Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Psalm 109 • A prayer when someone is spreading lies about you
.
Psalmen 109 . Een gebed wanneer iemand leugens over jou verspreidt
.
Paul LeBoutillier
.








2 staat voor getuigenis van de Heer
2020>2+2+0+0=4 staat voor wereldwijde bekendmaking van die getuigenis


.
.
.
Uiterst bekwame mensen, overtuigd van hun eigen kunnen, vol vertrouwen op succes. Omdat ze zo zelfverzekerd zijn, denken ze dat het ook voor anderen goed zou zijn als ze ertoe overgehaald konden worden om de dingen zo te doen zoals zij ze zelf doen, of zoals zij weten dat het hoort. Zelfs als ze ziek zijn zullen ze hun verzorgers zeggen wat ze moeten doen. Ze kunnen zeer waardevol zijn in noodsituaties.
.
.
Als we alles en iedereen om ons heen de vrijheid geven, zullen we zien dat we daardoor rijker worden aan liefde en bezittingen dan ooit tevoren, want die liefde die vrijheid geeft is de grootse liefde die des te nauwer verbindt.
.
.
Wilde en gecultiveerde wijnstokken worden over de hele wereld gevonden waar het klimaat goed is.
Degenen die zeer uitgesproken zijn. Ze weten zo zeker hoe dingen gedaan moeten worden, zowel voor zichzelf als voor anderen, dat het hen kritisch maakt en veeleisend. Ze willen dat alles precies op hun manier gebeurt, en geven bevelen aan degenen die hen helpen. En zelfs dan zijn ze moeilijk tevreden te stellen.
.
.
.
.
Degenen die veel geleden hebben, mentaal of fysiek, en zo uitgeput zijn en gesleten dat ze het gevoel hebben dat ze niet meer de kracht hebben om ook maar enige moeite te doen. Het dagelijks leven is voor hen zware ar-beid, zonder vreugde.
.
Zoals we ieder een Goddelijke missie in deze wereld hebben, zo ook gebruikt onze ziel onze geest en ons lichaam als instrumenten om dit werk te doen, zodat een eendrachtige samenwerking tussen alle drie resulteert in een perfecte gezondheid en in perfect gelukkig zijn.
.
Olijfbomen komen uit het gebied van de Middellandse Zee. Ieder land waar wilde olijfbomen groeien kan dienen als een plek om de essence van de remedie te maken. Commerciële olijfplantages, die het land uitputten, zijn niet geschikt. Het is beter om de bergen in te gaan. Waar een grote variëteit aan wilde bloemen groeit, kun je er zeker van zijn dat de grond gezond en sterk is.
.
Voor degenen die bleek zijn, uitgeleefd en uitgeput, misschien na veel zorgen, ziekte, verdriet of een lange strijd. Ze zijn in alle opzichten moe en hebben het gevoel alsof ze geen kracht meer hebben om door te vechten, en bij momenten weten ze helemaal niet meer hoe ze nog verder kunnen. Ze kunnen zeer afhankelijk zijn van hulp van anderen. Bij sommigen is de huid erg droog en deze kan ook gerimpeld zijn.
.
.





































.
De Bijbel van de oudste christelijke kerk was een Bijbel in het Grieks. Voor het Oude Testament gebruikte men de door de Joden vervaardigde Griekse vertaling daarvan, de zogenaamde Septuaginta. Het Nieuwe Testament werd oorspronkelijk in het Grieks geschreven. Naar de vorm was het nog geen boek; hij bestond uit een serie boekro-llen. Maar in de tweede eeuw na Christus komen mensen op het idee de vellen perkament niet tot een lange strook achter elkaar te naaien (die dan, opgerold, een boekrol vormt) maar ze op elkaar te leggen, dubbel te vou-wen en door de vouw heen aan elkaar vast te naaien. Zo ontstaat een katern; het blijkt dan mogelijk om meerdere katernen te koppelen tot een boek met bladzijden, zoals wij dat kennen.
Zo’n boek heet een “codex”. Men zegt wel dat de christenen de eersten waren die zulke codices vervaardigden en het is gemakkelijk in te zien waarom dat zo zou kunnen zijn. Op deze manier kan men de gehele Bijbeltekst in één of twee banden verzamelen: in feite ontstaat dan pas voor het eerst een echte Bijbel. We bezitten nog enkele co-dices uit de vierde eeuw, zoals de Codex Sinaïticus (gevonden in het Catharinaklooster aan de voet van de Sinaï) en de Codex Alexandrinus, beide vermoedelijk afkomstig uit de beroemde bibliotheek in Alexandrië, alsmede de Codex Vaticanus in de bibliotheek van het Vaticaan te Rome.
Opvallend is dat omstreeks diezelfde tijd de strijd oplaait over welke Bijbelboeken nu wel en welke niet “canoniek” zijn, dat wil zeggen als geïnspireerde Schrift moeten worden beschouwd. Zolang de Bijbel uit een verzameling rollen bestaat kan men zich veroorloven andere heilige geschriften in dezelfde verzameling te bewaren. Maar als alles in één band verenigd wordt, moet het niet strikt Bijbelse daaruit gelaten worden.
.
Aanvankelijk was de Griekse Bijbel voor een ieder in het uitgestrekte Romeinse rijk leesbaar; Grieks was de uni-versele taal van het rijk. Maar als er in de nadagen van het rijk allerlei Germaanse volken deel van uit gaan maken verandert deze situatie. De nieuwkomers spreken geen Grieks, maar wel Latijn, wat de eigenlijke taal van de Ro-meinen is. Er ontstaan dan links en rechts Latijnse vertalingen van Bijbel gedeelten. Aanvankelijk probeert de kerk dit tegen te houden; alleen de originele Griekse Bijbel is toegelaten. Maar later gaat zij overstag. Aan het eind van de vierde eeuw krijgt de kerkvader Hiëronymus opdracht een officiële Latijnse kerkversie van de Bijbel samen te stellen. Deze wordt de Vulgata (volksbijbel) genoemd.
De bedoeling is om te voorkomen dat er een situatie ontstaat waarin het gewone volk geen toegang meer heeft tot de Bijbeltekst, omdat deze in een ontoegankelijke taal is geschreven. De Vulgaat wordt de standaard kerkbij-bel. Maar als het Romeinse rijk inmiddels tot de historie behoort en we in de middeleeuwen zijn aangeland, spreekt elk volk zijn eigen nationale taal. Het Latijn is alleen bekend bij de kerkdienaars en de intellectuele boven-laag van het volk. De gewone man spreekt geen Latijn. Bovendien kan hij vaak niet eens lezen. Maar dat laatste maakt ook niet zoveel uit; de Bijbel bevindt zich in hoofdzaak achter kloostermuren, waar de gewone man geen toegang heeft.
Doch ook wanneer de Schrift wordt voorgelezen in de dienst, betekenen de woorden niets voor hem. De ironie wil dat de versie die een “volksbijbel” had moeten zijn, er de oorzaak van is dat “het volk” het contact met de Schrift volledig kwijtraakt. En juist in die situatie houdt de kerk uit alle macht vast aan het Latijn, dat zij eerst had willen tegenhouden. Van vertalingen in de volkstaal wil zij wederom niet weten. Er ontstaat een merkwaardige si-tuatie. De middeleeuwse mens is een buitengewoon vroom mens. Hij kent talloze Bijbelse verhalen. Maar toch heeft hij geen direct contact met de bron van zijn geloof. Hij raakt gefascineerd door allerlei wonderverhalen. Bij-belse- en on-Bijbelse bronnen worden onbekommerd gemengd, omdat hij het onderscheid niet meer kan maken. Naast een diep geloof bloeit een ongekend bijgeloof, en hun wortels zijn onontwarbaar verstrengeld. In plaats van een Bijbel koestert de meer welgestelde zijn gebeden- en getijdenboeken. En bij dat alles is het besef dat hij iets mist volledig verloren gegaan.
Omdat de middeleeuwse mens zo geobsedeerd is door verhalen, ontstaan in deze tijd twee bijzondere “Bijbel-versies”. In de eerste plaats de evangeliënharmonisatie. De vier evangeliën worden hierin gecombineerd tot één doorlopend verhaal, waarin de kenmerkende invalshoek van de evangelist wordt opgeofferd aan “het verhaal”. Men noemt zo’n harmonisatie een “leven van Jezus”. Een stap verder gaat de historiebijbel, die een combinatie is van de historische gedeelten van het Oude Testament met materiaal uit andere historische bronnen, zoals de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus. De stamvader van deze historiebijbels is de zogenaamde Historia Scolastica van Petrus Comestor uit de twaalfde eeuw.
Het is geen Bijbel in onze zin van het woord maar een verzameling Bijbelse verhalen en verhalen uit Bijbelse tijden, aangevuld met commentaren van kerkvaders. Het bevredigt een behoefte aan kennis, aan weten, zonder de lezer werkelijk in contact te brengen met Gods Woord. Een vervolg op deze ontwikkeling is die van de rijmbij-bels geweest, gewoonlijk historiebijbels in berijmde vorm, zodat men de inhoud gemakkelijk uit het hoofd kon leren en onthouden. In onze streken is de dichter Jacob van Maerlant met zo’n rijmbijbel gekomen. Deze was wel gesteld in de landstaal Middelnederlands.
.
Een andere “Bijbel”, die dat in onze ogen nauwelijks is, was de prentbijbel. Een van de meest bekende hiervan was de zogenaamde “Biblia Pauperum” (Armenbijbel). Hoe hij aan deze naam is gekomen weet niemand meer. Armen konden zich zo’n Bijbel zeker niet veroorloven. Men neemt aan dat hij werd gebruikt voor onderwijs aan het ge-wone volk. Het is geen stripverhaal, maar iedere bladzijde bevat een scène uit het Nieuwe Testament en daar om-heen een tweetal gebeurtenissen uit het Oude Testament, die daar een symbolisch verband mee hebben, plus een viertal profeten uit het Oude Testament, met uitspraken die het centrale onderwerp betreffen. De Biblia Pauperum stamt uit de late middeleeuwen, uit een tijd toen boeken algemener begonnen te worden. Hij is gedrukt in blok-druk, dat wil zeggen dat iedere pagina in zijn geheel in hout is uitgesneden, en met behulp van deze houtsnede werd een primitieve drukkunst beoefend.
Hoewel gedurende de middeleeuwen vertalingen van de Bijbel in de landstaal in de officiële kerk bijna niet voor-kwamen, zijn er los van de kerk altijd bepaalde dissidente groepen geweest die een afwijkend geloof beleden, en dit fundeerden op eigen vertalingen van de Schrift. Zulke vertalingen werden gekoesterd als een kostbaar bezit. Pas tegen het eind van de middeleeuwen beginnen ook binnen de officiële kerk vertalingen in de landstaal te ontstaan. Een beweging als de Moderne Devotie (Geert Groote, 14e eeuw) stelde zich ten doel de Bijbel opnieuw tot het volk te brengen. Daartoe werden Bijbel gedeelten vertaald en in bijeenkomsten overal in het land voorge-lezen. De kerk heeft deze activiteiten echter steeds trachten te ontmoedigen. Een van de eerste volledige Bijbel-vertalingen in ons land is de zogenaamde Vlaamse Historiebijbel, die in 1360 voor het eerst in de zuidelijke Nederlanden verscheen.
Zoals de naam al aangeeft, was hij afgeleid van de Historia Scolastica van Petrus Comestor. Maar hij onderscheidt zich van de andere historiebijbels doordat hij duidelijk on-derscheid maakt tussen het Bijbelse en het niet-Bijbelse materiaal. Deze Bijbel heeft in de volgende eeuwen een zekere populariteit bezeten in de Nederlanden. Toch is het geen volksbijbel geworden. Men schat de prijs van een afschrift (nog steeds met de hand geschreven!) op cir-ca acht tot tienmaal het jaarloon van een geschoold am-bachtsman; alleen de heel rijken, (dat wil zeggen de adel) konden zich een eigen afschrift veroorloven. Minder rijken namen genoegen met één of enkele Bijbelboeken, vaak de psalmen. Dat was op zichzelf reeds een kostbaar bezit. De Vlaamse Historiebijbel heeft echter nog een extra betekenis gekregen omdat hij ruim een eeuw later tot de eerste gedrukte Bijbel in de Nederlanden is ge-worden.
Pasteltekening van John Astria
Als vijfde en laatste in de reeks van dingen die een grote indruk op Agur hebben gemaakt, komt een lijst van vier wezens die fier voortbewegen: “Drie hebben een voorname tred, vier schrijden statig voort” (Spreuken 30: 29 – 30). Het zijn de leeuw, de haan, de bok en de koning.
29 Deze drie, nee, deze vier lopen heel statig en deftig:
30 een leeuw, de koning van de dieren
die voor niets of niemand bang is
32 David zei tegen Saul: “Laat niemand de moed verliezen door die Filistijn. Ik zal met hem vechten.” 33 Maar Saul zei tegen David: “Dat kun je niet. Je bent veel te jong. En híj vecht al van jongs af aan.” 34 Maar David zei tegen Saul: “Ik ben gewend om voor mijn vader de schapen te hoeden. Soms roofde een leeuw of beer een schaap uit de kudde. 35 Dan liep ik hem achterna, sloeg hem neer en redde het dier uit zijn bek. En als de leeuw mij dan aanviel, greep ik hem bij zijn manen en doodde hem.
36 Ik heb leeuwen en beren verslagen. Met deze ongelovige Filistijn zal het net zo aflopen. Want hij heeft het leger van de levende God uitgedaagd. 37 De Heer heeft mij gered van de klauwen van leeuwen en beren. Hij zal mij ook redden uit de handen van deze Filistijn.” Toen zei Saul: “Ga dan maar. De Heer zal met je zijn.”
Pasteltekening van John Astria
8 Juda, je zal door je broers worden geprezen. Je zal je vijanden overwinnen. Je eigen broers zullen voor je bui-gen. 9 Je lijkt op een jonge leeuw die na de jacht, als hij zijn prooi heeft opgegeten, op een hoge plaats gaat rusten. Wie zal hem daar durven storen? 10 De koningsstaf zal altijd in zijn hand zijn. Zijn heersersstaf zal altijd regeren, totdat Silo (= ‘Vredevorst’) komt. Alle volken zullen hem gehoorzamen.
5 Toen zei één van de gemeenteleiders tegen mij: “Huil maar niet. Kijk, de Leeuw uit de stam van Juda, de Zoon van David, heeft overwonnen. Daarom mag Hij de zeven zegels losmaken en de boekrol openmaken.”
32 Hij zal een belangrijk mens zijn en Hij zal ‘Zoon van de Allerhoogste God’ worden genoemd. De Heer God zal Hem koning van Israël maken, net als zijn voorvader David . 33 Hij zal voor eeuwig als koning regeren over het volk Israël. Er zal nooit een eind komen aan zijn heerschappij.”
Pasteltekening van John Astria
8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis. 9 Daarom heeft God Hem ook de hoogste eer en de allergrootste macht gegeven. Hij heeft Hem be-langrijker en machtiger gemaakt dan wie dan ook. 10 Want God wil dat iedereen in de hemel, op de aarde en onder de aarde de knieën zal buigen voor Jezus. 11 Hij wil dat iedereen hardop zal toegeven dat Jezus de Heer is. Want dat eert God de Vader!
.
1 Waarom gaan de volken tekeer?
Ze smeden plannen die toch niet zullen slagen.
2 De koningen van de aarde maken zich klaar voor de strijd.
Ze sluiten zich bij elkaar aan en komen in opstand tegen de Heer
en tegen de man die Hij tot koning heeft gezalfd.
3 Ze zeggen: “We willen niet dat zij over ons heersen!
We willen niet dat zij ons vertelle
4 God in de hemel trekt zich niets van hun plannen aan.
De Heer lacht om hen.
5 Dan spreekt Hij woedend tegen hen.
Als ze zien hoe kwaad Hij is, worden ze doodsbang.
6 Hij zegt: “Deze koning heb Ik Zelf uitgekozen
als koning over mijn heilige berg Sion!”
7 De koning zegt:
“Ik zal jullie vertellen wat de Heer heeft besloten.
Hij heeft tegen mij gezegd:
‘Jij bent mijn zoon. Vanaf vandaag ben Ik je Vader.
8 Je mag Mij alles vragen.
Ik zal je alle volken geven.
De hele aarde zal van jou zijn.
9 Je zal streng over hen regeren, als met een ijzeren staf.
Je zal hen vernietigen, zoals je een kruik stukbreekt.’
10 Wees dus verstandig, koningen en leiders!
Luister naar mij en doe wat ik zeg:
11 Dien de Heer met diep ontzag.
Wees vol eerbied blij over Hem.
12 Buig je voor de zoon, zodat hij niet boos op je wordt.
Wacht niet te lang, want straks is het te laat.
Dan zal hij iedereen vernietigen die hem niet gehoorzaamt.
Het is heerlijk voor een mens om op God te vertrouwen!”