). Dat de sabbat in ere werd gehouden, kan als zeker worden aangenomen; uit het feit, dat er op de sabbat geen manna viel, blijkt dat hij door Israël vóór de wetge-ving al werd gevierd (Ex. 16 : 23 tot 30). In Egypte werden de afgoden door velen gediend (Lev.17 : 7) (Ez. 20 : 7 tot 9). In de latere geschiedenis komt telkens uit, hoezeer de zeden en gewoonten van de Egyptenaren invloed op de Israëlieten hebben uitgeoefend. Zeer waarschijnlijk heeft de herinnering aan de stierdienst in Egypte geleid tot het maken van het gouden kalf bij de Sinaï  (Ex : 32).

 

 

Byzantijnse kerk met mogelijk het graf van Zacharia

Byzantijnse kerk met mogelijk het graf van Zacharia

 

.

 

Het godsdienstig leven bij het volk Israël

.

Uit kracht van het verbond met Abraham waren de kinderen Israëls ten allen tijde een afgezonderd geslacht. Daarom noemt de Heere hen, in opdracht aan Mozes, “Mijn volk”(Ex. 3 : 7 en 10). Voor het eerst bij de Sinaï echter worden ze daadwerkelijk geformeerd tot een volk, en gaat de belofte in vervulling: “Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn”(Ex. 6 : 6). Uit kracht van de genadige betrekking, waarin God Zich tot Israël stelt, in onderscheiding van andere volken, geeft Hij het volk Zijn wetten en inzettingen, die alle rusten op de Wet, nl. de Wet van de tien geboden (Ex 20 en Deut 5).

God, Die heilig is, had Israël verkoren om een heilig volk te zijn en zich Hem geheel en al toe te wijden. Israël was dat, wanneer het in- en uitwendig, in geloof en levenswandel, zich gedroeg overeenkomstig de wetten, welke God bij de Sinaï gaf. Deze heiligheid, waartoe Israël geroepen was, sloot niet alleen de zedelijke heiligheid in, die in de wet van de tien geboden, maar ook de ceremoniële heiligheid, die in de schaduwachtige wetten wordt ge-vraagd. Deze laatste, die in Christus en Zijn gemeente hun vervulling verkrijgen, bevatten wat door God was bepaald omtrent:

  • plaatsen van de offerdienst (tabernakel, tempel),
  • voor de dienst van God uitverkoren personen (levieten, priesters),
  • bepaalde godsdienstige handelingen (offeren, reinigen, besnijden, geloften doen, bidden en zegenen, verbannen, wijden eerstgeborenen, eerstelingen en tienden, zalven, gewijde zang en muziek) en
  • bijzondere tijden (dagelijks offers, sabbat, maandsabbat, sabbatsjaar, jubeljaar, feesttijden, verzoendag).

 

.

Israël, het volk van God

Israël, het volk van God

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

Wat is de islam?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

 

Ontstaan

.

Ontstaan in de handelsrepubliek Mekka, te midden van veel Arabische stammen (waaronder de monotheïstische Hanifen). Er waren ter plaatse ook veel Joden (in Medina zelfs de helft van de bevolking) en ook veel christenen aanwezig hetgeen van groot belang is geweest voor de vorming van de islam.

In het symbool van de islam (de wassende maansikkel van de maangod Sin) en in de rituelen in Mekka (rondgang rond de Kaába) zijn nog enkele pre-islamitische elementen te herkennen. De islam is pas laat in de historie ontstaan en is daarom – als enige van de grote religies – in historisch opzicht betrekkelijk goed gedocumenteerd.

 

 

Mekka

Mekka

.

 

 

Stichting

.

De stichting van de islam is geheel terug te voeren op één man, Mohammed. Hij werd geboren ± 570, verloor al vroeg zijn ouders en ging in dienst van een handelsfirma. Hij huwde op 25 jarige leeftijd een 40-jarige rijke weduwe. Tijdens een retraite kreeg hij een visioen. Hij werd opgeroepen om profeet te zijn en op te schrijven wat hem door de engel Gabriël werd gedicteerd.

Mohammed was een goed diplomaat en organisator en was anders dan andere religiestichters geen asceet of pacifist. Aanvankelijk leunde hij sterk tegen het Jodendom aan en zag in Mozes een belangrijk figuur. Later werd Abraham zijn favoriete profeet. Abraham’s weggezonden zoon Ismaël werd door Mohammed gezien als de stamvader van de Arabieren en de eerste moslim.

Toen de Joden hem niet wilden volgen (Jezus kreeg bij Mohammed de titel van profeet en zelfs Messias en dat was voor hen te veel) en de christenen hem afwezen (Jezus was alleen profeet onder de profeten en dat was voor hen weer te weinig), ging Mohammed zijn eigen gang en verruilde letterlijk en figuurlijk de oriëntatie op Jeruzalem in voor die op Mekka.

 

 

Mohammed

Mohammed

.

 

 

Schriften

.

De islam kent maar één openbaringsboek, de Koran. De tekst is door de engel Gabriël letterlijk letterlijk aan Mohammed gedicteerd die deze vervolgens heeft laten opschrijven. De tekst is dan ook heilig en onveranderlijk en de taal waarin het boek geschreven is eveneens heilig.

De verzen (soera’s) van de Koran zijn in volgorde van lengte gerangschikt, met uitzondering van de eerste soera staat de langste vooraan en de kortste achteraan. Het boek bevat veel elementen en personen uit de Joodse en de christelijke Bijbel. Mozes, Abraham, Isaak, de grote profeten, Maria, Jezus, ze hebben er allen een plaats gekregen.

De Koran is overigens pas lang na Mohammed’s dood voltooid. De verzen opgetekend in Mekka ademen een vriendelijker geest dan de latere meer agressieve verzen die in Medina zijn ontstaan.

 

 

Koran

Koran

.

 

Leer

.

De leer is betrekkelijk simpel samen te vatten: Er is één God en Mohammed is de (eind)profeet. De aan Mohammed gedicteerde Koran bevat heel de openbaring en is een kopie van het origineel dat bij God berust. De Koran moet dan ook heel letterlijk worden genomen en gelezen in de taal waarin deze gegeven is.

God dient nadrukkelijk eer te worden gebracht. Het rituele gebed is daarbij erg belangrijk.
De mens wordt beoordeeld op zijn goede en slechte daden. Er is een laatste oordeel en een opstanding van de doden.

De islam kent van origine geen scheiding tussen ‘kerk en staat’. Mohammed was imam én politiek leider tegelijk. Fundamentele moslims streven er naar de op de godsdienst georiënteerde staat weer in te voeren en de Shariá, de op de Koran gebaseerde rechtspraak te herstellen.

 

 

 

Leefregels

.

De algemene leefregels komen in een aantal opzichten overeen met die van het Jodendom en het christendom, maar er zijn ook duidelijke verschillen.
Zo zijn er een aantal specifieke voorschriften waar de islamiet zich aan te houden heeft:

– het reciteren van de geloofsbelijdenis (‘Er is een God en Mohammed is zijn profeet’)
– het dagelijkse rituele gebed (de salât, op vrijdag in de moskee)
– het geven van een verplichte bijdrage voor de armen (de Zakat)
– de deelnemen aan de ramadan (gedurende één maand, van zonsopgang tot zonsondergang)
– het op bedevaart gaan naar Mekka

De islamitische wet zoals deze in een aantal landen geldt, is gebaseerd op de Koran en wijkt aanzienlijk af van het westerse rechtenstelsel. Verder geldt dat kansspelen en alcohol uit de boze zijn en het afbeelden van God of de profeten wordt afgewezen.

 

 

Richtingen

.

Als gevolg van een opvolgingskwestie rond kalief Ali ontstond er ca 30 jaar na Mohammed’s dood een splitsing in Sjiieten, de aanhangers van Ali (nu in Irak, deel Iran, Syrië, Jemen) en Soenieten (de aanhangers van een tegen kalief (in Saoedi-Arabië en in veel Noord Afrikaanse landen waaronder het belangrijke Egypte).

In en vanuit India is een sterk mystiek gekleurde richting actief, de Soefi’s, die met name oordeel en opstanding zeer spiritueel opvatten.

De Wahabieten vormen een streng wettische richting die oorspronkelijk in Saoedie  Arabië sterk vertegenwoordigd was en welke nu in groepen als de Taliban (Afghanistan) een voortzetting vindt. Binnen de Wahabieten vormen de Salafisten de meest rechtzinnige en intolerante groepering.

Er is geen sterke vrijzinnige traditie vergelijkbaar met die in het Jodendom en het christendom. Landen als Turkije, Egypte en Indonesië kennen, mede onder invloed van niet-islamitische minderheden, wel een tolerantere vorm van de islam.

Mohammed werd als geestelijk en wereldlijk leider (niet als profeet, hij was de laatste!) opgevolgd door een kalief. Sinds de opheffing van het Turkse kalifaat in 1922 kent de islam geen centraal gezagspunt meer die de richtingen bijeen houdt.

.

 

 

b86901c2-f60c-11e3-aaa1-3e0fac44a009_web_scale_0.3067485_0.3067485__moslims wereld

 

 

 

Feesten en eredienst

.

Het islamitische jaar is een maanjaar en duurt daardoor 11 dagen korter dan het westerse zonnejaar. Het verschuift daardoor telkens anderhalve week ten opzichte van onze kalender.

– Geboorte van de profeet
– Begin en vooral het einde van de Ramadan (het bekende suikerfeest)
– Het Grote- of Offerfeest (gedenkt het offer van Abraham)
– Asjoera, feest waarop door de Shi’iten de dood van Hasan en Husein wordt herdacht.

De islam viert de sabbat niet op de zaterdag maar op de dag daaraan voorafgaand, de vrijdag.
De gebedsdiensten zijn typisch woorddiensten en spelen zich af in de moskee waarbij de imam (= voorganger in het gebed) en de khatib (= prediker bij het vrijdagmiddaggebed )  een belangrijke rol spelen.

 

 

Ramadan

Ramadan

.

 

 

Enkele teksten uit de Koran

.

  • Lof aan Allah, de Heer der wereldwezens. De barmhartige Erbarmer, de heerser op de dag van het Oordeel. U dienen wij en U vragen wij om bijstand. Leid ons langs het recht gebaande pad. Het pad van degenen die Gij uw weldaden schenkt, over wie geen toorn is en die niet dwalen” (uit Soera 1).
  • Zeg: Wij geloven in Allah en wat tot ons is geopenbaard en wat is gesproken tot Abraham, Ismaël, Izaak en Jacob en de stamvaders, en aan wat gezegd werd tot Mozes en Jezus, en aan wat gebracht werd tot de profeten vanwege hun Heer, zonder dat wij onderscheid maken tussen een van hen, en terwijl wij Hem overgegeven zijn” (uit Soera 2).
  • Niet is vroomheid dat gij uw gezichten wendt naar het Oosten en het Westen, maar vroom is wie gelooft in Allah en de laatste dag, en de engelen en de schrift en de profeten, en wie het bezit, ondanks zijn liefde daarvoor, geeft de nabestaanden en de wezen en de reizigers onderweg en voor de geknechten – en wie de salat verricht en de zakat opbrengt, en wie trouw zijn aan hun verbond” (eveneens Soera 2).

.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

 

De leer gevestigd op de boom des levens

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Naar de levensboom

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Vervangingsleer of door Jezus geënt op de boom des levens

 

De filosoof Jean-Jacques Rousseau zei ooit dat er voor alles een vervanging is. Dat is niet juist, want niet voor alles is er een gelijkwaardige vervanging. Zo is er bijvoorbeeld voor het leven geen enkele vervanging. Daarom is vervanging veelal een surrogaat en kan het niet het echte vervangen.

.

.

Zo kan ook het volk dat door God uitgekozen is, niet worden vervangen door andere volken. De HERE Zelf verklaart:

.

“Want u bent een volk dat aan de HERE, uw God, is
gewijd. U bent door Hem uitgekozen om, anders dan
alle andere volken op aarde, zijn kostbaar bezit te zijn.”
Deuteronomium 7:6

 

.

Izaäk is de vader van Jakob, die later van de HERE de naam Israël (strijder van God) kreeg. Zo wordt het verbond dat God in Genesis 15:18 met Abraham gesloten heeft, overgedragen aan Jakob / Israël. Dit verbond is een onverbrekelijk en eeuwig verbond, want

.

“Net zo min als Ik van plan ben de natuurwetten te
veranderen, zal Ik ook mijn volk Israël niet verstoten!”

Jeremia 31:36-37

 

.

Met andere woorden, Gods verbond met Israël blijft geldig en is eeuwigdurend, ook als Israël faalt in Gods bedoeling. Dat bekrachtigt de apostel Paulus:

.

“De Israëlieten zijn door God aangenomen als Zijn zonen.
Zij hebben gezien hoe groot en machtig Hij is. Zij weten
welk verbond Hij met hen heeft gesloten. God heeft hun
verteld hoe zij moeten leven en Hem kunnen dienen. Zij
weten welke beloften Hij aan hun voorouders heeft gedaan.
En het grootste van al: Christus is, naar de mens gesproken,
uit hen voortgekomen. Christus, Die boven alles staat.
Alle lof en eer is daarom voor God, voor altijd! Amen.”

Romeinen 9:4-5

 

.

.

Vervangingsleer

.

Maar de vervangingstheologie die zich in de 2000 jaar van de kerkgeschiedenis door het christendom heeft verspreidt, is het hier uitermate mee oneens. Deze vervangingsleer gaat terug op niet-Joodse kerkvaders, die een uit Rome stammende theologie vertegenwoordig(d)en. Deze theologie stelt dat het verbond niet meer geld, noch langer ter zake doet in Gods heilplan.

.

In het jaar 70 werd Jeruzalem door de Romeinen verwoest. In de kerk werd de val van de stad en tempel (terecht) beschouwd als vervulling van de woorden van Jezus, waarin hij de ondergang van de stad had voorzegd. Daarnaast zocht men naar een verklaring voor deze val en al gauw werd het als teken van straf voor het volk van Israël gezien.

.

Voor wat werd het gestraft? Voor haar aandeel in de kruisiging van Jezus? Israël had tenslotte haar Messias verworpen. En daaruit volgend waren de beloften “logischerwijze” niet langer meer voor het Joodse volk, en “moesten de beloften wel overgegaan zijn op de heidenen”.

Dat dit geenszins het geval is, maar veeleer een aanvulling op Gods heilsplan.

 

Maar de volgende (en blijkens fatale) stap was de conclusie die daaruit getrokken werd: als Israël Jezus als Messias verworpen had, dan moest God op zijn beurt nu Israël “wel definitief verworpen hebben”. Maar Israël was toch het volk van het verbond? Zeker! Wat had God dan met het verbond gedaan als het eeuwigdurend zou zijn? Het zou als nieuw verbond op de kerk ‘uit de volken’ “moeten” zijn overgegaan. De kerk was ‘het nieuwe geestelijke Israël’ geworden.

.

De kerk had, volgens haar leer, dus de plaats van Israël als verbondsvolk ingenomen. Dat dit, volgens Gods heilsplan, overduidelijk niet het geval is, deed (en nog steeds doet) schijnbaar aan de beleving niets af. In plaats van dankbaar te zijn voor het plan dat God met ons heidenen voor had, claimde de kerk het alleen- en erfrecht van dit plan op.

Zo is de onzalige onheils brengende vervangingstheologie ontstaan. Onder meer om die reden wordt Israël vandaag ook door vele kerkelijke stromingen politiek bestreden en geboycot. Want de Joodse staat wordt niet erkend, mag niet bestaan, omdat met de wederopstanding van het oude Israël de vervangingstheologie zijn bestaansrecht verliest. Immers, het voor eeuwig verworpen Joodse volk kan toch nooit meer naar Sion terugkeren!? Laat staan op instigatie van de HERE zelf!

Pas na de Tweede Wereldoorlog, toen Israël weer een soevereine staat werd, ging men binnen de kerken, langzaamaan, anders denken over het Joodse volk. Overigens maakten lang niet alle kerken zich schuldig aan deze gedachtegang. Met name binnen de meer ‘evangelisch’ gerichte kringen werd al reeds ruim vóór de stichting van de staat Israël anders gedacht over deze zaken. Een bekend voorbeeld hiervan, in Nederland, is de evangelist Johannes de Heer. Maar ook anderen hingen, op basis van hun interpretatie van de Bijbel deze gedachte aan.

.

Niet de Holocaust was de oorzaak voor de wedergeboorte van Israël als staat, zoals telkens opnieuw wordt beweerd, maar het onverbrekelijke verbond dat God onder ede met zijn volk Israël heeft gesloten. Exact zoals de Here zijn volk beloofd heeft in Zijn woord:

.

Zo zegt de HERE HERE: Zie, Ik zal mijn hand opheffen
tot de volken en mijn banier omhoog heffen voor de natiën;
in hun armen zullen zij uw zonen brengen, en uw dochters
zullen op de schouder gedragen worden.

Jesaja 49: 22

dan zal de HERE, uw God, u uit uw gevangenschap redden.
Hij zal u genade schenken, naar u toekomen en u bijeen-
brengen uit alle volken waaronder Hij u heeft verspreid.
Ook al zou u zich in de verste uithoeken van het heelal
bevinden, Hij zal u vinden en terugbrengen naar het land
van uw voorouders!

Deuteronomium 30:3-4

Ikzelf zal het overblijfsel van mijn kudde bijeenhalen uit al de
landen waarheen Ik het heb gestuurd en het laten terugkeren
naar zijn weiden, waar het vruchtbaar zal zijn en uitgroeien.

Jeremia 23:3

Zo waar de HERE leeft, Die de Israëlieten naar hun eigen
land terugbracht vanuit alle landen waarheen Hij
hen had verbannen.
Jeremia 23:8

 

.

 

Nazatenschap Abraham

.

Door geloof kan iedereen een geestelijk nazaat van Abraham worden, maar dat sluit het fysieke zoonschap van het Joodse volk niet uit. Israël, dat wil zeggen de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob hadden, hebben en zullen een belangrijke plaats innemen in het historische plan van God. Waarom? Omdat de HERE zelf Zijn naam aan het volk van Israël verbonden heeft.

 

Het is zodoende niet zo dat elke Israëliet behouden is of behouden zal worden.

.

In tegenstelling tot alle andere volkeren heeft God het volk van Israël aangewezen en uitgekozen voor Zijn heilsplan.

Vanuit dit volk is de Messias, Jezus van Nazareth, op de wereld gekomen; in hun gebied, dat wil zeggen binnen de grenzen van het land Kanaän, vond de eerste komst van Jezus plaats en zal ook zijn tweede komst plaatsvinden.

 

.

 

Gods plan met Israël

.

Gods plan met Israël is altijd afhankelijk geweest van Zijn initiatief en verkiezing en van Israëls respons als een rechtvaardig volk (Deuteronomium 7). Als Israël een rechtvaardige relatie heeft met God, belooft Hij dat Hij het overvloedig zal zegenen (Leviticus 26:1-13; Deuteronomium 28:15-68). Maar als het volk opstandig is, belooft God het tucht (dit is niet hetzelfde als afwijzing) (Leviticus 26:1-13; Deuteronomium 28:1-14).

.

De uiterste tuchtmaatregel was het verstrooien van het volk over verschillende volken, met de belofte dat het volk eenmaal weer samengebracht zal worden, zodat God uiteindelijk tot zijn doel komt. Deuteronomium 30.

Door Ezechiël bevestigt God zijn doel met Israël. Alleen al in hoofdstuk 36, waarin verwezen wordt naar het herstel van Israël, wordt God veertien keer beschreven als de “HERE HERE”, die twee en twintig maal “zegt” dat Hij het zal doen. De God van Israël geeft duidelijk aan hoe Hij zal handelen:

.

.

Hij zal de volken veroordelen, omdat
ze Israël slecht behandeld hebben.

Ezechiël 36:3-7

Hij zal het volk Israël terugbrengen naar het beloofde
land, dat weer zal bloeien en opgebouwd worden.
Het zal in veiligheid wonen.
Ezechiël 36:8-15

Hij zal Israël veroordelen, omdat het bloed vergoten
heeft in het land, de voorkeur heeft gegeven aan
afgoden en Gods naam ontheiligd heeft onder de volken.
Ezechiël 36:16-21

Hij zal Israël rechtvaardigen om Zijn
heilige naam, niet om Israël.
(Ez.36:22)

Door de rechtvaardigheid van Israël zal God
aan de volken laten zien dat Hij de Heer is.
Ezechiël 36:23-28

 

.


Conclusie

.

Heel Gods handelen met Israël is mysterieus en met een duidelijke bedoeling geweest, evenals Zijn plan met de kerk. Tot net na het begin van onze jaartelling was niemand van dit plan op de hoogte, zo zegt Paulus in Efeziërs 3:5-6:

.

Vroeger is dat altijd voor de mensen verborgen gebleven,
maar nu heeft God het door de Heilige Geest aan Zijn
apostelen en profeten bekendgemaakt. Het komt hierop
neer: Door het goede nieuws te geloven, worden niet-Joden
gelijk aan de Joden. Zij delen mee in de rijke erfenis.
Zij horen bij hetzelfde lichaam, de Gemeente; en voor hen
geldt dezelfde belofte in Christus Jezus.

.

.

Als de leiders van Israël Jezus niet verworpen hadden, als Jezus niet was gestorven, zou er geen verzoening zijn, en, hypothetisch gezien, geen verlossing, noch voor de Jood noch voor de niet-Jood. Zowel de blindheid van Israël als de corruptie van Pilatus waren nodig om Gods verlossing van de mensheid teweeg te brengen.

 

Is het verbazingwekkend dat God het herstel van de staat Israël bevolen heeft, of dat er tegenwoordig zo veel groepen “Messiaanse Joden” zijn, of Joden die in Jezus geloven?

.

Zowel de staat Israël als de opkomst van Joodse gemeenten laten gelovigen duidelijk zien dat Gods plannen uitkomen, en dat spannende, maar moeilijke tijden in het verschiet liggen voor de kerk en Israël. We moeten zeker ons hoofd gaan opheffen voor de Verlossing die naderbij komt!

 

 

 

.

.

.

 

 

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

  

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Achtste miniatuur: vijfde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Achtste miniatuur

 

 

Scivias%20T%208_Boek%20I,5

 

 

Deze miniatuur is een der mooiste en oorspronkelijkste werkstukken van de monnik-kunstenaar. De boodschap van de hemelse Stem luidt :

“God stelde het volk van het oude Verbond, toen Hij van Abraham de besnijdenis verlangde, onder de gestrengheid van de wet. Later heeft Hij de gestrengheid veranderd in de mildheid van de genade. Door Zijn Zoon gaf God aan hen die het geloof aannamen, de waarheid van het evangelie en zalfde Hij ieder die door het juk van de wet wonden had opgelopen, met de olie van de barmhartigheid.”

In de theologische beschouwing van het hele Christusmysterie ziet Hildegard de synagoge als de voorloopster van de Kerk. De synagoge is er niet alleen de voorafbeelding van, maar méér nog de moeder van de Menswording van Gods Zoon en zo van de Kerk. Daarom is haar hoofd gekroond met een diadeem, waarvan de schittering gelijk is aan het oplichten van de dageraad, voorgesteld door de kleur oranje.

In de 13de eeuw en later worden de Synagoge en de Kerk dikwijls als elkaars tegenhangsters voorgesteld. Zo ziet men b.v. aan de kathedraal in Reims de Synagoge prachtig gebeeldhouwd als een geblinddoekte vrouw met een kroon op haar hoofd die afschuift, terwijl tegenover haar de Kerk stralend als een overwinnende koningin is uitgebeeld. Deze gedachtengang vinden we bij Hildegard niet. De Synagoge blijft voor haar de dageraad van de Kerk. Zij werd immers verlicht door de vooruitlopende stralen van Christus’ verlossingswerk.

Nu bespeurt men in de uitleg van dit visioen een ontwikkeling, overeenkomend met de voortgaande beweging van de geschiedenis van het oude Verbond. Hildegard spreekt eerst over een vrouw (de synagoge )die min of meer in de schaduw staat en die in de verte de nieuwe bruid (Christus )ziet opkomend uit de woestijn. Tevens ziet zij de zonen van die bruid, Christus volgelingen.

Maar in het vervolg van de tekst zegt de schrijfster dat deze vrouwengestalte van haar ogen beroofd is en haar handen onder de oksels houdt, wat weergegeven is in de miniatuur. De bovenste helft van haar lichaam is bleek-violet gekleurd. Dat blind zijn en die houding van niet willen meewerken geven samen met die sombere kleur iets geweldig roerends aan deze voorstelling.

Men krijgt eigenlijk diep medelijden met deze mislukte roeping, want zij had immers een hoge roeping. In haar hart zetelt Mozes (weergegeven met de in de middeleeuwen aan de joden voorgeschreven driehoekige hoed) die de twee tafels van de Wet omhoog houdt tegen de achtergrond van de godsverlichting, weergegeven door goud.

In de schoot van de Synagoge zien we Abraham met het zilveren mes, naast hem Aäron met de mijter van de hogepriester en achter hem een leviet. Deze drie zijn van het priesterlijk geslacht (Abraham wilde ook een priesterlijke handeling verrichten met het offer van Isaac). Daarnaast staan er nog negen profeten in het midden van de vrouw. Mozes is hier een voorafbeelding van Christus met zijn twaalf apostelen.

We zien het treurige drama zich als het ware langzaam voltrekken. Het benedendeel van de Synagoge wordt steeds zwarter en haar voeten zijn bloedrood, omdat zij tenslotte de profeet der profeten(Christus) vermoord heeft en daardoor zichzelf ten val bracht. Maar de betekenis van deze dood reikt buiten het kader van het Oude Verbond, want we zien hoe de voeten omgeven zijn door de helder witte wolk van de christelijke openbaring.

In de miniatuur is dit wit aangeduid door het heraldische wit, het metaal zilver. Reeds hier zien we bevestigd dat het zilver wijst op het geloofslicht in de loop van ons leven en in de ontwikkeling van de Kerk hier op aarde.

In de toespraak van de hemelse Stem konden we al iets merken van het grote medelijden van Hildegard met en haar verdriet over dit mysterievolle tekortschieten van de Synagoge. We hoorden de hemelse Stem zeggen:

“Door Zijn zoon zal God ieder van hen zalven die zich verwond hebben aan het juk van de wet, en wel met de olie van zijn barmhartigheid.”

Hier voelt men een verdriet en genegenheid als die van St. Paulus voor het uitverkoren volk, dat niet volledig heeft beantwoord aan zijn roeping. Een houding van onze mystica die sterk afsteekt tegen de gangbare afkeer van de joodse godsdienst en het joodse volk in de kerkelijke kringen van de twaalfde eeuw. Een afkeer die zich tijdens de kruistochten ontlaadde in hevige moordpartijen onder de joodse bevolking in al die plaatsen waar de kruisvaarders doortrokken, toen zij op weg waren om het heilige land te veroveren. Een praktijk waarvan Hildegard zich distantieert zoals uit haar correspondentie zeer duidelijk blijkt.

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

Het boek Job in het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het boek Job is één van de boeken in de Hebreeuwse Bijbel. In het jodendom valt dit boek onder de categorie Geschriften van de Tenach, dat aan christenen bekend is als het Oude Testament. Het boek Job is genoemd naar de hoofdpersoon van het verhaal.

 

 

 

de vrienden van job

Job en zijn vrienden

 

 

 

 

Job was een rechtvaardig man

 

Het belangrijkste thema in het boek Job is de vraag naar de zin van het lijden en naar de rol van God daarbij. Via de ervaringen van Job komt deze vraag aan de orde. Hoewel Job een rechtvaardige man is, overkomt hem veel ellende. In zijn nood vervloekt hij de dag waarop hij geboren is. Maar dan nemen Jobs vrienden het woord. Zij zien het zo: God beloont mensen als ze goed leven, en straft ze als ze dat niet doen. Job moet dus wel zwaar gezondigd hebben. De meeste mensen in die tijd dachten trouwens zo. Maar Job is het hier absoluut niet mee eens. Hij is een vroom en rechtvaardig man, zoveel ellende verdient hij niet. Hij kan niet begrijpen dat God juist hem zo treft. Je hoort in het boek hoe hij van God zelf duidelijkheid wil hebben. God moet zeggen dat hij onschuldig is.

We lezen van zijn zware beproeving, zijn lijdzaamheid en uiteindelijk van de uitkomst, die de Heer biedt.

Wij noemen dit een geschiedenis, omdat het een echt verhaal is wat ook blijkt uit de namen van de personen, volken en landen, welke in dit boek vermeld worden. De getuigenissen van de profeet Ezechiël en van de apostel Jacobus bewijzen dat Job een waardig persoon was, waarin God, door zijn manier van leven, een groot welgevallen had, terwijl hij voor de mensen een voorbeeld was.

Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; gij hebt van de volharding van Job gehoord en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming. – Jac. 5:11

Veel theologen menen, dat Job geleefd in de tijden der aartsvaders of tijdens het verblijf van het volk Israël in Egypte of tijdens de trek door de woestijn. Enkelen denken, dat Mozes de schrijver van dit Bijbelboek is.

De geschiedenis van Job begint met een beschrijving van zijn vroomheid. Job is vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad, zo lezen we in Job 1 vers 1. Hij heeft tien kinderen, zeven zoons en drie dochters. Ook bezit hij een zeer grote veestapel.

Maar dan volgt het droevige verhaal van het lijden, dat Job moet ondergaan.

Satan denkt, dat hij Job van zijn geloof in God af kan brengen. En God zegt dan tegen hem: “Dat zal je niet lukken, je mag het proberen.”

Job bereikt dan de ene onheilstijding na de andere. Zijn runderen en ezelinnen worden geroofd, zijn schapen werden door de bliksem gedood, ook zijn kamelen worden geroofd, zijn kinderen komen om in een zware storm en ook al zijn knechten zijn gedood.

 

 

 

Het geloof van Job houdt stand!

 

Als satan weer voor de Heer verschijnt, vraagt Deze hem weer of hij acht heeft geslagen op Job. Maar satan denkt, dat Job wel zal bezwijken als hij persoonlijk geraakt wordt. “Ga je gang,” zegt God dan tegen satan. “Doe wat je wilt met hem, maar spaar zijn leven.”

En dan wordt Job getroffen door zweren over zijn hele lichaam. Hij neemt dan een potscherf om zich daarmee te krabben.

Zelfs zijn eigen vrouw steunt hem niet in zijn lijden, ze beschimpt hem zelfs:

Volhardt gij nog in uw vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf! –Job 2:9 

 

Drie vrienden van aanzien komen dan bij Job om hem te beklagen en vertroosten. eerst kunnen ze niets zeggen, verslagen als ze zijn door de aanblik, die Job hen biedt.

Maar dan kan Job zich niet meer beheersen, hij is ook maar een mens. Met luide stem beklaagt hij zich. Hij vervloekt zelfs de dag van zijn geboorte.

Maar dan houden de vrienden zich niet langer stil. Ze beschuldigen Job van ongeduldigheid en wijzen hem op de gerechtigheid Gods, waardoor Hij de kwaden straft.

Ze beschuldigen Job van huichelarij of goddeloosheid.

Zij beweren, dat God de goddelozen alleen straft en de vromen zegent.

Job is alles ontnomen. Zijn wereld is ingestort. En tot overmaat van ramp wordt hij ook nog op zo’n manier door zijn vrienden bejegend. Met allerlei spreuken zetten ze hun beweringen kracht bij.

Maar Job weet zich te verantwoorden, overtuigd als hij is van zijn zuiver geweten.

De beschuldigingen van zijn vrienden verwerpt hij. Hij brengt naar voren, dat God juist vaak de vromen met gruwelijke straffen straft, terwijl niet zelden de goddelozen juist veel milder gestraft worden.

Als de drie vrienden uitgepraat zijn en Job hun redeneringen beantwoord heeft, neemt een andere persoon het woord, namelijk Elihu.

Hij is boos op Job, omdat die zich tegenover God voor rechtvaardig hield en hij is boos op de drie vrienden, omdat zij geen antwoord vinden om Job duidelijk te weerleggen en overtuigen, maar hem wel beschuldigen van huichelarij en goddeloosheid.

De reden, dat deze Elihu nu pas het woord neemt, is, dat hij veel jonger is en eerst de ouden aan het woord wil laten.

Tenslotte openbaart God zich aan Job in storm en onweer, Job bestraffende, omdat hij ondoordacht van Hem gesproken heeft.

Job bekent dan zijn zonde, geeft Gods gerechtigheid de eer en openbaart de boetvaardigheid van zijn hart.

 

 

 

de beproevingen van Job doorSatan

de beproevingen van Job door Satan

 

 

 

God beschuldigt de drie vrienden van Job.

 

Dan vindt God, dat Job genoeg geleden heeft. God brengt een keer in het leven van Job en geeft hem al zijn vroegere rijkdommen terug en meer dan dat.

Het bezit van Job breidt zich uit tot veertienduizend stuks kleinvee, zesduizend kamelen, duizend span runderen en duizend ezelinnen.

Ook wordt Job gezegend met zeven zoons en drie dochters.

Daarna leefde Job nog honderdveertig jaar, hij zag zijn nakomelingen tot in vier geslachten.

 

 

 

De rol van Satan

 

Satan is de wederpartijder, zo wordt de boze geest genoemd, omdat hij uit onverzoenlijke vijandschap alle gelovigen haat en voortdurend tracht hen tot zonde te verleiden. Als een brullende leeuw gaat hij rond op aarde, op zoek naar mensen, die hij kan verslinden.

Satan dwaalt rond op de aarde, op zoek naar mensen, die hij zou kunnen bewerken en tot zonde overhalen.

 

Petrus zegt hierover in 1 Petrus 5 vers 8:

Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten.

 

 

 

Auteur en ontstaan van het boek Job

 

Over dit onderwerp bestaat een grote verscheidenheid aan meningen. Een oude joodse traditie in de Talmoed stelt dat Mozes het boek geschreven kan hebben. Anderen voeren argumenten aan dat het door Job zelf geschreven is, of door Elihu of Jesaja.

De meeste joden nemen aan dat Job geen historisch persoon geweest is. In deze opvatting is Job een literaire creatie door een profeet die deze schrijfvorm gebruikte om een goddelijke boodschap over te brengen.

Vele christenen geloven echter dat Job een historisch persoon was. In deze opvatting accepteert men de uitspraken van het boek waarin over Job gesproken wordt. Dit geloof is ook gebaseerd op de verwijzingen naar Job in het boek Ezechiël en in de brief van Jacobus.
Het boek Job wordt ook aangehaald in de Hebreeën 12:5, en in de I Korinthiërs 3:19.

 

 

 

De boodschap van het boek

 

Het grote onderwerp van het boek behandelt de vraag: “Is ongeluk en pech in het leven altijd een kwestie van goddelijke straf voor iets?” Jobs drie vrienden geven hierop een bevestigend antwoord, en stellen dat Jobs ellende het bewijs is dat hij zonden begaan heeft waarvoor hij nu gestraft wordt. Zijn vrienden verdedigen ook de omgekeerde stelling, dat geluk en welvaart het bewijs zijn van goddelijke beloning, en dat, als Job zijn fouten zou erkennen, zijn lot onmiddellijk weer zou omkeren.

In zijn antwoord stelt Job dat hij een rechtvaardig man was, en dat zijn ellende dus geen straf voor iets is. Dit werpt de mogelijkheid op dat God op willekeurige wijze handelt, en Jobs vrouw raadt hem aan God te vervloeken en te sterven. In plaats hiervan antwoordt Job: “Zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen?” De climax van het boek vindt plaats wanneer God Job antwoordt, niet met een uitleg van Jobs lijden, maar met een vraag: waar was Job toen God de wereld schiep?

Gods antwoord kan op verschillende manieren gelezen worden. Sommigen zien het als een manier om Job nederig te maken. Toch wordt Job getroost door Gods antwoord.

Het verhaal waarin het boek vervat is, compliceert het boek nog meer. In het inleidende verhaal staat God toe dat Satan Job zijn vrouw, kinderen en rijkdom afneemt. In het slotgedeelte herstelt God Job in zijn vroegere gezondheid en geluk wat suggereert dat het geloof van de rechtvaardige wel degelijk beloond wordt. De duivel wordt in het slot niet meer vermeld.

Wanneer wij antwoord willen geven op de vraag of we in Job met Gods Woord te maken hebben, moet ons antwoord ja zijn. De Heilige Geest heeft ook dit boek tot deel van de Bijbel, van Gods Woord gemaakt. Toch betekent dat niet dat alles wat daarin staat ons de goede weg van God en de goede leer van God leert.

 

 

 

de beloning van Job door God

de beloning van Job door God

 

 

 

 

Aanwijzingen dat Job ongeveer in de tijd van Abraham geleefd heeft 

 

• De organisatie van het familieleven en van zijn eigendom past bij die tijd in het Oude-Nabije Oosten. Hij is een herdersvorst en zijn rijkdom wordt uitgedrukt in het bezit aan vee dat hij heeft. 1:3; 42:12. Dit past bij deze tijd.
• Job wordt heel oud. 42:16. Zijn leeftijd van 140 jaar past bij de tijd van de aartsvaders of daarvoor maar niet in de tijd daarna.
• In de tijd voor Israëls volksbestaan in Kanaan waren er gelovigen die niet tot de nakomelingen van Abraham behoorden. Een ander voorbeeld daarvan is Melchizedek. Zie Gen 14.
Als het over de persoon Job gaat was hij zeker een historische persoon die op aarde geleefd heeft. Dat komt duidelijk in het boek Job naar voren. En ook op andere plaatsen in de Bijbel. Kijk bijvoorbeeld: Ez 14:14,20; Jak 5:11.

 

 

 

Heeft Job echt dingen gezegd die niet goed waren?

 

Die vraag komt vooral naar ons toe als de Heer zich in hoofdstuk 42:7 tot zegt:

“Ik ben in woede ontstoken tegen jou en je twee vrienden, omdat jullie niet juist over mij hebben gesproken, zoals mijn dienaar Job.”

Waarom is de Heer kwaad op die drie vrienden? De reden daarvan is dat zij niet op de juiste manier over Hem gesproken hebben. Ieder mens die in groot problemen zit en door grote problemen getroffen wordt moet een grote zondaar zijn. Wie in zijn leven niet veel problemen ondervindt zou daaruit de conclusie kunnen trekken dat hun leven goed voor God is.

De drie vrienden hebben daarmee een verkeerd beeld van God en het leven voor Gods ogen gegeven. Ze hebben daarin verkeerd over de Heer gesproken. Dat is niet de manier waarop de Heer werkt.

De Here Jezus wijst dat aan als Hij iemand die blind geboren is geneest. Dan wordt de Here Jezus de vraag gesteld wie er zo zwaar gezondigd heeft: die blinde man of zijn ouders. Jezus’antwoord is dan:

“Hij niet en zijn ouders niet, maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden.” Joh 9:3

Ook bestraft de Heer Job over bepaalde dingen die hij gezegd heeft en de houding die hij daardoor tegenover de Heer inneemt. De Here God zegt in 38:2 zelfs tegen Job:

“Wie is het die mijn besluit bedekt onder woorden vol onverstand.?”

De rede van die woorden is dat Job de Heer tot verantwoording geroepen heeft. Hij heeft zo gesproken dat hij de indruk wekt dat de Heer onrechtvaardig met hem omgaat. Wat nu met hem gebeurd is, heeft hij niet verdiend. Hij twijfelt aan God rechtvaardigheid. Job laat zich door de Heer ook overtuigen en erkent dan ook zijn schuld.

 

 

 

De strijd tussen God en Satan

 

• De strijd tussen God en satan. De satan wil bewijzen dat een mens die zwaar in de ellende komt niet tot het einde toe de Heer trouw zal blijven en aanbidden. De Heer laat zien dat Zijn kracht en trouw boven alle macht van de duivel uitgaan. Het blijven geloven, het blijven dienen van God is niet van aardse welvaart en geluk op deze wereld afhankelijk.

• Job wordt door de trouw en kracht van God een voorbeeld van het geduldig lijden om het volgen van God. Kijk Jakobus 5:10. Je kunt op de Heer vertrouwen!

De satan kan niet verder gaan als wat de Heer hem toelaat. Zie 2:6.

• Als je in moeilijke omstandigheden leeft en je moet lijden betekent dat niet automatisch dat er een bijzondere zonde in je leven is. Iedereen heeft de Verlosser nodig.

• Wij als mensen kunnen Gods wijsheid niet beoordelen en veroordelen. De Heer gaat ons verstand en ons voorstellingsvermogen te boven. Ons past het om Hem en Zijn grootheid te aanbidden.

• De beproevingen van de gelovigen zijn er op gericht om de Heer echt te kennen.

• Een gelovige leeft en aanbidt de Heer. Hij doet dat niet voor niets.

 

 

 

God en het lijden

 

In het begin van de bijbel wordt verteld dat de schepping goed is. Maar al snel komen de verhalen waarin het misgaat: Adam en Eva verliezen hun onschuld, Kaïn slaat Abel dood, Lamech wreekt zich, de tijdgenoten van Noach maken er een puinhoop van. Het zijn allemaal gebeurtenissen die zich vandaag de dag herhalen: de ooit goede schepping is niet goed meer. En er is nog meer aan de hand. Mensen krijgen te maken met ziekte, pijn, verlies, dood en rouw. Mensen worden getroffen door een ongeluk of een ramp. Iedereen krijgt te maken met leegte en gemis, vroeg of laat, meer of minder. Verdriet blijft niemand bespaard door de zondeval.

 

 

 

Waarom?

 

Het belangrijkste in het boek Job is dat je er met simpele antwoorden nooit komt. Alle antwoorden die wij op de waarom-vragen geven, zijn te gemakkelijk. Het boek Job laat ons zien dat je best boos mag zijn op God als de dingen die gebeuren onbegrijpelijk zijn. Maar God is ook degene die er uiteindelijk weer voor je is.

Ook op andere plaatsen in de Bijbel hoor je dit. Denk maar eens aan het verhaal van Jezus en de blindgeboren man in Johannes 9. De leerlingen van Jezus willen weten hoe het komt dat de man blind is: komt het door zijn eigen zonde of door die van zijn ouders? Jezus leert hun dat dat niet de goede manier van kijken is. Zo kan de Bijbel ons helpen om met de moeilijke waarom-vragen om te gaan, al zijn de antwoorden lang niet altijd even makkelijk!

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Abraham, de stamvader van Israël

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Abraham, oorspronkelijk Abram geheten, is de stamvader van het volk Israël. Uit de Bijbel leren wij hem kennen als een uitstekend vroom man, die zich, in het volle vertrouwen, volkomen aan de goddelijke Voorzienigheid overgaf, toen hem gevraagd werd zijn zoon Izak te offeren. Hij werd als zoon van Terah (of ‘Terach’) en kleinzoon van Nahor geboren in Ur. Hij was dus een afstammeling van Sem, zoon van Noach.

 

 

Abraham Friend of God2

 

 

 

 

Naam

 

Zijn naam was eerst Abram (‘hoge vader’, ‘vader der hoogheid’), doch na de goddelijke belofte van een talrijk kroost (Gen. 12:2; 17:5), ontving hij op 99-jarige leeftijd de naam Abraham, welke hij de hele Bijbel door behoudt. De nieuwe naam betekent ‘vader van een grote menigte’. Hij zou worden ‘tot een groot volk’ (Gen. 12:2) en ‘een vader van menigte der volken’ (Gen. 17:5).

 

 

 

Afgoderij

 

Terah en zijn zonen Abraham en Nahor hebben andere goden gediend. Jozua verhaalde daarvan:

Joz 24:2 Toen zei Jozua tegen heel het volk: Zo zegt de Heere, de God van Israël: Aan de overzijde van de rivier hebben uw vaderen van oude tijden af gewoond, Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend.

Joz 24:14 Nu dan, vrees de Heere, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de goden weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in Egypte, en dien de Heere.

Joz 24:15 Maar als het in uw ogen kwalijk is de Heere te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: óf de goden die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden,gediend hebben, óf de goden van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de Heere dienen!

Joz 24:16 Toen antwoordde het volk en zei: Er is geen sprake van dat wij de Heere zouden verlaten om andere goden te dienen.

 

 

 

52e00dfb70a3badbe4499241b720db2f

 

 

 

 

Roeping

 

Abram werd door God geroepen om zijn land en familie te verlaten en te gaan naar een ander land dat God hem zou wijzen. Jahweh zou hem tot een groot volk maken, namelijk het volk van Israël. In hem zouden alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

 

Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.


Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.


Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.


Ge 12:4 Toen ging Abram op weg, zoals de Heere tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.

.

.

God verscheen meermaals aan Abraham

 

Hij zei eens van Abraham:

Ge 18:19 want Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des Heeren zouden bewaren door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere aan Abraham vervulle wat Hij over hem gesproken heeft.

 

 

 

 

Abraham kreeg acht zonen bij drie vrouwen

 

De vrouwen van Abraham waren Sara, Hagar en Ketura. Hij nam Ketura tot vrouw nadat Sara, 127 jaar oud (Gen. 23:1) gestorven was; Abraham was toen 137 jaar oud. De naam “Ketura” betekent “reukwerk”. Abrahams zonen waren:

  1. Ismaël (‘God verhoort’), zoon van Sara’s dienstmaagd Hagar
  2. Izak (‘gelach’), zoon van Sara.
  3. Zimran (‘beroemde’), zoon van Ketura
  4. Joksan (‘vogelaar’), zoon van Ketura
  5. Medan (‘twist’), zoon van Ketura
  6. Midian (‘strijd’), zoon van Ketura
  7. Jisbak (‘verlatene’), zoon van Ketura
  8. Suah (‘treurig’), zoon van Ketura.

Sara’s overlijden in Hebron gaf hem aanleiding om een spelonk te kopen van de Hethiet Efron (Gen. 23). Hij kocht de spelonk en de akker van Efron voor 400 zilverstukken. Dat was zijn eerste, aangekochte eigendom in het land Kanaän. Na de dood van Sara heeft Abraham nog 38 jaar geleefd. Hij bereikte een leeftijd van 175 jaar. Door zijn zonen Izak en Ismaël werd hij begraven in de spelonk van Machpela.

 

 

 

 

Abraham, de profeet

 

God noemde Abraham tegenover de filistijnse vorst Abimelech “een profeet” (Gen. 20:7).

Ge 20:7 Nu dan, geef de vrouw van die man terug, want hij is een profeet! Hij zal voor u bidden, zodat u in leven blijft. Als u haar echter niet teruggeeft, weet dan dat u zeker zult sterven, u en al wat van u is.

Dat Abraham een profeet was, bleek uit zijn antwoord aan Izak, onderweg naar de offerplaats.

Ge 22:7 Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?
Ge 22:8 Abraham zei: God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon. Zo gingen zij beiden samen.

 

 

 

1505

 

 

De profeet Abraham sprak tot zijn knecht, die de opdracht kreeg naar Abrahams familie te gaan en daar een vrouw voor Izak te vinden.

Ge 24:7 De Heere, de God van de hemel, Die mij uit mijn familie en uit mijn geboorteland weggehaald heeft, Die tot mij gesproken heeft en Die mij gezworen heeft: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven -die God zal Zijn engel voor u uit sturen, opdat u voor mijn zoon daarvandaan een vrouw zult nemen.

Toen de aartsvader zich tegenover de Hethieten, van wie hij een gunst verzocht, “een vreemdeling en een inwoner bij u” noemde, noemden zij hem “een vorst Gods in het midden van ons’ (Gen. 23:6). God noemde hem tegenover zijn volk Israël “de rotssteen” waaruit de Israëlieten gehouwen zijn.

 

Jes 51:1  Hoort naar Mij, gij, die de gerechtigheid najaagt, gij, die den Heere zoekt! aanschouwt den rotssteen, waaruit gij lieden gehouwen zijt, en de holligheid des bornputs, waaruit gij gegraven zijt.


Jes 51:2 Aanschouwt Abraham, ulieder vader, en Sara, die ulieden gebaard heeft; want Ik riep hem, toen hij nog alleen was, en Ik zegende hem, en Ik vermenigvuldigde hem.

 

Jezus Christus wordt “de Zoon van Abraham” genoemd, omdat hij naar het vlees een afstammeling van Abraham is en evenals deze wandelde in geloof.

Mt 1:1 Geslachtsregister van Jezus Christus, Zoon van David, Zoon van Abraham.

 

Joh 8:39 Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zei tot hen: Als u kinderen van Abraham was, zou u de werken van Abraham doen.

 

 

 

Belofte van land

 

Abraham kreeg de belofte van het land Kanaän. Hij was gegaan en gekomen in het land dat God hem ter bezitting aanwees. Het land was voor hem en zijn ‘zaad’, zijn nageslacht. De landbelofte wordt meermaals herhaald.

 

Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.


Ge 12:7 Zo verscheen de Heere aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den Heere, Die hem verschenen was.


Ge 15:7 Voorts zeide Hij tot hem: Ik ben de Heere, Die u uitgeleid heb uit Ur der Chaldeën, om u dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten.


Ge 17:8 En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.

 

 

 

Afbeelding-04-Het-Beloofde-Land

 

 

 

Het beloofde land is zelfs groter dan Kanaän en strekt zich uit tot de rivier Eufraat (of Frath).

 

Ge 15:18 Ten zelfden dage maakte de Heere een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath.

 

 

 

Abraham bleef een vreemdeling in het land en woonde in tenten.

 

Hnd 7:5 En Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs geen voetbreed, en Hij beloofde het hem tot een bezitting te geven en zijn nageslacht na hem, terwijl hij geen kind had.

 

 

 

3sarah-et-abraham_isaac540

 

 

 

De landbelofte wordt door God aan Abrahams zoon Izak bevestigd

 

Ge 26:2 En de Heere verscheen hem en zeide: Trek niet af naar Egypte; woon in het land, dat Ik u aanzeggen zal;

Ge 26:3 Woon als vreemdeling in dat land, en Ik zal met u zijn, en zal u zegenen; want aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven, en Ik zal den eed bevestigen, dien Ik Abraham uw vader gezworen heb.

Ge 26:4 En Ik zal uw zaad vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en zal aan uw zaad al deze landen geven; en in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde,

Ge 26:5 Daarom dat Abraham Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten.

 

Ook aan Jacob en Mozes werd de belofte door God bevestigd (Deut. 34:4).

 

 

 

 

Belofte van talrijk nageslacht

 

Abraham kreeg ook de belofte van een talrijk nageslacht. Abraham is, overeenkomstig de belofte van God, een vader van vele volken geworden. De naam ‘Abraham’ betekent ‘vader van een grote menigte’ .

Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.

Ge 17:5 En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.


Ge 17:6 En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.

Ge 18:17 De Heere zei: Zal Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?


Ge 18:18 Immers, Abraham zal zeker tot een groot en machtig volk worden, en alle volken van de aarde zullen in hem gezegend worden.


Ge 18:19 Want Ik heb hem uitgekozen, opdat hij aan zijn kinderen en zijn huis na hem bevel zou geven om de weg van de Heere in acht te nemen, door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere over Abraham zal brengen wat Hij over hem gesproken heeft.

 

 

 

God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

 

 

De belofte van een talrijk nageslacht werd door God aan Izak herhaald:

 

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden,

Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.

Abraham heeft afstammelingen naar het vlees en naar het geloof. Van Abraham stammen af naar het vlees (lijfelijke nakomelingen):

  • de Israëlieten, via zijn zoon Izak
  • de Edomieten, via zijn zoon Izak
  • de Ismaëlieten, via zijn zoon Ismaël
  • de Assurieten, via zijn zoon Joksan
  • de Letusieten, via zijn zoon Joksan
  • de Leümmieten, via zijn zoon Joksan
  • de Midianieten, via zijn zoon Midian
  • en vele Arabische stammen

Volgens de islamitische overlevering zijn de Arabieren de nakomelingen van Ismaël en daarmee kinderen van Abraham. Moslims zien Abraham als hun vader.

 

 

 

Abrahams nageslacht door het geloof

 

In figuurlijke of geestelijke zin, namelijk om hun geloof, worden gelovigen in de Bijbel kinderen van Abraham genoemd. Abraham geloofde God op het woord van Diens beloften en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Zo wordt ook ons geloof in Jezus Christus, de Zoon van God en de Heiland der wereld, ons tot gerechtigheid gerekend. In dat opzicht is de gelovige als Abraham en wordt hij door God als een zoon van Abraham beschouwd.

Ga 3:7 Erkent dan, dat zij die op grond van geloof zijn,zonen van Abrahamzijn. 

Ga 3:29 En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en volgens belofte erfgenamen.

 

Uit en door Abraham is dus een natuurlijk en aards volk (Israël) alsook een geestelijk en hemels volk (gemeente van Christus) ontstaan. Deze beide volken worden misschien aangeduid door de uitdrukkingen “de sterren aan de hemel” (gemeente van Christus) en “het zand aan de oever van de zee” (Israël).

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als hetzand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden.

 

 

plaat10

 

 

 

 

Belofte van zegen

 

Abraham kreeg ook een belofte van zegen in hem: in hem zouden alle geslachten van het aardrijk gezegend worden.

Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

 

 

 

 

God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

 

 

De belofte van zegen wordt door God aan Izak herhaald:

 

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, 

Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.

 

 

 

Op de Pinksterdag herinnert Petrus zijn toehoorders aan deze belofte:

 

Hnd 3:25 U bent de zonen van de profeten en van het verbond dat God met uw vaderen heeft gemaakt, toen Hij tot Abraham zei: ‘En in uw nageslacht zullen alle families van de aarde gezegend worden’.

 

 

 

Deze zegen komt door een zoon van Abraham, namelijk Jezus Christus, tot alle volken van de aarde. Eén zegen is de rechtvaardiging uit geloof.

 

Ga 3:8 De Schrift nu, die voorzag dat God de volken op grond van geloof zou rechtvaardigen, verkondigde tevoren aan Abraham de blijde boodschap: ‘In u zullen alle volken gezegend worden’.

 

 

 

 

Belofte van overwinning

 

Nadat God aan Abraham meermaals de belofte van land, een talrijk nageslacht en zegen door hem voor de volken had gedaan, voegt Hij, nadat Abraham zijn eigen zoon offerde, er een nieuwe belofte bij.

 

 

Het zaad (nageslacht) van Abraham zou de poort van zijn vijanden in bezit nemen:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

Wanneer wij Abrahams zaad (nageslacht) in hetmeervoud nemen, dus op zijn nakomelingen zien, dan zegt de belofte dat Abrahams nageslacht de poort van zijn vijanden (erfelijk) zal bezitten, hun steden innemen en het goed van hun land genieten. Een poortis in de Heilige Schrift het beeld van macht en sterkte (vgl. Matth. 16:18). In de poorten werden ook de rechtspraken gehouden. Jahweh wil daarmee dus aan Abraham zeggen, dat zijn nakroost over zijn vijanden zal heersen en zijn vijanden overwinnen zal.

Deze belofte ging in vervulling toen Israël zijn vijanden versloeg en het beloofde land innam. De volkomen vervulling geschiedt na de Grote Verdrukking en het geestelijke herstel van Israël. Israël zal dan niet langer de smaad en de staart, maar de eer en het hoofd der volken zijn.

Wanneer wij Abrahams zaad in het enkelvoudnemen, dus op zijn Nakomeling Jezus zien – zoals Paulus doet in Gal. 3:16 – dan zegt de belofte dat de Heer Jezus de poort van zijn vijanden zal innemen. De Heer Jezus is verhoogd aan Gods rechterhand totdat God al zijn vijanden tot zijn voetbank heeft gesteld.

Heb 1:13 Tot wie van de engelen echter heeft Hij ooit gezegd: ‘Zit aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden stel tot een voetbank voor uw voeten’?

Lu 19:27 Die vijanden van mij evenwel, die niet wilden dat ik over hen regeerde, brengt ze hier en slacht ze in mijn bijzijn af.

 

 

De Heer Jezus heeft door de dood de satan, die de macht over de dood had, teniet gedaan.

 

Heb 2:14  Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel.

 

 

 

Hij heeft de sleutel van de dood en de hades (= dodenrijk).

 

Opb 1:18 en de levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades.

Mt 16:18 En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hades zullen haar niet overweldigen.

Hij zal bij zijn toekomstige verschijning in de wereld zijn vrederijk op aarde oprichten. Hij zal de wereld regeren, die voordien, na de zondeval, door satan werd geregeerd.

 

1Co 15:25 Want Hij moet regeren, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Jozef van Arimathea

Standaard

categorie : beroemde mensen

.

.

.

.

Jozef van Arimathea

 

Jozef van Arimathea is een persoon die voorkomt in de Bijbel. Hij was, volgens Lucas, een lid van het Sanhedrin, maar oneens met de veroordeling van Jezus. Mogelijk was hij zelfs een aanhanger van Jezus, en de eigenaar van de tuin waarin deze begraven werd. In die tuin lag namelijk een nieuw graf, waarin nog niemand was begraven.

Na Jezus’ dood vroeg hij aan Pontius Pilatus om het lichaam in zijn graf te mogen begraven. Hierom wordt Jozef vereerd door begrafenisondernemers, van wie hij de beschermheilige is. Hij was ook degene die Jezus van het kruis haalde en in een linnen doek wikkelde. Sommige  beweren dat Jozef het bloed van Jezus opving in een beker, de Heilige Graal, en hiermee naar Glastonbury in Engeland reisde.

 

 

Joseph%20of%20Arimathea%2010%25

 

.

 

JOZEF VAN ARIMATHEA SPREEKT TOT DE MENS 

 

De Hoeder van de Heilige Graal. Mijn geliefde kinderen van de wereld. Mijn geliefde zielen van de mensheid. IK BEN Jozef Van Arimathea, uw aller broeder in Liefde en Licht van de zesde trilling. Zoals ten tijde van mijn Hemelvaart, kom ik terug op de vooravond van de intrede van het Aquariustijdperk. Verscheidene van mijn voorbereidende levens heb ik doorgebracht op onze wondermooie planeet aarde. Ik was bekend ten tijde van Lemuria als de Hogepriester Rasjka, dienaar van het Levende Licht in de Bokaal. Ten tijde van Atlantis droeg ik de naam . . . als zonnekoning. Dichter bij jullie bewustzijnsgeschiedenis ben ik ook verschenen als Abraham. Dit ter informatie om de menselijke nieuwsgierigheid te bevredigen. Want telkenmale stonden mijn levens in het teken van:

.

´Het Levend Licht in de Heilige Graal. ´

.

Ook word ik door ingewijden de Broeder (herder) van de Heilige Graal genoemd. Hoewel ik ten tijde van mijn leven in de vorm als Jozef Van Arimathea, zeer goed bekend was bij de bevolking in vele landen en verschillende werelddelen, is dit alles in vergetelheid geraakt. En dit alles met welbepaalde redenen.

Ondanks alle zoektochten, ondanks alle aanwijzingen en verhalen, blijft de Heilige Graal en haar Levend Licht nog altijd een levend mysterie voor de meeste mensen. Voor men kan binnentreden in het Levend Licht en de Heilige Graal kan ontvangen, dient men reeds vele stappen op het pad van evolutie te hebben gezet. Het is dan ook geen toeval dat Mijn naam, de verhalen rond de Heilige Graal en het Levend Licht weer volop opflakkeren aan de vooravond van Aquarius, de wederkomst van de Christus op Aarde.

Maar vooraleer de mensheid als één geheel de Heilige Graal weer kan ontvangen en kan binnentreden in het Levend Licht om de waarheid van de Christus te aanschouwen, zijn nog vele bewustzijnsverruimingen en verschuivingen noodzakelijk. Verwacht dus niet mijn geliefde mensenkinderen, dat u alle zogenaamde mysterieën ineens kunt ontrafelen. Maar geniet van het proces van evolutie dat het mensenleven wordt genoemd.

Ten tijde van Mijn fysieke levens, alsook in Mijn Hemelvaart heb Ik verschillende discipelen ingewijd. Vele van deze ingewijden zijn momenteel in een fysiek leven op de Aarde om de mensheid te dienen en de weg voor te gaan, om de éénheid en harmonie, liefde en verlichting te tonen die teweeg worden gebracht door de komst van het Levend Licht en het ontvangen van de Heilige Graal in uw eigen hart. Zo hoog, zo laag. Dat wat in de Geest aanwezig is, kan en zal ook in de vorm bestaan.

Door de aanwezigheid van Mijn ingewijden en tweelingziel op Aarde, kan ook Ik tot in de vorm bij u komen, tot u spreken en u de weg tonen die voorheen was voorbehouden voor de hoogste ingewijden. Doch weet, dat door de versnelde evolutieverandering waar de Aarde zich nu in begeeft, ook haar bewoners in een versneld evolutieproces terecht komen. Hierbij wens Ik dan ook te vragen dat allen meer en meer in de openheid komen om het hoge een plaats te geven in het lage en de geest tot uitdrukking te brengen in het fysiek zijn.

IK BEN EN IK LEEF.

Jozef Van Arimathea

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

.

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus. ‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij. ‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt. ‘’

 

 

 

 

 

mijne kop a4                                                                                JOHN ASTRIA

 

 

De boeken van de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De Islam gelooft dat er duizenden profeten geweest zijn, die allemaal hetzelfde geloof en dezelfde boodschap verkondigden, en regels verduidelijkten voor de noden van hun specifieke gemeenschap.

 

 

 

h_52202_298791

 

 

In essentie brachten deze profeten niets nieuws omdat volgens de islam elke ziel voor zij in een mens geboren wordt God als Heer erkend zodat elk mens geboren wordt met een elementair inzicht in goed en kwaad (alsook met verstand en gevoelens). De boodschappen die de profeten kregen, herinneren de mensen dus aan wat zij in hun hart al weten en knopen daar bij aan.

Een aantal voorbeelden zijn de Profeten Mozes, Abraham, David, en Jezus.

Naarmate de mensheid verder evolueerde werden de Openbaringen van God (in het arabisch: Allah; in het Hebreeuws: Jahweh) steeds verfijnder, tot God aan Mohammed de laatste en definitieve openbaring voor de hele mensheid en voor alle tijden gaf.

Één van de geloofsartikelen van de islam verplicht moslims ertoe te geloven in alle Boeken die door God geopenbaard zijn en in alle profeten aan wie zij geopenbaard werden, anders kunnen zij niet als moslim beschouwd worden. Om moslim te zijn, moet men dus ook in Jezus en in zijn boodschap geloven.

Het is ook zo dat moslims geen verschil maken tussen de profeten:

“Zeg: “Wij geloven in God, in wat naar ons is neergezonden en in wat naar Abraham, Ishmaïl, Isaak, Jacob en de stammen is neergezonden en in wat aan de profeten door hun Heer gegeven is. Wij maken geen verschil tussen één van hen en wij hebben ons aan Hem overgegeven.”(Koran 2:136)

Moslims beschouwen de oorspronkelijke Boeken die aan de profeten geopenbaard werden als Heilige Boeken die God’s Boodschap bevatten, met name de Thora (geopenbaard aan Mozes), het Boek der Psalmen (aan David geopenbaard),  de Evangeliën (‘Nieuwe Testament’, geopenbaard aan Jezus) en de Koran (geopenbaard aan Mohammed).

 

 

01-koran-e1

 

 

Volgens de islam hebben de Boeken van de Bijbel in de loop der tijden evenwel aanpassingen ondergaan zodat de oorspronkelijke Boodschap in deze Boeken niet meer in zuivere originele vorm behouden werd.

Bovendien wordt de Bijbel ook niet beschouwd als het letterlijke Woord van God, maar is het eerder een relaas over het leven van de profeten (waaronder Jezus) dat door anderen opgetekend werd. De Koran wordt beschouwd t als het letterlijke woord van God zoals het letter per letter aan Mohamed geopenbaard werd en sedertdien onveranderd bewaard bleef.

Moslims erkennen ook de Bijbel als een Heilig Boek, maar omdat het Boek niet meer in zijn oorspronkelijke vorm bestaat en er doorheen de eeuwen veel aan veranderd is, toetsen moslims de huidige Bijbel wel aan de Koran. Alles wat door de koran niet expliciet tegengesproken wordt, wordt aanvaard.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De profeten van de islam.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De islam gelooft dat er duizenden profeten geweest zijn, voor alle volkeren ter wereld. Zij verkondigden allemaal het Woord van God. Een paar voorbeelden zijn de profeten David, Abraham, Isaak, Isma’iel, Jacob, Jezus en Mohamed. Hun leven wordt beschouwd als een toepassing van de Heilige Boeken, een voorbeeld volgens hetwelke Muslims moeten proberen te leven.

 

 

 

 

mohhee

 

“Zeg: “Wij geloven in God, in wat naar ons is neergezonden en in wat naar Abraham, Isma’iel, Isaak, Jacob en de stammen is neergezonden en in wat aan Mozes en Jezus is gegeven en in wat aan de Profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen en wij hebben ons aan Hem overgegeven.”(Koran, 2:136)
“Aan jou (Mohammed) wordt slechts gezegd wat aan al de gezanten voor jouw tijd gezegd werd.” (Koran, 41:43)
.

De profeten vertelden niets nieuws in die zin dat volgens de islam elke ziel voor zij in een mens geborden wordt God als haar Heer erkend en een gelofte aflegt bij God. Elk kind wordt dus geboren met een elementair inzicht in goed en slecht, met vrije wil, verstand en gevoelens en in een staat van perfecte harmonie (islam gelooft niet in de erfzonde). Naarmate de tijd vordert en men zondigt (bv door hoogmoed, door te liegen, door onrecht te begaan enz), dekt men deze oorspronkelijke staat van harmonie toe en wordt men rusteloos.

De boodschappen aan de profeten zijn een leidraad om op optimale wijze (dwz in harmonie en vrede met zichzelf en in een harmonieuze, vreedzame samenleving) door het leven te gaan. Hun boodschappen zijn op zich niets nieuws, zij herinneren de mensen aan wat zij in hun hart – of ziel – reeds weten door de gelofte die de zielen aan God aflegden voor zij geboren werden.

Men kan dus “tot God komen” door het bestuderen van de goddelijke boodschap aan de profeten, maar ook door introspectie, door in de het eigen hart – of de eigen ziel – te gaan zoeken. Muslims zijn verplicht te geloven in alle profeten en in hun Boodschap, zonder onderscheid. Iemand die niet gelooft in Jezus en in zijn boodschap, de Evangeliën, kan dus ook geen muslim zijn.

Volgens de Koran hoeven al diegenen die in de boodschappen van hun profeten geloven en die deugdelijk handelen niets te vrezen.  Zij kunnen zij naar het paradijs gaan, ongeacht de naam van het geloof. “Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de Christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)

Het is meteen duidelijk dat Mohammed niet de eerste, noch de enige profeet is van de islam. Hij bevestigt gewoon wat andere profeten voor hem reeds verkondigd hebben. De Boodschap is een uitnodiging  voor de hele wereld, voor alle tijden, zonder onderscheid van ras, nationaliteit, sociale stand, geslacht, enz. Volgens de meeste muslims is Mohammed de laatste profeet van God en kunnen er nu dus geen profeten meer komen. Wie zich na Mohamed uitgeeft als profeet, wordt geacht een valse profeet te zijn.

Sommige geleerden menen dat ook vrouwen tot het profeetschap uitverkoren werden. Zij noemen dan Maria, de moeder van Jezus, alsook de moeder van Mozes als voorbeelden. Deze vrouwen kregen ook openbaringen van God via de Aartsengel Gabriël.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

       

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA