Tagarchief: rivieren

Zeepkruid : Saponaria officinalis

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– roze (soms witte), grote, 5-tallige, iets geurende bloemen in eindelingse trossen en
– de groepsgewijze groei

.

 

 

.

 

Algemeen

 

Zeepkruid is een overblijvende plant van 40 tot 70 cm hoog. Ze komt vrij algemeen voor in de Lage Landen. Ook wordt ze aangeboden als tuinplant, dan vaak met gevulde bloemen. Je vindt zeepkruid op open, vochtige tot droge, veelal kalkrijke, omgewerkte zandgrond in de duinen, langs de rivieren en op spoordijken. Door kruipende wortels met ondergrondse uitlopers groeit zeepkruid in groepen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zeepkruid bloeit vanaf juli tot en met september met zachte roze (soms witte), iets zoet geurende bloemen, die in eindelingse, 5-10 bloemige trossen staan. De kroonbladen zijn niet of iets uitgerand en elk kroonblad heeft 2 witte keelschubben. De kelkbladen zijn vergroeid tot een groen, soms rood aangelopen kelkbuis. Bestuiving vindt voornamelijk plaats door nachtvlinders. De nectar ligt namelijk heel diep in de bloem, waardoor alleen insecten met een lange tong die kunnen bereiken. Hommels plegen vaak inbraak door een gat in de kelkbuis te bijten.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Wanneer men de groene delen of de wortelstok kneust en in water kookt, ontstaat een schuimende vloeistof, die vroeger veel voor het wassen van wol of wollen kleding werd gebruikt. Voor dit doel werd de plant zelfs in de buurt van wol verwerkende bedrijven aangeplant. De plant werd medicinaal gebruikt voor het oplossen van slijm, het opwekken van braken en het reinigen van de huid.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen in het duingebied,
elders zeldzamer
– 40 tot 70 cm

Bloem
– roze, soms wit
– vanaf juli t/m september
– dichtbloemige tros
– stervormig
– 2,5 tot 4 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgegroeid
– 3- tot 5-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

.

 

 

 

 

 

 

Oranje springzaad : Impatiens capensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de oranje, gespoorde, hangende bloemen met roodachtige vlekken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oranje springzaad is een eenjarige plant, die groeit op natte, voedselrijke grond in loofbossen en langs rivieren. Ze is (nu nog) zeer zeldzaam in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juli tot en met oktober en kan tot 150 cm hoog worden. De bloemen staan met 2 tot 5 bij elkaar in een tros in de bladoksels. De kroonbladen zijn oranje met roodachtige vlekken. Het onderste kelkblad is zakvormig vergroeid, heeft de kleur van de bloem en een terug gekromd spoor. Aan het eind van de bloemsteel, bovenop de bloem zitten de twee andere kleinere kelkbladen.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

klein springzaad : lichtgele kleine bloemen, nagenoeg recht spoor (niet terug gekromd), rechtopstaande bloemstelen.

 

 

 

 

 

 

groot springzaad : gele bloemen, krom spoor, hangende bloemstelen.

 

 

 

 

oranje springzaad : oranje bloemen met roodachtige vlekken, krom spoor, hangende bloemstelen.

 

 

 

reuzenbalsemien : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, krom spoor.

 

 

 

 

 

 

twee-kleurig springzaad : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, recht spoor, recent ingeburgerd in stedelijke gebieden.

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– balsemienfamilie (Balsaminaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– 50 tot 150 cm

Bloem
– oranje met roodachtige vlekken
– vanaf juli t/m oktober
– tros van 2 tot 5 bloemen
– gespoord
– 2 tot 3,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 3 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top toegespitst
– rand grof gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moerasandoorn : Stachys palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de roze/lila aarvormige bloeiwijze van in schijnkransen staande lipbloemen en
– langwerpige tot lancetvormige behaarde bladeren

 

.

 

 

 

 

Algemeen

 

Moerasandoorn is een zeer algemeen voorkomende zwak geurende overblijvende plant. Ze wordt 30 tot 80 (120) cm hoog en groeit op vochtige, voedselrijke plaatsen aan oevers van rivieren en sloten, in drassige graslanden en lichte moerasbossen.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juli en augustus (soms tot oktober) met roze/lila lipbloemen, waarvan de onderlip een donkere tekening heeft (honingmerk). De bloemen staan met 4 tot 10 bloemen in schijnkransen aan het einde van de stengel in een aarvormige bloeiwijze. De bloemen worden door veel insecten bezocht, zowel voor het stuifmeel als voor de nectar.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan paarsgewijs om de stengel, de onderste zijn heel kort gesteeld, de middelste en bovenste zittend of half stengelomvattend. Ze zijn langwerpig van vorm tot 15 cm lang en behaard. Ook de stengel en de bloemkelken zijn behaard.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vroeger werd moerasandoorn gebruikt als geneesmiddel voor sneden en wonden. De bladeren hebben een ontsmettende werking.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

bosandoorn : donker roodpaarse bloemen, alle bladeren eirond met hartvormige voet en gesteeld, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : roze bloemen (zelden wit), bovenste bladeren zittend en langwerpig.

 

 

 

 

 

 

 

stinkende ballote : lichtpaarse bloemen (zelden wit), bladeren eirond met afgeronde voet, zeldzaam voorkomend, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

 

Zowel watermunt als wolfspoot behoren tot de dezelfde familie als moerasandoorn (Lamiaceae). Toch lijkt moerasandoorn op afstand meer op de grote kattenstaart. Beiden groeien aan de waterkant met aarvormige bloeiwijzen. Grote kattenstaart bloeit echter uitbundiger, heeft geen lipbloemen, maar stervormige bloemen en de bloemen zijn feller van kleur.

 

 

watermunt

 

 

wolfspoot

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 80 (120) cm hoog

Bloem
– roze, lila (zelden wit)
– juli en augustus (oktober)
– schijnkrans
– 14 tot 18 mm
– lipbloemen
– 3-delige onderlip met donkere   tekening
– behaarde kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gekarteld
– voet zwak hartvormig of afgerond
– netnervig
– onderste kort gesteeld
– bovenste zittend of half   stengelomvattend
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 Poelruit : Thalictrum flavum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de op lange, onvertakte stengels staande lichtgele, geurende pluimen van dicht op elkaar staande bloemen met lange meeldraden

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Poelruit is een overblijvende plant, die groeit op natte, voedselrijke grond aan waterkanten, langs rivieren, in drassige graslanden, in grienden en moerassen. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Poelruit bloeit in juni en juli met lichtgele, geurende pluimen. Bij nader bekijken blijken de bloeiende pluimen voornamelijk te bestaan uit lange meeldraden; die geven de pluimen hun kleur. Elke bloem heeft vier, smalle, groenig witte bloemdekbladen, die vrij snel afvallen. De knoppen zijn lichtgroen. De geurende bloemen bevatten geen nectar. Bezoekende insecten verzamelen stuifmeel en zorgen voor de bestuiving.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn langer dan breed, 2- tot 3-voudig oneven geveerd. De deelblaadjes zijn handvormig en aan de onderkant grijsgroen met uitstekende nerven.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Poelruit wordt in de kruidengeneeskunde gebruikt als laxeermiddel.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Op afstand lijkt de bloeiwijze van moerasspirea op die van poelruit; de pluimen van moerasspirea zijn echter witter en zien er wolliger uit. De bladeren van moerasspirea zijn afgebroken oneven geveerd met langwerpige, onregelmatig gezaagde deelblaadjes. Het bovenste blad is meestal 3- tot 5-lobbig. De bladeren van poelruit zijn oneven 2- tot 3-voudig geveerd met handvormige deelblaadjes

 

 

moerasspirea

 

 

 

blad moerasspirea

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 45 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel, wit, groen
– juni en juli
– pluim
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 10 tot 20 meeldraden
– 10 tot 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– 2- tot 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rond en geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Phoenix Roebelenii of de dwergdadelplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

Phoenix Roebelenii komt van oorsprong uit Zuid-Oost-Azië. Deze palm blijft in vergelijking tot zijn soortgenoten vrij klein, vandaar de Nederlandse naam: Dwergdadelpalm. De plantenfamilie is Araceae.

 

 

Phoenix-roebelenii

 

 

 

Phoenix Roebelenii onderhoud:

 

Water geven

 

vochtig houdenVochtig houden

 

Phoenix Roebelenii palmen zijn echte groot verbruikers wat betreft water. De grond mag nooit uitdrogen. Indien de grond meer dan 2x droog staat, daalt de palm sterk in sierwaarde. Van nature groeien deze palmen dichtbij rivieren en schieten met hun wortels diep in de bodem opzoek naar water.

Geef gemiddeld 2 tot 3x per week water en tijdens warme zomer dagen zelfs elke dag. Pas echter wel op dat de palm niet met zijn wortels in het water staat. Controleer geregeld met een vinger in de grond of deze nog vochtig is. Wanneer de grond droger wordt kan je de Phoenix Roebelenii opnieuw water geven. De hoeveelheid water is afhankelijk van de maat pot. Hoe groter de pot, hoe meer water erin kan.

Het is daarom verstandig om de Phoenix Roebelenii een ruime pot te geven. Is de grond de volgende dag alweer droog, geef dan meer water per gietbeurt. Wanneer de Phoenix Roebelenii buiten staat zal de palm nog meer water verbruiken. Vooral op warme dagen is dagelijks water geven noodzakelijk.

 

 

 

Sproeien

 

De Phoenix Roebelenii verbruikt veel water. Door regelmatig te sproeien verliest de palm minder vocht door verdamping. Dit komt de gezondheid ten goede.

 

 

 

Standplaats

 

zonnig

 

Zonnig

 

Plaats de Phoenix Roebelenii op een zonnige standplaats. Het blad verdraagt direct zonlicht na gewenning. Ook buiten kan de palm in de volle zon staan. De middagzon kan echter beter worden vermeden. Ouder blad kan verbranden in het directe zonlicht, maar het nieuwe blad is hier prima tegen bestand. Wanneer de Phoenix Roebelenii te donker staat, zal de palm geen nieuw blad aanmaken. Plaats deze binnenplanten 1 tot 2 meter van het raam, zodat de palm minimaal 5 uur direct zonlicht ontvangt.

 

 

 

 

 

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag:  +/- 7 °C

‘S nachts: +/- 3 °C

 

 

 

Verpotten

 

Je kunt de Phoenix Roebelenii het beste verpotten direct na de aankoop. Omdat de Dwerg Dadelpalm veel water verbruikt is een grotere pot noodzakelijk. De kweekpot kan namelijk onvoldoende water absorberen. Gebruik een sierpot waarbij de diameter minimaal 20% breder is ten opzichte van de vorige. Hoe groter hoe beter, omdat meer grond ook meer water kan vasthouden. Daarnaast komt een grotere wortelkluit komt de gezondheid ten goede. Gebruik universele potgrond of palmgrond. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is.

 

 

 

 

 

Voeding

 

Geef deze kamerpalm eens per week vloeibare voeding voor palmen in de groei periode. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de palm geen voeding heeft gehad. Bemesten is niet nodig in de rustperiode (winter) en niet noodzakelijk in de herfst. Lees de gebruiksaanwijzing van de kamerplantenvoeding voor de juiste dosering.

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Bruine of gele bladeren (of bladpunten) komen vaak voor op de onderste bladeren van deze kamerpalm. Meestal is er niets mis met de gezondheid van de palm, maar is dit het natuurlijke proces. Bovenin vormen zich weer mooie verse groene bladeren. Indien veel bladeren, en niet alleen de onderste krans, bruin of geel worden kan dit het gevolg zijn van teveel of te weinig water.

Ook kan een plotseling overgang naar teveel direct zonlicht de oorzaak zijn. Dichtgeknepen blad is een teken van een lage luchtvochtigheid, of een tekort aan water in de grond. De V-vorm van het blad staat onder gunstige omstandigheden open. Gaat de kachel aan, dan is de kans groot dat het blad zich samen vouwt.

 

 

Phoenix_roebelenii

 

 

 

Snoeien

 

Je kunt de bruine bladpuntjes gewoon weg knippen met een schaar. Verwijder de onderste laag bladeren indien deze lelijk worden. Dit gaat het gemakkelijkst indien je de veren naar beneden buigt en vervolgens zo dicht mogelijk bij de stam het blad afsnijd. Je kunt ook een sterke snoeischaar gebruiken. Pas wel op voor de doorns. De stam kan niet afgezaagd worden bij een palm, hierdoor zal de palm sterven.

 

 

 

Vermeerderen

 

Het vermeerderen van palmen kan alleen door middel van zaaien. Dit kan lang duren, verhoog hierbij de temperatuur tot rond de 25 graden.

 

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Het is zeldzaam dat de Phoenix Roebelenii in de woonkamer bloeit, maar het is wel mogelijk. Een palm bloeit alleen in een volwassen stadium. De Phoenix Roebelenii is een van de weinige palmen die dit kan bereiken vanwege zijn beperkte hoogte.

 

 

 

Giftig?

 

De Phoenix Roebelenii is niet giftig. Maar pas wel op voor de doorns. Deze stekels maken de plant minder geschikt wanneer er kleine kinderen bij kunnen komen.

 

 

 

Ziektes

 

Phoenix Roebelenii kan last krijgen van schild of dopluis. Verwijder aangetaste bladeren zo snel mogelijk om verspreiding te voorkomen. Vermijd besmetting met andere planten door de palm buiten te plaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Goud, koning der metalen

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

 

Goud is een scheikundig element met symbool Au en atoomnummer 79. Het is een geel metalliek overgangsmetaal. Het is al sinds de stroomculturen (Nabije Oosten van 3500 v.Chr. tot 800 v.Chr.) zeer gewaardeerd en is roestvrij, daarom wordt goud soms “de koning der metalen” genoemd.

 

 

 

 

 

Eigenschappen

.

Goud behoort tot de edelmetalen en is een dicht maar zacht metaal, net iets harder dan zink. Voor het gebruikt kan worden, moet het gezuiverd worden en voor de meeste doeleinden wordt het gelegeerd met andere materialen om het harder te maken. De zuiverheid van goud voor sieraden wordt gemeten in karaat; zuiver goud is 24 karaat. Veel voorkomende zuiverheidsgraden zijn 14 karaat (58,3% goud), 18 karaat (75%) en 22 karaat (91,7%). Goud wordt al lange tijd als waardevol metaal gezien.

.

 

.

 

 

Geschiedenis van goud

 

Gebruik van goud stamt (vermoedelijk) al uit de 26e Eeuw V. Chr. In Egyptische hiërogliefen wordt al aangegeven dat goud als betaalmiddel werd gebruikt. Goud is een edelmetaal en ontstaat uit (vloeibaar) magma, daarom wordt goud vaak gevonden op plaatsen waar vulkanen waren. Als we vervolgens even een grote stap maken, belanden we in 1848. In dat jaar vonden Amerikanen goudklompjes (goldnuggets) tussen grind in rivieren. De zogenaamde “goldrush” of “goudkoorts” was begonnen.

In Australië en Amerika werden verschillende goudbronnen ontdekt. Goud wordt vooral gevonden en gewonnen tussen steenlagen in rivieren. Wie kent de afbeeldingen niet van mensen langs rivieren met een grote zeef. Door rivierzand en grind te zeven hoopt men klompjes goud te vinden. Naast goudklompjes bestaat er ook stofgoud en kan goud voorkomen in zogenaamde goudaderen. Goud dat in rivieren en mijnen gevonden wordt is een zacht geel-kleurig metaal, we spreken dan van zuiver goud (24/24 of 24 karaat).

In de Lage Landen mag edelmetaal nog “goud” worden genoemd als het een zuiverheid van 14 karaat heeft. De scheikundige benaming voor goud is Au. Het is de afkorting van het Latijnse Aurum. Goud wordt ook steeds meer als belegging gezien. Doordat over heel de wereld de mensen steeds rijker worden neemt onder andere de vraag naar Gouden sieraden erg toe. Ook is economische onzekerheid vaak een factor van stijging van koersen.

.

 

 

 

.

.

opmerkelijke eigenschappen

 

Metallisch goud heeft een gele glanzende kleur. Zeer fijn verdeeld kan het ook andere kleuren zoals zwart of donkerpaars aannemen. Van alle bekende metalen die bij kamertemperatuur vast zijn, is goud, na lood, het makkelijkst te buigen en te vervormen. Een blokje goud van 1 gram (een kubusje met zijden van 3,73 mm) kan worden geplet en gewalst tot een plaat bladgoud met een oppervlakte van 1 vierkante meter.

Bladgoud kan gelijmd worden op voorwerpen waardoor ze verguld worden. Het is tevens mogelijk om goud door middel van elektrolyse op voorwerpen aan te brengen. Goud is een zeer goede elektrische en thermische geleider en vrijwel inert. De dichtheid van goud (19.320 kg/m3) is bijna tweemaal zo groot als die van lood (11.300 kg/m3).

 

 

.

 

 

Goud
Algemeen
Naam Goud / Aurum
Symbool Au
Atoomnummer 79
Groep Kopergroep
Periode Periode 6
Blok D-blok
Reeks Overgangsmetalen
Kleur Geel metalliek
Chemische eigenschappen
Atoommassa (u) 196,9665
Elektronenconfiguratie [Xe]4f14 5d10 6s1
Oxidatietoestanden +1, +3
Elektronegativiteit (Pauling) 2,45
Atoomstraal (pm) 144
1e ionisatiepotentiaal (kJ·mol−1) 890,13
2e ionisatiepotentiaal (kJ·mol−1) 1977,96
Fysische eigenschappen
Dichtheid (kg·m−3) 19320
Hardheid (Mohs) 2,5
Smeltpunt (K) 1337
Kookpunt (K) 3081
Aggregatietoestand Vast
Smeltwarmte (kJ·mol−1) 12,55
Verdampingswarmte (kJ·mol−1) 334,40
Van der Waalse straal (pm) 166
Kristalstructuur k.v.g. (bij kamertemp.)
Molair volume (m3·mol−1) 10,21 · 10−6
Geluidssnelheid (m·s−1) 2030 (dunne staaf)
Specifieke warmte (J·kg−1·K−1) 128
Elektrische weerstand (μΩ·cm) 2,35
Warmtegeleiding (W·m−1·K−1) 317

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Bosrank : Clematis vitalba

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de talrijke trossen roomwitte bloemen met lange meeldraden en
– houtige stengels tot 30 meter hoog

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Bosrank is een overblijvende, houtige klimplant die vrij algemeen voorkomt. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, kalkhoudende grond aan bosranden, in heggen en in struikgewas. Recent ook in plantsoenen en als bodembedekker op kribben langs de grote rivieren.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bosrank bloeit vanaf juni tot en met augustus met roomwitte bloemen. De bloemen vallen vooral op door de talrijke lange meeldraden. Ze staan in okselstandige en eindelingse trossen. Ze hebben vier, aan beide zijden viltig behaarde bloemdekbladen, die iets teruggeslagen staan, aan de top soms omgerold zijn en spoedig afvallen. De binnenkant van de bloemdekbladen is wit, de buitenkant groenig.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn samengesteld geveerd en bestaan 3 tot 5 glanzende deelbladeren. De bladstelen slingeren zich om takken en stengels van andere planten zodra ze ermee in contact komen. De stengels zijn houtig en kunnen een lengte van 30 meter bereiken. Ze gaan hangen, zodra ze de top van een boom of struik bereikt hebben.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheid

 

Bosrank is giftig en kan huidirritaties veroorzaken.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen en toenemend
– tot 30 meter

Bloem
– roomwit
– juni t/m augustus
– tros
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 4 bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– samengesteld
– veervormig oneven
– top spits
– rand gaaf, gelobd of getand
– voet hartvormig
– netnervig
– glanzend
– rankende bladsteel

Stengel
– klimmend of hangend
– behaard en kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Liggende klaver : Trifolium campestre

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_1285-gr-liggende-klaver

 

 

Goed te herkennen aan
– de citroen- tot goudgele hoofdjes met
– vlinderbloemen, waarvan de vlag breed en duidelijk geplooid is en
– het driedelige klaverblad

 

 

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

 

 

 

Algemeen

 

Liggende klaver  is een eenjarige plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae), die van nature voorkomt in Europa tot in West-Azië en Noord-Afrika en van daaruit verspreidt is naar Noord-Amerika. Ze groeit op open, zonnige, min of meer droge, meestal kalkhoudende, grazige, zandige grond op zandduinen langs de rivieren, op dijkhellingen, in duinen en wegbermen en en in kalk- en leemgroeven.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Liggende klaver bloeit vanaf mei tot en met september met citroen- tot goudgele, kleine vlinderbloemetjes, die dicht opeen gerangschikt zitten in een okselstandig, lang gesteeld hoofdje. De hoofdjes zijn 20-40 bloemig en meer dan 1 cm in doorsnede. De vlag van de bloemetjes is breed lepelvormig, duidelijk in de lengterichting geplooid en de zijden zijn niet dicht gevouwen. Na de bloei vallen de bloemetjes niet af. Ze gaan wat naar beneden hangen en verkleuren via kleurloos naar lichtbruin.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Verspreid aan de aanliggend behaarde, ronde stengels zitten driedelige blaadjes. Het topblaadje is langer gesteeld dat de twee andere.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 30 cm

Bloem
– citroen- tot goudgeel
– vanaf mei t/m september
– hoofdje
– vlinderbloem
– 7 tot 12 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– deelblaadjes :
– omgekeerd eirond
– zeer kort gesteeld
– top stomp of uitgerand
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– opstijgend of liggend
– aanliggend behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

liggende-klaver

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Calciet fairy stone

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Fairy stone calciet is een grijze of beige steen met zachte, ronde vormen. Deze calciet soort wordt gevormd in holtes gevuld met klei en zand in bijvoorbeeld rivieren, gletsjers of zandsteen rotsen. Fairy Stones zijn zeldzaam en eigenlijk deel steen, deel fossiel en deel mineraal.

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: CaCO3.