Dagelijks archief: november 10, 2025

Serpentijn of infinete stone

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Serpentijn of clinochrysotiel is een mineraal met de chemische formule (Mg,Fe)3Si2O5(OH)4. Het behoort tot de fylosilicaten.. De steen is doorschijnend tot opaak. Atlantisiet is een combinatie van serpentijn met stichtiet. Ser-pentijn wordt soms verkocht onder de naam New Jade, een imitatie van jade.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Serpentijn kan rood, geel, wit en groen zijn. De groene kleur is typisch voor het mineraal en serpentijn heeft een gemiddelde dichtheid van 2,59. Één van deze soorten valt onder asbest. De inademing van deze soort is schade-lijk voor de gezondheid.

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

Het mineraal serpentijn is, net als het gesteente serpentiniet, genoemd naar het Latijnse woord serpens, dat ‘slang’ betekent. De vorm waarin de mineralen gegroeid zijn in het gesteente doet denken aan de vorm van een slang. Ook werd het vroeger wel gebruikt als geneesmiddel tegen slangenbeten. De andere naam voor serpen-tiniet, clinochrysotiel, is afgeleid van het Grieks.

 

 

 

 

 

voorkomen

 

Serpentijn is een mineraal dat gevonden wordt in die gebieden waar mantelgesteente aan de oppervlakte is ge-komen, gewoonlijk in orogenen. In Griekenland en in de Alpen is serpentijn op grote schaal aanwezig.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

 

Serpentijn
SerpentineUSGOV.jpg
Mineraal
Chemische formule (Mg, Fe)3Si2O5(OH)4
Kleur Rood, geel, wit of groen
Streepkleur Groen
Hardheid 2,5 – 4
Gemiddelde dichtheid 2,59 kg/dm3
Kristaloptiek
Kristalstelsel Amorf

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Imperial gold kwarts

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Imperial gold kwarts zijn bergkristal punten, clusters en stenen die behandeld worden met ijzer en titanium waar-door het oppervlak een goudgele glans krijgt. Deze laag is permanent en kan er niet afgewassen worden. De kleur en energie van deze steen lijkt op goudtopaas. De hardheid is 7.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ruig klokje : Campanula trachelium

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote, lichtpaarse klokjes met lange, witte, stijve haren aan de binnenkant van de bloemkroon

 

 

 

.

 

Algemeen

 

Ruig klokje is een overblijvende, ruw behaarde plant van 60 tot 90 cm hoog. Ze groeit op vochtige, vaak kalk- houdende grond in lichte loofbossen, tussen hakhout en op beschaduwde beekoevers. Ze komt plaatselijk vrij algemeen voor in de Lage Landen. Ze wordt ook aangeboden als tuinplant. Ruig klokje is wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ruig klokje bloeit in juli en augustus met grote lichtpaarse, zelden witte, klokvormige bloemen. De binnenkant van de bloemkroon is behaard met lange, witte, stijve haren. De bloemen staan in de bladoksels, alleen of met 2 of 3. Ze staan eerst rechtop, later gaan ze recht afstaan of iets hangen. Samen vormen ze bebladerde, rijk-bloemige trossen.

 

 

ruig klokje : wit

 

 

 

Blad en stengel

 

De stevige, niet of weinig vertakte stengels staan rechtop, zijn scherpkantig, vaak rood aangelopen, ruw behaard en rijk bebladerd. De onderste bladeren zijn eivormig en gesteeld, de bovenste zijn langwerpig en kort gesteeld of zittend. Alle bladeren zijn aan de onderkant lichter van kleur, ruw behaard, hebben een spitse top en een onregelmatig gezaagde/getande rand.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de Lage Landen  komen 12 klokjes (Campanula) voor. Veel daarvan zijn ook als tuinplant te koop. Ruig klokje heeft samen met prachtklokje en breed klokje de grootste bloemen. Om de verschillende klokjes van elkaar te kunnen onderscheiden zie de pagina “Sleutel klokjes“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– klokjesfamilie (Campanulaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– beschermd
– ook als tuinplant
– 60 tot 90 cm

Bloem
– lichtpaars, zelden wit
– juli en augustus
– tros
– klokvormig
– (2,5) 3 tot 5 cm lang
– 5 kroonbladen, vergroeid en aan de
binnenkant lange, witte, stijve haren
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste :
– eivormig
– lang gesteeld
– hartvormige voet
– bovenste :
– langwerpig
– kortgesteeld tot zittend
– aflopende voet
– top spits
– rand onregelmatg gezaagd/getand
– netnervig
– onderkant lichter van kleur
– stijf behaard

Stengel
– rechtop
– stijf behaard
– vaak rood aangelopen
– scherpkantig

zie wilde bloemen

.