Dagelijks archief: maart 13, 2025

Ulexiet, tv-steen

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

 

Algemene informatie

.

Ulexiet is een hele zachte steen en is kleurloos, doorschijnend of wit. Het wordt ook wel tv-steen genoemd vanwege de optische eigenschappen van de steen. Een op de juiste manier vlak gemaakte ulexiet steen van goede kwaliteit kan een beeld van iets wat er aan de achterzijde van de steen bevindt, aan de voorzijde projecteren door haar vezels.

Ulexiet heeft een witte streepkleur en een perfecte splijting volgens de kristalvlakken [010] en [110]. De gemiddelde dichtheid is 2,95 en de hardheid is 2,5. Het kristalstelsel is triklien en het mineraal is niet radioactief.

.

.

.

.

Etymologie

.

Ulexiet is vernoemd naar de ontdekker van de steen Georg Ludwig Ulex.

.

.

.

Vindplaats

.

Ulexiet wordt in de Verenigde Staten gevonden.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

Chemische samenstelling: NaCaB5O6(OH)6.5(H2O)

dichtheid: 2.9

hardheid: 2,5

.

.

Ulexiet
Ulexite-39574.jpg
Mineraal
Chemische formule NaCaB5O6(OH)6·5(H2O)
Kleur Kleurloos of wit
Streepkleur Wit
Hardheid 2,5
Gemiddelde dichtheid 1,95 kg/dm3
Opaciteit Doorschijnend
Splijting Perfect, [110] & [010]
Kristaloptiek
Kristalstelsel triklien
Overige eigenschappen
Vergelijkbare mineralen colemaniet

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Bitterzoet : Solanum dulcamara

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-solanum_dulcamara-01_xndr

 

 

Goed te herkennen aan
overhangende trossen paarse (zelden witte), 5-tallige, knikkende, geurende, bloemen met tot een gele kegel vergroeide helmknoppen

 

09_heidijk_drunen_annie_2011_08_16-23

 

 

 

Algemeen

 

Bitterzoet is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant en stelt weinig eisen aan grond, hoeveelheid licht en vochtigheid. Ze verdraagt zelfs zoute zeewind. Ze groeit op droge tot natte, min of meer voedselrijke grond in moerasbossen, aan waterkanten, op drijftillen, aan heggen, ook in de zeereep en op geknotte bomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode loopt vanaf juni tot en met september. De bloemen zijn paars met in het hart een opvallende gele kegel van vergroeide helmknoppen. Ze staan met 10 tot 25 bij elkaar in overhangende trossen. De kroonbladen van pas geopende bloemen staan eerst recht of zijn licht teruggeslagen; de kroonbladen van de bloemen, die langer open zijn liggen meestal tegen de steel. Elk kroonblad heeft aan de basis twee glanzende, groene vlekken met een witte rand. De bloemen ruiken aangenaam, maar bevatten geen nectar, hoewel dat door de glanzende, groene vlekken wel zo lijkt.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De donkergroene, soms paars aangelopen bladeren zijn aan beide zijden zacht behaard, langwerpig tot eirond, hebben een gave rand en een zwak hartvormige of afgeronde voet. De voet van de bovenste bladeren is vaak spiesvormig of het blad is 3-tallig geoord. De stengels zijn onderaan verhout, kunnen rechtop staan, op de grond liggen of zich winden om andere vegetatie.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De 1 cm grote, ovale bessen, die na de bloei gaan groeien, verkleuren van groen via geel naar rood en zijn glanzend. Ze bevatten vele zaden, die jaren kiemkrachtig blijven. De rijpe bessen zijn zacht en eetbaar voor vogels, die zo mede zorgdragen voor de verspreiding van de plant. Voor de mens zijn ze zeer giftig!

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Bitterzoet bevat glycosiden. Als je op de stengel kauwt proef je eerst de bittere smaak van de glycosiden. Dan gaat het speeksel met de glycosiden reageren en komt er sacharose vrij, dat zoet smaakt. Zoals de meeste nachtschade-soorten is bitterzoet giftig! Ondanks de giftigheid wordt bitterzoet gebruikt in de fytotherapie. Het heeft een vochtafdrijvende, ontstekingremmende en bloedzuiverende werking.

 

 

 

 

 

Weetje

 

Omdat bitterzoet een waardplant is voor de bruinrotbacterie, die besmetting van het oppervlaktewater kan veroorzaken, wordt de plant gezien als een probleem in de land- en tuinbouw. Bestrijding is niet makkelijk, omdat elk stukje wortel dat achterblijft, kan uitgroeien tot een nieuwe plant.

 

 

4195324642_629e060a2c_b

 

 

 

Algemeen

 

nachtschadefamilie (Solaneceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 30 tot 200 cm

Bloem
– paars, zelden wit
– vanaf juni t/m september
– tros
– stervormig
– 10 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet zwak hartvormig of afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop, windend of liggend
– weinig behaard of kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Boekweit : Fagopyrum esculentum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote pijl- of hartvormige bladeren en
– de losse aarvormige trossen witte bloemetjes en
– de donkere vruchtjes, die qua vorm op beukennootjes lijken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Boekweit is geen inheemse wilde plant, maar een eenjarig landbouwgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Midden- en Oost-Azië. Vroeger werd boekweit verbouwd op schrale zandgrond. Ten opzichte van de huidige gewassen is de opbrengst te laag om verbouw lonend te maken en wordt ze alleen nog gebruikt als nectarplant voor honingbijen, zit ze in zaaimengsels en in vogelvoer.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Boekweit bloeit vanaf juni tot en met augustus met kleine witte of roze bloemetjes, die gegroepeerd zitten in losse pluimen in de bladoksels en aan het einde van de stengel. De bloemetjes hebben 5 bloemdekbladen, geen aparte kroon- en kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn groot, pijl- of hartvormig, meestal iets langer dan breed. De stengel is roodachtig.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

Voordat de bloei ten einde is zijn er al rijpe vruchtjes. Ze zijn driehoeking en lijken sterk op kleine beukennootjes. Elk vlak heeft scherpe randen, in tegenstelling tot Franse boekweit, waarvan de vruchtjes getande randen hebben. De vruchtjes zijn 2x zo lang als het (nog niet verdroogde) bloemdek. De vruchtjes van Franse boekweit zijn 3x zo lang als het bloemdek.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

boekweit : wit of roze bloemdek, vruchtjes scherp driehoekig en twee maal zo lang als het bloemdek.

 

Franse boekweit : groen bloemdek, vruchtjes getand driehoekig en drie maal zo lang als het bloemdek.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

duizendknoopfamilie (Polygonaceae)
– eenjarig
– schaars landbouwgewas
– 15 tot 60 cm

Bloem
– wit of roze
– vanaf juni t/m augustus
– aarvormige tros
– stervormig
– 5 tot 7 mm
– 5 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 8 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– pijl- of hartvormig
– top spits
– rand gaaf of gegolfd
– voet pijl- of hartvormig
– hand-/netnervig

Stengel
– rechtop
– aan 1 kant behaard
– roodachtig
– rolrond

zie wilde bloemen