Tagarchief: loofbossen

Ruig klokje : Campanula trachelium

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote, lichtpaarse klokjes met lange, witte, stijve haren aan de binnenkant van de bloemkroon

 

 

 

.

 

Algemeen

 

Ruig klokje is een overblijvende, ruw behaarde plant van 60 tot 90 cm hoog. Ze groeit op vochtige, vaak kalk- houdende grond in lichte loofbossen, tussen hakhout en op beschaduwde beekoevers. Ze komt plaatselijk vrij algemeen voor in de Lage Landen. Ze wordt ook aangeboden als tuinplant. Ruig klokje is wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ruig klokje bloeit in juli en augustus met grote lichtpaarse, zelden witte, klokvormige bloemen. De binnenkant van de bloemkroon is behaard met lange, witte, stijve haren. De bloemen staan in de bladoksels, alleen of met 2 of 3. Ze staan eerst rechtop, later gaan ze recht afstaan of iets hangen. Samen vormen ze bebladerde, rijk-bloemige trossen.

 

 

ruig klokje : wit

 

 

 

Blad en stengel

 

De stevige, niet of weinig vertakte stengels staan rechtop, zijn scherpkantig, vaak rood aangelopen, ruw behaard en rijk bebladerd. De onderste bladeren zijn eivormig en gesteeld, de bovenste zijn langwerpig en kort gesteeld of zittend. Alle bladeren zijn aan de onderkant lichter van kleur, ruw behaard, hebben een spitse top en een onregelmatig gezaagde/getande rand.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de Lage Landen  komen 12 klokjes (Campanula) voor. Veel daarvan zijn ook als tuinplant te koop. Ruig klokje heeft samen met prachtklokje en breed klokje de grootste bloemen. Om de verschillende klokjes van elkaar te kunnen onderscheiden zie de pagina “Sleutel klokjes“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– klokjesfamilie (Campanulaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– beschermd
– ook als tuinplant
– 60 tot 90 cm

Bloem
– lichtpaars, zelden wit
– juli en augustus
– tros
– klokvormig
– (2,5) 3 tot 5 cm lang
– 5 kroonbladen, vergroeid en aan de
binnenkant lange, witte, stijve haren
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste :
– eivormig
– lang gesteeld
– hartvormige voet
– bovenste :
– langwerpig
– kortgesteeld tot zittend
– aflopende voet
– top spits
– rand onregelmatg gezaagd/getand
– netnervig
– onderkant lichter van kleur
– stijf behaard

Stengel
– rechtop
– stijf behaard
– vaak rood aangelopen
– scherpkantig

zie wilde bloemen

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Slanke sleutelbloem : Primula elatior

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

1756

 

.

Goed te herkennen aan
– de lichtgele bloemen met vlakke kroonbladen,
– die donkergele vlekken hebben aan de keel en
– die in een scherm op een lange, behaarde steel staan, allemaal  dezelfde kant op wijzend

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Slanke sleutelbloem is een beschermde, overblijvende plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze is vrij zeldzaam en ook aangeboden als tuinplant. De slanke sleutelbloem groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond in loofbossen, aan oevers en in natte graslanden.

 

 

primula elatior-slanke sleutelbloem-01

 

 

 

 Bloem

 

Ze bloeit vanaf maart tot en met mei (soms in de herfst weer) met lichtgele, niet geurende bloemen. De 5 kroonbladen zijn vergroeid tot een buis, de plaat van het kroonblad is redelijk vlak, afstaand en heeft donkergele vlekken (honingmerk) aan de keel. De bloemen staan met 1 tot 20 in een scherm en wijzen allemaal dezelfde kant op. De 5 kelkbladen zijn ook vergroeid tot een buis en sluiten redelijk nauw aan op de kroonbuis.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

slanke sleutelbloem : lichtgele, niet geurende bloemen in een scherm, kelk nauw buisvormig, kroonbladen afstaand.

 

 

 

 

gulden sleutelbloem : dooiergele, geurende, knikkende bloemen in een scherm, kelk wijd klokvormig, kroonbladen klokvormig.

 

 

 

 

 

stengelloze sleutelbloem : bloemen op afzonderlijke 5-12 cm lange stelen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot ontbrekend
– ook als tuinplant
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– lichtgeel
– vanaf maart t/m mei, soms in de
herfst weer
– enkelvoudig scherm
– buisvormig
– 1,5 tot 2,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top stomp
– rand gezaagd of gegolfd
– in gevleugelde steel versmallend
– veer- / netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– zacht behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Het Maarts viooltje : viola odorata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

5Viola-odorata-060410_2

.

Goed te herkennen aan
– de donkerpaarse, geurende bloemen met roodpaars spoor en
– de vroege bloeitijd, al in maart

Algemeen

Maarts viooltje is een overblijvend plantje van slechts 5 tot 15 cm hoog, zonder rechtopgaande stengels.
Ze komt vrij algemeen voor in Limburg, Zeeland, het rivierengebied, in de duinen en in stedelijke gebieden. Elders is ze zeldzaam en meestal verwilderd. De plant vormt bovengrondse uitlopers, die wortel schieten en nieuwe planten vormen. Ze groeit op licht beschaduwde, vochtige, voedselrijke plaatsen, zoals loofbossen, bermen, parken, kerkhoven, beschaduwde bermen en stadwallen.

Bloem

Ze bloeit in maart, april en mei. Soms nogmaals in augustus en september. De bloemen zijn donkerpaars, in het midden wit en staan afzonderlijk op lange stelen. Ze hebben vijf kroonbladen, waarvan de onderste een spoor draagt. Daarin wordt nectar voor de vroege vlinders opgeslagen.

Blad

De bladeren zijn lang gesteeld en staan in een rozet. De rand is gekarteld en de voet is diep hartvormig. Na de bloei groeien ze sterk uit.

.

Toepassingen

Maarts viooltje is een welriekend plantje, dat vanwege haar aangename geur gekweekt wordt voor de parfumindustrie. Daarnaast worden er stoffen uit de plant gehaald, die onder andere gebruikt worden tegen kinkhoest en reumatische klachten.

Algemeen

viooltjesfamilie (Violaceae)
– overblijvend
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 5 tot 15 cm

Bloem
– donkerpaars
– vanaf maart t/m mei
– gesteeld alleenstaand
– 13 tot 15 mm
– geurend
– roodpaars spoor
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen met ronde top
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– rond of niervormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet hartvormig
– veer-, netnervig
– verspreid behaard

Stengel
– kruipend
– bloemsteel niet behaard
– bladstengel teruggeslagen   behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

.

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

John Astria

Oranje springzaad : Impatiens capensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de oranje, gespoorde, hangende bloemen met roodachtige vlekken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oranje springzaad is een eenjarige plant, die groeit op natte, voedselrijke grond in loofbossen en langs rivieren. Ze is (nu nog) zeer zeldzaam in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juli tot en met oktober en kan tot 150 cm hoog worden. De bloemen staan met 2 tot 5 bij elkaar in een tros in de bladoksels. De kroonbladen zijn oranje met roodachtige vlekken. Het onderste kelkblad is zakvormig vergroeid, heeft de kleur van de bloem en een terug gekromd spoor. Aan het eind van de bloemsteel, bovenop de bloem zitten de twee andere kleinere kelkbladen.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

klein springzaad : lichtgele kleine bloemen, nagenoeg recht spoor (niet terug gekromd), rechtopstaande bloemstelen.

 

 

 

 

 

 

groot springzaad : gele bloemen, krom spoor, hangende bloemstelen.

 

 

 

 

oranje springzaad : oranje bloemen met roodachtige vlekken, krom spoor, hangende bloemstelen.

 

 

 

reuzenbalsemien : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, krom spoor.

 

 

 

 

 

 

twee-kleurig springzaad : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, recht spoor, recent ingeburgerd in stedelijke gebieden.

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– balsemienfamilie (Balsaminaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– 50 tot 150 cm

Bloem
– oranje met roodachtige vlekken
– vanaf juli t/m oktober
– tros van 2 tot 5 bloemen
– gespoord
– 2 tot 3,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 3 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top toegespitst
– rand grof gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het lenteklokje : leucojum vernum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

lenteklokje

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de zoet geurende, witte, klokvormige, hangende bloemen,
– meestal alleen (soms 2) per stengel,
– met 6 vrijwel gelijke bloemdekbladen, die
– aan de top groen of geel gevlekt zijn

.

.

.

.

.

Algemene kenmerken

.

Lenteklokje is een overblijvend, zeer zeldzaam bolgewas van 10 tot 30 cm hoog. Ze behoort tot de inheemse flora van de landen in Centraal Europa. Tot 1916 was ze bij ons ook inheems en groeide op de Tankenberg bij Olden- zaal. Tegenwoordig is lenteklokje een stinsenplant en groeit ze op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen voornamelijk op landgoederen. Tevens is ze verkrijgbaar als tuinplant. Zowel vanuit tuinen als vanaf de land- goederen kan ze verwilderen en daardoor kom je haar soms ook daarbuiten tegen.

.

.

.

lenteklokje

lenteklokje

.

.

zomerklokje

zomerklokje

.

.

Bloemen

.

Lentjeklokje bloeit vanaf februari tot en met april met witte, klokvormige, hangende bloemen, meestal 1 per stengel soms 2. Ze bloeit gewoonlijk een week of 2 later dan gewoon sneeuwklokje.

.

.

.

.

Bladen en stengel

.

De bloemdekbladen zijn breed, alle 6 vrijwel even lang en met een groen (of geel) gevlekte stompe top. De bloemen verspreiden een zoete geur. De bladloze, samengedrukte stengel heeft twee smalle lijsten. De bladeren staan allen in een rozet en zijn 0,5 tot 1,5 cm breed. Vooral na de bloei zal het blad gaan uitgroeien.

.

.

.

.

Vergelijkbare soort

.

Lenteklokje lijkt erg veel op zomerklokje. Het verschil zit in het aantal bloemen per stengel, de hoogte van de plant en de bloeiperiode. Zomerklokje heeft per stengel meestal meer dan 2 bloemen. Bovendien wordt zomerklokje hoger (30 tot 60 cm) en bloeit ze later (vanaf april tot en met juni).

.

.

 

.

.
3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

Het sneeuwklokje : Galanthus nivalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewoon sneeuwklokje is een overblijvend, verwilderd bolgewas, dat in pollen groeit. In Zuid- en Zuidoost-Europa is ze inheems. Bij ons is ze vrij algemeen, vooral in de duingebieden en in stedelijke gebieden. Ze groeit op een voedselrijke bodem in gemengde loofbossen en op grazige plaatsen, vooral in de buurt van rivieren of in kloven. Ook veel als tuinplant. Daar waar ze eenmaal groeit, houdt ze vaak onbeperkt stand.

 

 

 

 

 

   Gewoon sneeuwklokje (Galanthus nivalis)

 

fitis-sneeuwklokje-2-sd

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode begint in februari en loopt door tot in maart of april. Soms begint de bloei zo vroeg dat het gebeuren kan dat ze door een dikke laag sneeuw heen moet. Het einde van de stengel wordt daarom samen met de bloemknop door een bloemschede beschermd. Die schede blijft aan de stengel, totdat de langstelige vrucht zich heeft ontwikkeld. De hangende bloemen zijn klokvormig, alleenstaand en hebben 6 bloemdekbladen. De 3 buitenste bloemdekbladen zijn geheel wit, de drie binnenste zijn de helft in lengte van de buitenste, hebben een uitgerande top met een V-vormige groene (zelden gele) vlek en zijn aan de binnenkant ook groen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Elk klokje heeft 2 blauwgroene bladeren. De jongere bladeren zijn vlak, de oudere wat gootvormig, 3 – 10 mm breed.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Een plant die ongeveer in dezelfde periode bloeit ook met hangende, klokvormige, witte bloemen is lenteklokje. De bloemen van lenteklokje hebben eveneens 6 bloemdekbladen, maar die zijn alle zes even lang en hebben ook alle zes een groene, soms gele vlek. De bloemen van lenteklokje zijn gelijk aan de bloemen van zomerklokje. Zomerklokje bloeit pas vanaf april.

 

 

lenteklokje

lenteklokje

 

 

zomerklokje

 

 

 

Algemeen

 

– narcisfamilie (Amaryllidaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen voorkomend
– 7 tot 20 cm hoog

Bloem
– wit
– vanaf februari t/m maart (april)
– gesteeld alleenstaand
– 1,4 tot 1,8 cm lang
– stervormig
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet aflopend
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Waterkruiskruid : Jacobaea aquatica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de voor kruiskruid kenmerkende gele bloemhoofdjes en
– de liervormige middelste stengelbladeren met grote eindslip

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Waterkruiskruid is een 1- of 2-jarige plant van 0,3 tot 1,20 meter hoog. Ze groeit op natte, matig voedselrijke grond in wei- en hooilanden, in bermen, aan waterkanten, in lichte loofbossen en grienden. Ze is algemeen voor komend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Waterkruiskruid bloeit vanaf juni tot en met augustus met de voor kruiskruid bekende gele bloemhoofdjes. De kleur van de straalbloemen is mat dooier-geel, warmer van kleur dan van vergelijkbare kruiskruiden als jakobskruiskruid en viltig kruiskruid. De hoofdjes staan aan het einde van de stengels in losse pluimen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn kaal of bovenaan en in de bloeiwijze spinnenwebachtig behaard, onderaan vaak rood aangelopen en meestal al onder het midden vertakt. De zijtakken staan redelijk wijd uit, waardoor waterkruiskruid een omgekeerd pyramidevormig uiterlijk heeft, vaak niet zichtbaar omdat ze tussen andere vegetatie staat.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Waterkruiskruid is van alle andere soorten binnen de geslachten Jacobaea en Senecio (jakobskruid en kruiskruid) te onderscheiden door de naar verhouding grote eindslip van de bladeren, die bij de middelste stengelbladeren ongeveer gelijk is aan de helft van de bladlengte.

 

 

 

 

 

 

Herkennen vergelijkbare kruiskruiden
blad (dubbel) geveerd

 

 

blad langwerpig

bezemkruiskruid

1 jakobskruiskruid
2 viltig kruiskruid
3 duinkruiskruid
4 waterkruiskruid

 

5schaduwkruiskr.
6 rivierkruiskruid
7moeraskruiskruid

blad vlezig en zeer smal

1 omwindselbladen met zwarte punt
2 omwindselbladen zonder zwarte punt
3 zonder straalbloemen
4 blad met grote eindslip (ongeveer de helft van het blad)

 

5 tanden bladrand opzij gericht
6 tanden bladrand naar de top gericht
7 onderkant grijs viltig behaard, bladeren staan ook vaak omhoog gericht

 

 

 

bezemkruiskruid

 

 

 

jacobskruiskruid

 

 

 

viltig kruiskruid

 

 

 

duinkruiskruid

 

 

 

schaduwkruiskruid

 

 

 

Rivierkruiskruid

 

 

 

moeraskruiskruid

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– 1- of 2-jarig
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– hoofdje
– buis- en straalbloemen
– 25 tot 30 mm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– geveerd of liervormig
– top stomp
– rand gekarteld, gezaagd of gelobd
– voet gevleugeld
– veernervig

Stengel
– rechtop
– sterk vertakt
– kaal of
– bovenaan spinnenwebachtig behaard
– onderaan vaak rood aangelopen
– geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Watermuur : Myosoton aquaticum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– 5 bijna geheel gespleten witte kroonbladen (het lijken er 10) en
– 5 stijlen (andere muursoorten hebben 3 stijlen) en
– slappe stengels, die bovenaan kleverig zijn door klierharen en
– haar vochtige standplaats

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Watermuur is een overblijvende (soms eenjarige) plant op natte tot vrij vochtige plaatsen aan waterkanten, in lichte loofbossen en langs heggen. Ze is algemeen voor komend in de rivierengebieden van de Lage Landen, met uitzondering van de stedelijke- en de duingebieden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Watermuur bloeit vanaf juni t/m augustus. In een zachte herfst kan ze doorbloeien tot in oktober. Ze bloeit met witte bloemen, vergelijkbaar met de bloemen van vogelmuur, maar dan groter. De bloemen lijken 10 kroon- bladen te hebben, maar het zijn er 5 die bijna geheel gespleten zijn en duidelijk langer dan de kelkbladen. In tegenstelling tot de andere muursoorten heeft watermuur 5 stijlen en niet 3.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn slap; ze liggen of steunen op andere planten. De stengelbladeren, kelkbladeren en de bovenste delen van de stengels zijn behaard met klierharen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten 

 

zie hiervoor de pagina “Sleutel muursoorten“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend, soms eenjarig
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf juni t/m augustus (oktober)
– los bijscherm
– stervormig
– 15 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet hartvormig of afgerond
– veernervig
– behaard met klierharen

Stengel
– liggend
– kaal
– vierkantig
– behaard met klierharen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Penningkruid : Lysimachia nummularia

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de 5 (soms 4)-tallige, gele, schotelvormige bloemen met eironde tot hartvormige kelkbladen en
– de vrijwel ronde bladeren in 2 rijen langs liggende stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Penningkruid is een kruipende, ’s winters groenblijvende plant, die groeit op natte tot vochtige, voedselrijke grond aan waterkanten, op grasgrond en in loofbossen. De plant is algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze wordt ook aangeboden als vijver- en aquariumplant, dan vaak met decoratieve gelige bladeren. Groeit ze in het water, dan komt ze niet tot bloei.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf juni tot en met augustus. Ze bloeit met gele bloemen, die afzonderlijk op korte stengels in de bladoksels staan. De kelkbladen zijn eirond tot hartvormig (belangrijk verschil met boswederik).

 

 

 

 

 

 

 

 

Stengel

 

Penningkruid heeft tot 60 cm lange, liggende, kantige stengels, die wortels vormen op de knopen. Zo kan ze hele stukken grond bedekken.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

:
:
boswederik : lijnvormige kelkbladen, eironde bladeren met spitse punt, bloemen 10-15 mm.

penningkruid : eironde tot hartvormige kelkbladen, vrijwel ronde bladeren met stompe punt, bloemen 15-30 mm.

 

 

 

boswederik

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 60 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 1,5 tot 3 cm
– stervormig
– 5 (soms 4) kroonbladen
– krroonbladen niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5, 6 of 7 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– in 2 rijen
– enkelvoudig
– rond
– top stomp
– rand gaaf
– voet hartvormig of afgerond
– veernervig

Stengel
– kruipend
– glad en kaal
– kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moerasspirea : Filipendula ulmaria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de pluimen roomwitte kleine bloemetjes, die zoet geuren en
– de vruchtjes, die spiraalsgewijs om elkaar heen gedraaid zijn

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Moerasspirea is een overblijvende plant met krachtige rechtopstaande, dunne, vaak rood/bruin gestreepte stengels en wordt 60 tot 120 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend en groeit voornamelijk op natte, voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden en in lichte loofbossen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Moerasspirea bloeit vanaf juni tot en met augustus in schuimachtige pluimen, die bestaan uit talrijke kleine, roomwitte of witte, zoet geurende bloemen. De vruchten zijn spiraalvormig gedraaid.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Moerasspirea werd veel gebruikt om de lucht te verfrissen. De geurige bloemen werden samen met andere bloemen (o.a. kamperfoelie), in huizen en kerken gelegd om onaangename geuren te verdrijven.

De plant heeft pijnstillende, koortsverlagende en ontstekingsremmende eigenschappen en werd gebruikt tegen malaria en buikloop. Tegenwoordig wordt een aftreksel van de bloemen (thee) nog gebruikt bij griep en verkoudheid. De plant bevat salicylzuur, de werkzame stof in aspirine.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Moeasspirea lijkt op knolspirea. Toch zijn er wel wat verschillen. Knolspirea wordt minder hoog. De bloemen van de knolspirea zijn groter, soms roze of rood, de bladeren zijn langgerekter en bestaan uit minstens 8 paar deelblaadjes. Knolspirea staat op de rode lijst.

Op afstand lijkt moerasspirea op poelruit. De pluimen van moerasspirea zijn echter witter en zien er wolliger uit. De bladeren van moerasspirea zijn afgebroken oneven geveerd met langwerpige, onregelmatig gezaagde deelblaadjes. Het bovenste blad is meestal 3- tot 5-lobbig. De bladeren van poelruit zijn oneven 2- tot 3-voudig geveerd met handvormige deelblaadjes.

 

 

knolspirea

 

 

 

poelruit

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 0,6 tot 1,2 meter

Bloem
– wit of roomwit
– sterk geurend
– vanaf juni t/m augustus
– pluim
– stervormig
– 4 tot 8 mm
– 5 of 6 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 of 6 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– 2 tot 5 paar blaadjes
– top spits
– rand onregelmatig gezaagd
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– van onderen vaak zilverwit behaard

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond
– vaak roodbruin aangelopen

zie wilde bloemen