Tagarchief: plant

Gewone- en duinreigersbek : Erodium cicutarium sp. cicutarium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek met twee vlekken op kroonbladen

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze of witte bloemen met 5 kroonbladen,
– waarvan er 2 zijn kleiner en
– die hebben bij reigersbek een grijswitte vlek,
– bij duinreigersbek niet en
– het samengestelde, oneven, dubbel veervormige blad

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

Algemeen

 

In sommige flora’s wordt reigersbek verdeeld in 2 ondersoorten : gewone reigersbek (subsp. cicutarium) en duinreigersbek (subsp. dunense Andreas).

De plant is afkomstig uit Zuidwest-Europa, het huidige verspreidingsgebied beslaat Noord-Frankrijk, Luxemburg, België, Nederland, Noordwest-Duitsland en Groot Brittannië. In België en Nederland komt de plant algemeen voor. De favoriete standplaats is in loofbossen en vooral in de binnenduinen, maar ook tussen stoeptegels wil de plant wel groeien.

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

Reigersbek is een eenjarige plant van 5 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge, matig voedselrijke zandgrond in akkers, bermen en duinen. Duinreigersbek is vrij algemeen in de duinen, elders aangevoerd met duinzand. Rei-gersbek bloeit vanaf april tot en met oktober met 5-tallige, licht helder roze of witte bloemen, die met 3 tot 7 een enkelvoudig scherm vormen. De kroonbladen zijn niet alle 5 even groot; 2 zijn kleiner. Bij gewone reigersbek hebben de kleinere kroonbladen een grijswitte vlek aan de basis. Bij duinreigersbek ontbreken die vlekjes.

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast de 2 genoemde ondersoorten is er ook nog kleverige reigersbek (Erdium lebelii, geen ondersoort).

 

 

  gewone reigersbek

– scherm: 5 tot 7 bloemen

– bloem 8 tot 17 mm

– helder roze, soms wit

– 2 kleinere kroonbladen met vlek

– snavel tot 3,5 cm lang

  duinreigersbek

– scherm: 3 tot 5 bloemen

– bloem 8 tot 14 mm

– helder roze, soms wit

– 2 kleinere kroonbladen zonder vlek

– snavel tot 2,5 cm lang

  kleverige reigersbek

– scherm: 2 tot 3 bloemen

– bloem 6 tot 8 mm

– meestal wit, soms lichtroze

– 5 gelijke kroonbladen zonder vlek

– kleverig door klierharen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

Reigersbek is van de andere ooievaarsbek soorten met kleine helder roze bloemen, zoals robertskruid en zachte ooievaarsbek, te onderscheiden door het blad. Reigersbek heeft oneven dubbel veervormig samengestelde bladeren; de andere ooievaarsbek soorten hebben handvormig gelobde of 3-5 tallige bladeren.

 

 

robertskruid

 

 

 

zachte ooievaarsbek

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 60 cm hoog

Bloem
– helder roze, zelden wit
– vanaf april t/m oktober
– enkelvoudig scherm
– 8 tot 17 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden, waarvan 5 met helmknoppen
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven dubbel veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

Gewone- en duinreigersbek

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Duinreigersbek : Erodium cicutarium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

49195191.050830001b

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze of witte bloemen met 5 kroonbladen,
– waarvan er 2 zijn kleiner en
– die hebben bij reigersbek een grijswitte vlek,
– bij duinreigersbek niet en
– het samengestelde, oneven, dubbel veervormige blad

 

 

 

1343977693-650670529

 

 

 

Algemeen

 

In sommige flora’s wordt reigersbek verdeeld in 2 ondersoorten : gewone reigersbek (subsp. cicutarium) en duinreigersbek (subsp. dunense Andreas) Reigersbek is een eenjarige plant van 5 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge, matig voedselrijke zandgrond in akkers, bermen en duinen. Duinreigersbek is vrij algemeen in de duinen, elders aangevoerd met duinzand.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Reigersbek bloeit vanaf april tot en met oktober met 5-tallige, licht helder roze of witte bloemen, die met 3 tot 7 een enkelvoudig scherm vormen. De kroonbladen zijn niet alle 5 even groot; 2 zijn kleiner. Bij gewone reigersbek hebben de kleinere kroonbladen een grijswitte vlek aan de basis. Bij duinreigersbek ontbreken die vlekjes.

 

.

 

Erodium cicutarium ssp dunense 8, Duinreigersbek, Saxifraga-Willem van Kruijsbergen

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 60 cm hoog

Bloem
– helder roze, zelden wit
– vanaf april t/m oktober
– enkelvoudig scherm
– 8 tot 17 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden, waarvan 5 met   helmknoppen
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven dubbel veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Deens lepelblad : Cochlearia danica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Cochlearia danica - Deens lepelblad-03

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, witte, 4-tallige bloemetjes in een tros en
– de lang gesteelde enkelvoudige, vlezige rozetbladeren en
– de (meestal) kort gesteelde, vlezige stengelbladeren en
– haar zoutminnende eigenschap

.

 

 

 

.

 

Algemeen

 

Deens lepelblad is een eenjarig plantje van 5 tot 25 cm hoog, dat groeit op open, droge tot vrij vochtige, voed-selrijke, zilte grond in de duinen, op groene stranden, op dijken in het kustgebied en langs wegen waarop ’s winters gestrooid wordt. Ze is vrij algemeen in de duingebieden en het maritieme gebied en zeer algemeen langs bepekelde wegen.

 

 

00342Deens lepelblad Lange land Ziekenhuis 1 copy

 

 

 

Bloemen

 

Deens lepelblad bloeit vanaf april tot en met juni met kleine witte bloemetjes, die in een trosje aan het einde van de stengel en zijstengels staan. De kelkbladen zijn roodbruin aangelopen. De rest van de plant is donkergroen of sterk roodbruin aangelopen. Hoe droger de standplaats hoe sterker de roodbruine verkleuring.

 

 

 

 

.

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– vrij tot zeer algemeen
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 4 tot 5 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– rozetbladeren :
– lang gesteeld
– top stomp
– rond tot driehoekig
– voet hartvormig
– bovenste bladeren :
– kort gesteeld
– top spits
– 3- tot 5-lobbig
– voet aflopend
– veernervig
– vlezig

Stengel
– rechtop of opstijgend
– glad en kaal
– groen tot rood aangelopen
– meerkantig

zie wilde bloemen

.

 

scurvy5

 

.

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

Onkruid soorten in ons land – letter K – deel 1

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

.

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

De Kaasjeskruiden (Malvaceae)

 

GROOT KAASJESKRUID

 

GROOT KAASJESKRUID (Malva sylvestris) is, zoals de naam al aangeeft, een forse plant (0,60-1,20 meter hoog). De stengels zijn houtig aan de onderkant, vertakt en sterk behaard. De vijfslippige, afwisselend staande bladeren zijn 5-10 cm in doorsnee, enigszins samengevouwen, ruw driehoekig in omtrek en vaak met een kleine donkere vlek. De uit vijf bloemblaadjes opgebouwde bloemen zijn meestal roze met opvallende donkere strepen, 2,5-4 cm in doorsnee en in groepjes bijeenstaand.

Deze tweejarige of overblijvende plant bloeit van juni tot in de herfst. Verspreidingsgebied Europa, Noord-Azië en Noord-Amerika; bij ons algemeen langs wegen en dijken en op bouwland. Soms gekweekt.

 

 

 

 

 

 

 

KLEIN KAASKRUID

 

KLEIN KAASKRUID (Malve neglacta) is een plant die zowel eenjarig, tweejarig als overblijvend kan zijn. De meestal liggende stengels worden 7 tot 45 cm lang en ontspringen aan een korte rechte penwortel. De vijf enigszins ingesneden bloemblaadjes zijn roze of wit, gestreept en slechts 2-2,5 cm in doorsnee. De bladeren, die afwisselend staan, hebben vijf afgeronde slippen, zijn 4-7 cm in doorsnee en langgesteeld. De bloeitijd is juni-oktober. Deze soort komt voor in Europa en West-Azië; ook in Amerika, waar het een van de meest algemene en schadelijke onkruiden is. De kinderen eten daar de platte zaden, die ze – net als bij ons – kaasjes noemen; de bladeren worden gebruikt om schotels mee te garneren. In ons land is Klein kaasjeskruid algemeen op zandgrond, vooral langs wegen en paden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Kamilles (Compositae)

 

Dit zijn gewoonlijk sterk geurende planten met madeliefachtige bloemhoofdjes die meestal geel met wit van kleur zijn. De bladeren, die afwisselend staan, zijn in de regel zeer fijn verdeeld.

 

VALSE KAMILLE

 

VALSE KAMILLE (Anthemis arvensis) is een bossige, behaarde eenjarige plant van 15-45 cm hoogte. De bloemhoofdjes zijn 2,5-4 cm in doorsnee en staan afzonderlijk op lange steeltjes in de oksel van de bladeren. De witte straalbloemen zijn vrouwelijk. Iedere plant kan zo’n 4000-5000 zaden voortbrengen. Deze soort heeft een voorkeur voor een mineraalrijke grond zonder kalk en gewoonlijk sterk zuur, lemig of zandig lemig. Het verspreidingsgebied beslaat geheel Europa en Klein-Azië; ingevoerd in Noord-Amerika. De plant is vrij algemeen voorkomend op zandig bouwland en langs dijken en wegen. De bloeitijd is van juni tot in de herfst.

 

 

 

 

 

 

 

STINKENDE KAMILLE

 

STINKENDE KAMILLE (Anthemis cotula) doet zijn naam echt eer aan. Hij verschilt van de vorige soort doordat de stengels meestal hoger zijn (30-45 cm). Ook zijn de bloemen wat kleiner (1,2-2,5 cm in doorsnee). De straalbloemen zijn ook hier wit, maar na de bloei zijn ze meestal teruggeslagen. De fijnverdeelde bladeren zijn evenals de stengels weinig behaard. Stinkende kamille komt voor in geheel Europa en Noord-Amerika. In ons land vrij zeldzaam langs wegen en dijken en op bouwland; het is een indicator voor leemgrond. De bloeiperiode is net als bij de voorgaande soort.

 

 

 

 

 

 

 

SCHIJFKAMILLE

 

De SCHIJFKAMILLE (Matricaria matricarioides) is te herkennen aan de afwezigheid van straalbloemen. De bloemhoofdjes bevatten dus alleen schijfbloemen, waardoor ze eruit zien als kleine ronde, groenachtig-gele knopjes omgeven door schutbladeren. Deze laatste zijn groen met een wit randje. Deze sterk geurende, stevig gebouwde plant wordt vanwege zijn geur in Engeland meestal Ananaskruid genoemd. De plant wordt 5  tot 30 cm hoog en heeft kale stengels met vele stijve zijtakjes. De bloeitijd is van juni tot in de herfst. Iedere plant kan ruim 5000 zaden voortbrengen. Schijfkamille komt oorspronkelijk uit Azië, maar komt tegenwoordig in geheel Europa en Noord-Amerika voor. De plant is vooral te vinden langs wegen en dijken, op ruige plaatsen enzovoort.

 

 

 

 

 

 

 

REUKLOZE KAMILLE

 

De voorgaande soort mag dan lastig zijn, de REUKLOZE KAMILLE (Matricaria maritima) is nog tien keer erger. Iedere plant brengt namelijk gemiddeld 34.000 zaden voort, ofwel om het nauwkeuriger te zeggen, tussen de 10.000 en 210.000 bij een fors exemplaar. Deze zeer vormenrijke soort komt in geheel Europa en ook in Noord-Amerika voor op bouwland, aan wegen en nabij bebouwing. In ons land komt alleen de ondersoort inodora voor; deze aanduiding geeft aan dat de planten geen of vrijwel geen geur hebben. Deze een- of tweejarige plant kan zowel rechtop als liggend groeien, is meestal vertakt en heeft 15 tot 60 cm lange, kale stengels. De afzonderlijk staande bloemhoofdjes van witte straal- en gele schijfbloemen zijn afgeplat van boven en variëren in doorsnee van 1,5 tot 5 cm. Ze zijn langgesteeld en verschijnen van juni tot in de herfst.

 

 

 

 

 

 

 

ECHTE KAMILLE 

 

De ECHTE KAMILLE (Matricaria recutita) lijkt veel op de vorige soort, maar is te onderscheiden door de kegelvormige bloemhoofdjes die van binnen hol zijn (in plaats van met merg gevuld) en natuurlijk door de kenmerkende geur. De bloeitijd is veel korter, mei-juli.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Makkelijke kamerplanten

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

Makkelijke kamerplanten

.

 

 

 

 

Mooie groene planten op de vensterbank in een hoge decoratieve vaas? Een grote pot vol met frisse groene plantjes in de woonkamer? Wie wil dat nou niet? Maar niet iedereen heeft “groene vingers”. Of de planten worden simpelweg vergeten door een te drukke agenda. Toch zijn er verschillende kamerplanten die wel tegen een stootje kunnen en zullen lange tijd de vensterbank en woonkamer sieren. Zelfs met een klein beetje water!

 

 

Iedereen kent natuurlijk wel Hedera oftewel een klimop als makkelijke kamerplant. Cactussen doen het ook altijd erg goed bij mensen die niet zo veel kunnen worden met planten in huis. Sommigen kiezen als laatste redmiddel voor een kunstplant of helemaal geen groen meer op de vensterbank. Toch zijn er best wel leuke trendy kamerplanten die erg weinig verzorging nodig hebben. Een kleine greep uit de grote groene wereld.

.

 

Hedera klimop

 

.
.
.

Sansevieria Kirkii Friends

.

Deze plant is beter bekend als de studentplant of the year Hij heeft deze naam gekregen omdat hij de ergste omstandigheden kan overleven. Kan alleen niet goed tegen teveel water maar droogte is geen enkel probleem voor hem. De Sansevieria heeft stevige bladeren en wordt 20 tot 30 centimeter hoog.

Hij kan erg goed tegen de droge lucht van de centrale verwarming, wat hem erg goed geschikt maakt voor op de vensterbank. Tevens verdraagt hij veel licht en zon. Met af en toe een beetje water en wat voeding hebt u lang plezier aan deze plant.

 

 

Sandevieria kirkii

 

.
.
.

Sedum Burrito

.

Een ideale plant voor een vensterbank op het zuiden want deze vetplant verdraagt zeer goed de hete zomerzon. Maar als hij met zijn “voeten” in het water komt te staan dan gaat hij dood. Dus zuinig met water bij dit vetkruid! De stengels met de stevige blaadjes geven een speels effect doordat ze over de rand van het pot gaan hangen. Staat ook erg mooi in een hoge schaal op tafel.

 

 

Sedum Burrito

 

.
.
.

 

Christusdoorn

.

Een goede oude bekende is de Christusdoorn. Een bloeiende plant met witte, roze of rode bloemetjes. De Euphorbia is een kamerplant met minimale verzorging. Vraagt weinig water en af en toe wat voeding. Doet het goed bij temperaturen van 15 tot 30 graden Celsius.

Houdt niet van tocht, dan kan hij zijn bladeren laten vallen. In zomer kan hij bij goed weer zelfs buiten staan. Een leuke blikvanger op het terras! Pas op voor het melk dat de plant bevat, deze is giftig.

 

 

Christusdoorn

 

.
.
.

Epipremnum

 

Een zeer gemakkelijke kamerplant is een Epipremnum ook bekend als Scindapsus. Deze plant voelt zich thuis op zowel een lichte als een donkere plaats in de woonkamer. Heeft zeer weinig water en bijna geen bemesting nodig. Krijgt de plant toch ernstig water tekort en gaat daardoor slap hangen, gewoon even bijgieten en hij fleurt weer helemaal op. De Epipremnum is ook als hangplant verkrijgbaar en is net zo gemakkelijk in onderhoud.

 

 

 

Epipremnum

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De Cambria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

.

De Cambria

.

.

De Cambria is een kruising tussen verschillende geslachten van planten en komt daarom in de natuur niet voor. Het zijn gekruiste orchideeën waarvan de planten van over de hele wereld komen. Rond 1900 maakten plantenprofessoren het eerste exemplaar, inmiddels zijn er tientallen soorten, de een nog mooier en aparter dan de andere.

.

 

 

Cambria%20kamerplant%20oktober%202

.

 

 

 

9437796-cambria-orchid

 

.

 

 

Uiterlijk van de cambria.

.

De cambria orchideeën zijn enorm gevarieerd in grootte en vorm. Er zijn planten van één- tot ruim tien centimeter en van stervormig tot bijna rond. De bloemen zijn mooi getekend. De kleuren bruin, rood en paars voeren de boventoon.  Er zijn ook Cambria orchideeën in de roze, oranje en bruine kleur. De witte en gele met paarse tekening zijn eerder zeldzaam.

 

 

.

 

Verzorging van de Cambria-achtige orchidee

 

 

standplaats

 

Zet de Cambria op een lichte plaats, maar niet direct in de zon. De cambria houdt van temperaturen tussen de 16 en 21˚C. De normale bloeitijd is zes weken.

 

 

 

water

 

Dompel de cambria in de zomerperiode één keer per zeven dagen in water. In de winterperiode één keer tien dagen. Doe dit door de cambria tien minuten in een bakje water op kamertemperatuur te zetten. Laat de cambria goed uitlekken voor je hem terugzet. Geef vaker water, als de knol indroogt. Voeg in de zomer één keer per maand orchideeënvoeding toe aan het water. In de winter een keer per twee maanden een halve hoeveelheid voeding.

.

 

.

 

 

na de bloei

 

Knip, als de cambria is uitgebloeid, de oude tak in zijn geheel weg en behandel de cambria hierna op dezelfde manier als tijdens de bloei. De Cambria kan na ongeveer negen maanden opnieuw gaan bloeien. De plant ontwikkelt meerdere scheuten. Als er een nieuwe scheut is uitgegroeid, ontstaat er een harde groene schijf, een soort schijnknol. Om nieuwe knoppen te vormen, heeft de cambria een rustperiode nodig vanaf het moment dat de schijnknol helemaal hard en gevuld is.

Verminder dan gedurende acht weken met water geven. Eén keer per twee weken is ruim voldoende. Zet de cambria in deze periode op een plek waar het 16 tot 17 ˚C is, maar niet in het donker. Geef meer water als de nieuwe bloemstengel zichtbaar is. De cambria mag dan weer terug naar zijn oude plek.

 

 

 

als buitenplant

 

Cambria orchideeën kunnen in het voorjaar en de zomer buiten staan, maar niet in de volle zon. De temperatuur mag niet onder de 9˚C komen en niet boven de 28˚C. Als de pot helemaal vol gegroeid is, kan je de cambria verpotten. Gebruik daarvoor alleen orchideeëngrond met een flinke hoeveelheid harde boomschors. Geef de cambria de eerste twee maanden na het overpotten extra kunstmest.

 

.

58a6a7a61330504110fa133cc9f23a5c_1402220298cambria

 

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

De Zamioculcas

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Zamioculcas komt uit de familie Araeca, tot deze familie behoren ook de Anthurium, Spathiphylum en de Zantedeschia. Deze plant is sinds 1996 begonnen aan een opmars in de Nederlandse huiskamers, zijn populariteit heeft hij te danken aan zijn eenvoudige onderhoud. Deze plant vindt zijn oorsprong in Zanzibar, Kenia en Madagaskar.

.

 

zamioculcas_pr

.

 

 

 

Zamioculcas onderhoud:

.

Water geven

 

Zamioculcassen verbruiken niet veel water. Bij te veel water bestaat de kans dat de onderste bladeren geel worden. In de winter mag de grond gerust twee á vier weken droog staan. In de zomer is één week voldoende. De hoeveelheid water voor de Zamioculcas is afhankelijk van onder andere de temperatuur, grootte van de plant en de lichtinstensiteit. Zorg ervoor dat er geen water onderin de pot komt te staan. Gebruik daarom geen hydrokorrels voor op de bodem.

De grond moet namelijk instaat zijn al het vocht te kunnen absorberen. Mocht het zo zijn dat de grond na een week nog steeds erg vochtig is, dan is het raadzaam om per gierbeurt minder water te geven. Bij twijfel kun je beter te weinig dan te veel water geven. Bij het water geven van de Zamioculcas is het belangrijk om eerst de grond goed op te laten drogen alvorens nieuw water te geven.

 

 

.

Sproeien

 

De Zamioculcas sproeien is niet noodzakelijk, wel helpt dit het stof te verwijderen.

 

 

 

.

.

 

Standplaats

 

Zamioculcassen stellen geen hoge eisen aan de lichtintensiteit. Een zonnige standplaats is ook mogelijk. Maar pas in het begin op met direct zonlicht. De Zamioculcas wordt namelijk opgekweekt onder gefilterd licht. Draai de Zamioculcas regelmatig, dit bevordert een gelijkmatige groei. Geleidelijk kan de Zamioculcas dichterbij het raam komen te staan.

Wanneer de Zamioculcas te weinig licht ontvangt zal dit de groei doen remmen. Bij teveel licht groeit de Zamioculcas erg snel. Het risico hierbij is dat hij bezwijkt onder zijn eigen gewicht en hierdoor zal sterven. Wanneer de Zamioculcas te veel gaat hangen kunt u het beste de plant 1 á 2 meter verder van het raam plaatsen.

Plaats deze kamerplanten 2-3 meter voor een raam op het op westen of oosten. Bij een raam op het zuiden is een afstand van 3-4 meter van het raam aan te raden. Direct voor een raam op het noorden is ook mogelijk. In de lente en zomer kan deze kamerplant ook naar buiten. Pas echter op met de overgang naar direct zonlicht. Vermijdt de middag zon, deze is schadelijk voor de plant.

 

 

.

Minimale temperatuur

 

Overdag: +/- 12 °C
‘S nachts: +/- 5 °C

 

 

 

.

 

 

Verpotten

 

Je kunt de Zamioculcas direct na de aanschaf of in de lente verpotten. De lente heeft de voorkeur omdat eventueel beschadigde wortels dan sneller herstellen. Herhaal dit proces eens per 3 jaar. Plaats deze woonplant in een pot die minimaal 20% breder is dan de kweekpot en gebruik hiervoor normale potgrond. Gebruik geen hydrokorrels op de bodem. Het stilstaande water wat zich tussen de hydrokorrels verzameld kan minder gemakkelijk door de wortels worden bereikt en gaat rotten.

Het is wel raadzaam 10% hydrokorrels door de grond te mengen. Dit zorgt ervoor dat de grond beter draineert. Een grotere pot stimuleert de groei, verhoogd de gezondheid van de plant en creeërt een grotere waterbuffer omdat de grond meer vocht kan opnemen.

 

.

 

Voeding

 

De Zamioculcas groeit redelijk snel en heeft hierdoor ook voeding nodig. Bemest de binnenplant met vloeibare voeding in de lente en zomer. Doe dit niet in de winter, dit zal de plant schaden. Gebruik de helft van de dosering die is aangegeven op de verpakking van de vloeibare voeding.

 

 

 

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Geel blad is niet meer te redden en kan je het beste verwijderen. Dit komt niet altijd door een slechte verzorging, het kan ook simpelweg oud blad zijn. Bij de Zamioculcas is te veel water vaak de oorzaak.

 

 

.

Snoeien

 

Het gele blad kun je het beste verwijderen. Dit oogt mooier en bespaard de plant energie. De gele bladeren kun je simpelweg verwijderen door deze zo dicht mogelijk bij de stengel af te knippen. Vergeet achteraf niet je handen te wassen. De Zamioculcas is namelijk matig giftig.

 

 

 

Vermeerderen

 

Als je de plant wil stekken, is het voldoende om een stengel af te snijden en deze in een pot met vochtige aarde te plaatsen. Na verloop van tijd vormt de stek een wortelstok, waaruit nieuwe stengels en bladeren gaan groeien. Het beste moment om je Zamioculcas te stekken is in de lente. Vergeet achteraf niet je handen te wassen. De Zamioculcas is namelijk matig giftig.

 

.

.

.

 

Bloemen

 

Wanneer de Zamioculcas goed wordt verzorgd bestaat de kans dat hij bloemen produceert, dit gebeurt echter niet vaak. Wanneer de Zamioculcas bloeit is het belangrijk te realiseren dat het de plant veel energie kost. Het is daarom raadzaam deze te verwijderen.

 

 

Giftig?

 

De Zamioculcas is matig giftig. Pas hiermee dus op bij dieren en kinderen.

 

 

 

 

 

Ziektes

 

Van nature is de Zamioculcas een plant die zelden last heeft van ongedierte, ziektes of plagen. Mede door de structuur van het blad van de Zamioculcas is luis er gemakkelijk af te spoelen, doe dit door middel van een lauw warme douche.

 

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Kleine ooievaarsbek : Geranium pusillum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de bleek lila of blauw-paarse, in paren staande bloemetjes met
– de van binnen gelige stempels en
– de in omtrek ronde, tot over de helft gespleten bladeren en
– stengels met alleen korte haren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine ooievaarsbek is een eenjarige, vaak breed uitgroeiende plant van 5 tot 40 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze groeit op open plaatsen met vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine ooievaarsbek bloeit vanaf mei tot de herfst met bleek lila of blauw-paarse bloemen, die paarsgewijs bij elkaar staan. De bloemen hebben 5 hartvormig ingesneden kroonblaadjes. De stempels zijn aan de binnenkant gelig van kleur. De stempels van zachte ooievaarsbek hebben de kleur van de kroonbladen.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels, blad- en bloemstelen zijn uitsluitend behaard met korte haren en naar boven toe ook met zeer kleine klierhaartjes. De bladeren zijn in omtrek rond en tot voorbij het midden gedeeld. De onderste bladeren staan in een rozet en verdorren gedurende de bloei.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met kleine (tot 10 mm) roze tot licht paarse bloemen
glanzige ooievaarsbek

gewone reigersbek
duinreigersbek
kleverige reigersbek

robertskruid
klein robertskruid

slipbladige ooievaarsbek
fijne ooievaarsbek

zachte ooievaarsbek
kleine ooievaarsbek
ronde ooievaarsbek

zeer zeldzaam in stedelijke gebieden en langs de binnenduinrand

2 van de 5 kroonbladen zijn iets kleiner met vlek
2 van de 5 kroonbladen zijn iets kleiner zonder vlek
5 gelijke kroonbladen zonder vlek, kleverige plant

donkergeel tot oranje stuifmeel
geel stuifmeel, stadsplant en daar zeldzaam

afstaand behaard, bovenste deel ook met klierharen
aangedrukt behaard zonder klierharen

helder roze stempels, stengels behaard met lange en korte haren
gele stempels, stengels behaard met alleen korte haren
kroonbladen zonder top-insnijding

 

 

 

glanzige ooievaarsbek

 

 

 

gewone ooievaarsbek

 

 

 

duin ooievaarsbek

 

 

 

robertskruid

 

 

 

klein robertskruid

 

 

 

slipbladige ooievaarsbek

 

 

 

fijne ooievaarsbek

 

 

 

zachte ooievaarsbek

 

 

 

ronde ooievaarsbek

 

 

 

Algemeen

 

– ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot algemeen
– 5 tot 40 cm
– verspreiding

Bloem
– bleek lila of blauw-paars
– vanaf mei tot de herfst
– gesteeld, met 2 bij elkaar
– stervormig
– 2 tot 5 mm
– 5 ingesneden kroonbladen
– kroon niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 1 stijl met 5 stempels

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig gedeeld
– 5- tot 9-delig
– in omtrek rond
– top stomp
– rand getand
– handnervig
– behaard

Stengel
– liggend of opstijgend
– kort behaard, bovenaan ook met klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Medinilla : een prachtige huiskamerplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Medinilla: een zeer decoratieve plant in de huiskamer

 

 

 

Medinilla: een zeer decoratieve plant in de huiskamer

 

 

De Medinilla (ook wel Medinella genoemd) wordt gedurende het hele jaar opgekweekt in de kassen, maar deze mooie kamerplant wordt meestal in het najaar te koop aangeboden bij tuincentra. Waar moet je opletten bij de aanschaf en hoe verzorg je een Medinilla? Hoe kun je de plant vermeerderen?

 

 

 

Medinilla

 

In een tuincentrum zal deze plant zeker de aandacht trekken door de prachtige bloemen (deels verborgen tussen schutbladen) en de mooie bladeren. De Medinilla komt van de Filippijnen, Java en Oost-Afrika. Daar groeit de plant op takken van bomen, het is een epiphyt. Dat is een plant die op andere planten groeit zonder schade aan te brengen aan deze plant en geen voeding wegneemt. In Nederland wordt de plant (Medinilla magnifica) opgekweekt in kassen. Schaf je de plant aan dan is het best een uitdaging om de plant net zo mooi te houden als op het moment van aankoop. Het is handig als je een kasje of een zonnige serre bezit.

 

 

 

 

 

Aanschaf en plaats Medinilla

 

  • Let er bij aankoop op dat de wortels niet kletsnat zijn en de plant mag niet te koud hebben gestaan.
  • Pak de plant in voordat je deze gaat vervoeren (de Medinilla kan niet tegen kou).
  • Geef de plant een lichte plaats, maar niet in de volle zon.
  • Zet de plant niet in de buurt van de centrale verwarming, de Medinilla houdt van een hoge luchtvochtigheid.
  • De Medinilla heeft bloemen en bladeren die wat ruimte nodig hebben dus zet de plant niet te dicht bij andere planten.

 

 

Temperatuur, water en voeding Medinilla

 

Laat de temperatuur tijdens de bloei niet onder de 18 graden Celcius komen en vernevel de plant van tijd tot tijd. Tijdens de bloei geef je de Medinilla matig water en eens in de twee weken voeding. Na de bloei geen voeding geven, wel moet je de plant wat vochtig houden. Als er uit het hart van de bladeren stengels gaan groeien, dan iets meer water geven en om de week voeding. Zijn de stengels en bladeren uitgegroeid dan weer geen voeding maar de plant wel vochtig houden. Als er een bloemknop ontspringt in het hart van de nieuwe bladeren dan kun je weer wat meer water geven en ook de voeding weer geven om de week. Maar nooit teveel water, dat is funest voor de Medinilla.

 

.
.
.

Wanneer bloeit de Medinilla?

 

Koop je de plant in het najaar dan kan de bloei duren tot in februari, maart. Met een goede verzorging zal de volgende bloeiperiode in november zijn. Maar omdat de planten het hele jaar door opgekweekt worden kun je ook een plant in huis hebben die bloeit in een andere periode.

 

 

De overgang van kas, tuincentrum naar de huiskamer

 

De Medinilla is best een uitdaging. Je moet niet schrikken als de plant er thuis al snel niet zo mooi meer uitziet als in het tuincentrum of de kas. De wisselingen van temperatuur kunnen de plant flink van slag doen raken. De Medinilla kan dit ‘uiten’ door een deel van de bloemen te laten vallen. Maar met een goede verzorging zal de plant het redden. Geef de Medinilla nooit teveel water, dit kan leiden tot wortelrot en bladval.

 

 

 

 

 

Snoeien Medinilla

 

Als de Medinilla teveel ruimte in gaat nemen, kun je de plant eventueel snoeien. Het is belangrijk om op de vorm van de Medinilla te letten. Haal je stengels weg, knip ze dan af aan het begin van de aangroei.

 

 

Vermeerderen Medinilla

 

Je kunt de Medinilla vermeerderen door een jonge loot van de plant af te halen (bij het punt waar deze ontspringt). Deze loot kun je in stekpoeder dopen en onder glas of onder een plastic hoes neerzetten. Bij 30 graden Celcius en een hoge vochtigheid van de lucht zal de stek wortels krijgen in zo’n vier, vijf weken.

 

 

Ziektes Medinilla

 

Geef je te veel water aan de plant dan kunnen bladval en wortelrot ontstaan. Soms heeft een Medinilla last van schildluizen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Winterpostelein: Claytonia perfoliata

Standaard

Categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

Winterpostelein: Claytonia perfoliata

 

De winterpostelein of kleine winterpostelein (Claytonia perfoliatasynoniemMontia perfoliata) is een eenjarige plant uit de familie Montiaceae. Vroeger was de soort opgenomen in de posteleinfamilie (Portulacaceae). De soort groeit in Noord-Amerika. Via Cuba is de plant naar West-Europa gekomen. De soort wordt in Engeland, Frankrijk BelgiëNederland en Duitsland verbouwd als winterharde postelein, maar komt in al deze landen ook verwilderd voor. Vanwege de route waarlangs de plant in Europa arriveerde, wordt de plant in Duitsland ‘Kubaspinat’ genoemd.

 

 

Winterpostelein
Winterpostelein - overzicht
Winterpostelein – overzicht
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen
Clade: Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde: Caryophyllales
Familie: Montiaceae
Geslacht: Claytonia (Winterpostelein)
Soort
Claytonia perfoliata
Donn ex Willd. (1798)
Blad en bloem
Blad en bloem

 

Kenmerken

 

De plant is 15-40 cm hoog en tijdens de bloei gemakkelijk te herkennen aan de schotelvormige bladeren, waar de stengel door heen lijkt te groeien. Het betreft hier een tweetal bladeren, die tezamen vergroeid zijn. Dit zijn geen  kelkbladeren, maar naar de bloem opgerukte gewone bladeren. De gewone blaadjes hieronder hebben een schop-vorm.

De gewone bladeren zijn 2-3 cm groot. De twee om de bloemstengel vergroeide bladeren zijn groter. De witte bloemen zijn klein met 2-3 mm lange kroonbladen. Deze meerjarige plant bloeit van april tot juni. In maart gezaaid bloeit de plant van juni tot in de herfst. De 1 – 1,5 mm grote zaden hebben een mierenbroodje.

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

De naam Claytonia komt van John Clayton, een botanicus uit de 17e eeuw. De naam perfoliata (Latijn: per door +folium blad) is gebaseerd op het feit dat de stengel door 2 tot een schotel aaneengegroeide bladeren groeit.

 

 

Teelt

 

planten half oktober

 

 

Wie de plant wil telen kan in juni en juli zaaien, waarbij de zaadhoeveelheid 10 g/m² bedraagt. Een onderlinge afstand van 10 cm tussen de rijen is gewenst. Voor de teelt onder glas moet in de tweede helft van augustus gezaaid worden, waarbij de eerste oogst in november en de tweede in maart valt.

Reeds jonge planten kunnen in de herfst geoogst worden. Wanneer men het hart laat staan, maakt de plant weer nieuwe bladeren. De oogst dient in maart afgesloten te worden voordat de plant gaat bloeien.

Het plantje heeft een sterke voorkeur voor zandige gronden, en zal dus in tuinen met goede grond niet snel als onkruid woekeren. Wel stelt het eisen aan de vochtigheid: het heeft behoefte aan constant vochtige grond. De plant verwacht een zuurgraad tussen 6,1 en 7,8.

 

 

Zaadteelt

 

Zaden

 

 

Voor de teelt van zaad moet er half maart gezaaid worden. De bloei begint in juni tot in de herfst. De zaaddozen moeten voordat ze op de grond vallen geplukt en gedroogd worden.

 

 

 

Gebruik

 

De plant is tegen vorst bestand en daardoor in het vroege voorjaar een belangrijke bron van vitamine C en mineralen als calciummagnesium, en ijzer. In Amerika werd de plant door zowel Indianen als de goudzoekers in Californië gewaardeerd. Voor deze laatsten was het een belangrijk bestrijdingsmiddel van scheurbuik in het vroege voorjaar, wanneer zij gebrek aan vitamine C hadden. Diverse stammen waaronder de Zwartvoetindianen waardeerden overigens niet alleen de zachte blaadjes, maar ook de knollen, die ook eetbaar zijn evenals de wortels.