Tagarchief: lipbloemen

Veldsalie : Salvia pratensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

salvia-pratensis-veldsalie_small

 

 

Goed te herkennen aan
– grote blauwpaarse lipbloemen met een sterk gebogen bovenlip en
– de behaarde stengels en behaarde bladeren

 

 

dsc08913a

 

 

 

Algemeen

 

Veldsalie is een behaarde, licht aromatische plant. Ze kan tot 80 cm hoog worden. De plant komt in heel Europa voor, vooral Frankrijk. Veldsalie groeit op matig vochtige, kalkrijke grond in graslanden, wegbermen, op rivierduintjes en langs dijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Veldsalie bloeit in mei, juni en juli met prachtige blauwpaarse (zelden lichtblauwe, roze of witte) lipbloemen van 15 tot 30 mm. Ze staan in losse schijnkransen van 4 tot 8 bloemen in de oksels van de schutbladen om de stengel. Zowel de bloemkroon als bloemkelk zijn bedekt met klierharen. De stijl steekt vrij ver buiten de bloem.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren zijn lang gesteeld, langwerpig tot eirond en vormen een rozet. Aan de stengel zitten kleinere, kort gesteelde of zittende stengelbladeren.

 

 

sensation deep rose

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd veldsalie veel gebruikt in de keuken. Tegenwoordig gebruikt men echte salie (Salvia officinalis).

 

 

sensation white

 

 

 

Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– 30 tot 80 cm

Bloem
– blauwpaars (zelden lichtblauw,
roze of wit)
– vanaf mei t/m juli, soms tot de herfst
– aarvormige bloeiwijze met losse   schijnkransen
– lipbloem
– 15 tot 30 mm
– kelk- en kroonbladen met klierharen
– kroonbladen vergroeid
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozetbladeren :
– lang gesteeld
– maximaal 15 cm lang
– stengelbladeren :
– kleiner dan de rozetbladeren
– kruisgewijs tegenoverstaand
– kort gesteeld of zittend
– enkelvoudig
– langwerpig tot eirond
– top iets spits
– rand gekarteld of dubbel gezaagd
– voet hartvormig
– netnervig
– rimpelig
– bovenkant kaal
– onderkant sterk behaard, lichter van kleur

Stengel
– rechtop
– sterk behaard
– vierkantig

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Grote ratelaar : Rhinanthus angustifolius

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bloeiwijze

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele lipbloemen met paarsblauwe, soms witte tanden en
– de bleke schutbladen

 

 

104-640

 

 

 

Algemeen

 

Grote ratelaar is een eenjarige plant, die haar naam te danken heeft aan de zaden die rammelen in de vrucht. Op sommige plaatsen in de Lage landen komt grote ratelaar nog vrij algemeen voor, maar zij gaat sterk in aantal achteruit. Ze heeft een voorkeur voor natte tot vochtige, voedselrijke grond in hooilanden, bermen, polderboezems, grienden, duinvalleien, aan slootkanten en op dijken.

Grote ratelaar bloeit van mei tot en met oktober met 1,5 tot 2,5 cm grote gele lipbloemen met een gesloten keel en donker paarsblauwe, soms witte, tanden aan de bovenlip. Ze wordt 10 tot 80 cm hoog. De 4-tandige kelk is opgeblazen en zijdelings afgeplat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengelbladeren zijn langwerpig tot lancetvormig en hebben een gezaagde rand. De schutbladen zijn bleekgroen, lang toegespitst, breed driehoekig, ingesneden getand met ongelijke tanden. De vierkantige stengels zijn al of niet vertakt en hebben vaak kleine zwarte streepjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

ALGEMEEN

 

 bremraapfamilie (Orobanchaceae)
– eenjarig
– plaatselijk vrij algemeen
– 10 tot 80 cmBloem
– geel
– vanaf mei t/m oktober
– eindelingse tros
– lipbloem
– 15 tot 25 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– stengelbladeren :
– lancetvormig
– top spits
– rand gezaagd
– voet afgerond
– veernervig
– schutbladen :
– bleekgroen
– breed driehoeking
– lang toegespitst
– getand met ongelijke tanden

Stengel
– rechtop
– glad en kaal of weinig behaard
– scherp vierkant
– vaak met kleine donkere streepjesµ

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Gele helmbloem : Pseudofumaria lutea

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

pseudofumaria-lutea-gele-helmbloem-02

 

 

Goed te herkennen aan
– dicht bebladerde tere plant met
– trossen gele lipbloemen en
– dubbel geveerde bladeren met toegespitst topje

 

 

25-gele-helmbloem

 

 

 

Algemeen

 

Gele helmbloem is een dicht bebladerde, overblijvende, tere plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze groeit in pollen op zonnige tot licht beschaduwde stenige plaatsen, zoals op oude muren (van kastelen, kaden of tuin), rotswanden, puinhellingen en tussen stoeptegels. Gele helmbloem wordt in tuinen aangeplant, waar ze zich sterk kan uitbreiden. Vanuit tuinen kan ze ook verwilderen. In het wild is ze wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot de herfst met 1 tot 2 cm grote gele bloemen, die in trossen van 5 tot 16 bloemen bij elkaar staan. Ze staan horizontaal of schuin omhoog op rechte steeltjes, die aan de bovenkant afgeplat zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam in stedelijke gebieden
– wettelijk beschermd
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf mei tot de herfst
– tros
– 10 tot 20 mm
– gespoord
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top stomp met een klein puntje
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop of (over)hangend
– sterk vertakt
– glad en kaal
– bovenkant afgeplat, verder rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA