categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen
Etymologie
Eilatsteen is voornoemd naar Eilat in Israël, de eerste vindplaats van de steen.

chrysocolla – ruw









Eilatsteen is voornoemd naar Eilat in Israël, de eerste vindplaats van de steen.

chrysocolla – ruw









.
.
.
Natroliet is meestal wit of kleurloos maar kan ook geel- of roodachtig zijn. Het vertoont vaak een fijne, naald- achtige kristal structuur en behoort tot de zeolieten familie. Fargiet is een rode natroliet uit Glenfarg, Schotland en bergmanniet of spreustein is een onzuivere natroliet variant uit Noorwegen.
.
.
.
.
.
.
Natroliet kan beter niet met water gereinigd worden omdat het een vrij kwetsbare structuur heeft waardoor er stukjes van het kristal afgebroken kunnen worden als het onder stromend water gehouden wordt.
.
.
.
.
.
.
Natroliet is een samenvoeging van de Griekse woorden natron (soda) en lithos (steen).
.
.

.
.
.
Natroliet wordt gevonden in Duitsland, Frankrijk, Rusland, Canada en de Verenigde Staten.
.
.
.
.
.
chemische samenstelling: Na2Al2Si3O10·2H2O
hardheid: 5 – 6
dichtheid: 2,25
.
.
.
.

.
.

.
.
.
.
Goed te herkennen aan
– de roze -anjerachtige bloemetjes met buikige, op de hoeken gevleugelde, groene kelk en
– de aan de voet vergroeide grijsgroene bladeren
Algemeen
Koekruid is een eenjarige, onbehaarde plant, waarschijnlijk oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Europa. In de Lage Landen kan je haar vinden in ingezaaide bermen. Ze zit ook in zaadmengsels voor de tuin.

Bloem
De bloeitijd is juni en juli. Ze bloeit met anjerachtige, roze bloemen, die in ijle schermen staan. De bloemen hebben 5 hartvormige, meestal aan de top getande, donker geaderde kroonbladen en een 5-kantige, buikige, groene kelk, die op de hoeken breed gevleugeld is.

Blad en stengel
De bladeren zijn langwerpig tot eirond en 2 aan 2 aan de voet vergroeid. Net als de vertakte stengels zijn ze bedauwd grijsgroen.
Algemeen
– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– zeldzaam, incidenteel
– tuinplant uit Zuid-Europa
– 30 tot 60 cm
Bloem
– roze, zelden wit
– juni en juli
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, hoekig vergroeid
– 10 meeldraden
– 2 stijlen
Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet half stengelomvattend
– 1-nervig
– bedauwd grijsgroen
Goed te herkennen aan
– de helder roze bloemenhoofdjes, die
– met buitenste, vergrote randbloemen lijken op korenbloemen,
– zonder de vergrote randbloemen op distelbloemen en
– de ongedeelde stengelbladeren tot vlak onder het bloemhoofdje
Algemeen
Knoopkruid is een overblijvende plant, die bloeit van juni tot in de herfst op droge tot vrij vochtige, matig voedselrijke, grazige grond. Ze kan tot 1,20 meter hoog worden. Knoopkruid is zeer variabel van vorm. Er bestaan verschillende ondersoorten, van elkaar te onderscheiden door de vorm en het aanhangsel van de omwindselblaadjes. Het omwindsel is heel opvallend. De omwindselblaadjes hebben een verbreed, donkerbruin tot zwart aanhangsel met een gave tot franje-achtige rand.

Bloem
De buitenste buisbloemen zijn vergroot en staan naar buiten gericht, maar kunnen ook ontbreken.
Zonder de vergrote stralende buitenste bloemen heeft bloemhoofdje wat weg van distelbloemen (linkerfoto), maar de plant is makkelijk van distels te onderscheiden vanwege het ontbreken van de voor distels kenmerkende prikkende bladeren en/of stengels.
Blad
De bovenste stengelbladeren zijn ongedeeld, de onderste bladeren veerspletig. Jonge planten zijn licht (spinragachtig) behaard.

Toepassingen
In de Middeleeuwen werd de plant gebruikt om wonden te helen, tegen aandoeningen van de urinewegen en zelfs cholera schijnt ermee bestreden te zijn.

Vergelijkbare soort
Grote centaurie is een vergelijkbare soort. Ze heeft grotere bloemen, gedeelde stengelbladeren (ook de bovenste) en geen stengelbladeren tot vlak onder de bloem.

grote centauri
Algemeen
– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 0,1 tot 1,20 meter hoog
Bloem
– helder roze buisbloemen
– vanaf juni tot in de herfst
– hoofdje
– alleenstaand
– 2 tot 6 cm
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– top spits
– voet gevleugeld
– netnervig
– kaal of (spinragachtig) behaard
– bovenste :
– zittend
– lancetvormig
– gave rand
– onderste :
– gesteeld
– veervormig ingesneden
– getande rand
Stengel
– rechtop
– kaal of (spinragachtig) behaard
zie wilde bloemen