Tagarchief: september

Liggende klaver : Trifolium campestre

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_1285-gr-liggende-klaver

 

 

Goed te herkennen aan
– de citroen- tot goudgele hoofdjes met
– vlinderbloemen, waarvan de vlag breed en duidelijk geplooid is en
– het driedelige klaverblad

 

 

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

 

 

 

Algemeen

 

Liggende klaver  is een eenjarige plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae), die van nature voorkomt in Europa tot in West-Azië en Noord-Afrika en van daaruit verspreidt is naar Noord-Amerika. Ze groeit op open, zonnige, min of meer droge, meestal kalkhoudende, grazige, zandige grond op zandduinen langs de rivieren, op dijkhellingen, in duinen en wegbermen en en in kalk- en leemgroeven.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Liggende klaver bloeit vanaf mei tot en met september met citroen- tot goudgele, kleine vlinderbloemetjes, die dicht opeen gerangschikt zitten in een okselstandig, lang gesteeld hoofdje. De hoofdjes zijn 20-40 bloemig en meer dan 1 cm in doorsnede. De vlag van de bloemetjes is breed lepelvormig, duidelijk in de lengterichting geplooid en de zijden zijn niet dicht gevouwen. Na de bloei vallen de bloemetjes niet af. Ze gaan wat naar beneden hangen en verkleuren via kleurloos naar lichtbruin.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Verspreid aan de aanliggend behaarde, ronde stengels zitten driedelige blaadjes. Het topblaadje is langer gesteeld dat de twee andere.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 30 cm

Bloem
– citroen- tot goudgeel
– vanaf mei t/m september
– hoofdje
– vlinderbloem
– 7 tot 12 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– deelblaadjes :
– omgekeerd eirond
– zeer kort gesteeld
– top stomp of uitgerand
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– opstijgend of liggend
– aanliggend behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

liggende-klaver

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Kleine klaver : Trifolium dubium

Standaard

categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

kleine-klaver

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele bloemhoofdjes met vlinderbloemen, die een smalle vlag   hebben en
– die na de bloei geelbruin verkleuren en gaan hangen en
– het driedelige klaverblad

 

 

10952

 

 

 

Algemeen

 

Kleine klaver is een zeer algemeen voorkomend eenjarig plantje van 5 tot 30 cm hoog, dat zich het best thuis voelt op open, min of meer vochtige, min of meer voedselrijke grond op dijken, in wegbermen en hooilanden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met september met gele bloemhoofdjes, die bestaan uit 3 tot 15 (25) vlinderbloemen met een smalle, niet of nauwelijks geplooide vlag. De bloemetjes van de liggende klaver, hebben een brede, duidelijk geplooide vlag. Na de bloei verkleuren de bloemetjes naar geelbruin en worden teruggeslagen maar ze vallen niet af.

 

 

 

 

 

Blad

 

Het eindelingse blad van de middelste en bovenste samengestelde bladeren is langer gesteeld dan de 2 zijdelingse bladeren.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 3 tot 15 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m september
– hoofdje
– vlinderbloem
– tot 9 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld handvormig
– deelblaadjes :
– omgekeerd eirond
– zeer kort gesteeld
– top stomp
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– opstijgend of liggend
– vaak rood aangelopen
– behaard
– rond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Glad walstro : Galium mollugo

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

walstroglad-110519-217

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte losse pluimen en
– de in kransen geplaatste smalle bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Glad walstro is een overblijvende plant, die groeit op vrij droge tot vrij natte, meer of minder voedselrijke grond in graslanden, in bermen, op dijken, in struikgewas, aan bosranden en in de zeeduinen. Ze is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met september met opvallende witte losse pluimen en kan tot 1,2 meter hoog worden. Ze heeft een aangename geur en wordt dan ook graag door bijen bezocht. De bloemen zijn klein en de bloemdekbladen hebben een toegespitst topje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan met 6 tot 8 in een krans om de stengel. De stengels zijn slap, kaal of weinig behaard, vierkantig en opstijgend of liggend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m september
– bijscherm
– 2 tot 5 mm
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid en
met 0,2 tot 0,3 mm lang topspitsje
– 4 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top toegespitst
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– 1-nervig

Stengel
– opstijgend of liggend
– niet of weinig behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA